IR 650-16D - Thermometer VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis IR 650-16D VOLTCRAFT in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Thermometer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding IR 650-16D - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. IR 650-16D van het merk VOLTCRAFT.
GEBRUIKSAANWIJZING IR 650-16D VOLTCRAFT
Geachte klant, Hartelijk dank voor de aankoop van dit product. Dit product voldoet aan alle wettelijke, nationale en Europese normen. Om dit zo te houden en een veilig gebruik te garanderen, dient u als gebruiker de aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing op te volgen. Deze gebruiksaanwijzing behoort bij dit product. Er staan belangrijke aanwijzingen in over de ingebruikname en het gebruik. Houd hier rekening mee als u dit product doorgeeft aan derden. Bewaar deze gebruiksaanwijzing daarom voor later gebruik! Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk. Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be
2. Verklaring van de symbolen
Het symbool met het uitroepteken in een driehoek wijst op belangrijke tips in deze gebruiksaanwijzing die beslist opgevolgd moeten worden. Het pijl-symbool ziet u waar bijzondere tips en aanwijzingen over de bediening worden gegeven.
573. Doelmatig gebruik
De infraroodthermometer is een meetapparaat voor het contactloos meten van de temperatuur. Hij bepaalt de temperatuur aan de hand van de infraroodenergie die door een object wordt uitgezonden, en aan de hand van het emissieniveau. Het product is zeer handig voor het meten van de temperatuur van hete, moeilijk toegankelijk of bewegende objecten. Het apparaat meet de oppervlaktetemperatuur van een object. Door doorzichtige oppervlakken, zoals glas of plastic, kan de temperatuur niet heen worden gemeten. De IR-thermometer zelf mag niet direct met het object met de te meten temperatuur in aanraking komen. Er dient voldoende veiligheidsafstand te worden gehouden en de omgevingsomstandigheden dienen te worden aangehouden. Diagnostisch gebruik voor medische doeleinden is niet toegestaan. Het emissieniveau kan aan de aanwezige oppervlaktestructuur van het meetobject worden aangepast. Voor de voeding is een blokbatterij van 9 V vereist. Er mag geen gebruik worden gemaakt van een andere energievoorziening. In verband met veiligheid en normering zijn geen aanpassingen en/of wijzigingen aan dit product toegestaan. Indien het product voor andere doeleinden wordt gebruikt dan de hiervoor beschreven doeleinden, kan het product worden beschadigd. Bovendien kan een onjuist gebruik letsel veroorzaken. Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en bewaar deze goed. Geef het product alleen samen met de gebruiksaanwijzing door aan derden. Alle vermelde bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de respectievelijke eigenaren. Alle rechten voorbehouden.
4. Omvang van de levering
- Gebruiksaanwijzing 58Actuele gebruiksaanwijzingen Download de meest recente gebruiksaanwijzing via de link www.conrad. com/downloads of scan de afgebeelde QR-Code. Volg de instructies op de website.
5. Eigenschappen en functies
- Duale doellaser met focuspunt
- Ingebouwde alarmfunctie voor de bovenste en de onderste alarmwaarde met optisch en akoestisch signaal
- Opslag van de maximale, de minimale, de verschil- en de gemiddelde temperatuur tijdens de meting
- Emissiegraad instelbaar van 0,10 tot 1,00
- Uitschakelbare achtergrondverlichting voor de display
6. Veiligheidsinstructies
Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en let vooral op de veiligheidsinstructies. Indien u de veiligheidsinstructies en de aanwijzingen voor een juiste bediening in deze gebruiksaanwijzing niet opvolgt, kunnen wij niet aansprakelijk worden gesteld voor de daardoor ontstane schade aan personen of voorwerpen. Bovendien vervalt in dergelijke gevallen de aansprakelijkheid/garantie. a) Algemeen
- Het product is geen speelgoed. Houd het uit de buurt van kinderen en huisdieren.
