HS115 - Zaag SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HS115 SCHEPPACH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over HS115 SCHEPPACH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HS115 - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HS115 van het merk SCHEPPACH.
GEBRUIKSAANWIJZING HS115 SCHEPPACH
Inhoudsopgave: Pagina:
- Verklaring van de symbolen op het apparaat.... 100
- Inleiding....101
- Apparaatbeschrijving....101
- Meegeleverd 102
- Beoogd gebruik.... 102
- Veiligheidsvoorschriften 103
- Technische gegevens.... 108
- Uitpakken 109
- Montage 109
- Voor de ingebruikname.... 112
- Bediening.... 112
- Zagen.... 114
- Reiniging 116
- Transport 116
- Onderhoud.... 117
- Opslag.... 118
- Elektrische aansluiting.... 118
- Afvalverwerking en hergebruik.... 119
- Verhelpen van storingen.... 120
- Conformiteitsverklaring....419
1. Verklaring van de symbolen op het apparaat
Het gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico's. De veiligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg moeten goed worden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomen geen risico's en kunnen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie niet vervangen.
![]() | Lees voorafgaand aan de inbedrijfstelling de gebruikshandleiding en de veiligheids-voorschriften! |
![]() | Draag gehoorbescherming. |
![]() | Stofmasker dragen. |
![]() | Draag een veiligheidsbril. |
![]() | Veiligheidshandschoenen dragen. |
![]() | LET OP: Gevaar voor letsel! Raak het draaiende zaagblad niet aan. |
![]() | Beschermingsklasse II (dubbel geïsoleerd) |
![]() | Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen. |
| Let op! | In deze gebruikshandleiding hebben wij punten die uw veiligheid betreffen van dit teken voorzien |
2. Inleiding
Fabrikant:
Scheppach GmbH
Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat.
Aanwijzing:
De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:
- ondeskundige behandeling,
- Niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
- reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen
- inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderdelen
- Niet-beoogd gebruik
- Uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en VDE-voorschriften 0100, DIN 57113 / VDE 0113
Let op:
Lees voor de montage en voor de inbedrijfstelling de complete tekst van de gebruikshandleiding door.
De gebruiksaanwijzing is bedoeld om het gemakkelijker te maken, uw apparaat te leren kennen en de beoogde toepassingsmogelijkheden van het apparaat te benutten.
De gebruikshandleiding bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het apparaat veilig, vakkundig en economisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het apparaat verhoogt.
Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het apparaat geldende voorschriften van uw land in acht nemen.
Bewaar de gebruikshandleiding bij het product in een plastic hoes, beschermd tegen vuil en vocht. De gebruikshandleiding moet door elke bediener van de machine voor aanvang van de werkzaamheden worden gelezen en zorgvuldig worden nageleefd.
Aan het apparaat mogen alleen personen werken, die voor het gebruik van het apparaat geïnstrueerd en over de daarmee verbonden gevaren geïnformeerd zijn. De vereiste minimumleeftijd moet aangehouden worden.
Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen veiligheidsvoorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van machines van hetzelfde type.
Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften.
- Zaagblad
1a. Zeskantbout
1b. Buitenste zaagbladflens
1c. Binnenste zaagbladflens - Zaagbladbescherming
2a. Bevestigingsschroef - Splijtwig
3a. Bevestigingsschroef - Tafelinzetstuk
4a. Bevestigingsschroef - Zaagtafel
- Afzuigslang
7a. Achterste geleiderail
7b. Voorste geleiderail - Parallelaanslag
8a. Geleiderail / aanslagrail
8b. Excenterhendel
8c. Zeskantbout - Tafelverbreding rechts
- Schuifstok
- Schaalverdeling
- Wiel
- Vergrendelingsklik
- Krukas
- Overbelastingsschakelaar
- Vergrendelgreep
-
Dwarsaanslag
19a. Bankschroef
19b. Geleiderail / aanslagrail
19c. Klemgreep
19d. Kartelmoer
19e. Vleugelmoer bankschroef -
Vergrendelingshendel tafelverbreding rechts
-
Aan-/uit-schakelaar (groene eindschakelaar "I" / rode uitschakelaar "0")
19f. Vleugelmoer dwarsaanslag
-
Afzuigmof
-
Slangbeugel afzuigslang
-
Onderstel
25a. Onderstel deel 1
25b. Onderstel deel 2
25c. Onderstel deel 3
25d. Onderstel deel 4
25e. Onderstel deel 5
25f. Onderstel deel 6
-
Ringsleutel 10 / 13 mm
-
Ringsleutel 10 / 21 mm
-
Groef
-
Kijkglas
-
Duwhout (niet bij de levering inbegrepen)
4. Meegeleverd
- Gebruikshandleiding
• Zaagblad
• Zaagbladbescherming - Parallelaanslag
- Geleiderail voor parallelaanslag
- Dwarsaanslag
- Geleiderail voor dwarsaanslag
• Klemgreep voor dwarsaanslag - Schuifstok
• Slangbeugel afzuigslang - Onderstel deel 1
- Onderstel deel 2
- Onderstel deel 3
- Onderstel deel 4
- Onderstel deel 5
- Onderstel deel 6
• Ringsleutel 10 / 13 mm
• Ringsleutel 10 / 21 mm
Montagemateriaal
A. Slotbout M8 x 78 mm (8x)
B. Inbusbout M6 x 53 mm (4x)
C. Kruiskopschroef M5 x 50 mm(2x)
D. Kruiskopschroef M5 x 40 mm(4x)
E. Slotbout M6 x 55 mm(2x)
F. Kruiskopschroef M5 x 10 mm (1x)
G. Kartelmoer (2x)
H. Kleine onderlegring (2x)
I. Grote onderlegring (4x)
J. Afstandhouder (8x)
K. Moer M8 (8x)
L. Moer M6 (4x)
M. Moer M5 (7x)
N. Vlakke eindkap (6x)
O. Ronde eindkap (2x)
P. Wielbout (2x)
5. Beoogd gebruik
De tafelcirkelzaag dient voor het in de lengte en dwars (alleen met dwarsaanslag) zagen van alle soorten hout en kunststof, overeenkomstig de machinegrootte. Rondhout, van welke soort dan ook, mag niet gezaagd worden.
Er mogen uitsluitend voor de machine geschikte zaagbladen (HM- of CV-zaagbladen) worden gebruikt. Het gebruik van alle type HSS-zaagbladen en snijwielen is verboden.
Aanwijzingen:
Voor het juiste gebruik van de installatie dienen de voorschriften, veiligheidsvoorschriften, beschrijvingen en aanwijzingen en in deze gebruikshandleiding te worden opgevolgd.
De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant alsook de in de gebruikshandleiding aangegeven afmetingen moeten in acht worden genomen. Er mogen uitsluitend werkzaamheden aan het product worden uitgevoerd die in deze gebruikshandleiding zijn beschreven. Alle overige onderhouds- en reparatiewerkzaamheden die niet in deze gebruikshandleiding worden beschreven, moeten door een servicecentrum worden uitgevoerd.
Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet.
Andere algemene arbo-, gezondheids- en veiligheids- voorschriften moeten in acht worden genomen.
⚠ LET OP
Bij het gebruik van het product moeten enkele veiligheidsmaatregelen in acht genomen worden, om letsel en schade te voorkomen. Lees daarom zorgvuldig deze gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften door. Bewaar deze daarom goed, zodat u de informatie te allen tijde ter beschikking heeft.
Als het product aan een derde wordt overhandigd, dient u tevens deze gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften te overhandigen. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze gebruikshandleiding of de veiligheidsvoorschriften.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan de machine worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade.
Ondanks beoogd gebruik kunnen bepaalde restrisico-factoren niet volledig worden vermeden. Op grond van de constructie en montage van de machine kunnen de volgende risico's optreden:
- Aanraken van het zaagblad in het niet afgedekte zaaggebied.
• In het draaiende zaagblad grijpen (snijwonden) - Terugslag van werkstukken en delen van werkstukken
• Zaagbladbreuk - Wegslingeren van slechte hardmetalen delen van het zaagblad
- Gehoorschade wanneer de vereiste gehoorbescherming niet wordt gedragen.
- Schadelijke emissies van houtstof bij gebruik in afgesloten ruimtes.
6. Veiligheidsvoorschriften
Algemene veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten
⚠ WAARSCHUWING: Lees alle veiligheidsvoorschriften, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens die bij deze elektrische machine zijn meegeleverd.
Nalatigheden bij het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken.
Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingen voor toekomstig gebruik.
Het in de veiligheidsvoorschriften gebruikte begrip „Elektrisch gereedschap“ is van toepassing op netgevoed elektrisch gereedschap (met netsnoer) of op accugevoed elektrisch gereedschap (zonder netsnoer).
- Veiligheid op de werkplek
a) Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Rommel of slecht verlichte werkplaatsen kunnen leiden tot ongevallen.
b) Werk met het elektrisch gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving, waarin zich brandbare vloeistoffen, gas of stof bevinden. Elektrisch gereedschap kan vonken veroorzaken, die het stof of de dampen kunnen ontsteken.
c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik uit de buurt van het elektrische gereedschap. Bij afbuiging kunt u de controle over het elektrische apparaat verliezen.
