PBV 4200 A1 - Grasmaaier PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PBV 4200 A1 PARKSIDE in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PBV 4200 A1 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PBV 4200 A1 van het merk PARKSIDE.
GEBRUIKSAANWIJZING PBV 4200 A1 PARKSIDE
BENZINE VERTICUTEERMACHINE Bedienings- en veiligheidsinstructies Vertaling van de originele handleiding
1. Verklaring van de symbolen op het apparaat
Lees voorafgaand aan de inbedrijfstelling de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften! Draag een veiligheidsbril! Draag gehoorbescherming! Controle van het oliepeil Belangrijk: Schakel eerst de motor uit voordat de brandstof wordt bijgevuld. Vul niet bij als de motor stationair draait. Gevaar voor vergiftiging! Gebruik het apparaat alleen buitenshuis en nooit in gesloten of slecht geventi- leerde ruimten. Voor onderhoudswerkzaamheden het apparaat uitschakelen en bougiestekker losmaken! Let op! Warme onderdelen. Afstand houden. Let op! Bedrijfsmiddelen zijn brandgevaarlijk en explosief. Lees voor de ingebruikname de complete tekst van de gebruikshandleiding zorgvuldig door! Let op gevaar! Handen en voeten buiten het snijmechanisme houden!50 NL/BE Let op! Gevaar voor verwonding door weggeslingerde voorwerpen! Gegarandeerd geluidsvermogensniveau van het apparaat Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen. STOP MOTOR Het apparaat stopt bij het loslaten van de beugel voor de veiligheidsschakelaar. In deze gebruiksaanwijzing hebben wij plaatsen, die van toepassing zijn op uw veiligheid, van dit teken voorzien. Volume van de vangkorf Gewicht in kg Werkbreedte Tankinhoud Motorolie GEVAAR! Signaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezige, gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft.51NL/BE WAARSCHU- WING! Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt verme- den, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden. VOORZICHTIG! Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt verme- den, tot geringe of matige verwondingen kan leiden. AANWIJZING Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt verme- den, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben.52 NL/BE
FABRIKANT: Scheppach GmbH Günzburger Straße 69 D-89335 Ichenhausen GEACHTE KLANT, Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat. AANWIJZING: De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:
- ondeskundige behandeling,
- Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
- reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen
- inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderde- len
- Dat niet conform de voorschriften is. Let op: Lees voor de montage en voor de inbedrijfstelling de complete tekst van de gebruikshandleiding door. De gebruikshandleiding is bedoeld om het gemakkelijker te maken, uw apparaat te leren kennen en de beoogde toepas- singsmogelijkheden van het apparaat te benutten. De gebruikshandleiding bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het apparaat veilig, vakkundig en economisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het ap- paraat verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruiks- handleiding moet u absoluut de voor de werking van het ap- paraat geldende voorschriften van uw land in acht nemen. Bewaar de gebruikshandleiding bij het product in een plastic hoes, beschermd tegen vuil en vocht. De gebruikshandleiding moet door elke bediener van de machine voor aanvang van de werkzaamheden worden gelezen en zorgvuldig worden nageleefd. Aan het apparaat mogen alleen personen werken, die voor het gebruik van het apparaat geïnstrueerd en over de daar- mee verbonden gevaren geïnformeerd zijn. De vereiste mini- mumleeftijd moet aangehouden worden. Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen veilig- heidsvoorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van machines van hetzelfde type. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongeval- len of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze hand- leiding of de veiligheidsvoorschriften.
3. Beschrijving van het apparaat
2. Beugel voor veiligheidsschakelaar
3a. Bouten 3b. Onderlegringen
4. onderste duwstang
7a. V-snaar 7b. onderste moer op tapbout 7c. bovenste moer op tapbout
11. Startmotor met trekkabel
17a. Vleugelmoer 17b. Vleugelmoer 17c. Luchtfilterelement
18. Platkopbouten voor onderste duwbeugel
19. Borgmoeren voor onderste duwbeugel
4. Inhoud van de levering (afb. 2)
- 1x onderste duwbeugel (4)
- 4x platkopbouten voor onderste duwbeugel M8 x 30 mm (18)
- 4x borgmoeren voor onderste duwbeugel M8 (19)
Dit apparaat is bestemd voor het losmaken en beluchten van een gazon (verticuteren) in particuliere ruimten en mag al- leen worden gebruikt op droge, kort gemaaide gazons. Ieder daarboven uitgaand gebruik geldt als niet volgens de voor- schriften. Het apparaat is geschikt voor particulier gebruik in de tuin of hobbytuin.53NL/BE Het in acht nemen van de door de fabrikant meegeleverde ge- bruikshandleiding is voorwaarde voor het beoogde gebruik van de verticuteermachine. De gebruiksaanwijzing bevat ook de bedrijfs-, onderhouds- en instandhoudingsvoorwaarden. m Waarschuwing! Vanwege het risico op lichamelijk let- sel bij de gebruiker, mag de verticuteermachine niet worden gebruikt als hakselaar voor het kleinmaken van boom- en hegsnijafval. Verder mag de verticuteermachine niet worden gebruikt als motorhakfrees en voor het egaliseren van grondo- neffenheden, zoals molshopen. Om wille van veiligheidsredenen mag de verticuteermachine niet worden gebruikt als aandrijfaggregaat voor andere werk- gereedschap en gereedschapssets behalve als dit uitdrukke- lijk door de fabrikant is toegestaan. De machine mag uitsluitend met de originele onderdelen en originele accessoires van de fabrikant worden gebruikt. De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabri- kant alsook de in de technische gegevens aangegeven afme- tingen moeten in acht worden genomen. Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wan- neer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industri- ele ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet.
6. Veiligheidsvoorschriften
- Maak uzelf vertrouwd met het toepassingsgebied, de be- perkingen van de machine en eventuele speciale bronnen van gevaar.
- Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met alle bedieningsele- menten en hun functie.
- Probeer de machine niet te gebruiken zonder de exacte be- dienings- en onderhoudsvereisten van de motor te kennen en hoe ongelukken met persoonlijk letsel en/of materiële schade kunnen worden voorkomen.
