MPX30DMP - Mengpaneel Monacor - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MPX30DMP Monacor in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over MPX30DMP Monacor
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Mengpaneel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MPX30DMP - Monacor en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MPX30DMP van het merk Monacor.
GEBRUIKSAANWIJZING MPX30DMP Monacor
B Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe apparaat van "img Stage Line". Lees deze gebruikershandleiding grondig door, alvorens het apparaat in gebruik te nemen. Alleen zo leert u alle functies kennen, vermijdt u foutieve bediening en behoedt u zichzelf en het apparaat voor eventuele schade door ondeskundig gebruik. Bewaar de handleiding voor latere raadpleging.
De Nederlandstalige tekst vindt u op pagina 16.
NL Op de uitklapbare pagina 3 vindt u een overzicht van alle bedieningselementen en de aansluitingen.
1 Overzicht van de bedienings - elementen en aansluitingen
1.1 Boven- en voorzijde
1 Mp3-speler
A USB-jack om een USB-stick in te pluggen of een harde schijf met eigen voeding aan te sluiten
B Slot voor een SD / SDHC-kaart
C Display, toont
in de bovenste regel
- het geselecteerde afspeelmedium ("U" voor USB-opslagmedium, "S" voor SD / SDHC-kaart) en het nummer van de track of in de modus "Stop" het aantal tracks
- de bestandsnaam van de track in de onderste regel
- de bedrijfsmodus ("Play", "Pauze", "Stop") - afwisselend de reeds verstreken speeltijd van de track en de totale afspeelduur ervan of in de modus "Stop" de tijdsaanduiding "000:00"
- "All" bij continu herhalen van alle tracks of "One" bij continu herhalen van een track
D Bedieningstoetsen
- Toets ▶II om het afspelen te starten en te onderbreken
- Toets ■ om het afspelen te stoppen - Toets com te wissen tussen continu afspelen van een track (display "One") of van alle tracks (display "All")
- Toetsen ▶▶ en ◀◀ om een track vooruit of achteruit te springen; om de track snel vooruit of achteruit te spelen de betreffende toets ingedrukt houden
2 Microfooningang (gecombineerde jack XLR / 6,3 mm-jack, gebalanceerd) voor kanaal CH 1
3 Regelaar GAIN voor de ingangsversterking, voor elk ingangskanaal
4 Equalizers, voor elk ingangskanaal HIGH = hoge tonen, MID = middentonen, LOW = lage tonen
5 Ingangskeuzeschakelaar, voor elk ingangskanaal
CH 1 links ingang MIC rechts ingang LINE 1/ PHONO 1
CH2 links ingang PHONO 2 midden ingang LINE 2 rechts mp3-speler
CH 3 links ingang PHONO 3 rechts ingang LINE 3
6 Schuifregelaar om het kanaalniveau in te stellen, voor elk ingangskanaal
7 Toets TALK (met controle-led) om de kanalen CH 2 en CH 3 te dempen tijdens aankondigingen via de microfoon
8 Schakelaar REVERSE om te selecteren naar welke kant van de crossfader (10) de kanalen CH 2 en CH 3 geschakeld worden
ON links kanaal CH 3, rechts kanaal CH 2 OFF links kanaal CH 2, rechts kanaal CH 3
9 Schakelaar CURVE voor de menggedrag van de crossfader (10)
× zacht, gelijkmatig mengen
7 bruusk mengen met een breed bereik waarin beide kanalen tegelijk luid te horen zijn
10 Crossfader voor de kanalen CH 2 en CH 3 Als de mengfunctie niet gebruikt wordt, plaatst u de crossfader in het midden.
