SW4000 - Veegmachine NILFISK - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SW4000 NILFISK in PDF-formaat.
| Merk | Nilfisk |
| Model | SW4000 |
| Producttype | Industriële zelfrijdende veegmachine met zuiging |
| Afmetingen (L x B x H) | 1 640 x 1 035 x 1 330 mm |
| Leeggewicht | 511 kg (benzineversie) / 515 kg (LPG-versie) |
| Totaalgewicht bedrijfsklaar | 594 kg (benzine) / 622 kg (LPG) |
| Voeding | Verbrandingsmotor Honda GX-200 op benzine of LPG (4,1 kW) |
| Brandstoftankinhoud | 7,8 liter (benzine) / LPG-fles (max. afmetingen 720 x 300 mm) |
| Accu's | 24 V, loodaccu (WET) |
| Werkbreedte (1 zijborstel) | 975 mm |
| Werkbreedte (2 zijborstels) | 1 250 mm |
| Afvalcontainerinhoud | 75 liter (max. belading 100 kg) |
| Werksnelheid | 0-7 km/u (vooruit), 0-4,5 km/u (achteruit) |
| Autonomie | 13 u (benzineversie) / 25 u (LPG-versie) |
| Filtersysteem | Plaatstofilter (7 m²) met elektrische schudinstallatie |
| Hoofdfuncties | Centraal en lateraal vegen, zuiging, DustGuard™ stofonderdrukkingssysteem (optioneel) |
| Veiligheid | Noodstopknop, microschakelaar in de zitting, containerpositiesensor, hydraulische veiligheidsklep |
| Onderhoud | Gepland onderhoudsschema elke 10 tot 500 uur: controle olie, filters, borstels, remmen, enz. |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Uitsluitend gebruik van originele Nilfisk-onderdelen; erkende after-sales service |
| Algemene informatie | Gebruiksaanwijzing van 148 pagina's met elektrische en hydraulische schema's |
Veelgestelde vragen - SW4000 NILFISK
Gebruikersvragen over SW4000 NILFISK
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Veegmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SW4000 - NILFISK en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SW4000 van het merk NILFISK.
GEBRUIKSAANWIJZING SW4000 NILFISK
NL Ondergetekende verzekert dat de bovengenoemde modellen geproduceerd zijn in overeenstemming met de volgende richtlijnen en standaards. Het technische bestand is door de fabrikant samengesteld.
text_image
RD F0 150A RD 32 FC FA ES2 RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RD RJ K1K2 3C M1 —— M2 —— M3 —— G M5 BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK RK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK
text_image
A RD ES0 24V D2 BZ1 RDEK JL7 JL2.0 JL2.16 JL2.8 JL2.12 JL2.5 JL2.14 JL2.13 EB1 SW7 VT GN JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JS JL10 M0 V110 V120 E B111 B120 B127 BK RDK RDKK RDKK RDKK RDKK RDKK RDKK RDKK RDKK RDKK RDKK RDKK RDKK RDKK RDKK RDKK RDKK RDKK RDKK RDKK RDKK RDKK RDKK RDKK RDKK RDKK RDKk RDKk RDKk RDKk RDKk RDKk RDKk RDKk RDKk RDKk RDKk RDKk RDKk RDKk RDKk RDKk RDKk RDKk RDKk RDKk RDKk RDKk RDKkP100614
UTILISATION

ATTENTION!
De nummers tussen haakjes verwijzen naar de onderdelen die worden weergegeven in het hoofdstuk Beschrijving van de machine.
DOEL EN INHOUD VAN DEZE HANDLEIDING
Deze handleiding heeft tot doel de bediener te voorzien van alle informatie die nodig is om deze machine op de juiste en veiligste manier te gebruiken. Er staat informatie in over technische aspecten, de veiligheid, de werking, het stoppen, het onderhoud, de vervangingsonderdelen en het verwijderen van de machine.
De bedieners en bevoegde monteurs die met deze machine werken, moeten de instructies in deze handleiding zorgvuldig lezen, voordat ze met de machine aan het werk gaan. Neem bij twijfel over de juiste interpretatie van de instructies contact op met Nilfisk voor meer uitleg.
BETREFFENDE PERSONEN
Deze handleiding is bestemd voor de bediener van de machine en de technici die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van de machine.
De bedieners mogen geen handelingen uitvoeren die alleen door bevoegde monteurs uitgevoerd mogen worden. Nilfisk is niet verantwoordelijk voor schade die is ontstaan uit het negeren van dit verbod.
OPBERGEN VAN DE HANDLEIDING
De gebruiksaanwijzing moet worden bewaard in de buurt van de machine, in de juiste houder, uit de buurt van vloeistoffen en andere materialen die de leesbaarheid kunnen beïnvloeden.
CONFORMITEITSVERKLARING
De conformiteitsverklaring die bij de machine wordt geleverd is een verklaring dat de machine voldoet aan de geldende wetgeving.

OPMERKING
Twee kopieën van de oorspronkelijke verklaring van overeenstemming zijn verstrekt samen met de machinedocumentatie.
IDENTIFICATIEGEGEVENS
Het serienummer en model van de machine staan op het plaatje (30).
Op het identificatieplaatje worden ook het bouwjaar (Datumcode: A17, betekent januari 2017) en de productcode vermeld.
Het serienummer en het model van de motor staan op het plaatje (59).
Deze informatie heeft u nodig voor vervangingsonderdelen voor de machine en de motor. Gebruik de onderstaande ruimte om de identificatiegegevens van de machine en de motor op te schrijven.
Model MACHINE
Code PRODUCT
Serienummer MACHINE
Model MOTOR
Serienummer MOTOR
ANDERE GEBRUIKERSHANDLEIDINGEN
- Handleiding van de motor, bij de uitrusting van de machine, vormt een integraal deel van deze handleiding Daarnaast zijn de volgende handleidingen leverbaar:
– Catalogus met vervangingsonderdelen (behoort tot de uitrusting van de machine)
– Werkplaatshandleiding (te raadplegen bij de servicecentra van Nilfisk)
VERVANGINGSONDERDELEN EN ONDERHOUD
Als er onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan de machine nodig zijn, moet u deze door bevoegd personeel of bij de servicecentra van Nilfisk laten uitvoeren. Er mogen alleen originele vervangingsonderdelen en accessoires worden gebruikt. Als u hulp nodig heeft of vervangingsonderdelen en accessoires wilt bestellen bij Nilfisk, zorg dan dat u het model, de productcode en het serienummer altijd bij de hand heeft.
MODIFICATIES EN VERBETERINGEN
Nilfisk streeft naar een constante perfectie van onze producten en we behouden ons het recht voor modificaties en aanpassingen aan te brengen indien wij die nodig achten. U bent niet verplicht deze modificaties of verbeteringen door te voeren op een eerder aangeschafte machine.
Eventuele aanpassingen en/of toevoeging van accessoires moeten expliciet worden goedgekeurd en uitgevoerd door Nilfisk.
BEDRIJFSCAPACITEIT
Deze veegmachine is goedgekeurd voor het reinigen (vegen en aanzuigen) van gladde, solide vloeren in commerciële en bedrijfsruimten onder gecontroleerde veilige omstandigheden door een bevoegde bediener.
ALGEMENE OPMERKINGEN
Alle verwijzingen naar voorwaarts, achterwaarts, vóór, rechts, links of achter in deze handleiding zijn vanuit de bediener in zijn rijpositie op de stoel bekeken (3).
VERPAKKING VERWIJDEREN/AFLEVERING

WAARSCHUWING!
Volg bij het verwijderen van de verpakking de instructies op de verpakking zorgvuldig op.
Controleer bij aflevering van de machine zorgvuldig of de verpakking en de machine niet zijn beschadigd tijdens het transport. Als u beschadigingen heeft aangetroffen, bewaart u de verpakking dan zoals u deze van de transporteur heeft ontvangen. Neem onmiddellijk contact op met de transporteur om een verzoek tot schadevergoeding in te vullen.
Controleer of de uitrusting van de machine overeenkomt met de volgende lijst:
- Technische documentatie:
- Gebruiksaanwijzing van de veegmachine
• Handleiding van de motor (Honda GX-200) - Catalogus met vervangingsonderdelen van de veegmachine
– Zekering Nr. 1 van 10 A
– Zekering Nr. 1 van 70 A
VEILIGHEID
De volgende symbolen worden gebruikt om mogelijk gevaarlijke situaties aan te geven. Lees deze informatie altijd aandachtig door en neem de nodige voorzorgsmaatregelen om personen en voorwerpen te beschermen.
Samenwerking met de bediener is van essentieel belang om ongelukken te voorkomen. Geen enkel preventieplan ter voorkoming van ongevallen is effectief zonder de volledige medewerking van de persoon die direct verantwoordelijk is voor de werking van de machine. De meeste ongevallen die zich binnen een bedrijf, op de werkvloer of op locatie voordoen, worden veroorzaakt door het niet naleven van enkele elementaire veiligheidsmaatregelen. Een oplettende en voorzichtige bediener is de beste garantie tegen ongevallen en is het meest effectief in elk preventieplan.
Lees alle instructies zorgvuldig door voordat u werkzaamheden aan de machine uitvoert.

GEVAAR!
Interne verbrandingsmotor.
Adem geen uitlaatgassen in.
Koolmonoxide (CO) kan hersenletsel of zelfs dodelijk letsel veroorzaken.

LET OP!
Was de machine niet met directe waterstralen of een hogedrukspuit.

LET OP!
Gebruik de machine niet op oppervlakken met een grotere hellingshoek dan gespecificeerd.

LET OP!
Hete onderdelen, gevaar van brandwonden.

LET OP!
Bewegende delen.

LET OP!
Bewegende delen. Gevaar voor verbrijzeling.

LET OP!
Onderdelen onder spanning.
Aanwezigheid van bijtende vloeistoffen.
SYMBOLEN IN DE HANDLEIDING

GEVAAR!
Dit symbool geeft een gevaar met mogelijk dodelijk afloop voor de bediener aan.

LET OP!
Dit symbool geeft een mogelijk risico op letsel voor personen of schade aan voorwerpen aan.

WAARSCHUWING!
Dit symbool geeft een waarschuwing of opmerking aan over de werking van de sleutel of van de gebruiksfuncties. Lees de blokken tekst die met dit symbool zijn gemarkeerd zorgvuldig door.

OPMERKING
Dit symbool geeft een waarschuwing aan over de werking van de sleutel of van de gebruiksfuncties.

ADVIES
Dit geeft aan dat de gebruiksaanwijzing moet worden geraadpleegd voordat er een handeling wordt uitgevoerd.
ALGEMENE INSTRUCTIES
Hierna volgen waarschuwingen en specifieke aandachtspunten om mogelijke schade aan de machine of letsel bij personen te voorkomen.

GEVAAR!


- Koolmonoxide (CO) kan hersenletsel of zelfs dodelijk letsel veroorzaken.
- De interne verbrandingsmotor van deze machine stoot koolmonoxide uit.
- Adem geen uitlaatgassen in.
- Gebruik de machine alleen in afgesloten ruimten als er voldoende ventilatie is en als er een tweede persoon aanwezig is die de gezondheid van de bediener in de gaten kan houden.

