EHOB42AAV1H - Ketel DAIKIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EHOB42AAV1H DAIKIN in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over EHOB42AAV1H DAIKIN
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EHOB42AAV1H - DAIKIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EHOB42AAV1H van het merk DAIKIN.
GEBRUIKSAANWIJZING EHOB42AAV1H DAIKIN
Installatievoorschrift
1 Veiligheidsvoorschriften 5
2 Toestelomschrijving 6
2.1 Algemeen 6
2.2 Werking 6
2.3 Bedrijfstoestanden 6
2.4 PC Interface 8
2.5 Testprogramma's 8
3 Hoofdcomponenten 9
3.1 Accessoires 10
4 Installatie 11
4.1 Inbouwmaten 11
4.2 Opstellingsruimte 13
4.3 Montage 14
5 Aansluiten 16
5.1 CV-installatie aansluten 16
5.2 Elektrisch aansluten 18
5.3 Kamerthermostat aansluten 19
5.4 Gas aansluiten 20
5.5 Rookgasafvoer-en luchttoevoerkanaal 21
5.6 Afvoersystemen 22
5.7 Rookgasafvoermateriaal 23
5.8 Aansluiting op een rookgasafvoersystem zonder luchtinlaat (B23, B33) 25
5.9 Aansluiting op een afgedicht rookgasafvoersysteme 26
6 In bedrijf stellen van het toestel en de Installatie 34
6.1 Vullen en ontluchten van toestel en installmente 34
6.2 In bedrijf stellen van het toestel 35
6.3 Buiten bedrijf stellen van het toestel 36
7 Instelling en afregeling 37
7.1 Direct via bedieningspaneel 37
7.2 Parameter instellingen via de servicecode 38
7.3 Parameters 38
7.4 Instellen maximaal CV-vermogen 40
7.5 Instellen pompstand 40
7.6 Weersafhankelijke regeling 41
7.7 Ombouw maar andere gassoort 42
7.8 Gas/luchtegeling 42
7.9 Afstellen gas/luchtregeling 43
8 Storingen 45
8.1 Laatste storing tonen 45
8.2 Storingscodes 45
8.3 Overige storingen 46
9 Onderhoud
49
10 Technische specificaties
51
10.1 Technical Product Fiche in accordance to CELEX-32013R0811 52
10.2 Elektrisch schema 53
11 Garantiebepalingen
Alle rechten voorbehonden.
De verstrekte informatie geldt voor het product in standarduiutvoerig. Daikin Europe NV kan derhalve Niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade voortvloeieend uit de van de standarduiutvoerig afwijkende specifieies van het product. De beschikbare informatie is met alle moglije zorg samengesteld, maar Daikin Europe NV kan Niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuèle fouten in de informatie of voor de gevolgen waarvan. Daikin Europe NV kan Niet aansprakelijk gesteld worden voor schade voortvloeieend uit werkzaamheden die door deren zich uitgevoerd.
Wijzigingen voorbehouden.
Dit installmentevoorschrift
Met dit installmentievoerschriftkestu hetaestel op veilige wijze monteren,installeren en onderhoden.Volge instructies nauwkeurig op.
Neem bij twijfel contact op met de fabrikant.
Bewaar dit installmentevoerschrift bij het toestel.
Gebruekte afkortingen en benamingen
| Omschrijving | Te noemen als |
| Hoog Rendement | HR |
| Daikin EHOB12AAV1H, EHOB18AAV1H, EHOB42ABV1H | Toestel |
| Toestel met leidingwerk voor centrale verwarming | CV-installatie |
| Toestel met leidingwerk voor warm tapwater | WW-installatie |
Pictogrammen
In deze handleiding is het volgende pictogram gebruikt:

VOORZICHTIG
Procedures die -als ze nicht met de nodige voorzichtigheid uitgevoerd worden- schade aan het product, de omgeving, het milieu of lichamelijk letsel tot gevolg+kennen hebben.

BELANGRIJK
Procedures en/of voorschriften welke, bij nicht opvolgen de Werking van het toestel in negatieve zin hunnen beinvloeden.
Service en technische ondersteuning ten behoeve van de installmenteur
Voor informatatie over specifie afstellingen, installment-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden, kurz u als installer contact opnemen met uw locale Daikin dealer.
Identificatie van het product
De toestelgeevens vindt u op het typeplaatje op de onderzijde van het toestel. De typeplaat bevat naast de informatatie over de leverancier en de toestel geevens (type en model naam) de volgende geevens:
| *****-yymm***** | Product code - serialummer (yy = productie jaar, mm = producitemaand) |
| PIN | Product Identificatie Nummer |
| Informatie met betrekking tot Centrale Verwarming | |
| Informatie met betrekking tot de electrische aansluiting zoals voltage netfrequentie, elmax en IP klasse | |
| PMS | Toegestane overdruk van het Centrale Verwarmingscircuit in bar |
| Qn HS | Belasting op bovenwaarde in kilowatt |
| Qn Hi | Belasting op onderwaarde in kilowatt |
| Pn | Vermogen in kilowatt |
| BE, FR, IT, PL | Bestemmingslanden (EN 437) |
| II2H3P, II2Esi3P, I2E(S), I2E3P | Toegestane toestel categorie (EN 437) |
| G20-20 mbar G25-25 mbar | Gssoort en voordruk (fabrieksinstelling, EN 437) |
| B23, ..., C93(x) | Toegestane rookgascategory (EN 15502) |
| Tmax | Max. aanvoertemperatuur in °C |
| IPX4D | Electrische beschemingsklasse |
1 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

BELANGRIJK
Dit product is uitsluitend voor huishoudelijk gebruik bestemd.
De fabrikant Daikin Europe NV aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade of letselveroorzaakt door het Niet (strikt) naleven van de veiligheidsvoorschriften en - instructies, dan wel door onachtzaamheidijdens het installereren van de Daikin EHOB**A*V1H gaswandketel en de eventuele bijbehorende accessoires.
Dit apparatus is nicht bedoeld voor gebruik door Personen (inclusief kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijkke vermogens, of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij zij toezlicht of instructie over het gebruik van het apparatus door een persoon die verantwoordelijk is voor hun verilgheid is gegeven.
De gehele installment moet voldoen aan de geldende lokale technische en (veiligheids)voorschriften van toepassing en dit zowel voor de gasinstallatie, de elektrische installment, rookgasafvoerinstallatie, dinkwaterinstallatie en CV- installment.
Afhankelijk van het bouwjaar kan een Daikin EHOB**A*V1H een onderdeel bevatten waarin keramische verzels zijn verwerkt. Dit kan van toepassing zich op de kijkglaspakking en op de isolatiepakking van de voorplaat. Gebruik algijd de aanbevolen persoonlijke beschemingsmiddelen bij het werken met keramische verzels.
2 TOESTELOMSCHRIJVING
2.1 Algemeen
De Daikin EHOB**A*V1H gaswandketel is een gesloten toestel. Het toestel is bedoeld om warmte te leveren aan het water van een CV-installatie en de WW-installatie.
De luchttoevoer en verbrandingsgasafvoer hunen door middel van tweeAPE leidingen op het toestel aangesloten worden. Een concentrische aansluiting kan op bestelling geleverd worden. Het toestel is in combinatie met de combidoorvoer geleurd, maar het toestel kan ook aangesloten worden op combidoorvoeren die voldoen aan de universele keuringseisen voor combidoorvoeren.
Het toestel kan waar keuze aangesloten worden op een montagebeugel, een frame met bovenaansluiting en diverse aansluitsets. Deze wordenSeparated geleverd.
De Daikin EHOB**A*V1H gaswandketels zijn voorzien van het CE keurmerk, elektrische beschermingsklasse IPX4D.
Het toestel worden standaard geleverd voor aardgas (G20). Op bestelling kan een toestel geleverd worden voor propaan (G31).
2.2 Werking
De Daikin EHOB**A*V1H gaswandketel is een modulerende hoop rendement ketel. Dit houdt in dat het vermogen wordt aangepast aan de gewenste warmtebehoefte.
In de aluminium warmtewiselaar is een koperen CV-circuit geintegreerd.
Door het toestel met behulp van een driewegklep en tanksensor aan te sluiten op een indirect verwarmde tank kan het water van de WW-installatie verwarmd worden (Zie S 5.1 en 5.2). De ingebouwde tankregeling van het toestel zorgt er voor dat de warmwatervoorzieening voorrang krijgt ten opzichte van de verwarming. Beide kennen nicht geluktijdig werken
Het toestel is voorzien van een elektronische branderautomaat die bijijdere warmtevraag van de verwarming of de warmwatervoorzieening de ventilator aanstuurt, de gasklep opent, de brander ontsteekt en de vlam continue bewaakt en regelt, afhankelijk van het gezvaagde vermogen.
2.3 Bedrijfstoestanden
Op het servicedisplay van het bedieningspaneel worden door een code de bedrijfstoestand van het toestel aangegeven.
Uit
Het toestel is buiten bedrivf, maar staat wel onder elektrische spanning. Op vragen voor warm tapwater of CV-water worden Niet gereageerd. De toestelvorstbeveiliging is wel actief. Dit houdt in dat de pomp gaat draaien en de wisselaar worden opgewarmd indien de temperatuur van het waar aanwezige water te ver daalt.
Als de vorstbeveiliging ingrijpt dan is code 7 zichtbaar (opwarmen wisselaar).
Tevens kan in deze bedrijstoestand de druk in de CV-installatie (in Bar) afgelezen worden op het temperatuurdisplay.
Wachtstand
De LED bij de ① toets brandt en eventuele een van de LED's van de tapcomfort functie. Het toestel is gereed voor het beantwoorden van een vraag maar CV- of tapwater.
Nadraaien CV
Na het einde van CV-bedrij drait de pomp na. De nadraaitijd staat van fabriekswege ingesteld op de waarde volgens § 7.2. Deze instelling kan gewijzigd worden. Bovendien gaat de pomp automatisch 1 keer per 24 uur gedurende 10 seconden draaien om vastzitten te voorkomen. Deze automatische inschakeling van de pomp vindt plaats op het tijdstip van de laatste warmtevraag. Om het tijdstip te wijzigen dient op het gewenste tijdstip de kamerthermostat aan even omhoog gezet te worden.
Gewenste temperatuur bereikt
De branderautomaat kan de warmtevaag tijdelijk blokkeren. De brander worden dan gestopt. De blokkering vindt plaats,ondat de bevgraagde temperatuur is bereikt. Als de temperatuur voldoende is gezakt worden de blokkering opgeheven.
Zelftest
Eenmaal per 24 uur worden door de branderautomaat de aangesloten sensoren gecontroleerd. Tijdens de contrôle voert de automaat geen andere taken UIT.


