EKHHE260PCV37 - Ketel DAIKIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EKHHE260PCV37 DAIKIN in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over EKHHE260PCV37 DAIKIN
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EKHHE260PCV37 - DAIKIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EKHHE260PCV37 van het merk DAIKIN.
GEBRUIKSAANWIJZING EKHHE260PCV37 DAIKIN
Installatie-, gebruikers- en onderhoudshandleiding Warmtepomp voor Warm Water voor Huishoudelijk Gebruik - Type Monobloc
5.1 Overeenstemming met Europese regelgevingen 12
5.2 Bescherming van de behuizing 12
5.3 Werkingslimieten 12
5.4 Werkingslimieten 12
5.5 Fundamentele veiligheidsvoorschriften 13
5.6 Informatie over het gebruikte koelmiddel 13
- INSTALLATIE EN AANSLUITINGEN....13
6.1 Voorbereiding van de installatieplaats 13
6.2 Bevestigen aan de vloer 14
6.3 Aëraulische aansluitingen....14
6.4 Bevestiging en aansluiting van dit toestel....16
6.5 Hydraulische verbindingen 16
6.6 Integratie met zonne-energiesysteem (enkel voor EKHHE200PCV37- en EKHHE260PCV37-modellen)....17
6.7 Elektrische aansluitingen 18
6.8 Bedradingsschema 20
- BESCHRIJVING VAN DE GEBRUIKERSINTERFACE EN DE WERKING VAN DE APPARATUUR ....21
7.1 In- en uitschakelen van de boiler en ontgrendelen van de toetsen 22
7.2 Klok instellen.... 22
7.3 Tijdsintervallen instellen....22
7.4 Instellen van het instelpunt warm water....22
7.5 Bedrijfsmodus 23
7.6 Extra functies....24
7.7 Storingen/beveiliging 25
- INBEDRIJFSTELLING 26
8.1 Bedrijfsparameters zoeken en bewerken 26
9.1 Vervanging van de zekering van de voedingskaart 31
9.2 Resetten van de veiligheidsthermostaat van het verwarmingselement....31
- ONDERHOUD....32
10.1 Controle/vervanging opofferingsanode....32
10.2 Boiler leegmaken 32
- ALS AFVAL VERWIJDEREN....33
- PRODUCTBLAD 33
1. ALGEMENE VEILIGHEIDSMAATREGELEN
VOORZICHTIG:
- Ddeze handleiding maakt integraal deel uit van het product. Bewaar deze zorgvuldig bij het toestel en geef het door aan de volgende gebruiker/eigenaar in geval van verandering van eigendom.
- Deze instructies zijn ook verkrijgbaar bij de klantenservice van de fabrikant en op zijn website: www.daikin.eu
- Lees de instructies en waarschuwingen in deze handleiding zorgvuldig, ze bevatten belangrijke informatie over eenveilig(e) installatie, gebruik en onderhoud.
Gebruik het toestel niet anders dan voor het voorgeschreven gebruik. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade als gevolg van oneigenlijk of verkeerd gebruik of het niet in acht nemen van de instructies in deze handleiding.
Dit toestel is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale mogelijkheden, of personen met een gebrek aan ervaring of kennis, tenzij zij onderricht zijn in en eerder supervisie hebben gekregen bij het gebruik van het toestel door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
Zie erop toe dat kinderen niet met het toestel spelen.
Dit toestel mag worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door personen met verminderde fysieke, sensorische of geestelijke capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis als zij supervisie of instructie krijgen over het veilige gebruik van het toestel en als zij de gevaren met betrekking daarmee begrijpen.
Kinderen mogen niet met het toestel spelen.
Water dat wordt verwarmd tot meer dan 50°C kan direct ernstige brandwonden veroorzaken als het rechtstreeks aan de kranen wordt geleverd. Vooral kinderen, gehandicapten en ouderen lopen gevaar. Het wordt aanbevolen om een thermostatische mengkraan op de wateraanvoerleiding te installeren.
Dit toestel mag niet zonder toezicht door kinderen worden gereinigd of onderhouden.
Raak het toestel niet aan als u op blote voeten loopt of als een deel van uw lichaam nat is.
Laat geen brandbare materialen achter in contact met of in de buurt van het toestel.
Het toestel moet worden geleegd wanneer het buiten gebruik is in een gebied met temperaturen onder het vriespunt. Laat af zoals beschreven in het betreffende hoofdstuk.
Het toestel moet worden geïnstalleerd en in bedrijf gesteld door een gekwalificeerde installateur in overeenstemming met de lokale wetgeving en de gezondheids- en veiligheidsvoorschriften. Alle stroomcircuits moeten worden afgesloten voordat u het aansluitingenblok opent.
Een onjuiste installatie kan leiden tot materiële schade en letsel aan personen en dieren; de fabrikant is niet aansprakelijk voor de gevolgen.
Dit product is zwaar, hanteer het met de nodige voorzichtigheid en installeer het product in een vorstvrije ruimte.
Zorg ervoor dat de vloer het gewicht van het met water gevulde toestel kan dragen.
Bij vernieling van het toestel door overdruk als gevolg van een geblokkeerd veiligheidsapparaat wordt de garantie ongeldig.
Gebruik bij de installatie van dit product in een badkamer niet de "Verboden ruimte" en respecteer op zijn minst de "Beschermde ruimte" zoals hieronder weergegeven:

Verboden ruimte Beschermde ruimte
Dit product moet op een toegankelijke plaats worden geplaatst.
De boiler moet met behulp van de daarvoor bestemde bevestigingsbeugels aan de grond worden bevestigd; lijm wordt niet hierbij beschouwd als een betrouwbaar bevestigingsmiddel.
Dit product is ontworpen voor gebruik op een maximale hoogte van 2000 m.
Zie de beschrijving en afbeeldingen in de punten 6.1, 6.2 en 6.4.
WAARSCHUWINGEN VOOR AERAULISCHE AANSLUITINGEN
Het gelijktijdige gebruik van een vuurhaard met open rookgassysteem (zoals een open haard) en de warmtepomp creëert een gevaarlijke negatieve druk in de ruimte. De negatieve druk kan de terugkeer van uitlaatgassen naar de ruimte veroorzaken. Gebruik de warmtepomp dus nooit samen met een vuurhaard met open rookgassysteem.
Gebruik alleen gesloten haarden (goedgekeurd) met gescheiden verbrandingsluchttoevoer. Sluit de deuren van boilerruimtes die niet de aanvoer van verbrandingslucht delen met die van de woonruimten.
Zowel aan de luchtaanzuig- als afzuigaansluitingen moet een geschikt beschermingsrooster worden aangebracht om te voorkomen dat er vreemde voorwerpen in de apparatuur terechtkomen.
Zie de beschrijving en afbeeldingen in de "Aëraulische aansluitingen", paragraaf 6.3.
WAARSCHUWINGEN VOOR HYDRAULISCHE AANSLUITINGEN
Het is verplicht om een geschikt toestel tegen overdruk (niet meegeleverd) op de waterinlaatleiding van het toestel te schroeven. In landen die EN 1487 erkennen, moet de waterinlaatleiding van het toestel uitgerust zijn met een veiligheidsapparaat dat voldoet aan de eerder genoemde norm. Het moet nieuw zijn, met 3/4" afmetingen en gekalibreerd tot een maximale druk van 0,7 MPa, inclusief ten minste een kraan, terugslagklep, veiligheidsklep en hydraulische lastuitschakeling.
Er mag niet met dit veiligheidsapparaat worden geknoeid en het moet regelmatig in werking worden gesteld om te controleren of het niet geblokkeerd is en om eventuele kalkaanslag te verwijderen.
Het water kan uit de afvoerleiding van het drukafvoertoestel druppelen en de leiding moet open worden gelaten voor de atmosfeer. Als op het drukafvoertoestel een afvoerleiding is aangesloten, moet zij aflopend in een vorstvrije omgeving worden geïnstalleerd.
Een reduceerventiel (niet meegeleverd) is nodig wanneer de inlaatwaterdruk groter is dan 0,7 MPa (7 bar), die op de hoofdwaterleiding moet worden aangesloten.
De minimale inlaatwaterdruk voor de juiste werking van het toestel is 0,15 MPa (1,5 bar).
Sluit een rubberen buis aan op de condensaatafvoer, waarbij u erop moet letten dat u niet te veel kracht zet om de afvoerleiding niet te breken en raadpleeg par. "6.6.1".
Gebruik uitsluitend verbindingsbuizen (niet meegeleverd), stijf en bestand tegen elektrolyse, zowel aan de inlaat van koud water als aan de uitlaat van warm water uit het toestel.
Bij modellen met een warmtewisselaar (zonne-energiespiraal) mag het circuitdruk niet hoger zijn dan 1,0 MPa (10 bar) en mag de temperatuur niet hoger zijn dan 80°C.
Zie de beschrijving en afbeeldingen in de paragraaf 6.6 "Hydraulische aansluitingen" en paragraaf 6.7 "Integratie met zonne-energiesysteem".
WAARSCHUWINGEN VOOR ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN
Het toestel moet worden geïnstalleerd in overeenstemming met de nationale bedradingsvoorschriften.
De elektrische installatie moet een alpolige stroomonderbreker bevatten met een scheiding van de contacten op alle polen die een volledige uitschakeling in de overspanningscategorie III stroomopwaarts van het toestel kan garanderen, in overeenstemming met de geldende plaatselijke installatieregels.
Het toestel moet worden beveiligd met een adequate differentieelschakelaar (max. 30 mA). Het type differentieelschakelaar moet worden gekozen in functie van het type elektrische toestellen dat door het systeem als geheel wordt gebruikt.
Een aardingsaansluiting is verplicht. De fabrikant van het toestel kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door het niet aarden van het systeem of door abnormaliteiten in de elektrische voeding.
Het is ten strengste verboden het toestel aan te sluiten op het lichtnet door middel van verlengingen of door middel van een stekkerdoos.
Voordat u het deksel verwijdert, moet u ervoor zorgen dat de stroom is uitgeschakeld om letsel of elektrische schokken te voorkomen.
Zie de beschrijving en afbeeldingen in respectievelijk de paragraaf 6.8 "Elektrische aansluitingen" en paragraaf 6.9 "Bedradingsschema".
ONDERHOUD - WAARSCHUWINGEN VOOR HET OPLOSSEN VAN PROBLEMEN
Reparaties, onderhoud, loodgieterswerkzaamheden en elektrische aansluitingen moeten worden uitgevoerd door gekwalificeerde installateurs die uitsluitend gebruik maken van originele reserveonderdelen. Het niet in acht nemen van de bovenstaande instructies kan de veiligheid van het toestel in gevaar brengen en ontheft de fabrikant van elke aansprakelijkheid voor de gevolgen.
Voor het aftappen van het toestel: schakel de voeding en het koude water uit, open de warmwaterkranen en bedien vervolgens de aftapkraan van het veiligheidsapparaat.
De drukveiligheidsklep moet regelmatig worden bediend om kalkaanslag te verwijderen en ervoor te zorgen dat deze niet geblokkeerd raakt.
Het toestel is uitgerust met een netsnoer dat, indien het beschadigd is, door de fabrikant, zijn vertegenwoordiger of gelijkaardig bevoegde personen moet worden vervangen om een gevaarlijke situatie te voorkomen.
Het toestel is voorzien van een minizekering met tijdsvertraging die bij breuk moet worden vervangen door een zekering van het type "T5AL250V" volgens IEC 60127.
Zie de beschrijving en de afbeeldingen in respectievelijk hoofdstuk 9 "PROBLEEMOPLOSSING" en hoofdstuk 10 "ONDERHOUD".
2. INLEIDING
Deze installatie- en onderhoudshandleiding is een integraal onderdeel van de warmtepomp (hierna de apparatuur genoemd). De handleiding moet worden bewaard voor toekomstige raadpleging tot het moment van ontmanteling. Ze is zowel bestemd voor gespecialiseerde installateurs (monteurs - onderhoudstechnici) als voor de eindgebruiker. De handleiding beschrijft de installatieprocedures die in acht moeten worden genomen voor een correcte en veilige werking van de apparatuur en de gebruiks- en onderhoudsmethoden.
In geval van verkoop of overdracht aan een andere gebruiker moet de handleiding bij de unit blijven.
Alvorens de apparatuur te installeren en/of gebruiken dient u de handleiding, en in het bijzonder hoofdstuk 5 over veiligheid, grondig door te nemen.
De handleiding moet bij de unit worden bewaard en altijd beschikbaar zijn voor gekwalificeerd installatie- en onderhoudspersoneel.
De volgende symbolen worden in de handleiding gebruikt om de belangrijkste informatie aan te geven:
![]() | Voorzichtig |
![]() | Te volgen procedures |
![]() | Informatie/Suggesties |
2.1 Producten
Beste klant,
Onze welgemeende dank voor de aankoop van dit product.
Ons bedrijf, dat altijd aandacht heeft voor het milieu, maakt voor zijn producten gebruik van technologieën en materialen met een lage milieu-impact, in overeenstemming met de EU-WEEE-normen (2012/19/EU - RoHS 2011/65/EU).
2.2 Disclaimer
De conformiteit van deze gebruiksaanwijzing met de hardware en de software is zorgvuldig gecontroleerd. Toch kunnen er verschillen zijn; en er wordt geen verantwoordelijkheid genomen voor de volledige conformiteit.
In het belang van technische verbetering behouden wij ons het recht voor om te allen tijde wijzigingen aan te brengen aan de constructie of de technische gegevens. Elke claim op basis van aanwijzingen, cijfers, tekeningen of beschrijvingen is daarom uitgesloten. Ze zijn onderhevig aan mogelijke fouten.
De fabrikant wijst elke aansprakelijkheid af voor schade als gevolg van commandofouten, onjuist of oneigenlijk gebruik, of als gevolg van ongeoorloofde reparaties of wijzigingen.
2.3 Taal
De handleiding is geschreven in het Italiaans (IT), de oorspronkelijke taal van de fabrikant.
Elke vertaling naar andere talen moet worden gebeuren op basis van de oorspronkelijke instructies.
De fabrikant is verantwoordelijk voor de informatie in de originele handleiding; vertalingen naar andere talen kunnen niet volledig worden gecontroleerd, zodat, als een inconsistentie wordt gevonden, de tekst in de oorspronkelijke taal moet worden geraadpleegd of contact opgenomen moet worden met de dienst "Technische Documentatie" van ons kantoor.
2.4 Auteursrecht
Deze gebruiksaanwijzing bevat informatie die wordt beschermd door het auteursrecht. Geen enkel deel van deze gebruiksaanwijzing mag zonder voorafgaande toestemming van de leverancier worden gefotokopieerd, verveelvoudigd, vertaald of op opslagmedia worden vastgelegd. Eventuele overtredingen zijn onderhevig aan schadevergoeding. Alle rechten, inclusief de rechten die voortvloeien uit de afgifte van octrooien of de registratie van gebruiksmodellen, zijn voorbehouden.
2.5 Beschikbare versies en configuraties
Dit toestel bevat een warmtepompunit van 1,9 kW en kan in verschillende configuraties worden opgesteld, afhankelijk van de mogelijke integratie met extra verwarmingsbronnen (bijv. zonne-energie) of afhankelijk van de capaciteit van de boiler.
| Versie Beschrijving configuratie | |
| EKHHE200CV37 | Luchtwarmtepomp voor de productie van warm tapwater |
| EKHHE260CV37 | |
| EKHHE200PCV37 | Luchtwarmtepomp voor de productie van warm tapwater dat vooraf geregeld is voor het zonne-energiesysteem. |
| EKHHE260PCV37 | |
3. HANTERING EN TRANSPORT
De apparatuur wordt geleverd in een kartonnen doos(*).
Ze is met drie schroeven vastgemaakt aan een pallet.
Gebruik voor het lossen een vorkheftruck of een geschikte pallettruck.
De verpakte apparatuur kan horizontaal en terug naar beneden worden geplaatst om het losdraaien van de verankeringsschroeven te vergemakkelijken.
Wanneer bij het uitpakken messen of cutters worden gebruikt om de kartonnen verpakking te openen, moet dit uiterst voorzichtig gebeuren om de omsluiting van de apparatuur niet te beschadigen.
Controleer na het verwijderen van de verpakking de integriteit van het apparaat. Gebruik de unit in geval van twijfel niet; neem contact op met bevoegd technisch personeel.
Alvorens de verpakking weg te gooien, dient u ervoor te zorgen dat alle meegeleverde accessoires werden verwijderd in overeenstemming met de geldende regelgeving inzake milieubescherming.
(*) Opmerking: de fabrikant kan ervoor kiezen om het type verpakking te veranderen.
Zolang de apparatuur niet in gebruik wordt genomen, dient u ze te beschermen tegen atmosferische invloeden
3.1 Ontvangst
Behalve de units bevatten de verpakkingen accessoires en technische documentatie voor gebruik en installatie. Controleer of het volgende aanwezig is:
- 1x installatie-, gebruikers- en onderhoudshandleiding;
• 3x bevestigingsbeugels plus schroeven; - 1x thermische beveiliging (alleen voor EKHHE200PCV3 en EKHHE260PCV3).
Zolang de apparatuur niet in gebruik wordt genomen, dient u ze te beschermen tegen atmosferische invloeden.
Posities die zijn toegestaan voor transport en hantering:

LET OP! Tijdens het hanteren en installeren van het product mag het bovenste deel van de apparatuur op geen enkele manier worden belast, aangezien dit geen structureel onderdeel is.

LET OP! Overeenkomstig het bovenstaande (zie "Posities die niet zijn toegestaan voor transport en hantering") mag de apparatuur enkel tijdens de laatste km horizontaal worden getransporteerd. Ondersteun daarbij de onderzijde van de boiler zodat niet tegen de bovenzijde moet worden geleund, die geen structureel onderdeel is. Bij horizontaal transport moet het scherm naar boven gericht zijn.
Positie alleen toegestaan voor de laatste km

Posities die niet zijn toegestaan voor transport en hantering:

1 Warmtepomp
2 Gebruikersinterface
3 Stalen behuizing
4 Verwarmingselement
5 Magnesiumanode
6 Ventilatieluchtinlaat (∅ 160 mm)
7 Ventilatieluchtuitlaat (∅ 160 mm)
8 Aansluiting koudwaterinlaat
9 Aansluiting warmwateruitlaat
10 Voorafgaande regeling voor hercirculatie
11 Condensatafvoer
12 Voorafgaande regeling voor inlaat zonne-energiespiraal
Alleen voor modellen EKHHE200PCV37
EKHHE260PCV37
13 Voorafgaande regeling uitlaat zonne-energiespiraal
Alleen vor modellen EKHHE200PCV37
EKHHE260PCV37
14 Stalen tank met glazuurcoating volgens DIN 4753-3
15 Condensator
16 Roterende compressor
17 Ribbenverdamper
18 Elektronische ventilator
19 Boilersensoren
20 Sensorhoudervak voor zonne-energie - Alleen voor modellen
EKHHE200PCV37
EKHHE260PCV37
21 Polyurethaanisolatie
22 Draaghandgrepen
23 Buis voor veiligheidsthermostaatbol
24 Voedingskaart
26 Compartiment voor toegang tot het verwarmingselement en de veiligheidsthermostaatbol
4.1 Afmetingsgegevens

text_image
621 E D C B A 69 H G Bafb. 4

*O - Aansluiting uitlaat in kunststof
| Model | EKHHE200CV37 | EKHHE260CV37 | EKHHE200PCV37 | EKHHE260PCV37 | Eenh. | |
| Algemene gegevens | Toevoerspanning 230 V wisselstr. 50 Hz - | |||||
| Waterinhoud tank - Vnom 192 250 187 247 dm | ^3 | |||||
| Maximum inlaatwaterdruk 0,7 0,7 0,7 0,7 MPa | ||||||
| Leeggewicht 85 97 96 106 kg | ||||||
| Bedrijfsgewicht | 277 347 2 | 83 353 | kg | |||
| Afmetingen (φxh) | 621 x 1607 | 621 x 1892 | 621 x 1607 | 621 x 1892 | mm | |
| Max. warmwatertemperatuur met warmtepomp | 62 62 62 | 62 °C | ||||
| Max. warmwatertemperatuur met additionele elektrische verwarming | 75 75 75 | 75 °C | ||||
| Tank | Materiaal | Geëmailleerd staal | - | |||
| Kathodische bescherming | Mg-staafanode | - | ||||
| Isolatietype | Polyurethaan | - | ||||
| Dikte van de isolatie | 50 50 50 | 50 mm | ||||
| Elektrische gegevens warmtepomp | Gemiddeld opgenomen vermogen tijdens verwarming | 430 430 4 | 30 430 | W | ||
| Maximum opgenomen vermogen | 530 530 5 | 30 530 | W | |||
| Maximum toevoerstroom | 2,43 | 2,43 | 2,43 | 2,43 | A | |
| Elektrische gegevens elektrische verwarming | Toevoerspanning 230 V wisselstr. 50 Hz | |||||
| Opgenomen vermogen | 1500 | 1500 | 1500 | 1500 | W | |
| Toevoerstroom | 6,5 6,5 6 | 5 6,5 | A | |||
| Elektrische gegevens warmtepomp + elektrische verwarming | Maximum opgenomen vermogen | 1960 | 1960 | 1960 | 1960 | W |
| Maximum toevoerstroom | 8,5 8,5 8,5 | 8,5 | A | |||
| Luchtcircuit | Ventilatortype | Centrifugaal | - | |||
| Luchtdebiet | 450 450 4 | 50 450 | m | ^3/h | ||
| Beschikbare externe statische druk | 117 | 117 | 117 | 117 | Pa | |
| Kanaaldiameter | 160 160 1 | 160 160 mm | ||||
| Koelmiddelcircuit | Compressor | Rotterend | - | |||
| Koelmiddel | R134a | - | ||||
| Koelmiddelvulling | 1 | 1 | 1 | 1 | kg | |
| Verdamper | Koper-aluminium geribde spoel | - | ||||
| Condensor | Aluminium buis gewikkeld rond de tank | - | ||||
| Zonne-energiespiraal | Materiaal | - | - | Geëmailleerd staal | Geëmailleerd staal | - |
| Oppervlakte | - | - | 0,72 | 0,72 | m^2 | |
| Max. druk | - | - | 1 | 1 | MPa | |
| Gegevens volgens EN 16147: 2017 norm voor een GEMIDDELD klimaat (unit in stand ECO, Instelpunt warm water = 55°C; inlaatwater = 10°C; Temp. inlaatlucht = 7°C DB / 6°C WB)* volgens Europese verordening 812/2013 | Lastprofiel | L | XL | L | XL | - |
| Energie-efficiëntieklasse waterverwarming* | A+ | A+ | A+ | A+ | - | |
| Energie-efficiëntie waterverwarming - ηwh | 135 138 | 135 138 | % | |||
| COPWTW | 3,23 | 3,37 | 3,23 | 3,37 | - | |
| Maximumvolume van gemengd-watervolume op 40°C - V_40 | 247 340 2 | 241 335 dm | ^3 | |||
| Referentietemperatuur warm-tapwater - 0'wh | 52,5 | 53,2 | 52,5 | 53,2 | °C | |
| Nominaal verwarmingsvermogen - Prated | 1,339 | 1,249 | 1,339 | 1,249 | kW | |
| Opwarmtijd - th | 06:27 | 09:29 | 06:27 | 09:29 | uu:mm | |
| Jaarlijks elektriciteitsverbruik - JEV | 761 | 1210 | 761 | 1210 | kWu | |
| Opgenomen vermogen in stand-by ( P_es ) | 26 28 26 | 28 W | ||||
| Gegevens volgens EN 12102-2: 2019 stand ECO met inlaatluchttemp. = 7°C DB / 6°C WB | Geluidsvermogenniveau binnen | 53 51 53 | 51 dB(A) | |||
| Geluidsvermogenniveau buiten | 45 44 45 | 44 dB(A) | ||||
5. BELANGRIJKE INFORMATIE
5.1 Overeenstemming met Europese regelgevingen
Deze warmtepomp is een product dat bestemd is voor huishoudelijk gebruik conform de volgende Europese richtlijnen:
• Richtlijn 2012/19/EU (AEEA)
- Richtlijn 2011/65/EU betreffende de beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (RoHS)
- Richtlijn 2014/30/EU betreffende elektromagnetische compatibiliteit (EMC)
- Richtlijn 2014/35/EU betreffende laagspanning (LVD)
- Richtlijn 2009/125/EG betreffende milieuvriendelijk ontwerp
• Verordening 2017/1369/EU betreffende energie-etikettering
5.2 Bescherming van de behuizing
De beschermingsklasse van de apparatuur is: IP24.
5.3 Werkingslimieten