- Elektrische veiligheid
a) De aansluitstekker van het elektrische gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele wijze worden gewijzigd. Gebruik geen adapterstekker samen met geaard elektrisch gereedschap. On-gewijzigde stekkers en passende stopcontacten verminderen het risico op elektrische schok.
b) Let op dat uw lichaam geen contact maakt met geaarde onderdelen zoals bijv. buizen, radiatoren, elektrische haarden, koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is.
c) Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van regen of vocht. Het indringen van water in een elektrisch apparaat vergroot het risico op een elektrische schok.
d) Gebruik het snoer niet om het elektrische gereedschap te dragen, aan op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het snoer uit de buurt van hitte, scherpe randen of bewegende delen. Beschadigde of opgewikkelde snoeren verhogen het risico op een elektrische schok.
e) Als u met een elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, gebruik dan alleen een verlengsnoer dat ook geschikt is voor gebruik buitenshuis. De toepassing van een voor buitenshuis gebruik geschikt verlengsnoer vermindert het risico op een elektrische schok.
f) Als het gebruik van het elektrische gereedschap in een vochtige omgeving niet kan worden vermeden, gebruik dan een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico op een elektrische schok.
3. Veiligheid van personen
a) Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en ga verstandig te werk bij werkzaamheden met elektrisch gereedschap. Maak geen gebruik van elektrisch gereedschap als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten. Een moment van onachtzaamheid bij gebruik van het elektrische gereedschap kan leiden tot ernstig letsel.
b) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en ook altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, antislip-veiligheidsschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, al naar gelang het soort gereedschap en de toepassing ervan, verkleint het risico op verwondingen.
c) Vermijd ingebruikname zonder toezicht. Controleer of het elektrisch gereedschap is uitgeschakeld voordat u het op de stroomvoorziening en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of draagt. Als u tijdens het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schakelaar hebt of het reeds ingeschakelde elektrische apparaat op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot letsel en ongevallen leiden.
d) Verwijder instelgereedschap of de moersleutel, voordat u het elektrische gereedschap inschakelt. Een gereedschap of sleutel dat/die zich in een draaiend onderdeel van het elektrische gereedschap bevindt, kan verwondingen veroorzaken.
e) Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden of lange haren kunnen worden vastgegrepen door bewegende delen.
g) Als stofafzuig- en -opvanginrichtingen kunnen worden gemonteerd, moeten deze worden aangesloten en juist worden toegepast. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verminderen.
h) Voorkom een vals gevoel van zekerheid en houd u altijd aan de veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten, ook als u ervaren bent met het elektrisch apparaat.
Achteloos handelen kan in een fractie van een seconde tot ernstige verwondingen leiden.
4. Gebruik en behandeling van het elektrisch gereedschap
a) Zorg dat het elektrische gereedschap niet overbelast raakt. Gebruik voor de werkzaamheden het daarvoor bedoelde elektrische gereedschap. Met het juiste elektrisch gereedschap werkt u beter en veiliger in het aangegeven vermogensbereik.
b) Gebruik geen elektrisch gereedschap, waarvan de schakelaar defect is. Een elektrisch gereedschap, dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet gerepareerd worden.
c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de uitneembare accu voordat u de apparaatinstellingen wijzigt, inzetstukken vervangt of het elektrische apparaat weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt dat het elektrische gereedschap per ongeluk wordt gestart.
d) Bewaar ongebruikt elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen. Laat het elektrisch apparaat niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk als deze door onervaren personen worden gebruikt.
e) Voer zorgvuldig onderhoud uit aan elektrische apparaten en inzetstukken. Controleer of bewegende delen probleemloos functioneren en niet klemmen, of onderdelen gebroken of beschadigd zijn, waardoor de functie van het elektrische gereedschap wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het elektrische apparaat eerst repareren. Veel ongevallen ontstaan door slecht onderhouden elektrisch gereedschap.
f) Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden komt minder snel vast te zitten en is makkelijker te gebruiken.
g) Gebruik elektrische apparaten, accessoires en inzetstukken, etc. overeenkomstig deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met de omstandigheden waarin gewerkt wordt en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere toepassingen dan het voorgeschreven gebruik kan leiden tot ge-vaarlijke situaties.
h) Houd grepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als grepen en greepoppervlakken glad zijn, kan het elektrisch gereedschap in onvoorziene situaties niet veilig bediend en onder controle gehouden worden.
5. Service
a) Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwalificeerd deskundig personeel repareren met uitsluitend originele reserveonderdelen. Hiermee wordt de veiligheid van het elektrische gereedschap gewaarborgd.
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar door elektrische elektromagnetisch veld Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten.
Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat de machine wordt gebruikt.
Veiligheidsvoorschriften voor tafelcirkelzagen
Veiligheidsafdekkingsgerelateerde veiligheids- voorschriften
a) Laat de veiligheidsafdekkingen gemonteerd. Veiligheidsafdekkingen moeten functionerend en juist gemonteerd zijn. Losse, beschadigde of niet juist functionerende veiligheidsafdekkingen moeten worden gerepareerd of worden vervangen.
b) Gebruik voor eindsneden altijd de zaagblad-veiligheidsafdekking en de splijtwig. Voor eindsnedes waarbij het zaagblad volledig door de werkstukdikte zaagt, reduceert de veiligheidsafdekking en andere veiligheidsvoorzieningen het risico op letsel.
c) Plaats na het voltooien van de werkprocessen (bijv. felsen, gutsen of opdeling tijdens het omslaan), waarbij het verwijderen van de veiligheidsafdekking en/of splijtwig noodzakelijk is, direct het veiligheidssysteem terug. De veiligheidsafdekking en de splijtwig verminderen het risico op letsel.
d) Controleer voor het inschakelen van het elektrisch gereedschap of het zaagblad niet de veiligheidsafdekking, de splijtwig of het werkstuk raakt. Onvoorziene aanraking van deze componenten met het zaagblad kan tot een gevaarlijke situatie leiden.
e) Stel de splijtwig af volgens de beschrijving in deze gebruikshandleiding. Onjuiste afstanden, positie en uitlijning kunnen de reden er voor zijn dat de splijtwig een terugslag niet vermijdt.
f) Opdat de splijtwig kan functioneren, moet deze op het werkstuk inwerken. Bij snedes in werkstukken die te kort zijn, om de splijtwig te laten functioneren, is de splijtwig niet actief. Onder deze voorwaarden kan een terugslag niet door de splijtwig worden voorkomen.
g) Gebruik het zaagblad dat bij de splijtwig past. Om ervoor te zorgen dat de splijtwig goed werkt, moet de diameter van het zaagblad dunner zijn dan bij de splijtwig passen, moet het basisblad van het zaagblad dunner zijn dan de splijtwig en moet de bandbreedte dikker zijn dan de dikte van de splijtwig.
Veiligheidsvoorschriften voor het zagen
a) △ GEVAAR: Kom met uw vingers en handen nooit in de buurt van het zaagblad of in het zaaggebied. Een moment van onachtzaamheid of bij wegslippen kan uw hand in het zaagblad schie- ten wat kan leiden tot ernstig letsel.
b) Geleid het werkstuk alleen tegen de draairichting van de het zaagblad in. Aanvoeren van het werkstuk in dezelfde richting als de draairichting van het zaagblad boven de tafel kan er toe leiden dat het werkstuk en uw hand in het zaagblad wordt getrokken.
c) Gebruik bij langssneden nooit de verstekaanslag om het werkstuk aan te voeren, en gebruik bij dwarssnedes met de verstekaanslag nooit de parallelaanslag voor de lengte-instelling. Het gelijktijdig aanvoeren van het werkstuk met de parallelaanslag en de verstekaanslag verhoogt de risico dat het zaagblad komt vast te zitten en er een terugslag ontstaat.
d) Voer bij langssneden de aanvoerkracht op het werkstuk altijd uit tussen aanslagrail en zaagblad. Gebruik een schuifstok als de afstand tussen de aanslagrail en het zaagblad minder is dan 150 mm en een schuifblok als de afstand minder is dan 50 mm. Dergelijke hulpmiddelen zorgen er voor dat uw hand op veilige afstand van het zaagblad blijft.
e) Gebruik uitsluitend de meegeleverde schuifstok van de fabrikant of een die overeenkomstig de instructies is vervaardigd. De schuifstok zorgt voor voldoende afstand tussen hand en zaagblad.
f) Gebruik nooit een beschadigde of ingezaagde schuifstok. Een beschadigde schuifstok kan breken en er toe leiden dat uw hand in het zaagblad terecht komt.
g) Werk niet "zonder handbescherming". Gebruik altijd de parallelaanslag of de verstekaanslag om het werkstuk aan te leggen en te geleiden. "Zonder handbescherming" betekent dat het werkstuk in plaats van met de parallelaanslag of de verstekaanslag met de handen wordt ondersteund of geleid. Het zagen zonder handbescherming leidt tot onjuiste uitlijning, vastklemmen en terugslag.
h) Grijp nooit om of over een draaiend zaagblad. Het grijpen naar een werkstuk kan tot onvoorzien aanraken van het draaiende zaagblad leiden.
i) Ondersteun lange en/of brede werkstukken achter en/of aan de zijkant van de zaagtafel zo- dat deze horizontaal blijven. Lange en/of brede werkstukken kunnen aan de rand van de zaagtafel kantelen; dit leidt tot minder controle, vastklem- men van het zaagblad en terugslag.
j) Voer het werkstuk gelijkmatig aan. Verbuig of verdraai het werkstuk niet. Als het zaagblad vastklemt, schakelt u het elektrisch gereedschap direct uit, trekt u de netstekker los en verhelpt u de oorzaak voor het vastklemmen. Het vastklemmen van het zaagblad door het werkstuk kan leiden tot terugslag of het blokkeren van de motor.
k) Verwijder niet het afgezaagde materiaal terwijl de zaag loopt. Afgezaagd materiaal kan zich vastzetten tussen het zaagblad en de aanslagrail of in de veiligheidsafdekking vast komen te zitten en bij het verwijderen uw vingers in het zaagblad trekken. Schakel de zaag uit en wacht tot het zaagblad tot stilstand is gekomen, voordat u het materiaal verwijdert.
