XL500 - Grasmaaier FLYMO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis XL500 FLYMO in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding XL500 - FLYMO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. XL500 van het merk FLYMO.
GEBRUIKSAANWIJZING XL500 FLYMO
Operator Presence Control (OPG of Veilgneides henden Repehendel cnoke Khop voor duweoom x 2 na xz Sr van duvboom
0. Borgcip onderste nandgreep x 2
1. Bout voor onderste handgrsep x 2
AL INNOUD - Wictrame
21. Onderstuk van duwocom
23. Bovenste utschuïtare puizen
25: Borgclp voor utschaïbare buis x 2
20. Onderste uitsehuilbare buizen
27. Borgcips vor vieten x 2
50 Bout voor anderste handgreep x 2
51. Kieine pasring x 2
52: Pen voor andarste handgreep x 2
Montage (zonder wielen) Montage van de onderste hendel aan de gazonmaaier
1. De haak (A2) die aan de onderste hendel (A1) zit
halverwege door de middelste opening van de geleide (A3) doen, in de door de pijl aangegeven richting (A4). De bovenste hendel aan de onderste hendel monteren Alorens de bovensie hendel aan de onderste hendel te monteren moe u ervoor zorgen dat de onderste hendel stabiel is door de haak (C1) in de ‘parkeerstand' (C2) te zetten.
1. Zorg dat de regelhendel van de choke aan de
linkerkant zit (van achteren gezien).
2. Met de haak (A2) in de middelste opening van de 2. Breng de onderste en bovenste hendel in lin (zie
geleide (A3) de onderste hendel (A1) een kwart slag afbeelding D). Monteer de bouten (D1), sluitringen 90° met de klok mee draaien, om de beide uiteinden {D2) en borg deze met de hendelknoppen (D8). van de onderste hendel tussen de steunhaken van 3. Bevestig de kabels met de meegeleverde de kap (AS) te plaatsen kabelklemmen aan de handgrepen en zorg dat de
3. De pennen (81) aanbrengen en met de clips (82) Kabels niet klem komen te ziften tussen de bovenste en
vastzetten. de onderste handgrocp. Montage (met wielen)
1. Zet de onderste handgreep (E1) met de pen (E2) vast, zoals geillustreerd in Afb. G
Van de onderste handgreep aan de behuizing vast, 4. Steck de onderste uitschuifbaro buizen (H1) in de zoals geillustreerd in Afb. Ë. bovenste uitschuifbare buizen (H2} en zet deze met
2. Zet de wielen (F1) met de borgklemmen (F3) aan het de pen (H3) en de borgklem (H4) vast, zoals
wielframe (F2) vast, zoals geillustreerd in Afb. F. geillustreerd in Afb. H
3. Zet het wielframe (G1) met de bout van de onderste Monteer de bovenste handgreep op de onderste
handgreep (G2), de kieine pasring (3), de grote pasring (G4) en de borgmoer (GS) aan de behuizing handgreep volgens de bovenstaande instructies in het onderdeel ‘Montage (zonder wielen)'. [ Stand van de hendels De stand van de hendels kan met de geleide en haak versteld worden. Voor het verstellen van de stand’
1. Haak (C1) oplichten.
2. Op de gewenste stand zettenr
(C2) - Parkeerstand, (C3) - Maaistand. [ Brandstof Gebruik normale verse, schone, loodvrije benzine voor auto's De brandstoftank NIET vullen in een besioten ruimte, wannser de motor het is of wannser u rock, en ook niet in de buurt van sen open viam. Het gedeelte rondom de vuldop grondig reinigen alvorens de brandstofank te vullen: 20 voorkomt u dat er vull in het brandstofsysteem terecht kom. Brandstof dient te worden opgeslagen in een koele ruimte en ui de buurt van open vuur. De brandstoftank NIET met lopende motor vullen. Gebruik een trechter met en fin fiter om de brandstoftank te vullen. De brandstoftank NOOIT helemaal vullen, deze mag slechts tot aan de onderkant van de vullerhals worden gevuld. AÎs u en helemaal loge brandstoftank vu of als de motor voarheen droog is gelopen, dient minimaal 400 ce brandstof te worden bigevuld (tot san de streep in de afbeelding), zodat de brandstolpomp goed injecteert als u de motor start. De carburateur is vooraf ingesteld. Normaal ‘gesproken hosft deze niet verder te worden afgesteid [ Olie Gebruik 4-takt reinigingsolie voor autos. SAE 10W- 30 wordt aanbevolen voor algemeen gebruik. Vul olie bij volgens de instructies in de handleiding voor de motor, die met uw product geleverd werd. [ Starten en stoppen Het starten van uw gazonmaaier
