WM10DBL - Schroevendraaier HiKOKI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis WM10DBL HiKOKI in PDF-formaat.
| Producttype | Draadloze elektronische impulsboor |
| Merk | HiKOKI |
| Model | WM10DBL |
| Batterijtype | Lithium-ion 10,8 V (BCL1015 1,5 Ah of BCL1030M 3,0 Ah) |
| Afmetingen (met BCL1015) | 139 mm × 216 mm × 29 mm |
| Afmetingen (met BCL1030M) | 139 mm × 233 mm × 29 mm |
| Gewicht (met BCL1015) | 1,0 kg |
| Gewicht (met BCL1030M) | 1,2 kg |
| Onbelaste snelheid (afhankelijk van modus) | 0 - 2200 min⁻¹ |
| Maximaal koppel | 20 N·m |
| Aantal bedrijfsmodi | 20 ingebouwde modi, 4 standaardinstellingen |
| Boorgat in hout | 12 mm |
| Boorgat in staal | 5 mm |
| Boorgat in mortel | 6 mm |
| Oplaadtijd BCL1015 (UC10SL2) | Ongeveer 30 min |
| Oplaadtijd BCL1015 (UC10SFL) | Ongeveer 40 min |
| Oplaadtijd BCL1030M (UC10SL2) | Ongeveer 60 min |
| Oplaadtijd BCL1030M (UC10SFL) | Ongeveer 80 min |
| Inclusief accessoires | Lader, 2 accu's, kunststof behuizing, accudeksel |
| Veiligheidsfuncties | Bescherming tegen overbelasting, oververhitting, accubescherming |
| Onderhoud en reiniging | Afvegen met een zachte droge doek of met zeepwater bevochtigde doek; geen oplosmiddelen gebruiken |
| Repareerbaarheid | Toevertrouwen aan een erkende HiKOKI-klantenservice |
| Garantie | Conform de regelgeving; dekt geen misbruik of normale slijtage |
Veelgestelde vragen - WM10DBL HiKOKI
Gebruikersvragen over WM10DBL HiKOKI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Schroevendraaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WM10DBL - HiKOKI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WM10DBL van het merk HiKOKI.
GEBRUIKSAANWIJZING WM10DBL HiKOKI
Deze gebruiksaanwijzing s.v.p. voor gebruik zorgvuldig doorlezen.
Lees alle waarschuwingen en instructies aandachtig door.
Nalating om de waarschuwingen en instructies op te volgen kan in een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel resulteren.
Bewaar alle waarschuwingen en aanwijzingen voor eventuele naslag in de toekomst.
De term "elektrisch gereedschap" heeft zowel betrekking op elektrisch gereedschap dat via de netvoeding van stroom wordt voorzien als gereedschap dat via een accu (snoerloos) van stroom wordt voorzien.
1) Veiligheid van de werkplek
a) Zorg voor een schone en goed verlichte werkplek. Een rommelige of donkere werkplek verhoogt d kans op ongelukken.
b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet in een omgeving met ontplofbare vloeistoffen, gassen of stof.
Elektrisch gereedschap kan vonken afgeven. Deze vonkjes kunnen stofdeeltjes of gassen doen ontbranden.
c) Houd kinderen en andere toeschouwers tijdens het gebruik van elektrische gereedschap uit de buurt.
Afleidingen kunnen gevaarlijk zijn.
2) Elektrische veiligheid
a) De stekker op het elektrische gereedschap moet geschikt zijn voor aansluiting op de wandcontactdoos.
De stekker mag op geen enkele manier gemodificeerd worden. Gebruik geen verloopstekker met geaard elektrisch gereedschap.
Deugdelijke stekkers en geschikte wandcontactdozen verminderen het risico op een elektrische schok.
b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken zoals leidingen, radiatoren, fornuizen en koelkasten.
Wanneer uw lichaam in contact staat met geaarde oppervlakken loopt u een groter risico op een elektrische schok.
c) Stel het elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of vochtige omstandigheden.
Het risico op een elektrische schok wordt vergroot wanneer er water in het elektrisch gereedschap terechtkomt.
d) Behandel het snoer voorzichtig. Draag het gereedschap nooit door dit bij het snoer vast te houden. Trek niet aan het snoer wanneer u de stekker uit het stopcontact wilt halen. Houd het snoer uit de buurt van warmtebronnen, olie, scherpe randen of bewegende onderdelen. Een beschadigd of verward snoer verhoogt het risico op een elektrische schok.
e) Gebruik buitenshuis een verlengsnoer dat specifiek geschikt is voor het gebruik buiten. Het gebruik van een snoer dat specifiek geschikt is voor gebruik buitenshuis vermindert het risico op een elektrische schok.
f) Als het elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving gebruikt moet worden, dient een voeding met RCD (reststroom-apparaat) beveiliging te worden gebruikt.
Gebruik van een RCD vermindert de kans op een elektrische schok.
3) Persoonlijke veiligheid
a) Blijf waakzaam, let voortdurend op uw werk en gebruik uw gezond verstand wanneer u elektrisch gereedschap gebruikt.
Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen.
Eén moment van onoplettendheid kan in ernstig lichamelijk letsel resulteren.
b) Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd oogbescherming.
Beschermingsmiddelen zoals stofmaskers, niet-glijdende veiligheidsschoenen, een helm of oorbescherming vermindert het risico op lichamelijk letsel.
c) Voorkom dat het gereedschap per ongeluk kan starten. Controleer of de schakelaar in de uit stand staat voordat u de voeding en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of gaat dragen. Zorg ervoor dat u tijdens het verplaatsen van het elektrisch gereedschap uw vingers uit de buurt van de schakelaar houdt en sluit de stroombron niet aan terwijl de schakelaar op aan staat om ongelukken te vermijden.
d) Verwijder sleutels en moersleutels uit het gereedschap voordat u het elektrisch gereedschap aanzet.
Een (moer-)sleutel die op een bewegend onderdeel van het elektrisch gereedschap bevestigd is kan in lichamelijk letsel resulteren.
e) Reik niet te ver. Zorg ervoor dat u te allen tijde stevig staat en uw evenwicht behoudt.
Op deze manier heeft u tijdens een onverwachte situatie meer controle over het elektrisch gereedschap.
f) Draag geen loszittende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende onderdelen.
Loszittende kleding, sieraden en lang haar kunnen in de bewegende onderdelen verstrikt raken.
g) Indien het elektrisch gereedschap van een aansluiting voor stofafzuiging is voorzien dan dient u ervoor te zorgen dat de stofafzuiging aangesloten en op de juiste manier gebruikt wordt.
Het gebruik van stofafzuiging vermindert eventuele stofgerelateerde risico's.
4) Bediening en onderhoud van elektrisch gereedschap
a) Het elektrisch gereedschap mag niet geforceerd worden. Gebruik het juiste gereedschap voor het karwei.
U kunt de klus beter en veiliger uitvoeren wanneer u het juiste elektrische gereedschap gebruikt.
b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet als de schakelaar niet goed werkt.