VERBOD! Dit product is niet ontworpen en is niet bestemd voor gebruik in gevaarlijke omgevingen (door de aanwezigheid van mogelijk ontploffingsgevaar – ATEX of met een vereiste IP-graad die hoger ligt dan die van de unit) of in toepassingen die veiligheidskenmerken vereisen (met foutentolerantie, storingsbeveiliging) zoals systemen en/of technologieën die levensondersteunend zijn of in andere contexten waarin een storing in de apparatuur zou kunnen leiden tot de dood of verwonding van mensen of dieren of tot ernstige schade aan voorwerpen of het milieu.

NB! Indien de mogelijkheid van een productfout of -storing schade kan veroorzaken (aan mensen, dieren en voorwerpen) is het noodzakelijk om te voorzien in een apart functioneel bewakingssysteem dat is uitgerust met alarmfuncties om dergelijke schade uit te sluiten. Het is ook noodzakelijk om de vervanging te voorzien!

Het toestel is niet ontworpen voor installatie buitenshuis, maar op een "gesloten" plaats die niet blootgesteld is aan de weersomstandigheden.
5.4 Werkingslimieten
Het product in kwestie is uitsluitend ontworpen voor het verwarmen van warm water voor sanitair gebruik binnen de hieronder beschreven limieten. Daarvoor moet het worden aangesloten op de tapwatervoorziening en de voeding (zie hoofdstuk "6. INSTALLATIE EN AANSLUITINGEN").
5.4.1 Temperatuurbereik

area
| Temperature (°C) | Value | |---|---| | -7 | 38 | | -43 | 62 | | 43 | 75 | | 50 | 38 |A = Inlaatluchttemperatuur (°C)
B = Warmwatertemperatuur (°C)
■ = Werkingsgebied voor warmtepomp (HP)
= Integratie met alleen het verwarmingselement
5.4.2 Waterhardheid
De apparatuur mag niet werken met een waterhardheid van minder dan 12°F; als de waterhardheid daarentegen erg hoog is (hoger dan 25°F) is het aan te raden om een waterontharder te gebruiken die correct is geijkt en wordt gecontroleerd; in een dergelijk geval mag de resulterende hardheid niet lager worden dan 15°F.

NB: Bij het ontwerpen en bouwen van de systemen, moeten de geldende lokale regels en voorschriften in acht worden genomen.
5.5 Fundamentele veiligheidsvoorschriften
- Het product is bestemd voor gebruik door volwassenen;
- Het product mag niet worden geopend of gedemonteerd wanneer het onder stroom staat;
- Raak het product niet aan met natte of vochtige lichaamsdelen of wanneer u op blote voeten loopt;
• Giet of sproei geen water op het product; - Klim of zit niet op het product en/of plaats er geen enkel voorwerp op.
5.6 Informatie over het gebruikte koelmiddel
Dit product bevat fluorhoudende broeikasgassen die onder het Kyoto-protocol vallen. Laat deze gassen niet vrij in de atmosfeer. Type koelmiddel: HFC-R134a.

NB: Het onderhoud en de verwijdering mogen uitsluitend worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel.
6. INSTALLATIE EN AANSLUITINGEN
6.1 Voorbereiding van de installatieplaats
Het product moet worden geïnstalleerd op een geschikte plaats om een normale afstelling en gebruik te waarborgen en om gewone en buitengewone onderhoudswerkzaamheden mogelijk te maken. De benodigde werkingsruimte moet daarom worden voorbereid op basis van de afmetingen die zijn vermeld in afb. 8 en afb. 9.

text_image
>200 mmafb. 8- Minimale ruimtes

text_image
≥300 mm ≥600 mm ≥600 mmafb. 9- Minimale ruimtes
De ruimte moet ook:
- Beschikken over geschikte leidingen voor de toevoer van water en stroom;
- Voorbereid zijn voor de uitlaataansluiting van condensatiewater;
- Voorzien worden van geschikte waterafvoeren in geval van schade aan de boiler of interventie van de veiligheidsklep of breuk van de leidingen/aansluitingen;
• Over opvangsystemen beschikken voor het geval er zich ernstige waterlekken voordoen;
• Voldoende verlicht zijn (waar nodig); - Niet minder dan 20 m3 volume hebben;
- Beschermd zijn tegen vorst en droog zijn.

LET OP! Om de voortplanting van mechanische trillingen te voorkomen mag de apparatuur niet worden geïnstalleerd op vloeren met houten balken (bijv. op de zolder).
6.2 Bevestigen aan de vloer
Om het product aan de vloer te bevestigen, bevestigt u de meegeleverde beugels zoals aangegeven in afb. 10.

afb. 10- Bevestigingsbeugels
Bevestig de unit vervolgens aan de vloer met behulp van geschikte, niet meegeleverde pluggen, zoals weergegeven in afb. 11.

afb. 11- Bevestigen aan de vloer
6.3 Aëraulische aansluitingen
Naast de ruimtes zoals beschreven in paragraaf 6.1 vereist de warmtepomp een geschikte luchtventilatie.
Er dient daartoe een specifieke luchtleiding te worden voorzien zoals getoond in afb. 12.

text_image
Intern compartment Buitenzijde 1°afb. 12- Voorbeeld van luchtuitlaataansluiting
Het is ook belangrijk om te zorgen voor voldoende ventilatie van de ruimte waarin de unit zich bevindt. Een alternatieve oplossing wordt getoond in de onderstaande figuur (afb. 13). Die oplossing bestaat uit een tweede leiding die lucht van buiten aantrekt in plaats van rechtstreeks uit de ruimte.

text_image
Intern compartment Buitenzijde >50cmafb. 13- Voorbeeld van luchtuitlaataansluiting
Installeer elk luchtkanaal en zorg er daarbij voor dat:
- Het niet op de apparatuur weegt.
- Er onderhoudswerkzaamheden aan kunnen worden uitgevoerd.
- Het op passende wijze wordt beschermd zodat er niet toevallig materiaal in de apparatuur zelf terecht kan komen.
- De aansluiting aan de buitenzijde moet gebeuren met geschikte, niet-ontvlambare leidingen.
- De totale equivalente lengte van de afvoerleidingen plus de aanvoer, inclusief roosters, mag niet meer dan 12 m bedragen.
De tabel bevat de kenmerkende gegevens van commerciële leidingonderdelen met betrekking tot de nominale luchtstromen en diameters van 160 mm.
| Gegevens | Gladde rechte leiding | Gladde 90°-bocht | Rooster UM | |
| Type | ![]() | ![]() | ![]() | |
| Effectieve lengte | 1 \ m | |||
| Equivalente lengte | 1 2 2 m |

Tijdens de werking zal de warmtepomp de kamertemperatuur gewoonlijk verlagen als de luchtleiding niet aan de buitenzijde zit.

Aan de luchtafvoerleiding aan de buitenzijde moet een geschikt beschermingsrooster worden aangebracht om te voorkomen dat er vreemde voorwerpen in de apparatuur terechtkomen. Om maximale prestaties van het product te garanderen, moet een rooster met een laag drukverlies worden gekozen.

Om de vorming van condensaat te voorkomen doet u het volgende: isoleer de luchtafvoerleidingen en de aansluitingen van de afdekking van de luchtleiding met een stoomwerende thermische bekleding van gepaste dikte.

Installeer geluiddempers indien dit nodig wordt geacht om lawaai als gevolg van de stroming te voorkomen. Voorzie de leidingen, de uitlaten in de wand en de aansluitingen op de warmtepomp met systemen die mogelijke trillingen dempen.
6.3.1 Speciale installatie
Een van de specifieke kenmerken van een verwarmingssysteem met warmtepomp is dat de luchttemperatuur die uit de woning wordt afgevoerd bij deze units gewoonlijk aanzienlijk lager is. Niet alleen is deze afgevoerde lucht kouder dan de omgevingslucht, hij is ook volledig ontvochtigd. Deze lucht kan dan ook terug in de woning worden ingevoerd om specifieke kamers of zones te koelen in de zomermaanden.
Bij de installatie van deze optie wordt de afvoerleiding gesplitst, waarbij er twee dempers worden aangebracht ("A" en "B") zodat de luchtstroom naar buiten (afb. 15) of naar binnen (afb. 14) wordt gevoerd.

afb. 14- Voorbeeld van installatie in de zomerperiode

afb. 15- Voorbeeld van installatie in de winterperiode
6.4 Bevestiging en aansluiting van dit toestel
Het product moet worden geïnstalleerd op een stabiele, vlakke vloer waarop zich geen trillingen kunnen voordoen.
Sluit de koudwatertoevoerslang en de uitlaatleiding aan op de juiste aansluitpunten (afb. 16).
De onderstaande tabel vermeldt de kenmerken van de aansluitpunten.
| Ref. Functie Model 200 l / 260 l | ||
| 1 Koud-waterinlaat 1"G | ||
| 2 * Uitlaat zonne-energiespiraal 3/4"G | ||
| 3 * Inlaat zonne-energiespiraal 3/4"G | ||
| 4 Recirculatie 3/4"G | ||
| 5 Warm-wateruitlaat 1"G | ||
| 6 Condensaatafvoer 1/2"G | ||
| A * | Uitsparing voor zonne-energiesensor en thermische beveiligingsbol | 1/2"G |
*:enkelvoorEKHHE200PCV37-enEKHHE260PCV37-modellen.

text_image
6 B 4 3 2 5 A 1afb. 16
De volgende figuur (afb. 17) geeft een voorbeeld van een waterleidingaansluiting.

flowchart
graph TD
A["① IN"] --> B["② IN"]
B --> C["③ IN"]
C --> D["④ IN"]
D --> E["⑤ UIT"]
E --> F["⑥ 16"]
F --> G["⑦ 17"]
G --> H["⑧ 18"]
H --> I["⑨ 9"]
I --> J["⑩ 15"]
J --> K["⑪ 12"]
K --> L["⑫ 10"]
L --> M["⑬ 17"]
M --> N["⑭ 13"]
N --> O["⑮ 14"]
O --> P["⑯ 3°"]
P --> Q["⑰ 4°"]
Q --> R["⑱ 16"]
R --> S["⑲ 17"]
S --> T["⑳ 18"]
T --> U["㉑ 16"]
U --> V["㉒ 17"]
V --> W["㉓ 18"]
afb. 17- Voorbeeld van een watersysteem
Legende (afb. 17)
| 1 | Waterinlaatleiding | 13 | Veiligheidsklep |
| 4 | Recirculatiewaterinlaat | 14 | Expansievat |
| 5 | Leiding warm-wateruitlaat | 15 | Aftapkraan |
| 9 | Inspecteerbaar uiteinde van de afvoerleiding | 16 | Recirculatiepomp |
| 17 | Veerbelaste terugslagklep | ||
| 10 | Manometer | 18 | Automatische thermostatische mengapparatuur |
| 11 | Afsluiter | ||
| 12 | Drukregelaar |
6.5.1 Aansluiting condensaatafvoer
Condensaat dat tijdens de werking van de warmtepomp wordt gevormd stroomt door een speciale afvoerleiding (1/2" G) die binnen een behuizing loopt en uitmondt aan de zijde van de apparatuur.
Het moet via een opvangbak worden aangesloten op een kanaal zodat het condensaat regelmatig kan wegstromen (afb. 18).