- Laat verpakkingsmateriaal niet achteloos rondslingeren. Dit zou voor kinderen gevaarlijk speelgoed kunnen worden. 59• Bescherm het product tegen extreme temperaturen, direct zonlicht, sterke schokken, hoge vochtigheid, vocht, ontvlambare gassen, dampen en oplosmiddelen.
- Als het product niet langer veilig gebruikt kan worden, stel het dan buiten bedrijf en zorg ervoor dat niemand het per ongeluk kan gebruiken. Veilig gebruik kan niet langer worden gegarandeerd als het product: - zichtbaar is beschadigd, - niet meer naar behoren werkt, - tijdens een langere periode is opgeslagen onder slechte omstandigheden, of - tijdens het vervoer aan hoge belastingen onderhevig is geweest.
- Behandel het product met zorg. Schokken, stoten of zelfs vallen vanaf een geringe hoogte kunnen het product beschadigen.
- Gebruik het product niet in de directe omgeving van sterke (elektro)magnetische velden of zendmasten. De gemeten waarde kan daardoor worden vertekend.
- Het apparaat alleen buiten gebruiken onder passende weersomstandigheden resp. slechts met geschikte beschermingsvoorzieningen.
- Waterdamp, stof, rook en/of dampen kunnen de optiek beïnvloeden en tot een onjuist meetresultaat leiden!
- Het apparaat dient niet direct in gebruik te worden genomen wanneer het vanuit een koude naar een warme kamer wordt gebracht. Condenswater kan leiden tot onherstelbare beschadiging van het apparaat. Tevens kan het beslaan van de lens leiden tot foutieve metingen. Wacht met het gebruik van het product tot het zich heeft aangepast aan de veranderde omgevingstemperatuur.
- In commerciële instellingen dient men de ongevallenpreventievoorschriften van het Verbond van Commerciële Beroepsverenigingen voor Elektrische Installaties en Apparatuur in acht te nemen.
- In scholen en opleidingsinstellingen, hobby- en doe-het-zelf-werkplaatsen moet werken met elektrische apparatuur gebeuren onder toezicht van daartoe opgeleid personeel.
- Raadpleeg een expert wanneer u twijfelt over het juiste gebruik, de veiligheid of het aansluiten van het product.
- Laat onderhoud, aanpassingen en reparaties alleen uitvoeren door een vakman of in een daartoe bevoegde werkplaats.
- Als u nog vragen heeft die niet door deze gebruiksaanwijzing zijn beantwoord, neem dan contact op met onze technische dienst of andere technisch specialisten. 60b) Laser
- Bij gebruik van de laser dient er altijd op te worden gelet dat de laserstraal zo wordt geleid dat niemand zich in het projectiebereik bevindt en dat onbedoeld gereecteerdestralen(bijv.doorreecterendevoorwerpen)nietinruimteskomen, waarin zich personen bevinden.
- Laserstraling kan gevaarlijk zijn als de laserstraal of een reectie daarvan onbeschermd in uw ogen komt. Informeer uzelf daarom voordat u het laserinrichting in werking stelt over de wettelijke bepalingen en voorzorgsmaatregelen betreffende de werking van een dergelijke laserapparaat.
- Kijk nooit in de laserstraal en richt deze nooit op personen of dieren. Laserstralen kunnen oogletsel tot gevolg hebben.
- Zodra uw oog wordt getroffen door een laserstraal, meteen de ogen sluiten en uw hoofd wegdraaien van de straal.
- Als uw ogen geïrriteerd zijn door laserstraling, voer dan in geen geval meer veiligheidsrelevante werkzaamheden uit, bijvoorbeeld werken met machines, werken op grote hoogte of in de buurt van hoogspanning. Bestuur, totdat de irritaties zijn verdwenen, ook geen voertuigen meer.
- Richtdelaserstraalnooitopspiegelsofanderereecterendeoppervlakken.Een ongeoorloofd afgebogen straal zou personen of dieren kunnen raken.
- Open het apparaat nooit. Uitsluitend een geschoolde vakman, die vertrouwd is met de gevaren, mag instel- of onderhoudswerkzaamheden uitvoeren. Ondeskundig uitgevoerd instelwerk kan gevaarlijke laserstraling tot gevolg hebben.
