SCHEPPACH MR19661 - Grasmaaier

MR19661 - Grasmaaier SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MR19661 SCHEPPACH in PDF-formaat.

📄 216 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice SCHEPPACH MR19661 - page 122

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MR19661 - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MR19661 van het merk SCHEPPACH.

GEBRUIKSAANWIJZING MR19661 SCHEPPACH

Trekkermaaier Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing

Trekkermaaier Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing 115www.scheppach.com

Verklaring van de symbolen op het instrument Neem voor het gebruik alle veiligheidsvoorschriften in acht Zorg ervoor dat u voor de ingebruikname de volledige tekst van de gebruiks- handleiding doorleest en begrijpt. Gevaar voor letsel! Niet over steile hellingen van meer dan 10° (17%) rijden of maaien. Niet in de lengterichting rijden of maaien. Kantelgevaar! Apparaat nooit zonder vangkorf gebruiken. Gevaar door wegslingerende onderdelen bij een draaiende motor. Neem absoluut de veiligheidsafstand in acht. Garandeer dat andere personen voldoende veiligheidsafstand aanhouden. Houd onbevoegde personen uit de buurt van het apparaat. Haal altijd de voedingsstekker eruit, voordat u onderhoud gaat uitvoeren. Houd de handen en voeten uit de buurt van de roterende messen. Houd de handen en voeten uit de buurt van de roterende messen. Belangrijk. De uitlaatgassen zijn giftig, gebruik de motor daarom niet in niet-ge- ventileerde bereiken Let op hete oppervlakken - gevaar op brandwonden Gehoor- en oogbescherming gebruiken! Veiligheidsschoenen, veiligheidshandschoenen, nauwsluitende kleding dragen LET OP! Bedrijfssto󰀨en zijn brandgevaarlijk en explosief - verbrandingsgevaar 1,2 l Tankinhoudwww.scheppach.com

Toerental 150 l Volume vangkorf 35-75 mm Maaihoogteverstelling min. max. 4,6 km/h Max. snelheid max. 10° max. hangneiging 700 mm max. breedte 115 kg Gewicht MIN MAX Motorolie Niet bij een hete of lopende motor tanken 61 cm Lange messen. Max. snijbreedte Gegarandeerde geluidsvermogensniveau Waarschuwing voor gevaarlijke elektrische spanning Het product voldoet aan de geldende Europese richtlijnen.www.scheppach.com

Voor alle werkzaamheden aan het apparaat de contactsleutel verwijderen en de aanwijzing van deze handleiding in acht nemen DC 12V Oplaadbus 12V gelijkstroomSTART STOP

STOP: De motor uitzettenON: Bedrijf (handmatige start)START: Start (elektrische start)VergrendelingsremChoke/Toerentalregelaar

Schakeling gang vooruit Neutraal Gang achteruit 135mm 245mm 355mm 465mm 575mm 5-voudige snijhoogteverstellingMaaiwerk aan/uit T10 A ApparaatzekeringBeschermingsklasse IIOude apparatuur niet bij het huisvuilwww.scheppach.com

Inhoudsopgave: Pagina:

7. Voor het eerste gebruik ............................................................. 132

Wij zijn niet aansprakelijk voor ongevallen of schade die te wijten zijn aan niet-naleving van deze handlei- ding en van de veiligheidsinstructies.

2. Overzicht (Afb. 1-2)

18. Startmotor met trekkabel

  • Maak de verpakking open en haal de apparatuur er voorzichtig uit.
  • Verwijder het verpakkingsmateriaal en verpakking- en / of transportbanden (indien aanwezig).
  • Controleer of alle onderdelen aanwezig zijn.
  • Inspecteer de apparatuur en accessoires op trans- portschade. In het geval van klachten dient de le- verancier onmiddellijk op de hoogte gesteld te wor- den. Klachten die op een later tijdstip ontvangen worden, worden niet als zodanig erkend.
  • Indien mogelijk dient de verpakking tot het einde van de garantieperiode bewaard te worden.
  • Leest de gebruiksaanwijzing om u vertrouwd te maken met het apparaat voordat u deze in gebruik neemt.
  • Gebruik alleen originele onderdelen en accessoi- res, zowel betre󰀨ende aan slijtage onderhevige onderdelen als reserveonderdelen. Onderdelen zijn verkrijgbaar bij uw dealer.
  • Speciceer de onderdeelnummers, evenals het type en bouwjaar van het apparaat in uw bestel- lingen.

Fabrikant: scheppach Fabrikation von Holzbearbeitungsmaschinen GmbH Günzburger Straße 69 D-89335 Ichenhausen Geachte klant, Wij wensen u veel plezier en succes bij de werk- zaamheden met uw nieuwe machine. Let op: De fabrikant van dit apparaat aanvaardt volgens de van toepassing zijnde productaansprakelijkheidwet geen aansprakelijkheid voor schade die aan dit ap- paraat of door dit apparaat ontstaat als gevolg van:

  • onvakkundige bediening,
  • het niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing,
  • reparaties uitgevoerd door derden die geen erken- de vaklieden zijn,
  • inbouwen of verwisselen van niet-originele reser- veonderdelen,
  • gebruik niet conform de voorschriften, Wij raden u aan: Lees voor de montage en voor de ingebruikneming de gehele tekst van de gebruiksaanwijzing door. Deze gebruiksaanwijzing zou het u moeten verge- makkelijken om uw machine te leren kennen en de wijze van gebruik volgens de voorschriften aan te houden. De gebruiksaanwijzing bevat belangrijke instructies over hoe u met de machine veilig, vakkundig en eco- nomisch kunt werken, en over hoe u gevaren voor- komt, reparatiekosten bespaart, uitvaltijden verkleint en de betrouwbaarheid en levensduur van de machi- ne vergroot. In aanvulling op de veiligheidsbepalingen van deze gebruiksaanwijzing dient u beslist de voor het bedie- nen van de machine geldende voorschriften van uw land op te volgen. Berg de gebruiksaanwijzing, in een plastic mapje te- gen vuil en vochtigheid beschermd, bij de machine op. Deze dient door iedere gebruiker voor het begin van de werkzaamheden te worden gelezen en zorg- vuldig te worden opgevolgd. Aan de machine mogen uitsluitend personen werken die in het gebruik van de machine zijn getraind, en tevens over de daarmee samenhangende gevaren zijn genformeerd. Houdt u aan de vereiste minimum leeftijd. Naast de in deze gebruiksaanwijzing opgenomen veiligheidsinstructies en de bijzondere voorschriften van uw land dienen de voor het gebruik van machines geldende algemeen erkende technische richtlijnen te worden nageleefd.www.scheppach.com
  • De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant alsook de in de technische gege- vens aangegeven afmetingen moeten in acht wor- den genomen.
  • De desbetre󰀨ende ongevallenpreventievoorschrif- ten alsook de overige algemene erkende veilig- heidstechnische voorschriften moeten in acht wor- den genomen.
  • De machine mag alleen door deskundige perso- nen worden gebruikt, onderhouden en worden gerepareerd, die bekend zijn met deze werkzaam- heden en op de hoogte zijn van de gevaren. Zelf aangebrachte wijzigingen aan de machine sluiten een aansprakelijkheid van de fabrikant voor hieruit voortvloeiende schade uit.
  • De machine mag uitsluitend met de originele ac- cessoires en originele gereedschappen van de fa- brikant worden gebruikt.
  • Ieder daarboven uitgaand gebruik geldt als niet vol- gens de voorschriften. Voor hieruit voortvloeiende schade kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld, het risico hiervoor ligt volledig bij de ge- bruiker.
  • Het apparaat is niet vervaardigd voor bedrijfsmatig, ambachtelijk of industrieel gebruik.
  • Wanneer u er niet zeker van bent, of de werkom- standigheden veilig of onveilig zijn, dient u de ma- chine niet te gebruiken.
  • De benzine-grasmaaier is geschikt voor particulier gebruik in de tuin of hobbytuin. Grasmaaier voor de particuliere tuin of hobbytuin zijn machines waar- van het jaarlijks gebruik in principe niet meer is dan 50 uur en voornamelijk voor het onderhoud van gras- of gazonoppervlakken wordt gebruikt, echter niet in openbare installaties, parken, sportvelden, alsook in de land- en bosbouw. Om persoonlijk letsel van de gebruiker of andere per- sonen te vermijden, mag de machine bijvoorbeeld niet worden gebruikt voor:
  • het snoeien van rankgewas,
  • het hakselen en verkleinen van boomen struikafval,
  • het schoonmaken van voetpaden (opzuigen, weg- blazen),
  • sneeuwruimen met behulp van het maaiwerk,
  • gazononderhoud op dakbeplantingen,
  • het egaliseren van bodemone󰀨enheden, zoals molshopen,
  • het transporteren van maaigoed, buiten de in de daarvoor bedoelde grasopvangbox..
  • U mag met de machine niet aan het verkeer deel- nemen.
  • Het vervoer van personen (met name van kinderen) en dieren is niet toegestaan.
  • Nooit op het maaiwerk staan, zeker niet op de tast- wielen. a. Basisapparaat b. Vangkorf (15) c. Stoel (1) d. Stuurkolom met stuurwiel (3) e. Schakelhendel maaiwerk (5) f. Lader g. Injectie 100ml naar olieafzuiger met slang h. Trechter

j. Steeksleutel 16/13 k. Steeksleutel 12/10 l. Steeksleutel 10/8 m. Laadkabel voor autolader n. Zekering 10A o. Contactsleutel 2x p. 4x inbusschroeven M8x16 met ringen voor stoel- bevestiging q. 1x Bout Ø8 met veerpen voor kantelborging r. 1X lenskopschroef M3x20 met moer voor scha- kelhendel maaiwerk s. 1x spanhuls Ø6 x 35 voor stuurkolom t. Gebruikshandleiding

m Belangrijk! Het apparaat en zijn verpakking zijn geen speel- goed. Laat kinderen niet spelen met de plastic zakken, verpakkingsfolie en kleine onderdelen. Er bestaat een risico op doorslikken of verstik- king!

De machine voldoet aan de geldige EG-machine- richtlijn. Let op – Gevaar voor ongevallen! De zitmaaier is alleen voor het maaien van gras be- stemd. Een andere toepassing is niet toegestaan. Voor werkopname moeten alle beschermings- en veiligheidsvoorzieningen op de machine zijn gemon- teerd.

  • De bedieningspersoon is in de werkomgeving ver- antwoordelijk voor derden.
  • De machine is vervaardigd voor bediening door één persoon.
  • Neem alle veiligheids- en gevareninstructies op de machine in acht.
  • Alle veiligheids- en gevareninstructies op de ma- chine moeten altijd volledig en in leesbare staat worden gehouden.
  • Machine uitsluitend in technisch probleemloze toe- stand en voor het beoogd gebruik, veiligheids- en gevarenbewust, volgens de gebruikshandleiding gebruiken!
  • In het bijzonder storingen, die de veiligheid kunnen benadelen, direct (laten) verhelpen!www.scheppach.com

mVeiligheid van personen Opgelet! Gevaar voor de gezondheid door trillin- gen! Een overmatige belasting door trillingen kan schade aan de bloedsomloop en het zenuwstelsel veroorza- ken, vooral bij personen met circulatiestoornissen. Raadpleeg een arts wanneer er symptomen optreden die door de trillingen zouden kunnen zijn veroorzaakt. Dergelijke symptomen treden voornamelijk op in de vingers, handen of polsen en zijn bijvoorbeeld (onvol- ledige opsomming):

  • onaangenaam kriebelen. Houd de duwstang tijdens het werken stevig maar niet verkrampt met beide handen op de daarvoor be- doelde plaatsen vast. Plan de werktijden zodanig dat hoge belasting gedurende langere tijd wordt voorko- men. Waarschuwing! Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfe- reren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beper- ken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat de machine wordt gebruikt. Kleding en uitrusting Draag tijdens werkzaamheden altijd stevige schoe- nen met grip. Werk nooit op blote voeten of bijvoor- beeld op sandalen. De machine mag alleen met een lange broek en nau- we kleding aan in gebruik worden genomen. Draag nooit losse kledingstukken die aan draaiende onderdelen (bedieningshendel) kunnen blijven han- gen – ook geen sieraden, geen stropdassen en geen sjaals. Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden en tij- dens het vervoer van de machine ook telkens stevige handschoenen dragen en lang haar samenbinden en bedekken (hoofddoek, muts enz.). Bij het slijpen van het maaimes moet altijd een ge- schikte veiligheidsbril worden gedragen.
  • Om veiligheidsredenen mag de grasmaaier niet als aandrijfaggregaat voor andere gereedschapssets van welk type dan ook worden gebruikt.

m WAARSCHUWING Lees voor de ingebruikname van het apparaat deze handleiding voor uw eigen veiligheid en de algemene veiligheidsvoorschriften grondig door. Als u het appa- raat aan derden geeft om te gebruiken, dient u deze gebruiksaanwijzing altijd mee te leveren.

