PRSA900 - Recepteur PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PRSA900 PIONEER in PDF-formaat.

Page 75
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : PIONEER

Model : PRSA900

Categorie : Recepteur

Download de handleiding voor uw Recepteur in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PRSA900 - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PRSA900 van het merk PIONEER.

GEBRUIKSAANWIJZING PRSA900 PIONEER

Bezoek onze website 1

Instellen van dit toestel 3

Spanningsindicator 4

Ingangskeuzeschakelaar 4

Versterkingsregelaar 4

Correct instellen van de Gain

(extra versterking) 5

Aansluiten van het toestel 6

Aansluitingen zonder solderen 8

luidsprekeruitgangsaansluitingen 8

Aansluiten van de luidsprekers

en ingangssnoeren 9

Aansluiten van het spanningsaansluitpunt 11

Voorbeeld van installatie op de vloermat of

Terugzetten van de aansluitingenafdekking .... 13

Omdraaien van het embleem 13

Technische gegevens 14

Dank U zeer voor de aanschaf van dit

PIONEER-product. Lees deze

gebruiksaanwijzing goed door, voordat het

toestel in gebruik genomen wordt.

In de lidstaten van de EU, Zwitserland en

Noorwegen kunnen particulieren hun

gebruikte elektronische producten gratis

bij de daarvoor bestemde verzamelplaatsen

of een verkooppunt (indien u aldaar een

gelijkwaardig nieuw product koopt)

Indien u zich in een ander dan

bovengenoemd land bevindt kunt u contact

opnemen met de plaatselijke overheid voor

informatie over de juiste verwijdering van

Zodoende zorgt u ervoor dat het

verwijderde product op de juiste wijze

wordt behandeld, opnieuw bruikbaar wordt

gemaakt, t gerecycleerd en het niet

schadelijk is voor de gezondheid en het

• Registreer uw product. Wij bewaren de

gegevens van het product dat u heeft

aangeschaft zodat u deze eenvoudig

kunt opvragen als u die nodig mocht

hebben voor de verzekering na

bijvoorbeeld verlies of diefstal.

• Op onze website vindt u de laatste

informatie over Pioneer Corporation.

Deponeer dit product niet bij

het gewone huishoudelijk

afval wanneer u het wilt

verwijderen. Er bestaat een

verzamelsysteem voor de

juiste behandeling, het

opnieuw bruikbaar maken en

de recycling van gebruikte

elektronische producten.

Inhoudsopgave Alvorens gebruik

Neem contact op met uw dealer of het

dichtstbijzijnde PIONEER service-

centrum, wanneer de eenheid niet juist

Vervang de zekering in geen geval door één met

een hoger vermogen of hogere waarde dan de

originele. Gebruik van een verkeerde zekering kan

leiden tot oververhitting en rookontwikkeling en

tot beschadiging van het product en letsel,

bijvoorbeeld brandwonden.

Gebruikt de meegeleverde inbussleutel om de

schroeven of bouten vast te draaien wanneer u de

draden aan de aansluitingen bevestigt of wanneer u

het schildje wilt omdraaien. Gebruik van een los

verkrijgbare, lange inbussleutel kan ertoe leiden dat

er teveel kracht wordt gezet, hetgeen de

aansluitingen en de bedrading zou kunnen

WAARSCHUWING Uw Pioneer versterker NIET installeren of

gebruiken door de luidsprekers van 4 Ω (of lager)

parallel te bedraden om een overbrugde modus

(diagram B) van 2 Ω (of lager) te verkrijgen.

