SW8000 - Veegmachine NILFISK - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SW8000 NILFISK in PDF-formaat.
| Producttype | Berijdbare veegmachine |
| Merk | Nilfisk |
| Model | SW8000 |
| Leeggewicht | 1395 kg (3075 lb) |
| Brutogewicht | 2007 kg (4426 lb) |
| Beschikbare motor | 4 cilinders LPG, Benzine of Diesel |
| Brandstoftype | Loodvrije benzine 87 octaan, Diesel nr. 2 (of nr. 1 als T<0°C), LPG |
| Brandstoftankinhoud | 48,26 liter (12,75 gallon) |
| Bandenspanning | 6 tot 6,5 bar (90-95 psi) |
| Maximale gebruikshelling | 20% (11,3°) |
| Geluidsdrukniveau (LpA) | 80,6 dB(A) (LPG/Benzine), 82,78 dB(A) (Diesel) |
| Geluidsvermogensniveau (LWA) | 102,3 dB(A) (LPG/Benzine), 106,3 dB(A) (Diesel) |
| Hoofdborstel | Verstelbare hoogte, rotatie elke 15 uur |
| Zijborstels | Rechts standaard, links optioneel, in hoogte verstelbaar |
| Stofafzuigsysteem | Trechterfilter met automatische schudder |
| Optie DustGuard™ | Vernevelingssysteem om stof te verminderen |
| Opvangtrechter | Lediging door heffing, minimale plafondhoogte 259 cm |
| Vrije hoogte voor lediging | 259,08 cm (102 inch) |
| Onderhoud stoffilter | Aanzuigen, perslucht of weken (afhankelijk van methode) |
| Hydraulische olie | ISO 32 alle seizoenen (na bepaalde serie) of SAE 10W30 (daarvoor) |
| Motorolie (benzine/LPG) | SAE 10W-30 (T>15°C) of SAE 5W-30 (T<15°C) |
| Motorolie (Diesel) | SAE 30/10W-30 (T>25°C), SAE 20/10W-30 (0-25°C), SAE 10W/10W-30 (T<0°C) |
| Stroomonderbrekers | 9 beveiligde circuits: hoofd (70A), koplampen (20A), starter (15A), enz. |
| Gebruik | Commercieel (fabrieken, magazijnen, parkeerterreinen, enz.) |
| Veiligheid | Handrem, veiligheidssteun trechter, motorstop voor onderhoud |
Veelgestelde vragen - SW8000 NILFISK
Gebruikersvragen over SW8000 NILFISK
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Veegmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SW8000 - NILFISK en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SW8000 van het merk NILFISK.
GEBRUIKSAANWIJZING SW8000 NILFISK
Onderdelen en service C-3
Typeplaatje C-3
De machine uitpakken C-3
Aandachtspunten en waarschuwingen C-4
Algemene informatie C-5
Ken uw machine ....C-6 - C-9
De machine gebruiksklaar maken
Checklist vóór gebruik C-10
Hoofdbezem C-10
Brandstof C-10
De machine bedienen
Vóór de machine wordt gestart ......C-11
De dieselmotor starten ....C-11
De benzinemotor starten ......C-11
De LPG-motor starten ....C-11
Vegen C-12
Hopper legen C-12
Na gebruik van de machine
Na gebruik C-13
Dieselmotor/benzinemotor uitzetten C-13
De LPG-motor uitzetten C-13
Onderhoud
Onderhoudsschema C-13
Onderhoud hoofdbezem C-14
Onderhoud zijbezem C-16
Reinigingsprocedure Sproeikoppen Dustguard-Systeem ...... C-16
Stofffilter van de hopper C-18
Motorradiator en hydraulische radiator reinigen ...... C-18
Hydrauliekolie....C-19
Motorolie....C-19
Koelvloeistof C-19
Luchtfilter van de motor C-19
Zekeringenpaneel....C-20
Probleemoplossing....C-21
Accessoires/opties....C-23
Technische specificaties ...... C-23
INLEIDING
Met deze handleiding kunt u uw Nilfisk Sweeper optimaal gebruiken. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de machine gebruikt.
Opmerking: De vetgedrukte nummers tussen haakjes verwijzen naar de onderdelen op pagina 6 tot 9.
ONDERDELEN EN SERVICE
Eventuele reparaties dienen te worden uitgevoerd door een Nilfisk-servicedienst, die met speciaal daarvoor opgeleide technici werkt en originele Nilfi sk-onderdelen en accessoires gebruikt.
Bel Nilfisk voor onderdelen of onderhoud. Vermeld daarbij het model- en serienummer van uw machine.
WIJZIGINGEN
Wijzigingen aan en toevoegingen op de reinigingsmachine die invloed hebben op de capaciteit en een veilige werking, mogen niet zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Nilfisk Inc. door de klant of gebruiker worden uitgevoerd. Als u niet-goedgekeurde wijzigingen doorvoert, vervalt de garantie en is de klant zelf verantwoordelijk voor alle hieruit voortvloeiende ongelukken.
TYPEPLAATJE
Het type- en serienummer van uw machine staan vermeld op het typeplaatje aan de rechterkant van de machine. Deze gegevens heeft u nodig wanneer u reserveonderdelen voor uw machine bestelt. Noteer hieronder het type- en serienummer van uw machine, zodat u deze altijd bij de hand heeft.
TYPENUMMER
SERIENUMMER
DE MACHINE UITPAKKEN - INDIEN VAN TOEPASSING
Controleer bij ontvangst zorgvuldig of de verpakking en de machine niet beschadigd zijn. Als u toch schade vaststelt, dient u alle delen van de verpakking te bewaren zodat ze kunnen worden onderzocht door het transportbedrijf dat de machine heeft afgeleverd. Neem daarna onmiddellijk contact op met het transportbedrijf om een schadeclaim in te dienen.
1 Nadat u de verpakking heeft verwijderd, haalt u de houten blokken naast de wielen weg.
2 Controleer het peil van de motorolie en de koelvloeistof.
3 Controleer het peil van de hydrauliekolie.
4 Lees de aanwijzingen in het hoofdstuk "Machine gebruiksklaar maken" van deze handleiding en vul daarna de brandstoftank.
6 Plaats een afrit tegen de voorkant van de pallet.
7 Lees de aanwijzingen in de hoofdstukken "Ken uw machine en Bedieningspost" en "Bediening" van deze handleiding en start de motor. Rijd de machine via de afrit langzaam vooruit tot op de vloer. Houd uw voet lichtjes op het rempedaal totdat de machine van de pallet is.
LET OP!
Wees uiterst VOORZICHTIG bij het gebruik van deze veegmachine. Zorg dat u goed op de hoogte bent van alle bedieningsinstructies voordat u met de machine gaat werken. Als u vragen heeft, raadpleegt u uw leidinggevende of neemt u contact op met uw lokale Nilfi sk Industrial Dealer.
Mocht u gebreken aan de machine constateren, probeer het probleem dan niet zo maar alleen op te lossen, tenzij uw chef u daartoe opdracht heeft gegeven. Laat de benodigde aanpassingen aan de machine uitvoeren door een daartoe bevoegde technicus binnen uw bedrijf of een monteur van een erkende Nilfi sk-dealer.
Wees uiterst voorzichtig wanneer u onderhoud aan deze machine verricht. Stropdassen, loshangende kleding, lang haar en sieraden kunnen in de bewegende delen verstrikt raken. Zet het contactslot (TT) UIT, verwijder de sleutel, trek de handrem (F) aan en ontkoppel de accu voordat u onderhoudswerkzaamheden aan de machine gaat verrichten. Gebruik uw gezond verstand, neem alle benodigde voorzorgsmaatregelen en let op de gele plaatjes op de machine.
Rijd langzaam op hellingen. Gebruik het rempedaal (F) om de snelheid van de machine te regelen wanneer u weer van de schuine balken afrijdt. Rijd op een helling recht naar boven of beneden; maak IN GEEN GEVAL bochten.

De maximale helling bij het vervoeren is 20%.
* Opmerking: Raadpleeg de afzonderlijk bijgeleverde onderhouds- en gebruikershandleiding van de motorfabrikant voor de technische gegevens met betrekking tot de motor en het onderhoud daarvan.
AANDACHTSPUNTEN EN WAARSCHUWINGEN
SYMBOLEN
Nilfisk maakt gebruik van de volgende symbolen om potentieel gevaarlijke situaties aan te geven. Lees deze informatie altijd aandachtig en neem de juiste voorzorgsmaatregelen om personeel en eigendom te beschermen.

