PerfectView CAM 55NAV - Achteruitrijcamera DOMETIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PerfectView CAM 55NAV DOMETIC in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PerfectView CAM 55NAV DOMETIC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Achteruitrijcamera in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PerfectView CAM 55NAV - DOMETIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PerfectView CAM 55NAV van het merk DOMETIC.
GEBRUIKSAANWIJZING PerfectView CAM 55NAV DOMETIC
NL Achteruitrijvideocamera Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing....88
Lees deze handleiding voor de montage en de ingebruikname zorgvuldig door en bewaar hem. Geef de handleiding bij het doorgeven van het product aan de gebruiker.
Inhoudsopgave
1 Verklaring van de symbolen 89
2 Veiligheids- en montage-instructies. 89
3 Omvang van de levering 92
4 Toebehoren....92
5 Reglementair gebruik 92
6 Technische beschrijving 93
7 Instructies voor de elektrische aansluiting 93
8 Camera monteren 95
9 Camera onderhouden en reinigen 99
10 Garantie....99
11 Afvoer ....100
12 Technische gegevens....100
1 Verklaring van de symbolen

WAARSCHUWING!
Veiligheidsaanwijzing: Het niet naleven kan leiden tot overlijden of ernstig letsel.

VOORZICHTIG!
Veiligheidsaanwijzing: Het niet naleven kan leiden tot letsel.

LET OP!
Het niet naleven ervan kan leiden tot materiële schade en de werking van het product beperken.

