MAKITA RM350D - Robotmaaier

RM350D - Robotmaaier MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis RM350D MAKITA in PDF-formaat.

📄 204 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice MAKITA RM350D - page 98

Gebruikersvragen over RM350D MAKITA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Robotmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RM350D - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RM350D van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING RM350D MAKITA

Gebruiksdoelseinden 98

Veiligheidsvoorzorgsmaatregelen 98

Geluidsniveau 99

Verklaringen van conformiteit 99

Namen van de onderden 99

Introductie van los verkrijgbare items 99

VOORBEREIDINGEN 100

In- en uitschakelen 100

De robotmaier opladen 100

Benodigde kennis voor gebruik 100

GEBRUKSMETHODE 101

Bedieningen op het bedieningspaneel 101

Maaien met automatische besturing en opladen 103

Maaien zonder automatisch opladen 103

Automatisch maaien starten op de gewensteijd (Gepland maaien opschorten). 104

Maaien in een spiraalvormig patroon 104

Voorkeuren parkeren 104

De robotmaier latent terugkeren hier het laadstation 104

De robotmaaier latent terugkeren naar het laadstation en het maaien herstarten op de gepland vrij. 104

De robotmaier latent terugkeren maar het laadstation en het

maaien herstarten volgens het vooraf ingestelde schema.....105

Maivoorkeuren 105

Hetmaigebiedregisteren enveranderen 105

Hetmaienplannen 105

De maaihoogte instellen 106

Navigatievoorkeuren 106

De actieve Zoekperiode van het begeleidingsssignaal instel

len 106

Het gras bij de begrenzing maaien 107

De rijafstandaar het startpunt voor maaien instellen. 107

De manier van wegrijden uit het laadstation selecteren 107

De uitrijhoeken van het laadstation instellen 108

De bredte van de navigatievariatie instellen 109

Beveiligingsvoorkeuren 109

De tijsduur van het alarm instellen. 109

De pincode veranderen 110

Storing van het draadsignaal voorkomen 110

De robotmaier beveiliggen gegen diefstal 110

Overige instellingen 110

De instellenen van de datum en tijd veranderen 111

De displaytaal veranderen 111

De gebruikersvoorkeuren resetten 111

De productinformatie bekijken 111

De AAN- en UIT-tijd van de led-lamp beheren 111

De informatatie over de bedieningsfouten bekijken 112

ONDERHOUD 112

Reinigen 112

De maaimessen inspectoren 112

De maaimessen verrangen 113

Periodieke inspections 113

Nazorg na het einde van het seizoen 114

Dit apparatusaat afdanken 114

BEVEILIGINGSSYSTEEM 115

Bveiligingsystemen en foutaanduiding. 115

PROBLEM OPLOSSEN 116

Als u vermoedt dat er een storing is 116

INLEIDING

Technische gegevens

Model: RM350D
Nominate spanning 18 V gelijkspanning
Acculading 5,0 Ah
Afmetingen(I x b x h)700 mm x 560 mm x 270 mm
Gewicht 13,7 kg
Nullastoerental van motor Maaimotor 2.300 min-1
Maximaal maigebied 3.500 m2
Maximale klimhoek van helling 26° (49%)
Maaiames Scharierend mes3 messen
Onderdeelnummer van verrangingsnijblad van grasmaier 1913M9-3
Maaibreedte240 mm
Maaihoogte20 mm - 60 mm9-voudige elektrische verstelling in stappen van 5 mm
BeschermingsklasseIPX4
Geschikte netspanningsadapterAAD01
Geschikte laadstationsRST001
BegrenzingsdraadBegeleidingsdraadGebruekte frequentiegebied3,3 kHz - 50 kHz
Maximumsterkte van magnetisch veld(gemeten conform EN303 447)38 dBμA/m

In verband met ononderbroken research en ontwikeling, behouden wij ons hetrecht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
- De belangrijkste kenmerken en de netspanningsadapter hunen van land tot land verschillen.
Gewicht volgens EPTA-procedure 01/2014

Symbolen

Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap hunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken.

MAKITA RM350D - Symbolen - 1

WAARSCHUWING - Lees de instructies voordat u het apparaat bedient.

MAKITA RM350D - Symbolen - 2

WAARSCHUWNG-Houd tijdens gebruik een veilige
afstand tot het apparaat aan.
Het apparaat kan voorwerpen opwerpen waardoor letsel kan wordenveroorzaakt.

MAKITA RM350D - Symbolen - 3

WAARSCHUWING - Stel de diefstalbeveiligings-functie in en schakel de voeding van het apparaat uit voordat u aan het apparaat werkst of hem optilt. Anders kan het maimes letsel veroorzaken aan uw hand of voet.

De uitschakelinrichting van dit apparaat is een herstartblokkering door de pincode.

U kunt de herstartblokkering bedieren in de instellen gen van de diefstalbeveiligingsfunctie.

Als de herstartblokkering is ingeschakeld,要去 uw pincode invoeren om het apparatus te konnen herstarten.

MAKITA RM350D - Symbolen - 4

WAARSCHUWING - Ga niet op het apparaat zitten. Anders kan het maimes letsel veroorzaken aan uw hand of voet.

MAKITA RM350D - Symbolen - 5

Alleen voor EU-landen

Als gevolg van de aanwezigheid van schadelijke componenten in het apparaat, kuren oude elektrische en elektronische apparaten, accu's en batterijen negatieve gevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen.

Gooi elektrische en elektronische apparaten en accu's Niet met het huisvul weg! In overeenstemming met de Europese richtig inzake oude elektrische en elektronische apparaten en inzake accu's en batterijen en oude accu's en batterijen, alsmede de toepassing waarvan binnen de nationale wetgeving, dienen oude elektrische apparaten, accu's en batterijen gescheden te worden opgeslagen en te worden ingeleverd bij een apart inamellingspunt voor huishoudelijk afval dat de milieueubeschemingsvoorschriften inucht neemt.

Dit worden op het apparataa aangegeven door het symbol van een doorgekruiste afvalcontainer.

Gebruiksdoeleinden

Dit apparatus is bedoeld voor automatisch maaien en opladen.

Veiligheidsvoorzorgsmaatregelen

  1. Waarschuwing - Raak de draaiende messen nicht aan.
    Als u dit toch doet, kan letsel ontstaan.

  2. Laat in geen geval kinderen, Personen met een verminderlichamelijk, zintuiglijk of geestelijk vermogen, of gebrek aan kennis en ervaring, en Personen die de gebruiksaanwijzing Niet gelezen hebben, het apparaat gebruiken. De leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zich.

  3. Laat kinderen nicht in de buurt komen van of spelen met het apparaat terwijl het in gebruik is.

  4. Raak de maaimessen of wielen nicht aan voordat deze volledig tot stilstand zich gekommen.

  5. Laad het apparaat Niet op met iets anders dan het bijgeleverde laadstation. Gebruik zich een andere netspanningsadapter dan die worden opgegeven in deze Gebruiksanawljzng.

  6. Wonneer u de inwendige accu wegooit aan het einde van zijn levensduur, houdt u zich aan de plaatselijke regelgeving met betrekking tot het wegooien van accu's. Voor informatie over hoe de accu kan worden verwijderd, raadpleegt u paragraaf "Dit apparaat afdanken"verderop.

  7. Zet in de volgende gevallen de aan-uitschakelaar van der robotmaajeruit.

Vór het verwijderen van vreemde materialen die vastzitten in het apparatus.
- Vóor het inspecteren, reinigen of werken aan het apparaat of het laadstation.
Trek tevens de stekker van de netspanningsadapter uit het stopcontact voordat u het laadstation inspecteert, reinigt of eraan werkt.
- Voordat u het apparaat inspecteert op beschadiging na het raken van een vreemd voorwerp.
In het geval het apparaat abnormaal begint te trillen. Controller in dat geval of het apparaat Niet beschadigd is voordat u het herstart.

  1. Inspector voor gebruik het apparaat, de randapparatuur, het netsnoer en het verlengsnoer om er zeker van te zichn dat er geen beschadigingen of tekenen van verslechtering door veroudering zichn.

  2. Bedien het apparaat of de randapparatuur nooit met defecte beschemkappen of schILDen, zonder veiligheidsinrichtingen, of met beschadigde of versleten kabels.

  3. Sluit geen beschadigd netsnoer aan op het stopcontact. Als een netsnoer dat is aangesloten op het stopcontact beschadig is, mag u de kabel Niet aanraken voordat deze is losgekoppeld van de voeding. Anders kan een elektrische schok worden veroorzaakt.
  4. Monteer de netspanningsadapter en cabtire-kabel buiten het maalgebied. Anders kan de kabel worden beschadigd of een elektrische schok worden voroortzaakt.
  5. Stop onmiddelijk met het gebruik van het apparaat zodra een ongeval of defect zich voordoet.
  6. Stop onmiddelijk met het gebruik van het apparaat wanneer elektrolyt lekt.
  7. Trek de stekker uit het stopcontact in het geval het netsnoer tijdens gebruik beschadigd raakt.
  8. Het worden aanbevolen om de plug van de cabtire-kabel alleen aan te sluiten op een voedingscircuit dat is beveiligd door middel van een reststroombeveiliging (RCD) met een aardlektroom van 30mA of lager.
  9. Gebruik dit apparaat of de randapparatuur nicht bij slecht, weer en met name wanner de kans opblinksem bestaat.
  10. Stop onmiddelijk met het gebruik van het apparaat zodra abnormale trillingen optreden.
  11. Wanner het apparaat in de openbare ruimte worden gebruikt, is hetoodzakelijk om waarschuwingsborden rondon het maalgebied teplaatsen. Op de waarschuwingsborden dient de volgende tekst te staan: "Waarschuwing: Automatische grasmaaier! Blijf uit de buurt van het apparaat! Houd kinderen onder toezicht!"

Fig.1

  1. Het netsnoer van de netspanningsadapter kan nicht worden verwangen. Als het netsnoer beschadigd raakt, moet de hele netspanningsadapter worden verwangen.
  2. Als het maalgebied grenst aan een openbare weg, creëert u eenafscheidigCUSenhetmaalgebieden deopenbareweg. Anders kan het apparaat buieten het maalgebied op de openbare weg geraken en een ongeval verroorzaken.
  3. Verzeker u ervan dat er vór gebruik geen mensen, huisdieren of keine dieren in het maigegebied aanwezig zijn. Zij hunnen vastkommen te zitten in het apparaat waardoor letsel ontstaat.
  4. Gebruik de netspanningsadapter nicht op eenplaats die wordt blootgesteld aan regen, damp of nattigheid. Anders kan een elektrische schok worden veroorzaakt.
  5. Raak de stekker van de netspanningsadapter nicht aan met natte handen. Anders kan een elektrische schok worden veroorzaakt.
  6. Sluit de stekker van de netspanningsadapter aan op een buitenstopcontact.
  7. Draag handschoenen tijdens het monteren en verwijderen van draden. Anders können de draden letsel veroorzaken.
  8. Wees voorzichtig dat u Niet met de hamer op uw vingers of hand slaat wanner u de pennen in de grond slaat.
  9. Monteer de draden zodat deze nicht boven de grond zweven.
    Anders kunt u erover struikelen en letsel oplopen.
  10. Wees voorzichtig bij het sluiten en openen van de afdekking van de aansluitpunten zodate uw vingers Niet bekneld raken.
  11. Raak de maaimessen Niet aan verwijl deze omhoog komer of omlaag gaan. Uw vingers hunnen bekneld raken en letsei oplopen.
  12. Wees voorzichtig bij het sluiten en openen van het displaydeksel zodate uw vingers Niet bekneld raken.
  13. Houd uw gezicht uit de buurt van de draaiende wielen en maalmessen. Uw kleding kan worden gegren waardoor verstriking kan optreden.
  14. Kijkijdens gebruik Nietaar de maaimessen.Rondvliegende voorwerpen+kunnen in uwogenterechtkomen.
  15. Raak de draaiende wielen nicht aan. Uw vingers können bekneld raken en letsel oplopen.
  16. Verzeker u ervan de maaimessen correct te monteren zoals beschreiben in deze gelebruksaanwijzing. Anders können die maaimessen onverwachsetsloraken en letselveroorzaken.
  17. Draag dit apparaat met de kant van de maaimessen van u af gericht. Anders kurz u in aanraking komem met de wielen en maaimessen waardoor letsel kan worden veroorzaakt.
  18. Draag dit apparaat door de handgreep vast te houden. Als het apparaat wordt gedragen door iets anders dan de handgreep vast te houden, za hij instabiel zich en kan hij vallen waardoor letsel kan worden veroorzaakt.

Belangrijke veiligheidsinstrumenties voor de accu

  1. Voordat u de robotmaaier gebruikt, leest u alle instructies en waarschuwingen.
  2. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu aanzienlijk korte is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddelijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brandwonden en zichs een ontploffing veroorzaken.
  3. Bewaar en gebrulk het apparaat Niet opplaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 45^ (113^) of hoger.
  4. Gooi de accu nooit in een vuur, ook Niet wanneer deze volledig versleten is. De accu kan exploderen als gevolg van verhitting.
  5. De bijgeleverde lithiumionaccu's zijn onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoffen. Voor commercieel transport, bijvoorbeeld door derden of een expediteur,要去en speciale vereisten ten aanzien van verpakking en etikettering in acheft worden genomen. Om het artikel voor te bereiden op verzending, is het noodzakelijk een expert op het gebied van gevaarlijke stoffen te raadplegen. Houd u tevens aan möglichk strengere nationale regelgeving.
  6. Gebruik het apparataat Niet in de buurt van hoogspanningsleidingen. Als u dit doet, kan dat leiden tot een storing of een defect van het apparataat of de accu.
  7. Bewaar het apparaat op een veilige plaats buiten bereik van kinderen.
  8. Repareer nooit een beschadigde accu. Het repareren van een accu mag uitsluitend worden UITgevoerd door de fabrikant of een erkend servicecentrum.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.

ALET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu's. Het gebruik van Niet-originelle accu's, of accu's die gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand, persoonlijk letsel en schadeverozaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita.

Tips voor een maximale levensduur van de accu

  1. Laad een volledig opgeladen accu nooit opniew op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.
  2. Laad de accu op bij een omgevingstemperatuurussen 10 ^ C en 40^ (50°F en 104°F).Laat een warme accu afkoelen alvorens.Deze op te laden.
  3. Laad de accu op als u deze gedurende een lange tijd (meer dan ces maanden) Niet gaat gebruiken.

Geluidsniveau

De typische, A-gewogen geluidsniveauaus zijn gemeten volgens EN50636-2-107:

Geluidsdrukniveau (L_pA) : 70 dB (A) of lager

Geluidsvermogenniveau (L_WA) : 59 dB (A)

Onzekerheid (K): 3,1 dB (A)

Het geluidsniveau kan tijdens gebruik hoger worden dan 80 dB (A).

OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) is/zijn gemeten conform de standardtestmethode en kan/konnen worden gebruikt voor een onderlinge vergelijkking van apparaten.

OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) kan/\ kunnen ook worden gebrukt voor een beordeling vooraf van de\ blootstelling.

WAARSCHUING: Het daadwerkelijk geprodueerde geluid tijdens gebruik van het apparaat kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van het gebruik van het apparaat en met name van het type materiaal dat worden verwerkt.
WAARSCHUING: Verzeker u ervan veiligheidsmaatregelen te treffen om medewerkers te beschermen op basis van schattingen van de blootstelling onder de werkelijk gebruiksomstandigheden (houd waar bij rekening met de volledige gebruiksycclus, inclusief de tijsduur gedurende welke het apparaat isuitgeschakeld of stationair draait, naast de tijsduur gedurende welke het apparaat in gebruik is).

Verklaringen van conformiteit

Alleen voor Europese landen

De verklaringen van conformiteit zijn bijgevoegt in Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing.

Namen van de onderdelen

Fig.2

  1. Robotmaaier
  2. "STOP"-knop
  3. Displaydeksel
  4. Achterwiel
  5. Led-lamp
  6. Oplaadaansluiting
  7. Bedieningspaneel
  8. Bovenafdekking
  9. Maaidek
  10. Schuifas
  11. Rubber holders
  12. Voorwiel
  13. Aan-uitschakelaar
  14. Handgreep
  15. USB-afdekking (Niet openen. Dit is alleen voor onderhoud.)
  16. Mesafdekking
  17. Maaischijf
    18.Maimes
  18. Glijplaat

  19. Laadstation

  20. Grondplaat
  21. Oplaadcontacten
  22. Afdekking van de aansluitpunter
  23. Behuizing
  24. Laadstationindicator
  25. Afdekking van de draden
  26. Begrenzingsdraad
  27. Begeleidingsdraad
  28. Draad
  29. Pen
  30. Aansluitklem
  31. Koppelstuk
  32. Netspanningsadapter (De vorm van de stekker verschild van regio tot regio.)
  33. Cabtire-kabel
  34. Schroefpen

(voor het bevestigen van het laadstation)

  1. Inbussleutel 6

Introductie van los verkrijgbare items

ALET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met de Makita-producten die in deze gebruiks-aanwijzing worden beschreiben. Het gebruik van andere accessoires of hulpstukken kan het risico van personlijk letsel met zich meebrengen. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor de aangegeven doeleinden.

