DHR182ZWJU - Boor MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DHR182ZWJU MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Boor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DHR182ZWJU - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DHR182ZWJU van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING DHR182ZWJU MAKITA
Accucombihamer GEBRUIKSAANWIJZING 73
Totale lengte 301 mm Nominale spanning 18Vgelijkstroom Nettogewicht 2,4 - 3,2 kg Optioneel accessoire Model: DX05 Afzuigcapaciteit 250 l/min Werkslag Max. 90 mm Geschikte boorbit Max. 160 mm Nettogewicht 0,9 kg
- Inverbandmetononderbrokenresearchenontwikkeling,behoudenwijonshetrechtvoordebovenstaande technischegegevenszondervoorafgaandekennisgevingtewijzigen.
- De technische gegevens van de accu kunnen van land tot land verschillen.
- Hetgewichtkanverschillenafhankelijkvandehulpstukken,waaronderdeaccu.Delichtsteenzwaarstecom- binatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel. Toepasselijke accu’s en laders Accu BL1815N / BL1820B / BL1830B / BL1840B / BL1850B / BL1860B Lader DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF / DC18SH / DC18WC
- Sommigevandehierbovenvermeldeaccu’senladerszijnmogelijknietleverbaarafhankelijkvanwaaru woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. Bedoeld gebruik Dit gereedschap is bedoeld voor hamerboren en boren in baksteen, beton en steen, en tevens voor beitelwerk. Het is ook geschikt voor boren zonder slagwerking in hout, metaal, keramisch materiaal en kunststof. Geluidsniveau Detypische,A-gewogengeluidsniveauszijngemeten volgens EN62841-2-6: Model DHR182 Geluidsdrukniveau (L
): 102 dB (A) Onzekerheid (K): 3 dB (A) OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n)is/zijngemetenvolgenseenstandaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schaptevergelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.74 NEDERLANDS WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getroen ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling De volgende tabel toont de trillingstotaalwaarde (triaxi- ale vectorsom) zoals vastgesteld conform de toepasse- lijkenorm: Toepassing Trilling-semissieOnzeker-heid (K)Toepasse-lijke norm / Testvoor-waardenHamerboren in beton (a
9,3 m/s 1,5 m/s EN62841-2-6 OPMERKING:Detotaletrillingswaarde(n)is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getroen ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Verklaringen van conformiteit Alleen voor Europese landen Deverklaringenvanconformiteitzijnbijgevoegdin BijlageAbijdezegebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING Lees alle veiligheidswaar- schuwingen, instructies, afbeeldingen en techni- sche gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als niet alle onderstaande instructies worden opgevolgd, kan dat leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN
VOOR EEN ACCUBOORHAMER
Veiligheidsinstructies voor alle werkzaamheden
1. Draag gehoorbescherming. Blootstelling aan het
lawaai kan uw gehoor aantasten.
2. Gebruik hulphandgreep (hulphandgrepen),
indien bij het gereedschap geleverd. Verliezen van de macht over het gereedschap kan letsel veroorzaken.
3. Houd het elektrisch gereedschap alleen vast
aan de geïsoleerde handgrepen wanneer de kans bestaat dat het accessoire in aanraking komt met verborgen bedrading. Wanneer het accessoire in aanraking komt met onder spanning staande draden, zullen de niet-geïsoleerde meta- len delen van het gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schokkankrijgen. Veiligheidsinstructies bij gebruik van lange boor- bits in boorhamers
1. Begin altijd te boren op een laag toerental en
terwijl de punt van het bit contact maakt met het werkstuk. Op een hoger toerental zal het bit waarschijnlijkverbuigenalshetvrijronddraait zonder contact met het werkstuk, waardoor per- soonlijkletselkanontstaan.
2. Oefen alleen druk uit in een rechte lijn met het
bit en oefen geen buitensporige druk uit. Bits kunnen verbuigen, waardoor ze kunnen breken of udecontrolekuntverliezen,metpersoonlijkletsel75 NEDERLANDS tot gevolg. Aanvullende veiligheidsvoorschriften
1. Draag een helm (veiligheidshelm), veiligheids-
bril en/of spatscherm. Een gewone bril of een zonnebril is GEEN veiligheidsbril. Het wordt tevens sterk aanbevolen een stofmasker en dik gevoerde handschoenen te dragen.
2. Controleer of het bit stevig op zijn plaats zit
voordat u het gereedschap gebruikt.
3. Bij normale bediening behoort het gereed-
schap te trillen. De schroeven kunnen gemak- kelijk losraken, waardoor een defect of onge- val kan ontstaan. Controleer of de schroeven goed zijn aangedraaid, alvorens het gereed- schap te gebruiken.
4. In koude weersomstandigheden of wanneer
het gereedschap gedurende een lange tijd niet is gebruikt, laat u het gereedschap eerst opwarmen door het onbelast te laten werken. Hierdoor zal de smering worden verbeterd. Zonder degelijk opwarmen, zal de hamerwer- king moeilijk zijn.
5. Zorg ook altijd dat u stevig op een solide
bodem staat. Let bij het werken op hoge plaatsen op dat er zich niemand recht onder u bevindt.
6. Houd het gereedschap stevig met beide han-
7. Houd uw handen uit de buurt van bewegende
8. Laat het gereedschap niet draaiend achter.
Schakel het gereedschap alleen in wanneer u het stevig vasthoudt.
9. Richt het gereedschap niet op iemand in
de buurt terwijl het is ingeschakeld. Het bit zou eruit kunnen vliegen en iemand ernstig verwonden.
10. Raak het bit, onderdelen in de buurt van het bit
en het werkstuk niet onmiddellijk na gebruik aan. Zij kunnen bijzonder heet zijn en brand- wonden op uw huid veroorzaken.
11. Bepaalde materialen kunnen giftige chemica-
liën bevatten. Vermijd contact met uw huid en zorg dat u geen stof inademt. Volg de veilig- heidsvoorschriften van de fabrikant van het materiaal.
12. Zorg er altijd voor dat het gereedschap is
uitgeschakeld en de accu en bit zijn verwijderd voordat u het gereedschap aan een andere persoon overhandigt.
13. Verzeker u er vóór aanvang van de werkzaam-
heden van dat er geen voorwerpen, zoals elektriciteits-, gas- en waterleidingen, begra- ven liggen in het werkgebied. Anders kan de boor/beitel deze raken, waardoor een elektrische schok, een lekstroom of een gaslek kan ontstaan.
14. Laat het gereedschap niet onnodig onbelast
draaien. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstig letsel. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu
1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op
(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.
2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem
niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu
aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplong veroorzaken.
4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-
men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.
5. Voorkom kortsluiting van de accu:
(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.
6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de
accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.
7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-
neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontploen in het vuur.
8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in,
snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp.Dergelijkehande- lingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
9. Gebruik nooit een beschadigde accu.
10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn
onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoen. Voorcommercieeltransportendergelijkedoor derden en transporteurs moeten speciale vereis- ten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerdishetnoodzakelijkeenexpertop hetgebiedvangevaarlijkestoenteraadplegen. Houdutevensaanmogelijkstrengerenationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden76 NEDERLANDS afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.
