MAKITA HR007GM201 - Boor

HR007GM201 - Boor MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis HR007GM201 MAKITA in PDF-formaat.

📄 181 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MAKITA HR007GM201 - page 79

Download de handleiding voor uw Boor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HR007GM201 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HR007GM201 van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING HR007GM201 MAKITA

Accucombihamer GEBRUIKSAANWIJZING 79

  • Inverbandmetononderbrokenresearchenontwikkeling,behoudenwijonshetrechtvoordebovenstaande technischegegevenszondervoorafgaandekennisgevingtewijzigen.
  • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
  • Hetgewichtkanverschillenafhankelijkvandehulpstukken,waaronderdeaccu.Delichtsteenzwaarstecom- binatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel. Toepasselijke accu’s en laders Accu BL4020* / BL4025* / BL4040* / BL4050F* : Aanbevolen accuLader DC40RA / DC40RB / DC40RC
  • Sommigevandehierbovenvermeldeaccu’senladerszijnmogelijknietleverbaarafhankelijkvanwaaru woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. Aanbevolen bekabelde voedingsbron Draagbare voedingseenheid PDC01 / PDC1200
  • Dehierbovenvermeldebekabeldevoedingsbron(nen)is/zijnmogelijknietleverbaarafhankelijkvanwaaru woont.
  • Alvorens de bekabelde voedingsbron te gebruiken, leest u de instructies en waarschuwingsopschriften erop. Bedoeld gebruik Dit gereedschap is bedoeld voor hamerboren en boren in baksteen, beton en steen, en tevens voor beitelwerk. Het is ook geschikt voor boren zonder slagwerking in hout, metaal, keramisch materiaal en kunststof. Geluidsniveau Detypische,A-gewogengeluidsniveauszijngemeten volgens EN62841-2-6: Model HR007G Geluidsdrukniveau (L

): 102 dB (A) Onzekerheid (K): 3 dB (A) Model HR007G met DX15 Geluidsdrukniveau (L

): 104 dB (A) Onzekerheid (K): 3 dB (A) OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n)is/zijngemetenvolgenseenstandaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schaptevergelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling De volgende tabel toont de trillingstotaalwaarde (triaxi- ale vectorsom) zoals vastgesteld conform de toepasse- lijkenorm: Toepassing Trilling-semissieOnzeker-heid (K)Toepasse-lijke norm / Testvoor-waardenHamerboren in beton (a

9,7 m/s 1,5 m/s EN62841-2-6 OPMERKING:Detotaletrillingswaarde(n)is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Verklaringen van conformiteit Alleen voor Europese landen Deverklaringenvanconformiteitzijnbijgevoegdin BijlageAbijdezegebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING Lees alle veiligheidswaar- schuwingen, instructies, afbeeldingen en techni- sche gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als niet alle onderstaande instructies worden opgevolgd, kan dat leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN

VOOR EEN ACCUBOORHAMER

Veiligheidsinstructies voor alle werkzaamheden

1. Draag gehoorbescherming. Blootstelling aan het

lawaai kan uw gehoor aantasten.

2. Gebruik hulphandgreep (hulphandgrepen),

indien bij het gereedschap geleverd. Verliezen van de macht over het gereedschap kan letsel veroorzaken.

3. Houd het elektrisch gereedschap alleen vast

aan de geïsoleerde handgrepen wanneer de kans bestaat dat het accessoire in aanraking komt met verborgen bedrading. Wanneer het81 NEDERLANDS accessoire in aanraking komt met onder spanning staande draden, zullen de niet-geïsoleerde meta- len delen van het gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schokkankrijgen. Veiligheidsinstructies bij gebruik van lange boor- bits in boorhamers

1. Begin altijd te boren op een laag toerental en

terwijl de punt van het bit contact maakt met het werkstuk. Op een hoger toerental zal het bit waarschijnlijkverbuigenalshetvrijronddraait zonder contact met het werkstuk, waardoor per- soonlijkletselkanontstaan.

2. Oefen alleen druk uit in een rechte lijn met het

bit en oefen geen buitensporige druk uit. Bits kunnen verbuigen, waardoor ze kunnen breken of udecontrolekuntverliezen,metpersoonlijkletsel tot gevolg. Aanvullende veiligheidsvoorschriften

1. Draag een helm (veiligheidshelm), veiligheids-

bril en/of spatscherm. Een gewone bril of een zonnebril is GEEN veiligheidsbril. Het wordt tevens sterk aanbevolen een stofmasker en dik gevoerde handschoenen te dragen.

2. Controleer of het bit stevig op zijn plaats zit

voordat u het gereedschap gebruikt.

3. Bij normale bediening behoort het gereed-

schap te trillen. De schroeven kunnen gemak- kelijk losraken, waardoor een defect of onge- val kan ontstaan. Controleer of de schroeven goed zijn aangedraaid, alvorens het gereed- schap te gebruiken.

4. In koude weersomstandigheden of wanneer

het gereedschap gedurende een lange tijd niet is gebruikt, laat u het gereedschap eerst opwarmen door het onbelast te laten werken. Hierdoor zal de smering worden verbeterd. Zonder degelijk opwarmen, zal de hamerwer- king moeilijk zijn.

5. Zorg ook altijd dat u stevig op een solide

bodem staat. Let bij het werken op hoge plaatsen op dat er zich niemand recht onder u bevindt.

6. Houd het gereedschap stevig met beide han-

7. Houd uw handen uit de buurt van bewegende

8. Laat het gereedschap niet draaiend achter.

Schakel het gereedschap alleen in wanneer u het stevig vasthoudt.

9. Richt het gereedschap niet op iemand in

de buurt terwijl het is ingeschakeld. Het bit zou eruit kunnen vliegen en iemand ernstig verwonden.

10. Raak het bit, onderdelen in de buurt van het bit

en het werkstuk niet onmiddellijk na gebruik aan. Zij kunnen bijzonder heet zijn en brand- wonden op uw huid veroorzaken.

11. Bepaalde materialen kunnen giftige chemica-

liën bevatten. Vermijd contact met uw huid en zorg dat u geen stof inademt. Volg de veilig- heidsvoorschriften van de fabrikant van het materiaal.

12. Zorg er altijd voor dat het gereedschap is

uitgeschakeld en de accu en bit zijn verwijderd voordat u het gereedschap aan een andere persoon overhandigt.

13. Verzeker u er vóór aanvang van de werkzaam-

heden van dat er geen voorwerpen, zoals elektriciteits-, gas- en waterleidingen, begra- ven liggen in het werkgebied. Anders kan de boor/beitel deze raken, waardoor een elektrische schok, een lekstroom of een gaslek kan ontstaan.

14. Laat het gereedschap niet onnodig onbelast

draaien. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betre󰀨ende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstig letsel. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu

1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op

(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.

2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem

niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu

aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplo󰀩ng veroorzaken.

4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-

men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.

5. Voorkom kortsluiting van de accu:

(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.

6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de

accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.

7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-

neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontplo󰀨en in het vuur.

8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in,

snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp.Dergelijkehande- lingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte82 NEDERLANDS of een explosie.

9. Gebruik nooit een beschadigde accu.

10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn

onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke sto󰀨en. Voorcommercieeltransportendergelijkedoor derden en transporteurs moeten speciale vereis- ten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerdishetnoodzakelijkeenexpertop hetgebiedvangevaarlijkesto󰀨enteraadplegen. Houdutevensaanmogelijkstrengerenationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.

11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert

u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.

12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-

schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui- tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.

13. Als u het gereedschap gedurende een lange

tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.

14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-

den waardoor brandwonden of koude brand- wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.

15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap

niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.

16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond

vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waar- doorbrandwondenofpersoonlijkletselkunnen ontstaan.

