RXV620RDS - Home cinema versterker YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RXV620RDS YAMAHA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over RXV620RDS YAMAHA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Home cinema versterker in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RXV620RDS - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RXV620RDS van het merk YAMAHA.
GEBRUIKSAANWIJZING RXV620RDS YAMAHA
1 Om u van de beste prestaties te verzekeren, dient u deze gebruiksaanwijzing aandachtig door te lezen. Bewaar deze op een veilige plaats voor eventuele latere naslag.
2 Installeer het apparaat op een goed geventileerde, koele, droge, schone plek met tenminste 30 cm ruimte aan de bovenkant, 20 cm aan de rechter- en linkerkant en 10 cm ruimte aan de achterkant als ventilatieruimte — uit direct zonlicht, uit de buurt van warmtebronnen, trillingen, stof, vocht en/of kou.
3 Stel het apparaat op afstand van andere elektrische apparatuur, motors, en transformators op om bromgeluiden te voorkomen. Om brand of elektrische schokken te voorkomen, stelt u dit apparaat niet op plaatsen op waar het blootgesteld kan worden aan regen, water of enige andere soort vloeistof.
4 Stel dit apparaat niet bloot aan extreme temperatuurschommelingen van koud naar heet, en stel dit apparaat niet op in een omgeving met een hoge luchtvochtigheid (bijv. een vertrek met een luchtbevochtiger), om condensvorming in dit apparaat te voorkomen, waardoor weer elektrische schokken, brand, schade aan dit apparaat en/of persoonlijk letsel kunnen worden veroorzaakt.
5 Plaats de volgende voorwerpen niet op dit apparaat:
- andere componenten, omdat deze schade aan en/of verkleuring van het buitenpaneel van dit apparaat kunnen veroorzaken.
- brandende voorwerpen (d.w.z. kaarsen), omdat deze brand, schade aan dit apparaat en/of persoonlijk letsel kunnen veroorzaken.
- voorwerpen waarin een vloeistof zit, omdat deze een elektrische schok aan de gebruiker en/of schade aan dit apparaat kunnen veroorzaken.
6 Bedek het apparaat niet met een krant, een tafelkleed, een gordijn, enz., om de warmte-uitstraling niet te belemmeren. Als de temperatuur binnenin dit apparaat stijgt, kunnen brand, schade aan dit apparaat en/of persoonlijk letsel worden veroorzaakt.
7 Steek de stekker van het netsnoer van dit apparaat niet in het muurstopcontact voordat alle aansluitingen zijn gemaakt.
8 Gebruik dit apparaat niet ondersteboven. Hierdoor kan het oververhit raken waardoor mogelijkkerwijs schade kan worden veroorzaakt.
9 Oefen geen kracht uit op de schakelaars, knoppen en/of toetsen.
10 Wanneer u de stekker uit het muurstopcontact wilt trekken, trekt u aan de stekker zelf en niet aan het snoer.
11 Reinig dit apparaat niet met chemische oplosmiddelen omdat hierdoor de afwerklaag kan worden beschadigd. Gebruik een schone, droge doek.
12 Alleen de op dit apparaat aangegeven netspanning mag worden gebruikt. Het is gevaarlijk dit apparaat met een hogere dan de aangegeven netspanning te gebruiken omdat hierdoor brand, schade aan dit apparaat en/of persoonlijk letsel kunnen worden veroorzaakt. YAMAHA aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid voor enigerlei schade als gevolg van het gebruik van dit apparaat met een hogere netspanning dan welke is aangegeven.
13 Om de kans op beschadiging door blikseminslag te voorkomen, trekt u de stekker van het netsnoer uit het muurstopcontact tijdens een onweersbui.
14 Zorg ervoor dat geen vreemde voorwerpen en/of vloeistoffen in dit apparaat kunnen vallen.
15 Probeer dit apparaat niet te veranderen of te repareren. Neem contact op met erkend YAMAHA onderhoudspersoneel als dit apparaat onderhoud behoeft. De buitenpanelen mogen onder geen enkel beding worden verwijderd.
16 Als u dit apparaat gedurende een lange tijd niet denkt te gaan gebruiken (bijv. tijdens een vakantie), trekt u de stekker van het netsnoer uit het muurstopcontact.
17 Lees altijd eerst het hoofdstuk "STORINGZOEKEN" voor oplossingen van alledaagse bedieningsfouten alvorens de conclusie te trekken dat dit apparaat defect is.
18 Alvorens dit apparaat te verplaatsen, drukt u op STANDBY/ON om het apparaat in de stand-bystand te zetten, en trekt u de stekker van het netsnoer van dit apparaat uit het muurstopcontact.
Dit apparaat blijft aangesloten op de netspanning zolang de stekker ervan nog in het stopcontact zit, ook al wordt het apparaat zelf uitgeschakeld. Deze toestand wordt de stand-bystand genoemd.
In deze toestand zal het apparaat een zeer kleine hoeveelheid stroom verbruiken.
Alleen voor klanten in Nederland
Bij dit product zijn batterijen geleverd. Wanneer deze leeg zijn, moet u ze niet weggooien maar inleveren als KCA.

Controleren van alle onderdelen.... 3
Batterijen plaatsen in de afstandsbediening .... 3
BEDIENINGSELEMENTEN
EN-FUNCTIES 4
Voorpancel....4
Afstandsbediening 6
Beschrijving van de cijfertoetsen 7
Gebruik van de afstandsbediening 8
Display van het voorpanel 9
Achterpaneel.... 10
VOORBEREIDINGEN
LUIDSPREKERSYSTEEM.... 11
Welke luidsprekers te gebruiken 11
Luidsprekeropstelling 11
AANSLUITINGEN 12
Alvorens componenten aan te sluiten.... 12
Aansluiten van audiocomponenten 12
Aansluiten van videocomponenten 14
Aansluiten van luidsprekers 16
Aansluiten van een externe versterker.... 18
Aansluiten van een externe decoder .... 18
IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar 19
Aansluiten van de netsnoeren.... 19
ON-SCREEN-DISPLAY (OSD) 20
OSD-functions 20
Kiezen van de OSD-functie.... 20
INSTELLEN VAN HET
LUIDSPREKERSYSTEEM.... 21
Overzicht van de LUIDSPREKERINSTELLINGEN-subitems 1A t/m 1E ....21
INSTELLEN VAN DE LUIDSPREKER-
UITGANGSNIVEAUS.... 22
Alvorens te beginnen 22
Gebruik van de testtoon (TEST DOLBY SUR.) .... 22
BASISBEDIENING
BASISBEDIENING VOOR HET
WEERGEVEN 24
Ingangsfuncties en indicators 26
Kiezen van een geluidsveldprogramma 28
Normale stereoweergave 29
AFSTEMMEN....30
Aansluiten van de antennes 30
Automatisch (of handmatig) afstemmen 31
Programmeren van voorkeurzenders 32
Afstemmen op een voorkeurzender.... 33
Omwisselen van voorkeurzenders 34
ONTVANGEN VAN RDS-ZENDERS ...... 35
Beschrijving van RDS-data 35
Wijzigen van de RDS-functies 35
PTY SEEK-functie 36
EON-functie 37
BASISBEDIENING VOOR
HET OPNEMEN 38
GEAVANCEERDE BEDIENING
INSTELMENU 39
Instellen van de items op het INSTELMENU...... 39
1 SPEAKER SET (luidsprekerinstellingen) ...... 40
2 L/R BALANCE (balans van de hoofdluidsprekers) 42
3 HP TONE CTRL (toonregeling van de hoofdtelefoon) 43
4 I/O ASSIGNMENT (ingangsbronnen toewijzen) 43
5 INPUT MODE (ingangsfunctic) 43
6 DOLBY D. SET (Dolby Digital-instellingen) ... 44
7 DTS SET (lagetoneneffect van DTS-signalen) ... 44
8 SP DELAY TIME (instellen van de vertragingstijd) 45
9 DISPLAY SET (displayinstellingen) 45
10MEMORY GUARD (geheugenbeveiliging) ..... 45
INSTELLEN VAN HET UITGANGSNIVEAU
VAN DE EFFECTLUIDSPREKERS ...... 46
SLAAPTIMER 47
Instellen van de slaaptimer 47
Annuleren van de slaaptimer 47
Veelvuldig gebruikte toetsen in iedere stand van de keuzeschakelaar 49
Bedienen van de componenten die zijn aangesloten op dit apparaat 49
Namen en functies van de toetsen in iedere stand .... 50
Instellen van de fabrikantcode 53
Terugkeren naar de fabricksinstellingen.... 54
AANVULLENDE INFORMATIE
GELUIDSVELDPROGRAMMA 55
Hifi DSP-programma's 55
Wat is een geluidsveld 58
Geluidsveldprogrammaparameters.... 58
Veranderen van de parameterwaarden.... 59
Terugstellen van parameterwaarden op de fabrieksinstelling 59
Beschrijving van de geluidsveldparameters ..... 60
AANHANGSELS
STORINGZOEKEN 63
Ingebouwde 5-kanalen eindversterker
♦ Minimaal RMS-uitgangsvermogen (0,06% totale harmonische vervorming, 20 Hz – 20 kHz)
Hoofd: 90 W + 90 W (8 Ω)
Midden: 90 W (8 Ω)
Achter: 90 W + 90 W (8 Ω)
Digitale geluidsveldprocessor met meerdere functies
♦ DTS-decoder
♦ Dolby Pro Logic-decoder
♦ Dolby Digital decoder
◆ Hifi DSP
♦ CINEMA DSP; een combinatie van YAMAHA DSP-technologie en Dolby Pro Logic, Dolby Digital of DTS
◆ Virtual CINEMA DSP
◆ SILENT CINEMA
Hoogwaardige AM/FM-tuner
◆ In willekeurige volgorde programmeren van 40 voorkeurzenders
◆ Automatisch programmeren van voorkeurzenders
♦ Mogelijkheid voorkeurzenders om te wisselen (editen van voorkeurzenders)
- Meerdere functies voor het ontvangen van RDSuitzendingen
Overige functies
◆ 96 kHz/24-bit D/A-omzetter
Instelmenu's met 10 items die u helpen dit apparaat optimaal in te stellen voor uw audiovisuele systeem
◆ Testtoongenerator voor het gemakkelijk instellen van de luidsprekerbalans
◆ 6-kanalen externe decodingang voor overige toekomstige standaards
◆ BASS EXTENSION-toets voor het versterken van de lagtonenweergave
◆ On-screen-displayfunctie helpt u bij het bedienen en instellen van dit apparaat
◆ S-video-ingangs-/uitgangsaansluitingen
◆ Componentvideo-ingangs-/uitgangsaansluitingen
♦ Optische en coaxiale digitale audioaansluitingen
♦ Slaaptimer
◆ Afstandsbediening met voorgeprogrammeerde fabrikantcodes
- geeft een hint aan voor de bediening van dit apparaat.
- Bepaalde bedieningen kunnen worden uitgevoerd door de toetsen op het apparaat zelf of die op de afstandsbediening. In het geval voor dergelijke bedieningen de namen van de toetsen op het apparaat zelf en op de afstandsbediening verschillend zijn, wordt in deze gebruiksaanwijzing de naam van de toets op de afstandsbediening tussen haakjes geschreven.

Gefabriceerd onder licentie van Dolby Laboratories.
"Dolby", "AC-3", "Pro Logic" en het dubbele-D symbool zijn handelsmerken van Dolby Laboratories.
Confidential Unpublished Works. ©1992-1997 Dolby Laboratories, Inc. Alle rechten voorbehouden.

Gefabriceerd onder licentie van Digital Theater Systems, Inc. US Pat. No. 5,451,942 en andere wereldwijde patenten, verkregen en aangevraagd. "DTS" en "DTS Digital Surround", zijn handelsmerken van Digital Theater Systems, Inc. Copyright 1996 Digital Theater Systems, Inc. Alle rechten voorbehouden.
VOOR GEBRUIK
Controleren van alle onderdelen
Controleer dat de volgende onderdelen bij het product zijn geleverd.
Afstandsbediening

text_image
YAMAHAMangaanbatterijen (4 stuks) (AAA, R03, UM-4)

75 ohm/300 ohm antenneadapter (alleen modellen voor U.K.)

AM-raamantenne

Beknopte overzichtskaart (Quick Reference Card)

Aansluitgids (Connection guide)

text_image
Connector Radio (main) Interplay is a digital connection panel 1.2V 2.5V 3.0V 4.0V 5.0V 6.0V 7.0V 8.0V 9.0V 10.0V 11.0V 12.0V 13.0V 14.0V 15.0V 16.0V 17.0V 18.0V 19.0V 20.0V 21.0V 22.0V 23.0V 24.0V 25.0V 26.0V 27.0V 28.0V 29.0V 30.0V 31.0V 32.0V 33.0V 34.0V 35.0V 36.0V 37.0V 38.0V 39.0V 40.0V 41.0V 42.0V 43.0V 44.0V 45.0V 46.0V 47.0V 48.0V 49.0V 50.0V 51.0V 52.0V 53.0V 54.0V 55.0V 56.0V 57.0V 58.0V 59.0V 60.0V 61.0V 62.0V 63.0V 64.0V 65.0V 66.0V 67.0V 68.0V 69.0V 70.0V 71.0V 72.0V 73.0V 74.0V 75.0V 76.0V 77.0V 78.0V 79.0V 80.0V 81.0V 82.0V 83.0V 84.0V 85.0V 86.0V 87.0V 88.0V 89.0V 90.0V 91.0V 92.0V 93.0V 94.0V 95.0V 96.0V 97.0V 98.0V 99.0VBatterijen plaatsen in de afstandsbediening
Plaats de batterijen met de polen in de juiste richting door de + en – tekens op de batterijen uit te lijnen met de + en – tekens binnenin het batterijvak.

text_image
in net batterijvak. 1 2 3■ Opmerkingen betreffende de batterijen
• Vervang de batterijen regelmatig.
- Gebruik geen oude batterijen samen met nieuwe batterijen.
- Gebruik geen verschillende soorten batterijen met elkaar, zoals alkalibatterijen en mangaanbatterijen. Lees de informatie op de verpakking zorgvuldig, aangezien verschillende soorten batterijen dezelfde vorm en kleur kunnen hebben.
■ Vervangen van de batterijen
Al naar gelang de batterijen zwakker worden, wordt het bereik van de afstandsbediening kleiner en knippert de indicator niet meer of slechts heel zwak. Wanneer u één van deze omstandigheden opmerkt, vervangt u alle batterijen.
Als er gedurende langer dan 2 minuten geen batterijen in de afstandsbediening zitten of als lege batterijen in de afstandsbediening blijven zitten, kan de inhoud van het geheugen verloren gaan. Als het geheugen is gewist, plaatst u nieuwe batterijen en stelt u de fabrikantcodes in die werden gewist.
Opmerking
- Als de batterijen lekken, gooit u deze onmiddellijk weg. Voorkom dat u het gelekte vocht aanraakt en dat dit in contact komt met kleding, enz. Maak het batterijvak grondig schoon alvorens nieuwe batterijen te plaatsen.
BEDIENINGSELEMENTEN EN -FUNCTIES
Voorpaneel

text_image
YAMAHA NATURAL SOUND AV RECEIVER CINEMA VOLUME STANDARD R20000 R20000 R20000 R20000 R20000 R20000 R20000 R20000 R20000 R20000 R20000 R20000 R20000 R20000 R20000 ECONOMICS BOX MODE START FCH INPUT/INPUT MODE BASS TREBLE SPEAKERS A B 35P PICKINUM PRESER TURING PARK MUSGROFFIECT BOX VINES VIDEO VIDEO AUDIO / OFFICAL FIS LIVI VIOLOAN KPUT 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24① STANDBY/ON
Met deze toets schakelt u het apparaat in of zet u het in de stand-bystand. Als u dit apparaat inschakelt hoort u een klikgeluid en zal er een vertraging van 4 of 5 seconden zijn voordat dit apparaat geluid kan weergeven.
Stand-bystand
In deze stand verbruikt het apparaat een kleine hoeveelheid stroom om infraroodsignalen vanaf de afstandsbediening te kunnen ontvangen.
② Afstandsbedieningssensor
Deze ontvangt de signalen vanaf de afstandsbediening.
③ Display van het voorpaneel
Dit display beeldt informatie af over de bedieningstoestand van dit apparaat.
4 PTY SEEK MODE
Druk op deze toets om de PTY SEEK-functie te kiezen.
⑤ RDS MODE/FREQ
Door herhaaldelijk op deze toets te drukken tijdens de ontvangst van een RDS-zender, worden beurtelings de functies PS, PTY, RT, CT (mits de desbetreffende zender gebruikmaakt van deze RDS-dataservice) en/of de frequentieweergavefunctie gekozen.
6 EON
Druk op deze toets om het gewenste programmatype (NEWS, INFO, AFFAIRS, SPORT) te kiezen wanneer u automatisch wilt afstemmen op een radioprogramma van dit programmatype.
⑦ PTY SEEK START
Druk op deze toets om te beginnen met het zoeken naar een zender nadat met de PTY SEEK-functie het gewenste programmatype is gekozen.
8 INPUT MODE
Met deze toets kiest u de ingangsfunctie voor bronnen die twee of meer soorten signalen naar dit apparaat uitvoeren (zie bladzijde 26 voor verdere informatie).
Wanneer u 6CH INPUT als ingangsbron kiest, kunt u de ingangsfunctie niet kiezen.
⑨ VOLUME
Met deze draaiknop regelt u het uitgangsniveau van alle audiokanalen.
Dit heeft geen invloed op het REC OUT opnameuitgangsniveau.
⑩ 6CH INPUT
Met deze toets kiest u de bron die is aangesloten op de 6CH INPUT-aansluitingen. De bron die u kiest door op 6CH INPUT te drukken, heeft voorrang boven de bron die u kiest met de INPUT </> toetsen (of de ingangsbron-keuzetoetsen op de afstandsbediening).
Wanneer u deze toets indrukt (ON), worden de lagtonenfrequenties van de linker en rechter hoofdluidsprekers versterkt met +6 dB (60 Hz) terwijl de algehele toonbalans onveranderd blijft. Deze versterking van de lagtonen is handig als u geen subwoofer gebruikt. Het is echter mogelijk dat deze versterking niet waarneembaar is als "1B MAIN SP" op het INSTELMENU is ingesteld op SMALL en "1D LFE/BASS OUT" is ingesteld op SWFR.
⑫BASS
Met deze draaiknop regelt u de lagtonenweergave van de linker en rechter hoofdluidsprekers.
Draai de knop rechtsom om de lagtonenweergave te verhogen en linksom om de lagtonenweergave te verlagen.
⑬TREBLE
Met deze draaiknop regelt u de hogetonenweergave van de linker en rechter hoofdluidsprekers.
Draai de knop rechtsom om de hogetonenweergave te verhogen en linksom om de hogetonenweergave te verlagen.
Opmerking
- Als u de hogetonenweergave of de lagetonenweergave naar een extreem niveau verhoogt of verlaagt, is het mogelijk dat de toonkwaliteit van de middenluidspreker en achterluidsprekers niet overeenkomt met die van de linker en rechter hoofdluidsprekers.
14 SPEAKERS A/B
Indien ingedrukt, schakelt u met deze toetsen het paar hoofdluidsprekers in dat is aangesloten op de A en/of B luidsprekeraansluitingen op het achterpaneel.
15 EFFECT
Met deze toets schakelt u de effectluidsprekers (midden en achter) in of uit. Als u de uitvoer van deze luidsprekers uitschakelt met behulp van de EFFECT-toets, zullen alle Dolby Digital- en DTS-audiosignalen, behalve die voor het LFE-kanaal, worden gestuurd naar de linker en rechter hoofdluidsprekers.
Wanneer Dolby Digital- en DTS-signalen zijn gemengd, is het mogelijk dat de signaalniveaus van de linker en rechter hoofdluidsprekers niet overeenkomen.
⑯DSP PROGRAM
Hiermee verandert u de functie van de multi-jog-draaiknop om er een DSP-programma mee te kunnen kiezen.
⑰PHONES-aansluiting
Door deze aansluiting worden audiosignalen uitgevoerd waarnaar u met behulp van een hoofdtelefoon kunt luisteren. Wanneer u een hoofdtelefoon hierop aansluit, worden geen signalen uitgevoerd naar de OUTPUT-aansluiting en naar de luidsprekers.
18Multi-jog-draaiknop
Hiermee kiest u de afstemfrequentie in de afstemfunctie. Hiermee kiest u de voorkeurzender nadat u op PRESET/TUNING (EDIT) hebt gedrukt zodat “>” wordt afgebeeld in de afstemfunctie.
Hiermee kiest u het DSP-programma nadat u op DSP PROGRAM hebt gedrukt.
19VIDEO AUX-aansluitingen
Via deze aansluitingen kunt u audio- en videosignalen invoeren vanuit een draagbare externe bron, zoals een gamemachine. Om signalen die via deze aansluitingen worden ingevoerd te kunnen weergeven, kiest u V-AUX als ingangsbron.
20PRESET/TUNING (EDIT)
Met deze toets wisselt u de werking om van de multi-jogdraaiknop tussen het kiezen van een voorkeurzendernummer en het afstemmen.
Deze toets wordt tevens gebruikt voor het omwisselen van de voorkeurzendernummers van twee voorkeurzenders.
②FM/AM
Met deze toets kiest u de frequentieband uit FM of AM.
22 MEMORY (MAN'L/AUTO FM)
Met deze toets slaat u een voorkeurzender op in het geheugen. Houd deze toets gedurende langer dan 3 seconden ingedrukt om met het automatisch programmeren van voorkeurzenders te beginnen (alleen voor FM-zenders).
②TUNING MODE (AUTO/MAN'L MONO)
Met deze toets kiest u de afstemfunctie uit automatisch en handmatig. Om de automatische afstemfunctie te kiezen, drukt u op deze toets zodat de "AUTO" indicator brandt op het display van het voorpaneel. Om de handmatige afstemfunctie te kiezen, drukt u op deze toets zodat de "AUTO" indicator niet brandt op het display van het voorpaneel.
24 INPUT ◀/▷
Met deze toetsen kiest u de ingangsbron (CD, TUNER, MD/CD-R, DVD, D-TV/CBL, VCR 1, PHONO, V-AUX, VCR 2/DVR) waarnaar u wilt luisteren of kijken.
Afstandsbediening
Dit gedeelte beschrijft de basisbediening van dit apparaat met behulp van de afstandsbediening. Zet eerst de keuzeschakelaar is de stand AMP/TUN. Zie "EIGENSCHAPPEN VAN DE AFSTANDSBEDIENING" voor volledige informatie.

Met deze toets verandert u de functie van de cijfertoetsen in die van DSP-programmakeuzetoetsen.
② Component-uitleesvenster
Op dit venster kunt u de naam lezen van de componenten die kunnen worden bediend.
③Cijfertoetsen (ingangsbron-keuzetoetsen)
Met deze toetsen kunt u de ingangsbron kiezen. Zie "Beschrijving van de cijfertoetsen" voor de cijfertoetsen.
④6CH INPUT
Met deze toets kiest u de bron die is aangesloten op de 6CH INPUT-aansluitingen.
⑤TEST
Met deze toets voert u een testtoon uit.
⑥ ON SCREEN
Met deze toets kiest u de on-screen-displayfunctie (OSD-functie) voor uw videomonitor.
⑦ < / > (-/+)
Met deze toetsen stelt u de DSP-programmaparameters en de INSTELMENU-items in. -/+ wordt op het on-screen-display afgebeeld.
8 LEVEL
Met deze toets kiest u de effectluidspreker (midden, achter en subwoofer) zodat u de uitgangsniveaus ervan individueel kunt instellen.
⑨SLEEP
Met deze toets stelt u de slaaptimer in.
⑩INPUT
Met deze toets verandert u de functie van de cijfertoetsen in die van ingangsbron-keuzetoetsen.
⑪Indicator
Deze indicator knippert wanneer de afstandsbediening signalen uitzendt.
⑫Keuzeschakelaar
Met deze schakelaar kiest u de stand van de component die u wilt bedienen. (De juiste fabrikantcode van uw component moet zijn ingesteld. Zie "Instellen van de fabrikantcode".) Nadat de stand is gekozen, staat de afstandsbediening ingesteld op de bedieningsfunctie van die component.
⑬A/B/C/D/E, PRESET -/+
Met deze toetsen kiest u een voorkeurzender.
A/B/C/D/E: Met deze toetsen kiest u één van de 5 voorkeurzendergroepen (A t/m E).
PRESET -/+: Met deze toetsen kiest u een voorkeurzendernummer (1 t/m 8).
14
Met deze toetsen kiest u de DSP-programmaparameters en de INSTELMENU-items.
15SET MENU
Met deze toets roept u het INSTELMENU op.
16 POWER
Met deze toets schakelt u de stroom van dit apparaat in.
⑰STANDBY
Met deze toets zet u dit apparaat in de stand-bystand.
⑱VOLUME +/-
Met deze toetsen verhoogt of verlaagt u het volumeniveau.
19MUTE
Met deze toets onderbreekt u het geluid. Druk nogmaals op deze toets om de audio-uitvoer weer terug te brengen op het oorspronkelijke volumeniveau.
EFFECT
Met deze toets schakelt u de effectluidsprekers (midden en achter) aan en uit in de volgende gevallen:
- Wanneer de keuzeschakelaar in de stand DSP/TUN staat,
- Terwijl de indicator ongeveer 3 seconden brandt nadat u op DSP hebt gedrukt.
Beschrijving van de cijfertoetsen
De functie van de cijfertoetsen is afhankelijk van de stand van de keuzeschakelaar of een combinatie van andere functies.
■ Om een ingangsbron te kiezen

text_image
INGANGSBRON- keuzetoetsen 6CH INPUT1 Druk op INPUT ongeacht de stand van de keuzeschakelaar.
De indicator brandt gedurende ongeveer 3 seconden.
2 Terwijl de indicator brandt kunt u een ingangsbron kiezen met behulp van de cijfertoetsen en 6CH INPUT.
■ Om een DSP-programma te kiezen en de effectluidsprekers (midden en achter) aan en uit te schakelen
A

text_image
DSP-programma- groeptoetsen EFFECTB

text_image
DOS INPUT OUTPUT HOLD CO HOLD TURNER RISK MULTICUM 1 2 3 METHNIC RESISTANCE DATA/VAL 4 5 6 THERMOST RED CHAP 7 8 9 GOLD INPUT INPUT HOLD +10A
1 Druk op DSP ongeacht de stand van de keuzeschakelaar.
De indicator brandt gedurende ongeveer 3 seconden.
2 Terwijl de indicator brandt kunt u een DSP-programma kiezen met behulp van de cijfertoetsen en de effectluidsprekers (midden en achter) aan- en uitschakelen door op EFFECT te drukken.
B
1 Zet de keuzeschakelaar in de stand DSP/TUN.
2 U kunt een DSP-programma rechtstreeks kiezen met behulp van de cijfertoetsen en de effectluidsprekers (midden en achter) aan- en uitschakelen door op EFFECT te drukken.
■ Om een voorkeurzendernummer te kiezen

text_image
AIR TIN OFF 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 901 Stel de fabrikantcode "0023" in voor de stand AMP/TUN (of DSP/TUN).
Zie "Instellen van de fabrikantcode" voor het instellen van de fabrikantcode.
2 Zet de keuzeschakelaar in de stand AMP/TUN (of DSP/TUN).
3 U kunt een voorkeurzendernummer rechtstreeks kiezen met behulp van de cijfertoetsen (1 t/m 8).
Zie "Afstemmen op een voorkeurzender".
Gebruik van de afstandsbediening