Elektrisch gereedschap dat niet via de schakelaar bediend kan worden is gevaarlijk en moet onmiddellijk gerepareerd worden.
c) Haal de stekker uit het stopcontact voordat u de voeding en/of de accu van het elektrisch gereedschap losmaakt, afstellingen verricht, accessoires verwisselt of voordat u het elektrisch gereedschap opbergt.
Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico dat het elektrisch gereedschap per ongeluk opstart.
d) Berg elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen op en sta niet toe dat personen die niet bekend zijn met het juiste gebruik van het gereedschap of deze voorschriften dit elektrisch gereedschap gebruiken.
Eletrisch gereedschap is gevaarlijk in onbevoegde handen.
e) Het elektrisch gereedschap moet regelmatig onderhouden worden. Controleer het gereedschap op een foutieve uitlijning, vastgelopen of defecte bewegende onderdelen en andere problemen die van invloed zijn op de juiste werking van het gereedschap.
Indien het gereedschap defect of beschadigd is moet het gerepareerd worden voordat u het gereedschap opnieuw gebruikt.
Slecht onderhouden elektrisch gereedschap is verantwoordelijk voor een groot aantal doe-hetzelf ongelukken.
f) Houd snijwerktuigen scherp en schoon.
Goed onderhouden snijwerktuigen met scherpe snijranden lopen minder snel vast en zijn gemakkelijker in het gebruik.
g) Elektrisch gereedschap, toebehoren, bits enz. moeten in overeenstemming met deze instructies worden gebruikt waarbij de werkomstandigheden en het werk in overweging moeten worden genomen.
Gebruik van het elektrisch gereedschap voor andere doeleinden dan waarvoor het is bedoelt, kan resulteren in een gevaarlijke situatie.
5) Gebruik van gereedschap en onderhoud van de batterij a) Herlaad enkel met de lader die door de fabrikant wordt gespecificeerd.
Een lader die geschikt is voor één bepaald type batterijgroep kan brandgevaar veroorzaken bij een andere batterijgroep.
b) Gebruik de apparaten enkel met specifiek ontworpen batterijgroepen.
Het gebruik van andere batterijgroepen kan letsels of brand veroorzaken.
c) Wanneer de batterijgroep niet in gebruik is, houdt u ze verwijderd van andere metalen voorwerpen zoals papierclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere metalen voorwerpen die een verbindingen van de ene terminal met de andere kunnen maken.
De batterijterminals kortsluiten kan brandwonden of brand veroorzaken.
d) Bij een verkeerd gebruik kan er vloeistof uit de batterij lekken; vermijd elk contact. Indien er toevallig contact ontstaat, goed met water spoelen. Indien de vloeistof in contact met de ogen komt, ook medische hulp inroepen.
Vloeistof die uit de batterij lekt kan irritatie en brandwonden veroorzaken.
6) Onderhoudsbeurt
a) Het gereedschap mag uitsluitend door bevoegd onderhoudspersoneel worden onderhouden die authentieke onderdelen gebruikt.
Hierdoor kunt u erop aan dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behouden blijft.
VOORZORGMAATREGELEN
Houd kinderen en kwetsbare personen op een afstand. Het gereedschap moet na gebruik buiten het bereik van kinderen en andere kwetsbare personen worden opgeborgen.
VOORZORGSMAATREGELEN BIJ HET GEBRUIK VAN DE ELEKTRONISCHE PULSAANSTURING
-
Houd het gereedschap vast aan de geïsoleerde handgrepen tijdens het uitvoeren van een bewerking waarbij de klem in aanraking kunt komen met verborgen bedrading. Klemmen die een onder stroom staande draad aanraken, maken dat niet-geïsoleerde delen van het gereedschap ook onder stroom komen, waardoor de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.
-
Dit is een draagbare machine om mee te boren en om schroeven vast en los te draaien. Gebruik hem niet voor andere bewerkingen.
-
Gebruik oorwatjes als het gereedschap voor langere tijd wordt gebruikt.
-
Het bedienen van het apparaat met een hand is zeer gevaarlijk. Houd het apparaat bij bediening met beide handen stevig vast.
-
Na het monteren van het schroefstuk dient u lichtjes aan het schroefstuk te trekken om te kontroleren of het niet loskomt. Als het schroefstuk niet juist geïnstalleerd is, kan het tijdens gebruik loskomen en gevaar veroorzaken.
-
Gebruik het de schroefstuk dat past bij de schroef.
-
Door een schroef onder een hoek met de machine vast te zetten kan de kop van de schroef beschadigd worden. Tevens wordt de schroef dan niet met de juiste aantrekkracht vastgedraaid. Breng daarom voor het vastdraaien van een schroef het apparaat in één lijn met de schroef.
-
Laad de accu bij een temperatuur van 0 - 40°C. Een temperatuur van onder 0°C kan overlading veroorzaken, hetgeen gevaarlijk kan zijn. De accu kan niet bi een temperatuiur van boven de 40°C geladen worden. De meest geschikte temperatuur is tussen de 20 -25°C.
-
Gebruik de acculader niet kontinu. Wacht ongeveer 15 minuten voordat met het laden van een andere accu begonnen wordt.
-
Voorkom dat stof of vuil in de opening van de aansluiting van de batterij terecht komt.
-
Demonteer de oplaadbare batterij of oplader niet.
-
Voorkom kortsluiting van de oplaadbare batterij. Kortsluiting kan resulteren in oververhitting. Dit kan schade of brandgevaar opleveren.
-
Gooi de batterij niet in het vuur. Een brandende batterij kan ontploffen.
-
Breng de batterij naar de dealer waar deze gekocht werd, indien deze na oplading onvoldoende kracht heeft voor praktisch gebruik. Gooi een uitgewerkte batterij niet weg.
-
Het gebruik van een uitgeputte accu zal de oplader beschadigen.
-
Boort u in de muur, de vloer of het plafond, controleer dan op verborgen elektrische en andere leidingen.
OPMERKINGEN BIJ GEBRUIK LITHIUM-ION BATTERIJ
De lithium-ion batterij is voorzien van een beschermingsfunctie die volledige ontlading van de batterij voorkomt waardoor de levensduur wordt verlengd.
In geval 1 tot 3 hieronder kan de motor tijdens het gebruik van het product tot stilstand komen, zelfs wanneer u de schakelaar ingedrukt houdt. Dit geeft geen probleem met het product aan maar wordt veroorzaakt door de beschermingsfunctie.
-
De motor komt tot stilstand wanneer de batterij leeg is. De batterij moet in dit geval onmiddellijk opgeladen worden.
-
De motor kan tot stilstand komen wanneer het gereedschap overbelast is. Laat de schakelaar onmiddellijk los en zoek naar de oorzaak van de overbelasting. Wanneer u het probleem verholpen heeft kunt u het gereedschap opnieuw gebruiken.