11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert
u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.
12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-
schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui- tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.
13. Als u het gereedschap gedurende een lange
tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.
14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-
den waardoor brandwonden of koude brand- wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.
15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap
niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.
16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond
vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waar- doorbrandwondenofpersoonlijkletselkunnen ontstaan.
17. Behalve indien gebruik van het gereedschap
is toegestaan in de buurt van hoogspannings- leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.
18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’sdiezijngewijzigd,kanertoeleidendatdeaccu ontploftenbrand,persoonlijkletselenschadeveroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens- duur van de accu
1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen
is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.
2. Laad een volledig opgeladen accu nooit
opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.
3. Laad de accu op bij een omgevingstempera-
tuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.
4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u
hem vanaf het gereedschap of de lader.
5. Laad de accu op als u deze gedurende een
lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken. Belangrijke veiligheidsinstructies voor de draadloos-eenheid
1. Haal de draadloos-eenheid niet uit elkaar en
2. Houd de draadloos-eenheid uit de buurt van
kinderen. Indien per ongeluk ingeslikt, raad- pleegt u onmiddellijk een arts.
3. Gebruik de draadloos-eenheid uitsluitend met
4. Stel de draadloos-eenheid niet bloot aan regen
of natte omstandigheden.
5. Gebruik de draadloos-eenheid niet op plaatsen
waar de temperatuur hoger is dan 50 °C.
6. Bedien de draadloos-eenheid niet op plaatsen
in de buurt van medische instrumenten, zoals een pacemaker.
7. Bedien de draadloos-eenheid niet op plaatsen
in de buurt van geautomatiseerde apparaten. Bijbedieningervankanindegeautomatiseerde apparaten een storing of fout optreden.
8. Bedien de draadloos-eenheid niet op plaatsen
met een hoge temperatuur of op plaatsen waar statische elektriciteit of elektrische ruis kan worden gegenereerd.
9. De draadloos-eenheid kan elektromagnetische
velden genereren, maar deze zijn niet schade- lijk voor de gebruiker.
10. De draadloos-eenheid is een nauwkeurig
instrument. Wees voorzichtig dat u de draad- loos-eenheid niet laat vallen of ergens tegen- aan stoot.
11. Raak de aansluitpunten van de draadloos-een-
heid niet aan met blote handen of metaalach- tige materialen.
12. Verwijder altijd de accu uit het apparaat wan-
neer u de draadloos-eenheid erin aanbrengt.
13. Open de afdekking van de gleuf niet op plaat-
sen waar stof of vocht in de gleuf kan binnen- dringen. Houd de ingang van de gleuf altijd schoon.
14. Breng de draadloos-eenheid altijd in de juiste
15. Druk niet te hard op de knop voor draad-
loos inschakelen op de draadloos-eenheid en/of druk niet op de knop met een scherp voorwerp.
16. Sluit altijd de afdekking van de gleuf tijdens
17. Verwijder de draadloos-eenheid niet uit de
gleuf terwijl voeding wordt geleverd aan het gereedschap. Als u dit doet, kan een storing optreden in de draadloos-eenheid.
18. Verwijder de sticker op de draadloos-eenheid
19. Plak geen stickers op de draadloos-eenheid.
20. Laat de draadloos-eenheid niet liggen op een
plaats waar statische elektriciteit of elektrische ruis kan worden gegenereerd.
21. Laat de draadloos-eenheid niet liggen op
een plaats die is blootgesteld aan hoge77 NEDERLANDS temperaturen, zoals in een auto die in de zon staat geparkeerd.
22. Laat de draadloos-eenheid niet liggen op een
plaats met veel stof of poeder, of op een plaats waar corrosief gas kan worden gegenereerd.
23. Door een plotselinge verandering in tempe-
ratuur kan condens op de draadloos-eenheid worden gevormd. Gebruik de draadloos-een- heid niet voordat de condens volledig is verdampt.
24. Veeg de draadloos-eenheid voorzichtig
schoon met een droge, zachte doek. Gebruik geen wasbenzine, thinner, geleidend vet en dergelijke.
25. Bewaar de draadloos-eenheid in de bijgele-
verde doos of een antistatische container.
26. Breng geen andere apparaten dan een draad-
loos-eenheid van Makita aan in de gleuf van het gereedschap.
27. Gebruik het gereedschap niet als de afdekking
van de gleuf beschadigd is. Water, stof en vuil die in de gleuf binnendringen, kunnen een storing veroorzaken.
28. Trek en draai niet meer dan nodig is aan de
afdekking van de gleuf. Plaats de afdekking terug als deze los komt van het gereedschap.
29. Vervang de afdekking van de gleuf als deze
FUNCTIES LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijkletselwordenveroorzaakt. ►Fig.1: 1. Rood deel 2. Knop 3. Accu Omdeaccuteverwijderenverschuiftudeknopaande voorkantvandeaccuenschuiftutegelijkertijddeaccu uit het gereedschap. Omdeaccuaantebrengenlijntudelipopdeaccuuit metdegroefindebehuizingenduwtudeaccuopzijn plaats.Steekdeaccuzovermogelijkinhetgereed- schap tot u een klikgeluid hoort. Wanneer het rode deel zichtbaar is, zoals aangegeven in de afbeelding, is de accu niet geheel vergrendeld. LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Alsdeaccunietgemakkelijkinhetgereedschap kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht. De resterende acculading controleren Alleen voor accu’s met indicatorlampjes Druk op de testknop op de accu om de resterende acculadingtezien.Deindicatorlampjesbrandengedu- rende enkele seconden. ►Fig.2: 1.Indicatorlampjes2. Testknop Indicatorlampjes Resterende acculadingBrandt Uit Knippert75% tot 100%50% tot 75%25% tot 50%0% tot 25%Laad de accu op. Er kan een storingzijnopgetreden in de accu. OPMERKING:Afhankelijkvandegebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijkdatdeaangegevenacculadingverschiltvande werkelijkeacculading. OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator- lampjeknippertwanneerhetaccubeveiligingssys- teem in werking is getreden. Gereedschap-/ accubeveiligingssysteem Het gereedschap is voorzien van een gereedschap-/ accubeveiligingssysteem. Dit systeem schakelt auto- matisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschapkantijdenshetgebruikautomatischstop- pen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld: Overbelastingsbeveiliging Als de accu wordt gebruikt op een manier die ertoe leidt dat een abnormaal hoge stroomsterkte wordt78 NEDERLANDS getrokken, stopt het gereedschap automatisch zonder enige aanduiding. In dat geval schakelt u het gereed- schap uit en stopt u met het gebruik dat er toe leidde dat het gereedschap overbelast raakte. Schakel vervol- gens het gereedschap in om weer te starten. Oververhittingsbeveiliging Als het gereedschap of de accu oververhit is, stopt het gereedschap automatisch. Laat in dat geval het gereed- schap en de accu afkoelen voordat u het gereedschap weer inschakelt. OPMERKING: Wanneer het gereedschap oververhit is, knippert de lamp. Beveiliging tegen te ver ontladen Als de acculading onvoldoende is, stopt het gereed- schapautomatisch.Indithetgevalverwijdertudeaccu vanaf het gereedschap en laadt u de accu op. De trekkerschakelaar gebruiken WAARSCHUWING: Alvorens de accu in het gereedschap te plaatsen, moet u altijd controle- ren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand “OFF”. ►Fig.3: 1. Trekkerschakelaar Omhetgereedschaptestarten,knijptugewoonde trekkerschakelaar in. Hoe harder u de trekkerscha- kelaarinknijpt,hoesnellerhetgereedschapdraait. Laat de trekkerschakelaar los om het gereedschap te stoppen. De lamp op de voorkant gebruiken ►Fig.4: 1. Lamp LET OP: Kijk niet direct in het lamplicht of in de lichtbron. Knijpdetrekkerschakelaarinomdelampinteschake- len.Delampblijftbrandenzolangdetrekkerschakelaar wordt ingeknepen. Ongeveer 10 seconden nadat u de trekkerschakelaar hebt losgelaten, gaat de lamp uit. OPMERKING: Gebruik een droge doek om vuil van de lens van de lamp af te vegen. Wees voorzichtig dat u de lens van de lamp niet bekrast omdat dan de verlichting minder wordt. De omkeerschakelaar bedienen ►Fig.5: 1. Omkeerschakelaar LET OP: Controleer altijd de draairichting alvorens het gereedschap te starten. LET OP: Verander de stand van de omkeer- schakelaar alleen nadat het gereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Als u de draairichting verandertterwijlhetgereedschapnogdraait,kanhet gereedschap beschadigd raken. LET OP: Zet de omkeerschakelaar altijd in de neutrale stand wanneer u het gereedschap niet gebruikt. Dit gereedschap heeft een omkeerschakelaar voor het veranderen van de draairichting. Druk de omkeerscha- kelaar in vanaf kant A voor de draairichting rechtsom, of vanaf kant B voor de draairichting linksom. Wanneer de omkeerschakelaar in de neutrale stand staat, kan de trekkerschakelaar niet worden ingeknepen. De werkingsfunctie kiezen KENNISGEVING: Draai de werkingsfunctiekeu- zeknop niet terwijl het gereedschap draait. Het gereedschap zal hierdoor worden beschadigd. KENNISGEVING: Om snelle slijtage van het werkingsfunctiekeuzemechanisme te voorkomen, zorgt u ervoor dat de werkingsfunctiekeuzeknop altijd precies in een van de drie werkingsfunctie- standen staat. Hamerboren Voor het boren in beton, metselwerk, enz., draait u de werkingsfunctiekeuzeknop naar het symbool . Gebruik een bit met een hardmetalen punt (optioneel accessoire). ►Fig.6: 1. Hamerboren 2. Werkingsfunctiekeuzeknop Alleen boren Voor het boren in hout, metaal of kunststofmaterialen, draait u de werkingsfunctiekeuzeknop naar het sym- bool . Gebruik een spiraalboor of houtboor. ►Fig.7: 1. Alleen boren Alleen hameren Voor het beitelen, bikken of sloopwerkzaamheden, draait u de werkingsfunctiekeuzeknop naar het sym- bool . Gebruik een puntbeitel, koudbeitel, bikbeitel, enz. ►Fig.8: 1. Alleen hameren De stand van het mondstuk van het stofopvangsysteem afstellen Optioneel accessoire Duw de ontgrendelknop van de schuifarm omhoog en duw de schuifarm naar binnen, en laat de knop los in de gewenste stand. ►Fig.9: 1. Schuifarm 2. Ontgrendelknop van de schuifarm OPMERKING: Voordat u de stand van het mondstuk afstelt, zet u eerst het mondstuk helemaal in de voor- ste stand door de ontgrendelknop van de schuifarm omhoog te duwen. De boordiepte van het stofopvangsysteem afstellen Optioneel accessoire Duw de instelknop voor de boordiepte omhoog en schuif deze naar de gewenste stand. De afstand (A) is de boordiepte.79 NEDERLANDS ►Fig.10: 1. Instelknop voor de boordiepte Koppelbegrenzer KENNISGEVING: Schakel het gereedschap onmiddellijk uit wanneer de koppelbegrenzer in werking treedt.Hiermeehelptuvroegtijdigeslijtage van het gereedschap te voorkomen. KENNISGEVING: Boren, zoals gatenzagen, die gemakkelijk bekneld raken in het boorgat, mogen niet worden gebruikt met dit gereedschap. Dit isomdatzijdekoppelbegrenzertevaakinwerking doen treden. De koppelbegrenzer treedt in werking wanneer de motor een bepaald koppel bereikt. De motor wordt dan ontkoppeld van de uitgaande as. Wanneer dit gebeurt, zal de boor ophouden met draaien. Elektronische functies Het gereedschap is uitgerust met elektronische functies voor een eenvoudige bediening.
- Constant-toerentalregeling De toerentalregelfunctie zorgt voor een constant toerental ongeacht de belastingsomstandigheden. MONTAGE LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. Zijhandgreep (extra handgreep) LET OP: Gebruik altijd de zijhandgreep om veilig te kunnen werken. LET OP: Na het aanbrengen of afstellen van de zijhandgreep, controleert u of de zijhandgreep stevig is vastgezet. Brengdezijhandgreepzodanigaandatdegroeven op de greep om de uitsteeksels op de schacht van het gereedschap vallen. Draai de greep rechtsom om hem te bevestigen. De greep kan onder de gewenste hoek worden vastgezet. ►Fig.11: 1.Zijhandgreep Smeren Smeer het uiteinde van de schacht van de boor vooraf inmeteenbeetjevet(ong.0,5tot1gram). Met een ingevette boorkop zal het gereedschap beter werken en langer meegaan. De boor aanbrengen en verwijderen Reinig het uiteinde van de schacht van de boor en smeer het met vet voordat u de boor aanbrengt. ►Fig.12: 1. Uiteinde van de schacht 