SW5500 - Veegmachine NILFISK - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SW5500 NILFISK in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Veegmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SW5500 - NILFISK en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SW5500 van het merk NILFISK.
GEBRUIKSAANWIJZING SW5500 NILFISK
03/2016 INLEIDING OPMERKING De nummers tussen haakjes verwijzen naar de onderdelen die worden weergegeven in het hoofdstuk Beschrijving van de machine.
DOEL EN INHOUD VAN DEZE HANDLEIDING
Deze handleiding heeft tot doel de bediener te voorzien van alle informatie die nodig is om deze machine op de juiste en veiligste manier te gebruiken. Er staat informatie in over technische aspecten, de veiligheid, de werking, het stoppen, het onderhoud, de vervangingsonderdelen en het verwijderen van de machine. De bedieners en bevoegde monteurs die met deze machine werken, moeten de instructies in deze handleiding zorgvuldig lezen, voordat ze met de machine aan het werk gaan. Neem bij twijfel over de juiste interpretatie van de instructies contact op met Nilsk voor meer uitleg. BETREFFENDE PERSONEN Deze handleiding is bestemd voor de bediener van de machine en de technici die verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van de machine. De bedieners mogen geen handelingen uitvoeren die alleen door bevoegde monteurs uitgevoerd mogen worden. Nilsk is niet verantwoordelijk voor schade die is ontstaan uit het negeren van dit verbod.
OPBERGEN VAN DE HANDLEIDING
Deze gebruiksaanwijzing moet bij de machine worden bewaard, in een geschikte hoes, uit de buurt van vloeistoen en andere stoen die de gebruiksaanwijzing kunnen beschadigen. CONFORMITEITSVERKLARING De conformiteitsverklaring die bij de machine wordt geleverd is een verklaring dat de machine voldoet aan de geldende wetgeving. OPMERKING Twee kopieën van de oorspronkelijke verklaring van overeenstemming zijn verstrekt samen met de machinedocumentatie. IDENTIFICATIEGEGEVENS Het serienummer en model van de machine staan op het plaatje (30). Op dit plaatje zijn ook het productiejaar (Date code: A18, wat januari 2018 betekent) en de productcode aangegeven. Het serienummer en motornummer staan op het plaatje op de motor (zie de handleiding voor de motor). Deze informatie heeft u nodig voor vervangingsonderdelen voor de machine en de motor. Gebruik de onderstaande ruimte om de identicatiegegevens van de machine en de motor op te schrijven. Model MACHINE ............................................................................... Code PRODUCT ............................................................................... Serienummer MACHINE ................................................................... Model MOTOR .................................................................................. Serienummer MOTOR .......................................................................GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS
1466472000 - SW5500, FLOORTEC R 985 3
03/2016 ANDERE GEBRUIKERSHANDLEIDINGEN – Catalogus met vervangingsonderdelen (behoort tot de uitrusting van de machine) – Handleiding van de motor (Yanmar L70N) (uitvoeringen met DIESEL) – Handleiding van de motor (Honda iGX 270) (uitvoeringen met LPG) – Werkplaatshandleiding (te raadplegen bij de servicecentra van Nilsk)
VERVANGINGSONDERDELEN EN ONDERHOUD
Als er onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan de machine nodig zijn, moet u deze door bevoegd personeel of bij de servicecentra van Nilsk laten uitvoeren. Er mogen alleen originele vervangingsonderdelen en accessoires worden gebruikt. Als u hulp nodig heeft of vervangingsonderdelen en accessoires wilt bestellen bij Nilsk, zorg dan dat u het model, de productcode en het serienummer altijd bij de hand heeft.
MODIFICATIES EN VERBETERINGEN
Nilsk streeft naar een constante perfectie van onze producten en we behouden ons het recht voor modicaties en aanpassingen aan te brengen indien wij die nodig achten. U bent niet verplicht deze modicaties of verbeteringen door te voeren op een eerder aangeschafte machine. Eventuele aanpassingen en/of toevoeging van accessoires moeten expliciet worden goedgekeurd en uitgevoerd door Nilsk. BEDRIJFSCAPACITEIT Deze veegmachine is goedgekeurd voor het reinigen (vegen en aanzuigen) van solide, dichte vloeren en voor het verzamelen van stof en kleine vuildeeltjes in bedrijfs- en industriële ruimten onder gecontroleerde veilige omstandigheden door een bevoegde bediener. ALGEMENE OPMERKINGEN Alle verwijzingen naar voorwaarts, achterwaarts, vóór, rechts, links of achter in deze handleiding zijn vanuit de bediener in zijn rijpositie op de stoel bekeken (3).
VERPAKKING VERWIJDEREN/AFLEVERING
WAARSCHUWING! Volg bij het verwijderen van de verpakking de instructies op de verpakking zorgvuldig op. Controleer bij aevering van de machine zorgvuldig of de verpakking en de machine niet zijn beschadigd tijdens het transport. Als u beschadigingen heeft aangetroen, bewaart u de verpakking dan zoals u deze van de transporteur heeft ontvangen. Neem onmiddellijk contact op met de transporteur om een verzoek tot schadevergoeding in te vullen. Controleer of de uitrusting van de machine overeenkomt met de volgende lijst: – Technische documentatie:
- Gebruiksaanwijzing van de veegmachine (dit document)
- Handleiding van de motor (Yanmar L70N) (uitvoeringen met DIESEL)
- Handleiding van de motor (Honda iGX 270) (uitvoeringen met LPG)
- Catalogus met vervangingsonderdelen van de veegmachine – Zekering Nr. 1 van 10 A VEILIGHEID De volgende symbolen worden gebruikt om mogelijk gevaarlijke situaties aan te geven. Lees deze informatie altijd aandachtig door en neem de nodige voorzorgsmaatregelen om personen en voorwerpen te beschermen. Samenwerking met de bediener is van essentieel belang om ongelukken te voorkomen. Geen enkel preventieplan ter voorkoming van ongevallen is eectief zonder de volledige medewerking van de persoon die direct verantwoordelijk is voor de werking van de machine. De meeste ongevallen die zich binnen een bedrijf, op de werkvloer of op locatie voordoen, worden veroorzaakt door het niet naleven van enkele elementaire veiligheidsmaatregelen. Een oplettende en voorzichtige bediener is de beste garantie tegen ongevallen en is het meest eectief in elk preventieplan. revised 04/2018NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING
LET OP! Lees alle instructies zorgvuldig door voordat u werkzaamheden aan de machine uitvoert. GEVAAR! Interne verbrandingsmotor. Adem geen uitlaatgassen in. Koolmonoxide (CO) kan hersenletsel of zelfs dodelijk letsel veroorzaken. LET OP! Was de machine niet met directe waterstralen of een hogedrukspuit.
LET OP! Gebruik de machine niet op oppervlakken met een grotere hellingshoek dan gespeciceerd. LET OP! Hete onderdelen, gevaar van brandwonden. LET OP! Bewegende delen. LET OP! Bewegende delen. Gevaar voor verbrijzeling. LET OP! Onderdelen onder spanning. Aanwezigheid van bijtende vloeistoen.
SYMBOLEN IN DE HANDLEIDING
GEVAAR! Dit symbool geeft een gevaar met mogelijk dodelijk aoop voor de bediener aan. LET OP! Dit symbool geeft een mogelijk risico op letsel voor personen of schade aan voorwerpen aan. WAARSCHUWING! Dit symbool geeft een waarschuwing of opmerking aan over de werking van de sleutel of van de gebruiksfuncties. Lees de blokken tekst die met dit symbool zijn gemarkeerd zorgvuldig door. OPMERKING Dit symbool geeft een waarschuwing aan over de werking van de sleutel of van de gebruiksfuncties. ADVIES Dit geeft aan dat de gebruiksaanwijzing moet worden geraadpleegd voordat er een handeling wordt uitgevoerd. ALGEMENE INSTRUCTIES Hierna volgen waarschuwingen en specieke aandachtspunten om mogelijke schade aan de machine of letsel bij personen te voorkomen. GEVAAR! – Koolmonoxide (CO) kan hersenletsel of zelfs dodelijk letsel veroorzaken. – De interne verbrandingsmotor van deze machine stoot koolmonoxide uit. – Adem geen uitlaatgassen in. – Gebruik de machine alleen in afgesloten ruimten als er voldoende ventilatie is en als er een tweede persoon aanwezig is die de gezondheid van de bediener in de gaten kan houden.GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS
1466472000 - SW5500, FLOORTEC R 985 5
03/2016 GEVAAR! – Voordat er reinigings- of onderhoudswerkzaamheden, vervangingen van onderdelen of omzettingen naar andere functies worden uitgevoerd, moet u de accu’s eerst loskoppelen, de contactsleutel verwijderen en de parkeerrem inschakelen. – Deze machine mag alleen worden gebruikt door personen die op de juiste manier zijn geïnstrueerd. – De stuurbewegingen moeten onder veilige omstandigheden worden uitgevoerd. Vermijd plotselinge stuurbewegingen, vooral op hellende wegen, en sturen met de afvalcontainer omhoog. – Zet de afvalcontainer nooit omhoog op een hellende ondergrond. – Zorg dat er geen vonken, vlammen of rokende/gloeiende materialen bij de accu’s in de buurt kunnen komen. – Wanneer u in de buurt van elektrische onderdelen werkt, verwijder dan al uw sieraden. – Werk nooit onder een omhoog gebrachte machine als deze niet voldoende wordt ondersteund door veiligheidssteunen. – Telkens als er werkzaamheden worden verricht onder de geopende motorkap, moet u ervoor zorgen dat de motorkap niet per ongeluk dicht kan vallen. – Gebruik deze machine niet in ruimten waar schadelijke, gevaarlijke, ontvlambare en/of explosieve stoen, vloeistoen of dampen aanwezig zijn: deze machine is niet geschikt voor het verzamelen van gevaarlijk stof. – Let op: de brandstof is zeer licht ontvlambaar. – Roken en open vuur in ruimten waar diesel wordt bijgevuld of opgeslagen is verboden. – Vul de brandstof altijd buiten of in een goed geventileerde ruimte bij met de motor uitgeschakeld. – De brandstof gaat uitzetten en daarom mag de tank niet verder dan 4 cm onder de rand van de vulmond worden bijgevuld. Controleer na het bijvullen van de brandstof of de dop van de brandstoftank goed is afgesloten. – Wanneer er tijdens het tanken brandstof naar buiten loopt, moet u alle brandstof verwijderen en de dampen laten oplossen voordat u de motor start. – Zorg dat er geen brandstof op de huid komt en dat u de dampen niet inademt. Buiten bereik van kinderen houden. – Laat de motor of de machine niet kantelen tot een hoek waarbij de brandstof naar buiten kan lopen. – Wanneer de machine vervoerd wordt, mag de brandstoftank niet vol zijn en moet het brandstofkraantje gesloten zijn. – Zet geen voorwerpen op de motor. – Schakel de motor uit voordat u er werkzaamheden aan uitvoert. Om te voorkomen dat de motor per ongeluk wordt ingeschakeld, moet u altijd het kapje van de bougie of de minkabel van de accu’s ontkoppelen. – Zie ook de VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN in de handleiding van de motor, die een integraal deel vormt van deze handleiding. – Als de machine van loodaccu’s (WET) is voorzien, mag de machine zelf niet meer dan 30° ten opzichte van de vlakke grond worden gekanteld. Anders kan de uiterst corroderende vloeistof uit de accu lopen. Als de machine bij onderhoudswerkzaamheden moet worden gekanteld, moeten eerst de accu’s worden verwijderd. – (Voor uitvoeringen met LPG). Gebruik de machine niet bij gaslekken. Koppel de slang los en vervang de LPG- tank. Als er gaslekkage is, koppelt u de slang los en neemt u contact op met een servicecentrum