DCM2 350 C - Boor MILWAUKEE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DCM2 350 C MILWAUKEE in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DCM2 350 C MILWAUKEE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Boor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DCM2 350 C - MILWAUKEE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DCM2 350 C van het merk MILWAUKEE.
GEBRUIKSAANWIJZING DCM2 350 C MILWAUKEE
CE conformiteitsverkiering
Wij verklaren onder onze eigen, exclusieve verantiwording dat deze produzien conform zin met de volgende normen en normaieve documenten EN 55 014, EN 81 000, EN 81 029, IEC 1029 in overerstlemming met de reglementen 73/23/EEC, 69/338/EEC, 93/68/EEC en 98/87/EQ.
Suomi
Verklaring van symbolen
![]() | Europese Conformiteit |
![]() | SEMKOVeiligheidssymbool |
![]() | Lees de gebruiksaanwijzing voordat u dit apparaat gebruikt. |
![]() | Onbelast tpm |
![]() | Maximale bitdiameter |
| [CK8S] | Wisselstroomvoltage |
![]() | Ampère |
![]() | Watt |
![]() | Australie C-TICK symbool |
Specifications
| Catalogus-nummer | Artikelnr. | A | Volt wisselstroom | Watt | Afschroef-draad | Toerental (TPM) | Aanbevolen bit-diameters voor middelhard toeslagbeton | aag toerental Motor-beveiliging | Stekker | RCD | CE | ||
| 1 | Hoog Laag 2 | 1 | Hoog toerental 2 | ||||||||||
| DCM2 350C | 4004-4 | 13* | 230 | 2800 | 1-1/4"-7 | 300 | 600 | 175-350 mm | 100-175 mm | koppeling | Schuko | ja | ja |
| DCM2 180C | 4005-4 | 13* | 230 | 2800 | 1-1/4"-7 | 600 | 1200 | 100-175 mm | 20-100 mm | koppeling | Schuko | ja | ja |
| 4094-5 | 13 | 220-240 | 2800 | 1-1/4"-7 | 450 | 900 | 150-250 mm | 50-150 mm | breekbout | Schuko | nee | nee | |
| DCM2 250C | 4096-4 | 13* | 230 | 2800 | 1-1/4"-7 | 450 | 900 | 150-250 mm | 50-150 mm | koppeling | Schuko | ja | ja |
| 4096-5 | 13 | 220-240 | 2800 | 1-1/4"-7 | 450 | 900 | 150-250 mm | 50-150 mm | koppeling | Schuko | nee | nee | |
* OPMERKING: Kernboormotoren moeten worden beveiligd met netstroomzekeringen van 13 A of met stroomonderbrekers.
KERNBOORMOTOREN
Voor aanvullende veiligheidsinstructies dient u Veiligheidsinstructiebook nr. 58-13-0000 te lezen.
Speciale veiligheid voor kernboren
- Bij het werken met de kernboormotor wordt water gebruikt. Daar het gebruik van elektrische apparatuur in een natte omgeving gevaarlijk is, moet het apparaat geaard worden. Draag geïsoleerde schoenen en handschoenen als extra beveiliging tegen elektrische schokken.
- Wanneer een kern uit een vloer wordt geboord, valt de kern gewoonlijk van het bit. Zorg dat eventueel onder de vloer aanwezige personen en goederen goed beschermd zijn.
Geluids-en trillingsinformatie
- Het kenmerkende A-gewogen geluiddrukpeil van het apparaat is lager dan 90 dB (A). Het lawaainiveau tijdens bedrijf kan de 103 dB (A) overschrijden. Draag oogbeschermers!
- De kenmerkende gewogen versnelling is 2.9 m/s ^2 .
Beschrijving van werking
(Zie tabel voor specificaties op uw kernboormotor)
Modellen met koppeling
Bepaalde kernboormotoren zijn voorzien van een frictiekoppeling ter beveiliging van de motor en tandwielen. Als de motor overbelast raakt, begint de koppeling te slippen waardoor het bit ophoudt met draaien. Deze koppeling is op de fabriek afgesteld en hoeft niet te worden bijgesteld. Storend (frequent) geslip van de koppeling moet worden verholpen door een bevoegd MILWAUKEE servicecentrum. Vragen over de koppeling kunt u richten aan de fabrikant.
Modellen met breekbout
Bepaalde kernboormotoren zijn voorzien van een breekbout (B5) om de tandwielen en motor tegen overbelasting te beveiligen. Deze bout drijft de ashuls aan. Als het bit vastloopt, breekt de bout zodat beschadiging van de tandwielen en de motor wordt voorkomen. De kernboormotor wordt geleverd met extra breekbouten. Het is belangrijk dat u elke keer als u het apparaat gebruikt, eerst de conditie van de as controleert. De as moet glad zijn zonder groeven of putjes. Als de as niet in goede staat verkeert, kunnen de schroefdraden in de ashuls samensmelten met de as waardoor de kernboor tijdens het boren vastloopt.
