RXV620RDS - Ontvanger YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis RXV620RDS YAMAHA in PDF-formaat.

📄 514 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice YAMAHA RXV620RDS - page 436
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : YAMAHA

Model : RXV620RDS

Categorie : Ontvanger

Download de handleiding voor uw Ontvanger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RXV620RDS - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RXV620RDS van het merk YAMAHA.

GEBRUIKSAANWIJZING RXV620RDS YAMAHA

1 Om u van de beste prestaties te verzekeren, dient u deze gebruiksaanwijzing aandachtig door te lezen. Bewaar deze op een veilige plaats voor eventuele latere naslag. 2 Installeer het apparaat op een goed geventileerde, koele, droge, schone plek met tenminste 30 cm ruimte aan de bovenkant, 20 cm aan de rechter- en linkerkant en 10 cm ruimte aan de achterkant als ventilatieruimte — uit direct zonlicht, uit de buurt van warmtebronnen, trillingen, stof, vocht en/of kou. 3 Stel het apparaat op afstand van andere elektrische apparatuur, motors, en transformators op om bromgeluiden te voorkomen. Om brand of elektrische schokken te voorkomen, stelt u dit apparaat niet op plaatsen op waar het blootgesteld kan worden aan regen, water of enige andere soort vloeistof. 4 Stel dit apparaat niet bloot aan extreme temperatuurschommelingen van koud naar heet, en stel dit apparaat niet op in een omgeving met een hoge luchtvochtigheid (bijv. een vertrek met een luchtbevochtiger), om condensvorming in dit apparaat te voorkomen, waardoor weer elektrische schokken, brand, schade aan dit apparaat en/of persoonlijk letsel kunnen worden veroorzaakt. 5 Plaats de volgende voorwerpen niet op dit apparaat: – andere componenten, omdat deze schade aan en/of verkleuring van het buitenpaneel van dit apparaat kunnen veroorzaken. – brandende voorwerpen (d.w.z. kaarsen), omdat deze brand, schade aan dit apparaat en/of persoonlijk letsel kunnen veroorzaken. – voorwerpen waarin een vloeistof zit, omdat deze een elektrische schok aan de gebruiker en/of schade aan dit apparaat kunnen veroorzaken. 6 Bedek het apparaat niet met een krant, een tafelkleed, een gordijn, enz., om de warmte- uitstraling niet te belemmeren. Als de temperatuur binnenin dit apparaat stijgt, kunnen brand, schade aan dit apparaat en/of persoonlijk letsel worden veroorzaakt. 7 Steek de stekker van het netsnoer van dit apparaat niet in het muurstopcontact voordat alle aansluitingen zijn gemaakt. 8 Gebruik dit apparaat niet ondersteboven. Hierdoor kan het oververhit raken waardoor mogelijkerwijs schade kan worden veroorzaakt. 9 Oefen geen kracht uit op de schakelaars, knoppen en/of toetsen. 10 Wanneer u de stekker uit het muurstopcontact wilt trekken, trekt u aan de stekker zelf en niet aan het snoer.

VOORZICHTIG: LEES EERST DEZE AANWIJZINGEN ALVORENS

HET APPARAAT IN GEBRUIK TE NEMEN

  • 11 Reinig dit apparaat niet met chemische oplosmiddelen omdat hierdoor de afwerklaag kan worden beschadigd. Gebruik een schone, droge doek. 12 Alleen de op dit apparaat aangegeven netspanning mag worden gebruikt. Het is gevaarlijk dit apparaat met een hogere dan de aangegeven netspanning te gebruiken omdat hierdoor brand, schade aan dit apparaat en/of persoonlijk letsel kunnen worden veroorzaakt. YAMAHA aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid voor enigerlei schade als gevolg van het gebruik van dit apparaat met een hogere netspanning dan welke is aangegeven. 13 Om de kans op beschadiging door blikseminslag te voorkomen, trekt u de stekker van het netsnoer uit het muurstopcontact tijdens een onweersbui. 14 Zorg ervoor dat geen vreemde voorwerpen en/of vloeistoffen in dit apparaat kunnen vallen. 15 Probeer dit apparaat niet te veranderen of te repareren. Neem contact op met erkend YAMAHA onderhoudspersoneel als dit apparaat onderhoud behoeft. De buitenpanelen mogen onder geen enkel beding worden verwijderd. 16 Als u dit apparaat gedurende een lange tijd niet denkt te gaan gebruiken (bijv. tijdens een vakantie), trekt u de stekker van het netsnoer uit het muurstopcontact. 17 Lees altijd eerst het hoofdstuk “STORINGZOEKEN” voor oplossingen van alledaagse bedieningsfouten alvorens de conclusie te trekken dat dit apparaat defect is. 18 Alvorens dit apparaat te verplaatsen, drukt u op STANDBY/ON om het apparaat in de stand-bystand te zetten, en trekt u de stekker van het netsnoer van dit apparaat uit het muurstopcontact. Dit apparaat blijft aangesloten op de netspanning zolang de stekker ervan nog in het stopcontact zit, ook al wordt het apparaat zelf uitgeschakeld. Deze toestand wordt de stand-bystand genoemd. In deze toestand zal het apparaat een zeer kleine hoeveelheid stroom verbruiken. Alleen voor klanten in Nederland Bij dit product zijn batterijen geleverd. Wanneer deze leeg zijn, moet u ze niet weggooien maar inleveren als KCA. VOORZICHTIG 0701V620RDS_Cau_NL 1/19/1, 7:14 PM21 Nederlands INLEIDING VOOR- BEREIDINGEN BASIS- BEDIENING AANVULLENDE INFORMATIE AANHANGSELS GEAVANCEERDE BEDIENING INLEIDING INHOUD INLEIDING EIGENSCHAPPEN p. 2
  • VOOR GEBRUIK p. 3
  • Controleren van alle onderdelen p. 3
  • Batterijen plaatsen in de afstandsbediening p. 3
  • BEDIENINGSELEMENTEN EN -FUNCTIES p. 4
  • Voorpaneel p. 4
  • Afstandsbediening p. 6
  • Beschrijving van de cijfertoetsen p. 7
  • Gebruik van de afstandsbediening p. 8
  • Display van het voorpaneel p. 9
  • Achterpaneel p. 10
  • VOORBEREIDINGEN LUIDSPREKERSYSTEEM p. 11
  • Welke luidsprekers te gebruiken p. 11
  • Luidsprekeropstelling p. 11
  • AANSLUITINGEN p. 12
  • Alvorens componenten aan te sluiten p. 12
  • Aansluiten van audiocomponenten p. 12
  • Aansluiten van videocomponenten p. 14
  • Aansluiten van luidsprekers p. 16
  • Aansluiten van een externe versterker p. 18
  • Aansluiten van een externe decoder p. 18
  • IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar p. 19
  • Aansluiten van de netsnoeren p. 19
  • ON-SCREEN-DISPLAY (OSD) p. 20
  • OSD-functies p. 20
  • Kiezen van de OSD-functie p. 20

0702V620RDS_1-10_NL 1/19/1, 7:14 PM12

Ingebouwde 5-kanalen eindversterker ◆ Minimaal RMS-uitgangsvermogen (0,06% totale harmonische vervorming, 20 Hz – 20 kHz) Hoofd: 90 W + 90 W (8 Ω) Midden: 90 W (8 Ω) Achter: 90 W + 90 W (8 Ω) Digitale geluidsveldprocessor met meerdere functies ◆ DTS-decoder ◆ Dolby Pro Logic-decoder ◆ Dolby Digital decoder ◆ Hifi DSP ◆ CINEMA DSP; een combinatie van YAMAHA DSP-technologie en Dolby Pro Logic, Dolby Digital of DTS ◆ Virtual CINEMA DSP ◆ SILENT CINEMA Hoogwaardige AM/FM-tuner ◆ In willekeurige volgorde programmeren van 40 voorkeurzenders ◆ Automatisch programmeren van voorkeurzenders ◆ Mogelijkheid voorkeurzenders om te wisselen (editen van voorkeurzenders) ◆ Meerdere functies voor het ontvangen van RDS- uitzendingen Overige functies ◆ 96 kHz/24-bit D/A-omzetter ◆ Instelmenu’s met 10 items die u helpen dit apparaat optimaal in te stellen voor uw audiovisuele systeem ◆ Testtoongenerator voor het gemakkelijk instellen van de luidsprekerbalans ◆ 6-kanalen externe decoderingang voor overige toekomstige standaards ◆ BASS EXTENSION-toets voor het versterken van de lagetonenweergave ◆ On-screen-displayfunctie helpt u bij het bedienen en instellen van dit apparaat ◆ S-video-ingangs-/uitgangsaansluitingen ◆ Componentvideo-ingangs-/uitgangsaansluitingen ◆ Optische en coaxiale digitale audioaansluitingen ◆ Slaaptimer ◆ Afstandsbediening met voorgeprogrammeerde fabrikantcodes EIGENSCHAPPEN Gefabriceerd onder licentie van Dolby Laboratories.“Dolby”, “AC-3”, “Pro Logic” en het dubbele-D symbool zijnhandelsmerken van Dolby Laboratories.Confidential Unpublished Works. ©1992-1997 DolbyLaboratories, Inc. Alle rechten voorbehouden.Gefabriceerd onder licentie van Digital Theater Systems, Inc. USPat. No. 5,451,942 en andere wereldwijde patenten, verkregen enaangevraagd. “DTS” en “DTS Digital Surround”, zijnhandelsmerken van Digital Theater Systems, Inc. Copyright 1996Digital Theater Systems, Inc. Alle rechten voorbehouden.

  • y geeft een hint aan voor de bediening van dit apparaat.
  • Bepaalde bedieningen kunnen worden uitgevoerd door de toetsen op het apparaat zelf of die op de afstandsbediening. In het geval voor dergelijke bedieningen de namen van de toetsen op het apparaat zelf en op de afstandsbediening verschillend zijn, wordt in deze gebruiksaanwijzing de naam van de toets op de afstandsbediening tussen haakjes geschreven.

VOOR GEBRUIK Controleren van alle onderdelen Controleer dat de volgende onderdelen bij het product zijn geleverd.AfstandsbedieningMangaanbatterijen (4 stuks)(AAA, R03, UM-4)FM-binnenantenneAM-raamantenneBeknopte overzichtskaart(Quick Reference Card) Batterijen plaatsen in de afstandsbediening Plaats de batterijen met de polen in de juiste richting doorde + en – tekens op de batterijen uit te lijnen met de + en– tekens binnenin het batterijvak. ■ Opmerkingen betreffende de batterijen

  • Vervang de batterijen regelmatig.• Gebruik geen oude batterijen samen met nieuwebatterijen.• Gebruik geen verschillende soorten batterijen metelkaar, zoals alkalibatterijen en mangaanbatterijen.Lees de informatie op de verpakking zorgvuldig,aangezien verschillende soorten batterijen dezelfdevorm en kleur kunnen hebben. ■ Vervangen van de batterijen Al naar gelang de batterijen zwakker worden, wordt hetbereik van de afstandsbediening kleiner en knippert deindicator niet meer of slechts heel zwak. Wanneer u éénvan deze omstandigheden opmerkt, vervangt u allebatterijen.Als er gedurende langer dan 2 minuten geen batterijenin de afstandsbediening zitten of als lege batterijen inde afstandsbediening blijven zitten, kan de inhoud vanhet geheugen verloren gaan. Als het geheugen isgewist, plaatst u nieuwe batterijen en stelt u defabrikantcodes in die werden gewist. Opmerking
  • Als de batterijen lekken, gooit u deze onmiddellijk weg.Voorkom dat u het gelekte vocht aanraakt en dat dit in contactkomt met kleding, enz. Maak het batterijvak grondig schoonalvorens nieuwe batterijen te plaatsen.A/B/C/D/E75 ohm/300 ohm antenneadapter(alleen modellen voor U.K.)Quick Reference CardAansluitgids (Connection guide)

0702V620RDS_1-10_NL 1/19/1, 7:14 PM34

Voorpaneel 1 STANDBY/ON Met deze toets schakelt u het apparaat in of zet u het in de stand-bystand. Als u dit apparaat inschakelt hoort u een klikgeluid en zal er een vertraging van 4 of 5 seconden zijn voordat dit apparaat geluid kan weergeven. Stand-bystand In deze stand verbruikt het apparaat een kleine hoeveelheid stroom om infraroodsignalen vanaf de afstandsbediening te kunnen ontvangen. 2 Afstandsbedieningssensor Deze ontvangt de signalen vanaf de afstandsbediening. 3 Display van het voorpaneel Dit display beeldt informatie af over de bedieningstoestand van dit apparaat.

Druk op deze toets om de PTY SEEK-functie te kiezen.

Door herhaaldelijk op deze toets te drukken tijdens de ontvangst van een RDS-zender, worden beurtelings de functies PS, PTY, RT, CT (mits de desbetreffende zender gebruikmaakt van deze RDS-dataservice) en/of de frequentieweergavefunctie gekozen. 6 EON Druk op deze toets om het gewenste programmatype (NEWS, INFO, AFFAIRS, SPORT) te kiezen wanneer u automatisch wilt afstemmen op een radioprogramma van dit programmatype.

Druk op deze toets om te beginnen met het zoeken naar een zender nadat met de PTY SEEK-functie het gewenste programmatype is gekozen. 8 INPUT MODE Met deze toets kiest u de ingangsfunctie voor bronnen die twee of meer soorten signalen naar dit apparaat uitvoeren (zie bladzijde 26 voor verdere informatie). Wanneer u 6CH INPUT als ingangsbron kiest, kunt u de ingangsfunctie niet kiezen. 9 VOLUME Met deze draaiknop regelt u het uitgangsniveau van alle audiokanalen. Dit heeft geen invloed op het REC OUT opname- uitgangsniveau. 0 6CH INPUT Met deze toets kiest u de bron die is aangesloten op de 6CH INPUT-aansluitingen. De bron die u kiest door op 6CH INPUT te drukken, heeft voorrang boven de bron die u kiest met de INPUT l / h toetsen (of de ingangsbron-keuzetoetsen op de afstandsbediening). q BASS EXTENSION ON/OFF Wanneer u deze toets indrukt (ON), worden de lagetonenfrequenties van de linker en rechter hoofdluidsprekers versterkt met +6 dB (60 Hz) terwijl de algehele toonbalans onveranderd blijft. Deze versterking van de lagetonen is handig als u geen subwoofer gebruikt. Het is echter mogelijk dat deze versterking niet waarneembaar is als “1B MAIN SP” op het INSTELMENU is ingesteld op SMALL en “1D LFE/ BASS OUT” is ingesteld op SWFR.

w BASS Met deze draaiknop regelt u de lagetonenweergave van de linker en rechter hoofdluidsprekers. Draai de knop rechtsom om de lagetonenweergave te verhogen en linksom om de lagetonenweergave te verlagen. e TREBLE Met deze draaiknop regelt u de hogetonenweergave van de linker en rechter hoofdluidsprekers. Draai de knop rechtsom om de hogetonenweergave te verhogen en linksom om de hogetonenweergave te verlagen. Opmerking

  • Als u de hogetonenweergave of de lagetonenweergave naar een extreem niveau verhoogt of verlaagt, is het mogelijk dat de toonkwaliteit van de middenluidspreker en achterluidsprekers niet overeenkomt met die van de linker en rechter hoofdluidsprekers. r SPEAKERS A/B Indien ingedrukt, schakelt u met deze toetsen het paar hoofdluidsprekers in dat is aangesloten op de A en/of B luidsprekeraansluitingen op het achterpaneel. t EFFECT Met deze toets schakelt u de effectluidsprekers (midden en achter) in of uit. Als u de uitvoer van deze luidsprekers uitschakelt met behulp van de EFFECT-toets, zullen alle Dolby Digital- en DTS-audiosignalen, behalve die voor het LFE-kanaal, worden gestuurd naar de linker en rechter hoofdluidsprekers. Wanneer Dolby Digital- en DTS-signalen zijn gemengd, is het mogelijk dat de signaalniveaus van de linker en rechter hoofdluidsprekers niet overeenkomen. y DSP PROGRAM Hiermee verandert u de functie van de multi-jog- draaiknop om er een DSP-programma mee te kunnen kiezen. u PHONES-aansluiting Door deze aansluiting worden audiosignalen uitgevoerd waarnaar u met behulp van een hoofdtelefoon kunt luisteren. Wanneer u een hoofdtelefoon hierop aansluit, worden geen signalen uitgevoerd naar de OUTPUT- aansluiting en naar de luidsprekers. i Multi-jog-draaiknop Hiermee kiest u de afstemfrequentie in de afstemfunctie. Hiermee kiest u de voorkeurzender nadat u op PRESET/ TUNING (EDIT) hebt gedrukt zodat “ z ” wordt afgebeeld in de afstemfunctie. Hiermee kiest u het DSP-programma nadat u op DSP PROGRAM hebt gedrukt. o VIDEO AUX-aansluitingen Via deze aansluitingen kunt u audio- en videosignalen invoeren vanuit een draagbare externe bron, zoals een gamemachine. Om signalen die via deze aansluitingen worden ingevoerd te kunnen weergeven, kiest u V-AUX als ingangsbron. p PRESET/TUNING (EDIT) Met deze toets wisselt u de werking om van de multi-jog- draaiknop tussen het kiezen van een voorkeurzendernummer en het afstemmen. Deze toets wordt tevens gebruikt voor het omwisselen van de voorkeurzendernummers van twee voorkeurzenders. a FM/AM Met deze toets kiest u de frequentieband uit FM of AM. s MEMORY (MAN’L/AUTO FM) Met deze toets slaat u een voorkeurzender op in het geheugen. Houd deze toets gedurende langer dan 3 seconden ingedrukt om met het automatisch programmeren van voorkeurzenders te beginnen (alleen voor FM-zenders). d TUNING MODE (AUTO/MAN’L MONO) Met deze toets kiest u de afstemfunctie uit automatisch en handmatig. Om de automatische afstemfunctie te kiezen, drukt u op deze toets zodat de “AUTO” indicator brandt op het display van het voorpaneel. Om de handmatige afstemfunctie te kiezen, drukt u op deze toets zodat de “AUTO” indicator niet brandt op het display van het voorpaneel. f INPUT l / h Met deze toetsen kiest u de ingangsbron (CD, TUNER, MD/CD-R, DVD, D-TV/CBL, VCR 1, PHONO, V-AUX, VCR 2/DVR) waarnaar u wilt luisteren of kijken.

1 DSP Met deze toets verandert u de functie van de cijfertoetsen in die van DSP-programmakeuzetoetsen. 2 Component-uitleesvenster Op dit venster kunt u de naam lezen van de componenten die kunnen worden bediend. Zet in de standAMP/TUN. 3 Cijfertoetsen (ingangsbron-keuzetoetsen) Met deze toetsen kunt u de ingangsbron kiezen. Zie “Beschrijving van de cijfertoetsen” voor de cijfertoetsen. 4 6CH INPUT Met deze toets kiest u de bron die is aangesloten op de 6CH INPUT-aansluitingen. 5 TEST Met deze toets voert u een testtoon uit. 6 ON SCREEN Met deze toets kiest u de on-screen-displayfunctie (OSD- functie) voor uw videomonitor. 7 j / i (–/+) Met deze toetsen stelt u de DSP-programmaparameters en de INSTELMENU-items in. –/+ wordt op het on-screen- display afgebeeld. 8 LEVEL Met deze toets kiest u de effectluidspreker (midden, achter en subwoofer) zodat u de uitgangsniveaus ervan individueel kunt instellen. 9 SLEEP Met deze toets stelt u de slaaptimer in. 0 INPUT Met deze toets verandert u de functie van de cijfertoetsen in die van ingangsbron-keuzetoetsen. q Indicator Deze indicator knippert wanneer de afstandsbediening signalen uitzendt. w Keuzeschakelaar Met deze schakelaar kiest u de stand van de component die u wilt bedienen. (De juiste fabrikantcode van uw component moet zijn ingesteld. Zie “Instellen van de fabrikantcode”.) Nadat de stand is gekozen, staat de afstandsbediening ingesteld op de bedieningsfunctie van die component. e A/B/C/D/E, PRESET –/+ Met deze toetsen kiest u een voorkeurzender. A/B/C/D/E: Met deze toetsen kiest u één van de 5 voorkeurzendergroepen (A t/m E). PRESET –/+: Met deze toetsen kiest u een voorkeurzendernummer (1 t/m 8). r u/d Met deze toetsen kiest u de DSP-programmaparameters en de INSTELMENU-items. t SET MENU Met deze toets roept u het INSTELMENU op. y POWER Met deze toets schakelt u de stroom van dit apparaat in. Dit gedeelte beschrijft de basisbediening van dit apparaat met behulp van de afstandsbediening. Zet eerst de keuzeschakelaar is de stand AMP/TUN. Zie

“EIGENSCHAPPEN VAN DE

AFSTANDSBEDIENING” voor volledige informatie.

0702V620RDS_1-10_NL 1/19/1, 7:14 PM67

NederlandsINLEIDING PREPARATIONBASICOPERAIONTADVANCEDOPERATIONADDITIONALINFORMATIONAPPENDIXBEDIENINGSELEMENTEN EN -FUNCTIES u STANDBY Met deze toets zet u dit apparaat in de stand-bystand. i VOLUME +/– Met deze toetsen verhoogt of verlaagt u hetvolumeniveau. o MUTE Met deze toets onderbreekt u het geluid. Druk nogmaalsop deze toets om de audio-uitvoer weer terug te brengenop het oorspronkelijke volumeniveau.EFFECTMet deze toets schakelt u de effectluidsprekers (middenen achter) aan en uit in de volgende gevallen:• Wanneer de keuzeschakelaar in de stand DSP/TUNstaat,• Terwijl de indicator ongeveer 3 seconden brandt nadatu op DSP hebt gedrukt. Beschrijving van de cijfertoetsen De functie van de cijfertoetsen is afhankelijk van de standvan de keuzeschakelaar of een combinatie van anderefuncties. ■ Om een ingangsbron te kiezen 1 Druk op INPUT ongeacht de stand van de keuzeschakelaar.De indicator brandt gedurende ongeveer 3 seconden. 2 Terwijl de indicator brandt kunt u een ingangsbron kiezen met behulp van decijfertoetsen en 6CH INPUT. ■ Om een DSP-programma te kiezen en de effectluidsprekers (midden en achter) aan en uit te schakelen Ingangsbron-keuzetoetsen

DSP-programma-groeptoetsen

1 Druk op DSP ongeacht de stand van de keuzeschakelaar.De indicator brandt gedurende ongeveer 3 seconden. 2 Terwijl de indicator brandt kunt u een DSP- programma kiezen met behulp van decijfertoetsen en de effectluidsprekers(midden en achter) aan- en uitschakelendoor op EFFECT te drukken.

1 Zet de keuzeschakelaar in de stand DSP/ TUN. 2 U kunt een DSP-programma rechtstreeks kiezen met behulp van de cijfertoetsen en deeffectluidsprekers (midden en achter) aan-en uitschakelen door op EFFECT te drukken.6CH INPUTEFFECT

0702V620RDS_1-10_NL 1/19/1, 7:14 PM78

BEDIENINGSELEMENTEN EN -FUNCTIES

Gebruik van de afstandsbediening De afstandsbediening zendt richtingsgevoelige infraroodsignalen uit. Zorg ervoor dat u tijdens het bedienen de afstandsbediening rechtstreeks op de afstandsbedieningssensor op het apparaat richt. ■ Hanteren van de afstandsbediening

  • Mors geen water of andere vloeistoffen op de afstandsbediening.
  • Laat de afstandsbediening niet vallen.
  • Laat de afstandsbediening niet gedurende korte of lange tijd liggen op plaatsen met: – een hoge relatieve luchtvochtigheid of temperatuur, zoals nabij een verwarmingstoestel, kooktoestel of bad; – veel stof; of – een extreem lage temperatuur. DIGITALSURROUNDDIGITAL 30° 30° Ongeveer 6 m ■ Om een voorkeurzendernummer te kiezen 1 Stel de fabrikantcode “0023” in voor de stand AMP/TUN (of DSP/TUN). Zie “Instellen van de fabrikantcode” voor het instellen van de fabrikantcode. 2 Zet de keuzeschakelaar in de stand AMP/ TUN (of DSP/TUN). 3 U kunt een voorkeurzendernummer rechtstreeks kiezen met behulp van de cijfertoetsen (1 t/m 8). Zie “Afstemmen op een voorkeurzender”.

