MURRAY 425618X51 - Zitmaaier

425618X51 - Zitmaaier MURRAY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 425618X51 MURRAY in PDF-formaat.

📄 346 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice MURRAY 425618X51 - page 146
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Italiano IT Nederlands NL
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over 425618X51 MURRAY

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Zitmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 425618X51 - MURRAY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 425618X51 van het merk MURRAY.

GEBRUIKSAANWIJZING 425618X51 MURRAY

Informatie Voor De Eigenaar....6

Veilige Bediening....7

Monteren 9

Bediening....13

Onderhoudsschema 19

Onderhoud....20

Troubleshooting Schema 31

MURRAY 425618X51 - 1

text_image 1

MURRAY 425618X51 - 2

BELANGRIJK: De volgende pictogrammen bevinden zich op uw machine of in de daarbijbehorende literatuur. Voordat u de machine gaat bedienen, moet u de betekenis en het doel van elk pictogram leren begrijpen.

Internationale Pictogrammen

1 Waarschuwing
2 BELANGRIJK: Lees de gebruiksaanwijzing voordat u deze machine gaat bedienen.
3 WAARSCHUWING: Uitgeworpen voorwerpen. Houdt omstanders op afstand. Lees de gebruiksaanwijzing voordat u deze machine gaat bedienen.
4 WAARSCHUWING: Gebruik deze machine niet op hellingen van meer dan 10 graden.
5 GEVAAR: Houdt omstanders en vooral kinderen uit de buurt van de machine.
6 GEVAAR: Dit is geen tre.
7 GEVAAR: Houd voeten en handen uit de buurt van draaiende messen.
8 GEVAAR: Verwijder de bougiekabel van de bougie voordat u onderhoud aan de machine uitvoert.
9 WAARSCHUWING: Heet oppervlak.
10 WAARSCHUWING: Wees voorzichtig bij het aansluiten en loskoppelen van accessoires.
11 WAARSCHUWING: Vingers kunnen bekneld raken.
12 BELANGRIJK: Volg de instructies in de Handleiding om het maaibehuizing horizontaal te zetten.
13 WAARSCHUWING: zolang de motor draait, dient u uit de buurt van het mes blijven.

Bedieningspictogrammen

1 Starten van de motor
2 Lichten
3 Stoppen van de motor
4 Laten draaien van de motor
5 Laten draaien van de motor
6 Rem
7 Handrem
8 Koppeling
9 Langzaam
10 Snel
11 Choke
12 Olie
13 Bediening mesrotatie
14 Omhoog brengen
15 Brandstof

BRIGGS & STRATTON CORPORATION EIGENAAR GARANTIEPOLITIEK

Geldig vanaf 1 januari 2006, vervangt alle ongedateerde Garanties en alle Garanties gedateerd vóór 1 januari 2006.

GARANTIEBEPALINGEN

Briggs & Stratton zal zonder berekening elk onderdeel, of onderdelen van het product vervangen dat defect is in materiaal of bewerking of beide. Transportkosten voor producten die zijn ingezonden voor reparatie of vervanging met betrekking tot deze garantie komen ten laste van de koper. Deze garantie heeft betrekking op de tijdsduur en is onderhevig aan de hieronder afgedrukte voorwaarden. Voor garantieservice dient U de dichtstbijzijnde Geautoriseerde Service Dealer te vinden in onze "dealer locator" kaart op www.murray.com.

ER IS GEEN ANDERE EXPLICIETE GARANTIE. INBEGREPEN GARANTIES, INCLUSIEF DIE VAN VERKOOPBAARHEID EN GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL ZIJN BEPERKT TOT ÉÉN JAAR VANAF AANKOOP, OF TOT DIE OMVANG DIE DOOR DE WET IS TOEGESTAAN. ALLE INBEGREPEN GARANTIES ZIJN UITGESLOTEN. AANSPRAKELIJKHEID VOOR INCIDENTELE- OF GEVOLGSCHADES ZIJN UITGESLOTEN VOOR ZOVER DEZE UITSLUITING WETTIG IS TOEGESTAAN. Sommige rechtsgebieden staan geen beperking toe met betrekking tot hoe lang inbegrepen garantie duurt, en sommige rechtsgebieden staan geen uitsluiting toe met betrekking tot incidentele- of gevolgschades, dus de bovenvermelde beperkingen en uitsluitingen kunnen mogelijk niet op U van toepassing zijn. Deze garantie geeft U bepaalde specifieke rechten en U kunt mogelijk andere rechten hebben die van rechtsgebied tot rechtsgebied variëren.

GARANTIE TERMEN

Merk / UnitConsument GebruikCommercieel GebruikOmstandigheid van Garantie Termijn

Zitmaaiers / Tractors .... 2 jaar .... 90 dagen

De garantieperiode begint op de dag van aankoop van de eerste detailhandelconsument of commerciële eindgebruiker en gaat door voor de tijdsperiode in bovenstaande tabel. "Consumentengebruik" betekent persoonlijk huishoudelijk gebruik door een detailhandelconsument. "Commercieel gebruik" betekent elk ander gebruik, inclusief inkomen verschaffend gebruik of verhuurdoeleinden. Als een product eenmaal commercieel gebruikt is, dan zal deze daarna voor deze garantie als commercieel gebruikt worden beschouwd.

Er is geen garantieregistratie nodig om garantie te verkrijgen op Murray producten. Bewaar uw aankoopnota. Indien u geen bewijs van de eerste aankoopdatum kunt overleggen op het moment dat om garantieservice verzocht wordt, dan zal de fabricagedatum van het product gebruikt worden om de garantieperiode te bepalen.

OVER UW GARANTIE

Wij verwelkomen garantiereparatie en verontschuldigen ons voor het ongemak. Elke geautoriseerde Service Dealer kan garantiereparaties uitvoeren. De meeste garantiereparaties zullen routinematig worden uitgevoerd, maar soms kunnen verzoeken om garantieservice niet gerechtvaardigd zijn. Bijvoorbeeld, garantieservice is niet van toepassing indien de schade aan het product het gevolg is van misbruik, gebrek aan routinematig onderhoud, verzending, behandeling, opslag of verkeerde installatie. Evenzo is garantie ongeldig indien het serienummer van het product verwijderd is of indien het product gewijzigd of gemodificeerd is.

Deze garantie dekt uitsluitend met het product verbandhoudende materialen. Om misverstanden die tussen dealer en klant kunnen ontstaan te voorkomen, zijn hieronder enkele oorzaken van het defect raken van een product opgenoemd die niet onder garantie worden gedekt.

  • Normale Slijtage: Door kleine motoren aangedreven machines hebben, net als alle mechanische apparaten, periodiek onderhoud en vervanging van onderdelen nodig om goed te presteren. Garantie dekt geen reparaties wanneer normaal gebruik de levensduur van het product of onderdeel heeft uitgeput.
    • Installatie: Deze garantie is niet van toepassing op producten die onderhavig zijn geweest aan verkeerde of niet geautoriseerde installatie, verandering of modificatie. Noch installaties die starten voorkomen of onbevredigende motorprestaties veroorzaken.
  • Verkeerd Onderhoud: De levensduur van deze machine hangt af van de omstandigheden waaronder deze werkt, evenals het onderhoud dat wordt uitgevoerd. Aanbevolen onderhoud en afstelintervallen zijn afgedrukt in de Gebruiksaanwijzing. Vaak worden producten zoals grondfrezen, kantenmaaiers en cirkelmaaiers gebruikt in stoffige omstandigheden, waardoor wat lijkt op voortijdige slijtage kan optreden. Zulke slijtage, indien veroorzaakt door stof, vuil of ander schurend materiaal dat het product kan binnendringen door verkeerd onderhoud, wordt niet door garantie gedekt. De garantie zal geen reparaties dekken die het gevolg zijn van vervangingsonderdelen die nietorigineel geproduceerde onderdelen zijn.
  • Verkeerde en/of onvoldoende brandstof of smering: Deze garantie dekt geen schade door het gebruik van verouderde brandstof, of gemanipuleerde benzines. Schade aan de motor of motorcomponenten, zoals verbrandingskamer, kleppen, klepzetels, klepgeleiders, verbrande startmotorwikkelingen veroorzaakt door alternatieve brandstoffen zoals LPG, aardgas, worden niet gedekt tenzij de motor hiervoor is gecertificeerd. Onderdelen die zijn ingelopen of gebroken doordat het product was gebruikt met onvoldoende, vervuilde of de verkeerde kwaliteit smeerolie, evenals productcomponenten die zijn beschadigd door onvoldoende smering zijn niet gedekt.
  • Misbruik tijdens gebruik: Het correcte gebruik van het product is vermeld in de gebruiksaanwijzing. Producten die beschadigd zijn door over toeren draaien, oververhitting, of gebruik in een afgesloten ruimte zonder voldoende ventilatie, producten die defect geraakt zijn door overmatige trillingen door een losse motorbevestiging, losse of niet-gebalanceerde messen, aandrijvingen, over toeren draaien, of een kromme krukas door het raken van een vast voorwerp, schade of storing ten gevolge van ongelukken, misbruik of verkeerde service of verstarring of chemische vervorming, evenals gebruik buiten de aanbevolen capaciteiten als aangegeven in de gebruiksaanwijzing wordt niet gedekt.
  • Routinematig onderhoud, slijtdelen of afstellingen: Deze garantie sluit slijtdelen zoals olie, snaren, messen, O-ringen, filters enz. uit.
  • Overige uitsluitingen: Reparatie of afstellingen voor onderdelen die niet zijn gefabriceerd door de Briggs & Stratton Corporation, zijn niet gedekt, raadpleeg de garantie voor de betreffende fabrikanten. Deze garantie sluit defecten uit die het gevolg zijn van natuurrampen en andere overmacht die niet binnen de macht van de fabrikant ligt. Ook zijn gebruikte, gereviseerde en demonstratieproducten uitgesloten.

Garantieservice is uitsluitend beschikbaar via Geautoriseerde Servicedelers. U kunt uw dichtstbijzijnde dealer vinden in onze “locator map” bij www.murray.com.

Ken uw machine

Als u de machine en de werking ervan begrijpt krijgt u de beste resultaten. Vergelijk de illustraties van de machine met de werkelijkheid, terwijl u deze handleiding doorleest. Leer de werking van de bedieningselementen en waar ze zich bevinden. Volg de bedieningsaanwijzingen en de veiligheidsregels om een ongeluk te voorkomen. Bewaar deze handleiding om hem later te kunnen raadplegen.

MURRAY 425618X51 - Ken uw machine - 1

WAARSCHUWING

Let op! Dit symbool duidt op belangrijke veiligheidsmaatregelen. Dit symbool betekent: "Let en pas op! Uw veiligheid kan in gevaar zijn."

Verantwoordelijkheid van de eigenaar

MURRAY 425618X51 - Verantwoordelijkheid van de eigenaar - 1

WAARSCHUWING

Dit is een snijdende machine die in staat is handen en voeten te amputeren en voorwerpen weg te slingeren. Veronachtzaming van de volgende veiligheidsaanwijzingen kan resulteren in ernstig letsel of de dood voor de bestuurder en omstanders.

Het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar om de onderstaande aanwijzingen op te volgen.