I) Gebruik voor langssneden aan de werkstukken die dunner zijn dan 2 mm, een extra parallelaanslag die contact heeft met het tafeloppervlak. Dunnere werkstukken kunnen vastlopen achter de parallelaanslag wat tot terugslag kan leiden.
Terugslag - Oorzaken en bijbehorende Veiligheidsvoorschriften
Een terugslag is een plotselinge reactie van het werkstuk als gevolg van een hakend, vastklemmend zaagblad of een door het zaagblad schuin uitgevoerde zaagsnede in het werkstuk of als een deel van het werkstuk tussen het zaagblad en de parallelaanslag of een ander vast object wordt vastgeklemd.
In de meeste gevallen wordt bij een terugslag het werkstuk door het achterste gedeelte van het zaagblad vastgegrepen, van de zaagtafel opgetild en in de richting van de operator geslingerd.
Een terugslag is het gevolg van een onjuist of verkeerd gebruik van de tafelcirkelzaag. Dit kan door passende voorzorgsmaatregelen worden voorkomen, zoals hieronder beschreven.
a) Sta nooit direct in lijn met het zaagblad. Verblijf altijd aan de zijde van het zaagblad waar de aanslagrail zich bevindt. Bij een terugslag kan het werkstuk met hoge snelheid naar personen worden geslingerd die voor en op lijn met het zaagblad staan.
b) Grijp nooit over of achter het zaagblad om het werkstuk aan te trekken of te steunen. Hierdoor kan het zaagblad onvoorzien worden aangeraakt of kan een terugslag ontstaan waardoor uw vingers in het zaagblad kunnen worden getrokken.
c) Houd en druk het werkstuk, dat wordt afgezaagd, nooit tegen het draaiende zaagblad. Door het werkstuk, dat wordt afgezaagd, tegen het zaagblad te drukken, wordt deze vastgeklemd en ontstaat er een terugslag.
d) Lijn de aanslagrail parallel uit met het zaagblad. Een niet uitgelijnde aanslagrail drukt het werkstuk tegen het zaagblad en genereert zo een terugslag.
e) Gebruik bij afgedekte zaagsnedes (bijv. vouwen, gutsen of opdeling tijdens het omslaan) een drukkam om het werkstuk tegen de tafel en de aanslagrail te geleiden.
Met een drukkam kunt u het werkstuk bij terug- slag beter onder controle houden.
f) Weeg met name voorzichtig bij het zagen in verborgen bereiken van samengevoegde werkstukken. Het invallende zaagblad kan in objecten zagen die een terugslag kunnen veroorzaken.
g) Ondersteun grote platen om het risico op een terugslag door een ingeklemd zaagblad te verminderen. Grote platen kunnen onder het eigen gewicht doorbuigen. Platen moeten overal worden ondersteund waar deze uitsteken ten opzichte van het tafelblad.
h) Wees met name voorzichtig bij het zagen van werkstukken die verdraaid, los zitten of vervormd zijn of niet over een rechte kant beschikken waarmee ze met een verstekaanslag of langs een aanslagrail kunnen worden geleid. Een vervormd, losgeraakt of verdraaid werkstuk is instabiel en leidt tot onjuiste uitlijning van de zaagvoeg met het zaagblad, zal vastklemmen en een terugslag veroorzaken.
i) Zaag nooit meerdere op elkaar of achter elkaar gestapelde werkstukken. Het zaagblad kan een of meer onderdelen vastgrijpen en een terugslag veroorzaken.
j) Als u een zaag, die in het werkstuk steekt, weer wilt starten, centreert u het zaagblad in de zaagsnede dusdanig dat de zaagtanden niet in het werkstuk vastzitten. Als het zaagblad vastklemt, kan deze het werkstuk optillen en een terugslag veroorzaken als de zaag opnieuw wordt gestart.
k) Zorg dat de zaagbladen schoon blijven, scherp en voldoende geschrankt is. Gebruik nooit vervormde zaagbladen of zaagbladen met scheuren of afgebroken tanden. Scherpe en juist geschrankte zaagbladen minimaliseren het vastklemmen, blokkeren of terugslag.
Veiligheidsvoorschriften voor het gebruik van de tafelcirkelzagen
a) Schakel de tafelcirkelzaag uit en koppel deze los van de stroomvoorziening voordat u het tafelinzetstuk verwijderd, het zaagblad vervang, instellingen aan de splijtwig of de afdekking van het zaagblad aanbrengt en als de machine zonder toezicht is. Voorzorgsmaatregelen dienen ter vermijding van ongevallen.
b) Laat de tafelcirkelzaag nooit zonder toezicht lopen. Schakel het elektrisch gereedschap uit en ga pas weg als deze volledig tot stilstand is gekomen. Een zaag die zonder toezicht draait, vormt een ongecontroleerd gevaar.
c) Stel de tafelcirkelzaag op een locatie op die waterpas is en goed wordt geventileerd en waar u veilig kunt staan en het evenwicht kunt bewaren. De opstellingslocatie moet voldoende ruimte bieden om de maat van uw werkstukken goed te kunnen hanteren. Rommel en slecht verlichte werkomgevingen en oneffen, gladde vloeren kunnen leiden tot ongevallen.
d) Verwijder regelmatig het zaagsel en zaagmeel onder de zaagtafel en/of uit de stofafzuiging. Opgehoopt zaagmeel is brandbaar en kan uit zichzelf gaan ontbranden.
e) Borg de tafelcirkelzaag. Een tafelcirkelzaag die niet volgens de voorschriften is geborgd, kan gaan bewegen of kantelen.
f) Verwijder instelgereedschap, houtresten enz. van de tafelcirkelzaag voordat u deze inschakelt. Afleiding of mogelijk vastklemmen kan gevaarlijk zijn.
g) Gebruik altijd zaagbladen van het juiste formaat en met passende opnameboring (bijv. ruitvormig of rond). Zaagbladen, die niet bij de montagedelen van de zaag passen, lopen niet rond en leiden tot verlies van de controle.
h) Gebruik nooit beschadigd of onjuist montagemateriaal voor het zaagblad, zoals bijv. flensen, onderlegringen, schroeven of moeren.
Het montagemateriaal van dit zaagblad is speciaal voor de zaag gemaakt, voor optimaal vermogen en bedrijfsveiligheid.
i) Ga nooit op de tafelcirkelzaag staan en gebruik de tafelcirkelzaag niet als opstapkrukje. Er kan ernstig letsel ontstaan als het elektrisch gereedschap kantelt of als u onvoorzien met het zaagblad in aanraking komt.
j) Controleer of het zaagblad in de juiste draai-
richting is gemonteerd. Gebruik geen slijp-
schijf of staalborstel met de tafelcirkelzaag.
Ondeskundige montage van het zaagblad of het
gebruik van niet aanbevolen accessoires kan tot
ernstig letsel leiden.
Veiligheidsvoorschriften voor de behandeling van zaagbladen
-
Gebruik alleen inzetstukken als u weet hoe u er-mee om moet gaan.
-
Houd rekening met het maximale toerental. Het maximale toerental dat op het inzetstuk staat vermeld, mag niet worden overschreden. Houd u, indien aangegeven, aan het toerentalbereik.
-
Let op de draairichting van de motor en het zaagblad.
-
Gebruik geen inzetstukken dat barsten vertoont. Gooi het inzetstukken weg als het barsten vertoont. Reparatie is niet toegestaan.
-
De klemoppervlakken moeten van vuil, vet, olie en water worden ontdaan.
-
Gebruik geen losse pasringen of -bussen om het boorgat van cirkelzaagbladen te verkleinen.
-
Zorg ervoor dat de bevestigde pasringen voor de borging van het inzetstuk dezelfde parameter hebben en dat ze minimaal 1/3 van de snijdiameter hebben.
-
Zorg, dat bevestigde pasringen evenwijdig staan aan elkaar.
-
Wees voorzichtig bij het gebruik van de inzetstukken. Bewaar ze bij voorkeur in de originele verpakking en of in speciale houders. Draag veiligheidshandschoenen om de grip te vergroten en de kans op persoonlijk letsel nog verder terug te dringen.
-
Controleer voordat u de inzetstukken gebruikt of de veiligheidsvoorzieningen correct zijn bevestigd.
-
Controleer vóór gebruik of het toegepaste inzetstuk aan de technische eisen van deze machine voldoet en of het goed bevestigd is.
-
Gebruik het meegeleverde zaagblad alleen voor het zagen van hout en nooit voor het bewerken van metalen.
-
Gebruik het juiste zaagblad voor het te bewerken materiaal.
-
Gebruik alleen een zaagblad met een diameter die op de zaag staat aangegeven.
-
Gebruik alleen zaagbladen, die met een gelijk of hoger toerental dan op het elektrisch gereedschap gemarkeerd zijn.