text_image
30° 30° Ongeveer 6 mDe afstandsbediening zendt richtingsgevoelige infraroodsignalen uit. Zorg ervoor dat u tijdens het bedienen de afstandsbediening rechtstreeks op de afstandsbedieningssensor op het apparaat richt.
■ Hanteren van de afstandsbediening
- Mors geen water of andere vloeistoffen op de afstandsbediening.
- Laat de afstandsbediening niet vallen.
- Laat de afstandsbediening niet gedurende korte of lange tijd liggen op plaatsen met:
- een hoge relatieve luchtvochtigheid of temperatuur, zoals nabij een verwarmingstoestel, kooktoestel of bad;
- veel stof; of
- een extreem lage temperatuur.
Display van het voorpaneel

flowchart
graph LR
A["dt"] --> B["VIRTUAL"]
B --> C["Digital"]
C --> D["PRO LOGIC"]
D --> E["DSP"]
E --> F["PCM"]
F --> G["10"]
F --> H["11"]
F --> I["12"]
J["V-AUX"] --> K["DOLBY DIGITAL PRO LOGIC DTS"]
L["VCR2/DVR"] --> M["MOVIE THEATER 12 ENTERTAINMENT"]
N["VCR 1"] --> M
O["D-TV/CBL"] --> P["PS PTY PTY HOLD EON"]
Q["MD/CD-R"] --> R["TUNER"]
S["CD"] --> T["TUNED STEREO AUTO NEWS INFO AFFAIRS SPORT"]
U["PHONO"] --> V["MEMORY SLEEP"]
W["VOLUME"] --> X["VOLUME"]
Y["VOLUME"] --> Z["VOLUME"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
style G fill:#fcf,stroke:#333
style H fill:#cff,stroke:#333
style I fill:#ffc,stroke:#333
style J fill:#cfc,stroke:#333
style K fill:#cfc,stroke:#333
style L fill:#cfc,stroke:#333
style M fill:#cfc,stroke:#333
style N fill:#cfc,stroke:#333
style O fill:#cfc,stroke:#333
style P fill:#cfc,stroke:#333
style Q fill:#cfc,stroke:#333
style R fill:#cfc,stroke:#333
style S fill:#cfc,stroke:#333
style T fill:#cfc,stroke:#333
style U fill:#cfc,stroke:#333
style V fill:#cfc,stroke:#333
style W fill:#cfc,stroke:#333
①dts indicator
Deze indicator gaat branden wanneer de ingebouwde DTS-decoder wordt gebruikt.
②VIRTUAL indicator
Deze indicator gaat branden wanneer Virtual CINEMA DSP) wordt gebruikt.
3 DIGITAL en PRO LOGIC indicators
Deze indicators gaan branden al naar gelang het soort signaal dat door dit apparaat wordt uitgevoerd. De “ DIGITAL ” indicator gaat branden wanneer de ingebouwde Dolby Digital-decoder wordt gebruikt. De “ PRO LOGIC ” indicator gaat branden wanneer de ingebouwde Dolby Pro Logic-decoder wordt gebruikt.
④Ingangsbronindicators
Deze indicators geven door middel van een cursor de huidige ingangsbron aan.
⑤RDS-functie-indicators
Dit zijn de indicators van de namen van de RDS-functies die door de ontvangen RDS-zender worden gebruikt. Wanneer de rode indicator naast de RDS-functie gaat branden, betekent dit dat de bijbehorende RDS-functie is gekozen.
6 TUNED indicator
Deze indicator gaat branden wanneer dit apparaat op een zender afstemt.
⑦STEREO indicator
Deze indicator gaat branden wanneer het apparaat een sterk signaal van een FM stereo-uitzending ontvangt terwijl de "AUTO" indicator brandt.
8 AUTO indicator
Deze indicator geeft aan dat het apparaat in de automatische afstemfunctie staat.
⑨ MEMORY indicator
Deze indicator knippert om aan te geven dat een zender kan worden geprogrammeerd.
10 DSP indicator
Deze indicator gaat branden wanneer u een DSP-programma kiest.
11 PCM indicator
Deze indicator gaat branden wanneer dit apparaat PCM (pulscodemodulatie) digitale audiosignalen weergeeft.
⑫Hoofdtelefoonindicator
Deze indicator gaat branden wanneer een hoofdtelefoon is aangesloten.
De indicator van de naam van het gekozen DSP-programma gaat branden wanneer het programma ENTERTAINMENT, MOVIE THEATER 1, MOVIE THEATER 2 of DTS SURROUND is gekozen.
⑭Multi-informatiedisplay
Dit display beeldt de naam van het huidig gekozen DSP-programma en andere informatie tijdens het maken van instellingen af.
Deze indicator gaat branden tijdens het zoeken in de PTY SEEK-functie.
16EON-indicator
Deze indicator gaat branden wanneer er een RDS-zender wordt ontvangen die gebruikmaakt van EON-dataservice.
⑰ Programmatype-indicators
Wanneer de EON-indicator is gaan branden, gaat hier de naam van het gekozen programmatype branden.
18VOLUME staafindicator
Deze indicator geeft het volumeniveau aan.
19SLEEP indicator
Deze indicator gaat branden wanneer de slaaptimer wordt gebruikt.
Achterpaneel

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 DIGITAL INPUT CD ① OFFICE CUTTER ④ DVD ③ MINT BLOOD CENTER MELD ② RAREWATER DIGITAL OUTPUT PICING CD MODESTRY SWITCHER AUDIO SIGNAL TUNER 75 GURBA... AVANT GND FMANT TUNER DVD D-TCBRL COMPONENT VIDEO MONITOR OUT VIDEO VOCI OUT IN VOCI OUT VOCI OUT VOCI OUT VOCI OUT VOCI OUT VOCI OUT VOCI OUT VOCI OUT VOCI OUT VOCI OUT VOCI OUT VOCI OUT VOCI OUT VOCI OUT VOCI OUT VOCI OUT VOCI OUT VOCI OUT VOCI OUT VOCI OUT VOCI OUT SPEAKERS + MAX B CENTER + REXR OUTPUT MAX SWITCHED LUXO MAX (12/14) SWITCHED SWITCHED SWITCHED SWITCHED SWITCHED SWITCHED SWITCHED SWITCHED SWITCHED SWITCHED SWITCHED SWITCHED SWITCHED SWITCHED SWITCHED SWITCHED SWITCHED SWITCHED SWITCHED SWITCHED SWITCHED SWITCHED SWITCHED SWITCHED SWITCHED SWITCHED① DIGITAL OUTPUT-aansluitingen
② DIGITAL INPUT-aansluitingen
③ GND-aansluiting
Zie bladzijde 12 voor informatie over het aansluiten.
4 6CH INPUT-aansluitingen
Zie bladzijden 13 en 18 voor informatie over het aansluiten.
⑤ Antenne-ingangsaansluitingen
Zie bladzijde 30 voor informatie over het aansluiten.
⑥ Videocomponenten-aansluitingen
Zie bladzijden 14 en 15 voor informatie over het aansluiten.
⑦ Luidsprekeraansluitingen
Zie bladzijden 16 en 17 voor informatie over het aansluiten.
8 OUTPUT-aansluitingen
Zie bladzijde 18 voor informatie over het aansluiten.
⑨ Wisselstroomnetsnoer
Sluit deze aan op een wisselstroomstopcontact.
⑩ AC OUTLET(S) (netspanningsaansluitingen)
Gebruik deze aansluitingen om uw andere audiovisuele componenten van stroom te voorzien (zie bladzijde 19).
⑪ Audiocomponenten-aansluitingen
Zie bladzijden 12 en 13 voor informatie over het aansluiten.
⑫ SUBWOOFER-aansluiting
Zie bladzijde 17 voor informatie over het aansluiten.
13 IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar
Gebruik deze schakelaar om de versterker dezelfde impedantie te laten uitvoeren als de luidsprekerimpedantie. Zet dit apparaat in de standbystand alvorens deze instelling van deze schakelaar te veranderen (zie bladzijde 19).
LUIDSPREKERSYSTEEM
Welke luidsprekers te gebruiken
Dit apparaat is ontworpen om de beste geluidsveldkwaliteit weer te geven met een 5-luidsprekersysteem bestaande uit linker en rechter hoofdluidsprekers, linker en rechter achterluidsprekers en een middenluidspreker. Als u verschillende merken luidsprekers (met verschillende toonkwaliteiten) in uw luidsprekersysteem gebruikt, is het mogelijk dat de toon van een bewegende menselijke stem en andere geluidssoorten niet vloeiend verloopt. Wij bevelen u aan luidspreker van dezelfde fabrikant te gebruiken om verzekerd te zijn van dezelfde toonkwaliteit.
De hoofdluidsprekers worden gebruikt voor het geluid van de hoofdbron en voor effectgeluid. Waarschijnlijk zijn dat de luidsprekers van uw huidige audiosysteem. De achterluidsprekers worden gebruikt voor de effect- en surroundgeluiden, en de middenluidspreker wordt gebruikt voor de middengeluiden (spraak, zang, enz.). Als het om een of andere reden niet praktisch is een middenluidspreker te gebruiken, kunt u het ook zonder doen. De beste resultaten worden echter verkregen met een volledig luidsprekersysteem.
De hoofdluidsprekers moeten hoogwaardige modellen zijn met voldoende vermogen om het maximale uitgangsvermogen van uw audiosysteem te kunnen verwerken. De overige luidsprekers hoeven niet gelijkwaardig te zijn aan de hoofdluidsprekers. Vanuit een oogpunt van nauwkeurige geluidsplaatsing is het echter ideaal om hoogwaardige modellen die geluiden over het volledige bereik kunnen weergeven te gebruiken voor de middenluidspreker en de achterluidsprekers.
■ Een subwoofer verbreedt uw geluidsveld
Het is tevens mogelijk uw luidsprekersysteem verder uit te breiden met een subwoofer. Het gebruik van een subwoofer is niet alleen effectief voor het versterken van lagtonenfrequencies van één of alle kanalen, maar tevens voor het weergeven kan het LFE (lagetoneneffect)-kanaal met een hoge betrouwbaarheid wanneer een Dolby Digital-signaal of een DTS-signaal wordt weergegeven. Het YAMAHA Active Servo Processing Subwoofer Systeem is ideaal voor een natuurlijke en levendige lagtonenweergave.
Luidsprekeropstelling
Raadpleeg de onderstaande figuur wanneer u de luidsprekers opstelt. Rechter hoofdluic

text_image
Subwoofer Rechter achterluidspreker 1,8 meter Linker hoofd- luidspreker Middenluidspreker Linker achterluidspreker■ Hoofdluidsprekers
Stel de linker en rechter hoofdluidsprekers op gelijke afstand van de luisterpositie op. Ook de afstand van iedere hoofdluidspreker tot de zijkant van de videomonitor moet hetzelfde zijn.
■ Achterluidsprekers
Stel deze luidsprekers op achter de luisterpositie, een weinig naar binnen gedraaid en ongeveer 1,8 meter boven de vloer.
■ Middenluidspreker
Lijn de voorkant van de middenluidspreker uit met de voorkant van de videomonitor. Stel de middenluidspreker zo dicht mogelijk bij de videomonitor op, bijvoorbeeld rechtstreeks boven of onder de videomonitor, en in het midden tussen de twee hoofdluidsprekers.
Opmerking
- Als er geen middenluidspreker wordt gebruikt, wordt het geluid van het middenkanaal voortgebracht door de linker en rechter hoofdluidsprekers. In dat geval moet "1A CENTER SP" op het INSTELMENU worden ingesteld op NONE.
■ Subwoofer
De opstellingsplaats van de subwoofer is niet zo belangrijk omdat lagetonengeluiden niet erg richtingsgevoelig zijn. Toch is het beter de subwoofer bij één van de hoofdluidsprekers op te stellen. Draai de subwoofer iets naar het midden van het vertrek om muurweerkaatsing te verminderen.
VOORZICHTIG
Gebruik a.u.b. magnetisch afgeschermde luidsprekers. Soms wordt een videomonitor nadeling beïnvloed, zelfs wanneer magnetisch afgeschermde luidsprekers worden gebruikt. Als dit gebeurt, plaatst u de luidsprekers verder weg van de videomonitor.
AANSLUITINGEN
Alvorens componenten aan te sluiten
VOORZICHTIG
Sluit dit apparaat en andere componenten nooit aan op de netspanning voordat alle aansluitingen tussen de componenten zijn gemaakt.
- Zorg ervoor dat alle aansluitingen op de juiste wijze worden gemaakt, dat wil zeggen L (links) aansluiten op L, R (rechts) op R, + op + en - op -. Bepaalde componenten vereisen een andere manier van aansluiten en hebben andere namen voor de aansluitingen. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van iedere component die op dit apparaat wordt aangesloten.
- Wanneer u andere YAMAHA audiocomponenten (zoals een tapedeck, md-recorder, en cd-speler of -wisselaar) aansluit, sluit u deze aan op de aansluitingen met dezelfde nummeraanduiding, zoals 1, 3, 4, enz.
- Nadat u alle aansluitingen gemaakt hebt, controleert u deze nogmaals om er zeker van te zijn dat ze op de juiste wijze gemaakt zijn.
Aansluiten van audiocomponenten
■ Aansluiten op de digitale aansluitingen
Dit apparaat heeft digitale aansluitingen om rechtstreeks digitale signalen uit te voeren door coaxiale kabels of optische vezelkabels. U kunt de digitale aansluitingen gebruiken voor het invoeren van PCM-, Dolby Digital- en DTS-bitstreams. Als u componenten aansluit op zowel de COAXIAL- als de OPTICAL-aansluiting, wordt voorrang gegeven aan de ingangssignalen van de COAXIAL-aansluiting. Alle digitale ingangsaansluitingen accepteren 96-kHz-bemonsterde digitale signalen.

- U kunt de ingangsbron van iedere digitale aansluiting instellen, al naar gelang van uw component, met behulp van item "4 I/O ASSIGNMENT" op het INSTELMENU.
Over het beschermende stofkapje

Trek het stofkapje van de optische aansluiting af alvorens de optische vezelkabel aan te sluiten. Gooi het kapje niet weg. Als u de optische aansluiting niet gebruikt, moet u het kapje weer terug op de aansluiting plaatsen. Dit kapje beschermt de aansluiting tegen het binnendringen van stof.
Opmerking
- De OPTICAL-aansluiting van dit apparaat voldoet aan de EIA-norm. Als u een optische vezelkabel gebruikt die niet aan deze norm voldoet, is het mogelijk dat dit apparaat niet juist werkt.
■ Aansluiten van een platenspeler
De PHONO-aansluitingen zijn voor het aansluiten van een platenspeler met een MM-element of een hoogvermogen MC-element. Als u een platenspeler hebt met een laagvermogen MC-element, gebruikt u een gealigneerde spanningsverhogende transformator of MC-kopversterker om de platenspeler op deze aansluitingen aan te sluiten.

- De GND-aansluiting is geen elektrische aarding van de platenspeler. Deze vermindert slechts de ruis in het signaal. In bepaalde gevallen hoort u minder ruis als u de GND-aansluiting niet gebruikt.
■ Aansluiten van een cd-speler

- De COAXIAL-aansluiting is beschikbaar voor een cd-speler met een coaxiale of optische digitale uitgangsaansluiting.
- Als u een cd-speler aansluit op zowel de analoge als digitale aansluitingen, wordt voorrang gegeven aan de ingangssignalen van de digitale aansluiting.
■ Aansluiten van een md-recorder, cd-recorder of tapedeck

- Wanneer u uw opnameapparaat aansluit op zowel de analoge als digitale ingangs- en uitgangsaansluitingen, zal voorrang worden gegeven aan het digitale signaal.
Opmerkingen
- Wanneer u een opnameapparaat op dit apparaat aansluit, laat u dit ingeschakeld staan terwijl dit apparaat in gebruik is. Als de stroom uit staat kan dit apparaat het geluid van andere componenten vervormen.
- Aangezien digitale uitvoer en analoge uitvoer (REC OUT) onafhankelijk van elkaar zijn, wordt het analoge signaal alleen naar de analoge aansluiting uitgevoerd, en wordt het digitale signaal alleen naar de digitale aansluiting uitgevoerd.

flowchart
graph TD
A["CD-speler"] -->|OUTPUT| B["Model voor Europa"]
A -->|COAXIAL OUTPUT| C["External Decoder"]
A -->|SUBWOOFER OUTPUT| D["SubWOOFER"]
C -->|SURROUND OUTPUT| E["Central Output"]
C -->|CENTER OUTPUT| F["Central Output"]
G["Platenspeler"] -->|GND| H["Model voor Europa"]
G -->|OUTPUT| I["Model voor Europa"]
J["Main OUTPUT"] --> K["External Decoder"]
K --> L["Central Output"]
M["IN(PCLAY) OUT(REC)"] --> N["Model voor Europa"]
O["DVD AUDIO SIGNAL"] --> P["Model voor Europa"]
Q["VCR 1"] --> R["Model voor Europa"]
S["OUT IN VCR 2/DVR"] --> T["Model voor Europa"]
U["IN(CPAY) OUT(REC)"] --> V["Model voor Europa"]
W["IN(UNBAL)"] --> X["Model voor Europa"]
Y["TUNER"] --> Z["Model voor Europa"]
AA["FM ANT"] --> AB["Model voor Europa"]
AC["FM ANT"] --> AD["Model voor Europa"]
AE["75 UNBAL"] --> AF["Model voor Europa"]
AG["DVD"] --> AH["Model voor Europa"]
AI["D-TV/CBL"] --> AJ["Model voor Europa"]
AK["VBR OUT"] --> AL["Model voor Europa"]
AM["VBR 2"] --> AN["Model voor Europa"]
AO["SUBWOOFER OUTPUT"] --> AP["Model voor Europa"]
→ geeft de voortplantingsrichting van het signaal aan
geeft linker analoge kabels aan
— geeft rechter analoge kabels aan
- - - - geeft optische kabels aan
----[1] geeft coaxiale kabels aan
Aansluiten van videocomponenten
■ Over de videoaansluitingen
Er zijn drie soorten videoaansluitingen. Videosignalen die via de VIDEO-aansluitingen worden ingevoerd, zijn de conventionele composietsignalen. Videosignalen die via de S VIDEO-aansluiting worden ingevoerd, worden gescheiden in een helderheidsvideosignaal (Y) en een kleurenvideosignaal (C). Met S-videosignalen worden de kleuren met hoge kwaliteit weergegeven. Videosignalen die via de COMPONENT VIDEO-aansluitingen worden ingevoerd, worden gescheiden in een helderheidsvideosignaal (Y) en kleurverschilvideosignalen (P B /C B , P R /C R ). De aansluitingen wordt tevens in drieën gescheiden voor ieder signaal. De beschrijving van de componentvideoaansluitingen kan verschillen afhankelijk van het apparaat (bijv. Y, G B , C R /Y, P B , P R /Y, B-Y, R-Y enz.). Componentvideosignalen bieden de hoogste kwaliteit in beeldreproductie.
Als uw videocomponent een S-video-uitgangsaansluiting of componentvideo-uitgangsaansluitingen heeft, kunt u deze aansluiten op dit apparaat. Sluit de S-videosignaal-uitgangsaansluiting van uw videocomponent aan op de S VIDEO-aansluiting van dit apparaat, of sluit de componentvideosignaal-uitgangsaansluitingen van uw videocomponent aan op de COMPONENT VIDEO-aansluitingen van dit apparaat.

VIDEO-aansluiting (composiet)

S VIDEO-aansluiting



COMPONENT VIDEO-aansluitingen

- Iedere soort videoaansluiting werkt onafhankelijk. Signalen die wordt ingevoerd via de composietvideo-, S-video- en componentvideoaansluitingen, worden uitgevoerd via de overeenkomstige composietvideo-, S-video-, respectievelijk componentvideoaansluitingen.
- Wanneer u S-videoansluitingen met dit apparaat maakt, is het niet noodzakelijk tevens composietvideoansluitingen te maken. Wanneer beide soorten aansluitingen zijn gemaakt, geeft dit apparaat voorrang aan de S-videoansluitingen.
- U kunt de ingangsbron van de COMPONENT VIDEO A- en B-aansluitingen toewijzen al naar gelang uw component, met behulp van item "4 I/O ASSIGNMENT" op het INSTELMENU.
Opmerkingen
- Gebruik een in de handel verkrijgbare S-videokabel wanneer u aansluit op de S VIDEO-aansluiting, en in de handel verkrijgbare videokabels wanneer u aansluit op de COMPONENT VIDEO-aansluitingen.
- Wanneer u de COMPONENT VIDEO-aansluitingen gebruikt, raadpleegt u de informatie in de gebruiksaanwijzing van de component die u wilt aansluiten.
■ Videomonitor met 21-pens stekker
Breng een verbinding tot stand zoals op bladzijde 15 is aangegeven door gebruikmaking van een in de handel verkrijgbare SCART-stekkeraansluitkabel.
■ VIDEO AUX-aansluitingen (op het voorpaneel)

flowchart
graph TD
A["Gamebox"] --> B["Optical OUT"]
A --> C["AUDIO OUT R"]
A --> D["AUDIO OUT L"]
A --> E["VIDEO OUT"]
A --> F["S VIDEO OUT"]
B --> G["Computer"]
C --> G
D --> G
E --> G
F --> G
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
Deze aansluitingen worden gebruikt voor het aansluiten van iedere video-ingangsbron, zoals een gamemachine, op dit apparaat.

flowchart
graph TD
A["Te/digitale tv of kabel-tv/satelliettuner"] --> B["TV/digitale tv of kabel-tv/satelliettuner"]
B --> C["OPTICAL OUTPUT"]
B --> D["COMPONENT OUTPUT"]
B --> E["VIDEO OUTPUT"]
B --> F["VIDEO OUTPUT"]
B --> G["VIDEO OUTPUT"]
B --> H["VIDEO OUTPUT"]
B --> I["VIDEO OUTPUT"]
B --> J["VIDEO OUTPUT"]
B --> K["VIDEO OUTPUT"]
B --> L["VIDEO OUTPUT"]
B --> M["VIDEO OUTPUT"]
B --> N["VIDEO OUTPUT"]
B --> O["VIDEO OUTPUT"]
B --> P["VIDEO OUTPUT"]
B --> Q["VIDEO OUTPUT"]
B --> R["VIDEO OUTPUT"]
B --> S["VIDEO OUTPUT"]
B --> T["VIDEO OUTPUT"]
B --> U["VIDEO OUTPUT"]
B --> V["VIDEO OUTPUT"]
B --> W["VIDEO OUTPUT"]
B --> X["VIDEO OUTPUT"]
B --> Y["VIDEO OUTPUT"]
B --> Z["VIDEO OUTPUT"]
B --> AA["VIDEO OUTPUT"]
B --> AB["VIDEO OUTPUT"]
B --> AC["VIDEO OUTPUT"]
B --> AD["VIDEO OUTPUT"]
B --> AE["VIDEO OUTPUT"]
B --> AF["VIDEO OUTPUT"]
B --> AG["VIDEO OUTPUT"]
B --> AH["VIDEO OUTPUT"]
B --> AI["VIDEO OUTPUT"]
B --> AJ["VIDEO OUTPUT"]
B --> AK["VIDEO OUTPUT"]
B --> AL["VIDEO OUTPUT"]
B --> AM["VIDEO OUTPUT"]
B --> AN["VIDEO OUTPUT"]
B --> AO["VIDEO OUTPUT"]
B --> AP["VIDEO OUTPUT"]
B --> AQ["VIDEO OUTPUT"]
B --> AR["VIDEO OUTPUT"]
B --> AS["VIDEO OUTPUT"]
B --> AT["VIDEO OUTPUT"]
B --> AU["VIDEO OUTPUT"]
B --> AV["VIDEO OUTPUT"]
B --> AW["VIDEO OUTPUT"]
B --> AX["VIDEO OUTPUT"]
B --> AY["VIDEO OUTPUT"]
B --> AZ["VIDEO OUTPUT"]
B --> BA["VIDEO OUTPUT"]
B --> BB["VIDEO OUTPUT"]
B --> BC["VIDEO OUTPUT"]
B --> BD["VIDEO OUTPUT"]
B --> BE["VIDEO OUTPUT"]
B --> BF["VIDEO OUTPUT"]
B --> BG["VIDEO OUTPUT"]
B --> BH["VIDEO OUTPUT"]
B --> BI["VIDEO OUTPUT"]
B --> BJ["VIDEO OUTPUT"]
B --> BK["VIDEO OUTPUT"]
B --> BL["VIDEO OUTPUT"]
B --> BM["VIDEO OUTPUT"]
B --> BN["VIDEO OUTPUT"]
B --> BO["VIDEO OUTPUT"]
B --> BP["VIDEO OUTPUT"]
B --> BQ["VIDEO OUTPUT"]
B --> BR["VIDEO OUTPUT"]
B --> BS["VIDEO OUTPUT"]
B --> BT["VIDEO OUTPUT"]
B --> BU["VIDEO OUTPUT"]
B --> BV["VIDEO OUTPUT"]
B --> BW["VIDEO OUTPUT"]
B --> BX["VIDEO OUTPUT"]
B --> BY["VIDEO OUTPUT"]
B --> CA["VIDEO OUTPUT"]
B --> CB["VIDEO OUTPUT"]
B --> CC["VIDEO OUTPUT"]
B --> CD["VIDEO OUTPUT"]
B --> CE["VIDEO OUTPUT"]
B --> CF["VIDEO OUTPUT"]
B --> CG["VIDEO OUTPUT"]
B --> CH["VIDEO OUTPUT"]
B --> CI["VIDEO OUTPUT"]
B --> CJ["VIDEO OUTPUT"]
B --> CK["VIDEO OUTPUT"]
B --> CL["VIDEO OUTPUT"]
B --> CD
style A fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#ccf,stroke:#333
style D fill:#cfc,stroke:#333
style E fill:#fcc,stroke:#333
style F fill:#cff,stroke:#333
style G fill:#ffc,stroke:#333
style H fill:#fcf,stroke:#333
style I fill:#cff,stroke:#333
style J fill:#ffc,stroke:#333
style K fill:#cfc,stroke:#333
style L fill:#fcc,stroke:#333
style M fill:#cfc,stroke:#333
style N fill:#cfc,stroke:#333
style O fill:#cfc,stroke:#333
style P fill:#cfc,stroke:#333
style Q fill:#cfc,stroke:#333
style R fill:#cfc,stroke:#333
style S fill:#cfc,stroke:#333
style T fill:#cfc,stroke:#333
style U fill:#cfc,stroke:#333
style V fill:#cfc,stroke:#333
style W fill:#cfc,stroke:#333
style X fill:#cfc,stroke:#333
style Y fill:#cfc,stroke:#333
style Z fill:#cfc,stroke:#333
Bij gebruik van een Id-speler
Sluit de uitgangsaansluiting van de ld-speler aan op de dvd-aansluiting.
Als de ld-speler is uitgerust met een digitale OPTICAL-uitgangsaansluiting, sluit u deze aan op de OPTICAL DVD-aansluiting van dit apparaat. Als het is uitgerust met analoge uitgangsaansluitingen, sluit u deze aan op de analoge DVD-aansluitingen. Als het een "RF OUTPUT-aansluiting" heeft om een Dolby Digital RF-signaal (AC-3) uit te voeren, gebruikt u een in de handel verkrijgbare RF-demoduclator en sluit u deze aan op de OPTICAL DVD-aansluitingen.
Als u een dvd-speler en een ld-speler aansluit, sluit u de ld-speler aan op de digitale ingangsaansluiting (bijv. D-TV/CBL) of op de analoge ingangsaansluiting (D-TV/CBL, VCR 1 of VCR 2/DVR). Voor verdere informatie over het aansluiten en bedienen van de ld-speler, leest u de gebruiksaanwijzing ervan.
Merk op dat de afstandsbediening van dit apparaat kan worden gebruikt voor het bedienen van de ld-speler door de fabrikantcode ervan in te stellen in de DVD/LD-stand.
Aansluiten van luidsprekers
Zorg ervoor dat u het linker kanaal (L), het rechter kanaal (R), de “+”-pool (rood) en de “-”-pool (zwart) op de juiste wijze aansluit. Als de aansluitingen niet op de juiste wijze worden gemaakt, zullen de luidsprekers geen geluid voortbrengen, en als de polariteit van de luidsprekeraansluitingen niet juist is, zal het geluid onnatuurlijk klinken en geen lagetonen hebben.
VOORZICHTIG
- Gebruik luidsprekers met de juiste impedantie, zoals aangegeven op het achterpaneel van dit apparaat.
- Laat blote luidsprekerdraden niet met elkaar in aanraking komen en laat deze niet met enig metalen onderdeel van dit apparaat in aanraking komen. Hierdoor kan het apparaat en/of de luidsprekers beschadigd raken.
Gebruik indien noodzakelijk het INSTELMENU om de luidsprekerinstellingen te veranderen overeenkomstig het aantal en de grootte van de luidspreker in uw systeem nadat u klaar bent met het aansluiten van de luidsprekers.
■ Luidsprekersnoeren

text_image
10 mm 1 2Een luidsprekersnoer is eigenlijk een tweetal geïsoleerde draden die langs elkaar liggen. Één van de draden is gekleurd of anders van vorm, misschien zit op deze draad een streep, groef of rand.
1 Verwijder ongeveer 10 mm isolatiemateriaal vanaf het uiteinde van beide luidsprekerdraden.
2 Draai de blootgelegde koperdraad ineen om kortsluiting te voorkomen.
■ Aansluiten op de SPEAKERS-aansluitingen
Rood: positieve aansluitpool (+) Zwart: negatieve aansluitpool (−)

