Foppapedretti Tuo - Kinderwagen

Tuo - Kinderwagen Foppapedretti - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Tuo Foppapedretti in PDF-formaat.

📄 132 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice Foppapedretti Tuo - page 85
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Foppapedretti

Model : Tuo

Categorie : Kinderwagen

Download de handleiding voor uw Kinderwagen in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Tuo - Foppapedretti en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Tuo van het merk Foppapedretti.

GEBRUIKSAANWIJZING Tuo Foppapedretti

kind nooit lleenachter

harnasgo rdel voor het kind altijdvastmaken. VVERTENZA:Potrebbeessere

en el respaldo de la base y levantar la sillita mediante la manija (13). Manual de uso Conservar el manual de uso en el alojamiento, que se encuentra en el centro de la base (14), para poder consultar el manual cuando sea necesario. Informaciones suplementarias Consultar el manual de uso de la sillita para auto del grupo 0+ y de la base 0+, para obtener informaciones sobre como instalar y jar correctamente la base 0+ y sobre como enganchar la sillita a la misma, sobre como colocar y asegurar el niño y sobre como regular correctamente la manija de la misma. Leer atentamente las advertencias aplicadas sobre los productos y el manual de uso y conservarlo para todo uso futuro. Importante La base 0+ está homologada según la norma ECE R44/04, norma Europea relativa a la seguridad de las sillitas para autos, y debe ser utilizada sólo en conjunto con la sillita para auto del Grupo 0+ (type B9). El modelo de la sillita está indicado en la etiqueta aplicada al producto (15). No deje nunca la base para silla sobre el asiento del vehículo sin enganchar: podría golpear y herir a los pasajeros.16 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES WAARSCHUWING: Aandachtig deze instructies lezen vóór het gebruik en deze handleiding bewaren voor een later gebruik. Het niet in acht nemen van deze instructies kan de veiligheid van het kind in gevaar brengen. Deze basis niet gebruiken, tenzij met het stoeltje groep 0+ (type B9), vooringesteld voor deze basis. Deze basis uitsluitend plaatsen op een zetel gericht in de richting van het rijden, voorzien van een veiligheidsgordel met 3 aansluitingspunten conform de norm ECE R16 of soortgelijke normen (1). WAARSCHUWING: DE BASIS 0+ NIET GEBRUIKEN OP EEN ZETEL UITGERUST MET EEN AIRBAG Basis 0+ (2) A. Anti-kantelbalk B. Verbindingsinrichting (x2) C. Doorgang voor de buikriem D. Behuizing voor de gebruiksinstructies E. Geleider voor de borstriem F. Handvat van blokkering/deblokkering toebehoren autostoeltje Groep 0+ Installatie basis op het voertuig De basis 0+ plaatsen op de voorste passagierszetel of op de achterste zetel van het voertuig, altijd gericht met de anti-kantelbalk tegen de rug van de zetel (3). Trekken aan de veiligheidsgordel meegeleverd met het voertuig en deze vastmaken (4). Het buikgedeelte van de gordel in de opening steken, die men vindt in het voorste gedeelte van de basis in de nabijheid van de anti-kantelbalk (5). De bortsriem aanspannen. Installatie van het autostoeltje op de basis Belangrijk: Altijd controleren of het handvat van het autostoeltje groep 0+ in de verticale stand staat, voordat men het stoeltje aan de basis vastmaakt 0+ (6). Het autostoeltje 0+ naar het achterste gedeelte van het voertuig richten, de inrichtingen voor het vastmaken van het stoeltje uitlijnen met de respectievelijke behuizingen aanwezig op de basis, in de nabijheid van de anti-kantelbalk (7), het stoeltje naar beneden plooien (8) hierbij de rug van het stoeltje vastmaken aan het handvat blokkering/deblokkering, geplaatst op de basis (9), een klik zal aanduiden dat het vastmaken werd uitgevoerd. Het stoeltje optillen met het handvat, het mag niet loskomen van de basis. Aan de borstriem trekken en deze in in de rode geleider steken geplaatst op de rug van de basis groep 0+ (10). Controleren of de borst- en buikriem niet opgerold zijn en de gordel volledig aanspannen (11). Controleren of het autostoeltje Groep 0+ correct werd vastgemaakt aan de basis 0+, wanneer men het stoeltje optilt, met het handvat, mag het niet loskomen, maar moet het stevig aan de basis blijven vastgehecht. Het stoeltje groep 0+ losmaken van de basis. Om het stoeltje los te maken van de basis, de borstriem, meegeleverd met het voertuig, wegnemen uit de rode geleider, geplaatst op de rug van de basis (12), trekken aan het rode handvat van de blokkering geplaatst op de rug van de basis en het stoeltje optillen met het handvat (13). NL17