Een onjuiste overbrugging kan leiden tot schade

aan de versterker, rook en oververhitting. Het

oppervlak van de verwerker kan ook te heet

worden om aan te raken en dit kan resulteren in

Om een overbrugde modus op de juiste manier te

installeren of te gebruiken voor een

tweekanalenversterker en een belasting van 4 Ω

te verkrijgen, dient u twee luidsprekers van 8 Ω

parallel te bedraden met Links + en Rechts -

(diagram A) of een enkelvoudige luidspreker van

4 Ω te gebruiken. Voor een vierkanalenversterker

dient u het aansluitdiagram voor luidsprekers te

volgen voor overbrugging zoals vertoond op de

achterzijde van uw versterker en twee

luidsprekers van 8 Ω parallel te bedraden om een

belasting van 4 Ω te verkrijgen of een

enkelvoudige luidspreker van 4 Ω per kanaal te

Als u vragen of opmerkingen hebt, neem dan

a.u.b. contact op met uw plaatselijk bevoegd

Pioneer verdeler of bel de klantendienst van

• We raden u aan de speciale, los verkrijgbare, rode

accudraad en aardedraad [RD-228] te gebruiken.

Verbind het accudraad direct met de positieve

pool (+) van de autoaccu en het aardedraad met

het chassis van de auto.

• Raak de versterker niet met natte handen aan. U

zou anders een elektrische schok kunnen krijgen.

Raak de versterker tevens niet aan wanneer deze

• Voor de verkeersveiligheid dient u het volume

zodanig in te stellen dat u verkeerssignalen en

ander verkeer nog goed kunt horen.

• Controleer de verbindingen van de

spanningstoevoer en luidsprekers inden de

zekering van het los verkrijgbare accudraad of de

zekering van de versterker regelmatig doorbrandt.

Zoek de oorzaak en los het probleem op. Plaats

vervolgens een nieuwe zekering van hetzelfde

formaat en ampèrage.

• Om een onjuiste werking van de versterker en

luidsprekers te voorkomen, schakelt het

beschermingscircuit van de versterker de

spanning naar de versterker uit indien de

omstandigheden niet normaal zijn. Schakel in dit

geval de spanning van het systeem uit (OFF),

controleer de verbinding met de spanningsbron en

luidsprekers. Zoek de oorzaak en los het

• Raadpleeg de plaats van aankoop indien u de

oorzaak niet kunt vinden.

• Om een elektrische schok of kortluiting te

voorkomen tijdens het aansluiten en installeren,

moet de negative (–) pool van de accu worden

ontkoppeld voordat u de eenheid aansluit.

• Controleer of er zich geen onderdelen achter het

paneel bevinden wanneer u een gat boort voor de

installatie van de versterker. Zorg ervoor dat alle

kabels en belangrijke onderdelen zoals

brandstofleidingen, remleidingen en de

elektrische bedrading beveiligd zijn en niet

kunnen worden beschadigd.

• Laat de versterker IN GEEN GEVAL in contact

komen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolg

van de opstelling van de versterker. Dit kan

leiden tot elektrische schokken. De versterker en

luidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rook

produceren en oververhit raken door contact met

vloeistoffen. Daarbij kan het oppervlak van de

versterker en het oppervlak van aangesloten

luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden tot

Instellen van dit toestel

Versterkingsregelaar

U kunt de versterkingsregelaars A en B instellen in overeenstemming met de

uitgangssignalen van de auto-stereo naar de Pioneer versterker. Zet de schakelaar normaliter

in de NORMAL stand. Indien de weergave te zacht klinkt, zelfs met het volume van de

auto-stereo verhoogd, moet u deze regelaars naar rechts draaien. Draai deze regelaars naar

links indien het geluid vervormt wanneer het volume van de auto-stereo wordt verhoogd.

• Wanneer u slechts één ingang verbindt, moet u de versterkingsregelaars voor luidsprekeruitgangen A

en B in dezelfde stand draaien.

• Wanneer u een auto-stereo gebruikt met RCA (standaard uitgangsspanning 500 mV), dient u de

NORMAL stand in te stellen. Wanneer u een Pioneer auto-stereo met RCA gebruikt, met een maxi-

male uitgangsspanning van 4 V of meer, dient u het niveau aan te passen aan het uitgangsniveau van

De spanningsindicator licht op wanneer de spanning wordt ingeschakeld.

BFC (Beat Frequency Control) schakelaar

Als u een ritmisch geluid (beat) hoort wanneer u naar een MW/LW uitzending

luistert met uw autostereo, kunt u de BFC schakelaar verzetten met behulp van

een kleine schroevendraaier.

