APH12 - Airconditioning HISENSE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis APH12 HISENSE in PDF-formaat.
Questions des utilisateurs sur APH12 HISENSE
0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.
Poser une nouvelle question sur cet appareil
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding APH12 - HISENSE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. APH12 van het merk HISENSE.
GEBRUIKSAANWIJZING APH12 HISENSE
As persianas são bloqueadas. Instale o ar condicionado num local onde as grelhas são afastadas de cortinas, persianas, mobiliário, etc.Version No.1970354-01Hartelijk dank voor uw aankoop van deze airconditioner. Lees deze gebruiks-en installatie-instructies zorgvuldig voor installatie en gebruik van dit apparaat en bewaar deze handleiding voor toekomstig gebruik. NEDERLANDS1 INHOUDSOPGAVE INSTALLATIEVEREISTEN............................................................
Het uitpakken van de airconditioner............................................
Installeren van de Wandairconditioner (op het raam)
Het gebruik van de afstandsbediening........................................
Het reinigen van het luchtfilter...................................................
Dit apparaat is gemaakt van gerecycled of herbruikbaar materiaal. Afdanken moet in overeenstemming met de plaatselijke voorschriften verwijderen afval worden uitgevoerd. Alvorens het aft e danken, zorg ervoor het netsnoer af te snijden, zodat het apparaat niet kan worden hergebruikt. Voor meer gedetailleerde informatie over de behandeling en de recycling van dit product, contact opnemen met de plaatselijke autoriteiten die zich bezighouden met de gescheiden inzameling van afval of de winkel waar u het apparaat heeft gekocht.
AFDANKEN VAN HET APPARAAT
Dit apparaat is gekenmerkt volgens de Europese richtlijn 2002/96/EC, Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (WEEE). Dit merkteken geeft aan dat dit product niet mag worden weggegooid met ander huishoudelijk afval in de gehele EU. Om mogelijke schade aan het milieu of de menselijke gezondheid door ongecontroleerde afvalverwijdering te voorkomen, recycle het op verantwoorde manier om zodoende het duurzame hergebruik van grondstoffen te bevorderen. Om uw gebruikte apparaat in te leveren, kunt u gebruik maken van de retour- en inzamelsystemen of neem contact op met de winkel waar het product is gekocht. Zij kunnen dit product innemen voor milieuvriendelijke recycling. Dit apparaat kan gebruikt worden door kinderen met een leeftijd vanaf 8 jaar mits onder toezicht of mits ze aanwijzingen ontvangen hebben over het veilig gebruik van het apparaat en de betrokken gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud door de gebruiker mogen niet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd. Kinderen moeten onder toezicht staan om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen. Als het netsnoer beschadigd is, moet worden vervangen door de fabrikant, zijn onderhoudsmonteur of een gelijkwaardig gekwalificeerd persoon om gevaarlijke situaties te voorkomen. Het bereik van de externe statische druk is -0.2Pa to 0.2Pa. Houd het toestel 5m of meer uit de buurt van brandbare oppervlakken. VEILIGHEIDSMAATREGELEN....................
2Veiligheidsmaatregelen
Voorzorgsmaatregelen voor het gebruik van R32 koelmiddel De basisinstallatie werkprocedures zijn hetzelfde als voor het conventionele koelmiddel (R22 of R410A). Echter, besteedt u aandacht aan de volgende punten: LET OP
1. Transport van materiaal die ontvlambare koudemiddelen bevatten
Met inachtneming van de transportvoorschriften
2. Het markeren van de apparatuur met behulp van tekenen
Naleving van de plaatselijke voorschriften
3. Afvoeren van apparatuur met brandbare koudemiddelen
Naleving van de nationale voorschriften
4. Opslag van apparatuur/apparaten
De opslag van de apparatuur moet in overeenstemming zijn met de instructies van de fabrikant.
5. De opslag van verpakte (onverkochte) apparatuur
Beschermende verpakkingsmaterialen moet zodanig worden vervaardigd dat mechanische schade aan de apparatuur binnenin de verpakking niet zal leiden tot een lekkage van het koelmiddel. Het maximum aantal apparaten dat mag samen worden zal door de plaatselijke voorschriften worden bepaald.
6. Informatie over het onderhoud
6-1 Controles van de omgeving Voorafgaand van aanvang van de werkzaamheden op systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten, zijn veiligheidscontroles nodig om te waarborgen dat het risico van ontbranding geminimaliseerd wordt. Voor het repareren van het koelsysteem, zullen de volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen vóór het uitvoeren van werkzaamheden aan het systeem. 6-2 Werkprocedure De werkzaamheden zullen onder een gecontroleerde procedure worden ondernomen teneinde het risico van ontvlambare gassen of damp te minimaliseren aanwezig tijdens het uivoeren van de werkzaamheden. 6-3 Algemene werkgebied Alle het onderhoudspersoneel en anderen die werkzaam zijn in de lokale omgeving worden geïnstrueerd over de aard van de uit te voeren werkzaamheden. Werkzaamheden in beperkte ruimten moet worden vermeden. Het gebied rondom de werkruimte moet worden afgezet. Waarborgen dat de omstandigheden in het gebied veilig zijn gemaakt door controle op ontvlambare materialen. 6-4 Het controleren op de aanwezigheid van koelmiddel Het gebied dient te worden gecontroleerd met een geschikte koelmiddel detector voorafgaand aan en tijdens de werkzaamheden, teneinde te waarborgen dat de monteur zich bewust is van potentieel ontvlambare omgevingen. Zorg ervoor dat detectie-apparatuur op lekkage wordt gebruikt geschikt is voor gebruik met brandbare koelmiddelen, d.w.z. niet-vonkend, afdoende afgedicht of intrinsiekveilig. 6-5 De aanwezigheid van een brandblusapparaat De eventuele hete werkzaamheden die worden uitgevoerd aan de koelapparatuur of eventuele bijbehorende delen, moeten geschikte brandbestrijdingsmiddelen ter beschikking staan.Veiligheidsmaatregelen LET OP Zorg dat een poederblusinstallatie of CO2 brandblusapparaat naast het bijvulgebied aanwezig is. 6-6 beschermd zijn tegen corrosie. 6-9 Controles van elektrische apparaten Reparatie en onderhoud van elektrische componenten omvat initiële veiligheidscontroles en component controleprocedures. ls er een fout bestaat die de veiligheid in gevaar zou kunnen brengen, mag er geen elektrische voeding op het circuit worden aangesloten totdat deze naar tevredenheid is afgehandeld. Als de fout niet onmiddellijk kan worden verholpen maar het noodzakelijk is dat het apparaat blijft functioneren, moet een afdoende tijdelijke oplossing worden gebruikt. Geen ontbrandingsbronnen Geen enkele persoon die werkzaamheden met betrekking tot een koelsysteem verricht welke bestaat uit de blootstelling van pijpleidingen koelmiddel bevat of kan bevatten zal eventuele ontbrandingsbronnen op een zodanige manier gebruiken dat het kan leiden tot het risico van brand of explosie. Alle mogelijke ontbrandingsbronnen, met inbegrip van het roken van sigaretten, dienen op voldoende afstand van de installatieplaats, repareren, verwijderen en afvoeren plaatsvinden, gedurende welke ontvlambare koelmiddel eventueel kan worden vrijgegeven aan de omringende omgeving.
