DUC406 - Elektrische zaag MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DUC406 MAKITA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DUC406 MAKITA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektrische zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DUC406 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DUC406 van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING DUC406 MAKITA
| Model: DUC256 DUC306 DUC356 DUC406 DUC256C | ||||||
| Totale lengte (zonder zaagblad) 270 mm | ||||||
| Nominale spanning 36 V gelijkspanning | ||||||
| Nettogewicht *1 2,8 kg | ||||||
| *2 4,6 - 4,8 kg 4,7 - 4,9 kg | 4,8 - 5,0 kg 4,8 - 400 mm 250 mm | 5,1 kg 4,6 - 4,7 kg | ||||
| Standaard zaagbladlengte 250 mm 300 mm 350 mm | ||||||
| Aanbevolen zaagbladlengte | met 90PX / 91PX / M41 / M43 / 80TXL | 250 - 400 mm - | ||||
| met 25AP - | 250 mm | |||||
| Toepasselijk type zaagketting (raadpleeg de onderstaande tabel) | 90PX / 91PX / M41 / M43 / 80TXL | 25AP | ||||
| Kettingsnelheid | 0 - 20,6 m/s(0 - 1.240 m/min) | 0 - 20 m/s(0 - 1.200 m/min) | ||||
| Volume kettingolietank | 200 cm3 | |||||
- In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
• De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
*1: Het gewicht is exclusief de zaagketting, het zaagblad, de zaagbladschede, olie en de accu(s).
*2: De lichtste en zwaarste combinatie in gewicht volgens de EPTA-procedure 01/2014. Het gewicht kan verschillen afhankelijk van de hulpstukken, waaronder de accu('s).
Toepasselijke accu's en laders
| Accu | BL1830B / BL1840B / BL1850B / BL1860B |
| Lader | DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF / DC18SH / DC18WC |
- Sommige van de hierboven vermelde accu's en laders zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont.

WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu's en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik eenige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand.
Aanbevolen bekabelde voedingsbron
| Accuadapter | BAP182 |
- De hierboven vermelde bekabelde voedingsbron(nen) is/zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont.
• Alvorens de bekabelde voedingsbron te gebruiken, leest u de instructies en waarschuwingsopschriften erop.
Combinatie van zaagketting, zaagblad en kettingwiel
| Type zaagketting | 90PX / M41 | ||||
| Aantal kettingschakels | 40 | 46 | 52 | 56 | |
| Zaagblad | Lengte zaagblad | 250 mm | 300 mm | 350 mm | 400 mm |
| Zaaglengte | 23,8 cm | 29,4 cm | 35,0 cm | 38,7 cm | |
| Steek | 3/8" | ||||
| Maat | 1,1 mm | ||||
| Type | Tandwielzaagblad | ||||
| Kettingwiel | Aantal tanden | 6 | |||
| Steek | 3/8" | ||||
| Type zaagketting 91PX / M43 | |||||
| Aantal kettingschakels 40 46 52 56 | |||||
| Zaagblad Lengte zaagblad | 250 mm 300 mm 350 mm | 400 mm | |||
| Zaaglengte 23,8 cm 29,4 cm 35,0 cm 38,7 cm | |||||
| Steek 3/8" | |||||
| Maat 1,3 mm | |||||
| Type Tandwielzaagblad | |||||
| Kettingwiel Aantal tanden | 6 | ||||
| Steek 3/8" | |||||
| Type zaagketting 80TXL | |||||
| Aantal kettingschakels 46 51 59 64 | |||||
| Zaagblad Lengte zaagblad | 250 mm 300 mm 350 mm | 400 mm | |||
| Zaaglengte 24,4 cm 28,5 cm | 35,0 cm 38,4 cm | ||||
| Steek | 0,325" | ||||
| Maat 1,1 mm | |||||
| Type Tandwielzaagblad | |||||
| Kettingwiel Aantal tanden | 7 | ||||
| Steek | 0,325" | ||||
| Type zaagketting | 25AP | |
| Aantal kettingschakels | 60 | |
| Zaagblad Lengte zaagblad | 250 mm | |
| Zaaglengte | 25,3 cm | |
| Steek 1/4" | ||
| Maat 1,3 mm | ||
| Type Precisieblad | ||
| Kettingwiel Aantal tanden | 9 | |
| Steek 1/4" | ||
⚠ WAARSCHUWING: Gebruik de juiste combinatie van zaagblad, zaagketting en kettingwiel. Anders loopt u de kans op lichamelijk letsel.
Symbolen
Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken.






Lees de gebruiksaanwijzing.
Draag oogbescherming.
Draag gehoorbescherming.
Draag een veiligheidshelm, veiligheidsbril en gehoorbescherming.
Gebruik afdoende beschermingsmiddelen voor voet/been en hand/arm.

WAARSCHUWING - DEZE KETTINGZAAG IS UITSLUITEND BEDOELD VOOR GEBRUIK DOOR OPGELEIDE BOOMONDERHOUDSMEDEWER HET GEBRUIK ERVAN ZONDER OPLEIDING KAN LEIDEN TOT ER LETSEL.

Stel niet bloot aan vocht.

Maximaal toegestane zaaglengte

Gebruik altijd twee handen om de kettingzaag te bedienen.

Wees bedacht op terugslag van de kettingzaag en vermijd zagen met de punt van het zaagblad.

Draairichting van de ketting

Afstelling voor zaagkettingolie

Ni-MH Li-ion
Alleen voor EU-landen
Als gevolg van de aanwezigheid van schadelijke componenten in het apparaat, kunnen oude elektrische en elektronische apparaten, accu's en batterijen negatieve gevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen.
Gooi elektrische en elektronische apparaten en accu's niet met het huisvuil weg! In overeenstemming met de Europese richtlijn inzake oude elektrische en elektronische apparaten en inzake accu's en batterijen en oude accu's en batterijen, alsmede de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen oude elektrische apparaten, accu's en batterijen gescheiden te worden opgeslagen en te worden ingeleverd bij een apart inzamelingspunt voor huishoudelijk afval dat de milieubeschermingsvoorschriften in acht neemt.
Dit wordt op het apparaat aangegeven door het symbool van een doorgekruiste afvalcontainer.

Gegarandeerd geluidsvermogenniveau conform EU-richtlijn inzake geluidsemissie buitenhuis.

Geluidsvermogenniveau conform de Regelgeving Geluidsregeling van NSW, Australië
Gebruiksdoeleinden
Het gereedschap is bedoeld om takken te zagen en bomen te snoeien. Het is ook geschikt om bomen te onderhouden.
