VOLTCRAFT IR1600 CAM - Thermometer

IR1600 CAM - Thermometer VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis IR1600 CAM VOLTCRAFT in PDF-formaat.

📄 104 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice VOLTCRAFT IR1600 CAM - page 80
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL

Download de handleiding voor uw Thermometer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding IR1600 CAM - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. IR1600 CAM van het merk VOLTCRAFT.

GEBRUIKSAANWIJZING IR1600 CAM VOLTCRAFT

Beste klant, Hartelijk dank voor de aankoop van dit product. Het product is voldoet aan de nationale en Europese wettelijke voorschriften. Om deze status te handhaven en een veilige werking te garanderen, dient u als eindgebruiker deze gebruiksaanwij- zing in acht te nemen! Deze gebruiksaanwijzing is een onderdeel van dit product. Deze bevat belangrijke informatie over de werking en hantering van het product. Als u dit product aan derden overhandigt, doe dan tevens deze gebruiksaanwijzing erbij. Bewaar deze gebruiksaanwijzing voor toekomstige raadpleging! Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk. Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be

2. Verklaring van de symbolen

Dit symbool met het uitroepteken in een driehoek wordt gebruikt om belangrijke informatie in deze ge- bruiksaanwijzing te onderstrepen. Lees deze informatie altijd aandachtig door. Het pijlsymbool duidt op speciale informatie en advies voor het gebruik. Laserstraling. Staar nooit direct in de laserstraal en richt deze nooit op mensen of dieren.81

De infrarood thermometer maakt het mogelijk om oppervlaktetemperaturen contactloos te meten. Hij bepaalt de temperatuur aan de hand van de uitgestraalde infraroodenergie die door elk voorwerp wordt afgegeven. Door de contactloze meting is het ideaal voor gevaarlijke, moeilijk toegankelijke, bewegende of onder elektrische spanning staande voorwerpen. Hij kan niet door transparante media, zoals vb. glas, kunststof, water, etc. meten. Hij zal daar- entegen altijd de oppervlaktetemperatuur meten. Het temperatuurmeetbereik gaat van -50 tot +1600 °C. Een dubbele laser doelinrichting vergemakkelijkt het bepalen van het meetbereik. Bovendien is een contactmeting met een thermo-elementsensor van het type K en in het meetbereik -50 tot +1370 °C, naargelang de gebruikte sensor mogelijk. Deze contactsensor mag uitsluitend bij spanningsvrije media worden ge- bruikt. Via de ingebouwde sensoren kunnen omgevingstemperatuur en relatieve luchtvochtigheid worden gemeten. Uit deze meetwaarden kan het dauwpunt en de verdampingstemperatuur (wet-bulb/n.bol) berekend en weergegeven. Er is een schimmelwaarschuwingsindicator aanwezig. Een geïntegreerde camera maakt het mogelijk om opnames te maken van beelden en video’s met de ingevoegde meetgegevens. De gegevens kunnen in het geïntegreerd geheugen of op een optionele micro-SD-geheugenkaart worden opgeslagen. Een Gegevenslog met grasche gegevens is beschikbaar. De IR-thermometer zelf mag niet rechtstreeks met de gemeten contact- en oppervlaktetemperatuur in contact komen. Er moet voldoende veiligheidsafstand worden aangehouden en de toegelaten omgevingsomstandigheden moeten worden nageleefd. Diagnostische toepassingen in de geneeskunde is niet toegestaan. De emissiegraad kan aan de aanwezige oppervlaktetoestand van het meetobject worden aangepast. Een tabel met frequente materialen is geïntegreerd. De ingebouwde USB-interface dient uitsluitend als laadinterface. Het overdragen van gegevens is niet mogelijk. Voor de spanningsverzorging wordt een 3,7 V, Li-Ionaccu van het type 18500 met aansluitstekker gebruikt. Een andere stroomvoorziening dan is aangegeven, mag niet worden gebruikt. Het opladen gebeurt via de geïntegreerde USB-laadinterface. Het meegeleverde USB-stekkernetdeel is in beschermklasse 2 uitgevoerd en mag uitsluitend in een droge bin-nen- ruimte worden gebruikt. Om veiligheids- en goedkeuringsredenen mag u niets aan dit product veranderen. Als het product voor andere doel- einden wordt gebruikt dan hierboven beschreven, kan het worden beschadigd. Bovendien kan onjuist gebruik resulte- ren in kortsluiting, brand, elektrische schokken of andere gevaren. Lees de gebruiksaanwijzing goed door en bewaar deze op een veilige plek. Het product mag alleen samen met de gebruiksaanwijzing aan derden worden doorgegeven. Alle bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de betreffende eigenaren. Alle rechten voorbehouden.82

  • Temperatuurvoeler thermokoppel type-K (meetbereik -20 tot +250 °C)
  • USB-kabel (mini-USB naar USB)
  • Gebruiksaanwijzing 1Meest recente gebruiksaanwijzing Download de meest recente gebruiksaanwijzing via www.conrad.com/downloads of scan de afge- beelde QR-code. Volg de aanwijzingen op de website.83

5. Veiligheidsinstructies

Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door en neem vooral de veiligheidsinformatie in acht. In- dien de veiligheidsinstructies en de aanwijzingen voor een juiste bediening in deze gebruiksaan- wijzing niet worden opgevolgd, aanvaarden wij geen verantwoordelijkheid voor hieruit resulterend persoonlijk letsel of materiële schade. In dergelijke gevallen vervalt de aansprakelijkheid/garantie. a) Algemene informatie