Voorafgaand aan de werkzaamheden, moet de omgeving in de nabijheid van de apparatuur moet worden onderzocht, teneinde ervoor te zorgen dat er geen ontvlambaar gevaar of ontbranding risico's bestaan. De “Niet Roken” markeringen moeten worden weergegeven. 6-7 Geventileerde omgeving Zorg ervoor dat het gebied in de open lucht is of dat deze voldoende is geventileerd alvoren te beginnen met de werkzaamheden in het systeem of het uitvoeren van een heet werk. Een zekere mate van ventilatie blijven houden gedurende de periode dat de werkzaamheden worden uitgevoerd. De ventilatie moet elke vrijgegeven koelmiddel veilig verspreiden en bij voorkeur extern in de atmosfeer uitstoten. 6-8 Controles aan de koelapparatuur Wanneer elektrische componenten worden vervangen, moeten deze geschikt zijn voor het doel en naar de juiste specificaties. Op alle momenten moet het onderhoud van de fabrikant en onderhoudsvoorschriften worden nageleefd. In geval van twijfel de technische dienst van de fabricant om assistentie vragen. De volgende controles moeten worden toegepast op installaties met ontvlambaar koelmiddelen: - De vulgrootte is in overeenstemming met de omvang van de kamer waarbinnen de koelvloeistof bevatten delen zijn geïnstalleerd; - De ventilatie machines en stopcontacten functioneren naar behoren en zijn niet geblokkeerd; - Wanneer een indirect koelcircuit wordt gebruikt, zal het secundaire circuit gecontroleerd worden op de aanwezigheid van koelmiddel; - De markering op het materieel moeten te allen tijde zichtbaar en leesbaar blijven. - De markeringen en borden die onleesbaar zijn moet gecorrigeerd worden; - Koelbuizen of componenten worden in een positie geïnstalleerd waarin zij waarschijnlijk niet te worden blootgesteld aan eventuele stoffen die koelmiddel houdende componenten kunnen corroderen, tenzij de componenten vervaardigd warden van materialen die inherent bestendig zijn tegen corrosie of doeltreffend 3Veiligheidsmaatregelen
LET OP Dit dient aan de eigenaar van de apparatuur te worden gemeld zodat alle partijen wordt geadviseerd.
8. De reparatie aan intrinsiekveilige componenten
Geen permanente inductieve of condensator belastingen op het circuit toepassen zonder te garanderen dat dit niet hoger zal zijn dan de toelaatbare spanning en stroom toegestaan voor de ingebruik zijnde apparatuur. Intrinsiekveilige componenten zijn de enige die kunnen worden bewerkt terwijl aangesloten te zijn in de nabijheid van ontvlambare atmosfeer. De testapparatuur dient op de juiste classificatie te worden ingesteld. Vervang compontenten alleen met door de fabrikant gespecificeerde onderdelen. In het geval van een lekkage kunnen andere onderdelen kunnen leiden tot ontbranding van koelmiddel in de atmosfeer.
Controleer of de bekabeling niet aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe kantjes of enige andere schadelijke gevolgen voor het milieu onderhevig zal zijn.
Let erop dat de afdichtingen of afdichtingsmaterialen niet gedegradeerd zijn zodanig dat ze het voorkomen van het binnendringen van ontvlambare atmosferen niet langer dienen. De reserveonderdelen moeten in overeenstemming zijn met de specificaties van de fabrikant. OPMERKING: Het gebruik van siliconedichtingsproduct kan de werkzaamheid van enkele typen van lekkage- detectieapparatuur belemmeren. Intrinsiekveilige componenten hoeven niet voorafgaand van werkzaamheden aan deze worden geïsoleerd. Initiële veiligheidscontroles omvatten: Dat condensatoren worden ontladen: dit dient op een veilige manier worden uitgevoerd, teneinde de mogelijkheid van vonken te vermijden; Dat er geen aangesloten elektrische componenten zijn en bedrading blootgesteld tijdens het opladen, herstel of spoelen van het systeem; Dat er continuïteit van de aarde hechting bestaat.
7. Reparaties aan afgedichte componenten
Tijdens reparatiewerkzaamheden aan afgedichte componenten, moeten alle elektrische voeding van de te repararen apparatuur worden losgekoppeld voorafgaand aan de verwijdering van de afgedichte deksels, enz. Wanneer het absoluut noodzakelijk is om een elektrische voeding te hebben aan apparatuur tijdens de onderhoudswerkzaamheden, moet er een permanent operationele vorm van blijvende lekdetectie op het meest kritieke punt worden gebruikt , die waarschuwt voor een potentieel gevaarlijke situatie. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan het volgende, teneinde te waarborgen bij werkenzaamheden aan elektrische onderdelen, dat de behuizing niet op zodanig wijze is veranderd zodat het veiligheidsniveau wordt beïnvloed. Dit omvat schade aan kabels, overmatig aantal aansluitingen, aansluitpunten niet gemaakt volgens de originele specificaties, schade aan afdichtingen, onjuiste montage van wartels, enz. Let erop dat apparaten veilig gemonteerd zijn.Veiligheidsmaatregelen
LET OP De controle moet ook rekening houden met de gevolgen van slijtage of continue trillingen van bronnen zoals compressoren en ventilatoren. Wanneer het koelcircuit wordt opengemaakt om reparatiewerkzaamheden uit te voeren – of voor andere doeleinden, zullen de gebruikelijke procedures worden toegepast. Het is echter van belang dat de beste praktijken worden gevolgd aangezien de ontvlambaarheid in acht moet worden genomen. De volgende procedure moet worden nageleefd voor: - Verwijderen van het koelmiddel; - Spoelen van het circuit met inert gas; - Afvoeren; - Opnieuw spoelen met inert gas; - Het circuit te opnene door te snijden of solderen. Het koelmiddelvulling wordt teruggewonnen in de juiste recovery cilinders. Het systeem moet worden "doorgespoeld” met OFN teneinde het apparaat veilig te maken. Het zou nodig kunnen zijn deze werkwijze meerdere keren te herhalen. Perslucht of zuurstof mogen niet voor deze taak worden gebruikt. Spoelen wordt verwezenlijkt door het breken van het vacuüm in het systeem met OFN en blijven vullen totdat de werkdruk wordt bereikt, vervolgens ontluchten naar de atmosfeer, en uiteindelijk omlaag te trekken van een vacuüm.
10. De detectie van ontvlambare koelmiddelen
In geen geval mogen potentiële ontstekingsbronnen worden gebruikt in het zoeken naar of detectie van koudemiddellekkage. Een halogeen lamp (of een andere detector met behulp van een vlam) mag niet worden gebruikt
11. Lekkage detectiemethoden
De volgende lekdetectie methoden worden aanvaardbaar geacht voor systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten: Elektronische lekkage detectoren moeten worden gebruikt om ontvlambare koelmiddelen te detecteren, maar de sensitiviteit kan niet voldoende zijn, of herkalibratie kan nodig. (Detectie- apparatuur moet in een koelmiddel vrije ruimte worden gekalibreerd.) Let erop dat de detector geen potentiële ontstekingsbron is en is geschikt voor het koelmiddel. Lekdetectie apparatuur moet worden vastgesteld op een percentage van de LFL van het koelmiddel en moet worden gekalibreerd voor het te gebruiken koelmiddel en het juiste percentage van gas (max 25% ) wordt bevestigd. Lekdetectie vloeistoffen zijn geschikt voor gebruik met de meeste koelmiddelen maar het gebruik van detergenten met chloor moet worden vermeden aangezien chloor kunnen reageren met het koelmiddel en het koperen leidingwerk kan aantasten. Wanneer lekkage wordt vermoed, moeten alle open vlammen worden verwijderd/gedoofd. Wanneer een lekkage van koelmiddel wordt gevonden die solderen vereist, moet het koelmiddel worden teruggewonnen uit het systeem, of geïsoleerd (met behulp van afsluitkleppen) in een deel van het systeem op afstand van de lekkage. Zuurstofvrije stikstof (OFN) wordt vervolgens door het systeem gespoeld zowel vóór als tijdens het soldeerproces.
12. Verwijdering en afvoer
-Veiligheidsmaatregelen
LET OP Deze werkwijze wordt herhaald totdat er geen koelmiddel in het system aanwezig is. Wanneer de laatste OFN-lading wordt gebruikt, zal het systeem op atmosferische druk worden geventileerd zodat de werkzaamheden plaats kunnen vinden.
