SAG660 - Gasverwarming MBM - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SAG660 MBM in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over SAG660 MBM
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Gasverwarming in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SAG660 - MBM en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SAG660 van het merk MBM.
GEBRUIKSAANWIJZING SAG660 MBM
Gasaansluiting ø1/2"G
Gasstilkobling ø1/2"G
Schema voor doorboren van een mortelwand voor het vastzetten van stijgbeugels
Piëzoelektrische aansteker
Pietzo-elektrisk tenner
Déaēi çēaēōnèu Úí áì l á
Fig.6 - Abb.6

text_image
Spento - Ausgeschaltet - Off - Arrêt - Apagado - Uit - Slukket - Ôâçóöü Accensione fiamma pilota Zündung des Zünd Flammenbrenners Ignition pilot flame Allumage veilluse Encendio de la llama piloto Ontsteking pilootvlam Tenning av pilotflammen cí áì i á öëüäåö öëüöi ö Massimo Großstellung Maximum Grand flamme Máximo Maximum Maksimum ì Yäéóóç ÿí óáóç Minimo Kleinstellung Minimum Petite flamme Mínimo Minimum Minimum ÅëÜ-śóóç ÿí óáóç Fig.7 - Abb.7SALAMANDRA A GAS Mod. SG
Eigenschappen van het apparaat
Deze installatieinstructies hebben betrekking op de gassalamanders van categorie I2H3+ en I3+.
Het typeplaatje van zelfklevend polyester bevindt zich op de rechtse zijkant van het apparaat. Het bevat de volgende gegevens:
Model: SG
Serienummer: XXXXXX
Categorie: I2E+ I3+
Bouwjaar: 1995
Nominaal thermisch draagvermogen: 7,4 kW
Bouwtype: A
Keuringstest: EN 203-1
Aansluitingsdruk: G 30 28-30/ 37 mbar
G 20 20/25 mbar
Verbruik: G 30 0,58 kg/h
G 20 0,78 m ^3 /h
Ook het aanvullend typeplaatje is van zelfklevend polyester en bevindt zich in de nabijheid van het basistypeplaatje en bevat alle gegevens die nodig zijn voor de aanleg van het apparaat.
Het apparaat is voorzien van een brander van 7,4 kW (thermisch draagvermogen van het minimum 4,5 kW). De verbrandingskamer en de brander zijn van inoxstaal.
Het apparaat is van inoxstaal en is voorzien van 4 stelpootjes. Het aansluitingsblok voor de gasaansluiting is conform de voorschriften (ISO 7-1) en heeft een diameter van R 1/2"G.
Alle verbindungselementen zijn metaaldicht en de dichtheid wordt door speciale elementen gegarandeerd. De gasleidingen vanaf het steunblok tot aan de kraan zijn van verzinkte stalen buizen en die vanaf de kraan tot aan de brander zijn van koper.
De met een klep voorziene kraan staat geheel veilig een regeling toe van het thermisch draagvermogen van de maximum tot op de minimum stand. De ontsteking van de hoofdbrander geschiedt door middel van een pilootbrander.
Plaatsing van het apparaat
- Het apparaat dient in een goed geventileerde omgeving geplaatst te worden, indien mogelijk onder een opzuigingskap.
- De installatie, het onderhoud, de aansluiting van het apparaat op de gasleiding, een eventuele verandering of aanpassing op een ander soort gas en de verhelping van storingen dienen verricht te worden door een op gasgebied gespecialiseerde en geautoriseerde technicus. Alvorens tot installatie van het apparaat over te gaan vraag aan het gasvoorzieningsbedrijf afgeving van de verklaring van geen bezwaar.
- Alvorens het apparaat aan te sluiten plaats aan de bovenkant tussen het apparaat en het distributienet een gasonbrekingskraan.
- Het apparaat kan op een werkvlak geplaatst worden of kan aan een wand van niet ontvlambaar materiaal gehangen worden. Zorg dat aan de zijkanten en aan de achterkant van het apparaat een minimum afstand van 200 mm. vrij blijft tussen het apparaat en eventuele wanden van ontvlambaar materiaal of tussen het apparaat en andere aangrenzende apparaten. Indien deze afstanden niet in acht genomen kunnen worden, pas isolatiemaatregelen toe bv. door het aanbrengen
van een betegeling of een beschermingselement tegen bestralingen op de aanliggende wand. Aan de rechtse kant van het apparaat is een afstand van 300 mm. aanbevolen om onderhouds- en reparatiewerkzaamheden te vergemakkelijken.