LET OP: De draagwieg kan gebruikt worden voor het vervoer in de auto alleen indien men de “KIT AUTO” cod. 9700372000 gebruikt (afzonderlijk verkocht). De gebruikshandleiding “KIT AUTO” raadplegen voor alle inlichtingen m.b.t. de montage van de “KIT AUTO” op de draagwieg, bij de installatie in de auto. A Spleetopeningen voor de invoer van de buikriem KIT AUTO (afzonderlijk verkocht) B Pin voor het aanhaken van de metalen gespen KIT AUTO (afzonderlijk verkocht)

Regeling handvat [ g. 1] Drukken op de drukknoppen, aan de zijkant , en het handvat regelen in de nieuwe stand, de drukknoppen loslaten en controleren of de blokkering werd uitgevoerd. Montage manteltje [ g. 2 - g.3] De pinnen van het manteltje uitlijnen en in de desbetreffende behuizingen aan de zijkant van de structuur steken. Naar beneden drukken, een klik zal aanduiden dat de blokkering werd uitgevoerd. Om het manteltje weg te nemen, drukken op het onderste gedeelte van de pin van vasthechting van het manteltje en tegelijkertijd het manteltje uit de behuizing trekken. Regeling rugleuning [ g. 4, g.5] Drukken op de hendel en deze regelen in de nieuwe stand om de rugleuning van de draagwieg op te tillen of naar beneden te doen. De correcte blokkering van de rugleuning in de gekozen stand veriëren. Schommelsysteem [ g. 6] In de basis zijn twee steunpootjes aanwezig; beide pootjes naar de binnenkant plooien om de schommelbeweging te voorkomen; de pootjes naar de buitenkant plooien om de schommelbeweging te bekomen. Beide pootjes moeten naar de binnenkant of naar de buitenkant geplooid worden. Regeling manteltje [ g. 7] Het manteltje naar beneden doen of optillen om de gewenste stand te bekomen. Verluchting [ g. 8] De ritssluiting openen om een verluchting aan de binnenkant van de draagwieg te bekomen. Deksel [ g. 9] Het deksel aan de draagwieg vastmaken met de snelsluiters. WAARSCHUWINGEN Aandachtig de instructies lezen vóór het gebruik en deze bewaren voor latere raadplegingen. De veiligheid van uw kind kan in gevaar komen indien u niet aandachtig deze instructies volgt. WAARSCHUWING: U BENT VERANTWOORDELIJK VOOR DE VEILIGHEID VAN UW KIND. WAARSCHUWING: Het kind onbewaakt laten kan gevaarlijk zijn. Het kind altijd onder controle houden wanneer het zich in de draagwieg bevindt. WAARSCHUWING: De draagwieg is geschikt voor het gebruik met kinderen tot 6 maanden of tot ze in staat zijn alleen recht te zitten. WAARSCHUWING: Deze draagwieg is geschikt voor kinderen onder de 6 maanden WAARSCHUWING: Voor de pasgeborenen de rugleuning niet regelen in de verticale stand, zittend (moet geregeld worden in de volledig liggende stand) omdat het kind op deze leeftijd niet in staat is het hoofd recht te houden. WAARSCHUWING: Controleren of alle blokkeerinrichtingen correct werden vastgemaakt vóór het gebruik. WAARSCHUWING: Geen bijkomend matrasje gebruiken dat dikker is dan 25 mm. Geen reserveonderdelen of toebehoren gebruiken die niet door de fabrikant werden geleverd of goedgekeurd, omdat ze het product weinig veilig zouden kunnen maken. Controleren of alle gebruikers vertrouwd zijn met de werking van het product. GEBRUIK DRAAGWIEGTUO 18

L. Drukknop van uitrekking zit M. Uitrekking zit N. Mandje O. Rem P. Voorwielen Q. Achterwielen R. Handvat van sluiting S. Handvat regeling rugleuning T. Hendel blokkering pirouetteerbeweging van de wielen.