GEVAAR!
- Voordat er reinigings- of onderhoudswerkzaamheden, vervangingen van onderdelen of omzettingen naar andere functies worden uitgevoerd, moet u de accustekkers eerst loskoppelen, de contactsleutel verwijderen en de parkeerrem inschakelen.
- Deze machine mag alleen worden gebruikt door personen die op de juiste manier zijn geïinstrueerd.
- De stuurbewegingen moeten met zeer lage snelheid worden uitgevoerd. Vermijd plotselinge stuurbewegingen, vooral op hellende wegen, en sturen met de afvalcontainer omhoog.
- Zet de afvalcontainer nooit omhoog op een hellende ondergrond.
- Zorg dat er geen vonken, vlammen of rokende/gloeiende materialen bij de accu's in de buurt kunnen komen. Bij normaal gebruik van de machine kunnen er explosieve gassen vrij komen.
- Wanneer u in de buurt van elektrische onderdelen werkt, verwijder dan al uw sieraden.
- Werk nooit onder een omhoog gebrachte machine als deze niet voldoende wordt ondersteund door veiligheidssteunen.
- Telkens als er werkzaamheden worden verricht onder de geopende motorkap, moet u ervoor zorgen dat de motorkap niet per ongeluk dicht kan vallen.
- Gebruik deze machine niet in ruimten waar schadelijke, gevaarlijke, ontvlambare en/of explosieve stoffen, vloeistoffen of dampen aanwezig zijn: deze machine is niet geschikt voor het verzamelen van gevaarlijk stof.
- Let op: de brandstof is zeer licht ontvlambaar.

GEVAAR!
- Roken en open vuur in ruimten waar benzine wordt bijgevuld of opgeslagen is verboden.
Vul de brandstof altijd buiten of in een goed geventileerde ruimte bij met de motor uitgeschakeld. - Zet de motor uit en laat deze enkele minuten afkoelen voordat u de dop van de brandstoftank losdraait.
- De brandstof gaat uitzetten en daarom mag de tank niet verder dan 4 cm onder de rand van de vulmond worden bijgevuld.
Controleer na het bijvullen van de brandstof of de dop van de brandstoftank goed is afgesloten. - Wanneer er tijdens het tanken brandstof naar buiten loopt, moet u alle brandstof verwijderen en de dampen laten oplossen voordat u de motor start.
- Zorg dat er geen brandstof op de huid komt en dat u de dampen niet inademt. Buiten bereik van kinderen houden.
- Laat de motor of de machine niet kantelen tot een hoek waarbij de brandstof naar buiten kan lopen.
- Wanneer de machine vervoerd wordt, mag de brandstoftank niet vol zijn en moet het brandstofkraantje gesloten zijn.
- Zet geen voorwerpen op de motor.
- Schakel de motor uit voordat u er werkzaamheden aan uitvoert. Om te voorkomen dat de motor per ongeluk wordt ingeschakeld, moet u altijd het kapje van de bougie of de minkabel van de accu's ontkoppelen.
- Zie ook de VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN in de handleiding van de motor, die een integraal deel vormt van deze handleiding.
- Als de machine van loodaccu's (WET) is voorzien, mag de machine zelf niet meer dan 30° ten opzichte van de vlakke grond worden gekanteld. Anders kan de uiterst corroderende vloeistof uit de accu lopen. Als de machine bij onderhoudswerkzaamheden moet worden gekanteld, moeten eerst de accu's worden verwijderd.
- (Voor uitvoeringen met LPG). Gebruik de machine niet bij gaslekken. Koppel de brandstofslang los en vervang de LPG-tank. Als er gaslekkage is, koppelt u de brandstofslang los en moet u contact opnemen met een servicecentrum van Nilfisk.
- Lees voordat u onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan de machine uitvoert alle instructies zorgvuldig door.
- Als u in de buurt van of aan het hydraulische systeem werkt, draag dan altijd beschermende kleding en een veiligheidsbril.
- Deze machine is niet geschikt voor gebruik door mensen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, waarnemings- of mentale capaciteiten of mensen zonder ervaring of kennis wanneer zij niet onder toezicht staan van of zijn geïnstrueerd over het gebruik van de machine door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
Kinderen moeten onder toezicht staan zodat ze niet met de machine kunnen spelen.
- Let bijzonder goed op wanneer u in de buurt van kinderen aan het werk bent.
- Gebruik de machine niet voor andere doeleinden dan vermeld in deze handleiding. Gebruik alleen accessoires die door Nilfisk worden aanbevolen.
- Controleer de machine zorgvuldig voor gebruik; controleer voor gebruik altijd of alle onderdelen zijn gemonteerd. Bij gebruik van een machine waarop niet alles is gemonteerd kan er letsel bij personen en schade aan de uitrusting ontstaan.
- Neem alle nodige voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dat haar, sieraden en losse kledingstukken vast komen te zitten in de bewegende delen van de machine.
- Verwijder de contactsleutel om niet-geautoriseerd gebruik van de machine te voorkomen.
- Een machine die onbeheerd wordt achtergelaten, moet worden vastgezet om onverwachte bewegingen te voorkomen.
- Gebruik de machine niet op oppervlakken met een grotere hellingshoek dan gespecificeerd.
- Kantel de machine niet verder dan de hoek die wordt aangegeven op de machine om de stabiliteit niet in gevaar te brengen.
- Gebruik alleen de borstels die bij de machine worden geleverd of die in de gebruiksaanwijzing worden vermeld. Het gebruik van andere borstels kan de veiligheid in gevaar brengen.
- Sluit voordat u de machine gebruikt alle afdekkingen en/of kleppen, zoals aangegeven in de gebruiksaanwijzing.
- Was de machine niet met directe waterstralen, een hogedrukspuit of met bijtende materialen.
- Gebruik de machine alleen in voldoende verlichte ruimten.
- De werkverlichting (optioneel) dient uitsluitend voor verbetering van het zicht op de te vegen oppervlakken en is niet bedoeld om de machine ook in het donker te kunnen gebruiken.
- Let er bij het gebruik van de machine op dat er zich geen mensen en dingen in het werkgebied van de machine bevinden.
- Stoot niet tegen kasten of stellingen, zeker als de kans bestaat dat er voorwerpen kunnen omvallen.
- Zet geen flessen vloeistof op de machine; gebruik daarvoor de houder voor flesjes en blikjes.

LET OP!
- De opslagtemperatuur van de machine moet tussen 0 °C en +40 °C liggen.
- De temperatuur moet bij gebruik van de machine tussen de 0 °C en +40 °C liggen.
- De vochtigheidsgraad moet tussen 30 % en 95 % liggen.
- Zorg altijd dat de machine niet in de zon, regen of andere weersomstandigheden staat, zowel in werking als bij stilstand. Berg de machine op in een droge en overdekte ruimte: hij mag niet buiten onder vochtige omstandigheden worden gebruikt of opgeslagen.
- Gebruik de machine niet als vervoermiddel of voor slepen/duwen.
- De maximale draagkracht van de machine, naast het gewicht van de bediener, is 100 kg (het gewicht van het afval).
- Gebruik bij brand een poederbrandblusser. Gebruik geen water.
- Pas de bedrijfssnelheid aan de oppervlakken aan.
- Vermijd plotseling stoppen als de machine omlaag rijdt. Vermijd scherpe bochten. Laat de machine bij het afdalen met een lagere snelheid rijden.
- Deze machine is niet geschikt voor gebruik op straat of openbare wegen.
- Verwijder om geen enkele reden de beschermingen van de machine.
- Houd u strikt aan de aanwijzingen bij gewone onderhoudswerkzaamheden.
Zorg dat er geen voorwerpen door de openingen komen. Als de openingen zijn verstopt, mag de machine niet worden gebruikt. Houd de openingen van de machine vrij van stof, draden, haren en andere vreemde voorwerpen die de luchtstroom kunnen belemmeren.
(Alleen voor uitvoering met installatie voor stofbestrijding DustGuard™ gemonteerd). Let goed op als de machine bij vriestemperaturen wordt verplaatst. Het water in de tank van het systeem of de slangen kan bevriezen en de machine ernstig beschadigen.
- Verwijder of verander geen plaatjes van de fabrikant op de machine.
- Als de machine vanwege servicewerkzaamheden moet worden geduwd (geen brandstof, motorstoring, etc.), laat de machine dan nooit harder rijden dan 4 km/u.
- Als u afwijkingen in de werking van de machine vermoedt, controleer dan of deze niet worden veroorzaakt door gebrek aan dagelijks onderhoud. Als dat niet het geval is, roept u de hulp in van bevoegd personeel of van een bevoegd servicecentrum.
- Vraag bij vervanging van onderdelen om ORIGINELE vervangingsonderdelen bij een bevoegd leverancier en/of bevoegde detailhandelaar.
- Uit veiligheidsoverwegingen en voor een correcte werking van de machine moet het onderhoud dat in het betreffende hoofdstuk in deze handleiding wordt aangegeven voor bevoegd personeel of bij een servicecentrum worden uitgevoerd.
- Laat de machine als hij wordt afgedankt niet onbemand staan vanwege de giftige en/of schadelijke materialen (accu's, olie, etc.). Deze moeten volgens de voorschriften naar de daarvoor bestemde verzamelplaatsen worden gebracht (zie het hoofdstuk Verwijdering).
- Tijdens de werking van de motor wordt de demper warm; raak de demper nooit aan als hij warm is om brandwonden of brand te voorkomen.
- Laat de motor nooit draaien met onvoldoende olie, want dat kan ernstige schade veroorzaken. Controleer het oliepeil bij een uitgeschakelde motor terwijl de machine horizontaal staat.
- Laat de motor nooit zonder luchtfilter draaien, omdat dit schade kan veroorzaken.
- Technische werkzaamheden aan de motor moeten altijd door een bevoegd dealer worden uitgevoerd. Gebruik voor de motor alleen originele vervangingsonderdelen of equivalenten ervan. Het gebruik van vervangingsonderdelen van een mindere kwaliteit kan de motor ernstig beschadigen.
- Zie ook de VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN in de handleiding van de motor, die een integraal deel vormt van deze handleiding.
Richtlijnen voor controle van de accu's en andere bacteriële gevaren de installatie voor stofbestrijding DustGuard™ (optioneel).

LET OP!
Om te garanderen dat de bedieners of andere personen niet worden blootgesteld aan bacteriële infecties of legionella die zich kan voordoen in de installaties voor stofbestrijding moeten de volgende voorzorgsmaatregelen worden genomen:
- Vul waar mogelijk de tank met koud water (< 20 °C).
- Gebruik GEEN stilstaand water om de tank te vullen.
- Gebruik GEEN gerecycled water, niet-drinkbaar water of water dat grond heeft aangeraakt.
- U moet de vernevelingssproeiers alleen naar de vloer afstellen en draaien om inademing te voorkomen.
- Stal de machine niet buiten of in de buurt van warmtebronnen.
- Doe niet te veel water in de tank. Vul voldoende water bij zodat de tank kan worden geleegd met behulp van het systeem.
- Leeg de tank elke 10 uur of één keer per week, afhankelijk van het gebruik.
- Als de machine langer dan een week niet wordt gebruikt, moet de tank volledig worden geleegd en gedroogd.
- Als de tank niet op de normale manier kan worden geleegd, kunt u een biocide gebruiken om de accu te controleren op legionella en dit eventueel te verwijderen. De keuze voor biociden moet worden gemaakt op basis van de plaatselijke voorschriften en gebruikt met inachtneming van de aangegeven instructies en waarschuwingen om te voorkomen dat personeel wordt blootgesteld aan gevaarlijke chemische stoffen.
- Als er chemische producten in de watertank moeten worden gebruikt, is het verplicht om de betreffende etiketten met informatie en waarschuwingen voor het product duidelijk zichtbaar te maken.
BESCHRIJVING VAN DE MACHINE
BOUW VAN DE MACHINE
-
Stuur
-
Bedieningspaneel (zie volgende deel)
-
Bestuurdersstoel met beveiligingsmicroschakelaar
-
Bedieningshendel voor afstelling van de stoel
-
Gaspedaal
-
Servicerempedaal
-
Parkeerremhendel: druk de servicerem (6) in en schakel tegelijkertijd de hendel (7) in om de servicerem om te zetten in de parkeerrem
-
Pedaal voor omhoog brengen voorflap
-
Hendel voor loskoppelen voor lossen afvalcontainer
-
Klep achter met aanzuigsysteem
-
Afvalcontainer (wanneer deze vol is, legen)
-
Rechterklep (alleen voor onderhoud openen)
-
Linkerklep (voor verwijdering van de hoofdborstel)
-
Zijborstel rechts
-
Zijborstel links (optioneel)
-
Bescherming zijborstels (optioneel)
-
Hoofdborstel
-
Klep motorruimte
-
Opbergvak
-
Achterwielen
-
Voorwiel voor aandrijving en aansturing
-
Houder stoffilter
-
Paneelstofffilter met filterschudder
-
Voorstijl of (waar aanwezig) watertank voor het systeem voor stofbestrijding (optioneel)
-
Kraan van aansluiting voor bijvullen water voor de installatie voor stofbestrijding (optioneel)
-
Verstuivers water voor installatie voor stofbestrijding (optioneel)
-
Bedrijfsverlichting (optioneel)
-
Knipperlicht (altijd in werking als de sleutel in 'l' staat)
-
Veiligheidsgordel (optioneel)
-
Plaatje met serienummer / technische gegevens / conformiteitsmarkering
-
Gat voor verankering voor transport (niet voor opheffen)
-
Brandstoftank (benzine)
-
Vuldop (benzine)
-
Kraantje voor openen/afsluiten brandstoftoevoer (benzine)
-
Handgreep voor handmatig aantrekken van afvalcontainer
OPBOUW VAN DE MACHINE (vervolg)