Display van het voorpaneel 1 t indicator Deze indicator gaat branden wanneer de ingebouwde DTS-decoder wordt gebruikt. 2 VIRTUAL indicator Deze indicator gaat branden wanneer Virtual CINEMA DSP) wordt gebruikt. 3 g en o indicators Deze indicators gaan branden al naar gelang het soort signaal dat door dit apparaat wordt uitgevoerd. De “ g ” indicator gaat branden wanneer de ingebouwde Dolby Digital-decoder wordt gebruikt. De “ o ” indicator gaat branden wanneer de ingebouwde Dolby Pro Logic-decoder wordt gebruikt. 4 Ingangsbronindicators Deze indicators geven door middel van een cursor de huidige ingangsbron aan. 5 RDS-functie-indicators Dit zijn de indicators van de namen van de RDS-functies die door de ontvangen RDS-zender worden gebruikt. Wanneer de rode indicator naast de RDS-functie gaat branden, betekent dit dat de bijbehorende RDS-functie is gekozen. 6 TUNED indicator Deze indicator gaat branden wanneer dit apparaat op een zender afstemt. 7 STEREO indicator Deze indicator gaat branden wanneer het apparaat een sterk signaal van een FM stereo-uitzending ontvangt terwijl de “AUTO” indicator brandt. 8 AUTO indicator Deze indicator geeft aan dat het apparaat in de automatische afstemfunctie staat. 9 MEMORY indicator Deze indicator knippert om aan te geven dat een zender kan worden geprogrammeerd. 0 x indicator Deze indicator gaat branden wanneer u een DSP- programma kiest. q v indicator Deze indicator gaat branden wanneer dit apparaat PCM (pulscodemodulatie) digitale audiosignalen weergeeft. w Hoofdtelefoonindicator Deze indicator gaat branden wanneer een hoofdtelefoon is aangesloten. e DSP-programma-indicators De indicator van de naam van het gekozen DSP- programma gaat branden wanneer het programma

ENTERTAINMENT, MOVIE THEATER 1, MOVIE

THEATER 2 of q/DTS SURROUND is gekozen. r Multi-informatiedisplay Dit display beeldt de naam van het huidig gekozen DSP- programma en andere informatie tijdens het maken van instellingen af. t PTY HOLD-indicator Deze indicator gaat branden tijdens het zoeken in de PTY SEEK-functie. y EON-indicator Deze indicator gaat branden wanneer er een RDS-zender wordt ontvangen die gebruikmaakt van EON-dataservice. u Programmatype-indicators Wanneer de EON-indicator is gaan branden, gaat hier de naam van het gekozen programmatype branden. i VOLUME staafindicator Deze indicator geeft het volumeniveau aan. o SLEEP indicator Deze indicator gaat branden wanneer de slaaptimer wordt gebruikt.

Achterpaneel 1 DIGITAL OUTPUT-aansluitingen 2 DIGITAL INPUT-aansluitingen 3 GND-aansluiting Zie bladzijde 12 voor informatie over het aansluiten. 4 6CH INPUT-aansluitingen Zie bladzijden 13 en 18 voor informatie over het aansluiten. 5 Antenne-ingangsaansluitingen Zie bladzijde 30 voor informatie over het aansluiten. 6 Videocomponenten-aansluitingen Zie bladzijden 14 en 15 voor informatie over het aansluiten. 7 Luidsprekeraansluitingen Zie bladzijden 16 en 17 voor informatie over het aansluiten. 8 OUTPUT-aansluitingen Zie bladzijde 18 voor informatie over het aansluiten. 9 Wisselstroomnetsnoer Sluit deze aan op een wisselstroomstopcontact. 0 AC OUTLET(S) (netspanningsaansluitingen) Gebruik deze aansluitingen om uw andere audiovisuele componenten van stroom te voorzien (zie bladzijde 19). q Audiocomponenten-aansluitingen Zie bladzijden 12 en 13 voor informatie over het aansluiten. w SUBWOOFER-aansluiting Zie bladzijde 17 voor informatie over het aansluiten. e IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar Gebruik deze schakelaar om de versterker dezelfde impedantie te laten uitvoeren als de luidsprekerimpedantie. Zet dit apparaat in de stand- bystand alvorens deze instelling van deze schakelaar te veranderen (zie bladzijde 19). (Model voor Europa)

0702V620RDS_1-10_NL 1/19/1, 7:14 PM1011

Nederlands INTRODUCTION BASIC OPERA- TION ADVANCED OPERATION ADDITIONAL INFORMATION VOOR- BEREIDINGEN AANHANGSELS LUIDSPREKERSYSTEEM Welke luidsprekers te gebruiken Dit apparaat is ontworpen om de beste geluidsveldkwaliteit weer te geven met een 5- luidsprekersysteem bestaande uit linker en rechter hoofdluidsprekers, linker en rechter achterluidsprekers en een middenluidspreker. Als u verschillende merken luidsprekers (met verschillende toonkwaliteiten) in uw luidsprekersysteem gebruikt, is het mogelijk dat de toon van een bewegende menselijke stem en andere geluidssoorten niet vloeiend verloopt. Wij bevelen u aan luidspreker van dezelfde fabrikant te gebruiken om verzekerd te zijn van dezelfde toonkwaliteit. De hoofdluidsprekers worden gebruikt voor het geluid van de hoofdbron en voor effectgeluid. Waarschijnlijk zijn dat de luidsprekers van uw huidige audiosysteem. De achterluidsprekers worden gebruikt voor de effect- en surroundgeluiden, en de middenluidspreker wordt gebruikt voor de middengeluiden (spraak, zang, enz.). Als het om een of andere reden niet praktisch is een middenluidspreker te gebruiken, kunt u het ook zonder doen. De beste resultaten worden echter verkregen met een volledig luidsprekersysteem. De hoofdluidsprekers moeten hoogwaardige modellen zijn met voldoende vermogen om het maximale uitgangsvermogen van uw audiosysteem te kunnen verwerken. De overige luidsprekers hoeven niet gelijkwaardig te zijn aan de hoofdluidsprekers. Vanuit een oogpunt van nauwkeurige geluidsplaatsing is het echter ideaal om hoogwaardige modellen die geluiden over het volledige bereik kunnen weergeven te gebruiken voor de middenluidspreker en de achterluidsprekers. ■ Een subwoofer verbreedt uw geluidsveld Het is tevens mogelijk uw luidsprekersysteem verder uit te breiden met een subwoofer. Het gebruik van een subwoofer is niet alleen effectief voor het versterken van lagetonenfrequenties van één of alle kanalen, maar tevens voor het weergeven kan het LFE (lagetoneneffect)-kanaal met een hoge betrouwbaarheid wanneer een Dolby Digital-signaal of een DTS-signaal wordt weergegeven. Het YAMAHA Active Servo Processing Subwoofer Systeem is ideaal voor een natuurlijke en levendige lagetonenweergave. Luidsprekeropstelling Raadpleeg de onderstaande figuur wanneer u de luidsprekers opstelt. ■ Hoofdluidsprekers Stel de linker en rechter hoofdluidsprekers op gelijke afstand van de luisterpositie op. Ook de afstand van iedere hoofdluidspreker tot de zijkant van de videomonitor moet hetzelfde zijn. ■ Achterluidsprekers Stel deze luidsprekers op achter de luisterpositie, een weinig naar binnen gedraaid en ongeveer 1,8 meter boven de vloer. ■ Middenluidspreker Lijn de voorkant van de middenluidspreker uit met de voorkant van de videomonitor. Stel de middenluidspreker zo dicht mogelijk bij de videomonitor op, bijvoorbeeld rechtstreeks boven of onder de videomonitor, en in het midden tussen de twee hoofdluidsprekers. Opmerking

  • Als er geen middenluidspreker wordt gebruikt, wordt het geluidvan het middenkanaal voortgebracht door de linker en rechterhoofdluidsprekers. In dat geval moet “1A CENTER SP” op hetINSTELMENU worden ingesteld op NONE. ■ Subwoofer De opstellingsplaats van de subwoofer is niet zo belangrijk omdat lagetonengeluiden niet erg richtingsgevoelig zijn. Toch is het beter de subwoofer bij één van de hoofdluidsprekers op te stellen. Draai de subwoofer iets naar het midden van het vertrek om muurweerkaatsing te verminderen. VOORZICHTIG Gebruik a.u.b. magnetisch afgeschermde luidsprekers. Soms wordt een videomonitor nadeling beïnvloed, zelfs wanneer magnetisch afgeschermde luidsprekers worden gebruikt. Als dit gebeurt, plaatst u de luidsprekers verder weg van de videomonitor. VOORBEREIDINGENLinkerhoofd-luidsprekerMiddenluidsprekerSubwooferRechterachterluidspreker1,8 meterLinkerachterluidsprekerRechter hoofdluidspreker

0703V620RDS_11-18_NL 1/19/1, 7:14 PM1112

AANSLUITINGEN Alvorens componenten aan te sluiten VOORZICHTIG Sluit dit apparaat en andere componenten nooit aan op de netspanning voordat alle aansluitingen tussen de componenten zijn gemaakt.

  • Zorg ervoor dat alle aansluitingen op de juiste wijze worden gemaakt, dat wil zeggen L (links) aansluiten op L, R (rechts) op R, + op + en – op –. Bepaalde componenten vereisen een andere manier van aansluiten en hebben andere namen voor de aansluitingen. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van iedere component die op dit apparaat wordt aangesloten.
  • Wanneer u andere YAMAHA audiocomponenten (zoals een tapedeck, md-recorder, en cd-speler of -wisselaar) aansluit, sluit u deze aan op de aansluitingen met dezelfde nummeraanduiding, zoals !, #, $, enz.
  • Nadat u alle aansluitingen gemaakt hebt, controleert u deze nogmaals om er zeker van te zijn dat ze op de juiste wijze gemaakt zijn. Aansluiten van audiocomponenten ■ Aansluiten op de digitale aansluitingen Dit apparaat heeft digitale aansluitingen om rechtstreeks digitale signalen uit te voeren door coaxiale kabels of optische vezelkabels. U kunt de digitale aansluitingen gebruiken voor het invoeren van PCM-, Dolby Digital- en DTS-bitstreams. Als u componenten aansluit op zowel de COAXIAL- als de OPTICAL-aansluiting, wordt voorrang gegeven aan de ingangssignalen van de COAXIAL- aansluiting. Alle digitale ingangsaansluitingen accepteren 96-kHz-bemonsterde digitale signalen.
  • U kunt de ingangsbron van iedere digitale aansluiting instellen,al naar gelang van uw component, met behulp van item “4 I/OASSIGNMENT” op het INSTELMENU. Over het beschermende stofkapje Trek het stofkapje van de optische aansluiting af alvorens de optische vezelkabel aan te sluiten. Gooi het kapje niet weg. Als u de optische aansluiting niet gebruikt, moet u het kapje weer terug op de aansluiting plaatsen. Dit kapje beschermt de aansluiting tegen het binnendringen van stof. Opmerking
  • De OPTICAL-aansluiting van dit apparaat voldoet aan de EIA-norm. Als u een optische vezelkabel gebruikt die niet aan dezenorm voldoet, is het mogelijk dat dit apparaat niet juist werkt. ■ Aansluiten van een platenspeler De PHONO-aansluitingen zijn voor het aansluiten van een platenspeler met een MM-element of een hoogvermogen MC-element. Als u een platenspeler hebt met een laagvermogen MC-element, gebruikt u een gealigneerde spanningsverhogende transformator of MC- kopversterker om de platenspeler op deze aansluitingen aan te sluiten.
  • De GND-aansluiting is geen elektrische aarding van deplatenspeler. Deze vermindert slechts de ruis in het signaal. Inbepaalde gevallen hoort u minder ruis als u de GND-aansluiting niet gebruikt. ■ Aansluiten van een cd-speler
  • De COAXIAL-aansluiting is beschikbaar voor een cd-spelermet een coaxiale of optische digitale uitgangsaansluiting.• Als u een cd-speler aansluit op zowel de analoge als digitaleaansluitingen, wordt voorrang gegeven aan de ingangssignalenvan de digitale aansluiting. ■ Aansluiten van een md-recorder, cd-recorder of tapedeck
  • Wanneer u uw opnameapparaat aansluit op zowel de analogeals digitale ingangs- en uitgangsaansluitingen, zal voorrangworden gegeven aan het digitale signaal. Opmerkingen
  • Wanneer u een opnameapparaat op dit apparaat aansluit, laat udit ingeschakeld staan terwijl dit apparaat in gebruik is. Als destroom uit staat kan dit apparaat het geluid van anderecomponenten vervormen.• Aangezien digitale uitvoer en analoge uitvoer (REC OUT)onafhankelijk van elkaar zijn, wordt het analoge signaal alleennaar de analoge aansluiting uitgevoerd, en wordt het digitalesignaal alleen naar de digitale aansluiting uitgevoerd.

0703V620RDS_11-18_NL 1/19/1, 7:14 PM1213

geeft de voortplantingsrichting van het signaal aan geeft linker analoge kabels aan geeft rechter analoge kabels aan geeft optische kabels aan geeft coaxiale kabels aan Md-recorder of cd-recorder Cd-speler Platenspeler Externe decoder (Model voor Europa)

  • Gebruik een in de handel verkrijgbare S-videokabel wanneer u aansluit op de S VIDEO-aansluiting, en in de handel verkrijgbare videokabels wanneer u aansluit op de COMPONENT VIDEO-aansluitingen.
  • Wanneer u de COMPONENT VIDEO-aansluitingen gebruikt, raadpleegt u de informatie in de gebruiksaanwijzing van de component die u wilt aansluiten. ■ Videomonitor met 21-pens stekker Breng een verbinding tot stand zoals op bladzijde 15 is aangegeven door gebruikmaking van een in de handel verkrijgbare SCART-stekkeraansluitkabel. ■ VIDEO AUX-aansluitingen (op het voorpaneel) Deze aansluitingen worden gebruikt voor het aansluiten van iedere video-ingangsbron, zoals een gamemachine, op dit apparaat.

Aansluiten van videocomponenten ■ Over de videoaansluitingen Er zijn drie soorten videoaansluitingen. Videosignalen die via de VIDEO-aansluitingen worden ingevoerd, zijn de conventionele composietsignalen. Videosignalen die via de S VIDEO-aansluiting worden ingevoerd, worden gescheiden in een helderheidsvideosignaal (Y) en een kleurenvideosignaal (C). Met S-videosignalen worden de kleuren met hoge kwaliteit weergegeven. Videosignalen die via de COMPONENT VIDEO-aansluitingen worden ingevoerd, worden gescheiden in een helderheidsvideosignaal (Y) en kleurverschilvideosignalen (P

). De aansluitingen wordt tevens in drieën gescheiden voor ieder signaal. De beschrijving van de componentvideoaansluitingen kan verschillen afhankelijk van het apparaat (bijv. Y, C

/Y, B-Y, R-Y enz.). Componentvideosignalen bieden de hoogste kwaliteit in beeldreproductie. Als uw videocomponent een S-video-uitgangsaansluiting of componentvideo-uitgangsaansluitingen heeft, kunt u deze aansluiten op dit apparaat. Sluit de S-videosignaal-uitgangsaansluiting van uw videocomponent aan op de S VIDEO- aansluiting van dit apparaat, of sluit de componentvideosignaal-uitgangsaansluitingen van uw videocomponent aan op de COMPONENT VIDEO-aansluitingen van dit apparaat.

  • Iedere soort videoaansluiting werkt onafhankelijk. Signalen die wordt ingevoerd via de composietvideo-, S-video- en componentvideoaansluitingen, worden uitgevoerd via de overeenkomstige composietvideo-, S-video-, respectievelijk componentvideoaansluitingen.
  • Wanneer u S-videoaansluitingen met dit apparaat maakt, is het niet noodzakelijk tevens composietvideoaansluitingen te maken. Wanneer beide soorten aansluitingen zijn gemaakt, geeft dit apparaat voorrang aan de S-videoaansluitingen.
  • U kunt de ingangsbron van de COMPONENT VIDEO A- en B- aansluitingen toewijzen al naar gelang uw component, met behulp van item “4 I/O ASSIGNMENT” op het INSTELMENU. VIDEO-aansluiting (composiet)S VIDEO-aansluitingCOMPONENT VIDEO-aansluitingen

Dvd-speler Bij gebruik van een ld-speler Sluit de uitgangsaansluiting van de ld-speler aan op de dvd-aansluiting. Als de ld-speler is uitgerust met een digitale OPTICAL-uitgangsaansluiting, sluit u deze aan op de OPTICAL DVD- aansluiting van dit apparaat. Als het is uitgerust met analoge uitgangsaansluitingen, sluit u deze aan op de analoge DVD-aansluitingen. Als het een “RF OUTPUT-aansluiting” heeft om een Dolby Digital RF-signaal (AC-3) uit te voeren, gebruikt u een in de handel verkrijgbare RF-demoduclator en sluit u deze aan op de OPTICAL DVD- aansluitingen. Als u een dvd-speler en een ld-speler aansluit, sluit u de ld-speler aan op de digitale ingangsaansluiting (bijv. D-TV/ CBL) of op de analoge ingangsaansluiting (D-TV/CBL, VCR 1 of VCR 2/DVR). Voor verdere informatie over het aansluiten en bedienen van de ld-speler, leest u de gebruiksaanwijzing ervan. Merk op dat de afstandsbediening van dit apparaat kan worden gebruikt voor het bedienen van de ld-speler door de fabrikantcode ervan in te stellen in de DVD/LD-stand. Videomonitor geeft de voortplantingsrichting van het signaal aan geeft linker analoge kabels aan geeft rechter analoge kabels aan geeft optische kabels aan geeft videokabels aan geeft S-videokabels aan (Model voor Europa) Tv/digitale tv of kabel-tv/ satelliettuner Videorecorder 1 of videorecorder 2/ digitale videorecorder Geen aansluiting SCART-stekker

0703V620RDS_11-18_NL 1/19/1, 7:14 PM1516

AANSLUITINGEN Aansluiten van luidsprekers Zorg ervoor dat u het linker kanaal (L), het rechter kanaal (R), de “+”-pool (rood) en de “–”-pool (zwart) op de juistewijze aansluit. Als de aansluitingen niet op de juiste wijze worden gemaakt, zullen de luidsprekers geen geluidvoortbrengen, en als de polariteit van de luidsprekeraansluitingen niet juist is, zal het geluid onnatuurlijk klinken engeen lagetonen hebben.VOORZICHTIG• Gebruik luidsprekers met de juiste impedantie, zoals aangegeven op het achterpaneel van dit apparaat.• Laat blote luidsprekerdraden niet met elkaar in aanraking komen en laat deze niet met enig metalen onderdeel vandit apparaat in aanraking komen. Hierdoor kan het apparaat en/of de luidsprekers beschadigd raken.Gebruik indien noodzakelijk het INSTELMENU om de luidsprekerinstellingen te veranderen overeenkomstig het aantalen de grootte van de luidspreker in uw systeem nadat u klaar bent met het aansluiten van de luidsprekers. ■ Luidsprekersnoeren Een luidsprekersnoer is eigenlijk een tweetal geïsoleerdedraden die langs elkaar liggen. Één van de draden isgekleurd of anders van vorm, misschien zit op deze draadeen streep, groef of rand. 1 Verwijder ongeveer 10 mm isolatiemateriaal vanaf het uiteinde van beideluidsprekerdraden. 2 Draai de blootgelegde koperdraad ineen om kortsluiting te voorkomen. ■ Aansluiten op de SPEAKERS-aansluitingen 1 Draai de aansluitpool los. 2 Steek één blote draad in het gaatje in de zijkant van iedere aansluitpool. 3 Draai de aansluitpool vast om de draad vast te klemmen.

10 mmRood: positieve aansluitpool (+)Zwart: negatieve aansluitpool (–) ■ MAIN SPEAKERS-aansluitingen Één of twee paar hoofdluidsprekers kan op deze aansluitingen worden aangesloten. Als u slechts één paarhoofdluidsprekers aansluit, kunt u deze op de MAIN A- of MAIN B-aansluitingen aansluiten. ■ REAR SPEAKERS-aansluitingen Een paar achterluidsprekers kan op deze aansluitingen worden aangesloten. ■ CENTER SPEAKER-aansluitingen Een middenluidspreker kan op deze aansluitingen worden aangesloten.

: 8 MIN. /SPEAKERREAR : 8 MIN. /SPEAKERMAINS Rechts Links Rechts Links (Model voor Europa) MiddenluidsprekerSubwoofer Achterluidspreker Links Hoofdluidsprekers A Hoofdluidsprekers B Rechts ■ SUBWOOFER-aansluiting Als u een subwoofer gebruikt met een ingebouwde versterker, inclusief het YAMAHA Active Servo Processing Subwoofer Systeem, sluit u de ingangsaansluiting van de subwoofer aan op deze aansluiting. De superlagetonensignalen van de hoofd-, midden- en/of achterkanalen worden naar deze aansluiting gestuurd. (De grensfrequentie van deze aansluiting is 90 Hz.) De LFE (lagetoneneffect)-signalen, die worden gegenereerd wanneer Dolby Digital of DTS wordt gedecodeerd, worden tevens hiernaar gestuurd als ze zijn toegewezen aan deze aansluiting. Opmerkingen

  • Stel het volumeniveau van de subwoofer in overeenkomstig de gebruiksaanwijzing van de subwoofer. (Fijnregeling is mogelijk door de uitgangsniveauregeling van de effectluidsprekers op dit apparaat te gebruiken.)
  • Afhankelijk van de instellingen van de items “1 SPEAKER SET”, “6 DOLBY D. SET” en “7 DTS SET” op het INSTELMENU, is het mogelijk dat bepaalde signalen niet worden uitgevoerd via de SUBWOOFER-aansluiting.

0703V620RDS_11-18_NL 1/19/1, 7:14 PM1718

AANSLUITINGEN Aansluiten van een externe versterker Als u het uitgangsvermogen naar de luidsprekers wiltverhogen, of een andere versterker wilt gebruiken, sluit ueen externe versterker aan op de OUTPUT-aansluitingenzoals hieronder is beschreven. Opmerking

  • Als de RCA-penstekkers zijn aangesloten op de OUTPUT-aansluitingen voor uitvoer naar een externe versterker, gebruiktu de overeenkomstige SPEAKERS-aansluitingen niet.OUTPUT MAIN

1 MAIN-aansluitingen Lijnuitgangsaansluitingen van het hoofdkanaal. Opmerking

  • De signalen die via deze aansluitingen worden uitgevoerd,worden beïnvloed door de BASS-, TREBLE- en BASSEXTENSION-instellingen. 2 REAR (SURROUND)-aansluitingen Lijnuitgangsaansluitingen van het achterkanaal. 3 CENTER-aansluitingen Lijnuitgangsaansluitingen van het middenkanaal. Aansluiten van een externe decoder Dit apparaat is uitgerust met 6 extra ingangsaansluitingen(linker en rechter MAIN, CENTER, linker en rechterSURROUND en SUBWOOFER) voor discretemultikanalen invoer vanaf een externe decoder,soundprocessor of voorversterker.Sluit de uitgangsaansluitingen van uw externe decoderaan op de 6CH INPUT-aansluitingen. Zorg ervoor dat delinker en rechter uitgangsaansluitingen wordenaangesloten op de overeenkomstige linker en rechteringangsaansluitingen voor de hoofd- en surroundkanalen. Opmerkingen
  • Wanneer u 6CH INPUT kiest als ingangsbron, schakelt ditapparaat automatisch de digitale geluidsveldprocessor uit enkunt u niet luisteren naar DSP-programma’s.• Wanneer 6CH INPUT is gekozen als ingangsbron, kunnen deuitgangsfuncties van 1A tot en met 1D op het INSTELMENUniet worden veranderd.