- Het product is voorzien van een klasse 2 laser. In de levering bevinden zich laserwaarschuwingsbordjes in verschillende talen. Indien het bordje op de laser niet in uw landstaal is, bevestig dan het juiste bordje op de laser.
- Voorzichtig - als er andere dan de in deze handleiding vermelde besturingen of methodes worden gebruikt, kan dit tot gevaarlijke blootstelling aan straling leiden. 61c) Batterij
- Verwijder de batterij uit het apparaat als u dat voor langere tijd niet denkt te zullen gebruiken om beschadiging door lekken te voorkomen. Lekkende of beschadigde batterijen kunnen bij contact met de huid chemische brandwonden veroorzaken. Gebruik daarom veiligheidshandschoenen om beschadigde batterijen aan te pakken.
- Bewaar batterijen buiten het bereik van kinderen. Laat batterijen niet rondslingeren omdat het gevaar bestaat dat kinderen of huisdieren ze inslikken.
- Batterijen mogen niet uit elkaar gehaald, kortgesloten of verbrand worden. Probeer nooit niet-oplaadbare batterijen op te laden. Er bestaat explosiegevaar!
1 Display 2 Opening laserstraal 3 IR-sensor 4 Meettoets 5 Batterijvakdeksel 6 Statiefschroefdraad 7 Toets ▲ 8 Toets laser/achtergrondverlichting 9 Toets ▼ 10 Toets MODE
11 Meetindicator SCAN 12 Stand-by indicator HOLD 13 Lasersymbool voor geactiveerde richtlaser 14 Alarmsymbool voor bovenste grenswaarde 15 Alarmsymbool voor onderste grenswaarde 16 Temperatuurweergave MAX/MIN/AVG/DIF 17 Graden Celsius 18 Graden Fahrenheit 19 Symbool voor bijna lege batterij 20 Staafgraek 21 Emissiegraad 22 Temperatuurweergave
9. Batterij plaatsen / vervangen
Vervang de batterijen zodra het symbool voor een bijna lege batterij op het beeldscherm verschijnt.
- Draai de schroef los met een kruiskopschroevendraaier. Verwijder het deksel van het batterijvak. 64• Verwijder de verbruikte batterij van de batterijclip en sluit een nieuwe batterij van hetzelfde type met de juiste polariteit op de batterijclip aan. De batterijclip is zo uitgevoerd, dat de batterij alleen met de juiste polariteit kan worden aangesloten. Gebruik geen geweld bij het plaatsen van de batterij.
- Plaats het deksel van het batterijvak weer terug en sluit het af met de eerder losgedraaide schroef.
- Infraroodthermometers meten de temperatuur van het oppervlak van een object. De sensor van de thermometer registreert de uitgestraalde, gereecteerde en doorgelaten warmtestraling van het object en zet deze informatie om in een temperatuurwaarde.
- Deemissiecoefciëntiseenwaardediegebruiktwordtomdekarakteristiekvandeenergie- uitstraling van een materiaal te beschrijven. Hoe hoger deze waarde is, des te hoger is de capaciteit van het materiaal om straling uit te zenden.
- Veel organische materialen en oppervlakken hebben een emissiegraad van ongeveer 0,95.
- Metalen oppervlakken of glanzende materialen hebben een lagere emissiegraad waardoor degemetenwaardenonnauwkeurigerzijn.Daaromkandeemissiecoefciëntingesteldkan worden. b) Meting
- Richt de meetopening zo mogelijk loodrecht op het meetobject. Zorg ervoor dat het meetobject niet kleiner is dan de IR-meetvlek van het apparaat.
- Druk op de meettoets en houd deze ingedrukt. Op het beeldscherm verschijnt de gemeten waarde. De weergegeven meetwaarde komt overeen met de gemiddelde oppervlaktetemperatuur van de IR-meetvlek. Tijdens de meting verschijnt op het beeldscherm de indicatie SCAN.
