R-S201 - Home cinema versterker YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis R-S201 YAMAHA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over R-S201 YAMAHA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Home cinema versterker in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding R-S201 - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. R-S201 van het merk YAMAHA.
GEBRUIKSAANWIJZING R-S201 YAMAHA
Belangrijke mededeling: Garantie-informatie voor klanten in de EER\* en Zwitserland
Nederlands
Voor gedetailleerde garantie-informatie over dit Yamaha-product en de garantieservice in heel de EER* en Zwitserland, gaat u naar de onderstaande website (u vind een afdrukbaar bestand op onze website) of neemt u contact op met de vertegenwoordiging van Yamaha in uw land. * EER: Europese Economische Ruimte
http://europe.yamaha.com/warranty/

YAMAHA

YAMAHA
R-S201
Receiver
Ampli-Tuner
CAUTION: READ THIS BEFORE OPERATING YOUR UNIT.
1 Om er zeker van te kunnen zijn dat u de optimale prestaties uit uw toestel haalt, dient u deze handleiding zorgvuldig door te lezen. Bewaar de handleiding op een veilige plek zodat u er later nog eens iets in kunt opzoeken.
2 Installeer dit geluidssysteem op een goed geventileerde,
koele, droge en schone plek uit de buurt van direct
zonlicht, warmtebronnen, trillingen, stof, vocht, en/of kou.
Houd de volgende minimumruimte rond het toestel aan
voor ventilatiedoeleinden.
Boven: 30 cm
Achter: 20 cm
Zijkanten: 20 cm
3 Plaats dit toestel uit de buurt van andere elektrische apparatuur, motoren of transformatoren om storend gebrom te voorkomen.
4 Stel dit toestel niet bloot aan plotselinge temperatuurswisselingen van koud naar warm en plaats het toestel niet in een omgeving met een hoge vochtigheidsgraad (bijv. in een ruimte met een luchtbevochtiger) om te voorkomen dat zich binnenin het toestel condens vormt, wat zou kunnen leiden tot elektrische schokken, brand, schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel.
5 Vermijd plekken waar andere voorwerpen op het toestel kunnen vallen, of waar het toestel blootstaat aan druppelende of spattende vloeistoffen. Plaats de volgende dingen niet bovenop dit toestel:
- Andere componenten, daar deze schade kunnen veroorzaken en/of de afwerking van dit toestel kunnen doen verkleuren.
- Brandende voorwerpen (bijv. kaarsen), daar deze brand, schade aan dit toestel en/of persoonlijk letsel kunnen veroorzaken.
- Voorwerpen met vloeistoffen, daar deze elektrische schokken voor de gebruiker en/of schade aan dit toestel kunnen veroorzaken wanneer de vloeistof daaruit in het toestel terecht komt.
6 Dek het toestel niet af met een krant, tafellaken, gordijn enz. zodat de koeling niet belemmerd wordt. Als de temperatuur binnenin het toestel te hoog wordt, kan dit leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel.
7 Steek de stekker van dit toestel pas in het stopcontact als alle aansluitingen gemaakt zijn.
8 Gebruik het toestel niet wanneer het ondersteboven is geplaatst. Het kan hierdoor oververhit raken, wat kan leiden tot schade.
9 Gebruik geen overdreven kracht op de schakelaars, knoppen en/of snoeren.
10 Wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u aan de stekker zelf trekken, niet aan het snoer.
11 Maak dit toestel niet schoon met chemische oplosmiddelen; dit kan de afwerking beschadigen. Gebruik alleen een schone, droge doek.
12 Gebruik alleen het op dit toestel aangegeven voltage. Gebruik van dit toestel bij een hoger voltage dan aangegeven is gevaarlijk en kan leiden tot brand, schade aan het toestel en/of persoonlijk letsel. Yamaha aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige schade veroorzaakt door gebruik van dit toestel met een ander voltage dan aangegeven staat.
13 Om schade door blikseminslag te voorkomen, dient u de stekker uit het stopcontact te halen wanneer het onweert.
14 Probeer niet zelf wijzigingen in dit toestel aan te brengen of het te repareren. Neem contact op met erkend Yamaha servicepersoneel wanneer u vermoedt dat het toestel reparatie behoeft. Probeer in geen geval de behuizing open te maken.
15 Wanneer u dit toestel voor langere tijd niet zult gebruiken (bijv. vakantie), dient u de stekker uit het stopcontact te halen.
16 Lees het hoofdstuk "VERHELPEN VAN STORINGEN" over veel voorkomende vergissingen bij de bediening voor u de conclusie trekt dat het toestel een storing of defect vertoont.
17 Voor u het toestel verplaatst, dient u op ⏻ (aan/uit) te drukken om het toestel in wachtstand te zetten, en vervolgens de stekker uit het stopcontact te halen.
18 Er zal zich condens vormen wanneer de omgevingstemperatuur plotseling verandert. Haal de stekker uit het stopcontact en laat het toestel met rust.
19 Wanneer het toestel langere tijd achter elkaar gebruikt wordt, kan het warm worden. Schakel de stroom uit en laat het toestel afkoelen.
20 Installeer dit toestel in de buurt van een stopcontact op een plek waar u de stekker gemakkelijk kunt bereiken.
21 De batterijen mogen niet worden blootgesteld aan hitte, zoals door direct zonlicht, vuur of iets dergelijks.
22 Een te hoge geluidsdruk (volume) van een oortelefoon of hoofdtelefoon kan leiden tot gehoorschade.
De stroomvoorziening van dit toestel is niet afgesloten zolang de stekker in het stopcontact zit, ook al is het toestel zelf uitgeschakeld met ♂. Dit is de zogenaamde wachtstand. In deze toestand is het toestel ontworpen een zeer kleine hoeveelheid stroom te verbruiken.
WAARSCHUWING
OM DE RISICO'S VOOR BRAND OF ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE VERMINDEREN, MAG U DIT TOESTEL IN GEEN GEVAL BLOOTSTELLEN AAN VOCHT OF REGEN.

Dit etiket moet op het product worden aangebracht wanneer de bovenkant heet kan worden tijdens gebruik.
INHOUD
INLEIDING
NUTTIGE FUNCTIES .... 1
MEEGELEVERDE ACCESSOIRES...... 1
REGELAARS EN HUN FUNCTIES......2
Voorpaneel....2
Voorpaneelscherm 4
Achterpaneel 5
Afstandsbediening 6
De afstandsbediening gebruiken....8
VOORBEREIDINGEN
AANSLUITINGEN 9
Luidsprekers en broncomponenten aansluiten...... 9
De FM- en AM-antennes aansluiten.... 11
Het netsnoer aansluiten.... 11
BASISBEDIENING
AFSPELEN....12
Een bron afspelen 12
De sluimerklok gebruiken 13
Voorkeuzefuncties gebruiken 14
Radio Data System-gegevens ontvangen (alleen het model voor Europa).... 18
GEAVANCEERDE BEDIENING
HET OPTIEMENU INSTELLEN VOOR
INVOERBRONNEN....19
Optiemenu-items 19
AANVULLENDE INFORMATIE
VERHELPEN VAN STORINGEN....20
SPECIFICATIES....23
Over deze handleiding
- geeft een bedieningstip aan.
- De instructies in deze handleiding beschrijven de bediening van het toestel met de meegeleverde afstandsbediening. U kunt ook de knoppen en regelaars op het voorpaneel gebruiken als ze dezelfde of vergelijkbare namen hebben als die op de afstandsbediening.
NUTTIGE FUNCTIES
Met dit toestel kunt u:
◆ Luisteren naar FM- en AM-radiostations (zie bladzijde 14)
◆ De afstandsbediening van dit toestel gebruiken voor het bedienen van een Yamaha cd-speler (zie bladzijde 7)
◆ Energie besparen met de functie AUTO POWER STANDBY (zie bladzijde 19)
MEEGELEVERDE ACCESSOIRES
Controleer of u alle volgende onderdelen ontvangen heeft.
Afstandsbediening