text_image
60mm 1afb. 18- Voorbeelden van aansluiting condensaatafvoer via een opvangbak
6.6 Integratie met zonne-energiesysteem (enkel voor EKHHE200PCV37- en EKHHE260PCV37-modellen)
De volgende figuur (afb. 19) laat zien hoe de apparatuur moet worden aangesloten op een zonne-energiesysteem dat wordt aangestuurd door een speciale elektronische controller (niet meegeleverd) met een "spanningsvrij contact"-uitgang die moet worden aangesloten op de DIG.1-ingang van de apparatuur (zie "6.7.1 Verbindingen op afstand").
Om de apparatuur in deze configuratie te kunnen gebruiken, moet de parameter P16 = 1 worden ingesteld (zie par. 8.1).

flowchart
graph TD
A["Sensor 1"] --> B["Valve 25"]
B --> C["Valve 16"]
C --> D["Valve 17"]
D --> E["Control Unit 24"]
E --> F["Output 26"]
F --> G["Sensor 19"]
G --> H["Sensor 20"]
H --> I["Sensor 23"]
I --> J["Control Unit 8"]
J --> K["Output 1"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style K fill:#f9f,stroke:#333
style I fill:#ccf,stroke:#333
style J fill:#ccf,stroke:#333
afb. 19
De volgende figuren (afb. 20 en afb. 21) laten zien hoe de apparatuur moet worden aangesloten op een zonne-energiesysteem dat wordt aangestuurd door een speciale elektronische controller.
In de configuratie van afb. 20 wordt bij oververhitting van de zonnecollector een aftapkraan (niet meegeleverd) geactiveerd om in een opslagtank voor warm tapwater (puffer) warm water uit de apparatuur af te voeren.
In de configuratie van afb. 21 is de zonnecollectorafsluiter in deze toestand echter gesloten.
In beide gevallen gebeurt dit om de collector te laten afkoelen.
Om de apparatuur in beide configuraties te kunnen gebruiken, moet de parameter P12 = 2 en P16 = 2 worden ingesteld (zie par.8.1).

text_image
20 19 24 10 22 18 5 26 25 3 A 8 2 IN 1afb. 20

flowchart
graph TD
A["21"] --> B["M"]
B --> C["20"]
C --> D["19"]
D --> E["24"]
E --> F["8"]
F --> G["3"]
G --> H["A"]
H --> I["5"]
I --> J["18"]
J --> K["26"]
K --> L["25"]
L --> M["INN"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
style G fill:#cfc,stroke:#333
style H fill:#fcc,stroke:#333
style I fill:#cfc,stroke:#333
style J fill:#fcc,stroke:#333
style K fill:#cfc,stroke:#333
style L fill:#fcc,stroke:#333
style M fill:#cfc,stroke:#333
afb. 21
Legende (afb. 19, afb. 20 en afb. 21)
1 Koud-waterinlaat
20 Zonnecollectorsensor (PT1000 niet meegeleverd*)
2 Uitlaat zonne-energiespiraal
3 Inlaat zonne-energiespiraal
4 Recirculatie
5 Warm-wateruitlaat
8 Spiraal zonne-
energiesysteem
10 Aftapkraan
16 Recirculatiepomp (AAN/UIT-type)
17 Terugslagklep
18 Automatische thermostatische mengapparatuur
19 Zonnecollector
21 Zonnecollectorafsluiter
22 Warm tapwaterbuffer
23 Zonnecollectorsensor (niet meegeleverd)
24 Warmtepomp
25 Zonnepomp (AAN/UIT-type)
26 Thermische beveiliging (meegeleverd) voor zonnepomp
A Uitsparing voor zonne-
energiesensor en
thermische beveiliging
* Wij adviseren om de zonnecollectorsensor PT1000 te gebruiken (beschikbaar op de lijst met accessoires van de fabrikant)
6.7 Elektrische aansluitingen
Voordat het toestel op de netvoeding wordt aangesloten, moet het elektrische systeem worden gecontroleerd om na te gaan of het voldoet aan de geldende voorschriften en of het bestand is tegen het maximale stroomverbruik van de boiler (zie paragraaf 4.2 voor technische kenmerken), wat betreft de grootte van de kabels en hun conformiteit met de geldende voorschriften.
Het toestel wordt geleverd met een voedingskabel met een Schuko-stekker (afb. 23) en voor de aansluiting op de netvoeding is het volgende nodig:
- een Schuko-stopcontact met aarding en aparte beveiliging (afb. 22);
- een meerpolige 16 A stroomonderbreker met een contactopening van minstens 3 mm;
- een 30 mA differentieelschakelaar.
Het is verboden om stekkerdozen, verlengkabels of adapters te gebruiken.
Het is verboden om leidingen van de water-, verwarmings- en gassystemen te gebruiken voor de aarding van het toestel.
Controleer vóór het gebruik van de machine of de netspanning overeenkomt met de waarde die op het typeplaatje van het toestel is aangegeven.
De fabrikant van het toestel kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door het niet aarden van het systeem of door abnormaliteiten in de elektrische voeding.

afb. 22 - Schuko stopcontact afb. 23 - Unitstekker
6.7.1 Verbindingen op afstand
De apparatuur is zodanig ontworpen dat ze kan worden verbonden met andere energiesystemen of energiemeters op afstand (fotovoltaïsche en zonne-energiesystemen, nachttarief)
Ingangen
- Digitaal 1 (DIG1). Digitale ingang voor zonne-energie (alleen voor modellen PCV3). In het geval van een zonne-energiesysteem met een speciale regeleenheid kan deze laatste worden aangesloten op de apparatuur om de warmtepomp te deactiveren wanneer er zonne-energie wordt geproduceerd. Met een spanningsvrij contact dat sluit wanneer het zonne-energiesysteem actief is, kan het worden aangesloten op de twee witte en bruine draden van de kabel met 6 kernen die bij de apparatuur is geleverd.
Stel de parameter P16 = 1 in om de aanvulling met zonne-energie te activeren.
- Digitaal 2 (DIG2). Digitale fotovoltaïsche ingang. In het geval van een op de installatie aangesloten fotovoltaïsche installatie kan deze worden gebruikt om in tijden van overproductie energie af te nemen in de vorm van warm water. Als er een spanningsvrij contact is, bijv. van de inverter, dat sluit bij overproductie van energie, kan het worden aangesloten op de twee groene en gele draden van de kabel met 6 kernen die met de apparatuur is meegeleverd.
Stel de parameter P23 = 1 in om de aanvulling met fotovoltaïsche energie te activeren.
- Digitaal 3 (DIG3). Ingang voor nachttarief. Deze functie, die alleen in sommige landen beschikbaar is, maakt het mogelijk de apparatuur alleen te activeren wanneer er een signaal van buitenaf komt met een voorkeurtarief. Als de elektrische schakelaar een spanningsvrij contact heeft dat sluit wanneer het voorkeurtarief beschikbaar is, kan het worden aangesloten op de twee grijze en roze draden van de kabel met 6 kernen die bij de apparatuur is geleverd.
Stel de parameter P24 = 1 in om nachttarief in de ECO-modus te activeren of P24 = 2 voor nachttarief in de AUTO-modus.
- Digitale ingang (LPSW) voor de debietschakelaar van de circulatiepomp zonne-energie/warm tapwater (niet meegeleverd)
- Analoge ingang (PT1000) voor zonnecollectorsensor.
UITGANGEN
230 VAC - 16 A relaisuitgang met N.O.-contact voor recirculatiepomp zonne-energie/warm tapwater (AAN/UIT-type).
230 VAC - 5 A relaisuitgang met N.O.-contact voor zonnecollectorafsluiter/aftapkraan.
Alleen voor modellen PCV3

Opmerking: Voor meer informatie over verbindingen op afstand en de configuratie van de apparatuur met deze systemen, zie de par. "7.5 Bedrijfsmodus" en "8.1.1 Lijst van parameters van de apparatuur".
6.7.1.1 Verbinding op afstand
Voor de aansluiting op de digitale ingangen wordt het apparaat geleverd met een extra kabel met 6 kernen die al is aangesloten op de PCBA van de gebruikersinterface (die zich in het toestel bevindt). De verbindingen met energiesystemen op afstand zijn de verantwoordelijkheid van de gekwalificeerd installateur (aansluitdozen, klemmen en verbindingskabels).
De volgende figuren geven een voorbeeld van een verbinding op afstand (afb. 24 en afb. 25) die niet langer dan 3 m mag zijn.

afb. 24- Voorbeeld van een verbinding op afstand

text_image
Digital 1 Digital 2 Digital 3 1 2 3 4 5 6 Digital 1 Digital 2 Digital 3 CN4 CN5 CN6 CN7afb. 25
Om toegang te krijgen tot de kabel met 6 kernen voor verbinding op afstand, verwijdert u het deksel bovenaan de boiler en leidt
u de kabel, die al in de unit aanwezig is, naar buiten via de speciale kabelmof die in het achterpaneel is geïnstalleerd.
6.8 Bedradingsschema

text_image
EMC-filter YE-GN YE-GN Voeding YE-GN YE-GN YE-GN YE-GN Zonne-energie / Warm tap- waterpomp Ventilatormotor Compressor Tankhuls Watertank CN19 (N) CN18 (L) T5AL250V HOOFDKAART CN16 CN20 CN15 CN11 CN13 CN26 CN10 CN17 CN25 CN27 CN2 CN1 CN5CN4 CN6 CN7CN3 PT1000 Storing zonnecollector P5 P4 P3 P2 P1 Thermische beveliging voor zonne- energiesystem Zonne-energie / Warm tapwaterpomp CN11 Brug 1 DIG3 DIG2 DIG1 Warm gas-spoel COMP S C15uF R L EC-ventilator- motor M YE-GN U.I. Kaart Wi-Fi-kaart F.C.T. Aansluiting HPSWafb. 26- Bedradingsschema van de apparatuur
Beschrijving van de beschikbare aansluitingen op de voedingskaart
| CN1 Lucht-, | ontdooiing- en water NTC-sensoren |
| CN2 Niet bruikbaar | |
| CN3 | Sensor voor zonne-energiebeheer - Alleen voor modellen PCV3 |
| CN4 Niet bruikbaar | |
| CN5 | Digitale ingangen zonne-energie, fotovoltaïsch, nachttarief |
| CN6 Hogedrukschakelaar | |
| CN7 | Debietschakelaar voor circulatiepomp zonne-energie/warm tapwater (niet meegeleverd) |
| CN8 Elektronische ventilator PWM-regeling (EC) | |
| CN9+CN12 | Niet bruikbaar |
| CN10 Ventilatorvoeding EC, AC | |
| CN11 | Circulatiepomp zonne-energie/warm tapwater (AAN/UIT-type), aftapkraan of zonne collector-afsluiter - Alleen voor de modellen PCV3 |
| CN13 | Voeding van de klep voor ontdooiing met warm gas |
| CN14 Niet bruikbaar | |
| CN15 Voeding van de compressor | |
| CN16 Voeding verwarmingselement | |
| CN17 Niet bruikbaar | |
| CN18 Hoofdvoeding 230 V - 1 PH - 50 Hz | |
| CN19 Aardaansluitingen | |
| CN20 | 230 VAC voeding voor de anodeomvormer met opgelegde stroom |
| CN21 Aansluiting met end-of-line inspectie/test | |
| CN22 Wi-Fi-kaartaansluiting (niet meegeleverd) | |
| CN23 Aansluiting gebruikersinterface | |
| CN25 Niet bruikbaar | |
Ga als volgt te werk om een veiligheidsdebietschakelaar voor het zonne-energiesysteem/recirculatiecircuit voor warm water op de apparatuur aan te sluiten (uitsluitend voorbehouden aan gekwalificeerd technisch personeel):
- Schakel de voeding naar de apparatuur uit.
- Verwijder het bovenste deksel van de apparatuur en vervolgens het deksel van de voedingskaart.
- Maak de "doorverbinding" (brug 1) los van connector CN7 van de voedingskaart, snij vervolgens de geleider die de brug vormt in het midden door en sluit een geschikte klem aan.
- Sluit vervolgens een normaal gesloten (N.C.) debietschakelaar aan en sluit alles aan op CN7.
- Monteer alle afdekkingen opnieuw en controleer of de apparatuur correct is geïnstalleerd voordat u deze aanzet.
Als in plaats daarvan een normaal geopende (N.O.) debietschakelaar wordt gebruikt, moet de parameter P15 = 1 worden ingesteld (zie par.8.1).

