ARXP25M5V1B - Airconditioning DAIKIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ARXP25M5V1B DAIKIN in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over ARXP25M5V1B DAIKIN
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ARXP25M5V1B - DAIKIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ARXP25M5V1B van het merk DAIKIN.
GEBRUIKSAANWIJZING ARXP25M5V1B DAIKIN
1 Over de documentatie 35
1.1 Over dit document 35
2 Over de doos 36
2.1 Buitenunit 36
2.1.1 De buitenunit uitpakken 36
2.1.2 Om de toebehoren van de buitenunituit te nemen.... 36
3 Voorbereiding 36
3.1 Installatieplaats voorbereiden 36
3.1.1 Vereisten inzake deplaats waar de buitenunit geinstalleerd worden 36
3.1.2 Bijkomende vereisten inzake de installmentieplaats van de buitenunit in koude klimaten 36
3.2 De koelm middleleidingen voorbereiden 37
3.2.1 Vereisten voor de koelmiddelseleidingen 37
3.2.2 Lengte koelmiddelleiding en hoogteverschil 37
3.2.3 De koelledingen isoleren 37
4 Installatie 37
4.1 De units openen 37
4.1.1 De buitenunit openen 37
4.2 De buitenunit monteren 37
4.2.1 De installmentiestructeur voorzien 37
4.2.2 De buitenunit installeren 38
4.2.3 Afvoer voorzien 38
4.2.4 Erloor zorgen dat de buitenunitiet kan omvallen.... 38
4.3 De koelmiddelleiding aansluten 38
4.3.1 Over het aansluien van de koelmiddelleidingen 38
4.3.2 Voorzorgsmaatregelen bij het aansluiten van koelmiddeldeidingen 39
4.3.3 Koelmiddelleiding op buitenunit aansluten 39
4.4 De koelmiddelleiding controleren 39
4.4.1 Op lekkages controleren 39
4.4.2 Vacuumdrogen 39
4.5 Koelmiddel bijvullen 39
4.5.1 Over het toevoegen van koelmiddel 39
4.5.2 Over het koelmiddel 40
4.5.3 Bepalen hoeveel koelmiddel toegevoegd moet
worden 40
4.5.4 De hoeveelheid bepalen om opnieuw volledig te vullen 40
4.5.5 Extra koelminder bijvullen 40
4.5.6 De label voor fluorhoudende broeikasgassen bevestigen 40
4.6 De elektrische bedrading aansluten 41
4.6.1 Specificaties van de standaardcomponenten van de bedrading 41
4.6.2 De elektrische bekabeling op de buitenunit aansluiten 41
4.7 De installment van de buitenunit voltooien 41
4.7.1 De installation van de buitenunit voltooien 41
4.7.2 De buitenunit sluiten 42
5 Inbedrijfstelling 42
5.1 Checklist voor de inbedrijfstelling 42
5.2 Checklist tijdens inbedrijfstelling 42
5.3 Proefdraaien 42
5.4 De buitenunit starten 42
6 Als afval verwijderen 42
6.1 Overzicht: Als afval verwijderen 42
6.2 Afpompen 43
6.3 Een gedwongen koeling starten en stoppen 43
6.3.1 Gedwongen koelen starten/stoppen met de AAN/UIT-schakelaar van de binnenunit 43
6.3.2 Gedwongen koelen starten/stappen met de gebruikersinterface van de binnenunit 43
Controele of de gebruiker de papieren documentatie heeft en vraag hem/haar deze bij te houden om deze later te konnen raadplegen.
Bedoeld publiek
Dit document is een onderdeel van een documentatieset. De volledige set omvat:
- Algemene voorzorgsmaatregelen met betrekking tot deveiligheid:
Veiligheidsinstrumenties te lezen voor de installation
- Formaat: Papier (in de doos van de buitenunit)
- Montagehandleiding buitenunit:
Installatie-instructies
- Formaat: Papier (in de doos van de buitenunit)
-
Uitgebrede handleiding voor de installmenter:
-
De installmentie Voorbereiden, referentiegegevens,...
- Formaat: Digitale bestanden op http://www.daikineurope.com/support-and-manuals/product-information/
Laatste herzieningen van de meegeleverde documentatie konnen op de regionale Daikin-website of via uw dealer beschikbaar zich.
De documentationatie is oorspronkelijk in het Engels geschreven. Alle andere talen zijn vertalingen.
Technische gegevens
- Een deel van de recentste technische gegevens is beschikbaar op de regionale Daikin-website (publiek toegankelijk).
- De volledige recentste technische gegevens zijn beschikbaar op het Daikin-extranet (authenticatie vereist).
2 Over de doos
2.1 Buitenunit
2.1.1 De buitenunit uitpakken


