VOLTCRAFT IR 2201-50D - Thermometer

IR 2201-50D - Thermometer VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis IR 2201-50D VOLTCRAFT in PDF-formaat.

📄 68 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice VOLTCRAFT IR 2201-50D - page 51
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL

Download de handleiding voor uw Thermometer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding IR 2201-50D - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. IR 2201-50D van het merk VOLTCRAFT.

GEBRUIKSAANWIJZING IR 2201-50D VOLTCRAFT

Geachte klant, Hartelijk dank voor de aankoop van dit product. Dit product voldoet aan alle wettelijke, nationale en Europese normen. Om dit zo te houden en een veilig gebruik te garanderen, dient u als gebruiker de aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing op te volgen. Deze gebruiksaanwijzing behoort bij dit product. Er staan belangrijke aanwijzingen in over de ingebruikname en het gebruik. Houd hier rekening mee als u dit product doorgeeft aan derden. Bewaar deze gebruiksaanwijzing daarom voor later gebruik! Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk. Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be

2. Verklaring van de symbolen

Het symbool met het uitroepteken in een driehoek wijst op belangrijke tips in deze gebruiksaanwijzing die beslist opgevolgd moeten worden. Het pijl-symbool ziet u waar bijzondere tips en aanwijzingen over de bediening worden gegeven.52

3. Doelmatig gebruik

De infraroodthermometer is een meetapparaat voor het contactloos meten van de temperatuur. Hij bepaalt de temperatuur aan de hand van de infraroodenergie die door een object wordt uitgezonden, en aan de hand van het emissieniveau. Het product is zeer handig voor het meten van de temperatuur van hete, moeilijk toegankelijk of bewegende objecten. Het apparaat meet de oppervlaktetemperatuur van een object. Door doorzichtige oppervlakken, zoals glas of plastic, kan de temperatuur niet heen worden gemeten. Het temperatuurmeetbereik loopt van -50 tot +2200 ºC (-58 tot +3992 ºF). Voor de voeding is een blokbatterij van 9V vereist. Het apparaat kan naast de contactloze infrarood-temperatuurmeting ook voor metingen met gewone temperatuursensoren (type K) worden gebruikt. Door een ingebouwde USB-aansluiting is overdracht van temperatuurgegevens naar een computer mogelijk. De IR-thermometer zelf mag niet direct met het object met de te meten temperatuur in aanraking komen. Er dient voldoende veiligheidsafstand te worden gehouden en de omgevingsomstandigheden dienen te worden aangehouden. Diagnostisch gebruik voor medische doeleinden is niet toegestaan. In verband met veiligheid en normering zijn geen aanpassingen en/of wijzigingen aan dit product toegestaan. Indien het product voor andere doeleinden wordt gebruikt dan de hiervoor beschreven doeleinden, kan het product worden beschadigd. Bovendien kan een onjuist gebruik letsel veroorzaken. Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en bewaar deze goed. Geef het product alleen samen met de gebruiksaanwijzing door aan derden. Alle vermelde bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de respectievelijke eigenaren. Alle rechten voorbehouden.

4. Omvang van de levering

  • Temperatuursensor K-type
  • Gebruiksaanwijzing Actuele gebruiksaanwijzingen Download de meest recente gebruiksaanwijzing via de link www.conrad.com/downloads of scan de afgebeelde QR-Code. Volg de instructies op de website.53

5. Eigenschappen en functies

  • Duale doellaser met focuspunt
  • Ingebouwde alarmfunctie voor de bovenste en de onderste alarmwaarde met optisch en akoestisch signaal
  • Opslag van de maximale, de minimale, de verschil- en de gemiddelde temperatuur tijdens de meting
  • Emissiegraad instelbaar van 0,10 tot 1,00
  • Daarnaast temperatuurmeting met contactsensor van het type K
  • Uitschakelbare achtergrondverlichting voor de display
  • Geheugen voor max. 100 meetresultaten
  • De overdracht van temperatuurmeetwaarden via een USB-aansluiting naar een computer

