GMSE 2245 - Zaag Gardol - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GMSE 2245 Gardol in PDF-formaat.
Questions des utilisateurs sur GMSE 2245 Gardol
0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.
Poser une nouvelle question sur cet appareil
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GMSE 2245 - Gardol en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GMSE 2245 van het merk Gardol.
GEBRUIKSAANWIJZING GMSE 2245 Gardol
1. Veiligheidsaanwijzingen
2. Beschrijving van het gereedschap en leveringsomvang
5. Vóór inbedrijfstelling
7. Reiniging, onderhoud, opbergen en bestellen van wisselstukken
8. Verwijdering en recyclage
Gevaar! Bij het gebruik van toestellen dienen enkele veiligheidsmaatregelen te worden nageleefd om lichamelijk gevaar en schade te voorkomen. Lees daarom deze handleiding / veiligheidsinstructies zorgvuldig door. Bewaar deze goed zodat u de in- formatie op elk moment kunt terugvinden. Mocht u dit toestel aan andere personen doorgeven, gelieve dan deze handleiding / veiligheidsins- tructies mee te geven. Wij zijn niet aansprakelijk voor ongevallen of schade die te wijten zijn aan niet-naleving van deze handleiding en van de vei- ligheidsinstructies.
1. Veiligheidsaanwijzingen
De overeenkomstige veiligheidsinstructies vindt u in de bijgaande brochure. Gevaar! Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzin- gen. Nalatigheden bij de inachtneming van de veiligheidsinstructies en aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of zware letsels tot gevolg hebben. Bewaar alle veiligheidsinstruc- ties en aanwijzingen voor de toekomst.
2. Beschrijving van het gereedschap
2.1 Beschrijving van het gereedschap
10. Aan/Uit-schakelaar
16. Afdekking van de geleiderail
Veiligheidsfuncties (fi g. 1)
2 ZAAGKETTING MET GERINGE
TERUGSTOOT helpt u terugstoten of hun kracht met speciaal ontwikkelde veiligheidsin- richtingen op te vangen. 5 KETTINGREMHENDEL / HANDBESCHER- MER beschermt de linkerhand van de bedie- ningspersoon mocht die bij draaiende zaag wegglijden van de voorste greep. 5 KETTINGREM is een veiligheidsfunctie ter vermindering van letsel als gevolg van terugstoten; door deze rem wordt de rote- rende zaagketting binnen milliseconden stilgezet. Ze wordt geactiveerd door de KET- TINGREMHENDEL. 10 STOPSCHAKELAAR stopt de motor on- middellijk als hij uitgeschakeld wordt. De stopschakelar dient op EIN (AAN) te worden gezet om de motor (opnieuw) te starten. 11 VEILIGHEIDSLOSSER voorkomt een toeval- lige verhoging van de motortoeren. De ga- shendel (19) kan alleen worden ingedrukt als de veiligheidslosser ingedrukt is. 20 KETTINGVANGELEMENT reduceert het let- selgevaar mocht de zaagketting bij draaiende motor scheuren of ontglijden. Het kettingvan- gelement dient om een om zich heen slagen- de ketting op te vangen. Aanwijzing! Maakt u zich vertrouwd met de zaag en haar onderdelen.
Gelieve de volledigheid van het artikel te contro- leren aan de hand van de beschreven omvang van de levering. Indien er onderdelen ontbreken, gelieve u dan binnen 5 werkdagen na aankoop van het artikel te wenden tot ons servicecenter of tot het verkooppunt waar u het apparaat heeft ge- kocht, en leg een geldig bewijs van aankoop voor. Gelieve daarvoor de garantietabel in de service- informatie aan het einde van de handleiding in acht te nemen.
Open de verpakking en neem het toestel voorzichtig uit de verpakking.
Verwijder het verpakkingsmateriaal alsmede verpakkings-/transportbeveiligingen (indien aanwezig).
Controleer het toestel en de accessoires op transportschade.
Bewaar de verpakking indien mogelijk tot het verloop van de garantieperiode. Anl_GMSE_2245_SPK7_Teil1.indb 77Anl_GMSE_2245_SPK7_Teil1.indb 77 05.08.14 10:1805.08.14 10:18NL
Gevaar! Het toestel en het verpakkingsmateriaal zijn geen speelgoed voor kinderen! Kinderen mo- gen niet met plastic zakken, folies en kleine stukken spelen! Er bestaat inslik- en verstik- kingsgevaar!
Veiligheidsinstructies
3. Reglementair gebruik
De ketting is conform het reglementaire gebruik uitsluitend bedoeld om er hout mee te zagen. Het vellen van bomen mag enkel gebeuren mits overeenkomstige opleiding. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade veroorzaakt door niet reglementair gebruik of foutieve bediening. De machine mag slechts voor werkzaamheden worden gebruikt waarvoor ze bedoeld is. Elk ander verder gaand gebruik is niet reglementair. Voor daaruit voortvloeiende schade of verwon- dingen van welke aard dan ook is de gebruiker/ bediener, niet de fabrikant, aansprakelijk. Wij wijzen erop dat onze gereedschappen overe- enkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Wij geven geen garantie indien het ge- reedschap in ambachtelijke of industriële bedrij- ven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt.
(voorste handgreep) .....max. 6,6 m/s
5. Vóór inbedrijfstelling
Gevaar! Start de motor pas als de zaag helemaal geassembleerd en gebruiksklaar is. Voorzichtig! Draag bij het hanteren van de ket- ting altijd veiligheidshandschoenen.
5.1 Aanbrengen van de geleiderail
GEBRUIK ALLEEN DE ORIGINELE RAIL om te verzekeren dat aan de rail en aan de ketting olie wordt toegevoerd. De olieuitlaatopening (fi g. 2, pos. A) dient vrij te zijn van verontreinigingen en aankoekingen.