Deze bewerking is absoluut noodzakelijk, iwanneer soldeerwerkzaamheden aan de pijpleidingen zullen plaatsvinden. Let erop dat de uitlaat voor de vacuümpomp niet nabij ontbrandingsbronnen is en er is ventilatie beschikbaar is.
13. Bijvulprocedures
In aanvulling op gebruikelijke bijvulprocedures, moeten de volgende voorwaarden worden nageleefd: - Ervoor zorgen dat verontreiniging van verschillende koelmiddelen niet optreedt bij het gebruik van bijvulappartuur. - Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk om de hoeveelheid koelmiddel daarin te minimaliseren.- Cilinders moeten rechtop worden bewaard. Controleer of het koelsysteem is geaard vóór het bijvullen van het systeem met koelmiddel. Label het systeem wanneer het bijvullen is voltooid (indien niet reeds voltooid). Uiterste zorg moet in acht worden genomen om het koelsysteem niet te veel te vullen. Voorafgaand aan het bijvullen van het systeem wordt deze druk getest met OFN. Het systeem moet op lekkage worden getest op de voltooiing van het bijvullen maar voorafgaand aan de ingebruikname. Een follow-up lekkagetest zal voorafgaand aan het verlaten van de locatie worden uitgevoerd.
14. Buitengebruikstelling
Voor het uitvoeren van deze procedure, is het absoluut noodzakelijk dat de monteur volledig vertrouwd is met de apparatuur en al zijn details. Goede praktijken worden aanbevolen zodat alle koelmiddelen veilig worden teruggewonnen. Voorafgaand aan de taak die wordt uitgevoerd, zal een olie en koelmiddel monster wordt genomen in het geval een analyse noodzakelijk wordt geacht voorafgaand aan het hergebruik van het teruggewonnen koelmiddel. Het is noodzakelijk dat stroom beschikbaar is voordat met de taak wordt begonnen. Zorg dat u vertrouwd raakt met de apparatuur en de werking ervan. Het systeem elektrisch isoleren. Alvorens deze procedure te proberen ervoor te zorgen dat: Uitrusting voor mechanische behandeling beschikbaar is, indien vereist voor het hanteren van koelmiddel cilinders; Alle benodigde persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar zijn en naar behoren worden gebruikt; Het terugwinproces wordt te allen tijde begeleid door een bevoegd persoon; Terugwinnen apparatuur en cilinders moeten voldoen aan de desbetreffende normen. Bijvullen van het koelmiddel, indien mogelijk. Wanneer een vacuüm niet mogelijk is, maak een spruitstuk waardoor koelmiddel uit verschillende delen van het systeem kan worden verwijderd.Veiligheidsmaatregelen
LET OP f ) Zorg ervoor dat de cilinder zich op de schalen bevindt alvoren te beginnen met het terugwinnen. g) Start de terugwinnen machine en bedien deze in overeenstemming met instructies van de fabrikant.
De cilinders niet overvullen. (Niet meer dan 80% volume van de vloeibare lading). Niet de maximale werkdruk van de cylinder overschrijden, zelfs tijdelijk. Wanneer de cilinders correct zijn gevuld en het proces voltooid, ervoor zorgen dat de cilinders en de apparatuur onmiddellijk van de plaats worden verwijderd en alle isolatiekleppen op het apparaat worden afgesloten. Teruggewonnen koelmiddel mag niet worden gevuld in een ander koelsysteem tenzij het is schoongemaakt en gecontroleerd.
EDe apparatuur moet worden geëtiketteerd met vermelding dat het buitengebruik is gesteld en geledigd van koelmiddel. Het etiket wordt gedateerd en getekend. Zorg ervoor dat de etiketten op het apparaat de vermelding hebben dat de apparatuur ontvlambare koelmiddel bevat.
Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, hetzij voor onderhoud of buitengebruikstelling, zijn goede praktijken aanbevolen dat alle koelmiddelen veilig werden verwijderd. Bij het overbrengen van koelmiddel in cilinders, ervoor zorgen dat alleen geschikte koelmiddel terugwinning cilinders worden gebruikt. Zorg ervoor dat het juiste aantal cilinders voor het houden van de totale systeem lading beschikbaar is. Alle te gebruiken cilinders zijn bestemd voor het teruggewonnen van koelmiddel en gelabeld voor dat koelmiddel (d.w.z. speciale cilinders voor het terugwinnen van koelmiddel). Cilinders moet worden voorzien van een overdrukventiel en de bijbehorende afsluitkleppen in goede staat. Lege terugwinning cilinders worden geruimd en, indien mogelijk, gekoeld voordat terugwinning plaatsvindt. De apparatuur voor het terugwinnen moet in goede staat verkeren met een set van instructies met betrekking tot de apparatuur dat voorhanden is en moet geschikt zijn voor het terugwinnen van ontvlambare koelmiddelen. In aanvulling daarop, zal een set van geijkte weegschalen beschikbaar zijn en in goed werkende staat verkeren. Slangen moet worden voorzien van lekvrije verbreek-koppelingen en in goede staat verkeren. Voor het gebruik van de terugwinnen machine, controleer of het in goede werk staat verkeert, goed onderhouden is aen dat de bijbehorende elektrische componenten zijn afgedicht om ontsteking te voorkomen in het geval van het vrijkomen van koelmiddel. Raadpleeg de fabrikant in geval van twijfel. Het teruggewonnen koelmiddel worden geretourneerd aan de leverancier van het koelmiddel inVeiligheidsmaatregelen
LET OP de correcte terugwinnen cilinder, en het bijbehorende afval overdrachtsformulier wordt geregeld. De koelmiddelen niet in de terugwinnen eenheden mengen en zeker niet in de cilinders. Wanneer compressoren of compressor oliën worden verwijderd, ervoor zorgen dat ze op een aanvaardbaar niveau zijn verwijderd om er zeker van te zijn dat ontvlambare koelmiddel niet binnen het smeermiddel blijft. Het afvoerproces wordt uitgevoerd voorafgaand aan de terugkeer van de compressor aan de leveranciers. Slechts electrische verwarming aan de compressor carrosserie s moet worden gebruikt om dit proces te versnellen. Wanneer olie uit een systeem wordt afgetapt, moet dit veilig worden uitgevoerd. LET OP Bij het verplaatsen of herplaatsen van de aircondition, raadpleegt u ervaren servicetechnici voor demontering en opnieuw installeren van het apparaat. Plaats geen andere elektrische producten of huishoudelijke bezittingen onder de binnenunit of buitenunit. Condensatie druipend van het apparaat kan deze nat maken, en kunnen schade of storingen aan uw eigendom veroorzaken. Geen middelen gebruiken om het ontdooiproces te versnellen of voor het reinigen, andere dan de door de fabrikant aanbevolen. Het apparaat moet in een ruimte zonder continu werkende ontbrandingsbronnen worden opgeslagen bijvoorbeeld (:open vlam, een operationele gasapparaat of een werkzame elektrische kachel) Niet doorboren of verbranden. Wees bewust dat koelmiddelen geen geur kunnen bevatten. Ventilatie-openingen vrij van obstakels houden. Het apparaat moet in een goed geventileerde ruimte worden opgeslagen waar de grootte van de kamer overeenkomt met het gebied voor de kamer zoals bedoeld voor het gebruik. Het apparaat moet in een ruimte zonder continu werkende open vlam worden opgeslagen (bijvoorbeeld een operationele gasapparaat) en ontbrandingsbronnen (bijvoorbeeld een werkzame elektrische kachel). Elke persoon die betrokken is bij het werken in een koelvloeistofcircuit moet over een geldig certificaat van een door de industrie erkende evaluatie autoriteit beschikken, die bevoegdheid hebben koelmiddelen veilig te hanteren in overeenstemming met door de industrie erkende evaluatiespecificaties. Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals aanbevolen door de fabrikant van de apparatuur. Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden vereisen de assistentie van ander gekwalificeerd personeel en wordt uitgevoerd onder toezicht van de bevoegde persoon in het gebruik vanVeiligheidsmaatregelen