1 Draai de aansluitpool los.
2 Steek één blote draad in het gaatje in de zijkant van iedere aansluitpool.
3 Draai de aansluitpool vast om de draad vast te klemmen.
■ MAIN SPEAKERS-aansluitingen
Één of twee paar hoofdluidsprekers kan op deze aansluitingen worden aangesloten. Als u slechts één paar hoofdluidsprekers aansluit, kunt u deze op de MAIN A- of MAIN B-aansluitingen aansluiten.
■ REAR SPEAKERS-aansluitingen
Een paar achterluidsprekers kan op deze aansluitingen worden aangesloten.
■ CENTER SPEAKER-aansluitingen
Een middenluidspreker kan op deze aansluitingen worden aangesloten.

text_image
Hoofdluidsprekers A Hoofdluidsprekers B Rechts Links Rechts Links (Model voor Europa) A SPEAKERS MAIN AC-OUTLET B OUTPUT MAIN REAR (SURROUND) CENTER SWITCHED 100W MAX. TOTAL IMPEDANCE SELECTOR SET BEFORE POWER ON MAIN A OR B: 8 MIN. SPEAKER A - B: 8 MIN. SPEAKER CENTER : 8 MIN. SPEAKER REAR : 8 MIN. SPEAKER Middenluidspreker Subwoofer Achterluidspreker Rechts Links + - - + - + - + - - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - + - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -BEREIDIGEN
VOOR-
■ SUBWOOFER-aansluiting
Als u een subwoofer gebruikt met een ingebouwde versterker, inclusief het YAMAHA Active Servo Processing Subwoofer Systeem, sluit u de ingangsaansluiting van de subwoofer aan op deze aansluiting. De superlagetonensignalen van de hoofd-, midden- en/of achterkanalen worden naar deze aansluiting gestuurd. (De grensfrequentie van deze aansluiting is 90 Hz.) De LFE (lagetoneneffect)-signalen, die worden gegenereerd wanneer Dolby Digital of DTS wordt gedecodeerd, worden tevens hiernaar gestuurd als ze zijn toegewezen aan deze aansluiting.
Opmerkingen
- Stel het volumeniveau van de subwoofer in overeenkomstig de gebruiksaanwijzing van de subwoofer. (Fijnregeling is mogelijk door de uitgangsniveauregeling van de effectluidsprekers op dit apparaat te gebruiken.)
- Afhankelijk van de instellingen van de items "1 SPEAKER SET", "6 DOLBY D. SET" en "7 DTS SET" op het INSTELMENU, is het mogelijk dat bepaalde signalen niet worden uitgevoerd via de SUBWOOFER-aansluiting.
Aansluiten van een externe versterker
Als u het uitgangsvermogen naar de luidsprekers wilt verhogen, of een andere versterker wilt gebruiken, sluit u een externe versterker aan op de OUTPUT-aansluitingen zoals hieronder is beschreven.
Opmerking
- Als de RCA-penstekkers zijn aangesloten op de OUTPUT-aansluitingen voor uitvoer naar een externe versterker, gebruikt u de overeenkomstige SPEAKERS-aansluitingen niet.

text_image
OUTPUT MAIN REAR SURROUND CENTER①MAIN-aansluitingen
Lijnuitgangsaansluitingen van het hoofdkanaal.
Opmerking
- De signalen die via deze aansluitingen worden uitgevoerd, worden beïnvloed door de BASS-, TREBLE- en BASS EXTENSION-instellingen.
②REAR (SURROUND)-aansluitingen
Lijnuitgangsaansluitingen van het achterkanaal.
③CENTER-aansluitingen
Lijnuitgangsaansluitingen van het middenkanaal.
Aansluiten van een externe decoder
Dit apparaat is uitgerust met 6 extra ingangsaansluitingen (linker en rechter MAIN, CENTER, linker en rechter SURROUND en SUBWOOFER) voor discrete multikanalen invoer vanaf een externe decoder, soundprocessor of voorversterker.
Sluit de uitgangsaansluitingen van uw externe decoder aan op de 6CH INPUT-aansluitingen. Zorg ervoor dat de linker en rechter uitgangsaansluitingen worden aangesloten op de overeenkomstige linker en rechter ingangsaansluitingen voor de hoofd- en surroundkanalen.
Opmerkingen
- Wanneer u 6CH INPUT kiest als ingangsbron, schakelt dit apparaat automatisch de digitale geluidsveldprocessor uit en kunt u niet luisteren naar DSP-programma's.
- Wanneer 6CH INPUT is gekozen als ingangsbron, kunnen de uitgangsfuncties van 1A tot en met 1D op het INSTELMENU niet worden veranderd.
IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar
WAARSCHUWING
Verander de stand van de IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar niet terwijl dit apparaat is ingeschakeld omdat anders het apparaat beschadigd kan worden. Als dit apparaat niet inschakelt nadat op STANDBY/ON (of POWER) is gedrukt, is het mogelijk dat de IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar niet geheel in één van de beide standen staat. Als dit het geval is, schuift u de schakelaar helemaal in de gewenste stand terwijl dit apparaat in de stand-bystand staat.
Kies de linker en rechter stand afhankelijk van de impedantie van de luidsprekers in uw systeem. Let erop deze schakelaar alleen te bedienen wanneer het apparaat in de stand-bystand staat.

text_image
(Model voor Europa) MAINS AC OUTLETS SWITCHED 100W MAX. TOTAL IMPEDANCE SELECTOR SET SPECURE SWITCH ON MAINT A OR B 9 MIN. SPANDER A = 350 MIN. SPANDER ENTER 9 MIN. SPANDER RUM 9 MIN. SPANDER MAINT A OR B 4 MIN. SPEAKER A = 3.8 MIN. SPEAKER CENTER 6 MIN. SPEAKER RUM 6 MIN. SPEAKER IMPEDANCE SELECTOR| Stand van de schakelaar | Luidspreker | Impedantieniveau |
| Links | Hoofd | Als u gebruik maakt van slechts één paar hoofdluidsprekers, moet de impedantie van iedere luidspreker 4 Ω of hoger zijn. |
| Als u gebruik maakt van twee paren hoofdluidsprekers, moet de impedantie van iedere luidspreker 8 Ω of hoger zijn. | ||
| Midden | De impedantie moet 6 Ω of hoger zijn. | |
| Achter | De impedantie van iedere luidspreker moet 6 Ω of hoger zijn. | |
| Rechts | Hoofd | Als u gebruik maakt van slechts één paar hoofdluidsprekers, moet de impedantie van iedere luidspreker 8 Ω of hoger zijn. |
| Als u gebruik maakt van twee paren hoofdluidsprekers, moet de impedantie van iedere luidspreker 16 Ω of hoger zijn. | ||
| Midden | De impedantie moet 8 Ω of hoger zijn. | |
| Achter | De impedantie van iedere luidspreker moet 8 Ω of hoger zijn. |
Aansluiten van de netsnoeren
Nadat alle aansluitingen zijn gemaakt, steekt u de stekker van het netsnoer in een stopcontact. Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact als u het apparaat gedurende een lange tijd niet gaat gebruiken.
■ AC OUTLET(S) (SWITCHED) (geschakelde netspanningsaansluiting(en))

text_image
(Model voor Europa) SWITCHED 100W MAX. TOTAL IMPEDANCE SWITCHED SWITCHED Naar stopcontact A=3.6 MIN.SPEAKER B=5 MIN.SPEAKER C=8 MIN.SPEAKER D=10 MIN.SPEAKER E=25 MIN.SPEAKERModel voor Europa .... 2 netspanningsaansluitingen Model voor U.K.... 1 netspanningsaansluiting Gebruik deze aansluitingen om de netsnoeren van uw componenten op dit apparaat aan te sluiten. De stroom naar de AC OUTLET(S) wordt geregeld door de STANDBY/ON-toets (of de POWER-toets en STANDBY-toets) van dit apparaat. Deze aansluitingen leveren stroom aan de erop aangesloten apparaten wanneer dit apparaat is ingeschakeld. Het maximale vermogen (totale stroomverbruik van de componenten) dat kan worden aangesloten op de netspanningsaansluitingen is 100 W.
ON-SCREEN-DISPLAY (OSD)
U kunt de bedieningsinformatie voor dit apparaat op een videomonitor afbeelden. Als u het INSTELMENU en de DSP-programmaparameterwaarden op een videomonitor afbeeldt, is het veel gemakkelijker om de beschikbare keuzemogelijkheden en parameters te overzien dan het is als u deze informatie op het display van het voorpaneel van het apparaat moet lezen.

- Als een videobron wordt weergegeven, wordt de OSD-informatie bovenop het beeld geprojecteerd.
- Het OSD-signaal wordt niet door de REC OUT-aansluiting uitgevoerd en zal niet tezamen worden opgenomen met enig videosignaal.
- U kunt het OSD instellen om in te schakelen (blauwe achtergrond) of uit te schakelen wanneer geen videobron wordt weergegeven (of de broncomponent uit staat) met behulp van item "9 DISPLAY SET" op het INSTELMENU.
OSD-functies
U kunt de hoeveelheid informatie die in de OSD-funcies wordt afgebeeld veranderen.
Volledige display
Deze functie beeldt altijd de DSP-programmaparameterwaarden af op de videomonitor.
Beknopte display
Deze functie beeldt kortstondig dezelfde informatie als het display van het voorpaneel langs de onderrand van het scherm af, waarna dit vervolgens uitgaat.
Display uit
Deze functie beeldt kortstondig de mededeling "DISPLAY OFF" langs de onderrand van het scherm af, waarna dit vervolgens uitgaat. Daarna worden geen veranderingen in de bediening op de videomonitor afgebeeld, behalve die van de ON SCREEN-toets.
P01 CONCERT HALL
→ INIT. DLY...45ms ROOM SIZE...1.0 LIVENESS...5
P01 CONCERT HALL
Volledige display
Beknopte display

- Als u de volledige displayfunctie kiest, worden INPUT / , VOLUME en sommige andere soorten bedieningsinformatie langs de onderrand van het scherm afgebeeld in dezelfde vorm als op het display van het voorpanel.
- Het INSTELMENU- en testtoondisplay worden ongeacht de gekozen OSD-functie altijd afgebeeld.
Kiezen van de OSD-functie
1 Nadat u de stroom hebt ingeschakeld, beelden het display van het voorpaneel en de videomonitor gedurende enkele seconden het hoofdvolumeniveau af, en veranderen vervolgens in het huidig ingestelde DSP-programma.
2 Druk herhaaldelijk op ON SCREEN op de afstandsbediening om de on-screen-displayfunctie te veranderen.
De OSD-functie verandert in de volgende volgorde: volledige display, beknopte display, en display uit.

- Als u een video-ingangsbron kiest waarop een component is aangesloten via zowel de S VIDEO IN-aansluiting als de composiet VIDEO IN-aansluitingen, en zowel de S VIDEO OUT-aansluiting als de composiet VIDEO OUT-aansluitingen zijn aangesloten op een videomonitor, wordt het videosignaal uitgevoerd naar zowel de S VIDEO OUT-aansluiting als de composiet VIDEO OUT-aansluitingen. De OSD-informatie wordt in dit geval echter alleen met het S-videosignaal uitgevoerd. Als geen videosignaal wordt ingevoerd, wordt de OSD-informatie met zowel het S-videosignaal als met het composietvideosignaal uitgevoerd.
- Als uw videomonitor alleen is aangesloten op de COMPONENT VIDEO-aansluitingen van dit apparaat, wordt de OSD-informatie niet afgebeeld. Zorg ervoor dat als u de OSD-informatie op uw videomonitor wilt afbeelden deze is aangesloten op de COMPONENT VIDEO-aansluitingen en op de S VIDEO-aansluiting of de VIDEO-aansluitingen.
- Het weergeven van videosoftware met een kopieerbeveiligingssignaal of videosignalen met veel ruis kan leiden tot onstabiele beelden.
INSTELLEN VAN HET LUIDSPREKERSYSTEEM
Dit apparaat is uitgerust met een hoofdversterker die in staat is 5.1-kanalen te verwerken. Ondanks dat maximaal 6 luidsprekers kunnen worden aangesloten, is het mogelijk de luidsprekerfunctie te kiezen die het beste geluidsveldeffect biedt overeenkomstig het aantal en de grootte van de gebruikte luidsprekers.
Alvorens het apparaat te gebruiken, dient u de luidsprekerfunctie in te stellen met behulp van "1 SPEAKER SET" op het INSTELMENU beschreven op bladzijde 39.
Overzicht van de LUIDSPREKERINSTELLINGEN-subitems 1A t/m 1E
| Subitem Beschrijving standaardinstelling | Instelling (de is vetgedrukt) | |
| 1A CENTER SP | Hiermee kiest u de uitgangsfunctie aan de hand van het al of niet gebruiken van een middenluidspreker en de prestaties ervan. | LRG/SML/NONE |
| 1B MAIN SP Hiermee kiest u de uitgangsfunctie aan de hand van de prestaties van de hoofdluidsprekers. | LARGE/SMALL | |
| 1C REAR L/R SP Hiermee kiest u de uitgangsfunctie aan de hand van het al of niet gebruiken van linker en rechter achterluidsprekers en de prestaties ervan. | LRG/SML/NONE | |
| 1D LFE/BASS OUT Hiermee kiest u een luidspreker voor de LFE-signaaluitvoer en het superlagetonensignaal. | SWFR/MAIN/BOTH | |
| 1E MAIN LEVEL Hiermee kiest u het uitgangsniveau van de hoofdluidsprekers. | Normal/-10 dB | |
INSTELLEN VAN DE LUIDSPREKER-UITGANGSNIVEAUS
Dit gedeelte beschrijft het instellen van de luidspreker-uitgangsniveaus met behulp van de testtoongenerator. Nadat deze instelling is gemaakt, zal het uitgangsniveau dat op de luisterpositie uit iedere luidspreker wordt gehoord hetzelfde zijn. Dit is belangrijk voor de beste prestaties van de digitale geluidsveldprocessor, de Dolby Pro Logic-decoder, de Dolby Digital-decoder en de DTS-decoder.
Opmerking
- Aangezien dit apparaat de testtoonfunctie niet kan instellen wanneer een hoofdtelefoon is aangesloten, zorgt u ervoor dat de plug van de hoofdtelefoon uit de PHONES-aansluiting is getrokken voordat u de testtoonfunctie gebruikt.
Alvorens te beginnen

text_image
1 2 3 3 21 Druk op STANDBY/ON om het apparaat in te schakelen. Schakel de videomonitor in.

2 Druk op SPEAKERS A of B om de hoofdluidsprekers te kiezen die u wilt gebruiken.

Als u twee paren hoofdluidsprekers gebruikt, drukt u op zowel A als B.
3 Zet BASS en TREBLE op het voorpaneel in de middenstand en zet BASS EXTENSION op OFF (uit).


Gebruik van de testtoon (TEST DOLBY SUR.)
De instelling van ieder luidspreker-uitgangsniveau moet vanaf de luisterpositie worden gemaakt met behulp van de afstandsbediening.

text_image
1 2,6 5 4 3 YAMAHA1 Zet de keuzeschakelaar in de stand AMP/TUN (of DSP/TUN).

2 Druk op TEST om de testtoon uit te voeren.

3 Stel het volume in zodat u de testtoon kunt horen.
De testtoon wordt voortgebracht door de linker hoofdluidspreker, middenluidspreker, rechter hoofdluidspreker, rechter achterluidspreker en linker achterluidspreker, in die volgorde. De toon wordt gedurende 2,5 seconden door iedere luidspreker voortgebracht.

flowchart
graph TD
A["LEFT (TEST LEFT)"] --> B["Center (TEST CENTER)"]
C["RIGHT (TEST RIGHT)"] --> B
B --> D["LEFT SURROUND (TEST L SUR.)"]
B --> E["RIGHT SURROUND (TEST R SUR.)"]
D <--> E
De toestand van de uitvoer van de testtoon wordt tevens op de videomonitor afgebeeld door middel van een tekening van het luistervertrek. Dit is handig bij het instellen van het uitgangsniveau van iedere luidspreker.
TEST DOLBY SUR.


- Als "1A CENTER SP" op het INSTELMENU is ingesteld op NONE, wordt het geluid van het middenkanaal automatisch uitgevoerd door de linker en rechter hoofdluidsprekers.
Opmerking
- Als u de testtoon niet kunt horen, zet u het volume omlaag, zet u het apparaat in de stand-bystand en controleert u de luidsprekeraansluitingen.
4 Druk herhaaldelijk op LEVEL om de luidspreker te kiezen waarvan u het uitgangsniveau wilt instellen.


- Nadat u op LEVEL hebt gedrukt, kunt u tevens de luidspreker die u wilt instellen kiezen door op √ te drukken (∧ doorloopt de luidsprekers in de omgekeerde volgorde).

flowchart
graph LR
A["TITLE"] --> B["LEVEL"]
B --> C["→"]
C --> D["+"]
D --> E["↓"]
E --> F["→"]
F --> G["↓"]
G --> H["→"]
5 Druk herhaaldelijk op < / > om het uitgangsniveau van de huidig gekozen luidspreker in te stellen zodanig dat het bijna hetzelfde is als dat van de hoofdluidspreker.

- Tijdens het instellen wordt de testtoon voortgebracht door de gekozen luidspreker.
- Herhaal de stappen 4 en 5 om de uitgangsniveaus van de middenluidspreker, linker achterluidspreker en rechter achterluidspreker in te stellen.
6 Nadat het instellen klaar is, drukt u op TEST.

Het uitvoeren van de testtoon stopt en het huidige DSP-programma wordt op het display van het voorpaneel en op de videomonitor afgebeeld.
Opmerkingen
- Voor verdere informatie over het instellen van de subwoofer, leest u de beschrijving van het instellen van het uitgangsniveau van de effectluidsprekers op bladzijde 46.
- Na het instellen van de luidspreker-uitgangsniveaus met behulp van de testtoon, is het mogelijk het luidspreker-uitgangsniveau naar believen in te stellen terwijl u luistert naar de weergave van een bron, als u gebruik maakt van de instelling van het uitgangsniveau van de effectluidsprekers, beschreven op bladzijde 46.

- U kunt het uitgangsniveau van de effectluidsprekers (midden, linker achter en rechter achter) naar +10 dB verhogen. Als zelfs nadat u het uitgangsniveau van deze luidsprekers hebt verhoogd met +10 dB, het uitgangsniveau van deze luidsprekers nog steeds lager is dan dat van de hoofdluidsprekers, stelt u "1E MAIN LEVEL" op het INSTELMENU in op -10 dB. Deze instelling verlaagt het uitgangsniveau van de hoofdluidsprekers tot ongeveer een derde van het normale uitgangsniveau. Nadat u "1E MAIN LEVEL" op het INSTELMENU op -10 dB hebt ingesteld, stelt u de uitgangsniveaus van de midden- en achterluidsprekers nogmaals in.
BASISBEDIENING VOOR HET WEERGEVEN
Wanneer u de afstandsbediening gebruikt, zet u de keuzeschakelaar in de stand AMP/TUN.

text_image
1 6 5 3 2 5 CD-ROM CD-ROM CD-ROM CD-ROM CD-ROM CD-ROM CD-ROM
text_image
6 3 1 5 YAMAHA1 Druk op STANDBY/ON (of POWER) om het apparaat in te schakelen. Schakel de videomonitor in.
Het display van het voorpaneel en de videomonitor beelden gedurende enkele seconden het hoofdvolumeniveau af en veranderen vervolgens in het huidig ingestelde DSP-programma.

Voorpaneel
of

Afstandsbediening
2 Druk op SPEAKERS A of B om de hoofdluidsprekers te kiezen die u wilt gebruiken.
Als u twee paren hoofdluidsprekers gebruikt, drukt u op zowel A als B.

Voorpaneel
3 Druk herhaaldelijk op INPUT ◀/▷ (of druk op één van de ingangsbron-keuzetoetsen) om de ingangsbron te kiezen.
- De huidige ingangsbron wordt door middel van een cursor aangegeven op het display van het voorpaneel.
- De naam van de huidige ingangsbron en de huidige ingangsfunctie worden gedurende enkele seconden op het display van het voorpaneel en op de videomonitor afgebeeld.

text_image
Voorpaneel of Afstandsbediening Gekozen ingangsbronKies dit... ...om het signaal van de gekozen component weer te geven.
PHONO: Draaitafel
CD: Cd-speler
TUNER: AM/FM-tuner
MD/CD-R: Md-recorder/cd-recorder/tapedeck
DVD: Dvd-speler
D-TV/CBL: Tv/digitale tv of kabel-tv/satelliettuner
V-AUX: Een andere audiovisuele component (aangesloten op de VIDEO AUX-aansluitingen op het voorpanel)
Kiezen van een ingangsbron die is aangesloten op de 6CH INPUT-aansluitingen
Druk op 6CH INPUT totdat "6CH INPUT" op het display van het voorpaneel en op de videomonitor wordt afgebeeld.

flowchart
graph TD
A["6CH INPUT"] --> B["Voorpaneel"]
C["6CH INPUT"] --> D["Afstandsbediening"]
B --> E["6CH INPUT"]
D --> E
Opmerkingen
- Als "6CH INPUT" op het display van het voorpaneel en op de videomonitor wordt afgebeeld, kan geen andere ingangsbron worden weergegeven. Om een andere ingangsbron te kiezen met behulp van INPUT / (of met de ingangsbron-keuzetoetsen), drukt u op 6CH INPUT zodat "6CH INPUT" op het display van het voorpaneel en op de videomonitor uitgaat.
- Als u wilt luisteren naar een audiobron die is aangesloten op de 6CH INPUT-aansluitingen tezamen met een videobron, kiest u eerst de videobron en vervolgens drukt u op 6CH INPUT.
4 Begin met het weergeven (of kies een zender) op de broncomponent.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de broncomponent.
5 Stel het volume in op het gewenste uitgangsniveau.

text_image
VOLUME of Voorpaneel AfstandsbedieningGebruik indien gewenst BASS, TREBLE en BASS EXTENSION, enz. Deze bedieningselementen hebben uitsluitend effect op het geluid dat door de hoofdluidsprekers wordt voortgebracht.

- Als de component die is aangesloten op de VCR 1 OUT-, VCR 2/DVR OUT- en MD/CD-R OUT-aansluitingen uit staat, kan het weergegeven geluid vervormd zijn of het volumeniveau verlaagd zijn. In dergelijke gevallen, schakelt u de component in.
6 Gebruik de digitale geluidsveldprocessor Zie "Kiezen van een geluidsveldprogramma".

flowchart
graph TD
A["DSP PROGRAM"] --> B["Voorpaneel of"]
C["DSP"] --> D["Afstandsbediening"]
B --> E["1: HILL CO 1"]
B --> F["2: JAGT TUNER 2"]
B --> G["3: RODI MC/DUR 3"]
B --> H["4: ENTERTINMENT DVD 4"]
B --> I["5: EV/SATIS DRY/CH 5"]
B --> J["6: MOND MUSE VDR 1 6"]
B --> K["7: 1-MONIC THITING PHONO 7"]
B --> L["8: VALUE MEASURE VDR 2 8"]
B --> M["9: IDEVERA VDR 2/DR 9"]
■ Dempen van het geluid
Gebruik dit als u het geluid tijdelijk wilt onderbreken.
Druk op MUTE op de afstandsbediening.
Om het volume weer op het oorspronkelijke uitgangsniveau terug te brengen, drukt u nogmaals op MUTE.


- U kunt tevens de geluiddemping annuleren door op enige bedieningstoets, zoals VOLUME +/-, te drukken.
- Tijdens de geluiddemping wordt "MUTE ON" op het display van het voorpaneel en op de videomonitor afgebeeld.
■ Wanneer u klaar bent met het gebruik van dit apparaat
Druk op STANDBY/ON (of op STANDBY) om dit apparaat in de stand-bystand te zetten.
■ Informatie over digitale signalen
De digitale ingangsaansluitingen van dit apparaat kunnen tevens 96-kHz-bemonsterde digitale signalen accepteren. (Om hiervan gebruik te maken, sluit u een bron aan die 96-kHz-bemonsterde digitale signalen ondersteunt en stelt u de speler in op digitale uitvoer. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de speler.) Let op het volgende wanneer 96-kHz-bemonsterde digitale signalen worden ingevoerd in dit apparaat:
- De volgende informatie wordt op het display van het voorpaneel afgebeeld.

text_image
V AUX VCD/VH VCH1 D TV/DSL DVD MD/DR TUNER CD PHONE PCM PCM STEREO 96K VOLUME- U kunt geen DSP-programma kiezen. Het geluid zal als normaal 2-kanalen stereogeluid worden uitgevoerd en alleen door de linker en rechter hoofdluidsprekers worden voortgebracht.
Opmerking
- Als "1B MAIN SP" op het INSTELMENU is ingesteld op SMALL en "1D LFE/BASS OUT" is ingesteld op SWFR, of "1D LFE/BASS OUT" is ingesteld op BOTH, wordt het geluid tevens door de subwoofer voortgebracht.
- U kunt het uitgangsniveau van de luidsprekers (behalve het uitgangsniveau van de subwoofer), zoals beschreven op bladzijde 46, niet instellen.
■ BGV (achtergrondvideo)-functie
De BGV-functie stelt u in staat videobeelden van een videobron te combineren met geluiden van een audiobron. (U kunt, bijvoorbeeld, luisteren naar klassieke muziek terwijl u naar een videofilm kijkt.)
Kies een bron uit de videogroep en kies vervolgens en bron uit de audiogroep met behulp van de ingangsbron-keuzetoetsen van de afstandsbediening. De BGV-functie werkt niet als u de ingangsbron kiest met behulp van INPUT </> op het voorpaneel.

