PLR 25 - Afstandsmeter BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PLR 25 BOSCH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PLR 25 BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Afstandsmeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PLR 25 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PLR 25 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING PLR 25 BOSCH
de Originalbetriebsanleitung
en Original instructions
fr Notice originale
es Manual original
pt Manual original
it Istruzioni originali
nl Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
da Original brugsanvisning
sv Bruksanvisning i original
no Original driftsinstruks
fi Alkuperäiset ohjeet
el Ipwtotuio odnyiwxpnns
tr Original isletme talimati

2




3



4

D

19 2607990031

20 2607001391

21
Deutsch. 6
English. 19
Francais.. Page 32
Espanol . 46
Portugués 59
Italiano. 71
Nederlandsl 85
Dansk. 97
Svenska. Sida 109
Norsk. Side 120
Suomi . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Sivu 131
Eληνικα Σελδa 143
Türkce Sayfa 156
Sicherheitshinweise

Veiligheidsvoorschriften

Alle aanwijzingen要去en worden gelezen om zonder gezaren en veilig met het meetgereed-schap te werken. Maak waarschuwingsplaatjes op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN GOED.
Voorzichtig - wonneer andere dan de hier vermelde bedie-nings- en instelvoorzieningen worden gebrukt of andere procedures worden uitgevoerd, kan dit tot gevaarlijke stralingsblootstelling leiden.
Het meetgereedschap worden geleverd met een waarschuwingsplaatje in het Duits (in de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen aangeduid met nummer 13).