17. Behalve indien gebruik van het gereedschap

is toegestaan in de buurt van hoogspannings- leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.

18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’sdiezijngewijzigd,kanertoeleidendatdeaccu ontploftenbrand,persoonlijkletselenschadeveroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levensduur van de accu

1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen

is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.

2. Laad een volledig opgeladen accu nooit

opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.

3. Laad de accu op bij een omgevingstempera-

tuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.

4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u

hem vanaf het gereedschap of de lader.

5. Laad de accu op als u deze gedurende een

lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken. Belangrijke veiligheidsinstructies voor de draadloos-eenheid

1. Haal de draadloos-eenheid niet uit elkaar en

2. Houd de draadloos-eenheid uit de buurt van

kinderen. Indien per ongeluk ingeslikt, raad- pleegt u onmiddellijk een arts.

3. Gebruik de draadloos-eenheid uitsluitend met

4. Stel de draadloos-eenheid niet bloot aan regen

of natte omstandigheden.

5. Gebruik de draadloos-eenheid niet op plaatsen

waar de temperatuur hoger is dan 50 °C.

6. Bedien de draadloos-eenheid niet op plaatsen

in de buurt van medische instrumenten, zoals een pacemaker.

7. Bedien de draadloos-eenheid niet op plaatsen

in de buurt van geautomatiseerde apparaten. Bijbedieningervankanindegeautomatiseerde apparaten een storing of fout optreden.

8. Bedien de draadloos-eenheid niet op plaatsen

met een hoge temperatuur of op plaatsen waar statische elektriciteit of elektrische ruis kan worden gegenereerd.

9. De draadloos-eenheid kan elektromagnetische

velden genereren, maar deze zijn niet schade- lijk voor de gebruiker.

10. De draadloos-eenheid is een nauwkeurig

instrument. Wees voorzichtig dat u de draad- loos-eenheid niet laat vallen of ergens tegen- aan stoot.

11. Raak de aansluitpunten van de draadloos-een-

heid niet aan met blote handen of metaalach- tige materialen.

12. Verwijder altijd de accu uit het apparaat wan-

neer u de draadloos-eenheid erin aanbrengt.

13. Open de afdekking van de gleuf niet op plaat-

sen waar stof of vocht in de gleuf kan binnen- dringen. Houd de ingang van de gleuf altijd schoon.

14. Breng de draadloos-eenheid altijd in de juiste

15. Druk niet te hard op de knop voor draad-

loos inschakelen op de draadloos-eenheid83 NEDERLANDS en/of druk niet op de knop met een scherp voorwerp.

16. Sluit altijd de afdekking van de gleuf tijdens

17. Verwijder de draadloos-eenheid niet uit de

gleuf terwijl voeding wordt geleverd aan het gereedschap. Als u dit doet, kan een storing optreden in de draadloos-eenheid.

18. Verwijder de sticker op de draadloos-eenheid

19. Plak geen stickers op de draadloos-eenheid.

20. Laat de draadloos-eenheid niet liggen op een

plaats waar statische elektriciteit of elektrische ruis kan worden gegenereerd.

21. Laat de draadloos-eenheid niet liggen op een

plaats die is blootgesteld aan hoge tempe- raturen, zoals in een auto die in de zon staat geparkeerd.

22. Laat de draadloos-eenheid niet liggen op een

plaats met veel stof of poeder, of op een plaats waar corrosief gas kan worden gegenereerd.

23. Door een plotselinge verandering in tempe-

ratuur kan condens op de draadloos-eenheid worden gevormd. Gebruik de draadloos-een- heid niet voordat de condens volledig is verdampt.

24. Veeg de draadloos-eenheid voorzichtig

schoon met een droge, zachte doek. Gebruik geen wasbenzine, thinner, geleidend vet en dergelijke.

25. Bewaar de draadloos-eenheid in de bijgele-

verde doos of een antistatische container.

26. Breng geen andere apparaten dan een draad-

loos-eenheid van Makita aan in de gleuf van het gereedschap.

27. Gebruik het gereedschap niet als de afdekking

van de gleuf beschadigd is. Water, stof en vuil die in de gleuf binnendringen, kunnen een storing veroorzaken.

28. Trek en draai niet meer dan nodig is aan de

afdekking van de gleuf. Plaats de afdekking terug als deze los komt van het gereedschap.

29. Vervang de afdekking van de gleuf als deze

FUNCTIES LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijkletselwordenveroorzaakt. ►Fig.1: 1. Rood deel 2. Knop 3. Accu Omdeaccuteverwijderenverschuiftudeknopaande voorkantvandeaccuenschuiftutegelijkertijddeaccu uit het gereedschap. Omdeaccuaantebrengenlijntudelipopdeaccuuit metdegroefindebehuizingenduwtudeaccuopzijn plaats.Steekdeaccuzovermogelijkinhetgereed- schap tot u een klikgeluid hoort. Wanneer het rode deel zichtbaar is, zoals aangegeven in de afbeelding, is de accu niet geheel vergrendeld. LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Alsdeaccunietgemakkelijkinhetgereedschap kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht. De resterende acculading controleren Druk op de testknop op de accu om de resterende acculadingtezien.Deindicatorlampjesbrandengedu- rende enkele seconden. ►Fig.2: 1.Indicatorlampjes2. Testknop Indicatorlampjes Resterende acculadingBrandt Uit Knippert75% tot 100%50% tot 75%25% tot 50%0% tot 25%Laad de accu op. Er kan een storingzijnopgetreden in de accu.84 NEDERLANDS OPMERKING:Afhankelijkvandegebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijkdatdeaangegevenacculadingverschiltvande werkelijkeacculading. OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator- lampjeknippertwanneerhetaccubeveiligingssys- teem in werking is getreden. Gereedschap-/ accubeveiligingssysteem Het gereedschap is voorzien van een gereedschap-/ accubeveiligingssysteem. Dit systeem schakelt auto- matisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschapkantijdenshetgebruikautomatischstop- pen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld: Overbelastingsbeveiliging Als de accu wordt gebruikt op een manier die ertoe leidt dat een abnormaal hoge stroomsterkte wordt getrok- ken, stopt het gereedschap automatisch zonder enige aanduiding. In dat geval schakelt u het gereedschap uit en stopt u met het gebruik dat er toe leidde dat het gereedschap overbelast raakte. Schakel vervolgens het gereedschap in om weer te starten. Oververhittingsbeveiliging Als het gereedschap of de accu oververhit is, stopt het gereedschap automatisch. Laat in dat geval het gereed- schap en de accu afkoelen voordat u het gereedschap weer inschakelt. OPMERKING: Wanneer het gereedschap oververhit is, knippert de lamp. Beveiliging tegen te ver ontladen Als de acculading onvoldoende is, stopt het gereed- schapautomatisch.Indithetgevalverwijdertudeaccu vanaf het gereedschap en laadt u de accu op. Beveiliging tegen andere oorzaken Het beveiligingssysteem is ook ontworpen voor andere oorzaken die het gereedschap kunnen beschadigen, en zorgt ervoor dat het gereedschap automatisch stopt. Voer alle volgende stappen uit om de oorzaken op te he󰀨en,wanneerhetgereedschaptijdelijkisonderbro- kenoftijdenshetgebruikisgestopt.

1. Verzeker u ervan dat alle schakelaars in de uit-

stand staan en schakel vervolgens het gereed- schap in om het weer te starten.