GEVAAR!
Wordt gebruikt bij direct gevaar op ernstig persoonlijk letsel of de dood.

WAARSCHUWING!
Wordt gebruikt om een situatie aan te geven die ernstig persoonlijk letsel kan veroorzaken.

LET OP!
Wordt gebruikt om een situatie aan te geven die kleine verwondingen of schade aan de machine of andere voorwerpen kan veroorzaken.

Lees alle aanwijzingen voordat u de machine gaat gebruiken.
ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Bij 'Waarschuwing!' en 'Let op!' wordt u gewaarschuwd voor situaties die lichamelijk letsel of schade aan de machine kunnen veroorzaken.
Deze machine is uitsluitend geschikt voor commercieel gebruik in bijvoorbeeld fabrieken, warenhuizen, cement- en baksteenopslag, parkeergarages, gemeenteparken, entertainment- en transportbedrijven.

GEVAAR!
* Bij het gebruik van deze machine komen uitlaatgassen (koolmonoxide) vrij die ernstig letsel of zelfs de dood tot gevolg kunnen hebben. Zorg daarom altijd voor voldoende ventilatie bij het gebruik van de machine.

WAARSCHUWING!
* Deze machine mag alleen worden bediend door speciaal opgeleide en daartoe bevoegde personen.
* Deze machine mag niet worden gebruikt door mensen (waaronder ook kinderen) met verminderde fysieke, gevoels- of mentale capaciteiten of een gebrek aan ervaring en kennis.
* Stop niet abrupt op opritten of hellende vlakken. Maak geen plotselinge scherpe bochten. Matig uw snelheid als u hellende vlakken afrijdt.
* Om lichamelijk letsel of het rondspuiten van hydrauliekolie te voorkomen, dient u altijd beschermende kleding en een veiligheidsbril te dragen wanneer u in de buurt van of met het hydraulische systeem werkt.
* Zet de contactschakelaar uit (O) en ontkoppel de accu's voordat u onderhoud verricht aan elektrische onderdelen.
* Werk nooit onder de machine zonder dat deze veilig op steunen is geplaatst.
* Gebruik geen ontvlambare reinigingsmiddelen; gebruik de machine niet in de buurt van ontvlambare vloeistoffen of in een ruimte waar dergelijke vloeistoffen aanwezig zijn.
* Gebruik uitsluitend de borstels die bij de machine worden geleverd of borstels die uitdrukkelijk in de gebruikersaanwijzing staan vermeld. Het gebruik van andere borstels kan de veiligheid in gevaar brengen.
* Gebruik de machine niet zonder een FOPS-constructie (bescherming tegen vallende objecten) op plekken waar het waarschijnlijk is dat de operator door vallende objecten kan worden geraakt.
* Machines moeten veilig geparkeerd worden.
* De machine moet regelmatig door een bevoegd persoon worden gecontroleerd. Vooral de LPG-tank en aansluitingen moeten worden gecontroleerd op een veilige werking zoals aangegeven in regionale en nationale wetgeving.
* Houd rekening met het maximaal toegestane gewicht (GVW) van het voertuig bij het laden, rijden, omhoog tillen of ondersteunen van de machine.

LET OP!
* Deze machine is niet goedgekeurd voor gebruik op de openbare weg.
* Deze machine is uitsluitend geschikt voor gebruik op een harde ondergrond.
* Deze machine mag niet worden gebruikt voor het opvegen van schadelijk stof.
* Let er bij het gebruik van deze machine op dat anderen, met name kinderen, geen gevaar lopen.
* Lees, voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat verrichten, altijd eerst aandachtig alle aanwijzingen met betrekking tot de desbetreffende werkzaamheden.
* Laat de machine niet onbeheerd achter zonder eerst de contactschakelaar uit te zetten (O), de sleutel eruit te halen en de handrem aan te trekken.
* Schakel de contactschakelaar uit (O) en haal de sleutel eruit voordat u de borstels vervangt of voordat u een van de toegangspanelen opent.
* Neem voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dat haar, sieraden of loshangende kleding in de bewegende delen van de machine verstrikt raken.
* Zorg ervoor dat alle deuren en kappen goed vergrendeld zijn voordat u de machine gebruikt.
* De accu moet uit de machine worden gehaald wanneer de machine definitief buiten dienst wordt gesteld. Het weggooien van de accu dient veilig te gebeuren in overeenstemming met de lokale milieuvoorschriften.
* Gebruik de machine niet op oppervlakken met een helling die de op de machine aangegeven maximale hellingshoek overschrijden.
* Voordat u met de machine aan het werk gaat, moeten alle deuren en afsluitpanelen in de stand staan die is aangegeven in de gebruiksaanwijzing.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
HOPPERSTEUN
⚠ WAARSCHUWING!
Zorg er altijd voor dat de hoppersteun (5) op zijn plaats zit wanneer u onderhoudswerkzaamheden onder of vlakbij een omhoog geklapte hopper gaat uitvoeren. De hoppersteun (5) houdt de hopper omhoog geklapt, zodat u onder de hopper kunt werken. Vertrouw voor het veilig ondersteunen van de hopper NOOIT op de hydraulische onderdelen van de machine.
DE MACHINE OPKRIKKEN
LET OP!
Werk nooit onder de machine zonder dat deze veilig op steunen is geplaatst.
- Als u de machine wilt opkrikken, moet u dat vanaf de daarvoor aangewezen punten doen (NIET aan de hopper opkrikken) - zie opkrikpunten (8).
MACHINE VERVOEREN
LET OP!
Voordat u de machine op een open vrachtwagen of aanhangwagen gaat vervoeren, zorg er dan voor dat:
- Alle toegangspanelen stevig vergrendeld zijn.
- De machine stevig vastgezet is.
- De handrem van de machine aangetrokken is.
EEN NIET WERKENDE MACHINE SLEPEN OF DUWEN
De aandrijfpomp van de machine is uitgerust met een speciale verstelbare klep voor het slepen of duwen van de machine. Deze klep voorkomt dat het hydraulische systeem beschadigd raakt als de machine zonder de motor te gebruiken over een korte afstand wordt gesleept of geduwd.
Om toegang te krijgen tot de klep, opent u de motorkap (1) en zoekt u de hydrostatische pomp aan de achterkant van de motor. Draai de klep 90 graden; hierdoor wordt de hydrostatische vergrendeling tussen de motor en de pomp losgemaakt.
LET OP: De hydraulische aandrijfpomp kan beschadigd raken als u de machine sleept terwijl de klep in de normale stand (A) staat. Zie onderstaande afbeelding voor de normale stand (A) (verticaal) en de vrije sleep- of duwstand (B) (horizontaal). Opmerking: Als u de klep na het slepen of duwen in de vrije sleep- of duwstand (B) (horizontaal) laat staan, kan de aandrijfpomp de machine niet vooruit of achteruit laten rijden. Hiermee beschadigt u de machine niet. U hoeft de klep alleen in de normale stand (A) (verticaal) terug te zetten. OPMERKING: U mag de machine niet sneller dan in normale looppas (3,5 tot 5 km per uur) en uitsluitend over een korte afstand slepen of duwen. Als de machine over langere afstanden moet worden verplaatst, moet het aandrijfwiel omhoog worden gebracht en op een daarvoor geschikt hulpkarretje worden geplaatst.

text_image
FRONT A BKEN UW MACHINE
Bij het lezen van deze handleiding komt u vetgedrukte nummers tussen haakjes tegen, bijvoorbeeld: (2). Deze nummers verwijzen naar de onderdelen op de volgende vier pagina's. Raadpleeg deze pagina's wanneer u de precieze locatie wilt terugvinden van een onderdeel dat in de tekst wordt vermeld.
1 Motorkap
2 Toegangspaneel hoofdbezem links
3 Accu
4 Centrale afdekinrichting
5 Hoppersteun
6 Vergrendeling van het hopperdeksel
7 Koplamp
8 Opkrikpunten (het achterste punt is een groot gewicht onder de radiator)
9 Rechter zijbezem
10 Instelknop hoogte zijbezem
11 Schudinrichting stoffi iter
12 Stoffi Iter van de hopper
13 Schudinrichting spatschermen
14 Hydrauliekoliefi Iter
15 Optionele DustGuard™ sproeierkoppen

