FTXP 2600W - Multisplit binnenunit DAIKIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FTXP 2600W DAIKIN in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over FTXP 2600W DAIKIN
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Multisplit binnenunit in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FTXP 2600W - DAIKIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FTXP 2600W van het merk DAIKIN.
GEBRUIKSAANWIJZING FTXP 2600W DAIKIN
Zandvoordestraat 300, B-8400 Oostende, Belgium
Table of contents
1 About the documentation 3
1.1 About this document.... 3
2 About the box 3
2.1 Indoor unit 3
2.1.1 To remove the accessories from the indoor unit...... 3
3 About the unit 4
3.1 System layout.... 4
1 Over de documentatie 36
2.1.1 Toebehoren uit de binnenunit verwijderen.... 36
3 Over de unit 37
3.1 Systeemlay-out.... 37
3.2 Werkingsgebied.... 37
4 Voorbereiding 37
4.1 Installatieplaats voorbereiden 37
4.1.1 Vereisten inzake de plaats waar de binnenunit geïnstalleerd wordt.... 37
4.2 De koelmiddelleidingen voorbereiden 37
4.2.1 Vereisten voor de koelmiddelleidingen 37
4.2.2 De koelleidingen isoleren.... 37
5 Installatie 38
5.1 Binnenunit openen 38
5.1.1 Voorpaneel verwijderen 38
5.1.2 Voorpaneel weer aanbrengen.... 38
5.1.3 Voorrooster verwijderen 38
5.1.4 Voorrooster weer aanbrengen 38
5.1.5 Deksel elektrische bedradingskast verwijderen 38
5.1.6 Servicedeksel openen.... 39
5.2 Binnenunit installeren 39
5.2.1 Montageplaat installeren.... 39
5.2.2 Een muuropening boren 39
5.2.3 Leidingpoortdeksel verwijderen 39
5.2.4 Afvoer voorzien 40
5.3 De koelmiddelleiding aansluiten 41
5.3.1 Richtlijnen bij het aansluiten van koelmiddelleidingen 41
5.3.2 De koelmiddelleidingen op binnenunit aansluiten...... 41
5.4 De elektrische bedrading aansluiten 41
5.4.1 Elektrische bedrading aansluiten op de binnenunit .... 42
5.5 De installatie van de binnenunit voltooien 42
5.5.1 Afvoerleiding, koelmiddelleiding en kabel tussen de units isoleren.... 42
5.5.2 Leidingen door de muuropening voeren 42
5.5.3 Binnenunit op de montageplaat bevestigen.... 43
6 Configuratie 43
6.1 Een ander adres instellen.... 43
7 Inbedrijfstelling 44
7.1 Checklist voor de inbedrijfstelling 44
7.2 Proefdraaien 45
7.2.1 Proefdraaien in de winter 45
8 Als afval verwijderen 45
1 Over de documentatie
Controleer of de gebruiker de papieren documentatie heeft en vraag hem/haar deze bij te houden om deze later te kunnen raadplegen.
Bedoeld publiek

INFORMATIE
Dit apparaat is bedoeld om in werkplaatsen, in de lichte industrie en in boerderijen door deskundige of geschoolde gebruikers gebruikt te worden of, in de handel en in huishoudens, door niet gespecialiseerde personen.
Documentatieset
Dit document is een onderdeel van een documentatieset. De volledige set omvat:
- Algemene voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de veiligheid:
- Veiligheidsinstructies te lezen vóór de installatie
- Formaat: Papier (in de doos van de binnenunit)
- Montagehandleiding binnenunit:
- Installatie-instructies
- Formaat: Papier (in de doos van de binnenunit)
- Uitgebreide handleiding voor de installateur:
- Voorbereiding van de installatie, goede praktijken, referentiegegevens,...
- Formaat: Digitale bestanden op http://www.daikineurope.com/support-and-manuals/product-information/
Laatste herzieningen van de meegeleverde documentatie kunnen op de regionale Daikin-website of via uw dealer beschikbaar zijn.
De documentatie is oorspronkelijk in het Engels geschreven. Alle andere talen zijn vertalingen.
Technische gegevens
- Een deel van de recentste technische gegevens is beschikbaar op de regionale Daikin-website (publiek toegankelijk).
- De volledige recentste technische gegevens zijn beschikbaar op het Daikin-extranet (authenticatie vereist).
2 Over de doos
2.1 Binnenunit

INFORMATIE
De volgende afbeeldingen zijn slechts voorbeelden en komen mogelijk NIET volledig overeen met de lay-out van uw systeem.
2.1.1 Toebehoren uit de binnenunit verwijderen
1 Verwijder de accessoires op de bodem van de verpakking.

