GEBRUIKSAANWIJZING DJM-750-K PIONEER
http://pioneerdj.com/support/
De bovengenoemde Pioneer DJ ondersteuningswebsite biedt een overzicht van de vaak gestelde vragen, informatie over software en allerlei andere soorten informatie en diensten die u in staat stellen dit product met meer gemak te gebruiken.
Hartelijk dank voor uw aankoop van dit Pioneer product. Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door om bekend te raken met de juiste bediening van uw apparaat. Na het doorlezen van de gebruiksaanwijzing dient u deze te bewaren op een veilige plaats, voor latere naslag.
In bepaalde landen of gebieden kan de vorm van de netsnoerstekker en het stopcontact verschillen van de afbeeldingen bij de onderstaande uitleg. De aansluitmethode blijft overigens gelijk, evenals de bediening van het apparaat.

Deponeer dit product niet bij het gewone huishoudelijk afval wanneer u het wilt verwijderen. Er bestaat een speciaal wettelijk voorgeschreven verzamelsysteem voor de juiste behandeling, het opnieuw bruikbaar maken en de recycling van gebruikte elektronische producten.
In de lidstaten van de EU, Zwitserland en Noorwegen kunnen particulieren hun gebruikte elektronische producten gratis bij de daarvoor bestemde verzamelplaatsen of een verkooppunt (indien u aldaar een gelijkwaardig nieuw product koopt) inleveren.
Indien u zich in een ander dan bovengenoemd land bevindt kunt u contact opnemen met de plaatselijke overheid voor informatie over de juiste verwijdering van het product.
Zodoende zorgt u ervoor dat het verwijderde product op de juiste wijze wordt behandeld, opnieuw bruikbaar wordt gemaakt, t gerecycleerd en het niet schadelijk is voor de gezondheid en het milieu.
K058b_A1_NI
LET OP
OM HET GEVAAR VOOR EEN ELEKTRISCHE SHOCK TE
VOORKOMEN, DEKSEL (OF RUG) NIET
VERWIJDEREN. AAN DE BINNENZIJDE BEVINDEN
ZICH GEEN ELEMENTEN DIE DOOR DE GEBRUIKER
KUNNEN BEDIEND WORDEN. ENKEL DOOR
GEKWALIFICEERD PERSONEEL TE BEDIENEN.
D3-4-2-1-1_B2_NI
WAARSCHUWING
Dit apparaat is niet waterdicht. Om brand of een elektrische schok te voorkomen, mag u geen voorwerp dat vloeistof bevat in de buurt van het apparaat zetten (bijvoorbeeld een bloemenvaas) of het apparaat op andere wijze blootstellen aan waterdruppels, opspattend water, regen of vocht.
D3-4-2-1-3_A1_NI
WAARSCHUWING
Om brand te voorkomen, mag u geen open vuur (zoals een brandende kaars) op de apparatuur zetten.
D3-4-2-1-7a_A1_NI
Let er bij het installeren van het apparaat op dat er voldoende vrije ruimte rondom het apparaat is om een goede doorstroming van lucht te waarborgen (tenminste 5 cm achter en 3 cm aan de zijkanten van het apparaat).
WAARSCHUWING
De gleuven en openingen in de behuizing van het apparaat zijn aangebracht voor de ventilatie, zodat een betrouwbare werking van het apparaat wordt verkregen en oververhitting wordt voorkomen. Om brand te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat deze openingen nooit geblokkeerd worden of dat ze afgedekt worden door voorwerpen (kranten, tafelkleed, gordijn e.d.) of door gebruik van het apparaat op een dik tapijt of een bed.
D3-4-2-1-7b*_A1_NI
Gebruiksomgeving
Temperatuur en vochtigheidsgraad op de plaats van gebruik:
+5 °C tot +35 °C, minder dan 85 % RH
(ventilatieopeningen niet afgedekt)
Zet het apparaat niet op een slecht geventileerde plaats en stel het apparaat ook niet bloot aan hoge vochtigheid of direct zonlicht (of sterke kunstmatige verlichting).
