SW5500 - Veegmachine NILFISK - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SW5500 NILFISK in PDF-formaat.
| Producttype | Zitveegmachine |
| Merk | Nilfisk |
| Model | SW5500 |
| Beschikbare versies | Diesel (SW5500 D) en LPG (SW5500 GPL / FLOORTEC R 985 LPG) |
| Veegbreedte (1 zijborstel) | 1 175 mm |
| Veegbreedte (2 zijborstels) | 1 500 mm |
| Afmetingen centrale borstel | 850 x 360 mm |
| Diameter zijborstel | 500 mm |
| Afvalcontainer - capaciteit | 150 liter |
| Afvalcontainer - max. hefgewicht | 240 kg |
| Afvalcontainer - max. hefhoogte | 1 650 mm |
| Stoffilter - oppervlakte | 7 m² |
| Stoffilter - filterrendement | 77 % bij 0,8 μm |
| Filterreiniging | Elektrische schudder |
| Motorvermogen (Diesel versie) | 4,1 kW (5,5 pk) bij 3.000 tpm |
| Motorvermogen (LPG versie) | 5,7 kW (7,6 pk) bij 3.000 tpm |
| Dieselmotor | Yanmar L70N |
| LPG-motor | Honda iGX 270 |
| Brandstoftype | Diesel of LPG afhankelijk van versie |
| Brandstoftankinhoud (Diesel) | 7 liter |
| Brandstoftankinhoud (LPG) | 15 kg |
| Motorolie (Diesel) | SAE 15W40 |
| Motorolie (LPG) | SAE 10W30 |
| Aandrijving | Elektrisch op voorwiel, 1.200 W |
| Maximale snelheid vooruit | 10 km/u |
| Maximale snelheid achteruit | 4,5 km/u |
| Maximale helling in gebruik | 20% |
| Afmetingen (L x B x H) machine | 1.875 x 1.200 x 1.564 mm |
| Leeggewicht (Diesel) | 757 kg |
| Leeggewicht (LPG) | 764 kg |
| Geluidsdrukniveau operator (Diesel) | 85 dB(A) ± 3 dB(A) |
| Geluidsdrukniveau operator (LPG) | 79 dB(A) ± 3 dB(A) |
| Beschermingsgraad IP | X3 |
| Watertankinhoud DustGuard-systeem (optioneel) | 32 liter |
| Veiligheidssysteem | Noodknop, microschakelaar zitting, antislip, hellingssensor, containervolgsensor, containerveiligheidsklep |
Veelgestelde vragen - SW5500 NILFISK
Gebruikersvragen over SW5500 NILFISK
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Veegmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SW5500 - NILFISK en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SW5500 van het merk NILFISK.
GEBRUIKSAANWIJZING SW5500 NILFISK
Ondergetekende verzekert dat de bovengenoemde modellen geproduceerd zijn in overeenstemming met de volgende richtlijnen en standaards. Het technische bestand is door de fabrikant samengesteld.

ACCU'S OPLADEN (alleen voor uitvoering met optionele hybrideset gemonteerd) 39
CONTROLE / VERVANGING VAN DE ZEKERINGEN....40
VEILIGHEIDSFUNCTIONS....40
NOODKNOP 40
MICROSCHAKELAAR VAN DE BESTUURDERSSTOEL 40
ANTISLIPSYSTEEM 40
SENSOR VOOR KANTELING VAN DE MACHINE 40
POSITIESENSOR VAN DE AFVALCONTAINER 40
VEILIGHEIDSKLEP VAN DE AFVALCONTAINER 40
STORINGEN LOKALISEREN 41
VERWIJDERING....42
INLEIDING

OPMERKING
De nummers tussen haakjes verwijzen naar de onderdelen die worden weergegeven in het hoofdstuk Beschrijving van de machine.
DOEL EN INHOUD VAN DEZE HANDLEIDING
Deze handleiding heeft tot doel de bediener te voorzien van alle informatie die nodig is om deze machine op de juiste en veiligste manier te gebruiken. Er staat informatie in over technische aspecten, de veiligheid, de werking, het stoppen, het onderhoud, de vervangingsonderdelen en het verwijderen van de machine.
De bedieners en bevoegde monteurs die met deze machine werken, moeten de instructies in deze handleiding zorgvuldig lezen, voordat ze met de machine aan het werk gaan. Neem bij twijfel over de juiste interpretatie van de instructies contact op met Nilfisk voor meer uitleg.
BETREFFENDE PERSONEN
Deze handleiding is bestemd voor de bediener van de machine en de technici die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van de machine.
De bedieners mogen geen handelingen uitvoeren die alleen door bevoegde monteurs uitgevoerd mogen worden. Nilfisk is niet verantwoordelijk voor schade die is ontstaan uit het negeren van dit verbod.
OPBERGEN VAN DE HANDLEIDING
Deze gebruiksaanwijzing moet bij de machine worden bewaard, in een geschikte hoes, uit de buurt van vloeistoffen en andere stoffen die de gebruiksaanwijzing kunnen beschadigen.
CONFORMITEITSVERKLARING
De conformiteitsverklaring die bij de machine wordt geleverd is een verklaring dat de machine voldoet aan de geldende wetgeving.

OPMERKING
Twee kopieën van de oorspronkelijke verklaring van overeenstemming zijn verstrekt samen met de machinedocumentatie.
IDENTIFICATIEGEGEVENS
Het serienummer en model van de machine staan op het plaatje (30).
Op dit plaatje zijn ook het productiejaar (Date code: A18, wat januari 2018 betekent) en de productcode aangegeven.
Het serienummer en motornummer staan op het plaatje op de motor (zie de handleiding voor de motor).
Deze informatie heeft u nodig voor vervangingsonderdelen voor de machine en de motor. Gebruik de onderstaande ruimte om de identificatiegegevens van de machine en de motor op te schrijven.
Model MACHINE ....
Code PRODUCT ....
Serienummer MACHINE ....
Model MOTOR ....
Serienummer MOTOR ....
ANDERE GEBRUIKERSHANDLEIDINGEN
- Catalogus met vervangingsonderdelen (behoort tot de uitrusting van de machine)
- Handleiding van de motor (Yanmar L70N) (uitvoeringen met DIESEL)
- Handleiding van de motor (Honda iGX 270) (uitvoeringen met LPG)
– Werkplaatshandleiding (te raadplegen bij de servicecentra van Nilfisk)
VERVANGINGSONDERDELEN EN ONDERHOUD
Als er onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan de machine nodig zijn, moet u deze door bevoegd personeel of bij de servicecentra van Nilfisk laten uitvoeren. Er mogen alleen originele vervangingsonderdelen en accessoires worden gebruikt.
Als u hulp nodig heeft of vervangingsonderdelen en accessoires wilt bestellen bij Nilfisk, zorg dan dat u het model, de productcode en het serienummer altijd bij de hand heeft.
MODIFICATIES EN VERBETERINGEN
Nilfisk streeft naar een constante perfectie van onze producten en we behouden ons het recht voor modificaties en aanpassingen aan te brengen indien wij die nodig achten. U bent niet verplicht deze modificaties of verbeteringen door te voeren op een eerder aangeschafte machine.
Eventuele aanpassingen en/of toevoeging van accessoires moeten expliciet worden goedgekeurd en uitgevoerd door Nilfisk.
BEDRIJFSCAPACITEIT
Deze veegmachine is goedgekeurd voor het reinigen (vegen en aanzuigen) van solide, dichte vloeren en voor het verzamelen van stof en kleine vuildeeltjes in bedrijfs- en industriële ruimten onder gecontroleerde veilige omstandigheden door een bevoegde bediener.
ALGEMENE OPMERKINGEN
Alle verwijzingen naar voorwaarts, achterwaarts, vóór, rechts, links of achter in deze handleiding zijn vanuit de bediener in zijn rijpositie op de stoel bekeken (3).
VERPAKKING VERWIJDEREN/AFLEVERING

WAARSCHUWING!
Volg bij het verwijderen van de verpakking de instructies op de verpakking zorgvuldig op.
Controleer bij aflevering van de machine zorgvuldig of de verpakking en de machine niet zijn beschadigd tijdens het transport.
Als u beschadigingen heeft aangetroffen, bewaart u de verpakking dan zoals u deze van de transporteur heeft ontvangen. Neem onmiddellijk contact op met de transporteur om een verzoek tot schadevergoeding in te vullen.
Controleer of de uitrusting van de machine overeenkomt met de volgende lijst:
- Technische documentatie:
- Gebruiksaanwijzing van de veegmachine (dit document)
- Handleiding van de motor (Yanmar L70N) (uitvoeringen met DIESEL)
- Handleiding van de motor (Honda iGX 270) (uitvoeringen met LPG)
- Catalogus met vervangingsonderdelen van de veegmachine
– Zekering Nr. 1 van 10 A
VEILIGHEID
De volgende symbolen worden gebruikt om mogelijk gevaarlijke situaties aan te geven. Lees deze informatie altijd aandachtig door en neem de nodige voorzorgsmaatregelen om personen en voorwerpen te beschermen.
Samenwerking met de bediener is van essentieel belang om ongelukken te voorkomen. Geen enkel preventieplan ter voorkoming van ongevallen is effectief zonder de volledige medewerking van de persoon die direct verantwoordelijk is voor de werking van de machine. De meeste ongevallen die zich binnen een bedrijf, op de werkvloer of op locatie voordoen, worden veroorzaakt door het niet naleven van enkele elementaire veiligheidsmaatregelen. Een oplettende en voorzichtige bediener is de beste garantie tegen ongevallen en is het meest effectief in elk preventieplan.
Lees alle instructies zorgvuldig door voordat u werkzaamheden aan de machine uitvoert.

LET OP!
Hete onderdelen, gevaar van brandwonden.

GEVAAR!
Interne verbrandingsmotor. Adem geen uitlaatgassen in. Koolmonoxide (CO) kan hersenletsel of zelfs dodelijk letsel veroorzaken.

LET OP!
Bewegende delen.

LET OP!
Was de machine niet met directe waterstralen of een hogedrukspuit.

LET OP!
Bewegende delen. Gevaar voor verbrijzeling.

LET OP!
Gebruik de machine niet op oppervlakken met een grotere hellingshoek dan gespecificeerd.

LET OP!
Onderdelen onder spanning. Aanwezigheid van bijtende vloeistoffen.
SYMBOLEN IN DE HANDLEIDING

GEVAAR!
Dit symbool geeft een gevaar met mogelijk dodelijk afloop voor de bediener aan.

LET OP!
Dit symbool geeft een mogelijk risico op letsel voor personen of schade aan voorwerpen aan.

WAARSCHUWING!
Dit symbool geeft een waarschuwing of opmerking aan over de werking van de sleutel of van de gebruiksfuncties. Lees de blokken tekst die met dit symbool zijn gemarkeerd zorgvuldig door.

OPMERKING
Dit symbool geeft een waarschuwing aan over de werking van de sleutel of van de gebruiksfuncties.

ADVIES
Dit geeft aan dat de gebruiksaanwijzing moet worden geraadpleegd voordat er een handeling wordt uitgevoerd.
ALGEMENE INSTRUCTIES
Hierna volgen waarschuwingen en specifieke aandachtspunten om mogelijke schade aan de machine of letsel bij personen te voorkomen.

GEVAAR!


- Koolmonoxide (CO) kan hersenletsel of zelfs dodelijk letsel veroorzaken.
- De interne verbrandingsmotor van deze machine stoot koolmonoxide uit.
- Adem geen uitlaatgassen in.
- Gebruik de machine alleen in afgesloten ruimten als er voldoende ventilatie is en als er een tweede persoon aanwezig is die de gezondheid van de bediener in de gaten kan houden.