6. Veiligheidsinstructies

Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en let vooral op de veiligheidsinstructies. Indien u de veiligheidsinstructies en de aanwijzingen voor een juiste bediening in deze gebruiksaanwijzing niet opvolgt, kunnen wij niet aansprakelijk worden gesteld voor de daardoor ontstane schade aan personen of voorwerpen. Bovendien vervalt in dergelijke gevallen de aansprakelijkheid/garantie. a) Algemeen

  • Het product is geen speelgoed. Houd het uit de buurt van kinderen en huisdieren.
  • Laat verpakkingsmateriaal niet achteloos rondslingeren. Dit zou voor kinderen gevaarlijk speelgoed kunnen worden.
  • Bescherm het product tegen extreme temperaturen, direct zonlicht, sterke schokken, hoge vochtigheid, vocht, ontvlambare gassen, dampen en oplosmiddelen.
  • Stel het product niet bloot aan welke mechanische belasting dan ook.
  • Als het product niet langer veilig gebruikt kan worden, stel het dan buiten bedrijf en zorg ervoor dat niemand het per ongeluk kan gebruiken. Veilig gebruik kan niet langer worden gegarandeerd als het product: - zichtbaar is beschadigd, - niet meer naar behoren werkt, - tijdens een langere periode is opgeslagen onder slechte omstandigheden, of - tijdens het vervoer aan hoge belastingen onderhevig is geweest.
  • Behandel het product met zorg. Schokken, stoten of zelfs vallen vanaf een geringe hoogte kunnen het product beschadigen.54
  • Neem ook de veiligheids- en gebruiksaanwijzingen van alle andere apparaten in acht die op het product zijn aangesloten.
  • Het apparaat alleen buiten gebruiken onder passende weersomstandigheden resp. slechts met geschikte beschermingsvoorzieningen.
  • Waterdamp, stof, rook en/of dampen kunnen door het storen van de optica van de thermometer leiden tot een onjuist meetresultaat.
  • Het apparaat dient niet direct in gebruik te worden genomen wanneer het vanuit een koude naar een warme kamer wordt gebracht. Condenswater kan leiden tot onherstelbare beschadiging van het apparaat. Tevens kan het beslaan van de lens leiden tot foutieve metingen. Wacht met het gebruik van het product tot het zich heeft aangepast aan de veranderde omgevingstemperatuur.
  • In commerciële instellingen dient men de ongevallenpreventievoorschriften van het Verbond van CommerciëleBeroepsverenigingenvoorElektrischeInstallatiesenApparatuurinachttenemen.
  • In scholen en opleidingsinstellingen, hobby- en doe-het-zelf-werkplaatsen moet werken met elektrische apparatuur gebeuren onder toezicht van daartoe opgeleid personeel.
  • Raadpleeg een expert wanneer u twijfelt over het juiste gebruik, de veiligheid of het aansluiten van het product.
  • Laat onderhoud, aanpassingen en reparaties alleen uitvoeren door een vakman of in een daartoe bevoegde werkplaats.
  • Als u nog vragen heeft die niet door deze gebruiksaanwijzing zijn beantwoord, neem dan contact op met onze technische dienst of andere technisch specialisten. b) Laser
  • Bij gebruik van de laser dient er altijd op te worden gelet dat de laserstraal zo wordt geleid dat niemand zich in het projectiebereik bevindt en dat onbedoeld gereecteerde stralen (bijv.doorreecterende voorwerpen) niet in ruimtes komen, waarin zich personen bevinden.
  • Laserstralingkangevaarlijkzijnalsdelaserstraalofeenreectiedaarvanonbeschermdinuwogen komt. Informeer uzelf daarom voordat u het laserinrichting in werking stelt over de wettelijke bepalingen en voorzorgsmaatregelen betreffende de werking van een dergelijke laserapparaat.
  • Kijk nooit in de laserstraal en richt deze nooit op personen of dieren. Laserstralen kunnen oogletsel tot gevolg hebben.
  • Zodra uw oog wordt getroffen door een laserstraal, meteen de ogen sluiten en uw hoofd wegdraaien van de straal.
  • Als uw ogen geïrriteerd zijn door laserstraling, voer dan in geen geval meer veiligheidsrelevante werkzaamheden uit, bijvoorbeeld werken met machines, werken op grote hoogte of in de buurt van hoogspanning. Bestuur, totdat de irritaties zijn verdwenen, ook geen voertuigen meer.
  • Richt de laserstraal nooit op spiegels of andere reecterende oppervlakken. Een ongeoorloofd afgebogen straal zou personen of dieren kunnen raken.
  • Open het apparaat nooit. Uitsluitend een geschoolde vakman, die vertrouwd is met de gevaren, mag instel- of onderhoudswerkzaamheden uitvoeren. Ondeskundig uitgevoerd instelwerk kan gevaarlijke laserstraling tot gevolg hebben.55
  • Het product is voorzien van een klasse 2 laser. In de levering bevinden zich laserwaarschuwingsbordjes in verschillende talen. Indien het bordje op de laser niet in uw landstaal is, bevestig dan het juiste bordje op de laser.
  • Voorzichtig - als er andere dan de in deze handleiding vermelde besturingen of methodes worden gebruikt, kan dit tot gevaarlijke blootstelling aan straling leiden. c) Batterij
  • Verwijder de batterij uit het apparaat als u dat voor langere tijd niet denkt te zullen gebruiken om beschadiging door lekken te voorkomen. Lekkende of beschadigde batterijen kunnen bij contact met de huid chemische brandwonden veroorzaken. Gebruik daarom veiligheidshandschoenen om beschadigde batterijen aan te pakken.
  • Bewaar batterijen buiten het bereik van kinderen. Laat batterijen niet rondslingeren omdat het gevaar bestaat dat kinderen of huisdieren ze inslikken.
  • Batterijen mogen niet uit elkaar gehaald, kortgesloten of verbrand worden. Probeer nooit niet-oplaadbare batterijen op te laden. Er bestaat explosiegevaar!