  • Dit apparaat is geen speelgoed. Houd het buiten het bereik van kinderen en huisdieren.
  • Laat verpakkingsmateriaal niet achteloos rondslingeren. Dit kan voor kinderen gevaarlijk speelgoed worden.
  • Meetapparatuur en accessoires buiten het bereik van kinderen houden. Wees dus extra voorzichtig als kinderen in de buurt zijn.
  • Bescherm het product tegen extreme temperaturen, direct zonlicht, sterke schokken, hoge vochtigheid, vocht, brandbare gassen, stoom en oplosmiddelen.
  • Werk met het meettoestel niet in ruimten of onder ongunstige omgevingsomstandigheden waarin/ waarbij brandbare gassen, dampen of stoffen aanwezig zijn of kunnen zijn.
  • Vermijd een gebruik van het toestel in de onmiddellijke buurt van sterke magnetische of elektromagnetische velden, zendantennes of HF-generatoren. Daardoor kan de meetwaarde worden vervalst.
  • Waterdamp, stof, rook en/of dampen kunnen de lens beïnvloeden en tot een foutief meetresultaat leiden!
  • Stel het product niet aan mechanische spanning bloot.
  • Als het product niet langer veilig gebruikt kan worden, stel het dan buiten bedrijf en zorg ervoor dat niemand het per ongeluk kan gebruiken. Veilig gebruik kan niet langer worden gegarandeerd als het product: - zichtbaar is beschadigd, - niet meer naar behoren werkt, - gedurende een langere periode onder slechte omstandigheden is opgeslagen of - onderhevig is geweest aan ernstige transportbelasting.
  • Behandel het product met zorg. Schokken, stoten of zelfs een val van geringe hoogte kunnen het product beschadigen.
  • Raadpleeg een expert als u vragen hebt over gebruik, veiligheid of aansluiting van het apparaat.
  • Onderhoud, aanpassingen en reparaties mogen alleen uitgevoerd worden door een technicus of een daartoe bevoegd servicecentrum.
  • Als u nog vragen heeft die niet door deze gebruiksaanwijzing worden beantwoord, kunt u contact opnemen met onze technische dienst of ander technisch personeel.84 b) Laser
  • Zorg er bij het gebruik van laserapparatuur altijd voor dat de laserstraal zodanig is gericht dat er niemand aanwezig is in de projectiezone en dat onbedoeld gereecteerde stralen (bijv. wegens reecterende objecten) niet naar zones kunnen weerkaatsen waar personen aanwezig zijn.
  • Laserstraling kan gevaarlijk zijn als de laserstraal of de reectie ervan terecht komt in onbeschermde ogen. Stelt u zich daarom op de hoogte van de wettelijke bepalingen en voorzorgsmaatregelen voor het gebruik van een dergelijk lasertoestel, voordat u de laser in gebruik neemt.
  • Staar nooit direct in de laserstraal en richt deze nooit op mensen of dieren. Laserstraling kan ernstig letsel aan uw ogen veroorzaken.
  • Als laserstralen terechtkomen in uw ogen, dient u uw ogen onmiddellijk te sluiten en uw hoofd weg te bewegen van de straal.
  • Als uw ogen geïrriteerd zijn door laserstraling, stop dan met het uitvoeren van taken met veiligheidsrisico’s, zoals het werken met machines, op grote hoogte of in de buurt van hoogspanning. Bestuur ook geen voertuigen meer tot de irritatie is verdwenen.
  • Richt de laserstraal niet op spiegels of andere reecterende oppervlakken. De ongecontroleerde, gereecteerde straal kan mensen of dieren raken.
  • Open het apparaat nooit. Instel- of onderhoudswerkzaamheden mogen uitsluitend door erkende vaklui worden uitgevoerd die op de hoogte zijn van de hieraan verbonden risico’s. Ondeskundig uitgevoerd instelwerk kan gevaarlijke laserstraling tot gevolg hebben.
  • Het product is voorzien van een klasse 2 laser. Laserlabels in verschillende talen zijn meegeleverd met het product. If the notice sign on the laser is not in your local language, attach the corresponding sign to your device.
  • Voorzichtig - Als er andere dan de in deze handleiding vermelde bedieningsinrichtingen worden gebruikt of andere methoden worden uitgevoerd, kan dit leiden tot gevaarlijke blootstelling aan straling. c) Li-ionbatterij
  • De oplaadbare accu is ingebouwd in het product en kan niet worden vervangen.
  • Beschadig de oplaadbare accu nooit. Het beschadigen van de behuizing van de oplaadbare accu kan explosiegevaar of brand veroorzaken!
  • U mag de polen van de oplaadbare accu nooit kortsluiten. Gooi de accu of het product nooit in het vuur. Er bestaat gevaar op brand of explosie!
  • Laad de oplaadbare accu regelmatig op, zelfs wanneer u het product niet gebruikt. Tengevolge van de gebruikte technologie van de oplaadbare accu, hoeft u de oplaadbare accu niet eerst te ontladen.
  • Tijdens het laden dient u het product op een voor hitte ongevoelig oppervlak te plaatsen. Het is normaal dat er tijdens het laden wat hitte wordt ontwikkeld.85

6. Bedieningselementen

1 Optische doelinrichting (kimme/korn) 2 Kleurenscherm 3 Toets “Omhoog” en “Video opnemen” 4 Toets “Aan/uit” en “ESC” (annuleren/terug) 5 Toets “Omhoog” en “Foto nemen” 6 Toets “Enter” voor bevestiging van de invoer 7 Statiefaansluitbus 8 Lensbeschermdeksel 9 Meetknop 10 Uitklapbaar deksel voor batterijvak en micro-SD- schacht 11 Cameralens 12 Uitlaatopeningen voor dubbele doellaser 13 IR-meetlens 14 Geïntegreerde sensoren voor omgevingstemperatuur en rel. luchtvochtigheid 15 Aansluitsokkel voor type K-thermo-elementsensor 16 RESET-toets voor systeemreset 17 Mini-USB-laadbus 18 Schacht voor micro-SD-geheugenkaart 19 Batterijvak86