Voor informatie over los verkrijgbare items, raadpleegt u de catalogus of neemt u contact op met uw dealer of ons verkoopkantoor.

  • Messenset

Set maaimessen met bevestigsschroeven

Draad

Draadreparatieset

Set met draad, koppelstukken en pennen

Pen

Koppelstuk

OPMERKING: Sommige los verkrijgbare items in de lijst konnen bij het apparaat worden geleverd als standardaccessoires ten tijde van de aanschaf. De standardaccessoires konnen verschellen afhankelijk van het land van aanschaf.

VOORBEREIDINGEN

De volgende voorbereidingen要去en worden getroffen om het apparaat te konnen gebruiken.

1. Het maiagebied voorbereiden

Bepaal het oppervlak dat moet worden gemaaid door de robotmaier. Monteer een begrenzingsdraad rond het maagebied en sluit de voeding aan op het laadstation. Monteer zo nodig een begeleidingsdraad.

Voor de gedetailleerde procedure raadpleegt u de bijgeleverde Montagehandleiding.

2. Opstartinstellungen van de robotmaier

Wonneer de robotmaier de eerste koer wordt gebruik, is hetoodzakelijk om de taal, de datum en tijd, het maiagebied en de pincode in te stellen.

Voor de gedetailleerde procedure raadpleegt u de bijgeleverde Montagehandleiding.

3. De robotmaier opladen

De accu van de robotmaier is nicht voldoende opgeladen bij verzending af fabriek. Laad voor gebruik de accu op.

Voor de oplaadprocedure raadpleegt u de paragraaf "De robotmaier opladen" (agina 100) in deze gebruiksaanwijzing.

In- en uitschakelen

De aan-uitschakelaar bevindt zich op de onderkant van de robotmaier. Druk op de kant van de aan-uitschakelaar om in te schakelen, of op de Kant om uit te schakelen.

Fig.3: 1.Aan-uitschakelaar

De robotmaier opladen

De resterende acculading controleren

  1. Druk op de "STOP"-knop.

Het displaydeksel gaat open.

Fig.4: 1."STOP"-knop 2. Displaydeksel 3. Bedieningspaneel

  1. Zet de aan-uitschakelaar van de robotmaaier aan.
  2. Druk op het bedieningspaneel op de knop.

Het [Main menu (Hoofdmenu)] wordt weergegeven. U=kunt de resterende acculading controleren in de rechterbovenhoek van het scherm.

Main menu (Hoofdmenu)

Fig.5: 1. Aanduiding van de resterende acceluding

Aanduiding op het Icd-schem Resterende acculading
80 - 100%
60 - 80%
20 - 60%
0 - 20%

Opladen

  1. Zet de aan-uitschakelaar van de robotmaaier aan.

OPMERKING: Het opladen worden alleen uitgevoerd wanner de aan-uitschakelaar van de robotmaaier aan staat.

OPMERKING: Als de accu helemaal leeg is, duurt het langer dan gebruikelijk voordat het opladen begint.

OPMERKING: Als de accu heet of koud is, zar het opladen nicht beginnen.

  1. Koppel de robotmaier in het laadstation.

Wonneer het opladen begint, knippert de led-lamp groen. Nadat het opladen koar is, gaat de led-lamp uit.

Benodigde kennis voor gebruik

Maaiomgeving

Controleer of het gebied dat door de robotmaier要去 worden gemaaid, voldoet aan de volgende voorwaarden:

Als het gras te lang is, maait u het eerst korter.

  • Er liggen geen obstakels op het gras, zoals stenen, stokken of gereedschappen.

De robotmaier kan obstakel opwerpen of opvangen waardoor een ongeval ontstaat.

  • Er zich geen waterclubsen.

De robotmaaier kan het gazon in de regen maaien, maar nat gras neigt te blijven plakken aan de robotmaaier en de kans op

slippen op steile hellingen is groter.

  • Erijken geen sneeuwophopingen.

De robotmaaier kan slippen en nicht correct werken.

Laadstation

Het laadstation laadt de robotmaaier en stuurt signalen door de begrenzingsdraad en begeleidingsdraad.

Controleer of de plaatswaar het laadstation wordt gemonteerd, voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • Deze befindt zich=dicht bij de voeding.
  • De locatie is vlak.
    De montagelocatie heeft een hellingsgraad van minder dan ± 5^ of is vlak.
  • De locatie要去 beschermd zich降到 dezon.
  • Als het laadstation recktstreeks op het gazon worden gemonteerd, maait u het gras eerst kort.
  • Er要去 een ruimte van 3 meter ofmeer zichn vóró de begrenzingsdraad.

KENNISGEVING: Buig de grondplaat Niet.

Begrenzingsdraad

De begrenzingsdraad definiert het gebied waarbinnen de robotmaier de maaiwerkzaamheden uitvoert.

Monteer de begrenzingsdraad langs de buitenrand van het gebied waarbinnen de robotmaier de maaiwerkzaamheden uitvoert.

Voor de montageprocedure raadpleegt u het hoofdstuk "De begrenzingsdraad monteren" in de Montagehandleiding.

Begeleidingsdraad

Deze draad begeleidt de robotmaaier terug hier het laadstation.

Deze draad begeleidt de robotmaieraar gebieden waar de robotmaier minder vaak komt als gevolg van topografische redenen, enz. Voor de montageproceduraadpleegt u het hoofdstuk "De begeleidingsdraad monteren" in de Montagehandleiding.

Lamp

De lamp op de robotmaier en het laadstation kan diverse statuses aangeven door middel van de kleur en het branden/knipperen/uitgaan.

Led-lamp Status
Groen, knippert Laad op(nadat het opladen klaar is, gaat de led-lampuit)
Wit, knippert In gebruik(knippert gedurende de tijsduur ingesteldin de instelling [LED (Led)]))
Rood, knippert Een foult is opgetreden
Uit Stand-by/Uitschakenlenof anders dan bovenstaande

Laadstation

LaadstationindicatorStatus
Rood, brandt Een foutis opgetreden
Rood, knippert Er zit eean abnormaliteit in de aansluiting van debegrenzingsdraad
Groen, brandt De begrenzingsdraad is met succes aangesloten.

GEBRUKSMETHOD

Bedieningen op het bedieningspaneel

Wonneer op de "STOP"-knop worden gedrukt, gaat het displaydekseel open en kan het bedieningspaneel worden bediend.

Fig.8: 1. Lcd-schem 2. Menuknoppen 3. Bedieningstoetsen
4. Cijfertoetsen 5. "STOP"-knop

Knop/toets Werking
Menu-knuppenDe robotmaier keertteringug hier het laadstation. Nadat u op deze knop hebtdGEDrukt,selecteertu de gewenste terugkeermethode.
Geeft het [Main menu (Hoofdmenu)] weer.
Start het maaien. Nadat u op deze knop hebtdGEDrukt,selecteertu de gewenste maaimethode.
Bedie-ningstoetsenHiermee selecteert u items op het scherm. Het geseleeteerde item worden gemarkeerd(wit-zwart geinver-teende weergave).
Het scherm keertteringug hier de vorige weergave/bediening.
Het geseleeteerde item wordenuitgevoerd.
Cijfer-toetsen0~9Hiermee voert u cijfers in. Deze kun-nen alleen worden bediend wonneer cijferinvoer möglich is.

Items op het lcd-schem selecteren en uitvoeren

De bedieren op hetLCD-schem worden hoofdzakelijkuitgevoerd met het hoofdmenu.Druk op deopom het hoofdmenu wee te geven.

▶ Fig.9: 1. Datum 2. Tijd 3. Resterende acculading 4. Maaihoogte 5. Huidig geselecteerde instelmenu 6. Pictogrammen van het instelmenu

Voor bediening van hetLCD-schem gebruikt u de bedieningstoetsen en cijfertoetsen. De beschikbare knoppen/toetsen verschillen afhankelijk van de items die op het scherm worden weergegeven.

Als de selectie-items naast elkaar worden weergegeven

In het geval de items naast elkaar worden weergegeven, selecteert u deze met behulp van de toetsen en bevestigt u uw selectie met de toets

Fig.10: 1. Geselecteerd item

Als de selectie-items onder elkaar worden weergegeven

In het geval de items onder elkaar worden weergegeven, selecteert u deze met behulp van de toetsen en bevestigt u uw selectie met de toets.

Fig.11: 1. Geselecteerd item

Alsmeeroptiesbeschikbaarzijn

In het geval een pijlpunt worden weergegeven naast het geselecteerde item, zicheermeer bedieningen beschikbaar. Selecteer het item met behulp van de richtingstoets(en) 1 / 1 aangegeven door de pijlpunten, en bevestig de selectie met de toets

Fig.12

Als cijfers要去en worden ingevoerd

Op het pincode-invoerschem en bij selectie-items waarbij waarden moeten worden ingevoerd, voert u cijfers in met de toetsen 0 tot en met 9, en bevestigt u de invoor met de toets

Fig.13

OPMERKING: Als een waarde van twee of meer cijfers moet worden ingevoerd, voert u de cijfers in vanaf de hoogste rang (of het eerste cijfer). Als u een invoerfout maakt, voert u willekeurige cijfers in op alle posities en voert u daarna de correcte cijfers in.

Het maaien starten

WAARSCHUWING: Let goed op de volgende punten verwijl de robotmaier maait:

  • Steek uw handen en voeten Niet onder het maaidek, en kijk er Niet onder.
  • Houd uw gezicht en handen uit de buurt van de draaiende wielen.
    Zorg ervoor dat kinderen en huisdieren ie in het maagebied komen.

KENNISGEVING: De robotmaaler isuitsluitend bedoeld voor het maaien van gazons. Verwijder van tevoren eventueel onkruid uit het maigebed.

KENNISGEVING: Verwijder van tevoren voorwerpen,zoals
kleine stenen en stokken, die de werking van de robotmaaier
kunnen hinderen uit het maaigebied.

KENNISGEVING: Het maaien zal nicht{kennen starten wanneer de laadstationindicatoruit is,of als deleze rood brandt of knippert.

Er kan een fout় opgetreden in het laadstation of een onderbreking in de begrenzingsdraad. Als de laadstationindicator rood knippert, controleert u het volgende.

  • Is de netspanningsadapter aangesloten op een stopcontact?
  • Is de cabtire-kabel correct aangesloten op de netspannings-adapter en het laadstation?
  • Is de begrenzingsdraad correct aangesloten op het laadstation?
  • Is er een onderbreking in de begrenzingsdraad?
  • Zijn de aansluitklemmen en koppelstukken correct bevestigd aan de begrenzingsdraad?

Er kan eenijdelijkke fout় opgetreden als gevolg van bliksem of een andereoorzaak,of als gevolg van de temperatuurbveiliging van het laadstation. Als de laadstationindicator rood brandt, voert u de volgende handelingenuit.

  • Koppel de cabtire-kabel los van het laadstation, wacht totdat de laadstationindicator uit gaat en sluit daarna de cabtire-kabel wee aan.
  • Als het probleem hiermee Niet os opgelost, sluit u de cabti-re-kabel pas waar aan nadat u enigeijd hebt gewacht.

De standardinstellungen auf fabriek zijn als volgt. Om de standardinstellungen te veranderen, raadpleegt u de instructies voor de belangrijkste instelleningen onder "INSTELMENU'S" (pagea 102).

Belangrijkte Instelling Standaardinstalling
Maaiegebied Groote ingesteld met deopstartinstalling
Maaihoogte Consistent (60 mm)
Overschrijding begrenzing 32 cm
Spiraalvormig maaien Ingeschakeld

Direct starten met maaien

Om direct te starten met maaien, voert u de volgende startbedieninguit op het bedieningspaneel.

  1. Druk op de "STOP"-knop.
    Het displaydeksel gaat open.
    Fig.15: 1."STOP"-knop 2. Displaydeksen 3. Bedieningspaneel

  2. Druk op het bedieningspaneel op de knop.

  3. Selecteer de gewenste optie.

Optie Beschrijving
Auto mowing (Automatisch maaien)Maait met automatische besturing en opladen. Wanneer de resterende acculading laag worden, keert de robotmaaier automatisch terug maar het laadstation om te worden opgeladen. Nadat het opladen voltooid is, worden het maaien her-vat. Deze bediening worden UITgevoerd binnen de geplande maaiperiode die u hebt ingesteld.
Mowing without charging (Maaien zonder op te laden)Maait zonder op te laden. Als de resterende acculading tussentijds opraakt, stopt het apparaat op dat punt. U kunt de tijsduur van het maaien zonder op te laden selecteren. (Until battery empty (Tot accu leeg is) / For 30 min (Gedurende 30 min.) / For 90 min (Gedurende 90 min.)) • De geplande maaiperiode worden opgeschort gedurende het gebruik met.dequeue optie. • Selecteer deze optie in een subgebied.
Deactivate schedules (Plannen deactiveren)Schort de geplande maaiperiode op en start onmiddelijk met maaien. U kunt de tijsduur selecteren gedurende welke het maaischema's worden opgeschort. (For 24 hours (Gedurende 24aar) / For 3 days (Gedurende 3 dagen))
Mowing - With spiral cutting (Maaien - spiraalvormig)Start met maaien in een spiraalvormig patroon vanaf een willekeurige locatie. Selecteer [Auto mowing (Automatisch maaien)] voor het hoofdged-bied en [Mowing without charging (Maaien zonder op te laden)] voor het subgebied.
OPMERKING: Het hoofdgebied is het maaigebied waarin het laadstation is geplaast en waaruit de robotmaaier automatisch kan terugkeren. In tegenstelling daarmee is het subgebied een maaigebied van waaruit geen doorgang is die breed genoeg is voor de robotmaaier om terug te keren maar het laadstation, waardoor het noodzakelijk is om de robotmaaier met de hand te verplaatsen. Raadpleeg voor verdere informatie "Menu Start maaien" (pagina 103) in deze gebruiksaanwijzing.
  1. Sluit het displaydeksel.
    De robotmaier begint te bewegen. De led-lamp knippert wit tijdens gebruik.
    OPMERKING: De led knippert gedurende de tijsdsduur die van tevoren is ingesteld in de instelling [LED (Led)].
    KENNISGEVING: Wanner u het displaydeksel sluit, drukt u er stevig op tot u een klikgeluid hoor.

De datum enarend invoeren waarop het maaien moet starten

Voer de datum en tijd in waarop het maaien要去 starten in de vol-gende instelling en zet de robotmaaier op stand-by. [Beginmenu] > [Main menu (Hoofdmenu)] > [Mowing preferences (Maia Voorkeuren)] > [Schedule (Plannen)] Voor de gedetailleerde instelmethode raadpleegt u de paragraaf "Menu Start maaien" (pageina 103).

Het maaien stoppen

Het maaien kan met de onderstaande twee methoden worden gestopt.

Maaien stoppen en op de plaats blijven (Pauze)

Wanner tijdens gebruik op de "STOP"-knop worden gedrukt, gaat het displaydeksel open en wordt het maaien gespauzeerd.

Fig.16: 1."STOP"-knop 2. Displaydeksel

Maaien stoppen en terugkeren maar het laadstation (Einde)

  1. Druktijdens gebruik op de "STOP"-knop en druk daarna op het bedieningspaneel op de knop.
    Fig.17: 1."STOP"-knop 2. Displaydeksel 3. Bedieningspaneel

  2. Selecteer de gewenste optie.

Optie Beschrijving
Stay at char-ging station(In laadstation血液循环)De robotmaaier keertteringrug maar het laadstation en blijftaar.
Schedule restart time(Herstartijdplannen)De robotmaaier keert eerstteringug maar het laad-station en herstart het maaien na een ingestelde tijdsduur.
Restart on schedule(Schemaherstarten)De robotmaaier keertteringug maar het laadstation en start het maaien op de geplande datum enijd.
  1. Sluit het displaydeksel.
KENNISGEVING: Wonneer u het displaydeksel sluit, drukt u er stevig op tot u een klikgeluid hoort.

INSTELMENU'S

Bedien de drie menuknoppen en het toetsblok op het bedieningspaneel om de robotmaier in te stellen overeenkomstig de gebruikstoepassing en het doel. Dit hoofdstuk beschrijft de instellenen op de zes menu's en hun meerere submenu's.

