Altherma 3 R ECH₂O - Airconditioning DAIKIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Altherma 3 R ECH₂O DAIKIN in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Altherma 3 R ECH₂O DAIKIN
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Altherma 3 R ECH₂O - DAIKIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Altherma 3 R ECH₂O van het merk DAIKIN.
GEBRUIKSAANWIJZING Altherma 3 R ECH₂O DAIKIN
1 Algemene veiligheidsmaatregel 4
1.1 Bijzondere veiligheidsinstructies 4
1.1.1 Neem de aanwijzingen in acht.... 4
1.1.2 Betekenis van de waarschuwingen en symbolen ..... 5
1.2 Veiligheidsinstructies voor de montage en de werking .... 5
1.2.1 Algemeen.... 5
1.2.2 Reglementair gebruik.... 5
2 Productbeschrijving 6
3 Bediening 7
3.1 Algemeen 7
3.2 Weergave- en bedieningselementen.... 7
3.2.1 Statusweergave 7
3.2.2 Display 7
3.2.3 Draaiknop....7
3.2.4Startscherm....7
3.3 Bedieningsstructuur....9
3.3.1 In het menu navigeren 9
3.3.2 Helpfunctie....9
3.3.3 Op lijsten navigeren en lijstvermeldingen selecteren.. 9
3.3.4 Streefwaarden instellen 10
3.3.5 Tijden instellen.... 10
3.3.6 Kalenderfunctie.... 10
3.3.7 Tijdprogramma's instellen.... 11
3.3.8 Externe bediening.... 12
4 Functie 13
4.1 Modus.... 13
4.2 Gebruiker.... 14
4.2.1 Instelling kamerstreeftemperatuur 14
4.2.2 Instelling kamertsreeftemperatuur reduceren ..... 14
4.2.3 Instelling kamerstreeftemperatuur Afwezig.... 14
4.2.4 Instelling warmwaterstreeftemperatuur.... 14
4.2.5 Buitengewone warmwaterbereiding.... 14
4.3 Tijdprogramma 14
4.3.1 Tijdelijke tijdprogramma's.... 14
4.3.2 Permanente tijdprogramma's 14
4.3.3 Reset tijdprogramma.... 15
4.4 Instellingen 15
4.4.1 Weergave-instellingen 15
4.4.2 Systeem.... 16
4.4.3 Externe warmtebronnen.... 16
4.4.4 In-/uitgangen.... 16
4.4.5 Intelligent boilermanagement.... 17
4.4.6 Speciale functies.... 17
4.5 Configuratie 17
4.5.1 Toegangsrechten (vakmancode) 17
4.5.2 Sensoren.... 18
4.5.3 Verwarmingscircuit configuratie.... 18
4.5.4 Verwarmen.... 19
4.5.5 Koelen.... 20
4.8.2 Bus-scan voor terminalfunctie.... 25
4.9 Statistiek....26
5 Eerste inbedrijfstelling 27
5.1 Configuration Wizard.... 27
5.2 Menugeleiding in de Configuration Wizard.... 27
6 Parameteroverzicht 28
6.1 Menu: Modus 28
6.2 Menu: Gebruiker 28
6.3 Menu: Tijdprogramma 28
6.4 Menu: Instellingen 28
6.5 Menu: Configuratie 29
6.6 Menu: Info 29
6.7 Menu: Fout 29
6.8 Menu: Terminal 29
6.9 Menu: Statistiek 30
7 Parameterinstellingen 31
7.1 Toelichtingen bij de parametertabellen 31
7.2 Modus.... 31
7.3 Gebruiker 32
7.3.1 Menu: Streeftemperatuur kamer.... 32
7.3.2 Menu: Streeftemp. kamer Verlagen.... 32
7.3.3 Menu: Streeftemp. kamer Afwezig.... 33
7.3.4 Menu: Streeftemperatuur warmwater 33
7.3.5 Menu: 1x warmwater.... 33
7.4 Tijdprogramma 33
7.5 Instellingen 35
7.5.1 Menu: Weergave-instellingen 35
7.5.2 Menu: Systeem.... 35
7.5.3 Menu: Externe warmtebron.... 36
7.5.4 Menu: In-/Outputs 37
7.5.5 Menu: Intelligent Storage Manag.... 40
7.5.6 Menu: Speciale functies.... 40
7.6 Configuratie 41
7.6.1 Menu: Sensoren 41
7.6.2 Menu: Configuratie verwarmingscircuit.... 42
7.6.3 Menu: Verwarmen 42
7.6.4 Menu: Koelen 44
7.6.5 Menu: Warm water 45
7.6.6 Menu: Extra programma's 46
7.7 Info 47
7.7.1 Overzicht 47
7.7.2 Waarden 48
7.7.3 Waterdruk 49
7.8 Fout 49
7.9 Terminal 50
7.10 Statistiek.... 50
7.11 Configuration Wizard.... 51
8 Fouten en storingen 52
8.1 Noodwerking 52
8.2 Manueel.... 52
8.3 Foutenrapport....52
8.4 Foutscherm 52
8.5 Foutcodes.... 53
9 Mengermodule 54
9.1Startscherm mengermodule (terminalfunctie) 54
9.2 Parameteroverzicht menger 54
9.3 Parameterinstellingen mengermodule.... 56
10 Trefwoordenlijst 57
11 Gebruikersspecifieke instellingen 58
11.1 Tijdschakelprogramma's.... 58
11.2 Parameter.... 59
11.3 Databusadressen 59
Trefwoordenlijst 60
1 Algemene veiligheidsmaatregel
1.1 Bijzondere veiligheidsinstructies

WAARSCHUWING
Verwarmingsapparaten die niet op de juiste manier worden ingesteld en geïnstalleerd, kunnen de werking van het verwarmingsapparaat nadelig beïnvloeden en/of ernstig of dodelijk letsel van de gebruiker veroorzaken.
- Werkzaamheden aan het verwarmingstoestel (zoals bijv. instelling, inspectie, aansluiting en eerste ingebruikstelling) alleen door personen laten uitvoeren, die geautoriseerd zijn en voor de betreffende werkzaamheden een, bevoegdheidstechnische of bedrijfsmatige opleiding hebben genoten, evenals aan een door een verantwoordelijke instantie erkende vervolgopleiding hebben deelgenomen. Hierbij horen in het bijzonder verwarmingsspecialisten, elektrospecialisten en koudespecialisten die vanwege hun professionele opleiding en hun vakkennis ervaring hebben met het correct installeren en onderhouden van verwarmingssystemen, olie- en gasinstallaties alsook boilers.
- Het verwarmingstoestel alleen gebruiken wanneer het in een perfecte staat verkeert en de afdekkap gesloten is.

WAARSCHUWING
Het negeren van de volgende veiligheidsinstructies kan leiden tot ernstig lichamelijk letsel of de dood.
- Dit apparaat mag enkel door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met beperkte fysieke, sensorische of mentale vaardigheden of een gebrek aan ervaring of kennis worden gebruikt wanneer ze onder toezicht staan of worden geïnformeerd over het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit voortvloeiende geva- ren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud mogen niet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd.
- De netaansluiting moet conform IEC 60335-1 via een scheidingsvoorziening worden gemaakt die de scheiding van iedere pool met een contactopeningswijdte conform de voorwaarden van overspanningscategorie III voor volle scheiding heeft.
- Alle elektrotechnische werkzaamheden mogen alleen door elektrotechnisch gekwalificeerd deskundig personeel met inachtneming van de nationale voorschriften en de instructies in deze handleiding worden uitgevoerd.
Zorg ervoor dat er een geschikt stroomcircuit wordt gebruikt.
Onvoldoende belastbaarheid van het stroomcircuit of ondeskundig uitgevoerde aansluitingen kunnen elektrische schokken of brand veroorzaken.
1.1.1 Neem de aanwijzingen in acht
- De oorspronkelijke documentatie is geschreven in de Duitse taal. Alle andere talen zijn vertalingen.
- Lees deze installatie- en gebruiksaanwijzing aandachtig voor u met de montage en de inbedrijfstelling begint of voor u aan de verwarmingsinstallatie gaat werken.
- De in dit document beschreven veiligheidsinstructies gaan om zeer belangrijke thema's. Volg ze zorgvuldig op.
- De installatie van het systeem en van alle in deze handleiding en in de overige van kracht zijnde documenten voor de installateur beschreven werkzaamheden, moeten door een gecertificeerde installateur uitgevoerd worden.
Alle handelingen nodig voor installatie, inbedrijfstelling en onderhoud, zowel als basisinformatie over de bediening en instellingen worden in deze handleiding beschreven. Voor gedetailleerde informatie over de bediening en regeling kunt u de bijgeleverde documentatie raadplegen.
Alle verwarmingsparameters die noodzakelijk zijn voor een comfortabel gebruik zijn al af fabriek ingesteld. Neem voor de instelling van de regeling ook de eveneens geldige documenten in acht.
Documenten die eveneens van toepassing zijn
- Daikin Altherma EHS(X/H):
- Installatiehandleiding
- Checklist voor inbedrijfstelling
- Bedrijfshandboek warmtepomp
- Buitenunit:
- Installatiehandleiding
- Gebruiksaanwijzing
- Kamerstation EHS157034 en mengermodule EHS157068: Gebruiksaanwijzing
- Verder optioneel toebehoren en optionele systeemcomponenten: bijbehorende installatie- en bedrijfshandleidingen
De handleidingen zijn met de desbetreffende apparaten meegeleverd.
1.1.2 Betekenis van de waarschuwingen en symbolen
In deze installatie- en gebruiksaanwijzing worden de veiligheidsaanduidingen ingedeeld op basis van de ernst van het gevaar en de kans dat het zich voordoet.

GEVAAR
Wijst op een direct dreigend gevaar.
Het negeren van deze waarschuwing leidt tot ernstig letsel of de dood.

WAARSCHUWING
Wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie
Het negeren van deze waarschuwing kan leiden tot ernstig letsel of de dood.

VOORZICHTIG
Wijst op een mogelijk schadelijke situatie
Het negeren van deze waarschuwing kan leiden tot schade aan eigendommen en aan het milieu alsook tot licht letsel.

Dit symbool duidt op een tip en nuttige informatie voor de gebruiker. Het is dus geen waarschuwing voor mogelijke gevaren.
Speciale waarschuwingssymbolen
Sommige gevaren worden door speciale symbolen aangegeven.

Elektrische stroom

Gevaar voor brandwonden
Algemene weergave
1 Taakoverzichten worden op een lijst weergegeven. Wanneer taken in een bepaalde volgorde moeten worden uitgevoerd, worden ze genummerd.
→ Resultaten van een handeling worden met een pijl aangeduid.
[Modus]: Parameters worden tussen vierkante haakjes weergegeven.
[→ Hoofdmenu]: De positie van menu's en functies wordt tussen vierkante haakjes met → aangegeven.
1.2 Veiligheidsinstructies voor de montage en de werking
1.2.1 Algemeen
- Voor alle werken aan de apparaten, die via de bediening van het regelingssysteem worden uitgevoerd, zijn de instructies in de betreffende documenten, vooral de veiligheidsinstructies, na te leven.
Gevaren voorkomen
De Daikin Altherma EHS(X/H) is volgens de laatste stand van de techniek en de erkende technische regels gebouwd. Bij ondeskundig gebruik kan echter lichamelijk letsel en materiële schade ontstaan.
Ter voorkoming van gevaren, de Daikin Altherma EHS(X/H) alleen bedienen:
- wanneer ze reglementair worden gebruikt,
- en wanneer ze in onberispelijke staat verkeren.
Dit veronderstelt dat u de inhoud van deze handleiding, alle eveneens geldige documenten, de van toepassing zijnde ongevallenpreventievoorschriften en de erkende veiligheidstechnische regels kent.
Weergave van de RoCon+-regeling
Bepaalde schermen of menupunten kunnen afhankelijk van de land- of uitvoeringsvarianten van de Daikin Altherma EHS(X/H) resp. de op de regeling aangemelde gebruikersstatus, afwijken van de weergaven die in deze handleiding worden getoond.
De regeling RoCon+ HP mag uitsluitend in Daikin Altherma EHS(X/H) warmtepompen worden gebruikt, die voor het regelingssysteem zijn vrijgegeven. De regeling RoCon+ HP mag alleen overeenkomstig de instructies in deze handleiding worden gebruikt.
leder ander gebruik geldt als niet-reglementair. In dat geval is de gebruiker zelf aansprakelijk voor eventuele schade.
Voor alle werken aan de apparaten, die via de bediening van het regelingssysteem worden uitgevoerd, zijn de instructies in de betreffende documenten, vooral de veiligheidsinstructies, na te leven.
Documentatie
De bijgeleverde technische documentatie maakt deel uit van het apparaat. Deze moet zodanig worden bewaard, dat hij op ieder moment door de eigenaar of installateur kan worden ingezien.
2 Productbeschrijving

INFORMATIE
De regeling RoCon+ HP maakt deel uit van de Daikin Al-therma EHS(X/H).
Ze bestaat uit de schakelveldprintplaat RoCon BM2C, waarop actoren en sensoren alsook verdere componenten van het -regelingssysteem aangesloten worden en het bedieningselement RoCon+ B1.
In deze handleiding worden alleen de functies en de instelmogelijkheden van deregeling behandeld. Nadere informatie over het ketelschakelveld en de overige apparaatcomponenten staat vermeld in de meegeleverde documenten.
De elektronische, digitale regeling regelt, afhankelijk van de verwarming, automatisch alle verwarmings-, koel- en warmwaterfuncties voor een direct verwarmingscircuit en via optioneel aansluitbare mengermodule ook andere verwarmingscircuits.
Zij torgt voor het gehele veiligheidsmanagement van de Daikin Al-therma EHS(X/H). Zo wordt bijv. bij een watertekort, niet-toegelaten of ongedefinieerde bedrijfstoestanden een veiligheidsafschakeling uitgevoerd. Een overeenkomstige storingsmelding toont de operator alle informatie over de storingsoorzaak.
Alle functie-instellingen voor de Daikin Altherma EHS(X/H) en de via de databus aangesloten optionele RoCon-apparaten worden met de bedieningselementen van het geïntegreerde bedieningselement Ro-Con+ B1 uitgevoerd en op het in kleur verlichte display met tekst aangegeven.
Op de Daikin Altherma EHS(X/H) kunnen via de regelingsdatabus de volgende extra, optionele apparaten worden aangesloten:
- Ruimteregelaar EHS157034
- Mengermodule EHS157068
Verder heeft de regeling RoCon+ HP een vorstbeschermingsfunctie voor het directe verwarmingscircuit en het boilerlaadcircuit, alsook een automatische functie voor verwarmingsondersteuning (integratie van een extra warmtebron zoals bv. houtketel, zonnesysteem).
Via de potentiaalvrije AUX-schakelcontacten kunnen verschillende stuurfuncties in combinatie met externe apparaten worden gerealiseerd (aanvraag van een externe warmtegenerator, omschakeling bivalent bedrijf, externe statusweergave, etc.).
Bovendien zijn er meerdere ingangen voor het analyseren van externe stuurcontacten beschikbaar (externe modusomschakeling of warmteverzoek, SmartGrid, - en laagtarieffuncties EVU ^(16) ).
Met de optionele buitentemperatuursensor, die aan de noordkant van het gebouw wordt geïnstalleerd, kan de weersgestuurde aan-voertemperatuurregeling nog worden geoptimaliseerd.
Als de optionele Gateway EHS157056 geïnstalleerd en met internet verbonden is, dan kan de Daikin Altherma EHS(X/H) verwarming eenvoudig met afstandsbediening via de mobiele telefoon (app) worden bewaakt en bediend.
De regeling RoCon+ HP heeft een schakelklok waarmee:
- 2 individueel instelbare schakeltijdprogramma's ^(17) voor de kamerverwarming en -koeling (direct verwarmingscircuit),
- 2 individueel instelbare schakeltijdprogramma's voor de warmwatervoorziening en
- 1 individueel instelbaar schakeltijdprogramma voor een optionele circulatiepomp kunnen worden ingesteld.
De eerste inbedrijfstelling van de verwarmingsinstallatie is in de installatiehandleiding van de Daikin Altherma EHS(X/H) beschreven.
Bepaalde menupunten van de regeling RoCon+ HP zijn alleen voor de verwarmingsmonteur toegankelijk. Deze veiligheidsmaatregel zorgt ervoor dat bij gebruik van de installatie geen ongewenste storingen optreden door een foutieve configuratie.
Alle instellingen voor het betreffende verwarmingscircuit kunnen op dezelfde manier worden uitgevoerd als bij het bedieningselement. Bij een geactiveerde terminalfunctie staan met uitzondering van enkele speciale functies (bijv. manuele werking) alle bedieningsmogelijkheden zoals op het geïntegreerde bedieningselement ter beschikking.
Een aangesloten mengermodule EHS157068 wordt met een overeenkomstige zoewijzing eveneens via het bedieningsgedeelte Ro-Con+ B1 en/of het kamerstation EHS157034 bediend.
3 Bediening
3.1 Algemeen

GEVAAR: GEVAAR VOOR ELEKTROCUTIE
Contact van water met elektrische onderdelen kan tot een elektrische schok en tot levensgevaarlijk letsel en brandwonden leiden.
- De displays en de toetsen van de regeling tegen inwerken van vocht beschermen.
- Voor het reinigen van de regeling een droge katoenen doek gebruiken. Het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en andere vloeistoffen kan tot schade aan het apparaat of een elektrische schok leiden.

INFORMATIE
Het meest effectieve energiegebruik bereikt de Daikin Al-therma EHS(X/H) bij zo laag mogelijk ingestelde retour- en watertemperaturen.
Als bij een ingestelde aanvoertemperatuur van meer dan 50 °C een externe warmteopwekker (bijv. de optionele Backup-Heater) wordt bijgeschakeld, kan het rendement (COP) (afhankelijk van de buitentemperatuur) van de Dai- kin Altherma EHS(X/H) slechter worden.
3.2 Weergave- en
bedieningselementen

| pos. Omschrijving | |
| 1 Statusweergave | |
| 2 Display | |
| 3 Draaiknop | |
Tab. 36-1 RoCon+ HPWeergave- en bedieningselementen
3.2.1 Statusweergave
De LEDs van de statusweergave branden of knipperen en geven zo de modus van het apparaat aan.
| LED Modus Beschrijving | |
| Knippert blauw Stand-by Het apparaat is in niet bedrijf. | |
| Brandt blauw Werking Hat apparaat is in bedrijf. | |
| Knippert rood Fout Er is een fout opgetreden. Zie voor verdere details Hfst. 8. | |
Tab. 36-2 Statusweergave
3.2.2 Display
Bij normale werking is het display gedeactiveerd (helemaal donker). Die activiteit van de installatie wordt met de statusweergave aangegeven. ledere bediening van de draaiknop (draaien, indrukken of lang indrukken) activeert het display met het startscherm.
Als het startscherm actief is en er wordt niet binnen de 60 seconden een invoer door de gebruiker uitgevoerd, wordt het display weer gedeactiveerd. Als op een ander punt in het menu gedurende 120 seconden geen invoer door de gebruiker wordt uitgevoerd, wordt er teruggesprongen naar het startscherm.
3.2.3 Draaiknop

VOORZICHTIG
De bedieningselementen van de regeling nooit indrukken met een hard, puntig voorwerp. Dit kan tot beschadiging en foutieve werking van de regeling leiden.
Met de draaiknop kan er op de betreffende niveaus genavigeerd, de instelwaarde geselecteerd, gewijzigd en met een korte druk op de knop de wijziging overgenomen worden.
| Actie Resultaat | |
| Draaien | Menu selecteren, instelling selecteren, instelling uitvoeren |
| Aantikken | Selectie bevestigen, instelling overnemen, func-tie uitvoeren. |
![]() | |
| 2 sec. indrukken | Menu verlaten |
![]() |
Tab. 36-3 Functie van de draaiknop
3.2.4 Startscherm
Het startscherm geeft een overzicht van de actuele bedrijfshoedanigheid van de installatie. Vanaf het startscherm leidt iedere bediening van de draaiknop (draaien, indrukken of lang indrukken) naar het Hoofdmenu.
3 Bediening

text_image
25 Jul 2018 10:20 3 7 14 6 30.1°C Ext 10 20.4°C 50.2°C 1.3 bar 11 35.0°C 12 2 4 5 8 9 13Afb 36-2 Weergavepositie op het startscherm
| pos. Symbol Uitleg | |
| 1 Datum en tijd | |
2 Fout ![]() | |
3 Alleen ![]() | aangesloten kamerapparaat: ka- mertemperatuur |
4 Wart ![]() | temperatuur |
5 Aam ![]() | temperatuur vloerverwarming |
| Aanvoertemperatuur convectorverwarming | |
| Aanvoertemperatuur radiatorverwarming | |
6 Buite ![]() | peratuur |
| 7 Druk in het verwarmingscircuit | |
8 Boile ![]() | verwarmingsstaaf |
| Boiler met aangesloten verwarmingsstaaf (uit) | |
| Boiler met aangesloten verwarmingsstaaf (aan) | |
| 9 Geen buitenunit herkend | |
| Buitenunit aanwezig, compressor uit | |
| Buitenunit aanwezig, compressor aan | |
| pos. Symbol Uitleg | ||
| 10 Mod | ![]() | tandby |
![]() | Modus: Nachtverlaging | |
![]() | Modus: Verwarmen | |
![]() | Modus: Koelen | |
![]() | Modus: Zomer | |
![]() | Modus: Automatisch 1 | |
![]() | Modus: Automatisch 2 | |
![]() | Modus: Noodbediening | |
| 11 Spe | ![]() | programma: Feest |
![]() | Speciaal programma: Afwezig | |
![]() | Speciaal programma: Verlof | |
![]() | Speciaal programma: Feestdag | |
![]() | Speciaal programma: 1x warmwater | |
![]() | Speciaal programma: Screed | |
![]() | Speciaal programma: Ontluchting | |
| 12 Stille | ![]() | aus aan |
| 13 Mod | ![]() | erwarmen |
![]() | Modus: Koelen | |
![]() | Modus: Warm water | |
![]() | Modus: Ontdooien | |
![]() | Modus: Geen verzoek | |
| 14 Ext | Modus extern omgeschakeld (Blokkeercontact van de brander of Kamerthermostaat) | |
Tab. 36-4 Displaysymbolen op het startscherm

INFORMATIE
Als het plaatselijke bediengselement als afstandsbediening voor een mengermodule wordt gebruikt, is het startscherm en de menustructuur veranderd (zie Hfst. 9).
3.3 Bedieningsstructuur
De bedieningsstructuur van de regeling maakt het snelle navigeren in het menu, de overzichtelijke weergave van informatie en de eenvoudige selectie van parameters en instelling van streefwaarden en programma's mogelijk.
De basis van de bedieningsstructuur wordt hierna aan de hand van een paar voorbeelden gedetailleerd toegelicht. De bediening van speciale functies gebeurt volgens hetzelfde principe en wordt indien nodig in de betreffende paragrafen in Hfst. 4 beschreven.
3.3.1 In het menu navigeren
Vanaf het startscherm leidt iedere bediening van de draaiknop (draaien, indrukken of lang indrukken) naar het hoofdmenu. Het menuscherm bestaat uit een bovenste gedeelte voor de menu-icons van de verschillende submenu's en de onderste menubalk. In de menubalk wordt het terug- en het help-icon weergegeven. Door aan de draaiknop te draaien kan men tussen de icons (en ook de icons in de menubalk) wisselen. Menu's met meerdere pagina's hebben een pijl om te bladeren. Door aan de draaiknop te draaien wordt er tussen de menu-icons naar de verschillende menupagina's gewisseld.

text_image
Modus Gebruiker Tijdprogramma Instellingen Configuratie Info 1 2 3 4 Fout Terminal Statistiek 2sec OK 5Afb 36-3 Voorbeeld: elementen in een menu met twee pagina's
| pos. Omschrijving | |
| 1 Terug-icon | |
| 2 Menubalk | |
| 3 Menu-icon | |
| 4 Pijl voor het bladeren (bij menu’s met meer pagina’s) | |
| 5 Help-icon | |
Tab. 36-5 Elementen op de menuweergave
Voorbeeld: Naar het menu „Statistiek“ gaan [→ Hoofdmenu]:
1 Draaiknop rechtsom draaien tot de icon „Statistiek“ (op de tweede menupagina) blauw wordt weergegeven.
2 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Submenu „Statistiek“ wordt opgeroepen
3.3.2 Helpfunctie
Voor ieder menu-icon is er een helptekst beschikbaar.

text_image
Ruimte Nachtverlaging Afwezig WW 1x WW OK ?Afb 36-4 Helpfunctie
Voorbeeld: helptekst voor het menu „Warm water“ oproepen en helpfunctie weer sluiten [→ Hoofdmenu→ Gebruiker]:
1 Draaiknop rechtsom draaien tot de help-icon in de menubalk blauw wordt weergegeven.
2 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Helpfunctie wordt actief, het „?“-symbool wordt aan de laatste menu-icon weergegeven.
3 Draaiknop linksom draaien tot het „?“-symbool aan icon „Warm water“ verschijnt.
4 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Helptekst voor het menu „Warm water“ wordt weergegeven.
5 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Helptekstniveau wordt verlaten.
6 Draaiknop rechtsom draaien tot de help-icon in de menubalk blauw wordt weergegeven.
7 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Helpfunctie wordt gesloten.
3.3.3 Op lijsten navigeren en lijstvermeldingen selecteren
Lijsten zijn er als zuivere informatielijsten of dienen ter selectie van een lijstvermelding. Draaien aan de draaiknop wisselt tussen de lijstvermeldingen. Lijsten met meerdere pagina's hebben een pijl om te bladeren. Door aan de draaiknop te draaien wordt er tussen de lijstvermeldingen van de verschillende pagina's gewisseld.
Bij selectielijsten wordt de actueel geselecteerde lijstvermelding met een vinkje aangegeven. Met „OK“ kan er een andere lijstvermelding geselecteerd worden. De betreffende instelling wordt dan overgenomen en de lijst wordt verlaten.
3 Bediening

Afb 36-5 Lijst met geselecteerde lijstvermelding
Voorbeeld: bedrijfsmodus naar „Zomer“ omschakelen [→ Hoofdmenu → Modus]
1 Draaiknop rechtsom draaien tot de lijstvermelding "Zomer" blauw wordt weergegeven.
2 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Lijstvermelding „Zomer“ wordt aangevinkt.
3 Draaiknop linksom draaien tot de terug-icon blauw wordt.
4 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Instelling wordt opgeslagen en het instelniveau verlaten.
3.3.4 Streefwaarden instellen
De streefwaarde van een parameter kan binnen de weergegeven schaal gewijzigd worden. Met „OK“ wordt de nieuwe waarde opgeslagen. Door de draaiknop lang in te drukken wordt het instelniveau zonder opslaan verlaten. Voor sommige parameters bestaat er afgezien van de waarden op de schaal ook de instelling „Uit“. Deze instelling kan geselecteerd worden door de draaiknop linksom te draaien nadat de minimum waarde van de schaal is bereikt.