3 Ventileren
Bij het starten van het toestel worden allereerst de ventilatoraar het starttoerental gebracht. Als het starttoerental is bereikt worden de brander ontstoken. Code is eveneens zichbaar als er na het stoppen van de brander worden nageventileerd.
Ontsteken
Als de ventilator het starttoerental heeft bereikt vindt de ontsteking van de brander middels elektrische vondenplaats. Tijdens het ontsteken is code 4 zichtaar. Indien de brander Niet ontsteekt dan vindt na ongeveer 15 seconden een neue ontsteekpoging plaats. Als na 4 ontsteenkogingen de brander nog nicht brandt dan valt de automaat in storing.
5CV-bedrijf
Op de automaat kan een aan/uit thermostat, een OpenTherm thermostat, een buitenvoeler of een combinatie met de LASTA aangesloten worden (zie § 5.3)
Bij een warmtevaag afkomstig van een thermostat volgt na het aanlopen van de ventilator (code 3) het ontsteken (code 4) en de CV-bedrijfstoestand (code 5).
Tijdens CV-bedrijf worden te toerental van de ventilator en daarmee het vermogen van het toestel aangepast zdotig dat de temperatuur van het CV-wateraar de gewenste CV-aanvoertemperatuur toe geregeld worden. Wanner een aan/uit thermostat is aangesloten, is dit de op het display ingestelde CV-aanvoertemperatuur. In het geval van een OpenTherm thermostat wordt de gewenste CV-aanvoertemperatuur door de thermostat bepaald. Bij een buitenvoeler wordt de gewenste CV-aanvoertemperatuur bepaald door de in de branderautomaat geprogrammeerde stooklijn. Voor de LASTe twee situatuies geldtECHter als maximum de op het display ingestelde temperatuur.
Tijdens CV-bedrijf worden de gezvraagde CV-aanvoertemperatuur op het bedieningspaneel weergegeven.
De CV-aanvoertemperatuur kan ingesteld worden:tussen 30 en 90^ (zie 7.1 ).Let op: voor een laagtemperatuursystem kan een lagere maximale instelling vereist zich dan de standardinstelling van 80^
Door de servicetoets in te drukken tijdens CV-bedrijf kan de werkelijkke CVaanvoertemperatuur afgelezen worden.
Als de tapcomfortfunctie is ingeschakeld (zie code 7), dan worden een OpenTherm warmtevraag van minder dan 40 grades genedeerd.
Tapwaterbedrivf
De warmwatervoorzieening heeft voorrang op de verwarming. Bij toepassing van een tanksensor zal, als door de tanksensor een temperatuur van 5 graden lager dan de ingestelde waarde worden gedetecteerd, een eventuele CV-vraag onderbroken worden. Na het aanlopen van de ventilator (code 3 en het ontsteken (code 4 )komt de automaat in tapwaterbedrijf (code 6 ). Bij toepassing van een tankthermostat za de warmtevraag starten bij het openen van de thermostat en eindhoven als de thermostat waar sluit. Het toerental van de ventilator, en daarmee het vermogen van het toestel, worden in dat geval geregeld door de automaat op basis van een vaste aanvoertemperatuur. Het sanitair warmwater kan worden ingesteld tussen 40^ en 65^ . De ingestelde tanktemperatuur worden tijdens tapwaterbedrijf op het bedieningspaneel getoond. Door de servicetoets in te drukken tijdens tapwaterbedrijf, kan de werkelijkke tanktemperatuur afgelezen worden.
2.4 PC Interface
De automaat is voorzien van een interface voor een PC. Door middel van een dongle en bijbehorende software kan een PC aangesloten worden. Met deze voorzieening is het可想而知 om het gedrag van de automaat, het toestel en de verwarmingsinstallatie over een langeperiode te volgen.
2.5 Testprogramma's
In de branderautomaat is een voorziening aangebracht om het toestel in een test status te brengen.
Door het activeren van een testprogramma za het toestel in bedrijf komen met een vast ventilator toerental, zonder dat de regelfuncties zullen ingrijpen.
De veiligheidsfuncties blijven wel actief.
Het testprogramma worden beeindigd door de en gelijktijdig in te drukken.
Testprogramma's
| Omschrijving programma | Toets combinaties | Display uitlezing |
| Brander aan met minimaal WW vermogen (zie parameter d § 7.2) | en - | "L" |
| Brander aan met ingesteld maximaal CV-vermogen (zie parameter 3 § 7.2) | en +1x) | "h" |
| Brander aan met maximaal WW vermogen (zie parameter 3 § 7.2) | en +2x) | "H" |
| Uitschaken testprogramma | +en - | Actuele bedrijfsituatie |
Als het toestel in test bedrivf is hunnen de volgende gegevens via het display worden uitgelezen:
- Door de koets blijvend in te drukken worden op het display de CV-druk getoond.
- Door de -toets blijvend in te drukken worden op het display de gemeten ionisatiestroom getoond
-
Om bevriezing van het toestel te voorkomen is het toestel voorzien van een vorstbeveiliging. Als de temperatuur van de warmtewisselaar te laag worden, gaat de pomp draaien tot de temperatuur van de warmtewisselaar voldoende is. Als de vorstbeveilig ingrijpt dan is code 7^ zichtaar (opwarmen wisselaar).
-
Als de installmentie (of een deel waarvan) kan bevriezen,要去 op de koudste plaatse een (externe) vorstthermostat op de retourleiding aangebrachte worden. Deze要去 volgens het elektrisch schema aangesloten worden (zie § 10.2).
Opmerking
Als het toestel buiten bedrijf is ( - op het service display) blijft de toestelvorstbeveiliging actief, op een warmtevraag van een (externe) vorstthermostat waart dit zicher nicht gereageerd.
3 HOOFDCOMPONENTEN

A. CV-pomp
B. Gasblok
C. Branderautomaat met bedieningspaneel
D. Aanvoersensor S1
E. Retoursensor S2
F. Ventilator
G. Druksensor CV
H. Aansluitsnoor 230V
I. Handontluchter
J. Kijkglas
K. Rookgasafvoeradapter
L. Luchttoevoer
M. Aansluitblok / klemmenlijst X4
N. Condensafvoerbak
O. Sifon
P. Warmtewisselaar
Q. Bedieningspaneel en uitlezing
R. Ionisatie-/Ontsteekpen
S. Positie typeplaat
3.1 Accessoires
| Omschrijving | Artikel nummers | |
| B-pack small (1) | EKFJS*AA | |
| B-pack middle (1) | EKFJM*AA | |
| B-pack large (1) | EKFJL*AA | |
| Valve kit (1) | EKVK4AA | |
| Schemplatz | EKCP1AA | |
| Buitenvoeler | EKOSK1AA | |
| 3-Way valve set | EK3WV1AA | |
| Rookgasadapter Concentrische Ø80x125 | EKHY090717 | |
| Rookgasadapter Parallel 80 mm | EKHY090707 | |
| Propaanset EHOB12AAV1H | EKPS075917 | |
| Propaanset EHOB18AAV1H | EKPS075867 | |
| Propaanset EHOB42ABV1H | EKHY075787 |
(1) Deze set bevat een gaskraan dat voldoet aan EN 331 met de volgende specificaties:
Zorg ervoor dat de gaskraan voldoet aan de vereisten voor de toepassing
- Gebruik de gaskraan Niet bij zichtbare schade
- Wijzig niets aan de gaskraan
- De Instructies bij de kraan moeten worden gevolgd
- Lokale wetgeving moet worden gevolgd
4 INSTALLATIE
4.1 Inbouwmaten
Toestel met leidingen maar anderen aangesloten:



Toestel + montagebeugel

Toestel Op B-pack aangesloten:


Toestel + B-pack
| A = | Aanvoer CV | G 3/4" (ext) |
| B = | Retour CV | G 3/4" (ext) |
| C = | Gas | G 1/2" (int) |
| D = | Condensafvoer | Ø dn25 (flexibel) |
| H = | 770mm | EHOB12AAV1H & EHOB18AAV1H |
| 890mm | EHOB42ABV1H | |
| Z = | Rookgasafvoer/luch ttoevoer | Ø60/100 (concentrisch) |
4.2 Opstellingsruimte
Het toestel dient aan een wand gemonteerd te worden die voldoende draagkracht heeft.
Bij lichte wandconstructies bestaat de möglichkheid dat er resonantiegeluiden optreden.
Binnen een afstand van 1 meter van het toestel dient een wandcontactdoos met randaarde voorhanden te zijn.
Om bevriezing van de condensafvoer leiding te voorkomen, moet het toestel in een vorstvrijne ruimte geinstalleerd worden. Zorg bij voorkeur voor een minimaal vrij te honden ruimte naast de ketel van 2 cm. In verband met schroeigevaar is geen vrij ruimte vereist.
4.2.1 In een keukenkastje plaatsen
Het toestel kan:tussen twee keukenkastjes of in een kastje geplaatst worden.
Zorg voor voldoende ventilatie aan de onder- en bovenzijde.
Als het toestel in een kastje geplaatst worden, moeten er ventilatieopeningen van tenminste 50~cm^2 gemaatk worden.

4.2.2 Schermplaat en frontpaneel afnemen
Voor diverse werkzaamheden aan het toestel dienen de eventuele aangebrachte schermplaat en frontpaneel van het toestel verwijderd te worden. Ga hierbij als volgt te werk:
- Neem de schermplaat (A), indien gebruikt, maar voren toe weg.
- Draai de beide schroeven (1) ache ter het displayvenster van het toestel los.
Trek de onderzijde van het frontpaneel (2) maar voren toe.
Gevaar: risico van verbranding
In geval van hoge vertrek water temperatureen voor CV (of een hoog vast setupnt of een hoog weersafhankelijk instelpunt bij lage omgevingstemperaturen), kan de warmtwisselaar van de ketel zeer heet worden, bijvoorbeeld 70^ C.
Pas op, in geval van een warm water vraag kan het water in eerste instantie een hogere watertemperatuur hebben dan gesvaagd.
In dit geval is het raadzaam om eenthermostaatkraan te installereren om brandwonden te voorkomen.
Dit kan gedaan worden volgens het onderstaande schema.



4.3 Montage
De ketel kan worden opgehangen aan de muur met behulp van:
- deophangstrip en de montagebeugel EKVK4AA
- een B-pakket met inbegrip van een expensionvat en een connection kit.
4.3.1 Ophangstrip en montagebeugel monteren
Zorg ervoor dat de bouw van de muur geschikt is voor de montage van de ketel.
Boor de gaten voor de ophanging strip en de montagebeugel in de muur met behulp van het boorpatroon meegeleverd met de ketel.
- Monteur de ophangstrip en de montage beugel horizontal op de muur met het bijbehorende bevestigingsmaterialen.
- De ketet kan nu op de ophangstrip geplaatst worden door gewelijkijdig de leidingen van de ketet in de knelfitting van de beugel te schuiven.

4.3.2 Monteren van de B-pack
Zorg ervoor dat de bouw van de muur geschikt is voor de montage van de ketel en de B-pack
Boor de gaten voor de B-pack in de muur met behulp van het boorpatronn meegeleverd met de ketel.
- Monteer de B-pack op de muur met het bijbehorende bevestigingsmaterialen.
- Monteer de montagebeugel in het frame zoals uitgelegd in de manua van de B-pack.
Sluit de flexibele buis op het expansievat en de aansluiting op de terugslagklep. Zorg dat de dichtingsringen geplaatst+zijn!
- De ketel kan nu op de B-pack geplaatst worden door geleijktijdig de leidingen van de ketel in de knelfiting van de beugel te schuiven.

4.3.3 Toestel monteren
- Pak het toestel UIT.
- Controller de inhoud van de verpakking, deze bestaat UIT:
Toestel (A)
- Ophangstrip (B)
- Sifon + flexibele buis (C)
Installatievoorschrift
Bedieningsvoorschrift
- Garantiekaart
- Controller het toestel op eventuele beschadigingen: meldt beschadigingen direct aan de leverancier.
- Monteer de ophangstrip.
- Controller of de knelringenrecht in de koppelingen van de montagebeugel zich geplaatst.
- Plaats het toestel: schuif deze van bovenaar beneden over de ophangstrip (B). Zorg dat de leidingen tegelijkertijd in de knelfittingen schuiven.
- Draai de knelfittingen op de montagebeugel vast.
De nippels en leidingen mogen nicht meedraaien!
- Open de displayklep en draai de twee schroeven links en rechts naast de display los en demonteer het frontpaneel.
- Monteer de flexibebe buis (D) op de uitloop van de sifon.
Vul de sifon met water en schuif deze zo ver möglichk maar boven op de condensafvoer aansluiting (E) onder het toestel.

BELANGRIJK
Het toestel EHOB42ABV1H mag alleen worden aangesloten met de meegeleverde verlngde sifon. Let op dat bij een eventuele verranging de juiste uitvoering worden besteld.
- Sluit flexibele buis (D) van de sifon, eventueel samen met de overstortleiding van de inlaatcombinatie en het overstortventiel, aan op het riool via een open aansluiting (F).
- Monteer de luchttoevoer en de verbrandingsgasafvoer (zie § 5.5).
- Monteer de mantel en draai de twee schroeven links en rechts naast de display vast, sluit de displayklep.


4.3.4 Schermplaat aanbrengen (optioneel)
Hang de omgezette bovenrand van de schermplaat aan de sluitingen onder de bodem van het toestel en schuif de schermplaat zo ver möglichk maar achefteren.
N.B. Bij toepassing van de ketel in combinatie met een schermplaat za de sifonuitsteken onder de schermplaat.

5 AANSLUITEEN
5.1 CV-installatie aansluten
- Spoel de CV-installatie goed schoon.
- Monteer de aanvoerleiding (A) en retourleiding (B) aan de montagebeugel.
- Alle leidingen moeten spanningsvrij gemonteerd worden om tikken van de leidingen te voorkomen.
- Bestaande verbindingen mogen nicht verdraid worden om lekkages te voorkomen.
De CV-installatie dient voorzien te zijn van:
- Een vul/aftapkraan (A) in de retourleiding direct onder het toestel.
- Een aftapkaan op het laagste punt van de installment.
- Een overstortventiel (B) van 3 bar in de aanvoerleiding op een afstand van maximaal 500mm van het toestel.
Tussen het toestel en het overstortventiel mag zich geen afsluieter of vernauwing bevinden.
- Een expansievat in de retourleiding (in de B-pack of in de installment).
- Een terugslagklep, als er op korte afstand van het toestel leidingen maar boven lopen. Hiermee worden voorkomen dat erijdens tapwaterbedrijf van het toestel thermosifonwerking optreedt (een Niet veerbebendiende terugslagklep, dient verticaal gemonteerd te worden).
Als alle radiatoren zijn uitgevoerd met thermostatische of afsuitbare radiatorkranen, dient een minimale watercirculatie te worden gewaarborgd. Zie § 7.5.