- Om het apparaat aan de wand te hangen gebruik de passende stijgbeugels en de beschermingsplaat die als optionals aangevraagd kunnen worden. Controleer of de wand van metselwerk is en niet van ontvlambaar materiaal en een gewicht van 32 kg. kan dragen. Bevestig de stijgbeugels op de wand als volgt: maak gaten in de wand volgens het installatieschema, gebruik voor de bevestiging 4 stalen inlegblokjes geschikt voor M6 schroeven ( Fischer SLM6 of dergelijke) (Fig.4).
Let op : De fabrikant neemt geen enkele garantieplcht op zich voor schade ontstaan als gevolg van niet inachtneming van de instructies voor de installatie en het gebruik of van een oneigenlijk gebruik van het apparaat. De fabrikant neemt verder geen enkele garantieplcht op zich indien het apparaat niet conform de bestaande geldende normen is aangesloten.
Waarborgmaatregelen tegen brand dienen strikt in acht genomen te worden.
Wetvoorschriften, technische regels en richtlijnen
Tijdens de installatie van het apparaat kom de volgende voorschriften na :
- Installeer het apparaat alleen in goed geventileerde lokalen
- Volg de geldende voorschriften op tegen arbeidsongevallen.
• NEN 1078; GAVO
Technische gegevens
Tabel gaspitten (I2E+)
| Nominaal thermischMinimum thermisch draagvermogen draagvermogen | ||
| Thermisch draagvermogen (kW) 7,4 4,5 | ||
| Aansluiting | ||
| Aardgas E+ (Hi = 9,45kWh/ m3) m3/ h 0,78 0,47 | ||
| ø Gaspit in1/100 mm | Aardgas E+ 20/ 25 mbarPilootbrander No 0,35Hoofdbrander 205Minimum 2 | Reg |
| Aanvangslucht Aardgas E+ 19mm | ||
Tabel gaspitten (I3+)
| Nominaal thermisch Minimum thermisch draagvermogen draagvermogen | ||
| Thermisch draagvermogen (kW) 7,4 4,5 | ||
| Aansluiting | ||
| Vloeibaar propaan gas (Hi = 12,68 kWh/kg) kg/h 0,58 0,35 | ||
| ø Gaspit in 1/100 mm | Pilootbrander No 0,20Vloeibaar propaan gas Hoofdbrander 13528-30/37 mbar Minimum 125 | |
| Afstand “H” Vloeibaar propaan gas 40mm | ||
Gasaansluiting
Alvorens het apparaat op het gasnet aan te sluiten controleer op het typeplaatje of het apparaat vatbaar is en goedgekeurd voor het soort ter beschikking staand gas. Indien het soort gas dat op het typeplaatje is aangeduid niet overeenkomt met het ter beschikking staand gas, raadpleeg paragraaf "Verandering en Aanpassing".
Sluit het apparaat op het gasdistributienet aan met metalen buizen van een passende diameter en voorzien van een gehomologeerde gasonderbrekingskraan. Bij gebruik van flexibile buizen, dan moeten deze van inoxstaal zijn volgens de bestaande geldende normen.
Het aansluitingsblok dat zich op het apparaat bevindt is conform norm ISO 7-1 met externe schroefdraad en bevindt zich rechts aan de achterkant van het apparaat. De aansluiting dient uitsluitend door een geautoriseerde firma verricht te worden.
Na de installatie, controleer de dichtheid van de verbindungselementen met werkingsdruk om eventuele lekkages te vermijden, te dien einde gebruik schuimende producten die geen corrosie veroorzaken zoals bv. een passend sprayproduct.
Nota: Tijdens de dichtheidscontrole gebruik geen vrije vlammen!
Uitlaat verbrandingsgassen
Dit apparaat maakt deel uit van constructie type
A. en heeft geen aansluiting op een schoorsteen nodig.
Aansluitingsdrukken (Vloeibaar propaan gas)
Toegestaan is de werking met het thermisch draagvermogen afgeleid door gebruik van de passende gaspitten en ook de werking die in verhouding staat met de op het net ter beschikking staande druk, en met inachtneming van de volgende gegevens :
De werking is toegestaan voor een drukgebied in het net tussen 20/25 en 35/45 mbar.
De werking is niet toegestaan met een druk in het net lager dan 20/25 en hoger dan 35/45 mbar.
Indien de druk in het net op de plaats van installatie afwijkt van de hierboven aangegeven waarden of niet is begrepen in het drukgebied, waarschuw de installateur en zet het apparaat niet in werking voordat de storing is verholpen.