gauge
Kamerstreeftemperatuur 1 | Temperature (°C) | Value | | :--- | :--- | | 5.0 | 5.0 | | 20.0 | 20.0 | | 40.0 | 40.0 | | OK | (no value shown) |Afb 36-6 Weergave van de parameterinstelling
| pos. Omschrijving | |
| 1 Minimum waarde | |
| 2 Standaardwaarde | |
| 3 Actueel geselecteerde waarde | |
| 4 Maximum waarde |
Tab. 36-6 Elementen op de weergave van de parameterinstelling
Voorbeeld: [Kamerstreeftemperatuur 1] op 22°C instellen [→ Hoofdmenu → Gebruiker → Ruimte → Kamerstreeftemperatuur 1]:
1 Draaiknop rechtsom draaien tot er 22 °C wordt weergegeven.
2 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Instelling wordt opgeslagen en het instelniveau verlaten.
3.3.5 Tijden instellen
Om de actuele tijd in te stellen wordt de klokfunctie gebruikt.

text_image
22:10 2secAfb 36-7 Tijden instellen
Voorbeeld: tijs op 16:04 uur instellen [→ Hoofdmenu → Instellingen → Weergave → Tijd]:
1 Draaiknop rechtsom draaien tot de cirkel blauw wordt weergegeven.
2 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ De urenteller wordt blauw.
3 Draaiknop rechtsom draaien tot 16:00 wordt weergegeven.
4 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ De minutenteller wordt blauw.
5 Draaiknop rechtsom draaien tot 16:04 wordt weergegeven.
6 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Bevestigen-icon in de menubalk wordt blauw.
7 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Instelling wordt opgeslagen en het instelniveau verlaten.
3.3.6 Kalenderfunctie
Om de actuele datum of de tijdprogramma's [Verlof] en [Feestdag] in te stellen, wordt de kalenderfunctie gebruikt. Voor de tijdprogramma's kan er met de kalenderfunctie een periode geselecteerd worden.

text_image
Aug 2018 Einde Verlof Ma Di Wo Do Vr Za Zo 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 2sec OKAfb 36-8 Periode instellen met de kalenderfunctie
Voorbeeld: [Verlof] van 25 augustus 2018 - 02 september 2018 instellen [→ Hoofdmenu → Tijdprogramma → Verlof]:
1 Draaiknop rechtsom draaien tot de maandselectie op aug 2018 staat.
2 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ 1 augustus wordt met een blauwe rand weergegeven.
Draaiknop rechtsom draaien tot 25 augustus met een blauwe rand wordt weergegeven.
1 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ 25 augustus krijgt een grijze achtergrond.
2 Draaiknop rechtsom draaien tot 2 september met een blauwe rand wordt weergegeven.
3 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Instelling wordt opgeslagen en het instelniveau verlaten.
Bij de instelling van een nieuwe vakantieperiode wordt de tevoren ingestelde vakantieperiode automatisch gewist. Alternatief kan de vakantie-instelling ook gereset worden.
Voorbeeld: vakantie-instelling resetten [→ Hoofdmenu → Tijdprogramma → Verlof]:
1 Draaiknop rechtsom draaien tot de maandselectie blauw wordt weergegeven.
2 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Laatste geselecteerde vakantiedag wordt met een blauwe rand weergegeven.
3 Draaiknop linksom draaien tot alle dagen wit weergegeven worden.
4 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Vakantie-instelling wordt gereset en het instelniveau verla- ten.
3.3.7 Tijdprogramma's instellen
Om permanente tijdprogramma's (zie Hfst. 4.3.2) in te stellen, wordt de tijdprogrammafunctie gebruikt. Die maakt de instelling van 3 schakelcycli per dag mogelijk. De invoer is voor iedere dag van de week apart mogelijk of in blokken van "maandag t/m vrijdag", "zaterdag t/m zondag" en "maandag t/m zondag". De geselecteerde schakelcycli worden op het overzichtsniveau van het betreffende programma met een grijze achtergrond weergegeven (Afb 36-9).
| Periode Schakelcycus | |
| Ebkele dag van de week (maandag, dinsdag ...) | 1. 06:00 tot 22:002.xx:xx tot xx:xx3.xx:xx tot xx:xx |
| Werkweek (maandag t/m vrijdag) | 1. 06:00 tot 22:002.xx:xx tot xx:xx3.xx:xx tot xx:xx |
| Weekend (zaterdag t/m zondag) | 1. 06:00 tot 22:002.xx:xx tot xx:xx3.xx:xx tot xx:xx |
| Gehele week (maandag t/m zondag) | 1. 06:00 tot 22:002.xx:xx tot xx:xx3.xx:xx tot xx:xx |
Tab. 36-7 Structuur van de permanente tijdprogramma's

INFORMATIE
Tijdinstellingen voor een schakelcyclus in een weekdag- of blokprogramma worden ook voor andere periodes overgenomen, indien het hierbij om dezelfde weekdagen gaat.
- Voor de enkele dag van de week "maandag" wordt de begintijd in de eerste schakelcyclus van 06:00 in 05:00 uur veranderd. Binnen de periode "maandag t/m vrijdag" en "maandag t/m zondag" wordt automatisch de eerste schakelcyclus ook van 06:00 in 05:00 uur veranderd.

text_image
Verwarmingskring Automatisch 1 Instellingen Ma Di Wo Do Vr Za Zo 1. 2. 3. OK
text_image
Verwarmingskring Automatisch 1 Ma-Vr 00:00 23:59 1. 05:30 09:30 2. 16:30 22:00 3. ---:--- ---:--- 2sec OKAfb 36-9 Tijdprogrammafunctie met overzichtsniveau (links) en instelniveau (rechts)
Voorbeeld: voor het programma [Verwarmingskring Automatisch 1] de schakelcycli 1 en 2 voor maandag t/m vrijdag instellen [→ Hoofd-menu → Tijdprogramma → VK auto 1]:
1 Draaiknop rechtsom draaien tot de instelling-icon blauw wordt.
2 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Weergave springt naar het instelniveau met een blauw knipperende selectie van de periode.
3 Draaiknop rechtsom draaien tot de gewenste periode wordt weergegeven.
4 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Weergave springt naar het invoerscherm voor starttijd van de eerste schakelcyclus.
5 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Invoerscherm voor starttijd van de eerste schakelcyclus knippert blauw.
6 Draaiknop rechtsom draaien tot de gewenste starttijd wordt weergegeven.
7 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Weergave springt naar het invoerscherm voor eindtijd van de eerste schakelcyclus.
8 Draaiknop rechtsom draaien tot de gewenste eindtijd wordt weergegeven.
9 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Weergave springt naar het invoerscherm voor starttijd van de tweede schakelcyclus.
3 Bediening
10 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Invoerscherm voor starttijd van de tweede schakelcyclus knippert blauw.
11 Draaiknop rechtsom draaien tot de gewenste starttijd wordt weergegeven.
12 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Weergave springt naar het invoerscherm voor eindtijd van de tweede schakelcyclus.
13 Draaiknop rechtsom draaien tot de gewenste eindtijd wordt weergegeven.
14 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Weergave springt naar het invoerscherm voor starttijd van de derde schakelcyclus.
15 Draaiknop rechtsom draaien tot de bevestiging-icon blauw wordt.
→ Weergave springt naar de bevestiging-icon.
16 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Programming wordt opgeslagen.
→ Instelniveau wordt verlaten.
→ Geselecteerde schakelcycli worden met een grijze achtergrond weergegeven.
17 Draaiknop linksom draaien tot de terug-icon blauw wordt.
18 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Menu wordt verlaten
3.3.8 Externe bediening
Afgezien van de bediening en de geïntgreerde RoCon+ HP regeling kan de installatie ook via externe apparaten ingesteld en bediend worden.
Bediening via internet
Via een optionele gateway (EHS157056) kan de regeling RoCon+ HP met internet worden verbonden. Daarmee is de afstandsbesturing van de RoCon+ HP via mobiele telefoons (via app) mogelijk.
Bediening via het kamerstation
De bediening kan ook via de optionele kamerregelaar EHS157034 worden uitgevoerd. Neem hierviir de met het apparaat meegeleverde gebruiksaanwijzing in acht.
4 Functie
De installatie regelt volautomatisch aan de hand van de in de regeling RoCon+ HP ingestelde zaken de werking van de kamerverwarming, kamerkoeling en de warmwaterbereiding van het sanitair. Hierna worden de functie beschreven die de werking van de installatie kunnen beïnvloeden.
Sommige van de beschreven functies en parameters zijn door toegangsrechten beperkt en kunnen alleen door de verwarmingsinstallateur worden ingesteld (zie Hfst. 4.5.1).
4.1 Modus
[→ Hoofdmenu → Modus]
In dit menu wordt de modus waarmee het apparaat moet werken geselecteerd. De actuele modus wordt met een betreffend symbool op het startscherm aangegeven.
Modus Standby (Stand-by)

OPMERKING
Een niet tegen vorst beschermde verwarminginstallatie kan bij vorst bevriezen en beschadigt raken.
- De verwarmingsinstallatie bij gevaar voor vorst aan waterzijde ledigen.
- Wanneer de CV-installatie niet is geleegd, moet bij gevaar voor vorst de stroomtoevoer gegarandeerd zijn en de voedingsschakelaar ingeschakeld blijven.
In deze modus wordt de Daikin Altherma EHS(X/H) op stand-by gezet. De vorstbeschermingsfunctie wordt hierbij gehandhaafd. Om deze functie te handhaven mag de installatie niet van het spanningsnet gescheiden worden!
Alle in het RoCon-systeem via de CAN-bus geïntegreerde regelaars worden superieur eveneens omgeschakeld naar "Standby".

INFORMATIE
In de modus [Standby] wordt de warmtepomp en evt. opti- oneel aangesloten Backup-Heater van de voeding ge- scheiden (energiebesparingsmodus) indien aan de volgen- de voorwaarden is voldaan:
- de buitentemperatuursensor is aangesloten en correct in de systeemconfiguratie geparametreerd,
- de buitentemperatuur ligt boven de 8 °C,
- er is geen warmteverzoek gedaan,,
- in geen aangesloten verwarmingscircuit is de vorstbeschermingsfunctie actief en
- de Daikin Altherma EHS(X/H) is sinds ten minste 5 min ingeschakeld.
Gereduceerde verwarmingswerking (lage streeftemperatuur in het vertrek) conform de in parameter [Kamerstreeftemp. Educeren] ingestelde nachtverlagingstemperatuur (zie Hfst. 4.2).
Warmwaterbereiding conform de ingestelde streeftemperaturen en schakelcycli im het warmwater-tijdprogramma [Warmwatervoorziening Autom. 1] (zie Hfst. 4.2).
Modus Verwarmen
Verwarmings-, koelwerking conform de in parameter [Kamerstreeftemperatuur 1] ingestelde streeftemperatuur in het vertrek (zie Hfst. 4.2).
Een aangesloten buitentemperatuursensor (door het weer geregelde aanvoertemperatuurregeling) of een aangesloten kamersensor hebben eveneens invloed op de aanvoerstreeftemperatuur.
Warmwaterbereiding conform de ingestelde streeftemperaturen en schakelcycli im het warmwater-tijdprogramma [Warmwatervoorziening Autom. 1] (zie Hfst. 4.2).
Modus Zomer
Er wordt alleen een warmwaterbereiding conform de ingestelde streeftemperaturen en schakelcycli im het warmwater-tijdprogramma [Warmwatervoorziening Autom. 1] (zie Hfst. 4.2) uitgevoerd.
Alle in het RoCon-systeem via de CAN-bus geïntegreerde regelaars worden superieur eveneens omgeschakeld naar [Zomer].
Modus Automatisch 1 (tijdprogramma)
Automatische verwarmings- en nachtverlagingswerking conform de permanente tijdprogramma's (zie Hfst. 4.3):
- [Verwarmingskring Automatisch 1]
- [Warmwatervoorziening Autom. 1]
Modus Automatisch 2 (tijdprogramma)
Automatische verwarmings- en nachtverlagingswerking conform de permanente tijdprogramma's (zie Hfst. 4.3):
• [Verwarmingskring Automatisch 2]
▪ [Warmwatervoorziening Autom. 2]

INFORMATIESCHAKELCONTACT VOOR EXTERNE MODUSOMSCHAKELING
Via een op de aansluiting J8 van de Daikin Altherma EHS(X/H) op de klemmen „Ext“ aangesloten en met een weerstand geschakelld potentiaalvrij schakelcontact kan vanaf een extern apparaat (bijv. modem, ...) ook een omschakeling uitgevoerd worden. Zie Tab. 37-1.
De functionaliteit van het schakelcontact is hierbij afhankelijk van de parameter [Functie brandervergrend.cont.]:
- [Functie brandervergrend.cont.] = Weerstandswaarden (standaardinstelling): analyse van de werstandswaarden.
- [Functie brandervergrend.cont.] = Blokkeercontact van de brander: analyse als blokkeercontact van de brander. Bij een gesloten schakelcontact wordt heeft de externe warmtebron de vorkeur.
| Modus Weerstand Tolerantie | ||
| Standby < 680 Ω ±5% | ||
| Verwarmen 1200 Ω | ||
| Nachtverlaging 1800 Ω | ||
| Zomer 2700 Ω | ||
| Automatisch 2 4700 Ω | ||
| Automatisch 2 8200 Ω | ||
Tab. 37-1 Weerstandswaarden voor de analyse van het EXT-signaal

INFORMATIE
De in Tab. 37-1 aangegeven weerstanden werken binnen een tolerantie van 5%. Buiten deze toleranties liggende weerstanden worden als open ingang geïnterpreteerd. De verwarming schakelt weer om naar de vooraf actieve modus.
Bij weerstandswaarden van groter dan de waarde voor „Automatisch 2“ wordt er met de ingang geen rekening gehouden.
Als er meerdere schakelcontacten op de Daikin Altherma EHS(X/H) zijn aangesloten (bijv. Smart Grid, kamerthermostaat), kunnen de daarmee verbonden functies een hogere prioriteit hebben dan de externe omschakeling van de modus. De door het EXT-schakelcontact verzochte modus wordt dan eventueel niet of pas later geactiveerd.
Afgezien van deze modi staan er verschillende tijdelijke verwarmingsprogramma's ter beschikking (zie Tab. 37-2) die na hun activering bij voorkeur aflopen.
| Tijdelijk verwarmings-programma | Instelling / activering in het menu | Aanwijzing |
| Feest Tijdprogramma | Hfst. 4.3 | |
| Afwezig | ||
| Feestdag | ||
| Verlof | ||
| Screed Configuratie | Hfst. 4.5.7 |
Tab. 37-2 Overzicht tijdelijke tijdprogramma's

INFORMATIE
Als er tijdens de geselecteerde modus een tijdelijk verwarmingsprogramma (Feest, Afwezig, Feestdag, Verlof, Screed) wordt gestart, wordt er bij voorkeur conform de instellingen voor dit tijdprogramma geregeld.
4.2 Gebruiker
[→ Hoofdmenu → Gebruiker]
In dit menu worden voor de gebruiker de belangrijkste streefttemperaturen en functies ingesteld.
4.2.1 Instelling kamerstreeftemperatuur
[→ Hoofdmenu → Gebruiker → Ruimte]
In dit menu worden de kamerstreeftemperaturen bij verwarmingswerking voor de kamerverwarming vastgelegd. De beschikbare streefwaarden (1-3) horen bij de betreffende cyclus (1-3) van de tijdprogramma's [Verwarmingskring Automatisch 1] en [Verwarmingskring Automatisch 2].
Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden bij dit menu staat in Hfst. 7.3.
4.2.2 Instelling kamertsreeftemperatuur reduceren
[→ Hoofdmenu → Gebruiker → Verlagen]
In dit menu worden de kamerstreeftemperaturen bij nachtverlagingswerking voor de kamerverwarming vastgelegd. De nachtverlaging gebeurt door de modus "Verlagen" of door de tijdprogramma's [Verwarmingskring Automatisch 1] en [Verwarmingskring Automatisch 2].
Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden bij dit menu staat in Hfst. 7.3.
4.2.3 Instelling kamerstreeftemperatuur Afwezig
[→ Hoofdmenu → Gebruiker → Afwezig]
In dit menu worden de kamerstreeftemperaturen bij afwezigheidswerking voor de kamerverwarming vastgelegd. De afwezigheidswerking gebeurt door de tijdprogramma's [Afwezig] of [Verlof].
Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden bij dit menu staat in Hfst. 7.3.
4.2.4 Instelling warmwaterstreeftemperatuur
[→ Hoofdmenu → Gebruiker → Warm water]
In dit menu worden de warmwaterstreeftemperaturen voor de warmwaterwerking vastgelegd. De beschikbare streefwaarden (1-3) horen bij de betreffende cyclus (1-3) van de tijdprogramma's [Warmwatervoorziening Autom. 1] en [Warmwatervoorziening Autom. 2].
Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden bij dit menu staat in Hfst. 7.3.
4.2.5 Buitengewone warmwaterbereiding
[→ Hoofdmenu → Gebruiker → 1xWW]
Door deze functie te starten kan het warme water op een willekeurig tijdstip tot de streefwaarde [Warmwaterstreeftemperatuur 1] verwarmd worden. De verwarming gebeurt dan bij voorkeur en onafhankelijk van andere verwarmingsprogramma's. Na afloop van deze tijdelijke functie springt de regeling automatisch weer om naar de daarvoor actieve modus.
Mogelijke instelwaarden bij dit menu staat in Hfst. 7.3.
4.3 Tijdprogramma
[→ Hoofdmenu → Tijdprogramma]
Voor een comfortabele en individuele kamer- en warmwatertemperering staan er verschillende af fabriek ingestelde, vrij instelbare tijdprogramma's ter beschikking. Bovendien staan er tijdelijke tijdprogramma's ter beschikking, die de permanente tijdprogramma's resp. de actueel ingestelde modus voor de duur van hun geldigheid buiten werking zetten.
4.3.1 Tijdelijke tijdprogramma's

INFORMATIE
De volgende tijdelijke tijdprogramma's kunnen op ieder tijdstip door de handmatige wijziging van de modus geannuleerd worden.
Feest
[→ Hoofdmenu → Tijdprogramma → Feest]
Het programma draait vanaf de activering tot aan de afloop van de ingestelde tijd. Het verwarmingscircuit wordt gedurende deze tijd op de in parameter [Kamerstreeftemperatuur 1] ingestelde temperatuur geregeld. Als de tijdprogramma's [Automatisch 1] of [Automatisch 2] actief zijn, wordt de verwarmingscyclus verlengd of vroeger gestart. De warmwaterbereiding is hierdoor niet gemoeid.
Afwezig
[→ Hoofdmenu → Tijdprogramma → Afwezig ]
Het programma draait vanaf de activering tot aan de afloop van de ingestelde tijd. Het verwarmingscircuit wordt gedurende deze tijd op de in parameter [Kamerstreeftemp. Afwezig] ingestelde kamerstreeftemperatuur geregeld. De warmwaterbereiding is hierdoor niet gemoeid.
Verlof
[→ Hoofdmenu → Tijdprogramma → Vakantie]
Met deze kalenderfunctie kan er een periode voor de afwezigheid ingevoerd worden. Het verwarmingscircuit wordt gedurende deze tijd continu (24 h per dag) op de in parameter [Kamerstreeftemp. Afwezig] ingestelde kamerstreeftemperatuur geregeld. Dit programma wordt niet gestart als op de ingestelde startdatum de modus [Standby] actief is.
Feestdag
[→ Hoofdmenu → Tijdprogramma → Feestdag]
Met deze kalenderfunctie kan er een periode voor de aanwezigheid ingevoerd worden. Binnen deze tijd wordt er uitsluitend aan de hand van de instellingen voor "zondag" in [Verwarmingskring Automatisch 1] en [Warmwatervoorziening Autom. 1] geregeld.
4.3.2 Permanente tijdprogramma's
Voor de aangesloten verwarmingscircuits en het boilerlaadcircuit regelen tijdprogramma's de temperaturen verwarmings-en warmwater-circuits resp. de bedrijfstijden van de circulatiepomp aan de hand
van de ingestelde schakelcycli. De schakelcycli zijn in tijdblokken opgeslagen waarvoor de verschillende streeftemperaturen ingesteld kunnen worden.
Opgeslagen programma's kunnen op ieder tijdstip worden gewijzigd. Voor een beter overzicht wordt aangeraden, de geprogrammeerde schakeltijden te noteren en goed op te bergen (zie Hfst. 11.1).
Verwarmingscircuit Autom. 1 en Verwarmingscircuit Autom. 2
[→ Hoofdmenu → Tijdprogramma → VK auto 1 /VK auto 2]
In deze menu's kunnen de tijdprogramma's voor het verwarmings-circuit geparametreerd worden. Per dag kunnen er 3 schakelcycli worden ingesteld waaraan de parameters [Streeftemperatuur kamer 1/2/3] zijn toegewezen. Buiten de schakelcycli wordt er op de streefwaarde [Kamerstreeftemp. Educeren] geregeld. De invoer is voor iedere dag van de week apart of in weken mogelijk.
Warmwatervoorziening Autom. 1 en Warmwatervoorziening Autom. 2
[→ Hoofdmenu → Tijdprogramma → WW Auto 1 /WW Auto 2]
In deze menu's kunnen de tijdprogramma's voor de warmwaterbereiding geparametreerd worden. Per dag kunnen er 3 schakelcycli worden ingesteld waaraan de parameters [Streeftemperatuur warmwater 1/2/3] zijn toegewezen.
Tijdsprogramma circulatiepomp
[→ Hoofdmenu → Tijdprogramma → Circ pomp]
In dit menu kan er een tijdprogramma voor een optioneel aangesloten circulatiepomp geparametreerd worden. Er kunnen 3 schakeltijden per dag worden ingesteld.

INFORMATIE
Gebruik van circulatielidingen in Frankrijk niet toegestaan!
Fabrieksinstellingen
De permanente tijdprogramma's zijn conform Tab. 37-3 vooraf ingesteld.
| Schakelcyclus 1 Schakelcyclus 2 Schakelcyclus 3 | |||||||
| Periode Aan Uit Aan Uit Aan Uit | |||||||
| Kamerverwarming | |||||||
| Temperatuurinstelling [Kamerstreeftemperatuur 1]: 20°C [Kamerstreeftemperatuur 2]: 20°C [Kamerstreeftemperatuur 3]: 20°C | |||||||
| "Verwarmingskring Automatisch 1" | |||||||
| Maandag - vrijdag 06:00 | 22:00 - : - - - : - | - : - - - : - | |||||
| Zaterdag, zondag 07:00 | 23:00 - : - - - : - | - : - - - : - | |||||
| "Verwarmingskring Automatisch 2" | |||||||
| Maandag - vrijdag 06:00 | 08:00 16:00 22:00 | - : - - - : - | |||||
| Zaterdag, zondag 07:00 | 23:00 - : - - - : - | - : - - - : - | |||||
| Warmwaterbereiding | |||||||
| Temperatuurinstelling [Warmwaterstreeftemperatuur 1]: 60°C | [Warmwaterstreeftemperatuur 2]: 60°C | [Warmwaterstreeftemperatuur 3]: 60°C | |||||
| "Warmwatervoorziening Autom. 1" | |||||||
| Maandag - zondag 05:00 | 21:00 - : - - - : - | - : - - - : - | |||||
| "Warmwatervoorziening Autom. 2" | |||||||
| Maandag - vrijdag 05:00 | 21:00 - : - - - : - | - : - - - : - | |||||
| Zaterdag, zondag 06:00 | 22:00 - : - - - : - | - : - - - : - | |||||
| "Tijdsprogramma circulatiepomp" | |||||||
| Maandag - vrijdag 05:00 | 21:00 - : - - - : - | - : - - - : - | |||||
| Zaterdag, zondag 06:00 | 22:00 - : - - - : - | - : - - - : - | |||||
Tab. 37-3 Fabrieksinstelling van de permanente tijdprogramma's
4.3.3 Reset tijdprogramma
[→ Hoofdmenu → Tijdprogramma → ZP Reset]
In dit menu kunnen de tijdprogramma's teruggezet worden op fabrieksinstellingen. Hiervoor de betreffende tijdprogramma's selecteren en vervolgens de selectie met de bevestigingstoets op de tweede menupagina bevestigen.
4.4 Instellingen
[→ Hoofdmenu → Instellingen]
In dit menu wordt de basisinstelling van de regeling en van het systeem uitgevoerd. Daarbij hoort de integratie van optionele en externe componenten. Aufhankelijk van de autorisatie (gebruiker of installateur) zijn er verschillende parameters beschikbaar.
4.4.1 Weergave-instellingen
[→ Hoofdmenu → Instellingen → Weergave]
In dit menu kunnen taal, datum, tijd, lcd helderheid en lcd verlichtingstijd worden ingesteld.
Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden bij dit menu staat in Hfst. 7.5.

