S-CHARGER-45A.3 - Batterijlader MSW - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis S-CHARGER-45A.3 MSW in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over S-CHARGER-45A.3 MSW
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Batterijlader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding S-CHARGER-45A.3 - MSW en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. S-CHARGER-45A.3 van het merk MSW.
GEBRUIKSAANWIJZING S-CHARGER-45A.3 MSW
Deze gebruikershandleiding is voor uw gemak vertaald met behulp van automatische vertaling. Er is redelijk wat inspanning geleverd voor het zo nauwkeurig verstrekken van een accurate vertaling; alleen is geen enkele geautomatiseerde vertaling perfect en het is ook niet de bedoeling dat zij menselijke vertalers gaan vervangen. De officiële gebruikershandleiding is de Engelse versie. Discrepancies of verschillen in de vertaling zijn niet bindend en hebben geen rechtsgevolgen voor naleving of handhaving. Bij vragen over de juistheid van de informatie in de gebruikershandleiding wordt verwezen naar de Engelse versie van die inhoud, die de officiële versie is.
Technische gegevens
| Beschrijving parameter Waarde parameter | ||
| Productnaam | Auto acculader | |
| Model | S-LADER-45A.3 | S-LADER-65A.3 |
| Nominale spanning [V~] / frequentie [Hz] | 230/50 | |
| Uitgangsspanning [V] | 12/24 | |
| Bedrijfsmodi | Opladen / Jumpstart (3s AAN / 120s UIT-5 cyclus) | |
| Max. laadstroom [A] | 70 | 100 |
| Maximale startstroom [A] | 320 | 480 |
| Max. jumpstartfunctie stroomverbruik [W] | 8000 | 8500/12000 |
| Aanbevolen accucapaciteit [Ah] | 40-700 | 60-1000 |
| Afmetingen [breedte x diepte x hoogte; mm] | 320 x 370 x 620 | 320 x 380 x 620 |
| Gewicht [kg] | 14,4 | 22,8 |
1. Algemene beschrijving
De gebruikershandleiding is bedoeld als hulpmiddel bij een veilig en probleemloos gebruik van het apparaat. Het product is ontworpen en vervaardigd volgens strikte technische richtlijnen, met gebruikmaking van de modernste technologieën en componenten. Bovendien wordt het geproduceerd volgens de strengste kwaliteitsnormen.
GEBRUIK HET APPARAAT ALLEEN ALS U DEZE GEBRUIKERSHANDLEIDING GRONDIG HEBT GELEZEN EN BEGREPEN.
Om de levensduur van het apparaat te verlengen en een probleemloze werking te garanderen, dient u het te gebruiken in overeenstemming met deze gebruikershandleiding en regelmatig onderhoudswerkzaamheden uit te voeren. De technische gegevens en specificaties in deze handleiding zijn actueel. De fabrikant behoudt zich het recht om wijzigingen aan te brengen in verband met kwaliteitsverbetering. Het toestel is ontworpen om de risico's van geluidsemissie tot een minimum te beperken, rekening houdend met de technologische vooruitgang en de mogelijkheden tot geluidsreductie.
Legenda

Het product voldoet aan de relevante veiligheidsnormen.
Lees de instructies voor gebruik.
Het product moet worden gerecycled.
WAARSCHUWING ! of VOORZICHTIG! of HERINNERING! Van toepassing op de gegeven situatie. (algemeen waarschuwingssignaal)
ATTENTIE! Elektrische schok waarschuwing!

Alleen binnenshuis gebruiken.

LET OP! De tekeningen in deze handleiding dienen uitsluitend ter illustratie en kunnen in sommige details afwijken van het werkelijke product.
2. Gebruiksveiligheid