7. Bedieningselementen

1 IR-sensor + uitgangsopening laserstraal 2 LCD-scherm 3 Aansluitbus temperatuursensor 4 USB-poort 5 Toets achtergrondverlichting/laser 6 Toets ▲ 7 Toets ▼ 8 Toets voor het openen van het batterijvak 9 Toets MODE 10 Meettoets 11 Batterijvak 12 Handgreep56

8. Beeldschermelementen

1 Meetindicator 2 HOLD-indicator 3 Lasersymbool 4 Symbool voor continumeting 5 High/Low alarm-indicator 6 MAX/MIN/AVG/DIF-indicatoren 7 Temperatuurweergave 8 Temperatuurweergave MAX/MIN/AVG/DIF 9 Symboolemissiecoëfciënt 10 Type-K indicator 11 Emissiecoëfciënt/type-Kwaarde 12 Batterijsymbool 13 ºC/ºF-indicator 14 Dataloggerindicator 15 USB-indicator

9. Batterij plaatsen / vervangen

Vervang de batterijen zodra het batterijsymbool op het beeldscherm verschijnt.

  • Druk op de toets voor het openen van het batterijvak en klap het deksel omhoog.
  • Verwijder de verbruikte batterij van de batterijclip en sluit een nieuwe batterij van hetzelfde type met de juiste polariteit op de batterijclip aan. De batterijclip is zo uitgevoerd, dat de batterij alleen met de juiste polariteit kan worden aangesloten. Gebruik geen geweld bij het plaatsen van de batterij.
  • Sluit het batterijvak weer door het deksel van het batterijvak weer dicht te klappen.
  • Infraroodthermometers meten de temperatuur van het oppervlak van een object. De sensor van de thermometer registreertdeuitgestraalde,gereecteerdeendoorgelatenwarmtestralingvanhetobjectenzetdezeinformatie om in een temperatuurwaarde.57
  • Deemissiecoefciëntiseenwaardediegebruiktwordtomdekarakteristiekvandeenergie-uitstralingvaneen materiaal te beschrijven. Hoe hoger deze waarde is, des te hoger is de capaciteit van het materiaal om straling uit te zenden. Veel organische materialen en oppervlakken hebben een emissiegraad van ongeveer 0,95. Metalen oppervlakken of glanzende materialen hebben een lagere emissiegraad waardoor de gemeten waarden onnauwkeurigerzijn.Daaromkandeemissiecoefciëntingesteldkanworden. b) Meting
  • Richt de meetopening zo mogelijk loodrecht op het meetobject. Zorg ervoor dat het meetobject niet kleiner is dan de IR-meetvlek van het apparaat.
  • Druk op de meettoets en houd deze ingedrukt. Op het beeldscherm verschijnt de gemeten waarde. De weergegeven meetwaarde komt overeen met de gemiddelde oppervlaktetemperatuur van de IR-meetvlek. Tijdens de meting verschijnt op het beeldscherm de indicatie SCAN.
  • Na het loslaten van de meettoets wordt de laatste meetwaarde nog ca. 7 seconden op heet beeldscherm getoond, zodat deze beter kan worden afgelezen. Bovendien verschijnt de indicatie HOLD.
  • Het apparaat schakelt zichzelf 7 seconden na het loslaten van de meettoets automatisch uit.
  • Bij overschrijding van het temperatuurmeetbereik verschijnen horizontale streepjes op het beeldscherm. Om de warmste plek van het meetobject vast te stellen dient u, met meettoets ingedrukt, het te meten object systematisch met zigzagbewegingen te scannen tot de warmste plek is gevonden. De bij de meting hoogste gemeten temperatuur wordt bij geactiveerde max.