FM-binnenantennes


* Afhankelijk van de regio waarin het toestel wordt aangekocht wordt één van de bovenstaande meegeleverd.
AM-ringantenne

Batterijen (x2) (AA, R6, UM-3)

Voorpaneel

text_image
STANDBY/ON FM MODE MEMORY FM/AM < PRESET > << TUNING > VOLUME YAMAHA STANDBY/ON FM MODE MEMORY FM/AM < PRESET > << TUNING >< BASS > < TREBLE > < INPUT >① ⏻ (aan/uit)
Schakelt het toestel in en uit, of activeert wachtstand.
Opmerking
Zelfs indien het toestel in wachtstand staat, verbruikt het nog een kleine hoeveelheid stroom.
② FM MODE
Wijzigt de ontvangstmodus voor FM (stereo of mono) als TUNER wordt gekozen als ingangsbron (zie bladzijde 14).
③ Sensor voor de afstandsbediening
Ontvangt infrarode signalen van de afstandsbediening.
④ STANDBY/ON-lampje
| Lampje | Status |
| Helder brandend | Het toestel is ingeschakeld. |
| Gedempt | Het toestel staat in wachtstand. |
| Uit | Het toestel is uitgeschakeld.Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact om dit toestel uit te schakelen. |
⑤ MEMORY
Slaat het huidige FM/AM-station op als voorkeuze wanneer TUNER is geselecteerd als ingangsbron (zie bladzijde 15).
⑥ FM/AM
Stelt de FM/AM-tunerband in op FM of AM wanneer TUNER is geselecteerd als ingangsbron (zie bladzijde 14).
⑦ PRESET < / >
Selecteert een FM/AM-voorkeuzestation wanneer TUNER is geselecteerd als ingangsbron (zie bladzijde 16).
⑧ TUNING << / >>
Selecteert de afstemfrequentie wanneer TUNER is geselecteerd als ingangsbron (zie bladzijde 14).
⑨ Voorpaneelscherm
Geeft informatie weer over de status van het toestel.

text_image
YAMAHA STANDARD ON PHONES SPEAKERS A B - BASS + - TREBLE + ← INPUT > VOLUME 10 15 SPEAKERS A B - BASS + - TREBLE + ← INPUT > 11 12 13 14⑩ PHONES-aansluiting
Voert audio uit naar uw hoofdtelefoon zodat u privé kunt luisteren.
Opmerking
Druk op SPEAKERS A/B zodat de lampjes SP A/B (zie bladzijde 4) uitgaan voordat u uw hoofdtelefoon aansluit op de PHONES-uitgang.
⑪ SPEAKERS A/B
Schakelt telkens als de overeenkomstige knop wordt ingedrukt de luidsprekerset in of uit die aangesloten is op de SPEAKERS A- en/of SPEAKERS B-aansluitingen op het achterpaneel (zie bladzijde 12).
⑫ BASS -/+
Verhoogt of verlaagt de versterking van de lage tonen. Bedieningsbereik: -10 dB tot +10 dB
⑬ TREBLE -/+
Verhoogt of verlaagt de versterking van de hoge tonen. Bedieningsbereik: -10 dB tot +10 dB
⑭ INPUT ◀/▷
Hiermee kiest u de ingangsbron waar u naar wilt luisteren.
⑮ VOLUME-regelaar
Verhoogt of verlaagt het geluidsniveau.
Voorpaneelscherm

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["PRESET"]
C["2"] --> D["MEMORY"]
E["3"] --> F["SP A"]
G["4"] --> H["SP B"]
I["5"] --> J["TUNED"]
K["6"] --> L["SLEEP"]
M["7"] --> N["ST kHz"]
O["8"] --> P["MHz"]
① PRESET-lampje
| Lampje | Status |
| Brandt | Een voorkeuzestation wordt teruggeroepen. |
| Een FM/AM-station handmatig zoeken om te registreren als voorkeuze. | |
| knippert | Er wordt gezocht naar FM-stations om te registreren als voorkeuze. |
② MEMORY-lampje
| Lampje | Status |
| Brandt | Het registreren van een FM/AM-station als voorkeuze is voltooid. |
| knippert | Een FM/AM-station handmatig zoeken om te registreren als voorkeuze. |
| Er wordt gezocht naar FM-stations om te registreren als voorkeuze. |
③ SP (SPEAKERS) A/B-lampjes
Branden afhankelijk van welke luidsprekers u hebt geselecteerd.
Beide lampjes branden als beide luidsprekersets zijn geselecteerd.
④ TUNED-lampje
Brandt wanneer het toestel is afgestemd op een FM- of AM-station met een krachtig signaal.
⑤ SLEEP-lampje
Brandt als de sluimerklok ingeschakeld is (zie bladzijde 13).
⑥ ST-lampje
Brandt wanneer het toestel ontvangt in stereo en is afgestemd op een FM-station met een stereouitzending.
⑦ kHz/MHz-lampje
Gaan branden afhankelijk van de geselecteerde uitzendfrequentie.
kHz: AM
MHz: FM
⑧ Multi-infoscherm
Geeft gegevens weer tijdens het aanpassen of wijzigen van instellingen.
Achterpaneel

flowchart
graph TD
A["Antenna"] --> B["FM 75Ω AM"]
B --> C["CD"]
C --> D["LINE"]
D --> E["SPEAKERS"]
E --> F["VOLTAGE SELECTOR 110-120 V 220-240 V"]
C --> G["CD L"]
C --> H["LINE L"]
C --> I["3 PB REC L"]
E --> J["SPEAKERS A B"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
style G fill:#cfc,stroke:#333
style H fill:#fcc,stroke:#333
style I fill:#cfc,stroke:#333
style J fill:#fcc,stroke:#333
① ANTENNA-aansluitingen
Hier sluit u FM- en AM-antennes aan (zie bladzijde 11).
② Netsnoer
Toestel aansluiten op een stopcontact (zie bladzijde 11).
③ CD-aansluitingen
Hier sluit u een cd-speler aan (zie bladzijde 9).
④ LINE 1-2-aansluitingen
Hier sluit u audiocomponenten aan (zie bladzijde 9).
⑤ LINE 3-aansluitingen
PB-aansluitingen (Afspelen)
Hier sluit u audio-uitgangen van een audiocomponent aan.
REC-aansluitingen (Opname)
Hier sluit u audio-ingangen van een audiocomponent aan.
⑥ SPEAKERS-aansluitingen
Hier sluit u luidsprekers aan (zie bladzijde 9).
⑦ VOLTAGE SELECTOR (alleen voor het universele model)
Afstandsbediening