2.1.2 Om de toebehoren van de buitenunituit te nemen
1 Hef de buitenunit op.
2 Verwijder de accessoires op de bodem van de verpakking.

a Algemene voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de veiligheid
b Montagehandleiding buitenunit
c Label gefluoreerde broeikasgassen
d Meertalig label gefluoreerde broeikasgassen
e Afvoerplug (op de bodem van de doos)
3 Voorbereiding
3.1 Installatieplaats voorbereiden

WAARSCHUWING
Het toestel worden opgeslagen in een ruimte zonder ontstekingsbronnen die voortdurend branden (bijvoorbeeld: open vuur, een draaiend gastroestel of een draaiende elektrische verwarming).
3.1.1 Vereisteninzake deplaats waar de buitenunit geinstalleerd worden
Houd rekening met de volgende richtlijnen inzake de benodigde ruimte:

a Luchtuillaat b Luchtinlaat

(mm)(mm)
Er worden geadviseerd een stootplaat te monteren wanner de luchtuillaat aan wind blootgesteld is.
Installer bij voorkeur de buitenunit met de luchtuitlaat maar de muur gericht en NIETrechtstreeks aan wind blootgesteld.

a Stootplaat
b Belangrijkste windrichting
c Luchtuitlaat
3.1.2 Bijkomende vereisten inzake de installmenteplaats van de buitenunit in koude klimaten
Beschem de buitenunit gegen directe sneeuwval en zorg ervoor dat de buitenunit NOOIT ingesneeuwd raakt.

a Afdakje gegen de sneeuw
b Voetstuk
c Belangrijkste windrichting
d Luchtuitlaat
Voorzie algtd minstens 300 mm vrije ruimte onder de unit. De unit moet bovendien ook minstens 100 mm boven de maximaal verwachte sneeuwhoogte geplaatst+zijn. Zie "4.2 De buitenunit monteren" op pagina 37 voor meer informatie.
In streken met heftige sneeuwval is het belangrijk om een installmentieplaats te selecteren waar de sneeuw GEEN invloed heeft op de unit. Wanner de sneeuw zichwaarts kan vallen, zorg ervoor dat de spoel van de warmtewisselaar NIET door de sneeuw gezahnderd kan worden. Indien nodig, monteer een afdakje gegen de sneeuw en een voetstukje.
Zie ook
4.2 De buitenunit monteren [37]
3.2 De koelmiddelleidingen voorbereiden
3.2.1 Vereisten voor de koelmiddelledingen
- Material leidingen: Met fosforzur gedeoxideerd naadloos koper.
Diameter leidingen:
| Vloeistofleiding Ø6,4 mm (1/4") | |
| Gasleiding Ø9,5 mm (3/8") |
- Hardingsgraad en dikte leidingen:
| Buitendiameter (Ø) | Hardingsgraad Dikte (t) (a) | |
| 6,4 mm (1/4") Gegt | joeid (O) ≥0,8 mm | |
| 9,5 mm (3/8") Gegt | joeid (O) |
(a) Afhankelijk van de toepasselijkke wetgeving en de maximale bedrijfsdruk van de unit (zie "PS High" op het naamplaatje van de unit), zich möglich dikkere leidingen vereist.
3.2.2 Lengte koelmiddelleiding en hoogteverschil
| Wat? Afstand | |
| Maximaal toegestane leidinglengte 15 m | |
| Minimaal toegestane ledinglengte | 1,5 m |
| Maximaal toegestaan hoogteverschil | 12 m |
3.2.3 De koelledingen isoleren
| Buitendiameter leding (Øp) | Binnendiameter isolatie (Øi) | Isolatiedike (t) |
| 6,4 mm (1/4") | 8~10 mm | ≥10 mm |
| 9,5 mm (3/8") | 12~15 mm |

Als de temperatuur hoger is dan 30^ en de vochtigkeit meer dan 80% bedraagt,要去 het isolatiematerialiaal minstens 20~mm dik zichn om condensatie aan de oppervlakte van de isolatie te voorkomen.
4 Installatie
4.1 De units openen
4.1.1 De buitenunit openen


4.2 De buitenunit monteren
4.2.1 De installmentiestruktur voorzien
Leg 4 sets met M8- of M10-funderingsbauten, moeren en vulringenCLAar (lokaal te voorzien).


Voorzie allijd minstens 300 mm vrije ruimte onder de unit. De unit要去 bovendien ook minstens 100 mm boven de maximaal verwachte sneeuwhoogte geplaatst+zijn.Voorzie in dat geval best een voetstuk.
4.2.2 De buitenunit installeren

4.2.3 Afvoer voorzien

OPMERKING
Neem de gespaste maatregelen om te voorkomen dat het afgevoerde condensaat NIET kan bevriezen als de unit in een koud klimaat is geinstalleerd.