text_image
CN7Om de thermische beveiliging (meegeleverd) voor de circulatiepomp zonne-energie aan te sluiten, gaat u als volgt te werk (uitsluitend voorbehouden aan gekwalificeerd technisch personeel):
- Schakel de voeding naar het toestel uit;
- Plaats de bol volledig in de speciale tankuitsparing ("A") en sluit de kabelmof;
- Wikkel de capillaire buis voldoende af om de thermische beveiliging in een geschikte, aan de wand bevestigde, behuizing te plaatsen;
- Sluit de thermische beveiliging in serie aan op de voedingsaansluitingen van de zonnecirculatiepomp (L) en de nulleider (N) voor een onderbreking van alle polen.
- Controleer alle aansluitingen voordat u het toestel onder stroom zet.
7. BESCHRIJVING VAN DE GEBRUIKERSINTERFACE EN DE WERKING VAN DE APPARATUUR

text_image
8:08 HP - +afb. 27
| Beschrijving Symbol | |
| "Aan/uit"-knop voor het inschakelen en in stand-by zetten van het product, het ontgrendelen van de knoppen en het opslaan van wijzigingen | |
| Toets "Instellen" om de parameterwaarde te bewerken, bevestigen; | |
| Toets "Verhogen" om de instelpuntwaarde, de parameter of het wachtwoord te verhogen | + |
| Toets "Verlagen" om de instelpuntwaarde, de parameter of het wachtwoord te verlagen | - |
| Bediening van de warmtepomp (ECO-modus) | HP |
| Bediening van het verwarmingselement (ELEKTRISCHE modus) | |
| AUTOMATISCHE modus | HP + JOO |
| BOOSTmodus (symbolen knipperen) | HP + JOO |
| Toetsvergrendeling actief | |
| Ontdooien | |
| Vorstbeveiliging | |
| Anti-legionellacyclus | |
| Vakantiestand; | |
| Bediening met tijdsintervallen | |
| Klokinstelling (symbool knippert) | |
| Verbonden met Wi-Fi (Niet beschikbaar voor deze modellen) | |
| Fotovoltaïsche modus (bij knipperend symbool is de aanvulling niet actief) | |
| Zonne-energiemodus (bij knipperend symbool is de aanvulling niet actief) | |
| Fout of beveiliging actief | |
| Nachttariefmodus (met knipperend symbool blijft de apparatuur in stand-by) |
De gebruikersinterface van dit model boiler bestaat uit vier capacitieve toetsen en een LED-display.
Zodra de boiler wordt aangezet, zijn de vier toetsen verlicht en gaan alle pictogrammen en displaysegmenten tegelijk branden gedurende 3 seconden.
Tijdens de normale werking van het product geven de drie cijfers op het display de watertemperatuur in °C aan, gemeten met de bovenste watersensor als parameter P11 is ingesteld op 1 of met de onderste watersensor als P11 = 0.
Tijdens het wijzigen van het gekozen instelpunt van de bedrijfsmodus, wordt de gewenste temperatuur op het display weergegeven.
De pictogrammen geven de geselecteerde bedrijfsmodus aan, de aanwezigheid van eventuele alarmen, de status van de Wi-Fi-verbinding en andere informatie over de status van het product.
7.1 In- en uitschakelen van de boiler en ontgrendelen van de toetsen
Als de boiler op de juiste manier wordt gevoed, kan deze "AAN" zijn en dus in een van de beschikbare bedrijfsmodi (ECO, Automatisch, enz.) of in de stand-bystand staan.
Tijdens de standby-modus zijn de vier capacitieve toetsen verlicht voor een gemakkelijke zichtbaarheid, is het Wi-Fi-pictogram verlicht volgens de verbindingsstatus met een externe Wi-Fi-router (niet meegeleverd) en, bij afwezigheid van alarmen of met de vorstbeveiliging actief, zijn alle andere pictogrammen en de segmenten van de drie cijfers uitgeschakeld.
Inschakelen
Met de boiler in de stand-bystand en de "toetsvergrendeling"-functie actief (hangslotpictogram linksonder verlicht), moeten de toetsen eerst worden "ontgrendeld" door de AAN/UIT-toets gedurende minstens 3 seconden in te drukken (het hangslotpictogram gaat uit), en vervolgens de AAN/UIT-toets opnieuw gedurende 3 seconden in te drukken om de boiler in te schakelen.
Uitschakelen
Met de boiler ingeschakeld en de "toetsvergrendeling"-functie actief, moeten de toetsen eerst worden "ontgrendeld" door de AAN/UIT-toets minstens 3 seconden in te drukken, en vervolgens de AAN/UIT-toets opnieuw 3 seconden in te drukken om de boiler uit te schakelen (in de stand-bystand zetten).
De toetsvergrendeling wordt 60 seconden na de laatste druk op een van de vier toetsen van de gebruikersinterface in elke status automatisch geactiveerd om mogelijke interacties met de boiler te voorkomen, bijv. door kinderen, enz. Tegelijkertijd wordt de achtergrondverlichting van de toetsen en het display gedimd om het energieverbruik van de unit te verminderen.
Door op een van de vier toetsen te drukken, keert de achtergrondverlichting van de toetsen en het display onmiddellijk terug naar het normale niveau voor een betere zichtbaarheid.
7.2 Klok instellen
Met de toetsen ontgrendeld, drukt u op de toets √ gedurende 3 seconden om toegang te krijgen tot de klokinstellingen (het symbool 📊 knippert).
Stel de tijd in met de "+" en "-" toetsen, druk op " √" om te bevestigen en vervolgens de minuten in te stellen.
Druk op toets☑ om te bevestigen en af te sluiten.
7.3 Tijdsintervallen instellen
De klok van het toestel moet worden ingesteld voordat de tijdsintervallen worden geactiveerd.
Selecteer de gewenste bedrijfsmodus en stel vervolgens de tijdsintervallen in.
De tijdsintervallen kunnen alleen worden geactiveerd in de modi ECO - AUTOMATISCH - BOOST - ELEKTRISCH en VENTILATIE. Met de toetsen ontgrendeld drukt u de toetsen √ en "-" gedurende 3 seconden gelijktijdig in om de tijdsintervallen in te stellen (het symbool Ⓤ wordt weergegeven).
Stel de inschakeltijd in met de "+" en "-" toetsen, druk op " √" om te bevestigen en vervolgens de Aan-minuten in te stellen. Druk op √ om te bevestigen en naar de uitschakeltijdinstelling te gaan.
Druk op √ om te bevestigen en selecteer vervolgens met de toetsen "+" en "-" de gewenste bedrijfsmodus voor het tijdsinterval (ECO, AUTOMATISCH, BOOST, ELEKTRISCH, VENTILATIE). Druk op √ om te bevestigen en af te sluiten.
Opmerking: Aan het einde van het tijdsinterval gaat het toestel over in stand-by en blijft daarin tot de herhaling van het tijdsinterval de volgende dag
Om de tijdsintervallen uit te schakelen:
- zet de aan- en uittijden op middernacht (00:00);
- druk op √ om te bevestigen;
- druk 3 seconden gelijktijdig op toets √ en op toets "-" (het symbool 📊 gaat uit).
7.4 Instellen van het instelpunt warm water
Het is mogelijk om het instelpunt warm water aan te passen in de modi ECO, AUTOMATISCH, BOOST en ELECTRISCH
Selecteer de gewenste modus met de toets √ en stel pas vervolgens het instelpunt aan met de toetsen "+" en "-".
Druk op toets √ om te bevestigen en ⏰ om af te sluiten.
| Stand | Instelpunt warm water | |
| Bereik Standaard | ||
| ECO 43÷62°C 55°C | ||
| AUTOMATISCH 43÷62°C 55°C | ||
| BOOST 43÷75°C* 55°C | ||
| ELEKTRISCH 43÷75°C 55°C | ||
* In de BOOST-modus is het maximale instelpunt voor de warmtepomp 62°C. Door een hogere waarde in te stellen, wordt deze dus alleen voor het verwarmingselement in aanmerking genomen.
7.5 BEDRIJFSMODUS
De volgende standen zijn beschikbaar voor deze boiler:
- ECO;
- BOOST;
- ELEKTRISCH;
- VENTILATIE;
- VAKANTIE;
- AUTOMATISCH.
Het toestel is ingesteld op de ECO-stand; druk op deze toets √ om de gewenste stand te selecteren.
Voor de standen ECO, BOOST en AUTOMATISCH is het mogelijk, door tegelijkertijd gedurende 3 seconden op de toetsen "+" en "-" te drukken, de "stille modus" te activeren (bijvoorbeeld 's nachts) die het geluid van het toestel vermindert; in deze stand zou het kunnen dat het water minder vlug opwarmt.
Om deze stand uit te schakelen, druk nogmaals 3 seconden op toetsen "+" en "-".
7.5.1 ECO
Op het display verschijnt het symbool HP
In deze modus wordt alleen de warmtepomp binnen de werkingslimieten van het product gebruikt om een maximale energiebesparing te garanderen.
De warmtepomp wordt 5 minuten na de selectie van deze modus of vanaf de laatste uitschakeling ingeschakeld.
In geval van uitschakeling blijft de warmtepomp binnen de eerste 5 minuten sowieso ingeschakeld om een continue werking van minstens 5 minuten te garanderen.
7.5.2 BOOST
Op het display verschijnen knipperende HP symbolen.
Deze modus maakt gebruik van de warmtepomp en het verwarmingselement, binnen de werkingslimieten van het product, om een snellere opwarming te garanderen.
De warmtepomp wordt 5 minuten na de selectie van deze modus of vanaf de laatste uitschakeling ingeschakeld.
In geval van uitschakeling blijft de warmtepomp binnen de eerste 5 minuten sowieso ingeschakeld om een continue werking van minstens 5 minuten te garanderen.
Het verwarmingselement wordt onmiddellijk ingeschakeld.
7.5.3 ELEKTRISCH
Op het display verschijnt het symbool
In deze modus wordt alleen het verwarmingselement gebruikt binnen de werkingslimieten van het product en is het nuttig in situaties met lage inlaatluchttemperaturen.
7.5.4 VENTILATIE
Op het display verschijnt het bericht FRn
In deze stand wordt alleen de elektronische ventilator in het toestel gebruikt en is deze indien gewenst nuttig om de lucht in de kamer waarin het toestel zich bevindt, te doen recirculeren. In de automatische modus wordt de ventilator op de minimale snelheid ingesteld.
7.5.5 VAKANTIE
Op het display verschijnt het symbool ✗
Deze stand is nuttig wanneer u voor korte tijd weg bent en dan automatisch het toestel te vinden die in de automatische modus werkt.
Met de toetsen + en - kunnen de dagen van afwezigheid worden ingesteld gedurende dewelke u zou willen dat het toestel in stand-by moet blijven.
Druk op √ en dan op Aan/Uit om te bevestigen.