-temperatuurfunctie als maximumtemperatuur bovenin het beeldscherm weergegeven. Om de juiste meetwaarde te verkrijgen moet de infraroodthermometer aangepast zijn aan de omgevingstemperatuur. Laat het apparaat bij een plaatswijziging op de nieuwe omgevingstemperatuur komen. Glanzende oppervlakken vervalsen het meetresultaat. Ter compensatie kan het oppervlak van glanzende voorwerpen met kleefband of matzwarte verf afgedekt worden. Het apparaat kan niet door transparante oppervlakken zoals glas heen meten. Het apparaat zal in plaats daarvan de oppervlaktetemperatuur van het glas meten. Langere metingen van hoge temperaturen bij een geringe meetafstand leiden tot verwarming van het meetapparaat zelf en daarmee tot foutieve metingen. Om exacte meetwaarden te bereiken geldt de vuistregel: Hoe hoger de temperatuur, des te groter de meetafstand en des te korter de meetduur dient te zijn. c) Grootte IR-meetvlek - verhouding meetafstand-meetoppervlak
  • Om precieze meetresultaten te verkrijgen moet het meetobject groter zijn dan de IR-meetvlek van de infraroodthermometer. De berekende temperatuur is de gemiddelde temperatuur van de meetvlek. Hoe kleiner het meetobject, des te korter moet de afstand ten opzichte van de infraroodthermometer zijn.
  • De precieze meetplekgrootte staat in het volgende diagram. Dit is tevens op het apparaat vermeld. Voor exacte metingen moet het meetobject ten minste dubbel zo groot als de meetvlek zijn.58 0.7in(18mm) 35in(900mm) 1.7in(42mm) 85in(2100mm) Spot Distance De ideale meetafstand bij deze infrarood thermometer ligt in het focuspunt van de beide doellasers, omdat hier de meetnauwkeurigheid het hoogst is. De meetvlekgrootte in het focuspunt bedraagt 18 mm. d) Dubbele doellaser De duale doellaser kan worden geactiveerd of gedeactiveerd. Zet het meetinstrument aan door op de meettoets te drukken. Druk nu op de toets voor de achtergrondverlichting en de laser. Bij geactiveerde laser wordt het lasersymbool op het beeldscherm weergegeven. Bij opnieuw op de toets voor de achtergrondverlichting en de laser te drukken, wordt de doellaser uitgezet en dooft het lasersymbool. e) Achtergrondverlichting Met de toets voor de achtergrondverlichting en de laser kan bij een ingeschakeld meetinstrument de achtergrondverlichting van het beeldscherm worden in- of uitgeschakeld. f) Omschakeling van de meeteenheid °C/°F Met de toetsen ▲ en ▼ kan bij een ingeschakeld meetinstrument tussen de meeteenheden °C (graden Celsius) en °F (graden Fahrenheit) worden omgeschakeld. g) Gegevensoverdracht via USB-aansluiting Het meetapparaat is uitgerust met een USB-aansluiting om de meetwaarden naar een computer te versturen en daarin op te slaan. Om de infraroodthermometer aan te sluiten op uw computer, gaat u als volgt te werk:
  • Zet de USB-interface op de MIN-, MAX-, DIF- of AVG-modus door te drukken op de toets voor de achtergrondverlichting en de laser. Houd de toets ingedrukt totdat op het beeldscherm het symbool USB verschijnt.
  • Steek de meegeleverde USB-kabel in de mini-USB-bus aan de zijkant van het meetapparaat en sluit het andere uiteinde van de kabel aan op een vrije USB-poort van uw computer.
  • De computer herkent automatisch een nieuw apparaat. Plaats de meegeleverde software-CD in een CD-station en volg de installatie-aanwijzingen op het scherm. Laat de computer automatisch naar het geschikte stuurprogramma zoeken.
  • Na succesvolle installatie kunt u de software starten.59
