CWM P - Elektrische convector STIEBEL ELTRON - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CWM P STIEBEL ELTRON in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CWM P STIEBEL ELTRON
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektrische convector in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CWM P - STIEBEL ELTRON en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CWM P van het merk STIEBEL ELTRON.
GEBRUIKSAANWIJZING CWM P STIEBEL ELTRON
- Algemene aanwijzingen 28
1.1 Veiligheidsaanwijzingen 28
1.2 Andere aandachtspunten in deze documentatie ____ 28
1.3 Info op het toestel 28
1.4 Maateenheden 28 - Veiligheid 28
2.1 Reglementair gebruik 28
2.2 Algemene veiligheidsaanwijzingen ____ 29
2.3 Keurmerk 29 - Toestelbeschrijving 29
- Bediening 29
4.1 Bedieningseenheid 30
4.2 Het toestel in- en uitschakelen 30
4.3 Stand-bywerking 31 - Instellingen 31
5.1 Standaarddisplay 31
5.2 Basismenu 31
5.3 Configuratiemenu 31 - Reiniging, verzorging en onderhoud 33
- Problemen verhelpen 33
INSTALLATIE
- Veiligheid 34
8.1 Algemene veiligheidsaanwijzingen ____ 34
8.2 Voorschriften, normen en bepalingen 34 - Toestelbeschrijving 34
9.1 Inhoud van het pakket 34 - Montage 34
10.1 Montageplaats 34
10.2 Minimumafstanden 34
10.3 Montage van de wandhouder 35
10.4 Montage van het toestel 35
10.5 Demontage van het toestel 35
10.6 Elektrische aansluiting ____ 36 - Ingebruikname 37
- Storingen verhelpen 37
- Overdracht van het toestel 37
- Technische gegevens 37
14.1 Afmetingen en aansluitingen 37
14.2 Gegevens over het energieverbruik 38
14.3 Gegevenstabel 38
GARANTIE
MILIEU EN RECYCLING
BIJZONDERE INFO
- Houd kinderen jonger dan 3 jaar uit de buurt van het toestel, wanneer er niet voortdurend toezicht is.
- Het toestel kan door kinderen van 3 tot 7 jaar worden in- en uitgeschakeld, wanneer er toezicht op hen gehouden wordt, of wanneer ze met betrekking tot het veilige gebruik van het toestel geïnstrueerd zijn en de gevaren die daaruit ontstaan, begrepen hebben. Voorwaarde hiervoor is dat het toestel gemonteerd is, zoals beschreven. 3- tot 7-jarige kinderen mogen niet de stekker in het stopcontact steken en mogen het toestel niet regelen.
- Het toestel kan door kinderen vanaf 8 jaar, alsmede door personen met fysieke, zintuiglijke of geestelijke beperkingen of met een gebrek aan ervaring en kennis gebruikt worden wanneer er toezicht op hen gehouden wordt, of wanneer ze met betrekking tot het veilige gebruik van het toestel getraind zijn en de gevaren die daaruit ontstaan, begrepen hebben.
- Kinderen mogen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen zonder toezicht geen reini-ging of gebruikersonderhoud uitvoeren.
- Delen van het toestel kunnen zeer heet worden en brandwonden veroorzaken. Als er kinderen en hulpbehoevenden aanwezig zijn, is extra voorzichtigheid geboden.
- Dek het toestel niet af om oververhitting van het toestel te vermijden.
- Plaats het toestel niet direct onder een stopcontact.
-
Bij een vaste aansluiting moet het toestel met een afstand van ten minste 3 mm op alle polen van de netaansluiting kunnen worden losgekoppeld.
-
De stroomkabel mag bij beschadiging of vervanging alleen worden vervangen door een origineel onderdeel en door een installateur die daartoe door de fabrikant gemachtigd is.
- Monteer het toestel zoals beschreven in het hoofdstuk "Installatie/montage".
BEDIENING
1. Algemene aanwijzingen
De hoofdstukken "Bijzondere aanwijzingen" en "Bediening" zijn bedoeld voor de gebruiker van het toestel en de installateur.
Het hoofdstuk "Installatie" is bedoeld voor de installateur.

Info
Lees deze handleiding voor gebruik zorgvuldig door en bewaar deze.
Overhandig de handleiding zo nodig aan een volgende gebruiker.
1.1 Veiligheidsaanwijzingen
1.1.1 Opbouw veiligheidsaanwijzingen

TREFWOORD soort gevaar
Hier staan mogelijke gevolgen wanneer de veiligheidsvoorschriften worden genegeerd.
Hier staan maatregelen om gevaren te voorkomen.
1.1.2 Symbolen, soort gevaar
Symbool Soort gevaar

Letsel

Elektrische schok

Verbranding
(verbranding, verschroeiing)
1.1.3 Trefwoorden
TREFWOORD Betekenis
| GEVAAR | Aanwijzingen die leiden tot zwaar letsel of overlijden, wanneer deze niet in acht worden genomen. |
| WAARSCHUWING | Aanwijzingen die kunnen leiden tot zwaar letsel of overlijden, wanneer deze niet in acht worden genomen. |
| VOORZICHTIG | Aanwijzingen die kunnen leiden tot middelmatig zwaar of licht letsel, wanneer deze niet in acht worden genomen. |
1.2 Andere aandachtspunten in deze documentatie

Info
Algemene aanwijzingen worden aangeduid met het hiernaast afgebeelde symbool.
▶ Lees de aanwijzingen grondig door.
Symbool Betekenis

Materièle schade
(toestel-, gevolg-, milieuschade)

Het toestel afdanken
▶ Dit symbool geeft aan dat u iets moet doen. De vereiste handelingen worden stap voor stap beschreven.
1.3 Info op het toestel
Symbool Betekenis

