Expert II - Babyfoons BABYMOOV - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Expert II BABYMOOV in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Expert II BABYMOOV
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Babyfoons in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Expert II - BABYMOOV en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Expert II van het merk BABYMOOV.
GEBRUIKSAANWIJZING Expert II BABYMOOV
U hebt zojuist het baby bewakingssysteem : de Babyphone Expert II, aangeschaft en wij danken u voor uw vertrouwen. Dit apparaat is vervaardigd en gecontroleerd volgens de meest strenge normen op het vlak van controle en kwaliteit om ervoor te zorgen dat iedere unit die de fabriek verlaat perfect voldoet aan de van kracht zijnde normen. Mocht u desondanks een gebrek vaststellen of enig probleem tegenkomen, dan verzoeken wij u contact op te nemen met uw leverancier, ons kantoor of de servicedienst.
Wij verzoeken u deze gebruikshandleiding aandachtig door te lezen met het oog op het optimaliseren van het prestatievermogen van uw apparaat en zijn levensduur.
FUNCTIES
- Inrichting groot bereik (1 000 m) in open ruimte.
- Verborgen antenne met het oog op een mooiere uitstraling.
- 2 kanalen + 68 digitale codes (dus in totaal 136 sub kanalen) voor een hoog
beschermingsniveau tegen storingen. - Professioneel digitaal codeersysteem om te zorgen voor een werking zonder storingen.
- Temperatuurverklikker van de kamer van de baby zowel op de zender als de ontvanger.
- Verklikker om de staat van de batterijen aan te geven zowel op de zender als op de ontvangen en alarmmelding als de batterijen leeg zijn.
- Nachtlampje op de zender.
- Gevoeligheidsgraad van microfoon digitaal instelbaar op de zender.
- Hi/Lo vermogen dat kan worden geselecteerd op de zender om de levensduur van de batterijen te
WAARSCHUWING
Het bewakingssysteem Babyphone Expert II mag niet worden beschouwd als een medisch apparaat. Te vroeg geboren baby's of kinderen die een hoger risico dan normaal lopen moeten worden gevolgd door uw kinderarts of iemand werkzaam bij de gezondheidsdienst.
Buiten het gebruik van de Babyphone Expert II, is het ten zeerste aangeraden uw kind permanent in het oog te laten houden door een volwassene.
VOEDING
A / Zender
1. Werking met batterijen
Druk op het vergrendelingsknopje en schuif het dekseltje van het batterijenvakje opzij (zie schema hierna). Breng drie batterijen aan (UM-3 "AA") en liet hierbij op de polariteit laangegeven in het vakje +/-). Breng het dekseltje weer terug op zijn plaats. Bij het vervangen van de batterijen kan het nodig zijn dat u de riemclip moet verwijderen (zie hiervoor het schema waarin staat vermeld hoe u de riemclip kunt verwijderen in het hoofdstuk "Werking").



lwen lol
hoort.
N.B. Met het oog op een optimaal gebruik van het apparaat, mag u geen oude batterijen gebruiken tegelijkertijd met nieuwe batterijen of alkalische batterijen met oplaadbare batterijen.
- Werking via een adaptor op het stroomnet U kunt de zender ook gebruiken met behulp van de 6V wisselsroom adaptor. U hoeft hiervoor alleen maar de steker van de adaptor te steken in de gelijkstroom aansluiting (7) van de zender, let ook hier op de polariteit. De voeding via de batterijen wordt automatisch gestopt zodra u de steker van de adaptor in de gelijkstroom aansluiting (7) steekt. Het communicatie bereik is groter als de zender via het stroomnet werkt.
B / Ontvanger
1. Werking met een batterij
Druk op het vergrendelingsknopje en schuif het dekseltje van het batterijenwakje opzij (zie schema hiernaastl. Breng de meegeleverde batterij Ni-mH aan in het vakje. Kijk of de twee voorplaatjes wel in contact komen met de twee uiteinden van de batterij. Op de achterzijde van de Babyphone het klepje van de batterij en de riemgesp vastzetten (het kan later nodig zijn de riemgesp iets te verschuiven om de batterij te vervangen, zie het hierboven staande schemal).