11 POWER-led
12 Stereo-VU-led voor het mastersignaal dat met de regelaar MASTER (13) ingesteld is
13 Totaal-niveauregelaar MASTER: stelt het niveau in van het mastersignaal, dat op de uitgangen R BAL./L BAL. en MASTER (23) beschikbaar is
14 Balansregelaar voor het met de regelaar MASTER (13) ingestelde mastersignaal
15 Totaal-niveauregelaar BOOTH: stelt het niveau in van het mastersignaal, dat op de uitgang BOOTH (24) beschikbaar is
16 Volumeregelaar voor de hoofdtelefoonuitgang (19)
17 Voorbeluisteringstoets voor elk ingangskanaal (met controle-led): bij ingedrukte toets kunt u het bijbehorende kanaalsignaal vóór de schuifregelaar (6) beluisteren via een hoofdtelefoon op de jack (19) (PFL = "Pre Fader Listening").
18 Regelaar om het signaal te selecteren dat via de hoofdtelefoonuitgang Ⓞ (19) kan worden beluisterd
Stand PFL
De kanalen voorbeluisteren, waarvan de toets PFL SELECT (17) ingedrukt is
Stand MASTER
Het mastersignaal vóór de uitgangsregelaars (13, 15) beluisteren
19 6,3 mm-stekkerbus voor aansluiting van een stereohoofdtelefoon (impedantie ten minste 8 Ω)
1.2 Achterzijde
20 POWER-schakelaar
21 POWER-jack voor aansluiting op een stopcontact (230 V\~ /50 Hz) met behulp van het bijgeleverde netsnoer
22 Houder voor de netzekering; vervang een gesmolten zekering uitsluitend door een zekering van hetzelfde type
23 Stereo-uitgangen RBAL./L BAL. (XLR-in-bouwstekkers, gebalanceerd) en MASTER (cinch-jacks) naar de aansluiting van de versterker voor de PA-toepassing De XLR-uitgang en de cinch-uitgang kunnen ook tegelijk voor de aansluiting van twee versterkers gebruikt worden. Het uitgangsniveau wordt met de regelaar MASTER (13) ingesteld.
24 Stereo-uitgang BOOTH (cinch-jacks) voor de aansluiting van een volgende versterker, bv. voor een monitorinstallatie of de muziek-weergave in een belendende ruimte; het uitgangsniveau wordt met de regelaar BOOTH (15) ingesteld
25 Stereo-uitgang REC (cinch-jacks) voor de aansluiting van een opnametoestel; het opnameniveau is onafhankelijk van de stand van de uitgangsregelaars (13, 15)
26 Stereo-ingangen (cinch-jacks) voor aansluiting van geluidsbronnen op de kanalen CH 1 tot CH 3
INPUT 2, INPUT 3:
ingangen PHONO voor platenspelers met magnetische cel,
Ingangen LINE voor apparaten met lijnniveau-uitgang, bv. cd-speler, cassettedeck, radio
INPUT 1:
De ingang kan met de toets ernaast omgeschakeld worden tussen PHONO en LINE: zie pos. 27.
27 Keuzeschakelaar LINE/PHONO om de ingang ernaast voor kanaal CH 1 naar lijnsignaalniveau (toets uitgeschakeld) of Phono-signaalniveau (toets ingedrukt) te schakelen
28 Massaklemschroeven GND voor aangesloten platenspelers
2 Veiligheidsvoorschriften
Het apparaat is in overeenstemming met alle relevante EU-Richtlijnen en is daarom met €e gekenmerkt.
WAARSCHUWING
De netspanning van de apparaat is levensgevaarlijk. Open het apparaat niet, want door onzorgvuldige ingrepen loopt u het risico van elektrische schokken.
Let eveneens op het volgende:
- Het apparaat is enkel geschikt voor gebruik binnenshuis. Vermijd druip- en spatwater, uitzonderlijk warme plaatsen en plaatsen met een hoge vochtigheid (toegestaan omgevingstemperatuurbereik: 0 – 40 °C).
- Plaats geen bekers met vloeistof zoals drinkglazen etc. op het apparaat.
