ResMed Stellar 150 - Ademhalingsmedisch apparaat

Stellar 150 - Ademhalingsmedisch apparaat ResMed - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Stellar 150 ResMed in PDF-formaat.

📄 274 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice ResMed Stellar 150 - page 237
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over Stellar 150 ResMed

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Ademhalingsmedisch apparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Stellar 150 - ResMed en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Stellar 150 van het merk ResMed.

GEBRUIKSAANWIJZING Stellar 150 ResMed

Indicaties voor gebruik ....1

Luchtbevochtiging ....3

Interne accu ....3

ResMed USB-stick 4

Gebruik in een vliegtuig....4

Mobiel gebruik....4

Afstandsalarm 4

Opstellen voor niet-invasief gebruik ....4

De H4i verwarmde bevochtiger voor niet-invasief gebruik aansluiten 5

Opstellen voor invasief gebruik....6

Het Stellar-apparaat voor het eerst gebruiken....8

Werken met andere optionele accessoires 8

De pulsoxymeter aansluiten....8

Extra zuurstof toevoegen 9

De sensor voor FiO2-meting gebruiken....11

Een bacterieel/viraal filter bevestigen....12

Waterafscheiders gebruiken....12

Basisinformatie over de Stellar 13

Over het bedieningspaneel 13

LCD-schem 13

De therapie starten....14

Een functietest uitvoeren 14

De therapie starten....15

De therapie stoppen....16

De stroom uitschakelen 16

Werken met alarmen....16

De instelling van behandelingsopties afstemmen op de patiënt....17

Maskerpasvorm bijstellen 18

Het gebruik van de menu's....19

Overzicht gebeurtenissen 22

Uren gebruikt....22

Informatie apparaat....22

Herinnering 22

Gegevensbeheer....23

Reiniging en onderhoud 23

Dagelijks....24

Wekelijks....24

Maandelijks....24

Vervangen van het luchtfilter 24

Desinfectie 25

Gebruik bij meerdere patiënten 25

Onderhoudsbeurten 26

Opsporen en oplossen van problemen.... 26

Oplossen van problemen met alarmen 26

Andere problemen oplossen 29

Technische specificaties 31

Symbolen 33

Milieu-informatie 34

Algemene waarschuwingen en aandachtspunten 34

Beperkte garantie 36

Inleiding

Lees de hele handleiding door alvorens het apparaat te gebruiken. Deze gebruikershandleiding dient voor gebruik door personen die geen arts zijn en bevat niet alle informatie die in de handleiding voor de arts wordt verstrekt.

Indicaties voor gebruik

De Stellar 100/150 is bestemd voor het verzorgen van ventilatie voor niet-afhankelijke, spontaan ademhalende volwassen en pediatrische patiënten (13 kg en zwaarder) met ademhalingsinsufficiëntie of ademhalingsfalen, met of zonder obstructieve slaapapneu. Het apparaat is bestemd voor niet-invasief gebruik of, met een ResMed-lekklep, voor invasief gebruik. Werking van het apparaat is zowel stilstaand, zoals in een ziekenhuis of thuis, of mobiel, zoals gebruik in een rolstoel.

Contra-indicaties

Er zijn contra-indicaties voor gebruik van de Stellar bij patiënten die korte onderbrekingen van de ventilatie niet kunnen verdragen. De Stellar is geen beademingstoestel.

Hebt u een van de volgende aandoeningen, laat het dan weten aan uw arts alvorens dit apparaat in gebruik te nemen.

  • pneumothorax of pneumomediastinum
    • pathologisch lage bloeddruk, met name in combinatie met depletie van intravasculair volume
    • cerebrospinale vloeistoflekkage, recente craniale chirurgische ingrepen of recent trauma
    • ernstige longziekten met bullae

- uitdroging

Het gebruik van de Stellar of pulsoxymetrie (met inbegrip van XPOD) is gecontra-indiceerd in een MRI-omgeving.

Voor AutoEPAP ^1 geldt een contra-indicatie voor invasief gebruik.

^1 Deze functie is niet in alle landen beschikbaar.

Nadelige effecten

Ongebruikelijke pijn op de borst, zware hoofdpijn of een toename van het ademtekort dient u te melden bij uw behandelend arts.

De volgende bijverschijnselen kunnen zich voordoen tijdens niet-invasieve ventilatie met het apparaat:

  • uitdroging van neus, mond of keel
  • neusbloedingen
  • opgeblazen gevoel
  • pijn aan oren of sinus
  • oogirritatie
  • huiduitslag

Stellar overzicht

ResMed Stellar 150 - Stellar overzicht - 1

text_image Handvat Scellar 150 ResMed H4i-connectorplug en wisselstroom-aansluiting Luchtuitlaat Infrarode aansluiting voor bevochtiger Zuurstofinlaat Luchtfilterkap XPOD-pulsoxymeteraansluiting FiO2-sensoraansluiting Gegevenspoort voor USB-stick Afstandsalarmaansluiting¹ Gegevenspoort voor rechtstreekse aansluiting op een pc Gelijkstroom-contrastekker Wisselstroom-contrastekker Stroom aan/ stand-byschakelaar

Het Stellar bestaat uit:

- Stellar apparaat • hypo-allergeen luchtfilter • wisselstroomsnoer • draagtas • 2 m air luchtslang • ResMed USB-stick • connector voor lagedrukzuurstofvoorziening.

De volgende optionele onderdelen zijn compatibel met Stellar:

- 3 m luchtslang • SlimLine™-luchtslang • heldere luchtslang (wegwerp) • H4i™ verwarmde bevochtiger • bacterieel/viraal filter • filter voor warmte- en vochtwisselaar (HMEF) • ResMed XPOD-oximeter • Nonin™ pulsoximetriesensoren • FiO₂ monitoring kit (externe kabel, T-stuk adapter) • FiO₂ bewakingssensor • Stellar mobiliteitstas • ResMed-lekklep • slangwikkel • Stellar DC/DC-omzetter.

^1 Aansluiting van het afstandsalam is afhankelijk van het productmodel.

⚠ WAARSCHUWING

De Stellar mag alleen met door ResMed aanbevolen luchtslangen en accessoires worden gebruikt. Het aansluiten van andere luchtslangen of accessoires kan leiden tot letsel of tot schade aan het apparaat.

Voor informatie over compatibele accessoires, raadpleegt u de ventilatie-accessoires op www.resmed.com/accessories.

Patiëntinterface

Zowel de maskers als de tracheostomieslangen kunnen worden gebruikt met Stellar. Ga naar het menu Instellingen, selecteer Klinische instellingen en vervolgens Geavanceerde instellingen om het type patiëntinterface in te stellen.

Raadpleeg de handleiding van het masker voor informatie over het gebruik van maskers. Zie voor een volledige lijst met compatibele maskers voor dit apparaat de lijst met compatibele maskers/apparaten op www.resmed.com/downloads/devices. Neem contact op met uw ResMed-vertegenwoordiger als u geen internettoegang hebt.

Luchtbevochtiging

Een bevochtiger wordt met name aanbevolen voor patiënten die last hebben van een droog gevoel in neus, keel of mond. Voor informatie over het gebruik van een bevochtiger bij:

  • niet-invasieve ventilatie, zie Opstellen voor niet-invasief gebruik (zie pagina 4).
  • invasieve ventilatie, zie Opstellen voor invasief gebruik (zie pagina 6).

Interne accu

LET OP

De capaciteit van de interne accu zal in de loop van tijd verslechteren. Dit is afhankelijk van individueel gebruik en omgevingsomstandigheden. Naarmate de accu slechter wordt, kan de oplaadindicator van de accu minder nauwkeurig worden. Dit betekent dat accu- en systeemalarmen wellicht niet worden geactiveerd zoals de bedoeling is. ResMed adviseert om de accu na twee jaar te laten testen om de resterende levensduur van de accu te schatten. Het testen en vervangen van de interne accu mag alleen door een erkende serviceagent worden uitgevoerd.

Opmerking: Hoelang de accu stroom kan leveren, hangt af van het laadniveau, de omgevingsomstandigheden, de conditie en ouderdom van de accu, de instellingen van het apparaat en de configuratie van het patiëntcircuit.

Als de netstroom uitvalt, blijft het apparaat met behulp van de interne accu werken indien er geen externe accu op het apparaat aangesloten is. De interne accu werkt onder normale omstandigheden ongeveer drie uur (zie Technische specificaties (zie pagina 31)). Het laadniveau van de accu wordt boven aan het LCD-scherm weergegeven. Controleer het laadniveau van de accu regelmatig wanneer u het apparaat met de interne accu gebruikt en sluit het apparaat op tijd op netstroom of anders de externe accu aan.

Daarnaast wordt het alarm Interne accu in gebruik weergegeven. Druk op de knop Alarm onderdrukken om het alarm te verwijderen.

Sluit het apparaat op netstroom aan om de interne accu op te laden.

Het duurt ongeveer vier uur voordat de interne accu volledig is opgeladen. Dit is echter afhankelijk van omgevingsfactoren en of het apparaat wordt gebruikt.

Onderhoud

De interne accu moet elke zes maanden worden ontladen en opgeladen.

  1. Trek de stekker uit het stopcontact terwijl de Stellar is ingeschakeld (in standby of in werking) en laat het apparaat op de interne accu werken totdat het laadniveau 50% is.
  2. Steek de stekker weer in het stopcontact. De interne accu wordt volledig opgeladen.

Opslag

Als het apparaat voor langere tijd wordt opgeslagen, moet de interne accu tot ongeveer 50% worden opgeladen om de levensduur ervan te verlengen.

Opmerking: Controleer het laadniveau van de interne accu om de zes maanden; laad de interne accu indien nodig op tot een laadniveau van 50%.

Gebruiksduur van de accu

Raadpleeg voor informatie over de bedrijfstijd van de interne accu de lijst Compatibiliteit van de accu/het apparaat in www.resmed.com/downloads/devices.

ResMed USB-stick

Er kan een USB-stick voor gegevensopslag met het apparaat gebruikt worden, als hulpmiddel voor de arts voor het bewaken van uw behandeling, of om u te voorzien van bijgewerkte apparaatinstellingen. Raadpleeg Gegevensbeheer (zie pagina 23) voor meer informatie.

Gebruik in een vliegtuig

ResMed bevestigt dat de Stellar tijdens alle fasen van een luchtreis kan worden gebruikt zonder dat deze verder getest of goedgekeurd hoeft te worden door de luchtvaartmaatschappij. Raadpleeg Technische specificaties (zie pagina 31).

Mobiel gebruik

Met de Stellar-draagtas kan de Stellar worden gebruikt in mobiele situaties, bijv. in een rolstoel. Raadpleeg de gebruikershandleiding bij de Stellar-draagtas voor de opstelling en het juiste gebruik ervan. Voor langdurig mobiel gebruik kan de externe elektriciteitsvoorziening ResMedPower Station II als extra stroombron worden gebruikt. Het gebruik van zuurstof in combinatie met de Stellar-draagtas is aan beperkingen onderhevig. Neem contact op met uw lokale ResMed-vertegenwoordiger voor nadere informatie.

Afstandsalarm

Het afstandsalarm kan worden gebruikt om hoorbare en visuele alarmen over te brengen via een rechtstreekse kabelverbinding. Raadpleeg de gebruikershandleiding van het afstandsalarm voor meer informatie over het gebruik van het afstandsalarm.

Opstellen voor niet-invasief gebruik

ResMed Stellar 150 - Opstellen voor niet-invasief gebruik - 1

WAARSCHUWING

  • De luchtfilterkap beschermt het apparaat wanneer er onbedoeld vloeistof op wordt gemorst. Let erop dat het luchtfilter en de luchtfilterkap te allen tijde zijn geplaatst.
  • Let erop dat alle luchtinlaten aan de achter- en onderzijde van het apparaat en de ventilatieopeningen bij de maskers niet verstopt zijn. Als u het apparaat op de vloer plaatst, zorg er dan voor dat de omgeving vrij is van stof en dat de luchtinlaten niet worden geblokkeerd door beddengoed, kleding of andere zaken.
  • Slangen moeten niet-geleidend en antistatisch zijn.
  • Laat geen lange stukken van de luchtslang of het snoer van de vingerpulssensor bij het hoofdeinde van het bed liggen. Deze kunnen zich tijdens het slapen om het hoofd of de nek wikkelen.

ResMed Stellar 150 - WAARSCHUWING - 1

LET OP

  • Plaats het apparaat zo, dat niemand er tegenaan kan stoten of gemakkelijk over het snoer kan struikelen.
  • Controleer of het gebied rondom het apparaat droog en schoon is.

Opmerkingen:

  • ResMed raadt het gebruik van het bij de unit geleverde wisselstroomsnoer aan. Als u een nieuw elektriciteitssnoer nodig hebt, neem dan contact op met het ResMed-servicecentrum.
  • Plaats het apparaat op een vlakke ondergrond bij het hoofdeinde van het bed.

ResMed Stellar 150 - Opmerkingen: - 1

text_image Wisselstroomsoer Wisselstroomvergrendelingsklem
  1. Sluit het elektriciteitssnoer aan.