5. Veiligheidsvoorschriften

In deze handleiding hebben we de plaatsen die te maken hebben met uw veiligheid met dit teken ge- markeerd: m mLet op! Bij het gebruik van apparaten moeten enkele veilig- heidsmaatregelen in acht genomen worden, om let- sel en schade te voorkomen. Lees daarom absoluut deze gebruikshandleiding / veiligheidsvoorschriften door. Bewaar deze daarom goed, zodat u de infor- matie te allen tijde ter beschikking heeft. Indien u het apparaat aan andere personen mocht overhandigen, overhandig dan tevens deze gebruikshandleiding/vei- ligheidsvoorschriften. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroor- zaakt door niet-naleving van deze handleiding en de veiligheidsvoorschriften. Niet-toegestane gebruikers: Laat het apparaat in geen geval gebruiken door kin- deren, personen met beperkte lichamelijke, zintuig- lijke of geestelijke vermogens of onvoldoende erva- ring en kennis of personen die niet met de instructies vertrouwd zijn. Kinderen of jongeren onder 16 jaar mogen het ap- paraat niet gebruiken. De minimumleeftijd van de gebruiker kan vastgelegd zijn in plaatselijke bepa- lingen. Gebruik het apparaat alleen als u uitgerust bent en een goede lichamelijke en geestelijke conditie hebt. Als u een verminderde gezondheid heeft, dient u uw arts te vragen of u met het apparaat kunt werken. Na het gebruik van alcohol, drugs of medicijnen die de reactiesnelheid nadelig beïnvloeden, mag niet met het apparaat worden gewerkt.www.scheppach.com

Houd de zone vóór het voertuig voortdurend in de gaten. Let op hindernissen om deze tijdig te kunnen ontwijken. Controleer voordat u achteruit rijdt altijd de zone ach- ter de zitmaaier en koppel indien aanwezig het com- bi-apparaat los. Maai nooit achteruit als dit niet beslist noodzakelijk is. Wees bij het achteruit rijden bijzonder voorzichtig en controleer voorafgaand aan het maai- en het gehele gebied achter de zitmaaier grondig. Laat als u met een groep aan het werk bent, de ande- ren steeds tijdig weten wat u van plan bent. Neem de veiligheidsafstand in acht! Verlaag steeds de rijsnelheid voordat u van richting verandert, zodat u altijd de machine onder controle houdt en de zitmaaier ook niet kan kantelen. Let bij het werken in de buurt van wegen en bij het oversteken van verkeerswegen op andere verkeers- deelnemers. Wees bijzonder voorzichtig bij het maaien in de buurt van wegen, etspaden en wandelpaden. Weggeslin- gerde onderdelen kunnen ernstig letsel en zware schade tot gevolg hebben. mOmgaan met benzine m Levensgevaarlijk! warmtebronnen. Explosie- gevaar! Benzine is giftig en in hoge mate ont- vlambaar. Bewaar de brandstof uitsluitend in geschikte en goed- gekeurde reservoirs (jerrycans). Schroef de tankdop- pen van de jerrycans altijd goed erop en draai de doppen stevig vast. Om veiligheidsredenen moeten defecte afsluitingen worden vervangen. Houd benzine uit de buurt van vuur, permanent vuur, warmtebronnen en andere ontstekingsbronnen. Niet roken! Tank alleen in de buitenlucht en rook niet tijdens het tanken. Schakel de verbrandingsmotor voor het bijtanken uit en laat deze afkoelen. De benzine moet vóór het starten van de verbran- dingsmotor worden bijgevuld. Bij een draaiende ver- brandingsmotor of hete machine mag de tankdop niet worden geopend en mag er geen benzine worden bijgevuld. Tankdop voorzichtig en langzaam openen. Wacht de drukcompensatie af en verwijder pas daarna de tankdop helemaal. Tijdens het werken Werk nooit als er personen (in het bijzonder kinderen) of dieren in de buurt zijn. Let erop, dat gras nooit in de richting van derden wordt uitgeworpen. Werk niet met het apparaat bij regen, onweer en met name niet bij blikseminslaggevaar. Uitlaatgassen: Levensgevaar door vergiftiging! Stop onmiddellijk met werken bij misselijkheid, hoofdpijn, zichtstoor- nissen (bijv. blikvernauwing), slecht horen, duizelig- heid of een verminderd concentratievermogen. Deze symptomen kunnen onder andere door een te hoge concentratie uitlaatgassen worden veroorzaakt. Het apparaat genereert giftige uitlaatgassen zodra de verbrandingsmotor is ingeschakeld. Deze gassen be- vatten giftig koolmonoxide, een kleuren reukloos gas, en andere schadelijke sto󰀨en. De verbrandingsmotor mag nooit in afgesloten of slecht geventileerde ruim- tes in werking worden gezet. De uitlaatgassen van de verbrandingsmotor worden voor het linker achterwiel afgegeven. Tijdens het maaien met het apparaat moet erop worden gelet, dat dit gedeelte steeds schoon blijft en nooit wordt afgedekt, zodat de uitlaatgassen niet opstuwen. mwerkzekerheid Controleer het complete terrein waarop de machine wordt gebruikt en verwijder alle stenen, stokken, ka- bels, botten en andere voorwerpen die door de ma- chine omhoog kunnen worden geslingerd. Hindernis- sen (bijv. boomstronken, wortels) kunnen in het hoge gras eenvoudig over het hoofd worden gezien. Markeer daarom vóór het maaien alle in het gazon verborgen vreemde voorwerpen (hindernissen) die niet verwijderd kunnen worden. Let op kuilen (gaten) in het terrein en andere onzicht- bare gevaarlijke plekken. Hindernissen kunnen in het hoge gras eenvoudig over het hoofd worden gezien. Gebruik het apparaat uiterst behoedzaam wanneer u in de buurt van hellingen, terreinkanten, sloten en dijken werkt. Houd met name voldoende afstand tot dergelijke gevarenzones. Ga met name voorzichtig te werk op onoverzichtelij- ke plekken, bosjes, bomen en andere hindernissen waarachter zich personen, met name kinderen, of dieren kunnen bevinden. Stop de zitmaaier meteen en schakel de maaimessen uit wanneer er iemand binnen het maaibereik komt.www.scheppach.com