16 Hopperdeksel
17 Scharnier van het hopperdeksel
18 Toegangspaneel hoofdbezem rechts
19 Oliereservoir
20 Deksel Brandstoftank / Oliereservoir
21 Brandstoftank (LPG-tank getoond / Benzinetank bevindt zich op dezelfde plaats)
22 Opvangtank voor koelvloeistof
23 Radiatordop
24 Luchtfi Iter van de motor
25 Pal voor het ontgrendelen van het deksel van de brandstoftank
26 Aansnoerpunten (5)
27 Waarschuwingslampje voor onderhoud van de luchtfi Iter
28 Optionele DustGuard™ tankopening
29 Optionele DustGuard™ snelsluiting
30 Optionele DustGuard™ vloeistofzeef
31 Optionele linker zijbezem

A Bestuurdersplaats
B Hendel van de hoofdbezem
C Afstelknop van de hoofdbezem
D Bedieningspaneel (zie bijgevoegde pagina's)
E Stuur
F Rempedaal / handrem
G Voor- of achteruitpedaal
H Zekeringenpaneel
I Handgreep hoppersteun
J Afstelhendel bestuurdersstoel

CC Waarschuwingslampje LPG-peil Laag
DD Schakelaar koplampen
EE Waarschuwingslampje voor het motoronderhoud
FF Waarschuwingslampje gloeibougie (alleen dieselmodellen)
GG Snelheidsregelaar motor
HH Schakelaar zijbezem AAN-omlaag/UIT-omhoog
II Waarschuwingslampje stofopname
JJ Stofopnameschakelaar
KK Waarschuwingslampje Filter verstopt
LL Schakelaar schudinrichting
MM Waarschuwingslampje Hopper OMHOOG
NN Schakelaar Stortdeur openen
OO Waarschuwingslampje Hopper oververhit
PP Schakelaar Stortdeur sluiten
QQ Schakelaar Hopper laten zakken
RR Schakelaar Hopper omhoog brengen
SS Urenteller
TT Contactschakelaar
UU Waarschuwingslampje onderhoud
VV Optionele DustGuard™ schakelaar
WW Optionele noodverlichtingschakelaar
XX Optionele schakelaar richtingaanwijzer