a Montagehandleiding
b Gebruiksaanwijzing
c Algemene voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de veiligheid
d Titaniumapatiet luchtzuiveringsfilter en zilverdeeltjesfilter (alleen voor FTXP)
e Bevestigingsschroef binnenunit (M4×12L). Zie "5.5.3 Binnenunit op de montageplaat bevestigen" op pagina 43.
f Droge AAA.LR03-batterij (alkaline) voor gebruikersinterface
g Houder gebruikersinterface
h Gebruikersinterface
i Montageplaat
3 Over de unit

Het koelmiddel in deze unit is weinig ontvlambaar.
3.1 Systeemlay-out

text_image
a b c d e fa Binnenunit
b Servicedeksel
c Luchtfilter
d Titaniumapatiet luchtzuiveringsfilter en zilverdeeltjesfilter (alleen voor FTXP)
e Koelmiddelleiding, afvoerslang en kabel tussen de units
f Isolatietape
3.2 Werkingsgebied
| Werkingsstand | Werkingsgebied |
| Koelen^(a)(b) | Buitentemperatuur: -10 46^ Binnentemperatuur: 18 32^ Binnenvochtigheid: ≤ 80% |
| Verwarmen^(a) | Buitentemperatuur: -15 24^ Binnentemperatuur: 10 30^ |
| Drogen^(a) | Buitentemperatuur: -10 46^ Binnentemperatuur: 18 32^ Binnenvochtigheid: ≤ 80% |
Indien gebruikt buiten het werkingsbereik:
(a) Een beveiliging kan het systeem stilleggen.
(b) Er kan condensatie op de binnenunit ontstaan en er af druppelen.
4 Voorbereiding
4.1 Installatieplaats voorbereiden

WAARSCHUWING
Het toestel wordt opgeslagen in een ruimte zonder ontstekingsbronnen die voortdurend branden (bijvoorbeeld: open vuur, een draaiend gastoestel of een draaiende elektrische verwarming).
4.1.1 Vereisten inzake de plaats waar de binnenunit geïnstalleerd wordt

INFORMATIE
Het geluidsdrukniveau is lager dan 70 dBA.
- Luchtstroom. Zorg ervoor dat de luchtstroom niet geblokkeerd wordt.
- Afvoer. Zorg ervoor dat het condenswater goed kan worden afgevoerd.
- Muurisolatie. Wanneer de temperatuur in de muur hoger is dan 30°C en er een relatieve vochtigheid van meer dan 80% heerst, of wanneer er verse lucht in de muur wordt geleid, is er extra isolatie nodig (polyethyleenschuim met een dikte van minstens 10 mm).
- Muursterkte. Controleer of de muur of de vloer sterk genoeg is om het gewicht van de unit te dragen. Als er een risico is, verstevig de muur of de vloer dan alvorens de unit te installeren.
- Afstand. Installeer de unit op minstens 1,8 m van de vloer en houd rekening met de volgende vereisten inzake afstand tot de muur en het plafond:

text_image
≥50 Ø3 N ≥50 (mm)4.2 De koelmiddelleidingen voorbereiden
4.2.1 Vereisten voor de koelmiddelleidingen
Diameter koelmiddelleidingen
Gebruik dezelfde diameters als die van de aansluitingen op de buitenunits:
| Klasse | L1 vloeistofleiding | L1 gasleiding |
| 20~35 | ∅6,4 | ∅9,5 |
Materiaal koelmiddelleidingen
- Materiaal leidingen: Met fosforzuur gedeoxideerd naadloos koper.
- Flareverbindingen: Gebruik alleen gegloeide leidingen.
- Hardingsgraad en dikte leidingen:
| Buitendiameter (∅) | Hardingsgraad | Dikte (t)(a) | |
| 6,4 mm (1/4") | Gegloeid (O) | ≥0,8 mm | ![]() |
(a) Afhankelijk van de toepasselijke wetgeving en de maximale bedrijfsdruk van de unit (zie "PS High" op het naamplaatje van de unit), zijn mogelijk dikkere leidingen vereist.
4.2.2 De koelleidingen isoleren
| Buitendiameter leiding ( _p ) | Binnendiameter isolatie ( _i ) | Isolatiedikte (t) |
| 6,4 mm (1/4") | 8~10 mm | ≥ 10 mm |

Als de temperatuur hoger is dan 30°C en de vochtigheid meer dan 80% bedraagt, moet het isolatiemateriaal minstens 20 mm dik zijn om condensatie aan de oppervlakte van de isolatie te voorkomen.
5 Installatie
5.1 Binnenunit openen
5.1.1 Voorpaneel verwijderen
1 Houd het voorpaneel vast aan de paneeltabs aan weerszijden en open het paneel.