Geluidsniveau
De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN62841-1 en EN ISO 11681-2 al naar gelang van toepassing:
Model DUC256
Geluidsdrukniveau (LpA): 95 dB (A)
Geluidsvermogenniveau (LWA): 103 dB (A)
Onzekerheid (K): 3 dB (A)
Model DUC306
Geluidsdrukniveau (LpA): 95 dB (A)
Geluidsvermogenniveau (LWA): 103 dB (A)
Onzekerheid (K): 3 dB (A)
Model DUC356
Geluidsdrukniveau ( L_pA ): 95 dB (A)
Geluidsvermogenniveau (LWA): 103 dB (A)
Onzekerheid (K): 3 dB (A)
Model DUC406
Geluidsdrukniveau ( L_pA ): 95 dB (A)
Geluidsvermogenniveau (LWA): 103 dB (A)
Onzekerheid (K): 3 dB (A)
Model DUC256C
Geluidsdrukniveau (LpA): 95 dB (A)
Geluidsvermogenniveau (LWA): 103 dB (A)
Onzekerheid (K): 3 dB (A)
OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen.
OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.

WAARSCHUWING: Draag
gehoorbescherming.
⚠ WAARSCHUWING: De geluidsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt.
⚠ WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).
Trilling
De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) is gemeten volgens EN62841-1 en EN ISO 11681-2 al naar gelang van toepassing:
Model DUC256
Gebruikstoepassing: zagen van hout
Trillingsemissie (an,w): 3,6 m/s²
Onzekerheid (K): 1,5 m/s²
Model DUC306
Gebruikstoepassing: zagen van hout
Trillingsemissie ( a_n,w ): 3,6 m/s ^2
Onzekerheid (K): 1,5 m/s²
Model DUC356
Gebruikstoepassing: zagen van hout
Trillingsemissie (ah,w): 3,6 m/s²
Onzekerheid (K): 1,5 m/s²
Model DUC406
Gebruikstoepassing: zagen van hout
Trillingsemissie (ah,w): 3,6 m/s²
Onzekerheid (K): 1,5 m/s²
Model DUC256C
Gebruikstoepassing: zagen van hout
Trillingsemissie (ah,w): 2,8 m/s²
Onzekerheid (K): 1,5 m/s²
OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen.
OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.
⚠ WAARSCHUWING: De trillingsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt.
⚠ WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).
Verklaringen van conformiteit
Alleen voor Europese landen
De verklaringen van conformiteit zijn bijgevoegd in Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing.
Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap
⚠ WAARSCHUWING Lees alle veiligheidswaarschuwingen, instructies, afbeeldingen en technische gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als niet alle onderstaande instructies worden opgevolgd, kan dat leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel.
Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen.
De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoorschriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos).
Veiligheidswaarschuwingen voor een accukettingzaag
- Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting terwijl de kettingzaag in gebruik is. Alvorens de kettingzaag te starten, verzekert u zichzelf ervan dat de zaagketting niets raakt. In slechts een kort moment van onoplettendheid tijdens het gebruik van de kettingzaag kan uw kleding of lichaam in aanraking komen met de zaagketting.
- Houd de kettingzaag altijd met uw rechterhand vast aan de bovenhandgreep en met uw linkerhand aan de voorhandgreep. Houd de kettingzaag nooit vast met uw handen verwisseld, omdat
dan de kans op lichamelijk letsel groter is.
- Houd het elektrisch gereedschap alleen vast aan de geïsoleerde vlakken omdat de zaagketting met verborgen bedrading in aanraking kan komen. Wanneer de zaagketting in aanraking komt met onder spanning staande draden, zullen de niet-geïsoleerde metalen delen van het gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.
- Draag een veiligheidsbril en gehoorbescherming. Verdere veiligheidsmiddelen voor hoofd, handen, benen en voeten worden aanbevolen. Afdoende beschermende kleding verkleint de kans op lichamelijk letsel als gevolg van rondvliegend afval of onbedoeld contact van de zaagketting.
- Zorg altijd voor een stevige stand.
- Bij het afzagen van een tak die onder spanning staat, let u goed op eventuele terugslag. Wanneer de spanning in de houtvezels vrij komt, kan de onder spanning staande tak de gebruiker een terugslag geven en/of de controle over de kettingzaag doen verliezen.
- Wees uiterst voorzichtig bij het zagen van struiken en jonge boompjes. Het dunne materiaal kan zich vasthaken aan de zaagketting en naar u toe geslingerd worden of u uit balans brengen.
- Draag de kettingzaag aan de voorhandgreep terwijl deze uitgeschakeld is en van uw lichaam af gekeerd is. Bij het transporteren of opbergen van de kettingzaag moet altijd de schede om het zaagblad worden gedaan. Een juiste behandeling van de kettingzaag verkleint de kans op het per ongeluk aanraken van de bewegende zaagketting.
- Volg de instructies voor het smeren, ketting spannen en verwisselen van accessoires. Een verkeerd gespannen of gesmeerde zaagketting kan breken of de kans op terugslag verhogen.
- Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vetten. Met vet of olie bevuilde handgrepen zijn glad en leiden tot verlies van controle over de kettingzaag.
- Zaag uitsluitend hout. Gebruik de kettingzaag niet voor doeleinden waarvoor deze niet bedoeld is. Bijvoorbeeld: gebruik de kettingzaag niet om kunststof, steen of bouwmaterialen anders dan hout te zagen. Het gebruik van de kettingzaag voor andere werkzaamheden dan waarvoor deze bedoeld is, kan leiden tot gevaarlijke situaties.
- Oorzaken van terugslag en wat de gebruiker hieraan kan doen:
Terugslag kan optreden wanneer de neus of voorrand van het zaagblad een voorwerp raakt, of wanneer het hout zich sluit en de zaagketting in de zaagsnede vastklemt. Zagen met alleen de punt van het zaagblad kan een plotselinge, omgekeerde reactie veroorzaken waardoor het zaagblad omhoog geworpen wordt in de richting van de gebruiker. Het beknellen van de zaagketting langs de bovenrand van het zaagblad kan het zaagblad snel terugwerpen in de richting van de gebruiker. Deze beide reacties kunnen ertoe leiden dat u de controle over de kettingzaag verliest waardoor ernstig lichamelijk letsel kan ontstaan. Wees niet afhankelijk van alleen de veiligheidsvoorzieningen
die in uw kettingzaag zijn ingebouwd. Als gebruiker van de kettingzaag moet u meerdere stappen ondernemen om ervoor te zorgen dat uw zaagwerkzaamheden zonder ongelukken of letsel verlopen.
Terugslag is het gevolg van misbruik van het gereedschap en/of onjuiste gebruiksprocedures of -omstandigheden, en kan worden voorkomen door de juiste voorzorgsmaatregelen te treffen, zoals hieronder vermeld:
- Houd de kettingzaag stevig met beide handen vast, met uw duimen en vingers rondom de handgrepen van de kettingzaag, en positioneer uw lichaam en armen zodanig dat u een eventuele terugslag kan opvangen. De kracht van een terugslag kan worden opgevangen door de gebruiker mits de juiste voorzorgsmaatregelen zijn getroffen. Laat de kettingzaag nooit los.