Het scherm van het beginmenu dat wordt weergegeven nadat het apparaat is ingeschakeld (behve wanneer het apparaat de eerste keer wordt ingeschakeld)

Fig.18

Knop Menunaam Wat kan worden ingesteld op de submenu'sReferentie- pagina
Start mowing (Start maaien)Maaien met automatische besturing en opladen. 103
Maaien zonder automatisch opladen. 103
Starten met automatisch maaien op het gewensteijdstip. (Het maaischema worden onderbroken.)
Maaien in een spiraalvormig patroon. 104
Park (Parkeren)De robotmaier latent terugkerenaar het laadstation. 104
De robotmaier latent terugkerenaar het laadstation en het maaien herstarten op de geplandijd.
De robotmaier latent terugkerenaar het laadstation en het maaien herstarten volgens het vooraf ingestelde schema.
Knop Mennaam Wat kan worden ingesteld op de submenu'ssReferentie-page
Main menu (Hoofdmenu)Mowing preferences (Maaivoorkeuren)Het maaigebied veranderen en registereren. 105
Maaien volgens het schema. 105
De maaihoogte instellen. 106
Navigation preferences (Navigatievoorkeuren)De actieve zoekperiode van het begeleidingssignaal instellen. 106
Het grayscale bij de begrenzing maaien. 107
De rijafstand maar het startpunt voor maaien instellen. 107
De manier van wegrijden uit het laadstation selecteren. 107
De ultrijhoeken van het laadstation instellen. 108
De bredte van de navigatievariatie instellen. 109
Nog nicht gemaaid grayscale maaien. 109
Security (Beveiliging)De tijsduur van het alarm instellen. 109
De pincode veranderen. 110
Storing van het draadsignaal voorkomen.110
De robotmaier beveilligen gegen diefstal.110
Others (Overig)De gebruikersvoorkeuren opslaan/laden.110
Deinstallingen van de datum en tijd veranderen.111
De displaytaal veranderen.111
De gebruikersvoorkeuren resetten. 111
De productinformatie bekijken.111
De AAN- en UIT-tijd van de led-lamp beheren.111
De informatie over de bedieningsfouten bekijken.112

ALET OP: Wonneer de robotmaier de eerste keer worden opgestart, nadat ter voorbereidling de draden in het maalgebied bijn gemonteerd, moet u de robotmaier eerst een keer vanuit de gekoppelde situatie automatisch latent wegrijden uit het laadstation.

Wonneer de robotmaier automatisch wegrijdt uit het laadstation, slaat hij het magnetische veld op in zijn geheugen en voert hij autonome besturing uit zodat het koppelen daarna correct worden uitgevoerd. Als deze procedure Niet worden gevolgd, voert de robotmaier het koppelen möglichnestiet goed uit nadat hij is teruggekeerd, of werkelijk op een andere manier nicht correct.

Selecteer een van de volgende twee manieren en voer deze uit om de robotmaaier automatisch te lately wegrijden uit het laadstation.

Koppel de volledig opgeladen robotmaaier in het laadstation binnen de vooraf geplande bedieningstijd (of op enig moment bij gebruik van hetsubmenu [Deactivate schedules (Plannen deactiveren)), en voerervoVGds de startinstructie uit in het menu [Start mowing (Start maaien]). Raadpleeg voor verdere informatatie "Menu Start maaien" (pagea 103).
- Registree tijdelijk de manier van wegrijden uit het laadstation in het submenu [Mower departing points (Startpunter van maaier)] van het menu [Navigation preferences (Navigatievoorkeuren)], en voor een testnavigator uit. Raadpleeg voor verdere informatie "De manier vanwegrijden uit het laadstation selecteren" (pagea 107).

Maaien met automatische besturing en opladen

[Beginmenu] > [Start mowing (Start maaien)] > [Auto mowing (Automatisch maaien)]

Het gazon van het hoofdegebied dat wordt omsloten door de begrenzingsdraad worden automatisch gemaaid. Wanner dit menuonderdeel is geselecteerd, worden de robotmaaier automatisch bestuurd aan de hand van de instelleningen die op elk menu zijn gemaakt. Zelfs als de resterende acculading laag worden, kan de robotmaaier automatisch terugkeren湃 het laadstation voor opladen en verdergaan met het maaien van het gazon binnen het gebied.

Over het hoofdegebied

Dit is het maaigebied waarin het laadstation zich binnen de begren-zing bevindt. De robotmaaier blijft willekeurig navigeren en het gras binnen dit gebied maaien terwijl hij herhaaldelijk terugkeertaar en wegrijdt uit het laadstation.

Fig.19: 1. Hoofdgebied 2. Laadstation 3. Begrenzingsdraad

  1. Druk op het bedieningsspaneel op de knop.

Het submenu worden weergegeven.

Fig.20

Wanner u op de toets ✓drukt, worden het bericht [Close the display cover to start mowing. (Sluit het displaydeksel om te beginnen met maaien.)] weergegeven.

  1. Sluit het displaydeksel.

De robotmaaier start het maaien.

Maaien zonder automatisch opladen

[Beginmenu] > [Start mowing (Start maaien)] > [Mowing without charging (Maaien zonder op te laden)]

Het automatisch maaien gaat door binnen de vooraf ingestelde tijsduur of todat de acculading op is.

Gebruik de robotmaier met deze instelling voor het maaien van een subgebied dat geen doorgang heeft maar en van het hoofdegebied.

Gebruik deze instelling tevens in het hoofdegebied om alleen de ingeselte tijsdsuur te maaien, zonder dat het nodig is om terug te keren maar het laadstation of op te laden.

Over het subgebied

Dit is een geschieden maiagebied dat wordt omgeven door de begrenzingsdraad, maar dat geen doorgang heeft die breed genoeg is voor de robotmaier om terug te kerenaar het hoofgebied. Het maaien worden automatisch uitgevoerd verwijl de draadsignalen worden gedetecteerd, maar automatisch terugkerenaar het laadstation is nicht möglichk.

Fig.21: 1. Hoofdgebied 2. Laadstation 3. Begrenzingsdraad

4.Doorgang 5.Subgebied

KENNISGEVING: Om de robotmaier te konnen gebruiken in een subgebied, verplaatst u de robotmaier van tevoren met de hand van het hoofdegebied maar het subgebied.

KENNISGEVING: Om de robotmaier die een subgebied maait op te laden, stopt uijdelijk de robotmaier, schakelt u hem uit en draagt u hem maar het hoofdegebied. Na het verplaatsen van de robotmaier, schakelt u hem weer in en koppelt u hem met de hand in het laadstation.

  1. Druk op het bedieningsspaneel op de knop.

Het submenu worden weergegeven.

  1. Selecteer [Mowing without charging (Maaien zonder op te laden)].
  1. Selecteer de gewenste optie.
Optie Beschrijving
Until battery empty (Tot accu leeg is)Maait automatisch tot de resterende acculading op is.
For 30 min (Gedurrende 30 min.)Maait automatisch gedurrende 30 minutes.
For 90 min (Gedurrende 90 min.)Maait automatisch gedurrende 90 minutes.

Wanner u op de toets drukt, worden het bericht [Close the display cover to start mowing. (Sluit het displaydeksel om te beginnen met maaien.)] weergegeven.

  1. Sluit het displaydeksel.

De robotmaier start het maien.

OPMERKING: Wanner [Until battery empty (Tot accu leeg is)] is ingesteld, zal de robotmaier stoppen op de plek waar de resterende acceluding op is. Om de robotmaier op te laden, koppelt u hem met de hand in het laadstation in het hoofdegebied.

Automatisch maaien starten op de gewenstearend (Gepland maaien opschorten)

[Beginmenu] > [Start mowing (Start maaien)] > [Deactivate schedules (Plannen deactivieren)]

U kunt vooraf geplande maaiwerkzaamheden gedurende een bepaalde tijdsduur opschorten en de robotmaier automatisch latent starten op hetoodzakelijkde gewenste tijdstip. De robotmaier start en stopt het maaien normal gesproken aan de hand van een vooraf ingesteld schema, maar door dit menuonderdeel te selecteren kunt u de robotmaier automatisch latent werken buiten de geplande tijden.

OPMERKING: Nadat de ingestelde tijsduur is verstreken, worden het eerder ingestelde schema weer actief en herstart de robot-maaier het maaien volgens het vooraf ingestelde schema.

  1. Druk op het bedieningspaneel op de -knp.
    Het submenu worden weergegeven.
  2. Selecteer [Deactivate schedules (Plannen deactiveren)].
    Het optienu wordt weergegeven.
  3. Selecteer de gewenste optie.
Optie Beschrijving
For 24 hours(Gedurende 24aar)Schort de geplande maaiwerkzaamheden van derobotmaaier op gedurende 24aar.
For 3 days(Gedurende 3dagen)Schort de geplande maaiwerkzaamheden van derobotmaaier op gedurende 3 dagen.

Wanneer u op de toets drukt, worden het bericht [Close the display cover to start mowing. (Sluit het displaydeksel om te beginnen met maaien.)] weergegeven.

  1. Sluit het displaydeksel.

De robotmaier start het maien.

OPMERKING: Om de maaiwerkzaamheden te stoppen binnen de ingestelde tjdsduur, bedient u de robotmaier handmatig door op de robotmaier op de "STOP"-knop te drukken of door het menuonderdeel [Park (Parkeren)], enz. te gebruiken.

Maaien in een spiraalvormig patroon

[Beginmenu] > [Start mowing (Start maaien)] > [Mowing - With spiral cutting (Maaien - spiraalvormig)]

Het maaien start in een spiraalvormig patron op een problematische plek binnen het gebied, zoals een plek waar de grasgroei erg zich is of waar de graslente erg ongelijkmatig is als gevolg van nog nicht gemaaid gris, enz. Na het navigeren in een spiraalvormig patron om het gris op een bepaalde plek intensief te maaien, gaat de robotmaaier met gebruik van normale navigatie verdier met het maaien van het hele gebied.

Normale route en spiraalvormige route

De robotmaier berekent normala gesproken zijn route automatisch en navigeert willekeurig in rechte lijnen binnen het gebied om een gelijkmatige afwerking van het gazon te krijgen. Uktechtacter een beoogde probleemplek voorrang geven en intensief maaien om een smoie afwerking van het gazon te krijgen door spiraalvormig maaien te starten op een specifieke plek, zoals een plek waar de grasgroei erg zich is, nog Niet gemaaid gras is achtergebleven of het gras sneler groeil dan op andere plekken.

Fig.22: 1. Normale route 2. Spiraalvormige route

  1. Zet de aan-uitschakelaar van de robotmaaier uit en zet de robotmaaier op de plek waar spiraalvormig gemaad moet worden. Zet daarna de aan-uitschakelaar aan.
  2. Druk op het bedieningspaneel op de -knp.

Het submenu wordenweergegeven.
3. Selecteer [Mowing - With spiral cutting (Maaien - spiraalvormig)]. Het optienu wordt weergegeven.
4. Selecteer de gewenste optie.

Optie Beschrijving
Auto mowing (Automatisch maaien)Voert spiraalvormig maaien uit in het hoofdegebied en gaat na afloop verder met maaien met automatische besturing en opladen.
Mowing without charging (Maaien zonder op te laden)Voert spiraalvormig maaien uit en gaat na afloop verder met automatische maaien binnen de ingestelde tijdsperiode zonder automatisch op te laden.

Wonneer u op de toets drukt, worden het bericht [Close the display cover to start mowing. (Sluit het displaydeksel om te beginnen met maaien.)] weergegeven.

  1. Sluit het displaydeksel.

De robotmaier start het maaien.

Voorkeuren parkeren

OPMERKING: Het worden aanbevolen om de actieve zoekperiode van het begeleidingssignaal in te stellen op "0" (nul) als u geen begeleidingsdraden in het maaigebied monteert. Dit helpt de robotmaier om snel terug te keren aan het laadstation. Raadpleeg voor verdere informatie "De actieve zoekperiode van het begeleidings-signaal instellen" (pagina 106).

De robotmaier latent terugkeren maar het laadstation

De maaiwerkzaamheden worden gestopt en de robotmaier keert terug maar het laadstation.

  1. Druk op het bedieningspaneel op de knop.

Het submenu wordenweergegeven.

Fig.23

Wanneer op de toets ✓ wordt gedrukt, wordt het bericht [Close the display cover to return to the charging station. (Sluit het displaydeksel om terug teplaatsen in laadstation.)] weergegeven.

  1. Sluit het displaydeksel.

De robotmaaier keert terug hier het laadstation.

De robotmaier latent terugkeren maar het laadstation en het maaien herstarten op de geplandijd

[Beginmenu] > [Park (Parkeren)] > [Schedule restart time (Herstartijd planners)]

De robotmaier keert terug hier het laadstation en het maaien worden herstart na het verstrieken van de opgegeven tijsduur.

  1. Druk op het bedieningspaneel op de knop.
    Het submenu wordenweergegeven.
  2. Selecteer [Schedule restart time (Herstarttijd plannen)].
    Het invoerschem wordt weergegeven.

  3. Gebruik het toetsenblok en voer de gewenste tijsdsduur in.

Fig.24

OPMERKING: U(Int)t i tijdsduur tot herstarten invoeren van 0 tot en met 99 uur. De standardinstelling is 3 uur.

  1. Druk op de toets om de invoer te bevestigen.

Het bericht [Close the display cover to return to the charging station. (Sluit het displaydeksel om terug teplaatsen in laadstation.)] wordt weergegeven.

  1. Sluit het displaydeksel.

De robotmaier keert terug hier het laadstation.

De robotmaier lately terugkeren maar het laadstation en het maaien herstarten volgens het vooraf ingestelde schema

De robotmaier keert terug maar het laadstation en het maaien worden herstart volgens het vooraf ingestelde maaischema. Nadat de robotmaier is teruggekeerd maar het laadstation, blijft hij stand-by staan en rijdt hij daarna automatisch weguit het laadstation volgens het volgende vooraf ingestelde maaischema.

OPMERKING: Als de robotmaaier nicht voldoende is opgeladen, za hij Niet starten met maaien, ook Niet wanner het vooraf ingestelde schema is aangebroken. Het maaien zal worden hervat nadat het opladen maar is.

OPMERKING: Het schema dat op het scherm worden weergegeven, kan nicht worden aangemaaakt, verandered of verwijderd vanaf dit menu. Om het schema aan te passen, selecteert u [Schedule (Plannen)] in het menu [Mowing preferences (Maai Voorkeuren)] en maakt u de instellingen opnieuw.

  1. Druk op het bedieningspaneel op de -knp.

Hetsubmenu worden weergegeven. Het maaischemawordt weergegeven naast [Restart on schedule (Schema herstarten)]. De weergegeven datum enijd geen het volgende geplande schemawoor herstarten aan nadat de robotmaaier is terugkeerdaar het laadstation.

  1. Selecteer [Restart on schedule (Schema herstarten)].

Bevestig het weergegeven schema voor herstarten en ga verder met het instellen.

Fig.25: 1. Volgende geplande schema voor herstarten

Wanneer op de toets wordt gedrukt, wordt het bericht [Close the display cover to return to the charging station. (Sluit het displaydeksel om terug teplaaten in laadstation.)] weergegeven.

  1. Sluit het displaydeksel.

De robotmaaier keert terug maar het laadstation.

Maivoorkeuren

Het maiagebied registraren en veranderen

[Beginmenu] > [Main menu (Hoofdmenu)] > [Mowing preferences (Maivoorkeuren)] > [Mowing area (Maigebied)]

Dit menuonderdeel worden gebrukt om de groote van het maaigebied te veranderen dat ward geregistreeerd toen de robotmaaier de eerste keer werk opgestart, of om een neue groote van het maaigebied te registraren. De robotmaaier bepaalt zich het optimale maiaprocedure en maait het gazon op efficiente wijze op basis van die informatie over het maaigebied die hier worden ingevoerd.

KENNISGEVING: Stel een toepasselijk maaigebied in. Als de ingevoerde waarde sterk verschilt van de werkelijkke oppervlakte, können er nicht gemaaide delen, enz. achechterblijven.

  1. Druk op het bedieningspaneel op de -klop.
    Het [Main menu (Hoofdmenu)] wird weergegeben.
  2. Selecteer op het scherm.
    Fig.26
    Het submenu worden weergegeven.
  3. Selecteer [Mowing area (Maagebied)].
    Fig.27
  4. Gebruik het toetsenblok en selecteer het grootebereik van uw maaigebied.
    Fig.28:1.Pijlpunten

OPMERKING: Wanneer naast de optie pijlpunten worden weergegeven, drukt u op de toetsen / / om de opties op het scherm te doorlopen. Nadat de gewenste optie worden weergegeven, drukt u op de toets / om uw keuze te bevestigen.

  1. Volg het bericht dat wordt weergegeven op het scherm en voltooi het instellen.

Nadat het bericht [Saved successfully. (Opgeslagen.)] worden weergegeven, drukt u op de toets

Het maaien plannen

[Beginmenu] > [Main menu (Hoofdmenu)] > [Mowing preferences (Maivoorkeuren)] > [Schedule (Plannen)]

Stel het maaischema voor een week van tevoren vast om het maaienuit te voeren aan de hand van de weersverwachting en uw leefpatroon. Een geschikt maaischema zorgt tevens voor een stabiele maiafrequentie en houdt het gazon langer in goede conditie.

ALETOP: Stel dagelijkse en wekelijkse maaischema's op voor tijden waarop u gesloten of afwezig bent. Stel de schema's zodanig op dat de kans op het verstoren van nachtdieren minimaal is. lemand in de buurt of wilde dieren hunnen geschaad worden door de maaiwerkzaamheden.

