130MT - Borstelmaaier ISEKI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 130MT ISEKI in PDF-formaat.

ISEKI 130MT - Borstelmaaier
📄 345 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice ISEKI 130MT - page 42
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Multifunctionele bosmaaier en grastrimmer
Merk ISEKI
Model 130MT
Motortype Tweetakt, 30 cm³
Vermogen 0,9 kW (1,22 pk) bij 9500 min⁻¹
Max. motortoerental 12000 min⁻¹
Stationair toerental 3200 ±200 min⁻¹
Brandstofmengsel 50:1 benzine / 2-takt synthetische olie
Brandstoftankinhoud 0,55 L
Snijdraaddiameter 0,635 mm (0,025 inch)
Goedgekeurde snijgereedschappen Fast & Easy haspelkoppen (115/130 mm), 3-tands mes, 2-tands mulchmes
Gewicht (basisapparaat) 4,7 kg
Totale massa (met hulpstuk) 5,9 kg
Bougietype L8RTC / BPMR7A / BPMR6A / RCJ6Y
Elektrodeafstand 0,6 - 0,7 mm
Trilling (voor/achterste handgreep) 6,94 / 5,88 m/s² (EN 50636-2-91)
Geluidsdrukniveau 94,3 dB(A) (K = 3 dB)
Geluidsvermogensniveau 108,5 dB(A) (K = 3 dB)
Veiligheidsvoorzieningen Beschermplaat, lusgreep, snelkoppeling, noodstop
Onderhoud Luchtfilter reinigen/vervangen, bougieservice, brandstoffilter controleren, snijdraad vervangen
Garantie Wettelijke garantie per land, zie handleiding

Veelgestelde vragen - 130MT ISEKI

Welk type motor gebruikt de ISEKI 130MT?
De ISEKI 130MT wordt aangedreven door een tweetaktmotor met een cilinderinhoud van 30 cm³. Het levert 0,9 kW (1,22 pk) bij 9500 min⁻¹.
Welk brandstofmengsel heeft de 130MT nodig?
Gebruik een 50:1 benzine-oliemengsel: 50 delen loodvrije benzine (minimaal 90 octaan) en 1 deel hoogwaardige synthetische tweetaktolie. Voeg voor 1 liter benzine 20 ml olie toe; voor 3 liter 60 ml; voor 5 liter 100 ml.
Welke snijgereedschappen zijn goedgekeurd voor de 130MT?
Goedgekeurde opties zijn onder andere de Fast & Easy Semiprofi haspel (115 mm), Fast & Easy Profi haspel (130 mm), 3-tands mes (Art. 112906) en 2-tands mulchmes (Art. 127641). Gebruik nooit niet-originele of beschadigde gereedschappen.
Hoe start ik een koude motor?
Start de motor koud door de chokehendel op CHOKE te zetten, druk 7 tot 10 keer op de primer en trek vervolgens stevig aan het startkoord. Zodra de motor start, laat deze opwarmen en zet de choke op RUN.
Hoe vervang ik de snijdraad?
Draai de draaiknop tot de pijlen op elkaar staan, duw een nieuwe draad in de opening tot gelijke lengtes uitsteken, en wind de draad vervolgens door de knop in de richting van de pijl te draaien tot ongeveer 10 cm aan elke kant uitsteekt.
Welke veiligheidsuitrusting moet ik dragen bij het gebruik van de bosmaaier?
Draag altijd gehoorbescherming, veiligheidsbril, stevige handschoenen, veiligheidsschoenen met stalen neuzen en nauwsluitende kleding. Een helm en gelaatsbescherming worden ook aanbevolen.
Hoe vaak moet ik het luchtfilter reinigen of vervangen?
Reinig het luchtfilter vóór elk gebruik of wanneer het zichtbaar vuil is. Vervang het filtersponsje minimaal elke 50 bedrijfsuren of als het beschadigd is of zijn elasticiteit verliest.
De motor start niet, wat moet ik controleren?
Controleer de bougie (schoon, afstand 0,6-0,7 mm), het luchtfilter (reinigen/vervangen), het brandstoffilter en zorg dat de choke in de juiste stand staat. Controleer ook of het brandstofmengsel vers en correct gemengd is.
Kan ik deze bosmaaier gebruiken voor commercieel werk?
Nee, de 130MT is uitsluitend bedoeld voor niet-commercieel, particulier buitengebruik. Het is niet ontworpen voor openbare parken, sportfaciliteiten, landbouw of bosbouw.
Wat is de juiste bougieafstand?
De elektrodeafstand moet 0,6 - 0,7 mm zijn. Gebruik een voelermaat om te controleren en af te stellen, of vervang de bougie door het gespecificeerde type (L8RTC / BPMR7A / BPMR6A / RCJ6Y).

Gebruikersvragen over 130MT ISEKI

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

Uw e-mailadres blijft privé: het wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Borstelmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 130MT - ISEKI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 130MT van het merk ISEKI.

GEBRUIKSAANWIJZING 130MT ISEKI

1 Over deze gebruiksaanwijzing.... 39

1.1 Symbolen op de titelpagina.... 40
1.2 Verklaring van pictogrammen en sig- naalwoorden.... 40

2 Productomschrijving 40

2.1 Beoogd gebruik 40
2.2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik..... 40
2.3 Overige risico's 40
2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen 41
2.5 Symbolen op het apparaat.... 41

2.5.1 Veiligheidstekens.... 41
2.5.2 Bedieningstekens 42

2.6 Productoverzicht (01) 42
2.7 Toegestane maaigereedschappen..... 42
2.8 Leveringsomvang 42

3 Veiligheidsinstructies 43

3.1 Gebruiker 43
3.2 Persoonlijke beschermingsmiddelen.. 43
3.3 Veiligheid op de werkplek 43
3.4 Veiligheid van het apparaat.... 43
3.5 Veiligheid van personen, dieren en eigendommen 44
3.6 Belasting door trillingen.... 44
3.7 Het hanteren van benzine en olie ..... 45

4 Montage 45

4.1 Monteren van de handgreep (02)...... 45
4.2 Afschermkap monteren (03, 04)...... 45
4.3 Draadkop monteren (05) 46
4.4 Mesblad resp. mulchmes monteren (06).... 46

5 Inbedrijfstelling.... 46

5.1 Opzetsuk opsteken en afnemen (07, 08).... 46
5.2 Draagharnas instellen 46
5.3 Benzine-oliemengsel aanmaken en tanken (09).... 46

6 Bediening 47

6.1 Dubbele draagharnas omdoen (10).... 47
6.2 Motor starten/stoppen 47

6.2.1 Informatie bij de motorwerking..... 47

6.2.2 Koude/warme start uitvoeren (11, 12).... 48

6.3 Snelactiveringsmechnanisme bedienen (17) 48

7 Werkhouding en werktechniek 48

7.1 Werken met draadkop 48

7.1.1 Trimmen 48
7.1.2 Maaidraad verlengen tijdens het bedrijf (13).... 49

7.2 Werken met mesblad.... 49

7.2.1 Terugslageffect voorkomen ..... 49
7.2.2 Maaien 49

8 Onderhoud en verzorging.... 49

8.1 Snijdraad vervangen (14) 50

8.2 Luchtfilter reinigen/vervangen (15) ..... 50
8.3 Brandstofffilter controlleren/vervangen. 50
8.4 Bougie onderhouden (16).... 50
8.5 Stationaire instelling 51
8.6 Onderhoudsschema 51

9 Hulp bij storingen.... 52

10 Transport.... 53
11 Opslag 53
12 Verwijderen 54
13 Aanvullende informatie over CO2-waarden 54
14 Klantenservice/service centre 54
15 Garantie.... 54

1 OVER DEZE GEBRUIKSAANWIJZING

De Duitse versie is de originele gebruiksaanwijzing. Alle andere taalversies zijn vertalingen van de originele gebruiksaanwijzing.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodat u erin het antwoord op uw vragen kunt terug-

vinden wanneer u informatie over de machine nodig heeft.

