YAMAHA DSPE800 - Ontvanger

DSPE800 - Ontvanger YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DSPE800 YAMAHA in PDF-formaat.

📄 254 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice YAMAHA DSPE800 - page 218
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : YAMAHA

Model : DSPE800

Categorie : Ontvanger

Download de handleiding voor uw Ontvanger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DSPE800 - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DSPE800 van het merk YAMAHA.

GEBRUIKSAANWIJZING DSPE800 YAMAHA

1. Lees deze handleiding nauwkeurig door om de best

mogelijke resultaten te verkrijgen. Bewaar deze handleiding op een veilige plaats voor toekomstige referentie.

2. Installeer het apparaat op een koele, droge, schone

plaats — niet in de buurt van ramen, warmtebronnen of op plaatsen die onderhevig zijn aan trillingen of op buitengewoon stoffige, warme, koude of vochtige plaatsen. Plaats het apparaat niet in de buurt van mogelijke storingsbronnen (zoals transformators of motoren). Stel het apparaat niet bloot aan regen of vocht, om het risico van brand of een elektrische schok te voorkomen.

3. Open nooit de behuizing van dit apparaat. Raadpleeg

uw handelaar indien er een vreemd voorwerp in het apparaat terechtgekomen is.

4. Oefen nooit overmatige kracht uit op de schakelaars

en regelaars of op de aansluitkabels. Bij het verplaatsen van het apparaat dient u eerst de stekker van het netsnoer uit het stopcontact te verwijderen en de verbindingen van de kabels met overige apparatuur los te maken. Trek nooit aan de kabels zelf.

5. De openingen in de behuizing zorgen ervoor dat het

apparaat goed geventileerd wordt. Indien deze openingen geblokkeerd worden, zal de temperatuur binnen in het apparaat snel toenemen. Plaats daarom geen voorwerpen tegen deze openingen en installeer het apparaat op een goed geventileerde plaats om brand en beschadiging te voorkomen. Zorg dat u aan de achterkant van het apparaat een ruimte van ten minste 20 cm vrijlaat, aan beide zijkanten 20 cm, en boven het bovenpaneel 30 cm, om brand en beschadiging te voorkomen.

6. De gebruikte spanning dient gelijk te zijn aan die

welke op dit apparaat staat aangegeven. Gebruik van dit apparaat met een hogere spanning dan die welke is aangegeven is gevaarlijk en kan brand of andere ongevallen tot gevolg hebben. YAMAHA stelt zich niet verantwoordelijk voor enigerlei vorm van beschadiging die het gevolg is van het gebruik van dit apparaat met een andere dan de voorgeschreven spanning.

7. Digitale signalen die door dit apparaat worden

opgewekt kunnen storing veroorzaken in overige componenten zoals tuners, ontvangers of televisietoestellen. Plaats dit apparaat verder van dergelijke componenten vandaan indien er blijk is van storing.

8. Zet de VOLUME-regelaar steeds op “m” alvorens u

begint met het afspelen van de audiobron; laat het volume geleidelijk tot het gewenste niveau toenemen nadat het afspelen begonnen is.

9. Probeer nooit het apparaat te reinigen met behulp

van een chemisch reinigingsmiddel, aangezien hierdoor de afwerking beschadigd kan worden. Gebruik een schone, droge doek.

10. Alvorens te concluderen dat uw apparaat defect is,

dient u eerst het hoofdstuk “FOUTOPSPORING” door te lezen.

11. Wanneer u het apparaat gedurende een langere

periode niet gaat gebruiken (bijv. bij vakantie, enz.), dient u altijd de stekker uit het stopcontact te trekken.

12. Trek tijdens onweer de stekker van het netsnoer van

uit het stopcontact om schade als gevolg van blikseminslag te voorkomen.

13. Aarding of polarisatie — Er dienen maatregelen

genomen te worden om te voorkomen dat de aarding of de polarisatie van een apparaat ongedaan gemaakt wordt.

14. Wisselstroom-uitgang

Sluit geen audio-apparatuur aan op de wisselstroom- uitgang op het achterpaneel, indien deze apparatuur meer stroom nodig heeft dan de nominale capaciteit waarin deze uitgang kan voorzien. Dit apparaat blijft aangesloten op de netspanning zolang de stekker ervan nog in het stopcontact zit, ook al wordt het apparaat zelf uitgeschakeld. Deze toestand wordt de standby-modus genoemd. In deze toestand zal het apparaat een zeer kleine hoeveelheid stroom verbruiken. Alleen voor klanten in Nederland Bij dit produkt zijn batterijen geleverd. Wanneer deze leeg zijn, moet u ze niet weggooien maar inleveren als KCA. 0701E800_NL 5/18/0, 3:56 PM2N-1 NederlandsBASISBEDIENINGGEAVANCEERDE BEDIENINGADDENDUMINLEIDING VOORBEREIDINGINLEIDING BIJZONDERHEDEN Met de DSP-E800 kunt u genieten van het geavanceerdesurroundgeluid van een 5.1-kanaals systeem door dit aan tesluiten op uw bestaande hoofdversterker. Ingebouwde 3-kanaals vermogensversterking ◆ Minimaal RMS-uitgangsvermogen (Totale harmonische vervorming 0,06%, 20 Hz – 20 kHz) Midden: 70 W (8 Ω) Achter: 70 W + 70 W (8 Ω) Digitale geluidsveldverwerking met meerdere functies ◆ Digitale geluidsveldprocessor (DSP) ◆ Dolby Pro Logic-decoder ◆ Dolby Digital-decoder ◆ DTS-decoder ◆ CINEMA DSP: Combinatie van YAMAHA DSP- technologie en Dolby Pro Logic, Dolby Digital of DTS Overige functies ◆ 96 kHz/24-bits D/A-omzetter ◆ SET MENU met 12 onderdelen waarmee u dit apparaat optimaal kunt aanpassen aan uw audio- en videosysteem ◆ Testtoongenerator om de luidsprekerbalans gemakkelijker te kunnen instellen ◆ 6-kanaals externe decoder-ingang voor andere toekomstige formaten ◆ Mogelijkheid voor S Video signaal-ingang/uitgang ◆ 3 optische/2 coaxiale digitale signaal- ingangsaansluitingen ◆ SLEEP-timer ◆ Afstandsbediening Bedieningstips worden aangegeven door het symbool y.• Wanneer toetsen op dit apparaat en de afstandsbedieningin deze Gebruiksaanwijzing samen vermeld worden,worden deze in beginsel vermeld in de volgorde“toetsnaam (toetsnaam op afstandsbediening)”. INHOUD INLEIDING BIJZONDERHEDEN .................................................. 1 INHOUD ....................................................................... 1

VOORBEREIDINGEN ............................................... 2BEDIENINGSORGANEN EN HUN FUNCTIES .... 4

  • VOORBEREIDING OPSTELLING VAN DE LUIDSPREKERS p. 7
  • AANSLUITINGEN p. 8
  • AFSTELLING VAN DELUIDSPREKERBALANS p. 14
  • BASISBEDIENING AFSPELEN VAN EEN BRON p. 16
  • EFFECT VAN DIGITALEGELUIDSVELDPROCESSOR (DSP) p. 20
  • OPNEMEN VAN EEN BRON OP TAPE, MD OFVIDEOCASSETTE p. 21
  • GEAVANCEERDE BEDIENING GELUIDSVELDPROGRAMMA p. 22
  • SET MENU p. 25
  • VERTRAGINGSTIJD EN LUIDSPREKER-UITGANGSNIVEAUS p. 29
  • DE SLEEP-TIMER p. 31
  • ADDENDUM FOUTOPSPORING p. 32
  • SPECIFICATIES Vervaardigd in licentie van DolbyLaboratories. “Dolby”, “Pro Logic” en hetdubbele D-symbool zijn handelsmerken vanDolby Laboratories. Vertrouwelijkeonuitgegeven werken. ©1992–1997 DolbyLaboratories Inc. Alle rechten voorbehouden.Gefabriceerd onder licentie van Digital Theater Systems, Inc.US Pat. No. 5,451,942 en overige wereldwijde patentengeregistreerd en in aanvraag. “DTS”, “DTS Digital Surround”zijn handelsmerken van Digital Theater Systems, Inc.Auteursrecht 1996 Digital Theater Systems, Inc. Alle rechtenvoorbehouden. 0702E800_01-06_NL 5/18/0, 3:56 PM1N-2 VOORBEREIDINGEN Afstandsbediening Batterijen (R6) Plaatsing van de batterijen in de afstandsbediening 1 Leg de afstandsbediening op zijn kop en schuif het deksel van het batterijvak in de richting van het pijltje. 2 Plaats de batterijen (R6) met de polen op de juiste plaats in het batterijvak. 3 Sluit het deksel van het batterijvak. Vernieuwen van de batterijen Wanneer de afstandsbediening alleen nog maar werkt wanneer deze dicht bij het apparaat wordt gehouden, zijn de batterijen zwak. Vernieuw de batterijen. Opmerkingen p. 35
  • Gebruik voor het vernieuwen uitsluitend batterijen van het type R6.
  • Zorg dat de polen van de batterijen op de juiste plaats zitten. (Ziede markeringen in het batterijvak.)• Verwijder de batterijen indien u de afstandsbediening lange tijdniet denkt te gebruiken.• Indien de batterijen lekken, gooi deze dan onmiddellijk weg.Vermijd aanraking van het gelekte materiaal en laat het niet inaanraking komen met kleding e.d. Alvorens u nieuwe batterijengaat plaatsen, dient u het batterijvak grondig te reinigen. Controleren van de inhoud van de verpakking Controleer na het uitpakken of de volgende onderdelen aanwezig zijn: POWERPROGRAM /DTS SUR.

CINEMA DSP DOLBYDIGITALDIGITALSURROUND Gebruik van de afstandsbediening De afstandsbediening verzendt infrarode signalen naar de infrarode sensor. Houd de afstandsbediening tijdens gebruik daarom altijd in de richting van de infrarode sensor. Indien de sensor is afgedekt of er zich tussen de afstandsbediening en sensor een groot obstakel bevindt, kunnen de signalen niet door de sensor worden ontvangen. Wanneer de sensor wordt blootgesteld aan direct zonlicht of aan fel kunstlicht (zoals een fluorescerende lamp of stroboscooplamp), bestaat de kans dat de signalen niet goed door de sensor worden ontvangen. In dit geval dient u de lamp of het apparaat zodanig te verplaatsen dat het licht niet meer direct op de sensor schijnt. Opmerkingen

  • Ga voorzichtig met de afstandsbediening om.
  • Mors geen water, thee of andere vloeistoffen op de afstandsbediening.
  • Laat de afstandsbediening niet vallen.
  • Bewaar de afstandsbediening niet op de volgende plaatsen: – plaatsen met een hoge vochtigheid of temperatuur, zoals in de nabijheid van een verwarming, fornuis of bad; – plaatsen met veel stof; en – plaatsen met een extreem lage temperatuur. Afstands- bedienings- sensor Gebruiken binnen een bereik van circa 6 m VOORBEREIDINGEN 0702E800_01-06_NL 5/18/0, 3:56 PM3N-4

BEDIENINGSORGANEN EN HUN FUNCTIES

Voorpaneel 1 STANDBY/ON Druk op deze toets om het apparaat in te schakelen of in de standby-modus te zetten. Alvorens u het apparaat inschakelt, zet u VOLUME op “m”. Standby-modus In deze modus verbruikt het apparaat zeer weinig stroom, net voldoende om de infrarode signalen van de afstandsbediening te kunnen ontvangen. 2 Afstandsbedieningssensor Hiermee worden de signalen van de afstandsbediening ontvangen. 3 Display Hierop wordt allerhande informatie weergegeven. (Zie blz. 5 voor bijzonderheden.) 4 INPUT MODE Druk op deze toets om de gewenste ingangsfunctie te kiezen: AUTO, DTS en ANALOG voor de DVD/LD, D-TV en CBL/SAT. 5 INPUT SELECTOR Draai deze keuzeschakelaar om de ingangsbron (TUNER, CD, VCR, CBL/SAT, D-TV, DVD/LD) te kiezen waarnaar u wilt luisteren of kijken. De gekozen ingangsbron wordt met een pijltje aangegeven op het display. 6 VOLUME Deze regelaar wordt gebruikt om het volume te verhogen of te verlagen. 7 SET MENU +/– Druk op deze toetsen om de instellingen bij SET MENU te veranderen. 8 NEXT Druk op deze toets om bij SET MENU het gewenste onderdeel te kiezen. Bij gebruikmaking van SET MENU werkt deze toets als op de afstandsbediening.