- Het apparaat mag uitsluitend in perfecte staat worden ge- bruikt
- Veiligheidsvoorzieningen niet buiten werking stellen
- Draag een veiligheidsbril en gehoorbescherming
- Draag een lange broek en stevig schoeisel
- Handen en voeten buiten het snijmechanisme houden
- Derden moeten uit de gevarenzone worden gehouden en vreemde deeltjes moeten uit de werkomgeving worden ver- wijderd
- Bij het verlaten van het apparaat: - De motor uitzetten - Stilstand van het snijmechanisme afwachten - Bougiestekker eruit trekken
- Apparaat niet onbeheerd achterlaten
- Kinderen of andere personen die de gebruikshandleiding niet kennen, mogen het apparaat niet gebruiken Algemene veiligheidsvoorschriften Voordat u met het apparaat gaat werken, dient u zorgvuldig de gebruikshandleiding te lezen en zich bekend te maken met alle bedieningsonderdelen. Dit apparaat kan bij ondeskundig gebruik ernstig letsel ver- oorzaken. Bewaar deze gebruikshandleiding daarom goed, zodat u de informatie te allen tijde ter beschikking heeft. Bedien het apparaat niet als u niet precies weet hoe u de motor moet bedienen en onderhouden en hoe u letsel en/of materiële schade kunt voorkomen. Veiligheid op de werkplek De motor nooit in gesloten ruimtes starten of laten draaien. De uitlaatgassen zijn gevaarlijk en bevatten koolmonoxide, een geurloos en giftig gas. Deze eenheid uitsluitend in een goed geventileerde buitenruimte gebruiken. Gebruik het apparaat nooit als er onvoldoende zicht resp. onvoldoende licht is. Het apparaat nooit gebruiken op steile hellingen. Werk altijd horizontaal naar de grond, nooit van boven naar beneden. Werken met het apparaat nooit bij regen, onweer en in het bijzonder niet bij risico op blikseminslag. Veiligheid van personen
1. Gebruik de machine nooit onder invloed van drugs, al-
cohol of andere medicijnen die uw vermogen om het apparaat correct te gebruiken kunnen beïnvloeden.
2. Draag geschikte kleding. Draag een lange broek, laar-
zen en handschoenen. Draag geen losse kleding, een korte broek of sieraden van welke aard dan ook. Draag schouderlang haar in een staart of knot. Houd haar, kleding en handschoenen altijd uit de buurt van bewe- gende delen. Loszittende kleding, sieraden en lang haar kunnen verstrikt raken in bewegende delen.
3. Draag persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd
4. Beschermingsmiddelen, zoals stofmaskers, veiligheids-
helm of gehoorbescherming, die onder relevante om- standigheden worden gebruikt, zorgt voor een vermin- dering van lichamelijk letsel.
5. Controleer de machine voor het starten. Afschermin-
gen mogen niet worden verwijderd en moeten worden onderhouden. Controleer onder meer of alle moeren, schroeven goed zijn aangehaald.
6. Bedien de machine in geen geval als deze moet worden
gerepareerd of als het mechanisme beschadigd is.
7. Vervang beschadigde, ontbrekende of niet-functione-
rende onderdelen voor gebruik van de machine. Con- troleer op lekkage. Zorg dat er veilige werkomstandig- heden voor de machine zijn.
8. Manipuleer in geen enkele geval de veiligheidsvoorzie-
ningen. Controleer regelmatig de werking.
9. De machine mag niet worden gebruikt als deze niet met
de motorschakelaar kan worden in- of uitgeschakeld. Machines die op brandstof werken en niet via de motor- schakelaar kunnen worden aangestuurd, zijn gevaarlijk en moeten worden vervangen.
10. Controleer voor het starten regelmatig of de sleutel,
resp. moersleutel uit de machine zijn verwijderd. Als een moersleutel of sleutel op een draaiend onderdeel ach- terblijft, kan er lichamelijk letsel ontstaan.54 NL/BE
11. Blijf alert en gebruik uw gezond verstand bij het bedie-
12. Werk niet te ver voorovergebogen. Gebruik de machine niet
op blote voeten of met sandalen of soortgelijk licht schoei
sel. Draag veiligheidsschoenen die uw voeten beschermen en uw grip op gladde oppervlakken verbeteren.
13. Neem altijd een stabiele positie in en let op uw even-
wicht. Hierdoor kan de machine in onverwachte situa- ties beter worden gecontroleerd.
14. Voorkom onbedoeld starten. Controleer of de motor
voor het transport van de machine of bij onderhouds- resp. instandhoudingswerkzaamheden aan de unit of deze is uitgeschakeld. Het transport van de machine of onderhouds- resp. instandhoudingswerkzaamheden aan de machine bij een draaiende motor kan tot onge- vallen leiden. Veiligheid in de omgang met bedrijfsmiddelen
1. Brandstof is licht ontvlambaar en de dampen kunnen bij
ontsteking exploderen. Neem bij het gebruik van brand- stof passende maatregelen om het risico op ernstig li- chamelijk letsel te verminderen.
2. Bewaar de tank bij het vullen of aftappen in een schone,
goed geventileerde buitenruimte en gebruik een goed- gekeurde brandstoftank. Niet roken. Vermijd ontste- kingsvonken, open vuur of andere ontstekingsbronnen in de buurt van het bereik bij het bijvullen van brandstof of het gebruik van de eenheid. De tank in geen geval in een gebouw vullen.
3. Houd geaarde, geleidende voorwerpen, zoals gereed-
schappen, uit de buurt van onbeschermde, onder span- ning staande elektrische onderdelen en aansluitingen om vonkvorming of vonkoverslag te voorkomen. Ze kun- nen rookgassen of dampen doen ontbranden.
4. Schakel de motor altijd uit en laat deze afkoelen voor-
dat u de tank vult. Verwijder in geen geval de tankdop en vul nooit brandstof bij terwijl de motor draait of warm is. De machine mag niet worden bediend als de brand- stofinstallatie lekt.
5. Open voorzichtig de tankdop om eventuele druk in de
6. Vul de tank niet te vol (tot ca. 1,5 cm onder de vulope-
ning van de ruimte bij brandstofuitzetting door de mo- torwarmte).