Toestel niet afdekken
1.4 Maateenheden

Info
Tenzij anders vermeld, worden alle afmetingen in millimeters aangegeven.
2. Veiligheid
. Het toestel is bestemd voor de opwarming van woonruimten.
Het toestel is bestemd voor gebruik in een huishoudelijke omgeving. Het kan op een veilige manier bediend worden door ongeschoolde personen. Het toestel kan ook buiten het huishouden gebruikt worden, bijv. in het kleinbedrijf, voor zover het op dezelfde wijze gebruikt wordt.
Elk ander gebruik dat verder gaat dan wat hier wordt omschreven, geldt als niet-reglementair. Onder reglementair gebruik valt ook het in acht nemen van deze handleiding evenals de handleidingen voor het gebruikte toebehoren.
2.2 Algemene veiligheidsaanwijzingen

WAARSCHUWING letsel
- Houd kinderen jonger dan 3 jaar uit de buurt van het toestel, wanneer er niet voortdurend toezicht is.
- Het toestel kan door kinderen van 3 tot 7 jaar worden in- en uitgeschakeld, wanneer er toezicht op hen gehouden wordt, of wanneer ze met betrekking tot het veilige gebruik van het toestel geïnstrueerd zijn en de gevaren die daaruit ontstaan, begrepen hebben. Voorwaarde hiervoor is dat het toestel gemonteerd is, zoals beschreven. 3- tot 7-jarige kinderen mogen niet de stekker in het stopcontact steken en mogen het toestel niet regelen.
- Het toestel kan door kinderen vanaf 8 jaar, alsmede door personen met fysieke, zintuiglijke of geestelijke beperkingen of met een gebrek aan ervaring en kennis gebruikt worden wanneer er toezicht op hen gehouden wordt, of wanneer ze met betrekking tot het veilige gebruik van het toestel getraind zijn en de gevaren die daaruit ontstaan, begrepen hebben.
- Kinderen mogen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen zonder toezicht geen reiniging of gebruikersonderhoud uitvoeren.

WAARSCHUWING letsel
In gesloten ruimten kunnen snel hoge temperaturen ontstaan. Wanneer het toestel in een kleine ruimte in werking wordt gesteld en de daar aanwezige personen niet zelfstandig het toestel kunnen regelen of de ruimte kunnen verlaten, moet worden gezorgd voor voortdu-rend toezicht.

Gebruik het toestel niet ...
- Wanneer de afstand tot naastliggende voorwerpen of overige brandbare materialen kleiner is dan de minimaal voorgeschreven afstand.
- In ruimten waar door chemicaliën, stof, gassen of dampen gevaar voor brand of explosies bestaat. Ventileer de ruimte voldoende voordat deze wordt verwarmd.
- in de onmiddellijke omgeving van leidingen of containers met brandbare of explosieve stoffen.
- Wanneer een toestelmodule is beschadigd, het toestel is gevallen of er reeds een storing is.

- Leg geen brandbare, ontvlambare of warmte-isolerende voorwerpen of stoffen op het toestel of in de onmiddellijke omgeving van het toestel.
Let erop dat luchttoevoer en -afvoer niet geblokkeerd worden. - Steek geen voorwerpen tussen het toestel en de wand.

Het toestel is niet geschikt voor gebruik als staand toestel. Gebruik het toestel uitsluitend met de meegeleverde wandhouder (zie hoofdstuk "Installatie/montage").

Delen van het toestel kunnen zeer heet worden en brandwonden veroorzaken. Als er kinderen en hulpbehoeven- den aanwezig zijn, is extra voorzichtigheid geboden.

Dek het toestel niet af om oververhitting van het toestel te vermijden.

Materièle schade
- Let erop dat de aansluitkabel niet tegen het toestel ligt.
- Gebruik het toestel niet als trapje.
- Gebruik het toestel niet in de openlucht.
2.3 Keurmerk
Zie het typeplaatje op het toestel.
3. Toestelbeschrijving
Het toestel is een elektrisch convectieverwarmingstoestel voor wandmontage.
Het toestel is bijv. geschikt als volledige verwarming of als verwarming voor het tussenseizoen of aanvullende verwarming in kleine ruimten.
De lucht in het toestel wordt door een verwarmingselement verwarmd en treedt via natuurlijke convectie aan de bovenzijde door de luchtafvoer naar buiten. Door de luchttoevoer aan de onderzijde van het toestel stroomt koele lucht het toestel in.
Wanneer de ingestelde kamertemperatuur bereikt is, wordt deze temperatuur aangehouden door herhaaldelijk op te warmen.
4. Bediening

De bedieningseenheid bevindt zich rechtsboven op het toestel.