5.1.2 Opdeling CV-installatie in groepen bij aanwezigheid extra warmtebron
Werkingsprincipe
Indien de kamerthermostat de ketel uitschakelt doordat een andere verwarmingsbron (houtkachel, open haard, etc) de ruimte opwarmt, is het möglichk dat de overige ruimten afkoelen. Dit kan worden opgelost door de CV-installatie op te delen in twee zones. De zone met de externe warmtebron (Z2) kan middels een elektrische afsluiter worden afgesloten van het hoofdcircuit. Beide zones worden voorzien van een eigener kamthermostat.
N.B. Deze regeling "externe warmtebron" kan alleen worden toegepast indien geen externe tank hoeft te worden opgewarmd (installatietype 1).
Installatievoorschrift
- Plaats de afsluiter volgens het aansluitschema.
- Sluit de kamerthermostat van zone 1 aan op X4-6/7.
- Sluit de kamerthermostat van zone 2 aan X4-11/12.
- Wijzig parameter A (zie Parameter instellenen via de servicecode § 7.2). Let op: De kamerthermostat in zone 1 MOET een aan/uit thermostat�<|im_start|>assistant kamerthermostat in zone 2 mag zowel een OpenTherm thermostat als ook een aan/uit thermostat�<|im_start|>assistant

Aansluitschemagregeling"externalermetebron
A. Ketel
B. Elektrische aufsluiter 230 V ~
C. Radiatoren
T1. Kamerthermostaat zone 1
T2. Kamerthermostat zone 2
Z1. Zone 1
Z2. Zone 2
Aansluiting externe tank
Voor de aansluiting van de EHOB**A*V1H op een indirect gestookte tank wordt op besteling geleverd:
- Tanksensor
Driewegklepset 230V
Sluit de tank en driewegklep volgens het schema aan op de ketel. Verwijder de doorverbindingussen 9 en 10 op connector X4. Sluit de driewegklep aan op connector X2 en sluit de tanksensor of thermostat aan op connector X4 volgens het bedradingsschema (Zie 10.2).
Als een aan/uit tankthermostat worden toegepast za de warmtevraag starten bij het openen van de thermostat en eindigen als de thermostataal sluit.
In het geval van een oude installmente of WW circuits diekleine partikelen kannen bevatten is het aan te raden een filter op het warm water circuit te installeren.
De verruiling kan een fout genererenijdens de warm water werking.

5.2 Elektrisch aansluiten

VOORZICHTIG
Een wandcontactdoos met randaarde mag maximaal 1 meter van het toestel verwijderd zijn.
De wandcontactdoos要去 gemakkelijk bereikhaar zich.
Voor opstelling in vochtige ruimten is een vaste aansluiting verplicht middels een all-polige hoofdschakelaar met een minimale contactopening van 3mm
Indien het netsnoer is beschadigd of om een andere reden要去 worden verrangen,要去 het verrangende netsnoer bij de fabrikant of diens vertegenwoordiger worden besteld. Neem bij twijfel contact op met de fabrikant of diens vertegenwoordiger.
- Neem bij werkzaamheden aan het elektrisch circuit de stekeruit de wandcontactdoos.
- Neem de schermplaat (A) (indien aanwezig) waar voren toe weg.
- Draai de bye schroeven (1) ache ter het displayvenster van het toestel los.
- Schuif de onderzijde van het frontpaneel (2) waar voren toe en neem deze verwolgens weg.
- Trek de branderautomaat unit maar voren, de branderautomaat unit za waar bij waar beneden kantelen.
- Raadpleeg § 10.2 voor het makeen van de aansluitingen.
- Schuif nadat de gewenste aansluitingen zijn aangebrachte de branderautomaat terug in het toestel en breng de schermplaat (indien aanwezig) wee aan.
- Sluit na het makeen van de gewenste aansluitingen het toestel aan op een wandcontactdoos met randaarde.



5.2.1 Elektrische aansluitingen
| Temperatuurregeling | Connector X4 | Opmerkingen |
| Kamerthermostat aan/uit | 6 - 7 | |
| Moduleringe thermostat met comfortfunctie in gebruik | 11 - 12 | |
| Buitemperatuarvoeler | 8 - 9 | |
| Vorstthermostat | 6 - 7 | Parallel over kamerthermostat |
| Boiler Sensor | 9 - 10 | Gele kabelbrug verwijderen |

5.3 Kamerthermostat aansluten
5.3.1 Kamerthermostat aan/uit
- Sluit de kamerthermostat aan (zie § 10.2).
- Stel, indien nodig de terugkoppelweerstand van de kamerthermostaat in op 0,1 A. Meet bij twijfel de stroom en stel deze overeenkomstig in. De maximale weerstand van de thermostaatleiding en de kamerthermostaat bedraagt totaal 15 Ohm.
5.3.2 Modulerende thermostat, Open Therm

Het toestel is geschikt voor het aansluien van een modulerende kamerthermostat, volgens het OpenThermcommunicatie protocol.
De belangrijkste functie van de modulereende kamerthermostat is het berekenen van de aanvoertemperatuur bij een gewenste kamertemperatureur, om een optimaal gebruik te makeen van het moduleren. Bij elke warmtevraag worden op het display van het toestel de gewenste aanvoer temperatuur aangegeven.
Sluit de modulerende thermostaat aan (zie §10.2).
Indien men gelebruik wil makev van de tapwater aan/uit schakel functie van de OpenTherm thermostat dient de tapwatercomfort functie op eco of aan ingesteld te worden.
Raadpleeg voor meer informatie de handleiding van de kamerthermostat.
5.3.3 Modulerende kamerthermostat, draadloos

rf-module
De EHOB**A*V1H CV-ketel is geschikt om zonderZend-/ontvangstmodule draadloos te communiceren met de Honeywell kamerthermostaten T87RF1003 Round RF, DTS92 en CMS927. De CV-ketel en kamerthermostaat dienen aan elkaar te worden toegewezen:
- Houdt de reset toets van het toestel circa 5 seconden ingedrukt om in het RF-kamerthermostaat menu te komen.
-
Eén van de volgende codes zal op het display van het toestel worden weergegeven:
-
rF en L / : het display boven de toets LAST WISELEND een L en een - zien rode led : knipperend
De CV-ketel is nicht toegewezen. Een toestel in deze bedrijsttoestand, kan worden gekoppeld d.m.v. de methode van de desbeteffende kamerthermostaat.
De methode van toewijzing is afhankelijk van het soort kamthermostaat en wordt beschreiben in de installmentie- en bedieningsvoorschriften van de draadloze kamhermostaat.
- rF en L/1: het display boven de toets waar wisselend een L en een 1 zien rode led :uit
De CV-ketel is reeds toegewezen. Er is reeds een bestaande koppeling met een RF-kamerthermostaat aanwezig. Om een neue koppeling möglich te make, zal de bestaande koppeling verwijderd要去en worden.
Zie: De toewijzing van een RF-kamerthermostaat aan de CV-ketel ongedaan make.
- Druk op de reset toets om het RF-kamerthermostat menu te verlaten of wacht 1 minuut.
De verbinding:tussen het toestel en de RF-kamerthermostat testen
- Houdt de reset toets van het toestel circa 5 seconden ingedrukt om in het RF-kamerthermostat菜单 van de branderautomaat te komen.
- Druke service toets 1x in. Op het display boven de toets worden een t getoond.
- Zet de kamerthermostat in testmode (zie de installation en bedieningsvoorschriften van de kamerthermostat).
- De rode led boven de reset toets gaat knipperen indien de toewijzing correct isuitgevoerd.
- Druk op de reset toets van het toestel om het RF-kamerthermostat menu van de branderautamaat te verlaten. De testmode worden, 1 minuut nadat het LASTe testbericht van de RF-kamerthermostat is ontvangen, automatisch verlaten.


De toewijzing van een RF-kamerthermostat aan de CV-ketel ongedaan maken
- Houdt de reset toets van het toestel circa 5 seconden ingedrukt om in het RF-kamerthermostat菜单 van de CV-ketel te komen.
Druk de service toets 2x in. Op het display boven de toets worden een C getoond. - Druk nogmaals op de reset toets van het toestel om de bestaande toewijzingen te verwijdenen. Op het display van het toestel worden越 rF getoond met een knipperende L / - . Indien gewenst kan opnieuw een RF-kamerthermostaat aan het toestel worden toegewezen.
- Druk op de reset toets van het toestel om het RF-kamerthermostat menu te verlaten of wacht 1 minuut.

5.3.4 Buitentemperatuurvoeiler
Het toestel is voorzien van een aansluiting voor een buitentemperatuurvoeler. De buitentemperatuurvoeler dient in combinatie met een aan/uit kamerthermostat teogepast te worden.
In principe kan elke willekeurige aan/uit kamerthermostaat gecombineerd worden met een buitenvoeler.
Bij vraag van de kamerthermostat levert de ketel warmte tot de maximaal ingestelde temperatuur in de ketel bereikt is. Deze maximaal ingestelde temperatuur worden automatisch geregold via de buitenvoeler, volgens de ingestelde stooklijn in de ketel.
Sluit de buitentemperatuurvoeler aan (zie 10.2
Voor de stoeklijninstelling, zie Weersafhankelijkke regeling (zie § 7.6).
5.4 Gas aansluten
- Monteer de koppeling van de gaskraan bij voorkeur direct in de 1/2 aansluiting van de montagebeugel.
- Plaats een gaszeef in de aansluiting voor het toestel als het gas verwuild kan zichn.
- Sluit het toestel aan op de gasleiding.
- Controller de gasvoerende delen op lekkage op een druk van maximaal 50 mbar.
- De gasleiding dient spanningsvrij te worden gemonteerd.
5.5 Rookgasafvoer-en luchttoevoerkanaal

Om het materiaal teplaaten van het rookgasafvoer- en luchttoevoerkanaal, raadpleeg de handleiding die met het materiaal werk meegeleverd. Neem contact op met de fabrikant van het betreffende rookgasafvoer- en luchttoevoerkanaalmaterialaal voor uitgebreide technische informatie en specifieke montageinstructies.

Zorg ervoor dat de aansluitingen van het materiaal van het rookgasafvoer- en luchttoeorkanaal op de juiste manier+zijn afgedicht.
Wanneer van het rookgasafvoer- en luchttoevoerkanaal slecht is vastgemaakt, können gevaarlijke situatives ontstaan of kan iemand letsels oplopen.
Controleer of alle rookgasonderdelen goed+zijn vast gemaakt en aangespannen.
Gebruik geen al dan Niet zelftappende schroeven om het rookgasafvoersysteme te bevestigen, anders is lekkage möglichk.
Gebruik geen vet (van welke soort ook) om het leidingsysteme te monteren.
Gebruik water in deplaats. De afldichtingsrubbers können in contact met vet beschadigd worden.
Gebruik geen onderdelen, materiaal of aansluitmanieren van verzillende fabrikanten.
5.5.1 Concentrische aansluiting 60/100
De ketel bevat een rookgasafvoeradapter die geschikt is voor een aansluiting op een concentrische rookgasafvoersysteme met een diameter van 60/100.
Steek de concentrische leiding zorgvuldig in de adapter. De ingebouwdefadhichtringen zorgen voor een luchtdichte aansluiting.
5.5.2 Concentrische aansluiting 80/125
Indien nodig kan de 60/100-rookgasadapter verrangen worden door een versie voor een rookgasafvoersystemeem met een diameter van 80/125.
- Volg de instructie zoals.Deze bij de adapterset 80/125 is meegeleverd nauwgezetuit.
- Steek de concentrische leiding zorgvuldig in de adapter. De ingebouwde aufdichtringen zorgen voor een luchtdichte aansluiting.
5.5.3 Parallelle aansluiting 80/80
Indien nodig kan de 60/100-rookgasafvoeradapter verrangen worden door een versie voor een parallelle rookgassystem (2 leidingen) met een diameter van 80 mm.
- Volg de instructie zoals deze bij de adapterset 80 is meegeleverd nauwgezetuit.
- Steek de leidingen voor de luchttoevoer en rookgasafvoer in de luchttoevoeropening en de rookgasadapter van de unit. De ingebouwde afdichtringen zorgen voor een luchtdichte aansluiting. Zorg ervoor dat de aansluitingen Niet gemengd�.
5.6 Afvoersystemen
Let op: Niet alle hieronder beschreiben rookgasafvoerconfigurations zijn toegestaan in alle landen. Raadpleeg waarom steeds de geldende locale regelgeving voordat u met de plaatsing begint, maar u deze reglementen要去leven.