9 TAPE/MD MON / 6CH INPUT

Druk op deze toets om een tape of een MD af te spelen. Op het display gaat de indicatie “TAPE/MD MONITOR” branden. Wanneer u de toets opnieuw indrukt, verdwijnt de indicatie “TAPE/MD MONITOR” en verschijnt “6CH INPUT” op het display. U kunt dan luisteren naar een geluidsbron die is aangesloten op de 6CH INPUT- aansluitingen. 0 EFFECT Druk op deze toets om de effectluidsprekers (midden en achter) in of uit te schakelen. Wanneer u tijdens het afspelen van een met Dolby Digital en DTS gecodeerde geluidsbron deze effectluidsprekers uitschakelt, worden de signalen van het midden- en achterkanaal uitgevoerd via de rechter en linker hoofdluidspreker. In dat geval bestaat de kans dat de uitgangsniveaus van de rechter en linker luidsprekers niet met elkaar overeenstemmen. q PROGRAM-keuzetoets Druk op l of h om een DSP-programma te kiezen wanneer de effectluidsprekers (midden en achter) zijn ingeschakeld. De naam van het gekozen programma verschijnt op het display.

Display 1 t indicatie De “t” indicatie gaat branden wanneer de ingebouwde DTS-decoder wordt ingeschakeld. 2 Multi-informatiedisplay Hierop wordt allerhande informatie weergegeven, zoals de naam van het gekozen DSP-programma en de verschillende instellingen die met SET MENU zijn gemaakt. 3 Ingangsbron-indicaties Het pijltje van de gekozen ingangsbron gaat branden. 4 TAPE/MD MONITOR-indicatie Deze indicatie gaat branden wanneer als ingangsbron het tapedeck of de MD-recorder e.d. is gekozen door indrukken van TAPE/MD MON / 6CH INPUT (of TAPE/MD). 5 g en o indicaties “ g ” gaat branden wanneer de ingebouwde Dolby Digital-decoder is ingeschakeld. “ o ” gaat branden wanneer de ingebouwde Dolby Pro Logic- decoder is ingeschakeld. 6 x indicatie “ x ” gaat branden wanneer de ingebouwde digitale geluidsveldprocessor is ingeschakeld. 7 DSP-programma-indicatie De betreffende indicatie gaat branden wanneer DSP- programma nr. 2 of 3, of het subprogramma “ENHANCED” van nr. 1, is gekozen. 8 SLEEP-indicatie Deze indicatie gaat branden wanneer de ingebouwde SLEEP-timer geactiveerd is. DIGITALPRO LOGIC DSP

1 POWER Bij elke druk op deze toets wordt het apparaat respectievelijk ingeschakeld of in de standby-modus gezet. 2 TEST Druk op deze toets om voor de afzonderlijke luidsprekers de testtoon te genereren. 3 l (naar links), h (naar rechts) Deze toetsen worden gebruikt voor het instellen van de functies SET MENU en TIME/LEVEL. 4 TIME/LEVEL Druk op deze toets om de onderdelen van de TIME/LEVEL- functie te kiezen. 5 6CH INPUT Druk op deze toets om de bron te kiezen die is aangesloten op de 6CH INPUT-aansluitingen. 6 SLEEP Druk op deze toets om de SLEEP-timer in te stellen. 7 PROGRAM-keuzetoetsen Deze toetsen worden gebruikt om een DSP-programma te kiezen. 8 EFFECT Druk op deze toets om de effectluidsprekers (midden en achter) uit te schakelen.

(volgende), (vorige) Druk op deze toetsen om in SET MENU en in de TIME/ LEVEL-modus één selectie vooruit of achteruit te gaan. 0 SET MENU Druk op deze toets om de onderdelen van SET MENU te kiezen. q Ingangskeuzetoetsen Deze toetsen worden gebruikt om de ingangsbron te kiezen. CD: Om een CD af te spelen TUNER: Om naar een FM- of AM-uitzending te luisteren TAPE/MD: Om een tape of MD af te spelen DVD/LD: Om een DVD of LD af te spelen D-TV: Om naar een TV-uitzending te kijken VCR: Om een videocassette af te spelen CBL/SAT: Voor het kijken naar kabel-TV of satellietuitzendingen w MUTING Druk op deze toets om het geluid te dempen. Om de demping ongedaan te maken, drukt u nogmaals op deze toets. e VOLUME +/– Deze toetsen worden gebruikt om het volume in te stellen. +: Om het volume te verhogen –: Om het volume te verlagen POWERPROGRAM /DTS SUR.

OPSTELLING VAN DE LUIDSPREKERS

Opstelling van de luidsprekers Bij het plaatsen van de luidsprekers dient u de onderstaandeafbeelding te raadplegen. Te gebruiken luidsprekers Dit apparaat is ontworpen voor het weergeven van de bestegeluidsveld-kwaliteit met een 5-luidsprekersysteem via hetgebruik van hoofdluidsprekers, achterluidsprekers en eenmiddenluidspreker. Indien u voor uw systeem gebruikmaaktvan verschillende merken luidsprekers (met verschillendeklankkenmerken), is de kans aanwezig dat de klanken vaneen ontroerende menselijke stem en andere soorten geluidniet soepel in elkaar overvloeien. Wij bevelen u aan omgebruik te maken van luidsprekers van één en dezelfdefabrikant of luidsprekers met dezelfde klankkwaliteit.De hoofdluidsprekers worden gebruikt voor de weergavevan het hoofd-brongeluid plus de effectklanken. Dit zullenwaarschijnlijk de luidsprekers van uw huidigestereosysteem zijn. De achterluidsprekers worden gebruiktvoor de weergave van de effect- en surround-klanken en demiddenluidspreker wordt gebruikt voor de middenklanken(dialoog, zang, enz.). Indien het om een bepaalde reden nietpraktisch is om een middenluidspreker te gebruiken, kan hetsysteem ook zonder deze luidspreker worden gebruikt. Debeste resultaten worden echter verkregen met gebruik vanhet volledige systeem.De hoofdluidsprekers dienen modellen te zijn met een hogevermogenscapaciteit welke voldoende is voor deverwerking van het maximumvermogen van uwgeluidssysteem. De overige luidsprekers hoeven niet gelijkte zijn aan de hoofdluidsprekers. Voor een nauwkeurigelokalisering is het echter ideaal om gebruik te maken vanmodellen met hoge capaciteit die in staat zijn om degeluiden voor de middenluidspreker en achtersteluidsprekers over het volle bereik weer te geven. ■ Gebruikmaking van een subwoofer voor uitbreiding van uw geluidsveld U kunt uw systeem ook nog verder uitbreiden doortoevoeging van een subwoofer. Gebruikmaking van eensubwoofer is niet alleen effectief voor het versterken van delage tonenfrequenties van één of alle kanalen, maar ookvoor een natuurgetrouwe weergave van het LFE (lagefrequentieëffect)-geluid tijdens het afspelen van een metDolby Digital of DTS gecodeerde bron. Het YAMAHAActive Servo Processing Subwoofer System is ideaal voorhet weergeven van natuurlijke, levendige lage tonen.Hoofd-luidspreker (L) MiddenluidsprekerHoofdluidspreker (R)SubwooferAchterluidspreker (L) Achterluidspreker (R) 1,8 m ■ Hoofdluidsprekers Plaats de rechter en linker hoofdluidspreker op gelijke afstandvan de ideale luisterpositie. De afstand van elke luidsprekertot elke kant van de TV-monitor dient hetzelfde te zijn. ■ Achterluidsprekers Plaats deze luidsprekers achter uw luisterpositie, enigszins naarbinnen gericht, op een hoogte van bijna 1,8 m van de vloer. ■ Middenluidspreker Breng de voorkant van de middenluidspreker op één lijnmet de voorkant van uw TV-monitor. Plaats de luidsprekerzo dicht mogelijk bij de monitor, zoals recht boven of onderde monitor of precies tussen de hoofdluidsprekers. Opmerking

  • Wanneer de middenluidspreker niet in gebruik is, wordt het geluidvan het middenkanaal weergegeven via de rechter en linkerhoofdluidspreker. In dat geval dient u voor “CENTER SP” in SETMENU altijd de positie NONE te kiezen. (Zie blz. 26 voorbijzonderheden.) ■ Subwoofer De positie van de subwoofer is minder belangrijk omdat delage basklanken niet bijzonder richtingsgevoelig zijn. Het isechter beter om de subwoofer bij de hoofdluidsprekers teplaatsen. Draai de subwoofer enigszins naar het midden vande kamer om weerkaatsing van de muren te voorkomen. LET OP Bepaalde typen luidsprekers veroorzaken storing in hetTV-beeld. Indien dit probleem zich voordoet, zet deluidsprekers dan verder weg van de monitor. Indien demiddenluidspreker of subwoofer echter beslist bij de TV-monitor moet worden geplaatst, gebruik dan magnetischbeschermde luidsprekers.VOORBEREIDING 0703E800_07-15_NL 5/18/0, 3:56 PM7N-8 6CH INPUTEXTERNALDECODERMAIN IN

REAR CENTER: 8ΩMIN./SPEAKER: 8ΩMIN./SPEAKERAC OUTLETSWITCHED100W MAX. LET OP Maak eerst alle aansluitingen en steek pas daarna de stekker van dit apparaat en andere componenten in het stopcontact. Wanneer u dit apparaat aansluit op andere componenten, zorg er dan voor dat alle aansluitingen correct worden uitgevoerd, dus L (links) op L, R (rechts) op R, “+” op “+” en “–” op “–”. Bepaalde componenten moeten op een andere manier worden aangesloten en de aansluitingen hebben soms andere namen. Raadpleeg ook de handleidingen van de verschillende componenten die u op dit apparaat wilt aansluiten. Indien u beschikt over andere YAMAHA-audiocomponenten (zoals een tapedeck, MD-recorder en CD-speler of -wisselaar) met op de achterkant de nummers

$, enz., kunnen de aansluitingen gemakkelijk tot stand worden gebracht door de aansluitingen van elke component aan te sluiten op de aansluitingen met hetzelfde nummer op dit apparaat. YAMAHA gebruikt dit nummeringssysteem voor al haar producten. Gebruik RCA-penstekkerkabels voor het aansluiten van audio- en videocomponenten met de uitzondering die verderop wordt beschreven. De ingangs- en uitgangsaansluitingen voor penstekkers kunt u als volgt onderscheiden: Geel videosignalen (combinatie)Wit analoge audiosignalen voor het linker kanaalRood analoge audiosignalen voor het rechter kanaalcoaxiale digitale signalen Nadat alle aansluitingen gemaakt zijn, dient u deze opnieuw te controleren om ervan verzekerd te zijn dat ze correct zijn uitgevoerd. AANSLUITINGEN Alvorens componenten aan te sluiten (Modellen voor Europa) Aansluiting van een audiocomponent (blz. 9) Aansluiting van een videocomponent (blz. 10 en 11) Aansluiting op een externe decoder (blz. 9) Aansluiting van luidsprekers (blz. 11) Aansluiting van de netsnoeren (blz. 13) V V C C

LINE IN L R OUTPUT L R LINE OUT L R OUTPUT L R Aansluiting van een audiocomponent AANSLUITINGEN Zorg dat u het rechter kanaal (R), linker kanaal (L), invoer (IN) en uitvoer (OUT) goed aansluit. Tuner CD-speler Analoog signaal Signaalstroom Tapedeck of MD-recorder

Aansluiting op een externe decoder Dit apparaat is voorzien van extra 6-kanaals audiosignaal- ingangsaansluitingen om signalen van een externe decoder te kunnen invoeren in dit apparaat. Zet de EXTERNAL DECODER/MAIN IN-schakelaar in de stand EXTERNAL DECODER. Verbind de 6-kanaals audiosignaal- uitgangsaansluitingen van de decoder met de 6CH INPUT- aansluitingen van dit apparaat. LET OP De EXTERNAL DECODER/MAIN IN-schakelaar mag alleen in een andere stand worden gezet wanneer dit apparaat zich in de standby-modus bevindt. Opmerkingen

  • Wanneer er een bron wordt gekozen die met deze aansluitingen is verbonden, kan de digitale geluidsveldprocessor niet worden gebruikt.
  • De instellingen van “CENTER SP”, “REAR SP”, “MAIN SP” en “BASS OUT” in SET MENU hebben geen effect op een bron die met deze aansluitingen is verbonden. De instelling van “MAIN LVL” heeft wel effect. (Zie blz. 26 en 27 voor bijzonderheden.)
  • De instelling van het uitgangsniveau van de middenluidspreker, achterluidsprekers en subwoofer heeft alleen effect wanneer de gekozen ingangsbron met deze aansluitingen is verbonden. (Zie. blz. 29 voor bijzonderheden.) Externe decoder EXTERNAL

Aansluiting van een videocomponent ■ Audiosignaal-aansluitingen Zorg dat u het rechter kanaal (R), linker kanaal (L), invoer (IN) en uitvoer (OUT) goed aansluit. Opmerking

  • Maak ook de videoaansluitingen.