IEC 60825-1:07 <1 mW, 635 nm
- Plak over de Duitse tekst van het waarschuwingsplaatje de meegeleverde sticker in uw eigenaaal voordat u het gereedschap voor het eerst gebruikt.
Richt de laserstraal Niet op Personen of dieren en kijk nicht zelf in de laserstraal. Dit meetgereedschap brengt laserstraling van laserklasse 2 volgens IEC 60825-1 voort. Daardoorunt u personen verblinden.
Gebruik de laserbril Niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het better herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescherming gegen de laserstralen.
Gebruik de laserbril Niet als zonnebril en Niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming gegen ultravioletstralen en vermindert de waarneming van kleuren.
Laat het meetgereedschap repareren door gekwalifi- ceerd, vakkundig personeel en alleen met originele ver- vangingsonderdelen. Daarmee worden gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
Laat kinderen het lasermeetgereedschap Niet zonder toe-zicht gebruiken. Anders konnen Personen worden verblind.
Werk met het meetgereedschap Niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. In het meetgereedschap konnen vomken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.
Functiebeschrijving
Gebruik volgens bestemming
Het meetgereedschap is bestemd voor het meten van afstan den, lengten, hoogten en tussenruimten en voor het berekenen van oppervlakten en inhonden. Het meetgereedschap is geschikt voor metingen binnen- en buitenshuis.
Afegebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.
1 Aan/uit-toets en geheugenwistoets
2 Toets voor kiezen van referentievlak
3 Toets Geheugen aftrekken „M-”
4 Toets Geheugen optellen _·^ ^+
5 Toets voor oppervlaktemeting
6 Toets voor lengtemeting
7 Display
8 Utilijnhulp
9 Toets Meten
10 Toets voor volumemeting
11 Toets Geheugenwaarde oproepen „M=”
12 Toets voor duurmeting
13 Laser-waarschuwingsplaatje
14 Vergrendeling van het batterijvakdeksel
15 Deksel van batterijvak
16 Uitgang laserstraal
17 Ontvangstlens
18 Serienummer
19 Laserbril*
20 LaserdoelpaneleI*
21 Beschermetui
- Niet elk afgebeeld en beschreiben toebehoren worden standaard meegeleverd.
Indicatie-elementen
a Meetfuncties
— Lengtemeting
Duurmeting
Oppervlaktemeting
Volumemeting
b Batterijwaarschuwing
c Temperatuurwaarschuwing
d Meetwaarde/resultsaat
e Maateenheid
f Referentievlak van de meting
g Laser ingeschakeld
h Afzonderlijke meetwaarde (bij lengtemeting: resultaat)
i Meetwaarden opslaan
Nederlands | 87
Technische gegevens
| Digitale laser-afstandsmeter | PLR 25 |
| Zaaknummer | 3 603 K16 200 |
| Meetbereik | 0,05–25 mA) |
| Meetnauwkeurigheid (kenmerkend) | ±2,0 mmB) |
| Kleine indicatee-eenheid | 1 mm |
| Bedrijfstemperatuur | -10 °C ... +50 °CC) |
| Bewaarttemperatuur | -20 °C ... +70 °C |
| Relatieve luchtvochtigheid max. | 90 % |
| Laserklasse | 2 |
| Lasertype | 635 nm, <1 mW |
| Diameter laserstraal (bij 25 °C) op 10 m afstand ca. | 6 mm |
| Batterijen | 4 x 1,5 V LR03 (AAA) |
| Accucellen | 4 x 1,2 V KR03 (AAA) |
| Levensduur batterij ca. | |
| - afzonderlijke metingen | 30000D) |
| - duurmething | 5 hD) |
| Gewicht volgens | |
| EPTA-Procedure 01/2003 | 0,18 kg |
| Afmetingen | 58 x 104 x 36 mm |
| Isolationsoort (behalve batterijdeksel) | IP 44 (spatwater-bescherming) |
A) De reikwijdtede wordt groter naarmate het laserlicht better door het oppervlak van het doel worden gereflecteerd (gestrooid, nicht gespiegeld) en naarmate de laserpuntlichter is dan de omgeving (intereurs, schemering). Bij ontunstige omstandigheden, zoals metingen buitenshuis met fel zonlicht, kan gebruik van het doelpaneel nodig�n.
B) Onder ongunstige omstandigheden, zoals fel zonlicht of een slecht reflecterend oppervlak, bedraagt de maximale afwijking ± 7 mm op 25m . Onder gunstige omstandigheden moet rekening worden gehonden met een invloed van ± 0,05mm / m .
C) In de functie duurmeting bedraagt de max. bedrijfstemperatuur +40^ .
D) Met 1,2 V accuellen zijn minder metingen möglichk dan met 1,5 V batterijen.
Let op het zaaknummer op het typeplaatje van het meetgereedschap. De handelsbenamingen van afzonderlijke meetgereedschappen können afwijken.
Het serialummer 18 op het typeplaatje dient voor de eenduidige identificatie van uw meetgereedschap.
88 | Netherlands
Montage
Batterijen inzetten of verrangen
Voor het gebruik van het meetgereedschap worden alkali-mangaanbatterijen of accuellen geadviseerd.
Met 1,2 V accuellen zijn minder metingen möglichk dan met 1,5 V batterijen.