Ingangsfuncties en indicators
Wanneer u de afstandsbediening gebruikt, zet u de keuzeschakelaar in de stand AMP/TUN.
Dit apparaat heeft verschillende ingangsaansluitingen. Als uw component is aangesloten op meer dan één soort ingangsaansluiting, kunt u de prioriteit van het ingangssignaal instellen.
Druk herhaaldelijk op INPUT MODE (of de ingangsbron-keuzetoetsen op de afstandsbediening waarop u hebt gedrukt om de ingangsbron te kiezen) totdat de gewenste ingangsfunctie op het display van het voorpaneel en op de videomonitor wordt afgebeeld.

flowchart
graph TD
A["INPUT MODE"] --> B["Voorpaneel"]
B --> C["Afstandsbediening"]
C --> D["V-ADX VCR2DVR VCR1 D-TV/CBL DVD MCD-R CDTUNER PRONO"]
D --> E["V/O AUTO"]
E --> F["Ingangsfunctie"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
AUTO: In deze ingangsfunctie wordt het
ingangssignaal automatisch gekozen in de volgende volgorde:
1) Dolby Digital- of DTS-signaal
2) Digitaal (PCM) signaal
3) Analoog signaal
DTS: In deze ingangsfunctie wordt alleen
het digitale ingangssignaal gekozen dat is gecodeerd met DTS, zelfs als tegelijkertijd een ander signaal wordt ingevoerd.
ANLG (ANALOG): In deze ingangsfunctie wordt alleen het analoge ingangssignaal gekozen, zelfs als tegelijkertijd een digitaal signaal wordt ingevoerd.
Opmerkingen
- Als digitale signalen worden ingevoerd via zowel de COAXIAL- als de OPTICAL-aansluiting, wordt het digitale signaal van de COAXIAL-aansluiting gekozen.
- Wanneer AUTO is gekozen, stelt dit apparaat automatisch het soort ingangssignaal vast. Als dit apparaat een Dolby Digital-of een DTS-signaal vaststelt, zal de decoder automatisch overschakelen naar de toepasselijke instelling en een 5.1-kanalen bron weergeven.
- De geluidsuitvoer kan bij bepaalde ld-spelers en dvd-spelers in de volgende situatie worden onderbroken: Als de ingangsfunctie is ingesteld op AUTO en een zoekbediening wordt uitgevoerd tijdens het weergeven van een bron waarvan het signaal is gecodeerd met Dolby Digital of DTS, kan het geluid een moment vertraagd worden nadat het weergeven wordt hervat.
- Afhankelijk van de ld-speler, is het mogelijk dat het weergeven niet wordt uitgevoerd wanneer u een ld probeert weer te geven die niet digitaal is opgenomen met de ingangsfunctie ingesteld op AUTO. Als dit gebeurt, stelt u de ingangsfunctie in op ANALOG.
■ Opmerkingen betreffende het weergeven van een bron waarvan het signaal is gecodeerd met DTS
- Als de digitale uitgangsdata van de speler op enige manier is bewerkt, kan het onmogelijk zijn DTS-decodering uit te voeren, zelfs als u een digitale aansluiting hebt gemaakt tussen dit apparaat en de speler.
- Als u een bron waarvan het signaal is gecodeerd met DTS weergeeft en de ingangsfunctie instelt op ANALOG, geeft dit apparaat de ruis van een onbewerkt DTS-signaal weer. Wanneer u een DTS-bron wilt weergeven, zorgt u ervoor dat de bron is aangesloten op een digitale ingangsaansluiting en stelt u de ingangsfunctie in op AUTO of op DTS.
- Als u de ingangsfunctie verandert naar ANALOG tijdens het weergeven van een bron waarvan het signaal is gecodeerd met DTS, zal dit apparaat geen geluid weergeven.
- Het volgende dingen kunnen gebeuren als de ingangsfunctie is ingesteld op AUTO wanneer u een bron weergeeft waarvan het signaal is gecodeerd met DTS.
- Als u doorgaat met het weergeven van een bron waarvan het signaal is gecodeerd met DTS, zal dit apparaat automatisch overschakelen naar de "DTS-decoderen" ingangsfunctie om te voorkomen dat ruis wordt gegenereerd tijdens de erop volgende bediening. (De "dts" indicator gaat branden op het display van het voorpaneel.) De "dts" indicator kan onmiddellijk gaan knipperen nadat het weergeven van een bron waarvan het signaal met DTS is gecodeerd klaar is. Alleen een bron waarvan het signaal is gecodeerd met DTS kan worden weergegeven terwijl deze indicator knippert. (De indicator zal korter dan 1 minut knipperen.) Als u spoedig een normale PCM-bron wilt weergeven, stelt u de ingangsfunctie weer in op AUTO.
- De “dts” indicator kan knipperen wanneer een zoek-of overslaanbediening wordt uitgevoerd. Als deze toestand een zekere tijd duurt, zal het apparaat automatisch overschakelen van de “DTS-decoderen” ingangsfunctie naar de digitaal PCM-signaal ingangsfunctie en zal de “dts” indicator uitgaan.
Kiezen van een geluidsveldprogramma
U kunt uw luisterplezier verhogen door een DSP-programma te kiezen. Voor verdere informatie over ieder programma, leest u de "GELUIDSVELDPROGRAMMA".
■ Op de afstandsbediening

text_image
1 21 Druk op DSP.
De indicator brandt gedurende ongeveer 3 seconden.


- Als de keuzeschakelaar in de stand DSP/TUN staat, slaat u deze stap over.
2 Kies het gewenste DSP-programma met behulp van de cijfertoetsen voordat de indicator uitgaat.
- Om, bijvoorbeeld, het subprogramma "SPECTACLE" te kiezen, drukt u herhaaldelijk op MOVIE THEATER 1.
- De naam van het gekozen DSP-programma wordt op het display van het voorpaneel en op de videomonitor afgebeeld.

flowchart
graph TD
A["Digital Audio"] --> B["DSP-programmaop"]
C["Digital Radio"] --> B
D["Digital Spectral"] --> B
B --> E["DSP-programmaam (subprogramma)"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#f9f,stroke:#333
style D fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style E fill:#ccf,stroke:#333
■ Op het voorpaneel

text_image
TOMAS 1 21 Druk op DSP PROGRAM.

2 Draai de multi-jog-draaiknop om het DSP-programma te kiezen.
De naam van het gekozen DSP-programma wordt op het display van het voorpaneel en op de videomonitor afgebeeld.

Opmerkingen
- Kies een DSP-programma aan de hand van uw luistervoorkeuren en niet aan de hand van de naam van het programma. De akoestiek van uw luistervertrek heeft invloed op het DSP-programma. Voorkom geluidsweerkaatsing in het vertrek zo veel mogelijk om een zo groot mogelijk effect van het programma te verkrijgen.
- Nadat u een ingangsbron hebt gekozen, zal dit apparaat automatisch het laatste DSP-programma instellen dat met die ingangsbron werd gebruikt.
- Wanneer u dit apparaat in de stand-bystand zet, onthoudt het apparaat de ingangsbron en het DSP-programma die het laatst werden gebruikt en stelt deze opnieuw in nadat u het apparaat weer hebt ingeschakeld.
- Als een Dolby Digital- of een DTS-signaal wordt ingevoerd terwijl de ingangsfunctie op AUTO is ingesteld, zal het DSP-programma automatisch overschakelen naar het toepasselijke decodeerprogramma.
- Wanneer een monobron wordt weergegeven met PRO LOGIC/NORMAL of PRO LOGIC/ENHANCED, zullen de hoofdluidsprekers en de achterluidsprekers geen geluid voortbrengen. Het geluid wordt alleen voortgebracht door de middenluidspreker. Als echter "1A CENTER SP" op het INSTELMENU is ingesteld op NONE, wordt het geluid van het middenkanaal voortgebracht door de hoofdluidsprekers.
- Wanneer een ingangsbron wordt gekozen die is aangesloten op de 6CH INPUT-aansluitingen van dit apparaat, kan de digitale geluidsveldprocessor niet worden gebruikt.
- Wanneer 96-kHz-bemonsterde digitale signalen worden ingevocerd in dit apparaat, kan het DSP-programma niet worden gekozen. In dit geval zal het geluid als normaal 2-kanalen stereogeluid worden weergegeven.
■ Virtual CINEMA DSP en SILENT CINEMA
Virtual CINEMA DSP
Virtual CINEMA DSP stelt u in staat te genieten van het geluidsveldeffect van het DSP-programma zonder achterluidsprekers. Met behulp van originele YAMAHA technologie is het mogelijk natuurlijk surroundgeluid weer te geven door middel van het genereren van een virtuele luidspreker.
U kan de geluidsveldbewerking veranderen in de Virtual CINEMA DSP-functie door "1C REAR L/R SP" op het INSTELMENU in te stellen op NONE. Virtual CINEMA DSP wordt uitgevoerd met behulp van de hoofdluidsprekers.
Opmerking
- In de volgende gevallen wordt dit apparaat niet in de Virtual CINEMA DSP-functie geschakeld, zelfs niet als “1C REAR L/R SP” op het INSTELMENU is ingesteld op NONE:
- wanneer het 5CH STEREO-, PRO LOGIC/NORMAL-, DOLBY DIGITAL/NORMAL- of DTS/NORMAL-programma is gekozen;
- wanneer het geluidseffect is uitgeschakeld;
- wanneer 6CH INPUT is gekozen als ingangsbron;
- wanneer 96-kHz-bemonsterde digitale signalen worden ingevoerd in dit apparaat;
- wanneer een Dolby Digital KARAOKE ingangsbron wordt weergegeven;
- wanneer een testtoon wordt uitgevoerd; of
- wanneer de hoofdtelefoon is aangesloten. (u hoort SILENT CINEMA)
SILENT CINEMA
SILENT CINEMA stelt u in staat te genieten van het realistische gevoel van het DSP-programma met gebruik van de hoofdtelefoon. Met deze functie krijgt u een krachtige surroundgeluidsweergave, net als bij het luisteren via de luidsprekers.
U kunt luisteren naar SILENT CINEMA door uw hoofdtelefoon aan te sluiten op de PHONES-aansluiting terwijl de effectluidsprekers zijn ingeschakeld.
Normale stereoweergave
Druk op EFFECT om het geluidseffect uit te schakelen en normale stereoweergave te krijgen.
Druk nogmaals op EFFECT om het geluidseffect weer in te schakelen.

flowchart
graph TD
A["VOORpaneel"] -->|EFFECT| B["AFstandsbediening"]
C["AFstandsbediening"] -->|>10| D["EFFECT OFF"]

- Als de keuzeschakelaar in een andere stand dan DSP/TUN staat, drukt u eerst op DSP en vervolgens op EFFECT op de afstandsbediening.
Opmerkingen
- Als u het geluidseffect uitschakelt, brengen de midden- en achterluidsprekers geen geluid voort.
- Als u het geluidseffect uitschakelt terwijl een Dolby Digital- of DTS-signaal wordt uitgevoerd, wordt het dynamische bereik van het signaal automatisch verkleind en wordt het geluid van de midden- en achterluidsprekers gemengd en uitgevoerd via de hoofdluidsprekers.
- Het volumeniveau kan sterk worden verlaagd wanneer u het geluidseffect uitschakelt of wanneer u "6 D-RANGE" op het INSTELMENU instelt op MIN. Schakel in dit geval het geluidseffect weer in.
AFSTEMMEN
Aansluiten van de antennes
Zowel een AM- als een FM-binnenantenne worden bij dit apparaat geleverd. Over het algemeen leveren deze antennes een voldoende sterk signaal.
Sluit iedere antenne op de juiste wijze aan op de daarvoor bestemde aansluitingen.

text_image
AM-raamantenne (bijgeleverd) FM- binnenantenne (bijgeleverd) AM ANT GND FM ANT TUNER 75Ω UNBAL. Aarding (GND-aansluiting) Voor maximale veiligheid en minimale ruis, sluit u de GND- aansluiting van de antenne aan op een goede aardleiding. Een goede aardleiding is een metalen pen in een vochtige grond.■ Aansluiten van de FM-binnenantenne
Sluit de bijgeleverde FM-binnenantenne aan op de FM ANT 75Ω UNBAL. -aansluiting.
Opmerking
- Sluit niet tegelijkertijd een FM-buitenantenne en een FM-binnenantenne aan.
■ Aansluiten van de AM-raamantenne

1 Druk tegen het lipje van de aansluiting en houd deze weggedrukt om het gaatje van de aansluiting te openen.
2 Steek de draaduiteinden van de AM-raamantenne in de AM ANT- en GND-aansluitingen.
3 Laat het lipje los zodat de antennedraad wordt vastgeklemd.
Trek voorzichtig aan de antennedraden om te controleren dat ze stevig zijn aangesloten.
4 Bevestig de raamantenne op de antennestandaard.
5 Richt de AM-raamantenne zodanig dat de ontvangst het beste is.

- De AM-raamantenne kan van de antennestandaard worden afgehaald en aan een muur worden bevestigd.
Opmerkingen
- De AM-raamantenne dient uit de buurt van dit apparaat te worden geplaatst.
- De AM-raamantenne dient altijd te blijven aangesloten, zelfs wanneer een AM-buitenantenne op dit apparaat is aangesloten.
Een op de juiste wijze geïnstalleerde buitenantenne biedt een betere ontvangst dan een binnenantenne. Als u last heeft van een slechte ontvangstkwaliteit, kan een buitenantenne hierin verbetering brengen. Vraag uw dichtstbijzijnde YAMAHA handelaar of servicecentrum om advies met betrekking tot buitenantennes.
Automatisch (of handmatig) afstemmen
Automatisch afstemmen is handig wanneer de zendersignalen sterk zijn en er geen storing is.

text_image
TURAVI 4 2 3 11 Druk op INPUT ◀/▷ en kies TUNER als ingangsbron.

2 Druk op FM/AM om de frequentieband te kiezen.
“FM” of “AM” brandt op het display van het voorpaneel.





3 Druk op TUNING MODE (AUTO/MAN'L MONO) zodat de "AUTO" indicator op het display van het voorpaneel brandt.

AUTO
Brandt
Als “>” op het display van het voorpaneel naast de frequentieband-indicator wordt afgebeeld, drukt u op PRESET/TUNING (EDIT) zodat het uitgaat.

“>” uitschakelen.
4 Draai de multi-jog-draaiknop rechtsom of linksom om met het automatisch afstemmen te beginnen.
Draai de multi-jog-draaiknop rechtsom om af te stemmen op een hogere frequentie of linksom om af te stemmen op een lagere frequentie. Draai de multi-jog-draaiknop nogmaals als het zoeken niet stopt bij de gewenste zender.


- Gebruik handmatig afstemmen als het zoeken niet stopt bij de gewenste zender omdat het signaal te zwak is.
- Als het apparaat is afgestemd op een zender, brandt de "TUNED" indicator en wordt de frequentie van de ontvangen zender afgebeeld op het display van het voorpaneel. Indien een RDS-zender wordt ontvangen die gebruikmaakt van PS-dataservice, wordt op het display van het voorpaneel niet de frequentie, maar de naam van de zender afgebeeld.
Als het signaal van de zender waarop u wilt afstemmen zwak is, moet u handmatig erop afstemmen.
1 Druk op INPUT ◀/▷ en kies TUNER als ingangsbron.

2 Druk op FM/AM om de frequentieband te kiezen.
"FM" of "AM" brandt op het display van het voorpaneel.

3 Druk op TUNING MODE (AUTO/MAN'L MONO) zodat de "AUTO" indicator op het display van het voorpaneel uitgaat.

Als “>” op het display van het voorpaneel naast de frequentieband-indicator wordt afgebeeld, drukt u op PRESET/TUNING (EDIT) zodat het uitgaat.

text_image
PRESET /TUNING EDIT A | FM ">" uitschakelen.4 Draai de multi-jog-draaiknop rechtsom of linksom om handmatig op de gewenste zender af te stemmen.

Opmerking
- Door handmatig af te stemmen op een FM-zender, wordt de ontvangstfunctie automatisch verandert in mono om de kwaliteit van het signaal te verhogen.
Programmeren van voorkeurzenders
■ Automatisch programmeren van zenders (voor RDS-zenders)
U kunt de automatische afstemfunctie gebruiken om RDS-zenders als voorkeurzender in het geheugen te programmeren. Deze functie stelt het apparaat in staat om automatisch af te stemmen op RDS-zenders met een sterk signaal, en maximaal 40 (8 zenders x 5 groepen) van dergelijke zenders op volgorde in het geheugen te programmeren. Met deze functie kunt u gemakkelijk afstemmen op een voorkeurzender door het voorkeurzendernummer te kiezen (zie “Afstemmen op een voorkeurzender”).

text_image
YANARA 1 3 21 Druk op FM/AM om de FM-frequentieband te kiezen.

2 Druk op TUNING MODE (AUTO/MAN'L MONO) zodat de "AUTO" indicator op het display van het voorpaneel brandt.

3 Houd MEMORY (MAN'L/AUTO FM) gedurende langer dan 3 seconden ingedrukt.
Het voorkeurzendernummer, de “MEMORY” indicator en de “AUTO” indicator knipperen op het display van het voorpaneel. Vervolgens zal na ongeveer 5 seconden het automatisch programmeren van voorkeurzenders beginnen vanaf de frequentie die op dit moment wordt afgebeeld in de richting van de hogere frequenties.

Nadat het automatisch programmeren van voorkeurzenders klaar is, wordt de frequentie van de laatste geprogrammeerde zender op het display van het voorpaneel afgebeeld.
Opmerkingen
- Alle gegevens van een geprogrammeerde zender die onder een voorkeurzendernummer zijn opgeslagen, zullen worden gewist wanneer u een nieuwe voorkeurzender onder hetzelfde nummer programmeert.
- De ontvangstfunctie wordt samen met de frequentie opgeslagen.
- U kunt een voorkeurzender handmatig omwisselen met een andere FM-zender of AM-zender, door eenvoudigweg de bediening onder "Handmatig programmeren van voorkeurzenders" uit te voeren.
- Als het voorkeurzendernummer niet oploopt tot E8, is het automatisch programmeren van voorkeurzenders automatisch gestopt nadat alle zenders zijn gezocht.
- Alleen RDS-zenders met een voldoende sterk signaal worden opgeslagen door het automatisch programmeren van voorkeurzenders. Als de zender die u wilt programmeren een zwak signaal heeft, stemt u handmatig erop af in de monofunctie en programmeert u deze door de bediening onder "Handmatig programmeren van voorkeurzenders" uit te voeren. (In bepaalde gevallen kan met deze functie een zender niet worden ontvangen terwijl die met de automatisch afstemfunctie wel ontvangen zou kunnen worden. Dit komt omdat deze functie samen met het radiosignaal ook nog een grote hoeveelheid PI (programma-identificatie)-data ontvangt.)
Opties bij het automatisch programmeren van voorkeurzenders
U kunt het voorkeurzendernummer kiezen waarvanaf het apparaat moet beginnen met het programmeren van RDS-zenders en/of kiezen voor het zoeken naar zenders in de richting van de lagere frequenties. Alvorens het automatisch programmeren van voorkeurzenders begint (nadat u op MEMORY hebt gedrukt in stap 3):
- Draai de multi-jog-draaiknop om het voorkeurzendernummer te kiezen waaronder de eerste zender moet worden geprogrammeerd. Het automatisch programmeren van voorkeurzenders zal stoppen nadat zenders zijn geprogrammeerd onder alle voorkeurzendernummers tot en met E8.
- Druk op PRESET/TUNING (EDIT) om “>” te doen uitgaan en draai de multi-jog-draaiknop om te beginnen met het zoeken naar zenders in de richting van de lagere frequenties.
Reserve-stroomvoorziening voor het geheugen
De reserve-stroomvoorziening voorkomt dat de opgeslagen gegevens verloren gaan, zelfs wanneer het apparaat in de stand-bystand wordt gezet, de stekker van het netsnoer uit het stopcontact wordt getrokken, of de stroomvoorziening tijdelijk wordt onderbroken als gevolg van een stroomstoring. Als de stroomvoorziening van het apparaat echter gedurende langer dan 1 week is onderbroken, is het mogelijk dat de voorkeurzenders uit het geheugen verloren gaan. Als dit gebeurd is, programmeert u de zenders opnieuw door middel van de verschillende methoden voor het programmeren van voorkeurzenders.
■ Handmatig programmeren van voorkeurzenders
U kunt tevens maximaal 40 zenders (8 zenders x 5 groepen) handmatig programmeren.

text_image
3 2,41 Stem af op een zender.
Zie "Automatisch (of handmatig) afstemmen" voor informatie over het afstemmen.
2 Druk op MEMORY (MAN'L/AUTO FM).
De "MEMORY" indicator knippert gedurende ongeveer 5 seconden op het display van het voorpaneel.



Knippert
3 Draai de multi-jog-draaiknop om een voorkeurzendernummer te kiezen terwijl de "MEMORY" indicator knippert.
Draai de multi-jog-draaiknop rechtsom om een hoger voorkeurzendernummer te kiezen en linksom om een lager voorkeurzendernummer te kiezen.

4 Druk op MEMORY (MAN'L/AUTO FM) terwijl de "MEMORY" indicator knippert.
De frequentieband en de frequentie worden op het display van het voorpaneel afgebeeld achter de voorkeurzendergroep en het voorkeurzendernummer die u hebt gekozen.



text_image
V-AUX VCR20VR VCR1 D-TV/CBL DVD MD/CD-R CDTUNER TUNEDSTEREO AUTO A 1; F M 89, 00MHz VOLUMEGeeft aan dat de afgebeelde zender is geprogrammeerd als voorkeurzender A1.
5 Herhaal de stappen 1 tot en met 4 om andere voorkeurzenders te programmeren.
Opmerkingen
- Alle gegevens van een geprogrammeerde zender die onder een voorkeurzendernummer zijn opgeslagen, zullen worden gewist wanneer u een nieuwe voorkeurzender onder hetzelfde nummer programmeert.
- De ontvangstfunctie wordt samen met de frequentie opgeslagen.
Afstemmen op een voorkeurzender
U kunt op iedere gewenste zender afstemmen door eenvoudigweg het voorkeurzendernummer te kiezen waaronder de zender werd geprogrammeerd.
■ Op de afstandsbediening

text_image
1 2 31 Zet de keuzeschakelaar in de stand AMP/TUN en druk op TUNER om TUNER als de ingangsbron te kiezen.



2 Druk herhaaldelijk op A/B/C/D/E om een voorkeurzendergroep te kiezen.
De voorkeurzendergroep wordt op het display van het voorpaneel afgebeeld en verandert bij iedere druk op de A/B/C/D/E toets.

3 Druk op PRESET -/+ om een voorkeurzendernummer (1 tot en met 8) te kiezen.
De voorkeurzendergroep en het voorkeurzender-nummer worden op het display van het voorpaneel afgebeeld vóór de frequentieband en de frequentie. Tevens brandt de "TUNED" indicator.
PHONO


V-AUX VCR2DVR VCR1 D-TV/CBL DVD MD/CD-R CDTUNER TUNED STRECAUTO
A1;FM 89、00MHz
PHONO

- U kunt het voorkeurzendernummer kiezen met behulp van de cijfertoetsen (1 t/m 8) als fabrikantcode "0023" is ingesteld voor de stand AMP/TUN (of DSP/TUN).
■ Op het voorpaneel

text_image
CD-ROM 2 11 Druk op PRESET/TUNING (EDIT) zodat “>” wordt afgebeeld naast de frequentiebandindicator.

2 Draai de multi-jog-draaiknop om het gewenste voorkeurzendernummer te kiezen.

De voorkeurzendergroep en het voorkeurzendernummer worden op het display van het voorpaneel afgebeeld tezamen met de frequentieband en zenderfrequentie, terwijl de “TUNED” indicator gaat branden.

text_image
V-AUX VCR2/0VR VCR 1 D-TV/CBL DVD MD/CD-R TUNER CD PHONO TUNEDSTEREO AUTO A 1; F M 89, 00MHz VOLUMEOmwisselen van voorkeurzenders
U kunt de voorkeurzendernummers van twee voorkeurzenders met elkaar omwisselen. Het onderstaande voorbeeld beschrijft de bedieningen voor het omwisselen van voorkeurzendernummer "E1" met "A5".

text_image
TANANA 2,41 Stem af op voorkeurzender "E1". Zie "Afstemmen op een voorkeurzender".
2 Houd PRESET/TUNING (EDIT) gedurende langer dan 3 seconden ingedrukt.
"E1" en de "MEMORY" indicator knipperen op het display van het voorpaneel.

3 Stem af op de voorkeurzender "A5" met behulp van de toetsen op het voorpaneel. "A5" en de "MEMORY" indicator knipperen op het display van het voorpaneel.

text_image
V-AUX VCR2/DVR VCR 1 D-TV/CBL DVD MD/CD-R TUNER CD PHONO -AS÷FM MEMORY VOLUME4 Druk nogmaals op PRESET/TUNING (EDIT). De zenders die onder de twee voorkeurzendernummers zijn geprogrammeerd, worden omgewisseld.