Aansluitingsdrukken (Aardgas E+)
Toegestaan is de werking met het thermisch draagvermogen afgeleid door gebruik van de passende gaspitten en ook de werking die in verhouding staat met de op het net ter beschikking staande druk, en met inachtneming van de volgende gegevens :
AARDGAS E+
De werking is toegestaan voor een drukgebied in het net tussen 17/15 en 25/30 mbar. De werking
is niet toegestaan met een druk in het net lager dan 17/15 en hoger dan 25/30 mbar.
Indien de druk in het net op de plaats van installatie afwijkt van de hierboven aangegeven waarden of niet is begrepen in het drukgebied, waarschuw het gasbezorgingsbedrijf en zet het apparaat niet aan voordat de storing is verholpen.
Controle van de netdruk
Neem de druk in het net op met een U-manometer (minimum definitie 0,1 mbar) door deze op het druktoevoercontact aan te sluiten. Het druktoevoercontact bevindt zich bij de kraan en is bereikbaar na verwijdering van het rechts zijpaneel.
- Verwijder de bevestigingsschroef van het druktoevoercontact en verbindt het rubbere buisje van de manometer.
- Zet het apparaat aan volgens de gegeven instructies en controleer of de weergegeven druk binnenin het gebied van de toegestane drukken valt.
• Verwijder de manometer - Na de opneming zet de bevestigingsschroef weer op zijn plaats, controleer de aanwezigheid van eventuele lekkages en monteer weer de rechtse kant van het apparaat.
Controle van de werking
Alvorens het apparaat aan de gebruiker af te leveren moeten de volgende controlen gedaan worden.
Thermisch draagvermogen
De controle van het thermisch draagvermogen moet als volgt gedaan worden :
- Controleer of de soort en de groep van het ter plaatse aanwezig gas overeenkomt met wat op het aanvullend typeplaatje is aangeduid. In tegenstaand geval ga over tot verandering of aanpassing en in dit geval zie wat in paragraaf "Verandering en Aanpassing" is aangegeven.
- Controleer of de juiste gaspitten zijn gemonteerd. Zie a propos de gaspittentabel en controleer of
de gemonteerde gaspitten overeenkomen met die van de tabel.
- Controleer nog eens het draagvermogen door het gasverbruik te meten met behulp van de volumetrische methode. Zet te dien einde de brander aan en controleer na ongeveer 10 minuten (op regime toestand) of de gemeten gastoevoer (in m³/h of in kg/h) overeenkomt met wat op de gaspittentabel staat aangeduid.
Piloot
De piloot is goed geregeld wanneer de pilootvlam op homogene wijze de passende thermokoppel bevat en de vlam een onberispelijk aspect toont. (d.w.z. dat passende gaspitten in gebruik zijn).
Aspect van de vlam en stroom van de aanvangslucht
De vlam moet een blauwe kleur hebben, moet geen gele punten tonen en moet onderaan stabiel zijn. Een vlam die een geelachtige kleur heeft toont een verkeerde regeling van de aanvangslucht aan. Indien de aanvangslucht te hoog is geregeld, is de vlam kort en geneigd de brander te verlaten. De voor de aanvangslucht aanbevolen "H" afstand is aangeduid in de gaspittentabel (zie fig.2). De controle van het aspect van de vlam moet ook verricht worden na ongeveer 15 minuten werking op het hoogst vermogen. De vlam moet stabiel blijven ook na een vlugge passage van de minimum na de maximum stand.
Instructies voor de gebruiker
De gebruiker moet goed ingelicht zijn over de wijze van het in werking stellen, over de functies en het gebruik van het apparaat.
Indien veranderingen worden aangebracht aan het lokaal waar het apparaat is geïnstalleerd en deze de toevoer van de lucht kunnen beïnvloeden, dan is een nieuwe controle nodig van de werking van het apparaat.
Aan te bevelen is het sluiten van een onderhoudscontract met de klantenserviceafdeling.
Na de controle moet het apparaat onderworpen worden aan een dichtsheidsproef.
2 gedeelte Onderhoud
Aanbevolen wordt een jaarlijkse controle van de functionering van de gemonteerde componenten, van de verbranding, van de ontsteking en van de veiligheid van het apparaat.
Vervanging van de onderdelen
De vervanging van de gebrekkige onderdelen moet uitsluitend verricht worden door bevoegd personeel.
Alvorens tot vervanging over te gaan, schakel het apparaat uit door het los te maken van het gasdistributienet.
Na de rechtse kant van het apparaat verwijderd te hebben door de vier bevestigingsschroeven los te maken, zijn al de belangrijke functionele delen toegankelijk.