NLTUO 46 OPENING ( g.1 - g.2 - g.3 - g.4) Drukken op beide laterale drukknoppen van het stuur “A” en dit draaien naar de stand 1, 2 of 3, een klik zal aanduiden dat de blokkering werd uitgevoerd. Drukken op beide hendels (haak van sluiting) “B” en het frame naar boven optillen, tegelijkertijd met de voet de achterste pedaal van blokkering “C” naar beneden duwen, tot aan de volledige opening. Veriëren of het wandelwagentje correct werd geopend; wanneer men drukt op het stuur aan de zijkanten, moet de structuur geblokkeerd zijn; indien een kant niet correct is vastgemaakt, het stuur vastgrijpen langs de niet-vastgemaakte kant en trekken om het frame correct vast te maken. VOORWIELEN Montage voorwielen (g.5): Het frame met een hand optillen en de voorwielen invoeren, met de blokkeerhendel naar boven gericht op de wielnaaf. Een klik zal de correcte koppeling aanduiden. Het correcte vastmaken van beide wielen veriëren; wanneer men naar beneden drukt, mogen ze niet loskomen. Demontage voorwielen (g.6): op de blokkeerinrichting drukken, in het onderste gedeelte van het wiel, en deze ingedrukt houden, het wiel uit de naaf nemen. ACHTERWIELEN Montage achterwielen (g.7): de pin van het wiel in de opening steken, je zult een klik horen wanneer de koppeling wordt uitgevoerd. Controleren of het wiel correct is vastgemaakt; wanneer men het naar de buitenkant trekt, mag het niet loskomen. Demontage achterwielen (g.8): Drukken op de metalen hendel op de wielnaaf en tegelijkertijd het wiel wegtrekken. VASTMAKEN VAN DE ZIT (gebruik als wandelwagen) Montage zit (g.9 - g.10): om de zit vast te maken, deze plaatsen zoals op de guur wordt aangeduid. De plastic connectoren van de zit uitlijnen en in hun behuizingen steken op het frame van de wandelwagen. Drukken tot men een klik hoort, dit zal het correcte vastmaken aanduiden. WAARSCHUWING: Vóór het gebruik altijd controleren dat beide steunen van de zit correct zijn vastgemaakt aan het frame; wanneer men de zit naar boven optilt, mag deze niet loskomen. Demontage zit (g.11): langs beide kanten drukken op de drukknoppen “A” , de zit optillen en wegnemen.

MONTAGE BESCHERMENDE ARMLEUNING

Montage (g.12): de armleuning uitlijnen met haar behuizingen en langs beide kanten drukken, een klik zal het correcte vastmaken aanduiden. Demontage (g.13): drukken op de drukknop “A” langs beide kanten van de armleuning en tegelijkertijd drukken om deze weg te nemen. Opening langs één kant (g.14): drukken op de drukknop “A” langs één kant van de armleuning en trekken om deze te openen met hekje. MONTAGE MANTELTJE Montage (g.15a/b): de steun van het manteltje langs beide kanten vastmaken aan het frame. De snelsluiters van het manteltje vastmaken op de achterkant van de rugleuning. Demontage (g.16): trekken en de steun van het manteltje losmaken van het frame, langs beide kanten.

MONTAGE BEENDEKSEL Gebruik voor pasgeborenen (g.17a/b): Het beendeksel op het frame van de zit plaatsen, in het onderste gedeelte. Het bovenste gedeelte van het beendeksel rond de beschermende armleuning plooien. Het beendeksel met de snelsluiters vastmaken aan de structuur van de wandelwagen. Gebruik voor kinderen (g.18a/b): Het beendeksel op het frame van de zit plaatsen, in het onderste gedeelte. Naar believen het bovenste gedeelte van het beendeksel langs de buiten- of de binnenkant van de armleuning laten. Het beendeksel met de snelsluiters vastmaken aan de structuur van de wandelwagen. MONTAGE REGENSCHERM WANDELWAGEN (g.19) Het regenscherm op het manteltje doen passen. De zomen met kleefband vastmaken in het achterste gedeelte van het regenscherm. De zomen met kleefband vastmaken aan de structuur van de wandelwagen, in het voorste gedeelte van het regenscherm. GEBRUIK OPENING (g.20a/b/c - g.21a/b/c) Drukken op beide laterale drukknoppen van het stuur “A” en dit draaien naar de stand 1, 2 of 3, een klik zal aanduiden dat de blokkering werd uitgevoerd. Drukken op beide hendels (haak van sluiting) “B” en het frame naar boven optillen, tegelijkertijd met de voet de achterste pedaal van blokkering “C” naar beneden duwen, tot aan de volledige opening. Veriëren of het wandelwagentje correct werd geopend; wanneer men drukt op het stuur aan de zijkanten, moet de structuur geblokkeerd zijn; indien een kant niet correct is vastgemaakt, het stuur vastgrijpen langs de niet-vastgemaakte kant en trekken om het frame correct vast te maken. PARKEERREM De rem in werking stellen (g.22): Drukken op de hendel van de rem, de wandelwagen lichtjes vooruit duwen om te veriëren of de rem correct in werking werd gesteld. De rem buiten werking stellen (g.23): de hendel optillen. REGELING VAN HET STUUR (g.24) Drukken op beide drukknoppen aan de kant van het stuur en het stuur naar de stand 1,2 of 3 draaien. REGELING VAN DE RUGLEUNING (g.25) De hendel van regeling, geplaatst op de achterkant van de rugleuning, optillen en de rugleuning in de gewenste stand zetten, de hendel loslaten en de correcte blokkering controleren. BELANGRIJK (g.25a): Voor kinderen onder de 6 maanden moet de rugleuning altijd en uitsluitend gebruikt worden in de laagste, horizontale stand. MONTAGETUO 48