Identificatiemerktekens (CE)

A. Identificatienummer van de fabrikant
B. Serienummer van de fabrikant
C. Nominaal vermogen in kilowatt
D. Maximumtoerental van de motor in omwentelingen per minuut
E. Naam en adres van de fabrikant
F. Bouwjaar
G. Logo CE-overeenstemming
H. Massaeenheid in kilogram

I. Gewaarborgd geluidsvermogen in decibel

MURRAY 425618X51 - Identificatiemerktekens (CE) - 1

Voor rijdende zitmaaiersmet roterende messen Training

  1. Lees de instructies nauwkeurig. Wees vertrouwd met de bediening en het juiste gebruik van de machine.
  2. Sta nooit toe dat kinderen of mensen die niet bekend zijn met deze instructies de machine gebruiken. Lokale regels kunnen een minimum leeftijd voor de bestuurder voorschrijven.
  3. Maai nooit als er omstanders, in het bijzonder kinderen, of huisdieren in de buurt zijn.
  4. Onthoud dat de bestuurder of gebruiker verantwoordelijk is voor ongevallen of blootstelling aan gevaar aan derden of hun bezittingen.
  5. Neem nooit passagiers mee.
  6. Alle bestuurders moeten ervoor zorgen dat ze professionele en practische instructie krijgen. Zulke instructie moet de nadruk leggen op:

a. de noodzaak voor behoedzaamheid en concentratie bij het werken met zitmaaiers;
b. de controle over de machine die gaat glijden op een helling kan niet worden herkregen door de rem te gebruiken. De belangrijkste redenen voor het verliezen van controle zijn:

• onvoldoende grip op de wielen;
- te snel rijden;
• verkeerd remmen;
- het soort maaier is ongeschikt voor de taak;
- onbekendheid met de grondcondities, in het bijzonder hellingen;
• verkeerd optrekken en verkeerde ladingsverdeling.

Voorbereiding

  1. Draag tijdens het maaien altijd stevige schoenen en een lange broek. Bedien de machine niet met blote voeten of met sandalen aan.
  2. Onderwerp het te maaien gebied aan een grondige inspectie en verwijder alle voorwerpen die door de machine uitgeworpen zouden kunnen worden.
  3. WAARSCHUWING-Benzine is zeer brandbaar.

a. Bewaar brandstof incontainers die speciaal voor dit doel ontworpen zijn.
b. Voeg benzine toe in de frisse lucht en rook niet.
c. Voeg benzine toe voordat u de motor aanzet. Verwijder nooit de benzine tankdop of voeg benzine toe terwijl de motor loopt of nog heet is.
d. Als er benzine gemorst is, mag u de motor niet starten, maar moet u de machine van de plek met de gemorste benzine verwijderen en voorkomen dat er een vonk kan optreden, totdat de benzine verdampt is.

e. Schroef alle doppen van benzine containers en tanks zorgvuldig vast.

  1. Vervang defecte geluidsdempers.
  2. Controleer voor gebruik altijd dat de messen, mesbouten en snijconstructie niet versleten of beschadigd zijn. Vervang versleten of beschadigde bladen en bouten in paren zodat het evenwicht niet verstoord wordt.
  3. Bij machines met meerdere bladen kan het draaien van één blad tot gevolg hebben dat andere bladen ook gaan bewegen.

Bediening

  1. Gebruik de machine niet in een afgesloten ruimte, waar zich gevaarlijke koolmonoxyde dampen kunnen ophopen.
  2. Maai alleen bij daglicht of goed kunstlicht.
  3. Voordat u de motor start, moet u alle mesassesoires loskoppelen en de koppeling in de neutrale stand zetten.
  4. Gebruik de machine niet op hellingen van meer dan 10°.
  5. Onthoud dat er geen "veilige" hellingen bestaan. Het rijden over grashellingen vraagt om speciale aandacht. Om omkantelen te voorkomen, moet u:

a. niet plotseling stoppen of optrekken, terwijl u omhoog of omlaag rijdt;
b. de koppeling langzaam op laten komen en de motor altijd in de versnelling laten, vooral wanneer u de helling af rijdt;
c. langzaam rijden op hellingen en in scherpe bochten;
d. oppassen voor hobbels, kuilen en andere verborgen gevaren;
e. nooit loodrecht op hellingsrichting rijden, tenzij de maaier voor dit doel ontworpen is.

  1. Pas op bij het trekken van ladingen of het gebruiken van zwaar materieel.

a. Gebruik alleen de daarvoor bestemde trekhaken.
b. Vervoer alleen ladingen die u kunt beheersen.
c. Maak geen scherpe bochten. Pas op bij het achteruit schakelen.
d. Gebruik tegengewichten of gewichten aan de wielen als dat in het Instructieboek wordt aangeraden.

  1. Let op het andere verkeer bij het oversteken van wegen.
  2. Zet het roteren van de messen af voordat u over iets anders dan gras rijdt.

  3. Als u assessoires gebruikt, let er dan op dat er nooit materiaal in de richting van omstanders geslingered wordt. Laat nooit iemand in de buurt van de machine als deze aan het werken is.

  4. Bedien de maaier nooit als de beschermkappen kapot zijn. De beschermkappen moeten altijd op hun plaats zitten.
  5. Verander de instellingen van de regulateur van de machine niet en voer hem niet op. Het gebruiken van een machine bij te hoge snelheid kan de kans op gevaar of persoonlijk letsel vergroten.
  6. Voordat u van de bestuurdersplaats afstapt, moet u

a. de motor ontkoppelen en de assessoires laten zakken;
b. de motor in de neutrale stand zetten en de handrem aantrekken;
c. de motor afzetten en het contactsleuteltje verwijderen.

  1. Ontkoppel de assessoires, stop de motor en trek de bougiekabel(s) los of verwijder het contactsleuteltje, voordat u

a. verstoppingen in de trechter of elders verhelpt;
b. de maaier controleert, reinigt of er aan wilt werken;
c. de maaier inspecteert nadat u een obstakelb geraakt hebt. Voer, indien nodig, reparaties uit voordat u de machine opnieuw start en gebruikt;
d. de motor controleert bij abnormaal trillen. (Onmiddellijk stoppen.)

  1. Koppel de assessoires los als u de maaier niet gebruikt of deze wilt transporteren.

  2. Zet de motor af en ontkoppel de assessoires voorat u

a. bezine bijvult;
b. de grasopvanger verwijdert;
c. de hoogte aanpast, tenzij dat vanaf de bestuurdersplaats kan gebeuren.

  1. Neem gas terug aan het einde van de maaiactiviteiten. Draai de benzinekraan dicht, indien de motor hiermee is uitgerust.
  2. Voordat u achteruit rijdt, moet u naar achteren en beneden kijken om u ervan te vergewissen dat er geen kleine kinderen in de buurt zijn.
  3. Wees extra voorzichtig bij blinde hoeken, struiken, bomen of andere obstakels die het zicht kunnen wegnemen.

Onderhoud en opslag

  1. Bij machines met meerdere messen kan het bewegen van één mes de andere messen ook inbeweging zetten. Wees voorzichtig!
  2. Als u de machine parkeert of weg zet, moet u het snijgedeelte van de machine laten zakken tenzij u het stut of vast zet.
  3. Zorg ervoor dat alle moeren, bouten en schroeven vast aangedraaid zitten om er zeker van te zijn dat de machine in veilige staat verkeert.
  4. Parkeer de machine nooit met benzine in de tank, in een afgesloten ruimte waar de dampen met een vlam of vonk in aanraking kunnen komen.
  5. Laat de motor afkoelen voorat u de machine in een afgesloten ruimte weg zet.
  6. Verwijder gras, bladeren en overmatig smeervet van de geluidsdemper, het accucompartiment en van de benzine opslagplaats om gevaar voor brand te verminderen.
  7. Comtroleer de grasvanger regelmatig op slijtage.
  8. Vervang versleten of beschadigde onderdelen om veiligheidsredenen.
  9. Als het nodig blijkt de benzinetank af te tappen, moet dit in de frisse lucht gebeuren.

Alle bevestigingsmiddelen zitten in de onderdelentas. Doe geen onderdelen of materiaal weg voordat de machine volledig gemonteerd is.

MURRAY 425618X51 - Onderhoud en opslag - 1

WAARSCHUWING

Maak eerst de bougiekabel los voordat u welke montage- of onderhoudswerkzaamheden dan ook aan de machine gaat uitvoeren.

OPMERKING: In deze handleiding worden links en rechts gebruikt om de plaats van een onderdeel te bepalen; links en rechts gezien vanuit de zitplaats van de bestuurder.

De voorwielen monteren

Snij de vier zijden van de verpakking met een mes open. Monteer de voorwielen (1) (zie Figuur 1).

OPMERKING: Til de voorkant van de trekker op met behulp van een circa 1,25m lang stuk hout. Is er geen stuk hout voorhanden, roep dan de hulp van een tweede persoon in om de trekker op te tillen. Wees voorzichtig, laat de trekker niet vallen.

MURRAY 425618X51 - De voorwielen monteren - 1

text_image ① ② ③ ④ (17x192) ⑤ (30x49) ⑥ ⑦ (17x195)

Figuur 1

  1. Til de voorkant van de trekker op. Zet een steun (blok hout) onder de trekker.
  2. Zorg dat de ventielbuis (2) aan de buitenzijde van de trekker komt te zitten. Schuif het voorwiel (1) op de as (3).
  3. Zet elk voorwiel vast met sluitring (4) en splitpen (5). Buig de uiteinden van de splitpen uit elkaar zodat het voorwiel niet van de as af kan.
  4. Til, nadat de voorwielen zijn aangebracht, de trekker van de steun af. Rol de trekker weg van de verpakking.
  5. Als uw trekker naafdoppen (6) heeft, installeer dan de naafdoppen. Controleer of de sluitringen de naafdoppen op hun plaats houden.

De banden controleren

Controleer de luchtdruk in de banden. Bij een te hoge bandenspanning rijdt de machine oncomfortabel. Ook zal de machine bij een onjuiste bandenspanning niet egaal maaien. De juiste bandenspanning is: voorbanden 0,97 BAR, achterbanden 0,69 BAR. De banden zijn te hard opgepompt voor verzending.

Het maaidek monteren

  1. Zet de mesrotatiehendel (1) in de ONTKOPPELDE stand (zie Figuur 2).
  2. Zet de hefhendel (2) in de vlakstelstand.

MURRAY 425618X51 - Het maaidek monteren - 1

WAARSCHUWING

De hefhendel is veerbelast. Zorg dat de hefhendel in de stand VLAKSTELLEN vergrendeld staat.

  1. Bevestig de voorste beugel (9) aan het maaidek met de bevestigingsmiddelen. Zie afbeelding "F."
  2. Duw het maaidek onder de rechterkant van de machine.
  3. Leg de maaieraandrijfriem (7) om de meerschijvenpoelie (8). Zie afbeelding "G."

OPMERKING: Zorg dat de "V"-zijde van de maaieraandrijfriem tegen de meerschijvenpoelie komt te zitten. Let er ook op dat de maaieraandrijfriem niet gedraaid zit.

