PARKSIDE PBV 4200 A1 - Grasmaaier

PBV 4200 A1 - Grasmaaier PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PBV 4200 A1 PARKSIDE in PDF-formaat.

📄 136 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice PARKSIDE PBV 4200 A1 - page 55
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over PBV 4200 A1 PARKSIDE

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PBV 4200 A1 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PBV 4200 A1 van het merk PARKSIDE.

GEBRUIKSAANWIJZING PBV 4200 A1 PARKSIDE

Bedienings- en veiligheidsinstructies

Vertaling van de originele handleiding

SK

BENZÍNOVÝ VERTIKUTÁTOR

Pokyny pre obsluhu a bezpečnostné pokyny

Vouw vóór het lezen de pagina met de afbeeldingen open en maak u vertrouwd met alle functies van het apparaat.

CZ

NL / BE Bedienings- en veiligheidsinstructies Pagina 48

  1. Verklaring van de symbolen op het apparaat....49
  2. Inleiding....52
  3. Beschrijving van het apparaat 52
  4. Inhoud van de levering (afb. 2)....52
  5. Beoogd gebruik ....52
  6. Veiligheidsvoorschriften 53
  7. Technische gegevens....55
  8. Uitpakken....55
  9. Montage....55
  10. Voor de ingebruikname....56
  11. In gebruik nemen ....57
  12. Transport....58
  13. Reiniging en onderhoud 58
  14. Opslag....61
  15. Afvalverwerking en hergebruik 61
  16. Verhelpen van storingen....62
  17. Garantiebewijs....63
  18. Explositietekening....125
  19. Conformiteitsverklaring....128

1. Verklaring van de symbolen op het apparaat

PARKSIDE PBV 4200 A1 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 1

PARKSIDE PBV 4200 A1 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 2

PARKSIDE PBV 4200 A1 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 3

PARKSIDE PBV 4200 A1 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 4

PARKSIDE PBV 4200 A1 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 5

PARKSIDE PBV 4200 A1 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 6

PARKSIDE PBV 4200 A1 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 7

PARKSIDE PBV 4200 A1 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 8

PARKSIDE PBV 4200 A1 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 9

PARKSIDE PBV 4200 A1 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 10

PARKSIDE PBV 4200 A1 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 11

Lees voorafgaand aan de inbedrijfstelling de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften!

Draag een veiligheidsbril!

Draag gehoorbescherming!

Controle van het oliepeil

Belangrijk: Schakel eerst de motor uit voordat de brandstof wordt bijgevuld. Vul niet bij als de motor stationair draait.

Gevaar voor vergiftiging! Gebruik het apparaat alleen buitenshuis en nooit in gesloten of slecht geventi- leerde ruimten.

Voor onderhoudswerkzaamheden het apparaat uitschakelen en bougiestekker losmaken!

Let opl Warme onderdelen. Afstand houden.

Let opl Bedrijfsmiddelen zijn brandgevaarlijk en explosief.

Lees voor de ingebruikname de complete tekst van de gebruikshandleiding zorgvuldig door!

Let op gevaar! Handen en voeten buiten het snijmechanisme houden!

PARKSIDE PBV 4200 A1 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 12Let op! Gevaar voor verwonding door weggeslingerde voorwerpen!
PARKSIDE PBV 4200 A1 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 13Gegarandeerd geluidsvermogensniveau van het apparaat
PARKSIDE PBV 4200 A1 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 14Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen.
PARKSIDE PBV 4200 A1 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 15Het apparaat stopt bij het loslaten van de beugel voor de veiligheidsschakelaar.
PARKSIDE PBV 4200 A1 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 16In deze gebruiksaanwijzing hebben wij plaatsen, die van toepassing zijn op uw veiligheid, van dit teken voorzien.
PARKSIDE PBV 4200 A1 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 17Volume van de vangkorf
PARKSIDE PBV 4200 A1 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 18Gewicht in kg
PARKSIDE PBV 4200 A1 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 19Werkbreedte
PARKSIDE PBV 4200 A1 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 20Tankinhoud
PARKSIDE PBV 4200 A1 - Verklaring van de symbolen op het apparaat - 21Motorolie
GEVAAR!Signaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezige, gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft.
WAARSCHU-WING!Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt verme-den, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden.
VOORZICHTIG!Signaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt verme-den, tot geringe of matige verwondingen kan leiden.
AANWIJZINGSignaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt verme-den, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben.

2. Inleiding

FABRIKANT:

Scheppach GmbH

Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat.

AANWIJZING:

De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:

  • ondeskundige behandeling,
  • Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
  • reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen
  • inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderde- len
  • Dat niet conform de voorschriften is.

Let op:

Lees voor de montage en voor de inbedrijfstelling de complete tekst van de gebruikshandleiding door.

De gebruikshandleiding is bedoeld om het gemakkelijker te maken, uw apparaat te leren kennen en de beoogde toepassingsmogelijkheden van het apparaat te benutten.

De gebruikshandleiding bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het apparaat veilig, vakkundig en economisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het apparaat verhoogt.

Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het apparaat geldende voorschriften van uw land in acht nemen.

Bewaar de gebruikshandleiding bij het product in een plastic hoes, beschermd tegen vuil en vocht. De gebruikshandleiding moet door elke bediener van de machine voor aanvang van de werkzaamheden worden gelezen en zorgvuldig worden nageleefd.

Aan het apparaat mogen alleen personen werken, die voor het gebruik van het apparaat geïnstrueerd en over de daarmee verbonden gevaren geïnformeerd zijn. De vereiste minimumleeftijd moet aangehouden worden.

Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen veiligheidsvoorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van machines van hetzelfde type.

Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften.

3. Beschrijving van het apparaat

  1. Duwbeugel
  2. Beugel voor veiligheidsschakelaar
  3. Stergreepmoeren
    3a. Bouten
    3b. Onderlegringen
  4. onderste duwstang
  5. Kabelklem
  6. Benzinetank
    6a. Brandstofffilterelement
    6b. Tankdop
  7. Riemafdekking
    7a. V-snaar
    7b. onderste moer op tapbout
    7c. bovenste moer op tapbout
  8. Oliepeilstok
  9. Wielen
  10. Olieaftapschroef motorolie
  11. Startmotor met trekkabel
  12. Werkhoogte-afstelling
  13. Uitwerpklep
  14. Benzinekraan
  15. Chokehendel
  16. Vangkorf
  17. Luchtfilterdeksel
    17a. Vleugelmoer
    17b. Vleugelmoer
    17c. Luchtfilterelement
  18. Platkopbouten voor onderste duwbeugel
  19. Borgmoeren voor onderste duwbeugel
  20. Bougiesleutel
  21. Bougiestekker
  22. Bougie

4. Inhoud van de levering (afb. 2)

• 1x vangkorf (16)
- 1x duwbeugel (1)
• 2x stergreepmoeren M8 (3)
• 2x schroeven M8 x 45 mm (3a)
• 2x sluitringen M8 (3b)
- 1x onderste duwbeugel (4)
- 4x platkopbouten voor onderste duwbeugel M8 x 30 mm (18)
- 4x borgmoeren voor onderste duwbeugel M8 (19)
- 1x kabelklem (5)
• 1x bougiesleutel (20)

5. Beoogd gebruik

Dit apparaat is bestemd voor het losmaken en beluchten van een gazon (verticuteren) in particuliere ruimten en mag alleen worden gebruikt op droge, kort gemaaide gazons. Ieder daarboven uitgaand gebruik geldt als niet volgens de voorschriften.

