RXV520RDS - Ontvanger YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RXV520RDS YAMAHA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Ontvanger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RXV520RDS - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RXV520RDS van het merk YAMAHA.
GEBRUIKSAANWIJZING RXV520RDS YAMAHA
1 Om u van de beste prestaties te verzekeren, dient u deze gebruiksaanwijzing aandachtig door te lezen. Bewaar deze op een veilige plaats voor eventuele latere naslag. 2 Installeer het apparaat op een goed geventileerde, koele, droge, schone plek met tenminste 30 cm ruimte aan de bovenkant, 20 cm aan de rechter- en linkerkant en 10 cm ruimte aan de achterkant als ventilatieruimte — uit direct zonlicht, uit de buurt van warmtebronnen, trillingen, stof, vocht en/of kou. 3 Stel het apparaat op afstand van andere elektrische apparatuur, motors, en transformators op om bromgeluiden te voorkomen. Om brand of elektrische schokken te voorkomen, stelt u dit apparaat niet op plaatsen op waar het blootgesteld kan worden aan regen, water of enige andere soort vloeistof. 4 Stel dit apparaat niet bloot aan extreme temperatuurschommelingen van koud naar heet, en stel dit apparaat niet op in een omgeving met een hoge luchtvochtigheid (bijv. een vertrek met een luchtbevochtiger), om condensvorming in dit apparaat te voorkomen, waardoor elektrische schokken, brand, schade aan dit apparaat en/of persoonlijk letsel kunnen worden veroorzaakt. 5 Plaats de volgende voorwerpen niet op dit apparaat: – andere componenten, omdat deze schade aan en/of verkleuring van het buitenpaneel van dit apparaat kunnen veroorzaken. – brandende voorwerpen (d.w.z. kaarsen), omdat deze brand, schade aan dit apparaat en/of persoonlijk letsel kunnen veroorzaken. – voorwerpen waarin een vloeistof zit, omdat deze een elektrische schok aan de gebruiker en/of schade aan dit apparaat kunnen veroorzaken. 6 Bedek het apparaat niet met een krant, een tafelkleed, een gordijn, enz., om de warmte-uitstraling niet te belemmeren. Als de temperatuur binnenin dit apparaat stijgt, kunnen brand, schade aan dit apparaat en/of persoonlijk letsel worden veroorzaakt. 7 Steek de stekker van het netsnoer van dit apparaat niet in het muurstopcontact voordat alle aansluitingen zijn gemaakt. 8 Gebruik dit apparaat niet ondersteboven. Hierdoor kan het oververhit raken waardoor mogelijkerwijs schade kan worden veroorzaakt. 9 Oefen geen kracht uit op de schakelaars, knoppen en/of toetsen. 10 Wanneer u de stekker uit het muurstopcontact wilt trekken, trekt u aan de stekker zelf en niet aan het snoer.
VOORZICHTIG: LEES EERST DEZE AANWIJZINGEN ALVORENS
HET APPARAAT IN GEBRUIK TE NEMEN
- 11 Reinig dit apparaat niet met chemische oplosmiddelen omdat hierdoor de afwerklaag kan worden beschadigd. Gebruik een schone, droge doek. 12 Alleen de op dit apparaat aangegeven netspanning mag worden gebruikt. Het is gevaarlijk dit apparaat met een hogere dan de aangegeven netspanning te gebruiken omdat hierdoor brand, schade aan dit apparaat en/of persoonlijk letsel kunnen worden veroorzaakt. YAMAHA aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid voor enigerlei schade als gevolg van het gebruik van dit apparaat met een hogere netspanning dan welke is aangegeven. 13 Om de kans op beschadiging door blikseminslag te voorkomen, trekt u de stekker van het netsnoer uit het muurstopcontact tijdens een onweersbui. 14 Zorg ervoor dat geen vreemde voorwerpen en/of vloeistoffen in dit apparaat kunnen vallen. 15 Probeer dit apparaat niet te veranderen of te repareren. Neem contact op met erkend YAMAHA onderhoudspersoneel als dit apparaat onderhoud behoeft. De buitenpanelen mogen onder geen enkel beding worden verwijderd. 16 Als u dit apparaat gedurende een lange tijd niet denkt te gaan gebruiken (bijv. tijdens een vakantie), trekt u de stekker van het netsnoer uit het muurstopcontact. 17 Lees altijd eerst het hoofdstuk “STORINGZOEKEN” voor oplossingen van alledaagse bedieningsfouten alvorens de conclusie te trekken dat dit apparaat defect is. 18 Alvorens dit apparaat te verplaatsen, drukt u op STANDBY/ON om het apparaat in de stand-bystand te zetten, en trekt u de stekker van het netsnoer van dit apparaat uit het muurstopcontact. Dit apparaat blijft aangesloten op de netspanning zolang de stekker ervan nog in het stopcontact zit, ook al wordt het apparaat zelf uitgeschakeld. Deze toestand wordt de stand-bystand genoemd. In deze toestand zal het apparaat een zeer kleine hoeveelheid stroom verbruiken. Alleen voor klanten in Nederland Bij dit product zijn batterijen geleverd. Wanneer deze leeg zijn, moet u ze niet weggooien maar inleveren als KCA. 0701V520RDS_caution_NL 1/31/1, 4:31 PM211 Nederlands BASISBEDIENING GEAVANCEERDE BEDIENING AANHANGSELS INLEIDING VOORBEREIDINGEN INTRODUCTIONINTRODUCTION INHOUD INLEIDING BIJZONDERHEDEN p. 2
- VOORBEREIDINGEN p. 3
- Controleren van de inhoud van de verpakking p. 3
- Plaatsing van de batterijen in de afstandsbediening p. 3
- Vernieuwen van de batterijen p. 3
- Ingangsfuncties en indicators p. 23
- Een DSP-programma kiezen p. 24
- Annuleren van het geluidseffect (uitschakelen van de effectluidsprekers) p. 25
- AFSTEMMEN p. 26
- Aansluiten van de antennes p. 26
- Automatische afstemming p. 27
- Handmatige afstemming p. 27
- Automatische afstemming van voorkeurzenders (alleen voor RDS-zenders) p. 28
- Handmatige afstemming van voorkeurzenders p. 29
- Oproepen van een voorkeurzender p. 29
- Verwisselen van voorkeurzenders p. 30
BIJZONDERHEDEN 5-kanaals vermogensversterking ◆ Minimaal RMS-uitgangsvermogen (Totale harmonische vervorming 0,06%, 20 Hz – 20 kHz) Hoofd: 70 W + 70 W (8 Ω) Midden: 70 W (8 Ω) Achter: 70 W + 70 W (8 Ω) Digitale geluidsveldverwerking met meerdere functies ◆ DTS-decoder ◆ Dolby Pro Logic-decoder ◆ Dolby Digital-decoder ◆ Hifi DSP ◆ CINEMA DSP; een combinatie van YAMAHA DSP-technologie en Dolby Digital, Dolby Pro Logic of DTS ◆ Virtual CINEMA DSP ◆ SILENT CINEMA Geavanceerde FM/AM-tuner ◆ Willekeurige voorkeur-afstemming voor 40 zenders ◆ Automatische afstemming op voorkeurzenders ◆ Mogelijkheid tot verwisselen van voorkeurzenders (wijzigen van voorkeurzenders) ◆ Meerdere functies voor RDS-ontvangst Overige functies ◆ 96 kHz/24-bit D/A-omzetter ◆ SET MENU met 9 onderdelen waarmee u dit apparaat optimaal kunt aanpassen aan uw audio- en videosysteem ◆ Testtoongenerator om de luidsprekerbalans gemakkelijker te kunnen instellen ◆ 6-kanaals externe decoder-ingang voor andere toekomstige formaten ◆ Mogelijkheid voor videosignaal-ingang/uitgang (inclusief S Video-verbindingen) ◆ Optische en coaxiale digitale signaal- ingangsaansluitingen ◆ SLEEP-timer ◆ Afstandsbediening met voorgeprogrammeerde codes van fabrikant Gefabriceerd onder licentie van Dolby Laboratories.“Dolby”, “AC-3”, “Pro Logic” en het dubbele-D symbool zijnhandelsmerken van Dolby Laboratories.Confidential Unpublished Works. ©1992-1997 Dolby Laboratories,Inc. Alle rechten voorbehouden.Gefabriceerd onder licentie van Digital Theater Systems, Inc. USPat. No. 5,451,942 en andere wereldwijde patenten, verkregen enaangevraagd. “DTS” en “DTS Digital Surround”, zijnhandelsmerken van Digital Theater Systems, Inc. Copyright 1996Digital Theater Systems, Inc. Alle rechten voorbehouden.• y geeft een hint aan voor de bediening van dit apparaat.• Bepaalde bedieningen kunnen worden uitgevoerd door de toetsen op het apparaat zelf of die op de afstandsbediening. Inhet geval dat voor dergelijke bedieningen de namen van de toetsen op het apparaat zelf en op de afstandsbedieningverschillend zijn, wordt in deze gebruiksaanwijzing de naam van de toets op de afstandsbediening tussen haakjesgeschreven.
0702V520RDS01-09_NL 1/31/1, 4:31 PM23
NederlandsBASIC OPERATIONADVANCED OPERA TION APPENDIXINLEIDINGPREPARATION VOORBEREIDINGEN Controleren van de inhoud van de verpakking Controleer na het uitpakken of de volgende onderdelen aanwezig zijn:
Afstandsbediening Batterijen (AAA, R03 of UM-4)Snelle naslagkaart(Quick reference card)FM-binnenantenne75 ohm/300 ohm antenneadapter (alleenmodel voor het U.K.)AM-raamantenne Plaatsing van de batterijen in de afstandsbediening 1 Leg de afstandsbediening op zijn kop en schuif het deksel van het batterijvak in derichting van het pijltje. 2 Plaats de batterijen (AAA, R03 of UM-4) met de polen op de juiste plaats in het batterijvak. 3 Sluit het deksel van het batterijvak. Vernieuwen van de batterijen Wanneer de afstandsbediening alleen nog maar werktwanneer deze dicht bij het apparaat wordt gehouden, zijn debatterijen zwak. Vernieuw de batterijen.Vernieuw de batterijen altijd binnen circa twee minuten.Indien dit langer dan twee minuten duurt, worden defabrieksinstellingen van de afstandsbediening weer vankracht. Opmerkingen
- Gebruik voor het vernieuwen uitsluitend batterijen van het typeAAA, R03 of UM-4.• Zorg dat de polen van de batterijen op de juiste plaats zitten. (Ziede markeringen in het batterijvak.)• Verwijder de batterijen indien u de afstandsbediening lange tijdniet denkt te gebruiken.• Indien de batterijen lekken, gooi deze dan onmiddellijk weg.Vermijd aanraking van het gelekte materiaal en laat het niet inaanraking komen met kleding e.d. Alvorens u nieuwe batterijengaat plaatsen, dient u het batterijvak grondig te reinigen.Aansluitgids(Connection guide)
0702V520RDS01-09_NL 2/1/1, 1:43 PM34
6 EON Druk op deze toets om het gewenste programmatype (NEWS, INFO, AFFAIRS, SPORT) te kiezen wanneer u automatisch wilt afstemmen op een radioprogramma van dit programmatype.
Druk op deze toets om te beginnen met het zoeken naar een zender nadat met de PTY SEEK-functie het gewenste programmatype is gekozen. 8 INPUT MODE Druk op deze toets om de ingangsfuctie te kiezen uit AUTO, DTS en ANALOG voor de ingangsbronnen die twee of meer soorten signalen uitvoeren naar dit apparaat. 9 VOLUME Deze regelaar wordt gebruikt om het volume te verhogen of te verlagen. 0 6CH INPUT Druk op deze toets om de ingangsbron te kiezen die is aangesloten op de 6CH INPUT-aansluitingen. De ingangsbron die wordt gekozen door op 6CH INPUT te drukken, heeft voorrang boven de ingangsbron gekozen met INPUT l / h (of met de ingangsbron-keuzetoetsen op de afstandsbediening).
BEDIENINGSORGANEN EN HUN FUNCTIES
Voorpaneel 1 STANDBY/ON Druk op deze toets om het apparaat in te schakelen of in de stand-bystand te zetten. Stel het volume in op het minimumniveau voordat u de stroom inschakelt. Stand-bystand In deze modus verbruikt het apparaat zeer weinig stroom, net voldoende om de infrarode signalen van de afstandsbediening te kunnen ontvangen. 2 Afstandsbedieningssensor Hiermee worden de signalen van de afstandsbediening ontvangen. 3 Display Hierop wordt allerhande informatie weergegeven.
Druk op deze toets om de PTY SEEK-functie te kiezen.
Door het indrukken van deze toets tijdens de ontvangst van een RDS-zender, worden als display-functie beurtelings de functies PS, PTY, RT, CT (mits de desbetreffende zender gebruikmaakt van deze RDS-dataservice) en/of de frequentieweergavefunctie gekozen.
0702V520RDS01-09_NL 1/31/1, 4:31 PM45
Nederlands BASIC OPERATION ADVANCED OPERA TION APPENDIX INLEIDING PREPARATION q BASS Draai deze regelaar naar rechts om de lage frequentieweergave te verhogen, en naar links om deze te verlagen. w TREBLE Draai deze regelaar naar rechts om de hoge frequentieweergave te verhogen, en naar links om deze te verlagen. Opmerking
- Als u de hogetonenweergave of de lagetonenweergave naar een extreem niveau verhoogt of verlaagt, is het mogelijk dat de toonkwaliteit van de middenluidspreker en achterluidsprekers niet overeenkomt met die van de linker en rechter hoofdluidsprekers. e BALANCE Deze regelaar werkt alleen voor het geluid dat uit de hoofdluidsprekers komt. Hiermee kan de balans van het uitgangsvolume tussen de linker en rechter luidsprekers worden afgesteld als compensatie voor een onjuiste balans van het geluid die veroorzaakt wordt door de plaatsing van de luidsprekers of de akoestische eigenschappen van de ruimte waarin men zich bevindt. r SPEAKERS A/B Zet A of B (of A en B) voor het hoofdluidsprekersysteem (aangesloten op dit apparaat) dat u wilt gebruiken op ON. Zet deze voor het hoofdluidsprekersysteem dat u niet wilt gebruiken op OFF. t PROGRAM l / h Druk op l of h om een DSP-programma te kiezen wanneer de effectluidsprekers (midden en achter) zijn ingeschakeld. De naam van het gekozen programma verschijnt op het display. y EFFECT Druk op deze toets om de effectluidsprekers (midden en achter) in of uit te schakelen. Wanneer u deze uitschakelt, worden alle Dolby Digital- en DTS-geluidssignalen, behalve die voor het LFE-kanaal, naar de rechter en linker hoofdluidsprekers geleid. In dat geval bestaat de kans dat de uitgangsniveaus van de rechter en linker luidsprekers niet met elkaar overeenstemmen. u PHONES-aansluiting Sluit de hoofdtelefoon aan op de PHONES-aansluiting zodat dit apparaat audiosignalen uitvoert voor privéluistergenot. Wanneer u het geluid alleen via de hoofdtelefoon wilt beluisteren, zet u SPEAKERS A en B beide op OFF. i VIDEO AUX-aansluitingen Sluit op deze aansluitingen een extra audio- of video- ingangsbron aan, zoals een gamemachine. Om de signalen die door deze aansluitingen worden ingevoerd weer te geven, kiest u V-AUX als ingangsbron. o PRESET/TUNING l / h Wanneer “ z ” op het display wordt afgebeeld: Deze toets wordt gebruikt om een voorkeurzendernummer te kiezen (1 t/m 8). Druk op l om een lager voorkeurzendernummer te kiezen, en op h om een hoger voorkeurzendernummer te kiezen. Wanneer “ z ” niet op het display wordt afgebeeld: Deze toets wordt gebruikt om af te stemmen. Druk op l om op een lagere frequentie af te stemmen, en op h om op een hogere frequentie af te stemmen. Wanneer de PTY SEEK-functie geactiveerd is, druk dan op deze toets om een programmatype te kiezen. p A/B/C/D/E Druk op deze toets om één van de 5 voorkeurzendergroepen (A t/m E) te kiezen. a PRESET/TUNING (EDIT) Druk op deze toets om “ z ” op het display in of uit te schakelen en om de functie voor het programmeren van zenders (voorkeurzenders) of de afstemfunctie te kiezen. Deze toets kan ook worden gebruikt om twee voorkeurzenders met elkaar van plaats te verwisselen. s MEMORY (MAN’L/AUTO FM) Druk op deze toets om de zenders in het geheugen te programmeren. Wanneer deze toets langer dan 3 seconden ingedrukt wordt gehouden, wordt er begonnen met het automatisch afstemmen op een voorkeurzender (alleen voor FM-zenders). d TUNING MODE (AUTO/MAN’L MONO) Druk op deze toets om de automatische of handmatige afstemfunctie te kiezen. Om de automatische afstemfunctie te kiezen, drukt u op deze toets zodat de indicator “AUTO” op het display gaat branden. Om de handmatige afstemfunctie te kiezen, drukt u op deze toets zodat de indicator “AUTO” uitgaat. f FM/AM Druk op deze toets om als golfband voor ontvangst FM of AM te kiezen. g INPUT l / h Druk op deze toetsen om de ingangsbron (DVD, AUX, MD/ CD-R, TUNER, CD, V-AUX, VCR, D-TV/CBL) te kiezen waarnaar u wilt luisteren of kijken. De naam van de gekozen ingangsbron wordt op het display afgebeeld.
BEDIENINGSORGANEN EN HUN FUNCTIES
0702V520RDS01-09_NL 1/31/1, 4:31 PM56
Afstandsbediening 1 Indicator Deze knippert in rood wanneer er een toets op de afstandsbediening wordt ingedrukt. Indien deze indicator snel enkele keren achter elkaar knippert, druk dan nogmaals op de gekozen toets. 2 Component-keuzetoetsen Druk op de toets van de component waarvoor u deze afstandsbediening wilt gebruiken. (Voor deze component moet de juiste code zijn ingesteld. Zie “Instellen van de fabrikantcode”.) Wanneer de component-keuzetoets is ingedrukt, is de afstandsbediening ingesteld op bediening van de betreffende component.
TV VOLUMETV INPUTDruk opAMP(TUNER). In dit hoofdstuk wordt in grote lijnen beschreven hoe u dit apparaat op afstand kunt bedienen. Druk eerst op de component-keuzetoets AMP(TUNER). Zie “VOORGEPROGRAMMEERDE AFSTANDSBEDIENING” voor nadere bijzonderheden.
BEDIENINGSORGANEN EN HUN FUNCTIES
3 POWER Druk op deze toets om het apparaat in te schakelen of in de stand-bystand te zetten. 4 TEST Druk op deze toets om voor de afzonderlijke luidsprekers de testtoon te genereren.
5 A/B/C/D/E, PRESET –/+
Deze toetsen worden gebruikt om een voorkeurzender te kiezen. A/B/C/D/E: Om een groep (A t/m E) voorkeurzenders te kiezen PRESET –/+: Om een voorkeurzendernummer (1 t/m 8) te kiezen 6 MUTE Druk op deze toets om het geluid te dempen. Om de demping ongedaan te maken, drukt u nogmaals op deze toets. 7 VOLUME Deze toetsen worden gebruikt om het volume in te stellen. u: Om het volume te verhogen d: Om het volume te verlagen 8 SLEEP Druk op deze toets om de SLEEP-timer in te stellen. 9 –/+ Deze toetsen worden gebruikt voor het instellen van de functies INSTELMENU en TIME/LEVEL. 0 TIME/LEVEL Druk op deze toets om de onderdelen van de TIME/LEVEL- functie te kiezen. q Ingangskeuzetoetsen Deze toetsen worden gebruikt om de ingangsbron te kiezen. CD: Voor het weergeven van een cd TUNER: Voor het luisteren naar een FM (RDS)- of AM-uitzending MD/CD-R: Voor het weergeven van een md- of cd- recorder (of cassettedeck) DVD: Voor het weergeven van een dvd D-TV/CBL: Voor het kijken naar een tv/digitale tv of een kabel-tv VCR: Voor het weergeven van een videocassette AUX: Voor het gebruiken van een andere audiocomponent V-AUX: Voor het gebruiken van een andere audiovisuele component w 6CH INPUT Druk op deze toets om de ingangsbron weer te geven die is aangesloten op de 6CH INPUT-aansluitingen.