  • Voor het deactiveren van de USB-poort houdt u in de MAX-, Min-, DIF- of AVG-modus de toets voor de achtergrondverlichting en de laser zolang ingedrukt tot op het beeldscherm het symbool USB dooft. Bij een geactiveerde USB-poort worden de infrarood- en contacttemperatuurmeetwaarden verstuurd naar een computer. In combinatie met de LOCK-functie en de meegeleverde software kan zo registratie van temperaturen over een lange periode worden gerealiseerd. Meer informatie vindt u in het helpmenu van de software. h) Contacttemperatuurmeetfunctie
  • Het apparaat heeft naast de infraroodtemperatuurmeetfunctie een meetfunctie voor contacttemperaturen. Er kunnen naast de meegeleverde draadtemperatuursensor ook alle gewone type-K temperatuursensoren met mini- stekker op het apparaat worden aangesloten.
  • Zodra u een type-K temperatuursensor met mini-stekker in de aansluiting type-K temperatuurvoeler steekt, verschijnt bij ingeschakeld apparaat in de MAX-, Min-, DIF- of AVG-modus de weergave TK op het beeldscherm. Wordt de meettoets ingedrukt, dan verschijnt onder op het beeldscherm het resultaat van de contacttemperatuurmeting. Houd er rekening mee dat de contacttemperatuurmeting alleen op niet onder spanning staande objecten is toegestaan. Zorg er bovendien voor dat contacttemperaturen alleen tot de toegestane maximumtemperatuur van de sensor zijn toegestaan. Het toegestane temperatuur van de meegeleverde draad-sensor bedraagt -50 tot +250 °C.
  • In het instelmenu kunnen de verschillende functie van het apparaat worden gekozen, ingeschakeld resp. ingesteld.
  • De afbeelding toont schematisch de opbouw van het instelmenu.
  • Door te drukken op de toets MODE kunt u door het menu navigeren en met de toetsen ▲ en ▼ kunnen instellingen worden doorgevoerd. j) Max-, Min-, verschil- en gemiddeldefuncties (MAX/MIN/DIF/AVG)
  • Zet het meetinstrument aan door op de meettoets te drukken.
  • Druk op de toets MODE tot op het beeldscherm één van de pictogrammen MAX/MIN/DIF/AVG/LOG knippert. - MAX (het apparaat toont de tijdens de meting grootste gemeten waarde in het bovenste gedeelte van het beeldscherm.) - MIN (het apparaat toont de tijdens de meting kleinste gemeten waarde in het bovenste gedeelte van het beeldscherm.) - DIF (het apparaat toont het verschil tussen de hoogste en de laagste temperatuur tijdens de meting in het bovenste gedeelte van het beeldscherm.) - AVG (het apparaat toont de gemiddelde waarde van de laatste infrarood-temperatuurmeting in het bovenste gedeelte van het display. AVG = average = gemiddeld) - LOG (geheugenfunctie)60
  • Kies met de toetsen ▲ of ▼ de gewenste functie.
  • Bevestig de invoer met de meettoets of druk op toets MODE om naar de volgende instelmogelijkheid te gaan. k) Staafdiagramscherm De staafdiagramweergave bevindt zich in het bovenste gedeelte van het beeldscherm en is bedoeld om de actuele meetwaardeinverhoudingtotdeMIN/MAX-waardengraschweertegeven.Hetlinkeruiteindevertegenwoordigtde MIN-waarde van de meting van dat moment, het rechter uiteinde vertegenwoordigt de MAX-waarde. Voorbeeld: De MIN-waarde bedraagt 0 ºC en de MAX-waarde +100 ºC. De actuele meetwaarde bedraagt dan +50 ºC. In dit geval wordtdebalkgraektothetmiddenvandeweergavegetoond. l) Geheugenfunctie LOG Het apparaat is voorzien van een geheugen voor max. 100 meetwaarden.
  • Zet het meetinstrument aan door op de meettoets te drukken.