Digitale audiosignaal-aansluitingen Indien u beschikt over een DVD/LD-speler, TV/digitale TV of kabel-TV/satelliettuner e.d. die zijn voorzien van coaxiale of optische digitale signaal-uitgangsaansluitingen, kunt u deze aansluitingen verbinden met de COAXIAL en/ of OPTICAL digitale signaal-ingangsaansluitingen van dit apparaat. Om een aansluiting te maken tussen de optische digitale signaal-aansluitingen, verwijdert u het deksel van elke aansluiting en sluit u deze op elkaar aan door gebruikmaking van een in de handel verkrijgbare optische vezelkabel die voldoet aan de EIA-normen. De kans bestaat dat andere kabels niet goed werken. Bij het onderling met elkaar verbinden van de digitale signaal-aansluitingen dient u de componenten aan te sluiten op de gelijknamige analoge audiosignaal-aansluitingen van dit apparaat aangezien een digitaal signaal niet kan worden opgenomen door een op dit apparaat aangesloten tapedeck, MD-recorder of videorecorder. Opmerkingen

  • Bevestig altijd de deksels wanneer de OPTICAL-aansluitingen niet gebruikt worden om deze te beschermen tegen stof.
  • Indien uw LD-speler is voorzien van een Dolby Digital RF- signaal-uitgangsaansluiting, gebruik dan altijd de RF-demodulator (los verkrijgbaar).
  • Indien u de Dolby Digital RF-signaal-uitgangsaansluiting van uw LD-speler rechtstreeks verbindt met de COAXIAL DVD/LD digitale signaal-ingangsaansluiting van dit apparaat, is er geen geluid te horen.
  • Het ingangssignaal van de DVD/LD- of CBL/SAT- ingangsaansluitingen wordt gekozen met de volgende prioriteit, met de ingangsfunctie ingesteld op AUTO: COAXIAL- aansluiting

Analoge aansluiting. Zie blz. 18 voor nadere bijzonderheden.

  • Alle digitale signaalingangsaansluitingen zijn van toepassing op bemonsteringsfrequenties van 32 kHz, 44,1 kHz, 48 kHz en 96 kHz. (Zie blz. 19 voor 24-bits digitale signalen voor een bemonsteringsfrequentie van 96 kHz.) ■ Videosignaalaansluitingen (combinatie) Indien de videoapparatuur niet is voorzien van S- videoaansluitingen, kan deze worden verbonden met de VIDEO-aansluitingen op dit apparaat. Zorg dat u de ingangen (IN) en uitgangen (OUT) goed aansluit. Opmerkingen
  • Maak ook de audioaansluitingen.
  • Indien er videosignalen verzonden worden naar zowel de S VIDEO-ingangsaansluitingen als naar de combinatie- ingangsaansluitingen, zullen de signalen naar hun respectievelijke uitgangsaansluitingen verzonden worden. AANSLUITINGEN TV/digitale TV DVD/LD-speler Kabel-TV/ satelliettuner Videorecorder DVD/LD D–TV CBL/SAT VCR

■ S VIDEO-aansluitingen Indien uw videocomponenten zijn voorzien van “S” (hoge resolutie)-videoaansluitingen, kunnen deze worden aangesloten op de S VIDEO-aansluitingen van dit apparaat. Zorg dat u de ingang (IN) en uitgang (OUT) op de juiste wijze aansluit. Opmerkingen

  • Gebruik een speciale S VIDEO-kabel (in de handel verkrijgbaar) voor de S VIDEO-aansluiting.
  • Indien er videosignalen verzonden worden naar zowel de S VIDEO-ingangsaansluitingen als naar de combinatie- ingangsaansluitingen, zullen de signalen naar hun respectievelijke uitgangsaansluitingen verzonden worden. AANSLUITINGEN DVD/LD-speler Kabel-TV/ satelliettuner TV-monitor Videorecorder TV/digitale TV IMPEDANC

L R Achterluidsprekers Rechts Links Middenluidspreker Rechts Links Subwoofer- systeem Aansluiting van luidsprekers en de externe versterker LET OP

  • Gebruik luidsprekers met een impedantie die overeenkomt met de voorgeschreven impedantie welke op de achterkant van dit apparaat vermeld staat.
  • Pas op dat de blootgelegde luidsprekerkabels niet met elkaar in aanraking komen, en ook niet met metalen delen van dit apparaat. Hierdoor kunnen dit apparaat en/of de luidsprekers beschadigd raken. Basisaansluiting Voor het aandrijven van de hoofdluidsprekers moet er op dit apparaat een 2-kanaals versterker worden aangesloten. Zorg dat u het rechter kanaal (R), linker kanaal (L), “+” (rood) en “–” (zwart) goed aansluit. Indien de aansluitingen verkeerd zijn, komt er geen geluid uit de luidsprekers en indien de polariteit van de luidsprekeraansluitingen verkeerd is, klinkt het geluid onnatuurlijk en ontbreekt het basgeluid. ■ Aansluiting van een 2-kanaals versterker Sluit de ingangsaansluitingen van een 2-kanaals vermogensversterker aan op de MAIN OUTPUT- aansluitingen van dit apparaat. Wanneer u de AUX- ingangsaansluitingen van de externe versterker aansluit op de MAIN OUTPUT-aansluitingen van dit apparaat, dient u het volume van de externe versterker in te stellen op een waarde van circa –16 dB tot –18 dB. ■ Aansluiting van een achterluidsprekersysteem Sluit een achterluidsprekersysteem aan op de REAR SPEAKER (SURROUND)-uitgangsaansluitingen van dit apparaat.

Aansluiting van een middenluidspreker Sluit een middenluidspreker aan op de CENTER SPEAKER-uitgangsaansluitingen van dit apparaat. ■ Aansluiting van een subwoofersysteem Sluit de ingangsaansluiting van een subwoofersysteem aan op de SUBWOOFER OUTPUT-aansluiting van dit apparaat. S video signaal Signaalstroom 2-kanaals vermogensversterker Hoofdluidspreker Hoofdluidspreker 0703E800_07-15_NL 5/18/0, 3:57 PM11N-12 ■ Luidsprekerkabels 1 Verwijder ongeveer 10 mm van de isolatie van elke luidsprekerkabel. 2 Draai de blootgelegde draden van de kabel ineen om kortsluiting te voorkomen. ■ Aansluiting van de REAR- en CENTER SPEAKERS-aansluitingen 1 Draai de knop los. 2 Steek één blootgelegde draad in de opening aan de zijkant van elke aansluiting. 3 Draai de knop weer vast om de draad vast te klemmen.AANSLUITINGEN Overige aansluitingen ■ Gebruik van dit apparaat als Dolby Digital- of DTS-decoder Sluit de OUTPUT-aansluitingen (MAIN, REAR, CENTERen SUBWOOFER) van dit apparaat aan op de EXTERNALDECODER- of 6 CHANNEL-ingangsaansluitingen van deexterne versterker. ■ Ontvangst van het meerkanaals signaal van andere apparatuur 1 Zet de EXTERNAL DECODER/MAIN IN- schakelaar in de stand EXTERNAL DECODERalvorens u dit apparaat inschakelt. 2 Sluit de OUTPUT-aansluiting van de externe versterker aan op de 6CH INPUT-aansluitingenvan dit apparaat. 3 Druk herhaald op TAPE/MD MON / 6CH INPUT (of eenmaal op 6CH INPUT) totdat “6CHINPUT” op het display verschijnt.• Het signaal van het hoofdkanaal wordt uitgevoerdnaar de MAIN OUTPUT-aansluitingen.• Het algehele volumeniveau wordt geregeld door deDSP-E800. ■ Gebruik van dit apparaat als vermogensversterker 1 Zet de EXTERNAL DECODER/MAIN IN- schakelaar in de stand MAIN IN alvorens u ditapparaat inschakelt. 2 Druk herhaald op TAPE/MD MON / 6CH INPUT (of eenmaal op 6CH INPUT) totdat “6CHINPUT” op het display verschijnt.• De DSP-E800 wordt gezien als 3-kanaalsvermogensversterker. Voor het aansluiten kangebruik worden gemaakt van de REAR L-, REAR R-en CENTER-aansluitingen.• De volumeregeling van dit apparaat wordtgenegeeerd.10 mmRood: positief (+)Zwart: negatief (–)

REAR CENTER: 8ΩMIN./SPEAKER: 8ΩMIN./SPEAKERAC OUTLETSWITCHED100W MAX.IMPEDANCE SELECTOR IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar WAARSCHUWING De instelling van de IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar mag alleen worden gewijzigd wanneer de stroomtoevoer naar dit apparaat is uitgeschakeld, aangezien dit apparaat anders kan worden beschadigd. Indien dit apparaat bij indrukken van STANDBY/ON (of POWER) niet wordt ingeschakeld, is de kans aanwezig dat de IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar aan één van beide kanten niet volledig is ingesteld. In dat geval moet u de schakelaar in de standby-modus aan één van beide kanten volledig instellen. Kies de linker of rechter stand overeenkomstig de impedantie van uw luidsprekersysteem. Verplaats deze schakelaar alleen wanneer dit apparaat zich in de standby-modus bevindt. Aansluiting van de netsnoeren Nadat u alle aansluitingen hebt gemaakt, steekt u de stekker van het netsnoer in het stopcontact (netspanning). Indien u dit apparaat lange tijd niet denkt te gebruiken, trek dan de stekker uit het stopcontact. ■ AC OUTLET (SWITCHED) (NETSPANNINGSAANSLUITING) Modellen voor Verenigd Koninkrijk en Europa ..................................................... 1 netspanningsaansluiting Gebruik deze aansluitingen om de netsnoeren van uw overige componenten aan te sluiten op dit apparaat. De stroomtoevoer naar de netspanningsaansluiting (AC OUTLET) wordt geregeld door STANDBY/ON (of POWER) van dit apparaat. Deze netspanningsaansluitingen voorzien alle componenten van netspanning zodra dit apparaat ingeschakeld wordt. Het maximale vermogen (het totale stroomverbruik van de componenten) dat aangesloten kan worden op de netspanningsaansluiting (AC OUTLET), bedraagt 100 Watt. AANSLUITINGEN (Modellen voor Europa) SWITCHED (Modellen voor Europa) Naar stopcontact IMPEDANCE SELECTOR (Impedantie- keuzeschakelaar)

CENTER: 4ΩMIN./SPEAKER: 4ΩMIN./SPEAKER

REAR CENTER: 8ΩMIN./SPEAKER: 8ΩMIN./SPEAKERAC OUTLETSWITCHED100W MAX.IMPEDANCE SELECTOR Schakelstanden Luidsprekers Impedantie Links Achter De impedantie van elke luidsprekers dient 4 Ω of hoger te zijn. Midden De impedantie dient 4 Ω of hoger te zijn. Rechts Achter De impedantie van elke luidsprekers dient 8 Ω of hoger te zijn. Midden De impedantie dient 8 Ω of hoger te zijn. 0703E800_07-15_NL 5/18/0, 3:57 PM13N-14 1 Zet VOLUME in de stand “m”. 2 Schakel het apparaat in. 3 Druk op TEST. “TEST LEFT” verschijnt op het display. 4 Verhoog het volume. U hoort dan een testtoon (een korte ping) vanuit de linker hoofdluidspreker, vervolgens uit de middenluidspreker, daarna de rechter hoofdluidspreker, de rechter achterluidspreker en tenslotte de linker achterluidspreker. Elke testtoon duurt circa twee seconden. Het display verandert zoals hieronder is aangegeven. Opmerkingen

  • Indien de testtoon niet te horen is, verlaag dan het volume, zet hetapparaat in de standby-modus en controleer deluidsprekeraansluitingen.• Indien de testtoon bij de middenluidspreker niet te horen is,controleer dan de instelling van “CENTER SP” in SET MENU. Via deze procedure kunt u met behulp van de ingebouwde testtoon-generator de balans tussen de hoofd-, midden- en achterluidsprekers afstellen. Het uitgangsniveau van het geluid dat vanuit de luisterpositie gehoord wordt, zal dan bij elke luidspreker hetzelfde zijn. Dit is belangrijk voor een optimale werking van de digitale geluidsveldprocessor, de Dolby Pro Logic-decoder, de Dolby Digital-decoder en de DTS-decoder. De afstelling van het uitgangsniveau van de verschillende luidsprekers dient te geschieden vanuit de luisterpositie met behulp van de afstandsbediening. Nadat u het uitgangsniveau van alle luidsprekers hebt afgesteld, controleert u vanuit uw luisterpositie met behulp van VOLUME +/– of de afstellingen naar wens zijn.