GEVAAR!
- Voordat er reinigings- of onderhoudswerkzaamheden, vervangingen van onderdelen of omzettingen naar andere functies worden uitgevoerd, moet u de accu's eerst loskoppelen, de contactsleutel verwijderen en de parkeerrem inschakelen.
- Deze machine mag alleen worden gebruikt door personen die op de juiste manier zijn geïinstrueerd.
- De stuurbewegingen moeten onder veilige omstandigheden worden uitgevoerd. Vermijd plotselinge stuurbewegingen, vooral op hellende wegen, en sturen met de afvalcontainer omhoog.
- Zet de afvalcontainer nooit omhoog op een hellende ondergrond.
- Zorg dat er geen vonken, vlammen of rokende/gloeiende materialen bij de accu's in de buurt kunnen komen.
- Wanneer u in de buurt van elektrische onderdelen werkt, verwijder dan al uw sieraden.
- Werk nooit onder een omhoog gebrachte machine als deze niet voldoende wordt ondersteund door veiligheidssteunen.
- Telkens als er werkzaamheden worden verricht onder de geopende motorkap, moet u ervoor zorgen dat de motorkap niet per ongeluk dicht kan vallen.
- Gebruik deze machine niet in ruimten waar schadelijke, gevaarlijke, ontvlambare en/of explosieve stoffen, vloeistoffen of dampen aanwezig zijn: deze machine is niet geschikt voor het verzamelen van gevaarlijk stof.
- Let op: de brandstof is zeer licht ontvlambaar.
- Roken en open vuur in ruimten waar diesel wordt bijgevuld of opgeslagen is verboden.
- Vul de brandstof altijd buiten of in een goed geventileerde ruimte bij met de motor uitgeschakeld.
- De brandstof gaat uitzetten en daarom mag de tank niet verder dan 4 cm onder de rand van de vulmond worden bijgevuld.
Controleer na het bijvullen van de brandstof of de dop van de brandstoftank goed is afgesloten.
- Wanneer er tijdens het tanken brandstof naar buiten loopt, moet u alle brandstof verwijderen en de dampen laten oplossen voordat u de motor start.
- Zorg dat er geen brandstof op de huid komt en dat u de dampen niet inademt. Buiten bereik van kinderen houden.
- Laat de motor of de machine niet kantelen tot een hoek waarbij de brandstof naar buiten kan lopen.
- Wanneer de machine vervoerd wordt, mag de brandstoftank niet vol zijn en moet het brandstofkraantje gesloten zijn.
- Zet geen voorwerpen op de motor.
- Schakel de motor uit voordat u er werkzaamheden aan uitvoert. Om te voorkomen dat de motor per ongeluk wordt ingeschakeld, moet u altijd het kapje van de bougie of de minkabel van de accu's ontkoppelen.
- Zie ook de VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN in de handleiding van de motor, die een integraal deel vormt van deze handleiding.
- Als de machine van loodaccu's (WET) is voorzien, mag de machine zelf niet meer dan 30° ten opzichte van de vlakke grond worden gekanteld. Anders kan de uiterst corroderende vloeistof uit de accu lopen. Als de machine bij onderhoudswerkzaamheden moet worden gekanteld, moeten eerst de accu's worden verwijderd.
- (Voor uitvoeringen met LPG). Gebruik de machine niet bij gaslekken. Koppel de slang los en vervang de LPG-tank. Als er gaslekkage is, koppelt u de slang los en neemt u contact op met een servicecentrum van Nilfisk.

LET OP!
- Lees voordat u onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan de machine uitvoert alle instructies zorgvuldig door.
- Als u in de buurt van of aan het hydraulische systeem werkt, draag dan altijd beschermende kleding en een veiligheidsbril.
- Deze machine is niet geschikt voor gebruik door mensen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, waarnemings- of mentale capaciteiten of mensen zonder ervaring of kennis wanneer zij niet onder toezicht staan van of zijn geïnstrueerd over het gebruik van de machine door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
Kinderen moeten onder toezicht staan zodat ze niet met de machine kunnen spelen.
- Let bijzonder goed op wanneer u in de buurt van kinderen aan het werk bent.
- Gebruik de machine niet voor andere doeleinden dan vermeld in deze handleiding. Gebruik alleen accessoires die door Nilfisk worden aanbevolen.
- Controleer de machine zorgvuldig voor gebruik; controleer voor gebruik altijd of alle onderdelen zijn gemonteerd. Bij gebruik van een machine waarop niet alles is gemonteerd kan er letsel bij personen en schade aan de uitrusting ontstaan.
- Neem alle nodige voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dat haar, sieraden en losse kledingstukken vast komen te zitten in de bewegende delen van de machine.
- Verwijder de contactsleutel om niet-geautoriseerd gebruik van de machine te voorkomen.
- Een machine die onbeheerd wordt achtergelaten, moet worden vastgezet om onverwachte bewegingen te voorkomen.
- Gebruik de machine niet op oppervlakken met een grotere hellingshoek dan gespecificeerd.
- Kantel de machine niet verder dan de hoek die wordt aangegeven op de machine om de stabiliteit niet in gevaar te brengen.
- Gebruik alleen de borstels die bij de machine worden geleverd of die in de gebruiksaanwijzing worden vermeld. Het gebruik van andere borstels kan de veiligheid in gevaar brengen.

LET OP!
- Deze machine is een product van klasse A; in particuliere omgevingen kan er radiostoring ontstaan waartegen maatregelen moeten worden genomen.
- Sluit voordat u de machine gebruikt alle afdekkingen en/of kleppen, zoals aangegeven in de gebruiksaanwijzing.
- Was de machine niet met directe waterstralen, een hogedrukspuit of met bijtende materialen.
- Gebruik de machine alleen in voldoende verlichte ruimten.
- De werkverlichting (optioneel) dient uitsluitend voor verbetering van het zicht op de te vegen oppervlakken en is niet bedoeld om de machine ook in het donker te kunnen gebruiken.
- Let er bij het gebruik van de machine op dat er zich geen mensen en dingen in het werkgebied van de machine bevinden.
- Stoot niet tegen kasten of stellingen, zeker als de kans bestaat dat er voorwerpen kunnen omvallen.
- Zet geen flessen vloeistof op de machine; gebruik daarvoor de houder voor flesjes en blikjes.
- De opslagtemperatuur van de machine moet tussen 0 °C en +40 °C liggen.
- De temperatuur moet bij gebruik van de machine tussen de 0 °C en +40 °C liggen.
- De vochtigheidsgraad moet tussen 30 % en 95 % liggen.
- Zorg altijd dat de machine niet in de zon, regen of andere weersomstandigheden staat, zowel in werking als bij stilstand. Plaats de machine op een beschermde, droge plaats. (waar van toepassing) deze machine mag alleen worden gebruikt onder droge omstandigheden; hij mag niet buiten onder vochtige omstandigheden worden gebruikt of opgeslagen.
- Gebruik de machine niet als vervoermiddel of voor slepen/duwen.
- De maximale draagkracht van de machine, naast het gewicht van de bediener, is 240 kg (het gewicht van het afval).
- Gebruik bij brand een poederbrandblusser. Gebruik geen water.
- Pas de bedrijfssnelheid aan de oppervlakken aan.
- Vermijd plotseling stoppen als de machine omlaag rijdt. Vermijd scherpe bochten. Laat de machine bij het afdalen met een lagere snelheid rijden.
– Deze machine is niet geschikt voor gebruik op straat of openbare wegen. - Verwijder om geen enkele reden de beschermingen van de machine.
- Houd u strikt aan de aanwijzingen bij gewone onderhoudswerkzaamheden.
- Zorg dat er geen voorwerpen door de openingen komen. Als de openingen zijn verstopt, mag de machine niet worden gebruikt. Houd de openingen van de machine vrij van stof, draden, haren en andere vreemde voorwerpen die de luchtstroom kunnen belemmeren.
(Alleen voor uitvoering met installatie voor stofbestrijding DustGuard™ gemonteerd). Let goed op als de machine bij vriestemperaturen wordt verplaatst. Het water in de tank van het systeem of de slangen kan bevriezen en de machine ernstig beschadigen. - Verwijder of verander geen plaatjes van de fabrikant op de machine.
- Als de machine vanwege servicewerkzaamheden moet worden geduwd (geen brandstof etc.), laat de machine dan nooit harder rijden dan 4 km/u.
- Als u afwijkingen in de werking van de machine vermoedt, controleer dan of deze niet worden veroorzaakt door gebrek aan dagelijks onderhoud. Als dat niet het geval is, roept u de hulp in van bevoegd personeel of van een bevoegd servicecentrum.
- Vraag bij vervanging van onderdelen om ORIGINELE vervangingsonderdelen bij een bevoegd leverancier en/of bevoegde detailhandelaar.
- Uit veiligheidsoverwegingen en voor een correcte werking van de machine moet het onderhoud dat in het betreffende hoofdstuk in deze handleiding wordt aangegeven voor bevoegd personeel of bij een servicecentrum worden uitgevoerd.
- Laat de machine als hij wordt afgedankt niet onbemand staan vanwege de giftige en/of schadelijke materialen (accu's, olie, etc.). Deze moeten volgens de voorschriften naar de daarvoor bestemde verzamelplaatsen worden gebracht (zie het hoofdstuk Verwijdering).
- Tijdens de werking van de motor wordt de demper warm; raak de demper nooit aan als hij warm is om brandwonden of brand te voorkomen.
- Laat de motor nooit draaien met onvoldoende olie, want dat kan ernstige schade veroorzaken. Controleer het oliepeil bij een uitgeschakelde motor terwijl de machine horizontaal staat.
- Laat de motor nooit zonder luchtfilter draaien, omdat dit schade kan veroorzaken.
- Technische werkzaamheden aan de motor moeten altijd door een bevoegd dealer worden uitgevoerd. Gebruik voor de motor alleen originele vervangingsonderdelen of equivalenten ervan. Het gebruik van vervangingsonderdelen van een mindere kwaliteit kan de motor ernstig beschadigen.
- Zie ook de VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN in de handleiding van de motor, die een integraal deel vormt van deze handleiding.
Richtlijnen voor controle van de accu's en andere bacteriële gevaren de installatie voor stofbestrijding DustGuard™ (optioneel).

LET OP!
Om te garanderen dat de bedieners of andere personen niet worden blootgesteld aan bacteriële infecties of legionella die zich kan voordoen in de installaties voor stofbestrijding moeten de volgende voorzorgsmaatregelen worden genomen:
- Vul waar mogelijk de tank met koud water (< 20 °C).
- Gebruik GEEN stilstaand water om de tank te vullen.
- Gebruik GEEN gerecycled water, niet-drinkbaar water of water dat grond heeft aangeraakt.
- U moet de vernevelingssproeiers alleen naar de vloer afstellen en draaien om inademing te voorkomen.
- Stal de machine niet buiten of in de buurt van warmtebronnen.
- Doe niet te veel water in de tank. Vul voldoende water bij zodat de tank kan worden geleegd met behulp van het systeem.
- Leeg de tank elke 10 uur of één keer per week, afhankelijk van het gebruik.
- Als de machine langer dan een week niet wordt gebruikt, moet de tank volledig worden geleegd en gedroogd voordat hij wordt opgeslagen.
- Als de tank niet op de normale manier kan worden geleegd, kunt u een biocide gebruiken om de accu te controleren op legionella en dit eventueel te verwijderen. De keuze voor biociden moet worden gemaakt op basis van de plaatselijke voorschriften en gebruikt met inachtneming van de aangegeven instructies en waarschuwingen om te voorkomen dat personeel wordt blootgesteld aan gevaarlijke chemische stoffen.
- Als er chemische producten in de watertank moeten worden gebruikt, is het verplicht om de betreffende etiketten met informatie en waarschuwingen voor het product duidelijk zichtbaar te maken.
BESCHRIJVING VAN DE MACHINE
BOUW VAN DE MACHINE
- Stuur
- Bedieningspaneel (zie volgende deel)
- Bestuurdersstoel met beveiligingsmicroschakelaar
- Bedieningshendel voor afstelling van de stoel
- Gaspedaal
- Servicerempedaal
- Parkeerremhendel: druk de servicerem (6) in en schakel tegelijkertijd de hendel (7) in om de servicerem om te zetten in de parkeerrem
- Pedaal voor omhoog brengen voorflap
- Stelknop voor afstelling van de hoogte van de hoofdborstel:
- Linksom draaien voor verhoging van de indruk van de borstel
- Rechtsom draaien voor verlaging van de indruk van de borstel
- Klep achter voor aanzuigsysteem
- Deblokkeerhendel voor klep aanzuigsysteem
- Afvalcontainer (wanneer deze vol is, legen)
- Rechterklep (alleen voor onderhoud openen)
- Linkerklep (voor verwijdering van de hoofdborstel)
- Zijborstel rechts
- Zijborstel links (optioneel)
- Bescherming zijborstels (optioneel)
- Hoofdborstel
- Klep de motorruimte
- Opbergvak
- Achterwielen
- Voorwiel voor aandrijving en aansturing
- Stoffilter afvalcontainer / waterreservoir voor installatie voor stofbestrijding (optioneel)
- Stofpaneelfilter
- Kraan van aansluiting voor bijvullen water voor de installatie voor stofbestrijding (optioneel)
- Verstuivers water voor installatie voor stofbestrijding (optioneel)
- Voorstijl
- Bedrijfsverlichting (optioneel)
- Knipperlicht (altijd in werking als de sleutel in 'l' staat)
- Plaatje met serienummer / technische gegevens / conformiteitsmarkering
- Verwijderbaar zijpaneel rechts
- Verwijderbaar zijpaneel links
- Gat voor verankering voor transport (niet voor opheffen)
- LPG-fles (uitvoering met LPG)
- Bevestigingsband LPG-fles (uitvoering met LPG)
- Knop voor uitschakeling verbrandingsmotor (optioneel, alleen bij hybride)
OPBOUW VAN DE MACHINE (vervolg)

