WPE - Niet gecategoriseerd STIEBEL ELTRON - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WPE STIEBEL ELTRON in PDF-formaat.
| Type product | Warmtepompuitbreiding voor WPM-systeem |
| Afmetingen (hoogte x breedte x diepte) | 400 x 310 x 100 mm |
| Gewicht | ca. 1,5 kg |
| Voedingsspanning | 1/N/PE ~230 V, 50 Hz |
| Aanbevolen zekering | 6 A (veiligheidsschakelaar) |
| Beschermingsgraad | IP21 |
| Omgevingstemperatuur | 0 tot 55 °C |
| Communicatie | CAN Bus-interface |
| Aantal extra mengcircuits | 2 |
| Zwembadregelaar | Ja, primair en secundair |
| Analoge interfaces (0...10 V) | 2 |
| Verschilregelaar | Ja |
| Schakeluitgangen | Ja |
| Max. belasting relaisuitgangen | 2 A per uitgang, totaal max. 6 A |
| Montage | Wandmontage naast WPM |
| Voelers meegeleverd | 3 dompel-/aanlegvoelers TAF PT (PT1000) |
| Onderhoud | Alleen door gekwalificeerde installateur |
| Reiniging | Frontplaat afnemen met droge doek |
| Garantie | Zie landelijke garantievoorwaarden |
| Reparatie | Gebruik alleen originele onderdelen |
| Levensduur | Ontworpen voor langdurig gebruik |
Veelgestelde vragen - WPE STIEBEL ELTRON
Gebruikersvragen over WPE STIEBEL ELTRON
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Niet gecategoriseerd in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WPE - STIEBEL ELTRON en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WPE van het merk STIEBEL ELTRON.
GEBRUIKSAANWIJZING WPE STIEBEL ELTRON
- Algemene aanwijzingen ____ 2
1.1 Geldende documenten ____ 2
1.2 Veiligheidsaanwijzingen 2
1.3 Andere aandachtspunten in deze documentatie ____ 2
1.4 Maateenheden 2
- Veiligheid ____ 2
2.2 Algemene veiligheidsaanwijzingen ____ 3
2.3 Voorschriften, normen en bepalingen ____ 3
2.4 Keurmerk 3
- Toestelbeschrijving ____ 3
3.1 Inhoud van het pakket ____ 3
3.2 Toebehoren 3
- Montage 3
4.1 Minimumafstanden ____ 3
4.2 Installatielocatie ____ 4
4.3 Voorbereidingen 4
4.4 Wandmontage 4
- Elektrische aansluiting ____ 4
5.1 Aansluiting van het toestel 5
5.2 Aansluiting op de warmtepompmanager ____ 5
5.3 Klemaansluiting 6
5.4 Voelermontage 8
-
Frontplaat sluiten 8
-
Ingebruikname 8
-
Storingen verhelpen ____ 9
-
Technische gegevens 9
9.1 Gegevens over het energieverbruik ____ 9
9.2 Gegevenstabel 9
GARANTIE
MILIEU EN RECYCLING
1. Algemene aanwijzingen
Dit document is bedoeld voor de installateur.

Info
Lees voor gebruik deze handleiding zorgvuldig door en bewaar deze.
Overhandig de handleiding zo nodig aan een volgende gebruiker.
1.1 Geldende documenten
Gebruiksaanwijzing WPM
Ingebruiknamehandleiding WPM
Installatiehandleiding WPM
1.2 Veiligheidsaanwijzingen
1.2.1 Structuur veiligheidsaanwijzingen

TREFWOORD soort gevaar Hier staan mogelijke gevolgen, wanneer de veiligheidsvoorschriften worden genegeerd.
Hier staan maatregelen om gevaren te voorkomen.
1.2.2 Symbolen, soort gevaar
| Symbool | Soort gevaar |
| Letsel | |
| Elektrische schok |
1.2.3 Trefwoorden
| TREFWOORD | Betekenis |
| GEVAAR | Aanwijzingen die leiden tot zwaar letsel of overlijden, wanneer deze niet in acht worden genomen. |
| WAARSCHU-WING | Aanwijzingen die kunnen leiden tot zwaar letsel of overlijden, wanneer deze niet in acht worden genomen. |
| VOORZICHTIG | Aanwijzingen die kunnen leiden tot middelmatig zwaar of licht letsel, wanneer deze niet in acht worden genomen. |
1.3 Andere aandachtspunten in deze documentatie