Draag de machine alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere personen over.
■ Lees en neem de veiligheids- en waarschuwingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.

1.1 Symbolen op de titelpagina

Symbool

Betekenis

ISEKI 130MT - Betekenis - 1

Lees voor de ingebruikname deze gebruiksaanwijzing absoluut zorgvuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werken en een storingsvrij gebruik.

ISEKI 130MT - Betekenis - 2

Gebruiksaanwijzing

ISEKI 130MT - Betekenis - 3

Gebruik het benzineapparaat niet in de buurt van open vlammen of hittebronnen.

1.2 Verklaring van pictogrammen en signaalwoorden

⚠ GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt.
⚠ WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet verme- den wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden.
! VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan leiden.

LET OP! Wijst op een situatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, tot materiële schade kan leiden.

i OPMERKING Speciale aanwijzingen voor meer duidelijkheid en een beter gebruik.

Op het Multitool-basisapparaat MT 130 kunnen de volgende hulpstukken worden gebruikt:

■ Hulpstuk zeis / gazontrimmer, toepasbaar als:
Bosmaaier: Maaien van dikkere planten en soortgelijke vegetatie
Gazontrimmer: Maaien van zacht gras en soortgelijke vegetatie
Hulpstuk boomzaag CSA 130 MT (Art.-Nr. 127635)*: Snoeien van vaststaande bomen en andere gewassen. Te gebruiken vanaf de grond.
Hulpstuk heggenschaar HTA 130 MT (Art.-Nr. 127636)*: Verwijderen van dunne takken en nieuwe scheuten van heggen en struiken. Te gebruiken vanaf de grond.
■ Buisverlenging (Art.-Nr. 127637)* voor CSA 130 MT en HTA 130 MT

*: Apart verkrijgbaar.

Het basisapparaat en de opzetstukken zijn uit-sluitend bedoeld voor particulier gebruik buiten: Elke andere toepassing, alsook een verboden om- of aanbouw, worden beschouwd als niet beoogd gebruik en leidt tot het vervallen van de garantie, het verlies van de conformiteit (CE-markering) en de weigering van elke verantwoordelijkheid door de fabrikant wat betreft schade aan de gebruiker of aan derden.

2.2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik

Het apparaat is noch bedoeld voor de commerciele toepassing in openbare parken en sportfacilitteiten, noch voor de toepassing in land- en bosbouw.

Basisapparaat:

- Gebruik geen andere dan de goedgekeurde hulpstukken!

Hulpstuk zeis / gazontrimmer:

■ Maai geen struiken, hagen, bomen of bloemen.
- Til het apparaat tijdens het maaien niet op van de grond.
- Gebruik geen andere snijgereedschappen, dan de originele, door de fabrikant geleverde gereedschappen (mesblad, draadspoel)

Ook bij doelmatig gebruik van het gereedschap blijft sprake van een zeker restrisico dat niet kan

worden uitgesloten. Uit de aard en de bouwwijze van het apparaat kunnen, afhankelijk van het gebruik, de volgende potentiële gevaren worden afgeleid:

Basisapparaat:

Schade van de gezondheid vanwege handarm-trillingen bij langer ononderbroken werken en onjuist onderhoud
■ Gevaar voor brandwonden bij aanraken van hete onderdelen
Brandgevaar

Hulpstuk zeis / gazontrimmer:

■ Wegslingeren van gesnoeid product en inademen van gesneden deeltjes
■ Snijletsel wanneer in het draaiende maaidraad wordt gegrepen.
■ Gevaar voor voetletsel door aanraking met het draaiende snijgereedschap.

2.4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen

⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel.

Defecte en buiten werking gestelde veiligheids- en beschermingsapparatuur kunnen ernstig letsel veroorzaken.

■ Laat defecte veiligheids- en beschermingsapparatuur repareren.
■ De veiligheids- en beschermingsuitrusting nooit buiten werking stellen.

Noodstop

Schakel in noodgevallen altijd de motor uit met de aan/uit-schakelaar. Laat de gashendel los.

Afschermkap

De beschermplaat beschermt de bediener tegen contact met de roterende maaidraad en wegge-slingerde objecten.

"Loop"-greep met afstandhouder

De "Loop"-handgreep voorkomt dat de voeten van de bediener in de buurt van de draaiende maaidraad of het mesblad kunnen komen.

Snelacterieringsmechanisme

Aan het dubbele draagharnas bevindt zich een snelactiveringsmechanisme voor noodgevallen zodat u zich kunt losmaken van het apparaat en snel van de werkplek weg kunt komen.

2.5 Symbolen op het apparaat

2.5.1 Veiligheidstekens

SymboolBetekenis
ISEKI 130MT - Veiligheidstekens - 1Wees bijzonder voorzichtig bij de hantering!
ISEKI 130MT - Veiligheidstekens - 2Lees vóór ingebruikname de gebruiksaanwijzing!
ISEKI 130MT - Veiligheidstekens - 3Draag een veiligheidshelm, gehoorbescherming en oogbescherming!
ISEKI 130MT - Veiligheidstekens - 4Draag stevige schoenen!
ISEKI 130MT - Veiligheidstekens - 5Draag veiligheidshandschoenen!
ISEKI 130MT - Veiligheidstekens - 6Gevaar door uitslingerende voor-werpen!
ISEKI 130MT - Veiligheidstekens - 7De afstand tussen het apparaat en derden moet in de gehele cirkel rondom de gebruiker ten minste 15 m bedragen.
ISEKI 130MT - Veiligheidstekens - 8Gevaar door naloop.
ISEKI 130MT - Veiligheidstekens - 9Gebruik de bosmaaier nooit met een zaagblad!
ISEKI 130MT - Veiligheidstekens - 10Heet oppervlak. Niet aanraken!
ISEKI 130MT - Veiligheidstekens - 11Brandgevaar! Ga met extra zorg te werk, bij het hanteren van benzine!

2.5.2 Bedieningstekens

SymboolBetekenis
ISEKI 130MT - Bedieningstekens - 1Bediening van de choke-draaiknop: Als de choke-draaiknop linksom wordt gedraaid, wordt de choke ge-sloten. Als de choke sluit, moet de knop weer rechtsom worden gedraaid om de choke te openen.

