Fysic FB150 - Bloeddrukmeter

FB150 - Bloeddrukmeter Fysic - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis FB150 Fysic in PDF-formaat.

📄 226 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice Fysic FB150 - page 3
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
MerkFysic
ModelFB150 (B26)
ProducttypeAutomatische bovenarmbloeddrukmeter
Afmetingen (L x B x H)118 x 110 x 52 mm
Gewicht (met batterijen)261,3 g
DisplayDigitaal LCD-scherm 48 x 65 mm
Voeding4 AAA-batterijen 1,5 V of netadapter 5 V DC 1 A (niet inbegrepen)
MeetmethodeOscillometrisch
Meetbereik - Systolische druk60 tot 230 mmHg
Meetbereik - Diastolische druk40 tot 130 mmHg
Meetbereik - Polsslag40 tot 199 slagen/min
NauwkeurigheidDruk: +/- 3 mmHg, Pols: +/- 5% van de meting
Geheugen2 x 120 metingen (gebruikers A en B)
WHO-classificatie6 niveaus (optimaal tot ernstig) weergegeven
Detectie van onregelmatige hartslagJa
Automatische uitschakeling60 seconden
Geschikte manchetArmomtrek 22 tot 42 cm
GebruiksvoorwaardenTemperatuur 5 tot 40 C, luchtvochtigheid 15 tot 93% RV
OpslagomstandighedenTemperatuur -25 tot 70 C, luchtvochtigheid <= 93% RV
OnderhoudReinig het apparaat met een zachte, droge doek; manchet reinigbaar met zeepwater (niet onderdompelen)
VeiligheidThuisgebruik - vervangt geen medisch advies. Vermijd sterke elektromagnetische velden.
Garantie24 maanden tegen fabricagefouten
Inbegrepen accessoiresHoofdtoestel, manchet, gebruikershandleiding
FabrikantShenzhen Jamr Technology Co., Ltd.

Veelgestelde vragen - FB150 Fysic

Hoe installeer ik de batterijen in de bloeddrukmeter?
Open het deksel van het batterijcompartiment aan de achterkant. Plaats 4 AAA-batterijen van 1,5 V met inachtneming van de aangegeven + en - polariteiten. Sluit het deksel. Gebruik bij voorkeur alkalinebatterijen met lange levensduur.
Wat betekent het symbool voor onregelmatige hartslag?
Dit symbool (❤️ met een streep) verschijnt als het apparaat een onregelmatigheid van de polsslag detecteert tijdens de meting. Dit kan wijzen op een normale variatie of een ritmestoornis. Herhaal de meting en raadpleeg een arts als het symbool vaak verschijnt.
Hoe moet ik de weergegeven WHO-schalen interpreteren?
Het apparaat toont 6 niveaus volgens de WHO-classificatie: 1 (optimaal), 2 (normaal), 3 (normaal hoog), 4 (lichte hypertensie), 5 (matig), 6 (ernstig). Deze schalen zijn een indicatieve gids; alleen een zorgprofessional kan hypertensie diagnosticeren.
Wat is de juiste houding om de bloeddruk te meten?
Ga comfortabel zitten, met ondersteunde rug, voeten plat op de grond. Plaats de manchet om de linkerarm (of rechterarm indien geadviseerd) ter hoogte van het hart, handpalm naar boven. Blijf stil en praat niet tijdens de meting. De manchet moet 2-3 cm boven de elleboog zitten.
Wat moet ik doen als het scherm een foutcode weergeeft (Er1, Er2, enz.)?
Foutcodes duiden op een storing. Bijvoorbeeld: Er1 = abnormale sensor (neem contact op met de distributeur), Er2 = polsgolf niet gedetecteerd (controleer de luchtuitlaat), Er4 = manchet te los of lekkage. Raadpleeg de foutentabel in de handleiding voor elke code en de juiste correcties.
Hoe reinig ik de manchet en het apparaat?
Reinig het apparaat met een zachte, droge doek. Gebruik voor de manchet een vochtige doek met wat zeepwater, en laat het aan de lucht drogen. Stop de manchet niet in de wasmachine of vaatwasser en dompel het niet onder in water.
Kan ik het apparaat gebruiken met een pacemaker?
De polsweergave is niet geschikt om de frequentie van pacemakers te controleren. Bij een onregelmatige hartslag moeten de metingen door een arts worden beoordeeld. Raadpleeg uw zorgverlener voor gebruik.
Hoe verwijder ik de opgeslagen metingen uit het geheugen?
Wanneer u de gegevens in het geheugen bekijkt (druk op MEM), houd de MEM-knop ingedrukt totdat het scherm de verwijdering aangeeft. Alle opnames van de huidige gebruiker worden gewist. Deze actie is onomkeerbaar, maak indien nodig een back-up van uw gegevens.
Wat is de nauwkeurigheid van het apparaat?
De nauwkeurigheid is +/- 3 mmHg voor de bloeddruk en +/- 5 % voor de polsslag. Het apparaat is klinisch getest en voldoet aan de normen EN1060-3 en IEC 80601-2-30.
Hoeveel metingen kan ik opslaan?
Het apparaat kan maximaal 120 metingen per gebruiker (A en B) opslaan, dus in totaal 240 metingen. Elke meting wordt van een tijdstempel voorzien en het gemiddelde wordt automatisch berekend.

Gebruikersvragen over FB150 Fysic

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Bloeddrukmeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FB150 - Fysic en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FB150 van het merk Fysic.

GEBRUIKSAANWIJZING FB150 Fysic

1 Inleiding en beoogd gebruik....2
2 Belangrijke informatie over bloeddruk en het meten ervan....3
3 Onderdelen van uw bloeddrukmeter....5
4 Uw bloeddrukmeter de eerste keer gebruiken....6
5 Meetprocedure....8
6 Verzorging en onderhoud 14
7 Garantie/service....14
8 Certificaten....14
9 Technische specificaties....15
10 EMC-verklaring 15

1 Inleiding en beoogd gebruik

Het maakt betrouwbare meting van de systolische en diastolische bloeddruk mogelijk, alsmede van de polsslag via de oscillometrische methode.