Het apparaat is geschikt voor particulier gebruik in de tuin of hobbytuin.

Het in acht nemen van de door de fabrikant meegeleverde gebruikshandleiding is voorwaarde voor het beoogde gebruik van de verticuteermachine. De gebruiksaanwijzing bevat ook de bedrijfs-, onderhouds- en instandhoudingsvoorwaarden.

m Waarschuwing! Vanwege het risico op lichamelijk letsel bij de gebruiker, mag de verticuteermachine niet worden gebruikt als hakselaar voor het kleinmaken van boom- en hegsnijafval. Verder mag de verticuteermachine niet worden gebruikt als motorhakfrees en voor het egaliseren van grondoneffenheden, zoals molshopen.

Om wille van veiligheidsredenen mag de verticuteermachine niet worden gebruikt als aandrijfaggregaat voor andere werkgereedschap en gereedschapsets behalve als dit uitdrukkelijk door de fabrikant is toegestaan.

De machine mag uitsluitend met de originele onderdelen en originele accessoires van de fabrikant worden gebruikt. De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant alsook de in de technische gegevens aangegeven afmetingen moeten in acht worden genomen.

Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriele toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriele ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet.

6. Veiligheidsvoorschriften

- Maak uzelf vertrouwd met het toepassingsgebied, de beperkingen van de machine en eventuele speciale bronnen van gevaar.

- Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met alle bedieningselementen en hun functie.

- Probeer de machine niet te gebruiken zonder de exacte bedienings- en onderhoudsvereisten van de motor te kennen en hoe ongelukken met persoonlijk letsel en/of materiële schade kunnen worden voorkomen.

- Het apparaat mag uitsluitend in perfecte staat worden gebruikt

- Veiligheidsvoorzieningen niet buiten werking stellen

- Draag een veiligheidsbril en gehoorbescherming

- Draag een lange broek en stevig schoeisel

- Handen en voeten buiten het snijmechanisme houden

- Derden moeten uit de gevarenzone worden gehouden en vreemde deeltjes moeten uit de werkomgeving worden verwijderd

- Bij het verlaten van het apparaat:

- De motor uitzetten

- Stilstand van het snijmechanisme afwachten

- Bougiestekker eruit trekken

- Apparaat niet onbeheerd achterlaten

- Kinderen of andere personen die de gebruikshandleiding niet kennen, mogen het apparaat niet gebruiken

Algemene veiligheidsvoorschriften

Voordat u met het apparaat gaat werken, dient u zorgvuldig de gebruikshandleiding te lezen en zich bekend te maken met alle bedieningsonderdelen.

Dit apparaat kan bij ondeskundig gebruik ernstig letsel veroorzaken.

Bewaar deze gebruikshandleiding daarom goed, zodat u de informatie te allen tijde ter beschikking heeft.

Bedien het apparaat niet als u niet precies weet hoe u de motor moet bedienen en onderhouden en hoe u letsel en/of materiële schade kunt voorkomen.

Veiligheid op de werkplek

De motor nooit in gesloten ruimtes starten of laten draaien. De uitlaatgassen zijn gevaarlijk en bevatten koolmonoxide, een geurloos en giftig gas. Deze eenheid uitsluitend in een goed geventileerde buitenruimte gebruiken.

Gebruik het apparaat nooit als er onvoldoende zicht resp. onvoldoende licht is. Het apparaat nooit gebruiken op steile hellingen. Werk altijd horizontaal naar de grond, nooit van boven naar beneden.

Werken met het apparaat nooit bij regen, onweer en in het bijzonder niet bij risico op blikseminslag.

Veiligheid van personen

  1. Gebruik de machine nooit onder invloed van drugs, alcohol of andere medicijnen die uw vermogen om het apparaat correct te gebruiken kunnen beïnvloeden.

  2. Draag geschikte kleding. Draag een lange broek, laarzen en handschoenen. Draag geen losse kleding, een korte broek of sieraden van welke aard dan ook. Draag schouderlang haar in een staart of knot. Houd haar, kleding en handschoenen altijd uit de buurt van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden en lang haar kunnen verstrikt raken in bewegende delen.

  3. Draag persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd oogbescherming.

  4. Beschermingsmiddelen, zoals stofmaskers, veiligheids-helm of gehoorbescherming, die onder relevante om-standigheden worden gebruikt, zorgt voor een vermin-dering van lichamelijk letsel.

  5. Controleer de machine voor het starten. Afschermingen mogen niet worden verwijderd en moeten worden onderhouden. Controleer onder meer of alle moeren, schroeven goed zijn aangehaald.

  6. Bedien de machine in geen geval als deze moet worden gerepareerd of als het mechanisme beschadigd is.

  7. Vervang beschadigde, ontbrekende of niet-functionerende onderdelen voor gebruik van de machine. Controleer op lekkage. Zorg dat er veilige werkomstandigheden voor de machine zijn.

  8. Manipuleer in geen enkele geval de veiligheidsvoorzieningen. Controleer regelmatig de werking.

  9. De machine mag niet worden gebruikt als deze niet met de motorschakelaar kan worden in- of uitgeschakeld. Machines die op brandstof werken en niet via de motorschakelaar kunnen worden aangestuurd, zijn gevaarlijk en moeten worden vervangen.

  10. Controleer voor het starten regelmatig of de sleutel, resp. moersleutel uit de machine zijn verwijderd. Als een moersleutel of sleutel op een draaiend onderdeel achterblijft, kan er lichamelijk letsel ontstaan.

  11. Blijf alert en gebruik uw gezond verstand bij het bedienen van de machine.

  12. Werk niet te ver voorovergebogen. Gebruik de machine niet op blote voeten of met sandalen of soortgelijk licht schoei - sel. Draag veiligheidsschoenen die uw voeten beschermen en uw grip op gladde oppervlakken verbeteren.
  13. Neem altijd een stabiele positie in en let op uw evenwicht. Hierdoor kan de machine in onverwachte situaties beter worden gecontroleerd.
  14. Voorkom onbedoeld starten. Controleer of de motor voor het transport van de machine of bij onderhoudsresp. instandhoudingswerkzaamheden aan de unit of deze is uitgeschakeld. Het transport van de machine of onderhouds- resp. instandhoudingswerkzaamheden aan de machine bij een draaiende motor kan tot ongevallen leiden.

