FTXP 4000W - Multisplit binnenunit DAIKIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FTXP 4000W DAIKIN in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over FTXP 4000W DAIKIN
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multisplit binnenunit in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FTXP 4000W - DAIKIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FTXP 4000W van het merk DAIKIN.
GEBRUIKSAANWIJZING FTXP 4000W DAIKIN
Zandvoordestraat 300, B-8400 Oostende, Belgium
DAIKIN EUROPE N.V.
1.1 Over dit document 36
2 Over de doos 36
2.1 Binnenunit 36
2.1.1 Toebehorenuit de binnenunit verwijdenen 36
3 Over de unit 37
3.1 Systememlay-out 37
3.2 Werkingsgebied 37
4 Voorbereiding 37
4.1 Installatieplaats voorbereiden 37
4.1.1 Vereisten inzake de plaatssaar de binnenunit geinstalleerd wordt.. 37
4.2 De koelm middleleidingen voorbereiden 37
4.2.1 Vereisten voor de koelmiddelleidingen 37
4.2.2 De koelledingen isoleren 37
5 Installatie 38
5.1 Binnenunit openen 38
5.1.1 Voorpaneel verwijderen 38
5.1.2 Voorpaneel wee aanbrengen 38
5.1.3 Voorrooster verwijderen 38
5.1.4 Voorrooster wee aanbrengen 38
5.1.5 Deksel elektrische bedrangskast verwijdenen 38
5.1.6 Servicedeksel openen 39
5.2 Binnenunit installeren 39
5.2.1 Montageplatz installeren 39
5.2.2 Een muuropening boren 39
5.2.3 Leidingpoortdeksel verwijderen 39
5.2.4 Afvoer voorzien 40
5.3 De koelmiddleiding aansluten 41
5.3.1 Richtlijnen bij het aansluten van koelmiddelseidingen 41
5.3.2 De koelmiddelleidingen op binnenunit aansluiten 41
5.4 De elektrische bedrading aansluiten 41
5.4.1 Elektrische bedrading aansluiten op de binnenunit 42
5.5 De installation van de binnenunit voltooien 42
5.5.1 Afvoerleiding, koelmiddlesleiding en kabel tussen de units isoleren 42
5.5.2 Leidingen door de muuopening voeren 42
5.5.3 Binnenunit op de montageplaat bevestigen 43
6 Configuratie 43
6.1 Een ander adres instellen 43
7 Inbedrijfstelling 44
7.1 Checklist voor de inbedrijfstelling 44
7.2 Proefdraaien 45
7.2.1 Proefdraaien in de winter 45
8 Als afval verwijderen 45
9 Technische gegevens 46
9.1 Bedradingsschema 46
1 Over de documentationie
Controleer of de gebruiker de papieren documentationie heeft en vraag hem/haar deze bij te houden om deze later te konnen raadplegen.
Bedoeld publiek

INFORMATIE
Dit apparaat is bedoeld om in werkplaatsen, in de lichte industriie en in boerderijnen door deskundige of geschoolde gebruikers gebruikt te worden of, in de handel en in huishoudens, door nicht gespecialiseerde Personen.
Documentatieset
Dit document is een onderdeel van een documentatieset. De volledige set omvat:
- Algemene voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de veriligheid:
Veiligheidsinstrcties te lezen vórd de installmente
- Formaat: Papier (in de doos van de binnenunit)
- Montagehandleiding binnenunit:
Installatie-instructies
- Formaat: Papier (in de doos van de binnenunit)
-
Uitgebrede handleiding voor de installmenter:
-
Voorbereiding van de installmentie, goede praktijkien, referentiegegevens,...
- Formaat: Digitale bestanden op http://www.daikineurope.com/support-and-manuals/product-information/
Laatste herzieningen van de meegeleverde documentatie konnen op de regionale Daikin-website of via uw dealer beschikkaar zich.
De documentation is oorspronkelijk in het Engels geschreven. Alle andere talen zijn vertalingen.
Technische gegevens
- Een deel van de recentste technische geevens is beschikbaar op de regionale Daikin-website (publiek toegankelijk).
- De volledige recentste technische gegevens zijn beschikkaar op het Daikin-extranet (authenticatie vereist).
2 Over de doos
2.1 Binnenunit

INFORMATIE
De volgende afbeeldingen zijn slechts voorbeelden en komen möglich NIET volledig overeen met de lay-out van uw system.
2.1.1 Toebehorenuit de binnenunit verwijderen
1 Verwijder de accessoires op de bodem van de verpakking.