- Na het loslaten van de meettoets wordt de laatste meetwaarde nog ca. 8 seconden op heet beeldscherm getoond, zodat deze beter kan worden afgelezen. Bovendien verschijnt de indicatie HOLD.
- Het apparaat schakelt zichzelf ca. 8 seconden na het loslaten van de meettoets automatisch uit.
- Bij overschrijding van het temperatuurmeetbereik verschijnen horizontale streepjes op het beeldscherm. 65Om de warmste plek van het meetobject vast te stellen dient u, met meettoets ingedrukt, het te meten object systematisch met zigzagbewegingen te scannen tot de warmste plek is gevonden. De bij de meting hoogste gemeten temperatuur wordt bij geactiveerde max.-temperatuurfunctie als maximumtemperatuur bovenin het beeldscherm weergegeven. Om de juiste meetwaarde te verkrijgen moet de infraroodthermometer aangepast zijn aan de omgevingstemperatuur. Laat het apparaat bij een plaatswijziging op de nieuwe omgevingstemperatuur komen. Glanzende oppervlakken vervalsen het meetresultaat. Ter compensatie kan het oppervlak van glanzende voorwerpen met kleefband of matzwarte verf afgedekt worden. Het apparaat kan niet door transparante oppervlakken zoals glas heen meten. Het apparaat zal in plaats daarvan de oppervlaktetemperatuur van het glas meten. Langere metingen van hoge temperaturen bij een geringe meetafstand leiden tot verwarming van het meetapparaat zelf en daarmee tot foutieve metingen. Om exacte meetwaarden te bereiken geldt de vuistregel: Hoe hoger de temperatuur, des te groter de meetafstand en des te korter de meetduur dient te zijn. c) Grootte IR-meetvlek - verhouding meetafstand-meetoppervlak
- Om precieze meetresultaten te verkrijgen moet het meetobject groter zijn dan de IR-meetvlek van de infraroodthermometer. De berekende temperatuur is de gemiddelde temperatuur van de meetvlek. Hoe kleiner het meetobject, des te korter moet de afstand ten opzichte van de infraroodthermometer zijn.• De precieze meetplekgrootte staat in het volgende diagram Dit is tevens op het apparaat vermeld. Voor exacte metingen moet het meetobject ten minste dubbel zo groot als de meetvlek zijn. Distance : Spot = 16:1 8in@200mm 16in@400mm 0.5in@12.5mm 1in@25mm
66De ideale meetafstand bij deze infrarood thermometer ligt in het focuspunt van de beide doellasers, omdat hier de meetnauwkeurigheid het hoogst is. De meetvlekgrootte in het focuspunt bedraagt 12,5 mm.
- De kleinste diameter van de meetvlek wordt op een afstand van 20 cm bereikt. De diameter van de meetvlek bedraagt dan 12,5 mm. Houd echter voldoende afstand aan om een foute meting door opwarming van de thermometer te vermijden.
- Voorbeeld: Bij een afstand van 2 m bedraagt de diameter van de meetvlek 125 mm. d) Dubbele doellaser
- De duale doellaser kan worden geactiveerd of gedeactiveerd. Druk nu op de toets voor de achtergrondverlichting en de laser.
- Bij geactiveerde laser wordt het lasersymbool op het beeldscherm weergegeven.
- Bij opnieuw op de toets voor de achtergrondverlichting en de laser te drukken, wordt de doellaser uitgezet en dooft het lasersymbool.
- De doellaser is dubbel uitgevoerd en markeert bij benadering het binnenste randbereik van hetmeetoppervlak(ca.90%).
- Als beide laserpunten elkaar treffen, is het meetoppervlak minimaal. De minimale diameter bedraagt 12,5 mm.
- Bij grotere afstanden gaan de beide laserpunten analoog ten opzichte van het meetoppervlak uit elkaar. e) Achtergrondverlichting Met de toets voor de achtergrondverlichting en de laser kan bij een ingeschakeld meetinstrument de achtergrondverlichting van het beeldscherm worden in- of uitgeschakeld. f) Max-, Min-, verschil- en gemiddelde meetfuncties
- Als u de meettoets loslaat, wordt de laatste geregistreerde meetwaarde op het beeldscherm bevroren. Op het beeldscherm brandt de stand-by indicator HOLD.