INFORMATIE
Voor meer informatie over de beschikbare opties, neem contact op met uw verdeler.

OPMERKING
Voorzie minstens 300 mm vrije ruimte onder de unit. Zorg waar bij ervoor dat de unit minstens 100 mm boven de mogelijkhe hoogte van sneeuw staat.
1 Gebruik een afvoerplug voor de afvoer.
2 Gebruik een slang van 016 mm (lokaal te voorzien).

a Afvoerpoort
b Onderste frame
c Afvoerplug
d Slang (lokaal te voorzien)
4.2.4 Ervoor zorgen dat de buitenunit Niet kan omvallen
Voer de volgende stap UIT als de unit worden geinstalleerd op een plaats waar ze aan sterke winden is blootgesteld:
1 Maak 2 kabels klaar zoals getoond op de volgende afbeelding (terplaatse te voorzien).
2 Leg de 2 kabels over de buitenunit.
3 Stop een stuk rubber:tussen de kabels en de buitenunit zodat de kabels de verf Niet:kennen beschadigen (lokaal te voorzien).
4 Maak de uiteinden van de kabels vast en draai ze vast.

4.3 De koelmiddelleiding aansluten

GEVAAR: RISICO OM ZICH TE VERBRANDEN
4.3.1 Over het aansluiten van de koelmiddelseidingen
Alvorens de koelmiddelleldingen aan te sluiten
Controleer of de buitenunit en binnenunit gemonteerd zichn.
Typische werkstroom
De koelmiddelleiding aansluiten betekent:
- De koelmiddelleiding op de binnenunit aansluiten
- De koelmiddelleiding op de buitenunit aansluten
-
De koelmiddelseiding isoleren
Houd rekening met de richtlijnen voor: -
Buigen van leidingen
Leidinguiteinden optrompen - Gebruik van de afsluiters
4.3.2 Voorzorgsmaatregelen bij het aansluten van koelmiddelleidingen

GEVAAR: RISICO OM ZICH TE VERBRANDEN

VOORZICHTIG
- Gebruik de flaremoer die op de hoofdunit is bevestigd.
- Om gaslekken te voorkomen, brengt u koelmachine-olie aan op alleen de binnenkant van de verbreding. Gebruik koelmachine-olie voor R32.
- Hergebruik GEEN verbindingen.

WAARSCHUWING
Sluit de koelmiddelleidingen goed aan voordat u de compressor inschakelt. Als de koelmiddelleidingen NIET zijn aangesloten en de aflsuieterijdens het afpompen openstaat, worden lucht in het circuit gezogen wanner de compressor worden ingeschakeld. Dit veroorzaakt dan een abnormale druk in de koelcylclus, wat kan leiden tot schade aan de apparatuur en zelfs letsels.
4.3.3 Koelmiddelleiding op buitenunit aansluten
Leidinglengte. Houd de lokale ledingen zo kort möglichk.
- Bescherming leidingen. Bescherm de lokale ledingen gegen fysieme schade.
1 Sluit de koelvloeistofaansluiting van de binnenunit aan op de vloeistofafsluiter van de buitenunit.

a Vloeistofafsluiter
Gasafsluiter
cServicepoort
2 Sluit de gasaansluiting van de binnenunit aan op de gasafsluiter van de buitenunit.

OPMERKING
Er worden geadviseerd de koelmiddelleleidingenussen de binnen- en de buitenunit in een buis te leggen of afwerkingtape rondeze leidingen te wikkelen.
4.4 De koelmiddelleiding controleren
4.4.1 Op lekkages controlleren

OPMERKING
Overtreft de maximale werkdruk van de unit NIET (zie "PS High" op het naamplaatje van de unit).