text_image
1 2 D00000681061 Display
2 Bedieningspaneel
4.1.1 Bedieningspaneel
Toets Omschrijving Beschrijving
| Toets "Stand-by" | Bedieningseenheid inschakelen;bedieningseenheid en verwarmingstoestel instand-bywerking plaatsen | |
| √ | Toets "OK" | Selectie;Instellingen bevestigen |
| Toets "Menu" | Menu oproepen en verlaten | |
| + | Toets "+" | Menuopties oproepen;instellingen wijzigen |
| - | Toets "-" | Menuopties oproepen;instellingen wijzigen |
4.1.2 Display
Als gedurende 20 seconden geen bediening wordt uitgevoerd, schakelt de achtergrondverlichting uit. Door op een willekeurige toets te drukken, wordt de achtergrondverlichting weer ingeschakeld.
Symbolen
Symbool Beschrijving
| Tijdsaanduiding:Weergave van de actuele tijd of van een geprogrammeerd start-tijdstip | |
| Timerwerking:Het toestel warmt op overeenkomstig het geactiveerde klokpro-gramma. | |
| Comfortwerking:Het toestel houdt de ingestelde comforttemperatuur aan.Standaardwaarde: 21,0 °C. Gebruik deze instelling voor comforta-bele kamertemperaturen als u aanwezig bent. | |
| Verlaagde werking:Het toestel houdt de ingestelde verlaagde temperatuur aan.Standaardwaarde: 18,0 °C. Gebruik deze instelling bijv. 's nachts of wanneer u gedurende enkele uren afwezig bent. | |
| Vorstbescherming:Wanneer de gevraagde kamertemperatuur wordt ingesteld op 7,0 °C, wordt het vorstbeschermingssymbool weergegeven.Gebruik deze instelling om een niet-gebruikte ruimte te bescher-men tegen vorstschade. |
Symbool Beschrijving
| Adaptieve start:In timerwerking worden de schakeltijden van het verwarmings-toestel dusdanig aangepast dat de ingestelde kamertemperatuur reeds op het geprogrammeerde starttijdstip wordt bereikt.Voorwaarde: De functie "Adaptieve start" is ingeschakeld (zie hoofdstuk "Instellingen/basismenu). | |
| Venster-open-herkenning:Om nodeloos energieverbruik tijdens het ventileren te vermijden, schakelt het toestel bij geopend venster automatisch gedurende een uur naar vorstbescherming. Het symbool "Venster-open-her-kenning" knippert. U kunt de vorstbeschermingswerking na het ventileren handmatig beëindigen met de toets "+" . Het toestel warmt weer op naar de ingestelde kamertemperatuur.Voorwaarde: De venster-open-herkenning is ingeschakeld (zie hoofdstuk "Instellingen/basismenu). | |
| Bedieningsblokkering:Om het bedieningspaneel te vergrendelen of te ontgrendelen, houdt u de toetsen "+" en "-" gedurende 5 seconden tegelijkertijd ingedrukt. | |
| Verwarming actief:Het toestel verwarmt om de ingestelde kamertemperatuur aan te houden. | |
| Weergave kamertemperatuur | |
| Parameter bewerkbaar:De weergegeven parameter kan worden gewijzigd met de toetsen "+" en "-" . | |
| Externe ingang (FP):Toestellen van de reeks CWM U kunnen worden aangesloten op een extern besturingstoestel. Afhankelijk van de instelling van het besturingstoestel verwarmt het toestel op bepaalde tijden van de dag in comfortwerking, verlaagde werking of vorstbeschermings-werking of het toestel verwarmt helemaal niet. | |
| 19age 7 an de week:1 = Maandag, 2 = Dinsdag ... 7 = Zondag |
4.2 Het toestel in- en uitschakelen

Info
Bij de eerste ingebruikname, evenals na een langere stilstandtijd is het mogelijk dat er kortstondig een geur ontstaat.
Het toestel is bedrijfsklaar, als u het aan de wand heeft bevestigd en u het elektrisch heeft aangesloten.
▶ Schakel het toestel in of uit door de netschakelaar aan de rechterzijde van het toestel te bedienen.
▶ Wanneer het toestel gedurende langere tijd niet wordt gebruikt (bijv. tijdens de zomermaanden), schakelt u het toestel uit.
Alle instellingen blijven behouden, wanneer het toestel wordt uitgeschakeld of bij een stroomonderbreking. Het toestel beschikt over een werkingsreserve, zodat de dag van de week en de tijd gedurende enkele uren behouden blijven.

Info
Wanneer het toestel zich eerder in timerwerking bevond en gedurende langere tijd uitgeschakeld was, wordt na het inschakelen gevraagd de dag van de week en de tijd in te stellen. Zolang er geen instelling is uitgevoerd, werkt het toestel in comfortwerking.
4.3 Stand-bywerking

Materièle schade
In stand-bywerking schakelt het toestel de verwarming nooit in. Er is dan geen vorstbescherming.
- Om de bedieningseenheid in te schakelen, drukt u op de toets "Stand-by". De standaardweergave verschijnt.
- Om de bedieningseenheid en het verwarmingstoestel in stand-bywerking te zetten, drukt u op de toets "Stand-by". Op het display verschijnt "----".
5. Instellingen
5.1 Standaarddisplay

D0000072134
De standaardweergave wordt continu weergegeven. Wanneer u zich in het menu bevindt en u langer dan 20 seconden geen bediening uitvoert, gaat het toestel automatisch naar de standaardweergave.
In de standaardweergave ziet u de actueel ingestelde kamertemperatuur en het symbool "Parameter bewerkbaar". Met de toetsen "+" en "-" kunt u de ingestelde kamertemperatuur wijzigen.
Wanneer de ingestelde kamertemperatuur overeenkomt met een van de ingestelde waarden voor comfort- of verlaagde temperatuur, verschijnt in de menubalk het symbool van de overeenkomstige werkwijze (comfortwerking, verlaagde werking).
De ingestelde kamertemperatuur kan ook in timerwerking handmatig worden gewijzigd. De gewijzigde kamertemperatuur blijft behouden tot aan het volgende geprogrammeerde schakeltijdstip.
5.2 Basismenu
Om naar het basismenu te gaan, drukt u kort op de toets "Menu". U kunt nu de volgende menuopties oproepen:
Display Beschrijving
| # |
| - - : - - |
Dag van de week en tijd instellen

Comforttemperatuur instellen De comforttemperatuur moet minstens 0,5 °C hoger ingesteld zijn dan de verlaagde temperatuur.