7. De tankdop en de tank weer goed terugplaatsen en
verwijder de gemorste brandstof. De eenheid mag in geen geval worden bediend als de tankdop niet is aan- gebracht.
8. Vermijd ontstekingsbronnen in geval van gemorste
brandstof. Probeer de motor niet te starten als er brand- stof is gemorst. Verwijder in plaats daarvan de machine uit het betreffende bereik en voorkom ontstekingsbron- nen totdat de brandstofdampen zijn verdampt.
9. Brandstof moet in de juiste containers worden bewaard
die geschikt zijn voor dit doeleinde.
10. Bewaar brandstof op een koele, goed geventileerde
plaats, uit de buurt van ontstekingsvonken, open vuur en andere ontstekingsbronnen.
11. Bewaar de brandstof of de machine nooit met een met
brandstof gevulde tank in een gebouw waar rookgas- sen in contact kunnen komen met ontstekingsvonken, open vuur of andere ontstekingsbronnen zoals boilers, kachels, drogers en dergelijke. De motor voor het bewa- ren nooit laten afkoelen in een behuizing. Aanwijzingen voor gebruik en onderhoud van de machine
1. De machine niet optillen of dragen bij een draaiende
2. De machine nooit bedienen met geweld. Gebruik de
juiste machine voor de gewenste toepassing. De juiste machine zal de taak op een betere en veilige manier uitvoeren.
3. Verander de instellingen van de motortoerenregelaar
niet en laat de motor niet met een te hoog toerental draaien. De toerenregelaar regelt het maximale be- drijfstoerental dat veilig is voor de motor.
4. Laat de motor niet snel lopen als de grond niet wordt
5. Plaats handen of voeten niet nabij de draaiende delen.
6. Vermijd contact met hete brandstof, olie, rookgassen en
hete oppervlakken. Raak de motor of de geluiddemper niet aan. Deze onderdelen worden tijdens het gebruik extreem heet. Ze worden ook korte tijd heet als de een- heid is uitgeschakeld. De motor voor het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden of instellingen laten afkoe- len.
7. Als het apparaat ongewone geluiden maakt of onge-
woon trilt, moet de motor direct worden uitgeschakeld, de ontstekingskabel worden losgekoppeld en de oor- zaak worden gezocht. Ongewone geluiden of trillingen zijn doorgaans een waarschuwingsteken.
8. Uitsluitend de door de fabrikant toegestane aansluitin-
gen en toegestane accessoires gebruiken. Het niet in acht nemen van deze voorschriften, kan tot lichamelijk letsel leiden.
9. Het apparaat onderhouden. Controleer of onderdelen
in beweging verkeerd zijn uitgelijnd of zijn geblokkeerd. Controleer onderdelen op breuk resp. controleer of er sprake is van een andere toestand, die het gebruik van de machine zou kunnen beïnvloeden. De machine bij schade voor gebruik laten repareren. Een groot aantal ongevallen wordt veroorzaakt door onvoldoende on- derhouden apparatuur.
10. Verwijder gras, bladeren, overtollig vet of opgehoopt
koolstof uit de motor en de geluiddemper om het risico op brand te verminderen.
11. De eenheid in geen geval natspuiten met of onderdom-
pelen in water of andere vloeistof. Houd de duwbeugel droog, schoon en vrij van afzettingen. Na elk gebruik reinigen.
12. Wettelijke bepalingen en voorschriften voor het correct
afvoeren van brandstof, olie, enz. ter bescherming van het milieu in acht nemen.
13. Houd de machine buiten het bereik van kinderen en laat
personen die niet bekend zijn met de machine of deze aanwijzingen de machine niet bedienen. De machine is gevaarlijk in de handen van niet-geïnstrueerde gebruikers.55NL/BE Restrisico‘s De machine is ontwikkeld volgens de huidige stand van de techniek en de erkende veiligheidsvoorschriften. Toch kan tij- dens de werkzaamheden sprake zijn van enkele restrisico‘s:
- Bovendien kunnen er ondanks alle getroffen voorzieningen verborgen restrisico‘s bestaan.
- Restrisico‘s kunnen worden geminimaliseerd als de veilig- heidsvoorschriften en het gebruik conform de voorschriften alsook de gebruikshandleiding in acht worden genomen.
- Voorkom het onvoorzien opstarten van de machine.
- Gebruik gereedschap dat in deze gebruikshandleiding wordt aanbevolen. U verkrijgt dan optimale prestaties met uw machine.
- Houd uw handen buiten de werkomgeving, wanneer de machine in bedrijf is.
De aangegeven geluidswaarden zijn volgens een genormeer- de testmethode gemeten en kunnen gebruikt worden om ver- schillende gereedschappen met elkaar te vergelijken. Bovendien zijn deze waarden geschikt om belastingen voor de gebruiker, die door geluid ontstaan, te voren in te kunnen schatten. m Waarschuwing! Afhankelijk van de manier waarop u het gereedschap gebruikt, kunnen de daadwerkelijke waar- den van de aangegeven waarden afwijken. Neem maatrege- len om uzelf tegen geluidshinder te beschermen. Houd daarbij rekening met het complete werkproces, dus ook tijden, waarin het gereedschap onbelast draait of uitgescha- keld is. Passende maatregelen omvatten onder andere het regelmatig onderhouden en verzorgen van het gereedschap en van de inzetstukken, regelmatige pauzes evenals een goede plan- ning van de werkprocessen.
- Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpak- kings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het apparaat en de hulpstukken op transport- schade. Bij klachten moet direct contact worden opgeno- men met de expediteur. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
- Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het apparaat aan de hand van de gebruikshandleiding.
- Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveonder- delen uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
- Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het apparaat aan. m GEVAAR Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spe- len! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstik- kingsgevaar!
Voor het monteren van de benzine verticuteermachine heeft u het volgende nodig:
- Steeksleutel SW13 (niet bij de levering inbegrepen)
1. Monteer eerst de onderste duwbeugel (4) door de plat-
kopschroeven M8 x 30 mm (18) in de daarvoor bestem- de gaten te steken (binnenin). Monteer vervolgens de duwbeugel van buitenaf met de borgmoeren M8 (19) en draai ze vast met een steeksleutel SW13.