OPMERKING
Gebruik een aanbevolen bellentestoplossing van bij uw groothandelaar. Gebruik geen zeepwater want hierdoor kuren de flareemoeren breken (zeepwater kan immers zout bevatten en zout absorbeert vocht dat kan bevriezen als de leidingen afkoelen), en bovendien kuren de flareverbindingen erdoor gaan corroderen (want zeepwater kan ammonia bevatten dat zorgt voor een corrosief effectCUSen de messing flareemoer en de koperen flare).
1 Vul het systeem met stikstofgas tot op een manometerdruk van minstens 200kPa (2 bar). Het is aanbevolen de druk tot 3000kPa (30 bar) te verhogen omkleinelekken te vinden.
2 Test op lekkages door de bubbeltestoplossing op alle verbindingen aan te brengen.
3 Verwijder alle stikstofgas.
4.4.2 Vacuumdrogen
1 Vacumeer het systemeem tot de druk op het verdeelstuk -0,1 MPa (-1 bar) aangeeft.
2 Wacht 4-5 minutes en controller de druk:
| Indien de druk... | Dan... |
| Niet verandert | Er zit geen vocht in het systeme. Deze procedure is voltooid. |
| Stijgt | Er zit vocht in het systeme. Gaerverder met de volgende stap. |
3 Vacumeer het systeme minstens 2 uur tot een meterdruk van -0,1 kPa (-1 bar).
4 Controleer na het uitschakelen van de pomp de druk gedurende minstens 1uur.
5 Indien u het beoogd vacuum NIET kurz bereiken of het vacuum NIET gedurende 1 uur kurz bewaren, doe dan het volgende:
Vergeet Niet om na de installmentie van de koelmiddelleiding en het vacuumdrogen de aflsuiters te openen. Wanner u het systeme probeert te gebruiken met gesloten aflsuiters kan de compressor schade oplopen.
4.5 Koelmiddel bijvullen
4.5.1 Over het toevoegen van koelmiddel
De buitenunit is in de fabriek bevuld met koelmiddel, maar in sommige gevallen kan het volgende vereist zich:
| Wat | Wanner |
| Extra koelmiddel bijvullen | Wanner de totale lenghte van de leiding de voorgeschreven lenghte overschrijdt (zie later). |
| Volledig opnieuw vullen met koelmiddel | Voorbeeld: • Wanner het systeme worden verplaatst. • Na eenlek. |
Extra koelmiddel bijvullen
De externe koelmiddelleiding van de buitenunit moet worden gecontroleerd (lektest, vacuumdrogen) alvorens extra koelmiddel bij te vullen.

INFORMATIE
Afhankelijk van de units en/of de omstandigheden van de installmentie, moet de elektrische bedrading aangesloten zich alvorens u koelmiddel kurz bijvullen.
Typische workflow - extra koelmiddel bijvullen besteht doorgaansuit de volgende stappen:
1 Bepalen of en hoeveel extra koelmiddel moet worden bijgevuld.
2 Indien nodig, extra koelmiddel bijvullen.
3 Het label voor gefluoreerde broeikasgassen invullen en bevestigen op de binnenkant van de buitenunit.
4 Installatie
Volledig opniew vullen met koelmiddel
Controleer of de volgende voorwaarden zijn verruld alvorens volledig opnieuw te vullen met koelmiddel:
1 Alle koelmiddel is uit het system verwijderd.
2 De externe koelmiddelleiding van de buitenunit is gecontroleerd (lektest, vacuumdrogen).
3 Vacuumdrogen is uitgevoerd op de interne koelmiddelleiding van de buitenunit.

OPMERKING
Vacuumdroog tevens de koelmiddelleidingen in de buitenunit vooraleer deze opnieuw te vullen.
Typische workflow - volledig opnieuw vullen met koelmiddel besteht doorgaansuit de volgende stappen:
1 Bij te vullen hoeveelheid koelmiddel bepalen.
2 Koelmiddel bijvullen.
3 Het label voor gefluoreerde broeikasgassen invullen en bevestigen op de binnenkant van de buitenunit.
4.5.2 Over het koelmiddel
Dit product bevat gefluoreerde broeikasgassen. Laat de gassen NIET vrij in de atmosefer.
Koelmiddeltype: R32
Waarde globaal opwarmingspotentieel (GWP): 675

OPMERKING
In Europa worden de broeikasgemissies van de totale koelmiddelvulling in het systeme (uitgedrukt in toonnen CO_2 equivalent) gebruikt om de onderhoudsintervallen te bepalen. Houd u aan de geldende wetgeving.
Formule om broeikasgemissies te berekenen: GWPwaarde koelmiddel × totale koelmiddelvulling [in kg] / 1000
Neem contact op met uw installateur vooreer informatie.

Het koelmiddel in deze unit is weinig ontvlambaar.

WAARSCHUWING
Het toestel worden opgeslagen in een ruimte zonder ontstekingsbronnen die voortdurend branden (bijvoorbeeld: open vuur, een draaiend gastroestel of een draaiende elektrische verwarming).

WAARSCHUWING
- Doorboor of verbrand GEEN onderdelen van de koelmiddelcyclus.
- Gebruik GEEN andere schoonmaakmiddelen of manieren om het ontdooien te versnellen dan die aanbevolen door de fabrikant.
Denk eraan dat het koelmiddel in het systeme geurloos is.