OPMERKING: Zorg voor goed gebalanceerde schemas om te voorkomen dat door freiuent heb en weer rijden het gazon worden verdicht. Deel langdurig maaien op in geplande tjdblokken zodat derijroutes hunnen worden omgeleid om slijtplekken in het gazon rust te gunnen.

  1. Druk op het bedieningspaneel op de -kop.
    Het [Main menu (Hoofdmenu)] wordt weergegeven.
  2. Selecteer op het scherm.
    Het submenu worden weergegeven.
  3. Selecteer [Schedule (Plannen)].
    Het instelschemm voor het weekschema worden weergegeven.
  4. Gebruik het toetsenblok en selecteer de dag in het schema.
    Druk op de toetsen dm de gewenste dag te markeren en druk daarna op de toets
    U kunt meerdere dagen tegelijk selecteren. De geseleeteerde dag(en) worden worden onderstreegt.
    Fig.29: 1. Aanduiding van geselecteerde dag 2. Tijdsperiode waarin maaiwerkzaamheden zijn gepland 3. Tijdsperiode waarin geen maaiwerkzaamhedenঀn gepland

OPMERKING: Nadat de dag(en) is/zijn geseleerd en het gedetailleerdeijdsschema is ingesteld, worden het geregisteerdeijdsplanning per dag weergegeven. Deijdspierenaarin geen maaiwerkzaamheden zijn gepland, worden wit weergegeven.

  1. Selecteer [Time schedule (Tijdschema)].
    Het instelschem voor het tjidschema worden weergegeven.
  2. Selecteer de gewenste optie.
Optie Beschrijving
Work 24 hours (24 uur werken)De robotmaaier werkdt de hele dag door. Wanner deze optie is geselecteerd, worden een vinkje geplaatst in het selectievakje [Schedule 1: (Schema 1:)] en worden [00:00] - [24:00] weergegeven.
Park 24 hours (24 u. parkeren)De robotmaaier blijdt de hele dag geparkeerd staan. Wanner deze optie is geselecteerd, worden de vinkjes verwijderduit de selectie-vakjes [Schedule 1: (Schema 1:)] en [Schedule 2: (Schema 2:)] en worden [00:00] - [00:00] weergegeven.
Schedule 1: (Schema 1:)De robotmaaier maait tijdens de ingestelde tijdspierenode.
Schedule 2: (Schema 2:)De robotmaaier maait tijdens de ingestelde tijdspierenode.

Fig.30

Plannen instellen

(1) Gebruik het toetsblok enplaats een vinkje in het selectievakje van het schema dat u wilt instellen.
(2) Druk op de toetsen //om h@ invoerveld van de uren of minuten te markeren dat u wilt instellen.

(3) Gebruik het toetsenblok en voer de tijdsperiode in.
(4) Herhaal de stappen 2 en 3 om alle invoervelden voor uren en minutes in te vullen.

KENNISGEVING: Om deinstalling van het schema te activeren, vergaat u Niet een vinkje teplaatsen in het selectiekvakje.
KENNISGEVING: Deijdden ingevoerd in [Schedule 1: (Schema 1:)] en [Schedule 2: (Schema 2:)] mootelijkari net overlappen.
  1. Selecteer [Verify (Controleren)].

Nadat het bericht [Saved successfully. (Opgeslagen.)] worden weergegeven, drukt u op de toets.

Aanbevolen maaischema voor een geselecteerd maagebied

De tabel toont een benchmark-maaischema dat wordt aanbevolen voor de groottecategorie van uw maaigebied. Ontwerp uw eigendagelijke se en wekelijkse schema's aan de hand van uw behoeften.

Grootte van maagiebied (m2)Dagen per week (dagen)Uren per dag (uren)Voorbeelden van tijschema's
500 5 5 07:0012:00
7 3,5 07:00 - 10:30
750 5 7,5 07:000 - 14:30
7 5,5 07:00 - 12:30
1.000 5 10 07:0000 - 17:00
7 7 07:00 - 14:00
1.500 5 14,5 07:0000 - 21:30
7 10,5 07:00 - 17:30
2.000 5 19,5 07:004:00 - 23:30
7 14 07:00 - 21:00
2.500 6 20 03:0000 - 23:00
7 17,5 05:00 - 22:30
3.000 7 21 02:0000 - 23:00
3.500 7 24 00:0000 - 24:00

De maaihoogte instellen

[Beginmenu] > [Main menu (Hoofdmenu)] > [Mowing preferences (Maia Voorkeuren)] > [Cutting height (Maaihoogte)]

De maaihoogte kan handmatig worden ingesteld of met behulp van de automatische functie. De robotmaaier stelt automatisch de hoogte van de maaimessen in aan de hand van de ingestelde graslengte.

KENNISGEVING: Als lang gras in een keer kort worden gemaaid, kan het gras dood gaan of kan het afgemaide gras zich ophopen binnenin de robotmaier.

OPMERKING: Probeer Niet om lang gras in een keer te maaien. Maai in plantaarsaarvan het gras stapsgewijs korter met een dag of twee tussen de maalbeurten todat het gras gelijkmatig kort is. Het maaisel mag Niet langer zich dan 5mm per maiaeurt. De schade aan en belasting van het gazon kannen worden verminderd om een moogie afwerkang van het gazon te behonden door een geschikte geslengte en maiafrequentie in te stellen.

OPMERKING: De maximale instelwaarde voor de maaihoogte van de robotmaaier is 60mm . Als de graslente voor het maaien groter is dan dieze maximumwaarde, maait u het gras af tot 65mm of minder met een grasmaier van Makita of een andere machine voordat u de robotmaaier gebruikt.

Fig.31

  1. Druk op het bedieningspaneel op de knop. Het [Main menu (Hoofdmenu)] worden weergegeven.
  2. Selecteer op het scherm.

Het submenu worden weergegeven.
3. Selecteer [Cutting height (Maaihoogte)]. Het menuselectieschem wordt weergegeven.

  1. Selecteer het gewenste menu.
Menu Beschrijving
Manual (consis- tent) (Handmatig (consistent))Hiermee stelt u een consistente maaihoogte in.
Auto (Automatisch)Door de graslengte vór en na het maaien in te stellen, past de robotmaier automatisch de hoogte van de maaimessen in stappen aan.

Het invoerschemr voor de maaihoogte worden weergegeven.

  1. Druk op de toetsen / binte maaihoogte in te stellen.

Nadat de gewenste maaihoogte worden weergegeven op het scherm, drukt u op de toets om de instelling te bevestigen. Als er meertere invoervelden zijn, stelt u een waarde in voor elk veld en drukt u vervolgens op de toets

Instelschem van het menu [Manual (consistent) (Handmatig (consistent))]

Fig.32

Fig.33: 1. Graslenghte vór het maaien 2. Beoogde graslenghte na het maaien

  1. Volg het bericht dat wordt weergegeven op het scherm en voltooi het instellen.

Nadat het bericht [Saved successfully. (Opgeslagen.)] wordt weergegeven, drukt u op de toets

ALET OP: Wanner de robotmaier de eerste keer worden opge- start, nadat ter Voorbereiding de draden in het maigebedig zich gemonteerd, moet u de robotmaier eerst een keer vanuit de gekop- pelde situatie automatisch latent wegrijden uit het laadstation.

Wonneer de robotmaier automatisch wegrijdt uit het laadstation, slaat hij het magnetische veld op in zijn geheugen en voert hij auto-nome besturing uit zodate het koppelen daarna correct worden uitgevoerd. Als deze procedure niert worden gevolgd, voert de robotmaier het koppelen möglichnestiet goed uit nadat hij is terugkeerd, of werkht hij möglichk op een andere manier nicht correct.

Selecteer een van de volgende twee manieren en voer deze UIT om de robotmaaier automatisch te lately wegrijden uit het laadstation.

Koppel de volledig opgeladen robotmaaier in het laadstation binnen de vooraf geplande bedieningsstijd (of op enig moment bij gebruik van het submenu [Deactivate schedules (Plannen deactiveren)]), en voerervoigden de startinstrumentie uit in het menu [Start mowing (Start maaien)]. Raadpleeg voor verdere informatatie "Menu Start maaien" (pageina 103).
- Registreerijdelijk de manier van wegrijden uit het laadstation in het submenu [Mower departing points (Startpunter van maaier)] van het menu [Navigation preferences (Navigatievoorkeuren)], en voor een testnavigatorie uit. Raadpleeg voor verdere informatie "De manier vanwegrijden uit het laadstation selecteren" (pagina 107).

De actieve zoekperiode van het begeleidingsssignaal instellen

[Beginmenu] > [Main menu (Hoofdmenu)] > [Navigation preferences (Navigatievoorkeuren)] > [Active search period for guide wire (Actieve zoekperiode geleidingsdraad)]

Stel de tijsdsduur in gedurende welke de robotmaier actief moet zoekenaar het stuursignaal vanaf de begeleidingsdraad.

OPMERKING: Tijdens het terugkeren maar het laadstation detecteert de robotmaier het signal dat wordt uit gezonden door de begeleidingsdraad en volgt dat signal om de route terug maar het laadstation efficien te volgen.

OPMERKING: Als het signal vanaf de begeleidingsdraad Niet kan worden gedetecteerd binnen de actieve zoekperiode, schakelt de robotmaier over op het zoeken in een groter gebied, met inbegrip van het signal vanaf de begrenzingsdraad, waarna de robotmaier terugkeert hier het laadstation aan de hand van het gedetecteerde stuursignaal.

OPMERKING: Het worden aanbevolen om de actieve zoekperiode van het begeleidingssigmaal in te stellen op "0" (nul) als u geen begeleidingsdraden in het maaigebied monteert.

  1. Druk op het bedieningspaneel op de -kop.
    Het [Main menu (Hoofdmenu)] wordt weergegeven.
  2. Selecteer op het scherm.
    Het submenu worden weergegeven.
  3. Selecteer [Active search period for guide wire (Actieve zoekperi-ode geleidingsdraad)].

Fig.34

Het invoerschem wordt weergegeven.
4. Gebruik het toetsenblok en voer de gewenste zoekperiode in.

Fig.35

OPMERKING: U kunt een actieve zoekperiode van 0 tot en met 10 minutes invoeren. De standardinstelling is 10 minutes. Als een waarde hoger dan het instelbereik worden ingevoerd, worden deze automatisch verwangen door de maximumwaarde.

  1. Druk op de toets om de invoer te bevestigen.

Nadat het bericht [Saved successfully. (Opgeslagen.)] worden weergegeven, drukt u op de toets.

Het gras bij de begrenzing maaien

[Beginmenu] > [Main menu (Hoofdmenu)] > [Navigation preferences (Navigatievoorkuren)] > [Boundary overreach (Begrenzing overschreten)]

Stel de afstand in waarmee de robotmaier de begrenzingsdraad moet overschrijden om het gras tot aan de rand netjes te maaien.

Beweging van de robotmaaier in de buurt van de begrenzing

Wonneer de robotmaier de begrenzingsdraad die rondon het maaigebied is aangebracht nadert, detecteert deze het signaal van de begrenzingsdraad en bereidt hij zich voor om vanrichting te veranderen. Wonneer Overschrijding begrenzing is ingesteld, maait de robotmaier tot aan een bepaalde afstand buiten de begrenzingsdraad en keertervoigens terug tot binnen de begrenzing, verandert automatisch vanrichting en navigeert derd. Door een geschikte overschrijding van de begrenzing in te stellen, krijt u een smoie afwerking van het gazon zonder dat het gras langs de rand van het gazon ongewaaid blijft.

Fig.36: 1. Begrenzingsdraad 2. Overschrijding begrenzing 3. Draadsignaal 4. Maairoute

  1. Druk op het bedieningspaneel op de knop. Het [Main menu (Hoofdmenu)] worden weergegeven.
  2. Selecteer op het scherm.

Het submenu worden weergegeven.
3. Selecteer [Boundary overreach (Begrenzing overschreten)]. Het invoerschem wird weergegeven.
4. Gebruik het toetsenblok en voer de afstand in waarmee der robotmaier de begrenzingsdraad要去 overschrijden.

Fig.37

OPMERKING: U kunt een overschrijdingsafstand van 20 tot en met 50 cm invoeren.

OPMERKING: Als een waarde lager dan het instelbereik worden ingevoerd, wordt het bericht [Invalid input. (Ongeldige invoer.)] weergegeven. Selecteer [OK] en druk daarna op de toets. Het invoerschem wordt wee weergegeven.

OPMERKING: Als een waarde hoger dan het instelbereik worden ingevoerd, worden deze automatisch verrangen door de maximumwaarde.

  1. Druk op de toets om de invoer te bevestigen.

Nadat het bericht [Saved successfully. (Opgeslagen.)] worden weergegeven, drukt u op de toets

De rijafstandaar het startpunt voor maaien instellen

[Beginmenu] > [Main menu (Hoofdmenu)] > [Navigation preferences (Navigatievoorkeuren)] > [Departure position (Startpunt)]

Stel de afstand in die de robotmaaier要去 wegrijden uit het laadstation voordat hij start met maaien. De robotmaaier rijd in eerste instantie weg van het laadstation zonder te maaien en start verwolgens met maaien na de afstand die hier is ingesteld.

Waarom is hetoodzakelijk om eerst maar het startpunt voor maaien te rijden?

Wanner de robotmaaier wegrijdt van het laadstation, start hij nicht onmiddelijk met maaien, maar start het maaien pas nadat hij een bepaalde afstand is weggereden uit het laadstation. Door een startpunt voor maaien op enige afstand in te stellen, worden voorkomen dat werkgangen elkaar overlapen of beinvloeden, en moeilijk toeganke-lijke plekken efficienter te bereiken zijn.

Fig.38: 1. Laadstation 2. Startpunt voor maaien 3. Rijafstand

  1. Druk op het bedieningspaneel op de knop.
    Het [Main menu (Hoofdmenu)] wordt weergegeven.
  2. Selecteer op het scherm.
    Het submenu worden weergegeven.
  3. Selecteer [Departure position (Startpunt)]. Het invoerschem wordt weergegeven.
  4. Gebruik het toetsblok en voer de afstand in die de robotmaier要去 wegrijden uit het laadstation voordat hij mag starten met maaien.
    Fig.39

OPMERKING: U kunt een startpunt invoeren op een afstand van 80 tot en met 300~cm

OPMERKING: Als een waarde lager dan het instelbereik worden ingevoerd, worden het bericht [Invalid input. (Ongeldige invoer.)] weergegeven. Selecteer [OK] en druk daarna op de toets Het invoerschem wordt waar weergegeven.

OPMERKING: Als een waarde hoger dan het instelbereik wordt ingevoerd, wordt deze automatisch verwangen door de maximumwaarde.

  1. Druk op de toets om de invoer te bevestigen.

Nadat het bericht [Saved successfully. (Opgeslagen.)] worden weergegeven, drukt u op de toets

De manier van wegrijden uit het laadstation selecteren

[Beginmenu] > [Main menu (Hoofdmenu)] > [Navigation preferences (Navigatievoorkeuren)] > [Mower departing points (Startpunter van maier)]

Stel in hoe de robotmaier moet wegrijden uit het laadstation en moet starten met maaien. U kunt de uitvoeringsprioriteit van maximaal vijf verschillende manieren van wegrijden registeren en aanpassen, inclusief het type draadsignal dat moet worden geolg en de afstand tot de startpunten van de robotmaier na het wegrijden uit het laadstation.

Vakkundig meerde startpunten van de robotmaier combineren

Behalve direct na het wegrijden uit het laadstation te starten met maaien, kan de robotmaaier ook over een bepaalde afstandwegrijden uit het laadstation langs de begrenzingsdraad of begeleidingsdraad en daarna vanaf dat punt starten met maaien. Door meerder manieren vanwegrijden te combineren op basis van de vorm en indeling van het maaigebied, kutu voorkomen dat werkgangen elkaar overlappen de beinvloeden, rechtsstreeks rijdenaar plekkken die moeilijk toegankelijk zijn met normale navigatie, en over het hele gebied een gelijkmatige afwerking van het gazon krijgen.

Fig.40: 1. Laadstation 2. Begrenzingsdraad 3. Begeleidingsdraad 4. Startpunten van de robotmaaier

KENNISGEVING: Koppel de robotmaier in het laadstation voordat u de manier van wegrijden instelt.

  1. Druk op het bedieningspaneel op de -kop.

Het [Main menu (Hoofdmenu)] wordt weergegeven.

  1. Selecteer op het scherm.

Het submenu worden weergegeven.

  1. Selecteer [Mower departing points (Startpunter van maaier)]. Het menuselectieschem wordt weergegeven.
  2. Selecteer het nummer van het profiel waaronder de manier van wegrijden moet worden geregistreerd.

Fig.41: 1. Naar voren enaar links langs de begrenzingsdraad 2. Naar voren enaar rechts langs de begrenzingsdraad 3. Naar voren langs begeleidingsdraad 1 4. Naar voren langs begeleidingsdraad 2

Het optienu wordt weergegeven.