  1. Bevestig de voorste beugel aan de assteun. Zie afbeelding "F."
  2. Zorg ervoor dat de maaieraandrijfriem tussen de meerschijvenpoelie en de beide riemgeleiders (10) komt te liggen. Zie afbeelding "G."
  3. Bevestig de ophangschakels (4) aan de hefinrichting. Maak ze vast met de haarspelden en de sluitringen. Zie afbeelding "A" en "B."
  4. Bevestig de rechtse en linkse stelarm (3) aan de ophangbeugels. Maak ze vast met de haarspelden en de sluitringen. Zie afbeelding "C" en "D."
  5. Bevestig de trekveer (5) aan de mesbedieningshendel (6). Zie afbeelding "E."
  6. Zet de mesrotatiehendel in de INGESCHAKELDE stand. Controleer of de maaieraandrijfriem zich binnen alle riemgeleiders bevindt.
  7. Controleer of het maaidek horizontaal staat. Zie "Het maaidek horizontaal stellen."

MURRAY 425618X51 - WAARSCHUWING - 1

text_image (31x4) (17x91) (31x4) (17x91) (31x4) (17x91) (31x4) (17x91) (31x11) (17x91) (31x4) (17x91) (31x4) (17x91) (31x4) (17x91) (31x4) (17x91) (31x4) (17x91) (31x4) (17x91) (31x4) (17x91) (31x4) (17x91) G ⑧ ⑦ ⑩ ⑪ ③ D ⑤ ⑥ E ⑦ ⑨ F ⑩ ⑪ ⑫ ⑬

Figuur 2

  1. Bevestig de peilwielen (12) met de bevestigingsmiddelen aan de asbouten (11) (zie Figuur 3).
  2. Controleer de werking van de mesrotatiehendel. Zie "De mesrotatiehendel afstellen."

MURRAY 425618X51 - WAARSCHUWING - 2

Het plaatsen van de stoel

  1. Verwijder de plastic zak voorzichtig van de stoel.
  2. Zorg ervoor dat de gaten in de scharnierplaat (2) samenvallen met die in de stoel (1). Maak de stoel vast aan de scharnierplaat van de stoel met de vleugelbouten (4) en (5) (zie Figuur 4).
  3. Controleer of de stoel zo staat dat de machine gemakkelijk bediend kan worden. Als de stoel versteld moet worden, draai de twee vleugelbouten (5) dan los. Schuif de stoel over de stelgaten (3) naar voren of naar achteren. Draai de vleugelbouten stevig vast.

MURRAY 425618X51 - Het plaatsen van de stoel - 1

  1. Zorg dat de voorwielen recht vooruit staan.
  2. Schuif de kap (3) over de stuuras (2). Let erop dat de kraag van de kap aan de bovenkant zit (zie Figuur 5).
  3. Schuif het stuur (1) op de stuuras.
  4. Maak het stuur met schroef (4) en sluitring (6) op de stuuras vast.
  5. Voor sommige modellen zit er een optioneel inzetstuk (7) in de onderdelentas. Bevestig het inzetstuk op het midden van het stuur.

MURRAY 425618X51 - Het plaatsen van de stoel - 2

Onderhoudsvrije accu

BELANGRIJK: Controleer eerst de accudatum voordat u de accukabels op de accu aansluit. Aan de datum op de accu kunt u aflezen of de accu moet worden opgeladen.

  1. Kijk op de bovenkant van de accu (1) voor de plaats van de accudatum (zie Figuur 6).
  2. Als de accu in gebruik genomen wordt voordat de accukabels kunnen worden aangesloten terwijl de accu niet is opgeladen, zie "De accukabels aansluiten."
  3. Als de accu in gebruik wordt genomen nadat de accu moet worden opgeladen, zie "De accu opladen."

MURRAY 425618X51 - Onderhoudsvrije accu - 1

Rook niet wanneer u de accu oplaadt. Houd de accu uit de buurt van vonken. De door het accuzuur geproduceerde dampen kunnen een explosie veroorzaken.

  1. Verwijder de accu (1) en de accuhouder (3) (zie Figuur 6).
  2. Verwijder de beschermkapjes van de accuklemmen.
  3. Gebruik een 12V acculader om de accu op te laden. Laad bij een snelheid van 6 ampère gedurende één uur. Beschikt u zelf niet over een acculader, laat de accu dan opladen bij een erkend servicecentrum.
  4. Installeer de accu en de accuhouder. De positieve (+) accuklem (4) moet aan de linkerkant zitten.

De accukabels aansluiten

MURRAY 425618X51 - De accukabels aansluiten - 1

WAARSCHUWING

Sluit - om vonkvorming te voorkomen - eerst de rode kabel op de positieve (+) klem aan voordat u de zwarte kabel aansluit.

  1. Verwijder de beschermkapjes van de accuklemmen (zie Figuur 6).
  2. Schuif het klembeschermkapje (2) op de rode kabel (5). Sluit de rode kabel aan op de positieve (+) klem (4) met de bout en vleugelmoer (6) en (7).
  3. Sluit de zwarte kabel (8) aan op de negatieve (-) klem met de bout en vleugelmoer (6) en (7).

De motor gereedmaken

OPMERKING: De motor is vlak vóór verzending in de fabriek met olie gevuld. Controleer het oliepeil. Vul voor zover nodig olie bij.

Zie de voorschriften van de motorenfabrikant m.b.t. de te gebruiken soort benzine en olie. Lees eerst de informatie over veiligheid, bediening, onderhoud en opslag voordat u met de machine gaat werken.

MURRAY 425618X51 - De motor gereedmaken - 1

WAARSCHUWING

Volg de voorschriften van de motorenfabrikant op m.b.t. de te gebruiken soort benzine en olie. Gebruik altijd een veiligheidsjerrycan. Rook niet tijdens het vullen van de benzinetank. Vul geen benzine bij in een besloten ruimte. Zet de motor af voordat u benzine bijvult. Laat de motor eerst enkele minuten afkoelen.

OPMERKING: Het werkelijke continue vermogen zal waarschijnlijk lager liggen vanwege beperkingen tijdens het gebruik en door omgevingsfactoren.

Controleren of het maaidek vlak staat

Controleer of het maainiveau nog juist is. Maai eerst een klein stukje en bekijk vervolgens het net gemaaide oppervlak. Als het maaidek niet egaal maait, zie dan "Het maaidek horizontaal stellen" in de sectie Onderhoud van deze handleiding.

Belangrijk! Voordat u gaat maaien

  • Controleer de motorolie.
    • Vul de brandstoftank met benzine.
  • Controleer de hoogte van het maaidek.
  • Controleer de luchtdruk in de banden.
  • Sluit de accukabels aan.

Plaats van de bedieningsorganen

Mesrotatiehendel (1): Met de mesrotatiehendel start en stopt u de rotatie van het blad (zie Figuur 7).

Koppelings-/rempedaal (2): Het pedaal heeft twee functies. De eerste functie is een koppeling. De tweede functie is een rem.

Koplampschakelaar (3): De koplampschakelaar is de eerste stand van de contactschakelaar. Als u de lichten wilt gebruiken terwijl de motor loopt, zet het sleuteltje dan in de stand voor de lichten.

Contactschakelaar (3): Met de contactschakelaar start u de motor en zet u de motor af.

Schakelhendel (4): Met de schakelhendel schakelt u naar een andere versnelling over.

Hefhendel (5): Met de hefhendel kunt u de maaihoogte verstellen.

Parkeerremhendel (6): Met de parkeerremhendel schakelt u de rem in wanneer u de machine verlaat.

Gashendel (7): Met de gashendel verhoogt of verlaagt u het toerental van de motor.

Acceleratiepedaal (8): Met het acceleratiepedaal regelt u de snelheid van de machine.

MURRAY 425618X51 - Plaats van de bedieningsorganen - 1

Deze machine kan met vele verschillende hulpstukken worden uitgerust. De machine kan hulpstukken, zoals een tuinveegmachine, een gazonbeluchter of een centrifugaalstrooier, trekken. De machine kan niet gebruikt worden in combinatie met hulpstukken die de grond omwerken, zoals een ploeg, een schijveneg of een cultivator.

Voor aanhangers en getrokken hulpstukken bedraagt het maximumgewicht 113 kg.

De gashendel gebruiken

Met de gashendel (7) verhoogt of verlaagt u het toerental van de motor (zie Figuur 7).

  1. De stand SNEL (FAST) is herkenbaar aan een pal. Zet de gashendel bij normaal gebruik en bij gebruik van een grasopvangbak in de stand SNEL (FAST). Laat de motor in de stand SNEL (FAST) draaien voor maximale oplading van de accu en voor een koeler lopende motor.
  2. Het motortoerental is in de fabriek afgesteld voor het leveren van maximale prestaties. Stel de regulateur niet anders af om het toerental van de motor te verhogen.

De mesrotatiehendel gebruiken

Met de mesrotatiehendel (1) schakelt u het mes (of de messen) in (zie Figuur 7).

  1. Controleer, voordat u de motor start, eerst of de mesrotatiehendel (1) in de ONTKOPPELDE stand staat.
  2. Zet de mesrotatiehendel in de INGESCHAKELDE stand om het mes (of de messen) te laten ronddraaien.

OPMERKING: Als de motor stopt wanneer u het mes(of de messen) inschakelt, dan is de stoelschakelaar niet geactiveerd. Zorg dat u midden op de stoel zit.

  1. Zet de mesrotatiehendel in de ONTKOPPELDE stand om het mes (of de messen) te laten stoppen. Wees er zeker van dat het mes (of de messen) niet meer ronddraaien voordat u de bestuurdersplaats verlaat.

  2. Zet, voordat u met de machine een trottoir of een weg over rijdt, de mesrotatiehendel in de ONTKOPPELDE stand.

MURRAY 425618X51 - De mesrotatiehendel gebruiken - 1

WAARSCHUWING

Kom nooit met uw handen en voeten in de buurt van het mes, de opening van de keerplaat en het maaidek wanneer de motor loopt.

Het acceleratiepedaal gebruiken

Het aandrijfsysteem maakt gebruik van een variatorpoelie die aan een transmissie met twee versnellingen is gekoppeld. De variatoraandrijving is zich zeer gemakkelijk te bedienen. Dit type aandrijfsysteem heeft een schakelhendel voor twee versnellingen en een koppelings-/rempedaal (2) dat naast het acceleratiepedaal (8) is aangebracht (zie Figuur 7).

De rijrichting wordt geregeld met de schakelhendel. Daarmee schakelt u ofwel in de ACHTERUIT ofwel in een van de twee versnellingen vooruit. Tijdens het gebruik wordt de snelheid geregeld met een enkelvoudig acceleratiepedaal dat u met uw rechtervoet bedient.