van Nilsk. LET OP! – Lees voordat u onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan de machine uitvoert alle instructies zorgvuldig door. – Als u in de buurt van of aan het hydraulische systeem werkt, draag dan altijd beschermende kleding en een veiligheidsbril. – Deze machine is niet geschikt voor gebruik door mensen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, waarnemings- of mentale capaciteiten of mensen zonder ervaring of kennis wanneer zij niet onder toezicht staan van of zijn geïnstrueerd over het gebruik van de machine door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen moeten onder toezicht staan zodat ze niet met de machine kunnen spelen. – Let bijzonder goed op wanneer u in de buurt van kinderen aan het werk bent. – Gebruik de machine niet voor andere doeleinden dan vermeld in deze handleiding. Gebruik alleen accessoires die door Nilsk worden aanbevolen. – Controleer de machine zorgvuldig voor gebruik; controleer voor gebruik altijd of alle onderdelen zijn gemonteerd. Bij gebruik van een machine waarop niet alles is gemonteerd kan er letsel bij personen en schade aan de uitrusting ontstaan. – Neem alle nodige voorzorgsmaatregelen om te voorkomen dat haar, sieraden en losse kledingstukken vast komen te zitten in de bewegende delen van de machine. – Verwijder de contactsleutel om niet-geautoriseerd gebruik van de machine te voorkomen. – Een machine die onbeheerd wordt achtergelaten, moet worden vastgezet om onverwachte bewegingen te voorkomen. – Gebruik de machine niet op oppervlakken met een grotere hellingshoek dan gespeciceerd. – Kantel de machine niet verder dan de hoek die wordt aangegeven op de machine om de stabiliteit niet in gevaar te brengen. – Gebruik alleen de borstels die bij de machine worden geleverd of die in de gebruiksaanwijzing worden vermeld. Het gebruik van andere borstels kan de veiligheid in gevaar brengen.NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING
6 SW5500, FLOORTEC R 985 - 1466472000
03/2016 LET OP! – Deze machine is een product van klasse A; in particuliere omgevingen kan er radiostoring ontstaan waartegen maatregelen moeten worden genomen. – Sluit voordat u de machine gebruikt alle afdekkingen en/of kleppen, zoals aangegeven in de gebruiksaanwijzing. – Was de machine niet met directe waterstralen, een hogedrukspuit of met bijtende materialen. – Gebruik de machine alleen in voldoende verlichte ruimten. – De werkverlichting (optioneel) dient uitsluitend voor verbetering van het zicht op de te vegen oppervlakken en is niet bedoeld om de machine ook in het donker te kunnen gebruiken. – Let er bij het gebruik van de machine op dat er zich geen mensen en dingen in het werkgebied van de machine bevinden. – Stoot niet tegen kasten of stellingen, zeker als de kans bestaat dat er voorwerpen kunnen omvallen. – Zet geen essen vloeistof op de machine; gebruik daarvoor de houder voor esjes en blikjes. – De opslagtemperatuur van de machine moet tussen 0 °C en +40 °C liggen. – De temperatuur moet bij gebruik van de machine tussen de 0 °C en +40 °C liggen. – De vochtigheidsgraad moet tussen 30 % en 95 % liggen. – Zorg altijd dat de machine niet in de zon, regen of andere weersomstandigheden staat, zowel in werking als bij stilstand. Plaats de machine op een beschermde, droge plaats. (waar van toepassing) deze machine mag alleen worden gebruikt onder droge omstandigheden; hij mag niet buiten onder vochtige omstandigheden worden gebruikt of opgeslagen. – Gebruik de machine niet als vervoermiddel of voor slepen/duwen. – De maximale draagkracht van de machine, naast het gewicht van de bediener, is 240 kg (het gewicht van het afval). – Gebruik bij brand een poederbrandblusser. Gebruik geen water. – Pas de bedrijfssnelheid aan de oppervlakken aan. – Vermijd plotseling stoppen als de machine omlaag rijdt. Vermijd scherpe bochten. Laat de machine bij het afdalen met een lagere snelheid rijden. – Deze machine is niet geschikt voor gebruik op straat of openbare wegen. – Verwijder om geen enkele reden de beschermingen van de machine. – Houd u strikt aan de aanwijzingen bij gewone onderhoudswerkzaamheden. – Zorg dat er geen voorwerpen door de openingen komen. Als de openingen zijn verstopt, mag de machine niet worden gebruikt. Houd de openingen van de machine vrij van stof, draden, haren en andere vreemde voorwerpen die de luchtstroom kunnen belemmeren. – (Alleen voor uitvoering met installatie voor stofbestrijding DustGuard™ gemonteerd). Let goed op als de machine bij vriestemperaturen wordt verplaatst. Het water in de tank van het systeem of de slangen kan bevriezen en de machine ernstig beschadigen. – Verwijder of verander geen plaatjes van de fabrikant op de machine. – Als de machine vanwege servicewerkzaamheden moet worden geduwd (geen brandstof etc.), laat de machine dan nooit harder rijden dan 4 km/u. – Als u afwijkingen in de werking van de machine vermoedt, controleer dan of deze niet worden veroorzaakt door gebrek aan dagelijks onderhoud. Als dat niet het geval is, roept u de hulp in van bevoegd personeel of van een bevoegd servicecentrum. – Vraag bij vervanging van onderdelen om ORIGINELE vervangingsonderdelen bij een bevoegd leverancier en/of bevoegde detailhandelaar. – Uit veiligheidsoverwegingen en voor een correcte werking van de machine moet het onderhoud dat in het betreende hoofdstuk in deze handleiding wordt aangegeven voor bevoegd personeel of bij een servicecentrum worden uitgevoerd. – Laat de machine als hij wordt afgedankt niet onbemand staan vanwege de giftige en/of schadelijke materialen (accu’s, olie, etc.). Deze moeten volgens de voorschriften naar de daarvoor bestemde verzamelplaatsen worden gebracht (zie het hoofdstuk Verwijdering). – Tijdens de werking van de motor wordt de demper warm; raak de demper nooit aan als hij warm is om brandwonden of brand te voorkomen. – Laat de motor nooit draaien met onvoldoende olie, want dat kan ernstige schade veroorzaken. Controleer het oliepeil bij een uitgeschakelde motor terwijl de machine horizontaal staat. – Laat de motor nooit zonder luchtlter draaien, omdat dit schade kan veroorzaken. – Technische werkzaamheden aan de motor moeten altijd door een bevoegd dealer worden uitgevoerd. Gebruik voor de motor alleen originele vervangingsonderdelen of equivalenten ervan. Het gebruik van vervangingsonderdelen van een mindere kwaliteit kan de motor ernstig beschadigen. – Zie ook de VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN in de handleiding van de motor, die een integraal deel vormt van deze handleiding.GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS
1466472000 - SW5500, FLOORTEC R 985 7
03/2016 Richtlijnen voor controle van de accu’s en andere bacteriële gevaren de installatie voor stofbestrijding DustGuard™ (optioneel). LET OP! Om te garanderen dat de bedieners of andere personen niet worden blootgesteld aan bacteriële infecties of legionella die zich kan voordoen in de installaties voor stofbestrijding moeten de volgende voorzorgsmaatregelen worden genomen: – Vul waar mogelijk de tank met koud water (< 20 °C). – Gebruik GEEN stilstaand water om de tank te vullen. – Gebruik GEEN gerecycled water, niet-drinkbaar water of water dat grond heeft aangeraakt. – U moet de vernevelingssproeiers alleen naar de vloer afstellen en draaien om inademing te voorkomen. – Stal de machine niet buiten of in de buurt van warmtebronnen. – Doe niet te veel water in de tank. Vul voldoende water bij zodat de tank kan worden geleegd met behulp van het systeem. – Leeg de tank elke 10 uur of één keer per week, afhankelijk van het gebruik. – Als de machine langer dan een week niet wordt gebruikt, moet de tank volledig worden geleegd en gedroogd voordat hij wordt opgeslagen. – Als de tank niet op de normale manier kan worden geleegd, kunt u een biocide gebruiken om de accu te controleren op legionella en dit eventueel te verwijderen. De keuze voor biociden moet worden gemaakt op basis van de plaatselijke voorschriften en gebruikt met inachtneming van de aangegeven instructies en waarschuwingen om te voorkomen dat personeel wordt blootgesteld aan gevaarlijke chemische stoen. – Als er chemische producten in de watertank moeten worden gebruikt, is het verplicht om de betreende etiketten met informatie en waarschuwingen voor het product duidelijk zichtbaar te maken.NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING
2. Bedieningspaneel (zie volgende deel)
3. Bestuurdersstoel met beveiligingsmicroschakelaar
4. Bedieningshendel voor afstelling van de stoel
7. Parkeerremhendel: druk de servicerem (6) in en schakel tegelijkertijd de hendel (7) in om de servicerem om te zetten in de parkeerrem
8. Pedaal voor omhoog brengen voorap
9. Stelknop voor afstelling van de hoogte van de hoofdborstel:
- Linksom draaien voor verhoging van de indruk van de borstel
- Rechtsom draaien voor verlaging van de indruk van de borstel
10. Klep achter voor aanzuigsysteem
11. Deblokkeerhendel voor klep aanzuigsysteem
12. Afvalcontainer (wanneer deze vol is, legen)
13. Rechterklep (alleen voor onderhoud openen)
14. Linkerklep (voor verwijdering van de hoofdborstel)
17. Bescherming zijborstels (optioneel)
22. Voorwiel voor aandrijving en aansturing
23. Stolter afvalcontainer / waterreservoir voor installatie voor stofbestrijding (optioneel)
25. Kraan van aansluiting voor bijvullen water voor de installatie voor stofbestrijding (optioneel)
26. Verstuivers water voor installatie voor stofbestrijding (optioneel)
28. Bedrijfsverlichting (optioneel)
29. Knipperlicht (altijd in werking als de sleutel in ‘I’ staat)
30. Plaatje met serienummer / technische gegevens / conformiteitsmarkering
31. Verwijderbaar zijpaneel rechts
32. Verwijderbaar zijpaneel links
33. Gat voor verankering voor transport (niet voor opheen)
34. LPG-es (uitvoering met LPG)
35. Bevestigingsband LPG-es (uitvoering met LPG)
36. Knop voor uitschakeling verbrandingsmotor (optioneel, alleen bij hybride)GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS
1466472000 - SW5500, FLOORTEC R 985 9
03/2016 OPBOUW VAN DE MACHINE (vervolg)
03/2016 OPBOUW VAN DE MACHINE (vervolg)
41. Klep motorruimte open
46. Hydraulische regeleenheid voor tank voor opheen
47. Bevestigingsstang voor geopende motorklep
- In stand ‘0’ stopt het elektrische circuit en worden alle functies van de machine uitgeschakeld
- In de stand ‘II’ start de machine. Laat na het starten de sleutel los; deze gaat terug naar de stand ‘I’ (ingeschakeld)
52. Knop One-Touch voor vegen/zuigen
53. Knop voor zijborstel rechts
54. Knop voor zijborstel links
55. Knop voor regeling van draaisnelheid van zijborstels
56. Knop voor aanzuiging
57. Knop voor lterschudder
58. Knop voor verhoging maximale rijsnelheid
59. Knop voor verlaging maximale rijsnelheid
60. Knop voor afvalcontainer omhoog
61. Knop voor afvalcontainer omlaag
62. Knop voor legen afvalcontainer
63. Knop voor vullen afvalcontainer
64. Knop voor achteruitrijden/vullen vooruit rijden
65. Knop voor akoestisch waarschuwingssignaal
66. Knop voor bevestiging voor verplaatsen afvalcontainer
67. Knop voor werkverlichting (optioneel)
68. Knop voor stofbestrijding DustGuard™ (optioneel)
69. Noodknop. Druk hierop in noodsituaties om alle functies
van de machine te stoppen. U kunt hem weer resetten na het inschakelen door hem in de richting van de pijl op de knop zelf te drukken.