Telkens vóór gebruik:
* Controleer de machine op beschadigingen en lekkage van olie of koelvloeistof.
Knijp in het rubberen stofreservoir op de luchtfilter (24), om eventueel aanwezige stofdeeltjes te verwijderen.
* Controleer het motorkoelvloeistofpeil (23).
* Controleer het motoroliepeil.
* Controleer het hydrauliekoliepeil (19)
* Controleer de brandstofmeter (AA) als uw machine een benzinemotor of dieselmotor heeft.
* Controleer de brandstofmeter op de LPG-tank (21) als uw machine een LPG-motor heeft.
* Controleer de druk in alle drie de banden; de druk moet 90 tot 95 psi bedragen.
* Controleer of het waarschuwingslampje voor onderhoud van de luchtfilter (27) niet brandt.
Op de bestuurdersplaats:
* Zorg dat u bekend bent met de bedieningsknoppen en hun functies.
* Stel de stoel zodanig af dat u gemakkelijk bij alle bedieningsknoppen kunt.
* Steek de contactsleutel in de contactschakelaar (TT) en zet de schakelaar AAN. Controleer of de claxon (BB), urenteller (SS) en de koplampen (DD) goed functioneren. Zet de contactschakelaar (TT) UIT.
* Controleer de handrem (F). De rem moet stevig op zijn positie (in de parkeerstand) blijven staan en mag niet zo maar in de vrije stand schieten. (Meld alle eventuele gebreken onmiddellijk aan een monteur).
Uw werkzaamheden eerst voorbereiden:
* Zorg dat u lange banen kunt maken waarbij u zo weinig mogelijk moet stoppen en weer starten.
* Laat de banen van de bezem met 15 cm (6 inch) overlappen om er zeker van te zijn dat u geen stukken overslaat.
* Probeer geen scherpe bochten te maken, niet tegen palen aan te rijden of met de zijkant van de machine langs objecten te schuren.
HOOFDBEZEM
Er zijn voor deze machine verschillende hoofdbezems beschikbaar. Neem contact op met uw Nilfisk-dealer als u hulp nodig heeft bij het kiezen van de bezem die het meest geschikt is voor de ondergrond waarop de machine wordt gebruikt en voor het soort afval dat u zult opvegen. Opmerking: Raadpleeg het hoofdstuk onderhoud hoofdbezem voor een correcte installatie.
BRANDSTOF
⚠ WAARSCHUWING!
- ZET DE MOTOR ALTIJD UIT VOORDAT U DE BRANDSTOFTANK GAAT VULLEN.
- ROOK NIET TIJDENS HET VULLEN VAN DE BRANDSTOFTANK.
• VUL DE BRANDSTOFTANK IN EEN GOED GEVENTILEERDE RUIMTE.
• VUL DE BRANDSTOFTANK NIET IN DE BUURT VAN VONKEN OF OPEN VUUR. - GEBRUIK ALLEEN DE BRANDSTOF DIE OP HET PLAATJE OP DE TANK WORDT AANGEGEVEN.
DIESELMOTOR
Gebruik de juiste diesel naargelang de machine wordt gebruikt in ruimten waar de temperatuur 0° C (32° Fahrenheit) of meer bedraagt, of in ruimten waar de temperatuur minder dan 0° C (32° Fahrenheit) bedraagt.
OPMERKING: Als u bij een dieselmodel volledig zonder brandstof komt te zitten, moet u het brandstofsysteem ontluchten voor u de motor opnieuw kan starten. Om dit te voorkomen, vult u de brandstoftank bij wanneer de brandstofmeter 1/4 aangeeft. De inhoud van de brandstoftank bedraagt 48,26 liter (12,75 gallon).
BENZINEMOTOR
VUL DE TANK MET GEWONE LOODVRIJE BENZINE. DE INHOUD VAN DE BRANDSTOFTANK BEDRAAGT 48,26 LITER (12,75 GALLON).
Opmerking: Raadpleeg de afzonderlijk meegeleverde onderhouds- en gebruikershandleiding van de motorfabrikant voor de technische gegevens met betrekking tot de motor en het onderhoud daarvan.
LPG-MOTOR
Monteer op de machine een LPG-tank met een inhoud van 15 kg. (33 lb.) vloeibaar propaan, sluit de brandstofslang aan en open de afsluitklep op de tank. Draag handschoenen tijdens het aansluiten of loskoppelen van de brandstofslang. Zet de kraan van de LPG-tank uit (OFF) wanneer de machine niet in gebruik is.
OPMERKING: Zorg ervoor dat u de horizontale LPG-tank correct richt voor het verwijderen van vloeistof. Controleer na het aansluiten van de brandstofslang of er lekken zijn door te luisteren of te ruiken of u een gaslucht waarneemt.
⚠ WAARSCHUWING!
Gebruik de machine nooit wanneer er een gaslek is. Maak de brandstofslang los en vervang de LPG-tank. Als er daarna nog steeds een gaslek is, maak dan de brandstofslang opnieuw los en neem contact op met uw Nilfisk-servicedienst.
BEDIENING VAN DE MACHINE
De SW8000 is een rijdende machine die is bestemd voor het automatisch vegen van vloeren. De bedieningsknoppen zijn zo ontworpen dat men bepaalde functies gewoon via één knop in werking kan stellen. Om te vegen in één beweging dient u gewoon de hoofdbezem omlaag te laten, waarna alle veegfuncties automatisch zullen worden geactiveerd.
Opmerking: De vetgedrukte nummers tussen haakjes verwijzen naar de onderdelen op pagina 6 tot 9.
1 Zorg dat u bekend bent met de bedieningsknoppen en de werking daarvan.
2 Plan de route die u bij het schoonmaken zal volgen. Zorg dat u lange, rechte banen kunt maken waarbij u zo weinig mogelijk bochten moet nemen.
3 Controleer het rempedaal (FF). Het pedaal zou een stevige weerstand moeten bieden.
RIJD NIET MET DE MACHINE wanneer u bij het indrukken van het pedaal weinig of geen weerstand voelt. Meld alle eventuele gebreken onmiddellijk aan een monteur.
DE DIESELMOTOR STARTEN
1 Draai de contactschakelaar (TT) linksom naar de voorverwarmstand en houd hem zo tot het waarschuwingslampje van de gloeibougie (FF) UIT gaat. Zodra dit lampje UIT gaat, kunt u de motor starten. Sla deze stap over wanneer de motor al heeft gedraaid en nog warm is.
2 Draai de contactschakelaar (TT) rechtsom naar de START stand en laat los zodra de motor aanslaat. Als de motor na 15 seconden nog niet wil starten, laat dan los, wacht 1 minuut en voer stappen 1 tot 3 opnieuw uit.
OPMERKING: De startmotor wordt niet ingeschakeld als het voor- of achteruitpedaal (G) niet in de neutrale stand staat.
3 Laat de motor 5 minuten in 'NEUTRAAL' draaien voordat u de machine gaat gebruiken.
4 Zet de snelheidsregelaar van de motor (GG) op 'VOL GAS' en houd de machine gedurende 2 tot 3 minuten op lage snelheid in beweging om het hydraulische systeem warm te laten worden.
DE LPG- EN BENZINEMOTOR STARTEN
1 OPMERKING: Alleen LPG-modellen: Open de kraan van de propaantank (21).
2 Draai de contactschakelaar (TT) rechtsom naar de START stand en laat los zodra de motor aanslaat. Als de motor na 15 seconden nog niet wil starten, laat het dan los, wacht 1 minuut en probeer het nogmaals.
OPMERKING: De startmotor wordt niet ingeschakeld als het voor- of achteruitpedaal (G) niet in de neutrale stand staat.
3 Laat de motor 5 minuten in 'NEUTRAAL' draaien voordat u de machine gaat gebruiken.
4 Zet de snelheidsregelaar van de motor (GG) op 'VOL GAS' en houd de machine gedurende 2 tot 3 minuten op lage snelheid in beweging om het hydraulische systeem warm te laten worden.
OPMERKING: Laat de snelheidsregelaar van de motor tijdens het gebruik ALTIJD op vol gas staan. Regel de rijsnelheid van de machine via het voor- of achteruitpedaal (G) en niet via de snelheidsregelaar van de motor. De machine rijdt sneller naarmate u het pedaal verder naar beneden drukt.
VEGEN
Start de motor volgens de aanwijzingen in het gedeelte "Machine gebruiksklaar maken" van deze handleiding.
1 Stel de stoel met behulp van de afstelhendel (J) al zittende op de bestuurdersplaats op een voor u comfortabele stand in.
2 Zet de handrem (F) in zijn vrij. Om de machine naar de werkplek te rijden, oefent u met uw voet een gelijkmatige druk uit op het voorste gedeelte van het voor- of achteruitpedaal (G) om vooruit te rijden of op het achterste gedeelte om achteruit te rijden. Door harder of zachter op het voetpedaal te drukken, kunt u zelf de juiste snelheid bepalen.
3 Druk de schakelaar om de hopper te laten zakken (QQ) in om ervoor te zorgen dat de hopper zich in de juiste stand bevindt. OPMERKING: Het waarschuwingslampje voor hopper OMHOOG (MM) gaat branden als de hopper niet omlaag staat.
4 Zet het hendel van de hoofdbezem (B) in de VEEGSTAND (middelste positie) om de hoofdbezem en stofopnamesystemen te laten zakken en te activeren. OPMERKING: De stortdeur gaat automatisch open wanneer de hoofdbezem (B) omlaag wordt gelaten en sluit weer wanneer de bezem omhoog wordt gebracht.
Gebruik de FULL FLOAT stand (positie meest vooraan) alleen wanneer u uiterst ruwe of onregelmatige vloeren veegt. Als u deze functie ook in andere gevallen gebruikt, zal de bezem alleen maar sneller afslijten.
5 Bij het vegen van vloeren waarop zich plassen bevinden, drukt u de schakelaar voor de stofopname (JJ) in, om het stofopnamesysteem UIT te schakelen voordat de machine door een plas rijdt. Zet het stofopnamesysteem opnieuw AAN wanneer de machine weer op een volledig droge vloer rijdt. OPMERKING: Dit wordt gedaan om ervoor te zorgen dat de stoffilter van de hopper (12) droog blijft.
Bij het vegen van natte vloeren dient u de schakelaar voor de stofopname (JJ) te allen tijde UIT te laten staan.
6 De zijbezem (9) wordt automatisch geactiveerd wanneer de hoofdbezem omlaag wordt gezet en begint te draaien wanneer het voor- of achteruitpedaal (B) wordt ingedrukt. De zijbezem (9) kan op elk moment worden uit- en weer ingeschakeld door de schakelaar van de zijbezem (HH) in te drukken.
U kunt het veegpatroon van de zijbezem bijstellen door aan de instelknop voor de hoogte van de zijbezem (10) te draaien.
7 Begin in een snelle looppas vooruit te rijden. Rijd langzamer wanneer u grote hoeveelheden stof of afval veegt of wanneer dat met het oog op de veiligheid nodig is. Zorg dat de banen van de bezem met 15 cm (6 inch) overlappen.
8 Als er tijdens het vegen stof uit het bezemhuis komt, is de stoffilter (12) mogelijk verstopt. Druk de schakelaar van de schudinrichting (LL) in om de stoffilter weer schoon te maken. Het stofopnamesysteem (JJ) wordt automatisch UITGESCHAKELD wanneer de schudinrichting geactiveerd is, en wordt weer automatisch INGESCHAKELD nadat de schudinrichting wordt uitgeschakeld (de schudinrichting loopt 15 seconden).
9 Kijk af en toe achter de machine om te zien of stof en afval inderdaad worden opgezogen. Als er vuil achterblijft op de baan die u heeft gemaakt, betekent dat doorgaans dat de machine te snel rijdt, dat de bezem opnieuw moet worden afgesteld of dat de hopper vol is.
OPMERKING: Als de machine 40 seconden niet rijdt, keert de motor automatisch terug naar de neutraalstand. Het veegsysteem wordt alleen ingeschakeld als het motortoerental hoog is. Om weer te beginnen met vegen drukt u op de snelheidsregelaar van de motor (GG) om het motortoerental te laten toenemen.
HOPPER LEGEN
⚠ WAARSCHUWING!
Zorg er altijd voor dat de hoppersteun (5) op zijn plaats zit wanneer u onderhoudswerkzaamheden onder of vlakbij een omhoog geklapte hopper gaat uitvoeren. De hoppersteun (5) houdt de hopper omhoog geklapt, zodat u onder de hopper kunt werken.
Vertrouw voor het veilig ondersteunen van de hopper NOOIT op de hydraulische onderdelen van de machine.
OPMERKING: De MINIMUM plafondhoogte die vereist is voor het omhoog klappen van de hopper om deze te legen, bedraagt 259,08 cm (102 inch).
1 Zet de hendel van de hoofdbezem (B) in de OMHOOG/UIT-stand. OPMERKING: De schudinrichting wordt automatisch ongeveer 15 seconden ingeschakeld nadat de hoofdbezem omhoog is gebracht.
2 Als u de hoofdbezem niet omhoog zet, druk dan de schakelaar van de schudinrichting (LL) in om overtollig vuil uit de stoffilter te verwijderen.
3 Rijd de machine tot vlakbij een grote vuilniscontainer en houd de schakelaar om de hopper omhoog te brengen (RR) ingedrukt tot de hopper helemaal in de hoogste stand staat. OPMERKING: De stortdeur sluit automatisch wanneer deze schakelaar (RR) wordt ingedrukt. U kunt de stortdeur weer openen en sluiten zodra de hopper omhoog begint te komen, zodat u indien gewenst op iedere hoogte het afval kunt storten.
4 Rijd de machine vooruit totdat de hopper zich precies boven de afvalbak bevindt en trek vervolgens de handrem (F) aan. Druk de schakelaar voor het openen van de stortdeur (NN) in om de stortdeur te openen en de hopper te legen. OPMERKING: Als de hopper niet wordt geleegd in een vuilcontainer, wordt het aangeraden het vuil te storten op lage hoogte om opwaaiende stofwolken te vermijden.
5 Zet de hoppersteun (5) op zijn plaats door het uitklapscharnier van de hoppersteun (I) terug te trekken en de hopper daarna iets te laten zakken om deze vast te zetten.
6 Controleer de hopperdeur en de voorste dichting. Verwijder het afval indien nodig met een gewone bezem. Voor een goede werking moet de hopperdeur nauw aansluiten tegen de kraalpakking van het bezemhuis.
7 Ga weer terug naar de bestuurdersplaats. Ontgrendel de handrem. Rijd de machine achteruit totdat de hopper niet meer boven de afvalbak hangt. Zet de hopper een beetje omhoog en druk het uitklapscharnier van de hoppersteun (I) naar voren tot de hoppersteun (5) loskomt, en laat de hopper dan zakken. OPMERKING: De bezems zullen niet opnieuw beginnen te draaien als de hopper niet volledig naar beneden staat. Het waarschuwingslampje (MM) voor de hopperdeur op het bedieningspaneel moet uitgaan, wat betekent dat de machine weer klaar voor gebruik is.
NA GEBRUIK
1 Schud de stoffilter van de hopper (LL) uit en leeg de hopper.
2 Kijk op het onderhoudsschema en voer alle benodigde onderhoudswerkzaamheden uit voordat u de machine wegzet.
3 Rijd de machine naar een opslagplek binnenshuis.
4 Zet de motor uit volgens de procedures voor het uitzetten van de desbetreffende motor.
5 Zorg dat de contactschakelaar (TT) is uitgeschakeld en de handrem (F) aangetrokken is. OPMERKING: Druk het rempedaal / de handrem (F) in en beweeg uw voet naar voren.
OPMERKING: Bij het opvegen van organisch afval moet u de hopper altijd legen en reinigen vóór opslag, om nare luchtjes te voorkomen.
OPMERKING: Deze machine mag met water onder druk worden gereinigd zolang de waterstraal niet rechtstreeks op of in elektrische onderdelen wordt gericht.
De machine moet eerst volledig kunnen drogen voordat deze opnieuw wordt gebruikt.
DIESEL- EN BENZINEMOTOR UITZETTEN...
1 Breng de bezems omhoog.
2 Zet de snelheidsregelaar van de motor (GG) op stationair en laat de motor 25 tot 30 seconden stationair draaien.
3 Zet de contactschakelaar (TT) UIT en haal het sleuteltje eruit. OPMERKING: De motor blijft nog een paar seconden draaien nadat de schakelaar is uitgezet. Dit maakt deel uit van de werking van het elektronische besturingssysteem met ge sloten lus.
4 Trek de handrem (F) aan. OPMERKING: Druk het rempedaal / de handrem (F) in en beweeg uw voet naar voren.
LPG-MOTOR UITZETTEN...
1 Breng de bezems omhoog.
2 Zet de kraan van de LPG-tank (21) UIT.
3 Laat de motor net zolang draaien tot er zich geen LPG meer in de leiding bevindt (de motor slaat af).
4 Zet de contactschakelaar (TT) UIT en haal het sleuteltje eruit.
5 Trek de handrem (F) aan. OPMERKING: Druk het rempedaal / de handrem (F) in en beweeg uw voet naar voren.
MELD ALLE EVENTUELE DEFECTEN OF GEBREKEN DIE U TIJDENS HET GEBRUIK CONSTATEERT ONMIDDELLIJK AAN EEN ERKENDE SERVICEDIENST OF MONTEUR.
ONDERHOUD
Zorg dat uw machine in topvorm blijft door het onderhoudsschema precies te volgen. Eventuele reparaties moeten worden uitgevoerd door een Nilfisk-servicedienst, die met speciaal daarvoor opgeleide technici werkt en originele Nilfisk-onderdelen en accessoires gebruikt.
OPMERKING: Raadpleeg de onderhoudshandleiding voor een nadere omschrijving van de onderhouds- en reparatiewerkzaamheden.
ONDERHOUDSSCHEMA
De aangegeven tijden voor de onderhoudswerkzaamheden zijn bedoeld voor gebruik onder normale omstandigheden. Machines die in zwaardere werkomstandigheden worden gebruikt, moeten waarschijnlijk vaker worden onderhouden.
ONDERHOUDSITEM
DAGELIJKS
| Voer de ‘Na gebruik’ onderhoudsstappen uit X | |||||
| Controleer de handrem X | |||||
| Controleer de motorolie X | |||||
| *Reinig de hoofd- en zijbezem(s) X | |||||
| Controleer het controlelampje van de fi iter (hyd. en lucht) X | |||||
| Controleer | koelvloeistofniveau | ||||
| Controleer hydrauliekolieniveau | X | ||||
| De sproeikoppen van het DustGuard-systeem reinigen X | |||||
| ONDERHOUDSITEM | 15 uur | 30 uur | 150 uur | 300 uur | 1000 uur |
| *Hoofdbezem omkeren | X | ||||
| Reinig de DustGuardTM sproeikoppen (15) en zeef (30) | X | ||||
| *Bezems controleren/afstellen | X | ||||
| * Stoffilter van de hopper controleren/reinigen volgens Methode ‘A’ | X | ||||
| *Spatschermen van borstelplaat controleren | X | ||||
| *Hopperdichtingen controleren | X | ||||
| Radiator en oliekoeler reinigen | X | ||||
| Motoronderhoud uitvoeren | X | ||||
| *Stuurstang controleren en doorsmeren | X | ||||
| * Stoffilter van de hopper controleren/reinigen volgens Methode ‘B’ | X | ||||
| * Stoffilter van de hopper controleren/reinigen volgens Methode ‘C’ | X | ||||
| Filter voor de hydrauliekolie vervangen | X | ||||
| Hydrauliekoliereservoir vervangen | X | ||||
| Radiator afspoelen | X | ||||
| Brandstofffilter(s) | X | ||||
*Zie Onderhoudshandleiding Mechanische Herstellingen voor gedetailleerde onderhoudsinformatie met betrekking tot de genoemde systemen. (Vegen, Hopper, Sturing, Stofopname). OPMERKING: De stoffilter van de hopper moet niet worden gereinigd bij modellen die gebruikmaken van de onderhoudsvrije stofzakfilter.
ONDERHOUD HOOFDBEZEM
Omdat de hoofdbezem steeds in dezelfde richting draait, gaat het borstelhaar na verloop van tijd ombuigen, waardoor de bezem minder goed zal vegen. U kunt dit voorkomen door de bezem uit de machine te halen en om te draaien (d.w.z. om te keren). Deze procedure, het omkeren van de hoofdbezem, moet na elke 15 uur gebruik worden uitgevoerd. OPMERKING: Deze procedure geldt niet voor de optionele visgraatbezem.
Om een optimale werking te waarborgen, moet de hoofdbezem worden vervangen als het borstelhaar tot op 5,08 cm (2 inch) versleten is. De afstelknop voor de hoofdbezem (C) moet worden bijgesteld als de bezem is geplaatst.
OPMERKING: Als u de machine wegzet, moet de hoofdbezem omhoog staan.