2. Laad de accu('s) op of vervang hem/ze door (een)

3. Laat het gereedschap en de accu('s) afkoelen.

Als geen verbetering optreedt nadat het beveiligings- systeem is gereset, neemt u contact op met uw lokale Makita-servicecentrum. De trekkerschakelaar gebruiken WAARSCHUWING: Alvorens de accu in het gereedschap te plaatsen, moet u altijd controle- ren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand “OFF”. ►Fig.3: 1. Trekkerschakelaar Omhetgereedschaptestarten,knijptugewoonde trekkerschakelaar in. Hoe harder u de trekkerscha- kelaarinknijpt,hoesnellerhetgereedschapdraait. Laat de trekkerschakelaar los om het gereedschap te stoppen. De lamp op de voorkant gebruiken ►Fig.4: 1. Lamp LET OP: Kijk niet direct in het lamplicht of in de lichtbron. Knijpdetrekkerschakelaarinomdelampinteschake- len.Delampblijftbrandenzolangdetrekkerschakelaar wordt ingeknepen. Ongeveer 10 seconden nadat u de trekkerschakelaar hebt losgelaten, gaat de lamp uit. LET OP: Als de lamp uitgaat na enkele secon- den te hebben geknipperd, werkt de actieve terugkoppelingsdetectietechnologie niet correct. Vraag uw plaatselijke Makita-servicecentrum het gereedschap te repareren. OPMERKING: Gebruik een droge doek om vuil van de lens van de lamp af te vegen. Wees voorzichtig dat u de lens van de lamp niet bekrast omdat dan de verlichting minder wordt. OPMERKING: De lamp op de voorkant kan niet wor- dengebruiktterwijlhetstofopvangsysteem(optioneel accessoire) is aangebracht op het gereedschap. De omkeerschakelaar bedienen ►Fig.5: 1. Omkeerschakelaar LET OP: Controleer altijd de draairichting alvorens het gereedschap te starten. LET OP: Verander de stand van de omkeer- schakelaar alleen nadat het gereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Als u de draairichting verandertterwijlhetgereedschapnogdraait,kanhet gereedschap beschadigd raken. LET OP: Zet de omkeerschakelaar altijd in de neutrale stand wanneer u het gereedschap niet gebruikt. Dit gereedschap heeft een omkeerschakelaar voor het veranderen van de draairichting. Druk de omkeerscha- kelaar in vanaf kant A voor de draairichting rechtsom, of vanaf kant B voor de draairichting linksom. Wanneer de omkeerschakelaar in de neutrale stand staat, kan de trekkerschakelaar niet worden ingeknepen.85 NEDERLANDS De werkingsfunctie kiezen KENNISGEVING: Draai de werkingsfunctiekeu- zeknop niet terwijl het gereedschap draait. Het gereedschap zal hierdoor worden beschadigd. KENNISGEVING: Om snelle slijtage van het werkingsfunctiekeuzemechanisme te voorkomen, zorgt u ervoor dat de werkingsfunctiekeuzeknop altijd precies in een van de drie werkingsfunctie- standen staat. Hamerboren Voor boren in beton, metselwerk, enz., draait u de werkingsfunctiekeuzeknop naar het symbool ter- wijludeontgrendelknopopdeknopingedrukthoudt. Gebruik een boorbit met een hardmetalen punt (optio- neel accessoire). ►Fig.6: 1. Hamerboren 2. Werkingsfunctiekeuzeknop

Alleen boren Voor boren in hout, metaal of kunststof draait u de werkingsfunctiekeuzeknop naar het symbool terwijlu de ontgrendelknop op de knop ingedrukt houdt. Gebruik een spiraalboor of houtboor. ►Fig.7: 1. Alleen boren Alleen hameren Voor beitelen, bikken en slopen draait u de werkings- functiekeuzeknop naar het symbool terwijlude ontgrendelknop op de knop ingedrukt houdt. Gebruik een puntbeitel, koudbeitel, bikbeitel, enz. ►Fig.8: 1. Alleen hameren Haak Optioneel accessoire LET OP: Verwijder altijd eerst de accu, voor- dat u het gereedschap aan de haak ophangt. LET OP: Hang het gereedschap nooit op een hoge plaats of aan een mogelijk instabiel oppervlak. Dehaakishandigomhetgereedschaptijdelijkaanop te hangen. Voordatudehaakaanbrengt,verwijdertuderubber dop vanaf de boutgaten in de bevestigingsbeugel. Plaats de vierkante moeren onder de beugel en beves- tigdaarnadehaakmetbehulpvandeboutenopzijn plaats. ►Fig.9: 1. Rubber dop 2. Bevestigingsbeugel

3. Vierkante moeren 4. Haak 5. Bouten

Om de haak te gebruiken, tilt u de arm van de haak op totdat deze vastklikt in de geopende stand. Als de haak niet in gebruik is, vouwt u de arm van de haak omlaag naar de gesloten stand. ►Fig.10: 1. Haak 2. Geopende stand 3. Gesloten stand ►Fig.11 Het touw (tuiriem) vastmaken aan de haak LET OP: Gebruik de haak en schroeven niet wanneer deze beschadigd zijn. Controleer voor gebruik altijd op beschadigingen, barsten en ver- vormingen, en verzeker u ervan dat de schroeven zijn vastgedraaid. LET OP: Verzeker u ervan dat de haak stevig is aangebracht met behulp van de schroeven. LET OP: Terwijl het gereedschap is opge- hangen, mag u geen accessoires aanbrengen of verwijderen. Het gereedschap kan vallen als de schroevennietzijnvastgedraaid. LET OP: Vergrendel altijd de karabijnhaak met vergrendeling (multiactie- en schroefslui- ting-type) en verzeker u ervan dat het touw (tui- riem) is vastgemaakt aan het dubbele-ring-deel van de haak. Een verkeerde bevestiging kan ertoe leiden dat het gereedschap van de haak afvalt en persoonlijkletselontstaat. De haak wordt ook gebruikt om een touw (tuiriem) aan te bevestigen. Verzeker u ervan het touw (tuiriem) aan het dubbele-ring-deel van de haak te bevestigen. ►Fig.12: 1. Dubbele-ring-deel van de haak 2. Touw (tuiriem) 3.Karabijnhaakmetvergrendeling (multiactie- en schroefsluiting-type) Veiligheidswaarschuwingen voor het vastmaken van een touw (tuiriem) aan de haak Veiligheidswaarschuwingen speciek voor wer- ken op hoogte Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle instructies. Het niet volgen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot ernstig letsel.

1. Houd het gereedschap altijd vastgebonden

tijdens het werken ‘op hoogte’. De maximale lengte van het touw is 2 m. De maximaal toegestane valhoogte van het touw (tuiriem) mag niet meer zijn dan 2 meter.

2. Gebruik uitsluitend met een touw dat geschikt

is voor dit type gereedschap en een draagver- mogen heeft van minstens 8,0 kg.

3. Veranker het touw van het gereedschap niet

aan iets op uw lichaam of aan een verplaats- baar voorwerp. Veranker het touw van het gereedschap aan een stevige constructie die de krachten van een vallend gereedschap kan opvangen.

4. Verzeker u er vóór gebruik van dat het touw

goed is vastgemaakt aan beide uiteinden.

5. Inspecteer het gereedschap en touw vóór elk

gebruik op beschadigingen en correcte wer- king (inclusief het materiaal en de stiksels). Gebruik het niet wanneer het beschadigd is of niet correct werkt.

6. Wikkel touwen niet rondom scherpe of ruwe

randen en laat ze er niet mee in aanraking komen.

7. Bevestig het andere uiteinde van het touw86 NEDERLANDS

buiten het werkgebied zodat een vallend gereedschap stevig bevestigd blijft.

8. Bevestig het touw zodanig dat het gereed-

schap tijdens het vallen zich verwijdert van de gebruiker. Een gereedschappen dat valt zal aan het touw slingeren, waardoor letsel kan worden veroorzaakt of u uw evenwicht kunt verliezen.

9. Gebruik niet nabij bewegende onderdelen of

draaiende machines. Als u zich hier niet aan houdt, kan dat leiden tot beknellingsgevaar of verstrikkingsgevaar.

10. Draag het gereedschap niet aan de bevesti-

gingsvoorziening of het touw.