Ingangskeuzeschakelaar

Schuif deze schakelaar naar links voor invoer vanuit twee kanalen. Schuif deze

schakelaar naar rechts voor invoer van-uit vier kanalen.

Aansluitingenafdekking

Voor u het toestel gaat installeren, dient u de schroeven los te maken met een

inbussleutel van 4 mm en dient u de aansluitingenafdekking te verwijderen.

Wanneer u de BFC-schakelaar of de richting van het embleem wilt wijzigen,

dient u de schroeven los te maken met een inbussleutel van 2 mm om het

embleem te verwijderen. Wees voorzichtig dat u de schroefjes niet kwijt raakt bij

het los- en vastdraaien.

• Dit toestel is uitgerust met een beveiliging die

bedoeld is om storingen aan het toestel zelf en aan

de luidsprekers veroorzaakt door een te hoog

uitgangsvermogen, onjuist gebruik of onjuiste

aansluitingen te voorkomen.

• Wanneer er geluid wordt gereproduceerd bij een

te hoog volume enz. zal deze functie de

geluidsweergave binnen een paar seconden

onderbreken. Dit duidt echter niet op een storing.

Wanneer u het volume van het hoofdtoestel lager

zet, zal de geluidsweergave worden hersteld.

• Als de geluidsweergave wordt onderbroken, is het

mogelijk dat de ‘gain’ (extra versterking) van dit

toestel incorrect is ingesteld. Om er zeker van te

kunnen zijn dat de geluidsweergave niet zal

worden onderbroken wanneer het hoofdtoestel

met een hoog volume weergeeft, dient u de ‘gain’

instelling van de versterker op een geschikte stand

te zetten in overeenstemming met het maximale

pre-out uitgangsniveau van het hoofdtoestel.

‘Gain’ instelling van dit toestel

Zo is het niet nodig het volume van het

hoofdtoestel te verlagen en wordt een te hoog

uitgangsniveau voorkomen.

Verhouding tussen de ‘gain’ van de

versterker en het uitgangsvermogen van

Als u de ‘gain’ (extra versterking) van de

versterker op een ongeschikt niveau instelt, zal

alleen de vervorming toenemen en zal het

vermogen slechts marginaal toenemen.

Golfvorm signaal bij weergave met hoog

volume via de ‘gain’ instelling van de

• Bij een hoog uitgangsvermogen wordt de

golfvorm van het signaal vervormd, terwijl het

vermogen slechts marginaal zal veranderen als u

de ‘gain’ van de versterker hoger instelt.

• Als u het volume van het hoofdtoestel hoger zet

en de ‘gain’ (extra versterking) van de versterker

op de juiste stand, maar merkt dat het geluid nog

steeds zo nu en dan onderbroken wordt, dan dient

u contact op te nemen met uw dichtstbijzijnde

erkende PIONEER service-centrum. Gelijk vermogen‘Gain’ versterker(normaal)‘Gain’ versterker(maximaal)GolfvormsignaalGolfvormsignaalNormale ‘gain’Maximale ‘gain’‘Gain’ versterker(normaal)‘Gain’ versterker(maximaal)Volumestappen hoofdtoestelVermogenNormale ‘gain’VermogenVolumestappen hoofdtoestelMaximale ‘gain’Gelijk vermogen Pre-out niveau: 2 V(Standaard: 500 mV)

Aansluiten van het toestel

WAARSCHUWING Om beschadiging en/of letsel te voorkomen

Aard het luidsprekersnoer niet rechtstreeks en sluit

evenmin een negatief snoer (–) aan voor verschillende

Dit toestel is ontworpen voor auto’s met een accu van

12 V en negatieve aarding. Kijk bijgevolg eerst de

accuspanning na voor u het toestel installeert in een

recreatief voertuig, vrachtwagen of bus

De accu raakt mogelijk uitgeput indien de autostereo

langdurig is ingeschakeld maar de motor stationair

draait of is uitgeschakeld. Zet de autostereo uit

wanneer de motor stationair draait of is uitgeschakeld

Als het systeem-afstandbedieningssnoer van de

versterker is aangesloten op de spanningsaansluiting

via de contactschakelaar (12 V gelijkstroom), is de

versterker altijd ingeschakeld wanneer het contact

aanstaat, ongeacht of de autostereo wel of niet door u is

aangezet. Hierdoor raakt de accu mogelijk uitgeput

wanneer de motor stationair draait of is uitgeschakeld.