2 Schuif het voorpaneel naar links of naar rechts en trek het naar u toe om het te verwijderen.
Gevolg: De as van het voorpaneel komt aan 1 kant los.
3 Maak de as van het voorpaneel aan de andere kant op dezelfde manier los.

text_image
a 30°a As voorpaneel
5.1.2 Voorpaneel weer aanbrengen
1 Breng het voorpaneel aan. Lijn de assen op met de openingen en duw ze er helemaal in.
2 Sluit het voorpaneel langzaam; druk aan weerszijden en op het midden.
5.1.3 Voorrooster verwijderen

VOORZICHTIG
Draag gepaste persoonlijke beschermingsuitrustingen (beschermende handschoenen, veiligheidsbril, enz.) wanneer u het systeem installeert of onderhoudt.
1 Verwijder het voorpaneel om het luchtfilter te verwijderen.
2 Verwijder 2 schroeven van het voorrooster.
3 Duw de 3 bovenste haken met een symbool met 3 rondjes in.

a Bovenste haak
b Symbool met 3 rondjes
4 Open best de klep voordat u het voorrooster verwijdert.
5 Zet beide handen onder het midden van het voorrooster, duw het naar boven en dan naar u.

5.1.4 Voorrooster weer aanbrengen
1 Installeer het voorrooster en zorg dat de 3 bovenste haken goed vastzitten.
2 Installeer 2 schroeven (klasse 20\~35) weer op het voorrooster.
3 Installeer het luchtfilter en monteer dan het voorpaneel.
5.1.5 Deksel elektrische bedradingskast verwijderen
1 Verwijder het voorrooster.
2 Verwijder 1 schroef van de elektrische bedradingskast.
3 Trek aan het uitstekende deel op de bovenkant van het deksel van de elektrische bedradingskast om het te openen.
4 Haak de tab aan de onderkant los en verwijder het deksel van de elektrische bedradingskast.

a Tab
b Uitstekend deel op de bovenkant van het deksel
c Schroef
5 Om het deksel weer te installeren, haakt u eerst de onderste tab op de elektrische bedradingskast, waarnu u het deksel in de 2 bovenste tabs schuift.
5.1.6 Servicedeksel openen
1 Verwijder 1 schroef van het servicedeksel.
2 Trek het servicedeksel horizontaal weg van de unit.

text_image
a ba Schroef servicedeksel
b Servicedeksel
a Schroef servicedeksel
b Servicedeksel
5.2 Binnenunit installeren
5.2.1 Montageplaat installeren
1 Installeer de montageplaat tijdelijk.
2 Hang de montageplaat waterpas.
3 Markeer het middelpunt van de boorpunten op de muur met behulp van een meetlint. Houd het uiteinde van de meter bij het symbool "D".
4 Maak de montageplaat met schroeven M4×25L (lokaal te voorzien) vast op de muur om de installatie te beëindigen.

INFORMATIE
Het verwijderde leidingpoortdeksel kan in het vak van de montageplaat worden opgeborgen.

text_image
a b c a c a 117 285 44.5 116.5 213 237 d e 44.5 48 170 a h g f a a 170 48 337 337 770 (mm)A Klasse 20\~35
a Aanbevolen bevestigingspunten montageplaat
b Vak voor het leidingpoortdeksel
c Tabs voor het plaatsen van een waterpas
d Muuropening ∅65 mm
e Positie afvoerslang
f Positie voor lintmeter bij symbool "▷"
g Uiteinde gasleiding
h Uiteinde waterleiding
5.2.2 Een muuropening boren

VOORZICHTIG
Gebruik bij muren met een metalen frame of een metalen plaat een in de muur ingebedde leiding en een muurafdekplaat in de doorvoeropening om schade door hitte, elektrische schokken of brand te voorkomen.

OPMERKING
Dicht de openingen rond de leidingen af met afdichtingsmateriaal (lokaal te voorzien) om waterlekken te voorkomen.
1 Boor een naar buiten aflopende doorvoeropening van 65 mm in de muur.
2 Breng een ingebedde muurbuis aan in de opening.
3 Breng in de muurbuis een muurafdekplaat aan.

text_image
a b Ø65 c b a (mm)a In de muur ingebedde buis
b Stopverf
c Deksel muuropening
4 Vergeet niet om de spleet af te dichten met stopverf na het voltooien van de bedrading, koelmiddel- en afvoerleidingen.
5.2.3 Leidingpoortdeksel verwijderen
Om de leidingen aan de rechterkant, rechts onder, linkerkant of links onder aan te sluiten MOET het leidingpoortdeksel worden verwijderd.
1 Snijd het leidingpoortdeksel aan de binnenkant van het voorrooster af met een figuurzaag.