11. Verplaats het gereedschap uitsluitend tussen

uw handen terwijl u een goed evenwicht hebt.

12. Bevestig een touw niet aan het gereedschap

op een manier waardoor schakelaars of de trekkervergrendeling (indien aanwezig) niet correct kunnen werken.

13. Voorkom dat u verstrikt raakt in het touw.

14. Houd het touw uit de buurt van het boorge-

deelte van het gereedschap.

15. Gebruik een karabijnhaak met vergrende-

ling (multiactie- en schroefsluiting-type). Gebruik geen enkelvoudige karabijnhaken met veersluiting.

16. Nadat een gereedschap is gevallen, moet

het worden gelabeld en buiten bedrijf wor- den gesteld, en moet het worden geïnspec- teerd door de Makita-fabriek of een erkend servicecentrum. Koppelbegrenzer KENNISGEVING: Schakel het gereedschap onmiddellijk uit wanneer de koppelbegrenzer in werking treedt.Hiermeehelptuvroegtijdigeslijtage van het gereedschap te voorkomen. KENNISGEVING: Boren, zoals gatenzagen, die gemakkelijk bekneld raken in het boorgat, mogen niet worden gebruikt met dit gereedschap. Dit isomdatzijdekoppelbegrenzertevaakinwerking doen treden. De koppelbegrenzer treedt in werking wanneer de motor een bepaald koppel bereikt. De motor wordt dan ontkoppeld van de uitgaande as. Wanneer dit gebeurt, zal de boor ophouden met draaien. Elektronische functies Het gereedschap is uitgerust met elektronische functies voor een eenvoudige bediening.

  • Elektrische rem Dit gereedschap is voorzien van een elektrische rem. Als het gereedschap continu niet snel stopt met werken nadat de trekkerschakelaar is losge- laten, laat u het gereedschap onderhouden door een Makita-servicecentrum.
  • Constant-toerentalregeling De toerentalregelfunctie zorgt voor een constant toerental ongeacht de belastingsomstandigheden.
  • Actieve-terugkoppelingsdetectietechnologie Alstijdensgebruikmethetgereedschapwordt gezwaaid met een vooraf bepaalde versnelling, wordt de motor geforceerd gestopt om de belas- ting op de pols te verminderen. OPMERKING: Deze functie werkt niet als de versnel- ling niet het vooraf bepaalde niveau bereikt wanneer met het gereedschap wordt gezwaaid. OPMERKING:Alstijdensbeitelen,bikkenofslopen met het bit wordt gezwaaid met een vooraf bepaalde versnelling, wordt de motor geforceerd gestopt. Laat indatgevaldetrekkerschakelaarlosenknijpdaarna de trekkerschakelaar weer in om het gereedschap weer te starten. MONTAGE LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. Zijhandgreep (extra handgreep) LET OP: Gebruik altijd de zijhandgreep om veilig te kunnen werken. LET OP: Na het aanbrengen of afstellen van de zijhandgreep, verzekert u zich ervan dat de zijhandgreep stevig is waarbij zijn uitsteeksels volledig aangrijpen in de uitsparingen in het tandwielhuis. Omdezijhandgreepaantebrengen,volgtudeonder- staande stappen.

1. Draaidevingerschroefopdezijhandgreeplos.

Brengvervolgensdezijhandgreepaanoverdenekvan het tandwielhuis. ►Fig.13: 1.Zijhandgreep2. Vingerschroef 3. Nek van het tandwielhuis 4. Uitsteeksel 5. Uitsparing De bevestigingsring kan groter gemaakt worden door de vingerschroef omlaag te duwen zodat de ring gemakkelijkenveiligaangrijptrondomdenekvanhet tandwielhuis. ►Fig.14: 1. Vingerschroef 2. Bevestigingsring

2. Draai de vingerschroef vast om de handgreep

onder de gewenste hoek vast te zetten. Smeren Optioneel accessoire Smeer het uiteinde van de schacht van de boor vooraf inmeteenbeetjevet(ong.0,5tot1gram). Met een ingevette boorkop zal het gereedschap beter werken en langer meegaan. De boor aanbrengen en verwijderen Reinig het uiteinde van de schacht van de boor en smeer het met vet voordat u de boor aanbrengt. ►Fig.15: 1. Uiteinde van de schacht 2. Smeren Steek het uiteinde van de schacht van de boor in de spankopenterwijludeboormetdehanddraait,duwt87 NEDERLANDS u hem verder in de spankop zodat het uiteinde van de schacht goed past in de opening van de spankop en de boor volledig wordt vergrendeld. Nadat u de boor hebt aangebracht, probeert u hem terugtetrekkenomerzekervantezijndathijgoedop zijnplaatsisvergrendeld. ►Fig.16: 1. Boor 2. Spankop Omdeboorteverwijderen,duwtudeboorkopmof helemaal omlaag en trekt u de boor eruit. ►Fig.17: 1. Boor 2. Boorkopmof Beitelhoek (bij beitelen, bikken of slopen) De beitel kan onder de gewenste hoek worden vast- gezet. Draai de werkingsfunctiekeuzeknop naar het symbool O en draai daarna de beitel naar de gewenste hoek. ►Fig.18: 1. Werkingsfunctiekeuzeknop 2. Symbool O Draai de werkingsfunctiekeuzeknop naar het sym- bool . Probeer de beitel met de hand te draaien omerzekervantezijndathijgoedopzijnplaatsis vergrendeld. Dieptemaat De dieptemaat is nuttig voor het boren van gaten van gelijkediepte. Houd de vergrendelknop ingedrukt en steek daarna de dieptemaat in het zeskantgat. Zorg ervoor dat de getande kant van de dieptemaat is gericht naar de zaagtand-markering op het zeskantgat. ►Fig.19: 1. Dieptemaat 2. Vergrendelknop

Stel de dieptemaat af door hem naar voren en achteren tebewegenterwijldevergrendelknopingedruktwordt gehouden. Laat na het afstellen de vergrendelknop los om de dieptemaat te vergrendelen. OPMERKING: Zorg ervoor dat de dieptemaat niet tegen de behuizing van het gereedschap aan komt wanneer u hem aanbrengt. Stofopvangsysteem Optioneel accessoire Aanbrengen

1. Schuif de luchtkanaalafdekking van het motor-

huisafterwijludevergrendellipoptiltomhemte ontgrendelen. ►Fig.20: 1. Luchtkanaalafdekking 2. Vergrendellip

2. Bevestig het gereedschap op het stofopvangsys-

teem door de geleidergroeven op de onderkant van het motorhuis over de geleiderrails bovenop het stof- opvangsysteem te schuiven tot deze met een klik aan elkaar worden vergrendeld. ►Fig.21: 1. Geleidergroeven 2. Geleiderails

1. Koppel het gereedschap los van het stofop-

vangsysteem door op de ontgrendelknop op het stof- opvangsysteem te drukken en het gereedschap eraf te schuiven. ►Fig.22: 1. Stofopvangsysteem 2. Ontgrendelknop

2. Schuif de luchtkanaalafdekking terug op de gelei-

dergroeven op het motorhuis tot deze met een klik op zijnplaatswordtvergrendeld. ►Fig.23: 1. Luchtkanaalafdekking

KENNISGEVING: Vergeet niet om de luchtka- naalafdekking terug te plaatsen over het lucht- kanaal nadat het stofopvangsysteem is losge- koppeld van het gereedschap. De prestaties van het gereedschap kunnen worden beïnvloed als het wordt gebruikt zonder dat de luchtkanaalafdekking is aangebracht. De stand van het mondstuk van het stofopvangsysteem afstellen Houd de ontgrendelknop van de schuifarm ingedrukt terwijludemondstukgeleiderin-enuitschuiftenlaat de knop los in de exacte stand waarin de punt van het boorbit zich vlak achter het voorvlak van het mondstuk bevindt. ►Fig.24: 1. Schuifarm 2. Ontgrendelknop van de schuifarm 3. Punt van het boorbit