1. Vergewis u er zich van dat de kettingremhen-
del naar de stand ONTKOPPELD is terugge- trokken (fi g.3A).
2. Verwijder de railbevestigingsmoer (B). Neem
KLOK IN tot de AREND (E) (uitstekend punt) zich aan het einde van zijn schuifafstand in richting koppelingscilinder en tandwiel be- vindt (fi g. 3B/3C).
4. Plaats het gekeepte uiteinde van de gelei-
derail over de railbouten (F). Richt de rail zo uit, dat de AREND in het gat (G) in de gelei- derail past (fi g. 3C/3D).
5.2 Aanbrengen van de zaagketting
1. Spreidt de ketting in een lus uit zodat de snij-
kanten (A) MET DE WIJZERS VAN DE KLOK MEE rond de lus zijn uitgericht (fi g. 4A).
2. Schuif de ketting rondom het tandwiel (B)
achter de koppeling (C). De kettingschakels moeten tussen de tanden in worden gevoegd (fi g. 4B).
3. Voer de aandrijfschakels de gleuf (D) in en
leid ze rond het uiteinde van de rail (fi g. 4B). Aanwijzing: Het zou kunnen dat de zaagketting aan de onderkant van de rail lichtjes doorhangt. Dit is normaal.
4. Trek de geleiderail naar voren tot de ketting
nauw aansluit. Vergewis u er zich van dat alle aandrijfschakels zich in de groef van de rail bevinden.
5. Breng de afdekking van de koppeling aan (fi g.
5) en draai de bevestigingsmoeren (B) met de
klok mee om deze te bevestigen. Daarbij mag de ketting niet van de geleiderail afglijden. Draai de bevestigingsmoeren handvast aan en volg de aanwijzingen voor het instellen van de kettingspanning zoals beschreven in het hoofdstuk INSTELLEN VAN DE KETTING- SPANNING.
5.3 Afstellen van de Kettingspanning
De juiste spanning van de zaagketting is uiterst belangrijk en dient vóór het starten en gedurende alle zaagwerkzaamheden te worden gecontrole- erd.Als u even de tijd neemt de zaagketting naar behoren af te stellen zal u in staat zijn betere sneden uit te voeren en zal de levensduur van de ketting langer worden. Voorzichtig! Draag steeds hoogvaste handscho- enen terwijl u de zaagketting hanteert of justeert.
1. Hou de top van de geleiderail omhoog en
draai de justeerschroef (D) MET DE WIJ- ZERS VAN DE KLOK MEE om de spanning van de ketting te verhogen. Draait u de schro- ef TEGEN DE RICHTING VAN DE WIJZERS VAN DE KLOK IN, gaat de spanning van de ketting verminderen. Vergewis u er zich van dat de ketting helemaal rondom de geleiderail is aangelegd (fi g. 5).
2. Na het justeren – de top van de rail wijst
steeds omhoog – haalt u de bevestigings- moeren van de rail goed aan. De ketting is correct gespannen als ze nauw aansluit bij de rail en als ze met de hand (handschoenen aandoen!) helemaal rond kan worden getrok- ken. Aanwijzing: Als u de ketting alleen rond de gelei- derail kan draaien als u er hard aan trekt of als ze blokkeert, is ze te hard gespannen. Voer dan de volgende kleine afstelling uit: A. Draai de 2 bevestigingsmoeren van de rail los tot ze vingervast zijn. Verminder van ketting- spanning door de justeerschroef langzaam
TEGEN DE RICHTING VAN DE WIJZERS
VAN DE KLOK IN te draaien. Trek de ketting op de geleiderail voor en terug. Ga ermee door tot de ketting zonder wrijving kan wor- den bewogen maar toch nauw aansluit bij de rail. Verhoog de spanning door de justeer- schroef MET DE WIJZERS VAN DE KLOK MEE te draaien. B. Als de zaagketting correct is gespannen, hou dan de top van de geleiderail recht omhoog en haal de beide bevestigingsmoeren van de rail goed aan. Aanwijzing! Een nieuwe zaagketting wordt lan- ger en moet bijgevolg na ca. 5 sneden worden bijgeregeld. Dit is bij nieuwe kettingen normaal en Anl_GMSE_2245_SPK7_Teil1.indb 79Anl_GMSE_2245_SPK7_Teil1.indb 79 05.08.14 10:1805.08.14 10:18NL
toekomstige afstellingen zullen minder vaak moe- ten worden uitgevoerd. Aanwijzing! Als de zaagketting TE LOS of TE HARD GESPANNEN is, gaan het aandrijfwiel, de geleiderail, de ketting en het lager van de krukas sneller afslijten. Fig. 6 informeert over de correcte spanning A (koude toestand) en spanning B (war- me toestand). Fig. C toont een te slappe ketting.
5.4 Mechanische test van de kettingrem
De kettingzaag is voorzien van een kettingrem die letsels op grond van het gevaar voor terugsto- ten vermindert. De rem wordt geactiveerd door druk uit te oefenen op de remhendel als bij een terugstoot b.v. de hand van de bedieningsper- soon tegen de hendel slaat. Bij activering van de rem stopt de ketting abrupt. Gevaar! De kettingrem is wel bedoeld om het letselrisico als gevolg van terugstoot te verminde- ren, maar ze kan geen behoorlijke bescherming bieden als met de zaag zorgeloos wordt gewerkt. Controleer de kettingrem altijd voor elk gebruik van de zaag en ook regelmatig terwijl u er mee werkt. Controleren van de kettingrem
1. De kettingrem is ONTKOPPELD (ketting
kan bewegen) als de REMHENDEL NAAR
vastgezet) als de remhendel naar voren is getrokken en het mechanisme (fi g. 7B, pos. A) zichtbaar is. De ketting mag dan niet meer kunnen bewegen (fi g. 7 B). Gevaar! De remhendel moet in de beide standen vastklikken. Gebruik de zaag niet als u een harde weerstand voelt of als de hendel niet kan worden verschoven. Breng de zaag dan onmiddellijk naar de professionele dienst na verkoop om ze te laten herstellen.