Als u het batterijvakdeksel 15 wilt openen, drukt u op de vergrendeling 14 in de richting van de pijl en verwijdert u het batterijvakdeksel. Plaats de meegeleverde batterijen of accu-cellen. Let waar bij op de juistePOOLaansluitingen, zoals aan-gegeven op de binnenzijde van het batterijvak.
Als het batterijsymbol voor het eerst in het display verzucht, maar nog minstens 100 metingen möglichk. Als het batterijsymbol knippert,要去 u de batterijen of accuellen verwangen. Metingen maar zich noort更是更有 likely.
Vervang alsld alle batterijen of accuellen tegelijkertijd. Gebruik alleen batterijen of accuellen van een fabrikant en met bezelfde capacititeit.
Neem de batterijen of accucellen uit het meetgereed-schap als u het langdurig Niet gekruikt. Als de batterijen of accucellen lang worden bewaard, können deze gaan roesten en leegraken.
Gebruik
Ingebruikneming
Bescherm het meetgereedschap gegen vocht en felzonlicht.
Stel het meetgereedschap Niet bloot aan extreme temperaten of temperatuurschommelingen. Laat het bijvoorbeeld nicht lange tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grote temperatuurschommelingen eerst op dejuiste temperatuur komen voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaten of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig worden beinvloed.
Voorkom heftige schokken of vallen van het meetgereedschap. Na sterke externe inwerkingen op het meetgereedschap dient u, voordat u de werkzaamheden voortzet,.altijd een nauwkeurigheidscontrole uit te voeren (zie „Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap", pagina 95).
Nederlands | 89
In- en uitschakelen
Als u het meetgereedschap wilt inschaken, drukt u kort op de aan/uit-toets 1 of op de toets Meten 9. Bij het inschaken van het meetgereedschap worden de laserstraal nog nicht ingeschakeld.
Als u het meetgereedschap wilt uitschakelen, drukt u lang op de aan/uit-toets 1.
Als er ongeveer 5 min geen toets op het meetgereedschap wordt ingedrukt, worden het meetgereedschap automatischuitgeschakeld om de batterij te ontzien.
Als er een meetwaarde is opgeslagen, blijft deze na het automatisch uitschakelen bewaar. Na het opnieuw inschakelen van het meetgereedschap worden „M" in het display weergegeven.
Meten
Na het inschaken werkht het meetgereedschap in de functie lengtemeting. Andere meetfunctieskest u instellen door op de bijbehorende functietoets te drukken (zie „Meetfuncties", pagina 90).
Als referentievlak voor de meting is na het inschaken de achterkant van het meetgereedschap gekozen. Zie voor het wisselen van het referentievlak „Referentievlak kiezen“, vagina 90.
Na het kiezen van de meetfunctie en het referentievlak vinden alle overige stappenplaats door het indrukken van de toets Meten 9.
Plaats het meetgereedschap met het gekozen referentievlak gegen de gewenstemeetlijk (bijvoorbeeld gegen de muur).
Duw voor het inschakelen van de laserstraal op de toets Meten 9.
Richt de laserstraal Niet op Personen of dieren en kijk zich nicht in de laserstraal, ook Niet vanaf een große afstand.
Richt de laserstraal op het doeloppervlak. Druk opnieuw op de toets Meten 9 om de meting te starten.
In de functie Duurmeting begint de meting reeds na de eerste keer drukken op de toets Meten 9.
De meetwaarde verschijnt meestal binnen 0,5 seconden en uiterlijk na 4 seconden. De duur van de meting is afhankelijk van de afstand, de lichtomstandigheden en de weerspiegelingseigenschappen van het doeloppervlak. Het einde van de meting wordt aangegeven door een geluidssignaal. Na beeindiging van de meting wordt de laserstraal automatischuitgeschakeld.
Als ca. 20 seconden na het richten geen meting plaatsvindt, wordt de laserstraal automatisch uitgeschakeld om de batterijen te sparen.
90 | Nederlands
Referentievlak kiezen (zie afbeeldingen A-B)
Voor de meting=kunt uuit twee verschillendereferentievlakken kiezen:
- de anschterkant van het meetgereedschap (bijvoorbeeld als het gegen een muur worden geplaatst),
- de voorkant van het meetgereedschap (bijvoorbeeld bij het meten vanaf de rand van een tafel).
Druk voor het wisselen van het referentievlak op de toets 2 tot in het display het gewenste referentievlak worden weergegeven. Na het inschakenen van het meetgereedschap is alkijd de achterkant van het meetgereedschap als referentievlak vooraf ingesteld.
Meetfunctions
Lengtemeting
Druk voor lengtemetingen op de knop 6. In het display worden deindicatie voor lengtemeting -weergegeven.