Zachte start
De bediendingskast (F7) heeft een functie voor een zachte start. Wanneer de kernboormotor wordt ingeschakeld, loopt het toerental binnen 1-2 seconde soepel op tot volle toeren. Deze zachte start beperkt het risico dat de lijnzekering door brandt en voorkomt schokken tijdens het starten.
Reststroomapparaat (E13)
Bepaalde kernboormotoren zijn voorzien van een reststroomapparaat (RCD, Residual Current Device). Dit is een beveiligingsapparaat dat de stroomtoevoer afsluit als er storingen ontstaan in de netstroom of in het circuit van de motor. Kernboormotoren die van een RCD zijn voorzien, mogen nooit zonder een reststroomapparaat worden gebruikt.
12H stekker (E14)
Bepaalde kernboormotoren zijn voorzien van een 12H stekker volgens de IEC 309 specificaties. Deze specificaties worden over de hele wereld erkend en zijn bedoeld om te voorkomen dat stekkers en contrastekkers met verschillende nominale spanning en stroomsterkte aan elkaar worden gekoppeld. De massabus bevindt zich op een voorgeschreven uurpunt, afhankelijk van de nominale spanning van het apparaat. De plaats van de massapen van de stekker is het spiegelbeeld van de contrastekker. Bovendien zijn de nominale spanningen voor alle IEC 309 stekkers en contrastekkers kleurgecodeerd voor visuele identificatie.
De MILWAUKEE kernboormotoren met IEC 309 stekker maken gebruik van een 12H opstelling wat betekent dat, wanneer de spiebaan in de stand 6 uur staat, de massapen in de stand 12 uur staat. De nominale spanning van de 12H opstelling is 125/250 V wisselstroom. Deze opstelling is bedoeld voor een geïsoleerde voeding, gewoonlijk een geïsoleerde transformator.
Montage
Kernboormotoren moeten op een standaard worden bevestigd
Volg de specifieke aanwijzingen in de verpakking van de standaard. Gebruik de montagegaten (A1) aan de achterzijde van de kernboormotor voor het monteren van de motor op de standaard.
De bedieningskast kan boven op de kernboorstandaard of op de kernboormotor worden gemonteerd.
Bedieningskast bovenop de kernboorstandaard monteren
Bevestig de bedieningskast (C7) met een band (C6) bovenop de kernboorstandaard (C8). Zorg dat de lip (C9) die zich bovenop de bedieningskast bevindt, bovenop de kernboorstandaard rust.
Bedieningskast op het motorhuis van de kernboormotor monteren
- Verwijder het deksel (D10) van de borstelhouder door de schroef (D11) op de bovenkant van het deksel te verwijderen. Bewaar het deksel van de borstelhouder.
- Bevestig de bedieningskast (D7) op het motorhuis (D12) met de schroef uit het deksel van de borstelhouder.
Waterafsluiter aanbrengen en bevestigen
- Verwijder de onderdelen van de waterafsluiter uit het accessoirezakje. De koperen ringen in het accessoirezakje zijn bedoeld nodig voor het monteren van het bit.
- Steek de afsluitercombinatie in de ashuls (A3) op de kernboormotor. Met de hand vastdraaien en daarna nog ongeveer een kwartslag met de verstelbare sleutel (niet geleverd).
- Sluit de waterafsluiter aan op de watertoevoer.
De apparatuur bevestigen met behulp van een expanderend anker
Bevestig de voet aan het werkoppervlak met behulp van een expanderend anker van 16 mm (niet meegeleverd) waarin een draadstang of bout van 16 mm past.
- Zet de standaard horizontaal met de vier (4) stelbouten, met behulp van het waterpas. Als de standaard waterpas staat, draai dan de vier (4) moeren op de stelbouten aan.
- Gebruik een expanderend anker en steek een draadstang of bout door de sleuf in de voet van de Dymorig. Draai de bout of de ring en moer strak in het anker volgens de aanwijzingen van de fabrikant van het anker.
Kernboorbit installeren

WAARSCHUWING!
Voorkom ongelukken door altijd de stekker van het apparaat uit het stopcontact te halen voordat u accessoires verwisselt of bijstellingen uitvoert.
- Voordat het bit wordt geinstalleerd, eerst de spil (A2) en de schroefdraad van het bit invetten zodat corrosie wordt voorkomen en het bit niet vastloopt op de schroefdraad van de spil.
- Schuif één koperen ring (uit het afzonderlijke zakje met de componenten van de waterafsluiter) tegen de spilkraag op de getapte spil. Het zakje bevat een extra koperen ring voor toekomstig gebruik.
- Draai het bit goed vast op de spil.
Bediening

WAARSCHUWING!
Voorkom ongelukken door altijd eerst het werkgebied te controleren op verborgen draden voor dat u begint te boren.

WAARSCHUWING!
Beperk het risico van letsel door altijd een wateropvangsysteem te gebruiken en de aanwijzingen van de fabrikant te volgen. De diamantboorapparatuur moet geaard zijn. Draag geïsoleerd schoelsel en handschoenen voor extra bescherming tegen het gevaar van schokken.