5.5 Motorbrandstof en olie
Motorbrandstof Gebruik voor optimale resultaten normale loodv- rije brandstof gemengd met speciale 2-takt-moto- rolie in een mengverhouding van 40 tot 1. Brandstofmengeling Meng de brandstof met 2-takt-olie in een goedge- keurd reservoir. De correcte mengverhouding van brandstof tot olie vindt u terug in de mengtabel. Schud het reservoir goed om alles zorgvuldig te vermengen. Aanwijzing! Gebruik voor deze zaag nooit onver- dunde brandstof. De motor zou daardoor schade oplopen en u zou het recht op garantie voor dit product verliezen. Gebruik geen brandstofmenge- ling die langer dan 90 dagen is opgeslagen. Aanwijzing! Als u een 2-takt-olie in afwijking van de speciale olie gebruikt, dient u superolie voor luchtgekoelde 2-takt-motoren met een mengver- houding van 40 tot 1 te gebruiken. Neem geen 2-takt-olieproduct met een mengverhouding van 100 tot 1. Door onvoldoend oliën wordt de motor beschadigd en u verliest in dit geval het recht op garantie voor de motor. Benzine- en oliemengeling 40 tot 1 Alleen olie Aanbevolen brandstoff en Sommige gebruikelijke soorten benzine zijn vermengd met additieven zoals alcohol- of etherverbindingen om aan normen voor zuivere uitlaatgassen te beantwoorden. De motor draait tevredenstellend op alle soorten benzine die als aandrijfmiddel bedoeld zijn, ook op met zuurstof verrijkte soorten benzine.Gebruik liefst loodvrije normale benzine. Oliën van ketting en geleiderail Telkens als u de brandstoftank met benzine vult dient ook de kettingolietank te worden bijgevuld. Het is aan te bevelen daarvoor in de handel ver- krijgbare kettingolie te gebruiken. Controles voor het starten van de motor Let op! Start of bedien de zaag nooit als de geleiderail en de ketting niet naar behoren erop geplaatst zijn.
1. Vul de brandstoftank met de correcte brand-
3. Vergewis u er zich van dat de kettingrem (C)
Na het vullen van de ketting- en olietank de tank- dop met de hand aanhalen. Gebruik daarvoor geen gereedschap.
Controleer het toestel vóór gebruik op eventuele schade en gebruik het niet als er schade voor- handen is. Het toestel mag alleen met ingescha- kelde kettingrem worden gestart. De kettingrem is ingeschakeld als de remhendel naar voren is gedrukt en het mechanisme (fi g. 7B, pos. A) zichtbaar is.
6.1 Starten van de motor
1. Breng de AAN/UIT-schakelaar (A) naar de
stand “Ein (I)” om te starten (fi g. 9A).
2. Trek de smoorhendel (B) uit (fi g. 9B) tot hij
3. Druk tien keer op de knop (C) van de benzi-
4. Leg de zaag op een vaste eff en onderlaag.
Pak de zaag vast zoals in de illustratie ge- toond. Trek snel de starter vier keer. Let op de roterende ketting! (Fig. 9D)
5. Schuif de smoorhendel (B) erin tot tegen de
6. Hou de zaag vast en trek de starter snel vier
keer. De motor zou nu moeten starten (fi g. 9D).
7. Laat de motor 10 seconden warmdraaien.
Druk kort op de gashendel (D), de motor gaat over tot “stationair toerental” (fi g. 9E). Indien de motor niet start, herhaalt u de boven beschreven stappen. Aanwijzing! De starttrekkabel altijd langzaam uittrekken tot de eerste weerstand voordat u hem fl ink doorhaalt om te starten. Laat de starttrekka- bel na het starten niet terugschieten.
6.2 Herstarten van de warme motor
1. Vergewis u er zich van dat de schakelaar naar
de stand EIN (AAN) is gebracht.
2. Trek tien keer de starterkoord. De motor moet
2. Schuif de STOP-schakelaar omlaag om de
motor te stoppen. Aanwijzing: Om de motor in geval van nood te stoppen, activeert u de kettingrem en brengt u de AAN/UIT-schakelaar naar de stand “Stop (0)”.
6.4 Algemene instructies voor het snijden
Gevaar! Het vellen van een boom zonder oplei- ding is niet toegestaan! Vellen
Vellen betekent het afzagen van een boom. Kleine bomen met een diameter van 15 tot 18 cm zaagt men normaal met één snede af. Bij grotere bomen moeten kerfsneden worden aangezet. Kerfsneden bepalen de richting waarin de boom gaat vallen.
Voordat u begint te snijden dient u een pad (A) te plannen en vrij te legen om zich terug te kunnen trekken. De terugtrekpad moet naar achteren en diagonaal t.o.v. de achterzij- de van de te verwachten valrichting verlopen, zoals voorgesteld in fig. 11.
Bij het vellen van een boom op een helling moet de bedieningspersoon van de ketting- zaag op de opstijgende kant van de helling gaan staan omdat de boom na het vellen hoogstwaarschijnlijk de helling eraf gaat rol- len of glijden.
De valrichting (B) wordt door de kerfsnede bepaald. Voordat u begint te snijden dient u rekening te houden met de plaats van grotere takken en met de natuurlijke schuinte van de boom om het neerkomen van de boom te schatten (fig. 11).