flowchart
graph TD
A["1"] --> B["SLEEP"]
C["2"] --> D["LINE 1"]
E["3"] --> F["LINE 2"]
G["4"] --> H["LINE 3"]
I["5"] --> J["TUNING"]
K["6"] --> L["TREBLE"]
M["7"] --> N["BASS"]
O["8"] --> P["L"]
Q["9"] --> R["VOLUME"]
S["10"] --> T["MUTE"]
U["11"] --> V["A"]
W["12"] --> X["B"]
Y["13"] --> Z["MUTE"]
AA["14"] --> AB["INFO"]
AC["15"] --> AD["DISC SKIP"]
AE["YAMAHA"] --> AF["Menu"]
AG["DINJAMER"] --> AH["VOLUME"]
AI["MEMS"] --> AJ["ENTER"]
AK["PRETENUE"] --> AL["PRESET"]
AM["SMR"] --> AN["SMR"]
AO["SMR"] --> AP["SMR"]
■ Algemene toetsen
De volgende toetsen en onderdelen kunt u gebruiken, ongeacht welke ingangsbron u hebt geselecteerd.
① Infraroodsignaalzender
Verzendt infrarode signalen.
② ⏻ (aan/uit)
Schakelt het toestel in en uit, of activeert wachtstand.
③ SLEEP
Stelt de sluimerklok in (zie bladzijde 13).
④ Invoerkeuzetoetsen
Hiermee kiest u de ingangsbron waar u naar wilt luisteren.
#
- De namen van de ingangsbronnen stemmen overeen met de namen van de aansluitingen op het achterpaneel.
- Druk op FM of AM als u op de afstandsbediening TUNER wilt selecteren als invoerbron.
⑤ TREBLE -/+
Verhoogt of verlaagt de versterking van de hoge tonen.
Bedieningsbereik: -10 dB tot +10 dB
⑥ BASS -/+
Verhoogt of verlaagt de versterking van de lage tonen. Bedieningsbereik: -10 dB tot +10 dB
⑦ BALANCE L/R
Regelt de geluidsbalans van de linker- en rechterluidsprekers om onevenwichtig geluid te compenseren.
Bedieningsbereik:

text_image
L +10 ← 0 → R +10 (+20 dB) (midden) (+20 dB) uitvoer via het andere al is uitgeschakeld. De uitvoer via het andere kanaal is uitgeschakeld.⑧ △ / ∇ / ◁ / ▷ / ENTER
Selecteert en bevestigt onderdelen in het optiemenu (zie bladzijde 19).
⑨ MENU
Schakelt het optiemenu in en uit (zie bladzijde 19).
⑩ VOLUME +/-
Verhoogt of verlaagt het geluidsniveau.
⑪ SPEAKERS A/B
Schakelt telkens als de overeenkomstige knop wordt ingedrukt de luidsprekerset in of uit die aangesloten is op de SPEAKERS A- en/of SPEAKERS B-aansluitingen op het achterpaneel (zie bladzijde 12).
⑫ DIMMER
Druk meerdere malen op deze toets om één van de 3 niveaus voor helderheid van het voorpaneelscherm te selecteren.
#
- Deze instelling wordt behouden, zelfs als u dit toestel uitschakelt.
- De helderste instelling is de standaardinstelling.
⑬ MUTE
Hiermee schakelt u de uitvoer van geluid uit. Druk nog eens op deze toets om de geluidsweergave te hervatten op het oorspronkelijke volumeniveau.
■ FM/AM-regelaar
De volgende toetsen kunt u gebruiken als u TUNER hebt geselecteerd als ingangsbron.
⑭ TUNING << / >>
Selecteert de afstemfrequentie (zie bladzijde 14).
PRESET
Selecteert een FM/AM-voorkeuzestation (zie bladzijde 16).
MEMORY
Slaat het huidige FM/AM-station op als voorkeuze (zie bladzijde 15).
INFO
Alleen het model voor Europa:
Selecteert de informatie die op het voorpaneelscherm moet worden weergegeven (zie bladzijde 18).
■ Toetsen voor Yamaha cd-spelers
Met de volgende toetsen kunt u een Yamaha cd-speler bedienen.
⑮ Bedieningstoetsen Yamaha cd-speler
| ☐ | Stopt het afspelen |
| ☐☐ | Pauzeert het afspelen |
| ▷ | Start het afspelen |
| DISC SKIP | Springt naar de volgende cd in een cd-wisselaar |
| ◀◀ | Springt terug |
| ▶▶ | Springt vooruit |
| ≡ | Voert de schijf uit |
| ◀◀ | Spoelt terug |
| ▶▶ | Speelt versneld vooruit |
Opmerking
Ook al gebruikt u een Yamaha cd-speler, toch zijn bepaalde componenten en functies misschien niet beschikbaar. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing bij uw component voor nadere informatie.
De afstandsbediening gebruiken
■ Batterijen plaatsen

text_image
1 2 3AA, R6, UM-3-batterijen
■ Werkingsbereik
Richt de afstandsbediening binnen het hieronder weergegeven bedieningsbereik op de afstandsbedieningssensor op het toestel.

text_image
Ongeveer 6 m 30° 30° Afstandsbediening■ Opmerkingen over de afstandsbediening en batterijen
- Er mogen zich geen grote obstakels bevinden tussen de afstandsbediening en het toestel.
- Mors geen water of andere vloeistoffen op de afstandsbediening.
- Laat de afstandsbediening niet vallen.
-
Laat de afstandsbediening niet liggen en bewaar hem niet op de volgende plaatsen:
-
zeer vochtige plaatsen, bijvoorbeeld bij een badkamer
- zeer warme plekken, zoals bij een kachel of fornuis
- zeer koude plaatsen
-
stoffige plaatsen
-
Vervang alle batterijen als u merkt dat het werkingsbereik van de afstandsbediening kleiner wordt.
- Als de batterijen leeg raken, haal ze dan onmiddellijk uit de afstandsbediening om ontploffing of zuurlekkage te voorkomen.
- Als u lekkende batterijen vindt, doe de batterijen dan onmiddellijk weg waarbij u ervoor zorgt dat u het weggelekte materiaal niet aanraakt. Als het weggelekte materiaal in contact komt met uw huid, uw ogen of uw mond, spoel het dan onmiddellijk weg en raadpleeg een arts. Maak het batterijvak goed schoon voordat u nieuwe batterijen plaatst.
- Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar. Hierdoor kan de levensduur van de nieuwe batterijen verkort worden of kunnen de oude batterijen gaan lekken.
- Gebruik geen verschillende types batterijen door elkaar (zoals alkaline- en mangaanbatterijen). Batterijen die er hetzelfde uitzien, kunnen een verschillende specificatie hebben.
- Voordat u nieuwe batterijen plaatst, dient u het batterijvak schoon te vegen.
• Voer batterijen af volgens de plaatselijke wet- en regelgeving. - Berg batterijen op buiten het bereik van kinderen.
Batterijen kunnen gevaarlijk zijn als een kind ze in de mond stopt.
- Haal de batterijen uit het toestel als u van plan bent het toestel gedurende langere tijd niet te gebruiken. Anders lopen de batterijen leeg en bestaat het gevaar van lekkage van batterijvloeistof met als gevolg mogelijke beschadiging van het toestel.
AANSLUITINGEN
Luidsprekers en broncomponenten aansluiten
Alle aansluitingen moeten correct zijn: L (links) op L, R (rechts) op R, "+" op "+" en "-" op "-" . Als de aansluitingen niet kloppen, wordt er geen geluid weergegeven via de luidsprekers en als de polariteit van de luidspreker-aansluitingen niet correct is, klinkt de weergave onnatuurlijk met te weinig lage tonen. Raadpleeg de gebruikershandleiding van elk van uw componenten.
Gebruik RCA-kabels voor het aansluiten van audiocomponenten.
LET OP
- Sluit dit toestel of andere componenten pas op het lichtnet aan nadat alle aansluitingen tussen componenten gemaakt zijn.
- Laat blootliggende luidsprekerdraden niet met elkaar of met metalen onderdelen van het toestel in contact komen. Hierdoor kunnen het toestel en/of de luidsprekers beschadigd raken.