2. Smeren Breng de boor aan in het gereedschap. Draai de boor enduwhemnaarbinnentothijvergrendelt. Controleernahetaanbrengenvandebooraltijdofde boor stevig in het gereedschap is bevestigd door te proberen hem eruit te trekken. ►Fig.13: 1. Boor Omdeboorteverwijderen,trektudeboorkopmof helemaal omlaag en trekt u de boor eruit. ►Fig.14: 1. Boor 2. Boorkopmof Beitelhoek (bij beitelen, bikken of slopen) De beitel kan onder de gewenste hoek worden vast- gezet. Om de beitelhoek te veranderen, draait u de werkingsfunctiekeuzeknop naar het symbool O. Draai de beitel naar de gewenste hoek. ►Fig.15: 1. Werkingsfunctiekeuzeknop Draai de werkingsfunctiekeuzeknop naar het sym- bool .Controleerdaarnaofdebeitelstevigopzijn plaats vastzit door deze iets te verdraaien. Dieptemaat De dieptemaat is nuttig voor het boren van gaten van gelijkediepte.Maakdezijhandgreeplosensteekde dieptemaatinhetgatindebasisvandezijhandgreep. Stel de dieptemaat af op de gewenste diepte en zet de zijhandgreepvast. ►Fig.16: 1. Gat 2. Dieptemaat OPMERKING: Zorg ervoor dat de dieptemaat niet tegen de behuizing van het gereedschap aan komt wanneer u hem aanbrengt. Het stofopvangsysteem aanbrengen en verwijderen Optioneel accessoire Omhetstofopvangsysteemteverwijderen,houdtude ontgrendelknop ingedrukt en trekt u het gereedschap van het stofopvangsysteem af. Om het aan te brengen, schuiftuhetgereedschapzovermogelijkophetstof- opvangsysteemtothetmeteenkleineklikopzijnplaats wordt vergrendeld. ►Fig.17: 1. Ontgrendelknop Stofvanger Optioneel accessoire Gebruik de stofvanger om te voorkomen dat stof op het gereedschap en op uzelf terechtkomt wanneer u boven uw hoofd boort. Bevestig de stofvanger aan het bit zoals aangegeven in de afbeelding. De diameter van de bits waaraan de stofvanger kan worden bevestigd is als volgt. Model Bitdiameter Stofvanger 5 6 mm - 14,5 mm Stofvanger 9 12 mm - 16 mm ►Fig.18: 1. Stofvanger80 NEDERLANDS Stofvangerset Optioneel accessoire De stofvangerset aanbrengen KENNISGEVING: Als u de stofvangerset hebt aangeschaft als een optioneel accessoire, kan de standaard zijhandgreep niet worden gebruikt terwijl de stofvangerset op het gereedschap is aangebracht. Wanneer de stofvangerset moet wordenaangebrachtophetgereedschap,verwijdert ueerstdehandgreepvanafdestandaardzijhand- greep en bevestigt u hem vervolgens op de optionele handgreepvoetset. ►Fig.19: 1. Bout 2. Handgreep 3. Optionele handgreepvoetset KENNISGEVING: Gebruik de stofvangerset niet bij het boren in metaal of soortgelijke materialen. De stofvangerset kan dan worden beschadigd door de hitte die wordt afgegeven door kleine metaaldeel- tjesofsoortgelijkedeeltjes.Brengdestofvangerset nietaanenverwijderhemnietterwijldeboornogin het gereedschap is aangebracht. De stofvangerset kandanwordenbeschadigdwaardoorhijstoflekt. Alvorensdestofvangersetaantebrengen,verwij- dert u het bit vanaf het gereedschap indien deze is aangebracht.
1. Breng de afstandshouder zodanig aan dat de
groeven in de afstandshouder om de uitsteeksels op deschachtvanhetgereedschapvallenbijhetbreder maken.Leterdaarbijopdatdeveernietloskomtuitde gleuf van de afstandshouder. ►Fig.20: 1. Afstandshouder 2. Veer ►Fig.21
2. Brengdezijhandgreep(optionelehandgreepvoet-
setendehandgreepverwijderdvanafdestandaardzij- handgreep) zodanig aan dat de groef op de handgreep past om het uitsteeksel op de afstandshouder. Draai de handgreep rechtsom om hem te bevestigen. ►Fig.22: 1.Zijhandgreep
3. Breng de stofvangerset zodanig aan dat de klau-
wen van de stofvanger in de gleuven van de afstands- houder vallen. ►Fig.23: 1. Stofvanger 2. Klauwen OPMERKING: Als u een stofzuiger aansluit op de stofvangerset,verwijdertudestofdopvoordatuhem aansluit. ►Fig.24: 1. Stofdop Het boorbit verwijderen Omdeboorteverwijderen,trektudeboorkopmof helemaal omlaag en trekt u de boor eruit. ►Fig.25: 1. Bit 2. Boorkopmof De stofvangerset verwijderen Omdestofvangersetteverwijderen,volgtudeonder- staande stappen.
2. Houd de voet van de stofvanger vast en trek deze
eruit. ►Fig.27: 1. Stofvanger OPMERKING:Alsdestofvangersetmoeilijkteverwij- derenis,verwijdertudeklauwenvandestofvanger één voor één door de voet van de stofvanger heen en weer te kantelen en eraan te trekken. OPMERKING: Als de dop loskomt uit de stofvanger, brengt u deze weer aan met de bedrukte kant naar boven gericht zodat de groef op de dop in de binnen- omtrekvanzijnbevestigingvalt. ►Fig.28 Haak Optioneel accessoire LET OP: Verwijder altijd eerst de accu, voor- dat u het gereedschap aan de haak ophangt. LET OP: Hang het gereedschap nooit op een hoge plaats of aan een mogelijk instabiel oppervlak. ►Fig.29: 1. Groef 2. Haak 3. Schroef Dehaakishandigomhetgereedschaptijdelijkaanop te hangen. Deze kan aan beide kanten van het gereed- schap worden aangebracht. U brengt de haak aan door deze in een groef in de behuizing van het gereedschap te steken en vast te zettenmeteenschroef.Omteverwijderen,draaitude schroef los en haalt u hem van het gereedschap af. Gereedschapophanghaak Optioneel accessoire LET OP: Gebruik de gereedschapophanghaak en schroef niet wanneer deze beschadigd zijn. Controleer voor gebruik altijd op beschadigingen, barsten en vervormingen, en verzeker u ervan dat de schroef is vastgedraaid. LET OP: Breng de gereedschapophanghaak aan en verwijder deze op een stabiele tafel of ondergrond. Gebruik alleen de schroef die bij de gereedschapophanghaak werd geleverd. Nadat de gereedschapophanghaak is aangebracht, verze- kert u zich ervan dat de gereedschapophanghaak stevig is vastgezet met de schroef. LET OP: Verwijder de accu niet terwijl het gereedschap hangt. Het gereedschap kan vallen als de schroef niet is vastgedraaid. De gereedschapophanghaak is bedoeld om een touw (tuiriem) aan te bevestigen. Volg de onderstaande stap- pen om de gereedschapophanghaak aan het gereed- schap te bevestigen.
1. Verwijderdeaccuvanhetgereedschap.
2. Breng de gereedschapophanghaak vanaf de
onderkant van het gereedschap aan, zoals aangegeven in de afbeelding. ►Fig.3081 NEDERLANDS
3. Steek het uitsteeksel van de gereedschapop-
hanghaak in de groef aan de linkerkant van het gereedschap. ►Fig.31: 1. Groef 2. Uitsteeksel OPMERKING: De gereedschapophanghaak kan alleen worden aangebracht in de richting aangegeven in de afbeelding.