LET OP ontvlambare koelmiddelen. Geen middelen gebruiken om het ontdooiproces te versnellen of voor het reinigen, andere dan de door de fabrikant aanbevolen. Het apparaat moet worden geïnstalleerd, obediend en opgeslagen in een ruimte met een vloeroppervlak groter dan10 m². De installatie van het leidingwerk wordt in een kamer met een oppervlakte groter dan10 m² geplaatst. Het leidingwerk moet in overeenstemming zijn met de nationale gasvoorschriften. De maximale koelmiddelvulling is 2.5 kg. Uitleg van de symbolen op de binnenunit of buitenunit. WAARSCH UWING Dit symbool geeft aan dat dit apparaat gebruikmaakt van een ontvlambare koelmiddel. Wanneer het koelmiddel lekt en blootgesteld aan een externe ontbrandingsbron, bestaat er brandgevaar LET OP! Dit symbool geeft aan dat de gebruiksaanwijzing zorgvuldig dient te worden gelezen. LET OP! Dit symbool geeft aan dat onderhoudspersoneel met deze apparatuur dient om te gaan aan de hand van de installatiehandleiding. LET OP! Dit symbool geeft aan dat informatie beschikbaar is, zoals de gebruiksaanwijzing of installatiehandleiding. Mechanische aanslutingen die binnen worden gebruikt, zullen voldoen aan ISO 14903. Wanneer de mechanische aanslutingen opnieuw binnen worden gebruikt, moeten de afdichtingen opnieuw worden aangebracht. Wanneer afgefakelde verbindingen opnieuw binnen worden gebruikt, moet het afgefakkelde gedeelte opnieuw worden gefabriceerd. De installatie van het leidingwerk dient tot een minimum worden beperkt. Mechaniche verbindingen zijn toegangkelijk voor onderhoudswerkzaamheden.IDENTIFICATIE VAN DE COMPONENTEN Controlepaneel Koele luchtuitlaat Signaal receptor Afstandsbediening Transportgreep Luchtafvoerslang Verdamper luchtinlaat Secundaire afvoerkanaal Stroomtoevoer Primaire afvoerkanaal Voorzijdet Achterzijde De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzing zijn gebaseerd op de externe weergave van een standaardmodel. Deze kunnen verschillen van die van de airconditioner die u heeft geselecteerd. Condensor luchtinlaat
Alle veiligheidsberichten informeren u wat het potentieel gevaar is, vertellen hoe u de kans op letsel kunt verminderen, en vertellen u wat er kan gebeuren als de instructies niet worden opgevolgd. Uw veiligheid en die van anderen is zeer belangrijk. We hebben talrijke belangrijke veiligheidswaarschuwingen in deze gebruiksaanwijzing en op het apparaat voorzien. Altijd de veiligheidsberichten lezen en naleven.Dit is het waarschuwingssymbool.Dit symbool waarschuwt u voor mogelijke gevaren die kunnen doden of u en anderen kwetsen. Alle veiligheidsberichten zullen het waarschuwingssymbool en ofwel het woord "GEVAAR" of "WAARSCHUWING" volgen. Deze woorden betekenen:U kunt gedood worden of ernstig gewond raken als u de instructies niet onmiddellijk naleeft.U kunt gedood worden of ernstig gewond raken als u de instructies niet onmiddellijk naleeft. GEVAAR WAARSCHUWING BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES WAARSCHUWING: Om het risico op brand, elektrische schokken of verwondingen bij het gebruik van uw airconditioner te verminderen volgt u deze fundamentele voorzorgsmaatregelen:BEWAAR DEZE INSTRUCTIESHaal de stekker van airconditioner uit het stopcontact alvorens onderhoudswerkzaamheden.Gebruik twee of meer mensen voor het verplaatsen en installeren van de airconditioner. Steek de stekker in een geaard 3-polige stopcontact. De aardpen niet verwijderen.Geen adapter gebruiken.Geen verlengsnoer gebruiken.AFDANKEN VAN HET APPARAAT Vóór het vernietigen van het apparaat, is het noodzakelijk de batterijcellen te verwijderen en zich veiligheid te ontdoen van hen voor recycling redenen. Wanneer u het apparaat gaat afdanken neem dan contact op met onze dealer. Indien leidingen niet goed worden verwijderd, kan mogelijk het koelmiddel worden uitgeblazen en in contact komen met uw huid en letsel veroorzaken. Het vrijgeven van koelmiddel in de atmosfeer betekent ook schade aan het milieu. Gelieve het verpakkingsmateriaal voor het product op een milieuvriendelijke manier recyclen of weggooien.Nooit de airconditioner ondersteboven of zijwaarts opslaan of verzenden om schade aan de compressor te voorkomen. Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik door jonge kinderen of verstandelijk gehandicapten zonder toezicht. Jonge kinderen moeten onder toezicht staan om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen. INSTALLATIEVEREISTEN Gereedschappen en onderdelen Verzamel de benodigde gereedschappen en onderdelen voordat u begint met de installatie.Lees en volg de instructies die bij elke hier genoemde hulpmiddelen worden genoemd. Benodige gereedschappen
Phillips schroevendraaier
Accuboormachine en ¹/₈ "boor A.De afdichting met schuim inspuitenB. Dummy koppelingC. Flexibele afvoerslangD. Venster uitlaatadapterE.1⁄₂"schroeven (2)F.Houtschroeven(4)G. Raamslot beugel (2) regenhoes (1). Externe schuifdeel J. InternschuifdeelK. Bouten (4)L. Moeren (4)M. Veerringen (4)N. Sluitringen (4)O.MuurafdekkingP. UitlaatadapterQ.Lange houtschroeven(3)R. kunststoffen aansluiting (3)
PLAN 1: Meegeleverd artkelen De onderneming biedt slechts één plan om de wandairconditioner te installeren: Raadpleeg "Installeren van de wandairconditioner”(P4-P8)
PLAN 2:(optioneel) R12 Plaatsingsvereisten Elektriciteitsvereisten
De wandairconditioner moet worden aangesloten op een220-240V, 50 HZ, 20-amp zekering geaard 3-poligestopcontact. Het gebruik van een tijdvertraging zekering of tijdvertragingstroomonderbreker wordt aanbevolen. Alle bedrading moet voldoen aan de lokale en de nationaleelektrische codes en moeten door een elektriciengeïnstalleerd worden. Indien u vragen heeft, neemt u dancontact op met een elektricien. WAARSCHUWING Elektrische schokkenSteek de stekker in een geaard 3-polige stopcontact.De aardpen niet verwijderen.Geen adapter gebruiken.Geen verlengsnoer gebruiken.Het niet opvolgen van deze instructies kan leiden tot de dood, brand of een elektrische schok. OPMERKINGEN: De flexibele uitlaatslang moet op de airconditioner worden geplaatst tussen 23⁵⁄₈" en 64¹⁄₈" (60 cm en 163 cm) van raam of deur Wandairconditioners zijn ontworpen als extra koelingaan de lokale gebieden binnen een kamer. Verticaal schuifraam Horizontaal schuifraam 23⁵⁄₈" - 64¹⁄₈"(60 cm - 163 cm)23⁵⁄₈" - 64¹⁄₈"(60 cm - 163 cm) Het uitpakken van de airconditioner Verwijderen van het verpakkingsmateriaal
Verwijderen en afvoeren/recyclen van verpakkingsmaterialen.Verwijder tape en lijmresten van oppervlakken vóór hetinschakelen van de airconditioner.Wrijf een kleine hoeveelheid afwasmiddel over de lijm met devingers. Afvegen met warm water en drogen. Gebruik geen scherpe instrumenten, alcohol, brandbarevloeistoffen, of schurende reinigingsmiddelen om tape oflijm te verwijderen. Deze producten kunnen het oppervlakvan de airconditioner beschadigen. Hanteer de airconditioner voorzichtig. WAARSCHUWING Excessieve belasting gevaarGebruik twee of meer mensen om de airconditioner te verplaatsen en te installeren.Als dit niet gebeurt kan het resulteren in rug- of ander letsel.