Veiligheid in de omgang met bedrijfsmiddelen

  1. Brandstof is licht ontvlambaar en de dampen kunnen bij ontsteking exploderen. Neem bij het gebruik van brandstof passende maatregelen om het risico op ernstig li-chamelijk letsel te verminderen.
  2. Bewaar de tank bij het vullen of aftappen in een schone, goed geventileerde buitenruimte en gebruik een goedgekeurde brandstoftank. Niet roken. Vermijd ontstekingsvonken, open vuur of andere ontstekingsbronnen in de buurt van het bereik bij het bijvullen van brandstof of het gebruik van de eenheid. De tank in geen geval in een gebouw vullen.
  3. Houd geaarde, geleidende voorwerpen, zoals gereedschappen, uit de buurt van onbeschermde, onder spanning staande elektrische onderdelen en aansluitingen om vonkvorming of vonkoverslag te voorkomen. Ze kunnen rookgassen of dampen doen ontbranden.
  4. Schakel de motor altijd uit en laat deze afkoelen voordat u de tank vult. Verwijder in geen geval de tankdop en vul nooit brandstof bij terwijl de motor draait of warm is. De machine mag niet worden bediend als de brandstofinstallatie lekt.
  5. Open voorzichtig de tankdop om eventuele druk in de tank af te tappen.
  6. Vul de tank niet te vol (tot ca. 1,5 cm onder de vulopening van de ruimte bij brandstofuitzetting door de motorwarmte).
  7. De tankdop en de tank weer goed terugplaatsen en verwijder de gemorste brandstof. De eenheid mag in geen geval worden bediend als de tankdop niet is aangebracht.
  8. Vermijd ontstekingsbronnen in geval van gemorste brandstof. Probeer de motor niet te starten als er brandstof is gemorst. Verwijder in plaats daarvan de machine uit het betreffende bereik en voorkom ontstekingsbronnen totdat de brandstofdampen zijn verdampt.
  9. Brandstof moet in de juiste containers worden bewaard die geschikt zijn voor dit doeleinde.
  10. Bewaar brandstof op een koele, goed geventileerde plaats, uit de buurt van ontstekingsvonken, open vuur en andere ontstekingsbronnen.

  11. Bewaar de brandstof of de machine nooit met een met brandstof gevulde tank in een gebouw waar rookgassen in contact kunnen komen met ontstekingsvonken, open vuur of andere ontstekingsbronnen zoals boilers, kachels, drogers en dergelijke. De motor voor het bewaren nooit laten afkoelen in een behuizing.

Aanwijzingen voor gebruik en onderhoud van de machine

  1. De machine niet optillen of dragen bij een draaiende motor.
  2. De machine nooit bedienen met geweld. Gebruik de juiste machine voor de gewenste toepassing. De juiste machine zal de taak op een betere en veilige manier uitvoeren.
  3. Verander de instellingen van de motortoerenregelaar niet en laat de motor niet met een te hoog toerental draaien. De toerenregelaar regelt het maximale bedrijfstoerental dat veilig is voor de motor.
  4. Laat de motor niet snel lopen als de grond niet wordt bewerkt.
  5. Plaats handen of voeten niet nabij de draaiende delen.
  6. Vermijd contact met hete brandstof, olie, rookgassen en hete oppervlakken. Raak de motor of de geluiddemper niet aan. Deze onderdelen worden tijdens het gebruik extreem heet. Ze worden ook korte tijd heet als de eenheid is uitgeschakeld. De motor voor het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden of instellingen laten afkoelen.
  7. Als het apparaat ongewone geluiden maakt of ongewoon trilt, moet de motor direct worden uitgeschakeld, de ontstekingskabel worden losgekoppeld en de oorzaak worden gezocht. Ongewone geluiden of trillingen zijn doorgaans een waarschuwingsteken.
  8. Uitsluitend de door de fabrikant toegestane aansluitingen en toegestane accessoires gebruiken. Het niet in acht nemen van deze voorschriften, kan tot lichamelijk letsel leiden.
  9. Het apparaat onderhouden. Controleer of onderdelen in beweging verkeerd zijn uitgelijnd of zijn geblokkeerd. Controleer onderdelen op breuk resp. controleer of er sprake is van een andere toestand, die het gebruik van de machine zou kunnen beïnvloeden. De machine bij schade voor gebruik laten repareren. Een groot aantal ongevallen wordt veroorzaakt door onvoldoende onderhouden apparatuur.
  10. Verwijder gras, bladeren, overtollig vet of opgehoopt koolstof uit de motor en de geluiddemper om het risico op brand te verminderen.
  11. De eenheid in geen geval natspuiten met of onderdompelen in water of andere vloeistof. Houd de duwbeugel droog, schoon en vrij van afzettingen. Na elk gebruik reinigen.
  12. Wettelijke bepalingen en voorschriften voor het correct afvoeren van brandstof, olie, enz. ter bescherming van het milieu in acht nemen.
  13. Houd de machine buiten het bereik van kinderen en laat personen die niet bekend zijn met de machine of deze aanwijzingen de machine niet bedienen. De machine is gevaarlijk in de handen van niet-geïnstrueerde gebruikers.

Restrisico's

De machine is ontwikkeld volgens de huidige stand van de techniek en de erkende veiligheidsvoorschriften. Toch kan tijdens de werkzaamheden sprake zijn van enkele restrisico's:

  • Bovendien kunnen er ondanks alle getroffen voorzieningen verborgen restrisico's bestaan.
  • Restrisico's kunnen worden geminimaliseerd als de veiligheidsvoorschriften en het gebruik conform de voorschriften alsook de gebruikshandleiding in acht worden genomen.
  • Voorkom het onvoorzien opstarten van de machine.
  • Gebruik gereedschap dat in deze gebruikshandleiding wordt aanbevolen. U verkrijgt dan optimale prestaties met uw machine.
  • Houd uw handen buiten de werkomgeving, wanneer de machine in bedrijf is.

Technische wijzigingen voorbehouden!

Geluid en trilling

De geluidswaarden zijn bepaald volgens EN ISO 3744. De totale trillingswaarden (vectorsom van drie richtingen) worden bepaald overeenkomstig EN 500-1.

Lawaai kan ernstige gezondheidsklachten tot gevolg hebben. Als het geluid van de machine hoger is dan 85 dB, dient u geschikte gehoorbescherming te dragen.

Geluidswaarden:

Geluidsdrukniveau L pA rechts 81,7 dB
Geluidsdrukniveau L
OA links 81,0 dB
Onzekerheid K_pA 2,0 dB
Geluidsvermogensniveau LWA....94,74 dB
Onzekerheid K_WA 2,0 dB

Trillingseigenschappen:

Trilling A_hv links....35,4 m/s ^2

Trilling A _bw rechts.... 35,6 m/s ^2

Meetonnauwkeurigheid K_PA 1,5 m/s ^2

De aangegeven geluidswaarden zijn volgens een genormeerde testmethode gemeten en kunnen gebruikt worden om verschillende gereedschappen met elkaar te vergelijken.

Bovendien zijn deze waarden geschikt om belastingen voor de gebruiker, die door geluid ontstaan, te voren in te kunnen schatten.