7. Productbeschrijving

a) Functie Infrarood thermometers (IR-thermometers) meten de oppervlaktetemperatuur van een object. De sensor van het pro- duct registreert de uitgestraalde, gereecteerde en doorgelaten warmtestraling van het object en zet deze informatie om in een temperatuurwaarde. De emissiefactor is een waarde die de karakteristiek van de energiestraling van een materiaal uitdrukt. Hoe hoger deze waarde, des te hoger is de capaciteit van het materiaal om stralingen uit te zenden. Veel organische materialen en oppervlakken hebbren een emissiegraad van ca. 0,95. Metalen oppervlakken of glanzende materialen hebben een lagere emissiegraad. Dat leidt tot een onnauwkeurige meting. Omwille van deze reden dient bij metaalgelakte oppervlakken een matzwarte veraag of matte kleefband te worden aangebracht of de emissiegraad overeekomstig te worden vooringesteld. b) IR-meetoptiek - verhouding D:S (D:S = meetafstand:meetoppervlak ) Om precieze meetresultaten te verkrijgen moet het meetobject groter zijn dan de IR-meetvlek van de infrarood ther- mometer. De geregistreerde temperatuur is de gemiddelde temperatuur van het gemeten oppervlak. Hoe kleiner het meetobject, des te korter moet de afstand t.o.v. de infrarood thermometer zijn. De precieze meetvlekgrootte staat in het volgende diagram Dit is tevens op het toestel vermeld. Voor precieze metingen moet het meetobject ten minste dubbel zo groot dan de meetvlek zijn. Het meettoestel heeft een lens van 50:1. De kleinste meetdiameter wordt voor de meetopening tot een afstand van 90 cm bereikt. Deze bedraagt 18 mm diameter. Houd echter voldoende afstand om een verkeerde meting door opwar- ming van de IR-thermometer te vermijden. Daarna verbreedt de meetkegel, zoals getoond in de schets. Voorbeeld: Bij een afstand van 1,8 m bedraagt de meetdiameter 36 mm. middelpunt Laser87 c) Doellaser De doellaster is actief naargelang de voorinstelling bij de meting. Op het scherm verschijnt bij een actieve laser een waarschuwingssymbool. Kijk tijdens het meten nooit in de laseropeningen (12). De doellaser is dubbel uitgevoerd en markeert het bin- nenste randbereik bij benadering van het meetoppervlak (ca. 90%). Als beide laserpunten elkaar ontmoeten is het kleinste meetoppervlak bereikt. Deze bedraagt 18 mm diameter. Bij grotere afstanden gaan beide laserpunten analoog t.o.v. het meetoppervlak uit elkaar.

8. Inbedrijfstelling

  • Voordat u met het meettoestel kunt werken, moet eerst de meegeleverde Li-Ionaccu worden geïnstalleerd en opgeladen.
  • Installeer de oplaadbare batterij zoals beschreven in dit hoofdstuk en laad op.
  • De IR-thermometer maakt individuele systeeminstellingen mogelijk voor de meetmodus die u na de eerste inge- bruikname moet instellen. a) Accu plaatsen en vervangen
  • Bij de eerste ingebruikname moet eerst de meegeleverde Li-Ion-accu worden gebruikt. Om het batterijvak te ope- nen trekt u het batterijvakdesel (10) naar voren weg. Het batterijvakdeksel wordt ontgrendeld. Klap het batterijvak- deksel (10) naar voren open. Sluit de stekker van de accu met de polen in de juiste richting aan de stekkersokkel in het batterijvak aan. De stekker is zo uitgevoerd, dat de accu alleen met de juiste polariteit aangesloten kan worden. Gebruik bij het aansteken van de accu geen geweld.
  • Sluit het batterijvak terug door het deksel van het batterijvak dicht te klappen (10). Zorg hierbij dat de kabels niet bekneld raken en de vergrendeling vastklikt.
  • Laat de accu bij langere meetpauzes (ca. >2 weken) niet in het meettoestel aangezien zelfs accu’s die tegen lekken zijn beveiligd, kunnen corroderen, waardoor chemicaliën vrij kunnen komen die schadelijk zijn voor uw gezondheid of schade veroorzaken aan het toestel. Een geschikte Li-IOn vervangaccu van het type 18500 is onder het volgende bestelnummer verkrijgbaar: Bestelnr. 1233684 (1x bestellen). Andere accutypes of batterijen mogen niet worden gebruikt.

Laserpunt IR-meetoppervlak middelpunt objectoppervlak88 b) De microSD-kaart plaatsen (Optioneel)