INSTALLATIE INSTRUCTIES OPMERKINGEN: Teneinde een goede ventilatie te waarborgen, Houd devereiste afstand van de retour luchtuitlaat tot aan de muur of andere obstakels van tenminste 235/8” (60 cm ) De luchtuitlaat niet blokkeren. Zorgen voor een eenvoudige toegang tot het geaarde 3-polige stopcontact.13 Regenhoes --Horizontale Installatie OPMERKING: Voor de installatie van een openslaand raam, het venster schuifregelaar pakket kan verticaal worden geïnstalleerd met de schuifknop opening aan de onderzijde.
Meet de raamopening. Als de raamopening is te smal voor het venster schuifregelaar pakket, verwijder de binnenste schuifregelaar van het venster schuifregelaar pakket.
Inzet ½ "schroef (2 meegeleverd) n de opening in het binnenste schuifregelaar gedeelte dat het dichtst bij het uiteinde van de buitenste schuifregelaar gedeelte is. A. ½”schroef (2 meegeleverd) B. Inwendige schuifregelaar gedeelte C. Uitwendige schuifregelaar gedeelte om het venster schuifregelaar packet vast te zetten.
Sluit het raam op het venster. A. Wandairconditioner B. Buitenshuis C. Regenhoes D. venster schuifregelaar pakket E. Venster afzuigaansluiting F. Flexibele afvoerslang
A. Venster afzuigaansluiting B. Regenhoes C. Uitlaatrooster D. Moeren ingevoegd in ongebruikte gaten in het venster schuifregelaar pakket A. Inwendige schuifregelaar gedeelte B. Uitwendige schuifregelaar gedeelte ■ Met behulp van een zaag, zaagt u het inwendige schuifregelaar gedeelte om in de raamopening te passen. Schuif de binnenste schuifregelaar gedeelte in de buitenste schuifregelaar gedeelte van het venster schuifregelaar pakket
Plaats het raam schuifregelaar pakket in het venster, teneinde het uit te bereiden zodat het past op de breedte van het venster. Zorg ervoor dat de regenhoes aan de buitenkant van het venster is geplaatst.
Plaats de airconditioner in geselecteerde locatie. Raadpleeg “Plaatstingsvereisten.”
Verbind de dummy koppeling aan de flexibele afvoerslang uitlaatslang. Draai het linksom tot veilig op zijn plaats vergrendeld is. Installeer de uitlaatslang en Adapter
Bevestig het raam uitlaatadapter aan de flexibele afvoerslang. Draai het linksom tot veilig op zijn plaats vergrendeld is. Het venster schuifregelaar pakket is ontworpen om de meeste standaard verticale en horizontale toepassingen venster passen. Plaats u het op de airconditioner geselecteerde locatie. Raadpleeg “Plaatsingsvereisten.”
Plaats de ventser uitlaatadapter in de sleuf op het venster schuifregelaar pakket. A. Venster schuifregelaar pakket B. Venster uitlaatadapter
Met behulp van de 2 schroeven, ring en moeren (meegeleverd), bevestig de regenhoes op het venster schuifregelaar pakket voor zowel de verticale of horizontale installatie. OPMERKINGEN: ■ De openingen in het venster schuifregelaar pakket zijn gepositioneerd voor het bevestigen van de regenhoes voor verticale of horizontale installatie. Plaats de andere 2 bouten, ringen en moeren (meegeleverd) in de ongebruikte openingen in het venster schuifregelaar pakket zodat vocht niet door het venster schuifregelaar pakket kan lekken.
Regenhoes--Verticale Installatie A. Venster uitlaatadapter B. Regenhoes C. Uitlaatrooster D. Moeren ingebracht in ongebruikte openingen in het venster schuifregelaar pakket
Plaats de dummy koppeling in de opening aan de achterkant van de airconditioner.
Schuif het omlaag om de slang op zijn plaats te vergrendelen.
OPMERKINGEN: Vier openingen in de regenhoes voor verticale montage. Plaats de 2 moeren met “1” “3” of “2” “4”.
Installeren van de Wandairconditioner (op het raam) A. Verdamper luchtinlaat B. Dummy koppeling C. Flexibele afvoerslang D. Condensor luchtinlaat
A. Flexibele afvoerslang B. Venster uitlaatadapter
B15 Volledige installatie
1. Plaats het venster vergrendelbeugel bovenop het onderste
venster en tegen het bovenste raamkozijn.
2. Gebruik een 1/8” boorkop om een starteropening door de
opening in de beugel te boren.
3. Plaats het venster vergrendelbeugel op het raamkozijn met
een houtschroef (4 meegeleverd) om het raam veilig op zijn plaats te houden. A. Bovenste raamkozijn B. Venster vergrendelbeugel
Plaats de schuimstofafdichting achter de bovenkant van het onderste raamkozijn en tegen het glas van het bovenraam. A. Bovenkant van het onderste raamkozijn B. Schuimstofafdichting
Elektrische schokken Steek de stekker in een geaard 3-polige stopcontact. De aardpen niet verwijderen. Geen adapter gebruiken. Geen verlengsnoer gebruiken. Het niet opvolgen van deze instructies kan leiden tot de dood, brand of een elektrische schok. WAARSCHUWING
Steek de stekker in een geaard 3-polige stopcontact.
Plaats de airconditioner in geselecteerde locatie.Raadpleeg “Plaatstingsvereisten.” Verbind de dummy koppeling aan de flexibele afvoerslanguitlaatslang. Draai het linksom tot veilig op zijn plaatsvergrendeld is. Installeer de uitlaatslang en Adapter
Bevestig het raam uitlaatadapter aan de flexibeleafvoerslang. Draai het linksom tot veilig op zijn plaatsvergrendeld is. Plaats de dummy koppeling in de opening aan deachterkant van de airconditioner. Schuif het omlaag om de slang op zijn plaats tevergrendelen.A. Verdamper luchtinlaatB. Dummy koppelingC. Flexibele afvoerslangD. Condensor luchtinlaat
A. Flexibele afvoerslangB. Muur uitlaatadapter
Boor de opening voor de muurdekking 1. Bepaal de positie van het gat voor de muurdekkingafhankelijk van de locatie van de montageplaat.2. Boor een gat in de muur. De opening moet een beetjegroter zijn dan de muurdekking.3. Installeer de muurdekking door de muur opening houdt demuur netjes en schoon, met vier schroeven vastgezet. Plaats de muur uitlaatadapter op de muurdekking. Plaats de muur uitlaatadapter op de muurdekking. Dekking Binnenshuis Buitenshuis Muur opening(bereid door de gebruiker) 1. Plaats de dummy koppeling in de muuropening in de muur.1.Verwijder muur uitlaatadapter van de muurdekking.2.Bedek de muurdekking. A17 Het starten van uw Wandairconditioner
3. Stel de temperatuur in. Zie "TEMPERATUUR".
4. Druk op de POWER knop om de airconditioner te starten.
OPMERKING: Wanneer de airconditioner is ingeschakeld op alle andere tijdstippen, zal het draaien op basis van de vorige instelling. Alleen als het apparaat wordt gebruikt in ONWAARSCHIJNLIJK ZEER VOCHTIGE LUCHT, zal water wordt opgevangen in het waterreservoir binnenin het apparaat. Als het waterreservoir vol is, zal de airconditioner stoppen. Op het scherm wordt "E5" weergegeven om u te informeren het interne waterreservoir te legen. Werkingsmodi:
Druk kort op op MODE totdat u het symbool knippert voor de gewenste instelling.