2.6 Productoverzicht (01)

Nr.Onderdeel
Basisapparaat
1Motorblok met:
2■ Ventilatorhuis
3■ Ventilatorbout
4■ Brandstoftoevoerknop
5■ Brandstoftank
6■ Dop brandstoftank
7■ Starthandgreep
8■ Bougiekap
9■ Chokehendel
10Combi-schakelaar met:
11■ Aan-/uitschakelaar voor de motor
12■ Blokkeerknop
13■ Gashendel
14Oog voor draagharnas
15"Loop"-greep
16Bevestiging gedeelde steel met splitpen
17Dubbele draagharnas
18Enkele draagharnas (voor hulpstuk boomzaag en hulpstuk heggenschaar)
Hulpstuk zeis / gazontrimmer
19Gedeelde bedieningssteel
20Afschermkap
21Haakse aandrijving
22Draadsnijder
23Draadkop
Nr.Onderdeel
242-tands mulchmes
253-tands mesblad

2.7 Toegestane maaigereedschappen

Met deze bosmaaier mogen uitsluitend de hieronder genoemde originele maagereedschappen van de fabrikant worden gebruikt:

Draadkop Fast and Easy Semiprofi 115 mm: Artikelnr.127619
Draadkop Fast and Easy Profi 130 mm: Artikelnr. 127620*
■ 3-tands mesblad: Artikelnr. 112906
■ 2-tands mulchmes: Artikelnr. 127641

* Niet in de leveringsomvang inbegrepen, is apart verkrijgbaar.

⚠ GEVAAR! Levensgevaar door maaigereedschappen! Het gebruik van niet toegestane maaigereedschappen (bijv. uit meerdere delen bestaande, metalen maaigereedschappen met zwenkkettingen en klepelmessen) en beschadigde maaigereedschappen (bijv. met barsten of afgebrokkelde randen) kan leiden tot zeer ernstig letsel, tot de dood toe.

  • Gebruik altijd uitsluitend originele, door de fabrikant toegestane maagereedschappen.
    Beschadigde maagereedschappen moeten altijd direct worden vervangen.

Het gebruik van niet-goedgekeurd snoeigereedschap aan het basisapparaat komt niet overeen met het regelmentair gebruik.

2.8 Leveringsomvang

Bij de leveringsomvang horen de hierna vermelde posities. Controleer of alle posities aanwezig zijn:

Basisapparaat
■ Hulpstuk zeis / gazontrimmer
■ Loop-greep incl.:
Contraklem
Rubber manchet
4 inbusbouten
4 moeren

Afschermkap incl.:

Beschermlijst met geïntegreerde draadsnijder
4 kruisschroeven M5x16
4 moeren

Draadkop Fast & Easy Semiprofi, incl. draadspoel
■ 3-tands mesblad
2-tands mulchmes
■ Enkele draagharnas (voor hulpstuk boomzaag en hulpstuk hoogheggenschaar)
Dubbele draagharnas
Gereedschapset:

Gecombineerde bougiesleutel met kruisschroevendraaier
Dubbele muilsleutel
3 inbussleutels
2 splitpennen voor de borging van het mesblad resp. mulchmes (daarvan 1 reservesplitpen)
Brandstofmengfles

3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES

⚠ VOORZICHTIG! Gevaar voor gehoorbeschadiging. Tijdens het gebruik produceert het apparaat erg veel lawaai. Dit kan bij de gebruiker en bij personen en dieren die zich in de nabijheid bevinden tot gehoorbeschadiging leiden.

Draag tijdens de werkzaamheden altijd gehoorbescherming.
Houd een veiligheidsafstand aan tot personen en dieren of schakel het apparaat uit als personen of dieren naderen.

i OPMERKING Zorg er beslist voor dat u be- kend bent met de bediening van het apparaat. Zorg er met name voor, dat u weet hoe het appa- raat onmiddellijk kan worden gestopt.

3.1 Gebruiker

■ Personen van jonger dan 16 jaar en personen die de gebruikershandleiding niet hebben gelezen, mogen het apparaat niet gebruiken. Neem eventueel van toepassing zijnde nationale veiligheidsvoorschriften omtrent de minimum leeftijd van de gebruiker in acht.
■ Wanneer u voor het eerst met een dergelijk apparaat werkt: Laat u door de verkoper of een andere deskundige de werking van het apparaat uitleggen. Of volg een cursus.
ledereen die met dit apparaat werkt, moet uitgerust en gezond zijn en in een goede conditie verkeren. Wie zich uit gezondheidsoverwegingen niet overmatig mag inspannen,

moet een arts raadplegen, of het voor haar/hem mogelijk is met dit apparaat te werken.

Bedien het apparaat niet als u onder invloed bent van alcohol, drugs of geneesmiddelen.

3.2 Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Om letsel aan hoofd en ledematen evenals gehoorschade te voorkomen, moet verplicht beschermende kleding en uitrusting worden gedragen.
    ■ De kleding moet doelmatig (nauwsluitend) zijn en mag bij het gebruik niet hinderen.
    ■ De persoonlijke beschermingsmiddelen bestaan uit:

  • gehoorbescherming (bijv. oorschelpen), met name bij een dagelijkse arbeidsduur van meer dan 2,5 uur
    veiligheidsbril
    ■ stevige werkhandschoenen, trilling- en schokdempend
    ■ veiligheidsschoenen met slipvaste zolen en stalen neuzen

3.3 Veiligheid op de werkplek

  • Gebruik het apparaat uitsluitend in de buiten-lucht en nooit in afgesloten ruimten.
    ■ Werk enkel bij daglicht of bij sterk kunstlicht.
    ■ Verwijder voor aanvang van werkzaamheden gevaarlijke producten en voorwerpen uit het werkgebied, bijv. takken, stukken glas, scherpe voorwerpen, stukken metaal of stenen.
    ■ Let daarbij op uw stabiliteit. Vermeid natte, gladde bodems.
    ■ Beweeg tijdens het werken voorzichtig en langzaam. Loop niet hard. Let op obstakels.

3.4 Veiligheid van het apparaat

- Gebruik de machine alleen onder de volgende voorwaarden:

  • Het apparaat is niet vervuild, met name niet met benzine en olie.
    Het apparaat vertoont geen beschadigingen, met name niet aan beschermroosters.
    Alle bedieningselementen werken.
    Alle voor de betreffende werkzaamheden bedoelde accessoires zijn op het apparaat gemonteerd.

■ Overbelast de machine niet. Het is voor lichte particuliere werkzaamheden bedoeld. Overbelasting leidt tot beschadiging van de machine.

■ Blokkeer tijdens het gebruik nooit de aanzuig- en ventilatierooster, om het oververhit raken van de motor te voorkomen.
Schakel het apparaat onmiddellijk uit, wanneer de motor abnormaal en hevig begint te trillen. Dit betekent dat zich in het apparaat een storing voordoet.
- Gebruik de machine nooit met versleten of defecte onderdelen. Vervang defecte onderdelen altijd door originele reserve-onderdelen van de fabrikant. Wanneer de machine met versleten of defecte onderdelen wordt gebruikt, kan tegenover de fabrikant geen aanspraak op garantie worden gemaakt.