- Schakel het apparaat niet in resp. trek onmiddellijk de stekker uit het stopcontact,
- wanneer het toestel of het netsnoer zichtbaar beschadigd is,
- wanneer er een defect zou kunnen optreden nadat het apparaat bijvoorbeeld is gevallen,
- wanneer het apparaat slecht functioneert. Het apparaat moet in elk geval worden hersteld door een gekwalificeerd vakman.
- Trek de stekker nooit met het snoer uit het stopcontact, maar met de stekker zelf.
- Verwijder het stof met een droge, zachte doek. Gebruik zeker geen water of chemicaliën.
- In geval van ongeoorloofd of verkeerd gebruik, verkeerde aansluiting, foutieve bediening of van herstelling door een niet-gekwalificeerd persoon vervalt de garantie en de verantwoordelijkheid voor hieruit resulterende materiële of lichamelijke schade.

Wanneer het apparaat definitief uit bedrijf wordt genomen, bezorg het dan voor milieuvriendelijke verwerking aan een plaatselijk recyclagebedrijf.
3 Toepassingen
Het driekanaalmengpaneel MPX-30DMP is geschikt diverse professionele DJ-toepassingen of voor gebruik thuis. Het apparaat biedt aansluitmogelijkheden voor apparaten met lijnniveau (bv. cd-speler), platenspeler en een DJ-microfoon. Als bijkomende geluidsbron is de geïntegreerde mp3-speler beschikbaar, waarmee u de mp3-audiobestanden van USB-opslagmedia (bv. USB-sticks) en SD/SDHC-kaarten (max. 32 GB) kunt afspelen. Alle geluidsbronnen kunnen via een hoofdtelefoon voorbeluisterd worden ('Pre Fader Listening").
Het mengpaneel kan gebruikt worden als alleen- staande module of kan in een console inge- bouwd worden.
4 Aansluiting
De in- en uitgangen mogen enkel worden aangesloten en gewijzigd, wanneer het mengpaneel en de aan te sluiten apparatuur is uitgeschakeld.
1) Sluit de stereogeluidsbronnen aan op de overeenkomstige cinch-ingangsjacks van de kanalen CH 1 tot CH 3 (witte jack LEFT = linker kanaal; rode jack "RIGHT" = rechter kanaal):
Apparatuur met lijnniveau-uitgang (bv. cd-speler, cassettedeck, radio) kan aangesloten worden op
- de ingang LINE 1 / PHONO 1 van kanaal CH 1; de toets (27) ernaast moet hiervoor uitgeschakeld zijn
– de ingang LINE 2 van kanaal CH 2
– de ingang LINE 3 van kanaal CH 3
platenspelers met magnetische cel kunnen aangesloten worden op
- de ingang LINE 1 / PHONO 1 van kanaal CH 1; de toets (27) ernaast moet hiervoor ingedrukt zijn
– de ingang PHONO 2 van kanaal CH 2
– de ingang PHONO 3 van kanaal CH 3
Als de aansluitkabel van de platenspeler een afzonderlijke massakabel heeft, verbindt u deze met en klemschroef GND (28).
2) U kunt een microfoon via een XLR-stekker of een 6,3 mm-stekker aansluiten op de symmetrisch bedrade jack MIC (2).
3) Voor aansluiting van versterkers zijn meer-dere stereo-uitgangen beschikbaar:
- symmetrische bekabelde XLR-uitgang R BAL./L BAL. en ongebalanceerd bekabelde cinch-uitgang MASTER (23): Op een van deze uitgangen moet de hoofdversterker voor de PA-toepassing aangesloten worden. Gebruik bij voorkeur de XLR-uitgang, omdat de gebalanceerde signaal-overdracht een betere beveiliging biedt tegen interfererende stralingen die bij langere aansluitkabels kunnen optreden. De XLR-uitgang en de cinch-uitgang kunnen ook tegelijk voor de aansluiting van twee versterkers gebruikt worden.