Veiligheid batterij Ter voorkoming van vonkvorming als gevolg van kort- sluiting moet steeds eerst de minkabel (–) op de accu worden losgekoppeld en als laatste weer erop wor- den aangesloten. Rook bij ongeacht welke werkzaamheden aan de accu nooit. Houd vonken, open vuur en andere warm- tebronnen ver van de accu. Bij het gebruik van startkabels is bijzondere voorzich- tigheid geboden. Neem de desbetre󰀨ende instructies in acht ter voorkoming van schade aan de zitmaaier (in elk geval de starter maximaal 10 seconden inge- drukt houden). Open nooit de accu en laat deze niet vallen. Laad de accu altijd op in een gesloten, goed geventi- leerde, droge en tegen weersinvloeden beschermde ruimte. Sluit de aansluitingen van de accu niet kort. Vervormde of defecte (lekkende) accu‘s mogen niet meer worden gebruikt en moeten worden vervangen en milieuvriendelijk worden afgevoerd. Neem de nati- onale voorschriften in acht. Bij defecte accu‘s kan vloeistof uitlekken. Voorkom aanrakingen met de huid! Bij onbedoeld contact met water afspoelen. Indien de vloeistof in aanraking komt met de ogen, spoelt u deze eerst met water en consulteert u een arts. Uitstromende accuvloeistof kan huidirritatie, brandwonden en bijtende plekken veroorzaken. Inspecteer de aansluitkabels op de accu regelmatig visueel op beschadigingen. Laat beschadigde kabels vervangen door een erkende monteur. De zekeringen mogen nooit worden overbrugd. Plaats nooit een zekering met een andere dan de voorgeschreven capaciteit (ampère). mVeiligheidsinstructies voor maaimachines Starten: De machine mag alleen vanuit de bestuurdersstoel worden gestart. Start de machine op een vlakke ondergrond, niet op een helling. De verbrandingsmotor mag alleen in een goed ge- ventileerde werkruimte worden gestart, vooral in ga- rages moet op voldoende beluchting worden gelet. Gebruik voor het bijtanken een geschikte trechter of een vulpijp, zodat er geen brandstof op de verbran- dingsmotor en de behuizing of het gazon kan uitstro- men. Tank de brandstoftank niet te vol! Vul de brandstoftank nooit tot boven de onderkant van de vulplug, zodat de brandstof ruimte heeft om uit te zetten. Volg ook de aanwijzingen in de gebruiks- aanwijzing van de verbrandingsmotor op. Als er benzine is overgelopen, mag u de verbran- dingsmotor pas starten nadat u het met benzine ver- ontreinigde oppervlak hebt gereinigd. Start de ver- brandingsmotor niet voordat de benzinedampen zijn verdampt (droog vegen). Gemorste brandstof moet meteen worden afgeveegd. Verwissel van kleding als er benzine op is gemorst. De tankdop moet elke keer na het tanken goed wor- den geplaatst en vastgeschroefd. De machine mag niet zonder vastgeschroefde originele tankdop wor- den gebruikt. Om veiligheidsredenen moet u de brandstoeiding, brandstoftank, tankdop en aansluitingen regelmatig op beschadigingen, veroudering (scheuren), een ste- vige bevestiging en lekkages controleren en zo nodig vervangen. Als de tank moet worden geleegd, moet dit in de bui- tenlucht worden uitgevoerd. Gebruik geen drankessen of soortgelijke zaken om brandsto󰀨en en smeermiddelen af te voeren of op te slaan, zoals bijv. benzine. Personen, met name kin- deren, zouden in de verleiding kunnen komen om er- uit te drinken. Sla het apparaat nooit op in een gebouw met benzi- ne in de tank. Ontstane benzinedampen kunnen met open vuur of vonken in aanraking komen en ontbran- den. Zet de machine en de brandstoftank niet in de buurt van verwarmingen, warmtestralers, lasapparaten en andere warmtebronnen. Explosiegevaar! Wanneer er tijdens het werken een defect aan de tank, de tankdop of aan brandstofvervoerende onder- delen (brandstoeidingen) wordt vastgesteld, moet de verbrandingsmotor meteen worden uitgeschakeld. Neem vervolgens contact op met een vakhandelaar.www.scheppach.com

Schakel vóór het ledigen van de grasopvangbox het maaimes altijd uit en wacht totdat het mes stil staat. Schakel de aandrijving uit, schakel de verbrandings- motor uit en wacht tot het maaimes volledig stilstaat, trek de handrem aan en verwijder de contactsleutel:

  • voordat u blokkades opheft of verstoppingen in het uitwerpkanaal verwijdert,
  • voordat u de zitmaaier gaat controleren, reinigen of eraan gaat werken,
  • als het maaimes een vreemd voorwerp heeft ge- raakt. Zoek naar beschadigingen aan de machine en aan het snijgereedschap en laat de vereiste re- paraties uitvoeren voordat u de machine opnieuw start,
  • als het apparaat abnormaal hard begint te trillen. De robotmaaier moet onmiddellijk worden gecon- troleerd.
  • bij het achterlaten of het transport van het appa- raat. Schakel de verbrandingsmotor uit en wacht totdat het maaimes geheel stil staat:
  • vóór het bijvullen van brandstof,
  • vóór het afhaken van de grasopvangbox. Restgevaren en veiligheidsvoorschriften Het niet naleven van de ergonomische basisprin- cipes Het niet gebruiken van de persoonlijke bescher- mingsuitrusting (PSA) Het incorrecte gebruik of niet gebruiken van de per- soonlijke beschermingsuitrusting kan leiden tot ern- stige verwondingen. - Voorgeschreven beschermende uitrusting dra- gen. Menselijk gedrag, incorrect gedrag - Wees tijdens alle werkzaamheden altijd volledig geconcentreerd. m Restgevaar - Kan niet worden uitgesloten. Gevaar door lawaai Gehoorschade Langere werkzaamheden met het apparaat zonder gehoorbescherming kan leiden tot gehoorschade. - Altijd gehoorbescherming dragen. Gedrag bij noodgevallen Bij een eventueel ongeval moet u direct de noodzake- lijke EHBO-maatregelen nemen en zo snel mogelijk hulp vragen aan een gekwaliceerde arts. Voordat u de verbrandingsmotor start, koppelt u het snijgereedschap, de combiapparaten en de aandrij- ving los en trapt u het rempedaal krachtig in. Houd bij het starten altijd voldoende afstand tussen uw voeten en het snijgereedschap. Start de motor niet indien u voor het uitwerpkanaal staat. Til of draag een grasmaaier nooit terwijl de motor loopt. Het gebruik van de machine met overmatige snelheid kan het risico op ongevallen verhogen. Start de verbrandingsmotor nooit door kortsluiten van de klem van de startmotor. Bij het overbruggen van het normale schakelcircuit van de startmotor kan de zitmaaier plotseling in beweging komen. Start de verbrandingsmotor nooit wanneer u benzine- lucht ruikt – explosiegevaar! Werken: m Let op – Kans op letsel! Let op het werkbereik van het maaimes. Houd han- den of voeten nooit tegen of onder draaiende onder- delen. Raak het ronddraaiende maaimes nooit aan. Blijf altijd uit de buurt van de uitwerpopening. Houd altijd voldoende veiligheidsafstand in acht. Werk alleen bij daglicht of bij goede kunstverlichting. Bij het rijden buiten het gazon of wanneer er niet wordt gemaaid, moet het maaimes worden losgekop- peld en moet het maaiwerk in de hoogste snijstand worden gezet. U moet om in het gras verborgen voorwerpen heen- rijden (beregeningsinstallaties, palen, waterkranen, fundamenten, stroomkabels enz.). Rijd nooit over dergelijke voorwerpen heen. Houd het stuurwiel tijdens het rijden altijd met beide handen vast. Voorzichtigheid is met name bij het rijden op gazons en andere one󰀨en terreinen geboden, omdat het stuurwiel bij het rijden in putten, over heuvels en bij schokken enz. vanzelf kan verdraaien. Gevaar voor letsel aan handen en vingers! Rijd steeds met een gepaste snelheid. Ledig de grasopvangbox uitsluitend vanaf de be- stuurdersstoel.www.scheppach.com
  • Laat het apparaat controleren, indien nodig.
  • Schakel de apparatuur uit wanneer deze niet in ge- bruik is.
  • Draag handschoenen. Bij langer gebruik van de benzine grasmaaier kunnen er trillingsafhankelijke doorbloedingsproblemen ont- staan (ziekte van Raynaud). Gegevens over de duur van het gebruik kunnen in dit geval niet worden vastgesteld, omdat dit van persoon tot persoon kan verschillen. De volgende factoren kunnen invloed hebben op het uiterlijk:
  • doorbloedingsproblemen in de handen van de be- stuurder
  • lage buitentemperaturen
  • lange gebruikstijden Daarom is het raadzaam om warme werkhandschoe- nen te dragen en regelmatige pauzes te nemen.