Info
Algemene aanwijzingen worden aangeduid met het hiernaast afgebeelde symbool.
▶ Lees de aanwijzingen grondig door.
| Symbool | Betekenis |
| Materièle schade(toestelschade, indirecte schade, milieuschade) | |
| Het toestel afdanken |
- Dit symbool geeft aan dat u iets moet doen. De vereiste handelingen worden stap voor stap beschreven.
1.4 Maateenheden

Info
Tenzij anders vermeld, worden alle afmetingen in millimeter aangegeven.
2. Veiligheid
Installatie, ingebruikname, onderhoud en reparatie van het toestel mogen alleen door een gekwalificeerde installateur uitgevoerd worden.
Het toestel is bestemd voor gebruik in een huishoudelijke omgeving. Het kan op een veilige manier bediend worden door ongeschoolde personen. Het toestel kan ook buiten het huishouden gebruikt worden, bijv. in een klein bedrijf, voor zover het op dezelfde wijze gebruikt wordt.
Elk ander gebruik of toepassing dat/die verder gaat dan wat hier wordt omschreven, geldt als niet-reglementair. Onder reglementair gebruik valt ook het in acht nemen van deze handleiding evenals de handleidingen voor de gebruikte toebehoren.
2.2 Algemene veiligheidsaanwijzingen
Wij waarborgen de goede werking en de bedrijfszekerheid uitsluitend bij gebruik van originele onderdelen en vervangingsonderdelen voor het toestel.
- De installateur is tijdens de installatie en de eerste ingebruikname verantwoordelijk voor het naleven van de geldende voorschriften.
- Gebruik het toestel enkel als het volledig geïnstalleerd is en als alle veiligheidsvoorzieningen aangebracht zijn.
- Bescherm het toestel tegen stof en vuil tijdens de bouwfase.
2.3 Voorschriften, normen en bepalingen

Info
Neem alle nationale en regionale voorschriften en bepalingen in acht.
2.4 Keurmerk
Zie het typeplaatje op het toestel.
3. Toestelbeschrijving
De warmtepompuitbreiding WPE vult het WPM-systeem aan met meer functies. De aanvullende functies kunnen op de bedieningseenheid van de warmtepompmanager WPM ingesteld worden.
De warmtepompuitbreiding WPE biedt:
- twee bijkomende gemengde verwarmingscircuits;
- een zwembadregelaar voor de primaire en secundaire integratie van een zwembad;
- twee aanvullende 0...10 V-interfaces;
- een verschilregelaar;
- schakeluitgangen.
De warmtepompuitbreiding WPE:
- maakt cascades van maximaal zes warmtepompen mogelijk;
- vult de basisfuncties van de warmtepompmanager WPM aan met opties voor de koppeling van een gebouwbeheerssysteem;
3.1 Inhoud van het pakket
Bij het toestel wordt het volgende geleverd:
- 3 dompel-/aanlegvoelers TAF PT;
- 30 spieën voor de kabelbevestiging
3.2 Toebehoren
3.2.1 Noodzakelijke accessoires
- Warmtepompmanager WPM
3.2.2 Overig toebehoren
- dompel-/aanlegvoelers TAF PT 2 m;
- dompel-/aanlegvoelers TAF PT 5 m;
- afstandsbediening.
4. Montage
4.1 Minimumafstanden

1 Kabelkanaal
a Ruimte voor het gebruik van een schroevendraaier
▶ Laat onder het toestel voldoende ruimte over voor het gebruik van een schroevendraaier.
Wij adviseren om links of rechts naast het toestel voldoende ruimte over te laten, zodat u bij het openen van het toestel de frontplaat aan een van de beide zijden aan het toestel kunt hangen.
4.2 Installatielocatie
Het toestel is uitsluitend voorzien voor wandmontage.
- Installeer het toestel links of rechts naast de warmtepompmanager.
▶ Monteer het toestel op een gladde ondergrond om het leggen van de elektrische leidingen te vergemakkelijken.
▶ Let erop dat in gemonteerde toestand de achterzijde van de wandbehuizing niet toegankelijk is.
▶ Bescherm het toestel tijdens de werking tegen vocht, vuil en beschadiging.
4.3 Voorbereidingen

Info
De doorvoeropeningen maken een gemakkelijke verbinding met de warmtepompmanager mogelijk (zie "Elektrische aansluiting / Aansluiting op de warmtepompmanager").