OPBOUW VAN DE MACHINE (vervolg)
- Handgreep voor opheffen klep motorruimte
- Verbrandingsmotor
- Dynamotor
- Aansluitschema's voor accu's
- Zijpaneel rechts
- Accu's
- Herbruikbare thermische zekering van motor voor zijborstel rechts
- Herbruikbare thermische zekering van motor voor zijborstel links (optioneel)
-
Kastje met smeltzekeringen
-
Kastje voor elektrische onderdelen
- Elektronische installatie aandrijfsysteem
- Hydraulische regeleenheid voor tank voor opheffen afvalcontainer
- Bevestigingsstang voor geopende motorklep
- Stekker van motor voor aanzuigsysteem
- Hendel voor koude start
- LPG-fles (uitvoering met LPG)
- Bevestigingsband LPG-fles (uitvoering met LPG)
- Magneetklep met regelaar (uitvoering LPG)
- Plaatje met serienummer en model motor

- In stand '0' stopt het elektrische circuit en worden alle functies van de machine uitgeschakeld
- Als de sleutel naar 'I' wordt gedraaid, worden de diverse functies van de machine ingeschakeld
- In de stand 'II' start de motor. Laat na het starten de sleutel los; deze gaat terug naar de stand 'I'
62. Stelknop voor afstelling van de hoogte van de hoofdborstel:
- Linksom draaien voor verhoging van de indruk van de borstel
- Rechtsom draaien voor verlaging van de indruk van de borstel
63. Hendel voor het omhoog/omlaag brengen van de hoofdborstel
64. Hendel voor het omhoog/omlaag brengen van de zijborstels
65. Schakelaar voor:
- Uitschakeling/inschakeling aanzuigsysteem (bovenste positie)
• Inschakeling filterschudder (onderste positie)
66. Bevestigingsschakelaar voor verplaatsen afvalcontainer
67. Schakelaar voor akoestisch waarschuwingssignaal
68. Schakelaar voor voorwaartse/achterwaartse beweging
69. Informatiescherm (display)
70. Selectieknop op het display voor de volgende functies:
- Arbeidsuren
- Spanning accu's (V)
71. Lampje (geel) voor reservehoeveelheid brandstof
72. Lampje (groen) voor aanzuigsysteem
73. Lampje (groen) voor installatie voor stofbestrijding (optioneel)
74. Lampje (geel) voor opheffen afvalcontainer
75. Lampje (rood) voor onderdruk hoofdborstel
76. Lampje (rood) voor defect in aandrijfsysteem
77. Noodknop. Druk hierop in noodsituaties om alle functies van de machine te stoppen. U kunt hem weer resetten na het inschakelen door hem in de richting van de pijl op de knop zelf te drukken.
78. Schakelaar bedrijfsverlichting (optioneel)
79. Schakelaar voor omhoog/omlaag brengen van afvalcontainer
80. Schakelaar installatie voor stofbestrijding (optioneel)

text_image
63 72 73 75 71 807978 77 64 65 67 74 61 68 66 62 P100244ACCESSOIRES/OPTIES
Naast de onderdelen van de standaarduitvoering kan de machine worden uitgerust met de volgende accessoires, volgens het gebruik van de machine:
- Zijborstel links
- Hoofd- en zijborstels met hardere of zachtere haren dan de standaardborstel
- Kartonnen stoffilter (standaard voor de FLOORTEC R 870)
- Antigroevenflap
- Bedrijfsverlichting
- Veiligheidsgordel
– Armsteun rechts en links
- Antigroevenwielen
- Beschermkap FOPS
- Afdekking voor kap
- Bescherming zijborstels
- Installatie voor stofbestrijding DustGuard™
Neem voor meer informatie over de hierboven genoemde optionele accessoires contact op met uw leverancier.
| Model SW4000 P | FLOORTEC R 870 P | SW4000 LP FLOORTEC R 870 LP | |
| Breedte reinigingsvlak met een zijborstel 975 mm | |||
| met twee zijborstels 1.250 mm | |||
| Afmetingen hoofdborstel (lengte x diameter) 700 x 340 mm | |||
| Diameter zijborstel 450 mm | |||
| Theoretische werkcapaciteit hoofdborstel 4.900 m | ^2/u | ||
| met een zijborstel 6.825 m | ^2/u | ||
| met twee zijborstels 8.750 m | ^2/u | ||
| Afvalcontainer capaciteit | 75 liter | ||
| maximaal hefbaar gewicht | 100 kg | ||
| maximale hoogte vanaf de grond bij opheffen | 1.590 mm | ||
| Filter | reinigingssysteem | Elektrische filterschudder | |
| oppervlak | 7 m^2 | ||
| filtercapaciteit | 4 μm | ||
| Vermogen | 4,1 kW (5,5 pk) @ 3.600 toeren/min | ||
| Model motor | Honda GX-200 | ||
| Inhoud brandstoftank | 7,8 liter | 15 Kg | |
| Hoofdborstel | motorvermogen | 600 W | |
| toerental | 550 toeren/min | ||
| Zijborstel | motorvermogen | 90 W | |
| toerental | 110 toeren/min | ||
| Aanzuiging | motorvermogen | 260 W | |
| Tractie | type | Elektrisch voor | |
| vermogen reductiemotor | 1.000 W | ||
| voorwaartse snelheid | 7 km/h | ||
| achterwaartse snelheid | 4,5 km/h | ||
| Maximale hellingsgraad in gebruik | 20 % | ||
| Hydraulische regeleenheid afvalcontainer | 250 W | ||
| Motor filterschudder | 90 W | ||
| Totaal geabsorbeerd vermogen | 2,0 kW | ||
| Werkcapaciteit | 13 uur | 25 uur | |
| Afmetingen (lengte x breedte x hoogte) | carrosserie machine | 1.640 x 1.035 x 1.330 mm | |
| machine met zijborstels | 1.640 x 1.050 x 1.330 mm | ||
| machine met knipperlicht | 1.640 x 1.035 x 1.390 mm | ||
| machine met beschermkap FOPS (optioneel) | 1.640 x 1.035 x 1.990 mm | ||
| accuruimte | 360 x 380 x 220 mm | ||
| Maximale afmetingen LPG-tank (lengte x diameter) | - | 720 x 300 mm | |
| Model SW4000 P | FLOORTEC R 870 P | SW4000 LP FLOORTEC R 870 LP | |
| Hoogte leeg 511 Kg 515 Kg | |||
| totaal in beweging (*) 594 Kg 622 Kg | |||
| vooras in beweging (*) 251 Kg 254 Kg | |||
| achteras in beweging (*) 343 Kg 368 Kg | |||
| maximum in beweging (GVW) 775 Kg 803 Kg | |||
| Specifieke druk op grond wielen (voor - achter, in beweging) 0,8 - 0,2 N/mm | ^2 | ||
| Geluidsdruk op het oor van de bestuurder (ISO 11201, ISO 4871, EN 60335-2-72) (LpA) 75 dB(A) ± 3 dB(A) | |||
| Geluidsvermogen geproduceerd door de machine (ISO 3744, ISO 4871, EN 60335-2-72) (LwA) 94 dB(A) | |||
| Beschermingsclassificatie IP X3 | |||
| Capaciteit waterreservoir voor installatie voor stofbestrijding (optioneel) | 20 liter | ||
| Ruimte bij U-bocht (rechts - links) | 1.920 - 1.890 mm | ||
| Trillingsniveau op de arm van de bestuurder (ISO 5349-1) (*) | < 2,5 m/s ^2 | ||
| Trillingsniveau op het lichaam van de bediener (ISO 2631-1) (***) | < 0,9 m/s ^2 | ||
(*) Met bestuurder op de machine, brandstof en lege afvalcontainer.
(**) Bij normale werkomstandigheden op een vlakke ondergrond van asfalt.
Samenstelling materiaal van de machine en recycling
| Type | % recyclebaar | % van het gewicht van de SW4000 P FLOORTEC R 870 P | % van het gewicht van de SW4000 LP FLOORTEC R 870 LP |
| Aluminium | 100 % | 0,0 % | 0,0 % |
| Elektromotoren - diversen | 29 % | 21,1 % 21,1 % | |
| Ferromaterialen | 100 % | 48,3 % 48,8 % | |
| Bedrading | 80 % | 0,8 % | 0,8 % |
| Vloeistoffen | 100 % | 0,5 % | 0,5 % |
| Plastic - niet recyclebaar | 0 % | 0,9 % | 0,8 % |
| Plastic - recyclebaar | 100 % | 8,6 % | 8,4 % |
| Polyethyleen | 92 % | 6,0 % | 5,9 % |
| Rubber | 20 % | 3,5 % | 3,5 % |
| Karton - papier - hout | 100 % | 10,3 % 10,2 % |
Technische eigenschappen van de hydraulische olie
| Viscositeit bij 40 °C | mm2/s | 45 | 32 |
| Viscositeit bij 100 °C | mm2/s | 7,97 | 6,40 |
| Viscositeitsindex | / | 150 | 157 |
| Ontbrandingspunt COC | °C | 215 | 202 |
| Vloeipunt | °C | -36 | -36 |
| Volumetrische massa bij 15 °C | kg/l | 0,87 | 0,865 |