  2. Steek het vrije uiteinde van het elektriciteitssnoer in een stopcontact.

  3. Sluit de H4i verwarmde bevochtiger aan op de voorkant van de Stellar.

Als de H4i niet wordt gebruikt, sluit het bacterieel/viraal filter (indien toegepast) dan stevig aan op de luchtuitlaat van het apparaat (zie Een bacterieel/viraal filter bevestigen (zie pagina 12)).

Opmerking: Er kunnen andere externe bevochtigers worden gebruikt voor een niet-invasieve opstelling. ResMed beveelt het gebruik aan van een ademhalingssysteem (inclusief bacterieel/viraal filter, luchtslangen, externe bevochtiger) met een impedantie van maximaal 2 cm ^10 bij 30 l/min, 5 cm H 2 O bij 60 l/min en 16 cm H 2 O bij 120 l/min.

  1. Sluit een uiteinde van de luchtslang stevig aan op de luchtuitlaat van de H4i.

  2. Sluit het maskersysteem op het vrije uiteinde van de luchtslang aan.

  3. Zet het apparaat aan door de stroomschakelaar aan de achterzijde in te drukken.

  4. Selecteer het maskertype (selecteer het menu Instellingen, vervolgens Klinische instellingen en ten slotte Geavanceerde instellingen).

  5. Voer de functie Leercircuit uit (zie Menu Instellingen: Opties (zie pagina 20)).

De H4i verwarmde bevochtiger voor niet-invasief gebruik aansluiten

Uw arts kan het gebruik van de H4i verwarmde bevochtiger aanraden. Raadpleeg de gebruikershandleiding bij de H4i voor informatie over het gebruik van de H4i.

ResMed Stellar 150 - De H4i verwarmde bevochtiger voor niet-invasief gebruik aansluiten - 1

WAARSCHUWING

- Plaats de H4i altijd op een horizontaal oppervlak en lager dan het niveau waarop de patiënt zich bevindt. Zo wordt voorkomen dat het masker en de slang met water vol kunnen lopen.

- Zorg ervoor dat het waterreservoir leeg en grondig gedroogd is voordat u de bevochtigen verplaatst.

- De H4i verwarmde bevochtiger is niet bedoeld voor mobiel gebruik.

- Doe het waterreservoir niet te vol omdat anders tijdens gebruik water in het luchtcircuit wordt gemorst. Controleer regelmatig of zich in het luchtcircuit water heeft verzameld. Als u ziet dat en water in het luchtcircuit is gelopen, verwijder het water dan en controleer of het waterreservoir niet te vol is. Wanneer de H4i bij hoge druk (hoger dan 25 cm H0) wordt gebruikt, zal gebruik van een vochtvanger voorkomen dat er water terugloopt in het luchtcircuit.

- Voer de functie Leercircuit voor optimale nauwkeurigheid en synchroniciteit uit bij een wijziging in de configuratie van het circuit, in het bijzonder wanneer onderdelen met een hoge impedantie (bijv. een bacterieel/viraal filter, een externe bevochtiger, een vochtvanger, een masker met neuskussen of een luchtslang) worden toegevoegd of verwijderd. Zie Menu Instellingen: Opties (zie pagina 20).

ResMed Stellar 150 - WAARSCHUWING - 1

LET OP

Controleer het luchtcircuit op condensatie van water. Gebruik een vochtvanger of een slanghoes als bevochtiging tot condensatie van water in de slang leidt.

Opmerkingen:

  • Een bevochtiger verhoogt de weerstand in het luchtcircuit en kan het triggeren en cyclen beïnvloeden, evenals de nauwkeurigheid van de weergegeven en afgeleverde drukken. Voer daarom de functie Leercircuit uit (zie Menu Instellingen: Opties (zie pagina 20)). Het apparaat stelt de flowweerstand bij.
  • De verwarmingsfunctie van de H4i wordt uitgeschakeld wanneer het apparaat geen netstroom krijgt.

Opstellen voor invasief gebruik

Invasief gebruik van de Stellar is alleen mogelijk met de ResMed-lekklep of bij gebruik van een tracheacanule zonder manchet of met afgelaten manchet samen met de ResMed-lekpoort (24976).

Voor AutoEPAP geldt een contra-indicatie voor invasief gebruik.

ResMed Stellar 150 - Opstellen voor invasief gebruik - 1

WAARSCHUWING

  • Verifieer dat alle luchtinlaten aan de achter- en onderzijde van het apparaat en de ventilatieopeningen bij het masker of de ResMed-lekklep niet verstopt zijn. Als u het apparaat op de vloer plaatst, zorg er dan voor dat de omgeving vrij is van stof en dat de luchtinlaten niet worden geblokkeerd door beddengoed, kleding of andere zaken.
  • Wanneer u een verwarmd vochtwisselingsfilter (HMEF) gebruikt, moet u het HMEF regelmatig vervangen, zoals aangegeven in de instructies die bij het HMEF zijn geleverd.
  • Voor de H4i geldt een contra-indicatie voor invasief gebruik. Een externe, voor invasief gebruik goedgekeurde bevochtiger wordt aanbevolen volgens EN ISO 8185 met een absolute vochtigheid van >33 mg/l.
  • Voor optimale nauwkeurigheid en synchronie voert u een Leercircuit uit wanneer er een nieuw circuit wordt gebruikt of bij een wijziging in de configuratie van het circuit, met name wanneer componenten met een hoge impedantie (bijv. bacterieel/viraal filter, externe bevochtiger, vochtvanger of ander type luchtslang) worden toegevoegd of verwijderd. Sluit de patiëntinterfaces niet aan voordat u de functie Leercircuit uitvoert. Patiëntinterfaces omvatten alle componenten die na de ResMed-lekklep worden geplaatst (bijv. HME-filter, kathetersteun, tracheostomieslang). Zie Menu Instellingen: Opties (zie pagina 20).
  • Gebruik alleen HMEF's die voldoen aan de toepasselijke veiligheidsnormen, waaronder ISO 9360-1 en ISO 9360-2.

ResMed Stellar 150 - WAARSCHUWING - 1

LET OP

Controleer bij gebruik van een bevochtiger regelmatig of er zich geen water in het ademhalingssysteem heeft verzameld.

Opmerkingen:

  • Wanneer het type masker wordt ingesteld op Trach, dan wordt het alarm Niet-geventileerd masker automatisch ingeschakeld om u te waarschuwen wanneer de ResMed-lekklep geen ventilatieopeningen heeft of wanneer de ventilatieopeningen geblokkeerd zijn.
  • Wanneer het maskertype wordt ingesteld op Trach, moet AutoEPAP worden uitgeschakeld.

ResMed Stellar 150 - Opmerkingen: - 1

flowchart
graph TD
    A["Bacterieel/viraal filter"] -->|1| B["Wisselstroomsoer Wisselstroomvergrendelingsklem"]
    B -->|2| C["ResMed-lekklep"]
    C -->|3| D["Externe bevochtiger*"]
    D -->|4| E["Luchtslang"]
    D -->|5| F["6"]
    style A fill:#f9f,stroke:#333
    style B fill:#ccf,stroke:#333
    style C fill:#cfc,stroke:#333
    style D fill:#fcc,stroke:#333
    style E fill:#cff,stroke:#333
    style F fill:#ffc,stroke:#333
  1. Sluit het elektriciteitssnoer aan.
  2. Steek het vrije uiteinde van het elektriciteitssnoer in een stopcontact.
  3. Sluit het bacterieel/viraal filter stevig op de luchtuitlaat van het apparaat aan.
  4. Sluit de externe bevochtiger op de andere zijde van het bacterieel/viraal filter aan.

*Als er geen externe bevochtiger wordt gebruikt, kan het HME-filter worden aangesloten op de ResMed-lekklep (in stap 10).

  1. Sluit de luchtslang op de externe bevochtiger aan.
  2. Sluit de ResMed-lekklep op de luchtslang aan. Plaats de ResMed-lekklep zodanig dat de lucht uit de luchtopeningen niet direct op de borst van de patiënt blaast.

ResMed Stellar 150 - Opmerkingen: - 2

WAARSCHUWING

Installeer de ResMed-lekklep altijd in het ademhalingscircuit met de pijlen en het symbool wijzend in de richting van de luchtstroom vanaf de Stellar naar de patiënt.

  1. Zet het apparaat aan door de stroomschakelaar aan de achterzijde in te drukken.
  2. Selecteer het maskertype Trach (selecteer het menu Instellingen, vervolgens Klinische instellingen en ten slotte Geavanceerde instellingen).
  3. Voer een Leercircuit uit (zie Menu Instellingen: Optie (zie pagina 20)) in overeenstemming met de volgende installatieafbeeldingen.

Met een externe bevochtiger
ResMed Stellar 150 - WAARSCHUWING - 1

flowchart
graph LR
    A["Bacterieel/viraal filter"] --> B["Luchtslang"]
    B --> C["ResMed-lekklep"]
    C --> D["Externe bevochtiger"]

Zonder externe bevochtiger

ResMed Stellar 150 - Zonder externe bevochtiger - 1

text_image Bacterieel/viraal filter ResMed-lekklep Luchtslang
  1. Als er geen externe bevochtiger wordt gebruikt, kunt u het HME-filter aansluiten op de patiëntzijde van de ResMed-lekklep.

  2. Sluit de cathetermount aan.

ResMed Stellar 150 - Zonder externe bevochtiger - 2

text_image Kathetersteun** HME-filter 10 11

** De ResMed-lekklep of het HME-filter kan worden aangesloten op gestandaardiseerde tracheostoma-interfaces met verbindingsstukken zoals een kathetersteun.

De kathetersteun en de externe bevochtiger zijn geen ResMed-onderdelen.

Het Stellar-apparaat voor het eerst gebruiken

Wanneer u het Stellar-apparaat de eerste keer gebruikt, controleert u of alle componenten gebruiksklaar zijn en voert u een functietest uit (zie Een functietest uitvoeren (zie pagina 14)). Alarmen dienen ook door de arts te worden gecontroleerd bij het instellen van een nieuwe patiënt (zie Handleiding voor de arts).

Werken met andere optionele accessoires

De pulsoxymeter aansluiten

Uw arts kan het gebruik van een pulsoxymeter aanraden.

ResMed Stellar 150 - De pulsoxymeter aansluiten - 1

Zowel de SpO₂ als de hartslagfrequentie worden geregistreerd met een instelfrequentie van 1 Hz.

De optionele SpQ-sensor is gekalibreerd voor de weergave van functionele zuurstofverzadiging.

Als de gegevensoverdracht langer dan 10 seconden wordt onderbroken terwijl de pulsoximeter tijdens de behandeling is aangesloten, wordt het alarm Disconnected XPOD (XPOD ontkoppeld) geactiveerd.

Raadpleeg de accessoires voor beademing op de pagina met producten van www.resmed.com voor de onderdeelnummers van compatibele oximeteraccessoires voor dit apparaat. Raadpleeg voor meer informatie over het gebruik van deze accessoires de gebruikershandleiding die bij deze accessoires is meegeleverd.

ResMed Stellar 150 - De pulsoxymeter aansluiten - 2

WAARSCHUWING

  • Pulsoxymetersensoren mogen niet gedurende lange tijd met overmatige druk worden gebruikt, want daardoor kan de patiënt letsel oplopen.
  • Controleer of de sensor en de kabel van de pulsoximeter compatibel zijn met Stellar om letsel bij de patiënt te voorkomen.

Contra-indicatie

De pulsoxymeter is niet defibrillatiebestendig conform IEC 60601-1: 1990, clausule 17.h.

  1. Sluit de stekker van de vingerpulssensor en de stekker van de pulsoxymeter op elkaar aan

  2. Sluit de stekker van de pulsoxymeter op de achterzijde van het apparaat aan.

Selecteer Metingen in het menu Metingen om de oxymetriewaarden te bekijken.

Extra zuurstof toevoegen

Uw arts kan zuurstof voorschrijven.

Opmerking: Er kan maximaal 30 l/min worden toegevoegd.

ResMed Stellar 150 - Extra zuurstof toevoegen - 1

WAARSCHUWING

- De zuurstoftoevoer moet altijd uitgeschakeld worden als het apparaat niet aanstaat, zodat er geen brandgevaar ontstaat doordat er zich ongebruikte zuurstof in het apparaat ophoopt.

- Gebruik alleen goedgekeurde, schone zuurstofbronnen.

  • ResMed beveelt ten sterkste aan zuurstof toe te dienen via de zuurstofinlaat van de Stellar aan de achterkant van het apparaat. Als de zuurstof ergens anders in het ademhalingssysteem wordt toegevoerd, dat wil zeggen via een zijpoort of het masker, dan bestaat het risico dat de triggering en de nauwkeurigheid van de therapie/de bewaking en van alarmen (bijv. het alarm Hoge lekkage of het alarm Niet-geventileerd masker) worden verstoord. Bij gebruik op die manier moet elke keer dat de zuurstoftoevoer wordt aangepast, de werking van de therapie en de alarmen worden geverifieerd.
  • Zuurstof bevordert verbranding. Geen zuurstof gebruiken terwijl u rookt of in de nabijheid van open vuur. Gebruik zuurstoftoevoer alleen in goed geventileerde ruimtes.
  • Het ademhalingssysteem en de zuurstofbron moeten op minimaal 2 m afstand van alle ontstekingsbronnen gehouden worden (bijv. elektrische apparaten).
  • Gebruik geen zuurstof terwijl het apparaat in de draagtas aanstaat.