Vooruitrijden

  1. Duw het koppelings-/rempedaal (2) helemaal naar voren om de machine te stoppen. Houd uw voet op het pedaal (zie Figuur 7).
  2. Zet de schakelhendel (4) in een van de twee VOORUIT-standen. Selecteer de stand Laag (TRIM) bij het op- en afrijden van steile hellingen en bij het werken met hulpstukken waarvoor een zeer langzame voorwaartse snelheid vereist is, zoals sneeuwblazers. Selecteer de stand Hoog (MOW) bij het maaien of bij het vervoeren van de machine.
  3. Laat het koppelings-/rempedaal rustig opkomen met uw rechtervoet. Houd uw voet niet op het koppelings-/rempedaal.
  4. Zet de gashendel (7) in de stand SNEL (FAST).
  5. Duw het acceleratiepedaal (8) langzaam naar voren tot de gewenste snelheid.
  6. U voert de voorwaartse snelheid op door het acceleratiepedaal langzaam naar voren te duwen. U vermindert de voorwaartse snelheid door het acceleratiepedaal langzaam op te laten komen totdat de machine vaart mindert tot de gewenste snelheid.

Van richting veranderen

VOORZICHTIG: Duw eerst het koppelings-/rempedaal (2) helemaal naar voren om de machine te stoppen voordat u de schakelhendel verzet. Als de machine niet eerst wordt stilgezet, kan de versnellingsbak beschadigd raken (zie Figuur 7).

  1. Duw het koppelings-/rempedaal (2) helemaal naar voren om de machine te stoppen. Houd uw voet op het pedaal.
  2. Zet de gashendel (7) in de stand LANGZAAM (SLOW).
  3. Om vooruit te rijden zet u de schakelhendel (4) in een van de twee VOORUIT-standen. Om achteruit te rijden zet u de schakelhendel in de ACHTERUIT-stand.

  4. Laat het koppelings-/rempedaal rustig opkomen met uw rechtervoet. Houd uw voet niet op het koppelings-/rempedaal.

  5. Zet de gashendel in de stand SNEL (FAST).

Achteruitrijden

  1. Kijk achterom.
  2. Duw het koppelings-/rempedaal (2) helemaal naar voren om de machine te stoppen. Houd uw voet op het pedaal (zie Figuur 7).
  3. Zet de schakelhendel (4) in de ACHTERUIT-stand.
  4. Laat het koppelings-/rempedaal langzaam opkomen.
  5. Duw het acceleratiepedaal (8) langzaam naar voren tot de gewenste snelheid.
  6. U voert de achterwaartse snelheid op door het acceleratiepedaal langzaam naar voren te duwen. U vermindert de achterwaartse snelheid door het acceleratiepedaal langzaam op te laten komen totdat de gewenste snelheid is bereikt.

Standen acceleratiepedaal

De voorwaartse snelheid wordt geregeld met de stand van de schakelhendel (4) en het acceleratiepedaal (8) (zie Figuur 7). In onderstaande tabel staan de functies samen met de standen van de schakelhendel en het acceleratiepedaal vermeld. Laat de motor altijd werken met de gashendel (7) in de stand SNEL (FAST).

FUNCTIESTAND SCHAKEL-HENDELSTAND PEDAALGASHENDEL
Trimmen, sneeuwblazer, steile hellingenLaag (TRIM)1/3MURRAY 425618X51 - Standen acceleratiepedaal - 1
Gras opvangenHoog (MOW)1/3 tot 1/2
Normaal maaienHoog (MOW)1/2 tot 2/3
Makkelijk maaien SneeuwschuifHoog (MOW)1/2 tot 3/4
VervoerenHoog (MOW)VOLLEDIG
Getrokken hulpstukkenHoog (MOW)1/3 tot 1/2

De parkeerrem gebruiken

  1. Duw het koppelings-/rempedaal (2) helemaal naar voren (zie Figuur 7).
  2. Trek de parkeerremhendel (6) omhoog.
  3. Haal uw voet van het koppelings-/rempedaal en zet de parkeerremhendel vervolgens vrij. Controleer of de parkeerrem daadwerkelijk de machine tegenhoudt.
  4. Om de parkeerrem vrij te zetten duwt u het koppelings-/rempedaal helemaal naar voren. De parkeerrem wordt dan automatisch vrijgezet.

MURRAY 425618X51 - De parkeerrem gebruiken - 1

WAARSCHUWING

Zet voordat u de bestuurdersplaats verlaat, de schakelhendel in de neutrale (N) stand. Schakel de parkeerrem in. Zet de mesrotatiehendel in de ONTKOPPELDE stand. Zet de motor af en verwijder de contactsleutel.

Als u de maaihoogte wilt verstellen moet u de hefhendel (5) als volgt omhoog of omlaag zetten (zie Figuur 7).

  1. Zet de hefhendel (5) naar voren om het maaidek te laten zakken en naar achteren om het maaidek omhoog te zetten.
  2. Wanneer u op een trottoir of weg rijdt, zet de hefhendel dan in de hoogste stand en zet de mesrotatiehendel (1) in de ONTKOPPELDE stand.

De machine stoppen

  1. Haal uw voet langzaam van het acceleratiepedaal (8) en druk het koppelings-/rempedaal in (2) (zie Figuur 7).
  2. Zet de mesrotatiehendel (1) in de ONTKOPPELDE stand.
  3. Schakel de parkeerrem in met de parkeerremhendel (6).

MURRAY 425618X51 - De machine stoppen - 1

WAARSCHUWING

Controleer of de parkeerrem daadwerkelijk de machine tegenhoudt.

  1. Zet de gashendel (7) in de stand LANGZAAM (SLOW).

  2. Om de motor af te zetten moet u de contactsleutel (3) in de stand UIT (OFF) zetten. Verwijder de sleutel.

De machine vervoeren

Als de machine vervoerd moet worden, dient u onderstaande stappen te volgen (zie Figuur 7).

  1. Zet de mesrotatiehendel (1) in de ONTKOPPELDE stand.
  2. Zet de hefhendel (5) in de hoogste stand.
  3. Zet de gashendel (7) in de stand SNEL (FAST).
  4. Laat het koppelings-/rempedaal (2) opkomen en duw het acceleratiepedaal (8) langzaam naar voren tot de gewenste snelheid.

De mulchverdelerplaat verwisselen

MURRAY 425618X51 - De mulchverdelerplaat verwisselen - 1

WAARSCHUWING

Maak de bougiekabel los om te voorkomen dat de motor gestart kan worden. Controleer of de mesrotatiehendel in de ONTKOPPELDE stand staat.

Met de mulchverdelerplaat kunt u het gras zeer kort en fijn maaien en tot mulch verwerken. Als u het gras aan de zijkant wilt uitwerpen of in een grasopvangbak wilt opvangen, verwijder de mulchverdelerplaat dan als volgt.

De mulchverdelerplaat verwijderen

  1. Zet de keerplaat (1) omhoog. Verwijder de twee vleugelmoeren (2) en de twee slotschroeven (3) (zie Figuur 8).
  2. Til de mulchverdelerplaat (4) omhoog, weg van het maaidek.
  3. Bevestig vleugelmoeren en slotschroeven aan de mulchverdelerplaat voor als u ze later weer nodig hebt.

MURRAY 425618X51 - De mulchverdelerplaat verwijderen - 1

De mulchverdelerplaat installeren

  1. Zet de keerplaat (1) omhoog (zie Figuur 8). Bevestig de onderrand van de mulchverdelerplaat (4) aan het maaidek.
  2. Schuif de bovenzijde van de mulchverdelerplaat (4) onder de keerplaatsteun (5) (zie Figuur 9).
  3. Zet de mulchverdelerplaat met twee vleugelmoeren (2) en twee slotschroeven (3) vast (zie Figuur 8).

MURRAY 425618X51 - De mulchverdelerplaat installeren - 1

Mulchverwerkingstips

Wanneer u een mulchhulpstuk gebruikt, wordt het gras in heel fijne stukjes gemaaid. Deze fijne stukjes worden snel in de bodem afgebroken. Omdat de voedingsstoffen aan de bodem worden teruggegeven, zal het gazon met minder kunstmeststof toe kunnen. Volg onderstaande stappen op voor het op de juiste wijze mulchen van het gras.

  1. Zet de gashendel (7) in de stand SNEL (FAST) (zie Figuur 7). Laat de maaimachine op een langzamere grondsnelheid werken. Als de grondsnelheid te hoog is, zal het gras geen egale snede hebben.
  2. Zorg dat er altijd een scherpe kant op het mes zit. Een mes dat niet scherp is, zorgt ervoor dat de uiteinden van het gras bruin worden.
  3. Controleer of het gras droog is. Nat gras laat zich moeilijk maaien.
  4. Stel de hoogte van het maaidek zo in dat alleen het bovenste derde deel van het gras wordt afgemaaid. Als het gras te hoog is, stel de hoogte van het maaidek dan in op de maximale hoogte. Laat het maaidek daarna zakken en maai het nog een keer na. Ook kunt u, in plaats van de volle breedte van het maaidek te gebruiken, op de halve breedte ervan mulchen.
  5. Maak de onderkant van het maaidek schoon. Gras en andere rommel kunnen er de oorzaak van zijn dat de maaimachine niet meer goed werkt.
  6. Als het gras snel groeit, mulch dan vaker.
  7. Als voor een gebied verbetering nodig is, mulch dan nog een keer na.

Met het maaidek werken

MURRAY 425618X51 - Met het maaidek werken - 1

WAARSCHUWING

De keerplaat is een beveiligingsinrichting. Verwijder de keerplaat niet. De keerplaat leidt het uitgeworpen materiaal naar de grond. Houd de keerplaat altijd in de OMLAAG staande stand. Als de keerplaat beschadigd is, vervang die dan door een bij een erkend servicecentrum verkrijgbaar origineel onderdeel.

BELANGRIJK: Wanneer u met het maaidek werkt, doe dat dan altijd met de gashendel in de stand SNEL (FAST).

  1. Start de motor.
  2. Zet de parkeerrem (6) vrij (zie Figuur 7).
  3. Zet de hefhendel (5) in een maaihoogtestand. Maai hoog of dik gras eerst in de hoogste stand en laat het maaidek daarna in een lagere stand zakken.
  4. Zet de gashendel (7) in de stand LANGZAAM (SLOW).
  5. Zet de mesrotatiehendel (1) langzaam in de INGESCHAKELDE stand.
  6. Zet de gashendel in de stand SNEL (FAST).
  7. Duw het acceleratiepedaal (8) langzaam in tot de gewenste snelheid.

OPMERKING: Wanneer u in zwaar gras of met een opvangbak maait, gebruik dan een langzame vooruitversnelling.
8. Controleer of het maainiveau nog juist is. Maai eerst een klein stukje en bekijk vervolgens het net gemaaide oppervlak. Als het maaidek niet egaal maait, zie dan "Het maaidek horizontaal stellen" in de sectie Onderhoud.

MURRAY 425618X51 - WAARSCHUWING - 1

WAARSCHUWING

Zorg voor een veilige snelheid om de machine beter onder controle te kunnen houden.

Met machines met automatische aandrijving op hellingen werken

MURRAY 425618X51 - Met machines met automatische aandrijving op hellingen werken - 1

WAARSCHUWING

Rijd geen hellingen op of af die te steil zijn om recht achteruit op te gaan. Rij nooit dwars over een helling met de machine.

  1. Stop niet en schakel ook niet over op een andere snelheid op een helling. Als u moet stoppen, duw het koppelings-/rempedaal (2) dan snel naar voren en schakel de parkeerrem (6) in (zie Figuur 7).
  2. Bedien het acceleratiepedaal (8) rustig om ongelukken te vermijden. Maak niet plotseling een bocht en vermijd plotselinge veranderingen in snelheid.
  3. Om voorwaartse snelheid te minderen bij het van een helling af rijden moet u het acceleratiepedaal langzaam laten opkomen en, indien nodig, het koppelings-/rempedaal indrukken.

