DLE-50 PROFESSIONAL - Laserafstandsmeter BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DLE-50 PROFESSIONAL BOSCH in PDF-formaat.

📄 208 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BOSCH DLE-50 PROFESSIONAL - page 48
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSCH

Model : DLE-50 PROFESSIONAL

Categorie : Laserafstandsmeter

Download de handleiding voor uw Laserafstandsmeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DLE-50 PROFESSIONAL - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DLE-50 PROFESSIONAL van het merk BOSCH.

GEBRUIKSAANWIJZING DLE-50 PROFESSIONAL BOSCH

Toets Verwijderen „C” Toets Geheugen aftrekken „M–” Toets Geheugen optellen „M+” Toets Lengte- en duurmeting Toets Oppervlakte-, inhouds- en indirecte lengtemeting Display Uitlijnhulp Laser-waarschuwingsplaatje Toets Meten Toets Referentievlak Toets Geheugenwaarde oproepen „M=” Toets Permanente laserstraal Aan/uit-toets Aanslagstift Vergrendeling van de aanslagstift Vergrendeling van het batterijvakdeksel Deksel van batterijvak Serienummer Uitgang laserstraal Ontvangstlens 1/4"-schroefdraad Laserbril* Laserdoelpaneel* Opbergetui Draagriem Indicatie-elementen

Batterij-indicatie Temperatuurindicatie Meetwaarde/resultaat Maateenheid Referentievlak van de meting Laser ingeschakeld Afzonderlijke meetwaarde (bij lengtemeting: resultaat) h Meetfuncties Lengtemeting Duurmeting Oppervlaktemeting Inhoudsmeting Indirecte lengtemeting i Meetwaarden opslaan Digitale laserafstandsmeter Zaaknummer Meetbereik A) Meetnauwkeurigheid – karakteristiek – maximaal Meettijd – karakteristiek – maximaal Kleinste indicatie-eenheid Bedrijfstemperatuur Bewaartemperatuur Relatieve luchtvochtigheid max. Laserklasse Lasertype Diameter laserstraal (bij 25 °C) ca. – op 10 m afstand – op 50 m afstand Batterijen Accu’s Levensduur batterij ca. Automatische uitschakeling na ca. – laser – meetgereedschap (zonder meting) Gewicht volgens EPTA-Procedure 01/2003 Isolatiesoort (behalve batterijdeksel) ±1,5 mm ±3 mm B) <0,5 s 1 mm – 10 °C ... +50 °C – 20 °C ... +70 °C 90 % 635 nm, <1 mW 6 mm 30 mm 4 x 1,5 V LR03 (AAA) 4 x 1,2 V KR03 (AAA) 30000 afzonderlijke metingen 20 s 5 min 0,18 kg IP 54 (stof- en spatwaterbescherming) A) De reikwijdte wordt groter naarmate het laserlicht beter door het oppervlak van het doel wordt gereflecteerd (gestrooid, niet gespiegeld) en naarmate de laserpunt lichter is dan de omgeving (interieurs, schemering). Bij ongunstige omstandigheden, zoals metingen buitenshuis met fel zonlicht, kan gebruik van het doelpaneel nodig zijn. B) +0,1 mm/m bij ongunstige omstandigheden, zoals fel zonlicht Let op het zaaknummer op het typeplaatje van het meetgereedschap. De handelsbenamingen van afzonderlijke meetgereedschappen kunnen afwijken. Het serienummer 18 op het typeplaatje dient voor de eenduidige identificatie van uw meetgereedschap. Het certificaat „Nationale bouwtypegoedkeuring” bevindt zich aan het einde van deze gebruiksaanwijzing. *Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren wordt meegeleverd. 1 609 929 J70 • 24.3.06 DLE 50 PROFESSIONAL 3 601 K16 000 0,05 ... 