D3-4-2-1-7c*_A1_NI
LET OP
De POWER schakelaar van dit apparaat koppelt het apparaat niet volledig los van het lichtnet. Aangezien er na het uitschakelen van het apparaat nog een kleine hoeveelheid stroom blijft lopen, moet u de stekker uit het stopcontact halen om het apparaat volledig van het lichtnet los te koppelen. Plaats het apparaat zodanig dat de stekker in een noodgeval gemakkelijk uit het stopcontact kan worden gehaald. Om brand te voorkomen, moet u de stekker uit het stopcontact halen wanneer u het apparaat langere tijd niet denkt te gebruiken (bijv. wanneer u op vakantie gaat).
D3-4-2-2-2a ^* _A1_NI
WAARSCHUWING
Berg kleine onderdelen op buiten het bereik van kinderen en peuters. Raadpleeg onmiddellijk een arts indien kleine onderdelen per ongeluk worden ingeslikt.
D41-6-4_A1_NI
Pak het netsnoer beet bij de stekker. Trek de stekker er niet uit door aan het snoer te trekken en trek nooit aan het netsnoer met natte handen aangezien dit kortsluiting of een elektrische schok tot gevolg kan hebben. Plaats geen toestel, meubelstuk o.i.d. op het netsnoer, en klem het niet vast. Maak er nooit een knoop in en en verbind het evenmin met andere snoeren. De netsnoeren dienen zo te worden geleid dat er niet per ongeluk iemand op gaat staan. Een beschadigd netsnoer kan brand of een elektrische schok veroorzaken. Kontroleer het netsnoer af en toe. Wanneer u de indruk krijgt dat het beschadigd is, dient u bij uw dichtstbijzijnde erkende PIONEER onderhoudscentrum of uw dealer een nieuw snoer te kopen.
S002*_A1_NI
Voordat u begint
Opmerkingen over deze handleiding
U moet zowel dit document als de handleiding die op de met dit product meegeleverde CD-ROM staat lezen! Beide documenten bevatten belangrijke informatie die u moet begrijpen voor u dit product gaat gebruiken.
- In deze handleiding worden namen van kanalen en toetsen die staan aangegeven op het product, namen van menu's in de software enz. aangegeven in vierkante haken ([]). (bijv. [MASTER]-kanaal, [ON/OFF], [File]-menu)
Inhoud van de doos
- Driversoftware/handleiding CD-ROM
USB-kabel
- Stroomsoer
- Garantiekaart
- Lees dit voor gebruik (Belangrijk)/Snelstartgids (dit document)
Aansluitingen
Schakel altijd eerst de stroom uit en trek de stekker uit het stopcontact alvorens u enige aansluiting maakt of verbreekt.
Zie tevens de gebruiksaanwijzingen van de aan te sluiten apparatuur.
Sluit het netnoer pas aan nadat alle aansluitingen tussen de apparatuur volledig zijn gemaakt.
Gebruik alleen het bijgeleverde netsnoer.

- Voor het gebruik van de fader-startfunctie sluit u een bedieningskabel aan (bladzijde 7).
1 Gebruik de [MASTER1]-aansluitingen alleen voor gebalanceerde uitgangssignalen. Verbinding met een ongebalanceerde signaalbron (bijv. via tulp (RCA) aansluitingen) met behulp van een XLR-RCA adapterkabel (of adapterstekker) enz. kan de geluidskwaliteit verlagen en/of resulteren in ruis. Voor verbinding met een ongebalanceerde signaalbron (bijv. via tulp (RCA) aansluitingen) dient u de [MASTER2]-aansluitingen te gebruiken.
2 Wees voorzichtig dat u niet per ongeluk het stroomsnoer van een ander toestel probeert aan te sluiten op de [MASTER1] aansluiting.
1 POWER toets (bladzijde 6)
Voor aanzetten en uitschakelen van dit apparaat.
2 PHONO aansluitingen
Voor aansluiten op de phono-aansluiting (MM-element) van een weergave-apparaat. Geen lijnniveau-ingangssignalen op aansluiten. Om apparatuur te kunnen verbinden met de [PHONO] aansluitingen, moet de kortsluitstekker uit de aansluitingen verwijderd worden. Steek deze kortsluitstekker in de [PHONO] aansluitingen wanneer er niets op is aangesloten om externe ruis te verminderen.
3 CD/LINE aansluitingen
Aansluiten op een DJ-speler of een lijnuitgangscomponent.