De schema's hierboven dienen slechts als voorbeeld en deuitvoering ervan kan in sommige details verschillen.
| Uitleg over de rookgasafvoersystemen | ||
| Categorie overeenkomstig CE | ||
| B23 | Een rookgasafvoer die verbrandingsproducten buren de kamer waarin het toestel staat, afvoert. De verbrandingslucht wordenrechtstreeksuit de kamer getrokken. | Zorg ervoor dat de luchtinlaat open is en voldoende groot is voor de vraag. |
| B33 | Een rookgasafvoersystem is aangesloten op een gemeinschappelijk kanaalsystem. Dit gemeenschappelijk kanaalsystem bestaatuit een enkele rookgasafvoer met tatsächlijke trek. Alle onder druk gebrachte verbrandingsproductbevattende onderden van het toestel zich volledig ingebouwd in de toestelonderdelen die verbrandingslucht toevoeren. De verbrandingslucht worden via een in de rookgasafvoer zittende concentrisch kanaaluit de kamer in het toestel getrokken. De lucht worden via hiertoe voorziene opingen in de mantel van het kanaal ingezogen. | Zorg ervoor dat de luchtinlaat open is en voldoende groot is voor de vraag. |
| C13 | Horizontalaal rookgasafvoersystem. Afvoer in de buitenmuur. De luchttoeoperpening ligt indezelfde drukzone als de afvoer. | Bijvoorbeeld: een muurdoorvoer doorheen de gevel. |
| C33 | Verticaal rookgasafvoersystem. Rookgasafvoer via het dak. De luchttoeoperpening ligt indezelfde drukzone als de afvoer. | Bijvoorbeeld: een verticale dakdoorvoer. |
| C43 | Gezamenlijk kanaal voor luchttoevoer en rookgasafvoer (CLV-systeel) Dubbele leiding of concentrische leidingen | |
| C53 | Afzonderlijk luchttoevoerkanaal en afzonderlijk rookgasafvoerkanaal. Afvoer in verschillende drukzones | |
| C63 | Vrij in de handel verkrijgbaar rookgasafvoermateriaal met CE-label | Meng geen rookgasafvoermateriaal van verschillende leveranciers. |
| C83 | Gezamenlijk kanaal voor luchttoevoer en rookgasafvoer (CLV-systeel) Afvoer in verschillende drukzones | Enkel als systeem met dubbele leiding |
| C93 | Luchttoevoer- en rookgasafvoerkanaal in schoorsteen of kanaal: concentrisch. Luchttoevoer uit bestaand kanaal. Rookgasafvoer via het dak. Luchttoevoer en rookgasafvoer indezelfde drukzone. | Concentrisch rookgasafvoersystemtussen de ketel en het kanaal. |
5.7 Rookgasafvoermateriaal
Het volgende rookgasafvoermateriaal kan bij Daikin worden besteld.
Raadpleeg ook deze website. fluegas.daikin.eu.
C13
| Artnr. | Beschrijving |
| EKFGP2978 | Kit muurdoorvoeren PP/GLV 60/100 |
| EKFGP4651 | Verlengstuk PP/GLV 60/100 x 500 mm |
| EKFGP4652 | Verlengstuk PP/GLV 60/100 x 1000 mm |
| EKFGP4660 | Bochtstuk PP/GLV 60/100 90° |
| EKFGP4661 | Bochtstuk PP/GLV 60/100 45° |
| EKFGP2977 | Kit muurdoorvoeren laag profiel PP/GLV 60/100 |
| EKFGP4664 | Bochtstuk PP/GLV 60/100 30° |
| EKFGP4631 | Muurbeugel ND 100 |
| EKFGP4667 | Meet-T-stuk met inspectiepaneel PP/GLV 60/100 |
C33
| Artnr. | Beschrijving |
| EKFGP4631 | Muurbeugel ND 100 |
| EKFGP4651 | Verlengstuk PP/GLV 60/100 x 500 mm |
| EKFGP4652 | Verlengstuk PP/GLV 60/100 x 1000 mm |
| EKFGP4660 | Bochtstuk PP/GLV 60/100 90° |
| EKFGP4661 | Bochtstuk PP/GLV 60/100 45° |
| EKFGP4664 | Bochtstuk PP/GLV 60/100 30° |
| EKFGP4667 | Meet-T-stuk met inspectiepaneel PP/GLV 60/100 |
| EKFGP6837 | Dakdoorvoer PP/GLV 60/100 AR460 |
C53
| Artnr. | Beschrijving |
| EKFGP4651 | Verlengstuk PP/GLV 60/100 x 500 mm |
| EKFGP4652 | Verlengstuk PP/GLV 60/100 x 1000 mm |
| EKFGP6837 | Dakdoorvoer PP/GLV 60/100 AR460 |
| EKFGW4085 | Bochtstuk PP 80 90° |
| EKFGW4086 | Bochtstuk PP 80 45° |
| EKFGV1102 | Set schoorsteenaansluitingen 60/100 luchtinlaat ND 80 C53 |
| EKFGP4660 | Bochtstuk PP/GLV 60/100 90° |
| EKFGP4661 | Bochtstuk PP/GLV 60/100 45° |
| EKFGP4664 | Bochtstuk PP/GLV 60/100 30° |
| EKFGP4667 | Meet-T-stuk met inspectiepaneel PP/GLV 60/100 |
| EKFGP4631 | Muurbeugel ND 100 |
| EKFGW4001 | Verlengstuk PP 80x500 |
| EKFGW4002 | Verlengstuk PP 80x1000 |
| EKFGW4004 | Verlengstuk PP 80x2000 |
C93
| Artnr. | Beschrijving |
| EKFGP4678 | Schoorsteenaansluiting 60/100 |
| EKFGP1856 | Flex-kit PP ND 60-80 |
| EKFGP6340 | Verlengstuk Flex PP 80 L=10 m |
| EKFGP6344 | Verlengstuk Flex PP 80 L=15 m |
| EKFGP6341 | Verlengstuk Flex PP 80 L=25 m |
| EKFGP6342 | Verlengstuk Flex PP 80 L=50 m |
| EKFGP6324 | Connector Flex-Flex PP 80 |
| EKFGP4664 | Bochtstuk PP/GLV 60/100 30° |
| EKFGP4661 | Bochtstuk PP/GLV 60/100 45° |
| EKFGP4660 | Bochtstuk PP/GLV 60/100 90° |
| EKFGP6333 | Afstandhouser PP 80-100 |
| EKFGP4667 | Meet-T-stuk met inspectiepaneel PP/GLV 60/100 |
| EKFGP4631 | Muurbeugel ND 100 |
| EKFGP4651 | Verlengstuk PP/GLV 60/100 x 500 mm |
5.8 Aansluiting op een rookgasafvoersystem zonder luchtinlaat (B23, B33)

VOORZICHTIG
Zorg ervoor dat de kamer waar de ketel staat voldoet aan de voorgeschreiben vereisten van B23 of B33 inzake de aansluiting op een rookgasafvoersystem.
- Wanner de aansluiting van de ketel op een rookgasafvoersystemeem voldoet aan B23 of B33, dan is de elektrische beveiligingsklasse IP20 inplaats van IPX4D.
Montage (algemeen)
- Schuif de verbrandingsgasafvoerleidingen in elkaar.
Iedere leiding moet, vertrekkende van de unit, in de voorgaande worden geschoven. Monteer een Niet verticale verbrandingsgasafvoerleiding met helling maar het toestel (min. 5mm / m
5.8.1 Toegestane leidinglengtes voor systemen met parallelle luchttoevoer en rookgasafvoer
Toegestane leidinglengtes B23 en B33 voor toepassing 80mm
| C13 | C33 | C43 | C53 | C83 | |
| EHOB12AAV1H | 100 m | 100 m | 100 m | 100 m | 100 m |
| EHOB18AAV1H | 100 m | 100 m | 100 m | 100 m | 100 m |
| EHOB42ABV1H | 60 m | 60 m | 60 m | 60 m | 60 m |
5.9 Aansluiting op een afgedicht rookgasafvoersystemeem.
5.9.1 Leidinglengths
Naarmate de waarstand van de rookgasafvoer- en luchttoevoerleidingen toeneem za het vermogen van het toestel afnemen. De maximale toegestane vermogensafname bedraagt 5% .
De waarstand van de luchttoevoer en de verbrandingsgasafvoer is afhankelijk van de lenghte, de diameter en alle componenten van het leidingsystem. Per toestelcategorie is de totale toegestane leidinglengte aangegeven van de luchttoevoer en de verbrandingsgasafvoer.
5.9.2 Toegestane leidinglengtes voor concentrische rookgasafvoersystemen
Toegestane leidinglengen bij toepassing concentrisch 60/100
| C13 | C33 | |
| EHOB12AAV1H | 10 m | 11 m |
| EHOB18AAV1H | 10 m | 10 m |
Toegestane leidinglengen bij toepassing concentrisch 80/125
| C13 | C33 | C93 | |
| EHOB12AAV1H | 29 m | 29 m | Zie § 5.9.8 |
| EHOB18AAV1H | 29 m | 29 m | Zie § 5.9.8 |
| EHOB42ABV1H | 29 m | 29 m | Zie § 5.9.8 |
Neem contact op met de fabrikant om de berekeningen te lien controleren van de waarstand van de luchttoevoer- en verbrandingsgasafvoerleiding en de wandtemperatuur aan het einde van de verbrandingsgasafvoerleiding.
Vervanglengtes
| Bocht 90° | R/D=1 | 2 m |
| Bocht 45° | R/D=1 | 1 m |
| Knie 90° | R/D=0,5 | 4 m |
| Knie 45° | R/D=0,5 | 2 m |
Montage algemeen:
Voor alle uitmondingen geldt de onderstaande montage:
- Schuif de concentrische verbrandingsgasafvoerleiding en luchttoevoerleiding in de afvoer van het toestel.
- Schuif de concentrische leidingen in elkaar.
Iedere leiding要去, vertrekende van de unit, in de voorgaande worden geschoven. - Monteer een nicht verticale verbrandingsgasafvoerleiding met een helling maar het toestel (min. 5 mm/m).
- Monteer de bevestigingsbeugels conform het montagevoorschrift van de leverancier van het luchttoevoer/rookgasafvoersystem.
5.9.3 Toegestane leidinglengtes voor systemen met parallelle luchttoevoer en rookgasafvoer
Toegestane leidingrengthes bij gebruik van 80mm (totaal van de rookgasafvoerleiding en de luchtinlaatleiding samen genomen).
| C13 | C33 | C43 | C53 | C83 | |
| EHOB12AAV1H | 100 m | 100 m | 100 m | 100 m | 100 m |
| EHOB18AAV1H | 100 m | 100 m | 100 m | 100 m | 100 m |
| EHOB42ABV1H | 60 m | 60 m | 60 m | 60 m | 60 m |
Vervanglengtes
| Bocht 90° | R/D=1 | 2 m |
| Bocht 45° | R/D=1 | 1 m |
| Knie 90° | R/D=0,5 | 4 m |
| Knie 45° | R/D=0,5 | 2 m |
Rekenvoorbeeld
| Leiding | Leidinglengtes | Totale leidinglengte |
| Rookgasafvoer | L1 + L2 + L3 + 2x2 m | 13 m |
| Luchttoevoer | L4 + L5 + L6 + 2x2m | 12 m |
Opmerking:
De totale leidinglengte is: de som van de rechte leidinglengtes + de som van de verwangleidinglengtes van bochten/knieën bedragen samen 25 meter. Indien deze waarde minder is dan de maximaal toegestane leidinglengte voldoet de rookgasafvoer op dit punt aan de eisen.


5.9.4 Vrij in de handel verkrijgbaar rookgasmaterialiaal (C63).
De eigenschappen van de verbranding bepalen de keuze van het rookgasafvoermaterialiaal.
Rookgasafvoermaterialaal moet voldoen aan de geldende CE eisen en voorzien zijn van het
CE keurmerk.
Normen EN 1443 en EN 1856-1 bevatten de nodige informatatie voor de keuze van het
rookgasafvoermaterialiai via een sticker met identificatie-informatie.
De identificatie-informatie bevat de volgende gegevens:
A CE-label
B De norm waaraan moet worden voldaan: Metaal, EN 1856-1 of EN 1856-2
Kunststof, EN 14471
De identificatie-informatie moet de volgende gegevens bevatten:
C Temperaturklasse : T120
D Drukklasse : Druk (P) of hoge druk (Hi)
E Weerstandklasse : W (wet' voor nat)
F Weerstandklasse in geval van brand : E

Afmetingen C63 rookgasafvoersystem (buitenafmetingen in mm)
| Parallel | Concentrisch 80/125 | Concentrisch 60/100 | ||
| Rookgasafvoerbuis | Luchtinlaat | Rookgasafvoerbuis | Luchtinlaat | |
| ø 80 +0,3 -0,7 | ø 80 +0,3 -0,7 | ø 125 +2 -0 | ø 60 +0,3 -0,7 | ø 100 +2 -0 |

Rookgasafvoermaterialiaal van verschillende merken combineren is verboden!
5.9.5 Het rookgasafvoersystem bevestigen

BELANGRIJK
- Deze reglementen gelden zowel voor concentrische als voor parallele rookgasafvoersystemen.
- Het rookgasafvoersysteme moet stevig op een vaste structuur worden vastgemaakt.
- Het rookgasafvoersysteme moet een continue neerwaartse helling (1,5^ tot 3^ ) maar de ketel hebben. N.B. De muurdoorvoeren要去en horizontaal worden geplaatst.
- Gebruik alleen de bijgeleverde beugels.
- Elk bochstk moet met een beugel stevig worden vastgemaakt. Behalve voor de aansluiting op de ketel: indien de lengte van de leidinge voor en na het eerste bochstk Nieteer dan 250mm bedraagt,moet h tweeede element na het eerste bochstk een beugel bevatten. Opmerking: de beugel moet op het bochstk worden geplaatst!
- Elk verlengstuk要去im de meter met een beugel worden vastgemaakt. Deze beugel mag de leiding Niet rondon klemmen om ervoor te zorgen dat deze leiding vrij kan bewegen.
Zorg ervoor dat de beugel in de juiste stand worden vergrendeld in functie van deplaats van deze beugel op de leiding of het bochtstuk: - Meng geen rookgasafvoeronderdelen en klemmen van verschillende leveranciers.

Maximumafstand tussen de klemmen
| Verticaal | Andere |
| 2000 mm | 1000 mm |
- Verdeel de lenghtes geleijkatig:tussen de beugels.
- Elk system moet minstens 1 beugel bevatten.
- Plaats de eerste klem op maximum 500 mm van de ketel.




5.9.6 Luchttoevoer vanuit de gevel en een dakuitmonding met gemeinschappelijk afvoersystem.
Toestelcategorie: C83
Een luchttoevoer vanuit de gevel en een dakuitmonding met een gemeenschappelijk afvoersystem is toegestaan.