4. Voorvlak van het mondstuk

OPMERKING: Voordat u de stand van het mondstuk afstelt, drukt u op de ontgrendelknop van de schui- farm om de spanning van de mondstukgeleider af te halenendezevrijtezettenindevollediguitgescho- ven stand. De boordiepte instellen De boordiepte kan worden ingesteld door de afstand tussen de instelknop voor de boordiepte en de achter- kant van de mondstukgeleider te veranderen. Houd de instelknop voor de boordiepte ingedrukt en schuif deze naar de gewenste stand. ►Fig.25: 1. Instelknop voor de boordiepte

2. Mondstukgeleider 3. Boordiepte

Opbergen KENNISGEVING: Wanneer de mondstukgelei- der gedurende een bepaalde tijdsduur niet wordt gebruikt, moet de mondstukgeleider worden uitgeschoven naar ongeveer 100 mm vanaf zijn volledig ingeschoven stand. Als u dit niet doet, kan de kanaalslang worden beschadigd die binnenin de mondstukgeleider is gemonteerd. ►Fig.26: 1. Ontgrendelknop van de schuifarm

Stofvanger Optioneel accessoire Gebruik de stofvanger om te voorkomen dat stof op88 NEDERLANDS het gereedschap en op uzelf terechtkomt wanneer u boven uw hoofd boort. Bevestig de stofvanger aan het bit zoals aangegeven in de afbeelding. De diameter van de bits waaraan de stofvanger kan worden bevestigd is als volgt. Model Bitdiameter Stofvanger 5 6 mm - 14,5 mm Stofvanger 9 12 mm - 16 mm ►Fig.27: 1. Stofvanger Stofvangerset Optioneel accessoire LET OP: Alvorens de stofvangerset aan te brengen of te verwijderen, verwijdert u het boorbit vanaf het gereedschap. Aanbrengen Plaats de stofvangerset op de nek van het tandwielhuis enlijndaarbijhetsymbool op de stofvanger uit met één van de groeven in de nek. Pak vervolgens het bevestigingsdeel van de stofvangerset vast en duw dit omlaagopdenekomdestofvangersetopzijnplaatste bevestigen. ►Fig.28: 1. Stofvangerset 2. Bevestigingsdeel

OPMERKING: Als u een stofzuiger aansluit op de stofvangerset,verwijdertudestofdopvoordatuhem aansluit. ►Fig.29: 1. Stofdop Verwijderen Duw de boorkopmof helemaal omlaag en trek het boor- bit eruit. ►Fig.30: 1. Bit 2. Boorkopmof Pak het bevestigingsdeel van de stofvangerset vast en trek het van het gereedschap af. ►Fig.31: 1. Bevestigingsdeel OPMERKING: Als de dop van de stofvangerset los raakt,plaatstudezeterugopzijnoorspronkelijk plaats.

1. Maak de balg los van het bevestigingsdeel van de

stofvangerset. ►Fig.32: 1. Balg 2. Bevestigingsdeel

2. Plaatsdedopterugmetdezijdewaaroptekst

staat omhoog gericht. ►Fig.33: 1. Dop 2.Zijdemettekst3. Groeven

4. Lippen van de bovenopening

3. Verzeker u de lippen van de bovenopening van

het bevestigingsdeel goed vallen in de groeven rondom de dop. ►Fig.34 BEDIENING LET OP: Gebruik altijd de zijhandgreep (hulp- handgreep) en houd het gereedschap tijdens het gebruik stevig vast bij zowel de zijhandgreep als de hoofdhandgreep. LET OP: Zorg er altijd vóór gebruik voor dat het werkstuk stevig vast staat. LET OP: Trek niet met grote kracht aan het gereedschap, ook niet wanneer de bit klem zit. Als u de controle verliest, kan letsel worden veroorzaakt. LET OP: Het stofopvangsysteem is alleen bedoeld voor het boren in beton. Gebruik het stofopvangsysteem niet bij het boren in metaal of hout. LET OP: Als u het gereedschap gebruikt met het stofopvangsysteem, zorgt u ervoor dat het lter is bevestigd aan het stofopvangsysteem om inademing van stof te voorkomen. LET OP: Voordat u het stofopvangsysteem gebruikt, controleert u of het lter niet bescha- digd is. Als u dit niet doet, kan dat leiden tot inade- ming van stof. LET OP: Het stofopvangsysteem voert het vrijgekomen stof met hoge snelheid af, maar niet al het stof kan worden afgevoerd. KENNISGEVING: Als het gereedschap gedu- rende een lange tijd ononderbroken op een laag toerental wordt gebruikt, zal de motor overbelast raken, waardoor een storing zal optreden. KENNISGEVING: Gebruik het stofopvangsys- teem niet bij kernboren of beitelen. KENNISGEVING: Gebruik het stofopvangsys- teem niet bij het boren in nat beton en gebruik dit systeem niet in een natte omgeving. Als u dit toch doet, kan dat leiden tot een storing. OPMERKING: Als de temperatuur van de accu laag is,werkthetgereedschapmogelijknietopvolledig vermogen. Warm in dat geval de accu op door het gereedschapenigetijdopnullasttoerentaltegebrui- ken zodat u het volledige vermogen van het gereed- schap weer kunt gebruiken. ►Fig.3589 NEDERLANDS Gebruik als hamerboor LET OP: Op het moment dat het boorgat door- breekt,hetboorgatverstoptraaktmetschilfertjes ofmetaaldeeltjes,ofdeklopboordebewapeningin het steen raakt, wordt een plotselinge en enorme torsiekracht uitgeoefend op het gereedschap/boorbit. Gebruik altijd de zijhandgreep (hulphandgreep) en houd het gereedschap tijdens het gebruik ste- vig vast bij zowel de zijhandgreep als de hoofd- handgreep. Als u dit niet doet, kunt u de controle overhetgereedschapverliezenenmogelijkernstig letsel veroorzaken. Draai de werkingsfunctiekeuzeknop naar het sym- bool . Plaats de punt van de boor op de plaats waar u een gat wiltborenenknijpdandetrekkerschakelaarin. Oefen aanvoerkracht uit op de schakelaarhandgreep (hoofdhandgreep)voornauwkeurigheidene󰀩ciëntie vanhetwerk,enhouddezijhandgreep(extrahand- greep) vast om het gereedschap in balans te houden. Houdhetgereedschapzorgvuldigopzijnplaatsenzorg dat het niet uit het boorgat raakt. Oefen niet méér druk uit wanneer het boorgat verstopt raaktmetschilfertjesofboorgruis.Laatdaarentegen het gereedschap “stationair” draaien en trek de boor gedeeltelijkteruguithetboorgat.Doorditenkelemalen teherhalen,kuntuhetboorgatgruisvrijmaken,zodatu het normale boren kunt hervatten. OPMERKING:Terwijlhetgereedschaponbelast wordt gebruikt, kan de boor excentrisch draaien. Het gereedschapcentreertzichzelfautomatischtijdens het gebruik. Dit heeft geen nadelige invloed op de nauwkeurigheid van het boren. Beitelen, bikken en slopen Draai de werkingsfunctiekeuzeknop naar het sym- bool . Houd het gereedschap met beide handen stevig vast. Schakel het gereedschap in. Oefen aanvoerkracht uit op de schakelaarhandgreep (hoofdhandgreep)voornauwkeurigheidene󰀩ciëntie vanhetwerk,enhouddezijhandgreep(extrahand- greep) vast om het gereedschap in balans te houden. Hetgereedschapwerktniete󰀩ciënteralsugrotedruk op het gereedschap uitoefent. ►Fig.36 Boren in hout of metaal LET OP: Houd het gereedschap stevig vast en let vooral goed op wanneer het boorbit door het werkstuk heen breekt. Op het moment dat het boor- gat doorbreekt wordt een enorme wringende kracht uitgeoefend op het gereedschap/boorbit. LET OP: Een vastgelopen boorbit kan een- voudig verwijderd worden door de draairichting te veranderen met de omkeerschakelaar, om zo het boorbit eruit te draaien. Houd het gereedschap daarbij wel stevig vast, want er is kans op een plotselinge terugslag. LET OP: Zet het werkstuk altijd vast in een bankschroef of soortgelijke klemvoorziening. KENNISGEVING: Gebruik nooit “Hamerboren” wanneer de adapterboorkop op het gereedschap is aangebracht. De adapterboorkop kan worden beschadigd. Bovendien zal de adapterboorkop loskomen wan- neer de draairichting van het gereedschap wordt omgekeerd. KENNISGEVING: Het boren zal niet sneller verlopen als u hard op het gereedschap drukt. In feitezaldergelijkharddrukkenalleenmaarleidentot beschadiging van het boorbit, lagere prestaties van het gereedschap en een kortere levensduur van het gereedschap. Draai de werkingsfunctiekeuzeknop naar het sym- bool . De boorspankopset aanbrengen Optioneel accessoire Bevestig de boorkopadapter op een sleutelloze boorkop waaropeenschroefmaat1/2″-20kanwordengemon- teerd, en breng het geheel aan op het gereedschap. Voor informatie over het aanbrengen van de adapter in de spankop raadpleegt u de instructies voor het aan- brengen van het boorbit. ►Fig.37: 1. Sleutelloze boorkop 2. Boorkopadapter Diamantkernboren KENNISGEVING: Als u werkzaamheden met diamantkernboren uitvoert in de stand “hamerboren”, kan de diamantkernboor worden beschadigd. Als u werkzaamheden met diamantkernboren uitvoert, draaitudewerkingsfunctiekeuzeknopaltijdnaarde stand om “alleen boren” te gebruiken.90 NEDERLANDS Het stof van het lter afkloppen Optioneel accessoire LET OP: Draai de knop op de stofopvangdoos niet terwijl de stofopvangdoos van het stofop- vangsysteem af is gehaald. Als u dit toch doet, kan dat leiden tot inademing van stof. LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de knop op de stofopvangdoos draait. Alsudeknopdraaitterwijlhetgereedschapinwer- king is, kunt u de controle over het gereedschap verliezen. Doorhetstofvanhetlterbinnenindestofopvangdoos aftekloppen,behoudtudee󰀩ciëntievandestofzuiger en verlaagt u tevens het aantal keren dat u het stof moet weggooien. Draai de knop op de stofopvangdoos drie keer rond na het verzamelen van 50.000 mm