De te vervangen onderdelen zijn alleen bij de fabrikant verkrijgbaar.
Mogelijke storingsoorzaken
Indien de pilootbrander niet aangaat:
• er is verlies van druk in het distributienet
- men kan de bedieningsknop niet of op een niet voldoende wijze indrukken tot op de ontstekingspositie
- de gaspit van de piloot is verstopt
- de gaskraan is gebrekkig
Indien de pilootvlam uitgaat bij loslating van de knop :
- de thermokoppel is onderbroken
- de thermokoppel wordt op een niet voldoende wijze door de pilootvlam verwarmd
- de gaskraan is gebrekkig
Indien de pilootvlam aan is maar de pilootbrander niet aangaat :
• er is verlies van druk in het distributienet - de gaspit is verstopt
- de gaten van de brander zijn verstopt
3 gedeelte Instructies voor het gebruik
Waarschuwingen voor de veiligheid
Het apparaat dient uitsluitend onder toezicht gebruikt te worden.
Tijdens het gebruik worden de oppervlakten van het apparaat zeer warm, ga voorzichtig te werk en let steeds goed op.
Het apparaat is bestemd voor professioneel gebruik en alleen gekwalificeerd personeel kan het gebruiken.
De installatie en ook een eventuele verandering van of aanpassing op een ander soort gas,dient uitsluitend verricht te worden door gekwalificeerd en
geautoriseerd personeel met inachtneming van de geldende bestaande normen.
Minstens een keer per jaar moet het apparaat gecontroleerd worden door gekwalificeerd personeel. Aan te raden is het sluiten van een onderhoudscontract.
Het apparaat is ontworpen om gerechten te gratineren en te koken met warmtebestraling middels een aan de bovenkant geplaatste energiebron.
Het in werking stellen van het apparaat
Alvorens over te gaan tot het koken van het eerste gerecht, was en maak alle onderdelen die in contact
komen met de spijsen goed schoon. Raadpleeg het hoofdstuk " Schoonmaak en Onderhoud".
Belading van de grill
Nota: De afstand tussen de kookoppervlakte en de energiebron is regelbaar middels de grepen; al naar gelang van de taaiheid en grootte van de te koken gerechten, plaats de rooster op een van de 6 ter beschikking staande posities.
De kookoppervlakte is uittrekbaar en is voorzien
van een pen om toegang tot de te koken gerechten te vergemakkelijken.
Na het koken is het mogelijk de rooster uit het apparaat te halen door middel van de passende met het apparaat meegeleverde gereedschappen.
Ontsteking van het apparaat
Ontsteking van de pilootbrander
- Maak de gasonderbrekingskraan die zich aan de bovenkant van het apparaat bevindt open.
- Draai naar links de knop tot op positie "vonk"
-
Druk op de knop en handel tegelijkertijd herhaaldelijk op de ontstekingsknop om de vlam aan te steken (fig.6). Na de ontsteking houd de knop ingedrukt voor ongeveer 15 seconden; als de vlam uitgaat bij het loslaten van de knop, herhaal de handeling.
-
De ontsteking van de pilootvlam kan ook met de hand gedaan worden; te dien einde nader de pilootbrander met een vlam en houd de knop ingedrukt op positie "vonk".
- Draai de knop van positie "vonk" tot op positie van het hoogste vuur.
- Om het laagste vuur te hebben, draai de knop verder tot op positie van het laagste vuur.
Ontsteking van de hoofdbrander
Uitschakeling van het apparaat
Uitschakeling van de hoofdbrander
- draai de knop van positie hoogste vuur of van positie laagste vuur tot op positie "vonk"
Uitschakeling van de pilootbrander
- Druk op de knop en breng hem tot op positie "gesloten".
- Daarna sluit de aan de bovenkant van het apparaat geïnstalleerde gasonderbrekingskraan.
Schoonmaak en Onderhoud
Nota: Maak het apparaat schoon nadat het goed afgekoeld is.
Vergeet niet dat een goed schoongemaakt apparaat steeds goed zal functioneren en lang zal duren.
Was de afzetbare delen afzonderlijk in warm water en reinigingsmiddel en spoel ze dan goed af in stromend water.
Voor de schoonmaak van de inoxstalen delen gebruik geen bijtende- of schuurmiddelen. Het gebruik van staalwol is niet aan te raden daar het roest kan veroorzaken. Gebruik geen metalen voorwerpen en zo ook niet schuurpapier. Ter vervanging en alleen in bijzondere gevallen is het gebruik van puimsteen in poedervorm toegestaan.