⚠ Waarschuwing! Afhankelijk van de manier waarop u het gereedschap gebruikt, kunnen de daadwerkelijke waarden van de aangegeven waarden afwijken. Neem maatregelen om uzelf tegen geluidshinder te beschermen.

Houd daarbij rekening met het complete werkproces, dus ook tijden, waarin het gereedschap onbelast draait of uitgeschakeld is.

Passende maatregelen omvatten onder andere het regelmatig onderhouden en verzorgen van het gereedschap en van de inzetstukken, regelmatige pauzes evenals een goede planning van de werkprocessen.

8. Uitpakken

  • Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtig uit.
  • Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpak-kings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
  • Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
  • Controleer het apparaat en de hulpstukken op transportschade. Bij klachten moet direct contact worden opgenomen met de expediteur. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
  • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
  • Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het apparaat aan de hand van de gebruikshandleiding.
  • Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveonderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
  • Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het apparaat aan.

GEVAAR

Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!

9. Montage

Voor het monteren van de benzine verticuteermachine heeft u het volgende nodig:

- Steeksleutel SW13 (niet bij de levering inbegrepen)

- accessoiretas

9.1 Duwbeugel monteren (afb. 3 + 4)

  1. Monteer eerst de onderste duwbeugel (4) door de plat-kopschroeven M8 x 30 mm (18) in de daarvoor bestem-de gaten te steken (binnenin). Monteer vervolgens de duwbeugel van buitenaf met de borgmoeren M8 (19) en draai ze vast met een steeksleutel SW13.

  2. Verbind de bovenste duwbeugel (1) met de onderste duwbeugel (4). Gebruik de twee sterknopmoeren (3) en sluitringen (3b) met de betreffende bouten M8 x 45 mm (3a).

  3. Haal de stergreepmoeren (3) aan beide zijden goed aan.

  4. Breng de kabelklem (5) op de linkerzijde van de onderste duwbeugel (4) aan.
  5. Fixeer de kabel van de beugel voor de veiligheidsschakelaar (2) met de kabelklem (5) op de duwbeugel (4) en vergrendel de kabelklem (5).

9.2 Vangkorf inhangen (afb. 5)

  1. Til de uitwerpklep (13) met een hand op de greep op en haak de vangkorf (16) met de andere hand op de handgreep van bovenaf er in.
  2. Let op! Voor het inhaken van de vangkorf moet de motor worden uitgeschakeld en mag de meswals niet draaien!

10. Voor de ingebruikname

⚠ LET OP!

Het apparaat moet voor de ingebruikname volledig zijn gemonteerd!

⚠ WAARSCHUWING!

Gevaar voor de gezondheid!

Bij het inademen van benzine-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.

  • Adem benzine-;smeeroliedampen en uitlaatgassen niet in.
  • Gebruik het product alleen in de open lucht.

AANWIJZING!

Productbeschadiging

Als het product zonder of met te weinig motor- of transmissie-olie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade leiden.

- Vul voor de ingebruikname benzine en olie in. Het product wordt zonder motor- of transmissieolie geleverd.

AANWIJZING!

Milieuschade!

Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden.

  • Olie alleen vullen/aftappen op effen, stevige ondergronden.
  • Gebruik een vulpijp of trechter.
  • Vang afgetapte olie in een geschikte container op.
  • Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
  • Verwijder olie conform de lokale voorschriften.

AANWIJZING!

Risico op materiële schade!

Indien incorrect opgeslagen of niet afgetapte brandstoffen worden gebruikt, kan de carburateur verstoppen of de werking van de motor beïnvloeden.

- Voer brandstof wat u niet nodig heeft, in een luchtdichte tank en bewaar deze in een donkere, koele ruimte.

Controle voor gebruik

  • Controleer alle zijdes van de motor op olie of brandstoflekken.
  • Controleer het motoroliepeil.

  • Controleer het brandstofpeil - de tank moet minstens halfvol zijn.

  • Controleer de conditie van het luchtfilter.
  • Controleer de conditie van de brandstofleidingen.
  • Let op tekenen van schade.
  • Controleer of alle veiligheidsafdekkingen zijn aangebracht en of alle schroeven, moeren en pennen zijn aangedraaid.

10.1 Motorolie bijvullen (afb. 6)

⚠ Let op!

Het apparaat wordt geleverd zonder motorolie. Voor ingebruikname daarom altijd olie bijvullen. Gebruik hiervoor universele olie (10W-30 of 10W-40 (afhankelijk van de bedrijfstemperatuur)).

Controleer regelmatig voor elk gebruik het oliepeil. Een te laag oliepeil kan de motor beschadigen.

  1. Plaats het apparaat op een vlak, recht oppervlak.
  2. Schroef de oliepeilstok (8) los.
  3. Vul de tank met motorolie met behulp van een trechter (niet bij de levering inbegrepen). Let op de max. vulhoeveelheid van 600 ml. Vul de olie voorzichtig bij tot aan de onderkant van de vulpijp.
  4. Veeg de oliepeilstok (8) met een schone, pluisvrije doek schoon.
  5. Voer de oliepeilstok (8) weer in en controleer het oliepeil zonder de peilstok weer vast te schroeven.
  6. Het oliepeil moet binnen de middelste markering op de oliepeilstok staan.
  7. Als het oliepeil te laag is, voeg dan de aanbevolen hoeveelheid olie toe (max. 600 ml).
  8. Schroef de oliepeilstok (8) vervolgens weer vast.

10.2 Benzine bijvullen (afb. 7 + 13)

⚠ Let op!

Het apparaat wordt geleverd zonder benzine. Voor ingebruikname daarom altijd benzine bijvullen. Gebruik hiervoor Super E10 benzine.

  1. Maak de omgeving van het vulgedeelte schoon. Verontreinigingen in de tank veroorzaken bedrijfsstoringen.
  2. Open voorzichtig de tankdop (6b) zodat eventuele overdruk kan ontsnappen.
  3. Vul de benzinetank (6) met behulp van een trechter (niet bij de levering inbegrepen) met benzine (Super E10). Let op de max. vulcapaciteit van 3,6 liter. Vul voorzichtig de benzine bij tot aan de onderkant van de vulpijp.
  4. Sluit de tankdop (6b) weer. Controleer of het tankdeksel goed is afgesloten.
  5. Reinig de tankdop (6b) en de omgeving goed schoon.
  6. Controleer de benzinetank (6) en de brandstofleidingen op lekkages.
  7. Neem minimaal drie meter van de plek waar u brandstof hebt bijgevuld voordat u de motor start.

- Gebruik geen reeds gebruikte en verontreinigde benzine. Laat geen vuil en water in de benzinetank (6) komen.

11.1 Instelling van de verticuteerdiepte (afb. 8) ⚠ GEVAAR

Risico op materiële schade!

Voor het instellen van de werkpositie moet het apparaat zijn uitgeschakeld.

De werkpositie wordt ingesteld met de diepteafstelling (12). Hiertoe moet de diepteafstelling (12) iets naar rechts worden getrokken en in de gewenste positie gebracht en worden vastgeklikt.