0703V620RDS_11-18_NL 7/10/1, 5:52 PM1819

Nederlands INTRODUCTION BASIC OPERA- TION ADVANCED OPERATION ADDITIONAL INFORMATION APPENDIX AANSLUITINGEN VOOR- BEREIDINGEN IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar WAARSCHUWING Verander de stand van de IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar niet terwijl dit apparaat is ingeschakeld omdat anders het apparaat beschadigd kan worden. Als dit apparaat niet inschakelt nadat op STANDBY/ON (of POWER) is gedrukt, is het mogelijk dat de IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar niet geheel in één van de beide standen staat. Als dit het geval is, schuift u de schakelaar helemaal in de gewenste stand terwijl dit apparaat in de stand-bystand staat. Kies de linker en rechter stand afhankelijk van de impedantie van de luidsprekers in uw systeem. Let erop deze schakelaar alleen te bedienen wanneer het apparaat in de stand-bystand staat. Stand van de schakelaar Luidspreker Impedantieniveau Als u gebruik maakt van slechts één paar hoofdluidsprekers, moet de impedantie van iedere luidspreker 4 Ω of hoger zijn. Als u gebruik maakt van twee paren hoofdluidsprekers, moet de impedantie van iedere luidspreker 8 Ω of hoger zijn. Midden SWITCHED100W MAX. TOTALAC OUTLETSIMPEDANCE SELECTORSET BEFORE POWER ONMAIN A OR B: 4 MIN. /SPEAKER

: 8 MIN. /SPEAKERREAR : 8 MIN. /SPEAKERMAINS Links Hoofd Aansluiten van de netsnoeren Nadat alle aansluitingen zijn gemaakt, steekt u de stekker van het netsnoer in een stopcontact. Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact als u het apparaat gedurende een lange tijd niet gaat gebruiken. ■ AC OUTLET(S) (SWITCHED) (geschakelde netspanningsaansluiting(en)) Model voor Europa ......... 2 netspanningsaansluitingen Model voor U.K.................. 1 netspanningsaansluiting Gebruik deze aansluitingen om de netsnoeren van uw componenten op dit apparaat aan te sluiten. De stroom naar de AC OUTLET(S) wordt geregeld door de STANDBY/ON-toets (of de POWER-toets en STANDBY-toets) van dit apparaat. Deze aansluitingen leveren stroom aan de erop aangesloten apparaten wanneer dit apparaat is ingeschakeld. Het maximale vermogen (totale stroomverbruik van de componenten) dat kan worden aangesloten op de netspanningsaansluitingen is 100 W. SWITCHED100W MAX. TOTALAC OUTLETSIMPEDANCE SELECTORSET BEFORE POWER ONMAIN A OR B: 4 MIN. /SPEAKER

: 8 MIN. /SPEAKERREAR : 8 MIN. /SPEAKERMAINS (Model voor Europa) IMPEDANCE SELECTOR (Model voor Europa) Naar stopcontact De impedantie moet 6 Ω of hoger zijn. Achter De impedantie van iedere luidspreker moet 6 Ω of hoger zijn. Hoofd Als u gebruik maakt van slechts één paar hoofdluidsprekers, moet de impedantie van iedere luidspreker 8 Ω of hoger zijn. Als u gebruik maakt van twee paren hoofdluidsprekers, moet de impedantie van iedere luidspreker 16 Ω of hoger zijn. Midden De impedantie moet 8 Ω of hoger zijn. Achter De impedantie van iedere luidspreker moet 8 Ω of hoger zijn. Rechts SWITCHED

0704V620RDS_19-23_NL 1/19/1, 7:14 PM1920

ON-SCREEN-DISPLAY (OSD) Kiezen van de OSD-functie 1 Nadat u de stroom hebt ingeschakeld, beelden het display van het voorpaneel ende videomonitor gedurende enkeleseconden het hoofdvolumeniveau af, enveranderen vervolgens in het huidigingestelde DSP-programma. 2 Druk herhaaldelijk op ON SCREEN op de afstandsbediening om de on-screen-displayfunctie te veranderen.De OSD-functie verandert in de volgende volgorde:volledige display, beknopte display, en display uit.U kunt de bedieningsinformatie voor dit apparaat op eenvideomonitor afbeelden. Als u het INSTELMENU en deDSP-programmaparameterwaarden op een videomonitorafbeeldt, is het veel gemakkelijker om de beschikbarekeuzemogelijkheden en parameters te overzien dan het isals u deze informatie op het display van het voorpaneelvan het apparaat moet lezen.

  • Als een videobron wordt weergegeven, wordt de OSD-informatie bovenop het beeld geprojecteerd.• Het OSD-signaal wordt niet door de REC OUT-aansluitinguitgevoerd en zal niet tezamen worden opgenomen met enigvideosignaal.• U kunt het OSD instellen om in te schakelen (blauweachtergrond) of uit te schakelen wanneer geen videobron wordtweergegeven (of de broncomponent uit staat) met behulp vanitem “9 DISPLAY SET” op het INSTELMENU. OSD-functies U kunt de hoeveelheid informatie die in de OSD-funcieswordt afgebeeld veranderen.Volledige displayDeze functie beeldt altijd de DSP-programmaparameterwaarden af op de videomonitor.Beknopte displayDeze functie beeldt kortstondig dezelfde informatie alshet display van het voorpaneel langs de onderrand van hetscherm af, waarna dit vervolgens uitgaat.Display uitDeze functie beeldt kortstondig de mededeling“DISPLAY OFF” langs de onderrand van het scherm af,waarna dit vervolgens uitgaat. Daarna worden geenveranderingen in de bediening op de videomonitorafgebeeld, behalve die van de ON SCREEN-toets.Opmerkingen• Als u een video-ingangsbron kiest waarop een component isaangesloten via zowel de S VIDEO IN-aansluiting als decomposiet VIDEO IN-aansluitingen, en zowel de S VIDEOOUT-aansluiting als de composiet VIDEO OUT-aansluitingenzijn aangesloten op een videomonitor, wordt het videosignaaluitgevoerd naar zowel de S VIDEO OUT-aansluiting als decomposiet VIDEO OUT-aansluitingen. De OSD-informatiewordt in dit geval echter alleen met het S-videosignaaluitgevoerd. Als geen videosignaal wordt ingevoerd, wordt deOSD-informatie met zowel het S-videosignaal als met hetcomposietvideosignaal uitgevoerd.• Als uw videomonitor alleen is aangesloten op deCOMPONENT VIDEO-aansluitingen van dit apparaat, wordtde OSD-informatie niet afgebeeld. Zorg ervoor dat als u deOSD-informatie op uw videomonitor wilt afbeelden deze isaangesloten op de COMPONENT VIDEO-aansluitingen en opde S VIDEO-aansluiting of de VIDEO-aansluitingen.• Het weergeven van videosoftware met eenkopieerbeveiligingssignaal of videosignalen met veel ruis kanleiden tot onstabiele beelden.P01 CONCERT HALL Volledige displayBeknopte display
  • Als u de volledige displayfunctie kiest, worden INPUT l / h, VOLUME en sommige andere soorten bedieningsinformatielangs de onderrand van het scherm afgebeeld in dezelfde vormals op het display van het voorpaneel.• Het INSTELMENU- en testtoondisplay worden ongeacht degekozen OSD-functie altijd afgebeeld.

Dit apparaat is uitgerust met een hoofdversterker die in staat is 5.1-kanalen te verwerken. Ondanks dat maximaal 6 luidsprekers kunnen worden aangesloten, is het mogelijk de luidsprekerfunctie te kiezen die het beste geluidsveldeffect biedt overeenkomstig het aantal en de grootte van de gebruikte luidsprekers. Alvorens het apparaat te gebruiken, dient u de luidsprekerfunctie in te stellen met behulp van “1 SPEAKER SET” op het INSTELMENU beschreven op bladzijde 39. Overzicht van de LUIDSPREKERINSTELLINGEN-subitems 1A t/m 1E Instelling (de Subitem Beschrijving standaardinstelling is vetgedrukt)

Hiermee kiest u de uitgangsfunctie aan de hand van het al of niet gebruiken van een middenluidspreker en de prestaties ervan. 1B MAIN SP Hiermee kiest u de uitgangsfunctie aan de hand van de prestaties van de hoofdluidsprekers. LARGE/SMALL 1C REAR L/R SP Hiermee kiest u de uitgangsfunctie aan de hand van het al of niet gebruiken van linker en rechter achterluidsprekers en de prestaties ervan.

1D LFE/BASS OUT Hiermee kiest u een luidspreker voor de LFE-signaaluitvoer en het superlagetonensignaal.

1E MAIN LEVEL Hiermee kiest u het uitgangsniveau van de hoofdluidsprekers. Normal/–10 dB

Dit gedeelte beschrijft het instellen van de luidspreker-uitgangsniveaus met behulp van de testtoongenerator.Nadat deze instelling is gemaakt, zal het uitgangsniveaudat op de luisterpositie uit iedere luidspreker wordtgehoord hetzelfde zijn. Dit is belangrijk voor de besteprestaties van de digitale geluidsveldprocessor, de DolbyPro Logic-decoder, de Dolby Digital-decoder en de DTS-decoder.Opmerking• Aangezien dit apparaat de testtoonfunctie niet kan instellenwanneer een hoofdtelefoon is aangesloten, zorgt u ervoor datde plug van de hoofdtelefoon uit de PHONES-aansluiting isgetrokken voordat u de testtoonfunctie gebruikt. Alvorens te beginnen STANDBY /ON 1 Druk op STANDBY/ON om het apparaat in teschakelen. Schakel devideomonitor in. 2 Druk op SPEAKERS A of B om dehoofdluidsprekers tekiezen die u wiltgebruiken.Als u twee parenhoofdluidsprekers gebruikt,drukt u op zowel A als B.OFFON BASS EXTENSIONBASS TREBLE

3 Zet BASS en TREBLE op het voorpaneel in de middenstand en zet BASS EXTENSION opOFF (uit). Zet op OFF. LEFT SURROUND (TEST L SUR.) RIGHT SURROUND (TEST R SUR.) CENTER (TEST CENTER) RIGHT (TEST RIGHT) LEFT (TEST LEFT) Gebruik van de testtoon (TEST DOLBY SUR.) De instelling van ieder luidspreker-uitgangsniveau moetvanaf de luisterpositie worden gemaakt met behulp van deafstandsbediening. 1 Zet de keuzeschakelaar in de stand AMP/TUN (ofDSP/TUN). 2 Druk op TEST om de testtoon uit te voeren. 3 Stel het volume in zodat u de testtoon kunt horen.De testtoon wordt voortgebracht door de linkerhoofdluidspreker, middenluidspreker, rechterhoofdluidspreker, rechter achterluidspreker en linkerachterluidspreker, in die volgorde. De toon wordtgedurende 2,5 seconden door iedere luidsprekervoortgebracht. A/B/C/D/E A/B/C/D/E 2,6

VOOR- BEREIDINGEN De toestand van de uitvoer van de testtoon wordt tevens op de videomonitor afgebeeld door middel van een tekening van het luistervertrek. Dit is handig bij het instellen van het uitgangsniveau van iedere luidspreker.

  • Als “1A CENTER SP” op het INSTELMENU is ingesteld opNONE, wordt het geluid van het middenkanaal automatischuitgevoerd door de linker en rechter hoofdluidsprekers. Opmerking
  • Als u de testtoon niet kunt horen, zet u het volume omlaag, zetu het apparaat in de stand-bystand en controleert u deluidsprekeraansluitingen. 4 Druk herhaaldelijk op LEVEL om de luidspreker te kiezen waarvan u het uitgangsniveau wilt instellen.
  • Nadat u op LEVEL hebt gedrukt, kunt u tevens de luidspreker die u wilt instellen kiezen door op d te drukken (u doorloopt de luidsprekers in de omgekeerde volgorde). TEST DOLBY SUR. LEFT Opmerkingen
  • Voor verdere informatie over het instellen van de subwoofer,leest u de beschrijving van het instellen van het uitgangsniveauvan de effectluidsprekers op bladzijde 46.• Na het instellen van de luidspreker-uitgangsniveaus met behulpvan de testtoon, is het mogelijk het luidspreker-uitgangsniveaunaar believen in te stellen terwijl u luistert naar de weergavevan een bron, als u gebruik maakt van de instelling van hetuitgangsniveau van de effectluidsprekers, beschreven opbladzijde 46.
  • U kunt het uitgangsniveau van de effectluidsprekers (midden,linker achter en rechter achter) naar +10 dB verhogen. Als zelfsnadat u het uitgangsniveau van deze luidsprekers hebt verhoogdmet +10 dB, het uitgangsniveau van deze luidsprekers nogsteeds lager is dan dat van de hoofdluidsprekers, stelt u “1EMAIN LEVEL” op het INSTELMENU in op –10 dB. Dezeinstelling verlaagt het uitgangsniveau van de hoofdluidsprekerstot ongeveer een derde van het normale uitgangsniveau. Nadatu “1E MAIN LEVEL” op het INSTELMENU op –10 dB hebtingesteld, stelt u de uitgangsniveaus van de midden- enachterluidsprekers nogmaals in. 5 Druk herhaaldelijk op j / i om het uitgangsniveau van de huidig gekozen luidspreker in te stellen zodanig dat het bijna hetzelfde is als dat van de hoofdluidspreker.
  • Tijdens het instellen wordt de testtoon voortgebracht door de gekozen luidspreker.
  • Herhaal de stappen 4 en 5 om de uitgangsniveaus van de middenluidspreker, linker achterluidspreker en rechter achterluidspreker in te stellen. 6 Nadat het instellen klaar is, drukt u op TEST. Het uitvoeren van de testtoon stopt en het huidige DSP- programma wordt op het display van het voorpaneel en op de videomonitor afgebeeld.

1 Druk op STANDBY/ON (of POWER) om het apparaat in te schakelen. Schakel de videomonitor in. Het display van het voorpaneel en de videomonitor beelden gedurende enkele seconden het hoofdvolumeniveau af en veranderen vervolgens in het huidig ingestelde DSP-programma. 2 Druk op SPEAKERS A of B om de hoofdluidsprekers te kiezen die u wilt gebruiken. Als u twee paren hoofdluidsprekers gebruikt, drukt u op zowel A als B. 3 Druk herhaaldelijk op INPUT l / h (of druk op één van de ingangsbron-keuzetoetsen) om de ingangsbron te kiezen.

  • De huidige ingangsbron wordt door middel van een cursor aangegeven op het display van het voorpaneel.
  • De naam van de huidige ingangsbron en de huidige ingangsfunctie worden gedurende enkele seconden op het display van het voorpaneel en op de videomonitor afgebeeld. Voorpaneel AfstandsbedieningGekozen ingangsbron BASISBEDIENING SPEAKERS

VoorpaneelVoorpaneel STANDBY /ON

Afstandsbediening Kies dit... ...om het signaal van de gekozen component weer te geven. PHONO: Draaitafel CD: Cd-speler TUNER: AM/FM-tuner MD/CD-R: Md-recorder/cd-recorder/tapedeck DVD: Dvd-speler D-TV/CBL: Tv/digitale tv of kabel-tv/ satelliettuner VCR 1: Videorecorder 1 VCR 2/DVR: Videorecorder 2/digitale videorecorder V-AUX: Een andere audiovisuele component (aangesloten op de VIDEO AUX- aansluitingen op het voorpaneel) Wanneer u de afstandsbediening gebruikt, zet u de keuzeschakelaar in de stand AMP/TUN.

Kiezen van een ingangsbron die is aangesloten op de 6CH INPUT-aansluitingen Druk op 6CH INPUT totdat “6CH INPUT” op het display van het voorpaneel en op de videomonitor wordt afgebeeld.

Gebruik de digitale geluidsveldprocessor Zie “Kiezen van een geluidsveldprogramma”. 6CH INPUTVoorpaneel Afstandsbediening Opmerkingen

  • Als “6CH INPUT” op het display van het voorpaneel en op de videomonitor wordt afgebeeld, kan geen andere ingangsbron worden weergegeven. Om een andere ingangsbron te kiezen met behulp van INPUT l / h (of met de ingangsbron- keuzetoetsen), drukt u op 6CH INPUT zodat “6CH INPUT” op het display van het voorpaneel en op de videomonitor uitgaat.
  • Als u wilt luisteren naar een audiobron die is aangesloten op de 6CH INPUT-aansluitingen tezamen met een videobron, kiest u eerst de videobron en vervolgens drukt u op 6CH INPUT. 4 Begin met het weergeven (of kies een zender) op de broncomponent. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de broncomponent. 5 Stel het volume in op het gewenste uitgangsniveau. Gebruik indien gewenst BASS, TREBLE en BASS EXTENSION, enz. Deze bedieningselementen hebben uitsluitend effect op het geluid dat door de hoofdluidsprekers wordt voortgebracht. BASS TREBLE– + – + VOLUME Voorpaneel AfstandsbedieningVoorpaneel Opmerking
  • Als de component die is aangesloten op de VCR 1 OUT-, VCR 2/DVR OUT- en MD/CD-R OUT-aansluitingen uit staat, kan het weergegeven geluid vervormd zijn of het volumeniveau verlaagd zijn. In dergelijke gevallen, schakelt u de component in. Voorpaneel Afstandsbediening ■ Dempen van het geluid Gebruik dit als u het geluid tijdelijk wilt onderbreken. Druk op MUTE op de afstandsbediening. Om het volume weer op het oorspronkelijke uitgangsniveau terug te brengen, drukt u nogmaals op MUTE.
  • U kunt tevens de geluiddemping annuleren door op enige bedieningstoets, zoals VOLUME +/–, te drukken.
  • Tijdens de geluiddemping wordt “MUTE ON” op het display van het voorpaneel en op de videomonitor afgebeeld. ■ Wanneer u klaar bent met het gebruik van dit apparaat Druk op STANDBY/ON (of op STANDBY) om dit apparaat in de stand-bystand te zetten. ■ Informatie over digitale signalen De digitale ingangsaansluitingen van dit apparaat kunnen tevens 96-kHz-bemonsterde digitale signalen accepteren. (Om hiervan gebruik te maken, sluit u een bron aan die 96-kHz-bemonsterde digitale signalen ondersteunt en stelt u de speler in op digitale uitvoer. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de speler.) Let op het volgende wanneer 96-kHz-bemonsterde digitale signalen worden ingevoerd in dit apparaat:

1. De volgende informatie wordt op het display van het

voorpaneel afgebeeld.

2. U kunt geen DSP-programma kiezen. Het geluid zal

als normaal 2-kanalen stereogeluid worden uitgevoerd en alleen door de linker en rechter hoofdluidsprekers worden voortgebracht. Opmerking

  • Als “1B MAIN SP” op het INSTELMENU is ingesteld op SMALL en “1D LFE/BASS OUT” is ingesteld op SWFR, of “1D LFE/BASS OUT” is ingesteld op BOTH, wordt het geluid tevens door de subwoofer voortgebracht.

3. U kunt het uitgangsniveau van de luidsprekers

(behalve het uitgangsniveau van de subwoofer), zoals beschreven op bladzijde 46, niet instellen. VOLUME CDTUNER PHONO MD/CD-R DVD D-TV/CBL VCR 1 VCR2/DVR V-AUX PCM OFFON BASS EXTENSION DSP PROGRAM

0705V620RDS_24-29_NL 7/10/1, 5:53 PM2526

■ BGV (achtergrondvideo)-functie De BGV-functie stelt u in staat videobeelden van een videobron te combineren met geluiden van een audiobron. (U kunt, bijvoorbeeld, luisteren naar klassieke muziek terwijl u naar een videofilm kijkt.) Kies een bron uit de videogroep en kies vervolgens en bron uit de audiogroep met behulp van de ingangsbron- keuzetoetsen van de afstandsbediening. De BGV-functie werkt niet als u de ingangsbron kiest met behulp van INPUT l / h op het voorpaneel. AUTO: In deze ingangsfunctie wordt het ingangssignaal automatisch gekozen in de volgende volgorde:

1) Dolby Digital- of DTS-signaal

2) Digitaal (PCM) signaal

DTS: In deze ingangsfunctie wordt alleen het digitale ingangssignaal gekozen dat is gecodeerd met DTS, zelfs als tegelijkertijd een ander signaal wordt ingevoerd. ANLG (ANALOG): In deze ingangsfunctie wordt alleen het analoge ingangssignaal gekozen, zelfs als tegelijkertijd een digitaal signaal wordt ingevoerd. Opmerkingen

  • Als digitale signalen worden ingevoerd via zowel de COAXIAL- als de OPTICAL-aansluiting, wordt het digitale signaal van de COAXIAL-aansluiting gekozen.
  • Wanneer AUTO is gekozen, stelt dit apparaat automatisch het soort ingangssignaal vast. Als dit apparaat een Dolby Digital- of een DTS-signaal vaststelt, zal de decoder automatisch overschakelen naar de toepasselijke instelling en een 5.1- kanalen bron weergeven.
  • De geluidsuitvoer kan bij bepaalde ld-spelers en dvd-spelers in de volgende situatie worden onderbroken: Als de ingangsfunctie is ingesteld op AUTO en een zoekbediening wordt uitgevoerd tijdens het weergeven van een bron waarvan het signaal is gecodeerd met Dolby Digital of DTS, kan het geluid een moment vertraagd worden nadat het weergeven wordt hervat.
  • Afhankelijk van de ld-speler, is het mogelijk dat het weergeven niet wordt uitgevoerd wanneer u een ld probeert weer te geven die niet digitaal is opgenomen met de ingangsfunctie ingesteld op AUTO. Als dit gebeurt, stelt u de ingangsfunctie in op ANALOG. INPUT MODEVoorpaneel AfstandsbedieningIngangsfunctie Ingangsfuncties en indicators Wanneer u de afstandsbediening gebruikt, zet u de keuzeschakelaar in de stand AMP/TUN. Dit apparaat heeft verschillende ingangsaansluitingen. Als uw component is aangesloten op meer dan één soort ingangsaansluiting, kunt u de prioriteit van het ingangssignaal instellen. Druk herhaaldelijk op INPUT MODE (of de ingangsbron-keuzetoetsen op de afstandsbediening waarop u hebt gedrukt om de ingangsbron te kiezen) totdat de gewenste ingangsfunctie op het display van het voorpaneel en op de videomonitor wordt afgebeeld.