WAARSCHUWING!
Als de machine wordt gebruikt in omgevingen met temperaturen lager dan +10 °C, raden wij u aan de olie te vervangen door olie met een viscositeit van 32 cSt. Bij temperaturen onder 0 °C moet u olie met een nog lagere viscositeit gebruiken.
| BAT Accu's 24 V | |
| BZ1 Akoestisch signaal bij achteruitrijden | |
| BE Knipperlampje | |
| D1 Schema diode | |
| D2, D3 Diode | |
| EB1 Elektronische installatie aandrijfsysteem | |
| EB2 Elektronische installatie dashboard | |
| ES0 Afstandsschakelaar leiding | |
| ES1 Afstandsschakelaar hoofdborstel | |
| ES2 Startschakelaar motor | |
| EV1 Magneetklep beveiliging LPG | |
| FA Zekering hoofdborstel (50 A) | |
| FC Herbruikbare zekering accu's (80 A) | |
| F0 Hoofdzekering (150 A) | |
| F1 Zekering aanzuiger (30 A) | |
| F2 Zekering filterschudder (30 A) | |
| F3 Zekering installatie display (3 A) | |
| F4 Zekering circuit sleutel (10 A) | |
| F5 Zekering pomp installatie voor stofbestrijding (5 A) (optioneel) | |
| F6 Zekering pomp afvalcontainer (30 A) | |
| FR1 Herbruikbare zekering zijborstel rechts (15 A) | |
| FR2 Herbruikbare zekering zijborstel links (15 A) (optioneel) | |
| FR Frame motor | |
| HN Akoestisch waarschuwingssignaal | |
| K1 Relais aanzuiging | |
| K2 Relais filterschudder | |
| K3A+,- Relais voor afvalcontainer omhoog | |
| K3B+,- Relais voor afvalcontainer omlaag | |
| K4 Relais machine ingeschakeld | |
| K5 Relais zijborstels | |
| K6 Zekering pomp installatie voor stofbestrijding (optioneel) | |
| KT1 Tijdrelais beveiliging LPG | |
| L1, L2 Bedrijfsverlichting (optioneel) | |
| M0 Motor aandrijfsysteem | |
| M1 Motor aanzuigsysteem | |
| M2 Motor filterschudder | |
| M3 Motor pomp afvalcontainer | |
| M4 Motor hoofdborstel | |
| M5 Dynamotor | |
| M6 Motor zijborstel rechts | |
| M7 Motor zijborstel links | |
| M8 Motor pomp installatie voor stofbestrijding (optioneel) | |
| R1 Gaspedaal | |
| S1 Sensor voor afvalcontainer omhoog | |
| S2 Sensor voor hendel hoofdborstel | |
| S3 Sensor voor hendel zijborstels | |
| S4 Sensor voor reservebrandstof | |
| SPK Bougie verbrandingsmotor | |
| SW0 | Noodknop |
| SW1 | Contactsleutel |
| SW2 | Schakelaar voor beweging vooruit/achteruit (geïntegreerd in het pedaal) |
| SW3 | Schakelaar filterschudder/aanzuiging |
| SW4 | Bevestigingsknop voor afvalcontainer |
| SW5 | Schakelaar voor omhoog/omlaag brengen van afvalcontainer |
| SW6 | Schakelaar voor akoestisch waarschuwingssignaal |
| SW7 | Beveiligingsmicroschakelaar in de bestuurdersstoel |
| SW8 | Schakelaar installatie voor stofbestrijding (optioneel) |
| SW9 | Schakelaar bedrijfsverlichting (optioneel) |
Kleurcodering
| BK Zwart | |
| BU Blauw | |
| BN Bruin | |
| GN | Groen |
| GY Grijs | |
| OG | Oranje |
| PK Roze | |
| RD Rood | |
| VT Paars | |
| WH | Wit |
| YE Gee | |
ELEKTRISCHE INSTALLATIE (vervolg)

text_image
RD F0 150A RD FC FA ES2 32 RD RD D1 BAT 24V GD RD G M5 K1K2 3C M1 M2 M3 K4 BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK RK EK BK
text_image
A RD ES0 R2 RDBK D2 BZ1 J2.5 J2.16 GN J2.8 J2.12 VT J2.5 J2.14 JP13 JP2.1 JP2.2 JP2.3 JP3 JP1 JP2 EB1 SW7 VT JSW2 V1 V1 V1 SW9 FU JP13 JP2.1 JP2.2 JP2.3 JP3 JP1 JP2 M0 V1 V2 B C D E B1 OY9K J2.11 J2.10 J2.7 BK RQ3K RD RD 24V F4 RD RD 24V + POSITAL SIGNAL SWITCH ON (FROM KA) + RGBK 0V 0V - NEGATVL POLL FROM BATTERY SW0 RDBK RU SW1 SPK FR RDBK 30V 30 V 15 16V 50 V 0V 0V K4 K4 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V KT1 CS D3 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24V 24S L1 L2 BE WTRBC T SK EKV EV1 ES2 BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BK BKBKP100614
GEBRUIK

LET OP!
Op de machine zijn enkele plaatjes aangebracht met de volgende woorden:
- GEVAAR
- LET OP
- WAARSCHUWING
- ADVIES
Bij het lezen van deze handleiding moet de bediener de betekenis van de symbolen op deze plaatjes goed kennen (zie het deel Symbolen op de machine).
Dek de plaatjes niet af en vervang ze onmiddellijk als ze beschadigd zijn.
Als de machine na het transport nog niet is gebruikt, moet u eerst controleren of alle blokken en blokkeermiddelen die bij het transport zijn gebruikt wel verwijderd zijn.
BRANDSTOF

GEVAAR!


- Koolmonoxide (CO) kan hersenletsel of zelfs dodelijk letsel veroorzaken.
- De interne verbrandingsmotor van deze machine stoot koolmonoxide uit.
- Adem geen uitlaatgassen in.
- Gebruik de machine alleen in afgesloten ruimten als er voldoende ventilatie is en als er een tweede persoon aanwezig is die de gezondheid van de bediener in de gaten kan houden.
Brandstof voor benzine-uitvoering

WAARSCHUWING!
Stop de motor altijd voordat u de brandstof bijvult.
- Rook niet tijdens het tanken.
- Tank altijd in een goed geventileerde ruimte.
- Vul de brandstoftank niet in de buurt van vonken of open vuur.
Draai waar nodig de dop (33) van de tank (32) los en vul brandstof bij. Vul niet te veel bij en veeg geknoeide brandstof op.
Gebruik loodvrije benzine met een octaangehalte van minimaal 91
Gebruik nooit oude of vervuilde benzine of een mengsel van olie/benzine, voorkom dat er vuil of water in de brandstoftank komt.
Voeding voor uitvoering met LPG

GEVAAR!
Als u de LPG-fles moet vervangen, moet u eerst de serviceklep sluiten en de slang loskoppelen.
Monteer een LPG-fles (56) met kenmerken die voldoen aan de geldende voorschriften in het land van gebruik.
Bevestig de LPG-fles met de band (57).
Sluit de slang aan en open de terugslagklep op de LPG-fles. Draag altijd handschoenen bij het aansluiten en loskoppelen van de slang. Als de machine niet wordt gebruikt, moet u de serviceklep van de LPG-fles sluiten.

OPMERKING
Plaats de LPG-fles horizontaal zodat de vloeistof kan wegstromen. Als de slang op de tank is aangesloten, moet u controleren of er geen gas lekt.

GEVAAR!
Gebruik de machine niet bij gaslekken. Koppel de slang los en vervang de LPG-fles. Als er gaslekkage is, koppelt u de slang los en neemt u contact op met een servicecentrum van Nilfisk.
VOOR HET STARTEN VAN DE MACHINE
Controlelijst
- Zorg dat u alle bedieningscommando's van de machine en hun functies kent.
- Steek de sleutel (61) en start de machine (zie de procedure in het volgende deel).
- Controleer het lampje voor de reservebrandstof (71). Als dit lampje brandt, moet u benzine (bij benzine-uitvoering) tanken of de fles (LPG) vervangen (zie vorige deel).
- Controleer de werking van het akoestisch waarschuwingssignaal met de schakelaar (67), van de zoemer bij achteruitrijden met de schakelaar (68) en de schakelaar voor de werklichten (78, optioneel).
- Controleer de parkeerrem (7 met 6). De rem moet stevig in de ingeschakelde stand blijven staan, zonder dat hij gemakkelijk kan worden uitgeschakeld (meld defecten altijd meteen bij het servicecentrum van Nilfisk).
- Controleer de werking van het pedaal voor de servicerem (6).

LET OP!
Als het pedaal 'elastisch' aanvoelt of onder druk omlaag gaat zonder voldoende remkracht te bieden, verplaats de machine dan niet (neem bij defecten meteen contact op met een servicecentrum van Nilfisk).
- Controleer of er geen deurtjes of kleppen open staan op de machine en of de arbeidsomstandigheden normaal zijn.
Planning van de reiniging
- Zorg dat u op lange trajecten zo weinig mogelijk hoeft te stoppen en weg te rijden.
- Zorg dat u altijd enkele centimeter van de geveegde banen overlapt, zodat u het volledige oppervlak veegt.
- Vermijd scherpe bochten, stoot nergens tegenaan en zorg dat de zijkanten van de machine nergens tegenaan wrijven.
Het waterreservoir voor de installatie voor stofbestrijding DustGuard™ vullen (optioneel)
- Verwijder de dop (25) om bij de vulmond te komen.
- Vul de tank (24) met schoon water. Vul de tank niet volledig. Laat enkele centimeters leeg staan.
DE MACHINE STARTEN EN STOPPEN
Starten van de machine
- Ga op de bestuurdersstoel (3) zitten en stel deze af met de hendel (4) zodat alle bedieningen binnen handbereik liggen.

OPMERKING
De stoel (3) is uitgerust met een veiligheidssensor waardoor de machine alleen kan bewegen als er iemand op de bestuurdersstoel zit.
-
Schakel het startmechanisme bij een koude motor in met de hendel (A, Afb. 1) in de volgende standen:
-
(Voor uitvoering met benzinemotor). Zet de hendel bij een koude motor in positie (B).
-
(LPG-uitvoering). Zet de hendel in positie (C) voordat u de machine inschakelt.
-
Steek de contactsleutel (61) in het contactslot en draai deze rechtsom in startstand 'II'. Zodra de motor start, laat u de sleutel los. Wacht (enkele seconden) totdat het display (69) wordt ingeschakeld en de bedrijfsuren worden weergegeven.

WAARSCHUWING!
Druk tijdens het starten van de motor het gaspedaal (5) niet in.
Als het lampje voor een storing in het tractiesysteem (76) knippert, schakel de machine uit en herhaal de startprocedure.

text_image
B C A P/PG STAIR LPG STAIR RUNP100592
Afbeelding 1
- Laat de motor na het starten enkele seconden draaien en schakel daarna het mechanisme voor een koude start uit door de hendel in positie (A, Afb. 1) te zetten.
- Schakel de parkeerrem uit.
- Als u met de veegwerkzaamheden wilt beginnen, start u de machine met de handen op het stuur (1) en drukt u op het pedaal (5).
De bewegingssnelheid is instelbaar van nul tot de maximale waarde via de druk op het pedaal.
-
U kunt de machine voorwaarts/achterwaarts laten rijden met behulp van de betreffende knop (68) op het dashboard. Als de achteruit wordt ingeschakeld, klinkt de zoemer.
-
Zet de hoofdborstel omlaag met de hendel (63).
-
Zet de zijborstels omlaag met de hendel (64).

OPMERKING
Als de borstels omlaag worden gezet, worden de borstels, het aanzuigsysteem en de installatie voor stofbestrijding [optioneel, bij inschakeling met de schakelaar (80)] automatisch geactiveerd en alleen terwijl de machine beweegt.
- Als u met de veegwerkzaamheden wilt beginnen, start u de machine met de handen op het stuur (1) en drukt u op het pedaal (5).

OPMERKING
De borstels (14, 15, 17) kunnen ook als de machine beweegt omlaag en omhoog worden gezet.
De borstels draaien niet wanneer ze omhoog staan en ook niet wanneer de machine stilstaat.
Als de machine stil blijft staan, worden het aanzuigsysteem en de installatie voor stofbestrijding (optioneel) automatisch uitgeschakeld.

LET OP!
Verander tijdens het sturen niet plotseling van richting, let altijd goed op en stuur altijd bij lage snelheden, vooral als de afvalcontainer vol is of als de machine op een helling staat.
Laat de machine langzaam rijden op hellende oppervlakken. Als u omlaag rijdt op hellende oppervlakken, houd de rijsnelheid dan onder controle met het rempedaal (6).
Stuur niet op hellende oppervlakken; blijf in een rechte lijn rijden, zowel omhoog als omlaag.
De machine stoppen
- Laat het pedaal (5) los om de machine te stoppen.
Als u de machine snel tot stilstand wilt brengen, drukt u ook het pedaal van de servicerem (6) in.