Vel geen boom als er een harde wind of wind uit wisselende richtingen waait of als het gevaar voor schade aan eigendom bestaat. Raadpleeg een specialist voor het vellen van bomen. Vel geen boom als die op leidingen terecht zou kunnen komen en verwittig de overheid die voor deze leiding bevoegd is voordat u de boom velt. Algemene richtlijnen voor het vellen van bo- men (fi g. 12) Normaal worden bij het vellen 2 hoofdsneden toe- gepast: inkepen (C) en velsnede (D).
Begin met de bovenste kerfsnede (C) aan de overkant van de valzijde van de boom (E). Let er op bij de onderste snede niet de diep de boomstam in te snijden. De inkeping (C) mag niet te diep zijn zodat een verankeringspunt (F) van voldoende breedte en dikte gewaar- borgd is. De inkeping moet breed genoeg zijn om het neerkomen van de boom zo lang mogelijk te controleren. Anl_GMSE_2245_SPK7_Teil1.indb 81Anl_GMSE_2245_SPK7_Teil1.indb 81 05.08.14 10:1805.08.14 10:18NL
Ga nooit voor een boom gaan staan die inge- keept is. Breng de velsnede (D) aan de ande- re kant van de boom aan, ca. 3-5 cm boven de onderkant van de inkeping (C). Zaag de boomstam nooit helemaal door. Er moet altijd een verankeringspunt blijven staan. Het ver- ankeringspunt houdt de boom op zijn plaats. Als de boom helemaal wordt doorgezaagd kunt u de valrichting niet meer controleren. Steek een wig of een velhefboom de snede in nog voordat de boom onstabiel wordt en begint te bewegen. Op die manier kan de geleiderail niet in de velsnede worden vast- geklemd als u de valrichting verkeerd heeft geschat. Verbiedt toeschouwers de toegang tot het gebied waar de boom gaat neerkomen voordat u hem omverduwt.
Voordat u de definitieve snede uitvoert, dient u er zich van te vergewissen dat geen toeschouwers, dieren of hindernissen op de plaats aanwezig zijn waar de boom neerkomt. Velsnede
Voorkom het vastklemmen van de geleiderail of de ketting (B) in de snede d.m.v. houten of plastiek wiggen (A). Wiggen controleren eve- neens het vellen (fig. 13).
Is de diameter van het te snijden hout groter dan de lengte van de geleiderail, maakt u twee sneden zoals getoond in de figuur (fig. 14).
Als de velsnede het verankeringspunt nadert, begint de boom te vallen. Zodra de boom be- gint neer te komen trekt u de zaag de snede uit, stopt u de motor, legt u de kettingzaag neer en verlaat u de plaats via het terugtrek- pad (fig. 11). Verwijderen van takken
Takken worden van de gevelde boom verwij- derd. Verwijder de steuntakken (A) pas als de stam op lengte is gesneden (fig. 15). Takken waarop spanning staat dienen van beneden naar boven te worden gesneden zodat de kettingzaag niet kan worden vastgeklemd.
Snij nooit takken van de boom terwijl u op de boomstam staat. Op lengte snijden
Snij een gevelde boomstam op de juiste leng- te. Let erop dat u veilig staat en ga aan de bo- venkant van de stam gaan staan als u op een helling zaagt. De stam moet indien mogelijk ondersteund zijn zodat het af te snijden einde niet op de grond ligt. Als de beide einden van de stam ondersteund zijn en u in het midden moet snijden, maak dan een halve snede van boven door de stam en vervolgens de snede van beneden naar boven. Daardoor voorkomt u het vastklemmen van de geleiderail en de ketting in de stam. Let er goed op dat de ketting bij het op maat snijden niet de grond in snijdt want daardoor wordt de ketting snel bot. Ga bij het op maat snijden altijd aan de bovenkant van de helling gaan staan.
1. Stam over de totale lengte onder-
steund: snij van boven en let er goed op niet de grond in te snijden (fig. 16A).
2. Stam aan slechts één uiteinde onder-
steund: snij eerst 1/3 van de stamdiameter van beneden naar boven om het afbreken te voorkomen. Snij dan van boven naar de eerste snede toe om het vastklemmen te ver- mijden (fig. 16B).
3. Stam aan de beide uiteinden onder-
steund: snij eerst 1/3 van de stamdiameter van boven naar beneden om het afbreken te voorkomen. Snij dan van beneden naar de eerste snede toe om het vastklemmen te ver- mijden (fig. 16C).
Om een boomstam op lengte te snijden ge- bruikt u best een zaagbok. Is dit niet mogelijk is het aan te raden de stam op te tillen of te ondersteunen m.b.v. stronken van takken of via steunblokken. Zorg ervoor dat de te snij- den stam veilig is ondersteund. Op lengte snijden op een zaagbok (fi g. 17) Voor uw veiligheid en om het zaagwerk te verge- makkelijken is de juiste positie vereist om de stam recht naar beneden op lengte te snijden. A. Hou de zaag met de beide handen vast en leidt ze tijdens het snijden rechts aan uw lichaam voorbij. B. Hou de linkerarm zo recht mogelijk. C. Verdeel uw gewicht op beide voeten. Voorzichtig: Tijdens het zagen dient u er steeds op te letten dat de zaagketting en de geleiderail voldoende geolied zijn. Anl_GMSE_2245_SPK7_Teil1.indb 82Anl_GMSE_2245_SPK7_Teil1.indb 82 05.08.14 10:1805.08.14 10:18NL
7. Reiniging, onderhoud, opbergen
en bestellen van wisselstukken Trek vóór alle schoonmaak- en onderhoudswerk- zaamheid de bougiestekker uit het stopcontact.
Hou de veiligheidsinrichtingen, de ventila- tiespleten en het motorhuis zo veel mogelijk vrij van stof en vuil. Wrijf het toestel met een schone doek af of blaas het met perslucht bij lage druk schoon.
Het is aan te bevelen het toestel direct na elk gebruik te reinigen.