a Montagehandleiding
b Gebruksaanwijzing
c Algemene voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de veiligheid
d Titaniummapatiet luchtzuiveringsfilter en silverdeeltjesfilter (alleen voor FTXP)
e Bevestigingsschroef binnenunit (M4×12L). Zie "5.5.3 Binnenunit op de montageplaat bevestigen" op pagina 43.
f Droge AAA.LR03-batterij (alkaline) voor gebruikersinterface
g Houser gebruikersinterface
h Gebruikersinterface
i Montageplatz
3 Over de unit

Het koelmiddel in deze unit is weinig ontvlambaar.
3.1 Systeemlay-out

a Binnenunit
b Servicedeksel
c Luchtfilter
d Titaniummapatiet luchtzuiveringsfilter en silverdeeltjesfilter (alleen voor FTXP)
e Koelmiddelleiding, afvoerslang en kabel tussen de units
f Isolatietape
3.2 Werkingsgebied
| Werkingsstand | Werkingsgebied |
| Koelen(a)(b) | • Buitentemperatuur: -10~46°C • Binnentemperatuur: 18~32°C • Binnenvochtigkeit: ≤80% |
| Verwarmen(a) | • Buitentemperatuur: -15~24°C • Binnentemperatuur: 10~30°C |
| Drogen(a) | • Buitentemperatuur: -10~46°C • Binnentemperatuur: 18~32°C • Binnenvochtigkeit: ≤80% |
Indien gebruikt buiten het werkingsbereik:
(a) Een beveiliging kan het systeem stilleggen.
(b) Er kan condensatie op de binnenunit ontstaan en er af druppelen.
4 Voorbereiding
4.1 Installatieplaatsvoorbereiden

WAARSCHUWING
Het toestel worden opgeslagen in een ruimte zonder ontstekingsbronnen die voortdurend branden (bijvoorbeeld: open vuur, een draaiend gastroestel of een draaiende elektrische verwarming).
4.1.1 Vereisten inzake deplaats waar de binnenunit geinstalleerd worden

INFORMATIE
Het geluidsdrukniveau islagerdan70dBA.
-
Luchtstroom. Zorg ervoor dat de luchtstroom Niet geblokkeerd worden.
-
Afvoer. Zorg ervoor dat het condenswater goed kan worden afgevoerd.
- Muurisolate. Wanner de temperatuur in de muur hoger is dan 30^ en er een relatieve vochtigkeit van meer dan 80% heerst, of wanner er verse lucht in de muur worden geleid, is er extra isolatie nodig (polyethyleenschuim met een dikte van minstens 10~mm ).
- Muursterkte. Controller of de muur of de vloer sterk genoeg is om het gewicht van de unit te dragen. Als er een risico is, verstevig de muur of de vloer dan alvorens de unit te installeren.
- Afstand. Installee de unit op minstens 1,8 m van de vloer en houd rekening met de volgende vereisten inzake afstand tot de muur en het plafond:

4.2 De koelmiddelleidingen voorbereiden
4.2.1 Vereisten voor de koelmiddelsedingen
Diameter koelmiddleleidingen
Gebruikdezelfdiediametersalsdie van de aansluitingenop debuiteununits:
| Klasse | L1 vloeistofleiding | L1 gasleiding |
| 20~35 | Ø6,4 | Ø9,5 |
Material koelmiddleleidingen
- Material leidingen: Met fosforzuar gedeoxideerd naadloos koper.
Flareverbindingen: Gebruik alleen gegloeide leidingen. - Hardingsgraad en dikte leidingen:
| Buitendiameter (Ø) | Hardingsgraad | Dikte (t)(a) | |
| 6,4 mm (1/4") | Gegloeid (O) | ≥0,8 mm | Ø t |
(a) Afhankelijk van de toepasselijkke wetgeving en de maximale bedrijfsdruk van de unit (zie "PS High" op het naamplaatje van de unit), zijn möglichk dikkere leidingen vereist.
4.2.2 De koelledingen isoleren
| Buitendiameter leiding (Øp) | Binnendiameter isolatie (Øi) | Isolatedike (t) |
| 6,4 mm (1/4") | 8~10 mm | ≥10 mm |

Als de temperatuur hoger is dan 30^ en de vochtigkeit meer dan 80% bedraagt,要去 het isolatiematerialiaal minstens 20~mm dik着眼 om condensatie aan de oppervlakte van de isolatie te voorkomen.
5 Installatie
5.1 Binnenunit openen
5.1.1 Voorpaneel verwijdermen
1 Houd het voorpaneel vast aan de paneeltabs aan weerszijden en open het paneel.