7.5.6 AUTOMATISCH
Op het display verschijnt het symbool HP 300
In deze stand wordt de warmtepomp gebruikt en, indien nodig, ook het verwarmingselement, binnen de werkingslimieten van het product, om het best mogelijke comfort te garanderen.
De warmtepomp wordt 5 minuten na de selectie van deze modus of vanaf de laatste uitschakeling ingeschakeld.
In geval van uitschakeling blijft de warmtepomp binnen de eerste 5 minuten sowieso ingeschakeld om een continue werking van minstens 5 minuten te garanderen.
7.6 EXTRA FUNCTIONS
7.6.1 Zonne-energiemodus HP+☀ of HP+☀ of ✗ + ⚙
(Alleen voor modellen PCV3)
Wanneer de zonne-energiemodus wordt geactiveerd vanuit het installateurmenu, zijn alleen ECO - AUTOMATISCH - VAKANTIE beschikbaar.
Wanneer het symbool op het display knippert, werkt de zonne-energiemodus niet en het werkt de unit in de ingestelde modus: ECO, AUTOMATISCH of VAKANTIE.
Wanneer het symbool op het display brandt, wordt de energie die door het zonne-energiesysteem wordt geproduceerd, gebruikt om het water in de tank te verwarmen via de zonne-energiespiraal.
7.6.2 Fotovoltaische modus HP+of HP 🎨 ✗
Wanneer de fotovoltaïsche modus wordt geactiveerd vanuit het installateurmenu, is alleen ECO - AUTOMATISCH - VAKANTIE beschikbaar.
Wanneer het symbool ⚙ op het display knippert, werkt de fotovoltaïsche modus niet en het werkt de unit in de ingestelde modus: ECO, AUTOMATISCH of VAKANTIE.
Wanneer het symbool op het display brandt, wordt de energie die door het fotovoltaïsch systeem wordt geproduceerd, gebruikt om het water in de tank te verwarmen.
Als de ECO-modus is geselecteerd, werkt de warmtepomp totdat het instelpunt is bereikt en het verwarmingselement is ingeschakeld totdat het in het installateurmenu ingestelde fotovoltaïsche instelpunt is bereikt.
Anders kan het verwarmingselement met de AUTOMATISCHE modus ook worden ingeschakeld voordat het instelpunt van deze modus wordt bereikt, als de omstandigheden dit vereisen.
7.6.3 Nachttariefmodus HP of +HP 🎨
Wanneer de fotovoltaïsche modus wordt geactiveerd vanuit het installateurmenu, is alleen ECO - AUTOMATISCH beschikbaar. Wanneer het symbool 📋 op het display knippert, de werkt de nachttariefmodus niet en blijft het apparaat in stand-by staan en zijn de warmtepomp en het verwarmingselement uitgeschakeld. Anders, wanneer het symbool 📋 op het display brandt, werkt de unit in de ECO- of AUTOMATISCHE modus.
7.6.4 Anti-legionella
Op het display verschijnt het symbool Ⓥ.
Om de twee weken wordt op het ingestelde tijdstip door middel van het verwarmingselement in de tank een waterverwarmingscyclus uitgevoerd tot de anti-legionellatemperatuur, waarbij deze gedurende de ingestelde tijd wordt aangehouden.
Als bij het bereiken van de anti-legionellatemperatuur de cyclus niet binnen 10 uur correct wordt uitgevoerd, wordt deze stopgezet en zal deze na 2 weken opnieuw worden uitgevoerd. Als het verzoek voor de anti-legionellafunctie plaatsvindt met de VAKANTIE-stand geselecteerd, zal de anti-legionellacyclus onmiddellijk worden uitgevoerd wanneer de unit opnieuw wordt geactiveerd na de ingestelde afwezigheidsdagen.
| Anti-legionellaparameters | Bereik | Standaard |
| Instelpunt anti-legionellatemperatuur (P3) | 50÷75°C | 75°C |
| Duur anti-legionellacyclus (P4) | 0÷90 min 30 min. | |
| Activeringstijd anti-legionellacyclus (P29) | 0÷23 u | 23 u |
7.6.5 Ontdooifunctie
Op het display verschijnt het symbool ⚙.
Dit toestel heeft een automatische ontdooifunctie voor de verdamper die, wanneer de bedrijfsomstandigheden dit vereisen, tijdens de werking van de warmtepomp wordt geactiveerd.
Ontdooiing vindt plaats door injectie van heet gas in de verdamper, waardoor deze snel kan worden ontdooid.
Tijdens het ontdooien wordt het verwarmingselement, waarmee het toestel is uitgerust, uitgeschakeld, tenzij anders ingesteld via het installateurmenu (parameter P6).
De maximale duur van het ontdooien is 8 minuten.
7.6.6 Vorstbeveiliging
Op het display verschijnt het symbool ♂.
Deze bescherming voorkomt dat de watertemperatuur in de tank waarden dicht bij nul bereikt.
Als het toestel in stand-by staat en de watertemperatuur in de tank lager is dan of gelijk is aan 5°C (parameter instelbaar via het installteurmenu), wordt de vorstbeschermingsfunctie geactiveerd, die het verwarmingselement inschakelt tot 12°C (parameter instelbaar via het installteurmenu).
7.7 Storingen/beveiliging
Deze apparatuur heeft een zelfdiagnosesysteem dat een aantal mogelijke storingen of beveiligingen tegen afwijkende bedrijfsomstandigheden dekt door middel van: detectie, signalering en het uitvoeren van een noodprocedure totdat de storing is verholpen.
| Storing/beveiliging Foutcode Displayaanduiding | ||
| Storing in de onderste sensor van de tank P01 | i + P01 | |
| Storing in de bovenste sensor van de tank P02 | i + P02 | |
| Storing ontdooiingssensor P03 | i + P03 | |
| Storing inlaatluchtsensor P04 | i + P04 | |
| Storing inlaatsensor verdamper P05 | i + P05 | |
| Storing uitlaatsensor verdamper P06 | i + P06 | |
| Storing compressordebietsensor P07 | i + P07 | |
| Storing zonnecollectorsensor P08 | i + P08 | |
| Hogedrukbeveiliging E01 | i + E01 | |
| Alarm zonne-energie-/recirculatiecircuit E02 | i +E02 | |
| Alarm Temperatuur niet geschikt voor warmtepompwerking (Bij actief alarm wordt het water alleen met een verwarmingselement verwarmd) | PA | i +PA |
| Geen communicatie (bij actief alarm werkt de apparatuur niet) | E08 | i + E08 |
| Storing elektronische ventilator | E03 | i + E03 |
In geval van een van de bovengenoemde fouten moet contact worden opgenomen met de technische ondersteuningsdienst van de fabrikant, met vermelding van de foutcode die op het display wordt weergegeven.
8. INBEDRIJFSTELLING

LET OP: Controleer of de apparatuur is aangesloten op de aardingsdraad.

LET OP: Controleer of de lijnspanning overeenstemt met de spanning die staat vermeld op het identificatieplaatje van de apparatuur.

VOORZICHTIG: Het toestel kan pas worden ingeschakeld nadat het met water is gevuld.
Ga verder met de volgende handelingen voor de inbedrijfstelling:
- Zodra het toestel is geïnstalleerd en alle aansluitingen zijn uitgevoerd (aëraulisch, hydraulisch, elektrisch, enz.), moet het worden gevuld met water uit het tapwaterleidingnet. Om het toestel te vullen, moet de centrale kraan van het tapwaterleidingnet en de dichtstbijzijnde warmwaterkraan worden geopend, terwijl ervoor moet worden gezorgd dat alle lucht in de tank geleidelijk wordt afgevoerd.
- Let erop dat de maximaal toegestane druk vermeld in het hoofdstuk "algemene technische gegevens" niet wordt overschreden.
- Controleer de veiligheidsapparatuur van het watercircuit.
- Steek de stekker van het toestel in het stopcontact.
- Wanneer de stekker in het stopcontact zit, staat de boiler in stand-by, blijft het display uitgeschakeld en gaat de aan-toets branden.
- Druk op de AAN/UIT-toets, de unit wordt geactiveerd in de "ECO"-modus (fabrieksinstelling).
In geval van een plotselinge stroomonderbreking zal de apparatuur, wanneer de stroom terug is, opnieuw starten in de bedrijfsmodus van voor de onderbreking.
8.1 Bedrijfsparameters zoeken en bewerken
Deze apparatuur heeft twee verschillende menu's voor respectievelijk het raadplegen en bewerken van de bedrijfsparameters (zie "8.1.1 Lijst van parameters van de apparatuur").
Als de apparatuur in werking is, kunnen de parameters op elk moment vrij worden geraadpleegd door de toetsen te ontgrendelen (zie "7.1 In- en uitschakelen van de boiler en ontgrendelen van de toetsen") en de toetsen " √ "en "+" gedurende 3 seconden gelijktijdig ingedrukt te houden. Het label van de eerste parameter wordt op het display weergegeven met de letter "A". Door op de "+"toets te drukken, wordt de waarde ervan weergegeven en door nogmaals op deze toets te drukken, wordt het label van de tweede parameter "B" weergegeven, enzovoort.
De volledige parameterlijst kan dan met de knoppen "+" en "-" naar voren/achteren worden gescrold.
Druk op de AAN/UIT-toets om af te sluiten.
Het bewerken van een of meer bedrijfsparameters kan alleen worden gedaan met de apparatuur in de stand-bystand en vereist dat het wachtwoord wordt ingevoerd.