Bij stevig vuil gebruik een spons (bv. een Schotch-spons), of een gewoon sprayproduct voor ovens en grill. In dit geval volg nauwkeurig de instructies na van de fabrikant.
Gedrag bij beschadiging / storing
Indien ondanks een correct gebruik van het apparaat, een regelmatige toevoer van het gas en een goede schoonmaak en onderhoud van het apparaat
toch storingen ontstaan, zet het apparaat onmiddelijk af, sluit de aan de bovenkant van het apparaat geplaatste gasonderbrekingskraan en roep assistentie in van de serviceafdeling.
Gedrag bij een langdurig ongebruik van het apparaat
Maak het apparaat goed schoon volgens de instructies en droog het daarna goed af. Sluit de aan
de bovenkant van het apparaat geplaatste gasonderbrekingskraan af.
De fabrikant wijst elke aansprakelijkheid van zich af bij beschadigingen ontstaan door een verkeerde installatie, een oneigenlijk onderhoud en door niet nakoming van de veiligheidsvoorschriften!
GASS-SALAMANDER Mod. SG
Eigenschappen van het apparaat
Deze installatieinstructies hebben betrekking op de gassalamanders van categorie II2L3B/P.
Het typeplaatje van zelfklevend polyester bevindt zich op de rechtse zijkant van het apparaat. Het bevat de volgende gegevens:
Model: SG
Serienummer: XXXXXX
Categorie: II2L3B/P
Bouwjaar: 1995
Nominaal thermisch draagvermogen: 7,4 kW
Bouwtype: A
Keuringstest: EN 203-1
Aansluitingsdruk: G 30 28-30 mbar
G 20 25 mbar
| Verbruik: | G 30 | 0,58 kg/h |
| G 20 | 0,91 m / h^2 |
Ook het aanvullend typeplaatje is van zelfklevend polyester en bevindt zich in de nabijheid van het basistypeplaatje en bevat alle gegevens die nodig zijn voor de aanleg van het apparaat.
Het apparaat is voorzien van een brander van 7,4 kW (thermisch draagvermogen van het minimum 4,5 kW). De verbrandingskamer en de brander zijn van inoxstaal.
Het apparaat is van inoxstaal en is voorzien van 4 stelpootjes. Het aansluitingsblok voor de gasaansluiting is conform de voorschriften (ISO 7-1) en heeft een diameter van R 1/2"G.
Alle verbindungselementen zijn metaaldicht en de dichtheid wordt door speciale elementen gegarandeerd. De gasleidingen vanaf het steunblok tot aan de kraan zijn van verzinkte stalen buizen en die vanaf de kraan tot aan de brander zijn van koper.
De met een klep voorziene kraan staat geheel veilig een regeling toe van het thermisch draagvermogen van de maximum tot op de minimum stand. De ontsteking van de hoofdbrander geschiedt door middel van een pilootbrander.
Plaatsing van het apparaat
- Het apparaat dient in een goed geventileerde omgeving geplaatst te worden, indien mogelijk onder een opzuigingskap.
- De installatie, het onderhoud, de aansluiting van het apparaat op de gasleiding, een eventuele verandering of aanpassing op een ander soort gas en de verhelping van storingen dienen verricht te worden door een op gasgebied gespecialiseerde en geautoriseerde technicus. Alvorens tot installatie van het apparaat over te gaan vraag aan het gasvoorzieningsbedrijf afgeving van de verklaring van geen bezwaar.
- Alvorens het apparaat aan te sluiten plaats aan de bovenkant tussen het apparaat en het distributienet een gasonbrekingskraan.
- Het apparaat kan op een werkvlak geplaatst worden of kan aan een wand van niet ontvlambaar materiaal gehangen worden. Zorg dat aan de zijkanten en aan de achterkant van het apparaat een minimum afstand van 200 mm. vrij blijft tussen het apparaat en eventuele wanden van ontvlambaar materiaal of tussen het apparaat en andere aangrenzende apparaten. Indien deze afstanden niet in acht genomen kunnen worden, pas isolatiemaatregelen toe bv door het aanbrengen
van een betegeling of een beschermingselement tegen bestralingen op de aanliggende wand. Aan de rechtse kant van het apparaat is een afstand van 300 mm. aanbevolen om onderhouds- en reparatiewerkzaamheden te vergemakkelijken.
- Om het apparaat aan de wand te hangen gebruik de passende stijgbeugels en de beschermingsplaat die als optionals aangevraagd kunnen worden. Controleer of de wand van metselwerk is en niet van ontvlambaar materiaal en een gewicht van 32 kg. kan dragen. Bevestig de stijgbeugels op de wand als volgt : maak gaten in de wand volgens het installatieschema, gebruik voor de bevestiging 4 stalen inlegblokjes geschikt voor M6 schroeven ( Fischer SLM6 of dergelijke) (Fig.4).