  • Druk op de toets MODE tot op het beeldscherm één van de pictogrammen MAX/MIN/DIF/AVG/LOG knippert.
  • Druk op ▲ of ▼ totdat op de beeldscherm het symbool LOG knippert.
  • Bevestig de invoer door te drukken op de meettoets.
  • Kies met de toetsen ▲ of ▼ een geheugenplaats (001 – 100) waarop u een infrarood-temperatuurwaarde wilt opslaan en druk één keer op toets ▼, zodat de voorgaande opslagruimte op het display wordt weergegeven.
  • Voer een infrarood-temperatuurmeting uit. Na de meting wordt een temperatuurwaarde op het beeldscherm weergegeven. Om deze op de eerder gekozen geheugenplaats op te slaan drukt u op de toets voor de achtergrondverlichting en de laser. De temperatuurwaarde wordt nu op de gekozen geheugenplaats opgeslagen. Voorbeeld: Wilt u een waarde op geheugenplaats 005 opslaan, dan kiest u opslagruimte 004. Voer de meting uit en druk op de toets voor de achtergrondverlichting en de laser. De waarde wordt op geheugenplaats 005 opgeslagen.
  • Ga zoals bovenbeschreven verder om verdere meetwaarden op te slaan.
  • Voor het oproepen van de opgeslagen temperatuurwaarden kiest u met de toetsen ▲ of ▼ de geheugenplaats die u wilt uitlezen. De opgeslagen temperatuurwaarde wordt onderin het beeldscherm weergegeven. Als alle geheugenplaatsen bezet zijn, kunnen de niet meer benodigde geheugenplaatsen gewoon worden overschreven. Ga als volgt te werk om alle opgeslagen waarden gelijktijdig te wissen:
  • Houd in de LOG-modus de meettoets ingedrukt en kies met toets ▼ geheugenplaats 000.
  • Druk nu op de toets voor de achtergrondverlichting en de laser. Er klinkt een signaal en het beeldscherm springt naar geheugenplaats 001. Alle geheugenplaatsen zijn nu weer vrij.61 m) Instellen van de emissiecoefciënt (EMS) Het meetinstrument is uitgerust met een instelling van de emissiegraad. Daardoor kunnen bij verschillende materialen en oppervlakken nauwkeurige meetwaarden bereikt worden.
  • Zet het meetinstrument aan door op de meettoets te drukken.
  • Druk op de toets MODEtotophetbeeldschermhetsymboolvooremissiecoefciëntknippert.
  • Met de toetsen ▲ en ▼kandeemissiecoefciëntvan0,10tot1,00aanhetbetreffendemeetobjectworden aangepast.
  • Bevestig de invoer met de meettoets of druk op toets MODE om naar de volgende instelmogelijkheid te gaan.
  • Na het uitschakelen van het apparaat blijft de ingestelde waarde opgeslagen. Ukuntooktijdensdemeting(bijingedruktmeettoets)deemissiecoefciëntinstellendooroptoets▲ of ▼ te drukken. In aansluiting op de technische gegevens vindt u een tabel met de typische materialen en de emissiegraad hiervan. Veelorganischematerialenhebbeneenemissiecoëfciëntvan0,95.Daaromishetemissiecoefciëntaf fabriekingesteld0,95.Deemissiecoefciëntvaneenoppervlakkanookmetdecontactpunttemperatuur- meetfunctie van het apparaat worden ingesteld. Meet met het contacttemperatuurmeetfunctie de tempera- tuurvanhetoppervlak.Wijzigdeemissiecoefciëntvandeinfraroodthermometertotdemeetwaardemet de waarde van de contacttemperatuurmeting overeenkomt. n) Continu meten (LOCK) Het meetinstrument is uitgerust met een duurmeetfunctie voor langdurig meten.
  • Zet het meetinstrument aan door op de meettoets te drukken.
  • Druk op de toets MODEtotinhetbeeldschermhetsymboolvoordeemissiecoefciëntknippert.
  • Met de toetsen ▲ en ▼ kan de continumeetfunctie geactiveerd worden (beeldschermweergave ON).