70. USB-aansluiting (optioneel)
71. Multifunctionele display
Weergave: A) Werkuren B) Type accu’s C) Instelling maximum rijsnelheid D) Werkkaart E) Activering hoofdborstel F) Activering zijborstels G) Activering aanzuiging H) Activering achteruitrijden
I) Instelling snelheid zijborstels
J) Timer voor automatische uitschakeling K) Waarschuwing voor opening afvalcontainer L) Stofbestrijding DustGuard™ M) Inschakeling werkverlichting N) Slijtage hoofdborstel O) Oproep assistentie P) Waarschuwing reservebrandstof Q) Waarschuwing oververhitting motor R) Waarschuwing druk motorolie S) Waarschuwing dynamo
03/2016 ACCESSOIRES/OPTIES Naast de onderdelen van de standaarduitvoering kan de machine worden uitgerust met de volgende accessoires, volgens het gebruik van de machine: – Zijborstel links – Hoofd- en zijborstels met hardere of zachtere haren dan de standaardborstel – Kartonnen stolter – Antigroevenap – Bedrijfslampje – Veiligheidsgordel – Geveerde stoel – Armsteun rechts en links – Antigroevenwielen – Beschermkap FOPS – Afdekking voor kap – Bescherming zijborstels – Installatie voor stofbestrijding DustGuard™ – Aansluiting USB™ – Hybridemotor Neem voor meer informatie over de hierboven genoemde optionele accessoires contact op met uw leverancier. TECHNISCHE EIGENSCHAPPEN Model SW5500 D SW5500 GPL -
Breedte reinigingsvlak met een zijborstel 1.175 mm met twee zijborstels 1.500 mm Afmetingen hoofdborstel (lengte x diameter) 850 x 360 mm Diameter zijborstel 500 mm Afvalcontainer capaciteit 150 liter maximaal hefbaar gewicht 240 kg maximale hoogte vanaf de grond bij opheen 1.650 mm Filter reinigingssysteem Elektrische lterschudder oppervlak 7 m
eciëntie lteren 77 % @ 0,8 µm Vermogen 4,1 kW (5,5 pk) @
Model motor Yanmar L70N Honda iGX 270 Type brandstof Diesel LPG Inhoud brandstoftank 7 liter 15 Kg Type olie motor SAE 15W40 SAE 10W30 hydraulisch systeem voor heen van afvalcontainer Arnica 46 Hoofdborstel motorvermogen 1.250 W toerental 4.800 toeren/min Zijborstel motorvermogen 120 W toerental (variabel) 40/155 toeren/min Aanzuiging motorvermogen 260 W Tractie type Elektrisch op voorwiel vermogen reductiemotor 1.200 W voorwaartse snelheid 10 km/h 10 km/h achterwaartse snelheid 4,5 km/h 4,5 km/h Maximale hellingsgraad in gebruik 20 % Hydraulische regeleenheid afvalcontainer 800 W Motor lterschudder 2 x 12 W Totaal geabsorbeerd vermogen 2,6 kW Afmetingen (lengte x breedte x hoogte) carrosserie machine 1.875 x 1.200 x 1.564 mm machine met zijborstels 1.875 x 1.300 x 1.564 mm machine met beschermkap FOPS (optioneel) 1.875 x 1.200 x 1.995 / 2.075 mm Maximale afmetingen LPG-tank (lengte x diameter) - 886 x 306 mm revised 04/2018GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS
Geluidsdruk op het oor van de bestuurder (ISO 11201, ISO 4871, EN 60335-2-72) (LpA) 85 dB(A) ± 3 dB(A) 79 dB(A) ± 3 dB(A) Geluidsvermogen geproduceerd door de machine (ISO 3744, ISO 4871, EN 60335-2-72) (LwA) 104 dB(A) 98 dB(A) Beschermingsclassicatie IP X3 Capaciteit waterreservoir voor installatie voor stofbestrijding (optioneel) 32 liter Ruimte bij U-bocht (rechts - links) 2.310 - 2.375 mm Trillingsniveau op de arm van de bestuurder (ISO 5349-1) (*) < 2,5 m/s
Trillingsniveau op het lichaam van de bediener (ISO 2631-1) (**) 0,8 m/s
(*) Met bestuurder op de machine, brandstof en lege afvalcontainer. (**) Bij normale werkomstandigheden op een vlakke ondergrond van asfalt. Samenstelling materiaal van de machine en recycling Type % recyclebaar % van het gewicht van de SW5500 D % van het gewicht van de SW5500 GPL
/s 45 32 Viscositeit bij 100 °C mm
/s 7,97 6,40 Viscositeitsindex / 150 157 Ontbrandingspunt COC °C 215 202 Vloeipunt °C -36 -36 Volumetrische massa bij 15 °C kg/l 0,87 0,865 WAARSCHUWING! Als de machine wordt gebruikt in omgevingen met temperaturen lager dan +10 °C, raden wij u aan de olie te vervangen door olie met een viscositeit van 32 cSt. Bij temperaturen onder 0 °C moet u olie met een nog lagere viscositeit gebruiken. revised 04/2018NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING
Legende A1 Aandrijfmechanisme van hoofdborstel A2 Aandrijfmechanisme van zijborstel rechts A3 Aandrijfmechanisme van zijborstel links (optioneel) ALT Dynamo BAT1 Accu’s 12 V BAT2 Accu’s 12 V BZ Akoestisch signaal bij achteruitrijden BE Knipperlampje CH Acculader (optioneel) D1..D3 Diode EB1 Functiekaart EB2 Aandrijfkaart EB3 Displaykaart EB4 Dashboardkaart EB5 Dashboardkaart stoel ECN Encoder ES1 Afstandsschakelaar functiekaart ES2 Afstandsschakelaar aandrijfkaart ES6 Relais motorventilator ES7 Relais voeding motor ES8 Relais inschakeling aandrijving ES9 Relais geluidssignaal ES10 Afstandsschakelaar laadsysteem ES11 Relais laadsysteem hybride EV1 Magneetklep container omhoog EV2 Magneetklep container omlaag EV3 Magneetklep container EV4 Magneetklep brandstof F1 Zekering functiekaart F2 Zekering contactsleutel F3 Zekering aandrijving F4 Zekering dynamo F5 Zekering motor F7 Zekering motorventilator F8 Zekering geluidssignaal HN Akoestisch waarschuwingssignaal KEY Contactsleutel L1 Bedrijfsverlichting (optioneel) M0 Motor aandrijfsysteem M1 Motor aanzuigsysteem M2 Motor lterschudder M3 Motor pomp afvalcontainer M4 Motor hoofdborstel M5 Motor zijborstel rechts M6 Motor zijborstel links (optioneel) M7 Motorventilator motorruimte MST Startmotor P1 Motor pomp installatie voor stofbestrijding (optioneel) P2 Motor brandstofpomp R1 Gaspedaal R2,...4 Weerstand S1 Sensor afvalcontainer open S2 Sensor afvalcontainer omhoog S3 Sensor afvalcontainer gedraaid S4 Sensor slijtage hoofdborstel S5 Sensor temperatuur motor S6 Sensor voor reservebrandstof S7 Sensor waarschuwing olie S8 Sensor temperatuur diodebrug SW0 Noodknop SW1 Beveiligingsmicroschakelaar in de bestuurdersstoel TU Trackunit (optioneel) USB USB-poort (optioneel) Kleurcodering BK Zwart BU Blauw BN Bruin GN Groen GY Grijs OG Oranje PK Roze RD Rood VT Paars WH Wit YE GeelGEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS
P100922NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING
Legende A1 Aandrijfmechanisme van hoofdborstel A2 Aandrijfmechanisme van zijborstel rechts A3 Aandrijfmechanisme van zijborstel links (optioneel) ALT Dynamo BAT1 Accu’s 12 V BAT2 Accu’s 12 V BZ Akoestisch signaal bij achteruitrijden BE Knipperlampje CCOIL Laadspoel CH Acculader (optioneel) D1..D3 Diode EB1 Functiekaart EB2 Aandrijfkaart EB3 Displaykaart EB4 Dashboardkaart EB5 Dashboardkaart stoel EB6 ECM motor Honda EB7 Bobine starten Honda-motor ECN Encoder ES1 Afstandsschakelaar functiekaart ES2 Afstandsschakelaar aandrijfkaart ES3 Relais in-/uitschakeling motor ES4 Relais motortoerental ES5 Startrelais motor ES6 Relais motorventilator ES8 Relais inschakeling aandrijving ES9 Relais geluidssignaal ES10 Afstandsschakelaar laadsysteem ES11 Relais laadsysteem hybride EV1 Magneetklep container omhoog EV2 Magneetklep container omlaag EV3 Magneetklep container EV4 Magneetklep brandstof F0 Zekering accu’s F1 Zekering functiekaart F2 Zekering contactsleutel F3 Zekering aandrijving F4 Zekering dynamo F5 Zekering motor F6 Zekering starten motor F7 Zekering motorventilator F8 Zekering geluidssignaal HN Akoestisch waarschuwingssignaal KEY Contactsleutel L1 Bedrijfsverlichting (optioneel) M0 Motor aandrijfsysteem M1 Motor aanzuigsysteem M2 Motor lterschudder M3 Motor pomp afvalcontainer M4 Motor hoofdborstel M5 Motor zijborstel rechts M6 Motor zijborstel links (optioneel) M7 Motorventilator motorruimte MST Startmotor P1 Motor pomp installatie voor stofbestrijding (optioneel) R1 Gaspedaal R2,...4 Weerstand S1 Sensor afvalcontainer open S2 Sensor afvalcontainer omhoog S3 Sensor afvalcontainer gedraaid S4 Sensor slijtage hoofdborstel S5 Sensor temperatuur motor S6 Sensor voor reservebrandstof S7 Sensor waarschuwing olie S8 Sensor temperatuur diodebrug SPK Bougie motor SW0 Noodknop SW1 Beveiligingsmicroschakelaar in de bestuurdersstoel TU Trackunit (optioneel) USB USB-poort (optioneel) Kleurcodering BK Zwart BU Blauw BN Bruin GN Groen GY Grijs OG Oranje PK Roze RD Rood VT Paars WH Wit YE GeelGEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS
P100923NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING
18 SW5500, FLOORTEC R 985 - 1466472000
03/2016 GEBRUIK LET OP! Op de machine zijn enkele plaatjes aangebracht met de volgende woorden: – GEVAAR – LET OP – WAARSCHUWING – ADVIES Bij het lezen van deze handleiding moet de bediener de betekenis van de symbolen op deze plaatjes goed kennen (zie het deel Symbolen op de machine). Dek de plaatjes niet af en vervang ze onmiddellijk als ze beschadigd zijn. Als de machine na het transport nog niet is gebruikt, moet u eerst controleren of alle blokken en blokkeermiddelen die bij het transport zijn gebruikt wel verwijderd zijn. BRANDSTOF GEVAAR! – Koolmonoxide (CO) kan hersenletsel of zelfs dodelijk letsel veroorzaken. – De interne verbrandingsmotor van deze machine stoot koolmonoxide uit. – Adem geen uitlaatgassen in. – Gebruik de machine alleen in afgesloten ruimten als er voldoende ventilatie is en als er een tweede persoon aanwezig is die de gezondheid van de bediener in de gaten kan houden. Brandstof voor dieseluitvoering WAARSCHUWING! – Stop de motor altijd voordat u de brandstof bijvult. – Rook niet tijdens het tanken. – Tank altijd in een goed geventileerde ruimte. – Vul de brandstoftank niet in de buurt van vonken of open vuur.