Op een helling stoppen

  1. Vermijd stoppen op een helling. Als u in geval van nood snel moet stoppen, haal uw rechtervoet dan van het acceleratiepedaal (8) en druk het koppelings-/rempedaal (2) snel in (zie Figuur 7).
  2. Schakel de parkeerrem (6) in.
  3. Zet voordat u afstapt, de gashendel (7) eerst in de stand LANGZAAM (SLOW), zet de mesrotatiehendel (1) in de ONTKOPPELDE stand, zet de motor af en schakel de parkeerrem in.

Op een helling beginnen met maaien

  1. Start de motor.
  2. Zet de mesrotatiehendel (1) in de INGESCHAKELDE stand (zie Figuur 7).
  3. Zet de gashendel (7) in de stand SNEL (FAST).
  4. Druk het koppelings-/rempedaal (2) in om de parkeerrem (6) vrij te zetten. Duw het acceleratiepedaal in tot de gewenste snelheid.

OPMERKING: De parkeerrem moet eerst ontkoppeld worden, anders kan het acceleratiepedaal de transmissie niet inschakelen.

Alvorens de motor te starten

De olie controleren

OPMERKING: De motor is vlak vóór verzending in de fabriek met olie gevuld. Controleer het oliepeil. Vul voor zover nodig olie bij. Zie de voorschriften van de motorenfabrikant m.b.t. de te gebruiken soort benzine en olie.

  1. Controleer of de machine horizontaal staat.
    OPMERKING: Ga het peil van de olie niet controleren terwijl de motor loopt.
  2. Controleer de olie. Volg de door de motorenfabrikant voorgeschreven werkwijze op.
  3. Vul zo nodig olie bij totdat de olie tot aan het merkteken FULL op de peilstok komt. De hoeveelheid olie die nodig is vanaf ADD (BIJVULLEN) tot FULL (VOL) staat op de peilstok. Vul niet te veel olie bij.

Benzine bijvullen

MURRAY 425618X51 - Benzine bijvullen - 1

WAARSCHUWING

Gebruik altijd een veiligheidsjerrycan. Rook niet tijdens het vullen van de benzinetank. Vul geen benzine bij wanneer u zich in een besloten ruimte bevindt. Zet eerst de motor af en laat de motor enkele minuten afkoelen voordat u benzine gaat bijvullen.

Vul de brandstoftank (1) tot aan het met FULL (2) gemerkte peil met gewone ongelode benzine (zie Figuur 10). Gebruik geen ongelode superbenzine. Controleer of de benzine nieuw en zuiver is. Bij loodhoudende benzine ontstaan er meer koolresten, waardoor de levensduur van de kleppen korter wordt.

MURRAY 425618X51 - WAARSCHUWING - 1

Het elektrische systeem is voorzien van een systeem dat via een sensorschakelaar vaststelt of de stoel bezet is. Aan het elektrische systeem wordt 'verteld' of de bestuurder al of niet op de stoel zit. Dit systeem zorgt ervoor dat de motor stopt wanneer de bestuurder van zijn stoel opstaat als de mesrotatiehendel is ingeschakeld of als de transmissie is ingeschakeld. Controleer voor uw eigen veiligheid altijd of dit systeem goed werkt.

OPMERKING: De motor zal alleen starten als u het rempedaal indrukt of de parkeerrem inschakelt en de mesrotatiehendel in de ONTKOPPELDE stand zet.

  1. Duw het koppelings-/rempedaal (2) helemaal naar voren (zie Figuur 7). Houd uw voet op het pedaal.
  2. Controleer of de mesrotatiehendel (1) in de ONTKOPPELDE stand staat.
  3. Zet de gashendel (7) helemaal naar voren in de stand CHOKE of SNEL (FAST). Sommige modellen hebben een afzonderlijke chokeknop. Trek de chokeknop uit tot de volle CHOKE-stand.
  4. Zet de contactsleutel (3) in de stand START.

OPMERKING: Als de motor na vier of vijf pogingen nog niet wil aanslaan, zet de gashendel dan in de stand SNEL (FAST). Probeer de motor nogmaals te starten. Als de motor dan nog niet wil starten, kijk dan in het STORINGZOEKSCHEMA.

  1. Zet de gashendel rustig in de stand LANGZAAM (SLOW).
  2. Laat een koude motor eerst enkele minuten draaien. Begin pas te maaien wanneer de motor warm is. Om een warme motor te starten moet u de gashendel in een stand tussen SNEL (FAST) en LANGZAAM (SLOW) zetten.

Maaien en gras opvangen

  1. Controleer om een gazon er beter uit te laten zien, vooraf of het maaidek horizontaal staat. Zie "Het maaidek horizontaal stellen" in de sectie Onderhoud.
  2. Controleer of de banden de juiste spanning hebben, anders kan het zijn dat het maaidek niet egaal maait.
  3. Controleer het mes telkens wanneer u de machine gebruikt. Vervang het mes onmiddellijk als het verbogen of beschadigd is. Controleer ook of de moer van het mes stevig vastzit.
  4. Zorg dat het mes(of de messen) steeds scherp zijn. Versleten messen zijn er de oorzaak van dat de uiteinden van het gras bruin worden.
  5. Maai geen nat gras en vang het niet op in een grasopvangbak. Nat gras wordt niet op de juiste wijze uitgeworpen. Laat het gras eerst droog worden alvorens het te maaien.
  6. Trim nabij een voorwerp met de linkerkant van het maaidek.
  7. Werp het gemaaide gras uit op het gemaaide gedeelte. Zo ontstaat een gelijkmatigere verdeling van gemaaid gras.
  8. Wanneer u grote oppervlakken maait, begin de ronde dan door rechtsom te draaien zodat het gemaaide gras weg van struiken, schuttingen, opritten, enz. uitgeworpen wordt. Maai na een of twee ronden in de tegengestelde richting en draai daarbij telkens linksom totdat u klaar bent.
  9. Als het gras erg hoog is, maai dan twee keer om de belasting op de motor te verminderen. Maai eerst met het maaidek in de hoogste stand en zet het maaidek in een lagere stand wanneer u daarna voor de tweede keer gaat maaien.
  10. Laat voor betere motorprestaties en een gelijkmatigere uitworp van het gemaaide gras de motor altijd lopen met de gashendel in de stand SNEL (FAST).
  11. Laat wanneer u een grasopvangbak gebruikt, de motor lopen met de gashendel in de stand SNEL (FAST) en het acceleratiepedaal voor 1/3 tot 1/2 naar voren geduwd.
  12. Maak telkens na gebruik de boven- en onderkant van het maaidek schoon voor betere prestaties. Ook voorkomt u met een schoon maaidek dat er brand zou kunnen ontstaan.
FrequentieMayntenaunce RequiredComments
Dagelijks of voor ieder gebruikOnderhoud van de motor.Zie de Handleiding die bij de motor hoort.
Inspecteer mes(sen).Inspecteer op barstjes, slijtage, en bovenmatige schade
Verwijder rommel van de machine en het te maaien gebied.
Inspecteer alle draaiende en schuivende onderdelen.
Controleer de bandenspanning.Zie het hoofdstuk Onderhoud.
Ga na of de maaierbehuizing horizontaal is.Zie het hoofdstuk Onderhoud.
Inspecteer V--riemen.Inspecteer op barstjes, slijtage, en bovenmatige schade
Inspecteer de werking van de riemen.Zie het hoofstuk Bediening en het hoofdstuk Onderhoud.
Na de eerste 5 uurVerwissel de olie.Zie de Handleiding die bij de motor hoort.
Na 25 uurOnderhoud van de motor.Zie de Handleiding die bij de motor hoort.
Mes(sen) verwijderen, inspecteren, slijpen, en uitbalanceren.Zie het hoofdstuk Onderhoud.
Controleer de afstelling van de:a. Mes rotatie regelingb. Remc. Koppelingd. Besturing.Zie het hoofdstuk Onderhoud.
Smeer chassis en maaierbehuizing.Volg de aanwijzingen onder Smeren.
Inspecteer de uitlaat:a. Torsieb. Op slijtage of brandplekkenc. Conditie van de vonkenvanger (indien van toepassing).Zie het hoofdstuk Onderhoud.
Voor opslag van 30 dagen of langerMotor gereed maken voor opslag.Zie de Handleiding die bij de motor hoort.
Brandstofsysteem aftappen.Neem de waarschuwingen in de Gebruikshandleiding in acht.
Brandstof--stabilizeermiddel toepassen.Zie de Handleiding die bij de motor hoort.
Accu gereed maken voor opslag:a. Uit de machine verwijderenb. Volledig opladenc. Opbergen op een koele en droge plek

Algemene aanbevelingen

  1. Het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar om dit product te onderhouden. Door regelmatig onderhoud uit te voeren gaat dit product langer mee en blijft de garantie van kracht.
  2. Controleer de bougie en de aandrijfrem, smeer de machine en reinig het luchtfilter eenmaal per jaar.
  3. Controleer de bevestigingsmiddelen. Controleer of alle bevestigingsmiddelen stevig vastzitten.
  4. Volg de aanwijzingen in de sectie Onderhoud op om de machine in een goede staat van onderhoud te houden.

MURRAY 425618X51 - Algemene aanbevelingen - 1

WAARSCHUWING

Maak eerst de bougiekabel los voordat u een controle, afstelling of reparatie aan de machine uitvoert. Verwijder de bougiekabel om te voorkomen dat de motor per ongeluk gestart kan worden.

OPMERKING: Het aanhaalmoment wordt gemeten in foot pounds (Nm in metrieke stelsel). Hiermee wordt aangegeven hoe strak een moer of bout aangetrokken moet worden. Het aanhaalmoment wordt gemeten met een momentsleutel.

Het mes inspecteren

MURRAY 425618X51 - Het mes inspecteren - 1

WAARSCHUWING

Maak eerst de bougiekabel los voordat u het mes gaat inspecteren of verwijderen. Als het mes een voorwerp heeft geraakt, zet de motor dan af. Kijk de machine na op beschadigingen. Het mes heeft scherpe kanten. Gebruik wanneer u het mes vastpakt, handschoenen of een doek om uw handen te beschermen.

Als u het mes (1) scherp houdt en het mes op beschadigingen inspecteert, zal het mes beter snijden en is het veiliger in het gebruik (zie Figuur 11). Controleer het mes regelmatig op abnormale slijtage, scheurvorming of andere beschadigingen.

Controleer regelmatig de moer (3) waarmee het mes (1) bevestigd is. De moer moet altijd stevig vastzitten. Als het mes een voorwerp heeft geraakt, zet de motor dan af. Maak de bougiekabel los. Kijk of het mes verbogen of beschadigd is. Controleer de mesadaptererring (5) op beschadigingen.

Vervang, indien nodig, beschadigde onderdelen door originele onderdelen voordat u met de machine gaat werken. Neem hiervoor contact op met een erkend servicecentrum bij u in de buurt. Laat om de drie jaar een bevoegde servicemonteur het mes inspecteren of het oude mes door een origineel nieuw mes vervangen.