BEDIENINGSORGANEN EN HUN FUNCTIES
Gebruik van de afstandsbediening De afstandsbediening verzendt infrarode signalen naar de infrarode sensor. Houd de afstandsbediening tijdens gebruik daarom altijd in de richting van de infrarode sensor. Indien de sensor is afgedekt of er zich tussen de afstandsbediening en sensor een groot obstakel bevindt, kunnen de signalen niet door de sensor worden ontvangen. Wanneer de sensor wordt blootgesteld aan direct zonlicht of aan fel kunstlicht (zoals een fluorescerende lamp of stroboscooplamp), bestaat de kans dat de signalen niet goed door de sensor worden ontvangen. In dit geval dient u de lamp of het apparaat zodanig te verplaatsen dat het licht niet meer direct op de sensor schijnt. Opmerkingen
- Ga voorzichtig met de afstandsbediening om.• Mors geen water, thee of andere vloeistoffen op deafstandsbediening.• Laat de afstandsbediening niet vallen.• Bewaar de afstandsbediening niet op de volgende plaatsen:– plaatsen met een hoge vochtigheid of temperatuur, zoals in denabijheid van een verwarming, fornuis of bad;– plaatsen met veel stof; en– plaatsen met een extreem lage temperatuur.Afstands-bedienings-sensorGebruiken binnen eenbereik van circa 6 m e EFFECT Druk op deze toets om de effectluidsprekers (midden en achter) in of uit te schakelen. r PRG+, PRG– Druk op deze toetsen om een DSP-programma te kiezen. Nadat u op SET MENU hebt gedrukt, worden deze toetsen gebruikt voor het kiezen van het INSTELMENU-item. r SET MENU Druk op deze toets om de items van INSTELMENU te kiezen.
0702V520RDS01-09_NL 1/31/1, 4:31 PM78
Display 9 STEREO-indicator Deze indicator gaat branden wanneer er een FM-stereo- uitzending wordt ontvangen waarvan het signaal krachtig genoeg doorkomt. 0 x indicator “ x ” gaat branden wanneer de ingebouwde digitale geluidsveldprocessor is ingeschakeld. q v indicator Deze indicator gaat branden wanneer dit apparaat PCM (Puls Code Modulatie) digitale audiosignalen weergeeft. w Hoofdtelefoonindicator Deze indicator gaat branden wanneer een hoofdtelefoon wordt aangesloten. e Multi-informatiedisplay Hierop wordt allerhande informatie afgebeeld, zoals de naam van de gekozen ingangsbron en de verschillende instellingen die op het INSTELMENU worden gemaakt. Wanneer als ingangsbron de tuner is gekozen, worden ook de huidige zenderfrequentie en golfband (FM of AM) weergegeven. r MEMORY-indicator Wanneer MEMORY wordt ingedrukt, gaat deze indicator circa 5 seconden knipperen. Tijdens deze periode kan de weergegeven zender in het geheugen worden geprogrammeerd. t Programmatype-indicators Wanneer de EON-indicator is gaan branden, gaat hier de naam van het gekozen programmatype branden. y TUNED-indicator Deze indicator gaat branden wanneer dit apparaat afstemt op een zender. u SLEEP-indicator Deze indicator gaat branden wanneer de ingebouwde SLEEP-timer geactiveerd is.
1 t indicator De “t” indicator gaat branden wanneer de ingebouwde DTS-decoder wordt ingeschakeld. 2 VIRTUAL-indicator Deze indicator gaat branden wanneer u Virtual CINEMA DSP gebruikt. 3 g en o indicators “ g ” gaat branden wanneer de ingebouwde Dolby Digital-decoder is ingeschakeld en de signalen van de gekozen bron met Dolby Digital zijn gecodeerd. “ o ” gaat branden wanneer de ingebouwde Dolby Pro Logic-decoder is ingeschakeld. 4 DSP-programma-indicators Deze indicator geeft de naam aan van het gekozen DSP- programma. 5 PTY HOLD-indicator Deze indicator gaat branden tijdens het zoeken met de PTY SEEK-functie. 6 RDS-functie-indicators Dit is de indicator van de naam (namen) van de RDS- functie(s) die door de ontvangen RDS-zender wordt gebruikt. Wanneer de rode indicator naast de RDS-functie gaat branden, betekent dit dat de bijbehorende RDS-functie is gekozen. 7 EON-indicator Deze indicator gaat branden wanneer er een RDS-zender wordt ontvangen die gebruikmaakt van EON-dataservice. 8 AUTO-indicator Deze indicator gaat branden wanneer de automatische afstemfunctie geactiveerd is.
Nederlands BASIC OPERATION ADVANCED OPERA TION APPENDIX INLEIDING PREPARATION Achterpaneel 1 DIGITAL OUTPUT-aansluitingen 2 DIGITAL INPUT-aansluitingen 3 6CH INPUT-aansluitingen Zie bladzijden 12 en 13 voor informatie over het aansluiten. 4 Antenne-ingangsaansluitingen Zie bladzijde 26 voor informatie over het aansluiten. 5 Videocomponenten-aansluitingen Zie bladzijden 14 en 15 voor informatie over het aansluiten. 6 Luidsprekeraansluitingen Zie bladzijden 16 en 17 voor informatie over het aansluiten. 7 Wisselstroomnetsnoer Sluit deze aan op een wisselstroomstopcontact. Sluit hierop geenapparatuur aan; dezeaansluiting wordtuitsluitend gebruikt voorcntrole in fabriek.
MAINS 8 AC OUTLET(S) (netspanningsaansluitingen) Gebruik deze aansluitingen om uw andere audiovisuele componenten van stroom te voorzien (zie bladzijde 18). 9 Audiocomponenten-aansluitingen Zie bladzijden 12 en 13 voor informatie over het aansluiten. 0 SUBWOOFER-aansluiting Zie bladzijde 17 voor informatie over het aansluiten. q IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar Gebruik deze schakelaar om de versterker dezelfde impedantie te laten uitvoeren als de luidsprekerimpedantie. Zet dit apparaat in de stand-bystand alvorens deze instelling van deze schakelaar te veranderen (zie bladzijde 18). (Model voor Europa)
OPSTELLING VAN DE LUIDSPREKERS
Opstelling van de luidsprekers Bij het plaatsen van de luidsprekers dient u de onderstaandeafbeelding te raadplegen. Te gebruiken luidsprekers Dit apparaat is ontworpen voor het weergeven van de bestegeluidsveld-kwaliteit met een 5-luidsprekersysteem via hetgebruik van hoofdluidsprekers, achterluidsprekers en eenmiddenluidspreker. Indien u voor uw systeem gebruikmaaktvan verschillende merken luidsprekers (met verschillendeklankkenmerken), is de kans aanwezig dat de klanken vaneen zich verplaatsende menselijke stem en andere soortengeluid niet soepel vloeien. Wij bevelen u aan om gebruik temaken van luidsprekers van één en dezelfde fabrikant ofluidsprekers met dezelfde klankkwaliteit.De hoofdluidsprekers worden gebruikt voor de weergavevan het hoofd-brongeluid plus de effectklanken. Dit zullenwaarschijnlijk de luidsprekers van uw huidige stereosysteemzijn. De achterluidsprekers worden gebruikt voor deweergave van de effect- en surround-klanken en demiddenluidspreker wordt gebruikt voor de middenklanken(dialoog, zang, enz.). Indien het om een bepaalde reden nietpraktisch is om een middenluidspreker te gebruiken, kan hetsysteem ook zonder deze luidspreker worden gebruikt. Debeste resultaten worden echter verkregen met gebruik vanhet volledige systeem.De hoofdluidsprekers dienen modellen te zijn met een hogevermogenscapaciteit welke voldoende is voor de verwerkingvan het maximumvermogen van uw geluidssysteem. Deoverige luidsprekers hoeven niet gelijk te zijn aan dehoofdluidsprekers. Voor een nauwkeurige lokalisering vanhet geluid is het echter ideaal om gebruik te maken vanmodellen met hoge capaciteit die in staat zijn om degeluiden voor de middenluidspreker en achtersteluidsprekers over het volle bereik weer te geven. ■ Gebruikmaking van een subwoofer voor uitbreiding van uw geluidsveld U kunt uw systeem ook nog verder uitbreiden doortoevoeging van een subwoofer. Gebruikmaking van eensubwoofer is niet alleen effectief voor het versterken van delage tonenfrequenties van één of alle kanalen, maar ookvoor een natuurgetrouwe weergave van het LFE (lagefrequentieëffect)-geluid tijdens het afspelen van een metDolby Digital of DTS gecodeerde bron. Het YAMAHAActive Servo Processing Subwoofer System is ideaal voorhet weergeven van natuurlijke, levendige lage tonen. ■ Hoofdluidsprekers Plaats de rechter en linker hoofdluidspreker op gelijke afstandvan de ideale luisterpositie. De afstand van elke luidsprekertot elke kant van de tv-monitor dient hetzelfde te zijn. ■ Achterluidsprekers Plaats deze luidsprekers achter uw luisterpositie, enigszins naarbinnen gericht, op een hoogte van bijna 1,8 m van de vloer. ■ Middenluidspreker Breng de voorkant van de middenluidspreker op één lijn metde voorkant van uw tv-monitor. Plaats de luidspreker zodicht mogelijk bij de monitor, zoals recht boven of onder demonitor en precies tussen de hoofdluidsprekers. Opmerking
- Wanneer de middenluidspreker niet in gebruik is, wordt het geluidweergegeven via de linker en rechter hoofdluidspreker. In datgeval dient u voor “CENTER SP” in INSTELMENU altijd depositie NON te kiezen. ■ Subwoofer De positie van de subwoofer is minder belangrijk omdat delage basklanken niet bijzonder richtingsgevoelig zijn. Het isechter beter om de subwoofer bij de hoofdluidsprekers teplaatsen. Draai de subwoofer enigszins naar het midden vande kamer om weerkaatsing van de muren te voorkomen. LET OP Gebruik a.u.b. magnetisch afgeschermde luidsprekers.Soms wordt een videomonitor nadeling beïnvloed, zelfswanneer magnetisch afgeschermde luidsprekers wordengebruikt. Als dit gebeurt, plaatst u de luidsprekers verderweg van de videomonitor.PREPARATIONHoofd-luidspreker (L) MiddenluidsprekerHoofdluidspreker (R)SubwooferAchterluidspreker (L) Achterluidspreker (R) 1,8 m
0703V520RDS10-20_NL 1/31/1, 4:31 PM1011
Nederlands BASIC OPERATION ADVANCED OPERA TION APPENDIX INTRODUCTION VOORBEREIDINGEN LET OP Maak eerst alle aansluitingen en steek pas daarna de stekker van dit apparaat en andere componenten in het stopcontact. Wanneer u dit apparaat aansluit op andere componenten, zorg er dan voor dat alle aansluitingen correct worden uitgevoerd, dus L (links) op L, R (rechts) op R, “+” op “+” en “–” op “–”. Bepaalde componenten moeten op een andere manier worden aangesloten en de aansluitingen hebben soms andere namen. Raadpleeg ook de handleidingen van de verschillende componenten die u op dit apparaat wilt aansluiten. Indien u beschikt over andere YAMAHA-audiocomponenten (zoals een tapedeck, md-recorder en cd-speler of -wisselaar) met op de achterkant de nummers
$, enz., kunnen de aansluitingen gemakkelijk tot stand worden gebracht door de aansluitingen van elke component aan te sluiten op de aansluitingen met hetzelfde nummer op dit apparaat. Gebruik RCA-penstekkerkabels voor het aansluiten van audiovisuele componenten met de uitzondering die verderop wordt beschreven. De ingangs- en uitgangsaansluitingen voor penstekkers kunt u als volgt onderscheiden: Geel videosignalen (combinatie)Wit analoge audiosignalen voor het linker kanaalRood analoge audiosignalen voor het rechter kanaalcoaxiale digitale signalen Nadat alle aansluitingen gemaakt zijn, dient u deze opnieuw te controleren om ervan verzekerd te zijn dat ze correct zijn uitgevoerd. AANSLUITINGEN Alvorens componenten aan te sluiten V V C C
AANSLUITINGEN Aansluiten van audiocomponenten ■ Aansluiten op de digitale aansluitingen Dit apparaat heeft digitale aansluitingen om rechtstreeks digitale signalen uit te voeren door coaxiale kabels of optische vezelkabels. U kunt de digitale aansluitingen gebruiken voor het invoeren van PCM-, Dolby Digital- en DTS-bitstreams. Als u componenten aansluit op zowel de COAXIAL- als de OPTICAL-aansluiting, wordt voorrang gegeven aan de ingangssignalen van de COAXIAL- aansluiting. Alle digitale ingangsaansluitingen accepteren 96-kHz-bemonsterde digitale signalen.
- U kunt de ingangsbron van iedere digitale aansluiting instellen, alnaar gelang van uw component, met behulp van item “3 I/OASSIGN” op het INSTELMENU. Over het beschermende stofkapje Trek het stofkapje van de optische aansluiting af alvorens de optische vezelkabel aan te sluiten. Gooi het kapje niet weg. Als u de optische aansluiting niet gebruikt, moet u het kapje weer terug op de aansluiting plaatsen. Dit kapje beschermt de aansluiting tegen het binnendringen van stof. Opmerking
- De OPTICAL-aansluiting van dit apparaat voldoet aan de EIA-norm. Als u een optische vezelkabel gebruikt die niet aan dezenorm voldoet, is het mogelijk dat dit apparaat niet juist werkt. ■ Aansluiten van een cd-speler
- De COAXIAL-aansluiting is beschikbaar voor een cd-speler meteen coaxiale of optische digitale uitgangsaansluiting.• Als u een cd-speler aansluit op zowel de analoge als digitaleaansluitingen, wordt voorrang gegeven aan de ingangssignalenvan de digitale aansluiting. ■ Aansluiten van een md-recorder, cd-recorder of tapedeck
- Wanneer u uw opnameapparaat aansluit op zowel de analoge alsdigitale ingangs- en uitgangsaansluitingen, zal voorrang wordengegeven aan het digitale signaal. Opmerkingen
- Wanneer u een opnameapparaat op dit apparaat aansluit, laat u ditingeschakeld staan terwijl dit apparaat in gebruik is. Als destroom uit staat kan dit apparaat het geluid van anderecomponenten vervormen.• Aangezien digitale uitvoer en analoge uitvoer (REC OUT)onafhankelijk van elkaar zijn, wordt het analoge signaal alleennaar de analoge aansluiting uitgevoerd, en wordt het digitalesignaal alleen naar de digitale aansluiting uitgevoerd. Aansluiten van een externe decoder Dit apparaat is uitgerust met 6 extra ingangsaansluitingen (linker en rechter MAIN, CENTER, linker en rechter SURROUND en SUBWOOFER) voor discrete multikanalen invoer vanaf een externe decoder, soundprocessor of voorversterker. Sluit de uitgangsaansluitingen van uw externe decoder aan op de 6CH INPUT-aansluitingen. Zorg ervoor dat de linker en rechter uitgangsaansluitingen worden aangesloten op de overeenkomstige linker en rechter ingangsaansluitingen voor de hoofd- en surroundkanalen. Opmerking
- De onderstaande items worden niet toegepast op hetingangssignaal van de 6CH INPUT-aansluitingen:– de geluidsveldeffecten van dit apparaat;– de luidsprekerinstellingen van “1 SPEAKER SET” (behalve“MAIN LVL”) op het INSTELMENU; en– de niveau-instelling van de effectluidsprekers (midden, achteren subwoofer).
0703V520RDS10-20_NL 7/12/1, 10:03 AM1213
Md-recorder of cd-recorder Cd-speler (Model voor Europa) Audiocomponent Externe decoder geeft de voortplantingsrichting van het signaal aan geeft linker analoge kabels aan geeft rechter analoge kabels aan geeft optische kabels aan geeft coaxiale kabels aan
0703V520RDS10-20_NL 1/31/1, 4:31 PM1314
Aansluiten van videocomponenten ■ Audiosignaal-aansluitingen Zorg dat u het rechter kanaal (R), linker kanaal (L), invoer (IN) en uitvoer (OUT) goed aansluit. ■ Videosignaal-aansluitingen Zorg dat u de invoer (IN) en uitvoer (OUT) goed aansluit. ■ Videomonitor met 21-pens stekker Breng een verbinding tot stand zoals op bladzijde 15 is aangegeven door gebruikmaking van een in de handel verkrijgbare SCART-stekkeraansluitkabel. ■ S VIDEO-aansluitingen Als uw videocomponent is uitgerust met S- videoaansluitingen voor een hoge resolutie, kunnen deze worden aangesloten op de S VIDEO-aansluitingen van dit apparaat. Anders sluit u de composietvideoaansluitingen van uw videocomponent aan op de composietvideoaansluitingen van dit apparaat. Opmerkingen
- Gebruik een speciale S VIDEO-kabel (in de handel verkrijgbaar)voor het aansluiten op de S VIDEO-aansluitingen.• Als videosignalen worden ingevoerd in zowel de S VIDEO- alscomposiet-ingangsaansluitingen, zullen de signalen wordendoorgevoerd naar hun respectievelijke uitgangsaansluitingen.AANSLUITINGENDvd-spelerAUDIO OUT RAUDIO OUT LVIDEO OUTOPTICAL OUTS VIDEO OUT
VIDEO AUX S VIDEO VIDEO L AUDIO R OPTICAL VideomonitorS-videosignaalVoortplantingsrichtingvan het signaalTv/digitale tv,kabel-tv ofsatelliettunerVideorecorder ■ VIDEO AUX-aansluitingen (op het voorpaneel) Deze aansluitingen worden gebruikt voor het aansluiten van iedere video-ingangsbron, zoals een gamemachine, op dit apparaat. Gamemachine S VIDEO VIDEO MONITOR OUT
Dvd-speler Bij gebruik van een ld-speler Sluit de uitgangsaansluiting van de ld-speler aan op de dvd-aansluiting. Als de ld-speler is uitgerust met een digitale OPTICAL-uitgangsaansluiting, sluit u deze aan op de OPTICAL DVD- aansluiting van dit apparaat. Als het is uitgerust met analoge uitgangsaansluitingen, sluit u deze aan op de analoge DVD- aansluitingen. Als het een “RF OUTPUT-aansluiting” heeft om een Dolby Digital RF-signaal (AC-3) uit te voeren, gebruikt u een in de handel verkrijgbare RF-demoduclator en sluit u deze aan op de OPTICAL DVD-aansluitingen. Als u een dvd-speler en een ld-speler aansluit, sluit u de ld-speler aan op de digitale ingangsaansluiting (bijv. D-TV/CBL) of op de analoge ingangsaansluiting (D-TV/CBL of VCR 1). Voor verdere informatie over het aansluiten en bedienen van de ld- speler, leest u de gebruiksaanwijzing ervan. Merk op dat de afstandsbediening van dit apparaat kan worden gebruikt voor het bedienen van de ld-speler door de fabrikantcode ervan in te stellen in de DVD/LD-functie. Videomonitor geeft de voortplantingsrichting van het signaal aan geeft linker analoge kabels aan geeft rechter analoge kabels aan geeft optische kabels aan geeft videokabels aan geeft S-videokabels aan (Model voor Europa) Tv/digitale tv of kabel-tv/ satelliettuner Videorecorder Geen aansluiting SCART-stekker
0703V520RDS10-20_NL 1/31/1, 4:31 PM1516
AANSLUITINGEN Aansluiten van luidsprekers Zorg dat u het rechter kanaal (R), linker kanaal (L), “+” (rood) en “–” (zwart) goed aansluit. Indien de aansluitingen verkeerd zijn, komt er geen geluid uit de luidsprekers en indien de polariteit van de luidsprekeraansluitingen verkeerd is, klinkt het geluid onnatuurlijk en ontbreekt het basgeluid.LET OP• Gebruik luidsprekers met een impedantie die overeenkomt met de voorgeschreven impedantie welke op de achterkantvan dit apparaat vermeld staat.• Pas op dat de blootgelegde luidsprekerkabels niet met elkaar in aanraking komen, en ook niet met metalen delen van ditapparaat. Hierdoor kunnen dit apparaat en/of de luidsprekers beschadigd raken. ■ Luidsprekerkabels 1 Verwijder ongeveer 10 mm van de isolatie van elke luidsprekerkabel. 2 Draai de blootgelegde draden van de kabel ineen om kortsluiting te voorkomen. ■ Aansluiting van de MAIN SPEAKERS-aansluitingen 1 Draai de knop los. 2 Steek één blootgelegde draad in de opening aan de zijkant van elke aansluiting. 3 Draai de knop weer vast om de draad vast te klemmen. ■ Aansluiting van de REAR en CENTER SPEAKERS-aansluitingen 1 Open het nokje. 2 Steek één blootgelegde draad in de opening van elke aansluiting. 3 Breng het nokje weer terug om de draad vast te klemmen.