4 SIGNAL GND aansluiting
Sluit hierop de aardingsdraad van een analoge platenspeler aan. Dit vermindert storende geluiden bij aansluiten van een analoge platenspeler.
5 LINE aansluitingen
Aansluiten op een cassettedeck of een lijnuitgangscomponent.
6 CONTROL-aansluiting
Dit is een ∅ 3,5 mm ministekker DJ-speler bedieningsaansluiting. Als u een Pioneer DJ-speler aansluit met een bedieningskabel (bijgeleverd bij de DJ-speler), kunt u de weergave starten of andere functies van de DJ-speler bedienen met de fader van dit apparaat.
7 BOOTH-aansluitingen
Dit zijn uitgangsaansluitingen voor een boothmonitor.
8 MASTER2 aansluitingen
Voor aansluiten van een eindversterker e.d.
9 MASTER1 aansluitingen
Voor aansluiten van een eindversterker e.d.
U moet deze gebruiken als gebalanceerde uitgangsaansluitingen.
Wees voorzichtig dat u niet per ongeluk het stroomsnoer van
een ander toestel probeert aan te sluiten.
10 AC IN
Aansluiten op een stopcontact met het bijgeleverde netsnoer. Wacht met aansluiten van het netsnoer totdat eerst alle aansluitingen tussen de apparatuur onderling compleet zijn gemaakt.
Gebruik alleen het bijgeleverde netsnoer.
11 MIC-aansluiting (bladzijde 7)
Sluit hierop een microfoon aan.
12 USB-aansluiting
Sluit de computer aan.
13 PHONES-aansluiting (bladzijde 7)
Sluit hierop een hoofdtelefoon aan.
WAARSCHUWING
Houd de kortsluitstekkers buiten bereik van kinderen. Raadpleeg onmiddellijk een arts indien er onverhoopt één wordt ingeslikt.
Bediening

1 MIC LEVEL instelling (bladzijde 7)
Regelt het uitgangsniveau van de geluidsweergave via het [MIC] kanaal.
2 EQ (HI, LOW) instellingen (bladzijde 7)
Regelt de toonweergave van het [MIC]-kanaal.
3 OFF, ON, TALK OVER keuzeschakelaar (bladzijde 7)
Zet de microfoon aan/uit.
4 FADER START (CH-2, CH-3) toetsen (bladzijde 7)
Hiermee kunt u de fader-startfunctie aan/uit zetten.
5 MONO SPLIT, STEREO keuzeschakelaar (bladzijde 7)
Bepaalt hoe het geluid voor het meeluisteren via de hoofdtelefoon wordt verdeeld.
6 MIXING instelling (bladzijde 7)
Hiermee kunt u de balans regelen van het meeluistervolume voor het geluid van de kanalen waarvoor [CUE] wordt ingedrukt en het geluid van het [MASTER] kanaal.
7 LEVEL instelling (bladzijde 7)
Regelt het uitgangsniveau van de geluidsweergave via de hoofdtelefoon.
8 Ingangskeuzeschakelaars (bladzijde 6)
Kiest de ingangsbron van elk kanaal voor de componenten die op dit apparaat zijn aangesloten.
9 Kanaalniveau-aanduiding (bladzijde 6)
Toont het geluidsniveau van de diverse kanalen voor ze door de kanaalfaders geleid worden.
10 TRIM instelling (bladzijde 6)
Regelt het niveau van de geluidssignalen die binnenkomen via elk kanaal.
11 EQ/ISO (HI, MID, LOW) instellingen (bladzijde 6)
Deze regelen de toonweergave van de diverse kanalen.
12 CUE toets (bladzijde 7)
Druk op de [CUE] toets(en) voor het kanaal (de kanalen) waarmee u wilt meeluisteren.
13 Kanaal-fader (bladzijde 6)
Regelt het niveau van de geluidssignalen die worden uitgestuurd via elk kanaal.
14 CROSS FADER ASSIGN (A, THRU, B) keuzeschakelaar (bladzijde 6)
Stelt de uitgangsbestemming van elk kanaal in op [A] of [B].
15 Crossfader-regelaar (bladzijde 6)
Voor weergave van geluidssignalen die zijn toegewezen via de crossfader-toewijzingsschakelaar, overeenkomstig de curvekarakteristiek die is gekozen met de [CROSS FADER] (crossfadercurve-keuzeschakelaar).