ATTENTIE!
Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle instructies nauwkeurig. Het niet opvolgen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig of zelfs dodelijk letsel.
De termen "apparaat" of "product" worden in de waarschuwingen en instructies gebruikt om te verwijzen naar:
Auto acculader
2.1. Elektrische veiligheid
a) De stekker moet in het stopcontact passen. Verander op geen enkele manier iets aan de stekker. Het gebruik van originele stekkers en passende stopcontacten vermindert het risico van elektrische schokken.
b) Vermijd het aanraken van geaarde elementen zoals leidingen, verwarmingstoestellen, boilers en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als het geaarde apparaat wordt blootgesteld aan regen, in direct contact komt met een nat oppervlak of in een vochtige omgeving wordt gebruikt. Het binnendringen van water in het apparaat verhoogt het risico op schade aan het apparaat en op elektrische schokken.
c) Gebruik de kabel alleen in overeenstemming met het beoogde gebruik. Gebruik het nooit om het apparaat te dragen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van warmtebronnen, olie, scherpe randen of bewegende delen. Beschadigde of kabels die door elkaar geraakt zijn verhogen het risico op elektrische schokken.
d) Als het gebruik van het apparaat in een vochtige omgeving niet kan worden vermeden, moet een aardlekschakelaar (RCD) worden toegepast. Het gebruik van een RCD vermindert het risico van elektrische schokken.
2.2. Veiligheid op de werkplek
a) Zorg ervoor dat de werkplek ordelijk en goed verlicht is. Een rommelige of slecht verlichte werkplek kan leiden tot ongelukken. Probeer te anticiperen op wat er kan gebeuren, observeer wat er aan de hand is en gebruik uw gezond verstand bij het werken met het apparaat.
b) Gebruik het apparaat niet in een explosiegevaarlijke zone, bijvoorbeeld in de aanwezigheid van brandbare vloeistoffen, gassen of stof. Het apparaat genereert vonken die stof of dampen kunnen ontsteken.
c) Bij constatering van schade of onregelmatige werking het apparaat onmiddellijk uitschakelen en onverwijld melden bij een toezichthouder.
d) Als u twijfelt over de juiste werking van het apparaat, neem dan contact op met de ondersteuningsdienst van de fabrikant.
e) Alleen het servicepunt van de fabrikant mag het apparaat repareren. Voer zelf geen reparaties uit!
f) Als er brand uitbreekt, gebruik dan uitsluitend poeder- of kooldioxide (CO2)-brandblussers die geschikt zijn voor gebruik op onder spanning staande apparaten om de brand te blussen.
g) Het is kinderen of onbevoegde personen verboden een werkplek te betreden. (Een afleiding kan ertoe leiden dat u de controle over het apparaat verliest)
h) Bij het opladen van batterijen komen gassen vrij die explosief kunnen zijn. Vermijd contact met vonken en vuur.

Herinner! Bescherm kinderen en andere omstanders bij het gebruik van het apparaat.
2.3. Persoonlijke veiligheid
a) Gebruik het apparaat niet als u moe of ziek bent of onder invloed van alcohol, verdovende middelen of medicijnen die het vermogen om het apparaat te bedienen aanzienlijk kunnen beperken.
b) Gebruik bij het werken met het apparaat uw gezond verstand en blijf alert. Een tijdelijk concentratieverlies tijdens het gebruik van het apparaat kan tot ernstige verwondingen leiden.
c) Dit apparaat is niet bedoeld om te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, zintuiglijke of mentale vaardigheden of een gebrek aan ervaring en/of kennis, tenzij zij onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of instructies hebben gekregen van deze persoon. hoe het apparaat wordt gebruikt.
d) Overschat de capaciteiten niet. Houd tijdens het gebruik van het apparaat uw evenwicht en blijf te allen tijde stabiel. Dit zorgt voor een betere controle over het apparaat in onverwachte situaties.
2.4. Veilig gebruik van het apparaat
a) Overbelast het apparaat niet. Gebruik geschikte hulpmiddelen voor de gegeven taak. Een correct geselecteerd apparaat zal de taak waarvoor het is ontworpen beter en veiliger uitvoeren.
b) Gebruik het apparaat niet als de AAN/UIT-schakelaar niet goed functioneert (schakelt het apparaat niet in en uit). Apparaten die niet met de AAN/UIT-schakelaar kunnen worden in- en uitgeschakeld, zijn gevaarlijk, mogen niet worden bediend en moeten worden gerepareerd.
c) Zorg ervoor dat de stekker uit het stopcontact is voordat u aanpassingen uitvoert, gereedschap vervangt of voordat u het apparaat opzij legt. Dergelijke voorzorgsmaatregelen verminderen het risico dat het apparaat per ongeluk wordt geactiveerd.
d) Wanneer u het apparaat niet gebruikt, bewaar het dan op een veilige plaats, uit de buurt van kinderen en mensen die niet bekend zijn met het apparaat en die de gebruikershandleiding niet hebben gelezen. Het apparaat kan een gevaar vormen in de handen van onervaren gebruikers.
e) Onderhoud het apparaat in een goede technische staat. Controleer vóór elk gebruik op algemene schade en controleer vooral op gebarsten onderdelen of elementen en op andere omstandigheden die de veilige werking van het apparaat kunnen beïnvloeden. Indien schade wordt geconstateerd, dient het apparaat voor gebruik ter reparatie te worden aangeboden.
f) Houd het apparaat buiten het bereik van kinderen.
g) Reparatie of onderhoud van het apparaat moet worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel, uitsluitend met gebruikmaking van originele reserveonderdelen. Dit garandeert een veilig gebruik.
h) Om de operationele integriteit van het apparaat te garanderen, mag u in de fabriek aangebrachte beschermingen niet verwijderen en geen schroeven losdraaien.
i) Laad geen wegwerpbatterijen op!
j) Laad geen defecte of beschadigde batterijen op.
k) Laad een bevroren batterij niet op.
I) Bescherm het apparaat tegen de elementen, vooral tegen regen. Gebruik het apparaat alleen in goed geventileerde ruimtes.
m) Zorg ervoor dat de batterijlader is losgekoppeld van een voedingsbron wanneer u kabels op een batterij aansluit.
n) Plaats een accu nooit vlak onder of bovenop de acculader. Plaats de acculader zo ver mogelijk van de accu af. De acculader kan een bron van vonken zijn of een elektrische boog genereren.
o) Bij het opladen van batterijen komen gassen vrij die explosief kunnen zijn. Vermijd contact met vonken en vuur.
p) Gebruik het apparaat niet in potentieel explosieve gebieden.
q) Plaats de acculader nooit onder de motorkap.
r) Modellen met wielen moeten rechtop worden bewaard.
s) LET OP: zorg er altijd voor dat de auto- en accufabrikanten het gebruik van de starchulpfunctie van een acculader toestaan om de motor te starten!