2 Verwijder eventuele bramen langs het afgezaagde deel met een halfronde vijl.

Verwijder het leidingpoortdeksel NIET met een kniptang omdat u dan het voorrooster zou beschadigen.
5.2.4 Afvoer voorzien
Zorg ervoor dat het condenswater goed kan worden afgevoerd. Dit omvat:
- Algemene richtlijnen
- Koelmiddelleiding aansluiten op de binnenunit
- Controleren op waterlekken
Algemene richtlijnen
- Leidinglengte. Houd de afvoerleiding zo kort mogelijk.
- Leidingmaat. Als een afvoerverlengslang of ingebedde afvoerleiding vereist is, gebruik dan onderdelen die passen op het uiteinde van de slang.


OPMERKING
- Installeer de afvoerslang aflopend.
- Sifons zijn NIET toegelaten.
- Leg het uiteinde van de afvoerslang NIET in water.

- Afvoerverlengslang. Verleng de afvoerslang met een lokaal voorziene slang met een binnendiameter van 16 mm. Vergeet NIET om een isolatiebuis te gebruiken voor het deel van de verlengslang binnenshuis.

text_image
a Ø16 a Ø16 b ca Bij de binnenunit geleverde afvoerslang
b Warmte-isolerende buis (lokaal te voorzien)
c Afvoerverlengslang
- Harde pvc buis. Gebruik een lokaal voorziene afvoeraansluiting (nominale diameter 13 mm) wanneer u een harde pvc buis (nominale diameter 13 mm) rechtstreeks op de afvoerslang aansluit zoals bij het werken met ingebedde leidingen.

a Bij de binnenunit geleverde afvoerslang
b Afvoeraansluiting met nominale diameter 13 mm (lokaal te voorzien)
c Harde pvc buis (lokaal te voorzien)
- Condensatie. Neem maatregelen tegen condensatie. Isoleer de volledige afvoerleiding in het gebouw.
1 Steek de afvoerslang in de afvoerleiding zoals hierna afgebeeld, zodat de slang NIET uit de afvoerleiding kan worden getrokken.

text_image
≥50 mmLeidingen aan rechterkant, rechts achter of rechts onder aansluiten

INFORMATIE
Standaard worden de leidingen aan de rechterkant voorzien. Voor leidingen aan de linkerkant, verwijder de leidingen van de rechterkant en installeer ze aan de linkerkant.
1 Maak de afvoerslang met plastic tape vast aan de onderkant van de koelmiddelleidingen.
2 Wikkel de afvoerslang samen met de koelmiddelleidingen met isolatietape.

text_image
A a b B CA Leidingen rechterkant
B Leidingen rechts onder
C Leidingen rechts achter
a Verwijder het leidingpoortdeksel hier voor leidingen aan de rechterkant.
b Verwijder het leidingpoortdeksel hier voor leidingen rechts onder.
Leidingen aan linkerkant, links achter of links onder aansluiten

INFORMATIE
Standaard worden de leidingen aan de rechterkant voorzien. Voor leidingen aan de linkerkant, verwijder de leidingen van de rechterkant en installeer ze aan de linkerkant.
1 Verwijder de isolatiebevestigingsschroef aan de rechterkant en verwijder de afvoerslang.
2 Verwijder de afvoerplug aan de linkerkant en bevestig ze aan de rechterkant.

OPMERKING
Breng GEEN smeerolie (koelmiddelolie) aan op de afvoerplug wanneer u ze aanbrengt. De afvoerplug kan verslijten en er kan water lekken aan de plug.

text_image
aa 4 mm zeskantsleutel
3 Breng de afvoerslang in aan de linkerkant en bevestig ze met de bevestigingsschroef omdat er anders water kan gaan lekken.

a Isolatiebevestigingsschroef
b Afvoerslang
4 Maak de afvoerslang met plastic tape vast aan de koelmiddelleidingen.

text_image
a A b C BA Leidingen linkerkant
B Leidingen links achter
C Leidingen links onder
a Verwijder het leidingpoortdeksel hier voor leidingen aan de linkerkant.
b Verwijder het leidingpoortdeksel hier voor leidingen links onder.
Controle op waterlekken
1 Verwijder de luchtfilters.
2 Giet langzaam ongeveer 1 l water in de afvoerbak en controleer op waterlekken.

5.3 De koelmiddelleiding aansluiten

GEVAAR: RISICO OM ZICH TE VERBRANDEN
5.3.1 Richtlijnen bij het aansluiten van koelmiddelleidingen
Houd rekening met de volgende richtlijnen wanneer u leidingen aansluit:
- Bestrijk de binnenkant van de verbreding met etherolie of esterolie wanneer u een flaremoer aansluit. Draai eerst 3 of 4 toeren met de hand vast vooraleer stevig vast te draaien.