Luidsprekers die op de versterker worden aangesloten

moeten overeenstemmen met de hieronder vermelde

normen. Indien dat niet het geval is, kan dit leiden tot

brand of beschadiging van de luidspreker. Gebruik

luidsprekers met een impedantie van 2 ohm t/m 8 ohm.

In geval van twee-kanaals en andere brugverbindingen

moet de luidsprekerimpedantie 4 ohm t/m 8 ohm zijn.

Plaats en leid het los verkrijgbare accudraad zo ver als

mogelijk uit de buurt van de luidsprekerdraden. Plaats en

leid het los verkrijgbare accudraad en aardedraad,

luidsprekerdraden en de versterker zo ver als mogelijk

uit de buurt van de antenne, antennekabel en tuner.

Snoeren voor dit toestel en overeenkomende snoeren

voor andere toestellen hebben mogelijk verschillende

kleuren ookal is de functie van de snoeren hetzelfde.

Zie voor het verbinden van dit toestel met een ander

toestel daarom de handleiding van beide toestellen en

verbind de snoeren met dezelfde functie met elkaar.

Luidsprekerkanaal Luidsprekertype Vermogen

Voorkom kortsluiting en beschadiging van de eenheid

en ontkoppel de nagatieve (–) accupool van het

Zet de bedrading met kabelklemmen of isoleer- of

plakband vast. Bescherm de bedrading door de

gedeelten in de buurt van metalen delen met

isoleerband af ze dekken.

Leid de draden niet langs plaatsen die heet worden,

bijvoorbeeld in de buurt van de

verwarmingselementen. Indien de isolatie van draden

heet wordt, zullen de draden worden beschadigd met

kortsluiting tot gevolg.

Zorg dat de bedrading de werking van bewegende of

verplaatsbare onderdelen, bijvoorbeeld de versnelling,

handrem of stoelverstelmechanismen van het de auto

Sluit draden niet kort. Het beschermingscircuit werkt

anders namelijk niet wanneer het voor de veiligheid

zou moeten functioneren.

Tap het spanningsdraad van dit toestel niet af voor

gebruik van andere apparaten. Het vermogen van het

draad zou dan namelijk worden overschreden, met

oververhitting tot gevolg.

Vervang de zekering in geen geval door één met een

hoger vermogen of hogere waarde dan de originele.

Gebruik van een verkeerde zekering kan leiden tot

oververhitting en rookontwikkeling en tot beschadiging

van het product en letsel, bijvoorbeeld brandwonden.

Aansluiten van het toestel

• Dit schema laat de verbindingen zien bij gebruik van een externe uitgang (subwoofer uitgang). Schuif de

ingangsschakelaar naar links.

Luidsprekeruitgangs-

Raadpleeg het hoofdstuk

ingangssnoeren” voor

richtlijnen i.v.m. het

aansluiten van luidsprekers.

Als enkel een ingangspenstekker

wordt gebruikt, sluit dan niets aan

op RCA-ingangsaansluiting B.

aansluiting B RCA-ingangspen-

aansluiting A Zekering (40 A × 2)

Draad voor systeemafstandsbediening (los verkrijgbaar)

Verbind de mannelijke aansluiting van dit draad met de aansluiting voor de

systeemafstandsbediening van de autostereo (SYSTEM REMOTE CONTROL).

Het vrouwelijke aansluitpunt kan worden aangesloten op het relais-

besturingsaansluitpunt van de automatische antenne. Als de autostereo niet

beschikt over een systeem-afstandsbe-dieningsaansluitpunt, sluit dan het

mannelijke aansluitpunt aan op het spanningsaansluitpunt via de contactschakelaar.

Speciaal rood accusnoer [RD-228] (los verkrijgbaar)

Sluit, nadat alle andere aansluitingen op de versterker zijn

gemaakt, het accusnoer-aansluitpunt van de versterker aan op

het positieve aansluitpunt (+) van de accu.

