MURRAY 385048X51 - Zitmaaier

385048X51 - Zitmaaier MURRAY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 385048X51 MURRAY in PDF-formaat.

📄 132 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice MURRAY 385048X51 - page 37
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over 385048X51 MURRAY

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Zitmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 385048X51 - MURRAY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 385048X51 van het merk MURRAY.

GEBRUIKSAANWIJZING 385048X51 MURRAY

BELANGRIJK: De volgende pictogrammen bevinden zich op uw machine of in deaar-bijbehorende literatuur. Voordat u de machi-neGaat bedieren, moet u de betekenis en het doel van elk pictogram leren begrijpen.

OPMERKING: Illustrations en pictogrammen beginnen op pagina 2.

Veiligheids- en waarschuwings-pictogrammen (Figuur 23)

1 Waarschuwing.
2 BELANGRIJK: Lees de gebruiksaanwijzing voordat u deze machine gaat bedieren.
3 WAARSCHUWING: Uitgeworpen voorwerpen. Houdt omstanders op afstand. Lees de gebruiksaanwijzing voordat udezemachine gaat bedieren.
4 WAARSCHUWING: Gebruik deze machine Niet op hellingen van meer dan 10 graden.
5 GEVAAR: Houdt omstanders en vooral

kinderenuitdebuurt van de machine.

6 GEVAAR: Dit is geen trede.
7 GEVAAR: Houd voeten en handen uit de buurt van draaiende messen.
8 GEVAAR: Verwijder de bougiekabel van de bougie voordat u onderhoud aan de machineuitvoert.
9 WAARSCHUWING: Heet oppervlak.
10 WAARSCHUWING: Wees voorzichtig bij het aansluiten en loskoppelen van accessoires.
11 WAARSCHUWING: Vingers können bekneld raken.
12 BELANGRIJK: Volg de instructies in de Handleiding om het maaibehuizing horizontaal te zetten.
13 WAARSCHUWING: zolang de motor draait, dient uuit de buurt van het mes blijven.

Bedieningspictogrammen (Figuur 24)

1 Starten van de motor
2 Lichten
3 Latendraiaen van de motor
4 Stopen van de motor
5 Latendraiaen van de motor
6 Rem
7 Handrem
8 Koppeling
9 Langzaam
10 Snel
11 Choke
12 Olie
13 Bediening mesrotatie
14 Omhoog brengen
15 Brandstof

BRIGGS & STRATTON CORPORATION EIGENAAR GARANTIEPOLITIEK

Geldig vanaf 1 januari 2006, verrangt alle ongedateerde Garanties en alle Garanties gedateerd vór 1 januari 2006.

GARANTIEBEPALINGEN

Briggs & Stratton zal zonder berekening elk onderdeel, of onderdelen van het product verrangen dat defect is in materiaal of bewerking of beide. Transportkosten voor producten die zich ingezonden voor reparatie of verranging met betrekking tot deze garantie komen ten lapse van de koper. Deze garantie hebts betrekking op de tijsduur en is onderhevig aan de hieronder afgedrukte voorwaarden. Voor garantieservice dient U de dichtstbijzijnde Geauthoriseerde Service Dealer te vinden in unsere "dealer locator" kaart op www.murray.com.

ER IS GEEN ANDERE EXPLICIETE GARANTIE. INBEGREPEN GARANTIES, INCLUSIEF DIE VAN VERKOOPBAARHEID EN GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL ZIJN BEPERKT TOT EEN JAAR VANAF AANKOOP, OF TOT DIE OMVANG DIE DOOR DE WET IS TOEGESTAAN. ALLE INBEGREPEN GARANTIES ZIJN UITGESLOTEN. AANSPRAKELIJKHEID VOOR INCIDENTELE-OF GEVOLGSCHADES ZIJN UITGESLOTEN VOOR ZOVER DEZE UITSLUITING WETTIG IS TOEGESTAAN. Sommige rechtsgebieten staan geen beperking toe met betrekking tot hoe lang inbegrepen garantie duurt, en sommige rechtsgebieten staan geen uitsluitig toe met betrekking tot incidentele- of gevolgschades, dus de bovenvermelde beperkingen en uitsluitingen konnen möglichn nicht op U van toepassing+zijn. Deze garantie geeft U bepaalde specifieke rechten en U kunt möglichn andere rechten haben die van rechtsgebied tot rechtsgebied variieren.

GARANTIE TERMEN

Merk / Unit

Consument

Gebruik

Commercieel

Gebruik

Omstandigheid van

Garantie Termijn

Zitmaiaers / Tractors 2aar 90ragen

De garantiperiode begint op de dag van aankoop van de eerste detailhandelconsument of commerciele eindgebruiker en gaat door voor de tijdsperiode in bovenstaande tabel. "Consumentengebruik" betekent persoonlijk huishoudelijk gebruik door een detailhandelconsument. "Commercial gebruik" betekent elk ander gebruik, inclusief inkomen verschaffend gebruik of verhuurdoeleinden. Als een product eenmaal commercieel gebruikt is, dan zaDealne daarna voor deze garantie als commercieel gebruikt worden beschouwd.

Er is geen garantieregistratie nodig om garantie te verkrijgen op Murray producten. Bewaar uw aankoopnota. Indien u geen bewijs van de eerste aankoopdatum kunt overlegg den het moment dat om garantieservice verzocht wordt, dan za de fabricagedatum van het product gebruikt worden om de garantieperiode te bepalen.

OVER UW GARANTIE

Wij verwelkommen garantiereparatie en verontschuldigen ons voor het ongemak. Elke geauthoriseerde Service Dealer kan garantiereparaties uitvoeren. De meeste garantiereparaties zullen routinematig worden uitgevoerd, maar soms konnen verzoeken om garantieservice Niet gerechtvaardigd+zijn. Bijvoorbeeld, garantieservice is Niet van toepassing indien de schade aan het product het gevolg is van misbruik, gebrek aan routinematig onderhoud, verzending, behandeling, opslag of verkeerde installmentie. Evenzo is garantie ont geldig indien het seriENUMmer van het product verwijderd is of indien het product gewijzigd of gemodificeerd is.

Deze garantie dekt uitsluitend met het product verbandhoudende materialen. Om misverstanden die tussen dealer en klant hunnen ontstaan te voorkomen,+zijn hieronder enkele oorzaken van het defect raken van een product opgenoemd die Niet onder garantie worden gedekt.

Normale Sijtage: Door petite motoren aangedreven machines hebben, net als alle mechanische apparaten, periodiek onderhoud en verranging van onderdelen nodig om goed te presteren. Garantie dekt geen reparaties wonneer normalaag bebruik de levensduur van het product of onderdeel heeft uitgeput.
Installatie: Deze garantie is nicht van toepassing op producten die onderhavig zich geweest aan verkeerde of zich geauthoriseerde installmentie, verandering of modificatie. Noch installations die starten voorkomen of onbevredigende motorprestaties verroorzaken.
Verkeerd Onderhoud: De levensduur van deze machine hangt af van de omstandigheden waaronder deze werkt, evenals het onderhoud dat wordt uitgevoerd. Aanbevolen onderhoud en afstelintervallen zijn afgedrukt in de Gebruiksaanwijzing. Vaak worden producten zoals grondfrezen, kanentmaaiers en cirkelmaaiers gebruikt in stoffige omstandigheden, waardoor wat lijkt op voortijdige slijtage kan optreden. Zulke slijtage, indien veroorzaakt door stof, vuil of ander schurend materiaal dat het product kan binnendringen door verkeerd onderhoud, worden Niet door garantie gedekt. De garantie za geen reparaties dekken die het gevolg zichn van verrangingsonderdelen die nicht-origineel geproduceerde onderdelen zichn.
Verkeerde en/of onvoldoende brandstof of smering: Deze garantie dekt geen schade door het gebruik van verouderde brandstof, of gemanipuleerde benzines. Schade aan de motor of motorcomponenten, zoals verbrandingskamer, kleppen, klepzetels, klepgeleiders, verbrande startmotor-wikkelingen verroorzaakt door alternatieve brandstoffen zoals LPG, aardgas, worden Niet gedekt tenzij de motor hiervoor is gecertificeerd. Onderden die zich ingelopen of gebroeken doordat het product was gebruikt met onvoldoende, verruilde of de verkeerde kwaliteit smeerolie, evenals productcomponenten die zich beschadigd door onvoldoende smering zichen nicht gedekt.
- Misbruikijdens gebruik: Het correcte gebruik van het product is vermeld in de gebruiksaanwijzing. Producten die beschadigd zijn door over toeren draaien, oververhitting, of gebruik in een afgesloten ruimte zonder voldoende ventilatie, producten die defect geraakt zijn door overmatige trillingen door een losse motorbevestiging, losse of Niet-gebalanceerde messen, aandrijvingen, over toeren draaien, of een kromme krukas door het raken van een vast voorwerp, schade of storing ten gevolge van ongelukken, misbruik of verkeerde service of vestrarring of chemische verrorming, evenals gebruik buiten de aanbevolen capaciteiten als aangegeven in de gebruiksaanwijzing worden nicht gedekt.
Routinematig onderhoud, slijtdelen of afstellen: Deze garantie sluit slijtdelen zoals olie, snaren, messen, O-ringen, filters enz.uit.
Overige uitsluitingen: Reparatie of afstellenen voor onderdelen die Niet zich gefabricieerd door de Briggs & Stratton Corporation, zich Niet gedekt, raadpleeg de garantie voor de betreffende fabrikanten. Deze garantie sluit defecten uit die het gevolg zich van natuurrampen en andere overmacht die Niet binnen de macht van de fabrikant ligt. Ook zich gebruikte, gereviserde en demonstratieproducten uitgesloten.