- Gebruik ALTIJD 2 sleutels tezamen om een flaremoer los te draaien.
- Gebruik ALTIJD samen een moersleutel en een momentsleutel om deze moer aan te halen wanneer u de leiding aansluit. Op die manier zal de moer niet scheuren en lekken.

a Momentsleutel
b Moersleutel
c Leidingverbinding
d Flaremoer
| Leidingmaat (mm) | Aanhaalmome nt (N•m) | Flareafmetinge n (A) (mm) | Flarevorm (mm) |
| ∅6,4 | 15~17 | 8,7~9,1 | ![]() |
| ∅9,5 | 33~39 | 12,8~13,2 | |
| ∅12,7 | 50~60 | 16,2~16,6 |
5.3.2 De koelmiddelleidingen op binnenunit aansluiten
- Leidinglengte. Houd de koelmiddelleiding zo kort mogelijk.
- Flareverbindingen. Sluit de koelmiddelleiding met flareverbindingen aan op de unit.
- Isolatie. Isoleer de koelmiddelleiding, de kabel tussen de units en de afvoerslang op de binnenunit als volgt:

text_image
a b c d e f ga Gasleiding
b Isolatie gasleiding
c Verbindingskabel
d Vloeistofleiding
e Isolatie vloeistofleiding
f Afwerkingstape
g Afvoerslang

OPMERKING
Zorg ervoor dat de hele koelmiddelleiding is geïsoleerd. Blote leidingen kunnen condensatie veroorzaken.
5.4 De elektrische bedrading aansluiten

GEVAAR: GEVAAR VOOR ELEKTROCUTIE

WAARSCHUWING
Gebruik ALTIJD een meeraderige kabel als stroomtoevoerkabel.

WAARSCHUWING
Als het netsnoer beschadigd is, MOET de fabrikant, zijn vertegenwoordiger, zijn servicevertegenwoordiger of gelijkaardige bevoegde personen het snoer vervangen om een gevaarlijke situatie te voorkomen.

WAARSCHUWING
Sluit de elektrische voeding NIET aan op de binnenunit. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.

WAARSCHUWING
- Gebruik GEEN lokaal aangekochte elektrische onderdelen binnenin het product.
- Tak de elektrische voeding niet af voor de afvoerpomp, etc. van het klemmenblok. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.

WAARSCHUWING
Houd de bedrading tussen de units uit de buurt van koperen leidingen die niet thermisch geïsoleerd zijn aangezien dergelijke leidingen heel warm worden.
5.4.1 Elektrische bedrading aansluiten op de binnenunit
De elektrische bedrading moet worden uitgevoerd zoals beschreven in de montagehandleiding en conform met de nationale elektrische bedradingsvoorschriften of de reglementen.
1 Plaats de binnenunit op de haken van de montageplaat. Maak hierbij gebruik van de "△"-aanduidingen.

text_image
a b ca Montageplaat (accessoire)
b Verbindingskabel
c Kabelgeleiding
2 Open het voorpaneel en dan het servicedeksel. Zie "5.1 Binnenunit openen" op pagina 38.
3 Steek de kabel tussen de units van de buitenunit door de doorvoeropening in de muur, door de achterkant van de binnenunit en door de voorkant.
Let op: Draai isolatietape rond de uiteinden van de kabel tussen de units als hij al op voorhand gestript was.
4 Buig het uiteinde van de kabel omhoog.

OPMERKING
- Zorg ervoor dat de voedingskabel en de transmissiekabel van elkaar gescheiden blijven. De transmissiebedrading en de voedingsbedrading mogen kruisen, maar ze mogen NIET parallel lopen.
- Beide bedradingen moeten ALTIJD op minstens 50 mm van elkaar worden gehouden om eventuele elektrische storingen te voorkomen.

WAARSCHUWING
Neem gepaste maatregelen om te beletten dat de unit door kleine dieren als schuilplaats gebruikt kan worden. Kleine dieren die in contact komen met elektrische onderdelen kunnen storingen, rook of brand veroorzaken.
5 Strip de draad ongeveer 15 mm af.
6 Sluit de draden aan op de klemnummers met dezelfde kleur op de klemmenblokken van de binnenunit en draai de draden stevig vast op de overeenkomstige klemmen.
7 Sluit de aardingskabel aan op de overeenkomstige klem.
8 Maak de draden goed vast met de klemschroeven.
9 Trek aan de draden om te controleren of ze goed vastzitten, en bevestig ze dan met de kabelbevestiging.
10 Leid de draden zo dat het servicedeksel goed kan worden gesloten, en sluit dan het servicedeksel.

text_image
1 2 3 1 2 3 L N5.5 De installatie van de binnenunit voltooien
5.5.1 Afvoerleiding, koelmiddelleiding en kabel tussen de units isoleren
1 Nadat de afvoerleiding, koelmiddelleiding en elektrische bedrading klaar zijn. Wikkel de koelmiddelleidingen, kabel tussen de units en afvoerslang samen met isolatietape. Laat de tape bij elke omwikkeling minstens de helft van de breedte overlappen.

text_image
a b c d f e 2x +a Afvoerslang
b Verbindingskabel
c Montageplaat (accessoire)
d Koelmiddelleidingen
e Bevestigingsschroef binnenunit M4×12L (accessoire)
f Onderste frame
5.5.2 Leidingen door de muuropening voeren
1 Buig de koelmiddelleidingen langs de aanduidingen voor de plaats van de leidingen op de montageplaat.

text_image
a b c c d ea Afvoerslang
b Dicht deze opening af met stopverf of afdichtingsmateriaal.
c Plastic tape
d Isolatietape
e Montageplaat (accessoire)

OPMERKING
- Buig de koelmiddelleidingen NIET.
- Duw de koelmiddelleidingen NIET op het onderframe of het voorrooster.