Aardingssnoer (zwart) [RD-228] (los verkrijgbaar)

Sluit dit snoer aan op de carrosserie of het chassis.

CRD4243-B<78>Aansluitingen zonder solderen

• Sluit geen bedrading met blootliggende

geleiderkern aan op de stroomaansluitingen van

deze versterker (spanningsaansluitpunt, GND

aardeaansluiting, aansluiting voor

systeemafstandsbediening). Als de blootliggende

geleiderkern van een dergelijke draad los raakt of

breekt, zou dit kunnen leiden tot kortsluiting of

• Omdat de draad na verloop van tijd los zal komen

te zitten, moet u deze regelmatig controleren en

indien nodig opnieuw vastzetten.

• Zet de uiteinden van de draadjes niet vast door ze

te solderen of af te binden.

• Let er bij het vastdraaien op dat u de draad niet

met de isolatie vastklemt.

• Gebruik de meegeleverde inbussleutel om de

schroef van de versterkeraansluiting vast of los te

draaien. Zet de draad goed vast met de schroef van

de aansluiting. Omdat echter te vast aandraaien

van de aansluitingsschroef voor de

systeemafstandsbediening het risico met zich

meebrengt dat de draad beschadigd raakt, moet u

de draad bij het vastdraaien goed in de gaten

houden en voorzichtig zijn dat u de schroef niet te

luidsprekeruitgangsaansluitingen

Gebruik draad van 12 AWG tot 18 AWG voor

1. Strip ongeveer 14 mm tot 16 mm van

de isolatie van het uiteinde van de

luidsprekerdraden met een striptang

2. Verbind de luidsprekerdraden met

de luidsprekeruitgangsaansluiting.

• Zet de luidsprekerdraden goed met de

schroeven van de aansluiting vast.

3. Doe de draadbinders in de sleuven

manier is aangesloten en bevestigd voor u de

draadbinders vastmaakt.

• Wikkel de draadbinder om de isolatie, niet om

het ontblote deel van de bedrading.

• Knip de overtollige uiteinden van de

Aansluiten van het toestel ENG/MASTER 96 Aansluiten van de luidsprekers en ingangssnoeren

De luidsprekeruitgangsstand kan voor vier, drie (stereo + mono) of twee

kanalen (stereo, mono) zijn. Sluit de luidsprekersnoercn aan overeenkomstig

de gewenste functie zoals aangegeven in de onderstaande afbeeldingen.

Vier-kanalen functie

Drie-kanalen functie

Luidsprekeruitgang A

Ingangskeuzeschakelaar

Schuif deze schakelaar naar links voor invoer vanuit

twee kanalen. Schuif deze schakelaar naar rechts voor

invoer vanuit vier kanalen.

RCA-ingangspenaansluiting A RCA-ingangspenaansluiting B Aansluitsnoeren met RCA-penstekkers

Van auto-stereo (RCA uitgang)

Indien slechts één ingangsplug

wordt gebruikt, bijvoorbeeld

wanneer de auto-stereo slechts

één uitgang (RCA uitgang)

heeft, verbindt u de plug met

de RCA-ingangsaansluiting A

maar sluit u niets op RCA-

Luidsprekeruitgang A

Ingangskeuzeschakelaar

Schuif deze schakelaar naar links voor invoer vanuit

twee kanalen. Schuif deze schakelaar naar rechts voor

invoer vanuit vier kanalen.

RCA-ingangspenaansluiting A RCA-ingangspenaansluiting B Aansluitsnoeren met RCA-penstekkers

Van auto-stereo (RCA uitgang)

Indien slechts één ingangsplug

wordt gebruikt, bijvoorbeeld

wanneer de auto-stereo slechts

één uitgang (RCA uitgang)

heeft, verbindt u de plug met

de RCA-ingangsaansluiting A

maar sluit u niets op RCA-

Twee-kanalen functie (stereo)

Twee-kanalen functie (mono)

Luidspreker (Rechts)

RCA-ingangspenaansluiting A Bij gebruik van de twee-kanalen functie dient u de

RCA-penstekkers te verbinden met de RCA-

ingangspenaansluiting A.