WAARSCHUWING!
Tijdens deze procedure mag de motor niet draaien.

LET OP!
Bezems kunnen scherp zijn. Draag handschoenen om uw handen te beschermen.
Hoofdbezem omkeren of vervangen...
1 Zet de contactschakelaar (TT) UIT.
2 Zet de hendel van de hoofdbezem (B) in de OMHOOG stand.
3 Open het rechter toegangspaneel tot de hoofdbezem (18).
4 Zie afbeelding 1. Trek de Tussenarminrichting (A1) uit de kern van de hoofdbezem. OPMERKING: De tussenarm wordt op zijn plaats gehouden door het rechter toegangspaneel tot de hoofdbezem (18).
5 Trek de hoofdbezem (A2) uit het bezemhuis en verwijder eventuele draadjes die om de bezem heen gedraaid zitten. Controleer ook de spatschermen aan de voorkant, achterkant en zijkanten van het bezemhuis. De spatschermen moeten worden vervangen of bijgesteld als ze gescheurd zijn of tot op 6,35 mm (1/4 inch) boven de grond versleten zijn.
6 Keer de bezem om en schuif deze weer terug in het bezemhuis. Zorg dat de lipjes op de kern van de bezem (aan de linkerkant) in de gleufjes in de naaf van het aandrijfmechanisme van de bezem vallen en dat de bezem goed op zijn plaats zit.
7 Schuif de tussenarm weer terug in de kern van de bezem. OPMERKING: Zorg ervoor dat de lipjes op de tussenarm in de gleufjes in de kern van de bezem vallen.
8 Sluit het rechter toegangspaneel tot de hoofdbezem (18) en vergrendel het.
Hoogte van de hoofdbezem afstellen...
1 Rijd de machine naar een plek waar de vloer egaal is en trek de handrem aan.
2 Zet de hendel voor de hoofdbezem (B) naar achteren en schuif hem dan naar rechts en omhoog om de hoofdbezem te laten zakken. Verplaats de machine NIET.
3 Druk het voor- of achteruitpedaal (G) licht in om de hoofdbezem te starten en herhaal dit drie keer. Zo kan de bezem een klein stukje van de vloer opwrijven. Zet de bezem weer omhoog, ontgrendel de handrem, en verplaats de machine een klein stukje, zodat u het opgewreven plekje kunt zien.
4 Bekijk het opgewreven plekje op de vloer. Als het plekje minder dan 5,08 cm (2 inch) of meer dan 7,62 cm (3 inch) breed is, moet de hoogte van de hoofdbezem worden bijgesteld.
5 Om de hoogte bij te stellen, draait u de afstelknop (C) los en schuift u hem vooruit of achteruit om de hoofdbezem lager of hoger te plaatsen. Hoe verder de hendel (B) omhoog in het gleufje komt te staan, des te lager de hoofdbezem komt te staan. Zet de afstelknop (C) weer vast nadat u de positie van de stoparm heeft bijgesteld.
6 Herhaal stappen 1 tot 5 net zolang tot het opgewreven plekje 5,08 tot 7,62 cm (2 tot 3 inch) breed is. Het opgewreven plekje moet aan beide kanten van de hoofdbezem even breed zijn. Als het plekje scheef is, verplaatst u de machine naar een andere plek en herhaalt u stap 1 tot 5. Als het opgewreven plekje dan nog steeds scheef is, moet u voor reparatie contact opnemen met uw Nilfi sk-dealer.
FIGUUR 1