Blijven duwen tot u « klik » hoort.
2. Werking via het stroomnet dankzij de snelle en intelligente lader
Sluit de steker van de 9V wisselstroom adaptor aan op de gelijkstroom aansluiting (16) van de snelle lader, let hierbij op de polariteit. Als de batterij op zijn plaats is aangebracht en de ontvanger uit is, moet u de unit in de snelle lader zetten. De oplaad verklikker (14) gaat beurtelings

rood en groen knipperen. Als hij niet knippert, moet u kijken of de ontvanger wel naar behoren op zijn plaats is aangebracht. Na een kort ogenblik knippert de oplaad verklikker (14) alleen nog rood om u aan te geven dat de batterij snel wordt opgeladen. Als de batterij helemaal opgeladen is, licht de oplaad verklikker (14) groen op [knippert niet meerl. U kunt nu de ontvanger aanzetten om hem te gebruiken. U mag hem dus uit de lader halen en elders neerzetten, het feit hem in de lader te laten staan heeft verder geen invloed op de batterij en zal hem niet beschadigen. Indien het u beter lijkt de ontvanger in de snelle lader te laten staan, zal deze automatisch de batterij opnieuw op gaan laden zodra hij merkt dat hij niet meer voldoende opgeladen is.
OPMERKING : Voordat u de ontvanger voor de eerste keer in gebruik gaat nemen, moet u de meegeleverde NI-mH batterij op zijn minst drie uur opladen in de snelle lader. Altijd de unit uitzetten voordat u hem gaat opladen.
WAARSCHUWING : CONTROLEER OF DE BATTERIJ IN DE ONTVANGER WEL EEN « OPLAADBARE » BATTERIJ IS VOORDAT U DE UNIT IN DE SNELLE LADER PLaatST. ZONIET ZOU U EEN ONTPLOFFING KUNNEN VEROORZAKEN. KIJK OF DE BATTERIJ WEL IN DE ONTVANGER IS AANGEBRACHT VOORDAT U DEZE IN
DE SNELLE LADER PLAATST, ZONIET ZOU DIT DE ONTVANGER KUNNEN BESCHADIGEN.
HET GROENE PLASTIC BESCHERMINGSLAAGJE NOOIT VERWIJDEREN.
BEDIENING

- Schakelaar On - Off en schakelaar van het nachtlampje
- Stelknop volumesterkte |pijl naar boven en pijl naar beneden)
- Modus selectie knop
- Nachlampje
- Elektrostatische microfoon
- Controlelampje werking (On)
- Gelijkstroom aansluiting
-
Schakelaar On - Off en trilschakelaar
-
Stelknop volumesterkte (pijl naar boven en pijl naar beneden)
- Modus selectieknop
- DEL sonometer
- Luidspreker
- Laadcontacten
- Oplaad verklikker
- Aansluiting voor de lader
- Gelijkstroom aansluiting
LCD

text_image
Drempelwaarde loagste temperatuur Plafondwaarde hoogste temperatuur Kanaal nummer / Temperatuur in de kamer van de baby Verklikker van de oplaad staat van de batterij UL Icoon "buiten bereik" Icoon « tril » modus Icoon "Batterijen zender leeg" Digicode Streepjesgrafiek van het volume van de luidspreker LCD scherm van de ontvanger
text_image
Icoon "Nachtlampje" Kanaal nummer / Temperatuur in de kamer van de baby Verklikker van de oplaad staat van de batterij VOX 88 88 "VOX" icoon van het nachtlampje Icoon "Transmissie" Icoon "Controle van de grenswaarden" Digicode Streepjesgrafiek van de gevoeligheidsgraad van de microfoon. LCD scherm van de zenderWERKING
Zender
- Instellen van het kanaal, de digicode, het uitgangsvermogen, de functie alarm « buiten bereik » en de functie controle grenswaarden.
a. Zet de schakelaar On - Off (1) op stand "On" om de unit aan le zetten. Het controlelampje van de verklikker (groen) en het LCD scherm gaan aan. Druk tenminste 5 seconden op de knop "Modus" om bij de programmeer modus. Als de unit in de programmeer modus staat hoort u een pieptoon. Op het LCD scherm verschijnen de volgende elementen :
▼ Knipperen
▼ Permanente verlichting
b. Met behulp van de pijlen naar boven of naar beneden (2) moet u nu het door u gewenste kanaal selecteren (2 kanalen mogelijk, ledere keer dat u op één van de knappen drukt, gaat u over naar een ander kanaal of gaat u terug. Op deze knop (pijl naar boven of pijl naar beneden) drukken en hem ingedrukt houden (2) om sneller langs alle kanalen te scrollen. Uw keuze bevestigen door te drukken op de knop "Modus" (3). Op het LCD scherm verschijnen de volgende inlichtingen : Kanaal 2 is geselecteerd.