INFORMATIE
Het opvoeren van de helderheid van het LCD-display boven de af fabriek ingestelde waarde reduceert de levensduur van het display.
4.4.2 Systeem
[→ Hoofdmenu → Instellingen → Systeem]
In dit menu zijn basisparameters van het verwarmingssysteem samengevat.
Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden bij dit menu staat in Hfst. 7.5.2.
4.4.3 Externe warmtebronnen
[→ Hoofdmenu → Instellingen → Ext. bron]
In dit menu kan de koppeling van een optionele externe warmtebron worden geconfigureerd.
De door de externe warmtebron geleverde warmte moet aan het drukloze boilerwater in de boiler van de Daikin Altherma EHS(X/H) toegevoegd worden.
- Bij gebruik van de optionele Backup-Heater BUxx gebeurt dat door de constructieve inbouwsituatie.
- Bij gebruik van een alternatieve warmtebron (bijv. gas- of olieketel) kan die hydraulisch
- drukloos via de aansluitingen (zonnesysteem aanvoer en retour) van de boiler of
- bij apparaattypes Daikin Altherma EHS(X/H) ...B via de geïntegreerde zonnesysteem warmtewisselaar
gekoppeld worden.
Met de instelling van de parameter [Config. externe warmtebron] wordt vastgelegd of en welke extra warmtebron voor de warmwaterbereiding en de verwarmingsondersteuning aanwezig is.
- Geen externe warmtebron
- Optionele Backup-Heater
- Externe warmteborn WW en HZU: alternatieve warmtebron en verwarmingsondersteuning. Voor verzoek van de warmtebron wordt relais K3 op de schakelprintplaat RTX-EHS geschakeld.
- Externe warmtebron WW of HZU: alternatieve warmtebron 1 (optionele Backup-Heater BUxx) neemt de warmwaterbereiding over en alternatieve warmtebron 2 de verwarmingsondersteuning. Voor verzoek van warmtebron 1 wordt relais K3 en voor verzoek van warmtebron 2 relais K1 op de schakelprintplaat RTX-EHS geschakeld. Neem de waarschuwing in acht! De werkwijze van een extra alternatieve warmtebron wordt ook door de instellingen van de parameters [Bivalente functie] en [Bivalente temperatuur] beïnvloed.
Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden bij dit menu staat in Hfst. 7.5.3.
4.4.4 In- / uitgangen
[→ Hoofdmenu → Instellingen → In-/Outputs]
In dit menu kunnen parameters voor in- en uitgangen van de regelingsprintplaat worden geconfigureerd om de regeling van het systeem individueel te optimaliseren.
Smart Grid

WAARSCHUWING
Bij warmwaterstreeftemperaturen boven de 65 °C is er gevaar voor brandwonden. Dat is mogelijk omdat het energiebedrijf bij het vastleggen van Smart Grid geautoriseerd is om de stroomopname geoptimaliseerd aan de hand van vraag en aanbod te besturen.
Door zo een gedwongen lading kan de warmwaterstreeftemperatuur in de boiler meet dan 65 °C bereiken.
Deze boilerlading gebeurt zelfs als de modus [Stand-by] is ingesteld.
- Verbrandingsbescherming in de warmwater-verdeelleiding monteren.
Om gebruik te maken van deze functie is er een speciale stroomteller met SG-ontvanger noodzakelijk waarop de Daikin Altherma EHS(X/H) aangesloten moet worden.
Zodra de functie door de parameter [Smart Grid] is geactiveerd, wordt afhankelijk van het signaal van het energiebedrijf de warmtepomp op een werkwijze conform Tab. 37-4 gezet.
| Signaal(18) | Stroomkosten | Effect op | ||
| EVU SG Warmwater Verwarming | ||||
| 1 0 --- | Geen wer- | king(19) | Geen wer-king(19) | |
| 0 0 Normaal | Normale wer- | king | Normale wer-king | |
| 0 1 laag | Inschakeladvies | en streefwaardeboilertemperatuur wordt af-hankelijk vanparameter [Mode Smart Grid] opgevoerd. | Inschakeladviesen aanvoer-streefwaardewordt afhanke-lik van parame-ter [Mode SmartGrid] opge-voerd. | |
| 1 1 Heel laag | Inschakelop- | dracht enstreefwaardeboilertemperatuur wordt op70 °C gezet. | Inschakelop-dracht voor boi-lerlading. | |
Tab. 37-4 Gebruik van het SG-signaal
AUX-schakelfunctie
Door instellen van de parameter [AUX-Schakelfunctie] worden de schakelvoorwaarden voor het potentiaalvrije AUX-schakelcontact (wisselschakeluitgang A) geselecteerd. Via dit schakelcontact kan er bijvoorbeeld een externe verwarming aangestuurd worden.
Als er aan één van de schakelvoorwaarden is voldaan, wordt het potentiaalvrije schakelcontact na afloop van de in parameter [AUX-Wachttijd] ingestelde tijd geschakeld.
AUX-schakelcontact (wisselschakeluitgang A) wordt niet geschakeld, wanneer de instelling gedeactiveerd is.
AUX-schakelcontact (wisselschakeluitgang A) wordt wel geschakeld, wanneer instelling
- boilertemperatuur (T _dhw ) ≥ waarde parameter [T-DHW 1 min].
- als er een fout is opgetreden.
- buitentemperatuur < parameterwaarde [Bivalentietemp.].
- warmteverzoek warmwaterbereiding.
- warmteverzoek kamerverwarming.
- warmteverzoek kamerverwarming of warmwaterbereiding.
Functie Interlink
De instelling van de parameter [Functie Interlink] = Aan maakt het mogelijk dat de Daikin Altherma EHS(X/H) twee verschillende aanvoerstreeftemperaturen in de regeling opneemt.
Dat geldt zowel voor een weersafhankelijke regeling als bij de regeling aan de hand van een vaste aanvoerstreeftemperatuur (zie Hfst. 4.5).
Een mogelijke toepassing is bijv. de aanvullende integratie van een HP convector in een oppervlakteverwarmings- en koelsysteem.
Voorwaarde: Op stekkeraansluiting J16 van de Daikin Altherma EHS(X/H) zijn 2 schakelcontacten (bijv. kamerthermostaten) aangesloten.
- Parameter [Functie Interlink] = Uit: gedeactiveerd
- Parameter [Functie Interlink] = Aan: analyse van de schakelcontacten verwarmen en koelen aan de stekkeraansluiting J16 op de schakelprintplaat RoCon BM2C. Activeren van de koelwerking alleen door omschakelen in de modus [Koelen] (zie Hfst. 4.1). Instelling van de parameter [Kamerthermostaat] wordt niet meer geanalyseerd.
- Open schakelcontacten: alleen vorstbescherming actief
- Modus [Verwarmen] of [Automatisch 1] / [Automatisch 2] tijdens de schakelcycli bij dagwerking actief.
- Gesloten schakelcontact Verwarmen = IL1
- Er wordt naar de normale aanvoerstreeftemperatuur aan de hand van de parameterinstellingen voor [Verwarmen] geregeld.
• Gesloten schakelcontact Koelen = IL2 - Er wordt naar de hogere aanvoerstreeftemperatuur geregeld (normale aanvoerstreeftemperatuur + waarde van de parameter [Interlink temperatuurstijging]). Prioriteit, indien beide schakelcontacten gesloten zijn!
- Modus [Koelen] actief.
• Gesloten schakelcontact Verwarmen = IL1
- Er wordt naar de normale aanvoerstreeftemperatuur aan de hand van de parameterinstellingen op niveau [Config. verwarming] > [Koelen] geregeld.
• Gesloten schakelcontact Koelen = IL2
- Er wordt naar de lagere aanvoerstreeftemperatuur geregeld (normale aanvoerstreeftemperatuur - waarde van de parameter [Interlink temperatuurverlaging]). Prioriteit, indien beide schakelcontacten gesloten zijn!
Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden bij dit menu staat in Hfst. 7.5.
4.4.5 Intelligent boilermanagement
[→ Hoofdmenu → Instellingen → ISM]
Bij voldoende hoge boilertemperaturen kan de energie in de boiler voor kamergebruik worden toegepast. Dat kan ofwel het comfort verhogen (functie [Continue verwarming]) of het mogelijk maken om energie vanuit eene externe warmtebron als bijv. een zonnesysteem dan te gebruiken als er verwarmingsbehoefte is (functie [Verwarmingsondersteuning (HZU)]).
Continue verwarming
De functie maakt het continue verwarmen ook tijdens het ontdooien van de verdamper mogelijk. Daarmee kan een hoog comfort ook bij snel reagerende verwarmingssystemen (bijv. convectoren) gegarandeerd worden.
Verwarmingsondersteuning (HZU)
Als de verwarmingsondersteuningsfunctie (parameter [Verwarmingsondersteuning (HZU)] = Aan) wordt geactiveerd, wordt de energie met geïntegreerde boiler van de Daikin Altherma EHS(X/H) gebruikt om de verwarmingsfunctie over te nemen. Als de boilertemperatuur hoog genoeg is, blijft de brander buiten werking.
De minimum waarde (T HZUmin ) wordt als volgt berekend: T HZUmin = actueel actieve streefwaarde van het warme water [Temperatuur warm water set] + parameter [HZU hysteresis].
Inschakelvoorwaarde:
Tdhw > T _HZUmin + 4 K en Tdhw > info-parameter [Temperatuur warm water set] + 1 K
Als aan de inschakelvoorwaarde is voldaan, wordt aan de boiler warmte onttrokken en daarmee het verwarmingssysteem verzorgd.
Uitschakelvoorwaarde:
Tdhw < T _H2Umin of Tdhw < parameter [Aanvoertemperatuur set] (zie Hfst. 4.5.3)
Als aan de uitschakelvoorwaarde is voldaan, wordt de verwarmings-ondersteuning vanuit de warmwaterboiler ingesteld en de brander neemt het verwarmen over.
De parameter [Power BIV] beperkt het vermogen dat maximaal mag worden afgenomen. De parameter [HZU max temperatuur] beperkt de maximum temperatuur die in het verwarmingssysteem terecht mag komen.
Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden bij de parameters dit menu staat in Hfst. 7.5.5.
4.4.6 Speciale functies
[→ Hoofdmenu → Instellingen → Speciaal]
Speciale functies hebben invloed op de vermogensopname van de warmtepomp. Stille modus betekent bijvoorbeeld dat het warmtepomp buitenunit met gereduceerd vermogen werkt. Daardoor worden de bedrijfsgeluiden, die door het waterpomp buitenunit worden veroorzaakt, gereduceerd.
Stille modus

VOORZICHTIG
Bij een geactiveerde stille modus neemt het vermogen voor de kamerverwaming of -koeling dusdanig af, dat evt. de vooraf ingestelde streeftemperaturen niet meer kunnen worden bereikt.
- Bij buitentemperaturen onder het vriespunt bestaat gevaar voor schade aan de installatie door de inwerking van vorst.
Bij een geactiveerde functie werkt de warmtepomp in de stille modus. Met de parameter [Geluidsniveau] kunnen hierbij drie geluidsniveaus geselecteerd worden.
Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden bij dit menu staat in Hfst. 7.5.
4.5 Configuratie
[→ Hoofdmenu → Configuratie]
In dit menu kan de bedrijfskarakteristiek van de installatie optimaal op de systeemopbouw en de behoefte van de gebruikers worden aangepast. Extra programma's maken de inbedrijfstelling eenvoudiger. Aufhankelijk van de autorisatie (gebruiker of installateur) zijn er verschillende parameters beschikbaar.
4.5.1 Toegangsrechten (vakmancode)
[→ Hoofdmenu → Configuratie → Toegang]
Bepaalde functies en parameters in de regeling zijn met toegangs-rechten beschermd en voor de gebruiker niet zichtbaar. Om toegang te verkrijgen moet de vakmancode ingevoerd worden.

text_image
Toegangsrechten 3 0 9 0 Bevestigen 2sec OKAfb 37-1 Toegangscode instellen
Voorbeeld: code 3090 instellen (alleen bij wijze van voorbeeld, dit is geen geldige toegangscode) [→ Hoofdmenu → Configuratie → Toegang]:
1 Draaiknop rechtsom draaien tot het eerste invoerveld blauw wordt weergegeven.
2 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Eerste invoerveld knippert blauw.
3 Draaiknop rechtsom draaien tot 3 wordt weergegeven.
4 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Tweede invoerveld wordt blauw weergegeven.
5 Draaiknop rechtsom draaien tot het derde invoerveld blauw wordt weergegeven.
6 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Derde invoerveld knippert blauw.
7 Draaiknop rechtsom draaien tot 9 wordt weergegeven.
8 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Vierde invoerveld wordt blauw weergegeven.
9 Draaiknop rechtsom draaien tot de bevestiging-icon blauw wordt.
10 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Code wordt gecontroleerd en het instelniveau verlaten.
4.5.2 Sensoren
[→ Hoofdmenu → Configuratie → Sensoren]
In dit menu worden (optionele) sensoren geactiveerd en geconfigureerd. Streefwaarden voor druk voor de waterzijde kunnen worden vastgelegd.
Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden bij de parameters dit menu staat in Hfst. 7.6.1.
4.5.3 Verwarmingscircuit configuratie
[→ Hoofdmenu → Configuratie → Config VK]
In dit menu wordt de basisfunctionaliteit van het verwarmingscircuit ingesteld.
Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden bij de parameters dit menu staat in Hfst. 7.6.2.
Door het weer geregelde aanvoertemperatuurregeling
Als de door het weersafhankelijke aanvoertemperatuurregeling actief is, wordt de aanvoertemperatuur (parameter [Aanvoertemperatuur set]) automatisch, afhankelijk van de buitentemperatuur aan de hand van de ingestelde verwarmings-/koelcurve bepaald.
Bij aanlevering is deze functie geactiveerd. Hij kan alleen met vak- mancode gedeactiveerd (regeling vaste waarde) of weer geactiveerd worden.
Als ook de kamerregelaar (EHS157034) op de RoCon+ HP is aangesloten, worden de streeftemperaturen door de weer- en kamertemperatuur (parameter [Ruimte-invloed]) geregeld.
Het instellen van deze functie kan alleen plaatsvinden met de vak- mancode. Neem hiervoor contact op met de verwarmingsvakman.
De activering of deactivering van deze functie gebeurt via de parameter [Weersafhankelijke] in het menu „Configuratie“.
- Parameter [Weersafhankelijke] = Weersafhankelijk: weersafhankelijke aanvoertemperatuurregeling
- Parameter [Weersafhankelijke] = Aanvoertemperatuur vast: regeling met een vaste aanvoertemperatuur
- Bij verwarmingswerking: parameter [Aanvoertemp. modus verwarmen] of parameter [Aanvoertemp. modus nachtverlag.]
- Bij koelwerking: parameter [Aanvoertemperatuur modus koelen]

INFORMATIE
De weersafhankelijke aanvoertemperatuurregeling heeft geen invloed op de aanvoerstreeftemperatuur bij verzoek van het warmwatercircuit.
Bij een aangesloten Mengermodule

De instelling van de verwarmings-/koelcurve en de activering van de weersafhankelijk geregelde aanvoertemperatuur voor het toegewezen verwarmingscircuit gebeuren net als hiervoor beschreven.
Het is mogelijk om het toegewezen verwarmingscircuit te gebruiken als
- Mengeruitbreiding
De buitentemperatuur van de op de Daikin Altherma EHS(X/H) aangesloten buitentemperatuursensor wordt via de CAN-bus doorgegeven aan de mengermodule.
of als
- Mengeruitbreiding met Zoneregeling
Op de mengermodule moet een aparte buitentemperatuursensor worden aangesloten. Het toegewezen verwarmingscircuit wordt aan de hand van de voor deze zone van belang zijnde buitentemperatuur geregeld.
Met een geactiveerde terminalfunctie kan de mengermodule via het bedieningselement RoCon+ B1 van de Daikin Altherma EHS(X/H) bediend en de instellingen voor het toegewezen verwarmingscircuit uitgevoerd worden.
Samen met de kamerregelaar EHS157034 kan de mengernmodule het toegewezen verwarmingscircuit ook geheel zelfstandig en onafhankelijk van de verwarming regelen.
Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden bij dit menu staat in Hfst. 7.6.
Vorstbeschermingsfunctie
Bij een buitentemperatuur beneden de parameterwaarde [Vorstbeschermingstemperatuur] wordt de geïntegreerde verwarmingscirculatiepomp ingeschakeld om het bevriezen van het verwarmingssysteem te voorkomen.
Bovendien worden ook de aanvoer-, boiler- en aangesloten kamertemperatuursensoren voortdurend bewaakt. Als aan één van deze sensoren de gemeten temperatuur onder de 7 °C (bij kamertemperatuur onder de 5 °C) daalt, wordt de vorstbeschermingsfunctie eveneens geactiveerd.
Als de temperatuur van de verwarmingsaanvoer onder de 7 °C daalt, verwarmt de Daikin Altherma EHS(X/H) tot de temperatuur van de verwarmingsaanvoer ten minste tot 12 °C is gestegen.
De functie wordt beëindigd als de buitentemperatuur boven de ingestelde parameterwaarde [Vorstbeschermingstemperatuur] + 1 K stijgt en er ook geen sprake is van een andere activeringsvoorwaarde.

INFORMATIE
Als er laagtarieffuncties zijn geactiveerd;
Parameter [HT/NT functie] = Alles uitschakelen
of
Parameter [Smart Grid] = Aan
kan de werking van de warmtepomp door het energiebedrijf gedurende een beperkte periode geheel uitgeschakeld worden. In deze gevallen kan ook bij vorstbeschermingsomstandigheden niet naverwarmd worden en de in het apparaat aanwezige verwarmingscirculatiepomp wordt niet ingeschakeld.
Deze situaties zijn herkenbaar als in het menu [→ Hoofd-menu → Info → Overzicht] in het bedrijfsgegevensveld: "Ext" de waarde "Hoog tarief" of "SG1" wordt weergegeven.
4.5.4 Verwarmen
[→ Hoofdmenu → Configuratie → Verwarmen]
In dit menu worden de verwarmingstijden en de streeftemperaturen voor de aanvoer voor de verwarmingsfunctie geconfigureerd.
Verwarmingscurve

Bij storingen zou vanwege te sterke verwarming het vloerverwarmingssysteem, de estrik of de opbouw van de vloer beschadigd kunnen raken.
- Voor de eerste inbedrijfstelling moet de maximum temperatuurbeperking in de regeling RoCon+ HP (parameter [Max. anvoertemperatuur]) voor het begin van de emissiemeting op de maximaal toegestane buitentemperatuur worden ingesteld.
- Oververhittingsschakelaar (in het gebouw) op de stekkeraansluiting "Ext" voor de externe modusomschakeling zo aansluiten dat de Daikin Altherma EHS(X/H) in de modus "Standby" of "Zomer" wordt omgeschakeld. Bij parameter [Room thermostat] = Ja of parameter [Functie Interlink] = Aan moet de oververhittingsschakelaar zo aangesloten worden dat het schakelcontact van de kamerthermostaat wordt onderbroken.
- Als de vloerverwarming ook voor de kamerkoeling wordt gebruikt, gelden de aanwijzingen voor de aansluiting in het punt hiervoor ook voor de aansluiting van een vocht-beschermingsschakelaar in het gebouw.
Met de verwarmingscurve wordt de aanvoertemperatuur afhankelijk van de betreffende buitentemperatuur op de hoedanigheid van het gebouw aangepast (weersafhankelijk geregelde aanvoertemperatuurregeling zie Hfst. 4.5). De de steilheid van de verwarmingscurve beschrijft in het algemeen de verhouding van wijziging van aanvoertemperatuur tot wijziging van de buitentemperatuur.
De verwarmingscurve geldt binnen de grenzen voor maximum en minimum temperatuur die voor het betreffende verwarmingscircuit zijn ingesteld. Tussen de gemeten kamertemperatuur in het woongedeelte en de gewenste kamertemperatuur kunnen er afwijkingen optreden die door de montage van een kamerthermostaat of een kamerregelaar kunnen worden beperkt.
De regeling is af fabriek zo ingesteld dat de verwarmingscurve zich tijdens de werking niet vanzelf aanpast.
De automatische aanpassing van de verwarmingscurve kan geactiveerd worden (parameter [Adaptatie verwarmingscurve]), als de buitentemperatuursensor en de kamerregelaar (EHS157034) aangesloten zijn (zie Hfst. 4.5).
Startvoorwaarden voor de automatische aanpassing van de verwarmingscurve:
- Buitentemperatuur < 8 °C
- Modus is [Automatisch 1 of Automatisch 2]
- Duur van de verlagingsfase ten minste 6 h
Als er geen automatische aanpassing van de verwarmingscurve is geactiveerd, kan de verwarmingscurve met de hand door verstellen van de parameter [Stooklijn]) worden ingesteld.

INFORMATIEVERWARMINGSCURVE MET DE HAND AANPASSEN
Voer de correcties van de ingestelde waarden pas na 1-2 dagen en slechts met kleine stappen uit.
- Externe warmtebronnen deactiveren (bijv. houtkachels, directe zoninstraling, open ramen).
- Aanwezige verwarmingsthermostaten of stelaandrijvingen geheel openen.
- Bedrijfsmodus "Verwarmen" activeren. Aanknopingspunten voor de instelling zijn:
Radiatoren en systeem 70: 1,4 tot 1,6.
Vloerverwarming: 0,5 tot 0,9.

line
| TA (°C) | TV (°C) for TV=0.2 | TV (°C) for TV=0.4 | TV (°C) for TV=0.6 | TV (°C) for TV=0.8 | TV (°C) for TV=1.0 | TV (°C) for TV=1.3 | TV (°C) for TV=1.5 | TV (°C) for TV=2.0 | |---------|--------------------|--------------------|--------------------|--------------------|--------------------|--------------------|--------------------|--------------------| | 20 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | | 15 | 35 | 37 | 40 | 43 | 46 | 50 | 55 | 60 | | 10 | 40 | 45 | 50 | 55 | 60 | 65 | 70 | 75 | | 5 | 45 | 50 | 55 | 60 | 65 | 70 | 75 | 80 | | 0 | 50 | 55 | 60 | 65 | 70 | 75 | 80 | 85 | | -5 | 55 | 60 | 65 | 70 | 75 | 80 | 85 | 90 | | -10 | 60 | 65 | 70 | 75 | 80 | 85 | 90 | 95 | | -15 | 65 | 70 | 75 | 80 | 85 | 90 | 95 | 100 | | -20 | 70 | 75 | 80 | 85 | 90 | 95 | 100 | 105 |Afb 37-2 Verwarmingscurven
| pos. Omschrijving | |
| T_A | Buitentemperatuur |
| T_R | Streefwaarde kamertemperatuur |
| T_V | T-WG |
Tab. 37-5
Comfort Verwarming
Als de warmtepomp bij zeer lage buitentemperaturen niet aan de warmtebehofte kan voldoen, wordt warmte uit de boiler gehaald en voor de kamerverwarming gebruikt. In zeldzame gevallen (in systemen met hoge noodzakelijke aanvoertemperaturen en lage noodzakelijke warmwatertemperaturen) kan de vereiste aanvoertemperatuur hoger zijn dan de ingestelde boilertemperatuur. Om voor deze systemen korte comfortverliezen bij de verwarmingswerking te vermijden kan de parameter [Comfort Verwarming] op „Aan“ worden ge-
4 Functie
zet. Bij betreffende buitentemperaturen wordt de boilertemperatuur boven de voor de warmwaterbehoefte iungestelde boilertemperatuur verhoogd.

INFORMATIE
Als [Comfort Verwarming] op „Aan“ wordt gezet, wordt eventueel het stroomverbruik van de warmtepomp hoger. De standaardinstelling is [Comfort Verwarming] op „Uit“ gezet.
Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden voor deze functie staat in Hfst. 7.6.
4.5.5 Koelen
[→ Hoofdmenu → Configuratie → Koelen]
In dit menu worden instellingen voor de koelfunctie uitgevoerd.

VOORZICHTIGCONDENSATIEGEVAAR
Bij storingen of bij een verkeerde instelling van de parameters zou vanwege condensatie de vloerverwarming, de estrik of de opbouw van de vloer beschadigd kunnen raken.
- Voor de eerste inbedrijfstelling en de activering van de koelwerking moet de minimum temperatuurbeperking in de regeling RoCon (parameter [Ondergrens aanvoertemperatuur]) op de minimaal toegestane installatietemperatuur ingsteld worden.
Voorwaarden voor de koelwerking:
- Buitentemperatuur > instelwaarde van de kamerstreeftemperatuur
- Buitentemperatuur > instelwaarde van de parameter [Start. T-ext. koelen]
-
Modus [Koelen] geactiveerd.
-
via menu „Modus" of
- met de kamerthermostaatfunctie (schakelcontact koelen gesloten)
- Geen warmteverzoek in het RoCon-systeem van de verwamings-installatie actief

INFORMATIE
Als de gemiddelde buitentemperatuur bij een actieve modus "Koelen" onder de 4 °C daalt, schakelt de modus automatisch om naar "Verwarmen".
Een opnieuw uitgevoerde automatische omschakeling van de modus naar "Koelen" gebeurt alleen:
- als een kamerthermostaat op stekkeraansluiting J16 (koelen) aangesloten is en
- het schakelcontact van de kamerthermostaat gesloten is en
- de gemiddelde buitentemperatuur boven de 10 °C stijgt.
Koelcurve
[→ Hoofdmenu → Configuratie → Koelen → Koelcurve]
De koelcurve bepaalt de aanvoerstreeftemperatuur bij koelwerking afhankelijk van de buitentemperatuur. (weersafhankelijk geregelde aanvoertemperatuurregeling zie Hfst. 4.5.3). Hogere buitentemperaturen veroorzaken een lagere aanvoerstreeftemperatuur en andersom. De koelcurve kan door vier parameters op de hoedanigheid van het gebouw aangepast worden (zie Afb 37-3).
1 [Start. T-ext. koelen]
2 [Max. T-ext. koelen]
3 [Start T-vertr koelen]
4 [Max. T-vertr koelen]
Koelparameters
[→ Hoofdmenu → Configuratie → Koelen → Parameters]
Dit menu bevat verdere parameters voor de aanpassing van de streeftemperatuur van de aanvoer voor koelfunctie.
Tijdens de weersafhankelijke aanvoertemperatuurregeling kan de gebruiker de aanvoerstreeftemperatuur door parameter [Correctie koelsetpoint] maximaal 5 K omhoog of omlaag verstellen. Omlaag is de temperatuur door parameter [Ondergrens aanvoertemperatuur] beperkt.

line
| TA | T^> | |----|-----| | 1 | 3 | | 6 | 3 | | 2 | 4 |Afb 37-3 Parameterafhankelijkheid koelcurve
| pos. Omschrijving | |
| 1 Parameter | [Start. T-ext. koelen] |
| 2 Parameter | [Max. T-ext. koelen] |
| 3 Parameter | [Start T-vertr koelen] |
| 4 Parameter | [Max. T-vertr koelen] |
| 5 Parameter | [Ondergrens aanvoertemperatuur] |
| 6 Kamerstreefttemperatuur | |
| 7 Koelwerking mogelijk | |
| T_A | Buitentemperatuur |
| T_V | T-WG |
| ---- Koelcurve | |
| - - - - mogelijkke parallelle verschuiving van de koelcurve | |
Tab. 37-6
Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden bij de parameters dit menu staat in Hfst. 7.6.4.
4.5.6 Warm tapwater
[→ Hoofdmenu → Configuratie → WW]
In dit menu kan de warmwaterbereiding individueel op gedrag en behoefte van de gebruikers worden aangepast. Daarmee kan het energieverbruik geminimaliseerd en het comfort verhoogd worden.
Instellingen voor optionele circulatiepomp
Afhankelijk van parameter [Circulatiepomp aansturing] kan een optionele circulatiepomp synchroon met het geselecteerde tijdprogramma voor de warmwaterbereiding of met het tijdprogramma voor de circulatiepomp aangestuurd worden (zie Hfst. 4.3). Tijdens de vrijgavetijden van het geselecteerde tijdprogramma kan de circulatiepomp ofwel continu of in takten worden gebruikt. Dat wordt met parameter [Circulatiepomp intervalsturing] vastgelegd.
Legionellabescherming
Deze functie dient ter voorkoming van een bacteriële contaminatie in de boiler door thermische ontsmetting. Hiervoor wordt de boiler afhankelijk van parameter [Thermische desinfectie dag] 1× per dag of 1× per week tot ontsmettingstemperatuur [Thermische desinfectie temp.] verwarmd. De ontsmetting begint op de vastgelegde starttijd [Thermische desinfectie tijd] en is gedurende een uur actief. Een optioneel aangesloten circulatiepomp wordt gedurende deze tijd automatisch mee ingeschakeld.
Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden voor deze functie staat in Hfst. 7.6.5.
4.5.7 Extra programma
[→ Hoofdmenu → Configuratie → Add-on's]
In dit menu bevinden zich programma's die de inbedrijfstelling van het systeem eenvoudiger maken.
Air Purge
[→ Hoofdmenu → Configuratie → Add-on's → Ontluchting]
Door het activeren van Air Purge start de regelaar een vast gedefinieerd procesprogramma, met start-stopbedrijf van de geïntegreerde cv-circulatiepomp en met verschillende standen van de in de geïntegreerde 3-weg-omschakelkleppen. Aanwezige lucht kan tijdens de functie via de automatische ontluchtingsklep ontsnappen.