  • Als u nu op de meettoets drukt, is de continumeetfunctie ingeschakeld. Het meetinstrument meet nu continu tot de meettoets opnieuw wordt ingedrukt. Gebruik bij continumetingen indien nodig het statief. Aan de onderkant van de handgreep bevindt zich de schroefdraad voor het statief. De poten van het statief kunnen naar buiten worden getrokken. o) Alarmfuncties Het meetinstrument is met een alarmfunctie voor het over- en onderschrijden van instelbare temperatuurwaarden uitgerust. Het alarm bestaat uit een signaaltoon en bovendien licht het beeldscherm rood op. Door deze functie is het meetinstrument goed inzetbaar bijv. om de temperatuur te controleren. Het apparaat beschikt over twee instelbare temperatuurwaarden (bovenste en onderste alarmwaarde). Het alarm wordt geactiveerd wanneer de onderste alarmwaarde onderschreden of de bovenste alarmwaarde overschreden wordt. De alarmwaardes kunnen onafhankelijk van elkaar worden ingesteld en geactiveerd. Voor het instellen en activeren van de bovenste alarmwaarde (H = High = hoog) gaat u als volgt te werk:62
  • Zet het meetinstrument aan door op de meettoets te drukken.
  • Om de bovenste alarmwaarde te activeren drukt u op toets MODE tot op de beeldscherm het symbool voor de bovenste alarmwaarde knippert en op het beeldscherm ON of OFF verschijnt (menu-optie HAL ON/OFF = High Alarm ON/OFF).
  • Met de toetsen ▲ of ▼ kan de bovenste alarmwaarde aan- (ON) of uitgezet (OFF) worden.
  • Druk op toets MODE, tot op het beeldscherm de symbolen voor de bovenste alarmwaarde knipperen en ook een temperatuurwaarde wordt getoond (menu-optie HAL ADJUST = High Alarm instellen).
  • Met de toetsen ▲ en ▼ kan de bovenste alarmwaarde ingesteld worden: bij overschrijding hiervan wordt het alarm geactiveerd.
  • Na het uitschakelen van het apparaat blijven de ingestelde waarden opgeslagen. Voor het instellen en activeren van de onderste alarmwaarde (L = Low = laag) gaat u als volgt te werk:
  • Zet het meetinstrument aan door op de meettoets te drukken.
  • Om de onderste alarmwaarde te activeren drukt u op de toets MODE tot op de beeldscherm het symbool voor de onderste alarmwaarde knippert en op het beeldscherm ON of OFF verschijnt (menu-optie HAL ON/OFF = High Alarm ON/OFF).
  • Met de toetsen ▲ en ▼ kan de onderste alarmwaarde aan- (ON) of uitgezet (OFF) worden.
  • Druk op toets MODE, tot op het beeldscherm de symbolen voor de onderste alarmwaarde knipperen en ook een temperatuurwaarde wordt getoond (menu-optie HAL ADJUST = High Alarm instellen).
  • Met de toetsen ▲ en ▼ kan de onderste alarmwaarde ingesteld worden: bij onderschrijding hiervan wordt het alarm geactiveerd.
  • Na het uitschakelen van het apparaat blijven de ingestelde waarden opgeslagen. p) °C/°F-omschakeling
  • Zet het meetinstrument aan door op de meettoets te drukken.
  • Druk op de toets MODE tot in op het beeldscherm de meeteenheid knippert.
  • Met de toetsen ▲ en ▼ kan de gewenste meeteenheid worden gekozen.
  • Bevestig de invoer met de meettoets of druk op toets MODE om naar de volgende instelmogelijkheid te gaan.
  • Na het uitschakelen van het apparaat blijft de ingestelde waarde opgeslagen. U kunt ook bij een actieve HOLD-functie (meettoets niet ingedrukt) de meeteenheid instellen door op toets ▲ of ▼ te drukken.63