ATTENTIE! Ondanks het veilige ontwerp van het apparaat en de beschermende functies ervan, en ondanks het gebruik van extra elementen ter bescherming van de bediener, bestaat er toch een klein risico op een ongeval of letsel bij het gebruik van het apparaat. Blijf alert en gebruik uw gezond verstand wanneer u het apparaat gebruikt.
3. Gebruik richtlijnen
De acculader is een apparaat dat is ontworpen voor het opladen van loodzuuraccu's en autoaccu's. Sommige modellen zijn voorzien van een starchulpfunctie voor de motor, die wordt gebruikt als de accu leeg is of bij lage temperaturen.
Het product is uitsluitend bedoeld voor thuisgebruik.
De gebruiker is aansprakelijk voor alle schade die voortvloeit uit onbedoeld gebruik van het apparaat.
3.1. Beschrijving van het apparaat S-LADER-45A.3

text_image
1 MIN ON 2 3 4 5 2 MAX OFF S CHARGER 45A 3 8 9 2X50A 7 24V 6 12V MOTOR TECHNICS-
Ampèremeter
-
Keuzeschakelaar voor oplaadmodus
-
Laadstroomselector
-
Keuzeschakelaar bedrijfsmodus
-
Aan / uit knop
-
Positieve pool, uitgangsspanning: 12V
-
Positieve pool, uitgangsspanning: 24V
-
Negatieve pool
-
Zekering
S-LADER-65A.3

text_image
1 000 2 START 6 5 4 3 8 3X50A MSUV® MOTOR TECHNICS S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.3 S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A. S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.C S-CHANGER-90A.C1. Ampèremeter
- Keuzeknop voor de bedrijfsmodus
3. Timer
-
Indicatielampje werking apparaat
-
Positieve pool, uitgangsspanning: 12V
-
Positieve pool, uitgangsspanning: 24V
-
Negatieve pool
-
Zekering
3.2. Klaarmaken voor gebruik
De omgevingstemperatuur mag niet hoger zijn dan 40°C en de relatieve vochtigheid moet lager zijn dan 85%. Zorg voor een goede ventilatie in de ruimte waarin het apparaat wordt gebruikt. Er moet minstens 10 cm afstand zijn tussen elke kant van het apparaat en de muur of andere voorwerpen. Het apparaat moet altijd worden gebruikt op een vlakke, stabiele, schone, brandvrije en droge ondergrond en buiten het bereik van kinderen en personen met beperkte mentale en sensorische functies. Plaats het apparaat zo dat u altijd bij de stekker kunt. Het op het apparaat aangesloten netsnoer moet correct geaard zijn en overeenkomen met de technische gegevens op het productetiket.
3.3. Gebruik van het apparaat
S-LADER-45A.3
- Sluit de kabel, die eindigt met een oogje, aan op de acculader (sluit de kabel aan op de 12 of 24V-uitgang, afhankelijk van de gewenste uitgangsspanning), en sluit vervolgens de rode klem aan het andere uiteinde van de kabel aan op de positieve (+) accupool.
- Sluit de kabel met de zwarte klem aan op de negatieve (-) accupool.
- Kies met de keuzeschakelaar de gewenste acculaadmodus "1" – langzaam opladen of "2" – snel opladen en vervolgens de laadstroom: "MIN" – lage laadstroom of "MAX" – hoge laadstroom.
- Gebruik de knop om de gewenste bedrijfsmodus in te stellen: dat wil zeggen jumpstart gemarkeerd met het volgende diagram:

Of laadmodus gemarkeerd met het volgende diagram:

Als u de starchulpfunctie gebruikt, dient u de volgende richtlijnen in acht te nemen:
- Het wordt aanbevolen om de batterij eerst in 10-15 minuten op te laden. Dit maakt de jumpstart gemakkelijker.
- Schakel alle overbodige functies in het voertuig uit, zoals verlichting, ruitenwissers, displays, voorruitverwarming etc.
-
Hulpstarts moeten worden uitgevoerd met inachtneming van de volgende cyclus: 3s werking / 120s pauze Er mogen maximaal 5 hulpstartcycli worden uitgevoerd. Als deze waarden worden overschreden, kunnen zekeringen in de acculader doorbranden.
-
Sluit het apparaat aan op een stroombron. Zet de AAN/UIT-schakelaar op "AAN".
- De ampèremeter geeft de gemeten stroom weer aan de uitgang van de acculader.
- Zodra de accu volledig is opgeladen, schakelt u de acculader uit en koppelt u pas daarna de kabels los van de accu, in de volgende volgorde: maak eerst de klem op de terminal los met dezelfde lading als de carrosserie van het voertuig (in de meeste gevallen zal dit de min zijn). terminal, er zijn echter voertuigen met een positieve lading).
S-LADER-65A.3
- Sluit de kabel, die eindigt met een oogje, aan op de acculader (sluit de kabel aan op de 12 of 24V-uitgang, afhankelijk van de gewenste uitgangsspanning), en sluit vervolgens de rode klem aan het andere uiteinde van de kabel aan op de positieve (+) accupool.
- Sluit de kabel met de zwarte klem aan op de negatieve (-) accupool.
- Gebruik de knop om de gewenste bedrijfsmodus in te stellen: dat wil zeggen jumpstart gemarkeerd met het volgende diagram:

Of laadmodus gemarkeerd met het volgende diagram:

In de laadmodus zijn instellingen van 0 tot 6 beschikbaar, die verschillende laadstroomwaarden vertegenwoordigen:
"0" – lader is uitgeschakeld.
"1" - de minimale laadstroom van de batterij.
"2" - de gemiddelde laadstroom van de batterij.
"3" - de maximale laadstroom van de batterij.
"4" - de minimale stroom "snel" opladen.
"5" - het gemiddelde huidige "snelle" opladen.
"6" - de maximale stroom "snel" opladen.
De batterijlader laadt niet op in de "0"-positie. In de standen "4", "5" en "6" begint de acculader pas met opladen zodra de tijd op de timer is ingesteld.
Als u de starchulpfunctie gebruikt, dient u de volgende richtlijnen in acht te nemen:
- Het wordt aanbevolen om de batterij eerst in 10-15 minuten op te laden. Dit maakt de jumpstart gemakkelijker.
- Schakel alle overbodige functies in het voertuig uit, zoals verlichting, ruitenwissers, displays, voorruitverwarming etc.
- Hulpstarts moeten worden uitgevoerd met inachtneming van de volgende cyclus: 3s werking / 120s pauze Er mogen maximaal 5 hulpstartcycli worden uitgevoerd. Als deze waarden worden overschreden, kunnen zekeringen in de acculader doorbranden.
-
Sluit het apparaat aan op een stroombron. De "POWER"-diode gaat branden.
-
De ampèremeter geeft de gemeten stroom weer aan de uitgang van de acculader.
-
De timer werkt alleen als de oplaadmodus is ingesteld op 4, 5 of 6. Zodra de ingestelde tijd is verstreken, stopt het opladen van de batterij en klinkt er een geluidssignaal. Het werkt niet met andere instellingen (het apparaat wordt niet uitgeschakeld).
-
Zodra de accu volledig is opgeladen, schakelt u de acculader uit en koppelt u pas daarna de kabels los van de accu, in de volgende volgorde: maak eerst de klem op de terminal los met dezelfde lading als de carrosserie van het voertuig (in de meeste gevallen zal dit de min zijn). terminal, er zijn echter voertuigen met een positieve lading).
GEBRUIK RICHTLIJNEN
- Kabels aansluiten en loskoppelen terwijl de acculader uitgeschakeld is!
- Controleer voordat u een accu oplaadt altijd of de capaciteit ervan compatibel is met de lader. Zie de technische gegevenstabellen voor het betreffende model acculader.
- Voordat u een klassieke accu gaat opladen, verwijdert u altijd de celafdekkingen en controleert u het elektrolytenniveau. De vloeistof in de cellen moet de batterijplaten bedekken. Als het vloeistofniveau te laag is, volg dan de instructies en richtlijnen van de batterijfabrikant. Wees voorzichtig, de elektrolyt is zeer bijtend en kan bij contact met de huid acute irritaties veroorzaken.
- Houd de klemmen schoon. Vervuilde klemmen kunnen het opladen van de batterij verhinderen of belemmeren. Controleer altijd de staat van de accu om er zeker van te zijn dat de klemaansluitpunten schoon zijn.
- Zorg ervoor dat de klemmen elkaar niet raken als de acculader ingeschakeld is.
- Er kunnen batterijen in een seriële of parallelle verbinding met het apparaat worden gebruikt. Houd er rekening mee dat bij een seriële verbinding de uitgangsstroom wordt verdeeld over de geladen accu's en dat de spanning contact blijft (dat wil zeggen dat de som van de stromen op de accuklemmen gelijk is aan de uitgangsstroom van de acculader). Terwijl bij een parallelle aansluiting de stroom constant blijft en de spanning wordt verdeeld over de opgeladen accu's. Houd bij het instellen van de spanning en stroom rekening met bovenstaande.
- Start de motor van de auto niet terwijl de accu wordt opgeladen. Dat is alleen toegestaan als de jumpstart-optie is geselecteerd (slechts enkele modellen).
- Verder opladen van de batterij kan ertoe leiden dat de batterijvloeistof gas gaat afgeven, wat wordt aangegeven door een kenmerkend "kokend" geluid. Stop onmiddellijk met opladen om schade aan de batterij te voorkomen.
- Plaats de batterijlader op een stabiele ondergrond.
- De oplaadtijd van de batterij is afhankelijk van hoe leeg deze is en van de capaciteit ervan. Volg de richtlijnen van de fabrikant om de staat van de batterij te controleren.
- Als de zekeringen beschadigd zijn (zie de beschrijving hierboven voor de locatie van de zekeringen), vervang ze dan. Om dit te doen, verwijdert u de defecte zekering en vervangt u deze door een nieuwe van hetzelfde type en met dezelfde parameters.
3.4. Reiniging en onderhoud
a) Haal altijd de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat schoonmaakt of opbergt.
b) Gebruik alleen niet-corrosieve reinigingsmiddelen om het oppervlak te reinigen.
c) Na het reinigen van het apparaat moeten alle onderdelen volledig worden gedroogd alvorens het opnieuw te gebruiken.
d) Bewaar het toestel op een droge, koele plaats, vrij van vocht en directe blootstelling aan zonlicht.
e) Spuit het apparaat niet af met een waterstraal en dompel het niet onder in water.
f) Zorg dat er geen water in het apparaat komt via openingen in de behuizing van het apparaat.
g) Maak de ventilatieopeningen schoon met een borstel en perslucht.
h) Het apparaat moet regelmatig worden geïnspecteerd om de technische doeltreffendheid ervan te controleren en eventuele schade op te sporen.
i) Gebruik voor reinigen een zachte, vochtige doek.
j) Gebruik voor het schoonmaken geen scherpe en/of metalen voorwerpen (bijv. een staalborstel of een metalen spatel) omdat deze het oppervlaktemateriaal van het apparaat kunnen beschadigen.
k) Reinig het apparaat niet met een zure substantie, middelen voor medische doeleinden, verdunners, brandstof, olie of andere chemische stoffen, omdat dit het apparaat kan beschadigen.
I) Schudden, botsen en ondersteboven draaien van het apparaat moet worden voorkomen tijdens het transport ervan. Bewaar het op een goed geventileerde plaats met droge lucht en zonder corrosief gas.
VERWIJDERING VAN GEBRUIKTE APPARATEN:
Gooi dit apparaat niet in gemeentelijke afvalsystemen. Lever het in bij een recycling- en verzamelpunt voor elektrische apparaten. Controleer het symbool op het product, de gebruiksaanwijzing en de verpakking. De kunststoffen die voor de bouw van het apparaat zijn gebruikt, kunnen overeenkomstig hun markering worden gerecycleerd. Door te kiezen voor recycling levert u een belangrijke bijdrage aan de bescherming van het milieu.
Neem contact op met plaatselijke autoriteiten voor informatie over plaatselijke recycling.