c. Nu moet u de digicode (digitale beveiliging) selecteren (u kunt kiezen tussen 68 verschillende codes) met behulp van de pijl naar boven of naar beneden (2). Iedere keer dat u op één van de knappen drukt, gaat u over naar een ander kanaal of gaat u terug. Op deze knop (pijl naar boven of pijl naar beneden) drukken en hem ingedrukt houden (2) om sneller langs alle kanalen te scrollen. Uw keuze bevestigen door te drukken op de knop "Modus" (3). Het door u gekozen kanaal en de digicode niet vergeten want u hebt ze nodig om de ontvanger te programmeren. Op het LCD scherm verschijnen de volgende inlichtingen :

d. Selecteer nu met de pijl naar boven of de pijl naar beneden (2) het uitgangsvermogen. Hi staat voor hoog vermogen en Lo voor laag vermogen terwijl Elo staat voor zeer laag vermogen. Houd in gedachten dat indien u een "laag vermogen" gebruikt, de communicatie afstand korter zal zijn maar daar staat tegenover dat de batterijen langer zullen meegaan. Bovendien zal het uitgezonden straalniveau ook lager zijn. indien u Elo hebt ingesteld, zal het icoon op de display verschijnen en zal de ontvanger een alarmsignaal afgeven als de afstand tussen de zender en de ontvanger meer dan 25 meter bedraagt. Bevestig uw selectie door te drukken op de knop « Modus » (3). Op het LCD scherm verschijnen de volgende inlichtingen :

e. Met behulp van de pijl naar boven of de pijl naar beneden (2) de alarmfunctie « buiten bereik » selecteren. "On" wil zeggen dat deze functie geactiveerd is en "Off" wil zeggen dat deze functie niet geactiveerd is. Als u de alarm op "Off" zet, zal het uitgezonden straalniveau lager zijn. Maar in dit geval zal de ontvanger geen alarm slaan als hij wordt geplaatst buiten het communicatie bereik van de zender. Bevestig uw selectie door te drukken op de knop "Modus" (3). Op het LCD scherm verschijnen de volgende inlichtingen :

f. Dit bewakingssysteem is voorzien van een digitaal codeersysteem van professionele kwaliteit dat in staat is alle ongewenste storingen te filtreren zodat de ouders er zeker van kunnen zijn dat zij alleen signalen horen afkomstig van hun kind. Normaal gesproken hoeven het kanaal en de digicode maar één keer geprogrammeerd te worden. Echter, in het, onwaarschijnlijke, geval dat uw buurman op dezelfde etage ook dit model bewakingssysteem heeft aangeschaft en ook hetzelfde kanaal en dezelfde digicode heeft geprogrammeerd, zult u waarschijnlijk een nieuw kanaal en een nieuwe digicode moeten instellen zodat u hun kind niet zult horen. In dit geval moet u opnieuw de etappes "a" t/m "c" hierboven uitvoeren en niet vergeten dan ook de ontvanger opnieuw in te stellen met het nieuwe kanaal en de nieuwe digicode.

- De sonde in de unit spoort de temperatuur in de kamer van de baby op. Deze temperatuur verschijnt op het LCD scherm van de zender en van de ontvanger. Het normale werkingsbereik van de temperatuur sonde is - 9° C tot + 50° C. Temperaturen buiten dit bereik zullen eveneens op het LCD scherm verschijnen maar met een mindere nauwkeurigheidsgraad. In het geval de temperatuur plotseling verandert (bijvoorbeeld als u de zender binnen verwijdert en buiten plaatst in de wintermaanden) heeft de sonde waarschijnlijk wel enkele minuten nodig om de parameters van deze nieuwe omgeving in zich op te nemen en de juiste waarde op het LCD scherm te brengen.
- Als de schakelaar On/Off (1) op "On" staat moet u kort drukken op de knop "Modus" (3) om op het LCD scherm de verschillende parameters cyclisch te doen verschijnen. Het scherm waarmee men het kanaal en de digicode, het uitgangsvermogen, het alarm « buiten bereik » of het bereik kan configureren, geeft automatisch opnieuw de temperatuur van de kamer van de baby aan als men 5 seconden lang niet drukt op de knop.