- Druk een aantal maal op toets MODE. Eén van de volgende indicatoren en de bijbehorende meetwaarde verschijnen op het beeldscherm: MAX: hoogste meetwaarde van de laatste meting MIN: laagste meetwaarde van de laatste meting AVG: Gemiddelde waarde van de laatste meting DIF: Verschil tussen hoogste en laagste meetwaarde van de laatste meting 67g) Staafgraek
- Destaafgraekisbedoeldomdeactuelemeetwaardeindetabelde MIN/MAX-waarden graschweertegeven.HetlinkeruiteindevertegenwoordigtdeMIN-waardevandemeting van dat moment, het rechter uiteinde vertegenwoordigt de MAX-waarde.
- Voorbeeld: De MIN-waarde bedraagt 0 ºC en de MAX-waarde +100 ºC. De actuele meetwaardebedraagtdan+50ºC.Inditgevalwordtdebalkgraektothetmiddenvande weergave getoond.
a) Emissiegraad Het meetinstrument is uitgerust met een instelling van de emissiegraad. Daardoor kunnen bij verschillende materialen en oppervlakken nauwkeurige meetwaarden bereikt worden.
- Houd de toets MODE ca. 1 seconde ingedrukt om in het instelmenu te komen. Het symbool voor het emissieniveau knippert.
- Druk op toets ▲ of ▼ om de waarde te veranderen. Houd de toets ingedrukt om alle instellingen snel te doorlopen.
- Bevestig de invoer met de meettoets of druk op toets MODE om naar de volgende instelmogelijkheid te gaan.
- Na het uitschakelen van het apparaat blijft de ingestelde waarde opgeslagen. Naast de technische gegevens vindt u een tabel met de typische materialen en hun emissiecoefciënt. b) Temperatuureenheid
- Houd de toets MODE ca. 1 seconde ingedrukt om in het instelmenu te komen.
- Druk op de toets MODE tot in op het beeldscherm de meeteenheid knippert.
- Metdetoetsen▲en▼kandegewenstemeeteenheidwordengekozen.
- Bevestig de invoer met de meettoets of druk op toets MODE om naar de volgende instelmogelijkheid te gaan.
- Na het uitschakelen van het apparaat blijft de ingestelde waarde opgeslagen. 68c) Alarm Het meetinstrument is met een alarmfunctie voor het over- en onderschrijden van instelbare temperatuurwaarden uitgerust. Het alarm bestaat uit een signaaltoon en bovendien licht het beeldscherm rood op. Door deze functie is het meetinstrument goed inzetbaar bijv. om de temperatuur te controleren. Het apparaat beschikt over twee instelbare temperatuurwaarden (bovenste en onderste alarmwaarde). Het alarm wordt geactiveerd wanneer de onderste alarmwaarde onderschreden of de bovenste alarmwaarde overschreden wordt. De alarmwaardes kunnen onafhankelijk van elkaar worden ingesteld en geactiveerd. De bovenste alarmgrenswaarde moet echter hoger zijn dan de onderste alarmgrenswaarde. Voor het instellen en activeren van de bovenste alarmwaarde (H = High = hoog) gaat u als volgt te werk:
- Houd de toets MODE ca. 1 seconde ingedrukt om in het instelmenu te komen.
- Druk op de toets MODE tot op het beeldscherm het alarmsymbool en de letter H voor de bovenste grenswaarde knippert.
- Druk op toets ▲ of ▼ om de waarde te veranderen.
- Druk op de toets voor de achtergrondverlichting en de laser om het alarm te activeren (ON) of uit te schakelen (OFF).
- Bevestig de invoer met de meettoets of druk op toets MODE om naar de volgende instelmogelijkheid te gaan.
- Na het uitschakelen van het apparaat blijft de ingestelde waarde opgeslagen. Voor het instellen en activeren van de onderste alarmwaarde (L = Low = laag) gaat u als volgt te werk:
- Houd de toets MODE ca. 1 seconde ingedrukt om in het instelmenu te komen.