Garantieservice is uitsluitend beschikbaar via Geautoriseerde Servicedealers. U kunt uw dichtstbijzijnde dealer vinden in once "locator map" bij www.murray.com.

INFORMATIE VOOR DE EIGENAAR

Ken uw machine: Als u de machine en de werkung ervan begrijpt krijt u de Beste resultaten. Vergelijk de illustraties van de machine met de werkelijkheid, verwijl u deze handleiding doorleest. Leer der werkung van de bedieningselementen en waar ze zich bevinden. Volg de bedieningsaanwijzingen en de veiligheidsregels om een ongeluk te voorkomen. Bewaar deze handleiding om hem later te konnen raadplegen.

MURRAY 385048X51 - INFORMATIE VOOR DE EIGENAAR - 1

WAARSCHUWING: Let op! Dit symbol duidt op belangrijke veiligheidsmaatregelen. Dit symbol betekent: "Let en pas op! Uw verilgheid kan in gevaar zich."

Verantwoordelijkheid van de eigenaar

MURRAY 385048X51 - Verantwoordelijkheid van de eigenaar - 1

WAARSCHUWING: Dit is een snijdende machine die in staat is handen en voeten te amputeren en voorwerpen weg te slinge-

ren. Veronachtzaming van de volgende veiligheidsaanwijzingen kan resulteren in ernstig letsel of dedood voor de bestuurder en omstanders.

Het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar om de onderstaande aanwijzingen op te volgen.

VEILIGEBEDIENING

Voor rijdende zitmaaiersmet roterende messen

Training

  1. Lees de instructies nauwkeurig. Wees vertrouwd met de bediening en het juiste gebruik van de machine.
  2. Sta nooit toe dat kinderen of mensen die nicht bekend zijn met denen instructies de machine gebruiken. Lokale regels hunnen een minimum leeftijd voor de bestuurder voorschrijven.
  3. Maai nooit als er omstanders, in het bijzonder kinde- ren, of huisdieren in de buurt+zijn.
  4. Onthoud dat de bestuurd er gebruiker verantwoordelijk is voor ongevalen of bootstelling aan gevaar aan derden of hun bezittingen.
  5. Neem nooit passagiers mee.
  6. Alle bestuurders要去en ervoor zorgen dat ze professionele en practische instructie krijgen. Zulke instructie要去 nadruk leggen op:

a. deoodzaak voor behoedzaamheid en concentratie bij het werken met zitmaaiers;
b. de contrôle over de machine die gaat glijden op een helling kan nicht worden herkregen door de rem te gebruiken. De belangrijkste redenen voor het verliezen van contrôle zijn:

onvoldoende grip op de wielen;
- te snel rijden;
verkeerd remmen;
- het soort maaier is ongeschikt voor de taak;
onbekendheid met de grondcondities, in het bijzonder hellingen;
verkeerd optrekken en verkeerde la-dingsverdeling.

Voorbereiding

  1. Draagijdens het maaien altijd stevige schoenen en 7101912

een lange broek. Bedien de machine Niet met blote voeten of met sandalen aan.

  1. Onderwerp het te maaien gebied aan een grondige inspectie en verwijder alle voorwerpen die door de machine uitgeworpen zouden+kennen.

a. Bewaar brandstof incontainers die special voor dit doel ontworpen zijn
b. Voeg benzine toe in de frisse lucht en rook nicht.
c. Voeg benzine toe voordat u de motor aanzet. Verwijder nooit de benzine tankdop of voeg benzine toe terwijl de motor loopt of nog heet is.
d. Als er benzine gemorst is, mag u de motor nicht starten, maar要去 de machine van de plek met de gemorste benzine verwijderen en voorkomen dat er een vonk kan optreden, totdat de benzine verdampt is.
e. Schroef alle doppen van benzine containers en tanks zorgvuldig vast.

  1. Vervang defecte geluidsdempers.
  2. Controller voor gebruik algid dat de messen, mesboute en snijestructie Niet versleten of beschadigd zijn. Vervang versleten of beschadigde bladen en bouten in parent zDat het evenwicht Niet verstoord worden.
  3. Bij machines met meertere bladen kan het draaien van een blad tot gevolg hebben dat andere bladen ook gaan bewegen.

Bediening

  1. Gebruik de machine nicht in een afgesloten ruimte, waar zich gevaarlijke koolmonoxyde dampen konnen ophopen.
  2. Maai alleen bij daglicht of goed kunstlicht.
  3. Voordat u de motor start, moet u alle mesassesoires loskoppelen en de koppeling in de neutrale stand zetten.
  4. Gebruik de machine Niet op hellingen van meer dan 10^
  5. Onthoud dat er geen "veilige" hellingen bestaan. Het rijden over grashellingen vraagt om speciale aan-dacht. Om omkantelen te voorkomen, moet u:

a. nied plotseling stoppen of optrekken, terwijl u omhoog of omlaag rijdt;
b. de koppeleng langzaam op latent komen en de motor altijd in de versnelling latent, vooral wenneer u de helling af rijdt;
c. langzaam rijden op hellingen en in scherpe bochten;
d. oppassen voor hobbels, kuilen en andere verborgen gezaren;
e. nooit loodrecht op hellingsrichting rijden, tenzij de maaier voor dit doel ontworpen is.

  1. Pas op bij het trekken van ladingen of het gebruiken van zwaar materieel.

a. Gebruik alleen de waarvoort bestemde trekha-ken.
b. Vervoer alleen ladingen die u kurz beheersen.
c. Maak geen scherpe bochten. Pas op bij het中断eruit schaken.
d. Gebruik tegengewichten of gewichten aan de wielen als dat in het Instructieboek worden aangeraden.

  1. Let op het andere verkeer bij het oversteken van wegen.
  2. Zet het roteren van de messen af voordat u over iets anders dan gras rijdt.
  3. Als u assesoires gebruikt, let er dan op dat er nooit materialia in de richting van omstanders geslingered

wordt. Laat nooit iemand in de buurt van de machine als deze aan het werken is.

  1. Bedien de maaier nooit als de beschemkappen ka-pot+zijn.De beschemkappen要去en alttijd op hun plaats zitten.
  2. Verander de instellenen van de regulateur van de machine Niet en voer hem Niet op. Het gebruiken van een machine bij te hove sleidid kan de kans op gevaar of persoonlijk letsel vergroten.

  3. Voordat u van de bestuurdersplaats afstapt, moet u a. de motor ontkoppelen en de assoesiores later zakken;

b. de motor in de neutrale stand zetten en de handrem aantrekken;
c. de motor afzetten en het contactsleuteltje verwiederen.

  1. Ontkoppel de assoesiores, stop de motor en trek de bougiekabel(s) los of verwijder het contactsleuteltje, voordat u

a. verstoppingen in de trechter of elders verhelpt;
b. de maaier controleert, reinigt of er aan wilt werken;
c. de maaier inspecteert nadat u een obstakel geraakt hebt. Voer, indien nodig, reparationsuit voordat u de machine opniew start en gebruikt;
d. de motor contrôle bij abnormaal trillen. (On-middelijk stoppen.)

  1. Koppel de assoesores los als u de maier Niet gebruikt of deze wilt transporteren.

  2. Zet de motor af en ontkoppel de assesseores voorat u

a. bezine bijvult;
b. de grasopvanger verwijdert;
c. de hoogte aanpast, tenzij dat vanaf de bestuurdersplaats kan geleuren.

  1. Neem gas terug aan het einde van de maaiactiviteiten. Draai de benzinekraan zich, indien de motor hiermee isuitgerust.
  2. Voordat u achechteruit rijdt, moet u waar achefteren en beneden kijken om u ervan te vergewissen dat er geenkleine kinderen in de buurt zich.
  3. Wees extra voorzichtig bij blinde hoeken, struiken, bomen of andere obstakels die het zich kannen wegnemen.