▶ Fig.1
- Reik niet te ver en zaag nooit boven schouderhoogte. Dit helpt te voorkomen dat de punt van het zaagblad per ongeluk iets raakt en biedt een betere controle over de kettingzaag in onverwachte situaties.
- Gebruik bij het vervangen van het zaagblad of de zaagketting uitsluitend onderdelen die zijn opgegeven door de fabrikant. Vervanging door een verkeerd zaagblad of zaagketting kan ertoe leiden dat de zaagketting breekt en/of het zaagblad terugslaat.
- Volg de instructies van de fabrikant over het slijpen en onderhouden van de zaagketting. Het verlagen van de hoogte van de dieptevoeler kan leiden tot meer terugslag.
-
Alvorens met het werk te beginnen, controleert u of de kettingzaag zich in goede werkende staat bevindt, en dat deze voldoet aan de veiligheidsregels. Controleer met name of:
-
De kettingrem goed werkt;
- De uitlooprem goed werkt;
- Het zaagblad en de afdekking van het kettingwiel goed zijn gemonteerd;
-
De ketting is geslepen en gespannen overeenkomstig de regels.
-
Start de kettingzaag niet terwijl de schede om het zaagblad is geplaatst. Als de kettingzaag wordt gestart terwijl de schede om het zaagblad is geplaatst, kan de schede naar voren worden weggeworpen, waardoor lichamelijk letsel en materiële schade aan voorwerpen in de buurt van de operator kan worden veroorzaakt.
Aanvullende veiligheidswaarschuwingen:
-
Bij gebruik van het gereedschap met de accuadapter, bent u voorzichtig tijdens gebruik niet over de kabel te struikelen.
-
Bij gebruik van het gereedschap met de accuadapter, houdt u de kabel tijdens gebruik uit de buurt van obstakels, zoals een werkstuk en takken. Als de kabel vast blijft haken achter obstakels, kan ernstig letsel worden veroorzaakt.
-
Houd omstanders en dieren uit de buurt van het werkgebied tijdens het gebruik van de
kettingzaag.
Veiligheidswaarschuwingen specifiek voor kettingzagen met een bovenhandgreep
-
Deze kettingzaag is speciaal ontworpen voor boomverzorging en boomchirurgie. De kettingzaag is bedoeld om te worden gebruikt door goed opgeleide personen. Houd u aan alle instructies, procedures en aanbevelingen van de betreffende brancheorganisatie. Anders kunnen zich fatale ongevallen voordoen. Wij adviseren u altijd een hoogwerker (telescoophoogwerker, schaarhoogwerker) te gebruiken voor het zagen in bomen. Abseiltechnieken zijn extreem gevaarlijk en vereisen speciale training. De gebruikers moeten opgeleid worden om bekend te raken met het gebruik van veiligheidsuitrusting en klimtechnieken. Gebruik altijd de toepasselijke riemen, touwen en karabijnhaken wanneer u in een boom werkt. Gebruik altijd valpreventiemiddelen voor zowel de gebruiker als de zaag.
-
Alvorens het gereedschap op te slaan, voert u reinigings- en onderhoudswerkzaamheden uit in overeenstemming met de gebruiksaanwijzing.
-
Verzeker u ervan dat tijdens vervoer in een auto de kettingzaag op een veilige plaats staat om morsen van brandstof of kettingolie, beschadiging van het gereedschap en persoonlijk letsel te voorkomen.
-
Controleer regelmatig de werking van de kettingrem. Deze handeling verlaagt het risico van letsel in geval van een terugslag.
-
Vul geen kettingolie bij in de buurt van vuur. Rook niet wanneer u kettingolie bijvult.
-
Het gebruik van de kettingzaag kan landelijk gereglementeerd zijn.
-
Nadat tegen het gereedschap is gestoten of het is gevallen, controleert u de staat van het gereedschap voordat u de werkzaamheden hervat. Controleer de bedieningselementen en veiligheidsvoorzieningen op een juiste werking. Als enige beschadiging zichtbaar is of u twijfelt, vraagt u ons erkende servicecentrum om inspectie en reparatie.
-
Activeer altijd de kettingrem voordat u de kettingzaag start.
-
Houd de zaag stevig op zijn plaats om te voorkomen dat de zaag wegspringt (zijwaarts verplaatst) of stuitert wanneer een snede wordt gestart.
-
Wees aan het einde van de snede voorzichtig uw evenwicht te bewaren vanwege het 'doorvallen'.
-
Houd rekening met de windrichting en -snelheid. Voorkom zaagsel en kettingoliemist.
Beschermingsmiddelen
- Om letsels aan hoofd, ogen, handen of voeten te voorkomen en om uw gehoor te beschermen, moeten de volgende beschermingsmiddelen worden gebruikt tijdens het werken met de kettingzaag:
— Het type kleding moet geschikt zijn, d.w.z. deze moet nauwsluitend zijn zonder u te hinderen. Draag geen juwelen of kleding die zich kunnen vasthaken aan struiken en takken. Als u lang haar hebt, moet u een haarnetje gebruiken!
— Het is noodzakelijk een veiligheidshelm te dragen wanneer u met de kettingzaag werkt. U moet de veiligheidshelm regelmatig controleren op beschadigingen en deze na uiterlijk 5 jaar vervangen. Gebruik alleen goedgekeurde veiligheidshelmen.
— Het spatscherm van de veiligheidshelm (of de veiligheidsbril) beschermt u tegen zaagsel en houtsnippers. Draag tijdens het gebruik van de kettingzaag altijd een veiligheidsbril of een spatscherm om oogletsel te voorkomen.
— Draag geschikte geluidsbeschermingsmiddelen (oorkappen, oordopjes, enz.).
— De veiligheidsjas bestaat uit van 22 lagen nylon en beschermt de gebruiker tegen sneden. Deze moet altijd worden gedragen tijdens het werken op een hoogwerker (tele-scoophoogwerker, schaarhoogwerker), op een platform bevestigd aan ladders, of bij het klimmen met touwen.
— De veiligheidsoverall bestaat uit nylonmateriaal van 22 lagen en beschermt u tegen sneden. Wij raden het gebruik ervan sterk aan.
— Veiligheidshandschoenen gemaakt van dik leer maken deel uit van de voorgeschreven uitrusting en moeten altijd worden gedragen tijdens het gebruik van de kettingzaag.
— Tijdens het gebruik van de kettingzaag moet u altijd lage of hoge veiligheidsschoenen met antislipzolen, stalen neus en beenbescherming dragen. Veiligheidsschoenen die zijn voorzien van een beschermende laag bieden bescherming tegen sneden en zorgen ervoor dat u stevig staat. Voor het werken in bomen moeten de veiligheids-schoenen geschikt zijn voor klimtechnieken.