  • In het meettoestel kan een optionele micro-SD-kaart worden gebruikt als geheugenuitbreiding en voor het over- brengen van gegevens naar een computer. Schakel voor het installeren of verwijderen van de kaart het meettoestel altijd uit om te vermijden dat de kaart of de gegevens beschadigd raken.
  • Om de geheugenkaart te instelleren opent u het batterijvak (10).
  • Plaats de micro-SD-kaart met de contacten naar beneden en naar buiten in het zijdelingse micro-SD-kaarten- slot (18).
  • Druk de kaart voorzichtig in het slot tot deze vastklikt.
  • Sluit het batterijdeksel weer. Nadat het meettoestel is ingeschakeld, wordt de geïnstalleerde micro-SD-kaart als klein symbool rechtsboven in de beeldschermrand weergegeven. Om de micro-SD-kaart te verwijderen drukt u kort op de kaart tot deze wordt ontgrendeld. De kaart wordt door het klikmechanisme naar boven geschoven en kan worden verwijderd. c) Opladen van de accu Bij de eerste ingebruikname moet eerst de meegeleverde Li-Ion-accu volledig worden opgeladen. Het opladen kan aan elke willekeurige USB-interface of met het meegeleverde USB-netdeel gebeuren. Laad de accu ten laatste op wanneer het batterijsymbool op het scherm geen gevulde balk meer weergeeft. Vol Leeg Voor het opladen gaat u als volgt te werk:
  • Open aan de onderzijde van het meettoestel het rubberen deksel en verbind de meegeleverde USB-laadkabel met de mini-USB-laadbus (17) aan het meettoestel. De stekker past alleen zijdelings in de laadbus.
  • Steek de USB-stekker van de laadkabel in een actieve USB-bus van een computer of verbind de stekker met het meegeleverde USB-netdeel. Het opladen begint van zodra het netdeel met een contactdoos wordt verbonden.
  • Op het scherm wordt het opladen door een zich vullend (pulserend) batterijsymbool aangeduid. Als de vulbalk constant zichtbaar is, is het opladen voltooid. Het toestel kan van de laadkabel worden ontkoppeld.
  • Trek het USB-netdeel uit de contactdoos wanneer het niet nodig is om op te laden. d) Het apparaat in-/uitschakelen
  • Schakel het meettoestel in. Houd de toets “ESC“ (4) ca.3 seconden lang ingedrukt tot u een piepsignaal hoort. Laat de toets los en het meettoestel schakelt na korte tijd in. Open het lensbeschermdeksel (8).
  • Na het inschakelen bevindt u zich in het hoofdmenu “MENU” van waaruit alle functies kunnen worden gekozen.
  • Druk nogmaals op de toets “ESC” om uit te schakelen.89 e) Systeeminstellingen Om in de instelmodus te raken, drukt u in het hoofdmenu “MENU” op de toets “Omhoog” (5) of “Omlaag” (3) tot het veld “INSTELLINGEN” op een blauwe achtergrond wordt weergegeven. Druk dan op de toets “Enter” (6). Met de toetsen “Omhoog” (5) of “Omlaag” (3) kan de overeenkomstige functie worden geselecteerd of de waarde worden ge- wijzigd. Druk op de toets “ESC” (4) om terug te keren naar het vorige menu. De functie die in een blauwe achtergrond wordt weergegeven, wordt daarbij opgeslagen. Het instelmenu kan op elk moment worden beëindigd door op de toets “ESC” (4) te drukken. De functie die in een blauwe achtergrond wordt weergegeven, wordt daarbij opgeslagen. 1De volgende menupunten kunnen na elkaar worden geselecteerd: 2Taak Hier selecteert u de menutaal. Instelmogelijkheden: Engels, Duits, Frans, Nederlands, Italiaans 3Datum/formaat Hier kiest u het datumformaat en de weergegeven datum. Met “Enter” gaat u naar het submenu en schakelt u het instelbereik om. Het actieve instelbereik wordt blauw omkadert en kan met de toetsen “Omhoog” (5) of “Omlaag” (3) worden gewijzigd. DD = dag, MM = maand, YYYY = jaar. Instelmogelijkheden: DD/MM/YYYY, MM/DD/YYYY, YYYY/MM/DD Submenu met cijferinvoer: xx/xx/xxxx, xx/xx/xxxx, xxxx/xx/xx 4Tijd/formaat Selecteer hier het tijdsformaat en de weergegeven tijd. Met “Enter” gaat u naar het submenu en schakelt u het instelbereik om. Het actieve instelbereik wordt blauw omkadert en kan met de toetsen “Omhoog” (5) of “Omlaag” (3) worden gewijzigd. HH = uur, MM = minuut. Instelmogelijkheden: 12 HR-HH:MM AM/PM 24 HR-HH:MM Submenu met cijferinvoer: xx/xx, xx/xx 5Eenheid Hier selecteert u de temperatuureenheid. Instelmogelijkheden: °C = graden Celsius °F = graden Fahrenheit 6Geheugen Hier selecteert u de opslagplaats. De opslaggegevens (foto, video en gegevenslog) worden overeenkomstig opgesla- gen. Het overdragen van de interne geheugendata naar de micro-SD-geheugenbron is niet mogelijk. Instelmogelijkheden: Internal = intern, niet verwisselbaar geheugen in het meettoestel SD card = optioneel gebruik van een micro-SD-kaart Nadat dit opslagmedium werd geselecteerd en met de toets “Enter” werd bevestigd, verschijnt een nieuw keuzemenu: Select: neemt de keuze over Format: wist het gehele geheugen en formatteert het opnieuw. Omwille van de veiligheid moet de formatteringsstap nogmaals met “Ja” worden bevestigd of kan met “Nee” worden geannuleerd.90 In het submenu worden de gegevens van de opslagplaats weergegeven: Opslagruimte = totale geheugenruimte Gebruikt geheugen = gebruikte geheugenruimte Vrije opslagruimte = vrij beschikbare geheugenruimte 7Zoemer Hier kiest u de akoestische toetsenbevestiging en alarmmelding bij overschrijding van het vooringestelde alarmni- veau. Instelmogelijkheden: Off = geen pieptoon On = pieptoon bij druk op de toets en bij overschrijding van de alarmwaarden 8Scherm uitschakelen Hier kiest u de tijd na dewelke het beeldscherm moet worden uitgeschakeld wanneer er geen enkele toets werd ingedrukt (accuspaarmodus). Na het uitschakelen kan het toestel opnieuw worden ingeschakeld door op een willekeurige toets te druk- ken. Het uitschakelen is bij permanent meetbedrijf niet actief. Instelmogelijkheden: Close = uitschakeling is gedeactiveerd 20 seconds = het uitschakelen volgt na 20 seconden 1 minute = het uitschakelen volgt na 1 minuut 3 minutes = het uitschakelen volgt na 3 minuten 9Uitschakelen Hier kiest u de tijd na dewelke het meettoestel automatisch moet worden uitgeschakeld wanneer er geen enkele toets werd ingedrukt. Na het uitschakelen kan het toestel opnieuw worden ingeschakeld door op een willekeurige toets te druk- ken. Het uitschakelen is bij permanent meetbedrijf niet actief. Instelmogelijkheden: Close = automatische uitschakeling is gedeactiveerd 3 minutes = het uitschakelen volgt na 3 minuten 15 minutes = het uitschakelen volgt na 15 minuut 60 minutes = het uitschakelen volgt na 60 minuten 10Systeemstandaard aannemen Hier kiest u om de toestelinstellingen in de fabriekstoestand terug te zetten. Alle voorinstellingen worden teruggezet. De opgeslagen gegevens blijven echter behouden. Instelmogelijkheden: Yes = het toestel wordt naar de fabrieksinstellingen teruggezet No = het toestel wordt niet naar de fabrieksinstellingen teruggezet 11Systeemupdate Hier kan een nieuwe rmware worden ingelezen, indien beschikbaar. De update gebeurt via een optionele micro-SD- kaart. In het menu moet “SD CARD” als bron voor het systeembestand gekozen worden.91