Kies Koeling, Droog, Alleen Ventilator of verwarming. Drogen-Droogt de ruimte. De airconditioner selecteert automatisch de temperatuur. De ventilator draait alleen op lage snelheid.OPMERKING: De droge modus mag niet worden gebruikt voor het afkoelen van de kamer. Koelen-Koelt de ruimte. Druk op FAN om Hoog, Midden of Laag te selecteren. Druk op de PLUS of MIN-knop om de temperatuur aan te passen. Alleen ventilator- Alleen de ventilator draait. Druk op FAN om Hoog, Midden of Laag te selecteren.Verwarmen- verwarmt de ruimte. Druk op FAN om Hoog, Midden of Laag te selecteren. Druk op de PLUS of MIN-knop om de temperatuur aan te passen.OPMERKING: Verwarming is NIET beschikbaar voor alleen koelen airconditioner. Ventilatorsnelheid Midden- voor de normale ventilatorsnelheidLaag- voor de minimale ventilatorsnelheidAuto-automatisch de ventilatorsnelheid afhankelijk van de actuele kamertemperatuur en temperatuurregeling instelling.Hoog- voor maximale ventilatorsnelheid Druk kort op FAN om de gewenste ventilatorsnelheid te kiezen. Selecteer Hoog, Midden of Laag.
HET GEBRUIK VAN DE WANDAIRCONDITIONER
Het correct bedienen van uw wandairconditioner helpt u om de best mogelijke resultaten te verkrijgen. In deze paragraaf wordt de juiste werking van de airconditioner uitgelegd. BELANGRIJK: OPMERKING: In geval van een stroomonderbreking, zal uw airconditioner functioneren op de vorige instellingen wanneer de stroom wordt hersteld. De airconditioner display geeft de huidige kamertemperatuur aan. Bij het wijzigen van modes, terwijl de airconditioner in werking is, stopt de compressor gedurende 3 tot 5 minuten alvorens opnieuw te starten.
Als een toets gedurende deze tijd wordt ingedrukt, zal de compressor niet opnieuw starten voor nog eens 3 tot 5 minuten. In Koeling of Droge modus, zullen de compressor en de condensor ventilator stoppen wanneer de kamertemperatuur de ingestelde temperatuur bereikt.
OPMERKING: De symbolen kunnen afwijken van deze modellen, maar de functies zijn vergelijkbaar. Modus (KOELING)18
1. Verwijder de batterijklep naar de pijl aangegeven richting.
Plaatst u nieuwe batterijen en zorg ervoor dat de (+) en (-)van de batterij correct op elkaar zijn afgestemd.
3. Plaats het deksel terug door het op zijn plaats t schuiven.
OPMERKING:Gebruik 2 LR03 AAA(1.5volt) batterijen. Gebruik geen oplaadbare batterijen. Vervang de batterijen door nieuwe van hetzelfde type als het display wordt gedimd, of na 6 maanden.Als u de batterijen oplaad na het verwijderen van de oude, zult u de voorinstelling missen en gaat de timer terug naar nul. Het gebruik van de afstandsbediening Plaats de batterijen Opslag clip De clip aan de achterkant van het apparaat kan worden gebruikt om de afstandsbediening te bewaren. Hoe te gebruiken Om de kamer airconditioner te bedienen, richt de afstandsbediening om het signaal receptor. De afstandsbediening zal de airconditioner op een afstand van maximaal 23’ (7m) bedienen wanneer wijzend op signaalontvanger van de airconditioner. Signaal receptor N/OFFMODE FANSWINGSLEEPSUPERSMARTIFEEL DIMMERTIMER ON TIMER OFF CLOCKON
Houder OPMERKING: In de Koel modus kan de temperatuur ingesteld worden tussen 16° C en 30°C . In de Alleen Ventilator modus kan de temperatuur niet worden ingesteld. Druk op de PLUS-toets om de temperatuur te verhogen. Druk eenmaal op de PLUS-knop om de ingestelde temperatuur te verhogen met 1°C. PLUS Druk op de MINUS-knop om de temperatuur te verlagen. Druk eenmaal op de MINUS-knop om de ingestelde temperatuur te verlagen met 1°C. Temperatuur MINUS ION (Optioneel) Druk op de ION toets om de Plasma Generator in- of uit te schakelen. Wanneer de ION indicator lamp brandt of het apparaat knippert, zal de Plasma Generator inschakelen.19 Aanduidingssymbolen OPMERKING: De afstandsbediening kan verschillen qua uiterlijk. Afstandsbediening
CLOC K DIMMER IFEE L In- en uitschakelen stroom Druk op ON/OFF-knop voor het in- of uitschakelen van het apparaat OPMERKING: ON/OFF Modus
Druk herhaaldelijk op MODUS totdat u het symbool knippert voor de gewenste instelling.
Koelen-Koelt de ruimte. Druk op FAN om AUTO, HOOG, MID of LAAG te selecteren. Druk op de UP of DOWN toets om de temperatuur aan te passen. ■ Veranderende omstandigheden tijdens werking. Soms reageert het apparaat niet in een keer. Wacht 3 minuten. ■ Wacht 3 minuten alvorens het herstarten van het apparaat. MODE Ifeel indicator Aanduidingssymbolen op LCD: Smart indicator Slaap indicator Super indicator Display instel timer Display huidige tijd Signaalverzendtijdsturing Display temperatuur instellen Alleen ventilator indicator Koel indicator Droog indicator Verwarmen indicator Medium ventilatorsnelheid Auto ventilatorsnelheid Hoge ventilatorsnelheid Low fan speed20 Alleen ventilator-Alleen de ventilator draait. Druk op FAN knop om de ventilatorsnelheid aan te passen. OPMERKING: Auto ventilatorsnelheid kan niet worden geselecteerd in de Alleen Ventilator modus. SMART Modus Drukt u op de SMART toest, Smart modus (fuzzy logic bediening) is rechtstreeks ongeacht of het apparaat aan of uitgeschakeld is. In deze modus worden de temperatuur en ventilatorsnelheid automatisch ingesteld op basis van de werkelijke kamertemperatuur. Om de Smartmodus te annuleren, drukt u eenvoudig op de MODE knop.
Verwarmen-Verwarmt de ruimte. Druk op FAN om de ventilatorsnelheid te selecteren. Druk op de omhoog of omlaag TEMP knop om de temperatuur aan te passen. Droog-Droogt de ruimte. De airconditioner selecteert automatisch de temperatuur. De ventilator draait alleen op lage snelheid.
De temperatuur, de luchtstroom en de richting worden automatisch gecontroleerd in de smart modus. Echter, een afname of toename van maximaal 2°C kan worden ingesteld met de afstandsbediening als u nog steeds ongemakkelijk voelt. OPMERKING: SMART De gebruiksmodus en temperatuur worden bepaald door de binnentemperatuur. Met verwarmingsmodellen SUPER SUPER toets wordt gebruikt om te starten of te stoppen met snel koelen of verwarmen.
1. Druk op de SUPER knop. De airconditioner stelt automatisch de
ventilatorsnelheid naar Hoog en de temperatuur op 16°C. Snel verwarming werkt op automatische ventilatorsnelheid, het veranderen van de automatisch ingestelde temperatuur op 30°C.
Super controle uitschakelen, druk op een willekeurige knop op de afstandsbediening of het bedieningspaneel, behalve Timer On, Timer Off, Klok, Dimmer, iFeel en Swing. OPMERKING: In de SUPER-modus kunt u de luchtstroom richting of timer in te stellen.
SMART modus zijn niet beschikbaar in SUPER-modus.
SUPER knop is niet effectief in de SMART-modus.
Hoog voor een maximale ventilatorsnelheid Ventilatorsnelheid
Druk op de knop FAN, kies de gewenste ventilatorsnelheid.
Auto- Regelt automatisch de ventilatorsnelheid afhankelijk van de huidige kamertemperatuur en temperatuurregeling instelling.
