PZM 2 B4 - Meetinstrumenten PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PZM 2 B4 PARKSIDE in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PZM 2 B4 PARKSIDE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Meetinstrumenten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PZM 2 B4 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PZM 2 B4 van het merk PARKSIDE.
GEBRUIKSAANWIJZING PZM 2 B4 PARKSIDE
Nederlands Gebruiks- aanwijzing Pagina 105
1.1. Informatie bij deze gebruiksaanwijzing ..... 1 0 7
1.2. Gebruik in overeenstemming met de bestemming ..... 107
1.3. Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen ..... 1 0 8
2. Veiligheid 110
2.1. Elementaire
veiligheidsvoorschriften ..... 1 1 0
2.2. Veiligheidsinstructies voor de omgang met batterijen ..... 1 1 3
3. Bedieningselementen/ beschrijving van de onderdelen 115
4. Ingebruikname 116
4.1. Inhoud van het pakket
controleren .... 1 1 6
4.2. Batterijen plaatsen/vervangen ..116
5. Bediening en gebruik 117
5.1. Apparaat in-/uitschakelen ..... 1 1 7
5.2. Achtergrondverlichting display .117
5.3. Automatische uitschakelfunctie 118
5.4. Meetwaarde vasthouden ..... 1 1 8
5.5. Relatieve modus ..... 1 1 8
5.6. Afdekkappen afnemen/
bevestigen 120
5.7. Gelijkspanning meten (V---) ... 1 2 0
5.8. Wisselspanning meten (V ∼)…121
5.9. Wisselstroom meten (A ∼) .... 1 2 1
5.10. Weerstand meten (Ω) ..... 1 2 2
5.11. Diodetest (▶).....122
5.12. Doorgangstest (•) 1 2 3
5.13. Capaciteit meten (+) 123
5.14. Frequentie meten (Hz) ..... 1 2 4
- Problemen oplossen 125
- Reinigen 125
- Opbergen 126
- Afvoeren 126
9.1. Batterijen/accu's afvoeren .... 1 2 6
- Bijlage 127
1.1. Informatie bij deze gebruiksaanwijzing
Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuwe apparaat. U hebt hiermee gekozen voor een hoogwaardig apparaat. De gebruiksaanwijzing maakt deel uit van dit apparaat. Hij bevat belangrijke aanwijzingen voor de veiligheid, het gebruik en de verwijdering van dit product. Lees alle bedienings- en veiligheidsaanwijzingen voordat u het apparaat in gebruik neemt. Gebruik het apparaat uitsluitend op de voorgeschreven wijze en voor de aangegeven doeleinden. Geef alle documenten mee als u het apparaat doorgeeft aan een derde.
1.2. Gebruik in overeenstemming met de bestemming
Dit apparaat dient uitsluitend voor de meting van gelijk- en wisselspanning, wisselstroom, weerstand, capaciteit en frequentie en diode- en doorgangstests in binnenruimtes. Houd rekening met de wet- en regelgeving van het land waarin u het apparaat gebruikt. Commercieel of industrieel gebruik is niet toegestaan. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor oneigenlijk gebruik. Voor schade ten gevolge van oneigenlijke en verkeerde behandeling, gebruik van geweld en ongeoorloofde modificatie, is de fabrikant evenmin aansprakelijk. Het risico is uitsluitend voor de gebruiker.