-
Wanneer de batterij oververhit is door overbelasting, kan het zijn dat de batterij stopt. In dit geval gebruikt u de batterij niet verder en laat u ze afkoelen. Daarna kunt u haar opnieuw gebruiken.
Gelieve eveneens aandacht te schenken aan volgende waarschuwing en aandachtspunt.
WAARSCHUWING
Om acculekken, het opwekken van warmte, rookemissie, explosie en ontsteking bijtijds te vermijden, moet u ervoor zorgen volgende voorzorgsmaatregelen onder de aandacht te brengen.
- Zorg ervoor dat er geen spaanders en stof op de accu ophopen.
○Zorg er tijdens de werkzaamheden voor dat er geen spaanders en stof op de accu kunnen vallen.
○Zorg ervoor dat de spaanders en stof die tijdens het werk op het elektrisch gereedschap vallen zich niet op de accu ophopen.
○Bewaar een ongebruikte accu niet op een plaats waar het aan spaanders en stof wordt blootgesteld.
○Verwijder alle spaanders en stof van een accu voordat u hem opbergt en bewaar de accu niet op dezelfde plek als metalen onderdelen (schroeven, spijkers, enz.).
-
Doorboor de accu niet met een scherp voorwerp, zoals een nagel, klop er niet op met een hamer, stap niet op de accu of gooi er niet mee of stel hem niet bloot aan ernstige fysieke schokken.
-
Gebruik geen zichtbare beschadigde of vervormde accu.
-
Gebruik de accu niet met een omgekeerde polariteit.
-
Sluit hem niet rechtstreeks aan op elektrische toestellen of fittingen van sigarettenaanstekers in wagens.
-
Gebruik de accu niet voor andere doeleinden dan deze die gespecificeerd werden.
-
Wanneer de accu niet kan worden opgeladen, zelfs nadat de specifieke oplaadtijd verstreken is, stopt u onmiddellijk met het opladen.
-
Breng de accu niet op hoge temperaturen of drukken of stel ze er niet aan bloot, zoals in een microgolfoven, droger of een hogedrukcontainer.
-
Blijf uit de buurt van vuur onmiddellijk nadat een lek of vieze geur werd vastgesteld.
-
Gebruik hem niet in een plaats waar een grote statische elektriciteit wordt opgewekt.
-
In geval van een acculek, vieze geur, warmteopwekking, verkleuring of vervorming, of iets abnormaals tijdens het gebruik, het opladen of de opslag, haalt u hem onmiddellijk uit de uitrusting of de acculader en stopt u het gebruik.
LET OP
-
Wanneer u de lekkende vloeistof uit de accu in de ogen krijgt, wrijf dan niet in de ogen, en was ze goed uit met vers proper water, zoals kraantjeswater en roep er onmiddellijk een dokter bij. Indien u geen behandeling krijgt, kan de vloeistof oogproblemen veroorzaken.
-
Wanneer de vloeistof lekt op uw huid of kleding, was ze onmiddellijk goed af met proper water, zoals kraantjeswater. De kans bestaat dat dit huidirritatie veroorzaakt.
-
Wanneer u roest, een vieze geur, oververhitting, verkleuring, vervorming en/of andere onregelmatigheden vaststelt wanneer u de accu voor de eerste maal gebruikt, gebruik ze dan niet verder en stuur ze terug naar de leverancier of de verkoper.
WAARSCHUWING
Als een elektrisch geleidend vreemd voorwerp in de aansluitpunten van de lithium-ion accu terechtkomt, kan er kortsluiting ontstaan met het risico van brand als gevolg. Let bij het opbergen van de accu op de volgende punten.
○Plaats geen elektrisch geleidend zaagsel, spijkers, ijzerdraad, koperdraad of andere draad in de opbergdoos.
○Plaats de accu in het elektrisch gereedschap of bewaar de accu door deze stevig in het batterijdeksel te drukken totdat de ventilatieopeningen afgesloten zijn om kortsluiting te voorkomen. (Zie Afb. 1)
TECHNISCHE GEGEVENS
Hoewel deze machine 20 bedrijfsstanden heeft, kunnen er maximaal vier worden gekozen met de modusselectieschakelaar.
Vier standen die geschikt zijn voor veel uitgevoerde bewerkingen zijn door de fabriek als standaard ingesteld. Met een apart leverbare communicatieadaptor, kunt u de bedrijfsstand geheel naar keus in stellen. Lees voor meer informatie "Modusselectie en functies herschrijven" op pagina 54.
MACHINE
| Model WM10DBL | ||||
| Batterijtype BCL1015 BCL1030M | ||||
| Capaciteit *1 sch | Elektronische pulsstand | Houtschroef | 3,8 × 50 mm | |
| Boutstand | Normale bout M4 - M8 | |||
| Zeer krachtige bout M4 | - M6 | |||
| Stand zelfborende hroef | Kleine boorschroef 5 | |||
| Boorstand Boren in | Boren in houtwerk 12 | |||
| staal 5 | ||||
| Boren in cement 6 | ||||
| Elektronische klemstand *2 | Kleine schroef M6 | |||
| Aantrekkoppel (Maximum)[bij 20°C, volledig opgeladen] | Elektronische pulsstand 19 N·m {194 kgf·cm} | |||
| Boutstand [Aantrektijd: 3 sec.] [M8-bout voor hoge sterkte (sterkteniveau: 12,9)Gebruik van zeshoekige aansluiting.] | 20 N·m {204 kgf·cm} | |||
| Stand zelfborende schroef 14 N·m {143 kgf·cm} | ||||
| Boorstand | 1,6 N·m {16 kgf·cm} | 2,5 N·m {25 kgf·cm} | ||
| Elektronische klemstand *2 | 10-punts klem 1 - 6 N·m{10 - 61 kgf·cm} | |||
| Randvorm | Breedte langs vlakke zijde 6,35,vorm om bit in te steken | |||
| Type van motor | Gelijkstroommotor | |||
| Onbelaste snelheid[bij 20°C, volledig opgeladen] | Elektronische pulsstand | 0 - 2200 min ^-1 | ||
| Boutstand | 0 - 1300 min ^-1 | |||
| Stand zelfborende schroef | 0 - 2200 min ^-1 | |||
| Boorstand | 0 - 2200 min ^-1 | |||
| Elektronische klemstand *2 | 0 - 1140 min ^-1 | |||
| Aantal keer blazen[bij 20°C, volledig opgeladen] | Elektronische pulsstand | 0 - 1090 min ^-1 | ||
| Boutstand | 0 - 1030 min ^-1 | |||
| Stand zelfborende schroef | 0 - 1090 min ^-1 | |||
| Oplaadbare batterij | BCL1015: Li-ion 10,8 V(1,5 Ah 3 cellen) | BCL1030M: Li-ion 10,8 V(3,0 Ah 6 cellen) | ||
| Afmetingen van de machineVolledige lengte × hoogte × hoogte in het midden | 139 mm × 216 mm × 29 mm(met BCL1015 gemonteerd) | 139 mm × 233 mm × 29 mm(met BCL1030M gemonteerd) | ||
| Poids | 1,0 kg(met BCL1015 gemonteerd) | 1,2 kg(met BCL1030M gemonteerd) | ||
| Ledlampje | Witte LED | |||
*1: De mogelijkheden van machine BCL1015 zijn geringen dan die van BCL1030M onder zware belasting. De twee machines gebruiken namelijk dezelfde batterijspanning maar verschillen in interne structuur.