Reinig het toestel regelmatig met een vochti- ge doek en wat zachte zeep. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen; die zouden de kunststofcomponenten van het toestel kun- nen aantasten. Let er goed op dat geen water in het toestel terechtkomt.
Waarschuwing! Alle onderhoudswerkzaamhe- den op de kettingzaag buiten de punten vermeld in deze handleiding mogen slechts door de geau- toriseerde klantenservice worden uitgevoerd.
7.2.1 Bedrijfstest van de kettingrem
Controleer regelmatig of de kettingrem naar be- horen werkt. Test de kettingrem voor elke snede, na herhaaldelijk snijden en in elk geval aan het einde van onderhoudswerkzaamheden die aan de kettingrem worden verricht. Test de kettingrem als volgt (Fig. 10):
1. Leg de zaag op een schone, vaste en eff en
3. Grijp de achterste greep (A) met de rechter-
4. Met de linkerhand pakt u de voorste greep (B)
[niet de kettingremhendel (C)] vast.
5. Breng de gashendel naar de stand 1/3
toerental en activeer dan meteen de ket- tingremhendel (C). Waarschuwing! Activeer de kettingrem lang- zaam en met overleg. De zaag mag niets aanra- ken en mag evenmin vooraan omlaag hangen.
6. De ketting moet abrupt stoppen. Laat vervol-
gens de veiligheidslosser meteen los. Waarschuwing! Als de ketting niet stopt, zet u de motor af en brengt u de zaag naar de geautori- seerde plaatselijke dienst na verkoop van iSC om ze te laten herstellen.
7. Als de kettingrem naar behoren werkt, stopt u
de motor en brengt u de kettingrem opnieuw naar de stand “ONTKOPPELD”.
Aanwijzing! Gebruik de zaag nooit zonder luchtfi lter. Anders worden stof en vuil de motor in gezogen die daardoor schade oploopt. Hou de luchtfi lter schoon! De luchtfi lter moet om de 20 bedrijfsuren worden gereinigd of vervangen. Schoonmaken van de luchtfi lter (fi g. 18A/18B)
1. Verwijder de bovenste afdekking (A) door de
bevestigingsschroef (B) van de afdekking te verwijderen. De afdekking kan dan worden weggenomen (fi g. 18A).
2. Til er de luchtfi lter (C) uit (fi g. 18B).
3. Maak de luchtfi lter schoon. Was de fi lter in
schoon warm zeepsop. Laat hem dan aan de lucht helemaal drogen. Aanwijzing: Het is aan te raden een fi lter altijd in reserve te houden.
4. Zet de luchtfi lter terug in. Breng de afdekking
van de motor/luchtfi lter weer aan. Let erop dat de afdekking exact terug op zijn plaats komt. Haal de bevestigingsschroef van de afdek- king aan.
7.2.3 Brandstoffi lter
Aanwijzing! Gebruik de zaag nooit zonder de brandstoffi lter. Telkens na 100 bedrijfsuren moet de brandstoffi lter worden schoongemaakt of bij beschadiging vervangen. Maak de brandstoftank helemaal leeg voordat u de fi lter verwisselt.
1. Neem de dop van de brandstoftank af.
2. Buig een zachte metalen draad passend.
3. Steek de draad de opening van de brand-
stoftank in en haak de brandstofslang eraan vast. Trek de brandstofslang behoedzaam de opening uit tot u hem met de vingers kan vastgrijpen. Aanwijzing: Trek de slang niet helemaal de tank uit.
4. Til de fi lter (A) de tank uit (fi g. 19).
5. Trek de fi lter met een draaibeweging af en
maak hem schoon; indien hij beschadigt is, verwijdert u de fi lter naar behoren.
6. Zet er een nieuwe fi lter in. Steek een einde
van de fi lter de tankopening in. Vergewis u er zich van dat de fi lter in de onderste hoek van de tank zit. Zet de fi lter, indien nodig mits ge- bruikmaking van een lange schroevendraaier, op zijn juiste plaats zonder hem echter te beschadigen.
7. Vul de tank met verse brandstof/olie. Zie hoof-
dstuk MOTORBRANDSTOF EN OLIE. Breng de dop op de tank terug aan.
7.2.4 Bougie (fi g. 18A-18C)
Aanwijzing! Om het volle vermogen van de zaagmotor te verzekeren, dient de bougie schoon te zijn en de correcte elektrodenafstand (0,6 mm) te hebben. De bougie moet om de 20 bedrijfsuren worden gereinigd of vervangen.
1. Breng de AAN/UIT-schakelaar naar de stand
2. Verwijder de bovenste afdekking (A) door de
bevestigingsschroef (B) van de afdekking te verwijderen. De afdekking kan dan worden weggenomen (fi g. 18A).
3. Verwijder het luchtfi lter (fi g. 18B, pos. C).
4. Trek de ontstekingskabel (D) al draaiend af
van de bougie (fi g. 18B).
5. Verwijder de bougie met behulp van een
bougiesleutel. GEBRUIK GEEN ANDER GE- REEDSCHAP.
6. Maak de bougie schoon m.b.v. een koper-
draadborstel of draai er een nieuwe in.
7.2.5 Carburatorafstelling
De carburator is reeds in de fabriek afgesteld op een optimaal vermogen. Mochten bijregelingen noodzakelijk zijn, breng dan de zaag naar de geautoriseerde klantenservice.