Trillingen
- Personen met een slechte bloedsomloop die worden blootgesteld aan sterke trillingen, kunnen verwondingen aan bloedvaten of het zenuwstelsel oplopen. Trillingen kunnen de volgende symptomen veroorzaken in de vingers, handen of polsen: "Slapen" (gevoelloosheid), tintelen, pijn, stekend gevoel, veranderen van huidskleur of van de huid. Als een van deze symptomen zich voordoet, raadpleegt u uw huisarts! Om de kans op deze 'witte-vingerziekte' te verkleinen, houdt u uw handen warm tijdens het werk en onderhoudt u het gereedschap en de accessoires goed.
BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN.
⚠ WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreffende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstig letsel.
Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu
- Lees alle voorschriften en waarschuwingen op (1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.
- Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
- Als de gebruikstijd van een opgeladen accu aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brandwonden en zelfs een ontploffing veroorzaken.
- Als elektrolyt in uw ogen is terechtgekomen, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.
- Voorkom kortsluiting van de accu:
(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal.
(2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spijkers, munten e.d. worden bewaard.
(3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brandwonden, en zelfs defecten.
-
Bewaar en gebruik het gereedschap en de accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.
-
Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wanneer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontploffen in het vuur.
- Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in, snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp. Dergelijke handelingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
- Gebruik nooit een beschadigde accu.
- De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoffen.
Voor commercieel transport en dergelijke door derden en transporteurs moeten speciale vereisten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd.
Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerd is het noodzakelijk een expert op het gebied van gevaarlijke stoffen te raadplegen. Houd u tevens aan mogelijk strengere nationale regelgeving.
Blootliggende contactpunten moeten worden
afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.
- Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.
- Gebruik de accu's uitsluitend met de gereedschappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu's worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, buitensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.
- Als u het gereedschap gedurende een lange tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.
- Tijdens en na gebruik, kan de accu heet worden waardoor brandwonden of koude brandwonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.
- Raak de aansluitpunten van het gereedschap niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.
- Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waar- door brandwonden of persoonlijk letsel kunnen ontstaan.
- Behalve indien gebruik van het gereedschap is toegestaan in de buurt van
hoogspanningsleidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.
- Houd de accu uit de buurt van kinderen.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.
LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu's. Het gebruik van niet-originele accu's, of accu's die zijn gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand, persoonlijk letsel en schade veroorzaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita.
Tips voor een maximale levensduur van de accu
- Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.
- Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.
- Laad de accu op bij een omgevingstemperatuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.
- Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u hem vanaf het gereedschap of de lader.
- Laad de accu op als u deze gedurende een lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.
BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN
▶ Fig.2
| 1 | Accu-indicatorlampje | 2 | Testknop | 3 | Trekkerschakelaar |
| 4 | Bovenhandgreep | 5 | Uit-vergrendelknop | 6 | Beschermkap van de voorhandgreep |
| 7 | Zaagblad | 8 | Zaagketting | 9 | Kettingvanger |
| 10 | Bevestigingsmoer | 11 | Stelschroef voor de zaagketting | 12 | Accu |
| 13 | Bedrijfslampje | 14 | Functie-indicator | 15 | Hoofdschakelaar |
| 16 | Dop | 17 | Stelschroef (voor oliepomp) | 18 | Karabijnhaak |
| 19 | Voorhandgreep | 20 | Olietankdop | 21 | Getande kam |
| 22 | Zaagbladschede | - | - | - | - |
BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES
ALET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren.
De accu aanbrengen en verwijderen
ALET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert.
ALET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijk letsel worden veroorzaakt.
Om de accu aan te brengen lijnt u de lip op de accu uit met de groef in de behuizing en duwt u de accu op zijn plaats. Steek de accu zo ver mogelijk in het gereedschap tot u een klikgeluid hoort. Wanneer het rode deel zichtbaar is, zoals aangegeven in de afbeelding, is de accu niet geheel vergrendeld.
Om de accu te verwijderen verschuift u de knop aan de voorkant van de accu en schuift u tegelijkertijd de accu uit het gereedschap.
▶ Fig.3: 1. Rood deel 2. Knop 3. Accu
ALET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden.
⚠ LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Als de accu niet gemakkelijk in het gereedschap kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht.
De resterende acculading controleren
▶ Fig.4: 1. Accu-indicatorlampje 2. Testknop
Druk op de testknop om de resterende acculadingen te zien. De accu-indicatorlampjes geven per accu de resterende acculading aan.
| Toestand van accu-indicator Resterende | acculading | ||
| Aan Uit | Knippert | ||
![]() | 50% tot 100% | ||
![]() | 20% tot 50% | ||
![]() | 0% tot 20% | ||
![]() | Laad de accu op. | ||
De resterende acculading controleren
Alleen voor accu's met indicatorlampjes
Druk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien. De indicatorlampjes branden gedurende enkele seconden.
▶ Fig.5: 1. Indicatorlampjes 2. Testknop
| Indicatorlampjes Resterende | acculading | ||
![]() | / | ||
| Brandt Uit Knippert | |||
![]() | 75% tot 100% | ||
![]() | 50% tot 75% | ||
![]() | 25% tot 50% | ||
![]() | 0% tot 25% | ||
![]() | Laad de accu op. | ||
• ![]() | Er kan een storing zijn opgetreden in de accu. | ||
OPMERKING: Afhankelijk van de gebruiksomstandigheden en de omgevingstemperatuur, is het mogelijk dat de aangegeven acculading verschilt van de werkelijke acculading.
OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator-lampje knippert wanneer het accubeveiligingssysteem in werking is getreden.
Gereedschap-/accubeveiligingssysteem
Het gereedschap is voorzien van een gereedschap-/accubeveiligingssysteem. Dit systeem schakelt automatisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschap kan tijdens het gebruik automatisch stoppen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld:
Overbelastingsbeveiliging
Als de accu wordt gebruikt op een manier waardoor een abnormaal hoge stroom wordt getrokken, stopt het gereedschap automatisch en knippert het bedrijfslampje groen. In dat geval schakelt u het gereedschap uit en stopt u met het gebruik waardoor het gereedschap overbelast raakte. Schakel daarna het gereedschap in om verder te gaan.
Oververhittingsbeveiliging
Wanneer het gereedschap of de accu oververhit is, stopt het gereedschap automatisch en gaat het bedrijfslampje rood branden. In dat geval laat u het gereedschap en de accu afkoelen voordat u het gereedschap
opnieuw inschakelt.
OPMERKING: In een omgeving met een hoge temperatuur treedt de oververhittingsbeveiliging sneller in werking waardoor het gereedschap automatisch stopt.
Beveiliging tegen te ver ontladen
Als de acculading onvoldoende is, stopt het gereedschap automatisch en knippert het bedrijfslampje rood. In dat geval verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en laadt u de accu op.
Hoofdschakelaar
⚠ WAARSCHUWING: Zet altijd de hoofdschakelaar uit indien niet in gebruik.