*2: De stand voor de elektronische koppeling schroeven schroeven is niet een standaardbedrijfsstand van de fabriek.
ACCULADER
| Model UC10SL2 / UC10SFL | |
| Oplaadspanning 10,8 V | |
| Gewicht | 0,35 kg |
STANDAARD TOEBEHOREN
In aanvulling op het gereedschap (1) bevat de verpakkingsdoos de toebehoren die in de onderstaande tabel zijn vermeld.
| WM10DBL(2LCSK) | 1 Acculader (UC10SL2 of UC10SFL)...... 12 Batterij (BCL1015) ...... 23 Plastic doos ...... 14 Batterijdeksel ...... 1 |
| WM10DBL(2LMSK) | 1 Acculader (UC10SL2 of UC10SFL)...... 12 Batterij (BCL1030M) ...... 23 Plastic doos ...... 14 Batterijdeksel ...... 1 |
| WM10DBL(NN) | Acculader, batterij, plastic doos en batterijdeksel niet inbegrepen. |
De standaard toebehoren kunnen zonder nadere aankondiging gewijzigd worden.
EXTRA TOEBEHOREN (Los verkrijgbaar)
- Kruiskopdrijver
Ingegraveerde nummers

text_image
B L3. Boorkop adapter-set: Code Nr. 321823
Gebruik de boortjes die in de handel verkrijgbaar zijn, om gaten in het materiaal te boren.

De extra toebehoren kunnen zonder aankondiging op ieder moment worden veranderd.
TOEPASSINGEN
○Indraaien en uitdraaien van kleine schroeven, kleine bouten, machineschroeven, houtschroeven, tapbouten, enz.
○Boren van verschillende houtsoorten.
○Boren van verschillende metalen.
INLEGGEN EN UITNEMEN VAN DE BATTERIJ
1. Verwijderen van de batterij
Houd de handgreep goed vast en druk tegen de accvergrendeling om de batterij te verwijderen (zie Afb. 1 en 2).
LET OP:
Sluit de batterij nooit kort.
2. Aanbrengen van de batterij
Plaats de batterij met de polen juist aangebracht (zie Afb. 2).
OPLADEN
Voor het gebruik van de elektronische pulsaansturing dient de accu als volgt opgeladen te worden.
-
Sluit het netsnoer van het oplaadapparaat op het stopkontakt aan.
Wanneer de stekker van de acculader in het stopcontact wordt gestoken, zal het lampje in rood knipperen (met tussenpozen van 1 seconde). -
Steek de batterij in het oplaadapparaat.
Steek de batterij stevig in de oplader, totdat deze contact maakt met de bodem van de oplader, zoals in Afb. 3 getoond wordt.
3. Opladen
Wanneer een batterij in de acculader wordt aangebracht, blijft het lampje continu rood branden. Wanneer de batterij volledig is opgeladen, gaat het lampje in rood knipperen (met tussenpozen van 1 seconde) (Zie Tabel 1).
(1) Aanduiding van het controlelampje
De aanduidingen van het controlelampje zijn zoals aangegeven in Tabel 1, al naar gelang de toestand van de oplaadbare batterij of de acculader.
Tabel 1
| Aanduidingen van het controlelampje | ||||
| Controlelampje (rood) | Voor het laden | Knippert | Brandt ongeveer 0,5 sekonde.Brandt ongeveer 0,5 sekonde niet.(Uit voor 0,5 sekonde) | |
| Tijdens opladen | Brandt | Blift branden | ||
| Na opladen | Knippert | Brandt ongeveer 0,5 sekonde.Brandt ongeveer 0,5 sekonde niet.(Uit voor 0,5 sekonde) | ||
| Overheat standby | Knippert | Brandt ongeveer 1 sekonde.Brandt ongeveer 0,5 sekonde niet.(Uit voor 0,5 sekonde) | De batterij is oververhit. De batterij kan niet opgeladen worden (het opladen wordt hervat wanneer de batterij is afgekoeld). | |
| Opladen onmogelijk | Knippert | Brandt ongeveer 0,1 sekonde.Brandt ongeveer 0,1 sekonde niet.(Uit voor 0,1 sekonde) | Er is iets mis met de accu of met het oplaad-apparaaat | |
(2) Batreffende de temperatuur van de oplaadbare batterij De temperaturen voor herlaadbare batterijen worden weergegeven in Tabel 2. Oververhitte batterijen moeten een tijdje afkoelen voordat ze worden herladen.
Tabel 2 Temperatuur voor opladen van baterijen
| Oplaadbare batterijen | Geschikte temperatuur voor het opladen |
| BCL1015, BCL1030M 0°C | - 50°C |
(3) Tijd die benodigd is voor het opladen De oplaadtijden in de onderstaande Tabel 3 zijn afhankelijk van de kombinatie van acculader en batterij.
Tabel 3 Oplaadtijden (bij 20°C)
| Batterij\Acculader | UC10SL2 UC | 10SFL |
| BCL1015 Circa. 30 min. | Circa. 40 min. | |
| BCL1030M Circa. 60 min. | Circa. 80 min. |
OPMERKING
De tijd voor het opladen verschilt afhankelijk van de omgevingstemperatuur en het spanningsvoltage.
-
Trek de stekker van het oplaadapparaat uit het stopkontakt.
-
Houd het oplaadapparaat stevig vast en trek de batterij er uit.
OPMERKING
Verwijder beslist de accu van de lader na gebruik. Bewaar op een veilige plaats.
Betreffende het ontladen raken van nieuwe batterij e.d.
Aangezien bij nieuwe en langdurig niet gebruikte batterij de chemische aktiviteit is teruggelopen, zal de stroomopbrengst bij het eerste en tweede gebruik slechts gering zijn. Dit is een tijdelijk verschijnsel; de normale oplaadtijd kan hersteld worden door de accu 2 à 3 maal bij kamer-temperatuur op te laden.
Om langdurig gebruik van de batterij te bevorderen
(1) Laad batterij op vóórdat ze volledig uitgeput zijn. Merkt u dat de gevoede apparatuur minder krachtig gaat werken, onderbreek dan het gebruik en laad de batterij op. Als u apparatuur op batterijvoeding te lang blijft gebruiken, kan dit leiden tot teruglopen van de batterijwerking en eventueel zelfs beschadiging ervan.