Rood: positief (+)Zwart: negatief (–)
Rood: positief (+)Zwart: negatief (–) 10 mm ■ Aansluitingen voor de hoofdluidsprekers Op deze aansluitingen kunnen één of twee luidsprekersystemen worden aangesloten. Wanneer u slechts éénluidsprekersysteem aansluit, dient dit te worden aangesloten op de SPEAKERS A of B-aansluitingen. ■ Aansluitingen voor de achterluidsprekers Op deze aansluitingen kan een achterluidspreker worden aangesloten. ■ Aansluitingen voor de middenluidspreker Op deze aansluitingen kan een middenluidspreker worden aangesloten.
0703V520RDS10-20_NL 1/31/1, 4:31 PM1617
Nederlands BASIC OPERATION ADVANCED OPERA TION APPENDIX INTRODUCTION VOORBEREIDINGEN Hoofdluidsprekers ARechts LinksHoofdluidsprekers BRechts Links(Model voor Europa)MiddenluidsprekerAchterluidsprekersRechtsLinks ■ Aansluiting van een subwoofer Als u een subwoofer gebruikt met een ingebouwde versterker, inclusief het YAMAHA Active Servo Processing Subwoofer Systeem, sluit u de ingangsaansluiting van de subwoofer aan op deze aansluiting. De superlagetonensignalen van de hoofd-, midden- en/of achterkanalen worden naar deze aansluiting gestuurd. (De grensfrequentie van deze aansluiting is 90 Hz.) De LFE (lagetoneneffect)-signalen, die worden gegenereerd wanneer Dolby Digital of DTS wordt gedecodeerd, worden tevens hiernaar gestuurd als ze zijn toegewezen aan deze aansluiting. Opmerkingen
- Stel het volumeniveau van de subwoofer in overeenkomstig de gebruiksaanwijzing van de subwoofer. (Fijnregeling is mogelijk door de uitgangsniveauregeling van de effectluidsprekers op dit apparaat te gebruiken.)
- Afhankelijk van de instellingen van de items “1 SPEAKER SET”, “LFE LEVEL (5 DOLBY D. SET)” en “6 DTS SET” op het INSTELMENU, is het mogelijk dat bepaalde signalen niet worden uitgevoerd via de SUBWOOFER-aansluiting. SWITCHED100W MAX. TOTALAC OUTLETSIMPEDANCE SELECTORSET BEFORE POWER ONMAIN A OR B: 4 MIN. /SPEAKER
IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar WAARSCHUWING De instelling van de IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar mag alleen worden gewijzigd wanneer de stroomtoevoer naar dit apparaat is uitgeschakeld, aangezien dit apparaat anders kan worden beschadigd. Indien dit apparaat bij indrukken van STANDBY/ON (of POWER) niet wordt ingeschakeld, is de kans aanwezig dat de IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar aan één van beide kanten niet volledig is ingesteld. In dat geval moet u de schakelaar in de stand-bystand aan beide kanten volledig instellen. Kies de linker of rechter stand overeenkomstig de impedantie van uw luidsprekersysteem. Verplaats deze schakelaar alleen wanneer dit apparaat zich in de stand-bystand bevindt. Aansluiting van de netsnoeren Nadat u alle aansluitingen hebt gemaakt, steekt u de stekker van het netsnoer in het stopcontact (netspanning). Indien u dit apparaat lange tijd niet denkt te gebruiken, trek dan de stekker uit het stopcontact. ■ AC OUTLETS (SWITCHED) (NETSPANNINGSAANSLUITINGEN) Model voor Europa .................. 2 netspanningsaansluitingen Model voor U.K. .......................... 1 netspanningsaansluiting Gebruik deze aansluitingen om de netsnoeren van uw audiovisuele componenten op dit apparaat aan te sluiten. De stroomtoevoer naar de netspanningsaansluitingen (AC OUTLET(S)) wordt geregeld door STANDBY/ON (of POWER) van dit apparaat. Deze netspanningsaansluitingen voorzien alle componenten van netspanning zodra dit apparaat ingeschakeld wordt. Het maximale vermogen (het totale stroomverbruik van de componenten) dat aangesloten kan worden op de netspanningsaansluitingen (AC OUTLET(S)), bedraagt 100 Watt. AANSLUITINGEN Stand van de schakelaar Luidspreker Impedantieniveau Als u gebruik maakt van slechts één paar hoofdluidsprekers, moet de impedantie van iedere luidspreker 4 Ω of hoger zijn. Als u gebruik maakt van twee paren hoofdluidsprekers, moet de impedantie van iedere luidspreker 8 Ω of hoger zijn. Midden Links Hoofd De impedantie moet 6 Ω of hoger zijn. Achter De impedantie van iedere luidspreker moet 6 Ω of hoger zijn. Hoofd Als u gebruik maakt van slechts één paar hoofdluidsprekers, moet de impedantie van iedere luidspreker 8 Ω of hoger zijn. Als u gebruik maakt van twee paren hoofdluidsprekers, moet de impedantie van iedere luidspreker 16 Ω of hoger zijn. Midden De impedantie moet 8 Ω of hoger zijn. Achter De impedantie van iedere luidspreker moet 8 Ω of hoger zijn. Rechts (Model voor Europa)SWITCHED100W MAX. TOTALAC OUTLETSIMPEDANCE SELECTORSET BEFORE POWER ONMAIN A OR B: 4 MIN. /SPEAKER
0703V520RDS10-20_NL 1/31/1, 4:32 PM1819
NederlandsBASIC OPERATIONADVANCED OPERA TION APPENDIXINTRODUCTIONVOORBEREIDINGEN Gebruik van de testtoon De afstelling van het uitgangsniveau van de verschillendeluidsprekers dient te geschieden vanuit de luisterpositie metbehulp van de afstandsbediening. 1 Druk op de component- keuzetoets AMP(TUNER). 2 Druk op TEST. “TEST LEFT” verschijnt op het display. 3 Verhoog het volume. U hoort dan een testtoon (een korte ping) vanuit delinker hoofdluidspreker, vervolgens uit demiddenluidspreker, daarna de rechter hoofdluidspreker,de rechter achterluidspreker en tenslotte de linkerachterluidspreker. Elke testtoon duurt circa tweeseconden. Het display verandert zoals hieronder isaangegeven. Opmerkingen
- Indien de testtoon niet te horen is, verlaag dan het volume, zet hetapparaat in de stand-bystand en controleer deluidsprekeraansluitingen.• Indien de testtoon bij de middenluidspreker niet te horen is,controleer dan de instelling van “CENTER SP” in hetINSTELMENU.Via deze procedure kunt u met behulp van de ingebouwdetesttoon-generator de balans tussen de hoofd-, midden- enachterluidsprekers afstellen. Het uitgangsniveau van hetgeluid dat vanuit de luisterpositie gehoord wordt, zal dan bijelke luidspreker hetzelfde zijn. Dit is belangrijk voor eenoptimale werking van de digitale geluidsveldprocessor, deDolby Pro Logic-decoder, de Dolby Digital-decoder en deDTS-decoder. Opmerking
- Aangezien dit apparaat de testtoonfunctie niet kan instellenwanneer een hoofdtelefoon is aangesloten, zorgt u ervoor dat deplug van de hoofdtelefoon uit de PHONES-aansluiting isgetrokken voordat u de testtoonfunctie gebruikt. Alvorens u begint met afstellen 1 Stel het volume in op het minimumniveau. 2 Schakel het apparaat in. 3 Druk op SPEAKERS A of B om de hoofdluidsprekerste kiezen die u wiltgebruiken.Bij gebruikmaking van tweehoofdluidsprekersystemen dientu zowel A als B in te drukken. 4 Zet BASS, TREBLE en BALANCE in de middenstand.
AFSTELLING VAN DE LUIDSPREKERBALANS
4 Stel BALANCE op het voorpaneel zodanig af dat het uitgangsniveau van het geluid bij de rechter hoofdluidspreker en de linker hoofdluidspreker hetzelfde is. 5 Druk herhaaldelijk op –/+ om het uitgangsniveau in te stellen van de luidspreker die op dat moment de testtoon voortbrengt, zodanig dat het bijna hetzelfde is als dat van de hoofdluidsprekers. Tijdens het instellen wordt de testtoon voortgebracht door de gekozen luidspreker. 6 Wanneer u klaar bent met afstellen, druk dan op TEST. De testtoon stopt. Opmerkingen
- Wanneer voor “CENTER SP” in het INSTELMENU de stand NON is gekozen, kan bij stap 5 het uitgangsniveau van het geluid uit de middenluidspreker niet worden afgesteld. Dit komt omdat bij deze functie het geluid uit het middenkanaal automatisch via de linker en rechter hoofdluidsprekers wordt weergegeven.
- Voor verdere informatie over het instellen van de subwoofer, leest u “VERTRAGINGSTIJD EN LUIDSPREKER- UITGANGSNIVEAUS” op bladzijde 40.
- Na het instellen van de luidspreker-uitgangsniveaus met behulp van de testtoon, is het mogelijk het luidspreker-uitgangsniveau naar believen in te stellen terwijl u luistert naar de weergave van een bron. Zie “VERTRAGINGSTIJD EN LUIDSPREKER- UITGANGSNIVEAUS” op bladzijde 40.
- Wanneer u klaar bent met afstellen, kunt u alleen het algehele geluidsniveau van uw geluidsinstallatie instellen door gebruikmaking van VOLUME (of VOLUME (u/d)).
- Indien er uit de middenluidspreker en de achterluidsprekers onvoldoende geluid komt, kunt u het geluidsniveau van de hoofdluidspreker verlagen door “MAIN LVL” in het INSTELMENU in te stellen op “–10 dB”.
0703V520RDS10-20_NL 1/31/1, 4:32 PM2021
Nederlands BASISBEDIENING ADVANCED OPERA TION APPENDIX INTRODUCTION PREPARATION Bij gebruikmaking van de afstandsbediening drukt u op de component-keuzetoets AMP(TUNER). 1 Stel het volume in op het minimumniveau. 2 Schakel het apparaat in. 3 Druk op SPEAKERS A of B om de hoofdluidsprekers te kiezen die u wilt gebruiken. Bij gebruikmaking van twee hoofdluidsprekersystemen dient u zowel A als B in te drukken. 4 Kies de gewenste ingangsbron met INPUT l / h (of de ingangskeuzetoetsen). (Stel de videomonitor in op het afspelen van videobronnen.) De naam van de gekozen ingangsbron wordt afgebeeld op het display. Kiezen van de ingangsbron die is aangesloten op de 6CH INPUT-aansluitingen Druk op 6CH INPUT zodat “6CH INPUT” op het display wordt afgebeeld. Opmerkingen
- Een audio-ingangsbron kan niet worden weergegeven wanneer“6CH INPUT” op het display wordt afgebeeld. Druk op 6CHINPUT zodat “6CH INPUT” uitgaat.• Als u een video-ingangsbron kiest en weergeeft terwijl “6CHINPUT” op het display wordt afgebeeld, zullen het videobeeldvan de video-ingangsbron en het geluid van de audio-ingangsbrondie is gekozen met 6CH INPUT worden weergegeven.
- De huidige ingangsfunctie wordt tevens afgebeeld. Zie“Ingangsfuncties en indicators” op bladzijde 23 voor verdereinformatie.
Voorpaneel 6CH INPUT
5 Speel de bron af. Zie de gebruiksaanwijzing van de broncomponent (en “AFSTEMMEN” voor verdere informatie). Opmerking
- Voor afstandsbediening van een audio- of videocomponent (md- recorder, cd-speler, dvd-speler, tapedeck, enz.) drukt u op de component-keuzetoets (TAPE/MD, CD, DVD/LD, enz.) van de component die u wilt bedienen. Zie “VOORGEPROGRAMMEERDE AFSTANDSBEDIENING”. 6 Stel het volume in op het gewenste uitgangsniveau. Desgewenst kunt u ook BASS, TREBLE, BALANCE, enz. instellen. Deze regelaars werken alleen voor het geluid dat uit de hoofdluidsprekers komt.
- Met BASS regelt u het frequentiebereik van de lage tonen.
- Met TREBLE regelt u het frequentiebereik van de hoge tonen.
- Met BALANCE regelt u de balans van het uitgangsvolume tussen de rechter en linker hoofdluidsprekers. 7 Gebruik de digitale geluidsveldprocessor. Zie “Een DSP-programma kiezen”. ■ Om het geluid te dempen Gebruik dit als u het geluid tijdelijk wilt onderbreken. Druk op MUTE op de afstandsbediening. Om het volume weer op het oorspronkelijke uitgangsniveau terug te brengen, drukt u nogmaals op MUTE. Opmerking
- Tijdens het dempen wordt “MUTE ON” op het display weergegeven.
AFSPELEN VAN EEN BRON
■ Wanneer u klaar bent met het gebruik van dit apparaat Druk op STANDBY/ON (of POWER) om dit apparaat in de stand-bystand te zetten. ■ Informatie over digitale signalen De digitale ingangsaansluitingen van dit apparaat kunnen tevens 96-kHz-bemonsterde digitale signalen accepteren. (Om hiervan gebruik te maken, sluit u een bron aan die 96-kHz-bemonsterde digitale signalen ondersteunt en stelt u de speler in op digitale uitvoer. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de speler.) Let op het volgende wanneer 96-kHz-bemonsterde digitale signalen worden ingevoerd in dit apparaat:
1. De volgende informatie wordt op het display afgebeeld.
2. U kunt geen DSP-programma kiezen. Het geluid zal als
normaal 2-kanalen stereogeluid worden uitgevoerd en alleen door de linker en rechter hoofdluidsprekers worden voortgebracht. Opmerking
- Als “MAIN SP” op het INSTELMENU is ingesteld op SMALL en “BASS OUT” is ingesteld op SWFR, of “BASS OUT” is ingesteld op BOTH, wordt het geluid tevens door de subwoofer voortgebracht.
3. U kunt het uitgangsniveau van de luidsprekers, zoals
beschreven op bladzijde 40, niet instellen (behalve het uitangsnivea van de subwoofer). ■ BGV (Achtergrondvideo)-functie Met de BGV-functie kunt u een videobeeld van een videobron combineren met het geluid van een audiobron. (Zo kunt u bijvoorbeeld luisteren naar klassieke muziek terwijl u naar een video zit te kijken.) Deze functie kan alleen worden gebruikt met de afstandsbediening. Begin met het afspelen van een videobron en kies daarna een audiobron door indrukken van de betreffende ingangskeuzetoets op de afstandsbediening. Indien u de audiobron kiest door gebruikmaking van INPUT l / h op het voorpaneel, zal de BGV-functie niet werken. Voorpaneel Afstandsbediening VOLUMEVoorpaneelBASS BALANCE
Nederlands BASISBEDIENING ADVANCED OPERA TION APPENDIX INTRODUCTION PREPARATION Ingangsfuncties en indicators Bij gebruikmaking van de afstandsbediening drukt u op de component-keuzetoets AMP(TUNER). Dit apparaat heeft verschillende ingangsaansluitingen. Als uw component is aangesloten op meer dan één soort ingangsaansluiting, kunt u de prioriteit van het ingangssignaal instellen. Druk herhaaldelijk op INPUT MODE (of de ingangsbron-keuzetoetsen op de afstandsbediening waarop u hebt gedrukt om de ingangsbron te kiezen) totdat de gewenste ingangsfunctie op het display wordt afgebeeld.
AFSPELEN VAN EEN BRON
AUTO: In deze ingangsfunctie wordt het ingangssignaal automatisch gekozen in de volgende volgorde:
1) Dolby Digital- of DTS-signaal
2) Digitaal (PCM) signaal
DTS: In deze ingangsfunctie wordt alleen het digitale ingangssignaal gekozen dat is gecodeerd met DTS, zelfs als tegelijkertijd een ander signaal wordt ingevoerd. ANALOG (ANLG): In deze ingangsfunctie wordt alleen het analoge ingangssignaal gekozen, zelfs als tegelijkertijd een digitaal signaal wordt ingevoerd. Opmerkingen
- Als digitale signalen worden ingevoerd via zowel de COAXIAL-als de OPTICAL-aansluiting, wordt het digitale signaal van deCOAXIAL-aansluiting gekozen.• Wanneer AUTO is gekozen, stelt dit apparaat automatisch hetsoort ingangssignaal vast. Als dit apparaat een Dolby Digital- ofeen DTS-signaal vaststelt, zal de decoder automatischoverschakelen naar de toepasselijke instelling en een 5.1-kanalenbron weergeven.• De geluidsuitvoer kan bij bepaalde ld-spelers en dvd-spelers in devolgende situatie worden onderbroken:Als de ingangsfunctie is ingesteld op AUTO en een zoekbedieningwordt uitgevoerd tijdens het weergeven van een bron waarvan hetsignaal is gecodeerd met Dolby Digital of DTS, kan het geluideen moment vertraagd worden nadat het weergeven wordt hervat.• Afhankelijk van de ld-speler, is het mogelijk dat het weergevenniet wordt uitgevoerd wanneer u een ld probeert weer te geven dieniet digitaal is opgenomen met de ingangsfunctie ingesteld opAUTO. Als dit gebeurt, stelt u de ingangsfunctie in op ANALOG. ■ Opmerkingen betreffende het weergeven van een bron waarvan het signaal is gecodeerd met DTS
- Als de digitale uitgangsdata van de speler op enige manier is bewerkt, kan het onmogelijk zijn DTS- decodering uit te voeren, zelfs als u een digitale aansluiting hebt gemaakt tussen dit apparaat en de speler.
- Als u een bron waarvan het signaal is gecodeerd met DTS weergeeft en de ingangsfunctie instelt op ANALOG, geeft dit apparaat de ruis van een onbewerkt DTS-signaal weer. Wanneer u een DTS-bron wilt weergeven, zorgt u ervoor dat de bron is aangesloten op een digitale ingangsaansluiting en stelt u de ingangsfunctie in op AUTO of op DTS.
- Als u de ingangsfunctie verandert naar ANALOG tijdens het weergeven van een bron waarvan het signaal is gecodeerd met DTS, zal dit apparaat geen geluid weergeven.
- De volgende dingen kunnen gebeuren als de ingangsfunctie is ingesteld op AUTO wanneer u een bron weergeeft waarvan het signaal is gecodeerd met DTS. – Als u doorgaat met het weergeven van een bron waarvan het signaal is gecodeerd met DTS, zal dit apparaat automatisch overschakelen naar de “DTS-decoderen” ingangsfunctie om te voorkomen dat ruis wordt gegenereerd tijdens de erop volgende bediening. (De “t” indicator gaat branden op het display.) De “t” indicator kan onmiddellijk gaan knipperen nadat het weergeven van een bron waarvan het signaal met DTS is gecodeerd klaar is. Alleen een bron waarvan het signaal is gecodeerd met DTS kan worden weergegeven terwijl deze indicator knippert. (De indicator zal korter dan 1 minuut knipperen.) Als u spoedig een normale PCM-bron wilt weergeven, stelt u de ingangsfunctie weer in op AUTO. – De “t” indicator kan knipperen wanneer een zoek- of overslaanbediening wordt uitgevoerd. Als deze toestand een zekere tijd duurt, zal het apparaat automatisch overschakelen van de “DTS-decoderen” ingangsfunctie naar de digitaal PCM-signaal ingangsfunctie en zal de “t” indicator uitgaan. IngangsfunctieVoorpaneel AfstandsbedieningINPUT MODE
STANDBY /ON DIGITAL– + TREBLE– +MAN'L/AUTO FM AUTO/MAN'L MONOSURROUNDDIGITAL PROGRAM / ■ Op het voorpaneel Druk het benodigde aantal keren op PROGRAM l of h om het gewenste programma te kiezen. De naam van het gekozen DSP- programma wordt kortstondig op het display afgebeeld en de gekozen DSP-programma- indicator gaat op het display branden.