- uitgang BOOTH (24): Hier kunt u bv. een versterker voor een monitorinstallatie of voor de muziekweergave in een belendende ruimte aansluiten.
4) Indien u geluidsopnames wenst te maken, sluit u het opnametoestel aan op de stereouitgang REC (25). Het opnameniveau is onafhankelijk van de stand van de uitgangsregelaars MASTER (13) en BOOTH (15).
5) Om de ingangskanalen of het mastersignaal vóór de uitgangsregelaars MASTER en BOOTH voor te beluisteren, kunt u een hoofdtelefoon (impedantie ten minste 8 Ω) via een 6,3 mm-stekker aansluiten op de stereo-uitgang (19).
6) Sluit het bijgeleverde netsnoer aan op de POWER-jack (21) en plug de stekker in een stopcontact (230V\~/50Hz).
5 Bediening
Plaats de uitgangsregelaars MASTER (13) en BOOTH (15) in de minimumstand, alvorens in te schakelen. Zo vermijdt u luide inschakelploppen. Het mengpaneel wordt met de POWER-schakelaar (20) in- en uitgeschakeld. Bij ingeschakeld apparaat licht de POWER-led ON (11) op.
OPGELET

Stel het volume van de geluidsinstallatie en dat van de hoofdtelefoon nooit zeer hoog in. Langdurige blootstelling aan hoge volumes kan het gehoor beschadigen! Het gehoor raakt aangepast aan hoge volumes die na een tijdje niet meer zo hoog lijken. Draai het volume daarom niet verder open, zelfs nadat u eraan gewoon bent.
5.1 De geluidsbronnen mengen Tussen twee kanalen regelen
1) Selecteer met de tuimelschakelaars (5) voor elk ingangskanaal de gewenste geluidsbron:
CH 1 linker stand voor de microfoon op de ingang MIC rechter stand voor het apparaat op de ingang LINE 1/PHONO 1
CH 2 linker stand voor het apparaat op de ingang PHONO 2 middelste stand voor het apparaat op de ingang LINE 2 rechter stand voor de ingebouwde mp3-speler
CH 3 linker stand voor het apparaat op de ingang PHONO 3 rechter stand voor het apparaat op de ingang LINE 3
2) Voor de niveauvereffening en de klankcorrectie van de ingangssignalen voert u volgende basisinstellingen door:
a) Plaats alle kanaalregelaars (6) in de minimumstand. Plaats alle Gain-regelaars (3), equalizers (4) en de crossfader (10) in de middelste stand.
b) Als de led boven de toets TALK (7) oplicht, druk dan op de toets om de talkoverfunctie uit te schakelen.
c) Stel de uitgangsregelaar MASTER (13) in op ca. 2/3 van de maximumwaarde.
d) Stuur een geluidssignaal (bv. muziekfragment) naar het eerste gebruikte ingangskanaal en schuif de overeenkomstige regelaar (6) tot ca. 23 van de maximumwaarde open.
e) Met de regelaar GAIN (3) van het kanaal stuurt u het niveau zo uit dat de niveau-weergave (12) bij de luidste passages in het 0 dB-bereik oplicht. Stel de klank in met de regelaars HIGH, MID en LOW (4). Cor-rigeer daarna de uitsturing zo nodig met de regelaar GAIN. Plaats de kanaalregelaar na instelling van Gain en Equalizers weer in de minimumstand.
f) Herhaal de stappen d) en e) voor de overige gebruikte ingangskanalen.
Opmerking: De bedieningsstappen zijn enkel een hulpmiddel; er zijn ook andere methoden mogelijk om de basisinstelling van de ingangskanalen te herstellen.
3) Na de basisinstelling kunnen de ingangssignalen met behulp van de kanaalregelaars (6) in de gewenste volumeverhouding gemengd of in- en uitgemengd worden.