1.3. Gebruikte waarschuwingen en pictogrammen
In deze gebruiksaanwijzing, op de verpakking en op het apparaat worden de volgende waarschuwingen en pictogrammen gebruikt:
![]() | WAARSCHUWING! Een waar-schuwing met dit pictogram en met het signaalwoord “WAARSCHU-WING” duidt op een mogelijk gevaarlijke situatie, die fataal of ernstig letsel tot gevolg kan heb-ben als deze niet wordt vermeden. |
![]() | LET OP! Een waarschuwing met dit pictogram en met het signaal-woord “LET OP” duidt op een mogelijke situatie die materiële schade tot gevolg kan hebben als deze niet wordt vermeden. |
![]() | Opmerking: een opmerking bev-at extra informatie die de omgang met het apparaat vergemakkelijkt. |
![]() | Lees de gebruiksaanwijzing. |
![]() | Beschermingsklasse II: bes-cherming door dubbele of verst-erkte isolatie tussen spanningvo-erende en aanraakbare delen. |
![]() | WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken! |
![]() | Gelijkstroom/-spanning |
![]() | Wisselstroom/-spanning |
![]() | DC of AC(gelijkstroom of wisselstroom) |
![]() | Aardingsklem |
![]() | Het apparaat is geschikt om metingen uit te voeren op geleiders onder spanning. |
![]() | Elektrisch apparaat niet via het huisvuil verwijderen! |
![]() ![]() | Voer de verpakking af in over-eenstemming met de milieuvoorschriften. |
![]() ![]() | Verpakking van recyclebare materialen. Neem de aanduiding van de verpakkingsmaterialen in acht bij de afvalscheiding: de verpak-kingsmaterialen zijn voorzien van afkortingen (a) en cijfers (b) met de volgende betekenis:1–7: kunststoffen, 20–22: papier en karton, 80–98: composietmaterialen. |
![]() ![]() | De verpakking bevat bestandde-len van papier en/of karton. |

text_image
FR Cet appareil et ses piles se recyclent À DÉPOSER EN MAGASIN À DÉPOSER EN DÉCHÉTERIE OU Points de collecte sur www.quefairedemesdechets.fr. Privilégiez la réparation ou le don de votre appareil 1 FR ÉLÉMENTS D'EMBALLAGE BAC DE TRI FR: Het de verpakking en de gebruiksaar zijn recycleerbaar, vallen onder d uitgebreide producenten- verantwoordelijkheid en worden ge den ingezameld.2. Veiligheid
Dit hoofdstuk bevat belangrijke veiligheidsvoorschriften voor de omgang met het apparaat. Dit apparaat voldoet aan de wettelijke veiligheidsvoorschriften. Verkeerd gebruik kan leiden tot persoonlijk letsel en materiële schade.
2.1. Elementaire veiligheidsvoorschriften
⚠ WAARSCHUWING! Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht om het apparaat veilig te gebruiken:
■ Verpakkingsmateriaal is geen speelgoed!
Houd alle verpakkingsmaterialen uit de buurt van kinderen.
■ Elektrische apparaten mogen nietn kinderhanden terechtkomen. Personen met een handicap mogen elektrische apparaten alleen gebruiken binnen hun
mogelijkheden. Laat kinderen of personen met een handicap nooit zonder toezicht elektrische apparaten gebruiken. Mogelijk herkennen ze de potentiële gevaren niet.
■ Gebruik het apparaat niet op plaatsen waar brandgevaar of explosiegevaar bestaat, bijv. in de buurt van brandbare vloeistoffen of gassen.
■ Controleer vóór elk gebruik of het apparaat zich in onberispelijke toestand bevindt. Inspecteer daarbij vooral de isolatie in de buurt van de aansluitingen. Merkt u schade op, dan mag het apparaat niet meer worden gebruikt.
■ Raadpleeg een technicus als u niet zeker bent hoe u het apparaat moet gebruiken of aansluiten.
■ Gebruik het apparaat niet terwijl het deksel van het batterijvak open is, zodat u geen elektrische schok kunt krijgen. Verwijder alle aangesloten apparaten voordat u het deksel van het batterijvak opent.
■ Zet het apparaat in de juiste meetmodus voordat u de meting start.
■ Schakel wanneer u stroom meet de stroom van het te testen apparaat uit voordat u het apparaat aansluit.
■ Wanneer u met een stroomkring werkt, sluit dan eerst de zwarte meetpen aan op de stroomkring voordat u de rode meetpen erop aansluit. Wanneer u de meetpennen uit de stroomkring haalt, trekt u eerst de rode meetpen en daarna de zwarte meetpen uit de stroomkring.
■ Sluit nooit een spanningsbron aan op de meetpennen wanneer een stroommeting, diodetest, weerstandsmeting of doorgangstest is geselecteerd. Anders kan het apparaat beschadigd raken.
■ Haal altijd de meetpennen uit het te testen apparaat voordat u de meetmodus verandert.
■ De spanning tussen de aansluitpunten van het meetapparaat en de aarding mag bij CAT III niet hoger zijn dan 600 V DC/AC-spanning.
■ Wees bijzonder voorzichtig als u werkt met een spanning van meer dan 33 V wisselspanning of 70 V gelijkspanning. Bij dergelijke spanningen kunt u een do-delijke elektrische schok krijgen wanneer u elektrische geleiders aanraakt.
■ Raak de meetpunten tijdens de meting niet direct of indirect aan, zodat u geen elektrische schok kunt krijgen. Houd uw vingers achter de vingerbescherming wanneer u metingen uitvoert met de meetpennen.
■ Bescherm het apparaat tegen vocht en rechtstreeks zonlicht.
Stel het apparaat niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijvoorbeeld niet langere tijd in de auto liggen. Laat het apparaat bij grotere temperatuurschommelingen eerst acclimatiseren voordat u het gaat gebruiken. Extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kunnen de nauwkeurigheid van het apparaat beïnvloeden.