1. Plaats de hendel in de parkeerstand (C2).
Sluit de bougiekabel aan (A). Draai het brandstofkraantje (K) open Bij een koude start dient u de regelhendel van de choke in de stand Choke” (L) te zetten. Bij een warme start dient u deze hendel in de stand ‘Draaien' (N) te zetten. Trek de Operator Presence Control tegen de bovenduwboom: stevig vasthouden Uw rechtervoet stevig op de behuizing zetten en de bovenkant van de onderste handgreep met uw linkerhand vastpakken. De trimmer naar u toe kantelen (M). Zo hebt u het apparaat tjdens het Starten in een veilige stand en voorkomt u dat er een lelike ring in het gazon wordt gemaaid. Rustig de starthendel uittrekken totdat u weerstand voelt, de starthendel langzaam terug laten gaan.
8. De stathendel krachtig naar u toe trekken en
volledig uittrekken.
9. Laat de motor eerst op toeren komen en laat de
gazonmaaier dan rustig zakken 10.Overuig u dat wanneer de motor op bedrifstemperatuur gekomen is, de bedieningshendel zich in de ‘normal’ stand bevindt. Het stoppen van de gazonmaaier + Het maaimes blijft ronddraaien na uitschakeling van de gazonmaaier. Roterende maaimessen kunnen lichamelik letsel veroorzaken. Ontspan de Operator Presence Control. Kantel de grasmaaier lichijes terwill de motor tot stilstand komt. Dit voorkomt dat er een ring in uw gazon wordt gemaaid. Wanneer de motor gestopt is, de gazonmaaier op de grond laten zakken. Plaats de hendel in de parkeerstand (C2) Draai het brandstofkraantje (K) dicht.
BELANGRIJK Alvorens onderhoudswerkzaamheden aan de onderkant van de machine uit te voeren, altijd eerst het brandstofkraantje sluiten, de motor laten uitdraaien, de bougiekabel loskoppelen en DE
MACHINE OP HAAR KANT LEGGEN
MET HET LUCHTFILTER NAAR BOVEN
GERICHT. LUCHTFILTER ALLEEN OP DEZE ZWDE LEGGEN Het maaien het gazon = Véér gebruik altijd onderwerpen aan visuele inspectie om te zien of het maaimes en mesbout niet zijn versleten of beschadigd.
1. Zet de duwboom in de maaistand (C3)
2. Maai tidens het groeiseizoen het gazon tweemaal per
week. Uw gazonmaaier en gazon kan schade oplopen als u meer dan 1/3 van de graslengte per Keer maai. + Houd handen en voeten op veilige afstand van het maaimes, dat niet kan worden waargenomen wanneer het draai + Het maaien van taluds en hell in. Het maaien op sterk hi worden vermeden. + Zorg dat u altid op viakke grond staat, met de maaier lager dan uzelf op de helling en met de naar boven gericht; dit om te voorkomen dat in de cilinder komt. niet gebruiken op hellingen di gen kan gevaarlik llend terrein dient te nat of Maaihoogte Instellen Afstellen van de maaihoogte + Gebruik nooit meer dan 2 vuiringen. + Vulringen kunnen alleen worden aangebracht tussen het maaimes en de waaier. Nooit tussen het maaimes en de mesbout. (P)
2. Draai het brandstofkraantje (K) dicht. Draai uw
gazonmaaier op de zikant
3. Verwider de mesbout (P1) en het mes (P2) zoals
beschreven in ‘Het mes en de ventilator verwijderen
4. Om een lagere maaihoogte te verkrilgen brengt u
maximaal 2 vulringen (P3) aan.