7. Voor het eerste gebruik

Bedrijfstijden Neem de wettelijke voorschriften voor de regeling van bedrijfstijden voor grasmaaiers in acht, die plaat- selijk kunnen verschillen. Maak uzelf vertrouwd met de bedieningselementen en stelelementen en met het gebruik van het appa- raat. De gebruiker moet weten hoe het gereedschap en de verbrandingsmotor van het apparaat snel kun- nen worden gestopt. De machine mag alleen worden gebruikt door perso- nen die de gebruiksaanwijzing hebben gelezen en die met de bediening ervan vertrouwd zijn. Elke gebrui- ker moet vóór de eerste ingebruikname vragen om een deskundige en praktische instructie. De verkoper of een andere deskundige moet aan de gebruiker uit- leggen, hoe hij veilig met de machine kan werken. Bij deze instructie moet de gebruiker er vooral op worden gewezen,

  • dat hij tijdens het werken met de machine uiterst zorgvuldig en geconcentreerd te werk gaat.
  • dat het gebruik van de rem niet helpt om een zit- maaier die van een helling afglijdt, onder controle te krijgen. De oorzaken voor het verlies van controle over de zit- maaier kunnen onder andere zijn:
  • onvoldoende grip van de wielen,
  • ondeskundig gebruik (o.a. sportevenementen),

6. Technische gegevens

Motortype Viertaktmotor/ luchtgekoeld Cilinderinhoud: 196 cm³ Werktoerental 3000 min

Vermogen 4,8 kW/ 6,5 PS Brandstof Normale benzine/loodvrij max. 5% bio-ethanol Tankinhoud 1,0 l Motorolie SAE 30 / 10W40 Tankinhoud/Olie 0,6 l Snijhoogteverstelling 5-voudig Capaciteit grasopvangbox 150 l Snijbreedte 61 cm Snijhoogte 35-75 mm Gewicht 115 kg Rijsnelheid V 1,5, 2,0, 3,0, 4,6 km/h Rijsnelheid R 2,3 km/h Voorwielen 10x4,00-4 Bandenspanning voorwielen 1,3 bar Achterwielen 13x5,00-6 Bandenspanning achterwielen 1,8 bar Type accu Lood Nominale spanning 12V Capaciteit 7 Ah Kunnen onderhevig zijn aan technische veranderin- gen! Informatie over geluidsemissie gemeten volgens re- levante normen: Geluidsdruk L

Verminder geluidsgeneratie en trillingen tot een mi- nimum!

  • Gebruik alleen apparatuur in perfecte staat.
  • Onderhoud en reinig de apparatuur regelmatig.
  • Past uw manier van werken aan aan de apparatuur.
  • Het apparaat niet overbelasten.www.scheppach.com

Montage Bij de levering zijn er enkele delen gedemonteerd. De samenstelling is eenvoudig, indien de volgende aan- wijzingen in acht worden genomen. Aanwijzing! Bij de samenstelling en voor onderhoudswerkzaam- heden heeft u het volgende extra gereedschap nodig, dat niet bij de levering is inbegrepen:

  • een maatbeker 1 liter (olie-/benzinevast)
  • een benzinecontainer (5 liter en voldoende voor ca. 6 bedrijfsuren)
  • een trechter (geschikt voor de benzine-vulpijp van de tank)
  • huishoudelijke doeken (voor het wegvegen van de olie-/benzineresten; verwijdering op de plaats van de tank)
  • een benzine-afzuigpomp (plastic uitvoering, ver- krijgbaar in bouwmarkten)

1. Grasmaaier en aanbouwdelen uit de verpakking

halen en controleren of alle delen aanwezig zijn.

2. Bevestigingshaken verwijderen en grasmaaier

van het pallet verwijderen. (Afb. 5)

3. Bevestig de stoel (1) met 4 inbusschroeven M8x16

incl. ringen (p) (Afb. 6). Instelling van de stoelpo- sitie op de overeenkomstige lichaamslengte is mogelijk.

4. Monteer de schakelhendel (e) voor het maaiwerk

met de meegeleverde lenskopschroef M3x20 (r) (Afb. 9 + 10)

5. Stuurkolom met stuurwiel (d) in de stuursteunen

steken. Klop de paspen er met een hamer in (Afb. 8 + 9).

6. Maak de schroeven op de vangkorf los en schroef

hiermee de versterkingssteunen op de vangkorf vast (Afb. 11 + 12).

7. Motorolie bijvullen. Daarvoor moeten de knoppen

12 en 2 losgeschroefd (Afb. 13) worden en naar positie N resp. 5 worden gebracht. Klap de car- rosserie (Afb. 2) naar boven. Open het deksel (21) en vul de tank met olie (SAE 30). Let op het max. vulpeil. Sluit vervolgens weer het deksel.

8. Benzine bijvullen. (Afb. 19 + 20) Schroef het tank-

deksel (19) open en vul de tank met benzine (Su- per / E10). Let op het max. vulpeil en op de vei- ligheidsvoorschriften bij de omgang met benzine. Sluit vervolgens weer de opening.

9. Verbindt de twee accukabels (Afb. 15) met elkaar.

10. Klap de carrosserie weer naar onderen en schroef

de knoppen 12 en 2 weer vast.