  1. Gebruik het toetsenblok en voer de gewenste waarden in voor de optievelden die op het scherm worden weergegeven.

Fig.42: 1. Maximumwaarde van de waarschijnlijkheid die kan worden ingevoerd

Optie Beschrijving
Wire to trace: (Te volgen lijn:)Selecteer het type draad dat de robotmaier要去 volgen nadat hij is weggereden uit het laadstation. Druk op de toetsen om het gewenste type draad waar te geven. Om direct na het wegrijden uit het laadstation te starten met maaien zonder een specifieke draad te volgen, selecteert u [-].
Departure position: (Startpunt:)Voer de afstand in die de robotmaier要去 wegrijden uit het laadstation voordat hij mag starten met maaien. U Aunt een afstand van 0 tot en met 800 m invoeren.
Probability (Waarschijnlijk-heid)Voer de waarschijnlijkheid in procenten in van hetuitvoeren van het ingestelde profil.

OPMERKING: Als u instelt volgens de beschreiben waarden, is de totale waarschijnlijkheid van [Mower departing points (Startpunteren van maaier)] 60% . Voor de resterende 40% start de robotmaaier direct na het wegrijden uit het laadstation met maaien. Wanner de robotmaaier direct na hetwegrijden uit het laadstation start met maaien, hunnen de uitrijhoeken worden ingesteld. Voor meer informatie over die uitrijhoeken, raadpleegt u de paragraaf "De uitrijhoeken van het laadstation instellen".

OPMERKING: De maximumwaarde van de waarschijnlijkheid die kan worden ingevoerd voor elk profiel, worden links naast het invoerveld van de waarschijnlijkheid weergegeven. Voer een waarde in die gelijk is aan of lager is dan de weergegeven maximumwaarde. Als een waarde hoger dan het bereik worden ingevoerd, worden deze automatisch verzangen door de maximumwaarde.

  1. Selecteer [Test (Testen)] en voer een testnavigator uit voordat u de instelleningen opslaat.

Volg het bericht dat wordt weergegeven op het scherm en voltooi de testnavigatie.

Als u Niet tevreden bent met de resultaten van de testnavigatie, verandert u de instelleningen.

OPMERKING: Om na de testnavigatie de instelling van de afstand te registraren, slaat u het testrapport op door de instructies op het scherm te volgen. Nadat het bericht [Saved successfully. (Opgeslagen.)] worden weergegeven, drukt u op de toets om de registratie te voltooien. Nadat deze registratie voltooid is, keert het schermtering aan het menuselectieschem.

OPMERKING: Na de testnavigatie stopt de robotmaier automatisch vlakbij het startpunt van de robotmaier. Om de instellenen opnieuw te make of een neueu profiel te registereren, koppelt u de robotmaier met de handeer in het laadstation.

OPMERKING: Om de testnavigatie over te slaan, selecteert u [Verify (Controleren)] en registreert u de instelleningen. Nadat het bericht [Saved successfully. (Opgeslagen.)] worden weergegeven, drukt u op de toets.

  1. Herhaal de stappen (4) tot en met (6) om zo nodig maximaal vrij profielen te registrieren.

De uitrijhoeken van het laadstation instellen

[Beginmenu] > [Main menu (Hoofdmenu)] > [Navigation preferences (Navigatievoorkeuren)] > [Departure angles (Uitrijhoeken)]

Stel de uitrijhoeken in voor wanner de robotmaier direct na het wegrijden ut het laadstation start met maaien. Ervanuit gaande dat de oplaadaansluiting van de robotmaierrecht tegenover de oplaadcontacten van het laadstation staat op 0^ (12 ur), kunt u rechtsom gezien twee uitrijbereiken instellen van 90^ (3 ur) tot en met 270^ (9 ur). U kunt de uitvoeringsprioriteit van elke uitrijhoek.

Wat is de 'waarschijnlijkheid' die deuitvoeringsprioriteit bepaalt?

De waarschijnlijkheid verkreten bij het instellen van de manier van wegrijden en uitrijhoeken uit het laadstation is een procentuele maat van de kans dat de robotmaier de bediening prioriteert op basis van de ingestelde opties. Bijvoorbeeld, als bij het instellen van de uitrijhoeken 25% en 75% zijn ingevoerd als de waarschijnlijkheden voor de bereiken 1 en 2, is de waarschijnlijkheid 25% dat de robotmaier wegrijdt uit het laadstation onder een willekeurige hoek binnen bereik 1.

Fig.43: 1. Uitrijbereik 1 2. Uitrijbereik 2 3. Laadstation

  1. Druk op het bedieningspaneel op de knop.

Het [Main menu (Hoofdmenu)] wordt weergegeven.

  1. Selecteer op het scherm.

Het submenu wordenweergegeven.

  1. Selecteer [Departure angles (Uitrijhoeken)].

Het optiemenu wordt weergegeven.

  1. Gebruik het toetsenblok en voer de gewenste waarden in voor de optievelden die op het scherm worden weergegeven.

Uitrijbereiken können worden ingesteld:tussen 90^ en 270^

Fig.44: 1. Uitrijbereik 1 (1e bereik) 2. Uitrijbereik 2 (2e bereik) 3. Waarschijnlijkheid

Optie Beschrijving
Exit range 1: (Uitrijbereik 1:)Voer het 1e bereik aan uitrijhoeken in voor het wegrijden van de robotmaier uit het laadstation. (U kunt ook slechts eén bereik instellen.)
Exit range 2: (Uitrijbereik 2:)Voer het 2e bereik aan uitrijhoeken in voor hetwegrijden van de robotmaier uit het laadstation.
Probability (Waarschijnlijkheid)Voer voor elk ingesteld bereik de waarschijnlijkheid in als percentage waarmee de robotmaierwegrijdt onder een hoek binnen dat bereik.

De uitrijhoeken instellen

(1) Druk op de toetsen //h/ on de invoervelden voor de hoeken en waarschijnlijkheid die要去en worden ingevoerd te markeren.
(2) Gebruik het toetsenblok en voer de hoeken en waarschijnlijkheid in.
(3) Herhaal de stappen 1 en 2 om alle invoervelden in te vullen.

OPMERKING: Wonneer alleen [Exit range 1: (Uitrijbereik 1:)] is ingevoerd, worden de uitvoeringswaarschijnlijkheid automatisch ingesteld op 100% .

OPMERKING: Wonneer alleen [Exit range 1: (Uitrijbereik 1:)] is ingevoerd, kan de uitvoeringswaarschijnlijkheid van [Exit range 1: (Uitrijbereik 1:)] Niet worden veranderen. Wonneer het invoeren van [Exit range 2: (Uitrijbereik 2:)] is gestart nadat [Exit range 1: (Uitrijbereik 1:)] reeds is ingevoerd, kan de uitvoeringswaarschijnlijkheid van [Exit range 1: (Uitrijbereik 1:)] worden veranderd.

OPMERKING: Voltooi het invoeren van [Exit range 1: (Uitrijbereik 1:)] voordat u [Exit range 2: (Uitrijbereik 2:)] invoert. Het is Niet mogelijk om alleen [Exit range 2: (Uitrijbereik 2:)] in te voeren.

OPMERKING: De uitvoeringsprioriteit van [Exit range 2: (Uitrijbereik 2:)] wordt automatisch berekend zDat het totaal met de uitvoeringswaarschijnlijkheid van [Exit range 1: (Uitrijbereik 1:)uitkomt op 100% .De uitvoeringsprioriteit van [Exit range 1: (Uitrijbereik 1:) wordt afgetrokken van 100% en de resterende waarschijnlijkheid worden automatisch weergegeven als de uitvoeringswaarschijnlijkheid van [Exit range 2: (Uitrijbereik 2:)].

  1. Selecteer [Verify (Controleren)] en registreer de instellenen. Nadat het bericht [Saved successfully. (Opgeslagen.)] worden weergegeven, drukt u op de toets

Voorbeeld van het instellen van [Mower departing points (Startpunten van maaier)] en [Departure angles (Uitrijhoeken)] van het laadstation

Bijvoorbeeld, als drie manieren van wegrijden zijn geregestreerd in het menu [Mower departing points (Startpunter van maaier)] en de waarschijnlijkkeid van elk is ingesteld op 20% ,is de totale waarschijnlikkeid 60% .De resterende waarschijnlijkkeid van 40% wordt togete-kend aan de uitvoeringsprioriteit van de uitribereiken 1 en 2 ingesteld in het menu [Departure angles (Uitrijhoeken)]. Als hier 50% en 50% zichin ingeoord als de waarschijnlijkkeden van de uitribereiken 1 en 2,wordt de resterende waarschijnlikkeid van 40% voor 50% togetewezen aan elk van de bereiken 1 en 2. Rekening houdend met de totale waarschijnlikkeid worden daarom de uitvoeringsprioriteit van de uitribereiken 1 en 2 berekend als respectievelijk 20% en 20% Het resultaat is dan dat de robotmaair der drie manieren vanwegrijden die发展格局 in het menu [Mower departing points (Startpunter van maaier)] en de twee uitribereiken geregestreerd in het menu [Departure angles (Uitrijhoeken)] willekeurig uitvoert met een respectievelijke waarschijnlikkeid van elk 20%

De breede van de navigatievariatie instellen

[Beginmenu] > [Main menu (Hoofdmenu)] > [Navigation preferences (Navigatievoorkeuren)] > [Line trace offset (Lijnvolgingsaftstand)]

De bredte van de route bij het navigeren langus de begrenzingsdraad en begeleidingsdraad varieert binnen het instelbereik.

Wat is navigatievaratie?

De robotmaaier rijdt langs de diverse draden verwijl het de signalen van de draden detecteert. Bij navigatievariatie wordt deze route expres beetje bij beetje verschoven ten opzichte van de referentieroute van eliek draad om te voorkomen dat de wielen van de robotmaaier herhaaldelijk in hetzelfde spoor lopen. Terwijl de robotmaaier rijdt, worden de route willekeurig gevarieerd binnen het bereik van de ingestelde waarde zodat de belasting op specifieke routes over het gazon worden verminderd.

Fig.45: 1. Laadstation 2. Begrenzingsdraad 3. Begeleidingsdraad 4. Buitenkant van de referentielijk 5. Breedte van de navigatievariatie

OPMERKING: In het geval binnen het maaigebied ergens een smalle doorgang is, overweegt u de maximale bredtevaratie in te stellen waar bij de robotmaier nog kan passeren.

  1. Druk op het bedieningspaneel op de -kop. Het [Main menu (Hoofdmenu)] wordt weergege
  2. Selecteer op het scherm. Hetsubmenu worden weergegeven

OPMERKING: Als het menu Niet worden weergegeven, gebruikt u de toetsen om het scherm te scrollen.

  1. Selecteer [Line trace offset (Lijnvolgingsafstand)].

Het optiemenu wordt weergegeven.

  1. Plaats een vinkje in het selectievakje van de draad waarvoor u de bredtevaratie wilt instellen.
Optie Beschrijving
G1: Hier stelt u de ce afstand ten opzichte van de refer- rentieroute van de 1e begeleidingsdraad in. Hoe hoger de waarde, hoe groter de bredtevariatie ten opzichte van de referentieroute.
G2: Hier stelt u de ce afstand ten opzichte van de refer- rentieroute van de 2e begeleidingsdraad in. Hoe hoger de waarde, hoe groter de bredtevariatie ten opzichte van de referentieroute.
Boundary: (Begrenz.:)Hier stelt u de afstand ten opzichte van de referen- tieroute van de begrenzingsdraad in. Hoe hoger de waarde, hoe groter de bredtevariatie ten opzichte van de referentieroute.

Fig.46

Zodra een vinkje in het selectiekavke worden geplaatst, worden het invoerveld voor de afstand automatisch gemarkeerd.

  1. Gebruik het toetsenblok en voer de gewenste waarden in voor de optievelden die op het scherm worden weergegeven.

Fig.47

U kunt een waarde invoeren van 0 tot en met 9. De onderstaandeitel toont bij benadering de variatie in de daadwerkelijk navigatiebreedte die hoyt bij de instelwaarden. De daadwerkelijk variatie in de navigatiebreedte vermeld in deitel kan verschillen afhankelijk van de maaiomgeving en andere omstandigheden.

Tabel van de relatie tussen de instelwaarde en de navigatiebreedte

Instel- waardeNavigatiebreedteInstel- waardeNavigatiebreedte
0 55 cmm 5 110 cm
1 90 cmm 6 115 cm
2 95 cmm 7 120 cm
3 100 cmm 8 125 cm
4 105 cmm 9 130 cm

Afbeelding van de variatie in de navigatiebreedte

Fig.48: 1. Begrenzingsdraad 2. Buitenkant van de referentielijn 3. Bereik van de variatie in de navigatiebreedte 4. 55 cm 5. 110 cm 6. 130 cm

OPMERKING: De lijn waarop de rechtzer zijkant van de robotmaaier tot ongeveer 20 cm buiten de begrenzingsdraad komt, is de buitenkant van de referentielijn. De navigatiebreedte varieert aan de binnenkant waar bij de buitenkant van de referentielijn als nullijn geldt.

  1. Selecteer [Verify (Controleren)] en registreer de instelleningen.

Nadat het bericht [Saved successfully. (Opgeslagen.)] wordt weergegeven, drukt u op de toets

Als de robotmaaierijdens het maaien een plek met lang gras of dichte grasgroei, enz. detecteert, navigeert hij over die plek in een spiraalvormig patron om het gras waar intensief te maaien. Door plekken met een dichte grasgroei in een spiraalvormig patron te maaien, kan een mooie afwerking van het gazon worden verkreten.

Plekken met een dichte grasgroei vinden

De robotmaier vindt plekken met een dichte grasgroei en nog nicht gemaaid grayscale door heel gevoelig de belasting tijdens het maaien te detecteren. Wanner een dergelijkke specifieke plek worden gezonden, navigeert de robotmaier in een spiraalvormig patroon vanuit die plek maar buiten toe, waar bij het gris intensief worden gemaaid om een moogie en gelijkmatige afwerking van het gazon te krijgen.

Fig.49: 1. Plek met dichte grasgroei 2. Spiraalvormige route

OPMERKING: De robotmaier voert per oplaadbeurt slechts een keer spiraalvormig maaien uit. Wanner de robotmaier wegrijdt uit het laadstation nadat het opladen voltooid is, voert hij eerst normala maaien gedurende 30 minuten ononderbroken uit. Als daarna een plek met dichte grasgroei of nog nicht gemaaid gras, enz. worden gedetecteerd, verandert de werkingaar spiraalvormig maaien gecentreerd rond die plek. Vervolgens worden na dit intensief maaien het maaien met normale navigatie hervat.

  1. Druk op het bedieningspaneel op de -kop.

Het [Main menu (Hoofdmenu)] wordt weergegeven.

  1. Selecteer op het scherm.

Het submenu worden weergegeven.

OPMERKING: Als het menu niets wordt weergegeven, gebruikt u de toetsen om het scherm te scrollen.

  1. Selecteer [Spiral cutting (Spiraalvormig maien)].

Het optiemenu wordt weergegeven.

  1. Selecteer de gewenste optie.

Plaats een vinkje in het selectievakje van de optie en druk daarna op de toets

Optie Beschrijving
Spiral cutting (Spiraalvormig maaien)Schakelt de functie Spiraalvormig maaien in.

Fig.50

  1. Selecteer [Confirm (Bevestigen)] en registreer de instelling.

Nadat het bericht [Saved successfully. (Opgeslagen.)] worden weergegeven, drukt u op de toets

Beveiligingsvoorkeuren

De tijdsduur van het alarm instellen

Stel de tijsduur van het alarm in dat klinkt bij diverse meldingen of wanner een fouit optreedt.

  1. Druk op het bedieningspaneel op de knop.

Het [Main menu (Hoofdmenu)] wordt weergegeven.

  1. Selecteer op het scherm.

Het invoerschem voor de pincode worden weergegeven.

  1. Gebruik het toetsenblok en voer de pincode in.

Fig.51

Het submenu worden weergegeven.

  1. Selecteer [Alarm duration (Duur van alarm)].
    Fig.52
    Het invoerschem wordt weergegeven.
  2. Gebruik het toetsblok en voer de gewenste tijdsduur in.
    Fig.53

OPMERKING: U(Int)tien tijsduur van het alarm invoeren van 1 tot en met 99 minute. De standaardinstelling is 10 minute.

  1. Druk op de toets on de invoer te bevestigen.

Nadat het bericht [Saved successfully. (Opgeslagen.)] wordt weergegeven, drukt u op de toets

De pincode veranderen

[Beginmenu] > [Main menu (Hoofdmenu)] > [Security (Bveiliging)] > [Change PIN code (Pincode wijzigen)]

Dit worden gebruikt om de huidig gelebruekte pincode te veranderen in een neue pincode.

OPMERKING: Als u uw pincode bent vergeten, neemt u contact op met ons verkoopkantoor of uw lokale dealer.