Lees voor gebruik deze gebruikershandleiding zorgvuldig door en bewaar deze op een veilige plaats.

1.1 Onthoud...

  • Alleen een gezondheidszorgprofessional is bevoegd om bloeddrukmetingen te interpreteren.
  • Dit apparaat is NIET bedoeld ter vervanging van reguliere medische controles.
  • De met dit apparaat verkregen bloeddrukwaarden moeten worden geverifieerd voordat er medicatie wordt voorgeschreven of aangepast die worden gebruikt om hypertensie onder controle te houden. In geen geval mag U de dosering van de door uw arts voorgeschreven medicatie wijzigen.
  • Deze bloeddrukmeter is uitsluitend bedoeld voor gebruik door volwassenen. Raadpleeg een arts voordat u dit apparaat bij een kind gebruikt.
  • In geval van onregelmatige hartslag mogen metingen die met dit apparaat zijn verricht alleen worden geëvalueerd na overleg met een arts.
  • Het apparaat, inclusief accessoires, moet na het bereiken van de levenscyclus worden verwerkt in overeenstemming met de plaatselijke voorschriften.

1.2 Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen

Fysic FB150 - Waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen - 1

Waarschuwing: Het gebruik van accessoires welke niet door de fabrikant van de apparatuur zijn gespecificeerd of geleverd, kan de elektromagnetische straling verhogen of verlagen, hetgeen tot storingen kan leiden

Waarschuwing: Het is mogelijk dat het apparaat niet de gespecificeerde meetnauwkeurigheid levert als het wordt gebruikt of opgeslagen bij temperaturen of vochtigheidscondities welke buiten de in het in deze gebruikershandleiding hoofdstuk Technische specificaties liggen.

Waarschuwing: De aparte netstroomadapter die bedoeld is om de USB-interface van de bloeddrukmeter aan te sluiten, is niet beoordeeld volgens IEC 60601-1. De veiligheid van het apparaat moet opnieuw worden beoordeeld wanneer het wordt gevoed door een afzonderlijke netadapter.

Waarschuwing: De gebruiker moet controleren of het apparaat veilig functioneert en of deze in goede staat verkeert alvorens deze te gebruiken.

Waarschuwing: Het apparaat is niet geschikt voor gebruik in aanwezigheid van ontvlambare anesthesiemengsels met lucht, zuurstof of lachgas.

Waarschuwing: De patiënt is een beoogd bediener. De bloeddruk- en polsdrukmetingen kunnen veilig door de patiënt worden gebruikt. De routinematige reiniging en het verwisselen van de batterijen kan door de patiënt worden uitgevoerd.

Waarschuwing: Dit apparaat kan niet samen met hoogfrequente chirurgische apparatuur worden gebruikt.

Waarschuwing: Gebruik van netadapters

  1. Adapter: invoer 100-240 V, 50/60 Hz; uitvoer DC 5 V, 1 A
  2. De netadapter dient altijd bereikbaar te zijn. U dient bij plaatsing van het apparaat altijd rekening te houden met de bereikbaarheid van de netadapter.
  3. Niet blootstellen aan waterlekkage, hoge temperaturen, vochtigheid, direct
zonlicht en omgevingen met corrosief gas.
Waarschuwing:Te frequente metingen kunnen de PATIËNT letsel toebrengen doordat de bloedstroom wordt verstoord.
Waarschuwing:Plaats de manchet niet over wonden.
Waarschuwing:Het onder druk zetten van de MANCHET kan tijdelijk leiden tot functieverlies van gelijktijdig gebruikte BEWAKINGSAPPARATUUR op hetzelfde ledemaat.
Let op:Draag de slang niet om uw nek om wurging te voorkomen.
Let op:Houd dit apparaat uit de buurt van kinderen en huisdieren om schade aan het apparaat te voorkomen.
Let op:Het gebruikte materiaal voor de balg en de slangen is latexvrij.
Opgelet:Zelfmeting betekent controle, geen diagnose of behandeling. Ongewone waarden moeten altijd met een arts worden besproken. In geen geval mag u de dosering van medicatie die door een arts is voorgeschreven wijzigen aan de hand van zelf gemeten waardes.
Opgelet:Het pulsscherm is niet geschikt voor het controleren van de frequentie van hartpacemakers!
Opgelet:In geval van onregelmatige hartslag mogen metingen die met dit apparaat zijn verricht alleen worden geëvalueerd na overleg met een arts.
Opmerking:Om de grootst mogelijke nauwkeurigheid van uw bloeddrukmeter te verkrijgen, wordt aanbevolen het apparaat te gebruiken binnen de gespecificeerde temperatuur en de relatieve vochtigheid, zoals vermeld in het hoofdstuk Technische Specificaties.
Opmerking:De manchet wordt behandeld als het toegepaste onderdeel. Indien u hulp nodig bent bij de installatie, het gebruik of het onderhoud van het appraat moet u contact opnemen met de fabrikant.
Opmerking:Dit apparaat bevat gevoelige elektronische onderdelen. Vermijd sterke elektrische of elektromagnetische velden in de directe omgeving van het apparaat (bijvoorbeeld mobiele telefoons, magnetrons, ovens, enz.) tijdens het gebruik. Dit kan leiden tot onregelmatige resultaten.
Opmerking:Probeer dit apparaat niet zelf te repareren of te onderhouden. Neem in geval van storingen contact op met de plaatselijke distributeur of de fabrikant.

2 Belangrijke informatie over bloeddruk en het meten ervan

2.1 Hoe ontstaat hoge of lage bloeddruk?

Uw bloeddruk wordt bepaald in de hersenen en past zich aan verschillende situaties aan door terugkoppeling van het zenuwstelsel. Om de bloeddruk aan te passen, worden de kracht en de snelheid van het hart (polsdruk) en de breedte van de bloedvaten veranderd. De breedte van de bloedvaten wordt geregeld door fijne spiertjes in de bloedvatwanden.