- Desgewenst kunt u ook de vertragingstijd en het uitgangsniveau van de verschillende luidsprekers afstellen. (Zie
“VERTRAGINGSTIJD EN LUIDSPREKER-
UITGANGSNIVEAUS” op bladzijde 40 voor bijzonderheden.) Opmerkingen
- Kies een DSP-programma aan de hand van uw luistervoorkeuren en niet aan de hand van de naam van het programma. De akoestiek van uw luistervertrek heeft invloed op het DSP- programma. Voorkom geluidsweerkaatsing in het vertrek zo veel mogelijk om een zo groot mogelijk effect van het programma te verkrijgen.
- Nadat u een ingangsbron hebt gekozen, zal dit apparaat automatisch het laatste DSP-programma instellen dat met die ingangsbron werd gebruikt.
- Wanneer u dit apparaat in de stand-bystand zet, onthoudt het apparaat de ingangsbron en het DSP-programma die het laatst werden gebruikt en stelt deze opnieuw in nadat u het apparaat weer hebt ingeschakeld.
- Als een Dolby Digital- of een DTS-signaal wordt ingevoerd terwijl de ingangsfunctie op AUTO is ingesteld, zal het DSP- programma automatisch overschakelen naar het toepasselijke decodeerprogramma.
- Wanneer een monobron wordt weergegeven met PRO LOGIC/ NORMAL of PRO LOGIC/ENHANCED, zullen de hoofdluidsprekers en de achterluidsprekers geen geluid voortbrengen. Het geluid wordt alleen voortgebracht door de middenluidspreker. Als echter “CENTER SP” op het INSTELMENU is ingesteld op NON, wordt het geluid van het middenkanaal voortgebracht door de hoofdluidsprekers.
- Wanneer een ingangsbron wordt gekozen die is aangesloten op de 6CH INPUT-aansluitingen van dit apparaat, kan de digitale geluidsveldprocessor niet worden gebruikt.
- Wanneer 96-kHz-bemonsterde digitale signalen worden ingevoerd in dit apparaat, kan het DSP-programma niet worden gekozen. In dit geval zal het geluid als normaal 2-kanalen stereogeluid worden weergegeven. Een DSP-programma kiezen U kunt uw luisterervaring uitbreiden door een DSP- programma te kiezen. Zie “GELUIDSVELDPROGRAMMA” voor bijzonderheden over de verschillende programma’s.
- Zorg ervoor dat het geluidseffect is ingeschakeld (zie blz. 25). ■ Op de afstandsbediening 1 Druk op de component- keuzetoets AMP(TUNER). 2 Druk het benodigde aantal keren op PRG+ of PRG– om het gewenste programma te kiezen. De naam van het gekozen DSP- programma wordt kortstondig op het display afgebeeld en de gekozen DSP-programma- indicator gaat op het display branden.
0704V520RDS21-25_NL 1/31/1, 4:32 PM2425
Nederlands BASISBEDIENING ADVANCED OPERA TION APPENDIX INTRODUCTION PREPARATION ■ Virtual CINEMA DSP en SILENT CINEMA Virtual CINEMA DSP Virtual CINEMA DSP stelt u in staat te genieten van het geluidsveldeffect van het DSP-programma zonder achterluidsprekers. Met behulp van originele YAMAHA technologie is het mogelijk natuurlijk surroundgeluid weer te geven door middel van het genereren van een virtuele luidspreker. U kan de geluidsveldbewerking veranderen in de Virtual CINEMA DSP-functie door “REAR LR SP” op het INSTELMENU in te stellen op NON. Virtual CINEMA DSP wordt uitgevoerd met behulp van de hoofdluidsprekers. Opmerking
- In de volgende gevallen wordt dit apparaat niet in de VirtualCINEMA DSP-functie geschakeld, zelfs niet als “REAR LR SP”op het INSTELMENU is ingesteld op NON:– wanneer het 5CH STEREO-, PRO LOGIC/NORMAL-,DOLBY DIGITAL/NORMAL- of DTS/NORMAL-programmais gekozen;– wanneer het geluidseffect is uitgeschakeld;– wanneer 6CH INPUT is gekozen als ingangsbron;– wanneer 96-kHz-bemonsterde digitale signalen wordeningevoerd in dit apparaat;– wanneer een Dolby Digital KARAOKE ingangsbron wordtweergegeven;– wanneer een testtoon wordt uitgevoerd; of– wanneer de hoofdtelefoon is aangesloten (u hoort SILENTCINEMA). SILENT CINEMA SILENT CINEMA stelt u in staat te genieten van het realistische gevoel van het DSP-programma met gebruik van de hoofdtelefoon. Met deze functie krijgt u een krachtige surroundgeluidsweergave, net als bij het luisteren via de luidsprekers. U kunt luisteren naar SILENT CINEMA door uw hoofdtelefoon aan te sluiten op de PHONES-aansluiting terwijl de effectluidsprekers zijn ingeschakeld. Annuleren van het geluidseffect (uitschakelen van de effectluidsprekers) Druk op EFFECT om het geluidseffect te annuleren en alleen naar het geluid uit de hoofdluidsprekers te luisteren. Druk nogmaals op EFFECT om het geluidseffect weer in te schakelen. Opmerkingen
- Wanneer het effectgeluid wordt geannuleerd terwijl Dolby Digitalof DTS gedecodeerd wordt, worden de geluiden van hetmiddenkanaal en de achterkanalen met elkaar vermengd en via dehoofdluidsprekers weergegeven.• Wanneer u het geluidseffect uitschakelt terwijl Dolby Digital ofDTS gedecodeerd wordt, kan het gebeuren dat het geluid slechtszwak of niet normaal wordt weergegeven, al naar gelang de bron.In dergelijke gevallen moet u het geluidseffect weer inschakelen.AFSPELEN VAN EEN BRONEFFECTVoorpaneel Afstandsbediening
0704V520RDS21-25_NL 1/31/1, 4:32 PM2526
AFSTEMMEN Aansluiten van de antennes Zowel een AM- als een FM-binnenantenne worden bij dit apparaat geleverd. Over het algemeen leveren deze antennes eenvoldoende sterk signaal.Sluit iedere antenne op de juiste wijze aan op de daarvoor bestemde aansluitingen.AM-raamantenne(bijgeleverd) FM- binnenantenne(bijgeleverd)Aarding (GND-aansluiting)Voor maximale veiligheid enminimale ruis, sluit u de GND-aansluiting van de antenne aanop een goede aardleiding. Eengoede aardleiding is een metalenpen in een vochtige grond. ■ Aansluiten van de FM- binnenantenne Sluit de bijgeleverde FM-binnenantenne aan op de FM ANT75Ω UNBAL.-aansluiting.Opmerking• Sluit niet tegelijkertijd een FM-buitenantenne en een FM-binnenantenne aan.
■ Aansluiten van de AM- raamantenne Antennestandaard 1 Druk tegen het lipje van de aansluiting en houd deze weggedrukt om het gaatje van deaansluiting te openen. 2 Steek de draaduiteinden van de AM- raamantenne in de AM ANT- en GND-aansluitingen. 3 Laat het lipje los zodat de antennedraad wordt vastgeklemd.Trek voorzichtig aan de antennedraden om tecontroleren dat ze stevig zijn aangesloten. 4 Bevestig de raamantenne op de antennestandaard. 5 Richt de AM-raamantenne zodanig dat de ontvangst het beste is.
- De AM-raamantenne kan van de antennestandaard wordenafgehaald en aan een muur worden bevestigd.Opmerkingen• De AM-raamantenne dient uit de buurt van dit apparaat te wordengeplaatst.• De AM-raamantenne dient altijd te blijven aangesloten, zelfswanneer een AM-buitenantenne op dit apparaat is aangesloten.Een op de juiste wijze geïnstalleerde buitenantenne biedteen betere ontvangst dan een binnenantenne. Als u lastheeft van een slechte ontvangstkwaliteit, kan eenbuitenantenne hierin verbetering brengen. Vraag uwdichtstbijzijnde YAMAHA handelaar of servicecentrumom advies met betrekking tot buitenantennes.AM ANT GNDFM ANT
0705V520RDS26-30_NL 1/31/1, 4:32 PM2627
Nederlands BASISBEDIENING ADVANCED OPERA TION APPENDIX INTRODUCTION PREPARATION Handmatige afstemming Indien de signalen van de zender waarop u wilt afstemmen echter zwak doorkomen, dient u gebruik te maken van de handmatige afstemfunctie. 1 Kies met INPUT l / h de TUNER als ingangsbron. 2 Druk op FM/AM om de frequentieband (FM of AM) te kiezen. “FM” of “AM” verschijnt op het display. 3 Druk op TUNING MODE (AUTO/MAN’L MONO) zodat de indicator “AUTO” uitgaat. Als “ z ” op het display van het voorpaneel naast de frequentieband-indicator wordt afgebeeld, drukt u op PRESET/TUNING (EDIT) zodat het uitgaat. 4 Druk op PRESET/TUNING l of h om op de gewenste zender af te stemmen. Om verder te gaan met het zoeken naar zenders, houdt u de toets ingedrukt. Opmerking
- Indien u handmatig op een FM-zender afstemt, wordt deze automatischin mono ontvangen om de kwaliteit van het signaal te verbeteren. Automatische afstemming Wanneer de zendsignalen voldoende sterk zijn en er geen storing is, kunt u gewoonlijk snel afstemmen met behulp van de automatische afstemfunctie (automatische afstemming). 1 Kies met INPUT l / h de TUNER als ingangsbron. 2 Druk op FM/AM om de frequentieband (FM of AM) te kiezen. “FM” of “AM” verschijnt op het display. 3 Druk op TUNING MODE (AUTO/MAN’L MONO) zodat de indicator “AUTO” op het display gaat branden. Als “ z ” op het display van het voorpaneel naast de frequentieband-indicator wordt afgebeeld, drukt u op PRESET/TUNING (EDIT) zodat het uitgaat. 4 Om op een lagere frequentie af te stemmen, drukt u eenmaal op PRESET/TUNING l. Om op een hogere frequentie af te stemmen, drukt u eenmaal op h. Indien de zender waarbij de afstemming stopt, niet de gewenste zender is, drukt u nogmaals op de toets.
- Indien de afstemming niet stopt bij de gewenste zender (omdathet signaal van de zender te zwak doorkomt), gebruik dan defunctie voor handmatige afstemming.• Wanneer het apparaat is afgestemd op een zender, brandt“TUNED” op het display en wordt de frequentie van de zenderdie wordt ontvangen op het display afgebeeld. Indien er een RDS-zender wordt ontvangen die gebruikmaakt van PS-dataservice,wordt op het display niet de frequentie, maar de naam van dezender aangegeven.AFSTEMMENSILENT VIDEO AUXPHONES S VIDEO VIDEO L AUDIO R OPTICAL6CH INPUTINPUT MODEINPUTVOLUMERDS MODE/FREQ EON
FM/AM Gaat uit TUNING MODE
Automatische afstemming van voorkeurzenders (alleen voor RDS- zenders) U kunt ook gebruikmaken van de automatische afstemfunctie voor alleen RDS-zenders. Bij gebruikmaking van deze functie wordt er overgeschakeld op automatische afstemming en worden er maximaal 40 RDS-zenders (5 groepen van elk 8 zenders) met sterke zendsignalen één voor één opgeslagen in het geheugen. 1 Druk op FM/AM om de FM-band te kiezen. 2 Druk op TUNING MODE (AUT/MAN’L MONO) zodat de indicator “AUTO” op het display gaat branden. 3 Druk op MEMORY (MAN’L/AUTO FM) en houd deze ongeveer 3 seconden lang ingedrukt. Het voorkeurnummer en de indicators “MEMORY” en “AUTO” knipperen. Na circa 5 seconden zal de functie voor automatische afstemming van voorkeurzenders automatisch beginnen met het zoeken in de richting van hogere frequenties. Het zoeken begint bij de frequentie die op dat moment wordt aangegeven. De ontvangen zenders worden achtereenvolgens geprogrammeerd onder A1, A2 ... A8. Indien er meer dan 8 zenders worden ontvangen, worden deze eveneens achtereenvolgens geprogrammeerd onder de voorkeurzendernummers in de overige groepen (B, C, D en E). ■ Mogelijkheden voor automatische afstemming van voorkeurzenders U kunt het voorkeurnummer kiezen vanwaar u het apparaat wilt laten beginnen met het programmeren van RDS- zenders en/of het zoeken in de richting van lagere frequenties. Alvorens er wordt begonnen met de automatische afstemming van voorkeurzenders (nadat u bij stap 3 op MEMORY hebt gedrukt), doet u het volgede:
1. Druk op A/B/C/D/E en PRESET/TUNING l of h om
het voorkeurnummer te kiezen waaronder u de eerste ontvangen zender wilt opslaan. Wanneer alle zenders tot en met E8 zijn opgeslagen, zal de automatische afstemming van voorkeurzenders worden stopgezet.
2. Druk op PRESET/TUNING (EDIT) om “ z ” uit te
schakelen en druk vervolgens op PRESET/TUNING l om te beginnen met het zoeken in de richting van lagere frequenties. ■ Nadat de automatische afstemming van voorkeurzenders voltooid is Op het display wordt de frequentie van de laatste voorkeurzender aangegeven. Controleer de inhoud en het aantal voorkeurzenders aan de hand van de procedure in “Oproepen van een voorkeurzender” op bladzijde 29. Opmerkingen
- Op de plaats van de vorige instelling kan een nieuwe zenderworden geprogrammeerd.• Bij het programmeren van zenders wordt de instelling van deontvangstfunctie samen met de zenderfrequentie in het geheugenopgeslagen.• U kunt een voorkeurzender handmatig vervangen door een andereFM- of AM-zender door gewoon de procedure voor handmatigeafstemming van voorkeurzenders te volgen.• Het doorzoeken en afstemmen van voorkeurzenders betreft alleRDS-netwerkfrequenties en gaat net zolang door totdat allezenders t/m E8 geprogrammeerd zijn. Indien het aantal ontvangenzenders onvoldoende is om alle nummers t/m E8 te vullen, zal dezoekfunctie na het afzoeken van alle frequenties automatisch totstilstand komen.• Met deze functie worden alleen RDS-zenders met voldoendesignaalsterkte automatisch opgeslagen. Indien de signaalsterktevan de zender die u wilt opslaan onvoldoende is, dient uhandmatig in mono op deze zender af te stemmen en deze teprogrammeren door de procedure voor handmatige afstemmingvan voorkeurzenders te volgen. (In bepaalde gevallen kan metdeze functie een zender niet worden ontvangen terwijl die met deautomatisch afstemfunctie wel ontvangen zou kunnen worden. Ditkomt omdat deze functie samen met het radiosignaal ook nog eengrote hoeveelheid PI (programma-identificatie) data ontvangt.) Reserve-stroomvoorziening voor het geheugen Wanneer dit apparaat in de standby-modus wordt gezet, zorgt de reserve-stroomvoorziening voor het geheugen ervoor dat de geprogrammeerde gegevens bewaard blijven. Wanneer echter de stekker uit het stopcontact wordt getrokken of de netspanning langer dan één week wordt onderbroken, zullen de gegevens uit het geheugen gewist worden. In dat geval moet u de zenders opnieuw voorprogrammeren. AFSTEMMENSILENT VIDEO AUXPHONES S VIDEO VIDEO L AUDIO R OPTICAL6CH INPUTINPUT MODEINPUTVOLUMERDS MODE/FREQ EON
PTY SEEKMODE STARTTUNING
0705V520RDS26-30_NL 1/31/1, 4:32 PM2829
Nederlands BASISBEDIENING ADVANCED OPERA TION APPENDIX INTRODUCTION PREPARATION AFSTEMMEN Oproepen van een voorkeurzender U kunt elke gewenste zender eenvoudig oproepen door het voorkeurnummer te kiezen waaronder de zender is geprogrammeerd. U kunt een voorkeurzender ook oproepen met de afstandsbediening. Druk op de component-keuzetoets AMP(TUNER) en druk op de ingangskeuzetoets TUNER. 1 Druk op A/B/C/D/E om de gewenste groep voorkeurzenders te kiezen. Zorg dat “ z ” op het display wordt weergegeven. 2 Druk op PRESET/TUNING l of h (of PRESET –/+) om een voorkeurnummer (1 t/m 8) te kiezen. De voorkeurzendergroep en het voorkeurzendernummer worden tezamen met de frequentieband en de frequentie op het display afgebeeld, en de TUNED-indicator gaat op het display branden. Handmatige afstemming van voorkeurzenders Ook handmatig kunnen er maximaal 40 zenders (5 groepen van elk 8 zenders) worden geprogrammeerd. 1 Stem af op de gewenste zender. Zie “Automatische/handmatige afstemming” voor de afstemprocedure. 2 Druk op MEMORY (MAN’L/AUTO FM). De indicator “MEMORY” knippert circa 5 seconden. 3 Voordat de indicator “MEMORY” uitgaat, drukt u het benodigde aantal keren op A/B/C/D/E om de gewenste groep (A t/m E) voorkeurzenders te kiezen. Zorg dat “ z ” op het display wordt weergegeven. De gekozen groep verschijnt op het display. 4 Voordat de indicator “MEMORY” uitgaat, drukt u op PRESET/TUNING l of h om het voorkeurnummer (1 t/m 8) te kiezen waaronder u de zender wilt programmeren. Om een lager voorkeurnummer te kiezen, drukt u op l. Om een hoger voorkeurnummer te kiezen, drukt u op h. 5 Voordat de indicator “MEMORY” uitgaat, drukt u op MEMORY (MAN’L/AUTO FM). De afgebeelde zender is opgeslagen onder de voorkeurzendergroep en het voorkeurzendernummer dat u hebt gekozen. De frequentieband en de frequentie worden op het display afgebeeld, en de TUNED- indicator gaat op het display branden. 6 Herhaal de stappen 1 t/m 5 om andere zenders te programmeren. Opmerkingen
- Op de plaats van de vorige instelling kan een nieuwe zenderworden geprogrammeerd.• Bij het programmeren van zenders wordt de instelling van deontvangstfunctie samen met de zenderfrequentie in het geheugenopgeslagen.PRESET/TUNINGSILENT VIDEO AUXPHONES S VIDEO VIDEO L AUDIO R OPTICAL6CH INPUTINPUT MODEINPUTVOLUMERDS MODE/FREQ EON
PTY SEEKMODE STARTTUNING
Verwisselen van voorkeurzenders U kunt twee voorkeurzenders met elkaar van plaats laten verwisselen. Voorbeeld: verwissel de voorkeurzenders “E1” en “A5” met elkaar 1 Roep de voorkeurzender “E1” op. Volg hiervoor de procedure van “Oproepen van een voorkeurzender” op bladzijde 29. 2 Druk op (PRESET/TUNING) EDIT en houd deze circa 3 seconden lang ingedrukt. De indicators “E1” en “MEMORY” knipperen. 3 Roep de voorkeurzender “A5” op door de toetsen op het voorpaneel te gebruiken. De indicators “A5” en “MEMORY” knipperen. 4 Druk nogmaals op (PRESET/TUNING) EDIT. Op het display wordt aangegeven dat de zenders nu van plaats met elkaar zijn verwisseld. AFSTEMMEN SILENT VIDEO AUXPHONES S VIDEO VIDEO L AUDIO R OPTICAL6CH INPUTINPUT MODEINPUTVOLUMERDS MODE/FREQ EON
ONTVANGST VAN RDS-ZENDERS
RDS (= Radiodatasysteem) is een datatransmissiesysteemdat door FM-zenders in veel landen wordt gebruikt. Zendersdie gebruikmaken van dit systeem, zenden naast hunnormale radiosignaal nog een onhoorbare stroom data uit.RDS-data bevatten diverse soorten informatie, zoals PI(programma-identificatie), PS (zendernaam), PTY(programmatype), RT (radiotekst), CT (huidige tijd), EON(uitgebreide overige netwerken), enz. De RDS-functie is inwerking bij zenders in het netwerk. Beschrijving van RDS-data Door dit apparaat kunnen van RDS-zenders de volgendesoorten informatie worden ontvangen: PI, PS, PTY, RT, CTen EON. ■ Functie PS (zendernaam): Op het display wordt de naam van de RDS-zenderweergegeven die op dat moment wordt ontvangen. ■ Functie PTY (programmatype): Op het display wordt het soort programma aangegeven datop dat moment op de RDS-zender wordt ontvangen. RDS-zenders onderscheiden 15 verschillende programmatypes.Met dit apparaat kunt u zoeken naar een zender die op datmoment het door u gewenste soort programma uitzendt. Zie“Functie PTY SEEK” voor bijzonderheden. ■ Functie RT (radiotekst): Op het display wordt informatie gegeven over hetprogramma (zoals de titel van het lied, de naam van dezanger, enz.) op de RDS-zender die op dat moment wordtontvangen. De informatie bestaat uit maximaal64 alfanumerieke tekens, inclusief de umlaut. Indien de RT-data andere lettertekens bevatten, worden deze aangegevendoor middel van onderstreping. ■ Functie CT (huidige tijd): Op het display wordt de huidige tijd op de minuutnauwkeurig aangegeven. Indien de ontvangst van de RDS-data plotseling wordt afgebroken, verschijnt soms deindicator “CT WAIT”. ■ Functie EON (uitgebreide overige netwerken): Zie “Functie EON” op bladzijde 33. Wijzigen van de RDS-functies Met dit apparaat kunnen vier soorten RDS-data op het displayworden weergegeven. Bij ontvangst van een RDS-zendergaan op het display de indicator PS, PTY, RT en/of CTbranden, al naar gelang de RDS-dataservice waarvan debetreffende zender gebruikmaakt. Door herhaald indrukkenvan RDS MODE/FREQ kunt u de display-functie van deRDS-data waarvan door de ontvangen zender gebruik wordtgemaakt, in de onderstaande volgorde wijzigen. Wanneer derode indicator naast de naam van de RDS-functie gaatbranden, betekent dit dat de betreffende RDS-functie nu isgekozen. Opmerkingen
- Druk bij ontvangst van een RDS-zender niet eerder op RDSMODE/FREQ dan dat de indicator van één of meer RDS-functiesop het display gaat branden. Indien deze toets wordt ingedruktvoordat de indicator op het display gaat branden, kan de functienamelijk niet gewijzigd worden. Dit komt omdat het apparaat dannog niet alle RDS-data van de zender heeft ontvangen.• Er kan geen RDS-functie gekozen worden waarvan de betreffendezender geen gebruikmaakt.• Dit apparaat kan geen gebruikmaken van RDS-data indien hetontvangen signaal niet krachtig genoeg is. Vooral bij de RT-functie (radiotekst) moeten er veel data ontvangen worden.Hierdoor bestaat de kans dat de RT-functie niet op het displaywordt aangegeven, terwijl andere RDS-functies (zoals PS, PTY,enz.) wel worden aangegeven.• Soms kunnen er vanwege slechte ontvangstcondities geen RDS-data worden ontvangen. Druk in dergelijke gevallen op TUNINGMODE zodat de indicator “AUTO” van het display verdwijnt.Hierdoor wordt weliswaar overgeschakeld op mono-ontvangst,maar wanneer u het display overschakelt op een RDS-functie,kunt u toch RDS-data op het display laten verschijnen.• Indien de signaalsterkte tijdens ontvangst van een RDS-zenderdoor externe storing verzwakt wordt, bestaat de kans dat deontvangst van de RDS-data plotseling wordt afgebroken en dat“...WAIT” op het display verschijnt.