  1. Druk op het bedieningspaneel op de -kop.
    Het [Main menu (Hoofdmenu)] wordt weergegeven.
  2. Selecteer op het scherm.
    Het invoerschemr Voor de pincode worden weergegeven.
  3. Gebruik het toetsenblok en voer de huidig gebruekte pincode in.
    Het submenu worden weergegeven.
  4. Selecteer [Change PIN code (Pincode wijzigen)].
    Het invoerschem wordt weergegeven.
  5. Gebruik het toetsenblok en voer de neue pincode in.

Fig.54

  1. Voer de neue pincode nogmaals in om deze te bevestigen. Nadat het bericht [The PIN code has been changed. (De pincode is gewijzigd.)] worden weergegeven, drukt u op de toets.

Storing van het draadsignal voorkomen

[Beginmenu] > [Main menu (Hoofdmenu)] > [Security (Beveiliging)] > [Change wire signal (Draadsignal wijzigen)]

Verander het kanaal voor het zenden van de draadsignalen wanner dit de signalen van naastgelegen maiagebieden stoort.

KENNISGEVING: Koppel de robotmaier in het laadstation voordat u het kanaal verandert.

  1. Druk op het bedieningspaneel op de -knp. Het [Main menu (Hoofdmenu)] wordt weergegeven.
  2. Selecteer op het scherm.
    Het invoerschemr voor de pincode worden weergegeven.
  3. Gebruik het toetsenblok en voer de pincode in. Hetsubmenu worden teergegeven.
  4. Selecteer [Change wire signal (Draadsignal wijzigen)]. Het optienuo wordt weergegeven.
  5. Gebruik het toetsenblok en selecteer een neue kanaalcode. Fig.55

OPMERKING: Een markings worden weergegeven naast de huidig gekrukke kanaalcode. (De standardinstelling is [Channel 1 (Kanaal 1].) Wanner u het kanaal verandert, kiest u een kanaal waarnaast geen markings worden weergegeven.

  1. Volg het bericht dat wordt weergegeven op het scherm en voltooi het instellen.

Nadat het bericht [Dock the mower to the charging station. (Plaats de maaier in het laadstation.)] worden weergegeven, selecteert u [Confirm (Bevestigen)] en drukt u op de toets

Nadat het bericht [Completed. (Voltooid.)] worden weergegeven, drukt u op de toets

Voorkom diefstal en oneigenlijk gebruik van de robotmaier door bediening te vergrendelen en de meldingsfunctie te activeren.

  1. Druk op het bedieningspaneel op de knop.

Het [Main menu (Hoofdmenu)] wordt weergegeven.

  1. Selecteer op het scherm.

Het invoerschemm voor de pincode worden weergegeven.

  1. Gebruik het toetsenblok en voer de pincode in.

Het submenu worden weergegeven.

Het optiemenu wordt weergegeven.

  1. Gebruik het toetsenblok enplaats een vinkje in het selectievakje van de gewenste optie.

U kunt meerere opties selecteren.

Optie Beschrijving
Stopped: PIN (Gestopt: Pincode)Wonneer de robotmaier gedwongen worden gestopt,要去 de pincode worden ingevoerd om het maaien te herstarten.
Stopped: PIN & Alarm (Gestopt: Pincode & alarm)Wonneer de robotmaier gedwongen worden gestopt, klinkt het alarm en要去 de pincode worden ingevoerd om het maaien te herstarten.
Lifted: PIN & Alarm (Opgetild: Pincode & alarm)Wonneer de robotmaier worden opgetild, klinkt het alarm en要去 de pincode worden ingevoerd om het maaien te herstarten.
Tilted: PIN & Alarm (Gekanteld: Pincode & alarm)Wonneer de robotmaier worden gekanteld onder een bepaalde hoek ofmeer, klinkt het alarm en要去 de pincode worden ingevoerd om het maaien te herstarten.
  1. Selecteer [Verify (Controleren)] en registreer de instelling.

Nadat het bericht [Saved successfully. (Opgeslagen.)] wordt weergegeven, drukt u op de toets

Overige instellingen

U kunt maximaal drie voorkeursinstellenen make en opslaan, en op elk gewenst moment de instelmenu's aanpassen en laden. Dit.Maakt het可想而知 om om te schakelen:tussen diverse gebruikersvoorkeuren affankelijk van het maaggebied en de omgeving.

OPMERKING: Een bepaald aantal items (bijvoorbeeld de datum en tijd, pincode, enz. die zich ingesteld op het opstartinstellingenscherm) kan nicht worden opgeslagen en geladen.

  1. Druk op het bedieningspaneel op de -kop.
    Het [Main menu (Hoofdmenu)] wordt weergegeven.
  2. Selecteer op het scherm.
    Het submenu wird weergegeben.
  3. Selecteer [Save and load preferences (Voorkeuren opslaan en laden)].

Fig.56

Het menuselectieschem wordt weergegeven.

  1. Selecteer het gewenste menu.
Menu Beschrijving
Load (Laden) Laad opgeslagen gebruikersvoorkeuren.
Save (Opslaan) Slaat de gebruikersvoorkeuren op die momenteel worden gezuikt.

Het optiemenu wordt weergegeven.

  1. Selecteer de optie met de naam van de laadlocatie of opslagbestemming van de gebruikersvoorkeuren.

Fig.57

OPMERKING: [Listed now (Nu getoond)] worden rechts naast de opties weergegeven als de gebruikersvoorkeuren reeds in gebruik zich.

  1. Volg het bericht dat wordt weergegeven op het scherm en voltooi het instellen.

Wanneer het bericht [Are you sure? (Weet u het zeker?)] worden weergeveen, selecteert u [Yes (Ja)] en drukt u op de toets.

Deinstellungen van de datum en tijd veranderen

Dit worden gebrukt om de ingestelde datum en tijd van de robotmaaierte veranderen.

  1. Druk op het bedieningspaneel op de knop. Het [Main menu (Hoofdmenu)] worden weergegeven.
  2. Selecteer op het scherm.
    Het submenu worden weergegeven.
  3. Selecteer [Date and time (Datum enijd)]. Het menuselectieschem worden weergegeven.
  4. Druk op de toetsen on het gewenste menuonderdeel te selecteren. Selecteer de gewenste notatie en geef deze werk op het sche
Menu Beschrijving
Date format: (Datumnotatie:)Selecteert de datumnotatie UIT [Year/Month/Day (Jaar/maand/dag)], [Month/Day/Year (Maand/dag/ jaar)] en [Day/Month/Year (Dag/maand/jaar)].
Time format: (Tijdnotatie:)Schakelt deijdnotatie om+tussen [12 hours (12aar)] en [24 hours (24aar)].

Fig.58

  1. Selecteer [Next (Volgende)].
    Het invoerschemr voor de datum enijd worden weergegeven.
  2. Gebruik het toetsenblok en voer de gewenste datum enarend in. Fig.59

De datum enijd invoeren

(1) Druk op de toetsen on het invoerveld van de datum of tijd te markeren dat u wilt instellen.
(2) Gebruik het toetsenblok en voer hetaar, de maand en de dag, of deijd in.
(3) Herhaal de stappen 1 en 2 om alle invoervelden die要去en worden verandered in te vullen.

  1. Selecteer [Verify (Controleren)].

Nadat het bericht [Saved successfully. (Opgeslagen.)] worden weergegeven, drukt u op de toets.

De displaytaal veranderen

Dit worden gebruikt om de taal die op het lcd-schem wordt weergeve ven te veranderen.

  1. Druk op het bedieningspaneel op de knop. Het [Main menu (Hoofdmenu)] worden weergegeven.
  2. Selecteer op het scherm. Hetsubmenu worden weergegeven.
  3. Selecteer [Language (Taal)]. Het taalselectieschem wirdt weergegeben.
  4. Selecteer de gewenste taal.
    De taal waarin het taalweergaveschem wordt weergegeven, verandert.
    Nadat het bericht [Saved successfully. (Opgeslagen.)] wordt wee geven, drukt u op de toets .

De gebruikersvoorkeuren resetten

[Beginmenu] > [Main menu (Hoofdmenu)] > [Others (Overig)] > [Reset all settings (Alle beginwaarden herstellen)]

Dit worden gebruik om alle opgeslagen gebruikersvoorkeuren te resetten en deze terug te stellen op de standardinstellungen.

KENNISGEVING: Sommige informatie en instellenen die werden gemaakt toen de robotmaier de eerste kerw werden opgestart, zoals de datum enijd en de pincode, worden nicht gesreset.

  1. Druk op het bedieningspaneel op de -kop.
    Het [Main menu (Hoofdmenu)] wordt weergegeven.
  2. Selecteer op het scherm.
    Het submenu worden weergegeven.
  3. Selecteer [Reset all settings (Alle beginwaarden herstellen)]. Het invoerschemm voor de pincode worden weergegeven.
  4. Gebruik het toetsenblok en voer de pincode in.
  5. Volg het bericht dat wordt weergegeven op het scherm en voltooi het instellen.
    Nadat het bericht [Completed. (Voltooid.)] worden weergegeven, drukt u op de toets.

De productinformationie bekijken

[Beginmenu] > [Main menu (Hoofdmenu)] > [Others (Overig)] > [Information (Informatie)]

Dit geeft de meest recente productinformatie weeer, zoals informatie over de totale maaiduur en de softwareversie.

  1. Druk op het bedieningspaneel op de knop. Het [Main menu (Hoofdmenu)] worden weergegeven.
  2. Selecteer op het scherm.

Het submenu wordenweergegeven.

  1. Selecteer [Information (Informatie)].

OPMERKING: Nadat u de informatatie hebt gelezen, kurz u terug- keren maar een hoger menuschem door op de toets of op de knop te drukken. Druk op de toets om terug te keren maar het scherm van het submenu [Others (Overig)], of druk op de knop om terug te keren maar het scherm van het [Main menu (Hoofdmenu)].

De AAN- en UIT-tijd van de led-lamp beheren

Dit worden gebruik om de aan- en uit-tijden van de led-lamp op de bovenkant van de robotmaier te beheren. Voor verdere informatie over de led-lamp raadpleegt u "Lamp" (pagina 100).

  1. Druk op het bedieningspaneel op de knop. Het [Main menu (Hoofdmenu)] worden weergegeven.
  2. Selecteer op het scherm.

Het submenu wordenweergegeven.

OPMERKING: Als het menu niets wordt weergegeven, gebruikt u de toetsen om het scherm te scrollen.

  1. Selecteer [LED (Led)].
    Het instelschem voor het AAN/UIT-schemawordt weergegeven.
  2. Selecteer de gewenste optie.
Optie Beschrijving
Always ON(Altijd AAN)De led-lamp is.altijd ingeschakeld. Wanner deze optie is geselecteerd, wordt een vinkje geplaatst in het selectievakje [Schedule 1: (Schema 1:)] en wordt [00:00] - [24:00] weergegeven.
Always OFF(Altijd UIT)De led-lamp is.altijd uitgeschakeld. Wanner deze optie is geselecteerd, worden de vinkjes verwijderd uit beiden selectievakjes [Schedule 1: (Schema 1:)] en [Schedule 2: (Schema 2:)], en wordt [00:00] - [00:00] weergegeven.
Schedule 1:(Schema 1:)De led-lamp is ingeschakeld binnen de ingestelde tijdsperiode.
Schedule 2:(Schema 2:)De led-lamp is ingeschakeld binnen de ingestelde tijdsperiode.

Fig.60

Plannen instellen

(1) Gebruik het toetsblok enplaats een vinkje in het selectievakje van het schema dat u wilt instellen.
(2) Druk op de toetsen //on het invoerveld van de uren of minuten te markeren dat u wilt instellen.
(3) Gebruik het toetsenblok en voer de tijdsperiode in.
(4) Herhaal de stappen 2 en 3 om alle invoervelden voor uren en minutes in te vullen.

KENNISGEVING: Om de instelling van het schema te activeren, vergeet u Niet een vinkje teplaatsen in het selectievakje.

Nadat het bericht [Saved successfully. (Opgeslagen.)] worden weergegeven, drukt u op de toets.

De informatatie over de bedieningsfouten bekijken

[Beginmenu] > [Main menu (Hoofdmenu)] > [Others (Overig)] > [Error message (Foutmelding)]

Dit geeft de meest recente foulmeldingen, inclusief informatatie, weerdie aan de robotmaaier werden gemeld.

  1. Druk op het bedieningspaneel op de knop.
    Het [Main menu (Hoofdmenu)] wordt weergegeven.
  2. Selecteer op het scherm.
    Het submenu worden weergegeven.

OPMERKING: Als het menu Niet wordt weergegeven, gebruikt u de toetsen om het scherm te scrollen.

  1. Selecteer [Error message (Foutmelding)].
    De robotmaier zoektaar de boutinformatie en geegt een lijst met de gemelde boutcodes op volgorde wee, beginnende met de meest recente.
  2. Selecteer een foutcode om de informatatie op te roepen.

Fig.61

Het scherm met informatie over de fouit worden weergegeven.

  1. Controller de datum en焜 waarop de fouit optrad en de inhoud van de foutmelding.
    Fig.62

OPMERKING: Nadat u de informatatie hebt gelezen, kurz u terug-keren maar een hoger menuschem door op de toets of op de op op te drukken. Druk op de toets om terug te keren maar het scherm van het submenu [Others (Overig)], of druk op de op op om terug te keren maar het scherm van het [Main menu (Hoofdmenu)].

ONDERHOUD

ALETOP: Verzeker u er altijd van dat de aan-uitschakelaar van de robotmaaier uit staat voordat u een inspectie of onderhoud uityoert. Verzeker u er tevens van dat de stekker van de netsspanningsadapter uit het stopcontact is getrokken wonneer u onderhoud uityoert aan het laadstation.
ALETOP: Draag altijd handschoenen en een veiligheidsbril tijdens het uitvoeren van een inspectie of onderhoud. Anders kan letsel ontstaan.

Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparations, overig onderhoud en afstellin-gen te worden uitgevoerd door een door Makita erkend servicecentrum of het fabriekservicecentrum, en altijd met gebruikmaking van originele Makita-verbangingsonderdelen.

Reinigen

KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, wasbenzine, thinner, alcohol en dergelijk. Hierdoor können verkleuring, verromin-gen en barsten worden veroorzaakt.

KENNISGEVING: Reingig het apparaat regelmatig. Maisel kan zich ophopen in het maardek of het laadstation.

KENNISGEVING: Was het apparaat Niet met een hagedrukreinligger. Als u dat doet, kan dat leiden tot schade of een defect.

De robotmaier reinigen

ALET OP: Wees voorzichtig dat u zich uzelf verwondt aan de maaimessenijdens het reinigen van de maaimessen en de omliggende delen.
ALETOP: Wees voorzichtig dat uw handen of andere voorwerpen Nietbekneld raken tussen de bovenafdekking en hetmaaidek,of uw handen verwondt aan de randen van de bovenafdekking wanner u de bovenafdekking bevestigt of verwijder.

Veeg het oppervlak van de bovenafdekking en de onderkant van het maaidek schoon met een droge doeck of een doeck bevochtig met een verdund neutraal reinigingsmiddel. Veeg al het vuil en maaisel volledig eraf dat zich hebt opgehoopt op en rondon de WIelen.

Fig.63

OPMERKING: Was het apparaat met water indien het erg vuil is. Na het wassen met water wordt het aanbevolen om het apparaat goed te lately drogen voordat u het wee gebruikt.

Maaisel kan zich ophopen:tussen de bovenafdekking en het maaidek. Volg de onderstaande procedure om de bovenafdekking te verwijderen en tevens het bovendeel van het maaidek te reinigen.

Fig.64: 1. Bovenafdekking 2. Maaidek 3. Rubber houlders 4. Schuifas
Terwijl u het displaydeksel omlaag gedrukt houdt, tilt u een voor een de delen van de bovenafdekking op die worden aangegeven in de afbeelding en maakt u de bovenafdekking los.
Fig.65: 1. Bovenafdekking 2. Displaydeksel

OPMERKING: Verzeker u ervan dat er geen obstakels in de buurt zich wanner u de bovenafdekking verwijdert.

OPMERKING: De bovenafdekking en het maaidek zich stevig met elkaar verbonden op drie plaatsen. Trek de bovenafdekking krachtig omhoog tot de rubber holders binnenin de bovenafdekking losraken van de schuifassen van het maaidek.

Wanner u de bovenafdekking weer op+zijn oorspronkelijke plaat bevestigt, lijnt u de rubber holders uit met de schuifassen van het maiadek en drukt u de bovenkant van de bovenafdekking krachtig omlaag.

Fig.66

OPMERKING: Controller of de bovenafdekking correct op het maaidek is bevestigd door de bovenafdekking aan de voorkant en zijkanten op te tilen. Een verkeerde bevestiging kan leiden tot een detectiefout van de sensoren.

Het laadstation reinigen

Veeg al het vuil en maaisel eraf dat zich heeft opgehoopt op de oplaadcontacten en de grondplaat van het laadstation.

Fig.67: 1. Oplaadcontacten 2. Grondplaat

De maalmessen inspectoren

Volg de onderstaande procedure en inspecteer een keer per week.