a Paneeltabs
2 Schuif het voorpaneel aan links ofaar rechts en trek het naar u toe om het te verwijderen.
Gevolg: De as van het voorpaneel komt aan 1 kant los.
3 Maak de as van het voorpaneel aan de andere Kant op bezelfde manier los.

a As Voorpaneel
5.1.2 Voorpaneel weeer aanbrengen
1 Breng het voorpaneel aan. Lijn de assen op met de openingsen duw ze er helemaal in.
2 Sluit het voorpaneel langzaam; druk aan weerszijden en op het midden.
5.1.3 Voorrooster verwijderen

VOORZICHTIG
Draag gespaste persoonlijke beschemmingsuitrustingen (beschemende handschoenen, veiligheidsbril, enz.) wonneer u het systeme installeert of onderhoudt.
1 Verwijder het voorpaneel om het luchtfilter te verwijdenen.
2 Verwijder 2 schroeven van het voorrooster.
3 Duw de 3 bovenste haken met een symbol met 3 rondjes in.

a Bovenste haak
b Symbool met 3 rondjes
4 Open best de klep voordat u het voorrooster verwijdert.
5 Zet beiden handen onder het midden van het voorrooster, duw het�ak boven en dan�ak u.

5.1.4 Voorrooster wee aanbrengen
1 Installeeer het voorrooster en zorg dat de 3 bovenste haken goed vastzitten.
2 Installee 2 schroeven (klasse 20 35 ) weer op het voorrooster.
3 Installee het luchtfilter en monteer dan het voorpaneel.
5.1.5 Deksel elektrische bedrangskast verwijderen
1 Verwijder het voorrooster.
2 Verwijder 1 schroef van de elektrische bedrangskast.
3 Trek aan het uitstekende deel op de bovenkant van het deksel van de elektrische bedrangskast om het te openen.
4 Haak de tab aan de onderkant los en verwijder het deksel van de elektrische bedrangskast.

a Tab
b Uitstekend deel op de bovenkant van het deksel
c Schroef
5 Om het deksel waar te installereren, haakt u eerst de onderste tab op de elektrische bedradingskast, waarnu u het deksel in de 2 bovenste tabs schuift.
5.1.6 Servicedeksel openen
1 Verwijder 1 schroef van het servicedeksel.
2 Trek het servicedeksen horizontaal weg van de unit.

a Schroef servicedeksel
b Servicedeksel
5.2 Binnenunit installeren
1 Installeer de montageplaat tijdelijk.
2 Hang de montageplaat waterpas.
3 Markeer het middelpunt van de boorpunten op de muur met behulp van een meetlint. Houd het uiteinde van de meter bij het symbool "b".
4 Maak de montageplaat met schroeven M4×25L (lokaal te voorzien) vast op de muur om de installment te beeindigen.

INFORMATIE
Het verwijderde leidingpoortdeksel kan in hetvak van de montageplaat worden opgeborgen.

A Klasse 20~35
a Aanbevolen bevestigingspunten montageplaat
b Vak voor het leidingpoortdeksel
c Tabs voor hetplaatsen van een waterpas
d Muuropening 65 mm
e Positie afvoerslang
f Positie voor lintmeter bij symbol " "
g Uiteinde gasleiding
h Uiteinde waterleiding
5.2.2 Een muuropening boren

VOORZICHTIG
Gebruik bij muren met een metalen frame of een metalen plaat een in de muur ingebedde leiding en een muurafdekplaat in de doorvoeropening om schade door但它, elektrische schokken of brand te voorkomen.

OPMERKING
Dicht de openingsen rond de leidingen af met afldichtingsmaterial (lokaal te voorzien) om waterlekken te voorkomen.
1 Boor een waar buiten aflopende doorvoeropening van 65 mm in de muur.
2 Breng een ingebedde muurbuis aan in de opening.
3 Breng in de muurbuis een muurafdekplaat aan.

a In de muur ingebedde buis
b Stopverf
c Deksel muuropening
4 Vergeet Niet om de spreet af te dachten met stopverf na het voltooien van de bedrading, koelmiddel- en afvoerleidingen.
5.2.3 Leidingpoortdeksel verwijderen
Om de leidingen aan de rechterkant, rechts onder, linkerkant of links onder aan te sluiten MOET het leidingpoortdeksel worden verwijderd.
1 Snijd het leidingpoortdeksel aan de binnenkant van het voorrooster af met een figuurzaag.