Breek de doorvoeropeningen aan de rechter- of linkerzijde op de behuizing van de warmtepompmanager uit.
▶ Breek de doorvoeropeningen aan de rechter- of linkerzijde op de behuizing van het toestel uit.
▶ Draai de schroef aan de onderzijde van de frontplaat los.
▶ Verwijder de frontplaat.
4.4 Wandmontage

▶ Lijn het toestel aan het montagehulpmiddel van de warmtepompmanager WPM uit.
▶ Teken de boorgaten af.
▶ Boor de gaten en plaats geschikte pluggen in de boorgaten.
▶ Draai voor de bovenste bevestiging van de behuizing in de overeenkomstige pluggen een schroef er zo ver in dat de behuizing er nog net aan gehangen kan worden.
▶ Let erop dat het toestel op het montagehulpmiddel van de WPM vergrendelt.
▶ Daarna kunt u de behuizing met twee andere schroeven in het onderste deel van de behuizing vastschroeven.
- Installeer een kabelgoot horizontaal onder het toestel.
5. Elektrische aansluiting

WAARSCHUWING elektrische schok Voer alle aansluitingen en montagewerken betreffende het stroomnet uit conform de nationale en regionale voorschriften.

WAARSCHUWING elektrische schok ▶ Schakel bij alle werkzaamheden de warmte- pomp spanningsvrij.

WAARSCHUWING elektrische schok Aansluiting op het stroomnet is alleen als vaste aan- sluiting toegestaan. Het toestel moet op alle polen met een afstand van minstens 3 mm van de aan- sluiting van het net kunnen worden losgekoppeld. Aan deze vereiste wordt voldaan met schakelaars, vermogensschakelaars, zekeringen enz.

WAARSCHUWING elektrische schok Aan de laagspanningsaansluitingen van het toestel mogen alleen componenten aangesloten worden die met veiligheidslaagspanning (SELV) werken en een veilige scheiding ten opzichte van de netspanning verzekeren. Wanneer andere componenten worden aangesloten, kunnen delen van het toestel en aangesloten componenten onder netspanning staan.
- Gebruik uitsluitend door ons toegelaten componenten.

Materièle schade
▶ Houd bij de aansluiting rekening met de maximale belastbaarheid van de relaisuitgangen (zie hoofdstuk "Technische gegevens / Gegevenstabel").

Info
De aangegeven spanning moet overeenkomen met de netspanning.
▶ Houd rekening met de specificaties op het typeplaatje.
▶ Neem bij de elektrische aansluiting het betreffende elektriciteitsaansluitschema van de warmtepomp in acht.
▶ Beveilig het toestel op locatie met een 6 A-veiligheidsschakelaar.
De voedingsspanning op klem L (X4.1) en de door X4.2 ("Zwembadingang") geschakelde fase L' moeten over dezelfde foutstroombeveiligingsinrichting geleid worden, omdat ze in de WPE een gezamenlijke middelpuntader hebben.
▶ Let erop dat L en L' van dezelfde fase zijn.
▶ Scheid voor de montage de verwarmingsinstallatie op alle polen van het stroomnet.
In de WPE zijn geen zekeringen voorzien voor de aangesloten verbruikers. Via aansluiting L (X4.1) (voedingsspanning) en L* (X4.2) (voedingsspanning voor relaisuitgangen) kunt u een zekering voor de aangesloten verbruikers tussenschakelen.
▶ Bundel de betreffende elektrische kabels met een kabelbinder in de buurt van de aansluitklemmen.
5.1 Aansluiting van het toestel

Materiële schade
Installeer de BUS-kabels, de netaansluitkabel en de voelerkabels gescheiden van elkaar.

Info
▶ Leg flexibele, elektrische kabels in installatiebuizen of kabelgoten.
De kabeldoorvoeren op de wandbehuizing zijn geschikt voor starre en flexibele elektriciteitskabels met een buitendiameter van 6 - 12 mm.
De netspanning- en zwakstroomcircuits zijn in de wandop-bouwbehuizing constructief gescheiden.