Extra zuurstof toevoegen

  1. Ontgrendel de zuurstofinlaat voor lage stroming aan de achterzijde van het apparaat door de vergrendelklem omhoog te duwen.
  2. Steek het ene uiteinde van de zuurstoftoevoerslang in de zuurstofconnectorpoort. De slang wordt automatisch vergrendeld.
  3. Sluit het andere uiteinde van de zuurstofslang op de zuurstofvoorziening aan.
  4. Start de ventilatie.
  5. Zet de zuurstofbron aan en stel de gewenste stroomsnelheid in.

ResMed Stellar 150 - Extra zuurstof toevoegen - 1

Extra zuurstof verwijderen

Voordat u extra zuurstof van het apparaat verwijdert, controleert u of de zuurstoftoevoer is uitgezet.

  1. Ontgrendel de zuurstofinlaat voor lage stroming aan de achterzijde van het apparaat door de vergrendelklem omhoog te duwen.
  2. Verwijder de zuurstoftoevoerslang uit de zuurstofconnectorpoort.

ResMed Stellar 150 - Extra zuurstof verwijderen - 1

De sensor voor FiO2-meting gebruiken

Uw arts kan het gebruik van de FiO_2 -meetsensor aanraden.

Opmerking: Nadat het apparaat is ingeschakeld, kan het maximaal 15 minuten duren voordat de FiO_2 -sensorwaarden voldoen aan de aangegeven nauwkeurigheid.

De FiO _2 -sensorprestaties kunnen negatief beïnvloed worden door relatieve vochtigheid, condensatie op de sensor of door een mengsel van onbekende gassen.

De FiO _2 -bewaking wordt beïnvloed door veranderingen in de omgevingsdruk en de cyclische druk. Deze invloed is proportioneel: op een hoogte van 3000 m (10.000 ft) daalt de omgevingsdruk met 30% ten opzichte van het zeeniveau, waardoor de bewaakte FiOook met 30% daalt.

Raadpleeg de FiQ-bewakingshandleiding van Stellar-producten voor informatie over het onderhoud en het afvoeren van de zuurstofsensor.

FiO _2 -sensor kalibreren

Opmerking: Kalibreer de sensor onder kameromstandigheden en zonder extra zuurstoftoevoer.

ResMed Stellar 150 - FiO _2 -sensor kalibreren - 1

LET OP

Gebruik de FiO _2 -meetsensor niet in combinatie met de H4i-bevochtiger.

Een nieuwe sensor klaarmaken voor gebruik

  1. Laat de FiO 2-meetsensor vóór gebruik 15 minuten openstaan naar de lucht.
  2. Sluit een nieuwe FiO₂-meetsensor aan (zoals hieronder afgebeeld).
  3. Voer de sensorkalibratie uit (zie Menu Instellingen: Opties (zie pagina 20)).
    Opmerking: De FiO₂-meetsensor moet elke 12 maanden worden vervangen.

Een sensor aansluiten

ResMed Stellar 150 - Een sensor aansluiten - 1

  1. Sluit de luchtslang op het T-stuk aan.
  2. Sluit de FiO _2 -meetsensor op het T-stuk aan.
  3. Sluit het T-stuk op de luchtuitlaat van het apparaat aan.
  4. Sluit het ene uiteinde van de kabel op de FiO_2 -meetsensor aan.
  5. Sluit het andere uiteinde van de kabel op de achterzijde van het apparaat aan.
  6. Start de kalibratie (zie Menu Instellingen: Opties (zie pagina 20)). Dit dient periodiek te worden herhaald volgens de aanbevelingen van uw arts.

Een bacterieel/viraal filter bevestigen

Uw arts kan het gebruik van een bacterieel/viraal filter aanraden. Een bacterieel/viraal filter – productcode 24966 – kan afzonderlijk bij ResMed worden aangeschaft.

Controleer regelmatig of er geen vocht of andere verontreinigende stoffen het filter binnengedrongen zijn. Het filter moet volgens de beschrijving van de fabrikant vervangen worden.

Opmerking: ResMed beveelt aan een filter met lage impedantie (minder dan 2 cm H₂O bij 60 l/min, bijv. het PALL BB 50 filter) te gebruiken.

ResMed Stellar 150 - Een bacterieel/viraal filter bevestigen - 1

WAARSCHUWING

  • Gebruik het bacterieel/viraal filter (productcode 24966) niet in combinatie met de H4i.
  • Controleer het bacteriële/virale filter regelmatig op tekenen van vocht of andere verontreiniging, vooral tijdens bevochtiging. Doet u dat niet, dan is er mogelijk meer weerstand van het ademhalingssysteem.
  • Gebruik alleen bacteriële/virale filters die voldoen aan de van toepassing zijnde veiligheidsnormen waaronder ISO 23328-1 en ISO 23328-2.

ResMed Stellar 150 - WAARSCHUWING - 1

  1. Sluit het bacterieel/viraal filter op de luchtuitlaat van het apparaat aan.
  2. Bevestig de luchtslang op de andere zijde van het filter.
  3. Sluit het maskersysteem op het vrije uiteinde van de luchtslang aan.
  4. Voer de functie Leercircuit uit (zie Menu Instellingen: Opties (zie pagina 20)). Selecteer Opties in het menu Instellingen. Dit zorgt ervoor dat het apparaat de weerstand van de filters compenseert.

Waterafscheiders gebruiken

Als u een waterafscheider gebruikt, moet u het luchtcirculatiesysteem regelmatig controleren op waterophingen. Volg de aanbevelingen van de fabrikant op met betrekking tot de frequentie waarmee de waterafscheiders moeten worden gecontroleerd.

Basisinformatie over de Stellar Over het bedieningspaneel

ResMed Stellar 150 - Basisinformatie over de Stellar Over het bedieningspaneel - 1

text_image LED voor netstroom Aan bij werking op het elektriciteitsnet. LCD-scherm LED voor externe elektriciteitsvoorziening Aan wanneer de externe accu aangesloten is. LED voor interne accu Aan wanneer de interne accu wordt gebruikt. Knippert wanneer apparaat uit staat en de accu aan het opladen is. Alarm-LED Rood of geel tijdens een alarmtoestand of het testen van een alarm. LED op de knop Alarm onderdrukken Aan wanneer is ingedrukt Start-/stopknop Stellar 150 Heter menu Metingen Instellingenmenu Informatiemenu Drukknop (draai/druk) Therapie-LED Aan tijdens behandeling. Knippert tijdens het passen van het masker. RESMED
LegendaFunctie
Start/stopResMed Stellar 150 - Basisinformatie over de Stellar Over het bedieningspaneel - 2• Start of stopt de behandeling.
• Door deze toets minimaal drie seconden ingedrukt te houden, start de maskerpasvorm-functie.
Alarm onderdrukkenResMed Stellar 150 - Basisinformatie over de Stellar Over het bedieningspaneel - 3• Tijdens therapie: eenmaal indrukken om alarm te onderdrukken. Nogmaals indrukken om het alarmgeluid weer aan te zetten. Als het probleem blijft bestaan, zal het alarm na twee minuten opnieuw afgaan. Zie Werken met alarmen (zie pagina 16)
• In stand-bymodus: door deze toets minimaal drie seconden ingedrukt te houden, start de alarm-LED- en alarmzoemer-test.
MenutoetsenResMed Stellar 150 - Basisinformatie over de Stellar Over het bedieningspaneel - 4ResMed Stellar 150 - Basisinformatie over de Stellar Over het bedieningspaneel - 5ResMed Stellar 150 - Basisinformatie over de Stellar Over het bedieningspaneel - 6
DrukknopResMed Stellar 150 - Basisinformatie over de Stellar Over het bedieningspaneel - 7Door aan deze knop te draaien, kunt u door het menu bladeren en instellingen wijzigen. Door de knop in te drukken, kunt u een menu openen of uw keuze bevestigen.

LCD-scherm

Op het LCD-schem worden de menu's, de metingenschermen en de alarmtoestanden weergegeven.

Waarden op dit LCD-scherm en andere schermen in de handleiding zijn louter voorbeelden.

ResMed Stellar 150 - LCD-scherm - 1

text_image Verwarmingsfunctie van H4i ResMed USB-stick Netstroom Externe elektriciteitsvoorziening Laadniveau interne accu Titelbalk Instellingen Opties 3/3 Leercircuit Smart Start Aanlooptijd Uit 15 min Startw.PEEP Config menu 4.0 cmH20 Therapiestatusbalk Lk 0.0 AF 0 | Ti 0.0 Vt 0 MV 0.0 Aanlooptijd Programma Therapiemodus Patiëntmodus of Klinische modus Huidig scherm/aantal schermen binnen het menu Scrollbalk

De therapie starten Een functietest uitvoeren

Controleer iedere keer voordat u de therapie start of uw apparaat in goede staat is en goed werkt. Zie Opsporen en oplossen van problemen (zie pagina 26) als zich een probleem voordoet. Raadpleeg ook andere bijgeleverde gebruiksaanwijzingen voor informatie over het oplossen van problemen.

  1. Zet het apparaat uit door de stroomschakelaar aan de achterzijde van het apparaat in te drukken.
  2. Controleer of het apparaat en de accessoires in goede staat zijn.

Inspecteer het apparaat en alle bijgeleverde accessoires. Als er zichtbare gebreken zijn, mag het systeem niet worden gebruikt.

  1. Controleer de configuratie van het circuit.

Controleer de integriteit van de circuitconfiguratie (het apparaat en de bijgeleverde accessoires) overeenkomstig de beschrijvingen voor het in- en opstellen in deze handleiding, en ga na of alle verbindingen goed vastzitten.

  1. Zet het apparaat aan en controleer de alarmen.

Zet het apparaat aan door de stroomschakelaar 😊 aan de achterzijde van het apparaat eenmaal in te drukken.

Controleer of het alarm een pieptoon ter controle af laat gaan en of de LED's (visuele indicatoren) voor het alarmsignaal en de knop Alarm onderdrukken knipperen. Het apparaat is klaar voor gebruik wanneer het scherm Behandeling weergegeven wordt. Volg de instructies als het scherm Herinnering wordt

weergegeven en druk vervolgens op om het scherm Behandeling te openen.

  1. Controleer de accu's.

Koppel het apparaat los van de netstroom en de externe accu (indien in gebruik), zodat het apparaat door de interne accu van stroom wordt voorzien. Controleer of het alarm Gebruikt interne accu weergegeven wordt en of de accu-LED aan is.

Opmerking: Er gaat een alarm af als het laadniveau van de interne accu te laag is of als de accu leeg is. Raadpleeg Problemen met alarmen oplossen (zie pagina 26) voor verdere informatie.

Sluit de externe accu (indien in gebruik) opnieuw aan en controleer of de LED voor de externe elektriciteitsvoorziening brandt. Het alarm Externe stroom in gebruik wordt weergegeven en de alarm-LED gaat branden.

Sluit het apparaat opnieuw op de netstroom aan.

  1. Controleer de H4i verwarmde bevochtiger (indien in gebruik).

ResMed Stellar 150 - De therapie starten Een functietest uitvoeren - 1

text_image Opwarming bevochtiger Behandeling 1/8 21:47:17 09/04/2014 Aanloop instedien Vivwarmbevochtiger Programma inst. 0.0 cm H20 Lk 0 | AF 0 | Ti 0.0 | Vt 0 | MV 0.0

Controleer of de opwarmfunctie in het schem Behandeling wordt weergegeven. Start de opwarmfunctie. Controleer of het symbool voor opwarming van de bevochtiger boven aan het scherm weergegeven wordt.

Met behulp van de opwarmfunctie kunt u het water in de bevochtiger voorverwarmen voordat u de behandeling start. De bevochtiger wordt automatisch gedetecteerd zodra het apparaat wordt ingeschakeld. Het scherm Behandeling bevat de optie waarmee het opwarmen van de bevochtiger kan worden gestart. Tijdens het opwarmen van de bevochtiger wordt het betreffende symbool boven aan het LCD-scherm weergegeven.

Raadpleeg de gebruikershandleiding bij de H4i voor meer informatie.

Opmerking: De H4i kan in opwarmmodus alleen worden gebruikt wanneer het apparaat op netstroom aangesloten is.

  1. Controleer de FiO_2 -meetsensor (indien in gebruik).

Start de kalibratie van de FiQ-sensor. Selecteer het menu Instellingen en vervolgens Opties (zie Menu Instellingen: Opties (zie pagina 20)). Volg de instructies op het scherm.

  1. Controleer de pulsoxymeter (indien in gebruik).

Bevestig de accessoires volgens de beschrijving voor het opstellen (zie De pulsoxymeter aansluiten (zie pagina 8)). Ga via het menu Metingen naar het scherm Metingen. Controleer of de waarden voor SpO₂ en hartfrequentie weergegeven worden.

  1. Controleer de zuurstofaansluiting (indien in gebruik).

Bevestig de accessoires volgens de beschrijving voor het opstellen (zie Extra zuurstof toevoegen (zie pagina 9)).

  1. Controleer het circuitonderbrekingsalarm.

Begin de therapie met het instellen van de configuratie van het circuit. Koppel de slang los van het masker of de ResMed-lekklep en controleer de activering van het alarm. Het alarm wordt geactiveerd wanneer de lekkage gedurende ten minste 15 seconden meer dan 105 l/min (1,75 l/sec) bedraagt. Sluit de luchtslang weer aan en stop de therapie. Koppel het circuit op verschillende aansluitpunten los (bv. bij de luchtuitlaat van het apparaat) en test of het alarm afgaat.