flowchart
graph TD
A["CD-speler"] --> B["Audio-uitgang"]
B --> C["Antenna FM 750 AM"]
C --> D["CD"]
D --> E["Dvd-speler, enz."]
D --> F["Cd-recorder, enz."]
D --> G["Luidsprekers A Rechts Links"]
D --> H["Luidsprekers B Rechts Links"]
I["Bandrecorder, enz."] --> J["Audio-uitgang"]
J --> K["Line PB REC L Audio-ingang"]
K --> L["SPEAKERS A"]
M["Luidsprekers A"] --> N["Rechts Links"]
O["Luidsprekers B"] --> P["Rechts Links"]
■ REC-aansluitingen
- De REC-aansluitingen voeren audiosignalen uit van de geselecteerde ingangsbron (behalve als LINE 3 is geselecteerd).
- Instellingen voor volumeniveau, toonregeling en balans zijn niet van invloed op de REC-aansluitingen.
■ Luidsprekerkabels aansluiten

text_image
1 2 3 4 5Verwijder ongeveer 10 mm van de isolatie van het einde van de luidsprekerkabels.
Opmerking
Wanneer u luidsprekerkabels in de luidsprekeraansluitingen steekt, steek dan alleen de blootliggende luidsprekerdraad in. Als u geïsoleerde kabel insteekt, kan de verbinding slecht zijn en hoort u mogelijk geen geluid.
LET OP
Stel de impedantie van de luidsprekers in als hieronder weergegeven.
| Luidsprekeraansluiting | Luidsprekerimpedantie |
| SPEAKERS A of SPEAKERS B | 8 Ω of hoger |
| SPEAKERS A en SPEAKERS B | 16 Ω of hoger (behalve het model voor Noord-Amerika) |
| Dubbele bedrading | 8 Ω of hoger |
■ Dubbel bedrade aansluiting
Een dubbel bedrade aansluiting scheidt de woofer (lagetonenluidspreker) van het gecombineerde deel voor de middentonen en de tweeters (hogetonenluidsprekers). Een luidsprekerkast voor dubbele bedrading heeft vier aansluitklemmen. Met deze twee sets aansluitingen kan de luidsprekerkast gesplitst worden in twee onafhankelijke delen. Met deze verbindingen wordt de reproductie van de middentonen en hoge tonen via de ene set aansluitingen geleid en die van de lage tonen via een andere set aansluitingen.
Achterpaneel

flowchart
graph TD
A["Speaker - SPEAKERS"] --> B["Luidspreker"]
B --> C["Logic Gate"]
C --> D["Output Signal"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
Sluit de andere luidspreker op dezelfde manier aan op de andere set aansluitingen.
Opmerking
Bij het maken van dubbel bedrade aansluitingen dient u de kortsluitbruggen of kabels van de luidspreker te verwijderen.

Wilt u dubbel bedrade aansluitingen gebruiken, druk dan op SPEAKERS A en SPEAKERS B, zodat SP A en B beide gaan branden op het voorpaneelscherm.

text_image
SLEEP LINE 1 LINE 2 LINE 3 CD FM AM TUNING MEMORY PRESET INFO - TREBLE + - BASS + L BALANCE R A SPEAKERS A/B B
De FM- en AM-antennes aansluiten
Bij dit toestel zijn binnenantennes meegeleverd voor FM-en AM-uitzendingen. In het algemeen zouden deze antennes voldoende signaalsterkte moeten leveren. Sluit de antennes aan op de daarvoor bedoelde aansluitingen.
Opmerking
Als u last hebt van een slechte ontvangst, kunt u een buitenantenne installeren. Vraag bij uw dichtstbijzijnde erkende Yamaha-verkoper of -servicecentrum naar de mogelijkheden met buitenantennes.
FM-buitenantenne

text_image
AM-buitenantenne* FM- binnenantenne (meegeleverd) AM-ringantenne (meegeleverd)** ANTI NNA FM 75Ω AM CD 1\*AM-buitenantenne
Gebruik 5 tot 10 meter met plastic geïsoleerd draad dat u uit een raam naar buiten spant.
\*\*AM-ringantenne (meegeleverd)
- De AM-ringantenne moet altijd aangesloten blijven, zelfs als er een AM-buitenantenne op dit toestel is aangesloten.
- De AM-ringantenne moet niet te dicht bij het toestel geplaatst worden.
- De draden van de AM-antenne hebben geen polariteit.
■ De meegeleverde AM-ringantenne in elkaar zetten

flowchart
graph TD
A["Opening Window"] --> B["Cut Outer Box"]
B --> C["Close Outer Box"]
C --> D["Pressing Pin"]
D --> E["Final Component"]
■ De draad van de AM-ringantenne aansluiten

Het netsnoer aansluiten
Steek de stekker van het netsnoer in het stopcontact nadat u alle andere aansluitingen hebt gemaakt.
LET OP
Alleen voor het universele model:
Stel de VOLTAGE SELECTOR van het toestel in op het lokale voltage voordat u het netsnoer aansluit. Bij onjuiste instelling van de VOLTAGE SELECTOR bestaat brandgevaar en kan schade aan het apparaat ontstaan.

text_image
Naar stopcontact met netsnoer VOLTAGE SELECTOR 110-120 V 220-240 V VOLTAGE SELECTOR 110-120 V 220-240 VAFSPELEN
Een bron afspelen

text_image
SLEEP LINE 1 LINE 2 LINE 3 CD FM AM TUNING MEMORY PRESET INFO TREBLE -/+ TREBLE A BASS -/+ BASS SPEAKERS BALANCE L/R L BALANCE R ENTER MENU DIMMER VOLUME MUTE VOLUME +/-1 Druk op ⏻ (aan/uit) om het toestel aan te zetten.
2 Druk op een van de invoerkeuzetoetsen om de gewenste ingangsbron te kiezen.
3 Druk op SPEAKERS A en/of SPEAKERS B om de gewenste luidsprekersset(s) te kiezen.
Opmerkingen
- Wanneer u één set luidsprekers hebt aangesloten met dubbele bedrading of wanneer u twee luidsprekersets tegelijkertijd gebruikt (A en B), let er dan op dat SP A en SP B beide worden weergegeven op het voorpaneelscherm.
- Schakel de luidsprekers uit als u met een hoofdtelefoon luistert.
4 Speel de bron af.
5 Druk op VOLUME +/- om het geluidsuitvoerniveau te regelen.
#
U kunt de klankkwaliteit bijregelen met behulp van de regelaars voor BASS - / + en TREBLE - / + , en de geluidsbalans van de linker- en rechterluidsprekers met behulp van de regelaar BALANCE L/R (zie bladzijde 6).
6 Druk, als u stopt met luisteren, op ⏻ (aan/uit) om het toestel in wachtstand te zetten.
Druk nogmaals op ⭕ (aan/uit) om het toestel weer in te schakelen.