7.2.6 Onderhoud van de geleiderail
Regelmatig oliën van de geleiderail van de ketting en van de tandketting is noodzakelijk. Het is bel- angrijk de geleiderail voldoende te onderhouden, zoals uitgelegd in het volgende hoofdstuk zodat uw zaag met optimaal vermogen kan werken. Aanwijzing! De vertanding van de nieuwe ketting is in de fabriek reeds vooraf met olie gesmeerd. Als u de vertanding niet als volgt met olie smeert, zal de scherpte van de tanden en bijgevolg het zaagvermogen achteruitgaan waardoor u het recht op garantie verliest. Gereedschap voor het oliën De oliespuit (optie) is aan te bevelen om olie op de vertanding van de geleiderail aan te brengen. De oliespuit heeft een naaldpunt dat noodzakelijk is om olie op de getande punten aan te brengen. Ga als volgt te werk om de vertanding te oliën De vertanding dient na 10 bedrijfsuren of een- maal per week, naarmate welk geval er zich eerst voordoet, met olie te worden gesmeerd. Vóór het oliën dient u de vertanding van de geleiderail grondig schoon te maken. Aanwijzing: Om de vertanding van de geleiderail te oliën hoeft de zaagketting niet te worden verwi- jderd. Het oliën kan tijdens het werk bij afgezette motor gebeuren. Voorzichtig! Draag hoogvaste werkhandschoe- nen als u de geleiderail en de ketting hanteert.
1. Breng de AAN/UIT-schakelaar naar de stand
2. Maak de vertanding van de geleiderail
3. Steek het naaldpunt van de oliespuit (optie)
het olie vulgat in en spuit er olie in tot die aan de buitenkant van de vertanding te voorschijn komt (fi g. 20).
4. Draai de zaagketting met de hand. Herhaal
het oliën tot de gehele vertanding met olie is gesmeerd. De meeste problemen met de geleiderail kunt u voorkomen door de kettingzaag goed te onder- houden. Een onvoldoend geoliede geleiderail en het gebruik van de zaag met een te HARD GESPAN- NEN ketting dragen aan een snelle slijtage van de geleiderail bij. Om de slijtage van de rail te verminderen bevelen wij de volgende stappen voor het onderhoud van de geleiderail aan. Voorzichtig! Draag bij onderhoudswerkzaamhe- den altijd veiligheidshandschoenen. Onderhoud de zaag niet als de motor nog warm is. Anl_GMSE_2245_SPK7_Teil1.indb 84Anl_GMSE_2245_SPK7_Teil1.indb 84 05.08.14 10:1805.08.14 10:18NL
Omdraaien van de geleiderail De geleiderail dient om de 8 werkuren te worden omgedraaid om een gelijkmatige slijtage te ver- zekeren. Maak de gleuf van de geleiderail en het olievulgat altijd schoon m.b.v. het optioneel bijgeleverde rei- nigingsgereedschap voor railgleuven (fi g. 21A). Controleer de randen van de railgleuf regelmatig op slijtage, verwijder baarden en, indien nodig, vijl de randen van de railgleuf recht m.b.v. een vlakvijl (fi g. 21B). Voorzichtig! Maak een nieuwe ketting nooit op een afgesleten geleiderail vast. Oleidoorlaatopeningen Oliedoorlaatopeningen op de geleiderail moeten worden schoongemaakt teneinde het behoorlijk oliën van de rail en de ketting tijdens het bedrijf te verzekeren. Aanwijzing: De toestand van de oliedoorlaato- peningen kan gemakkelijk worden gecontroleerd. Als de doorlaatopeningen schoon zijn, gaat er enkele seconden naar het starten van de zaag automatisch olie wegspatten van de ketting. De zaag heeft een automatische smeerinrichting. Automatische kettingsmering De kettingzaag is uitgerust met een automatische smeerinrichting met tandwielaandrijving. Deze inrichting voorziet de geleiderail en de ketting au- tomatisch van de juiste hoeveelheid olie. Naarma- te het motortoerental wordt verhoogd, gaat ook de olie sneller naar de plaat van de geleiderail stromen. De kettingsmering is in de fabriek optimaal afge- steld. Mochten bijregelingen noodzakelijk zijn, breng dan de zaag naar de geautoriseerde klan- tenservice. Aan de onderkant van de kettingzaag bevindt zich de afstelschroef voor de kettingsmering (fi g. 26, pos. A). Door de schroef naar links te draaien ver- hoogt u de kettingsmering, door ze naar rechts te draaien vermindert u de kettingsmering. Om de kettingsmering te controleren houdt u de kettingzaag met de ketting over een blad papier en geeft u enkele seconden vol gas. Op het pa- pier kan dan telkens de afgestelde hoeveelheid olie worden gecontroleerd.