■ Opmerkingen betreffende het weergeven van een bron waarvan het signaal is gecodeerd met DTS

  • Als de digitale uitgangsdata van de speler op enige manier is bewerkt, kan het onmogelijk zijn DTS- decodering uit te voeren, zelfs als u een digitale aansluiting hebt gemaakt tussen dit apparaat en de speler.
  • Als u een bron waarvan het signaal is gecodeerd met DTS weergeeft en de ingangsfunctie instelt op ANALOG, geeft dit apparaat de ruis van een onbewerkt DTS-signaal weer. Wanneer u een DTS- bron wilt weergeven, zorgt u ervoor dat de bron is aangesloten op een digitale ingangsaansluiting en stelt u de ingangsfunctie in op AUTO of op DTS.
  • Als u de ingangsfunctie verandert naar ANALOG tijdens het weergeven van een bron waarvan het signaal is gecodeerd met DTS, zal dit apparaat geen geluid weergeven.
  • Het volgende dingen kunnen gebeuren als de ingangsfunctie is ingesteld op AUTO wanneer u een bron weergeeft waarvan het signaal is gecodeerd met DTS. – Als u doorgaat met het weergeven van een bron waarvan het signaal is gecodeerd met DTS, zal dit apparaat automatisch overschakelen naar de “DTS- decoderen” ingangsfunctie om te voorkomen dat ruis wordt gegenereerd tijdens de erop volgende bediening. (De “t” indicator gaat branden op het display van het voorpaneel.) De “t” indicator kan onmiddellijk gaan knipperen nadat het weergeven van een bron waarvan het signaal met DTS is gecodeerd klaar is. Alleen een bron waarvan het signaal is gecodeerd met DTS kan worden weergegeven terwijl deze indicator knippert. (De indicator zal korter dan 1 minut knipperen.) Als u spoedig een normale PCM-bron wilt weergeven, stelt u de ingangsfunctie weer in op AUTO. – De “t” indicator kan knipperen wanneer een zoek- of overslaanbediening wordt uitgevoerd. Als deze toestand een zekere tijd duurt, zal het apparaat automatisch overschakelen van de “DTS-decoderen” ingangsfunctie naar de digitaal PCM-signaal ingangsfunctie en zal de “t” indicator uitgaan.

0705V620RDS_24-29_NL 1/19/1, 7:15 PM2728

Kiezen van een geluidsveldprogramma U kunt uw luisterplezier verhogen door een DSP-programma te kiezen. Voor verdere informatie over iederprogramma, leest u de “GELUIDSVELDPROGRAMMA”. ■ Op de afstandsbediening A/B/C/D/E

1 Druk op DSP. De indicator brandt gedurendeongeveer 3 seconden.

  • Als de keuzeschakelaar in de stand DSP/TUN staat, slaat udeze stap over. 2 Kies het gewenste DSP-programma met behulp van de cijfertoetsen voordat deindicator uitgaat.• Om, bijvoorbeeld, het subprogramma“SPECTACLE” te kiezen, drukt u herhaaldelijk opMOVIE THEATER 1.• De naam van het gekozen DSP-programma wordtop het display van het voorpaneel en op devideomonitor afgebeeld.DSP-programmagroepDSP-programmanaam(subprogramma) ■ Op het voorpaneel 1 Druk op DSP PROGRAM. 2 Draai de multi-jog- draaiknop om het DSP-programma te kiezen.De naam van het gekozenDSP-programma wordt op hetdisplay van het voorpaneel enop de videomonitor afgebeeld.Opmerkingen• Kies een DSP-programma aan de hand van uwluistervoorkeuren en niet aan de hand van de naam van hetprogramma. De akoestiek van uw luistervertrek heeft invloedop het DSP-programma. Voorkom geluidsweerkaatsing in hetvertrek zo veel mogelijk om een zo groot mogelijk effect vanhet programma te verkrijgen.• Nadat u een ingangsbron hebt gekozen, zal dit apparaatautomatisch het laatste DSP-programma instellen dat met dieingangsbron werd gebruikt.• Wanneer u dit apparaat in de stand-bystand zet, onthoudt hetapparaat de ingangsbron en het DSP-programma die het laatstwerden gebruikt en stelt deze opnieuw in nadat u het apparaatweer hebt ingeschakeld.• Als een Dolby Digital- of een DTS-signaal wordt ingevoerdterwijl de ingangsfunctie op AUTO is ingesteld, zal het DSP-programma automatisch overschakelen naar het toepasselijkedecodeerprogramma.• Wanneer een monobron wordt weergegeven met PRO LOGIC/NORMAL of PRO LOGIC/ENHANCED, zullen dehoofdluidsprekers en de achterluidsprekers geen geluidvoortbrengen. Het geluid wordt alleen voortgebracht door demiddenluidspreker. Als echter “1A CENTER SP” op hetINSTELMENU is ingesteld op NONE, wordt het geluid vanhet middenkanaal voortgebracht door de hoofdluidsprekers.• Wanneer een ingangsbron wordt gekozen die is aangesloten opde 6CH INPUT-aansluitingen van dit apparaat, kan de digitalegeluidsveldprocessor niet worden gebruikt.• Wanneer 96-kHz-bemonsterde digitale signalen wordeningevoerd in dit apparaat, kan het DSP-programma niet wordengekozen. In dit geval zal het geluid als normaal 2-kanalenstereogeluid worden weergegeven. DSP DIGITAL MOVIE THEATER 1 VOLUME CDTUNER PHONO MD/CD-R DVD D-TV/CBL VCR 1 VCR2/DVR V-AUX

■ Virtual CINEMA DSP en SILENT CINEMA Virtual CINEMA DSP Virtual CINEMA DSP stelt u in staat te genieten van het geluidsveldeffect van het DSP-programma zonder achterluidsprekers. Met behulp van originele YAMAHA technologie is het mogelijk natuurlijk surroundgeluid weer te geven door middel van het genereren van een virtuele luidspreker. U kan de geluidsveldbewerking veranderen in de Virtual CINEMA DSP-functie door “1C REAR L/R SP” op het INSTELMENU in te stellen op NONE. Virtual CINEMA DSP wordt uitgevoerd met behulp van de hoofdluidsprekers. Opmerking

  • In de volgende gevallen wordt dit apparaat niet in de Virtual CINEMA DSP-functie geschakeld, zelfs niet als “1C REAR L/R SP” op het INSTELMENU is ingesteld op NONE: – wanneer het 5CH STEREO-, PRO LOGIC/NORMAL-, DOLBY DIGITAL/NORMAL- of DTS/NORMAL- programma is gekozen; – wanneer het geluidseffect is uitgeschakeld; – wanneer 6CH INPUT is gekozen als ingangsbron; – wanneer 96-kHz-bemonsterde digitale signalen worden ingevoerd in dit apparaat; – wanneer een Dolby Digital KARAOKE ingangsbron wordt weergegeven; – wanneer een testtoon wordt uitgevoerd; of – wanneer de hoofdtelefoon is aangesloten. (u hoort SILENT CINEMA) SILENT CINEMA SILENT CINEMA stelt u in staat te genieten van het realistische gevoel van het DSP-programma met gebruik van de hoofdtelefoon. Met deze functie krijgt u een krachtige surroundgeluidsweergave, net als bij het luisteren via de luidsprekers. U kunt luisteren naar SILENT CINEMA door uw hoofdtelefoon aan te sluiten op de PHONES-aansluiting terwijl de effectluidsprekers zijn ingeschakeld. Normale stereoweergave Druk op EFFECT om het geluidseffect uit te schakelen en normale stereoweergave te krijgen. Druk nogmaals op EFFECT om het geluidseffect weer in te schakelen. Voorpaneel Afstandsbediening
  • Als de keuzeschakelaar in een andere stand dan DSP/TUN staat, drukt u eerst op DSP en vervolgens op EFFECT op de afstandsbediening. Opmerkingen
  • Als u het geluidseffect uitschakelt, brengen de midden- en achterluidsprekers geen geluid voort.
  • Als u het geluidseffect uitschakelt terwijl een Dolby Digital- of DTS-signaal wordt uitgevoerd, wordt het dynamische bereik van het signaal automatisch verkleind en wordt het geluid van de midden- en achterluidsprekers gemengd en uitgevoerd via de hoofdluidsprekers.
  • Het volumeniveau kan sterk worden verlaagd wanneer u het geluidseffect uitschakelt of wanneer u “6 D-RANGE” op het INSTELMENU instelt op MIN. Schakel in dit geval het geluidseffect weer in. EFFECT

0705V620RDS_24-29_NL 1/19/1, 7:15 PM2930

AFSTEMMEN Aansluiten van de antennes Zowel een AM- als een FM-binnenantenne worden bij dit apparaat geleverd. Over het algemeen leveren deze antenneseen voldoende sterk signaal.Sluit iedere antenne op de juiste wijze aan op de daarvoor bestemde aansluitingen.AM-raamantenne(bijgeleverd) FM- binnenantenne(bijgeleverd)Aarding (GND-aansluiting)Voor maximale veiligheid enminimale ruis, sluit u de GND-aansluiting van de antenne aanop een goede aardleiding. Eengoede aardleiding is een metalenpen in een vochtige grond. ■ Aansluiten van de FM- binnenantenne Sluit de bijgeleverde FM-binnenantenne aan op de FMANT 75Ω UNBAL. -aansluiting.Opmerking• Sluit niet tegelijkertijd een FM-buitenantenne en een FM-binnenantenne aan.AM ANT GNDFM ANT

■ Aansluiten van de AM- raamantenne Antennestandaard 1 Druk tegen het lipje van de aansluiting en houd deze weggedrukt om het gaatje van deaansluiting te openen. 2 Steek de draaduiteinden van de AM- raamantenne in de AM ANT- en GND-aansluitingen. 3 Laat het lipje los zodat de antennedraad wordt vastgeklemd.Trek voorzichtig aan de antennedraden om tecontroleren dat ze stevig zijn aangesloten. 4 Bevestig de raamantenne op de antennestandaard. 5 Richt de AM-raamantenne zodanig dat de ontvangst het beste is.

  • De AM-raamantenne kan van de antennestandaard wordenafgehaald en aan een muur worden bevestigd.Opmerkingen• De AM-raamantenne dient uit de buurt van dit apparaat teworden geplaatst.• De AM-raamantenne dient altijd te blijven aangesloten, zelfswanneer een AM-buitenantenne op dit apparaat is aangesloten.Een op de juiste wijze geïnstalleerde buitenantennebiedt een betere ontvangst dan een binnenantenne. Alsu last heeft van een slechte ontvangstkwaliteit, kaneen buitenantenne hierin verbetering brengen. Vraaguw dichtstbijzijnde YAMAHA handelaar ofservicecentrum om advies met betrekking totbuitenantennes.

0706V620RDS_30-34_NL 1/19/1, 7:15 PM3031

Nederlands INTRODUCTION PREPARATION BASIS- BEDIENING ADVANCED OPERATION ADDITIONAL INFORMATION APPENDIX AFSTEMMEN Automatisch (of handmatig) afstemmen Automatisch afstemmen is handig wanneer de zendersignalen sterk zijn en er geen storing is.

  • Gebruik handmatig afstemmen als het zoeken niet stopt bij degewenste zender omdat het signaal te zwak is.• Als het apparaat is afgestemd op een zender, brandt de“TUNED” indicator en wordt de frequentie van de ontvangenzender afgebeeld op het display van het voorpaneel. Indien eenRDS-zender wordt ontvangen die gebruikmaakt van PS-dataservice, wordt op het display van het voorpaneel niet defrequentie, maar de naam van de zender afgebeeld. Als het signaal van de zender waarop u wilt afstemmen zwak is, moet u handmatig erop afstemmen. 1 Druk op INPUT l / h en kies TUNER als ingangsbron. 2 Druk op FM/AM om de frequentieband te kiezen. “FM” of “AM” brandt op het display van het voorpaneel. 3 Druk op TUNING MODE (AUTO/MAN’L MONO) zodat de “AUTO” indicator op het display van het voorpaneel uitgaat. INPUTFM/AMSILENT VIDEO AUXPHONES S VIDEO VIDEO L AUDIO R OPTICAL6CH INPUTINPUT MODEINPUTVOLUMERDS MODE/FREQ EON

1 Druk op INPUT l / h en kies TUNER als ingangsbron. 2 Druk op FM/AM om de frequentieband te kiezen. “FM” of “AM” brandt op het display van het voorpaneel. TUNING MODE

Als “ z ” op het display van het voorpaneel naast de frequentieband-indicator wordt afgebeeld, drukt u op PRESET/TUNING (EDIT) zodat het uitgaat. AUTO

3 Druk op TUNING MODE (AUTO/MAN’L MONO) zodat de “AUTO” indicator op het display van het voorpaneel brandt. Brandt Als “ z ” op het display van het voorpaneel naast de frequentieband-indicator wordt afgebeeld, drukt u op PRESET/TUNING (EDIT) zodat het uitgaat. “ z ” uitschakelen. 4 Draai de multi-jog-draaiknop rechtsom of linksom om met het automatisch afstemmen te beginnen. Draai de multi-jog-draaiknop rechtsom om af te stemmen op een hogere frequentie of linksom om af te stemmen op een lagere frequentie. Draai de multi-jog-draaiknop nogmaals als het zoeken niet stopt bij de gewenste zender. Gaat uit 4 Draai de multi-jog- draaiknop rechtsom of linksom om handmatig op de gewenste zender af te stemmen. Opmerking

  • Door handmatig af te stemmen op een FM-zender, wordt deontvangstfunctie automatisch verandert in mono om dekwaliteit van het signaal te verhogen. INPUT FM/AM

Programmeren van voorkeurzenders ■ Automatisch programmeren van zenders (voor RDS-zenders) U kunt de automatische afstemfunctie gebruiken om RDS-zenders als voorkeurzender in het geheugen te programmeren. Deze functie stelt het apparaat in staat om automatisch af te stemmen op RDS-zenders met een sterk signaal, en maximaal 40 (8 zenders x 5 groepen) van dergelijke zenders op volgorde in het geheugen te programmeren. Met deze functie kunt u gemakkelijk afstemmen op een voorkeurzender door het voorkeurzendernummer te kiezen (zie “Afstemmen op een voorkeurzender”). 1 Druk op FM/AM om de FM-frequentieband te kiezen. 2 Druk op TUNING MODE (AUTO/MAN’L MONO) zodat de “AUTO” indicator op het display van het voorpaneel brandt. MEMORY VOLUME TUNER MD/CD-R DVD D-TV/CBL VCR 1 VCR2/DVR V-AUX AUTO 3 Houd MEMORY (MAN’L/AUTO FM) gedurende langer dan 3 seconden ingedrukt. Het voorkeurzendernummer, de “MEMORY” indicator en de “AUTO” indicator knipperen op het display van het voorpaneel. Vervolgens zal na ongeveer 5 seconden het automatisch programmeren van voorkeurzenders beginnen vanaf de frequentie die op dit moment wordt afgebeeld in de richting van de hogere frequenties. Nadat het automatisch programmeren van voorkeurzenders klaar is, wordt de frequentie van de laatste geprogrammeerde zender op het display van het voorpaneel afgebeeld. Opmerkingen

  • Alle gegevens van een geprogrammeerde zender die onder een voorkeurzendernummer zijn opgeslagen, zullen worden gewist wanneer u een nieuwe voorkeurzender onder hetzelfde nummer programmeert.
  • De ontvangstfunctie wordt samen met de frequentie opgeslagen.
  • U kunt een voorkeurzender handmatig omwisselen met een andere FM-zender of AM-zender, door eenvoudigweg de bediening onder “Handmatig programmeren van voorkeurzenders” uit te voeren.
  • Als het voorkeurzendernummer niet oploopt tot E8, is het automatisch programmeren van voorkeurzenders automatisch gestopt nadat alle zenders zijn gezocht.
  • Alleen RDS-zenders met een voldoende sterk signaal worden opgeslagen door het automatisch programmeren van voorkeurzenders. Als de zender die u wilt programmeren een zwak signaal heeft, stemt u handmatig erop af in de monofunctie en programmeert u deze door de bediening onder “Handmatig programmeren van voorkeurzenders” uit te voeren. (In bepaalde gevallen kan met deze functie een zender niet worden ontvangen terwijl die met de automatisch afstemfunctie wel ontvangen zou kunnen worden. Dit komt omdat deze functie samen met het radiosignaal ook nog een grote hoeveelheid PI (programma-identificatie)-data ontvangt.) Opties bij het automatisch programmeren van voorkeurzenders U kunt het voorkeurzendernummer kiezen waarvanaf het apparaat moet beginnen met het programmeren van RDS- zenders en/of kiezen voor het zoeken naar zenders in de richting van de lagere frequenties. Alvorens het automatisch programmeren van voorkeurzenders begint (nadat u op MEMORY hebt gedrukt in stap 3):

1. Draai de multi-jog-draaiknop om het

voorkeurzendernummer te kiezen waaronder de eerste zender moet worden geprogrammeerd. Het automatisch programmeren van voorkeurzenders zal stoppen nadat zenders zijn geprogrammeerd onder alle voorkeurzendernummers tot en met E8.

2. Druk op PRESET/TUNING (EDIT) om “ z ” te doen

uitgaan en draai de multi-jog-draaiknop om te beginnen met het zoeken naar zenders in de richting van de lagere frequenties. Reserve-stroomvoorziening voor het geheugen De reserve-stroomvoorziening voorkomt dat de opgeslagen gegevens verloren gaan, zelfs wanneer het apparaat in de stand-bystand wordt gezet, de stekker van het netsnoer uit het stopcontact wordt getrokken, of de stroomvoorziening tijdelijk wordt onderbroken als gevolg van een stroomstoring. Als de stroomvoorziening van het apparaat echter gedurende langer dan 1 week is onderbroken, is het mogelijk dat de voorkeurzenders uit het geheugen verloren gaan. Als dit gebeurd is, programmeert u de zenders opnieuw door middel van de verschillende methoden voor het programmeren van voorkeurzenders. TUNING MODE

NederlandsINTRODUCTIONPREPARATIONBASIS-BEDIENINGADVANCEDOPERATIONADDITIONALINFORMATIONAPPENDIXAFSTEMMEN Afstemmen op een voorkeurzender U kunt op iedere gewenste zender afstemmen dooreenvoudigweg het voorkeurzendernummer te kiezenwaaronder de zender werd geprogrammeerd. ■ Op de afstandsbediening 1 Zet de keuzeschakelaar in de stand AMP/ TUN en druk op TUNER om TUNER als deingangsbron te kiezen. 2 Druk herhaaldelijk op A/B/C/D/E om een voorkeurzendergroep te kiezen.De voorkeurzendergroep wordt op het display vanhet voorpaneel afgebeeld en verandert bij iederedruk op de A/B/C/D/E toets. 3 Druk op PRESET –/+ om een voorkeurzendernummer (1 tot en met 8) tekiezen.De voorkeurzendergroep en het voorkeurzender-nummer worden op het display van het voorpaneelafgebeeld vóór de frequentieband en de frequentie.Tevens brandt de “TUNED” indicator.

  • U kunt het voorkeurzendernummer kiezen met behulp van decijfertoetsen (1 t/m 8) als fabrikantcode “0023” is ingesteldvoor de stand AMP/TUN (of DSP/TUN). A/B/C/D/E

Knippert 3 Draai de multi-jog-draaiknop om een voorkeurzendernummer te kiezen terwijl de“MEMORY” indicator knippert.Draai de multi-jog-draaiknoprechtsom om een hogervoorkeurzendernummer tekiezen en linksom om eenlager voorkeurzendernummerte kiezen. 4 Druk op MEMORY (MAN’L/AUTO FM) terwijl de “MEMORY” indicator knippert.De frequentieband en defrequentie worden op hetdisplay van het voorpaneelafgebeeld achter devoorkeurzendergroep en hetvoorkeurzendernummer die uhebt gekozen.Geeft aan dat de afgebeelde zender isgeprogrammeerd als voorkeurzender A1. 5 Herhaal de stappen 1 tot en met 4 om andere voorkeurzenders te programmeren.Opmerkingen• Alle gegevens van een geprogrammeerde zender die onder eenvoorkeurzendernummer zijn opgeslagen, zullen worden gewistwanneer u een nieuwe voorkeurzender onder hetzelfdenummer programmeert.• De ontvangstfunctie wordt samen met de frequentieopgeslagen. ■ Handmatig programmeren van voorkeurzenders U kunt tevens maximaal 40 zenders (8 zenders x 5groepen) handmatig programmeren. 1 Stem af op een zender. Zie “Automatisch (of handmatig) afstemmen” voorinformatie over het afstemmen. 2 Druk op MEMORY (MAN’L/AUTO FM). De “MEMORY” indicator knippert gedurendeongeveer 5 seconden op het display van hetvoorpaneel.A/B/C/D/ETUNEDSTEREOVOLUMECDTUNER PHONOMD/CD-R DVD

OFF ONOFFONSTANDBY /ON DIGITAL BASS EXTENSION– + – +SURROUNDDIGITAL 2,4 ■ Op het voorpaneel 1 Druk op PRESET/TUNING (EDIT) zodat “ z ” wordt afgebeeld naast de frequentiebandindicator. 2 Draai de multi-jog- draaiknop om het gewenste voorkeurzendernummer te kiezen. De voorkeurzendergroep en het voorkeurzendernummer worden op het display van het voorpaneel afgebeeld tezamen met de frequentieband en zenderfrequentie, terwijl de “TUNED” indicator gaat branden. Omwisselen van voorkeurzenders U kunt de voorkeurzendernummers van twee voorkeurzenders met elkaar omwisselen. Het onderstaande voorbeeld beschrijft de bedieningen voor het omwisselen van voorkeurzendernummer “E1” met “A5”. 1 Stem af op voorkeurzender “E1”. Zie “Afstemmen op een voorkeurzender”. 2 Houd PRESET/TUNING (EDIT) gedurende langer dan 3 seconden ingedrukt. “E1” en de “MEMORY” indicator knipperen op het display van het voorpaneel. 3 Stem af op de voorkeurzender “A5” met behulp van de toetsen op het voorpaneel. “A5” en de “MEMORY” indicator knipperen op het display van het voorpaneel. 4 Druk nogmaals op PRESET/TUNING (EDIT). De zenders die onder de twee voorkeurzendernummers zijn geprogrammeerd, worden omgewisseld. Geeft aan dat het omwisselen van de zenders klaar is.