4) Voor het mastersignaal op de uitgangen R BAL./L BAL. en MASTER (23) stelt u met de uitgangsregelaar MASTER (13) het uiteindelijke geluidsvolume en met de regelaar BAL (14) de stereobalans in. Het signaalni-
veau kunt u aan de hand van de niveau-led's (12) aflezen. In de regel wordt bij 0 dB een optimale uitsturing bereikt. Als het uitgangsniveau van het mengpaneel voor de aangesloten versterker echter te hoog of te laag is, moet het mastersignaal overeenkomstig hoger of lager ingesteld worden.
Voor een versterker die op de jacks BOOTH (24) is aangesloten, stelt u het volume met de uitgangsregelaar BOOTH (15) in.
5) Met de crossfader (10) kunt u tussen de kanalen CH 2 en CH 3 regelen.
Wijst met de schakelaar REVERSE (8) de beide kanalen aan de crossfader toe:
stand ON
CH 2 rechterzijde van de crossfader
CH 3 linkerzijde van de crossfader
stand OFF
CH 2 linkerzijde van de crossfader
CH 3 rechterzijde van de crossfader
Stel met de schakelaar CURVE (9) het menggedrag van de crossfader in:
stand ×
zacht, gelijkmatig mengen
stand
bruusk mengen met een breed bereik waarin beide kanalen tegelijk luid te horen zijn
6) Om een aankondiging via de microfoon beter te verstaan, kunt u de toets TALK (7) indrukken: Bij ingedrukte toets (led erboven licht op) zijn de kanalen CH 2 en CH 3 gedempt.
5.2 Voorbeluisteren via de hoofdtelefoon
De ingangskanalen CH 1 tot CH 3 kunnen individuel (of ook samen) via een hoofdtelefoon voorbeluisterd worden, ook als de overeenkomstige kanaalregelaar (6) in de minimumstand staat (PFL "Pre Fader Listening" = beluisteren voor de fader). Zo kunt u bv. de volgende af te spelen track geselecteerd worden.
Desgewenst kunt u ook via de hoofdtelefoon het mastersignaal voorbeluisteren, zonder dat dit door de instelling van de uitgangsregelaar MASTER (13) en BOOTH beïnvloed wordt.
1) Om een ingangskanaal voor te beluisteren, drukt u op de bijbehorende toets PFL (17); de led naast de toets licht op.
2) Schuif de selectieregelaar (18) voor de beluisteringsfunctie in de stand PFL.
3) Stel het volume van de hoofdtelefoon in met de regelaar PFL (16).
4) Mocht u het mastersignaal willen beluisteren, schuif dan de selectieregelaar voor de beluisteringsfunctie in de stand MASTER. In de tussenposities is een mengsignaal van het signaal op het ingangskanaal en het mastersignaal te horen.
5.3 De mp3-speler bedienen
De mp3-speler is na ingebruikneming van het mengpaneel ingeschakeld. Als er geen afspeel-medium aangesloten is, verschijnt op het display (C):
NO Disk Please Add Disk
Bij aangesloten afspeelmedium wordt na inlezen van het medium op het display achter de betreffende identificatieletter ("U" voor USB-opslag-medium, "S" voor SD /SDHC-kaart) het totale aantal tracks weergegeven, bv. voor een geheugenkaart met 132 tracks:
NL Als er twee afspeelmedia aangesloten zijn, is het USB-opslagmedium geselecteerd. Om tussen twee media om te schakelen, moet het zonet geselecteerde medium verwijderd worden. De mp3-speler schakelt dan automatisch om naar het andere geheugen. Hij schakelt ook steeds automatisch naar het medium dat opnieuw aangesloten wordt.
Afspeelmedium aansluiten en verwijderen:
- Steek een USB-stick in de USB-aansluiting (A) of verbind een harde schijf met de USB-aansluiting. Een aangesloten harde schijf mag slechts één partitie hebben en moet via een eigen netadapter met stroom gevoed worden.