Letop: De fabrikant neemt geen enkele garantieplicht op zich voor schade ontstaan als gevolg van niet inachtneming van de instructies voor de installatie en het gebruik of van een oneigenlijk gebruik van het apparaat. De fabrikant neemt verder geen enkele garantieplicht op zich indien het apparaat niet conform de bestaande geldende normen is aangesloten.
Waarborgmaatregelen tegenbrand dienen strikt in acht genomen te worden.
Wetvoorschriften, technische regels en richtlijnen
Tijdens de installatie van het apparaat kom de volgende voorschriften na :
• NEN 1078; GAVO
- Installeer het apparaat alleen in goed geventileerde lokalen
- Volg de geldende voorschriften op tegen arbeidsongevallen.
| Nominaal thermisch draagvermogen | Minimum thermisch draagvermogen | ||
| Thermischdraagvermogen(kW) | 7,4 | 4,5 | |
| AansluitingAardgas L (Hi=8.13kWh/m3) m3/hVloeibaar propaan gas (Hi=12.68kWh/kg) kg/h | 0.910.58 | 0.550.35 | |
| ø Gaspit in 1/100 mm | PilootbranderHoofdbranderMinimum | Nr. 0,35210Reg290 | |
| Vloeibaar propaan gas28-30/37mbar | PilootbranderHoofdbranderMinimum | Nr. 0,20135125 | |
| AanvangsluchtAfstand “H” | AardgasVloeibaar propaan gas | 19mm40mm | |
Gasaansluiting
Alvorens het apparaat op het gasnet aan te sluiten controleer op het typeplaatje of het apparaat vatbaar is en goedgekeurd voor het soort ter beschikking staand gas. Indien het soort gas dat op het typeplaatje is aangeduid niet overeenkomt met het ter beschikking staand gas, raadpleeg paragraaf "Verandering en Aanpassing".
Sluit het apparaat op het gasdistributienet aan met metalen buizen van een passende diameter en voorzien van een gehomologeerde gasonderbrekingskraan. Bij gebruik van flexibile buizen, dan moeten deze van inoxstaal zijn volgens de bestaande geldende normen.
Het aansluitingsblok dat zich op het apparaat
bevindt is conform norm ISO 7-1 met externe schroefdraad en bevindt zich rechts aan de achterkant van het apparaat. De aansluiting dient uitsluitend door een geautoriseerde firma verricht te worden.
Na de installatie, controleer de dichtheid van de verbindingselementen met werkingsdruk om eventuele lekkages te vermijden, te dien einde gebruik schuimende producten die geen corrosie veroorzaken zoals bv. een passend sprayproduct.
Nota: Tijdens de dichtheidscontrole gebruik geen vrije vlammen!
Uitlaatverbrandingsgassen
Dit apparaat maakt deel uit van constructie type
A. en heeft geen aansluiting op een schoorsteen nodig.
Controle van de netdruk
Toegestaan is de werking met het thermisch draagvermogen afgeleid door gebruik van de passende gaspitten en ook de werking die in verhouding staat met de op het net ter beschikking staande druk, en met inachtneming van de volgende gegevens :
De werking is toegestaan voor een drukgebied in het net tussen 20/25en35/45mbar.
De werking is niet toegestaan met een druk in het net lager dan 25 en hoger dan 35mbar.
Indien de druk in het net op de plaats van installatie afwijkt van de hierboven aangegeven waarden of niet is begrepen in het drukgebied, waarschuw de installateur en zet het apparaat niet in werking voordat de storing is verholpen.
Aardgas L
Toegestaan is de werking met het thermisch draagvermogen afgeleid door gebruik van de passende gaspitten en ook de werking die in verhouding staat met de op het net ter beschikking staande druk, en met inachtneming van de volgende gegevens :
AARDGAS
De werking is toegestaan voor een drukgebied in het net tussen 20 en 30mbar. De werking
is niet toegestaan met een druk in het netlagerdan 20 en hoger dan 30mbar.
Indien de druk in het net op de plaats van installatie afwijkt van de hierboven aangegeven waarden of niet is begrepen in het drukgebied, waarschuw het gasbezorgingsbedrijf en zet het apparaat niet aan voordat de storing is verholpen.
Controle van de netdruk
Neem de druk in het net op met een U-manometer (minimum definitie 0,1 mbar) door deze op het druktoevoercontact aan te sluiten. Het druktoevoercontact bevindt zich bij de kraan en is bereikbaar na verwijdering van het rechts zijpaneel.