MURRAY 425618X51 - WAARSCHUWING - 1

Het mes verwijderen en installeren

  1. Verwijder het maaidek. Zie "Het maaidek verwijderen en installeren".
  2. Zorg er met behulp van een stuk hout voor dat het mes niet kan gaan ronddraaien.
  3. Verwijder de moer (3) waarmee het mes (1) bevestigd is (zie Figuur 11).
  4. Controleer het mes en de mesadapterring (5). Zie "Het mes inspecteren." Vervang een ernstig versleten of beschadigd mes door een origineel nieuw mes. Neem hiervoor contact op met een erkend servicecentrum bij u in de buurt.
  5. Maak de onder- en bovenkant van het maaidek schoon. Verwijder al het gras en rommel.
  6. Bevestig het mes en de mesadaptererring op de spil (6).
  7. Bevestig het mes zo dat de opstaande randen (7) naar boven wijzen. Als het mes ondersteboven staat, zal het mes niet goed snijden, wat tot ongelukken kan leiden.
  8. Bevestig het mes met de originele sluitringen en moer. Zorg dat de buitenrand van de schotelveer (2) tegen het mes komt te zitten.

MURRAY 425618X51 - Het mes verwijderen en installeren - 1

WAARSCHUWING

Zorg dat de moer waarmee het mes bevestigd is, altijd stevig vastzit. Een loszittende moer of een loszittend mes kan tot ongelukken leiden.

  1. Draai de moer waarmee het mes bevestigd is aan tot een moment van 30 foot pounds (41,5 Nm).
  2. Installeer het maaidek. Zie "Het maaidek verwijderen en installeren."

De mesrotatiehendel afstellen

MURRAY 425618X51 - De mesrotatiehendel afstellen - 1

WAARSCHUWING

Om letsel te voorkomen moet de mesrotatiehendel correct werken.

Bij normaal gebruik hoeft de mesrotatiehendel niet afgesteld te worden. Maar als de maaiprestaties afnemen of als de kwaliteit van de snede slecht is, voer dan de volgende handelingen uit.

  1. Zorg dat de gashendel (7) bij het maaien in de stand SNEL (FAST) staat (zie Figuur 7).
  2. Zet de mesrotatiehendel in de ONTKOPPELDE stand (1) (zie Figuur 12).
  3. Zet de motor af. Maak de bougiekabel los.
  4. Controleer het mes (of de messen). Zorg dat er altijd een scherpe kant op zit. Een mes dat niet scherp is, veroorzaakt de bruine uiteinden van het gras.

MURRAY 425618X51 - WAARSCHUWING - 1

  1. Maak de mesaandrijfveer (2) los van de mesbedieningshendel (1) (zie Figuur 13). Verplaats de mesaandrijfveer naar het middelste gat (4). Hierdoor wordt de spanning op de maaieraandrijfriem vergroot.
  2. Sluit de bougiekabel aan. Maai een klein stuk en controleer de kwaliteit van de snede nogmaals. Verplaats de mesaandrijfveer, indien nodig, naar het onderste gat (5).

  3. Controleer nogmaals de kwaliteit van de snede. Als de kwaliteit van de snede niet verbeterd is, vervang de maaieraandrijfriem dan. Zie "De maaieraandrijfriem vervangen." Als het probleem door het vervangen van de riem nog niet opgelost is, breng de machine dan naar een erkend servicecentrum.

MURRAY 425618X51 - WAARSCHUWING - 2

  1. Zet de mesrotatiehendel (1) in de ONTKOPPELDE stand (zie Figuur 12). Zet de motor af.
  2. Controleer de werking van de mesrem. Draai de poelies met de hand rond. Controleer of de remblokken (7) stevig tegen de poelies gedrukt worden (zie Figuur 14).

MURRAY 425618X51 - WAARSCHUWING - 3

WAARSCHUWING

Worden de remblokken niet stevig tegen de poelies gedrukt, breng de machine dan naar een erkend servicecentrum.

  1. Zet de mesrotatiehendel in de INGESCHAKELDE stand (2) (zie Figuur 12).
  2. Controleer de remblokken voor de mesrem (7) (zie Figuur 14). Als de blokken buitensporig versleten of beschadigd zijn, vervang de remblokken dan in hun geheel. Voor de juiste vervangingsonderdelen en voor assistentie kunt u bij een erkend servicecentrum terecht.

MURRAY 425618X51 - WAARSCHUWING - 1

  1. Sluit de bougiekabel aan. Maai een klein stuk en controleer de werking van de mesrotatiehendel nogmaals.
  2. Wanneer u de mesrotatiehendel in de ONTKOPPELDE stand zet, dan stopt elke beweging binnen vijf seconden. Als de riem nog beweegt of als de messen blijven ronddraaien, zet de mesrotatiehendel dan vijf keer aan en weer uit om overtollig rubber van een nieuwe maaieraandrijfriem te verwijderen. Hebt u hierbij hulp nodig, breng de machine dan naar een erkend servicecentrum.
  3. Als u de maaieraandrijfriem vervangt, verplaats de mesaandrijfveer (2) dan naar het bovenste gat (3) (zie Figuur 13).

De koppeling controleren en afstellen

Als de aandrijfriem niet strak staat, dan zal de koppeling bij het oprijden van een helling en bij het trekken van een zware last gaan slippen; of de machine wil niet meervooruitgaan. U stelt de koppeling als volgt af.

MURRAY 425618X51 - De koppeling controleren en afstellen - 1

WAARSCHUWING

Maak eerst de bougiekabel los voordat u een controle, afstelling of reparatie aan de machine uitvoert. Verwijder de bougiekabel om te voorkomen dat de motor per ongeluk gestart kan worden.

  1. Controleer het traject van de aandrijfriem. Controleer of de riem juist is geïnstalleerd en zich binnen alle riemgeleiders bevindt.
  2. Verwijder de splitpen (1), sluitring (2) en remveer (3) van de stelmoer (4) (zie Figuur 15).
  3. Maak de stelmoer los van het remhefboomsamenstel (5) en de parkeerrempal (6).
  4. Lijn het gat in de remhefboom uit met het gat in het chassis. Houd de remhefboom op z'n plaats met een 6mm pen of bout (7).

  5. Trek de koppelingsstang naar voren totdat die vastzit. Draai aan de stelmoer totdat de moer door het gat in de remhefboom gaat.

  6. Monteer de stelmoer aan de parkeerrempal, remhefboom en remveer. Maak het geheel vast met de sluitring en splitpen.
  7. Verwijder de 6mm pen of bout.
  8. Als de riem nog steeds slipt nadat de koppeling is bijgesteld, dan is de aandrijfriem versleten of beschadigd en moet deze worden vervangen. Zie "De aandrijfriem vervangen."

MURRAY 425618X51 - WAARSCHUWING - 1

De bedrijfsrem controleren en afstellen

Duw het koppelings-/rempedaal helemaal naar voren. Schakel de parkeerrem in. Zet de schakelhendel in de neutrale (N) stand. Duw tegen de machine: als de achterwielen ronddraaien, stel dan de remblokken af of vervang ze. U stelt de bedrijfsrem als volgt af.

  1. De bedrijfsrem (1) zit rechts van de versnellingsbak (3) (zie Figuur 16).
  2. Controleer of de parkeerrem is ingeschakeld en de schakelhendel in z'n vrij (N) staat. Draai de zeskantmoer (2) met de wijzers van de klok mee totdat de achterwielen niet meer draaien wanneer de machine naar voren wordt geduwd.
  3. Zet de parkeerrem vrij en duw tegen de machine. Als de machine niet rolt, draai de zeskantmoer dan tegen de wijzers van de klok in totdat de machine begint te rollen.
  4. Schakel de parkeerrem in. Duw tegen de machine. Als de achterwielen niet draaien, is de bedrijfsrem juist afgesteld. Zet de parkeerrem vrij.

MURRAY 425618X51 - De bedrijfsrem controleren en afstellen - 1

WAARSCHUWING

Als het niet lukt de bedrijfsrem juist af te stellen, vervang dan de remblokken. Voor de juiste vervangingsonderdelen en voor assistentie kunt u bij een erkend servicecentrum terecht.

MURRAY 425618X51 - WAARSCHUWING - 1

Voor het opladen of reinigen van de accu (1) kunt u de accu als volgt uit de machine verwijderen (zie Figuur 6).

MURRAY 425618X51 - WAARSCHUWING - 2

WAARSCHUWING

Om vonkvorming te voorkomen moet u eerst de zwarte accukabel (8) loskoppelen van de negatieve (-) klem. Daarna koppelt u de rode kabel (5) los.

MURRAY 425618X51 - WAARSCHUWING - 1

WAARSCHUWING

In de accu zit zwavelzuur, een stof die schadelijk is voor de huid, ogen en kleding. Als het zuur op het lichaam of kleding terechtkomt: wassen met water.

  1. Koppel de zwarte kabel (8) los van de negatieve (-) klem.
  2. Koppel de rode kabel (5) los van de positieve (+) klem (4).
  3. Til de accuhouder (3) en de accu (1) uit de machine.

De accu opladen

MURRAY 425618X51 - De accu opladen - 1

WAARSCHUWING

Rook niet wanneer u de accu oplaadt. Houd de accu uit de buurt van vonken. De door het accuzuur geproduceerde dampen kunnen een explosie veroorzaken.

  1. Til de accu eerst uit de machine voordat u de accu (1) gaat opladen (zie Figuur 6).
  2. Gebruik een 12V acculader om de accu op te laden. Laad bij een snelheid van 6 ampère gedurende 1 uur.
  3. Installeer de accu.

MURRAY 425618X51 - WAARSCHUWING - 1

WAARSCHUWING

Sluit - om vonkvorming te voorkomen - eerst de rode kabel op de positieve (+) klem aan voordat u de zwarte kabel aansluit.

  1. Sluit de rode kabel (5) aan op de positieve (+) klem (4) met de bout en de vleugelmoer zoals afgebeeld.

  2. Sluit de zwarte kabel (8) aan op de negatieve (-) klem met de bout en de vleugelmoer zoals afgebeeld.

De peilwielen afstellen

De asbouten voor de peilwielen zijn in de maaistand LAAG gemonteerd. Als u de stand van de peilwielen wilt veranderen, moet u de asbouten als volgt verzetten.

BELANGRIJK: Voordat u de peilwielen gaat afstellen, moet u het volgende doen: Controleer of het maaidek horizontaal staat. Controleer of de maaihoogte is ingesteld op de hoogte die u voor uw gazon wenst. Maai een klein stuk op een vlak egaal gebied en bekijk het zonet gemaaide gebied. Zie de aanwijzingen bij "Het maaidek horizontaal stellen" als het maaidek niet egaal maait.

MURRAY 425618X51 - De peilwielen afstellen - 1

WAARSCHUWING

Maak eerst de bougiekabel los voordat u een controle, afstelling of reparatie aan de machine uitvoert. Verwijder de bougiekabel om te voorkomen dat de motor per ongeluk gestart kan worden.