■ Dompel het apparaat niet onder in water of andere vloeistoffen en stel het apparaat niet bloot aan spatwater en/of druipwater. Gebruik het apparaat alleen in droge ruimtes binnenshuis.
■ Voorkom heftig schokken van het apparaat en laat het niet vallen.
■ Verander of repareer het apparaat nooit zelf.
■ Open nooit de behuizing van het apparaat. In het apparaat bevinden zich geen onderdelen die de gebruiker zelf kan onderhouden of vervangen.
■ Schakel het apparaat direct uit en haal de batterijen eruit als u ongewone geluiden, een brandlucht of rookontwikkeling constateert. Laat het apparaat door een gekwalificeerd vakman nakijken voordat u het opnieuw gebruikt.
2.2. Veiligheidsinstructies voor de omgang met batterijen
⚠ WAARSCHUWING! Een verkeerde omgang met batterijen kan resulteren in brand, explosies, weglekken van gevaarlijke stoffen en andere gevaarlijke situaties!
- Laat de batterijen nooit in kinderhanden terechtkomen.
■ Zorg ervoor dat niemand batterijen in-slikt.
■ Zoek onmiddellijk medische hulp als u of iemand anders een batterij heeft ingeslikt.
■ Gebruik uitsluitend het gespecificeerde type batterij.
Laad niet-oplaadbare batterijen nooit opnieuw op.
■ Haal oplaadbare batterijen uit het apparaat voordat u ze oplaadt.
Gooi batterijen nooit in het vuur of in water.
■ Stel batterijen niet bloot aan hoge temperaturen en direct zonlicht.
Maak batterijen nooit open en vervorm ze nooit.
Sluit de aansluitklemmen niet kort.
■ Haal lege batterijen uit het apparaat en voer ze op veilige wijze af.
Gebruik geen verschillende batterijtypen of nieuwe en gebruikte batterijen samen.
■ Haats batterijen altijd met de juiste polariteit in het apparaat.
■ Haal de batterijen uit het apparaat als u het apparaat langere tijd niet gebruikt.
■ Controleer de batterijen regelmatig. Lekkende batterijen kunnen letsel tot gevolg hebben en schade aan het apparaat veroorzaken.
- Gebruik veiligheidshandschoenen bij lekkende batterijen! Reinig de contacten van de batterijen en het apparaat en het batterijvak met een droge doek. Voorkom contact van huid en slijmvliezen, in het bijzonder de ogen, met de chemicaliën. Bij contact spoelt u de chemicaliën er met veel water af en zoekt u onmiddellijk medische hulp.
3. Bedieningselementen/ beschrijving van de onderdelen
(afbeeldingen: zie uitvouwpagina's)
Afb. A:
① Testklem
② Draaiknop
③ SELECT-toets
4 HOLD *toets
⑤ Display
6 v=ansluiting
7 COM-aansluiting
8 Meetpennen
8a Afdekkap meetpen
8b Afdekkap aansluiting
⑨ Deksel batterijvak
⑩ REL-toets
⑪ Ontgrendeling
Afb. B:
⑫ § Absolute waarde gedetecteerde ingangsspanning ≥ 30 V
13 Automatische uitschakelfunctie
14 Meeteenheden
⑮ REL Relatieve modus
16 Doorgangstest
⑰ Diodetest
18 AUTOMatisch bereik
19 Batterij bijna leeg-indicator
20 H Meetwaarde vasthouden
21 DC Gelijkstroom
22 — Negatief
23 AC Wisselstroom
4. Ingebruikname
4.1. Inhoud van het pakket controleren
- 1× ampèremeter
- 2× meetpennen
- 2× 1,5 V= alkalinebatterij type AAA/Micro/LR03
- deze gebruiksaanwijzing
Haal alle onderdelen uit de verpakking. Verwijder alle verpakkingsmaterialen en verwijder de beschermfolie van het display ⑤.
① Opmerking: Controleer of het pakket compleet is en of er geen sprake is van zichtbare schade. Neem contact op met de servicehelpdesk (zie het hoofdstuk 10.4. Service) als het pakket niet compleet is, of als er sprake is van schade door gebrekkige verpakking of transport.
4.2. Batterijen plaatsen/vervangen
Het apparaat werkt op twee meegeleverde 1,5 V -alkalinebatterijen van het type AAA/Micro/LR03. Als op het display ⑤ de indicator verschijnt die aangeeft dat de batterijen bijna leeg zijn ⑲ moet u deze vervangen.
⚠ WAARSCHUWING! Schakel het apparaat uit en haal eventueel de meetpennen ⑧ uit de stroomkring.