-
Gebruik alleen door de fabrikant aanbevolen zaagbladen, die, indien deze voor het zagen van hout of gelijksoortige materialen zijn bedoeld, overeenkomen met EN 847-1.
-
Draag geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals bijv.:
– Gehoorbescherming;
- Veiligheidshandschoenen bij het hanteren van zaagbladen.
- Gebruik alleen door de fabrikant aanbevolen zaagbladen die voldoen aan EN 847-1.
Waarschuwing! Let er bij het wisselen van het zaagblad op, dat de zaagbreedte niet geringer en de dikte van het stamblad niet groter is dan de dikte van de splijtwig!
-
Voorkom bij het zagen van hout en kunststoffen een oververhitting van de zaagtanden. Reduceer de aanvoersnelheid om te voorkomen dat het kunststof smelt.
-
Houd er rekening mee dat gecompliceerde processen met verborgen sneden en het snijden van afschuiningen/wiggen niet zijn toegestaan.
-
Voer lengtesneden met een neiging niet op de zijde uit, waarnaar de neiging is gericht.
-
Controleer bij de montage of instelling van de parellelaanslag of de parallelaanslag parallel ten opzichte van het zaagblad staat.
| Opgenomen vermogen 2000 W | |
| Bedrijfsmodus *S1 | |
| Stationair toerental 4500 min | 1 |
| Hardmetalen zaagblad 255 x 30 x 2,8 mm | |
| Stambladdikte 1,8 mm | |
| Aantal tanden (voorgemonteerd zaagblad) | 24 |
| Dikte splijtwig | 2 mm |
| Min. maat werkstuk B x L x H | 10 x 50 x 1 mm |
| Min. tafelvlak | 742 x 640 mm |
| Max. tafelvlak 1195 x 640 mm | |
| Zaaghoogte max. 45° | 58 mm |
| Zaaghoogte max. 0° | 83 mm |
| Zaagblad zwenkbaar | 0 - 45° |
| Afzuigaansluiting | ∅ 35 mm |
| Gewicht | ca. 29 kg |
Technische wijzigingen voorbehouden!
*S1: Continubedrijf met constante belasting
Geluid
De geluidswaarden zijn overeenkomstig EN 62841 bepaald.
Geluidsdrukniveau L_pA 94 dB
| Onzekerheid K_pA | 3 dB |
| Geluidsvermogensniveau L_WA | 107 dB |
| Onzekerheid K_WA | 3 dB |
⚠ WAARSCHUWING
Overmatige en frequente geluidsbelasting kan leiden tot gehoorbeschadiging of gehoorverlies.
- Draag gehoorbescherming
- Las regelmatig pauzes in.
Totale trillingswaarden (vectorsom van drie richtingen) bepaald conform EN 62841.
AANWIJZING: De opgegeven geluidsemissiewaarden zijn gemeten volgens een standaard testmethode en kunnen worden gebruikt om elektrische apparaten met elkaar te vergelijken.
De aangegeven geluidsemissiewaarden kunnen ook worden gebruikt als eerste indicatie van de belasting.
WAARSCHUWING: Die De geluidsemissies kunnen van de opgegeven waarde afwijken wanneer de machine daadwerkelijk wordt gebruikt. Dit is afhankelijk van de wijze waarop het elektrisch apparaat wordt gebruikt en de aard van het werkstuk dat wordt bewerkt.
Neem maatregelen om uzelf tegen geluidshinder te beschermen.
Houd daarbij rekening met het complete werkproces, dus ook tijden, waarin het elektrisch gereedschap onbelast draait of uitgeschakeld is.
Passende maatregelen omvatten onder andere het regelmatig onderhouden en verzorgen van het elektrisch gereedschap en van de inzetstukken, regelmatige pauzes evenals een goede planning van de werkprocessen.
Het is noodzakelijk om veiligheidsmaatregelen vast te stellen om de gebruiker te beschermen, op basis van een eerste indicatie van de trillingsbelasting tijdens de gebruiksomstandigheden (hierbij moeten alle onderdelen van de bedrijfscyclus in aanmerking worden genomen (zoals de tijd dat de machine uitgeschakeld is en de tijd waarin deze ingeschakeld is, maar onbelast draait).
8. Uitpakken
⚠ GEVAAR
Gevaar op inslikken en verstikking
Verpakkingsmateriaal, verpakkings- en transportbeveiligingen zijn geen speelgoed. Kunststofzakken, folie en kleine onderdelen kunnen worden ingeslikt en tot verstikking leiden.
- Zorg dat verpakkingsmateriaal, verpakkings- en transportbeveiligingen buiten het bereik van kinderen worden gehouden.
- Open de verpakking en verwijder het product voorzichtig.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal, de verpak- kings- en transportbeveiliqingen (indien aanwezig).
- Controleer de volledigheid van de leveringsomvang. Reclamaties moeten onmiddellijk worden gemeld aan de klantenservice. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
- Controleer de leveringsomvang op transportschade. Reclamaties moeten direct bij de "expediteur" worden gemeld. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
- Bewaar de verpakking tot na het verstrijken van de garantietijd.
- Lees de gebruikshandleiding volledig door.
- Gebruik alleen originele reserveonderdelen of accessoires. Originele onderdelen of originele accessoires zijn verkrijgbaar bij uw leverancier.
- Controleer of de gegevens op het typeplaatje overeenkomen met de gegevens van het stroomnet.
9. Montage
⚠ WAARSCHUWING: Voor alle onderhouds-, ombouw- en montagewerkzaamheden aan de tafelcirkelzaag moet de netstekker worden losgekoppeld.
⚠ Let op!
Het apparaat moet voor de ingebruikname volledig zijn gemonteerd!
Voor de montage heb je nodig:
1x ringsleutel 10/13 mm (26)
1x ringsleutel 10/21 mm (27)
(inhoud van de levering)
1x kruiskopschroevendraaier
(niet bij de levering inbegrepen)
- Plaats alle meegeleverde onderdelen op een vlakke ondergrond.
• Groepeer gelijke delen.
AANWIJZING:
- Als verbindingen met een schroef (ronde kop of zeskant), zeskantmoeren en onderlegring worden geborgd, moet de onderlegring onder de moer worden aangebracht.
- Schroeven van buiten naar binnen aanbrengen, verbindingen met moeren van binnenuit vastzetten.
- Draai de moeren en schroeven mogen tijdens de montage alleen handvast worden aangehaald, zo dat deze niet kunnen uitvallen. Als u de moeren en schroeven als voor de eindmontage aanhaalt, kan de eindmontage niet correct en stabiel worden op-gesteld.
9.1 Onderstel monteren (afb. 5 - 15)
- Draai de machine om en leg deze op een schone ondergrond, (afb. 5)
- Bevestig de twee onderstel delen 6 (25f) op de machinebehuizing, met behulp van telkens twee inbusbouten M6 x 53mm (B), twee grote onderlegringen (I) en twee moeren M6 (L). (afb. 6)
- Steek de beide ronde eindkappen (O) op de uiteinden van het onderstel deel 6 (25f). (afb. 6)
- Steek aan de andere zijde de twee vlakke eindkappen (N) op de andere uiteinden van het onderstel deel 6 (25f). (afb. 6)
- Verbind het onderstel deel 4 (25d) met het onderstel deel 5 (25e) met behulp van twee kruiskop-schroeven M5 x 50 mm (C) en twee moeren M5 (M). (afb. 7)
- Verbind het onderstel deel 4 (25d) met het onderstel deel 1 (25a) met behulp van twee slotbouten M8 x 78 mm (A), twee afstandshouders (J) en twee moeren M8 (K). (afb. 8)
AANWIJZING: Draai de schroeven niet te strak aan. De delen moeten beweeglijk blijven.
AANWIJZING: Garandeer dat de vergrendelingsklik (14) op het onderstel deel 4 (25d) aan dezelfde zijde is als de vergrendelingspen op onderstel deel 1 (25a). (afb. 9)
-
Steek de twee vlakke eindkappen (N) op de uiteinden van onderstel deel 4 (25d). (afb. 9)
-
Verbind het onderstel deel 4 (25d) met het onderstel deel 6 (25f) met behulp van twee slotbouten M8 x 78 mm (A), twee afstandshouders (J) en twee moeren M8 (K). (afb. 10 + 11)
AANWIJZING: Draai de schroeven niet te strak aan. De delen moeten beweeglijk blijven.
AANWIJZING: Garandeer dat de vergrendelingsklik (14) aan dezelfde zijde is als de aan/uit-schakelaar (15). - Verbind het onderstel deel 2 (25b) met het onderstel deel 3 (25c) met behulp van telkens wee kruiskopschroeven M5 x 40 mm (D) en twee moeren M5 (M) aan beide zijden. (afb. 12)
- Steek de twee vlakke eindkappen (N) op de uiteinden van onderstel deel 3 (25c).
- Verbind het onderstel deel 3 (25c) met het onderstel deel 6 (25f) met behulp van telkens een slotbout M8 x 78 mm (A), een afstandhouder (J) en een moer M8 (K) aan beide zijden. (afb. 13) AANWIJZING: Draai de schroeven niet te strak aan. De delen moeten beweeglijk blijven.
- Verbind het onderstel deel 4 (25d) met het onderstel deel 3 (25c) met behulp van telkens een slotbout M8 x 78 mm (A), een afstandhouder (J) en een moer M8 (K) aan beide zijden. (afb. 14)
- Verbind nu de beide wielen (13) met onderstel deel 4 (25d) met behulp van de wielschroeven (P) zoals in afb. 15 weergegeven.