OPBOUW VAN DE MACHINE (vervolg)
- Klep motorruimte open
- Dieselmotor
- LPG-motor
- Brandstofreservoir
-
Tankdop
-
Hydraulische regeleenheid voor tank voor opheffen afvalcontainer
- Bevestigingsstang voor geopende motorklep
- Dynamo
- Koelventilator
- Accu's

text_image
DIESEL VERSION 41 47 46 4844454950 42
text_image
LPG VERSION 49484346 50P100920
BEDIENINGSPANEELE EN KNOPPEN
51. Contactsleutel:
- In stand '0' stopt het elektrische circuit en worden alle functies van de machine uitgeschakeld
-
In de stand 'II' start de machine. Laat na het starten de sleutel los; deze gaat terug naar de stand 'I' (ingeschakeld)
-
Knop One-Touch voor vegen/zuigen
- Knop voor zijborstel rechts
- Knop voor zijborstel links
- Knop voor regeling van draaisnelheid van zijborstels
- Knop voor aanzuiging
- Knop voor filterschudder
- Knop voor verhoging maximale rijsnelheid
- Knop voor verlaging maximale rijsnelheid
- Knop voor afvalcontainer omhoog
- Knop voor afvalcontainer omlaag
- Knop voor legen afvalcontainer
- Knop voor vullen afvalcontainer
- Knop voor achteruitrijden/vullen vooruit rijden
- Knop voor akoestisch waarschuwingssignaal
- Knop voor bevestiging voor verplaatsen afvalcontainer
- Knop voor werkverlichting (optioneel)
- Knop voor stofbestrijding DustGuard™ (optioneel)
- Noodknop. Druk hierop in noodsituaties om alle functies van de machine te stoppen.
U kunt hem weer resetten na het inschakelen door hem in de richting van de pijl op de knop zelf te drukken.
70. USB-aansluiting (optioneel)
71. Multifunctionele display
Weergave:
A) Werkuren
B) Type accu's
C) Instelling maximum rijsnelheid
D) Werkkaart
E) Activering hoofdborstel
F) Activering zijborstels
G) Activering aanzuiging
H) Activering achteruitrijden
I) Instelling snelheid zijborstels
J) Timer voor automatische uitschakeling
K) Waarschuwing voor opening afvalcontainer
L) Stofbestrijding DustGuard™
M) Inschakeling werkverlichting
N) Slijtage hoofdborstel
O) Oproep assistentie
P) Waarschuwing reservebrandstof
Q) Waarschuwing oververhitting motor
R) Waarschuwing druk motorolie
S) Waarschuwing dynamo

Naast de onderdelen van de standaarduitvoering kan de machine worden uitgerust met de volgende accessoires, volgens het gebruik van de machine:
– Zijborstel links – Armsteun rechts en links
- Hoofd- en zijborstels met hardere of zachtere haren dan de - Antigroevenwielen
standaardborstel
- Kartonnen stoffilter
- Afdekking voor kap
- Antigroevenflap
- Bedrijfslampje
- Veiligheidsgordel
- Geveerde stoel
- Armsteun rechts en links
- Antigroevenwielen
- Beschermkap FOPS
- Afdekking voor kap
- Bescherming zijborstels
- Installatie voor stofbestrijding DustGuard™
- Aansluiting USB™
- Hybridemotor
Neem voor meer informatie over de hierboven genoemde optionele accessoires contact op met uw leverancier.
| Model SW5500 D SW5500 GPL - | FLOORTEC R 985 GPL | ||
| Breedte reinigingsvlak met een zijborstel 1.175 mm | |||
| met twee zijborstels 1.500 mm | |||
| Afmetingen hoofdborstel (lengte x diameter) 850 x 360 mm | |||
| Diameter zijborstel 500 mm | |||
| Afvalcontainer capaciteit 150 liter | |||
| maximaal hefbaar gewicht 240 kg | |||
| maximale hoogte vanaf de grond bij opheffen 1.650 mm | |||
| Filter | reinigingssysteem | Elektrische filterschudder | |
| oppervlak | 7 m^2 | ||
| efficiëntie filteren | 77 % @ 0,8 μm | ||
| Vermogen | 4,1 kW (5,5 pk) @ 3.000 toeren/min | 5,7 kW (7,6 pk) @ 3.000 toeren/min | |
| Model motor | Yanmar L70N | Honda iGX 270 | |
| Type brandstof | Diesel | LPG | |
| Inhoud brandstoftank | 7 liter | 15 Kg | |
| Type olie | motor | SAE 15W40 | SAE 10W30 |
| hydraulisch systeem voor heffen van afvalcontainer | Arnica 46 | ||
| Hoofdborstel | motorvermogen | 1.250 W | |
| toerental | 4.800 toeren/min | ||
| Zijborstel | motorvermogen | 120 W | |
| toerental (variabel) | 40/155 toeren/min | ||
| Aanzuiging | motorvermogen | 260 W | |
| Tractie | type | Elektrisch op voorwiel | |
| vermogen reductiemotor | 1.200 W | ||
| voorwaartse snelheid | 10 km/h | 10 km/h | |
| achterwaartse snelheid | 4,5 km/h | 4,5 km/h | |
| Maximale hellingsgraad in gebruik | 20 % | ||
| Hydraulische regeleenheid afvalcontainer | 800 W | ||
| Motor filterschudder | 2 x 12 W | ||
| Totaal geabsorbeerd vermogen | 2,6 kW | ||
| Afmetingen (lengte x breedte x hoogte) | carrosserie machine | 1.875 x 1.200 x 1.564 mm | |
| machine met zijborstels | 1.875 x 1.300 x 1.564 mm | ||
| machine met beschermkap FOPS (optioneel) | 1.875 x 1.200 x 1.995 / 2.075 mm | ||
| Maximale afmetingen LPG-tank (lengte x diameter) | - | 886 x 306 mm | |
| Model SW5500 D SW5500 GPL - | FLOORTEC R 985 GPL | |
| Hoogte leeg 757 Kg 764 Kg | ||
| totaal in beweging (*) 838 Kg 871 Kg | ||
| vooras in beweging (*) 354 Kg 365 Kg | ||
| achteras in beweging (*) 484 Kg 506 Kg | ||
| maximum in beweging (GVW) 1.098 Kg 1.142 Kg | ||
| Specifieke druk op grond wielen (voor - achter, in beweging) 0,7 - 0,4 N/mm | ^2 | 0,7 - 0,5 N/mm ^2 |
| Geluidsdruk op het oor van de bestuurder (ISO 11201, ISO 4871, EN 60335-2-72) (LpA) | 85 dB(A) ± 3 dB(A) | 79 dB(A) ± 3 dB(A) |
| Geluidsvermogen geproduceerd door de machine (ISO 3744, ISO 4871, EN 60335-2-72) (LwA) | 104 dB(A) | 98 dB(A) |
| Beschermingsclassificatie IP | X3 | |
| Capaciteit waterreservoir voor installatie voor stofbestrijding (optioneel) | 32 liter | |
| Ruimte bij U-bocht (rechts - links) | 2.310 - 2.375 mm | |
| Trillingsniveau op de arm van de bestuurder (ISO 5349-1) (*) | < 2,5 m/s ^2 | |
| Trillingsniveau op het lichaam van de bediener (ISO 2631-1) (**) | 0,8 m/s ^2 | |
(*) Met bestuurder op de machine, brandstof en lege afvalcontainer.
(**) Bij normale werkomstandigheden op een vlakke ondergrond van asfalt.
Samenstelling materiaal van de machine en recycling
| Type | % recyclebaar | % van het gewicht van de SW5500 D | % van het gewicht van de SW5500 GPL - FLOORTEC R 985 GPL |
| Aluminium | 100 % | 0,2 % | 0,1 % |
| Elektromotoren - diversen | 29 % | 15,1 % | 20,4 % |
| Ferromaterialen | 100 % | 65,6 % | 61,1 % |
| Bedrading | 80 % | 0,0 % | 0,0 % |
| Vloeistoffen | 100 % | 0,6 % | 0,6 % |
| Plastic - niet recyclebaar | 0 % | 0,0 % | 0,0 % |
| Plastic - recyclebaar | 100 % | 1,1 % | 0,8 % |
| Polyethyleen | 92 % | 8,3 % | 8,1 % |
| Rubber | 20 % | 9,0 % | 8,7 % |
| Karton - papier - hout | 100 % | 0,2 % | 0,1 % |
Technische eigenschappen van de hydraulische olie
| Viscositeit bij 40 °C | mm2/s | 45 | 32 |
| Viscositeit bij 100 °C | mm2/s | 7,97 | 6,40 |
| Viscositeitsindex | / | 150 | 157 |
| Ontbrandingspunt COC | °C | 215 | 202 |
| Vloeipunt | °C | -36 | -36 |
| Volumetrische massa bij 15 °C | kg/l | 0,87 | 0,865 |

WAARSCHUWING!
Als de machine wordt gebruikt in omgevingen met temperaturen lager dan +10 °C, raden wij u aan de olie te vervangen door olie met een viscositeit van 32 cSt. Bij temperaturen onder 0 °C moet u olie met een nog lagere viscositeit gebruiken.
ELEKTRISCH SCHEMA DIESELUITVOERING
Legende
A1 Aandrijfmechanisme van hoofdborstel
A2 Aandrijfmechanisme van zijborstel rechts
A3 Aandrijfmechanisme van zijborstel links (optioneel)
ALT Dynamo
BAT1 Accu's 12 V
BAT2 Accu's 12 V
BZ Akoestisch signaal bij achteruitrijden
BE Knipperlampje
CH Acculader (optioneel)
D1..D3 Diode
EB1 Functiekaart
EB2 Aandrijfkaart
EB3 Displaykaart
EB4 Dashboardkaart
EB5 Dashboardkaart stoel
ECN Encoder
ES1 Afstandsschakelaar functiekaart
ES2 Afstandsschakelaar aandrijfkaart
ES6 Relais motorventilator
ES7 Relais voeding motor
ES8 Relais inschakeling aandrijving
ES9 Relais geluidssignaal
ES10 Afstandsschakelaar laadsysteem
ES11 Relais laadsysteem hybride
EV1 Magneetklep container omhoog
EV2 Magneetklep container omlaag
EV3 Magneetklep container
EV4 Magneetklep brandstof
F1 Zekering functiekaart
F2 Zekering contactsleutel
F3 Zekering aandrijving
F4 Zekering dynamo
F5 Zekering motor
F7 Zekering motorventilator
F8 Zekering geluidssignaal
HN Akoestisch waarschuwingssignaal
KEY Contactsleutel
L1 Bedrijfsverlichting (optioneel)
M0 Motor aandrijfsysteem
M1 Motor aanzuigsysteem
M2 Motor filterschudder
M3 Motor pomp afvalcontainer
M4 Motor hoofdborstel
M5 Motor zijborstel rechts
M6 Motor zijborstel links (optioneel)
M7 Motorventilator motorruimte
MST Startmotor
P1 Motor pomp installatie voor stofbestrijding (optioneel)
P2 Motor brandstofpomp
R1 Gaspedaal
R2,...4 | Weerstand
S1 Sensor afvalcontainer open
S2 Sensor afvalcontainer omhoog
S3 Sensor afvalcontainer gedraaid
S4 Sensor slijtage hoofdborstel
S5 Sensor temperatuur motor
S6 Sensor voor reservebrandstof
S7 Sensor waarschuwing olie
S8 Sensor temperatuur diodebrug
SW0 Noodknop
SW1 Beveiligingsmicroschakelaar in de bestuurdersstoel
TU Trackunit (optioneel)
USB | USB-poort (optioneel)
Kleurcodering
| BK Zwart | |
| BU | Blauw |
| BN | Bruin |
| GN | Groen |
| GY Grijs | |
| OG | Oranje |
| PK Roze | |
| RD Rood | |
| VT Paars | |
| WH Wit | |
| YE Gee | |
ELEKTRISCH SCHEMA DIESELUITVOERING (vervolg)