BELANGRIJK
- De luchttoevoer in de gevel moet voorzien worden van een inlaatrooster (A).
- Het gemeinschappelijk afvoersysteme moet voorzien worden van een trekkende afvoerkap (B).
- Als het gemeinschappelijk afvoersystem in de buitenlucht worden gesitueerd, moet de afvoerleiding dubbelwandig of geisoleerd uitgevoerd worden.
Toegestane leidinglengte
Verbrandingsgasafvoerleiding:tussen het toestel en het gemeenschappelijk afvoersystemen en luchttoevoerleiding:tussen het toestel en het inlaatrooster samen:
De minimale diameters van het gemeinschappelijk afvoersystemegebaseerd op onderdruk.
| Diameter rookgasafvoer | |
| Aantal toestellen | EHOB12AAV1H & 18AAV1H |
| 2 | 110 |
| 3 | 130 |
| 4 | 150 |
| 5 | 180 |
| 6 | 200 |
| 7 | 220 |
| 8 | 230 |
| 9 | 240 |
| 10 | 260 |
| 11 | 270 |
| 12 | 280 |

BELANGRIJK
Voor toepassing van het toestel EHOB42ABV1H in combinatie met een C83 rookgasafvoersystem kunt u contact opnemen met Daikin Europe NV.
Gemeenschappelijkke verbrandingsgasafvoer
De uitmonding van de verbrandingsgasafvoer kan op een willekeurige plaat in het schuine dakvlak gemaakt worden, mits de uitmonding in het dakvlak bezelfde orientatie hebelt als de luchttoevoer in de gevel. Bij een platdak moet de uitmonding van de verbrandingsgasafvoer in het "vrije" uitmondingsgebied gemaakt worden. Breng een condensafvoer aan.
Opmerking
Het gemeinschappelijk afvoersysteme is in combinatie met het toestel gekeurd.

5.9.7 Dakuitmonding CLV-systeel
Toestelcategorie : C43

BELANGRIJK
- Een dakuitmonding door een Combinatie Luchttoevoer-Verbrandingsgasafvoersystem (CLV-system) is togetstaan.
- Voor de gemeinschappelijk verbrandingsgas-afvoerkap en luchttoevoerkap is een verklaring van geen bezwaar of een Gaskeur van het Gastec-Gasinstituut nodig.
- De doortocht van de drukvereeffeningsopening aan de onderzijde van het gemeinschappelijk luchttoevoer- en rookgasafvoersysteme is gelijk aan 0.44^* het rookgasafvoer- oppervlak.
De gemeinschappelijk luchttoevoer en de gemeinschappelijk afvoer van de verbrandingsgassen mogen concentrisch of afzonderlijk uitgevoerd worden.
Toegestane leidinglengte
Voor parall: Luchttoevoer- en verbrandingsgasafvoerleiding samen, exclusief de lengte van de combidoorvoer.
Voor concentrisch : Totale leidinglengte , exclusief de lengte van de combidoorvoer.
| Parallel | Concentrisch 60/100 | Concentrisch 80/125 | |
| EHOB12AAV1H & 18AAV1H | 100 m | 10 m | 29 m |
De minimale diameters van het gemeenschappelijk luchttoevoer- en rookgasafvoersystem gebaseerd op het aanvullingsblad 2001-02 keuringseisen nr. 138 van Gastec.
| EHOB12VAA1H & 18 AAV1H | ||||
| Aantal toestellen | Concentrisch | Parallel | ||
| RGA | LTV | RGA | LTV | |
| 2 | 135 | 253 | 135 | 214 |
| 3 | 157 | 295 | 157 | 249 |
| 4 | 166 | 311 | 166 | 263 |
| 5 | 175 | 328 | 175 | 278 |
| 6 | 184 | 345 | 184 | 292 |
| 7 | 193 | 362 | 193 | 306 |
| 8 | 201 | 376 | 201 | 318 |
| 9 | 210 | 393 | 210 | 332 |
| 10 | 219 | 410 | 219 | 347 |
| 11 | 228 | 427 | 228 | 361 |
| 12 | 237 | 444 | 237 | 375 |
| 13 | 246 | 461 | 246 | 389 |
| 14 | 255 | 478 | 255 | 404 |
| 15 | 264 | 494 | 264 | 418 |
| 16 | 272 | 509 | 272 | 431 |
| 17 | 281 | 526 | 281 | 445 |
| 18 | 290 | 543 | 290 | 459 |
| 19 | 299 | 560 | 299 | 473 |
| 20 | 308 | 577 | 308 | 488 |
Voor toepassing van het toestel EHOB42ABV1H in combinatie met een C83 rookgasafvoersystem kun t u contact opnemen met Daikin Europe NV.

5.9.8 Rookgasafvoer concentrisch horizontal, vertikaal luchtomsloten door schacht
Toestelcategorie:C93
Een rookgasafvoersysteme volgens C93 (C33s) is toegestaan bij toepassing van CE goedgekeurd of het door Daikin toegeleverde afvoermateriaal.
Onderstaande zaken要去en in acht genomen worden.
Algemeen
- De rookgasafvoer in de schacht moet worden uitgevoerd d.m.v. starre buis of flexibel met een diameter van 60 of 80 mm.
Bij toepassing van kunststof rookgasafvoer materialen dient dit te voldoen aan de temperatuur classe T120. - De verbinding:tussen concentrisch horizontal en de verticale aansluiting dient te worden ondersteund op de door de fabrikant aangegeven methode. Instructies van de fabrikant dwellen correct en volledig te worden opgevolgd.
- Indien de rookgasijp in een bestaand kanaal moet worden geplaatst dient dit vooraf worden geinspecteerd en indien nodig gereinigd.
- De luchtdichtheid van de schacht dient te worden gewaarborgd.
Toegestane leidinglengte en systeemeisen
Indien gebruik gemaakt wodt van een schacht (bijv. een gemetseld schoorsteen-Kanaal) als luchttoevoer is onderstaande van toepassing.
| Rookgafvoerijp | Schachtafmeting (mm) | Max. lenghte [mtr] | |
| Diameter (mm) (star of flexibel) | Vierkant | Rond | |
| DN 60 | 115 x 115 | 135 | 11 |
| DN 80 | 135 x 135 | 155 | 29 |

6 IN BEDRIJF STEllen VAN HET TOESTEL EN DE INSTALLATIE
6.1 Vullen en ontluchten van toestel en installmentie
6.1.1 CV-systeme
- Steek de steker van het toestel in een wandcontactdoos. Het toestel kan een zichfcontrole uityoeren: (op service display). Daarna komt het toestel in de uit stand: - (op service display) en de CV-druk worden getoond op het temperatuur display.

Bij een CV-druk lager dan 0,5 bar wordt de CV-druk knipperend op het display weergegeven.
In de uit stand wordt de CV-druk weergegeven.
- Sluit de vulslang aan op de vul-/aftapkraan en vul de installmentie met schoon drinkwater, tot een druk liggend:tussen 1 en 2 bar bij een koude installmentie (af te lezen op het temperatuur display).
- Ontlucht het toestel met de handontluchtier (A). Eventueel kan er een automatische ontluchter op het toestel gemonteerd worden in plaats van de handontluchtier.
- Ontlucht de installation met de handontluchters op de radiatoren.
- Vul de CV installment bij als de druk door het ontluchten te ver is gedaald.
- Controller alle koppelingen op lekkage.
- Controller of de sifon gemuld is met water.

WAARSCHUWING
Indien de sifon Niet gemuld is met water kunnen 'verbrandingsgassen in de ruimte vrijkomen.

WAARSCHUWING
Als een toevoegmiddel aan het CV-water worden toegevoegt, moet dit geschikt zichn voor de in het toestel toegepaste materialen zoals koper, messing, roestvast staal, staal, kunststof en rubber. Het toevoegmiddel dient bij voorkeur voorzien te zichn van een KIWA -ATA-Atest keurmerk.

6.1.2 Warmwatervoorzieening (alleen bij toepassing indirect gestoekte tank)
- Open de hoofdkraan om het warmwatergedeelte op druk te brengen.
- Ontlucht de tank en het leidingsystemeem door een warmwaterkaan te openen. Laat de kraan open staan tot alle luchtuit het systeme is verdwenen.
- Controller alle koppelingen op lekkage.
6.1.3 Gastroevoer
- Ontlucht de gasleiding met de voordrukmeetnippel (D) op het gasblok.
- Controller alle koppelingen op lekkage.
- Controleer de voordruk en de offset druk (zie § 7.8).

6.2 In bedrijf stellen van het toestel

Uitlezing
1 Aan/uit
CV bedrijf of instellen maximale CV temperatuur
3 Tap bedrijf of instellen tap temperatuur
4 Gewenste temperatuur CV of tapwater in ^ C /druk CV water in bar / storingscode
5 Tap comfort functie eco (nvt voor EHOB**A*V1H toestellen)
6 Tap comfort functie aan (nvt voor EHOB**A*V1H toestellen)
7 Bedrijfscode
Bij storing knipperen
Bediening
A Aan/uit toets
B Tap/cv toets, voor instellen gewenste temperatuur
C -toets
D + toets
E Tap comfort functieuit /eco/aan (nvtvoer EHOB**A*V1H toestellen)
F Service toets / actuele temperatuur tijdens warmte vraag
G Reset toets
Nadat de voorgaande handelingen zijn uitgevoerd, mag het toestel in bedrijf gesteld worden.
- Druk op de Klop, om het toestel in bedrijf te stellen.
De warmtewisselaar worden opgewarmd en op het service display versuschijnen 3. Hen (Afhankelijk status externe spaarschakelaar en/of OpenTherm regeling). - Stel de pompstand in afhankelijk van het ingestelde maximaal vermogen en de waterzijdige watstand van de installment. Voor de opvoerhoogte van de pomp en het drukverlies van het toestel (zie § 7.5).
- Stel de kamerthermostat hoger in dan de kamertemperatuur. Het toestel gaat nu op CV bedrijf: 5 op het service display.
- Stook de installment op.
- Controleer het temperatuurverschil tussen de aanvoer en retour van het toestel en de radiatoren. Dit要去eveer 20^ bedragen. Stel hiervoar het maximaal vermogen in op het service paneel (zie 7.3) .Stel eventueel de pompstand en/of radiatorafsluiters in. De standard instelling van de pomp is stand 3. De minimale doorstroom hoeveelheid bedraagt: 155 I/h bij een ingesteld vermogen van 5.4kW 510 I/h bij een ingesteld vermogen van 17,8 kW 750 I/h bij een ingesteld vermogen van 26,2 kW 1150 I/h bij een ingesteld vermogen van 40,9 kW
- Schakel het toesteluit.
- Ontlucht het toestel en de installment na het afkoelen (zo nodig bijvullen).
- Controller de verwarming en de warmwatervoorziening op de goede werkinq.
- Instrueder gebruker over het vullen, ontluchtenden en de werking van de verwarming en de warmwatervoorzieening.
Opmerkingen
- Het toestel is voorzien van een elektronische branderautomaat die de brander ontsteekt en de vlam continue bewaakt, bij jedem warmtevraag van de verwarming of van de warmwatervoorzieening.
- De circulatiepomp goats bijijdere warmtevraag voor de verwarming draaien. De pomp heeft een nadraaitijd van 1 minuut. De nadraaitijd kan eventuele gewijzigd worden (zie § 7.3).
- De pomp draait automatisch 1 maal per 24 uur gedurende 10 seconden om vastzitten te voorkomen. De automatische inschakeling van de pomp vindt plaats 24aar na de laatste warmtevraag. Om het tijdstip te wijzigien dient de kamerthermostaat op het gewenste tijdstip kortstandig hoger gezet te worden.
- Voor de warmwatervoorzieening draait de pomp Niet.
6.3 Buiten bedrijf stellen van het toestel