- U kunt ook de knoppen en regelaars op het voorpaneel gebruiken als ze dezelfde of vergelijkbare namen hebben als die op de afstandsbediening.
- Voor opname, zie bladzijde 5.
De sluimerklok gebruiken
Gebruik deze functie om het toestel automatisch in wachtstand te zetten na een bepaalde tijdsduur. De sluimerklok is nuttig als u gaat slapen terwijl het toestel een bron afspeelt of opneemt.

text_image
SLEEP SLEEP LINE 1 LINE 2 LINE 3 CD FM AM (aan/uit)Druk herhaaldelijk op SLEEP om de tijdsduur in te stellen voordat het toestel in wachtstand gaat.
Bij elke keer dat u op SLEEP drukt, wordt op het voorpaneelscherm een volgende stap van de onderstaande cyclus weergegeven.

flowchart
graph TD
A["SLEEP 120min"] --> B["SLEEP 90min"]
B --> C["SLEEP 60min"]
C --> D["SLEEP 30min"]
D --> E["SLEEP OFF"]
Het SLEEP-lampje knippert terwijl u de tijdsduur voor de sluimerklok instelt.

Als de sluimerklok is ingesteld, gaat het SLEEP-lampje op het voorpaneelscherm branden.

Wilt u de sluimerklok onderbreken, kies dan een van de volgende methoden:
- Selecteer "SLEEP OFF".
– Zet het toestel in wachtstand.
FM/AM AFSTEMMEN
Opmerkingen
- Radiofrequenties verschillen per land of regio waar het toestel wordt gebruikt. In dit gedeelte worden illustraties gebruikt van het voorpaneelscherm van het model voor Europa.
- Alleen voor het model voor Azië en het universele model: Stel de afstemfrequentiestap in op de frequentieruimte in uw regio voordat u afstemt op een radiostation (zie bladzijde 19).

text_image
SLEEP LINE 1 LINE 2 LINE 3 CD FM AM TUNING << / >> TUNING MEMORY PRESET INFO FM/AM1 Druk op FM/AM om TUNER te selecteren als invoerbron en selecteer de frequentieband.
2 Houd TUNING << / >> ingedrukt om het afstemmen te starten.
Druk op >> om af te stemmen op een hogere frequentie.
Druk op << om af te stemmen op een lagere frequentie.
Als het toestel afstemt op een station, gaat het TUNED-lampje op het voorpaneelscherm branden.

text_image
SP A TUNED ST MHz F M 100, 200Opmerking
Als de procedure voor het afstemmen niet stopt bij het gewenste station omdat het signaal te zwak is, drukt u herhaaldelijk op TUNING << / >> om op het station af te stemmen.

U kunt ook de knoppen op het voorpaneel gebruiken als ze dezelfde of vergelijkbare namen hebben als die op de afstandsbediening.
■ FM-ontvangst verbeteren
Als het signaal van het station zwak en de geluidskwaliteit niet goed is, stel dan de ontvangstmodus voor FM-radio in op mono om de ontvangst te verbeteren.
Voorpaneel
Druk op FM MODE en controleer of het ST-lampje is gedoofd (zie bladzijde 4).
Afstandsbediening
Druk op FM MODE in het optiemenu om MONO (mono) te selecteren (zie bladzijde 19).
Voorkeuzefuncties gebruiken
U kunt 40 stations registreren als voorkeuzestations. Als u eenmaal voorkeuzestations hebt geregistreerd, kunt u daar eenvoudig op afstemmen door de voorkeuzen op te roepen.
■ Automatisch voorkeuzen instellen (alleen FM-stations)
U kunt automatisch FM-stations met een krachtig signaal registreren.
Opmerkingen
- Als u een station registreert naar een voorkeuzenummer waar al een station op is geregistreerd, wordt het eerder geregistreerde station overschreven.
- Druk herhaaldelijk op TUNING << / >> om af te stemmen op het gewenste station, als het signaal van het station zwak is.
- Alleen het model voor Europa: Alleen stations die uitzenden met het Radio Data System kunnen worden geregistreerd als voorkeuze.

FM-stations die zijn geregistreerd als voorkeuze met de automatische voorkeuzeregistratie klinken in stereo.

text_image
SLEEP LINE 1 LINE 2 LINE 3 CD FM AM TUNING MEMORY PRESET INFO TREBLE A BASS SPEAKERS L BALANCE R Δ/▽/△ ENTER MENU DIMMER VOLUME MUTE -1 Druk op FM om TUNER te selecteren als invoerbron.
2 Druk op MENU om het optiemenu te openen. Het optiemenu voor TUNER wordt weergegeven (zie bladzijde 19).
3 Druk op △ / ▽ om "AUTO PRESET" te selecteren en druk dan op ENTER.

text_image
SP A TUNED MHz AUTO PRESHet toestel zoekt ongeveer 3 seconden later de FM-band af vanaf de laagste frequentie omhoog.

- Voordat het zoeken begint, kunt u het eerste voorkeuzenummer opgeven door op PRESET < / > of / te drukken.
- Druk op ◀ om het zoeken stop te zetten.

text_image
PRESET MEMORY CP A MHz 0,1 87,50 Voorkeuzenummer FrequentieWanneer een station voor voorkeuze is gevonden, wordt informatie weergegeven op het voorpaneelscherm zoals hierboven weergegeven. Wanneer het zoeken klaar is, wordt "FINISH" weergegeven en keert het scherm terug naar het optiemenu. Druk op MENU om terug te keren naar de oorspronkelijke status.
■ Handmatig voorkeuzen instellen
U kunt de gewenste stations handmatig registreren.

text_image
SLEEP LINE 1 LINE 2 LINE 3 CD FM AM TUNING MEMORY PRESET INFO TREBLE A MEMORY PRESET <| / >1 Stem af op het gewenste FM/AM-station.
Zie bladzijde 14 voor aanwijzingen over het afstemmen op een station.
2 Druk op MEMORY.
"MANUAL PRESET" wordt kort weergegeven op het voorpaneelscherm en vervolgens wordt het voorkeuzenummer weergegeven waarop het station zal worden geregistreerd.

text_image
SP A TUNED ST MHz MANUAL PR
Houdt u MEMORY op het voorpaneel meer dan 2 seconden ingedrukt, dan kunt u de volgende stappen overslaan en automatisch het geselecteerde station registreren onder een leeg voorkeuzenummer (d.w.z. het voorkeuzenummer dat volgt op het laatste gebruikte voorkeuzenummer).
3 Druk op PRESET < / > om het voorkeuzenummer voor registratie van het station te selecteren.
Wanneer u een voorkeuzenummer selecteert waarvoor geen station is geregistreerd, wordt "EMPTY" weergegeven. Wanneer u een voorkeuzenummer selecteert waarvoor al een station is geregistreerd, wordt de frequentie van het station weergegeven.

text_image
PRESET MEMORY CP A TUNED ST MHz 18 EMPTYVoorkeuzenummer
4 Druk op MEMORY.
Wanneer de registratie voltooid is, keert het scherm terug naar de oorspronkelijke status.