- Druk op de toets MODE tot op het beeldscherm het alarmsymbool en de letter L voor de onderste grenswaarde knippert.
- Druk op toets ▲ of ▼ om de waarde te veranderen.
- Druk op de toets voor de achtergrondverlichting en de laser om het alarm te activeren (ON) of uit te schakelen (OFF).
- Bevestig de invoer met de meettoets of druk op de toets MODE.
- Na het uitschakelen van het apparaat blijft de ingestelde waarde opgeslagen. 69d) Uitschakeling na 10 minuten continu bedrijf (TRIG-functie) Indien u de TRIG-functie inschakelt, zet het product zichzelf automatisch uit als u de meettoets langer dan 10 minuten ononderbroken ingedrukt houdt. Daardoor kan een ongewenste continue meting worden voorkomen, indien bijvoorbeeld de meettoets onbedoeld wordt ingedrukt.
- Houd de toets MODE ca. 1 seconde ingedrukt om in het instelmenu te komen.
- Druk op de toets MODE tot TRIG op het beeldscherm knippert.
- Druk op de toets voor de achtergrondverlichting en de laser om de functie te activeren (ON) of uit te schakelen (OFF).
12. Reiniging en onderhoud
Gebruik in geen geval agressieve reinigingsmiddelen, reinigingsalcohol of andere chemische producten omdat de behuizing beschadigd of de werking zelfs belemmerd kan worden. a) Reiniging van de lens
- Verwijder losse deeltjes met schone perslucht en veeg de dan nog overblijvende aanslag weg meteenjnelenzenborstel.
- Maak het oppervlak schoon met een lenzenschoonmaakdoekje of met een schoon, zacht en pluisvrij doekje.
- Voor het verwijderen van vingerafdrukken en andere vetsporen kan het doekje met water of een lenzenschoonmaakvloeistof bevochtigd worden.
- Gebruik geen zuur- of alcoholhoudende of andere oplosmiddelen en geen ruwe, pluizige doek om de lens te reinigen.
- Druk bij de reiniging niet te hard op de lens. b) Reiniging van de behuizing Gebruik een schoon, pluisvrij, antistatisch en enigszins vochtig schoonmaakdoekje. 7013. Verhelpen van storingen Met deze IR-thermometer heeft u een product aangeschaft dat naar de laatste stand van de techniek gebouwd en bedrijfszeker is. Er kunnen zich echter problemen of storingen voordoen. Hieronder vindt u enkele maatregelen om eventuele storingen eenvoudig zelf te verhelpen. Storing Mogelijke oorzaak Het meetapparaat werkt niet. Is de batterij leeg? Verkeerde meetwaardeweergave. Isdeverkeerdeemissiecoefciënt ingesteld? Is de lens vuil? Wordt de het meetoppervlak door glas afgedekt? Werd de toegestane bedrijfstemperatuur over- of onderschreden?
a) Product Elektronische apparaten zijn recyclebare stoffen en horen niet bij het huisvuil. Voer het product aan het einde van zijn levensduur volgens de geldende wettelijke bepalingen af. Verwijder batterijen/accu's die mogelijk in het apparaat zitten en gooi ze afzonderlijk van het product weg. 71b) Batterijen/accu’s U bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege batterijenenaccu’sinteleveren;verwijderingviahethuisvuilisniettoegestaan. Batterijen/accu’s die schadelijke stoffen bevatten, zijn gemarkeerd met nevenstaand symbool. Deze mogen niet met het huisvuil worden afgevoerd. De aanduidingen voor de zware metalen die het betreft zijn: Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood (de aanduiding staat op de batterijen/accu’s bijv. onder het links afgebeelde vuilnisbaksymbool). U kunt verbruikte batterijen/accu’s gratis afgeven bij het KCA, onze lialen of overal waar batterijen/accu’s worden verkocht. U voldoet daarmee aan de wettelijke verplichtingen en draagt bij aan de bescherming van het milieu.
Notice-Facile