NB: "Het gebruik van het wachtwoord is voorbehouden aan gekwalificeerd personeel; eventuele gevolgen van onjuiste parameterinstellingen zijn uitsluitend de verantwoordelijkheid van de klant. Daarom worden alle interventies die de klant vraagt aan een geautoriseerd technisch ondersteuningscentrum DAIKIN tijdens de standaard garantieperiode voor problemen met het product als gevolg van onjuiste instellingen van met een wachtwoord beveiligde parameters, niet gedekt door de standaard garantie."
Met ontgrendelde toetsen, alleen in de stand-bystand, houdt u de toetsen " √" en "+" gedurende 3 seconden gelijktijdig ingedrukt om toegang te krijgen tot het menu voor het bewerken van de apparatuurparameters (beveiligd met een wachtwoord: 35). Het display toont de twee cijfers "00". Druk op de toets " √". Het cijfer "0" aan de linkerkant knippert en met "+" en "-" selecteert u het eerste getal dat u wilt invoeren (3) en drukt u op " √" om te bevestigen. Ga op dezelfde manier te werk voor het tweede cijfer (5).
Als het wachtwoord correct is, wordt de parameter P1 weergegeven. Door op de "+"-toets te drukken wordt de standaardwaarde van deze parameter weergegeven, die kan worden gewijzigd door te drukken op √ en met behulp van de toetsen "+" en "-" is het mogelijk om de waarde binnen het toegestane bereik voor deze parameter te wijzigen. Druk vervolgens op √ om te bevestigen en de "+"toets om verder te gaan met de andere parameters.
Druk na het bewerken van de gewenste parameters op de aan/uit-toets om op te slaan en af te sluiten.
De apparatuur keert nu terug naar de stand-bystand.
8.1.1 Lijst van parameters van de apparatuur
| Parameter | Beschrijving Bereik Standaard Opmerkingen | |||
| A | Laagste watertemperatuursensor -30÷99°C Gemeten waarde Niet wijzigbaar | |||
| B | Hoogste watertemperatuursensor -30÷99°C Gemeten waarde Niet wijzigbaar | |||
| C | Ontdooingstemperatuursensor -30÷99°C Gemeten waarde Niet wijzigbaar | |||
| D | Aanyoerluchttemperatuursensor -30÷99°C Gemeten waarde Niet wijzigbaar | |||
| E | Inlaatgastemperatuursensor verdamper -30÷99°C | Gemeten waarde / "0°C" als P33 = 0 | Niet wijzigbaar (1) | |
| F | Temperatuursensor verdamperuitlaatgas | -30÷99°C | Gemeten waarde / "0°C" als P33 = 0 | Niet wijzigbaar (1) |
| G | Temperatuursensor compressorafvoergas | 0÷125°C | Gemeten waarde / "0°C" als P33 = 0 | Niet wijzigbaar (1) |
| H | Temperatuursensor zonnecollector (PT1000) | 0÷150°C | Gemeten waarde / "0°C" als P16 = 2 | Niet wijzigbaar (2) |
| I | EEV-openingsstap | 30÷500 | Gemeten waarde / P40-waarde als P39 = 1 | Niet wijzigbaar (1) |
| J | Firmwareversie voedingskaart | 0÷99 | Huidige waarde | Niet wijzigbaar |
| L | Firmwareversie gebruikersinterface | 0÷99 | Huidige waarde | Niet wijzigbaar |
| P1 | Hysteresis op onderste watersensor voor werking van de warmtepomp | 2÷15°C | 7°C | Aanpasbaar |
| P2 | Inschakelvertraging elektrische verwarming | 0÷90 min | 6 min | Functie uitgesloten |
| P3 | Instelpunttemperatuur anti-legionella | 50°C÷75°C | 75°C | Aanpasbaar |
| P4 | Anti-legionelladuur | 0÷90 min | 30 min. | Aanpasbaar |
| P5 | Ontdooingsmodus | 0 = compressorstop1 = warm gas | 1 | Aanpasbaar |
| P6 | Gebruik van elektrische verwarming tijdens het ontdooien | 0 = UIT1 = AAN | 0 | Aanpasbaar |
| P7 | Vertraging tussen twee opeenvolgende ontdooiingscycli | 30÷90 min | 60 min. | Aanpasbaar |
| P8 | Temperatuurdrempel voor starten ontdooiing | -30÷0°C | -5°C | Aanpasbaar |
| P9 | Temperatuurdrempel voor stoppen ontdooiing | 2÷30°C | 3°C | Aanpasbaar |
| P10 | Maximale ontdooingsduur | 3min÷12min | 10 min | Aanpasbaar |
| P11 | Waarde van de watertemperatuursensor weergegeven op het display | 0 = lager1 = hoger | 1 | Aanpasbaar |
| P12 | Externe pompgebruiksmodus | 0 = altijd UIT1 = recirculatie warm water2 = Zonne-energiesysteem | 1 | Aanpasbaar |
| P13 | Bedrijfsmodus recirculatiepomp warm water | 0 = met verwarmingspomp1= altijd AAN | 0 | Aanpasbaar |
| P14 | Type verdamperventilator (EC; AC; AC met dubbele snelheid; EC met dynamische snelheidsregeling) | 0 = EC1 = AC2 = AC met dubbele snelheid3 = EC met dynamische snelheidsregeling | 3 | Aanpasbaar |
| P15 | Type veiligheidsdebietschakelaar voor warm-/zonnewaterrecirculatiecircuit, lagedrukkeuzeschakelaar | 0 = NC1 = NO2 = lagedrukkeuzeschakelaar | 0 | Aanpasbaar |
| P16 | Integratie van de zonne-energiemodus | 0 = permanent gedeactiveerd1 = werken met DIG12 = Directe aansturing van het zonne-energiesysteem | 0 | Aanpasbaar (2) |
| P17 | Startvertraging van de warmtepomp na opening van DIG1 | 10÷60min | 20 min | Aanpasbaar (2) |
| P18 | Laagste waarde van de watersensortemperatuur om de integratie van de warmtepomp in de zonne-energiemodus te stoppen = 1 (werken met DIG1) | 20÷60°C | 40°C | Aanpasbaar (2) |
| P19 | Hysteresis op de onderste watersensor om de integratie van de pomp in de zonne-energiemodus te starten = 2 (directe aansturing van het zonne-energiesysteem) | 5÷20°C 10°C Aanpasbaar (2) | ||
| P20 | Temperatuurdrempel voor aftapkraan zonne-energiesysteem / oprolafsluitbewerking zonnecollector integratie in zonne-energiemodus = 2 (directe aansturing van het zonne-energiesysteem) | 100÷150°C 140°C Aanpasbaar (2) | ||
| P21 | Laagste waarde van de watersensortemperatuur om de integratie van de warmtepomp in de fotovoltaïsche modus te stoppen | 30÷70°C 62°C Aanpasbaar | ||
| P22 | Hoogste waarde van de watersensortemperatuur om de integratie van de elektrische verwarming in de fotovoltaïsche modus te stoppen | 30÷80°C 75°C Aanpasbaar | ||
| P23 | Integratie van de fotovoltaïsche modus | 0 = permanent gedeactiveerd1 = geactiveerd | 0 Aanpasbaar | |
| P24 | Nachttarief-bedrijfsmodus | 0 = permanent gedeactiveerd1 = geactiveerd met ECO2 = geactiveerd met AUTO | 0 Aanpasbaar | |
| P25 | Compensatiewaarde op de bovenste watertemperatuursensor | -25÷25°C 2°C Aanpasbaar | ||
| P26 | Compensatiewaarde op de onderste watertemperatuursensor | -25÷25°C 2°C Aanpasbaar | ||
| P27 | Compensatiewaarde op de luchtinlaattemperatuursensor | -25÷25°C 0°C Aanpasbaar | ||
| P28 | Compensatiewaarde op de ontdooingstemperatuursensor | -25÷25°C 0°C Aanpasbaar | ||
| P29 | Startuur anti-legionella | 0÷23 uur | 23 uur | Aanpasbaar |
| P30 | Hysteresis op bovenste watersensor voor werking van de elektrische verwarming | 2÷20°C 7°C Aanpasbaar | ||
| P31 | Bedrijfsperiode van de warmtepomp in de AUTO-modus voor de berekening van de verwarmingssnelheid | 10÷80 min | 30 min. | Aanpasbaar |
| P32 | Temperatuurdrempel voor gebruik van elektrische verwarming in de AUTO-modus | 0÷20°C 4°C Aanpasbaar | ||
| P33 | Regeling elektronische expansieklep (EEV) | 0 = permanent gedeactiveerd1 = geactiveerd | 1 Aanpasbaar (1) | |
| P34 | Oververhittingberekeningsperiode voor de automatische EEV-bedieningsmodus | 20÷90s | 30 s | Aanpasbaar (1) |
| P35 | Oververhittingsinstelpunt voor de automatische EEV-bedieningsmodus | -8÷15°C | 4°C Aanpasbaar (1) | |
| P36 | Instelpunt afkoeling oververhitting voor de automatische EEV-bedieningsmodus | 60÷110°C | 88°C Aanpasbaar (1) | |
| P37 | Stapsgewijze EEV-opening tijdens ontdooien (x10) | 5÷50 | 15 | Aanpasbaar (1) |
| P38 | Minimale stapsgewijze EEV-opening bij automatische bedieningsmodus (x10) | 3~45 | 9 Aanpasbaar (1) | |
| P39 | EEV-bedieningsmodus | 0= automatisch1 = handleiding | 0 Aanpasbaar (1) | |
| P40 | Eerste stapsgewijze EEV-opening bij automatische bedieningsmodus/ stapsgewijze EEV-opening bij handmatige bedieningsmodus (x10) | 5÷50 | 25 | Aanpasbaar (1) |
| P41 | AKP1-temperatuurdrempel voor EEV KP1-verhoging | -10÷10°C -1 Aanpasbaar (1) | ||
| P42 | AKP2-temperatuurdrempel voor EEV KP2-verhoging | -10÷10°C 0 Aanpasbaar (1) | ||
| P43 | AKP3-temperatuurdrempel voor EEV KP3-verhoging | -10÷10°C 0 Aanpasbaar (1) | ||
| P44 | EEV KP1-verhoging -10÷10 2 Aanpasbaar (1) | |||
| P45 | EEV KP2-verhoging -10÷10 2 Aanpasbaar (1) | |||
| P46 | EEV KP3-verhoging -10÷10 1 Aanpasbaar (1) | |||
| P47 | Maximaal toegestane inlaattemperatuur voor de werking van de warmtepomp | 38÷43°C 43°C Aanpasbaar | ||
| P48 | Minimaal toegestane inlaattemperatuur voor de werking van de warmtepomp | -10÷10°C -7°C Aanpasbaar | ||
| P49 | Drempel op inlaattemperatuur voor verdamper EC of AC met dubbele snelheidsinstelling van de blazersnelheid | 10÷40°C 25°C Aanpasbaar | ||
| P50 | Laagste instelpunt temperatuur warm tapwater 0÷ | 5°C 12°C Aanpasbaar | ||
| P51 | Hoogste snelheidsinstelpunt EC-blazer verdamper | 60÷100% 90% Aanpasbaar | ||
| P52 | Laagste snelheidsinstelpunt EC-blazer verdamper | 10÷60% | 50% Aanpasbaar | |
| P53 | Instelpunt ontdooisnelheid EC-verdamperventilator | 0÷100% | 50% Aanpasbaar | |
| P54 | By-passtijd lagedrukschakelaar | 1÷240 min | 1 | Aanpasbaar |
| P55 | Interval 1 proportionele regeling verdampertemperatuur | 1÷20°C 4°C | Aanpasbaar | |
| P56 | Differentiaaltemperatuur met inschakelen van de maximumsnelheid | P57÷20°C | 2°C | Aanpasbaar |
| P57 | Differentiaaltemperatuur met uitschakelen van de maximumsnelheid | 1°C÷P56 | 1°C | Aanpasbaar |
| P58 | Gebruik van de verdamperventilator met compressor uit | 0 = UIT1 = AAN met handbediende snelheidsregeling2 = AAN met automatische snelheidsregeling | 0 Aanpasbaar | |
| P59 | Verdamperventilatorsnelheid (EC) met compressor uit | 0÷100% | 40% Aanpasbaar | |
| P60 | Temperatuurverschil 1 van verdamping van de lucht om het instelpunt te berekenen | 1÷25°C 4°C | Aanpasbaar | |
| P61 | Temperatuurverschil 2 van verdamping van de lucht om het instelpunt te berekenen | 1÷25°C 2°C | Aanpasbaar | |
| P62 | Temperatuurverschil 3 van verdamping van de lucht om het instelpunt te berekenen | 1÷25°C 6°C | Aanpasbaar | |
| P63 | Temperatuurverschil 4 van verdamping van de lucht om het instelpunt te berekenen | 1÷25°C 3°C | Aanpasbaar | |
| P64 | Temperatuurverschil 5 van verdamping van de lucht om het instelpunt te berekenen | 1÷25°C 10°C Aanpasbaar | ||
| P65 | Temperatuurverschil 6 van verdamping van de lucht om het instelpunt te berekenen | 1÷25°C 18°C Aanpasbaar | ||
| P66 | Interval 2 proportionele regeling verdampertemperatuur | 1÷20°C 2°C | Aanpasbaar | |
| P67 | Interval 3 proportionele regeling verdampertemperatuur | 1÷20°C 9°C | Aanpasbaar | |
| P68 | Interval 4 proportionele regeling verdampertemperatuur | 1÷20°C 5°C | Aanpasbaar | |
| P69 | Interval 5 proportionele regeling verdampertemperatuur | 1÷20°C 10°C Aanpasbaar | ||
| P70 | Interval 6 proportionele regeling verdampertemperatuur | 1÷20°C 5°C Aanpasbaar | ||
| P71 | Vermindering ventilatorsnelheid EC-verdamper voor stille modus | 0÷40% 15% Aanpasbaar | ||
| P72 | Verhoging EC-ventilatorsnelheidsregelaar 1÷100 5 | Aanpasbaar |
VOORZICHTIG: Probeer uw apparaat niet zelf te repareren. De volgende controles zijn voorbehouden aan gekwalificeerd personeel.
| Storing | Aanbevolen actie |
| De apparatuur kan niet worden ingeschakeld | Controleer of het product daadwerkelijk wordt gevoed door de netvoeding.Ontkoppel de apparatuur en sluit deze na enkele minuten weer aan.Controleer de stroomkabel in het product.Controleer of de zekering op de voedingskaart intact is. Zo niet, vervang deze dan door een IEC-60127-2/II gecertificeerde tijdvertragingszekering van 5 A. |
| Water kan niet worden verwarmd via de warmtepomp in de ECO-of AUTOMATISCHE modus | Schakel de apparatuur uit en na een paar uur weer in.Koppel de apparatuur los van de netvoeding, laat een deel van het water in de tank weglopen (ca. 50%) en vul deze vervolgens bij en schakel de apparatuur weer in in de ECO-modus. |
| De warmtepomp blijft aanstaan zonder ooit te stoppen | Controleer, zonder warm water uit het product te halen, of de verwarming via de warmtepomp binnen enkele uren goed verloopt. |
| Water kan niet worden verwarmd via het geïntegreerde verwarmingselement in de AUTOMATISCHE modus | Schakel de apparatuur uit en controleer de veiligheidsthermostaat van het verwarmingselement in de apparatuur en stel deze zo nodig opnieuw in. Schakel vervolgens de apparatuur in de AUTOMATISCHE modus in.Koppel de apparatuur los van de netvoeding, laat een deel van het water in de tank weglopen (ca. 50%) en vul deze vervolgens bij en schakel de apparatuur weer in in de AUTOMATISCHE modus.Ga naar het installateurmenu en verhoog de waarde van parameter P32, bijv. tot 7°C.Controleer of de veiligheidsthermostaat van het verwarmingselement niet heeft ingegrepen (zie 9.2) |
9.1 Vervanging van de zekering van de voedingskaart
Ga te werk zoals hieronder aangegeven (alleen voor gekwalificeerd technisch personeel):
- Schakel de voeding naar de apparatuur uit.
- Verwijder het bovenste deksel van de apparatuur en vervolgens het deksel van de voedingskaart.
- Verwijder de zekeringsdop en vervolgens de zekering met een geschikte schroevendraaier.
- Installeer een nieuwe IEC-60127-2/II gecertificeerde tijdvertragingszekering van 5 A (T5AL250V) en plaats vervolgens de beschermdop terug.
- Monteer alle afdekkingen opnieuw en controleer of de apparatuur correct is geinstalleerd voordat u deze aanzet.