De juiste werkpositie richt zich naar de toestand van het gazon en de slijtage van het mes. Een verkeerd gekozen werkpositie kan leiden tot overbelasting van de motor en schade aan de rol.

Draai in dat geval de ratelschijf terug naar een lagere werk-positie.

Posities op de ratelschijf:

+1 = rij- / of transportstand +5 mm
0 = 0 mm
-1 = werkpositie -2,5 mm
-2 = werkpositie -5 mm
-3 = werkpositie -7,5 mm
-4 = werkpositie -10 mm
-5 = werkpositie -12,5 mm
-6 = werkpositie -15 mm

11.2 Starten van de motor (afb. 1)

Dit apparaat is voorzien van een beugel voor veiligheidsschakelaar (2), zodat het apparaat bij het loslaten stopt.

△ Let op: Bij het loslaten van de beugel voor veiligheidsschakelaar (2) moet deze in de uitgangspositie terugkeren en de motor wordt automatisch uitgezet. Als dit niet het geval is, mag het apparaat niet worden gebruikt.

Chokehendel (15) (afb. 9)

• Warme motor / choke gesloten:

PARKSIDE PBV 4200 A1 - Chokehendel (15) (afb. 9) - 1

- Koude motor / choke open:

PARKSIDE PBV 4200 A1 - Chokehendel (15) (afb. 9) - 2

Aanwijzing: De gesloten stand van de chokehendel verrijkt het brandstofmengsel voor het starten van een koude motor. De geopende stand zorgt voor het juiste brandstofmengsel voor een normale werking na het starten en voor het opnieuw starten van een warme motor.

Benzinekraan (14) (afb. 1, 9 + 10)

- Benzinekraan open:

PARKSIDE PBV 4200 A1 - Benzinekraan (14) (afb. 1, 9 + 10) - 1

- Benzinekraan dicht:

PARKSIDE PBV 4200 A1 - Benzinekraan (14) (afb. 1, 9 + 10) - 2

  1. Open de benzinekraan (14) door deze rechtsom op ON te zelten.

  2. Zet de chokehendel (15) op ON.

Aanwijzing: De choke hoeft doorgaans bij het opnieuw starten van een warme motor niet te worden gebruikt.

  1. Bedien de beugel voor veiligheidsschakelaar (2) en trek stevig aan het starterkoord (11) tot de motor start.

  2. Laat de motor kort warmdraaien en zet vervolgens de chokehendel (15) op OFF.

⚠ LET OP! Het starterkoord (11) altijd langzaam tot de eerste weerstand er uit trekken, voordat deze voor het starten snel wordt uitgetrokken. Laat het starterkoord na het uittrekken niet terugschieten.

11.3 Bediening

Algemene aanwijzingen voor het gebruik

  • Om het apparaat te starten, moet het snijmechanisme volledig vrij kunnen bewegen.
  • Bestuur het apparaat alleen aan de duwbeugel. Dit zorgt voor de veiligheidsafstand.
  • Houd de uitlaat en motor schoon.
  • Let er bij hellingen op dat u stabiel staat.
  • Verticuteer altijd dwars op een helling.
    • Verticuteer nooit op steile hellingen.
  • Geleid de benzine verticuteermachine alleen in looppas.
  • Kantel of transporteer het apparaat nooit met een draaiende motor.
  • Door een vakman laten controleren:

  • na het raken van een obstakel

  • bij onmiddellijke stilstand van de motor
  • bij verbogen messen
  • bij verbogen meswals

LET OP!

De meswals roteert als de motor wordt gestart.

LET OP!

  • Haak de vangkorf nooit los als de motor nog draait. De draaiende mescilinder kan letsel veroorzaken. Bevestig altijd zorgvuldig de uitwerpklep. Deze klapt door de trekveer weer terug en wordt gesloten!
  • De door het geleidingswiel aangegeven veiligheidsafstand tussen de behuizing en de gebruiker moet altijd in acht worden genomen.
  • Tijdens de werkzaamheden en veranderingen van de rijrichting bij struikgewassen en hellingen moet uiterst voorzichtig te werk worden gegaan.
  • Zorg altijd voor een stabiele stand, draag schoenen met antislipbestendige zolen en een lange broek.
  • Werk altijd dwars op een helling. Hellingen van meer dan 15 graden mogen met het apparaat om wille van veiligheidsredenen niet worden geverticuteerd. Wees met name voorzichtig bij het achterwaarts verplaatsen en bij het trekken van het apparaat. Struikelgevaar!
  • Het apparaat mag niet bij regen of op nat gras worden gebruikt.

Aanwijzingen voor correct werken

  • Tijdens de werkzaamheden wordt een overlappende werkwijze geadviseerd. Om een net snijbeeld te bereiken moet het apparaat in zo recht mogelijke banen worden geleid. Hierbij moeten deze banen altijd enkele centimeters overlappen zodat er geen stroken overblijven. Zodra tijdens het werken grasresten blijven liggen, moet de vangkorf worden gelegd. Let op! Voor het verwijderen van de vangkorf de motor uitschakelen en de stilstand van de meswals afwachten!
  • Voor het losmaken van de vangkorf, moet de uitwerpklep met een hand worden opgetild en met de andere hand moet de vangkorf worden verwijderd!
  • Hoe vaak moet worden geverticuteerd, hangt in principe af hoe hard het gras van het gazon groeit en van de hardheid van de grond.
  • De onderzijde van het apparaat moet schoon worden gehouden en aarde- en grasafzettingen moeten absoluut worden verwijderd. Afzettingen verzwaren het starten en beïnvloeden de kwaliteit.
  • Op hellingen moet de baan dwars op de helling worden gemaakt. Voordat enige controles van de mescalinder wordt uitgevoerd, moet de motor worden uitgeschakeld.
  • ⚠ LET OP! De mescilinder draait na het uitschakelen van de motor nog enkele seconden verder. Probeer nooit de mescilinder te stoppen. Als de bewegende meswals op een voorwerp slaat, moet het apparaat worden uitgeschakeld en wacht u tot de meswals volledig tot stilstand is gekomen. Controleer vervolgens de toestand van de mescilinder. Als deze is beschadigd, moet de cilinder worden vervangen.

11.4 Stoppen van de motor

⚠ WAARSCHUWING!

Gevaar door snijwonden!

- Meswals loopt na! Grijp niet onmiddellijk na het uitschakelen onder het apparaat.

Beugel voor veiligheidsschakelaar

Het apparaat stopt bij het loslaten van de beugel voor de veiligheidsschakelaar (2).

LET OP!

Breng de chokehendel (15) niet in de stand OFF, om de motor te stoppen. Dit kan leiden tot een onjuiste ontsteking of motorschade.

11.5 Vangkorf voor legen uithangen (afb. 1 + 5)

Als het snoeimateriaal op de grond blijft liggen, is de vangkorf vol en moet worden geleegd.

⚠ WAARSCHUWING!

Gevaar voor letsel!