Om nauwkeurige meetwaarden te bepalen, moet de infrarood thermometer aan de omgevingstemperatuur aangepast zijn. Laat het toestel bij verandering van standplaats aan de nieuwe omgevingstemperatuur wennen. Langere IR-metingen van hoge temperaturen op een kleine meetafstand leiden tot het het opwarmen van de meettoe- stellen en daarmee tot foutieve metingen. Om nauwkeurige meetwaarden te bereiken geldt de vuistregel: Hoe hoger de temperatuur, hoe groter de meetafstand en hoe korter de meetduur moet zijn. Glanzende oppervlakken vervalsen bij de IR-meting het meetresultaat. Ter compensatie kan het oppervlak van glan- zende voorwerpen met kleefband of matzwarte verf afgedekt worden. Het toestel kan niet door transparante opper- vlakken zoals b.v. glas meten. Het toestel zal in plaats daarvan de oppervlaktetemperatuur van het glas meten. a) Schermsymbolen en waarden Tijdens het meetbedrijf worden verschillende parameters en symbolen op het beeldscherm weergegeven. De volgende opstelling verklaart hun betekenis: IR-meetfunctie zonder camerabeeld Dauwpuntmeetfunctie IR-meetfunctie met camerabeeld Video-opname loopt Start-symbool Meting wordt geactiveerd door op de meetknop te drukken Pauzesymbool Meting wordt onderbroken door de meetknop los te laten Laagste alarmniveau geactiveerd (Low) De laagste alarmwaarde werd onder- schreden Hoogste alarmniveau geactiveerd (High) De hoogste alarmwaarde werd over- schreden Doellaser is geactiveerd Duidt in het camerabereik het midden van het beeld aan Symbool voor intern geheugen Symbool voor SD-kaartgeheugen Vooringestelde emissiegraad TK Temperatuur thermo-element ype K AT Omgevingstemperatuur RH% Relatieve luchtvochtigheid DP Dauwpunt WB Verdampingstemperatuur (WetBulb) DIF Temperatuurverschil tussen Min en Max AVG Gemiddelde temperatuur van de huidige meting MIN Minimumtemperatuur van de huidige meting MIN Maximumtemperatuur van de huidige meting92 b) Meetinstellingen In de afzonderlijke meetfuncties kunnen meer instellingen worden uitgevoerd en de weer te geven waarden op het scherm worden geactiveerd of gedeactiveerd. Om naar het instelmenu te gaan, drukt u in een meetfunctie op de toets “Enter”. Het menu “MEETINSTELLING” wordt geopend. Druk voor het selecteren opnieuw op de toets “Enter”. Met de pijltoetsen kan de functie/instelwaarde worden gewij- zigd. Om te beëindigen drukt u op de toets “ESC”. 1De volgende functies kunnen worden geselecteerd en ingesteld: 2Emission De emissiegraad kan in dit menu afzonderlijk van 0,10 tot 1,00 worden ingesteld of met vooringestelde materiaal- waarden worden geselecteerd. Mogelijke instelwaarden zijn: ε = x,xx instelwaarde 0,10 - 1,00 Cement (0,94) IJs/water (0,96) Glas (0,92) Plastic (0,90) Huid (0,98) Hout (0,87) 3Alarm High Hier kan het hoogste alarmniveau (High) van de temperatuur worden ingesteld. Via het selectieveld kan de functie worden geactiveerd of gedeactiveerd. Mogelijke instelwaarden zijn: Tijdwaarde = xx,x instelwaarde: -50 tot +1650 °C Niet-actief: functie is uitgeschakeld Actief: functie is ingeschakeld 4Alarm Low Hier kan het laagste alarmniveau (Low) van de temperatuur worden ingesteld. Via het selectieveld kan de functie worden geactiveerd of gedeactiveerd. Mogelijke instelwaarden zijn: Tijdwaarde = xx,x instelwaarde: -50 tot +1650 °C Niet-actief: functie is uitgeschakeld Actief: functie is ingeschakeld 5Laser Hier kan de doellaser tijdens de IR-meting wordein in- of uitgeschakeld. Door op de toets “Enter” te drukken, wordt de schuifschakelaar op het scherm geactiveerd. I = ingeschakeld, o = uitgeschakeld93 6Auto Mode Hier kan de permanente meetmodus worden in- of uitgeschakeld. Door op de toets “Enter” te drukken, wordt de schuifschakelaar op het scherm geactiveerd. I = ingeschakeld, o = uitgeschakeld In de permanente meetmodus zijn de automatische uitschakelfuncties gedeactiveerd. Let op om na het einde van de meting, het meettoestel uit te schakelen. 7Max/Min Hier kan de automatische weergave van de min- en max. meetwaarde tijdens een meting worden in- of uitgeschakeld. Door op de toets “Enter” te drukken, wordt de schuifschakelaar op het scherm geactiveerd. I = ingeschakeld, o = uitgeschakeld 8Average/Dif Hier kan de automatische weergave van de gemiddelde en differentiewaarden uit de min. en max. meetwaarde tijdens een meting worden in- of uitgeschakeld. Door op de toets “Enter” te drukken, wordt de schuifschakelaar op het scherm geactiveerd. I = ingeschakeld, o = uitgeschakeld 9Ambient Temp/RH Hier kan de automatische weergave van de omgevingstemperatuur en de relatieve luchtvochtigheid worden in- of uitgeschakeld. Door op de toets “Enter” te drukken, wordt de schuifschakelaar op het scherm geactiveerd. I = ingeschakeld, o = uitgeschakeld De sensoren voor omgevingstemperatuur en relatieve luchtvochtigheid zijn in het meettoestel (14) inge- bouwd. Let op de vertraagde meting door de constructieve opstelling van de sensoren. Geef het meettoe- stel voldoende tijd om zich aan de omgevingstemperatuur aan te passen (ca. 30 minuten voor een stabiele meetwaarde). 10Dew point/Wetbulb Hier kan de automatische weergave van het dauwpunt en de verdampingstemperatuur (n.bol/WetBulb) worden inof uitgeschakeld. Door op de toets “Enter” te drukken, wordt de schuifschakelaar op het scherm geactiveerd. I = ingeschakeld, o = uitgeschakeld Het dauwpunt en de verdampingstemperatuur zijn rekenkundige waarden die worden berekend uit de IRoppervlaktetemperatuur, omgevingstemperatuur en de relatieve luchtvochtigheid. De sensoren voor omgevingstemperatuur en relatieve luchtvochtigheid zijn in het meettoestel (14) ingebouwd. Let op de vertraagde meting door de constructieve opstelling van de sensoren. Geef het meettoestel voldoende tijd om zich aan de omgevingstemperatuur aan te passen (ca. 30 minuten voor een stabiele meetwaarde). 