INFORMATIE
Het activeren van deze functie is geen vervanging van het correcte ontluchten van het verwarmingssysteem.
Voor het activeren van deze functie moet het verwarmings- systeem volledig zijn gevuld.
Relaistest
[→ Hoofdmenu → Configuratie → Add-on's → Relaistest]
Dit programma maakt het mogelijk om interne schakelrelais te controleren. Dat kan bij storingen, foutmeldingen of in het kader van het jaarlijks onderhoud noodzakelijk zijn. Als het menu wordt geopend, worden alle relais gedeactiveerd. Door de selectie van aparte of meerdere relais worden die gactiveerd. Bij het verlaten van het menu worden alle relaistests beïndigd.
De bediening van de relaistest-menu's gebeurt net als de selectie van lijstvermeldingen (zie Hfst. 3.3.3). Echter kunnen op de relaislijst meerdere relais tegelijk voor het testen geactiveerd worden. Hiervoor wordt het betreffende relais met „OK“ geselecteerd. Geactiveerde relais worden aangevinkt.
Estrikdroging
[→ Hoofdmenu → Configuratie → Add-on's → Dekvloer]
In dit menu wordt de estrikdroging aan de hand van de instellingen in de [Screed Program] gestart. Het programma dient uitsluitend voor de voorgeschreven droging van nieuw gemaakte estrik bij vloerverwarmingen. De eerste dag van het estrikprogramma begint na de activering van het programma 's nachts om 00:00 uur.
De estrikdroging is een speciale functie en wordt door geen andere modus onderbroken. Het is alleen door de installateur voor het directe verwarmingscircuit en/of optioneel aangesloten gemengde verwarmingscircuits activeerbaar. Het moet voor ieder verwarmingscircuit apart geactiveerd worden.

INFORMATIE
Voor de start van de dekvloerdroging moeten de parameters [Room thermostat] en [Functie Interlink] gedeactiveerd zijn. Bij kortstondige stroomuitval wordt een eerder geactiveerde estrikdroging voortgezet vanaf het moment dat hij werd onderbroken.
Na de activering van de estrikdroging worden alle weersafhankelijke regelfuncties van het betreffende verwarmingscircuit uitgeschakeld. Het betreffende verwarmingscircuit werkt onafhankelijk van de modus en schakeltijden als constante temperatuurregelaar.
Een reeds gestarte estrikdroging kan op ieder tijdstip gedeactiveerd worden. Na afloop van de dekvloerdroging wordt de parameter automatisch op "Uit" gezet en het verwarmingscircuit werkt weer conform de actueel ingestelde modus.
Estrikprogramma
[→ Hoofdmenu → Configuratie → Add-on's → Programma]
Dit menu maakt de individuele aanpassing van de fabrikesinstellingen voor duur en aanvoerstreeftemperaturen van de estrikdroging mogelijk. Wijzigingen kunnen alleen na de invoer van de vakmancode worden uitgevoerd.
Estrikprogramma wijzigen
Gedurende maximaal 28 dagen kan er voor iedere dag apart een eigen aanvoerstreeftemperatuur worden ingesteld. Het einde van het estrikprogramma wordt door de 1e dag zonder ingestelde aanvoerstreeftemperatuur gedefinieerd.
| Dag Fabrieksinstelling Dag Fabrieksinstelling | |||
| 1 - 3 25 | °C 10 - 19 55 °C | ||
| 4 - 7 55 | °C 20 40 °C | ||
| 8 25 °C | 21 25 °C | ||
| 9 40 °C | 22 - 26 - | ||
Tab. 37-7 Voorafinstellingen estrikprogramma

bar
Estrikprogramma | Time (sec) | Temperature (°C) | | :--- | :--- | | 14 | 60 | | 2 | 14 | | 3 | 14 | | 4 | 14 | | 5 | 14 | | 6 | 14 | | 7 | 14 | | 8 | 14 | | 9 | 14 | | 10 | 14 | | 11 | 14 | | 12 | 14 | | 13 | 14 | | 14 | 14 | | 15 | 14 | | 16 | 14 | | 17 | 14 | | 18 | 14 | | 19 | 14 | | 20 | 14 | | 21 | 14 | | 22 | 14 | | 23 | 14 | | 24 | 14 | | 25 | 14 | | 26 | 14 | | 27 | 14 | | 28 | 14 | | 29 | 14 | | 30 | 14 | | 31 | 14 | | 32 | 14 | | 33 | 14 | | 34 | 14 | | 35 | 14 | | 36 | 14 | | 37 | 14 | | 38 | 14 | | 39 | 14 | | 40 | 14 | | 41 | 14 | | 42 | 14 | | 43 | 14 | | 44 | 14 | | 45 | 14 | | 46 | 14 | | 47 | 14 | | 48 | 14 | | 49 | 14 | | 50 | 14 | | 51 | 14 | | 52 | 14 | | 53 | 14 | | 54 | 14 | | 55 | 14 | | 56 | 14 | | 57 | 14 | | 58 | 14 | | 59 | 14 | | 60 | 14 | | OK | - | | End | - |Afb 37-4 Estrikprogramma wijzigen
Voorbeeld: aanvoertemperatuur van de 3e dag tot 40°C verhogen en het programma op de 8e dag sluiten [→ Hoofdmenu → Configuratie → Add-on's → Programma]:
1 Draaiknop rechtsom draaien tot de dagselectie op 3 staat.
2 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Het temperatuurveld wordt blauw
3 Draaiknop rechtsom draaien tot de temperatuurselectie op 40°C staat
4 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Temperatuurselectie van de volgende dag wordt blauw
5 Draaiknop meerdere keren kort aanraken tot de dagselectie op 8 staat.
6 Draaiknop linksom draaien tot de temperatuurselectie op „Uit“ staat.
7 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Dag 8 t/m dag 28 staan op „Uit“, bevestigen-icon wordt blauw
8 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ De programmering wordt opgeslagen en het menu wordt verlaten.
4 Functie
Typische estrikprogramma's
Functieverwarmen
Het functieverwarmen dient als bewijs van de vervaardiging van een systeem zonder mankementen voor de verwarmingsinstallateur. Een uitgewerkt, aan vloerverwarmingen gerelateerd verwarmingsrapport staat op het internetportaal van de fabrikant.
Het functieverwarmen (identiek aan „Verwarmen“ in EN 1264, paragraaf 5.2) geldt in deze strekking niet als verwarming voor het bereiken van de gereedheid voor het leggen van de vloer. Hiervoor is normal gesproken het speciale verwarmen voor het bereiken van de gereedheid voor het leggen van de vloer en/of een mechanische droging nood erforzakelijk.
Het verwarmen van cementvloeren mag op zijn vroegst na 21 dagen en bij anhydride zandcementvloeren conform de vermeldingen van de fabrikant op zijn vroegst na 7 dagen uitgevoerd worden. De eerste verwarming begint met een aanvoertemperatuur van 25 °C, die 3 dagen aangehouden moet worden. Daarna wordt er met de voor het verwarmingscircuit ingestelde, maximale aanvoertemperatuur (tot max. 55 °C beperkt) verwarmd, die verdere 4 dagen wordt aangehouden.
Vanwege het isolerende effect van de DUO-verwarmingsbuis bij het System 70 moet de zandcementvloerfunctie met hogere temperatu- ren worden uitgevoerd. Het temperatuurprofiel moet in dit toepas- singsgeval in de parameter [Screed Program] worden aangepast. Het verwarmen begint bij System 70 met een temperatuur van 38 °C die 3 dagen wordt gehandhaafd. Vervolgens wordt de ingestelde maximum temperatuur van het verwarmingscircuit (tot 70 °C be- perkt), 4 dagen gehandhaafd.
Na het beschreven verwarmen is nog niet gegarandeerd dat de zandcementvloer het voor het leggen van de vloer noodzakelijke vochtgehalte heeft bereikt.
Het vochtgehalte in de zandcementvloer moet voor het leggen van de bovenlaag door een meting worden gecontroleerd.

INFORMATIE
Aanpak conform EN 1264 deel 4:
De verwarmingscircuits moeten na de voltooiing bij anhydride vloeren en zandcementvloeren door een waterdrukproef op dichtheid worden gecontroleerd. De dichtheid moet direct voor en tijdens het aanbrengen van de zandcementvloer gegarandeerd zijn. De hoogte van de testdruk is ten minste het 1,3-voudige van de maximaal toegestane bedrijfsdruk.
Bij vorstgevaar moeten er geschikte maatregelen worden genomen, bijv. het gebruik van antivries of het tempereren van het gebouw. Indien er voor de reglementaire werking van het systeem geen antivries meer noodzakelijk is, moet het antivriesmiddel door legen en spoelen van het systeem met ten minste 3 keer waterversing verwijderd worden.

Afb 37-5 Verloop van het Screed program bij het functieverwar- men
| Pos- Omschrijving | |
| t_1 | Starttemperatuur 25 °C (38 °C bij System 70) |
| t_2 | Maximale temperatuur van het verwarmingscircuit |
| T_v | T-WG |
| Z Duur van | de estrikfunctie in dagen na het starten van de functie |
Tab. 37-8
Legklaar opwarmen
Het verloop van de uitdroging van de zandcementvloer kan niet nauwkeurig worden voorspeld. Bij een hoge luchtvochtigheid vindt de uitdroginng eventueel helemaal niet meer plaats. Een versnelling van de uitdroogprocedure kan door de werking van de vloerverwarming (Legklaar opwarmen) of maatregelen als het mechanische drogen worden bereikt.
Elke legklare opwarming moet als extra taak conform VOB, door de bouwheer apart in opdracht worden gegeven. De legklare vloer is voorwaarde voor het begin van de werkzaamheden van de vloerleger zodat hij de werkzaamheden zonder mankementen kan voltooi- en.
Met standaardinstellingen kan het gecombineerde programma voor functieverwarmen en legklaar opwarmen geactiveerd worden om een noodzakelijke resterende vochtigheid van de zandcementvloer voor het leggen van de bovenlaag te bereiken (zie Afb 37-6). De resterende vochtigheid van de zandcementvloer moet echter altijd door meten gecontroleerd worden voordat er een vloer wordt gelegd.

line
| z | t1 | t2 | |----|------|------| | 0 | t1 | t1 | | 1 | t1 | t1 | | 3 | t1 | t1 | | 4 | t1 | t2 | | 7 | t1 | t2 | | 8 | t1 | t1 | | 9 | t1 | t2 | | 10 | t1 | t2 | | 19 | t1 | t2 | | 20 | t1 | t2 | | 21 | t1 | t1 | | 22 | t1 | t1 |Afb 37-6 Afloop van het Screed program bij het gecombineerde functieverwarmen en legklaar opwarmen (legenda zie Tab. 37-8)
Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden voor deze functie staat in Hfst. 7.6.
4.5.8 Configuration Wizard
$$ [ \rightarrow \text { Hoofdmenu } \rightarrow \text { Configuratie } \rightarrow \text { Wizard } ] $$
In dit menu zijn de in de Configuration Wizard opgevraagde parameters samengevat. Dat maakt een snelle aanpassing van de systeeminstelling mogelijk. Zie Hfst. 5.1.
4.5.9 Parameter Reset
$$ [ \rightarrow \text { Hoofdmenu } \rightarrow \text { Configuratie } \rightarrow \text { Reset parameters } ] $$
In dit menu kunnen alle klantspecifieke parameterinstellingen op fabrikesinstelling terug worden gezet. Dat kan doelmatig zijn als de Daikin Altherma EHS(X/H) niet meer goed werkt en er geen andere oorzaken voor het onjuiste gedrag geconstateerd kunnen worden.
4.6 Info
$$ [ \rightarrow \text { Hoofdmenu } \rightarrow \text { Info } ] $$
In dit menu worden alle installatietemperaturen, het verwarmingstype, verschillende software-informatie en bedrijfshoedanigheden van alle installatiecomponenten weergegeven. Het aantal weergegeven parameters is afhankelijk van de aangesloten componenten. Aan deze waarden kunnen geen instellingen uitgevoerd worden.
4.6.1 Actueel
[→ Hoofdmenu → Info → Actueel ]
Dit menu toont het hydraulische schema van het systeem. Op de eerste en tweede pagina worden sensoren en de toegewezen actuele waarden weergegeven. Op de derde pagina zijn compressor, pomp en verwarmingsstaaf wit weergegeven als ze inactief zijn, en blauw als ze actief zijn. Voor de twee mengkleppen wordt de actuele klepstand weergegeven.

flowchart
graph TD
A["t-AU"] --> B["t-R"]
B --> C["t-V"]
C --> D["t-DHW"]
D --> E["t-V,BH"]
F["t-liq"] --> B
G["P"] --> H["Δ"]
I["ˆV"] --> J["Δ"]
K["∅"] --> L["Δ"]
M["h"] --> N["Δ"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#ffc,stroke:#333
style F fill:#fff,stroke:#333
style G fill:#fff,stroke:#333
style H fill:#fff,stroke:#333
style I fill:#fff,stroke:#333
style J fill:#fff,stroke:#333
style K fill:#fff,stroke:#333
style L fill:#fff,stroke:#333
style M fill:#fff,stroke:#333
Afb 37-7 Hydraulisch schakelschema - eerste pagina

flowchart
graph TD
A["0.0°C"] --> B["t-R"]
C["-0.3°C"] --> B
D["29.3°C"] --> B
E["49.0°C"] --> F["40.3°C"]
G["2.58 bar"] --> H["0 l/h"]
I["100%"] --> J["Flow Path"]
K["Pressure Gauge"] --> L["Flow Path"]
M["Pressure Gauge"] --> N["Flow Path"]
O["Pressure Gauge"] --> P["Flow Path"]
Q["Pressure Gauge"] --> R["Flow Path"]
S["Pressure Gauge"] --> T["Flow Path"]
U["Pressure Gauge"] --> V["Flow Path"]
W["Pressure Gauge"] --> X["Flow Path"]
Afb 37-8 Hydraulisch schakelschema - tweede pagina
| pos. Omschrijving | |
| t-AU Buitentemperatuursensor | |
| P Druk | |
| V Debiet | |
| t-R Temperatuur verwarming retour | |
| t-V,BH Temperatuur verwarming aanvoer evt. na warmtewisse-laar verwarmingsondersteuning | |
| t-liq Koudemiddeltemperatuur | |
| t-V Aanvoertemperatuur na de plaatwarmtewisselaar | |
| t-DHW Temperatuur in de boiler | |
| B1 Actuele | stand van de mengklep 3UVB1 (0%: verwarmingsnet; 100%: interne bypass) |
| DHW Actuele | stand van de mengklep 3UV DHW (0%: verwarmingsnet; 100%: boiler) |
Tab. 37-9 Legenda bij de hydraulische schakelschema's
4.6.2 Overzicht
[→ Hoofdmenu → Info → Overzicht]
In dit menu worden de actuele bedrijfshoedanigheden en de sensorwaarden van de warmtepomp weergegeven.
Meer gedetailleerde uitleg over de parameters in dit menu staat in Hfst. 7.7.
4.6.3 Waarden
[→ Hoofdmenu → Info → Waarden]
In dit menu worden actuele streeftemperaturen en werkelijke temperaturen in een lijst weergegeven en de actuele status van de actuatoren en van het systeem.
Meer gedetailleerde uitleg over de parameters in dit menu staat in Hfst. 7.7.
4.6.4 Waterdruk
[→ Hoofdmenu → Info → Waterdruk]
In dit menu wordt de actuele waterdruk met grote letters weergegeven. Dat maakt het aflezen tijdens de installatie van het systeem eenvoudiger.
4.7 Foutne
[→ Hoofdmenu → Fout]
In dit menu wordt de foutbehandeling van de Daikin Altherma EHS(X/H) uitgevoerd. Zie Hfst. 8.
4.8 Terminal
[→ Hoofdmenu → Terminal]
In dit menu kunnen ook andere, in het RoCon-systeem via de CANbus geïntegreerde apparaten (regelingscomponenten mengklepmodule of warmtebron) worden bediend en geparametreerd, als het betreffende bedieningselement de noodzakelijke autorisatie hiervoor heeft.
Functionele codes
Het RoCon-systeem biedt zeer veel gebruiks- en uitbreidingsmogelijkheden. De afzonderlijke RoCon-systeemcomponenten communiceren via de CAN-gegevensbus met elkaar. Hiervoor zijn de schakelprintplaten RoCon BM2C en de bedieningselementen RoCon+ B1 van de Daikin Altherma EHS(X/H)en evt. de optionele systeemcomponenten kamerstation RoCon U1 en mengermodule RoCon M1 via databusleidingen met elkaar verbonden. Aan deze systeemcomponenten moeten duidelijke functionele codes toegewezen worden, zodat de gegevensuitwisseling en de toewijzing binnen het RoCon-systeem soepel functioneren.
De toewijzing van functionele codes gebeurt het makkelijkst via de Configuration Wizard. Die wordt bij de eerste inbedrijfstelling automatisch uitgevoerd of kan bij uitbreidingen in het verwarmingssysteem in [→ Hoofdmenu → Configuratie → Wizard] met de hand worden gestart. Bovendien kunnen de meeste codes ook door parameterinstellingen in dit menu op het RoCon-systeem worden aangepast.
Tab. 37-10 Functionele codes in het RoCon-systeem
| Code / functie Systeemcomponenten | Parameter Opmerkingen | ||
| Code verwarmingscircuitDuidelijke nummering van een verwarmingscircuit van het verwarmingssystem in het RoCon-systeem. Maximaal 16 verwarmingscircuits kunnen gere-geld worden. | Daikin Altherma EHS(X/H) (RoCon BM2C) | [Unmixed Circ Config]Zie Hfst. 7.11 | Fabrieksinstelling = 0Mag normaal gesproken niet worden gewij-zigd. ^(20) |
| Kamerstation EHS157034 [V | Verwarmingskring toe-wijzing]zie handleiding RoCon U1/M1 | Fabrieksinstelling = UitAanpassing nodig, als er andere verwarmings-circuits in het systeem zijn en / of als de para-meter [Master-RoCon] = Aan | |
| Mengermodule EHS157068 | [Verwarmingskring toe-wijzing]zie handleiding RoCon U1/M1 | Fabrieksinstelling = UitMoet in principe op de instelling van de adres-schakelaar aangepast worden. | |
| VerwarmingsherkenningDuidelijke nummering van een warmte-bron in het RoCon-systeem. | Daikin Altherma EHS(X/H) (RoCon BM2C) | [BUS ID HS]Zie Hfst. 7.11 | Fabrieksinstelling = 0Mag normaal gesproken niet worden gewij-zigd. ^(20) |
| Mengermodule EHS157068 | [Boiler Assignment]zie handleiding RoCon U1/M1 | Fabrieksinstelling = 0Mag normaal gesproken niet worden gewij-zigd. ^(20) Beschrijft de warmtegenerator, die het toeg-wezen verwarmingscircuit van warmte voor-ziet. | |
| TerminalccodeDuidelijke nummering van een bedieningselement RoCon+ B1 of EHS157034, van waar uit een verwarming en / of een mengermodule in het RoCon-systeem op afstand bediend kan worden.Voor tot 10 bedieningslementen in het RoCon-systeem kan de autorisatie voor afstandsbediening gegeven worden. Als een afstandsbediening in het RoCon-systeem mogelijk moet zijn, moet een bedieningselement code "0" toegewezen krijgen. | Daikin Altherma EHS(X/H) (RoCon BM2C) | [Terminaladress]Zie Hfst. 7.9 | Fabrieksinstelling = UitWaarde zou op "0" ingesteld moeten worden, als ten minste 1 mengermodule in het RoCon-systeem aangesloten is en de mengercircuit vanuit de warmtegenerator moet kunnen worden bediend. |
| Kamerstation EHS157034 [T | Terminaladress]Zie Hfst. 7.9 | Fabrieksinstelling = UitWaarde moet op een in het RoCon-systeem eenduidige numerieke waarde ingesteld worden, als er met het kamerstation systeemcomponenten met een geldige apparaatcode op afstand bediend moeten kunnen worden. | |
| ApparaatcodeDuidelijke nummering van een warmte-bron of mengermodule in het RoCon-systeem.Tot 16 apparaatnummers kunnen toe-gewezen worden.Deze apparaatnummers worden bij een [Bus - Scan] herkend en worden weer-gegeven om een op afstand bediend apparaat te identificeren. | Daikin Altherma EHS(X/H) (RoCon BM2C) | [BUS ID HS]Zie Hfst. 7.11 | Identiek aan codering warmtegenerator.Waarde mag niet gelijk zijn aan de code van het verwarmingscircuit van een mengermodu-le in het RoCon-systeem. |
| Mengermodule EHS157068 | [Verwarmingskring toe-wijzing]Zie Hfst. 9 | Identiek aan code verwarmingscircuit.Waarde mag niet gelijk zijn aan de code van het verwarmingscircuit van een Daikin verwar-ming in het RoCon-systeem.Waarde moet gelijk zijn aan de instelling van de adresschakelaar. |
4.8.1 Terminaladres selecteren
[→ Hoofdmenu → Terminal → Adres]
Instelling van de terminalcode van het bedieningselement voor de systeemtoegang. De ingestelde waarde moet in het gehele systeem uniek zijn. Een bevestiging van deze parameter met de draaiknop zorgt voor een nieuwe initialisatie van de regeling.
Alle instellingen behalve "Uit" geven de gebruiker van het bedie- ningsgedeelte de autorisatie om de terminalfunctie te activeren en daarmee alle RoCon-systeemcomponenten met een geldige apparaatcode te bedienen.
4.8.2 Bus-scan voor terminalfunctie
[→ Hoofdmenu → Terminal → Bus-scan]
Na de activering van "Bus-scan" wordt in het menu [→ Hoofdmenu → Terminal] een lijst van de herkende apparaten (met toegewezen terminaladres) voor selectie weergegeven. Na selectie en bevestiging van een extern apparaat wordt de terminalfunctie voor dit apparaat geactiveerd. Het bedieningselement bevindt zich dan in terminalwerking.
Het plaatselijke bedieningselement werkt als afstandsbediening voor het externe apparaat en op het display wordt het bijbehorende startscherm weergegeven. Daarbij worden alle bedieningsfuncties 1:1, zoals op het externe apparaat uitgevoerd en opgeslagen. De weergegeven waarden en symbolen worden altijd door het geselecteerde apparaat overgenomen.
Voor de bediening van het plaatselijke apparaata moet er naar het startscherm van het externe apparaat worden gegaan. Door de draaitoets lang in te drukken kan er teruggegaan worden naar het menu van het plaatselijke apparaat.

INFORMATIE
Om de bus-scan uit te voeren moet aan het bedieningsge- delte RoCon+ B1 van de Daikin Altherma EHS(X/H) of van het kamerstation EHS157034 een geldig terminaladres worden toegewezen. Dit kan alleen met vakmancode uit- gevoerd worden. Neem hiervoor contact op met de verwarmingsvakman.
Als de terminalfunctie in de verwarmingsinstallatie gebruikt moet worden, moet een bedieningselement de terminalcode = 0 toegewezen krijgen.
Voorbeeld: terminalwerking voor de warmtebron met buscode 2 activeren [→ Hoofdmenu → Terminal → Bus-scan]:
Bus - scan wordt uitgevoerd. Het overzicht van alle gevonden apparaten wordt weergegeven.
1 Draaiknop rechtsom draaien tot regelaar BM1/BE1 #2 wordt weergegeven.
2 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
→ Het plaatselijke bedieningsgedeelte werkt als afstandsbediening voor de verwarming met buscode 2.
Om de terminalwerking te sluiten en het bedieningsgedeelte weer voor de bediening van het toegewezen apparaat om te schakelen moet er naar het startscherm van het externe apparaat worden gegaan. Door de draaitoets lang in te drukken kan er teruggegaan worden naar het menu van het plaatselijke apparaat.