LET OP!
Als de servicerem (6) langere tijd wordt gebruikt, vooral op hellingen, kunnen de remblokken sneller slijten. Zorg dat het remsysteem altijd in goede staat is (zie de delen over afstelling van de remkabel en het onderhoudsschema in Onderhoud).
- Als u alle functies van de machine in een noodgeval meteen wilt stoppen, drukt u op de noodknop (77).
U kunt de noodknop (77) na de activering uitschakelen door de schakelaar met de klok mee te draaien.
- Zet de contactsleutel (61) in stand '0' en verwijder de sleutel daarna.
DISPLAY
Op het display (69) worden bedrijfsuren van de machine weergegeven, dus de tijd dat de hoofdborstel in beweging is.

OPMERKING
Als de urenteller voorbij de waarde 999 gaat, worden de uren weergegeven met twee decimalen (bijvoorbeeld 1,23 = 1.230 uur).
Als u de knop (70) indrukt, kunt u tijdelijk de accuspanning in Volt met één decimaal laten weergeven.
Codes op het display
- Wanneer de code "LOU" herhaaldelijk op het display (69) wordt weergegeven, betekent dit dat u ten koste van de accu's werkt: u moet de intensiteit van de werkzaamheden verlagen, bijvoorbeeld door de druk van de borstels op de grond te verlagen of door langere hellingen omhoog te vermijden.
- Wanneer de code "HIU" herhaaldelijk op het display (69) wordt weergegeven, is de lading van de accu te hoog: dat kan bijvoorbeeld gebeuren als de machine lange tijd stilstaat met de motor ingeschakeld. Het is daarom beter om de motor uit te schakelen als u de machine stilzet.
Als deze problemen aanhouden, moet u mogelijk het toerental van de motor opnieuw kalibreren. Ga voor deze handeling naar een Nilfisk-servicecentrum.

WAARSCHUWING!
Als u langere tijd blijft werken terwijl een van de bovenstaande codes op het display wordt weergegeven, kan de levensduur van de accu's aanzienlijk afnemen.
PARKEERREM
- Schakel de parkeerrem in door het pedaal (6) in te drukken en tegelijkertijd de hendel de rem (7) te activeren.
- Schakel de parkeerrem uit door het pedaal (6) in te drukken en weer los te laten.

LET OP!
Schakel de parkeerrem in voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert, onderdelen vervangt of omzettingen naar andere functies uitvoert.
Schakel de parkeerrem in als u de machine op hellingen parkeert.

LET OP!
Controleer voordat u de machine onbeheerd achterlaat of de parkeerrem de machine op zijn plek kan houden, met daarbij een veilige marge.
MACHINE IN BEDRIJF
- Ga naar de plaats waar de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd zoals beschreven in het vorige deel.
- Laat de hoofdborstel zakken met de hendel (63) en de zijborstels met de hendel (64).
- Waar aanwezig kunt u de installatie voor stofbestrijding met de schakelaar (80) activeren.
- Laat de machine in een rechte lijn en met een geschikte snelheid vooruit rijden. Laat de machine langzamer rijden als er veel vuil moet worden opgeveegd of als het voor de veiligheid beter is om een lagere snelheid in te stellen. Zorg dat elke baan met ongeveer 10 cm overlapt.
- Bij het verzamelen van lichte, maar omvangrijke stukken moet u de voorflap door middel van de hendel (8) omhoog brengen. Let op: als de voorflap omhoog blijft staan, is de aanzuigcapaciteit van de machine kleiner.

LET OP!
Wanneer u op natte oppervlakken moet werken, moet u het aanzuigsysteem met de schakelaar (65) uitschakelen om de stoffilter te beschermen.
- Voor een goed veegresultaat moet het stoffilter altijd zo schoon mogelijk zijn. Tijdens het vegen kunt u de filterschudder reinigen door op het onderste deel van de schakelaar (65) te drukken. Herhaal deze handeling gemiddeld elke 10 minuten tijdens de werkzaamheden (dit is afhankelijk van de hoeveelheid stof in de te reinigen zone).

OPMERKING
Deze handeling kan ook worden uitgevoerd terwijl de machine beweegt.

WAARSCHUWING!
Als het stoffilter verstopt en/of de afvalcontainer vol is, kan de machine geen stof en vuil meer verzamelen.
- Als de werkzaamheden zijn voltooid en telkens als de afvalcontainer (11) vol is, moet u deze legen (zie hiervoor het volgende deel).

WAARSCHUWING!
De motor heeft een alarmsysteem dat schade aan de motor zelf voorkomt als er niet genoeg olie in het carter zit. Voordat het oliepeil in het carter onder het veilige niveau komt, stopt het alarmsysteem automatisch de motor.

WAARSCHUWING!
Als tijdens de werkzaamheden het lampje (75) voor overbelasting van de motor voor de hoofdborstel herhaaldelijk knippert, kan dat komen door vuil dat het draaien van de borstel afremt (zie om dat te controleren het deel De hoofdborstel vervangen in het hoofdstuk Onderhoud) of door een overmatige druk op de vloer (zie de procedure in het deel De hoogte van de hoofdborstel controleren en afstellen in het hoofdstuk Onderhoud). Als de overbelasting niet verdwijnt, kan het gebeuren dat de borstels stoppen met draaien. Dan moet u de machine uitschakelen en weer inschakelen om de functies van de borstels weer te resetten.
DE AFVALCONTAINER LEGEN

LET OP!
De afvalcontainer (11) mag alleen worden geleegd op een vlakke ondergrond. Zet de afvalcontainer nooit omhoog op een hellende ondergrond.

LET OP!
Als de afvalcontainer (11) omhoog wordt gezet en geleegd, controleer of er geen mensen in de buurt van de machine aanwezig zijn, vooral in de ruimte rond de afvalcontainer.

OPMERKING
Als de afvalcontainer (11) omhoog staat, wordt het aanzuigsysteem automatisch uitgeschakeld en wordt de maximumsnelheid van de machine vanwege de veiligheid verlaagd.
Zet de machine bij de plek waar het vuil gestort moet worden en ga als volgt verder.
- Zet de zijborstels en -hoofdborstel omhoog.
- Druk op de bevestigingsknop (66) en druk tegelijkertijd op de schakelaar voor omhoog (79) zodat de afvalcontainer (A, Afb. 2) omhoog gaat tot de gewenste hoogte.
- Verplaats de veegmachine naar de plek waar moet worden gestort en schakel de parkeerrem in.
- Kantel de afvalcontainer (B) met de hendel (9) om het verzamelde stof en vuil te storten (C).

OPMERKING
Waar nodig kunt u, als het hefsysteem omhoog staat en de afvalcontainer is losgekoppeld (B), de afvalcontainer handmatig aankoppeling in positie (A) met de handgreep voor handmatig aantrekken (E).

WAARSCHUWING!
De afvalcontainer (A) van de machine kan alleen worden gekanteld op een minimale hoogte van 35 cm.
De maximale hoogte voor het legen van de afvalcontainer is 150 cm.
- Zet de afvalcontainer omlaag door tegelijkertijd op de bevestigingsschakelaar (66) en de schakelaar (79) te drukken.

OPMERKING
Controleer of het lampje (74) is uitgeschakeld zodat u zeker weet dat de afvalcontainer (11) helemaal in de werkstand staat.
- De machine is weer klaar voor veeg- en aanzuigwerkzaamheden.

text_image
max 100 Kg (220 lb)
text_image
C E D B 1500 mm (59 in)Afbeelding 2
P100592
NA GEBRUIK VAN DE MACHINE
Als u klaar bent, moet u de volgende handelingen uitvoeren voordat u machine achterlaat:
- Activeer de filterschudder kort door op het bovenste deel van de schakelaar (65) te drukken.
- Leeg de afvalcontainer (11) (zie de procedure in het vorige deel).
- Zet de hoofdborstel omhoog met de hendel (63).
- Zet de zijborstels met de hendel (64) omhoog.
- (Voor uitvoeringen met LPG). Sluit de serviceklep op de LPG-tank (56) en laat de motor draaien totdat alle brandstof uit de leidingen is gestroomd (de motor stopt).
- Schakel de machine uit door de contactsleutel (61) op '0' te zetten en te verwijderen.
– Schakel de parkeerrem in.
LANGE PERIODE VAN STILSTAND
Als de machine langer dan 30 dagen niet wordt gebruikt, is het raadzaam de volgende handelingen uit te voeren:
- Controleer of de opbergruimte van de machine schoon en droog is.
- (Voor uitvoering met benzinemotor). Sluit het brandstofkraantje (34).
- (Voor uitvoeringen met LPG). Sluit de serviceklep van de LPG-fles.
- Ontkoppel de minklem (-) van de accu's (46).
- Behandel de motor (42) zoals wordt aangegeven in de betreffende handleiding.
- (Voor machines met installatie voor stofbestrijding). Leeg de tank (24) en reinig de waterfilter (zie de procedure in het hoofdstuk Onderhoud).
Na de eerste gebruiksperiode (de eerste 20 uur) moet u de volgende handelingen uitvoeren:
- Ververs de motorolie (zie de procedure in het hoofdstuk Onderhoud).
ONDERHOUD
De levensduur van de machine en de optimale veilige werking ervan worden geholpen door nauwkeurig en regelmatig onderhoud. Hieronder staat het verkorte schema voor regelmatig onderhoud. De aangegeven intervallen zijn afhankelijk van de specifieke werkomstandigheden en worden bepaald door de verantwoordelijke persoon voor onderhoud.
Alle regelmatige of buitengewone onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door bevoegd personeel of bij een bevoegd servicecentrum.
In deze handleiding staan na het onderhoudsschema alleen de eenvoudigste en meest voorkomende onderhoudsprocedures. De procedures voor de onderhoudswerkzaamheden die niet in het schema voor normaal en buitengewoon onderhoud staan, vindt u in de servicehandleiding, die bij de verschillende servicecentra ligt.