4. Draai de schroef stevig vast.
►Fig.32: 1. Schroef BEDIENING LET OP: Gebruik altijd de zijhandgreep (hulp- handgreep) en houd het gereedschap tijdens het gebruik stevig vast bij zowel de zijhandgreep als de hoofdhandgreep. LET OP: Zorg er altijd vóór gebruik voor dat het werkstuk stevig vast staat. LET OP: Trek niet met grote kracht aan het gereedschap, ook niet wanneer de bit klem zit. Als u de controle verliest, kan letsel worden veroorzaakt. LET OP: Het stofopvangsysteem is alleen bedoeld voor het boren in beton. Gebruik het stofopvangsysteem niet bij het boren in metaal of hout. LET OP: Als u het gereedschap gebruikt met het stofopvangsysteem, zorgt u ervoor dat het lter is bevestigd aan het stofopvangsysteem om inademing van stof te voorkomen. LET OP: Voordat u het stofopvangsysteem gebruikt, controleert u of het lter niet bescha- digd is. Als u dit niet doet, kan dat leiden tot inade- ming van stof. LET OP: Het stofopvangsysteem voert het vrijgekomen stof met hoge snelheid af, maar niet al het stof kan worden afgevoerd. KENNISGEVING: Gebruik het stofopvangsys- teem niet bij kernboren of beitelen. KENNISGEVING: Gebruik het stofopvangsys- teem niet bij het boren in nat beton en gebruik dit systeem niet in een natte omgeving. Als u dit toch doet, kan dat leiden tot een storing. OPMERKING: Als de temperatuur van de accu laag is,werkthetgereedschapmogelijknietopvolledig vermogen. Warm in dat geval de accu op door het gereedschapenigetijdopnullasttoerentaltegebrui- ken zodat u het volledige vermogen van het gereed- schap weer kunt gebruiken. ►Fig.33 Gebruik als hamerboor LET OP: Op het moment dat het boorgat door- breekt,hetboorgatverstoptraaktmetschilfertjes ofmetaaldeeltjes,ofdeklopboordebewapeningin het steen raakt, wordt een plotselinge en enorme torsiekracht uitgeoefend op het gereedschap/boorbit. Gebruik altijd de zijhandgreep (hulphandgreep) en houd het gereedschap tijdens het gebruik ste- vig vast bij zowel de zijhandgreep als de hoofd- handgreep. Als u dit niet doet, kunt u de controle overhetgereedschapverliezenenmogelijkernstig letsel veroorzaken. Draai de werkingsfunctiekeuzeknop naar het sym- bool . Plaats de punt van de boor op de plaats waar u een gat wiltborenenknijpdandetrekkerschakelaarin.Forceer het gereedschap niet. Een lichte druk geeft de beste resultaten.Houdhetgereedschapzorgvuldigopzijn plaats en zorg dat het niet uit het boorgat raakt. Oefen niet méér druk uit wanneer het boorgat verstopt raaktmetschilfertjesofboorgruis.Laatdaarentegen het gereedschap “stationair” draaien en trek de boor gedeeltelijkteruguithetboorgat.Doorditenkelemalen teherhalen,kuntuhetboorgatgruisvrijmaken,zodatu het normale boren kunt hervatten. OPMERKING:Terwijlhetgereedschaponbelast wordt gebruikt, kan de boor excentrisch draaien. Het gereedschapcentreertzichzelfautomatischtijdens het gebruik. Dit heeft geen nadelige invloed op de nauwkeurigheid van het boren. Beitelen, bikken en slopen Draai de werkingsfunctiekeuzeknop naar het sym- bool . Houd het gereedschap met beide handen stevig vast. Schakel het gereedschap in en oefen er enige kracht op uit zodat het gereedschap niet oncontroleerbaar in het rond springt. Hetgereedschapwerktnieteciënteralsugrotedruk op het gereedschap uitoefent. ►Fig.34 Boren in hout of metaal LET OP: Houd het gereedschap stevig vast en let vooral goed op wanneer het boorbit door het werkstuk heen breekt. Op het moment dat het boor- gat doorbreekt wordt een enorme wringende kracht uitgeoefend op het gereedschap/boorbit. LET OP: Een vastgelopen boorbit kan een- voudig verwijderd worden door de draairichting te veranderen met de omkeerschakelaar, om zo het boorbit eruit te draaien. Houd het gereedschap daarbij wel stevig vast, want er is kans op een plotselinge terugslag. LET OP: Zet het werkstuk altijd vast in een bankschroef of soortgelijke klemvoorziening.82 NEDERLANDS KENNISGEVING: Gebruik nooit “Hamerboren” wanneer de adapterboorkop op het gereedschap is aangebracht. De adapterboorkop kan worden beschadigd. Bovendien zal de adapterboorkop loskomen wan- neer de draairichting van het gereedschap wordt omgekeerd. KENNISGEVING: Het boren zal niet sneller verlopen als u hard op het gereedschap drukt. In feitezaldergelijkharddrukkenalleenmaarleidentot beschadiging van het boorbit, lagere prestaties van het gereedschap en een kortere levensduur van het gereedschap. Draai de werkingsfunctiekeuzeknop naar het sym- bool . Bevestig de boorkopadapter aan een sleutelloze boorkopwaaropeenschroefmaat1/2″-20kanworden aangebracht, en breng deze daarna aan op het gereed- schap. Voor het aanbrengen ervan raadpleegt u het tekstdeel“Hetboorbitaanbrengenofverwijderen”. ►Fig.35: 1. Boorkopmontage 2. Boorkopadapter Diamantkernboren KENNISGEVING: Als u werkzaamheden met diamantkernboren uitvoert in de stand “hamerboren”, kan de diamantkernboor worden beschadigd. Als u werkzaamheden met diamantkernboren uitvoert, draaitudewerkingsfunctiekeuzeknopaltijdnaarde stand om “alleen boren” te gebruiken. Het stof van het lter afkloppen Optioneel accessoire LET OP: Draai de knop op de stofopvangdoos niet terwijl de stofopvangdoos van het stofop- vangsysteem af is gehaald. Als u dit toch doet, kan dat leiden tot inademing van stof. LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de knop op de stofopvangdoos draait. Alsudeknopdraaitterwijlhetgereedschapinwer- king is, kunt u de controle over het gereedschap verliezen. Doorhetstofvanhetlterbinnenindestofopvangdoos aftekloppen,behoudtudeeciëntievandestofzuiger en verlaagt u tevens het aantal keren dat u het stof moet weggooien. Draai de knop op de stofopvangdoos drie keer rond na het verzamelen van 50.000 mm
aan stof, of wanneer u deindrukkrijgtdatdeprestatiesvandestofzuigerzijn afgenomen. OPMERKING: 50.000 mm
aan stof komt overeen met het boren van 10 gaten van ø10 mm en 65 mm diep(14gatenvanø3/8″en2″diep). ►Fig.36: 1. Stofopvangdoos 2. Knop Het stof weggooien Optioneel accessoire LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. LET OP: U moet een stofmasker dragen wan- neer u het stof weggooit. LET OP: Maak de stofopvangdoos regelmatig leeg, voordat hij vol is. Als u dit niet doet, wordt het stofmogelijkmindergoedopgevangenenkandat leiden tot inademing van stof. LET OP: Het stof wordt minder goed opgevan- gen als het lter in de stofopvangdoos verstopt is. Vervang het lter door een nieuwe nadat de stofopvangdoos ongeveer 200 keer is geleegd. Als u dit niet doet, kan dat leiden tot inademing van stof.