1. Open de klep van de motorruimte (19) en zorg dat deze met de veiligheidsstang (47) is vastgezet.
2. Draai waar nodig de dop (45) van de tank (44) los en vul brandstof bij. Vul niet te veel bij en veeg geknoeide brandstof op.
3. Gebruik nooit oude of vervuilde diesel, voorkom dat er vuil of water in de brandstoftank komt.
Voeding voor uitvoering met LPG GEVAAR! Als u de LPG-es moet vervangen, moet u eerst de serviceklep sluiten en de slang loskoppelen.
1. Monteer een LPG-es (34) met kenmerken die voldoen aan de geldende voorschriften in het land van gebruik.
2. Bevestig de LPG-es met de band (35).
3. Sluit de slang aan en open de terugslagklep op de LPG-es. Draag altijd handschoenen bij het aansluiten en loskoppelen van de slang. Als de machine niet wordt gebruikt, moet u de terugslagklep van de LPG-es sluiten. OPMERKING Plaats de LPG-es horizontaal zodat de vloeistof kan wegstromen. Als de slang op de tank is aangesloten, moet u controleren of er geen gas lekt. GEVAAR! Gebruik de machine niet bij gaslekken. Koppel de slang los en vervang de LPG-es. Als er gaslekkage is, koppelt u de slang los en neemt u contact op met een servicecentrum van Nilsk.GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS
1. Zorg dat u alle bedieningscommando’s van de machine en hun functies kent.
2. Steek de sleutel (51) en start de machine (zie de procedure in het volgende deel).
3. Tijdens de eerste 2 seconden na inschakeling toont het multifunctionele display (71) de werkuren van de machine (71-A), het gemonteerde accutype (71-B) en de huidige instelling van de maximale snelheid van de machine (71-C). 4. Controleer het pictogram voor reservebrandstof (71-P); als dit brandt, zit er weinig brandstof in de tank. U moet diesel (bij dieseluitvoering) tanken of de es (LPG) vervangen (zie vorige paragraaf). 5. Controleer de werking van het akoestisch waarschuwingssignaal met de schakelaar (65), van de zoemer bij achteruitrijden met de schakelaar (64) en de schakelaar voor de werklichten (67, optioneel). 6. Controleer de parkeerrem (7 met 6). De rem moet stevig in de ingeschakelde stand blijven staan, zonder dat hij gemakkelijk kan worden uitgeschakeld (meld defecten altijd meteen bij het servicecentrum van Nilsk).
7. Controleer de werking van het pedaal voor de servicerem (6).
LET OP! Als het pedaal ‘elastisch’ aanvoelt of onder druk omlaag gaat zonder voldoende remkracht te bieden, verplaats de machine dan niet (neem bij defecten meteen contact op met een servicecentrum van Nilsk).
8. Controleer of er geen deurtjes of kleppen open staan op de machine en of de arbeidsomstandigheden normaal zijn.
Planning van de reiniging
1. Zorg dat u op lange trajecten zo weinig mogelijk hoeft te stoppen en weg te rijden.
2. Zorg dat u altijd enkele centimeter van de geveegde banen overlapt, zodat u het volledige oppervlak veegt.
3. Vermijd scherpe bochten, stoot nergens tegenaan en zorg dat de zijkanten van de machine nergens tegenaan wrijven.
Het waterreservoir voor de installatie voor stofbestrijding DustGuard™ vullen (optioneel)
1. Verwijder de dop (25) om bij de vulmond te komen.
2. Vul de tank (24) met schoon water. Vul de tank niet volledig. Laat enkele centimeters leeg staan.
DE MACHINE STARTEN EN STOPPEN
Starten van de machine 1. Ga op de bestuurdersstoel (3) zitten en stel deze af met de hendel (4) zodat alle bedieningen binnen handbereik liggen. OPMERKING De stoel (3) is uitgerust met een veiligheidssensor waardoor de machine alleen kan bewegen als er iemand op de bestuurdersstoel zit.
2. Steek de contactsleutel (51) in het contact en draai deze met de klok mee tot de stand ‘I’.
3. Wacht totdat het multifunctionele display het werkscherm (71-D) aangeeft.
4. Draai de contactsleutel (51) in de startstand ‘II’ en laat de sleutel los zodra de motor start.
5. Laat de motor na het starten enkele minuten draaien.
WAARSCHUWING! Druk tijdens het starten het gaspedaal (5) niet in.
6. Schakel de parkeerrem uit.
7. Als u op de plek bent waar u werkzaamheden moet uitvoeren, beweegt u de machine met de handen op het stuur (1) en drukt u op het pedaal (5). De voorwaartse snelheid kan worden geregeld met minder of meer druk op het gaspedaal (5). De maximale snelheid kan worden ingesteld met de knoppen (58) en (59). 8. U kunt de machine voorwaarts/achterwaarts laten rijden met behulp van de betreende knop (64) op het dashboard. Als de achteruit wordt ingeschakeld, wordt dat met de zoemer en op het display (71-H) aangegeven. LET OP! Verander tijdens het sturen niet plotseling van richting, let altijd goed op en stuur altijd bij lage snelheden, vooral als de afvalcontainer vol is of als de machine op een helling staat. Laat de machine langzaam rijden op hellende oppervlakken. Als u omlaag rijdt op hellende oppervlakken, houd de rijsnelheid dan onder controle met het rempedaal (6). Stuur niet op hellende oppervlakken; blijf in een rechte lijn rijden, zowel omhoog als omlaag. OPMERKING De machine is voorzien van een antislipsysteem dat de snelheid waar nodig tijdens het sturen en bij zijdelings kantelen van de machine begrenst, onafhankelijk van de druk die wordt uitgeoefend op het pedaal. Deze snelheidsbeperking is geen storing, maar een eigenschap die de stabiliteit en veiligheid van de machine onder alle omstandigheden verhoogt.NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING
1. Voer punten 1 tot en met 3 van de paragraaf over het starten van de machine uit.
2. De verbrandingsmotor hoeft niet te worden gestart als het laadniveau van de accu’s voldoende
3. Controleer de laadtoestand van de accu’s tijdens de werkzaamheden. Wanneer er op het
multifunctionele display (71) minstens een segment van het accupictogram niet-knipperend brandt (A, Afb. 1), kan de machine worden gebruikt met de verbrandingsmotor uitgeschakeld. Wanneer het accupictogram (A) blijft branden met slechts een segment knipperend kan de verbrandingsmotor worden gestart. Of laad de accu’s op met de geïntegreerde acculader (zie de procedure in het hoofdstuk Onderhoud).
4. Wanneer u de machine weer wilt gebruiken met de verbrandingsmotor uitgeschakeld, druk op
de knop (36) en houd deze ingedrukt totdat de motor stopt.
5. Wanneer het scherm (B) op het multifunctionele display wordt weergegeven, moet u de accu’s
volledig opladen met de geïntegreerde acculader. Maak uw werkzaamheden af en zet de machine op de speciaal voor het opladen bedoelde plek.
6. Voer een volledige laadcyclus uit voordat u de machine opnieuw gebruikt (zie de procedure in
het hoofdstuk Onderhoud).
P100924 Afbeelding 1 De machine stoppen
1. Laat het gaspedaal (5) los om de machine te stoppen.
2. Als u de machine snel tot stilstand wilt brengen, drukt u ook het pedaal van de servicerem (6) in.
LET OP! De machine regelt de snelheid in verhouding tot de druk op het gaspedaal en verhoogt en verlaagt de snelheid op basis daarvan. Bij speciale werk- en omgevingsomstandigheden (bijvoorbeeld wanneer de machine van een steile helling rijdt), wordt het systeem voor automatische deceleratie van de machine uitgeschakeld om het systeem te beschermen. Gebruik dan de servicerem (6) zodat u zekerheid over de remweg van de machine hebt.
3. Als u alle functies van de machine in een noodgeval meteen wilt stoppen, drukt u op de noodknop (69).
U kunt de noodknop (69) na de activering uitschakelen door de schakelaar met de klok mee te draaien. LET OP! De noodknop (69) deactiveert ook het automatische deceleratiesysteem van de machine; wanneer deze in beweging is, gebruikt dit systeem de servicerem (6) om de machine te stoppen.
4. Zet de contactsleutel (51) in stand ‘0’ en verwijder de sleutel daarna.
1. Schakel de parkeerrem in door het pedaal (6) in te drukken en tegelijkertijd de hendel de rem (7) te activeren.
2. Schakel de parkeerrem uit door het pedaal (6) in te drukken en weer los te laten.
LET OP! Schakel de parkeerrem in voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert, onderdelen vervangt of omzettingen naar andere functies uitvoert. Schakel de parkeerrem in als u de machine op hellingen parkeert. LET OP! Controleer voordat u de machine onbeheerd achterlaat of de parkeerrem de machine op zijn plek kan houden, met daarbij een veilige marge. LET OP! Voor gebruik van de machine op hellingen moet u zich aan de maximale hellingshoek houden die op de machine wordt aangegeven (zie de tabel met technische eigenschappen).GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS
1. Ga naar de plaats waar de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd zoals beschreven in het vorige deel.
2. Begin met reinigen door de hoofdborstel omlaag te zetten en het aanzuigsysteem te activeren met de knop One-Touch (52).
3. (Optioneel) activeer de installatie voor stofbestrijding DustGuard™ met de knop (68).
4. Zet de zijborstels omlaag met de knoppen (53) en (54, optioneel). Stel waar nodig de snelheid van de zijborstels in met de knoppen + en - (55, pictogram op display 71-I). OPMERKING De borstels (18, 15, 16) kunnen ook als de machine beweegt omlaag en omhoog worden gezet. Als de borstels omlaag worden gezet, worden de borstels, het aanzuigsysteem en de installatie voor stofbestrijding (optioneel) automatisch geactiveerd en alleen terwijl de machine beweegt. OPMERKING De pictogrammen voor de zijborstels (71-F) geven de werkconguratie van de zijborstels aan. Als dit pictogram aanwezig is, wordt de betreende zijborstel samen met de hoofdborstel via de knop One-Touch (52) geactiveerd en gedeactiveerd.