2 Steek de afvoerslang en de koelmiddelleidingen door de muuropening.
5.5.3 Binnenunit op de montageplaat bevestigen
1 Plaats de binnenunit op de haken van de montageplaat. Maak hierbij gebruik van de "△"-aanduidingen.

2 Duw het onderframe van de unit met beide handen op de onderste haken van de montageplaat. Let op dat de draden NIET vastgeklemd geraken.
Let op: Let op dat de kabel tussen de units NIET geklemd geraakt in de binnenunit.
3 Duw met beide handen op de onderste rand van de binnenunit tot de unit goed vastzit achter de haken van de montageplaat.
4 Maak de binnenunit vast aan de montageplaat met 2 bevestigingsschroeven van de binnenunit M4×12L (accessoire).
6 Configuratie
6.1 Een ander adres instellen
Als in 1 kamer 2 binnenunits zijn geïnstalleerd, kunnen verschillende adressen voor 2 gebruikersinterfaces worden ingesteld.
1 Verwijder de batterijen uit de gebruikersinterface.
2 Knip de adresjumper door.

Let op dat u de delen errond niet beschadigt wanneer u de adresjumper doorknipt.
3 Zet de stroomschakelaar aan.
Gevolg: De klep van de binnenunit gaat open en dicht om de referentiepositie in te stellen.

INFORMATIE
- Voor FTXF-units MOET de volgende instelling binnen 5 minuten na het inschakelen van de unit worden beëindigd.
- Als u de instelling NIET op tijd kon beëindigen, schakel de unit uit en wacht minstens 1 minuut voor u ze weer inschakelt.
4 Druk tegelijk op:
| Model | Knoppen | |
| FTXP en ATXP | ![]() | |
| FTXF | ||
5 Druk:
| Model | Knop |
| FTXP en ATXP | |
| FTXF |
6 Selecteer:
| Model | Symbool |
| FTXP en ATXP | R |
| FTXF | 7^- |
7 Druk:
| Model | Knop |
| FTXP en ATXP | |
| FTXF |

text_image
a ON/OFF ba Bedrijfslampje
b ON/OFF-schakelaar binnenunit
8 Druk op de ON/OFF-schakelaar van de binnenunit terwijl het bedrijfslampje knippert.
| Jumper | Adres |
| Fabrieksinstelling | 1 |
| Na doorknippen met kniptang | 2 |

INFORMATIE
Als de instelling NIET kon worden beëindigd terwijl het bedrijfslampje knipperde, herhaal de instelprocedure vanaf het begin.
9 Wanneer de instelling compleet is, druk:
| Model | Knop |
| FTXP en ATXP | Houd FAN ongeveer 5 seconden ingedrukt. |
| FTXF |
7 Inbedrijfstelling
Resultaat: De gebruikersinterface keert terug naar het vorige scherm.
10 Druk tegelijk op:
| Model | Knoppen |
| FTXP | |
| FTXF |
11 Druk:
| Model | Knop |
| FTXP | |
| FTXF |
12 Selecteer:
| Model | Symbool |
| FTXP | R |
| FTXF | ?^~ |
13 Druk:
| Model | Knop |
| FTXP | |
| FTXF |

text_image
a ON/OFF ba Bedrijfslampje
b ON/OFF-schakelaar binnenunit
14 Druk op de ON/OFF-schakelaar van de binnenunit terwijl het bedrijfslampje knippert.
| Jumper | Adres |
| Fabrieksinstelling | 1 |
| Na doorknippen met kniptang | 2 |

INFORMATIE
Als de instelling NIET kon worden beëindigd terwijl het bedrijfslampje knipperde, herhaal de instelprocedure vanaf het begin.
15 Wanneer de instelling compleet is, druk:
| Model | Knop |
| FTXP | Houd FAN ongeveer 5 seconden ingedrukt. |
| FTXF |
Resultaat: De gebruikersinterface keert terug naar het vorige scherm.
7 Inbedrijfstelling