VOORZICHTIG
-
Tap het toestel en de installmente af, als de netspanning is onderbroken en er kans is op bevriezing.
-
Neem de steker uit de wandcontactdoos.
- Tap het toestel af met de vul-/aftapkraan.
- Tap de installmente af op het laagste punt.
- Sluit de hoofdkraan voor de watertoevoer van het warmwatergedeelte.
- Tap het toestel af door de tapwater koppelingen onder het toestel los te nemen.
- Ledig de sifon.
- Om bevriezing van de condensafvoer leiding te voorkomen, moet het toestel in een vorstvrijne ruimte geinstalleerd worden.
- Om bevriezing van het toestel te voorkomen is het toestel voorzien van een vorstbeveiliging. Als de temperatuur van de warmtewisselaar te laag worden, schakelt de ketel in, tot de warmtewisselaar is opgewarmd. Als de mogelijkheid bestaat dat de installmentie (of een deel waar van) kan bevriezen,要去 er op de koudsteplaats een (externe) vorstthermostat aan de retourleiding aangebracht worden. Deze要去 volgens het bedrangingschema aangesloten worden (zie § 10.2).
Opmerking
Indien een (external) vorsthermostat in de installmentie is aangebracht en op het toestel aangesloten, is deze Niet actief als het toestel op het bedieningspaneel isuitgeschakeld ( - op service display).
7 INSTELLING EN AFREGELING
Het functioneren van het toestel is te beinvloeden door de (parameter)instellenen in de branderautomaat. Een deel hiervan is direct via het bedieningspaneel in te stellen, een ander deel kan alleen m.b.v. de installeurscode worden aangepast.
7.1 Direct via bedieningspaneel
De volgende functies können direct bediend worden.
Toestel aan/uit
M.b.v. de foets wordt het toestel in werking gezet.
Wanner het toestel in werkig is za de groene LED boven de fets branden.
Wonneer het toestel uit is brandt er een balkje op de service display ( - ) om aan te geven dat er voedingsspanning aanwezig is. Tevens geeft in deze bedrijfstoestand de temperatuurdisplay de druk in de CV installmentie (in bar) aan.
Zomerstand
Indien parameter q ingesteld is op een waarde ongelijk aan 0 kan met de ets ook de zomerstand worden ingeschakeld. Dit houdt in dat de CV-functionie wordenuitgeschakeld maar warmwater beschikkaar blijft.
De zomerstand kan worden geactiveerd door de @bets na het inschakenen nogmaals in te drukken. In het display verschijnt [Su], [So] of [Et]. (de vermelding in het display is afhankelijk van de instelling van parameter q)
De zomerstand kan worden uitgeschakeld door 2 keer de Hoets te drukken tot het toestel weein in bedrijfstoestand staat.
Instellingen van de diverse functies wijzigen:
Door de toets 2 seconden ingedrukt te honden komt u in het gebruikers instellenen menu (LED bij het cijferdisplay gaan knipperen). Door herhaald op de toets gaat telkens een andere functie LED knipperen. Wanner de LED knippert kan de desbeteffend functie met de en toets ingesteld worden. De ingestelde waarde worden op het display getoond.
Met de aan/uit foets worden het instel menu afgesloten en worden de wijzigingen Niet opgeslagen.
Met de reset zoets worden het instel menu afgesloten en worden de wijzigingen opgeslagen. Wanner gedurende 30 seconden geen toets worden ingedrukt, worden het instelmenu automatisch afgesloten en worden de wijzigingen opgeslagen.
Maximum CV aanvoertemperatuur
Druk op de koets tot de LED bij gat knipperen.
Stel met de ten toets de temperatuur inussen 30^ en 90^ (default waarde 80^ ).
- Boiler temperatuur
Druk op de koets tot de LED bij wat knipperen.
Stel met de + en - toets de temperatuur inussen 40^ en 65^ (default waarde 60^ ).
Boiler aan/uit
Indien een extreme boiler is gemonteerd kan het op temperatuur houden van deze boiler met de toetst Toets bediend worden en kent de volgende instelleningen:
Aan: (① LED aan), De boiler worden op de ingestelde temperatuur gehonden.
- Eco: (LED aan). In en uit schaken door Open Thermthermostat (indien deze functie door de thermostat worden ondersteund).
Bij gebruik van een open therm thermostat welke deze functie Niet ondersteund of een aan/uit thermostat worden de boiler allijd op temperatuur gehonden.
- Uit: (Beide LED's uit.) De boiler worden nicht op temperatuur gehonden.
Legionella preventie
Indien de ketel is verbonden aan een indirect gestookte boiler welke is voorzien van een boiler sensor is het möglichk het water in de boiler tot minimaal 65^ op te warmen. Dit kan dagelijk of 1 keer per week worden uitgevoerd (afhankelijk van de instelling van parameter L).
Zie ook § 7.2
Resetten
Controleer aan de hand van de storingscodes onder § 8.1 de aard van de storing en los zo möglichk de oorzaak van de storing op alvorens het toestel te resetten.
Wanner een vergrendelende storing worden aangegeven d.m.v. knipperende LED boven de toets en een cijfer op de display kan door het indrukken van de reset tots het toestel opnieuw gestart worden.
7.2 Parameter instellingen via de servicecode
De parameters van de branderautomaat zijn in de fabrieb ingesteld volgens onderstaande tabel.
Deze parameters können alleen met de servicecode gewijzigd worden. Ga als volgt te werk om het programmegehugen te activeren:
- Druk gegelijkdig op de en toets, tot een verschijnt op het servicedisplay en een op het temperatuurdisplay.
- Stel met de +toets 75 (servicecode) in op het temperatuurdisplay.
- Stel met de toets de in te stellen parameter in op het servicedisplay.
- Stel met de +en -toets de parameter in op de gewenste waarde (zichtbaar) op het temperatuurdisplay.
- Druk, nadat alle gewenste veranderingen zijn ingegeven, de toets in totdat P op het servicedisplay verschijnt.
De branderautamaat is nu opniew geprogrammeerd.
Opmerking
Door de ① toets in te drukken gaat men uit het menu zonder de parameterwijzigingen op te slaan.
Voorbeeld: Wijzigen van de ketel van kombi werkkingaar 'alleen warmwater'
- Druk gelijktijdig op de en toets.
- Ga met de de +toets maar 75
- Druk 1 x op de toets. Op het display verschijnt 0 en 1.
- Wijzig met de toets de 0 in 2.
- Druk op de toets in totdat Pverschijnt.
- De wijziging is doorgevoerd. Het toestel zal alleen reageren op een warmwater vraag.
7.3 Parameters
| Para meter | Instelling | EHOB**A*V1H | Beschrijving | ||
| 12 | 18 | 42 | |||
| 0 | Servicecode [15] | - | - | - | Toegang tot installeurinstellungen, de servicecode要去ingegeben worden (=15) |
| 1 | Installatietype | 1 | 1 | 1 | 0= Kombi (verwarming + warmwatervoorziening)1= EHOB**A*V1 + externe boiler2= alleen warmwatervoorziening3= alleen verwarming |
| 2 | CV-pomp continue | 0 | 0 | 0 | 0= alleen pomp nadraaien1= pomp continue actief2 - 5 = Niet actief |
| 3 | Ingesteld maximaal CV-vermogen | 99 | 85 | 99 | Instelbereik ingestelde waarde parameter c tot 100% (EHOB12AAV1H en EHOB42ABV1H) en tot 85% (EHOB18AAV1H)(100% = 99 + 1x+ |
| 3. | Maximum capacititeit moduleringende CV-pomp | 80 | 80 | 80 | Instelbereik ingestelde waarde parameter c. tot 100% |
| 4 | Ingesteld maximaal WW-vermogen | 99 | 85 | 75 | Instelbereik ingestelde waarde parameter d tot 100% (EHOB12AAV1H en EHOB42ABV1H) en tot 85% (EHOB18AAV1H)(100% = 99 + 1x+ |
| 5 | Min. aanvoertemperatuur van de stocklijn | 25 | 25 | 25 | Instelbereik 10°C tot ingestelde waarde parameter 5 |
| 5. | Max. instelwaarde aanvoertemperatuur via bedieningspaneel | 90 | 90 | 90 | Instelbereik 30°C tot 90°C |
| 6 | Min. buitentemperatuur van de stocklijn | -7 | -7 | -7 | Instelbereik -30 tot 10°C |
| 7 | Max. buitentemperatuur van de stocklijn | 25 | 25 | 25 | Instelbereik 15°C tot 30°C |
| 8 | CV-pomp nadraaitijd na CV-bedrijf | 1 | 1 | 1 | Instelbereik 0 tot en met 15 minutes |
| 9 | CV-pomp nadraaitijd na boiler-bedrijf | 1 | 1 | 1 | Instelbereik 0 tot en met 15 minutes(n.v.t. voor Kombi toestel) |
| A | Stand driewegklep of afluiiter | 0 | 0 | 0 | 0= tijdens CV-bedrijf bekrachtigld1= tijdens WW-bedrijf bekrachtigd en rust2= driewegklep in stand CV indien toestel nicht in rust3= zone-regeling4 en hoger = Niet actief |
| b | Booster | 0 | 0 | 0 | Niet actief |
| C | Stappenmodulatie | 1 | 1 | 1 | 0= stappenmodulatie tijdens CV-bedrijf uit 1= stappenmodulatie tijdens CV-bedrijf aan |
| c | Minimaal toerenal CV | 30 | 30 | 20 | Instelbereik 20 – 50% |
| c. | Activering externe spaarschakelaar ingang | 40 | 40 | 40 | Instekbereik 0,15 – (waarde parameter c.) 0 = externe spaarschakelaar geactiveerd Overige waarde: Min. capaciteit modulerende pomp. |
| d | Minimaal toerenal WW | 30 | 30 | 20 | Instelbereik 20 – 50% |
| E | Min. aanvoertemperatuur bij OT (OpenTherm) of RF thermostat | 30 | 30 | 30 | Instelbereik 10 – 60°C |
| E. | Reactie OT en RF kamerthermostat | 1 | 1 | 1 | 0= warmtevraag nicht beantwoorden indien gevaagde temperatuur lager is dan ingestelde waarde par. E 1= warmtevraag beantwoorden met minimale aanvoer-temperatuur begrensd op ingestelde waarde par. E 2= warmtevraag beantwoorden met maximaal ingestelde aanvoertemperatuur (aan/uit functie) 3= Low load control door Open Therm thermostat ingeschakeld |
| F | Starttoerental CV | 70 | 70 | 50 | Instelbereik 40 – 99% van het ingestelde maximum toenental |
| F. | Starttoerental WW | 70 | 70 | 50 | Instelbereik 40 – 99% van het ingestelde maximum toenental |
| h | Max. toerenal ventilator (* 100 rpm) | 44 | 45 | 65 | Instelbereik 40 – 50 (EHOB12AAV1H, EHOB18AAV1H en EHOB42ABV1H) M.b.v. deze parameter kan het maximum toenental ingesteld worden |
| J | CLV overdruk | - | - | - | Niet actief |
| L | Legionella preventie | 0 | 0 | 0 | 0 = Niet actief 1 = legionellapreventie wekelijks 2 = legionellapreventie dagelijks |
| n | Regeltemperatuur tijdens boiler-bedrijf (Ta) | 80 | 80 | 85 | Instelbereik 60°C - 90°C |
| n. | Warmhoudtemperatuur bij Comfort/Eco | 0 | 0 | 0 | Instelbereik : 0 of 40°C – 60°C 0 = warmhoudtemperatuur is gelijk aan tapwatertemperatuur |
| O. | Wachtijd CV-vraag beantwoording | 0 | 0 | 0 | Instelbereik 0 – 15 minutes |
| o | Wachtijd CV-bedrijf na WW-bedrijf | 0 | 0 | 0 | Instelbereik 0 – 15 minutes |
| o. | Aantal Ecodagen | 3 | 3 | 3 | Niet actief |
| P | Antipendeltijd tijdens CV-bedrijf | 5 | 5 | 5 | Minimale uitschakeltijd op CV-bedrijf Instelbaar 0 - 15 minutes |
| P. | Referentiewaarde tapwater | 0 | 0 | 0 | Niet actief |
| q | Zomerstand | 0 | 0 | 0 | 0 = Geen zomerstand instelbaar via de Μbets 1 = Zomerstand instelbaar via toets (code in display : Su) 2 = Zomerstand instelbaar via Μbets (code in display : So) 3 = Zomerstand instelbaar via Μbets (code in display : Et) |
| r | Stoklijk verschuving coëfficiënt | 0 | 0 | 0 | Niet actief |
7.4 Instellen maximaal CV-vermogen
Het maximaal CV-vermogen worden in de fabriek ingesteld op 70% . Als er voor de CV-installatie更是 of minder vermogen nodig is, kan het maximaal CV-vermogen gewijzigd worden door het toerenal van de ventilator te wijzigen. Zie tabel: Instelling CV-vermogen.
Deze[tabel geegt de relatie weeer tussen het toerental van de ventilator en het toestelvermogen.
| Gewenst CV-vermogen in kW (ca.) | Instelling op service display (in % maximaal toerental) | ||
| EHOB**A*V1H | |||
| 12 | 18 | 42 | |
| 11.5 | - | 40,9 | 100 |
| 9.5 | 17,8 | 34,8 | 85 |
| 9.2 | 16,8 | 28,5 | 80 |
| 8.1 | 14,8 | 24,5 | 70 |
| 6.9 | 12,7 | 20,5 | 60 |
| 5.8 | 10,6 | 16,4 | 50 |
| 4.6 | 8,3 | 12,3 | 40 |
| 3.4 | 6,4 | 10,2 | 30 |
| - | 5,4 | 7,8 | 25 |
Let op:
Het vermogenijdens het branden worden langzaam verhoogd en worden verlaagd zodra de ingestelde aanvoertemperatuur worden bereikt (modulatie op Ta).
7.5 Instellen pompstand
De EHOB**A*V1 ketels zich voorzien van een modulerende A-klasse pomp welke op basis van het geleverd CV-vermogen moduleert. De minimale en maximale capacititeit van de pomp kan met de parameters 3. en c. worden aangepast. Zie ook § 7.2
De ingestelde waarde van parameter 3. (max. pompstand) is het percentage van de maximale pomp capacititeit en is gekoppeld aan het ingesteld maximaal CVvermogen zoals ingesteld met parameter 3
De ingestelde waarde van parameter c. (min. pompstand) is gekoppeld aan het minimaal CV-vermogen zoals ingesteld met parameter c
Indien de CV-belasting moduleert:tussen de minimale en maximale waarde za del pompcapaciteit evenredig mee moduleren.
| De minimale doorway stroom hoeveelheid | Ingesteld vermogen |
| 155 l/h | 5.4 kW |
| 240l/h | 8,5 kW |
| 510 l/h | 17,8 kW |
| 750 l/h | 26,2 kW |
| 1150 l/h | 40,9 kW |
Drukverlies grafiek toestel CV-zijdig
A. EHOB12AAV1H & EHOB18AAV1H
D. EHOB42ABV1H
X Doorstroom hoeveelheid in I/h
Y Drukverlies / opvoerhoogte in mH 20