0703E800_07-15_NL 5/18/0, 3:57 PM14N-15 Nederlands BASIC OPERATION ADVANCED OPERA TION APPENDIX INTRODUCTION VOORBEREIDING 5 Druk het benodigde aantal keren op TIME/LEVEL om de luidspreker te kiezen die u wilt afstellen. “CENTER” (midden), “R SUR.” (achter R) of “L SUR.” (achter L) verschijnt op het display. 6 Druk op h om het niveau te verhogen, en op l om het niveau te verlagen.

  • Stel het uitgangsniveau van het geluid uit de middenluidspreker en de achterluidsprekers zodanig af dat dit bijna hetzelfde is als bij de hoofdluidsprekers.
  • Tijdens het afstellen is bij de gekozen luidspreker de testtoon te horen. 7 Wanneer u klaar bent met afstellen, druk dan op TEST. “TEST OFF” verschijnt op het display en de testtoon stopt. Opmerking
  • Wanneer voor “CENTER SP” in SET MENU de stand NONE is gekozen, kan bij stap 6 het uitgangsniveau van het geluid uit de middenluidspreker niet worden afgesteld. Dit komt omdat bij deze functie het geluid uit het middenkanaal automatisch via de rechter en linker hoofdluidsprekers wordt weergegeven.
  • Wanneer u klaar bent met afstellen, kunt u alleen het algehele geluidsniveau van uw geluidsinstallatie instellen door gebruikmaking van VOLUME (of VOLUME +/–).
  • Indien er uit de middenluidspreker en de achterluidsprekers onvoldoende geluid komt, kunt u het geluidsniveau van de hoofdluidspreker verlagen door “MAIN LVL” in SET MENU in te stellen op “–10 dB”. (Zie blz. 27 voor bijzonderheden.)

LEVEL DSP TEST 0703E800_07-15_NL 5/18/0, 3:57 PM15N-16 1 Zet VOLUME in de stand “m”. 2 Schakel het apparaat in. 3 Kies de gewenste ingangsbron met INPUT SELECTOR (of de ingangskeuzetoetsen). (Stel de TV-monitor in op het afspelen van videobronnen.) De naam van de gekozen ingangsbron verschijnt een ogenblik en het pijltje van de gekozen ingangsbron gaat branden op het display. a. Om als bron een tape of MD te kiezen Druk op TAPE/MD MON / 6CH INPUT (of TAPE/ MD) zodat de indicatie “TAPE/MD MONITOR” op het display gaat branden. b. Om een bron te kiezen die is verbonden met de 6CH INPUT-aansluitingen Druk het benodigde aantal keren op TAPE/MD MON / 6CH INPUT (of 6CH INPUT) totdat “6CH INPUT” op het display verschijnt. Opmerkingen

  • Wanneer de indicatie “TAPE/MD MONITOR” brandt of wanneer“6CH INPUT” op het display verschijnt, kan er geen andereaudiobron worden afgespeeld, behalve een tape/MD-bron of eenbron die is verbonden met de 6CH INPUT-aansluitingen. Om metINPUT SELECTOR (of de ingangskeuzetoetsen) een andereingangsbron te kiezen, doet u als volgt:– Druk tweemaal op TAPE/MD MON / 6CH INPUT (of eenmaalop TAPE/MD) om de indicatie “TAPE/MD MONITOR” uit teschakelen.– Druk eenmaal op TAPE/MD MON / 6CH INPUT (of 6CHINPUT) om “6CH INPUT” uit te schakelen.• Wanneer de indicatie “TAPE/MD MONITOR” brandt en u eenvideobron kiest en afspeelt, resulteert dit in het beeld van devideobron en het geluid van de audiobron die is verbonden met deTAPE/MD IN (PLAY).• Wanneer “6CH INPUT” op het display wordt aangegeven, kan ergeen videobron worden gekozen. Indien u wilt luisteren naar eenaudiobron van een externe decoder die is verbonden met de 6CHINPUT-aansluitingen en tegelijkertijd wilt kijken naar eenvideobron, kiest u eerst een videobron en daarna kiest u de brondie is verbonden met de 6CH INPUT-aansluitingen. Voor de bronnen DVD/LD, D-TV en CBL/SAT wordt ook dehuidige ingangsfunctie aangegeven. Zie blz. 18 voorbijzonderheden over de ingangsfunctie.

AFSPELEN VAN EEN BRON

Voorpaneel Voorpaneel Afstandsbediening

4 Speel de bron af. Raadpleeg hiervoor de gebruiksaanwijzing van de broncomponent. 5 Stel het volume in op het gewenste uitgangsniveau. 6 Gebruik de digitale geluidsveldprocessor. Zie blz. 20.

AFSPELEN VAN EEN BRON

■ Om het geluid te dempen Druk op MUTING op de afstandsbediening zodat “MUTE ON” op het display verschijnt. Om de dempingsfunctie uit te schakelen, drukt u opnieuw op MUTING zodat “MUTE OFF” korte tijd op het display verschijnt. ■ Wanneer u klaar bent met het gebruik van dit apparaat Druk op STANDBY/ON (of POWER) om dit apparaat in de standby-modus te zetten. ■ BGV (Achtergrondvideo)-functie Met de BGV-functie kunt u een videobeeld van een videobron combineren met het geluid van een audiobron. (Zo kunt u bijvoorbeeld luisteren naar klassieke muziek terwijl u naar een video zit te kijken.) Deze functie kan alleen worden gebruikt met de afstandsbediening. Begin met het afspelen van een videobron en kies daarna een audiobron door indrukken van de betreffende ingangskeuzetoets op de afstandsbediening. Indien u de audiobron kiest door gebruikmaking van INPUT SELECTOR op het voorpaneel, zal de BGV-functie niet werken. VOLUME

0704E800_16-20_NL 5/18/0, 3:57 PM17N-18 Ingangsfunctie (voor DVD/LD, D-TV en CBL/SAT als bron) Met dit apparaat kunt u de ingangsfunctie wijzigen voor bronnen die zowel digitale als analoge signalen naar dit apparaat verzenden. De ingangsfuncties AUTO, DTS en ANALOG zijn aanwezig. Wanneer u dit apparaat inschakelt, staat de ingangsfunctie voor de DVD/LD-bron altijd op AUTO, en die voor de D- TV of CBL/SAT is ingesteld overeenkomstig “TV INPUT” en “CBL INPUT” in het SET MENU. (Zie blz. 28 voor bijzonderheden.) ■ AUTO Met deze functie wordt het ingangssignaal automatisch gekozen in de onderstaande volgorde van prioriteit:

1. Digitaal ingangssignaal gecodeerd met Dolby Digital of

  • Indien digitale signalen worden ingevoerd via zowel deOPTICAL- als de COAXIAL-aansluitingen, wordt het digitalesignaal van de COAXIAL-aansluiting gekozen. ■ DTS Met deze functie wordt alleen het met DTS gecodeerde signaal gekozen, zelfs wanneer er op datzelfde tijdstip andere signalen worden ingevoerd. ■ ANALOG Met deze functie wordt alleen het analoge ingangssignaal gekozen, zelfs wanneer er op datzelfde tijdstip een digitaal signaal wordt ingevoerd. Kies deze functie wanneer u het analoge ingangssignaal wilt gebruiken in plaats van het digitale ingangssignaal.

AFSPELEN VAN EEN BRON

■ Wijzigen van de ingangsfunctie Druk het benodigde aantal keren op INPUT MODE (of de ingangskeuzetoets die u hebt ingedrukt om de ingangsbron op de afstandsbediening te kiezen) totdat de gewenste ingangsfunctie op het display wordt weergegeven. Opmerkingen

  • Voor het afspelen van een met Dolby Digital gecodeerde DVD/LD als bron zet u de ingangsfunctie op AUTO.• Indien de ingangsfunctie voor de bron is ingesteld op AUTO,bepaalt dit apparaat automatisch het soort signaal van de bron.Indien dit apparaat een Dolby Digital- of DTS-signaal vaststelt,schakelt de decoder automatisch in de juiste stand en wordt er5.1-kanaals geluid weergegeven.• In de volgende situatie wordt de geluidsweergave bij bepaaldeLD- en DVD-spelers soms onderbroken: De ingangsfunctie staatop AUTO. Tijdens het afspelen van de met Dolby Digital of DTSgecodeerde disc wordt er gezocht naar de bron. Vervolgens wordthet afspelen van de disc hervat. De geluidsweergave wordtkortstondig onderbroken omdat opnieuw het digitale signaal werdgekozen.• Voor de bronnen CD, TUNER, TAPE/MD en VCR kan deingangsfunctie niet worden gewijzigd omdat hiervoor alleenanaloge signalen worden gebruikt.• Wanneer DVD/LD, D-TV of CBL/SAT als bron wordt gekozen ofwanneer de ingangsfunctie wordt gewijzigd, verschijnt debetreffende ingangsfunctie op het display.INPUT MODECD TUNER TAPE

■ Opmerkingen betreffende het afspelen van een met DTS gecodeerde bron

  • Indien “DATA ERROR” op het display verschijnt terwijl er een met DTS gecodeerde LD wordt afgespeeld, stop dan met afspelen en schakel de LD-speler uit en vervolgens weer in.
  • Indien de digitale uitvoergegevens van de speler op een of andere manier bewerkt zijn, kan het DTS-signaal in sommige gevallen niet worden gedecodeerd, zelfs niet wanneer u tussen dit apparaat en de LD-speler een digitale aansluiting tot stand brengt.
  • Indien u een met DTS gecodeerde LD afspeelt en de ingangsfunctie op ANALOG zet, hoort u de ruis van een onbewerkt DTS-signaal. Wanneer u een DTS-bron wilt afspelen, dient u de bron te verbinden met de digitale ingangsaansluiting en de ingangsfunctie op AUTO of DTS te zetten.
  • Indien u een met DTS gecodeerde bron afspeelt en de ingangsfunctie op AUTO zet, zal er eerst kortstondig ruis te horen zijn omdat het apparaat op dat moment bezig is met het vaststellen van het DTS-signaal en het activeren van de DTS- decoder. Dit is geen defect en kan worden vermeden door de ingangsfunctie van tevoren op DTS in te stellen. Wanneer u doorgaat met het afspelen van een met DTS gecodeerde bron terwijl de ingangsfunctie nog op AUTO staat, schakelt dit apparaat automatisch over op de functie “DTS-decodering” om te voorkomen dat er bij bediening in de toekomst opnieuw ruis optreedt. (De indicatie “t” gaat branden op het display.) Onmiddellijk nadat het afspelen van een met DTS gecodeerde bron is beëindigd, gaat de indicatie “t” knipperen. Zolang deze indicatie knippert, kan er alleen een met DTS gecodeerde bron worden afgespeeld. Indien u spoedig een normale PCM-bron wilt afspelen, dient u de ingangsfunctie weer op AUTO te zetten.