Aansluitsnoeren met RCA-penstekkers

Ingangskeuzeschakelaar

Schuif deze schakelaar naar links.

Aansluitsnoeren met RCA-penstekkers

Ingangskeuzeschakelaar

Schuif deze schakelaar naar links.

RCA-ingangspenaansluiting A Bij gebruik van de twee-kanalen functie dient u de

RCA-penstekkers te verbinden met de RCA-

ingangspenaansluiting A.

CRD4243-B<81>Aansluiten van het

spanningsaansluitpunt

• We raden u aan de speciale, los verkrijgbare, rode

accudraad en aardedraad [RD-228] te gebruiken.

Verbind het accudraad direct met de positieve

pool (+) van de autoaccu en het aardedraad met

het chassis van de auto.

• De aanbevolen maten voor de draden (AWG:

American Wire Gauge) zijn als volgt. De

accudraad en de aarddraad moeten allemaal

dezelfde maat hebben.

• Gebruik draad van 10 AWG tot 20 AWG voor de

draad voor de systeemafstandsbediening.

Maat voor de accudraad en de aarddraad

Draadlengte minder dan 3,6 m minder dan 6,4 m

Draadmaat 8 AWG 6 AWG

1. Trek het accudraad van het

motorgedeelte naar de cabine van

• Sluit, nadat alle andere aansluitingen op de

versterker zijn gemaakt, het accusnoer-

aansluitpunt van de versterker aan op het

positieve aansluitpunt (+) van de accu.

2. Sluit de draden aan.

• Zet de draden stevig met de schroeven van de

WAARSCHUWING Als de accudraad niet goed wordt bevestigd aan het

aansluitpunt met behulp van de schroef, kan het

aansluitpunt oververhit raken, hetgeen kan leiden tot

schade en letsel, met inbegrip van lichte

manier is aangesloten en bevestigd voor u de

draadbinders vastmaakt.

• Wikkel de draadbinder om de isolatie, niet

om het ontblote deel van de bedrading.

• Knip de overtollige uiteinden van de

Aansluiten van het toestel

Steek het rubberen O-vormige

doorvoerbuisje in de carrosserie

• Niet installeren op:

—Plaatsen waar het de bestuurder of passagiers

zou kunnen verwonden wanner de auto

—Plaasten waar de bestuurder door de eenheid

tijdens het rijden zou kunnen worden

gehinderd, zoals bijvoorbeeld op de vloer

voor de bestuurdersstoel.

• Kontroleer dat draden niet in de weg van de

stoelverstelmechanismen zitten. Dit zou namelijk

kortsluiting kunnen veroorzaken.

• Controleer of er zich geen onderdelen achter het

paneel bevinden wanneer u een gat boort voor de

installatie van de versterker. Zorg ervoor dat alle

kabels en belangrijke onderdelen zoals

brandstofleidingen, remleidingen en de

elektrische bedrading beveiligd zijn en niet

kunnen worden beschadigd.

• Plaats tapse schroeven zodanig dat de kop van de

schroef niet in aanraking met draden komt. Dit is

belangrijk en voorkomt dat draden door trillingen

van het voertuig door worden gesneden met brand

• Laat de versterker IN GEEN GEVAL in contact

komen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolg

van de opstelling van de versterker. Dit kan leiden

tot elektrische schokken. De versterker en

luidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rook

produceren en oververhit raken door contact met

vloeistoffen. Daarbij kan het oppervlak van de

versterker en het oppervlak van aangesloten

luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden tot

• Gebruik de bijgeleverde onderdelen op de manier

die is beschreven om de installatie uit te voeren

zoals het hoort. Als andere onderdelen dan

diegene die zijn bijgeleverd worden gebruikt, is

het mogelijk dat inwendige onderdelen van de

versterker schade oplopen of loskomen, zodat de

versterker niet meer werkt.

• Vervang de zekering in geen geval door één met

een hoger vermogen of hogere waarde dan de

originele. Gebruik van een verkeerde zekering

kan leiden tot oververhitting en rookontwikkeling

en tot beschadiging van het product en letsel,

bijvoorbeeld brandwonden.