flowchart
graph TD
A["De huidige babykamertemperatuur is 23°C"] --> B["23°C"]
B --> C["228"]
C --> D["Kanaal "2" en de digicode "28" zijn geselecteerd"]
D --> E["Het uitgangsvermögen "Hi" 'hoogl is geselecteerd"]
E --> F["Hi P"]
F --> G["On"]
G --> H["Function alarm "builen bereik" is geactiveerd"]
- Zel de zender op ongeveer 1 meter van de wieg en draai de microfoon (5) naar de baby toe.
- Stel de gevoeligheidsgraad van de microfoon bij met behulp van de pijl naar boven of naar beneden (2) zodat de unit reageert zorda de microfoon (5) een geluid opvangt, naar gelang het door u ingestelde geluidsniveau. De streepjesgrafiek van de gevoeligheidsgraad van de microfoon die op het LCD scherm verschijnt, zal dienovereenkomstig veranderen. Zoveel meer streepjes er verschijnen in de grafiek zoveel gevoeliger is de unit ten opzichte van de omringende geluiden.
- Als de unit in de "Transmissie" modus staat 7, zal het LCD scherm oplichten en verschijnt de icoon "Transmissie" De zender gaat terug naar de "Wacht" modus enkele seconden nadat de microfoon (5) geen geluiden meer opvangt. De icoon "Transmissie" verdwijnt eveneens.
-
Als het alarm "buiten bereik" op "On" staat, geeft de zender een signaal aan de ontvanger met regelmatige tussenpozen zelfs als de microfoon (5) geen geluiden opvangt. De icoon "Transmissie" knippert dan op het LCD scherm.
-
Het nachtlampje (4) kan permanenl op "On" gezet worden door de schakelaar "On/Off" (1) op de stand te zetten. De icoon van het nachtlampje verschijnt dan op het LCD scherm. Het nachtlampje kan ook worden ingesteld op VOC (stem geac tiveerd) door kort te drukken op de knop "Modus" (3). In dit geval verschijnt de icoon "VOX" naast de icoon In de "VOX" modus gaat het nachtlampje branden zodra de microfoon (5) een geluid opvangt en gaat vervolgens automatisch uit na enkele seconden als de microfoon (5) geen geluid meer opvangt. Als u kort drukt op de knop "Modus" (3), schakelt het nachtlampje beurtelings over op de modus "On" en "Vox".
- De staat van de batterijen wordt aangegeven middels een verklikker van de laad staat van de batterijen ▪ Naar gelang de batterijen leeglopen, worden de segmenten van de laad staat kleiner. Als de batterijen leeg zijn, knippert de verklikker. De zender stuurt ook een signaal naar de ontvanger om de ouders hiervan op de hoogte te stellen.
- ledere keer dat u op een knop drukt, zult u een « pieptoon » horen die ten doel heeft om aan te geven dat de unit de door u aangebrachte wijzigingen heeft opgeslagen.
ONTVANGER
- Instellen van het kanaal, de digicode, de drempel- en plafondwaarde van de laagaste en hoogste temperatuur en de alarm functie « buiten bereik ».
a. De schakelaar On - Off (8) op de stand "On" zetten om de unit aan te zetten. Op zijn minst 5 seconden drukken op de knop "Modus" (10) om bij de programmeer modus te komen. Als de unit in de programmeer modus staat hoort u een pieptoon. Op het LCD scherm verschijnen de volgende elementen :
Knipperen
▼ Permanente verlichting
b. Met behulp van de pijlen naar boven of naar beneden (9) moet u nu hetzelfde kanaal selecteren als dat gekozen voor de zender. ledere keer dat u op één van de knoppen drukt, gaat u over naar een ander kanaal of gaat u terug. Op de knop (pijl naar boven of pijl naar beneden) (9) drukken en hem ingedrukt houden om sneller langs alle kanalen te scrollen. Uw keuze bevestigen door te drukken op de knop "Modus" (10). Op het LCD scherm verschijnen de volgende inlichtingen : Kanaal 2 is geselecteerd.
c. Nu moet u dezelfde digicode selecteren als die gekozen voor de zender met behulp van de pijl naar boven of naar beneden (9). ledere keer dat u op één van de knopden drukt, gaat u over naar een ander kanaal of gaat u terug. Op de knop (pijl naar boven of pijl naar beneden) (9) drukken en hem ingedrukt houden om sneller langs alle kanalen te scrollen. Uw keuze bevestigen door te drukken op de knop "Modus" (10). Op het LCD scherm verschijnen de volgende inlichtingen :
d. Nu moet u dezelfde alarm functie « buiten bereik » selecteren als op de zender met behulp van de pijl naar boven of naar beneden (9). Indien u een andere waarde selecteert, zal de alarm afgaan zonder dat daar een oorzaak voor is of zal hij niet afgaan zelfs als de ontvanger zich buiten het communicatie bereik van de zender bevindt. Uw keuze bevestigen door te drukken op de knop "Modus" (10). Op het LCD scherm verschijnen de volgende inlichtingen :
N.B : Indien de zender werkt met het temperatuurbereik, zal de ontvanger automatisch dit bereik controleren ongeacht de stand van de alarmselectie « buiten bereik » (ON of OFF).