Druk eenmaal op de toets Meten 9 om de laserstraal te richten en druk opnieuw om te meten.
De meetwaarde wordt onder in het display weergegeven.
Oppervlaktemeting
Druk voor oppervlaktemetingen op de knop 5. In het display wordt de indicateie voor oppervlaktemeting weergegeven Meetervoigens lenghte en breedte na elkaar, net als bij een lengtemeting. Tussen de beiden metingen blijft de laserstraal geschakeld.

Na afsluiting van de tweede meting worden de oppervlakte automatisch berekend en weergegeven. De LASTe afzonderlijke meetwaarde staat onder in het display, het eindresultaat boven.
Inhoudsmeting
Druk voor volumemetingen op de knop 10. In het display worden de individatie voor volumemeting l weergegeven.
Meet verwolgens lenghte, bredte en hoogte na elkaar, net als bij een lengtemeting. Tussen de drie metingen blijft de laserstraal ingeschakeld.

Na aflsuiting van de derde meting worden de inhoud automatisch berekend en weergegeven. De LASTe afzonderlijke meetwaarde staat onder in het display, het eindresultaat boven.
Nederlands | 91
Duurmeting (zie afbeelding C)
De duurmeting dient voor het aftekenen van maten, bijvoorbeeld uit bouwtekeningen. Bij de duurmeting kan het meetgereedschap relatief ten opzichte van het doel worden verplaatst, waarbij de meetwaarde ongeveer elke 0,5 seconden worden geactualiseerd. U(Intant zich bijvoorbeeld van een muur verwijderen tot aan de gewenste afstand. De actuele afstand is steeds afleesbaar.
Druk voor duurmetingen op de knop 12. In het display worden deindicatie voor duurmetingweergegeven.

Druk eenmaal op de toets Meten 9 om de meting te starten. Beweeg het meetgereedschap tot de gewenste afstand onder in het display worden weergegeven.
Door het indrukken van de toets Meten 9 onderbreekt u de duurmeting. De actuèle
meetwaarde worden in het display weergegeven. Als u opnieuw op de toets Meten 9 drukt, start de duurmeting opnieuw.
De duurmeting worden na 5 minuten automatisch uitgeschakeld. De LASTe meetwaarde blijft in het display staan. Als u de duurmeting erder wiltbeeindigen,kest u door het indrukken van de toetsen 6,5 of 10 van meetfunctie veranderen.
Meetwaarden verwijderen
Door het kort indrukken van de toets 1(Intuit u in alle meetfunctions de staat gemeten afzonderlijkemeetwaarde verwijderen. Door hetmeermaals kort indrukken van de toets worden de afzonderlijkemeetwaarden in omgekeerde volgorde verwijderd.
Geheugenfuncties
Bij het uitschakelen van het meetgereedschap blijft de waarde in het geheugen bewaar.
Meetwaarden opslaan of optellen

Druk op de toets Geheugen optellen 4 om de actuele meetwaarde (afhankelijk van de actuele meetfunctie een lengte-, oppervlakte- of inhoudswaarde) op te slaan. Zodra een waarde is opgeslagen, worden in het display „M" weergegeven. Daarachter knippert de „+” kort.
Wanner er reeds een waarde in het geheugen aanwezig is,\ wordt de neue waarde bij de inhoud van het geheugen opgeteld,ECHTER alleen wanner de maateenheden overeenkomen.
Als er bijvoorbeeld een oppervlaktewaarde in het geheugen aanwezig is, en de huidige meetwaarde een inhoudswaarde is, kan de optelling nicht worden uitgevoerd. In het display knippert kort „Error".
92 | Nederlands
Meetwaarden aftrekken
Druk op de toets Geheugen aftrekken 3 om de actuèle meetwaarde van de geheugenwaarde af te trekken. Zodra een waarde is afgetrokken, worden in het display „M" weergegeven. Daarachter knippert de „-” kort.
Als er al een waarde is opgeslagen, kan de neue meetwaarde alleen worden afgetrokken als de maateenheden overeenkomen (zie „Meetwaarden opslaan of optellen").
Geheugenwaarde weergeven