LET OP!
De onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd op een uitgeschakelde machine (sleutel verwijderd) en, wanneer hierom wordt gevraagd, met ontkoppelde accu's.
Lees eerst aandachtig de instructies in het hoofdstuk Veiligheid door, voordat u de onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
ONDERHOUDSSCHEMA
| Procedure Bij aflevering | Elke 10 uur | Elke 50 uur | Elke 100 uur | Elke 200 uur | Elk jaar | |
| Controle van het motoroliepeil (1) | ||||||
| Controle van het peil van de vloeistof in de accu's (2) | ||||||
| Controle van de hoogte van de zij- en hoofdborstels | ||||||
| Controle van het luchtfilter van de motor (1) | ||||||
| Controle en afstelling van de remkabel (3) | ||||||
| Controle en reiniging van de stoffilter voor de afvalcontainer (methode A) | (4) | |||||
| Controle van het oliepeil van het hydraulisch systeem voor het opheffen van de afvalcontainer | (2) | |||||
| Controle van de hoogte en werking van de flaps | ||||||
| Controle en reiniging van de waterfilter voor de installatie voor stofbestrijding (optioneel) | ||||||
| Reiniging van het luchtfilter van de motor (4) (4) | ||||||
| Controle en reiniging van de stoffilter voor afvalcontainer (methode B) | (4) | |||||
| Controle van de werking van de filterschudder (*) | ||||||
| Visuele controle van de aandrijfriem van de hoofdborstel (*) | ||||||
| Verversing motorolie (5) (6) | ||||||
| Controle/reiniging ontstekingsbougie | ||||||
| Reiniging van de stuurketting (*) | ||||||
| Controle van de werking van de veiligheidsmechanismen (2) | ||||||
| Reiniging van de opening van de motorfilter | ||||||
| Reiniging van het brandschot van de motor | ||||||
| Reiniging van het brandstofffilter (7) | ||||||
| Controle/afstelling/vervanging van de remblokken | (*)(3) |
ONDERHOUDSSCHEMA (vervolg)
| Procedure Bij aflevering | Elke 10 uur | Elke 50 uur | Elke 100 uur | Elke 200 uur | Elk jaar | |
| Controle en reiniging van het stoffilter voor afvalcontainer (methode C) | (4) | |||||
| Controle en/of vervanging van de aandrijfriem van de hoofdborstel (*) | ||||||
| Controle op beschadiging van de pakkingen van de afvalcontainer (*) | ||||||
| Controle/afstelling van de werking van de sensor voor afvalcontainer omhoog | (*) | |||||
| Controle en/of vervanging van de koolborstels van de motoren (*) | ||||||
| Reiniging van het brandstofffilter op het kraantje (benzine) (*) | ||||||
| Vervanging van het kartonnen luchtfilter van de motor | ||||||
| Vervanging bougie | ||||||
| Controle/afstelling stationair motortoerental (*) | ||||||
| Controle/afstelling van de speling van de kleppen (7) | ||||||
| Verversing van de olie voor het hydraulische systeem (*) (8) | ||||||
| Vervanging van toevoerslang (LPG) (*) | ||||||
| Reiniging verbrandingskamer motor Elke 500 uur (7) | ||||||
| Controle/vervanging van de brandstofslang (benzine) Elke 2 jaar (7) | ||||||
(*) Zie voor de betreffende procedure de werkplaatshandleiding.
(1) Dagelijks of na gebruik van de machine.
(2) Of voor het starten.
(3) Of vaker als de machine veel op hellingen wordt gebruikt.
(4) Of vaker in stoffige ruimten.
(5) Of elke 6 maanden.
(6) En na de eerste 20 inloopuren.
(7) Onderhoudswerkzaamheden onder bevoegdheid van een bevoegde dealer van Honda.
(8) Ververs de olie van het hydraulische systeem na 500 uur of elk jaar.
CONTROLE EN AFSTELLING VAN DE REMKABEL

LET OP!
Als de servicerem (6) langere tijd wordt gebruikt, vooral op hellingen, kunnen de remblokken sneller slijten. Zorg dat het remsysteem altijd in optimale staat is.
Als de slag van het servicerempedaal bij het begin van het remmen en bij gebruik van de remtrommels meer dan 1/3 van de totale slag (A, Afb. 3) kan worden ingedrukt, stel de remkabel dan af zoals aangegeven.
- Zet de machine op een vlakke ondergrond.
- Draai de contactsleutel (61) naar stand '0'.
- Plaats wiggen tegen over elkaar bij de achterwielen zodat de machine niet uit zichzelf kan bewegen.
-
Draai het voorwiel naar rechts, ongeveer 90°, zodat het remsysteem toegankelijk wordt.
-
Controleer de slijtage van de remtrommels (B, Afb. 4). De dikte (C) van de remblokken mag niet minder dan 1 mm zijn. Neem waar nodig contact op met een servicecentrum om de remtrommels te laten afstellen/vervangen.
-
Draai de contramoer en de moer (D) los om de remkabel af te stellen.
-
Draai de moer totdat de afstand tussen de remschijf en de remtrommels 0,5 mm is.
-
Draai de contramoer vast op de moer (D).
-
Verwijder de wiggen van de achterwielen. Controleer of de remkabel goed is afgesteld door de machine met de hand te duwen (de machine mag niet afremmen). Voer enkele remhandelingen uit en controleer daarna de werking van de servicerem en de parkeerrem.
Als de remkabel niet meer kan worden afgesteld en het remsysteem nog steeds niet goed werkt, neem contact op met een servicecentrum.

WAARSCHUWING!
Alle procedures voor controle/afstelling/vervanging van het remsysteem worden in het werkplaatshandboek beschreven.

text_image
Afbeelding 3 C 0,5 mm 0,02 in B B D B BP1007670
Afbeelding 4
DE HOOGTE VAN DE HOOFDBORSTEL CONTROLEREN EN AFSTELLEN

OPMERKING
Er zijn verschillende soorten borstels leverbaar. Deze procedure is van toepassing op alle soorten borstels.
-
Controleer of de hoofdborstel de juiste hoogte van de vloer heeft. Ga hierbij als volgt te werk:
-
Zet de machine op een vlakke ondergrond.
• Schakel de parkeerrem in. - Laat de hoofdborstel zakken en laat deze een minuut draaien met het gaspedaal ingedrukt. Onderbreek het draaien van de borstel enkele seconden omdat anders de tractieremmotor oververhit raakt.
- Zet de hoofdborstel stil en breng deze omhoog voordat u de machine verplaatst en uitschakelt.
- Controleer of de indruk (A, Afb. 5) van de hoofdborstel over de hele lengte 2 - 4 cm breed is.
Alleen wanneer de indruk (A) afwijkt, moet u de hoogte van de hoofdborstel afstellen, zoals hieronder wordt beschreven.
-
Draai de knop (B, Afb. 6), maar houd hierbij rekening met het volgende:
-
als u de breedte van de indruk wilt vergroten, draai de knop tegen de klok in
- zet de borstel met de hendel (63) omhoog en verklein de breedte van de indruk door de knop met de klok mee te draaien

OPMERKING
Naast afstelling van de indruk op de grond kan de borstel ook met de knop worden afgesteld op basis van de slijtage van de haren.
- Voer punt 1 opnieuw uit om te controleren of de hoofdborstel nu de juiste hoogte van de grond heeft.
- Als de borstel door overmatige slijtage niet meer kan worden afgesteld, moet de borstel zoals in het volgende deel worden vervangen.

OPMERKING
Als u de hoogte van de hoofdborstel hebt afgesteld, moet u in de eerste minuten dat u weer aan het werk bent controleren of het lampje (75) voor overbelasting van de borstel niet knippert. Als het lampje wel knippert, moet u de indruk op de grond met de knop (62) verkleinen.

OPMERKING
Als u de indruk (A, Afb. 5) niet juist kunt afstellen, wanneer de indruk van de borstel aan beide uiteinden verschillend is, vindt u in de werkplaatshandleiding de juiste afstellingsprocedure.

text_image
2 - 4 cm 0,8 - 1,6 in AP100593
Afbeelding 5

text_image
B Afbeelding 6 P100594DE HOOFDBORSTELVERVANGEN

LET OPI
Wij raden u aan werkhandschoenen te dragen als u de borstel vervangt omdat er scherpe deeltjes tussen de haren van de borstel kunnen blijven hangen.
- Zet de machine op een vlakke ondergrond en schakel de parkeerrem in.
- Zet de contactsleutel (61) in stand '0' en verwijder de sleutel daarna.
- Verwijder de klep links (13) door de steunen te draaien.
- Draai de knop (A, Afb. 7) los en verwijder deze.
- Draai de hendels (B).
- Verwijder de groep voor sluiting van de borstelruimte (C) door deze uit de plooi (D) te halen.
- Verwijder de hoofdborstel (E, Afb. 8).
- Controleer ook of de naaf (F) geen vuil of voorwerpen (draden, etc.) bevat die per ongeluk zijn meegedraaid.
- Monteer de nieuwe hoofdborstel en zorg dat de haren in dezelfde richting als in de afbeelding (G) staan.
- Monteer de nieuwe hoofdborstel in de machine en controleer of de zeshoekige connector (H) in de betreffende naaf (F) valt.
- Monteer de groep voor bevestiging van de borstelruimte (C, Afb. 7) door de hendels (B) te draaien en de knop (A) vast te zetten.
- Sluit de klep links (13) door de steunen te draaien.
- Controleer de hoogte van de hoofdborstel en stel eventueel af, zoals wordt beschreven in het vorige deel.

text_image
A B D B CP100595
Afbeelding 7

P100596
Afbeelding 8
DE HOOGTE VAN DE ZIJBORSTELS CONTROLEREN EN AFSTELLEN

OPMERKING
Er zijn verschillende soorten borstels leverbaar. Deze procedure is van toepassing op alle soorten borstels.
-
Controleer of de zijborstels de juiste hoogte van de vloer hebben. Ga als volgt te werk:
-
Zet de machine op een vlakke ondergrond.
- Zet de machine stil, laat de zijborstels zakken en laat deze enkele seconden draaien.
- Zet de zijborstels stil en breng deze omhoog voordat u de machine verplaatst.
- Controleer of de indruk van de zijborstels, zowel in de breedte als in de richting, is zoals afgebeeld in de afbeelding (A en B, Afb. 9).
Alleen wanneer de indruk afwijkt, moet u de hoogte van de zijborstels afstellen, zoals hieronder wordt beschreven.
- Schakel de parkeerrem in.
- Draai de contactsleutel (61) naar stand '0'.
- Verwijder de klep rechts (12) of links (13) door de steunen te draaien.

OPMERKING
De steunen van de klep rechts moeten met gereedschap worden gedraaid.
- Draai voor de zijborstel rechts de bevestigingsring (C, Afb. 10) los en stel de regelaar (D) af totdat de juiste indruk (A, Afb. 9) wordt bereikt. Zet de regelaar vast met de bevestigingsring (C, Afb. 10). Draai voor de zijborstel links de bevestigingsring (E) los. Stel de regelaar (F) af totdat de juiste indruk (B, Afb. 9) wordt bereikt. Zet de regelaar vast met de bevestigingsring (E, Afb. 10).
- Voer punt 1 opnieuw uit om te controleren of de zijborstels nu de juiste hoogte van de grond hebben.
- Als de borstel door overmatige slijtage niet meer kan worden afgesteld, moet de borstel zoals in het volgende deel worden vervangen.

OPMERKING
U kunt eventueel ook de hellingshoek van de zijborstels afstellen (zie de procedure in de werkplaatshandleiding).

text_image
A B AP100597
Afbeelding 9

text_image
C D
text_image
E FP100598
Afbeelding 10
DE ZIJBORSTELS VERVANGEN

LET OPI
Wij raden u aan werkhandschoenen te dragen als u de zijborstel vervangt omdat er scherpe deeltjes tussen de haren van de borstel kunnen blijven hangen.
- Zet de machine op een vlakke ondergrond en schakel de parkeerrem in.
- Draai de contactsleutel (61) naar stand '0'.
- Zet de zijborstel omhoog met de hendel (64).
- Haal de klem van de pen (A, Afb. 11) los en verwijder de pen.
- Verwijder de borstel (B) en neem de beschermingsflens (C) eruit.
- Monteer de nieuwe zijborstel in de naaf (D) met de beschermingsflens.
- Steek de bevestigingspen naar binnen en bevestig deze met de beveiligingsklem.
- Controleer de hoogte van de zijborstel en stel deze eventueel af, zoals wordt beschreven in het vorige deel.

text_image
A B C DAfbeelding 11
P100599
REINIGING EN CONTROLE OP BESCHADIGING VAN HET STOFPANEELFILTER
Het aanzuigsysteem kan alleen goed werken als de stoffilter regelmatig wordt gereinigd. De filter gaat langer mee als u zich aan de aanbevolen onderhoudsintervallen houdt.

LET OP!
- Draag bij het reinigen van de filter altijd een veiligheidsbril.
- Maak geen gaten in de filter.
- Reinig de filter in een goed geventileerde ruimte.
-
Draag een beschermingsmasker om te voorkomen dat u stof inademt.
-
Zet de machine op een vlakke ondergrond, schakel de parkeerrem in en draai de contactsleutel (61) naar '0'.
- Open de klep van de motorruimte (18) met de handgreep (41) en zet deze vast met de veiligheidsstang (53).
- Koppel de stekker van de motor voor het aanzuigsysteem (54) los.
- Haal de steunen (A, Afb. 12) los en verwijder de afdekking van het aanzuigsysteem (B).
- (Voor uitvoeringen met LPG). Ontkoppel de stekker (C, Afb. 13) van de filterschudder.
- Draai de knoppen (D) los en verwijder de filterschuddereenheid (E).
- (Voor uitvoering met benzinemotor). Bevestig de filterschuddereenheid in de steun (F).
- Zet de stoffilter (G) omhoog zodat u de filter uit de machine kunt verwijderen.
- Reinig de filter met een van de volgende methoden:
Methode A
Zuig het stof uit het filter. Tik de filter voorzichtig tegen een vlak oppervlak (met het vuile oppervlak omlaag) om het vuil en stof te verwijderen.