Het ongewenst en onverwacht starten van het product kan leiden tot letsel.

- Schakel de motor voor het legen uit.

  1. Schakel de motor uit, door de beugel voor de veiligheidsschakelaar (2) los te laten. Wacht tot de meswals tot stilstand is gekomen.

  2. Hang de vangkorf (16) uit en leeg deze. Til hiertoe de uitwerpklep (13) met een hand op de greep op. Haak aansluitend de vangkorf (16) met de andere hand op de handgreep er van bovenaf uit.

  3. Hang de vangkorf (16) weer in. Til hiertoe de uitwerpklep (13) met een hand op de greep op. Haak aansluitend de vangkorf (16) met de andere hand op de handgreep er van bovenaf in.

12. Transport

⚠ WAARSCHUWING!

Gevaar voor letsel!

Het ongewenst en onverwacht starten van het product kan leiden tot letsel.

  • Schakel na het laden de motor uit en verwijder, nadat de motor is afgekoeld, de bougiestekker van de bougie.
  • Het product kan door zijn eigen gewicht ernstige verwondingen door beknelling veroorzaken.

Laat de motor afkoelen voordat u deze vervoert of laadt om brandwonden en brandgevaar te voorkomen.

⚠ De machine kan vallen en schade of letsel veroorzaken als deze niet conform de voorschriften wordt opgetild.

Maak de brandstoftank volledig leeg bij transport over lange afstanden.

Beveilig de machine op het transportvoertuig tegen rollen, wegglijden of omvallen en sjor het apparaat extra vast.

13. Reiniging en onderhoud

⚠ WAARSCHUWING!

Gevaar voor verwondingen en brandwonden!

Het product kan onverwacht starten en kan daardoor verwondingen veroorzaken. Bovendien kunnen er temperaturen van 80°C worden bereikt.

  • Schakel voor alle reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor uit.
  • Laat de motor afkoelen.
  • Trek de bougiestekker van de bougie.

⚠ WAARSCHUWING!

Gevaar voor de gezondheid!

Bij het inademen van benzine-/smeeroliedampen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden.

- Adem benzine-/smeeroliedampen niet in.

- Gebruik het product alleen in de open lucht.

AANWIJZING!

Risico op materiële schade!

Als water de behuizing binnendringt, kan motorschade het gevolg zijn. Bovendien kan de staal van een hogedrukreiniger delen van het product beschadigen.

  • Reinig het product met een doek, een handveger, etc.
  • Dompel het product niet in water of andere vloeistoffen en spuit deze niet af met de hogedrukreiniger.
Onderhoudsschema
na 10 bedrijfs-urenna 25 bedrijfs-urenelke 50 bedrijfs-urenelke 100 bedrijfs-urenelke 300 bedrijfs-uren
Luchtfilter reinigen reinigen reinigen reinigenvervan-gen
Bougiecontrole-renreinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinige reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinigen reinige in the same time of the yearcontrole-renvervan-genvervan-gen
Motorolie-peilcontro-lerenvervan-genvervan-gen

13.1 Reinigingswerkzaamheden: ⚠ WAARSCHUWING!

Gevaar voor letsel!

Het ongewenst en onverwacht starten van het product kan leiden tot letsel.

- Schakel voor alle reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor uit en verwijder, nadat de motor is afgekoeld, de bougiestekker van de bougie.

Het onderhoud van uw benzine verticuteermachine zorgt voor een lange gebruiksduur van de machine en de bijbehorende onderdelen.

  • Controleer de algemene toestand van de benzine verticuteermachine op losse bouten, onjuiste uitlijning of blokering van bewegende delen, gebroken of gebarsten onderdelen en andere omstandigheden die de werking van de machine kunnen beïnvloeden.
  • Gebruik een hoogwaardige lichte machineolie om de bewegende delen te smeren.
  • Reinig de onderkant van de benzine verticuteermachine zodra er grasresten blijven hechten. De machine werkt niet goed als de onderkant niet schoon is.
  • Bevestig de bougiestekker weer na de reinigings- en onderhoudswerkzaamheden.

13.2 Controleer en vervang de V-snaar

Gebruik het apparaat nooit zonder de riemafdekking (7). Als de riemafdekking (7) niet is aangebracht, kan uw hand bekneld raken, waardoor u ernstig letsel kunt oplopen.

13.2.1 Spanning van de V-snaar (afb. 11 + 5)

De V-snaar (7a) moet in goede staat zijn om een optimale krachtoverbrenging van de motor naar de meswals te garanderen. Controleer de toestand van de V-snaar (7a).

  1. Zet de motor uit en laat hem afkoelen.
  2. Verwijder de riemafdekking (7) om toegang te krijgen tot de V-snaar (7a). Draai daartoe met een steeksleutel SW8 (alternatief met een steeksleutel) (niet bij de levering inbegrepen) de 4 zeskantbouten van de riemafdekking (7) los.
  3. Controleer nu de riemspanning (duimdruk). Als de V-snaar (7a) meer dan 10-15 mm meegeeft (duimdruk), moet u deze spannen.
  4. Haak de vangkorf (16) los (afb. 5).
  5. Draai hiertoe de bovenste moer van de tapbout (7c) los met een steeksleutel SW 14 (niet bij de levering inbegrepen) los en schroef deze op het bovenste uiteinde van de tapbout.

  6. Span nu de V-snaar (7a) door de onderste moer van de tapbout (7b) met een steeksleutel SW14 (niet bij de levering inbegrepen) naar boven te draaien.

  7. Controleer nu opnieuw de riemspanning (duimdruk). Als de V-snaar (7a) meer dan 10-15 mm meegeeft (duimdruk), moet u deze opnieuw spannen.
  8. Plaats de beschermkap van de band (7) weer terug. En schroef met een steeksleutel SW8 (alternatief een steek - sleutel) (niet bij de levering inbegrepen) de 4 zeskantbouten van de riembescherming (7) vast.
  9. Hang de vangkorf (16) weer in.

13.2.2 Vervangen van de V-snaar (afb. 11)

Als de V-snaar (7a) is gescheurd, versleten of glad is, moet deze worden vervangen.

  1. Zet de motor uit en laat hem afkoelen.
  2. Verwijder de riemafdekking (7) om toegang te krijgen tot de V-snaar (7a). Draai daartoe met een steeksleutel SW8 (alternatief met een steeksleutel) (niet bij de levering inbegrepen) de 4 zeskantbouten van de riemafdekking (7) los.
  3. Haak de vangkorf (16) los (afb. 5).
  4. Om de voorspanning van de riem los te maken, draait u de onderste moer op de tapbout (7b) met een steeksleutel SW14 (niet bij de levering inbegrepen) los.
  5. Schroef vervolgens de onderste moer op de tapbout (7b) helemaal naar beneden.
  6. Trek de versleten V-snaar (7a) van de poelies en monteer op de juiste wijze twee nieuwe V-snaren.
  7. Span nu de V-snaar (7a) door de onderste moer van de tapbout (7b) met een steeksleutel SW14 (niet bij de levering inbegrepen) naar boven te draaien.
  8. Controleer nu opnieuw de riemspanning (duimdruk). Als de V-snaar (7a) meer dan 10-15 mm meegeeft (duimdruk), moet u deze opnieuw spannen.
  9. Plaats de beschermkap van de band (7) weer terug. En schroef met een steeksleutel SW8 (alternatief een steeksleutel) (niet bij de levering inbegrepen) de 4 zeskantbouten van de riembescherming (7) vast.
  10. Hang de vangkorf (16) weer in.