De therapie starten

LET OP

De klinische modus is alleen voor artsen. Als het apparaat in de klinische modus staat, druk dan op de stroomschakelaar aan de achterzijde om het apparaat opnieuw op te starten in de patiëntmodus.

  1. Zet uw masker of kathetersteun volgens de gebruiksaanwijzing op.

  2. Ga in bed liggen en leg de luchtslang zo, dat deze vrij kan bewegen als u zich in uw slaap omdraait of leg de luchtslang zo in de rolstoel, dat hij niet in de weg zit.

  3. Druk op of om de behandeling te starten of adem, indien de SmartStart/Stop-functie ingeschakeld is, simpelweg in het masker of de kathetersteun en de behandeling zal starten.

De therapie stoppen

U kunt de therapie te allen tijde stoppen. Verwijder simpelweg de patiëntinterface en druk op om de luchtstroom te stoppen of verwijder, als SmartStart/Stop is ingeschakeld, simpelweg de patiëntinterface, waardoor de behandeling automatisch stopt.

Opmerkingen:

  • SmartStop werkt mogelijk niet als Volgelaats of Trach als maskertype geselecteerd is, als het alarm Hoge lekkage of het alarm Lage minuutventilatie ingeschakeld is, als Bevestig stoppen behandeling is ingeschakeld of als de Maskerpasvormfunctie wordt uitgevoerd.
  • Wanneer het apparaat stopgezet is en in standby-modus met een aangesloten geïntegreerde bevochtiger werkt, blijft het apparaat langzaam lucht blazen om de verwarmingsplaat van de bevochtiger te helpen afkoelen.
  • Bij maskers met een hoge weerstand (zoals maskers voor kinderen) kan de werking van de SmartStopfunctie beperkt worden.
  • Bij gebruik met zuurstof moet de zuurstoftoevoer uitgezet worden voordat de behandeling wordt gestopt.

De stroom uitschakelen

  1. Stop de behandeling.

  2. Druk de stroomschakelaar 🕒 aan de achterzijde van het apparaat eenmaal in en volg de instructies op het scherm.

Opmerking: Sluit het apparaat van de netstroom af door de stekker uit het stopcontact te trekken.

Werken met alarmen

⚠ WAARSCHUWING

  • Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik bij het bewaken van vitale functies. Als bewaking van vitale functies nodig is, dient een apart apparaat gebruikt te worden voor dit doel.
  • Zorg er bij het afstellen van het alarmvolume voor dat het alarm hoorbaar blijft bij omgevingsgeluidsniveaus die de patiënt in diverse situaties kan tegenkomen, waaronder een lawaaaiige omgeving of als het apparaat in een draagtas zit.

Het apparaat is voorzien van alarmen om uw aandacht te vestigen op veranderingen die van invloed zijn op uw behandeling.

ResMed Stellar 150 - ⚠ WAARSCHUWING - 1

text_image Alarmbericht Hoge lekkage! Alarminstellingen Alarm Aaruiit Instaling Holdig Eanheid Zet alle alarmult Ja Loge min vent Uit 2 2 L Hoge lekkage Ain - - - - Net-gevent. masker Uit - - - - Hoge druk Uit 30 30 cm+100 I.K. R1 AF 10 TI 2.0: V1 500 MV 5.0 Toets Alarm onderdrukken

Alarmberichten worden boven aan het scherm weergegeven. Alarmen met een hoge prioriteit worden in het rood weergegeven, alarmen met gemiddelde prioriteit in het geel en alarmen met een lage prioriteit in het lichtblauw. De alarm-LED brandt rood tijdens een alarm met hoge prioriteit en geel tijdens een alarm met gemiddelde of lage prioriteit.

Het alarmvolume kan op Laag, Medium of Hoog worden ingesteld. Selecteer in het menu Instellingen de optie Alarminstellingen. Nadat de ingestelde waarde bevestigd is, zal het alarm klinken en de alarm-LED gaan branden.

Alaminstellingen, zie Menu Instellingen: Alarminstellingen (Alarmvolume) (zie pagina 20).

U kunt het geluid van een alarm onderdrukken door eenmaal te drukken op. Door de knop Alarm onderdrukken nogmaals in te drukken, klinkt het alarm opnieuw. Als het alarmgeluid onderdrukt is, brandt de LED van de toets Alarm onderdrukken constant. Als het probleem zich na twee minuten nog steeds voordoet, gaat het alarm voor hoge of gemiddelde prioriteit nogmaals af. Dit geldt niet voor het alarm Interne accu bijna leeg (30%, ongeveer 30 minuten resterend*). Dit alarm wordt permanent gedempt. Dit geldt voor zowel het geluidssignaal als de alarmmelding. Deze indicatoren treden echter opnieuw in werking zodra het alarm Interne accu leeg (2 minuten resterend) wordt geactiveerd. Een alarm met lage prioriteit wordt permanent onderdrukt en het alarm Interne accu gebruikt wordt gewist totdat de alarmconditie zich opnieuw voordoet.

*Getest met een nieuwe accu onder de volgende testcondities: T-modus, IPAP: 15 cm H 2 O, EPAP: 5 cm H 2 O, stijgtijd: MIN, daaltijd: MIN, Ti: 2,0 sec, Ademhalingsfrequentie: 10 bpm, Configuratie van testlong: R = hPa (L/s)-1 ± 10%, C = 50 ml (hPa)-1 ± 5%, met H4i, bacterieel/viraal filter, 2 m luchtslang, ResMed-lekklep.

De instelling van behandelingsopties afstemmen op de patiënt

Aanloop instellen

ResMed Stellar 150 - Aanloop instellen - 1

text_image Aanlooptijd Behandeling 1/8 21:47:17 09/04/2014 Aanlooptielen Aanlooptielen Lk 0 AF 10 Ti 2.0 Vt 500 MV 5.0

De aanlooptijd is een functie die door uw arts ingeschakeld kan worden door een maximale aanlooptijd in te stellen. De aanlooptijd is de periode waarin de druk toeneemt van een lage startdruk naar de voorgeschreven behandelingsdruk, en is erop gericht om het begin van de behandeling prettiger te laten verlopen. Zie Menu Instellingen: Opties (zie pagina 20).

Programma's

ResMed Stellar 150 - Programma's - 1

text_image Programma Behandeling 1/8 21:47:17 09/04/2014 Aanloop instellen Vrwarmbvchtigr Programmwnst 0,0 om H20 Lk AF C Ti 00 Vt C MV 00

Programma's kunnen door uw arts worden geconfigureerd om u meerdere behandelopties te bieden. Een arts kan bijvoorbeeld programma's installeren voor gebruik tijdens de slaap of in wakkere toestand of voor gebruik tijdens lichaamsbeweging of fysiotherapie. In programma's kunnen verschillende configuraties voor patiëntencircuits (Leercircuit-resultaat) en therapie- en alarminstellingen worden opgeslagen.

Het Stellar-apparaat wordt geleverd met één actief programma. Uw arts kan twee programma's configureren. Als uw arts dubbel geselecteerd heeft, kunt u na het stoppen van de behandeling het te gebruiken programma kiezen op het scherm Behandeling. Als slechts één programma is geselecteerd, wordt deze optie niet weergegeven.

Opmerking: Elk programma behoudt zijn eigen circuitconfiguratie. Bij het schakelen tussen programma's controleert u of u het juiste circuit (ademhalingssysteem) gebruikt als 'geleerd' voor dat programma. Als er meer dan één programma geïnstalleerd is, volg dan de aanwijzingen van uw arts voor wanneer en hoe elk programma dient te worden gebruikt.

Afloop

ResMed Stellar 150 - Afloop - 1

text_image Afloop Behandeling 1/8 21:47:17 09/04/2014 Aanloop insteller Vr warm byoortigr Programme inst 0,0 pm H20 Lk Q | AF Q | Tl 0.0 | Vt C | MV 0.0

Als u problemen ondervindt bij het verwijderen van de ventilatie kunt u de functie Afloop gebruiken. Met deze functie wordt de therapiedruk in de loop van vijf minuten verlaagd tot Startwaarde EPAP/PEEP. De behandeling stopt na vijf minuten. U kunt de functie Afloop inschakelen wanneer deze door de arts geselecteerd is in het menu Opties.

Opmerkingen:

  • De behandeling kan op elk moment worden gestopt door op de knop behandeling starten/stoppen te drukken, ook tijdens de aflooptijd.
  • Tijdens de aflooptijd is het alarm Lage druk niet actief.
  • Deze functie is niet in alle landen beschikbaar.

Maskerpasvorm bijstellen

Gebruik de maskerpasvorm-functie om uw masker goed te laten passen. Deze functie levert voorafgaand aan de behandeling gedurende drie minuten behandelingsdruk. Tijdens deze periode kunt u uw maskerpasvorm controleren en bijstellen, om lekkage tot een minimum te beperken. De maskerpasvorm-druk is gelijk aan de ingestelde CPAP- of EPAP-druk, met een minimum van 10 cm H₂O.

  1. Zet het masker op zoals beschreven in de gebruikershandleiding van het masker.
  2. Houd gedurende ten minste drie seconden ingedrukt, totdat het apparaat druk levert.
  3. Stel het masker, het kussentje en de hoofdband indien nodig bij voor een goede maskerpasvorm. Na drie minuten begint de behandeling. De functie Maskerpasvorm kan op elk moment worden gestopt door het indrukken van.

Opmerkingen:

  • Houd gedurende minimaal drie seconden ingedrukt tijdens het gebruik van de maskerpasvormfunctie om de behandeling onmiddellijk te starten.
  • De maskerpasvorm-functie wordt uitgeschakeld wanneer het maskertype Trach wordt geselecteerd.

Het gebruik van de menu's

Het apparaat heeft drie menu's (Metingen, Instellingen, Info) die worden geopend met de overeenkomstige knoppen rechts van het LCD-scherm. Elk menu bevat schermen met instellingen of informatie over het apparaat of de therapie.

ResMed Stellar 150 - Het gebruik van de menu's - 1
Opmerking: iVAPS-modus is alleen beschikbaar in de Stellar 150.

  1. Druk op om het scherm Klinische instellingen weer te geven.
  2. Gebruik de draaiknop om door het menu te bladeren en wijzig het Maskertype in het schem Geavanceerde instellingen.

ResMed Stellar 150 - Menu Instellingen - 1

text_image Klinischeinstellingen 1/3 Pathologie Normaal Programma Prog1 Modus ST PS 6.0 cm H2O PEEP 5.0 cm H2O Backup-freq 10 bpm Gesvanceerde inst. Lk 0.0 AF 0 Ti 0.0 Vt 0 MV 0.0

ResMed Stellar 150 - Menu Instellingen - 2

text_image Geavanceerdeinst. Tinmin 0,5 sec Timax 2,0 sec Trigger MEDIUM Cydus MEDIUM Stigtijd 150 msec Daaltijd 200 msec Maskertype Neus Lk 0,0 AF 0 Ti 0,0 Vt 0 MV 0,0

Opties voor Maskertype: Neus, Ultra, Kussen, Volgelaats, Trach, Kinder.

Opmerking: Wanneer Maskertype wordt ingesteld op Trach of Volgelaats, dan wordt het alarm Nietgeventileerd masker automatisch aangezet.

Raadpleeg voor een volledige lijst maskers die compatibel met dit apparaat zijn, de Compatibiliteitslijst masker/apparaat op www.resmed.com/downloads/devices. Neem contact op met uw ResMed-vertegenwoordiger als u geen internettoegang hebt.

  1. Druk op om het scherm Alarminstellingen weer te geven.
  2. Gebruik de draaiknop om door het menu te bladeren en wijzig het Alarmvolume in laag, gemiddeld of hoog.

ResMed Stellar 150 - Menu Instellingen: Alarminstellingen (Alarmvolume) - 1

text_image 100% Preg 1 ST Alarminstellingen 2/3 Alarm Aan/Uit Instelling Huidig Eenheid Zet alle alarmuit Ja Lage min vent Uit 2 2 L Hoge lekkage Uit - - - Net-gevert. masker Uit - - - Hoge druk Uit 30 30 cmH2O Lk 0,0 AF 0 Ti 0,0 Vt 0 MV 0,0

ResMed Stellar 150 - Menu Instellingen: Alarminstellingen (Alarmvolume) - 2

text_image Preg 1 ST Alarminstellingen 2/3 Alarm Aan/Uit Instelling Huidig,Fenheid Hoge ademhfreq Ut 0 0 bpm Lage ademhfreq Ut 0 0 bpm SpO2 laag Ut 0 0 % Apneu-alarm Ut 0 0 sec Alarm Volume Laag Lk 0.0 AF 0 Ti 0.0 Vt 0 HV 0.0

ResMed Stellar 150 - Menu Instellingen: Opties - 1

  1. Druk op om het scherm Opties weer te geven.
  2. Gebruik de draaiknop om door het menu te bladeren en parameters te wijzigen (zie de beschrijvingen in de tabel hieronder).