OPMERKING
Zorg dat u het metalen lipje dat uit de pakking steekt niet beschadigt.
Methode B
Zuig het stof uit het filter. Blaas perslucht (maximaal 6 bar) in de schone kant van de filter (in de tegengestelde richting van de luchtstroom).
Methode C

WAARSCHUWING!
Kartonnen filter (standaard op de
FLOORTEC R 870): gebruik geen water of schoonmaakmiddelen om het filter te reinigen, anders kunt u het onherstelbaar beschadigen.
Zuig het stof uit het filter. Dompel de filter 15 minuten in warm water en spoel de filter daarna af onder een zachte waterstraal (maximaal 2,5 bar). Plaats de filter pas weer terug in de machine als hij volledig droog is.
U kunt de filter grondig reinigen met water en eventueel een niet-schuimend reinigingsmiddel.
Hoewel het filter hierdoor schoner wordt, wordt de levensduur van het filter korter en zal dus vaker moeten worden vervangen.
Het gebruik van ongeschikte schoonmaakmiddelen kan de functionele eigenschappen van het filter verminderen.
- Volg voor montage van de filter de instructies in
omgekeerde volgorde en let daarbij op het volgende:
- Reinig de zitting van de filter.
- Monteer de filter met het rooster omhoog gericht [pijl (H, Afb. 13) omhoog].
- Als de pakking op de filter is gescheurd of ontbreekt,
moet deze worden vervangen.

DG HD
P100601
Afbeelding 13
CONTROLE VAN DE HOOGTE EN WERKING VAN DE FLAPS
Voorbereidende handelingen
- Leeg de afvalcontainer (zoals in het hoofdstuk Gebruik wordt aangegeven) om te voorkomen dat het gewicht van het afval in de container invloed uitoefent op de controle van de hoogte van de flaps.
- Zet de machine op een vlakke ondergrond die als referentieoppervlak kan dienen om de hoogte van de flaps te controleren.
- Draai de contactsleutel (61) naar '0' en schakel de parkeerrem in.
Controle van de zijflaps
- Verwijder de klep links (13) en rechts (12) door de steunen te draaien.
- Controleer of de zijflaps heel zijn (A, Afb. 14). Vervang de flaps als er scheuren (C, Afb. 15) van meer dan 20 mm of breuken (D) van meer dan 10 mm in zitten (zie de werkplaatshandleiding voor vervanging van de flaps).
- Controleer of de zijflaps (A, Afb. 14) 0 tot 3 mm van de grond staan (Afb. 16). Haal eventueel de knoppen (B, Afb. 13) los en stel de stand van de flaps af. Draai daarna de knoppen (B) weer vast.
Controle van de voor- en achterflap
- Verwijder de hoofdborstel, zie het betreffende deel.
- Controleer de voorflaps (E, Afb. 17) en de achterflaps (F) en (G) op beschadigingen. Vervang de flaps bij scheuren (C, Afb. 15) van meer dan 20 mm of breuken (D) van meer dan 10 mm.
- Controleer of de voorflaps (E, Afb. 17) en de achterflaps (G) de vloer lichtjes raken en of ze niet loskomen van de vloer (Afb. 18).
- Zie voor het vervangen van de flaps de betreffende procedure in de werkplaatshandleiding.
Instelling
- Monteer de onderdelen weer in de omgekeerde volgorde van demontage.

text_image
A B BP100602

text_image
> 10 mm (> 0,4 in) D > 20 mm (> 0,8 in) CP100603

text_image
Afbeelding 15 0÷3 mm (0÷0,12 in)P100604

text_image
Afbeelding 16 E FP100605

text_image
FRONT →P100606
Afbeelding 18
REINIGING VAN DE WATERFILTER VAN DE INSTALLATIE VOOR STOFBESTRIJDING DUSTGUARD™ (OPTIONEEL)

OPMERKING
Voorkom dat het water tijdens de reinigingswerkzaamheden uit de filter stromen door de installatie voor stofbestrijding in te schakelen en de tank (24) van het systeem te legen.
- Zet de machine op een vlakke ondergrond.
- Draai de contactsleutel (61) naar '0' en schakel de parkeerrem in.
- Vanaf de onderkant van de machine (A, Afb. 19) hebt u toegang tot de waterfiltereenheid (B) van de installatie voor stofbestrijding.
- Draai de transparante afdekking (C) met de pakking (D) los en verwijder deze. Verwijder daarna het filterrooster (E).
- Reinig deze en monteer terug in de steun (F).

OPMERKING
Plaats de pakking (D) en het filterrooster (E) goed in de houders van de afdekking en de steun van de filtereenheid.

Procedure uitvoeren met afvalcontainer (11) in volledig terug in positie.
- Draai de contactsleutel (61) naar '0' en schakel de parkeerrem in.
- Open de klep van de motorruimte (18) met de handgreep (41) en zet deze vast met de veiligheidsstang (53).
- Controleer of het oliepeil in de tank van de hydraulische regeleenheid (52) tussen de merktekens voor minimaal (MIN) en maximaal (MAX) peil staat, zoals aangegeven in Afb. 20.
- Vul eventueel het peil bij via de dop (A, Afb. 20) met de olie die in het deel Technische eigenschappen wordt aangegeven.
- Haal de steunstang (53) los en sluit de motorkap (18).

Als de motor zonder luchtfilters of met beschadigde filters wordt gebruikt, slijt de motor zelf sneller.
- Zet de machine op een vlakke ondergrond en schakel de parkeerrem in.
- Draai de contactsleutel (61) naar stand '0'.
- Open de klep van de motorruimte (18) met de handgreep (41) en zet deze vast met de veiligheidsstang (53).
- Zet het zijschot rechts (45) omhoog en demonteer het.
- Verwijder de vleugelmoer (A, Afb. 21) en verwijder de afdekking (B).
- Verwijder de vleugelmoer (C) en demonteer het filterelement.
- Haal de sponsfilter (D) los uit de kartonnen filter (E).
- Controleer beide filters en vervang ze als ze zijn beschadigd. Vervang het kartonnen filters (E) wanneer voorzien (zie het onderhoudsschema).
- Als u de filters opnieuw wilt gebruiken, ga als volgt te werk:
- Kartonnen filter (E): Tik de filter een paar keer op een hard oppervlak om het stof te verwijderen of blaas perslucht [maximaal 207 kPa (2,1 kgf/cm)] door de filter. Verwijder het vuil niet met een borstel om de vezels niet te beschadigen.
- Sponsfilter (D): Reinig de filter met een warm zeepsopje, spoel af en laat volledig drogen of reinig de filter in een niet-ontvlambaar oplosmiddel en laat drogen. Dompel de filter onder in schone motorolie en knijp de filter uit om overtollige olie te verwijderen.
- Reinig de basis (F) en de afdekking (B) van de luchtfilter met een vochtige doek. Zorg vooral dat het vuil niet in de leiding (G) bij de carburateur komt.
- Monteer het sponsfilter (D) in de kartonnen filter (E) en monteer het gemonteerde filterelement. Controleer of de pakking (H) onder het filterelement komt. Draai de vleugelmoer (C) van het filterelement vast.
- Monteer de afdekking (B) en schroef de vleugelmoer (A) vast.

Als de motor draait met een laag oliepeil, kan de motor beschadigd raken.

OPMERKING
Het alarmsysteem schakelt automatisch de motor uit als de olie onder een veiligheidspeil komt. Voorkom dat de motor wordt uitgeschakeld door altijd het oliepeil te controleren voordat u de motor start.
- Zet de machine op een vlakke ondergrond en schakel de parkeerrem in.
- Draai de contactsleutel (61) naar stand '0'.
- Open de klep van de motorruimte (18) met de handgreep (41) en zet deze vast met de veiligheidsstang (53).
- Zet het zijschot rechts (45) omhoog en demonteer het.
- Verwijder de vul/peilstok (A, Afb. 22) voor het oliepeil en reinig de peilstok.
- Steek de vuldop/peilstok voor het oliepeil in de vulmond (B) maar draai deze nog niet vast. Verwijder deze om het oliepeil te controleren.
- Als het oliepeil bij of onder de onderste peilmarkering (C) op de peilstok staat, vul u de gespecificeerde olie bij tot de bovenste peilmarkering (D) (onderste rand van de vulopening). Vul niet te veel bij.
- Plaats de vuldop/peilstok (A) voor het oliepeil terug.
VERVERSING VAN DE MOTOROLIE

WAARSCHUWING!
De verwijderde motorolie moet verwerkt worden volgens de geldende milieuwetgeving.

OPMERKING
We raden u aan de olie te verversen als de motor nog warm is, zodat de olie beter wegstroomt.
- Zet de machine op een vlakke ondergrond en schakel de parkeerrem in.
- Draai de contactsleutel (61) naar stand '0'.
- Open de klep van de motorruimte (18) met de handgreep (41) en zet deze vast met de veiligheidsstang (53).
- Zet het zijschot rechts (45) omhoog en demonteer het.
- Verwijder de vuldop/peilstok (A, Afb. 22) voor het oliepeil, plaats de slang (E) voor het afvoeren van de olie en verwijder de dop (F).
- Verwijder de dop voor het aftappen van de olie (F) uit de slang en laat de olie in een geschikte opvangbak stromen. Plaats de aftapdop en de slang terug.
- Giet nieuwe olie via de opening (B) tot de bovenste marking (D) naar binnen (onderste rand van de vulopening) op de peilstok.

OPMERKING
Zie voor het type en de hoeveelheid van de motorolie het hoofdstuk Technische eigenschappen en de handleiding van de motor.
- Plaats de vuldop/peilstok (A) voor het oliepeil terug en draai deze vast.

text_image
F A B E A
text_image
A D CAfbeelding 22
P100616
REINIGING VAN DE OPENING VANDE FILTERMOTOR (voor benzine-uitvoering)

LET OP!
Benzine is ontvlambaar en explosief, dus er bestaat kans op ernstige brandwonden of ander letsel. Schakel de motor uit en blijf uit de buurt van warmtebronnen, vonken of vlammen.
Hanteer brandstof alleen buiten.
Als er brandstof wordt geknoeid, moet u dat onmiddellijk verwijderen.
- Zet de machine op een vlakke ondergrond en schakel de parkeerrem in.
- Draai de contactsleutel (61) naar stand '0'.
- Open de klep van de motorruimte (18) met de handgreep (41) en zet deze vast met de veiligheidsstang (53).
- Zet het zijschot rechts (45) omhoog en demonteer het.
- Zet de hendel voor de brandstof (A, Afb. 23) in de stand OFF en verwijder de filterhouder (B) voor de brandstof en de O-ring (C).
- Was de filterhouder (B) voor de brandstof en de O-ring (C) in een niet-ontvlambaar oplosmiddel en droog deze daarna zorgvuldig.
- Plaats de O-ring (C) en monteer de filterhouder (B) door deze stevig vast te draaien.
- Zet de hendel voor de brandstof (A) in de stand ON en controleer of er geen lekkage is. Vervang bij lekkage de O-ring (C).
CONTROLE/VERVANGING BOUGIE MOTOR
Raadpleeg voor het type bougie het deel Technische eigenschappen.