1 Voorste kabelinvoer voor netspanning
2 Achterste kabelinvoer voor zwakstroom
▶ Leid de elektriciteitskabels van de zwakstroom van onderaf in de achterste kabelinvoeren van het toestel.
▶ Leid de elektrische netaansluitkabels van onderaf in de voorste kabelinvoeren van het toestel.
▶ Let er bij de aansluiting van de netspanning op dat de aardleiding volgens de voorschriften wordt aangesloten.
Zet alle elektriciteitskabels direct onder de wandbehuizing vast met de meegeleverde rode spieën.

Info
De rode spieën zijn bestemd als bevestiging voor de elektriciteitskabels.
- Gebruik de rode spieën niet als trekontlasting.

Materièle schade
▶ Draai alle schroeven op de aansluitklemmen van. De schroeven op klempunten zonder bedrading moeten eveneens vastgedraaid worden.
5.2 Aansluiting op de warmtepompmanager

▶ Leid een BUS-kabel door de bovenste doorvoeropening.
▶ Verbind de klemmen "CAN A" met de BUS-kabel. De klem "+" van de busleiding mag bij de aansluiting niet worden gebruikt.
▶ Leid een elektrische netaansluitkabel door de onderste doorvoeropening.
▶ Verbind klem X2.1 van de warmtepompmanager via de elektrische netaansluitkabel met klem X4.1 van de warmtepompuitbreiding. Er is slechts één van verbinding van een L-aansluiting nodig.

Info
U kunt de elektrische netaansluitkabel tussen de warmtepompmanager en de warmtepompuitbreiding ook buiten het toestel via een kabelgoot leggen.
5.3 Klemaansluiting

| Laagspanning | |||
| X3.1CAN A | + -L H | + -L H | CAN (aansluiting voor warmtepompmanager WPM) |
| X3.2CAN B | + -L H | + -L H | CAN (aansluiting voor bedieningseenheid en afstandsbediening) |
| X3.3 1 | 2 | SignaalMassa | |
| X3.4 1 | 2 | SignaalMassa | Primaire zwembadvoeler |
| X3.5 1 | 2 | SignaalMassa | Secundaire zwembadvoeler |
| X3.6 1 | 2 | SignaalMassa | Voeler verwarmingscircuit 4 |
| X3.7 1 | 2 | SignaalMassa | Voeler verwarmingscircuit 5 |
| X3.8 1 | 2 | SignaalMassa | niet gebruikt |
| X3.9 1 | 2 | SignaalMassa | Verschilvoeler 1.1 / thermostaatvoeler 1 |
| X3.10 1 | 2 | SignaalMassa | Verschilvoeler 1.2 |
| X3.11 1 | 2 | SignaalMassa | Verschilvoeler 2.1 / thermostaatvoeler 2 |
| X3.12 1 | 2 | SignaalMassa | Verschilvoeler 2.2 |
| X3.13 | 123 | SignaalMassaSignaal | niet gebruikt |
| X3.14 | + IN ↓ | ongeregeld12 VIngangGND | Analoge ingang 1/0...10 V |
| X3.15 | + IN ↓ | ongeregeld12 VIngangGND | Analoge ingang 2/0...10 V |
| X3.16 1 | 2 | SignaalMassa | PWM uitgang 3 |
| X3.17 1 | 2 | SignaalMassa | PWM uitgang 4 |
| X3.18CAN B | + -L H | + -L H | CAN (aansluiting voor bedieningseenheid en afstandsbediening) |
| X3.19CAN A | + -L H | + -L H | CAN (aansluiting voor warmtepompmanager WPM) |
| Netspanning | |||
| X4.1 | L | L | Voeding |
| L | L | ||
| N | N | ||
| + | PE | ||
| X4.2 L' | L' | ZwembadingangPompen L | |
| L* | L* | ||
| X4.3 | L | L | Verwarmingscircuitpomp 4 |
| N | N | ||
| + PE | PE | ||
| X4.4 | L | L | Verwarmingscircuitpomp 5 |
| N | N | ||
| + PE | PE | ||
| X4.5 | L | L | niet gebruikt |
| N | N | ||
| + PE | PE | ||
| X4.6 | L | L | Bufferpomp 3 |
| N | N | ||
| + PE | PE | ||
| X4.7 | L | L | Bufferpomp 4 |
| N | N | ||
| + PE | PE | ||
| X4.8 | L | L | Bufferpomp 5 |
| N | N | ||
| + PE | PE | ||
| X4.9 | L | L | Bufferpomp 6 |
| N | N | ||
| + PE | PE | ||
| X4.10 | L | L | Uitgang verschilregelaar 1 /thermostaat 1 |
| N | N | ||
| + PE | PE | ||
| X4.11 | L | L | Uitgang verschilregelaar 2 /thermostaat 2 |
| N | N | ||
| + PE | PE | ||
| X4.12 | L | L | Primaire zwembadpomp |
| N | N | ||
| + PE | PE | ||
| X4.13 | L | L | Secundaire zwembadpomp |
| N | N | ||
| + PE | PE | ||
| X4.14 | ▲ | MengklepOPEN | Mengklep verwarmingscircuit 4 |
| N | N | (X4.14.1 mengklep OPEN/X4.14.4 mengklep DICHT) | |
| + PE | PE | ||
| ▼ | MengklepDICHT | ||
| X4.15 | ▲ | MengklepOPEN | Mengklep verwarmingscircuit 5 |
| N | N | (X4.15.1 mengklep OPEN/X4.15.4 mengklep DICHT) | |
| + PE | PE | ||
| ▼ | MengklepDICHT | ||
5.4 Voelermontage
▶ Sluit alle noodzakelijke voeler voor de ingebruikname het toestel aan.