7.2.7 Onderhoud van de ketting
Scherpen van de ketting Voor het scherpen van de ketting is speciaal ge- reedschap vereist waarmee gewaarborgd is dat de messen met de juiste hoek en de juiste diepte worden gescherpt. Aan de onervaren gebruiken van kettingzagen is aan te bevelen de zaagketting door een deskundige van de lokale dienst na verkoop te laten scherpen. Als u het scherpen van uw eigen zaagketting aandurft, koop dan het speciale gereedschap aan bij de professionele dienst na verkoop. Ketting scherpen (fi g. 22) Scherp de ketting met veiligheidshandschoenen en een ronde vijl, ø4,8 mm. Scherp de punten alleen met naar buiten gerichte bewegingen (fi g. 23) en neem de waarden vol- gens fi g. 22 in acht. Na het scherpen moeten alle snijschakels even breed en lang zijn. Aanwijzing! Een scherpe ketting produceert welgevormde spanen. Als de ketting zaagmeel produceert, is ze aan een scherpbeurt toe. Nadat de snijvlakken 3 tot 4 keer zijn gescherpt dient u telkens de hoogte van de dieptebegren- zers te controleren en die, indien nodig, met een vlakvijl dieper te leggen en dan de voorste hoek af te ronden (fi g. 24). Kettingspanning Controleer dikwijls de spanning van de ketting en regel die zo vaak mogelijk bij zodat de ketting nauw bij de geleiderail aansluit, maar nog los genoeg is om met de hand te kunnen worden ge- trokken. (zie hieromtrent ook punt 5.3) Inlopen van een nieuwe zaagketting Een nieuwe ketting en geleiderail dienen na min- der dan 5 sneden te worden bijgeregeld. Dit is normaal tijdens de inloopperiode en de afstanden tussen verdere bijregelingen zullen alsmaar gro- ter worden. Aanwijzing! Verwijder nooit meer dan 3 schakels uit een kettinglus. Anders zou de vertanding scha- de kunnen oplopen. Anl_GMSE_2245_SPK7_Teil1.indb 85Anl_GMSE_2245_SPK7_Teil1.indb 85 05.08.14 10:1805.08.14 10:18NL
Oliën van de ketting Vergewis u er zich van dat de automatische smeerinrichting naar behoren werkt. Zorg voor een steeds gevulde olietank met olie voor ketting, geleiderail en vertanding. Terwijl u met de zaag werkt, dienen de geleiderail en de ketting altijd voldoende te worden geolied om wrijving met de geleiderail te verminderen. De geleiderail en de ketting mogen nooit zonder olie zijn. Als u de zaag droog of met te weinig olie gebruikt, gaat het snijvermogen achteruit, wordt de levensduur van de zaagketting korter, wordt de ketting snel bot en slijt de geleiderail fl ink af als gevolg van oververhitting. Te weinig olie ziet u aan de ontwikkeling van rook of aan het verkleuren van de geleiderail.
Aanwijzing! Berg de kettingzaag nooit langer dan 30 dagen weg zonder de volgende stappen te doorlopen. Opbergen van de kettingzaag Als u een kettingzaag langer dan 30 dagen op- bergt, dient de zaag hiervoor klaargemaakt te worden. Anders zou de rest van de brandstof die zich in de carburator bevindt verdampen en een rubberachtig bezinksel achterlaten. Dit zou de start kunnen bemoeilijken en dure herstelwerk- zaamheden tot gevolg hebben.
1. Neem de dop van de brandstoftank langzaam
eraf om eventuele druk in de tank af te laten. Maak de tank voorzichtig leeg.
2. Start de motor en laat hem draaien tot de
zaag stopt teneinde de brandstof uit de car- burator te verwijderen.
3. Laat de motor afkoelen (ca. 5 minuten).
4. Verwijder de bougie (zie 7.2.4).
5. Giet een koffi elepel schone tweetaktolie de
verbrandingskamer in. Trek meermaals lang- zaam aan de starterkoord om de binnenste componenten van een laag te voorzien. Zet de bougie er weer in (fi g. 25). Aanwijzing: Berg de zaag op een droge plaats en zo ver mogelijk van eventuele ontstekings- bronnen, b.v. kachel, warmwaterboiler die op gas draait, gasdroger etc. op. Opnieuw in gebruik nemen van de zaag
1. Verwijder de bougie (zie 7.2.4).
2. Haal de starterkoord snel door om overtollige
olie uit de verbrandingskamer te verwijderen.
3. Maak de bougie schoon en let op de juiste
elektrodeafstand op de bougie of monteer een nieuwe bougie met de juiste elektrodeaf- stand.
4. Maak de zaag klaar om ermee te werken.
5. Vul de tank met de juiste brandstofoliemenge-
ling. Zie hoofdstuk MOTORBRANDSTOF EN OLIE.
7.4 Bestellen van wisselstukken:
Gelieve bij het bestellen van wisselstukken vol- gende gegevens te vermelden:
Type van het toestel
Artikelnummer van het toestel
Ident-nummer van het toestel
Wisselstuknummer van het benodigd stuk Actuele prijzen en info vindt u terug onder www.isc-gmbh.info
8. Verwijdering en recyclage
Het toestel bevindt zich in een verpakking om transportschade te voorkomen. Deze verpakking is een grondstof en bijgevolg herbruikbaar of kan naar de grondstofkringloop worden teruggevo- erd. Het toestel en zijn accessoires bestaan uit diverse materialen, zoals b.v. metaal en kunststof. Defecte toestellen horen niet thuis in het huisvuil. Om zich van het toestel naar behoren te ontdoen dient het naar een geschikte verzamelplaats te worden gebracht. Als u geen verzamelplaats kent gelieve u dan bij de gemeente te informeren. Anl_GMSE_2245_SPK7_Teil1.indb 86Anl_GMSE_2245_SPK7_Teil1.indb 86 05.08.14 10:1805.08.14 10:18NL