Druk op de toets Geheugenwaarde oproepen 11 om de waarde in het geheugen wee ter geven. In het display wordt „M=” weergegeven. Als de geheugeninhoud „M=” in het display worden weergegeven, kut u deze door het indrukken van de
toets Geheugen optellen 4 verdubbelen of door het indrukken van de toets Geheugen aftrekken 3 op nul zetten.
Geheugen wissen
Als u de inhoud van het geheugen wilt wissen, drukt u eerst op de toets Geheugenwaarde oproepen 11, zodat „M=" in het display verschijt. Vervolgens drukt u kort op de toets 1; in het display worden geen „M"meer weergegeven.
Tips voor de werkzaamheden
Algemene aanwijzingen
De ontvangstlens 17 en de uitgang van de laserstraal 16@mogen bij een meting Niet afgedekt zich.
Het meetgereedschap magijdens een meting Niet bewogen worden (met uitzondering van de functie duurmeting). Leg waarom het meetgereedschap indien möglichk gegen of op de meepunten.
De meting vindt plaats bij het middelpunt van de laserstraal, ook bij vlakken waarop de straal schuin valt.
Invloeden op het meetbereik
Het meetbereik is afhankelijk van de belichting en de mate van weerspiegeling van hetmeetoppervlak. Gebruik voor een betere zichtaarheid van de laserstraal bij werkzaamheden buitenshuis en bij fel zonlicht de laserbril 19 (toebehoren) en het laserdoelpaneleel 20 (toebehoren), of zorg voor schaduw op het doelpaneleel.
Nederlands | 93
Invloeden op het meetresulttaat
Vanwege bepaalde eigenschappen van materialen können bij metingen op sommige oppervlakken foulmetingen nicht wordenuitgesloten. Daartoe behoren:
- transparante oppervlakken zoals glas en water,
spiegelende oppervlakken zoals gepolijst metaal en glas, - poreuze oppervlakken zoals isolatiematerialial,
- oppervlakken met een structuur, zoals pleisterwerk en natuursteen.
Gebruik indien nodig op deze oppervlakken het laserdoel-paneel 20 (toebehoren).
Ook hunnen luchtlagen met verschillende temperaten of indirect ontvangen weerspiegelingen de meetwaarde beinvloeden.
Richten met uitlijnhulp (zie afbeelding D)
Met de uitrichthulp 8 kan hetRCTEN over groTere afstanden vergemakkelijk worden. Kijk waarvoor langs de uitlijnhulp aan de bovenzijde van het meetgereedschap. De laserstraal verloopt parallel aan deze zichtlijn.
Oorzaken en oplossingen van fouten
Oorzaak
Oplossing
Temperatuurwaarschuwing (c) knippert, meting nicht möglichk
Meetgereedschap buiten bedrijftemperatuur van -10^ tot +50^ (in functie duurmeting tot +40^ ).
Wacht tot hetmeetgereed-schap bedrijfstemperatuur bereikt
Batterijwaarschuwing (b) verschijnt
Batterijspanning wordt min- der (meting nog möglichk)
Batterijen of accucellen verrangen
Batterijwaarschuwing (b) knippert, meting Niet mogelijk
Batterijspanning te laag
Batterijen of accucellen verrangen
94 | Nederlands
| Oorzaak | Oplossing |
| Indicatures „Error" en „----” in het display | |
| Hoekussen laserstraal en doel is te Klein. | Vergroot de hoekussen de laserstraal en het doel |
| Doelopppervlak weerspiegelte te sterk (bijv. spiegel) of te zwak (bijv. zwart textiel) of omgevingslicht is te sterk. | Gebruik het laserdoelpaneel 20 (toebehoren) |
| Uitgang laserstraal 16 of ont-vangstlens 17 zijn beslagen (bijv. door snelle tempera-tuurverandering). | Wrijf de uitgang laserstraal 16 of de ontvangstlens 17 droog met een zachte doeck |
| Berekende waarde is groter dan 99999 m/m2/m3. | Berekening in tussenstappen verdelen |
| Indicatie „Error" knippert boven in het display | |
| Optellen of afrekken van meetwaarden met verschil-lende maateenheden | Alleen meetwaarden met metdezelfde maateenhedenoptellen of afrekken |
| Meetresultaat Niet betrouwbaar | |
| Doelopppervlak weerspiegelt Niet duidelijk (bijv. water of glas). | Dek het doelopppervlak af |
| Uitgang laserstraal 16 of ont-vangstlens 17 is afgedekt. | Houd de uitgang laserstraal 16 of ontvangstlens 17 vrij |
| Meetresultaat onwaarschijnlijk | |
| Verkeerd referentieniveau ingesteld | Kies een bij de meting passend referentieniveau |
| Obstakel in het verloop van de laserstraal | Laserpunt要去 volledig op doelopppervlak liggen. |