9.2 Resetten van de veiligheidsthermostaat van het verwarmingselement
Deze apparatuur heeft een veiligheidsthermostaat met handmatige resetfunctie die in serie is verbonden met het in water gedompelde verwarmingselement, die de voeding onderbreekt in geval van oververhitting in de tank.
Ga indien nodig als volgt te werk om de thermostaat te resetten (voorbehouden aan gekwalificeerd technisch personeel):
- Trek de stekker van het product uit het stopcontact.
• Verwijder eventuele luchtleidingen. - Verwijder het bovenste deksel door eerst de bevestigingsschroeven los te draaien (afb. 29).
- Verwijder het frontpaneel en reset de geactiveerde veiligheidsthermostaat handmatig (afb. 30). In geval van
interventie komt de centrale pin van de thermostaat ongeveer 2 mm naar buiten.
- Plaats het eerder verwijderde bovenste deksel terug.

afb. 29- Verwijdering van het bovenste deksel

afb. 30- Verwijdering frontpaneel

LET OP: De veiligheidsthermostaat kan worden geactiveerd door een storing in het bedieningspaneel of doordat er geen water in de tank zit.

LET OP: Reparaties aan onderdelen met een beveiligingsfunctie kunnen de veilige werking van de apparatuur in het gedrang brengen. Vervang defecte onderdelen alleen door originele reserveonderdelen.

NB: De activering van de thermostaat blokkeert de werking van het verwarmingselement maar niet die van het warmtepompsysteem (binnen de toegestane werkingslimieten).

LET OP! Als de bediener niet in staat is de storing te verhelpen, schakel dan de apparatuur uit en neem contact op met de technische ondersteuningsdienst en geef het model van het gekochte product door.
10. ONDERHOUD

LET OP: Reparaties aan de apparatuur moeten worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel. Verkeerde reparaties kunnen ernstige gevaren voor de gebruiker met zich meebrengen. Als uw apparatuur moet worden gerepareerd, neem dan contact op met het servicecentrum.

LET OP: Zorg er voor elk onderhoud voor dat de apparatuur niet op de netvoeding is aangesloten en er ook niet toevallig op kan worden aangesloten. Schakel daarom bij elke onderhouds- of reinigingsbeurt de stroom uit.
10.1 Controle/vervanging opofferingsanode
De magnesiumanode (Mg), ook wel "opofferingsanode" genoemd, voorkomt dat wervelstromen die in de boiler ontstaan oppervlaktecorrosieprocessen in gang zetten.
In feite is magnesium een zwak geladen metaal in vergelijking met het materiaal waarvan de binnenkant van de boiler is gecoat, daarom trekt het eerst de negatieve ladingen aan die zich vormen bij het verwarmen van het water, waardoor het zichzelf verbruikt. De anode offert zichzelf met andere woorden op door te roesten in plaats van de tank. De boiler heeft twee anodes, een in het onderste gedeelte van de tank en een in het bovenste gedeelte van de tank (gebied meer onderhevig aan corrosie).
De toestand van de Mg-anodes moet ten minste om de twee jaar (en beter ieder jaar) worden gecontroleerd. Deze controle moet worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel.
Voordat u de controle uitvoert:
- Sluit de koudwaterinlaat af.
- Maak de boiler leeg (zie par. "10.2 Boiler leegmaken").
- Schroef de bovenste anode los en controleer de corrosie; als de corrosie meer dan 2/3 van het anodeoppervlak heeft aangetast, ga dan over tot vervanging.

Deanodeszijnvoorzienvanpassendepakkingen. Omwaterlekken te voorkomen, wordt aanbevolen om voor de schroefdraden een anaeroob afdichtmiddel te gebruiken dat geschikt is voor gebruik in verwarmings- en waterleidingssystemen. De pakkingen moeten worden vervangen door nieuwe in geval van controle en ook de anodes moeten worden vervangen.
10.2 Boiler leegmaken
Indien niet in gebruik, vooral bij lage temperaturen, is het raadzaam om het water in de boiler af te tappen.
Voor de apparatuur in kwestie hoeft u alleen maar de waterinlaataansluiting los te maken (zie par. "6.5 Hydraulische verbindingen"). Als alternatief is het raadzaam om bij het opstellen van het systeem een aftapkraan met slangaansluiting te installeren.

NB: Vergeet in geval van lage temperaturen niet het systeem leeg te maken om bevriezing te voorkomen.
11. ALS AFVAL VERWIJDEREN
Op het einde van hun levensduur moeten de warmtepompen als afval worden verwijderd conform de geldende regelgeving.

LET OP: Deze apparatuur bevat fluorhoudende broeikasgassen die onder het Kyoto-protocol vallen. Deze apparatuur mag uitsluitend worden onderhouden en verwijderd door gekwalificeerd personeel.
INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS

Conform Richtlijnen 2011/65/EU en 2012/19/EU met betrekking tot het terugdringen van het gebruik van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur en de verwijdering ervan als afval.
Het symbool met de doorgestreepte afvalcontainer
dat op de apparatuur of de verpakking ervan is aangebracht, betekent dat het product op het einde van zijn leven gescheiden van ander afval moet worden verwijderd.
De gebruiker moet de apparatuur dan ook naar een gepast afvalcentrum voor elektrisch en elektronisch afval brengen, of het terugbezorgen aan de verdeler bij aankoop van een nieuw toestel, a rato van een oud toestel voor een nieuw.
Deze afzonderlijke afvalverwijdering en de daarop volgende verzending van de apparatuur die niet langer wordt gebruikt voor recycling, behandeling en/of milieuvriendelijke verwijdering zorgt er mee voor dat negatieve effecten op het milieu en de gezondheid worden voorkomen en stimuleert het hergebruik en/of de recycling van materialen waaruit de apparatuur is gemaakt. Bij ongeoorloofde verwijdering van het product door de gebruiker worden de administratieve sancties toegepast waarin de huidige wetgeving voorziet.
De belangrijkste materialen waaruit de apparatuur in kwestie bestaat, zijn:
- staal
- koper
- magnesium
- aluminium
- plastic
- polyurethaan
12. PRODUCTBLAD
| Beschrijvingen m.e. | EKHHE200CV37 | EKHHE260CV37 | EKHHE200PCV37 | EKHHE260PCV37 | |
| Opgegeven belastingsprofiel | - L XL | L XL | |||
| Temperatuurinstellingen van de waterverwarmingsthermostaat | °C 55 | 55 55 55 | |||
| Energie-efficiëntieklasse waterverwarming (1) | - A+ | A+ A+ A+ | |||
| Energie-efficiëntie waterverwarming - _wh^(1) | % 135 | 138 | 135 | 138 | |
| COP_WTW^(1) | - 3,23 | 3,37 | 3,23 | 3,37 | |
| Jaarlijks elektriciteitsverbruik - JEV (1) | kWu | 761 | 1210 | 761 | 1210 |
| Energie-efficiëntie waterverwarming - _wh^(2) | % | 106 | 112 | 106 | 112 |
| COP_WTW^(2) | - 2,55 | 2,73 | 2,55 | 2,73 | |
| Jaarlijks elektriciteitsverbruik - JEV(2) | kWu | 944 | 1496 | 944 | 1496 |
| Energie-efficiëntie waterverwarming - _wh^(3) | % 162 | 160 | 162 | 160 | |
| COP_WTW^(3) | - 3,89 | 3,9 | 3,89 | 3,9 | |
| Jaarlijks elektriciteitsverbruik - JEV(3) | kWu | 631 | 1046 | 631 | 1046 |
| Geluidsvermogenniveau binnen (4) | dB (A) | 53 51 53 51 | |||
| Geluidsvermogenniveau buiten (4) | dB (A) | 45 44 45 44 | |||
| De boiler kan alleen buiten de piekuren werken | - | NEEN NEEN | NEEN | NEEN | |
| Specifieke voorzorgsmaatregelen die moeten worden genomen wanneer de waterverwarming wordt gemonteerd, geïnstalleerd of onderhouden | - | Zie handleiding | |||
(1): Gegevens volgens norm EN 16147: 2017 voor een GEMIDDELD klimaat (unit in stand ECO; inlaatwatertemp. = 10°C; inlaatluchttemp. = 7°C DB/6°C WB)
(2): Gegevens volgens norm EN 16147: 2017 voor een KOUDER klimaat (unit in stand ECO; inlaatwatertemp. = 10°C; inlaatluchttemp. = 2°C DB/1°C WB)
(3): Gegevens volgens norm EN 16147: 2017 voor een WARMER klimaat (unit in stand ECO; inlaatwatertemp. = 10°C; inlaatluchttemp. = 14°C DB/13°C WB)
(4): Gegevens volgens norm EN 12102-2: 2019 stand ECO met inlaatluchttemp. = 7°C DB/6°C WB