ResMed Stellar 150 - Menu Instellingen: Opties - 2

text_image 100% Preg 1 ST Opties 3/3 Leercircuit Kalibrate O2-sensor Smart Start Uit Aanlooptijd Startw.PEEP 4.0 cmH20 Config menu Lk 0.0 AF 0 Ti 0.0 Vt 0 MV 0.0 Configuratiemenu Taal Nederlands Helderheid 70.0 % Achtergr.verl Auto Tijsnotate 24u Datumnotatie dd/mm/jjjj Lk 0.0 AF 0 Ti 0.0 Vt 0 MV 0.0

Parameter Beschrijving

LeercircuitHet apparaat wordt op uw luchtslangsysteem afgestemd.1. Zorg dat de therapie uitstaat voordat u een Leercircuit uitvoert.2. Zet de zuurstoftoevoer uit, indien gebruikt.3. Selecteer het maskertype.4. Stel het luchtcircuit in, inclusief de accessoires en de patiëntinterface.Opmerking: Wanneer u een Leercircuit voor invasief gebruik uitvoert, mag u geen kathetersteun, tracheostomieslang of HME-filter aansluiten. Zie Opstellen voor invasief gebruik (zie pagina 6).5. Laat het luchtcircuit ongeblokkeerd en open naar de lucht staan.6. Druk op [IMAGE] om de functie Leercircuit te starten.7. Wacht tot het apparaat de automatische tests heeft afgerond (<30 sec).Na afloop worden de resultaten getoond. Als het apparaat de configuratie van het circuit met succes geleerd heeft, wordt [IMAGE] weergegeven. Als dit mislukt is, wordt [IMAGE] weergegeven (zie Opsporen en oplossen van problemen (zie pagina 26)).
Kalibratie FiO_2 -sensorHet apparaat start de kalibratie van de FiO_2 meetsensor om de zuurstofconcentratie van de in te ademen lucht te meten.1. Druk op [IMAGE] om de kalibratie van de FiO_2 -sensor te starten.2. Wacht tot het apparaat de kalibratie heeft afgerond.Na afloop worden de resultaten getoond.Opmerking: Schakel de zuurstoftoevoer uit.
AanlooptijdAls de maximale aanlooptijd is ingesteld, kunt u elke waarde tot aan die tijd instellen.Opties: 0 min-Max aanlooptijd (max. 45 minuten, in stappen van 5 minuten)

Menu Instellingen: menu Configuratie

ParameterBeschrijving
TaalStelt de schermtaal in. Opties: Afhankelijk van regionale configuratie
HelderheidStelt de helderheid van de achtergrondverlichting van het LCD-scherm in. Opties: 20-100%, in stappen van 10%
AchtergrondverlichtingSchakelt de achtergrondverlichting van het LCD-scherm en het keypad in. Als de instelling AUTO is geselecteerd, wordt de achtergrondverlichting automatisch uitgeschakeld nadat er vijf minuten geen handelingen zijn uitgevoerd, en wordt deze weer ingeschakeld zodra er op een knop wordt gedrukt of een alarm afgaat. Opties: Aan, Auto
TijdnotatieStelt de tijdnotatie in. Opties: 24 u, 12 u
DatumnotatieStelt de datumnotatie in.
Opties: dd/mm/jjjj, mm/dd/jjjj
Druk op de terugkeertoets← om naar het scherm Opties terug te keren.

Overzicht gebeurtenissen

ResMed Stellar 150 - Overzicht gebeurtenissen - 1

text_image Prog 1 ST i Overzichtgebeurt. 1/12 05/09/2010 07:0457pm PAP gewijzigd van 30.0 cm H2O is 20.0 cmH2O. 07:0423pm Therapiemodus gewijzigd van Tin ST. 07:0209pm Alarminterne accugebruikt verwijderd 07:0157pm Alarminterne accugebruikt geactiveerd 04/09/2010 10:5406pm Gegevens gewist

Het Overzicht gebeurtenissen toont de samenvatting van drie soorten gebeurtenissen: wijzigingen in instellingen, alarmen en systeemgebeurtenissen (bijv. aansluiting van ResMed USB-stick). Er zijn maximaal 200 gebeurtenissen van elke soort, weergegeven in chronologische volgorde, met de meest recente gebeurtenis standaard bovenaan weergegeven.

Opmerking: Wanneer de capaciteit van 200 gelogde gebeurtenissen is bereikt, wordt de oudste log record overschreven.

Uren gebruikt

ResMed Stellar 150 - Uren gebruikt - 1

bar | Week | Gem (u) | | :--- | :--- | | 20 | 6.5 | | 21 | 6.3 | | 22 | 5.8 | | 23 | 7.0 | | 24 | 6.9 | | 25 | 7.1 | | 26 | 7.5 | | Nov. 2010 | 15.0 | Prog 1 ST Uren: 420.15 u

Uren gebruikt tijdens de laatste zeven behandeldagen wordt in een staafdiagram weergegeven en kan worden vergeleken met de gegevens van de afgelopen 365 dagen.

Informatie apparaat

ResMed Stellar 150 - Informatie apparaat - 1

text_image 100% Preg 1 ST i Informatie apparaat 11/12 Naam apparaat STELLAR 150 SNapparaat 20101001414 Apparaatnummer 728 Softwareversie SX483-0250 VSN 10915 Versle bestandssysteem FS000-1204 Productcode 24143

Dit scherm toont het serienummer (weergegeven als SN apparaat), het apparaatnummer, de softwareversie en de versies van andere onderdelen. Een technicus kan de gegevens in dit scherm nodig hebben voor het plegen van onderhoud of het oplossen van een probleem.

Herinnering

ResMed Stellar 150 - Herinnering - 1

text_image 10096 Preg 1 ST i Herinnering 12/12 Item Datum Reset Masker vervangen 21/07/2010 Reset Filter vervangen 21/07/2010 Reset Leverancier bellen 21/09/2010 Reset Custom Reminder 21/09/2010 Reset Onderhoud nodig 21/09/2012

De arts gebruikt het menu Herinnering om u attent te maken op specifieke gebeurtenissen, zoals wanneer het masker vervangen moet worden, wanneer het filter vervangen moet worden, enzovoort. De herinnering verschijnt in het geel naarmate de datum dichterbij komt (binnen 10% van de resterende periode). De herinnering wordt ook weergegeven wanneer het apparaat wordt ingeschakeld. U kunt een herinneringsbericht wissen door 'Reset' te selecteren. Vervolgens wordt de huidige herinneringsdatum gewijzigd in UIT of wordt de volgende vooraf ingestelde herinneringsdatum weergegeven.

Gegevensbeheer

Aan de achterzijde van het apparaat bevinden zich twee gegevenspoorten waarop een USB-stick kan worden aangesloten. Zie Stellar in een oogopslag (zie pagina 2). Therapie- en apparaatgegevens kunnen op een dergelijk apparaat worden opgeslagen of ervan worden gelezen voor gebruik met ResMed-softwaretoepassingen.

ResMed Stellar 150 - Gegevensbeheer - 1

WAARSCHUWING

Sluit geen andere apparaten op de gegevenspoorten aan dan speciaal ontworpen apparaten die door ResMed worden aanbevolen. Het aansluiten van andere apparatuur kan leiden tot persoonlijk letsel of schade aan de Stellar. Zie Algemene waarschuwingen en aandachtspunten (zie pagina 34).

ResMed Stellar 150 - WAARSCHUWING - 1

LET OP

Verwijder de ResMed USB-stick niet tijdens de gegevensoverdracht. Als u dit wel doet, kunnen er gegevens verloren gaan of beschadigd raken. De downloadtijd varieert afhankelijk van het gegevensvolume.

Opmerkingen:

  • U kunt niet twee ResMed USB-sticks tegelijk aansluiten voor datacommunicatie.
  • Lees het gedeelte over het oplossen van problemen als gegevensoverdracht niet mogelijk of mislukt is.
  • Sla geen andere bestanden op de USB-stick op dan bestanden die door het apparaat of de applicatie zijn gemaakt. Onbekende bestanden kunnen tijdens de gegevensoverdracht verloren gaan.

  • Steek de ResMed USB-stick in een van de twee USB-aansluitingen op de achterzijde van het apparaat. Het eerste dialoogvenster voor de USB-gegevensoverdracht verschijnt automatisch op het LCD-schem. Het apparaat controleert of de USB-stick voldoende geheugencapaciteit heeft en of er leesbare gegevens beschikbaar zijn.

  • Selecteer een van de beschikbare opties.

  • Instellingen lezen
    De instellingen worden van de aangesloten ResMed USB-stick naar de Stellar overgedragen.

  • Instellingen schrijven
    Instellingen van het apparaat worden op de ResMed USB-stick opgeslagen.

- Instellingen en logboek schrijven

Instellingen en logboeken van het apparaat worden op de ResMed USB-stick opgeslagen.

- Annuleren

  1. Bevestig de gegevensoverdracht.

Reiniging en onderhoud

De reinigings- en onderhoudswerkzaamheden die in dit hoofdstuk beschreven zijn, dienen regelmatig uitgevoerd te worden. Hierdoor wordt ook het risico op kruisbesmetting verkleind. Raadpleeg de handleiding bij het masker, de bevochtiger en andere accessoires voor uitgebreide instructies over de verzorging en het onderhoud van die producten.

ResMed Stellar 150 - Reiniging en onderhoud - 1

WAARSCHUWING

  • Pas op voor elektrische schokken. Dompel het apparaat, de pulsoxymeter of het elektriciteitssnoer niet onder in water. Voordat u het apparaat gaat reinigen, dient u het uit te schakelen, en de stekkers van het elektriciteitssnoer uit het stopcontact en uit het apparaat te trekken. Let erop dat het apparaat droog is vóórdat u het apparaat weer op netstroom aansluit.
  • Het masker en de luchtslang zijn aan normale slijtage onderhevig. Controleer deze regelmatig op beschadigingen.

ResMed Stellar 150 - WAARSCHUWING - 1

LET OP

De Stellar kan niet worden gesteriliseerd.

Dagelijks

Koppel de luchtslang los van het apparaat (en de luchtbevochtiger, indien gebruikt) en hang hem op een schone, droge plek op voor een volgend gebruik. Als het apparaat zichtbaar vuil is, veeg de buitenkant van het apparaat en de pulsoxymeter (indien gebruikt) dan schoon met een vochtige doek en een mild reinigingsmiddel.

ResMed Stellar 150 - Dagelijks - 1

LET OP

  • Hang de luchtslang niet rechtstreeks in de zon, want dat kan ertoe leiden dat de slang in de loop der tijd verhardt en uiteindelijk zal scheuren.
  • Gebruik voor de dagelijkse reiniging van de luchtslang of het apparaat geen bleekmiddel, chloor, alcohol of oplossingen op basis van aroma's (incl. geurolie) en vochtinbrengende of antibacteriële zeep (anders dan de goedgekeurde reinigingsmiddelen ActichlörPlus, 70% isopropylalcohol (isopropanol), Mikrozid® AF of CaviCide®). Deze oplossingen kunnen verharding van het materiaal veroorzaken en de levensduur van het product bekorten. Het gebruik van reinigingsmiddelen en alcoholhoudende desinfectiemiddelen of chloor (anders dan de goedgekeurde reinigingsmiddelen) is acceptabel voor periodieke reiniging van het apparaat, zoals voor reiniging tussen gebruik bij twee patiënten door of in het bijzonder voor serviceperioden, maar wordt niet aanbevolen voor dagelijks gebruik.

Wekelijks

  1. Verwijder de luchtslang van het apparaat en de patiëntinterface.
  2. Was de luchtslang in warm water met een mild reinigingsmiddel.
  3. Goed spoelen en hangend laten drogen.
  4. Sluit de luchtslang opnieuw aan op de luchtuitlaat en de patiëntinterface.
  5. Als het apparaat zichtbaar vuil is, veeg de buitenkant van het apparaat en de pulsoxymeter (indien gebruikt) dan schoon met een vochtige doek en een mild reinigingsmiddel.

Maandelijks

  1. Veeg de buitenkant van het apparaat en de pulsoxymeter (indien gebruikt) schoon met een vochtige doek en een mild reinigingsmiddel.
  2. Controleer visueel of het luchtfilter niet door vuil wordt geblokkeerd en of er geen gaten in zitten.

Vervangen van het luchtfilter

Vervang het luchtfilter om de zes maanden (of vaker indien nodig).

ResMed Stellar 150 - Vervangen van het luchtfilter - 1

WAARSCHUWING

Was het luchtfilter niet. Het luchtfilter is niet wasbaar of herbruikbaar.

  1. Verwijder het luchtfilterdeksel van de achterzijde van het apparaat.
  2. Verwijder het oude luchtfilter en gooi het weg.
  3. Plaats een nieuw luchtfilter.
  4. Plaats de luchtfilterkap terug.

ResMed Stellar 150 - WAARSCHUWING - 1

text_image Luchtfilter Luchtfilterkap

Desinfectie

Door desinfectie van uw apparaat wordt het risico op kruisbesmetting verkleind.

Desinfecteer de buitenkant van het apparaat, met name de luchtuitlaat, met een vochtige doek en een desinfectiemiddel (bv. Microzid).