INSTRUCTIE
Aanvullende informatie voor het bedienen van het product.
2 Veiligheids- en montage-instructies
Neem de veiligheidsinstructies en voorschriften van de fabrikant van het voertuig en het garagebedrijf in acht!
De fabrikant kan in de volgende gevallen niet aansprakelijk worden gesteld voor schade:
• montage- of aansluitfouten
- beschadiging van het product door mechanische invloeden en overspanningen
- veranderingen aan het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant
- gebruik voor andere dan de in de handleiding beschreven toepassingen
Neem daarom de volgende instructies in acht:
- In verband met kortsluitingsgevaar moet voor werkzaamheden aan het elektrische syteem van het voertuig altijd de minpool worden losgekoppeld. Bij voertuigen met een extra accu moet ook hier de minpool worden losgekoppeld.
- Ontoereikende leidingverbindingen kunnen tot gevolg hebben, dat door kortsluiting
- kabelbranden ontstaan,
– de airbag wordt geactiveerd,
– elektronische besturingsinrichtingen worden beschadigd,
– elektrische functies uitvallen (knipperlicht, remlicht, claxon, contact, licht).
- Gebruik bij werkzaamheden aan de volgende leidingen alleen geïsoleerde kabelschoenen, stekkers en vlaksteker-kabelschoenen:
- 30 (ingang van accu plus direct),
- 15 (geschakelde plus, achter accu),
- 31 (retourleiding vanaf accu, massa).
- 58 (achteruitrijlicht).
Gebruik geen kroonsteentjes.
- Gebruik een krimptang (afb. 1 10, pagina 2) voor het verbinden van de kabels.
- Schroef de kabel bij aansluitingen aan leiding 31 (massa)
- met kabelschoen en tandschijf aan een massaschroef van het voertuig of
- met kabelschoen en plaatschroef aan de carrosserie.
Let op een goede massaverbinding!
Bij het loskoppelen van de minpool van de accu verliezen alle vluchtige geheugens van de elektronica voor comfortvoorzieningen de opgeslagen data.
- De volgende data moet u afhankelijk van de voertuiguitrusting opnieuw instellen:
- r a d i o c o d e
- vo er tu i g k l o k
- tijdschakelklok
- bo o r d c o m p u t e r
- stoelinstelling
Instructies voor het instellen vindt u in de betreffende gebruiksaanwijzing.
Neem bij de montage de volgende instructies in acht:
- Bevestig de in het voertuig te monteren delen van de camera zodanig, dat deze in geen geval (hard remmen, verkeersongeval) los kunnen raken en tot verwondingen bij de inzittenden van het voertuig kunnen leiden.
- Bevestig onderdelen, die afgedekt onder bekledingen moeten worden aangebracht, zodanig dat ze niet losraken of andere onderdelen en leidingen beschadigen en geen functies van het voertuig (besturing, pedalen etc.) kunnen beperken.
- Let er bij het boren op dat er ook achter het te doorboren oppervlak genoeg ruimte is voor de boor, zo kunt u schade voorkomen (afb. 2, pagina 3).
- Ontbraam elk boorgat en behandel de boorgaten met antiroestmiddel.
- Neem altijd de veiligheidsinstructies van de fabrikant van het voertuig in acht. Een paar werkzaamheden (b. v. aan beveiligingssystemen zoals AIRBAG etc.) mogen alleen door geschoolde vaklui uitgevoerd worden.
Neem bij werkzaamheden aan elektrische onderdelen de volgende instructies in acht:
- Gebruik voor het controleren van de spanning in elektrische leidingen alleen een diodetestlamp (afb. 1 8, pagina 2) of een voltmeter (afb. 1 9, pagina 2). Testlampen met een gangbare lamp (afb. 1 12, pagina 2) gebruiken te veel stroom, hierdoor kan de elektronica in het voertuig worden beschadigd.
- Let er bij het leggen van de elektrische aansluitingen op dat deze - niet worden geknikt of verdraaid, - niet langs randen schuren, - niet zonder bescherming door doorvoeren met scherpe randen worden gelegd (afb. 3, pagina 3).
- Isoleer alle verbindingen en aansluitingen.
- Borg de kabels tegen mechanische belasting met kabelbinders of isolatieband, b. v. aan de aanwezige leidingen.
De camera is waterdicht. De afdichtingen van de camera beschermen echter niet tegen een hogedrukreiniger (afb. 4, pagina 3). Neem daarom de volgende instructies voor de omgang met de camera in acht:
- Personen (ook kinderen) die door hun fysieke, sensorische of geestelijke vaardigheden, of hun onervarenheid of onwetendheid niet in staat zijn om het product veilig te gebruiken, mogen dit niet zonder toezicht of instructie door een verantwoordelijke persoon doen.
- Open de camera niet, aangezien hierdoor de dichtheid en werking van de camera beperkt kunnen worden (afb. 5, pagina 3).
- Trek niet aan de kabels, aangezien hierdoor de dichtheid en werking van de camera beperkt kunnen worden (afb. 6, pagina 3).
- De camera is niet voor gebruik onder water geschikt (afb. 7, pagina 3).
3 Omvang van de levering
| Nr. in afb. 8, pagina 4 | Aantal Omschrijving Artikel-nr. | |
| 11 Kleurencamera CAM55 | 9600000555 | |
| Kleurencamera CAM55W | 9600000556 | |
| 2 | 1 Camerahouder | |
| 3 | 2 Zijafdekkingen | |
| 4 | 1 Verlengkabels | 9600000208 |
4 T o e b e h o r
Ale toebehoren verkrijgbaar (niet in de leveringsomvang inbegrepen):
| Omschrijving | Artikel-nr. |
| Verlengkabel 5 m | 9600000206 |
| Verlengkabel 10 m | 9600000207 |
| Verlengkabel 20 m | 9600000208 |
| Spiraalkabel voor gebruik met aanhangwagen SPK170 | 9600000235 |
5 R e g l e m e n
De CMOS kleurencamera CAM55 (artikelnr. 9600000555) en CAM55W (artikelnr. 9600000556) zijn vooral voor gebruik in voertuigen bedoeld. Ze kunnen worden geïntegreerd in videosystemen die voor het bereik rond het voertuig vanuit de bestuurdersstoel worden bediend, bijvoorbeeld tijdens rangeren of parkeren.

WAARSCHUWING!
Gevaar voor lichamelijk letsel door het voertuig.
Achteruitrijvideosystemen vormen een hulp bij het achteruitrijden, ze ontslaan u echter niet van de bijzondere aandachtsplicht bij het achteruitrijden.
6 Technische beschrijving
De camera met geinte-greerde microfoon is in een behuizing van aluminium ondergebracht en brengt beeld en geluid via een kabel naar een monitor over. Door de infrarood-LED's wordt het nachtzicht verbeterd.
De camera geeft het beeld weer alsof u in de achteruigkijkspiegel kijkt.
De camera bestaat o.a. uit de volgende elementen:
| Nrf. in afb. 9, pagina 4 | Omschrijving |
| 1 6-polige aansluitkabel | |
| 2 Infrarood LED's | |
| 3 Microfoon | |
7 Instructies voor de elektrische aansluiting
7.1 Kabels aanleggen