Uw bloeddruk verandert periodiek tijdens hartactiviteit: Tijdens de "bloeduitstorting" (systole) is de waarde het hoogst (systolische bloeddrukwaarde). Aan het einde van de "rustperiode" van het hart (diastole) is de druk het laagst (diastolische bloeddrukwaarde).

2.2 Welke waarden zijn normaal?

Raadpleeg het onderstaande schema (afbeelding 1)

Fysic FB150 - Welke waarden zijn normaal? - 1

bar_stacked | Diastolic blood pressure (mmHg) | Systolic blood pressure (mmHg) | | -------------------------------- | ------------------------------- | | Severe hypertension | 180 | | Moderate hypertension | 160 | | Mild hypertension | 140 | | High normal value | 130 | | Normal blood pressure | 120 | | Optimal blood pressure (target value) | 120 |

Afbeelding 1

ENNL
Diastolic blood pressure (mmHg)Diastolische bloeddruk (mmHg)
Severe hypertension Ernstige hypertensie
Moderate hypertension Matige hypertensie
Mild hypertension Lichte hypertensie
High normal value Hoge normale waarde
Normal blood pressureNormale bloeddruk
Optimal blood pressure (target value)Optimale bloeddruk (streefwaarde)
Systolic blood pressure (mmHg)Systolische bloeddruk (mmHg)

Raadpleeg afbeelding 1.1. De verschillende rasters vertegenwoordigen verschillende intervalschalen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

BloeddrukWHO-rasters in apparaatWHO-classificatie
DIA<80 en SYS<1201Optimale bloeddruk
DIA<85 en SYS<1302Normale bloeddruk
DIA<90 en SYS<140 3 Hoge normale waarde
DIA<100 en SYS<160 4 Lichte hypertensie
DIA<110 8<SYS<180 5 Matige hypertensie
DIA>= 110 of SYS>= 180 6 Ernstige hypertensie

Afbeelding 1.1

3 Onderdelen van uw bloeddrukmeter

3.1 Meeteenheid

Fysic FB150 - Meeteenheid - 1

3.2 De symbolen op het LCD-scherm

  1. Systolische bloeddruk
  2. Diastolische bloeddruk
  3. Symbool voor hartslag (knippert tijdens de meting)
  4. Weergave pols
  5. WHO-functie raster
  6. Symbool voor gemiddelde waarde
  7. Weergave datum/tijd
  8. Symbool voor batterij bijna leeg
  9. Symbool voor dempen
  10. Symbool voor onregelmatige hartslag

  11. Symbool voor bewegingsfout 12. GEBRUIKER B

  12. GEBRUIKER A 14. Functie zelfcontrole manchet

  13. Symbool voor geheugen

3.3 Functies van de B26/FB150

  1. Weergave datum/tijd
  2. Functie gemiddelde waarde
  3. WHO-functie 6. Weergave batterij bijna leeg
  4. Ondersteuning voor externe voedingsadapter
  5. Functie zelfcontrole manchet

  6. Twee gebruikers: 2x 120 geheugensets

  7. Controle onregelmatige hartslag

  8. Automatische uitschakeling

4 Uw bloeddrukmeter de eerste keer gebruiken

4.1 De batterijen activeren

De batterijen installeren

Gebruik alleen 1,5 V AAA-alkalinebatterijen in dit apparaat.

  1. Druk op het haakje aan de onderkant van de batterijklep en verwijder de klep in de richting van de pijl (afbeelding 4).
  2. Plaats 4 stuks AAA-batterijen en zorg dat de + (positieve) en - (negatieve) polen overeenkomen met de in het batterijcompartiment aangegeven polariteit. Sluit vervolgens de batterijklep. Controleer dat de batterijklep correct geplaatst is.

Fysic FB150 - De batterijen installeren - 1
Afbeelding 4

De batterijen vervangen

Indicator voor bijna lege batterij

  1. Wanneer de indicator voor bijna lege batterijen verschijnt, schakelt u de bloeddrukmeter uit en verwijdert u alle batterijen. Vervangen de batterijen gelijktijdig door 4 stuks nieuwe AAA-batterijen. Long-life alkaline batterijen worden aanbevolen.
  2. Om schade aan de bloeddrukmeter door lekkende batterijvloeistof te voorkomen, dient u de batterijen te verwijderen als u de bloeddrukmeter een lange periode niet gebruikt (in het algemeen langer dan 3 maanden). Als er batterijvloeistof in uw ogen komt, onmiddellijk uitspoelen met veel schoon water. Neem onmiddellijk contact op met een arts.
  3. Verwijder het apparaat, de onderdelen en optionele accessoires volgens de geldende plaatselijke voorschriften. Onrechtmatige verwijdering kan milieuverontreiniging veroorzaken.

4.2 Systeeminstellingen

Nadat u de batterij heeft geplaatst of de bloeddrukmeter op een netvoeding heeft aangesloten, houdt u de INSTELLEN-toets 3 seconden ingedrukt waarna u kunt beginnen met instellen.

Instellen van de gebruiker:

Druk bij een uitgeschakeld apparaat de SET-toets in voor 1 seconde. Op het display verschijnt A of B. Door te drukken op de SET-toets kunt u kiezen tussen gebruiker A of B. Om de gebruiker te bevestigen drukt u op de START/STOP-toets. De display gaat uit. Druk opnieuw op de START/STOP-toets om met de gekozen gebruiker te starten.

De maand/datum instellen:

De initiele maand/datum is 1/01. Wanneer het maandscherm knippert drukt u herhaaldelijke op de MEM-toets zodat de maand elke druk 1 maand oploopt. Zodra de juiste maand bereikt is drukt op de INSTELLEN-toets om te bevestigen. Stel op dezelfde manier de datum in. Druk op de INSTELLEN-toets om te bevestigen.