2 Verwijder eventuele bramen langs het afgezaagde deel met een halfronde vijl.


OPMERKING
Verwijder het leidingpoortdeksel NIET met een kniptang où dat u dan het voorrooster zou beschaden.
5.2.4 Afvoer voorzien
Zorg ervoor dat het condenswater goed kan worden afgevoerd. Dit omvat:
- Algemene richtignien
- Koelmiddelleiding aansluten op de binnenunit
- Controlleren op waterlekken
Algemene richttijnen
Leidinglengte. Houd de afvoerleiding zo kort möglichk.
- Leidingmaat. Als een afvoerverlengslang of ingebedde afvoerleiding vereist is, gebruik dan onderdelen die passen op het uiteinde van de slang.


OPMERKING
- Installee de afvoerslang aflopend.
- Sifonsন NIETtoegelaten.
Leg het uiteinde van de afvoerslang NIET in water.

- Afvoerverlengslang. Verleng de afvoerslang met een lokaal voorziene slang met een binnendiameter van 16 mm. Vergeet NIET om een isolatiebuis te gebruiken voor het deel van de verlengslang binnenshuis.

a Bij de binnenunit geleverde afvoerslang
b Warmte-isolerende buis (lokaal te voorzien)
c Afvoerverlengslang
- Harde pvc buis. Gebruik een lokaal voorziene afvoeraansluiting (nominale diameter 13 mm) wonneer u een harde pvc buis (nominale diameter 13 mm) rechtstreeks op de afvoerslang aansluit Zoals bij het werken met ingebede leidingen.

a Bij de binnenunit geleverde afvoerslang
b Afvoeraansluiting met nominale diameter 13 mm (lokaal te voorzien)
c Harde pvcbuis (lokaal te voorzien)
- Condensatie. Neem maatregelen gegen condensatie. Isoeleer devollegige afvoerleiding in het gebouw.
1 Steek de afvoerslang in de afvoerleiding zoals hierna afgebeeld, zodat de slang NIET uit de afvoerleiding kan worden getrokken.

Leidingen aanrechterkant, rechts darüber of rechts onder aansluiten

INFORMATIE
Standaard worden de leidingen aan de rechterkant voorzien. Voor leidingen aan de linkerkant, verwijder de ledingen van de rechterkant en installeer ze aan de linkerkant.
1 Maak de afvoerslang met plastic tape vast aan de onderkant van de koelmiddelleidingen.
2 Wikkel de afvoerslang samen met de koelmiddelleidingen met isolatietape.

A Leidingen rechterkant
B Leidingen rechts onder
C Leidingen rechts darüber
a Verwijder het leidingpoortdeksel hier voor leidingen aan de rechterkant.
b Verwijder het leidingpoortdeksel hier voor leidingen rechts onder.
Leidingen aan linkerkant, links acheter of links onder aansluiten

INFORMATIE
Standaard worden de leidingen aan de rechterkant voorzien. Voor leidingen aan de linkerkant, verwijder de leidingen van de rechterkant en installee ze aan de linkerkant.
1 Verwijder de isolatiebevestigingsschroef aan de rechterkant en verwijder de afvoerslang.
2 Verwijder de afvoerplug aan de linkerkant en bevestig ze aan de rechterkant.

OPMERKING
Breng GEEN smeerolie (koelmiddelolie) aan op de afvoerplug wonneer u ze aanbrengt. De afvoerplug kan verslijen en er kan water lekken aan de plug.

a 4 mm zeskantsleutel
3 Breng de afvoerslang in aan de linkerkant en bevestig ze met de bevestigingschroef odomat er anders water kan gaan lekken.

a Isolatiebevestigingssschroef
b Afvoerslang
4 Maak de afvoerslang met plastic tape vast aan de koelmiddelleidingen.

A Leidingen linkerkant
B Leidingen links darüber
C Leidingen links onder
a Verwijder het leidingpoortdeksel hier voor leidingen aan de linkerkant.
b Verwijder het leidingpoortdeksel hier voor ledingen links onder.
Controle op waterlekken
1 Verwijder de luchtfilters.
2 Giet langzaam ongeveer 1 I water in de afvoerbak en controllerer op waterlekken.

5.3 De koelmiddelleiding aansluiten

GEVAAR: RISICO OM ZICH TE VERBRANDEN
5.3.1 Richtlijnen bij het aansluiten van koelmiddelleidingen
Houd rekening met de volgende richtlijnen wonneer u leidingen aansluit:
- Bestrijk de binnenkant van de verbreding met etherolie of esterolie wonneer u een flareemoer aansluit. Draai eerst 3 of 4 toeren met de hand vast vooraleer stevig vast te draaien.