Om het gereedschap in te schakelen, drukt u op de hoofdschakelaar totdat het bedrijfslampje groen brandt. Om uit te schakelen, drukt u opnieuw op de hoofdschakelaar.
▶ Fig.6: 1. Bedrijfslampje 2. Functie-indicator 3. Hoofdschakelaar
OPMERKING: Het bedrijfslampje knippert groen als de trekkerschakelaar wordt ingeknepen bij omstandigheden waaronder bediening onmogelijk is. De lamp knippert onder een van de volgende omstandigheden.
- Wanneer u de hoofdschakelaar inschakelt terwijl u de uit-vergrendelknop ingedrukt houdt en de trekkerschakelaar ingeknepen houdt.
- Wanneer u de trekkerschakelaar inknijpt terwijl de kettingrem is geactiveerd.
- Wanneer u de kettingrem los zet terwijl u de uit-vergrendelknop ingedrukt houdt en de trekkerschakelaar ingeknepen houdt.
OPMERKING: Dit gereedschap maakt gebruik van de automatische uitschakelfunctie. Om onbedoeld starten te voorkomen, wordt de hoofdschakelaar automatisch uitgeschakeld wanneer de trekkerschakelaar niet is ingeknepen gedurende een bepaalde tijdsduur nadat de hoofdschakelaar is ingeschakeld.
U kunt het gereedschap gebruiken in de koppelboostfunctie voor het zagen van dikke of harde takken. Om het gereedschap in de koppelboostfunctie te gebruiken, drukt u, terwijl het gereedschap is uitgeschakeld, gedurende enkele seconden op de hoofdschakelaar totdat de functie-indicator groen brandt.
OPMERKING: In de koppelboostfunctie kunt u het gereedschap gedurende 60 seconden gebruiken. Afhankelijk van de gebruiksomstandigheden, kan deze functie omschakelen naar de normale functie in minder dan 60 seconden.
OPMERKING: Als de functie-indicator groen knippert wanneer u gedurende enkele seconden op de hoofdschakelaar drukt, is de koppelboostfunctie niet beschikbaar. Volg in dat geval de onderstaande stappen.
- De koppelboostfunctie is niet beschikbaar onmiddellijk na het zagen. Wacht langer dan 10 seconden en druk daarna opnieuw gedurende enkele seconden op de hoofdschakelaar.
- Als u de koppelboostfunctie meerdere keren gebruikt, wordt het gebruik van de koppelboostfunctie beperkt om de accu te beschermen. Als de koppelboostfunctie niet beschikbaar is nadat u langer dan 10 seconden hebt gewacht, vervangt u de accu door een volledig opgeladen accu, of laadt u de accu op.
OPMERKING: Als het bedrijfslampje rood brandt, of rood of groen knippert, raadpleegt u de instructies voor het gereedschap-/accubeveiligingssysteem.
De trekkerschakelaar gebruiken
⚠ WAARSCHUWING: Voor uw veiligheid is dit gereedschap uitgerust met een uit-vergren-delknop die voorkomt dat het gereedschap onbedoeld start. Gebruik het gereedschap NOOIT wanneer het start door alleen de trekkerschake-laar in te knijpen zonder de uit-vergrendelknop in te drukken. Stuur het gereedschap naar ons erkende servicecentrum voor deugdelijke reparatie ZONDER het verder te gebruiken.
⚠ WAARSCHUWING: U mag NOOIT het doel of de werking van de uit-vergrendelknop teniet doen of deze vastplakken.
⚠ LET OP: Alvorens de accu in het gereedschap te plaatsen, moet u altijd controleren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand "OFF".
KENNISGEVING: Knijp de trekkerschakelaar niet hard in zonder de uit-vergrendelknop in te drukken. Hierdoor kan de schakelaar kapot gaan.
Om te voorkomen dat de trekkerschakelaar per ongeluk wordt bediend, is een uit-vergrendelknop aangebracht. Om het gereedschap te starten, houdt u de uit-vergren-delknop ingedrukt en knijpt u de trekkerschakelaar in. De snelheid van het gereedschap neemt toe naarmate u meer druk uitoefent op de trekkerschakelaar. Laat de trekkerschakelaar los om te stoppen.
▶ Fig.7: 1. Trekkerschakelaar 2. Uit-vergrendelknop
De kettingrem controleren
ALET OP: Houd de kettingzaag met beide handen vast wanneer u hem inschakelt. Houd de bovenhandgreep met uw rechterhand vast en de voorhandgreep met uw linkerhand. Het zaagblad en de zaagketting mogen geen enkel voorwerp raken.
ALET OP: Als de zaagketting niet onmiddellijk tot stilstand komt wanneer deze controle wordt uitgevoerd, mag de kettingzaag onder geen beding worden gebruikt. Neem contact op met ons erkende servicecentrum.
- Druk eerst de uit-vergrendelknop in en knijp daarna de trekkerschakelaar in. De zaagketting begint onmiddellijk te draaien.
- Duw de beschermkap van de voorhandgreep naar voren met de rug van uw hand. Verzeker u ervan dat de zaagketting onmiddellijk tot stilstand komt.
▶ Fig.8: 1. Beschermkap van de voorhandgreep 2. Vrij gezette stand 3. Vergrendelde stand
De uitlooprem controleren
ALET OP: Als de zaagketting bij deze controle niet binnen twee seconden tot stilstand komt, stopt u met het gebruik van de kettingzaag en neemt u contact op met ons erkende servicecentrum.
Laat de kettingzaag draaien en laat daarna de trekkerschakelaar helemaal los. De zaagketting moet binnen twee seconden tot stilstand komen.
De kettingsmering afstellen
U kunt de toevoersnelheid van de oliepomp afstellen met de stelschroef met behulp van de universele sleutel. De hoeveelheid olie kan in 3 standen worden afgesteld. Open de dop om de stelschroef te draaien.
▶ Fig.9: 1. Dop 2. Stelschroef
Karabijnhaak (bevestigingspunt voor een touw)
U kun het gereedschap laten hangen door een touw vast te knopen aan de karabijnhaak. Trek de karabijn-haak omhoog en knoop er daarna een touw aan vast.
▶ Fig.10: 1. Karabijnhaak
Getande kam
Het gereedschap is standaard uitgerust met een getande kam. Als u de getande kam wilt vervangen, neemt u contact op met een erkend Makita-servicecentrum.
Zet tijdens het zagen de getande kam tegen de stam en gebruik hem als een scharnierpunt.
Elektronische functies
Het gereedschap is uitgerust met elektronische functies voor een eenvoudige bediening.
- Constant-toerentalregeling De toerentalregelfunctie zorgt voor een constant toerental ongeacht de belastingsomstandigheden.
MONTAGE
ALET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren.
LET OP: Raak de zaagketting niet met blote handen aan. Draag altijd handschoenen wanneer u de zaagketting hanteert.