De tijd instellen:

Wanneer het urenscherm knippert drukt u herhaaldelijke op de MEM-toets zodat het uur met elke druk 1 uur oploopt. Zodra het juiste uur bereikt is drukt op de INSTELLEN-toets om te bevestigen. Stel op dezelfde manier de minuten in. Druk op de INSTELLEN-toets om te bevestigen.

Meetgegevens verwijderen:

Wanneer u de gegevens in het geheugen controleert, houdt u de MEM-toets ingedrukt om de bestaande gebruikersmeetgegevens te wissen.

Opmerking:

Als u besluit alle meetgegevens te wissen, bewaar deze dan op een andere wijze voor het geval u de meetgegevens enkele dagen later nodig heeft. Het verwijderen van de batterijen heeft geen invloed op het bewaren van de meetgegevens in het geheugen.

4.3 De manchetslang aansluiten

Steek de manchetslang in de opening aan de linkerkant van de bloeddrukmeter zoals aangegeven door de markering op de manchet.

5 Meetprocedure

5.1 Voor de meting:

  • Vermijd eten en roken, evenals alle vormen van inspanning vlak voor de meting. Deze factoren beïnvloeden het meetresultaat. Neem voordat u een meting verricht de tijd om te ontspannen door ongeveer tien minuten in een stoel te gaan zitten in een rustige omgeving.
  • Verwijder alle kledingstukken die uw bovenarm nauw omsluiten.
  • Meet altijd aan dezelfde arm (normaal links).

5.2 De manchet plaatsen

Raadpleeg afbeelding 5

a) Wikkel de manchet om uw linkerbovenarm. De rubberen slang moet zich aan de binnenkant van uw arm bevinden en omlaag lopen naar uw hand. Zorg dat de manchet ongeveer 2 à 3 cm bovende elleboog wordt geplaatst. Belangrijk! De op de rand van de manchet (slagadermarkering) moet op de slagader die langs de binnenzijde van de arm loopt gepositioneerd worden.
b) Om de manchet vast te maken, wikkelt u deze om uw arm en drukt u het klittenband aan.
c) Er moet weinig vrije ruimte zijn tussen uw arm en de manchet. U moet 2 vingers tussen uw arm en de manchet kunnen steken. Manchetten die niet goed geplaats zijn resulteren in valse meetwaarden. Meet uw armomtrek als u niet zeker bent van de juiste pasvorm.
d) Leg uw arm op een tafel (palm naar bovengericht) zodat de manchet zich op dezelfde hoogte als uw hart bevindt. Zorg dat de slang niet geknikt is.

Fysic FB150 - De manchet plaatsen - 1

Raagpleeg afbeelding 6

  1. Ga zitten in een stoel en plaats uw voeten vlak op de vloer.
  2. Selecteer uw gebruikers-ID (A of B) en druk op de START/STOP-toets.
  3. Strek uw arm naar voren op de tafel en blijf ontspannen, waarbij de palm van uw hand naar boven is gedraaid. Zorg dat de arm de juiste positie heeft, om lichaamsbeweging te voorkomen. Blijf stil zitten en praat of beweeg niet tijdens de meting. Nadat de manchet op de juiste wijze op de arm is geplaatst en op de bloeddrukmeter is aangesloten, kan de meting beginnen:
    a) Druk op de START/STOP-toets. De pomp begint de manchet op te blazen. Op het scherm wordt voortdurend de toenemende manchetdruk weergegeven.
    b) Nadat automatisch een individuele druk is bereikt, stopt de pomp en daalt de druk langzaam. De manchetdruk wordt tijdens de meting weergegeven.
    c) Wanneer het apparaat uw polsdruk heeft gedetecteerd, zal het hartsymbool op het scherm knipperen.
    d) Wanneer de meting is voltooid, worden de ge meten systolische en diastolische bloeddruk, alsmede de polsdruk weergegeven.
    e) De meetresultaten worden weergegeven totdat u het apparaat uitschakelt. Het apparaat schakelt automatisch uit als er gedurende 60 seconden geen toets wordt ingedrukt.

f) Symbool zelfcontrole manchet ( )

Het symbool manchet correct (☑) wordt weergegeven als de manchet correct geplaatst is, anders wordt het synbool manchet verkeerd (☒) weergegeven. Controleer de manchet opnieuw als het symbool manchet verkeerd (☐) wordt weergegeven.

g) Symbool bewegingsfout ()

Het symbool bewegingsfout (4) wordt weergegeven als u uw lichaam beweegt tijdens de meting.

Verwijder de manchet en wacht 2-3 minuten. Doe de manchet weer om en meet opnieuw.

OPMERKING:

Positie van de patiënt:

1) Zittend. 2) Benen niet gekruist.
3) Voeten vlak op de vloer.
5) Midden van de MANCHET ter hoogte van de rechteratrium van het hart.

4) Rug en arm ondersteund.

Fysic FB150 - OPMERKING: - 1

ENNL
Please sit vertically and relax your bodyGa rechtop zitten en ontspan uw lichaam.
Height difference between the table and the chair 20-30cmHoogteverschil tussen de tafel en de stoel 20-30 cm.
Height to chair 20-35cm Hoogte tot stoel 20-35 cm.
Upper arm is not covered or pressed by gussetBovenarm wordt niet bedekt of ingedrukt door de manchet.
Cuff and the heart are at the same level De manchet en het hart bevinden zicht op dezelfde hoogte.
Relax the hand and palm is upwards Ontspan uw hand en de palm is naar boven gericht.

5.4 Onregelmatige hartslagdetector

Het symbool geeft aan dat tijdens de meting bepaalde onregelmatigheden in de polsdruk zijn geconstateerd.

In dat geval kan het resultaat afwijkt van uw normale basisbloeddruk. Herhaal dan de meting.

Contacteer uw arts als het symbool voor onregelmatige hartslag vaker verschijnt.

Dit apparaat is een oscillometrische bloeddrukmeter die tijdens de meting ook de polsfrequentie analyseert. Dit apparaat is klinisch getest.