Verlaagde temperatuur instellen
Display Beschrijving
| Functie "Venster-open-herkenning" in- en uitschakelen | |
| Klokprogramma (Pro1, Pro2, Pro3, off) of externe ingang (FP) selecteren | |
| Functie "Adaptieve start" in- en uitschakelen |
Als u de instelling van een menuoptie wilt wijzigen, roept u de gewenste menuoptie op met de toetsen "+" en "-" . Druk op de toets "OK".
Zodra het symbool "Parameter bewerkbaar" verschijnt, kunt u met de toetsen "+" en "-" de instelling van de menuoptie wijzigen. Om de instellingen op te slaan, drukt u op de toets "OK".
Om het basismenu te verlaten, drukt u op de toets "Menu". De standaardweergave verschijnt.
5.3 Configuratiemenu
| Display Beschrijving | |
| I1-I2 Actuele waarden | |
| Pro1-Pro3 Klokprogramma's | |
| P1-P5 | Parameter |
In het configuratiemenu kunt u actuele waarden oproepen, de klokprogramma's voor timerwerking programmeren en parameters instellen.
Om naar het configuratiemenu te gaan, houdt u de toets "Menu" ingedrukt. Na ca. 3 seconden wordt de actuele waarde l1 weergegeven.
Met de toetsen "+" en "-" kunt u schakelen tussen de verschillende actuele waarden, klokprogramma's en parameters.
Om het configuratiemenu te verlaten, drukt u op de toets "Menu". De standaardweergave verschijnt.
5.3.1 Actuele waarden
U kunt de volgende actuele waarden oproepen:
| Display Beschrijving | Eenheid | |
| I1 | Actuele waarde kamertemperatuur | [°C] | [°F] |
| I2 | Relatieve verwarmingsduur(Met parameter P5 kunt u de teller resetten.) | [h] |

Info
De teller voor de relatieve verwarmingsduur (I2) telt de tijdsduur waarmee het toestel verwarmt in volle uren. Als het toestel wordt uitgeschakeld, worden verwarmingsfasen onder 60 minuten niet geregistreerd.
5.3.2 Klokprogramma's
Om het toestel in timerwerking te gebruiken, beschikt u over drie klokprogramma's. De klokprogramma's Pro1 en Pro2 zijn in de fabriek voorgeconfigureerd. U kunt het klokprogramma Pro3 instellen volgens uw individuele wensen.
Display Beschrijving
| Pro1 | Klokprogramma "dagelijks"-herhaling: maandag tot zondag |
| Pro2 | Klokprogramma "werkdag"-herhaling: maandag tot vrijdag |
| Pro3 | Klokprogramma "door gebruiker gedefinieerd"-tot 14 comfortfasen vrij configureerbaar |

Info
Wanneer u de timerwerking wilt gebruiken, moet u in het basismenu het gewenste klokprogramma selecteren (zie hoofdstuk "Instellingen/basismenu).

Info
Let er bij het instellen van de klokprogramma's op dat de dag van de week en de tijd correct ingesteld zijn.

Info
Voor alle klokprogramma's (Pro1, Pro2, Pro3) geldt: Wanneer het eindtijdstip na 23.59 uur ligt, wordt het eindtijdstip automatisch op de volgende dag van de week geplaatst. De comfortfase wordt over middernacht aangehouden en eindigt de volgende dag van de week op het ingestelde eindtijdstip.
Klokprogramma's Pro1 en Pro2
Met de klokprogramma's Pro1 en Pro2 kunt u het start- en eindtijdstip van de comfortwerking definiëren. Gedurende die tijd verwarmt het toestel naar de ingestelde comforttemperatuur. Buiten deze gedefinieerde tijd werkt het toestel in verlaagde werking. Daaruit resulteert een comfort- en een nachtfase, die dagelijks (Pro1) of op elke werkdag (Pro2) worden herhaald.
In de fabriek zijn deze fasen als volgt geconfigureerd:
- 8.00 uur - 22.00 uur: Comfortwerking
- 22.00 uur - 8.00 uur: Verlaagde werking

Info
Bij geactiveerd klokprogramma Pro2 werkt het toestel tijdens het weekend uitsluitend in verlaagde werking.
Om de klokprogramma's Pro1 en Pro2 aan te passen aan uw behoeften, gaat u als volgt te werk:
▶ Roep in het configuratiemenu het gewenste klokprogramm op met de toetsen "+" en "−".
▶ Druk op de toets "OK".
Het starttijdstip voor comfortwerking wordt weergegeven.
▶ Stel het gewenste starttijdstip in met de toetsen "+" en "-".
▶ Druk op de toets "OK".
Het eindtijdstip voor comfortwerking wordt weergegeven.
▶ Stel het gewenste eindtijdstip in met de toetsen "+" en "-"
▶ Druk op de toets "OK" om op te slaan.
Klokprogramma Pro3
Met het klokprogramma Pro3 kunt u tot 14 afzonderlijke comfortfasen definiëren, die wekelijks worden herhaald.
Om in het klokprogramma Pro3 een comfortfase te configureren, gaat u als volgt te werk:
▶ Roep in het configuratiemenu het klokprogramma Pro3 op met de toetsen "+" en "-"
▶ Druk op de toets "OK".
Het display toont "3---".
▶ Druk op de toets "OK".
Een dag van de week of een groep weekdagen wordt weergegeven.
▶ Stel de gewenste dag van de week of de gewenste groep weekdagen in met de toetsen "+" en "−".
▶ Druk op de toets "OK".
Het starttijdstip voor comfortwerking wordt weergegeven.
▶ Stel het gewenste starttijdstip in met de toetsen "+" en "-"
▶ Druk op de toets "OK".
Het eindtijdstip voor comfortwerking wordt weergegeven.
▶ Stel het gewenste eindtijdstip in met de toetsen "+" en "-"
▶ Druk op de toets "OK".
De comfortfase "3-01" is geconfigureerd.
- Om een andere comfortfase te configureren, selecteert u in het klokprogramma Pro3 de weergave "3---" met de toetsen "+" en "-". Ga te werk zoals beschreven.