Onderhoud en opslag

  1. Bij machines met meertere messen kan het bewegen van een mes de andere messen ook inbeweging zieten. Wees voorlichtig!
  2. Als u de machine parkeert of weg zet, moet u het snijgedeelte van de machine lately zakken tenzij u het stut of vast zet.
  3. Zorg ervoor dat alle moeren, bouteen en schroeven vast aangedraaid zitten om er zeker van te zijn dat de machine in veilige staat verkeert.
  4. Parkeer de machine nooit met benzine in de tank, in een afgesloten ruimte waar de dampen met een vlam of vonk in aanraking hunnenkomen.
  5. Laat de motor afkoelen voorat u de machine in een afgesloten ruimte weg zet.
  6. Verwijder gras, bladeren en overmatig smeervet van de geluidsdemper, het accucompartment en van de benzine opslagplaats om gevaar voor brand te verminderen.
  7. Comtroleer de grasvanger regelmatig op slijtage.
  8. Vervang versleten of beschadigde onderdelen om veiligheidsredenen.
  9. Als het nodig blijdt de benzinetank af te tappen, moet dit in de frisse lucht gebeuren.

Alle bevestigingsmaterialen zitten in de zar met onderdelen. Gooi geen onderdelen of materiaal weg voordat de maier inelkaar gezet is.

MURRAY 385048X51 - Onderhoud en opslag - 1

WAARSCHUWING: Voordat u aan de maaier werk, moet u de bougiekabel lostrekken.

OPMERKING: In deze handleiding+zijn de termen links en rechts gebruikt vanuit het gezichtspunt van de berijder.

OPMERKING: Illustrations en pictogrammen beginnen op pagina 2.

OPMERKING: De bevestigingsmaterialen die u moet gebruiken om de volgende losse onderden te monteren, zich op ware grotte weergegeven in figuur 25.

Installeren van de voorwielen (Figuur 1)

Geruik een mes om de vier kanten van de container open te snijden. Plaats de voorwieten (1) in de container.

OPMERKING: Gebruik een bloc hout van ongeveer 1,25 m. lang om de Voorkant van de tractor omhoog te brengen. Als er geen hout aanwezig is kan iemand anders helpen om de tractor op te tillen. Pas op dat de tractor nicht valt.

  1. Til de Voorkant van de tractor op en leg het blok hout onder de tractor.
  2. Zorg ervoor dat het ventiel (2) aan de buitenkant komt te zitten. Schuif het voorwiel op de as (3).
  3. Maak bye voorwielen vast met een ring (4) en splitpen (5). Buig de=einden van de splitpen (5) om, zodate het voorwiel Niet van de as (3) afglijden kan.
  4. Als de voorwieten geinstalleerd zijn mag u de tractor van het bloc hout tilten enuit de container duwen.
  5. Plaats de wieldoppen (6), indien uw tractor daarmee uiterust is. Zorg ervoor dat de ringen (4) de wieldoppen (6) op hun plaats honden.

Installeren van de bestuurdersstoel (Figuur 2)

  1. Verwijder voorzichtig de plastic zak van de bestuurdersstoel (1).
  2. Plaats de gaten in de stoelscharnier (2) en de gaten in de stoe (1) over elkaar. Bevestig de stoe (1) aan de stoelscharnier (2) met de bevestigingsmaterialen (4) en (5).

  3. Controller de stand van de stoe (1). Maak de twee vleugelmoeren (5) los indien de stoe (1) ingesteld要去 worden. Schuif de stoe (1) maar voren of achefteren via de stoelinstelgaten (3). Maak de vleugelmoeren (5) waar vast.

Montage van het stuurwiel (Figuur 3)

  1. Zorg ervoor dat de voorwienenrecht staan.
  2. Schuif de kap (3) over de stuurstang (2). Zorg ervoor dat de uitstekende rand van de kap (3) aan de bovenkant zit.
  3. Schuif het stuurwiel (1) op de stuurstang (2).
  4. Maak het stuurwiel (1) vast aan de stuurstang (2) met schroef (4) en ringetje (6).
  5. Sommige modellen haben een optioneel plaatje (7) voor het stuurwiel in de zak met onderdelen. Bevestig het plaatje (7) in het midden van het stuurwiel (1).

Onderhoudsvrije accu (Figuur 4)

BELANGRIJK: Controller de datum op de accu voordat u de accukabels bevestigt. Deze datum geeft aan of de accu opgeladen要去 worden.

  1. De datum van de accu staat boven op de accu (1).
  2. Als de datum later is dan vandaag, hoeft de accu (1) Niet opgeladen te worden en kunnen de accukabels bevestigd worden. Zie "Installeren van de accukabels".
  3. Als de datum vroeger is dan vandaag,要去 de accu (1) opgeladen worden. Zie "Opladen van een onderhoudsvrijde accu".

Opladen van de accu (Figuur 4)

MURRAY 385048X51 - Opladen van de accu (Figuur 4) - 1

WAARSCHUWING: Rook nichtijdens het opladen van de accu. Houd de accuuitdebuurt van vonden.De

dampen van het accuzuur können een explosie veroorzaken.

  1. Verwijder de accu (1) en accubak (3).
  2. Verwijder de kapjes van de polen.
  3. Gebruik een acculader van 12 Volt om de accu op te laden (1). Laadt de accu op gedurende 1aar onder 6 Ampere. Als u geen acculader heeft, moet u de accu door een erkend service center lien opladen.
  4. Installer de accu (1) en accubak (3). Zorg ervoor dat de positieve (+) pool (4) aan de linker kant kommt te zitten.

Installeren van de accukabels (Figuur 4)

MURRAY 385048X51 - Installeren van de accukabels (Figuur 4) - 1

WAARSCHUWING: Om vonden te voorkomen,要去 de rode kabel me de positieve (+) pool verbinden voor

dat u de zwarte kabel aansluit.

  1. Verwijder de kapjes van de occupolen.
  2. Schuif het poolkapje (2) op de rode kabel (5). Bevestig de rode kabel (5) aan de positieve (+) pool (4) met de bevestiginsmaterialen (6) en (7).
  3. Bevestig de zwarte kabel (5) aan de negatieve (-) pool met de bevestiginsmaterialen (6) en (7).

Controleer de banden

Controller de bandenspanning. Banden met te veel lucht hebben tot gevolg dat de machine ruw rijdt. De verkeerde bandenspanning zal verder tot gevolg hebben dat de maaier onregelmatig maait. De juiste bandenspanning is: voor 0,97 BAR (14 PSI), awhile 0,69 BAR (10 PSI). Voor verscheping waren de banden extra opgeprompt.

Controleer de hoogte van de behuizing

Controleer of de maaihoogte gelijkmatig is. Maai een kort stukje en kijk aan het gemaaide oppervlak. Als de maaier Niet egaal maait, volg dan de instrukties onder "Richten van de maaierbehui-zing" in het hoofdstuk Onderhoud en Afstellen van deze handleiding.

In gereedheid brengen van de motor

OPMERKING: De motor was in de fabriek met olie bevuld. Controller het oliepeil en vul eventueel olie bij.

Zoek in de handleiding van de motorfabrikant op welk soort benzine en olie u moet gebruiken. Lees eerst de informatatie over veriligheid, bediening, onderhoud en opslag.

MURRAY 385048X51 - In gereedheid brengen van de motor - 1

WAARSCHUWING: Zoek in de handleiding van de motorfabrikant op welk soort benzine en olie u moet gebrui

ken. Gebruik.altijd een goedgekeurde jerrycan.Rook Niet tijdens het bijvullen van benzine.Zet de motor af en laat deze eerst enige minuten afkoelen.Bijvullen van benzine mag nooit in afgesloten ruimtes gebeuren.

Belangrijk! Voor het maaien moet u:

de motorolie feuien,
de tank met benzine vullen,
de bandenspanning controlleren,
de stand van de maaibehuizing controleren,
de accukabels bevestigen.

OPMERKING: Illustrations en pictogrammen beginnen op pagina 2.

Plaats van de bedieningselementen (Figuur 5)

Bediening van de mesrotatie (1): gebruik om de mesrotatie in werkig te zetten en te stoppen.

Koppelings/rempedaal (2): Het pedaal heeft twee functies. De eerste functie is als koppelingspedaal. De tweede functie is als rem.

Lichtschakelaar (3): De lichtschakelaar is het eerste gedeelte van de ontstekingsschakelaar. Draai, toenwijl de motor loopt, de sleutel in de stand voor het Licht.