- Draai de machine, zodat deze op het onderstel (24) staat.
- Maak de vergrendelingsklink (14) los en klap het onderstel open, totdat de vergrendelingspen in de vergrendelingsklink (14) vastklikt.
9.2 Tafelinzetstuk verwijderen (afb. 16)
- Stel het zaagblad (1) in op max. zaagdiepte, breng deze in de 0°-positie en borgen het (zie 11.2).
- Maak de bevestigingsbout (4a) los, door deze een kwart rotatie tegen de klok in te draaien.
- Verwijder het tafelinzetstuk (4) van de zaagtafel (5)
9.3 Splijtwig
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door onverwacht opstarten van de machine
- Neem de voedingsstekker uit het stopcontact.
Voordat u de splijtwig (3) kunt plaatsen en instellen, moet u het tafelinzetstuk (4) verwijderen.
9.3.1 Splijtwig plaatsen en instellen (afb. 17 + 18)
- Draai de bevestigingsschroef (3a) los. (afb. 17)
- Duw de splijtwig (3) in de houder. AANWIJZING: Deze stap is niet nodig als de splijtwig (3) al is aan- gebracht.
- Lijn de splijtwig (3) zodanig uit dat a) de afstand tussen het zaagblad (1) en de splijtwig (3) max. 5 mm (afb. 18) is en b) het zaagblad (1) evenwijdig aan de splijtwig (3) is.
- Draai de bevestigingsschroef (3a) weer vast.
9.4 Tafelinzetstuk plaatsen (afb. 16)
- Plaats het tafelinzetstuk (4) in de uitsparing.
- Haal de bevestigingsbout (4a) aan, door deze een kwart rotatie met de klok mee te draaien.
9.5 Monteer de zaagbladbescherming (afb. 19)
- Plaats de zaagbladbescherming (2) van boven op de splijtwig (3), zodat de bevestigingsbout (2a) door het boorgat in de splijtwig past.
- Bevestigingsbout (2a) aanhalen. Let op! De zaagbladbescherming (2) moet vrij be- weeglijk blijven.
- Zorg ervoor dat de zaagbladbescherming (2) vrij kan bewegen.
- De demontage gebeurt in omgekeerde volgorde.
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door incorrect gemonteerde zaagbladbescherming
- Voordat u begint met zagen, moet u ervoor zorgen dat de zaagbladbescherming (2) automatisch op het te zagen materiaal wordt neergelaten.
9.5.1 Zaagbladbescherming controleren
Controleer de zaagbladbescherming (2) na de montage op de correcte werking.
- Til de zaagbladbescherming (2) op en laat deze los.
- De zaagbladbescherming (2) moet zelfstandig terugkeren naar de uitgangspositie.
9.6 Parallelaanslag plaatsen (afb. 20)
- Plaats de parallelaanslag (8) met geopende excenterhendel (8b) eerst op de achterste geleiderail (7a), daarna op de geleiderail (7b) op de zaagtafel (5).
-
Om de positie van de parallelaanslag (1) te veranderen, verschuift u de parallelaanslag (1) met geopende excenterhendel (8b) langs de voorste en achterste geleiderail (7a/7b).
-
Om de parallelaanslag (1) in de gewenste positie te fixeren, drukt u de excenterhendel (8b) volledig naar beneden.
9.6.1 Aanslagrail op parallelaanslag monteren (afb. 21 + 22).
- Steek de twee slotbouten M6 x 55 mm (E) van binnen in de parallelaanslag (8) en borg deze met de twee kartelmoeren (G).
Let op! Haal de kartelmoeren (G) nog niet aan. (afb. 21)
- Schuif de aanslagrail (8a) door de twee slotbouten (E) in de gewenste positie en haal de kartelmoeren (G) aan. (afb. 22)
9.7 Dwarsaanslag monteren (afb. 23)
- Duw de dwarsaanslag (19) in de groef (28) van de schuifsleden (21).
- Schuif nu de geleiderail (19b) met de schroeven in de gemarkeerde groeven van de dwarsaanslag (19) (afb. 23).
- Schuif de geleiderail (19b) in de gewenste positie en haal de kartelmoeren (19d) aan.
- Schroef de klemgreep (19c) in de dwarsaanslag (19), door deze met de klok mee te draaien.
Om de hoek van de dwarsaanslag (19) te wijzigen, gaat u als volgt te werk:
- Maak de klemgreep (19c) los, door deze tegen de klok in te draaien
- Draai de dwarsaanslag (19) tot de pijl naar de gewenste hoek wiist.
- Zet deze positie vast door de klemgreep (19c) met de wijzers van de klok mee te draaien.
9.8 Afzuiginstallatie aansluiten (afb. 24 + 25)
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor oogletsel door ronddwarrelende spaanders
- Draag een veiligheidsbril.
-
Bedien het product alleen met een geschikte spanenafzuiginstallatie. Gebruik geen huishoudstofzuiger.
-
Schroef de slangbeugel afzuigslang (23) in de tafelverbreding rechts (9) met behulp van een kruiskopschroef M5 x 10 mm (F), twee kleine onderlegringen (H) en een moer M5 (M). (afb. 24)
-
Afzuigslang (6) op de afzuigmoffen (22) aan de achterzijde van de machine steken, door de slangbeugel afzuigslang (23) schuiven en op de afzuigmoffen van de zaagbladbescherming (2) steken. (afb. 25)
- Sluit een geschikte spanenafzuiginstallatie (niet bij de levering inbegrepen) aan op de afzuigmof (22).
LET OP
Controleer en reinig regelmatig de afzuigkanalen.
10. Voor de ingebruikname
10.1 Algemene instructies
- Controleer of het product geheel gemonteerd is.
- Controleer of de veiligheidsafdekkingen aanwezig, geïnstalleerd en gebruiksklaar zijn.
- Controleer of de schakelaar conform de voorschriften functioneren.
- Controleer of het product stabiel is opgesteld.
- Controleer of de stickers op het product aanwezig en leesbaar zijn. Ontbrekende of beschadigde stickers moeten worden vervangen of verwisseld.
- Controleer of de netspanning en de bedrijfsspanning overeenkomen, zie Technische gegevens.
- Controleer of de toevoerleidingen, verlengstukken, kabelhaspel, etc. niet te lang zijn. Anders kan er een spanningsval of een vertraagde start van de motor optreden.
- Controleer of de omgevingstemperatuur in acht wordt genomen.
10.2 Productspecifieke opmerkingen
- De machine moet stabiel staan.
- Het zaagblad moet vrij kunnen draaien.
- Let bij al bewerkt hout op vreemde voorwerpen, zoals bijv. spijkers of schroeven enz.
- Voordat u de aan/uit-schakelaar (15) bedient, controleert u of het zaagblad (1) correct is gemonteerd en dat de bewegende delen soepel bewegen.
- Sluit de machine alleen aan op een correct geïnstalleerd geaard stopcontact dat met minimaal 16 A is gezekerd.
11. Bediening
11.1 Schakelaar
11.1.1 Aan/uit-schakelaar (afb. 1)
- Om de zaag in te schakelen, drukt u op de groene inschakelaar "I" (15). Wacht met zagen tot het zaagblad (1) zijn maximale toerental heeft bereikt.
- Om de zaag weer uit te schakelen, drukt u op de rode uitschakelaar "0" (15).
Bij overbelasting van de motor schakelt deze vanzelf uit. Na een afkoeltijd (deze tijd is verschillend) kan de motor weer worden ingeschakeld.
- Laat het product afkoelen.
- Druk op de overbelastingsschakelaar (17).
- Schakel de machine weer in zoals beschreven onder 11.1.1.
11.2 Zaagdiepte instellen (afb. 1)
Het zaagblad (1) kan op de gewenste zaagdiepte worden ingesteld door aan de krukas (16) te draaien.
- Tegen de klok in: kleinere zaagdiepte
- Met de klok mee: grotere zaagdiepte
Controleer de instelling aan de hand van een testsnede.
11.3 Snijhoek instellen (afb. 1)
Met de tafelcirkelzaag kunnen versteksneden naar links worden gemaakt van 0° tot 45° tot aan de parallelaanslag (8).
⚠ Controleer voor elke snede of er geen botsing mogelijk is tussen de parallelaanslag (8), dwars-aanslag (19) en zaagblad (1).
- Maak de vergrendelgreep (18) los.
- Stel de gewenste hoek op de schaalverdeling (12) in door tegelijkertijd de krukas (16) in te drukken en te draaien.
- Vergrendel de vergrendelgreep (18) in de gewens- te hoekstand.
11.4 Parallelaanslag gebruiken
11.4.1 Aanslaghoogte (afb. 26)
- De aanslagrail (8a) van de parallelaanslag (8) heeft twee geleidingsvlakken van verschillende hoogtes.
- Afhankelijk van de dikte van het te snijden materiaal moet de aanslagrail (8a) worden gebruikt voor dik materiaal (meer dan 25 mm werkstukdikte) en voor dun materiaal (minder dan 25 mm werkstukdikte).
11.4.2 Aanslagrail instellen (afb. 22 + 26)
- Om de aanslagrail (8a) naar het onderste geleideoppervlak te verplaatsen, maakt u de twee kartelmoeren (G) los om de aanslagrail (8a) van de parallelaanslag (8) los te maken.