INFORMATIE
Als het plaatselijke bediengsgedeelte als afstandsbediening voor een mengermodule wordt gebruikt, is het startscherm en de menustructuur veranderd (zie Hfst. 9).
4.9 Statistiek
[→ Hoofdmenu → Statistiek]
In dit menu kunnen opgetelde waarden van de vermogensafgifte en looptijden van de warmtepomp en zijn componenten sinds de inbedrijfstelling (of sinds de laatste reset door de vakman) worden opgevraagd.
5 Eerste inbedrijfstelling

INFORMATIE
Buiten de in dit hoofdstuk beschreven toelichtingen bij de inbedrijfstelling dienen de specifieke aanwijzingen voor de inbedrijfstelling van de Daikin Altherma EHS(X/H) in de betreffende bijbehorende installatiehandleiding in acht te worden genomen.
5.1 Configuration Wizard
De Configuration Wizard maakt de systeeminstelling tijdens de installatie eenvoudiger. Hij verschijnt automatisch bij de eerste inbedrijfstelling en leidt door vastgelegde keuzepagina's. Zolang niet de gehele systeeminstelling wordt bevestigd, wordt de Configuration Wizard bij ieder inschakelen opnieuw opgeroepen. Pas na de bevestiging van de systeeminstelling kan de verwarming omschakelen naar normale werking. Bij normale werking kunnen de parameters van de Configuration Wizard in het menu [→ Hoofdmenu → Configuratie → Wizard] opgeroepen en ingesteld worden.
De bediening van de verschillende keuzepagina's van de Configuration Wizard gebeurt aan de hand van de in Hfst. 3.3 beschreven schermen. Bij de bevestiging van een selectie met „OK“ of de bevestigen-icon wordt er rechtstreeks naar de volgende keuzepagina gesprongen. De gewijzigde parameter wordt direct overgenomen.
5.2 Menugeleiding in de Configuration Wizard
→ Taal
1 Gewenste taal selecteren.
2 Met bevestigen-icon de selectie bevestigen.
→ Standaard configuratie
Als er geen optionele RoCon-systeemcomponenten zijn aangesloten:
1 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („Ja“).
Als er optionele RoCon-systeemcomponentenals EHS157034 en / of EHS157068 zijn aangesloten:
1 Draaiknop rechtsom draaien tot "Neen" blauw wordt weergegeven.
2 Draaiknop kort aanraken om te bevestigen („OK“).
3 Indien nodig de volgende elementen op de lijst selecteren en instellen:
- Directe circuitconfiguratie(zie Hfst. 4.8)
- BUS ID Verwarmingstype(zie Hfst. 4.8)
• Tijd master(zie Hfst. 7.11)
4 Als alle instellingen naar behoefte zijn uitgevoerd met de bevestigen-icon bevestigen.
→ Tijd
1 Instelling van de actuele tijd (zie Hfst. 3.3.5).
→ Datum
1 Instelling van de actuele datum (zie Hfst. 3.3.6).
→ Systemparameters
De volgende parameters kunnen worden ingesteld:
• [Kamerthermostaat] aanwezig? (zie Hfst. 7.5.4)
• [Verwarmingsondersteuning (HZU)] gewenst?(zie Hfst. 7.5.5)
- [Continue verwarming] gewenst?(zie Hfst. 7.5.5)
→ Verwarmingsgrens
De volgende parameters kunnen worden ingesteld:
- [Stookgrenzen modus verwarmen] (zie Hfst. 7.5.3)
• [Stookgrenzen modus nachtverlag.] (zie Hfst. 7.5.3)
→ Weersafhankelijk
Weersafhankelijke regeling is gewenst:
1 Met bevestigen-icon de selectie „Weersafhankelijk“ bevestigen.
De volgende parameters kunnen worden ingesteld:
- Instelling [Kamerstreeftemperatuur 1] (zie Hfst. 7.5.1)
- Instelling [Stooklijn] (zie Hfst. 4.5.4)
- Alleen bij omkeerbaar apparaattype: instelling van de koelcurve (zie Hfst. 4.5.5)
Weersafhankelijke regeling is niet gewenst:
1 Instelling „Aanvoertemperatuur vast“ selecteren.
2 Met bevestigen-icon de selectie bevestigen.
De volgende parameters kunnen worden ingesteld:
- Instelling [Aanvoertemp. modus verwarmen] (zie Hfst. 7.6.3)
- Alleen bij omkeerbaar apparaattype: instelling [Aanvoertemperatuur modus koelen] (zie Hfst. 7.6.4)
→Warm water
De volgende parameters kunnen worden ingesteld:
• [Warmwaterstreeftemperatuur 1] (zie Hfst. 7.3.4)
- [Warm water hysteresis] (zie Hfst. 7.6.5)
→ Apparaatkeuze
De volgende parameters kunnen worden ingesteld:
• [Buitenunit]
• [Binnenunit]
→ Externe warmtebron
Geen externe warmtebron aanwezig:
1 Instelling „Geen externe warmtebron“ selecteren.
2 Met bevestigen-icon de selectie bevestigen.
Optionele Backup-Heater aanwezig:
1 Met bevestigen-icon de selectie „Back-upverwarming BUH“ bevestigen.
2 Indien nodig de volgende elementen op de lijst selecteren en instellen:
• [Externe prestaties WW] (zie Hfst. 7.5.3)
- [Externe prestaties niveau 1] (zie Hfst. 7.5.3)
• [Externe prestaties niveau 2] (zie Hfst. 7.5.3)
- Noodbediening(zie Hfst. 8.1)
3 Als alle instellingen naar behoefte zijn uitgevoerd met de bevestigen-icon bevestigen.
Alternatieve externe warmtebron aanwezig:
1 Instelling „WW + verwarmingsondersteuning“ of „Twee externe warmtebronnen“ selecteren (zie Hfst. 7.5.3).
2 Met bevestigen-icon de selectie bevestigen.
3 Indien nodig de volgende elementen op de lijst selecteren en instellen:
- [Externe prestaties WW] (zie Hfst. 7.5.3)
• [Externe prestaties niveau 1] (zie Hfst. 7.5.3) - Noodbediening(zie Hfst. 8.1)
4 Als alle instellingen naar behoefte zijn uitgevoerd met de bevestigen-icon bevestigen.
→ Verwarmingssysteem
1 De parameter [Verwarmingssysteem] kan worden ingesteld (zie Hfst. 7.5.2).
6 Parameteroverzicht
6.1 Menu: Modus

flowchart
graph TD
A["Standby"] --> B["Nachtverlaging"]
B --> C["Verwarmen"]
C --> D["Zomer"]
D --> E["Automatisch 1"]
E --> F["Automatisch 2"]
F --> G["Koelen"]
Afb 39-1 Parameter in het menu Modus
6.2 Menu: Gebruiker

flowchart
graph TD
A["Ruimte"] --> B["Kamerstreeftemperatuur 1"]
A --> C["Kamerstreeftemperatuur 2"]
A --> D["Kamerstreeftemperatuur 3"]
A --> E["Verlagen"]
E --> F["Streeftemp. kamer Verlagen"]
E --> G["Streeftemp. kamer Afwezig"]
E --> H["Afwezig"]
H --> I["Warmwaterstreeftemperatuur"]
I --> J["Warmwaterstreeftemperatuur"]
I --> K["Warmwaterstreeftemperatuur"]
H --> L["Warmwater"]
L --> M["1x WW"]
M --> N["1x Warmwater"]
Afb 39-2 Parameter in het menu: „Gebruiker“
6.3 Menu: Tijdprogramma

flowchart
graph TD
A["Feest"] --> B["Afwezig"]
B --> C["Verlof"]
C --> D["Feestdag"]
D --> E["VK auto 1 Verwarmingscircuit Autom. 1"]
E --> F["VK auto 2 Verwarmingscircuit Autom. 2"]
F --> G["WW Auto 1 Warmwatervoorziening Autom. 1"]
G --> H["WW Auto 2 Warmwatervoorziening Autom. 2"]
H --> I["Circ pomp Tijdsprogramma circulatiepomp"]
I --> J["ZP Reset Tijdrprogramma reset"]
Afb 39-3 Parameter in het menu: „Tijdprogramma“
6.4 Menu: Instellingen

flowchart
graph TD
A["Weergave"] --> B["Taal"]
A --> C["Tijd"]
A --> D["Datum"]
A --> E["Icd helderheid"]
A --> F["Icd verlichtingstijd"]
A --> G["Systeem"]
G --> H["Buitenunit"]
G --> I["Binnenunit"]
G --> J["Verwarmingssysteem"]
G --> K["Pomp dT verwarmen"]
G --> L["Pomp dT koelen"]
G --> M["Ext. bron"]
M --> N["Config. externe warmtebron"]
M --> O["Externe prestaties WW"]
M --> P["Externe prestaties niveau 1"]
M --> Q["Externe prestaties niveau 2"]
M --> R["Bivalente functie"]
M --> S["Bivalente functie"]
M --> T["In-/Outputs"]
T --> U["Smart Grid"]
T --> V["Modus Smart Grid"]
T --> W["HT/NT functie"]
T --> X["HT/NT verbinding"]
T --> Y["Kamerthermostaat"]
T --> Z["Functie Interlink"]
T --> AA["Programmeerbare uitvoer (230V)"]
T --> AB["Functie brandervergrend.cont."]
T --> AC["AUX-schakelfunctie"]
T --> AD["AUX-wachttijd"]
T --> AE["Schakeldrempel TDHW (AUX)"]
T --> AF["ISM"]
AF --> AG["Continue verwarming"]
AF --> AH["Verwarmingsondersteuning (HZU)"]
AF --> AI["Capaciteit BIV"]
AF --> AJ["HZU hysteresis"]
AF --> AK["HZU max temperatuur"]
AF --> AL["Min. pompvermogen"]
AF --> AM["Max. pompvermogen"]
AF --> AN["Speciaal"]
AN --> AO["Stille modus"]
AN --> AP["Weergave"]
Afb 39-4 Parameter in het menu: „Instellingen“
6.5 Menu: Configuratie

flowchart
graph TD
A["Toegang"] --> B["Sensoren"]
B --> C["Buitentemporatuursensor"]
C --> D["Warmwatersensor"]
D --> E["Waterdruksensor"]
E --> F["Buitensensorcorrectie"]
F --> G["Waterdruk min."]
G --> H["Waterdruk max."]
H --> I["Waterdruk set"]
I --> J["Maximaal drukverlies"]
A --> K["Config VK"]
K --> L["Weersafhankelijk"]
L --> M["Vorstbeschermingstemperatuur"]
M --> N["Gebouwisolatienorm"]
N --> O["Schakeltemperatuur VK"]
A --> P["Verwamen"]
P --> Q["Stoogrenzen modus verwarmen"]
Q --> R["Stoogrens modus nachverlag."]
R --> S["Verwarmingscurve"]
S --> T["Aanvoertemperatuur verhoging"]
T --> U["Aanvoertemp. modus verwarmen"]
U --> V["Aanvoertemp. modus nachverlag."]
V --> W["Max. aanvoertemperatuur"]
W --> X["Min. aanvoertemperatuur"]
X --> Y["Ruimte-invloed"]
Y --> Z["Aanpassing kamertemperatuur"]
Z --> AA["Aanpassing verwarmingscurve"]
AA --> AB["Interlink temperatuurstijging"]
AB --> AC["Comfort Verwarming"]
A --> AD["Koelen"]
AD --> AE["Koelcurve"]
AE --> AF["Start T-vertr koelen"]
AF --> AG["Max. T-vertr koelen"]
AG --> AH["Start. T-ext. koelen"]
AH --> AI["Max. koelen A-lamp"]
AI --> AJ["Parameters"]
AJ --> AK["Ondergrens aanvoertemperatuur"]
AK --> AL["Aanvoertemperatuur modus koelen"]
AL --> AM["Correctie streefwaarde koelen"]
AM --> AN["Interlink temperatuurverlaging"]
A --> AO["WW"]
AO --> AP["Max. laadtijd warm water"]
AP --> AQ["Warm water spertijd"]
AQ --> AR["Warm water hysteresis"]
AR --> AS["Wachtijd externe warmlebron"]
AS --> AT["Circulatiepomp aansturing"]
AT --> AU["Circulatiepomp intervalsturing"]
AU --> AV["Thermische desinfectie dag"]
AV --> AW["Thermische desinfectie tijd"]
AW --> AX["Thermische desinfectie temp."]
A --> AY["Add-on's"]
AY --> AZ["Relaistest"]
AZ --> BA["Ontluchting"]
BA --> BB["Ontluchtingsfunctie"]
BB --> BC["Dekvloer"]
BC --> BD["dekvoerdroging"]
BD --> BE["Programma"]
BE --> BF["dekvloerprogramma"]
A --> BG["Wizard"]
BG --> BH["Reset parameters"]
Afb 39-5 Parameter in het menu: „Configuratie“
6.6 Menu: Info

flowchart
graph TD
A["Actueel"] --> B["Overzicht"]
B --> C["Modus"]
C --> D["Ext"]
C --> E["RT"]
C --> F["Pomp"]
C --> G["V"]
C --> H["EHS"]
C --> I["TV"]
C --> J["TVBH"]
C --> K["TR"]
C --> L["TDHW"]
C --> M["Psyst"]
C --> N["BPV"]
C --> O["3UVD"]
C --> P["TA2"]
C --> Q["Tliq2"]
C --> R["Stille modus"]
C --> S["HZU"]
T["Waarden"] --> U["Aanvoertemperatuur actueel"]
T --> V["Aanvoertemperatuur actueel"]
T --> W["Builentemperatuur actueel"]
T --> X["Temperatuur warm water actueel"]
T --> Y["Streeftemperatuur warmwater"]
T --> Z["Retourtemperatuur actueel"]
T --> AA["Volumestroom actueel"]
T --> AB["Aanvoertemperatuur VK actueel"]
T --> AC["Aanvoertemperatuur VK set"]
T --> AD["Status verwarmingscirc.pomp"]
T --> AE["Stand mengklep"]
T --> AF["Verwarmingstype"]
T --> AG["Softwarenummer B1/U1"]
T --> AH["Softwarenummer Controller"]
T --> AI["Waterdruk"]
Afb 39-6 Parameter in het menu: „Info“
6.7 Menu: Fout

flowchart
graph TD
A["Noodbediening"] --> B["Handmatig"]
B --> C["Logboek"]
C --> D["Schem"]
B --> E["Status handmatige modus"]
B --> F["Temperatuur handmatig"]
C --> G["Foutschem"]
Afb 39-7 Parameter in het menu: „Fout“
6.8 Menu: Terminal

flowchart
graph LR
A["Adres"] --> B["Bus-scan"]
B --> C["Controller BM1/BE1 #X"]
C --> D["Mengklep #X"]
E["Terminal adres"] --> F
Afb 39-8 Parameter in het menu: „Terminal“

INFORMATIE
Als het plaatselijke bediengsgedeelte als afstandsbediening voor een mengermodule wordt gebruikt, is het startscherm en de menustructuur veranderd (zie Hfst. 9).
6.9 Menu: Statistiek

flowchart
graph TD
A["Energie ext. bron warm water"] --> B["Energie ext. bron verwarmen"]
B --> C["Energie HP koelen"]
C --> D["Energie HP verwarmen"]
D --> E["Energie warm water"]
E --> F["Energieverbruik"]
F --> G["Looptijd compressor"]
G --> H["Looptijd pomp"]
H --> I["Reset"]
Afb 39-9 Parameter in het menu: „Statistiek“
7 Parameterinstellingen
7.1 Toelichtingen bij de parametertabellen
De in de hoofdstukken Hfst. 7.2 t/m Hfst. 7.10 opgenomen paramertabellen bevatten compacte informatie bij alle parameters die in de betreffende menu's en submenu's aan de regeling (1e menuniveau, 2e minuniveau) ter beschikking staan.
Afgezien van de parameteraanduidingen bevatten de tabellen vermeldingen over de instellingsbereiken, fabrieksinstellingen, instelopties resp. verstelstappen en korte toelichtingen over de functie.
Bovendien geven ze informatie over de autorisaties voor de bediening van de regeling. Voor de betreffende kenmering worden de volgende afkortingen gebruikt:
BE Autorisatie voor de eigenaar
HF Autorisatie met Vakmancode
Bij van elkaar verschillende vermeldingen in kolom BE en HF moet voor de selectie van het parameterniveau de vakman al aangemeld zijn om de in kolom HF genoteerde status te verkrijgen (zie Hfst. 4.5).
Status:
N Niet zichtbaar
E Zichtbaar en instelbaar
S Zichtbaar