2. Verbind de bovenste duwbeugel (1) met de onderste
duwbeugel (4). Gebruik de twee sterknopmoeren (3) en sluitringen (3b) met de betreffende bouten M8 x 45 mm (3a).56 NL/BE
3. Haal de stergreepmoeren (3) aan beide zijden goed
4. Breng de kabelklem (5) op de linkerzijde van de onder-
ste duwbeugel (4) aan.
5. Fixeer de kabel van de beugel voor de veiligheidsscha-
kelaar (2) met de kabelklem (5) op de duwbeugel (4) en vergrendel de kabelklem (5).
9.2 Vangkorf inhangen (afb. 5)
1. Til de uitwerpklep (13) met een hand op de greep op
en haak de vangkorf (16) met de andere hand op de handgreep van bovenaf er in.
2. Let op! Voor het inhaken van de vangkorf moet de
motor worden uitgeschakeld en mag de meswals niet draaien!
10. Voor de ingebruikname
m LET OP! Het apparaat moet voor de ingebruikname volle- dig zijn gemonteerd! m WAARSCHUWING! Gevaar voor de gezondheid! Bij het inademen van benzine-/smeeroliedampen en uitlaat- gassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden. - Adem benzine-;smeeroliedampen en uitlaatgassen niet in. - Gebruik het product alleen in de open lucht. AANWIJZING! Productbeschadiging Als het product zonder of met te weinig motor- of transmissie- olie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade leiden. - Vul voor de ingebruikname benzine en olie in. Het product wordt zonder motor- of transmissieolie geleverd. AANWIJZING! Milieuschade! Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloei- stof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden. - Olie alleen vullen/aftappen op effen, stevige ondergronden. - Gebruik een vulpijp of trechter. - Vang afgetapte olie in een geschikte container op. - Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften. - Verwijder olie conform de lokale voorschriften. AANWIJZING! Risico op materiële schade! Indien incorrect opgeslagen of niet afgetapte brandstoffen worden gebruikt, kan de carburateur verstoppen of de wer- king van de motor beïnvloeden. - Voer brandstof wat u niet nodig heeft, in een luchtdichte tank en bewaar deze in een donkere, koele ruimte. Controle voor gebruik
- Controleer alle zijdes van de motor op olie of brandstoflek- ken.
- Controleer het motoroliepeil.
- Controleer het brandstofpeil – de tank moet minstens half- vol zijn.
- Controleer de conditie van het luchtfilter.
- Controleer de conditie van de brandstofleidingen.
- Let op tekenen van schade.
- Controleer of alle veiligheidsafdekkingen zijn aangebracht en of alle schroeven, moeren en pennen zijn aangedraaid.
10.1 Motorolie bijvullen (afb. 6)
m Let op! Het apparaat wordt geleverd zonder motorolie. Voor ingebruikname daarom altijd olie bijvullen. Gebruik hiervoor universele olie (10W-30 of 10W- 40 (afhankelijk van de bedrijfstemperatuur)). Controleer regelmatig voor elk gebruik het oliepeil. Een te laag oliepeil kan de motor beschadigen.
1. Plaats het apparaat op een vlak, recht oppervlak.
2. Schroef de oliepeilstok (8) los.
3. Vul de tank met motorolie met behulp van een trechter
(niet bij de levering inbegrepen). Let op de max. vulhoe- veelheid van 600 ml. Vul de olie voorzichtig bij tot aan de onderkant van de vulpijp.
4. Veeg de oliepeilstok (8) met een schone, pluisvrije doek
5. Voer de oliepeilstok (8) weer in en controleer het oliepeil zon-
der de peilstok weer vast te schroeven.
6. Het oliepeil moet binnen de middelste markering op de
7. Als het oliepeil te laag is, voeg dan de aanbevolen hoe-
veelheid olie toe (max. 600 ml).
8. Schroef de oliepeilstok (8) vervolgens weer vast.
10.2 Benzine bijvullen (afb. 7 + 13)
m Let op! Het apparaat wordt geleverd zonder benzine. Voor ingebruikname daarom altijd benzine bij- vullen. Gebruik hiervoor Super E10 benzine.
1. Maak de omgeving van het vulgedeelte schoon. Veront-
reinigingen in de tank veroorzaken bedrijfsstoringen.
2. Open voorzichtig de tankdop (6b) zodat eventuele over-
druk kan ontsnappen.
3. Vul de benzinetank (6) met behulp van een trechter (niet
bij de levering inbegrepen) met benzine (Super E10). Let op de max. vulcapaciteit van 3,6 liter. Vul voorzichtig de benzine bij tot aan de onderkant van de vulpijp.
4. Sluit de tankdop (6b) weer. Controleer of het tankdeksel
7. Neem minimaal drie meter van de plek waar u brandstof
hebt bijgevuld voordat u de motor start.
- Gebruik geen reeds gebruikte en verontreinigde benzine. Laat geen vuil en water in de benzinetank (6) komen.57NL/BE
11. In gebruik nemen
11.1 Instelling van de verticuteerdiepte (afb. 8)
m GEVAAR Risico op materiële schade! Voor het instellen van de werkpositie moet het apparaat zijn uitgeschakeld. De werkpositie wordt ingesteld met de diepteafstelling (12). Hiertoe moet de diepteafstelling (12) iets naar rechts worden getrokken en in de gewenste positie gebracht en worden vast- geklikt. De juiste werkpositie richt zich naar de toestand van het ga- zon en de slijtage van het mes. Een verkeerd gekozen werk- positie kan leiden tot overbelasting van de motor en schade aan de rol. Draai in dat geval de ratelschijf terug naar een lagere werk- positie. Posities op de ratelschijf: +1 = rij- / of transportstand +5 mm 0 = 0 mm -1 = werkpositie -2,5 mm -2 = werkpositie -5 mm -3 = werkpositie -7,5 mm -4 = werkpositie -10 mm -5 = werkpositie -12,5 mm -6 = werkpositie -15 mm
11.2 Starten van de motor (afb. 1)
Dit apparaat is voorzien van een beugel voor veiligheidsscha- kelaar (2), zodat het apparaat bij het loslaten stopt. m Let op: Bij het loslaten van de beugel voor veiligheids- schakelaar (2) moet deze in de uitgangspositie terugkeren en de motor wordt automatisch uitgezet. Als dit niet het geval is, mag het apparaat niet worden gebruikt. Chokehendel (15) (afb. 9)
- Warme motor / choke gesloten:
- Koude motor / choke open: Aanwijzing: De gesloten stand van de chokehendel verrijkt het brandstofmengsel voor het starten van een koude motor. De geopende stand zorgt voor het juiste brandstofmengsel voor een normale werking na het starten en voor het opnieuw starten van een warme motor. Benzinekraan (14) (afb. 1, 9 + 10)
1. Open de benzinekraan (14) door deze rechtsom op
Aanwijzing: De choke hoeft doorgaans bij het op- nieuw starten van een warme motor niet te worden ge- bruikt.