| A1 Aandrijfmechanisme van hoofdborstel | |
| A2 Aandrijfmechanisme van zijborstel rechts | |
| A3 Aandrijfmechanisme van zijborstel links (optioneel) | |
| ALT Dynamo | |
| BAT1 Accu's 12 V | |
| BAT2 Accu's 12 V | |
| BZ Akoestisch signaal bij achteruitrijden | |
| BE Knipperlampje | |
| CCOIL Laadspoel | |
| CH Acculader (optioneel) | |
| D1..D3 Diode | |
| EB1 Functiekaart | |
| EB2 Aandrijfkaart | |
| EB3 Displaykaart | |
| EB4 Dashboardkaart | |
| EB5 Dashboardkaart stoel | |
| EB6 ECM motor Honda | |
| EB7 Bobine starten Honda-motor | |
| ECN Encoder | |
| ES1 Afstandsschakelaar functiekaart | |
| ES2 Afstandsschakelaar aandrijfkaart | |
| ES3 Relais in-/uitschakeling motor | |
| ES4 Relais motortoerental | |
| ES5 Startrelais motor | |
| ES6 Relais motorventilator | |
| ES8 Relais inschakeling aandrijving | |
| ES9 Relais geluidssignaal | |
| ES10 Afstandsschakelaar laadsysteem | |
| ES11 Relais laadsysteem hybride | |
| EV1 Magneetklep container omhoog | |
| EV2 Magneetklep container omlaag | |
| EV3 Magneetklep container | |
| EV4 Magneetklep brandstof | |
| F0 Zekering accu's | |
| F1 Zekering functiekaart | |
| F2 Zekering contactsleutel | |
| F3 Zekering aandrijving | |
| F4 Zekering dynamo | |
| F5 Zekering motor | |
| F6 Zekering starten motor | |
| F7 Zekering motorventilator | |
| F8 Zekering geluidssignaal | |
| HN Akoestisch waarschuwingssignaal | |
| KEY | Contactsleutel |
| L1 | Bedrijfsverlichting (optioneel) |
| M0 | Motor aandrijfsysteem |
| M1 | Motor aanzuigsysteem |
| M2 | Motor filterschudder |
| M3 | Motor pomp afvalcontainer |
| M4 | Motor hoofdborstel |
| M5 | Motor zijborstel rechts |
| M6 | Motor zijborstel links (optioneel) |
| M7 | Motorventilator motorruimte |
| MST Startmotor | |
| P1 Motor pomp installatie voor stofbestrijding (optioneel) | |
| R1 Gaspedaal | |
| R2,...4 | Weerstand |
| S1 Sensor afvalcontainer open | |
| S2 Sensor afvalcontainer omhoog | |
| S3 Sensor afvalcontainer gedraaid | |
| S4 Sensor slijtage hoofdborstel | |
| S5 Sensor temperatuur motor | |
| S6 Sensor voor reservebrandstof | |
| S7 Sensor waarschuwing olie | |
| S8 Sensor temperatuur diodebrug | |
| SPK | Bougie motor |
| SW0 | Noodknop |
| SW1 | Beveiligingsmicroschakelaar in de bestuurdersstoel |
| TU Trackunit (optioneel) | |
| USB | USB-poort (optioneel) |
Kleurcodering
| BK Zwart | |
| BU | Blauw |
| BN | Bruin |
| GN | Groen |
| GY Grijs | |
| OG | Oranje |
| PK Roze | |
| RD Rood | |
| VT Paars | |
| WH Wit | |
| YE Gee | |
ELEKTRISCH SCHEMA LPG-UITVOERING (vervolg)

Op de machine zijn enkele plaatjes aangebracht met de volgende woorden:
- GEVAAR
- LET OP
- WAARSCHUWING
- ADVIES
Bij het lezen van deze handleiding moet de bediener de betekenis van de symbolen op deze plaatjes goed kennen (zie het deel Symbolen op de machine).
Dek de plaatjes niet af en vervang ze onmiddellijk als ze beschadigd zijn.
Als de machine na het transport nog niet is gebruikt, moet u eerst controlleren of alle blokken en blokkeermiddelen die bij het transport zijn gebruikt wel verwijderd zijn.
BRANDSTOF

GEVAAR!


- Koolmonoxide (CO) kan hersenletsel of zelfs dodelijk letsel veroorzaken.
- De interne verbrandingsmotor van deze machine stoot koolmonoxide uit.
- Adem geen uitlaatgassen in.
- Gebruik de machine alleen in afgesloten ruimten als er voldoende ventilatie is en als er een tweede persoon aanwezig is die de gezondheid van de bediener in de gaten kan houden.
Brandstof voor dieseluitvoering

WAARSCHUWING!
- Stop de motor altijd voordat u de brandstof bijvult.
– Rook niet tijdens het tanken. - Tank altijd in een goed geventileerde ruimte.
-
Vul de brandstoftank niet in de buurt van vonken of open vuur.
-
Open de klep van de motorruimte (19) en zorg dat deze met de veiligheidsstang (47) is vastgezet.
- Draai waar nodig de dop (45) van de tank (44) los en vul brandstof bij. Vul niet te veel bij en veeg geknoeide brandstof op.
- Gebruik nooit oude of vervuilde diesel, voorkom dat er vuil of water in de brandstoftank komt.
Voeding voor uitvoering met LPG

GEVAAR!
Als u de LPG-fles moet vervangen, moet u eerst de serviceklep sluiten en de slang loskoppelen.
- Monteer een LPG-fles (34) met kenmerken die voldoen aan de geldende voorschriften in het land van gebruik.
- Bevestig de LPG-fles met de band (35).
- Sluit de slang aan en open de terugslagklep op de LPG-fles. Draag altijd handschoenen bij het aansluiten en loskoppelen van de slang. Als de machine niet wordt gebruikt, moet u de terugslagklep van de LPG-fles sluiten.

OPMERKING
Plaats de LPG-fles horizontaal zodat de vloeistof kan wegstromen. Als de slang op de tank is aangesloten, moet u controleren of er geen gas lekt.

GEVAAR!
Gebruik de machine niet bij gaslekken. Koppel de slang los en vervang de LPG-fles. Als er gaslekkage is, koppelt u de slang los en neemt u contact op met een servicecentrum van Nilfisk.
VOOR HET STARTEN VAN DE MACHINE
Controlelijst
- Zorg dat u alle bedieningscommando's van de machine en hun functies kent.
- Steek de sleutel (51) en start de machine (zie de procedure in het volgende deel).
- Tijdens de eerste 2 seconden na inschakeling toont het multifunctionele display (71) de werkuren van de machine (71-A), het gemonteerde accutype (71-B) en de huidige instelling van de maximale snelheid van de machine (71-C).
- Controleer het pictogram voor reservebrandstof (71-P); als dit brandt, zit er weinig brandstof in de tank. U moet diesel (bij dieseluitvoering) tanken of de fles (LPG) vervangen (zie vorige paragraaf).
- Controleer de werking van het akoestisch waarschuwingssignaal met de schakelaar (65), van de zoemer bij achteruitrijden met de schakelaar (64) en de schakelaar voor de werklichten (67, optioneel).
- Controleer de parkeerrem (7 met 6). De rem moet stevig in de ingeschakelde stand blijven staan, zonder dat hij gemakkelijk kan worden uitgeschakeld (meld defecten altijd meteen bij het servicecentrum van Nilfisk).
- Controleer de werking van het pedaal voor de servicerem (6).

LET OP!
Als het pedaal 'elastisch' aanvoelt of onder druk omlaag gaat zonder voldoende remkracht te bieden, verplaats de machine dan niet (neem bij defecten meteen contact op met een servicecentrum van Nilfisk).
- Controleer of er geen deurtjes of kleppen open staan op de machine en of de arbeidsomstandigheden normaal zijn.
Planning van de reiniging
- Zorg dat u op lange trajecten zo weinig mogelijk hoeft te stoppen en weg te rijden.
- Zorg dat u altijd enkele centimeter van de geveegde banen overlapt, zodat u het volledige oppervlak veegt.
- Vermijd scherpe bochten, stoot nergens tegenaan en zorg dat de zijkanten van de machine nergens tegenaan wrijven.
Het waterreservoir voor de installatie voor stofbestrijding DustGuard™ vullen (optioneel)
- Verwijder de dop (25) om bij de vulmond te komen.
- Vul de tank (24) met schoon water. Vul de tank niet volledig. Laat enkele centimeters leeg staan.
DE MACHINE STARTEN EN STOPPEN
Starten van de machine
- Ga op de bestuurdersstoel (3) zitten en stel deze af met de hendel (4) zodat alle bedieningen binnen handbereik liggen.

OPMERKING
De stoel (3) is uitgerust met een veiligheidssensor waardoor de machine alleen kan bewegen als er iemand op de bestuurdersstoel zit.
- Steek de contactsleutel (51) in het contact en draai deze met de klok mee tot de stand 'l'.
- Wacht totdat het multifunctionele display het werkscherm (71-D) aangeeft.
- Draai de contactsleutel (51) in de startstand 'II' en laat de sleutel los zodra de motor start.
- Laat de motor na het starten enkele minuten draaien.

WAARSCHUWING!
Druk tijdens het starten het gaspedaal (5) niet in.
- Schakel de parkeerrem uit.
- Als u op de plek bent waar u werkzaamheden moet uitvoeren, beweegt u de machine met de handen op het stuur (1) en drukt u op het pedaal (5).
De voorwaartse snelheid kan worden geregeld met minder of meer druk op het gaspedaal (5).
De maximale snelheid kan worden ingesteld met de knoppen (58) en (59). - U kunt de machine voorwaarts/achterwaarts laten rijden met behulp van de betreffende knop (64) op het dashboard. Als de achteruit wordt ingeschakeld, wordt dat met de zoemer en op het display (71-H) aangegeven.

LET OP!
Verander tijdens het sturen niet plotseling van richting, let altijd goed op en stuur altijd bij lage snelheden, vooral als de afvalcontainer vol is of als de machine op een helling staat.
Laat de machine langzaam rijden op hellende oppervlakken. Als u omlaag rijdt op hellende oppervlakken, houd de rijsnelheid dan onder controle met het rempedaal (6).
Stuur niet op hellende oppervlakken; blijf in een rechte lijn rijden, zowel omhoog als omlaag.

OPMERKING
De machine is voorzien van een antislipsysteem dat de snelheid waar nodig tijdens het sturen en bij zijdelings kantelen van de machine begrenst, onafhankelijk van de druk die wordt uitgeoefend op het pedaal.
Deze snelheidsbeperking is geen storing, maar een eigenschap die de stabiliteit en veiligheid van de machine onder alle omstandigheden verhoogt.
Hybridemotor (optioneel)
- Voer punten 1 tot en met 3 van de paragraaf over het starten van de machine uit.
- De verbrandingsmotor hoeft niet te worden gestart als het laadniveau van de accu's voldoende is.
- Controleer de laadtoestand van de accu's tijdens de werkzaamheden. Wanneer er op het multifunctionele display (71) minstens een segment van het accupictogram niet-knipperend brandt (A, Afb. 1), kan de machine worden gebruikt met de verbrandingsmotor uitgeschakeld. Wanneer het accupictogram (A) blijft branden met slechts een segment knipperend kan de verbrandingsmotor worden gestart. Of laad de accu's op met de geïntegreerde acculader (zie de procedure in het hoofdstuk Onderhoud).
- Wanneer u de machine weer wilt gebruiken met de verbrandingsmotor uitgeschakeld, druk op de knop (36) en houd deze ingedrukt totdat de motor stopt.
- Wanneer het scherm (B) op het multifunctionele display wordt weergegeven, moet u de accu's volledig opladen met de geïntegreerde acculader. Maak uw werkzaamheden af en zet de machine op de speciaal voor het opladen bedoelde plek.
- Voer een volledige laadcyclus uit voordat u de machine opnieuw gebruikt (zie de procedure in het hoofdstuk Onderhoud).

text_image
A BATTERY RECHARGE NEEDED B P100924Afbeelding 1
De machine stoppen
- Laat het gaspedaal (5) los om de machine te stoppen.
- Als u de machine snel tot stilstand wilt brengen, drukt u ook het pedaal van de servicerem (6) in.