- Gebruik ALTIJD 2 sleutels tezamen om een flareemoer los te draaien.
- Gebruik ALTIJD samen een moersleutel en een momentsleutel om deze moer aan te halen wonneer u de leiding aansluit. Op die manier zal de moer nicht scheuren enlekken.

a Momentsleutel
b Moersleutel
c Leidingverbinding
d Flaremoer
| Leidingmaat (mm) | Aanhaalmome nt (N·m) | Flareafmetinge n (A) (mm) | Flarevorm (mm) |
| Ø6,4 | 15~17 | 8,7~9,1 | 90°±2 45°±3 A R=0.4~0.8 |
| Ø9,5 | 33~39 | 12,8~13,2 | |
| Ø12,7 | 50~60 | 16,2~16,6 |
5.3.2 De koelmiddelleidingen op binnenunit aansluiten
Leidinglengte. Houd de koelmiddelleiding zo kort möglichk.
- Flareverbindingen. Sluit de koelmiddelleiding met flareverbindingen aan op de unit.
- Isolatie. Isoleer de koelmiddelleiding, de kabel:tussen de units en de afvoerslang op de binnenunit als volgt:

a Gasleiding
b Isolatie gasleiding
c Ver bindingskabel
d Vloeistofleiding
e Isolatie vloeistofleiding
f Aferkingstape
g Afvoerslang

OPMERKING
Zorg ervoor dat de hele koelmiddellegiding is geisoleerd. Blote ledingen können condensatieveroorzaken.
5.4 De elektrische bedrading aansluiten

GEVAAR: GEVAAR VOOR ELEKTROCUTIE

WAARSCHUWING
Gebruik ALTIJD
een
meeraderige
kabel
als
stroomtoevoerkabel.

WAARSCHUWING
Als het netsnoor beschadigd is, MOET de fabrikant,+zijn vertegenwoordiger,zijn servicevertegenwoordiger of gelijkaardige bevoegde personen het snoer verrangen om een gevaarlijke situatie te voorkomen.

WAARSCHUWING
Sluit de elektrische voeding NIET aan op de binnenunit. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.

WAARSCHUWING
- Gebruik GEEN lokaal aangekochtete elektrische onderdelen binnenin het product.
- Tak de elektrische voeding Niet af voor de afvoerpomp, etc. van het klemmenblok. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.

WAARSCHUWING
Houd de bedrading tussen de unitsuitdebuurt van koperenleidingen die nicht thermisch geisoleerdzijn aangezien dergelijkde ledingen heel warm worden.
5.4.1 Elektrische bedrading aansluiten op de binnenunit
De elektrische bedrading要去en uitgevoerd zoals beschreiben in de montagehandleiding en conform met de nationale elektrische bedradingsvoorschriften of de reglementen.
1 Plaats de binnenunit op de haken van de montageplaat. Maak hierbij gebruik van de "△"-aanduidingen.

a Montageplaat (accessoire)
b Ver bindingskabel
c Kabelgeleiding
2 Open het voorpaneel en dan het servicedeksel. Zie "5.1 Binnenunit openen" op pagina 38.
3 Steek de kabel:tussen de units van de buitenunit door de doorvoeropening in de muur, door de achechterkant van de binnenunit en door de voorkant.
Let op: Draai isolatietape rond de uiteinden van de kabelussen de units als hij al op voorhand gestript was.
4 Buig het uiteinde van de kabel omhoog.

OPMERKING
- Zorg ervoor dat de voedingskabel en de transmissiekabel van elkaar gezeseiden blijven. De transmissiebedrading en de voedingsbedrading月至 kruisen, maar ze zou NIET parallel lopen.
- Beide bedradingen要去 ALTIJD op minstens 50mm van elkaar worden gehonden om eventuele elektrische storingen te voorkomen.

WAARSCHUWING
Neem gegaste maatregelen om te beletten dat de unit door kleine dieren als schuilplaats gebruikt kan worden. Kleine dieren die in contactkommen met elektrische onderdelen können storingen, rook of brand verooorzaken.
6 Sluit de draden aan op de klemnummers metdezelfde kleur op de klemmenblokken van de binnenunit en draai de draden stevig vast op de overeenkomstige klemmen.
7 Sluit de aardingskabel aan op de overeenkomstige klem.
8 Maak de draden goed vast met de klemschroeven.
9 Trek aan de draden om te controlleren of ze goed vastzitten, en bevestig ze dan met de kabelbevestiging.
10 Leid de draden zo dat het servicedeksel goed kan worden gesloten, en sluit dan het servicedeksel.