Gebruik bij meerdere patiënten

ResMed Stellar 150 - Gebruik bij meerdere patiënten - 1

WAARSCHUWING

  • Een bacterieel/viraal filter is verplicht als het apparaat bij meerdere patiënten wordt gebruikt.
  • Als het apparaat bij meerdere patiënten wordt gebruikt, moet u de volgende handelingen verrichten voordat het apparaat aan een nieuwe patiënt wordt gegeven:

Masker

Verwerken; De instructies voor reiniging, desinfectie en sterilisatie zijn te vinde op de website van ResMed: www.resmed.com/masks/sterilization. Neem contact op met uw ResMed-vertegenwoordiger als u geen internettoegang hebt.

Luchtslang

Vervang de luchtslang. Of raadpleeg de instructies bij de luchtslang voor informatie over reiniging en desinfectie.

Apparaat

Desinfecteer de Stellar als volgt:

Gebruik een antibacterieel reinigings-/desinfectiemiddel, zoals Actichlor™ Plus (reinigings-/desinfectiemiddel op basis van chloor), 70% isopropylalcohol (isopropanol), Mikrozid® AF of CaviCide® (reinigings-/desinfectiemiddelen op basis van alcohol), met een schone, niet geverfde doek voor eenmalig gebruik om de buitenste oppervlakken van het apparaat te reinigen en te desinfecteren. Veeg hiermee alle toegankelijke oppervlakken van het apparaat af, inclusief de luchtuitlaat (voorkom dat er vloeistof in openingen van het apparaat komt).

De goedgekeurde reinigingsmiddelen zijn geschikt voor dagelijks gebruik.

Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van het reinigingsmiddel voor informatie over de procedure, de concentratie en de contacttijd van de reinigingsmiddelen.

Bevochtiger

Instructies voor bevochtigers variëren. Raadpleeg daarom de gebruikershandleiding bij de gebruikte bevochtiger. Gebruik in een omgeving met meerdere patiënten de H4i-waterkamer (voor eenmalig gebruik) in plaats van de H4i herbruikbare waterkamer.

Onderhoudsbeurten

LET OP

Inspectie- en reparatiewerkzaamheden mogen alleen door een bevoegde agent uitgevoerd worden. Probeer in geen geval zelf het apparaat te openen of er service- of reparatiewerkzaamheden aan te verrichten.

Dit product dient vijf jaar na de fabricagedatum geïnspecteerd te worden door een erkend ResMed-servicecentrum, met uitzondering van de interne accu. ResMed adviseert om deze na twee jaar te laten testen om de resterende levensduur van de accu te schatten. In de genoemde periode is het apparaat bedoeld om veilig en betrouwbaar te werken, mits het wordt bediend en onderhouden overeenkomstig de door ResMed gegeven instructies. Ten tijde van de oorspronkelijke levering heeft ResMed toepasselijke garantiegegevens verstrekt bij het apparaat. Natuurlijk, net als bij alle elektrische apparaten, moet u, als zich een onregelmatigheid voordoet, voorzichtig zijn en het apparaat laten inspecteren door een erkend ResMed-servicecentrum.

Opsporen en oplossen van problemen

Probeer de volgende suggesties als er sprake is van een probleem. Neem contact op met ResMed als een probleem niet kan worden opgelost.

Oplossen van problemen met alarmen

De meest voorkomende reden voor een alarmsignaal is dat het systeem niet op de juiste manier in elkaar is gezet. Controleer of de luchtslang goed op het apparaat en de patiëntinterface (en de bevochtiger, indien gebruikt) aangesloten is.

Opmerkingen:

  • Als het apparaat uitgeschakeld is en in geval van een stroomstoring blijven het alarmlog en de alarminstellingen bewaard.
  • Als er meerdere alarmen gelijktijdig actief zijn, wordt het alarm met de hoogste prioriteit eerst weergegeven.
  • Als een alarm herhaaldelijk wordt geactiveerd, stopt u het gebruik van het apparaat en brengt u het weg voor onderhoud.

Probleem/mogelijke oorzaak Handeling

LCD: Interne accu leeg!Het resterende vermogen van de interne accu is minder dan 15%. Het apparaat kan maximaal 2 minuten door de interne accu van stroom worden voorzien.Sluit het apparaat op netstroom aan.Opmerking: In geval van volledige stroomuitval worden de therapie-instellingen opgeslagen en wordt de therapie hervat zodra het apparaat weer van stroom wordt voorzien.
LCD: Systeemstoring!Onderdeelstoring.Het apparaat bouwt geen luchtdruk meer op(systeemstoring 6, 7, 9, 22, 38).De therapie kan niet worden gestart (systeemstoring 21).1. Zet het apparaat uit.2. Zet het apparaat weer aan.
Het apparaat kan geen therapie starten/leveren omdat de interne temperatuur van het apparaat te laag is (systeemstoring 21).1. Zorg ervoor dat de omgevingstemperatuur hoger is dan 5°C.Als het apparaat bij een temperatuur van minder dan 5°C is opgeslagen, wacht dan lang genoeg totdat het op temperatuur is.2. Zet het apparaat uit.3. Zet het apparaat weer aan.Als het probleem blijft bestaan, retoumeer het dan voor onderhoud.
Probleem/mogelijke oorzaakHandeling
De zelftest van het apparaat mislukt en de therapie kan niet worden gestart (systeemstoring 21).1. Zet het apparaat uit.2. Zet het apparaat weer aan.Als het probleem blijft bestaan, retourneer het dan voor onderhoud.
Onderdeelstoring(systeemstoring 8, 25)1. Zet het apparaat uit.2. Zet het apparaat weer aan.
LCD: Overdruk!Het apparaat genereert een druk die hoger is dan 59 cm H_2O . De behandeling wordt beëindigd.1. Zet het apparaat uit.2. Controleer of de luchtslang goed aangesloten is.3. Zet het apparaat weer aan.4. Start de functie Leercircuit.Opmerking: Als het alarm herhaaldelijk wordt geactiveerd, zijn er mogelijk interne onderdelen defect. Stop het gebruik van het apparaat en retourneer het voor onderhoud.
LCD: Verstopte slang!De luchtweg is verstopt.1. Controleer de luchtweg op verstoppingen.2. Verwijder de oorzaak van de verstoppingen.3. Als het alarm niet wordt verwijderd, beëindigt u de behandeling.4. Start de behandeling opnieuw.
LCD: Hoge temperatuur [10, 11, 12, 23]!De temperatuur in het apparaat is te hoog. De behandeling kan worden gestopt.Zorg dat de omgevingstemperatuur binnen het opgegeven bedrijfstemperatuurbereik ligt. Als het probleem binnen het opgegeven bedrijfstemperatuurbereik aanhoudt, dient u het apparaat te retourneren voor onderhoud.Raadpleeg uw arts.
LCD: Hoge druk!De therapiedruk overschrijdt het vooraf ingestelde alarmniveau.1. Beëindig de behandeling.2. Start de behandeling opnieuw.Als het probleem aanhoudt, raadpleeg dan uw arts.
LCD: Lage druk!De luchtslang is niet goed aangesloten.1. Controleer of het luchtcircuit niet beschadigd is en sluit het opnieuw aan.2. Als het alarm niet wordt verwijderd, beëindigt u de behandeling.3. Start de behandeling opnieuw.
LCD: Circuit afgekoppeld!Het luchtcircuit is niet goed aangesloten.1. Controleer of het luchtcircuit niet beschadigd is en sluit het opnieuw aan.2. Als het alarm niet wordt verwijderd, beëindigt u de behandeling.3. Start de behandeling opnieuw.
LCD: Lage minuutventilatie!Het minuutventilatieniveau is lager dan het ingestelde alarmniveau.Raadpleeg uw arts.

LCD: Lage ademhalingsfreq.!, Hoge ademhalingsfreq.!

Het niveau van de raadpleeg uw arts. ademhalingsfrequentie is lager of hoger dan het ingestelde alarmniveau.

Probleem/mogelijke oorzaakHandeling
LCD: Hoge lekkage!Er is al langer dan 20 seconden een hoge maskerlekkage.Stel het masker bij om de lekkage tot een minimum te beperken.Zie Maskerpasvorm bijstellen (zie pagina18).Controleer of het luchtcircuit niet beschadigd is en sluit het opnieuw aan.Als het probleem aanhoudt, raadpleeg dan uw arts.
LCD: Niet-gevent. masker!Er is een niet-geventileerd masker aangesloten.De ventilatieopeningen van het masker zijn mogelijk geblokkeerd.De ResMed-lekklep ontbreekt of de ventilatieopening is geblokkeerd.Zorg dat het masker ventilatieopeningen heeft.Zorg dat de ventilatieopeningen van het masker niet geblokkeerd zijn.Zorg dat de ResMed-lekklep is geplaatst en dat de ventilatieopening niet wordt geblokkeerd.Controleer of de zuurstof (indien gebruikt) alleen aangesloten is op de achterzijde van het apparaat.Als het probleem aanhoudt, raadpleeg dan uw arts.
LCD: Apneu!Het apparaat detecteert een apneu die het vooraf ingestelde alarmniveau heeft overschreden.U schakelt het alarm uit door normaal te ademen.Als het probleem aanhoudt, raadpleeg dan uw arts.
LCD: Interne accu bijna leeg!Het vermogen van de interne accu is minder dan 30%.Sluit het apparaat op netstroom aan.
LCD: Laag SpO_2 -niveau!De SpO_2 is tot onder het vooraf ingestelde alarmniveau gedaald.Controleer de bevestiging van de sensor.Als het probleem aanhoudt, raadpleeg dan uw arts.
LCD: Storing SpO_2 -vingersensor!De vingersensor is niet goed aangesloten of geeft foute waarden.Controleer of de vingersensor goed op de vinger bevestigd is en goed op de pulsoxymeter aangesloten is.
LCD: XPOD-oxymeter niet aangesloten!De pulsoxymeter is niet aangesloten.Controleer of de pulsoxymeter goed op het apparaat aangesloten is.
LCD: Laag FiO_2 -niveau! FiO_2 is tot onder het vooraf ingestelde alarmniveau gedaald.Kalibreer de FiO_2 -sensor.Als het probleem aanhoudt, raadpleeg dan uw arts.
LCD: Hoog FiO_2 -niveau! FiO_2 heeft het vooraf ingestelde alarmniveau overschreden.Kalibreer de FiO_2 -sensor.Als het probleem aanhoudt, raadpleeg dan uw arts.
LCD: FiO_2 -sensor niet aangesloten!De FiO_2 -meetsensor is niet aangesloten.Sluit de FiO_2 -meetsensor aan of vervang deze door een nieuwe.
LCD: Storing keypad!Een van de toetsen is langer dan 10 seconden ingedrukt of is vast komen te zitten.Hef alle blokkeringen van het keypad op.
LCD: Let op: hoge temp. [42, 43, 44, 45]!
De temperatuur in het apparaat is hoog.Controleer of de omgevingstemperatuur binnen het opgegeven bedrijfstemperatuurbereik ligt.
LCD: Gebruikt interne accu!
Het apparaat gebruikt de interne accu.Controleer of het elektriciteitssnoer goed op het apparaat aangesloter is als u wilt dat het apparaat op netstroom werkt.
Druk op de knop Alarm onderdrukken om het alarm te annuleren.
LCD: Gebruikt externe gelijkstroombron!
Het apparaat wordt gevoed door een externe accu.Controleer of het elektriciteitssnoer goed op het apparaat aangesloter is als u wilt dat het apparaat op netstroom werkt.
Opmerking: Het alarm wordt na één minuut automatisch verwijderd.