7.6 Weersafhankelijke regeling
Bij het aansluiten van een buitenvoeler worden de aanvoertemperatuur automatisch geregold afhankelijk van de buitentemperatuur, volgens de ingestelde stooklijn.
De maximale aanvoertemperatuur (T max) worden ingesteld via het temperatuurdisplay. Indien gewenst kan de stoorklijk met de servicecode gewijzigd worden (zie §7.3).
Stooklijn grafiek
X. T buiten in ^ C
Y. Taanvoer in ^ C
A. Fabrieksinstelling
$$ \left(\text {T m a x} \mathrm {C V} = 8 0 ^ {\circ} \mathrm {C}, \text {T m i n} \mathrm {C V} = 2 5 ^ {\circ} \mathrm {C}, \text {T m i n} \mathrm {b u} = - 7 ^ {\circ} \mathrm {C}, \text {T m a x} \mathrm {b u} = 2 5 ^ {\circ} \mathrm {C}\right) $$
B. Voorbeeld
$$ \left(\text {T m a x} \mathrm {C V} = 6 0 ^ {\circ} \mathrm {C}, \text {T m i n} \mathrm {C V} = 2 5 ^ {\circ} \mathrm {C}, \text {T m i n} \mathrm {b u} = - 7 ^ {\circ} \mathrm {C}, \text {T m a x} \mathrm {b u} = 2 5 ^ {\circ} \mathrm {C}\right) $$

7.7 Ombouw maar andere gassoort

VOORZICHTIG
Werkzaamheden aan gasvoerende delen月至uitsluitend door een erkend installmenteur uitgeoerd worden.
Als op het toestel een ander gassoort worden aangesloten dan waarvoor het toestel door de fabrikant is afgesteld dient de gasdoseerring verrangen te worden. Ombouw sets t.b.v. andere gassoorten zich op bestelling leverbaar.
Ombouwen van de doseerring
- Schakel de ketel uit en neem de steker uit het stopcontact.
- Sluit de gaskraan.
- Verwijder het frontpaneel van het toestel.
- Neem de koppeling (A) boven het gasblok los en draai de gasmengbuis (B) maar achteren.
- Vervang de O-ring (C) en de gasdoseerring (D) door de ringen van de ombouwset.
- In omgeekerde volgorde weeer opbouwen.
- Open de gaskraan.
- Controller de gaskopelingen voor het gasblok op dichthid.
- Plaats de steker in de wandcontactdoos en schakel de ketel in.
- Controller de gaskopelingen na het gasblok op dichtheid (tijdens bedrijf).
- Controller nu de afstelling van de gas/luchtverhouding (zie § 0).
- Plak een sticker ingestelde gassoort over de bestaande sticker bij het gasblok.
- Plak een sticker ingestelde gassoort bij de typeplaat.
- Monteer het frontpaneel van het toestel.
7.8 Gas/luchtregeling
De gas/luchtregeling is in de fabriek ingesteld en behoelt in principe geen aanpassingen.
De afstelling kan gecontroleerd worden door het CO_2 percentage in de verbrandingsgassen te meten of door een drukverschil meting.
Bij een eventuele ontregeling, verranging van het gasblok of ombouw maar een ander gassoort要去 de regeling gecontroleerd en zonodig ingesteld worden volgens onderstaande tabel.
| Gassoort | Aardgas | Propaan |
| Gascategory | 2E/H G20 | 3P / G31 |
| CO2% op Laagstand (L) (en-) Met geopende mantel | Zie § 7.9 | |
| CO2% op Hoogstand (H) (en+2x) Met geopende mantel | Zie § 7.9 | |
| Gasvoordruk (mbar) | 20 mbar | 30/37/50 mbar |
| Gasdoseerring | Aardgas | Propaan |
| EHOB12AAV1H | 460 | 315 |
| EHOB18AAV1H | 600 | 480 |
| EHOB42ABV1H | 655 | 525 |

VOORZICHTIG
CO2 controle dient met geopende mantel plaats te vinden. Met gesloten mantel kan het CO2% hoger zich dan de in bovenstaande babel vermelde waarden.

7.9 Afstellen gas/luchtregeling
De CO2 -installing is ingesteld in de fabriek en heeft in principe geen aanpassingen nodig. De installing kan worden gecontroleerd door het CO2 percentage in de verbrandingsgassen te meten. In geval van een möglichke storing van de aanpassing, moet de verranging van de gasklep of de omzetting maar een ander gastype worden gecontroleerd en indien nodig ingesteld volgens de onderstaande instructies. Controleer altijd het CO_2 percentage wonneer het deksel open staat.
De koolstofdioxideinstalling controleren
1 Schakel de gasboiler uit met de ① knop. -verschijnt op het servicedisplay.
2 Verwijder het voorpaneel van de gasboiler.
3 Verwijder de afdekkap van het monsterpunt (X) en voer een geschikte schoorsteengasanalysesonde in.

BELANGRIJK
Zorg dat de opstartprocedure van het analyseapparaat is voltooid alvorens de sonde in het monsterpunt te steken.


BELANGRIJK
Laat de gasboiler stabel draalen. Er können foute metingen voorkomen indien de meetsonde worden aangesloten vooraleer de gasboiler stabel draait.
4 Schakel de gasboiler in met de Rhop en creer een verzoek voor ruimteverwarming.
5 Selecteer de instelling Hoog door tweeemaal tegelijk de knappen en + in te drukken. Er verschijnt een hoofdletter "H" op het servicedisplay. De gebruikersinterface geeft symbol Bezig wee. Voer GEEN test uit wannerkleine letter "h" worden weergegeven. Als dit het geval is druk dan opnieuw en in
6 Laat de uitleeswaarden zich stabiliseren. Wacht minstens 3 Minutes en vergelijk het CO_2 percentage met de waarden in de onderstaande tabel.
| CO2-waarde bij maximumvermögen | Aardgas G20 (20 mbar | Aardgas G25 (25 mbar) Alleen in Belgje) | Propaan G31 (30/37/50 mbar) |
| Maximumwaarde | 9,6 | 8,3 | 10,8 |
| Minimumwaarde | 8,4 | 7,3 | 9,8 |
7 Noteer het CO_2 percentage bij maximumvermogen. Dit is belangrijk met betrekking tot de volgende stappen.

BELANGRIJK
Het is NIET möglichk om het CO2 percentage aan te passen wanner het testprogramma wordenuitgevoerd. Wanner het CO2 percentage afwijk van de waarden in de bovenstaande tabel, neem dan contact op met uw lokale serviceafdeling.
8 Selecteer de instelling Laag door eenmaal tegelijk de knappen en - in te drukken. "L" versuschijnt op het servicedisplay. De gebruikersinterfacie geeft symbol Bezig wee.
9 Laat de uitleeswaarden zich stabiliseren. Wacht minstens 3 minuten en vergelijk het CO -percentage met de waarden in de onderstaande tabel.
| CO2-waarde bij minimumvermögen | Aardgas G20 (20 mbar) | Aardgas G25 (25 mbar) (allen in Belgie) | Propaan G31 (30/37/50 mbar) |
| Maximumwaarde | (a) | ||
| Minimumwaarde | 8,4 | 7,4 | 9,4 |
(a) CO 2-waarde bij maximumvermogen geregisteerd bij instelling Hoog.
10 Als het CO2 -percentage bij maximum en minimumvermögen zich binnen het bereik vermeld in de bovenstaande tabellen bevindt, is de CO2installing van de ketel correct. Indien NIET, pas de CO2 -installing dan aan volgens de instructies in het onderstaande hoofdstuk.
11 Schakel het apparaatuit door op de knop ① te drukken en zet het monsterpunt terug op..., Zijnplaats.Zorgdatdeze gasdichtis.
12 Zet het voorpaneel terug op+zijnplaats.

VOORZICHTIG
Werken aan gasgeleidende onderdelen mogen ALLEEN.
worden uitgevoerd door een gekwalificeerd, competent person.
De koolstofdioxideinstelling aanpassen

BELANGRIJK
Pas alleen de CO_2 instelling aan wanner u het eerst hebt gecontroleerd en zeker bent dat aanpassingoodzakelijk is. Er mag geen aanpassing aan de gasklep worden uitgevoerdzonder Voorafgaande toestemming van uwplaatselijke Daikin verdeler. In Belgie mag de gasklep NIET worden aangepast en/of de gezeg verwijderd of verbroken worden. Neem contact op met uw verdeler.
1 Verwijder de dop (A) die de afstelschroeif afdekt.
2 Draai de schroef (B) om het CO_2 -percentage te verhogen (rechtsom) of te verlagen (linksom). Zie de onderstaande tabel voor de gewenste waarde.
| Gemeten waarde bij maximum-vermogen | Instelwaarden CO2(%) bij minimumvermogen (voorste deksel geopend) | |
| Aardgas 2H (G20, 20 mbar) | Propaan 3P (G31,30/50/37 mbar) | |
| 10,8 | - | 10,5±0,1 |
| 10,6 | 10,3±0,1 | |
| 10,4 | 10,1±0,1 | |
| 10,2 | 9,9±0,1 | |
| 10 | 9,8±0,1 | |
| 9,8 | 9,6±0,1 | |
| 9,6 | 9,0±0,1 | - |
| 9,4 | 8,9±0,1 | |
| 9,2 | 8,8±0,1 | |
| 9,0 | 8,7±0,1 | |
| 8,8 | 8,6±0,1 | |
| 8,6 | 8,5±0,1 | |

3 Plaats na het meten van het CO2 -percentage en de aanpassing van de instelling het afdeklopje en het monsterpunt terug op hunplaats. Zorg dat ze gasdicht zijn.
4 Selecteer de instelling Hoog door tweemaal tegelijk de knoppen en + in te drukken. Er verschijnt een hoofdletter op het servicedisplay.
5 Meet het CO2 -percentage. Als het CO2 -percentage nog steeds afwijk van de waarden in de tabel die het CO2 -percentage bij maximumvermogen aangeeft, neem dan contact op met uwplaatselijke verdeler.
6 Druk tegelijk op + en - om het testprogramma te verlaten.
7 Zet het voorpaneel terug op zijnplaats.
8 STORINGEN
8.1 Laatste storing tonen
Breng het toestel met de toets in de uit-stand en druk de toets in.
De rode storings-LED brandt continue, en de staat storingscode worden knipperend op het temperatuursdisplay getoond.
Indien het toestel nog nooit een vergrendelende storing hebigt gedetecteerd, worden geen code getoond.
DeThatd t i e o t k
8.2 Storingscodes
Als de storings-LED knippert detecteert de branderautomaat een fout. Op het temperatuur display wordt een storingscode weergegeven.
Als de storing is verholpen kan de branderautomaat opnieuw gestart worden door op de reset te drukken.
De volgende fouten worden anderscheiden:
| Temperatuur display | Omschrijving | Mogelijk oorzaak/oplossing |
| - | Toestel staat uit. | |
| 10, 11, 12, 13, 14 | Sensorfout S1 | De stromingsschakelaar blijft hangen (storingscode 11). Reinig of verrang de stromingsschakelaar.Lucht in de installmentie. Ontlucht ketel en cv-installatie.Controler de bevestiging van klem ntc om de warmwaterbuis.Controler bedrading op breuk.Vervang S1. |
| 20, 21, 22, 23, 24 | Sensorfout S2 | Controler bedrading op breuk.Vervang S2. |
| 0 | Sensorfout na zelf内部控制 | Vervang S1 en/of S2. |
| 1 | Temperatuur te hoog | Lucht in installmentie. Ontlucht ketel en cv-installatie.Pomp draait nicht. Steek met een schroevendraaier in de gleuf van de as van de pomp en draai de as. Controller de bedradingussen de pomp en de branderautomaat.Te weinig doorstroming in installmentie, radiatoren zich, pompstand te laag. |
| 2 | Verwisseling S1 en S2 | Controler kabelboom.Vervang S1 of S2. |
| 4 | Geen vlamsignaal | Gaskraan zich.Gasvoordruk te laag of valt weg.Condensafvoer verstop.Controler ontsteekunit en ontstekkabel.Goen of Niet goede ontstekafstand.Gasblok of ontsteek unit krijgt geen spanning.Controler aarding. |
| 5 | Slecht vlamsignaal | Condensafvoer verstop.Gasvoordruk te laag of valtweg.Controler ontsteekunit en ontstekkabel.Afstelling gasblok controleren.Controler aarding.Controler luchttoevoer en rookgasafvoer i.v.m. mogelijk recirculatie van rookgassen. |
| 6 | Vlam detectie foutr | Vervang ontsteekkabel + bougiedop.Vervang ontsteekunit.Vervang branderautomaat. |
| 8 | Ventilatortoerental nicht juist | Ventilator loopt aan谈起 mantel isolatie.Bedrading:tussen ventilator en mantel.Controler bedrading op slecht contact draad.Controler en/of verrang ventilator.Vervang branderautomaat. |
| 27 | Kortsluiting buitenvoeler | Controler de bedrading van de buitenvoeler.Vervang buitenvoelerBranderautomaat is ongeschikt voor deze toepassing.Vervang branderautomaat voor de juiste versie. |
| 29, 30 | Gasklep relais defect | Vervang branderautomaat. |

Vervang defecte onderden uitsluitend voor de originele Daikin onderden.
Het Niet of onjuist monteren van de sensoren S1 en/of S2 kan leiden tot ernstige schade.
8.3 Overige storingen
8.3.4 Het vermogen is verminderd

8.3.6 Geen warmwater (alleen bij toepassing indirect gestookte tank)

8.3.7 Warmwater kommt nicht op temperatuur (alleen bij toepassing indirect gestookte tank)

8.3.8 CV-installatie blijt ongewenst warm

8.3.9 A-label pomp LED knippert afwisseled rood/groen
| Mogelijk oorzaken: | Oplossing: | |
| Te hoge of te lage netspanning. | Ja ➔ | Controler de netspanning. |
| Nee ↓ | ||
| Temperatuur pomp is te hoog. | Ja ➔ | Controler de water- en omgevingstemperatuur. |
8.3.10 A-label pomp LED knippert rood
| Mogelijk oorzaken: | Oplossing: |
| Pomp gestopt. | Reset de pomp door het toestel minimaal 20 seconden met de aan/uit knop dit te zieten (let op: indien pomp op continue is ingesteld kan de pomp alleen worden geseset door de steker uit het stopcontact te nemen). Vervang de pomp. |
9 ONDERHOUD
Het toestel en de installmentie dienen elk door een erkend installeur gecontroleerd en zo nodig gereinigd te worden.