De zaagketting aanbrengen of verwijderen
A LET OP: De zaagketting en het zaagblad zijn kort na gebruik nog heet. Laat ze eerst afkoelen, voordat u enige werkzaamheden aan het gereedschap uitvoert.
ALET OP: Voer de procedure voor het aanbrengen of verwijderen van de zaagketting uit in een schone omgeving, vrij van zaagsel en dergelijke.
Om de zaagketting aan te brengen, gaat u als volgt te werk:
- Controleer de richting van de zaagketting. Zorg ervoor dat de richting van de zaagketting hetzelfde is als die van de markering op het kettingzaaghuis.
- Leg één kant van de zaagketting op de bovenkant van het zaagblad.
- Leg de andere kant van de zaagketting rond het kettingwiel, en bevestig daarna het zaagblad aan het kettingzaaghuis, waarbij het gat in het zaagblad moet zijn uitgelijnd met de pen op het kettingzaaghuis.
- Steek het uitsteeksel en de pen op de afdekking van het kettingwiel in het kettingzaaghuis, en sluit daarna de afdekking zodat de bout en pen op het kettingzaaghuis op hun plaats in de afdekking vallen.
▶ Fig.12: 1. Uitsteeksel 2. Afdekking van het ketting-wiel 3. Bout 4. Pen - Draai de bevestigingsmoer vast om de afdekking van het kettingwiel vast te zetten, en draai hem daarna iets los om de spanning te kunnen afstellen.
(Zie de tekst onder "De kettingspanning afstellen" voor de procedure.)
▶ Fig.13: 1. Bevestigingsmoer
Om de zaagketting te verwijderen, gaat u als volgt te werk:
- Zet de kettingrem los door aan de beschermkap van de voorhandgreep te trekken.
- Draai de stelschroef voor de zaagketting los en draai daarna de bevestigingsmoer los.
▶ Fig.14: 1. Stelschroef voor de zaagketting 2. Bevestigingsmoer
- Verwijder de afdekking van het kettingwiel en
verwijder daarna de zaagketting en het zaagblad vanaf de kettingzaag.
De kettingspanning afstellen
ALET OP: Span de zaagketting niet te strak. Bij een buitensporig hoge spanning op de zaagketting kan de zaagketting breken en het zaagblad slijten.
ALET OP: Een zaagketting die te los zit kan van het zaagblad af springen en een ongeluk met letsel veroorzaken.
De zaagketting kan na vele gebruiksuren los gaan zitten. Controleer regelmatig de kettingspanning vóór gebruik.
- Zet de kettingrem los door aan de beschermkap van de voorhandgreep te trekken.
- Draai de bevestigingsmoer iets los om de afdekking van het kettingwiel iets los te maken.
▶ Fig.15: 1. Bevestigingsmoer
- Til het uiteinde van het zaagblad iets omhoog en stel de kettingspanning af. Draai de stelschroef voor de zaagketting rechtsom om de zaagketting strakker te zetten en linksom om hem losser te zetten.
Voor kettingmes 90PX / 91PX / M41 / M43 / 80TXL:
Zet de zaagketting strakker totdat de onderkant van de zaagketting in de zaagbladrail past zoals afgebeeld.
▶ Fig.16: 1. Zaagblad 2. Zaagketting 3. Stelschroef voor de zaagketting
Voor kettingmes 25AP:
Zet de zaagketting strak zodat de opening tussen het midden van de onderrand van het zaagblad en de zaagketting ongeveer 1 mm tot 2 mm is.
4. Houd het zaagblad licht vast en zet de afdekking van het kettingwiel vast.
Voor kettingmes 90PX / 91PX / M41 / M43 / 80TXL:
Zorg ervoor dat de zaagketting aan de onderrand van het zaagblad niet los hangt.
Voor kettingmes 25AP:
Verzeker u ervan dat de opening tussen het midden van de onderrand van het zaagblad en de zaagketting ongeveer 1 mm tot 2 mm is.
- Draai de bevestigingsmoer vast om de afdekking van het kettingwiel vast te maken.
▶ Fig.17: 1. Bevestigingsmoer
BEDIENING
Smering
De zaagketting wordt automatisch gesmeerd tijdens het gebruik van het gereedschap. Controleer regelmatig hoeveel olie er nog in de olietank zit door het oliepeilglas.
Om de olietank bij te vullen, legt u de kettingzaag op zijn zijkant, duwt u op de olietankdop en verwijdert u de olietankdop. De correcte hoeveelheid olie is 200 ml. Draai na het bijvullen van de olietank altijd de
olietankdop stevig erop.
▶ Fig.18: 1. Olietankdop 2. Oliepeilglas
Houd na het bijvullen de kettingzaag uit de buurt van de boom. Start de kettingzaag en wacht tot de zaagketting voldoende gesmeerd is.
▶ Fig.19
KENNISGEVING: Wanneer u voor het eerst kettingolie bijvult, of de olietank bijvult nadat deze geheel leeg is geraakt, vult u olie bij tot aan de onderrand van de vulnek. Anders kan de olie-toevoer gehinderd worden.
KENNISGEVING: Gebruik zaagkettingolie exclusief voor Makita-kettingzagen of een in de winkel verkrijgbare gelijkwaardige kettingolie.
KENNISGEVING: Gebruik nooit olie die is verontreinigd met vuil- en stofdeeltjes of vluchtige olie.
KENNISGEVING: Gebruik botanische olie voor het snoeien van bomen. Minerale olie kan schadelijk zijn voor bomen.
KENNISGEVING: Voordat u begint te zagen, controleert u of de bijgeleverde olietankdop erop is gedraaid.
WERKEN MET DE KETTINGZAAG
⚠ LET OP: Houd alle delen van uw lichaam uit de buurt van de zaagketting wanneer de motor draait.
LET OP: Houd de kettingzaag stevig vast met beide handen wanneer de motor draait.
LET OP: Reik niet te ver. Zorg ervoor dat u altijd stevige steun voor de voeten hebt en uw evenwicht behoudt.
KENNISGEVING: Gooi nooit met het gereedschap en laat het niet vallen.
KENNISGEVING: Dek de luchtuitstroomopeningen van het gereedschap niet af.
Bomen snoeien
Plaats het kettingzaaghuis tegen de af te zagen tak voordat u hem inschakelt. Anders kan het zaagblad gaan wiebelen en de gebruiker verwonden. Zaag het hout door de kettingzaag met behulp van zijn eigen gewicht omlaag te bewegen.
▶ Fig.20
Als u niet in één keer door het hout kunt zagen: Oefen lichte druk uit op de handgreep, blijf zagen en trek de kettingzaag een stukje terug.
▶ Fig.21
Als u dikke takken doorzaagt, maakt u eerst een ondiepe zaagsnede aan de onderkant en maakt u vervolgens de definitieve zaagsnede vanaf de bovenkant.