VEILIGHEIDSGORDEL De rem in werking stellen voordat men het kind in de wandelwagen zet. De gesp losmaken (g.26a /b): Het kind in de wandelwagen zetten en de veiligheidsgordel regelen op basis van de lichaamsbouw van het kind. De gesp vastmaken (g.27a/b/c): , het deel “A” in het deel “B” steken; een klik zal het correcte vastmaken aanduiden. Voor kinderen onder de 6 maanden moeten de borstriemen eerst in de onderste lussen worden gestoken en vervolgens in de ringen van de gesp die de borstriemen regelen. (g.28a/b/c). IMPORTANTE: Voor kinderen onder de 6 maanden moet de rugleuning altijd en uitsluitend gebruikt worden in de laagste, horizontale stand. WAARSCHUWING: De riem voor de beenscheiding nooit gebruiken zonder de buikriem. WAARSCHUWING: De buikriem is voorzien van 2 zijringen die gebruikt moeten worden voor toegevoegde riemen conform de norm BS 6684 OMKEERBARE ZIT (g.29a/b) Langs beide kanten drukken op de drukknoppen “A” , de zit optillen en wegnemen. De zit regelen richting straat of richting ouders. De zit terug op het frame van de wandelwagen plaatsen, zie paragraaf “plaatsing zit” voor een correcte montage. REGELING VOETSTEUN (g.30) Drukken op de drukknoppen “A” en de voetsteun regelen in de gekozen stand. REGELING MANTELTJE (g.31 - g.32) Het manteltje ontvouwen op basis van uw vereisten, om het kind te beschermen tegen de zonnestralen. Let op: het kind heeft een gevoelige huid, het kind NOOIT rechtstreeks blootgesteld laten aan de zonnestralen, controleer altijd of het manteltje correct geregeld is. . Het achterste gedeelte van het manteltje wegnemen, voor het gebruik ervan als zonnekap. ONDERSTE MANDJE (g.33) Het mandje is met snelsluiters bevestigd in het onderste gedeelte van het frame; om het weg te nemen de snelsluiters losmaken. Men raadt aan het mandje leeg te maken voordat men de wandelwagen sluit. SLUITING WANDELWAGEN (g.34a/b/c/d/e/f - g.35) Voordat men de wandelwagen sluit, controleren of:

  • De zit naar de straat gericht is
  • De rugleuning in de verticale stand geregeld is
  • Het manteltje terug gesloten is
  • De voorwielen geblokkeerd zijn Drukken op beide laterale drukknoppen van het stuur en het stuur volledig naar beneden draaien, in de stand open hangslot (g.34b). Het handvat op de achterkant van de wandelwagen vastgrijpen en naar boven optillen om de wandelwagen terug te sluiten. GEBRUIKTUO 49

Veriëren of beide hendels van sluiting, op de beide kanten van het frame, vastgemaakt zijn. Opmerkingen: het is NIET mogelijk de wandelwagen terug te sluiten met de toebehoren, autostoeltje en draagwieg vastgemaakt aan het frame.