5. Om een hogere maaihoogte te verkriigen - vulringen
{P3) verwijderen Zet het mes weer op zijn plaats zoals beschreven in ‘Het mes en de ventilator monteren’. Verwijderen en monteren van het maaimes en de waaier Hanteer het maaimes altijd met voorzichtigheid - de scherpe randen kunnen lichamelijk letsel veroorzaken. DRAAG HANDSCHOENEN + De bougiekabel kan heet zijn - oplettendheid is geboden. Verwijderen van het maaimes en de waaier +_ Vervang het metalen maaimes na 50 maaiuren of 2 jaar, welke hiervan het eerste plaatsvindt, es een scheurtje vertoont of ent het door een nieuw maaimes te worden vervangen.
1. Zorg dat de Operator Presence Control is.
ontspannen wanneer de motor stilstaat en het maaimes niet meer draait - ontkoppel de bougiekabel. Draai het brandstofkraantie (K) goed dicht. Zet de maaler op zijn Kant met het luchtfiter naar boven gericht (zie de bovenstaande afbeelding)
4. Om de mesbout (P1) te verwideren, houdt u de
waaier (P4) stevig vast en draait u de mesbout met de meegeleverd sleutel linksom los.
5. Verwijder de mesbout (P1), het maaimes (P2), de
Monteren van het maaimes en de waaier + Véér gebruik altijd onderwerpen aan visuele spectie om te zien of het maaimes en mesbout niet zijn versieten of beschadigd. + Gebruik nooït meer dan 2 vulringen. + Vulringen kunnen alleen worden aangebracht tussen het maaimes en de waaier. Nooit tussen het maaimes en de mesbout.
1. Zorg dat de waaier zich in de juiste positie bevindt.
2. Plaats de vuiringen (P3) op de waaier waarbij u erop
moet toezien dat de nokken (PS) in de gaten (P6) steken.
3. Plaats het maaimes (P2) op de vulringen (P3). Zorg
ervoor dat de nokken (P7) in de gaten (P8) van het maaimes steken en dat het zich in de positie bevindt als (Zie afb.P)
4. Steek de mesbout (P1) door het middelste gat (PS)
5. Handvast draaien met de wijzers van de kiok mee.
6. Houd de waaier stevig in positie en draai de
mesbout met de meegeleverde sleutel goed vast. Bougie Een vette of met koolstof vervuilde bougie bemoeilikt het starten en doet afbreuk aan de efficiëntie van de motor. U dient de bougie regelmatig te verwijderen en deze zo nodig te reinigen en af te stellen Instelling voor speling is 0,028-0,031 inch De bougie nooit verwijderen als de motor heet is. De bougie niet zandstralen om hem te reinigen. NEDERLANDS - 2
Het luchtfilter reinigen Q1 - Luchtpijp, Q2 - Luchitfilter, Q3 - Filter, @4 - Vergrendelingslipies, Q5 - Deksel van luchttilter De motor nooit zonder fier of met een vui fier laten draaien. Dit za de efficiëntie van de motor aanzienjk verminderen en leidi tot beschadiging van de motor. Uwr grasmaaier is voorzien van een Iuchifiter dat als volgt most worden onderhouden: + _ Het filter voor elk gebruik controleren. + Elke 25 uur reinigen, of vaker indien de machine onder stoffige omstandigheden wordt gebruikt. Het filter elke 200 uur vervangen. Druk op de vergrendelingslipies boven op het deksel van het luchtilter en verwiider het deksel
2. Controleer of het filter schoon is en in gode staat verkeert.
Als het filter vuil i ik het luchtfiter enkele malen tegen een hard opperviak om vuil te verwideren, of blaas via het schone viak, dat naar de motor is gericht, perslucht door het luchtfiter. Probeer nooit om vuil af te borstelen, daar dit het vuil in de vezels forceert.
3. Veeg het vuil met een vochtige doek van het
luchtfilter en het deksel. Let erop dat er geen vuil in de luchtpijp naar de carburateur komt.
4. Zet het filer en het deksel van het luchtfilter weer op
hun plaats. Onderhoud van de gazonmaaier Wanneer uw gazonmaaier langere tijd niet gebruikt gaat worden, adviseren wij na gebruik de volgende werkwiize te volgen:
1. Leg de motor sti.
2. Draai het brandstofkraantje (K) goed dicht.
3. Start de motor opnieuw.
4. Wanneer de brandstof biina op is en de motor
hapert, dent u de grasmaaier een stukje te kantelen. Nadat de motor stilstaat ontspan de Operator Presence Contro.