Info
Een buitentemperatuurvoeler is niet nodig. De warmtepompmanager WPM draagt de buitentemperatuur over aan de warmtepompuitbreiding WPE.
5.4.1 Dompel-/aanlegvoeler TAF PT
- Installeer de voeler telkens volgens het voorschrift als aanleg- of dompelvoeler.
Montage als aanlegvoeler

De uitsparingen in de klembeugels hebben een verschillend formaat.
▶ Duw de kleinere uitsparing van de klembeugel in een van de inkervingen van de voeler.
▶ Duw de grotere uitsparing van de klembeugel op de voeler.
▶ Breng warmtegeleidende pasta aan op de voeler.
Bevestig de voeler met de klembeugel en de kabelbinder.
De dompelvoeler is nodig voor de dompelhuls in het buffervat.
Druk de veer omlaag. De veer is bestemd om de voeler i de dompelhuls te bevestigen.
▶ Breng warmtegeleidende pasta aan op de voeler.
▶ Schuif de voeler in de dompelhuls.
5.4.2 Weerstandswaarden voeler
| Temperatuur in °C PT 1000-voeler | |
| Weerstand in Ω | |
| -30 882 | |
| -20 922 | |
| -10 961 | |
| 0 | 1000 |
| 10 | 1039 |
| 20 | 1078 |
| 25 1097 | |
| 30 | 1117 |
| 40 | 1155 |
| 50 | 1194 |
| 60 1232 | |
| 70 | 1271 |
| 80 1309 | |
| 90 1347 | |
| 100 | 1385 |
| 110 | 1423 |
| 120 | 1461 |
- Frontplaat sluiten

Haak de frontplaat boven aan het toestel.
▶ Druk de frontplaat onderaan vast.
▶ Vergrendel de frontplaat onderaan met de schroef.
7. Ingebruikname

Info
Een overzicht en beschrijving van de instelbare parameters treft u aan in de ingebruiknamehandleiding van de warmtepompmanager.
Alle instellingen van de WPE, de ingebruikname van het toestel inalsmede de opleiding van de gebruiker moeten uitgevoerd worden door een vakman.
De ingebruikname moet overeenkomstig deze installatiehandleiding en de ingebruiknamehandleiding van de warm-
tepompmanager WPM uitgevoerd worden. Voor de ingebruikname kunt u een beroep doen op onze klantenservice (tegen betaling).
Aangezien een warmtepompinstallatie uit veel verschillende componenten kan bestaan, is kennis over de werkwijze van de installatie beslist vereist.
BUS-initialisatie
Bij de aansluiting van de BUS-kabel wordt niet alleen de elektrische verbinding voor de communicatie van de installatie tot stand gebracht. Bij de ingebruikname wordt door het plaatsen van de BUS-kabel ook een toestelspecifiek adres voor het aansturen van de warmtepomp toegekend.