16 MASTER LEVEL instelling (bladzijde 6)
Regelt de geluidssterkte van de weergave via de [MASTER1] en [MASTER2]-aansluitingen.
17 Hoofdniveau-aanduiding (bladzijde 6)
Toont de geluidssterkte van de weergave via de [MASTER1] en [MASTER2]-aansluitingen.
18 MONO, STEREO keuzeschakelaar (bladzijde 8)
Schakelt de geluidsweergave van de [MASTER1] aansluitingen enz. heen en weer tussen mono en stereo.
19 BOOTH MONITOR instelling (bladzijde 8)
Regelt het niveau van de geluidssignalen die worden weergegeven via de [BOOTH]-aansluiting.
20 EQ CURVE (ISOLATOR, EQ) keuzeschakelaar (bladzijde 6)
Schakelt de functie van de [EQ/ISO (HI, MID, LOW)] instellingen om.
21 CH FADER (\~, ↗) keuzeschakelaar (bladzijde 7)
Schakelt de kanaalregelcurve-karakteristiek om.
22 CROSS FADER (7) teuzeschakelaar (bladzijde 7)
Voor omschakelen van de crossfader-curvekarakteristiek.
23 Hoofdbeeldscherm
Trek niet te hard aan de knoppen voor de kanaalfader en crossfader. De knoppen zijn zo gemaakt dat ze niet gemakkelijk los kunnen komen. Te hard aan de knoppen trekken kan leiden tot schade aan het toestel.
Basisbediening
Geluid weergeven
1 Druk op de [POWER] toets.
Schakel dit apparaat in.
2 Stel de ingangskeuzeschakelaars in.
Kiest de ingangsbronnen voor de diverse kanalen uit de componenten die op dit apparaat zijn aangesloten.
— [PHONO]: Voor keuze van een analoge muziekspeler aangesloten op de [PHONO]-aansluiting.
— [CD/LINE], [LINE]: Voor keuze van een DJ-speler of cassettedeck dat is aangesloten op de [CD/LINE] of [LINE]-aansluitingen.
— [USB */*]: Voor keuze van het geluid van de computer die is aangesloten op de [USB]-aansluitbus.
3 Draai aan de [TRIM] instelling.
Regelt het niveau van de geluidssignalen die binnenkomen via elk kanaal.
Bij elk van de kanalen licht de kanaalniveau-indicator op wanneer er geluidssignalen goed doorkomen voor dat kanaal.
4 Beweeg de kanaalfader van u af.
Regelt het niveau van de geluidssignalen die worden uitgestuurd via elk kanaal.
5 Schakelt de [CROSS FADER ASSIGN (A, THRU, B)] keuzeschakelaar om.
Schakelt de uitgangsbestemming om, voor elk kanaal.
— [A]: Toewijzen aan [A] (links) van de crossfader.
— [B]: Toewijzen aan [B] (rechts) van de crossfader.
— [THRU]: Selecteer deze stand wanneer u de crossfader niet wilt gebruiken. (De signalen passeren niet door de crossfader.)
6 Stel de crossfader in.
Deze handeling is niet nodig als de [CROSS FADER ASSIGN (A, THRU, B)] keuzeschakelaar in de [THRU] stand is gezet.
7 Draai aan de [MASTER LEVEL] instelling.
Geluidssignalen worden uitgestuurd via de [MASTER1] en [MASTER2]-aansluitingen.
De hoofdniveau-indicator licht op.
Bijregelen van de geluidskwaliteit
Draai aan de [EQ/ISO (HI, MID, LOW)]-instellingen voor de diverse kanalen.
De instelbereiken voor de respectievelijke instellingen worden hieronder vermeld.
• HI: -26 dB tot +6 dB (13 kHz)
• MID: -26 dB tot +6 dB (1 kHz)
- LOW: -26 dB tot +6 dB (70 Hz)
❖ Omschakelen van de functie van de [EQ/ISO (HI, MID, LOW)] instellingen
Schakelt de [EQ CURVE (ISOLATOR, EQ)] keuzeschakelaar om.
— [ISOLATOR]: Functioneert als isolator.
— [EQ]: De equalizerfunctie wordt ingesteld.