Als zich tijdens de meting onregelmatigheden in de hartslag voordoen, wordt na de meting het symbool voor onregelmatige hartslag weergegeven. Als het symbool vaker verschijnt (bijvoorbeeld meerdere keren per week bij metingen die dagelijks worden uitgevoerd) of als het plotseling vaker dan gewoonlijk verschijnt, raden wij de patiënt aan een arts te raadplegen. Het apparaat is niet ter vervanging van een hartonderzoek, maar dient om onregelmatigheden van de polsdruk in een vroeg stadium te detecteren.

5.5 Foutmeldingen

Het volgende symbool verschijnt op het scherm bij een abnormale meting

SYMBOOLOORZAAKOPLOSSING
Er 1 SensorfoutControleer of de pomp werkt. Als de pomp werkt wordt het probleem veroorzaakt door een sensorfout. Stuur het apparaat terug naar de distributeur.
Er 2De bloeddrukmeter kan de polsdruk niet detecteren of kan de bloeddruk niet berekenenControleer of de manchet te langzaam leegloopt. Als deze te langzaam leeg loopt, controleer dan of de slangaansluiting van de manchet verstopt zit. Zo ja, reinig de slang en start de meting opnieuw. Zo nee, stuur het apparaat terug naar de distributeur.
Er 3Meetresultaat is abnormaal (SYS≤35 mmHg, DIA≤23 mmHg)Als dit af en toe gebeurd moet u opnieuw meten. Als dit altijd gebeurd, stuur het apparaat terug naar de distributeur.
Er 4De manchet zit te los of lekt lucht (kan niet in 15 seconden opblazen tot 30 mmHg)Zet de manchet goed vast en zorg dat de luchtslang goed op het apparaat is aangesloten.
Er 5 De luchtslang is geplooidCorrigeer de luchtslang en voer de meting opnieuw uit.
Er 6De sensor registreert grote drukschommelingen.Blijf stil zitten en beweeg niet.
Er 7De druk die de sensor waarneemt ligt boven de limietStuur het apparaat terug naar de distributeur.
Er 8De demarcatie is onjuist of het apparaat is niet gedemarceerd.Stuur het apparaat terug naar de distributeur.

Probleemoplossing

Probleem Controleer Oorzaken en oplossingen
Geen stroomOf de batterij niet leeg isVervang door een nieuwe batterij
Of de polariteit goed isBatterijen opnieuw plaatsen met de juiste polariteit richting
Geen inflatie Of de plug juist is ingestoken Sluit de plug goed aan op de luchtaansluiting
Err en stopt met werkenOf de plug defect is of lekt Verwissel voor een nieuw manchetHoud het lichaam rustig
Of de arm is bewogen bij het opblazen van de manchet
Controleer of het praten icoontje aan isBlijf tijdens het meten stil zitten zonder te praten
De manchet is lek Of de manchette los zit Wikkel de manchet steving om
Of de manchet defect is Verwissel voor een nieuwe manchet
Fysic FB150 - Foutmeldingen - 1 Neem contact op met de distributeur als u het probleem niet kunt oplossen. Demonteer het apparaat niet zelf!

De volgende symbolen kunnen voorkomen in deze gebruikershandleiding, op de digitale bloeddrukmeter B26/FB150 of op de accessoires ervan. Sommige symbolen staan voor normen en conformiteiten gerelateerd aan de digitale bloeddrukmeter B26/FB150 en het gebruik ervan.

Fysic FB150 - Foutmeldingen - 2Gemachtigd vertegenwoordiger in de Europese Gemeenschap
Fysic FB150 - Foutmeldingen - 3CE-markering: voldoet aan de essentiële vereisten van Richtlijn 93/42/EEG betreffende medische hulpmiddelen.
Fysic FB150 - Foutmeldingen - 4Productiedatum.
Fysic FB150 - Foutmeldingen - 5Fabrikant
Fysic FB150 - Foutmeldingen - 6Serienummer.
Fysic FB150 - Foutmeldingen - 7Type BF toegepast onderdeel.
Fysic FB150 - Foutmeldingen - 8Gelijkstroom.
Fysic FB150 - Foutmeldingen - 9VERWIJDERING: Gooi dit product niet weg als ongesorteerd huishoudelijk afval. Dergelijk afval moet afzonderlijk worden ingezameld voor speciale behandeling.
Fysic FB150 - Foutmeldingen - 10Volg de gebruiksaanwijzing.
Fysic FB150 - Foutmeldingen - 11Deze kant naar boven.
Fysic FB150 - Foutmeldingen - 12Breekbaar.
Fysic FB150 - Foutmeldingen - 13Drooghouden.
Fysic FB150 - Foutmeldingen - 14Beschermen tegen zon.
Fysic FB150 - Foutmeldingen - 15Klasse II apparatuur.
Fysic FB150 - Foutmeldingen - 16Voorzichtig behandelen.
Fysic FB150 - Foutmeldingen - 17Temperatuurbereik.
Geen sterilisatievereiste.
Niet categorie AP/APG-apparatuur.
Gebruiksmodus: continu.

5.6 Geheugen

Het geheugen van het apparaat bevat ruimten voor het opslaan van 120 sets metingen voor 2 gebruikers, in totaal 240 sets (gebruiker A en B).

De opgeslagen waarden bekijken

Druk op de MEM-toets terwijl het apparaat uitgeschakeld is. Op het scherm wordt eerst gebruiker A weergegeven en vervolgens een gemiddelde van alle opgeslagen metingen. Opmerking: De metingen voor elke gebruiker worden gemiddeld en afzonderlijk opgeslagen. Wees er zeker van dat u de metingen voor de juiste gebruiker bekijkt. Als u nogmaals op de MEM-toets drukt wordt de vorige waarde weergegeven. Om een bepaalde opgeslagen meting te bekijken, houdt u de MEM-toets ingedrukt om naar die opgeslagen meting te bladeren.