GEBRUIK MET DE TOEBEHOREN

De wandelwagen TUO kan gebruikt worden met de volgende toebehoren, draagwieg TUO en autostoeltje TUO. De zit wegnemen van het frame (zie paragraaf invoer zit) MONTAGE ADAPTOR RECHTS EN LINKs (g.36 - g.37a/b): De adaptor rechts en links uitlijnen en invoeren in zijn behuizing op het frame van de wandelwagen. Drukken tot men een klik hoort, dit wijst op het correcte vastmaken. WAARSCHUWING: Vóór het gebruik altijd controleren of beide adaptors correct zijn vastgemaakt aan het frame; wanneer men ze optilt mogen ze niet loskomen. DEMONTAGE ADAPTORS (g.38): drukken op de drukknop “A” om de adaptor te verwijderen. GEBRUIK VAN HET TOEBEHOREN, AUTOSTOELTJE OF DRAAGWIEG. BELANGRIJK: de toebehoren moeten aan het frame worden vastgemaakt alleen in de richting van de ouders (g.39 - g.40). Montage toebehoren (g.41a/b/c): De inrichting voor het vastmaken van het toebehoren uitlijnen met de adaptors en naar beneden drukken; een klik wijst op het correcte vastmaken van het toebehoren aan het frame van de wandelwagen volledig met de adaptors. Erop letten dat het vastmaken correct werd uitgevoerd aan beide kanten. WAARSCHUWING: Vóór het gebruik altijd veriëren of het toebehoren correct werd vastgemaakt. Wanneer men het toebehoren naar boven optilt, mag het niet loskomen van het frame van de wandelwagen. Demontage toebehoren (g.42 - g.43): : lamgs beide kanten aan de hendels “A” trekken en het toebehoren wegnnemen door het op te tillen met het handvat, in alternatief kan het toebehoren verwijderd worden door langs beide kanten te drukken op de drukknop “B”. In dit geval wordt het toebehoren weggenomen met vastgemaakte adaptors.

ONDERHOUD VAN HET PRODUCT

Deze wandelwagen vraagt een regelmatig onderhoud vanwege de gebruiker. Het product vraagt een minimum aan onderhoud. Het smeren van de gedeelten in beweging zal de tijdsduur van de wandelwagen verlengen en de operaties van opening en sluting ervan vergemakkelijken. Indien sommige gedeelten van de wandelwagen stijf worden of moeilijk werken, moet men een kleine hoeveelheid smeerproduct aanbrengen onder vorm van spray, bijvoorbeeld WD 40. Geen olie noch vet gebruiken. Het product WD 40 mag niet gebruikt worden om de uittrekbare wielen te smeren. Indien nodig moeten de wielen weggenomen en met een zachte, droge doek schoongemaakt worden. GEBRUIKTUO 50

Regelmatig de blokkeerinrichtingen, de remmen, de wielen, de riemen, de hendels, de regelaars van de zit, de koppelingen en de inrichtingen van vasthechting controleren, hierbij altijd veriëren of ze correct zijn vastgemaakt en zich in goede condities van werking bevinden. Een grondige controle uitvoeren voor wat betreft de correcte werking van de wandelwagen, na 18 maanden van gebruik, na een lange periode van niet-gebruik en voordat men hem gebruikt voor een tweede kind. SCHOONMAAK De stof nat reinigen met een spons en een neutraal reiningingsmiddel. De stof schoonmaken met lauw water, een neutraal wasproduct en een spons. De plastic en metalen gedeelten kunnen schoongemaakt worden met lauw water, een neutraal wasproduct en een spons. Voor de schoonmaak nooit producten gebruiken die schuren of op basis van ammoniak, bleekwater of terpentijn zijn. De stof bij voorkeur met een borstel schoonmaken i.p.v. ze te wassen. WAARSCHUWINGEN Gelieve voor de veiligheid van uw kind vóór het gebruik aandachtig de instructies te lezen en ze te bewaren voor latere raadplegingen. De veiligheid van uw kind, kan in gevaar komen indien u niet aandachtig deze instructies volgt. WAARSCHUWING: U BENT VERANTWOORDELIJK VOOR DE VEILIGHEID VAN UW KIND. WAARSCHUWING: Uw kind nooit onbewaakt laten. Het kind altijd onder controle houden wanneer het zich in de wandelwagen bevindt. WAARSCHUWING: Deze wandelwagen is geschikt voor kinderen met een maximum gewicht van 15 kg. Voor kinderen onder de 6 maanden, de wandelwagen altijd en uitsluitend gebruiken met de rugleuning volledig naar beneden en het toebehoren plaatsen gebruikmakend van de meegeleverde adaptors. Indien de wandelwagen gebruikt wordt met het toebehoren, het correcte vastmaken ervan veriëren. WAARSCHUWING: Indien de wandelwagen gebruikt wordt met het toebehoren, het correcte vastmaken ervan veriëren. Voor de pasgeborenen, de rugleuning niet regelen in de verticale stand, zittend (moet geregeld worden in de lage stand) omdat het kind op deze leeftijd zijn hoofd niet recht kan houden. WAARSCHUWING: Altijd de veiligheidsgordels gebruiken, om te voorkomen dat het kind zich zwaar kan kwetsen door van de wandelwagen te vallen of te glijden. Regelmatig controleren of de gordels correct zijn vastgemaakt en of ze niet beschadigd of uitgerafeld zijn. WAARSCHUWING: Controleren dat uw kind altijd de veiligheidsgordels op een correcte manier draagt en of deze goed geregeld zijn. De gordels zijn voorzien van “D”-vormige ringen, noodzakelijk voor het vasthechten van andere gordels, conform de normen BS 6684 of BS EN 13210, voor de distributie op de buitenlandse markten, indien vereist door een intern reglement. WAARSCHUWING: Vóór het gebruik controleren of alle blokkeerinrichtingen correct zijn vastgemaakt. WAARSCHUWING: De wandelwagen werd ontworpen voor het vervoer van één enkel kind.