aan stof, of wanneer u deindrukkrijgtdatdeprestatiesvandestofzuigerzijn afgenomen. OPMERKING: 50.000 mm

aanstofstaatgelijkaan het boren van 10 gaten met een ø10 mm en een diepte van 65 mm. ►Fig.38: 1. Stofopvangdoos 2. Knop Het stof weggooien Optioneel accessoire LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. LET OP: U moet een stofmasker dragen wan- neer u het stof weggooit. LET OP: Maak de stofopvangdoos regelmatig leeg, voordat hij vol is. Als u dit niet doet, wordt het stofmogelijkmindergoedopgevangenenkandat leiden tot inademing van stof. LET OP: Het stof wordt minder goed opgevan- gen als het lter in de stofopvangdoos verstopt is. Vervang het lter door een nieuwe nadat de stofopvangdoos ongeveer 200 keer is geleegd. Als u dit niet doet, kan dat leiden tot inademing van stof.

1. Houd de vergrendelhendel van de stofopvang-

doosomlaaggedruktenverwijderdestofopvangdoos. ►Fig.39: 1. Vergrendelhendel

2. Til de vergrendellip iets naar buiten toe op en

open de afdekking van de stofopvangdoos. ►Fig.40: 1. Afdekking van de stofopvangdoos

►Fig.41 KENNISGEVING: Bij het reinigen van het lter tikt u voorzichtig met uw hand tegen de behuizing van het lter om het stof te verwijderen. Tik niet rechtstreeks tegen het lter, raak het lter niet aan met een borstel of iets dergelijks, en blaas geen perslucht tegen het lter. Als u dit toch doet, kan het lter worden beschadigd. Luchtblazer Optioneel accessoire Nadat het gat geboord is, gebruikt u de luchtblazer om het stof uit het gat te blazen. ►Fig.42 De stofvangerset gebruiken Optioneel accessoire Houd de stofvangerset tegen het plafond wanneer u het gereedschap bedient. ►Fig.43 KENNISGEVING: Gebruik de stofvangerset niet bij het boren in metaal of dergelijke. Door de warmte die wordt gegenereerd door kleine meta- len deeltjes en dergelijke kan de stofvangerset worden beschadigd. KENNISGEVING: U mag de stofvangerset niet aanbrengen of verwijderen terwijl het boorbit in het gereedschap is aangebracht. Hierdoor kan de stofvangerset worden beschadigd waardoor stof vrijkomt. FUNCTIE VOOR DRAADLOOS INSCHAKELEN Mogelijkheden van de functie voor draadloos inschakelen Met de functie voor draadloos inschakelen kunt u schoon en comfortabel werken. Door een ondersteunde stofzuiger aan te sluiten op het gereedschap, kunt u destofzuigerautomatischlatenin-enuitschakelenbij bediening van de schakelaar van het gereedschap. ►Fig.44 Om de functie voor draadloos inschakelen te gebruiken, dient u de volgende zaken voor te bereiden:

  • Een draadloos-eenheid (optioneel accessoire)
  • Een stofzuiger die de functie voor draadloos inschakelen ondersteunt In het kort bestaat het instellen van de functie voor draadloos inschakelen uit de volgende punten. Raadpleeg elke paragraaf voor informatie over de procedure.

1. De draadloos-eenheid aanbrengen

2. Registratie van het gereedschap op de stofzuiger91 NEDERLANDS

3. De functie voor draadloos inschakelen starten

De draadloos-eenheid aanbrengen Optioneel accessoire LET OP: Plaats het gereedschap op een vlakke en stabiele ondergrond wanneer u de draadloos-eenheid aanbrengt. KENNISGEVING: Verwijder het stof en vuil vanaf het gereedschap voordat u de draad- loos-eenheid aanbrengt. Stof en vuil kunnen een storing veroorzaken wanneer ze binnendringen in de gleuf voor de draadloos-eenheid. KENNISGEVING: Om een storing als gevolg van statische elektriciteit te voorkomen, raakt u een materiaal aan dat statische elektriciteit ontlaadt, zoals een metalen onderdeel van het gereedschap, voordat u de draadloos-eenheid oppakt. KENNISGEVING: Let er bij het aanbrengen van de draadloos-eenheid altijd op dat de draadloos-eenheid in de correcte richting wordt aangebracht en dat de afdekking volledig wordt gesloten.