1. Houd de hendel van de stofopvangdoos omlaag
gedruktenverwijderdestofopvangdoos. ►Fig.37: 1. Hendel
2. Open het deksel van de stofopvangdoos.
►Fig.39 KENNISGEVING: Bij het reinigen van het lter tikt u voorzichtig met uw hand tegen de behuizing van het lter om het stof te verwijderen. Tik niet rechtstreeks tegen het lter, raak het lter niet aan met een borstel of iets dergelijks, en blaas geen perslucht tegen het lter. Als u dit toch doet, kan het lter worden beschadigd. Luchtblazer Optioneel accessoire Nadat het gat geboord is, gebruikt u de luchtblazer om het stof uit het gat te blazen. ►Fig.40 De stofvangerset gebruiken Optioneel accessoire Houd de stofvangerset tegen het plafond wanneer u het gereedschap bedient. ►Fig.41 KENNISGEVING: Gebruik de stofvangerset niet bij het boren in metaal of dergelijke. Door de warmte die wordt gegenereerd door kleine meta- len deeltjes en dergelijke kan de stofvangerset worden beschadigd. KENNISGEVING: U mag de stofvangerset niet aanbrengen of verwijderen terwijl het boorbit in het gereedschap is aangebracht. Hierdoor kan de stofvangerset worden beschadigd waardoor stof vrijkomt.83 NEDERLANDS Het touw (tuiriem) vastmaken aan de gereedschapophanghaak Veiligheidswaarschuwingen speciek voor wer- ken op hoogte Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle instructies. Het niet volgen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot ernstig letsel.
1. Houd het gereedschap altijd vastgebonden
tijdens het werken ‘op hoogte’. De maximale lengte van het touw is 2 m. De maximaal toegestane valhoogte van het touw (tuiriem) mag niet meer zijn dan 2 meter.
2. Gebruik uitsluitend met een touw dat geschikt
is voor dit type gereedschap en een draagver- mogen heeft van minstens 4,5 kg.
3. Veranker het touw van het gereedschap niet
aan iets op uw lichaam of aan een verplaats- baar voorwerp. Veranker het touw van het gereedschap aan een stevige constructie die de krachten van een vallend gereedschap kan opvangen.
4. Verzeker u er vóór gebruik van dat het touw
goed is vastgemaakt aan beide uiteinden.
5. Inspecteer het gereedschap en touw vóór elk
gebruik op beschadigingen en correcte wer- king (inclusief het materiaal en de stiksels). Gebruik het niet wanneer het beschadigd is of niet correct werkt.
6. Wikkel touwen niet rondom scherpe of ruwe
randen en laat ze er niet mee in aanraking komen.
7. Bevestig het andere uiteinde van het touw bui-
ten het werkgebied zodat een vallend gereed- schap stevig bevestigd blijft.
8. Bevestig het touw zodanig dat het gereed-
schap tijdens het vallen zich verwijderd van de gebruiker. Een gereedschappen dat valt zal aan het touw slingeren, waardoor letsel kan worden veroorzaakt of u uw evenwicht kunt verliezen.
9. Gebruik niet nabij bewegende onderdelen of
draaiende machines. Als u zich hier niet aan houdt, kan dat leiden tot beknellingsgevaar of verstrikkingsgevaar.
10. Draag het gereedschap niet aan de bevesti-
gingsvoorziening of het touw.
11. Verplaats het gereedschap uitsluitend tussen
uw handen terwijl u een goed evenwicht hebt.
12. Bevestig een touw niet aan het gereedschap
op een manier waardoor schakelaars of de trekkervergrendeling (indien aanwezig) niet correct kunnen werken.
13. Voorkom dat u verstrikt raakt in het touw.
14. Houd het touw uit de buurt van het boorge-
deelte van het gereedschap.
15. Gebruik multiactie-karabijnhaken en kara-
bijnhaken met schroefsluiting. Gebruik geen enkelvoudige karabijnhaken met veersluiting.
16. In het geval een gereedschap valt, moet het
worden gelabeld en buiten bedrijf gesteld, en moet het worden geïnspecteerd door de Makita-fabriek of een Makita-servicecentrum. ►Fig.42: 1. Gereedschapophanghaak 2. Touw (tuiriem) FUNCTIE VOOR DRAADLOOS INSCHAKELEN Optioneel accessoire Mogelijkheden van de functie voor draadloos inschakelen Met de functie voor draadloos inschakelen kunt u schoon en comfortabel werken. Door een ondersteunde stofzuiger aan te sluiten op het gereedschap, kunt u destofzuigerautomatischlatenin-enuitschakelenbij bediening van de schakelaar van het gereedschap. ►Fig.43 Om de functie voor draadloos inschakelen te gebruiken, dient u de volgende zaken voor te bereiden:
- Een draadloos-eenheid (optioneel accessoire)
- Een stofzuiger die de functie voor draadloos inschakelen ondersteunt In het kort bestaat het instellen van de functie voor draadloos inschakelen uit de volgende punten. Raadpleeg elke paragraaf voor informatie over de procedure.
1. De draadloos-eenheid aanbrengen
2. Registratie van het gereedschap op de stofzuiger
3. De functie voor draadloos inschakelen starten
De draadloos-eenheid aanbrengen Optioneel accessoire LET OP: Plaats het gereedschap op een vlakke en stabiele ondergrond wanneer u de draadloos-eenheid aanbrengt. KENNISGEVING: Verwijder het stof en vuil vanaf het gereedschap voordat u de draad- loos-eenheid aanbrengt. Stof en vuil kunnen een storing veroorzaken wanneer ze binnendringen in de gleuf voor de draadloos-eenheid. KENNISGEVING: Om een storing als gevolg van statische elektriciteit te voorkomen, raakt u een materiaal aan dat statische elektriciteit ontlaadt, zoals een metalen onderdeel van het gereedschap, voordat u de draadloos-eenheid oppakt. KENNISGEVING: Let er bij het aanbrengen van de draadloos-eenheid altijd op dat de draadloos-eenheid in de correcte richting wordt aangebracht en dat de afdekking volledig wordt gesloten.
1. Open de afdekking op het gereedschap, zoals
aangegeven in de afbeelding. ►Fig.44: 1. Afdekking
2. Breng de draadloos-eenheid aan in de gleuf en84 NEDERLANDS
sluit vervolgens de afdekking. Wanneerudedraadloos-eenheidaanbrengt,lijntude uitsteeksels uit met de uitsparingen in de gleuf. ►Fig.45: 1. Draadloos-eenheid 2. Uitsteeksel
3. Afdekking 4. Uitsparing
Wanneerudedraadloos-eenheidverwijdert,opentu langzaam de afdekking. De haken op de achterkant van deafdekking,tillendedraadloos-eenheidopterwijlude afdekking omhoog trekt. ►Fig.46: 1. Draadloos-eenheid 2. Haak 3. Afdekking Nadatdedraadloos-eenheidisverwijderd,bewaart uhemindebijgeleverdedoosofeenantistatische container. KENNISGEVING: Gebruik altijd de haken op de achterkant van de afdekking wanneer u de draad- loos-eenheid verwijdert.Alsdehakennietaangrij- pen op de draadloos-eenheid, sluit u de afdekking volledig en opent u hem weer langzaam. Registratie van het gereedschap op de stofzuiger OPMERKING: Een stofzuiger van Makita die de func- tie voor draadloos inschakelen ondersteunt, is vereist voor registratie van het gereedschap. OPMERKING: Voltooi het aanbrengen van de draad- loos-eenheid in het gereedschap voordat u de regis- tratie van het gereedschap start. OPMERKING: Gedurende de registratie van het gereedschap mag u de trekkerschakelaar van het gereedschapnietinknijpenendeaan-uitknopvande stofzuiger niet bedienen. OPMERKING:Raadpleegtevensdegebruiksaanwij- zing van de stofzuiger. Alsuwiltdatdestofzuigerwordtingeschakeldtegelijk met de bediening van de schakelaar van het gereed- schap, moet u van tevoren de registratie van het gereedschap voltooien.