Meeluisteren via een hoofdtelefoon
1 Sluit een hoofdtelefoon aan op de [PHONES]-aansluiting.
2 Druk op de [CUE] toets(en) voor het kanaal (de kanalen) waarmee u wilt meeluisteren.
3 Schakelt de [MONO SPLIT, STEREO] keuzeschakelaar om.
— [MONO SPLIT]: Het geluid van de kanalen waarvoor [CUE] wordt ingedrukt, wordt weergegeven via de linker oorschelp van de hoofdtelefoon en het geluid van het [MASTER] kanaal via de rechter oorschelp.
— [STEREO]: Het geluid van de kanalen waarvoor u op [CUE] drukt wordt in stereo weergegeven door de hoofdtelefoon.
4 Draai aan de [MIXING] instelling.
Hiermee kunt u de balans regelen van het meeluistervolume voor het geluid van de kanalen waarvoor [CUE] wordt ingedrukt en het geluid van het [MASTER] kanaal.
5 Draai aan de [LEVEL] instelling voor de [HEADPHONES].
Het geluid van de kanalen waarvoor [CUE] toels is ingedrukt wordt weergegeven via de hoofdtelefoon.
- Wanneer er nog een keer op [CUE] toets wordt gedrukt, wordt het meeluisteren geannuleerd.
Omschakelen van de kanaalregelcurve
Kies de kanaalregelcurve-karakteristiek
Schakelt de [CH FADER (\~, , )]keuzeschakelaar om.
— De curve stijgt plotseling aan het verre uiteinde.
— [√]: De curve stijgt geleidelijk (het geluid zwelt geleidelijk aan wanneer u de kanaalregelaar van voren naar achteren beweegt).
Kies de crossfadercurve-karakteristiek
Schakelt de [CROSS FADER (x, x)]keuzeschakelaar om.
— [X]: Geeft een steile, stijgende curve (als de crossfader-schuifregelaar wordt weggeschoven van de [A]-kant, worden er onmiddellijk geluidssignalen uitgestuurd via de [B]-kant).
— [X]Geeft een curve die het gemiddelde vormt van de curves hierboven en hieronder.
— [X]: Geeft een heel geleidelijk stijgende (als de crossfaderschuifregelaar wordt weggeschoven van de [A]-kant, zal het geluid aan de [B]-kant geleidelijk aanzwellen, terwijl het geluid aan de [A]-kant geleidelijk wordt afgezwakt).
Start de weergave van een DJ-speler met behulp van de schuifregelaar (fader-start)
Als u een Pioneer DJ-speler aansluit met een bedieningskabel (bijgeleverd bij de DJ-speler), kunt u de weergave starten of andere functies van de DJ-speler bedienen met de fader van dit apparaat.
Sluit vooraf dit apparaat aan op een Pioneer DJ-speler. Nadere aanwijzingen voor het aansluiten vindt u onder Aansluitingen op bladzijde 3.
Beginnen met afspelen met de kanaal-fader
1 Stel [CROSS FADER ASSIGN (A, THRU, B)] keuzeschakelaar in op [THRU].
2 Druk op een van de [FADER START (CH-2, CH-3)]-toetsen.
Selecteer het kanaal dat gestart moet worden met de fader-startfunctie.
3 Zet de kanaalfader zoveel mogelijk naar uzelf toe.
4 Stel de cue in op de DJ-speler.
De DJ-speler pauzeert de weergave bij het cue-punt.
5 Beweeg de kanaalfader van u af.
Het afspelen begint op de DJ-speler.
- Wanneer u de kanaal-fader terugzet in de oorspronkelijke stand, keert de speler onmiddellijk terug naar het eerder ingestelde cue-punt, om daar de weergave te pauzeren (back-cue).
Beginnen met afspelen met de crossfader
1 Stel de [CROSS FADER ASSIGN (A, THRU, B)] keuzeschakelaar in op [A] of [B].
2 Druk op een van de [FADER START (CH-2, CH-3)]-toetsen.
Selecteer het kanaal dat gestart moet worden met de fader-startfunctie.
3 Stel de crossfader in.
Schuif de regelaar naar de tegenovergestelde rand van het kanaal waar- voor u de fader-startfunctie wilt gebruiken.
4 Stel de cue in op de DJ-speler.
De DJ-speler pauzeert de weergave bij het cue-punt.