INFORMATIE
De wijziging van sommige parameters maakt het opnieuw starten van het apparaat noodzakelijk. Dat duurt een paar minuten. Binnen deze tijd kunnen er geen verdere instellingen uitgevoerd worden. Het opnieuw starten kan 5 minuten uitgesteld worden door bij de vraag "Opnieuw starten noodzakelijk. Nu uitvoeren?" "later" in te stellen..
Parameters die een nieuwe start vereisen zijn in de volgende tabellen met een (*) aangegeven
7.2 Modus
[→ Hoofdmenu → Modus]
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | ||
| BE | HF | |||||
| Standby In deze modus zijn alle interne functies uitgeschakeld. Vorstbescherming is nog steeds actief en een blokkeerbescherming van de pomp blijft gewaar-borgd.Alle in het RoCon-systeem via de CAN-bus geïntegreerde regelaars wor-den bij de selectie van deze instelling eveneens bij voorkeur op deze be-drijfsmodus gezet.Uitgangen zijn niet continu spanningsvrij. | √ | - E E | ||||
| Nachtverla-ging | □ / √ | Het interne verwarmingscircuit regelt continu naar de noodzakelijke verlan-gings-aanvoertemperatuur aan de hand van parameter [Stooklijn] of [Aan-voertemp. modus nachtverlag.] of bij een aangesloten kamerthermostaatnaar de kamertemperatuur [Kamerstreeftemp. Educeren]. De warmwater-bereiding wordt uitgevoerd conform [Warmwatervoorziening Autom. 1]. | □ | - E E | ||
| Verwarmen Het interne verwarmingscircuit regelt continu naar de noodzakelijke verlan-gings-aanvoertemperatuur aan de hand van parameter [Stooklijn] of [Aan-voertemp. modus verwarmen] of bij een aangesloten kamerthermostaatnaar de kamertemperatuur [Kamerstreeftemperatuur 1]. De warmwaterbe-reiding wordt uitgevoerd conform [Warmwatervoorziening Autom. 1]. | □ | - E E | ||||
7 Parameterinstellingen
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | |
| BE | HF | ||||
| Zomer Het interne verwarmingscircuit is uitgeschakeld. Vorstbescherming is nogsteeds actief en een blokkeerbescherming van de pomp blijft gewaarborgd.De warmwaterbereiding wordt uitgevoerd conform [Warmwatervoorziening Autom. 1].Alle in het RoCon-systeem via de CAN-bus geïntegreerde regelaars worden bij de selectie van deze instelling eveneens bij voorkeur op deze bedrijfsmodus gezet. | - EE | ||||
| Automatisch 1 Het interne verwarmingscircuit regelt aan de hand van het instelde tijdprogramma [Verwarmingskring Automatisch 1] met de ingestelde streeftemperaturen. De warmwaterbereiding wordt uitgevoerd conform [Warmwatervoorziening Autom. 1]. | - EE | ||||
| Automatisch 2 Het interne verwarmingscircuit regelt aan de hand van het instelde tijdprogramma [Verwarmingskring Automatisch 2] met de ingestelde streeftemperaturen. De warmwaterbereiding wordt uitgevoerd conform [Warmwatervoorziening Autom. 2]. | - EE | ||||
| Koelen Het interne verwarmingscircuit regelt continu naar de noodzakelijke aan-voertemperatuur aan de hand van de parameters in het menu [→ Hoofd-menu→ Configuratie→ Koelen] of bij een aangesloten kamerthermostaat op kamertemperatuur [Kamerstreeftemperatuur 1]. De warmwaterbereiding wordt uitgevoerd conform [Warmwatervoorziening Autom. 1]. Vorstbescherming is nog steeds actief en een blokkeerbescherming van de pomp blijft gewaarborgd. | - EE | ||||
Tab. 40-4 Parameter in het menu Modus
7.3 Gebruiker
[→ Hoofdmenu → Gebruiker]
7.3.1 Menu: Streeftemperatuur kamer
[→ Hoofdmenu → Gebruiker → Ruimte]
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | |
| BE | HF | ||||
| Kamerstreef-temperatuur 1 | 5 - 40 °C Streefwaarde van de kamertemperatuur in °C die voor de 1e schakelcyclus van de tijdprogramma's [Automatisch 1] en [Automatisch 2] geldt. | 20 °C 0,5 °C E E | |||
| Kamerstreef-temperatuur 2 | 5 - 40 °C Streefwaarde van de kamertemperatuur in °C die voor de 2e schakelcyclus van de tijdprogramma's [Automatisch 1] en [Automatisch 2] geldt. | 20 °C 0,5 °C E E | |||
| Kamerstreef-temperatuur 3 | 5 - 40 °C Streefwaarde van de kamertemperatuur in °C die voor de 3e schakelcyclus van de tijdprogramma's [Automatisch 1] en [Automatisch 2] geldt. | 20 °C 0,5 °C E E | |||
Tab. 40-6 Parameter in het menu Streeftemperatuur kamer
7.3.2 Menu: Streeftemp. kamer Verlagen
[→ Hoofdmenu → Gebruiker → Verlagen]
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | |
| BE | HF | ||||
| Kamerstreef-temp. Educe-ren | 5 - 40 °C Streefwaarde van de verlagings-kamertemperatuur in °C, die voor de tijd-programma's [Automatisch 1] en [Automatisch 2] geldt. | 15 °C 0,5 °C E E | |||
Tab. 40-7 Parameter in het menu Streeftemp. kamer Verlagen
7.3.3 Menu: Streeftemp. kamer Afwezig
[→ Hoofdmenu → Gebruiker → Afwezig]
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | |
| BE | HF | ||||
| Kamerstreef-temp. Afwezig | 5 - 40 °C Streefwaarde van de verlagings-kamertemperatuur in °C, die voor de tijd-programma's [Afwezig] en [Verlof] geldt. | 15 °C 0,5 °C E E | |||
Tab. 40-8 Parameter in het menu Streeftemp. kamer Afwezig
7.3.4 Menu: Streeftemperatuur warmwater
[→ Hoofdmenu → Gebruiker → Warm water]
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | |
| BE | HF | ||||
| Warmwater-streeftempe-ratuur 1 | 35 - 70 °C Streefwaarde van de warmwatertemperatuur in °C die voor de 1e schakel-cyclus van de tijdprogramma's [Automatisch 1] en [Automatisch 2] geldt. | 48 °C 0,5 °C E E | |||
| Warmwater-streeftempe-ratuur 2 | 35 - 70 °C Streefwaarde van de warmwatertemperatuur in °C die voor de 2e schakel-cyclus van de tijdprogramma's [Automatisch 1] en [Automatisch 2] geldt. | 48 °C 0,5 °C E E | |||
| Warmwater-streeftempe-ratuur 3 | 35 - 70 °C Streefwaarde van de warmwatertemperatuur in °C die voor de 3e schakel-cyclus van de tijdprogramma's [Automatisch 1] en [Automatisch 2] geldt. | 48 °C 0,5 °C E E | |||
Tab. 40-9 Parameter in het menu Streeftemperatuur warmwater
[→ Hoofdmenu → Gebruiker → 1xWW]
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | ||
| BE | HF | |||||
| 1x warmwater | Uit Start van een een | nmalige warmwaterbereiding op de ingestelde streefwaarde [Warmwaterstreeftemperatuur 1] zonder tijdsbeperking, onafhankelijk van de verwarmingsprogramma's. | - E E | |||
| Aan | ||||||
Tab. 40-10 Parameter in het menu 1x Warmwater
7.4 Tijdprogramma
[→ Hoofdmenu → Tijdprogramma]
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | Instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | ||
| BE | HF | |||||
| Feest 0 – 360 | min Met deze modus | kan er eenmalig een tijd voor de tijdelijke verlenging van de verwarmingstijd van het interne verwarmingscircuit ingesteld worden. | 0 min 15 | min E E | ||
| Afwezig | 0 – 360 min | Met deze modus kan er een eenmalige tijd voor de tijdelijke regeling op de ingestelde afwezigheidstemperatuur ingesteld worden. | 0 min 15 | min E E | ||
| Verlof | Datum eerste dag - Datum laatste dag | Het interne verwarmingscircuit regelt continu (24 h pro Tag) op de ingestel-de afwezigheidstemperatuur (parameter [Kamerstreeftemp. Educeren]).Via een kalenderfunctie kan er een periode voor de afwezigheid ingevoerd worden. | - | 1 dag E E | ||
| Feestdag | Datum eerste dag - Datum laatste dag | Via een kalenderfunctie kan er een periode voor de aanwezigheid inge-voerd worden.Binnen deze tijd wordt er uitsluitend aan de hand van de instellingen voor "zondag" in de tijsprogramma's [Verwarmingscircuit Autom. 1] en [Warm-watervoorziening Autom. 1] geregeld. | - | 1 dag E E | ||
| Verwarmings-kring Automa-tisch 1 | Zie Hfst. 4.3 | In dit menu kan het eerste tijdprogramma voor het interne verwarmingscir-cuit geparametreerd worden. Er kunnen 3 schakelcycli met een resolutie van 15 minuten worden ingesteld. De invoer is voor iedere dag van de week apart mogelijk. Formaat: (Aan) hh:mm - hh:mm (Uit)Bovendien kunnen de cycli van maandag t/m vrijdag, zaterdag t/m zondag en maandag t/m zondag geparametreerd worden. | Zie Tab. 37-3 | 15 min | E E | |
7 Parameterinstellingen
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | ||
| BE | HF | |||||
| Verwarmings-kring Automatisch 2 | Zie Hfst. 4.3 In | dit menu kan het tweede tijdprogramma voor het interne verwarmingscir-cuit geparametreerd worden. Er kunnen 3 schakelcycli met een resolutie van 15 minuten worden ingesteld. De invoer is voor iedere dag van de week apart mogelijk. Formaat: (Aan) hh:mm - hh:mm (Uit)Bovendien kunnen de cycli van maandag t/m vrijdag, zaterdag t/m zondagen maandag t/m zondag geparametreerd worden. | Zie Tab. 37-3 | 15 min E | E | |
| Warmwater-voorziening Autom. 1 | Zie Hfst. 4.3 In | dit menu kan het eerste tijdprogramma voor de warmwaterbereiding ge-parametreerd worden. Er kunnen 3 schakelcycli met een resolutie van 15 minuten worden ingesteld. De invoer is voor iedere dag van de week apart mogelijk. Formaat: (Aan) hh:mm - hh:mm (Uit)Bovendien kunnen de cycli van maandag t/m vrijdag, zaterdag t/m zondagen maandag t/m zondag geparametreerd worden. | Yie Tab. 37-3 | 15 min E | E | |
| Warmwater-voorziening Autom. 2 | Zie Hfst. 4.3 In | dit menu kan het tweede tijdprogramma voor de warmwaterbereiding ge-parametreerd worden. Er kunnen 3 schakelcycli met een resolutie van 15 minuten worden ingesteld. De invoer is voor iedere dag van de week apart mogelijk. Formaat: (Aan) hh:mm - hh:mm (Uit)Bovendien kunnen de cycli van maandag t/m vrijdag, zaterdag t/m zondagen maandag t/mzondag geparametreerd worden. | Zie Tab. 37-3 | 15 min E | E | |
| Tijdsprogramma circulatie-pomp | Zie Hfst. 4.3 In | dit menu kan er een tijdprogramma voor de circulatiepomp geparame-treerd worden. Er kunnen 3 schakelcycli met een resolutie van 15 minuten worden ingesteld. De invoer is voor iedere dag van de week apart mogelijk. Formaat: (Aan) hh:mm - hh:mm (Uit)Bovendien kunnen de cycli van maandag t/m vrijdag, zaterdag t/m zondagen maandag t/m zondag geparametreerd worden. | Zle Tab. 37-3 | 15 min E | E | |
| Tijdrprogramma reset | Feest In dit m | menu kunnen de tijdprogramma's teruggezet worden op fabrieksin-stellingen. Hiervoor de betreffende tijdprogramma's selecteren en vervol-gens de selectie met de bevestigen-icon bevestigen. | -- E E | |||
| Afwezig | ||||||
| Verlof | ||||||
| Feestdag | ||||||
| Verwarmingskring Automatisch 1 | ||||||
| Verwarmingskring Automatisch 2 | ||||||
| Warmwatervoor-ziening Autom. 1 | ||||||
| Warmwatervoor-ziening Autom. 2 | ||||||
| Tijdsprogramma circulatiepomp | ||||||
Tab. 40-11 Parameter in het menu Tijdprogramma
7.5 Instellingen
[→ Hoofdmenu→ Instellingen]
7.5.1 Menu: Weergave-instellingen
[→ Hoofdmenu → Instellingen → Weergave]
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | ||
| BE | HF | |||||
| Taal Deutsch | Taal van de weergav | eteksten op de bedieningseenheid - E E | ☑ | |||
| English | ☐ | |||||
| Français | ☐ | |||||
| Nederlands | ☐ | |||||
| Espanol | ☐ | |||||
| Italiano | ☐ | |||||
| Português | ☐ | |||||
| Tijd Tijd in formaat uur / minuten. E E | ||||||
| Datum Actuele datum in formaat dag / maand / jaar. De actuele weekdag wordt aan de hand van de datum automatisch berekend. | E | E | ||||
| LCD helder-heid | 10 – 100% Helderheid van het display 80% 10% E E | |||||
| Icd verlich-tingstijd | 1 - 60 s | Verlichtingsduur van het display | 30 s | 1 s | E | E |
Tab. 40-13 Parameter in het menu Weergave-instellingen
7.5.2 Menu: Systeem
[→ Hoofdmenu → Instellingen → Systeem]
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | ||
| BE | HF | |||||
| Buitenunit | Geen selectie | Type warmtepomp buitenunit | - | - | N | E |
| 4 kW | ||||||
| 6 kW | ||||||
| 8 kW | ||||||
| 11 kW | ||||||
| 14 kW | ||||||
| 16 kW | ||||||
| Binnenunit | Geen selectie Type warmtepomp binnenunit. | - | - | NE | ||
| R/EHS(B)(X/H)04P30/50D | Aanpassing van de instelwaarde is belangrijk omdat de apparaattypes verschillende ontdooilogica's hebben. | |||||
| R/EHS(B)(X/H)08P30D | ||||||
| R/EHS(B)(X/H)08P50D | ||||||
| R/EHS(B)(X/H)16P50D | ||||||
| Verwarmings-systeem (*) | Vloerverwarming | Warmteoverdrachtstype in het verwarmingssysteem. | ☑ | - | NE | |
| Convector | Als „Radiator“ wordt geselecteerd en er hoge aanvoertemperaturen ge-wenst zijn, kan het doelmatig zijn om de parameter [Max. anvoertemperatuur] naar 65 °C te verhogen ([→ Hoofdmenu → Configuratie → Verwar-men]). | ☐ | ||||
| Radiator | ☐ | |||||
| Pomp dT ver-warmen (*) | 3 - 10 | Noodzakelijk temperatuurverschil tussen retour- en aanvoertemperatuur.Indien een minimaal temperatuurverschil voor een goede werking van de verwarmingsverdeelsystemen in de verwarmingsmodus noodzakelijk is. | 5 | 1 | NE | |
| Pomp dT koe-len (*) | 3 - 10 | Noodzakelijk temperatuurverschil tussen retour- en aanvoertemperatuur.Indien een minimaal temperatuurverschil voor een goede werking van de verwarmingsverdeelsystemen in de koelmodus noodzakelijk is. | 5 | 1 | NE | |
7 Parameterinstellingen
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | ||
| BE | HF | |||||
| Pomplimiet De | parameter legt het | maximum pomptoerental vast. Onder normale om-standigheden mag de standaardinstelling NIET gewijzigd worden. De be-perking van het pomptoerental wordt overgeslagen als het debiet tot het minimum is gedaald. Het bij een beperkt pomptoerental optredende debiet kan aan de pompkaraktersitiek afgelezen worden (zie de installatie- en on-derhoudshandleiding Daikin Altherma EHS(X/H)) | 6 1 N E | |||
| 0 Geen beperking | ||||||
| 1 - 4 Beperking van het pomptoerental onafhankelijk van de bedrijfshoedanig-heid. Met deze instelling kan het verwarmingscomfort niet gegarandeerd worden. Het maximum pomptoerental is afhankelijk van de instelling als volgt: 1: 90%, 2: 75%, 3: 65%, 4: 55% | ||||||
| 5 - 8 Beperking van het pomptoerental als er geen sprake is van een verwar-mings- of koelverzoek. Het maximum pomptoerental is afhankelijk van de instelling als volgt: 5: 90%, 6: 75%, 7: 65%, 8: 55% | ||||||
Tab. 40-14 Parameter in het menu Systeem
7.5.3 Menu: Externe warmtebron
[→ Hoofdmenu → Instellingen → Ext. bron]
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | Instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | ||
| BE | HF | |||||
| Config. exter-ne warmte-bron | Instelling of er een extra externe warmtebron voor de warmwaterbereiding (WW) en/of verwarmingsondersteuning (HZU) aanwezig is. | - N E | ||||
| Geen externe warmtebron | Warmtepomp is de enige warmtebron | ☐ | ||||
| Back-upverwar-ming BUH | Optionele verwarmingsstaaf (3N~) in boiler gemonteerd | ☑ | ||||
| WW + verwar-mingsondersteu-ning | Een alternatieve warmtebron (bijv. Backup-Heater 1N~) zorgt voor de warmwaterbereiding en de verwarmingsondersteuning | ☐ | ||||
| Twee externe warmtebronnen | Twee externe warmtebronnen: alternatieve warmtebron 1 (bijv. Backup-He-ater 1N~) zorgt voor de warmwaterbereiding en alternatieve warmtebron 2 zorgt voor de verwarmingsondersteuning | ☐ | ||||
| Ext. prestatie warm water | 1 - 40 kW War | msteprestatie van de elektrische extra verwarming voor warmwaterbe-reiding | 3 kW 1 kW | N E | ||
| Ext. prestatie trap 1 (*) | 1 - 40 kW War | msteprestatie van de elektrische extra verwarming bij verwarmingson-dersteuning niveau 1zie de gebruiksaanwijzing van de verwarmingsstaaf BUxx. | 3 kW 1 kW | N E | ||
| Ext. prestatie trap 2 (*) | 1 - 40 kW War | msteprestatie van de elektrische extra verwarming bij verwarmingson-dersteuning niveau 2zie de gebruiksaanwijzing van de verwarmingsstaaf BUxx. | 3 kW 1 kW | N E | ||
| Bivalente functie (*) | De bivalente functie is voor de werking van de optionele extra verwarming vanwege een Backup-verzoek (kamerverwarmingswerking) belangrijk. | - N E | ||||
| Bijverwarmen altijd mogelijk | Werking van de Backup-Heater is altijd mogelijk. | ☐ | ||||
| Bijverwarmen T-biv. afhankelijk | Backup-Heater wordt pas vrijgegeven als de in parameter [Bivalentietemp.] ingestelde temperatuur wordt onderschreden. | ☑ | ||||
| Bivalentie-temp. | -15 °C - +35 °C | Instelling heeft invloed op de in parameter [AUX-Schakelfunctie] gedefini-eerde werkwijze van het potentiaalvrije AUX-schakelcontact (wisselscha-keluitgang A).Alleen als parameter [Bivalente functie] = bijverwarmen T-biv.:Buitentemperatuur, vanaf die de optionele extra verwarming voor de onder-steuning van de kamerverwarming wordt geactiveerd. De bivalente tempe-ratuur is voor de werking van de optionele extra verwarming vanwege een Backup-verzoek (kamerverwarmingswerking) belangrijk. Hiervoor wordt de temperatuur van de in de warmtepomp buitenunit geïntegreerde tempera-tuursensor (informatiewaarde T_A ) gebruikt. | 0 °C | 1 °C | N E | |
Tab. 40-15 Parameter in het menu Externe warmtebron
7.5.4 Menu: In-/Outputs
[→ Hoofdmenu → Instellingen → In-/Outputs]
| Parameter | InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toegang | |
| BE | HF | |||||
| Smart Grid Analyse van het SG-signaal (zie Hfst. 4.4). - N E | ||||||
| Uit Functie Smart Grid niet actief, SG-signaal wordt niet geanalyseerd. | ☑ | |||||
| Aan Afhankelijk van het signaal van het energiebedrijf wordt de warmtepomp uitgeschakeld (geen vorstbeschermingsfunctie) of met hogere temperatu-ren gebruikt. | ☐ | |||||
| Modus Smart Grid | Alleen indien parameter [Smart Grid] = Aan:Dient voor een mogelijke verhoging van de streeftemperatuur bij een Smart Grid-inschakelopdracht. | - N E | ||||
| Comfort Verhoging van de warmwaterstreeftemperatuur met 5 K | ☑ | |||||
| Standaard Verhoging van de aanvoerstreeftemperatuur met 2 K en warmwaterstreeftemperatuur met 5 K | ☐ | |||||
| Eco Verhoging van de aanvoerstreeftemperatuur met 5 K en warmwaterstreeftemperatuur met 7 K | ☐ | |||||
| HT/NT functie | Instelling welke warmtebronnen uitgeschakeld worden als bij een laagta-rief-netaansluiting het door het energiebedrijf uitgegeven signaal voor hoogtarief wordt ontvangen. | - N E | ||||
| Inactief Gedeactiveerd (geen effect) | ☑ | |||||
| Compressor uit-schakelen | Koudemiddelcompressor wordt uitgeschakeld | ☐ | ||||
| Compressor +BUH uitschakelen | Koudemiddelcompressor en reserveverwarming worden uitgeschakeld | ☐ | ||||
| Alles uitschakelen | Alles wordt uitgeschakeld (geen vorstbeschermingsfunctie - zie Hfst. 4.5.3) | ☐ | ||||
| HT/NT verbin-ding | Vastlegging of de HT-/NT-ingang als opener- of als sluitcontact wordt geanalyseerd. | - N E | ||||
| Maakcontact | Schakelcontact gesloten bij hoogtarief. | ☑ | ||||
| Verbreekcontact | Schakelcontact gesloten bij laagtarief. | ☐ | ||||
| Kamerther-mostaat | Configuratie van een op aansluiting J16 van de Daikin Altherma EHS(X/H) aangesloten kamerthermostaat met potentiaalvrije contacten. | - N E | ||||
| Nee Gedeactiveerd | ☑ | |||||
| Ja | Alleen als parameter [Functie Interlink] = UitAnalyse van de schakelcontacten verwarmen en koelen aan de stekker-aansluiting J16 op de schakelprintplaat RoCon BM2C (alleen als geen van de modi "Standby", "Nachtverlaging", "Zomer", "Verlof", "Feestdag" of "Screed" actief is):Gesloten schakelcontact verwarmen: modus wordt omgeschakeld naar "Verwarmen". Prioriteit, indien beide schakelcontacten gesloten zijn.Gesloten schakelcontact koelen: modus wordt omgeschakeld naar "Koelen".Open contacten: alleen vorstbescherming actief. | ☐ | ||||
7 Parameterinstellingen
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toegang | ||
| BE | HF | |||||
| Functie Inter-link | Configuratie voor installaties die met 2 verschillende aanvoerstreeftempe-raturen worden gebruikt (zieHfst.4.4.4).Een mogelijke toepassing is bijv. de aanvullende integratie van een HP convector in een oppervlakteverwarmings- en koelsysteem.Voorwaarade: Op stekkeraansluiting J16 van de Daikin Altherma EHS(X/H) zijn 2 kamerthermostaten aangesloten. | -N E | ||||
| Uit Gedeactiveerd | ||||||
| Aan Analyse van de schakelcontacten verwarmen en koelen aan de stekker-aansluiting J16 op de schakelprintplaat RoCon BM2C.Activeren van de koelwerking alleen door omschakelen in de modus "Koelen" (zieHfst.4.1).Instelling van de parameter [Kamerthermostaat] wordt niet meer geanaly-seerd.Open schakelcontacten: alleen vorstbescherming actiefModus "Verwarmen" en "Automatisch 1" / "Automatisch 2" tijdens de schakelcycli bij dagwerking actief.Gesloten schakelcontact verwarmen = IL1:Er wordt naar de normale aanvoerstreeftemperatuur aan de hand van de parameterinstellingen in [→ Hoofdmenu → Configuratie → Verwar-men] geregeld.Gesloten schakelcontact koelen = IL2:Er wordt naar de hogere aanvoerstreeftemperatuur geregeld (normale aanvoerstreeftemperatuur + waarde van de parameter [Interlink temperatuurstijging]). Prioriteit, indien beide schakelcontacten gesloten zijn!Modus "Koelen" actief.Gesloten schakelcontact verwarmen = IL1:Er wordt naar de normale aanvoerstreeftemperatuur aan de hand van de parameterinstellingen in [→ Hoofdmenu → Configuratie → Verwar-men] geregeld.Gesloten schakelcontact koelen = IL2:Er wordt naar de lagere aanvoerstreeftemperatuur geregeld (normale aan-voerstreeftemperatuur - waarde van de parameter [Interlink temperatuur-verlaging]). Prioriteit, indien beide schakelcontacten gesloten zijn | ||||||
| Program-meerbare uit-voer (230V) | Configuratie van de multifunctionele uitgang (230 V, aansluiting J14): - N E | |||||
| Inactief De uitgang is zonder functie. | ||||||
| Verzoek verwar-mingscircuit | Verzamelpomp – De uitgang wordt actief, zodra een verwarmingscircuit van het systeem een warmteverzoek aan de verwarming meldt. | |||||
| Verzoek circulatie | Circulatiepomp - De uitgang wordt afhankelijk van de parametrering ofwel aan de hand van het tijdprogramma van de circulatiepomp of van het tijd-programma van de warmwaterbereiding geactiveerd (zieHfst.4.3). | |||||
| Verz. direct ver-warmingscircuit | Aanvoerpomp – De uitgang wordt actief zodra voor het directe verwar-mingscircuit van de verwarming een warmteverzoek wordt gedaan. | |||||
| Functie bran-derver-grend.cont. | Weerstandswaarden | Selectie van de functionaliteit van het schakelcontact EXT (J8) (zieHfst.4.1) | -N E | |||
| Blokkeercontact van de brander | ||||||
7 Parameterinstellingen
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toegang | ||
| BE | HF | |||||
| AUX-Schakelfunctie | Instelling wijst de schakelvoorwaarden voor het potentiaalvrije AUX-schakelcontact toe (wisseling schakeluitgang A, zie Hfst. 4.4.4). | -N E | ||||
| Inactief Functie gedeactiveerd.AUX-schakelcontact schakelt; | ☑ | |||||
| Schakeldrempel TDHW (AUX) | Als boilertemperatuur (Tdhw) ≥ waarde parameter [Schakeldrempel TDHW (AUX)] is. | ☐ | ||||
| Verzoek verwar-men/koelen | Als en een koel- of verwarmingsverzoek aanwezig is. | ☐ | ||||
| Verzoek BUH Als er een warmwaterverzoek aan de Backup-Heater (BUxx) aanwezig is of de geconfigureerde Backup-Heater verzocht wordt voor de verwar-mingsondersteuning. | ☐ | |||||
| Fout Als er een fout is opgetreden | ☐ | |||||
| TVBH > 60 °C Als de sensorwaarde (TVBH) >60 °C ist | ☐ | |||||
| Buitentemperatuur | Als de buitentemperatuur < parameterwaarde [Bivalentietemp.] is. (Warm-tepomp werkt verder = gelijktijdige bivalente werking) | ☐ | ||||
| Buitentemp. + WW/verwarmen | Als de buitentemperatuur < parameterwaarde [Bivalentietemp.] is + een verzoek verwarmen of warmwaterbereiding aanwezig is. (Warmtepomp werkt niet verder = alternatieve bivalente werking) | ☐ | ||||
| Verzoek WW Als er een warmwaterverzoek aanwezig is. | ☐ | |||||
| Buitentemperatuur + verwarmen | Als buitentemperatuur < parameterwaarde [Bivalentietemp.] + warmtever-zoek "kamerverwarming" (niet voor warmwaterverzoek). Warmtepomp werkt onder de in parameter [Bivalentietemp.] ingestelde waarde niet meer met kamerverwarmingswerking - alleen nog met warmwaterwerking.Toepassing: alternatieve bivalente werking kamerverwarming als de ver-warmingsketel hydraulisch zo geïntegreerd is dat hij het drukloze boilerwa-ter van de Daikin Altherma EHS(X/H) direct verwarmt (aansluiting via zon-neaansluitingen). | ☐ | ||||
| Multi-Oil Als buitentemperatuur < parameterwaarde [Bivalentietemp.] + warmtever-zoek "kamerverwarming" (niet voor warmwaterverzoek). Warmtepomp werkt onder de in parameter [Bivalentietemp.] ingestelde waarde niet meer met kamerverwarmingswerking - alleen nog met warmwaterwerking.Toepassing: alternatieve bivalente werking kamerverwarming als de ver-warmingsketel hydraulisch in de aanvoer van de warmtepomp is geïnte-greerd. Voor deze toepassing moet de vorstbeschermingsfunctie aan de Daikin Altherma EHS(X/H) gedeactiveerd worden (parameter [Vorstbe-schermingstemperatuur] = Uit). | ☐ | |||||
| Modus koelen Als de warmtepomp op modus "Koelen" staat. | ☐ | |||||
| AUX-Wacht-tijd | 0-600 s AUX-schakelcontact (A) schakelt pas vertraagd als de schakelvoorwaarde (zie parameter [AUX-Schakelfunctie]) langer dan de ingestelde tijd aanwe-zig is. | 120 s 5 s | N E | |||
| Schakeldrempel TDHW (AUX) | 20 – 85 °C Schakeldrempel boilertemperatuur (Tdhw) voor AUX-schakelcontact (zie parameter [AUX-Schakelfunctie]). | 50 °C | 1 °C | N E | ||
Tab. 40-16 Parameter in het menu In-/Outputs
7.5.5 Menu: Intelligent Storage Manag
[→ Hoofdmenu → Instellingen → ISM]
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | ||
| BE | HF | |||||
| Continue ver-warming | De functie maakt het continue verwarmen ook tijdens het ontdooien van de verdamper mogelijk. Daarmee kan een hoog comfort ook bij snel reagerende verwarmingssystemen (bijv. convectoren) gegarandeerd worden. | - N E | ||||
| Uit Geen continu verwarmen | ☐ | |||||
| Aan Continu verwarmen. Verwarmingswarmte wordt tijdens het ontdooien van de verdamper uit de boiler gehaald. | ☑ | |||||
| Verwarmings-ondersteuning (HZU) | Verwarmingsondersteuning uit boiler als de minimum temperatuur is over-schreden (zie Hfst. 4.4 en parameter [HZU hysteresis]). | - N E | ||||
| Uit Geen verwarmingsondersteuning | ☐ | |||||
| Aan Verwarmingsondersteuningsfunctie actief | ☑ | |||||
| Capaciteit BIV | 3 - 40 kW Instelling | beperkt het vermogen van de verwarmingsondersteuning. 15 kW 1 kW N E | ||||
| HZU hysteresis | 2 - 15 Alleen | indien parameter [Verwarmingsondersteuning (HZU)] = Aan.Verwarmingsondersteuning wordt geactiveerd alsTdhw > THZUmin + 4 K en Tdhw > [Aanvoertemperatuur set] + 1 K.De verwarmingsondersteuning wordt gedeactiveerd alsTdhw < THZUmin of Tdhw < [Aanvoertemperatuur set].THZUmin = zojuist actieve warmwaterstreeftemperatuur [Aanvoertemperatuur set] + ingestelde parameterwaarde [HZU hysteresis ].Tdhw = actuele boilertemperatuur[Aanvoertemperatuur set] = zojuist actieve aanvoerstreeftemperatuur (zie Hfst. 4.5) | 5 1 | N E | ||
| HZU max temperatuur | 5 - 85 °C | Instelling beperkt de maximale aanvoertemperatuur (gemeten aan tv, BH) bij een actieve verwarmingsondersteuningsfunctie. | 60 °C | 1 °C | N E | |
| Min. pomp-vermogen | 40 - 80% | Ondergrens voor de pompwerking. Wordt alleen toegepast als de verwar-mingsondersteuning actief is of er warmte door een externe warmtebron wordt opgewekt. | 50% | 1 % N E | ||
| Max. pomp-vermogen | 60 - 80% | Bovengrens voor de pompwerking. Wordt alleen toegepast als de verwar-mingsondersteuning actief is of er warmte door een externe warmtebron wordt opgewekt. | 80% | 1 % N E | ||
Tab. 40-17 Parameter in het menu Intelligent Storage Manag
7.5.6 Menu: Speciale functies
[→ Hoofdmenu → Instellingen → Speciaal]
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | ||
| BE | HF | |||||
| Stille modus | Modus voor geluidsarme werking bij gereduceerd vermogen (zie Hfst. 4.4). | - | N | E | ||
| Inactief | Inaktiv | ☑ | ||||
| Actief Aktiv | ☐ | |||||
| 's Nachts actief | Wordt alleen 's nachts tussen 22:00 Uhr en 6:00 Uhr in de stille modus ge-bruikt. | ☐ | ||||
| Geluidsniveau | Bij de selectie van de stille modus kunnen er drie geluidsniveaus worden ingesteld. | - N E | ||||
| Min. geluidsreduc-tie | Bij lagere omgevingstemperaturen kan het vermogen dalen. | ☑ | ||||
| Gem. geluidsre-ductie | Onder alle omstandigheden is een gereduceerde prestatie mogelijk. | ☐ | ||||
| Max. geluidsre-ductie | Onder alle omstandigheden wordt het vermogen gereduceerd. | ☐ | ||||
Tab. 40-18 Parameter in het menu: „Speciale functie“
7.6 Configuratie
[→ Hoofdmenu → Configuratie]
7.6.1 Menu: Sensoren
[→ Hoofdmenu → Configuratie → Sensoren]
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | ||
| BE | HF | |||||
| Buitentempe-ratuursensor(*) | Geïntegreerde sensor | Selectie of de in de buitenunit geïntegreerde sensor of een optionele bui-tentemperatuursensor wordt gebruikt om de streefaanvoertemperaturen te meten | - N E | |||
| Optionele sensor | ||||||
| Warmwater-sensor | Configuratie van de warmwaterbereiding: - N E | |||||
| Inactief Geen | functie voor de warmwaterbereiding. | |||||
| Sensor Functie voor de warmwaterbereiding is geactiveerd. Voor de warmwaterbe-reiding wordt er een boilertemperatuursensor geanalyseerd (Als er geenboilertemperatuursensor is aangesloten wordt er een foutmelding gege-ven). | ||||||
| Thermostaat Functie voor de warmwaterbereiding is geactiveerd. Voor de warmwaterbe-reiding wordt er een thermostaatschakelaar (Aan / Uit) geanalyseerd, waar-bij "open klemmen" als "geen behoefte" wordt geïnterpreteerd. | ||||||
| Waterdruk-sensor | Configuratie van de sensor voor de detectie van de waterdruk van het sys-teem. | - N E | ||||
| Uit Geen sensoranalyse | ||||||
| Aan Sensoranalyse geactiveerd (Als er geen druksensor is aangesloten wordt er een foutmelding gegeven.) | ||||||
| Buitensensor-correctie | -5,0 - +5,0 K Individuele aanpassing voor de meetwaarde van de voor de regeling rele-vante buitentemperatuur. | 0,0 K 0,1 K N E | ||||
| Waterdrukmin. | 0,1 - 5,0 bar | Definieert de maximale waterdruk.Druksensorfunctie (alleen bij geactiveerde druksensor, [Waterdruksensor]= Aan): als de meetwaarde onder de ingestelde waarde ligt, wordt de Daikin Altherma EHS(X/H) uitgeschakeld en wordt er een foutmelding gegeven. | 0,5 bar | 0,1 bar | N E | |
| Waterdrukmax. | 0,1 - 5,0 bar | Definieert de minimale waterdruk.Druksensorfunctie (alleen bij geactiveerde druksensor, [Waterdruksensor]= Aan): als de meetwaarde boven de ingestelde waarde ligt, wordt er een waarschuwing gegeven. | 3,0 bar | 0,1 bar | N E | |
| Waterdruk set | 0,1 - 5,0 bar | Definieert de gewenste waterdruk.Druksensorfunctie (alleen bij geactiveerde druksensor, [Waterdruksensor]= Aan): als de meetwaarde de ingestelde waarde meer dan de in parameter [Maximaal drukverlies] ingestelde waarde onderschrijdt, wordt er een waar-schuwing gegeven. | 0,9 bar | 0,1 bar | N E | |
| Maximaal drukverlies | 0,1 - 5,0 bar | Definieert het maximaal acceptabele drukverlies in het verwarmingssys-teem.Druksensorfunctie (alleen bij geactiveerde druksensor, [Waterdruksensor]= Aan): als de meetwaarde de ingestelde waarde meer dan de in parameter [Waterdruk set] ingestelde waarde onderschrijdt, wordt er een waarschu-wing gegeven. | 0,5 bar | 0,1 bar | N E | |
Tab. 40-20 Parameter in het menu Sensoren
7.6.2 Menu: Configuratie verwarmingscircuit
[→ Hoofdmenu → Configuratie → Config VK]
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | ||
| BE | HF | |||||
| Weersafhan-kelijke | Selectie van de methode voor de bepaling van de aanvoerstreeftemperatuur. | - N E | ||||
| Aanvoertemperatuur vast | Aanvoertemperatuur vast: regeling op een vaste aanvoerwaarde (afhankelijk van de modus) | ☐ | ||||
| Weersafhankelijk | Weersafhankelijk: weersafhankelijke regeling aan de hand van de verwarmingscurve. | ☑ | ||||
| Vorstbescher-mingstempe-ratuur | Uit Geen vo | vorstbescherming van het verwarmingscircuit 0 °C 1 °C E E | ||||
| -15 – 5 °C Als | de buitentemperatuur onder de ingestelde waarde daalt, schakelt het systeem om naar vorstbeschermingswerking (inschakelen van de pom-pen). De functie wordt beeindigd als de buitentemperatuur boven de inge-stelde parameterwaarde + 1 K stijgt. | |||||
| Isolatie Uit Instellng van de isolatie | estandaard van het gebouw. Daardoor worden de gemiddelde buitentemperatuur en de automatische aanpassingen van de verwarmingscurve en van de verwarmingstijden beïnvloed. | ☐ | - E E | |||
| ☑ | ||||||
| ☐ | ||||||
| ☐ | ||||||
| ☐ | ||||||
| Schakeltem-peratuur VK | Automatische activering van de koelwerking. Uit 1 °C N E | |||||
| Uit Gedeactiveerd | ||||||
| 10 - 40 °C Als | de buitentemperatuur de ingestelde waarde overschrijdt, wordt er om-geschakeld naar "Koelen". Als de buitentemperatuur 2 K onder de ingestel-de waarde daalt, wordt er automatisch omgeschakeld naar de tevoren ge-activeerde modus | |||||
Tab. 40-21 Parameter in het menu Config. verwarmingscircuit
7.6.3 Menu: Verwarmen
[→ Hoofdmenu → Configuratie → Verwarmen]
| Parameter | Instelbereik Min / Max | Beschrijving | Fabrieksinstelling | Stappen-grootte | Toe-gang | |
| BE | HF | |||||
| Stookgren-zen modus verwarmen | Uit | Instellen van de automatische zomeruitschakeling van de verwarming. Als de door de regelaar gemeten en gemiddelde buitentemperatuur de ingestelde waarde met 1 K overschrijdt wordt het verwarmingscircuit uitgeschakeld. De verwarming wordt weer vrijgegeven als de buiten-temperatuur de ingestelde verwarmingsgrens onderschrijdt. | 19 °C | 1 K E | E | |
| 10 - 40 °C | ||||||
| Stookgren-zen modus nachtverlag. | Uit | Instellen van de verwarmingsgrens voor het "uitschakelen" van het verwarmingscircuit tijdens de nachtverlaging (functie als parameter [Stookgrenzen modus verwarmen]). | 10 °C | 1 K E | E | |
| 10 - 40 °C | ||||||
| Stooklijn | 0,0 - 3,0 | Alleen als parameter [Weersafhankelijke] = weersafhankelijk: Instelling van de verwarmingscurve. De verwarmingscurve geeft de af-hankelijkheid van de aanvoerstreeftemperatuur van het verwarmings-circuit van de buitentemperatuur weer (zie Hfst. 4.5). | 0,5 | 0,1 | E | E |
| Aanvoertem-peratuur ver-hoging (*) | 0 - 4 | Deze functie legt vast hoe ver de watertemperatuur boven de aanvoer-streeftemperatuur mag stijgen voordat de compressor wordt gestopt. De compressor hervat de werking als de aanvoertemperatuur onder de aanvoerstreeftemperatuur daalt. Deze functie geldt ALLEEN voor de verwarmingsmodus. | 3 | 1 N | E | |
| Aanvoer-temp. modus verwarmen | 20 - 90 °C | Alleen als parameter [Weersafhankelijke] = Weersafhankelijk Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur voor het verwarmingscir-cuit tijdens de verwarmingsduur in bedrijfsmodus: "Automatisch 1", "Automatisch 2", "Verwarmen". | 40 °C | 1 °C E | E | |
| Aanvoer-temp. modus nachtverlag. | 10 - 90 °C | Alleen als parameter [Weersafhankelijke] = Weersafhankelijk Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur voor het verwarmingscir-cuit tijdens de verlagingsduur in bedrijfsmodus: "Automatisch 1", "Auto-matisch 2", "Nachtverlaging". | 10 °C | 1 °C E | E | |
7 Parameterinstellingen
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieksinstel- | ling | Stappen-grootte | Toe-gang | ||
| BE | HF | |||||
| Max. anvoer-temperatuur | 20 - 90 °C Instelling beperkt de aanvoertemperatuur (gemeten aan tV2) bij een actieve verwarmingsondersteuningsfunctie.De berekende aanvoertemperatuur van het verwarmingscircuit wordt tot de hier ingestelde maximum waarde beperkt.Eist een optioneel aangesloten, gemengd verwarmingscircuit een hoge temperatuur van de verwarming op, dan wordt hiermee rekening gehouden. Daardoor draait de interne circulatiepomp van de verwarming altijd, als hij is ingeschakeld. Het het directe verwarmingscircuit een vloerverwarming verzogt, moet daarom een mechaische temperatuurbegrenzer gemonteerd worden om te voorkomen dat de vloer te warm wordt. | 80 °C 1 °CN E | ||||
| Min. anvoer-temperatuur | 10 - 90 °C De berekende aanvoerstreeftemperatuur van het verwarmingscircuit wordt tot de hier ingestelde minimum waarde beperkt. | 28 °C 1 °CN E | ||||
| Ruimte-in-vloed | Alleen bij een aangesloten en aan het verwarmingscircuit toegewezen kamerregelaar:Instelling welke invloed de afwijking van de door EHS157034 gemeten kamertemperatuur van de actuele streefwaarde (zie Hfst. 4.2) op de aanvoertemperatuur heeft. | Uit 1 K E E | ||||
| Uit, Zuiver | door het weer geregelde aanvoertemperatuurregeling | |||||
| 0 K Zuiver | door het weer geregelde aanvoertemperatuurregeling, maar de interne circulatiepomp draait na een warmteverzoek tijdens de nacht-verlaging verder tot aan de volgende verwarmingscyclus. | |||||
| 1 – 20 K Zorgt | voor een correctie van de aanvoerstreeftemperatuur (parallelle verschuiving van de verwarmingscurve) met de ingestelde factor. Als de gemeten temperatuur 2 K onder de streefwaarde ligt, wordt de aan-voerstreeftemperatuur met het 2-voudige van de ingestelde waarde verhoogd. | |||||
| Aanpassing kamertempe-ratuur | -5 - +5 K Alleen bij een aangesloten en aan het verwarmingscircuit toegewezen kamerregelaar.Individuele aanpassing van de voor de regeling belangrijke kamertem-peratuur.Als er een systematische afwijking van de door de EHS157034 gemeten kamertemperatuur van de in het verblijfsgedeelte van dit vertrek gemeten werkelijke temperatuur wordt geconstateerd, kan de meet-waarde met de ingestelde waarde gecorrigeerd worden. | 0,0 K 1 K E E | ||||
7 Parameterinstellingen
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieksinstel- | ling | Stappen-grootte | Toe-gang | ||
| BE | HF | |||||
| Adaptatie verwar-mingscurve | Functie kan alleen bij een aangesloten en aan het verwarmingscircuit toegewezen kamerregelaar worden uitgevoerd: | - N E | ||||
| Uit Uit: gedeactiveerd | ☑ | |||||
| Aan Geactiveerd = start van een eenmalige automatische aanpassing van de verwarmingscurve.Voorwaarden:- Buitentemperatuur < 8 °C- Instelling van de modus: "Automatisch 1" of "Automatisch 2"- Duur van de verlagingsfase ten minste 6 hFunctie: In het begin van de verlagingstijd wordt de actuele kamertem-peratuur als streefwaarde boor de volgende 4 uur ingesteld. De ver-warmingscurve wordt door de regeling aan de hand van de aanvoer-streeftemperaturen berekend die noodzakelijk zijn om deze kamertem-peratuur op peil te houden.Als de automatische stooklijnaanpassing wordt onderbroken, wordt de functie gepauzeerd tot hij de volgende dag met succes uitgevoerd of beëindigd wordt (instellen van de parameter op "Uit" of wijzigen van de actuele bedrijfsmodus).Tijdens de automatische aanpassing zijn de warmwaterbereiding en de verwarmingsoptimalisatie geblokkeerd. | ☐ | |||||
| Interlink temperatuurstij-ging | 1 – 50 K Alleen indien parameter [Functie Interlink] = Aan:Aanvoerstreeftemperatuur wordt bij een gesloten RT-schakelcontact koelen met de ingestelde waarde verhoogd. Verzoek bijv. door HP convector. | 5 K 1 K N E | ||||
| Comfort Ver-warming | UitAan | Als de warmtepomp bij zeer lage buitentemperaturen niet aan de warmtebehoefte kan voldoen, wordt warmte uit de boiler gehaald en voor de kamerverwarming gebruikt (zie Hfst. 4.5.4)- Uit: pas bij niet gedekte verwarmingsbehoefte wordt de boilertempe-ratuur opgevoerd. Binnen de tijd die nodig is voor het verhogen van de temperatuur kan er iets minder comfort optreden.- Aan: bij betreffende buitentemperaturen wordt de boilertemperatuur boven de voor de warmwaterbehoefte ingestelde boilertemperatuur verhoogd. Eventueel wordt het stroomverbruik van de warmtepomp hoger. | ☑☐ | N | E | |
Tab. 40-22 Parameter in het menu Verwarmen
7.6.4 Menu: Koelen
[→ Hoofdmenu → Configuratie → Koelen]
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | |
| BE | HF | ||||
| Start T-vertr koelen | 5 - 25 °C Alleen als parameter [Weersafhankelijke] = weersafhankelijk:Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur voor het koelen bij het starten van de koelwerking (buitentemperatuur = parameter [Start. T-ext. koelen]) | 18 °C | 1 °C | E | E |
| Max. T-vertr koelen | 5 - 25 °C Alleen als parameter [Weersafhankelijke] = weersafhankelijk:Instelling van de minimale aanvoerstreeftemperatuur voor het koelen. Die wordt vanaf de buitentemperatuur (parameter [Max. T-ext. koelen]) constant gehouden. | 8 °C 1 °C | E | E | |
| Start. T-ext. koelen | 15 - 45 °C Alleen als parameter [Weersafhankelijke] = weersafhankelijk:Instelling vanaf welke buitentemperatuur de koelwerking met de hoogste aanvoerstreeftemperatuur voor het koelen [Start T-vertr koelen] start (instellingsvoorwaarde: modus "Koelen"). | 24 °C | 1 °C | E | E |
| Max. T-ext. koelen | 20 - 45 °C Alleen als parameter [Weersafhankelijke] = weersafhankelijk:Instelling bij welke buitentemperatuur de laagste aanvoerstreeftemperatuur voor het koelen [Max. T-vertr koelen] wordt ingesteld (instelvoorwaarde: modus "Koelen"). | 35 °C | 1 °C | E | E |
7 Parameterinstellingen
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | |
| BE | HF | ||||
| Ondergrensaanvoertem-peratuur | 5 - 25 °C Alleen als parameter [Weersafhankelijke] = weersafhankelijk:Instelling van de absolute aanvoerstreeftemperatuur voor het koelen. Be-perking werkt als vanuit andere parameterinstellingen een lagere aanvoer-streeftemperatuur voor het koelen zou worden bepaald. | 18 °C 1 °C N E | |||
| Aanvoertem-peratuur modus koelen | 8 - 30 °C Alleen als parameter [Weersafhankelijke] = aanvoertemperatuur vast:Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur voor het koelen (vaste waarde)bij actieve koelwerking. | 18 °C 1 °C E E | |||
| Correctiekoelsetpoint | -5,0 - +5,0 K Evenwijdige verschuiving van de koelkarakteristiek met de ingesteldewaarde. | 0,0 K 1 K N E | |||
| Interlink temperatuurverla-ging | 1 - 50 K Alleen indien parameter [Functie Interlink] = Aan:Aanvoerstreeftemperatuur voor het koelen wordt bij een gesloten RT-scha-kelcontact koelen met de ingestelde waarde gereduceerd (zie parameter[Functie Interlink]). Verzoek bijv. door HP convector. | 5 K 1 K N E | |||
Tab. 40-23 Parameter in het menu Koelen
7.6.5 Menu: Warm water
[→ Hoofdmenu → Configuratie → WW]
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | |
| BE | HF | ||||
| Max. laadtijd warm water | 10 - 240 min Instelling van de maximale duur van een warmwaterbereidingscyclus.Daarna annulering van de warmwaterbereiding als de actuele temperatuur van het water de ingestelde streefwaarde in parameter [Warmwaterstreef-temperatuur 1] niet bereikt. | 60 min 10 | min N E | ||
| Warm water spertijd | 0 - 180 min Instelling van de spertijd na afloop of annulering van een warmwaterberei-dingscyclus. Het nieuwe verzoek om een warmwaterbereiding wordt op zijn vroegst na afloop van deze blokkeringstijd bediend. | 30 min 10 | min N E | ||
| Warm water hysteresis | 2 - 20 K Schakeldrempel lading warm waterInstelling van het temperatuurverschil waarmee de temperatuur in de boiler t.o.v. de actueel geldige warmwaterstreeftemperatuur [Temperatuur warm water set] mag dalen voordat de warmtepomp voor de lading warm water ingeschakeld moet worden. | 7 K 1 K | E E | ||
| Wachttijd ex-terne warmte-bron | 20 - 95 min Vertragingstijd vanaf wanneer de extra warmtebron de warmtepomp bij een lading van warm water mag ondersteunen (zie Hfst. 4.5). | 50 min 1 | min E E | ||
| Circulatie-pomp aanstu-ring | Instelling voor de aansturing van een circulatiepomp. Gebruik in Frankrijk niet toegestaan! | - | E E | ||
| Uit | Optionele circulatiepomp wordt synchroon met het actieve schakeltijdpro-gamma voor de warmwaterbereiding aangestuurd. | ☑ | |||
| Aan | Optionele circulatiepomp wordt aan de hand van het schakeltijdprogramma [Tijdsprogramma circulatiepomp] aangestuurd. | ☐ | |||
| Circulatie-pomp inter-valsturing | Instelling van de intervalbesturing voor een optionele circulatiepomp. Ge-bruik in Frankrijk niet toegestaan! | Uit | 1 min | E E | |
| Uit | GedeactiveerdDe circulatiepomp draait tijdens de vrijgavetijden van het toegewezen schakeltijdprogramma (parameter [Circulatiepomp aanstu-ring]) continu. | ||||
| 1 - 15 min De circulatiepomp draait getakt (taktverhouding: draaitijd van de pomp = instelwaarde per 15 min). | |||||
7 Parameterinstellingen
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | ||
| BE | HF | |||||
| Thermische desinfectie dag | Instelling van de dag voor de thermische desinfectie van de boiler. Uit - E E | |||||
| Uit Geen thermische desinfectie | ||||||
| Maandag ... Zondag | Dag van de thermische desinfectie | |||||
| Dagelijkse statis-tiek | Dagelijkse thermische desinfectie | |||||
| Thermische desinfectie tijd | 00:00 - 23:45 Instelling van de starttijd van de thermische desinfectie van de boiler (for-maat hh:mm). | 03:30 15 min N E | ||||
| Thermische desinfectie temp. | 60 – 70 °C Instelling van de warmwaterstreeftemperatuur tijdens de thermische desin-fectie van de boiler. | 65 °C 1 °C N E | ||||
Tab. 40-24 Parameter in het menu Warm water
7.6.6 Menu: Extra programma's
[→ Hoofdmenu → Configuratie → Add-on's]
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | ||
| BE | HF | |||||
| Relaistest | Handmatige aansturing van aparte relais voor testdoeleinden. Na de be-vestiging van deze parameter met de draaiknop wordt op het display de lijst van relais 1 - 9 met keuzevakje weergegeven. Bij aanvinken en bevestiging van een relais met de draaiknop wordt er een vinkje in het keuzevak-je gezet en het betreffende relais geactiveerd. Meervoudige selectie is mogelijk. | - | - N E | |||
| Uitgang J1 Uitgang J1 (interne verwarmingscirculatiepomp), uitgang pomp | ||||||
| Uitgang J14 | Uitgang J14 (circulatiepomp), menger "Open" | |||||
| Uitgang J2 contact A | Contact A aan uitgang J2 (omschakelklep 3UVB1), menger "Dicht" | |||||
| Uitgang J2 contact B | Contact B aan uitgang J2 (omschakelklep 3UVB1) | |||||
| Uitgang J12 3UV DHW open | Uitgang J12, omschakelklep 3UV DHW "Dicht" | |||||
| Uitgang J12 3UV DHW dicht | Uitgang J12, omschakelklep 3UV DHW "Open" | |||||
| Aansluiting J3 slui-ter B | Aansluiting J3 (potentiaalvrij relais: sluiter B-B1) - AUX | |||||
| Aansluiting J3 wis-selaar A | Aansluiting J3 (potentiaalvrij relais: wisselaar A-A1/A-A2) - AUX | |||||
| Uitgang J10 | Uitgang J10 (voeding A1P) | |||||
| Uitgang J17 relais K2 | Uitgang J17 (Pin 3) - relais K2 (RTX-EHS) uitgang XBUH1 T2 | |||||
| Uitgang J17 relais K1 | Uitgang J17 (Pin 2) - relais K1 (RTX-EHS) uitgang XBUH1 T3 | |||||
| Uitgang J17 relais K3 | Uitgang J17 (Pin 4) - relais K3 (RTX-EHS) uitgang XBUH1 T1 | |||||
| Air Purge | Activering van de automatische air purge van de Daikin Altherma EHS(X/H) en van het aangesloten verwarmingscircuit. | - N E | ||||
| Uit Gedeactiveerd | ☑ | |||||
| Aan | Start van de ontluchtingsfunctie | ☐ | ||||
7 Parameterinstellingen
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | ||
| BE | HF | |||||
| Screed Functie voor droging van de zandcementvloer - N E | ||||||
| Uit Gedeactiveerd | ☑ | |||||
| Aan De aan voerstreeftemperatuur wordt aan de hand van het ingestelde [dek-vloerprogramma] geregeld. De dag waarop het dekvloerprogramma wordt geactiveerd, telt bij de draaitijd van het programma niet mee. De eerste dag begint 's nachts om 00:00 uur. Op de dag van activering wordt er voor de overige tijd met de aanvoerstreeftemperatuur van de eerste program-madag verwarmd (zie Hfst. 4.5.7). | ☐ | |||||
| Screed Pro-gram | 10 - 70 °C per ver-warmingsdag | Instelling van het afloopprogramma van de verwarmings van de zandce-mentvloer. Gedurende maximaal 28 dagen kan er voor iedere dag apart een eigen aanvoerstreeftemperatuur worden ingesteld. Het einde van het dekvloerprogramma wordt door de 1e dag met streefwaarde-instelling "Uit" gedefinieerd (zie Hfst. 4.5.7). | Zie Hfst. 4.5.7 | 1 °C N E | ||
Tab. 40-25 Parameter in het menu Extra programma's
7.7 Info
[→ Hoofdmenu → Info]
7.7.1 Overzicht
[→ Hoofdmenu → Info → Overzicht]
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toegang | ||
| BE | HF | |||||
| Modus | Geen verzoek | Actuele modus van de warmtepomp. | - | - | S | S |
| Verwarmen | ||||||
| Koelen | ||||||
| Warmwaterberei-ding | ||||||
| Ontdooien | ||||||
| Ext | Extern verzoek: | - | - | S | S | |
| Geen externe mo-dus | Warmtepomp draait bij normale werking. | |||||
| Laag tarief EVU-functie HT/NT actief en laagtarief. | ||||||
| Hoog tarief | EVU-functie HT/NT actief en hoogtarief. | |||||
| SGN | EVU-functie Smart Grid actief, normale werking | |||||
| SG1 | EVU-functie Smart Grid actief, afworp: geen warmtepompwerking, geen vorstbeschermingsfunctie. | |||||
| SG2 | EVU-functie Smart Grid actief, inschakeladvies, werking met hogere streef-temperaturen, goedkope stroom. | |||||
| SG3 | EVU-functie Smart Grid actief, inschakelopdracht en boilerlading op 70 °C, goedkope stroom | |||||
| RT | Kamerthermostaat / interlink: | - | - | S | S | |
| Uit Als [Functie Interlink] = Aan: alleen vorstbescherming; anders: Uit | ||||||
| Verzoek | Als [Kamerthermostaat] = Ja | |||||
| Geen warmtever-zoek | Als [Kamerthermostaat] = Ja | |||||
| IL1 | Als [Functie Interlink] = Aan: normale aanvoerstreeftemperatuur | |||||
| IL2 | Als [Functie Interlink] = Aan: bij verwarmingswerking hogere aanvoer-streeftemperatuur, bij koelwerking lagere aanvoerstreeftemperatuur | |||||
| Pomp | Uit | Status van de interne verwarmingscirculatiepomp (Aan/Uit) | - | - | S | S |
| Aan | ||||||
| V | - | Actueel volumestroom (debiet) in het verwarmingssysteem | - | - | S | S |
| EHS | - | Actueel vermogen van de optionele Backup-Heater in kW | - | - | S | S |
| TV | - | Actuele aanvoertemperatuur na de plaatwarmtewisselaar (tV) in °C | - | - | S | S |
| TVBH | - | Actuele aanvoertemperatuur na verwarmingsondersteuning (tV, BH) in °C | - | - | S | S |
7 Parameterinstellingen
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toegang | ||
| BE | HF | |||||
| TR - Actuele retourtemperatuur in °C -- S S | ||||||
| Tdhw - Actuele temperatuur in de boiler in °C -- S S | ||||||
| Psyst - Actuele waterdruk in het verwarmingsnet in bar -- S S | ||||||
| BPV - Actuele stand van de mengklep 3UVB1 (0%: verwarmingsnet; 100%: interne bypass) | -- S S | |||||
| 3UVD - Actuele stand van de mengklep 3UVDHW (0%: verwarmingsnet; 100%: boiler) | -- S S | |||||
| TA2 - Actuele buitentemperatuur in °C (aan de optionele buitentemperatuursensor) | -- S S | |||||
| Tliq2 | - Actuele koudemiddeltemperatuur °C | -- S S | ||||
| Stille modus | Inactief | Status van de stille modus | - | - | S | S |
| Actief | ||||||
| 's Nachts actief | ||||||
| HZU | Uit | Status van de verwarmingsondersteuning | - | - | S | S |
| Aan | ||||||
Tab. 40-27 Parameter in het menu Overzicht
7.7.2 Waarden
[→ Hoofdmenu → Info → Waarden]
| Parameter | InstelbereikMin / Max | Beschrijving | Fabrieks-instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | |
| BE | HF | |||||
| Aanvoertem-peratuur actu-eel | 0 - 100 °C Weergegeven wordt de actuele aanvoertemperatuur van de verwarming (t_v1) in °C. | - | 1 °C | S | S | |
| Aanvoertem-peratuur set | 0 – 90 °C Weergegeven wordt de actuele streeftemperatuur van de verwarming in °C. | - | 0,1 °C | S | S | |
| Buitentempe-raturur actu-eel | -39 – 50 °C | Weergegeven wordt de actuele buitentemperatuur in °C. | 0,1 °C | S | S | |
| Temperatuur warm water actuell | 0 - 100 °C Weergegeven wordt de actuele temperatuur van de boiler in °C. Als er geen warmwaterfunctie geactiveerd is wordt "-" - - " weergegeven. | - | 0,1 °C | S | S | |
| Temperatuur warm water set | 10 - 70 °C Weergegeven wordt de actuele streeftemperatuur voor de warmwaterberei-ding in °C. Als er geen warmwaterfunctie geactiveerd is wordt "-" - - " weer-gegeven. De actuele streefwaarde is hier altijd de maximum waarde van al-le voor dit verwarmingscircuit relevante verzoeken. | - | 0,1 °C | S | S | |
| Retourtempe-ratuur actueel | 0 - 100 °C Weergegeven wordt de actuele retourtemperatuur van de verwarming in °C. Als er geen desbetreffende sensor op de verwarming is aangesloten, wordt "-" - - " weergegeven. | - | 0,1 °C | S | S | |
| Volume-stroom actu-eel | 0 - 5100 l/h | Weergegeven wordt de gefilterde waarde van het actuele debiet. | - | l/h | S | S |
| Aanvoertem-peratuur VKactueel | 0 - 100 °C Weergegeven wordt de temperatuur van het directe verwarmingscircuit ( t_v2 wanneer de verwarmingsondersteuning actief is, anders t_v1 ) in °C. | - | 0,1 °C | S | S | |
| Aanvoertem-peratuur VKset | 0 – 90 °C Weergegeven wordt de (aanvoer-) streeftemperatuur van het directe ver-warmingscircuit in °C. | - | 0,1 °C | S | S | |
| Status ver-warmingscir-culatiepomp | Uit | Weergegeven wordt de actuele status van de interne circulatiepomp van de verwarming. | -- | S S | ||
| Aan | ||||||
7 Parameterinstellingen
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | |
| BE | HF | ||||
| Stand meng-kraan | - Alleen 5xx: Weergegeven wordt de actuele positie van de 3-weg-mengklep 3UVDHW in %. | - 1 % | S S | ||
| Verwarmings-type | - Weergegeven wordt het geconfigureerde type van de verwarming. - - S S | ||||
| Softwarenummer B1/U1 | - Weergegeven wordt de software en de versie van het bedieningselement. - - S S | ||||
| Softwarenummer Controller | - Weergegeven wordt het softwarenummer en de versie van de regelings-printplaat. | - - S S | |||
Tab. 40-28 Parameter in het menu Waarden