e. Stel nu met behulp van de pijl naar boven en naar beneden (9) de plafondwaarde in van de hoogte temperatuur zodat de unit alarm slaat zodra de temperatuur boven deze waarde komt. ledere keer dat u op een knop drukt, gaat u over naar een andere temperatuur of gaat u terug. De knop (pijl naar boven of naar beneden) (9) ingedrukt houden om sneller langs de verschillende graden te scrollen (temperatuur). De bandbreedte van de grenstemperaturen op basis waarvan u de grenswaarden kunt instellen bedraagt - 3° C tot + 49° C. Als de modus "Off" is geselecteerd, is er geen enkele plafondwaarde voor de temperatuur ingesteld. Bevestig uw selectie door te drukken op de knop "Modus" (10). Op het LCD scherm verschijnen de volgende inlichtingen :
f. Met behulp van de knoppen « Pijl naar boven Pijl naar beneden » (9), de drempelwaarde van de laagste temperatuur instellen op basis waarvan de unit alarm moet slaan. De grenswaarden van de temperatuur die u kunt selecteren liggen tussen - 8° C à +44° C. Indien u een niet geldige waarde invoert (bijvoorbeeld indien u 15°C selecteert als plafondwaarde en 23°C als drempelwaarde), zal de unit uw instellingen weigeren en een « pieptoon » afgeven. Als de « Off » modus is geselecteerd, is er geen enkele drempelwaarde voor de laagste temperatuur ingesteld. Bevestig uw selectie door te drukken op de knop "Modus" (10). Op het LCD scherm verschijnen de volgende inlichtingen :
De zender heeft nog geen aflezing van de temperatuur verstuurd

of

Het leessignaal van de temperatuur is verstuurd
N.B. Het is aangeraden een verschil van ± 5° C tussen de waarde van de hoogste en laagste grenswaarde opgemeten in het vertrek in te stellen, zoniet zal de alarm functie van de temperatuur afgaan bij iedere kleine temperatuur schommeling in de kamer van de baby.
2. Enkele ogenblikken lang op de knop (10) drukken om de verschillende parameters cyclisch op het LCD scherm te brengen :

flowchart
graph TD
A["De huidige temperatuur in de babykamer bedraagt 23°C"] --> B["De drempelwaarde van de temperatuur is ingesteld op '16°C'"]
B --> C["De plafondwaarde van de temperatuur is ingesteld op '29°C'"]
C --> D["Kanaal '2' en de digicode '28' zijn geselecteerd"]
D --> E["De huidige temperatuur in de babykamer bedraagt 23°C"]
E --> F["De drempelwaarde van de temperatuur is ingesteld op '16°C'"]
F --> G["De plafondwaarde van de temperatuur is ingesteld op '29°C'"]
Op het scherm waarmee men het kanaal en de digicode, het alarm « buiten bereik » of de grenswaarde van de hoogste of de laagste temperatuur kan configureren, zal automatisch opnieuw de temperatuur in de kamer van de baby verschijnen als men 5 seconden lang niet op de knop drukt.
- Plaats de ontvanger op een redelijke afstand van de zender om akoestische reacties te vermijden. Als beide units te dicht bij elkaar staan, zal de luidspreker (12) een snerpend geluid laten horen.
- Als de unit een signaal ontvangt van de zender, zal het LCD scherm oplichten en gaan de DEL controlelampjes branden ten hoogte van de niveau verklikker (11). Hoe harder het geluid voortgebracht door de baby, zoveel te meer DEL controlelampjes er zullen gaan branden. Deze functie is bijzonder handig als de ouders het volume van de luidspreker op laag hebben gezet om niet te worden gestoord.