Het meetgereedschap controleert de juiste werk ing bij elke meting. Als een defect wordt vastgesteld, knippert in het display alleen nog het hiernaast staande symbol. In dit geval of wanneer de fouit Niet met de bovengenoemde maat
regelen kan worden verholpen, dient u het meetgereedschap via uw leverancier maar de klantenservice van Bosch te sturen.
Nederlands | 95
Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap
U kurz de nauwkeurigheid van het meetgereedschap als volgt controlleren:
- Kies een duurzaam onveranderlijke meetafstand van ca. 3 tot 10 meter, waarvan u de lenghte precies kent (bijvoorbeeld kamerbreedte, deuropening). De meetafstand要去 binnenshuis liggen. Het doeloppervlak van de meting要去 glad en goed reflecterend+zijn.
- Meet de afstand tien openvolgende keren.
De meetfait mag maximaal ± 3 mm bedragen. Houd de metingen bij, zodate u de nauwkeurigheid op een later tijdstep kurz vergelijken.
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Bewaar en Transporteer het meetgereedschap alleen in het meegeleverde beschermetui.
Houd het meetgereedschap.altijd schoon.
Dompel het meetgereedschap Niet in water of andere vloeistoffen.
Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.
Verzorg in het bijzonder de ontvangstlens 17 met bezelfde zorgvuldigheid waarmee een bril of een cameralens要去en worden behandeld.
Mocht het meetgereedschap ondanks zorgvuldige fabricage- en testmethoden toch defect raken, dient de reparatie te worden uitgevoerd door een erkende klantenservice voor Bosch elektrische gereedschappen. Open het meetgereedschap Niet.
Vermeld bij vragen en bestellingen van verrangingsonderdelen algid het uit tien cijfers bestaande zaaknummer volgens het typeplaatje van het meetgereedschap.
Verzend het meetgereedschap in het beschermetui 21 in het geval van een reparatie.
96 | Netherlands
Klantenservice en advies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over verrangingsonderdelen.
Explosietekingen en informatie over verwangingsonderdelen vindt u ook op:
www.bosch-pt.com
De medewerkers van onder klantenservice adviseren u graag bij vragen over de aankoop, het gebruik en de instelling van producten en toebehoren.
Nederland
Tel.: +31 (076) 579 54 54
Fax: +31 (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
Belgie en Luxemburg
Tel.: +32 (070) 22 55 65
Fax: +32 (070) 22 55 75
E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com
Afvalverwijdering
Meetgereedschappen, toebehoren en verpakkingen dieren op een voor het milieu verantwoorde manier te worden hergebruikt.
Alleen voor landen van de EU:

Gooi meetgereedschappen Niet bij het huisvuil. Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG over elektrische en elektronische oude apparaten en de omzetting van de richtlijn in nationaalrecht moeten Niet更是 bruikbare meetgereedschappen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.
Accucellen en batterijen:
Gooi accuellen en batterijen Niet bij het huisvuil en evenmin in het vuur of het water. Accuellen en batterijen要去en worden ingezameld, gerecycled of op een voor het milieu verantwoorde wijze worden afgevoerd.
Alleen voor landen van de EU:
Volgens richtig 91/157/EEG moeten defecte of versleten accucellen en batterijen worden gerecycled.
Wijzigingen voorbehouden.
Dansk | 97