VOORZICHTIG
Werkzaamheden aan gasvoerende delen mogen uitsluitend door een erkend installmenter uitgevoerd worden.
Controleer na werkzaamheden alle rookgasvoerende delen op dichtheid.
Wanneer het toestel zojuist in bedrijf is geweest kennenCOMMIGE Onderdelen heet ZIN.

9.1.1 Demonteren
- Schakel het toestel UIT met de toets.
- Neem de stekeruit de wandcontactdoos.
- Sluit de gaskraan.
- Open de displayklep en draai de twee schroeven links en rechts naast de display los en demonteer het frontpaneel.
- Wacht tot het toestel is afgekoeld.
- Draai de wartelmoer onderaan de rookgaskoker linksom los.
- Schuif de rookgaskoker met een linksomdraaiende beweging hier boven (1) tot de onderkant van de pijp boven de aansluiting van de condensafvoerbak is gekomen. Trek de onderkant van de pijp waar voren (2) en neem de pijp linksom draaiend hieronder toe weg (3). Til de condensafvoerbak aan de linkerkantuit de aansluiting van de sifon (4) en draai hem hier rechts met de sifon aansluiting over de rand van de onderbak (5). Duw de condensafvoerbak aan de achterkant hier beneden van de aansluiting op de warmtewisselaar (6) en neem hemuit het toestel.
- Neem de connector van de ventilator en de ontsteekunit van het gasblok.
- Neem de koppeling onder het gasblok los.
- Schroef de borbstbouten (inbus) van het voordeksel los en neem dit compleet met gasblok en ventilatoraar voren toe weg (let op dat de brander, isolatieplaat, gasblok, gasleiding en de ventilator Niet beschaden). Leg de afgenomen voordeksel met de voetsteunen horizontaal op een vlakke ondergrond.
- De brander en de geintegreerde isolatieplaat behoeven geen onderhoud (niet te worden gereinigd). Gebruik derhalve nooit een borstel of perslucht om deze onderdelen te reinigen, zdat het ontwikkelen van stof worden vermeden.
- Demonteer de stuwstrippen die dwars in de lamellen van de warmtewisselaar zijn geplaatst.

9.1.2 Reinigen
- Reinig de stuwstrippen en de lamellen van de warmtewisselaar van boven naar beneden met een borstel of stofzuiger.
- Reinig de onderzijde van de warmtewisselaar.
- Reinig de condensafvoerbak met water.
- Reinig de sifon met water.
- Reinig de binnen- en onderkant van de voorplaat met een zachtte borstel.


VOORZICHTIG
De geintegreerde isolatieplaat en branderpakking bevatten ceramicische gezels.
9.1.3 Monteren

Vervang de afdichtring rond de voorplaat. Controleer bij het monteren de diverse afdichtingen op beschadigingen, verharding, (haar)scheuren en/of verkleuringen. Plaats waar nodig een neue afdichting. Controleer tevens de juiste positierung. Het Niet of onjuist monteren van de stuwstrippen kan leiden tot ernstige schade.
- Plaats de stuwstrippen in de warmtewisselaar.
- ControllerDat tussen de flens van de borbstout en de voorplaat een dunne laag keramisch vet aanwezig is. Als geen of onvoldoende vet aanwezig is要去 dit alsnog worden aangebracht (zie afbeelding).
- Let op: Vervang de afdichtring rondon de Voorpaat. Reinig de afdichtringkamer met een zachte borstel en zorg dat de neue o-ring rondon goed worden aangedrukt. Voorkom rekken of scheuren. Plaats de voorpaat op de warmtewisselaar en bevestig deze met de speciale borstbauten (inbus). Zorg dat de o-ring bij hetplaatsen van de voorplaat goed op+zijn plek blijft zitten. Draai de borstbauten gelijkmatig kruislings handvast aan (10 - 12Nm) .Zie voor de volgorde van het aandraaien de afbeelding. N.B.De afgebeelde voorplaat is voorzien van 11 borstbauten (EHOB42ABV1H).De voorplaat van de EHOB12AAV1H en EHOB18AAV1H is voorzien van 9 borstbauten.
- Draai de branderboutjes gelijkmatig kruislings handvast aan.
- Monteer de gaskoppeling onder het gasblok.
- Monteer de connector op de ventilator en de ontsteekunit op het gasblok.
- Monteer de condensafvoerbak door deze met de sifon aansluiting nog voor de onderbak, op de afvoerstomp van de wisselaar te schuiven (1). Draai de condensafvoerbak daarnaaar links (2) en druk deze maar beneden in de sifon aansluiting (3). Let er op dat waar bij dechterzijde van de condensafvoerbak op de nok acheterin de onderbak (A) komt te rusten.
- Vul de sifon met water en monteer deze op de aansluiting onder de condensafvoerbak.
- Schuif de rookgaskoker waar links draaiend met de bovenkant om de rookgasadapter in het bovendeksel.. Steek de onderkant in de condensafvoerbak, sleep de afdichtringaar beneden en draai de wartelmoer rechtsom vast.
- Open de gaskraan en controllerer de gaskoppelingen onder het gasblok en op de montagebeugel op lekkage.
- Controller de CV- en de waterleidingen op lekkage.
- Stop de steker in de wandcontactdoos.
- Stel het toestel in bedrijf met de bets.
- Controller het Voordeksel, de verbinding van de ventilator op het voordeksel en de rookgasafvoer onderdelen op lekkage.
- Controleer de gas-luchtregeling (zie § 7.8) en contrôleer de gaskoppeling op het gasblok op dichtheid.
- Monteer de mantel en draai de twee schroeven links en rechts naast de display vast, sluit de displayklep.
- Controller de verwarming en de warmwatervoorziening op een goede werkinq.



| Overige gevevens | ||||
| Gasverbruik G25 (1) | m3/h | 0,67 – 2,65 | 0,85 – 3,36 | 0,86 – 3,93 |
| Gasverbruik G20 (1) | m3/h | 0,58 – 2,29 | 0,74 – 2,91 | 0,75 – 3,39 |
| Gasverbruik G31 (1) | m3/h | 0,22 – 0,87 | 0,28 – 1,11 | 0,28 – 1,29 |
| Drukverlies toestel (CV) | mH2O | Zie § 7.5 | ||
| Max. rookgastemperatuur | °C | 90 | 90 | 70 |
| Massadebiet rookgas G20 (max) | g/s | 5,5 | 8,7 | 19,7 |
| Beschibare ventilatordruk | Pa | 75 | 75 | 140 |
| NOx-klasse | 6 | 6 | 6 | |
| NOx | mg/kWh | 33 | 44 | 53 |
| P1, bij 30% nominale toevoer (30/37) | kW | 3,9 | 6,0 | 13,6 |
| P4, nominale uitrlaat (80/60) | kW | 11,5 | 17,8 | 40,9 |
| η1, Efficientie bij P1 | % | 97,9 | 96,4 | 95,9 |
| η4, Efficientie bij P4 | % | 87,9 | 85,9 | 86,7 |
| Warmteverlies in stand-by, Pstby | kW | 0,037 | 0,037 | 0,038 |
| Elektrische gegevens | ||||
| Netspanning | V | 230 | ||
| Veiligheidsklasse | IP | IPX4D (B23, B33 = IP20) | ||
| Ogenomen vermogen: vollast | W | 80 | ||
| Ogenomen vermogen: standby | W | 2 | 3,5 | |
| Aanvullend elektriceteitsverbruik bij volledige lading (elmax) | kW | 0,040 | 0,035 | 0,100 |
| Aanvullend elektriceteitsverbruik bij deellast (elmin) | kW | 0,015 | 0,015 | 0,020 |
| Aanvullend elektriceteitsverbruik in stand-by stand (Psb) | kW | 0,002 | 0,002 | 0,004 |
| Inbouwmaten en gewicht | ||||
| Hoopte | mm | 590 | 590 | 710 |
| Breedte | mm | 450 | ||
| Diepte | mm | 240 | ||
| Gewicht | kg | 30 | 30 | 36 |
| Gassoort (1)(EN 15502) | B23; B33; C13x; C33x; C43x; C53x; C63x; C83x: C93x | |
| Land van bestemming | Toestelcategorie (EN437) | Gassoort (1) en aansluitdruk (EN 437) |
| IT | II2H3P | G20, 20 mbar, G31: 37 mbar |
| FR | II2Esi3P | G20, 20 mbar, G25: 25mbar, G31: 37 mbar |
| BE | I2E(S) | G20, 20 mbar, G25: 25 mbar |
| PL | II2E3P | G20, 20 mbar, G31: 37 mbar |
| DE(Alleen EHOB42ABV1H) | II2ELL3P | G20, 20 mbar, G25: 20 mbar, G31: 50 mbar |
(1) G20-Aardgas E/H
G25 - Aardgas LL/L
G31 - Vloeibaar gas Propaan
| Leverancier | Daikin Europe NV Zandvoordestraat 300 8400 Oostende Belgium | ||||
| Typeaanduiding | EHOB12AAV1H | EHOB28AAV1H | EHOB42ABV1H | ||
| Seizuengsbonden energia efficiente- klasse voor ruimteverwarming | - | - | A | A | A |
| Nominale warmteafigfte (vermogen) | Prated | kW | 12 | 18 | 41 |
| Jaarliks energieverbruik | QHE | GJ | 23 | 37 | 77 |
| Seizuengsbonden energia efficiente klasse voor ruimteverwarming | ηs | % | 92 | 91 | 91 |
| Geluidsniveau | LWA | dB | 50 | 45 | 55 |
| Efficientieklasseregelaar | II | II | II | ||
| Bijdrage tot de Jaarlijkse efficiente | % | 2,0 | 2,0 | 2,0 | |
| BELANGRIJK | |||||
| • Lees voor het installereren het installmentatie voorschrift en bedieningsvoorschriften. • Dit apparaat is Niet bedoeld voor gebruik door Personen (inclusief kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuigelijk of geestelijk verzogen, of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij toezicht door, of instructie over het gebruik van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid is gegeven. • Het toestel en installmentatie dienen elk় door een erkend installerateur gecontroleerd en zo nodig gereinigd worden. • Het toestel kan met een vochtige doeK gereinigd worden. Gebruik geen agressieve of schurenchoonmaak- of oplosmiddelen. | |||||
Op dit product zijn de algemene garantievoorwaarden van Daikin Europe NV van toepassing.
De garantie vervalt indien worden vastgesteld, dat de gebreken, beschadigingen of overmatige slijtage te wijten zich aan of oneigenlijk gebruik of onoordeelkundige behandeling of aan ondeskundige reparatie, installing, installmente of onderhoud, door nicht erkende installateurs of aan het onderhevig zich aan stoffen met agressieve chemicalien (o.a.haarlak) en andere schadelijke stoffen.
De garantie verwalt tevens wonneer leidingen en koppelingen in de installmentaar zinr toegepast, die zuurstofdiffusie kunnen voroorzaken of het defect het gevolg is van ketelsteenaufzetting (schadelijk voor het toestel en installmente). Oppervlaktebeschadigingen alsmede transportschade vallen buiten de garantie. Hetrecht op garantie verwalt indien Niet kan worden aangetoond, dat de CV-ketel na ingebruikname Niet tenminste 1 maal per Jaar door een erkend installerateur aan een onderhoudsbeurt is onderworpen. De installmente- en gebruksvoorschriften die wij voor de betreffende toestellen afgeven, dienen geheel in acht te worden genomen.
Milieu

Als het toestel aan verranging toe is kan dit meestal, na overleg, door uw dealer teruggenomen worden. Mocht dit Niet möglichk zijn, informeer dan bij uw gemeenteaar de mogelijkheden voor hergebruik of milieuvriendelijkke verworking van de gebruike materialen.
Voor de productie van het toestel is gebruik gemaakt van diverse kunststoffen en metalen. Bovendien bevat het toestel elektronische componenten die tot het elektronisch afval behoren.
Gebruik volgens bestemming
Het toestel, zoals beschreiben in deze documentationatie, is bestemd voor het verwarmen van ruimten via een centrale verwarmingsinstallatie en/of voor het leveren van warmwater. leder ander gebruik valt buiten de bestemming van het toestel. Op schade voortkomend uit onjuist gebruik, kan geen aansprakelijkheid genommen worden.