De zijbezem afstellen...
1 Rijd de machine naar een plek waar de vloer egaal is en trek de handrem aan.
2 Zet de hendel voor de hoofdbezem (B) naar achteren en schuif hem dan naar rechts en omhoog om de hoofd- en zijbezems te laten zakken.
3 Zie afbeelding 2. In de omlaag stand dient de rechterzijbezem (9) de vloer te raken in het gedeelte tussen '10 uur' (A1) en '3 uur' (A2), zoals op de afbeelding wordt weergegeven. OPMERKING: De optionele linkerzijbezem (31) moet de vloer raken in het gedeelte tussen '9 uur' (A3) en '2 uur' (A4) area.
4 Als beide bezems moeten worden bijgesteld, draait u de afstelknop (10) rechtsom om hem hoger te zetten of linksom om hem te laten zakken.
OPMERKING: Als u de machine wegzet, moeten de zijbezems (9 en 31) omhoog staan. De zijbezems (9 en 31) moeten worden vervangen als het borstelhaar tot op 7,62 cm (3 inch) versleten is, omdat anders de zijbezem niet meer goed werkt. Telkens wanneer er een zijbezem wordt vervangen, moet de hoogte van de zijbezem opnieuw worden afgesteld.
REINIGINGSPROCEDURE SPROEIKOPPEN DUSTGUARD-SYSTEEM
Om het vastlopen van de sproeikop te voorkomen, verwijder de sproeikop(pen) na elk dagelijks gebruik en dempel ze 's nachts in schoonmaakazijn of een geschikte kalkverwijderaar. Om de machinestilstand te voorkomen is het raadzaam reserve sproeikop(pen) aan te schaffen en de gebruikte exemplaren te vervangen door gereinigde exemplaren. Vervang sproeikoppen die niet naar behoren kunnen worden gereinigd.
FIGUUR 2

flowchart
graph TD
A1 --> 9
A2 --> 9
A3 --> 31
A4 --> 31
10 --> 31
31 --> A3
9 --> A2
9 --> A1
10 --> A4
ONDERHOUD ZIJBEZEM
De zijbezem vervangen...
1 Zie afbeelding 3. Breng de hopper omhoog tot de zijbezem zich ongeveer op borsthoogte bevindt.
2 Neem de zijbezem met beide handen vast en draai tot het ringuiteinde van de vastzetpin (A1) naar de achterkant van de hopper gericht is.
OPMERKING: De zijbezem(s) kan/kunnen maar in één richting vrij draaien.
3 Verwijder de vastzetpin (A1) en trek de zijbezem (A2) van de motoras.
4 Schuif de nieuwe bezem op de motoras, lijn de opening voor de pen uit en breng de vastzetpin (A1) opnieuw aan.
FIGUUR 3

De stoffilter van de hopper moet regelmatig worden gereinigd om ervoor te zorgen dat het zuigsysteem goed blijft werken. Houd u voor een optimale levensduur van de filter aan de aanbevolen tijden voor onderhoud hiervan.

LET OP!
Draag een veiligheidsbril als u de fi lter reinigt.
Zorg dat er geen gaatjes in de papieren fi lter kommen.
Reinig de fi lter in een goed geventileerde ruimte.
Draag een geschikt stofmasker en voorkom dat u het stof inademt.
Stoffi Iter van de hopper verwijderen...
1 Ontgrendel het hopperdeksel (16) en open het. Zorg dat de scharnierstang van het hopperdeksel (17) op zijn plaats zit.
2 Controleer de bovenkant van de stoffilter van de hopper (12) op beschadigingen. Als er zich veel stof bovenop de filter bevindt, betekent dat meestal dat er een gaatje in de filter zit of dat de pakking van de filter beschadigd is.
Controleer de onderkant van de stoffilter van de hopper (12). Als de filter verstopt zit met natte of droge modder, functioneert het stofopnamesysteem niet optimaal als u de filter niet vervangt of grondig reinigt met behulp van Methode 'C'.
3 Verwijder de vier spatschermen van de schudinrichting (13). Til de schudinrichting van de stoffilter (11) omhoog voor toegang tot de paneelfi liter.
4 Til de stoffilter van de hopper (12) uit de machine.
5 Reinig de fi Iter volgens een van de volgende methoden:
Methode 'A'
Zuig los stof van de filter. Sla de filter vervolgens zachtjes uit tegen een plat oppervlak (met de vuile kant naar beneden) om los stof en vuil te verwijderen. OPMERKING: Zorg ervoor dat u het metalen lipje aan de pakking daarbij niet beschadigt.
Methode 'B'
Zuig los stof van de filter. Blaas vervolgens perslucht (met een maximum druk van 100 psi) in de schone kant van de filter (in tegenovergestelde richting van de luchtstroom).
Methode 'C'
Zuig los stof van de filter. Laat de filter vervolgens 15 minuten lang in warm water weken en spoel de filter daarna af met een zachte straal water (met een maximum druk van 40 psi). Laat de filter volledig drogen voordat u deze weer in de machine plaatst.
6 Volg bovenstaande aanwijzingen in omgekeerde volgorde om de filter weer terug te plaatsen. Als de pakking op de filter gescheurd is of ontbreekt, moet u deze vervangen. OPMERKING: Verwijder vuil van de stofplaat onder de filter voordat u de filter vervangt. Controleer of de vuilrand achteraan de stofplaat vrij kan bewegen
MOTORRADIATOR EN HYDRAULISCHE RADIATOR REINIGEN
De motorradiator en hydraulische radiator moeten af en toe worden gereinigd om oververhitting en vroegtijdige slijtage van motor- en hydraulieksystemen te voorkomen. Volg de aanbevolen onderhoudsintervallen.