Ontstekingsschakelaar (3): Gebruik de ontstekingsschakelaar om de motor te starten en te stoppen.

Versnellingshendel (4): Gebruik de versnellingshendel om de snelheid van de machine aan te passen.

Hoogte-installingshendel (5): Gebruik de hoogte-installingshendel om de maaihoogte in te stellen.

Handrem (6): Trek de handrem aan als u de bestuurdersplaats verlaat.

Gashendel (7): Gebruik de gashendel om de slenlheid van de motor te verhogen of te verlagen.

Assessoires

Deze machine kan gebruikt worden met meer-dere assoesores. Deze machine kan een gazonveger, beluchter of zaigoedverdeler trekken. Hij isECHTERNiet geschikt om assoesores te trekken die met de bodem in aanraking komen, zoals een ploeg, eg of cultivator.

Het maximale gewicht voor aanhangassessoires is 113kg

Gebruik van de gashendel (Figuur 5)

Gebruik de gashendel (7) om de snelheid van de motor te verhogen of te verlagen.

  1. De FAST stand is met een streepje remarkeerd. Zet de gashendel in de FAST stand voor normala gebruik en wanner u een gra-sopvangzak gebruikt. Met de motor in de FAST stand worden这让 het best gekoeld en de accu maximaal opgeladen.
  2. De regelateur is in de fabriek optimaal afgesteld. Verander de instelling nicht om de motor sneller te lien draaien.

Bediening van de mesrotatie (Figuur 5)

Gebruik deze hendel om de mesrotatie (1) in werkig te zetten en te stoppen.

  1. Voordat u de motor aanzet, moet u zich er van vergewissen dat de mesrotatiehendel (1) in de DISENGAGE stand staat.
  2. Zet de mesrotatiehendel (1) in de ENGAGE stand om de messen te lately draaien. OPMERKING: Als de motor afaaat werwiju de mesrotatie probeert aan te zetten, is het stoecontact Niet gesloten. Zorg er-. Voor dat u midden op de stoe zit.
  3. Zet de mesrotatiehendel (1) in de DISENGAGE stand om de messen te lately stoppen met draaien. Zorg ervoor dat de messen volledig stil staan voordat u de bestuurdersplaats verlaat.

7101912

  1. Zet de mesrotatiehendel (1) in de DISENGAGE stand voordat u een trottoir of een weg over steekt.

MURRAY 385048X51 - Bediening van de mesrotatie (Figuur 5) - 1

WAARSCHUWING: houd altijd uw handen en voeten uit de buurt van de messen, de uitworpopening en orbehuzing als de motor draait.

Gebruik van de versnellingshendel (Figuur 5)

Volg de aanwijzingen hieronder op om de slel-heid of richting van de maaier te wijzigen.

LET OP! Voordat u de versnellingshendel beweegt, moet u het koppelings/rempedaal volledig intrappen om de machine tot stilstand te brengen. Als de maaier nicht stil staat kan de tandwielkast beschadigen.

  1. Trap het koppelings/rempedaal (2) volledig in om de machine tot stilstand te brengen. Houd het pedaal ingedrukt.
  2. Zet de gashendel (7) in de SLOW stand.
  3. Zet de versnellingshendel (4) in een van de voorwaartse standen om vooruit te rijden. omchteruit te rijden要去 de versnellingshendel (4) in dechteruit stand staan.
  4. Laat het koppelings/rempedaal (2) langzaam opkomen en haal u voet er van af.
  5. Zet de gashendel (7) in de FAST stand.

Gebruik van de handrem (Figuur 5)

  1. Trap het koppelings/rempedaal (2) volledig in.
  2. Trek de handrem (6) omhoog.
  3. Haal uw voet van het koppelings/rempe-daal (2) af en LAST de handrem (6) wee los. Vergewis u ervan dat de handrem de machine op+zijnplaats houdt.
  4. Om de handrem (6) los te zieten, moet u het koppelings/rempedaal (2) volledig intrappen. De handrem zar automatisch los+komen.

MURRAY 385048X51 - Gebruik van de handrem (Figuur 5) - 1

WAARSCHUWING: Voordat u van de bestuurdersplaats afstapt, moet u de versnellingshendel in de neu-

trale (N) stand zetten, de handrem aantrekken, de mesbedieningshendel in de DISENGAGE stand zetten, de motor afzetten en het contactsleuteltje verwijdersen.

Instellen van de maaihoogte (Figuur 5)

Om de maaihoogte te veranderen, moet u de hoogte-instellingshendel (5) als volgt omhoog of olaag bewegen:

  1. Duw de hoogte-installingshendel (5) waar voren om de maaibehuizing te lately zakken enaar achteren om de maaierbehuiizing omhoog te brengen.
  2. Als u over een troattoir of weg rijdt, moet u de hoogte-installingshendel (5) in de hoogste stand zetten en de mesbedieningshendel in de DISENGAGE stand zetten.

De machine tot stilstand brengen (Figuur 5)

  1. Trap het koppelings/rempedaal (2) geheel\ aar voren om de machine te lately stoppen.\ Houd uw voet op het pedaal.
  2. Zet de mesbedieningshendel (1) in de DIS-ENGAGE stand.
  3. Zet de versnellingshendel (4) in de NEUTRALE stand.

  4. Trek de handrem (6) aan.

MURRAY 385048X51 - De machine tot stilstand brengen (Figuur 5) - 1

WAARSCHUWING: Vergewis u ervan dat de handrem de machine op+zijn plaats houdt.

  1. Zet de gashendel (7) in de SLOW stand.
  2. Zet de motor af door het contactsleuteltje (3) maar de OFF stand te draaien en verwijder het.

Transporteren van de machine

Volg de stappen hieronder om de machine te transporteren.

  1. Zet de mesbedieningshendel in de DISENGAGE stand.
  2. Zet de hoogte-instellingshendel in de hoogste stand.
  3. Zet de gashendel:tussen SLOW en FAST in.
  4. Zet de gashendel dichter bij FAST om sneller te rijden.

Bedieren van de maaierbehuizing BELANGRIJK: Als u de maaierbehuiizing bedient moet de gashendel.altijd in de FAST stand staan.

  1. Start de motor.
  2. Zet de hoogte-installingshendel in de stand die u wilt. Hoog of dik gras moet u eerst in de hoogste stand maaien. Daarna kurz u het in een lagere stand maaien.
  3. Zet de gashendel in de SLOW stand.
  4. Duw de mesbedieningshendel langzaam\ haar de ENGAGE stand.
  5. Trap het koppelings/rempedaal (2) geheel in.
  6. Zet de gashendel in een stand anders dan de SLOW stand. OPMERKING: Zet de versnellingshendel in de laagste stand als u dik gras aan het maaien bent of met een grasopvangzak werkt.
  7. Laat het koppelings/rempedaal langzaam opkomen.
  8. Zet de gashendel in de FAST stand. Als u sneller of langzamer wilt gaan, moet u de machine stoppen en met behulp van de versnellingshendel een andere snugheid uiktiezen.
  9. ControllerDat de maaihoogte nog steeds juist is.Maai een korte afstand en kijk waar het gemaaide oppervlak.Zie de aanwijzingen onder "Instellen van de maaibehuizing" in het hoofdstuk Onderhoud indien de maaibehuizing Niet egaal maait.

MURRAY 385048X51 - Bedieren van de maaierbehuizing BELANGRIJK: Als u de maaierbehuiizing bedient moet de gashendel.altijd in de FAST stand staan. - 1

WAARSCHUWING: Rij met lage snelheid om betere controle over de machine te hebben.

Werken op hellingen

MURRAY 385048X51 - Werken op hellingen - 1

WAARSCHUWING: Rij nooit hellingen op of af die te steil+zijn om in z'n weiteruit te beklimmen. Rij

nooit loodrecht op hellingsrichting.

  1. Zet de versnelling in de laagste snelheid voordat u een helling op of af rijdt.
  2. Verander de snelheidsinstalling Niet en stop Niet, indien u zich op een helling bevindt. Als u toch要去 stoppen, trap het koppelings/ rempedaal snel in en trek de handrem aan.
  3. Als u werk wilt gaan rijden,要去 u ervoor zorgen dat de versnellingshendel in de laagste stand staat. Zet de gashendel in de SLOW stand en LAST het pedaal langzaam opkomen.
  4. Als u van plan bent te stoppen of te starten op een helling, moet u er.altijd voor zorgen dat er genoeg ruimte is voor de machine om een stukje terug te rollen tijdens het los zieten van de rem en het inschakelen van de koppeling.

  5. Wees erg voorzichtig bij het makeen van bochten op een helling. Om ongelukken te voorkomen要去 de gashendel eerst in de SLOW stand zetten voordat u op een helling gaat rijden en in het bijzonder als u een bocht op een helling wilt makeen.