♦ Draai de schroef van het deksel van het batterijvak ⑨ los en haal het deksel ⑨ eraf.
♦ Verwijder de eventuele lege batterijen en plaats twee nieuwe batterijen in het batterijvak. Let daarbij op de juiste plaats van de polen, zoals aangegeven in het batterijvak.
- Plaats het deksel ⑨ weer op het batterijvak en draai de schroef vast.
5. Bediening en gebruik
5.1. Apparaat in-/uitschakelen
♦ Draai draaiknop ② met de wijzers van de klok mee van op een andere stand. Het display ⑤ wordt automatisch ingeschakeld.
♦ Draai draaiknop ② tegen de wijzers van de klok in op OFF. Het display ⑤ wordt automatisch uitgeschakeld.
5.2. Achtergrondverlichting display
Houd de HOLD *-toets ④ even ingedrukt om de achtergrondverlichting in te schakelen.
Houd de HOLD *toets ④ even ingedrukt om de achtergrondverlichting weer uit te schakelen.
i Opmerking: De achtergrondverlichting gaat na ca. 15 seconden automatisch uit.
5.3. Automatische uitschakelfunctie De automatische uitschakelfunctie is actief wanneer het symbool op het display ⑤ wordt getoond. Het apparaat gaat automatisch over in de ruststand als het langer dan 10 minuten niet wordt gebruikt.
♦ Druk op een willekeurige toets om het apparaat uit de ruststand te halen en te activeren.
Automatische uitschakelfunctie deactiveren:
♦ Draai draaiknop ② met de wijzers van de klok mee van OFP een andere stand en houd gelijktijdig de SEDECS ③ ingedrukt.
Het symbool ⏻ 13 verdwijnt en de automatische uitschakelfunctie is gedeactiveerd.
① Opmerking: De automatische uitschakelfunctie wordt opnieuw geactiveerd wanneer het apparaat opnieuw wordt ingeschakeld.
5.4. Meetwaarde vasthouden
Druk op de HOLD *-toets ④ om de huidige meetwaarde vast te houden. H20 verschijnt op het display ⑤.
Druk opnieuw op de HOLD *toets 4 om de vastgehouden meetwaarde vrij te geven. H20 verdwijnt van het display 5.
5.5. Relatieve modus
In de relatieve modus slaat het apparaat de huidige meetwaarde op als referentie voor volgende metingen.
♦ Stel het apparaat in op de gewenste meetmodus.
- Sluit het apparaat aan op de gewenste stroomkring (of het gewenste object) om een meetwaarde te verkrijgen. Deze meetwaarde wordt vervolgens gebruikt als referentie voor volgende metingen.
Druk op de REL-toets ⑩ om naar de relatieve modus om te schakelen. De huidige meetwaarde wordt opgeslagen. ① en REL ⑮ worden op het display ⑤ getoond.
① Opmerking: Als op het display ⑤OL ("boven bereik") verschijnt, kan het apparaat niet naar de relatieve modus worden omgeschakeld.
Het verschil tussen de opgeslagen referen- tiewaarde en de nieuwe meting wordt bij vol- gende metingen op het display ⑤ getoond.
Druk op de REI toets 10 om de relatieve modus te beëindigen. R15 verdwijnt van het display 5.
① Opmerking: (1) De werkelijke waarde van het geteste object mag bij gebruik van de relatieve modus niet hoger zijn dan de eindwaarde van de schaal van het huidige bereik (uitzondering: dit geldt niet voor capaciteitsmetingen). (2) Schakel niet over naar de relatieve modus als H ⑳ op het display ⑤ wordt getoond, dit om valse meetresultaten te vermijden. (3) Als de metingen "boven het bereik" liggen, verschijnt op het display ⑤. (4) Bij omschakeling naar de relatieve modus: wanneer het apparaat in automatische modus staat, schakelt het over naar de handmatige bereikmodus en blijft het in het huidige bereik (uitzondering: dit geldt niet voor metingen van capaciteit en wisselstroom).
(5) De relatieve modus is niet beschikbaar voor metingen van de frequentie.
5.6. Afdekkappen afnemen/bevestigen
Haal de afdekkap8b van de aansluiting van de meetpen 8 af.
- Om dieper liggende contacten te kunnen bereiken, haalt u zo nodig de afdekkap van de meetpen af.
- Bevestig na afloop van uw metingen alle afdekkappen 8a/8tveer.
5.7. Gelijkspanning meten (V=)
⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken en schade aan het materiaal! Gebruik geen spanning van > 600 V tussen de aansluitingen.
♦ Sluit de zwarte meetpen ⑧ aan op de COM-aansluiting ⑦.