5.7 Een meting stoppen

Als het nodig is om een bloeddrukmeting om welke reden dan ook te onderbreken (bijvoorbeeld de patiënt voelt zich onwel), kunt u op elk moment op de START/STOP-toets drukken. Het apparaat verlaagt vervolgens onmiddellijk automatisch de manchetdruk.

5.8 Een AC-adapter gebruiken

U kunt de bloeddrukmeter ook gebruiken met een CE goedgekeurde AC-adapter (uitvoer 5 V DC, 1A met micro USB stekker).

a) Controleer of de AC-adapter en de kabel niet beschadigd zijn.
b) Steek de adapterkabel in de AC-adapterpoort aan de rechterkant van de bloeddrukmeter.
c) Steek de adapter in een stopcontact. Als de AC-adapter is aangesloten worden de batterijen niet gebruikt.

Opmerking: Als de AC-adapter is aangesloten op de bloeddrukmeter worden de batterijen niet gebruikt. Als de stroomvoorziening wordt onderbroken (bijvoorbeeld doordat de AC-adapter per ongeluk uit het stopcontact wordt verwijderd), moet de bloeddrukmeter worden gereset door de stekker uit het

stopcontact te halen en de AC-adapter opnieuw aan te sluiten.

6 Verzorging en onderhoud

Was uw handen na elke meting.

Als een apparaat door verschillende patiënten wordt gebruikt, moet u voor en na elk gebruik de handen wassen.

a) Stel het apparaat niet bloot aan extreme temperaturen, vochtigheid, stof of direct zonlicht.
b) De manchet bevat een gevoelige luchtdichte balg. Behandel de manchet zorgvuldig en vermijd elke vorm van spanning door verdraaien of knikken.
c) Reinig het apparaat met een zachte, droge doek. Gebruik geen gas, verdunners of soortgelij ke oplosmiddelen. Vlekken op de manchet kunnen voorzichtig worden verwijderd met een vochtige doek en zeepwater. De manchet met balg mag niet worden gewassen niet in een vaatwasmachine of wasmachine en mag niet in water worden ondergedompeld.
d) Behandel de slang voorzichtig. Trek niet aan de slang. Voorkom dat de slang knikt en houd d eze weg van scherpe randen.
e) Laat de bloeddrukmeter niet vallen en behandel deze voorzichtig. Vermijd sterke trillingen.
f) Open nooit de bloeddrukmeter! Hi erdoor vervalt de garantie van de fabrikant.
g) Batterijen en elektronische appratuur moeten worden afgevoerd volgens de plaatselijk geldende voorschriften en niet met het huishoudelijke afval.

7 Garantie/service

Uw bloeddrukmeter heeft een garantie van 24 maanden tegen fabrieksfouten, uitsluitend voor de oorspronkelijke koper en vanaf de datum van aankoop. De garantie is niet van toepassing op schade veroorzaakt door ondeskundige behandeling, ongevallen, professioneel gebruik, het niet opvolgen van de gebruiksaanwijzingen of door wijzigingen die door derden aan het appraat zijn aangebracht.

De garantie geldt alleen voor het hoofdapparaat en de manchet. Alle andere accessoires vallen niet onder de garantie.

Er zitten geen door de gebruiker te onderhouden onderdelen in. Batterijen of schade door oude batterijen wordt niet gedekt door de garantie.

8 Certificaten

Apparaatnorm:

Dit apparaat is gemaakt om te voldoen aan de Europese vereisten voor bloeddrukmeters: EN1060-3/IEC 80601-2-30/ISO81060-1/IEC60601-1-11/IEC60601-1

Elektromagnetische compatibiliteit:

Dit apparaat voldoet aan de bepalingen van de internationale norm IEC60601-1-2

De verklaring van overeenstemming is beschikbaar op:

http://DOC.hesdo.com/FB150-DOC.pdf

9 Technische specificaties

Model: B26/FB150

Gewicht: 261.3 g (batterijen zijn inbegrepen)

Scherm: 48x65 mm LCD digitaal scherm

Afmetingen: 118x110x52 mm (BxLxH)

Accessoires: 1x hoofdapparaat, 1x manchet, 1x gebruikershandleiding, 4x batterijen AAA

Werkingscondities: Temperatuur: 5 °C tot 40 °C; vochtigheid: 15% tot 93% RV;

Opslag- en transportvoorwaarden: Temperatuur: -25 °C tot 70 °C; vochtigheid: ≤ 93% RV;

Bereik atmosferische druk: 70 kPa\~106 kPa

Meetmethode: oscillometrische druksensor: weerstand

Meetbereik: DIA: 40-130 mmHg; SYS: 60-230 mmHg pols: 40 tot 199 per minuut

Weergavebereik manchetdruk: <300 mmHg

Geheugen: slaat automatisch de laatste 120 metingen op voor 2 gebruikers (totaal 240)

Meetresolutie: 1 mmHg

Nauwkeurigheid: druk binnen ±3 mmHg/pols ± 5 % van de aflezing

Voedingsbron:

a) 4x AAA-batterijen, 1,5 V Alkaline

b) AC-adapter, INVOER: 100-240 VAC, 50/60 HZ UITVOER: 5 V DC, 1 A

Accessoires: Manchet met groot bereik 22 - 42 cm

Automatisch uitschakelen: 60 seconden

Gebruikers: Volwassenen

10 EMC-verklaring

1) * Dit apparaat vereist speciale voorzorgsmaatregelen met betrekking tot EMC en moet worden geïnstalleerd en in gebruik worden genomen overeenkomstig de verstrekte EMC-informatie. Dit apparaat kan worden beïnvloed door draagbare en mobiele RF-communicatieapparatuur.
2) * Gebruik geen mobiele telefoon of andere apparaten die elektromagnetische velden uitzenden, in de buurt van dit apparaat. Dit kan leiden tot een onjuiste werking van het apparaat.
3) * Let op: het apparaat is uitvoerig getest en gecontroleerd om zeker te zijn van de prestaties en werking!
4) * Let op: dit apparaat mag niet naast of op andere apparatuur mag worden gebruikt. Indien het noodzakelijk is om naast of naast andere apparatuur te gebruiken moet dit apparaat worden geobserveerd om de normale werking ervan te verifiëren in de configuratie waarin het zal worden gebruikt.