3.5 Veiligheid van personen, dieren en eigendommen

  • Gebruik de machine alleen voor werkzaamheden waarvoor het is bedoeld. Niet-reglementair gebruik kan letsel en materiële schade veroorzaken.
    Schakel het apparaat alleen in als er geen personen of dieren in het werkgebied aanwezig zijn.
    Houd een veiligheidsafstand aan tot personen en dieren of schakel het apparaat uit als personen of dieren naderen.
    Houd de stroom van uitlaatgassen nooit gericht op personen of dieren, of op brandbare producten en voorwerpen.
    Grijp niet in het aanzuig- en luchtfilter als de motor draait. De draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken.
    ■ Schakel het apparaat altijd uit wanneer u het niet nodig heeft, bijv. bij het verplaatsen naar een ander werkgebied, bij onderhoudswerkzaamheden, bij het tanken van het benzineoliemengsel.
    Schakel het apparaat bij een ongeval onmiddellijk uit om verder letsel en materiële schade te voorkomen.
  • Gebruik de machine nooit met versleten of defecte onderdelen. Versleten of defecte onderdelen kunnen ernstig letsel veroorzaken.
    ■ Bewaar het apparaat buiten het bereik van kinderen.

3.6 Belasting door trillingen

■ Gevaar door trillingen De werkelijke trillingsemissiewaarde tijdens het gebruik van het apparaat kan afwijken van de door de fabrikant opgegeven waarde.

Let voor of tijdens het gebruik op de volgen- de factoren die van invloed zijn:

Wordt het apparaat gebruikt voor het beoogde gebruik?
Wordt het materiaal op de juiste wijze gesneden of verwerkt?
- Bevindt het apparaat zich in een goede staat van gebruik?
Is het snijblad goed scherp en is het juiste snijblad ingebouwd?
Zijn de handgrepen en, indien nodig, optionele trillingsdempende handgrepen gemonteerd en zijn deze vast verbonden met het apparaat?

  • Gebruik het apparaat alleen met het toerental van de verbrandingsmotor dat nodig is voor de uit te voeren werkzaamheden. Gebruik het maximale toerental zo min mogelijk om geluid en trillingen te beperken.
    Als gevolg van verkeerd gebruik en onderhoud kunnen de trillingen en het lawaai van het apparaat toenemen. Dit leidt tot schade aan de gezondheid. Schakel in dit geval het apparaat onmiddellijk uit en laat het repareren door een geautoriseerde servicewerkplaats.
    De mate van belasting als gevolg van trillingen is afhankelijk van de uit te voeren werkzaamheden of van de toepassing van het apparaat. Schat hem in en las voldoende pauzes in. Daardoor wordt de belasting door trillingen gedurende de volledige werktijd in belangrijke mate verminderd.
  • Door een langer gebruik van het apparaat wordt de bediener blootgesteld aan trillingen, waardoor problemen kunnen ontstaan met de bloedsomloop ('dode vingers'). Om dit risico te verminderen, handschoenen dragen en de handen warmhouden. Wanneer een symptoom van 'dode vingers' wordt waargenomen, onmiddellijk medische hulp inroepen. Tot deze symptomen behoren: Gevoelloosheid, verlies van gevoeligheid, tintelingen, jeuk, pijn, vermindering van de kracht, verandering van kleur of van de conditie van de huid. Meestal worden deze symptomen waargenomen aan vingers, handen of polsen. Bij lage temperaturen (ca. beneden 10 °C) neemt het gevaar toe.
    Las langere pauzes in tijdens uw werkdag, zodat u kunt herstellen van het geluid en van de trillingen. Plan uw werk zodanig dat het gebruik van apparaten die sterke trillingen

veroorzaken, wordt verspreid over meerdere dagen.

■ Wanneer u een onaangenaam gevoel of een verkleuring van de huid tijdens het gebruik van het apparaat waarneemt aan uw handen, onderbreekt u het werk onmiddellijk. Las voldoende pauzes in. Zonder voldoende pauzes kan een trillingensyndroom ontstaan aan handen en armen.
Minimaliseer het risico door uzelf zo min mogelijk bloot te stellen aan trillingen. Verzorg het apparaat volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing.
■ Als het apparaat vaak wordt gebruikt, neemt u contact op met uw dealer om trillingsdempende accessoires (bijv. handgrepen) aan te schaffen.
Leg in een werkschema vast hoe de belasting door trillingen kan worden begrensd.

3.7 Het hanteren van benzine en olie

■ Explosie- en brandgevaar:
Bij het ontsnappen van een benzine-luchtmengsel ontstaat potentieel explosieve atmosfeer. Door een ondeskundige omgang met brandstoffen kunnen deze ontsteken, exploderen en ontbranden, wat tot zwaar letsel en zelfs sterfgevallen kan leiden. Neem het volgende in acht:
■ Rook nooit, terwijl u met benzine werkt.
■ Werk uitsluitend in de buitenlucht met benzine en nooit in afgesloten ruimten.
- Neem beslist altijd de volgende gedragsregels in acht.

■ Transporteer en bewaar benzine en olie uitsluitend op in goedgekeurde voorraadvaten. Zorg ervoor dat de opgeslagen benzine en olie niet toegankelijk zijn voor kinderen.

Zorg ervoor, om bodemvervuiling (milieubescherming) te vermijden, dat bij het tanken geen benzine en geen olie in de aarde terechtkomt. Gebruik bij het tanken een trechter.

Tank het apparaat nooit af in gesloten ruimten. Op de vloer kunnen zich benzinedampen verzamelen waardoor het tot een explosieve verbranding of zelfs explosie kan komen.

■ Veeg gemorste benzine altijd onmiddellijk op van het apparaat of de vloer. Laat de doeken waarmee u benzine afgeveegd heeft, op een goed geventileerde plaats drogen voordat u deze weggooit. Anders kan spontane zelfont-branding optreden.

Bij het morsen van benzine ontstaan benzin-edampen. Start de motor daarom niet op dezelfde plaats, maar op minstens 3 m afstand.
Vermijd huidcontact met producten van minerale oliën. Adem geen benzinedampen in. Draag altijd veiligheidshandschoenen om brandstof bij te vullen. Vervang en reinig de beschermende kleding regelmatig.
■ Let erop dat uw kleding niet in contact komt met benzine. Vervang uw kleding onmiddelijk wanneer benzine op uw kleding terechtgekomen is.
■ Tank het apparaat nooit af, bij draaiende of hete motor.

4 MONTAGE

⚠ WAARSCHUWING! Gevaren door onvolledige montage! De werking van een onvolledig apparaat kan ernstig letsel veroorzaken.

  • Gebruik het apparaat alleen als het volledig is gemonteerd!
  • Controleer voor het inschakelen alle veiligheids- en beschermingsvoorzieningen op aanwezigheid en functionaliteit!

⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel door losrakende onderdelen van het apparaat. Tijdens de werking losrakende onderdelen kunnen ernstig letsel veroorzaken.

■ Bevestig maagereedschappen zo dat ze, tijdens het gebruik, niet kunnen loskomen.

4.1 Monteren van de handgreep (02)

  1. Schuif de rubberen manchet (02/1) over de steel (02/2).
  2. "Loop"-greep (02/3) van boven en contraklem (02/4) van onderen rond de rubberen manchet leggen.
  3. Steek een inbusbout (02/5) van de bovenzijde door de handgreep en draai hier, vanaf de onderzijde, losjes een moer (02/6) op. Herhaal deze stap met de overige inbusbouten en moeren.
  4. Draai alle inbusbouten vast.