(2) Verricht het opladen niet bij hoge temperatuur. Een oplaadbare batterij zal onmiddellijk na gebruik gewoonlijk erg warm zijn. Als u een dergelijke batterij onmiddellijk gaat opladen, zal de chemische balans in het inwendige verstord worden en zal de levensduur van de batterij afnemen. Laat de batterij daarom even afkoelen, voor u met opladen begint.
LET OP
○Als wordt geprobeerd de batterij op te laden terwijl deze te warm is geworden door langdurige blootstelling aan direct zonlicht of onmiddellijk na gebruik van de batterij, is het mogelijk dat het controlelampje van de acculader knippert door 1 seconde op te lichten en 0,5 seconde niet op te lichten (lampje is 0,5 seconde uit). Mocht dit zich voordoen, laat de batterij dan eerst even afkoelen alvorens u deze oplaadt.
○Wanneer het controlelampje snel knippert (vijfmaal per sekonde), neem de batterij dan uit het oplaadapparaat en controleer op de aanwezigheid van een voorwerp dat er niet hoort. Is er geen voorwerp in de opening aanwezig, dan is de storing waarschijnlijk te wijten aan de oplaadbare batterij of het oplaadapparaat. Laat deze dan controleren door een bevoegde onderhoudsinstantie.
○Aangzien de ingebouwde micoprocessor van de UC10SL2/UC10SFL een drietal sekonden nodig heeft om te reageren op het loskoppelen van de batterij. dient u minimaal drie sekonden te wachten voordat u de batterij weer aansluit om het laden te vervolgen. Als de batterij binnen de drie sekonden wordt aangesloten, bestaat de kans dat deze niet goed wordt opgeladen.
VOOR HET GEBRUIK
1. Voorbereiden en kontroleren van de werkomgeving
Zorg ervoor dat de werkplaats voldoet aan alle eisen die in de voorzorgsmaatregelen vermeld staan.
2. Kontroleren van de batterij
Zorg ervoor dat de batterij stevig geplaatst wordt. Indien dit niet gebeurd, kan het voorkomen dat de accu eruit valt en een ongeluk veroorzaakt.
3. Monteren van het schroefstuk
○Schroefstuk
Volg altijd de onderstaande aanwijzingen bij het monteren van het schroefstuk. (Afb. 4)
(1) Trek de geleide-ring uit.
(2) Steek het schroefstuk in de zeshoekige opening in het draaistuk.
(3) Laat de geleide ring los, waarna deze naar de oorspronkelijke positie terugkeert.
LET OP:
Als de geleide ring niet naar de oorspronkelijk positie terugkeerd, is het schroefstuk niet op de juiste wijze gemonteerd.
○Boortje
- Een boor met een zeshoekige as kan direct in het gereedschap worden gestoken.
- Om een boor zonder zeshoekige as te gebruiken, hebt u de boorklemadapter nodig die apart leverbaar is.
(1) Steek het boortje in de boorhouder.
(2) Zet de boor met de sleutel stevig vast. Draai daarbij beurtelings in elk van de drie gaten. (Afb. 5)
- Gebruik een ijzerboor om een geleidegat te boren voor een houtschroef of een 10 mm of kleiner gat.
(1) Steek het boortje in de boorhouder.
(2) Zet de boor met de sleutel stevig vast. Draai daarbij beurtelings in elk van de drie gaten. (Afb. 5)
GEBRUIK
Om langdurig gebruik van de batterij te bevorderen
○Laad batterij op vóórdat ze volledig uitgeput zijn.
Merkt u dat de gevoede apparatuur minder krachtig gaat werken, onderbreek dan het gebruik en laad de batterij op. Als u apparatuur op batterijvoeding te lang blijft gebruiken, kan dit leiden tot teruglopen van de batterijwerking en eventueel zelfs beschadiging ervan.
1. Modusselectie en functies herschrijven
De bedrijfsstand wordt steeds omgeschakeld als u drukt op de modusselectieschakelaar op de zijkant van de machine.
Kies een bedrijfsstand die overeenkomt met de gewenste bewerking (Afb. 6).

U kunt de stand alleen omschakelen nadat de lader op de machine is aangesloten en de schakelaar is omgezet.
(1) Standaardinstelling voor de bedrijfsstand
De volgende vier standen zijn de standaardstanden van deze machine.
| Symbool | Bedrijfsstand Voor | beeld van toepassing |
| A | Elektronische puls "3" | Houtschroeven vastzetten |
| B Bout "Continu" Bouten vastzetten | ||
| C | Zelftappende Zelftappende schroef schroef "2" vastzetten | |
| D Boor Boren | ||
OPMERKING:
○Het koppel bij het vastzetten van schroeven is afhankelijk van de gebruikte schroef of het gebruikte klemmechanisme.
Probeer een paar schroeven vast te zetten om het juiste koppel te bepalen.
○Gebruik de boutstand om bouten vast te zetten.
○Het is niet mogelijk de bedrijfsstand om te schakelen als de schakelaar ingeschakeld is. Schakel de machine uit voordat u de stand omschakelt.
(2) Ingebouwde bedrijfsstanden en de functie voor het herschrijven van de standen van dit product
De machine heeft in totaal 20 bedrijfsstanden. De instelling van elke stand wordt hieronder beschreven. U kunt een keus maken uit maximaal vier bedrijfsstanden met een apart leverbare communicatieadaptor. Het is ook mogelijk het aantal mogelijke standen te beperken tot een of twee, of om alle vier modi te koppelen aan dezelfde bedrijfsstand.
Lijst van ingebouwde bedrijfsstanden betekent standaardbedrijfsstand.