Richtlijnen en verklaring van de fabrikant - elektromagnetische immuniteit
Het apparaat is bestemd voor gebruik in de hieronder gespecificeerde elektromagnetische omgeving. De klant of de gebruiker van het apparaat is er verantwoordelijk voor dat het in een dergelijke omgeving wordt gebruikt.
ImmuniteitstestTestniveau IEC 60601NalevingsniveauElektromagnetische omgeving - richtlijnen
Elektrostatische ontlading (ESD)IEC 61000-4-2±8 kV contact ±2 kV, ±4 kV, ±8 kV, ±15 kV lucht±8 kV contact ±2 kV, ±4 kV, ±8 kV, ±15 kV luchtDe vloer moeten van hout, beton of keramische tegels zijn. Als de vloer bedekt is met synthetisch materiaal, moet de relatieve vochtigheid minimaal 30% bedragen.
Elektrische snelle transiënten en lawines IEC 61000-4-4±2 kV voor stroomtoevoerlijnen ±1 kV voor invoer-/uitvoerlijnenNiet van toepassingDe kwaliteit van de netspanning moet overeenkomen met die van een typische commerciële of ziekenhuisomgeving.
StootspanningenIEC 61000-4-5±1 kV lijn(en) naar lijn(en) ±2 kV lijn(en) naar aardeNiet van toepassingDe kwaliteit van de netspanning moet overeenkomen met die van een typische commerciële of ziekenhuisomgeving.
Spanning dips,korte onderbrekingen en spanningsvariaties immuniteitstests op stroomtoevoerlijnenIEC 61000-4-110 % UT; 0,5 cyclus bij 0°,45°,90°, 135°, 180°, 225°, 270°, 315°Niet van toepassingDe kwaliteit van de netspanning moet overeenkomen met die van een typische commerciële of ziekenhuisomgeving. Indien de gebruiker van het apparaat het moet blijven gebruiken bij stroomonderbrekingen, wordt aanbevolen het apparaat te voeden via een ononderbreekbare stroomvoorziening of een batterij.
0 % UT; 1 cyclus 70 % UT; 25/30 cyclus 0% UT; 250/300 cyclus
Voedingsfrequentie(50 Hz/ 60Hz)magnetisch veldIEC 61000-4-830 A/m50/60 Hz30 A/m50/60 HzDe magnetische velden van de stroomfrequentie moeten zich bevinden op niveaus die kenmerkend zijn voor een typische locatie in een typische commerciële of ziekenhuisomgeving.
OPMERKING: UT is de netspanning vóór de toepassing van het testniveau.
Richtlijnen en verklaring van de fabrikant - elektromagnetische immuniteit
Het apparaat is bestemd voor gebruik in de hieronder gespecificeerde elektromagnetische omgeving.De klant of de gebruiker van het apparaat is er verantwoordelijk voor dat het in een dergelijke omgeving wordt gebruikt.
ImmuniteitstestTestniveau IEC60601NalevingsniveauElektromagnetische omgeving - richtlijnen
Geleide RF IEC61000-4-63 Vrms150 kHz tot 80 MHz 3V RMS buiten de ISM-band, 6 V RMS op deISM- enamateurbanden80% AM bij 1 kHzNiet van toepassingDraagbare en mobiele RF-communicatieapparatuur mag nietdichter bij enig deel van hetapparaat, met inbegrip van dekabels, worden gebruikt dan deaanbevolen scheidingsafstand,berekend aan de hand van devergelijking die geldt voor defrequentie van de zender.Aanbevolen scheidingsafstand d=0,35 d=1,2
UitgestraaldeRF IEC 61000-4-310 V/m80 MHz tot 2,7 GHz80% AM bij 1 kHz10 V/m80 MHz tot 2,7 GHz80% AM bij 1 kHz80 MHz tot 800 MHz : d=1,2 800 MHz tot 2,7 GHz : d=2,3 Waarbij P het maximaleuitgangsvermogen van de zenderin watt (W) is volgens de fabrikantvan de zender en d deaanbevolen scheidingsafstand.Fysic FB150 - EMC-verklaring - 1De veldsterkten van vaste RF-zenders, zoals bepaald door eenelektromagnetischlocatieonderzoek, moeten in elkfrequentiegebied lager zijn danhet conformiteitsniveau.Er kan interferentie optreden in debuurt van apparatuur die isgemarkeerd met het volgendesymbool:
OPMERKING 1 Bij 80 MHz en 800 MHz is het hogere frequentiebereik van toepassing.OPMERKING 2 Deze richtlijnen zijn mogelijk niet in alle situaties van toepassing. De
elektromagnetische voortplanting wordt beïnvloed door absorptie en reflectie van structuren, voorwerpen en mensen.
AVeldsterkten van vaste zenders, zoals basisstations voor radiotelefoons (mobiel/draadloos) en landmobiele radio’s, amateurradio’s, AM- en FM-radio-uitzendingen en tv-uitzendingen kunnen theoretisch niet met nauwkeurigheid worden voorspeld. Om de elektromagnetische omgeving als gevolg van vaste RF-zenders te beoordelen, moet een elektromagnetisch locatieonderzoek worden overwogen. Als de gemeten veldsterkte op de locatie waar het apparaat wordt gebruikt, hoger is dan het toepasselijke RF-conformiteitsniveau hierboven, moet het apparaat worden geobserveerd om de normale werking te controleren. Indien abnormale prestaties worden waargenomen, kunnen aanvullende maatregelen nodig zijn, zoals heroriëntatie of verplaatsing van het apparaat.
BIn het frequentiebereik 150 kHz tot 80 MHz moeten de veldsterkten minder dan 3 V/m bedragen.
Leidraad en verklaring van de fabrikant - elektromagnetische emissie