5. Begin met de veegwerkzaamheden door de machine met de handen op het stuur (1) te manoeuvreren en op het gaspedaal
(5) te drukken. Waar nodig kan de maximale snelheid met de knoppen (58) en (59) worden ingesteld. 6. Laat de machine in een rechte lijn en met een geschikte snelheid vooruit rijden. Laat de machine langzamer rijden als er veel vuil moet worden opgeveegd of als het voor de veiligheid beter is om een lagere snelheid in te stellen. Zorg dat elke baan met ongeveer 10 cm overlapt. 7. Bij het verzamelen van lichte, maar omvangrijke stukken moet u de voorap door middel van de hendel (8) omhoog brengen. Let op: als de voorap omhoog blijft staan, is de aanzuigcapaciteit van de machine kleiner. LET OP! Wanneer u op natte oppervlakken moet werken, moet u het aanzuigsysteem met de knop (56) uitschakelen om het stolter te beschermen. 8. Voor een goed veegresultaat moet het stolter altijd zo schoon mogelijk zijn. Tijdens het reinigen kunt u de lterschudder activeren door op de knop (57) te drukken. Herhaal deze handeling gemiddeld elke 10 minuten tijdens de werkzaamheden (dit is afhankelijk van de hoeveelheid stof in de te reinigen zone). OPMERKING Deze handeling kan ook worden uitgevoerd terwijl de machine beweegt. WAARSCHUWING! Als het stolter verstopt en/of de afvalcontainer vol is, kan de machine geen stof en vuil meer verzamelen. 9. Als de werkzaamheden zijn voltooid en telkens als de afvalcontainer (12) vol is, moet u deze legen (zie hiervoor het volgende deel). WAARSCHUWING! De motor heeft een alarmsysteem dat schade aan de motor zelf voorkomt als er niet genoeg olie in het carter zit. Voordat het oliepeil in het carter onder het veilige niveau komt, stopt het alarmsysteem automatisch de motor en wordt het pictogram (71-R) op het multifunctionele display weergegeven. WAARSCHUWING! Bij overbelasting van een van de borstelmotoren door vreemd materiaal dat het draaien belemmert of door overmatige druk van de borstel op de vloer (zie de procedure in de paragraaf De hoogte van de hoofd-/ zijborstels controleren en afstellen in het hoofdstuk Onderhoud), dan zorgt een beveiligingssysteem dat de motor wordt uitgeschakeld.NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING
LET OP! De afvalcontainer (12) mag alleen worden geleegd op een vlakke ondergrond. Zet de afvalcontainer nooit omhoog op een hellende ondergrond. LET OP! Als de afvalcontainer (12) omhoog wordt gezet en geleegd, controleer of er geen mensen in de buurt van de machine aanwezig zijn, vooral in de ruimte rond de afvalcontainer. OPMERKING Als de afvalcontainer (12) omhoog staat, wordt het aanzuigsysteem automatisch uitgeschakeld en wordt de maximumsnelheid van de machine vanwege de veiligheid verlaagd. Zet de machine bij de plek waar het vuil moet worden gestort en ga als volgt verder.
1. Zet de zijborstels en -hoofdborstel omhoog.
2. Druk de bevestigingsknop (66) en de knop voor afvalcontainer omhoog (61) tegelijkertijd in zodat de afvalcontainer (A, Afb. 2) omhoog gaat tot de gewenste hoogte.
3. Verplaats de veegmachine naar de plek waar moet worden gestort en schakel de parkeerrem in.
4. Draai de afvalcontainer (B) met de bevestigingsknop (66) en de knop (62) om het verzamelde stof en vuil te storten (C). WAARSCHUWING! De afvalcontainer (A) van de machine kan alleen worden gekanteld op een minimale hoogte van 35 cm. De maximale hoogte voor het legen van de afvalcontainer is 150 cm.
5. Herstel het draaien van de afvalcontainer met de bevestigingsknop (66) en de knop (63).
6. Zet de afvalcontainer omlaag door tegelijkertijd op de bevestigingsknop (66) en de knop (61) te drukken.
WAARSCHUWING! Controleer of het pictogram voor opening van de container (71-K) op het display verdwijnt en de zoemer stopt zodat u zeker weet dat de afvalcontainer (12) weer volledig in de werkpositie staat.
7. De machine is weer klaar voor gebruik.
max 1500 mm (59 in) P100895 Afbeelding 2GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS
Als u klaar bent, moet u de volgende handelingen uitvoeren voordat u machine achterlaat: – Activeer de lterschudder kort door op de knop (57) te drukken. – Leeg de afvalcontainer (12) (zie de procedure in het vorige deel). – Zet de borstels omhoog met de knop One-Touch (52). – (Alleen voor uitvoeringen met LPG). Sluit de serviceklep op de LPG-es (32) en laat de motor draaien totdat alle brandstof uit de leidingen is gestroomd (de motor stopt). – Schakel de machine uit door de contactsleutel (51) op ‘0’ te zetten en te verwijderen. – Schakel de parkeerrem in. OPMERKING Als de machine langer dan 5 minuten uitgeschakeld en gedeactiveerd wordt achtergelaten, met de contactsleutel (51) in stand ‘I’, gaat het elektrische systeem in een toestand met een laag verbruik (stand-by). Wanneer u de werkzaamheden wilt hervatten, moet u de machine met de contactsleutel (51) weer uit- en inschakelen.
LANGE PERIODE VAN STILSTAND
Als de machine langer dan 30 dagen niet wordt gebruikt, is het raadzaam de volgende handelingen uit te voeren: – Voer de handelingen uit het deel ‘Na gebruik van de machine’ uit. – Controleer of de opbergruimte van de machine schoon en droog is. – (Voor dieseluitvoering). Sluit het brandstofkraantje (34). – (Voor uitvoeringen met LPG). Sluit de serviceklep van de LPG-es. – Ontkoppel de minklem (-) van de accu’s (46). – Behandel de motor (42) zoals wordt aangegeven in de betreende handleiding. – (Voor machines met installatie voor stofbestrijding). Leeg de tank (23) en reinig de waterlter (zie de procedure in het hoofdstuk Onderhoud). ONDERHOUD De levensduur van de machine en de optimale veilige werking ervan worden geholpen door nauwkeurig en regelmatig onderhoud. Hieronder staat het verkorte schema voor regelmatig onderhoud. De aangegeven intervallen zijn afhankelijk van de specieke werkomstandigheden en worden bepaald door de verantwoordelijke persoon voor onderhoud. Alle regelmatige of buitengewone onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door bevoegd personeel of bij een bevoegd servicecentrum. WAARSCHUWING! Elke keer dat het pictogram Service op het display (71) wordt weergegeven, moet contact worden opgenomen met een erkend Nilsk servicecentrum voor het normale onderhoud. In deze handleiding staan na het onderhoudsschema alleen de eenvoudigste en meest voorkomende onderhoudsprocedures. De procedures voor de onderhoudswerkzaamheden die niet in het schema voor normaal en buitengewoon onderhoud staan, vindt u in de servicehandleiding, die bij de verschillende servicecentra ligt. LET OP! De onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd op een uitgeschakelde machine (sleutel verwijderd) en, wanneer hierom wordt gevraagd, met ontkoppelde accu’s. Lees eerst aandachtig de instructies in het hoofdstuk Veiligheid door, voordat u de onderhoudswerkzaamheden uitvoert. ONDERHOUDSSCHEMA Procedure Bij aevering Elke 10 uur Elke 50 uur Elke 100 uur Elke 200 uur Elk jaar Controle motoroliepeil (1) Controle niveau accuvloeistof (2) Controle hoogte zij- en hoofdborstels Controle luchtlter motor (1) Controle en reiniging van de stolter voor de afvalcontainer (methode A) (3)NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING
24 SW5500, FLOORTEC R 985 - 1466472000
03/2016 ONDERHOUDSSCHEMA (vervolg) Procedure Bij aevering Elke 10 uur Elke 50 uur Elke 100 uur Elke 200 uur Elk jaar Controle oliepeil van hydraulische systeem voor opheen van afvalcontainer (2) Controle hoogte en werking aps Controle en reiniging waterlter installatie voor stofbestrijding (optioneel) Controle/afstelling van remkabels (*) (4) Reiniging luchtlter motor (3) (3) Controle en reiniging van de stolter voor afvalcontainer (methode
(3) Controle werking lterschudder (*) Visuele controle van aandrijfriem van hoofdborstel (*) Verversing motorolie (5) (6) Controle/reiniging van bougie Reiniging stuurketting (*) Controle/afstelling van stuurketting (*) Controle veiligheidsfuncties (2) Reiniging van brandschot van motor (7) Controle/afstelling/vervanging van trommelremmen (*) (4) Controle en reiniging van het stolter voor afvalcontainer (methode
(3) Controle en/of vervanging van aandrijfriem van hoofdborstel (*) Controle integriteit pakkingen afvalcontainer (*) Controle/afstelling van werking van sensor voor afvalcontainer omhoog
Controle en/of vervanging van koolborstels motoren (*) Reiniging brandstolter (diesel) (*) Vervanging van kartonnen luchtlter van motor Vervanging bougie Controle/afstelling van stationair motortoerental (*) Controle/afstelling klepspeling (7) Verversing olie hydraulisch systeem (*) (8) Vervanging van toevoerslang (LPG) (*) Reiniging verbrandingskamer motor Elke 500 uur (7) Controle/vervanging van brandstofslang (diesel) Elke 2 jaar (7) (*) Zie voor de betreende procedure de werkplaatshandleiding. (1) Dagelijks of na gebruik van de machine. (2) Of voor het starten. (3) Of vaker in stoge ruimten. (4) Of vaker als de machine veel op hellingen wordt gebruikt. (5) Of elke 6 maanden. (6) En na de eerste 20 inloopuren. (7) Onderhoudswerkzaamheden onder bevoegdheid van een bevoegde dealer van Honda/Yanmar. (8) Ververs de olie van het hydraulische systeem na 500 uur of elk jaar.GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS
Hoofdscherm (E, Afb. 3)
1. Draai de contactsleutel (51) in stand ‘I’ voor starten
terwijl u de knoppen (52) en (53) ingedrukt houdt, om het hoofdscherm (E, Afb. 3) te openen.
2. Druk op de knop (A) om de instellingen van de machine
te wijzigen (zie de paragraaf Instellingenscherm van de machine).
3. Druk op de knop (B) om eventueel opgeslagen alarmen
van de machine te controleren (zie de paragraaf Alarmgeheugenscherm).
4. Druk op de knop (C) om de werkuren van de machine te
terug te keren naar de bedienersmodus.
P100897 Afbeelding 3 Instellingenscherm van de machine (F, Afb. 4) Met deze functie kan de waarde van de parameters beschreven in de volgende parametertabel aangepast worden.
1. Druk op de knop (C) om de waarde van de huidige
parameter te verhogen. Druk op de knop (D) om de waarde van de huidige parameter te verlagen.