PS-functiePTY-functieRT-functieCT-functieFrequentieweergavefunctie
0706V520RDS31-34_NL 1/31/1, 4:32 PM3132
Functie PTY SEEK Door een bepaald programmatype te kiezen, worden alle voorgeprogrammeerde RDS-zenders doorzocht die een programma van het gekozen programmatype uitzenden. 1 Druk op PTY SEEK MODE om de PTY SEEK- functie te activeren. Het programmatype van de zender die op dat moment wordt ontvangen of “NEWS” knippert op het display. 2 Druk op PRESET/TUNING l of h om het gewenste programmatype te kiezen. Het gewenste programmatype knippert op het display. 3 Druk op PTY SEEK START om te beginnen met het doorzoeken van alle voorgeprogrammeerde RDS-zenders. Het gekozen programmatype knippert en de indicator “PTY HOLD” verschijnt op het display terwijl er naar zenders wordt gezocht.
- Zodra er een zender wordt gevonden waarop een programma van het gekozen programmatype wordt uitgezonden, zal de zoekfunctie daar stoppen.
- Indien de zender waarop is afgestemd niet de gewenste zender is, druk dan nogmaals op PTY SEEK START. Er wordt dan begonnen met het zoeken naar een andere zender waarop een programma van hetzelfde programmatype wordt uitgezonden.
ONTVANGST VAN RDS-ZENDERS
■ Uitschakelen van deze functie Druk tweemaal op PTY SEEK MODE. ■ Programmatypes van de PTY-functie RDS-zenders onderscheiden 15 verschillende programmatypes. NEWS Nieuws AFFAIRS Actuele zaken INFO Algemene informatie SPORT Sport EDUCATE Onderwijs DRAMA Toneel CULTURE Cultuur SCIENCE Wetenschap VARIED Licht amusement POP M Popmuziek ROCK M Rockmuziek M.O.R. M Populaire muziek (lichte muziek) LIGHT M Licht klassiek CLASSICS Serieus klassiek OTHER M Overige muziek
0706V520RDS31-34_NL 2/2/1, 6:29 PM3233
Nederlands BASISBEDIENING ADVANCED OPERA TION APPENDIX INTRODUCTION PREPARATION Functie EON Deze functie maakt gebruik van de EON-dataservice (Enhanced Other Networks = Uitgebreide Overige Netwerken) op het RDS-zendernetwerk. Wanneer u gewoon het gewenste programmatype kiest (NEWS, INFO, AFFAIRS of SPORT), zal dit apparaat automatisch alle voorgeprogrammeerde RDS-zenders afzoeken naar een zender waarop een programma van het gekozen programmatype wordt uitgezonden. Indien er een dergelijke zender wordt gevonden, zal er worden overgeschakeld naar het betreffende programma zodra de uitzending daarvan begint. Dit programma komt dan in de plaats van het programma dat tot dusver werd ontvangen. Opmerking
- Deze functie kan alleen worden gebruikt bij ontvangst van eenRDS-zender die gebruikmaakt van de EON-dataservice. Bijontvangst van een dergelijke zender gaat op het display deindicator “EON” branden. 1 Controleer of de indicator “EON” op het display gaat branden. Indien de indicator “EON” niet op het display gaat branden, stem dan af op een andere RDS-zender zodat de indicator “EON” wel gaat branden.
ONTVANGST VAN RDS-ZENDERSPS PTY RT CT
BASS EXT. AUTO EON STEREO TUNED 2 Druk het benodigde aantal keren op EON om het gewenste programmatype (NEWS, INFO, AFFAIRS of SPORT) te kiezen. De indicator van het gekozen programmatype gaat branden op het display.
- Wanneer er een RDS-voorkeurzender met een programma van het aangegeven type wordt gevonden, wordt er automatisch overgeschakeld naar dat programma zodra de uitzending daarvan begint. Dit programma komt dan in de plaats van het programma dat tot dusver werd ontvangen. De indicator van het programmatype knippert.
- Wanneer de uitzending van het opgeroepen programma is afgelopen, wordt het voorheen ontvangen programma (of een ander programma op dezelfde zender) weer opgeroepen. ■ Uitschakelen van deze functie Druk het benodigde aantal keren op EON zodat er op het display geen programmatype meer brandt. Gaat branden EON
OPNEMEN VAN EEN BRON
Opnamebediening en andere bedieningen worden uitgevoerd op de opnamecomponent. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van deze component. 1 Stel het volume in op het minimumniveau. 2 Kies de bron die u wilt opnemen. 3 Begin met het opnemen op de opnamecomponent die op dit apparaat is aangesloten. 4 Begin met het afspelen van de bron en draai het volume omhoog om de ingangsbron te controleren. Opmerkingen
- Voer een proefopname uit alvorens de werkelijke opname temaken.• Wanneer dit apparaat in de stand-by stand staat, kunt u nietopnemen tussen twee componenten die zijn aangesloten op ditapparaat.• Het DSP-programma en de instellingen van de regelaarsVOLUME, BASS, TREBLE en BALANCE zijn niet van invloedop het opgenomen materiaal.• Een bron die is aangesloten op de 6CH INPUT-aansluitingen vandit apparaat, kan niet worden opgenomen.• Gecombineerde video- en S-videosignalen worden onafhankelijkvan elkaar door de videoketens van dit apparaat gezonden.Wanneer u videosignalen opneemt of kopieert en uw videobron isaangesloten om alleen een S-videosignaal (of alleen eengecombineerd videosignaal) voort te brengen, kunt u daarom ookalleen een S-videosignaal (of alleen een gecombineerd signaal) opuw videorecorder opnemen.• Een bepaalde ingangsbron wordt niet uitgevoerd op hetzelfdeREC OUT-uitgang. (Bijvoorbeeld, het signaal dat via VCR 1 INwordt ingevoerd, wordt niet via VCR 1 OUT uitgevoerd.)• Bij het opnemen van platen, cd’s, radio e.d. dient u rekening tehouden met de auteurswetten in uw land. Het opnemen vanauteursrechtelijk beschermd materiaal kan in strijd zijn met deauteurswetten. Bij het kijken naar videobanden waarvan de signalen vervormd of gecodeerd zijn om ongeoorloofd kopiëren te voorkomen, is de kans aanwezig dat deze signalen van invloed zijn op het beeld zelf. ■ Speciale aandachtspunten voor het opnemen van DTS-software Het DTS-signaal is een digitale bitstream. Als u probeert de DTS-bitstream digitaal op te nemen, zal dit leiden tot het opnemen van ruis. Daarom, als u dit apparaat wilt gebruiken om bronnen op te nemen waarop DTS-signalen zijn opgenomen, let u op de volgende aandachtspunten en maakt u de volgende instellingen. Voor, dvd’s en cd’s die met DTS zijn gecodeerd Alleen 2-kanalen analoge audiosignalen kunnen worden opgenomen. Stel de dvd-speler (of de cd-speler) in overeenkomstig de instructies in de gebruiksaanwijzing van de speler zodat de audiosignalen worden uitgevoerd uit de speler’s analoge uitgangen. SILENT VIDEO AUXPHONES S VIDEO VIDEO L AUDIO R OPTICAL6CH INPUTINPUT MODEINPUTVOLUMERDS MODE/FREQ EON
PTY SEEKMODE STARTTUNING
Voorpaneel VOLUME AfstandsbedieningVoorpaneel
NederlandsBASIC OPERATIONGEAVANCEERDE BEDIENINGAPPENDIXINTRODUCTIONPREPARATION INSTELMENU Het INSTELMENU bestaat uit 9 items, inclusief deluidsprekerinstellingen. Gebruik het INSTELMENU om deaudio/video-weergave van uw systeem te optimaliseren.
- U kunt de items op het INSTELMENU instellen tijdens hetweergeven van een bron.1 SPEAKER SETCENTER SPMAIN SPREAR LR SPBASS OUTMAIN LVL2 HP TONE CTRL3 I/O ASSIGN4 INPUT MODE5 DOLBY D. SETLFE LEVELD-RANGE6 DTS SET7 SP DLY TIME8 DISPLAY SET9 MEM. GUARD Instellen van de items op het INSTELMENU De instellingen moeten met behulp van deafstandsbediening worden gemaakt.Opmerking• Bepaalde items vereisen extra bedieningsstappen om de gewensteinstelling te maken. 1 Druk op de component- keuzetoets AMP(TUNER). 2 Druk op SET MENU om het INSTELMENU op te roepen. 3 Druk herhaaldelijk op PRG– (of PRG+) om het item (1 tot en met 9) dat u wilt instellen tekiezen.
- Door herhaaldelijk op SET MENU te drukken, kunt u de items indezelfde volgorde kiezen als door op PRG– te drukken. 4 Druk eenmaal op – of + om de instellingsfunctie van het gekozen item op teroepen.De laatste instelling die u heeft gemaakt wordt op hetdisplay afgebeeld.Druk, afhankelijk van het gekozen item, op PRG– (ofPRG+) om een subitem te kiezen. 5 Druk herhaaldelijk op – of + om de instelling van het item te veranderen. 6 Druk herhaaldelijk op PRG– (of op PRG+) totdatde naam van deingangsbron op hetdisplay wordt afgebeeldom het INSTELMENU teverlaten.
0707V520RDS35-42_NL 1/31/1, 4:32 PM3536
Reserve-stroomvoorziening voor het geheugen De reserve-stroomvoorziening voorkomt dat de opgeslagen gegevens verloren gaan, zelfs wanneer het apparaat in de stand-bystand wordt gezet, de stekker van het netsnoer uit het stopcontact wordt getrokken, of de stroomvoorziening tijdelijk wordt onderbroken als gevolg van een stroomstoring. Als de stroomvoorziening van het apparaat echter gedurende langer dan 1 week is onderbroken, is het mogelijk dat instellingen die u op het INSTELMENU hebt gemaakt teruggesteld worden op de fabrieksinstellingen. Als dit gebeurd is, stelt u de items opnieuw in. 1 SPEAKER SET (luidsprekerinstellingen) Gebruik dit item om toepasselijke uitgangsfuncties voor uw luidsprekersysteem in te stellen. Opmerkingen
- Wanneer 96-kHz-bemonsterde digitale signalen worden ingevoerdin dit apparaat, kunnen de uitgangsfuncties van items “MAINSP”, “BASS OUT” en “MAIN LVL” worden ingesteld, maar dedie van items “CENTER SP” en “REAR LR SP” blijvenonveranderd.• Wanneer 6CH INPUT is gekozen als ingangsbron, kunnen deitems van “1 SPEAKER SET” niet worden veranderd (behalve“MAIN LVL”). ■ CENTER SP (middenluidspreker) Door een middenluidspreker toe te voegen aan uw luidsprekersysteem, kan het systeem voor veel luisteraars een goede dialooglokalisatie en een uitstekende synchronisatie van geluid en beeld realiseren. Keuzen: LRG (groot), SML (klein), NON (geen) Begininstelling: LRG (groot) LRG (groot) Kies deze instelling als u een grote middenluidspreker hebt. Het gehele signaalbereik van het middenkanaal wordt via de middenluidspreker uitgevoerd. SML (klein) Kies deze instelling als u een kleine middenluidspreker hebt. De lagetonensignalen (90 Hz en lager) van het middenkanaal worden uitgevoerd via de luidsprekers die met “BASS OUT” zijn gekozen. NON (geen) Kies deze instelling als u geen middenluidspreker hebt. Het gehele signaalbereik van het middenkanaal wordt via de linker en rechter hoofdluidsprekers uitgevoerd. ■ MAIN SP (hoofdluidsprekers) Keuzen: LARGE (groot), SMALL (klein) Begininstelling: LARGE (groot) LARGE (groot) Kies deze instelling als u grote hoofdluidsprekers hebt. Het gehele signaalbereik van de linker en rechter hoofdkanalen wordt via de linker en rechter hoofdluidsprekers uitgevoerd. SMALL (klein) Kies deze instelling als u kleine hoofdluidsprekers hebt. De lagetonensignalen (90 Hz en lager) van het hoofdkanaal worden uitgevoerd via de luidsprekers die met “BASS OUT” zijn gekozen. Opmerking
- Wanneer u MAIN instelt voor “BASS OUT”, zullen delagetonensignalen (90 Hz en lager) van het hoofdkanaal wordenuitgevoerd naar de hoofdluidsprekers, zelfs als u SMALL hebtingesteld als uitgangsfunctie van de hoofdluidsprekers. ■ REAR LR SP (achterluidsprekers) Keuzen: LRG (groot), SML (klein), NON (geen) Begininstelling: LRG (groot) LRG (groot) Kies deze instelling als u grote linker en rechter achterluidsprekers hebt, of als een achtersubwoofer is aangesloten op de achterluidsprekers. Het gehele signaalbereik van de linker en rechter achterkanalen wordt via de linker en rechter achterluidsprekers uitgevoerd. SML (klein) Kies deze instelling als u kleine linker en rechter achterluidsprekers hebt. De lagetonensignalen (90 Hz en lager) van de achterkanalen worden uitgevoerd via de luidsprekers die met “BASS OUT” zijn gekozen. NON (geen) Kies deze instelling als u geen achterluidsprekers hebt.
- Dit apparaat wordt in de Virtual CINEMA DSP-functie gezet door“REAR LR SP” in te stellen op NON.INSTELMENU
0707V520RDS35-42_NL 1/31/1, 4:33 PM3637
Nederlands BASIC OPERATION GEAVANCEERDE BEDIENING APPENDIX INTRODUCTION PREPARATION ■ BASS OUT (lagetonenuitvoer) LFE-signalen geven lagetoneneffecten weer wanneer dit apparaat Dolby Digital- of DTS-signalen decodeert. Lagetonensignalen zijn signalen van 90 Hz of lager. Keuzen: SWFR (subwoofer), MAIN (hoofdluidsprekers), BOTH (beide) Begininstelling: BOTH (beide) SWFR (subwoofer) Kies deze instelling als u een subwoofer gebruikt. De LFE- signalen worden via de subwoofer uitgevoerd. MAIN (hoofdluidspreker) Kies deze instelling als u geen subwoofer gebruikt. De LFE- signalen worden via de hoofdluidsprekers uitgevoerd. BOTH (beide) Kies deze instelling als u een subwoofer gebruikt en u de lagetonensignalen van de hoofdkanalen wilt mengen met de LFE-signalen. Opmerkingen
- Wanneer u een 2-kanaals bron (CD, MD, tape, videoband, enz.)afspeelt, moet u BOTH kiezen om de signalen van de lage tonen(beneden 90 Hz) via de SUBWOOFER-aansluiting uit te voeren.• Als u SMALL (SML) kiest voor items “CENTER SP”, “MAINSP” of “REAR LR SP”, worden de lagefrequentiesignalen (90 Hzen lager) van die kanalen toegevoegd aan de LFE en uitgevoerdnaar de subwoofer. ■ MAIN LVL (hoofdvolumeniveau) Verander deze instelling als u het uitgangsniveau van de middenluidspreker en de achterluidsprekers niet kunt afstemmen op dat van de hoofdluidsprekers als gevolg van een buitengewoon hoge efficiëntie van de hoofdluidsprekers. Keuzen: NORM (normaal), –10 dB Begininstelling: NORM (normaal) NORM (normaal) Normaal gesproken kiest u deze instelling. –10 dB Kies deze instelling als u het uitgangsniveau van de effectluidsprekers niet kunt afstemmen op dat van de hoofdluidsprekers met behulp van de testtoon. Deze instelling verlaagt het uitgangsniveau van de hoofdluidsprekers tot ongeveer een derde van het normale uitgangsniveau. INSTELMENU 2 HP TONE CTRL (toonregeling van de hoofdtelefoon) Gebruik dit item om het niveau van de lagetonen en hogetonen in te stellen wanneer u de hoofdtelefoon gebruikt. Instelbereik (dB): –6 tot +3 Begininstelling: 0 dB voor zowel BASS (lagetonen) als TRBL (hogetonen) 3 I/O ASSIGN (ingangsbronnen toewijzen) Gebruik dit item om aansluitingen toe te wijzen aan de hand van de te gebruikten component, in het geval de instelling (componentnamen voor aansluitingen) van de DIGITAL INPUT/OUTPUT-aansluiting van dit apparaat verschilt van die component. Hiermee is het mogelijk de toewijzing van de aansluiting te veranderen en effectief meer componenten aan te sluiten. Nadat u de aansluiting hebt toegewezen, kunt u de aangesloten component kiezen met INPUT l / h (of met de ingangsbron-keuzetoetsen). ■ 3A (1) (voor de OPTICAL OUTPUT- aansluiting) Begininstelling: (1) MD/CD-R ■ 3B (2) tot en met (4) (voor de OPTICAL INPUT-aansluitingen) Begininstellingen: (2) MD/CD-R (3) DVD (4) D-TV/CBL
0707V520RDS35-42_NL 1/31/1, 4:33 PM3738
INSTELMENU ■ 3C (5) (voor de COAXIAL INPUT- aansluiting) Begininstelling: (5) CD Opmerking
- U kunt een item niet meerdere malen kiezen voor dezelfde soortaansluiting. 4 INPUT MODE (ingangsfunctie) Gebruik dit item om de ingangsbron in te stellen ten tijde van het inschakelen van het apparaat wanneer de broncomponent is aangesloten op meer dan één ingangsaansluiting. Keuzen: AUTO (automatisch), LAST (laatste) Begininstelling: AUTO (automatisch) AUTO (automatisch) Kies deze instelling om dit apparaat het soort ingangssignaal automatisch te laten vaststellen en de juiste ingangsfunctie in te stellen. LAST (laatste) Kies deze instelling om dit apparaat automatisch de laatste ingangsfunctie in te laten stellen voor die ingangsbron. 5 DOLBY D. SET (Dolby Digital- instellingen) De instellingen van dit item werken alleen tijdens het decoderen van Dolby Digital-signalen. ■ LFE LEVEL (lagetoneneffect van Dolby Digital-signalen) Gebruik dit item om het uitgangsniveau van het LFE (lagetoneneffect)-kanaal in te stellen wanneer een Dolby Digital-signaal wordt weergegeven. Het LFE-signaal bevat het speciale lagetoneneffectgeluid dat slechts aan bepaalde scènes wordt toegevoegd. Regelbereik (dB): –20 tot en met 0 Begininstelling: 0 dB Opmerkingen
- Stel het uitgangsniveau van het LFE-kanaal in overeenkomstig decapaciteit van uw subwoofer.• Normaal gesproken is ongeveer –6 dB tot –8 dB geschikt voorgebruik in huis. ■ D-RANGE (dynamisch bereik van Dolby Digital-signalen) Gebruik dit item om het dynamisch bereik in te stellen (dit is het verschil tussen het maximale niveau en het minimale niveau van geluid). Keuzen: MAX (maximaal), STD (standaard), MIN (minimaal) Begininstelling: MAX (maximaal)
- Stel MAX (maximaal) in voor hoofdfilms.