LET OP!
De machine regelt de snelheid in verhouding tot de druk op het gaspedaal en verhoogt en verlaagt de snelheid op basis daarvan. Bij speciale werk- en omgevingsomstandigheden (bijvoorbeeld wanneer de machine van een steile helling rijdt), wordt het systeem voor automatische deceleratie van de machine uitgeschakeld om het systeem te beschermen. Gebruik dan de servicerem (6) zodat u zekerheid over de remweg van de machine hebt.
- Als u alle functies van de machine in een noodgeval meteen wilt stoppen, drukt u op de noodknop (69).
U kunt de noodknop (69) na de activering uitschakelen door de schakelaar met de klok mee te draaien.

LET OP!
De noodknop (69) deactiveert ook het automatische deceleratiesysteem van de machine; wanneer deze in beweging is, gebruikt dit systeem de servicerem (6) om de machine te stoppen.
- Zet de contactsleutel (51) in stand '0' en verwijder de sleutel daarna.
PARKEERREM
- Schakel de parkeerrem in door het pedaal (6) in te drukken en tegelijkertijd de hendel de rem (7) te activeren.
- Schakel de parkeerrem uit door het pedaal (6) in te drukken en weer los te laten.

LET OPI
Schakel de parkeerrem in voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert, onderdelen vervangt of omzettingen naar andere functies uitvoert. Schakel de parkeerrem in als u de machine op hellingen parkeert.

LET OP!
Controleer voordat u de machine onbeheerd achterlaat of de parkeerrem de machine op zijn plek kan houden, met daarbij een veilige marge.

LET OP!
Voor gebruik van de machine op hellingen moet u zich aan de maximale hellingshoek houden die op de machine wordt aangegeven (zie de tabel met technische eigenschappen).
MACHINE IN BEDRIJF
- Ga naar de plaats waar de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd zoals beschreven in het vorige deel.
- Begin met reinigen door de hoofdborstel omlaag te zetten en het aanzuigsysteem te activeren met de knop One-Touch (52).
- (Optioneel) activeer de installatie voor stofbestrijding DustGuard™ met de knop (68).
- Zet de zijborstels omlaag met de knoppen (53) en (54, optioneel). Stel waar nodig de snelheid van de zijborstels in met de knoppen + en - (55, pictogram op display 71-I).

OPMERKING
De borstels (18, 15, 16) kunnen ook als de machine beweegt omlaag en omhoog worden gezet.
Als de borstels omlaag worden gezet, worden de borstels, het aanzuigsysteem en de installatie voor stofbestrijding (optioneel) automatisch geactiveerd en alleen terwijl de machine beweegt.

OPMERKING
De pictogrammen voor de zijborstels (71-F) geven de werkconfiguratie van de zijborstels aan. Als dit pictogram aanwezig is, wordt de betreffende zijborstel samen met de hoofdborstel via de knop One-Touch (52) geactiveerd en gedeactiveerd.
-
Begin met de veegwerkzaamheden door de machine met de handen op het stuur (1) te manoeuvreren en op het gaspedaal (5) te drukken. Waar nodig kan de maximale snelheid met de knoppen (58) en (59) worden ingesteld.
-
Laat de machine in een rechte lijn en met een geschikte snelheid vooruit rijden. Laat de machine langzamer rijden als er veel vuil moet worden opgeveegd of als het voor de veiligheid beter is om een lagere snelheid in te stellen. Zorg dat elke baan met ongeveer 10 cm overlapt.
-
Bij het verzamelen van lichte, maar omvangrijke stukken moet u de voorflap door middel van de hendel (8) omhoog brengen. Let op: als de voorflap omhoog blijft staan, is de aanzuigcapaciteit van de machine kleiner.

LET OP!
Wanneer u op natte oppervlakken moet werken, moet u het aanzuigsysteem met de knop (56) uitschakelen om het stoffilter te beschermen.
- Voor een goed veegresultaat moet het stoffilter altijd zo schoon mogelijk zijn. Tijdens het reinigen kunt u de filterschudder activeren door op de knop (57) te drukken.
Herhaal deze handeling gemiddeld elke 10 minuten tijdens de werkzaamheden (dit is afhankelijk van de hoeveelheid stof in de te reinigen zone).

OPMERKING
Deze handeling kan ook worden uitgevoerd terwijl de machine beweegt.

WAARSCHUWING!
Als het stoffilter verstopt en/of de afvalcontainer vol is, kan de machine geen stof en vuil meer verzamelen.
- Als de werkzaamheden zijn voltooid en telkens als de afvalcontainer (12) vol is, moet u deze legen (zie hiervoor het volgende deel).

WAARSCHUWING!
De motor heeft een alarmsysteem dat schade aan de motor zelf voorkomt als er niet genoeg olie in het carter zit. Voordat het oliepeil in het carter onder het veilige niveau komt, stopt het alarmsysteem automatisch de motor en wordt het pictogram (71-R) op het multifunctionele display weergegeven.

WAARSCHUWING!
Bij overbelasting van een van de borstelmotoren door vreemd materiaal dat het draaien belemmert of door overmatige druk van de borstel op de vloer (zie de procedure in de paragraaf De hoogte van de hoofd-/zijborstels controleren en afstellen in het hoofdstuk Onderhoud), dan zorgt een beveiligingssysteem dat de motor wordt uitgeschakeld.
DE AFVALCONTAINER LEGEN

LET OPI
De afvalcontainer (12) mag alleen worden geleegd op een vlakke ondergrond. Zet de afvalcontainer nooit omhoog op een hellende ondergrond.

LET OP!
Als de afvalcontainer (12) omhoog wordt gezet en geleegd, controleer of er geen mensen in de buurt van de machine aanwezig zijn, vooral in de ruimte rond de afvalcontainer.

OPMERKING
Als de afvalcontainer (12) omhoog staat, wordt het aanzuigsysteem automatisch uitgeschakeld en wordt de maximumsnelheid van de machine vanwege de veiligheid verlaagd.
Zet de machine bij de plek waar het vuil moet worden gestort en ga als volgt verder.
- Zet de zijborstels en -hoofdborstel omhoog.
- Druk de bevestigingsknop (66) en de knop voor afvalcontainer omhoog (61) tegelijkertijd in zodat de afvalcontainer (A, Afb. 2) omhoog gaat tot de gewenste hoogte.
- Verplaats de veegmachine naar de plek waar moet worden gestort en schakel de parkeerrem in.
- Draai de afvalcontainer (B) met de bevestigingsknop (66) en de knop (62) om het verzamelde stof en vuil te storten (C).

WAARSCHUWING!
De afvalcontainer (A) van de machine kan alleen worden gekanteld op een minimale hoogte van 35 cm. De maximale hoogte voor het legen van de afvalcontainer is 150 cm.
- Herstel het draaien van de afvalcontainer met de bevestigingsknop (66) en de knop (63).
- Zet de afvalcontainer omlaag door tegelijkertijd op de bevestigingsknop (66) en de knop (61) te drukken.

WAARSCHUWING!
Controleer of het pictogram voor opening van de container (71-K) op het display verdwijnt en de zoemer stopt zodat u zeker weet dat de afvalcontainer (12) weer volledig in de werkpositie staat.
- De machine is weer klaar voor gebruik.

text_image
max 240 Kg (530 lb)
text_image
C B max 1500 mm (59 in)Afbeelding 2
P100895
NA GEBRUIK VAN DE MACHINE
Als u klaar bent, moet u de volgende handelingen uitvoeren voordat u machine achterlaat:
- Activeer de filterschudder kort door op de knop (57) te drukken.
- Leeg de afvalcontainer (12) (zie de procedure in het vorige deel).
– Zet de borstels omhoog met de knop One-Touch (52).
(Alleen voor uitvoeringen met LPG). Sluit de serviceklep op de LPG-fles (32) en laat de motor draaien totdat alle brandstof uit de leidingen is gestroomd (de motor stopt).
- Schakel de machine uit door de contactsleutel (51) op '0' te zetten en te verwijderen.
– Schakel de parkeerrem in.

OPMERKING
Als de machine langer dan 5 minuten uitgeschakeld en gedeactiveerd wordt achtergelaten, met de contactsleutel (51) in stand 'I', gaat het elektrische systeem in een toestand met een laag verbruik (stand-by). Wanneer u de werkzaamheden wilt hervatten, moet u de machine met de contactsleutel (51) weer uit- en inschakelen.
LANGE PERIODE VAN STILSTAND
Als de machine langer dan 30 dagen niet wordt gebruikt, is het raadzaam de volgende handelingen uit te voeren:
- Voer de handelingen uit het deel 'Na gebruik van de machine' uit.
- Controleer of de opbergruimte van de machine schoon en droog is.
– (Voor dieseluitvoering). Sluit het brandstofkraantje (34). - (Voor uitvoeringen met LPG). Sluit de serviceklep van de LPG-fles.
- Ontkoppel de minklem (-) van de accu's (46).
- Behandel de motor (42) zoals wordt aangegeven in de betreffende handleiding.
- (Voor machines met installatie voor stofbestrijding). Leeg de tank (23) en reinig de waterfilter (zie de procedure in het hoofdstuk Onderhoud).
ONDERHOUD
De levensduur van de machine en de optimale veilige werking ervan worden geholpen door nauwkeurig en regelmatig onderhoud. Hieronder staat het verkorte schema voor regelmatig onderhoud. De aangegeven intervallen zijn afhankelijk van de specifieke werkomstandigheden en worden bepaald door de verantwoordelijke persoon voor onderhoud.
Alle regelmatige of buitengewone onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door bevoegd personeel of bij een bevoegd servicecentrum.

WAARSCHUWING!
Elke keer dat het pictogram Service

op het display (71) wordt weergegeven, moet contact worden decentrum voor het normale onderhoud.
In deze handleiding staan na het onderhoudsschema alleen de eenvoudigste en meest voorkomende onderhoudsprocedures.
De procedures voor de onderhoudswerkzaamheden die niet in het schema voor normaal en buitengewoon onderhoud staan, vindt u in de servicehandleiding, die bij de verschillende servicecentra ligt.

LET OP!
De onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd op een uitgeschakelde machine (sleutel verwijderd) en, wanneer hierom wordt gevraagd, met ontkoppelde accu's.
Lees eerst aandachtig de instructies in het hoofdstuk Veiligheid door, voordat u de onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
ONDERHOUDSSCHEMA
| Procedure Bij aflevering | Elke 10 uur | Elke 50 uur | Elke 100 uur | Elke 200 uur | Elk jaar | |
| Controle motoroliepeil (1) | ||||||
| Controle niveau accuvloeistof (2) | ||||||
| Controle hoogte zij- en hoofdborstels | ||||||
| Controle luchtfilter motor (1) | ||||||
| Controle en reiniging van de stoffilter voor de afvalcontainer (methode A) | (3) |
ONDERHOUDSSCHEMA (vervolg)
| Procedure Bij aflevering | Elke 10 uur | Elke 50 uur | Elke 100 uur | Elke 200 uur | Elk jaar | |
| Controle oliepeil van hydraulische systeem voor opheffen van afvalcontainer | (2) | |||||
| Controle hoogte en werking flaps | ||||||
| Controle en reiniging waterfilter installatie voor stofbestrijding (optioneel) | ||||||
| Controle/afstelling van remkabels (*) (4) | ||||||
| Reiniging luchtfilter motor (3) (3) | ||||||
| Controle en reiniging van de stoffilter voor afvalcontainer (methode B) | (3) | |||||
| Controle werking filterschudder (*) | ||||||
| Visuele controle van aandrijfriem van hoofdborstel (*) | ||||||
| Verversing motorolie (5) (6) | ||||||
| Controle/reiniging van bougie | ||||||
| Reiniging stuurketting (*) | ||||||
| Controle/afstelling van stuurketting (*) | ||||||
| Controle veiligheidsfuncties (2) | ||||||
| Reiniging van brandschot van motor (7) | ||||||
| Controle/afstelling/vervanging van trommelremmen (*) (4) | ||||||
| Controle en reiniging van het stoffilter voor afvalcontainer (methode C) | (3) | |||||
| Controle en/of vervanging van aandrijfriem van hoofdborstel (*) | ||||||
| Controle integriteit pakkingen afvalcontainer | (*) | |||||
| Controle/afstelling van werking van sensor voor afvalcontainer omhoog | (*) | |||||
| Controle en/of vervanging van koolborstels motoren (*) | ||||||
| Reiniging brandstofffilter (diesel) | (*) | |||||
| Vervanging van kartonnen luchtfilter van motor | ||||||
| Vervanging bougie | ||||||
| Controle/afstelling van stationair motortoerental | (*) | |||||
| Controle/afstelling klepspeling | (7) | |||||
| Verversing olie hydraulisch systeem | (*) (8) | |||||
| Vervanging van toevoerslang (LPG) | (*) | |||||
| Reiniging verbrandingskamer motor | Elke 500 uur (7) | |||||
| Controle/vervanging van brandstofslang (diesel) | Elke 2 jaar (7) | |||||
(*) Zie voor de betreffende procedure de werkplaatshandleiding.
(1) Dagelijks of na gebruik van de machine.
(2) Of voor het starten.
(3) Of vaker in stoffige ruimten.
(4) Of vaker als de machine veel op hellingen wordt gebruikt.
(5) Of elke 6 maanden.
(6) En na de eerste 20 inloopuren.
(7) Onderhoudswerkzaamheden onder bevoegdheid van een bevoegde dealer van Honda/Yanmar.
(8) Ververs de olie van het hydraulische systeem na 500 uur of elk jaar.
SERVICESCHERMEN VAN HET MULTIFUNCTIONELE DISPLAY
Hoofdscherm (E, Afb. 3)
- Draai de contactsleutel (51) in stand 'l' voor starten terwijl u de knoppen (52) en (53) ingedrukt houdt, om het hoofdscherm (E, Afb. 3) te openen.
- Druk op de knop (A) om de instellingen van de machine te wijzigen (zie de paragraaf Instellingenscherm van de machine).
- Druk op de knop (B) om eventueel opgeslagen alarmen van de machine te controleren (zie de paragraaf Alarmgeheugenscherm).
- Druk op de knop (C) om de werkuren van de machine te controleren (zie de paragraaf Urentellerscherm).
- Druk op de knop (D) om de servicemodus te verlaten en terug te keren naar de bedienersmodus.