ONTVANGEN VAN RDS-ZENDERS

RDS (= radiodatasysteem) is een datatransmissiesysteem dat door FM-zenders in veel landen wordt gebruikt. Zenders die gebruikmaken van dit systeem, zenden naast hun normale radiosignaal nog een onhoorbare stroom data uit. RDS-data bevatten diverse soorten informatie, zoals PI (programma-identificatie), PS (zendernaam), PTY (programmatype), RT (radiotekst), CT (huidige tijd), EON (uitgebreide overige netwerken), enz. De RDS- functie is in werking bij zenders in het netwerk. Beschrijving van RDS-data Door dit apparaat kunnen van RDS-zenders de volgende soorten informatie worden ontvangen: PI, PS, PTY, RT, CT en EON. ■ PS-functie (zendernaam): Op het display wordt de naam van de RDS-zender afgebeeld die op dat moment wordt ontvangen. ■ PTY-functie (programmatype): Op het display wordt het soort programma afgebeeld dat op dat moment wordt uitgezonden door de RDS-zender die wordt ontvangen. RDS-zenders onderscheiden 15 verschillende programmatypes. Met dit apparaat kunt u zoeken naar een zender die op dat moment het door u gewenste soort programma uitzendt. Zie “PTY SEEK- functie” voor bijzonderheden. ■ RT-functie (radiotekst): Op het display wordt informatie afgebeeld over het programma (zoals de titel van het lied, de naam van de zanger, enz.) dat wordt uitgezonden door de RDS-zender die op dat moment wordt ontvangen. De informatie bestaat uit maximaal 64 alfanumerieke tekens, inclusief de umlaut. Indien de RT-data andere lettertekens bevat, worden deze aangegeven door middel van onderstreping. ■ CT-functie (huidige tijd): Op het display wordt de huidige tijd op de minuut nauwkeurig afgebeeld. Indien de ontvangst van de RDS- data plotseling wordt afgebroken, wordt soms de mededeling “CT WAIT” afgebeeld. ■ EON-functie (uitgebreide overige netwerken): Zie “EON-functie”. Wijzigen van de RDS-functies Met dit apparaat kunnen vier soorten RDS-data op het display worden afgebeeld. Bij ontvangst van een RDS- zender gaan op het display de indicators PS, PTY, RT en/ of CT branden, al naar gelang de RDS-dataservice waarvan de betreffende zender gebruikmaakt. Door herhaaldelijk op RDS MODE/FREQ te drukken, kunt u de functie van de RDS-data waarvan door de ontvangen zender gebruik wordt gemaakt, in de onderstaande volgorde wijzigen. Wanneer de rode indicator naast de naam van de RDS-functie gaat branden, betekent dit dat de betreffende RDS-functie nu is gekozen. Opmerkingen

  • Druk bij ontvangst van een RDS-zender niet eerder op RDSMODE/FREQ dan dat de indicator van één of meer RDS-functies op het display gaat branden. Indien op deze toetswordt gedrukt voordat de indicator op het display gaatbranden, kan de functie namelijk niet gewijzigd worden. Ditkomt omdat het apparaat dan nog niet alle RDS-data van dezender heeft ontvangen.• Er kan geen RDS-functie gekozen worden waarvan debetreffende zender geen gebruikmaakt.• Dit apparaat kan geen gebruikmaken van RDS-data indien hetontvangen signaal niet krachtig genoeg is. Vooral bij de RT-functie (radiotekst) moeten er veel data ontvangen worden.Hierdoor bestaat de kans dat de RT-functie niet op het displaywordt afgebeeld, terwijl andere RDS-functies (zoals PS, PTY,enz.) wel worden afgebeeld.• Soms kunnen er vanwege slechte ontvangstcondities geenRDS-data worden ontvangen. Druk in dergelijke gevallen opTUNING MODE zodat de indicator “AUTO” op het displayuitgaat. Hierdoor wordt weliswaar overgeschakeld op mono-ontvangst, maar wanneer u het display overschakelt op eenRDS-functie, kunt u toch RDS-data op het display afbeelden.• Indien de signaalsterkte tijdens ontvangst van een RDS-zenderdoor externe storing verzwakt wordt, bestaat de kans dat deontvangst van de RDS-data plotseling wordt afgebroken en dat“...WAIT” op het display wordt afgebeeld.PS-functiePTY-functieRT-functieCT-functieFrequentieweergavefunctieRDS MODE/FREQ

0707V620RDS_35-38_NL 1/19/1, 7:15 PM3536

ONTVANGEN VAN RDS-ZENDERS

PTY SEEK-functie Door een bepaald programmatype te kiezen, worden alle voorgeprogrammeerde RDS-zenders doorzocht die een programma van het gekozen programmatype uitzenden. 1 Druk op PTY SEEK MODE om de PTY SEEK- functie te activeren. Het programmatype van de zender die op dat moment wordt ontvangen of “NEWS” knippert op het display. ■ Uitschakelen van deze functie Druk tweemaal op PTY SEEK MODE. ■ Programmatypes van de PTY- functie RDS-zenders onderscheiden 15 verschillende programmatypes. NEWS Nieuws AFFAIRS Actuele zaken INFO Algemene informatie SPORT Sport EDUCATE Onderwijs DRAMA Toneel CULTURE Cultuur SCIENCE Wetenschap VARIED Licht amusement POP M Popmuziek ROCK M Rockmuziek M.O.R. M Populaire muziek (lichte muziek) LIGHT M Licht klassiek CLASSICS Serieus klassiek OTHER M Overige muziek

Brandt Het gekozen programmatype knippert.

  • Zodra er een zender wordt gevonden die een programma uitzendt van het gekozen programmatype, zal de zoekfunctie daar stoppen.
  • Indien de zender waarop is afgestemd niet de gewenste zender is, druk dan nogmaals op PTY SEEK START. Vervolgens wordt begonnen met het zoeken naar een andere zender die een programma van hetzelfde programmatype uitzendt. Knippert 2 Draai de multi-jog-draaiknop om het gewenste programmatype te kiezen. Het gewenste programmatype wordt op het display afgebeeld. 3 Druk op PTY SEEK START om te beginnen met het doorzoeken van alle voorgeprogrammeerde RDS-zenders. Het gekozen programmatype knippert en de indicator “PTY HOLD” brandt op het display terwijl er naar zenders wordt gezocht. PTY SEEK MODE START PTY SEEK MODE START

ONTVANGEN VAN RDS-ZENDERS

EON-functie Deze functie maakt gebruik van de EON-dataservice (Enhanced Other Networks = uitgebreide overige netwerken) op het RDS-zendernetwerk. Wanneer u gewoon het gewenste programmatype kiest (NEWS, INFO, AFFAIRS of SPORT), zal dit apparaat automatisch alle voorgeprogrammeerde RDS-zenders afzoeken naar een zender die een programma van het gekozen programmatype uitzendt. Indien een dergelijke zender wordt gevonden, zal worden overgeschakeld naar het betreffende programma zodra de uitzending daarvan begint. Dit programma komt dan in de plaats van het programma dat tot dusver werd ontvangen. Opmerking

  • Deze functie kan alleen worden gebruikt bij ontvangst van eenRDS-zender die gebruikmaakt van de EON-dataservice. Bijontvangst van een dergelijke zender gaat op het display deindicator “EON” branden. 1 Controleer of de indicator “EON” op het display brandt. Indien de indicator “EON” niet op het display brandt, stemt u af op een andere RDS-zender zodat de indicator “EON” wel brandt. 2 Druk het benodigde aantal keren op EON om het gewenste programmatype (NEWS, INFO, AFFAIRS of SPORT) te kiezen. De indicator van het gekozen programmatype brandt op het display.
  • Wanneer een RDS-voorkeurzender met een programma van het aangegeven type wordt gevonden, wordt automatisch overgeschakeld naar dat programma zodra de uitzending daarvan begint. Dit programma komt dan in de plaats van het programma dat tot dusver werd ontvangen. De indicator van het programmatype knippert. EON SILENT VIDEO AUXPHONES S VIDEO VIDEO L AUDIO R OPTICAL6CH INPUTINPUT MODEINPUTVOLUMERDS MODE/FREQ EON
  • Nadat de uitzending van het gevonden programma is afgelopen, wordt het voorheen ontvangen programma (of een ander programma op dezelfde zender) weer ontvangen. ■ Uitschakelen van deze functie Druk het benodigde aantal keren op EON zodat op het display geen programmatype-indicator meer brandt. Brandt

Opnamebediening en andere bedieningen worden uitgevoerd op de opnamecomponent. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van deze component. Opmerkingen

  • Voer een proefopname uit alvorens de werkelijke opname te maken.
  • Wanneer dit apparaat in de stand-bystand staat, kunt u niet opnemen tussen twee componenten die zijn aangesloten op dit apparaat.
  • De instellingen van BASS, TREBLE, BASS EXTENSION, VOLUME, “2 L/R BALANCE” op het INSTELMENU en DSP-programma’s hebben geen invloed op de opname.
  • Een bron die is aangesloten op de 6CH INPUT-aansluitingen van dit apparaat, kan niet worden opgenomen.
  • S-videosignalen en composietvideosignalen passeren onafhankelijk door de videoschakelingen van dit apparaat. Wanneer u videosignalen opneemt of dubt en uw videobroncomponent is zodanig aangesloten dat alleen een S- videosignaal (of alleen een composietvideosignaal) wordt uitgevoerd, dan kunt u alleen een S-videosignaal (of alleen een composietvideosignaal) opnemen op uw videorecorder.
  • Een bepaalde ingangsbron wordt niet uitgevoerd op hetzelfde REC OUT-uitgang. (Bijvoorbeeld, het signaal dat via VCR 1 IN wordt ingevoerd, wordt niet via VCR 1 OUT uitgevoerd.)
  • Neem kennis van de auteurswetten in uw land met betrekking tot het opnemen van langspeelplaten, cd’s, radio, enz. Het opnemen van auteursrechtelijk beschermd materiaal kan inbreuk plegen op de auteurswetten. Als u een videobron weergeeft die gebruik maakt van vervormde of gecodeerde signalen om dubben te voorkomen, kan het beeld zelf gestoord zijn als gevolg van deze signalen. ■ Speciale aandachtspunten voor het opnemen van DTS-software Het DTS-signaal is een digitale bitstream. Als u probeert de DTS-bitstream digitaal op te nemen, zal dit leiden tot het opnemen van ruis. Daarom, als u dit apparaat wilt gebruiken om bronnen op te nemen waarop DTS- signalen zijn opgenomen, let u op de volgende aandachtspunten en maakt u de volgende instellingen. Voor, dvd’s en cd’s die met DTS zijn gecodeerd Alleen 2-kanalen analoge audiosignalen kunnen worden opgenomen. Stel de dvd-speler (of de cd-speler) in overeenkomstig de instructies in de gebruiksaanwijzing van de speler zodat de audiosignalen worden uitgevoerd uit de speler’s analoge uitgangen. SILENT VIDEO AUXPHONES S VIDEO VIDEO L AUDIO R OPTICAL6CH INPUTINPUT MODEINPUTVOLUMERDS MODE/FREQ EON

1 Schakel het apparaat en alle aangesloten componenten in. 2 Kies de broncomponent waarvan u wilt opnemen. INPUT Voorpaneel Afstandsbediening

3 Begin met het weergeven (of kies een zender), op de broncomponent. 4 Begin met het opnemen op de opnamecomponent.

0707V620RDS_35-38_NL 1/19/1, 7:15 PM3839

NederlandsINTRODUCTIONPREPARATIONBASIC OPERA- TION GEAVANCEERDEBEDIENINGADDITIONALINFORMATIONAPPENDIX INSTELMENU GEAVANCEERDEBEDIENINGHet INSTELMENU bestaat uit 10 items, inclusief deluidsprekerinstellingen. Gebruik het INSTELMENU omde audio/video-weergave van uw systeem teoptimaliseren.

  • U kunt de items op het INSTELMENU instellen tijdens hetweergeven van een bron.• Wij bevelen aan dat u de items op het INSTELMENU insteltmet gebruik van een videomonitor. Het is gemakkelijker deitems en hun instellingen op de videomonitor te zien dan op hetdisplay van het voorpaneel van dit apparaat.Opmerking• De indicators op het display van het voorpaneel zijnafkortingen van het OSD.1 SPEAKER SET1A CENTER SP1B MAIN SP1C REAR L/R SP1D LFE/BASS OUT1E MAIN LEVEL2 L/R BALANCE3 HP TONE CTRL4 I/O ASSIGNMENT4A CMPNT-V INPUT4B OPTICAL OUT4C OPTICAL IN4D COAXIAL IN5 INPUT MODE6 DOLBY D. SETLFE LEVELD-RANGE7 DTS SET8 SP DELAY TIME9 DISPLAY SETBLUE BACKOSD SHIFTDIMMER10 MEMORY GUARD Instellen van de items op het INSTELMENU De instellingen moeten met behulp van deafstandsbediening worden gemaakt.A/B/C/D/EA/B/C/D/E 3,6 4,5

Opmerking• Bepaalde items vereisen extra bedieningsstappen om degewenste instelling te maken. 1 Zet de keuzeschakelaar in de stand AMP/TUN (ofDSP/TUN). 2 Druk op SET MENU om het INSTELMENU op te roepen. SET MENU 1/3 1 SPEAKER SET

: Up/Down/ –/+ : Enter 3 Druk herhaaldelijk op u/d om het item (1 tot en met 10) dat u wilt instellen te kiezen.

  • Door herhaaldelijk op SET MENU te drukken, kunt u de itemsin dezelfde volgorde kiezen als door op d te drukken. 4 Druk eenmaal op j of i om de instellingsfunctie van het gekozen item op teroepen.De laatste instelling die u heeft gemaakt wordt op hetdisplay van het voorpaneel of op de videomonitorafgebeeld.

0708V620RDS_39-47_NL 1/19/1, 7:15 PM3940

INSTELMENU 1 SPEAKER SET (luidsprekerinstellingen) Gebruik dit item om toepasselijke uitgangsfuncties vooruw luidsprekersysteem in te stellen.Opmerkingen• Wanneer 96-kHz-bemonsterde digitale signalen wordeningevoerd in dit apparaat, kunnen de uitgangsfuncties vansubitems 1B, 1D en 1E worden ingesteld, maar de die vansubitems 1A en 1C blijven onveranderd.• Wanneer 6CH INPUT is gekozen als ingangsbron, kunnen deuitgangsfuncties van subitems 1A tot en met 1E niet wordenveranderd.

(middenluidspreker) Door een middenluidspreker toe te voegen aan uwluidsprekersysteem, kan het systeem voor veel luisteraarseen goede dialooglokalisatie en een uitstekendesynchronisatie van geluid en beeld realiseren. Het OSDbeeldt een grote, kleine of geen middenluidspreker af,afhankelijk van hoe u dit subitem instelt.Keuzen: LRG (groot), SML (klein), NONE (geen)Begininstelling: LRG (groot)LRG (groot)Kies deze instelling als u een grote middenluidsprekerhebt. Het gehele signaalbereik van het middenkanaalwordt via de middenluidspreker uitgevoerd.SML (klein)Kies deze instelling als u een kleine middenluidsprekerhebt. De lagetonensignalen (90 Hz en lager) van hetmiddenkanaal worden uitgevoerd via de luidsprekers diemet “1D LFE/BASS OUT” zijn gekozen. Druk, afhankelijk van het gekozen item, op u/d om een subitem te kiezen. 5 Druk herhaaldelijk op j / i om de instelling van het item te veranderen. 6 Druk herhaaldelijk op u/d totdat het huidige DSP-programma wordt afgebeeld of drukeenvoudigweg op een van de DSP-programmagroeptoetsen om hetINSTELMENU te verlaten.

[A] • • • • • VCR 1 Reserve-stroomvoorziening voor hetgeheugenDe reserve-stroomvoorziening voorkomt dat deopgeslagen gegevens verloren gaan, zelfs wanneer hetapparaat in de stand-bystand wordt gezet, de stekkervan het netsnoer uit het stopcontact wordt getrokken,of de stroomvoorziening tijdelijk wordt onderbrokenals gevolg van een stroomstoring. Als destroomvoorziening van het apparaat echter gedurendelanger dan 1 week is onderbroken, is het mogelijk datinstellingen die u op het INSTELMENU hebt gemaaktteruggesteld worden op de fabrieksinstellingen. Als ditgebeurd is, stelt u de items opnieuw in.

0708V620RDS_39-47_NL 7/10/1, 5:54 PM4041

Nederlands INTRODUCTION PREPARATION BASIC OPERA- TION GEAVANCEERDE BEDIENING ADDITIONAL INFORMATION APPENDIX INSTELMENU NONE (geen) Kies deze instelling als u geen middenluidspreker hebt. Het gehele signaalbereik van het middenkanaal wordt via de linker en rechter hoofdluidsprekers uitgevoerd. ■ 1B MAIN SP (hoofdluidsprekers) Het OSD beeldt grote of kleine hoofdluidsprekers af, afhankelijk van hoe u dit subitem instelt. Keuzen: LARGE (groot), SMALL (klein) Begininstelling: LARGE (groot) LARGE (groot) Kies deze instelling als u grote hoofdluidsprekers hebt. Het gehele signaalbereik van de linker en rechter hoofdkanalen wordt via de linker en rechter hoofdluidsprekers uitgevoerd. SMALL (klein) Kies deze instelling als u kleine hoofdluidsprekers hebt. De lagetonensignalen (90 Hz en lager) van het hoofdkanaal worden uitgevoerd via de luidsprekers die met “1D LFE/BASS OUT” zijn gekozen. Opmerking

  • Wanneer u MAIN instelt voor “1D LFE/BASS OUT”, zullende lagetonensignalen (90 Hz en lager) van het hoofdkanaalworden uitgevoerd naar de hoofdluidsprekers, zelfs als uSMALL hebt ingesteld als uitgangsfunctie van dehoofdluidsprekers.

(achterluidsprekers) Het OSD beeldt grote, kleine of geen achterluidsprekers af, afhankelijk van hoe u dit subitem instelt. Keuzen: LRG (groot), SML (klein), NONE (geen) Begininstelling: LRG (groot) LRG (groot) Kies deze instelling als u grote linker en rechter achterluidsprekers hebt, of als een achtersubwoofer is aangesloten op de achterluidsprekers. Het gehele signaalbereik van de linker en rechter achterkanalen wordt via de linker en rechter achterluidsprekers uitgevoerd. SML (klein) Kies deze instelling als u kleine linker en rechter achterluidsprekers hebt. De lagetonensignalen (90 Hz en lager) van de achterkanalen worden uitgevoerd via de luidsprekers die met “1D LFE/BASS OUT” zijn gekozen. NONE (geen) Kies deze instelling als u geen achterluidsprekers hebt.

  • Dit apparaat wordt in de Virtual CINEMA DSP-functie gezetdoor “1C REAR L/R SP” in te stellen op NONE.

(lagetonenuitvoer) LFE-signalen geven lagetoneneffecten weer wanneer ditapparaat Dolby Digital- of DTS-signalen decodeert.Lagetonensignalen zijn signalen van 90 Hz of lager.Keuzen: SWFR (subwoofer), MAIN (hoofdluidsprekers),BOTH (beide)Begininstelling: BOTH (beide)SWFR (subwoofer)Kies deze instelling als u een subwoofer gebruikt. DeLFE-signalen worden via de subwoofer uitgevoerd.MAIN (hoofdluidspreker)Kies deze instelling als u geen subwoofer gebruikt. DeLFE-signalen worden via de hoofdluidsprekersuitgevoerd.BOTH (beide)Kies deze instelling als u een subwoofer gebruikt en u delagetonensignalen van de hoofdkanalen wilt mengen metde LFE-signalen. Opmerkingen

  • Wanneer u een 2-kanaals bron (CD, MD, tape, videoband,enz.) afspeelt, moet u BOTH kiezen om de signalen van delage tonen (beneden 90 Hz) via de SUBWOOFER-aansluitinguit te voeren.• Als u SMALL (SML) kiest voor items 1A, 1B of 1C, wordende lagefrequentiesignalen (90 Hz en lager) van die kanalentoegevoegd aan de LFE en uitgevoerd naar de subwoofer.

(hoofdvolumeniveau) Verander deze instelling als u het uitgangsniveau van demiddenluidspreker en de achterluidsprekers niet kuntafstemmen op dat van de hoofdluidsprekers als gevolgvan een buitengewoon hoge efficiëntie van dehoofdluidsprekers.Keuzen: Normal (normaal), –10 dBBegininstelling: Normal (normaal)Normal (normaal)Normaal gesproken kiest u deze instelling.–10 dBKies deze instelling als u het uitgangsniveau van deeffectluidsprekers niet kunt afstemmen op dat van dehoofdluidsprekers met behulp van de testtoon. Dezeinstelling verlaagt het uitgangsniveau van dehoofdluidsprekers tot ongeveer een derde van het normaleuitgangsniveau. 2 L/R BALANCE (balans van de hoofdluidsprekers) Gebruik dit item om de balans van het uitgangsniveau vande linker en rechter hoofdluidsprekers in te stellen.Instelbereik: 10 voor zowel links als rechtsBegininstelling: 0Druk op i om het uitgangsniveau van delinker hoofdluidspreker te verlagen. Druk opj om het uitgangsniveau van de rechterhoofdluidspreker te verlagen. Opmerking

  • De L/R BALANCE instelling geldt tevens wanneer dehoofdtelefoon wordt gebruikt.
  • U kunt een item niet meerdere malen kiezen voor dezelfdesoort aansluiting. 5 INPUT MODE (ingangsfunctie) Gebruik dit item om de ingangsbon in te stellen ten tijdevan het inschakelen van het apparaat wanneer debroncomponent is aangesloten op meer dan ééningangsaansluiting.Keuzen: AUTO (automatisch), LAST (laatste)Begininstelling: AUTO (automatisch)AUTO (automatisch)Kies deze instelling om dit apparaat het soortingangssignaal automatisch te laten vaststellen en dejuiste ingangsfunctie in te stellen.LAST (laatste)Kies deze instelling om dit apparaat automatisch delaatste ingangsfunctie in te laten stellen voor dieingangsbron. 3 HP TONE CTRL (toonregeling van de hoofdtelefoon) Gebruik dit item om het niveau van de lagetonen enhogetonen in te stellen wanneer u de hoofdtelefoongebruikt.Instelbereik (dB): –6 tot +3Begininstelling: 0 dB voor zowel BASS (lagetonen) alsTRBL (hogetonen)

(ingangsbronnen toewijzen) Gebruik dit item om aansluitingen toe te wijzen aan dehand van de te gebruikten component, in het geval deinstelling (componentnamen voor aansluitingen) van deCOMPONENT VIDEO-aansluiting of de DIGITALINPUT/OUTPUT-aansluiting van dit apparaat verschiltvan die component. Hiermee is het mogelijk detoewijzing van de aansluiting te veranderen en effectiefmeer componenten aan te sluiten.Nadat u de aansluiting hebt toegewezen, kunt u de aangesloten component kiezen met INPUT l / h (of met de ingangsbron-keuzetoetsen). ■ 4A CMPNT-V INPUT (voor de COMPONENT VIDEO- aansluitingen) Begininstellingen: [A] DVD[B] D-TV/CBL ■ 4B OPTICAL OUT (voor de OPTICAL OUTPUT-aansluiting) Begininstelling: (1) MD/CD-R

6 DOLBY D. SET (Dolby Digital- instellingen) De instellingen van dit item werken alleen tijdens het decoderen van Dolby Digital-signalen. ■ LFE LEVEL (lagetoneneffect van Dolby Digital-signalen) Gebruik dit item om het uitgangsniveau van het LFE (lagetoneneffect)-kanaal in te stellen wanneer een Dolby Digital-signaal wordt weergegeven. Het LFE-signaal bevat het speciale lagetoneneffectgeluid dat slechts aan bepaalde scènes wordt toegevoegd. Regelbereik (dB): –20 tot en met 0 Begininstelling: 0 dB Opmerkingen

  • Stel het uitgangsniveau van het LFE-kanaal in overeenkomstigde capaciteit van uw subwoofer.• Normaal gesproken is ongeveer –6 dB tot –8 dB geschikt voorgebruik in huis. ■ D-RANGE (dynamisch bereik van Dolby Digital-signalen) Gebruik dit item om het dynamisch bereik in te stellen (dit is het verschil tussen het maximale niveau en het minimale niveau van geluid). Keuzen: MAX (maximaal), STD (standaard), MIN (minimaal) Begininstelling: MAX (maximaal)
  • Stel MAX (maximaal) in voor hoofdfilms.
  • Stel STD (standaard) in voor algemeen gebruik.
  • Stel MIN (minimaal) in voor het luisteren naar bronnen bij extreem lage volumeniveaus. STD (standaard)UitgangsniveauSpraak-niveauIngangsniveauMAX (maximaal)UitgangsniveauSpraak-niveauIngangsniveauMIN (minimaal)UitgangsniveauSpraak-niveauIngangsniveau Opmerking
  • Als u MIN (minimaal) instelt, kan de geluidsweergave zeerzwak zijn omdat bepaalde Dolby Digital-signalen nietcompatibel zijn met het minimale uitgangsniveau van hetdynamische bereik. In dat geval stelt u MAX (maximaal) ofSTD (standaard) in. 7 DTS SET (lagetoneneffect van DTS-signalen) Deze instellingen werken alleen tijdens het decoderen van DTS-signalen. Gebruik dit item om het uitgangsniveau van het LFE (lagetoneneffect)-kanaal in te stellen wanneer een DTS- signaal wordt weergegeven. Het LFE-signaal bevat het speciale lagetoneneffectgeluid dat slechts aan bepaalde scènes wordt toegevoegd. Instelbereik (dB): –10 tot en met +10 Begininstelling: 0 dB Opmerking
  • Stel het uitgangsniveau van het LFE-kanaal in overeenkomstigde capaciteit van uw subwoofer. 7 DTS SET LFE LEVEL • • • • 0dB : Exit/–/+ : Adjust