LET OP!
Draag een veiligheidsbril tijdens het reinigen van de motorradiator en hydraulische warmtewisselaar.
1 Kantel de motorkap (1) terug. Ontkoppel de kabelvergrendeling aan de linkerkant van de motorkap zodat de motorkap volledig terug kan kantelen en niet in de weg zit.
2 Draai het vergrendelmechanisme bovenop de hydraulische radiator dusdanig dat de hydraulische warmtewisselaar volledig naar achteren kan kantelen, weg van de radiator zodat u er goed bij kunt om te reinigen.
3 Blaas de motorradiator en de hydraulische radiator schoon met lucht en/of gebruik water onder lage druk om vuil uit de vleugels te spoelen.
OPMERKING: Gebruik GEEN water onder druk of een mechanische borstel voor het reinigen van vleugels, omdat dit de vleugels kan beschadigen. Als vleugels gebogen zijn, buigt u ze voorzichtig terug om de koelprestaties te verbeteren.
4 Breng de hydraulische radiator terug in de stand omhoog en de vergrendeling op zijn plek
5 Sluit de kabel van de motorkap (1) weer aan en zet de motorkap volledig terug in de operationele stand
HYDRAULISCHE OLIE
Ontgrendel het deksel van de brandstoftank/oliereservoir (20) en open het. Verwijder de dop van het reservoir om het oliepeil te controleren. Het peil van de hydraulische olie moet zich halverwege de schermfilter binnenin de vulnek van het reservoir bevinden. Voeg olie bij indien het niveau zich onder dit peil bevindt (zie hieronder voor het juiste type olie). Ververs de olie als die erg vervuild werd door een mechanische storing.
SERIENUMMER MACHINE TYPE OLIE
Vóór serienummer 1000068495 SAE 10W30 motorolie
Na serienummer 1000068494 ISO 32 hydraulische olie voor alle seizoenen
MOTOROLIE - BENZINE EN LPG
Controleer het motoroliepeil wanneer de machine geparkeerd is op een horizontaal oppervlak en de motor koel is. Ververs de motorolie na de eerste 35 uur gebruik en daarna telkens na 150 uur gebruik. Gebruik een SF- of SG-olie die voldoet aan de API-specificaties en die geschikt is voor warme en koude omstandigheden. Zie het hoofdstuk Motorsysteem voor oliedoseringen en extra motorspecificaties. Vervang de oliefilter elke keer als u de olie vervangt.
TEMPERATUUR
OLIEGEWICHT
Meer dan 15 °C (60 °F) SAE 10W-30
Minder dan 15 °C (60 °F) SAE 5W-30
MOTOROLIE - DIESEL
Controleer het motoroliepeil wanneer de machine geparkeerd is op een horizontaal oppervlak en de motor koel is. Ververs de motorolie na de eerste 35 uur gebruik en daarna telkens na 150 uur gebruik. Gebruik CF-, CF-4- of CG-4-olie die voldoet aan de API-specificaties en aan de geschikte temperaturen (*belangrijke referentie: onderstaande opmerking over het olie-/brandstoftype, voor verdere aanbevelingen voor dieselolie). Zie het hoofdstuk Motorsysteem voor oliedoseringen en extra motorspecificaties. Vervang het oliefilter elke keer als u de olie vervangt.
TEMPERATUUR
OLIEGEWICHT
Meer dan 25 °C (77 °F) SAE 30 of 10W-30
0 °C tot 25 °C (32 °F tot 77 °F)
SAE 20 of 10W-30
Minder dan 0 °C (32 °F)
SAE 10W of 10W-30
\* Opmerking over dieselsmeerolie:
Aangezien er tegenwoordig emissiecontrole van kracht is, zijn de CF-4- en CG-4-smeeroliën ontwikkeld voor gebruik van motors van asfaltvoertuigen die brandstof met een laag zwavelgehalte gebruiken. Wanneer een motor van een terreinvoertuig op brandstof met een hoog zwavelgehalte loopt, wordt het aanbevolen de CF-, CD- of CE-smeerolie met een hoog totaal base-nummer te gebruiken. Als er CF-4- of CG-4-smeerolie wordt gebruikt in combinatie met een brandstof met een hoog zwavelgehalte, vervangt u de smeerolie vaker.
- Aanbevolen smeerolie wanneer er brandstof met een laag of hoog zwavelgehalte gebruikt wordt.
| Smeerolie-klasse\Brandstof | Laag zwavelgehalte(0.5 % ≥) | Hoogzwavelgehalte | Opmerkingen |
| CF | O | O | TBN ≥ 10 |
| CF-4 | O | X | |
| CG-4 | O | X |
O: Aanbevolen
X: Niet aanbevolen
KOELVLOEISTOF
Til de motorkap (1) op en controleer het peil van de koelvloeistof in de opvangtank voor koelvloeistof (22). Als het peil te laag is, voegt u een mengsel toe van één deel water op één deel antivries voor auto's.

OPGELET!
Haal de vuldop van de radiator (23) er niet af als de motor nog heet is.
LUCHTFILTER VAN DE MOTOR
Controleer voordat u met de machine gaat werken altijd eerst het waarschuwingslampje voor onderhoud van de luchtfilter van de motor (24). Verricht geen onderhoud aan de luchtfilter als het rode vlaggetje in het waarschuwingslampje niet gaat branden. OPMERKING: Na het reinigen of vervangen van de luchtfilter kan het waarschuwingslampje opnieuw worden ingesteld door het uiteinde van het lampje in te drukken.

LET OP!
Bij onderhoud aan de onderdelen van de luchtfilter dient u goed op te letten dat er geen los stof in de motor terechtkomt. De motor kan ernstig beschadigd raken door stof.
De luchtfilter bestaat uit een (externe) hoofdfilter en een (interne) veiligheidsfilter. De hoofdfilter kan tweemaal worden gereinigd voordat hij moet worden vervangen. Vervang de veiligheidsfilter steeds nadat de hoofdfilter driemaal is vervangen. Probeer de interne veiligheidsfilter nooit te reinigen.
Om de hoofdfilter te reinigen, trekt u de 2 clips aan het uiteinde van de luchtfilter los en verwijdert u de behuizing aan het uiteinde. Trek de hoofdfilter er vervolgens uit. Reinig de hoofdfilter met perslucht (maximale druk van 100 psi) of spoel hem met water af (maximale druk van 40 psi). Plaats de hoofdfilter NIET terug in de fi Iterbus als deze niet helemaal droog is.
Leeg het stof uit de buitenste plastic behuizing door in de rubber flap te knijpen. Houd de flap omlaag bij opnieuw installeren.
ZEKERINGENPANEEL
CB1 Hoofd (70A)
CB2 Koplampen (20A)
CB3 Starter (15A)
CB4Accessoire(20A)
CB5 Ontsteking (10A)
CB6 Schudinrichting (20A)
CB7 Richtingaanwijzers (20A)
CB8 Sproeier (10A)
CB9 HVAC (30A)