- Verwijder de bevestigingsschroef van het druktoevoercontact en verbindt het rubbere buisje van de manometer.
- Zet het apparaat aan volgens de gegeven instructies en controleer of de weergegeven druk binnenin het gebied van de toegestane drukken valt.
• Verwijder de manometer - Na de opneming zet de bevestigingsschroef weer op zijn plaats, controleer de aanwezigheid van eventuele lekkages en monteer weer de rechtse kant van het apparaat.
Controle van de werking
Alvorens het apparaat aan de gebruiker af te leveren moeten de volgende controlen gedaan worden.
Thermisch draagvermogen
De controle van het thermisch draagvermogen moet als volgt gedaan worden :
- Controleer of de soort en de groep van het ter plaatse aanwezig gas overeenkomt met wat op het aanvullend typeplaatje is aangeduid. In tegenstaand geval ga over tot verandering of aanpassing en in dit geval zie wat in paragraaf "Verandering en Aanpassing" is aangegeven.
- Controleer of de juiste gaspitten zijn gemonteerd. Zie a propos de gaspittentabel en controleer of
de gemonteerde gaspitten overeenkomen met die van de tabel.
- Controleer nog eens het draagvermogen door het gasverbruik te meten met behulp van de volumetrische methode. Zet te dien einde de brander aan en controleer na ongeveer 10 minuten (op regime toestand) of de gemeten gastoevoer (in m³/h of in kg/h) overeenkomt met wat op de gaspittentabel staat aangeduid.
Piloot
De piloot is goed geregeld wanneer de pilootvlam op homogene wijze de passende thermokoppel bevat en de vlam een onberispelijk aspect toont. (d.w.z. dat passende gaspitten in gebruik zijn).
Aspect van de vlam en stroom van de aanvangslucht
De vlam moet een blauwe kleur hebben, moet geen gele punten tonen en moet onderaan stabiel zijn. Een vlam die een geelachtige kleur heeft toont een verkeerde regeling van de aanvangslucht aan. Indien de aanvangslucht te hoog is geregeld, is de vlam kort en geneigd de brander te verlaten. De voor de aanvangslucht aanbevolen "H" afstand is aangeduid in de gaspittentabel (zie fig.2). De controle van het aspect van de vlam moet ook verricht worden na ongeveer 15 minuten werking op het hoogst vermogen. De vlam moet stabiel blijven ook na een vlugge passage van de minimum na de maximum stand.
Instructies voor de gebruiker
De gebruiker moet goed ingelicht zijn over de wijze van het in werking stellen, over de functies en het gebruik van het apparaat.
Indien veranderingen worden aangebracht aan het lokaal waar het apparaat is geïnstalleerd en deze de toevoer van de lucht kunnen beïnvloeden, dan is een nieuwe controle nodig van de werking van het apparaat.
Aan te bevelen is het sluiten van een onderhoudscontract met de klantenserviceafdeling.
Na de controle moet het apparaat onderworpen worden aan een dichtsheidsproef.
2gedeelte
Onderhoud
Aanbevolen wordt een jaarlijkse controle van de functionering van de gemonteerde componenten, van de verbranding, van de ontsteking en van de veiligheid van het apparaat.
Vervanging van de onderdelen
De vervanging van de gebrekkige onderdelen moet uitsluitend verricht worden door bevoegd personeel.
Alvorens tot vervanging over te gaan, schakel het apparaat uit door het los te maken van het gasdistributienet.
Na de rechtse kant van het apparaat verwijderd te hebben door de vier bevestigingsschroeven los te maken, zijn al de belangrijke functionele delen toegankelijk.
De te vervangen onderdelen zijn alleen bij de fabrikant verkrijgbaar.
Mogelijke storingsoorzaken
Indien de pilootbrander niet aangaat:
• er is verlies van druk in het distributienet
- men kan de bedieningsknop niet of op een niet voldoende wijze indrukken tot op de ontstekingspositie
• de gaspit van de piloot is verstopt
- de gaskraan is gebrekkig
Indien de pilootvlam uitgaat bij loslating van de knop :
- de thermokoppel is onderbroken
- de thermokoppel wordt op een niet voldoende wijze door de pilootvlam verwarmd
- de gaskraan is gebrekkig
Indien de pilootvlam aan is maar de pilootbrander niet aangaat :
• er is verlies van druk in het distributienet - de gaspit is verstopt
• de gaten van de brander zijn verstopt
Waarschuwingen voor de veiligheid
Het apparaat dient uitsluitend onder toezicht gebruikt te worden.