WAARSCHUWING
Het koelmiddel in de unit is weinig ontvlambaar, maar lekt normalaal NIET. Als het koelmiddel in de kamer lekt en in contact komt met vuur van een brander, een verwarming of een formuis, dan kan er brand ontstaan of kan een schadelijk gas worden gezormd.
Schakel alle verwarmingstoestellen met verbranding uit, verlucht de kamer en neem contact op met de dealer waar u de unit hebt gekocht.
Gebruik de unit NIET totdat iemand van de serviceddienst heeft bevestigd dat het deel met het koelmiddellek gerepareerd is.
4.5.3 Bepalen hoeveel koelmiddel toegevoegd moet worden
| Bij een totale leidinglengte van... | Dan... |
| ≤10 m | Vul GEEN extra koelmiddel bij. |
| >10 m | R=(totale lengte (m) van vloeistofleiding-10 m)×0,020 R=Hoeveelheid extra bijgevuld koelmiddel (kg) (afgerond in eenheden van 0,01 kg) |

INFORMATIE
De leidinglengte is de lenghte van de leidingen gerekend volgens eenrichting.
4.5.4 De hoeveelheid bepalen om opnieuw volledig te vullen

INFORMATIE
Indien het systeme opnieuw volledig gewuld moet worden, bedraagt de totale hoeveelheid koelmiddel hiervoor: de in de fabriek gewulde hoeveelheid koelmiddel (zie naamplaatje unit) + de aldus vastgestelde bijkomende hoeveelheid.
4.5.5 Extra koelmiddel bijvullen

WAARSCHUWING
- Gebruikuitsluitend R32 als koelmiddel. Andere stoffen können ontploffingen en ongelukken veroorzaken.
R32 bevat gefluoreerde broeikasgassen. Het heeft een aardopwarmingsvermogen (GWP) van 675. Laat deze gassen NIET vrij in de atmosefer. - Gebruik bij het vullen van koelmiddel ALTIJD beschermende handschoenen en eeneiligheidsbril.
Voorwaarde: Controller of de koelmiddelleiding is aangesloten en gecontroleerd (lektest en vacuumdrogen) alvorens koelmiddel bij te vullen.
1 Sluit de koelmiddelfles aan op de servicepoort.
2 Vul de nodige hoeveelheid koelmiddel bij.
3 Open de gasafsluiter.
4.5.6 De label voor fluorhoudende broeikasgassen bevestigen
1 Vul de label als volgt in:

a Als bij de unit een meertalig label voor fluorhoudende broeikasgassen is geleverd (zie accessoires), neemt u de gewenste taal en kleeft u ze op a.
b Koelmiddelvulling af fabrik: zij naamplaatje van de unit
c Bijgeulde hoeveelheid koelmiddel
d Totale hoeveelheid koelmiddel
e Broeilkasgemissies van de totale koelmiddelvullinguitgedrukt in ton CO _2 -equivalent
f GWP = Global opwarmingspotentieel

OPMERKING
In Europa worden de broeikasgasemissies van de totale koelmiddelvulling in het system (uitgedrukt in ton CO_2 equivalent) gebruikt om de onderhoudstemijnen te bepalen. Volg de toepasselijkke wetgeving.
Formule om de broeikasgemissies te berekenen: GWP-waarde van het koelmiddel × Totale koelmiddelvulling [in kg] / 1000
2 Bevestig het label op de binnenkant van de buitenunit naast de gas- en vloeistofafsluiters.
4.6 De elektrische bedrading aansluten

GEVAAR: GEVAAR VOOR ELEKTROCUTIE

WAARSCHUWING
- Al de bedrading MOET door een erkende elektricien uitgevoerd worden en MOET voldoen aan de geldende wetgeving.
Maak elektrische verbindingen op de bevestigde bedrading.
Alle op de site geleverde componenten en alle elektrische constructies MOETEN voldoen aan degeldende wetgeving.

WAARSCHUWING
Gebruik ALTIJD eenmeeraderige kabel als stroomtoevoerkabel.

WAARSCHUWING
Als het netsnoor beschadigd is, MOET de fabrikant, zijn vertegenwoordiger,+zijn servicevertegenwoordiger of gelijkaardige bevoegde personen het snoer verrangen om een gevaarlijke situatie te voorkomen.

WAARSCHUWING
Sluit de elektrische voeding NIET aan op de binnenunit. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.

WAARSCHUWING
- Gebruik GEEN lokaal aangekochtete elektrische onderdelen binnenin het product.
- Tak de elektrische voeding Niet af voor de afvoerpomp, etc. van het klemmenblok. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.