Alvorens de motor te starten

Controleren van het oliepeil

OPMERKING: De motor ward in de fabriek met olie bevuld. Controller het oliepeil en voeg zonodig olie bij. Zie de aanwijzingen van de motorfabrikant voor de juiste oliesoort.

  1. Zorg dat de machine horizontal staat. OPMERKING: Controleer de olie nooit terwijl de motor draait.
  2. Controller het oliepeil en volg de aanwijzingen van de motorfabrikant.
  3. Voeg zonodig olie bij tot dat het FULL streepje bereikt worden. De hoeveelheid benodigde olie is op de peilstok aangegeven. Voeg Niet te veel bij.

Bijvullen van benzine

MURRAY 385048X51 - Bijvullen van benzine - 1

WAARSCHUWING: Gebruik.altijd eenveiligejerrycan.Rookniettijdens het bijvullen van benzine.

Voeg alleen benzine bij in de frisse lucht.
Zet de motor af en LAST deze eerst enige minuten afkoelen.

(Figuur 6) Vul de benzinetank (1) tot de FULL (2) lijn met gewone, ongelode benzine. Gebruik geen super. Zorg dat de benzine vers en schoon is. Gebruik van gelode benzine za aanslag tot gevolg hebben en de levensduur van de kleppen verminderen.

Starten van de motor

WAARSCHUWING: Het electrisch systeme heeft een voelschakelaar in de bestuurdersstoelzitting die controeert of de bestuurdcr in de stoe zit. Dit systeme za de motor latent afslaan indien de bestuurdcr zich stoe verlaat. In het belang van uw eigien veiligheid moet u ervoor zorgen dat dit systeme goed functioneert.

OPMERKING: De motor zal nicht starten tenzij u het koppelings/rempedaal intrapt en de mesbedieningshendel in DISENGAGE zet.

  1. Trap het koppelings/rempediaal geheel in en houd uw voet op het pedaal..
  2. Zet de versnellingshendel in de neutrale (N) stand.
  3. Zorg ervoor dat de mesbedieningshendel in de DISENGAGE stand staat.
  4. Zet de gashendel geheel maar voren in de CHOKE of FAST stand. Sommige modellen hebben een aparte choke knop. Trek deze choke knop geheel UIT.
  5. Zet het contactsleuteltje in de START stand. OPMERKING: Als de motor Niet aanslaat na vier of vijf koer proberen, moet u de gashendel in FAST zetten. Probeer opnieuw te starten. Zie de TROUBLESHOOTING tabel als de motor nog Niet aanslaat.
  6. Duw de gashendel langzaam maar de SLOW stand.
  7. Zet de gashendel:tussen FAST en SLOW in om een hare motor te starten.

Tips voor het maaien en het gebruik van de graszak

  1. Controller of de maaibehuizing vlak is voor een optimaal gazon. Zie "Instellen van de maaibehuizing" in het hoofdstuk Onderhoud.
  2. De maaibehuiizing kan alleen egaal maaien als de banden de juiste hoeveelheid lucht hebben. Controller de bandenspanning.

  3. Controleer het mes voor elke maaibeurt. Als het krom of beschadigd is要去 het onmid-dellij verwangen worden. Zorg er eveneens voor dat de moer die het mes op+zijnplaats houdt goed vast zit.

  4. Zorg dat het mes scherp is. Botte messen hebben als gevolg dat de punten van het gras bruin worden.
  5. Maai geen nat gras en gebruik evenmin de graszak. De maaier kan gemaaid nat gras Niet goed uiterpen. Laat het gras drogen alvorens te maaien.
  6. Gebruik de linker kant van de maaier om een kantje bij een obstakel bij te werken.
  7. Kies de maarrichting zodanig dat het afges-neden gras over het gemaaide oppervlak wordt uitgeworpen. Hierdoor wordt het afges-neden gras beter verspreid.
  8. Als u een groot gazon wilt gaan maaien, begin dan met een paar bochten waar rechts te maken. Hierdoor wordt het afgeseden gras waar binnen toe uitgeworpen en komt het Niet buiten het gazon terecht. Na eén of twee rondjes kunt u vanrichting wisselen en linkse bochten gaan maken voor de rest van het gazon.
  9. Als het gras erg hoog staat, kut u het beste twee keer maaien teneinde de belasting op de motor te verminderen. Maai eerst met de maaibehuizing in de hoogste stand en daarna nog eens in een lagere stand.
  10. Zetijdens het maaien de gashendel.altijd in de FAST stand.Dit zorgt voor een betere motorprestatie en een gelijkmatigere grasuitworp.
  11. Als u een graszak gebruikt, moet de gashendel eveneens in de FAST stand staan en de versnellingshendel in z'n eén of twee.
  12. Beter maairesultaat verkrijgt u in lagere versnellingen.
    13.Maak na het maaien de boven- en de onderkant van de maaibehuizing schoon. Eenschone maaibehuiizing helpt ook in het voorkomen van brand.
  13. Controleer het mes voor elke maaibeurt. Als het krom of beschadigd is要去 het onmid-dellijkervangen worden.Zorg er eveneens voor dat de moer die het mes op+zijnplaats houdt goed vast zit.

ONDERHOUDSSCHEMA

FREQUENTIEMAINTENANCE REQUIREDCOMMENTS
Dagelijks of voor ieder gebruikOnderhoud van de motorZie de Handleiding die bij de motor hoort.
Inspecteer mes(sen).Inspecteer op barstjes, slijtage, en bovenmatige schade
Verwijder rommel van de machine en het te maaien gebied.
Inspecteer alle draaiende en schuivende onderdelen.
Controler de bandenspanning.Zie het hoofdstuk Onderhoud.
Ga na of de maaierbehuizing horizontaal is.Zie het hoofdstuk Onderhoud.
Inspecteer V-riemen.Inspecteer op barstjes, slijtage, en bovenmatige schade
Inspecteer de werkung van de riemen.Zie het hoofstuk Bediening en het hoofdstuk Onderhoud.
Na de eerste 5 uuRVerwissel de olie.Zie de Handleiding die bij de motor hoort.
Na 25 uuROnderhoud van de motor.Zie de Handleiding die bij de motor hoort.
Mes(sen) verwijderen, inspecteren, slijpen, enuitbalanceren.Zie het hoofdstuk Onderhoud.
Controler de afstelling van de:a. Mes rotatie regelingb. Remc. Koppelingd. Besturing.Zie het hoofdstuk Onderhoud.
Smeer chassis en maaierbehuiizing.Volg de aanwijzingen onder Smeren.
Inspecteer de uitlaat:a. Torsieb. Op slijtage of brandplekkenc. Conditie van de vonkenvanger (indien van toepassing).Zie het hoofdstuk Onderhoud.
Voor opslag van 30 dagen of langerMotor gereed makeen voor opslag.Zie de Handleiding die bij de motor hoort.
Brandstofsystemeam aftappen.Neem de waarschuwingen in de Gebruikshandleiding in acht.
Brandstof-stabilizeermiddel toepassen.Zie de Handleiding die bij de motor hoort.
Accu gereed makeen voor opslag:a. Uit de machine verwijderenb. Volledig opladenc. Opbergen op een koele en droge plek

ONDERHOUD

OPMERKING: Illustrations en pictogrammen beginnen op pagina 2.

Algemene aanbevelingen

  1. Het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar om dit produit te onderhoven. Goed onderhoud zal de levensduur van dit produit verlungen en is tevensoodzakelijk voor de garantie.
  2. Eens per jaar moet de bougie en de rem ge-controleerd, de machine gesmeerd en het luchtfilter gereinigd worden.
  3. Loop alle bevestigingsmaterialen na en zorg dat ze goed vast zitten.
  4. Volg de aanwijzingen in het hoofdstuk Onderhoud op om de machine gebruisklaar te houden.

MURRAY 385048X51 - Algemene aanbevelingen - 1

WAARSCHUWING: Voordat u de maaier gaat inspecteren, afstellen of repareren, moet u de bougieka

bel lostrekken om te voorkomen dat de motor onverhoedst start.

OPMERKING: Torsie wordt gemeten met een momentsleutel en wordt aangegeven in newtonmeter. Deze eenheid geeft aan hoe strak een moer of bout aangedraaid moet worden.

7101912

Controleren van het mes (Figuur 7)

MURRAY 385048X51 - Controleren van het mes (Figuur 7) - 1

WAARSCHUWING: Voordat u het mes controleert of verwijdert, moet u de bougiekabel los trekken. Stop

de motor als het mes een obstakel raakt. Kijk of de machine beschadigd is. Het mes heeft scherpe kanten. Draag handschoenen of gebruik een doek om uw handen te beschemeren als u het mes vast wilt pakken.