- Het volume van de luidspreker kan worden ingesteld met behulp van de pijl naar boven of naar beneden (9) en de streepjesgrafiek van de volume sterkte die op het LCD scherm verschijnt zal dienovereenkomstig veranderen. Zoveel te meer streepjes er verschijnen in de grafiek, zoveel hoger zal het volume van de luidspreker (12) zijn. Als er geen enkel streepje verschijnt in de grafiek op het LCD scherm, staat de luidspreker (12) op uit.
- Deze unit is voorzien van de functie trilalarm. Zet de schakelaar "On/Off" (8) op de stand, de tril icon perschijnt eveneens op het LCD scherm. Als het geluid dat door de baby wordt gemaakt hard genoeg is, zal de triller in werking treden. Deze functie is handig als de ouders zich in een drukke omgeving bevinden (bijvoorbeeld als de stofzuiger aanstaat). Om de batterijen te sparen, is het aangeraden de functie trilalarm niet al te vaak te gebruiken.
- Als het alarm "buiten bereik" op beide units op "On" is gezet (op de zender en de ontvanger), zal het afgaan zodra de ontvanger langer dan 2 minuten buiten het communicatie bereik van de zender komt. De verklikker van het DEL niveau gaat knipperen tegelijk met de icoon « buiten bereik » om de ouders te waarschuwen. Bovendien geeft de temperatuur verklikker "-- ° C" aan. Het alarm en de icoon gaan pas uit als de ontvanger zich weer bevindt in het communicatie bereik van de zender.
N.B. Dit alarm gaat ook af als de zender uit staat, als de batterij bijna leeg is, als zijn voeding wordt uitgeschakeld, als de instelling van het kanaal / de digicode niet gelijk is op de zender en de ontvanger of als het alarm « buiten bereik » niet identiek is ingesteld op de zender en de ontvanger. - Zodra de temperatuur in de babykamer buiten het door de ouders ingestelde bereik (plafond- en drempelwaarde) komt, gaat het alarm af. Naar gelang het verschil opgemeten ten opzichte van de hoogste of laagste temperatuur, zullen de betreffende icoon en de temperatuur verklikker min of minder snel gaan knipperen op het LCD scherm.
- De verklikker van de laad staat van de batterij maakt het mogelijk te kijken of de batterij nog wel opgeladen is Naar gelang de batterij leegloopt, lopen de segmenten van de verklikker van de laad staat terug. Als de batterij leeg is, gaat de verklikker knipperen en gaat het alarm af om de ouders eraan te herinneren dat de batterij moet worden opgeladen in de snelle lader. Als de ontvanger aan staat in en de snelle lader wordt geplaatst, gaan de segmenten van de laad staat van de batterij achter elkaar knipperen tijdens het laden. Als het opladen is gebeurd, gaat het knipperen uit en blijven er drie segmenten branden om aan te geven dat de batterij weer volledig is opgeladen.
- Als de batterij praktisch leeg is (één enkel segment is te zien op de verklikker van de laad staat van de batterij), stuurt de zender een signaal naar de ontvanger. De icoon "batterijen leeg" van de zender g gaat knipperen op het LCD scherm van de ontvanger en deze geeft een pieptoon af. Als de verklikker van de laad staat van de zender helemaal leeg is, hoort men twee "pieptonen" om de ouders te waarschuwen dat het nu echt tijd is om de batterijen van de zender te vervangen.
- ledere keer dat u op een knop drukt, hoort u een pieptoon om aan te geven dat de unit de door u aangebrachte wijzigingen heeft opgeslagen.
- Het geluidsniveau van het alarm en van de « pieptoon » is onveranderlijk en staat los van de instelling van de volume sterkte van de luidspreker.
De zender en de ontvanger kunnen alle twee met een clip op de riem worden vastgegespt. Zie om de clip te verwijderen het hiernaast staande schema.