5.5 De installment van de binnenunit voltooien
5.5.1 Afvoerleiding, koelmiddelleiding en kabel tussen de units isoleren
1 Nadat de afvoerleiding, koelmiddelleiding en elektrische bedrading maar zich. Wikkel de koelmiddelledingen, kabel:tussen de units en afvoerslang samen met isolatietape. Laat detape bij elke omwikkeling minstens de helft van de breedte overlappen.

a Afvoerslang
b Ver bindingskabel
c Montageplaat (accessoire)
d Koelmiddelledieingen
e Bevestigingschroef binnenunit M4×12L (accessoire)
f Onderste frame
5.5.2 Leidingen door de muuropening voeren
1 Buig de koelmiddelleidingen langs de aanduidingen voor deplaats van de leidingen op de montageplaat.

a Afvoerslang
b Dicht deze opening af met stopverf of afdichtingsmaterial.
c Plastic tape
d Isolatietape
e Montageplaat (accessoire)

OPMERKING
- Buig de koelmiddelleidingen NIET.
- Duw de koelmiddelleidingen NIET op het onderframe of het voorrooster.
5 Strip de draad ongeveer 15 mm af.

2 Steek de afvoerslang en de koelmiddelleidingen door de muuropening.
5.5.3 Binnenunit op de montageplaat bevestigen
1 Plaats de binnenunit op de haken van de montageplaat. Maak hierbij gebruik van de "△"-aanduidingen.

2 Duw het onderframe van de unit met beiden handen op de onderste haken van de montageplaat. Let op dat de draden NIET vastgelemd geraken.
Let op: Let op dat de kabel:tussen de units NIET geklemd geraakt in de binnenunit.
3 Duw met beiden handen op de onderste rand van de binnenunit tot de unit goed vastzit anschter de haken van de montageplaat.
4 Maak de binnenunit vast aan de montageplaat met 2 bevestigingschroeven van de binnenunit M4×12L (accessoire).
6 Configuratie
6.1 Een ander adres instellen
Als in 1 kamer 2 binnenunits zijn geinstalleerd, können verschillende adressen voor 2 gelebruikersinterfaces worden ingesteld.
1 Verwijder de batterijen uit de gebruikersinterface.
2 Knip de adresjumper door.

a Adresjumper

OPMERKING
Let op dat u de delen errond nicht beschadigt wanner u de adresjumper doorknipt.
3 Zet de stroomschakelaar aan.
Gevolg: De klep van de binnenunit gaat open en zich om de referentiepositie in te stellen.

INFORMATIE
- Voor FTXF-units MOET de volgende instelling binnen 5 minutes na het inschakelen van de unit worden beëindigd.
- Als u deinstalling NIET opijd kon beeindigen, schakel de unit UIT en wacht minstens 1 minuut voor u ze weer inschakelt.
4 Druk tegelijk op:
| Model | Knuppen |
| FTXP en ATXP | TEMP, TEMP en OFF |
| FTXF | MODE, TEMP en TEMP |
5 Druk:
| Model | Knop |
| FTXP en ATXP | ^TEMP |
| FTXF | MODE |
6 Selecteer:
| Model | Symbol |
| FTXP en ATXP | R |
| FTXF | ?° |
7 Druk:
| Model | Knop |
| FTXP en ATXP | FAN |
| FTXF |

a Bedrijslampje
b ON/OFF-schakelaar binnenunit
8 Druk op de ON/OFF-schakelaar van de binnenunit verwijl het bedrijslampje knippert.
| Jumper | Adres |
| Fabrieksinstelling | 1 |
| Na doorknippen met kniptang | 2 |

INFORMATIE
Als de instelling NIET kon worden beeindigd terwijl het bedrijsflampje knipperde, herhaal de instelprocedure vanaf het begin.
9 Wanner de instelling compleet is, druk:
| Model | Knop |
| FTXP en ATXP | Houd FAN ongeveer 5 seconden ingedrukt. |
| FTXF |
Resultaat: De gebruikersinterface keert'erug maar het vorigescherm.
10 Druk tegelijk op:
| Model | Knuppen |
| FTXP | TEMP, TEMP en OFF |
| FTXF | MODE, TEMP en TEMP |
11 Druk:
| Model | Knop |
| FTXP | ^TEMP |
| FTXF | MODE |
12 Selecteer:
14 Druk op de ON/OFF-schakelaar van de binnenunit verwijl het bedrijslampje knippert.
| Jumper | Adres |
| Fabrieksinstelling | 1 |
| Na doorknippen met kniptang | 2 |

INFORMATIE
Als de instelling NIET kon worden beeingidg verwijl het bedrijsflampje knipperde, herhaal de instelprocedure vanaf het begin.
15 Wanner de instelling compleet is, druk:
| Model | Knop |
| FTXP | Houd FAN ongeveer 5 seconden ingedrukt. |
| FTXF |
Resultaat: De gebruikersinterface keerttering het vorigescherm.
7 Inbedrijfstelling