11. Haal de borgschroeven aan. (Afb. 16)

  • ontoereikende kennis van eventuele gevolgen die met de bodemgesteldheid samenhangen, met name op een helling (zie onder hoofdstuk „Voor uw veiligheid“, kopje „Werken op hellingen“),
  • onjuist vasthaken van lasten en slechte verdeling van de last. Controleer het brandstofsysteem vóór ingebruikname van het apparaat op lekkage, met name de zichtbare onderdelen, zoals bijv. tank, tankdop, slangverbindin- gen. Verbrandingsmotor bij lekkage of schade niet starten – Brandgevaar! Apparaat vóór ingebruikna- me door vakhandelaar laten repareren. Vervang voordat u het apparaat gebruikt defecte en alle andere versleten en beschadigde delen. Onlees- bare of beschadigde waarschuwingsaanwijzingen op het apparaat moeten worden vervangen. Op het maaiwerk moet steeds de vastgeschroefde uitwerpnippel (uitwerpkanaal op maaiwerk) goed ge- monteerd zijn. Deze mag niet beschadigd zijn en zo nodig door een vakman worden vervangen. Controleer de werking van de rem voor elke inbedrijf- stelling. Controleer vóór elk gebruik:
  • of het snijgereedschap en de complete snijeenheid (maaimes, messenkoppeling, messenrem, beves- tigingsbout, maaiwerkbehuizing) in onberispelijke staat zijn. Er moet vooral worden gecontroleerd op veilige montage, schade en slijtage.
  • of de tankdop stevig vastgeschroefd is.
  • of de tank en de brandstofvervoerende delen en de tankdop in onberispelijke staat zijn.
  • of de veiligheidsvoorzieningen in onberispelijke staat zijn en goed werken.
  • of de banden (luchtdruk, beschadigingen, slijta- ge) en het frame in onberispelijke staat zijn. De schroefverbindingen moeten op correcte montage worden gecontroleerd. Alle onderhoudswerkzaam- heden die in het onderhoudsschema worden ver- meld onder de rubriek „Vóór het in bedrijf nemen“ moeten in elk geval worden uitgevoerd. Neem eventueel contact op met een vakhandelaar. Maaivlak voorbereiden Onderzoek het te maaien oppervlak zorgvuldig voor- afgaand aan het maaien. Verwijder stenen, stokken, botten, draden, speelgoed en andere voorwerpen, die door het apparaat weggeslingerd kunnen worden. Let erop dat er zich geen personen op het te maaien oppervlak bevindenwww.scheppach.com
  • Maaiwerk (5) moet uitgeschakeld zijn.
  • Gashendel (11) bij koudere temperaturen in de po- sitie “Choke”, bij warmere temperaturen of warme motor op vol gas “Snel” zetten.
  • Contactsleutel (10) naar “Start” draaien tot de mo- tor aanspringt, daarna in positie “On” laten.
  • Gashendel (11) vanuit positie “Choke of Snel” naar een lager toerental “Kruipgang” zetten. Motor starten met startkabel (Afb. 22-24,28)
  • Het motoroliepeil controleren. Zie hoofdstuk Con- trole van het oliepeil.
  • Maaiwerk (5) moet uitgeschakeld zijn.
  • Gashendel (11) bij koudere temperaturen in de po- sitie “Choke”, bij warmere temperaturen of warme motor op vol gas “Snel” zetten.
  • Contactsleutel (10)naar “ON” draaien
  • Stoel omhoog klappen en aan de startkabel (Afb.
  • Let op: Bij koel weer kan het noodzakelijk zijn om het startproces meerdere te herhalen.
  • De starttrekkabel niet laten terugslingeren.
  • Stoel naar onderen klappen
  • Gashendel (11) vanuit positie “Choke of Snel” naar een lager toerental “Kruipgang” zetten. Starten zonder maaiwerk (Afb. 23-25)
  • Bij een lager toerental “Kruipgang” het rempedaal (8) volledig indrukken, de vergrendelingsrem (6) wordt ontgrendeld.
  • Gewenste versnelling inschakelen.
  • Rempedaal (8) langzaam loslaten, zodat de gras- maaier in beweging wordt gezet.
  • Gashendel (11) naar de positie “Snel” om gas te geven.
  • Let op! Wisselen van versnelling alleen uitvoeren in stilstand. Starten met maaiwerk (Afb. 23-27)
  • Bij een lager toerental “Kruipgang” het rempedaal (8) volledig indrukken, de vergrendelingsrem (6) wordt ontgrendeld.
  • Maaiwerk schakelhendel (5) langzaam naar links en voren schuiven en indien het maaiwerk is vast- gekoppeld naar rechts schuiven totdat deze vast- klikt. (Afb. 26)
  • Gewenste versnelling inschakelen.
  • Rempedaal (8) langzaam loslaten, zodat de gras- maaier in beweging wordt gezet.

m Let op! De motor wordt zonder olie geleverd. Voor inge- bruikname daarom altijd olie bijvullen. Gebruik hiertoe normale multifunctionele olie (SAE 30). De oliepeil in de motor moet voor elke keer maai- en worden gecontroleerd. Eventueel moet er benzine worden bijgevuld, om- dat dit niet is meegeleverd. m WAARSCHUWING Elk keer als u instel- en/of reparatiewerkzaamhe- den aan uw grasmaaier moet uitvoeren, moet u wachten totdat de messen niet meer draait. Schakel voor alle instel-, onderhouds- en repara- tiewerkzaamheden de motor uit en verwijder de contactsleutel. Tanken Afb. 19 + 20 m Gevaar voor letsel! Benzine is explosief!