AFSPELEN VAN EEN BRON

■ Opmerkingen betreffende het afspelen van een LD

  • Bepaalde audio- en videocomponenten, zoals een LD-speler, sturen via hun analoge en digitale aansluitingen verschillende audiosignalen uit. Wijzig de ingangsfunctie naar vereiste.
  • Indien de LD-speler signalen op een niet-normale manier verzendt, kan het Dolby Digital- of DTS-signaal niet door dit apparaat worden herkend. In dat geval schakelt de decoder automatisch over op PCM of analoog.
  • Indien de LD geen digitaal geluidsspoor bevat, verbind dan de LD-speler met de analoge aansluitingen en zet de ingangsfunctie op AUTO of ANALOG.
  • Indien u tijdens het afspelen van een met Dolby Digital gecodeerde disc op de LD-speler overschakelt van de pauze- of hoofdstuk-verder-functie naar de functie voor normaal afspelen, is in sommige gevallen kortstondig het PCM- of analoge geluid te horen voordat het Dolby Digital-geluid wordt afgespeeld. ■ Opmerkingen betreffende het digitale signaal De digitale ingangsaansluiting van dit apparaat kan ook 24- bits digitale signalen met een bemonsteringsfrequentie van 96 kHz verwerken. (Hiervoor dient u gebruik te maken van een bron die geschikt is voor het verwerken van ook 24-bits digitale signalen met een bemonsteringsfrequentie van 96 kHz en de speler in te stellen op het uitvoeren van digitale signalen. Zie de gebruiksaanwijzing van de speler.) Wanneer in dit apparaat 24-bits digitale signalen met een bemonsteringsfrequentie van 96 kHz worden ingevoerd, dient u rekening te houden met de volgende punten:

1. De volgende indicatie verschijnt op het display:

2. Er kunnen geen DSP-programma’s worden gekozen. Het

geluid wordt alleen via de rechter en linker hoofdluidsprekers als normaal 2-kanaals stereogeluid weergegeven.

3. De vertragingstijd en het uitgangsniveau van de

luidsprekers kunnen niet worden ingesteld. DVD/LD D–TV VCR TUNER CBL/SAT 0704E800_16-20_NL 5/18/0, 3:57 PM19N-20 EFFECT VAN DIGITALE GELUIDSVELDPROCESSOR (DSP) Een DSP-programma kiezen U kunt uw luisterervaring uitbreiden door een DSP-programma te kiezen. Zie blz. 22 tot 24 voorbijzonderheden over de verschillende programma’s. 1 Zorg dat de effectluidsprekers (midden en achter) en subwoofer zijn ingeschakeld. 2 Druk het benodigde aantal keren op PROGRAM l of h (of op één van de PROGRAM-keuzetoetsen) om het gewensteprogramma te kiezen.De naam van het gekozen programma verschijnt op hetdisplay. Desgewenst kunt u ook de vertragingstijd en het uitgangsniveau vande verschillende luidsprekers afstellen. (Zie blz. 29 en 30 voorbijzonderheden.)Opmerkingen• U kunt voor elke ingangsbron een DSP-programma kiezen. Zodrau een programma hebt gekozen, wordt dit gekoppeld aan deingangsbron die op dat moment is gekozen. Wanneer u dus deeerstvolgende keer de betreffende ingangsbron kiest, wordtautomatisch hetzelfde programma gekozen.• Bij het afspelen van een mono-geluidsbron met PRO LOGIC/Normal of PRO LOGIC/ENHANCED komt er geen geluid uit dehoofdluidsprekers en de achterluidsprekers. Er komt alleen geluiduit de middenluidspreker. Indien “CENTER SP” in SET MENUechter is ingesteld op NONE, wordt het geluid van hetmiddenkanaal weergegeven via de hoofdluidsprekers.• Wanneer er een bron wordt gekozen die is verbonden met de 6CHINPUT-aansluitingen van dit apparaat, kan de digitalegeluidsveldprocessor niet worden gebruikt.• Wanneer er in dit apparaat zeer snelle 24-bits digitale signalen meteen bemonsteringsfrequentie van 96 kHz worden ingevoerd, kaner geen DSP-programma worden gekozen en wordt het geluidalleen via de rechter en linker hoofdluidsprekers als normaal 2-kanaals stereogeluid weergegeven. Annuleren van het geluidseffect (uitschakelen van de effectluidsprekers) Druk op EFFECT om het geluidseffect teannuleren en alleen naar het geluid uit dehoofdluidsprekers te luisteren.Druk nogmaals op EFFECT om het geluidseffect weerin te schakelen.Opmerkingen• Indien u tijdens het decoderen van Dolby Digital of DTS hetgeluidseffect uitschakelt, worden de geluiden van het midden- enachterkanaal met elkaar vermengd en via de hoofdluidsprekersweergegeven.• Wanneer u het geluidseffect uitschakelt terwijl Dolby Digital ofDTS gedecodeerd wordt, kan het gebeuren dat het geluid slechtszwak of niet normaal wordt weergegeven, al naar gelang de bron.In dergelijke gevallen moet u het geluidseffect weer inschakelen.Naam van DSP-programmaPROGRAMPRO LOGIC DSP MOVIE THEATER 2 DVD/LD D–TV VCR TUNER

0704E800_16-20_NL 5/18/0, 3:57 PM20N-21 NederlandsBASISBEDIENINGADVANCED OPERATION APPENDIXINTRODUCTION PREPARATION OPNEMEN VAN EEN BRON OP TAPE, MD OF VIDEOCASSETTE De instellingen en andere bedieningen voor opnemenkunnen worden uitgevoerd op het tapedeck, de MD-recorderof de videorecorder. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing vande betreffende component. 1 Zet VOLUME in de stand “m”. 2 Kies de bron die u wilt opnemen. 3 Begin met het opnemen op het tapedeck, de MD-recorder of videorecorder dat op ditapparaat is aangesloten. 4 Begin met het afspelen van de bron en draai het volume omhoog om de ingangsbron tecontroleren. Wanneer u voor het opnemen gebruikmaakt van een tapedeck ofMD-recorder, kunt u desgewenst meeluisteren naar de geluiden dieworden opgenomen. Druk hiervoor op TAPE/MD MON / 6CHINPUT (of TAPE/MD). Opmerkingen

  • Het DSP-programma en de instelling van VOLUME zijn niet vaninvloed op het opgenomen materiaal.• Gecombineerde video- en S-videosignalen worden onafhankelijkvan elkaar door de videoketens van dit apparaat gezonden.Wanneer u videosignalen opneemt of kopieert en uw videobron isaangesloten om alleen een S-videosignaal (of alleen eengecombineerd videosignaal) voort te brengen, kunt u daarom ookalleen een S-videosignaal (of alleen een gecombineerd signaal) opuw videorecorder opnemen.• Van een bron die alleen door middel van de digitale aansluitingenmet dit apparaat is verbonden, kunnen geen opnamen wordengemaakt op een tapedeck, MD-recorder of videorecorder die opdit apparaat is aangesloten.• Van een bron die door middel van de 6CH INPUT-aansluitingenmet dit apparaat is verbonden, kunnen geen opnamen wordengemaakt.• Bij het opnemen van platen, CD’s, radio e.d. dient u rekening tehouden met de auteurswetten in uw land. Het opnemen vanauteursrechtelijk beschermd materiaal kan in strijd zijn met deauteurswetten.Bij het kijken naar videobanden waarvan de signalenvervormd of gecodeerd zijn om ongeoorloofd kopiëren tevoorkomen, is de kans aanwezig dat deze signalen vaninvloed zijn op het beeld zelf.AfstandsbedieningVoorpaneel VoorpaneelVoorpaneel AfstandsbedieningVOLUME

0705E800_21_NL 5/18/0, 3:57 PM21N-22 GELUIDSVELDPROGRAMMA In dit apparaat is een geavanceerde digitale geluidsveldprocessor (DSP) met meerdere programma’s ingebouwd. Met deze processor kunt u van zowel audio- als videobronnen de vorm van het geluidsveld op elektronische wijze uitbreiden en wijzigen en daarmee de ruimte waarin u luistert zodanig veranderen dat u het gevoel krijgt alsof u in een bioscoop of concertzaal zit. U kunt een uitstekend geluidsveld tot stand brengen door het kiezen van een geschikt DSP-programma (dit zal uiteraard afhankelijk zijn van hetgeen u beluistert). Wanneer u een CINEMA DSP programma kiest, wordt een van de ingebouwde decoders (Dolby Pro Logic, Dolby Digital en DTS) ingeschakeld overeenkomstig het type signalen dat op de weergegeven bron is opgenomen. Hieronder volgt een korte beschrijving van de geluidsvelden die door de verschillende DSP-programma’s tot stand gebracht worden. Houd daarbij in gedachte dat de meeste van deze programma’s exacte digitale reproducties van werkelijk bestaande akoestische omgevingen zijn.

  • De ingangsbron die in de onderstaande tabel vermeld staat bij de programma’s 4 t/m 8 is de ingangsbron die voor het betreffende programma het meest geschikt is.
  • Kies het DSP-programma dat volgens u het beste klinkt, ongeacht de naam en de beschrijving die hieronder van het betreffende programma worden gegeven. ■ Voor film- of audio- en videobronnen (Programma Nr.1 t/m Nr.5: CINEMA DSP programma’s) Nr. PROGRAMMA SUBPROGRAMMA BIJZONDERHEDEN 1 q/DTS SURROUND TEST TIME
  • DSP: 2 (surround links, rechts) Dit programma is ideaal voor het nabootsen van de multi-surround-luidsprekersystemen van een 35 mm bioscoop. De Dolby Pro Logic-, Dolby Digital- en DTS-decoderingen en digitale geluidsveldverwerkingsfuncties worden exact uitgevoerd, zonder verandering van de oorspronkelijke geluidsoriëntatie. Het surround-effect dat door dit geluidsveld tot stand gebracht wordt, breidt zich op natuurlijke wijze rondom de kijker uit, van achteren naar rechts en links en in de richting van het scherm. [1] PRO LOGIC/Normal ( o )
  • DSP: — De ingebouwde Dolby Pro Logic-, Dolby Digital- of DTS-decoder reproduceert exact het geluid en effect van een met Dolby Surround, Dolby Digital of DTS gecodeerde bron. Door het tot stand brengen van een uiterst efficiënt decoderingsproces worden overspraak en kanaalscheiding verbeterd en wordt het geluid soepeler en nauwkeuriger gepositioneerd. In dit programma wordt de digitale geluidsveldprocessor niet ingeschakeld. GEAVANCEERDE BEDIENING 0706E800_22-24_NL 5/18/0, 3:57 PM22N-23 Nederlands BASISBEDIENING GEAVANCEERDE BEDIENING APPENDIXINTRODUCTION PREPARATION Nr. PROGRAMMA SUBPROGRAMMA BIJZONDERHEDEN 2 MOVIE THEATER 1 3 MOVIE THEATER 2 [1] 70 mm SPECTACLE ( ox)
  • DSP: 3 (aanwezigheidseffect + surround links, rechts) Dit programma wordt gebruikt om het uiterst brede geluidsveld van een bioscoop tot stand te brengen. Het geluid van de bron wordt exact gereproduceerd, waardoor zowel het videobeeld als het geluidsveld ongelooflijk realistisch overkomen. Dit programma is ideaal voor elke videobron die met Dolby Surround, Dolby Digital of DTS gecodeerd is (met name grootschalige filmproducties). [1] 70 mm ADVENTURE ( ox )
  • DSP: 3 (aanwezigheidseffect + surround links, rechts) Dit programma is ideaal voor exacte weergave van het geluid van de nieuwste films met meerdere geluidssporen. Het geluidsveld wordt zodanig aangepast dat het lijkt op dat van de nieuwste bioscopen waarbij de weerkaatsingen van het geluidsveld zelf zoveel mogelijk worden teruggedrongen. De gegevens voor het geluidsveld van een operagebouw worden gebruikt voor de aanwezigheid aan de voorkant waardoor het driedimensionele gevoel van het geluidsveld wordt benadrukt terwijl de dialoog precies op het scherm wordt gericht. Door gebruikmaking van de gegevens voor het geluidsveld van een concertzaal op het surround-geluidsveld worden krachtige weerkaatsingen tot stand gebracht. U kunt vol genot kijken naar actie, avonturenfilms, enz. met een sterke aanwezigheid. [4] 70 mm GENERAL ( ox )
  • DSP: 3 (aanwezigheidseffect + surround links, rechts) Dit programma wordt gebruikt voor weergave van de geluiden van een film met meerdere geluidssporen. Het wordt gekenmerkt door een zacht en uitgebreid geluidsveld. Aan de voorkant is het geluidsveld betrekkelijk smal. Het geluid breidt zich uit naar alle kanten en in de richting van het scherm. Hierdoor wordt het echo-effect van gesprekken teruggedrongen zonder dat dit ten koste gaat van de helderheid. Voor het surround-geluidsveld klinkt de harmonie van muziek of koorzang prachtig in een brede ruimte aan de achterkant van het geluidsveld. [4] 70 mm SCI-FI ( o x )
  • DSP: 3 (aanwezigheidseffect + surround links, rechts) Dit programma zorgt voor een heldere weergave van dialoog en geluidseffecten in de laatste geluidsvorm van sciencefiction-films, waardoor er temidden van de stilte een brede en uitgestrekte filmruimte ontstaat. U kunt genieten van sciencefiction-films in een geluidsveld met een virtuele ruimte waarbij gebruik wordt gemaakt van met Dolby Surround, Dolby Digital en DTS gecodeerde software die met de meest geavanceerde technieken werkt. GELUIDSVELDPROGRAMMA 0706E800_22-24_NL 5/18/0, 3:57 PM23N-24 Nr. PROGRAMMA BIJZONDERHEDEN 4 MONO MOVIE ( x )
  • DSP: 1 Dit programma is speciaal ontworpen voor uitbreiding van programma’s met mono-bronnen. In vergelijking met een strikte mono-instelling is het geluidsbeeld dat met deze functie tot stand gebracht wordt, breder en ten opzichte van het luidsprekerpaar iets naar voren gebracht, waardoor de totale klank een directer effect krijgt. Dit programma is vooral effectief bij oude mono-films, nieuwsuitzendingen en dialogen. 5 TV SPORTS ( x )
  • DSP: 2 tot 3 (aanwezigheidseffect + surround) Dit programma is voorzien van een strak geluidsveld waarin het geluid niet overmatig aan de voorkant wordt verspreid. De achterste surround zorgt daarentegen voor een dynamische uitbreiding van het geluid. Dit is het meest geschikt voor sportprogramma’s. ■ Voor hifi-audiobronnen Nr. PROGRAMMA BIJZONDERHEDEN 6 DISCO ( x )
  • DSP: 1 Dit programma wordt gebruikt voor het nabootsen van de akoestiek van een disco in het centrum van een drukke stad. De klanken worden dicht bij elkaar en zeer geconcentreerd weergegeven. 7 ROCK CONCERT ( x )
  • DSP: 1 Dit programma is bij uitstek geschikt voor rockmuziek. U zult daarbij een dynamisch en levendig geluidsveld ervaren. 8 CONCERT HALL ( x )
  • DSP: 1 Dit programma creëert de sfeer van een grote concertzaal. Het is bij uitstek geschikt voor orkest- en operamuziek. CINEMA DSP: Dolby Surround + DSP/Dolby Digital + DSP/DTS + DSP ■ Dolby Pro Logic + 2 digitale geluidsvelden De digitale geluidsvelden worden zowel in de aanwezigheids- als in de achterste surround-zones van het met Dolby Pro Logic gedecodeerde geluidsveld tot stand gebracht. Zij zorgen voor een brede akoestische omgeving en benadrukken het surround-effect in de kamer waardoor u het gevoel krijgt alsof u in een drukbezochte Dolby Stereo- bioscoop naar een film zit te kijken. ■ Dolby Digital of DTS + 3 digitale geluidsvelden De digitale geluidsvelden worden in de aanwezigheidszone en onafhankelijk van elkaar in de linker en rechter surround- zones van het met Dolby Digital of DTS gedecodeerde geluidsveld tot stand gebracht. Zij zorgen voor een brede akoestische omgeving en een krachtig surround-effect in de kamer zonder dat dit ten koste gaat van de hoge kanaalscheiding. Met het brede dynamische bereik van Dolby Digital- of DTS-geluid krijgt u bij deze combinatie van geluidsvelden het gevoel alsof u in de nieuwste Dolby Digital of in een bioscoop waarin DTS geïnstalleerd is, naar een film zit te kijken. Dit is op dit moment het meest ideale geluid voor uw huisbioscoop. GELUIDSVELDPROGRAMMA 0706E800_22-24_NL 5/18/0, 3:57 PM24N-25 NederlandsBASIC OPERATIONGEAVANCEERDE BEDIENINGAPPENDIXINTRODUCTION PREPARATION SET MENU Met de volgende SET MENU-functies kunt u de prestatiesvan uw systeem optimaliseren en uw audio- envideomogelijkheden verder uitbreiden.