OPMERKING
Laat de unit NOOIT werkken zonder de thermistoren en/of druksensoren/-schakelaars. De compressor zou anders vuur können vatten.
7.1 Checklist voor de inbedrijfstelling
Gebruik het systeme NIET voordat de volgende controles OK zijn:
| □ | U leest de volledige installmentie-instructions, Zoals beschreiben in de uitgebreide handleiding voor de installeur. |
| □ | De binnenunits zich goed geinstalleerd. |
| □ | De buitenunit moet juist gemonteerd zich. |
| □ | Luchtinlaat/-uitlaatController of de luchtinlaat en -uitlaat van de unit NIET belemmerd is door papier, karton of iets anders. |
| □ | Er zich GEEN ontbrekende fasen of omgekeerde fasen. |
| □ | De koelmiddelsedingen (gas en vloeistof) zich thermisch geisoleerd. |
| □ | AfvoerDe afvoer要去 vlot stromen.Mogelijk gevolg: Er kan condenswater maar beneden druppelen. |
| □ | Het systeme is goed en op de juiste manier geaard en de aardingsklemmen zich goed aangehaald. |
| □ | De zekeringen of lokaal geinstalleerde beveiligingen zich overeenkomstig dit document geinstalleerd en zich NIET overbrugd. |
| □ | De voedingsspanning komt overeen met de spanning op het identificatieplaatje van de unit. |
| □ | De vermeldeKansas worden gezruikt voor de doorverbindingskabel. |
| □ | De binnenunit ontvangt de signalen van de gebruikersinterface. |
| □ | Er zich GEEN losse aansluitingen of verbindingen of beschadigde elektrische onderden in de schakelkast. |
| □ | De isolatieweerstand van de compressor is OK. |
| □ | Er zich GEEN beschadigde onderden of buizen die gegen de binnenkant van de binnen- of butenunit gedrukt worden. |
| □ | Er zich GEEN koelmiddelsekkages. |
| □ | De juiste buismaten werden geplaatst en de leidingen zich goed en op de juiste manier geisoleerd. |
| □ | De afluiers (gas en vloeistof) op de butenunit staan volledig open. |
7.2 Proefdraaien
Voorwaarde: De gegevens van de voeding MOETEN binnen het opgegeven bereik vallen.
Voorwaarde: Proefdraien is möglich in de stand koelen of verwarmen.
Voorwaarde: Proefdraaien moet worden uitgevoerd volgens de instructies in de gebruiksaanwijzing van de binnenunit om zeker te zijn dat alle functies en onderdelen goed werken.
1 In de koelstand, selecteer de laagst programmeerbare temperatuur. In de verwarmingsstand, selecteer de hoogst programmeerbare temperatuur. Indien nodig kan proefdraaien worden gedeactiveerd.
2 Stel de temperatuur op normala niveau in wanner het proefdraaien beeindig is. In de koelstand: 26 28^ , in de verwarmingsstand: 20 24^
3 Het systeem stopt 3 minuten na het uitschakelen van de unit.
7.2.1 Proefdraaien in de winter
Wanner de airconditioner in de winter in de koelstand draait, stel het proefdraaien als volgt in.
Voor FTXP-units
1 Druk tegelijk op TEMP, en OFF.
2 Druk op .
3 Selecteer 7.
4 Druk op FAN
5 Druk op COOL om het systeem in te schakelen.
Gevolg: Het proefdraien stocht automatisch na ongeveer 30 minutes.
6 Druk op OFF om de werkking te stoppen.
Voor FTXF-units
7 Druk op om het system in te schakelen.
8 Druk tegelijk op het midden van , en MODE.
9 Druk twee keer op MODE
Gevolg: 7' versuschijnt op het scherm. Proefdraaien is geselecteerd. Het proefdraaien stopt automatisch na ongeveer 30 minutes.
10 Druk op om de werkking te stoppen.