50 m Nederlands–2 OBJ_BUCH-1 609 929 J70-001.book Page 3 Friday, March 24, 2006 3:34 PM Gebruik U kunt bovendien door het indrukken van de toets Referentievlak 10 uit vier verschillende referentievlakken voor de meting kiezen (zie „Referentievlak kiezen”). Na het inschakelen is de achterkant van het meetgereedschap als referentievlak vooraf ingesteld. Batterijen inzetten of vervangen Gebruik uitsluitend alkalimangaanbatterijen of oplaadbare batterijen. Met 1,2 V accucellen zijn minder metingen mogelijk dan met 1,5 V batterijen. Als u het batterijvakdeksel 17 wilt openen, drukt u op de vergrendeling 16 in de richting van de pijl en verwijdert u het batterijvakdeksel. Plaats de meegeleverde batterijen. Let daarbij op de juiste poolaansluitingen, zoals aangegeven op de binnenzijde van het batterijvak. Als het batterijsymbool voor het eerst in het display verschijnt, zijn nog minstens 100 metingen mogelijk. Als het batterijsymbool knippert, moet u de batterijen vervangen. Metingen zijn niet meer mogelijk. Vervang altijd alle batterijen tegelijkertijd. Gebruik alleen batterijen van één fabrikant en met dezelfde capaciteit. f Neem de batterijen uit het meetgereedschap als u het langdurig niet gebruikt. Als de batterijen lang worden bewaard, kunnen deze gaan roesten en leegraken. Ingebruikneming f Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht. f Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. In- en uitschakelen Als u het meetgereedschap wilt inschakelen, drukt u op de aan/uit-toets 13 of op de toets Meten 9. Bij het inschakelen van het meetgereedschap wordt de laserstraal nog niet ingeschakeld. Als u het meetgereedschap wilt uitschakelen, drukt u op de aan/uit-toets 13. Na ca. 5 minuten zonder het uitvoeren van een meting wordt het meetgereedschap automatisch uitgeschakeld om de batterijen te sparen. Als er een meetwaarde is opgeslagen, blijft deze na het automatisch uitschakelen bewaard. Na het opnieuw inschakelen van het meetgereedschap wordt „M” in het display weergegeven. Meten Het meetgereedschap beschikt over verschillende meetfuncties die u door het indrukken van de desbetreffende functietoets kunt selecteren (zie „Meetfuncties”). Na het inschakelen werkt het meetgereedschap in de functie lengtemeting. 1 609 929 J70 • 24.3.06 Na het kiezen van de meetfunctie en het referentievlak vinden alle overige stappen plaats door het indrukken van de toets Meten 9. Plaats het meetgereedschap met het gekozen referentievlak tegen de gewenste meetlijn (bijvoorbeeld tegen de muur). Duw voor het inschakelen van de laserstraal op de toets Meten 9. f Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand. Richt de laserstraal op het doeloppervlak. Druk opnieuw op de toets Meten 9 om de meting te starten. In de functie Duurmeting en bij een ingeschakelde permanente laserstraal begint de meting reeds na de eerste keer drukken op de toets Meten 9. De meetwaarde wordt na 0,5 tot 4 seconden weergegeven. De duur van de meting is afhankelijk van de afstand, belichting en mate van weerspiegeling van het doeloppervlak. Het einde van de meting wordt aangegeven door een geluidssignaal. Na beëindiging van de meting wordt de laserstraal automatisch uitgeschakeld. Als ca. 20 seconden na het richten geen meting plaatsvindt, wordt de laserstraal automatisch uitgeschakeld om de batterijen te sparen. Referentievlak kiezen (zie afbeeldingen A – D) Voor de meting kunt u uit vier verschillende referentievlakken kiezen:

  • de achterkant van het meetgereedschap (bijvoorbeeld als het tegen een muur wordt geplaatst),