VEILIGHEIDSMAATREGELEN
- Gebruik uitsluitend en alleen de meegeleverde wisselstroom adaptors. Het gebruik van een andere wisselstroom adaptor kan het apparaat beschadigen.
- Indien u het apparaat langere tijd niet gebruikt, moet u de batterijen verwijderen uit het batterijen vakje van de zender en van de ontvanger om lekkage te voorkomen.
-
De steker van de wisselstroom adaptor uit de muurcontactdoos halen als u het apparaat niet gebruikt.
-
Dit apparaat werkt optimaal bij een temperatuur gelegen tussen - 9° C en + 50° C
- Het apparaat niet langdurig blootstellen aan rechtstreeks zonlicht en het niet in de nabijheid van een warmtebron plaatsen of in een vochtig of stoffig vertrek.
- De behuizing niet openen, hij bevat geen enkel onderdeel dat los gebruikt kan worden.
STANDAARD TOEBEHOREN
a. Een wisselstroom 6 V adaptor voor de zender,
b. Een wisselstroom 9 V adaptor voor de snelle lader,
c. Een snelle lader,
d. Een zender
e. Een onlvanger,
f. Een oplaadbare Ni-mH 4,8 V batterij : LET OP : NOOIT HET GROENE PLASTIC BESCHERMINGSLAAGJE VERWIJDEREN.
g. Een gebruikshandleiding

OPLOSSEN VAN STORINGEN
| Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| De zender maakt geen transmissie • De gevoeligheidsgraad van de microfoon is te laag.De batterijen zijn versleten of de wisselstroom adaptor is niet naar behoren aangesloten. | Stel de gevoeligheidsgraad van de microfoon in op een hoger niveau met behulp van de piji naar boven of naar benoden (2).Vervang de batterijen of controleer de aansluiting. | |
| De zender werkt continu • De gevoeligheidsgraad van de microfoon is te hoog. | Stel de gevoeligheidsgraad van de microfoon in op een hoger niveau met behulp van de piji naar boven en naar benden (2) zodat de stem functie wordt geactveerd op de zender. | |
| De alarm functie « buiten bereik » werkt continu | Het kanaal of de digicode is niet identiek ingesteld op de zender en de ontvanger.De batterijen van de zender zijn leeg.Het alarm “buiten bereik” is op "Off" gezet op de zender en op "On" op de ontvanger.De afstand tussen de zender en de ontvanger is groter dan het werkingsbereik. | Stel het kanaal en de digicode op dezellde parameters in zowel op de zender als op de ontvanger.Vervang de batterijenZet het alarm “buiten bereik” op de zender op "On".Zet beide units dichter bij elkaar. |
| De alarm functie « buiten bereik » treedt af en toe in werking | Storing met andere elektrische apparaten die op hetzelfde kanaal werken. | Stel een ander kanaal in. |
| Geon alarm functie « buiten bereik » | Het alarm « buiten bereik » staat op "Off" op de zender en op de ontvanger.Het alarm « buiten bereik » staat op "On" op de zender maar op "Off" op de ontvanger. | Zet het alarm « buiten bereik » op beide units op "On".Zet het alarm « buiten bereik » op de ontvanger op "On". |
| De alarm functie temperatuur werkt continu | De grenswoorden van de laogste en hoogste temperatuur liggen le dicht in de buurt van de op het moment opgemeten waarde. | U moet een verschil van ongeweer 5°C in acht nemen tussen de grenswoorden van de hoogste en de laogste temperatuur en de waarde die op het moment wordt opgemeten. |
| De alarm functie batterij bijna leeg verschijnt continu op het scherm | De batterij is leeg.De batterij is niet in de ontvanger aangebracht.De batterij is beschadigd. | De batterij opladen in de snelle lader (ontvanger). De batterijen vervangen of de wisselstroom adaptor gebruiken (zender).De batterij op zijn plaats brengen in het batterijen vakje.De batterij vervangen. |
| Korte levensduur van de batterijen) • Het nachlampje blijft continu branden.Het trillalarm is geactveerd. | Zet het nachlampje uit of kies de «VOX» modus.Schokel het trillalarm uit. | |
| Talrijke statische geluiden en storingen | De zender staat in de nabineid van andere elektrische apparaten. | Verpkoats het elektrische apparaat door storingen veroorzaakt of haal de zender uit de buurt van de bron van storingen of wijzig het kanaal. |
| De communicatie afstand is te kort | Er bevinden zich te veel obstakels van metocl tussen de zender en de ontvangerHet uitgangswermogen van de zender is ingesteld op "Lo".De batterijen van de zender zijn leeg.De functie controle van het bereik staat op "On". | Zet de zender of de ontvanger op een andere plaats.Wijzig de instelling van het uitgangswermogen van de zender enzet het op "Hi".Vervang de batterijen of gebruik de wisselstroom adaptor.Wijzig de instelling van de functie controle van het bereik enzet hem op "Off". |
Babyphone Expert II