1. Open de afdekking op het gereedschap, zoals

aangegeven in de afbeelding. ►Fig.45: 1. Afdekking

2. Breng de draadloos-eenheid aan in de gleuf en

sluit vervolgens de afdekking. Wanneerudedraadloos-eenheidaanbrengt,lijntude uitsteeksels uit met de uitsparingen in de gleuf. ►Fig.46: 1. Draadloos-eenheid 2. Uitsteeksel

3. Afdekking 4. Uitsparing

Wanneerudedraadloos-eenheidverwijdert,opentu langzaam de afdekking. De haken op de achterkant van deafdekking,tillendedraadloos-eenheidopterwijlude afdekking omhoog trekt. ►Fig.47: 1. Draadloos-eenheid 2. Haak 3. Afdekking Nadatdedraadloos-eenheidisverwijderd,bewaart uhemindebijgeleverdedoosofeenantistatische container. KENNISGEVING: Gebruik altijd de haken op de achterkant van de afdekking wanneer u de draad- loos-eenheid verwijdert.Alsdehakennietaangrij- pen op de draadloos-eenheid, sluit u de afdekking volledig en opent u hem weer langzaam. Registratie van het gereedschap op de stofzuiger OPMERKING: Een stofzuiger van Makita die de func- tie voor draadloos inschakelen ondersteunt, is vereist voor registratie van het gereedschap. OPMERKING: Voltooi het aanbrengen van de draad- loos-eenheid in het gereedschap voordat u de regis- tratie van het gereedschap start. OPMERKING: Gedurende de registratie van het gereedschap mag u de trekkerschakelaar van het gereedschapnietinknijpenendeaan-uitknopvande stofzuiger niet bedienen. OPMERKING:Raadpleegtevensdegebruiksaanwij- zing van de stofzuiger. Alsuwiltdatdestofzuigerwordtingeschakeldtegelijk met de bediening van de schakelaar van het gereed- schap, moet u van tevoren de registratie van het gereedschap voltooien.

1. Breng de accu’s aan in de stofzuiger en het

2. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op

“AUTO”. ►Fig.48: 1. Standbyschakelaar

3. Houd de knop voor draadloos inschakelen op de

stofzuiger gedurende 3 seconden ingedrukt totdat de lamp van draadloos inschakelen groen knippert. En houd daarna op dezelfde manier de knop voor draad- loos inschakelen op het gereedschap ingedrukt. ►Fig.49: 1. Knop voor draadloos inschakelen

2. Lamp van draadloos inschakelen

Nadat de stofzuiger en het gereedschap met succes aanelkaarzijngekoppeld,zullendelampenvandraad- loos inschakelen gedurende 2 seconden groen bran- den, waarna ze blauw gaan knipperen. OPMERKING: De lampen van draadloos inschake- len stoppen na 20 seconden met groen knipperen. Druk op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschapterwijldelampvandraadloosinschake- len op de stofzuiger knippert. Als de lamp van draad- loos inschakelen niet groen knippert, drukt u kort op de knop voor draadloos inschakelen en houdt u deze weer ingedrukt. OPMERKING: Als u twee of meer gereedschappen registreert op één stofzuiger, voltooit u de registratie van de gereedschappen één voor één. De functie voor draadloos inschakelen starten OPMERKING: Voltooi de registratie van het gereed- schap op de stofzuiger voordat u de functie draadloos inschakelen gebruikt. OPMERKING:Raadpleegtevensdegebruiksaanwij- zing van de stofzuiger. Nadat een gereedschap in de stofzuiger is geregis- treerd, wordt de stofzuiger automatisch in- en uitge- schakeld door de bediening van de schakelaar van het gereedschap.92 NEDERLANDS

1. Breng de draadloos-eenheid aan in het

2. Sluit de slang van de stofzuiger aan op het

gereedschap. ►Fig.50

3. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op

“AUTO”. ►Fig.51: 1. Standbyschakelaar

4. Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen

op het gereedschap. De lamp van draadloos inschake- len knippert blauw. ►Fig.52: 1. Knop voor draadloos inschakelen

2. Lamp van draadloos inschakelen

5. Schakel het gereedschap in. Controleer of de

stofzuigerisingeschakeldterwijlhetgereedschapin gebruik is. Om het draadloos inschakelen van de stofzuiger te stoppen, drukt u op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap. OPMERKING: De lamp van draadloos inschakelen op het gereedschap stopt met blauw knipperen wan- neer gedurende 2 uur geen bediening plaatsvindt. In dat geval zet u de standbyschakelaar van de stofzui- ger op “AUTO” en drukt u nogmaals op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap. OPMERKING: De stofzuiger wordt met een vertra- gingin-enuitgeschakeld.Ertreedteentijdsvertra- ging op wanneer de stofzuiger de bediening van de schakelaar van het gereedschap detecteert. OPMERKING: Het zendbereik van de draadloos-een- heidkanvariërenafhankelijkvandelocatieen omgevingsomstandigheden. OPMERKING: Als twee of meer gereedschappen zijngeregistreerdinéénstofzuiger,kandestofzuiger worden ingeschakeld ondanks dat u uw gereedschap niet inschakelt omdat een andere gebruiker de functie voor draadloos inschakelen gebruikt. Beschrijving van de status van de lamp van draadloos inschakelen ►Fig.53: 1. Lamp van draadloos inschakelen De lamp van draadloos inschakelen toont de status van de functie voor draadloos inschakelen. Raadpleeg de onder- staande tabel voor de betekenis van de status van de lamp. Status Lamp van draadloos inschakelen Beschrijving Kleur Brandt Knippert Duur Standby Blauw 2 uur Het draadloos inschakelen van de stofzuiger is beschikbaar. De lamp wordt automatisch uitgeschakeld wanneer gedurende 2 uur geen bediening plaatsvindt. Bijinge- schakeld gereed- schap. Het draadloos inschakelen van de stofzuiger is beschikbaar en het gereedschap is ingeschakeld. Registratie van het gereed- schap Groen

seconden Klaar voor registratie van het gereedschap. Wachten op registra- tie door de stofzuiger.

seconden De registratie van het gereedschap is voltooid. De lamp van draadloos inschakelen knippert blauw. Registratie van het gereed- schap annuleren Rood

seconden Klaar om de registratie van het gereedschap te annuleren. Wachten op annuleren door de stofzuiger.

seconden Het annuleren van de registratie van het gereedschap is voltooid. De lamp van draadloos inschakelen knippert blauw. Overig Rood 3 seconden De draadloos-eenheid wordt van stroom voorzien en de functie voor draadloos inschakelen start nu op. Uit - - Het draadloos inschakelen van de stofzuiger is gestopt. Registratie van het gereedschap op de stofzuiger annuleren Voer de volgende procedure uit om de registratie van het gereedschap in de stofzuiger te annuleren.

1. Breng de accu’s aan in de stofzuiger en het

2. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op

“AUTO”. ►Fig.54: 1. Standbyschakelaar

3. Houd de knop voor draadloos inschakelen op de

stofzuiger gedurende 6 seconden ingedrukt. De lamp van draadloos inschakelen knippert groen en brandt daarna rood. Houd daarna op dezelfde manier de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap ingedrukt. ►Fig.55: 1. Knop voor draadloos inschakelen