4.2 Afschermkap monteren (03, 04)

  1. De 4 kruisschroeven M5x16 (03/1) door de gaten aan de afschermkap (03/2) steken.
  2. Afschermkap aan de afschemkapbevestiging (03/3) stevig vastdraaien.
  3. Steek de beschermlijst (04/1) met de geïntegreerde draadafsnijder (04/2) op de af-

schermkap (04/3) en zet deze vervolgens vast met de kunststof borgschroef (04/4).

4.3 Draadkop monteren (05)

  1. Meeneemschijf (05/1) op geleidepen (05/2) van de hoekoverbrenging plaatsen.
  2. Voor het vastzetten de inbussleutel (05/3) in de opening van de meeneemschijf steken.
  3. Draadkop (05/4) op de hoekoverbrenging schroeven en vastdraaien.

Opmerking: Linkse schroefdraad! Draai de draadspoel linksom vast!

4.4 Mesblad resp. mulchmes monteren (06)

⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor ernstig

letsel! Door een versleten waaierschijf (06/5) kan het mesblad resp. het mulchmes tijdens de werking losraken en ernstig letsel veroorzaken.

■ Monteer beslist de meergeleverde splitpen (06/8).

  1. Leg de bosmaaier zo neer, dat de maaikop omhoog wijst.
  2. Meeneemschijf (06/1) op de geleidepen (06/2) van de hoekoverbrenging plaatsen.
  3. Het mesblad resp. mulchmes (06/3) zodanig op de meeneemschijf (06/1) plaatsen dat de boring van het mesblad/mulchmes precies op de centreerring van de meeneemschijf ligt.
  4. De flens (06/4) zodanig op het mesblad resp. mulchmes (06/3) steken dat de platte zijde naar het snijmes/mulchmes wijst.
  5. Getande borgring (06/5) aanbrengen.
  6. Bevestigingsmoer (06/6) vastdraaien op de geleidepen (06/2). Daartoe de inbussleutel (06/7) in de daarvoor bedoelde boring plaatsen en met de bougiesleutel linksom aanha- len.

Opmerking: Linkse schroefdraad!

  1. De bevestigingsmoer (06/6) met de splitpen (06/8) borgen.

5 INBEDRIJFSTELLING

i OPMERKING Controleer het apparaat altijd op beschadigingen voor de dagelijkse ingebruikname, nadat het apparaat is gevallen of ergens tegenaan is gestoten. Laat eventuele schade voor gebruik repareren.

5.1 Opzetsuk opsteken en afnemen (07, 08)

De hulpstukken worden bevestigd aan de deelbare steel.

Hulpstuk opsteken

  1. De vastzetmoer (07/1) vastdraaien en de splitpen (07/2) iets naar buiten trekken (07/a).
  2. Deelbare steel (07/3) tot de aanslag in de bevestiging van de deelbare steel (07/4) steken (07/b).
  3. Splitpen weer insteken (07/c) en de vastzetmoer aandraaien.

Hulpstuk afnemen

  1. De vastzetmoer (08/1) vastdraaien en de splitpen (08/2) iets naar buiten trekken (08/a).
  2. Deelbare steel (08/3) uit de bevestiging (08/4) trekken (08/b).
  3. Splitpen weer insteken (08/c).

5.2 Draagharnas instellen

  1. Draagharnas omdoen (zie Hoofdstuk 6.1 "Dubbele draagharnas omdoen (10)", pagina 47).
  2. Karabijnhaak van het draagharnas in het oog (01/14) van het apparaat haken.
  3. Voer een paar horizontale zwaabewegingen uit boven de bodem, zonder hiervoor de motor te starten. De maakop moet daarbij steeds op dezelfde hoogte boven de bodem bewegen.
  4. Indien niet: Pas de lengte van het draagharnas aan en herhaal de zwaabewegingen.

5.3 Benzine-oliemengsel aanmaken en tanken (09)

LET OP! Gevaar voor beschadiging van de motor. Het gebruik van zuivere benzine leidt tot beschadiging van de motor tot het uitvallen van de motor toe. In dergelijke situaties kunnen bij de fabrikant geen aanspraken worden gemaakt op garantie.

- Gebruik in de motor altijd een benzine-olie-mengsel met de voorgeschreven mengver-houding.

Aanmaken van het benzine-oliemengsel

Voor de 2-taktmotor heeft u nodig:

Schone, loodvrije benzine met een octaangetal van minimaal 90. Benzine die langer dan 2 maanden is opgeslagen veroorzaakt afzettingen in de motor die tot storingen leiden.
Kwalitatief hoogwaardige, synthetische olie voor 2-taktmotoren

Maak met deze twee componenten een benzine-oliemengsel met een verhouding van 50:1 aan:

MengverhoudingBenzine [li-ter]2-taktolie [millimeter]
50 delen benzine: 1 deel 2-taktolie1 l20 ml
3 l60 ml
5 l100 ml
  1. Giet de benzine en de 2-taktolie in een mengfles voor brandstof (zie de tabel voor de hoeveelheden, afhankelijk van de grootte van de mengfles)
  2. Sluit de mengfles af en schud deze herhaald en krachtig, zodat de benzine en de olie goed vermengd worden.

Tanken van het benzine-oliemengsel (09)

  1. Plaats het apparaat op een vlakke, stevige ondergrond. De dop (09/1) van de brandstof-tank moet naar boven wijzen.
  2. Veeg de dop van de brandstoftank (09/1), de brandstoftank (09/2) en de omliggende delen van het apparaat schoon, zodat bij het tan- ken van het benzine-oliemengsel geen vuil in de brandstoftank kan belanden.
  3. Draai de dop van de brandstoftank langzaam los, zodat de druk van het benzine-oliemengsel langzaam uit de brandstoftank kan ontsnappen naar de buitenlucht. Laat de dop aan de brandstoftank hangen.
  4. Steek een trechter (09/3) in de vulopening (09/4) van de brandstoftank.
  5. Giet het voorbereide benzine-oliemengsel uit de mengfles (09/5) in de brandstoftank en vul deze tot aan de onderkant van de vulopening – maar niet verder.
  6. Neem de trechter uit de vulopening en draai de dop handvast op de brandstoftank.
  7. Veeg eventueel gemorst benzine-oliemengsel van het apparaat en de ondergrond af.

6 BEDIENING

⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel als gevolg van loskomende delen van het apparaat. Delen van het apparaat die loskomen tijdens het gebruik kunnen ernstig letsel veroorzaken.

■ Controleer voordat het apparaat wordt ingeschakeld of alle delen van het apparaat stevig zijn vastgeschroefd.
■ Bevestig snijbladen zo dat ze niet kunnen loskomen tijdens het gebruik.

6.1 Dubbele draagharnas omdoen (10)

Ga bij het omdoen van het dubbele draagharnas te werk volgens de afbeelding (10).

  • Gebruik bij de maaiwerkzaamheden altijd een draagharnas.
    Haak het apparaat pas vast, nadat u de motor heeft gestart en deze stationair draait.

6.2 Motor starten/stoppen

6.2.1 Informatie bij de motorwerking

Voor het starten

Leg de bosmaaier vlak en uit de buurt van obstakels op de grond. Het maagereedschap mag geen voorwerpen raken en niet op de grond rusten.

Tijdens het starten

■ Ga niet op de steel staan, om beschadiging van de steel en de door de steel lopende hoekoverbrenging te voorkomen.
Zorg dat u stabiel staat en houd de bosmaai-er stevig vast aan de behuizingsflens.