6. Maak de bougiekabel los.
7. Verwijder de benzine uit de benzinetank.
Schoonmaken - DRAAG HANDSCHOENEN Houd de gazonmaaier schoon - afgeknipt gras dat terecht komt in een luchtinlaat of in de motor is brandgevaarlik. + Gebruik voor het reinigen van de gazonmaaier geen chemicaliën, of oplosmiddelen - sommige hiervan kunnen belangrijke kunststof onderdelen vernietigen. Verwider gras onder de maaikast met een borstel.
2. Met behulp van een zachte borstel verwijdert u gras
in en rond het motorgedeelte en uit alle luchinlaten.
3. Verijder de waaier - zie "Verwijderen en monteren
van het maaimes en de waaier - en maak deze schoon met een zachte borstel
4. Veeg de maaikast van uw gazonmaaier af met een
droge doek. De grasmaaier vervoeren + Draai het brandstofkraantje dicht en vervoer de grasmaaier met de motor in de horizontale stand. + De grasmaaier nooït met draalende motor vervoeren
Uw gazonmaaier opbergen Draai het brandstofkraantje dicht en sla de machine op in een koele, droge, vochtbestendige en veilige ruimte, met de motor in de horizontale stand. Aan het eind van het maaiseizoen Leg de motor st. Draai de het brandstofkraantje (K) goed dicht. Start de motor opnieuw. Wanneer de brandstof bina op is en de motor hapert, dient u de grasmaaier een stukje te kantelen. Nadat de motor stilstaat ontspan de Operator Presence Control. .. Maak de bougiekabel los. Verwijder de benzine uit de benzinetank. Verwider de bougiekabel en de bougie. Giet een theelepel (5 mi) olie door de bougie- opening. Trek twee- of driemaal aan de starthendel. Dit verdeelt de olie naar de interne delen van de motor. Controleer en reinig de bougie. Indien deze moet worden vervangen raacpleeg dan uw plaatselike dealer. De bougiekabel mag niet meer worden aangesloten.
9. Reinig het luchtfiter. Zie: "Schoonmaken van het
10. Vervang het maaimes indien het is gebarsten of
anderszins beschadigd dan wel verbogen. Vervang zo nodig de bladbout. Zie: verwiideren en monteren van maaimes en waaler' voor volledige instructies. 11.Gebruik alleen originele Flymo onderdelen en accessoires die voor dit produkt zijn gespecificeerd. 12.Maak uw gazonmaaler grondig schoon. Zie: “Schoonmaken van de gazonmaaier 13.Uw plaatselike dealer voert elke gewenste service of reparatie uit. 14.Bewaar uw gazonmaaier op een koele, droge, vochtbestendige en veilige plaats. g Bonn
ps voor foutenopsporing Motor wil niet starten Zorg dat de Operator Presence Control stevig tegen de bovenduwboom wordt aangetrokken.
3. Controleer dat de regelhendel van de choke in de
iuiste stand staat: de stand ‘Draaien' (N) als de motor heet is, de stand ‘Choke” (L) als de motor Koud is. Brandstofmengsel is verouderd of verkeerd gemengd - vervang dit dan voor een vers brandstofmengsel. Controleer of de mesbout vast zi kan een statprobleem veroorzaken
6. Indien de motor nog steeds niet start, ontkoppel
dan de bougiekabel en raadpleeg uw plaatselijke dealer. Slechte zweving of gebrek aan vermogen
2. Reinig de onderkant van de maaikast, het luchtfilter, de
waaier, het gedeelte rond de motor en de luchtinlaten. Controleer dat de regelhendel van de choke in de stand ‘Draaien' (N) stat. Indien slecht zweven of gebrek aan vermogen blijft voortduren, ontkoppel dan de bougiekabel en raadpleeg uw plaatselike dealer. Overmatig tillen Ontkoppel de bougiekabel.
2. Coniaioer of het maalmes op de juiste wijze is
bevestigd. Zie: Verwijderen en monteren van het maaimes en de waaier.
3. Als het maaies is beschadigd of versleten, vervang
het dan door een nieuw maaies.
4. Indien de trilling blijft aanhouden, gebruik de
gazonmaaier dan niet. Ontkoppel de bougiekabel en raadpleeg uw plaatselike dealer.
Notice-Facile