- Stel STD (standaard) in voor algemeen gebruik.
- Stel MIN (minimaal) in voor het luisteren naar bronnen bij extreem lage volumeniveaus. Opmerking
- Als u MIN (minimaal) instelt, kan de geluidsweergave zeer zwakzijn omdat bepaalde Dolby Digital-signalen niet compatibel zijnmet het minimale uitgangsniveau van het dynamische bereik. Indat geval stelt u MAX (maximaal) of STD (standaard) in. 6 DTS SET (lagetoneneffect van DTS-signalen) Deze instellingen werken alleen tijdens het decoderen van DTS-signalen. Gebruik dit item om het uitgangsniveau van het LFE (lagetoneneffect)-kanaal in te stellen wanneer een DTS- signaal wordt weergegeven. Het LFE-signaal bevat het speciale lagetoneneffectgeluid dat slechts aan bepaalde scènes wordt toegevoegd.
- Stel het uitgangsniveau van het LFE-kanaal in overeenkomstig decapaciteit van uw subwoofer. 7 SP DLY TIME (instellen van de vertragingstijd) Gebruik dit item om de vertragingstijd in te stellen van het geluid dat door de middenkanalen wordt uitgevoerd. De instelling van dit item werkt alleen tijdens het decoderen van Dolby Digital- en DTS-signalen. Het zou ideaal zijn als de afstand van de middenluidspreker tot de luisterpositie hetzelfde is als de afstand van de linker en rechter hoofdluidsprekers. In de meeste huiselijke situaties, echter, wordt de middenluidspreker op één lijn opgesteld met de hoofdluidsprekers. Door het geluid dat door de middenluidspreker wordt voortgebracht te vertragen, kan de gevoelsmatige afstand van de middenluidspreker tot de luisterpositie worden ingesteld, zodat deze voor het gevoel hetzelfde is als de afstand van de linker en rechter hoofdluidsprekers tot de luisterpositie. Het instellen van de vertragingstijd van de middenluidspreker is in het bijzonder belangrijk voor het geven van diepte aan spraak. Instelbereik (ms): 0 tot en met 5 Begininstelling: 0 ms
- Een verhoging van de vertragingstijd met 1 ms simuleert eenvergroting van de afstand van de luidspreker tot de werkelijkepositie van de middenluidspreker met 30 cm.
Fictieve positie van de middenluidspreker
8 DISPLAY SET (displayinstellingen) ■ DIMMER Deze instelling wordt gebruikt om de helderheid van het display in te stellen. Instelbereik: –4 tot en met 0 Begininstelling: 0 9 MEM. GUARD (geheugenbeveiliging) Gebruik dit item om het per ongeluk aanbrengen van veranderingen in de instellingen van het INSTELMENU en andere instellingen van dit apparaat te voorkomen. Keuzen: ON (aan), OFF (uit) Begininstelling: OFF (uit) Stel ON (aan) in om de volgende kenmerken te beveiligen:
- Alle items op het INSTELMENU
- De uitgangsniveaus van de middenluidspreker, de achterluidsprekers en de subwoofer
- Vertragingstijd, ingesteld met behulp van TIME/LEVEL Opmerkingen
- Wanneer “9 MEM. GUARD” is ingesteld op ON (aan), kunt u detesttoon niet gebruiken.• Wanneer “9 MEM. GUARD” is ingesteld op ON (aan), kunt ugeen andere items op het INSTELMENU kiezen. INSTELMENU
VERTRAGINGSTIJD EN LUIDSPREKER-UITGANGSNIVEAUS
Bij gebruikmaking van de digitale geluidsveldprocessor met de Dolby Pro Logic-, Dolby Digital- of DTS-decoder kunt u het tijdsverschil tussen het hoofdgeluid en het geluidseffect, evenals het uitgangsniveau van de verschillende luidsprekers, naar wens afstellen. Vertragingstijd U kunt het tijdsverschil tussen het begin van het geluid uit de hoofdluidsprekers en het begin van het geluidseffect uit de achterluidsprekers afstellen. Hoe hoger de waarde, des te later zal het geluidseffect worden voortgebracht. De vertragingstijd kan voor alle DSP-programma’s afzonderlijk worden uitgevoerd. Opmerkingen
- Door het toevoegen van teveel vertraging zal er bij sommigebronnen een onnatuurlijk effect ontstaan.• Tijdens het instellen van de vertragingstijd zal het geluid korte tijdworden onderbroken. Uitgangsniveau van het geluid van de midden-, rechter achter- en linker achterluidsprekers en subwoofer Desgewenst kunt u het uitgangsniveau van het geluid van elk van de luidsprekers afstellen, ook wanneer het uitgangsniveau reeds is ingesteld door middel van de procedure “AFSTELLING VAN DE LUIDSPREKERBALANS”. Opmerkingen
- Het uitgangsniveau van het geluid van de middenluidspreker kanin de volgende gevallen niet worden ingesteld:– als “CENTER SP” op de INSTELMENU is ingesteld op NON(dit komt doordat het geluid van het middenkanaal automatischwordt uitgevoerd via de linker en rechter hoofdluidsprekers); of– als u 6CH INPUT kiest als ingangsbron.• Wanneer het uitgangsniveau van het geluid eenmaal is afgesteld,zal dit voor alle DSP-programma’s hetzelfde zijn.Luidspreker Vooringestelde waarde (dB)Midden 0Rechts achter 0Links achter 0Subwoofer 0ProgrammaVooringestelde waarde (ms)
0707V520RDS35-42_NL 7/12/1, 10:05 AM4041
Nederlands BASIC OPERATION GEAVANCEERDE BEDIENING APPENDIX INTRODUCTION PREPARATION Afstelmethode De instellingen dienen te worden gemaakt met de afstandsbediening terwijl u de informatie op het display in de gaten houdt. 1 Druk op de component- keuzetoets AMP(TUNER). 2 Druk het benodigde aantal keren op TIME/ LEVEL om de functie te kiezen die u wilt instellen. Elke keer wanneer u op TIME/LEVEL drukt, verandert de functie in de hieronder aangegeven volgorde:
VERTRAGINGSTIJD EN LUIDSPREKER-UITGANGSNIVEAUS
3 Druk op – of + om de vertragingstijd of luidspreker- uitgangsniveaus in te stellen. 4 Herhaal de stappen 2 en 3 om op dezelfde manier eventuele andere functies in te stellen. Opmerkingen
- Als “CENTER SP” of “REAR LR SP” is ingesteld op NON, ofals “BASS OUT” is ingesteld op MAIN, kan het uitgangsniveauvan die luidspreker niet worden ingesteld.• Wanneer u de uitgangsniveaus instelt met behulp van TIME/LEVEL, zullen de instellingen die u met behulp van de testtoonhebt gemaakt worden veranderd.• Om andere luidsprekers dan de subwoofer in te stellen, raden weu aan de instelmethode met behulp van de testtoon (ziebladzijde 19) te gebruiken. Reserve-stroomvoorziening voor het geheugen Wanneer dit apparaat in de stand-bystand wordt gezet, zorgt de reserve-stroomvoorziening voor het geheugen ervoor dat de geprogrammeerde gegevens bewaard blijven. Wanneer echter de stekker uit het stopcontact wordt getrokken of de netspanning langer dan één week wordt onderbroken, zullen de laatst ingestelde waarden van de vertragingstijd en de uitgangsniveaus van de midden- en achterluidsprekers en subwoofer uit het geheugen gewist worden en automatisch worden vervangen door de vooringestelde waarden. In dat geval moet u de vertragingstijd en de uitgangsniveaus opnieuw instellen.
- Afhankelijk van de instelling van het INSTELMENU is het nietaltijd mogelijk om al deze functies in te stellen.DELAY CENTER R SUR. L SUR. SWFR VertragingstijdUitgangsniveau van demiddenluidsprekerUitgangsniveau van derechter achterluidsprekerUitgangsniveau van de linkerachterluidsprekerUitgangsniveau van desubwoofer
0707V520RDS35-42_NL 1/31/1, 4:33 PM4142
DE SLEEP-TIMER Annuleren van de instelling van de SLEEP-timer Druk het benodigde aantal keren op SLEEP zodat “SLEEP OFF” op het display verschijnt. Deze mededeling zal kort daarna verdwijnen, evenalsde indicator “SLEEP”. Opmerking
- De instelling van de SLEEP-timer kan ook worden geannuleerddoor het apparaat via POWER op de afstandsbediening (ofSTANDBY/ON) in de stand-bystand te zetten of door de stekkeruit het stopcontact te trekken.Door gebruikmaking van de SLEEP-timer van dit apparaatkunt u het apparaat zodanig instellen dat het automatischoverschakelt naar de stand-bystand. Deze timerfunctie ishandig wanneer u wilt inslapen terwijl u naar een radio-uitzending of andere gewenste ingangsbron luistert. DeSLEEP-timer kan uitsluitend worden ingesteld met deafstandsbediening. Opmerkingen
- Voor het instellen van de SLEEP-timer voor dit apparaat dient ueerst op de component-keuzetoets AMP(TUNER), TAPE/MD,CD of DVD/LD te drukken.• De SLEEP-timer werkt voor de componenten die zijn verbondenmet de netspanningsaansluitingen (AC OUTLET(S)) op deachterkant van dit apparaat. Instellen van de SLEEP-timer 1 Begin met het afspelen van de bron waarnaar u tijdens het inslapen wilt luisteren. 2 Druk het benodigde aantal keren op SLEEP om degewenste inslaaptijd in testellen.Telkens wanneer SLEEP wordtingedrukt, verandert deinslaaptijd in de hieronderaangegeven volgorde: 3 Wanneer de SLEEP-timer is ingesteld, gaat na korte tijd de indicator “SLEEP” op het display branden.Op het display verschijnt weer de indicator voordat deSLEEP-timer werd ingesteld.De SLEEP-timer isuitgeschakeld (SLEEP OFF).(Dit is de toestand voordatSLEEP wordt ingedrukt.) KnippertSLEEPBASS EXT.Gaat brandenSLEEPSTEREO TUNED
0707V520RDS35-42_NL 1/31/1, 4:33 PM4243
NederlandsBASIC OPERATIONGEAVANCEERDE BEDIENINGAPPENDIXINTRODUCTIONPREPARATION Bediening van de componenten die op dit apparaat zijn aangesloten ■ Voorbeeld: Bediening van een YAMAHA cd-speler 1 Controleer dat het volume op het minimumniveau is ingesteld. 2 Druk op de component- keuzetoets AMP(TUNER). VOORGEPROGRAMMEERDE AFSTANDSBEDIENING Het is mogelijk dit apparaat en andere YAMAHA audiovisuele componenten te bedienen met behulp van de afstandsbedieningdie bij dit apparaat werd geleverd. Het is tevens mogelijk componenten van andere fabrikanten (of bepaalde YAMAHA componenten) te bedienen door de juiste fabrikantcode (een signaal toegewezen aan iedere fabrikant en component) in te stellen. Opmerking
- Voor de opmerkingen over de batterijen, de bedieningsafstand, en de namen en functies van de toetsen van de afstandsbediening, leest u de betreffende beschrijvingen in deze gebruiksaanwijzing. Component-keuzetoetsen Er zijn acht component-keuzetoetsen. Druk op de toets van de component waarvoor u deze afstandsbediening wilt gebruiken.Wanneer u bijvoorbeeld op de component-keuzetoets CD drukt, wordt de afstandsbediening ingesteld op de cd-bedieningsfunctie zodat de cd-speler kan worden bediend.AMP(TUNER)Voor basisbediening van dit apparaat. De code voor een YAMAHA cd-speler isdoor de fabrikant voorgeprogrammeerd.DVD/LD en DVD MENUEen ld-speler kan met deDVD/LD-functie worden bediend. Eendvd-speler kan zowel met de DVD/LD-functie als met de DVD MENU-functieworden bediend. De code voor eenYAMAHA dvd-speler is door de fabrikantvoorgeprogrammeerd.TAPE/MDDe code voor een YAMAHA md-recorder is door de fabrikantvoorgeprogrammeerd. (De code voor een YAMAHA cd-recorder en tapedeck kunnen tevens worden ingesteld.) VCR Voor bediening van een videorecorder. Voor bediening van een tv.CBL/SATVoor bediening van een kabel-tv of satelliettuner.Opmerkingen
- De werking van de toetsen op de afstandsbediening is afhankelijk van de bedieningsfunctie. Zie de volgende bladzijden voor bijzonderheden.
- Bij verscheping uit de fabriek, worden de op bladzijde 49 vermelde YAMAHA fabrikantcodes ingesteld op iedere stand van de keuzeschakelaar. Als u uw YAMAHA audiovisuele component niet kunt bedienen, stelt u een andere YAMAHA afbriekantcode in. 3 Schakel het apparaat in. 4 Druk op de ingangskeuzetoets CD. 5 Druk op de component- keuzetoets CD. 6 Druk op p. Zie “Beschrijving van deverschillende functies” voor debedieningstoetsen van de cd-speler. 7 Stel het volume in. Voor het bedienen van componenten van andere merkenmoet u de afstandsbediening voorprogrammeren doorgebruikmaking van de op blz. i vermelde codesvan de fabrikant achterin dezegebruiksaanwijzing. Raadpleeg “Instellen van defabrikantcode” voor bijzonderheden.
Beschrijving van de verschillende functies
- TV VOLUME werkt indien u de code voor uw tv hebt voorgeprogrammeerd.
- De donker gearceerde toetsen werken niet, zelfs niet als u de fabrikantcode hebt ingesteld.
- Het is mogelijk dat bepaalde toetsen niet werken, afhankelijk van de component die is aangesloten. Gebruik in dat geval de originele afstandsbediening die bij de component werd geleverd. VOORGEPROGRAMMEERDE AFSTANDSBEDIENINGDruk op TAPE/MD.IngangskeuzetoetsenDISPLAY (MD/CD-R)SLEEPEFFECT6CH INPUT MUTE TV VOLUMEVOLUMEPOWERDruk op deze toets om dit apparaat in te schakelenwanneer u de code voor een YAMAHA-tapedeck,md-recorder of cd-recorder hebtvoorgeprogrammeerd. Indien er voor uw tapedeckdat, md-recorder of cd-recorder is voorzien van eenafstandsbediening met een aan/uit-toets, een code isvoorgeprogrammeerd, wordt met deze toets hettapedeck, de md-recorder of de cd-recorderingeschakeld.r REC/PAUSEDruk op deze toets om tijdens het opnemen van eentapedeck of md-recorder te pauzeren.p PLAYDruk op deze toets om een tape, md of cd-r weer te geven.b DIR A (TAPE)Druk op deze toets om de tape in deck A in deaangegeven richting af te spelen.SKIP– (MD/CD-R)Druk op deze toets om rechtstreeks naar het vorigemuziekstuk over te gaan.w REWIND (TAPE)Druk op deze toets om een tape terug te spoelen.SEARCH (MD/CD-R)Druk op deze toets om binnen het muziekstuk dat op datmoment wordt afgespeeld in achterwaartse richting tegaan zoeken naar het punt waarop u met luisteren wiltbeginnen.DECK A/B (TAPE)Druk op deze toets om het dubbele cassette-tapedeck Aof B te kiezen.e PAUSE (MD/CD-R)Druk op deze toets om tijdens de bediening te pauzeren.a DIR B (TAPE)Druk op deze toets om de tape in deck B in deaangegeven richting af te spelen.SKIP+ (MD/CD-R)Druk op deze toets om rechtstreeks naar het volgendemuziekstuk over te gaan.s STOPDruk op deze toets om de bediening van een tapedeck,md-recorder of cd-recorder stop te zetten.f FAST FORWARD (TAPE)Druk op deze toets om de tape snel vooruit te spoelen.SEARCH (MD/CD-R)Druk op deze toets om binnen het muziekstuk dat opdat moment wordt afgespeeld snel in voorwaartserichting te gaan zoeken naar het punt waarop u metluisteren wilt beginnen.
- TV VOLUME en TV INPUT werken indien u de code voor uw tv hebt voorgeprogrammeerd. e PAUSEDruk op deze toets om tijdens de bediening tepauzeren. Deze toets werkt als PAUSE/STOP*voor het bedienen van een YAMAHA cd-spelerterwijl de fabrieksinstellingen van kracht zijn.a SKIP+Druk op deze toets om rechtstreeks naar het beginvan het volgende muziekstuk over te gaan.s STOPDruk op deze toets om de bediening stop te zetten.Deze toets werkt als PAUSE/STOP* voor hetbedienen van YAMAHA cd-spelers.f SEARCHDruk op deze toets om binnen het muziekstuk datop dat moment wordt afgespeeld snel invoorwaartse richting te gaan zoeken naar het puntwaarop u met luisteren wilt beginnen.
- De donker gearceerde toetsen werken niet, zelfs niet als u de fabrikantcode hebt ingesteld.
- Het is mogelijk dat bepaalde toetsen niet werken, afhankelijk van de component die is aangesloten. Gebruik in dat geval de originele afstandsbediening die bij de component werd geleverd. VOORGEPROGRAMMEERDE AFSTANDSBEDIENING PAUSE/STOP-functie Druk eenmaal op deze toets om tijdens de bediening te pauzeren, en druk nogmaals op deze toets om de bediening stop te zetten. Druk op CD.POWERDruk op deze toets om dit apparaat in te schakelenwanneer u de code voor een YAMAHA cd-speler hebtvoorgeprogrammeerd. Indien er voor uw cd-speler die isvoorzien van een afstandsbediening met een aan/uit-toets, een code is voorgeprogrammeerd, wordt met dezetoets de cd-speler ingeschakeld.p PLAYDruk op deze toets om een cd af te spelen.b SKIP–Druk op deze toets om rechtstreeks naar het begin vanhet vorige muziekstuk over te gaan.w SEARCHDruk op deze toets om binnen het muziekstuk dat opdat moment wordt afgespeeld in achterwaartserichting te gaan zoeken naar het punt waarop u metluisteren wilt beginnen.IngangskeuzetoetsenDISC SKIP –/+ (voor een cd-speler metcd-wisselaar)Druk op deze toetsen om rechtstreeks naar devolgende of vorige cd over te gaan.