  1. Verwijder de peilwielen (12) en asbouten (11) (zie Figuur 3).

MURRAY 425618X51 - WAARSCHUWING - 1

  1. Maai een klein stuk op een vlak egaal gedeelte om het maainiveau en de maaihoogte te controleren. Kijk naar het nummer van de maaihoogtestand 3 op de hefhendel (1) (zie Figuur 17).
  2. Bekijk elke peilwielsteun afzonderlijk (13) (zie Figuur 3). Er zitten 3 gaten in elke steun en bij elk gat staat een nummer. Het nummer voor de maaihoogtestand op de hefhendel geeft het juiste gat aan voor elke peilwielsteun.

OPMERKING: Gat nummer 1 van de wielsteun is gelijk aan positienummer 1 van de hefhendel. Gat nummer 2 van de wielsteun is gelijk aan positienummer 2 van de hefhendel. Gat nummer 3 van de wielsteun is gelijk aan positienummers 3, 4, 5 en 6 van de hefhendel.

  1. Monteer de asbouten (11) aan de peilwielsteunen (13) gebruik hierbij het juiste gat in de steun zoals aangegeven.

OPMERKING: Als de maaihoogtestand door de hefhendel verandert, moet u de peilwielen naar het juiste gat verplaatsen om een egale maaihoogte te houden.

Het maaidek horizontaal stellen

Als het maaidek horizontaal staat, kan het mes gemakkelijker maaien en komt het gazon er fraaier uit te zien.

MURRAY 425618X51 - Het maaidek horizontaal stellen - 1

WAARSCHUWING

Maak eerst de bougiekabel los voordat u een controle, afstelling of reparatie aan de machine uitvoert. Verwijder de bougiekabel om te voorkomen dat de motor per ongeluk gestart kan worden.

  1. Zorg dat de machine op een hard plat oppervlak staat.
  2. Controleer de luchtdruk in de banden. Als de bandenspanning niet goed is, dan zal het maaidek niet egaal maaien. Controleer of de banden opgepompt zijn tot: voorbanden 0,97 BAR, achterbanden 0,69 BAR.
  3. Zet de hefhendel (1) in de laagste maaistand (2) (zie Figuur 17).

MURRAY 425618X51 - WAARSCHUWING - 1

WAARSCHUWING

De hefhendel is veerbelast. Zorg dat de hefhendel in de laagste maaistand vergrendeld staat.

MURRAY 425618X51 - WAARSCHUWING - 1

  1. Draai aan de linkse en rechtse afstelknoppen (1) (zie Figuur 18). Druk elke kant van het maaidek omlaag. Zorg dat beide kanten van het maaidek op een plat oppervlak staan. Zorg er ook voor dat de hefarmen los zitten zodat ze gemakkelijk omhoog en omlaag bewogen kunnen worden.

  2. Druk de hefarmen (2) omlaag en draai de linkse en rechtse afstelknoppen vast. Zorg dat de afstelknoppen stevig vast komen te zitten. Gebruik zo nodig een moersleutel om de afstelknoppen vast te draaien.

  3. Zet de hefhendel (1) omhoog (zie Figuur 17).
  4. Maai een klein stuk. Als de maaihoogte niet egaal is, dient u bovenstaande stappen te herhalen.

Plaats van de smeerpunten

MURRAY 425618X51 - Plaats van de smeerpunten - 1

Modellen met smeernippels: met vetspuit smeren (zie Figuur 19).

Breng met een borstel smeervet aan op de aangegeven delen.

Smeer de aangegeven delen met motorolie.

OPMERKING: Breng smeervet op de stuurinrichting aan.

VOORZICHTIG: Als er met de machine gewerkt wordt in droge gebieden met zand, gebruik dan een droge grafietspray om de machine te smeren.

MURRAY 425618X51 - Plaats van de smeerpunten - 2

Controleer de luchtdruk in de banden. Bij een te hoge bandenspanning rijdt de machine oncomfortabel. Ook zal het maaidek niet egaal maaien bij een onjuiste bandenspanning. De juiste bandenspanning is: voorbanden 0,97 BAR, achterbanden 0,69 BAR.

De aandrijfriem vervangen

De aandrijfriem van de motor verwijderen

  1. Verwijder de accu.
  2. Verwijder het maaidek. Zie "Het maaidek verwijderen en installeren."
  3. Verwijder de borgring en het rondsel (1) van het uiteinde van de stuurkolom (zie Figuur 20). Schuif de stuurkolom omhoog waarna de aandrijfriem van de motor verwijderd kan worden.

MURRAY 425618X51 - De aandrijfriem van de motor verwijderen - 1

  1. Maak de pedaalstangverbinding (2) los van de haakse hefboom (3).
  2. Haak de terugtrekveer van de tussenwielsteun (4) los uit de steun van de variatoreenheid (5).
  3. Verwijder de remarm van de variator (6) bovenin het chassiskanaal. De remarm van de variator is bereikbaar via de accuhuisopening onder de stoel.

  4. Verwijder de vier schroeven (7) waarmee de tussenwielsteun (8) is bevestigd (zie Figuur 21).

MURRAY 425618X51 - De aandrijfriem van de motor verwijderen - 2

  1. Om bij de tussenwiel-riemgeleiders (9) te kunnen komen moet u de tussenwielsteun laten zakken (zie Figuur 22). De tussenwielsteun kan pas verwijderd worden wanneer de aandrijfriem van de motor (10) van de geleiderollen (11) is verwijderd. Verwijder beide tussenwiel-riemgeleiders (9).

MURRAY 425618X51 - De aandrijfriem van de motor verwijderen - 3

  1. Verwijder de tussenwielsteun (12) (zie Figuur 23).

MURRAY 425618X51 - De aandrijfriem van de motor verwijderen - 4

  1. Verwijder de twee schroeven (13) rechts van de steun van de variatoreenheid (5) (zie Figuur 24). Draai de twee schroeven (14) links van de steun van de variatoreenheid (5) los.

MURRAY 425618X51 - De aandrijfriem van de motor verwijderen - 5

  1. Laat de steun van de variatoreenheid (5) zakken en schuif de aandrijfriem van de motor (10) over de bovenzijde van de variatorpoelie (15) (zie Figuur 25).

MURRAY 425618X51 - De aandrijfriem van de motor verwijderen - 6

  1. Verwijder de riemgeleiderstang (16) (zie Figuur 26).

MURRAY 425618X51 - De aandrijfriem van de motor verwijderen - 7

  1. Schuif de aandrijfriem van de motor (10) naar de voorkant van de machine. Wanneer de achterkant van de aandrijfriem van de motor de meerschijvenpoelie bereikt, schuif de achterkant van de riem (10) dan tussen de meerschijvenpoelie en de stuurplaat (18).

OPMERKING: Om de aandrijfriem van de motor tussen de meerschijvenpoelie en de stuurplaat te kunnen schuiven, moet de riem zijwaarts gedraaid worden.

  1. Voor het op de juiste wijze vervangen van de riem of voor assistentie kunt u bij een erkend servicecentrum bij u in de buurt terecht.

De aandrijfriem van de motor installeren

  1. Om de aandrijfriem van de motor (10) te installeren dient u bovenstaande stappen in omgekeerde volgorde uit te voeren (zie Figuur 25).
  2. Zorg dat de aandrijfriem van de motor (10) tussen de twee op de meerschijvenpoelie (17) gelegen riemgeleiders komt te liggen (zie Figuur 26). Zorg er ook voor dat de "V"-zijde van de aandrijfriem van de motor tegen de meerschijvenpoelie komt te zitten.
  3. Controleer de ligging van de aandrijfriem van de motor (10) bij de stuurkolom (19) (zie Figuur 27). Zorg dat de aandrijfriem van de motor aan de binnenkant van het kleine tussenwiel (20) en onder de L-vormige riemgeleider (21) komt te liggen.

MURRAY 425618X51 - De aandrijfriem van de motor installeren - 1

  1. Controleer of de aandrijfriem van de motor (10) binnen de snelheidsregelarm (22) zit (zie Figuur 28).
  2. Installeer het maaidek. Zie "Het maaidek verwijderen en installeren."

MURRAY 425618X51 - De aandrijfriem van de motor installeren - 2

De transaxle-aandrijfriem verwijderen

  1. Verwijder de accu.
  2. Verwijder het maaidek. Zie "Het maaidek verwijderen en installeren."
  3. Verwijder de remarm van de variator (23) bovenin het chassiskanaal (zie Figuur 29). De remarm van de variator (23) is bereikbaar via de accuhuisopening onder de stoel.

MURRAY 425618X51 - De transaxle-aandrijfriem verwijderen - 1

  1. Verwijder de veer van het tussenwiel van de variator (24).
  2. Draai de twee schroeven (25) rechts van de steun van de variatoreenheid (5) los.
  3. Draai de twee schroeven (26) links van de steun van de variatoreenheid los.
  4. Verwijder de schakelstang van de transaxleschakelverbinding (27) (zie Figuur 30).

MURRAY 425618X51 - De transaxle-aandrijfriem verwijderen - 2

  1. Verwijder de transaxle-aandrijfriem (28) van de ingaande transaxle-poelie (29) (zie Figuur 31).

MURRAY 425618X51 - De transaxle-aandrijfriem verwijderen - 3

  1. Schuif de transaxle-aandrijfriem van de geleiderol van de variator af.
  2. Schuif de transaxle-aandrijfriem naar voren over de ingaande transaxle-poelie.
  3. Schuif de transaxle-aandrijfriem daarna over de transaxle-schakelverbinding (27) (zie Figuur 30).
  4. Trek de variatoreenheid (30) omlaag en verwijder de aandrijfriem van de motor (10) van de variatorpoelie (15). Verwijder de transaxle-aandrijfriem (28) vervolgens van de variatorpoelie (zie Figuur 31).
  5. Voor het op de juiste wijze vervangen van de riem of voor assistentie kunt u bij een erkend servicecentrum bij u in de buurt terecht.

De transaxle-aandrijfriem installeren

  1. Om de transaxle-aandrijfriem (28) te installeren dient u bovenstaande stappen in omgekeerde volgorde uit te voeren (zie Figuur 31).
  2. Installeer het maaidek. Zie "Het maaidek verwijderen en installeren."

De primaire maaieraandrijfriem vervangen

  1. Verwijder het maaidek. Zie "Het maaidek verwijderen en installeren."

MURRAY 425618X51 - De primaire maaieraandrijfriem vervangen - 1

  1. Draai de drie schroeven (1) van het linkse poeliedeksel (2) los. Verwijder het linkse poeliedeksel (zie Figuur 32).
  2. Om de primaire maaieraandrijfriem (3) van de linkse spilpoelie (4) te verwijderen moet u de primaire maaieraandrijfriem tussen de linkse spilpoelie en de riemgeleiders (5) door schuiven.
  3. Trek de riemhouder (6) weg van de geleiderol (7). Verwijder de primaire maaieraandrijfriem van de geleiderol.
  4. Trek de remblokeenheid (8) weg van de meerschijvenpoelie (9). Verwijder de primaire maaieraandrijfriem van de meerschijvenpoelie.

OPMERKING: Vervang de primaire maaieraandrijfriem door een originele riem. Neem hiervoor contact op met een erkend servicecentrum bij u in de buurt.