OPMERKING
Laat de unit NOOIT werken zonder de thermistoren en/of druksensoren/-schakelaars. De compressor zou anders vuur kunnen vatten.
7.1 Checklist voor de inbedrijfstelling
Gebruik het systeem NIET voordat de volgende controles OK zijn:
| U leest de volledige installatie-instructies, zoals beschreven in de uitgebreide handleiding voor de installateur. | |
| De binnenunits zijn goed geïnstalleerd. | |
| De buitenunit moet juist gemonteerd zijn. | |
| Luchtinlaat/-uitlaatControleer of de luchtinlaat en -uitlaat van de unit NIET belemmerd is door papier, karton of iets anders. | |
| Er zijn GEEN ontbrekende fasen of omgekeerde fasen. | |
| De koelmiddelleidingen (gas en vloeistof) zijn thermisch geïsoleerd. | |
| AfvoerDe afvoer moet vlot stromen.Mogelijk gevolg: Er kan condenswater naar beneden druppelen. | |
| Het systeem is goed en op de juiste manier geaard en de aardingsklemmen zijn goed aangehaald. | |
| De zekeringen of lokaal geïnstalleerde beveiligingen zijn overeenkomstig dit document geïnstalleerd en zijn NIET overbrugd. | |
| De voedingsspanning komt overeen met de spanning op het identificatieplaatje van de unit. | |
| De vermelde kabels worden gebruikt voor de doorverbindingskabel. | |
| De binnenunit ontvangt de signalen van de gebruikersinterface. | |
| Er zijn GEEN losse aansluitingen of verbindingen of beschadigde elektrische onderdelen in de schakelkast. | |
| De isolatieweerstand van de compressor is OK. | |
| Er zijn GEEN beschadigde onderdelen of buizen die tegen de binnenkant van de binnen- of buitenunit gedrukt worden. | |
| Er zijn GEEN koelmiddellekkages. | |
| De juiste buismaten werden geplaatst en de leidingen zijn goed en op de juiste manier geïsoleerd. | |
| De afsluiters (gas en vloeistof) op de buitenunit staan volledig open. |
7.2 Proefdraaien
Voorwaarde: De gegevens van de voeding MOETEN binnen het opgegeven bereik vallen.
Voorwaarde: Proefdraaien is mogelijk in de stand koelen of verwarmen.
Voorwaarde: Proefdraaien moet worden uitgevoerd volgens de instructies in de gebruiksaanwijzing van de binnenunit om zeker te zijn dat alle functies en onderdelen goed werken.
1 In de koelstand, selecteer de laagst programmeerbare temperatuur. In de verwarmingsstand, selecteer de hoogst programmeerbare temperatuur. Indien nodig kan proefdraaien worden gedeactiveerd.
2 Stel de temperatuur op normaal niveau in wanneer het proefdraaien beëindigd is. In de koelstand: 26\~28°C, in de verwarmingsstand: 20\~24°C.
3 Het systeem stopt 3 minuten na het uitschakelen van de unit.
7.2.1 Proefdraaien in de winter
Wanneer de airconditioner in de winter in de koelstand draait, stel het proefdraaien als volgt in.
Voor FTXP-units
1 Druk tegelijk op ▲TEMP, ▼TEMP en □OFF.
2 Druk op .
3 Selecteer 7.
4 Druk op FAN
5 Druk op COOL om het systeem in te schakelen.
Gevolg: Het proefdraaien stopt automatisch na ongeveer 30 minuten.
6 Druk op OFF om de werking te stoppen.
Voor FTXF-units
7 Druk op om het systeem in te schakelen.
8 Druk tegelijk op het midden van ^ TEMP, ^ TEMP en MODE.
9 Druk twee keer op MODE.
Gevolg: 7 ^- verschijnt op het scherm. Proefdraaien is geselecteerd. Het proefdraaien stopt automatisch na ongeveer 30 minuten.
10 Druk op om de werking te stoppen.