LET OP!

Let op dat uw vingers niet beklemd raken tussen de riem en de poelie bij het verwijderen of monteren van de V-snaar (7a).

AANWIJZING!

Productbeschadiging

Als het product zonder of met te weinig motor- of transmissie-olie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade leiden.

- Vul voor de ingebruikname benzine en olie in. Het product wordt zonder motor- of transmissieolie geleverd.

AANWIJZING!

Milieuschade!

Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreiniging leiden.

  • Olie alleen vullen/aftappen op effen, stevige ondergronden.
  • Gebruik een vulpijp of trechter.
  • Vang afgetapte olie in een geschikte container op.
  • Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijder de doek conform de lokale voorschriften.
  • Verwijder olie conform de lokale voorschriften.

13.3 Verversen van de motorolie (afb. 12)

Na 25 werkuren moet de 1e werkuren worden uitgevoerd. Daarna na 100 bedrijfsuren.

Het verversen van de motorolie moet bij een bedrijfswarme en uitgeschakelde motor worden uitgevoerd.

Gebruik universele olie (SAE 10W-30 of SAE 10W-40).

  1. Plaats het apparaat op een vlak, recht oppervlak.
  2. Houd een geschikte opvangbak onder de olieaftapplug (10).
  3. Gebruik een steeksleutel SW 10 mm (niet bij de levering inbegrepen) op de olieaftapplug (10) te openen en de motorolie af te tappen.
  4. Nadat de motorolie volledig hebt afgetapt, schroeft u de olieaftapplug (10) weer terug.
  5. Draai nu de olievuldop met een oliepeilstok (8) linksom er uit.
  6. Vul verse motorolie bij en controleer het oliepeil (zie 10.1).
  7. Draai aansluitend de olievuldop met oliepeilstok (8) rechtsom weer vast.

13.4 Tap de benzine af met een benzine-afzuig-pomp (afb. 13)

Bij opslag voor langere tijd moet de benzine uit de benzinetank (6) worden afgetapt.

  1. Zet de benzinekraan (14) op OFF.
  2. Houd een opvangreservoir onder de slang van de afzuigpomp voor benzine (niet bij de levering inbegrepen).
  3. Schroef de tankdop (6b) los en haal deze van de opening weg.
  4. Verwijder het brandstofffilterelement (6a).
  5. Schuif de slang van de afzuigpomp van de benzine in de benzinetank en tap de benzine met behulp van de afzuigpomp voor benzine volledig af.
  6. Plaats het brandstofffilterelement (6a) terug.
  7. Schroef de tankdop (6b) er weer op.
  8. Om ervoor te zorgen dat er geen benzine in de carburateur achterblijft, moet de resterende benzine uit de carburateur worden afgetapt. Plaats daartoe een geschiktvat (niet bij de levering inbegrepen) onder de carburateur en open de carburateurschroef (A).

13.5 Onderhoud van het luchtfilter (afb. 14)

Een vervuild luchtfilterelement (17c) vermindert het motorvermogen als gevolg van onvoldoende luchttoevoer naar de carburateur. Regelmatige controle is dus essentieel.

Het luchtfilter moet elke 50 bedrijfsuren worden gecontroleerd en indien nodig worden gereinigd.

  1. Schroef de vleugelmoer (17a) los en verwijder het luchtfilterdeksel (17).
  2. Controleer het luchtfilterdeksel (17) op gaten of scheuren. Vervang elk beschadigd element.
  3. Schroef de binnenste vleugelmoer (17b) los en verwijder het filterelement (17c).
  4. Veeg vuil aan de binnenkant van het filterhuis weg met een schone, vochtige doek. Zorg ervoor dat er geen vuil in de opening komt. Plaats het luchtfilterdeksel (17) voor de duur van de filterreiniging weer terug op het filterhuis.
  5. Verwijder het filterelement (17c). Controleer het op beschadiging en vervang het indien nodig.

  6. Klop het filterelement (17c) uit op een hard oppervlak om het vuil te verwijderen. Borstel het vuil nooit af, want daarmee wordt het in de vezels gedrukt.

  7. Reinig, indien nodig, het filterelement (17c) extra in warm water en een milde zeepoplossing. Spoel het grondig af met helder water en laat het goed drogen.
  8. Plaats het schone filterelement (17c) terug en schroef de binnenste vleugelmoer (17b) vast.
  9. Plaats het luchtfilterdeksel (17) en zet het vast met de vleugelmoer (17a).

13.6 Bougie reinigen/vervangen (afb. 15 + 16)

⚠ LET OP: Vervang de bougie alleen als de motor koud is! Controleer de bougie voor de eerste keer na 10 bedrijfsuren op verontreiniging en reinig deze eventueel met een koperdraadborstel. Vervang, indien nodig, de bougie daarna elke 50 bedrijfsuren.

  1. Trek de bougiestekker (21) los en verwijder het eventuele vuil rondom de bougie.
  2. Draai de bougie (22) er met de meegeleverde bougiesleutel (20) uit.
  3. Controleer de isolator. Vervang de bougie (22) bij beschadigingen zoals bijv. scheuren of houtsplinters.
  4. Reinig de bougie-elektroden met een staalborstel.
  5. Controleer de elektrodenafstand en stel deze af met een voelermaat. Om de motor efficiënt te laten draaien, moet de bougie de juiste elektrodenafstand (0,6 - 0,7 mm) hebben.
  6. Schroef de bougie (22) er met de hand weer in en draai deze ongeveer 1/4 slag vast met de bijgeleverde bougiesleutel (20).
  7. Plaats de bougiestekker (21) op de bougie (22).

LET OP!

Een losse bougie kan oververhit raken en zo de motor beschadigen. En een te strak vastgedraaide bougie kan de schroefdraad in de cilinderkop beschadigen.

Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:

  • Gegevens van het typeplaatje van de machine
  • Gegevens van het typeplaatje van de motor

Belangrijke aanwijzing bij reparatie:

Houd er bij retourlevering van het apparaat voor reparatie rekening mee dat het apparaat om veiligheidsredenen vrij van olie en brandstof naar het servicestation moet worden gestuurd.

13.7 Bestelling van reserveonderdelen

Bij het bestellen van reserveonderdelen moeten de volgende gegevens worden vermeld:

  • Type apparaat
  • Artikelnummer van het apparaat

Reserveonderdelen/accessoires

Benzine afzuigpomp - Artikelnr.: 7907600001

Service-informatie

Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt.