Standen van de chokehendel

CHOKERUN

Koude start (chokehendel op stand CHOKE)

Wanneer de motor koud is, d.w.z. wanneer deze langer dan 5 minuten niet heeft gedraaid, wordt een "koude start" uitgevoerd.

Warme start (chokehendel op stand RUN)

Wanneer de motor nog op bedrijfstemperatuur is, d.w.z. kort nadat deze is uitgeschakeld, wordt een "warme start" uitgevoerd. Hierbij wordt de choke niet gebruikt.

6.2.2 Koude/warme start uitvoeren (11, 12)

OPMERKING Met de „Ready to Start“-functie staat de Aan-/Uit-schakelaar altijd op stand AAN. Druk de Aan-/Uit-schakelaar naar UIT om het apparaat te stoppen. Na de bediening van de schakelaar beweegt die automatisch weer terug naar de stand AAN.

OPMERKING Automatisch terugzetten van de chokehendel. In geval van een onmiddellijke start van de motor beweegt de chokehendel door bediening van de gashendel automatisch terug naar de epositie RUN.

Koude start

  1. Draai de chokehendel (11/1) naar de stand CHOKE (11/a).
  2. Druk de brandstoftoevoerknop (11/2) 7- tot 10-maal kort en stevig in.
  3. De motor starten:

■ Duw het apparaat met een hand stevig tegen de grond.
■ Trek met de andere hand de starchendel (11/3) eerst voorzichtig en langzaam uit, tot een weerstand voelbaar wordt. Trek de greep dan krachtig en snel omhoog, tot u weer een weerstand voelt (ca. 1 armlengte).
■ Laat het startkoord oprollen, echter zonder de handgreep los te laten.
■ Bovenstaande stappen meerdere keren herhalen totdat de motor start.

  1. Laat de motor een aantal minuten warmdraaien.
  2. Draai de chokehendel naar de stand RUN (11/b).

Warme start

Wanneer de motor nog op bedrijfstemperatuur is, d.w.z. kort nadat deze is uitgeschakeld, wordt een "warme start" uitgevoerd. Hierbij wordt de choke niet gebruikt.

  1. (Optioneel) Chokehendel (11/1) naar stand CHOKE draaien en meteen weer terugdraaien naar de stand RUN. Het automatische halfgas is ingesteld.

■ Duw het apparaat met een hand stevig tegen de grond.
■ Trek met de andere hand de starchendel (11/3) eerst voorzichtig en langzaam uit, tot een weerstand voelbaar wordt. Trek de greep dan krachtig en snel omhoog,

tot u weer een weerstand voelt (ca. 1 armlengte).

■ Laat het startkoord oprollen, echter zonder de handgreep los te laten.
■ Bovenstaande stappen meerdere keren herhalen totdat de motor start en blijft lopen.

Motor draait

De motor draait nu met een stationair toerental. Opmerking: Druk de gashendel (12/1) in wan- neer de motor niet meer rustig en constant draait. Met de blokkeertoets (12/3) kan het motortoeren- tal vast ingesteld worden.

Motor stoppen

  1. Gashendel (12/1) loslaten en motor stationair laten draaien.
  2. Zet de Aan/Uit-schakelaar (12/2) op STOP en houd hem een paar seconden vast.
  3. Wacht tot het maagereedschap tot stilstand is gekomen.

6.3 Snelactiveringsmechnanisme bedienen (17)

  1. Stevig aan de oranje riem (17/1) trekken (17/a).

Het apparaat glijdt samen met de karabijnhaak (17/2) uit de houder en valt op de grond.

7 WERKHOUDING EN WERKTECHNIEK

7.1 Werken met draadkop

7.1.1 Trimmen

Kantel het apparaat iets naar voren en beweeg dit met gepaste en gelijkmatige snelheid van links naar rechts.
■ De beste resultaten worden verkregen als er droog gras wordt gemaaid.
■ Haal de snijdraad niet pal langs muren en tegels, op deze manier zal het snijdraad snel afslijten.
■ Hoog gras en dichte begroeiing kan het best trapsgewijs worden gemaid, zodat de draadspoel niet verstopt raakt.
■ Pas het motortoerental en de maaihoogte altijd aan volgens de omstandigheden ter plekke. Bij een te laag motortoerental kan er maaisel in het snijwerktuig verward raken of klem komen te zitten.
■ Wanneer er gras, takken of andere voorwerpen in het snijwerktuig vast komen zitten of als het apparaat ongewoon sterk gaat trillen,

zet de motor dan meteen uit en controleer het apparaat.

■ Een geblokkeerde haakse aandrijving kan koppelingsschade veroorzaken.
De snijdraad zal na uitzetten van het draadspoelopzetstuk nog even blijven draaien. Wacht dan totdat de spoel stil staat voordat u het apparaat weer aanzet.
■ Als de draadspoel leeg is, moet de snijdraad worden vervangen.

7.1.2 Maaidraad verlengen tijdens het bedrijf (13)

De maaidraad wordt korter tijdens het gebruik en rafelt uit.

  1. Laat de motor vol gas draaien.
  2. Draadkop (13/1) herhaaldelijk op het gazon tikken (13/a). Daardoor wordt een stuk nieuwe maaidraad van de draadspoel afgewikkeld en het verbruikte draadeinde afgesneden door de draadafsnijder (13/2).

7.2 Werken met mesblad

7.2.1 Terugslageffect voorkomen

Zorg voor een stevige stand. Zet uw voeten in een comfortabele spreidstand neer en houd altijd rekening met een eventuele terug-slag.
■ Voor het begin van het snijden moet het snijblad het totale werktoerental hebben bereikt.

7.2.2 Maaien

Kantel het apparaat iets naar voren en beweeg dit met gepaste en gelijkmatige snelheid van rechts naar links. Op deze manier komt het maaisel terecht op het zojuist gemaaide oppervlak.
■ Hoog gras en dichte begroeiing kan het best trapsgewijs worden gemaid. Kort dan eerst het bovenste gedeelte van het te maaien materiaal in, door het apparaat naar rechts te bewegen. Haal het apparaat vervolgens in de teruggaande beweging naar links en maai het onderste gedeelte.
Maai hellingen bij voorkeur in stroken. Maai een strook parallel aan de helling; ga dan over het gemaaide gedeelte terug en maai de volgende strook.
■ Pas het motortoerental en de maaihoogte altijd aan volgens de omstandigheden ter plekke. Bij een te laag motortoerental kan er maaisel in het snijwerktuig verward raken of klem komen te zitten.

■ Wanneer er gras, takken of andere voorwerpen in het snijwerktuig vast komen zitten of als het apparaat ongewoon sterk gaat trillen, zet de motor dan meteen uit en controleer het apparaat.
■ Een geblokkeerde haakse aandrijving kan koppelingsschade veroorzaken.
Vastgeklemd maaisel mag nooit worden verwijderd terwijl het snijblad nog draait. Wacht dan totdat het mesblad stilstaat.
Als het mesblad bot, ingekerfd of verbogen is, moet dit altijd door een origineel reserve-onderdeel worden vervangen.