5 Stel de crossfader in.
Het afspelen begint op de DJ-speler.
- Wanneer u de crossfader terugzet in de oorspronkelijke stand, keert de speler onmiddellijk terug naar het eerder ingestelde cue-punt, om daar de weergave te pauzeren (back-cue).
Gebruik van een microfoon
1 Sluit de microfoon aan op de [MIC]-aansluiting.
— [ON]: De aanduiding licht op.
— [TALK OVER]: De aanduiding knippert.
- Wanneer u instelt op [TALK OVER] zal het geluid van alle kanalen behalve dat van het [MIC] kanaal met 18 dB (standaardinstelling) worden verzwakt wanneer er een geluid van meer dan -10 dB binnenkomt via de microfoon.
- De verzwakking van de audio in de [TALK OVER]-stand kan worden gewijzigd via het [USER SETUP]-schem. Zie de handleiding van dit product voor instructies over het veranderen van het niveau.
- De talk-over stand kan heen en weer worden geschakeld tussen normaal en geavanceerd. Zie de handleiding van dit product voor instructies over het veranderen van de stand.
3 Draai aan de [MIC LEVEL]-instelling.
Regel het uitgangsniveau van de geluidsweergave via het [MIC] kanaal.
- Onthoud dat helemaal naar rechts draaien een enorm hard geluid oplevert.
4 Geef geluidssignalen door via de microfoon.
Bijregelen van de geluidskwaliteit
Draai aan de [EQ (HI, LOW)] instellingen voor het [MIC] kanaal.
De instelbereiken voor de respectievelijke instellingen worden hieronder vermeld.
• HI: -12 dB tot + 12 dB (10 kHz)
- LOW: -12 dB tot + 12 dB (100 Hz)
Overschakelen tussen mono- en stereo-geluid
Hiermee wordt de weergave via de [MASTER1], [MASTER2], [BOOTH], [REC OUT], [PHONES], [DIGITAL MASTER OUT] en [USB]-aansluitingen omgeschakeld tussen mono en stereo.
- Om het via de [USB]-aansluitingen geproduceerde geluidssignaal in te stellen, moet u [REC OUT] selecteren bij [Mixer Audio Output] in het instelhulpprogramma.
Schakelt de [MONO, STEREO] keuzeschakelaar om.
— [MONO]: Voor weergave van mono-geluid.
— [STEREO]: Voor weergave van stereo-geluid.
De links/rechts-balans van het geluid regelen
De links/rechts-balans van het geluid dat wordt weergegeven via de [MASTER1], [MASTER2], [BOOTH], [REC OUT], [PHONES], [DIGITAL MASTER OUT] en [USB]-aansluitingen kan worden bijgeregeld.
- Om het via de [USB]-aansluitingen geproduceerde geluidssignaal in te stellen, moet u [REC OUT] selecteren bij [Mixer Audio Output] in het instelhulpprogramma.
2 Draai aan de [BALANCE] instelling.
De links/rechts balans van de geluidsweergave verandert, al naar gelang de richting waarin u de [BALANCE] instelling draait en hoe ver.
- Door draaien naar de uiterste rechterkant wordt alleen het rechter kanaal van stereo-geluid weergegeven. Door draaien naar de uiterste linkerkant wordt alleen het linker kanaal van stereo-geluid weergegeven.
Het geluid wordt weergegeven via de [BOOTH]-aansluiting.
Draai aan de [BOOTH MONITOR] instelling.
Regelt het niveau van de geluidssignalen die worden weergegeven via de [BOOTH]-aansluiting.
Over handelsmerken en gedeponeerde handelsmerken
- Pioneer is een gedeponeerd handelsmerk van PIONEER CORPORATION.
- Microsoft, Windows en Windows Vista zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
- Apple, Macintosh en Mac OS zijn handelsmerken van Apple Inc., geregistreerd in de V.S. en andere landen.
• ASIO is een handelsmerk van Steinberg Media Technologies GmbH.
- De hierin vermelde namen van bedrijven en hun producten zijn de handelsmerken van hun respectieve eigenaars.