Nederlands INTRODUCTION PREPARATION BASIC OPERA- TION GEAVANCEERDE BEDIENING ADDITIONAL INFORMATION APPENDIX INSTELMENU 8 SP DELAY TIME (instellen van de vertragingstijd) Gebruik dit item om de vertragingstijd in te stellen van het geluid dat door de middenkanalen wordt uitgevoerd. De instelling van dit item werkt alleen tijdens het decoderen van Dolby Digital- en DTS-signalen. Het zou ideaal zijn als de afstand van de middenluidspreker tot de luisterpositie hetzelfde is als de afstand van de linker en rechter hoofdluidsprekers. In de meeste huiselijke situaties, echter, wordt de middenluidspreker op één lijn opgesteld met de hoofdluidsprekers. Door het geluid dat door de middenluidspreker wordt voortgebracht te vertragen, kan de gevoelsmatige afstand van de middenluidspreker tot de luisterpositie worden ingesteld, zodat deze voor het gevoel hetzelfde is als de afstand van de linker en rechter hoofdluidsprekers tot de luisterpositie. Het instellen van de vertragingstijd van de middenluidspreker is in het bijzonder belangrijk voor het geven van diepte aan spraak. Instelbereik (ms): 0 tot en met 5 Begininstelling: 0 ms

  • Een verhoging van de vertragingstijd met 1 ms simuleert eenvergroting van de afstand van de luidspreker tot de werkelijkepositie van de middenluidspreker met 30 cm. 9 DISPLAY SET (displayinstellingen)

Fictieve positie van de middenluidspreker

–/+ : Select ■ BLUE BACK (blauwe achtergrond) Door AUTO te kiezen als instelling voor de on-screen- display, wordt een blauwe achtergrond afgebeeld als er geen videosignaal wordt ingevoerd. Als OFF wordt gekozen, wordt niets op het scherm afgebeeld, ook niet de on-screen-display. Begininstelling: AUTO ■ OSD SHIFT (OSD-beeldpositie) Deze instelling wordt gebruikt om de verticale positie van de OSD-beeld in te stellen. Instelbereik (ms): +5 (omlaag) tot en met –5 (omhoog) Begininstelling: 0 Druk op de i toets om de positie van het OSD-beeld lager te maken. Druk op de j toets om de positie van het OSD-beeld hoger te maken. ■ DIMMER (displayhelderheid) Deze instelling wordt gebruikt om de helderheid van het display van het voorpaneel in te stellen. Instelbereik: –4 tot en met 0 Begininstelling: 0 10 MEMORY GUARD (geheugenbeveiliging) Gebruik dit item om te voorkomen dat de DSP- programmaparameterwaarden en andere instellingen van dit apparaat per ongeluk worden veranderd. Keuzen: ON (aan), OFF (uit) Begininstelling: OFF (uit) Stel ON (aan) in om de volgende kenmerken te beveiligen:

  • DSP-programmaparameters
  • Alle items op het INSTELMENU
  • De uitgangsniveaus van de middenluidspreker, de achterluidsprekers en de subwoofer
  • De on-screen-displayfunctie (OSD-functie) Opmerkingen
  • Wanneer “10 MEMORY GUARD” is ingesteld op ON (aan),kunt u de testtoon niet gebruiken.• Wanneer “10 MEMORY GUARD” is ingesteld op ON (aan),kunt u geen andere items op het INSTELMENU kiezen.

0708V620RDS_39-47_NL 1/19/1, 7:15 PM4546

INSTELLEN VAN HET UITGANGSNIVEAU VAN DE EFFECTLUIDSPREKERS U kunt het uitgangsniveau van iedere effectluidspreker(midden-, linker en rechter achterluidspreker, ensubwoofer) afzonderlijk instellen tijdens het luisterennaar een muziekbron.De instellingen moeten met behulp van deafstandsbediening worden gemaakt. 1 Zet de keuzeschakelaar in de stand AMP/TUN (ofDSP/TUN). 2 Druk herhaaldelijk op LEVEL om de luidsprekers te kiezen die u wilt instellen.Bij iedere druk op LEVEL verandert de gekozenluidspreker en wordt deze op het display van hetvoorpaneel en op de videomonitor afgebeeld in devolgende volgorde: middenluidspreker, rechterachterluidspreker, linker achterluidspreker ensubwoofer.CENTER R SUR. L SUR. SWFR Uitgangsniveau van demiddenluidsprekerUitgangsniveau van derechter achterluidsprekerUitgangsniveau van de linkerachterluidsprekerUitgangsniveau van desubwoofer 3 Druk op j / i om het uitgangsniveau van de luidspreker in te stellen.• Het instelbereik van de middenluidspreker, en delinker en rechter achterluidsprekers is van +10 dBtot en met –10 dB.• Het instelbereik van de subwoofer is van 0 dB toten met –20 dB. Opmerkingen

  • Als de uitgangsfunctie van de luidspreker is ingesteld opNONE, kan het uitgangsniveau van die luidspreker niet wordeningesteld.• Wanneer u de uitgangsniveaus instelt met behulp van LEVEL,zullen de instellingen die u met behulp van de testtoon hebtgemaakt worden veranderd.• Om andere luidsprekers dan de subwoofer in te stellen, radenwe u aan de instelmethode met behulp van de testtoon (ziebladzijde 22) te gebruiken.Reserve-stroomvoorziening voor hetgeheugenDe reserve-stroomvoorziening voorkomt dat deopgeslagen gegevens verloren gaan, zelfs wanneer hetapparaat in de stand-bystand wordt gezet, de stekkervan het netsnoer uit het stopcontact wordt getrokken,of de stroomvoorziening tijdelijk wordt onderbrokenals gevolg van een stroomstoring. Als destroomvoorziening van het apparaat echter gedurendelanger dan 1 week is onderbroken, is het mogelijk datde uitgangsniveaus van de effectluidsprekers die u hebtingesteld teruggesteld worden op defabrieksinstellingen. Als dit gebeurd is, stelt u deuitgangsniveaus opnieuw in.A/B/C/D/EA/B/C/D/E
  • Nadat u op LEVEL hebt gedrukt, kunt u tevens deluidspreker(s) die u wilt instellen kiezen door op d te drukken(Bij het drukken op u worden de luidsprekers in deomgekeerde volgorde doorlopen).

0708V620RDS_39-47_NL 1/19/1, 7:15 PM4647

NederlandsINTRODUCTIONPREPARATIONBASIC OPERA- TION GEAVANCEERDEBEDIENINGADDITIONALINFORMATIONAPPENDIXGebruik deze functie om het apparaat automatisch in destand-bystand te zetten nadat een door u ingesteldetijdsduur is verstreken. De slaapfunctie is handig ingevallen waarin u gaat slapen terwijl dit apparaat nog eenbron weergeeft of opneemt. De slaaptimer schakelt tevensde componenten die op de AC OUTLET(S)netspanningsaansluitingen zijn aangesloten uit.De slaaptimer kan alleen vanaf de afstandsbedieningworden ingesteld. Instellen van de slaaptimer SLAAPTIMER 4 De “SLEEP” indicator brandt op het display van het voorpaneel spoedig nadat deslaaptimer is ingesteld.Het display keert vervolgens terug naar devoorgaande situatie. Annuleren van de slaaptimer Druk herhaaldelijk op SLEEP totdat “SLEEPOFF” op het display van het voorpaneelwordt afgebeeld.Na enkele seconden gaat “SLEEP OFF” weer uit,gaat tevens de “SLEEP” indicator uit, en keert hetdisplay terug naar de voorgaande situatie.

  • De instelling van de slaaptimer kan tevens worden geannuleerddoor dit apparaat in de stand-bystand te zetten met behulp vanSTANDBY op de afstandsbediening (of STANDBY/ON op hetvoorpaneel) of door de stekker van het netsnoer uit hetstopcontact te trekken.A/B/C/D/EA/B/C/D/E

1 Kies een bron en begin met het weergeven van de broncomponent. 2 Zet de keuzeschakelaar in een andere stand dan TV. 3 Druk herhaaldelijk op SLEEP om de tijdsduur inte stellen die moetverstrijken voordat ditapparaat automatisch inde stand-bystand wordtgezet.Bij iedere druk op SLEEP, verandert het display vanhet voorpaneel zoals hieronder is aangegeven. DSP DIGITAL SLEEP VOLUME CDTUNER PHONO MD/CD-R DVD D-TV/CBL VCR 1 VCR2/DVR V-AUX

DVD D-TV/CBLVCR 1VCR2/DVRV-AUXDe SLEEP-timer isuitgeschakeld (SLEEP OFF).(Dit is de toestand voordatSLEEP wordt ingedrukt.)

Het is mogelijk dit apparaat en andere YAMAHA audio/video-componenten te bedienen met behulp van de afstandsbediening die bij dit apparaat werd geleverd. Het is tevens mogelijk componenten van andere fabrikanten (of bepaalde YAMAHA componenten) te bedienen door de juiste fabrikantcode (een signaal toegewezen aan iedere fabrikant en component) in te stellen. Opmerking

  • Voor de opmerkingen over de batterijen, de bedieningsafstand, en de namen en functies van de toetsen van de afstandsbediening, leest u de betreffende beschrijvingen in deze gebruiksaanwijzing. Keuzeschakelaar Kies de component (stand van de keuzeschakelaar) die door de afstandsbediening moet worden bediend. Wanneer u bijvoorbeeld de stand CD kiest, staat de afstandsbediening in de cd-bedieningsfunctie, waardoor de cd-speler kan worden bediend. Wanneer u de keuzeschakelaar draait, veranderen de standen in de volgende volgorde. Keuze-schakelaarAMP/TUNU kunt de basisbedieningen van ditapparaat uitvoeren. De fabrikantcode van een YAMAHA cd-speler is reeds in de fabriek ingesteld.CBL/SATEen kabel-tv of satelliettuner kan wordenbediend. VCR Een videorecorder kan wordenbediend. Een tv kan worden bediend.TAPE/MDDe fabrikantcode van een YAMAHA md-recorderis reeds in de fabriek ingesteld. Zorg ervoor dat ude juiste fabrikantcode instelt wanneer u een cd-recorder of een tapedeck wilt bedienen.DVD/LD en DVD MENUEen ld-speler kan worden bediend inde stand DVD/LD. Een dvd-spelerkan worden bediend in de standenDVD/LD en DVD MENU. Defabrikantcode van een YAMAHAdvd-speler is reeds in de fabriekingesteld.DSP/TUNDit apparaat kan worden bediend en DSP-programma’s kunnen rechtstreeks wordengekozen. Opmerkingen
  • De algemene bedieningstoetsen op de afstandsbediening verschillen afhankelijk van de stand van de keuzeschakelaar. Zie se volgende bladzijden voor verdere informatie.
  • Bij verscheping uit de fabriek, worden de op bladzijde 54 vermelde YAMAHA fabrikantcodes ingesteld op iedere stand van de keuzeschakelaar. Als u uw YAMAHA audiovisuele component niet kunt bedienen, stelt u een andere YAMAHA afbriekantcode in.

0709V620RDS_48-54_NL 1/19/1, 7:15 PM4849

NederlandsINTRODUCTIONPREPARATIONBASICOPERAIONTGEAVANCEERDEBEDIENINGADDITIONALINFORMATIONAPPENDIXEIGENSCHAPPEN VAN DE AFSTANDSBEDIENING Veelvuldig gebruikte toetsen in iedere stand van de keuzeschakelaar Ongeacht de stand van de keuzeschakelaar, kunt u ditapparaat en een tv bedienen met behulp van de volgendetoetsen.Opmerking• Voordat u een tv kunt bedienen, moet u de fabrikantcode van detv instellen voor de stand TV.

Bedienen van de componenten die zijn aangesloten op dit apparaat Het onderstaande voorbeeld beschrijft de procedure voorhet bedienen van een YAMAHA cd-speler. ■ Bedienen van dit apparaat Zie “Afstandsbediening”. 1 STANDBY 2 POWER 3 VOLUME +/– 4 SLEEP Opmerking• Als u de fabrikantcode van de tv hebt ingesteld en dekeuzeschakelaar in de stand TV staat, wordt deze toets gebruiktvoor het instellen van de slaaptimer van de tv. 5 MUTE Opmerking• Als u de fabrikantcode van de tv hebt ingesteld en dekeuzeschakelaar in de stand TV staat, wordt deze toets gebruiktvoor het onderbreken van het geluid van de tv. ■ Bedienen van de tv ! TV POWER @ TV INPUT # TV VOLUME +/– A/B/C/D/EA/B/C/D/E

1 Zet de keuzeschakelaar in de stand CD. 2 Schakel het apparaat in. 3 Druk op INPUT. De indicator brandt gedurendeongeveer 3 seconden. 4 Druk op CD terwijl de indicator brandt. 5 Druk op p. Zie “Namen en functies van detoetsen in iedere stand” voorde bedieningstoetsen van decd-speler. 6 Stel het volumeniveau in. Als u de afstandsbediening instelt met defabrikantcodes uit de lijst op bladzijde i enverder achterin deze gebruiksaanwijzing, kuntu componenten van andere merken bedienen. Zie“Instellen van de fabrikantcode” voor verdereinformatie.

0709V620RDS_48-54_NL 1/19/1, 7:16 PM4950

EIGENSCHAPPEN VAN DE AFSTANDSBEDIENING

Namen en functies van de toetsen in iedere stand ■ Stand TAPE/MD (tapedeck, md-recorder of cd-recorder) Deck A/B (tape) Met deze toets kiest u deck A of B op een dubbel tapedeck. DISPLAY (md/cd-r) a DIR B (tape) Met deze toets kiest u de weergaverichting van deck B. Voorwaarts overslaan (md/cd-r) A/B/C/D/E Zet de keuzeschakelaar in de stand TAPE/MD. r Opname/Pauze (tape/md) p Weergave b DIR A (tape) Met deze toets kiest u de weergaverichting van deck A. Achterwaarts overslaan (md/cd-r) w Achteruitspoelen (tape) Achterwaarts zoeken (md/cd-r) Cijfertoetsen (md/cd-r) INDEX (cd-r) +10 (md/cd-r) e Pauze (md/cd-r) s Stop f Vooruitspoelen (tape) Voorwaarts zoeken (md/cd-r) ■ Stand CD AV POWER Met deze toets schakelt u een tapedeck, md-recorder of cd-recorder in dat een afstandsbediening met een aan/uit-toets heeft, als u de fabrikantcode van een andere fabrikant hebt ingesteld. e Pauze YAMAHA cd-speler (fabrieksinstellingen): pauze/stop s Stop YAMAHA cd-speler (fabrieksinstellingen): pauze/stop AV POWER Met deze toets schakelt u een cd-speler in die een afstandsbediening met een aan/uit-toets heeft, als u de fabrikantcode van een andere fabrikant hebt ingesteld. y Pauze/Stop-functie

  • Druk eenmaal op de toets om de bediening te pauzeren en druk nogmaals op de toets om de bediening te stoppen. A/B/C/D/E Zet de keuzeschakelaar in de stand CD. DISC SKIP –/+ (voor een cd-speler met meerdere cd’s) p Weergave b Achterwaarts overslaan w Achterwaarts zoeken Cijfertoetsen INDEX +10 DISPLAY a Voorwaarts overslaan f Voorwaarts zoeken
  • De donker gearceerde toetsen werken niet, zelfs niet als u de fabrikantcode hebt ingesteld.
  • Het is mogelijk dat bepaalde toetsen niet werken, afhankelijk van de component die is aangesloten. Gebruik in dat geval de originele afstandsbediening die bij de component werd geleverd.
  • De DVD MENU bedieningen werken niet op bepaalde dvd-spelers. DISC SKIP –/+ (dvd) Zet de keuzeschakelaar in de stand DVD/LD. p Weergave b Achterwaarts overslaan (dvd) Achterwaarts overslaan/hoofdstuk (ld) w Achterwaarts zoeken AV POWER (DVD) Met deze toets schakelt u een dvd-speler in die een afstandsbediening met een aan/uit-toets heeft, als u de fabrikantcode van een andere fabrikant hebt ingesteld. (LD) Met deze toets schakelt u een ld-speler in die een afstandsbediening met een aan/uit-toets heeft, als u de fabrikantcode van een andere fabrikant hebt ingesteld. Cijfertoetsen INDEX/tijd (dvd) Hoofdstuk/tijd (ld) +10 DISPLAY e Pauze a Voorwaarts overslaan (dvd) Voorwaarts overslaan/hoofdstuk (ld) s Stop f Voorwaarts zoeken A/B/C/D/E
  • De donker gearceerde toetsen werken niet, zelfs niet als u de fabrikantcode hebt ingesteld.
  • Het is mogelijk dat bepaalde toetsen niet werken, afhankelijk van de component die is aangesloten. Gebruik in dat geval de originele afstandsbediening die bij de component werd geleverd. Zet de keuzeschakelaar in de stand DVD MENU. DISC SKIP –/+ Terugkeren Menu kiezen Menu links TITLE Cijfertoetsen INDEX +10 DISPLAY Menu omhoog Menu rechts Menu omlaag MENU AV POWER Met deze toets schakelt u een dvd-speler in die een afstandsbediening met een aan/uit-toets heeft, als u de fabrikantcode van een andere fabrikant hebt ingesteld.
  • U kunt de videorecorder bedienen als u de fabrikantcode ervan voor de VCR stand hebt ingesteld. Zet de keuzeschakelaar in de stand VCR. VCR REC Druk tweemaal op deze toets om met het opnemen te beginnen. p Weergave w Achteruit- spoelen Cijfertoetsen Zender invoeren/ oproepen

Vooruitspoelen AV POWER Met deze toets schakelt u een videorecorder in die een afstandsbediening met een aan/uit-toets heeft, als u de fabrikantcode van de videorecorder hebt ingesteld. ■ Stand CBL/SAT Zet de keuzeschakelaar in de stand CBL/SAT. CH –/+ Menu kiezen Menu links Oproepen Cijfertoetsen Zender invoeren

DISPLAY/Gids (satelliettuner) Menu omhoog Menu rechts Menu omlaag MENU AV POWER Met deze toets schakelt u een kabel-tv of satelliettuner in die een afstandsbediening met een aan/uit-toets heeft, als u de fabrikantcode van de kabel-tv of satelliettuner hebt ingesteld. A/B/C/D/E Zet de keuzeschakelaar in de stand TV. VCR REC Druk tweemaal op deze toets. p Weergave van videorecorder w Achteruitspoelen van videorecorder TV VOL +/– TV INPUT Cijfertoetsen Zender invoeren/ oproepen

CH –/+ DISPLAY e Pauze van videorecorder s Stoppen van videorecorder f Vooruitspoelen van videorecorder Videorecorder aan/ uit-schakelaar TV SLEEP TV MUTE TV POWER Met deze toets schakelt u een tv in die een afstandsbediening met een aan/uit- toets heeft, als u de fabrikantcode van de tv hebt ingesteld.

  • De donker gearceerde toetsen werken niet, zelfs niet als u de fabrikantcode hebt ingesteld.
  • Het is mogelijk dat bepaalde toetsen niet werken, afhankelijk van de component die is aangesloten. Gebruik in dat geval de originele afstandsbediening die bij de component werd geleverd.

EIGENSCHAPPEN VAN DE AFSTANDSBEDIENING

Instellen van de fabrikantcode U kunt de code van de fabrikant van uw component instellen voor iedere stand van de keuzeschakelaar. 1 Schakel de component in die u wilt gebruiken. 2 Zet de keuzeschakelaar in de gewenste stand van de component (TAPE/MD, CD, DVD/LD, enz.) 3 Houd tegelijkertijd j / i gedurende ongeveer 4 seconden ingedrukt. De indicator knippert tweemaal. 4 Voer met behulp van de cijfertoetsen de 4-cijferige fabrikantcode in van de component die u wilt gebruiken. Controleer dat de indicator tweemaal knippert. Als de indicator niet knippert of meerdere malen snel knippert, herhaalt u stap 3 en voert u de fabrikantcode nogmaals in. 5 Druk op AV POWER (of een willekeurige andere toets) om te controleren of u de fabrikantcode op de juiste wijze hebt ingesteld. Als de component niet kan worden bediend door de afstandsbediening, probeert u een andere fabrikantcode van dezelfde fabrikant in te stellen. Opmerkingen

  • U kunt voor iedere stand slechts één fabrikantcode instellen.• In de standen DVD/LD en DVD MENU:Zorg ervoor dat de keuzeschakelaar in de stand DVD/LD staatalvorens de fabrikantcode van de dvd-speler of ld-speler in tevoeren. U kunt niet de fabrikantcode van een dvd-spelerinstellen terwijl de keuzeschakelaar in de stand DVD MENUstaat. De fabrikantcode die u instelt in de stand DVD/LD wordttevens automatisch ingesteld in de stand DVD MENU.• Als de component niet reageert op de vermelde codes van defabrikant, gebruikt u de afstandsbediening die oorspronkelijkbij de component werd geleverd. ■ Een tweede (en derde) videorecorder gebruiken U kunt een tweede (en derde) videorecorder bedienen in de standen CBL/SAT en DVD MENU als een kabel-tv of satelliettuner en/of een dvd-speler niet worden gebruikt. Opmerking
  • Als u een tweede (en derde) videorecorder in de stand DVDMENU wilt instellen, moet u eerst de fabrikantcode van een ld-speler instellen voor de stand DVD/LD. 1 Schakel de videorecorder in die u wilt gebruiken. 2 Zet de keuzeschakelaar in de gewenste stand CBL/ SAT of DVD MENU. 3 Houd tegelijkertijd j / i gedurende ongeveer 4 seconden ingedrukt. De indicator knippert tweemaal. 4 Voer met behulp van de cijfertoetsen de 4-cijferige fabrikantcode in van de tweede (en derde) videorecorder. Controleer dat de indicator tweemaal knippert. Als de indicator niet knippert of meerdere malen snel knippert, herhaalt u stap 3 en voert u de fabrikantcode nogmaals in. 5 Druk op AV POWER (of een willekeurige andere toets) om te controleren of u de fabrikantcode op de juiste wijze hebt ingesteld. Als de videorecorder niet kan worden bediend door de afstandsbediening, probeert u een andere fabrikantcode van dezelfde fabrikant in te stellen.

0709V620RDS_48-54_NL 1/19/1, 7:16 PM5354

Terugkeren naar de fabrieksinstellingen ■ Terugkeren naar de fabrikantcodes die in de fabriek zijn ingesteld voor alle standen van de keuzeschakelaar 1 Houd tegelijkertijd j / i gedurende 4 seconden ingedrukt. De indicator knippert tweemaal. ■ Terugkeren naar de fabrikantcodes die in de fabriek zijn ingesteld voor een bepaalde stand van de keuzeschakelaar 1 Zet de keuzeschakelaar in de stand van de component die u op de fabrieksinstellingen wilt terugstellen. 2 Houd tegelijkertijd j / i gedurende 4 seconden ingedrukt. De indicator knippert tweemaal. 3 Voer met behulp van de cijfertoetsen het codenummer “0000” in. Controleer dat de indicator tweemaal knippert. 2 Voer met behulp van de cijfertoetsen het codenummer “9990” in. Controleer dat de indicator tweemaal knippert. De volgende fabrikantcodes zijn in de fabriek reeds ingesteld. Stand van Component Fabrikantcode Ingestelde component Ingestelde code de keuzeschakelaar TV TV 0101 CBL/SAT Kabel-tv 0006 VCR Videorecorder 0002 DVD/LD Dvd-speler 0008 (YAMAHA dvd-spelers) CD Cd-speler 0005 (YAMAHA cd-spelers) TAPE/MD Md-recorder 0024 (YAMAHA md-recorder) Wij raden u aan alle fabrikantcodes die u hebt ingesteld in bovenstaande tabel op te schrijven.