INFORMATIE
Sommige functies können bij het proefdraien NIET worden gezruikt.
Als de stroom tijdens de werkung uittvalt, za het system automatisch herstarten direct nadat de stroom is hersteld.
8 Als afval verwijderen
Het ontmantelen van de unit, behandelen van het koelmiddel, olie en andere onderdelen MOET gebeuren in overeenstemming met de van toepassing+zijnde wetgeving.
Een subset van de meest recente technische gegevens is beschikbaar op de regionale website van Daikin (publiek toegankelijk). De volledige set meest recente technische gegevens is beschikbaar op de Daikin Business Portal (authenticatie vereist).
9.1 Bedradingsschema
| Legendene eengemaakt bedradingsschema | ||||
| Voorgebruikte onderdelen en nummering, zie het bedrandingschemap op de unit. De onderdelen zijn genummerd met Arabische cijfers in oplopende volgorde en worden in het overzicht hieronder aangegeven door het symbol“**”in de ondereelcode. | ||||
| ONDERBREKER | VEILIGHEIDSAARDING | |||
| AANSLUITING | VEILIGHEIDSAARDING (SCHROEF) | |||
| CONNECTOR | GELIJKRICHTER | |||
| AARDING | RELAISCONNECTOR | |||
| LOKALE BEDRADING | KORTSLUITCONNECTOR | |||
| ZEKERING | KLEM | |||
| BINNENUNIT | KLEMMENSTROOK | |||
| BUITENUNIT | ○● | DRAADKLEM | ||
| BLK: ZWART GRN: GROEN PNK: ROZE WHT: WIT | ||||
| BLU: BLAUW GRY: GRIJS PRP, PPL: PAARS YLW: GEEL | ||||
| BRN: BRUIN ORG: ORANJE RED: ROOD | ||||
| A*P PRINTPLAAT PS SCHAKELVOEDING | ||||
| BS* DRUKKNOP AAN/UIT, BEDRIJFSSCHAKELAAR PTC* PTC THERMISTOR | ||||
| BZ, H*O ZOEMER Q* BIPOLAIRE TRANSITOR MET GEISOLEERDE | ||||
| C* CONDENSATOR PORT (IGBT) | ||||
| AC*, CN*, E*, HA*, HE*, HL*, HN*, AANSLUITING, CONNECTOR Q*DI AARDLEKSCHAKELAAR | ||||
| HR*, MR*, A, MR*, B, S*, U, V, AANSLUITING, CONNECTOR Q*L OVERBELASTINGSBEVELIGING | ||||
| W, X*A, K*R* Q*M THERMISCHE SCHAKELAAR | ||||
| D*, V*D DIODE R* WEERSTAND | ||||
| DB* DIODEBRUG R*T THERMISTOR | ||||
| DS* DIP-SCHAKELAAR RC ONTVANGER | ||||
| E*H VERWARMING S*C LIMIETSCHAKELAAR | ||||
| F*U, FU* (VOOR KENMERKEN, ZEKERING S*L VLOTTERSCHAKELAAR | ||||
| ZIE PRINTPLAAT IN UW UNIT) S*NPH DRUKSENSOR (HOOG) | ||||
| FG* CONNECTOR (RANDAARDING) S*NPL DRUKSENSOR (LAAG) | ||||
| H* BUNDEL S*PH, HPS* DRUKSHAKELAAR (HOOG) | ||||
| H*LED*, V*L CONTROLELAMP, LED S*PL DRUKSHAKELAAR (LAAG) | ||||
| HAP LED (SERVICEMONITOR GROEN) S*T THERMOSTAAT | ||||
| HIGH VOLTAGE HOOGSPANNING S*RH VOCHTIGHEIDSSENSOR | ||||
| IES INTELLIGENT EYE SENSOR S*W, SW* BEDRIJFSSCHAKELAAR | ||||
| IPM* INTELLIGENTE VOEDINGSMODULE SA*, F1S OVERSPANNINGSBEGRENZER | ||||
| K*R, KCR, KFR, KHuR, K*M MAGNEETRELAS SR*, WLU SIGNAALONTVANGER | ||||
| L ONDER SPANNING SS* KEUZESCHAKELAAR | ||||
| L* SPOEL SHEET METAL KLEMMENSTROOK VASTE PLAAT | ||||
| L*R DWARSSMOORSPOEL T*R TRANSFORMATOR | ||||
| M* STAPPENMOTOR TC, TRC ZENDER | ||||
| M*C COMPRESSORMOTOR V*, R*V VARISTOR | ||||
| M*F VENTILATORMOTOR V*R DIODEBRUG | ||||
| M*P AFVOERPOMPMOTOR WRC DRAADLOZE AFSTANDSBEDIENING | ||||
| M*5 DRAAIMOTOR X*KLEM | ||||
| MR*, MRCW*, MRM*, MRN* MAGNEETRELAS X*M KLEMMENSTROOK (BLOK) | ||||
| N NEUTRAAL Y*E SPOEL ELEKTRONISCHE EXPANSIEKLEPN | ||||
| n*, N* AANTAL DOORGANGEN DOOR FERRIETKERN Y*R, Y*S SPOEL ELEKTROMAGNETISCHE OMKEERKLEPN | ||||
| PAM PULSAMPLITUDEMODULATIE | ||||
| PCB* PRINTPLAAT Z*C FERRIETKERN | ||||
| PM* VOEDINGSMODULE ZF, Z*F RUISFILTER | ||||