Gebruik van reststroomapparaat (E13)
Voordat u de kernboormotor gebruikt, moet u altijd eerst als volgt het reststroomapparaat controleren:
OPMERKING: Eerst de stroomtoevoer naar het apparaat UITSCHAKELEN voordat u het reststroomapparaat bijstelt.
- Sluit de motor aan op de stroombron. Druk op het groene 'AAN'knopje van het reststroomapparaat. Het rode lampje moet nu branden.
- Druk op het zwarte 'UIT'knopje. Het rode lampje moet nu uitgaan.
- Als het reststroomapparaat niet uitschakelt of als het apparaat herhaaldelijk UIT gaat terwijl de kernboormotor AAN staat, moet de hele combinatie worden nagezien. Wanneer men deze storingen constateert mag de apparatuur niet meer worden gebruikt.
- Start de kernboormotor. Controleer of het rode lichtje van het reststroomapparaat brandt en of de kernboormotor goed werkt.
Als u het reststroomapparaat niet kunt inschakelen of activeren moet u:
- Het reststroomapparaat op een ander stopcontact proberen.
- Controleren of het stopcontact goed werkt.
- Het stopcontact door een elecrticiën laten controleren.
Aansluiten op geschikte toevoer van water
Er moet een ruimte watertoevoer zijn die constant en vrij stroomt zolang er geboord wordt. Kernboormotoren hebben een ingebouwd waterkanaal waardoor het water door de binnenkant van het bit omlaag stroomt en omhoog rond de buitenkant. Zodoende wordt het bit gekoeld en wordt het slijpsel uit het gat gespoeld.
Kernboormotor starten en stoppen
De kernboormotor wordt gestart door de tuimelschakelaar (F15) op "ON" of "I" te zetten.
De kernboormotor wordt gestopt door de tuimelschakelaar (F15) op "OFF" of "O" te zetten.
Stroomonderbreker
De stroomonderbreker schakelt de kernboormotor uit wanneer deze overbelast raakt. De stroomonderbreker wordt teruggesteld door de tuimelschakelaar (F15) op "OFF" te zetten en het knopje (F16) van de stroomonderbreker in te drukken.
Toerental instellen
Kernboormotoren kunnen op hoge of lage toeren draaien. Gebruik de lage toeren voor bits met een grote diameter en de hoge toeren voor bits met een kleine diameter (zie Specificaties Kernboormoteren).
Nederlands
De aanduidingen op de schakelhendel (A4) van de kernboormoter zijn als volgt:
① voor lage toeren
② voor hoge toeren
Kernboor

WAARSCHUWING!
Riskeer geen verwondingen - draag ALTIJD een ruimzichtbril of veiligheldsbril met zijkapjes.
- Kies en installeer een bit aan de hand van de richtlijnen in de specificatietabel.
- Laat de moter UIT en stel de toerentalhendel in op lage of hoge toeren volgens de aanwijzingen in de specificatietabel. NIET VAN SNELHEID VERWISSELEN TERWIJL DE KERNBOORMOTOR DRAAIT.
- Sluit de waterslang aan op de waterafsluiter. Zorg dat de aansluiten niet lekken. Stel een wateropvangsysteem op.
- Zet de kernboormotor AAN. Draai de watertoevoer open totdat het water onbelemmerd door de waterafsluiter stroomt. Draai de afsluiter rechtsom om de waterflow te verhogen en linksom om de waterflow te verlagen.
- Wanneer het boren voltooid is, moet men de kernboormotor uit het gat trekken terwijl de motor draait. Zodra het bit uit het gat is, kan de motor worden UIT gezet.
Onderhoud
As smeren- breekboutmodellen
Elke keer dat de kernboor wordt gebruikt moet men eerst de as of de ashuls reinigen en invetten om te voorkomen dat de as vastloopt tijdens het boren.
Reinigen
Verwijder stof en verontreinigingen uit de luchtopeningen. Houd het apparaat schoon, droog en vrij van olie en vet. Reinig het apparaat alléén met milde zeep en een vochtige doek want bepaald reinigings- en oplosmiddelen zijn schadelijk voor kunststoffen en andere geisoleerde delen.
Reparaties
Gebruik alléén de originele MILWAUKEE reserve -onderdelen. Voor reparaties en onderhoud moet u het apparaat altijd naar een bevoegd MILWAUKEE servicecentrum brengen.
Accessoires
Koperen ring
Catalogusnummer 45-88-8565
Voor het vervangen van de voor het boren benodigde koperen ring (indien kwijtgeraakt).
3/16" dopsleutel
Catalogusnummer 49-96-0085
Voor het monteren van Dymodrills op de motorsteunen of de afstandhouders.
1-3/8" steeksleutel
Catalogusnummer 49-96-4700
Voor het instaleren van de boorbits van Dymodrill.
3/32" zeskantsleutel
Catalogusnummer 49-96-0050
Voor de stelschroef op de waterkraag.
Breekpennen
Catalogusnummer 44-60-0032
Geharde breekpen
Catalogusnummer 44-60-0065
Zachte breekpen
SYDÄNKAIRAUSMOOTTORIT
Symbolit