text_image
E PARAMETERS ALARMS HOURMETERS EXIT A B C D P100897Afbeelding 3
Instellingenscherm van de machine (F, Afb. 4)
Met deze functie kan de waarde van de parameters beschreven in de volgende parametertabel aangepast worden.
-
Druk op de knop (C) om de waarde van de huidige parameter te verhogen.
Druk op de knop (D) om de waarde van de huidige parameter te verlagen. -
Druk op de knop (A) om naar de volgende parameter te gaan.
-
Houd de knop (B) ingedrukt om terug te keren naar het hoofdscherm.

text_image
USL Max Side Brush Speed EXIT 50-100 100 [%] NEXT + - A B C D P100898Afbeelding 4
| TABEL VAN PARAMETERS DIE GEWIJZIGD KUNNEN WORDEN Waarden | ||||
| Code Beschrijving Minimum Fabrieksinstelling Maximum | ||||
| VSL Draaisnelheid van de zijborstels 50% 100% 100% | ||||
| SCF | Activeringstijd filterschudder | 5 sec | 20 sec | 60 sec. |
| FVMIN | Minimum snelheid voorwaarts rijden | 0% | 25% | 100% |
| FVMAX | Maximum snelheid voorwaarts rijden | 10% | 85% | 100% |
| RVMAX | Maximum snelheid achterwaarts rijden | 10% | 30% | 50% |
| BAT (*) | Gemonteerd accutype (zie tabel) | 0 | 0 | 1 |
| TOFF | Automatische uitschakeltijd | 0 sec | 300 sec | 600 sec |
| BRGH | Contrast van display | 5 | 25 | 50 |
| RESET | Herstel van alle parameters naar de waarden van de fabrieksinstellingen | 0 | 0 | 1 |
| Gemonteerd accutype | Waarde | |
| WET | Accu's met vloeibaar zuur | 0 |
| GEL / AGM | GEL-accu's of algemene AGM-accu's | 1 |
(*) Alleen belangrijk bij installatie van hybrideset
Alarmgeheugenscherm (G, Afb. 5)
Met deze functie kan gecontroleerd worden of de machine eventueel alarmen heeft opgeslagen.
Gebruik deze functie uitsluitend met ondersteuning van het Nilfisk servicecentrum om eventuele werkingsproblemen op te lossen.
Druk herhaaldelijk op de knop (A) om naar het hoofdscherm (E, Afb. 3) terug te keren.

text_image
G LOGGED NEXT EVENTS RES HOURS: 0h, 0m AL.20 EEProm Fail A P100899Afbeelding 5
Urentellerscherm (H, Afb. 6)
Via deze functie kan het totale aantal werkuren van elk subsysteem van de machine gecontroleerd worden:
- Urenteller TOTAAL (totale tijd van inschakeling van de machine)
- Urenteller ZIJBORSTELS (gebruikstijd van de zijborstels)
- Urenteller HOOFDBORSTEL (gebruikstijd van het systeem van de hoofdborstel)
- Urenteller AANDRIJVING (gebruikstijd van het aandrijfsysteem)
- Urenteller AANZUIGSYSTEEM (gebruikstijd van het aanzuigsysteem)
Druk op de knop (A) om naar het hoofdscherm (E, Afb. 3) terug te keren.

text_image
H A P100900Afbeelding 6
DE HOOGTE VAN DE HOOFDBORSTEL CONTROLEREN EN AFSTELLEN

OPMERKING
Er zijn verschillende soorten borstels leverbaar. Deze procedure is van toepassing op alle soorten borstels.
-
Controleer of de hoofdborstel de juiste hoogte van de vloer heeft. Ga hierbij als volgt te werk:
-
Zet de machine op een vlakke ondergrond.
• Schakel de parkeerrem in. - Zet de hoofdborstel omlaag met de knop One-Touch (52).
- Laat de borstel draaien door nog een keer op de knop te drukken en de knop One-Touch (52) 3 seconden ingedrukt te houden.
- Als de borstel 30 seconden is ingeschakeld (aangegeven op het display zoals in Afb. 7), zet u de borstel omhoog met de knop One-Touch (52).
- Controleer of de indruk (A, Afb. 8) van de hoofdborstel over de hele lengte 2 - 4 cm breed is.
Alleen wanneer de indruk (A) afwijkt, moet u de hoogte van de hoofdborstel afstellen, zoals hieronder wordt beschreven.
-
Draai de knop (B, Afb. 9), maar houd hierbij rekening met het volgende:
-
Als u de breedte van de indruk wilt vergroten, draai de knop tegen de klok in.
- Als u de hoofdborstel met de knop One-Touch (52) omhoog hebt gezet, draait u de hendel met de klok mee om de breedte van de indruk te verkleinen.

OPMERKING
Naast afstelling van de indruk op de grond kan de borstel ook met de knop worden afgesteld op basis van de slijtage van de haren.
- Voer punt 1 opnieuw uit om te controleren of de hoofdborstel nu de juiste hoogte van de grond heeft.
- Wanneer het pictogram (71-N) op het display wordt weergegeven, vervang de borstel zoals aangegeven in de volgende paragraaf.

OPMERKING
Als u de indruk (A, Afb. 8) niet juist kunt afstellen, wanneer de indruk van de borstel aan beide uiteinden verschillend is, vindt u in de werkplaatshandleiding de juiste afstellingsprocedure.

P100901
Afbeelding 7

P100902
Afbeelding 8

text_image
BP100903
Afbeelding 9
DE HOOFDBORSTELVERVANGEN

LET OPI
Wij raden u aan werkhandschoenen te dragen als u de borstel vervangt omdat er scherpe deeltjes tussen de haren van de borstel kunnen blijven hangen.
- Zet de machine op een vlakke ondergrond en schakel de parkeerrem in.
- Controleer of de hoofdborstel omhoog staat.
- Zet de contactsleutel (51) in stand '0' en verwijder de sleutel daarna.
- Verwijder de klep links (A. Afb. 10) door de steunen (B) te draaien.
- Trek aan de knop (C, Afb. 11) zoals aangegeven met de pijl om de sluitsteun (D) los te halen.
- Draai en open de sluitsteun (D) samen met de zijflap links (E).
- Verwijder de hoofdborstel (F, Afb. 12).
- Controleer of de naaf (G) geen vuil of voorwerpen (draden etc.) bevat die per ongeluk zijn meegedraaid.
- Monteer de nieuwe hoofdborstel en zorg dat de haren in dezelfde richting als in de afbeelding (H) staan.
- Monteer de nieuwe hoofdborstel in de machine en controleer of de zeshoekige connector (I) in de betreffende naaf (G) valt.
- Draai en sluit de sluitsteun (D, Afb. 11) en trek bij het sluiten kort aan de knop (C) totdat deze helemaal vastzit.

OPMERKING
Bij het sluiten moet u de hoofdborstel met één hand helpen bij het insteken in de conische naaf van de sluitsteun (D).
- Monteer de klep links (A. Afb. 10) en haak deze vast met de steunen (B).

WAARSCHUWING!
Controleer de hoogte van de hoofdborstel en stel eventueel af, zoals wordt beschreven in het vorige deel.

P100906
Afbeelding 12
DE HOOGTE VAN DE ZIJBORSTELS CONTROLEREN EN AFSTELLEN

OPMERKING
Er zijn verschillende soorten borstels leverbaar. Deze procedure is van toepassing op alle soorten borstels.
-
Controleer of de zijborstels de juiste hoogte van de vloer hebben. Ga als volgt te werk:
-
Zet de machine op een vlakke ondergrond.
- Zet de machine stil, laat de zijborstels zakken en laat deze enkele seconden draaien.
- Zet de zijborstels stil en breng deze omhoog voordat u de machine verplaatst.
- Controleer of de indruk van de zijborstels, zowel in de breedte als in de richting, is zoals afgebeeld in de afbeelding (A en B, Afb. 13).
Alleen wanneer de indruk afwijkt, moet u de hoogte van de zijborstels afstellen, zoals hieronder wordt beschreven.
- Schakel de parkeerrem in.
- Draai de contactsleutel (51) naar stand '0'.
- Voor de zijborstel rechts moet u de retour instellen door de knop (C, Afb. 14) te gebruiken en de stelknop (D) los te draaien, maar houd rekening met het volgende:
- Als u de indruk wilt vergroten, draai de knop tegen de klok in.
- Als u de indruk wilt verkleinen, draai de knop met de klok mee.
- Wanneer u klaar bent, blokkeert u de retour met de knop (C).
- Voor de zijborstel links moet u de retour instellen door de knop (E) los te halen en deze in te stellen met de stelknop (F).
- Wanneer u klaar bent, blokkeert u de retour met de knop (E).
- Voer punt 1 opnieuw uit om de indruk van de zijborstels op de grond te controleren.
- Als de borstel door overmatige slijtage niet meer kan worden afgesteld, moet de borstel zoals in het volgende deel worden vervangen.

OPMERKING
U kunt eventueel ook de hellingshoek van de zijborstels afstellen (zie de procedure in de werkplaatshandleiding).

text_image
A BP100907
Afbeelding 13

text_image
C D
text_image
F EP100908
Afbeelding 14
DE ZIJBORSTELS VERVANGEN

LET OPI
Wij raden u aan werkhandschoenen te dragen als u de zijborstel vervangt omdat er scherpe deeltjes tussen de haren van de borstel kunnen blijven hangen.
- Zet de machine op een vlakke ondergrond en schakel de parkeerrem in.
- Draai de contactsleutel (51) naar stand '0'.
- Haal de klem van de pen (A, Afb. 15) los en verwijder de pen.
- Verwijder de borstel (B) en neem de beschermingsflens (C) eruit.
- Monteer de nieuwe zijborstel in de naaf (D) met de beschermingsflens.
- Steek de bevestigingspen naar binnen en bevestig deze met de beveiligingsklem.
- Controleer de hoogte van de zijborstel en stel deze eventueel af, zoals wordt beschreven in het vorige deel.

text_image
D C A
P100909
Afbeelding 15
REINIGING EN CONTROLE OP BESCHADIGING VAN HET STOFPANEELFILTER
Het aanzuigsysteem kan alleen goed werken als de stoffilter regelmatig wordt gereinigd. De filter gaat langer mee als u zich aan de aanbevolen onderhoudsintervallen houdt.