  • de achterkant van de aanslagstift 14 (bijvoorbeeld voor metingen uit hoeken),
  • de voorkant van het meetgereedschap (bijvoorbeeld bij het meten vanaf de rand van een tafel),
  • de schroefdraad 21 (bijvoorbeeld voor metingen met statief). Druk voor het kiezen van het referentievlak meermaals op de toets 10 tot in het display het gewenste referentievlak wordt weergegeven. Na het inschakelen van het meetgereedschap is altijd de achterkant van het meetgereedschap als referentievlak vooraf ingesteld. Permanente laserstraal U kunt het meetgereedschap indien nodig op permanente laserstraal instellen. Druk daarvoor op de toets Permanente laserstraal 12. In het display brandt de indicatie „LASER” continu. Nederlands–3 OBJ_BUCH-1 609 929 J70-001.book Page 4 Friday, March 24, 2006 3:34 PM f Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand. De laserstraal blijft in deze instelling ook tussen de metingen ingeschakeld. Voor het meten is slechts éénmaal indrukken van de toets Meten 9 noodzakelijk. Druk voor het uitschakelen van de permanente laserstraal opnieuw op de toets 12 of schakel het meetgereedschap uit. Als het meetgereedschap opnieuw wordt ingeschakeld, bevindt het zich in de normale modus. De laserstraal verschijnt alleen bij het indrukken van de toets Meten 9. Duurmeting (zie afbeelding E) De duurmeting dient voor het aftekenen van maten, bijvoorbeeld uit bouwtekeningen. Bij de duurmeting kan het meetgereedschap relatief ten opzichte van het doel worden verplaatst, waarbij de meetwaarde ongeveer elke 0,5 seconden wordt geactualiseerd. U kunt zich bijvoorbeeld van een muur verwijderen tot aan de gewenste afstand. De actuele afstand is steeds afleesbaar. Druk voor duurmetingen op de toets 4 tot in het display de indicatie voor duurmeting verschijnt. Druk eenmaal op de toets Meten 9 om de meting te starten. Beweeg het meetgereedschap tot de gewenste afstand onder in het display wordt weergegeven. Meetfuncties Lengtemeting Druk voor lengtemetingen op de toets 4 tot in het display de indicatie voor lengtemeting verschijnt. Druk eenmaal op de toets Meten 9 om de laserstraal te richten en druk opnieuw om te meten. De meetwaarde wordt onder in het display weergegeven. Oppervlaktemeting Druk voor oppervlaktemetingen op de toets 5 tot in het display de indicatie voor oppervlaktemeting verschijnt. Meet vervolgens lengte en breedte na elkaar, net als bij een lengtemeting. Tussen de beide metingen blijft de laserstraal ingeschakeld. Na afsluiting van de tweede meting wordt de oppervlakte automatisch berekend en weergegeven. De laatste afzonderlijke meetwaarde staat onder in het display, het eindresultaat boven. Door het indrukken van de toets Meten 9 onderbreekt u de duurmeting. De actuele meetwaarde wordt in het display weergegeven. Als u opnieuw op de toets Meten 9 drukt, start de duurmeting opnieuw. De duurmeting wordt na 5 minuten automatisch uitgeschakeld. De laatste meetwaarde blijft in het display staan. Als u de duurmeting eerder wilt beëindigen, kunt u door het indrukken van de toets 4 of 5 van meetfunctie veranderen. Indirecte lengtemeting (zie afbeelding F) De indirecte lengtemeting dient voor het meten van afstanden die niet rechtstreeks kunnen worden gemeten, omdat een obstakel de laserstraal belemmert of omdat er geen doeloppervlak als reflector