♦ Sluit de rode meetpen ⑧ aan op de → Ω -aansluiting ⑥.
♦ Draai draaiknop ② op ¥—
- Sluit de meetpennen ⑧ aan op het te testen apparaat of de te testen stroomkring.
De meetwaarde wordt op het display ⑤ getoond. Als het symbool — ② op het display ⑤ verschijnt, heeft u een negatieve gelijkspanning gemeten.
5.8. Wisselspanning meten (V \~)
⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken en schade aan het materiaal! Gebruik geen spanning van > 600 V tussen de aansluitingen.
- Sluit de zwarte meetpen ⑧ aan op de COM-aansluiting ⑦.
♦ Sluit de rode meetpen ⑧ aan op de ●→←Ω V=Hz←←-aansluiting ⑥.
♦ Draai draaiknop ② op V\~.
- Sluit de meetpennen ⑧ aan op het te testen apparaat en de te testen stroomkring.
De meetwaarde wordt op het display 5 getoond.
5.9. Wisselstroom meten (A\~)
⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken en schade aan het materiaal! Gebruik geen spanning van > 600 V tussen de aansluitingen.
- Maak indien nodig, beide meetpennen ⑧ los van het apparaat.
♦ Draai draaiknop ② op A\~.
◆ Duw de ontgrendeling ⑪ in om de test-klem ① te openen.
- Plaats de testklem ① rond de te meten geleider.
♦ Sluit de testklem ①.
- Plaats de geleider in het midden van de testklem ① tussen de twee – markeringen (zie afb. C).
De meetwaarde wordt op het display 5 getoond.
① Opmerking: Er mag maar één geleider worden vastgeklemd (zie afb. C). Ge- lijktijdig twee of meer geleiders meten leidt tot een onjuiste meetwaarde. Plaats de geleider in het midden van de test- klem ①. Hierdoor wordt de kans op een meetfout kleiner.
5.10. Weerstand meten (Ω)
- Onderbreek voordat u een meting uitvoert de voeding van de te testen stroomkring.
♦ Ontlaad alle condensatoren.
♦ Sluit de zwarte meetpen ⑧ aan op de COM-aansluiting ⑦.
♦ Sluit de rode meetpen ⑧ aan op de Φ=→Ω-V=Hz+←-aansluiting ⑥.
♦ Draai draaiknop ② op Ω.
♦ Sluit de meetpennen ⑧ aan op de te testen weerstand.
De meetwaarde wordt op het display ⑤ getoond.
① Opmerking: Als de ingang niet aangesloten is (d.w.z. bij open stroomkring) wordt o("over bereik") op het display ⑤ getoond.
5.11. Diodetest (▶)
♦ Sluit de zwarte meetpen ⑧ aan op de COM-aansluiting ⑦.
♦ Sluit de rode meetpen ⑧ aan op de
●→←Ω
V=Hz ←←-aansluiting ⑥.
♦ Draai draaiknop ② op▶.
Druk op de SELECT-toets ③ totdat ➡ ⑰ op het display ⑤ verschijnt.
♦ Sluit de rode meetpen ⑧ aan op de anode van de te testen diode.
- Sluit de zwarte meetpen ⑧ aan op de kathode van de te testen diode.
De geschatte spanningsval van de diode wordt op het display ⑤ getoond.
① Opmerking: Als de meetpennen verwisseld zijn, verschijnt op het display ⑤.
5.12. Doorgangstest (•)
- Onderbreek voordat u een meting uitvoert de voeding van de te testen stroomkring.
♦ Ontlaad alle condensatoren.
♦ Sluit de zwarte meetpen ⑧ aan op de COM-aansluiting ⑦.
♦ Sluit de rode meetpen ⑧ aan op de
●→+ Ω -aansluiting ⑥.
♦ Draai draaiknop ② op▶+/
Druk op de SELECT-toets ③ totdat •••• ⑯ op het display ⑤ verschijnt.
♦ Sluit de meetpennen ⑧ aan op de te testen stroomkring.
Als de weerstand ca. < 30 Ω is, gaat de ingebouwde zoemer af.
5.13. Capaciteit meten (×)
- Sluit de zwarte meetpen ⑧ aan op de COM-aansluiting ⑦.
♦ Sluit de rode meetpen ⑧ aan op de
●→Ω -aansluiting ⑥.
♦ Draai draaiknop ② op
Druk op de REL-toets ⑩ als er een andere waarde dan oop het display ⑤ verschijnt. De meetwaarde wordt op ogezet en REL⑮ verschijnt op het display ⑤.
♦ Ontlaad de te testen condensator.
- Sluit de meetpennen ⑧ aan op de twee draden van de condensator.