  • Motor uitschakelen en laten afkoelen!
  • Veiligheidshandschoenen dragen!
  • Huid- en oogcontact vermijden!
  • Neem altijd het hoofdstuk “Veiligheidsinstructies, omgang met benzine” in acht.
  • Gebruik het apparaat uitsluitend in de buitenlucht of in goed geventileerde ruimtes.
  • Maak de omgeving van het vulgedeelte schoon. Verontreinigingen in de tank veroorzaken bedrijfs- storingen.
  • Open voorzichtig het tankdeksel (19) zodat eventu- ele overdruk kan ontsnappen.
  • Vul voorzichtig de benzine bij tot aan de onderkant van de vulpijp.
  • Sluit het tankdeksel (19) opnieuw. Controleer of het tankdeksel goed is afgesloten.
  • Maak het tankdeksel en de omgeving goed schoon.
  • Controleer de tank en de brandstoeidingen op lekkage.
  • Neem minimaal drie meter van de plek waar u brandstof hebt bijgevuld voordat u de motor start. m WAARSCHUWING Gebruik altijd een veiligheidscontainer voor benzine. Rook niet tijdens het bijvullen van de benzine. Ver- wijder alle olie- en benzineresten. Schakel de motor voor het bijvullen van de benzine uit en laat de motor enkele minuten afkoelen. Motor starten met E-start (Afb. 21-24)
  • Het motoroliepeil controleren. Zie hoofdstuk Con- trole van het oliepeil.
  • Gashendel (11) naar de positie “Snel” om gas te geven.
  • Let op! Wisselen van versnelling alleen uitvoeren in stilstand. Grasmaaier uitschakelen: (Afb. 21-26)
  • Trap het rempedaal (8) in en activeer de vergren- delingsrem (6) door het verplaatsen van de hendel.
  • Schakel het maaiwerk uit door de hendel (5) naar rechts en achteren te trekken
  • Zet de gashendel (11) op gasstand “Kruipgang”
  • Draai de contactsleutel (10) naar de positie “Stop“.
  • Verwijder bij het verlaten van de grasmaaier altijd de contactsleutel (10). Instellen van de snijhoogte (Afb. 27) m Let op! Het verstellen van de snijhoogte mag alleen bij een uitgeschakeld maaiwerk worden uitgevoerd. Aanwijzing voor maaien: Werken op hellingen: Op hellingen gebeuren vaak ongevallen doordat men de controle over de machine verliest of doordat deze omvalt. Dit kan leiden tot ernstig of zelfs dodelijk let- sel. Er bestaat geen „veilige“ helling. Bij het rijden op met gras begroeide hellingen is bijzondere opmerkzaam- heid vereist. Om veiligheidsredenen mag het apparaat niet op hel- lingen steiler dan 10° (17,6 %) worden gebruikt. Kans op letsel! Een helling van 10° betekent een vertica- le stijging van 17,6 cm bij een horizontale lengte van 100 cm. Start of stop bij voorkeur niet op hellingen. Gebruik de machine niet op plekken zoals hellingen of sloten waar deze kan kantelen of wegglijden. De kans op kantelen of wegglijden wordt groter naarmate de ondergrond losser of vochtiger is. Rijd op hellingen altijd in de lengterichting. Bij het dwars rijden is er meer kans op kantelen. Wijzig bij ritten op hellingen niet abrupt de snelheid of de richting. Voor het maaien onder zulke omstandig- heden dient de zitmaaier voorzichtig, rustig en gelijk- matig te worden bediend. Verander op hellingen niet van richting. Keer op hel- lingen alleen wanneer dit onvermijdelijk is; rijd indien mogelijk langzaam en in brede bogen bergafwaarts. Maai geen nat gras, vooral niet op hellingen, om- dat de wielen op nat gras minder grip hebben. De zitmaaier kan dan wegglijden en is niet meer onder controle te houden. Bij het rijden op hellingen mag de transmissie niet via de vrijloop van de transmissie worden ontgrendeld. Wees bij het bedienen van combimachines uiterst voorzichtig (andere gewichtsverdeling op de machi- ne). Wanneer de wielen doorschieten of wanneer het voertuig bij het rijden op een helling bergopwaarts blijft steken, moet het maaimes of het combi-appa- raat worden uitgeschakeld. Verlaat vervolgens de helling door langzaam recht bergafwaarts naar be- neden te rijden. Probeer de zitmaaier nooit te stabiliseren door een voet op de grond te zetten. Het gewicht van de grasopvangbox verhoogt de kans op kantelen, vooral als de box vol is. De grasopvangbox nooit op een schuine ondergrond ledigen of optillen. Stoppen en uitschakelen: De zitmaaier mag uitsluitend op een vlakke onder- grond worden uitgeschakeld. Controleer of de zitmaaier volledig stil staat voordat u van de zitmaaier af stapt. Houd rekening met de uitloop van het snijgereed- schap. Het duurt enkele seconden voordat het snij- gereedschap helemaal tot stilstand is gekomen. Vóór het verlaten van de bestuurdersstoel het maai- mes of de aandrijving naar de combi-apparaten uit- schakelen, het maaiwerk en alle combi-apparaten la- ten zakken, alle stuurhendels in de neutrale standen zetten, de handrem aantrekken, de verbrandingsmo- tor uitschakelen en de contactsleutel eruit trekken. Bewaar de contactsleutel zodanig dat uitsluitend be- voegde personen er toegang toe hebben. Aanwijzing voor maaien:
  • Let op vaste voorwerpen. De grasmaaier kan be- schadigd raken of er kan letsel ontstaan.
  • Een hete motor, uitlaat of aandrijving kan verbran- dingen veroorzaken. Dus niet aanraken.
  • Maai alleen bij voldoende licht.
  • Controleer de maaier, het mes en de andere delen, die tegen een vreemd voorwerp zijn gelopen of in- dien het apparaat sterker trilt dan normaal.www.scheppach.com
  • Breng geen wijzigingen aan de instellingen aan en voer geen reparaties uit voordat de motor is uitge- schakeld. Verwijder de bougiestekker (Afb. 33).
  • Let op het wegverkeer in de buurt van een weg of op de weg. Houd het uitgeworpen gras uit de buurt van de weg.
  • Vermijd plaatsen waarbij de wielen niet meer grij- pen of het maaien niet stabiel is.
  • Controleer voor een achterwaartse beweging of er geen kleine kinderen achter u staan.
  • In dicht, hoog gras moet u het hoogste snijniveau instellen en langzamer maaien.
  • Voor het verwijderen van het gras of overige ver- stoppingen, moet u de motor uitschakelen en de voedingskabel verwijderen.
  • Verwijder nooit delen die voor de veiligheid dienen.
  • Vul nooit benzine bij als de motor nog heet is of loopt Het maaien Alleen met scherpe, optimale messen maaien, zodat de grashalmen niet scheuren en het gras niet geel wordt. Om een net snijbeeld te bereiken moet de grasmaai- er in zo recht mogelijke banen worden geleid. Hierbij moeten deze banen altijd enkele centimeters overlap- pen zodat er geen stroken overblijven. De onderzijde van de grasmaaier moet schoon wor- den gehouden en grasafzettingen moeten absoluut worden verwijderd. Afzettingen verzwaren het star- ten, beïnvloeden de snijkwaliteit en het uitwerpen van het gras. Op hellingen moet de snijbaan dwars op de helling worden gemaakt. Het wegglijden van de grasmaaier wordt door de schuine stand naar boven voorkomen. Selecteer de snijhoogte, afhankelijk van de werkelijk graslengte. Voer meerdere passages uit, zodat er maximaal 4 cm gras in één keer wordt afge- haald. De motor uitschakelen voordat er controles van de messen worden uitgevoerd. Denk eraan dat het mes na het uitschakelen van de motor nog enkele secon- den doordraait. Probeer nooit om het mes te stoppen. Controleer regelmatig of het mes correct is beves- tigd, in goede staat is en goed is geslepen. Slijp of vervang het mes als dit niet het geval is. Indien het bewegende mes op een voorwerp slaat, de gras- maaier stoppen en wachten totdat het mes volledig stil staat. Controleer vervolgens de toestand van het mes en de meshouder. Indien deze is beschadigd, moet deze worden vervangen. Vangkorf (15) legen tijdens het zitten (Afb. 36):
  • Rij naar de plaats waar u de vangkorf wilt legen.
  • Druk het rempedaal (8) in.
  • Schakel het maaiwerk (5) uit.
  • Til met de greep de vangkorf (15) op, zodat deze wordt geleegd.
  • Laat de vangkorf (15) weer zakken Vangkorf (15) legen tijdens het uithangen (Afb. 37):
  • Druk het rempedaal (8) in en activeer de vergren- delingsrem (6).
  • Schakel het maaiwerk (5) uit.
  • Zet de versnellingshendel (12) op neutraal “N”
  • Hang de vangkorf (15) uit en leeg deze.
  • Hang de vangkorf (15) weer in. Na het maaien
  • De motor altijd eerst laten afkoelen, voordat men de grasmaaier in een gesloten ruimte plaatst.
  • Verwijder gras, gebladerte. Voor opslag smeren en oliën. Geen andere voorwerpen op de maaier bewaren.
  • Controleer voor hernieuwd gebruik alle schroeven en moeren. Losgekomen schroeven moeten wor- den aangehaald.
  • Leeg de vangkorf (15) voor het hernieuwde gebruik.
  • Verwijder de contactsleutel
  • Let erop dat de maaier niet naast een gevarenbron wordt geplaatst. Het uittreden van gas kan leiden tot explosies.
  • Er mogen alleen originele onderdelen of door de fa- brikant goedgekeurde onderdelen worden gebruikt bij reparaties (zie adres van de garantie-oorkonde).
  • Bij het langdurige niet gebruik van de maaier, moet de benzinetank worden geleegd met een afzuig- pomp voor benzine.
  • Het apparaat oliën en onderhouden