11Type-K Hier kan de automatische weergave van een externe type-K-thermo-elementsensor worden in- of uitgeschakeld. Door op de toets “Enter” te drukken, wordt de schuifschakelaar op het scherm geactiveerd. I = ingeschakeld, o = uitgeschakeld94 Bij geactiveerde functie wordt de thermo-elementsokkel (15) bewaakt. Van zodra een externe type-K-ther- moelementsensor wordt verbonden, verschijnt tijdens het meten ook de contacttemperatuur op het scherm. Als er geen sensor is aangesloten, wordt deze functie automatisch weggelaten. 12Colour Hier kan de kleur van de cijfers van de weergegeven parameters worden ingesteld. In de onderste regel worden de RGB-kleurwaarden ter informatie weergegeven. Mogelijke instelwaarden zijn: wit, zwart, rood, geel, blauw, groen 13Logs time Het menuveld “Logs time” verschijnt uitsluitend in de gegevensloggermodus. Hier kan de tijd voor het meetinterval ingesteld worden. Met de pijltoetsen wordt de waarde ingesteld. De toets “ESC” slaat de instelling op en beëindigt het instelmenu. Mogelijke instelwaarden zijn: 1 s - 60 s. c) IR-meting met camerabeeld Via het menupunt “IR-CAM” gebeurt de meting met ingeschakelde camera. Dat vergemakkelijkt de meetpunttoewij- zing. Richt de meetopening (13) verticaal op het meetobject. Let op dat het meetobject niet kleiner is dan het IR-meetop- pervlak van het toestel. Druk op de meetknop (9) en houd deze ingedrukt. Op het scherm worden de hoofd-/meetwaarde en alle andere ge- activeerde parameters weergegeven. De weergegeven hoofdmeetwaarde komt overeen met de gemiddelde opper- vlaktetemperatuur van het IR-meetoppervlak. Tijdens het meten wordt het symbool “Start” op het scherm weggelaten en het symbool “Pauze” weergegeven. Na het loslaten van de meetknop (9) wordt voor een betere aezing de laatste meetwaarde nog tot aan de automa- tische uitschakeling (voorinstelbaar) op de installatie weergegeven. Het symbool “Pauze” dooft uit en de melding “Start” verschijnt als teken dat het toestel gereed is om te meten. Het toestel schakelt na het loslaten van de meetknop (9) automatisch na de vooringestelde tijd uit. Als deze functie werd gedeactiveerd, schakelt u het toestel altijd manueel uit om de accu niet te ontladen. Voor de vaststelling van de warmste/koudste plek van het meetobject, voert u de meetopening met inge- drukte meetknop (9) over de gehele oppervlakte over het oppervlak van het meetobject. De meetwaarde wordt met een meetverhouding van 150 ms geactualiseerd. Bijkomende functies maken het mogelijk om de automatische weergave van maximale waarde “Maxx” of jungledoorsneewaarde “Avg” en differentie- waarde “Dif”. Deze waarden worden boven en onder het hoofdmeetscherm weergegeven. De bijkomende functies “MIN, MAX, DIF, AVG” hebben altijd betrekking tot de IR-meetfunctie. 1Opslaan van foto’s en video’s De IR-meting met camerabeeld heeft nog het voordeel dat de weergegeven afbeeldingen en alle meetparameters als foto- of videobestand kunnen worden opgeslagen. Om de afbeelding op te slaan, drukt u op de toets “Beeldopname” (5). De huidige afbeelding wordt opgeslagen. Via de beide pijltoetsen hebt u de keuze om de afbeelding op te slaan (pijltoets “Omhoog” (5)) of de afbeelding te wissen (pijltoets “Omlaag” (3)).95 Na de invoer wordt het huidige live-beeld opnieuw weergegeven. Om de video op te slaan, drukt u op de toets “Video-opname” (3). Het symbool “Video-opname” wordt weergegeven en de opname loopt. Om de opname te beëindigen, drukt u opnieuw op de toets “Video-opname” (3). Een klein oppy discsymbool in het midden van het scherm geeft aan dat het videobestand werd opgeslagen. De afbeelding of het videobestand kan in het hoofdmenupunt “Galerij” worden bekeken. d) IR-meting Via het menupunt “IR-METING” gebeurt de meting zonder camera. Dit vergemakkelijkt het aezen van de meting omwille van een homogene beeldachtergrond. Richt de meetopening (13) verticaal op het meetobject. Let op dat het meetobject niet kleiner is dan het IR-meetop- pervlak van het toestel. Druk op de meetknop (9) en houd deze ingedrukt. Op het scherm worden de hoofd-/meetwaarde en alle andere ge- activeerde parameters weergegeven. De weergegeven hoofdmeetwaarde komt overeen met de gemiddelde opper- vlaktetemperatuur van het IR-meetoppervlak. Tijdens het meten wordt het symbool “Start” op het scherm weggelaten en het symbool “Pauze” weergegeven. De balkenweergave in de onderste schermrand geeft voor een snel overzicht de tendens van de huidige meetwaarde weer (stijgend/dalend). Na het loslaten van de meetknop (9) wordt voor een betere aezing de laatste meetwaarde nog tot aan de automa- tische uitschakeling (voorinstelbaar) op de installatie weergegeven. Het symbool “Pauze” dooft uit en de melding “Start” verschijnt als teken dat het toestel gereed is om te meten. e) Contactmeting Let op dat de contact-temperatuurmeting alleen aan niet-draaiende en niet onder elektrische spanning staande objecten is toegelaten. Verder moet worden opgelet dat contacttemperaturen uitsluitend tot aan de toegelaten temperatuur van de sensor mogelijk zijn. De toegelaten temperatuur van de meegeleverde draakgevoeliger bedraagt -20°C tot +250°C. Om het gezamelijke meetbereik van het meettoestel te ge- bruiken , zijn optonele thermo-elementen van het type-K verkrijgbaar. De contactmeting is mogelijk in de meetfuncties “IR CAM”, “IR METING” “DAUWPUNT” en “GEGEVENSLOGGER”. Naast de contatctloze IR-meting kan ook een thermo-element contactsensor van het type K worden aangesloten. De contactmeting maakt het mogelijk om de temperatuur te meten, onafhankelijk van het materiaal en de emisseigraad van het object. Er kunnen, naast de meegeleverde draadtemperatuursensor, ook alle tarditionele type-K thermo-ele- mentensensor met miniatuurstekker aan de toestellen worden aangesloten. 1Sensoraansluiting