- Selecteer een andere frequentieband of voer gedurende 30 seconden geen handelingen uit als u het registreren wilt annuleren.
- U kunt ook de knoppen en regelaars op het voorpaneel gebruiken als ze dezelfde of vergelijkbare namen hebben als die op de afstandsbediening om voorkeuzestations in te stellen.
■ Voorkeuzestations terugroepen
U kunt voorkeuzestations terugroepen die zijn geregistreerd met de automatische of de handmatige voorkeuzemethode.

text_image
SLEEP LINE 1 LINE 2 LINE 3 CD FM AM TUNING MEMORY PRESET INFO TREBLE + A FM/AM PRESET < / >1 Druk op FM/AM om TUNER te selecteren als invoerbron.
2 Druk op PRESET < / > om een voorkeuzenummer te selecteren.
[Non-Text]
- Voorkeuzenummers waarvoor geen stations zijn geregistreerd, worden overgeslagen.
- "NO PRESET" wordt weergegeven als er geen stations zijn geregistreerd.
- Probeer handmatig af te stemmen op voorkeuzestations met een zwak signaal.
- U kunt ook op PRESET < / > drukken op het voorpaneel om een voorkeuzestation terug te roepen.
■ Een voorkeuzestation wissen
Volg de onderstaande stappen om een voorkeuzestation te wissen.

text_image
SLEEP LINE 1 LINE 2 LINE 3 CD FM AM TUNING MEMORY PRESET INFO TREBLE A BASS B L BALANCE R Δ / ∇ / ◀ ENTER MENU DIMMER VOLUME MUTE FM/AM PRESET < / >1 Druk op FM/AM om TUNER te selecteren als invoerbron.
2 Druk op MENU om het optiemenu te openen. Het optiemenu voor TUNER wordt weergegeven (zie bladzijde 19).
3 Druk op △ / ▽ om "CLEAR PRESET" te selecteren en druk dan op ENTER.
4 Druk meerdere keren op △ / ▽ om het gewenste voorkeuzenummer te selecteren.
Het geselecteerde voorkeuzenummer knippert op het voorpaneelscherm.

text_image
PRESET SP A TUNED ST MHz 0 1 10 7 , 9 8#
- U kunt ook PRESET < / > gebruiken.
- Wilt u het wissen van het voorkeuzestation annuleren, druk dan op ◀ of doe 30 seconden lang niets met het toestel.
5 Druk nogmaals op ENTER om de opdracht te bevestigen.
"CLEARED" wordt weergegeven op het voorpaneelscherm. Vervolgens wordt een ander voorkeuzestation weergegeven op het voorpaneelscherm. Als er geen voorkeuzestations meer zijn, wordt "NO PRESET" weergegeven en keert het scherm terug naar het optiemenu. Druk op MENU om terug te keren naar de oorspronkelijke status.
■ Alle voorkeuzestations wissen
Volg de onderstaande stappen om alle voorkeuzestations te wissen.

text_image
SLEEP LINE 1 CD LINE 2 FM FM/AM LINE 3 AM TUNING MEMORY PRESET INFO TREBLE A SPEAKERS BASS B L BALANCE R △/▽/△ ENTER MENU DIMMER VOLUME MUTE1 Druk op FM/AM om TUNER te selecteren als invoerbron.
2 Druk op MENU om het optiemenu te openen. Het optiemenu voor TUNER wordt weergegeven (zie bladzijde 19).
3 Druk op △ / ▽ om "CLEAR ALL PRESET" te selecteren en druk dan op ENTER.

text_image
PRESET SP A TUNED ST MHz CLEAR ALL
Druk op ◀ om de handeling te annuleren en terug te keren naar het optiemenu.
4 Druk op △ / ▽ om "CLEAR OK" te selecteren en druk dan op ENTER.

text_image
PRESET SP A TUNED ST MHz CLEAR OK
Wilt u het wissen van de voorkeuzes annuleren, selecteer dan "CLEAR NO".
Wanneer alle voorkeuzes zijn gewist, wordt "CLEARED" weergegeven en keert het scherm terug naar het optiemenu. Druk op MENU om terug te keren naar de oorspronkelijke status.

text_image
PRESET SP A TUNED ST MHz CLEARRadio Data System-gegevens ontvangen (alleen het model voor Europa)
Radio Data System is een systeem voor gegevensoverdracht dat door FM-stations in een groot aantal landen wordt gebruikt.

1 Druk op FM om TUNER te selecteren als invoerbron.
2 Stem af op het gewenste Radio Data Systemstation.
3 Druk meerdere keren op INFO om de gewenste weergavemodus voor Radio Data System te selecteren.
| Keuze | Beschrijving |
| Frequentie | Het toestel geeft de frequentie van het huidige station weer. |
| Programmaservice | Standaardinstelling. Het toestel geeft de naam weer van het Radio Data System-programma waar u naar luistert. |
| Programmatype | Het toestel geeft het type Radio Data System-programma weer waar u naar luistert. |
| Radiotekst | Het toestel geeft informatie over het Radio Data System-programma weer waar u naar luistert. |
| Kloktijd | Het toestel geeft de huidige tijd weer. |
Wanneer u programmatype selecteert, worden de volgende programmatypenamen weergegeven.
| Programmatype | Beschrijving |
| NEWS | Nieuws |
| AFFAIRS | Actualiteiten |
| INFO | Algemene informatie |
| SPORT | Sport |
| EDUCATE | Educatief |
| DRAMA | Drama |
| CULTURE | Cultuur |
| SCIENCE | Wetenschap |
| VARIED | Licht amusement |
| POP M | Popmuziek |
| ROCK M | Rockmuziek |
| EASY M | Middle-of-the-road muziek (easy-listening) |
| LIGHT M | Licht klassiek |
| CLASSICS | Ernstig klassiek |
| OTHER M | Overige muziek |
GEAVANCEERDE BEDIENING
HET OPTIEMENU INSTELLEN VOOR INVOERBRONNEN
In het optiemenu kunt u allerlei instellingen configureren voor de diverse invoerbronnen en deze instellingen automatisch oproepen wanneer u een invoerbron selecteert.

text_image
SLEEP LINE 1 LINE 2 LINE 3 CD FM AM Invoerkeuzetoetsen TUNING MEMORY PRESET INFO - TREBLE A - BASS SPEAKERS L BALANCE R △/▽/△ ENTER MENU + DBMMER VOLUME MUTE1 Druk op een van de invoerkeuzetoetsen om de gewenste ingangsbron te kiezen.
2 Druk op MENU.
3 Druk op △ / ▽ om het gewenste menu-item te selecteren en druk dan op ENTER.
4 Druk op △ / ▽ om de instellingen te wijzigen.