2. Lamp van draadloos inschakelen

Als het annuleren met succes is uitgevoerd, zullen de lampen van draadloos inschakelen gedurende 2 secon- den rood branden, waarna ze blauw gaan knipperen.93 NEDERLANDS OPMERKING: De lampen van draadloos inschakelen stoppen na 20 seconden met rood knipperen. Druk op de knop voor draadloos inschakelen op het gereed- schapterwijldelampvandraadloosinschakelenop de stofzuiger knippert. Als de lamp van draadloos inschakelen niet rood knippert, drukt u kort op de knop voor draadloos inschakelen en houdt u deze weer ingedrukt. Storingzoeken van de functie voor draadloos inschakelen Alvorens u verzoekt om reparatie, kunt u zelf als volgt het probleem opsporen en oplossen. Als u met een probleem kampt dat in deze handleiding niet wordt beschreven, probeer dan niet het gereedschap te demon- teren. Laat reparaties over aan een erkend Makita-servicecentrum, uitsluitend met gebruik van originele Makita-vervangingsonderdelen. Probleemomschrijving Waarschijnlijke oorzaak (storing) Oplossing De lamp van draadloos inschakelen brandt/knippert niet. De draadloos-eenheid is niet aange- bracht in het gereedschap. De draadloos-eenheid is verkeerd aangebracht in het gereedschap. Brengdedraadloos-eenheidopdejuistewijzeaan. De aansluitingen van de draadloos-een- heiden/ofdegleufzijnvuil. Veeg het stof en vuil op de aansluitingen van de draadloos-eenheid voorzichtig af en reinig de gleuf. Er is niet op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap gedrukt. Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap. De standbyschakelaar op de stofzuiger is niet op “AUTO” gezet. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op “AUTO”. Geen voeding. Voorzie het gereedschap en de stofzuiger van voeding. De registratie van het gereedschap/ het annuleren van de registratie van het gereedschap kan niet met succes worden voltooid. De draadloos-eenheid is niet aange- bracht in het gereedschap. De draadloos-eenheid is verkeerd aangebracht in het gereedschap. Brengdedraadloos-eenheidopdejuistewijzeaan. De aansluitingen van de draadloos-een- heiden/ofdegleufzijnvuil. Veeg het stof en vuil op de aansluitingen van de draadloos-eenheid voorzichtig af en reinig de gleuf. De standbyschakelaar op de stofzuiger is niet op “AUTO” gezet. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op “AUTO”. Geen voeding. Voorzie het gereedschap en de stofzuiger van voeding. Onjuistebediening Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen en voer de procedures voor de registratie/het annule- ren van de registratie opnieuw uit. Het gereedschap en de stofzuiger staan te ver uit elkaar (buiten het zendbereik). Plaatshetgereedschapendestofzuigerdichterbij elkaar. Het maximale zendbereik is ongeveer 10 meter,echter,ditkanverschillenafhankelijkvande omstandigheden. Voordat de registratie van het gereed- schap/het annuleren van de registratie van het gereedschap werd voltooid: - de schakelaar van het gereedschap werd aan gezet of; - de aan-uitknop op de stofzuiger werd ingeschakeld. Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen en voer de procedures voor de registratie/het annule- ren van de registratie opnieuw uit. De procedure voor de registratie van het gereedschap op het gereedschap of de stofzuiger is niet voltooid. Voer de procedure voor de registratie van het gereedschaptegelijkertijduitophetgereedschap en de stofzuiger. Radiostoring door andere apparaten die sterke radiogolven genereren. Houd het gereedschap en de stofzuiger uit de buurt van apparaten zoals Wi-Fi-apparaten en magnetrons.94 NEDERLANDS Probleemomschrijving Waarschijnlijke oorzaak (storing) Oplossing De stofzuiger wordt niet in- en uitgeschakeldtegelijkmetdebedie- ning van de schakelaar van het gereedschap. De draadloos-eenheid is niet aange- bracht in het gereedschap. De draadloos-eenheid is verkeerd aangebracht in het gereedschap. Brengdedraadloos-eenheidopdejuistewijzeaan. De aansluitingen van de draadloos-een- heiden/ofdegleufzijnvuil. Veeg het stof en vuil op de aansluitingen van de draadloos-eenheid voorzichtig af en reinig de gleuf. Er is niet op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap gedrukt. Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen en controleer of de lamp van draadloos inschakelen blauw knippert. De standbyschakelaar op de stofzuiger is niet op “AUTO” gezet. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op “AUTO”. Meerdan10gereedschappenzijn geregistreerd in de stofzuiger. Voer de registratie van het gereedschap opnieuw uit. Alsmeerdan10gereedschappenzijngeregistreerd in de stofzuiger, wordt de eerste registratie van een gereedschap automatisch gewist. De stofzuiger heeft alle registraties van de gereedschappen gewist. Voer de registratie van het gereedschap opnieuw uit. Geen voeding. Voorzie het gereedschap en de stofzuiger van voeding. Het gereedschap en de stofzuiger staan te ver uit elkaar (buiten het zendbereik). Plaatshetgereedschapendestofzuigerdichterbij elkaar. Het maximale zendbereik is ongeveer 10 meter,echter,ditkanverschillenafhankelijkvande omstandigheden. Radiostoring door andere apparaten die sterke radiogolven genereren. Houd het gereedschap en de stofzuiger uit de buurt van apparaten zoals Wi-Fi-apparaten en magnetrons. Destofzuigerisingeschakeldterwijl het gereedschap niet in gebruik is. Andere gebruikers gebruiken op hun gereedschap de functie voor draadloos inschakelen van de stofzuiger. Schakel de knop voor draadloos inschakelen van de andere gereedschappen uit of annuleer de registra- tie van de andere gereedschappen. ONDERHOUD LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoudofafstellingentewordenuitgevoerdbijeen erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijdmetgebruikvanMakita-vervangingsonderdelen. Het lter in de stofopvangdoos vervangen Optioneel accessoire

1. Houd de vergrendelhendel van de stofopvang-

doosomlaaggedruktenverwijderdestofopvangdoos. ►Fig.56: 1. Vergrendelhendel

2. Til de vergrendellip iets naar buiten toe op en

3. Steek een platkopschroevendraaier tussen het

lterhuisendeafdekkingvandestofopvangdoos,zoals aangegevenindeafbeelding.Duwdezijwandenvan hetlterhuisnaarbinnenentilhetlterhuisomhoogen eraf met behulp van een platkopschroevendraaier. ►Fig.58: 1. Platkopschroevendraaier 2. Filterhuis

3. Afdekking van de stofopvangdoos

4. Duwhetlteruithetlterhuis,zoalsaangegeven

in de afbeelding. ►Fig.59: 1. Filter 2. Filterhuis

5. Brengeennieuwlteraaninhetlterhuis.Plaats

hetlterhuisindestofopvangdoosenlijndaarbijhet uitsteekselophetlterhuisuitmetdegroefinde stofopvangdoos. ►Fig.60: 1. Uitsteeksel 2. Groef

6. Sluit de afdekking van de stofopvangdoos

en bevestig daarna de stofopvangdoos aan het stofopvangsysteem. De afdichtdop vervangen Optioneel accessoire Vervang de afdichtdop regelmatig aangezien een ver- sleten of beschadigde afdichtdop de zuigprestaties kan verlagen.

1. Steekeenplatkopschroevendraaiermetzijnplatte

zijdeverticaalinéénvandeontgrendelgatenaandezij- kanten van de mondstukkop. Kantel de platkopschroe- vendraaier onder een hoek om de kubushaak van de afdichtdop los te wrikken uit de voorgevormde uitspa- ring en eruit te wippen. Pel de rubber randen van de afdichtdop los van de randen van de mondstukopening.95 NEDERLANDS ►Fig.61: 1. Afdichtdop 2. Kubushaak

3. Ontgrendelingsgat 4. Mondstukkop

2. Plaats één van de kubushaken van de nieuwe

afdichtdop in de voorgevormde uitsparing in de mond- stukkop zodanig dat het holle oppervlak naar voren is gericht. ►Fig.62: 1. Kubushaken 2. Uitsparingen

3. Afdichtdop 4. Holle oppervlak

3. Plaats de andere haak in de uitsparing aan de

tegenoverliggendekantvandemondstukkopterwijlu de stand van de afdichtdop aanpast zodat deze goed op de mondstukkop past. ►Fig.63: 1. Afdichtdop 2. Kubushaak 3. Uitsparing

4. Mondstukkop 5. Randen

4. Leg voorzichtig de rubber randen van de

afdichtdop vanaf onder naar boven over de randen van de mondstukopening. ►Fig.64: 1. Rubber randen 2. Afdichtdop

OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven.Bijgebruikvanandereaccessoiresof hulpstukkenbestaathetgevaarvanpersoonlijkelet- sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Wenstumeerbijzonderhedenoverdezeacces- soires,neemdancontactopmethetplaatselijke Makita-servicecentrum.

  • Boren met een hardmetalen punt (SDS-plus-bits met een hardmetalen punt)
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : HR007GM201

Categorie : Boor