Slijtdelen*: V-snaar, meswals, luchtfilter, bougie

* niet persé in de leveringsomvang opgenomen!

14. Opslag

⚠ GEVAAR!

Brand- en explosiegevaar!

Bij het opslaan van het product in de buurt van mogelijke ontstekingsbronnen, kan er een brand of explosie ontstaan. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.

- Verwijder mogelijke ontstekingsbronnen, zoals bijv. ovens, heetwaterboilers met gas, gasdrogers, etc.

AANWIJZING!

Risico op materiële schade!

Als het product niet correct wordt opgeslagen, kan dit tot motorschade leiden.

- Bewaar het product beschermd tegen vuil, stof en vocht.

14.1 Opslag bij langere bedrijfsonderbrekingen:

Als het apparaat langer dan 30 dagen niet gebruikt zal worden, volg dan de onderstaande stappen om deze klaar te maken voor opslag.

  1. Breng de meswals met behulp van de werkhoogteverstelling (12) in de bovenste positie.
  2. Maak de benzinetank volledig leeg (zie hoofdstuk 13.4). Opgeslagen benzine die ethanol of MTBE bevat zal binnen 30 dagen schraal worden. Schrale benzine heeft een hoog rubbergehalte en kan daardoor de carburateur verstoppen en de brandstoftoevoer beperken.
  3. Laat de olie uit de motor lopen, terwijl deze nog warm is. Vul met nieuwe olie. (Zie hoofdstuk 13.3.)
  4. Gebruik schone doeken om de benzine verticuteermachine schoon te maken.

Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen of reinigingsmiddelen op oliebasis bij het reinigen van de plastic onderdelen. Chemische stoffen kunnen kunststoffen beschadigen.

  1. Bewaar het apparaat rechtop in een schoon en droog gebouw met goede ventilatie.

  2. Demonteer indien nodig de duwbeugel. Let op dat het starterkoord niet wordt geknikt.

Bewaar het apparaat en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen ontoegankelijke plaats. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30°C. Bewaar het apparaat in de originele verpakking.

Dek het apparaat af om het te beschermen tegen stof of vocht.

Bewaar de gebruikshandleiding bij het apparaat.

15. Afvalverwerking en hergebruik

Aanwijzingen op de verpakking

PARKSIDE PBV 4200 A1 - Aanwijzingen op de verpakking - 1

PARKSIDE PBV 4200 A1 - Aanwijzingen op de verpakking - 2

De verpakkingsmaterialen zijn recycleerbaar. Verpakkingen milieu-vriendelijk afvoeren.

Informatie over het afvoeren van versleten apparatuur kunt u opvragen bij uw gemeente.

Brandstoffen en oliën

  • Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brandstoftank en het motorreservoir worden geleegd!
  • Brandstof en motorolie horen niet bij het huishoudelijke afval of in het riool, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
  • Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd.

16. Verhelpen van storingen

De volgende tabel toont storingssymptomen en beschrijft hoe u deze op kunt lossen, als uw machine niet goed werkt. Als u het probleem hiermee niet kunt vinden en kan oplossen, neem dan contact op met uw service-werkplaats.

Storing Mogelijke oorzaak Oplossing
Motor start niet • Beugel voorveiligheidsschakelaar niet ingedrukt• Bougie defect• Brandstoftank leeg• Benzinekraan dicht• Beugel voor veiligheidsschakelaar indrukken• Bougie vervangen• Brandstof bijvullen• Benzinekraan op ON zetten
Motorvermogen wordt minder• Te harde grond• Meswals sterk versleten• Verticuteerdiepte corrigeren• Meswals door een klantenservicewerkplaats laten vervangen.
Onzuiver gverticuteerd• Meswals versleten• Onjuiste verticuteerdiepte• Meswals door een klantenservicewerkplaats laten vervangen.• Verticuteerdiepte corrigeren
Motor draait, mescilinder draait niet• Tandriem gescheurd• Tandriem door een klantenservicewerkplaats laten vervangen.

17. Garantiebewijs

Geachte klant,

onze producten zijn aan een strenge kwaliteitscontrole onderhevig. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren functioneren, spijt het ons ten zeerste en vragen u zich tot onze servicedienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs te wenden. Wij staan ook graag telefonisch tot uw dienst via het hieronder vermelde servicetelefoonnummer. Voor vorderingen in verband met garantie geldt het volgende:

  • Deze garantievoorwaarden regelen bijkomende garantieprestaties. Uw wettelijke garantieclaims blijven onaangetast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor uw gratis.
  • De garantieprestatie heeft uitsluitend betrekking op gebreken die te wijten zijn aan materiaal- of fabricagefouten en is beperkt tot het verhelpen van deze gebreken of het vervangen van het apparaat. Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Een garantieovereenkomst komt daarom niet tot stand als het apparaat in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. Uitgesloten van onze garantie zijn verder schadeloosstellingen voor transportschade, schade door nietnaleving van de montage-instructies of op grond van ondeskundige installatie, niet-naleving van de handleiding (zoals door b.v. aansluiting op een verkeerde netspanning of stroomsoort), oneigenlijke of onoordeelkundige toepassingen (zoals b.v. overbelasting van het apparaat of gebruik van niet toegestane inzetgereedschappen of toebehoren), niet-naleving van de onderhouds- en veiligheidsbepalingen, binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals b.v. zand, stenen of stof), gebruikmaking van geweld of invloeden van buitenaf (zoals b.v. schade door neervallen) alsmede door normale slijtage die zich bij het doelmatig gebruik van het apparaat voordoet.

Er kan geen aanspraak op garantie worden gemaakt als op het apparaat reeds ingrepen werden uitgevoerd.

- De garantieperiode bedraagt 3 jaar en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het geldend maken van garantieclaims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het apparaat leidt noch tot een verlenging van de garantieperiode noch wordt door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventueel ingebouwde wisselstukken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.

- Om een garantieclaim geldend te maken neem contact op met het hieronder vermelde serviceadres. Als de klacht binnen de garantieperiode valt, ontvangt u van ons een retourbon waarmee u uw defecte apparaat gratis naar ons kunt retourneren. Wij verzoeken u de reden van de klacht zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. Valt het defect van het apparaat binnen onze garantieprestatie bezorgen wij u per omgaande een hersteld of nieuw apparaat terug.

Uiteraard staan wij ook tot u dienst om mits betaling van de kosten defecten van het apparaat te verhelpen die buiten de garantieomvang vallen. Te dien einde stuurt u het apparaat aan ons serviceadres op.

Service-hotline / Hotline du service (NL):

00800 4003 4003

(0,00 €/Min.)

Op www.lidl-service.com kunt u deze en talloze andere handleidingen, productvideo's en installatiesoftware downloaden.

Met de QR-code komt u direct op de Lidl-Service-pagina (www.lidl-service.com) en kunt u met het invoeren van het artikelnummer (IAN) 415637_2204 uw gebruikshandleiding openen.

Obsah:

Strana:

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : PARKSIDE

Model : PBV 4200 A1

Categorie : Grasmaaier