Tijdens het gebruik worden de oppervlakten van het apparaat zeer warm, ga voorzichtig te werk en let steeds goed op.
Het apparaat is bestemd voor professioneel gebruik en alleen gekwalificeerd personeel kan het gebruiken.
De installatie en ook een eventuele verandering van of aanpassing op een ander soort gas,dient uitsluitend verricht te worden door gekwalificeerd en
geautoriseerd personeel met inachtneming van de geldende bestaande normen.
Minstens een keer per jaar moet het apparaat gecontroleerd worden door gekwalificeerd personeel. Aan te raden is het sluiten van een onderhoudscontract.
Het apparaat is ontworpen om gerechten te gratineren en te koken met warmtebestraling middels een aan de bovenkant geplaatste energiebron.
Het in werking stellen van het apparaat
Alvorens over te gaan tot het koken van het eerste gerecht, was en maak alle onderdelen die in contact
komen met de spijsen goed schoon. Raadpleeg het hoofdstuk "Schoonmaak en Onderhoud".
Belading van de grill
Nota: De afstand tussen de kookoppervlakte en de energiebron is regelbaar middels de grepen; al naar gelang van de taaiheid en grootte van de te koken gerechten, plaats de rooster op een van de 6 ter beschikking staande posities.
De kookoppervlakte is uittrekbaar en is voorzien
van een pen om toegang tot de te koken gerechten te vergemakkelijken.
Na het koken is het mogelijk de rooster uit het apparaat te halen door middel van de passende met het apparaat meegeleverde gereedschappen.
Ontsteking van het apparaat
Ontsteking van de pilootbrander
- Maak de gasonderbrekingskraan die zich aan de bovenkant van het apparaat bevindt open.
- Draai naar links de knop tot op positie "vonk"
-
Druk op de knop en handel tegelijkertijd herhaaldelijk op de ontstekingsknop om de vlam aan te steken (fig.6). Na de ontsteking houd de knop ingedrukt voor ongeveer 15 seconden; als de vlam uitgaat bij het loslaten van de knop, herhaal de handeling.
-
De ontsteking van de pilootvlam kan ook met de hand gedaan worden; te dien einde nader de pilootbrander met een vlam en houd de knop ingedrukt op positie "vonk".
Ontsteking van de hoofdbrander - Draai de knop van positie "vonk" tot op positie van het hoogste vuur.
- Om het laagste vuur te hebben, draai de knop verder tot op positie van het laagste vuur.
Uitschakeling van het apparaat
Uitschakeling van de hoofdbrander
- draai de knop van positie hoogste vuur of van positie laagste vuur tot op positie "vonk"
Uitschakeling van de pilootbrander
- Druk op de knop en breng hem tot op positie "gesloten".
- Daarna sluit de aan de bovenkant van het apparaat geïnstalleerde gasonderbrekingskraan.
Schoonmaak en Onderhoud
Nota: Maak het apparaat schoon nadat het goed afgekoeld is.
Vergeet niet dat een goed schoongemaakt apparaat steeds goed zal functioneren en lang zal duren.
Was de afzetbare delen afzonderlijk in warm water en reinigingsmiddel en spoel ze dan goed af in stromend water.
Voor de schoonmaak van de inoxstalen delen gebruik geen bijtende- of schuurmiddelen. Het gebruik van staalwol is niet aan te raden daar het roest kan veroorzaken. Gebruik geen metalen voorwerpen en zo ook niet schuurpapier. Ter vervanging en alleen in bijzondere gevallen is het gebruik van puimsteen in poedervorm toegestaan.
Bij stevig vuil gebruik een spons (bv. een Schotch-spons), of een gewoon sprayproduct voor ovens en grill. In dit geval volg nauwkeurig de instructies na van de fabrikant.
Gedrag bij beschadiging / storing
Indien ondanks een correct gebruik van het apparaat, een regelmatige toevoer van het gas en een goede schoonmaak en onderhoud van het apparaat
toch storingen ontstaan, zet het apparaat onmiddelijk af, sluit de aan de bovenkant van het apparaat geplaatste gasonderbrekingskraan en roep assistentie in van de serviceafdeling.
Gedrag bij een langdurig ongebruik van het apparaat
Maak het apparaat goed schoon volgens de instructies en droog het daarna goed af. Sluit de aan
de bovenkant van het apparaat geplaatste gasonderbrekingskraan af.
ΣΑΛΑΜΑΝΔΡΑ ΑΕΡΙΟΥ
Movt. SG