WAARSCHUWING
Houd de bedrading tussen de unitsuit de buurt van koperen leidingen die Niet thermisch geisoleerd zijn aangezien dergelijkke ledingen heel warm worden.
4.6.1 Specificaties van de standaardcomponenten van de bedrading
| Onderdeel | ||
| Voedingskabel | Spanning | 220~240 V |
| Fase | 1~ | |
| Frequentie | 50 Hz | |
| Draaddikten | MOETEN voldoen aan de toepasselijkke wetgeving | |
| Kabelussen de units (binnen→buiten) | 4-aderige kabel ≥1,5 mm2en geschikt voor 220~240 V | |
| Aanbevolen lokale zekering | 16 A | |
| Aardlekschakelaar | MOETEN voldoen aan de toepasselijkke wetgeving | |
4.6.2 De elektrische bekabeling op de buitenunit aansluten
1 Verwijder het servicedeksel.
2 Open de kabelklem.
3 Sluit de kabel:tussen de units en de elektrische voeding als volgt aan:

a Verbindingskabel
b Voedingskabel
c Onderbreker
d Aardlekschakelaar
e Elektrische voeding
f Aarde
4 Draai de klemschroeven goed vast. Gebruik bij voorkeur een kruskopschroeevendraier.
4.7 De installment van de buitenunit voltooien
4.7.1 De installment van de buitenunit voltooien
1 Isoleer en bevestig als volgt de koelmiddelleiding en de doorver bindingskabel:

a Gasleiding
b Isolatie gasleiding
c Dooryerbindskabel
d Vloeistofleiding
e Isolatie vloeistofleiding
f Awerkkleefband
2 Plaats het servicedeksel terug.
4.7.2 De buitenunit sluiten

OPMERKING
Wanner u het deksel van de buitenunit sluit, let op dat u het aanhaalkoppel van 1,3 N·m NIET overtreft.

5 Inbedrijfstelling

OPMERKING
Laat de unit NOOIT werken zonder de thermistoren en/of druksensoren/-schakelaars. De compressor zou anders vuur+kunnen vatten.
5.1 Checklist voor de inbedrijfstelling
Controleer na de installmentie van de unit eerst de volgende punten. De unit MOET worden gesloten nadat alle onderstaande controles zijn uitgevoerd; ALLEEN dankest u de unit opstarten.
| □ | De binnenunit要去 juist gemonteerdijken. |
| □ | De buitenunit要去 juist gemonteerdijken. |
| □ | Het system is goed en op de juiste manier geaard en de aardingsklemmenijken goed aangehaald. |
| □ | De voedingsspanning komt overeen met de spanning op het identificatieplaatje van de unit. |
| □ | Erijken GEEN losese aansluitingen of verbindingen of beschadigde elektrische onderdelen in de schakelkast. |
| □ | Erijken GEEN beschadigde onderdelen of buizen die tegen de binnenkant van de binnen- of buitenunit gedrukt worden. |
| □ | Erijken GEEN koelmiddellekkages. |
| □ | De koelmiddelleidingen (gas en vloeistof)ijken thermisch geïsoleerd. |
| □ | De juiste buismaten werden geplaatst en de leidingenijken goed en op de juiste manier geïsoleerd. |
| □ | De afluieters (gas en vloeistof) op de buitenunit staan volledig open. |
| □ | De volgende terplaatse te voorziene bedradingen werden gelegd conform dit document en de geldende wetgeving:tussen de binnenunit en de buitenunit. |
| □ | Afvoer De afvoer要去 vlot stromen. Mogelijk gevolg: Er kan condenswater maar beneden druppelen. |
| □ | De binnenunit ontvangt de signalen van de gebruikersinterface. |
| □ | De vermelde kabels worden gebruikt voor de doorverbindingskabel. |

De zekeringen, onderbrekers of lokaal geinstalleerde beveiligingen zijn overeenkomstig dit document geinstalleerd en zich NIET overbrugd.
5.2 Checklist tijdens inbedrijfstelling

Ontluchten.

Proofdraaien.
5.3 Proefdraaien
Voorwaarde: De gegevens van de voeding MOETEN binnen het opgegeven bereik vallen.
Voorwaarde: Proefdraien is möglich in de stand koelen of verwarmen.
Voorwaarde: Proefdraaien要去 worden uitgevoerd volgens de instructies in de gebruiksaanwijzing van de binnenunit om zeker te zijn dat alle functies en onderdelen goed werken.
1 In de koelstand, selecteer de laagst programmeerbare temperatuur. In de verwarmingsstand, selecteer de hoogst programmeerbare temperatuur. Indien nodig kan proofdraaien worden gedexeactiveerd.
2 Stel de temperatuur op normal niveau in wanner het proefdraien beindigd is. In de koelstand: 26 28^ in de verwarmingsstand: 20 24^
3 Het systeem stopt 3 minuten na het uitschakelen van de unit.