  1. Zet de aan-uitschakelaar van de robotmaaieruit en leg hem ondersteboven.
    Fig.68
  2. Inspector de staat van de maaimessen en het draaien van de maaischijf.
    Controleer de volgende punten:
  3. Draait de maaischijf al met weinig kracht rond?
  4. Zijn de maaimessen buitensporig gesleten, gebarsten, afgebrok-keld, verbogen, enz.?

Maaischijf en maïmessen

Fig.69: 1. Normaal 2. Versleten (A: 17,5 mm of minder)
3. Gebarsten 4. Afgebrokkeld 5. Verbogen 6. Maaischijf

  1. Inspector de staat van de bevestigingschroeven van de maaimessen.

Volg de procedure in de paragraaf "De maaimessen verrangen" (pagina 113) om de bevestigingschroeven te verwijdenen, en controer de staat van de bevestigingschroeven.

Bevestigingschroef van het maimes

Fig.70: 1. Normaal 2. Gesleten 3. Bevestigingssschroef

OPMERKING: Als geen abnormaliteiten worden waargenomen tijdens een wekelijkke inspectie, verlangt u het inspectie-interval.

OPMERKING: De levensduur van een maimes varieert afhankelijk van de maaiomgeving. Met name omstandigheden zoals de vol-gende zullen de levensduur verkorten.

  • Lange maaitijd
    Grootmaaagebied
  • Gras met dikke stengels en bladeren
  • Seizoen met snelle grasgroei
  • Vuil, zand of andere materialen die aan het grayscale kleven

De maaimessen verrangen

WAARSCHUING: Vervang de maaimessen aan de hand van de procedure in deze gebruiksaanwijzing. Als het verrangen worden UITgevoerd middels een andere methode, kan dat leiden tot een ongeval of letsel.

ALET OP: Draagijdens het verrangen van de maalmessen algtd eeneiligheidsbril en handschoenen.
ALET OP: Voer het verrangen uit op een horizontaal en stabiel oppervlak.

KENNISGEVING: Vervang de maalmessen ongeveer 2 tot 6 weken. De gebruikstijd tot verranging varieert afhankelijk van de maafrequentie en de conditie van het gras.

KENNISGEVING: Er zijn drie maalmessen. Vervang alle drie maaimessen tegelijkertijd. Zelfs als slechts een maimes Beschadigd is, verwangent u alle drie maimessen.

KENNISGEVING: De volgende gereedschappen hebt u nodig voor het verrangen van de maalmessen. Leg deze gereedschappen van tevoren maar.

  • Schroevendraier (kruiskop) (wordt gebrukt om de maaimessen te verwijdenen en te bevestigen)
  • Metalen stang of schroevendraaier met 6 mm en een lenghte van 160mm ofeer (wordt gebruikt bij het bevestigen van de maaischijf)

Als de maaimessen buitensporig geslen, gebarsten, afgebrokkeld, verbogen, enz. zich, of als de bevestigingschroeven van de maai-messen geslen zich, volgt u de onderstaande procedure en verwangt u ze.

  1. Zet de aan-uitschakelaar van de robotmaaier uit en leg hem ondersteboven.
  2. Zet de maaischijf vast.

Lijn de gaten in de glijplaat, maaischijf en mesafdekking met elkaaruit en steek de metalen stang erdoor. Als de maaischijf Niet kandraaien is deze met succes vastgezet.

Fig.71: 1. Metalen stang 2. Glijplaat 3. Maaischijf
4. Mesafdekking

  1. Verwijder de maaimessen.

Gebruik de kruskopschroevendraier en verwijder de schroeven waarmee de maaimessen zijn bevestigd.

Fig.72: 1. Schroef 2. Maaiimes

OPMERKING: Houd het maaiimes met uw vingers vast wanner u de schroef verwijdert. Anders kan het maaiimes in de opening tusen de bovenafdekking en het maiadek vallen.

  1. Bevestig de neue maaimessen.

Gebruik de schroeven die bij de neue maaimessen werden geleverd. Controller na het bevestigen of de maaimessen rond hun schroeven können draieren.

Fig.73

KENNISGEVING: Neem de volgende punten in acht om te voorkomen dat de maaimessen eraf vallen.

  • Gebruik de schroeven die bij de maaimessen werden geleverd. (Gebruik de verwijdderde schroeven Niet opnieuw.)
  • Draai de schroeven stevig vast zodat ze nicht los gaan zitten.

  • Verwijder de metalen stang waarmee de maaischijf is vastgezet en zet de ondersteboven liggende robotmaier weeer rechtop.

Fig.74: 1. Metalen stang

OPMERKING: Na het verrangen van de maaimessen, vergeet u niet om de aan-uitschakelaar van de robotmaaier wee aan te zieten voordat u hem herstart.

Periodieke inspections

Controleer periodiek de volgende punten:

Inspectie vanControleer op Handelingen Inspectorie-frequente
Robotmaaier Iser een abnormaliteit met betrekking tot de maaimessen?Als het maaien Niet goed worden uitgevoerd, zet u de aan-uitschakelaar uit, contro-leert u de maaimessen op slijtage, barsten of afbrokkelen, en verwangt u zo nodig de maaimessen.Eén keer per week
Rijd de robotmaaier stabel? Als de robotmaaier instabel rijdt, zet u de aan-uitschakelaar uit en controlleriert u of de wielen ofassen beschadigd+zijn, of vreemde voorwerpen vastzitten of afval of vuil zich hebben opgehoopt op de wielen enassen. Als het probleem daarmee nicht is opgelost, neemt u contact op met ons verkoopkantoor.Eén keer per maand
Wordt een abnormaal geluid voortgebracht?Als een abnormaal geluid wordt voortgebracht, zet u de aan-uitschakelaar uit en controlleriert u of vreemde voorwerpen vastzitten in de draaiende delen, zoals de wielen en maaimessen. Als het probleem daarmee nicht is opgelost, neemt u contact op met ons verkoopkantoor.Eén keer per maand
Kan de robotmaaier correct worden gekoppeld in het laadstation?Als het koppelen Niet lukt, zet u de aan-uitschakelaar uit, verplaatst u de robot-maaier met de hand, en controlleriert u of de robotmaaier correct kan worden gekoppeld in het laadstation. Als correct koppelen Niet lukt, controlleriert u de vol-gende punten:- Verwijder alle obstakels in de buurt van de wielen.- Bevestig de bovenafdekking correct. (De bovenafdekking moet op drie plaatsen worden bevestigd.)- Als de grond onder de grondplaat oneffen is, egaliseert u deze.Eén keer per maand
LaadstationBrandt de laadstationindicator groen?Als deze rood brande of knippert, of uit is, kan de robotmaaier Niet maaien. Controleer de volgende punten en voer de benodigde handelingen uit.- Is de netspanningsadapter correct aangesloten op een stopcontact?- Is de cabtire-kabel correct aangesloten op de netspanningsadapter en het laadstation?- Zijn de aansluitklemmen van de begrenzingsdraad correct aangesloten op het laadstation?- Zijn de koppelstkukken correct bevestigd aan de begrenzingsdraad?- Zit er halverwege een onderbreking in de begrenzingsdraad?Wanneer de led-lamp van de robot-maaier rood brandt of knippert
Is het laadstation goed bevestigd? Als het laadstationtion beweegt, draait u de schroefpennen opnieuw vast met behulp van inbussleutel 6.Eén keer per week
Kleven vreemde materialen aan de oplaadcontacten?Aanklevende vreemde materialen kunnen de correcte communicatie en het opla-den hinderen. Veeg al het vuil van de oplaadcontacten en andere aansluitpunten af.Eén keer per week
Steekt de begeleidingsdraad uit de grondplaat?Als de begeleidingsdraad uit de gleuf in de grondplaat steekt, bevestigt u deze terug erin.Eén keer per week
Netspannings-adapter encabtre-kabelZijn de stekker en pluggen stevig en zo ver mogelijk aangesloten?Als de verbinding van de stekker of plug los zit, steekt u deze opnieuw erin. Eén keer per maand
Zijn de kabels beschadigd? Als een kabelmantelos komt of ernstig beschadigd is, neemt u contact op met ons verkoopkantoor.Eén keer per maand
Maaigebied Ligggen er vreeimde voorwerpen in het maaigebied?Verwijder alle voorwerpen die schade+kennen toebrengen aan de maaimessen of vast hunnen komen te zitten in de draaiende delen van de robotmaier. (kleine steentjes, stokken, afval, toutwjes of soortgelijke voorwerpen, enz.)Eén keer per maand
Zijn er wijdzigingen in de maaiomgeving? Voer devolgende handelingen uit:- Als het gras langer is dan 65 mm, maait u het eerst af op die lengte of korter.- Verwijder alle onkruiden die langer zich dan het gras.- Vul alle kuilen en lage plekken op en egaliseer plaatselijke oneffenheden.- Maai Niet wanner er diepe waterplassen of groe sneuwophopeningen+zijn.Eén keer per maand
Zijn er abnormaliteiten met betrekking tot de montage van de begrenzingsdraad en de begeleidingsdraad?Als de draden boven de grond zweven,zet u deze vast met behulp van pennen. Eén keer per maand

Nazorg na het einde van het seizoen

Nadat het maaiaseizoen is afgelopen, verwijdert u de volgende onder-delen vanaf hun normale locatie en bergt u ze binnenshuis op.

  • Robotmaaier
  • Laadstation
  • Netspanningsadapter
  • Cabtire-kabel

KENNISGEVING: Laad de robotmaier op voordat u hem opbergt.

OPMERKING: De begrenzingsdraad en de begeleidingsdra(a)
d(en) können blijven zitten.

Reinig de robotmaier en het laadstation voordat u ze opbergt. Volg daarnaast de onderstaande procedures om elk onderdeel te verwijdenen.

De netspanningsadapter verwijderen

  1. Trek de stekker van de netspanningsadapter uit het stopcontact.
  2. Koppel de cabtre-kabel los van de netspanningsadapter.
  3. Als de netspanningsadapter op een muur is gemonteerd, verwijdert u hem vanaf de muur.

Fig.75

OPMERKING: Verwijder de netspanningsadapter op volgorde van de nummers aangegeven in de afbeelding.

Het laadstation verwijderen

LET OP: Draag handschoenen tijdens deze werkzaamheden.

  1. Op het laadstation, open de afdekking van de aansluitpunten, verwijder de afdekking van de draden en koppel de cabtire-kabel los.
    Fig.76
  2. Trek de aansluitklemmen van de begrenzingsdraad en de begeleidingsdra(a)d(en) van hun aansluitpunten af en verwijder elke draad uit het laadstation.
  3. Verwijder de schroefpennen uit de grondplaat met behulp van inbussleutel 6.

Fig.77

Opbergen

KENNISGEVING: Berg de robotmaier op verwijl de aan-uit-schakelaar uit staat.

KENNISGEVING: Veeg het gedeelte van het laadstation met de aansluitpunten, en de draden en kabels af met een droge doek, enz. voordat u deze opbergt. Opbergen verwijl er vuil op zit, kan leiden tot roestvorming.

KENNISGEVING: Doe de schroeven die werden gebrukt om de netspanningsadapter en de grondplaat van het laadstation te bevestigen in een zakje of bakje en berg deze zorgvuldig op zodate u ze Niet kwijtraakt.

Berg op een plaat op die voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • Een vlakke en stabiele plaats
  • Een plaat die nicht worden blootgesteld aan direct zonlicht, regen, sneeuw, enz.
  • Eenplaats met een lage luchtvochtingheid.
  • Eenplaats buiten bereik van kinderen.

OPMERKING: De robotmaaier kanrechtop worden opgeborgen, Zoals aangegeven in de afbeelding. Kies ook een vlakke en stabiele plaats runaway u hemrechtop opbergt.

Fig.78

Wonneer u dit apparaat afdankt, houdt u zich aan deplaatslijke regelgeving en gooit u de afzonderlijke onderdelen op correcte wijze weg.

WAARSCHUING: In de robotmaaier zit een accu. Wanner u dit apparaat afdankt, verwijdert u de accu en gooit u deze gescheiden weg. Als u de accu Niet geschienen weggooit, kan dat leiden tot een ongeval of letsel als gevolg van openbarsten, brand of rook.
WAARSCHUING: Werk Niet met natte handen. Als u dat doet, kan een elektrische schok worden veroorzaakt.
ALETOP:Draag handschoenen tijdens het werken.
OPMERKING: Het isoodzakelijk om hetmaaidek te demonteren om de accu te kuren verwijdersen. Leg een kruiskopschroevendraier kaar.

De accu verwijderen

KENNISGEVING: Verwijder de accu alleen wanner u dit apparaat aflandt.

  1. Zet de aan-uitschakelaar van de robotmaaier uit.
  2. Verwijder de bovenafdekking.
    Fig.79: 1. Aan-uitschakelaar 2. Bovenafdekking 3. Maaidek

  3. Draai de 14 schroeven op de bovenkant van het maaidek los en verwijder het bovendeel van het maaidek.

Fig.80: 1. Bovendeel van het maaidek

  1. Koppel de 2 aansluitklemmen los van de accu.
    Fig.81: 1.Accudeksel 2.Aansluitklem (klein) 3.Aansluitklem (groot)

OPMERKING: Als het moeilijk is om dit te去做, verwijdert u de aansluitklem die bevestigd is aan het bovendeel van het maidek.

  1. Koppel de 3 aansluitklemmen los van de printplaat.
    Fig.82: 1. Printplaat 2. Aansluitklem (groot) 3. Aansluitklem (klein)
  2. Verwijder de 3 schroeven van het accudeksel.
    Fig.83: 1.Accudeksel

  3. Verwijder het accudeksel en verwijder daarna de accu tezamen met het kussen.
    Fig.84: 1. Accudeksel 2. Accu 3. Kussen

  4. Verwijder de accuuit het kussen

Houd u aan deplaatselijke regelgeving wanner u de accu weggoit.

ALETOP: Haal de verwijderde accu Niet uit elkaar.

BEVEILIGINGSSYSTEEM

Bveiligingsystemen en foutaanduiding

De robotmaier is uiterust met een beveiligingsystem. Wanner een fout optreedt, worden het beveiligingsysteme geactiveerd en stoppen alle motoren automatisch. Informatie over de fouten worden door middel van een foutcode aangegeven op hetLCD-schem.