- TV VOLUME en TV INPUT werken indien u de code voor uw tv hebt voorgeprogrammeerd.
- TV VOLUME en TV INPUT werken indien u de code voor uw tv hebt voorgeprogrammeerd.
- Bij sommige dvd-spelers kunnen geen DVD MENU-bedieningen worden verricht.
- De donker gearceerde toetsen werken niet, zelfs niet als u de fabrikantcode hebt ingesteld.
- Het is mogelijk dat bepaalde toetsen niet werken, afhankelijk van de component die is aangesloten. Gebruik in dat geval de originele afstandsbediening die bij de component werd geleverd. VOORGEPROGRAMMEERDE AFSTANDSBEDIENINGDruk op DVD MENU.POWERDruk op deze toets om dit apparaat in teschakelen wanneer u de code voor eenYAMAHA dvd-speler, of ld-speler hebtvoorgeprogrammeerd. Indien er voor uwdvd-speler, of ld-speler die is voorzienvan een afstandsbediening met een aan/uit-toets, een code isvoorgeprogrammeerd, wordt met dezetoets de dvd-speler, of ld-speleringeschakeld.CijfertoetsenDruk op DVD/LD.POWERDruk op deze toets om dit apparaat in teschakelen wanneer u de code voor eenYAMAHA dvd-speler, of ld-speler hebtvoorgeprogrammeerd. Indien er voor uwdvd-speler, of ld-speler die is voorzienvan een afstandsbediening met een aan/uit-toets, een code isvoorgeprogrammeerd, wordt met dezetoets de dvd-speler, of ld-speleringeschakeld.Ingangskeuzetoetsen
- TV VOLUME, TV INPUT en TV SLEEP werken indien u de code voor uw tv hebt voorgeprogrammeerd.
- TV VOLUME, TV INPUT en TV SLEEP werken indien u de code voor uw tv hebt voorgeprogrammeerd. ■ FUNCTIE TV Opmerking
- U kunt uw videorecorder bedienen wanneer u de bijbehorende code hebt voorgeprogrammeerd. VOORGEPROGRAMMEERDE AFSTANDSBEDIENINGVCR RECDruk tweemaal op deze toetsom met opnemen te beginnen.Druk op VCR.Druk op CBL/SAT.Druk op TV.VCR RECDruk tweemaal op deze toets.
- De donker gearceerde toetsen werken niet, zelfs niet als u de fabrikantcode hebt ingesteld.
- Het is mogelijk dat bepaalde toetsen niet werken, afhankelijk van de component die is aangesloten. Gebruik in dat geval de originele afstandsbediening die bij de component werd geleverd.
0708V520RDS43-49_NL 1/31/1, 4:33 PM4748
Instellen van de fabrikantcode Om de code van de fabrikant van de betreffende component te kunnen instellen, moet u eerst de betreffende component- keuzetoets indrukken, maar niet AMP(TUNER). 1 Schakel de component in die u wilt gebruiken. 2 Druk op de component- keuzetoets om de component te kiezen die u wilt bedienen. 3 Druk beide VOLUME- toetsen (u/d) gelijktijdig circa vier seconden lang in. De indicator knippert tweemaal. 4 Gebruik de cijfertoetsen om de viercijferige code van de fabrikant van de component die u wilt gebruiken, in te voeren. Zorg dat de indicator tweemaal knippert. Indien de indicator niet knippert, herhaal dan stap 3 en voer de code opnieuw in. 5 Druk op POWER (of een andere willekeurige toets) op de afstandsbediening om te controleren of u de juiste code hebt voorgeprogrammeerd. Indien de component niet met de afstandsbediening kan worden bediend, probeer het dan opnieuw door het invoeren van een andere code van dezelfde fabrikant. Opmerkingen
- Per functie kunt u slechts één code voorprogrammeren.• Voor de functies DVD/LD en DVD MENU geldt het volgende:Druk op de component-keuzetoets DVD/LD alvorens u de codevoor de dvd/ld-speler gaat invoeren. U kunt de code voor een dvd-speler niet voorprogrammeren nadat u de component-keuzetoetsDVD MENU hebt ingedrukt. De code die wordtvoorgeprogrammeerd voor de functie DVD/LD wordttegelijkertijd ook voorgeprogrammeerd voor de functie DVDMENU.• Indien de betreffende component niet reageert op de vermeldecodes van de fabrikant, gebruik dan de afstandsbediening dieoorspronkelijk met de component werd meegeleverd.VOORGEPROGRAMMEERDE AFSTANDSBEDIENING ■ Gebruik van een tweede (en derde) videorecorder U kunt de functies CBL/SAT en DVD MENU gebruiken voor bediening van een tweede (en derde) videorecorder indien u geen kabel-tv, satelliettuner of dvd-speler gebruikt. Opmerking
- Als u een tweede (en derde) videorecorder in de stand DVDMENU-functie wilt instellen, moet u eerst de fabrikantcode vaneen ld-speler instellen voor de stand DVD/LD-functie. 1 Schakel de videorecorder in die u wilt gebruiken. 2 Druk op de component- keuzetoets CBL/SAT of DVD MENU. 3 Druk beide VOLUME- toetsen (u/d) gelijktijdig circa vier seconden lang in. De indicator knippert tweemaal. 4 Gebruik de cijfertoetsen om de viercijferige code voor de tweede (en derde) videorecorder in te voeren. Zorg dat de indicator tweemaal knippert. Indien de indicator niet knippert, herhaal dan stap 3 en voer de code opnieuw in. 5 Druk op POWER (of een andere willekeurige toets) op de afstandsbediening om te controleren of u de juiste code hebt voorgeprogrammeerd. Indien de videorecorder niet met de afstandsbediening kan worden bediend, probeer het dan opnieuw door het invoeren van een andere code van dezelfde fabrikant.
0708V520RDS43-49_NL 1/31/1, 4:33 PM4849
Nederlands BASIC OPERATION GEAVANCEERDE BEDIENING APPENDIX INTRODUCTION PREPARATION Terugkeren naar de fabrieksinstellingen ■ Terugkeren naar de fabrikantcodes die in de fabriek zijn ingesteld voor alle functies van de keuzeschakelaar 1 Druk op de betreffende component-keuzetoets, maar niet op AMP(TUNER). 2 Druk beide VOLUME- toetsen (u/d) gelijktijdig circa vier seconden lang in. De indicator knippert tweemaal. 3 Voer als code het cijfer “9990” in. Zorg dat de indicator tweemaal knippert. VOORGEPROGRAMMEERDE AFSTANDSBEDIENING ■ Terugkeren naar de fabrikantcodes die in de fabriek zijn ingesteld voor een bepaalde functie van de keuzeschakelaar 1 Druk op de component- keuzetoets van de component waarvoor u weer de fabriekscode wilt gebruiken. 2 Druk beide VOLUME- toetsen (u/d) gelijktijdig circa vier seconden lang in. De indicator knippert tweemaal. 3 Voer als code het cijfer “0000” in. Zorg dat de indicator tweemaal knippert. De volgende fabrikantcodes zijn in de fabriek reeds ingesteld. Wij raden u aan alle fabrikantcodes die u hebt ingesteld in bovenstaande tabel op te schrijven. Component-keuzetoetsen Component Fabrikantcode Ingestelde component Ingestelde code TV Tv 0101 CBL/SAT Kabel-tv 0006 VCR Videorecorder 0002 DVD/LD Dvd-speler 0008 (YAMAHA dvd-spelers) CD Cd-speler 0005 (YAMAHA cd-spelers) TAPE/MD Md-recorder 0024 (YAMAHA md-recorder)
0708V520RDS43-49_NL 1/31/1, 4:33 PM4950
Nr. Programma (groep) Subprogramma Eigenschappen GELUIDSVELDPROGRAMMA Een digitale geluidsveldprocessor (DSP) gebaseerd op de nieuwste YAMAHA technologie is in dit apparaat ingebouwd. Hetis mogelijk diverse geluidsvelden weer te geven voor de bron waarnaar u luistert. Opmerking
- Ongeacht de naam van het DSP-programma en de eigenschappen vermeld in de onderstaande tabel, dient u het geluidsveldprogramma te kiezen dat het beste klinkt naar uw mening. Hifi DSP-programma’s ■ Voor audio bronnen: nr. 1 t/m 4 Nr. Programma (groep) Subprogramma EigenschappenEen grote ronde concertzaal met een rijk surroundeffect. Uitgesprokenweerkaatsingen vanuit alle richtingen benadrukken de uitbreidingen van het geluid.Het geluidsveld heeft een sterke presence en uw virtuele zitplaats in ongeveer in hetmidden, dichtbij het podium.Dit is het geluidsveld vooraan het podium van “The Bottom Line”, een beroemdejazzclub in New York. Er kunnen links en rechts 300 mensen zitten in een geluidsvelddat een realistisch geluid en een weerklinkende klank biedt.5CH STEREO2 JAZZ CLUB —Het ideale programma voor levendige, dynamische rockmuziek. De data voor ditprogramma werd opgenomen in de wildste rockclub in Los Angeles. De virtuelezitplaats van de luisteraar ligt linksmidden in de zaal.1 CONCERT HALL —4 ENTERTAINMENT DISCODit programma creëert de akoestische omgeving van een levendige disco in hetcentrum van een grote stad. Het geluid is ondoordringbaar en zeer geconcentreerd.Het wordt tevens gekarakteriseerd door een energierijk, “onmiddellijk” geluid.Door dit programma te gebruiken wordt het bereik van de luisterpositie vergroot. Ditis een geluidsveld dat geschikt is voor achtergrondmuziek op feestjes.3 ROCK CONCERT — Opmerking
- Geluidsweerkaatsingen (geluidseffecten) voor het bewerkstelligen van het geluidsveld en onbewerkte stereo via de linker en rechter hoofdluidsprekers wordt uitgevoerd. Het geluid wordt niet via de middenluidspreker uitgevoerd. (Het geluid wordt uitgevoerd wanneer één van deze programma’s is gekozen terwijl u een bron weergeeft waarvan het signaal is gecodeerd met Dolby Digital of DTS. Als 5CH STEREO is gekozen, wordt het geluid uitgevoerd via alle luidsprekers, ongeacht de ingangsbron.) CINEMA DSP-programma’s ■ Voor audiovisuele bronnen: nr. 4 t/m 6 4 ENTERTAINMENT GAME5 TV SPORTS —6 MONO MOVIE —Dit programma voegt een diep en ruimtelijk gevoel toe aan het geluid vanvideogames.Ondanks dat het presence-geluidsveld relatief klein is, maakt het surround-geluidsveld gebruik van de geluidsomgeving van een grote concertzaal. Ditprogramma is geschikt voor het kijken naar diverse soorten tv-programma’s, zoalsnieuwsprogramma’s, spelprogramma’s, muziekprogramma’s en sportprogramma’s. Ineen stereo-uitzending van een sportwedstrijd is de commentator in de middenpositiegeplaatst, en spreidt het gejuich en de atmosfeer in het stadium vanuit desurroundkant uit, terwijl de uitspreiding ervan naar achteren gepast beperkt isgehouden.Dit programma wordt geleverd om monovideobronnen (zoals oude films) weer tegeven. Het programma geeft de optimale trillingen weer om geluidsdiepte te creërendoor alleen gebruik te maken van het presence-geluidsveld.
Nr. GELUIDSVELDPROGRAMMA DOLBY DIGITAL/ NORMAL DTS DIGITAL SUR./NORMAL Analog, PCM, Dolby Digital in 2-kanalen Dit programma simuleert op een ideale manier de multisurround luidsprekersysteem van de 35-mm bioscopen. Dolby Pro Logic-decodering, Dolby Digital- decodering of DTS-decodering tezamen met digitale geluidsveldbewerking zorgen voor nauwkeurige effecten zonder de oorspronkelijke geluidsveldoriëntatie te veranderen. De surroundeffecten die door dit geluidsveld worden gecreëerd golven zich rond de luisteraar vanachteruit, naar links en rechts, en in de richting van het projectiescherm. Dolby Digital (5.1-kanalen) DTS Dolby Digital (5.1-kanalen) DTS 9 q/DTS SURROUND
ENHANCED De ingebouwde decoder geeft geluiden en geluidseffecten van bronnen exact weer. Het uiterst efficiënte decodeerproces verbetert overspraak en kanaalscheiding, en laat de geluidsplaatsing soepeler en nauwkeuriger verlopen. In dit programma wordt de digitale geluidsveldprocessor niet ingeschakeld. DTS ADVENTURE DGTL ADVENTURE Dit programma is ideaal voor het nauwkeurig weergeven van het geluidsontwerp van de nieuwste 70-mm films met multikanalen geluidssporen. Het geluidsveld is soortgelijk gemaakt aan de nieuwste bioscopen zodat de trillingen van het geluidsveld zelf zo veel mogelijk worden beperkt. Analog, PCM, Dolby Digital in 2-kanalen
it programma is voor het weergeven van geluiden van 70-mm films met multikanalen geluidssporen en wordt gekarakteriseerd door een zacht en uitgebreid geluidsveld. Het presence-geluidsveld is relatief smal. Het spreidt zich ruimtelijk uit in het rond en naar het projectiescherm, waardoor het echo-effect van conversaties wordt beperkt zonder verlies aan helderheid. Wat betreft het surround-geluidsveld, de harmonie van de muziek en het koor klinken prachtig in een brede ruimte achterin het geluidsveld. Dolby Digital (5.1-kanalen) DTS
MOVIE THEATER 2 ADVENTURE Analog, PCM, Dolby Digital in 2-kanalen Dolby Digital (5.1-kanalen) DTS GENERAL DGTL GENERAL DGTL SCI-FI 70 mm SCI-FI DGTL SPECTACLE 70 mm SPECTACLE Analog, PCM, Dolby Digital in 2-kanalen Programma (groep) Subprogramma Ingangsbron Eigenschappen MOVIE THEATER 1 SPECTACLE Analog, PCM, Dolby Digital in 2-kanalen Dolby Digital (5.1-kanalen) DTS SPECTACLE Dolby Digital (5.1-kanalen) DTS SCI-FI Dit programma creëert het extreem brede geluidsveld van een 70-mm bioscoop. Het geeft het brongeluid in detail exact weer, waardoor zowel het beeld- als het geluidsveld ongelooflijk realistisch worden. Dit programma is ideaal voor iedere soort videobron die is gecodeerd met Dolby Surround, Dolby Digital of DTS (met name grootschalige filmproducties). Dit programma geeft spraak en geluidseffecten helder weer in de nieuwste geluidsvorm van siencefictionfilms, waardoor een brede en uitbreidende filmruimte wordt gecreëerd middenin de stilte. U kunt nu kijken naar siencefictionfilms in een geluidsveld van virtuele ruimte, inclusief software dat is gecodeerd met Dolby Surround, Dolby Digital of DTS en dat gebruik maakt van de nieuwste technologie. DTS DTS 70 mm ADVENTURE 70 mm GENERAL DTS GENERAL PRO LOGIC/ ENHANCED Opmerkingen
- De “ x ” indicator gaat niet branden wanneer het subprogramma “NORMAL” van het q/DTS SURROUND-programma wordt gekozen.
- Wanneer “CENTER SP” op het INSTELMENU is ingesteld op NON, wordt door de middenluidspreker geen geluid voortgebracht.
- Het effectgeluid zal worden voortgebracht door de hoofdluidsprekers wanneer een monobron wordt weergegeven met CINEMA DSP- programmagroepen 4 (GAME) en 5 tot en met 8.
0709V520RDS50-52_NL 1/31/1, 4:33 PM5152
■ MOVIE THEATER 1 en 2 De meeste in de handel verkrijgbare filmsoftware heeft 4-kanalen (linker, midden, rechter en surround) geluidsinformatie dat gecodeerd is door Dolby Surround matrixbewerking en wordt opgeslagen op de linker en rechter sporen. Deze signalen worden door de Dolby Pro Logic-decoder verwerkt. De MOVIE THEATER-programma’s zijn speciaal ontworpen om de ruimtelijkheid en de delicate nuances van het geluid te doen herleven die verloren dreigen te gaan in de codeer- en decodeerprocessen. De 6-kanalen geluidssporen die op 70-mm film staan produceren een nauwkeurige geluidsveldplaatsing en een rijk, diep geluid zonder gebruik te maken van matrixbewerking. De MOVIE THEATER 70-mm programma’s van dit apparaat bieden dezelfde geluidskwaliteit en geluidsplaatsing als 6-kanalen geluidssporen. Voor een analoge, PCM, of Dolby Digital-gecodeerde ingangsbron in 2-kanalen Deze programma’s drukken een immens geluidsveld uit en een groot surroundeffect. Zij geven tevens diepte aan het geluid van de hoofdluidsprekers om het realistische geluid van een Dolby Stereo-bioscoop na te bootsen. 70 mm SPECTACLE 70 mm SCI-FI 70 mm ADVENTURE 70 mm GENERAL Met de ingebouwde Dolby Digital- of DTS-decoder haalt u de professionele geluidskwaliteit in huis die ontworpen is voor bioscopen. Met de MOVIE THEATER-programma’s van dit apparaat kunt u een dynamisch geluid creëren waarvan u in uw eigen luistervertrek het gevoel krijgt in een publieke bioscoop te zitten door gebruik van de Dolby Digital- of DTS- technologie. Voor een ingangsbron waarvan het signaal is gecodeerd met Dolby Digital (5.1-kanalen) of DTS (Tri-Field CINEMA DSP) Deze programma’s gebruiken YAMAHA’s driedelige DSP- bewerking van ieder van de Dolby Digital- of DTS-signalen voor de voor-, linker surround- en rechter surroundkanalen. Deze bewerking stelt dit apparaat in staat het immense geluidsveld en de enorme surroundexpressie na te bootsen van een Dolby Digital- of DTS-uitgeruste bioscoop, zonder de heldere scheiding van alle kanalen op te offeren. DGTL SPECTACLE DTS SPECTACLE DGTL SCI-FI DTS SCI-FI DGTL ADVENTURE DTS ADVENTURE DGTL GENERAL DTS GENERAL GELUIDSVELDPROGRAMMA
- Als een Dolby Digital-signaal of een DTS-signaal wordt ingevoerd terwijl de ingangsfunctie is ingesteld op AUTO, zal het DSP- programma automatisch worden omgeschakeld naar het geluidsveld voor Dolby Digital-weergave of voor DTS-weergave. Presence-DSP- geluidsveld Surround-DSP- geluidsveld Presence-DSP- geluidsveld Linker surround-DSP- geluidsveld Rechter surround-DSP- geluidsveld
0709V520RDS50-52_NL 1/31/1, 4:33 PM5253
Nederlands BASIC OPERATION ADVANCED OPERA TION AANHANGSELS INTRODUCTION PREPARATION Raadpleeg onderstaande tabel wanneer het apparaat niet op de juiste wijze werkt. Als het probleem dat u ondervindt niet in de tabel beschreven staat, of als de gegeven oplossing niet werkt, zet u het apparaat in de stand-bystand, trekt u de stekker van het netsnoer uit het stopcontact, en neemt u contact op met de dichtstbijzijnde erkende YAMAHA handelaar of het dichtstbijzijnde erkende YAMAHA servicecentrum. ■ Algemeen STORINGZOEKEN APPENDIX OorzaakOplossingZie blz.Het apparaat wordt nietingeschakeld wanneerop STANDBY/ON (of opPOWER) wordt gedrukt,of zet zichzelf spoedigna inschakelen in destand-bystand.Het netsnoer is niet op het apparaat aangeslotenof de stekker is niet geheel in het stopcontactgestoken.Sluit het netsnoer op de juiste wijze stevig aan. De IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar ophet achterpaneel van het apparaat is niet geheelin de linker of rechter stand gezet.Zet de schakelaar geheel in de linker of rechterstand terwijl het apparaat in de stand-bystandstaat. Het beveiligingscircuit is geactiveerd.Controleer dat alle luidsprekersnoeren op dejuiste wijze op dit apparaat en op alleluidsprekers zijn aangesloten, en dat de draadvan iedere aansluiting niets anders raakt dan debijbehorende aansluitpool.16, 17Er wordt geen geluid en/of beeld weergegeven.De kabels zijn niet op de juiste wijze op deingangs- of uitgangsaansluitingen aangesloten.Sluit de kabels op de juiste wijze aan. Als hetprobleem aanhoudt, is het mogelijk dat dekabels defect zijn.12 – 15Er is geen toepasselijke ingangsbron gekozen. Kies een toepasselijke ingangsbron met behulp van INPUT l / h of 6CH INPUT (of met behulp van de ingangsbron-keuzetoetsen). De luidsprekers zijn niet op de juiste wijzeaangesloten.Sluit de luidsprekers op de juiste wijze aan. 16, 17De te gebruiken hoofdluidsprekers zijn niet opde juiste wijze gekozen.Kies de hoofdluidspreker met behulp vanSPEAKERS A en/of B. Het volumeniveau is laag ingesteld. Verhoog het volumeniveau. 22Het geluid wordt gedempt. Druk op MUTE of op een willekeurigebedieningstoets van het apparaat om dedempingsfunctie uit te schakelen, en stel hetvolumeniveau in. Digitale signalen, anders dan PCM-audio-,Dolby Digital- of DTS-signalen, die dit apparaatniet kan weergeven worden in het apparaatingevoerd door een cd-rom, enz., weer te geven.Geef een bron weer waarvan dit apparaat designalen kan weergeven. Het beeld wordt nietweergegeven.De uitvoer en de invoer voor de video zijnaangesloten op verschillende soortenvideoaansluitingen.Sluit dezelfde soort aansluitingen(composietvideo, S-VIDEO- encomponentvideoaansluitingen) op elkaar aanvoor zowel invoer als uitvoer.14, 15Schakel het apparaat in en geef de bronnogmaals weer.De geluidsweergave valtplotseling weg.Controleer dat de IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar in de juiste stand is gezet en schakelvervolgens het apparaat in.De slaaptimer is in werking getreden. Het geluid wordt gedempt. Druk op MUTE of op een willekeurigebedieningstoets van het apparaat om dedempingsfunctie uit te schakelen, en stel hetvolumeniveau in.