Andere problemen oplossen

Probleem/mogelijke oorzaakOplossing
Geen weergave
Stroomstoring. Het apparaat stopt met het leveren van luchtdruk.Verwijder het masker of de cathetermount van de tracheacanule totdat de stroom hersteld is. Controleer de aansluiting van het elektriciteitssnoer tussen de netstroom of de accu en het apparaat.Naarmate de interne accu ouder wordt, neemt de beschikbare capaciteit af. Als de resterende accucapaciteit laag is, kan dit de indicatie van het oplaadniveau van de accu beïnvloeden en tot stroomuitval leiden zonder de alarmen "Accu leeg" of "Accu bijna leeg" te activeren. ResMed adviseert om de accu na twee jaar te laten testen om de resterende levensduur van de accu in te schatten (raadpleeg Interne accu (zie pagina 3)).
Het apparaat is niet op stroom aangesloten of niet ingeschakeld.Controleer of het elektriciteitssnoer aangesloten is en druk eenmaal op de schakelaar aan de achterzijde van het apparaat.
De behandelingsdruk lijkt laag
De aanlooptijd is bezig. Het luchtfilter is vuil. De luchtslang is geknikt of lek. De luchtslang is niet goed aangesloten. De positie van masker en hoofdband is niet goed. Er ontbreken dop(pen) van de toegangspoort(en) op het masker. De voor de behandeling benodigde druk is wellicht veranderd. Er is sprake van een grote impedantie (bv. bacterieel/viraal filter) in het luchtcircuit. De regelknop van de bevochtiger is te hoog ingesteld, waardoor water in de luchtslang wordt verzameld.Wacht tot de luchtdruk opgebouwd is.Vervang het luchtfilter.Leg de luchtslang recht of vervang hem.Sluit beide uiteinden van de luchtslang stevig aan.Stel de positie van het masker en de hoofdband bij.Vervang de dop(pen). Raadpleeg uw arts voor aanpassing van de druk.Voer de functie Leercircuit uit.Zet de regelknop van de bevochtiger lager en laat het water uit de luchtslang lopen.
De behandelingsdruk lijkt hoog
De voor de behandeling benodigde druk is wellicht veranderd.Raadpleeg uw arts.
Er is een verandering in de impedantie in de configuratie van het circuit.Voer de functie Leercircuit uit.
Het apparaat start niet wanneer u in het masker ademt
SmartStart/Stop is niet ingeschakeld.Raadpleeg uw arts.
De ademhaling is niet diep genoeg om SmartStart te activeren.Adem eenmaal diep in en uit door het masker.
Er is overmatige lekkage.Stel de positie van het masker en de hoofdband bij.
Er ontbreken dop(pen) van de poort(en) op het masker.Vervang de dop(pen).
De luchtslang is niet goed aangesloten.Sluit hem aan beide uiteinden stevig aan.
De luchtslang is geknikt of lek.Leg de luchtslang recht of vervang hem.
Er is sprake van een grote impedantie (bv. bacterieel/viraal filter) in het luchtcircuit.Voer de functie Leercircuit uit.
Het apparaat stopt niet wanneer u uw masker afneemt
SmartStart/Stop is uitgeschakeld.Raadpleeg uw arts.
Er wordt een volgelaatsmasker of een tracheacanule gebruikt.SmartStart wordt uitgeschakeld als Volgelaatsmasker of Trach als interface geselecteerd is.
Er worden incompatibele accessoires (bijv. bevochtiger of maskersysteem) met hoge weerstand gebruikt.Gebruik alleen toebehoren die door ResMed worden aanbevolen en geleverd.
De alarmen Hoge lekkage of Lage minuutventilatie zijn ingesteld op ON (aan).Raadpleeg uw arts.
Stop bevestigen is ingeschakeld.Raadpleeg uw arts.
Het alarm Hoge lekkage is ingeschakeld, tijdens de behandeling wordt afgezetmaar het alarm wordt niet geactiveerd wanneer het maske
Er wordt een incompatibel luchttoevoersysteem gebruikt.Gebruik alleen toebehoren die door ResMed worden aanbevolen en geleverd.
De drukinstellingen zijn te laag voor de gebruikte luchttoevoeronderdelen.Voer de functie Leercircuit uit om de therapiedruk aan te passen aan uw luchtslangsysteem.
Leercircuit is mislukt
• De configuratie van het circuit is niet goed omdat er een te hoge weerstand wordt waargenomen.Controleer de componenten die in de configuratie van het circuit zijn opgenomen, pas deze waar nodig aan en voer de functie Leercircuit daarna nogmaals uit (raadpleeg het menu Instellingen).
• Er zijn te veel onderdelen in het circuit opgenomen of de weerstand van de gebruikte accessoires (bijv. het type filter, externe bevochtiger, luchtslang) is hoger dan door ResMed wordt aanbevolen.
De geleverde luchtstroom is niet vochtig/warm genoeg, hoewel de H4i-bevochtiger in gebruik is
De bevochtiger is niet goed aangesloten.Sluit de bevochtiger goed aan.
De bevochtiger wordt niet warm.Het apparaat wordt momenteel door een accu gevoed of is niet op netstroom aangesloten.
De bevochtiger werkt niet.Breng het apparaat en de bevochtiger weg voor onderhoud.
Het waterreservoir is leeg.Vul het waterreservoir van de bevochtiger.
De USB-stick is niet leesbaar of beschrijfbaar
De USB-stick bevat onleesbare gegevens, heeft te weinig beschikbare ruimte, is niet compatibel met het apparaat.Raadpleeg uw arts.
De USB-stick is defect.Vervang de USB-stick na overleg met uw arts.
Kalibratiefout FiO2-sensor
FiO2-sensor is niet goed bevestigd.Raadpleeg voor de juiste bevestiging van de FiO2-sensor Het gebruik van de FiO2-bewakingssensor.
FiO2-sensor is gebruikt of defect.Als de FiO2-sensor langer dan één jaar in gebruik is, vervang de FiO2-sensor dan en start de kalibratie opnieuw.
LCD-schem: wordt in de kop weergegeven.
De accu wordt niet opgeladen.Controleer of de omgevingstemperatuur binnen het opgegeven bedrijfstemperatuurbereik ligt. Als het probleem binnen het opgegeven bedrijfstemperatuurbereik aanhoudt, dient u het apparaat weg te brengen voor onderhoud.Zet het apparaat uit. Zet het apparaat weer aan.

Technische specificaties
Dit apparaat is niet geschikt voor gebruik in de buurt van een ontvlambaar anesthesiemengsel.

WerkdrukbereikIPAP: 2-40 cm H_2O (in S-, ST-, T-, PAC-modus)PS: 0-38 cm H_2O (in S-, ST-, T-, PAC-modus)EPAP: 2-25 cm H_2O (in S-, ST-, T-, iVAPS-, PAC-modus)CPAP: 4-20 cm H_2O (alleen in CPAP-modus)Min PS: 0-20 cm H_2O (in iVAPS-modus)Max PS: 0-30 cm H_2O ; 8-30 cm H_2O wanneer AutoEPAP is ingeschakeld (in iVAPS-modus)Min. EPAP/Max. EPAP: 2-25 cm H_2O (in iVAPS-modus wanneer AutoEPAP is ingeschakeld)Beoogd teugvolumebereik: 50-2500 mlLet op: de iVAPS-modus is alleen beschikbaar in Stellar 150.
Maximale enkelvoudige-foutdruk60 cm H_2O (in alle modi)
Maximale ademhalingsweerstand bij enkelvoudige druk2 cm H_2O bij 30 l/min; 7,2 cm H_2O bij 60 l/min
Maximale flow >200 l/min bij 20 cm H _2O
Nauwkeurigheid flow20% van gemeten waarde, met een minimum van ± 5 l/minTestconditie: T-modus, IPAP: 40 cm H_2O , EPAP: 2 cm H_2O , Stijgtijd: MIN, Daaltijd: MIN, Ti: 4,0 sec, Ademhalingsfrequentie: 10 bpm, met ResMed-kalibratiedop.
Tolerantie therapiedruk IPAP: ± 0,5 cm H _2O of ± 10% van de ingestelde druk (aan het einde van de inademing)EPAP/PEEP: ± 0,5 cm H_2O of ± 4% van de ingestelde drukCPAP: ± 0,5 cm H_2O of ± 10% van de ingestelde drukTestconditie: T-modus, IPAP: 40 cm H_2O , EPAP: 2 cm H_2O , Stijgtijd: MIN, Daaltijd: MIN, Ti: 4,0 sec, Ademhalingsfrequentie: 10 bpm, met ResMed-kalibratiedop.
Geluidsdrukniveau31 dBA met een meetonzekerheid van 3 dBA zoals gemeten volgens ISO 17510-1
Geluidsvermogensniveau39 dBA met een meetonzekerheid van 3 dBA zoals gemeten volgens ISO 17510-1
AlarmvolumebereikAlarm met hoge, gemiddelde en lage prioriteit (gemeten in een straal van 1 meter conform IEC 60601-1-8):minimaal 42 dBmaximaal 79 dB
Afmetingen (L x B x H) 230 mm x 170 mm x 120 mm
Gewicht 2,1 kg
LCD-schermAfmetingen (L x B x H): 76,9 mm x 63,9 mm x 3,15 mmResolutie: 320 x 240 pixels
Luchtuitlaat22 mm conus, compatibel met ISO 5356-1 Anesthesie- en ademhalingsapparatuur - Conische aansluitingen
DrukmetingInwendig gemonteerde druktransducer
FlowmetingInwendig gemonteerde flowtransducer
Toegepaste onderdelen (conform IEC 60601-1)Patiëntinterface (masker, endotracheale tube of tracheostomietube)Oxymeter (optioneel accessoire)
FiO2-metingBereik: 18% tot 100%, Resolutie: 1%, Nauwkeurigheid: ± (2,5 vol.% +2,5% van werkelijke zuurstofconcentratie)* (conform ISO 80601-2-55)* De gemeten FiO2-waarde heeft bij minimaal 1 Hz een responstijd van 14 sec tot 90% van de uiteindelijke waarde. De uitvoerafwijking op lange termijn is bij 100% O2normaal gesproken < 5% na 1 jaar.
SpO2-metingBereik: 70% tot 100%, Resolutie: 1%, Nauwkeurigheid: ±2% binnen een bereik van 70% tot 100%
Meting pulsfrequentieBereik: 40 bpm tot 240 bpm, Resolutie: 1 bpm, Nauwkeurigheid: Zie de technische specificaties van Nonin Xpod op www.nonin.com.
ElektriciteitsvoorzieningAC 100–240 V, 50–60 Hz, 2,2 A, max. 65 W
Externe gelijkstroomvoorziening (geïsoleerd)24 V, 3 A
Interne accuLithium-ion-accu; 14,4 V, 2,75 Ah, 40 WhGebruiksuren: 3 uur met een nieuwe accu onder normale omstandigheden (zie onder).Patiënttype: thuis chronisch; druk: IPAP/EPAP 5/15 cm H2O; maskertype: Ultra Mirage; luchtslang: 2 m; lekkage: 0; ademhalingsfrequentie: 20 bpm; accucapaciteit: 100%Patiënttype: ziekenhuis acuut; druk: IPAP/EPAP 20/5 cm H2O; maskertype: Ultra Mirage; luchtslang: 2 m; lekkage: 0; ademhalingsfrequentie: 20 bpm; accucapaciteit: 100%
Samenstelling behuizingVlamvertragende technische thermoplast
OmgevingsvoorwaardenBedrijfstemperatuur: 0°C tot 35°CVochtigheid bij gebruik: 10%–95% niet-condenserendOpslag- en transporttemperatuur: -20°C tot +60°C (+50°C*)Opslag- en transportvochtigheid: 10–95% niet-condenserendLuchtdruk: 680 hPa tot 1100 hPa; Hoogte: 3.000 mOpmerking: Bij minder dan 800 hPa kunnen de prestaties achteruitgaan.*NONIN XPOD
Elektromagnetische compatibiliteitHet apparaat voldoet aan alle toepasselijke elektromagnetische compatibiliteitsvereisten (EMD) volgens IEC 60601-1-2:2014 voor gebruik in woonwijken, winkels en lichte industrie.Wij adviseren om mobiele communicatieapparaten op een afstand van minimaal 0,3 m van het apparaat te houden.Informatie over de elektromagnetische straling en immuniteit van dit ResMed-apparaat kunt u vinden op www.resmed.com/downloads/devices.
Potentiële impact van elektromagnetische storingenHet verlies of de achteruitgang van de volgende klinische functies als gevolg van elektromagnetische storingen kan de patiëntveiligheid in gevaar brengen:Nauwkeurigheid van beademingscontroleNauwkeurigheid van monitoring van luchtwegdruk en -volumeTherapiealarmenDetectie van deze verslechtering kan worden waargenomen door het volgende apparaatgedrag:Onregelmatige afgifte beademingenSnelle fluctuaties in bewaakte parametersValse activering van therapie- of technische alarmen
LuchtfilterElektrostatisch vezelgaas met framestructuur van TPE. Bacteriële filtratie-efficiëntie van >99,9% voor deeltjesgrootte ~2,7 micron.
LuchtslangStandaardluchtslang: flexibele kunststof, 2 m of 3 m lang (22 mm diameter)SlimLine-luchtslang: flexibele kunststof, 1,83 m lang (15 mm diameter)Raadpleeg de nalevingsgids voor de luchtslang op ResMed.com voor meer informatie over de bestendigheid van de luchtslang tegen flow, naleving, slanglengte en binnendiameter.
IEC 60601-1 classificatiesKlasse II (clausule 3.14 – dubbele isolatie). Deze classificatie betekent dat beschermende aarding (d.w.z. een geaarde stekker) niet nodig is.Type BFContinue werking
Vereisten m.b.t. luchtreizenMedische draagbare elektronische apparaten die voldoen aan de norm RTCA/DO-160F van de Federal Aviation Administration (FAA) kunnen in alle fasen van de vlucht worden gebruikt zonder de noodzaak van verdere tests of goedkeuring van de luchtvaartmaatschappij.ResMed bevestigt dat de Stellar voldoet aan de vereisten van RTCA/DO-160F.

Opmerkingen:

  • De fabrikant behoudt zich het recht voor om deze specificaties zonder kennisgeving te wijzigen.
  • De druk kan in cm H _2 O of hPa weergegeven worden.

Symbolen

ResMed Stellar 150 - Symbolen - 1

Volg de gebruiksaanwijzing; Klasse II apparatuur; Toegepast onderdeel type BF; Bel (alarm op afstand)JP31-apparaat is beschermd tegen vaste vreemde voorwerpen met een diameter van 2,5 mm of meer en tegen verticaal vallende waterdruppels; ▲ Voorzichtig; ▲ Algemeen waarschuwingsteken (zie H4i-stekker en AC-aansluiting op het apparaat); Standby- of voorbereidingsstatus voor een onderdeel van de apparatuur, 2 Aansluiting voor zuurstoftoevoer;

max 30 l/min (max. 30 l/min); Datapoort; 0123 CE-labeling overeenkomstig EU-richtlijn

93/42/EEG, klasse IIb; Temperatuurbereik voor opslag en transport; ☐ Voorzichtig hanteren;

ResMed Stellar 150 - Symbolen - 2

text_image Maximale luchtvochtigheid; Droog houden; Fabrikant; Bovenzijde; SN Serienummer. LOT Partijnummer; Niet opnieuw gebruiken; Niet gebruiken als verpakking beschadigd is; REF Catalogusnummer; Uiterste gebruikssdatum; Niet blootstellen aan zonlicht; Latexvrij; Gewicht van het apparaat; Bevat geen milieuschadelijke stoffen volgens de Chinese wetgeving. Onveilig voor MRI (niet gebruiken in de nabijheid van een MRI-apparaat).