1. Breng de accu’s aan in de stofzuiger en het
2. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op
“AUTO”. ►Fig.47: 1. Standbyschakelaar
3. Houd de knop voor draadloos inschakelen op de
stofzuiger gedurende 3 seconden ingedrukt totdat de lamp van draadloos inschakelen groen knippert. En houd daarna op dezelfde manier de knop voor draad- loos inschakelen op het gereedschap ingedrukt. ►Fig.48: 1. Knop voor draadloos inschakelen
2. Lamp van draadloos inschakelen
Nadat de stofzuiger en het gereedschap met succes aanelkaarzijngekoppeld,zullendelampenvandraad- loos inschakelen gedurende 2 seconden groen bran- den, waarna ze blauw gaan knipperen. OPMERKING: De lampen van draadloos inschake- len stoppen na 20 seconden met groen knipperen. Druk op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschapterwijldelampvandraadloosinschake- len op de stofzuiger knippert. Als de lamp van draad- loos inschakelen niet groen knippert, drukt u kort op de knop voor draadloos inschakelen en houdt u deze weer ingedrukt. OPMERKING: Als u twee of meer gereedschappen registreert op één stofzuiger, voltooit u de registratie van de gereedschappen één voor één. De functie voor draadloos inschakelen starten OPMERKING: Voltooi de registratie van het gereed- schap op de stofzuiger voordat u de functie draadloos inschakelen gebruikt. OPMERKING:Raadpleegtevensdegebruiksaanwij- zing van de stofzuiger. Nadat een gereedschap in de stofzuiger is geregis- treerd, wordt de stofzuiger automatisch in- en uitge- schakeld door de bediening van de schakelaar van het gereedschap.
1. Breng de draadloos-eenheid aan in het
2. Sluit de slang van de stofzuiger aan op het
gereedschap. ►Fig.49
3. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op
“AUTO”. ►Fig.50: 1. Standbyschakelaar
4. Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen
op het gereedschap. De lamp van draadloos inschake- len knippert blauw. ►Fig.51: 1. Knop voor draadloos inschakelen
2. Lamp van draadloos inschakelen
5. Schakel het gereedschap in. Controleer of de
stofzuigerisingeschakeldterwijlhetgereedschapin gebruik is. Om het draadloos inschakelen van de stofzuiger te stoppen, drukt u op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap.85 NEDERLANDS OPMERKING: De lamp van draadloos inschakelen op het gereedschap stopt met blauw knipperen wan- neer gedurende 2 uur geen bediening plaatsvindt. In dat geval zet u de standbyschakelaar van de stofzui- ger op “AUTO” en drukt u nogmaals op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap. OPMERKING: De stofzuiger wordt met een vertra- gingin-enuitgeschakeld.Ertreedteentijdsvertra- ging op wanneer de stofzuiger de bediening van de schakelaar van het gereedschap detecteert. OPMERKING: Het zendbereik van de draadloos-een- heidkanvariërenafhankelijkvandelocatieen omgevingsomstandigheden. OPMERKING: Als twee of meer gereedschappen zijngeregistreerdinéénstofzuiger,kandestofzuiger worden ingeschakeld ondanks dat u uw gereedschap niet inschakelt omdat een andere gebruiker de functie voor draadloos inschakelen gebruikt. Beschrijving van de status van de lamp van draadloos inschakelen ►Fig.52: 1. Lamp van draadloos inschakelen De lamp van draadloos inschakelen toont de status van de functie voor draadloos inschakelen. Raadpleeg de onder- staande tabel voor de betekenis van de status van de lamp. Status Lamp van draadloos inschakelen Beschrijving Kleur Brandt Knippert Duur Standby Blauw 2 uur Het draadloos inschakelen van de stofzuiger is beschikbaar. De lamp wordt automatisch uitgeschakeld wanneer gedurende 2 uur geen bediening plaatsvindt. Bijinge- schakeld gereed- schap. Het draadloos inschakelen van de stofzuiger is beschikbaar en het gereedschap is ingeschakeld. Registratie van het gereed- schap Groen
seconden Klaar voor registratie van het gereedschap. Wachten op registra- tie door de stofzuiger.
seconden De registratie van het gereedschap is voltooid. De lamp van draadloos inschakelen knippert blauw. Registratie van het gereed- schap annuleren Rood
seconden Klaar om de registratie van het gereedschap te annuleren. Wachten op annuleren door de stofzuiger.
seconden Het annuleren van de registratie van het gereedschap is voltooid. De lamp van draadloos inschakelen knippert blauw. Overig Rood 3 seconden De draadloos-eenheid wordt van stroom voorzien en de functie voor draadloos inschakelen start nu op. Uit - - Het draadloos inschakelen van de stofzuiger is gestopt. Registratie van het gereedschap op de stofzuiger annuleren Voer de volgende procedure uit om de registratie van het gereedschap in de stofzuiger te annuleren.