Probleem Mogelijke oorzaak Verhelpen De motor start niet of hij start maar blijft niet draaien. - Foutief verloop van de start. - Fout ingestelde carburatormenge- ling. - Bougie vol roet. - Brandstoffi lter verstopt geraakt. - Volg de instructies in deze handlei- ding op. - Laat de carburator instellen door de geautoriseerde dienst na verkoop. - Bougie schoonmaken / afstellen of vervangen. - Vervang de brandstoffi lter. De motor start maar draait niet met vol vermogen. - Verkeerde stand van de hendel aan de choke. - Vervuilde luchtfi lter - Fout ingestelde carburatormenge- ling. - Breng de hendel naar de stand (BETRIEB (bedrijf)). - Filter verwijderen, schoonmaken en terug op zijn plaats zetten. - Laat de carburator instellen door de geautoriseerde dienst na verkoop. Motor draait onre- gelmatig - Fout ingestelde carburatormenge- ling. - Laat de carburator instellen door de geautoriseerde dienst na verkoop. Geen vermogen bij belastimg - Fout ingestelde bougie. - Bougie schoonmaken / afstellen of vervangen. Motor draait onrus- tiger. - Fout ingestelde carburatormenge- ling. - Laat de carburator instellen door de geautoriseerde dienst na verkoop. Bovenmatig veel rook. - Verkeerde brandstofmengeling. - Gebruik de juiste brandstofmenge- ling (verhouding 40 tot 1) Geen vermogen bij belasting - Ketting bot - Ketting zit los - Ketting scherpen of nieuwe ketting monteren - Ketting spannen Motor slaat af - Benzine tank leeg. - Brandstoffi lter in de tank fout gepo- sitioneerd - Benzinetank vullen. - Benzinetank helemaal vullen of brandstoffi lter in de benzinetank anders positioneren Onvoldoende ket- tingsmering (zwaard en ketting worden warm) - Kettingolietank leeg. - Oliedoorlaatopeningen verstopt geraakt - Kettingolietank vullen. - Olieuitlaatopening in het zwaard schoonmaken (fi g. 2, pos. A). Gleuf van het zwaard schoonma- ken. Nadruk of andere reproductie van documentatie en geleidepapieren van de producten, geheel of ge- deeltelijk, enkel toegestaan mits uitdrukkelijke toestemming van iSC GmbH. Technische wijzigingen voorbehouden Anl_GMSE_2245_SPK7_Teil1.indb 87Anl_GMSE_2245_SPK7_Teil1.indb 87 05.08.14 10:1805.08.14 10:18NL
Service-informatie Wij werken in alle landen die in het garantiebewijs zijn genoemd, samen met competente servicepart- ners, wier contactgegevens u kunt afl eiden uit het garantiebewijs. Deze staan voor alle diensten zoals reparatie, het verschaff en van wisselstukken of slijtdelen of voor de aankoop van verbruiksmaterialen te uwer beschikking. U moet er rekening mee houden dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan een slijtage door gebruik of een natuurlijke slijtage, resp. dat de volgende delen nodig zijn als verbruiksmaterialen. Categorie Voorbeeld Slijtstukken* Zwaard, bougie, luchtfi lter, benzinefi lter Verbruiksmateriaal/verbruiksstukken* Zaagketting Ontbrekende onderdelen
- niet verplicht bij de leveringsomvang begrepen! Bij gebreken of defecten verzoeken wij u om de fout te melden op het internet onder www.isc-gmbh.info. Gelieve te zorgen voor een nauwkeurige beschrijving van de fout en daarbij in elk geval de volgende vragen te beantwoorden:
Heeft het toestel reeds eenmaal gewerkt of was het vanaf het begin defect?
Is u iets opgevallen voordat het defect zich voordeed (symptoom vóór het defect)?
Welke foutieve werkwijze vertoont het toestel volgens u (hoofdsymptoom)? Beschrijf deze foutieve werkwijze. Anl_GMSE_2245_SPK7_Teil1.indb 88Anl_GMSE_2245_SPK7_Teil1.indb 88 05.08.14 10:1805.08.14 10:18NL
Garantiebewijs Geachte klant, onze producten worden onderworpen aan een strenge kwaliteitscontrole. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren werken, spijt het ons ten zeerste en verzoeken wij u zich te wenden tot onze service- dienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs, of tot het verkooppunt waar u het toestel heeft gekocht. Voor eisen in verband met het recht garantie geldt het volgende:
1. Deze garantievoorwaarden regelen bijkomende garantieprestaties. Uw wettelijke garantieclaims
blijven onaangetast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor u gratis.
2. De garantie geldt uitsluitend voor gebreken aan het apparaat die aantoonbaar vallen te herleiden
tot een materiaal- of fabricagefout, en is naar ons goeddunken beperkt tot het verhelpen van zulke defecten of de vervanging van het apparaat. Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet ontworpen zijn voor com- mercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Van een garantiecontract is derhalve geen sprake, als het apparaat binnen de garantieperiode in commerciële, ambachtelijke of industriële bedrijven werd ingezet of aan een daarmee gelijk te stellen belasting werd blootgesteld.
3. Van onze garantie zijn uitgesloten:
- Schade aan het apparaat als gevolg van niet-inachtneming van de montagehandleiding of op grond van ondeskundige installatie, als gevolg van niet-inachtneming van de gebruiksaanwijzing (zoals bijv. door aansluiting aan een verkeerde netspanning of stroomsoort) of niet-inachtneming van de onderhouds- en veiligheidsvoorschriften, door blootstelling van het apparaat aan abnormale omgevingsvoorwaarden of door nalatig onderhoud en verzorging. - Schade aan het apparaat als gevolg van misbruik of ondeskundige toepassingen (zoals bijv. over- belasting van het apparaat of de inzet van niet toegelaten gereedschappen of toebehoren), binnen- dringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals bijv. zand, stenen of stof, transportschade), gebruik van geweld of als gevolg van externe invloeden (zoals bijv. schade door vallen). - Schade aan het apparaat of aan delen van het apparaat die valt te herleiden tot slijtage als gevolg van gebruik, en als gevolg van normale of andere natuurlijke slijtage.
4. De garantieperiode bedraagt 60 maanden en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat.
Garantieclaims dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vast- stellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het indienen van garantieclaims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het apparaat leidt niet tot een verlenging van de garantieperiode noch wordt door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventueel ingebouwde wisselstukken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.
5. Gelieve om een garantieclaim geldend te maken het defecte apparaat aan te melden onder: www.
isc-gmbh.info. Valt het defect van het apparaat binnen onze garantieprestatie, dan bezorgen wij u per omgaande een hersteld of nieuw apparaat terug. Voor slijtstukken, verbruiksmateriaal en ontbrekende onderdelen wordt verwezen naar de beperkingen van deze garantie conform de service-informatie van deze handleiding. Anl_GMSE_2245_SPK7_Teil1.indb 89Anl_GMSE_2245_SPK7_Teil1.indb 89 05.08.14 10:1805.08.14 10:18PL
SimpelGids