- Bij bepaalde menu-items moet u op ENTER drukken om de nieuwe instelling op te slaan.
- Druk op ◀ om terug te keren naar het scherm voor het selecteren van menu-items.
5 Druk op MENU om het optiemenu te sluiten.
Optiemenu-items
Welke menu-items beschikbaar zijn, is afhankelijk van de geselecteerde invoerbron.
| Menu-item | Beschrijving |
| MAX VOL | Stelt het maximale volumeniveau in zodat het volume niet per ongeluk boven een bepaald niveau kan worden ingesteld.Instelbaar bereik: 01 tot 99, MAX* |
| INITIAL VOLUME (INIT VOL) | Stelt het volume in dat gebruikt wordt als het toestel wordt ingeschakeld. Wanneer deze parameter wordt ingesteld op "OFF" (uit), wordt het volumeniveau toegepast dat was ingesteld toen het toestel in wachtstand ging.Instelbaar bereik: OFF*, MUTE, 01 tot 99, MAX |
| TUNER STEP (TUNER STP)Alleen voor het model voor Azië en het universele model | Stelt de afstemfrequentiestap in.Keuzes: AM10/FM100, AM9/FM50* |
| FM MODE | Wijzigt de ontvangstmodus voor de FM-band (zie bladzijde 14).Keuzes: STEREO*, MONO |
| AUTO PRESET (A, PREST) | Detecteert automatisch FM-radiostations en registreert ze als voorkeuzestations (zie bladzijde 14). |
| CLEAR PRESET (C, PREST) | Wist een voorkeuzestation (zie bladzijde 16). |
| CLEAR ALL PRESET (C,A, PREST) | Wist alle voorkeuzestations (zie bladzijde 17). |
| AUTO POWER STANDBY(AUTO STBY) | Zet het toestel automatisch in wachtstand als gedurende de ingestelde tijd geen handelingen zijn verricht.Keuzes: OFF/2H/4H/8H*/12H |