INFORMATIE
- De unit verbruikt ook nog stroom wanner zeuitgeschakeld is.
- Wanneer de stroom wordt hersteld na een stroompanne, werkt de unit verder in de eerder geselecteerde stand.
5.4 De buitenunit starten
Zie de installmentiehandleiding van de binnenunit voor meer informatie over de configuratie en inbedrijfstelling van het systeme.
6 Als afval verwijderen

OPMERKING
Probeer het systeme NIET zelf te ontmantelen: het ontmantelen van het systeme en het behandelen van het koelmiddel, van olie en van andere onderden MOETEN conform met de geldende wetgeving uitgevoerd worden. De units MOETEN voor hergebruik, recyclage en terugwinning bij een gespecialiseerd behandelingsbedrijf worden behandeld.
6.1 Overzicht: Als afval verwijderen
Typische werkstroom
Het system als afval verwijderen bestaat doorgaansuit de volgende stappen:
1 Het systeem afpompen.
2 Het systeme aan een gespecialiseerd verwerkingsbedrijf brengen.

INFORMATIE
Zie de onderhouds- en reparatiehandleiding voor meer bijzonderheden.
6.2 Afpompen

GEVAAR: ONTPOFFINGSGEVAAR
Afpompen - Koelmiddellemkken. Als u het systeme wil afpompen en er zit een lek in het koelmiddelcircuit:
- Gebruik NIET de automatische afpompfunctie van de unit die al het koelmiddel uit het systemeer aan de buitenunit kan sturen. Mogelijk gevolg: Zelfontbranding en explosie van de compressor door lucht die in de draaiende compressor verechtkomt.
- Gebruik een afzonderlijk aftapsystem zodat de compressor van de unit NIET要去 draieren.

OPMERKING
Om het koelmiddel te verwijderen (door leeg te pompen), stop de compressor vooraleer de koelmiddelleidingen te verwijderen. Indien de compressor nog steeds werknt en de afsluieter open staat tijdens het verwijderen van het koelmiddel, za lucht in het systeme gezogen worden. Hierdoor za de compressor beschadigd worden of kan het systeme schade oplopen als gevolg van de abnormale druk in de koelmiddelcyclus.
Het afpompen pomppt alle koelmiddel uit het system aan de buitenunit.
1 Verwijder het kleppendeksel van de vloeistofafsluiter en de gasafsluiter.
2 Voer gedwonden koelen uit. Zie "6.3 Een gedwonden koeling starten en stoppen" op pagina 43.
3 Sluit de vloeistofafsluiter na 5 à 10 minutes (bij heel lage omgevingsttemperaturen (< - 10^) na slechts 1 of 2 minutes) met een zeskantsleutel.
4 Controller op het verdelijkstuk of het vacuum is bereikt.
5 Draai na 2 à 3 minutes de gasafsluiter dicht en stop gedwongen koelen.

a Gasafsluiter
b Sluitrichting
c Zeskantsleutel
d Kleppendeksel
e Vloeistofafsluiter
6.3 Een gedwongen koeling starten en stoppen
Er zijn 2 methodes voor gedwongen koelen:
- Methode 1. Met de ON/OFF-schakelaar van de binnenunit (indien voorzien op de binnenunit).
- Methode 2. Met de gebruikersinterface van de binnenunit.
6.3.1 Gedwongen koelen starten/stoppen met de AAN/UIT-schakelaar van de binnenunit
1 Houd de ON/OFF-schakelaar minstens 5 seconden lang ingedrukt.
Gevolg: Het toestel begint te werken.