Een scherp, onbeschadigd mes snijdt better en is veiliger om mee te werkken. Zorg dat het mes (1) scherp is en kijk het regelmatig na op overmatige slijtage, scheuren of andere beschadiggen. Controller regelmatig of de moer (3) die het mes op zijnplaats houdt goed vast zit. Stop de motor als het mes een obstakel raakt. Trek de bougiekabel los en controller of het mes verbogen of beschadigd is. Controller de tussen-ring (5) op beschadigingen. Vervang beschadigde onderden met originele reserve onderdelen, voordat u de machine wee gebruikt. Neem indien nodig, contact op met een erkend service center in uw omgeving. Laat elke drie maar het mes inspecteren bij een erkend service center of verrang het door een origineel/Newu exemplaar.

Vervangen van het mes (Figuur 7)

  1. Verwijder de maaibehuizing. Zie de aanwij-zingen onder "Verwijdersen van de maaibe-huizing".
  2. Gebruik een stuk hout om te voorkomen dat het mes gaat draaien.
  3. Verwijder de moer (3) die het mes (1) op zijn plaatshoudt.
  4. Controller het mes (1) en de tussenring (5) volgens de aanwijzingen onder "inspecteren van het mes". Vervang een versleten of beschadigd met een origineel zichewaar. Neem contact op met een erkend service center in uw omgeving.
  5. Maak zowel de bovenkant als de onderkant van de maaibehuizing schoon en verwijder al het gras en andere rommel.
  6. Plaats het mes (1) en de tussenring (5) op de as (6).
  7. Plaats het mes (1) zodanig dat de ophefranden (7) omhoog wijzen. Als het mes onderste boven zit zal het Niet goed snijden en kan het een ongeluk veroorzaken.
  8. Zet het mes (1) vast met de originele ringen en moer (3). Zorg dat de platte kant van de getrapte ring (2) gegen het mes (1) aan komt te zitten.

MURRAY 385048X51 - Vervangen van het mes (Figuur 7) - 1

WAARSCHUWING: Zorg er.altijd voor dat de moer (3) die het mes (1) op+zijnplaats houdt goed vast zit.

Een losse moer of een los mes kannen een ongeluk veroorzaken.

  1. Draai de moer (3), die het mes (1) op+zijn plaatshoudt, vast met een moment van 41,5 Nm.
  2. Plaats de maaibehuizing'erug.Zie "Verwij- deren van de maaibehuiizing".

Instellen van de mesrotatie

MURRAY 385048X51 - Instellen van de mesrotatie - 1

WAARSCHUWING: Om ongevallen te voorkomen要去 de mesrotatiebediening goed werken.

Bij normaal gebruik hoeft de mesrotatie Niet aangepast te worden. Echter, als de maai-prestatie en kwaliteit achefteruit gaan, moet u de volgende aanpassingen verrichten.

  1. Zorg datijdens het maaien de gashendel in de FAST stand staat.
  2. (Figuur 8) Zet de mesrotatiebediening in de DISENGAGE stand (1).
  3. Zet de motor af en trek de bougiekabel los.
  4. Controller het (de) mes(sen). Zorg dat de mesranden geslepen zich. Een bot mes zal tot gevolg hebben dat de punten van het gras bruin worden.
  5. (Figuur 9) Maak de mesaandrijfveer (2) los van de mesbedieningsstang (1). Haak de mesaandrijfveer (2) in het middelste gat (4). Hierdoor wordt de spanning op de maiaandrijfveer vergroot.
  6. Duw de bougiekabel weer op de bougie. Maai een korte afstand en controller op-nieuw de kwaliteit van het gemaaide gras. Zet de mesaandrijfveer (2) in het onderste gat (5), indien nodig.
  7. Controller de kwaliteit van het gemaaide gras opnieuw. Als de kwaliteit nog Niet verbeterd is, moet u de maiaaandrijfrem verrangen. Als dit ook nicht helpt, moet u de maier maar een erkend service center brengen.
  8. Zet de mesrotatiebediening in de DISENGAGE stand (1) en zet de motor af.
  9. (Figuur 10) Controller de werkking van de mesrem. Draai de schijven met de hand en vergewis u ervan dat de remblokken (7) te-gen de schijven drukken.

MURRAY 385048X51 - Instellen van de mesrotatie - 2

WAARSCHUWING: Als de remblokken (7) Niet stevig gegen de schijven drukken, moet u de maaier maar een service center brengen.

  1. (Figuur 8) Zet de mesrotatiebediening in de ENGAGE stand (2).
  2. (Figuur 10) Controller de remblokken (1) van de mesrem (7). Vervang de remblokken als ze sterk verslen of beschadig zich. De juiste onderdelen en assistentie zich verwrijgbaar via een erkend service center.
  3. Duw de bougiekabel waar op de bougie. Maai een korte afstand en controllerer op-nieuw de werkking van de mesrotatie.
  4. Als u de mesrotatiebediening in de DISENGAGE stand zet, moet het geheel binnen vijf seconden tot stilstand komen. Als u een neue maiaaandrijfrem heeft en deze spel ing vertoont of het mes blijft doordraaien, moet u de mesrotatie vijf keer in- enuit-schakelen om overmatig rubber van de riem te verwijderen. Breng de maaier aan een erkend service cen ter als u hulp nodig heeft.

7101912

  1. (Figuur 9) Als u een neue aandrijfrem plaatst,要去 de mesaandrijfveer (2) in het bovenste gat (3) geleakt worden.

Instellen van de versnellingshendel (Figuur 18)

Als de NEUTRAL stand van de versnellingshendel Niet overeenkomt met de werkelijkke neutrale (vrij) stand van de tandwielkast, moet u de versnellingshendel als volgt instellen.

  1. Stop de motor.
  2. Maak de instelmoer (2) los van de schakelarm (3).
  3. Zorg ervoor dat de versnellingshendel in de NEUTRAL stand staat.
  4. Duw de machine waar voren en zorg dat de tandwielkast vrij (in de neutrale stand) staat.
  5. Breng de instelmoer (2) op eén lijn met het gat in de schakelarm (3) door aan de instelmoer (2) te draaien.
  6. Maak de instelmoer (2) wee vast aan de schakelarm (3).
  7. Vergewis u ervan dat de NEUTRAL stand van de versnellingshendel nu overeenkomt met de werkelijkke neutrale (vrij) stand van de tandwielkast.

Controleren en instellen van de koppeling (Figuur 11)

Als de aandrijfrem los zit za de koppelng slips pen als u: een helling op rijdt, een zware last trekt of de maaier zar in zich geheel nicht rijden. Stel de koppelng in als volgt.

MURRAY 385048X51 - Controleren en instellen van de koppeling (Figuur 11) - 1

WAARSCHUWING: Voordat u de maaier gaat inspecteren, afstellen of repareren, moet u de bougieka

bel van de bougie af trekken om te voorkomen dat de motor onverhoeds start.

  1. ControllerDat de hoofdaandrijfriem goed is geinstalleerd en aan de binnenkant van deriemgeleidingen loopt.
  2. Verwijder de splitpen (1), ring (2) en remveer (3) van de instelbare moer (4).
  3. Haal de instelbare moer (4) van de remarm (5) en de handremgrendel (6) af.
  4. Breng het gat in de remarm (5) op een lijn met het gat in het frame. Voorkom dat de remarm (5) gaat bewegen met een 6 mm bout of metalen pen (7).
  5. Trek de koppelingstaaf waar voren totdat hij Niet verder kan. Draai aan de instelbare moer (4) totdat deze past in het gat in de re-marm (5).
  6. Doe de handremgrendel (6), remarm (5), remveer (3) en ring waar op de instelbaremoor (4) en maak het geheel vast met de splitpen (1).
  7. Verwijder de 6 mm bout of metalen pen (7).
  8. Als de hoofdaandrijfrem nog steeds slipt nadat de koppeling is ingesteld, dan is de riem versleten de beschadigd en moet hij verrangen worden. Zie "Vervangen van de hoofdaandrijfrem".

Controleren en instellen van de voetrem (Figuur 12)

Duw het koppelings/rempedaal geheel in. Trek de handrem aan. Zet de versnellingshendel in de neutrale (N) stand. Duw de maaier maar voren. Als de achechterwielen draaien要去en de remblokken verrangen worden. Stel de voetrem (1) in als volgt.