3. Bedien de beugel voor veiligheidsschakelaar (2) en trek
stevig aan het starterkoord (11) tot de motor start.
4. Laat de motor kort warmdraaien en zet vervolgens de
chokehendel (15) op OFF. m LET OP! Het starterkoord (11) altijd langzaam tot de eerste weerstand er uit trekken, voordat deze voor het starten snel wordt uitgetrokken. Laat het starterkoord na het uittrekken niet terugschieten.
Algemene aanwijzingen voor het gebruik
- Om het apparaat te starten, moet het snijmechanisme vol- ledig vrij kunnen bewegen.
- Bestuur het apparaat alleen aan de duwbeugel. Dit zorgt voor de veiligheidsafstand.
- Houd de uitlaat en motor schoon.
- Let er bij hellingen op dat u stabiel staat.
- Verticuteer altijd dwars op een helling.
- Kantel of transporteer het apparaat nooit met een draai- ende motor.
- Door een vakman laten controleren: - na het raken van een obstakel - bij onmiddellijke stilstand van de motor - bij verbogen messen - bij verbogen meswals m LET OP! De meswals roteert als de motor wordt gestart. m LET OP!
- Haak de vangkorf nooit los als de motor nog draait. De draaiende mescilinder kan letsel veroorzaken. Bevestig al- tijd zorgvuldig de uitwerpklep. Deze klapt door de trekveer weer terug en wordt gesloten!
- De door het geleidingswiel aangegeven veiligheidsafstand tussen de behuizing en de gebruiker moet altijd in acht wor- den genomen.
- Tijdens de werkzaamheden en veranderingen van de rij- richting bij struikgewassen en hellingen moet uiterst voor- zichtig te werk worden gegaan.
- Zorg altijd voor een stabiele stand, draag schoenen met antislipbestendige zolen en een lange broek.
- Werk altijd dwars op een helling. Hellingen van meer dan 15 graden mogen met het apparaat om wille van veilig- heidsredenen niet worden geverticuteerd. Wees met name voorzichtig bij het achterwaarts verplaatsen en bij het trek- ken van het apparaat. Struikelgevaar!
- Het apparaat mag niet bij regen of op nat gras worden gebruikt.58 NL/BE Aanwijzingen voor correct werken
- Tijdens de werkzaamheden wordt een overlappende werk- wijze geadviseerd. Om een net snijbeeld te bereiken moet het apparaat in zo recht mogelijke banen worden geleid. Hierbij moeten deze banen altijd enkele centimeters over- lappen zodat er geen stroken overblijven. Zodra tijdens het werken grasresten blijven liggen, moet de vangkorf worden geleegd. Let op! Voor het verwijderen van de vangkorf de motor uitschakelen en de stilstand van de meswals af- wachten!
- Voor het losmaken van de vangkorf, moet de uitwerpklep met een hand worden opgetild en met de andere hand moet de vangkorf worden verwijderd!
- Hoe vaak moet worden geverticuteerd, hangt in principe af hoe hard het gras van het gazon groeit en van de hardheid van de grond.
- De onderzijde van het apparaat moet schoon worden gehouden en aarde- en grasafzettingen moeten absoluut worden verwijderd. Afzettingen verzwaren het starten en beïnvloeden de kwaliteit.
- Op hellingen moet de baan dwars op de helling worden gemaakt. Voordat enige controles van de mescilinder wordt uitgevoerd, moet de motor worden uitgeschakeld.
- m LET OP! De mescilinder draait na het uitschakelen van de motor nog enkele seconden verder. Probeer nooit de mescilinder te stoppen. Als de bewegende meswals op een voorwerp slaat, moet het apparaat worden uitgeschakeld en wacht u tot de meswals volledig tot stilstand is gekomen. Controleer vervolgens de toestand van de mescilinder. Als deze is beschadigd, moet de cilinder worden vervangen.
11.4 Stoppen van de motor
m WAARSCHUWING! Gevaar door snijwonden! - Meswals loopt na! Grijp niet onmiddellijk na het uitscha- kelen onder het apparaat. Beugel voor veiligheidsschakelaar Het apparaat stopt bij het loslaten van de beugel voor de vei- ligheidsschakelaar (2). m LET OP! Breng de chokehendel (15) niet in de stand OFF, om de motor te stoppen. Dit kan leiden tot een onjuiste ontsteking of mo- torschade.
11.5 Vangkorf voor legen uithangen (afb. 1 + 5)
Als het snoeimateriaal op de grond blijft liggen, is de vangkorf vol en moet worden geleegd. m WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel! Het ongewenst en onverwacht starten van het product kan leiden tot letsel. - Schakel de motor voor het legen uit.
1. Schakel de motor uit, door de beugel voor de veiligheids-
schakelaar (2) los te laten. Wacht tot de meswals tot stil- stand is gekomen.
2. Hang de vangkorf (16) uit en leeg deze. Til hiertoe de
uitwerpklep (13) met een hand op de greep op. Haak aansluitend de vangkorf (16) met de andere hand op de handgreep er van bovenaf uit.