0709V620RDS_48-54_NL 1/19/1, 7:16 PM5455

Nederlands INTRODUCTION PREPARATION BASIC OPERA- TION ADVANCED OPERATION AANVULLENDE INFORMATIE APPENDIX GELUIDSVELDPROGRAMMA Een digitale geluidsveldprocessor (DSP) gebaseerd op de nieuwste YAMAHA technologie is in dit apparaat ingebouwd. Het is mogelijk diverse geluidsvelden weer te geven voor de bron waarnaar u luistert. Opmerking

  • Ongeacht de naam van het DSP-programma en de eigenschappen vermeld in de onderstaande tabel, dient u hetgeluidsveldprogramma te kiezen dat het beste klinkt naar uw mening. Hifi DSP-programma’s ■ Voor audio bronnen: nr. 1 t/m 4 Nr. Programma (groep) Subprogramma EigenschappenEen grote ronde concertzaal met een rijk surroundeffect. Uitgesprokenweerkaatsingen vanuit alle richtingen benadrukken de uitbreidingen van hetgeluid. Het geluidsveld heeft een sterke presence en uw virtuele zitplaats inongeveer in het midden, dichtbij het podium.Dit is het geluidsveld vooraan het podium van “The Bottom Line”, een beroemdejazzclub in New York. Er kunnen links en rechts 300 mensen zitten in eengeluidsveld dat een realistisch geluid en een weerklinkende klank biedt.5CH STEREO1 CONCERT HALL —2 JAZZ CLUB —3 ROCK CONCERT — 4 ENTERTAINMENT DISCO Dit programma creëert de akoestische omgeving van een levendige disco in het centrum van een grote stad. Het geluid is ondoordringbaar en zeergeconcentreerd. Het wordt tevens gekarakteriseerd door een energierijk,“onmiddellijk” geluid.Door dit programma te gebruiken wordt het bereik van de luisterpositie vergroot.Dit is een geluidsveld dat geschikt is voor achtergrondmuziek op feestjes. Opmerking
  • Geluidsweerkaatsingen (geluidseffecten) voor het bewerkstelligen van het geluidsveld en onbewerkte stereo via de linker en rechter hoofdluidsprekers wordt uitgevoerd. Het geluid wordt niet via de middenluidspreker uitgevoerd. (Het geluid wordt uitgevoerd wanneer één van deze programma’s is gekozen terwijl u een bron weergeeft waarvan het signaal is gecodeerd met Dolby Digital of DTS. Als 5CH STEREO is gekozen, wordt het geluid uitgevoerd via alle luidsprekers, ongeacht de ingangsbron.)Het ideale programma voor levendige, dynamische rockmuziek. De data voor ditprogramma werd opgenomen in de wildste rockclub in Los Angeles De virtuelezitplaats van de luisteraar ligt linksmidden in de zaal. CINEMA DSP-programma’s ■ Voor audiovisuele bronnen: nr. 4 t/m 6 Nr. Programma (groep) Subprogramma Eigenschappen4 ENTERTAINMENT GAME5 TV SPORTS —6 MONO MOVIE —Dit programma voegt een diep en ruimtelijk gevoel toe aan het geluid vanvideogames.Ondanks dat het presence-geluidsveld relatief klein is, maakt het surround-geluidsveld gebruik van de geluidsomgeving van een grote concertzaal. Ditprogramma is geschikt voor het kijken naar diverse soorten tv-programma’s,zoals nieuwsprogramma’s, spelprogramma’s, muziekprogramma’s ensportprogramma’s. In een stereo-uitzending van een sportwedstrijd is decommentator in de middenpositie geplaatst, en spreidt het gejuich en deatmosfeer in het stadium vanuit de surroundkant uit, terwijl de uitspreiding ervannaar achteren gepast beperkt is gehouden.Dit programma wordt geleverd om monovideobronnen (zoals oude films) weerte geven. Het programma geeft de optimale trillingen weer om geluidsdiepte tecreëren door alleen gebruik te maken van het presence-geluidsveld.

0710V620RDS_55-57_NL 1/22/1, 3:50 PM5556

GELUIDSVELDPROGRAMMA DOLBY DIGITAL/ NORMAL DTS DIGITAL SUR./NORMAL Analog, PCM, Dolby Digital in 2-kanalen Dit programma simuleert op een ideale manier de multisurround luidsprekersysteem van de 35-mm bioscopen. Dolby Pro Logic-decodering, Dolby Digital-decodering of DTS-decodering tezamen met digitale geluidsveldbewerking zorgen voor nauwkeurige effecten zonder de oorspronkelijke geluidsveldoriëntatie te veranderen. De surroundeffecten die door dit geluidsveld worden gecreëerd golven zich rond de luisteraar vanachteruit, naar links en rechts, en in de richting van het projectiescherm. Dolby Digital (5.1-kanalen) DTS Dolby Digital (5.1-kanalen) DTS

ENHANCED De ingebouwde decoder geeft geluiden en geluidseffecten van bronnen exact weer. Het uiterst efficiënte decodeerproces verbetert overspraak en kanaalscheiding, en laat de geluidsplaatsing soepeler en nauwkeuriger verlopen. In dit programma wordt de digitale geluidsveldprocessor niet ingeschakeld. DTS ADVENTURE DGTL ADVENTURE Dit programma is ideaal voor het nauwkeurig weergeven van het geluidsontwerp van de nieuwste 70-mm films met multikanalen geluidssporen. Het geluidsveld is soortgelijk gemaakt aan de nieuwste bioscopen zodat de trillingen van het geluidsveld zelf zo veel mogelijk worden beperkt. Analog, PCM, Dolby Digital in 2-kanalen

it programma is voor het weergeven van geluiden van 70-mm films met multikanalen geluidssporen en wordt gekarakteriseerd door een zacht en uitgebreid geluidsveld. Het presence-geluidsveld is relatief smal. Het spreidt zich ruimtelijk uit in het rond en naar het projectiescherm, waardoor het echo-effect van conversaties wordt beperkt zonder verlies aan helderheid. Wat betreft het surround- geluidsveld, de harmonie van de muziek en het koor klinkt prachtig in een brede ruimte achterin het geluidsveld. Dolby Digital (5.1-kanalen) DTS

MOVIE THEATER 2 ADVENTURE 70 mm ADVENTURE Analog, PCM, Dolby Digital in 2-kanalen Dolby Digital (5.1-kanalen) DTS GENERAL 70 mm GENERAL DGTL GENERAL DTS GENERAL ■ Voor filmprogramma’s: nr. 7 t/m 9 DTS SCI-FI DGTL SCI-FI DTS SPECTACLE DGTL SPECTACLE Nr. Analog, PCM, Dolby Digital in 2-kanalen Programma (groep) Subprogramma Ingangsbron Eigenschappen 7 MOVIE THEATER 1 Analog, PCM, Dolby Digital in 2-kanalen Dolby Digital (5.1-kanalen) DTS SCI-FI 70 mm SCI-FI Dolby Digital (5.1-kanalen) DTS Dit programma creëert het extreem brede geluidsveld van een 70-mm bioscoop. Het geeft het brongeluid in detail exact weer, waardoor zowel het beeld- als het geluidsveld ongelooflijk realistisch worden. Dit programma is ideaal voor iedere soort videobron die is gecodeerd met Dolby Surround, Dolby Digital of DTS (met name grootschalige filmproducties). Dit programma geeft spraak en geluidseffecten helder weer in de nieuwste geluidsvorm van siencefictionfilms, waardoor een brede en uitbreidende filmruimte wordt gecreëerd middenin de stilte. U kunt nu kijken naar siencefictionfilms in een geluidsveld van virtuele ruimte, inclusief software dat is gecodeerd met Dolby Surround, Dolby Digital of DTS en dat gebruik maakt van de nieuwste technologie. SPECTACLE 70 mm SPECTACLE

0710V620RDS_55-57_NL 1/19/1, 7:16 PM5657

Nederlands INTRODUCTION PREPARATION BASIC OPERA- TION ADVANCED OPERATION AANVULLENDE INFORMATIE APPENDIX GELUIDSVELDPROGRAMMA Presence-DSP- geluidsveld Surround-DSP- geluidsveld Met de ingebouwde Dolby Digital- of DTS-decoder haalt u de professionele geluidskwaliteit in huis die ontworpen is voor bioscopen. Met de MOVIE THEATER-programma’s van dit apparaat kunt u een dynamisch geluid creëren waarvan u in uw eigen luistervertrek het gevoel krijgt in een publieke bioscoop te zitten door gebruik van de Dolby Digital- of DTS-technologie. Voor een ingangsbron waarvan het signaal is gecodeerd met Dolby Digital (5.1-kanalen) of DTS (Tri-Field CINEMA DSP) Deze programma’s gebruiken YAMAHA’s driedelige DSP-bewerking van ieder van de Dolby Digital- of DTS- signalen voor de voor-, linker surround- en rechter surroundkanalen. Deze bewerking stelt dit apparaat in staat het immense geluidsveld en de enorme surroundexpressie na te bootsen van een Dolby Digital- of DTS-uitgeruste bioscoop, zonder de heldere scheiding van alle kanalen op te offeren. DGTL SPECTACLE DTS SPECTACLE DGTL SCI-FI DTS SCI-FI DGTL ADVENTURE DTS ADVENTURE DGTL GENERAL DTS GENERAL Presence-DSP- geluidsveld Linker surround-DSP- geluidsveld Rechter surround-DSP- geluidsveld

  • Als een Dolby Digital-signaal of een DTS-signaal wordt ingevoerd terwijl de ingangsfunctie is ingesteld op AUTO, zal het DSP- programma automatisch worden omgeschakeld naar het geluidsveld voor Dolby Digital-weergave of voor DTS-weergave. Opmerkingen
  • De “ x ” indicator gaat niet branden wanneer het subprogramma “NORMAL” van het q/DTS SURROUND-programma wordt gekozen.
  • Wanneer “1A CENTER SP” op het INSTELMENU is ingesteld op NONE, wordt door de middenluidspreker geen geluid voortgebracht.
  • Het effectgeluid zal worden voortgebracht door de hoofdluidsprekers wanneer een monobron wordt weergegeven met CINEMA DSP-programmagroepen 4 (GAME) en 5 tot en met 8. ■ MOVIE THEATER 1 en 2 De meeste in de handel verkrijgbare filmsoftware heeft 4-kanalen (linker, midden, rechter en surround) geluidsinformatie dat gecodeerd is door Dolby Surround matrixbewerking en wordt opgeslagen op de linker en rechter sporen. Deze signalen worden door de Dolby Pro Logic-decoder verwerkt. De MOVIE THEATER-programma’s zijn speciaal ontworpen om de ruimtelijkheid en de delicate nuances van het geluid te doen herleven die verloren dreigen te gaan in de codeer- en decodeerprocessen. De 6-kanalen geluidssporen die op 70-mm film staan produceren een nauwkeurige geluidsveldplaatsing en een rijk, diep geluid zonder gebruik te maken van matrixbewerking. De MOVIE THEATER 70-mm programma’s van dit apparaat bieden dezelfde geluidskwaliteit en geluidsplaatsing als 6-kanalen geluidssporen. Voor een analoge, PCM, of Dolby Digital-gecodeerde ingangsbron in 2-kanalen Deze programma’s drukken een immens geluidsveld uit en een groot surroundeffect. Zij geven tevens diepte aan het geluid van de hoofdluidsprekers om het realistische geluid van een Dolby Stereo-bioscoop na te bootsen. 70 mm SPECTACLE 70 mm SCI-FI 70 mm ADVENTURE 70 mm GENERAL

Wat is een geluidsveld? De rijke, volle klanken van levende instrumenten worden in feite veroorzaakt door de vele weerkaatsingen vanaf de muren van het vertrek. Behalve dat ze het geluid “levend” maken, stellen deze weerkaatsingen ons in staat te zeggen waar de muzikant zich bevindt, en wat de vorm en grootte van het vertrek zijn waarin we zitten. ■ Elementen van een geluidsveld In iedere omgeving zijn naast het rechtstreekse geluid dat vanaf het muziekinstrument in een rechte lijn op ons oor afkomt, nog twee duidelijk herkenbare vormen van weerkaatsingen die tezamen het geluidsveld vormen. Vroege weerkaatsingen Weerkaatste geluiden bereiken ons oor bijzonder snel (50 ms – 100 ms na het rechtstreekse geluid) nadat ze door slechts één oppervlak zijn weerkaatst, bijvoorbeeld door het plafond of een muur. Deze weerkaatsingen bestaan in iedere bepaalde omgeving uit verschillende patronen en voorzien onze oren van belangrijke informatie. Vroege weerkaatsingen voegen in werkelijkheid helderheid toe aan het geluid. Trillingen Deze worden veroorzaakt door weerkaatsingen vanaf meerdere oppervlakten (muren, plafond, achterin het vertrek) die zo talrijk zijn dat ze samenvloeien en een continue sonische “nagloeiing” vormen. Ze zijn niet- richtingsgevoelig en verminderen de helderheid van het rechtstreekse geluid. Rechtstreeks geluid, vroege weerkaatsingen en trillingen zorgen er samen voor dat we de subjectieve grootte en vorm van het vertrek kunnen bepalen. Het is deze informatie die de digitale geluidsveldprocessor genereert om geluidsvelden te creëren. Als u de juiste vroege weerkaatsingen en de daaropvolgende trillingen in uw luistervertrek zou kunnen creëren, zou u in staat zijn uw eigen luisteromgeving samen te stellen. De akoestiek van uw vertrek zou kunnen worden veranderd in die van een concertzaal, een dansvloer, of een vertrek van nagenoeg iedere grootte. Deze mogelijkheid om naar eigen inzicht een geluidsveld te creëren is precies wat YAMAHA heeft bereikt met de digitale geluidsveldprocessor. Geluidsveldprogrammaparameters DSP-programma’s bestaan uit een aantal parameters om de ogenschijnlijke grootte van een vertrek, trillingstijd, afstand tussen de luisteraar en de muzikant, enz., te bepalen. In ieder programma worden deze parameters ingesteld met waarden die exact zijn berekend door YAMAHA om een geluidsveld te creëren dat uniek is voor dat programma. Het wordt aanbevolen om DSP- programma’s te gebruiken zonder de waarden van de parameters te veranderen, maar dit apparaat stelt u tevens in staat uw eigen geluidsvelden te creëren. Uitgaande van één van de ingebouwde programma’s, kunt u de parameterwaarden veranderen. Ieder DSP-programma bestaat uit een groep parameters die u in staat stellen om de karakteristieken van de akoestische omgeving te veranderen om zodoende exact het gewenste effect te creëren. Deze parameters komen overeen met de vele akoestische factoren waaruit het geluidsveld bestaat dat u in een echte concertzaal of andere luisteromgeving ervaart. De grootte van het vertrek, bijvoorbeeld, beïnvloed het tijdsverschil tussen de vroege weerkaatsingen. De parameter “ROOM SIZE” die onderdeel uitmaakt van vele DSP-programma’s, verandert de timing tussen deze weerkaatsingen, en verandert dus de grootte van het “vertrek” waarnaar u luistert. Naast de grootte van het vertrek, hebben ook de vorm van het vertrek en de karakteristieken van de oppervlakten een grote invloed op het uiteindelijke geluid. Oppervlakken die geluid absorberen, bijvoorbeeld, zorgen ervoor dat de vroege weerkaatsingen en de trillingen sneller wegebben, terwijl sterk weerkaatsende oppervlakken het geluid juist langer doen weerkaatsen. De digitale geluidsveldprogrammaparameters stellen u in staat deze en vele andere factoren die bijdragen aan uw persoonlijke geluidsveld te regelen, waardoor in feite in staat bent het bijgeleverde standaardontwerp van de concertzaal, bioscoop enz., te “verbeteren” om zo een maatwerk luisteromgevingen te creëren die perfect overeenkomen met uw stemming en muziek. Zie “Beschrijving van de geluidsveldprogrammaparameters”.

Veranderen van de parameterwaarden Ondanks dat het mogelijk is naar de weergave op uwsysteem te luisteren zonder de standaardinstellingen vande parameterwaarden van het geluidsveldprogramma teveranderen, is het tevens mogelijk hetgeluidsveldprogramma aan te passen aan deeigenschappen van de bron en de akoestiek van hetluistervertrek. 1 Zet de keuzeschakelaar in de stand DSP/TUN (of AMP/TUN). 2 Schakel de videomonitor in en druk herhaaldelijk op ONSCREEN om de volledigedisplayfunctie te kiezen. 3 Kies het DSP-programma waarvan u de parameters wilt veranderen.DSP-programmanaam (groep)Cursor 4 Druk op u/d om de parameter te kiezen. 5 Druk op j / i om de parameterwaarde teveranderen.

  • Als u de parameter instelt op een andere waarde dan die in defabriek werd ingesteld, wordt naast de parameternaam eensterretje (*) afgebeeld op de videomonitor. 6 Herhaal indien noodzakelijk de bovenstaande stappen 3 tot en met 5 omandere programmaparameters teveranderen.Reserve-stroomvoorziening voor het geheugenDe reserve-stroomvoorziening voorkomt dat deopgeslagen gegevens verloren gaan, zelfs wanneer hetapparaat in de stand-bystand wordt gezet, de stekkervan het netsnoer uit het stopcontact wordt getrokken,of de stroomvoorziening tijdelijk wordt onderbrokenals gevolg van een stroomstoring. Als destroomvoorziening van het apparaat echter gedurendelanger dan 1 week is onderbroken, is het mogelijk datde parameterwaarden die u hebt veranderdteruggesteld worden op de fabrieksinstelling. Als ditgebeurd is, verandert u de parameterwaarden opnieuw. Terugstellen van parameterwaarden op de fabrieksinstelling Kies de parameter waarvan u de waarde wilt terugstellen. Houd vervolgens j of i ingedrukt totdat de waarde tijdelijk stopt op de waarde die in de fabriek werdingesteld. Het sterretje (*) naast de parameternaam op devideomonitor gaat uit. Opmerkingen
  • Bij sommige DSP-programma’s worden de beschikbareparameters afgebeeld op meerdere OSD-pagina’s. Om tussenpagina’s te bladeren, drukt u op u/d.• U kunt geen parameterwaarden veranderen wanneer “10MEMORY GUARD” op het INSTELMENU is ingesteld opON. Als u de parameterwaarden wilt veranderen, stelt u “10MEMORY GUARD” op het INSTELMENU in op OFF.A/B/C/D/EA/B/C/D/E

Voorbeeld van MOVIE THEATER 1ParametersDSP-programmanummer

Beschrijving van de geluidsveldparameters U kunt de waarden veranderen van bepaalde geluidsveldparameters zodat de geluidsvelden nauwkeurig in uw luistervertrek worden gecreëerd. Opmerking

  • Niet alle onderstaande parameters kunnen in ieder DSP-programma worden gevonden. ■ INIT.DLY (beginvertraging) (P.INIT.DLY voor het presence-geluidsveld) Functie: Deze parameter verandert de ogenschijnlijke afstand tussen de geluidsbron en de luisteraar door de vertragingstijd tussen het rechtstreekse geluid en de eerste weerkaatsingen, zoals gehoord door de luisteraar, te veranderen. Instelbereik: 1 – 99 ms Beschrijving: Hoe kleiner de waarde, hoe dichter de geluidsbron bij de luisteraar lijkt. Hoe hoger de waarde, hoe verder de geluidsbron van de luisteraar lijkt. Voor een klein luistervertrek, dient deze parameter ingesteld te worden op een lage waarde, voor een groot luistervertrek op een hoge waarde. INIT. DLY INIT. DLY INIT. DLYNiveau Tijd Niveau Tijd GeluidsbronEerste weerkaatsingVroegeweerkaatsingenNiveau Tijd WeerkaatsingsoppervlakGeluidsbronLage waarde = 1 msNiveau Tijd Niveau Tijd GeluidsbronVroege weerkaatsingen Tijd NiveauGeluidsbronLage waarde = 0,1Hoge waarde = 2,0 ■ ROOM SIZE (vertrekgrootte) (P.ROOM SIZE voor het presence-geluidsveld) Functie: Deze parameter verandert de ogenschijnlijke grootte van het surround-geluidsveld. Hoe hoger de waarde, hoe groter het surround-geluidsveld wordt. Instelbereik: 0,1 – 2,0 Beschrijving: Aangezien het geluid herhaaldelijk rond het vertrek wordt weerkaatst, zal hoe groter het vertrek is, de vertragingstijd tussen het oorspronkelijk weerkaatste geluid en de daaropvolgende trillingen langer worden. Door de tijd tussen de weerkaatste geluiden te veranderen, kunt u de ogenschijnlijke grootte van het virtuele zaal veranderen. Door deze parameterwaarde van 1,0 naar 2,0 te veranderen, wordt de ogenschijnlijke grootte van het vertrek verdubbeld. Hoge waarde = 99 ms

AANVULLENDE INFORMATIE ■ LIVENESS (dood/levend) Functie: Deze parameter verandert de weerkaatsingseigenschappen van de virtuele muren in het vertrek door de snelheid waarmee de vroege weerkaatsingen wegebben te veranderen. Instelbereik: 0 – 10 Beschrijving: De vroege weerkaatsingen van een surroundbron ebben veel sneller weg in een vertrek met akoestisch absorberende muuroppervlakken dan in een vertrek met sterk weerkaatsende oppervlakken. Een vertrek met akoestisch absorberende oppervlakken wordt “dood” genoemd, terwijl een vertrek met sterk weerkaatsende oppervlakken “levend” wordt genoemd. De “LIVENESS” parameter stelt u in staat de snelheid waarmee de vroege weerkaatsingen wegebben te veranderen en daarmee de mate van “dood-of- levend” van het vertrek. Niveau Tijd Dood Niveau Geluidsbron Tijd Niveau Tijd Levend Geluidsbron Weinig weerkaatst geluid Veel weerkaatst geluid Lage waarde = 0 Hoge waarde = 10 ■ S.DELAY (surround-vertraging) Functie: Deze parameter verandert de vertragingstijd tussen het rechtstreekse geluid en de eerste weerkaatsing in het surround-geluidsveld. Instelbereik: 0 – 49 ms (het bereik hangt af van het signaalformaat) ■ S.INIT.DLY (surround-beginvertraging) Functie: Deze parameter verandert de vertragingstijd tussen het rechtstreekse geluid en de eerste weerkaatsing aan de surroundkant van het geluidsveld. U kunt deze parameter alleen veranderen als ten minste twee voorluidsprekers en twee achterluidsprekers worden gebruikt. Instelbereik: 1 – 49 ms

■ S.ROOM SIZE (surround-vertrekgrootte) Functie: Deze parameter verandert de ogenschijnlijke grootte van het surround-geluidsveld. Instelbereik: 0,1 – 2,0 ■ S.LIVENESS (surround-dood/levend) Functie: Deze parameter verandert de ogenschijnlijke weerkaatsingseigenschappen van de virtuele muren in het surround-geluidsveld. Instelbereik: 0 – 10 ■ CT.DELAY (midden-vertraging) Functie: Deze parameters veranderen de geluidsvertraging voor ieder kanaal in de 5-kanalen stereofunctie. Instelbereik: 0 – 50 ms ■ LS.DELAY (linker surround-vertraging) Functie: Deze parameters veranderen de geluidsvertraging voor ieder kanaal in de 5-kanalen stereofunctie. Instelbereik: 0 – 50 ms ■ RS.DELAY (rechter surround-vertraging) Functie: Deze parameters veranderen de geluidsvertraging voor ieder kanaal in de 5-kanalen stereofunctie. Instelbereik: 0 – 50 ms

0711V620RDS_58-62_NL 1/19/1, 7:16 PM6263

Nederlands INTRODUCTION PREPARATION BASIC OPERAIONT ADVANCED OPERATION ADDITIONAL INFORMATION AANHANGSELS STORINGZOEKEN Raadpleeg onderstaande tabel wanneer het apparaat niet op de juiste wijze werkt. Als het probleem dat u ondervindt niet in de tabel beschreven staat, of als de gegeven oplossing niet werkt, zet u het apparaat in de stand-bystand, trekt u de stekker van het netsnoer uit het stopcontact, en neemt u contact op met de dichtstbijzijnde erkende YAMAHA handelaar of het dichtstbijzijnde erkende YAMAHA servicecentrum. ■ Algemeen AANHANGSELS Probleem Oorzaak Oplossing Zie blz. Het apparaat wordt niet ingeschakeld wanneer op STANDBY/ON (of op POWER) wordt gedrukt, of zet zichzelf spoedig na inschakelen in de stand-bystand. Het netsnoer is niet op het apparaat aangesloten of de stekker is niet geheel in het stopcontact gestoken. Sluit het netsnoer op de juiste wijze stevig aan.

De IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar op het achterpaneel van het apparaat is niet geheel in de linker of rechter stand gezet. Zet de schakelaar geheel in de linker of rechter stand terwijl het apparaat in de stand- bystand staat.

Het beveiligingscircuit is geactiveerd. Controleer dat alle luidsprekersnoeren op de juiste wijze op dit apparaat en op alle luidsprekers zijn aangesloten, en dat de draad van iedere aansluiting niets anders raakt dan de bijbehorende aansluitpool. 16, 17 Het on-screen-display wordt niet weergegeven. De instelling van de on-screen-display is op “DISPLAY OFF” ingesteld. Stel de volledige on-screen-displayfunctie of de verkorte on-screen-displayfunctie in.

Er wordt geen geluid en/ of beeld weergegeven. De kabels zijn niet op de juiste wijze op de ingangs- of uitgangsaansluitingen aangesloten. Sluit de kabels op de juiste wijze aan. Als het probleem aanhoudt, is het mogelijk dat de kabels defect zijn. 12 – 15 Er is geen toepasselijke ingangsbron gekozen. Kies een toepasselijke ingangsbron met behulp van INPUT l / h of 6CH INPUT (of met behulp van de ingangsbron- keuzetoetsen).

De luidsprekers zijn niet op de juiste wijze aangesloten. Sluit de luidsprekers op de juiste wijze aan. 16, 17 De te gebruiken hoofdluidsprekers zijn niet op de juiste wijze gekozen. Kies de hoofdluidspreker met behulp van SPEAKERS A en/of B.

Het volumeniveau is laag ingesteld. Verhoog het volumeniveau. 25 Het geluid wordt gedempt. Druk op MUTE of op een willekeurige bedieningstoets van het apparaat om de dempingsfunctie uit te schakelen, en stel het volumeniveau in.

Digitale signalen, anders dan PCM-audio-, Dolby Digital- of DTS-signalen, die dit apparaat niet kan weergeven worden in het apparaat ingevoerd door een cd-rom, enz., weer te geven. Geef een bron weer waarvan dit apparaat de signalen kan weergeven.

Het beeld wordt niet weergegeven. De uitvoer en de invoer voor de video zijn aangesloten op verschillende soorten videoaansluitingen. Sluit dezelfde soort aansluitingen (composietvideo-, S-video- en componentvideoaansluitingen) op elkaar aan voor zowel invoer als uitvoer. 14, 15 De instelling BLUE BACK (blauwe achtergrond) van “9 DISPLAY SET (displayinstellingen)” op het INSTELMENU is ingesteld op OFF en er wordt geen videosignaal in dit apparaat ingevoerd. Stel BLUE BACK in op AUTO zodat het on- screen-display altijd wordt afgebeeld.

STORINGZOEKEN Schakel het apparaat in en geef de bron nogmaals weer. 16, 17 Controleer dat de luidsprekerdraden elkaar niet raken en schakel vervolgens het apparaat in. De geluidsweergave valt plotseling weg. Het beveiligingscircuit is geactiveerd als gevolg van kortsluiting, enz. Controleer dat de IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar in de juiste stand is gezet en schakel vervolgens het apparaat in. De slaaptimer is in werking getreden. 47 Het geluid wordt gedempt. Druk op MUTE of op een willekeurige bedieningstoets van het apparaat om de dempingsfunctie uit te schakelen, en stel het volumeniveau in.

Probleem Oorzaak Oplossing Zie blz. Alleen de luidsprekers aan één kant brengen geluid voort. De luidsprekersnoeren zijn niet op de juiste wijze aangesloten. Sluit de luidsprekersnoeren op de juiste wijze aan. Als het probleem aanhoudt, is het mogelijk dat de luidsprekersnoeren defect zijn. 12 – 17 De effectluidsprekers brengen geen geluid voort. Het geluidseffect is uitgeschakeld. 29 Een Dolby Surround-, Dolby Digital- of DTS-decoderend DSP-programma wordt gebruikt voor een signaal dat niet is gecodeerd met Dolby Surround, Dolby Digital of DTS. Kies een ander DSP-programma. 55, 56 96-kHz-bemonsterde digitale signalen worden in dit apparaat ingevoerd.

De middenluidspreker brengt geen geluid voort. Het uitgangsniveau van de middenluidspreker is erg laag ingesteld. Verhoog het uitgangsniveau van de middenluidspreker.

“1A CENTER SP” op het INSTELMENU is ingesteld op NONE. Stel de toepasselijke uitgangsfunctie van de middenluidspreker in.

Één van de hifi-DSP-programma’s 1 tot en met 4 is gekozen. 55, 56 De bron, die gecodeerd is met een Dolby Digital- of een DTS-signaal, bevat geen signaal voor het middenkanaal.

De achterluidsprekers brengen geen geluid voort. Het uitgangsniveau van de achterluidsprekers is erg laag ingesteld. Een bron wordt in mono weergegeven met behulp van programma 9. 55, 56 De subwoofer brengt geen geluid voort. “1D LFE/BASS OUT” op het INSTELMENU is ingesteld op MAIN terwijl een Dolby Digital- of DTS-signaal wordt weergegeven.

“1D LFE/BASS OUT” op het INSTELMENU is ingesteld op SWFR of MAIN terwijl een 2-kanalen bron wordt weergegeven.

De bron bevat geen lagetonensignalen (90 Hz of lager).

Verhoog het uitgangsniveau van de achterluidsprekers.

Kies een ander DSP-programma. Kies de instelling SWFR of BOTH. Kies de instelling BOTH. Druk op EFFECT om het geluidseffect in te schakelen. Kies een ander DSP-programma. De lagetonenweergave is slecht. “1D LFE/BASS OUT” op het INSTELMENU is ingesteld op SWFR of BOTH terwijl uw luidsprekersysteem geen subwoofer heeft. Kies de instelling MAIN. 42 De uitgangsfunctie van één of enkele luidsprekers (hoofd-, midden- of achterluidspreker) op het INSTELMENU komt niet overeen met uw luidsprekersysteem. Kies de juiste uitgangsfunctie voor iedere luidspreker aan de hand van de grootte van de luidsprekers in uw luidsprekersysteem. 40, 41

0712V620RDS_63-71_NL 1/22/1, 5:33 PM6465

Nederlands INTRODUCTION PREPARATION BASIC OPERAIONT ADVANCED OPERATION ADDITIONAL INFORMATION AANHANGSELS STORINGZOEKEN Probleem Oorzaak Oplossing Zie blz. De platenspeler is niet aangesloten op de GND-aansluiting. Sluit de aardedraad van uw platenspeler aan op de GND-aansluiting van dit apparaat. 12, 13 Het volumeniveau is erg laag tijdens het weergeven van een plaat. De plaat wordt weergegeven op een platenspeler met een MC-element. De platenspeler moet op dit apparaat worden aangesloten via een MC-kopversterker.

Een bromgeluid wordt weergegeven. De kabels zijn niet op de juiste wijze aangesloten. Sluit de audiostekkers van de kabels stevig aan op de aansluitingen. Als het probleem aanhoudt, is het mogelijk dat de kabels defect zijn. 12–15 Het volumeniveau kan niet worden verhoogd, of het geluid is vervormd. De component die is aangesloten op de REC OUT-aansluitingen van dit apparaat is uitgeschakeld. Schakel de component in. 12 Het is niet mogelijk het effect-en surroundgeluid op te nemen op een opnamecomponent.

Een bron kan niet worden opgenomen door een digitale opnamecomponent die is aangesloten op de DIGITAL OUTPUT- aansluiting van dit apparaat. De broncomponent is alleen aangesloten op de analoge ingangsaansluitingen van dit apparaat. Sluit de broncomponent aan op de digitale ingangsaansluitingen van dit apparaat. 12–15 De geluidsveld- programmaparameters en enkele andere instellingen van dit apparaat kunnen niet worden veranderd. “10 MEMORY GUARD” op het INSTELMENU is ingesteld op ON. Kies de instelling OFF. 45 Wanneer TUNER is gekozen, verandert de DSP-programmanaam die op het display wordt afgebeeld onmiddellijk in de frequentie. De on-screen-displayfunctie is ingesteld op het verkorte display of is uitgeschakeld. Als u wilt dat de DSP-programmanaam permanent wordt afgebeeld, stelt u de on- screen-displayfunctie in op het volledige display.

Het apparaat werkt niet juist. De ingebouwde microcomputer is vastgelopen als gevolg van een elektrische schok van buitenaf (zoals bliksem of overmatige statische elektriciteit) of door een stroomvoorziening met een laag voltage. Trek de stekker uit het stopcontact en steek deze er na ongeveer 30 seconden vervolgens weer in.

De geluidsweergave verslechtert wanneer met de h,oofdtelefoon op wordt geluisterd naar een tapedeck of cd- speler aangesloten op dit apparaat. Dit apparaat staat in de stand-bystand. Schakel dit apparaat in.

Er is ruis van digitale of hogefrequentieapparatuur, of van dit apparaat. Het apparaat staat te dicht bij de digitale of hogefrequentieapparatuur. Plaats het apparaat verder weg van dergelijke apparatuur.

Het effect- en surroundgeluid kan niet worden opgenomen.

0712V620RDS_63-71_NL 1/22/1, 5:33 PM6566

STORINGZOEKEN ■ Tuner Probleem Oorzaak Oplossing Zie blz. De FM-stereo- ontvangst is slecht. De karakteristieken van FM-stereo- uitzendingen kunnen dit probleem veroorzaken wanneer het zendstation te ver weg ligt of de antennesignaalinvoer van slechte kwaliteit is. Controleer de antenneaansluitingen. Probeer de FM-stereo-ontvangst nogmaals met gebruik van een richtingsgevoelige FM- antenne van hoge kwaliteit. Stem handmatig af. 30, 31 Er is vervorming, en de FM-ontvangst is niet helder, zelfs niet met gebruik van een goede FM-antenne. Er treedt reflectievervorming op. Verander de positie van de antenne om de reflectievervorming op te heffen.

Er kan niet afgestemd worden op de gewenste FM- zender met behulp van automatisch afstemmen. Het signaal van de FM-zender is te zwak. Stem handmatig af. Gebruik een richtingsgevoelige FM-antenne van hoge kwaliteit. 30, 31 Er kan niet meer afgestemd worden op reeds geprogrammeerde FM- voorkeurzenders. Het apparaat is zeer lange tijd uitgeschakeld geweest. Programmeer de FM-zenders opnieuw. 32 Er kan niet afgestemd worden op de gewenste AM- zender met behulp van automatisch afstemmen. Het signaal van de AM-zender is zwak of de aansluitingen van de AM-raamantenne zitten los. Draai de aansluitingen van de AM- raamantenne vast en plaats deze in de richting met de beste ontvangst. Stem handmatig af. 30, 31 Er zijn voortdurend kraaktonen en sisgeluiden. Deze storing is het gevolg van bliksem, tl-lampen, motoren, thermostaten en andere elektrische apparatuur. Gebruik een AM-buitenantenne en een goede aardleiding. Hierdoor kan een verbetering optreden, maar het is moeilijk alle ruis te voorkomen.

Er zijn zoemgeluiden en fluittonen (met name’s avonds). Een tv die dichtbij staat wordt gebruikt. Plaats dit apparaat verder weg van de tv. —

Nederlands INTRODUCTION PREPARATION BASIC OPERAIONT ADVANCED OPERATION ADDITIONAL INFORMATION AANHANGSELS STORINGZOEKEN ■ Afstandsbediening Probleem Oorzaak Oplossing Zie blz. De afstandsbediening werkt niet op de juiste wijze. De afstand is te groot of de hoek is verkeerd. De afstandsbediening werkt binnen een maximale afstand van 6 meter tot het apparaat, en binnen een hoek van 30 graden uit de middellijn loodrecht op het voorpaneel.

Rechtstreeks zonlicht of verlichting (van een tl-lamp, enz.) valt op de afstandsbedieningssensor van dit apparaat. Stel het apparaat op een andere plaats op. — De batterijen zijn bijna leeg. Vervang alle batterijen door nieuwe batterijen.

Het apparaat of de andere component kan niet worden bediend. De component die u wilt bedienen is niet gekozen. Zet de keuzeschakelaar in de stand die overeenkomt met de component die u wilt bedienen. De afstandsbediening kan systeemcomponenten niet bedienen. De fabrikantcode is niet op de juiste wijze ingesteld. Stel de fabrikantcode nogmaals in. Afhankelijk van de fabrikant of het model, kunnen bepaalde componenten niet worden bediend met de afstandsbediening van dit apparaat, ondanks dat de fabrikantcode op de juiste wijze is ingesteld. Gebruik de afstandsbediening die oorspronkelijk met uw component is meegeleverd.

Nadat dit apparaat is blootgesteld aan een sterke elektrische schok van buitenaf, zoals bliksem en sterke statische elektriciteit of als u de bediening van dit apparaat verkeerd uitvoert, is het mogelijk dat het apparaat niet meer juist werkt. In dergelijke gevallen zet u het apparaat in de stand-bystand, trekt u de stekker van het netsnoer uit het stopcontact, steekt u deze er na 30 seconden weer terug in, en begint u met de bediening van het apparaat. Probeer een andere fabrikantcode voor dezelfde fabrikant in te stellen.

  • DIN standaarduitgangsvermogen [alleen model voor Europa] 1 kHz, 0,7% totale harmonische vervorming, 4 ohm .......... 130 W
  • IEC uitgangsvermogen [alleen model voor Europa] 1 kHz, 0,06% totale harmonische vervorming, 8 ohm ........ 100 W
  • Kanaalscheiding (1 kHz/10 kHz) CD (5,1 kohm afsluitweerstand) naar MAIN L/R..... 60 dB/45 dB
  • Netspanningsaansluitingen (maximaal 100 W totaal) [model voor Europa] .............................................. 2 (geschakeld) [model voor het U.K.] ............................................ 1 (geschakeld)
  • De technische gegevens zijn onderhevig aan veranderingen zonder voorafgaande kennisgeving.

0712V620RDS_63-71_NL 7/10/1, 5:55 PM6869

Nederlands INTRODUCTION PREPARATION BASIC OPERAIONT ADVANCED OPERATION ADDITIONAL INFORMATION AANHANGSELS VERKLARENDE WOORDENLIJST ■ Dolby Surround Dolby Surround maakt gebruik van een analoog 4- kanalen opnamesysteem om realistische en dynamische geluidseffecten weer te geven: twee linker en rechter hoofdkanalen (stereo), een middenkanaal voor dialoog (mono), en een achterkanaal voor speciale geluidseffecten (mono). Het achterkanaal geeft geluid weer binnen een smal frequentiebereik. Dolby Surround wordt zeer veel gebruikt bij nagenoeg alle videocassettes en laserdisks, en tevens in veel tv- en kabeluitzendingen. De Dolby Pro Logic-decoder die in dit apparaat is ingebouwd, maakt gebruik van een digitaal signaalbewerkingssysteem dat automatisch het volumeniveau van ieder kanaal stabiliseert om de geluidseffecten en het richtingsgevoel te verbeteren. ■ Dolby Digital Dolby Digital is een digitaal surroundgeluidssysteem waarmee u volledig onafhankelijke multi-kanalen audio verkrijgt. Dolby Digital biedt u vijf audiokanalen met volledig bereik: drie voorkanalen (links, midden en rechts) en twee stereo achterkanalen. Met een extra kanaal speciaal voor lagetoneneffecten, genaamd LFE (Low Frequency Effect), heeft het systeem een totaal van 5.1-kanalen (LFE wordt als 0.1 kanaal gerekend). Door 2-kanalen stereo te gebruiken voor de achterkanalen, zijn nauwkeurigere bewegende geluidseffecten en surroundgeluidsomgeving mogelijk dan met Dolby Surround. Het brede dynamische bereik (van maximaal naar minimaal volumeniveau) dat wordt weergegeven door de vijf kanalen met volledig bereik, en de precieze geluidsplaatsing die door de digitale geluidsbewerking wordt verkregen, biedt de luisteraars een tot op heden ongekende opwinding en realisme. Met dit apparaat kan iedere geluidsomgeving, van mono tot en met een 5.1-kanalen configuratie, naar eigen inzicht worden gekozen. ■ DTS (Digital Theater Systems) Digital Surround DTS Digital Surround werd ontwikkeld ter vervanging van het analoge geluidsspoor van films met een 6-kanalen digitaal geluidsspoor, en wint nu snel aan populariteit in bioscopen over de hele wereld. Digital Theater Systems Inc. heeft een thuistheatersysteem ontwikkeld zodat u kunt genieten van de diepte van het geluid en de natuurlijke ruimtelijke werking van DTS Digital Surround bij u thuis. Dit systeem biedt nagenoeg vervormingsvrij, helder 6-kanalen geluid (technisch gesproken een linker, rechter en middenkanaal, twee achterkanalen, en een LFE 0.1-kanaal als subwoofer vormen het totaal van 5.1- kanalen). ■ LFE 0.1-kanaal Dit kanaal is voor het weergeven van superlagetonen. Het frequentiebereik van dit kanaal is 20 tot 120 Hz. Dit kanaal wordt als 0.1 kanaal gerekend omdat het slechts het lage frequentiebereik ondersteunt in vergelijking met het volledige bereik van de andere 5 kanalen in een Dolby Digital systeem of een DTS 5.1-kanalen systeem. ■ CINEMA DSP DIGITAL Aangezien de Dolby Surround- en DTS-systemen oorspronkelijk werden ontworpen voor gebruik in een bioscoop, merkt u hun effect het best in een bioscoop met veel luidsprekers die is ontworpen voor akoestische effecten. Aangezien de omstandigheden in uw huis, zoals vertrekgrootte, wandbebekledingsmateriaal, aantal luidsprekers, enz., enorm kan verschillen, is het onvermijdelijk dat er tevens verschillen in waargenomen geluid optreden. Aan de hand van een schat aan werkelijk gemeten gegevens, maakt YAMAHA CINEMA DSP gebruik van originele YAMAHA geluidsveldtechnologie en combineert de Dolby Pro Logic-, Dolby Digital- en DTS-systemen om u de visuele en audio-ervaring van een bioscoop te laten beleven in het luistervertrek van uw eigen huis. ■ SILENT CINEMA YAMAHA heeft een DSP-algoritme voor hoofdtelefoons ontworpen met een natuurlijk en realistisch geluidseffect. Parameters voor de hoofdtelefoon zijn ingesteld voor ieder geluidsveld zodat een nauwkeurige gewaarwording van alle geluidsvelden wordt verkregen met de hoofdtelefoon. ■ Virtual CINEMA DSP YAMAHA heeft een Virtual CINEMA DSP-algoritme ontworpen waarmee u in staat bent te genieten van surroundeffecten in een DSP-geluidsveld, zelfs zonder achterluidsprekers, door gebruik te maken van virtuele achterluidsprekers. Het is zelfs mogelijk naar Virtual CINEMA DSP te luisteren met een minimaal 2-luidsprekersysteem waarin geen middenluidspreker is opgenomen.

0712V620RDS_63-71_NL 1/22/1, 5:33 PM6970

VERKLARENDE WOORDENLIJST ■ S VIDEO-signaal Met het S-VIDEO-signaalsysteem wordt het videosignaal dat normaal gesproken wordt uitgestuurd met behulp van een penkabel, gescheiden en uitgestuurd als een Y-signaal voor de luminantie (helderheid) en een C-signaal voor de chrominantie (kleur) via de S VIDEO-kabel. Door gebruik te maken van de S VIDEO-aansluiting wordt voorkomen dat het videosignaal tijdens de overdracht aan kwaliteit verliest en wordt het mogelijk nog mooiere beelden op te nemen en weer te geven. ■ Componentvideosignaal Met het componentvideosignaalsysteem wordt het videosignaal gescheiden in een Y-signaal voor luminantie (helderheid) en het P

-signaal voor de chrominantie (kleur). Kleuren kunnen met dit systeem meer waarheidsgetrouw worden weergegeven omdat ieder van deze signalen onafhankelijk van elkaar is. Het componentvideosignaal wordt tevens het “kleurverschilsignaal” genoemd omdat het luminantiesignaal wordt afgetrokken van het kleursignaal. Om het componentvideosignaal te kunnen uitvoeren is een monitor met componentvideo-ingangsaansluitingen vereist. ■ PCM (Lineair PCM) Lineair PCM is een signaalformaat waarbij een analoog audiosignaal wordt gedigitaliseerd, opgenomen en uitgestuurd zonder enige compressie. Dit wordt gebruikt als opnamemethode voor de audio van cd’s en dvd’s. Het PCM-systeem gebruikt een techniek voor het bemonsteren van de grootte van het analoge signaal per zeer kleine tijdseenheid. PCM, voluit Puls Code Modulatie, heet zo omdat het analoge signaal wordt gecodeerd als pulsen en vervolgens gemoduleerd voor opname. ■ Bemonsteringsfrequentie en aantal gekwantificeerde bits Bij het digitaliseren van een analoog audiosignaal wordt het aantal keren per seconde dat het signaal wordt bemonsterd de bemonsteringsfrequentie genoemd, terwijl de mate van nauwkeurigheid waarmee het geluidsniveau in een numerieke waarde wordt omgezet, het aantal gekwantificeerde bits wordt genoemd. Het frequentiebereik dat kan wordt weergegeven wordt bepaald door de bemonsteringsfrequentie, terwijl het dynamische bereik, dat het verschil in geluidsniveau aangeeft, wordt bepaald door het aantal gekwantificeerde bits. Over het algemeen, hoe hoger de bemonsteringsfrequentie, hoe breder het bereik van de frequenties die kunnen worden weergegeven, en hoe hoger het aantal gekwantificeerde bits, hoe nauwkeuriger het geluidsniveau kan worden weergegeven. ■ I/O-toewijzing (INSTELMENU) Ondanks dat componenten normaal gesproken worden aangesloten overeenkomstig de namen van de aansluitingen aangegeven op het achterpaneel, is dit apparaat uitgerust met een functie die aansluitingen toewijst aan de hand van de aangesloten componenten. Als de aangesloten component anders is dan de componentnaam aangegeven voor de componentvideo- ingangsaansluitingen of digitale ingangs-/ uitgangsaansluitingen van dit apparaat, is het mogelijk aansluitingen toe te wijzen aan de hand van de aangesloten componenten. Hiermee is het mogelijk de toewijzing van de aansluiting te veranderen en effectief meer componenten aan te sluiten.