Specifications
Algemene
Stroomvereisten.... 220 V tot 240 V wisselstroom, 50 Hz/60 Hz
Stroomverbruik 32 W
Stroomverbruik (in de ruststand)....0,45 W
Gewicht hoofdapparaat 7,6 kg
Buitenafmetingen....320 mm (B) × 108 mm (H) × 376 mm (D)
Toegestane bedrijfstemperatuur....+5 °C tot +35 °C
Toegestane luchtvochtigheid....5 % tot 85 % (zonder condensatie)
Audiogedeelte
Bemonsteringswaarde 96 kHz
MASTER D/A-omzetter 24 bits
Andere A/D- en D/A-omzetters....24 bits
Frequentiekarakteristiek
CD/LINE 20 Hz t/m 20 kHz
Signaal/ruisverhouding (nominaal uitgangsvermogen, A-WEIGHTED)
PHONO 92 dB
CD/LINE 106 dB
MIC 84 dB
Totale harmonische vervorming (20 kHzBW)
CD/LINE — MASTER1....0,004 %
Standaard ingansniveau / Ingangsimpedantie
PHONO....-52 dBu/47 kΩ
CD/LINE -12 dBu/47 kΩ
MIC -52 dBu/8.5 kΩ
RETURN....-12 dBu/49 kΩ
Standaard uitgangsniveau / Belastingsimpedantie / Uitgangsimpedantie
MASTER1....+6 dBu/10 kΩ/360 Ω of minder
MASTER2....+2 dBu/10 kΩ/390 Ω of minder
REC OUT -8 dBu/10 kΩ/22 Ω of minder
BOOTH....+2 dBu/10 kΩ/390 Ω of minder
SEND -12 dBu/10 kΩ/390 Ω of minder
PHONES +8,5 dBu/32 Ω/10 Ω of minder
Nominaal uitgangsniveau / Belastingsimpedantie
MASTER1 +24 dBu/10 kΩ
MASTER2....+20 dBu/10 kΩ
Overspraak
LINE 82 dB
Kanaalequalizerkarakteristiek
HI -26 dB tot +6 dB (13 kHz)
MID....-26 dB tot +6 dB (1 kHz)
LOW -26 dB tot +6 dB (70 Hz)
Microfoonequalizerkarakteristiek
HI -12 dB tot +12 dB (10 kHz)
LOW -12 dB tot +12 dB (100 Hz)
In / uitgangsaansluitingen
PHONO-ingangsaansluiting
Tulpstekkerbussen....2 st.
CD/LINE ingangsaansluiting
Tulpstekkerbussen....4 stk.
LINE ingangsaansluiting
Tulpstekkerbussen....2 st.
MIC ingangsaansluiting
XLR-aansluiting/klinkstekkerbus (∅ 6,3 mm) ....1 stk.
RETURN Ingangsaansluitingen
Klinkstekkerbus (∅ 6,3 mm)....1 st.
MASTER-uitgangsaansluiting
XLR-aansluiting ....1 stk.
Tulpstekkerbussen....1 st.
BOOTH-uitgangsaansluiting
Tulpstekkerbussen....1 st.
REC OUT-uitgangsaansluiting
Tulpstekkerbussen....1 st.
SEND-uitgangsaansluiting
Klinkstekkerbus (∅ 6,3 mm)....1 st.
DIGITAL MASTER OUT coaxiale uitgangsaansluiting
Tulpstekkerbussen....1 st.
PHONES-uitgangsaansluiting
Stereo-klinkstekkerbus (∅ 6,3 mm) .... 1 st.
USB-aansluiting
B type....1 st.
CONTROL-aansluiting
Mini-klinkstekkerbus (∅ 3,5 mm)....2 stk.
— De technische gegevens en het ontwerp van dit product kunnen vanwege voortgaande verbetering zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
— Gebruik de [MASTER1]-aansluitingen alleen voor gebalanceerde uitgangssignalen. Verbinding met een ongebalanceerde signaalbron (bijv. via tulp (RCA) aansluitingen) met behulp van een XLR-RCA adapterkabel (of adapterstekker) enz. kan de geluidskwaliteit verlagen en/of resulteren in ruis.
Voor verbinding met een ongebalanceerde signaalbron (bijv. via tulp (RCA) aansluitingen) dient u de [MASTER2]-aansluitingen te gebruiken.
• © 2013 PIONEER CORPORATION. Alle rechten voorbehouden.