Geeft aan dat het omwisselen van de zenders klaar is.
ONTVANGEN VAN RDS-ZENDERS
RDS (= radiodatasysteem) is een datatransmissiesysteem dat door FM-zenders in veel landen wordt gebruikt. Zenders die gebruikmaken van dit systeem, zenden naast hun normale radiosignaal nog een onhoorbare stroom data uit.
RDS-data bevatten diverse soorten informatie, zoals PI (programma-identificatie), PS (zendernaam), PTY (programmatype), RT (radiotekst), CT (huidige tijd), EON (uitgebreide overige netwerken), enz. De RDS-functie is in werking bij zenders in het netwerk.
Beschrijving van RDS-data
Door dit apparaat kunnen van RDS-zenders de volgende soorten informatie worden ontvangen: PI, PS, PTY, RT, CT en EON.
■ PS-functie (zendernaam):
Op het display wordt de naam van de RDS-zender afgebeeld die op dat moment wordt ontvangen.
■ PTY-functie (programmatype):
Op het display wordt het soort programma afgebeeld dat op dat moment wordt uitgezonden door de RDS-zender die wordt ontvangen. RDS-zenders onderscheiden 15 verschillende programmatypes. Met dit apparaat kunt u zoeken naar een zender die op dat moment het door u gewenste soort programma uitzendt. Zie "PTY SEEK-functie" voor bijzonderheden.
■ RT-functie (radiotekst):
Op het display wordt informatie afgebeeld over het programma (zoals de titel van het lied, de naam van de zanger, enz.) dat wordt uitgezonden door de RDS-zender die op dat moment wordt ontvangen. De informatie bestaat uit maximaal 64 alfanumericke tekens, inclusief de umlaut. Indien de RT-data andere lettertekens bevat, worden deze aangegeven door middel van onderstreping.
■ CT-functie (huidige tijd):
Op het display wordt de huidige tijd op de minuut nauwkeurig afgebeeld. Indien de ontvangst van de RDS-data plotseling wordt afgebroken, wordt soms de mededeling "CT WAIT" afgebeeld.
■ EON-functie (uitgebreide overige netwerken):
Zie "EON-functie".
Wijzigen van de RDS-functies
Met dit apparaat kunnen vier soorten RDS-data op het display worden afgebeeld. Bij ontvangst van een RDS-zender gaan op het display de indicators PS, PTY, RT en/of CT branden, al naar gelang de RDS-dataservice waarvan de betreffende zender gebruikmaakt. Door herhaaldelijk op RDS MODE/FREQ te drukken, kunt u de functie van de RDS-data waarvan door de ontvangen zender gebruik wordt gemaakt, in de onderstaande volgorde wijzigen. Wanneer de rode indicator naast de naam van de RDS-functie gaat branden, betekent dit dat de betreffende RDS-functie nu is gekozen.
Opmerkingen
- Druk bij ontvangst van een RDS-zender niet eerder op RDS MODE/FREQ dan dat de indicator van één of meer RDS-functies op het display gaat branden. Indien op deze toets wordt gedrukt voordat de indicator op het display gaat branden, kan de functie namelijk niet gewijzigd worden. Dit komt omdat het apparaat dan nog niet alle RDS-data van de zender heeft ontvangen.
- Er kan geen RDS-functie gekozen worden waarvan de betreffende zender geen gebruikmaakt.
- Dit apparaat kan geen gebruikmaken van RDS-data indien het ontvangen signaal niet krachtig genoeg is. Vooral bij de RT-functie (radiotekst) moeten er veel data ontvangen worden. Hierdoor bestaat de kans dat de RT-functie niet op het display wordt afgebeeld, terwijl andere RDS-functies (zoals PS, PTY, enz.) wel worden afgebeeld.
- Soms kunnen er vanwege slechte ontvangstcondities geen RDS-data worden ontvangen. Druk in dergelijke gevallen op TUNING MODE zodat de indicator "AUTO" op het display uitgaat. Hierdoor wordt weliswaar overgeschakeld op mono-ontvangst, maar wanneer u het display overschakelt op een RDS-functie, kunt u toch RDS-data op het display afbeelden.
- Indien de signaalsterkte tijdens ontvangst van een RDS-zender door externe storing verzwakt wordt, bestaat de kans dat de ontvangst van de RDS-data plotseling wordt afgebroken en dat “...WAIT” op het display wordt afgebeeld.

flowchart
graph TD
A["PS-functie"] --> B["PTY-functie"]
B --> C["RT-functie"]
C --> D["CT-functie"]
D --> E["Frequentieweergavefunctie"]
E --> A
PTY SEEK-functie
Door een bepaald programmatype te kiezen, worden alle voorgeprogrammeerde RDS-zenders doorzocht die een programma van het gekozen programmatype uitzenden.

1 Druk op PTY SEEK MODE om de PTY SEEK-functie te activeren.
Het programmatype van de zender die op dat moment wordt ontvangen of "NEWS" knippert op het display.

text_image
PTY SEEK MODE START → NEWS Knippert2 Draai de multi-jog-draaiknop om het gewenste programmatype te kiezen.
Het gewenste programmatype wordt op het display afgebeeld.

text_image
POP M3 Druk op PTY SEEK START om te beginnen met het doorzoeken van alle voorgeprogrammeerde RDS-zenders.
Het gekozen programmatype knippert en de indicator "PTY HOLD" brandt op het display terwijl er naar zenders wordt gezocht.

text_image
PTY SEEK MODE START ↓ Brandt V-AUX VCR2/DVR VCR 1 D-TV/CBL DVD MD/CD R TUNER CD PHONO PS • PTY AT CT TUNED STEREO AUTO A I-POP M- VOLUMEHet gekozen programmatype knippert.
- Zodra er een zender wordt gevonden die een programma uitzendt van het gekozen programmatype, zal de zoekfunctie daar stoppen.
- Indien de zender waarop is afgestemd niet de gewenste zender is, druk dan nogmaals op PTY SEEK START. Vervolgens wordt begonnen met het zoeken naar een andere zender die een programma van hetzelfde programmatype uitzendt.
■ Uitschakelen van deze functie
Druk tweemaal op PTY SEEK MODE.
■ Programmatypes van de PTY-functie
RDS-zenders onderscheiden 15 verschillende programmatypes.
| NEWS Nieuws | |
| AFFAIRS Actuele | zaken |
| INFO Algemene informatie | |
| SPORT Sport | |
| EDUCATE Onderwijs | |
| DRAMA Toneel | |
| CULTURE Cultuur | |
| SCIENCE Wetenschap | |
| VARIED Licht amusement | |
| POP M Popmuziek | |
| ROCK M | Rockmuziek |
| M.O.R. M Populaire | muziek (lichte muziek) |
| LIGHT M | Licht klassiek |
| CLASSICS | Serieus klassiek |
| OTHER M | Overige muziek |
EON-functie
Deze functie maakt gebruik van de EON-dataservice (Enhanced Other Networks = uitgebreide overige netwerken) op het RDS-zendernetwerk. Wanneer u gewoon het gewenste programmatype kiest (NEWS, INFO, AFFAIRS of SPORT), zal dit apparaat automatisch alle voorgeprogrammeerde RDS-zenders afzoeken naar een zender die een programma van het gekozen programmatype uitzendt. Indien een dergelijke zender wordt gevonden, zal worden overgeschakeld naar het betreffende programma zodra de uitzending daarvan begint. Dit programma komt dan in de plaats van het programma dat tot dusver werd ontvangen.
Opmerking
- Deze functie kan alleen worden gebruikt bij ontvangst van een RDS-zender die gebruikmaakt van de EON-dataservice. Bij ontvangst van een dergelijke zender gaat op het display de indicator "EON" branden.

text_image
TARAVA 21 Controleer of de indicator "EON" op het display brandt.
Indien de indicator "EON" niet op het display brandt, stemt u af op een andere RDS-zender zodat de indicator "EON" wel brandt.

text_image
V-AUX VCR2/DVR VCR 1 D-TV/CBL DVD MD/CD-R CDTUNER ■PS FTY RT CT TUNED ST/BRD ALTO AS; NDR 1.5H VOLUME2 Druk het benodigde aantal keren op EON om het gewenste programmatype (NEWS, INFO, AFFAIRS of SPORT) te kiezen.
De indicator van het gekozen programmatype brandt op het display.

text_image
EON ↓ Brandt V-AUX VCR2/DVR VCR 1 D-TV/CBL DVD MD/CD-R CDTUNER PS PTY RT CTTUNED STEREO AUTO AS; NDR 1.5H VOLUME PHONO VOLUME- Wanneer een RDS-voorkeurzender met een programma van het aangegeven type wordt gevonden, wordt automatisch overgeschakeld naar dat programma zodra de uitzending daarvan begint. Dit programma komt dan in de plaats van het programma dat tot dusver werd ontvangen. De indicator van het programmatype knippert.

text_image
V-AUX VCR2DVR VCR 1 D-TV/CBL DVD MD/CD-R CDTUNER PS PTY RT CT TUNER STREO AUTO EON IENS B2; NDR 2 VOLUME Knippert- Nadat de uitzending van het gevonden programma is afgelopen, wordt het voorheen ontvangen programma (of een ander programma op dezelfde zender) weer ontvangen.

text_image
V-AUX VCR2DVR VCR 1 D-TV/CBL DVD MD/CD-R CDTUNER PS PTY RT CT TUNED STEREO AUTO AS; NDR 1.5H VOLUMEPHONO
■ Uitschakelen van deze functie
Druk het benodigde aantal keren op EON zodat op het display geen programmatype-indicator meer brandt.
BASISBEDIENING VOOR HET OPNEMEN
Opnamebediening en andere bedieningen worden uitgevoerd op de opnamecomponent. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van deze component.

1 Schakel het apparaat en alle aangesloten componenten in.
2 Kies de broncomponent waarvan u wilt opnemen.

of

Afstandsbediening
Voorpaneel
3 Begin met het weergeven (of kies een zender), op de broncomponent.
4 Begin met het opnemen op de opnamecomponent.
Opmerkingen
- Voer een proefopname uit alvorens de werkelijke opname te maken.
- Wanneer dit apparaat in de stand-bystand staat, kunt u niet opnemen tussen twee componenten die zijn aangesloten op dit apparaat.
- De instellingen van BASS, TREBLE, BASS EXTENSION, VOLUME, "2 L/R BALANCE" op het INSTELMENU en DSP-programma's hebben geen invloed op de opname.
- Een bron die is aangesloten op de 6CH INPUT-aansluitingen van dit apparaat, kan niet worden opgenomen.
- S-videosignalen en composietvideosignalen passeren onafhankelijk door de videoschakelingen van dit apparaat. Wanneer u videosignalen opneemt of dubt en uw videobroncomponent is zodanig aangesloten dat alleen een S-videosignaal (of alleen een composietvideosignaal) wordt uitgevoerd, dan kunt u alleen een S-videosignaal (of alleen een composietvideosignaal) opnemen op uw videorecorder.
- Een bepaalde ingangsbron wordt niet uitgevoerd op hetzelfde REC OUT-uitgang. (Bijvoorbeeld, het signaal dat via VCR 1 IN wordt ingevoerd, wordt niet via VCR 1 OUT uitgevoerd.)
- Neem kennis van de auteurswetten in uw land met betrekking tot het opnemen van langspeelplaten, cd's, radio, enz. Het opnemen van auteursrechtelijk beschermd materiaal kan inbreuk plegen op de auteurswetten.
Als u een videobron weergeeft die gebruik maakt van vervormde of gecodeerde signalen om dubben te voorkomen, kan het beeld zelf gestoord zijn als gevolg van deze signalen.
■ Speciale aandachtspunten voor het opnemen van DTS-software
Het DTS-signaal is een digitale bitstream. Als u probeert de DTS-bitstream digitaal op te nemen, zal dit leiden tot het opnemen van ruis. Daarom, als u dit apparaat wilt gebruiken om bronnen op te nemen waarop DTS-signalen zijn opgenomen, let u op de volgende aandachtspunten en maakt u de volgende instellingen.
Voor, dvd's en cd's die met DTS zijn gecodeerd
Alleen 2-kanalen analoge audiosignalen kunnen worden opgenomen.
Stel de dvd-speler (of de cd-speler) in overeenkomstig de instructies in de gebruiksaanwijzing van de speler zodat de audiosignalen worden uitgevoerd uit de speler's analoge uitgangen.
INSTELMENU
Het INSTELMENU bestaat uit 10 items, inclusief de luidsprekerinstellingen. Gebruik het INSTELMENU om de audio/video-weergave van uw systeem te optimaliseren.

- U kunt de items op het INSTELMENU instellen tijdens het weergeven van een bron.
- Wij bevelen aan dat u de items op het INSTELMENU instelt met gebruik van een vidcomonitor. Het is gemakkelijker de items en hun instellingen op de videomonitor te zien dan op het display van het voorpaneel van dit apparaat.
Opmerking
- De indicators op het display van het voorpaneel zijn afkortingen van het OSD.
1 SPEAKER SET
1A CENTER SP
1B MAIN SP
1C REAR L/R SP
1D LFE/BASS OUT
1E MAIN LEVEL
2 L/R BALANCE
3 HP TONE CTRL
4 I/O ASSIGNMENT
4A CMPNT-V INPUT
4B OPTICAL OUT
4C OPTICAL IN
4D COAXIAL IN
5 INPUT MODE
6 DOLBY D. SET
LFE LEVEL
D-RANGE
7 DTS SET
8 SP DELAY TIME
9 DISPLAY SET
BLUE BACK
OSD SHIFT
DIMMER
10 MEMORY GUARD
Instellen van de items op het INSTELMENU
De instellingen moeten met behulp van de afstandsbediening worden gemaakt.

text_image
1 3,6 4,5 2 YAMAHAOpmerking
- Bepaalde items vereisen extra bedieningsstappen om de gewenste instelling te maken.
1 Zet de keuzeschakelaar in de stand AMP/TUN (of DSP/TUN).

2 Druk op SET MENU om het INSTELMENU op te roepen.

SET MENU 1/3
→1 SPEAKER SET 2 L/R BALANCE 3 HP TONE CTRL 4 I/O ASSIGNMENT ▲/▼: Up/Down -/+ : Enter
3 Druk herhaaldelijk op ∧/∨ om het item (1 tot en met 10) dat u wilt instellen te kiezen.

flowchart
graph TD
A["Start"] --> B{Decision}
B -->|Yes| C["Process Step 1"]
B -->|No| D["Process Step 2"]
C --> E["End"]
D --> E
style A fill:#f9f,stroke:#333
style E fill:#bbf,stroke:#333
SET MENU 1/3
1 SPEAKER SET 2 L/R BALANCE 3 HP TONE CTRL →4 I/O ASSIGNMENT ▲/▼ : Up/Down -/+ : Enter

- Door herhaaldelijk op SET MENU te drukken, kunt u de items in dezelfde volgorde kiezen als door op √ te drukken.
4 Druk eenmaal op < of > om de instellingsfunctie van het gekozen item op te roepen.
De laatste instelling die u heeft gemaakt wordt op het display van het voorpaneel of op de videomonitor afgebeeld.

4A CMPNT-V INPUT
Druk, afhankelijk van het gekozen item, op ∧/∨ om een subitem te kiezen.

flowchart
graph TD
A["4B OPTICAL OUT"] --> B["(1) •••• MD/CD-R"]
5 Druk herhaaldelijk op < / > om de instelling van het item te veranderen.

text_image
4A CMPNT-V INPUT → [A] ••••• VCR 1 [ B ] ••••• D-TV/CBL6 Druk herhaaldelijk op ∧/∨ totdat het huidige DSP-programma wordt afgebeeld of druk eenvoudigweg op een van de DSP-programmagroeptoetsen om het INSTELMENU te verlaten.

flowchart
graph TD
A["Device with DSP"] --> B["Display"]
B --> C["Together"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
Reserve-stroomvoorziening voor het geheugen
De reserve-stroomvoorziening voorkomt dat de opgeslagen gegevens verloren gaan, zelfs wanneer het apparaat in de stand-bystand wordt gezet, de stekker van het netsnoer uit het stopcontact wordt getrokken, of de stroomvoorziening tijdelijk wordt onderbroken als gevolg van een stroomstoring. Als de stroomvoorziening van het apparaat echter gedurende langer dan 1 week is onderbroken, is het mogelijk dat instellingen die u op het INSTELMENU hebt gemaakt teruggesteld worden op de fabrieksinstellingen. Als dit gebeurd is, stelt u de items opnieuw in.
1 SPEAKER SET (luidsprekerinstellingen)
Gebruik dit item om toepasselijke uitgangsfuncties voor uw luidsprekersysteem in te stellen.
Opmerkingen
- Wanneer 96-kHz-bemonsterde digitale signalen worden ingevocerd in dit apparaat, kunnen de uitgangsfuncties van subitems 1B, 1D en 1E worden ingesteld, maar de die van subitems 1A en 1C blijven onveranderd.
- Wanneer 6CH INPUT is gekozen als ingangsbron, kunnen de uitgangsfunctics van subitems 1A tot en met 1E niet worden veranderd.
■ 1A CENTER SP (middenluidspreker)
Door een middenluidspreker toe te voegen aan uw luidsprekersysteem, kan het systeem voor veel luisteraars een goede dialooglokalisatie en een uitstekende synchronisatie van geluid en beeld realiseren. Het OSD beeldt een grote, kleine of geen middenluidspreker af, afhankelijk van hoe u dit subitem instelt.
Keuzen: LRG (groot), SML (klein), NONE (geen) Begininstelling: LRG (groot)
LRG (groot)
Kies deze instelling als u een grote middenluidspreker hebt. Het gehele signaalbereik van het middenkanaal wordt via de middenluidspreker uitgevoerd.

Kies deze instelling als u een kleine middenluidspreker hebt. De lagetonensignalen (90 Hz en lager) van het middenkanaal worden uitgevoerd via de luidsprekers die met "1D LFE/BASS OUT" zijn gekozen.

Kies deze instelling als u geen middenluidspreker hebt. Het gehele signaalbereik van het middenkanaal wordt via de linker en rechter hoofdluidsprekers uitgevoerd.

■ 1B MAIN SP (hoofdluidsprekers)
Het OSD beeldt grote of kleine hoofdluidsprekers af, afhankelijk van hoe u dit subitem instelt.
Keuzen: LARGE (groot), SMALL (klein) Begininstelling: LARGE (groot)
LARGE (groot)
Kies deze instelling als u grote hoofdluidsprekers hebt. Het gehele signaalbereik van de linker en rechter hoofdkanalen wordt via de linker en rechter hoofdluidsprekers uitgevoerd.

Kies deze instelling als u kleine hoofdluidsprekers hebt. De lagetonensignalen (90 Hz en lager) van het hoofdkanaal worden uitgevoerd via de luidsprekers die met "1D LFE/BASS OUT" zijn gekozen.

- Wanneer u MAIN instelt voor "1D LFE/BASS OUT", zullen de lagetonensignalen (90 Hz en lager) van het hoofdkanaal worden uitgevoerd naar de hoofdluidsprekers, zelfs als u SMALL hebt ingesteld als uitgangsfunctie van de hoofdluidsprekers.
■ 1C REAR L/R SP (achterluidsprekers)
Het OSD beeldt grote, kleine of geen achterluidsprekers af, afhankelijk van hoe u dit subitem instelt.
Keuzen: LRG (groot), SML (klein), NONE (geen) Begininstelling: LRG (groot)
LRG (groot)
Kies deze instelling als u grote linker en rechter achterluidsprekers hebt, of als een achtersubwoofer is aangesloten op de achterluidsprekers. Het gehele signaalbereik van de linker en rechter achterkanalen wordt via de linker en rechter achterluidsprekers uitgevoerd.

text_image
1C REAR L/R SP ►LRG SML NONESML (klein)
Kies deze instelling als u kleine linker en rechter achterluidsprekers hebt. De lagetonensignalen (90 Hz en lager) van de achterkanalen worden uitgevoerd via de luidsprekers die met "1D LFE/BASS OUT" zijn gekozen.

text_image
1C REAR L/R SP LRG ▶SML NONENONE (geen)
Kies deze instelling als u geen achterluidsprekers hebt.

- Dit apparaat wordt in de Virtual CINEMA DSP-functie gezet door “1C REAR L/R SP” in te stellen op NONE.
■ 1D LFE/BASS OUT (lagetonenuitvoer)
LFE-signalen geven lagetoneneffecten weer wanneer dit apparaat Dolby Digital- of DTS-signalen decodeert.
Lagetonensignalen zijn signalen van 90 Hz of lager.
Keuzen: SWFR (subwoofer), MAIN (hoofdluidsprekers), BOTH (beide)
Begininstelling: BOTH (beide)
SWFR (subwoofer)
Kies deze instelling als u een subwoofer gebruikt. De LFE-signalen worden via de subwoofer uitgevoerd.

text_image
1D LFE/BASS OUT ►SWFR MAIN BOTHMAIN (hoofdluidspreker)
Kies deze instelling als u geen subwoofer gebruikt. De LFE-signalen worden via de hoofdluidsprekers uitgevoerd.

text_image
1D LFE/BASS OUT SWFR ► MAIN BOTHBOTH (beide)
Kies deze instelling als u een subwoofer gebruikt en u de lagetonensignalen van de hoofdkanalen wilt mengen met de LFE-signalen.

- Wanneer u een 2-kanaals bron (CD, MD, tape, videoband, enz.) afspeelt, moet u BOTH kiezen om de signalen van de lage tonen (beneden 90 Hz) via de SUBWOOFER-aansluiting uit te voeren.
- Als u SMALL (SML) kiest voor items 1A, 1B of 1C, worden de lagefrequentiesignalen (90 Hz en lager) van die kanalen toegevoegd aan de LFE en uitgevoerd naar de subwoofer.
■ 1E MAIN LEVEL (hoofdvolumeniveau)
Verander deze instelling als u het uitgangsniveau van de middenluidspreker en de achterluidsprekers niet kunt afstemmen op dat van de hoofdluidsprekers als gevolg van een buitengewoon hoge efficiëntie van de hoofdluidsprekers.
Keuzen: Normal (normaal), -10 dB
Begininstelling: Normal (normaal)
Normal (normaal)
Normaal gesproken kiest u deze instelling.

Kies deze instelling als u het uitgangsniveau van de effectluidsprekers niet kunt afstemmen op dat van de hoofdluidsprekers met behulp van de testtoon. Deze instelling verlaagt het uitgangsniveau van de hoofdluidsprekers tot ongeveer een derde van het normale uitgangsniveau.

2 L/R BALANCE (balans van de hoofdluidsprekers)
Gebruik dit item om de balans van het uitgangsniveau van de linker en rechter hoofdluidsprekers in te stellen.
Instelbereik: 10 voor zowel links als rechts
Begininstelling: 0
Druk op > om het uitgangsniveau van de linker hoofdluidspreker te verlagen. Druk op < om het uitgangsniveau van de rechter hoofdluidspreker te verlagen.

- De L/R BALANCE instelling geldt tevens wanneer de hoofdtelefoon wordt gebruikt.
3 HP TONE CTRL (toonregeling van de hoofdtelefoon)
Gebruik dit item om het niveau van de lagetonen en hogetonen in te stellen wanneer u de hoofdtelefoon gebruikt.
Instelbereik (dB): -6 tot +3
Begininstelling: 0 dB voor zowel BASS (lagetonen) als TRBL (hogetonen)

text_image
3 HP TONE CTRL →BASS TRBL - 0dB+4 I/O ASSIGNMENT (ingangsbronnen toewijzen)
Gebruik dit item om aansluitingen toe te wijzen aan de hand van de te gebruikten component, in het geval de instelling (componentnamen voor aansluitingen) van de COMPONENT VIDEO-aansluiting of de DIGITAL INPUT/OUTPUT-aansluiting van dit apparaat verschilt van die component. Hiermee is het mogelijk de toewijzing van de aansluiting te veranderen en effectief meer componenten aan te sluiten.
Nadat u de aansluiting hebt toegewezen, kunt u de aangesloten component kiezen met INPUT ◀/▷ (of met de ingangsbron-keuzetoetsen).
■ 4A CMPNT-V INPUT (voor de COMPONENT VIDEO-aansluitingen)
Begininstellingen: [A] DVD
[B] D-TV/CBL
4A CMPNT-V INPUT
■ 4B OPTICAL OUT (voor de OPTICAL OUTPUT-aansluiting)
Begininstelling: (1) MD/CD-R
4B OPTICAL OUT
■ 4C OPTICAL IN (voor de OPTICAL INPUT-aansluitingen)
Begininstellingen: (2) MD/CD-R
■ 4D COAXIAL IN (voor de COAXIAL INPUT-aansluiting)
Begininstelling: (5) CD
4D COAXIAL IN
→(5)···CD
Opmerking
- U kunt een item niet meerdere malen kiezen voor dezelfde soort aansluiting.
5 INPUT MODE (ingangsfunctie)
Gebruik dit item om de ingangsbon in te stellen ten tijde van het inschakelen van het apparaat wanneer de broncomponent is aangesloten op meer dan één ingangsaansluiting.
Kies deze instelling om dit apparaat het soort ingangssignaal automatisch te laten vaststellen en de juiste ingangsfunctie in te stellen.
LAST (laatste)
Kies deze instelling om dit apparaat automatisch de laatste ingangsfunctie in te laten stellen voor die ingangsbron.
6 DOLBY D. SET (Dolby Digital-instellingen)
De instellingen van dit item werken alleen tijdens het decoderen van Dolby Digital-signalen.
6 DOLBY D. SET
Gebruik dit item om het uitgangsniveau van het LFE (lagetoneneffect)-kanaal in te stellen wanneer een Dolby Digital-signaal wordt weergegeven. Het LFE-signaal bevat het speciale lagetoneneffectgeluid dat slechts aan bepaalde scènes wordt toegevoegd.
Regelbereik (dB): -20 tot en met 0
Begininstelling: 0 dB
Opmerkingen
- Stel het uitgangsniveau van het LFE-kanaal in overeenkomstig de capaciteit van uw subwoofer.
- Normaal gesproken is ongeveer -6 dB tot -8 dB geschikt voor gebruik in huis.
■ D-RANGE (dynamisch bereik van Dolby Digital-signalen)
Gebruik dit item om het dynamisch bereik in te stellen (dit is het verschil tussen het maximale niveau en het minimale niveau van geluid).
Keuzen: MAX (maximaal), STD (standaard), MIN (minimaal)
Begininstelling: MAX (maximaal)
- Stel MAX (maximaal) in voor hoofdfilms.
- Stel STD (standaard) in voor algemeen gebruik.
- Stel MIN (minimaal) in voor het luisteren naar bronnen bij extreem lage volumeniveaus.

text_image
MAX (maximaal) Uitgangsniveau Sprak- niveau Ingangsniveau
text_image
STD (standaard) Uitgangsniveau Sprak- niveau Ingangsniveau
text_image
MIN (minimaal) Uitgangsniveau Sprak- niveau IngangsniveauOpmerking
- Als u MIN (minimaal) instelt, kan de geluidsweergave zeer zwak zijn omdat bepaalde Dolby Digital-signalen niet compatibel zijn met het minimale uitgangsniveau van het dynamische bereik. In dat geval stelt u MAX (maximaal) of STD (standaard) in.
7 DTS SET (lagetoneneffect van DTS-signalen)
Deze instellingen werken alleen tijdens het decoderen van DTS-signalen.
Gebruik dit item om het uitgangsniveau van het LFE (lagetoneneffect)-kanaal in te stellen wanneer een DTS-signaal wordt weergegeven. Het LFE-signaal bevat het speciale lagetoneneffectgeluid dat slechts aan bepaalde scènes wordt toegevoegd.
Instelbereik (dB): -10 tot en met +10
Begininstelling: 0 dB

text_image
7 DTS SET LFE LEVEL •••• QdB -/+ : Adjust ▲ ▼Exit/Opmerking
- Stel het uitgangsniveau van het LFE-kanaal in overeenkomstig de capaciteit van uw subwoofer.
8 SP DELAY TIME (instellen van de vertragingstijd)
Gebruik dit item om de vertragingstijd in te stellen van het geluid dat door de middenkanalen wordt uitgevoerd. De instelling van dit item werkt alleen tijdens het decoderen van Dolby Digital- en DTS-signalen. Het zou ideaal zijn als de afstand van de middenluidspreker tot de luisterpositie hetzelfde is als de afstand van de linker en rechter hoofdluidsprekers. In de meeste huiselijke situaties, echter, wordt de middenluidspreker op één lijn opgesteld met de hoofdluidsprekers. Door het geluid dat door de middenluidspreker wordt voortgebracht te vertragen, kan de gevoelsmatige afstand van de middenluidspreker tot de luisterpositie worden ingesteld, zodat deze voor het gevoel hetzelfde is als de afstand van de linker en rechter hoofdluidsprekers tot de luisterpositie. Het instellen van de vertragingstijd van de middenluidspreker is in het bijzonder belangrijk voor het geven van diepte aan spraak.
Instelbereik (ms): 0 tot en met 5
Begininstelling: 0 ms
8 SP DELAY TIME
Fictieve positie van de middenluidspreker

flowchart
graph TD
C["C"] --> L["L"]
C --> R["R"]
C --> RL["RL"]
C --> RR["RR"]
C -.-> C
C -.-> R
C -.-> RL
C -.-> RR
style C fill:#f9f,stroke:#333
style L fill:#ccf,stroke:#333
style R fill:#ccf,stroke:#333
style RL fill:#ccf,stroke:#333
style RR fill:#ccf,stroke:#333

- Een verhoging van de vertragingstijd met 1 ms simuleert een vergroting van de afstand van de luidspreker tot de werkelijke positie van de middenluidspreker met 30 cm.
9 DISPLAY SET (displayinstellingen)
9 DISPLAY SET
■ BLUE BACK (blauwe achtergrond)
Door AUTO te kiezen als instelling voor de on-screen-display, wordt een blauwe achtergrond afgebeeld als er geen videosignaal wordt ingevoerd. Als OFF wordt gekozen, wordt niets op het scherm afgebeeld, ook niet de on-screen-display.
Begininstelling: AUTO
■ OSD SHIFT (OSD-beeldpositie)
Deze instelling wordt gebruikt om de verticale positie van de OSD-beeld in te stellen.
Instelbereik (ms): +5 (omlaag) tot en met -5 (omhoog)
Begininstelling: 0
Druk op de > toets om de positie van het OSD-beeld lager te maken. Druk op de < toets om de positie van het OSD-beeld hoger te maken.
■ DIMMER (displayhelderheid)
Deze instelling wordt gebruikt om de helderheid van het display van het voorpaneel in te stellen.
Instelbereik: -4 tot en met 0
Begininstelling: 0
10 MEMORY GUARD (geheugenbeveiliging)
Gebruik dit item om te voorkomen dat de DSP-programmaparameterwaarden en andere instellingen van dit apparaat per ongeluk worden veranderd.
Keuzen: ON (aan), OFF (uit)
Begininstelling: OFF (uit)
10 MEMORY GUARD




Stel ON (aan) in om de volgende kenmerken te beveiligen:
• DSP-programmaparameters
- Alle items op het INSTELMENU
- De uitgangsniveaus van de middenluidspreker, de achterluidsprekers en de subwoofer
- De on-screen-displayfunctie (OSD-functie)
Opmerkingen
- Wanneer "10 MEMORY GUARD" is ingesteld op ON (aan), kunt u de testtoon niet gebruiken.
- Wanneer "10 MEMORY GUARD" is ingesteld op ON (aan), kunt u geen andere items op het INSTELMENU kiezen.
INSTELLEN VAN HET UITGANGSNIVEAU VAN DE EFFECTLUIDSPREKERS
U kunt het uitgangsniveau van iedere effectluidspreker (midden-, linker en rechter achterluidspreker, en subwoofer) afzonderlijk instellen tijdens het luisteren naar een muziekbron.
De instellingen moeten met behulp van de afstandsbediening worden gemaakt.

text_image
1 2 3 YAMAHA1
Zet de keuzeschakelaar in de stand AMP/TUN (of DSP/TUN).