Controleer dat de luidsprekerdraden elkaar nietraken en schakel vervolgens het apparaat in.Het beveiligingscircuit is geactiveerd als gevolgvan kortsluiting, enz.16, 17Alleen de luidsprekersaan één kant brengengeluid voort.De luidsprekersnoeren zijn niet op de juistewijze aangesloten.Sluit de luidsprekersnoeren op de juiste wijzeaan. Als het probleem aanhoudt, is het mogelijkdat de luidsprekersnoeren defect zijn.12 – 17Probleem
0710V520RDS53-60_NL 1/31/1, 4:33 PM5354
De effectluidsprekers brengen geen geluid voort. Het geluidseffect is uitgeschakeld. 25 Een Dolby Surround-, Dolby Digital- of DTS- decoderend DSP-programma wordt gebruikt voor een signaal dat niet is gecodeerd met Dolby Surround, Dolby Digital of DTS. Kies een ander DSP-programma. 50, 51 96-kHz-bemonsterde digitale signalen worden in dit apparaat ingevoerd.
De middenluidspreker brengt geen geluid voort. Het uitgangsniveau van de middenluidspreker is erg laag ingesteld. Verhoog het uitgangsniveau van de middenluidspreker.
“CENTER SP” op het INSTELMENU is ingesteld op NON. Stel de toepasselijke uitgangsfunctie van de middenluidspreker in.
Één van de hifi-DSP-programma’s 1 tot en met 4 is gekozen. 50, 51 De bron, die gecodeerd is met een Dolby Digital- of een DTS-signaal, bevat geen signaal voor het middenkanaal.
De achterluidsprekers brengen geen geluid voort. Het uitgangsniveau van de achterluidsprekers is erg laag ingesteld. Een bron wordt in mono weergegeven met behulp van programma 9. 50, 51 De subwoofer brengt geen geluid voort. “BASS OUT” op het INSTELMENU is ingesteld op MAIN terwijl een Dolby Digital- of DTS-signaal wordt weergegeven.
“BASS OUT” op het INSTELMENU is ingesteld op SWFR of MAIN terwijl een 2-kanalen bron wordt weergegeven.
De bron bevat geen lagetonensignalen (90 Hz of lager).
Kies de instelling SWFR of BOTH. Kies de instelling BOTH. Druk op EFFECT om het geluidseffect in te schakelen. Kies een ander DSP-programma. De lagetonenweergave is slecht. “BASS OUT” op het INSTELMENU is ingesteld op SWFR of BOTH terwijl uw luidsprekersysteem geen subwoofer heeft.
De uitgangsfunctie van één of enkele luidsprekers (hoofd-, midden- of achterluidspreker) op het INSTELMENU komt niet overeen met uw luidsprekersysteem. 36, 37 Oorzaak Oplossing Zie blz. Een bromgeluid wordt weergegeven. De kabels zijn niet op de juiste wijze aangesloten. 12–15Sluit de audiostekkers van de kabels stevig aan op de aansluitingen. Als het probleem aanhoudt, is het mogelijk dat de kabels defect zijn. Kies de instelling MAIN. Kies de juiste uitgangsfunctie voor iedere luidspreker aan de hand van de grootte van de luidsprekers in uw luidsprekersysteem. STORINGZOEKEN Probleem Verhoog het uitgangsniveau van de achterluidsprekers. Kies een ander DSP-programma.
0710V520RDS53-60_NL 1/31/1, 4:33 PM5455
Nederlands BASIC OPERATION ADVANCED OPERA TION AANHANGSELS INTRODUCTION PREPARATION Er is ruis van digitale of hogefrequentieapparatuur, of van dit apparaat. Het effect- en surroundgeluid kan niet worden opgenomen. Probleem Oorzaak Oplossing Zie blz. Het volumeniveau kan niet worden verhoogd, of het geluid is vervormd. De component die is aangesloten op de REC OUT-aansluitingen van dit apparaat is uitgeschakeld. Schakel de component in. — Het is niet mogelijk het effect- en surroundgeluid op te nemen op een opnamecomponent.
Een bron kan niet worden opgenomen door een digitale opnamecomponent die is aangesloten op de DIGITAL OUTPUT- aansluiting van dit apparaat. De broncomponent is alleen aangesloten op de analoge ingangsaansluitingen van dit apparaat. Sluit de broncomponent aan op de digitale ingangsaansluitingen van dit apparaat. 12–15 De instellingen van het INSTELMENU en enkele andere instellingen op dit apparaat kunnen niet worden veranderd. “9 MEM. GUARD” op het INSTELMENU is ingesteld op ON. Kies de instelling OFF. 39 Het apparaat werkt niet juist. De ingebouwde microcomputer is vastgelopen als gevolg van een elektrische schok van buitenaf (zoals bliksem of overmatige statische elektriciteit) of door een stroomvoorziening met een laag voltage. Trek de stekker uit het stopcontact en steek deze er na ongeveer 30 seconden vervolgens weer in.
De geluidsweergave verslechtert wanneer met de hoofdtelefoon op wordt geluisterd naar een tapedeck of cd- speler aangesloten op dit apparaat. Dit apparaat staat in de stand-bystand. Schakel dit apparaat in. — Het apparaat staat te dicht bij de digitale of hogefrequentieapparatuur. Plaats het apparaat verder weg van dergelijke apparatuur.
■ Tuner Probleem Oorzaak Oplossing Zie blz. De FM-stereo- ontvangst is slecht. De karakteristieken van FM-stereo- uitzendingen kunnen dit probleem veroorzaken wanneer het zendstation te ver weg ligt of de antennesignaalinvoer van slechte kwaliteit is. Controleer de antenneaansluitingen. Probeer de FM-stereo-ontvangst nogmaals met gebruik van een richtingsgevoelige FM-antenne van hoge kwaliteit.
Er is vervorming, en de FM-ontvangst is niet helder, zelfs niet met gebruik van een goede FM-antenne. Er treedt reflectievervorming op. Verander de positie van de antenne om de reflectievervorming op te heffen.
Er kan niet afgestemd worden op de gewenste FM- zender met behulp van automatisch afstemmen. Het signaal van de FM-zender is te zwak. Stem handmatig af. 27 Er kan niet meer afgestemd worden op reeds geprogrammeerde FM-voorkeurzenders. Het apparaat is zeer lange tijd uitgeschakeld geweest. Programmeer de FM-zenders opnieuw. 28 Er kan niet afgestemd worden op de gewenste AM- zender met behulp van automatisch afstemmen. Het signaal van de AM-zender is zwak of de aansluitingen van de AM-raamantenne zitten los. Draai de aansluitingen van de AM-raamantenne vast en plaats deze in de richting met de beste ontvangst.
Er zijn voortdurend kraaktonen en sisgeluiden. Deze storing is het gevolg van bliksem, tl-lampen, motoren, thermostaten en andere elektrische apparatuur. Gebruik een AM-buitenantenne en een goede aardleiding. Hierdoor kan een verbetering optreden, maar het is moeilijk alle ruis te voorkomen.
Er zijn zoemgeluiden en fluittonen (met name’s avonds). Een tv die dichtbij staat wordt gebruikt. Plaats dit apparaat verder weg van de tv. —
STORINGZOEKEN Stem handmatig af. Probleem ■ Afstandsbediening Oorzaak Zie blz. De afstandsbediening werkt niet op de juiste wijze. De afstand is te groot of de hoek is verkeerd. De afstandsbediening werkt binnen een maximale afstand van 6 meter tot het apparaat, en binnen een hoek van 30 graden uit de middellijn loodrecht op het voorpaneel.
Rechtstreeks zonlicht of verlichting (van een tl- lamp, enz.) valt op de afstandsbedieningssensor van dit apparaat. Stel het apparaat op een andere plaats op. 7 De batterijen zijn bijna leeg. Vervang alle batterijen door nieuwe batterijen. 3 Het apparaat of de andere component kan niet worden bediend. De component die u wilt bedienen is niet gekozen. Druk op de component-keuzetoets om de component te kiezen die u wilt bedienen. De afstandsbediening kan systeemcomponenten niet bedienen. De fabrikantcode is niet op de juiste wijze ingesteld. Stel de fabrikantcode nogmaals in. Afhankelijk van de fabrikant of het model, kunnen bepaalde componenten niet worden bediend met de afstandsbediening van dit apparaat, ondanks dat de fabrikantcode op de juiste wijze is ingesteld. Gebruik de afstandsbediening die oorspronkelijk met uw component is meegeleverd.
Probeer een andere fabrikantcode voor dezelfde fabrikant in te stellen. Oplossing Nadat dit apparaat is blootgesteld aan een sterke elektrische schok van buitenaf, zoals bliksem en sterke statische elektriciteit of als u de bediening van dit apparaat verkeerd uitvoert, is het mogelijk dat het apparaat niet meer juist werkt. In dergelijke gevallen zet u het apparaat in de stand-bystand, trekt u de stekker van het netsnoer uit het stopcontact, steekt u deze er na 30 seconden weer terug in, en begint u met de bediening van het apparaat.
Gebruik een richtingsgevoelige FM-antenne van hoge kwaliteit. Stem handmatig af.
- DIN standaarduitgangsvermogen [alleen model voor Europa] 1 kHz, 0,7% totale harmonische vervorming, 4 ohm ............... 105 W
- IEC uitgangsvermogen [alleen model voor Europa] 1 kHz, 0,06% totale harmonische vervorming, 8 ohm ............... 75 W
Hoofdtelefoonaansluiting (1 kHz, 150 mV, 8 ohm) ... 490 mV/390 ohm
- Netspanningsaansluitingen (maximaal 100 W totaal) [model voor Europa] ................................................... 2 (geschakeld) [model voor het U.K.] ................................................. 1 (geschakeld)
- De technische gegevens zijn onderhevig aan veranderingen zonder voorafgaande kennisgeving.
0710V520RDS53-60_NL 7/12/1, 10:08 AM5758
VERKLARENDE WOORDENLIJST ■ Dolby Surround Dolby Surround maakt gebruik van een analoog 4-kanalen opnamesysteem om realistische en dynamische geluidseffecten weer te geven: twee linker en rechter hoofdkanalen (stereo), een middenkanaal voor dialoog (mono), en een achterkanaal voor speciale geluidseffecten (mono). Het achterkanaal geeft geluid weer binnen een smal frequentiebereik. Dolby Surround wordt zeer veel gebruikt bij nagenoeg alle videocassettes en laserdisks, en tevens in veel tv- en kabeluitzendingen. De Dolby Pro Logic-decoder die in dit apparaat is ingebouwd, maakt gebruik van een digitaal signaalbewerkingssysteem dat automatisch het volumeniveau van ieder kanaal stabiliseert om de geluidseffecten en het richtingsgevoel te verbeteren. ■ Dolby Digital Dolby Digital is een digitaal surroundgeluidssysteem waarmee u volledig onafhankelijke multi-kanalen audio verkrijgt. Dolby Digital biedt u vijf audiokanalen met volledig bereik: drie voorkanalen (links, midden en rechts) en twee stereo achterkanalen. Met een extra kanaal speciaal voor lagetoneneffecten, genaamd LFE (Low Frequency Effect), heeft het systeem een totaal van 5.1-kanalen (LFE wordt als 0.1 kanaal gerekend). Door 2-kanalen stereo te gebruiken voor de achterkanalen, zijn nauwkeurigere bewegende geluidseffecten en surroundgeluidsomgeving mogelijk dan met Dolby Surround. Het brede dynamische bereik (van maximaal naar minimaal volumeniveau) dat wordt weergegeven door de vijf kanalen met volledig bereik, en de precieze geluidsplaatsing die door de digitale geluidsbewerking wordt verkregen, biedt de luisteraars een tot op heden ongekende opwinding en realisme. Met dit apparaat kan iedere geluidsomgeving, van mono tot en met een 5.1-kanalen configuratie, naar eigen inzicht worden gekozen. ■ DTS (Digital Theater Systems) Digital Surround DTS Digital Surround werd ontwikkeld ter vervanging van het analoge geluidsspoor van films met een 6-kanalen digitaal geluidsspoor, en wint nu snel aan populariteit in bioscopen over de hele wereld. Digital Theater Systems Inc. heeft een thuistheatersysteem ontwikkeld zodat u kunt genieten van de diepte van het geluid en de natuurlijke ruimtelijke werking van DTS Digital Surround bij u thuis. Dit systeem biedt nagenoeg vervormingsvrij, helder 6-kanalen geluid (technisch gesproken een linker, rechter en middenkanaal, twee achterkanalen, en een LFE 0.1-kanaal als subwoofer vormen het totaal van 5.1-kanalen). ■ LFE 0.1-kanaal Dit kanaal is voor het weergeven van superlagetonen. Het frequentiebereik van dit kanaal is 20 tot 120 Hz. Dit kanaal wordt als 0.1 kanaal gerekend omdat het slechts het lage frequentiebereik ondersteunt in vergelijking met het volledige bereik van de andere 5 kanalen in een Dolby Digital systeem of een DTS 5.1-kanalen systeem. ■ CINEMA DSP DIGITAL Aangezien de Dolby Surround- en DTS-systemen oorspronkelijk werden ontworpen voor gebruik in een bioscoop, merkt u hun effect het best in een bioscoop met veel luidsprekers die is ontworpen voor akoestische effecten. Aangezien de omstandigheden in uw huis, zoals vertrekgrootte, wandbebekledingsmateriaal, aantal luidsprekers, enz., enorm kan verschillen, is het onvermijdelijk dat er tevens verschillen in waargenomen geluid optreden. Aan de hand van een schat aan werkelijk gemeten gegevens, maakt YAMAHA CINEMA DSP gebruik van originele YAMAHA geluidsveldtechnologie en combineert de Dolby Pro Logic-, Dolby Digital- en DTS- systemen om u de visuele en audio-ervaring van een bioscoop te laten beleven in het luistervertrek van uw eigen huis. ■ SILENT CINEMA YAMAHA heeft een DSP-algoritme voor hoofdtelefoons ontworpen met een natuurlijk en realistisch geluidseffect. Parameters voor de hoofdtelefoon zijn ingesteld voor ieder geluidsveld zodat een nauwkeurige gewaarwording van alle geluidsvelden wordt verkregen met de hoofdtelefoon. ■ Virtual CINEMA DSP YAMAHA heeft een Virtual CINEMA DSP-algoritme ontworpen waarmee u in staat bent te genieten van surroundeffecten in een DSP-geluidsveld, zelfs zonder achterluidsprekers, door gebruik te maken van virtuele achterluidsprekers. Het is zelfs mogelijk naar Virtual CINEMA DSP te luisteren met een minimaal 2-luidsprekersysteem waarin geen middenluidspreker is opgenomen.
0710V520RDS53-60_NL 1/31/1, 4:33 PM5859
Nederlands BASIC OPERATION ADVANCED OPERA TION AANHANGSELS INTRODUCTION PREPARATION ■ S VIDEO-signaal Met het S-VIDEO-signaalsysteem wordt het videosignaal dat normaal gesproken wordt uitgestuurd met behulp van een penkabel, gescheiden en uitgestuurd als een Y-signaal voor de luminantie (helderheid) en een C-signaal voor de chrominantie (kleur) via de S VIDEO-kabel. Door gebruik te maken van de S VIDEO-aansluiting wordt voorkomen dat het videosignaal tijdens de overdracht aan kwaliteit verliest en wordt het mogelijk nog mooiere beelden op te nemen en weer te geven. ■ PCM (Lineair PCM) Lineair PCM is een signaalformaat waarbij een analoog audiosignaal wordt gedigitaliseerd, opgenomen en uitgestuurd zonder enige compressie. Dit wordt gebruikt als opnamemethode voor de audio van cd’s en dvd’s. Het PCM- systeem gebruikt een techniek voor het bemonsteren van de grootte van het analoge signaal per zeer kleine tijdseenheid. PCM, voluit Puls Code Modulatie, heet zo omdat het analoge signaal wordt gecodeerd als pulsen en vervolgens gemoduleerd voor opname. ■ Bemonsteringsfrequentie en aantal gekwantificeerde bits Bij het digitaliseren van een analoog audiosignaal wordt het aantal keren per seconde dat het signaal wordt bemonsterd de bemonsteringsfrequentie genoemd, terwijl de mate van nauwkeurigheid waarmee het geluidsniveau in een numerieke waarde wordt omgezet, het aantal gekwantificeerde bits wordt genoemd. Het frequentiebereik dat kan wordt weergegeven wordt bepaald door de bemonsteringsfrequentie, terwijl het dynamische bereik, dat het verschil in geluidsniveau aangeeft, wordt bepaald door het aantal gekwantificeerde bits. Over het algemeen, hoe hoger de bemonsteringsfrequentie, hoe breder het bereik van de frequenties die kunnen worden weergegeven, en hoe hoger het aantal gekwantificeerde bits, hoe nauwkeuriger het geluidsniveau kan worden weergegeven. ■ I/O ASSIGN (ingangsbronnen toewijzen) (INSTELMENU) Ondanks dat componenten normaal gesproken worden aangesloten overeenkomstig de namen van de aansluitingen aangegeven op het achterpaneel, is dit apparaat uitgerust met een functie die aansluitingen toewijst aan de hand van de aangesloten componenten. Als de aangesloten component anders is dan de componentnaam aangegeven voor de digitale ingangs-/uitgangsaansluitingen van dit apparaat, is het mogelijk aansluitingen toe te wijzen aan de hand van de aangesloten componenten. Hiermee is het mogelijk de toewijzing van de aansluiting te veranderen en effectief meer componenten aan te sluiten. VERKLARENDE WOORDENLIJST
Notice-Facile