  • Open het onderste deksel aan het meettoestel.
  • Verbind de thermo-elementstekker van de sensor met de polen in de juiste richting in de type K-aansluitsokkel (15). Let daarbij op de markering “+” op de stekker en bus. De stekker past alleen met de juiste polariteit in de bus.
  • Van bij geactiveerde type-K-functie een thermosensor aan het meettoestel is aangesloten, ver- schijnt tijdens het meten de melding “TK” met de temperatuur van de sensor onder de IRmeet- waarde.
  • Verwijder de sensor na het beëindigen van het meten en sluit het deksel om het indringen van vuil te vermijden. De bijkomende functies “MIN”, “MAX”, “AVG” en “DIF” zijn voor de contactmeting niet mogelijk. De gege- vens hebben altijd betrekking op de IR-meting.96 f) Dauwpunt Via het menupunt “DAUWPUNT” gebeurt de meting zonder camera. Dit vergemakkelijkt het aezen van de meting omwille van een homogene beeldachtergrond. Richt de meetopening (13) verticaal op het meetobject. Let op dat het meetobject niet kleiner is dan het IR-meetop- pervlak van het toestel. Druk op de meetknop (9) en houd deze ingedrukt. Op het scherm worden de hoofd-/meetwaarde en alle andere ge- activeerde parameters weergegeven. De weergegeven hoofdmeetwaarde komt overeen met de gemiddelde opper- vlaktetemperatuur van het IR-meetoppervlak. Tijdens het meten wordt het symbool “Start” op het scherm weggelaten en het symbool “Pauze” weergegeven. De balkenaanduiding in de onderste beeldschermrand geeft voor een snel overzicht de overeenstemming van IR-tem- peratuur en dauwpunt (DP) in procent weer. Zij dient als waarschuwingsindicator voor een mogelijk schimmelgevaar. Blauw bereik: geen gevaar Geel bereik: mogelijk gevaar Rood bereik: acuut gevaar Na het loslaten van de meetknop (9) wordt voor een betere aezing de laatste meetwaarde nog tot aan de automa- tische uitschakeling (voorinstelbaar) op de installatie weergegeven. Het symbool “Pauze” dooft uit en de melding “Start” verschijnt als teken dat het toestel gereed is om te meten. Het dauwpunt en de verdampingstemperatuur zijn rekenkundige waarden die worden berekend uit de IRoppervlaktetemperatuur, omgevingstemperatuur en de relatieve luchtvochtigheid. De sensoren voor omgevingstemperatuur en relatieve luchtvochtigheid zijn in het meettoestel (14) ingebouwd. Let op de vertraagde meting door de constructieve opstelling van de sensoren. Geef het meettoestel voldoende tijd om zich aan de omgevingstemperatuur aan te passen (ca. 30 minuten voor een stabiele meetwaarde). g) Datalogger Via het menupunt “GEGEVENSLOGGER” kan het meetverloop worden opgeslagen. In de gegevensloggermodus met intern geheugen wordt alleen de IR-temperatuur opgeslagen. Bij gebruik van een optionele geheugenkaart worden alle meetwaarden in een bewerkbaar tekstbestand (.txt) opgeslagen. Richt de meetopening (13) verticaal op het meetobject. Let op dat het meetobject niet kleiner is dan het IR-meetop- pervlak van het toestel. Om een opname te starten, drukt u kort op de meetknop (9). Het opslaan wordt met het vooringestelde meetinterval gestart. Het sleutelsymbool markeert de geblokkeerde permanente meetmodus. De meetknop is geblokkeerd en de gegevens worden opgeslagen. Op het scherm wordt de hoofdmeetwaarde als graek weergegeven. Het vooringestelde High- en Low-alarmniveau wordt altijd als gekleurde grenslijnen mee weergegeven. Druk op de toets “ESC” om de gegevensloggermeting stop te zetten. De meetfunctie wordt beëindigd, de gegevens blijven in het geheugen bewaard. De opgeslagen gegevens worden met tijds- en datumaanduiding opgeslagen.97 h) Gegevensoverzicht “Galerij” Via het menupunt “GALERIJ” kunnen de opgeslagen gegevens op het meettoestel worden bekeken. In het submenu kunnen de volgende gegevens met de pijltoetsen en de toets “Enter” worden geselecteerd. Film Voor de opgeslagen videobestanden Afbeelding Voor de opgeslagen fotobestanden Logs Voor de opgeslagen gegevenslogbestanden Het wisseh van de bestanden is mogelijk via het menupunt “Memory” in het hoofdmenu “Instellingen”. Fotobestanden kunnen in het overzichtsmenu van de afbeeldingen worden gewist. Het wissen van afzonderlijke video- en loggingbestanden is niet mogelijk. Alleen het gehele geheugen kan worden gewist (geformatteerd). 1Menupunt “Film”’ Kies met de pijltoetsen de automatisch aangemaakte map en bevestig met de toets “Enter”. Herhaal deze procedure voor het overeenkomstige videobestand. Na bevestiging met de toets “Enter” start de video. Met de toets “Enter” kan tijdens het afspelen een inforegel met de voortgangsbalk in de onderste beeldschermrand worden weergegeven. Druk nogmaals op de toets “Enter” om het afspelen te stoppen. Het symbool “Pauze” wordt weergegeven. Druk op “Enter” om het afspelen te hernemen. Alle videobestanden worden na elkaar afgespeeld. Via de pijltoetsen kunnen de opgeslagen videobestanden voorof achteruit worden geselecteerd. De toets “ESC” stopt het afspelen en schakelt terug naar het videobestandenmenu. 2Menupunt “Afbeelding” Kies met de pijltoetsen de automatisch aangemaakte map en bevestig met de toets “Enter”. Herhaal deze procedure voor het overeenkomstige tekstbestand. Na bevestiging met de toets “Enter” wordt de geselecteerde afbeelding weergegeven. Via de pijltoetsen kunnen de opgeslagen afbeeldingen voor- of achteruit worden geselecteerd. Met de toets “Enter” kan tijdens het bekijken van de afbeeldingen een submenu worden geopend. Foto verwijderen Met de toets “Enter” kan de afbeelding worden gewist. Een veiligheidsvraag moet worden bevestigd om te wissen (Ja = wissen, nee = niet wissen). Informatie over de foto Met de toets “Enter” wordt bestandsinformatie over de afbeelding weergegeven. Het veld “Exit” stopt de weergave. Exit Met de toets “Enter” wordt het submenu gesloten en keert u terug naar het foto-overzicht. De toets “ESC” stopt de weergave en schakelt terug naar het menuscherm terug.98 3Menupunt “Logs” Kies met de pijltoetsen het gewenste bestand en bevestig met de toets “Enter”. De graek wordt met de eerste gemeten temperatuur weergegeven. Via de pijltoetsen kan een cursor boven de graeken worden gestuurd. Rechter pijltoets schuift de cursor naar rechts, de linker pijltoets schuift de cursor naar links. De temperatuurwaarde aan de cursor wordt onderaan de beeldscherm- rand weergegeven. Als de cursor de beeldschermrand bereikt, wordt de graek overeenkomstig verder verschoven. De toets “ESC” stopt de weergave en schakelt terug naar het Logle-menu terug.