- Steek een SD / SDHC-kaart (met de afgeschuinde hoek vooraan en de contacten naar rechts) zo diep in de slot (B), tot de kaart vergrendelt.
Om de afspeelmedia te verwijderen, neemt u het USB-opslagmedium uit de USB-aansluiting, en ontgrendelt u de geheugenkaart eerst door ze in te drukken. Neem ze er dan uit. USB-opslagmedium en geheugenkaart mogen niet tijdens het afspelen ervan verwijderd worden.
Bedieningstoetsen (D)
Toets Afspelen / pauze▶II
Om het afspelen te starten, drukt u op de toets ▶II: Op het display verschijnt "Play", de tijdsaanduiding ernaast wisselt tussen de reeds verstreken speeltijd van de track en de totale looptijd ervan. In de bovenste regel wordt de identificatieletter voor het afspeel medium ("U" = USB-opslagmedium, "S" = SD/SDHC-kaart) en het nummer van de track weergegeven, daarna de bestandsnaam van de track (als loop-weergave bij langere namen).
Om het afspelen te onderbreken, drukt u opnieuw op de toets ▶II: Op het display verschijnt "Pauze", alle bewegende weergaven "bevriezen". Om het afspelen van de track voort te zetten, drukt u opnieuw op de toets ▶II.
Stoptoets ■
Om het afspelen te beeindigen, drukt u op de toets ■: Op het display verschijnt "Stop", de tijdsaanduiding wisselt naar "000:00" en de huidige bestandsnaam in loop-weergave "bevriest". In de plaats van het tracknummer wordt het totale aantal tracks weergegeven. Om het afspelen opnieuw met de eerste track te starten, drukt u op de toets ▶II.
Herhaaltoets
Met de toets unt u omschakelen tussen continu afspelen van alle tracks (display "All") en continu afspelen van één track (display "One").
Toetsen Vooruit / achteruit ▶▶I en ◀◀
Om naar de volgende track of de vorige track te springen, drukt u kort op de betreffende toets. Om binnen een track snel vooruit of achteruit te zoeken, houdt u de betreffende toets ingedrukt.
Gevoeligheid/impedantie
MIC: 1 mV/ 650 Ω
PHONO 1: ..... 2 mV/ 50 kΩ
PHONO 2, PHONO 3: .1 mV/60 kΩ
LINE 1: .....70 mV/50 kΩ
LINE 2, LINE 3: ..... 50 mV/10 kΩ
Uitgangsniveau
R BAL. / L BAL.: ..... 1 V*
MASTER: 580 mV*
BOOTH: 500 mV
REC: 200 mV
Hoofdtelefoonimpedantie: ≥ 8 Ω
Frequentie: 20 – 20 000 Hz
THD: ....<0,15%
Signaal/Ruis-verhouding: >60dB, niet geëvalueerd
Equalizer
Lage tonen: .....+12 dB /-32 dB
bij 50 Hz
Middentonen: .....+12 dB /32 dB
bij 1,2 kHz
Hoge tonen: .....+12 dB /-32 dB
bij 10 kHz
Aansluitingen
MIC, mono: ..... gecombineerde jack
XLR/6,3mm-jack
(gebalanceerd)
LINE, PHONO, stereo: . Cinch-jacks
R BAL./L BAL., stereo: . XLR-inbouwstekkers
(gebalanceerd)
MASTER, stereo: ..... Cinch-jacks
BOOTH, stereo: ..... Cinch-jacks
REC, stereo: ....Cinch-jacks
Hoofdtelefoon, stereo: . 6,3 mm-stekkerbus
Voedingsspanning: ..... 230 V\~ / 50 Hz
Vermogensverbruik: .... max. 20 VA
Omgevings
temperatuurbereik: ..... 0 – 40 °C
Afmetingen: 245 × 315 × 120 mm
Gewicht: 3 kg
* bij weergave 0 dB
Wijzigingen voorbehouden.
SimpelGids