| NEE. | Bewerkingsstand | Maximum koppel | Onbelaste snelheid | Aantal slagen | Toepassing | ||
| 1 | Elektronische pulsstand | 1 | 13N·m {133 kgf·cm} | 0 -1300 min ^-1 | 1090 min ^-1 | Houtschroef aandraaen | Aandraaien van schroef korter dan 32 mm |
| 2 | 2 | 19N·m {194 kgf·cm} | 0 - 2200min ^-1 | 1050 min ^-1 | Aandraaien van 32 – 50 mm-schroef | ||
| 3 | 3 | Aandraaien van 50 mm-schroef | |||||
| 4 | Boutstand *1 | 1 | 10N·m {102 kgf·cm} | 0 -770 min ^-1 | 1030 min ^-1 | Bout Gewone aandraaien | bout : M4 – M8 Zeer sterke bout : M4 – M6 |
| 5 | 2 | 15N·m {153 kgf·cm} | 0 -1040 min ^-1 | ||||
| 6 | 3 | 20N·m {204 kgf·cm} | 0 -1300 min ^-1 | ||||
| 7 | Continu | 20N·m {204 kgf·cm} | |||||
| 8 | Stand zelfborende schroef *2 | 1 | 3,5 N·m {36 kgf·cm} | 0 -2200 min ^-1 | 1090 min ^-1 | Zelfborende schroef aandraaien | ∅3,5 |
| 9 | 2 | 14N·m {143 kgf·cm} | ∅4 – ∅5 | ||||
| 10 | Boorstand *3 | — | 1,6 N·m {16 kgf·cm}2,5 N·m {25 kgf·cm} | 0 -2200 min ^-1 | — | Boren Hout | ∅12, Metaal ∅5, Mortel ∅6 |
| 11 | Elektronische klemstand *4 | 1 | 1 N·m {10 kgf·cm} | 0 -250 min ^-1 | Schroef vastzetten | ||
| 12 | 2 | 1,4 N·m {14 kgf·cm} | 0 -350 min ^-1 | ||||
| 13 | 3 | 1,8 N·m {18 kgf·cm} | 0 -450 min ^-1 | ||||
| 14 | 4 | 2,3 N·m {23 kgf·cm} | 0 -550 min ^-1 | Schroef –M6 tappen | |||
| 15 | 5 | 2,8 N·m {29 kgf·cm} | 0 -650 min ^-1 | ||||
| 16 | 6 | 3,3 N·m {34 kgf·cm} | 0 -750 min ^-1 | ||||
| 17 | 7 | 3,9 N·m {40 kgf·cm} | 0 -850 min ^-1 | Gipsplaat monteren | |||
| 18 | 8 | 4,6 N·m {47 kgf·cm} | 0 -950 min ^-1 | ||||
| 19 | 9 | 5,3 N·m {54 kgf·cm} | 0 -1040 min ^-1 | ||||
| 20 | 6 N·m {61 kgf·cm} | 0 -1140 min ^-1 | |||||
Het maximale koppel in de lijst is het maximale koppel dat de machine zelf genereert in een ingestelde bedrijfsstand. Het vastzetkoppel bij een vastzetbewerking is afhankelijk van de gebruikte schroef of het gebruikte klemmechanisme. Het is dan ook gewenst een paar schroeven vast te draaien ter bevestiging.
*1: De boutstanden 1, 2 en 3 worden ten keer ingesteld om het koppel nauwkeurig te verbeteren.
*2: Voordat u een dunne plaat vastzet met een zelftappende schroef, zorgt u ervoor dat de dikte van de plaat geschikt is voor de diameter van de schroef.
*3: Bij montage van BCL1015: 1,6 N·m {16 kgf·cm}, Bij montage van BCL1030M: 2,5 N·m {25 kgf·cm}
*4: In de elektronische koppelingsstanden 4-10 kan de machine even in omgekeerde richting draaien, terwijl de belasting stijgt. Zo wordt schade aan de schroefkop vermeden.
De machine start met een lage draaisnelheid en zet zachtjes vast.
De motor stopt automatisch met draaien als het koppel de ingestelde stand bereikt, zodat de schroef niet te ver wordt vastgezet.
Er wordt geen geluid van een koppeling gehoord, zoals bij een mechanisch type.
U kunt de omschakelbare standen veranderen met de daarvoor bestemde software, door de communicatieadaptor aan te sluiten tussen de machine en de computer.
2. Kenmerken van de elektronische pulsaansturing
In tegenstelling tot een conventionele draaiaansturing, genereert de elektronische pulsaansturing de slagkracht door de motor herhaaldelijk vooruit en achteruit te draaien.
Dit mechanisme zorgt voor een stillere werking.
De volgende kenmerken zijn niet gewoon voor een conventionele draaiaansturing maar dit zijn geen tekenen van een onjuiste werking.
○Het gereedschap heeft de neiging warm te worden bij voortdurend aandraaien van schroeven.
Om de motor en de elektronische onderdelen die de werking besturen te beschermen, is dit gereedschap voorzien van een temperatuurbeveiligingscircuit.
Afhankelijk van de schroef en het materiaal waarin geschroefd wordt, kan de draaiactie snel beginnen.
Omdat de draaiactie de temperatuur van de motor en de elektronische onderdelen doet toenemen, kan het teemperatuurbeveiligingscircuit vroegtijdig geactiveerd worden.
Zie "1. Continugebruik" op pagina 57 om het afsluiten van de werking op te heffen die door het temperatuurbeveilidingscircuit is veroorzaakt.
Verder controleert de elektronische pulsbesturing voortdurend het toerental van de motor om voor elke stand de optimale werking te bieden.
Daarom kunnen tijdens het gebruik de volgende zaken voorkomen.
○Het gedrag aan het begin van een activiteit verschilt per stand.
In de stand zelfborende schroef (1) neemt de snelheid langzaam toe.
In de elektronische klemstand (standaard rotatie) draait de motor een bepaalde periode na het starten op een heel lage snelheid, waarna de snelheid toeneemt.
De elektronische klemstand (achteruitdraaistand) bereikt direct bij het starten het vooraf ingestelde toerental.

○Het gereedschap keert mogelijk niet terug naar de uitgangsstand vanuit de draaihandeling.
Als het bit of socket uit de schroef of bout wordt verwijderd terwijl de schakelaar is ingedrukt, kan het gereedschap doorgaan met de draaihandeling.
Om terug te keren naar de beginstatus, schakelt u het gereedschap uit en begint u met de volgende handeling.
○Het toerental van de motor vermindert niet ook als de resterende spanning in de accu terugloopt.
Omdat dit gereedschap gebruik maakt van de constante snelheid-besturing, blijft het toerental vrijwel onveranderd ook als de restspanning in de accu terugloopt. Daardoor kunnen gebruikers het gereedschap blijven gebruiken tot de accu leeg is. Het is echter moeilijk om aan het toerental te zien hoeveel vermogen de accu nog bevat en het gereedschap kan tijdens het werk plotseling stoppen.
○De machine stopt automatisch als de elektronische koppeling actief wordt.
Een schroef kan in stilte worden aangedraaid zonder dat u het koppelingsgeluid hoort dat ontstaat bij een mechanische machine.
De machine stopt automatisch als de koppeling actief wordt. Wilt u de machine verder gebruiken, schakel hem dan uit en weer in. Werkt de machine niet, zelfs niet als hij onbelast is, dan is de batterij bijna leeg. In dat geval moet de batterij direct worden opgeladen.
De boor draait rechtsom (van achteren gezien) wanneer de R-kant van de drukknop ingedrukt wordt. De L-kant van de drukknop dient te worden ingedrukt om de boor linksom te laten draaien. (Zie Afb. 7) (De (L)en (R)markeringen zijn op de behuizing aangebracht.)
3. Controleer de draairichting
LET OP:
De drukknop mag niet gebruikt worden wanneer de machine draait. Als u de draairichting wilt omschakelen moet u eerst de machine volledig stilleggen; daarna kunt u de drukknop gebruiken.
4. Bediening van de hoofdschakelaar
○De boor gaat draaien wanneer aan de trekker getrokken wordt. Wanneer de trekker wordt losgelaten stopt de boor.
○De draaisnelheid kunt u regelen door in meerdere of mindere mate aan de trekschakelaar te trekken. Wanneer u licht aan de trekschakelaar trekt, is de snelheid laag en bij harder trekken wordt de snelheid verhoogd.