3. Hang de vangkorf (16) weer in. Til hiertoe de uitwerpklep
(13) met een hand op de greep op. Haak aansluitend de vangkorf (16) met de andere hand op de handgreep er van bovenaf in.
m WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel! Het ongewenst en onverwacht starten van het product kan leiden tot letsel. - Schakel na het laden de motor uit en verwijder, nadat de motor is afgekoeld, de bougiestekker van de bougie. - Het product kan door zijn eigen gewicht ernstige verwon- dingen door beknelling veroorzaken. Laat de motor afkoelen voordat u deze vervoert of laadt om brandwonden en brandgevaar te voorkomen. m De machine kan vallen en schade of letsel veroorzaken als deze niet conform de voorschriften wordt opgetild. Maak de brandstoftank volledig leeg bij transport over lange afstanden. Beveilig de machine op het transportvoertuig tegen rollen, wegglijden of omvallen en sjor het apparaat extra vast.
13. Reiniging en onderhoud
m WAARSCHUWING! Gevaar voor verwondingen en brandwonden! Het product kan onverwacht starten en kan daardoor ver- wondingen veroorzaken. Bovendien kunnen er temperaturen van 80° C worden bereikt. - Schakel voor alle reinigings- en onderhoudswerkzaamhe- den de motor uit. - Laat de motor afkoelen. - Trek de bougiestekker van de bougie. m WAARSCHUWING! Gevaar voor de gezondheid! Bij het inademen van benzine-/smeeroliedampen kan er ern- stige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden. - Adem benzine-/smeeroliedampen niet in. - Gebruik het product alleen in de open lucht. AANWIJZING! Risico op materiële schade! Als water de behuizing binnendringt, kan motorschade het gevolg zijn. Bovendien kan de staal van een hogedrukreini- ger delen van het product beschadigen. - Reinig het product met een doek, een handveger, etc. - Dompel het product niet in water of andere vloeistoffen en spuit deze niet af met de hogedrukreiniger.59NL/BE Onderhoudsschema na 10 bedrijfs- uren na 25 bedrijfs- uren elke 50 bedrijfs- uren elke 100 bedrijfs- uren elke 300 bedrijfs- uren Luchtfilter reinigen reinigen reinigen reinigen vervan- gen Bougie controle- ren reinigen reinigen reinigen vervan- gen V-snaar controle- ren vervan- gen Motorolie- peil contro- leren vervan- gen vervan- gen
13.1 Reinigingswerkzaamheden:
m WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel! Het ongewenst en onverwacht starten van het product kan leiden tot letsel. - Schakel voor alle reinigings- en onderhoudswerkzaam- heden de motor uit en verwijder, nadat de motor is afge- koeld, de bougiestekker van de bougie. Het onderhoud van uw benzine verticuteermachine zorgt voor een lange gebruiksduur van de machine en de bijbehorende onderdelen.
- Controleer de algemene toestand van de benzine verticu- teermachine op losse bouten, onjuiste uitlijning of blokke- ring van bewegende delen, gebroken of gebarsten onder- delen en andere omstandigheden die de werking van de machine kunnen beïnvloeden.
- Gebruik een hoogwaardige lichte machineolie om de be- wegende delen te smeren.
- Reinig de onderkant van de benzine verticuteermachine zodra er grasresten blijven hechten. De machine werkt niet goed als de onderkant niet schoon is.
- Bevestig de bougiestekker weer na de reinigings- en on- derhoudswerkzaamheden.
13.2 Controleer en vervang de V-snaar
Gebruik het apparaat nooit zonder de riemafdekking (7). Als de riemafdekking (7) niet is aangebracht, kan uw hand be- kneld raken, waardoor u ernstig letsel kunt oplopen.
13.2.1 Spanning van de V-snaar (afb. 11 + 5)
De V-snaar (7a) moet in goede staat zijn om een optimale krachtoverbrenging van de motor naar de meswals te garan- deren. Controleer de toestand van de V-snaar (7a).
1. Zet de motor uit en laat hem afkoelen.
2. Verwijder de riemafdekking (7) om toegang te krijgen
tot de V-snaar (7a). Draai daartoe met een steeksleutel SW8 (alternatief met een steeksleutel) (niet bij de leve- ring inbegrepen) de 4 zeskantbouten van de riemafdek- king (7) los.
3. Controleer nu de riemspanning (duimdruk). Als de V-
snaar (7a) meer dan 10-15 mm meegeeft (duimdruk), moet u deze spannen.
met een steeksleutel SW 14 (niet bij de levering inbegre- pen) los en schroef deze op het bovenste uiteinde van de tapbout.
6. Span nu de V-snaar (7a) door de onderste moer van de
tapbout (7b) met een steeksleutel SW14 (niet bij de leve
ring inbegrepen) naar boven te draaien.
7. Controleer nu opnieuw de riemspanning (duimdruk). Als
de V-snaar (7a) meer dan 10-15 mm meegeeft (duim- druk), moet u deze opnieuw spannen.
8. Plaats de beschermkap van de band (7) weer terug. En
schroef met een steeksleutel SW8 (alternatief een steek
sleutel) (niet bij de levering inbegrepen) de 4 zeskantbou- ten van de riembescherming (7) vast.
9. Hang de vangkorf (16) weer in.
13.2.2 Vervangen van de V-snaar (afb. 11)
Als de V-snaar (7a) is gescheurd, versleten of glad is, moet deze worden vervangen.
1. Zet de motor uit en laat hem afkoelen.
2. Verwijder de riemafdekking (7) om toegang te krijgen tot
de V-snaar (7a). Draai daartoe met een steeksleutel SW8 (alternatief met een steeksleutel) (niet bij de levering inbe
4. Om de voorspanning van de riem los te maken, draait u
de onderste moer op de tapbout (7b) met een steeksleu- tel SW14 (niet bij de levering inbegrepen) los.
5. Schroef vervolgens de onderste moer op de tapbout (7b)
helemaal naar beneden.
6. Trek de versleten V-snaar (7a) van de poelies en monteer
op de juiste wijze twee nieuwe V-snaren.
7. Span nu de V-snaar (7a) door de onderste moer van de
tapbout (7b) met een steeksleutel SW14 (niet bij de leve- ring inbegrepen) naar boven te draaien.
8. Controleer nu opnieuw de riemspanning (duimdruk). Als
de V-snaar (7a) meer dan 10-15 mm meegeeft (duim- druk), moet u deze opnieuw spannen.
9. Plaats de beschermkap van de band (7) weer terug. En
schroef met een steeksleutel SW8 (alternatief een steek- sleutel) (niet bij de levering inbegrepen) de 4 zeskant- bouten van de riembescherming (7) vast.