Milieu-informatie

Dit apparaat dient te worden afgevoerd overeenkomstig de wetten en voorschriften in het land waarin het als afval wordt afgevoerd.

ResMed Stellar 150 - Milieu-informatie - 1

Het symbool met de doorgekruiste afvalbak betekent dat een product met dit symbool niet samen met algemeen huishoudelijk afval mag worden afgevoerd, maar apart verwijderd moet worden. Deze vereiste gescheiden afvoer is gebaseerd op de Europese Richtlijn 2012/19/EU voor elektrische en elektronische apparatuur, en de Europese Richtlijn 2006/66/EG voor batterijen en accu's. U kunt het product bijvoorbeeld inleveren bij een gemeentelijk inzamelpunt. Dit beperkt de invloed op natuurlijke hulpbronnen en voorkomt vervuiling van het milieu door het vrijkomen van gevaarlijke stoffen.

Accu's die meer dan 0,0005 gewichtsprocent kwik, meer dan 0,002 gewichtsprocent cadmium of meer dan 0,004 gewichtsprocent lood bevatten, worden onder het symbool van een doorgekruiste afvalbak aangegeven met de chemische symbolen (Hg, Cd, Pb) van de metalen waarvoor de grens overschreden wordt.

Neem voor verdere informatie over productafvoer contact op met uw ResMed-kantoor of uw gespecialiseerde distributeur, of bezoek onze website op www.resmed.com.

Werp gebruikte luchtfilters en luchtslangen weg in overeenstemming met de richtlijnen in uw land.

Algemene waarschuwingen en aandachtspunten

⚠ WAARSCHUWING

Een waarschuwing maakt u attent op risico op letsel.

  • Lees deze hele handleiding door alvorens het apparaat in gebruik te nemen.
  • Dit apparaat dient uitsluitend met de door de ResMed of uw behandelend arts aanbevolen luchtslangen en accessoires gebruikt te worden. Het gebruik van verkeerde luchtslangen of accessoires kan van invloed op de werking van dit apparaat zijn.

- Het apparaat en de accessoires dienen uitsluitend gebruikt te worden voor het aangegeven bedoelde gebruik.

- Dit apparaat mag alleen gebruikt worden met maskers (en connectors ^1 ) die worden aanbevolen door ResMed of door een arts of ademtherapeut. Een masker mag alleen worden gebruikt als het apparaat is ingeschakeld en op correcte wijze functioneert. De ventilatieopening of gaten van het masker mogen nooit geblokkeerd worden.

Verklaring: de Stellar is bedoeld voor gebruik met speciale maskers (of connector) met ventilatieopeningen voor een continue luchtstroom uit het masker. Wanneer het apparaat ingeschakeld is en correct functioneert, zorgt de nieuwe lucht uit het apparaat ervoor dat de uitgeademde lucht via de ventilatieopeningen in het masker naar buiten stroomt. Wanneer het apparaat echter niet in werking is, wordt er onvoldoende verse lucht geleverd via het masker en kan het gebeuren dat uitgeademde lucht opnieuw ingeademd wordt. Het langer dan enkele minuten opnieuw inademen van uitgeademde lucht kan, onder bepaalde omstandigheden, tot verstikking leiden. Dit geldt voor vrijwel alle apparaten voor positieve druk.

  • In geval van een stroomstoring ^2 of storing in het apparaat dient het masker of de kathetersteun van de tracheacanule te worden verwijderd.
  • Gevaar voor explosies – niet gebruiken in de nabijheid van brandbare verdovingsmiddelen.

  • Gebruik het apparaat niet als er sprake is van duidelijke uitwendige defecten of onverklaarbare veranderingen in de prestaties.

  • Gebruik alleen originele en goedgekeurde ResMed-accessoires en -onderdelen.
  • Gebruik alleen accessoires die in de originele verpakking zitten. Als de verpakking beschadigd is, mag het product uit die verpakking niet gebruikt worden en dient het samen met de verpakking weggeworpen te worden.
  • Controleer voordat u het apparaat en de accessoires voor de eerste keer gaat gebruiken, of alle onderdelen in goede staat verkeren en of veilig gebruik ervan gewaarborgd is. Als er gebreken zijn, mag het systeem niet gebruikt worden.
  • Aanvullende apparatuur die op medische elektrische toestellen is aangesloten, dient aan de respectievelijke IEC- of ISO-normen te voldoen (bv. IEC 60950 voor apparatuur voor gegevensverwerking). Voorts moeten alle configuraties voldoen aan de vereisten voor medische elektrische systemen (IEC 60601-1). Degene die aanvullende apparatuur op medische elektrische toestellen aansluit, configureert een medisch systeem en dient er daarom voor te zorgen dat het systeem aan de vereisten van medische elektrische systemen voldoet. We willen uw aandacht vestigen op het feit dat de wetten in uw land voorrang hebben op bovengenoemde vereisten. In geval van twijfel raadpleegt u uw plaatselijke vertegenwoordiger of de afdeling Technische dienst.
  • Deze apparatuur mag niet worden gewijzigd.
  • Producten voor eenmalig gebruik mogen niet opnieuw worden gebruikt vanwege het risico op degradatie en besmetting.
  • Het apparaat mag niet naast of gestapeld op andere apparaten gebruikt worden. Als het gebruik van naastgelegen of gestapelde apparaten noodzakelijk is, dient het apparaat in de gebruikte opstelling ter verificatie van een normale werking te worden gecontroleerd.
  • Het gebruik van andere accessoires (bijv. luchtbevochtigers) dan die voor het apparaat aangegeven worden, wordt afgeraden. Dit kan leiden tot een grotere emissie of afgenomen immuniteit van het apparaat.
  • Draagbare RF-communicatieapparatuur (met inbegrip van randapparatuur zoals antennekabels en externe antennes) mag niet worden gebruikt op een afstand kleiner dan 30 cm van enig deel van het apparaat (waaronder door de fabrikant gespecificeerde kabels). Anders kunnen de prestaties van deze apparatuur worden aangetast.
  • De prestaties van het apparaat kunnen worden beïnvloed wanneer het boven de aanbevolen hoogte of buiten het aanbevolen buitentemperatuurbereik wordt gebruikt.
  • De gebruiker mag het Stellar-apparaat niet aansluiten op de accu van een rolstoel, omdat dit invloed kan hebben op de prestaties van het apparaat en de gezondheid van de patiënt.
  • Onder normale of enkele foutomstandigheden kan de hele pneumatische flow worden gecontamineerd met lichaamsvloeistoffen of uitgeademde gassen, indien er geen bacteriële/virale filters op de uitgaande ventilator worden aangebracht.
  • Het apparaat is niet getest of gecertificeerd voor gebruik in de nabijheid van röntgen-, CT- of MRI-apparatuur. Het-apparaat mag niet worden gebruikt in de nabijheid van een MRI-scanner. Breng het apparaat nooit in een MRI-omgeving.

^1 Het masker of de connectors die zich nabij het masker bevinden kunnen voorzien zijn van poortopeningen.

^2 Tijdens een gedeeltelijke (spanning lager dan gespecificeerde minimumspanning) of volledige stroomuitval wordt er geen therapiedruk geleverd. Zodra de stroomonderbreking voorbij is, kan het apparaat de behandeling voortzetten zonder dat er instellingen gewijzigd zijn.

LET OP

Een aandachtspunt wordt aangegeven met Voorzichtig en geeft uitleg over speciale maatregelen voor een veilig en doelmatig gebruik van het apparaat.

- Raadpleeg bij gebruik van accessoires de gebruikershandleiding van de fabrikant. Bij verbruiksgoederen kan de verpakking belangrijke informatie bevatten, zie ook Symbolen (zie pagina 33).

  • Bij een lage druk kan de flow door de ventilatieopeningen van het masker onvoldoende zijn om alle uitgeademde gassen te verwijderen. Het is dan mogelijk dat een deel van de uitgeademde lucht opnieuw wordt ingeademd.
  • Het apparaat mag niet aan overmatige krachten blootgesteld worden.
  • Als het apparaat per ongeluk op de grond valt, neemt u contact op met uw erkende serviceagent.
  • Let op lekkage en andere ongewone geluiden. Neem in geval van problemen contact op met een erkende serviceagent.
  • Vervang geen onderdelen in het ademhalingscircuit terwijl het apparaat in werking is. Stop de werking voordat u onderdelen gaat vervangen.

Opmerkingen:

Een opmerking wijst op speciale producteigenschappen.

  • Hierboven staan algemene waarschuwingen en aandachtspunten. Aanvullende specifieke waarschuwingen, aandachtspunten en opmerkingen treft u naast de betreffende instructies in deze handleiding aan.
  • Plaats het apparaat zodanig dat het elektriciteitssnoer gemakkelijk uit de contactdoos kan worden verwijderd.
  • Alleen hiertoe opgeleid en bevoegd personeel mag klinische instellingen aanpassen.
  • Elk ernstig incident dat zich met dit apparaat voordoet, dient te worden gemeld aan ResMed en de bevoegde autoriteit in uw land.

Beperkte garantie

ResMed Pty Ltd (hierna 'ResMed') garandeert dat uw ResMed-product gedurende de hieronder aangegeven periode vanaf de datum van aanschaf vrij is van materiaal- en fabricagefouten.

Product Garantieperiode

Maskersystemen (inclusief maskerframe, kussentje, hoofdband en slang) – met uitzondering van onderdelen voor eenmalig gebruikAccessoires – met uitzondering van onderdelen voor eenmalig gebruikFlex-type vingerpulssensorenStandaardwaterreservoirs van bevochtiger90 dagen
Accu's voor gebruik in interne en externe ResMed-accusystemen6 maanden
Clip-type vingerpulssensorenGegevensmodules van CPAP- en bilevel-apparatenAdapters van oxymeters en CPAP- en bilevel-apparatenBevochtigers en reinigbare waterreservoirs voor bevochtigersTitreermachines1 jaar
CPAP-, bilevel- en ventilatieapparaten (inclusief externe voedingseenheden)Accessoires voor accuDraagbare apparaten voor diagnose/screening2 jaar

Deze garantie is uitsluitend beschikbaar voor de consument die het product als eerste aanschaft. De garantie is niet overdraagbaar.

Als het product het begeeft terwijl aan de voorwaarden voor normaal gebruik voldaan is, zal ResMed naar eigen keuze het defecte product of eventuele onderdelen daarvan repareren of vervangen.

Deze beperkte garantie dekt niet: a) eventuele schade als gevolg van oneigenlijk gebruik, misbruik, wijziging of aanpassingen van het product; b) reparaties die zijn uitgevoerd door een serviceorganisatie die daartoe niet uitdrukkelijk is gemachtigd door ResMed; c) eventuele schade of besmetting door rook van sigaretten, pijp, sigaren of anderszins; en d) schade veroorzaakt door blootstelling aan ozon, geactiveerde zuurstof of andere gassen; en e) schade veroorzaakt door het morsen van water op of in een elektronisch apparaat.

De garantie geldt niet wanneer het product wordt verkocht of doorverkocht buiten de regio van eerste

aanschaf. Voor producten die zijn gekocht in een land in de Europese Unie ("EU") of de Europese Vrijhandelsassociatie ("EVA"), betekent "regio" de EU en de EVA.

Garantieaanspraken m.b.t. defecte producten moeten worden gedaan op het aanschafpunt door de eerste consument.

Deze garantie komt in de plaats van elke andere expliciete of impliciete garantie, inclusief eventuele impliciete garantie van verkoopbaarheid of geschiktheid voor een bepaald doel. In sommige regio's of landen zijn geen beperkingen toegestaan op de duur van een impliciete garantie, daarom is de bovengenoemde beperking misschien niet op u van toepassing.

ResMed is niet verantwoordelijk voor eventuele incidentele schade of gevolgschade die beweerdelijk het gevolg zou zijn van de verkoop, installatie of het gebruik van enig ResMed-product. In sommige regio's of landen is de uitsluiting of beperking van incidentele schade of gevolgschade niet toegestaan, daarom is de bovengenoemde beperking misschien niet op u van toepassing.

Deze garantie geeft u specifieke rechten en u kunt tevens andere rechten hebben die per regio verschillen. Voor meer informatie over uw garantierechten kunt u contact opnemen met uw plaatselijke ResMed-dealer of ResMed-kantoor.

Ga naar ResMed.com voor de laatste informatie over de beperkte garantie van ResMed.

ResMed Stellar 150 - Beperkte garantie - 1

text_image ResMed

ResMed Stellar 150 - Beperkte garantie - 2

ResMed Pty Ltd

1 Elizabeth Macarthur Drive

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : ResMed

Model : Stellar 150

Categorie : Ademhalingsmedisch apparaat