8 ONDERHOUD EN VERZORGING

⚠ GEVAAR! Levensgevaar door ondeskundig onderhoud. Onderhoudswerkzaamheden door ongekwalificeerd personeel en het gebruik van niet toegestane reservedelen kunnen tijdens het gebruik tot zeer ernstig letsel leiden, tot de dood toe.

■ Verwijder geen veiligheidsinrichtingen en stel deze nooit buiten werking.
- Gebruik uitsluitend originele, toegelaten reservedelen.
Zorg door regelmatig en deskundig onderhoud ervoor, dat het apparaat steeds in een functionele en schone staat verkeert.

⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken.

Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd beschermende handschoenen!

Correct onderhoud is noodzakelijk, om de functionaliteit en de veiligheid van het apparaat in stand te houden. Let hierbij op de volgende punten:

■ Voer uitsluitend onderhoudswerkzaamheden uit, wanneer u beschikt over de benodigde kennis en gereedschappen.
■ Wacht tot de motor geheel is afgekoeld.
Vervang versleten of defecte onderdelen uit-sluitend door originele reservedelen van de fabrikant.
U mag geen onderhoudswerkzaamheden uitvoeren, die niet in deze gebruikshandleiding worden beschreven. Neem hiervoor contact op met een erkende servicewerkplaats. Bij

het niet opvolgen van deze aanwijzingen vervalt de garantie van de fabrikant.

De intervallen voor de genoemde onderhoudswerkzaamheden vindt u in het onderhoudsschema (Onderhoudsschema).

Gebruik altijd uitsluitend toegestane maagereedschappen (Toegestane maagereedschappen)!

8.1 Snijdraad vervangen (14)

  1. Draaiknop (14/1) zodanig draaien dat de pijlen (14/2, 14/3) op één lijn liggen.
  2. Snijdraad zo ver in de opening (14/4) duwen dat hij aan beide zijden van de draadkop even lang is.
  3. Snijdraad in de draadkop draaien: Draaiknop (14/1) zo lang in de richting van de pijlen (14/5) draaien dat de snijdraad aan beide zijden nog ca. 10 cm uit de draadkop steekt.

8.2 Luchtfilter reinigen/vervangen (15)

LET OP! Gevaar voor beschadiging van de motor. Het gebruik van de motor zonder luchtfilter leidt tot ernstige beschadiging van de motor!

  • Gebruik het apparaat nooit zonder luchtfilter.
    ■ Reinig het luchtfilter regelmatig.
    ■ Vervang een beschadigd luchtfilter.

  • Luchtfilter demonteren:

Draai de bevestigingsschroef (15/1) van het luchtfilterhuis los, tot het deksel van het luchtfilterhuis (15/2) los zit.
■ Neem het deksel van het luchtfilterhuis weg.
■ Trek de filterspons (15/3) los van het rooster (15/4).

  1. Reinigen van de filterspons (15/3):

■ Knijp de filterspons uit en was deze met water en zeep schoon. Gebruik hierbij geen benzine of andere oplosmiddelen!
■ Laat de filterspons goed drogen, totdat deze geen water meer bevat. Een vochtig filter kan ertoe leiden, dat de motor moeilijk start.

  1. Wis het filterhuis grondig schoon met een poetsdoek.
  2. Vervangen van de filterspons (15/3):

■ Vervang de filterspons wanneer deze niet meer elastisch is, of uit elkaar valt.

  1. Luchtfilter monteren:

■ Steek de filterspons (15/3) op het rooster (15/4).

Plaats het deksel van het luchtfilterhuis (15/2) en houd het op zijn plaats.
Draai de bevestigingsschroef van het luchtfilter (15/1) vast, tot het deksel van het luchtfilterhuis stevig is bevestigd.

8.3 Brandstofffilter controleren/vervangen

Het viltachtige brandstofffilter bevindt zich in de brandstoftank en is op de zuigkop gestoken. Wanneer het brandstofffilter verhard, vervuild of verstopt is, stroomt minder benzine naar de motor. In dit geval moet het brandstofffilter worden vervangen.

Wij raden aan deze klus door een erkende servicewerkplaats te laten uitvoeren.

8.4 Bougie onderhouden (16)

  1. Bougie demonteren:

■ Trek de bougiedop (16/1) los.
Draai de bougie (16/3) met behulp van een bougiesleutel (16/2) uit de motor.

  1. Beoordelen van de bougie:

■ Wanneer de bougie roodbruin is: De motor werkt correct en de bougie is in orde. Indien nodig: Borstel de bougie voorzichtig schoon met een staalborstel (16/4).
■ Wanneer de bougie is aangetast door roet of olie, is aangekoekt of deels gesmolten, of overbrugd zijn: De bougie is defect. Vervang de bougie door een nieuwe exemplaar. Gebruik het voorgeschreven type bougie (zie Technische gegevens).
■ Wanneer de bougie na kort gebruik weer defect is, moeten de motor en de afstelling van de carburateur worden gecontroleerd door een erkende servicewerkplaats.

  1. Controleren van de elektrodenafstand:

■ Controleer met een voelermaat (16/5), of de elektrodenafstand (16/6) 0,6 - 0,7 mm bedraagt. Wanneer dit niet het geval is, kunt u de elektroden voorzichtig naar elkaar toe tikken of uit elkaar buigen.

  1. Wanneer de voorgeschreven vervangingsinterval is bereikt of de bougie defect is:

■ Vervang de bougie door een nieuwe exemplaar. Gebruik het voorgeschreven type bougie (zie Technische gegevens).

  1. Bougie monteren:

■ Let erop, dat de afdichtring (16/7) om de bougie ligt.

■ Schroef de bougie met hand weer in de motor en trek deze daarna vast met een bougiesleutel (aanhaalmoment 12 - 15 Nm).
■ Steek de bougiedop weer stevig op de bougie.

8.5 Stationaire instelling

Het snijgereedschap mag niet bewegen als de motor stationair draait. Als het snijgereedschap beweegt wanneer de motor stationair draait, dient u beslist contact op te nemen met uw dealer om de motor correct te laten afstellen.

8.6 Onderhoudsschema

Volgende werkzaamheden mogen door de gebruiker zelf worden uitgevoerd. Alle overige onderhouds-, service- en reparatiewerkzaamheden moeten door een erkende service reparatiewerkplaats worden uitgevoerd.

OPMERKING Bij zware belasting en bij ho- ge temperaturen kunnen kortere onderhoudsin- tervallen nodig zijn dan in de tabel hierboven zijn vermeld.

Activiteiteenma-lig na 5 be-drijfsu-renvoor elk ge-bruikweke-lijkselke 50 be-drijfs urenelke 100 be-drijfsu-renindien nodigvoor maaisei-zoen, jaarlijksom de 5 jaar
Carburateur
Stationair bedrijf con-trolerenX
Luchtfilter
reinigenX
vervangenX
Bougie
Elektrodenafstand con-troleren, indien nodig bijstellenX
vervangenXX
Koelluchtinlaat
reinigenXXX
Geluiddemper
Visuele en fysieke in-spectieX
Brandstoftank
reinigenXX
Brandstofffilter
vervangenX
Bedieningselementen
Aan/uit-schakelaar, vergrendelknop, ga-shendel, starterkoordX
Alle bereikbare schroeven (behalve stelschroeven)
aandraaienXXX
Gehele apparaat
Visuele en fysieke in-spectieX
reinigenXXX

9 HULP BIJ STORINGEN

⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen kunnen letsel veroorzaken.

Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd beschermende handschoenen!
■ Schakel het apparaat uit!

OPMERKING Neem contact op met onze klantenservice bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen.

StoringOorzaakMaatregel
Motor start niet of moeizam.De motor is op onjuiste wijze ge-start.zie Hoofdstuk 6.2 "Motor starten/stoppen", pagina 47
De bougie is vervuild, defect of de elektrodenafstand klopt niet.zie Hoofdstuk 8.4 "Bougie onderhou-den (16)", pagina 50
Het luchtfilter is vervuild.zie Hoofdstuk 8.2 "Luchtfilter rein-gen/vervangen (15)", pagina 50
Het brandstofffilter is versleten.Brandstofffilter controleren/vervan-gen (16)
De afstelling van de carburateur is onjuist.Neem contact op met een erkende servicewerkplaats.
Chokehendel staat in stand CHOKE.Schuif de chokehendel in stand RUN.
De motor start, maar heeft maar weinig vermogen.Chokehendel staat in stand CHOKE.Schuif de chokehendel in stand RUN.
Het luchtfilter is vervuild.zie Hoofdstuk 8.2 "Luchtfilter rein-gen/vervangen (15)", pagina 50
Het brandstofffilter is versleten.Brandstofffilter controleren/vervan-gen (16)
De afstelling van de carburateur is onjuist.Neem contact op met een erkende servicewerkplaats.
Motor loopt onregelmatigen het toerental neemtniet toe wanneer gaswordt gegeven.De bougie is vervuild, defect ofde elektrodenafstand klopt niet.zie Hoofdstuk 8.4 "Bougie onderhouden (16)", pagina 50
De afstelling van de carburateuris onjuist.Neem contact op met een erkendeservicewerkplaats.
Motor stoot veel,blauwachtige rook uit.Oliegehalte in benzine-oliemengsel te hoog.Vul de brandstoftank met een benzi-ne-oliemengsel met een juistemengverhouding,Maak een benzine-oliemengsel aanen tank het apparaat vol
De afstelling van de carburateuris onjuist.Neem contact op met een erkendeservicewerkplaats.
De motor begint abnormaal sterk te trillen.Onderdelen van het apparaat/demotor zijn losgeraakt en/of zijnbeschadigd.1. Stop de motor.2. Controleer het apparaat op be-schadigingen.3. Bougie controleren, zie Hoofdstuk 8.4 "Bougie onderhouden(16)", pagina 504. Neem contact op met een er-kende servicewerkplaats.

10 TRANSPORT

Transporteren van het apparaat tussen twee werkplekken

  1. Motor uitzetten.
  2. Plaats de transportbescherming over het mesblad.
  3. Houd de bosmaaier stevig vast aan het motorblok en aan de handgreep.
  4. Begeef u voorzichtig naar de volgende werkplek. Breng dieren en personen niet in gevaar.

Apparaat in een voertuig transporteren

  1. Indien mogelijk: Maak de brandstoftank leeg door de motor te laten draaien.
  2. Motor uitzetten.
  3. Plaats de transportbescherming over het mesblad.
  4. Voorkom dat het apparaat tijdens het rijden omvalt en zo benzine-oliemengsel morst:

Leg het apparaat zo neer, dat de dop van de brandstoftank omhoog wijst. De dop moet stevig op de brandstoftank zijn gedraaid.
■ Zet het apparaat vast op de vloer.

11 OPSLAG

Wanneer u de machine langer dan 2 à 3 maanden niet gaat gebruiken, moeten de volgende werkzaamheden worden uitgevoerd, om beschadigingen te voorkomen:

  1. Maak de brandstoftank leeg:

Laat de motor draaien totdat deze vanzelf stopt. Zo is er in de brandstoftank en in de carburateur geen benzine-olie-mengsel meer aanwezig en kunnen er zich geen afzettingen vormen.

  1. De machine reinigen:

■ Wis de gehele machine en de bijbehorende accessoires schoon met een poetsdoek. Gebruik hierbij geen benzine of andere oplosmiddelen.

■ Verwijder eventueel vuil uit alle openingen in de machine (bijv. koelopeningen voor de motor).

  1. Cilinder smeren:

■ Laat de machine volledig afkoelen.
■ Bougiestekker verwijderen en bougie losdraaien.
- Druppel een klein beetje olie in de opening voor de bougie.

■ Trek langzaam aan de starthandgreep, zodat de zuiger beweegt en de olie in de cilinder wordt verdeeld.
■ Schroef de bougie weer vast en plaats de bougiedop.

  1. Plaats de transportbescherming over het mesblad.

  2. Apparaat op een zo droog mogelijke plaats opbergen.

⚠️ VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. Als kinderen en onbevoegden tijdens de opslag toegang tot het apparaat hebben, is er gevaar op letsel.

■ Bewaar het apparaat op een plek die ontoegankelijk is voor kinderen en onbevoegde personen.

12 VERWIJDEREN

ISEKI 130MT - VERWIJDEREN - 1

Benzine en motorolie horen niet bij het gewone huisvuil of in de riolering, maar moeten afzonderlijk worden weggedaan!

■ Voordat de machine wordt afgedankt moeten de brandstof- en de motorolietank worden geleegd!

■ Verpakking, apparaat en toebehoren zijn vervaardigd van materialen die voor hergebruik geschikt zijn. Verwijder deze daarom dienovereenkomstig.

13 AANVULLENDE INFORMATIE OVER CO2-WAARDEN

Volgens artikel 43 lid 4 van de EU-verordening nr. 2016/1628 zijn wij verplicht de CO₂-waarde te verstrekken die in het kader van de EU-type-goedkeuringsprocedure is vastgesteld.

De CO₂-waarden van de motoren met EU-type-goedkeuring zijn op https://www.al-ko.com/shop/media/al-ko-engines/co2.pdf gepubliceerd.

Deze CO 2 -meting is het resultaat van het testen van een basismotor die representatief is voor het motortype of de motorfamilie in een vaste testcyclus onder laboratoriumomstandigheden en vormt geen uitdrukkelijke of impliciete garantie voor de prestaties van een bepaalde motor.

14 KLANTENSERVICE/SERVICE CENTRE

Voor vragen over garantie, reparatie of reserve-onderdelen kunt u contact opnemen met het dichtstbijzijnde AL-KO service centre. Deze vindt u op internet op het volgende adres: www.al-ko.com/service-contacts

15 GARANTIE

Eventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefouten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door levering van een vervangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft.

Onze garantie geldt alleen bij:

■ naleving van deze gebruiksaanwijzing
■ Deskundig gebruik
■ Gebruik van originele reserveonderdelen

De garantie vervalt bij:

■ Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen
■ Eigenhandig aangebrachte technische wijzigingen
- Gebruik voor andere doeleinden dan het gebruiksdoel

Van de garantie zijn uitgesloten:

■ lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik
■ Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduid
Verbrandingsmotoren (hierop zijn de garantiebepalingen van toepassing van de betreffende motorfabrikant)

De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de datum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naar de dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.

TRADUCTION DE LA NOTICE D'UTILISATION ORIGINALE

Table des matières

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : ISEKI

Model : 130MT

Categorie : Borstelmaaier