2
Druk herhaaldelijk op LEVEL om de luidsprekers te kiezen die u wilt instellen.
Bij iedere druk op LEVEL verandert de gekozen luidspreker en wordt deze op het display van het voorpaneel en op de videomonitor afgebeeld in de volgende volgorde: middenluidspreker, rechter achterluidspreker, linker achterluidspreker en subwoofer.

flowchart
graph TD
A["LEVEL"] --> B["CENTER"]
B --> C["R SUR."]
C --> D["L SUR."]
D --> E["SWFR"]
E --> F["Uitgangsniveau van de middenluidspreker"]
E --> G["Uitgangsniveau van de rechter achterluidspreker"]
E --> H["Uitgangsniveau van de linker achterluidspreker"]
E --> I["Uitgangsniveau van de subwoofer"]

- Nadat u op LEVEL hebt gedrukt, kunt u tevens de luidspreker(s) die u wilt instellen kiezen door op ∨ te drukken (Bij het drukken op ∧ worden de luidsprekers in de omgekeerde volgorde doorlopen).

text_image
TITLE LEVEL3
Druk op < / > om het uitgangsniveau van de luidspreker in te stellen.
- Het instelbereik van de middenluidspreker, en de linker en rechter achterluidsprekers is van +10 dB tot en met -10 dB. - Het instelbereik van de subwoofer is van 0 dB tot en met -20 dB.

Opmerkingen
- Als de uitgangsfunctie van de luidspreker is ingesteld op NONE, kan het uitgangsniveau van die luidspreker niet worden ingesteld.
- Wanneer u de uitgangsniveaus instelt met behulp van LEVEL, zullen de instellingen die u met behulp van de testtoon hebt gemaakt worden veranderd.
- Om andere luidsprekers dan de subwoofer in te stellen, raden we u aan de instelmethode met behulp van de testtoon (zie bladzijde 22) te gebruiken.
Reserve-stroomvoorziening voor het geheugen
De reserve-stroomvoorziening voorkomt dat de opgeslagen gegevens verloren gaan, zelfs wanneer het apparaat in de stand-bystand wordt gezet, de stekker van het netsnoer uit het stopcontact wordt getrokken, of de stroomvoorziening tijdelijk wordt onderbroken als gevolg van een stroomstoring. Als de stroomvoorziening van het apparaat echter gedurende langer dan 1 week is onderbroken, is het mogelijk dat de uitgangsniveaus van de effectluidsprekers die u hebt ingesteld teruggesteld worden op de fabrieksinstellingen. Als dit gebeurd is, stelt u de uitgangsniveaus opnieuw in.
SLAAPTIMER
Gebruik deze functie om het apparaat automatisch in de stand-bystand te zetten nadat een door u ingestelde tijdsduur is verstreken. De slaapfunctie is handig in gevallen waarin u gaat slapen terwijl dit apparaat nog een bron weergeeft of opneemt. De slaaptimer schakelt tevens de componenten die op de AC OUTLET(S) netspanningsaansluitingen zijn aangesloten uit.
De slaaptimer kan alleen vanaf de afstandsbediening worden ingesteld.
Instellen van de slaaptimer

text_image
2 YAMAHA 31 Kies een bron en begin met het weergeven van de broncomponent.
2 Zet de keuzeschakelaar in een andere stand dan TV.
3 Druk herhaaldelijk op SLEEP om de tijdsduur in te stellen die moet verstrijken voordat dit apparaat automatisch in de stand-bystand wordt gezet.
Bij iedere druk op SLEEP, verandert het display van het voorpaneel zoals hieronder is aangegeven.

flowchart
graph LR
A["120"] --> B["90"]
B --> C["60"]
C --> D["30"]
E["De SLEEP-timer is uitgeschakeld (SLEEP OFF). (Dit is de toestand voordat SLEEP wordt ingedrukt.)"] --> E

text_image
V-AUX VCP20WR VCR1 D-IV/CBL DVD MDCD-R TUNER CD PHCNO DIGITAL DSP SLEEP 120MIN VOLUME4 De "SLEEP" indicator brandt op het display van het voorpaneel spoedig nadat de slaaptimer is ingesteld.
Het display keert vervolgens terug naar de voorgaande situatie.

text_image
V-AUX VCR2/VR VCR 1 D-TV/CBL DVD MD/CD-R CDTUNER PHONO DDIGITAL DSP CONCERT HALL SLEEP VOLUMEAnnuleren van de slaaptimer
Druk herhaaldelijk op SLEEP totdat "SLEEP OFF" op het display van het voorpaneel wordt afgebeeld.
Na enkele seconden gaat "SLEEP OFF" weer uit, gaat tevens de "SLEEP" indicator uit, en keert het display terug naar de voorgaande situatie.


- De instelling van de slaaptimer kan tevens worden geannuleerd door dit apparaat in de stand-bystand te zetten met behulp van STANDBY op de afstandsbediening (of STANDBY/ON op het voorpanel) of door de stekker van het netsnoer uit het stopcontact te trekken.
Het is mogelijk dit apparaat en andere YAMAHA audio/video-componenten te bedienen met behulp van de afstandsbediening die bij dit apparaat werd geleverd. Het is tevens mogelijk componenten van andere fabrikanten (of bepaalde YAMAHA componenten) te bedienen door de juiste fabrikantcode (een signaal toegewezen aan iedere fabrikant en component) in te stellen.
Opmerking
- Voor de opmerkingen over de batterijen, de bedieningsafstand, en de namen en functies van de toetsen van de afstandsbediening, leest u de betreffende beschrijvingen in deze gebruiksaanwijzing.
Keuzeschakelaar
Kies de component (stand van de keuzeschakelaar) die door de afstandsbediening moet worden bediend. Wanneer u bijvoorbeeld de stand CD kiest, staat de afstandsbediening in de cd-bedieningsfunctie, waardoor de cd-speler kan worden bediend. Wanneer u de keuzeschakelaar draait, veranderen de standen in de volgende volgorde.

flowchart
graph TD
A["Keuze-schakelaar"] --> B["AMP/TUN"]
A --> C["CD"]
A --> D["CBL/SAT"]
A --> E["VCR"]
A --> F["TV"]
A --> G["DSP/TUN"]
A --> H["DVD/LD"]
A --> I["DVD MENU"]
A --> J["TAPE/MD"]
A --> K["TAPE/TUN"]
B --> L["U kunt de basisbedieningen van dit apparaat uitvocren."]
C --> M["De fabrikantcode van een YAMAHA cd-speler is reeds in de fabriek ingesteld."]
D --> N["Een kabel-tv of satelliettuner kan worden bediend."]
E --> O["Een videorecorder kan worden bediend."]
F --> P["Een tv kan worden bediend."]
G --> Q["DSP/TUN"]
H --> R["DVD/LD en DVD MENU"]
I --> S["DVD/CPU"]
J --> T["DSP/TUN"]
K --> U["DVD/LD en DVD MENU"]
L --> V["De fabrikantcode van een YAMAHA md-recorder is reeds in de fabriek ingesteld. Zorg ervoor dat u de juiste fabrikantcode instelt wanneer u een cd-recorder of een tapedeck wilt bedienen."]
M --> W["Een ld-speler kan worden bediend in de stand DVD/LD. Een dvd-speler kan worden bediend in de stand DVD/LD en DVD MENU. De fabrikantcode van een YAMAHA dvd-speler is reeds in de fabriek ingesteld."]
N --> X["Een tv kan worden bediend."]
O --> Y["Een tv kan worden bediend."]
P --> Z["Een tv kan worden bediend."]
Q --> AA["DSP/TUN"]
R --> AB["DVD/LD"]
S --> AC["DVD/CPU"]
T --> AD["DSP/TUN"]
U --> AE["DVD/LD en DVD MENU"]
V --> AF["DVD/CPU"]
W --> AG["DSP/TUN"]
X --> AH["DVD/LD en DVD MENU"]
Y --> AI["DVD/CPU"]
Z --> AJ["DSP/TUN"]
AA --> AK["DVD/LD en DVD MENU"]
AB --> AL["DVD/CPU"]
AC --> AM["DSP/TUN"]
AD --> AN["DVD/LD en DVD MENU"]
AE --> AO["DVD/CPU"]
AF --> AP["DVD/LD en DVD MENU"]
AG --> AQ["DVD/CPU"]
AH --> AR["DVD/LD en DVD MENU"]
AI --> AS["DVD/CPU"]
AJ --> AT["DVD/LD en DVD MENU"]
AK --> AU["DVD/CPU"]
AL --> AV["DVD/LD en DVD MENU"]
AM --> AW["DVD/CPU"]
AN --> AX["DVD/LD en DVD MENU"]
AO --> AY["DVD/CPU"]
AP --> AZ["DVD/LD en DVD MENU"]
AQ --> BA["DVD/CPU"]
AR --> BB["DVD/LD en DVD MENU"]
AS --> BC["DVD/CPU"]
AT --> BD["DVD/LD en DVD MENU"]
AU --> BE["DVD/CPU"]
AV --> BF["DVD/LD en DVD MENU"]
AW --> BG["DVD/CPU"]
AX --> BH["DVD/LD en DVD MENU"]
AY --> BI["DVD/CPU"]
Opmerkingen
- De algemene bedieningstoetsen op de afstandsbediening verschillen afhankelijk van de stand van de keuzeschakelaar. Zie se volgende bladzijden voor verdere informatie.
- Bij verscheping uit de fabriek, worden de op bladzijde 54 vermelde YAMAHA fabrikantcodes ingesteld op iedere stand van de keuzeschakelaar. Als u uw YAMAHA audiovisuele component niet kunt bedienen, stelt u een andere YAMAHA afbrikantcode in.
Veelvuldig gebruikte toetsen in iedere stand van de keuzeschakelaar
Ongeacht de stand van de keuzeschakelaar, kunt u dit apparaat en een tv bedienen met behulp van de volgende toetsen.
Opmerking
- Voordat u een tv kunt bedienen, moet u de fabrikantcode van de tv instellen voor de stand TV.

text_image
LEVEL POWER AV SET MENU POWER STANDEY POWER TV INPUT TV + - TV VOL SUSP VOLUME - M/I YAMAHA■ Bedienen van dit apparaat
Zie "Afstandsbediening".
①STANDBY
② POWER
③VOLUME +/-
④SLEEP
Opmerking
- Als u de fabrikantcode van de tv hebt ingesteld en de keuzeschakelaar in de stand TV staat, wordt deze toets gebruikt voor het instellen van de slaaptimer van de tv.
⑤MUTE
Opmerking
- Als u de fabrikantcode van de tv hebt ingesteld en de keuzeschakelaar in de stand TV staat, wordt deze toets gebruikt voor het onderbreken van het geluid van de tv.
■ Bedienen van de tv
1 TV POWER
2 TV INPUT
3 TV VOLUME +/-
Bedienen van de componenten die zijn aangesloten op dit apparaat
Het onderstaande voorbeeld beschrijft de procedure voor het bedienen van een YAMAHA cd-speler.

text_image
1 2 3 4 5 6 YAMAHA1 Zet de keuzeschakelaar in de stand CD.

2 Schakel het apparaat in.

3 Druk op INPUT. De indicator brandt gedurende ongeveer 3 seconden.

4 Druk op CD terwijl de indicator brandt.

5 Druk op ▷. Zie “Namen en functies van de toetsen in iedere stand” voor de bedieningstoetsen van de cd-speler.

6 Stel het volumeniveau in.

Als u de afstandsbediening instelt met de fabrikantcodes uit de lijst op bladzijde i en verder achterin deze gebruiksaanwijzing, kunt u componenten van andere merken bedienen. Zie "Instellen van de fabrikantcode" voor verdere informatie.
Namen en functies van de toetsen in iedere stand
text_image
Zet de keuzeschakelaar in de stand TAPE/MD. Cijfertoetsen (md/cd-r) INDEX (cd-r) +10 (md/cd-r) Deck A/B (tape) Met deze toets kiest u deck A of B op een dubbel tapedeck. DISPLAY (md/cd-r) DIR B (tape) Met deze toets kiest u de weergaverichting van deck B. Voorwaarts overslaan (md/cd-r) Stop Vooruitspoelen (tape) Voorwaarts zoeken (md/cd-r) O/ΠΟ Opname/Pauze (tape/md) ΠΟ Pauze (md/cd-r) ► Weergave ◄◄ DIR A (tape) Met deze toets kiest u de weergaverichting van deck A. Achterwaarts overslaan (md/cd-r) ◄◄ Achteruitspoelen (tape) Achterwaarts zoeken (md/cd-r) AV POWERMet deze toets schakelt u een tapedeck, md-recorder of cd-recorder in dat een afstandsbediening met een aan/uit-toets heeft, als u de fabrikantcode van een andere fabrikant hebt ingesteld.
■ Stand CD

text_image
Zet de keuzeschakelaar in de stand CD. Cijfertoetsen INDEX +10 Pauze/Stop-functie • Druk eenmaal op de toets om de bediening te pauzeren en druk nogmaals op de toets om de bediening te stoppen. DISPLAY □□ Pauze YAMAHA cd-speler (fabrieksinstellingen): pauze/stop □□ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▷ ▦ DISC SKIP -/+ (voor een cd-speler met meerdere cd's) ► Weergave ◀◀ Achterwaarts overslaan ◀◀ Achterwaarts zoeken AV POWER Met deze toets schakelt u een cd-speler in die een afstandsbediening met een aan/uit-toets heeft, als u de fabrikantcode van een andere fabrikant hebt ingesteld.- De donker gearceerde toetsen werken niet, zelfs niet als u de fabrikantcode hebt ingesteld.
- Het is mogelijk dat bepaalde toetsen niet werken, afhankelijk van de component die is aangesloten. Gebruik in dat geval de originele afstandsbediening die bij de component werd geleverd.
■ Stand DVD/LD

text_image
Zet de keuzeschakelaar in de stand DVD/LD. Cijfertoetsen INDEX/tijd (dvd) Hoofdstuk/tijd (ld) +10 DISC SKIP -/+ (dvd) DISPLAY Pauze ▶ Weergave ▶▶▶ Voorwaarts overslaan (dvd) Voorwaarts overslaan/hoofdstuk (ld) □ Stop ▶▶▶ Voorwaarts zoeken AV POWER(DVD) Met deze toets schakelt u een dvd-speler in die een afstandsbediening met een aan/uit-toets heeft, als u de fabrikantcode van een andere fabrikant hebt ingesteld.
(LD) Met deze toets schakelt u een ld-speler in die een afstandsbediening met een aan/uit-toets heeft, als u de fabrikantcode van een andere fabrikant hebt ingesteld.
■ Stand DVD MENU
Opmerking
- De DVD MENU bedieningen werken niet op bepaalde dvd-spelers.

text_image
Zet de keuzeschakelaar in de stand DVD MENU. Cijfertoetsen INDEX +10 DISC SKIP -/+ DISPLAY Menu omhoog Terugkeren Menu kiezen Menu rechts Menu links Menu omlaag TITLE AV POWERMet deze toets schakelt u een dvd-speler in die een afstandsbediening met een aan/uit-toets heeft, als u de fabrikantcode van een andere fabrikant hebt ingesteld.
- De donker gearceerde toetsen werken niet, zelfs niet als u de fabrikantcode hebt ingesteld.
- Het is mogelijk dat bepaalde toetsen niet werken, afhankelijk van de component die is aangesloten. Gebruik in dat geval de originele afstandsbediening die bij de component werd geleverd.
■ Stand VCR

text_image
Zet de keuzeschakelaar in de stand VCR. VCR REC Druk tweemaal op deze toets om met het opnemen te beginnen. Cijfertoetsen Zender invoeren/ oproepen _/__ CH -/+ DISPLAY ▷ Weergave □ Pauze □ Stop ◀ Achteruit- spoelen AV POWER ◀ POWPR ST-MIN C10 R10 R20 R30 R40 R50 R60 R70 R80 R90 R100 R110 R120 R130 R140 R150 R160 R170 R180 R190 R200 R210 R220 R230 R240 R250 R260 R270 R280 R290 R300 R310 R320 R330 R340 R350 R360 R370 R380 R390 R400 R410 R420 R430 R440 R450 R460 R470 R480 R490 R500Met deze toets schakelt u een videorecorder in die een afstandsbediening met een aan/uit-toets heeft, als u de fabrikantcode van de videorecorder hebt ingesteld.
■ Stand CBL/SAT

text_image
Zet de keuzeschakelaar in de stand CBL/SAT. Cijfertoetsen Zender invoeren / - CH -/+ - DISPLAY/Gids (satelliettuner) Menu kiezen Menu omhoog Menu links Menu rechts Oproepen Menu omlaag MENU AV POWERMet deze toets schakelt u een kabel-tv of satelliettuner in die een afstandsbediening met een aan/uit-toets heeft, als u de fabrikantcode van de kabel-tv of satelliettuner hebt ingesteld.
■ Stand TV
Opmerking
- U kunt de videorecorder bedienen als u de fabrikantcode ervan voor de VCR stand hebt ingesteld.

text_image
Zet de keuzeschakelaar in de stand TV. VCR REC Druk twecmaal op deze toets. ▷ Weergave van videorecorder ◀◀ Achteruitspoelen van videorecorder TV POWER Met deze toets schakelt u een tv in die een afstandsbediening met een aan/uit- toets heeft, als u de fabrikantcode van de tv hebt ingesteld. TV VOL +/- TV INPUT Cijfertoetsen Zender invoeren/ oproepen _/__ CH -/+ DISPLAY □ Pauze van videorecorder □ Stoppen van videorecorder ▷▶ Vooruitspoelen van videorecorder Videorecorder aan/ uit-schakelaar TV SLEEP TV MUTE YAMAHA- De donker gearceerde toetsen werken niet, zelfs niet als u de fabrikantcode hebt ingesteld.
- Het is mogelijk dat bepaalde toetsen niet werken, afhankelijk van de component die is aangesloten. Gebruik in dat geval de originele afstandsbediening die bij de component werd geleverd.
Instellen van de fabrikantcode
U kunt de code van de fabrikant van uw component instellen voor iedere stand van de keuzeschakelaar.
1 Schakel de component in die u wilt gebruiken.
2 Zet de keuzeschakelaar in de gewenste stand van de component (TAPE/MD, CD, DVD/LD, enz.)

3 Houd tegelijkertijd < / > gedurende ongeveer 4 seconden ingedrukt.
De indicator knippert tweemaal.

4 Voer met behulp van de cijfertoetsen de 4-cijferige fabrikantcode in van de component die u wilt gebruiken. Controleer dat de indicator tweemaal knippert.
Als de indicator niet knippert of meerdere malen snel knippert, herhaalt u stap 3 en voert u de fabrikantcode nogmaals in.


5 Druk op AV POWER (of een willekeurige andere toets) om te controleren of u de fabrikantcode op de juiste wijze hebt ingesteld.
Als de component niet kan worden bediend door de afstandsbediening, probeert u een andere fabrikantcode van dezelfde fabrikant in te stellen.

Opmerkingen
- U kunt voor iedere stand slechts één fabrikantcode instellen.
• In de standen DVD/LD en DVD MENU:
Zorg ervoor dat de keuzeschakelaar in de stand DVD/LD staat alvorens de fabrikantcode van de dvd-speler of ld-speler in te voeren. U kunt niet de fabrikantcode van een dvd-speler instellen terwijl de keuzeschakelaar in de stand DVD MENU staat. De fabrikantcode die u instelt in de stand DVD/LD wordt tevens automatisch ingesteld in de stand DVD MENU.
- Als de component niet reageert op de vermelde codes van de fabrikant, gebruikt u de afstandsbediening die oorspronkelijk bij de component werd geleverd.
■ Een tweede (en derde) videorecorder gebruiken
U kunt een tweede (en derde) videorecorder bedienen in de standen CBL/SAT en DVD MENU als een kabel-tv of satelliettuner en/of een dvd-speler niet worden gebruikt.
Opmerking
- Als u een tweede (en derde) videorecorder in de stand DVD MENU wilt instellen, moet u eerst de fabrikantcode van een ld-speler instellen voor de stand DVD/LD.
1 Schakel de videorecorder in die u wilt gebruiken.
2 Zet de keuzeschakelaar in de gewenste stand CBL/SAT of DVD MENU.

3 Houd tegelijkertijd < / > gedurende ongeveer 4 seconden ingedrukt.
De indicator knippert tweemaal.

flowchart
graph TD
A["Start"] --> B["Process Step"]
B --> C{Condition}
C -->|Yes| D["Output 1"]
C -->|No| E["Output 2"]
D --> F["End"]
E --> F
style A fill:#f9f,stroke:#333
style F fill:#bbf,stroke:#333
4 Voer met behulp van de cijfertoetsen de 4-cijferige fabrikantcode in van de tweede (en derde) videorecorder. Controleer dat de indicator tweemaal knippert.
Als de indicator niet knippert of meerdere malen snel knippert, herhaalt u stap 3 en voert u de fabrikantcode nogmaals in.


5 Druk op AV POWER (of een willekeurige andere toets) om te controleren of u de fabrikantcode op de juiste wijze hebt ingesteld.
Als de videorecorder niet kan worden bediend door de afstandsbediening, probeert u een andere fabrikantcode van dezelfde fabrikant in te stellen.

Terugkeren naar de fabrieksinstellingen
■ Terugkeren naar de fabrikantcodes die in de fabriek zijn ingesteld voor alle standen van de keuzeschakelaar
1 Houd tegelijkertijd < / > gedurende 4 seconden ingedrukt.
De indicator knippert tweemaal.

flowchart
graph LR
A["Start"] --> B["Process Step 1"]
B --> C["Process Step 2"]
C --> D["End"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
2 Voer met behulp van de cijfertoetsen het codenummer "9990" in.
Controleer dat de indicator tweemaal knippert.

text_image
HALL 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 OFF/INLOT DVD TV/VANOS DTV/CDR MAX/MAXI VBR 1 T:AMOVE THYTHUS PHONS VALOR MINI/OFF VBR 2/CDR → OFF CD RUT■ Terugkeren naar de fabrikantcodes die in de fabriek zijn ingesteld voor een bepaalde stand van de keuzeschakelaar
1 Zet de keuzeschakelaar in de stand van de component die u op de fabrieksinstellingen wilt terugstellen.