- Trek de aanslagrail (8a) langs de groef naar buiten.
- Draai de aanslagrail (8a) en schuif deze langs de tweede groef in.
- Haal nu de kartelmoeren (G) weer aan.
- De omzetting naar het hoge geleidingsvlak moet analoog worden uitgevoerd.
11.4.3 Zijde van de parallelaanslag wisselen (afb. 22)
- Draai de kartelmoeren (G) geheel af.
- Verwijder de aanslagrail (8a) en steek de twee slotbouten M6 x 55 mm (E) op de tegenoverliggen-de zijde van de parallelaanslag (8) weer in.
11.4.4 Zaagbreedte instellen (afb. 27)
- Bij het in de lengte zagen van houten delen moet de parallelaanslag (8) worden gebruikt.
- De parallelaanslag (8) kan op beide zijden van de zaagtafel (5) worden gemonteerd.
- Aan de voorste geleiderail (7b) bevinden zich twee schalen, die de afstand tussen de aanslagrail (8a) en het zaagblad (1) (zaagbreedte) weergeven:
- Gebruik de zwarte schaalverdedeling in zwarte letters als u de aanslagrail (8a) hebt gemonteerd.
- Gebruik de oranje schaalverdeling als u de parallelaanslag (8) zonder de aanslagrail (8a) gebruikt.
Om de parallelaanslag (8) op een specifieke afmeting in te stellen, gaat u als volgt te werk:
- Til de excenterhendel (8b) op.
- Verschuif de parallelaanslag (8) tot de gewenste afmeting op de schaalverdeling van de voorste geleiderail (7b) in het kijkglas (29) zichtbaar is.
- Druk de excenterhendel (8b) volledig naar beneden om deze te fixeren.
11.4.5 Aanslaglengte instellen (afb. 28)
Om vastlopen van het zaagmateriaal te voorkomen, kan de aanslagrail (8a) in de lengterichting worden verschoven.
Vuistregel: Het achterste einde van de aanslag stoot tegen een bedachte lijn, die ongeveer bij het midden van het zaagblad begint en onder een hoek van 45° naar achteren verloopt.
- Stel de gewenste zaagbreedte in.
-
Draai de kartelmoeren (G) los.
-
Verschuif de aanslagrail (8a) zo ver tot de achterkant de denkbeeldige 45°-lijn raakt.
- Draai de kartelmoeren (G) weer vast.
11.4.6 Parallelaanslag afstellen (afb. 27)
Als de parallelaanslag (8) met de aanslagrail (8a) niet par-
allel ten opzichte van het zaagblad (1) loopt, moet deze
opnieuw worden afgesteld. Ga hierbij als volgt te werk:
- Verwijder de zaagbladbescherming (2). (zie 15.4.1)
- Stel het zaagblad (1) in op de maximale zaagdiepte. (zie 11.2)
- Plaats de parallelaanslag (8) zo dat de aanslagrail (8a) het zaagblad (1) raakt.
- Als de aanslagrail (8a) niet op één lijn licht met het zaagblad (1), draai dan de inbusschroeven (8c) in de parallelaanslag (8) met een inbussleutel en lijn de aanslagrail (8a) parallel tot het zaagblad (1) uit.
- Draai de inbusschroeven (8c) weer vast.
- Plaats de parallelaanslag (8) weer weg van het zaagblad (1).
11.5 Gebruik van de dwarsaanslag (afb. 23)
Schuif de aanslagrail (19b) niet te ver in de richting van het zaagblad (1). De afstand tussen aanslagrail (19b) en zaagblad (1) moet ca. 2 cm bedragen.
11.5.1 Dwarsaanslag instellen (afb. 23)
- Bevestig de aanslagrail (19b) op de dwarsaanslag (19) door de kartelmoeren (19d) aan te halen.
- Schuif de dwarsaanslag (19) in een van de twee geleidingsgroeven van de zaagtafel (5).
- Maak de klemgreep (19c) los en draai de dwars-aanslag (19) tot dat de gewenste hoek is ingesteld.
- Draai de klemgreep (19c) weer aan.
- Om de dwarsaanslag (19) op de schuifsleden (21) te bevestigen, haalt u de vleugelmoer dwarsaanslag (19f) aan.
11.5.2 Bankschroef op dwasraaanslag gebruiken (afb. 23)
- Steek de bankschroef (19a) op de dwarsaanslag (19).
- Bevestig de bankschroef (19a) op de gewenste hoogte in, door de vleugelmoer bankschroef (19e) aan te halen.
- Om de tafelverbreding links (20) eruit te trekken, moet u de beide vleugelmoeren (20a) op de voor- en achterzijde van de machine losmaken.
- Trek de tafelverbreding links (20) op de gewenste lengte eruit.
- Bevestig deze positie, door de beide vleugelmoeren (20a) weer aan te halen.
11.6.2 Tafelverbreding rechts eruit trekken (afb. 1 + 30)
- Om de tafelverbreding rechts (9) eruit te trekken, moet u de vergrendelingshendel tafelverbreding rechts (11) loshalen. (afb. 1)
- Trek de tafelverbreding rechts (9) op de gewenste lengte eruit. (afb. 30)
- Bevestig deze positie door de vergrendelinghendel tafelverbreding rechts (11) weer aan te halen.
11.7 Schuifsleden gebruiken (afb. 31)
- Om de schuifsleden (21) te gebruiken, moet u de vleugelmoer (21a) naar onderen halen en 90° draaien.
- Laat de vleugelmoer (21a) weer los, zodat deze weer vastklikt.
- De schuifslede (21) is gedeblokkeerd en u kunt deze vrij naar voren en achteren bewegen.
- Om de schuifslede (21) te blokkeren, brengt u deze weer terug naar de uitgangspositie.
- Trek de vleugelmoer (21a) naar onder en draai deze weer 90°.
- Laat deze los, zodat deze weer vastklikt.
- De schuifslede (21) is geblokkeerd.
12. Zagen
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door verkeerde installatie
- Controleer of het product correct is geïnstalleerd.
- Controleer het zaagblad op beweegbaarheid en controleer de bewegende delen op soepel lopen.
LET OP
Na het inschakelen van de zaag moet u wachten tot het zaagblad (1) het maximum toerental heeft bereikt, voordat u de zaagsnede uitvoert.
12.1 Werkinstructies ⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel!
Onjuist gebruik kan leiden tot ernstig letsel.
- Neem de veiligheidsvoorschriften en werkin- structies in acht en volg ze op.
- Ga bij het uitvoeren van langssneden niet voor de tafelcirkelzaag staan, maar plaats uzelf in een hoek ten opzichte van het zaagverloop.
- Gebruik altijd de parallelaanslag voor versteksne- den.
- Gebruik een schuifstok of duwhout om het werkstuk langs het zaagblad te geleiden. Vervang direct een beschadigde of versleten schuifstok.
- Beveilig lange werkstukken tegen omkantelen aan het einde van het snijproces. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld een rolstaander.
- Wacht na het inschakelen van de tafelcirkelzaag tot het zaagblad zijn maximale snelheid heeft bereikt alvorens de zaagsnede te maken.
- Bedien de tafelcirkelzaag alleen met een afzuiginstallatie.
- Voer na elke nieuwe instelling een testsnede uit om de ingestelde afmetingen te controleren.
- Controleer en reinig regelmatig de afzuigkanalen.
12.2 Langssneden uitvoeren (afb. 32)
Met een langssnede zaagt u een werkstuk in de lengte- richting. Een kant van het werkstuk moet hierbij tegen de parallelaanslag (8) worden gedrukt, terwijl de platte zijde op de zaagtafel (5) rust
- Stel de parallelaanslag (8) overeenkomstig in op de hoogte van het werkstuk en de gewenste breedte (zie 11.4).
- Tijdens het zagen wordt de zaagbladbescherming (2) door het werkstuk omhoog geschoven.
- Schakel eerst de afzuiginstallatie in en daarna de tafelcirkelzaag.
- Plaats uw handen met gesloten vingers plat op het werkstuk en schuif deze op de parallelaanslag (8) langs het zaagblad (1).
- Geef het werkstuk een zijdelingse geleiding door het met de linkerhand slechts tot aan de voorste rand van de zaagbladbescherming (2) vast te houden.
- Schuif het werkstuk altijd tot het einde van de splijtwig (3) met de schuifstok (10) door.
12.2.1 Versteksneden maken (afb. 33)
Versteksneden worden altijd gemaakt met behulp van de parallelaanslag (8). De parallelaanslag (8) moet altijd rechts van het zaagblad (1) (niet zichtbaar) worden gemonteerd.
Anders kunnen werkstukken tijdens het zagen tussen de parallelaanslag (8) en het zaagblad (1) worden vastgeklemd en worden weggeslingerd.
-
Stel het zaagblad (1) in op de gewenste hoek (zie 11.3).
-
Stel de parallelaanslag (8) in op basis van de breedte en hoogte van het werkstuk (zie 11.4).
-
Laat de zaagbladbescherming (2) op de zaagtafel (5) zakken.
-
Voer de snede uit volgens de breedte van het werkstuk (zie 12.2).
12.3 Dwarssneden uitvoeren (afb. 34)
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door draaiende delen en scherpe randen
- Houd het geleide werkstuk vast.
- Schuif het werkstuk met de dwarsaanslag naar voren tot het volledig is doorgezaagd.