Info
Voordat de WPE onder spanning gezet wordt, moeten alle vereiste voelers aangesloten zijn. De WPE herkent geen voelers die achteraf aangesloten worden.
Voorbeeld: Wanneer de voeler van het verwarmingscircuit bij de eerste ingebruikname niet aangesloten was, worden alle parameters, programma's en temperaturen voor het betreffende verwarmingscircuit verborgen. De waarden kunnen dan niet geprogrammeerd worden.
Bij de BUS-aansluiting moet u onderstaande volgorde beslist aanhouden:
Leg de netspanning van de WPM en de WPE aan.
Leg de netspanning van de warmtepomp aan.
In het menu DIAGNOSE / SYSTEEM worden onder BUSDEEL-NEMER alle aangesloten BUS-deelnemers met de betreffende softwareversie weergegeven.
Als de initialisatie van de warmtepompen is afgesloten, kunt u in menu DIAGNOSE / SYSTEEM onder WARMTEPPOMPTYPES controleren of alle aangesloten warmtepompen weergegeven worden.
Installatieconfiguratie door de parameterinstellingen
De lijst in het hoofdstuk "Instellingen / Parameteroverzicht" in de ingebruiknamehandleiding van de warmtepompmanager bevat alle instellingen voor de werkwijze van de WPE.
- Controleer bij storingen van de installatie eerst de parameterinstellingen.
8. Storingen verhelpen

WAARSCHUWING elektrische schok
▶ Schakel bij alle werkzaamheden de warmtepomp spanningsvrij.
Probleem Oorzaak Oplossing
| Er wordt geen infowaar- de weergegeven. | De voeler is niet correct aangesloten. |
| Koppel de installatie los van het stroomnet. Sluit de voeler aan. Leg de netspanning van de installatie weer aan. |
9.1 Gegevens over het energieverbruik
De productgegevens voldoen aan de EU-verordeningen betreffende de richtlijn voor milieuvriendelijke vormgeving van energiegerelateerde producten (ErP).
| WPE | ||
| 234725 | ||
| Fabrikant | STIEBEL ELTRON | |
| Klasse van de thermostaat (bij inverter-warmtepomp) | VI | |
| Klasse van de thermostaat (bij warmtepomp ON/OFF) | VII | |
| Bijdrage van de thermostaat aan de seizoensafhankelijke energie-efficiency van de kamerverwarming (bij inverter-warmtepomp) | % | 4 |
| Bijdrage van de thermostaat aan de seizoensafhankelijke energie-efficiency van de kamerverwarming (bij warmtepomp ON/OFF) | % | 3,5 |
9.2 Gegevenstabel
| WPE | ||
| 234725 | ||
| Beschermingsgraad (IP) | IP21 | |
| Omgevingstemperatuur | °C | 0...55 |
| Voelerweerstand | Ω | 1000 |
| Communicatiesysteem | CAN Bus-interface | |
| Max. belastbaarheid van relaisuitgangen | A | 2 (2) |
| Nominale stootspanning | V | 4000 |
| Max. totaalbelasting van alle relaisuitgangen | A | 6 (6) |
| Aantal automatische cycli | 100000 | |
| Vervuilingsgraad | 2 | |
| Werkwijze | 1.B | |
| Geschikt voor | Wandmontage | |
| Hoogte | mm | 400 |
| Breedte | mm | 310 |
| Diepte | mm | 100 |
| Netaansluiting | 1/N/PE ~ 230 V 50 Hz |
Garantie
Voor toestellen die buiten Duitsland zijn gekocht, gelden de garantievoorwaarden van onze Duitse ondernemingen niet. Bovendien kan in landen waar één van onze dochtermaatschappijen verantwoordelijk is voor de verkoop van onze producten, alleen garantie worden verleend door deze dochtermaatschappij. Een dergelijk garantie wordt alleen verstrekt, wanneer de dochtermaatschappij eigen garantievoorwaarden heeft gepubliceerd. In andere situaties wordt er geen garantie verleend.
Voor toestellen die in landen worden gekocht waar wij geen dochtermaatschappijen hebben die onze producten verkopen, verlenen wij geen garantie. Een eventueel door de importeur verzekerde garantie blijft onverminderd van kracht.
Milieu en recycling
▶ Gooi het toestel en de materialen na gebruik weg conform de nationale voorschriften.

▶ Wanneer op het toestel een doorgestreepte vuilcontainer is afgebeeld, brengt u het toestel voor hergebruik en recycling naar de gemeentelijke inzamelpunten of terugnamepunten in de handel.

Dit document bestaat uit recyclebaar papier.
▶ Gooi het document na de levenscyclus van het toestel overeenkomstig de nationale voorschriften weg.