LET OP! Gevaar voor beschadiging!
- Als u gaten boort, controleer dan voordien of er voldoende vrije ruimte voor de boor voorhanden is.
- Niet vakkundig aanleggen of verbinden van kabels leidt steeds weer tot storingen of beschadigingen van onderdelen. Het correct aanleggen en verbinden van kabels is een voorwaarde voor een duurzame en storingsvrije werking van de later aangebouwde componenten.
- De kabels mogen niet lang met oplosmiddelen zoals b. v. benzine in aanraking komen, omdat oplosmiddelen de kabels beschadigen.
Neem daarom de volgende instructies in acht:
- Gebruik voor de doorvoer van de aansluitkabels indien mogelijk originele doorvoeren of andere doorvoermogelijkheden, zoals b. v. bekledingsranden, ventilatieroosters of blinde schakelaars. Als er geen doorvoeren voorhanden zijn, moet u voor de betreffende kabels bijbehorende gaten boren. Controleer van tevoren of er voldoende ruimte is voor de boor aan de achterkant.
- Leg de kabels indien mogelijk altijd binnen in het voertuig aan, want daar zijn ze beter beschermd dan buiten op het voertuig. Als u de kabels desondanks buiten op het voertuig aanlegt, let dan op een veilige bevestiging (door extra kabelbinders, isolatieband etc.).
- Houd bij het aanleggen van de kabels altijd voldoende afstand met hete en bewegende voertuigonderdelen (uitlaatpijpen, aandrijfassen, dynamo, ventilatoren, verwarming etc.) om beschadigingen aan de kabel te vermijden. Gebruik voor de mechanische bescherming ribbelbuis of dergelijke beschermingsmaterialen.
- Schroef de steekverbindingen van de verbindingskabels ter bescherming tegen het indringen van water (afb. 17, pagina 6) vast.
-
Let er bij het leggen van de kabels op dat deze
-
niet te zeer worden geknikt of verdraaid,
- niet langs randen schuren,
-
niet zonder bescherming door doorvoeren met scherpe randen worden gelegd (afb. 3, pagina 3).
-
Bevestig de kabel veilig in het voertuig om verstrikken (gevaar om te vallen) te vermijden. Dit kan gebeuren door kabelbinders, isolatieband of door vast-plakken met lijm.
- Bescherm iedere doorvoer aan de buitenkant d.m.v. geschikte maatregelen tegen het binnendringen van water, b. v. door de kabel met afdichtingspasta aan te brengen en door de kabel en de doorvoertule in te spuiten met afdichtings-pasta.

INSTRUCTIE
Begin met het afdichten van de doorvoeren pas, nadat alle instelwerkzaamheden aan de camera zijn afgesloten en de benodigde lengtes van de aansluitkabels vastliggen.
8 Camera monteren
8.1 Benodigd gereedschap
Voor inbouw en montage heeft u de volgende gereedschappen nodig:
- Set boren (afb. 1 1, pagina 2)
• Boormachine (afb. 1 2, pagina 2)
• Schroevendraaier (afb. 1 3, pagina 2) - Set ring- of steeksleutels (afb. 1 4, pagina 2)
• Maatstaf (afb. 1 5, pagina 2) - Hamer (afb. 1 6, pagina 2)
• Center (afb. 1 7, pagina 2)
Voor de elektrische aansluiting en de controle daarvan heeft u de volgende hulpmiddelen nodig:
- Diodetestlamp (afb. 1 8, pagina 2) of voltmeter (afb. 1 9, pagina 2)
• Isolatieband (afb. 1 11, pagina 2)
• Evt. kabeldoorvoertulen
Voor het bevestigen van de kabels hebt u evt. nog meer kabelbinders nodig.
8.2 Camera monteren

VOORZICHTIG!
Kies de plaats van de camera zo en bevestig hem zo vast, dat in geen geval in de buurt staande personen gewond kunnen raken, b. v. omdat over het dak van het voertuig strijkende takken de camera afbreken.