10. Hang de vangkorf (16) weer in.
m LET OP! Let op dat uw vingers niet beklemd raken tussen de riem en de poelie bij het verwijderen of monteren van de V-snaar (7a). AANWIJZING! Productbeschadiging Als het product zonder of met te weinig motor- of transmissie- olie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade leiden. - Vul voor de ingebruikname benzine en olie in. Het product wordt zonder motor- of transmissieolie geleverd. AANWIJZING! Milieuschade! Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloei- stof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden. - Olie alleen vullen/aftappen op effen, stevige ondergronden. - Gebruik een vulpijp of trechter. - Vang afgetapte olie in een geschikte container op. - Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften. - Verwijder olie conform de lokale voorschriften.60 NL/BE
13.3 Verversen van de motorolie (afb. 12)
Na 25 werkuren moet de 1e werkuren worden uitgevoerd. Daarna na 100 bedrijfsuren. Het verversen van de motorolie moet bij een bedrijfswarme en uitgeschakelde motor worden uitgevoerd. Gebruik universele olie (SAE 10W-30 of SAE 10W-40).
1. Plaats het apparaat op een vlak, recht oppervlak.
2. Houd een geschikte opvangbak onder de olieaftapplug
3. Gebruik een steeksleutel SW 10 mm (niet bij de levering
inbegrepen) op de olieaftapplug (10) te openen en de motorolie af te tappen.
4. Nadat de motorolie volledig hebt afgetapt, schroeft u de
olieaftapplug (10) weer terug.
5. Draai nu de olievuldop met een oliepeilstok (8) linksom
6. Vul verse motorolie bij en controleer het oliepeil (zie 10.1).
7. Draai aansluitend de olievuldop met oliepeilstok (8)
13.4 Tap de benzine af met een benzine-afzuig-
pomp (afb. 13) Bij opslag voor langere tijd moet de benzine uit de benzine- tank (6) worden afgetapt.
1. Zet de benzinekraan (14) op OFF.
2. Houd een opvangreservoir onder de slang van de af-
zuigpomp voor benzine (niet bij de levering inbegrepen).
3. Schroef de tankdop (6b) los en haal deze van de ope-
4. Verwijder het brandstoffilterelement (6a).
5. Schuif de slang van de afzuigpomp van de benzine in
de benzinetank en tap de benzine met behulp van de afzuigpomp voor benzine volledig af.
6. Plaats het brandstoffilterelement (6a) terug.
7. Schroef de tankdop (6b) er weer op.
8. Om ervoor te zorgen dat er geen benzine in de carbura-
teur achterblijft, moet de resterende benzine uit de car- burateur worden afgetapt. Plaats daartoe een geschikt vat (niet bij de levering inbegrepen) onder de carbura- teur en open de carburateurschroef (A).
13.5 Onderhoud van het luchtfilter (afb. 14)
Een vervuild luchtfilterelement (17c) vermindert het motorver- mogen als gevolg van onvoldoende luchttoevoer naar de car- burateur. Regelmatige controle is dus essentieel. Het luchtfilter moet elke 50 bedrijfsuren worden gecontro- leerd en indien nodig worden gereinigd.
1. Schroef de vleugelmoer (17a) los en verwijder het lucht-
2. Controleer het luchtfilterdeksel (17) op gaten of scheu-
ren. Vervang elk beschadigd element.
3. Schroef de binnenste vleugelmoer (17b) los en verwijder
het filterelement (17c).
4. Veeg vuil aan de binnenkant van het filterhuis weg met
een schone, vochtige doek. Zorg ervoor dat er geen vuil in de opening komt. Plaats het luchtfilterdeksel (17) voor de duur van de filterreiniging weer terug op het filterhuis.
5. Verwijder het filterelement (17c). Controleer het op be-
schadiging en vervang het indien nodig.
6. Klop het filterelement (17c) uit op een hard oppervlak
om het vuil te verwijderen. Borstel het vuil nooit af, want daarmee wordt het in de vezels gedrukt.
7. Reinig, indien nodig, het filterelement (17c) extra in warm
water en een milde zeepoplossing. Spoel het grondig af met helder water en laat het goed drogen.
8. Plaats het schone filterelement (17c) terug en schroef de
binnenste vleugelmoer (17b) vast.
9. Plaats het luchtfilterdeksel (17) en zet het vast met de
m LET OP: Vervang de bougie alleen als de motor koud is! Controleer de bougie voor de eerste keer na 10 bedrijfsuren op verontreiniging en reinig deze eventueel met een koper- draadborstel. Vervang, indien nodig, de bougie daarna elke 50 bedrijfsuren.
1. Trek de bougiestekker (21) los en verwijder het eventuele
vuil rondom de bougie.
3. Controleer de isolator. Vervang de bougie (22) bij be-
schadigingen zoals bijv. scheuren of houtsplinters.
4. Reinig de bougie-elektroden met een staalborstel.
5. Controleer de elektrodenafstand en stel deze af met een
voelermaat. Om de motor efficiënt te laten draaien, moet de bougie de juiste elektrodenafstand (0,6 - 0,7 mm) hebben.
6. Schroef de bougie (22) er met de hand weer in en draai
deze ongeveer 1/4 slag vast met de bijgeleverde bou- giesleutel (20).
7. Plaats de bougiestekker (21) op de bougie (22).
m LET OP! Een losse bougie kan oververhit raken en zo de motor bescha- digen. En een te strak vastgedraaide bougie kan de schroef- draad in de cilinderkop beschadigen. Vermeld in geval van vragen de volgende gege- vens:
- Gegevens van het typeplaatje van de machine
- Gegevens van het typeplaatje van de motor Belangrijke aanwijzing bij reparatie: Houd er bij retourlevering van het apparaat voor reparatie rekening mee dat het apparaat om veiligheidsredenen vrij van olie en brandstof naar het servicestation moet worden gestuurd.