INFORMATIE
Gedwongen koelen stopt automatisch na 15 minuten.
2 Druk op de ON/OFF-schakelaar om erder te stoppen.
6.3.2 Gedwongen koelen starten/stoppen met de gebruikersinterface van de binnenunit
1 Stel de bedrijfsstand in op koelen.
Voor de procedure, die "Proefdraien" in de montagehandleiding van de binnenunit.
Een subset van de meest recente technische geveens is beschikbaar op de regione website van Daikin (publiek toegankelijk). De volledige set meest recente technische geveens is beschikbaar op de Daikin Business Portal (authenticatie vereist).
7.1 Bedradingsschema
| Legende eengemaakt bedradingsschema | ||||
| Voorgebrukte onderdelen en nummering, die het bedradingsschema op de unit. De onderdelen zijn genummerd met Arabische cijfers in oplopende volgorde en worden in het overzicht hierander aangegeven door het symboole** in de ondereelcode. | ||||
| ONDERBREKER | ⊕ | VEILIGHEIDSAARDING | ||
| AANSLUITING | ⓺ | VEILIGHEIDSAARDING (SCHROEF) | ||
| CONNECTOR | A | GELIJKRICHTER | ||
| AARDING | → | RELaisCONNECTION | ||
| LOKALE BEDRADING | ○ | KORTSLUITCONNECTION | ||
| ZEKERING | ○ | KLEM | ||
| BINNENUNIT | □ | KLEMMENSTROOK | ||
| BUTENUNIT | ○● | DRAADKLEM | ||
| BLK: ZWART GRN: GROEN PNK: ROZE WHT: WIT BLU: BLAUW GRY: GRIJS PRP, PPL: PAARS YLW: GEEL BRN: BRUN ORG: ORANJE RED: ROOD | ||||
| A*P PRINTPLAAT PS S1 SCHAKELVOEDING BS* DRUKKNOP AAN/UIT, BEDRIJFSSCHAKELAAR PTC* PTC THERMISTOR BZ, H°O ZOEMER Q* BIPOLAIRE TRANSITOR MET GEISOLEERDE C* CONDENSATOR PORT (IGBT) AC*, CN*, E*, HA*, HE*, HL*, HN*, AANSLUITING, CONNECTOR Q*DI AARDLEKSCHAKELAAR HR*, MR*, A, MR*, B, S*, U, V, AANSLUITING, CONNECTOR Q*L OVERBELASTINGSBEVELIGING W, X*A, K*R* Q*M THERMISCHE SCHAKELAAR D*, V*D DIODE R* WEERSTAND DB* DIODEBRUG R*T THERMISTOR DS* DIP-SCHAKELAAR RC ONTVANGER E'H VERWARMING S*C LIMIETSCHAKELAAR F*, U, FU* (VOOR KENMERKEN, ZIE PRINTPLAAT IN UW UNIT) ZEKERING S*L VLOTTERSCHAKELAAR S*NPH DRIKSENSOR (HOOG) FG* CONNECTOR (RANDAARDING) S*NPL DRIKSENSOR (LAAG) H* BUNDEL S*PH, HPS* DRIKSAKELAAR (HOOG) H*LED*, V*L CONTROLEAMP, LED S*PL DRIKSAKELAAR (LAAG) H*LED (SERVICEMONITOR GROEN) S*T THERMOSTAAT HIGH VOLTAGE HOOGSPANNING S*RH VOCHTIGHEIDSSSENSOR IES INTELLIGENT EYE SENSOR S*W, SW* BEDRIJFSSCHAKELAAR IPM* INTELLIGENTE VOEDINGSMODULE SA*, F1S OVERSPANNSBEGRENZER K*R, KCR, KFR, KHUR, K*M MAGNEETRELAS SR*, WLU S1 SIGNALONTVANGER L ONDER SPANNING SS* KEUZESCHAKELAAR L* SPOEL SHEET METAL KLEMMENSTROOK VASTE PLAAT L*R DWARSSMOORSPOEL T*R TRANSFORMATOR M* STAPPENMOTOR TC, TRC ZENDER M*C COMPRESSORMOTOR V*, R* V V1R V1R DIODEBRUG M* V1R AFVOERPOMPMOTOR WRC DRAALMOTOR X* KLEM MR*, MRCW*, MRM*, MRN* MAGNEETRELAS X*M KLEMMENSTROOK (BLOK) N NEUTRAAL Y*E SPOEL ELEKTRONISCHE EXPANSIEKLEP n*, N* AANTAL DOORGANGEN DOOR FERRIETKERN Y*R, Y*S SPOEL ELEKTROMAGNETISCHE OMKEERKLEP PCB* PRINTPLAAT Z*C FERRIETKERN PM* VOEDINGSMODULE ZF, Z-F RUISFILTER | ||||
Tabla de Contents
- Obnyoç yia tov Texviko EYkataaTaans:
- Ppoetoiuaia EkykataoTaan, 8eouva aovapopac...
Mopqh: Ynpiakapxieia otn diovvon http:// www.daikineurope.com/support-and-manuals/productinformation/
OITIO TPOOPATEG AVaEwPHOIEIS TUV TAPEXoEVW Vyypaov TEKUNPIOWG EVEXeTAl VA Eivai DIAEoiue GTOV DkTuakToTTO TaDakin TNS TEPIOXnGos nVa MTOpElTe VtG TIPouNHeUteTe aToTov AVITIPOsOTNO TS TEPIOXnGos
Ta Tpwtotuia eyypaapa teknpiowc exouv ouvtax0e1 OAt Ayyikac. OAc ot UTOAOITIEs yawoe aTOTAEUV mepaeeic.
Texivka mynxavika 8e0eva
YtouvoToVTEAEutawTevikovDeoEvwUtny TEPepeiaKnIOToeA Daikin (Omuia Ppooaum).
OTo TwV TEAEUTAWv TeXVIKov DEDoEvWv UTApXei OTNv Daikin extranet (xpeiaZeai EyKpion).