  1. Installeer een nieuwe primaire maaieraandrijfriem. Trek de remblokeenheid weg van de meerschijvenpoelie. Leg de riem om de meerschijvenpoelie. Zorg dat de primaire maaieraandrijfriem binnen de riemgeleider (10) komt te liggen.
  2. Trek de riemhouder weg van de geleiderol. Leg de primaire maaieraandrijfriem met de vlakke zijde om de geleiderol.
  3. Zorg dat de "V"-zijde van de primaire maaieraandrijfriem tegen de linkse spilpoelie komt te zitten zoals afgebeeld.

  4. Controleer of de primaire maaieraandrijfriem binnen de riemgeleiders zit (5) en (10).

  5. Monteer het linkse poeliedeksel.
  6. Installeer het maaidek. Zie "Het maaidek verwijderen en installeren."
  7. Controleer eerst de mesrotatiehendel voordat u gaat maaien. Zie "De mesrotatiehendel afstellen."

De secundaire maaieraandrijfriem vervangen

  1. Verwijder het maaidek. Zie "Het maaidek verwijderen en installeren."
  2. Verwijder de primaire maaieraandrijfriem (3) van de meerschijvenpoelie (9) (zie Figuur 32).
  3. Draai de twee schroeven (1) van het rechtse poeliedeksel (11) los. Verwijder het rechtse poeliedeksel.
  4. Trek de geleiderol (12) weg van de secundaire maaieraandrijfriem (13). Verwijder de riem van de geleiderol.
  5. Verwijder de secundaire maaieraandrijfriem van de rechtse spilpoelie.
  6. Verwijder de secundaire maaieraandrijfriem van de meerschijvenpoelie.

OPMERKING: Vervang de secundaire maaieraandrijfriem door een originele riem. Neem hiervoor contact op met een erkend servicecentrum bij u in de buurt.

  1. Installeer een nieuwe secundaire maaieraandrijfriem. Leg de riem om de onderkant van de meerschijvenpoelie. Zorg dat de secundaire maaieraandrijfriem binnen de riemgeleider komt te liggen.
  2. Leg de secundaire maaieraandrijfriem om de rechtse aandrijfpoelie (14).
  3. Trek de geleiderol naar de voorkant toe. Installeer de secundaire maaieraandrijfriem met de vlakke zijde tegen de geleiderol.
  4. Zorg dat de "V"-zijde van de secundaire maaieraandrijfriem om de rechtse spilpoelie komt te liggen.
  5. Monteer het rechtse poeliedeksel.
  6. Leg de primaire maaieraandrijfriem om de meerschijvenpoelie heen.
  7. Installeer het maaidek. Zie "Het maaidek verwijderen en installeren."
  8. Controleer eerst de mesrotatiehendel voordat u gaat maaien. Zie "De mesrotatiehendel afstellen."

Het maaidek verwijderen en installeren

  1. Zet de mesrotatiehendel (1) in de ONTKOPPELDE stand (zie Figuur 2).
  2. Zet de hefhendel (2) in de vlakstelstand.

MURRAY 425618X51 - Het maaidek verwijderen en installeren - 1

WAARSCHUWING

De hefhendel is veerbelast. Zorg dat de hefhendel in de stand VLAKSTELLEN vergrendeld staat.

  1. Verwijder de haarspelden en de sluitringen van de draagarmen (3). Zie afbeelding "C" en "D."
  2. Verwijder de haarspelden en de sluitringen van de hefarmen (4). Zie afbeelding "A" en "B."
  3. Maak de trekveer (5) los van de mesbedieningshendel (6). Zie afbeelding "E."
  4. Maak de voorste beugel (9) los van de assteun. Zie afbeelding "F."
  5. Verwijder de maaieraandrijfriem (7) van de meerschijvenpoelie (8).
  6. Trek het maaidek weg van de rechterkant van de machine.
  7. Om het maaidek te installeren dient u bovenstaande stappen in omgekeerde volgorde uit te voeren.

De zekering vervangen

Als de zekering is doorgeslagen, kan de motor niet gestart worden.

Verwijder de zekering en vervang die door een auto-zekering van 15 A.

Maak de machine aan het einde van elk jaar als volgt gereed voor opslag.

  1. Tap de brandstof af uit de carburateur en de brandstoftank. Ververs de motorolie. Zie de voorschriften van de motorenfabrikant.
  2. Maak de gehele machine schoon.
  3. Laad de accu op.

Vervangingsonderdelen bestellen

De vervangingsonderdelen worden achterin deze handleiding vermeld of staan in een afzonderlijk onderdelenboek beschreven.

Gebruik uitsluitend door de fabrikant toegestane of goedgekeurde vervangingsonderdelen. Gebruik uitsluitend hulpstukken of accessoires die speciaal voor deze machine worden aanbevolen. Om de juiste vervangingsonderdelen te krijgen moet u het modelnummer van uw maaimachine opgeven (zie naamplaat).

Vervangingsonderdelen, behalve voor de motor, de transmissie, de transaxle of het differentieel, zijn verkrijgbaar bij de winkel waar de maaimachine is gekocht of bij een door de winkel aanbevolen servicewerkplaats.

Service met betrekking tot de garantie is uitsluitend beschikbaar via erkende servicedealers. Vind uw dichtstbijzijnde dealer met behulp van de dealerzoeker op www.murray.com.

Vervangingsonderdelen voor de motor, transaxle of transmissie zijn verkrijgbaar bij een door de fabrikant erkend servicecentrum, dat u in het bedrijvengedeelte van de telefoongids kunt vinden. U kunt ook de afzonderlijke garantiebewijzen voor de motor of de transmissie raadplegen voor het bestellen van vervangingsonderdelen.

Bij bestellingen wordt u verzocht de volgende informatie te verstrekken:

(1) Het modelnummer
(2) Serienummer
(3) Onderdeelnummer
(4) Aantal

ProbleemOplossing
De motor slaat niet aan.1. Volg de aanwijzingen onder “Starten van de motor” op.
2. Modellen met electrische start: Maak de accuklemmen schoon en verbind ze daarna goed.
3. Kijk of er een draad los zit. Kijk of de limietschakelaars vast zitten. (Zie het bedradingsschema.)
4. Tap de benzinetank af, maak de benzineleiding schoon en vervang het benzinefilter.
5. Verwijder de bougie(s). Zet de choke in de SLOW stand. Draai het contactsleuteltje in de ON stand. Probeer de motor enige malen te starten. Plaats de bougie weer terug.
6. Vervang de bougie.
7. Stel de carburateur bij.
De motor wil niet draaien.1. Volg de aanwijzingen onder “Starten van de motor” op.
2. Modellen met electrische start: Laad de accu op.
3. Vervang de zekering.
4. Controleer de kabelboom op schade of een losse verbinding. Vervang de beschadigde draad.
5. Modellen met electrische start: vervang de solenoïde. Modellen met trekstart: vervang de module.
De motor slaat moeilijk aan.1. Stel de carburateur bij.
2. Vervang de bougie.
3. Vervang het benzinefilter.
De motor loopt onregelmatig of met gereduceerd vermogen.1. Peil de olie.
2. Maak het luchtfilter schoon.
3. Maak het buitenste stalen luchtfilter schoon.
4. Vervang de bougie.
5. De motor wordt te zwaar belast. Schakel in een lagere versnelling.
6. Stel de carburateur bij.
7. Vervang het benzinefilter.
De motor loopt onregelmatig bij hoge snelheden.1. Vervang de bougie.
2. Stel de choke beter af.
3. Vervang het luchtfilter.
4. Vervang het benzinefilter.
De motor slaat af als de messen worden ingeschakeld.1. Controleer de kabelboom op schade of een losse verbinding. Vervang de beschadigde draad.
2. De graszak moet zijn gemonteerd (alleen van toepassing op het model met een graszak en achteruitworp).
De motor slaat af op een helling.1. Maai altijd de helling op en af, nooit parallelaan de helling.
De motor wil niet stationair draaien.1. Vervang de bougie.
2. Maak het luchtfilter schoon.
3. Stel de carburateur bij.
4. Stel de choke beter af.
5. Tap de benzinetank af, maak de benzineleiding schoon en vervang het benzinefilter.
Als de motor heet is neemt het vermogen af.1. Maak het buitenste stalen luchtfilter schoon.
2. Peil de olie.
3. Stel de carburateur bij.
4. Vervang het benzinefilter.
De machine trilt erg.1. Vervang het mes.
2. Controleer op losse motorbouten.
3. Verminder de bandenspanning.
4. Stel de carburateur bij.
5. Kijk na op een beschadigde aandrijfriem of schijf. Vervang de beschadigde onderdelen.
Het gemaaide gras wordt niet goed uitgeworpen.1. Stop de motor en maak de maaibehuizing schoon.
2. Stel in op een hoger maainiveau.
3. Vervang of slijp het (de) mes(sen).
4. Schakel de versnelling in een lagere snelheid.
5. Zet de gashendel in de FAST stand.
6. Vervang de veer die het (de) mes(sen) uitschakelt.
7. Maak het verlengstuk en het verbindingstuk schoon (alleen van toepassing op het model met een graszak en achteruitworp).
De maaibehuizing maait niet egaal.1. Controleer de bandenspanning.
2. Stel de hoogte van de maaibehuizing bij.
3. Controleer de vooras. Als deze niet vrij kan scharnieren, moeten de asbouten worden losgedraaid.
De messen willen niet draaien.1. Controleer de maaiaandrijfriem. Zorg ervoor dat de riem goed zit.
2. Vervang de maaiaandrijfriem.
De machine gaat niet rijden terwijl de rem wordt losgelaten en het gaspedaal wordt ingetrapt.1. Controleer de hoofdaandrijfriem. Zorg ervoor dat de riem goed zit.
2. Stel de koppeling bij.
3. Vervang de hoofdaandrijfriem.
De machine gaat langzamer rijden of stopt geheel terwijl het gaspedaal wordt ingetrapt.1. Stel de koppeling bij.
2. Vervang de hoofdaandrijfriem.
Als het rempedaal wordt losgelaten, is een aandrijfriem te horen.1. Kortdurig geluid van de riem duidt niet op foutieve werking van de machine. Controleer of de riem goed loopt, indien het geluid blijft aanhouden. Zorg dat de riem binnen alle geleidingen loopt.
2. Indien het geluid blijft aanhouden, moet u de koppeling afstellen.
De achterwielen slaan op hol op oneffen terrein.1. Controleer de vooras. Als deze niet vrij kan scharnieren, moeten de asbouten worden losgedraaid.
Het is moeilijk van de ene versnelling naar de andere te schakelen, terwijl de motor loopt en de koppeling is ingetrapt.1. Controleer of de koppeling goed is afgesteld. De aandrijfriem moet ophouden met draaien als de koppeling is ingetrapt en de versnelling in neutraal (N) staat.
2. Controleer of de koppeling goed is afgesteld. De aandrijfriem moet ophouden met draaien als de koppeling is ingetrapt en de versnelling in neutraal (N) staat.

MURRAY

DRIFTSVEJLEDNING

MURRAY 425618X51 - DRIFTSVEJLEDNING - 1

Lager (over 30 dager)

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MURRAY

Model : 425618X51

Categorie : Zitmaaier