INFORMATIE
Afhankelijk van het apparaattype, de systeemconfiguratie en van de versie van de software kunnen aparte op Hfst. 7.7 vermelde informatieparameters niet of op een ander parameterniveau worden weergegeven.
7.7.3 Waterdruk
[→ Hoofdmenu → Info → Druk]
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | |
| BE | HF | ||||
| Waterdruk | 0 - 4 bar | Weergave van de actuele waterdruk in bar. | - | 0,1 bar | S |
Tab. 40-30 Parameter in het menu Waterdruk
7.8 Fout
[→ Hoofdmenu → Fout]
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | ||
| BE | HF | |||||
| Noodbedie-ning | Noodverwarming door Backup-Heater of een andere externe warmtebron. | - E E | ||||
| Neen | Ja: bij een fout wordt de noodwerking automatisch geactiveerd. | ☑ | ||||
| Ja Nee: bij een fout noodwerking alleen door manuele activering. | ☐ | |||||
| Status hand-matige modus | Inactief | Activering van de vaste aanvoertemperatuurregeling (voor diagnosedoeleinden). | ☑ | - E E | ||
| Actief | ☐ | |||||
| Temperatuurhandmatig | 20 - 80 °C | Gewenste aanvoertemperatuur voor de manuele werking. | 50 °C | - | E | E |
Tab. 40-31 Parameter in het menu Fout
7.9 Terminal
[→ Hoofdmenu → Terminal]
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | ||
| BE | HF | |||||
| Terminal-adress | Uit Instelling van de terminalcode van het bedieningselement voor de systeemtoegang. De ingestelde waarde moet in het gehele systeem uniek zijn.Een bevestiging van deze parameter met de draaiknop zorgt voor een nieuwe initialisatie van de regeling.Alle instellingen behalve "Uit" geven de gebruiker van het bedieningsge-deelte de autorisatie om de terminalfunctie te activeren en daarmee alle RoCon-systeemcomponenten met een geldige apparaatcode te bedienen. | Uit 1 N | E | |||
| 0 - 9 | ||||||
| Bus - Scan Uit | Zonder functie Uit - | E E | ||||
| Aan Regeling controleert welke RoCon-apparaten via CAN-busleidingen in het systeem zijn aangesloten. Herkende apparaten worden in het menu [→ Hoofdmenu → Terminal] met type en een databus codering weergege-ven (voorbeeld: MM#8 = mengermodule met buscode 8). | ||||||
| Contr BM1/BE1 #1 | ☐ / ☑ | Alleen bij een herkend apparaat: activering schakelt naar de verwarming met buscode X (zie Hfst. 4.8, parameter [BUS ID HS]). | ☐ | - | ||
| Mengkraan#X | ☐ / ☑ | Alleen bij een herkend apparaat: activering schakelt naar de mengermodu-le met buscode X (zie Hfst. 4.8, parameter [Verwarmingskring toewijzing]). | ☐ | - E E | ||
Tab. 40-32 Parameter in het menu Terminal
7.10 Statistiek
[→ Hoofdmenu → Statistiek]
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | ||
| BE | HF | |||||
| Energie ext.bron warmwater | - Weergege | even wordt de warmtehoeveelheid van de extra warmtebron voorde warmwaterbereiding in kWh. | - | kWh S | ||
| Energie ext.bron verwarmen | - Weergege | even wordt de warmtehoeveelheid van de extra warmtebron voorde verwarmingswerking in kWh. | - | kWh S | ||
| Energie HPkoelen | - Weergege | even wordt de warmtehoeveelheid van de warmtepomp voor dekoelwerking in kWh. | - | kWh S | ||
| Energie HPverwarmen | - Weergege | even wordt de warmtehoeveelheid van de warmtepomp voor deverwarmingswerking in kWh. | - | kWh S | ||
| Energie warmwater | - Weergege | even wordt de warmtehoeveelheid voor de warmwaterbereiding inkWh. | - | kWh | ||
| Energieverbruik | - Weergege | even wordt de totale warmtehoeveelheid van de warmtepomp inkWh. | - | kWh | ||
| Looptijd compressor | - | Weeregegeven wordt de draaitijd van de koudemiddelcompressor in h. | - | 1 h | S | S |
| Looptijd pomp | - Weergege | even wordt de draaitijd van de interne circulatiepomp van de ver-warming in h. | - 1 h S | S | ||
| Reset | - Alle in het | het menu Statistiek vermelde parameters worden door de reset te-ruggezet op "0". (vakmancode noodzakelijk). | - | - | ||
Tab. 40-33 Parameter in het menu Statistiek

INFORMATIE
Afhankelijk van het apparaattype, de systeemconfiguratie en van de versie van de software kunnen aparte op de lijst vermelde informatieparameters niet of op een ander paramelerniveau worden weergegeven.
7.11 Configuration Wizard
Alleen na hardware-reset.
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | ||
| BE | HF | |||||
| Directe cir-cuitconfigura-tie | 0 – 15 Instell | ng van code verwarmingscircuit voor het directe verwarmingscircuitvan de Daikin Altherma EHS(X/H). De verwarmingscircuitcode moet in hetgehele RoCon-systeem uniek zijn. Er mogen geen overlappingen met deverwarmingscircuitcodes van optionele mengercircuits optreden. | 0 1 N E | |||
| BUS ID Ver-warmingstype | 0 – 7 De inst | telling mag alleen worden veranderd als er meer dan 1 warmtebronin het RoCon-systeem wordt geïntegreerd. Verschillende met de verwar-mingsinstallatie verbonden verwarmingen moeten als speciale toepassingworden gezien. Neem indien nodig contact op met de servicevakman. | 0 1 N E | |||
| Tijd master Ne | en Activering van een time master voor het gehele systeem. De time mastersynchroniseert alle regelaars in het RoCon-systeem met de aan de timemaster ingestelde tijd en datum. Bij alle andere bedieningselementen in thesysteem is de invoer van de tijd en van de datum dan niet meer mogelijk.Er mag slechts één time master in het systeem zijn. De parameter staatniet ter beschikking als aan een andere regelaar in het RoCon-systeem deparameter time master geactiveerd is. | - N E | ||||
| Ja | ||||||
Tab. 40-35 Parameters in het menu „Configuration Wizard“
8 Fouten en storingen

GEVAAR: GEVAAR VOOR ELEKTROCUTIE
Elektrostatische ladingen kunnen tot spanningsoverslag leiden, waardoor de elektronische onderdelen kunnen worden vernield.
- Zorg voor een potentiaalvereffening voordat de schakelveldplaat wordt aangeraakt (bijv. door aanraken van de houder van het schakelveld).
De elektronica van de Daikin Altherma EHS(X/H) geeft een fout aan met een rode verlichting van de statusweergave, de weergave van het foutscherm op het display (zie Hfst. 8.4) en de weergave van het foutsymbol op het startscherm. Een geïntegreerd display slaat tot 15 foutmeldingen op (zie Hfst. 8.3).