10. Onderhoud en reiniging

a) Algemene informatie Afgezien van een incidentele reinigingsbeurt en het opladen van de accu is de IR-thermometer onderhoudsvrij. Sluit altijd het beschermdeksel (8) als u het toestel niet gebruikt. Voordat u het toestel reinigt, dient u absoluut de volgende veiligheidsvoorschriften in acht te nemen. b) Lens reinigen Verwijder losse deeltjes met zuivere perslucht en wis daarna de resterende afzettingen weg met een jne lensborstel. Reinig het oppervlak met een lensreinigingsdoekje of een zuivere, zachte en pluisvrije doek. Voor het reinigen van vingerafdrukken en andere vetafzettingen kan het doekje bevochtigd worden met water of een lensreinigingsvloeistof. Gebruik geen zuur-, alcohol- of andere oplosmiddelen en geen ruw, pluizend doek om de lens te reinigen. Vermijd overmatig drukken bij het reinigen. c) Behuizing reinigen Gebruik voor het reinigen geen schurende, chemische of agressieve reinigingsproducten zoals benzine, alcohol of soortgelijke. Dit tast het oppervlak van het toestel aan. Dampen zijn bovendien schadelijk voor uw gezondheid en explosief. Gebruik voor de reiniging ook geen scherp gereedschap, schroevendraaiers of staalborstels en dergelijke. Voor de reiniging van het toestel resp. de meetdraden dient u een schone, pluisvrije, antistatische en licht vochtige schoonmaakdoek te gebruiken. Koppel het product vóór iedere reiniging los van de stroomvoorziening. Bij vragen over de omgang met het toestel, staat onze technische helpdesk ter beschikking.99

11. Problemen oplossen

Met de IR-thermometer heeft u een product aangeschaft dat volgens de nieuwste stand der techniek is ontwikkeld en gebruiksveilig is. Toch kunnen er problemen of fouten optreden. Hieronder vindt u enkele maatregelen om eventuele storingen eenvoudig zelf te verhelpen: Neem altijd de veiligheidsvoorschriften in acht! Probleem Mogelijke oorzaak Het meettoestel werkt niet. Is de accu leeg? Controleer de status. Foutieve meetwaardeaanduiding. Is de verkeerde emissiegraad ingesteld? Is de lens vuil? Wordt het meetoppervlak door glas bedekt? Is de bedrijfstemperatuur van de omgeving over- of onderschreden? Het meettoestel reageert niet meer. Er is een storing in de systeemsoftware. Druk met een scherp voorwerp (vb. paperclip) op de toets "RESET" (16) en schakel het toestel opnieuw in. Andere reparaties zoals hiervoor omschreven mogen alleen door een geautoriseerde vakman worden uitgevoerd. Bij vragen over de omgang met het toestel, staat onze technische helpdesk ter beschikking.

a) Product Elektronische apparaten zijn recyclebaar afval en horen niet bij het huisvuil. Als het product niet meer werkt moet u het volgens de geldende wettelijke bepalingen voor afvalverwerking afvoeren. Haal eventueel geplaatste batterijen/accu’s uit het apparaat en gooi ze afzonderlijk van het product weg. b) Batterij/accu’s U bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege batterijen en accu’s in te leveren. Verwijdering via het huisvuil is niet toegestaan. Verontreinigde batterijen/accu’s zijn met dit symbooltje gemarkeerd om aan te geven dat afdanken als huishou- delijk afval verboden is. De aanduidingen voor de zware metalen die het betreft zijn: Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood (naam op (oplaadbare) batterijen, bijv. onder het afval-icoontje aan de linkerzijde). U kunt verbruikte batterijen/accu’s gratis bij de verzamelpunten van uw gemeente, onze lialen of overal waar batte- rijen/accu’s worden verkocht, afgeven. Op deze wijze voldoet u aan uw wettelijke verplichtingen en draagt u bij aan de bescherming van het milieu.100

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : VOLTCRAFT

Model : IR1600 CAM

Categorie : Thermometer