INSTRUCTIE
Als door de aanbouw van de camera de voertuighoogte of voertuiglengte zoals aangegeven in de voertuigpapieren wordt veranderd, moet er een nieuwe inspectie door de betreffende instanties plaatsvinden (in Duitsland: TÜV, DEKRA etc.).
Laat de nieuwe inspectie door de betreffende dienst voor wegverkeer in de voertuigpapieren zetten.
Neem bij de montage de volgende instructies in acht:
- Breng de camera voor een goed perspectief op minstens twee meter hoogte aan.
Zorg bij de montage voor een voldoende stevige werkplek. - Let erop, dat de montageplaats van de camera stevig genoeg is (er kunnen b. v. takken die tegen het dak komen, verstrikt raken in de camera).
- Monteer de camerahouder horizontaal en centraal achteraan het voertuig (afb. 10, pagina 5).
- De veiligste manier van bevestigen zijn schroeven die door de opbouw gaan.
Neem hierbij de volgende instructies in acht:
- Achter de gekozen montagepositie moet voldoende vrije ruimte voor de montage voorhanden zijn.
- Elke doorvoer moet door geschikte maatregelen tegen binnenkomend water beschermd moet worden (b. v. door het aanbrengen van de schroeven met afdichtingspasta en/of door de buitenste bevestigingsonderdelen met afdichtingspasta in te spuiten).
- De opbouw aan de bevestigingsplaats moet voldoende stevigheid bieden, zodat de camerahouder voldoende stevig vastgedraaid kan worden.
- Controleer van tevoren, of er voldoende ruimte is voor de boor aan de achterkant (afb. 2, pagina 3).
- Als u niet zeker bent over de door u gekozen montageplaats, neem dan contact op met de fabrikant van de opbouw of een vertegenwoordiger hiervan.

INSTRUCTIE
Om corrosie van de schroeven te minimaliseren wordt aanbevolen de schroefdraad in te vetten.
Ga bij de montage als volgt te werk:
Houd de camerahouder op de gekozen montageplaats en markeer minstens 2 verschillende boorpunten (afb. 11, pagina 5).
Maak op de voordien gemarkeerde punten met hamer en center een gaatje om het verlopen van de boor te verhinderen.
Als u de camera met plaatschroeven wilt aanbrengen (afb. 12, pagina 5)

LET OP! Gevaar voor beschadiging!
De bevestiging met plaatschroeven mag alleen in stalen platen met een minimumdikte van 1,5 mm gebeuren.
▶ Boor in de voordien gemarkeerde punten telkens een gat van ∅ 2 mm.
▶Ontbraam alle boorgaten en behandel ze met antiroestmiddel.
▶ Schroef de camerahouder vast met plaatschroeven van 4 x 10 mm.
Als u de camera met tapschroeven door de opbouw wilt bevestigen (afb. 13, pagina 5)

LET OP! Gevaar voor beschadiging!
Zorg ervoor dat de moeren bij het vastdraaien niet door de opbouw kunnen trekken.
Gebruik evt. grotere onderlegschijven of platen.
▶ Boor in de voordien gemarkeerde punten telkens een gat van ∅ 6,5 mm.
▶Ontbraam alle boorgaten en behandel ze met antiroestmiddel.
▶ Breng de camerahouder met de tapschroeven M6 x 20 mm aan.
De lengte van de tapschroeven is afhankelijk van de dikte van de opbouw.
Doorvoer voor de aansluitkabel van de camera maken (afb. 14, pagina 5)

INSTRUCTIE
Gebruik voor de doorvoer van de aansluitkabels indien mogelijk reeds aanwezige doorvoermogelijkheden, b. v. ventilatieroosters. Als er geen doorvoeren zijn, moet u een gat van ∅ 16 mm boren.