WAARSCHUWING: Dit product is niet geschikt om gebruikt te worden door volwassenen die lopen of schaatsen of soortgelijke sportactiviteiten uitvoeren. WAARSCHUWING: Controleren of de zit correct is vastgemaakt aan de structuur vóór het gebruik. WAARSCHUWING: De dikte van de voering van de zit mag de 25 mm niet overschrijden. WAARSCHUWING: Wanneer de wandelwagen gesloten of geopend wordt of wanneer er regelingen worden uitgevoerd, moet men het kind uit de buurt van de beweeglijke gedeelten houden. , WAARSCHUWING: Een last die aan het handvat hangt kan de stabiliteit van de wandelwagen compromitteren. WAARSCHUWING: De remmen altijd in werking stellen wanneer de wandelwagen stilstaat of wanneer het kind op de wandelwagen wordt gezet of wanneer het van de wandelwagen wordt genomen. WAARSCHUWING: De wandelwagen niet terug sluiten noch gedeeltelijk sluiten wanneer het kind erin zit. De wandelwagen is voorzien van een mandje voor het vervoer van 4 kg goederen die op een gelijke manier moeten verdeeld worden. De montage moet uitgevoerd worden door een volwassen persoon. Alleen een volwassen persoon mag het mechanisme van regeling van de rugleuning uitvoeren. De wandelwagen niet gebruiken indien een component of een gedeelte ervan stuk of beschadigd is of indien het ontbreekt. Niet toelaten dat het kind op de wandelwagen klimt, dit kan hem onstabiel maken.. Dit product vereist een regelmatig onderhoud vanwege de gebruiker. Geen reserveonderdelen of toebehoren gebruiken die niet door de fabrikant werden geleverd of goedgekeurd, omdat deze de wandelwagen weinig veilig zouden kunnen maken. Een te grote last, een niet correcte sluiting en het gebruik van niet goedgekeurde toebehoren of reserveonderdelen zouden de wandelwagen kunnen beschadigen of breken en zouden het product gevaarlijk kunnen maken. De wandelwagen niet overbelasten met andere kinderen, goederen of toebehoren. Tassen en andere voorwerpen mogen niet aan het handvat worden gehangen. In huis, op een warme plaats of in de nabijheid van een warntebron het regenscherm nooit vast aan de wandelwagen laten ondat het kind zou kunnen lijden onder een te grote warmte. Controleren of alle gebruikers vertrouwd zijn met de werking van het product. De opening en de sluiting wordt gemakkelijk uitgevoerd en vereist geen te grote inspanningen. Indien dit niet zo is, het mechanisme niet forceren- de operaties onderbreken en de instructies lezen. De wandelwagen niet gebruiken voor een ander gebruik dan datgene waarvoor hij ontworpen werd. Uw kind niet zonder hulp op de wandelwagen laten gaan, niet laten spelen met/ of hangen aan de wandelwagen. De wandelwagen altijd vasthouden wanneer men zich in de buurt van voertuigen of treinen in beweging bevindt. Ook met de remmen in werking, zou de lucht veroorzaakt door het voertuig in beweging de wandelwagen kunnen verplaatsen. Let op wanneer u op of van de stoep gaat. Neem de kinderen van de wandelwagen en sluit hem wanneer u op/van de trap of roltrap gaat. Controleer of de gesloten wandelwagen uit de buurt van de kinderen staat zodanig dat deze niet kan vallen of verwondingen veroorzaken. Geen niet meegeleverde toebehoren of complementen gebruiken, zoals bevoorbeeld kinderstoeltjes, tassen, haken, dienbladen, enz. afgezien van diegene die door de fabrikant werden , omdat ze de wandelwagen weinig veilig zouden kunnen maken. Geen aanvullende voetplanken gebruiken voor het vervoer van een kind. LET OP: Uw wandelwagen voldoet aan de vereisten voorzien door de veiligheidsnormen en met een correct gebruik en een adequaat onderhoud zal hij zijn prestaties onveranderd bewaren gedurende WAARSCHUWINGENTUO 52