Info
Om de ingestelde comfortfasen te resetten, activeert u parameter P4.
- Merk op dat door parameter P4 te activeren, alle tijdprogramma's (Pro1, Pro2, Pro3) weer in de leveringstoestand worden gezet.
5.3.3 Parameter
U kunt de volgende parameters oproepen:
| Display Beschrijving Opties | ||
| P1 | Offset kamertemperatuur | ± 3 °C | ± 5 °F |
| P2 Tijdnotatie | 12 h | 24 h | |
| P3 | Eenheid temperatuurweergave | °C | °F |
| P4 | Klokprogramma's (timerwerking) resetten. | on | off |
| P5 | Relatieve verwarmingsduur resetten | on | off |
Wanneer u de waarde van een parameter wilt wijzigen, roept u de overeenkomstige parameter op met de toetsen "+" en "-". Druk op de toets "OK".
Zodra het symbool "Parameter bewerkbaar" verschijnt, kunt u de waarde van de parameter wijzigen met de toetsen "+" en "-". Druk op de toets "OK" om de ingestelde waarde op te slaan.
P1: Offset kamertemperatuur
Een ongelijkmatige temperatuurverdeling in de ruimte kan tot een verschil leiden tussen de weergegeven actuele temperatuur I1 en de door u gemeten kamertemperatuur. Om dit verschil te compenseren, kunt u met parameter P1 een kamertemperatuur-offset van ±3 °C instellen.
Voorbeeld: Het toestel geeft I1 = 21,0 °C aan. De door u gemeten kamertemperatuur bedraagt 20,0 °C. Er is een verschil van 1,0 °C.
▶ Om het verschil te compenseren, stelt u een offset van P1 = -1,0 in.
P2: Tijdnotatie
Met parameter P2 kunt u definiëren of de tijd wordt weergegeven in 12-uur- of 24-uur-notatie.
P3: Eenheid temperatuurweergave
Met parameter P3 kunt u bepalen of de kamertemperatuur wordt weergegeven in graden Celsius [°C] of in graden Fahrenheit [°F].
P4: Klokprogramma's resetten
Door parameter P4 te activeren, zet u alle klokprogramma's weer in de leveringstoestand.
P5: Relatieve verwarmingsduur resetten
Door parameter P5 te activeren, zet u de teller voor de relatieve verwarmingsduur (I2) terug.
6. Reiniging, verzorging en onderhoud
Het toestel bevat geen onderdelen die door de gebruiker moeten worden onderhouden.

Materièle schade
- Spuit geen reinigingsspray in de luchtspleten.
- Let erop dat er geen vocht binnendringt in het toestel.
- Als er een lichte, bruinachtige verkleuring optreedt op de behuizing van het toestel, veegt u deze af met een vochtige doek.
- Reinig het toestel in afgekoelde toestand met gebruikelijke onderhoudsmiddelen. Vermijd schurende en bijtende onderhoudsmiddelen.

Info
Het is aan te bevelen tijdens regelmatige onderhoudsbeurten ook de controle- en regelinrichtingen te laten controleren.
▶ Laat de veiligheids-, controle- en regelinrichtingen uiterlijk 10 jaar na de eerste ingebruikname contro- leren door een installateur. Waarschuw de installateur als u de oorzaak zelf niet kunt verhel- pen. Hij kan u sneller en beter helpen als u hem het nummer op het typeplaatje doorgeeft (000000-0000-000000).
- Problemen verhelpen
| Probleem Oorzaak Oplossing | ||
| De ruimte wordt niet warm genoeg. Het toestel wordt niet warm. | De temperatuur is te laag ingesteld op het toestel. | Controleer de ingestelde kamertemperatuur. Regel evt. bij. |
| Probleem met de voeding. | Controleer de stand van de netschakelaar, de aardlek-schakelaar en de zekering van de huisinstallatie. | |
| De ruimte wordt niet warm genoeg hoewel het toestel warm wordt. | Oververhitting. De veiligheidstemperatuurbegrenzer begrenst het verwarmingsvermogen. | Verhelp de oorzaak (vuil of hindernissen bij de luchtaan-voer of luchtafvoer). Let op de minimumafstanden! |
| De warmtebehoefte van de ruimte is groter dan het vermogen van het toestel. | Verhelp de warmteverliezen (sluit vensters en deuren. Vermijd tocht.) | |
| De ruimte wordt te warm. | De temperatuur is te hoog ingesteld op het toestel. | Controleer de ingestelde kamertemperatuur. Regel evt. bij. |
| De vastgestelde kamer-temperatuur wijkt af van de effectieve kamertemperatuur. | Vermijd hindernissen voor de luchtuitwisseling tussen het toestel en de kamerlucht. | |
| De venster-open-herkenning reageert niet. | Het toestel herkent geen duidelijke temperatuurdaling tijdens ventileren. (De venster-open-herkenning gaat uit van een stabiele kamertemperatuur.) | Wacht na instellingen op het toestel een tijdje tot de kamertemperatuur zich volledig gestabiliseerd heeft. |
| Vermijd hindernissen voor de luchtuitwisseling tussen het toestel en de kamerlucht. | ||
| Schakel het toestel voor de duur van het ventileren handmatig naar stand-by-werking. | ||
| De venster-open-herkenning is niet geactiveerd. | Schakel de ven-ster-open-herkenning in het basismenu in. | |
| De functie "Adaptieve start" werkt niet zoals gewenst. | De functie werkt alleen in timerwerking. | Gebruik timerwerking voor een geoptimaliseerd verwarmingscomfort. |
| De kamertemperatuurschommelt sterk of het leerproces van het toestel is niet afgesloten. | Wacht enkele dagen tot het gedrag zich gestabiliseerd heeft. | |
| De functie "Adaptieve start" is niet geactiveerd. | Schakel de functie "Adaptieve start" in het basismenu in. | |
| Het toestel bevindt zich in het pro-gramma "FP" maar reageert niet op de externe ingang. | Wanneer het toestel geen signaal op de externe in-gang herkent, verwarmt het in comfortwerking. | Controleer het externe besturingstoestel en diens instellingen. De bedrading moet correct en juist gepola-riseerd uitgevoerd zijn. |
| Op het display ver-schijnt "Err" of "E...". | Er werd een interne fout vastgesteld. | Informeer de installateur. |
Waarschuw de installateur als u de oorzaak zelf niet kunt verhelpen. Hij kan u sneller en beter helpen als u hem het nummer op het typeplaatje doorgeeft (000000-0000-000000).
INSTALLATIE
8. Veiligheid
Installatie, ingebruikname, onderhoud en reparatie van het toestel mogen alleen door een gekwalificeerde installateur uitgevoerd worden.
8.1 Algemene veiligheidsaanwijzingen
Wij waarborgen de goede werking en de bedrijfszekerheid uitsluitend bij gebruik van originele onderdelen en vervangingsonderdelen voor het toestel.