1. Breng de accu’s aan in de stofzuiger en het
2. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op
“AUTO”. ►Fig.53: 1. Standbyschakelaar
3. Houd de knop voor draadloos inschakelen op de
stofzuiger gedurende 6 seconden ingedrukt. De lamp van draadloos inschakelen knippert groen en brandt daarna rood. Houd daarna op dezelfde manier de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap ingedrukt. ►Fig.54: 1. Knop voor draadloos inschakelen
2. Lamp van draadloos inschakelen
Als het annuleren met succes is uitgevoerd, zullen de lampen van draadloos inschakelen gedurende 2 secon- den rood branden, waarna ze blauw gaan knipperen. OPMERKING: De lampen van draadloos inschakelen stoppen na 20 seconden met rood knipperen. Druk op de knop voor draadloos inschakelen op het gereed- schapterwijldelampvandraadloosinschakelenop de stofzuiger knippert. Als de lamp van draadloos inschakelen niet rood knippert, drukt u kort op de knop voor draadloos inschakelen en houdt u deze weer ingedrukt.86 NEDERLANDS Storingzoeken van de functie voor draadloos inschakelen Alvorens u verzoekt om reparatie, kunt u zelf als volgt het probleem opsporen en oplossen. Als u met een probleem kampt dat in deze handleiding niet wordt beschreven, probeer dan niet het gereedschap te demon- teren. Laat reparaties over aan een erkend Makita-servicecentrum, uitsluitend met gebruik van originele Makita-vervangingsonderdelen. Probleemomschrijving Waarschijnlijke oorzaak (storing) Oplossing De lamp van draadloos inschakelen brandt/knippert niet. De draadloos-eenheid is niet aange- bracht in het gereedschap. De draadloos-eenheid is verkeerd aangebracht in het gereedschap. Brengdedraadloos-eenheidopdejuistewijzeaan. De aansluitingen van de draadloos-een- heiden/ofdegleufzijnvuil. Veeg het stof en vuil op de aansluitingen van de draadloos-eenheid voorzichtig af en reinig de gleuf. Er is niet op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap gedrukt. Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap. De standbyschakelaar op de stofzuiger is niet op “AUTO” gezet. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op “AUTO”. Geen voeding. Voorzie het gereedschap en de stofzuiger van voeding. De registratie van het gereedschap/ het annuleren van de registratie van het gereedschap kan niet met succes worden voltooid. De draadloos-eenheid is niet aange- bracht in het gereedschap. De draadloos-eenheid is verkeerd aangebracht in het gereedschap. Brengdedraadloos-eenheidopdejuistewijzeaan. De aansluitingen van de draadloos-een- heiden/ofdegleufzijnvuil. Veeg het stof en vuil op de aansluitingen van de draadloos-eenheid voorzichtig af en reinig de gleuf. De standbyschakelaar op de stofzuiger is niet op “AUTO” gezet. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op “AUTO”. Geen voeding. Voorzie het gereedschap en de stofzuiger van voeding. Onjuistebediening Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen en voer de procedures voor de registratie/het annule- ren van de registratie opnieuw uit. Het gereedschap en de stofzuiger staan te ver uit elkaar (buiten het zendbereik). Plaatshetgereedschapendestofzuigerdichterbij elkaar. Het maximale zendbereik is ongeveer 10 meter,echter,ditkanverschillenafhankelijkvande omstandigheden. Voordat de registratie van het gereed- schap/het annuleren van de registratie van het gereedschap werd voltooid: - de schakelaar van het gereedschap werd aan gezet of; - de aan-uitknop op de stofzuiger werd ingeschakeld. Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen en voer de procedures voor de registratie/het annule- ren van de registratie opnieuw uit. De procedure voor de registratie van het gereedschap op het gereedschap of de stofzuiger is niet voltooid. Voer de procedure voor de registratie van het gereedschaptegelijkertijduitophetgereedschap en de stofzuiger. Radiostoring door andere apparaten die sterke radiogolven genereren. Houd het gereedschap en de stofzuiger uit de buurt van apparaten zoals Wi-Fi-apparaten en magnetrons.87 NEDERLANDS Probleemomschrijving Waarschijnlijke oorzaak (storing) Oplossing De stofzuiger wordt niet in- en uitgeschakeldtegelijkmetdebedie- ning van de schakelaar van het gereedschap. De draadloos-eenheid is niet aange- bracht in het gereedschap. De draadloos-eenheid is verkeerd aangebracht in het gereedschap. Brengdedraadloos-eenheidopdejuistewijzeaan. De aansluitingen van de draadloos-een- heiden/ofdegleufzijnvuil. Veeg het stof en vuil op de aansluitingen van de draadloos-eenheid voorzichtig af en reinig de gleuf. Er is niet op de knop voor draadloos inschakelen op het gereedschap gedrukt. Druk kort op de knop voor draadloos inschakelen en controleer of de lamp van draadloos inschakelen blauw knippert. De standbyschakelaar op de stofzuiger is niet op “AUTO” gezet. Zet de standbyschakelaar op de stofzuiger op “AUTO”. Meerdan10gereedschappenzijn geregistreerd in de stofzuiger. Voer de registratie van het gereedschap opnieuw uit. Alsmeerdan10gereedschappenzijngeregistreerd in de stofzuiger, wordt de eerste registratie van een gereedschap automatisch gewist. De stofzuiger heeft alle registraties van de gereedschappen gewist. Voer de registratie van het gereedschap opnieuw uit. Geen voeding. Voorzie het gereedschap en de stofzuiger van voeding. Het gereedschap en de stofzuiger staan te ver uit elkaar (buiten het zendbereik). Plaatshetgereedschapendestofzuigerdichterbij elkaar. Het maximale zendbereik is ongeveer 10 meter,echter,ditkanverschillenafhankelijkvande omstandigheden. Radiostoring door andere apparaten die sterke radiogolven genereren. Houd het gereedschap en de stofzuiger uit de buurt van apparaten zoals Wi-Fi-apparaten en magnetrons. Destofzuigerisingeschakeldterwijl het gereedschap niet in gebruik is. Andere gebruikers gebruiken op hun gereedschap de functie voor draadloos inschakelen van de stofzuiger. Schakel de knop voor draadloos inschakelen van de andere gereedschappen uit of annuleer de registra- tie van de andere gereedschappen. ONDERHOUD LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoudofafstellingentewordenuitgevoerdbijeen erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijdmetgebruikvanMakita-vervangingsonderdelen. Het lter in de stofopvangdoos vervangen Optioneel accessoire
1. Houd de hendel van de stofopvangdoos omlaag
gedruktenverwijderdestofopvangdoos. ►Fig.55: 1. Hendel
2. Steek een platkopschroevendraaier in de sleuven
vanhetlterdekselomhetlterdekselteverwijderen. ►Fig.56: 1. Platkopschroevendraaier 2. Filterdeksel
3. Verwijderhetlteruithetlterhuis.
5. Sluit het deksel van de stofopvangdoos en beves-
tig deze daarna aan het stofopvangsysteem. De afdichtdop vervangen Optioneel accessoire Vervang de afdichtdop regelmatig aangezien een ver- sleten of beschadigde afdichtdop de zuigprestaties kan verlagen.
1. Steekeenplatkopschroevendraaiermetzijnplatte
zijdeverticaalinéénvandeontgrendelgatenaandezij- kanten van de mondstukkop. Kantel de platkopschroe- vendraaier onder een hoek om de kubushaak van de afdichtdop los te wrikken uit de voorgevormde uitspa- ring en eruit te wippen. Pel de rubber randen van de afdichtdop los van de randen van de mondstukopening. ►Fig.58: 1. Afdichtdop 2. Kubushaak
3. Ontgrendelingsgat 4. Mondstukkop
2. Plaats één van de kubushaken van de nieuwe
afdichtdop in de voorgevormde uitsparing in de mond- stukkop zodanig dat het holle oppervlak naar voren is gericht. ►Fig.59: 1. Kubushaken 2. Uitsparingen
3. Afdichtdop 4. Holle oppervlak
3. Plaats de andere haak in de uitsparing aan de
tegenoverliggendekantvandemondstukkopterwijlu de stand van de afdichtdop aanpast zodat deze goed op de mondstukkop past. ►Fig.60: 1. Afdichtdop 2. Kubushaak 3. Uitsparing88 NEDERLANDS
4. Mondstukkop 5. Randen
4. Leg voorzichtig de rubber randen van de
afdichtdop vanaf onder naar boven over de randen van de mondstukopening. ►Fig.61: 1. Rubber randen 2. Afdichtdop
OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven.Bijgebruikvanandereaccessoiresof hulpstukkenbestaathetgevaarvanpersoonlijkelet- sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Wenstumeerbijzonderhedenoverdezeacces- soires,neemdancontactopmethetplaatselijke Makita-servicecentrum.
- Boren met een hardmetalen punt (SDS-plus-bits met een hardmetalen punt)
Notice-Facile