11. Reiniging en onderhoud

a) Reiniging van de lens

  • Verwijder losse deeltjes met schone perslucht en veeg de dan nog overblijvende aanslag weg met een jne lenzenborstel.
  • Maak het oppervlak schoon met een lenzenschoonmaakdoekje of met een schoon, zacht en pluisvrij doekje.
  • Voor het verwijderen van vingerafdrukken en andere vetsporen kan het doekje met water of een lenzenschoonmaakvloeistof bevochtigd worden.
  • Gebruik geen zuur- of alcoholhoudende of andere oplosmiddelen en geen ruwe, pluizige doek om de lens te reinigen.
  • Druk bij de reiniging niet te hard op de lens. b) Reiniging van de behuizing
  • Gebruik voor de reiniging van de behuizing water en zeep of een mild schoonmaakmiddel.
  • Gebruik geen schuur- of oplosmiddel!

a) Product Elektronische apparaten zijn recyclebare stoffen en horen niet bij het huisvuil. Voer het product aan het einde van zijn levensduur volgens de geldende wettelijke bepalingen af. Verwijder batterijen/accu's die mogelijk in het apparaat zitten en gooi ze afzonderlijk van het product weg. b) Batterijen/accu’s U bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege batterijen en accu’s in televeren;verwijderingviahethuisvuilisniettoegestaan. Batterijen/accu’s die schadelijke stoffen bevatten, zijn gemarkeerd met nevenstaand symbool. Deze mogen niet met het huisvuil worden afgevoerd. De aanduidingen voor de zware metalen die het betreft zijn: Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood (de aanduiding staat op de batterijen/accu’s bijv. onder het links afgebeelde vuilnisbaksymbool). Ukuntverbruiktebatterijen/accu’sgratisafgevenbijhetKCA,onzelialenofoveralwaarbatterijen/accu’sworden verkocht. U voldoet daarmee aan de wettelijke verplichtingen en draagt bij aan de bescherming van het milieu.64

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : VOLTCRAFT

Model : IR 2201-50D

Categorie : Thermometer