beschikbaar is. Correcte resultaten worden alleen bereikt als laserstraal en gezochte afstand een nauwkeurige rechte hoek vormen (stelling van Pythagoras). In het afgebeelde voorbeeld moet de lengte C worden bepaald. Daarvoor moeten A en B worden gemeten. A en C moeten een rechte hoek vormen. Druk voor indirecte lengtemetingen op de toets 5 tot in het display de indicatie voor de indirecte lengtemeting verschijnt. Meet net als bij een lengtemeting de afstand A. Let erop dat de afstand A en de gezochte afstand C een rechte hoek vormen. Meet vervolgens afstand B. Tussen de beide metingen blijft de laserstraal ingeschakeld. Inhoudsmeting Druk voor inhoudsmetingen op de toets 5 tot in het display de indicatie voor inhoudsmeting verschijnt. Meet vervolgens lengte, breedte en hoogte na elkaar, net als bij een lengtemeting. Tussen de drie metingen blijft de laserstraal ingeschakeld. Na afsluiting van de derde meting wordt de inhoud automatisch berekend en weergegeven. De laatste afzonderlijke meetwaarde staat onder in het display, het eindresultaat boven. 1 609 929 J70 • 24.3.06 Let erop dat het referentiepunt van de meting (bijvoorbeeld achterkant van het meetgereedschap) bij beide metingen nauwkeurig op dezelfde plaats is. Na afsluiting van de tweede meting wordt de afstand C automatisch berekend. De laatste afzonderlijke meetwaarde staat onder in het display, het eindresultaat C boven. Nederlands–4 OBJ_BUCH-1 609 929 J70-001.book Page 5 Friday, March 24, 2006 3:34 PM Meetwaarden verwijderen Door het indrukken van de toets Verwijderen 1 kunt u in alle meetfuncties de laatst gemeten afzonderlijke meetwaarde verwijderen. Door het meermaals indrukken van de toets worden de afzonderlijke meetwaarden in omgekeerde volgorde verwijderd. Tips voor de werkzaamheden De ontvangstlens 20 en de uitgang van de laserstraal 19 mogen bij een meting niet afgedekt zijn. Geheugenfuncties Het meetgereedschap mag tijdens een meting niet bewogen worden (met uitzondering van de functie duurmeting). Leg daarom het meetgereedschap indien mogelijk tegen of op de meetpunten. Bij het uitschakelen van het meetgereedschap blijft de waarde in het geheugen bewaard. De meting vindt plaats bij het middelpunt van de laserstraal, ook bij vlakken waarop de straal schuin valt. Meetwaarden opslaan of optellen Druk op de toets Geheugen optellen 3 om de actuele meetwaarde (afhankelijk van de actuele meetfunctie een lengte-, oppervlakte- of inhoudswaarde) op te slaan. Zodra een waarde is opgeslagen, wordt in het display „M” weergegeven. Daarachter knippert de „+” kort. Wanneer er reeds een waarde in het geheugen aanwezig is, wordt de nieuwe waarde bij de inhoud van het geheugen opgeteld, echter alleen wanneer de maateenheden overeenkomen. Als er bijvoorbeeld een oppervlaktewaarde in het geheugen aanwezig is, en de huidige meetwaarde een inhoudswaarde is, kan de optelling niet worden uitgevoerd. In het display knippert kort „ERROR”. Meetwaarden aftrekken Druk op de toets Geheugen aftrekken 2 om de actuele meetwaarde van de geheugenwaarde af te trekken. Zodra een waarde is afgetrokken, wordt in het display „M” weergegeven. Daarachter knippert de „–” kort. Als er al een waarde is opgeslagen, kan de nieuwe meetwaarde alleen worden afgetrokken als de maateenheden overeenkomen (zie „Meetwaarden opslaan of optellen”). Geheugenwaarde