▶ Fig.22
Als u een dikke tak vanaf de onderkant probeert door te zagen, kan de tak tijdens het zagen doorbuigen en de zaagketting beknellen. Als u een dikke tak vanaf de bovenkant probeert door te zagen zonder een ondiepe
snede aan de onderkant, kan de tak splinteren.
▶ Fig.23
Het gereedschap dragen
Alvorens het gereedschap te dragen, trekt u altijd de kettingrem aan en haalt u de accu's van het gereedschap af. Breng vervolgens de zaagbladschede aan. Plaats ook het accudeksel op de accu.
▶ Fig.24: 1. Zaagbladschede 2. Accudeksel
ONDERHOUD
ALET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie.
ALET OP: Draag bij inspectie- of onderhoudswerkzaamheden altijd handschoenen.
KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was-benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt.
Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen.
De zaagketting slijpen
Slijp de zaagketting als:
- Poederachtig zaagsel wordt geproduceerd tijdens het zagen van vochtig hout;
- De zaagketting moeizaam in het hout binnendringt, zelfs wanneer hoge druk wordt uitgeoefend;
- De zaagsnijrand duidelijk beschadigd is;
- De kettingzaag naar links of rechts trekt in het hout. (veroorzaakt door een ongelijkmatige scherpte van de zaagketting, of een beschadiging aan slechts een kant)
Slijp de zaagketting veelvuldig, maar iedere keer slechts weinig. Twee of drie bewegingen met een vijl zijn doorgaans voldoende voor regelmatig bijslijpen. Als de zaagketting meerdere malen is bijgeslepen, laat u deze een keer slijpen door een in ons erkende servicecentrum.
Criteria bij het slijpen:
⚠ WAARSCHUWING: Een buitensporige afstand tussen de zaagsnijrand en de dieptevoeler vergroot de kans op terugslag.
▶ Fig.25: 1. Lengte van het mes 2. Afstand tussen de zaagsnijrand en de dieptevoeler 3. Minimumlengte van het mes (3 mm)
— Alle messen moeten gelijk van lengte zijn. Door een verschillende lengten van messen kan de zaagketting niet gelijkmatig lopen en kan de zaagketting breken.
— Slijp de zaagketting niet verder als de lengte van de messen 3 mm of korter is. De zaagketting moet worden vervangen door een nieuwe.
— De dikte van spaanders wordt bepaald door de afstand tussen de zaagsnijrand en de dieptevoeler (ronde neus).
— De beste zaagresultaten verkrijgt u met de volgende afstand tussen de zaagsnijrand en de dieptevoeler.
- Kettingmes 90PX / 91PX / M41 / M43 / 80TXL / 25AP: 0,65 mm
▶ Fig.26
— De slijphoek van 30° moet voor alle messen gelijk zijn. Bij verschillende slijphoeken zal de zaagketting ruw en ongelijkmatig lopen, de slijtage toenemen en de zaagketting kunnen breken.
— Gebruik een geschikte ronde vijl tegen de tanden zodat een correcte slijphoek behouden blijft.
- Kettingmes 90PX / 91PX / M41 / M43 / 80TXL / 25AP: 55°
Vijl en vijlbeweging
— Gebruik een speciale ronde zaagkettingvijl (optioneel accessoire) voor het slijpen van de ketting. Een gewone ronde vijl is niet geschikt.
— De doorsnede van de ronde vijl voor elke zaagketting is als volgt:
• Kettingmes 90PX: 4,5 mm
- Kettingmes 91PX / M41 / M43 / 80TXL / 25AP: 4,0 mm
— De vijl mag het mes alleen in voorwaartse richting raken. Haal de vijl van het mes voor de terugwaartse beweging.
— Slijp eerst het kortste mes. De lengte van dit mes wordt dan de maatstaf voor alle andere messen op de zaagketting.
— Beweeg de vijl zoals aangegeven in de afbeelding.
— De vijl kan gemakkelijker worden bewogen als een vijlhouder (optioneel accessoire) wordt gebruikt. Op de vijlhouder staan merktekens voor de juiste slijphoek van 30° (lijn de merktekens parallel uit met de zaagketting) en beperkt de diepte waartoe de vijl doordringt (tot 4/5 van de vijldiameter).
— Nadat de zaagketting is geslepen, controleert u de hoogte van de dieptevoeler met behulp van het kettingmeetgereedschap (optioneel accessoire).
▶ Fig.29
— Verwijder eventueel uitstekend materiaal, ongeacht hoe klein, met een speciale vlakke vijl (optioneel accessoire).
— Maak de voorkant van de dieptevoeler weer rond.
Het zaagblad schoonmaken
Spaanders en zaagsel zullen zich in de groef van het zaagblad ophopen. Deze kunnen de groef verstoppen en de oliestroom belemmeren. Verwijder de spaanders en het zaagsel elke keer wanneer u de zaagketting slijpt of vervangt.
▶ Fig.30
De afdekking van het kettingwiel schoonmaken
Spaanders en zaagsel zullen zich binnenin de afdekking van het kettingwiel ophopen. Verwijder de afdekking van het kettingwiel en de zaagketting vanaf het gereedschap, en verwijder vervolgens de spaanders en het zaagsel.
▶ Fig.31
De olie-uitstroomopening schoonmaken
Kleine vuil- of stofdeeltjes kunnen zich tijdens gebruik ophopen in de olie-uitstroomopening. Deze vuil- of stofdeeltjes kunnen het uitstromen van de olie belemmeren waardoor de hele zaagketting onvoldoende wordt gesmeerd. Wanneer onvoldoende toevoer van kettingolie optreedt aan het uiteinde van het zaagblad, maakt u de olie-uitstroomopening als volgt schoon.
- Verwijder de afdekking van het kettingwiel en de zaagketting vanaf het gereedschap.
- Verwijder de kleine vuil- of stofdeeltjes met een platkopschroevendraaier of iets dergelijks.
▶ Fig.32: 1. Platkopschroevendraaier
-
Olie-uitstroomopening
-
Plaats de accu in het gereedschap. Knijp de trekkerschakelaar in om opgehoopte vuil- en stofdeeltjes uit de olie-uitstroomopening te persen door kettingolie eruit te laten stromen.
-
Verwijder de accu van het gereedschap. Monteer de afdekking van het kettingwiel en de zaagketting weer op het gereedschap.
Het kettingwiel vervangen
▲LET OP: Een versleten kettingwiel zal de nieuwe zaagketting beschadigen. Laat in dat geval het kettingwiel vervangen.
Controleer de staat van het kettingwiel voordat u een nieuwe zaagketting monteert.
▶ Fig.33: 1. Kettingwiel 2. Plaatsen die slijten
Monteer bij het vervangen van het kettingwiel altijd een nieuwe borgring.
▶ Fig.34: 1. Borgring 2. Kettingwiel
KENNISGEVING: Verzeker u ervan dat het kettingwiel wordt gemonteerd zoals aangegeven in de afbeelding.