LET OP!
- Draag bij het reinigen van de filter altijd een veiligheidsbril.
- Maak geen gaten in de filter.
- Reinig de filter in een goed geventileerde ruimte.
-
Draag een beschermingsmasker om te voorkomen dat u stof inademt.
-
Zet de machine op een vlakke ondergrond, schakel de parkeerrem in en draai de contactsleutel (51) naar '0'.
- Open de klep van de motorruimte (19) en zorg dat deze met de veiligheidsstang (47) is vastgezet.
- Haal de steunen (A, Afb. 16) los en zet de afdekking van het aanzuigsysteem (B) omhoog.
- Zet het stoffilter (C, Afb. 17) omhoog en verwijder het uit de machine.
- Reinig de filter met een van de volgende methoden:
Methode A
Zuig het stof uit het filter. Tik de filter voorzichtig tegen een vlak oppervlak (met het vuile oppervlak omlaag) om het vuil en stof te verwijderen.

OPMERKING
Zorg dat u het metalen lipje dat uit de pakking steekt niet beschadigt.
Methode B
Zuig het stof uit het filter. Blaas perslucht (maximaal 6 bar) in de schone kant van de filter (in de tegengestelde richting van de luchtstroom).
Methode 'C' (alleen voor optioneel polyester filter)

WAARSCHUWING!
Kartonnen filter: gebruik geen water of schoonmaakmiddelen om het filter te reinigen, anders kunt u het onherstelbaar beschadigen.
Zuig het stof uit het filter. Dompel de filter 15 minuten in warm water en spoel de filter daarna af onder een zachte waterstraal (maximaal 2,5 bar). Plaats de filter pas weer terug in de machine als hij volledig droog is.
U kunt de filter grondig reinigen met water en eventueel een niet-schuimend reinigingsmiddel.
Hoewel het filter hierdoor schoner wordt, wordt de levensduur van het filter korter en zal dus vaker moeten worden vervangen. Het gebruik van ongeschikte schoonmaakmiddelen kan de functionele eigenschappen van het filter verminderen.
-
Volg voor montage van de filter de instructies in omgekeerde volgorde en let daarbij op het volgende:
-
Reinig de zitting van de filter.
- Monteer het filter met het rooster omhoog (D, Afb. 17).
-
Als de pakking op de filter is gescheurd of ontbreekt, moet deze worden vervangen.
-
Druk op de hendel (E) om de afdekking los te halen en te sluiten (B, Afb. 16).
- Haak de steunen (A) vast.

text_image
B A AP100910
Afbeelding 16

Afbeelding 17
P100911
CONTROLE VAN DE HOOGTE EN WERKING VAN DE FLAPS
Voorbereidende handelingen
- Leeg de afvalcontainer (zoals in het hoofdstuk Gebruik wordt aangegeven) om te voorkomen dat het gewicht van het afval in de container invloed uitoefent op de controle van de hoogte van de flaps.
- Zet de machine op een vlakke ondergrond die als referentieoppervlak kan dienen om de hoogte van de flaps te controleren.
- Draai de contactsleutel (51) naar '0' en schakel de parkeerrem in.
Controle van de zijflaps
- Verwijder de klep links (14) en rechts (13) door de steunen te draaien.

OPMERKING
De steunen van de klep rechts (13) moeten met gereedschap worden gedraaid.
-
Controleer of de zijflaps heel zijn (A, Afb. 18) en (B). Vervang de flaps als er scheuren (C, Afb. 19) van meer dan 20 mm of breuken (D) van meer dan 10 mm in zitten (zie de werkplaatshandleiding voor vervanging van de flaps).
-
Controleer of de zijflaps (A, Afb. 18) en (B) 0 tot 3 mm van de grond staan (E, Afb. 20). Haal eventueel de moeren (F, Afb. 18) los en stel de stand van de flaps af. Draai daarna de moeren (F) weer vast.
Controle van de voor- en achterflap
-
Verwijder de hoofdborstel, zie het betreffende deel.
-
Controleer de voorflaps (G, Afb. 21) en de achterflaps (H) en (I) op beschadigingen. Vervang de flaps bij scheuren (C, Afb. 19) van meer dan 20 mm of breuken (D) van meer dan 10 mm.
-
Controleer of de voorflaps (G, Afb. 21) en de achterflaps (I) de vloer lichtjes raken en of ze niet loskomen van de vloer (J, Afb. 20).
-
Zie voor het vervangen van de flaps de betreffende procedure in de werkplaatshandleiding.
Instelling
- Monteer de onderdelen weer in de omgekeerde volgorde van demontage.

text_image
A F F B FP100912
Afbeelding 18

text_image
> 10 mm (> 0,4 in) D > 20 mm (> 0,8 in) CP100913
Afbeelding 19

text_image
E 0÷3 mm (0÷0,12 in)
text_image
Afbeelding 20 G HAfbeelding 21
REINIGING VAN DE WATERFILTER VAN DE INSTALLATIE VOOR STOFBESTRIJDING DUSTGUARD™ (OPTIONEEL)

OPMERKING
Voorkom dat het water tijdens de reinigingswerkzaamheden uit de filter stromen door de installatie voor stofbestrijding in te schakelen en de tank (23) van het systeem te legen.
- Zet de machine op een vlakke ondergrond.
- Draai de contactsleutel (51) naar '0' en schakel de parkeerrem in.
- Zet het zijpaneel links (32) omhoog en demonteer het voor toegang tot de waterfiltereenheid (A, Afb. 22) van de installatie voor stofbestrijding.
- Draai de transparante afdekking (B) met de pakking (C) los en verwijder deze, en verwijder daarna het filterrooster (D).
- Reinig deze en monteer terug in de steun (E).

OPMERKING
Plaats de pakking (C) en het filterrooster (D) goed in de houders van de afdekking en de steun van de filtereenheid.

Procedure uitvoeren met afvalcontainer (11) in volledig terug in positie.
- Draai de contactsleutel (51) naar '0' en schakel de parkeerrem in.
- Open de klep van de motorruimte (19) en zet deze vast met de veiligheidsstang (47).
- Controleer of het oliepeil in de tank van de hydraulische regeleenheid (46) tussen het minimale (MIN) en maximale (MAX) peil staat, zoals aangegeven in Afb. 23.
- Vul eventueel het peil bij via de dop (A) met de olie die in het deel Technische eigenschappen wordt aangegeven.
- Haal de steunstang (47) los en sluit de motorkap (19).

Als de motor draait met een laag oliepeil, kan de motor beschadigd raken.
- Zet de machine op een vlakke ondergrond en schakel de parkeerrem in.
- Draai de contactsleutel (51) naar stand '0'.
- Open de klep van de motorruimte (19) en zet deze vast met de veiligheidsstang (47).
- Zet het zijpaneel links (32) omhoog en demonteer het.
- Verwijder de dop (A, Afb. 24).
- Controleer het oliepeil. Wanneer dit onder de bovenste limiet (B) staat, moet u olie bijvullen tot de bovenste limiet.
- Plaats de vuldop (A) goed terug.
Verversing motorolie

WAARSCHUWING!
De verwijderde motorolie moet verwerkt worden volgens de geldende milieuwetgeving.

OPMERKING
We raden u aan de olie te verversen als de motor nog warm is, zodat de olie beter wegstroomt.
- Voer de punten 1 tot en met 4 van de vorige procedure uit.
- Verwijder de dop (A).
- Haal de aftapslang (C) los en leg deze buiten de machine.
- Verwijder de dop voor het aftappen van de olie (D) uit de slang en laat de olie in een geschikte opvangbak stromen. Plaats de olieaftapdop en de slang terug in de houder.
- Giet nieuwe olie in de vulmond (E) totdat het peil bij de bovenste limiet (B) staat.

OPMERKING
Zie voor het type en de hoeveelheid van de motorolie het hoofdstuk Technische eigenschappen en de handleiding van de motoren.
- Plaats de vuldop (A) goed terug.
DIESEL VERSION

text_image
A E C D BAfbeelding 24
P100925
CONTROLE VAN HET PEIL EN VERVERSING VAN DE MOTOROLIE (LPG-uitvoering)
Controle motoroliepeil

WAARSCHUWING!
Als de motor draait met een laag oliepeil, kan de motor beschadigd raken.

OPMERKING
(LPG-uitvoering). Het alarmsysteem schakelt automatisch de motor uit als de olie onder een veiligheidspeil komt. Voorkom dat de motor wordt uitgeschakeld door altijd het oliepeil te controleren voordat u de motor start.
- Zet de machine op een vlakke ondergrond en schakel de parkeerrem in.
- Draai de contactsleutel (51) naar stand '0'.
- Open de klep van de motorruimte (19) en zet deze vast met de veiligheidsstang (47).
- Zet het zijpaneel rechts (31) omhoog en demonteer het.
- Verwijder de dop (A, Afb. 25).
- Controleer het oliepeil. Wanneer dit onder de bovenste limiet (E) staat, moet u olie bijvullen tot de bovenste limiet.
- Plaats de vuldop (A) goed terug.
Verversing motorolie

WAARSCHUWING!
De verwijderde motorolie moet verwerkt worden volgens de geldende milieuwetgeving.

OPMERKING
We raden u aan de olie te verversen als de motor nog warm is, zodat de olie beter wegstroomt.
- Voer de punten 1 tot en met 4 van de vorige procedure uit.
- Verwijder de dop (A, Afb. 25).
- Haal de aftapslang (B) los en leg deze buiten de machine.
- Verwijder de dop (C) uit de slang en laat de olie in een geschikte opvangbak stromen. Plaats de olieaftapdop en de slang terug in de houder.
- Verwijder de vuldop (D) en giet nieuwe olie naar binnen in de vulmond totdat het oliepeil bij de bovenste limiet (E) in de opening staat.

OPMERKING
Zie voor het type en de hoeveelheid van de motorolie het hoofdstuk Technische eigenschappen en de handleiding van de motoren.
- Plaats de vuldop (D) en de dop (A) goed terug.
LPG VERSION

text_image
VERSION E
- Zet de machine op een vlakke ondergrond en schakel de parkeerrem in.
- Draai de contactsleutel (51) naar stand '0'.
- Open de klep van de motorruimte (19) en zet deze vast met de veiligheidsstang (47).
- Zet het zijpaneel links (32) omhoog en demonteer het.
- Verwijder de bout (A, Afb. 26).
- Verwijder de dop (B) en verwijder het oliefilter (C).
- Reinig het oliefilter of vervang het bij beschadiging.
- Monteer het oliefilter (C).
- Controleer of de dop (B) van het oliefilter helemaal naar binnen is gestoken.
- Installeer de bevestigingsbout (A) en draai deze vast.
- Vul motorolie bij zoals wordt aanbevolen (zie de tabel met technische eigenschappen en de handleiding van de motor).

WAARSCHUWING!
Zie de paragraaf Controle van het oliepeil van de motor voor de procedure voor bijvullen van de olie.
- Laat de motor 5 minuten opwarmen en controleer of er motorolie lekt.
- Wanneer de motor warm is, schakelt u de motor uit en laat deze 10 minuten afkoelen.
DIESEL VERSION

Een vuil luchtfilter zorgt dat er minder lucht door het filter stroomt, waardoor de prestaties van de motor afnemen. Wanneer u in zeer stoffige omgevingen werkt, moet u de filters vaker reinigen of vervangen dan in het onderhoudsprogramma wordt aangegeven.

WAARSCHUWING!
Als de motor zonder luchtfilters of met beschadigde filters wordt gebruikt, slijt de motor zelf sneller.
- Zet de machine op een vlakke ondergrond en schakel de parkeerrem in.
- Draai de contactsleutel (51) naar stand '0'.
- Open de klep van de motorruimte (19) en zet deze vast met de veiligheidsstang (47).
- (Diesel-uitvoering). Zet het zijpaneel links (32) omhoog en demonteer het. (LPG-uitvoering). Zet het zijpaneel rechts (31) omhoog en demonteer het.
- Verwijder de vleugelmoer (A, Afb. 27) en verwijder de afdekking (B).
- Verwijder de vleugelmoer (C) en demonteer het filterelement.
- Haal het kartonnen filter (D) los van het sponsfilter (E)
- Controleer beide filters en vervang ze als ze zijn beschadigd. Vervang het kartonnen filter (D) wanneer voorzien (zie het onderhoudsschema).
- Wanneer u de filters opnieuw wilt gebruiken, reinig ze door de binnenkant van de filters door te blazen met perslucht [maximaal 207 kPa (2,1 kgf/cm)]. Verwijder het vuil niet met een borstel om de vezels niet te beschadigen.
- Reinig de basis en de afdekking (B) van het luchtfilter met een vochtige doek. Zorg vooral dat het vuil niet in de leiding (G) komt.
- Monteer het sponsfilter (E) op de kartonnen filter (D) en monteer het gemonteerde filterelement. Controleer of de pakking (F) onder het filterelement komt. Draai de vleugelmoer (C) van het filterelement vast.
- Monteer de afdekking (B) en schroef de vleugelmoer (A) vast.
DIESEL VERSION

text_image
DIESEL VERSION A B C D E G
text_image
PG VERSION A B C D E G FAfbeelding 27
P100928
CONTROLE/VERVANGING BOUGIE MOTOR (LPG-uitvoering)
Raadpleeg voor het type bougie het deel Technische eigenschappen.