WAARSCHUWING Om slechte werking en/of letsel te

• Zorg dat de ventiltie van de versterker niet wordt

gehinderd, en let derhalve op de volgende punten

tijdens het installeren.

—Zorg dat er voor een goede vrije ruimte

boven de versterker is.

—Bedek de versterker niet met een vloermat of

• Laat de versterker IN GEEN GEVAL in contact

komen met vloeistoffen, bijvoorbeeld als gevolg

van de opstelling van de versterker. Dit kan leiden

tot elektrische schokken. De versterker en

luidsprekers kunnen ook beschadigd raken, rook

produceren en oververhit raken door contact met

vloeistoffen. Daarbij kan het oppervlak van de

versterker en het oppervlak van aangesloten

luidsprekers heet worden, hetgeen kan leiden tot

• Installeer de versterker niet op onstabiele

plaatsen, zoals op de reservebandhouder.

• De beste installatieplaats is verschillend

afhankelijk van het automerk en model en uw

wensen. Plaats de versterker echter beslist stevig

op een stabiele plaats.

• Maak eerst voorlopige aansluitingen en ga na of

de versterker en het systeem naar behoren

• Na het installeren van de versterker, moet u

controleren dat het reservewiel, de krik en het

gereedschap nog gemakkelijk kunnen worden

Voorbeeld van installatie op de

vloermat of op het chassis

1. Zet de versterker op de plaats waar

hij moet worden geïnstalleerd. Steek

de bijgeleverde tapschroeven

(4 mm × 18 mm) in de schroefgaten.

Druk met een schroevendraaier op

de schroeven zodat ze een inkeping

maken op de plaats waar de gaten

voor de installatie moeten komen.

2. Boor gaten met een diameter van

2,5 mm op de plaatsen die zijn

gemerkt en installeer de versterker,

ofwel op de vloermat ofwel

rechtstreeks op het chassis.

aansluitingenafdekking

1. Pas de aansluitingenafdekking

netjes op het toestel en doe de

2. Draai de schroeven vast met een

inbussleutel van 4 mm.

Omdraaien van het embleem

1. Om het embleem te verwijderen,

dient u de schroefjes los te draaien

met behulp van een inbussleutel van

2. Draai het embleem om en zet

vervolgens de schroefjes weer vast

met de inbussleutel.

Boor een gat met een

Spanningsbron 14,4 V gelijkstroom (10,8 V t/m 15,1 V toelaatbaar)

Aarding Negatieve klem aan massa

Stroomverbruik 28 A (met continu spanning, 4 Ω)

Gemiddeld stroomverbruik* 9 A (4 Ω voor vier kanalen)

12 A (4 Ω voor twee kanalen)

Maximale spanningsuitvoer 100 W × 4 (4 Ω) / 200 W × 2 (4 Ω)

Continu uitgangsvermogen 50 W × 4 (bij 14,4 V, 4 Ω, 20 Hz t/m 20 kHz 0,08% THV)

100 W × 2 (bij 14,4 V, 4 Ω, 20 Hz t/m 20 kHz 0,8% THV)

50 W × 4 (bij 14,4 V, 2 Ω, 20 Hz t/m 20 kHz 0,8% THV)

Aansluitimpedantie 4 Ω (2 Ω t/m 8 Ω toelaatbaar)

(Geschakelde verbinding: 4 Ω t/m 8 Ω toelaatbaar)

Frequentieweergave 10 Hz t/m 100 kHz (+0 dB, –1 dB)

Signaal/ruisverhouding 108 dB (IEC-A netwerk)

• Technische gegevens en ontwerp zijn ter productverbetering zonder voorafgaande

kennisgeving wijzigbaar.

*Gemiddeld stroomverbruik

• Het gemiddelde stroomverbruik is zo goed als gelijk aan het maximale stroomver-

bruik van dit toestel bij ontvangst van een audiosignaal. Gebruik deze waarde bij

het uitrekenen van het totale stroomverbruik van meerdere vermogensversterkers.