Het gereedschap opbergen
- Maak het gereedschap schoon voordat u het opbergt. Haal de afdekking van het kettingwiel eraf en verwijder alle spaanders en zaagsel vanaf het gereedschap.
- Laat na het schoonmaken het gereedschap onbelast draaien om de zaagketting en het zaagblad te smeren.
- Plaats de zaagbladschede over het zaagblad.
- Maak de olietank leeg.
Instructies voor periodiek onderhoud
Om zeker te zijn van een lange levensduur, om schade te voorkomen en om zeker te zijn van de volledige werking van de veiligheidsvoorzieningen, moet het volgende onderhoud regelmatig worden uitgevoerd. Garantieclaims kunnen alleen worden geaccepteerd als deze werkzaamheden regelmatig en correct worden uitgevoerd. Als deze voorgeschreven onderhoudswerkzaamheden niet worden uitgevoerd, kan dat ongelukken veroorzaken! De gebruiker van de kettingzaag mag echter geen werkzaamheden uitvoeren die niet worden beschreven in de gebruiksaanwijzing. Dergelijke werkzaamheden moeten worden uitgevoerd door ons erkende servicecentrum.
| Controlepunt / Bedrijfstijd Vóór het gebruik | Elke dag Elke week Elke 3 | maanden | Jaarlijks Vóór opbergen | |
| Kettingzaag Inspecteren. | √ | ---- | ||
| Schoonmaken. | √ | ---- | ||
| Laten contro-leren door een erkend ser-vicecentrum. | ---- | √ | ||
| Zaagketting Inspecteren. ---- | √ | |||
| Slijpen indien nodig. | ---- | |||
| Zaagblad Inspecteren. ---- | √ | √ | ||
| Verwijderen van de kettingzaag. | ---- | |||
| Controlepunt / Bedrijfstijd Vóór het gebruik | Elke dag Elke week Elke 3 | maanden | Jaarlijks Vóór opbergen | |||
| Kettingrem Controleren van de werking. | √ | - - - - - | ||||
| Regelmatig laten inspec- teren bij een erkend ser- vicecentrum. | - - - | √ | - | |||
| Kettingsmering | Controleren van de olietoe- voersnelheid. | √ | - - - - - | |||
| Trekkerscha- kelaar | Inspecteren. | √ | - - - - - | |||
| Uit-vergren- delknop | Inspecteren. | √ | - - - - - | |||
| Olietankdop Controleren op vastzitten. | √ | - - - - - | ||||
| Kettingvanger Inspecteren. - - | √ | - - - | ||||
| Bouten en moeren | Inspecteren. - - | √ | - - - | |||
PROBLEMEN OPLOSSEN
Alvorens u verzoekt om reparatie, kunt u zelf als volgt het probleem opsporen en oplossen. Als u met een probleem kampt dat in deze handleiding niet wordt beschreven, probeer dan niet het gereedschap te demonteren. Laat reparaties over aan een erkend Makita-servicecentrum, uitsluitend met gebruik van originele Makita-vervangingsonderdelen.
| Symptoom of storing Oorzaak Handeling | ||
| De kettingzaag start niet. De accu is niet geplaatst. Plaats een opgeladen accu. | ||
| Probleem met de accu (onvoldoende spanning). Laad de accu's op. Als het opladen geen verbetering brengt, vervangt u de accu door een nieuwe. | ||
| De hoofdschakelaar staat uit. De kettingzaag wordt automatisch uitgeschakeld wanneer deze gedurende een bepaalde tijdsduur niet wordt bediend. Schakel de hoofdschakelaar weer in. | ||
| De zaagketting draait niet. | De kettingrem is aangetrokken. Zet de kettingrem los. | |
| De motor slaat al na korte tijd af. | De lading van de accu is bijna op. Laad de accu's op. Als het opladen geen verbetering brengt, vervangt u de accu door een nieuwe. | |
| Geen olie op de zaagketting. | De olietank is leeg. Vul de olietank. | |
| De olietoevoergroef is verstopt. Maak de groef schoon. | ||
| Slechte olietoevoer. Stel de hoeveelheid toegevoerde olie af met behulp van de stelschroef. | ||
| Het maximumtoerental van de kettingzaag wordt niet bereikt. | De accu is verkeerd aangebracht. Plaats de accu zoals beschreven in deze gebruiksaanwijzing. | |
| De accuspanning wordt minder. Laad de accu op. Als het opladen geen verbetering brengt, vervangt u de accu door een nieuwe. | ||
| Het aandrijfsysteem werkt niet goed. Vraag een erkend servicecentrum in uw regio het gereedschap te repareren. | ||
| Het bedrijfslampje knippert groen. | De trekkerschakelaar wordt ingeknepen bij omstandigheden waaronder bediening onmogelijk is. Knijp de trekkerschakelaar in nadat de hoofdschakelaar is ingeschakeld en de kettingrem is los gezet. | |
| De zaagketting stopt niet wanneer de kettingrem wordt aangetrokken: Stop het gereedschap onmiddellijk! | De remband is versleten. Vraag een erkend servicecentrum in uw regio het gereedschap te repareren. | |
| Abnormale trillingen:Stop het gereedschap onmiddellijk! | Losgeraakt zaagblad of zaagketting. Stel het | zaagblad en de kettingspanning af. |
| Het gereedschap is defect. Vraag een erkend | servicecentrum in uw regio het gereedschap te repareren. | |
| De koppelboostfunctie is niet beschikbaar nadat de accu is vervangen door een volledig opgeladen accu. | Afhankelijk van de gebruiksomstandighe- den is de koppelboostfunctie niet beschik- baar nadat de accu is vervangen. | Gebruik het gereedschap in de normale functie totdat de geplaatste accu leeg is en vervang daarna de accu door een volledig opgeladen accu, of laad de accu op. |
| De zaagketting kan niet worden aangebracht. | De combinatie van zaagketting en ketting- wiel is niet juist. | Gebruik de juiste combinatie van zaagket- ting en kettingwiel door het hoofdstuk met technische gegevens te raadplegen. |
ALET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat het gevaar van persoonlijke letsel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel.
Wenst u meer bijzonderheden over deze accessoires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita-servicecentrum.
- Zaagketting
- Zaagblad
• Zaagbladschede - Kettingwiel
• Vijl - Originele Makita-accu en -acculader
⚠ WAARSCHUWING: Als u een zaagblad van een andere lengte dan het standaardzaagblad aanschaft, koopt u tevens een bijbehorende zaagbladschede. Deze moet passen en het zaagblad van de kettingzaag volledig bedekken.
OPMERKING: Sommige items op de lijst kunnen zijn inbegrepen in de doos van het gereedschap als standaard toebehoren. Deze kunnen van land tot land verschillen.
ESPECIFICACIONES










• 