Foutcode Informatie over de foutcode Oorzaak Handel
E012De rechter wilimotor heeft een probleem.Vreemde voorwerpen, zoals gras of takken, voorko-men dat de wielen kuren draaien, of de wilimotor is overbelast als gevolg van herhaaldelijk botsen.Inspecteer de wielen en verwijdter alle vremde voorwerpen. Controller ook de gebruiksomgeveging voldoot aan de maaiomgeving die wordt beschren in de greuiksaanwijzing. Herstart na enige tijd het apparaat.
E013 Deinker wilimotor heeft een probleem.
E020De maaiimotor is overbelast.De maaiimotor is om een of andere reden overbe-last. Bijvoorbéed, doordat vremde voorwerpen, zoals gras of takken, het draaien van de maaischijf hinderen.Inspecteer het gebied rondonde maaischijf en ver-wijder alle vremde voorwerpen. Herstart na enige tijd het apparaat.
E021 Demaaimotor heeft een probleem.
E030 Demotor voor de maaihoogte is overbelast.De motor voor de maaihoogte is om een of andere reden overbelast. Bijvoorbéed, doordat vremde voorwerpen, zoals gras of takken, de bewegin-gen van het stelmechanisme voor de maaihoogte hinderen.Inspecteer het stelmechanisme voor de maaihoogte en verwijdter alle vremde voorwerpen.
E031 Demotor voor de maaihoogteHSVelt een problem.
E040Er is geen draadsignaal.De aansluiting van de netspanningsadappter, cabi-ire-kabel of begrenzingsdraad is slecht of beschadigd.Controler de indicator op het laadstation. Groen, brandt: Neem contact op met de dealer of ons verkoopkantoor. Rood, knippert: Controler de begrenzingsdraad en sluit hem opnieuw aan. Vervang hem als u enige schade opmerkt. Ult: Controler de netspanningsadappter en cabi-re-kabel, en sluit deze opnieuw aan. Vervang deze als u enige schade opmerkt.
De kanaalcode van het apparaat en die van het laad-station zichn verschillend.Verander de kanaalcode van het draadsignaal dien-overeenkomstig in het menu [Security (Bevelling)].
Het apparaat bevindt zich te ver van de begrenzingsdraad.Monteer de begrenzingsdraad opnieuw zodateh het gehele maalgebied binnen 35 meter van de begren-zingsdraad valt.
De signalen worden geblokkeerd door metalen voorwerpen in de omgeveing (afrasteringen, beton-wapening) of als gevolg van storing door andere apparaten.Verhoog de signalsterkle in het maaigebied door het aaantal ellanden in het maaigebied te verhogen, het maaigebied te verkleinen, enz.
E041 Het apparaat staat haat buren het maaigebied. De bebegrenzingsdraad is verkeerd gemonterd of aangesloten. Bijvoorbéed, de begrenzingsdraden kruisen elkaar of het apparaat gaat bullen het maai-gebied vanwege een hoge helling.Controler de de begrenzingsdraden goed十几年 gewin gemonterd en aangesloten op het laadstation. Voor de montageprocedure raadpleegt u het hoofst-stuk over het monteren van de begrenzingsdraad in de Montagehandlungid.
De signalen worden geblokkeerd door metalen voorwerpen in de omgeveing (afrasteringen, beton-wapening) of als gevolg van storing door andere apparaten.Verhoog de signalsterkle in het maaigebied door het aaantal ellanden in het maaigebied te verhogen, het maaigebied te verkleinen, enz.
De werking van het apparaat worden gestoord door de signalen vanaf andere producten in de buurt.Verander de kanaalcode van het draadsignaal dien-overeenkomstig in het menu [Security (Bevelling)]. En monteer de begrenzingsdraden opnieuw zodateh dat beiden begrenzingsdraden更是 dan 1 meter van elkaar verwijderd blijven.
E051 Tijdelijk problemem. Het apparaatশne en een hogetemperatuur, of de "STOP"-knop blijt actief nadat de opdracht om te maaien is gegeven.Herstart na enige tijd het apparaat, of geef de "STOP"-knop vrij door het displaydekseI leuiteen nadat de opdracht om te maaien is gevegen.
E060De acceluling is op.Het apparaat kon geen laadstation vinden.Controler de montage van de begrenzingsdraad en begeleidingsdraad. Voor de montageprocedure raadpleegt u het hoofst-stuk over het monteren van de begrenzingsdraad en de begeleidingsdraad in de Montagehandlungid.
De optie voor maaien is ingesleld op [Auto mowing (Automatisch maaien)] tijden het maaien in het subgebied.Stel de optie voor maaien in op [Mowing without charging (Maaien zonder op te laden)] tijden het maaien in het subgebied. Tijden het maaien in het subgebied kan het apparaat natereguleren aan het laadstation.
De accu is leeg. Koppel het apparaat aan het laadstatiom het op te laden.
E064 De acceluling is laag. De accu is te ver ontled.n.Als het probleem aanhoudt, neemt u contact op met de dealer of ons verkoopkantoor.
De accu is leeg.Heart het apparaat.
E080 De elektronicaHSVelt een probleem. Er is een tijdelijk problemem met betrekking tot de elektronica of de firmware van het apparaat.Heart start het apparaat.
E100 Het apparaat zich vast. De achechterwilen slippen alsals gevolg van modderige omstandigheden.Voorkom dat de achechterwilen slippen door de grond vlak te makeen of het maaigebied te beperken met behulp van de begrenzingsdraad.
E101Er is een probleem met het koppelen.Reinig elk aansluitpunt. Als het laadstation schuin of scheef staat,plaatsl ut直到 en vlak. Als de indicator van het laadstation rood brandt, trekt u de plug eruit, wacht u even en herstart u verzolgens het laadstation.
E102Ondersteboven.Helt apparaat is sterk gekanteld of omgerold.Corrigeer de stand van het apparaat.
FoutcodeInformatie over de foutcode Oorzaak HandelHolding
E103 Derobotmaaier is gekanteld. Het apparaat is gekanteld onder een onacceptabele hoek.Verplaats het apparaat�aat een vlak gedeelite. Monteer de begrenzingsdraad opnieuw zodanig dat steile hellingen buiten het maiagebied vallen.
E104 Opgetild. De hefsensor is geactiveerd onderhat het apparaat谈起en een obstakteis gebotstof er overheen is gereden.Houd afstandussen het obstakteen het maiagebied, en herstart het apparaat.
E105 Debotssensor heeft een probleem. De bovenadekking kanieterugkerenaar de standaardpositie.Als het apparaat谈起en obstakte staat, haalt u het apparaat van het obstakte af. Verwijder al het vuil en alle vreemde voorwerpenCUSen de bovenafdekking en het maiaidek, en verzeker u ervan dat de bovenaf-dekking vrij kan bewegen rond de schuifassen.
E200De lussensor heeft een probleem.De draadsensor maakt slecht contact of is defect.Neem contact op met de dealer of ons verkoopkantoort.
E201 Dekantelsensor heeft een probleem. De commununicatie met de kantelsensor is mistrukt.
E202De stopschakelaar heeft een probleem.De betrouwbaarheid van de "STOP"-knop neemt af.
E203 DeIMU-sensor heeft een probleem. De communnicatie met de IMU-sensor is mistrukt.
E204 Demaaihoogtesensor heeft een probleem.De sensor van het hefmechanisme maakt slecht contact of is defect. Er zit een fout in de aansluiting.
E206 Dehefsensor heeft een probleem. De betrouwbaarheid van de hefsensor neemt af.aarheid van de hefsensor neemt af.

PROBLEM OPLOSSEN

Als u vermoedt dat er een storing is

Voordat u om reparatie of informatie vraagt, controleert u eerst of het volgende van toepassing is op uw situation.

Probleemomschrijlvng Waarschijnlijke oroorzaak (storing) Oplossing
Geen weergave op het lcd-schem.Is de robotmaier uitgeschakeld?Schakel de robotmaier in. (Raadpleeg de paragraaf "In- en uitschakelen").
De robotmaier werknet Niet.Is een fout opgetreten in de robotmaier? (Knippert de led-lamp rood?)De robotmaier werknet zich wonneer een fout is opgetre-den. Controleer de foultcode. (Raadpleeg de paragraaf "BEVEILIGINGSYSTEM")
Is een fout opgetreten in het laadstation?Controleer de laadstationindicator. Voor oplossingen, zie para-graat "Het maaien starten".
Mogelijk is de begrenzingsdraad onderbroken.Controleer de laadstationindicator. Voor oplossingen, zie para-graat "Het maaien starten".
De robotmaier kan nicht koppelen aan het laadstation.Het laadstation is verrormd.Monteer het laadstation stevig op een vlakke ondergrond. Raadpleeg het hooftstuk "Het laadstation plaatsen" in de Montagehandleiding voor informatie over hetplaatsen van het laadstation.
De begeleidingsdraad ligt Nietrecht vanaf het laadstation of de afstand is onjuist.Monteer de begeleidingsdraad minstens 2 meterrecht vanaf het laadstation. Raadpleeg het hooftstuk "Montagevooraarden voor de bege-leidingsdraad" in de Montagehandleiding voor informatie over het monteren van begeleidingsdraden.
De begeleidingsdraad is Niet goed bevestigd aan het laadstation.Bevestigde begeleidingsdraad in de gleuf door het midden van de grondplaat van het laadstation. Raadpleeg het hooftstuk "De begeleidingsdraad monteren" in de Montagehandleiding voor informatie over het monteren van de begeleidingsdraad.
De robotmaier keert Niet terug maar het laadstation.Aangezien de robotmaier in de actieve zoekperi-ode van het begeleidingsssignaal zit, keert hij Niet terug aan de hand van het begrenzingssignaal.Als geen begeleidingsdraad is gemonteerd, stelt u de actieve zoekperiode van het begeleidingsssignaal in op 0 minutes. Raadpleeg de paragraaf "De actieve zoekperiode van het bege-leidingsssignaal instellen" voor de instelprocedure.
De robotmaier verlaat het laadstation Niet nadat het maalgebied is veranderd.Laat de robotmaier wegrijden uit het laadstation en LAST hem het magnetsische veld van de omgeving opslaan in+zijn geheugen. Raadpleeg de paragraaf "Navigatievoorkeuren" voor de instelprocedure.
De robotmaier kan Niet terugkeren aan de hand van het begrenzingssignaal waar dat de begren-zingsdraad in de buurt van het laadstation ver-keerd gemonteerd is.Monteer de begrenzingsdraad 1,5 meterrecht vanuit beiden zij-kanten van het laadstation. Raadpleeg het hooftstuk "De begrenzingsdraad monteren" in de Montagehandleiding voor informatie over het monteren van begrenzingsdraden.
De accu is leeg maar worden Niet opgeladen na het koppelen in het laadstation.Als de acceluting helemaal op is, kan het enige tijd duren voordat de accu worden opgeladen.Koppel de robotmaier in het laadstation terwijl de voeding is ingeschakenld en wacht eenigteijd tot het oplaiden begint. Als het probleem aanhoudt, neemt u contact op met ons verkoopkantoor of een lokale dealer.
De robotmaier blijf gedurende een langeijd in het laadstation en begint Niet te maaien.Het displaydeksel is geslooten, maar er is Niet op de knop voor het starten van het maaien gedrukt.Sluit het displaydeksel nadat u op de knop voor het starten van het maaien hebts gedrukt. Raadpleeg de paragraaf "Het maaien starten" voor instructies.
De robotmaier staat stand-by nadat hij is terug-gekeerd�n het laadstation.Controleer de opties voor de werking na het oplaiden. Raadpleeg de paragraaf "Voorkeuren parkeren" voor instructies.
De robotmaier werknet Niet als de accutemperatuur te hoog of te laag is.Herstart de robotmaier na enige tijd.
Abnormale trillingen/lawaaiHet maaimes is beschadigd.Controleer de staat van de maaimessen en verwang ze doorulative maaimessen en bevestigingsschooven. Raadpleeg de paragraaf "De maaimessen verwangen" voor infor-matie over het verwangen.
Vremeinde materialen zitten vast in de maaimessen.Controleer het geleerde rond de maaimessen en verwijder al het vremeinde materiaal.
Probleemomschrijving Waarschijnlijke oorzaak (storing) Oplossing
De robotmaier maar op een onbedoeldeijd/datum.De datum enijd van de robotmaier� verkeerd.Controleerde datum enijd van de robotmaier.Raadpleeg de paragraaf "De instellenen van de datum enijd veranderen" voor informatie over het instellenen van het maaischema.
Onbedoelde instelling in het maaischema. VeranderHet maaischema.Raadpleeg de paragraaf "Het maaien plannen" voor instructies.
De robotmaier rijdt, maar de maaimotor draait Niet.De robotmaier is net begonnen met rijden of keert terug maar het laadstation.De maaimotor draait niel wonneer de robotmaier net is begonnen met rijden of wonneer hij terugkeert maar het laadstation.
Korte maaitijd. De maaimessenথen versleten ende belasting van de maaimotor is toegenomen.Vervang de maaimessen.Raadpleeg de paragraaf "De maalmessen verrangen" voor informatie over het verrangen.
Het einde van de levensduur van de accu nadert.Neem contact op met ons verkoopkantoor of een lokale dealer.
Korte maaitijd en oplaadtijd.Het einde van de levensduur van de accu nadert.Neem contact op met ons verkoopkantoor of een lokale dealer.
Ongelijkmatig maaien van het gazon. Het maaischema is te kort om het hele maige-bied te maaien.Verklein de groote van het maaigebied of verleng het maaischema.Raadpleeg de paragraaf "Het maaien plannen" voor instructies.
De maaimessen� vsirelen en de belasting van de maaimotor is toegenomen.Vervang de maaimessen.Raadpleeg de paragraaf "De maalmessen verrangen" voor informatie over het verragen.
Het gras is te lang voor de ingestelde maaihoogte.Verander de maaihoogte of maai het gazon eerst tot 65 mm of minder.Raadpleeg de paragraaf "De maaihoogte instellen" voor informatie over het configureren.
Gras, takken en andere vreemde materiailen voorkomen dat de maaischijf of wielen hunnen draaien.Inspecteer de maaischijf of wielen en verwijder alle vremeinde materialien.
Er worden sporen gereden in het gazon.De robotmaier rijdt herhaaldelijkdezelfde route.Stel de bredte van de navigatievariatie in.Raadpleeg de paragraaf "De bredte van de navigatievariatie instellen" voor informatie over het configureren.
Kan Niet door een bepaalde doorgang rijden.De breedte van de doorgang is te smal.De breedte van de doorgang moet minstens 150 cm৴n.Raadpleeg het hoofdstub "Montagevooraarden voor de begren-zingsdraad" in de Montagehandleiding voor informatie over het monteren van begrenzingsdraden.
De robotmaier kan Niet over twee begren-zingsdraden rijden maar een eiland en wee terug.De twee begrenzingsdradenaar een eiland en wee terug liggen nicht dicht bij elkaar.Leg de twee begrenzingsdradenaar een eiland en wee terug dicht bij elkaar (0 cm).Raadpleeg het hoofdstub "De begrenzingsdraad monteren" in de Montagehandleiding voor informatie over het monteren van begrenzingsdraden.
Spiraalvormig maaien werknet Niet.Normaal maaien gedurende 30 minutes is nog Niet verstreken.Het spiraalvormig maaien begint na ongeveer 30 minutes nor-maal maaien wonneer de robotmaier een plek detecteert waar de grasgroei erg dicht is.Raadpleeg paragraaf "Nog Niet gemaad gras maaien" voor verdere informatie.
Ik ben de pincode vergeten.-Neem contact op met de dealer of ons verkoopkantoor.

Índice de contenido

Ppooipioeyn xpon 161

Ppoulaeic yia tyn aovaaia 161

Oópuβoç. 162

△nawon∑uupopwos 162

Ovouata eapntnpatw.. 162

Eioaywynia Ta avikejEvVa TOnu TlouovTai Exwiota.163

IPOETOIMAXIA. 163

Evpyoioiən/antevpyoioiən 1oxuoc 163

ΦoPTiOn Tou pOITIKOU XLOOKOTIKOU 163

Oeata TnU PPETTEI VA KATAVONOE TPIV aTO TxPON...163

TPONOxPHEH 164

AeIoupyieC IVaKa ELeyXou 164

Evapx lookoans 164

△iakotn xlookoTnC 165

MENOY PYOMIIZH. 166

MevoEevapxooKoTns 166

Xlookotn m auotua n Aitoupyia kai poption 166

Xlookotn xwioc autouatn option 167

Evapn autoupatns xlookotncs oTov EtnuunTO xpvo

(ToToTeTOn Tpoypaumiaouevn xlookotns e avauovn)167

Xlookotn oTtEipoeiEeS mToIb 167

PpOtnnoeic oTaouns 168

ETIOTpOgH TOU pOuTIOKOU XLOOKOTIKOU OTOV OTAeO FOPTI- 0nC 168

ETIOTpoqnTou pOITIKO XoOoTTIKO OTOV OaHOp foPTiang kai ENTAVeKKivnOJ LEIoUPyiaC Tov IPOpyaumoiEv xpOvo.168

ETIOTpOoN TOU pOuTIOIKOU XAOOKOTIKOU OTOV OTAHó φópti

ongkai tavekkivn an aeitoupyias to pokaopioevo npo

ypaa 168

Ipoitmuoeic xlookotnns 168

Aaayn kai kataxwpnon nTn TEPIOXns Xlookotn 168

Ppoypaumouevn xlookotn 168

Kaopioosou uouos konns 169

Ipoitmuoeic Tiohynoan 170

Pouian ts peioo Evepoucs avantns yia to onma oyyn

0ns 170

KoTn Tou ykaov KovTa oTnv opioetnon 170

Pouian nns aotaaans kivnans oto oneio evapngxlooko

πης 170

Etiayn nC avaxwponc aTov staou opti

0ns 171

PuOJIO Tov ywviw avaxwpnOg aTO TOV OaOo foPTI

0ns 171

Puoiou taouc ts nnoynoncairokaions 172

Kotn Tou ykaov Kovta oTny opioetnan

[Avw (\mu \varepsilon \upsilon \upsilon ] > [M a i n) menu (Kupio (\mu \varepsilon \upsilon \upsilon ) ] > [N a v i g a t i o n) preferences (Ipomunnoeic (\pi \lambda o\eta \gamma \eta \sigma \eta \varsigma) ] > [B o u n d a r y o v e r e a c h (Ynepbaon opioetneran)]

Pteiote nV anoataa KATA TNY OTOIA TO pOHTIKO XookotIKo TPoketai va UTEpETo oUpuOpTeTnOnc, TPOKEIeVou VA KOESI Owota To ykaCov KovTa OTo opio.

Kivnən tou pouTROIKO uXlookOTIKOU KovTa 0tnv opio8eTno

Otav to poutotikoxoaookotikoi naiacei to upa opiohetnong Tou exei eykataotatheiyupawtoTnVTEpioxxlookotinnc,avixveuei To ana to uppa kai tpoetoiajcetai va aalacei kateuuvan. Otavputhetai n utepbaon oiohtnong, to poutotikoxoaookotitko TPayatotoie xoakootinmepiia uoykekiipvyn atooataen EKToc Tou oumuacai, stn ouvexia eTTIOpeEVETOc tou piou, OTbeta automata kauovexicne TnXoakotin. Ecvpuoiote iia kataaann Untepbaon oiothtnons, mtopeite va eTTUxyete evkaalo TEeIomega ykaov xupic v apnfvetakeoapeuto ykaov kovta oia.

Eik.36: 1. upa opioeTnC 2. Ynpbaon opioeTnC 3. nua oupaTOC 4. iaoH xlookotns

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : RM350D

Categorie : Robotmaaier