2. Druk op de knop (A) om naar de volgende parameter te
3. Houd de knop (B) ingedrukt om terug te keren naar het
P100898 Afbeelding 4 TABEL VAN PARAMETERS DIE GEWIJZIGD KUNNEN WORDEN Waarden Code Beschrijving Minimum Fabrieksinstelling Maximum VSL Draaisnelheid van de zijborstels 50% 100% 100% SCF Activeringstijd lterschudder 5 sec 20 sec 60 sec. FVMIN Minimum snelheid voorwaarts rijden 0% 25% 100% FVMAX Maximum snelheid voorwaarts rijden 10% 85% 100% RVMAX Maximum snelheid achterwaarts rijden 10% 30% 50% BAT (*) Gemonteerd accutype (zie tabel) 0 0 1 TOFF Automatische uitschakeltijd 0 sec 300 sec 600 sec BRGH Contrast van display 5 25 50 RESET Herstel van alle parameters naar de waarden van de fabrieksinstellingen
Gemonteerd accutype Waarde WET Accu’s met vloeibaar zuur 0 GEL / AGM GEL-accu’s of algemene AGM-accu’s 1 (*) Alleen belangrijk bij installatie van hybridesetNEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING
26 SW5500, FLOORTEC R 985 - 1466472000
03/2016 Alarmgeheugenscherm (G, Afb. 5) Met deze functie kan gecontroleerd worden of de machine eventueel alarmen heeft opgeslagen. Gebruik deze functie uitsluitend met ondersteuning van het Nilsk servicecentrum om eventuele werkingsproblemen op te lossen. Druk herhaaldelijk op de knop (A) om naar het hoofdscherm (E, Afb. 3) terug te keren.
P100899 Afbeelding 5 Urentellerscherm (H, Afb. 6) Via deze functie kan het totale aantal werkuren van elk subsysteem van de machine gecontroleerd worden: – Urenteller TOTAAL (totale tijd van inschakeling van de machine) – Urenteller ZIJBORSTELS (gebruikstijd van de zijborstels) – Urenteller HOOFDBORSTEL (gebruikstijd van het systeem van de hoofdborstel) – Urenteller AANDRIJVING (gebruikstijd van het aandrijfsysteem) – Urenteller AANZUIGSYSTEEM (gebruikstijd van het aanzuigsysteem) Druk op de knop (A) om naar het hoofdscherm (E, Afb. 3) terug te keren.
P100900 Afbeelding 6GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS
1466472000 - SW5500, FLOORTEC R 985 27
03/2016 DE HOOGTE VAN DE HOOFDBORSTEL CONTROLEREN EN AFSTELLEN OPMERKING Er zijn verschillende soorten borstels leverbaar. Deze procedure is van toepassing op alle soorten borstels.
1. Controleer of de hoofdborstel de juiste hoogte van de vloer
heeft. Ga hierbij als volgt te werk:
- Zet de machine op een vlakke ondergrond.
- Schakel de parkeerrem in.
- Zet de hoofdborstel omlaag met de knop One-Touch (52).
- Laat de borstel draaien door nog een keer op de knop te drukken en de knop One-Touch (52) 3 seconden ingedrukt te houden.
- Als de borstel 30 seconden is ingeschakeld (aangegeven op het display zoals in Afb. 7), zet u de borstel omhoog met de knop One-Touch (52).
- Controleer of de indruk (A, Afb. 8) van de hoofdborstel over de hele lengte 2 - 4 cm breed is. Alleen wanneer de indruk (A) afwijkt, moet u de hoogte van de hoofdborstel afstellen, zoals hieronder wordt beschreven.
2. Draai de knop (B, Afb. 9), maar houd hierbij rekening met
- Als u de breedte van de indruk wilt vergroten, draai de knop tegen de klok in.
- Als u de hoofdborstel met de knop One-Touch (52) omhoog hebt gezet, draait u de hendel met de klok mee om de breedte van de indruk te verkleinen. OPMERKING Naast afstelling van de indruk op de grond kan de borstel ook met de knop worden afgesteld op basis van de slijtage van de haren.
3. Voer punt 1 opnieuw uit om te controleren of de
hoofdborstel nu de juiste hoogte van de grond heeft.
4. Wanneer het pictogram (71-N) op het display wordt
weergegeven, vervang de borstel zoals aangegeven in de volgende paragraaf. OPMERKING Als u de indruk (A, Afb. 8) niet juist kunt afstellen, wanneer de indruk van de borstel aan beide uiteinden verschillend is, vindt u in de werkplaatshandleiding de juiste afstellingsprocedure. P100901 Afbeelding 7
0,8 - 1,6 in P100902 Afbeelding 8
P100903 Afbeelding 9NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING
28 SW5500, FLOORTEC R 985 - 1466472000
03/2016 DE HOOFDBORSTELVERVANGEN LET OP! Wij raden u aan werkhandschoenen te dragen als u de borstel vervangt omdat er scherpe deeltjes tussen de haren van de borstel kunnen blijven hangen.
1. Zet de machine op een vlakke ondergrond en schakel de
2. Controleer of de hoofdborstel omhoog staat.
3. Zet de contactsleutel (51) in stand ‘0’ en verwijder de
4. Verwijder de klep links (A. Afb. 10) door de steunen (B) te
5. Trek aan de knop (C, Afb. 11) zoals aangegeven met de pijl
om de sluitsteun (D) los te halen.
6. Draai en open de sluitsteun (D) samen met de zijap links
7. Verwijder de hoofdborstel (F, Afb. 12).
8. Controleer of de naaf (G) geen vuil of voorwerpen (draden
etc.) bevat die per ongeluk zijn meegedraaid.
9. Monteer de nieuwe hoofdborstel en zorg dat de haren in
dezelfde richting als in de afbeelding (H) staan.
10. Monteer de nieuwe hoofdborstel in de machine en
controleer of de zeshoekige connector (I) in de betreende naaf (G) valt.
11. Draai en sluit de sluitsteun (D, Afb. 11) en trek bij het
sluiten kort aan de knop (C) totdat deze helemaal vastzit. OPMERKING Bij het sluiten moet u de hoofdborstel met één hand helpen bij het insteken in de conische naaf van de sluitsteun (D).
12. Monteer de klep links (A. Afb. 10) en haak deze vast met
de steunen (B). WAARSCHUWING! Controleer de hoogte van de hoofdborstel en stel eventueel af, zoals wordt beschreven in het vorige deel.
P100904 Afbeelding 10
P100905 Afbeelding 11
P100906 Afbeelding 12GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS
1466472000 - SW5500, FLOORTEC R 985 29
03/2016 DE HOOGTE VAN DE ZIJBORSTELS CONTROLEREN EN AFSTELLEN OPMERKING Er zijn verschillende soorten borstels leverbaar. Deze procedure is van toepassing op alle soorten borstels.
1. Controleer of de zijborstels de juiste hoogte van de vloer
hebben. Ga als volgt te werk:
- Zet de machine op een vlakke ondergrond.
- Zet de machine stil, laat de zijborstels zakken en laat deze enkele seconden draaien.
- Zet de zijborstels stil en breng deze omhoog voordat u de machine verplaatst.
- Controleer of de indruk van de zijborstels, zowel in de breedte als in de richting, is zoals afgebeeld in de afbeelding (A en B, Afb. 13). Alleen wanneer de indruk afwijkt, moet u de hoogte van de zijborstels afstellen, zoals hieronder wordt beschreven.
2. Schakel de parkeerrem in.
3. Draai de contactsleutel (51) naar stand ‘0’.
4. Voor de zijborstel rechts moet u de retour instellen door
de knop (C, Afb. 14) te gebruiken en de stelknop (D) los te draaien, maar houd rekening met het volgende:
- Als u de indruk wilt vergroten, draai de knop tegen de klok in.
- Als u de indruk wilt verkleinen, draai de knop met de klok mee.
5. Wanneer u klaar bent, blokkeert u de retour met de knop
6. Voor de zijborstel links moet u de retour instellen door de
knop (E) los te halen en deze in te stellen met de stelknop (F).
7. Wanneer u klaar bent, blokkeert u de retour met de knop
8. Voer punt 1 opnieuw uit om de indruk van de zijborstels op
de grond te controleren.
9. Als de borstel door overmatige slijtage niet meer kan
worden afgesteld, moet de borstel zoals in het volgende deel worden vervangen. OPMERKING U kunt eventueel ook de hellingshoek van de zijborstels afstellen (zie de procedure in de werkplaatshandleiding). B A P100907 Afbeelding 13
P100908 Afbeelding 14NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING
30 SW5500, FLOORTEC R 985 - 1466472000
03/2016 LET OP! Wij raden u aan werkhandschoenen te dragen als u de zijborstel vervangt omdat er scherpe deeltjes tussen de haren van de borstel kunnen blijven hangen.
1. Zet de machine op een vlakke ondergrond en schakel de
2. Draai de contactsleutel (51) naar stand ‘0’.
3. Haal de klem van de pen (A, Afb. 15) los en verwijder de
4. Verwijder de borstel (B) en neem de beschermingsens (C)
5. Monteer de nieuwe zijborstel in de naaf (D) met de
6. Steek de bevestigingspen naar binnen en bevestig deze
met de beveiligingsklem.
7. Controleer de hoogte van de zijborstel en stel deze
eventueel af, zoals wordt beschreven in het vorige deel.
P100909 Afbeelding 15
03/2016 Het aanzuigsysteem kan alleen goed werken als de stolter regelmatig wordt gereinigd. De lter gaat langer mee als u zich aan de aanbevolen onderhoudsintervallen houdt. LET OP! – Draag bij het reinigen van de lter altijd een veiligheidsbril. – Maak geen gaten in de lter. – Reinig de lter in een goed geventileerde ruimte. – Draag een beschermingsmasker om te voorkomen dat u stof inademt.
1. Zet de machine op een vlakke ondergrond, schakel de
parkeerrem in en draai de contactsleutel (51) naar ‘0’.
2. Open de klep van de motorruimte (19) en zorg dat deze
met de veiligheidsstang (47) is vastgezet.
3. Haal de steunen (A, Afb. 16) los en zet de afdekking van
het aanzuigsysteem (B) omhoog.
4. Zet het stolter (C, Afb. 17) omhoog en verwijder het uit de
5. Reinig de lter met een van de volgende methoden:
Methode A Zuig het stof uit het lter. Tik de lter voorzichtig tegen een vlak oppervlak (met het vuile oppervlak omlaag) om het vuil en stof te verwijderen. OPMERKING Zorg dat u het metalen lipje dat uit de pakking steekt niet beschadigt. Methode B Zuig het stof uit het lter. Blaas perslucht (maximaal 6 bar) in de schone kant van de lter (in de tegengestelde richting van de luchtstroom). Methode ‘C’ (alleen voor optioneel polyester lter) WAARSCHUWING! Kartonnen lter: gebruik geen water of schoonmaakmiddelen om het lter te reinigen, anders kunt u het onherstelbaar beschadigen. Zuig het stof uit het lter. Dompel de lter 15 minuten in warm water en spoel de lter daarna af onder een zachte waterstraal (maximaal 2,5 bar). Plaats de lter pas weer terug in de machine als hij volledig droog is. U kunt de lter grondig reinigen met water en eventueel een niet-schuimend reinigingsmiddel. Hoewel het lter hierdoor schoner wordt, wordt de levensduur van het lter korter en zal dus vaker moeten worden vervangen. Het gebruik van ongeschikte schoonmaakmiddelen kan de functionele eigenschappen van het lter verminderen.
6. Volg voor montage van de lter de instructies in
omgekeerde volgorde en let daarbij op het volgende:
- Reinig de zitting van de lter.
- Monteer het lter met het rooster omhoog (D, Afb. 17).
- Als de pakking op de lter is gescheurd of ontbreekt, moet deze worden vervangen.
7. Druk op de hendel (E) om de afdekking los te halen en te
sluiten (B, Afb. 16).