Mid voor de normale ventilatorsnelheid
Laag voor minimale ventilatorsnelheid OPMERKING: Auto ventilatorsnelheid kan niet worden geselecteerd in de Alleen Ventilator modus. OPMERKING: roog modus mag niet worden gebruikt om de kamer af te koelen. Een afname of toename van maximaal 2°C kan worden ingesteld met de afstandsbediening indien u zich nog steeds ongemakkelijk voelt. 21°C of lager VERWARMEN 22°C 26°C Hoger dan 26℃ 23-26°C 21-23°C De kamertemperatuur daalt 2 ° C na bedieningn gedurende 3 minuten 26°C 23-26°C 23 ℃ of lager De kamertemperatuur daalt 2 ° C na bedieningn gedurende 3 minuten Alleen koelen modellen Hoger dan 26℃ Binnentemperatuur Bedieningsmodus Doeltemperatuur Binnentemperatuur Bedieningsmodus Doeltemperatuur ALLEEN VENT. DROOG KOELEN ALLEEN VENT. DROOG KOELEN FAN SWING Binnenshuis ventilatorsnelheid wordt afgewisseld tussen Hoog, Medium en Laag elke keer dat deze knop wordt ingedrukt. Knop Afstelling Wat u kunt doen in de modus Uw gevoel Druk er één keer op, en de jaloezie schommelt om de luchtstroom van richting te veranderen. Druk nogmaals, en swing stopt. Ongemakkelijk als gevolg van ongeschikte luchtstroom volume. Ongemakkelijk als gevolg van ongeschikte stromingsrichting. Auto Hoog Medium Laag21 Temperatuur
Druk op de UP knop om de temperatuur te verhogen. Druk eenmaal op de UP-toets om de ingestelde temperatuur door te verhogen 1°C.
Druk op de DOWN knop om de temperatuur te verlagen. Druk eenmaal op de DOWN knop om de ingestelde temperatuur te verlagen met 1°C. OPMERKINGEN:
In de koeling en verwarming-modus, kan de temperatuur ingesteld worden tussen 16°C en 30°C.
In de Alleen Ventilator modus kan de temperatuur niet worden ingesteld.
DOWN Slaap modus SLAAP modus kan worden ingesteld in de koeling, verwarming of Droog werkmodus. Deze functie geeft u een meer comfortabele omgeving voor het slapen.
In Verwarming modus wordt ingesteld temperatuur te verlagen met 3°C ten hoogste 3 uur constant, houdt daarna stabiel.
1. Druk op MODUS om koeling, verwarming of Droog selecteren.
OPMERKING: Slaap controle kan niet worden geselecteerd wanneer Alleen Ventilator of SMART is geselecteerd.
2. Druk op de UP of DOWN toets om de temperatuur in te stellen.
3. Druk op SLEEP. Na 5 seconden zullen de lampjes op het
Het apparaat stopt automatisch met de werking na operationeel gedurende 8 uur.
In de koelmodus, als de huidige kamertemperatuur onder 26°C is, zal de temperatuur automatisch stijgen met 1°C tijdens het eerste uur na Slaapstand wordt geactiveerd, en blijft vervolgens hetzelfde. Als de kamertemperatuur 26 °C of hoger is, verandert de ingestelde temperatuur niet.
SLEEP Ventilatorsnelheid wordt automatisch ingesteld op lage snelheid. OPMERKING:
Om de Slaap controle uit te schakelen, drukt u op SLEEP, MODE, FAN, ON/OFF,SUPER of wacht 8 uur totdat de Slaap controle automatisch uitgeschakeld wordt. OPMERKING: De airconditioner keert terug naar de vorige instellingen nadat de slaapstand wordt uitgeschakeld.OPMERKING :De temperatuur en de luchtstroom richting kan tijdens de slaap controle worden aangepast. De ventilatorsnelheid wordt automatisch ingesteld op lage snelheid. Na 5 seconden zullen de lampjes op het bedieningspaneel weer te dimmen. I FEEL De ingebouwde temperatuursensor wordt met de afstandsbediening geactiveerd. Het kan de omliggende temperatuur voelen, en het signaal terugzenden naar het apparaat. Het apparaat kan de temperatuur aanpassen om zo maximaal comfort te bieden. OPMERKING:IFEEL DIMMER Druk op de DIMMER toets om het licht en het scherm in het toestel uit te schakelen.
Wanneer het licht is uitgeschakeld schakelt het ontvangstsignaal het licht opnieuw in. OPMERKING:DIMMER Wordt gebruikt voor de IFEEL-modus werking. Druk hier eenmaal op en de IFEEL-functie zal worden ingeschakeld. Druk er nogmalls op en de IFEEL-funtie zal worden uitgeschakeld. Indien de IFEEL-functie niet kan worden uitgeschakeld, gelieve de knop gedurende 5 seconden in te drukken. Het wordt aanbevolen de afstandsbediening op een plek te plaatsten waar de binnenunit het signal gemakkelijk kan ontvangen. Het wordt aanbevolen voor energiebesparing, de IFEELmodus uit te schakelen wanneer de airconditioner wordt uitgeschakeld.22 Een “Biep” kan worden gehoord, “ON” stopt met knipperen. De TIMER indicator op het apparaat gaat branden. Wanneer de gewenste tijd op de LCD is weergegeven, druk opde TIMER ON knop om het te bevestigen.
Het is handig om de timer in te stellen met TIMER ON/OFF knoppen alvorens vertrekt zodat u terugkomt naar een comfortabele kamertemperatuur. Naar TIMER ON TIMER ON knop kan worden gebruikt om op de ingestelde tijd automatisch inschakelen van het apparaat. Druk op TIMER ON, vervolgens "On 12:00" knippert op het LCD. Druk op UP of DOWN knop om de gewenste tijd op het apparaatte krijgen.Drukt u eenmaal op de UP of DOWN knop te om de tijdsinstelling te verhogen of te verlagen met 1 minuut.Houd de UP of DOWN knop gedurende 2 seconden ingedrukt om de tijdsinstelling met 10 minuten te verhogen of te verlagen.Houd de UP of DOWN knop voor langere tijd ingedrukt om de tijdsinstelling met 1 uur te verhogen of te verlagen.
OPMERKING: Het is de real-time controle. u moet eerst de klok instellen. Normale Geluidens Wanneer uw airconditioner normaal werkt, kunt u geluiden, zoals de volgende horen: Luchtverplaatsing van de ventilator. Klikken van de thermostaat cyclus. Trillingen of ruis als gevolg van slechte muur of raamconstructie. Een hoge gebrom toon of pulserend geluid veroorzaakt doorde moderne hoge-rendement compressor die in- uitschakeldvoor de cycling. Na uw gewenste tijd gedurende 5 seconden wordtweergegeven, zal de klok wordenweergegeven op de LCDof de afstandsbediening in plaats van de gewenste tijd. SWING Druk eenmaal op SWING om de vertical luchstroom te veranderen. Druk er nogmaals op om de luchtstroom lamellen te stoppen in de gewenste luchtstroom richting.Opmerking:De luchtstroom is automatisch aangepast aan een bepaalde hoek in overeenstemming met de bedieningsmodus nadat het apparaat is ingeschakeld.
De richting van de luchtstroom kan naar uw eigen behoeften worden ingesteld door op de SWING knop te drukken. Niet de verticale lamellen handmatig draaien, daar er anderestoringen kunnen optreden. Mocht dit voorkomen, eerst hetapparaat uitschakelen en dan de stroomtoevoer afsnijden,en vervolgens de stroomtoevoer weer inschakelen. SWING De Timer On annuleren Druk nogmaals op de TIMER ON, een "biep" kan worden gehoord en de indicator verdwijnt, de TIMER ON modus werd geannuleerd.OPMERKING: het is gelijk aan de ingestelde TIMER OFF, u kunt het apparaat automatisch uitschakelen op de ingestelde tijd. TIMER OFF
3. Druk KLOK knop opnieuw in en de echte tijd is ingesteld.
Gebruik van de Up en Down knoppen om de juiste tijd tekrijgen. Klokfunctie
U kunt of de real-time aanpassen door te drukken op deKLOK (CLOCK) knop CLOCK1.De stekker uit de airconditioner of ontkoppel destroomvoorziening.2. Verplaats de airconditioner naar een afvoer locatie of naarbuiten.OPMERKING: Om morsen van water uit de emmer tevoorkomen, verplaats de airconditioner langzaam en houd hetrecht.3. Verwijder de primaire afvoerkanaaldekking en plug.4. Het water volledig aftappen door de afvoer opening.OPMERKING: Als de airconditioner na gebruik wordt opgeslagen,zie “Opslaan na gebruik”.5. Installeert u de aftapplug opnieuw op de primaire aftapgat.6 Installeert u de primaire afvoerkanaaldekking opnieuw op de afvoer opening.7. Herpositioneer de airconditioner.8. Stekker van de airconditioner in het stopcontact of de stroomweer inschakelen.