WAARSCHUWING!
Een verkeerde bougie kan de motor beschadigen.
- Zet de machine op een vlakke ondergrond en schakel de parkeerrem in.
- Draai de contactsleutel (51) naar stand '0'.
- Open de klep van de motorruimte (19) en zet deze vast met de veiligheidsstang (47).
- Zet het zijpaneel rechts (31) omhoog en demonteer het.
- Koppel het kapje van de bougie (A, Afb. 28) los en verwijder het vuil rond de bougie (B).
- Verwijder de bougie met een geschikte sleutel (C).
- Controleer de bougie. Vervang de bougie als deze beschadigd of erg verbrand is, als de afdichtring (D) kapot is of als de elektrode is versleten.
- Meet de afstand tussen de elektroden van de bougie met een voelmaat. Corrigeer de afstand door de zijdelingse elektrode (E) voorzichtig door te buigen. De afstand tussen de elektroden moet 0,70 - 0,80 mm zijn.
- Monteer de bougie voorzichtig met de hand en draai hem niet te hard vast.
- Als de bougie op zijn plek zit, bevestig de bougie met een geschikte sleutel om de afdichtring samen te knijpen.
- Als er een nieuwe bougie wordt gemonteerd, draai deze 1/2 slag vast en knijp daarna de afdichtring dicht.
- Als er de oorspronkelijke bougie wordt gemonteerd, draai deze 1/8 - 1/4 slag vast en knijp daarna de afdichtring dicht.

WAARSCHUWING!
Een losse bougie kan oververhit raken en de motor beschadigen.
Draai de bougie niet te stevig vast omdat anders de schroefdraad op de kop beschadigd kan raken.
- Monteer het kapje op de bougie.

text_image
A B
ACCU'S OPLADEN (alleen voor uitvoering met optionele hybrideset gemonteerd)

WAARSCHUWING!
Laad de accu's op met de geïnstalleerde acculader totdat het laatste segment van het accupictogram (A, Afb. 29) begint te knipperen
of na voltooiing van de werkzaamheden. Houd de accu's altijd opgeladen, omdat de levensduur van de accu's dan langer is. Als het scherm (B) op het multifunctionele display wordt weergegeven, dan moeten de accu's worden opgeladen.

LET OP!
Als de accu's leeg zijn, zorg dan dat ze dat niet te lang blijven, omdat de levensduur van de accu anders minder wordt.
- Zet de machine op een vlakke ondergrond en schakel de parkeerrem in.
- Draai de contactsleutel (51) naar stand '0'.
- Sluit de stekker van de acculader (D) aan op een stopcontact.

LET OP!
Controleer of de spanning en frequentie op het plaatje van de acculader (D) overeenkomen met die van het stroomnet.

OPMERKING
Als de acculader op het stroomnet is aangesloten, worden alle functies van de machine automatisch uitgeschakeld.
Op het multifunctionele display wordt het scherm (C) weergegeven, zoals aangegeven in de afbeelding.
- Wanneer het groene accusymbool (E) van de acculader knippert, worden de accu's opgeladen.
- Wanneer het groene accusymbool (E) van de acculader brandt, zijn de accu's opgeladen.
- Zie voor meer informatie over de werking van de acculader de betreffende handleiding.
- Ontkoppel de stekker van de acculader van het stroomnet.

text_image
A BATTERY RECHARGE NEEDED BATTERY CHARGER CONNECTED C D E CHARGE OKAfbeelding 29
P100924
CONTROLE / VERVANGING VAN DE ZEKERINGEN

OPMERKING
Alle elektrische circuits van de machine worden beschermd door zelfherstellende elektronische mechanismen. De veiligheidszekeringen grijpen alleen in bij ernstige problemen.
We raden u aan de zekeringen alleen door gekwalificeerd personeel te laten vervangen.
Zie de werkplaatshandleiding die bij de Nilfisk-leveranciers verkrijgbaar zijn.
VEILIGHEIDSFUNCTIES
De machine is voorzien van de volgende veiligheidsfuncties.
NOODKNOP
Deze bevindt zich links van de bestuurder (69). Deze moet worden ingedrukt als alle functies van de machine meteen moeten worden gestopt.
MICROSCHAKELAAR VAN DE BESTUURDERSSTOEL
Deze bevindt zich in de bestuurdersstoel (3) en zorgt dat de machine niet werkt wanneer de bestuurder niet op de stoel zit.
ANTISLIPSYSTEEM
Dit systeem verlaagt waar nodig de snelheid tijdens het sturen en als de machine met een bepaalde veiligheidswaarde zijdelings overhelt om plotseling slippen te vermijden en verhoogt de stabiliteit van de machine onder alle omstandigheden.
SENSOR VOOR KANTELING VAN DE MACHINE
Wanneer u de afvalcontainer wilt opheffen terwijl de machine niet horizontaal staat, dan verlaagt het systeem de bewegingssnelheid van de container en waarschuwt dat de stabiliteit van de machine in gevaar kan komen door het gewicht van de afvalcontainer; de bestuurder wordt gewaarschuwd met een ander geluid van de zoemer en een pictogram op het display (71), zoals aangegeven in afbeelding 30.
POSITIESENSOR VAN DE AFVALCONTAINER
Als de afvalcontainer omhoog staat, verlaagt de sensor de snelheid van de machine, wordt de aanzuigventilator uitgeschakeld en stoppen de borstels met draaien.
VEILIGHEIDSKLEP VAN DE AFVALCONTAINER
Als de afvalcontainer omhoog staat, voorkomt de veiligheidsklep in de hydraulische hefcilinder dat de container omlaag gaat.

| Probleem Waarschijnlijke orzaak Oplossing | ||
| De motor start niet met de contactsleutel of stopt tijdens de werkzaamheden. | De brandstof komt niet bij de motor. | Controleer of het brandstofkraantje open staat (diesel). |
| Controleer of de serviceklep van de LPG-fles open is (LPG). | ||
| De bougie vonkt niet (LPG). Controleer of vervang de bougie. (*) | ||
| De accu's zijn leeg. | Laad op met een geschikte acculaders voor startaccu's. | |
| De noodknop is actief. Controleer de noodknop en schakel deze uit. | ||
| De motor start niet met de contactsleutel of stopt tijdens de werkzaamheden en het pictogram (71-R) wordt op het multifunctionele display weergegeven. | Motoroliepeil is te laag. Controleer het motoroliepeil en vul het bij. (*) | |
| De motor start niet met de contactsleutel of stopt tijdens de werkzaamheden en het pictogram (71-Q) wordt op het multifunctionele display weergegeven. | De temperatuur van de eenheid motor/dynamo is te hoog. | Wacht toldat de motor is afgekoeld voordat u de machine weer gebruikt.Houd waar mogelijk de motorruimte open om het afkoelen te vergemakkelijken. |
| (Alleen voor uitvoering met hybrideset). De machine werkt alleen in stilstand, maar gaat uit als hij moet bewegen en het pictogram knippert. | Lege accu's. | Laad de accu's op.Wanneer het probleem zo niet wordt opgelost, vervangt u de accu's. |
| (Alleen voor uitvoering met hybrideset). De accu's gaan snel leeg. | Accu's niet meer efficiënt. | Vervang de accu's.Monteer accu's met grotere capaciteit. |
| Wanneer u de contactsleutel op 'l' zet, gaat het display niet aan en werkt de machine niet | Noodknop is actief. Controleer de noodknop en schakel deze uit. | |
| De machine beweegt niet als het gaspedaal wordt ingedrukt en op het display wordt een alarmmelding aangegeven. | Gaspedaal ingedrukt terwijl de contactsleutel op 'l' staat. | Draai de contactsleutel naar '0' en start daarna zonder het gaspedaal in te drukken. |
| Bestuurder zit niet goed op de bestuurdersstoel. | Ga op de bestuurdersstoel zitten. | |
| Storing in het aandrijfsysteem. | Schakel de machine uit en start de machine opnieuw.Als het probleem aanhoudt, neem contact op met het servicecentrum. | |
| De machine beweegt niet en het pictogram (71-S) wordt op het multifunctionele display weergegeven. | Verbrandingsmotor uitgeschakeld. Schakel de motor in. | |
| Defecte dynamo. Neem contact op met het servicecentrum. | ||
| De machine beweegt met een lagere snelheid dan normaal. | Afvalcontainer niet volledig gesloten. | Zet de container in de horizontale stand en laat deze volledig zakken. |
| Machine ingeschakeld op een hellende ondergrond en het antislipsysteem met juiste gewichtsreferentie. | Schakel de machine uit en weer in terwijl deze horizontaal staat. | |
| De hoofdborstel werkt niet en het bijbehorende pictogram wordt niet op het display weergegeven. | Beveiligingssysteem heeft ingegrepen. | Schakel de machine uit en start de machine opnieuw.Controleer de toestand van de hoofdborstel (vuil dat het draaien belemmert of te veel druk op de grond). |
| De zijborstels werken niet. Het beveiligingssysteem heeft ingegrepen. | Wacht totdat de motor van de betreffende zijborstel is afgekoeld en reset daarna de zekering door de betreffende knop in te drukken. | |
| De machine verzamelt weinig stof/vuil. | Stoffilter verstopt. | Reinig het stoffilter met behulp van de filterschudder of demonteer het filter. |
| Afvalcontainer vol. Leeg de afvalcontainer. | ||
| Flap niet goed afgesteld of kapot. Stel de flaps af of vervang ze. | ||
| De borstels zijn niet goed afgesteld. Stel de borstels in hoogte af. | ||
| De afvalcontainer gaat niet omhoog. | Oliepeil van hydraulisch systeem is niet juist. | Controleer het peil van de hydraulische olie in de tank van de hydraulische regeleenheid. |
| Machine staat niet horizontaal. Zet de machine horizontaal | ||
| De afvalcontainer kantelt niet. Afvalcontainer staat te laag. | Zet de afvalcontainer minstens 350 mm omhoog van de grond. | |
| De afvalcontainer gaat niet omlaag. | Vanwege de lage temperatuur stroomt de olie van het hydraulische systeem trager door de veiligheidsklep. | Wacht enkele seconden tot de olie van het hydraulische systeem wegstroomt. |
| De filterschudder werkt niet. Filterschudder losgekoppeld. | Sluit de stekker van de filterschudder weer aan. | |
| De installatie voor stofbestrijding (optioneel) werkt niet. | Waterreservoir leeg. Vul de tank bij. | |
| Spuitmonden verstopt of waterfilter verstopt. Reinigen. | ||
| Pomp defect. Vervangen. (*) | ||
(*) Zie voor de betreffende instructies de handleiding van de motor.
(**) Handelingen die door een servicecentrum van Nilfisk moeten worden uitgevoerd.
Neem voor meer informatie contact op met de servicecentra van Nilfisk. Zij beschikken over de werkplaatshandleiding.
VERWIJDERING
Als de machine wordt afgedankt, moet hij naar een bevoegd verwijderingbedrijf worden gebracht.
Voordat de machine wordt afgedankt, moeten de volgende materialen worden verwijderd en gescheiden en vervolgens volgens de geldende milieunormen naar de betreffende afvalverwerkingsbedrijven worden gebracht:
- Accu's
– Polyester stoffilter - Hoofdborstel en zijborstels
– Olie hydraulisch systeem - Filter voor olie hydraulisch systeem
- Kunststof leidingen en onderdelen
– Elektrische en elektronische onderdelen (*)
(*) Raadpleeg met name voor het afdanken van elektrische en elektronische onderdelen uw plaatselijke Nilfisk-kantoor.