5. Het licht gebruiken.
Trek aan de trekkerschakelaar om het lampje te laten branden. Het lampje blijft branden zolang de trekkerschakelaar wordt ingetrokken. Het lampje gaat uit zodat de trekkerschakelaar wordt losgelaten. (Afb. 8)
LET OP:
Stel uw ogen niet rechtstreeks bloot aan het licht door in het lampje te kijken.
Als uw ogen voortdurend worden blootgesteld aan het licht, kan dit oogletsel veroorzaken.
6. Vast- en losdraaien van schroeven
Monteer het juiste schroefstuk voor de schroef en steek het schroefstuk in de groeven van de kop van de schroef. Draai daarna de schroef vast.
Druk zo hard tegen het apparaat aan dat het bitje in de kop van de schroef blijft.
LET OP:
○Wanneer de schroef met het apparaat te vast wordt gedraaid, kan de schroef afbreken.
Door de schroef met het apparaat onder een hoek vast te draaien, kan de kop van de schroef beschadigen. Tevens wordt de schroef dan niet met de juiste aantrekkracht vastgedraaid. Breng daarom voor het vastdraaien van een schroef het apparaat in één lijn met de schroef.
○Gebruik het bitje dat in het kruis op de schroefkop past.
Zorg er voor dat u een geschikt bit gebruikt, met name voor het aandraaien van zelfborende schroef omdat een verkeerd bit de schroef kan laten omvallen.
7. Werk dat verricht kan worden met een enkele lading
De volgende tabel toont hoe veel werk er bij benadering door de machine uitgevoerd kan worden met een enkele lading.
(Het aantal vastgezette schroeven en het aantal boorbewerkingen is afhankelijk van de hardheid van het hout of metaal, de omgevingstemperatuur, de eigenschappen van de lader enz.)
| Bewerkingsstand Bewerking | Batterij | BCL1015 B | BCL1030M | ||
| Elektronische pulsstand [3] | Houtschroeven vastzetten 3,8 × 50 | Lauan | Circa. 300 | Circa. 700 | |
| Boutstand [3] | Bout aandraaien: M8 × 30 | S10C | Circa. 100 | Circa. 240 | |
| Stand zelfborende Zelfborende schroef + Zelfborende schroef + Zelfborende schroef + Zelfborende schroef + Zelfborende schroef + Zelfborende schroef + Zelfborende schroef + Zelfborende schroef + Zelfborende schroef + Zelfborende schroef + Zelfborende schroef + Zelfborende schroef +Zelfborende schroef + Zelfborende schroef + Zelfborende schroef + Zelfborende schroef + Zelfborende schroef + Zelfborende schroef + Zelfborende schroef + Zelfborende schroef + Zelfborende schroef + Zelfborende schroef + Zelfborende schroef + Zifborende schroef + Zifborende schroef + Zifborende schroef + Zifborende schroef + Zifborende schroef + Zifborende schroef + Zifborende schroef + Zifborende schroef + Zifborende schroef + Zifborende schroef + Zifborende schroef + Zifcurende schroef + Zifcurende schroef + Zifcurende schroef + Zifcurende schroef + Zifcurende schroef + Zifcurende schroef + Zifcurende schroef + Zifcurende schroef + Zifcurende schroef + Zifcurende schroef + Zifcurende schroef + Zifcuredechroeven | |||||
| Boren in houtwerk 12 | Amerikaans grenen t18 | Circa. 220 | Circa. 510 | ||
| Boorstand | Boren in staal 5 | SPCC t1,6 | Circa. 95 | Circa. 220 | |
| Elektronische klemstand | Machineschroeven vastzetten M6 × 12 | S10C | Circa. 1670 | Circa. 3900 | |
OVER BATTERIJ BCL1030M
1. Batterijcapaciteitsindicator
Afb. 9-a Tijdens het opladen, Tijdens een pauze
Afb. 9-b Bij gebruik van de machine
(■: Brandt, □: Gaat uit, ■: Knippert, (per 2 seconden),
■: Knippert snel (per 0,5 seconde))
(1) Tijdens het opladen (Afb. 10)
De indicatielampjes knipperen en geven de hoeveelheid lading in de batterij aan.
(2) Tijdens een pauze (Afb. 11)
De indicatielampjes knipperen altijd en geven de resterende lading in de batterij aan.
(3) Bij gebruik van de machine (Afb. 12)
Wordt de draadloze machine ingeschakeld, dan gaan de indicatielampjes branden en geven ze de resterende capaciteit in de batterij aan. Drie seconden nadat de schakelaar is losgelaten, gaan de indicatielampjes knipperen.
2. Beschermingsfunctie
In het volgende geval 1 en 2 kan de motor van de draadloze machine stoppen (indicatielampjes zi uit) tijdens het gebruik. Dit wijst niet op een storing maar gebeurt door het inwerkingtreden van de beschermingsfunctie.
(1) De motor stopt als de batterij bijna leeg is (batterijspanning onder 6V). In dat geval moet de batterij direct herladen worden.
(2) De motor kan stoppen als de draadloze machine overbelast wordt. Laat in dat geval de schakelaar los en verwijder de oorzaak van de overbelasting. Daarna kunt u de machine weer gebruiken.
3. Indicatie van stringen (Afb. 13)
Knipperen de indicatielampjes snel (per 0,5-seconde), dan kan dat duiden op een batterijstoring. Breng de batterij terug naar de plaats van aankoop.
4. De levensduur van de batterij bepalen
Wordt de bedrijfstijd van de batterij merkbaar korter nadat de batterij correct is opgeladen, dan duidt dat op het einde van de levensduur van de batterij. We adviseren een nieuwe batterij te kopen.
OPMERKING:
Wordt de machine langere tijd niet gebruikt, dan kan de batterij zo zwak worden dat de lampjes niet meer kunnen branden om het resterende vermogen aan te geven. de lampjes zullen weer branden als de batterij opgeladen is.
Tips om de duur van de batterij te verlengen
(1) Laad de batterij op voordat hij volledig ontladen is.
Merkt u dat het vermogen van de machine daalt, gebruik hem dan niet meer en laad eerst de batterij op.
Zou u de machine verder gebruiken en de batterij verder ontladen, dan loopt de batterij schade op, resulterend in een kortere levensduur.
(2) Laad de batterij niet bij een hoge temperatuur.
De batterij wordt direct na gebruik van de machine heet.
Laadt u de batterij te snel op, dan zullen de chemische stoffen in de batterij ontbinden, resulterend in een kortere levensduur.
Laat de batterij even rustig afkoelen voordat u hem weer oplaadt.
* Is er iets dat u niet begrijpt over het product, vraag dan informatie bij de dichtstbijzende servicevertegenwoordiger.
VOORZORGSMAATREGELEN BIJ GEBRUIK
1. Continugebruik
Als u voortdurend indraait, kan het termperatuurbeveiligingscircuit snel actief worden. (Zie "2. Kenmerken van de elektronische pulsaansturing" op pagina 55.)