2 Houd tegelijkertijd < / > gedurende 4 seconden ingedrukt.
De indicator knippert tweemaal.

flowchart
graph TD
A["Start"] --> B["Process Step 1"]
B --> C["Step 1: Left Side with +/- sides"]
C --> D["Step 2: Right Side with +/- sides"]
D --> E["Step 3: Left Side with -/positive side"]
E --> F["Step 4: Right Side with +/- side"]
F --> G["End"]
3 Voer met behulp van de cijfertoetsen het codenummer "0000" in.
Controleer dat de indicator tweemaal knippert.

text_image
CO 1 INT 1/2 VCC 4 1/MOVE THY-2 PHONE 7 AUX 8 MOO 9 CO INT CO CO INTDe volgende fabrikantcodes zijn in de fabriek reeds ingesteld.
| Stand van de keuzeschakelaar | Component Fabrikante | code Ingestelde component Ingestelde | code | |
| TV TV 0101 | ||||
| CBL/SAT Kabel-tv 0006 | ||||
| VCR Videorecorder 0002 | ||||
| DVD/LD Dvd-speler 0008 (YAMAHA dvd-spelers) | ||||
| CD | Cd-speler | 0005 (YAMAHA cd-spelers) | ||
| TAPE/MD | Md-recorder | 0024 (YAMAHA md-recorder) | ||
Wij raden u aan alle fabrikantcodes die u hebt ingesteld in bovenstaande tabel op te schrijven.
GELUIDSVELDPROGRAMMA
Een digitale geluidsveldprocessor (DSP) gebaseerd op de nieuwste YAMAHA technologie is in dit apparaat ingebouwd. Het is mogelijk diverse geluidsvelden weer te geven voor de bron waarnaar u luistert.
Opmerking
- Ongeacht de naam van het DSP-programma en de eigenschappen vermeld in de onderstaande tabel, dient u het geluidsveldprogramma te kiezen dat het beste klinkt naar uw mening.
■ Voor audio bronnen: nr. 1 t/m 4
| Nr. | Programma (groep) | Subprogramma | Eigenschappen |
| 1 | CONCERT HALL — | Een grote ronde concertzaal met een rijk surroundeffect. Uitgesproken weerkaatsingen vanuit alle richtingen benadrukken de uitbreidingen van het geluid. Het geluidsveld heeft een sterke presence en uw virtuele zitplaats in ongeveer in het midden, dichtbij het podium. | |
| 2 | JAZZ CLUB — | Dit is het geluidsveld vooraan het podium van “The Bottom Line”, een beroemde jazzclub in New York. Er kunnen links en rechts 300 mensen zitten in een geluidsveld dat een realistisch geluid en een weerklinkende klank biedt. | |
| 3 | ROCK CONCERT — | Het ideale programma voor levendige, dynamische rockmuziek. De data voor dit programma werd opgenomen in de wildste rockclub in Los Angeles De virtuele zitplaats van de luisteraar ligt linksmidden in de zaal. | |
| 4 | ENTERTAINMENT | DISCO | Dit programma creëert de akoestische omgeving van een levendige disco in het centrum van een grote stad. Het geluid is ondoordringbaar en zeer geconcentreerd. Het wordt tevens gekarakteriseerd door een energierijk, “onmiddellijk” geluid. |
| 5CH STEREO | Door dit programma te gebruiken wordt het bereik van de luisterpositie vergroot. Dit is een geluidsveld dat geschikt is voor achtergrondmuziek op feestjes. |
Opmerking
- Geluidsweerkaatsingen (geluidseffecten) voor het bewerkstelligen van het geluidsveld en onbewerkte stereo via de linker en rechter hoofdluidsprekers wordt uitgevoerd. Het geluid wordt niet via de middenluidspreker uitgevoerd. (Het geluid wordt uitgevoerd wanneer één van deze programma's is gekozen terwijl u een bron weergeeft waarvan het signaal is gecodeerd met Dolby Digital of DTS. Als 5CH STEREO is gekozen, wordt het geluid uitgevoerd via alle luidsprekers, ongeacht de ingangsbron.)
■ Voor audiovisuele bronnen: nr. 4 t/m 6
| Nr. | Programma (groep) | Subprogramma Eigenschappen | |
| 4 | ENTERTAINMENT | GAME | Dit programma voegt een diep en ruimtelijk gevoel toe aan het geluid van videogames. |
| 5 | TV SPORTS | — | Ondanks dat het presence-geluidsveld relatief klein is, maakt het surround-geluidsveld gebruik van de geluidsomgeving van een grote concertzaal. Dit programma is geschikt voor het kijken naar diverse soorten tv-programma’s, zoals nieuwsprogramma’s, spelprogramma’s, muzickprogramma’s en sportprogramma’s. In een stereo-uitzending van een sportwedstrijd is de commentator in de middenpositie geplaatst, en spreidt het gejuich en de atmosfeer in het stadium vanuit de surroundkant uit, terwijl de uitspreiding ervan naar achteren gepast beperkt is gehouden. |
| 6 | MONO MOVIE | — | Dit programma wordt geleverd om monovideobronnen (zoals oude films) weer te geven. Het programma geeft de optimale trillingen weer om geluidsdiepte te creëren door alleen gebruik te maken van het presence-geluidsveld. |
■ Voor filmprogramma's: nr. 7 t/m 9
| Nr. | Programma (groep) | Subprogramma | Ingangsbron Eigenschappen | ||
| 7 | MOVIE THEATER 1 | SPECTACLE | 70 mm SPECTACLE | Analog, PCM, Dolby Digital in 2-kanalen | Dit programma creëert het extreem brede geluidsveld van een 70-mm bioscoop. Het geeft het brongeluid in detail exact weer, waardoor zowel het beeld- als het geluidsveld ongelooflijk realistisch worden. Dit programma is ideaal voor iedere soort videobron die is gecodeerd met Dolby Surround, Dolby Digital of DTS (met name grootschalige filmproducties). |
| DGTL SPECTACLE | Dolby Digital (5.1-kanalen) | ||||
| DTS SPECTACLE | DTS | ||||
| SCI-FI 70 mm | SCI-FI | Analog, PCM, Dolby Digital in 2-kanalen | Dit programma geeft spraak en geluidseffecten helder weer in de nieuwste geluidsvorm van siencefictionfilms, waardoor een brede en uitbreidende filmruimte wordt gecreëerd middenin de stilte. U kunt nu kijken naar siencefictionfilms in een geluidsveld van virtuele ruimte, inclusief software dat is gecodeerd met Dolby Surround, Dolby Digital of DTS en dat gebruik maakt van de nieuwste technologie. | ||
| DGTL SCI-FI | Dolby Digital (5.1-kanalen) | ||||
| DTS SCI-FI | DTS | ||||
| 8 | MOVIE THEATER 2 | ADVENTURE | 70 mm ADVENTURE | Analog, PCM, Dolby Digital in 2-kanalen | Dit programma is ideaal voor het nauwkeurig weergeven van het geluidsontwerp van de nieuwste 70-mm films met multikanalen geluidssporen. Het geluidsveld is soortgelijk gemaakt aan de nieuwste bioscopen zodat de trillingen van het geluidsveld zelf zo veel mogelijk worden beperkt. |
| DGTL ADVENTURE | Dolby Digital (5.1-kanalen) | ||||
| DTS ADVENTURE | DTS | ||||
| GENERAL 70 | mm GENERAL | Analog, PCM, Dolby Digital in 2-kanalen | Dit programma is voor het weergeven van geluiden van 70-mm films met multikanalen geluidssporen en wordt gekarakteriseerd door een zacht en uitgebreid geluidsveld. Het presence-geluidsveld is relatief smal. Het spredt zich ruimtelijk uit in het rond en naar het projectiescherm, waardoor het echo-effect van conversations wordt beperkt zonder verlies aan helderheid. Wat betreft het surround-geluidsveld, de harmonie van de muziek en het koor klinkt prachtig in een brede ruimte achterin het geluidsveld. | ||
| DGTL GENERAL | Dolby Digital (5.1-kanalen) | ||||
| DTS GENERAL | DTS | ||||
| 9 | DD/DTSSURROUND | NORMAL PRO LOGIC/NORMAL | Analog, PCM, Dolby Digital in 2-kanalen | De ingebouwde decoder geeft geluiden en geluidseffecten van bronnen exact weer. Het uiterst efficiënte decodeerproces verbetert overspraak en kanaalscheiding, en laat de geluidsplaatsing soepeler en nauwkeuriger verlopen. In dit programma wordt de digitale geluidsveldprocessor niet ingeschakeld. | |
| DOLBY DIGITAL/NORMAL | Dolby Digital (5.1-kanalen) | ||||
| DTS DIGITAL SUR./NORMAL | DTS | ||||
| ENHANCED PRO LOGIC/ENHANCED | Analog, PCM, Dolby Digital in 2-kanalen | Dit programma simuleert op een ideale manier de multisurround luidsprekersysteem van de 35-mm bioscopen. Dolby Pro Logic-decodering, Dolby Digital-decodering of DTS-decodering tezamen met digitale geluidsveldbewerking zorgen voor nauwkeurige effecten zonder de oorspronkelijke geluidsveldoriëntatic te veranderen. De surroundeffecten die door dit geluidsveld worden gecreëerd golven zich rond de luisteraar vanachteruit, naar links en rechts, en in derichting van het projectiescherm. | |||
| DOLBY DIGITAL/ENHANCED | Dolby Digital (5.1-kanalen) | ||||
| DTS DIGITAL SUR./ENHANCED | DTS | ||||
Opmerkingen
- De “DSP” indicator gaat niet branden wanneer het subprogramma “NORMAL” van het DTS SURROUND-programma wordt gekozen.
- Wanneer "1A CENTER SP" op het INSTELMENU is ingesteld op NONE, wordt door de middenluidspreker geen geluid voortgebracht.
- Het effectgeluid zal worden voortgebracht door de hoofdluidsprekers wanneer een monobron wordt weergegeven met CINEMA DSP-programmagroepen 4 (GAME) en 5 tot en met 8.
■ MOVIE THEATER 1 en 2
De meeste in de handel verkrijgbare filmsoftware heeft 4-kanalen (linker, midden, rechter en surround)
geluidsinformatie dat gecodeerd is door Dolby Surround matrixbewerking en wordt opgeslagen op de linker en rechter sporen. Deze signalen worden door de Dolby Pro Logic-decoder verwerkt. De MOVIE THEATER-programma's zijn speciaal ontworpen om de ruimtelijkheid en de delicate nuances van het geluid te doen herleven die verloren dreigen te gaan in de codeer- en decodeerprocessen.
De 6-kanalen geluidssporen die op 70-mm film staan produceren een nauwkeurige geluidsveldplaatsing en een rijk, diep geluid zonder gebruik te maken van matrixbewerking. De MOVIE THEATER 70-mm programma's van dit apparaat bieden dezelfde geluidskwaliteit en geluidsplaatsing als 6-kanalen geluidssporen.
Voor een analoge, PCM, of Dolby Digital-gecodeerde ingangsbron in 2-kanalen

Deze programma's drukken een immens geluidsveld uit en een groot surroundeffect. Zij geven tevens diepte aan het geluid van de hoofdluidsprekers om het realistische geluid van een Dolby Stereo-bioscoop na te bootsen.
70 mm SPECTACLE 70 mm SCI-FI 70 mm ADVENTURE 70 mm GENERAL
Met de ingebouwde Dolby Digital- of DTS-decoder haalt u de professionele geluidskwaliteit in huis die ontworpen is voor bioscopen. Met de MOVIE THEATER-programma's van dit apparaat kunt u een dynamisch geluid creëren waarvan u in uw eigen luistervertrek het gevoel krijgt in een publieke bioscoop te zitten door gebruik van de Dolby Digital- of DTS-technologie.
Voor een ingangsbron waarvan het signaal is gecodeerd met Dolby Digital (5.1-kanalen) of DTS (Tri-Field CINEMA DSP)

Deze programma's gebruiken YAMAHA's driedelige DSP-bewerking van ieder van de Dolby Digital- of DTS-signalen voor de voor-, linker surround- en rechter surroundkanalen. Deze bewerking stelt dit apparaat in staat het immense geluidsveld en de enorme surroundexpressie na te bootsen van een Dolby Digital-of DTS-uitgeruste bioscoop, zonder de heldere scheiding van alle kanalen op te offeren.
- Als een Dolby Digital-signaal of een DTS-signaal wordt ingevocerd terwijl de ingangsfunctie is ingesteld op AUTO, zal het DSP-programma automatisch worden omgeschakeld naar het geluidsveld voor Dolby Digital-weergave of voor DTS-weergave.
INSTELLEN VAN DE GELUIDSVELDPROGRAMMAPARAMETERS
Wat is een geluidsveld?
De rijke, volle klanken van levende instrumenten worden in feite veroorzaakt door de vele weerkaatsingen vanaf de muren van het vertrek. Behalve dat ze het geluid "levend" maken, stellen deze weerkaatsingen ons in staat te zeggen waar de muzikant zich bevindt, en wat de vorm en grootte van het vertrek zijn waarin we zitten.
■ Elementen van een geluidsveld
In iedere omgeving zijn naast het rechtstreekse geluid dat vanaf het muziekinstrument in een rechte lijn op ons oor afkomt, nog twee duidelijk herkenbare vormen van weerkaatsingen die tezamen het geluidsveld vormen.
Vroege weerkaatsingen
Weerkaatste geluiden bereiken ons oor bijzonder snel (50 ms – 100 ms na het rechtstreekse geluid) nadat ze door slechts één oppervlak zijn weerkaatst, bijvoorbeeld door het plafond of een muur. Deze weerkaatsingen bestaan in iedere bepaalde omgeving uit verschillende patronen en voorzien onze oren van belangrijke informatie. Vroege weerkaatsingen voegen in werkelijkheid helderheid toe aan het geluid.
Trillingen
Deze worden veroorzaakt door weerkaatsingen vanaf meerdere oppervlakten (muren, plafond, achterin het vertrek) die zo talrijk zijn dat ze samenvloeien en een continue sonische “nagloeiing” vormen. Ze zijn nietrichtingsgevoelig en verminderen de helderheid van het rechtstreekse geluid.
Rechtstreeks geluid, vroege weerkaatsingen en trillingen zorgen er samen voor dat we de subjectieve grootte en vorm van het vertrek kunnen bepalen. Het is deze informatie die de digitale geluidsveldprocessor genereert om geluidsvelden te creëren.
Als u de juiste vroege weerkaatsingen en de daaropvolgende trillingen in uw luistervertrek zou kunnen creëren, zou u in staat zijn uw eigen luisteromgeving samen te stellen. De akoestiek van uw vertrek zou kunnen worden veranderd in die van een concertzaal, een dansvloer, of een vertrek van nagenoeg iedere grootte. Deze mogelijkheid om naar eigen inzicht een geluidsveld te creëren is precies wat YAMAHA heeft bereikt met de digitale geluidsveldprocessor.
Geluidsveldprogrammaparameters
DSP-programma's bestaan uit een aantal parameters om de ogenschijnlijke grootte van een vertrek, trillingstijd, afstand tussen de luisteraar en de muzikant, enz., te bepalen. In ieder programma worden deze parameters ingesteld met waarden die exact zijn berekend door YAMAHA om een geluidsveld te creëren dat uniek is voor dat programma. Het wordt aanbevolen om DSP-programma's te gebruiken zonder de waarden van de parameters te veranderen, maar dit apparaat stelt u tevens in staat uw eigen geluidsvelden te creëren. Uitgaande van één van de ingebouwde programma's, kunt u de parameterwaarden veranderen.
Ieder DSP-programma bestaat uit een groep parameters die u in staat stellen om de karakteristieken van de akoestische omgeving te veranderen om zodoende exact het gewenste effect te creëren. Deze parameters komen overeen met de vele akoestische factoren waaruit het geluidsveld bestaat dat u in een echte concertzaal of andere luisteromgeving ervaart. De grootte van het vertrek, bijvoorbeeld, beïnvloed het tijdsverschil tussen de vroege weerkaatsingen. De parameter "ROOM SIZE" die onderdeel uitmaakt van vele DSP-programma's, verandert de timing tussen deze weerkaatsingen, en verandert dus de grootte van het "vertrek" waarnaar u luistert. Naast de grootte van het vertrek, hebben ook de vorm van het vertrek en de karakteristieken van de oppervlakten een grote invloed op het uiteindelijke geluid. Oppervlakken die geluid absorberen, bijvoorbeeld, zorgen ervoor dat de vroege weerkaatsingen en de trillingen sneller wegebben, terwijl sterk weerkaatsende oppervlakken het geluid juist langer doen weerkaatsen. De digitale geluidsveldprogrammaparameters stellen u in staat deze en vele andere factoren die bijdragen aan uw persoonlijke geluidsveld te regelen, waardoor in feite in staat bent het bijgeleverde standaardontwerp van de concertzaal, bioscoop enz., te "verbeteren" om zo een maatwerk luisteromgevingen te creëren die perfect overeenkomen met uw stemming en muziek.
Zie “Beschrijving van de geluidsveldprogrammaparameters”.
Veranderen van de parameterwaarden
Ondanks dat het mogelijk is naar de weergave op uw systeem te luisteren zonder de standaardinstellingen van de parameterwaarden van het geluidsveldprogramma te veranderen, is het tevens mogelijk het geluidsveldprogramma aan te passen aan de eigenschappen van de bron en de akoestiek van het luistervertrek.

text_image
3 1 2 4 5 YAMAHA1 Zet de keuzeschakelaar in de stand DSP/TUN (of AMP/TUN).

of

2 Schakel de videomonitor in en druk herhaaldelijk op ON SCREEN om de volledige displayfunctie te kiezen.

3 Kies het DSP-programma waarvan u de parameters wilt veranderen.

flowchart
graph TD
A["DSP"] --> B["DSP-programmanummer DSP-programmanaam (groep)"]
B --> C["P07 MOVIE THEATER 1 Cursor"]
C --> D["Parameters"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
Voorbeeld van MOVIE THEATER 1
4 Druk op ∧/∨ om de parameter te kiezen.

5 Druk op < / > om de parameterwaarde te veranderen.


- Als u de parameter instelt op een andere waarde dan die in de fabriek werd ingesteld, wordt naast de parameternaam een sterretje (*) afgebeeld op de videomonitor.
6 Herhaal indien noodzakelijk de bovenstaande stappen 3 tot en met 5 om andere programmaparameters te veranderen.
Reserve-stroomvoorziening voor het geheugen
De reserve-stroomvoorziening voorkomt dat de opgeslagen gegevens verloren gaan, zelfs wanneer het apparaat in de stand-bystand wordt gezet, de stekker van het netsnoer uit het stopcontact wordt getrokken, of de stroomvoorziening tijdelijk wordt onderbroken als gevolg van een stroomstoring. Als de stroomvoorziening van het apparaat echter gedurende langer dan 1 week is onderbroken, is het mogelijk dat de parameterwaarden die u hebt veranderd teruggesteld worden op de fabrieksinstelling. Als dit gebeurd is, verandert u de parameterwaarden opnieuw.
Terugstellen van parameterwaarden op de fabrieksinstelling
Kies de parameter waarvan u de waarde wilt terugstellen. Houd vervolgens < of > ingedrukt totdat de waarde tijdelijk stopt op de waarde die in de fabriek werd ingesteld. Het sterretje (*) naast de parameternaam op de videomonitor gaat uit.
Opmerkingen
- Bij sommige DSP-programma's worden de beschikbare parameters afgebeeld op meerdere OSD-pagina's. Om tussen pagina's te bladeren, drukt u op ∧/∨.
- U kunt geen parameterwaarden veranderen wanneer "10 MEMORY GUARD" op het INSTELMENU is ingesteld op ON. Als u de parameterwaarden wilt veranderen, stelt u "10 MEMORY GUARD" op het INSTELMENU in op OFF.
Beschrijving van de geluidsveldparameters
U kunt de waarden veranderen van bepaalde geluidsveldparameters zodat de geluidsvelden nauwkeurig in uw luistervertrek worden gecreëerd.
Opmerking
- Niet alle onderstaande parameters kunnen in ieder DSP-programma worden gevonden.
■ INIT.DLY (beginvertraging)
(P.INIT.DLY voor het presence-geluidsveld)
Functie: Deze parameter verandert de ogenschijnlijke afstand tussen de geluidsbron en de luisteraar door de vertragingstijd tussen het rechtstreekse geluid en de eerste weerkaatsingen, zoals gehoord door de luisteraar, te veranderen.
Instelbereik: 1 – 99 ms
Beschrijving: Hoe kleiner de waarde, hoe dichter de geluidsbron bij de luisteraar lijkt. Hoe hoger de waarde, hoe verder de geluidsbron van de luisteraar lijkt. Voor een klein luistervertrek, dient deze parameter ingesteld te worden op een lage waarde, voor een groot luistervertrek op een hoge waarde.

text_image
Niveau Tijd INIT. DLY INIT. DLY INIT. DLY Geluidsbron Eerste weerkaatsing Vroege weerkaatsingen Niveau Tijd Niveau Tijd Geluidsbron Weerkaatsingsoppervlak Lage waarde = 1 ms Hoge waarde = 99 ms(P.ROOM SIZE voor het presence-geluidsveld)
Functie: Deze parameter verandert de ogenschijnlijke grootte van het surround-geluidsveld. Hoe hoger de waarde, hoe groter het surround-geluidsveld wordt.
Instelbereik: 0,1 - 2,0
Beschrijving: Aangezien het geluid herhaaldelijk rond het vertrek wordt weerkaatst, zal hoe groter het vertrek is, de vertragingstijd tussen het oorspronkelijk weerkaatste geluid en de daaropvolgende trillingen langer worden. Door de tijd tussen de weerkaatste geluiden te veranderen, kunt u de ogenschijnlijke grootte van het virtuele zaal veranderen. Door deze parameterwaarde van 1,0 naar 2,0 te veranderen, wordt de ogenschijnlijke grootte van het vertrek verdubbeld.

text_image
Niveau Tijd Geluidsbron Vroege weerkaatsingen Niveau Tijd Geluidsbron Lage waarde = 0,1 Hoge waarde = 2,0■ LIVENESS (dood/levend)
Functie: Deze parameter verandert de weerkaatsingseigenschappen van de virtuele muren in het vertrek door de snelheid waarmee de vroege weerkaatsingen wegebben te veranderen.
Instelbereik: 0 - 10
Beschrijving: De vroege weerkaatsingen van een surroundbron ebben veel sneller weg in een vertrek met akoestisch absorberende muuropervlakken dan in een vertrek met sterk weerkaatsende oppervlakken. Een vertrek met akoestisch absorberende oppervlakken wordt "dood" genoemd, terwijl een vertrek met sterk weerkaatsende oppervlakken "levend" wordt genoemd. De "LIVENESS" parameter stelt u in staat de snelheid waarmee de vroege weerkaatsingen wegebben te veranderen en daarmee de mate van "dood-of-levend" van het vertrek.