INFORMATIE
Een lijst van alle foutcodes staat in de Daikin Altherma EHS(X/H) installatie- en onderhoudshandleiding, hoofdstuk "Fouten, storingen, meldingen".
Storingen verhelpen: Foutcode E90XX
Er kan een foutreset uitgevoerd worden. Die kan van het actueel weergegeven foutscherm uit gestart worden. Als het foutscherm werd verlaten kan het via [→ Hoofdmenu → Fout → Scherm] weer opgeroepen worden.
Als dezelfde fout binnen korte tijd weer wordt weergegeven, moet de foutoorzaak door een vakman gezocht en verholpen worden. Onder- tussen kan er eventueel een noodwerking gehandhaafd worden. De noodwerking kan via [→ Hoofdmenu → Fout → Noodbediening] toe- gelaten worden, zie Noodwerking. Als de noodwerking niet is toegel- laten kan hij vanuit het actuele foutscherm worden gestart.
Storingen verhelpen: Andere foutcodes
De foutoorzaak moet door een vakman gezocht en verholpen worden. Ondertussen kan er eventueel een noodwerking gehandhaafd worden. De noodwerking kan via [→ Hoofdmenu → Fout → Noodbediening] toegelaten worden, zie Noodwerking. Als de noodwerking niet is toegelaten kan hij vanuit het actuele foutscherm worden ge- start.

INFORMATIE
Om te garanderen dat de storing niet door verkeerde instellingen werd veroorzaakt, zet u voor een mogelijke vervanging van onderdelen alle parameters terug op de fabrieksinstellingen (zie Hfst. 4.5.9).
Als u de oorzaak van de storing niet kunt vinden, moet u contact opnemen met de servicevakman van.
Houd hiervoor de belangrijkste apparaatgegevens bij de hand a.u.b.:
Type en fabricagenummer van de Daikin Altherma EHS(X/H) (zie typeplaatje warmtepomp) en de softwareversie van:
a: bedieningsgedeelte RoCon+ B1 [→ Hoofdmenu → Info → Waarden → Softwarenummer B1/U1]
b: schakelprintplaat RoCon BM2C [→ Hoofdmenu → Info → Waarden → Softwarenummer Controller]
Bij optionele RoCon-systeemcomponenten:
EHS157034 [Sw Nr B1/U1]
Als de warmtepomp uitvalt kan de Backup-Heater of een andere externe verwarming als noodverwarming worden gebruikt. Als [Noodbediening] op „Ja“ wordt gezet, wordt in geval van een fout de noodwerking automatisch gactiveerd. Anders kan de noodwerking ook pas bij een fout via het foutscherm worden gestart.
Als de noodwerking via het foutscherm wordt gestart, blijft de parameter [Noodbediening] op „Ja“, d.w.z dat ook bij toekomstige fouten de noodwerking automatisch wordt gestart. Als dat niet gewenst is, moet parameter [Noodbediening] na het verhelpen van de fout weer op „Neen“ worden gezet.
8.2 Manueel
[→ Hoofdmenu → Fout → Handmatig]
Bij manuele werking wordt de warmtepomp op een vaste aanvoertemperatuur geregeld. De manuele werking mag uitsluitend voor diagnosedoeleinden worden gebruikt. De manuele werking wordt gestart door parameter [Status handmatige modus] op „Actief“ te zetten. De gewenste aanvoertemperatuur wordt met parameter [Temperatuur handmatig] ingesteld.
Bij hydraulisch gemotiveerde voorrangwerking voor de warmwaterbereiding moet erop worden gelet dat de bij manuele werking ingestelde aanvoertemperatuur voldoende is om de opgeslagen streefwaarde voor het warme water (parameter [Warmwaterstreeftemperatuur 1]) te bereiken.
8.3 Foutenrapport
[→ Hoofdmenu → Fout → Protocol]
Het dit menu kan het foutenrapport uitgelezen worden. De recentste fout staat op de eerste plaats. Alle andere voorafgaande meldingen worden bij iedere nieuwe invoer een positie naar achteren geschoven. De 16e foutmelding wordt bij het binnenkomen van een nieuwe foutmelding gewist. Het foutenrapport kan alleen door de service worden gewist.
Op het rapport vermeld wordt
- de foutcode,
- de printplaat die aan de fout is toegewezen (A1P of BM2, zie Dai- kin Altherma EHS(X/H) Installatie- en onderhoudshandleiding)
- datum en tijd waarop de fout is opgetreden.
8.4 Foutscherm
[→ Hoofdmenu → Fout → Scherm]

text_image
E9004-01 26 Jul 2018 09:35 Fout debiet Reset Noodbediening OKAfb 41-1 Foutscherm
Als er een fout optreedt wordt het foutscherm weergegeven. Dat geeft de foutcode aan, een toelichtende tekst en datum en tijd waarop de fout is opgetreden. Afhankelijk van de soort fout kan op het foutscherm door selectie van het betreffende icon een reset uitgevoerd worden en/of de noodwerking (zie Hfst. 8.1) worden gestart. Door selectie van het terug-icon wordt het foutscherm gesloten en de weergave springt terug naar het startscherm.
Bij een opgetreden fout kan het foutscherm met de hand via [→ Hoofdmenu → Fout → Scherm] opgeroepen worden.
8.5 Foutcodes
Zie Daikin Altherma EHS(X/H) installatie- en onderhoudshandleiding, hoofdstuk "Fouten, storingen, meldingen".
9 Mengermodule
Afgezien van het directe verwaringscircuit kan het verwarmingssysteem met mengermodules EHS157068 met verdere verwarmingscircuits uitgebreid worden. Deze extra verwarmingscircuits kunnen onafhankelijk van het directe verwarmingscircuit worden geconfigureerd. De configuratie gebeurt net als de configuratie van het directe verwarmingscircuit (zie Hfst. 4). Er staat slechts een beperkte selectie van parameters en functies ter beschikking (zie Hfst. 9.2).
De optionele mengermodule EHS157068 heeft geen eigen bedieningsgedeelte. Voor de configuratie en bediening moet de module via een CAN-busleiding met een in de verwarming ingebouwde Ro-Con-regeling of een kamerstation EHS157034 zijn verbonden. Vanuit beide bedieningseenheden kan de mengermodule bij terminalwerking (zie Hfst. 4.8) worden bediend.
Op de adresschakelaar van de mengermodule (zie Afb 42-1) moet een duidelijke apparaatcode (≥ 1) voor het door deze mengermodule te regelen verwarmingscircuit worden ingesteld, die met (parameter [Verwarmingskring toewijzing]) van de mengermodule (zie Tab. 37-10) gesynchroniseerd moet worden.

text_image
N 234561878 ABDEF01 CA H LAfb 42-1 Instelling apparaatkenteken voor mengermodule EHS157068
De actuele bedrijfsstatus kan direct aan de mengermodule EHS157068 worden vastgesteld (zie Afb 42-2).

text_image
1 2 3 4 5 6 ! 230V ↔ ▶ ↑ ↓Afb 42-2 Symboolverklaring statusweergaven EHS157068
| pos. | LED | Beschrijving |
| 1 rood | Knipperend: interne fout(storingscode wordt via CAN-bus gemeld aan de toe-gewezen bedieningseenheid) | |
| 2 groen | Aan: | bedrijfsmelding, mengermodule ingeschakeld |
| 3 groen | Aan: | CAN-communicatie |
| 4 groen | Aan: | mengercircuitpomp ingeschakeld |
| 5 groen | Aan: | menger "OPEN" wordt aangestuurd |
| 6 groen | Aan: | menger "DICHT" wordt aangestuurd |
Tab. 42-1
9.1 Startscherm mengermodule (terminalfunctie)

Het startscherm voor de mengermodule (Afb 42-3) is een gereduceerde variant van het RoCon+ HP startscherm. De betekenis van de icons komt overeen met Tab. 36-4, de mengertemperatuur is echter de enige weergegeven systeemtemperatuur (Afb 42-3, pos. 1).
Het startscherm voor de mengemodule wordt in het menu [→ Hoofd-menu → Terminal → Mengklep #X] opgeroepen. Door de draaitoets kort aan te raken wordt er naar het menu van de menger gegaan. Door de draaitoets lang aan te raken wordt er teruggegaan naar het menu van het plaatselijke bedieningsgedeelte.
9.2 Parameteroverzicht menger
Menu: Modus
Zie Hfst. 6.1.
Menu: Gebruiker

flowchart
graph TD
A["Ruimte"] --> B["Kamerstreeftemperatuur 1"]
A --> C["Kamerstreeftemperatuur 2"]
A --> D["Kamerstreeftemperatuur 3"]
A --> E["Verlagen"]
A --> F["Verlagen"]
E --> G["Streeftemp. kamer Verlagen"]
F --> H["Streeftemp. kamer Afwezig"]
Afb 42-4 Parameter in het menu: „Gebruiker“
Menu: Tijdprogramma

flowchart
graph TD
A["Feest"] --> B["Afwezig"]
B --> C["Verlof"]
C --> D["Feesldag"]
D --> E["VK auto 1\nVerwarmingscircuit Autom. 1"]
E --> F["VK auto 2\nVerwarmingscircuit Autom. 2"]
Afb 42-5 Parameter in het menu "Tijdprogramma"
Menu: Toegang
Menu: Systeem

Afb 42-6 Parameter in het menu: „Systeem“
Menu: Sensoren

Afb 42-7 Parameter in het menu: „Sensoren“
Menu: Config VK

Afb 42-8 Parameter in het menu: „Config VK“
Menu: Verwarmen

flowchart
graph TD
A["Stoogrenzen modus verwarmen"] --> B["Stoogrens modus nachtverlag."]
B --> C["Verwarmingscurve"]
C --> D["Aanvoertemp. modus verwarmen"]
D --> E["Aanvoertemp. modus nachtverlag."]
E --> F["Max. aanvoertemperatuur"]
F --> G["Min. aanvoertemperatuur"]
G --> H["Ruimte-invloed"]
H --> I["Aanpassing kamertemperatuur"]
I --> J["Aanpassing verwarmingscurve"]
J --> K["Curve-afstand"]
Afb 42-9 Parameter in het menu: „Verwarmen“
Menu: Koelen

flowchart
graph TD
A["Koelcurve"] --> B["Start T-vertr koelen"]
A --> C["Max. T-vertr koelen"]
A --> D["Start. T-ext. koelen"]
A --> E["Max. koelen A-temp"]
A --> F["Koelparameters"]
F --> G["Ondergrens aanvoertemperatuur"]
F --> H["Aanvoertemperatuur modus koelen"]
F --> I["Correctie streefwaarde koelen"]
Afb 42-10 Parameter in het menu: „Koelen“
Menu: Speciaal

flowchart
graph TD
A["Relaistest"] --> B["Dekvloer"]
A --> C["Programma"]
B --> D["dekvloerdroging"]
C --> E["dekvloerprogramma"]
Afb 42-11 Parameter in het menu: „Speciaal“
Menu: Info

flowchart
graph TD
A["Waarden"] --> B["Buitentemperatuur actueel"]
B --> C["Mengkleptemperatuur actueel"]
C --> D["Mengkleptemperatuur ingesteld"]
D --> E["Status mengkleppomp"]
E --> F["PWM mengkleppomp"]
F --> G["Status mengklep"]
G --> H["Softwarenummer B1/U1"]
H --> I["Software Nr mengklep"]
Afb 42-12 Parameter in het menu: „Info“
9 Mengermodule
9.3 Parameterinstellingen mengermodule
De voor de mengermodule beschikbare parameters zijn voor een groot gedeelte gelijk aan de in Hfst. 7 beschreven parameters. Tab. 42-2 toont een lijst van de voor de mengermodule beschikbare parameters.
| Parameter InstelbereikMin / Max | Beschrijving Fabrieks- | instelling | Stappen-grootte | Toe-gang | ||
| BE | HF | |||||
| Min. menger pomp | 10 - 100% [→ | Hoofdmenu → Systeem]Minimaal vermogen van de pomp in het mengercircuit. | 30% 1 % | N E | ||
| Max. menger pomp | 20 - 100% [→ | Hoofdmenu → Systeem]Maximaal vermogen van de pomp in het mengercircuit. | 100% 1 % | N E | ||
| Curve-afstand | 0 - 50 K [→ Hoofdm | enu → Verwarmen]Instelling van de verhoging van de aanvoerstreeftemperatuur aan de Daikin Altherma EHS(X/H) t.o.v. de voor het mengercircuit berekende aanvoer-streeftemperatuur. | 5 K 1 K | N E | ||
| Mengkleptem-peratuur actu-eel | 0 - 100 °C [→ | Hoofdmenu → Info → Waarden]Actuele aanvoertemperatuur in het mengercircuit | -- S S | |||
| Mengkleptem-peratuur inge-steld | 0 - 90 °C [→ | Hoofdmenu → Info → Waarden]Actuele aanvoerstreeftemperatuur in het mengercircuit | -- S S | |||
| Status meng-kleppomp | Aan [→ Hoof | fdmenu → Info → Waarden]Actuele status van de mengerpomp | -- S S | |||
| Uit | ||||||
| PWM meng-kleppomp | 0 - 100% [→ | Hoofdmenu → Info → Waarden]Actuele modulatie van de mengerpomp | -- S S | |||
| Status meng-klep | Neutraal [→ | Hoofdmenu → Info → Waarden]Actuele status van de mengklep | -- S S | |||
| Dicht | ||||||
| Open | ||||||
Tab. 42-2 Parameter van de mengermodule
10 Trefwoordenlijst
| Modus Door de gebruiker of door | de regeling verzochte functie van de verwarming (bijv. kamerverwarming, warmwaterbereiding, stand-by enz.) |
| Backup-verzoek | Bedrijfssituatie waarbij de verzochte aanvoertemperatuur niet via het warmtepompproces bereikt of niet efficiënt bereikt kan worden. Daarom wordt ter ondersteuning van de Daikin Altherma EHS(X/H) bij het opwekken van warmte een extra verwarming (bijv. Backup-Heater) geïntegreerd. |
| Backup-Heater Optionele elektrische extra verwarming voor de algemene ondersteuning van de Daikin Altherma EHS(X/H) bij de warmteopwekking. | |
| Verwarmingscurve Rekenkundig | verband tussen buitentemperatuur en aanvoerstreeftemperatuur om bij elke buitentemperatuur de gewenste kamertemperatuur te bereiken. |
| Koudemiddel Een stof die voor de warmteoverdracht in een warmtepompproces wordt toegepast. Bij lage temperatuur en la-ge druk wordt warmte opgenomen en bij een hogere temperatuur en hogere druk afgegeven. | |
| Legionellabescherming | Periodieke opwarming van het boilerwater tot een temperatuur van meer dan 60 °C voor het preventief vernietigen van ziekteverwekkende bacteriën in het warmwatercircuit (zogeheten legionella). |
| Laagtarief netaansluiting (HT/NT) | Een speciale aansluiting op het elektriciteitsdistributiebedrijf, dat verschillende aantrekkelijke tarieven in de zo-genaamde daluren voor elektriciteit aanbiedt (dagtarief, nachttarief, weekendtarief en dergelijke). |
| Parameter Een waarde die de uitvoering van programma's of procedures beïnvloedt of bepaalde toestanden definieert. | |
| Regeling Apparaatelektronica waarmee de procedures voor warmteopwekking en warmteverdeling voor het verwar-mingssysteem worden geregeld. De regeling bestaat uit meerdere elektronische componenten. De voor de ge-bruiker belangrijkste component is het bedieningselement in het voorste gedeelte van de verwarming dat pro-grammakeuzetoetsen, draaiknoppen en het display bevat. | |
| Retourleiding | Het deel van het vloeistofcircuit, dat het afgekoelde water via het leidingstelsel van de verwarmende oppervlakken terugvoert naar de warmteopwekker. |
| Schakeltijdprogramma | Programma voor het instellen van tijden aan de regeling om regelmatige verwarmings-, verlagings- en warm-watercycli vast te leggen. |
| Smart Grid (SG) | Intelligent energieverbruik voor een voordelige verwarming. Door de toepassing van een speciale stroommeter is het mogelijk om een "Smart Grid-signaal" van het energiebedrijf te ontvangen.Afhankelijk van het signaal wordt de warmtepomp uitgeschakeld, normaal of met hogere temperaturen ge-bruikt. |
| Voedingleiding Deel van het hydraulisch circuit, dat het verwarmde water van de verwarming naar de verwarmingsoppervlak-ken leidt. | |
| Warmwatercircuit Is het watercircuit waarin koud water verwarmd en naar de tapplaats voor warm water wordt geleid. | |
| Warmwaterbereiding | Bedrijfsstatus van de verwarming waarin warmte met hogere temperaturen opgewekt en naar het warmwater-circuit wordt geleid, bijv. belading van de warmwaterboiler. |
| Warmtepompproces | Binnen een gesloten koudemiddelcircuit neemt het koudemiddel de warmte van de omgevingslucht op. Door compressie bereikt het koudemiddel een hogere temperatuur die naar het verwarmingssysteem wordt overgebracht (thermodynamisch proces). |
| Warmtewisselaar | Een constructiedeel dat thermische energie overdraagt van het ene circuit naar het andere. Beide circuits zijn hydraulisch door middel van een wand in de warmtewisselaar gescheiden. |
| Weersafhankelijke aanvoertem-peratuurregeling | Van de meetwaarde voor de buitentemperatuur en een bepaalde verwarmingscurve wordt de beste aanvoer-temperatuur bepaald, die als streefwaarde dient voor de temperatuurregeling in het verwarmingsysteem. |
| Circulatiepomp | Is een extra elektrische circulatiepomp die het warme water in de leidingen continu laat circuleren en op die manier onmiddellijk op ieder tappunt beschikbaar stelt. Een circulatie is vooral in uitvoerig vertakte leidingen-stelsels doelmatig. In systemen zonder circulatieleiding komt bij het tappen eerst het op het tappunt afgekoel-de water vrij totdat het nastromende water voldoende is verwarmd. |
| Extra verwarming | Extra warmteopwekker (bijv. Backup-Heater of externe cv-ketel) die in het verwarmingssysteem wordt geïntegreerd om bij een onvoldoende of inefficiënt warmtepompproces de vereiste aanvoerstreeftemperatuur te be-reiken. |
11 Gebruikersspecifieke instellingen
11 Gebruikersspecifieke instellingen
De fabrieksinstellingen van de schakeltijdprogramma's zijn in Hfst. 4.3aangegeven.
Noteer in onderstaande tabel de door u gemaakte schakeltijdinstellingen.
11.1 Tijdschakelprogramma's
| Schakelcyclus 1 Schakelcyclus 2 | Schakelcyclus 3 | ||||||
| Temperatuurinstelling | [Streeftemperatuur kamer 1]: _ °C | [Streeftemperatuur kamer 2]: _ °C | [Streeftemperatuur kamer 3]: _ °C | ||||
| Periode Aan Uit | Aan Uit Aan Uit | ||||||
| Verwarmingscircuit Autom. 1 | Maandag | ||||||
| Dinsdag | |||||||
| Woensdag | |||||||
| Donderdag | |||||||
| Vrijdag | |||||||
| Zaterdag | |||||||
| Zondag | |||||||
| Verwarmingscircuit Autom. 2 | Maandag | ||||||
| Dinsdag | |||||||
| Woensdag | |||||||
| Donderdag | |||||||
| Vrijdag | |||||||
| Zaterdag | |||||||
| Zondag | |||||||
Afzonderlijke instellingen van de schakeltijdprogramma's voor verwarming
| Schakelcyclus 1 Schakelcyclus 2 | Schakelcyclus 3 | ||||||
| Temperatuurinstelling | [Streeftemperatuur warmwater 1]: _ °C | [Streeftemperatuur warmwater 2]: _ °C | [Streeftemperatuur warmwater 3]: _ °C | ||||
| Periode Aan Uit | Aan Uit Aan Uit | ||||||
| Warmwatervoorziening Autom. 1 | Maandag | ||||||
| Dinsdag | |||||||
| Woensdag | |||||||
| Donderdag | |||||||
| Vrijdag | |||||||
| Zaterdag | |||||||
| Zondag | |||||||
| Warmwatervoorziening Autom. 2 | Maandag | ||||||
| Dinsdag | |||||||
| Woensdag | |||||||
| Donderdag | |||||||
| Vrijdag | |||||||
| Zaterdag | |||||||
| Zondag | |||||||
Afzonderlijke instellingen van de schakeltijdprogramma's voor warm water
| Schakelcyclus 1 Schakelcyclus 2 | Schakelcyclus 3 | ||||||
| Periode Aan Uit | Aan Uit Aan Uit | ||||||
| Tijdsprogramma circulatiepomp | Maandag | ||||||
| Dinsdag | |||||||
| Woensdag | |||||||
| Donderdag | |||||||
| Vrijdag | |||||||
| Zaterdag | |||||||
| Zondag | |||||||
Afzonderlijke instellingen van de schakeltijdprogramma's voor warm water
11.2 Parameter
Noteer de door u aangebrachte parameterwijzigingen in de onderstaande tabel en in het bedrijfshandboek van de verwarming.
| Draaischake-laarstand | Parameter ni-veau | Parameter Oude waarde Nieu | we waar-de | Datum Opmerkingen |
Individuele parameterwijzigingen
11.3 Databusadressen
| RoCon-apparaat Databusbusadres Opmerkingen | ||
Databusadressen in het RoCon-systeem
Trefwoordenlijst
A
Air Purge 21
Apparaatcode 25
B
Bediening via internet....12
Bediening via kamerstation 12
Bedieningselementen....6
Draaiknop 7
Buitengewone warmwaterbereiding 14
C
Circulatiepomp 20
Code verwarmingscircuit.... 24
Comfort Heating 19
Configuratie 17
Configuration Wizard 27
D
Display 7
Documenten die eveneens van toepassing zijn 5
E
Estrikprogramma
Functieverwarmen 22
Legklaar opwarmen 22
Externe bediening 12
F
Fabrieksinstelling 31
H
Helpfunctie 9
|
In het menu navigeren....9
Instellingen....15
K
Kalender....10
L
Legionellabescherming....20,57
Lijsten navigeren 9
M
Mengermodule 18,54
Modi
Automatisch 1....13
Automatisch 2....13
Gereed (Stand-By) 13
Nachtverlaging.... 13
Verwarmen, koelen 13
Zomer 13
Modus....13
P
Parameter 57
Parameter Reset 22
Parametertabel 31
R
Streefwaarden instellen 10
T
Temperatuurinstelling
Kamerstreeftemperatuur 14
Kamerstreeftemperatuur afwezig....14
Reduceren 14
Warmwaterwerking....14
Terminalcode 25
Terminalfunctie 24
Tijden instellen....10
Tijdprogramma.... 11, 14
Permanente programma's 14
Tijdelijke programma's 14
Trefwoordenlijst 57
V
Vakmancode 31
Veiligheidsafschakeling....6
Verwarmingscurve 19
Verwarmingsherkenning 24
Verwarmingsondersteuningsfunctie 17
Z'
Zoneregeling 18




