Aftappen van de airconditioner A. Secundaire aftapplugB. Secundaire afvoerkanaaldekkingC. Primaire aftapplug WAARSCHUWING Excessieve belasting gevaarGebruik twee of meer mensen om de airconditioner te verplaatsen of te installeren. Als dit niet gebeurt kan dit resulteren in rug of ander letsel.
D. Primaire afvoerkanaaldekking Het reinigen van het luchtfilter A. Verdamper luchtinlaatfilter deurpaneel 1.Druk op ON/OFF om de airconditioner uit te schakelen.2. Open het filterpaneel aan de achterkant van de airconditioneren deze verwijderen.3. Verwijder het luchtfilter van het filter deurpaneel.4. Gebruik een stofzuiger om het filter schoon te maken. Als hetfilter erg verontreinigd is, was het filter in warm water met eenmild schoonmaakmiddel. OPMERKING: Het filter niet wassen inde vaatwasmachine en gebruik geen chemischereinigingsmiddelen.5. Lucht drogen van het filter volledig alvorens te vervangen omeen maximale efficiëntie te garanderen.6. Herbevestig het luchtfilter op het filter deurpaneel.7. Installeert u opnieuw het filter deurpaneel.8.Druk op ON/OFF om de airconditioner te starten. Het reinigen van de buitenkant 1. Druk op ON/OFF om de airconditioner uit te schakelen.2. Trek de stekker van de airconditioner uit het stopcontact ofschakel de stroom uit.3. Verwijder het luchtfilter en dezze afzonderlijk reinigen. Zie"reiningen van het luchtfilter ”.4. Afvegen van de buitenkant van de airconditioner met eenzachte, vochtige doek.5. Steek de stekker van de airconditioner in het stopcontact of destroom inschakelen.6. Druk op ON/OFF om de airconditioner te starten. Opslaan na gebruik 1.Het water volledig aftappen. Zie "aftappen van deAirconditioner ".2. Laat de airconditioner ingesteld op Alleen Ventilator voorongeveer12 uur draaien om de airconditioner droog te maken.3. Trek de stekker uit de airconditioner.4. Verwijder de flexibele afvoerslang en opslaan met deairconditioner in een schoon, droog gebied. Zie "installationInstructies ".5. Verwijder het raam pakket en deze opslaan met deairconditioner in een schoon en droog gebied. Zie " InstallationInstructions ".6. Verwijder het filter en reining. Zie Het reinigen van hetluchtfilter.7. Reinig de buitenkant van de airconditioner. Zie " Reining vande buitenkant ".8.Herinstalleer het filter.9. Verwijder de batterijen en bewaar de afstandsbediening metde airconditioner op een schone, droge ruimte.U probeert de airconditioner opnieuw snel in te schakelenna het uitschakelen van airconditioner.Wacht tenminste 3 minuten na het uitschakelen vanairconditioner voordat u de airconditioner opnieuw inschakelt.
PROBLEEMOPLOSSEN Voordat u de servicedienst belt, probeer dan de onderstaande suggesties te beoordelen of u het probleem zonder hulp van buitenaf kunt oplossen. Airconditioner functioneert niet
Elektrische schokkenSteek de stekker in een geaard 3-polige stopcontact.De aardpen niet verwijderen.Geen adapter gebruiken.Geen verlengsnoer gebruiken.Niet opvolgen van deze instructies kan leiden tot de dood, brand of een elektrische schok. WAARSCHUWING Het netsnoer is losgekoppeld. Steek de stekker in een geaard 3-polige stopcontact. Zie " elektrische vereisten.”
Tijdvertraging zekering of stroomonderbreker van de verkeerde capaciteit wordt gebruikt. Vervang met een tijdsvertraging zekering ofstroomonderbreker van de juiste capaciteit. Zie " elektrischevereisten”.
Een huishoudzekering is doorgebrand, of een stroomonderbreker is geactiveerd. Vervang de zekering of de stroomonderbreker resetten. Zie "elektrische vereisten”
De On/Off knop is niet ingedrukt. Druk op ON/OFF.
De lokale stroom is uitgeschakeld Wachten totdat de stroom wordt hersteld.. Airconditioner kan zekeringen doorbranden of circuit breakers activeren.
Er worden te veel apparaten worden op hetzelfde circuitgebruik.Trek de stekker eruit of verplaats apparaten die hetzelfde circuitdelen.
Airconditioner werkt voor slechts een korte tijd, maar de kamer is niet koel.
Ingestelde temperatuur ligt dicht bij kamertemperatuur.Lagere ingestelde temperatuur. Zie " Het gebruik van dewandairconditioner ”. De airconditioner is in een zwaar bezette kamer, ofwarmteproducerende apparaten zijn in de kamer ingebruik.Gebruik afzuigingventilatoren tijdens het koken of baden enprobeer warmteproducerende apparaten niet te gebruikentijdens het heetste deel van de dag. Wandairconditioners zijnontworpen als extra koeling aan de lokale gebieden binneneen kamer. Een hogere capaciteit airconditioner kan nodigzijn, afhankelijk van de grootte van de ruimte wat gekoeldmoet worden. De huidige airconditioner werd vervangen door een oudermodel.Het gebruik van efficiëntere componenten kan deairconditioner naar langere termijn dan een ouder model,maar het totale energieverbruik zal minder zijn. Nieuwereairconditioners stoten geen “ blazen” uit of koude lucht zoalsu gewend bent van oudere eenheden, maar dit is niet eenindicatie van minder koelcapaciteit en efficiëntie. Verwijzennaar de energie-efficiëntieklasse (EER) en nominalecapaciteit (in Btu/h) aangegeven op de airconditioner. Airconditioner lijkt teveel te draaien
Staat er een deur of raam open?Houd deuren en ramen gesloten. U heeft modi veranderd.Wacht tenminste 3 minuten na het uitschakelen vanairconditioner voordat u de airconditioner opnieuw inschakelt. Weergave foutcode
als het apparaat scherm foutcode E5 weergeeft, is deeenheid vol water en moet u het water aftappen, zie“Aftappen van de airconditioner”. Na het aftappen, kuntu het apparaat weer bedienen.als het apparaat scherm foutcode E1/E2/E3/E4/EA/Eaangeeft, neem dan contact op met de klantenservice. 6/E7Airconditioner draait, maar koelt niet
Het filter is vuil of geblokkeerd door verontreiniging. Reinig het filter.
Luchtuitlaat is geblokkeerd. Luchtuitlaat reinigen.
Ingestelde temperatuur is te hoog. Lagere ingestelde temperatuur.
Airconditioner cycli warden te veel in- en uitgeschakeld
De airconditioner is niet het juiste formaat voor uw kamer. Controleer de koeling mogelijkheden van uw wandairconditioner. Wandairconditioners zijn ontworpen als extra koeling aan de lokale gebieden binnen een kamer.
Het filter is vuil of geblokkeerd door verontreiniging. Reinig het filter.
Er is overmatige warmte of vocht open container keuken, douches, enz.) In de ruimte. Gebruik een ventilator om warmte en vocht uit de ruimte te verwijderen. Probeer warmteproducerende apparaten niet te gebruiken tijdens het heetste deel van de dag.
SimpelGids