De meetwaarde wordt op het display ⑤ getoond.
5.14. Frequentie meten (Hz
♦ Sluit de zwarte meetpen ⑧ aan op de COM-aansluiting ⑦.
♦ Sluit de rode meetpen ⑧ aan op de
●(1)→Ω
V=Hz+←-aansluiting ⑥.
♦ Draai draaiknop ② opHz.
- Sluit de meetpennen ⑧ aan op het te testen apparaat en de te testen stroomkring.
De meetwaarde wordt op het display 5 getoond.
① Opmerking: (1) De spanning van het ingangssignaal moet tussen 1 V RMS en 20 V RMS liggen. Hoe hoger de sig-naalfrequentie, hoe hoger de benodigde ingangsspanning. (2) De frequentie van het ingangssignaal moet > 2 Hz zijn.
6. Problemen oplossen
| Fout Oplossing | |
| Het display 5verandert niet. H 20verschijnt op het display 5. | Druk op de HOLD*-toets 4om de vastgehouden meet-waarde vrij te geven. H 20verdwijnt van het display 5. |
| De batterij bijna leeg-indicator 19verschijnt op het display 5. | Plaats twee nieuwe batterijen. |
7. Reinigen
⚠ WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schokken! Schakel het apparaat uit en haal eventueel de meetpennen Ⓤ uit de stroomkring.
LET OP! Beschadiging van het apparaat! Het apparaat is niet waterdicht. Dompel het apparaat niet onder water en zorg ervoor dat er geen vocht in het apparaat binnendringt tijdens het reinigen, om onherstelbare schade aan het apparaat te voorkomen. Gebruik geen bijtende, schurende of oplosmiddelhoudende schoonmaakmiddelen. Deze kunnen de buitenkant van het apparaat aantasten.
♦ Reinig de oppervlakken van het apparaat met een zachte, droge doek.
8. Opbergen
Haal de batterijen uit het apparaat en berg het apparaat en de batterijen op een schone, droge plaats zonder direct zonlicht op.
9. Afvoeren

Het symbool met een doorstreepte vuilnisbak betekent dat dit apparaat aan het einde van zijn levensduur niet met het normale huisvuil meegegeven mag worden. Het apparaat moet worden ingeleverd bij speciaal hiervoor bestemde inzamelpunten, milieustraten of afvalverwerkingsbedrijven.
Verwijder alle persoonlijke gegevens voordat u het product inlevert.
Breng batterijen of accu's die niet in het oude apparaat zitten, en lampen die kunnen worden verwijderd zonder ze te vernietigen, naar een apart inzamelpunt.
De verpakking bestaat uit milieuvriendelijke materialen, die u via de plaatselijke recycle-punten kunt afvoeren.
Voer de verpakking af volgens de milieuvoor schriften.
9.1. Batterijen/accu's afvoeren

Batterijen/accu's moeten als gevaarlijk afval worden behandeld en moeten daarom worden ingeleverd bij een bevoegde organisatie (winkel, vakhandel, openbaar afvalpunt, commercieel afvalverwerkingsbedrijf). Batterijen/accu's kunnen giftige zware metalen bevatten.
De zware metalen worden aangeduid met letters onder het symbool: Cd= cadmium, Hg=kwik, Pb=lood.
Deponeer batterijen/accu's daarom niet bij het huisvuil, maar lever ze gescheiden in.
Lever batterijen/accu's uitsluitend in ontladen toestand in.
10. Bijlage
De volgende gegevens met betrekking tot nauwkeurigheid en andere specificaties van het apparaat gelden voor een periode van één jaar na kalibratie en bij een temperatuur van +18 tot +28 °C en een relatieve vochtigheid tot 75%.
Gegevens m.b.t. nauwkeurigheid:
■ (% van de gemeten waarde)
■ + (aantal cijfers na de komma)
Tenzij anders aangegeven ligt de nauwkeurigheid tussen 5 en 100% van het bereik.
Bij afwijkende omstandigheden kunnen de onderstaande nauwkeurigheidsgegevens/specificaties niet worden gegarandeerd.