- Monteer het toestel alleen op een verticale wand die bestand is tegen een temperatuur van minstens 85 °C.
- Houd de minimale afstanden tot naastliggende oppervlakken aan.

Materièle schade
- Installeer het toestel niet direct onder een stopcontact.
- Let erop dat de aansluitkabel niet in contact komt met de onderdelen van het toestel.
8.2 Voorschriften, normen en bepalingen

Info
Neem alle nationale en regionale voorschriften en be- palingen in acht.
9. Toestelbeschrijving
9.1 Inhoud van het pakket
Bij het toestel wordt het volgende geleverd:
- Wandhouder (hangt aan het toestel)
10. Montage
10.1 Montageplaats
Installatie in badkamers

WAARSCHUWING elektrische schok
Bij installatie van het toestel in ruimtes met badkuip en/of douche mag het toestel alleen aangesloten worden op een geaard stopcontact buiten veiligheidsbereik 0,1 en 2. De afstand van de contactdoos tot badkuipen en douches moet minstens 600 mm zijn. Neem bij twijfel contact op met een installateur.

text_image
3 600 2 1 0 2250 600 D0000097137Elektrische veiligheidszones in de badkamer
10.2 Minimumafstanden

text_image
≥150 ≥100 ≥100 ≥100 ≥500 ≥20 D000006839610.3 Montage van de wandhouder
Het toestel is voorzien voor wandmontage met behulp van de meegeleverde wandhouder. Het toestel mag alleen horizontaal worden gemonteerd.

Info
- U kunt de wandhouder als sjabloon voor de wandbevestiging gebruiken. Dit is een garantie voor de noodzakelijke afstand tot de vloer.
- Wanneer de vloer oneffen is of schuin loopt, gebruikt u een waterpas.

text_image
1 2 3 4 D000072159
text_image
≥224 ≥224 D0000072312Haak de wandhouder uit het toestel.
- Plaats de middelpuntgeoriënteerde wandhouder horizontaal op de grond. Markeer de boringen 1 en 2.
▶ Hef de wandhouder omhoog, zodat de onderste boorgaten in de wandhouder precies de zojuist geplaatste markeringen op de montagewand afdekken.
▶ Markeer boorgaten 3 en 4 op de montagewand.
▶ Boor de boorgaten op de 4 markeringen.
▶ Bevestig de wandhouder met geschikt bevestigingsmateriaal (schroeven, pluggen). Via de verticale slobgaten is het mogelijk een verschoven montagegat te compenseren.
10.4 Montage van het toestel

text_image
1 D0000721571 Wandconsole
- Hang het toestel met de ophangsleuven in de achterzijde van het toestel op de beugels van de wandhouder.
▶ Breng het toestel naar een rechtopstaande positie.
Druk het toestel, om het vast te zetten, naar de wand tot het hoorbaar vastklikt in de twee bovenste veren van de wandhouder.

text_image
1 2 D0000721581 Toestel
Borgschroef
Zet het toestel vast met de meegeleverde borgschroef aan de linkerzijde van de wandhouder, zodat het toestel niet ongewenst kan loskomen.
10.5 Demontage van het toestel
▶ Draai de borgschroef uit de wandhouder.
▶ Maak het toestel los door de bovenaan op de wandhouder aangebrachte veren omlaag te duwen.
Kantel het toestel naar voor en hef het van de onderste beugels van de wandhouder.
10.6 Elektrische aansluiting

WAARSCHUWING elektrische schok Voer alle elektrische aansluitingen en montagewerkzaamheden uit overeenkomstig de nationale en regionale voorschriften.

- Bij een vaste aansluiting moet het toestel met een afstand van ten minste 3 mm op alle polen van het stroomnet kunnen worden losgekoppeld.
- Installatie op een vaste elektrische aansluitkabel is niet toegestaan.
WAARSCHUWING elektrische schok

Info
- Houd rekening met de specificaties op het typeplatje. De aangegeven spanning moet overeenkomen met de netspanning.
- Let erop dat op locatie de diameter van de toevoerleiding voldoende is.

Info
In een niet huishoudelijke omgeving en bij zeer hoge belasting van het toestel, zoals bij continubedrijf, wordt aanbevolen om het toestel als vaste aansluiting met een contactdoos voor het toestel te installeren.
De vaste aansluiting op een contactdoos mag alleen door een bevoegde elektricien uitgevoerd worden.