3. MAIN SP (Hoofdluidsprekers)

kanaal voor Dolby Digital)

middenklanken) 10.MEM. GUARD (Vergrendeling van instellingen) 11.TV INPUT (Ingangsfunctie van op D-TV aangesloten bron) 12.CBL INPUT (Ingangsfunctie van op CBL/SAT aangesloten bron) Instellen van de SET MENU-functies De instellingen dienen te worden gemaakt terwijl u deinformatie op het display in de gaten houdt. 1 Druk het benodigde aantal keren op NEXT (of SET MENU) om de functie te kiezen die u wiltinstellen.De gekozen functie verschijnt op het display. Nadat u eenmaal NEXT (of SET MENU) hebt ingedrukt, kunt u hetgewenste onderdeel ook kiezen door indrukken van . (Doorindrukken van gaat u één selectie terug.) 2 Druk het benodigde aantal keren op SET MENU +/– (of l of h) om de instelling temaken. 3 Herhaal de stappen 1 en 2 om op dezelfde manier eventuele andere functies in te stellen.Reserve-stroomvoorziening voor geheugenWanneer dit apparaat in de standby-modus wordt gezet,zorgt de reserve-stroomvoorziening voor het geheugenervoor dat de geprogrammeerde gegevens bewaardblijven. Wanneer echter de stekker uit het stopcontactwordt getrokken of de netspanning langer dan één weekwordt onderbroken, zullen de gegevens uit het geheugengewist worden. In dat geval moet u de onderdelen vanhet SET MENU opnieuw instellen. TEST TIME

SET MENU+– DSP Voorpaneel Afstandsbediening DVD/LD D–TV VCR TUNER CBL/SAT 0707E800_25-31_NL 5/18/0, 3:57 PM25N-26 Beschrijving van de verschillende functies

1. CENTER SP (Middenluidspreker)

Keuzes: LRG (Groot)/SML (Klein)/NONE (Geen) Vooringestelde stand: LRG (Groot) LRG (Groot) Kies deze stand wanneer uw middenluidspreker ongeveer even groot is als de hoofdluidsprekers. In deze stand worden signalen over het volle bereik in het middenkanaal via de middenluidspreker uitgevoerd. SML (Klein) Kies deze stand indien u gebruikmaakt van een middenluidspreker die kleiner is dan de hoofdluidsprekers. In deze stand worden de signalen van de lage tonen (beneden 90 Hz) in het middenkanaal uitgevoerd via de SUBWOOFER OUTPUT-aansluiting (of via de rechter en linker hoofdluidsprekers indien “BASS OUT” is ingesteld op MAIN). NONE (Geen) Kies deze stand indien u niet over een middenluidspreker beschikt (systeem met vier luidsprekers). In deze stand worden de signalen over het volle bereik in het middenkanaal via de rechter en linker hoofdluidsprekers uitgevoerd.

2. REAR SP (Achterluidsprekers)

Keuzes: LARGE (Groot)/SMALL (Klein) Vooringestelde stand: LARGE (Groot) LARGE (Groot) Kies deze stand indien uw achterluidsprekers goed de lage tonen kunnen weergeven of wanneer er op de achterluidspreker parallel een subwoofer is aangesloten. In deze stand worden de signalen over het volle bereik in de achterkanalen via de achterluidsprekers uitgevoerd. SMALL (Klein) Kies deze stand indien uw achterluidsprekers niet goed de lage tonen kunnen weergeven. In deze stand worden de signalen van de lage tonen (beneden 90 Hz) bij de achterkanalen uitgevoerd via SUBWOOFER OUTPUT- aansluiting (of via de rechter en linker hoofdluidsprekers indien “BASS OUT” is ingesteld op MAIN).

3. MAIN SP (Hoofdluidsprekers)

Keuzes: LARGE (Groot)/SMALL (Klein) Vooringestelde stand: LARGE (Groot) LARGE (Groot) Kies deze stand indien uw hoofdluidsprekers goed de lage tonen kunnen weergeven. In deze stand worden de signalen over het volle bereik in de hoofdkanalen uitgevoerd via de linker en rechter hoofdluidsprekers. SMALL (Klein) Kies deze stand indien uw hoofdluidsprekers niet goed de lage tonen kunnen weergeven. Indien uw systeem echter niet is voorzien van een subwoofer, moet u deze stand niet kiezen. In deze stand worden de signalen van de lage tonen (beneden 90 Hz) bij de hoofdkanalen uitgevoerd via de SUBWOOFER OUTPUT-aansluiting indien “BASS OUT” is ingesteld op SW.

4. BASS OUT (Weergave van lage

tonen) Keuzes: SW (Subwoofer)/MAIN (Hoofdluidsprekers)/ BOTH (Beide) Vooringestelde stand: BOTH (Beide) SW (Subwoofer)/BOTH (Beide) Kies de stand SW of BOTH indien uw systeem is voorzien van een subwoofer. In elk van beide standen worden de signalen van het LFE-kanaal en de lage tonen (beneden 90 Hz) in het midden- en achterkanaal uitgevoerd via de SUBWOOFER OUTPUT-aansluiting indien “CENTER SP” is ingesteld op SML of NONE en “REAR SP” is ingesteld op SMALL. In de stand SW worden de signalen van de lage tonen in de hoofdkanalen uitgevoerd via de SUBWOOFER OUTPUT-aansluiting indien “MAIN SP” is ingesteld op SMALL. In de stand BOTH worden de signalen van de lage tonen bij de hoofdkanalen uitgevoerd via beide hoofdluidsprekers en de SUBWOOFER OUTPUT- aansluiting. Opmerking

  • Wanneer u een 2-kanaals bron (tape, MD, CD, videoband, enz.)afspeelt, moet u BOTH kiezen om de signalen van de lage tonen(beneden 90 Hz) via de SUBWOOFER OUTPUT-aansluitingenuit te voeren. MAIN (Hoofdluidsprekers) Kies deze stand indien uw systeem niet is voorzien van een subwoofer. In deze stand worden de signalen over het volle bereik bij de hoofdkanalen, de signalen bij het LFE-kanaal en andere signalen van lage tonen (beneden 90 Hz) die via andere kanalen moeten worden verzonden, uitgevoerd via de rechter en linker hoofdluidsprekers. SET MENU 0707E800_25-31_NL 5/18/0, 3:57 PM26N-27 Nederlands BASIC OPERATION GEAVANCEERDE BEDIENING APPENDIXINTRODUCTION PREPARATION

7. D-RANGE (Afstelling van het

dynamisch bereik) Keuzes: MAX/STD (Standaard)/MIN Vooringestelde stand: MAX Opmerking

  • Deze afstelling heeft alleen effect wanneer Dolby Digital gedecodeerd wordt. Het “dynamisch bereik” is het verschil tussen het maximumniveau en het minimumniveau van geluid. Het geluid van een film dat oorspronkelijk is gemaakt voor bioscopen heeft een zeer breed dynamisch bereik. Met de techniek van Dolby Digital kan het oorspronkelijke geluid worden omgezet in een audioformaat dat geschikt is voor de huiskamer, maar hetzelfde brede dynamische bereik heeft als in de bioscoop. Krachtige geluiden met een zeer breed dynamisch bereik zijn niet altijd geschikt voor de huiskamer. Op grond van de condities van uw luisteromgeving is het niet altijd mogelijk om het uitgangsniveau van het geluid te verhogen tot een niveau zoals gebruikelijk is in een bioscoop. Bij een niveau dat geschikt is voor uw huiskamer kunnen de lage tonen van de geluidsbron echter niet zo goed worden gehoord omdat ze verloren zullen gaan door storende geluiden in uw omgeving. Met de techniek van Dolby Digital is het nu ook mogelijk om het dynamische bereik van een oorspronkelijk geluidsspoor zodanig te verminderen dat het geschikt is om te worden beluisterd in de huiskamer. Om dit te bewerkstelligen, worden de geluidsdata “gecomprimeerd”. MAX In deze stand wordt een bron die met Dolby Digital is gecodeerd, gereproduceerd met het brede dynamische bereik van het oorspronkelijke geluid. Hierdoor heeft het geluid hetzelfde effect als in de bioscoop. Deze stand is nog beter wanneer u kunt luisteren naar een bron met een hoog uitgangsniveau in een ruimte met speciale geluidsisolatie voor het afspelen van audio- en video-opnamen. STD (Standaard) In deze stand wordt een bron die met Dolby Digital gecodeerd is, gereproduceerd met het “gecomprimeerde” dynamische bereik van de bron zodat het geluid op een lager niveau kan worden beluisterd. MIN In deze stand wordt het dynamische bereik meer verminderd dan in de stand STD. Deze stand is effectief wanneer u een bron op een lager niveau moet beluisteren. Opmerking
  • In deze stand wordt het geluid soms zwak of abnormaal weergegeven, al naar gelang de bron. In een dergelijk geval moet u de stand MAX of STD kiezen.