Het apparaat is bestemd voor gebruik in de hieronder gespecificeerde elektromagnetische omgeving. De klant of de gebruiker van het apparaat is er verantwoordelijk voor dat het in een dergelijke omgeving wordt gebruikt.
EmissietestNalevingElektromagnetische omgeving - richtlijnen
RF-emissies CISPR 11 Groep 1Het apparaat gebruikt alleen RF-energie voor zijn interne functie. Daarom zijn de RF-emissies zeer laag en is het niet waarschijnlijk dat ze storing veroorzaken bij elektronische apparatuur in de buurt.
RF-emissie CISPR 11 Klasse BHet apparaat is geschikt voor gebruik in alle inrichtingen, met inbegrip van andere dan huishoudelijke inrichtingen en inrichtingen die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare laagspanningsnet dat gebouwen voedt die voor huishoudelijke doeleinden worden gebruikt.
Harmonische emissies IEC 61000-3-2Niet van toepassing
Spanningsvariaties/flikkeringsemissies IEC 61000-3-3Niet van toepassing
Aanbevolen scheidingsafstanden tussendraagbare en mobiele RF-communicatieapparatuur en het apparaat
Het apparaat is bedoeld voor gebruik in een elektromagnetische omgeving waarin uitgestraalde RF-storingen worden beheerst. De klant of de gebruiker van het apparaat kan elektromagnetische interferentie helpen voorkomen door een minimale afstand aan te houden tussen draagbare en mobieleRF-communicatieapparatuur (zenders) en het apparaat, zoals hieronder wordt aanbevolen,overeenkomstig het maximale uitgangsvermogen van de communicatieapparatuur.
Nominaal maximaaluitgangsvermogen vanzender (W)Scheidingsafstand naar gelang van de frequentie van de zender (m)
150 KHz tot 80 MHz d = 1,2 80 MHz tot 800 MHz d = 1,2 800 MHz tot 2,7 GHz d = 2,3
0,01 0,12 0,12 0,23
0,1 0,38 0,38 0,73
1 1,2 1,2 2,3
10 3,8 3,8 7,3
100121223
Voor zenders met een maximaal uitgangsvermogen dat hierboven niet is vermeld, kan de aanbevolen scheidingsafstand d in meters (m) worden geschat aan de hand van de vergelijking die van toepassing is op de frequentie van de zender, waarbij P het maximale uitgangsvermogen van de zender in watt (W) is volgens de fabrikant van de zender.OPMERKING 1 Bij 80 MHz en 800 MHz is de scheidingsafstand voor het hogere frequentiebereik van toepassing. OPMERKING 2 Deze richtlijnen zijn mogelijk niet in alle situaties van toepassing. De elektromagnetische voortplanting wordt beïnvloed door absorptie en reflectie van structuren, voorwerpen en mensen.
Richtlijnen en verklaring van de fabrikant - elektromagnetische immuniteit
Het apparaat is bestemd voor gebruik in de hieronder gespecificeerde elektromagnetische omgeving. De klant of de gebruiker van het apparaat is er verantwoordelijk voor dat het in een dergelijke omgeving wordt gebruikt.
Testfrequentie (MHz) Band^a) (MHz) Dienst^a) Modulatie^a) Maximaal vermogen (w)Afstand (m)IMMUNITEITSTESTNIVEAU (V/m)
385380-390TETRA 400Pulsmodulatieb) 18 Hz1,8 0,3 27
450430-470GMRS 460, FRS 460 FM^c) ±5 kHz afwijking 1 kHz sinus2 0,3 28
710704-787LTE-band 13, 17Pulsmodulatieb) 217 Hz0,2 0,3 9
745
780
810800-960GSM 800/900, TETRA 800, iDEN 820, CDMA 850, LTE-band 5Pulsmodulatieb) 18 Hz2 0,3 28
870
930
17201700-1990GSM 1800; CDMA 1900; GSM 1900;Pulsmodulatieb) 217 Hz2 0,3 28
1845
1970
DECT;LTE-band1,34,25;UMTS
24502400-2570Bluetooth,WLAN802.11b/g/n,RFID 2450,LTE-band 7Pulsmodulatieb) 217 Hz2 0,3 28
52405100-5800WLAN802.11 a/nPulsmodulatieb) 217 Hz0,2 0,3 9
5500
5785
OPMERKING Om het IMMUNITEITSTESTNIVEAU te bereiken kan indien nodig de afstand tussen de zendantenne en de ME-APPARATUUR of het ME-SYSTEEM worden verminderd tot 1 m. De testafstand van 1 m is toegestaan volgens IEC 61000-4-3.
a) Voor sommige diensten zijn alleen de uplink-frequenties opgenomen.b) De draaggolf moet worden gemoduleerd met een blokgolfsignaal met een dienstsyclus van 50%.c) Als een alternatief voor FM modulatie. 50% pulsmodulatie bij 18 Hz kan worden gebruikt omdat dit weliswaar niet de werkelijke modulatie weergeeft, maar wel het ongunstigste geval.
De FABRIKANT dient te overwegen de minimale scheidingsafstand te verkleinen op basis van RISICOBEHEER en hogere IMMUNITEITSTESTNIVEAUS te gebruiken die geschikt zijn voor de kleinere minimale scheidingsafstand. De minimale scheidingsafstanden voor hogere IMMUNITEITSTESTNIVEAUS moeten worden berekend met behulp van de volgende vergelijking: E = 6d Waarbij P het maximale vermogen in W is, d de minimale scheidingsafstand in m, en E het IMMUNITEITSTESTNIVEAU in V/m.

Fysic FB150 - EMC-verklaring - 2

Fysic FB150 - EMC-verklaring - 3

Shenzhen Jamr Technology Co., Ltd.

7 Garantie/Entretien

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Fysic

Model : FB150

Categorie : Bloeddrukmeter