WAARSCHUWING elektrische schok
- Neem bij het aansluiten op een contactdoos een geschikte trekontlasting in acht.
- Zorg ervoor dat het toestel is aangesloten op de aardleiding.
- Verzegel de ingekorte kabeleinden weer vakkundig met adereindhulzen.
10.6.1 Typeserie CWM P
Het toestel wordt stekkerklaar geleverd. De volgende elektrische aansluitingen zijn mogelijk:
| CWM 500-3000 P | |
| Aansluiting op een vrij toegankelijk, geaard stop-contact met overeenkomstige stekker | X |
| Vaste aansluiting op een contactdoos met aarding X |
- Let er bij het aansluiten op een stopcontact op dat het stopcontact na de installatie van het toestel vrij toegankelijk is.
- Wanneer u het toestel vast aansluit, kort dan de stroomkabel op een wijze in dat deze direct naar de toestelaansluitdoos leidt. Zorg er bij het inkorten van de stroomkabel voor dat het toestel nog probleemloos van de montagewand kan worden afgenomen.
10.6.2 Typeserie CWM U
Het toestel wordt geleverd met een netaansluitkabel zonder stekker.
▶ Sluit bij vaste aansluiting de 4-aderige kabel zoals aangegeven aan op een contactdoos:

flowchart
graph TD
A["Component"] --> B["1"]
A --> C["2"]
A --> D["3"]
A --> E["4"]
B --> F["1"]
B --> G["2"]
B --> H["3"]
B --> I["4"]
C --> J["1"]
C --> K["2"]
C --> L["3"]
C --> M["4"]
D --> N["1"]
D --> O["2"]
D --> P["3"]
D --> Q["4"]
E --> R["1"]
E --> S["2"]
E --> T["3"]
E --> U["4"]
D0000068123
1 Nulleider = blauw
2 Fase = bruin
3 Aardleiding = groen/geel
4 Stuurkabel = zwart
U hebt de volgende 3 mogelijkheden om het toestel aan te sluiten:
- Aansluiting toestel zonder stuurdraad
Niet-gestuurd toestel. De stuurdraad is niet aangesloten. Isoleer in dat geval de stuurdraad.
- Temperatuurverlaging via de stuurdraad
Om de ingestelde temperatuur te verlagen, wordt de zwarte stuurdraad via een extern elektronisch contact (bijv. timer) geregeld.
- Aansluiting van de stuurdraad op een extern besturingstoestel
U kunt het toestel op elk besturingstoestel aansluiten dat de volgende signaalvormen als stuursignaal uitzendt.
| Opdracht | Oscilloscoop | Werkwijze | Verwarmingstemperatuur |
| Geen stroom | Comfortwerking | Afhankelijk van de ingestelde comforttemperatuur | |
| Volledige golf 230 V | ![]() | Verlaagde werking | Afhankelijk van de ingestelde verlaagde temperatuur |
| Negatieve halve golf -115 V | ![]() | Vorstbescherming | Vorstbeschermingstemperatuur |
| Positieve halve golf +115 V | Stop | Geen | |
| Volledige golf 230 V gedurende 3 seconden | ![]() | Comfortwerking -1 °C | 1 °C minder dan de ingestelde comforttemperatuur |
| Volledige golf 230 V gedurende 7 seconden | ![]() | Comfortwerking -2 °C | 2 °C minder dan de ingestelde comforttemperatuur |
11. Ingebruikname
Het toestel is bedrijfsklaar als u het aan de montagewand heeft bevestigd en het elektrisch heeft aangesloten.
▶ Verwijder de beschermfolie van de bedieningseenheid.
12. Storingen verhelpen
De stroomkabel mag bij beschadiging of vervanging alleen worden vervangen door een origineel onderdeel en door een installateur die daartoe door de fabrikant gemachtigd is.
13. Overdracht van het toestel
Leg aan de gebruiker uit hoe het toestel werkt. Schenk daarbij vooral aandacht aan de veiligheidsaanwijzingen. Geef de bedienings- en installatiehandleiding aan de nieuwe gebruiker.
14.1 Afmetingen en aansluitingen