LET OP! Gevaar voor beschadiging!
Controleer van tevoren of er voldoende ruimte is voor de boor aan de achterkant.
▶ Boor in de buurt van de camera een gat van ∅ 16 mm.
Ontbraam alle boorgaten, die in een metalen plaat zijn gemaakt en behandel ze met antiroestmiddel.
▶ Voorzie alle doorvoeren met scherpe randen van een doorvoertule.
Camera monteren

LET OP! Beschadigingsgevaar!
Gebruik voor de montage van de camera alleen de bijgeleverde schroeven. Langere schroeven beschadigen de camera.
▶Schuif de camera in de camerahouder.
Bevestig de camera los met de twee schroeven M4 x 6 mm in de gaten aan de zijdelingse gaten (afb. 15, pagina 5).
Richt de camera voorlopig zo uit dat het objectief een hoek van ca. 50° t.o.v. de verticale as van het voertuig vormt (afb. 16, pagina 6).
Camera elektrisch aansluiten

INSTRUCTIE
- Plaats de camerakabel zodanig, dat u bij een eventueel noodzakelijke uitbouw van de camera makkelijk bij de stekkerverbinding tussen camera en verlengkabel kunt komen. De demontage wordt daardoor aanzienlijk vereenvoudigd.
- Om corrosie in de stekker te minimaliseren, adviseren wij om een beetje vet, b. v. poolvet in een van de stekkers aan te brengen.
- Indien nodig zijn er verdere verlengkabels verkrijgbaar (zie hoofdstuk „Toebehoren“ op pagina 92).
▶Leid de camerakabel in het voertuig.
▶ Steek de stekker van de camerakabel in de stekkerbus van de verlengkabel.
▶ Schroef de steekverbindingen van de verbindingskabels ter bescherming tegen het indringen van water (afb. 17, pagina 6) vast.
Camera uitrichten

INSTRUCTIE
Voor het uitrichten van de camera moet u evt. eerst nog een monitor monteren en elektrisch aansluiten (zie principeaansluitschema afb. 18, pagina 6).
▶Richt de camera aan de hand van het monitorbeeld uit:
het monitorbeeld moet aan de onderste beeldrand de achterkant of de bumper van uw voertuig weergeven. Het midden van de bumper moet ook in het midden van het monitorbeeld zijn (afb. 19, pagina 6).
▶ Controleer de werking van de camera nadat u ze aan een monitor aangesloten hebt.
Camera bevestigen
▶ Draai de beide bevestigingsschroeven in de zijdelingse gaten van de camerahouder vast.
Klik de zijafdekkingen in de hiervoor bedoelde zijdelingse openingen (afb. 20, pagina 7) en bevestig deze met een draaibeweging.
▶Voor het verwijderen van de zijafdekkingen leidt u twee stompe, platte voor-werpen in de hiervoor bedoelde openingen tegen de afdekkingen en verdraait deze.
9 Camera onderhouden en reinigen

LET OP! Gevaar voor beschadiging!
Voor het reinigen geen scherpe of bijtende middelen gebruiken, omdat dit kan leiden tot schade aan de toestellen.
▶Reinig de camera af en toe met een zachte, vochtige doek.
10 Garantie
De wettelijke garantieperiode is van toepassing. Als het product defect is, wendt u zich tot het filiaal van de fabrikant in uw land (adressen zie achterkant van de handleiding) of tot uw speciaalzaak.
Voor de afhandeling van de reparatie of garantie dient u het volgende mee op te sturen:
• defecte onderdelen,
- een kopie van de factuur met datum van aankoop,
- reden van de klacht of een beschrijving van de storing.
11 Afvoer
▶Laat het verpakkingsmateriaal indien mogelijk recyclen.

Als u het product definitief buiten bedrijf stelt, informeer dan bij het dichtstbijzijnde recyclingcentrum of uw speciaalzaak naar de betreffende afvoervoorschriften.
| PerfectView CAM55 PerfectView CAM55W | ||
| Artikelnr.: 9600000555 9600000556 | ||
| Beeldsensor: 1/4" CMOS | ||
| Beeldpunten: 640 (H) x 480 (V) | ||
| Videostandaard: PAL, 1 Vpp | ||
| Gevoeligheid: < 1 lux / 0 lux met infrarood-LED's | ||
| Perspectief: | ca. 120° diagonaalca. 100° horizontaalca. 70° vertikaal | |
| Bedrijfsspanning: | 10 - 32 V--- | |
| Verbruik: | max. 4,1 W | |
| Bedrijfstemperatuur: | -30 °C tot +70 °C | |
| Beschermingsklasse: | IP69K | |
| Vibratievastheid: | 10 g | |
| Afmetingen b x h x d (met houder): | 80 x 50 x 62 mm | |
| Gewicht: | ca. 165 g | |
Certificaties
Het toestel heeft het E13-certificaat.