5. MAIN LVL (Uitgangsniveau van

hoofdluidsprekers) Keuzes: NORM (Normaal)/–10 dB Vooringestelde stand: NORM (Normaal) NORM (Normaal) Kies gewoonlijk deze stand. –10 dB Kies deze stand indien het geluid dat via de hoofdluidsprekers wordt uitgevoerd, te luid is en niet kan worden uitgebalanceerd met het geluid dat via de midden- en achterluidsprekers wordt uitgevoerd. In deze stand wordt het via de hoofdluidsprekers weergegeven geluid gedempt. Opmerkingen

  • De instellingen van “CENTER SP”, “REAR SP”, “MAIN SP” en “BASS OUT” hebben geen effect op een bron die is verbonden met de 6CH INPUT-aansluitingen op de achterkant van dit apparaat.
  • Wanneer u “CENTER SP”, “REAR SP”, “MAIN SP”, “BASS OUT” en “MAIN LVL” eenmaal goed hebt ingesteld, hoeft u de instellingen niet meer te wijzigen tenzij er veranderingen in uw luidsprekersysteem worden aangebracht.

6. D.D. LFE (Afstelling van het

uitgangsniveau van het LFE-kanaal voor Dolby Digital) Afstelbereik: –20 dB tot 0 dB (in stappen van 1 dB) Vooringestelde waarde: 0 dB Opmerking

  • Deze afstelling heeft alleen effect wanneer Dolby Digital gedecodeerd wordt en de signalen van de gekozen bron die met Dolby Digital gecodeerd is, LFE-signalen bevat. Met deze functie kan het uitgangsniveau van het LFE- kanaal worden afgesteld. Wanneer de LFE-signalen worden vermengd met signalen van andere kanalen om deze via dezelfde luidsprekers weer te geven, kan de verhouding van het LFE-signaalniveau ten opzichte van het niveau van de andere signalen worden afgesteld. SET MENU 0707E800_25-31_NL 5/18/0, 3:57 PM27N-28

8. DTS LFE (Afstelling van het

uitgangsniveau van het LFE-kanaal voor DTS) Afstelbereik: –10 dB tot +10 dB (in stappen van 1 dB) Vooringestelde waarde: 0 dB Opmerking

  • Deze afstelling heeft alleen effect wanneer DTS gedecodeerd wordt en de signalen van de gekozen bron die met DTS gecodeerd is, LFE-signalen bevat. Met deze functie kan het uitgangsniveau van het LFE- kanaal worden afgesteld. Wanneer de LFE-signalen worden vermengd met signalen van andere kanalen om deze via dezelfde luidsprekers weer te geven, kan de verhouding van het LFE-signaalniveau ten opzichte van het niveau van de andere signalen worden afgesteld.

9. CNTR DELAY (Afstelling van de

vertraging van het geluid uit de middenluidspreker) Afstelbereik: 0 ms tot 5 ms (in stappen van 1 ms) Vooringestelde waarde: 0 ms Met deze functie kunt u de vertragingstijd tussen de hoofdgeluiden (bij de hoofdkanalen) en dialoog enz. (bij het middenkanaal) afstellen. Hoe hoger de waarde, des te later de dialoog e.d. zullen worden voortgebracht. Deze functie is bedoeld om ervoor te zorgen dat de geluiden uit de linker hoofdluidspreker, middenluidspreker en rechter hoofdluidspreker uw luisterpositie op hetzelfde moment bereiken. Dit wordt bewerkstelligd door het geluid van de middenluidspreker te vertragen indien de afstand van de middenluidspreker tot uw luisterpositie korter is dan de afstand van de linker of rechter hoofdluidspreker tot uw luisterpositie. 10.MEM. GUARD (Vergrendeling van de instellingen) Keuzes: ON (Aan)/OFF (Uit) Vooringestelde stand: OFF (Uit) Indien u wilt voorkomen dat de instellingen van SET MENU en andere instellingen op dit apparaat abusievelijk worden gewijzigd, kiest u ON. De onderstaande instellingen op dit apparaat kunnen hiermee worden vergrendeld:

  • Instellingen van andere functies in SET MENU
  • Instellingen in de TIME/LEVEL-modus
  • Instellingen bij gebruikmaking van TEST 11.TV INPUT (Keuze van de aanvankelijke ingangsfunctie voor een bron die is verbonden met de D-TV-ingangsaansluitingen) Keuzes: AUTO/LAST (Laatst gekozen) Vooringestelde stand: AUTO Voor een bron die is verbonden met de D-TV- ingangsaansluitingen van dit apparaat kunt u aangeven welke ingangsfunctie er bij inschakeling van dit apparaat automatisch gekozen moet worden. Zie blz. 18 voor bijzonderheden over de ingangsfunctie. AUTO In deze stand wordt altijd de AUTO-ingangsfunctie gekozen. LAST (Laatst gekozen) In deze stand wordt bij inschakeling van dit apparaat automatisch de ingangsfunctie gekozen die u het laatst hebt gekozen. 12.CBL INPUT (Keuze van de aanvankelijke ingangsfunctie voor een bron die is verbonden met de CBL/SAT-ingangsaansluitingen) Keuzes: AUTO/LAST (Laatst gekozen) Vooringestelde stand: AUTO Voor een bron die is verbonden met de CBL/SAT- ingangsaansluitingen van dit apparaat kunt u aangeven welke ingangsfunctie er bij inschakeling van dit apparaat automatisch gekozen moet worden. Zie blz. 18 voor bijzonderheden over de ingangsfunctie. AUTO In deze stand wordt altijd de AUTO-ingangsfunctie gekozen. LAST (Laatst gekozen) In deze stand wordt bij inschakeling van dit apparaat automatisch de ingangsfunctie gekozen die u het laatst hebt gekozen. SET MENU 0707E800_25-31_NL 5/18/0, 3:57 PM28N-29 Nederlands BASIC OPERATION GEAVANCEERDE BEDIENING APPENDIXINTRODUCTION PREPARATION ProgrammaAfstelbereik (ms) Vooringesteldewaarde1. PRO LOGIC/Normal 15 tot 30 20DOLBY DIGITAL/Normal 0 tot 15 5DTS DGTL SUR/Normal 0 tot 15 5PRO LOGIC/ENHANCED 15 tot 30 20DOLBY DIGITAL/ENHANCED 0 tot 15 5DTS DGTL SUR/ENHANCED 0 tot 15 52. 70 mm SPECTACLE 15 tot 30 23DGTL SPECTACLE 1 tot 99 15DTS SPECTACLE 1 tot 99 1570 mm SCI-FI 15 tot 30 20DGTL SCI-FI 1 tot 99 16DTS SCI-FI 1 tot 99 163. 70 mm ADVENTURE 15 tot 30 20DGTL ADVENTURE 1 tot 99 15DTS ADVENTURE 1 tot 99 1570 mm GENERAL 15 tot 30 20DGTL GENERAL 1 tot 99 15DTS GENERAL 1 tot 99 154. MONO MOVIE 1 tot 99 495. TV SPORTS 1 tot 99 96. DISCO 1 tot 99 407. ROCK CONCERT 1 tot 99 168. CONCERT HALL 1 tot 99 44

VERTRAGINGSTIJD EN LUIDSPREKER-UITGANGSNIVEAUS

Bij gebruikmaking van de digitale geluidsveldprocessor met de Dolby Pro Logic-, Dolby Digital- of DTS-decoder kunt u het tijdsverschil tussen het hoofdgeluid en het geluidseffect, evenals het uitgangsniveau van de verschillende luidsprekers, naar wens afstellen. Opmerking

  • Wanneer er in dit apparaat zeer snelle 24-bits digitale signalenmet een bemonsteringsfrequentie van 96 kHz worden ingevoerd,kunnen de vertragingstijd en het uitgangsniveau van deluidsprekers niet worden ingesteld. Vertragingstijd U kunt het tijdsverschil tussen het begin van het geluid uit de hoofdluidsprekers en het begin van het geluidseffect uit de achterluidsprekers afstellen. Hoe hoger de waarde, des te later zal het geluidseffect worden voortgebracht. De vertragingstijd kan voor alle DSP-programma’s afzonderlijk worden uitgevoerd. Opmerkingen
  • Door het toevoegen van teveel vertraging zal er bij sommigebronnen een onnatuurlijk effect ontstaan.• Tijdens het instellen van de vertragingstijd zal het geluid korte tijdworden onderbroken. Uitgangsniveau van het geluid van de midden-, rechter achter- en linker achterluidsprekers en subwoofer Desgewenst kunt u het uitgangsniveau van het geluid van elk van de luidsprekers afstellen, ook wanneer het uitgangsniveau reeds is ingesteld bij “AFSTELLING VAN DE LUIDSPREKERBALANS” op blz. 14 en 15. Opmerkingen
  • Wanneer het ingangssignaal analoog, PCM-audio of met DolbyDigital in 2-kanaals stereo is gecodeerd, kan het uitgangsniveauvan het geluid van de middenluidspreker niet worden afgesteld.• Wanneer “CENTER SP” in SET MENU is ingesteld op NONE,kan het uitgangsniveau van het geluid van de middenluidsprekerniet worden afgesteld. Dit komt omdat bij deze functie hetmiddengeluid automatisch via de linker en rechterhoofdluidsprekers wordt weergegeven.• Wanneer het uitgangsniveau van het geluid eenmaal is afgesteld,zal dit voor alle DSP-programma’s hetzelfde zijn.Luidspreker Afstelbereik (dB) Vooringestelde waardeMidden MIN, –20 tot +10 0Rechts achter MIN, –20 tot +10 0Links achter MIN, –20 tot +10 0Subwoofer MIN, –20 tot 0 0 TEST TIME

DSP 0707E800_25-31_NL 5/18/0, 3:57 PM29N-30 Afstelmethode De instellingen dienen te worden gemaakt met de afstandsbediening terwijl u de informatie op het display in de gaten houdt. 1 Druk het benodigde aantal keren op TIME/ LEVEL om de functie te kiezen die u wilt instellen. Elke keer wanneer u op TIME/LEVEL drukt, verandert de functie in de hieronder aangegeven volgorde: Opmerking

  • Afhankelijk van de instelling van SET MENU is het niet altijd mogelijk om al deze functies in te stellen. 2 Druk op l of h om de vertragingstijd of luidspreker- uitgangsniveaus in te stellen. 3 Herhaal de stappen 1 en 2 om op dezelfde manier eventuele andere functies in te stellen. VERTRAGINGSTIJD EN LUIDSPREKER-UITGANGSNIVEAUSVertragingstijdUitgangsniveau van demiddenluidsprekerUitgangsniveau van derechter achterluidsprekerUitgangsniveau van de linkerachterluidsprekerUitgangsniveau van desubwoofer Reserve-stroomvoorziening voor geheugen Wanneer dit apparaat in de standby-modus wordt gezet, zorgt de reserve-stroomvoorziening voor het geheugen ervoor dat de geprogrammeerde gegevens bewaard blijven. Wanneer echter de stekker uit het stopcontact wordt getrokken of de netspanning langer dan één week wordt onderbroken, zullen de laatst ingestelde waarden van de vertragingstijd en de uitgangsniveaus van de midden- en achterluidsprekers en subwoofer uit het geheugen gewist worden en automatisch worden vervangen door de vooringestelde waarden. In dat geval moet u de vertragingstijd en de uitgangsniveaus opnieuw instellen. TIME

DELAY CENTER R SUR. L SUR. SWFR DSP 0707E800_25-31_NL 5/18/0, 3:57 PM30N-31 NederlandsBASIC OPERATIONGEAVANCEERDE BEDIENINGAPPENDIXINTRODUCTION PREPARATION DE SLEEP-TIMER Door gebruikmaking van de SLEEP-timer van dit apparaatkunt u het apparaat zodanig instellen dat het automatischoverschakelt naar de standby-modus. Deze timerfunctie ishandig wanneer u wilt inslapen terwijl u naar de gewensteingangsbron luistert. De SLEEP-timer kan uitsluitendworden ingesteld met de afstandsbediening. Opmerking

  • De SLEEP-timer werkt voor de componenten die zijn verbondenmet de netspanningsaansluiting (AC OUTLET) op de achterkantvan dit apparaat. Instellen van de SLEEP-timer 1 Begin met het afspelen van de bron waarnaar u tijdens het inslapen wilt luisteren. 2 Druk het benodigde aantal keren op SLEEP om degewenste inslaaptijd in testellen.Telkens wanneer SLEEP wordt ingedrukt, verandert deinslaaptijd in de hieronder aangegeven volgorde: 3 Wanneer de SLEEP-timer is ingesteld, gaat na korte tijd de indicatie “SLEEP” op het displaybranden.Op het display verschijnt weer de indicatie voordat deSLEEP-timer werd ingesteld. TEST TIME

LEVEL SET MENUEFFECT

DSP De SLEEP-timer isuitgeschakeld (SLEEP OFF).(Dit is de toestand voordatSLEEP wordt ingedrukt.)KnippertGaat branden Annuleren van de gekozen instelling van de SLEEP-timer Druk het benodigde aantal keren op SLEEPzodat “SLEEP OFF” op het display verschijnt.Deze indicatie zal kort daarna verdwijnen, evenals deindicatie “SLEEP”. Opmerking

  • De instelling van de SLEEP-timer kan ook worden geannuleerddoor het apparaat via POWER op de afstandsbediening (ofSTANDBY/ON op het voorpaneel) in de standby-modus te zettenof door de stekker uit het stopcontact te trekken.