Gelijkspanning (V---)
| Meetbereik Resolutie | Nauwke-urigheid |
| 600 mV 0,1 mV ±(0,5% +3) | |
| 6 V 0,001 V ±(0,8% +5) | |
| 60 V 0,01 V ±(0,8% +5) | |
| 600 V 0,1 V ±(0,8% +5) | |
Ingangsimpedantie: ca. 10 MΩ
Overbelastingsbeveiliging: 600 V DC/AC RMS
Max. toegelaten
ingangsspanning: 600 V DC
wisselspanning (V \~)
| Meetbereik Resolutie | Nauwke-urigheid |
| 6 V 0,001 V ± (0,8% +5) | |
| 60 V 0,01 V ± (1,2% +5) | |
| 600 V 0,1 V ± (1,2% +5) | |
Ingangsimpedantie: ca. 10 MΩ
Overbelastings-
beveiliging: 600 V DC/AC RMS
Max. toegelaten
ingangsspanning: 600 V AC RMS
| Frequentiebereik: | 40–400 | Hz |
| Meetwaarde: | True | RMS |
| Piekfactor: | 3,0 |
Wisselstroom (A\~)
| Meetbereik Resolutie | Nauw-keurigheid |
| 6 A 0,001 A ± (4% | +15) |
| 60 A 0,01 A ± (2,5% | +10) |
| 600 A 0,1 A ± (2,5% | +10) |
Max. toegelaten ingangsstroom: 600 A AC RMS
| Frequentiebereik: | 50–60 | Hz |
| Meetwaarde: | True | RMS |
| Piekfactor: | 3,0 |
Weerstand (Ω)
| Meetbereik Resolutie | Nauw-keurigheid | |
| 600 Ω | 0,1 Ω ± (1,0% +15) | |
| 6 kΩ | 0,001 kΩ ± (0,8% +3) | |
| 60 kΩ | 0,01 kΩ ± (0,8% +3) | |
| 600 kΩ | 0,1 kΩ ± (0,8% +3) | |
| 6 MΩ | 0,001 MΩ ± (0,8% +3) | |
| 60 MΩ | 0,01 MΩ ± (1,0% +25) | |
Onbelaste spanning: < 0,7 V
① Opmerking: Bij het meten van de weerstand van een willekeurige schakelkring/component (vooral bij lage weerstand) moet rekening worden gehouden met de weerstand van de aangesloten meetpennen/kabels om de nauwkeurigheid van de gemeten waarde te verbeteren.
Diodetest (▶+)
| Meet-bereik | Beschrijving | Nauw-keurigheid |
![]() | Op het display5 staat de geschatte span-ningsval van de te testen diode. | Onbelaste spanning: ca. 3,2 VTeststroom: ca. 1,8 mA |
Doorgangstest (•••)
| Meet-bereik | Beschrijving | Nauwkeurig-heid |
![]() | Weerstand ≤ 30 :De ingebouwde zoemer gaat af. | Onbelaste spanning:ca. 1,0 V |
| Weerstand ≥ 30 tot ≤ 100 :De ingebouwde zoemer kan al dan niet afgaan. | ||
| Weerstand ≥ 100 :De ingebouwde zoemer gaat niet af. |
Capaciteit ( ×
| Meetbereik Resolutie | Nauw-keurigheid |
| 6 nF 0,001 nF ± (5,0% +10) | |
| 60 nF 0,01 nF ± (3,0% +10) | |
| 600 nF 0,1 nF ± (3,0% +10) | |
| 6 μF 0,001 μF ± (3,0% +10) | |
| 60 μF 0,01 μF ± (3,0% +10) | |
| 600 μF 0,1 μF ± (3,0% +10) | |
| 6000 μF 1 μF ± (5,0% +5) | |
Frequentie (Hz)
| Meetbereik Resolutie | Nauw-keurigheid | |
| 6 Hz 0,001 Hz ± (1,0% +5) | ||
| 60 Hz 0,01 Hz ± (1,0% +5) | ||
| 600 Hz 0,1 Hz ± (1,0% +5) | ||
| 6 kHz 0,001 kHz ± (1,0% +5) | ||
| 60 kHz 0,01 kHz ± (1,0% +5) | ||
| 600 kHz 0,1 kHz ± (1,0% +5) | ||
| 1 MHz 0,001 MHz ± (1,0% +5) | ||
| >1 MHz | niet vermeld | niet vermeld |
① Opmerking: (1) Meet nooit frequenties met een spanning van > 20 V. Gevaar voor materiële schade. (2) De frequentie van het ingangssignaal moet meer zijn dan 2 Hz om verlies van het signaal te vermijden.
10.3. Garantie van Kompernaß Handels GmbH
Geachte klant,
U hebt op dit apparaat 3 jaar garantie vanaf de aankoopdatum. Voor zover meegeleverd hebt u op de accupacks van de X12V en de X20V Team-serie eveneens 3 jaar garantie vanaf de aankoopdatum. In geval van gebreken in dit product hebt u wettelijke rechten tegenover de verkoper van het product. Deze wettelijke rechten worden door onze hierna beschreven garantie niet beperkt.