A A P100910 Afbeelding 16
P100911 Afbeelding 17 REINIGING EN CONTROLE OP BESCHADIGING VAN HET STOFPANEELFILTERNEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING
1. Leeg de afvalcontainer (zoals in het hoofdstuk Gebruik
wordt aangegeven) om te voorkomen dat het gewicht van het afval in de container invloed uitoefent op de controle van de hoogte van de aps.
2. Zet de machine op een vlakke ondergrond die als
referentieoppervlak kan dienen om de hoogte van de aps te controleren.
3. Draai de contactsleutel (51) naar ‘0’ en schakel de
parkeerrem in. Controle van de zijaps
4. Verwijder de klep links (14) en rechts (13) door de steunen
te draaien. OPMERKING De steunen van de klep rechts (13) moeten met gereedschap worden gedraaid.
5. Controleer of de zijaps heel zijn (A, Afb. 18) en (B).
Vervang de aps als er scheuren (C, Afb. 19) van meer dan 20 mm of breuken (D) van meer dan 10 mm in zitten (zie de werkplaatshandleiding voor vervanging van de aps).
6. Controleer of de zijaps (A, Afb. 18) en (B) 0 tot 3 mm van
de grond staan (E, Afb. 20). Haal eventueel de moeren (F, Afb. 18) los en stel de stand van de aps af. Draai daarna de moeren (F) weer vast. Controle van de voor- en achterap
7. Verwijder de hoofdborstel, zie het betreende deel.
8. Controleer de vooraps (G, Afb. 21) en de achteraps (H)
en (I) op beschadigingen. Vervang de aps bij scheuren (C, Afb. 19) van meer dan 20 mm of breuken (D) van meer dan 10 mm.
9. Controleer of de vooraps (G, Afb. 21) en de achteraps (I)
de vloer lichtjes raken en of ze niet loskomen van de vloer (J, Afb. 20).
10. Zie voor het vervangen van de aps de betreende
procedure in de werkplaatshandleiding. Instelling
11. Monteer de onderdelen weer in de omgekeerde volgorde
van demontage. BF F A F P100912 Afbeelding 18 > 20 mm (> 0,8 in) > 10 mm (> 0,4 in)
P100913 Afbeelding 19 0÷3 mm (0÷0,12 in) FRONT E J P100914 Afbeelding 20 GHI P100915 Afbeelding 21 CONTROLE VAN DE HOOGTE EN WERKING VAN DE FLAPSGEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS
1466472000 - SW5500, FLOORTEC R 985 33
03/2016 OPMERKING Voorkom dat het water tijdens de reinigingswerkzaamheden uit de lter stromen door de installatie voor stofbestrijding in te schakelen en de tank (23) van het systeem te legen.
1. Zet de machine op een vlakke ondergrond.
2. Draai de contactsleutel (51) naar ‘0’ en schakel de
3. Zet het zijpaneel links (32) omhoog en demonteer het
voor toegang tot de waterltereenheid (A, Afb. 22) van de installatie voor stofbestrijding.
4. Draai de transparante afdekking (B) met de pakking (C) los
en verwijder deze, en verwijder daarna het lterrooster (D).
5. Reinig deze en monteer terug in de steun (E).
OPMERKING Plaats de pakking (C) en het lterrooster (D) goed in de houders van de afdekking en de steun van de ltereenheid.
1. Draai de contactsleutel (51) naar ‘0’ en schakel de
2. Open de klep van de motorruimte (19) en zet deze vast
met de veiligheidsstang (47).
3. Controleer of het oliepeil in de tank van de hydraulische
regeleenheid (46) tussen het minimale (MIN) en maximale (MAX) peil staat, zoals aangegeven in Afb. 23.
4. Vul eventueel het peil bij via de dop (A) met de olie die in
het deel Technische eigenschappen wordt aangegeven.
MAX MIN P100917 Afbeelding 23NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING
34 SW5500, FLOORTEC R 985 - 1466472000
03/2016 CONTROLE VAN HET PEIL EN VERVERSING VAN DE MOTOROLIE (dieseluitvoering) Controle motoroliepeil WAARSCHUWING! Als de motor draait met een laag oliepeil, kan de motor beschadigd raken.
1. Zet de machine op een vlakke ondergrond en schakel de
2. Draai de contactsleutel (51) naar stand ‘0’.
3. Open de klep van de motorruimte (19) en zet deze vast
met de veiligheidsstang (47).
4. Zet het zijpaneel links (32) omhoog en demonteer het.
5. Verwijder de dop (A, Afb. 24).
6. Controleer het oliepeil. Wanneer dit onder de bovenste
limiet (B) staat, moet u olie bijvullen tot de bovenste limiet.
7. Plaats de vuldop (A) goed terug.
Verversing motorolie WAARSCHUWING! De verwijderde motorolie moet verwerkt worden volgens de geldende milieuwetgeving. OPMERKING We raden u aan de olie te verversen als de motor nog warm is, zodat de olie beter wegstroomt.
8. Voer de punten 1 tot en met 4 van de vorige procedure uit.
9. Verwijder de dop (A).
10. Haal de aftapslang (C) los en leg deze buiten de machine.
11. Verwijder de dop voor het aftappen van de olie (D) uit de
slang en laat de olie in een geschikte opvangbak stromen. Plaats de olieaftapdop en de slang terug in de houder.
12. Giet nieuwe olie in de vulmond (E) totdat het peil bij de
bovenste limiet (B) staat. OPMERKING Zie voor het type en de hoeveelheid van de motorolie het hoofdstuk Technische eigenschappen en de handleiding van de motoren.
13. Plaats de vuldop (A) goed terug.
DIESEL VERSION LPG VERSION P100925 Afbeelding 24GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS
1466472000 - SW5500, FLOORTEC R 985 35
03/2016 CONTROLE VAN HET PEIL EN VERVERSING VAN DE MOTOROLIE (LPG-uitvoering) Controle motoroliepeil WAARSCHUWING! Als de motor draait met een laag oliepeil, kan de motor beschadigd raken. OPMERKING (LPG-uitvoering). Het alarmsysteem schakelt automatisch de motor uit als de olie onder een veiligheidspeil komt. Voorkom dat de motor wordt uitgeschakeld door altijd het oliepeil te controleren voordat u de motor start.
1. Zet de machine op een vlakke ondergrond en schakel de
2. Draai de contactsleutel (51) naar stand ‘0’.
3. Open de klep van de motorruimte (19) en zet deze vast
met de veiligheidsstang (47).
4. Zet het zijpaneel rechts (31) omhoog en demonteer het.
5. Verwijder de dop (A, Afb. 25).
6. Controleer het oliepeil. Wanneer dit onder de bovenste
limiet (E) staat, moet u olie bijvullen tot de bovenste limiet.
7. Plaats de vuldop (A) goed terug.
Verversing motorolie WAARSCHUWING! De verwijderde motorolie moet verwerkt worden volgens de geldende milieuwetgeving. OPMERKING We raden u aan de olie te verversen als de motor nog warm is, zodat de olie beter wegstroomt.
8. Voer de punten 1 tot en met 4 van de vorige procedure uit.
9. Verwijder de dop (A, Afb. 25).
10. Haal de aftapslang (B) los en leg deze buiten de machine.
11. Verwijder de dop (C) uit de slang en laat de olie in een
geschikte opvangbak stromen. Plaats de olieaftapdop en de slang terug in de houder.
12. Verwijder de vuldop (D) en giet nieuwe olie naar binnen in
de vulmond totdat het oliepeil bij de bovenste limiet (E) in de opening staat. OPMERKING Zie voor het type en de hoeveelheid van de motorolie het hoofdstuk Technische eigenschappen en de handleiding van de motoren.
13. Plaats de vuldop (D) en de dop (A) goed terug.
LPG VERSION P100926 Afbeelding 25NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING
1. Zet de machine op een vlakke ondergrond en schakel de
2. Draai de contactsleutel (51) naar stand ‘0’.
3. Open de klep van de motorruimte (19) en zet deze vast
met de veiligheidsstang (47).
4. Zet het zijpaneel links (32) omhoog en demonteer het.
5. Verwijder de bout (A, Afb. 26).
6. Verwijder de dop (B) en verwijder het olielter (C).
7. Reinig het olielter of vervang het bij beschadiging.
8. Monteer het olielter (C).
9. Controleer of de dop (B) van het olielter helemaal naar
10. Installeer de bevestigingsbout (A) en draai deze vast.
11. Vul motorolie bij zoals wordt aanbevolen (zie de tabel
met technische eigenschappen en de handleiding van de motor). WAARSCHUWING! Zie de paragraaf Controle van het oliepeil van de motor voor de procedure voor bijvullen van de olie.
13. Wanneer de motor warm is, schakelt u de motor uit en laat
deze 10 minuten afkoelen. ABC DIESEL VERSION P100927 Afbeelding 26GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS
1466472000 - SW5500, FLOORTEC R 985 37
03/2016 Een vuil luchtlter zorgt dat er minder lucht door het lter stroomt, waardoor de prestaties van de motor afnemen. Wanneer u in zeer stoge omgevingen werkt, moet u de lters vaker reinigen of vervangen dan in het onderhoudsprogramma wordt aangegeven. WAARSCHUWING! Als de motor zonder luchtlters of met beschadigde lters wordt gebruikt, slijt de motor zelf sneller.
1. Zet de machine op een vlakke ondergrond en schakel de
2. Draai de contactsleutel (51) naar stand ‘0’.
3. Open de klep van de motorruimte (19) en zet deze vast
met de veiligheidsstang (47).
4. (Diesel-uitvoering). Zet het zijpaneel links (32) omhoog en
demonteer het. (LPG-uitvoering). Zet het zijpaneel rechts (31) omhoog en demonteer het.
5. Verwijder de vleugelmoer (A, Afb. 27) en verwijder de
6. Verwijder de vleugelmoer (C) en demonteer het
7. Haal het kartonnen lter (D) los van het sponslter (E)
8. Controleer beide lters en vervang ze als ze zijn
beschadigd. Vervang het kartonnen lter (D) wanneer voorzien (zie het onderhoudsschema).
9. Wanneer u de lters opnieuw wilt gebruiken, reinig ze door
de binnenkant van de lters door te blazen met perslucht [maximaal 207 kPa (2,1 kgf/cm)]. Verwijder het vuil niet met een borstel om de vezels niet te beschadigen.
10. Reinig de basis en de afdekking (B) van het luchtlter
met een vochtige doek. Zorg vooral dat het vuil niet in de leiding (G) komt.
11. Monteer het sponslter (E) op de kartonnen lter (D) en
monteer het gemonteerde lterelement. Controleer of de pakking (F) onder het lterelement komt. Draai de vleugelmoer (C) van het lterelement vast.
P100928 Afbeelding 27 CONTROLE/REINIGING VAN DE LUCHTFILTERS VAN DE MOTOR (diesel- en LPG-uitvoering)NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING
38 SW5500, FLOORTEC R 985 - 1466472000
03/2016 Raadpleeg voor het type bougie het deel Technische eigenschappen. WAARSCHUWING! Een verkeerde bougie kan de motor beschadigen.
1. Zet de machine op een vlakke ondergrond en schakel de
2. Draai de contactsleutel (51) naar stand ‘0’.
3. Open de klep van de motorruimte (19) en zet deze vast
met de veiligheidsstang (47).