Indien de hieronder vermelde omstandigheden niet de oorzaak van het probleem vormen, wil dat zeggen dat er iets ernstigers aan de hand is. Neem in dat geval onmiddellijk contact op met uw Nilfisk-servicedienst voor onderhoud of reparatie.
DOORSLAANDE ZEKERINGEN
De zekeringen bevinden zich op het zekeringenpaneel (H). De zekeringen beveiligen de elektrische circuits en motoren tegen schade door overbelasting. Als een zekering doorslaat, probeert u daar de oorzaak van te achterhalen.
Hoofdzekering (CB1 / 70 Amp.). Mogelijke oorzaak:
1 Kortsluiting of overbelasting (laat de machine door uw Nilfisk-servicedienst of een gekwalificeerde elektricien nakijken).
Zekering koplampen (CB2 / 20 Amp.). Mogelijke oorzaak:
1 Kortsluiting of overbelasting (laat de machine door uw Nilfisk-servicedienst of een gekwalificeerde elektricien nakijken).
Zekering van de startmotor (CB3 / 15 Amp.). Mogelijke oorzaken:
1 Kortsluiting of overbelasting (laat de machine door uw Nilfisk-servicedienst of een gekwalificeerde elektricien nakijken).
Zekering van het accessoirecircuit (CB4 / 20 Amp.). Mogelijke oorzaak:
1 Kortsluiting of overbelasting (laat de machine door uw Nilfisk-servicedienst of een gekwalificeerde elektricien nakijken).
Zekering van het ontstekingscircuit (CB5 / 10 Amp.). Mogelijke oorzaak:
1 Kortsluiting of overbelasting (laat de machine door uw Nilfisk-servicedienst of een gekwalificeerde elektricien nakijken).
Zekering van de schudinrichting (CB2 / 20 Amp.). Mogelijke oorzaak:
1 Kortsluiting of overbelasting (laat de machine door uw Nilfisk-servicedienst of een gekwalificeerde elektricien nakijken).
Zekering van het richtingaanwijzercircuit (CB7 / 20 Amp.). Mogelijke oorzaak:
1 Kortsluiting of overbelasting (laat de machine door uw Nilfisk-servicedienst of een gekwalificeerde elektricien nakijken).
Zekering van de sproeier (CB8 / 10 Amp.). Mogelijke oorzaak:
1 Kortsluiting of overbelasting (laat de machine door uw Nilfisk-servicedienst of een gekwalificeerde elektricien nakijken).
HVAC-zekering (CB9 / 30 Amp.). Mogelijke oorzaak:
1 Kortsluiting of overbelasting (laat de machine door uw Nilfisk-servicedienst of een gekwalificeerde elektricien nakijken).
Als het probleem is verholpen, drukt u de knop in om de zekering opnieuw in te stellen. Als de knop niet ingedrukt blijft, wacht dan 5 minuten en probeer het daarna opnieuw. Als een zekering steeds weer doorslaat, neem dan contact op met uw Nilfisk-servicedienst voor onderhoud of reparatie.
PROBLEMEN VERHELPEN
Indien de hieronder vermelde omstandigheden niet de oorzaak van het probleem vormen, wil dat zeggen dat er iets ernstigers aan de hand is. Neem in dat geval onmiddellijk contact op met uw Nilfisk-servicedienst voor onderhoud of reparatie.
MACHINE START NIET
Mogelijke oorzaken zijn:
1 Voor- of achteruitpedaal niet in neutrale stand (zorg dat het pedaal in de neutrale stand staat)
2 Neutrale stand van het voor- of achteruitpedaal is niet correct ingesteld (neem contact op met uw Servicedienst)
3 Accu is niet aangesloten of leeg (sluit accu aan of laad hem op)
4 Machine heeft geen brandstof meer of klep LPG-tank is dicht (bijtanken of klep LPG-tank openen)
5 Doorgeslagen zekering(en) (stel doorgeslagen zekeringen opnieuw in).
MACHINE RIJDT NIET
Mogelijke oorzaken zijn:
1 De handrem (F) is aangetrokken (ontgrendel de handrem).
2 De speciale verstelbare klep voor het slepen of duwen van de machine staat in de verkeerde stand (zet de klep op de juiste stand).
3 Doorgeslagen zekering(en) (stel doorgeslagen zekeringen opnieuw in).
HOOFDBEZEM WERKT NIET
Mogelijke oorzaken zijn:
1 Motor niet ingesteld op hoog toerental (druk de snelheidsregelaar van de motor (GG) in)
2 Er zit vuil om het aandrijfmechanisme van de bezem heen gedraaid (verwijder dit vuil)
3 De hopper staat niet helemaal naar beneden (laat de hopper helemaal zakken)
4 Doorgeslagen zekering(en) (stel doorgeslagen zekeringen opnieuw in)
ZIJBEZEM WERKT NIET
Mogelijke oorzaken zijn:
1 Motor niet ingesteld op hoog toerental (druk de snelheidsregelaar van de motor (GG) in)
2 Controleer of de UIT-schakelaar van de zijbezem niet aanstaat (zet de schakelaar in de AAN stand)
3 Er zit vuil om het aandrijfmechanisme van de bezem heen gedraaid (verwijder dit vuil)
4 De hopper staat niet helemaal naar beneden (laat de hopper helemaal zakken)
5 Doorgeslagen zekering(en) (stel doorgeslagen zekeringen opnieuw in)
Mogelijke oorzaken zijn:
1 Motor niet ingesteld op hoog toerental (druk de snelheidsregelaar van de motor (GG) in)
2 Doorgeslagen zekering(en) (stel doorgeslagen zekeringen opnieuw in)
Mogelijke oorzaken zijn:
1 De stortdeur zit klem door afval (verwijder het afval en maak de randen van de afvalruimte schoon)
2 Doorgeslagen zekering(en) (stel doorgeslagen zekeringen opnieuw in)
Mogelijke oorzaken zijn:
1 Doorgeslagen zekering(en) (stel doorgeslagen zekeringen opnieuw in)
2 Elektrische aansluiting met motor van schudinrichting afgesloten (sluit motor van schudinrichting aan)
STOFOPNAMESYSTEEM (ROTOR) WERKT NIET
Mogelijke oorzaken zijn:
1 Doorgeslagen zekering(en) (stel doorgeslagen zekeringen opnieuw in)
2 Controleer of de UIT-schakelaar van het stofopnamesysteem niet aanstaat (zet de schakelaar in de AAN stand)
SPROEISYSTEEM DUSTGUARD™ ZIJBEZEM WERKT NIET
Mogelijke oorzaken zijn:
1 DustGuard™ schakelaar (VV) niet INGESCHAKELD (schakel DustGuard™ schakelaar IN)
2 Hendel hoofdbezem (B) niet ingeschakeld (laat hoofdbezem zakken)
3 Watertank is leeg (vul watertank (28) bij)
4 Sproeierkoppen (15) zijn verstopt (reinig sproeierkoppen (15))
ACCESSOIRES / OPTIES
Als aanvulling op de standaard onderdelen, kan de machine worden uitgerust met de volgende accessoires/opties, rekening houdend met het specifieke gebruik van de machine:
- Hoofd- en zijbezems met hardere en zachtere haren
• Waterdicht stoffi Iter van polyester
• Sensor voor verstopt fi lter
• DustGuard™ systeem - Brandblusapparaat
- Werklicht
- Oranje zwaailamp
• Wielen die geen sporen achterlaten - Stuurafstelling
• Bestuurdersstoel met vering - Veiligheidsgordels
- Beveiliging zijbezem
• Uitlaat vonkenvanger
• Bodemplaat metalen hopper
• Luchtfilterinlaat van de motor met voorfilter
• Bovenbeschermkap
• Overkapping bovenbeschermkap
- Achteruitkijkspiegels
• Metalen achterbumper
- Linker zijbezem
- Gesloten cabine
• Vloermat
- Motormeters
• Hogetemperatuursensor hopper
- Reserve audioalarm
- Achterverlichting, remlampen en richtingaanwijzers
• Met schuim gevulde banden
• Banden uit een stuk
Voor meer informatie over bovengenoemde accessoires neemt u contact op met een erkende handelaar.
TECHNISCHE SPECIFICATIES (ZOALS OP DE MACHINE GEÏNSTALLEERD EN GETEST)
| Model | SW8000 | SW8000 | SW8000 | |
| 4 cil. LPG 4 cil. Benzine 4 cil. Diesel | ||||
| Typenummer | 56107512 | 56107517 | 56107513 | |
| Veiligheidsklasse | IPX3 | IPX3 | IPX3 | |
| Geluidsdrukniveau | ||||
| (IEC 60335-2-72: Ed 3 2012, ISO 11201) | dB(A) | 80,6dB LpA, 3dB KpA | 80,6dB LpA, 3dB KpA | 82,78dB LpA, 3dB KpA |
| Geluidssterkteniveau | ||||
| (IEC 60335-2-72: Ed 3 2012, ISO 3744) | dB(A) | 102,3 dB LWA | 102,3 dB LWA | 106,3 dB LWA |
| Bruto gewicht | Ibs/kg | 4426 / 2007 | 4426 / 2007 | 4426 / 2007 |
| Gewicht (leeg) | Ibs/kg | 3075 / 1395 | 3075 / 1395 | 3075 / 1395 |
| Maximale belasting wielen op vloer (rechts voor) | psi / N/mm2 | 72 / 0,496 | 72 / 0,496 | 65 / 0,448 |
| Maximale belasting wielen op vloer (links voor) | psi / N/mm2 | 63 / 0,434 | 63 / 0,434 | 65 / 0,448 |
| Maximale belasting wielen op vloer (midden achter) | psi / N/mm2 | 71 / 0,489 | 71 / 0,489 | 76 / 0,524 |
| Trillingen ter hoogte van de handgrepen (ISO 5349-1) | m/s2 | 1,08 m/s2 | 1,08 m/s2 | 1,5 m/s2 |
| Trillingen bij bestuurdersplaats (ISO 2631-1) | m/s2 | 0,15 m/s2 | 0,15 m/s2 | 0,16 m/s2 |
| Toegestane helling | 20% (11,3°) | 20% (11,3°) | 20% (11,3°) | |
| Model | SW8000 (cab) | SW8000 (cab) | ||
| 4 cil. LPG | 4 cil. Diesel | |||
| Typenummer | 56107514 | 56107515 | ||
| Veiligheidsklasse | IPX3 | IPX3 | ||
| Geluidsdrukniveau | ||||
| (IEC 60335-2-72: Ed 3 2012, ISO 11201) | dB(A) | 80,6dB LpA, 3dB KpA | 82,78dB LpA, 3dB KpA | |
| Geluidssterkteniveau | ||||
| (IEC 60335-2-72: Ed 3 2012, ISO 3744) | dB(A) | 102,3 dB LWA | 106,3 dB LWA | |
| Bruto gewicht | Ibs/kg | 4775 / 2165 | 4775 / 2165 | |
| Gewicht (leeg) | Ibs/kg | 3424 / 1553 | 3424 / 1553 | |
| Maximale belasting wielen op vloer (rechts voor) | psi / N/mm2 | 72 / 0,496 | 65 / 0,448 | |
| Maximale belasting wielen op vloer (links voor) | psi / N/mm2 | 63 / 0,434 | 65 / 0,448 | |
| Maximale belasting wielen op vloer (midden achter) | psi / N/mm2 | 71 / 0,489 | 76 / 0,524 | |
| Trillingen ter hoogte van de handgrepen (ISO 5349-1) | m/s2 | 1,08 m/s2 | 1,5 m/s2 | |
| Trillingen bij bestuurdersplaats (ISO 2631-1) | m/s2 | 0,15 m/s2 | 0,16 m/s2 | |
| Toegestane helling | 20% (11,3°) | 20% (11,3°) | ||
СОДЕРЖАНИЕ
Страница
Введение ...... D-3
NL Ondergetekende verzekert dat de bovengenoemde modellen geproduceerd zijn in overeenstemming met de volgende richtlijnen en standaards.