INFORMATIE
Sommige functies kunnen bij het proefdraaien NIET worden gebruikt.
Als de stroom tijdens de werking uitvalt, zal het systeem automatisch herstarten direct nadat de stroom is hersteld.
8 Als afval verwijderen
Het ontmantelen van de unit, behandelen van het koelmiddel, olie en andere onderdelen MOET gebeuren in overeenstemming met de van toepassing zijnde wetgeving.
Een subset van de meest recente technische gegevens is beschikbaar op de regionale website van Daikin (publiek toegankelijk). De volledige set meest recente technische gegevens is beschikbaar op de Daikin Business Portal (authenticatie vereist).
9.1 Bedradingsschema
| Legende eengemaakt bedradingsschema | ||||
| Voor gebruikte onderdelen en nummering, zie het bedradingsschema op de unit. De onderdelen zijn genummerd met Arabische cijfers in oplopende volgorde en wordt in het overzicht hieronder aangegeven door het symbool “*” in de onderdeelcode. | ||||
![]() | : ONDERBREKER | ➊ | : VEILIGHEIDSAARDING | |
![]() | : AANSLUITING | ➎ | : VEILIGHEIDSAARDING (SCHROEF) | |
![]() | : CONNECTOR | ➎ | : GELIJKRICHTER | |
![]() | : AARDING | ➎ | : RELAISCONNECTOR | |
![]() | : LOKALE BEDRADING | ➎ | : KORTSLUITCONNECTOR | |
![]() | : ZEKERING | ➎ | : KLEM | |
![]() | : BINNENUNIT | ➎ | : KLEMMENSTROOK | |
| OUTDOOR | : BUITENUNIT | ○ ● | : DRAADKLEM | |
| BLK : ZWART | GRN : GROEN | PNK : ROZE | WHT : WIT | |
| BLU : BLAUW | GRY : GRIJS | PRP, PPL : PAARS | YLW : GEEL | |
| BRN : BRUIN | ORG : ORANJE | RED : ROOD | ||
| A*P | : PRINTPLAAT | PS | : SCHAKELVOEDING | |
| BS* | : DRUKKNOP AAN/UIT, BEDRIJFSSCHAKELAAR | PTC* | : PTC THERMISTOR | |
| BZ, H*O | : ZOEMER | Q* | : BIPOLAIRE TRANSISTOR MET GEÍSOLEERDE | |
| C* | : CONDENSATOR | POORT (IGBT) | ||
| AC*, CN*, E*, HA*, HE*, HL*, HN*, HR*, MR*_A, MR*_B, S*, U, V, W, X*A, K*R_* | : AANSLUITING, CONNECTOR | Q*DI | : AARDLEKSCHAKELAAR | |
| Q*L | : OVERBELASTINGSBEVEILIGING | |||
| Q*M | : THERMISCHE SCHAKELAAR | |||
| D*, V*D | : DIODE | R* | : WEERSTAND | |
| DB* | : DIODEBRUG | R*T | : THERMISTOR | |
| DS* | : DIP-SCHAKELAAR | RC | : ONTVANGER | |
| E*H | : VERWARMING | S*C | : LIMIETSCHAKELAAR | |
| F*U, FU* (VOOR KENMERKEN, ZIE PRINTPLAAT IN UW UNIT) | : ZEKERING | S*L | : VLOTTERSCHAKELAAR | |
| S*NPH | : DRUKSENSOR (HOOG) | |||
| FG* | : CONNECTOR (RANDAARDING) | S*NPL | : DRUKSENSOR (LAAG) | |
| H* | : BUNDEL | S*PH, HPS* | : DRUKSCHAKELAAR (HOOG) | |
| H*P, LED*, V*L | : CONTROLELAMP, LED | S*PL | : DRUKSCHAKELAAR (LAAG) | |
| HAP | : LED (SERVICEMONITOR GROEN) | S*T | : THERMOSTAAT | |
| HIGH VOLTAGE | : HOOGSPANNING | S*RH | : VOCHTIGHEIDSSENSOR | |
| IES | : INTELLIGENT EYE SENSOR | S*W, SW* | : BEDRIJFSSCHAKELAAR | |
| IPM* | : INTELLIGENTE VOEDINGSMODULE | SA*, F1S | : OVERSPANNINGSBEGRENZER | |
| K*R, KCR, KFR, KHuR, K*M | : MAGNEETRELAIS | SR*, WLU | : SIGNAALONTVANGER | |
| L | : ONDER SPANNING | SS* | : KEUZESCHAKELAAR | |
| L* | : SPOEL | SHEET METAL | : KLEMMENSTROOK VASTE PLAAT | |
| L*R | : DWARSSMOORSPOEL | T*R | : TRANSFORMATOR | |
| M* | : STAPPENMOTOR | TC, TRC | : ZENDER | |
| M*C | : COMPRESSORMOTOR | V*, R*V | : VARISTOR | |
| M*F | : VENTILATORMOTOR | V*R | : DIODEBRUG | |
| M*P | : AFVOERPOMPMOTOR | WRC | : DRAADLOZE AFSTANDSBEDIENING | |
| M*S | : DRAAIMOTOR | X* | : KLEM | |
| MR*, MRCW*, MRM*, MRN* | : MAGNEETRELAIS | X*M | : KLEMMENSTROOK (BLOK) | |
| N | : NEUTRAAL | Y*E | : SPOEL ELEKTRONISCHE EXPANSIEKLEP | |
| n=*, N=* | : AANTAL DOORGANGEN DOOR FERRIETKERN | Y*R, Y*S | : SPOEL ELEKTROMAGNETISCHE | |
| PAM | : PULSAMPLITUDEMUDULATIE | : OMKEERKLEP | ||
| PCB* | : PRINTPLAAT | Z*C | : FERRIETKERN | |
| PM* | : VOEDINGSMODULE | ZF, Z*F | : RUISFILTER | |