Garantievoorwaarden
De garantieperiode geldt vanaf de datum van aankoop. Bewaar de kassabon zorg-vuldig. U hebt hem nodig als bewijs van aankoop.
Als er binnen drie jaar vanaf de aankoop-datum van dit product een materiaal- of fabricagefout optreedt, wordt - naar onze keuze - het product door ons kosteloos gerepareerd of vervangen of wordt de koopprijs terugbetaald. Voorwaarde voor deze garantie is dat het defecte apparaat en het aankoopbewijs (kassabon) binnen de termijn van drie jaar worden overlegd en dat kort wordt omschreven waaruit het ge-brek bestaat en wanneer het is opgetreden.
Wanneer het defect door onze garantie wordt gedekt, krijgt u het gerepareerde product of een nieuw product retour. Met de reparatie of vervanging van het product begint er geen nieuwe garantieperiode.
Garantieperiode en wettelijke aanspraken bij gebreken
De garantieperiode wordt door deze waarborg niet verlengd. Dat geldt ook voor vervangen en gerepareerde onderde- len. Eventueel al bij aankoop aanwezige schade en gebreken moeten meteen na het uitpakken worden gemeld. Voor reparaties na afloop van de garantieperiode worden kosten in rekening gebracht.
Garantieomvang
Het apparaat is op basis van strenge kwaliteitsnormen met de grootst mogelijke zorg vervaardigd en voorafgaand aan de levering nauwkeurig gecontroleerd.
De garantie geldt voor materiaal- of fabricagefouten. De garantie geldt niet voor productonderdelen die onderhevig zijn aan normale slijtage en die daarom als slijtonderdelen kunnen worden beschouwd, bijv. zaagbladen, reservemesjes, schuurpapier enz. of voor schade aan breekbare onderdelen zoals schakelaars of onderdelen die van glas zijn gemaakt.
Deze garantie vervalt wanneer het product is beschadigd, ondeskundig is gebruikt of is gerepareerd. Voor deskundig gebruik van het product moeten alle in de gebruiksaanwijzing beschreven aanwijzingen precies worden opgevolgd. Gebruiksdoeleinden en handelingen die in de gebruiksaanwijzing worden afgeraden of waarvoor wordt gewaarschuwd, moeten beslist worden vermeden.
Het product is uitsluitend bestemd voor privégebruik en niet voor bedrijfsmatige doel-einden. Bij verkeerd gebruik en ondeskundige behandeling, bij gebruik van geweld en bij reparaties die niet door ons erkend servicefiliaal zijn uitgevoerd, vervalt de garantie.
Garantie geldt niet bij
■ normale afname van de accucapaciteit
■ commercieel/bedrijfsmatig gebruik van het product
■ beschadiging of modificatie van het product door de klant
■ niet-naleving van de veiligheids- en onderhoudsvoorschriften, bedieningsfouten
■ schade door natuurrampen
Afhandeling bij een garantiekwestie Voor een snelle afhandeling van uw aan- vraag neemt u de volgende aanwijzingen in acht:
■ Houd voor alle aanvragen de kassabon en het artikelnummer (IAN) 496234_2504 als aankoopbewijs bij de hand.
■ Het artikelnummer vindt u op het typeplaatje van het product, op het product gegraveerd, op de titelpagina van de gebruiksaanwijzing (linksonder) of op de sticker op de achter- of onderkant van het product.
■ Als er fouten in de werking of andere gebreken optreden, neemt u eerst telefonisch contact op met de hierna genoemde serviceafdeling. Of gebruik ons contactformulier, dat u op parkside-diy.com in de categorie Service vindt.
■ Een als defect geregistreerd product kunt u dan zonder portokosten naar het aan u doorgegeven serviceadres sturen. Voeg het aankoopbewijs (kassabon) bij en vermeld waaruit het gebrek bestaat en wanneer het is opgetreden.

text_image
PDF ONLINE parkside-diy.comOp parkside-diy.com kunt u deze en vele andere hand-leidingen bekijken en down- loadingen. Met deze QR-code gaat u rechtstreeks naar parkside-diy.com. Selecteer uw land en zoek via het zoekvenster de gebruiksaanwijzingen op. Door invoer van het artikelnummer (IAN) 496234_2504 gaat u naar de gebruiksaanwijzing voor uw artikel.
10.4. Service
NL Service Nederland Tel.: 0800 0229556 Contactformulier op parkside-diy.com
BE Service België Tel.: 0800 12614 Contactformulier op parkside-diy.com
IAN 496234_2504
10.5. Importeur
Let op: het volgende adres is geen service-adres. Neem eerst contact op met het opgegeven service adres.



