CBL/SAT SLEEP 0707E800_25-31_NL 5/18/0, 3:57 PM31N-32 Het apparaat wordt nietingeschakeld wanneerSTANDBY/ON (ofPOWER) wordt ingedrukt,of wordt spoedig nainschakeling plotselingweer op stand-by gezet. FOUTOPSPORING Geen geluid of geenbeeld.De stekker van het apparaat zit niet (goed) inhet stopcontact.Steek de stekker goed in het stopcontact.De IMPEDANCE SELECTOR-schakelaar op deachterkant is niet helemaal naar rechts of linksgezet.Zet de schakelaar helemaal naar rechts of linkswanneer het apparaat op stand-by staat.Het apparaat werkt nietnormaal.Zet het apparaat op stand-by en trek de stekkeruit het stopcontact. Na circa 30 seconden steektu de stekker weer in het stopcontact en schakeltu het apparaat opnieuw in.De luidsprekeraansluitingen zitten niet goed vast.De ingangs- of uitgangskabels zijn verkeerdaangesloten.Sluit de kabels op de juiste wijze aan. Indienhet probleem blijft voortbestaan, zijn de kabelsmogelijk defect.De juiste ingangsbron is niet gekozen. Kies de juiste ingangskeuzebron met INPUTSELECTOR of TAPE/MD MON / 6CH INPUT(of de ingangskeuzetoetsen).Maak de aansluitingen goed vast.Geen beeld. Er is geen S-videoaansluiting tussen ditapparaat en de TV, ook al worden er S-videosignalen in dit apparaat ingevoerd.Verbind de S VIDEO MONITOR OUT-aansluiting van dit apparaat met de S-video-ingangsaansluiting van de TV.Het geluid komt slechtsuit de luidsprekers aanéén van beide kanten.Sluit de kabels op de juiste wijze aan. Indienhet probleem blijft voortbestaan, zijn de kabelsmogelijk defect.Er komt geen geluid uitde effect-luidsprekers.Druk op EFFECT om het in te schakelen.Er wordt een DSP-programma voor DolbySurround-, Dolby Digital- of DTS-decoderinggebruikt voor materiaal dat niet met DolbySurround, Dolby Digital of DTS is gecodeerd.Kies een ander DSP-programma.Het geluid is gedempt. Zet VOLUME in de stand “m”, druk opMUTING om de dempingsfunctie te annulerenen stel het volume in.Speel een bron af waarvan de signalen door ditapparaat kunnen worden weergegeven.In dit apparaat worden door het afspelen vanbijvoorbeeld een CD-ROM digitale signaleningevoerd die door dit apparaat niet kunnenworden weergegeven omdat het andere signalenzijn dan PCM-audiosignalen of met DolbyDigital of DTS gecodeerde signalen.Het geluid valt plotseling weg. De beveiligingsketen werd in werking gesteldals gevolg van kortsluiting, enz.Zet de beveiligingsketen weer in deoorspronkelijke stand door het apparaat eerstop stand-by te zetten en daarna weer in teschakelen.De SLEEP-timer is in werking getreden. Schakel het apparaat in en speel de bronopnieuw af. ADDENDUM

Indien het apparaat niet normaal functioneert, controleer dan de volgende punten om na te gaan of het probleem verholpen kan worden door de eenvoudige maatregelen te nemen die hieronder worden gesuggereerd. Indien het probleem niet kan worden verholpen of indien het probleem niet in de kolom STORINGSINDICATIE vermeld staat, trek dan de stekker van het apparaat uit het stopcontact en neem voor verdere hulp contact op met uw erkende YAMAHA-dealer of reparatiedienst. ■ Algemeen STORINGSINDICATIE OORZAAK OPLOSSING Zie blz.

De ingebouwde microcomputer is vastgelopendoor een externe elektrische schok(blikseminslag, overmatige statischeelektriciteit, enz.) of door eenstroomvoorziening met een lage spanning.De kabels zijn verkeerd aangesloten.Het geluidseffect is uitgeschakeld.In dit apparaat worden 24-bits digitale signalenmet een bemonsteringsfrequentie van 96 kHzingevoerd.

FOUTOPSPORING STORINGSINDICATIE OORZAAK OPLOSSING Zie blz. Er komt geen geluid uit de middenluidspreker. Het uitgangsniveau van het geluid van de middenluidspreker is op de laagste stand ingesteld. Verhoog het uitgangsniveau van het geluid van de middenluidspreker. “CENTER SP” in SET MENU is ingesteld op NONE. Kies LRG of SML. Het verkeerde DSP-programma is gekozen. Kies het juiste programma. De met Dolby Digital of DTS gecodeerde bron bevat geen middenkanaalsignaal. Er komt geen geluid uit de achterluidsprekers. Het uitgangsniveau van het geluid van de achterluidsprekers is op de laagste stand ingesteld. Verhoog het uitgangsniveau van het geluid van de achterluidsprekers. Er wordt een mono-geluidsbron afgespeeld met het programma PRO LOGIC/Normal of PRO LOGIC/ENHANCED. Kies een ander DSP-programma dat geschikt is voor de mono-geluidsbron. Geen geluid van de subwoofer. “BASS OUT” in het SET MENU is ingesteld op SW of MAIN terwijl een 2-kanaals bron wordt afgespeeld. Kies BOTH. De bron bevat geen signalen van lage tonen (beneden 90 Hz). Een “brom” geluid kan worden gehoord. De kabels zijn verkeerd aangesloten. Sluit de audiostekkers stevig aan. Indien het probleem blijft voortbestaan, zijn de kabels mogelijk defect. Het volumeniveau kan niet worden verhoogd of het geluid is vervormd. De component die is verbonden met de TAPE/ MD OUT (REC)-aansluitingen van dit apparaat, staat op stand-by. Schakel de stroomtoevoer naar de component in. Het geluidseffect kan niet worden opgenomen. Het geluidseffect kan niet worden opgenomen op een tapedeck of MD-recorder die is verbonden met de TAPE/MD OUT (REC)- aansluitingen van dit apparaat. De DVD/LD, D-TV of CBL/ SAT kan niet worden opgenomen op een tapedeck, MD-recorder of videorecorder die is verbonden met dit apparaat. De DVD/LD-speler, TV/digitale TV of kabel- TV/satelliettuner is alleen via de digitale aansluitingen verbonden met dit apparaat. Maak extra verbindingen tussen de analoge aansluitingen. Dit apparaat kan niet worden ingesteld met

Er komt geen geluid uit de hoofdluidsprekers. De uitgangsaansluiting is niet op de juiste wijze aangesloten op de externe versterker. Sluit de externe versterker op de juiste wijze aan. De op dit apparaat aangesloten externe versterker is uitgeschakeld. Schakel de externe versterker in. 11, 12 11, 12 0708E800_32-35_NL 5/18/0, 3:57 PM33N-34 ■ Tijdens het afspelen van een met DTS gecodeerde bron STORINGSINDICATIE OORZAAK OPLOSSING Zie blz. Tijdens het afspelen van een met DTS gecodeerde bron is er een hard sissend geluid te horen. De speler waarop de bron wordt afgespeeld, is niet verbonden met een digitale audiosignaal- ingangsaansluiting van dit apparaat. Naast de analoge audiosignaalaansluitingen moet de speler ook nog worden verbonden met een digitale audiosignaal-ingangsaansluiting van dit apparaat. Op dit apparaat is de ingangsfunctie ANALOG gekozen. Kies op dit apparaat een geschikte ingangsfunctie om de ingebouwde DTS- decoder te kunnen inschakelen. Tijdens het afspelen van een met DTS gecodeerde bron is er een slaggeluid te horen. Wanneer de ingangsfunctie AUTO is gekozen, zal er bij sommige bronnen ruis te horen zijn omdat het apparaat op dat moment bezig is met het vaststellen van het soort ingangssignaal. Zet de ingangsfunctie van de op dat moment gekozen ingangsbron op DTS. Tijdens het afspelen van een met DTS gecodeerde bron is er geen geluid te horen, zelfs wanneer op dit apparaat de ingangsfunctie AUTO is gekozen. De ingebouwde DTS-decoder werkt niet omdat de speler is voorzien van een digitale volumeregelaar en deze zich in een andere stand bevindt dan in de hoogste, neutrale of niet werkzame stand. Zet de digitale volumeregelaar in de hoogste, neutrale of niet werkzame stand. Er is geen geluid te horen tijdens het afspelen van een MD of DAT waarop u een met DTS gecodeerde bron hebt opgenomen. Een met DTS gecodeerde bron kan niet op een MD of DAT worden opgenomen. Tijdens het afspelen van een bron (bijvoorbeeld een CD) is er geen geluid te horen, zelfs wanneer op dat moment de ingangsfunctie AUTO is gekozen. Wanneer de functie AUTO is gekozen, kan er niet automatisch van de DTS- decoderingsfunctie worden overgeschakeld op de normale (PCM) digitale signaalingangsfunctie. Zet de ingangsfunctie weer op AUTO. Opmerkingen

  • Voor het afspelen van een met DTS gecodeerde bron moet gebruik worden gemaakt van een DTS-decoder. Daarom moet de speler waarop de bron wordt afgespeeld, worden verbonden met een digitale audiosignaal-ingangsaansluiting van dit apparaat zoals in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Indien deze verbinding niet tot stand wordt gebracht of indien er alleen een digitaal-analoog-omzetter wordt gebruikt zonder gebruikmaking van een DTS-decoder, zal er bij het afspelen van de bron alleen een hard sissend geluid te horen zijn.
  • Wanneer de ingangsfunctie op AUTO is gezet en u tijdens het afspelen van een met DTS gecodeerde bron een zoek- of springfunctie uitvoert, gaat de indicatie “t” knipperen. Indien deze situatie 30 seconden of langer voortduurt, zal het apparaat automatisch van de functie DTS-decodering overschakelen op de PCM digitale signaalingangsfunctie en zal de indicatie “t” uitgaan.

■ Afstandsbediening STORINGSINDICATIE OORZAAK OPLOSSING Zie blz. FOUTOPSPORING De afstandsbediening werkt niet. De afstandsbedieningssensor van dit apparaat wordt blootgesteld aan direct zonlicht of verlichting (van doordringende fluorescerende verlichting, enz.). Verander de positie van het apparaat. De batterijen zijn zwak. Vernieuw alle batterijen.

■ Overige STORINGSINDICATIE OORZAAK OPLOSSING Zie blz. Wanneer er met een hoofdtelefoon wordt geluisterd naar een tapedeck of CD-speler die is aangesloten op dit apparaat, verslechtert de kwaliteit van het geluid. Het apparaat staat op stand-by. Schakel de stroomtoevoer naar het apparaat in. Er is sprake van ruis die afkomstig is van digitale of hoogfrequente apparatuur. Het apparaat bevindt zich te dicht bij de betreffende digitale of hoogfrequente apparatuur. Plaats het apparaat verder weg van de betreffende apparatuur.

  • Signaal/ruis-verhouding (IHF-A netwerk) CD, enz. naar MAIN PRE OUT (250 mV, ingangssignaal kortgesloten) ................................103 dB