  1. De rem (1) befindt zich aan de rechter kant van de tandwielkast (3).
  2. Vergewis u ervan dat de handrem aangetrokken is en de versnellingshendel in de neutrale (N) stand staat. Draai de zeskantmoer (2) met de klok mee totdat de achefterwienen nicht meer draaien als u de machine maar voren duwt.
  3. Zet de machine van de handrem af en duw hem maar voren. Als de wielen Niet meedraaien, moet u de zeskantmoer (2) gegen de klok in draaien totdat de wielen gaan draaien.
  4. Trek de handrem aan en duw de machine weeer maar voren. Als de achechterwielen nicht draaien is de voetrem (1) goed ingesteld. Zet de machine van de handrem af.

MURRAY 385048X51 - Controleren en instellen van de voetrem (Figuur 12) - 1

WAARSCHUWING: Vervang de remblokken als het nicht lukt om de rem goed in te stellen. De juiste re

serve onderden zijn te verkrijgen via een erkend service center.

Verwijdersen van de accu (Figuur 4)

Om de accu (1) op te laden of te reinigen, moet u hem als volgt uit de machine halen.

MURRAY 385048X51 - Verwijdersen van de accu (Figuur 4) - 1

WAARSCHUWING: Om vonden te voorkomen,要去erdstezwarte accukabel (8) van de negative (-)

pool afhalen, voordat u de rode kabel (5) los maakt.

MURRAY 385048X51 - Verwijdersen van de accu (Figuur 4) - 2

WAARSCHUWING: De accu bevat zwavelzuur dat gevaarlijk is voor huid, ogen en kleding. Als het zour

op de huid of kleding terecht komt, moet u het meteen met water spoelen.

  1. Verwijder de Zwarte accukabel (8) van de negative (-) pool.
  2. Verwijder de rode accukabel (5) van de positieve (+) pool (4).
  3. Til de accuslede (3) en accu (1)uit de machine.

Opladen van de accu (Figuur 4)

MURRAY 385048X51 - Opladen van de accu (Figuur 4) - 1

WAARSCHUWING: Zorg dat er geen vonden kuren optreden in de buurt van een accu die worden

opgeladen en rook Niet. De dampen van het accuzuur können een explosie veroorzaken.

  1. Haal de accu (1)uit de machine om hem op te laden.
  2. Gebruik een 12 volt acculader. Laad de accu (1) op gedurende eén ur met 6 Ampere.
  3. Plaats de accu (1) terug in de machine.

MURRAY 385048X51 - Opladen van de accu (Figuur 4) - 2

WAARSCHUWING: Om vonden te voorkomen,要去 eerst de rode kabel (5) vast makeen aan de posi

tieve pool (+) , voordat u de zwarte accukabel vast maakt.

  1. Maak de rode kabel (5) vast aan de positieve (+) pool (4) met de bevestigingsmaterialen, zoals aangegeven.
  2. Maak de zwarte kabel (8) vast aan de negatieve (-) pool met de bevestigingsmaterialien, zoals aangegeven.

Horizontalstalten van de maaibehuizing (Figuur 13 en Figuur 14)

Als de maaibehuizing horizontala staat, za het mes beter snijden en het gazon er beter uitzien.

MURRAY 385048X51 - Horizontalstalten van de   maaibehuizing (Figuur 13 en Figuur 14) - 1

WAARSCHUWING: Voordat u de maaier gaat inspecteren, afstellen of repareren, moet u de bougieka

bel van de bougie af trekken om te voorkomen dat de motor onverhoeds start.

  1. Zorg ervoor dat de machine op een hard, horizontaal oppervlak staat.
  2. Controller de bandenspanning. Als de bandenspanning onjuist is zal de maaibehuzing nichtEGAALmaien.De juiste bandenspanning is:voir 0,97 BAR (14 PSI),achter 0,69 BAR (10 PSI).
  3. (Figuur 13) Zet de hoogte-installingshendel(1) in de onderste maa手持 (2).

MURRAY 385048X51 - bel van de bougie af trekken om te voorkomen dat de motor onverhoeds start. - 1

WAARSCHUWING: De hoogteinstellingshendel (1) is verbonden met een veer. Zorg ervoor dat de

hoogte-instellingshendel (1) vergrendeld is in de onderste maa手持 (2).

  1. (Figuur 14) Maak de linker en rechter instelmoeren (1) los. Duw op beiden zichden van de maaibehuiizing. Zorg ervoor dat beiden kanten van de maaibehuiizing zich op een horizontaal oppervlak bevinden. Zorg er eveneens voor dat de hefbouten los zitten en gemakkelijk omhoog en omlaag hun glijden.
  2. Druk op de hefbouten (2) en draai de linker en rechter instelknop (1) stevig aan. Gebruik eventueel een sleutel om de instelknoppen (1) aan te draaien.
  3. (Figuur 13) Breng de hoogte-installings-hendel (1) omhoog.
  4. Maai een kort stuk. Voer de bovenstaande stappen opniew uit, als de hoogte of snede nicht egaal is.

Smeren van de machine (Figuur 15)

MURRAY 385048X51 - Smeren van de machine (Figuur 15) - 1

Modellen met smeernippels: smeer met een vetpistol.

Breng vet aan met een borstel op de aangegeven plekken.

MURRAY 385048X51 - Smeren van de machine (Figuur 15) - 2

Smeer met motorolie op de aangegeven plekken.

OPMERKING: Smeer de koppelingen van de stuurstang.

LET OP! Als de machine worden gebruikt in droge gebieden met zand, moet u een droge grafietspray gebruiken om de machine te smeren.

Controleren van de banden

Controleer de bandenspanning. De machine zal schokkerig rijden als de druk in de banden te hoog is. Als de bandenspanning onjuist is zar de maaibehuiizing Niet egaal maaien. De juiste bandenspanning is: voor 0,97 BAR (14 PSI),chter 0,69 BAR (10 PSI).

Vervangen van de hoofdaandrijfrem

  1. Verwijder de maaibehuizing. Zie de aanwij-zingen onder "Verwijdersen van de maaibehuizing".

  2. Trap het pedaal geheel in en trek de handrem aan.

  3. (Figuur 16) Verwijder de geleidingssschijf (1).
  4. (Figuur 17) Verwijderd e accu en accuslede om bij de hoofdaandrijfriemgeleidingen (1) te kuren komen. Zie "Verwijden van de accu".
  5. Maak de hoofdaandrijfremgeleidingen (1) bij de aandrijschijf (2) los.
  6. (Figuur 16) Haal de hoofdaandrijfrem (3) van de aandrijfschijf (4) af.
  7. (Figuur 18) Verwijder de instelmoer (2) van de versnellingsbeugel (3).
  8. (Figuur 19) Verwijder de hoofdaandrijfrem (1) van de stapelschijf (2) door het voorste gedeelte van de riem onder de stapelschijf (2) te trekken en dan terug tussen de sta-pelschijf en de stuurplaat (3).
  9. (Figuur 20) Verwijder het toegangspaneel (1).
  10. Verwijder de twee schroeven (4) die de stuurstang (2) op+zijnplaats houden.Trek het stuurwiel en de stuurstang (2) omhoog. Trek de hoofdaandrijfrem (3) onder de stuurstang (2) door.
  11. Verwijder de hoofdaandrijfrem. Een{nieuw exemplaar en assistentie, indien nodig, is te verkrijgen van een erkend service center bij u in de buurt.
  12. De neue riem kan geinstalleerd worden door de bovenstaande stappen in omge-keerde volgorde te doorlopen.
  13. (Figuur 21) Controller dat de hoofdaandrij-friem (1) goed loopt. Vergewis u ervan dat de riem goed om de geleidingschijf (2) zit. De stuurstang (3)要去 binnen in de hoofdaandrijfrem (1) zitten.

Vervangen van de maiaaandrijfrem (Figuur 10)

  1. Verwijder de maaibehuizing. Zie de aanwij-zingen onder "Verwijderen van de maaibe-huizing".
  2. Duw de riemgeleider (1) weg van de geleidingschijf (2) en verwijder de maiaaandrij-friem (3).
  3. Trek de riemgeleider (4) weg van de rechter aandrijfschijf (5) en verwijder de maiaaan-drijfrem (3).
  4. Trek de riemgeleider (4) weg van de linker aandrijfschijf (6) en verwijder de maiaaandrijfrem (3). Een/New exemplaar en assistentie, indien nodig, is te verkrijgen van een erkend service center bij u in de buurt.
  5. De neue riem kan geinstalleerd worden door de bovenstaande stappen in omge-keerde volgorde te doorlopen.