13.7 Bestelling van reserveonderdelen
Bij het bestellen van reserveonderdelen moeten de volgende gegevens worden vermeld:
- Artikelnummer van het apparaat Reserveonderdelen/accessoires Benzine afzuigpomp - Artikelnr.: 790760000161NL/BE Service-informatie Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt. Slijtdelen*: V-snaar, meswals, luchtfilter, bougie
- niet persé in de leveringsomvang opgenomen!
m GEVAAR! Brand- en explosiegevaar! Bij het opslaan van het product in de buurt van mogelijke ont- stekingsbronnen, kan er een brand of explosie ontstaan. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood. - Verwijder mogelijke ontstekingsbronnen, zoals bijv. ovens, heetwaterboilers met gas, gasdrogers, etc. AANWIJZING! Risico op materiële schade! Als het product niet correct wordt opgeslagen, kan dit tot mo- torschade leiden. - Bewaar het product beschermd tegen vuil, stof en vocht.
14.1 Opslag bij langere bedrijfsonderbrekingen:
Als het apparaat langer dan 30 dagen niet gebruikt zal wor- den, volg dan de onderstaande stappen om deze klaar te maken voor opslag.
1. Breng de meswals met behulp van de werkhoogteverstel-
ling (12) in de bovenste positie.
2. Maak de benzinetank volledig leeg (zie hoofdstuk 13.4).
Opgeslagen benzine die ethanol of MTBE bevat zal bin- nen 30 dagen schraal worden. Schrale benzine heeft een hoog rubbergehalte en kan daardoor de carbura- teur verstoppen en de brandstoftoevoer beperken.
3. Laat de olie uit de motor lopen, terwijl deze nog warm is.
Vul met nieuwe olie. (Zie hoofdstuk 13.3.)
4. Gebruik schone doeken om de benzine verticuteerma-
chine schoon te maken. m Gebruik geen agressieve reinigingsmid- delen of reinigingsmiddelen op oliebasis bij het reinigen van de plastic onderdelen. Che- mische stoffen kunnen kunststoffen beschadi- gen.
5. Bewaar het apparaat rechtop in een schoon en droog
gebouw met goede ventilatie.
6. Demonteer indien nodig de duwbeugel. Let op dat het
starterkoord niet wordt geknikt. Bewaar het apparaat en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen ontoegankelijke plaats. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30˚C. Bewaar het apparaat in de originele verpakking. Dek het apparaat af om het te beschermen tegen stof of vocht. Bewaar de gebruikshandleiding bij het apparaat.
15. Afvalverwerking en hergebruik
Aanwijzingen op de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn re- cycleerbaar. Verpakkingen milieu- vriendelijk afvoeren. Informatie over het afvoeren van versleten appa- ratuur kunt u opvragen bij uw gemeente. Brandstoffen en oliën
- Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brandstof- tank en het motorreservoir worden geleegd!
- Brandstof en motorolie horen niet bij het huishoudelijke af- val of in het riool, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd.62 NL/BE
16. Verhelpen van storingen
De volgende tabel toont storingssymptomen en beschrijft hoe u deze op kunt lossen, als uw machine niet goed werkt. Als u het probleem hiermee niet kunt vinden en kan oplossen, neem dan contact op met uw service-werkplaats. Storing Mogelijke oorzaak Oplossing Motor start niet • Beugel voor veiligheidsschakelaar niet ingedrukt
- Beugel voor veiligheidsschakelaar indrukken
- Benzinekraan op ON zetten Motorvermogen wordt min- der
- Meswals door een klantenservicewerkplaats laten vervan- gen. Onzuiver geverticuteerd
- Onjuiste verticuteerdiepte
- Meswals door een klantenservicewerkplaats laten vervan- gen.
- Verticuteerdiepte corrigeren Motor draait, mescilinder draait niet
- Tandriem gescheurd • Tandriem door een klantenservicewerkplaats laten vervan- gen.63NL/BE
Geachte klant, onze producten zijn aan een strenge kwaliteitscontrole onderhevig. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren functioneren, spijt het ons ten zeerste en vragen u zich tot onze servicedienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs te wenden. Wij staan ook graag telefo- nisch tot uw dienst via het hieronder vermelde servicetelefoonnummer. Voor vorderingen in verband met garantie geldt het volgende:
- Deze garantievoorwaarden regelen bijkomende garantieprestaties. Uw wettelijke garantieclaims blijven onaangetast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor uw gratis.
- De garantieprestatie heeft uitsluitend betrekking op gebreken die te wijten zijn aan materiaal- of fabricagefouten en is beperkt tot het verhelpen van deze gebreken of het vervangen van het apparaat. Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Een garantieovereenkomst komt daarom niet tot stand als het apparaat in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. Uitgesloten van onze garantie zijn verder schadeloosstellingen voor transportschade, schade door nietnaleving van de montage-instructies of op grond van ondeskundige installatie, niet-naleving van de handleiding (zoals door b.v. aansluiting op een verkeerde netspanning of stroomsoort), oneigenlijke of on- oordeelkundige toepassingen (zoals b.v. overbelasting van het apparaat of gebruik van niet toegestane inzetgereedschappen of toebeho- ren), niet-naleving van de onderhouds- en veiligheidsbepalingen, binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals b.v. zand, stenen of stof), gebruikmaking van geweld of invloeden van buitenaf (zoals b.v. schade door neervallen) alsmede door normale slijtage die zich bij het doelmatig gebruik van het apparaat voordoet. Er kan geen aanspraak op garantie worden gemaakt als op het apparaat reeds ingrepen werden uitgevoerd.
- De garantieperiode bedraagt 3 jaar en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het geldend maken van garantie- claims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het apparaat leidt noch tot een verlenging van de garantieperiode noch wordt door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventueel ingebouwde wisselstuk- ken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.
- Om een garantieclaim geldend te maken neem contact op met het hieronder vermelde serviceadres. Als de klacht binnen de garantiepe- riode valt, ontvangt u van ons een retourbon waarmee u uw defecte apparaat gratis naar ons kunt retourneren. Wij verzoeken u de reden van de klacht zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. Valt het defect van het apparaat binnen onze garantieprestatie bezorgen wij u per omgaande een hersteld of nieuw apparaat terug. Uiteraard staan wij ook tot u dienst om mits betaling van de kosten defecten van het apparaat te verhelpen die buiten de garantieomvang val- len. Te dien einde stuurt u het apparaat aan ons serviceadres op. Service-hotline / Hotline du service (NL):
Notice-Facile