-
Stel de dwarsaanslag (19) naar wens in (zie 11.5.1). Als het zaagblad (1) ook gekanteld moet worden, schuift u de dwarsaanslag (19) in de rechter geleidingsgroef. Zo voorkomt u dat noch uw hand, noch de dwarsaanslag (19) in contact komt met de zaagbladbescherming (2).
-
Laat de zaagbladbescherming (2) op de zaagta-fel (5) zakken. Tijdens het zagen wordt de zaag-bladbescherming (2) door het werkstuk omhoog geschoven.
-
Druk het werkstuk stevig tegen de dwarsaanslag (19).
-
Schakel de afzuiginstallatie en vervolgens de tafelcirkelzaag in.
-
Om de snede uit te voeren, schuift u de dwars-aanslag (19) en het werkstuk in de richting van het zaagblad (1).
12.4 Smalle werkstukken snijden (afb. 35)
Langssneden van werkstukken met een breedte van minder dan 120 mm moet worden uitgevoerd met behulp van een schuifstok (10).
Voor korte werkstukken moet de schuifstok (10) al direct aan het begin van de snede worden gebruikt.
-
Stel de parallelaanslag (8) overeenkomstig in op de hoogte van het werkstuk en de gewenste breedte (zie 11.4).
-
Plaats uw handen met gesloten vingers plat op het werkstuk en schuif deze op de parallelaanslag (8) langs het zaagblad (1).
-
Schuif het werkstuk altijd tot het einde van de splijtwig (3) met de schuifstok (10) door.
12.5 Zagen van zeer smalle werkstukken (afb. 36)
Voor langssneden van zeer smalle werkstukken met een breedte van 50 mm of minder is het noodzakelijk om een duwhout (30) te gebruiken.
Het duwhout (30) is niet bij de levering inbegrepen! (Verkrijgbaar bij uw lokale vakhandel) Vervang tijdig een versleten duwhout (30).
Werkstukken kunnen bij het zagen tussen de parallelaanslag (8) en het zaagblad (1) vastgeklemd raken, door het zaagblad (1) worden vastgegrepen of worden weggeslingerd. Daarom moet de voorkeur worden ge- geven aan het lage geleideoppervlak van de parallelaanslag (8) (zie afb. 26). Zet indien nodig de aanslag-rail (8a) om (zie 11.4.2).
-
Stel de parallelaanslag (8) overeenkomstig in op de hoogte van het werkstuk en de gewenste breedte (zie 11.4).
-
Druk het werkstuk met het duwhout (30) tegen de aanslagrail (8a) en schuif het werkstuk met de schuifstok (10) tot het einde van de splijtwig (3) door.
12.6 Spaanplaat zagen
Om te voorkomen dat de snijranden bij het zagen van spaanplaat afbreken, gaat u als volgt te werk: Het zaagblad (1) mag niet hoger dan 5 mm boven de dikte van het werkstuk worden ingesteld (zie ook 11.2).
12.7 Na het zagen
-
Schakel eerst de tafelcirkelzaag en daarna de afzuiginstallatie uit. Het zaagblad draait nog enige tijd na.
-
Koppel de tafelcirkelzaag los van het stroomnet, door de voedingsstekker uit het stopcontact te trekken.
-
Verwijder het zaagafval van de zaagtafel pas als het zaagblad zich weer in rustpositie bevindt.
-
Laat de tafelcirkelzaag volledig afkoelen
12.8 Vastgelopen materiaal verwijderen ⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel aan vingers en handen door scherpe randen
- Draag veiligheidshandschoenen.
- Als het zaagblad in het werkstuk zich heeft vastgeklemd of als er andere blokkades optreden, gaat u als volgt te werk: Schakel de tafelcirkelzaag direct uit en trek de stekker uit het stopcontact.
- Gebruik veiligheidshandschoenen, grijp het zaagblad niet vast met blote handen.
13. Reiniging
GEVAAR
Gevaar voor elektrische schokken door het binnendringen van water in het inwendige gedeelte van het apparaat
- Spuit het product nooit af met water.
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door onverwacht opstarten van de machine
- Neem de voedingsstekker uit het stopcontact.
13.1 Product en zaagbladbescherming reinigen LET OP
Productschade door onvoldoende reiniging
- Reinig het product na elk gebruik.
LET OP
Productbeschadiging door agressieve oplos- of reini- gingsmiddelen
- Verwijder grof vuil met een borstel.
- Maak het product schoon met een vochtige, schone, pluisvrije doek en wat zachte zeep.
-
Verwijder stof en spaanders met een borstel na elke werkstap.
-
Reinig de ventilatieopeningen zorgvuldig met een pluisvrije doek.
13.2 Product met perslucht reinigen LET OP
Productbeschadiging door het gebruik van een te hoge druk op het persluchtinstallatie
Door met een hoge druk op de persluchtinstallatie het product te reinigen, kunnen elektrische componenten beschadigd raken.
- Gebruik een persluchtinstallatie met een lage druk van max. 2 bar.
-
Zorg voor een geschikte afstand tot het product.
-
Verwijder zware verontreinigingen met een persluchtinstallatie (max. 2 bar).
13.3 Spanenafzuiginstallatie reinigen
Een spanenafzuiginstallatie is niet bij de levering inbegrepen. Volg voor de correcte reiniging van de afzuiginstallatie altijd de gebruikshandleiding van de desbetreffende fabrikant.
14. Transport
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door onverwacht opstarten van de machine
- Neem de voedingsstekker uit het stopcontact.
14.1 Algemene instructies
- Til het product uitsluitend op aan de machinebehuizing.
- Verpak het product om transportschade t te voorkomen. Gebruik de originele verpakking.
- Bescherm het product tegen trillingen en schokken, met name wanneer u het in een voertuig vervoert.
- Let op voldoende borging van de lading, tijdens transport in voertuigen.
14.2 Productspecifieke opmerkingen ⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door een te hoog gewicht van het product
- Schakel een twee persoon in om u te helpen bij de montage.
-
Let bij het tillen van het product op het gewicht, zie technische gegevens.
-
Schakel het elektrisch apparaat altijd uit voor transport en koppel het los van de voeding.
-
Draag het elektrisch gereedschap in ieder geval met twee personen, grijp het niet vast bij de tafelverbredingen. Om te transporteren, tilt u het elektrische apparaat op aan de machinebehuizing.
-
Bescherm het elektrische apparaat tegen schokken, stoten en sterke trillingen, bijvoorbeeld bij het transport in voertuigen.
-
Beveilig het elektrisch apparaat tegen kantelen en wegglijden.
-
Gebruik nooit de veiligheidsvoorzieningen om het apparaat te hanteren of te transporteren.
14.3 Apparaat transporteren met behulp van onderstel (afb. 37)
- Til het apparaat op het onderstel op, zoals weergegeven in afb. 37.
- Verschuif het apparaat naar de gewenste locatie.
14.4 Onderstel in- en uitklappen (afb. 37)
- Voor het inklappen van het onderstel (24) maakt u de vergrendelingsklink (14) los en klapt u het onderstel (24) in.
- Voor het uitklappen van het onderstel (24) tilt u de machine op en let u erop dat de vergrendelingsklink (14) vastklikt.
15. Onderhoud
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door onverwacht opstarten van de machine
- Neem de voedingsstekker uit het stopcontact.
⚠ WAARSCHUWING
Waarschuwing voor onvoorzienbare gevaren en pro- ductschade
- Voer nooit ongeoorloofde wijzigingen of reparaties aan het product uit die niet zijn beschreven in de gebruikshandleiding.
- Laat de hier niet beschreven werkzaamheden uitvoeren door een gespecialiseerde werkplaats.
15.1 Algemene instructies
- Controleer het product op losse, versleten of beschadigde componenten.
- Controleer de stevige bevestiging van moeren, bouten en schroeven
- Controleer afdekkingen en veiligheidsvoorzieningen op beschadigingen en juiste bevestiging.
- Controleer de elektrische aansluitingen. Reparaties aan de elektrische aansluitingen mogen alleen door een gespecialiseerde werkplaats worden uitgevoerd.
15.2 Product oliën
- Olie om de levensduur van het apparaat te verlen-gen eenmaal per maand de draaiende delen.
- De motor niet oliën.
15.3 Onderhoud van koolborstels
LET OP
Productbeschadiging
- Laat de koolborstels alleen vervangen door een elektricien.
Als er te veel vonkvorming ontstaat, moeten de koolborstels worden gecontroleerd door een elektricien.
15.4 Zaagblad verwisselen
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel! Bij ondeskundig gebruik van de tafelcirkelzaag bestaat er gevaar op ernstige verwondingen.
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door onverwacht opstarten van de machine
- Neem de voedingsstekker uit het stopcontact.
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel aan vingers en handen door scher- pe randen
- Draag veiligheidshandschoenen.
15.4.1 Zaagbladbescherming verwijderen (afb. 19)
- Draai het zaagblad (1) maximaal uit de zaagtafel (5), door het krukwiel (16) met de klok mee tot aan de aanslag te draaien.
- Maak de bevestigingsbout (2a) los.
- Trek de zaagbladbescherming (2) voorzichtig van de splijtwig (3) weg.
15.4.2 Tafelinzetstuk verwijderen (afb. 16)
- Maak de bevestigingsbout (4a) los.
- Verwijder het tafelinzetstuk (4).
- Controleer het tafelinzetstuk (4) op beschadiging. Vervang het tafelinzetstuk als het beschadigd is of niet meer goed op de zaagtafel aansluit.