text_image
Niveau Dood Tijd Geluidsbron Tijd Niveau Levend Tijd Weinig weerkaatst geluid Veel weerkaatst geluid Geluidsbron Lage waarde = 0 Hoge waarde = 10■ S.DELAY (surround-vertraging)
Functie: Deze parameter verandert de vertragingstijd tussen het rechtstreekse geluid en de eerste weerkaatsing in het surround-geluidsveld.
Instelbereik: 0 – 49 ms (het bereik hangt af van het signaalformaat)
Functie: Deze parameter verandert de vertragingstijd tussen het rechtstreekse geluid en de eerste weerkaatsing aan de surroundkant van het geluidsveld. U kunt deze parameter alleen veranderen als ten minste twee voorluidsprekers en twee achterluidsprekers worden gebruikt.
Instelbereik: 1 – 49 ms
■ S.ROOM SIZE (surround-vertrekgrootte)
Functie: Deze parameter verandert de ogenschijnlijke grootte van het surround-geluidsveld.
Instelbereik: 0,1 - 2,0
■ S.LIVENESS (surround-dood/levend)
Functie: Deze parameter verandert de ogenschijnlijke weerkaatsingseigenschappen van de virtuele muren in het surround-geluidsveld.
Instelbereik: 0 - 10
■ CT.DELAY (midden-vertraging)
Functie: Deze parameters veranderen de geluidsvertraging voor ieder kanaal in de 5-kanalen stereofunctie. Instelbereik: 0 – 50 ms
■ LS.DELAY (linker surround-vertraging)
Functie: Deze parameters veranderen de geluidsvertraging voor ieder kanaal in de 5-kanalen stereofunctie. Instelbereik: 0 – 50 ms
■ RS.DELAY (rechter surround-vertraging)
Functie: Deze parameters veranderen de geluidsvertraging voor ieder kanaal in de 5-kanalen stereofunctie. Instelbereik: 0 – 50 ms
STORINGZOEKEN
Raadpleeg onderstaande tabel wanneer het apparaat niet op de juiste wijze werkt. Als het probleem dat u ondervindt niet in de tabel beschreven staat, of als de gegeven oplossing niet werkt, zet u het apparaat in de stand-bystand, trekt u de stekker van het netsnoer uit het stopcontact, en neemt u contact op met de dichtstbijzijnde erkende YAMAHA handelaar of het dichtstbijzijnde erkende YAMAHA servicecentrum.
■ Algemeen
| Probleem | Oorzaak Oplossing | Zie blz. | |
| Het apparaat wordt niet ingeschakeld wanneer op STANDBY/ON (of op POWER) wordt gedrukt, of zet zichzelf spoedig na inschakelen in de stand-bystand. | Het netsnoer is niet op het apparaat aangesloten of de stekker is niet geheel in het stopcontact gestoken. | Sluit het netsnoer op de juiste wijze stevig aan. | 19 |
| De IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar op het achterpaneel van het apparaat is niet geheel in de linker of rechter stand gezet. | Zet de schakelaar geheel in de linker of rechter stand terwijl het apparaat in de stand-bystand staat. | 19 | |
| Het beveiligingscircuit is geactiveerd. Controleer dat alle luidsprekersnoeren op de juiste wijze op dit apparaat en op alle luidsprekers zijn aangesloten, en dat de draad van iedere aansluiting niets anders raakt dan de bijbehorende aansluitpool. | 16, 17 | ||
| Het on-screen-display wordt niet weergegeven. | De instelling van de on-screen-display is op “DISPLAY OFF” ingesteld. | Stel de volledige on-screen-displayfunctie of de verkorte on-screen-displayfunctie in. | 20 |
| De instelling BLUE BACK (blauwe achtergrond) van “9 DISPLAY SET (displayinstellingen)” op het INSTELMENU is ingesteld op OFF en er wordt geen videosignaal in dit apparaat ingevoerd. | Stel BLUE BACK in op AUTO zodat het on-screen-display altijd wordt afgebeeld. | 45 | |
| Er wordt geen geluid en/of beeld weergegeven. | De kabels zijn niet op de juiste wijze op de ingangs- of uitgangsaansluitingen aangesloten. | Sluit de kabels op de juiste wijze aan. Als het probleem aanhoudt, is het mogelijk dat de kabels defect zijn. | 12 – 15 |
| Er is geen toepasselijke ingangsbron gekozen. | Kies een toepasselijke ingangsbron met behulp van INPUT <//> of 6CH INPUT (of met behulp van de ingangsbron-keuzetoetsen). | 24 | |
| De luidsprekers zijn niet op de juiste wijze aangesloten. | Sluit de luidsprekers op de juiste wijze aan. 16, | 17 | |
| De te gebruiken hoofdluidsprekers zijn niet op de juiste wijze gekozen. | Kies de hoofdluidspreker met behulp van SPEAKERS A en/of B. | 24 | |
| Het volumcniveau is laag ingesteld. Verhoog het volumcniveau. 25 | |||
| Het geluid wordt gedempt. Druk op MUTE of op een willekcurige bedieningstoets van het apparaat om de dempingsfunctie uit te schakelen, en stel het volumcniveau in. | 25 | ||
| Digitale signalen, anders dan PCM-audio-, Dolby Digital- of DTS-signalen, die dit apparaat niet kan weergeven worden in het apparaat ingevoerd door een cd-rom, enz., weer te geven. | Geef een bron weer waarvan dit apparaat de signalen kan weergeven. | — | |
| Het beeld wordt niet weergegeven. | De uitvoer en de invoer voor de video zijn aangesloten op verschillende soorten videoansluitingen. | Sluit dezelfde soort aansluitingen (composietvideo-, S-video- en componentvideoansluitingen) op elkaar aan voor zowel invoer als uitvoer. | 14, 15 |
STORINGZOEKEN
| Probleem Oorzaak | Oplossing Zie blz. | ||
| De geluidsweergave valt plotseling weg. | Het beveiligingscircuit is geactiveerd als gevolg van kortsluiting, cnz. | Controleer dat de IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar in de juiste stand is gezet en schakel vervolgens het apparaat in. | 19 |
| Controleer dat de luidsprekerdraden elkaar niet raken en schakel vervolgens het apparaat in. | 16, 17 | ||
| De slaaptimer is in werking getreden. 47 | Schakel het apparaat in en geef de bron nogmaals weer. | ||
| Het geluid wordt gedempt. Druk op MUTE of op een willekeurige bedieningstoets van het apparaat om de dempingsfunctie uit te schakelen, en stel het volumeniveau in. | 25 | ||
| Alleen de luidsprekers aan één kant brengen geluid voort. | De luidsprekersnoeren zijn niet op de juiste wijze aangesloten. | Sluit de luidsprekersnoeren op de juiste wijze aan. Als het probleem aanhoudt, is het mogelijk dat de luidsprekersnoeren defect zijn. | 12 – 17 |
| De effectluidsprekers brengen geen geluid voort. | Het gcluidseffect is uitgeschakeld. 29 | Druk op EFFECT om het geluidseffect in te schakelen. | |
| Een Dolby Surround-, Dolby Digital- of DTS-decoderend DSP-programma wordt gebruikt voor een signaal dat niet is gecodeerd met Dolby Surround, Dolby Digital of DTS. | Kies een ander DSP-programma. | 55, 56 | |
| 96-kHz-bemonsterde digitale signalen worden in dit apparaat ingevoerd. | 25 | ||
| De middenluidspreker brengt geen geluid voort. | Het uitgangsniveau van de middenluidspreker is erg laag ingesteld. | Verhoog het uitgangsniveau van de middenluidspreker. | 46 |
| “1A CENTER SP” op het INSTELMENU is ingesteld op NONE. | Stel de toepasselijke uitgangsfunctie van de middenluidspreker in. | 40 | |
| Één van de hifi-DSP-programma’s 1 tot en met 4 is gekozen. | Kies een ander DSP-programma. | 55, 56 | |
| De bron, die gecodeerd is met een Dolby Digital- of een DTS-signaal, bevat geen signaal voor het middenkanaal. | — | ||
| De achterluidsprekers brengen geen geluid voort. | Het uitgangsniveau van de achterluidsprekers is erg laag ingesteld. | Verhoog het uitgangsniveau van de achterluidsprekers. | 46 |
| Een bron wordt in mono weergegeven met behulp van programma 9. | Kies een ander DSP-programma. | 55, 56 | |
| De subwoofer brengt geen geluid voort. | “1D LFE/BASS OUT” op het INSTELMENU is ingesteld op MAIN terwijl een Dolby Digital- of DTS-signaal wordt wccrgegeven. | Kics de instelling SWFR of BOTH. | 42 |
| “1D LFE/BASS OUT” op het INSTELMENU is ingesteld op SWFR of MAIN terwijl een 2-kanalen bron wordt wccrgegeven. | Kics de instelling BOTH. | 42 | |
| De bron bevat geen lagetonensignalen (90 Hz of lager). | — | ||
| De lagtonenweergave is slecht. | “1D LFE/BASS OUT” op het INSTELMENU is ingesteld op SWFR of BOTH terwijl uw luidsprekersysteem geen subwoofer heeft. | Kies de instelling MAIN. 42 | |
| De uitgangsfunctie van één of enkele luidsprekers (hoofd-, midden- of achterluidspreker) op het INSTELMENU komt niet overeen met uw luidsprekersysteem. | Kies de juiste uitgangsfunctie voor iedere luidspreker aan de hand van de grootte van de luidsprekers in uw luidsprekersysteem. | 40, 41 | |
| Probleem Oorzaak Oplossing Zie blz. | |||
| Een bromgeluid wordt weergegeven. | De kabels zijn niet op de juiste wijze aangesloten. | Sluit de audiostekkers van de kabels stevig aan op de aansluitingen. Als het probleem aanhoudt, is het mogelijk dat de kabels defect zijn. | 12-15 |
| De platenspeler is niet aangesloten op de GND-aansluiting. | Sluit de aardedraad van uw platenspeler aan op de GND-aansluiting van dit apparaat. | 12, 13 | |
| Het volumeniveau is erg laag tijdens het weergeven van een plaat. | De plaat wordt weergegeven op een platenspeler met een MC-element. | De platenspeler moet op dit apparaat worden aangesloten via een MC-kopversterker. | 12 |
| Het volumeniveau kan niet worden verhoogd, of het geluid is vervormd. | De component die is aangesloten op de REC OUT-aansluitingen van dit apparaat is uitgeschakeld. | Schakel de component in. 12 | |
| Het effect- en surroundgeluid kan niet worden opgenomen. | Het is niet mogelijk het effect-en surroundgeluid op te nemen op een opnamecomponent. | 38 | |
| Een bron kan niet worden opgenomen door een digitale opnamecomponent die is aangesloten op de DIGITAL OUTPUT-aansluiting van dit apparaat. | De broncomponent is alleen aangesloten op de analoge ingangsaansluitingen van dit apparaat. | Sluit de broncomponent aan op de digitale ingangsaansluitingen van dit apparaat. | 12-15 |
| De geluidsveld-programmaparameters en enkele andere instellingen van dit apparaat kunnen niet worden veranderd. | “10 MEMORY GUARD” op het INSTELMENU is ingesteld op ON. | Kies de instelling OFF. 45 | |
| Wanneer TUNER is gekozen, verandert de DSP-programmanaam die op het display wordt afgebeeld onmiddellijk in de frequentie. | De on-screen-displayfunctie is ingesteld op het verkorte display of is uitgeschakeld. | Als u wilt dat de DSP-programmanaam permanent wordt afgebeeld, stelt u de on-screen-displayfunctie in op het volledige display. | 20 |
| Het apparaat werkt niet juist. | De ingebouwde microcomputer is vastgelopen als gevolg van een elektrische schok van buitenaf (zoals bliksem of overmatige statische elektriciteit) of door een stroomvoorziening met een laag voltage. | Trek de stekker uit het stopcontact en steek deze er na ongeveer 30 seconden vervolgens weer in. | — |
| De geluidsweergave verslechtert wanneer met de h.oofdtelefoon op wordt geluisterd naar een tapedeck of cd-speler aangesloten op dit apparaat. | Dit apparaat staat in de stand-bystand. Schakel dit apparaat in. | — | |
| Er is ruis van digitale of hogefrequentieapparatuur, of van dit apparaat. | Het apparaat staat te dicht bij de digitale of hogefrequentieapparatuur. | Plaats het apparaat verder weg van dergelijke apparatuur. | — |
■ Tuner
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | Zie blz. | |
| FM | De FM-stereo-ontvangst is slecht. | De karakteristieken van FM-stereo-uitzendingen kunnen dit probleem veroorzaken wanneer het zendstation te ver weg ligt of de antennesignaalinvoer van slechte kwaliteit is. | Controleer de antenneaansluitingen.Probeer de FM-stereo-ontvangst nogmaals met gebruik van een richtingsgevoelige FM-antenne van hoge kwaliteit.Stem handmatig af. | 30, 31 |
| Er is vervorming, en de FM-entvangst is niet helder, zelfs niet met gebruik van een goede FM-antenne. | Er treedt reflectievervorming op. Verander de positie van de antenne om de reflectievervorming op te heffen. | 30 | ||
| Er kan niet afgestemd worden op de gewenste FM-zender met behulp van automatisch afstemmen. | Het signaal van de FM-zender is te zwak. Stem handmatig af.Gebruik een richtingsgevoelige FM-antenne van hoge kwaliteit. | 30, 31 | ||
| Er kan niet meer afgestemd worden op reeds geprogrammeerde FM-voorkeurzenders. | Het apparaat is zeer lange tijd uitgeschakeld geweest. | Programmeer de FM-zenders opnieuw. 32 | ||
| AM | Er kan niet afgestemd worden op de gewenste AM-zender met behulp van automatisch afstemmen. | Het signaal van de AM-zender is zwak of de aansluitingen van de AM-raamantenne zitten los. | Draai de aansluitingen van de AM-raamantenne vast en plaats deze in de richting met de beste ontvangst.Stem handmatig af. | 30, 31 |
| Er zijn voortdurend kraaktonen en sisgeluiden. | Deze storing is het gevolg van bliksem, tl-lampen, motoren, thermostaten en andere elektrische apparatuur. | Gebruik een AM-buitenantenne en een goede aardleiding. Hierdoor kan een verbetering optreden, maar het is moeilijk alle ruis te voorkomen. | 30 | |
| Er zijn zoemgeluiden en fluittonen (met name's avonds). | Een tv die dichtbij staat wordt gebruikt. Plaats dit apparaat verder weg van de tv. — | |||
■ Afstandsbediening
| Probleem | Oorzaak Oplossing Zie b/z. | ||
| De afstandsbediening werkt niet op de juiste wijze. | De afstand is te groot of de hoek is verkeerd. De afstandsbediening werkt binnen een maximale afstand van 6 meter tot het apparaat, en binnen een hoek van 30 graden uit de middellijn loodrecht op het voorpancel. | 8 | |
| Rechtstreeks zonlicht of verlichting (van een tl-lamp, enz.) valt op de afstandsbedieningssensor van dit apparaat. | Stel het apparaat op een andere plaats op. — | ||
| De batterijen zijn bijna leeg. Vervang alle batterijen door nieuwe batterijen. | 3 | ||
| Het apparaat of de andere component kan niet worden bediend. | De component die u wilt bedienen is niet gekozen. | Zet de keuzeschakelaar in de stand die overeenkomt met de component die u wilt bedienen. | 48 |
| De afstandsbediening kan systeemcomponenten niet bedienen. | — | ||
| De fabrikantcode is niet op de juiste wijze ingesteld. | Stel de fabrikantcode nogmaals in. | 53 | |
| Probeer een andere fabrikantcode voor dezelfde fabrikant in te stellen. | |||
| Afhankelijk van de fabrikant of het model, kunnen bepaalde componenten niet worden bediend met de afstandsbediening van dit apparaat, ondanks dat de fabrikantcode op de juiste wijze is ingesteld. | Gebruik de afstandsbediening die oorspronkelijk met uw component is meegeleverd. | — |
Nadat dit apparaat is blootgesteld aan een sterke elektrische schok van buitenaf, zoals bliksem en sterke statische elektriciteit of als u de bediening van dit apparaat verkeerd uitvoert, is het mogelijk dat het apparaat niet meer juist werkt. In dergelijke gevallen zet u het apparaat in de stand-bystand, trekt u de stekker van het netsnoer uit het stopcontact, steekt u deze er na 30 seconden weer terug in, en begint u met de bediening van het apparaat.
TECHNISCHE GEGEVENS
AUDIO-GEDEELTE
- Minimaal RMS-uitgangsvermogen voor MAIN, CENTER, REAR 20 Hz tot 20 kHz, 0,06% totale harmonische vervorming, 8 ohm .... 90 W 1 kHz, 0,06% totale harmonische vervorming, 8 ohm .... 100 W
• DIN standaarduitgangsvermogen [alleen model voor Europa] 1 kHz, 0,7% totale harmonische vervorming, 4 ohm ...... 130 W
- IEC uitgangsvermogen [alleen model voor Europa] 1 kHz, 0,06% totale harmonische vervorming, 8 ohm ...... 100 W
• Dynamisch vermogen (IHF) 8/6/4/2 ohm 120/140/175/210 W
• Dempingsfactor 20 Hz tot 20 kHz, 8 ohm .... 80 of hoger
- Frequentiebereik CD naar MAIN L/R....10 Hz tot 100 kHz, -3 dB
• RIAA-balansafwijking PHONO (MM) .... ±0,5 dB
- Totale harmonische vervorming PHONO MM (20 Hz tot 20 kHz, 1V, REC OUT) 0,02% of lager CD, enz. (20 Hz tot 20 kHz, 45 W, 8 ohm, MAIN L/R) 0,06% of lager
- Signaal/ruisverhouding (IHF-A netwerk) PHONO MM naar REC OUT (5 mV, kortgesloten) 81 dB of hoger CD (250 mV, kortgesloten) naar MAIN L/R, effect uit 100 dB of hoger
- Eigenruis (IHF-A netwerk) MAIN L/R 150 µV of lager
- Kanaalscheiding (1 kHz/10 kHz) CD (5,1 kohm afsluitweerstand) naar MAIN L/R..... 60 dB/45 dB
- Klankregelingskarakteristicken (MAIN L/R) BASS (lagetonen): versterking/afsluiting.... ±10 dB/50 Hz TREBLE (hogetonen): versterking/afsluiting .... ±10 dB/20 kHz BASS EXTENSION (superlagetonen) ....+6 dB/60 Hz
• Hoofdtelefoonaansluiting 400 mV/560 ohm
- Ingangsgevoeligheid CD, enz. 150 mV/47 kohm PHONO 2,5 mV/47 kohm 6CH INPUT 150 mV/47 kohm
• Maximum ingangssignaalniveau PHONO MM (1 kHz, 0,1% totale harmonische vervorming) ..... 100 mV of hoger CD, enz. (1 kHz, 0,5% totale harmonische vervorming) ..... 2,2 V of hoger
- Uitgangsniveau REC OUT ....150 mV/1,2 kohm PRE OUT ....2,1 V/1,2 kohm SUBWOOFER ....4,0 V/1,2 kohm
VIDEO-GEDEELTE
- Videosignaaltype PAL
- Composietvideosignaalniveau ....1 Vp-p/75 ohm
• S-videosignaalniveau Y ....1 Vp-p/75 ohm C ....0,286 Vp-p/75 ohm
- Componentvideosignaalniveau Y ....1 Vp-p/75 ohm P_B/C_R, P_R/C_R ....0,7 Vp-p/75 ohm
• Signaal/ruisverhouding 50 dB of hoger
- Frequentiebereik (MONITOR OUT) Compositvideo, S-video ....5 Hz tot 10 mHz, -3 dB Componentvideo .... gelijkspanning tot 30 mHz, -3 dB
FM-GEDEELTE
- Afstembereik 87,50 tot 108,00 mHz
- 50 dB dempingsgevoeligheid (IHF 100% mod.) Mono/stereo .... 2,0 μV (17,3 dBf)/25 μV (39,2 dBf)
- Selectiviteit (400 kHz).... 70 dB
• Signaal/ruisverhouding (IHF) Mono/stereo 76 dB/70 dB
- Harmonische vervorming (1 kHz) Mono/stereo 0,2%/0,3%
- Stereoscheiding (1 kHz) 48 dB
- Frequentiebereik 20 Hz tot 15 kHz, +0,5/-2,0 dB
AM-GEDEELTE
- Afstembereik 531 tot 1611 kHz
• Effectieve gevoeligheid .... 300 μV/m
• Signaal/ruis-verhouding 52 dB
ALGEMEEN
- Stroomvoorziening 230 V wisselstroom/50 Hz
• Stroomverbruik .... 260 W Stand-bystand .... 0,9 W
- Netspanningsaansluitingen (maximaal 100 W totaal) [model voor Europa] .... 2 (geschakeld) [model voor het U.K.] .... 1 (geschakeld)
- Afmetingen (B x H x D) ....435 x 151 x 390 mm
• Gewicht 10,5 kg
• Toebchoren ...... Afstandsbediening ...... Batterijen ...... AM-raamantenne ...... FM-binnenantenne
Beknopt bedieningsoverzicht (Quick Reference Card).... Aansluitgids (Connection Guide)
* De technische gegevens zijn onderhevig aan veranderingen zonder voorafgaande kennisgeving.
VERKLARENDE WOORDENLIJST
■ Dolby Surround
Dolby Surround maakt gebruik van een analoog 4-kanalen opnamesysteem om realistische en dynamische geluidseffecten weer te geven: twee linker en rechter hoofdkanalen (stereo), een middenkanaal voor dialoog (mono), en een achterkanaal voor speciale geluidseffecten (mono). Het achterkanaal geeft geluid weer binnen een smal frequentiebereik.
Dolby Surround wordt zeer veel gebruikt bij nagenoeg alle videocassettes en laserdisks, en tevens in veel tv- en kabeluitzendingen. De Dolby Pro Logic-decoder die in dit apparaat is ingebouwd, maakt gebruik van een digitaal signaalbewerkingssysteem dat automatisch het volumeniveau van ieder kanaal stabiliseert om de geluidseffecten en het richtingsgevoel te verbeteren.
■ Dolby Digital
Dolby Digital is een digitaal surroundgeluidssysteem waarmee u volledig onafhankelijke multi-kanalen audio verkrijgt. Dolby Digital biedt u vijf audiokanalen met volledig bereik: drie voorkanalen (links, midden en rechts) en twee stereo achterkanalen. Met een extra kanaal speciaal voor lagetoneneffecten, genaamd LFE (Low Frequency Effect), heeft het systeem een totaal van 5.1-kanalen (LFE wordt als 0.1 kanaal gerekend). Door 2-kanalen stereo te gebruiken voor de achterkanalen, zijn nauwkeurigere bewegende geluidseffecten en surroundgeluidsomgeving mogelijk dan met Dolby Surround. Het brede dynamische bereik (van maximaal naar minimaal volumeniveau) dat wordt weergegeven door de vijf kanalen met volledig bereik, en de precieze geluidsplaatsing die door de digitale geluidsbewerking wordt verkregen, biedt de luisteraars een tot op heden ongekende opwinding en realisme. Met dit apparaat kan iedere geluidsomgeving, van mono tot en met een 5.1-kanalen configuratie, naar eigen inzicht worden gekozen.
■ DTS (Digital Theater Systems) Digital Surround
DTS Digital Surround werd ontwikkeld ter vervanging van het analoge geluidsspoor van films met een 6-kanalen digitaal geluidsspoor, en wint nu snel aan populariteit in bioscopen over de hele wereld. Digital Theater Systems Inc. heeft een thuistheatersysteem ontwikkeld zodat u kunt genieten van de diepte van het geluid en de natuurlijke ruimtelijke werking van DTS Digital Surround bij u thuis. Dit systeem biedt nagenoeg vervormingsvrij, helder 6-kanalen geluid (technisch gesproken een linker, rechter en middenkanaal, twee achterkanalen, en een LFE 0.1-kanaal als subwoofer vormen het totaal van 5.1-kanalen).
■ LFE 0.1-kanaal
Dit kanaal is voor het weergeven van superlagtonen. Het frequentiebereik van dit kanaal is 20 tot 120 Hz. Dit kanaal wordt als 0.1 kanaal gerekend omdat het slechts het lage frequentiebereik ondersteunt in vergelijking met het volledige bereik van de andere 5 kanalen in een Dolby Digital systeem of een DTS 5.1-kanalen systeem.
■ CINEMA DSP

Aangezien de Dolby Surround- en DTS-systemen oorspronkelijk werden ontworpen voor gebruik in een bioscoop, merkt u hun effect het best in een bioscoop met veel luidsprekers die is ontworpen voor akoestische effecten. Aangezien de omstandigheden in uw huis, zoals vertrekgrootte, wandbebekledingsmateriaal, aantal luidsprekers, enz., enorm kan verschillen, is het onvermijdelijk dat er tevens verschillen in waargenomen geluid optreden. Aan de hand van een schat aan werkelijk gemeten gegevens, maakt YAMAHA CINEMA DSP gebruik van originele YAMAHA geluidsveldtechnologie en combineert de Dolby Pro Logic-, Dolby Digital- en DTS-systemen om u de visuele en audio-ervaring van een bioscoop te laten beleven in het luistervertrek van uw eigen huis.
■ SILENT CINEMA
YAMAHA heeft een DSP-algoritme voor hoofdtelefoons ontworpen met een natuurlijk en realistisch geluidseffect. Parameters voor de hoofdtelefoon zijn ingesteld voor ieder geluidsveld zodat een nauwkeurige gewaarwording van alle geluidsvelden wordt verkregen met de hoofdtelefoon.
■ Virtual CINEMA DSP
YAMAHA heeft een Virtual CINEMA DSP-algoritme ontworpen waarmee u in staat bent te genieten van surroundeffecten in een DSP-geluidsveld, zelfs zonder achterluidsprekers, door gebruik te maken van virtuele achterluidsprekers.
Het is zelfs mogelijk naar Virtual CINEMA DSP te luisteren met een minimaal 2-luidsprekersysteem waarin geen middenluidspreker is opgenomen.
■ S VIDEO-signaal
Met het S-VIDEO-signaalsysteem wordt het videosignaal dat normaal gesproken wordt uitgestuurd met behulp van een penkabel, gescheiden en uitgestuurd als een Y-signaal voor de luminantie (helderheid) en een C-signaal voor de chrominantie (kleur) via de S VIDEO-kabel. Door gebruik te maken van de S VIDEO-aansluiting wordt voorkomen dat het videosignaal tijdens de overdracht aan kwaliteit verliest en wordt het mogelijk nog mooiere beelden op te nemen en weer te geven.
■ Componentvideosignaal
Met het componentvideosignaalsysteem wordt het videosignaal gescheiden in een Y-signaal voor luminantie (helderheid) en het P_B/C_B -signaal en P_R/C_R -signaal voor de chrominantie (kleur). Kleuren kunnen met dit systeem meer waarheidsgetrouw worden weergegeven omdat ieder van deze signalen onafhankelijk van elkaar is. Het componentvideosignaal wordt tevens het "kleurverschilsignaal" genoemd omdat het luminantiesignaal wordt afgetrokken van het kleursignaal. Om het componentvideosignaal te kunnen uitvoeren is een monitor met componentvideo-ingangsaansluitingen vereist.
■ PCM (Lineair PCM)
Lineair PCM is een signaalformaat waarbij een analoog audiosignaal wordt gedigitaliseerd, opgenomen en uitgestuurd zonder enige compressie. Dit wordt gebruikt als opnamemethode voor de audio van cd's en dvd's. Het PCM-systeem gebruikt een techniek voor het bemonsteren van de grootte van het analoge signaal per zeer kleine tijdseenheid. PCM, voluit Puls Code Modulatie, heet zo omdat het analoge signaal wordt gecodeerd als pulsen en vervolgens gemoduleerd voor opname.
■ Bemonsteringsfrequentie en aantal gekwantificeerde bits
Bij het digitaliseren van een analoog audiosignaal wordt het aantal keren per seconde dat het signaal wordt bemonsterd de bemonsteringsfrequentie genoemd, terwijl de mate van nauwkeurigheid waarmee het geluidsniveau in een numerieke waarde wordt omgezet, het aantal gekwantificeerde bits wordt genoemd. Het frequentiebereik dat kan wordt weergegeven wordt bepaald door de bemonsteringsfrequentie, terwijl het dynamische bereik, dat het verschil in geluidsniveau aangeeft, wordt bepaald door het aantal gekwantificeerde bits. Over het algemeen, hoe hoger de bemonsteringsfrequentie, hoe breder het bereik van de frequenties die kunnen worden weergegeven, en hoe hoger het aantal gekwantificeerde bits, hoe nauwkeuriger het geluidsniveau kan worden weergegeven.
■ I/O-toewijzing (INSTELMENU)
Ondanks dat componenten normaal gesproken worden aangesloten overeenkomstig de namen van de aansluitingen aangegeven op het achterpaneel, is dit apparaat uitgerust met een functie die aansluitingen toewijst aan de hand van de aangesloten componenten. Als de aangesloten component anders is dan de componentnaam aangegeven voor de componentvideo-ingangsaansluitingen of digitale ingangs-/uitgangsaansluitingen van dit apparaat, is het mogelijk aansluitingen toe te wijzen aan de hand van de aangesloten componenten. Hiermee is het mogelijk de toewijzing van de aansluiting te veranderen en effectief meer componenten aan te sluiten.
INDEX
A
Aansluitingen Antennes .... 30
Audiocomponenten (md-recorder, cd-recorder, cd-speler en platenspeler) 12
Externe decoder 18
Externe versterker.... 18
Luidsprekers 16
Netsnoeren 19
Videocomponenten (dvd-speler, videorecorder en tv/digitale tv of kabel-tv/satelliettuner) 14
Accessoires .... 3
Achterpancel.... 10
Afstandsbediening Basisbediening .... 6
Batterijen 3
Bedieningsbereik 8
Instelcodes 53
Display van het voorpaneel 9
DOLBY D. SET (SET MENU)
D-RANGE 44
LFE LEVEL 44
Dolby Digital 69
Geheugen, Reserve-stroomvoorziening voor het geheugen 32, 40, 46, 59
Geluiddemping 25
Geluidsveld....58
H
HP TONE CTRL (SET MENU).... 43
|
IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar.... 19
Ingangsfuncties.... 26
INPUT MODE (SET MENU) 43
K
Keuzeschakelaar 6,48
L
LFE 44,69
Luidsprekers Opstelling .... 11
Uitgangsbalans (testtoon) 22
Uitgangsfunctie (SET MENU) 21
Uitgangsniveaus (LEVEL-functie) 46
M
MEMORY GUARD (SET MENU).... 45
N
Netsnoeren 19
Netspanningsaansluitingen 19
0
Opnemen 38
P
PCM....70
PHONO-aansluitingen.... 12
Programmeren van voorkeurzenders Automatisch programmeren .... 32
Handmatig programmeren.... 33
R
RDS-zenders EON-functie .... 37
PTY SEEK-functie 36
RDS-functie 35
S
SET MENU 39
SILENT CINEMA 29,69
Slaaptimer 47
SP DELAY TIME (SET MENU) 45
Videoaansluitingen 14
Virtual CINEMA DSP 29,69
Voorkeurzenders Afstemmen op een voorkeurzender .... 33
Omwisselen van voorkeurzenders 34
Voorpaneel 4
W
Weergeven 24
LIST OF MANUFACTURER'S CODES LISTES DES CODES FABRICANT VERZEICHNIS DER HERSTELLERCODES LISTA ÖVER TILLVERKARKODER ELENCO DEI CODICI DEL FABBRICANTE LISTA DE CÓDIGOS DE FABRICANTES LIJST VAN CODES VAN FABRIKANT
TV
ADMIRAL 0411, 0451, 0911, 1021, 1081
AIKO 0891
AKAI 0061, 0101, 0231, 1191, 1351, 1591, 1641, 1791, 1891, 1981
AKURA 1331
ALBA 1241, 1331, 2361
ALBIRAL 1971
AMSTRAD 1301, 1511
ANAM 1171
ARC EN CIEL 0571
ARCAM 0571, 0761
ARISTONA 0751
ARTHUR MARTIN 0451, 1641
ASA 0411, 0451, 0521, 0781, 0871, 1021, 1081, 1421, 2051, 2091, 2151, 2551
ASTRA 1511
ATANTIC 0761
ATLANTIC 0761
ATORI 1511
AUDIOSONIC 1181, 1321, 1511
AUSIND 0491, 1411
AUTOVOX 0091, 0351, 0481, 0491, 0601, 0781, 0951, 1051, 1081, 1391, 1421
BAIRD 1101, 1351
BANG & OLUFSEN 1081
BASIC LINE 1321, 1331
BAUER 1451
BAUR 0041, 0061, 0121, 0131, 0221, 1561
BEKO 2491, 2501
BLAUPUNKT 0221, 0231, 0241, 0251, 0471, 0741, 2201, 2211, 2221, 2231, 2241, 2261, 2571, 2581
BRANDT 0571, 0651, 0731, 0901, 1821
BRIONVEGA 1021, 1051, 1081
BRITANNIA 0761
BRUNS 0821, 0991, 1021, 1081
BSR 0391, 0691, 1621, 1901, 1981
BUSH 0451, 1241, 1331, 1641, 1741, 2131, 2151
BUSH (UK) 0481, 1561, 1611
CANDLE 0791
CENTURY 1021, 1081
CGE 0491, 0811, 0981, 1401, 1531, 1611, 1621, 1981, 2201, 2251, 2271
CITIZEN 0791
CLARIVOX 0821, 0961, 1971
CLATRONIC 1181, 1331
CONCERTO 0791
CONDOR 0761
CONTEC 0151,1171
CONTINENTAL EDISON
0571,0651,0901
CRAIG 1171
CROSLEY 0021, 0491, 1021, 1081, 1401, 1981, 2201, 2251, 2271
CROWN 2541
CTC CLATRONIC 0261
CXC 1171
DAEWOO 0101, 1501, 1511, 2611
DANSAI 0101
DECCA 0271, 0581, 0601, 0971, 1101, 1691
DECCA (UK) 0271, 0581, 0601, 1101, 1681
DEGRAAF 0451, 1351
DIXI 0991,1511
DOMEOS 0101
DORIC 1031
DUAL 0091,0601,1611, 1641,2101
DUAL-TEC 0601, 1511, 1621, 2111
DUMONT 0261, 0521, 0781, 1021, 1081, 1981, 2121, 2151
DYNATRON 0101