verschillende jaren. Het frame is stevig maar kan beschadigd worden indien de achterwielen voortdurend worden onderworpen aan hevige botsingen bij het op-en afgaan van trappen en stoepen. De voortdurende botsingen zullen schade berokkenen. Indien uw kind harde schoenen draagt, is het mogelijk dat deze de zachte stof beschadigen. De natte wandelwagen opbergen kan de vorming van schimmel veroorzaken. Indien de wandelwagen blootgesteld is aan vochtigheid of indien hij nat is, moet men de wandelwagen afdrogen met een zachte doek, hem volledig openen en laten drogen voordat men hem opbergt. Uw wandelwagen op een droge en veilige plaats zetten. De wandelwagen niet gedurende lange periodes in de zon laten staan – sommige stoffen zouden kunnen verkleuren. WAARSCHUWINGENTUO 53

  • En caso de dudas, contactar con el fabricante de la silla o con el distribuidor. ETUO 25 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES WAARSCHUWING: lees deze instructies zorgvuldig door en bewaar deze gids als referentie voor de toekomst. Als u deze instructies niet volgt, kan dat de veiligheid van uw kind in gevaar brengen. Om het risico op een val te verkleinen, moet u de handgreep van het babyautostoeltje voor groep 0+ altijd correct vergrendelen en de harnasgordel voor het kind altijd vastmaken. Installeer het babyautostoeltje voor groep 0+ alleen op een stoel in de rijrichting met een driepuntsgordel (1). GEBRUIK DIT BABYAUTOSTOELTJE NIET OP EEN PASSAGIERSZETEL MET EEN AIRBAG.
  • Stijve elementen en plastic onderdelen van het kinderzitje moeten zo worden opgesteld en geïnstalleerd dat ze in normale gebruiksomstandigheden van het voertuig niet onder een beweegbare stoel of in de deur van het voertuig klem kunnen komen te zitten.
  • Span alle riemen op waarmee het kinderzitje aan het voertuig wordt bevestigd en stel de riemen zo in dat ze het kind op zijn plaats houden. De riemen mogen bovendien niet verdraaid zijn.
  • Vervang het systeem wanneer het bij een ongeval aan grote krachten is blootgesteld.
  • Het is gevaarlijk om het zitje op eender welke wijze te wijzigen of aan te vullen zonder de toestemming van de bevoegde instantie. Het is ook heel belangrijk om de instructies van de fabrikant van het kinderzitje nauwgezet te respecteren.
  • Beschut het zitje tegen zonnestraling, zodat het kind zich niet verbrandt.
  • Laat kinderen niet alleen achter wanneer ze in het kinderzitje zitten.
  • Zorg ervoor dat bagage en andere voorwerpen die blessures zouden kunnen veroorzaken bij de gebruiker van de stoel bij een ongeval, stevig vast zitten.
  • Gebruik het kinderzitje niet zonder de hoes.
  • Vervang de hoes van het zitje alleen door een hoes die door de constructeur aanbevolen is, want die hoes heeft een onmiddellijk effect op de werking van het zitje.
  • Gelieve contact op te nemen met de fabrikant van het kinderzitje als u vragen hebt over de installatie en het goede gebruik van het zitje.
  • Installeer het kinderzitje op de plaatsen die in de gebruiksaanwijzing als ‘universele’ plaatsen worden omschreven en gebruik daarbij het primaire pad van de riem.
  • Gebruik geen andere lastdragende contactpunten dan de punten die in de instructies beschreven zijn en die op het kinderzitje gemarkeerd zijn.
  • Gebruik altijd bij voorkeur de zitplaatsen achterin, zelfs als het verkeersreglementeen installatie op de voorste stoel toelaat.
  • Controleer altijd of de veiligheidsgordel van de auto vastgeklikt is.
  • Controleer altijd of er geen voedingsresten of andere in de gesp zitten.
  • Zorg ervoor dat het kind tijdens de winter niet in het kinderzitje wordt geplaatst terwijl het te ruime kleren draagt. NLTUO 26 Uw babyautostoeltje voor groep 0+ (2)