15.4.3 Zaagblad verwijderen (afb. 38 + 39)
VOORWAARDE: Het zaagblad (1) moet op de maxi-male zaagdiepte worden ingesteld (zie 11.2).
- Steek de ringsleutel 10/21 mm (27) op de buitenste zaagbladflens (1b) en bevestig zo de aandriifas.
- Draai de inbusschroef (1a) met de ringsleutel 10/13 mm (26) tegen de klok in, om de inbusschroef (1a) te openen.
- Houd het zaagblad (1) voorzichtig met één hand vast.
-
Haal de inbusschroef (1a) en de buitenste zaagbladflens (1b) van de aandriifas af.
-
Haal nu het zaagblad (1) van de aandrijfas en trek dit voorzichtig naar boven uit de zaagtafel (5).
15.4.4 Zaagblad plaatsen (afb. 38 + 39)
-
Reinig zorgvuldig de buiten- en binnenste zaagbladflenzen (1b/1c) voordat u een nieuw zaagblad (1) monteert.
-
Plaats een nieuw zaagblad (1) op de aandrijfas. Let op de draairichting: De versteksneden van de tanden moet in de looprichting (naar voren) wijzen. Normaal gesproken wordt de looprichting ook op het zaagblad aangegeven.
-
Plaats de buitenste zaagbladflens (1b) terug op de aandrijfas. Zorg ervoor dat de buitenste zaagbladflens (1b) correct is uitgelijnd.
-
Schroef de inbusschroef (1a) met de hand op de aandrijfas.
-
Draai voorzichtig het zaagblad (1) in de looprichting: Het moet nauwkeurig gecentreerd zijn en mag geen „ei“ zijn. Controleer op juiste bevestiging van het zaagblad (1) en de buitenste zaagbladflens (1b). Lijn de onderdelen opnieuw uit als het zaagblad niet precies gecentreerd is.
⚠ WAARSCHUWING
Waarschuwing voor onvoorzienbare gevaren en productschade.
- Controleer de instelling van het zaagblad na elke zaagbladvervanging.
- Houd de buitenste zaagbladflens (1b) met de ringsleutel 10/21 mm (27) vast.
- Draai de inbusschroef (1a) met de ringsleutel 10/13 mm (26) met de klok mee vast.
- Monteer het tafelinzetstuk (4) en de zaagbladbescherming (2) (zie 9.4 en 9.5).
- Controleer de juiste instelling van de splijtwig (zie 9.3.1).
15.5 Service-informatie
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt. Slijtageonderdelen*: Koolborstels, tafelinzetstuk, schuifstok, zaagblad
* niet persé in de leveringsomvang opgenomen!
Neem in het geval van reserveonderdelen en accessoires contact op met ons servicecentrum. Scan hiervoor de QR code op de voorpagina.
16. Opslag
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel door onverwacht opstarten van de machine
- Neem de voedingsstekker uit het stopcontact.
LET OP
Productbeschadiging door verkeerde opslag
- Bewaar het product beschermd tegen vuil, stof en vocht.
-
Bewaar het product in de originele verpakking.
-
Bewaar het product op een donkere, droge en vorstvrije locatie buiten het bereik van onbevoegden.
- De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 °C en 30 °C.
- Bewaar de gebruikshandleiding bij het product.
17. Elektrische aansluiting
De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aangesloten. De aansluiting voldoet aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften. De netaansluiting ter plaatse en de gebruikte verlengsnoeren moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen.
- Het product voldoet aan de eisen van EN 61000-3-11 en valt onder speciale aansluitingsvoorwaarden. Dit betekent dat gebruik op een willekeurig vrij te kiezen aansluitpunt niet toegestaan is.
- Het apparaat kan tijdelijke spanningsschommelingen veroorzaken bij ongunstige condities van het elektriciteitsnet.
- Het product is uitsluitend voorzien voor het gebruik op aansluitpunten, die
a. een maximale toegestane netwerkimpedantie „Zmax = 0,345 Ω“ niet overschrijdt, of
b. een duurstroombelastbaarheid van het netwerk van ten minste 100 A per fase hebben.
- Als gebruiker moet u ervoor zorgen, indien nodig in overleg met uw energiebedrijf, dat uw aansluitpunt, waarmee u uw product gebruiken wilt, aan een van beide genoemde eisen a) of b) voldoet.
Belangrijke aanwijzingen
Bij overbelasting van de motor schakelt deze vanzelf uit. Na een afkoeltijd (deze tijd is verschillend) kan de motor weer worden ingeschakeld.
17.1 Defect elektrisch netsnoer
Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op.
Mogelijke oorzaken zijn:
- Versleten plekken, als aansluitkabels door venster-of deuropeningen worden geleid
- Knikken door een onvakkundige bevestiging of geleiding van de aansluitkabel
- Snijplekken omdat over de aansluitkabel is gereden
- Beschadigde isolatie omdat de stekker uit het stopcontact is getrokken
- Scheuren door veroudering van de isolatie Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd.
Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren de aansluitkabel niet op het elektriciteitsnet is aangesloten.
Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitsluitend snoeren met dezelfde aanduiding.
Op de aansluitkabel moet de typeaanduiding vermeld staan.
Aansluitingen en reparaties aan de elektrische uitrusting mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd.
Wanneer het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze door de fabrikant, diens servicedienst of door een soortgelijk gekwalificeerde persoon vervangen worden om gevaar te vermijden.
17.2 Wisselstroommotor
- De netspanning moet 220-240 V\~ zijn.
- Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een doorsnede hebben van 1,5 mm ^2 .
- Verlengsnoeren met een lengte van meer dan 25 m moeten een doorsnede van 2,5 mm ^2 hebben.
Aansluittype Y
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd is, moet dit door de fabrikant, diens servicedienst of door een soortgelijk gekwalificeerde persoon vervangen worden om gevaar te vermijden.
Aansluitingen en reparaties van de elektrische uitrusting mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd.
Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:
• Stroomtype van de motor
- Gegevens van het machinetypeplaatje
- Gegevens van het motortypeplaatje
18. Afvalverwerking en hergebruik
Aanwijzingen op de verpakking


De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieu-vriendelijk afvoeren.
Aanwijzingen betreffende de wetgeving Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)

Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur behoort niet bij het huishoudelijke afval, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Oude batterijen of accu's die niet vast in het afge-dankte apparatuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden ver-wijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wet-geving inzake batterijen.
- Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elektronische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren.
- De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afgedankte apparaat!
- Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
- Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd:
- Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven)
- Verkooppunten van elektrische apparaten (stationair en online), voor zover dealers verplicht zijn ze terug te nemen of dit vrijwillig aanbieden.
- Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven kopen, of naar een ander erkend inzamelpunt in je omgeving worden gebracht.
- Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaarden van de fabrikanten en distributeurs verzoeken wij u contact op te nemen met de betreffende klantenservice.
- Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikaat aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elektrische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant.
- Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden geinstalleerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.
19. Verhelpen van storingen
De volgende tabel toont storingssymptomen en beschrijft hoe u deze op kunt lossen, als uw machine niet goed werkt. Als u het probleem hiermee niet kunt vinden en kan oplossen, neem dan contact op met uw service-werkplaats.
| Storing Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| Zaagblad laat los na het uitschakelen van de motor | Bevestigingsmoer te licht aangehaald Bevestigingsmoeren met rechts schroefdraad aanhalen | |
| Motor start niet Uitval netzekering | Netzekering controleren | |
| Verlengsnoer defect Verlengsnoer vervangen | ||
| Aansluitingen op de motor of schakelaar niet in orde | Door elektricien laten controleren | |
| Motor of schakelaar defect Door elektricien | laten controleren | |
| Motor heeft geen vermogen, de zekering wordt geactiveerd | Dwarssnede van het verlengsnoer niet voldoende | zie „Elektrische aansluiting“ |
| Overbelasting door stomp zaagblad Zaagblad | dervangen | |
| Brandplekken op de zaagsnede | Stomp zaagblad Zaagblad slijpen (alleen door een geautoriseerde slijper) of vervangen. | |
| Onjuist zaagblad Zaagblad vervangen | ||
| Motor verkeerde Draairichting | Condensator defect Door elektricien laten controleren | |
| Onjuiste aansluiting Laat een elektricien de polariteit van de wandcontactdoos veranderen | ||
△ Controleer voor elke snede of er geen botsing mogelijk is tussen de parallelaanslag (8), dwar-saanslag (19) en zaagblad (1).
⚠ Controleer voor elke snede of er geen botsing mogelijk is tussen de parallelaanslag (8), dwar-saanslag (19) en zaagblad (1).
Zichtbare gebreken moeten binnen de 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, zo niet verliest de verkoper elke aanspraak op grond van deze gebreken. Onze machines worden geleverd met een garantie voor de duur van de wettelijke garantietermijn. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat de koper de machine ontvangt. De garantie houdt in dat wij elk onderdeel van de machine dat binnen de garantietermijn aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van materiaal- of productiefouten, kosteloos vervangen. De garantie vervalt echter bij verkeerd gebruik of verkeerde behandeling van de machine. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, geven wij enkel de garantie die wij zelf krijgen van de oorspronkelijke leverancier. De kosten voor de montage van nieuwe onderdelen vallen ten laste van de koper. Eisen tot het aanbrengen van veranderingen of het toestaan van een korting en overige schadeloosstellingsclaims zijn uitgesloten.