Verwijdersen van de maaibehuizing (Figuur 22)

  1. Zet de mesrotatiehendel (1) in de DISENGAGE stand.
  2. Zet de hoogte-instellingshendel (2) in de hoogte instelstand.

  3. Verwijder de splitpennen en ringen van de instelarmen (3). Zie afbeelding C en D.

  4. Verwijder de splitpennen en ringen van de ophangingverbindingen (4). Zie afbeelding A en B.
  5. Maak de veer (5) los van de mesbedie-ningsstang (6). Zie afbeelding E.
  6. Maak de voorste beugel (9) los van de asondersteuning. Zie afbeelding F.
  7. Verwijder de maaiaandrijfrem (7) van de stapelschijf (8).
  8. Trek de maaibehuiizing opzij hiercht.
  9. De maaibehuiizing kan wee geinstalleerd worden door de bovenstaande stappen in omgekeerde volgorde te doorlopen.

Vervangen van de zekering

Als de zekering doorgebrand is zal de motor nicht starten. Vervang de zekering met een neue zekering van 15 Ampere die geschikt is voor automobielen.

Opslag voor langerearend (30 dagena langer)

Aan het einde van het maaieseizoen moet u de machine als volgt gereed makeen voor stalling.

  1. Tap de brandstof af uit de carburateur en de benzine tank. Ververs de olie. Volg de aanwijzingen van de fabrikant.
  2. Maak de machine geheel schoon.
  3. Laad de accu op.

Bestellen van reserve onderdelen

De reserve onderdelen staan acheterin dit instructieboek of in een aparte onderdelenboek.

Gebruik alleen reserve onderdelen die door de fabrikant erkend of goedgekeurd zich. Gebruik geen assoesiores die nicht speciaal voorDEXe machine worden aanbevolen. Om de juiste rese reserve onderdelen te bestellen, moet u het model van uw maaier, zoals dat op het naamplaatje voorkomt, vermelden.

Reserve onderdelen, behalte voor de motor, transmissie, verbindingsas en differentieel, zich verwkrijigbaar via uw leverancier of via een service center dat worden aanbevolen door de leverancier.

Garantieservice isuitsluitend beschikbaar via Ge- autoriseerde Servicedealers. U kunt uw dichtstbij-zijnde dealer vinden in onze "locator map" bij www.murray.com.

Reserve onderdelen voor de motor, transmissie, of verbindingsas zijn verkrijigbaar via de erkende service centers van de desbetreffende leverancier. Deze za vermeld staan in het telefoonboek. Kijk ook in de desbetreffende garantieverklaringen van deze onderdelen, hoe u eventuele reserve onderdelen kunt bestellen.

Bij de bestelling moet u de volgende gegevens vermelden::

(1) Model aanduiding
(2) Serienummer
(3) Onderdeelnummer
(4) Aantal

PROBLEM: De motor slaat nicht aan.

  1. Volg de aanwijzingen onder "Starten van de motor" op.
  2. Modellen met electrische start: Maak de accuklemen schoon en verbind ze daarna goed.
  3. Kijk of er een draad los zit. Kijk of de limiet-schakelaars vast zitten. (Zie het bedrangsschema.)
  4. Tap de benzinetank af, maak de benzineleiding schoon en verrang het benzinefilter.
  5. Verwijder de bougie(s). Zet de choke in de SLOW stand. Draai het contactsleuteltje in de ON stand. Probeer de motor enige malente starten. Plaats de bougie wee terug.
  6. Vervang de bougie.
  7. Stel de carburateur bij.

PROBLEM: De motor wil nicht draaien.

  1. Volg de aanwijzingen onder "Starten van de motor" op.
  2. Modellen met electrische start: Laad de accu op.
  3. Vervang de zekering.
  4. Controller de kabelboom op schade of een losse verbinding. Vervang de beschadigde draad.
  5. Modellen met electrische start: cervang de solenoïde. Modellen met trenkstart: cervang de module.

PROBLEM: De motor slaat moeilijk aan.

  1. Stel de carburateur bij.
  2. Vervang de bougie.
  3. Vervang het benzinefilter.

PROBLEEM: De motor loopt onregelmatig of met gereduceerd vermogen.

  1. Peil de olie.
  2. Maak het luchtfilter schoon.
  3. Maak het buitenste stalen luchtfilter schoon.
  4. Vervang de bougie.
  5. De motor worden te zwaar belast. Schakel in een lagere versnelling.
  6. Stel de carburateur bij.
  7. Vervang het benzinefilter.

PROBLEEM: De motor loopt onregelmatig bij hoge snelheden.

  1. Vervang de bougie.
  2. Stel de choke beter af.
  3. Vervang het luchtfilter.

  4. Vervang het benzinefilter.

PROBLEM: De motor slaat af als de messen worden ingeschakeld.

  1. Controller de kabelboom op schade of een losse verbinding. Vervang de beschadigde draad.
  2. De graszak moet zijn gemonteerd (alleen van toepassing op het model met een graszak en awhiletworp).

PROBLEM: De motor slaat af op een helling.

  1. Maai altijd de helling op en af, nooit parallel aan de helling.

PROBLEM: De motor wil nicht stationair draaien.

  1. Vervang de bougie.
  2. Maak het luchtfilter schoon.
  3. Stel de carburateur bij.
  4. Stel de choke beter af.
  5. Tap de benzinetank af, maak de benzineleiding schoon en verrang het benzinefilter.

PROBLEM: Als de motor heet is neemt het vermogen af.

  1. Maak het buitenste stalen luchtfilter schoon.
  2. Peil de olie.
  3. Stel de carburateur bij.
  4. Vervang het benzinefilter.

PROBLEM: De machine trilt erg.

  1. Vervang het mes.
  2. Controller op loses motorbauten.
  3. Verminder de bandenspanning.
  4. Stel de carburateur bij.
  5. Kijk na op een beschadigde aandrijfrem of schijf. Vervang de beschadigde onderdelen.

PROBLEM: Het gemaaide gras worden nicht goed uitgeworpen.

  1. Stop de motor en kaak de maaibehuizing schoon.
  2. Stel in op een hoger maainiveau.
  3. Vervang of slijp het (de) mes(sen).
  4. Schakel de versnelling in een lagere snugheid.
  5. Zet de gashendel in de FAST stand.
  6. Vervang de veer die het (de) mes(sen) uitschakelt.
  7. Maak het verlengstuk en het verbindingstuk schoon (alleen van toepassing op het model met een graszak enchteruitworp).

PROBLEM: De maaibehuzing maait. niet egaal.

  1. Controller de bandenspanning.
  2. Stel de hoogte van de maaibehuizing bij.
  3. Controller de Vooras. Als deze nicht vrij kan scharnieren,要去en de asbouten worden losgedraaid.
  1. Controller de maiaaandrijfrem. Zorg ervoor dat de riem goed zit.
  2. Vervang de maiaaandrijfrem.

PROBLEM: De machine gaat nicht rijden verwijl de koppeling ingeschakeld is.

  1. Controller de hoofdaandrijfrem. Zorg ervoor dat de riem goed zit.
  2. Stel de koppeling bij.
  3. Vervang de hoofdaandrijfrem.

PROBLEEM: De machine gaat langzamer rijden of stopt geheel als de koppel-ingl wordt ingeschakeld.

  1. Stel de koppeling bij.
  2. Vervang de hoofdaandrijfrem.

PROBLEM: Als u de koppeling/remThat opkomen hoort u de aandrijfrem.

  1. Kortdurig geluid van de riem duidt Niet op foutieve werkung van de machine. Controller of de riem goed loopt, indien het geluid blij aanhonden. Zorg dat de riem binnen alle geleidingen loopt.
  2. Indien het geluid blijt aanhouden, moet u de koppeling afstellen.

PROBLEM: De weiterwielen slaan op hol op oneffen terrein.

  1. Controller de Vooras. Als deutsche nicht vrij kan scharnieren,要去en de asbouteu worden losgedraaid.

PROBLEM: Het is moeilijk van de ene versnelling maar de andere te schake-len, terwijl de motor loopt en de koppel-ing is ingetrapt.

  1. Controller of de koppeling goed is afgesteld. De aandrijfrem moet ophouden met draaien als de koppeling is ingetrapt en de versneling in neutraal (N) staat.
  2. Controller de riemgeleidingen rond de versnellingsschijf. Zorg dat de geleidingen nicht gegen de schijf aandrukken.
INDHOLD
INTERNATIONALE ILLUSTRATIONER47
BEGRAENSET GARANTI48
INFORMATION TIL EJEREN49
SIKKER BRUG49
SAMLING AF PLÆNETRAKTOREN50
BRUG AF PLÆNETRAKTOREN51
VEDLIGEHOLDESESTABEL53
VEDLIGEHOLDESE53
PROBLEMLØSNINGSOVERSIGT56

INTERNATIONALE ILLUSTRATIONER

VIGTIGT: De ffolgende illustrationer er placeret
pà Deres plenetraktor aller i litteraturen som fulgte med. Før De bruger plenetraktoren, Iar og forsta formålet med haver illustration.

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MURRAY

Model : 385048X51

Categorie : Zitmaaier