Als het ingeschakelde temperatuurbeveiligingscircuit het gereedschap uitschakelt, knippert de LED om aan te geven dat het gereedschap te warm is geworden. De LED dooft automatisch na ongeveer 30 seconden. Als u continu werkt, moet u het gereedschap ongeveer 15 minuten laten afkoelen met een vervangende herlaadbare accu.
OPMERKING:
○Als het gereedschap door het temperatuurbeveiligingscircuit wordt uitgeschakeld, moet u het voldoende laten afkoelen.
U kunt het gereedschap weer gebruiken als het is afgekoeld.
○Zolang het gereedschap niet voldoende is afgekoeld, kan het niet starten door de schakelaar in de aanstand te zetten. De LED knippert tijdens het aanzetten van de schakelaar. Wacht tot het gereedschap voldoende is afgekoeld.
○Raak de voorkant van het gereedschap niet aan tijdens continuwerk. Dit is erg warm.
2. Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van de snelheidsregelaar
Deze regelaar is voorzien van een ingebouwd, elektronisch circuit waarmee het toerental traploos kan worden ingesteld. Hierdoor kunnen, wanneer de trekschakelaar slechts een beetje wordt overgehaald (laag toerental) en de motor gestopt wordt terwijl u een schroef aan het indraaien bent, onderdelen van het elektronisch circuit oververhit en beschadigd raken.
3. Het gereedschap vasthouden en drukkracht uitoefenen
Houd het gereedschap stevig vast met beide handen en houd het recht op een schroef of bout. Het is niet nodig om het gereedschap extra krachtig tegen materiaal aan te drukken.
Let op dat u niet teveel druk/wriikkracht op het gereedschap uitoefent. Dat kan het gereedschap beschadigen.
ONDERHOUD EN INSPECTIE
1. Inspectie van de boor
Slijp of vervang de boor wanneer slijtage gekonstateerd wordt; gebruik van eengekonstateerd wordt; gebruik van een stompe boor vermindert de efficientie en kan de motor beschadigen.
2. Inspectie van de bevestigingsschroef
Alle bevestigingsschroeven moeten regelmatig geïnspecteerd en gecontroleerd worden of zij juist aangedraaid zijn. Wanneer één van de schroeven losraakt, dan moet deze onmiddellijk opnieuw aangedraaid worden. Gebeurt dat niet, dan kan dat tot aanzienlijke gevaren leiden.
3. Onderhoud van de motor
De motorwikkeling is het "hert" van het electrishce gereedschap.
Er moet daarom bijzonder zorgvuldig op gelet worden, dat de wikkeling niet beschadigd en/or met olie or water bevochtigd wordt.
4. Reiningen van de behuizing
Gebruik een zachte droge doek, of een doek met zeepwater wanneer de behuizing bevuild is. Gebruik geen vloeistoffen met chloor, verdunner of benzine om te voorkomen dat het plastic smelt.
5. Opbergen
Bewaar de machine in een plaats waar de temperatuur niet hoger is dan 40°C, en buiten het bereik van kinderen.
OPMERKING
Controleer of de batterij volledig is geladen als deze gedurende langere tijd is opgeslagen (3 maanden of langer). Een batterij met een kleinere capaciteit kan tijdens het gebruik mogelijk niet worden opgeladen als hij langdurig is opgeslagen.
6. Lijst vervangingsonderdelen
LET OP:
Reparatie, modificatie en inspectie van HiKOKI elektrisch gereedschap dient te worden uitgevoerd door een erkend HiKOKI Service-centrum.
Deze Onderdelenlijst komt van pas wanneer u deze samen met het gereedschap aanbiedt bij het erkende HiKOKI Service-centrum wanneer u om reparatie of ander onderhoud verzoekt.
Bij gebruik en onderhoud van elektrisch gereedschap dienen de in het land waar u zich bevindt geldende veiligheidsregelgeving en veiligheidsstandaarden stipt te worden opgevolgd.
MODIFICATIES:
HiKOKI elektrisch gereedschap wordt voortdurend verbeterd en gewijzigd teneinde gebruik te kunnen maken van de nieuwste technische ontwikkelingen.
Daarom is mogelijk dat sommige onderdelen zonder voorafgaande kennisgeving gewijzigd worden.
Belangrijke informatie voor batterijen van HiKOKI snoerloos elektrisch gereedschap
Gebruik altijd een van onze voorgeschreven originele batterijen. Wij kunnen de veiligheid en prestatie van ons snoerloos elektrisch gereedschap niet garanderen bij gebruik van andere dan de voorgeschreven batterijen, of als de batterij gedemonteerd of gewijzigd is (zoals demontage of vervanging van batterijcellen of andere inwendige onderdelen).
GARANTIE
De garantie op het elektrisch gereedschap van HiKOKI is in overeenstemming met de wettelijke/landspecifieke richtlijnen. Deze garantie dekt geen defecten of schade als gevolg van foutief gebruik, misbruik of normale slijtage. In geval van klachten verzoeken wij u het elektrisch gereedschap samen met het GARANTIECERTIFICAAT dat u achterin deze handleiding aantreft naar een erkend servicecentrum van HiKOKI te sturen. Indien door de gebruiker de machine wordt gedemonteerd vervalt de aanspraak op garantie.
OPMERKING:
Op grond van het voortdurende research- en ontwikkelingsprogramma van HiKOKI zijn veranderingen van de hierin genoemde technische opgaven voorbehon.
Informatie betreffende luchtgeluid en trillingen
De gemeten waarden zijn verkregen overeenkomstig EN60745 en voldoen aan de eisen van ISO 4871.
Gemeten A-gewogen geluidsniveau: 83 dB (A)
Gemeten A-gewogen geluidsdrukniveau: 72 dB (A)
Onzekerheid KpA: 3 dB (A)
Draag gehoorbescherming.
Totale trillingswaarden (triax vector som) bepaald overeenkomstig EN60745.
Bevestigingsdelen met de slagfunctie aanhalen, met de maximale capaciteit van het gereedschap:
Trillingsemissiewaarde ah = 11,0 m/s²
Onzekerheid K = 1,5 m/s²
De totale bepaalde trillingswaarde is gemeten in overeenstemming met een standaardtestmethode en is bruikbaar om meerdere gereedschappen met elkaar te vergelijken.
U kunt dit ook als beoordeling vooraf aan de blootstelling gebruiken.
WAARSCHUWING
○De trillingsemissiewaarde tijdens het feitelijke gebruik van het elektrisch gereedschap kan afwijken van de opgegeven totale waarde afhankelijk van de manieren waarop het gereedschap wordt gebruikt.
○Neem kennis van de veiligheidsmaatregelen voor de bescherming van de gebruiker die gebaseerd zijn op een schatting van blootstelling onder feitelijke gebruiksomstandigheden (rekening houdend met alle onderdelen van de gebruikscyclus, zoals de tijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en wanneer dit onbelast draait inclusief de triggertijd).