4. Zet het zijpaneel rechts (31) omhoog en demonteer het.
5. Koppel het kapje van de bougie (A, Afb. 28) los en
verwijder het vuil rond de bougie (B).
6. Verwijder de bougie met een geschikte sleutel (C).
7. Controleer de bougie. Vervang de bougie als deze
beschadigd of erg verbrand is, als de afdichtring (D) kapot is of als de elektrode is versleten.
8. Meet de afstand tussen de elektroden van de bougie met
een voelmaat. Corrigeer de afstand door de zijdelingse elektrode (E) voorzichtig door te buigen. De afstand tussen de elektroden moet 0,70 - 0,80 mm zijn.
9. Monteer de bougie voorzichtig met de hand en draai hem
10. Als de bougie op zijn plek zit, bevestig de bougie met een
geschikte sleutel om de afdichtring samen te knijpen.
11. Als er een nieuwe bougie wordt gemonteerd, draai deze
1/2 slag vast en knijp daarna de afdichtring dicht.
12. Als er de oorspronkelijke bougie wordt gemonteerd, draai
deze 1/8 - 1/4 slag vast en knijp daarna de afdichtring dicht. WAARSCHUWING! Een losse bougie kan oververhit raken en de motor beschadigen. Draai de bougie niet te stevig vast omdat anders de schroefdraad op de kop beschadigd kan raken.
13. Monteer het kapje op de bougie.
0,7 - 0,8 mm P100929 Afbeelding 28 CONTROLE/VERVANGING BOUGIE MOTOR (LPG-uitvoering)GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS
1466472000 - SW5500, FLOORTEC R 985 39
03/2016 ACCU’S OPLADEN (alleen voor uitvoering met optionele hybrideset gemonteerd) WAARSCHUWING! Laad de accu’s op met de geïnstalleerde acculader totdat het laatste segment van het accupictogram (A, Afb. 29) begint te knipperen of na voltooiing van de werkzaamheden. Houd de accu’s altijd opgeladen, omdat de levensduur van de accu’s dan langer is. Als het scherm (B) op het multifunctionele display wordt weergegeven, dan moeten de accu’s worden opgeladen. LET OP! Als de accu’s leeg zijn, zorg dan dat ze dat niet te lang blijven, omdat de levensduur van de accu anders minder wordt.
1. Zet de machine op een vlakke ondergrond en schakel de
2. Draai de contactsleutel (51) naar stand ‘0’.
3. Sluit de stekker van de acculader (D) aan op een
stopcontact. LET OP! Controleer of de spanning en frequentie op het plaatje van de acculader (D) overeenkomen met die van het stroomnet. OPMERKING Als de acculader op het stroomnet is aangesloten, worden alle functies van de machine automatisch uitgeschakeld. Op het multifunctionele display wordt het scherm (C) weergegeven, zoals aangegeven in de afbeelding.
4. Wanneer het groene accusymbool (E) van de acculader
knippert, worden de accu’s opgeladen.
5. Wanneer het groene accusymbool (E) van de acculader
brandt, zijn de accu’s opgeladen.
6. Zie voor meer informatie over de werking van de acculader
de betreende handleiding.
7. Ontkoppel de stekker van de acculader van het stroomnet.
P100924 Afbeelding 29NEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING
OPMERKING Alle elektrische circuits van de machine worden beschermd door zelfherstellende elektronische mechanismen. De veiligheidszekeringen grijpen alleen in bij ernstige problemen. We raden u aan de zekeringen alleen door gekwaliceerd personeel te laten vervangen. Zie de werkplaatshandleiding die bij de Nilsk-leveranciers verkrijgbaar zijn. VEILIGHEIDSFUNCTIES De machine is voorzien van de volgende veiligheidsfuncties. NOODKNOP Deze bevindt zich links van de bestuurder (69). Deze moet worden ingedrukt als alle functies van de machine meteen moeten worden gestopt.
MICROSCHAKELAAR VAN DE BESTUURDERSSTOEL
Deze bevindt zich in de bestuurdersstoel (3) en zorgt dat de machine niet werkt wanneer de bestuurder niet op de stoel zit. ANTISLIPSYSTEEM Dit systeem verlaagt waar nodig de snelheid tijdens het sturen en als de machine met een bepaalde veiligheidswaarde zijdelings overhelt om plotseling slippen te vermijden en verhoogt de stabiliteit van de machine onder alle omstandigheden.
SENSOR VOOR KANTELING VAN DE MACHINE
Wanneer u de afvalcontainer wilt opheen terwijl de machine niet horizontaal staat, dan verlaagt het systeem de bewegingssnelheid van de container en waarschuwt dat de stabiliteit van de machine in gevaar kan komen door het gewicht van de afvalcontainer; de bestuurder wordt gewaarschuwd met een ander geluid van de zoemer en een pictogram op het display (71), zoals aangegeven in afbeelding 30.
POSITIESENSOR VAN DE AFVALCONTAINER
Als de afvalcontainer omhoog staat, verlaagt de sensor de snelheid van de machine, wordt de aanzuigventilator uitgeschakeld en stoppen de borstels met draaien.
VEILIGHEIDSKLEP VAN DE AFVALCONTAINER
Als de afvalcontainer omhoog staat, voorkomt de veiligheidsklep in de hydraulische hefcilinder dat de container omlaag gaat.
P100918 Afbeelding 30GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS
1466472000 - SW5500, FLOORTEC R 985 41
03/2016 STORINGEN LOKALISEREN Probleem Waarschijnlijke oorzaak Oplossing De motor start niet met de contactsleutel of stopt tijdens de werkzaamheden. De brandstof komt niet bij de motor. Controleer of het brandstofkraantje open staat (diesel). Controleer of de serviceklep van de LPG-es open is (LPG). De bougie vonkt niet (LPG). Controleer of vervang de bougie. (*) De accu’s zijn leeg. Laad op met een geschikte acculaders voor startaccu’s. De noodknop is actief. Controleer de noodknop en schakel deze uit. De motor start niet met de contactsleutel of stopt tijdens de werkzaamheden en het pictogram (71-R) wordt op het multifunctionele display weergegeven. Motoroliepeil is te laag. Controleer het motoroliepeil en vul het bij. (*) De motor start niet met de contactsleutel of stopt tijdens de werkzaamheden en het pictogram (71-Q) wordt op het multifunctionele display weergegeven. De temperatuur van de eenheid motor/dynamo is te hoog. Wacht totdat de motor is afgekoeld voordat u de machine weer gebruikt. Houd waar mogelijk de motorruimte open om het afkoelen te vergemakkelijken. (Alleen voor uitvoering met hybrideset). De machine werkt alleen in stilstand, maar gaat uit als hij moet bewegen en het pictogram knippert. Lege accu’s. Laad de accu’s op. Wanneer het probleem zo niet wordt opgelost, vervangt u de accu’s. (Alleen voor uitvoering met hybrideset). De accu’s gaan snel leeg. Accu’s niet meer eciënt. Vervang de accu’s. Monteer accu’s met grotere capaciteit. Wanneer u de contactsleutel op ‘I’ zet, gaat het display niet aan en werkt de machine niet Noodknop is actief. Controleer de noodknop en schakel deze uit. De machine beweegt niet als het gaspedaal wordt ingedrukt en op het display wordt een alarmmelding aangegeven. Gaspedaal ingedrukt terwijl de contactsleutel op ‘I’ staat. Draai de contactsleutel naar ‘0’ en start daarna zonder het gaspedaal in te drukken. Bestuurder zit niet goed op de bestuurdersstoel. Ga op de bestuurdersstoel zitten. Storing in het aandrijfsysteem. Schakel de machine uit en start de machine opnieuw. Als het probleem aanhoudt, neem contact op met het servicecentrum. De machine beweegt niet en het pictogram (71-S) wordt op het multifunctionele display weergegeven. Verbrandingsmotor uitgeschakeld. Schakel de motor in. Defecte dynamo. Neem contact op met het servicecentrum. De machine beweegt met een lagere snelheid dan normaal. Afvalcontainer niet volledig gesloten. Zet de container in de horizontale stand en laat deze volledig zakken. Machine ingeschakeld op een hellende ondergrond en het antislipsysteem met juiste gewichtsreferentie. Schakel de machine uit en weer in terwijl deze horizontaal staat. De hoofdborstel werkt niet en het bijbehorende pictogram wordt niet op het display weergegeven. Beveiligingssysteem heeft ingegrepen. Schakel de machine uit en start de machine opnieuw. Controleer de toestand van de hoofdborstel (vuil dat het draaien belemmert of te veel druk op de grond). De zijborstels werken niet. Het beveiligingssysteem heeft ingegrepen. Wacht totdat de motor van de betreende zijborstel is afgekoeld en reset daarna de zekering door de betreende knop in te drukken. De machine verzamelt weinig stof/vuil. Stolter verstopt. Reinig het stolter met behulp van de lterschudder of demonteer het lter. Afvalcontainer vol. Leeg de afvalcontainer. Flap niet goed afgesteld of kapot. Stel de aps af of vervang ze. De borstels zijn niet goed afgesteld. Stel de borstels in hoogte af. De afvalcontainer gaat niet omhoog. Oliepeil van hydraulisch systeem is niet juist. Controleer het peil van de hydraulische olie in de tank van de hydraulische regeleenheid. Machine staat niet horizontaal. Zet de machine horizontaalNEDERLANDS GEBRUIKSAANWIJZING
42 SW5500, FLOORTEC R 985 - 1466472000
03/2016 De afvalcontainer kantelt niet. Afvalcontainer staat te laag. Zet de afvalcontainer minstens 350 mm omhoog van de grond. De afvalcontainer gaat niet omlaag. Vanwege de lage temperatuur stroomt de olie van het hydraulische systeem trager door de veiligheidsklep. Wacht enkele seconden tot de olie van het hydraulische systeem wegstroomt. De lterschudder werkt niet. Filterschudder losgekoppeld. Sluit de stekker van de lterschudder weer aan. De installatie voor stofbestrijding (optioneel) werkt niet. Waterreservoir leeg. Vul de tank bij. Spuitmonden verstopt of waterlter verstopt. Reinigen. Pomp defect. Vervangen. (*) (*) Zie voor de betreende instructies de handleiding van de motor. (**) Handelingen die door een servicecentrum van Nilsk moeten worden uitgevoerd. Neem voor meer informatie contact op met de servicecentra van Nilsk. Zij beschikken over de werkplaatshandleiding. VERWIJDERING Als de machine wordt afgedankt, moet hij naar een bevoegd verwijderingbedrijf worden gebracht. Voordat de machine wordt afgedankt, moeten de volgende materialen worden verwijderd en gescheiden en vervolgens volgens de geldende milieunormen naar de betreende afvalverwerkingsbedrijven worden gebracht: – Accu’s – Polyester stolter – Hoofdborstel en zijborstels – Olie hydraulisch systeem – Filter voor olie hydraulisch systeem – Kunststof leidingen en onderdelen – Elektrische en elektronische onderdelen (*) (*) Raadpleeg met name voor het afdanken van elektrische en elektronische onderdelen uw plaatselijke Nilsk-kantoor.Nilsk S.p.A. a socio unico Registered oce: Via F. Turati 16/18, 20121 Milano Administrative oce: Strada Comunale della Braglia n° 18 - 26862 Guardamiglio (Lodi) Phone: +39 0377 451124 - Fax: +39 0377 51443 www.nilsk.com
Notice-Facile