De standaardinstellingen zijn aangegeven met "*".
VERHELPEN VAN STORINGEN
Raadpleeg de tabel hieronder indien dit toestel niet naar behoren functioneert. Als het probleem niet hieronder vermeld staat, of als de aanwijzingen het probleem niet verhelpen, zet het toestel dan in wachtstand, haal de stekker uit het stopcontact en neem contact op met uw dichtstbijzijnde Yamaha-dealer of -servicecentrum.
■ Algemeen
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | Zie bladzijde |
| Het toestel kan niet worden ingeschakeld. | Het netsnoer is niet goed aangesloten of de stekker is niet goed in het stopcontact gestoken. | Sluit het netsnoer stevig aan. | — |
| De instelling voor impedantie van de luidspreker is te laag. | Gebruik luidsprekers met de juiste impedantie. | 10 | |
| De beveiliging is in werking getreden door een kortsluiting, enz. | Controleer of de luidsprekerdraden elkaar niet raken en zet dan het toestel opnieuw aan. | 9 | |
| Het toestel heeft blootgestaan aan een sterke, externe elektrische schok (bijvoorbeeld een blikseminslag of een ontlading van statische elektriciteit). | Schakel het toestel in wachtstand, koppel het netsnoer los, sluit het weer aan na 30 seconden en gebruik het toestel vervolgens normaal. | — | |
| Geen geluid | Invoer- of uitvoerkabels verkeerd aangesloten. | Verbind de kabels correct. Als dit het probleem niet verhelpt, zijn de kabels mogelijk defect. | 9 |
| Er is geen geschikte ingangsbron geselecteerd. | Druk op een van de invoerkeuzetoetsen op de afstandsbediening om een geschikte ingangsbron te kiezen (INPUT ◀/▷ of FM/AM op het voorpaneel). | 12 | |
| De SPEAKERS A/B-schakelaars zijn niet correct ingesteld. | Zet de juiste luidsprekers aan (SPEAKERS A of SPEAKERS B). | 12 | |
| De luidsprekeraansluitingen zitten niet goed vast. | Zet de aansluitingen goed vast. | 9 | |
| Uitvoer is uitgeschakeld. | Schakel de dempingsfunctie uit. | 6 | |
| MAX VOL of INITIAL VOLUME is te laag ingesteld. | Stel de instelling in op een hoger niveau. | 19 | |
| De component die hoort bij de gekozen invoerkeuzetoets is uitgeschakeld of speelt niet af. | Zet de component aan en zorg ervoor dat hij afspeelt. | — | |
| Het geluid valt plotseling weg. | De beveiliging is in werking getreden door een kortsluiting, enz. | Controleer of de luidsprekerdraden elkaar niet raken en zet dan het toestel opnieuw aan. | 9 |
| Het toestel is te warm geworden. | Let erop dat de openingen in het bovenpaneel niet worden geblokkeerd. | — | |
| De functie AUTO POWER STANDBY of de functie SLEEP heeft het toestel in wachtstand gezet. | Verhoog de instelling voor AUTO POWER STANDBY of schakel de instelling uit (OFF) in het optiemenu door op MENU te drukken. | 19 | |
| Er komt slechts aan één kant geluid uit de luidspreker. | Bedrading niet op de juiste manier aangesloten. | Verbind de kabels correct. Als dit het probleem niet verhelpt, zijn de kabels mogelijk defect. | 9 |
| De BALANCE L/R-regelaar is verkeerd ingesteld. | Stel de BALANCE L/R-regelaar in op de geschikte stand. | 6 | |
| De lage tonen klinken te zwak en de weergave is sfeerloos. | De plus- en min-kabels (+ en −) zijn verkeerd om aangesloten op de versterker of de luidsprekers. | Sluit de luidsprekerkabels aan op de juiste fase (+ en −). | 9 |
| U hoort een "gezoem". | Bedrading niet op de juiste manier aangesloten. | Sluit de audiostekers stevig aan. Als dit het probleem niet verhelpt, zijn de kabels mogelijk defect. | 9 |
| Het volumeniveau kan niet verhoogd worden of het geluid is vervormd. | De component aangesloten op de LINE 3 PB/REC-aansluitingen van dit toestel is uitgeschakeld. | Schakel de component in. | — |
| Het geluid is van mindere kwaliteit wanneer u luistert met een hoofdtelefoon verbonden met de cd-speler die op dit toestel aangesloten is. | Het toestel is in wachtstand gezet. | Schakel het toestel in. | 12 |
| De afstandsbediening werkt niet of niet correct. | Verkeerde afstand of hoek. | De afstandsbediening werkt binnen een maximaal bereik van 6 m en binnen een hoek van 30 graden ten opzichte van het voorpaneel. | 8 |
| Direct zonlicht of sterke verlichting (van fluorescentielampen met een voorschakelapparaat, enz.) valt op de afstandsbedieningssensor van dit toestel. | Verplaats het toestel. | — | |
| De batterijen zijn bijna leeg. | Vervang alle batterijen. | 8 | |
| U kunt de cd-speler niet bedienen met de afstandsbediening. | De afstandsbediening ondersteunt de cd-speler niet. | Raadpleeg de gebruikershandleiding van de cd-speler. | — |
| "OVER HEAT" wordt weergegeven op het voorpaneelscherm. | Het toestel is te warm geworden. | Let erop dat de openingen in het bovenpaneel niet worden geblokkeerd. | — |
| "CHECK SP" wordt weergegeven op het voorpaneelscherm. | Er is kortsluiting ontstaan tussen de luidsprekerkabels. | Draai de naakte strengen van de luidsprekerkabels goed in elkaar en verbind ze dan goed met het toestel en de luidsprekers. | — |
Tuner
| Probleem | Oorzaak | Oplossing | Zie bladzijde | |
| FM | Veel ruis bij de ontvangst van FM-stereo. | Dit probleem is inherent aan FM-uitzendingen in stereo wanneer de zender te ver weg is of het signaal dat binnenkomt via de antenne niet sterk genoeg is. | Controleer de aansluitingen van de antenne.Probeer een hoogwaardige richtingsgevoelige FM-antenne. | 11 |
| Schakel over op mono. | 14 | |||
| Er is vervorming en ook een goede FM-antenne zorgt niet voor een betere ontvangst. | U ondervindt interferentie doordat hetzelfde signaal op verschillende manieren ontvangen wordt. | Verander de opstelling van de antenne zodat u van deze interferentie geen last meer hebt. | — | |
| Er kan niet automatisch worden afgestemd op de gewenste zender. | Het radiosignaal is te zwak. | Probeer een hoogwaardige richtingsgevoelige FM-antenne. | 11 | |
| Probeer handmatig af te stemmen. | 14 | |||
| FM/AM | "NO PRESET" wordt weergegeven. | Er zijn geen voorkeuzestations geregistreerd. | Registreer stations waarnaar u wilt luisteren als voorkeuzestations. | 14 |
| AM | Er kan niet automatisch worden afgestemd op de gewenste zender. | Het signaal is te zwak of de antenne-aansluitingen zitten los. | Controleer de aansluitingen van de AM-ringantenne en stel deze zo op dat u de beste ontvangst verkrijgt. | — |
| Probeer handmatig af te stemmen. | 14 | |||
| Automatisch voorkeuzestation werkt niet. | Automatische voorkeuzestations zijn niet beschikbaar voor AM. | Gebruik handmatige voorkeuzestations. | 15 | |
| U hoort doorlopend gekraak en gesis. | Deze geluiden kunnen het gevolg zijn van bliksem, tl-verlichting, motoren, thermostaten en andere elektrische apparatuur. | Gebruik een buitenantenne en een goede aarding.Dit kan in sommige gevallen helpen, maar het blijft moeilijk om alle storingsbronnen te elimineren. | — | |
| U hoort gezoem en gefluit. | Er wordt in de buurt van het toestel een tv gebruikt. | Zet het toestel verder bij de tv vandaan. | — | |
SPECIFICATIES
AUDIOGEDEELTE
- Minimaal RMS-uitgangsvermogen
(8 Ω, 40 Hz tot 20 kHz, 0,2% THV)
[Modellen voor Noord-Amerika, Australië en Europa en universeel model] .... 100 W + 100 W [Model voor Azië] .... 85 W + 85 W - Ingangsgevoeligheid/ingangsimpedantie (1 kHz, 100 W/8 Ω)
CD, enz. 500 mV/47 kΩ - Uitgangsniveau/uitgangsimpedantie
CD, enz. (Invoer 1 kHz, 500 mV) REC 500 mV/2,2 kΩ
CD, enz. (Invoer 1 kHz, 500 mV, 8 Ω) PHONES 470 mV/470 Ω - Frequentierespons
CD, enz. (20 Hz tot 20 kHz) 0 ± 0,5 dB
CD, enz. (10 Hz tot 100 kHz) 0 ± 3,0 dB
• Totale harmonische vervorming
CD, enz. naar SPEAKERS (20 Hz tot 20 kHz, 50 W, 8 Ω) 0,2% of minder
• Signaal-ruisverhouding (IHF-A-netwerk)
CD, enz. (500 mV ingang kortgesloten) 100 dB of meer
• Overblijvende ruis (IHF-A-netwerk) 70 μV - Toonregelingskarakteristieken BASS
Versterken/verzwakken (50 Hz) ± 10 dB
TREBLE Versterken/verzwakken (20 kHz) ....± 10 dB
FM-GEDEELTE
- Afstembereik
[Model voor Noord-Amerika] 87,5 tot 107,9 MHz
[Model voor Azië en universeel model] 87,5 tot 107,9 MHz/87,50 tot 108,00 MHz
[Modellen voor Europa en Australië] ...... 87,50 tot 108,00 MHz
- 50 dB dempingsgevoeligheid (IHF, 1 kHz, 100% MOD.) Mono .... 3,0 μV (20,8 dBf)
- Signaal-ruisverhouding (IHF) Mono/stereo 72 dB/70 dB
- Harmonische vervorming (1 kHz) Mono/stereo 0,3%/0,5%
- Antenne-invoer....75 Ω, niet-gebalanceerd
AM-GEDEELTE
- Afstembereik
[Model voor Noord-Amerika] .... 530 tot 1710 kHz
[Model voor Azië en universeel model] .... 530 tot 1710 kHz/531 tot 1611 kHz [Modellen voor Europa en Australië] .... 531 tot 1611 kHz
ALGEMEEN
• Voeding
[Model voor Noord-Amerika] ...... 120 V wisselstroom, 60 Hz
[Universeel model] .... 110-120/220-240 V wisselstroom, 50/60 Hz
[Model voor Australië] 240 V wisselstroom, 50 Hz
[Model voor Europa] 230 V wisselstroom, 50 Hz
[Model voor Azië] 220-240 V wisselstroom, 50/60 Hz
- Stroomverbruik [Modellen voor Noord-Amerika, Australië en Europa en universeel model] .... 175 W [Model voor Azië] .... 140 W
- Stroomverbruik in wachtstand [Modellen voor Noord-Amerika, Australië en Europa en Azië] 0,5 W of minder
- Afmetingen (B × H × D) 435 × 141 × 322 mm
• Gewicht 6,7 kg
* Technische gegevens kunnen zonder kennisgeving gewijzigd worden.
Informatie voor gebruikers over inzameling en verwijdering van oude apparaten en gebruikte batterijen

Deze tekens op de producten, verpakkingen en/of bijgaande documenten betekenen dat gebruikte elektrische en elektronische producten en batterijen niet mogen worden gemengd met algemeen huishoudelijk afval.
Breng alstublieft voor de juiste behandeling, herwinning en hergebruik van oude producten en gebruikte batterijen deze naar daarvoor bestemde verzamelpunten, in overeenstemming met uw nationale wetgeving en de instructies 2002/96/EC en 2006/66/EC.

Door deze producten en batterijen correct te verwijderen, helpt u natuurlijke rijkdommen te beschermen en voorkomt u mogelijke negatieve effecten op de menselijke gezondheid en de omgeving, die zich zouden kunnen voordoen door ongepaste afvalverwerking.

Voor meer informatie over het inzamelen en hergebruik van oude producten en batterijen kunt u contact opnemen met uw plaatselijke gemeentebestuur, uw afvalverwerkingsbedrijf of het verkooppunt waar u de artikelen heeft gekocht.
[Informatie over verwijdering in andere landen buiten de Europese Unie]
Deze symbolen zijn alleen geldig in de Europese Unie. Mocht u artikelen weg willen gooien, neem dan alstublieft contact op met uw plaatselijke overheidsinstantie of dealer en vraag naar de juiste manier van verwijderen.
Pb
Opmerking bij het batterijteken (onderste twee voorbeelden):
Dit teken wordt mogelijk gebruikt in combinatie met een scheikundig symbool. In dat geval voldoet het aan de eis en de richtlijn, die is opgesteld voor het betreffende chemisch product.