weergeven Druk op de toets Geheugenwaarde oproepen 11 om de waarde in het geheugen weer te geven. In het display wordt „M=” weergegeven. Als de geheugeninhoud „M=” in het display wordt weergegeven, kunt u deze door het indrukken van de toets Geheugen optellen 3 verdubbelen of door het indrukken van de toets Geheugen aftrekken 2 op nul zetten. Geheugen wissen Als u de inhoud van het geheugen wilt wissen, drukt u eerst op de toets Geheugenwaarde oproepen 11, zodat „M=” in het geheugen wordt weergegeven. Druk vervolgens op de toets Verwijderen 1; in het display wordt geen „M” meer weergegeven. 1 609 929 J70 • 24.3.06 Het meetbereik is afhankelijk van de belichting en de mate van weerspiegeling van het meetoppervlak. Gebruik voor een betere zichtbaarheid van de laserstraal bij werkzaamheden buitenshuis en bij fel zonlicht de laserbril 22 en het laserdoelpaneel 23 (toebehoren), of zorg voor schaduw op het doelpaneel. Bij het meten tegen transparante oppervlakken (bijvoorbeeld glas of water) of weerspiegelende oppervlakken kunnen meetfouten optreden. Ook poreuze en gestructureerde oppervlakken, luchtlagen met verschillende temperaturen en indirect ontvangen weerspiegeling kunnen de meetwaarden beïnvloeden. Deze effecten hebben fysische oorzaken en kunnen daarom door het meetgereedschap niet worden uitgesloten. Richten met uitlijnhulp (zie afbeelding G) Met de uitrichthulp 7 kan het richten over grotere afstanden vergemakkelijkt worden. Kijk daarvoor langs de uitlijnhulp aan de bovenzijde van het meetgereedschap. De laserstraal verloopt parallel aan deze zichtlijn. Meten met aanslagstift (zie afbeeldingen B en H) Het gebruik van de aanslagstift 14 is bijvoorbeeld geschikt voor metingen vanuit hoeken (ruimtediagonalen) of moeilijk bereikbare plaatsen zoals rails van rolluiken. Duw de vergrendeling 15 van de aanslagstift opzij om de stift uit te klappen. Stel het referentievlak voor metingen met de aanslagstift door het indrukken van de toets 10 overeenkomstig in. Als u de aanslagstift 14 wilt inklappen, duwt u de stift in het huis tot deze niet meer verder kan. De stift wordt automatisch vergrendeld. Werkzaamheden met het statief Het gebruik van een statief is vooral bij grotere afstanden noodzakelijk. U kunt het meetgereedschap met de 1/4"-schroefdraad 21 aan de onderzijde van het huis op een in de handel verkrijgbaar fotostatief schroeven. Stel het referentievlak voor metingen met de aanslagstift door het indrukken van de toets 10 overeenkomstig in (referentievlak schroefdraad). Nederlands–5 OBJ_DOKU-1684-002.fm Page 6 Friday, March 24, 2006 4:32 PM Oorzaken en oplossingen van fouten Oorzaak Oplossing Temperatuurindicatie b knippert, meting niet mogelijk Temperatuur meetgereed- Wacht tot het meetgeschap buiten bedrijfstem- reedschap bedrijfstemperatuur van – 10 °C tot peratuur bereikt +50 °C. De batterij-indicatie a wordt weergegeven Batterijspanning wordt Batterij vervangen minder (meting nog mogelijk) Batterij-indicatie a knippert, meting niet mogelijk Batterijspanning te laag Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap U kunt de nauwkeurigheid van het meetgereedschap als volgt controleren:
  • Kies een duurzaam onveranderlijke meetafstand met een lengte van ongeveer 1 tot 10 m waarvan u de lengte nauwkeurig kent (bijvoorbeeld kamerbreedte, deuropening).