OPMERKING
Een verkeerde bougie kan de motor beschadigen.
- Zet de machine op een vlakke ondergrond en schakel de parkeerrem in.
- Draai de contactsleutel (61) naar stand '0'.
- Open de klep van de motorruimte (18) met de handgreep (41) en zet deze vast met de veiligheidsstang (53).
- Zet het zijschot rechts (45) omhoog en demonteer het.
- Koppel het kapje van de bougie los en verwijder het vuil rond de bougie.
- Verwijder de bougie met een geschikte sleutel (A, Afb. 24).
- Controleer de bougie. Vervang de bougie als deze beschadigd of erg verbrand is, als de afdichtring (B) kapot is of als de elektrode versleten is.
- Meet de afstand tussen de elektroden van de bougie met een voelmaat. Corrigeer de afstand door de zijdelingse elektrode (C) voorzichtig door te buigen. De afstand tussen de elektroden moet 0,70 - 0,80 mm zijn.
- Monteer de bougie voorzichtig met de hand en draai hem niet te hard vast.
- Als de bougie op zijn plek zit, bevestig de bougie met een geschikte sleutel om de afdichtring samen te knijpen.
- Als er een nieuwe bougie wordt gemonteerd, draai deze 1/2 slag vast en knijp daarna de afdichtring dicht.
- Als er de oorspronkelijke bougie wordt gemonteerd, draai deze 1/8 - 1/4 slag vast en knijp daarna de afdichtring dicht.

text_image
ON OFF A C BP100617
Afbeelding 23

OPMERKING
Een losse bougie kan oververhit raken en de motor beschadigen.
Draai de bougie niet te stevig vast omdat anders de schroefdraad op de kop beschadigd kan raken.
- Monteer het kapje op de bougie.

text_image
A C 0,70 - 0,80mm BP100618
Afbeelding 24
REINIGING VAN HET BRANDSCHOT VAN DE MOTOR

LET OP!
Als de motor heeft gedraaid, is de demper heet. Laat deze afkoelen voordat u werkzaamheden aan het brandschot uitvoert.
- Zet de machine op een vlakke ondergrond en schakel de parkeerrem in.
- Draai de contactsleutel (61) naar stand '0'.
- Open de klep van de motorruimte (18) met de handgreep (41) en zet deze vast met de veiligheidsstang (53).
- Zet het zijschot rechts (45) omhoog en demonteer het.
- Verwijder de schroeven (A, Afb. 25) en verwijder de bescherming van de demper (B).
- Verwijder de schroeven (C) en verwijder het uitlaatspruitstuk (D).
- Verwijder de schroeven (E) en verwijder de bescherming van de demper (B).
- Verwijder de schroef (G) en verwijder het brandschot (H) uit de demper.
- Gebruik een borstel om koolstofafzettingen van de afscherming (I) van het brandschot te verwijderen. Zorg dat u de afscherming niet beschadigt. Vervang het brandstof als u scheuren of gaten ziet.
- Monteer het brandstof (H), de bescherming van de demper (F) en het uitlaatspruitstuk (D).
- Monteer de onderdelen weer in de omgekeerde volgorde van demontage.

- Zet de machine op een vlakke ondergrond en schakel de parkeerrem in.
- Draai de contactsleutel (61) naar stand '0'.
- Open de klep van de motorruimte (18) met de handgreep (41) en zet deze vast met de veiligheidsstang (53).
- Ontkoppel de minklem (-) van de accu's (46).
Controle/vervanging van de smeltzekeringen
- Verwijder de afdekking van het zekeringenkastje (A, Afb. 26).
- Controleer/vervang de betreffende zekering tussen de volgende onderdelen (Afb. 27):
• (B): Zekering F1 (30 A) motor aanzuigsysteem.
• (C): Zekering F2 (30 A) motor filterschudder.
• (D): Zekering F3 (3 A) installatie display.
• (E): Algemene zekering F4 (10 A) (circuit sleutel).
• (F): Zekering F5 (5 A) installatie voor stofbestrijding (optioneel).
• (G): Zekering F6 (30 A) afvalcontainer omhoog.
-
Verwijder de schroeven (H, Afb. 26) en verwijder de afdekking (I) van het kastje met elektrische onderdelen (50).
-
Controleer/vervang de volgende zekeringen:
• (J): Zekering FA (50 A) motor hoofdborstel.
• (K): Zekering F0 (150 A) algemene zekering.
• (L): Zekering FC (80 A) accu's opladen.
Controle van de herbruikbare zekeringen
- Controleer of de betreffende zekering tussen de twee herbruikbare zekeringen is gesprongen (Afb. 26):
• (M): Zekering FR1 (15 A) van motor voor zijborstel rechts.
• (N): Zekering FR2 (15 A) van motor voor zijborstel links (optioneel).
Wacht tot het onderdeel dat de zekering liet springen is afgekoeld en reset daarna de gesprongen zekering.
Instelling
- Sluit de minklem (-) van de accu's (46) aan.
- Haal de steunstang (53) los en sluit de motorkap (18).

De machine is voorzien van de volgende veiligheidsfuncties.
NOODKNOP
Deze bevindt zich links van de bestuurder (77). Deze moet worden ingedrukt als alle functies van de machine meteen moeten worden gestopt.
MICROSCHAKELAAR VAN DE BESTUURDERSSTOEL
Deze bevindt zich in de bestuurdersstoel (3) en zorgt dat het aandrijfsysteem van de machine niet werkt wanneer de bestuurder niet op de stoel zit.
POSITIESENSOR VAN DE AFVALCONTAINER
Als de afvalcontainer omhoog staat, verlaagt de sensor de snelheid van de machine, wordt de aanzuigventilator uitgeschakeld en stoppen de borstels met draaien.
VEILIGHEIDSKLEP VAN DE AFVALCONTAINER
Als de afvalcontainer omhoog staat, voorkomt de veiligheidsklep in de hydraulische hefcilinder dat de container omlaag gaat.
STORINGEN LOKALISEREN
| Probleem Waarschijnlijke | orzaak Oplossing | |
| De motor start niet met de contactsleutel. | Het motoroliepeil is te laag. Controleer het motoroliepeil en vul het bij. (*) | |
| De brandstof komt niet bij de carburateur. | Controleer of het benzinekraantje open staat (benzine). | |
| Controleer of de serviceklep van de LPG-fles open is (LPG). | ||
| Regeling van de lucht in de standaardpositie. Zet de hendel in de positie voor koud starten. | ||
| De bougie vonkt niet. Controleer of vervang de bougie. (*) | ||
| De zekering F3 en/of F0 zijn gesprongen. Controleer/vervang de zekeringen. | ||
| De accu's zijn leeg. | Laad op met een geschikte acculaders voor startaccu's. | |
| De noodknop is actief. Controleer de noodknop en schakel deze uit. | ||
| De motor stopt tijdens de werkzaamheden. | Het motoroliepeil is te laag. Controleer het motoroliepeil en vul het bij. (*) | |
| Het brandstofffilter is vuil (benzine). Reinig het brandstofffilter. (**) | ||
| De machine beweegt niet als het gaspedaal wordt ingedrukt en het lampje (76) knippert. | Het gaspedaal wordt ingedrukt voor of tijdens het starten van de motor. | Herhaal het starten zonder het gaspedaal in te drukken. |
| Storing in het aandrijfsysteem. | Schakel de machine uit en start de machine opnieuw. | |
| Als het probleem aanhoudt, neem contact op met het servicecentrum. | ||
| Als ik het gaspedaal indruk, beweegt de machine niet of heel langzaam. | De parkeerrem is ingeschakeld. Controleer de parkeerrem en schakel deze uit. | |
| De afvalcontainer staat niet helemaal omlaag. | Zet de afvalcontainer helemaal tot de aanslag omlaag. | |
| Op het display (69) wordt de code LOU weergegeven. | Werksituatie ten koste van de accu's. | Verlaag de druk op de grond van de hoofdborstel. |
| Vermijd langere tijd omhoog rijden. | ||
| Schakel de werklichten uit. | ||
| Als het probleem aanhoudt, moet u mogelijk het toerental van de motor opnieuw kalibreren. (**) | ||
| Op het display (69) wordt de code HIU weergegeven. | De accu's zijn te veel opgeladen. | Schakel de motor uit als u de machine stilzet. |
| Als het probleem aanhoudt, moet u mogelijk het toerental van de motor opnieuw kalibreren. (**) | ||
| De hoofdborstel werkt niet en het lampje (75) knippert. | Het beveiligingssysteem heeft ingegrepen. | Schakel de machine uit en start de machine opnieuw. |
| Controleer de toestand van de hoofdborstel (vuil dat het draaien belemmert of te veel druk op de grond). | ||
| De zekering FA is gesprongen. | Wacht totdat de motor van de hoofdborstel is afgekoeld en reset daarna de zekering. | |
STORINGEN LOKALISEREN (vervolg)
| Probleem Waarschijnlijke oorzaak Oplossing | ||
| De zijborstels werken niet. | De herbruikbare zekering FR1 of FR2 van de zijborstels is gesprongen. | Wacht totdat de motor van de betreffende zijborstel is afgekoeld en reset daarna de zekering door de betreffende knop in te drukken. |
| De machine verzamelt weinig stof/vuil. | Het stoffilter is verstopt. | Reinig het stoffilter met behulp van de filterschudder of demonteer het filter. |
| De afvalcontainer is vol. Leeg de afvalcontainer. | ||
| De flaps zijn niet goed afgesteld of kapot. Stel de flaps af of vervang ze. | ||
| De borstels zijn niet goed afgesteld. Stel de borstels in hoogte af. | ||
| De zekering F1 is gesprongen. Vervang zekering. | ||
| De afvalcontainer gaat niet omhoog. | Het oliepeil van het hydraulische systeem is niet juist. | Controleer het peil van de hydraulische olie in de tank van de hydraulische regeleenheid. |
| De zekering F6 is gesprongen. Vervang zekering. | ||
| De afvalcontainer kantelt niet. De afvalcontainer staat te laag. | Zet de afvalcontainer minstens 350 mm omhoog van de grond. | |
| De afvalcontainer gaat niet omlaag. | Bij lagere temperaturen kan de olie van het hydraulische systeem langzaam door de veiligheidsklep lopen. | Wacht enkele seconden tot de olie van het hydraulische systeem wegstroomt. |
| De filterschudder werkt niet. | Zekering F2 is gesprongen. Vervang zekering. | |
| De filterschudder is losgekoppeld. | Sluit de stekker van de filterschudder weer aan. | |
| De installatie voor stofbestrijding (optioneel) werkt niet. | De watertank is leeg. Vul de tank bij. | |
| Spuitmonden verstopt of waterfilter verstopt. Reinigen. | ||
| Pomp defect. Vervangen. (**) | ||
| De zekering F5 is gesprongen. Vervang zekering. | ||
(*) Zie voor de betreffende instructies de handleiding van de motor.
(**) Handelingen die door een servicecentrum van Nilfisk moeten worden uitgevoerd.
Neem voor meer informatie contact op met de servicecentra van Nilfisk. Zij beschikken over de werkplaatshandleiding.
VERWIJDERING
Als de machine wordt afgedankt, moet hij naar een bevoegd verwijderingbedrijf worden gebracht.
Voordat de machine wordt afgedankt, moeten de volgende materialen worden verwijderd en gescheiden en vervolgens volgens de geldende milieunormen naar de betreffende afvalverwerkingsbedrijven worden gebracht:
- Accu's
– Polyester stoffilter - Hoofdborstel en zijborstels
– Olie hydraulisch systeem
– Filter voor olie hydraulisch systeem
– Kunststof leidingen en onderdelen
– Elektrische en elektronische onderdelen (*)
(*) Raadpleeg met name voor het afdanken van elektrische en elektronische onderdelen uw plaatselijke Nilfisk-kantoor.