text_image
a20
text_image
100 450
text_image
b01 i13 256D0000068095
| CWM 500 | P/U | CWM 750 P/U | CWM 1000 P/U | CWM 1500 P/U | CWM 2000 P/U | CWM 2500 P/U | CWM 3000 P/U | |||
| a20 | Toestel | Breedte | mm | 348 | 426 | 426 | 582 | 738 | 894 | 1050 |
| b01 | Doorvoer elektr. kabels | |||||||||
| i13 | Wandbevestiging | Gatafstand horizontaal | mm | 101 | 179 | 179 | 335 | 491 | 647 | 803 |
14.2 Gegevens over het energieverbruik
De productgegevens voldoen aan de EU-verordeningen betreffende de richtlijn voor milieuvriendelijke vormgeving van energiegerelateerde producten (ErP).
Productinformatie bij elektrische toestellen voor lokale ruimteverwarming (EU) 2015/1188
| CWM 500 | P/U | CWM 750 P/U | CWM 1000 P/U | CWM 1500 P/U | CWM 2000 P/U | CWM 2500 P/U | CWM 3000 P/U | |
| CWM P | 200254 | 200255 | 200256 | 200257 | 200258 | 200259 | 200260 | |
| CWM U | 200261 | 200262 | 200263 | 200264 | 200265 | 200266 | 200267 | |
| Fabrikant STIEBEL | ELTRON | STIEBELELTRON | STIEBELELTRON | STIEBELELTRON | STIEBELELTRON | STIEBELELTRON | STIEBELELTRON | |
| Warmtevermogen | ||||||||
| Nominaal warmtevermogen P_nom | kW | 0,5 0,8 1,0 1,5 2,0 2,5 | 3,0 | |||||
| Minimaal warmtevermogen (richtwaarde) P_min | kW | 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 | 0,0 | |||||
| Maximaal continu warmtevermogen P_max,c | kW | 0,5 0,8 1,0 1,5 2,0 2,5 | 3,0 | |||||
| Hulpstroomverbruik | ||||||||
| Bij nominaal warmtevermogen el_max | kW | 0,000 | 0,000 | 0,000 | 0,000 | 0,000 | 0,000 | 0,000 |
| Bij minimaal warmtevermogen el_min | kW | 0,000 | 0,000 | 0,000 | 0,000 | 0,000 | 0,000 | 0,000 |
| In stand-by stand el_SB | kW | 0,000 | 0,000 | 0,000 | 0,000 | 0,000 | 0,000 | 0,000 |
| Soort warmtevermogen/kamertemperatuurcontrole | ||||||||
| Eentraps-warmtevermogen, geen kamertemperatuurcontrole | - | - | - | - | - | - | - | |
| Twee of meer handmatig instelbare trappen, geen kamertemperatuurcontrole | - | - | - | - | - | - | - | |
| Kamertemperatuurcontrole met mechanische thermostaat | - | - | - | - | - | - | - | |
| Met elektronische kamertemperatuurcontrole | - | - | - | - | - | - | - | |
| Elektronische kamertemperatuurcontrole en dagtijdregeling | - | - | - | - | - | - | - | |
| Elektronische kamertemperatuurcontrole en weekdagregeling | x | x | x | x | x | x | x | |
| Andere regelopties | ||||||||
| Kamertemperatuurcontrole met aanwezigheidsherkenning | - | - | - | - | - | - | - | |
| Kamertemperatuurcontrole met herkenning van open vensters | x | x | x | x | x | x | x | |
| Met afstandsbedieningsoptie | - | - | - | - | - | - | - | |
| Met adaptieve regeling van het verwarmingsbegin | x | x | x | x | x | x | x | |
| Met werkingstijdbegrenzing | - | - | - | - | - | - | - | |
| Met zwarte bolsensor | - | - | - | - | - | - | - | |
14.3 Gegevenstabel
| CWM 500 P/U | CWM 750 P/U | CWM 1000 P/U | CWM 1500 P/U | CWM 2000 P/U | CWM 2500 P/U | CWM 3000 P/U | ||
| CWM P | 200254 | 200255 | 200256 | 200257 | 200258 | 200259 | 200260 | |
| CWM U | 200261 | 200262 | 200263 | 200264 | 200265 | 200266 | 200267 | |
| Elektrische gegevens | ||||||||
| Aansluitvermogen | W | 500 | 750 | 1000 | 1500 | 2000 | 2500 | 3000 |
| Netaansluiting | 1/N/PE ~ 230 V | 1/N/PE ~ 230 V | 1/N/PE ~ 230 V | 1/N/PE ~ 230 V | 1/N/PE ~ 230 V | 1/N/PE ~ 230 V | 1/N/PE ~ 230 V | |
| Nominale stroom | A | 2,2 | 3,3 | 4,3 | 6,5 | 8,7 | 10,9 | 13,0 |
| Frequentie | Hz | 50/- | 50/- | 50/- | 50/- | 50/- | 50/- | 50/- |
| Energiegegevens | ||||||||
| Jaarrendement elektrische verwarming _s | % | 39 | 39 | 39 | 39 | 39 | 39 | 39 |
| Afmetingen | ||||||||
| Hoogte | mm | 450 | 450 | 450 | 450 | 450 | 450 | 450 |
| Breedte | mm | 348 | 426 | 426 | 582 | 738 | 894 | 1050 |
| Diepte | mm | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 |
| Gewichten | ||||||||
| Gewicht | kg | 4,0 | 4,6 | 4,6 | 6,0 | 7,7 | 9,2 | 10,9 |
| Uitvoeringen | ||||||||
| Vorstbeschermingsstand | °C | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 | 7 |
| Uitvoering | Wandtoestel | Wandtoestel | Wandtoestel | Wandtoestel | Wandtoestel | Wandtoestel | Wandtoestel | |
| Beschermingsgraad (IP) | IP24 | IP24 | IP24 | IP24 | IP24 | IP24 | IP24 | |
| Beveiligingsklasse | I | I | I | I | I | I | I | |
| Kleur | Alpinewit | Alpinewit | Alpinewit | Alpinewit | Alpinewit | Alpinewit | Alpinewit | |
| Waarden | ||||||||
| Instelbereik | °C | 5-30 | 5-30 | 5-30 | 5-30 | 5-30 | 5-30 | 5-30 |
Garantie
Voor toestellen die buiten Duitsland zijn gekocht, gelden de garantievoorwaarden van onze Duitse ondernemingen niet. Bovendien kan in landen waar één van onze dochtermaatschappijen verantwoordelijk is voor de verkoop van onze producten, alleen garantie worden verleend door deze dochtermaatschappij. Een dergelijk garantie wordt alleen verstrekt, wanneer de dochtermaatschappij eigen garantievoorwaarden heeft gepubliceerd. In andere situaties wordt er geen garantie verleend.
Voor toestellen die in landen worden gekocht waar wij geen dochtermaatschappijen hebben die onze producten verkopen, verlenen wij geen garantie. Een eventueel door de importeur verzekerde garantie blijft onverminderd van kracht.
Milieu en recycling
Wij verzoeken u ons te helpen ons milieu te beschermen. Doe de materialen na het gebruik weg overeenkomstig de nationale voorschriften.