Installatie in de auto WAARSCHUWING! Installeer uw babyautostoeltje voor groep 0+ niet op een passagierszetel met een AIRBAG. Installeer het babyautostoeltje voor groep 0+ altijd tegen de rijrichting in. Plaats het babyautostoeltje op een zetel vooraan of achteraan in uw wagen, altijd tegen de rijrichting in, met de handgreep in verticale positie (3). Klik de gordel vast (4). Trek de veiligheidsgordel uit en steek de heupgordel door de geleiders aan de zijkant (5) (6). Trek het diagonale deel van de veiligheidsgordel achter de passagiersze tel door en schuif het door de geleider achteraan de schelp (7) (8). Zorg ervoor dat de veiligheidsgordel niet verdraaid is en zo strak mogelijk staat (9). Aanpassen van de harnasgordel De harnasgordel van het babyautostoeltje moet aan de lengte van uw kind worden aangepast. De schoudergordels kunnen op drie posities worden ingesteld en ze moeten door de geleiders worden gestoken die zich het dichtst bij de schouders van het kind bevinden. Trek de schoudergordels uit de sleuven in kuip en bekleding (10) (11) (12). Plaats de schoudergordels terug, op de gewenste hoogte en gebruik dezelfde sleuven in zowel de kuip als bekleding.

  • De harnasgordel losser maken: Duw op het verstelelement tussen de benen aan de voorkant van het babyautostoeltje en trek tegelijkertijd aan de twee schoudergordels (13).
  • De harnasgordel strakker aantrekken: Trek aan de verstelriem vooraan het babyautostoeltje; u hoeft niet op het verstelelement te duwen (14). Een goed aangepaste harnasgordel draagt actief bij aan de best mogelijke bescherming van uw baby. Er mag niet meer dan een vingerdikte plaats tussen de harnasgordel en het kind zijn. NLTUO 27 Het kind in het babyautostoeltje plaatsen U kunt de harnasgesp openen door op de rode knop in het midden van de gesp te duwen (15). Plaats uw kind in het babyautostoeltje en zorg ervoor dat zijn/haar rug correct tegen de rug van het babyautostoeltje rust. Verbind de twee uiteinden van de schoudergordels met elkaar en sluit de harnasgesp (16). Trek aan de verstelriem van de harnasgordel zodat de schoudergordels rond uw kind vastzitten. Aanpassen van de ergonomische handgreep De handgreep van het babyautostoeltje heeft 4 standen. Om van de ene stand naar de andere over te gaan, druk de knoppen aan weerszijden van de draagbeugel gelijktijdig in (17).
  • Stand 1: voor gebruik in de auto, om te wiegen en te dragen (18).
  • Stand 4: voor gebruik als ligstoel in de vastgezette positie (21). Waarschuwing bij gebruik als ligstoel Zorg ervoor dat alle vergrendelingsmechanismen gesloten zijn voor gebruik. Het is gevaarlijk om deze ligstoel op een oppervlak boven de grond te plaatsen. Niet aanbevolen voor kinderen die zonder hulp rechtop kunnen zitten (9 maanden oud of ongeveer 9 kg). Laat uw kind nooit zonder toezicht in de ligstoel achter. Opbergruimte van de handleiding Bewaar de gebruiksaanwijzing tussen de schelp en de hoes van de babyautostoeltje (22). Onderhoudstips Alle stoffen onderdelen kunnen worden verwijderd. In geval van vlekken kunt u een spons bevochtigd met wat zeepwater gebruiken of handwassen op 30° in zeepwater. Gebruik nooit bleekmiddel, niet strijken, in de machine wassen of in de droogtrommel drogen. LET OP
  • Dit is een ‘Universeel’ kinderzitje. Het is goedgekeund volgens de ECE R44/04 norm, voor normaal gebruik in auto’s en past in de meeste autostoelen.
  • Het is aan te nemen dat het kinderzitje in uw auto past als de fabrikant van de auto in het autohandboek vermeldt dat de auto in staat is een ‘Universeel’ kinderzitje te bevestigen.
  • Dit kinderzitje wordt geclassiceerd als ‘Universeel‘ maar is op een hoger niveau en onder strengere eisen getest dan de vorige zitjes.
  • Dit kinderzitje is alleen te gebruiken als de auto is uitgerust met een automatische en statische 3-punts veiligheisgordel volgens de norm ECE 16 of gelijkwaardige normen.