  • Meet de afstand tien opeenvolgende keren. De meetfout mag maximaal ±3 mm bedragen. Houd de metingen bij, zodat u de nauwkeurigheid op een later tijdstip kunt vergelijken. Onderhoud en service Batterij vervangen Indicaties „ERROR” en „–––––” in het display Onderhoud en reiniging Hoek tussen laserstraal en Vergroot de hoek tussen doel is te klein. de laserstraal en het doel Bewaar en transporteer het meetgereedschap alleen in het meegeleverde beschermetui. Doeloppervlak weerspie- Gebruik het laserdoelpagelt te sterk (bijv. spiegel) neel 23 (toebehoren) of te zwak (bijv. zwart textiel) of omgevingslicht is te sterk. Houd het meetgereedschap altijd schoon. Uitgang laserstraal 19 of ontvangstlens 20 zijn beslagen (bijv. door snelle temperatuurverandering). Wrijf de uitgang laserstraal 19 of de ontvangstlens 20 droog met een zachte doek Indicatie „ERROR” knippert boven in het display Optellen of aftrekken van Alleen meetwaarden met meetwaarden met vermet dezelfde maateenheschillende maateenheden den optellen of aftrekken Meetresultaat niet betrouwbaar Doeloppervlak weerspiegelt niet duidelijk (bijv. water of glas). Dek het doeloppervlak af Uitgang laserstraal 19 of ontvangstlens 20 is afgedekt. Houd de uitgang laserstraal 19 of ontvangstlens 20 vrij Het meetgereedschap controleert de juiste werking bij elke meting. Als een defect wordt vastgesteld, knippert in het display alleen nog het hiernaast staande symbool. In dit geval of wanneer de fout niet met de bovengenoemde maatregelen kan worden verholpen, dient u het meetgereedschap via uw leverancier naar de klantenservice van Bosch te sturen. 1 609 929 J70 • 24.3.06 Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloeistoffen. Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen. Verzorg in het bijzonder de ontvangstlens 20 met dezelfde zorgvuldigheid waarmee een bril of een cameralens moeten worden behandeld. Mocht het meetgereedschap ondanks zorgvuldige fabricage- en testmethoden toch defect raken, dient de reparatie te worden uitgevoerd door een erkende klantenservice voor Bosch elektrische gereedschappen. Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande zaaknummer volgens het typeplaatje van het meetgereedschap. Verzend het meetgereedschap in het beschermetui 24 in het geval van een reparatie. Toebehoren en vervangingsonderdelen Laserbril 22 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2 607 990 031 Laserdoelpaneel 23 . . . . . . . . . . . . . . . 2 607 001 391 Opbergetui 24 . . . . . . . . . . . . . . . . . . .1 609 203 R94 Draagriem 25 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .1 609 203 R97 Deksel van batterijvak 17 . . . . . . . . . . .1 609 203 R93 Aanslagstift 14 . . . . . . . . . . . . . . . . . . .1 609 203 R92 Nederlands–6 OBJ_BUCH-1 609 929 J70-001.book Page 7 Friday, March 24, 2006 3:34 PM Technische dienst en klantenservice Afvalverwijdering Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u op: www.bosch-pt.com Meetgereedschappen, toebehoren en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden hergebruikt. Alleen voor landen van de EU: Nederland ✆ . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . +31 (0)76/579 54 54 Fax . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . +31 (0)76/579 54 94 E-mail: Gereedschappen@nl.bosch.com België en Luxemburg ✆ . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .+32 (0)70/22 55 65 Fax . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . +32 (0)70/22 55 75 E-mail: Outillage.Gereedschap@be.bosch.com Gooi meetgereedschappen niet bij het huisvuil. Volgens Europese richtlijn 2002/96/EG over elektrische en elektronische oude apparaten en de omzetting van de richtlijn in nationaal recht moeten niet meer bruikbare meetgereedschappen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt. Accu’s en batterijen: Gooi accu’s of batterijen niet bij het huisvuil en evenmin in het vuur of het water. Accu’s en batterijen moeten worden ingezameld, gerecycled of op een voor het milieu verantwoorde wijze worden afgevoerd. Alleen voor landen van de EU: Volgens richtlijn 91/157/EEG moeten defecte of versleten accu’s en batterijen worden gerecycled. Wijzigingen voorbehouden. 1 609 929 J70 • 24.3.06 Nederlands–7 OBJ_BUCH-1 609 929 J70-001.book Page 1 Friday, March 24, 2006 3:34 PM Sikkerhedsinstrukser Beregnet anvendelse f Forsigtig – hvis der bruges betjenings- eller justeringsudstyr eller hvis der udføres processer, der afviger fra de her angivne, kan dette føre til alvorlig strålingseksposition. f Måleværktøjet leveres med et advarselsskilt på tysk (på den grafiske illustration over måleværktøjet har det nummer 8). Måleværktøjet er beregnet til at måle afstande, længder, højder og afstande og til at beregne arealer og rumfang. Måleværktøjet er egnet til at måle udendørs og indendørs. Illustrerede komponenter Nummereringen af de illustrerede komponenter refererer til illustrationen af måleværktøjet på illustrationssiden.