9. Onderhoud en reiniging

Onderhoud en reparaties Zet het apparaat voorafgaand aan reinigings-, instel-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden op een stevige, vlakke ondergrond, trek de handrem aan, schakel de verbrandingsmotor uit en laat deze afkoe- len en trek de contactsleutel eruit. Voor werkzaamheden rondom de verbrandingsmo- tor, het uitlaatspruitstuk en de geluiddemper eerst het apparaat laten afkoelen – ook bij alle onderhouds- werkzaamheden aan het maaiwerk. De temperaturen kunnen tot 80° C en meer oplopen. Kans op brand- wonden! Direct contact met motorolie kan gevaarlijk zijn, ook mag motorolie niet worden gemorst. Reiniging: Na het gebruik moeten de complete zitmaaier en de combi-apparaten worden gereinigd. Verwijder in elk geval alle grasresten omdat het vocht in het gras na verloop van tijd beschadigingen veroorzaakt.www.scheppach.com

SCHEPPACH raadt het gebruik van een hogedruk- reiniger af. Reinig he apparaat als volgt met water.

  • Slangaansluitstuk op de wateraansluiting (4) van de maaier plaatsen en de waterkraan openen.
  • Maaier starten en na ca. 30 sec. de maaier uit- schakelen. De roterende mesbalk slingert het wa- ter naar de onderzijde van de maaier en reinigt zo de onderzijde.
  • Waterkraan sluiten en slangaansluitstuk verwijde- ren.
  • Bovenzijde met een lap schoonmaken (geen scher- pe voorwerpen gebruiken). Aanwijzing: Het is het makkelijkst om vuil en gras di- rect na maaien te verwijderen. Gedroogde grasresten en vuil kunnen een negatief e󰀨ect op hebben op het maaivermogen. Controleer of het grasuitwerpkanaal vrij is van grasresten en verwijder deze indien nodig. Reinig de maaier nooit met een waterstraal of hoge- drukreiniger. De motor moet droog blijven. Agressieve reinigingsmiddelen zoals koudreiniger of wasbenzine mogen niet worden gebruikt. Rijd voor het reinigen (bijv. van het frame van de zit- maaier) nooit dicht langs een rand of een sloot. Om brandgevaar te voorkomen, moet u de verbran- dingsmotor, de koelvinnen, het accuvak, het gedeelte rondom de tank en de uitlaat vrij houden van gras, bladeren of uitstromende olie (vet). Reinig steeds de grasopvangbox. Onderhoudswerkzaamheden: Er mogen alleen onderhoudswerkzaamheden wor- den uitgevoerd die in deze gebruiksaanwijzing wor- den vermeld. Alle andere werkzaamheden dient u door uw vakhandelaar te laten uitvoeren. Neem altijd contact op met uw vakhandelaar als u niet over de vereiste kennis en gereedschappen beschikt. Wij adviseren: onderhouds- en reparatiewerkzaam- heden uitsluitend uit laten voeren door de dealer. Gebruik uitsluitend gereedschappen, accessoires of combi-apparaten die voor dit apparaat door SCHEP- PACH zijn toegelaten of technisch gelijkwaardige delen, anders is er kans op ongevallen met letsel of schade aan het apparaat. Neem bij vragen contact op met een vakhandelaar. Originele SCHEPPACH gereedschappen, accessoi- res en vervangingsonderdelen zijn wat betreft hun eigenschappen optimaal op het apparaat en de be- hoeften van de gebruiker afgestemd. De zitmaaier en alle combi-machines moeten een keer per jaar door een vakhandelaar worden geïn- specteerd. Houd waarschuwings- en instructiestickers altijd leesbaar en schoon. Beschadigde of verloren gega- ne stickers moeten vakhandelaar door nieuwe origi- nele stickers worden vervangen. Let er bij het ver- vangen van een onderdeel door een nieuw onderdeel op dat het nieuwe onderdeel van dezelfde stickers is voorzien. Om veiligheidsredenen moeten brandstof bevattende onderdelen (brandstoeiding, brandstofkraan, brand- stoftank, tankdop, aansluitingen enz.) regelmatig op beschadigingen en lekkages worden geïnspecteerd en indien nodig door een erkende monteur worden vervangen. Voorafgaand aan werkzaamheden aan of in de buurt van elektrische componenten moet de minkabel (–) op de accu worden losgekoppeld. De machine is met talloze veiligheidsvoorzieningen uitgevoerd. Deze voorzieningen mogen niet worden verwijderd of gemodiceerd (bijv. overbrugd) en moe- ten regelmatig worden geïnspecteerd. Werkzaamhe- den aan de veiligheidsvoorzieningen mogen uitslui- tend door een erkende monteur worden uitgevoerd. Zorg voor een veilig gebruik van de machine dat alle moeren, bouten en schroeven, met name de mesbe- vestigingsbout, goed zijn vastgedraaid. Om veiligheidsredenen moeten versleten of bescha- digde onderdelen meteen worden vervangen. Controleer regelmatig of de grasopvangvoorziening (bijv. grasopvangbox, uitwerpkanaal) versleten of be- schadigd is of niet goed meer werkt. Vanwege het gewicht van de zitmaaier is bij werk- zaamheden onder de machine grote voorzichtigheid geboden. Neem daarom contact op met uw vakhan- delaar. Controleer of de voor- en achterwielen goed vastzit- ten. Houd de zitmaaiers en de combiapparaten voortdu- rend in onberispelijke staat, alle veiligheidsvoorzie- ningen moeten aanwezig en in onberispelijke staat zijn. Controleer of de banden voldoende spanning heb- ben. De in de gebruiksaanwijzing vermelde banden- spanning mag niet worden overschreden.www.scheppach.com
  • Peilstok weer tot aan de aanslag in de vulpijp schroeven.
  • Peilstok eruit trekken en in horizontale positie het oliepeil aezen. Het oliepeil moet zich tussen de max en min van de oliepeilstok (21) bevinden. Olieverversing (Afb. 32)
  • Het verversen van de motorolie moet jaarlijks voor het begin van het seizoen bij bedrijfswarme en uit- geschakelde motor worden uitgevoerd.
  • Uitsluitend motorolie (SAE 30) gebruiken.
  • Grasmaaier op een e󰀨en, recht oppervlak zetten.
  • Contactsleutel (10) verwijderen
  • Knoppen 12 en 2 losschroeven
  • Kantelzekeringsschroef verwijderen (Afb.16)
  • Carrosserie omhoog klappen (Afb. 2)
  • De oliepeilstok (21) door naar links te draaien los- schroeven
  • Met de meegeleverde injector (g) en slang mo- torolie door de vulpijp afzuigen.
  • Nieuwe motorolie bijvullen en het oliepeil contro- leren Verbruikte olie moet conform de geldende voorschrif- ten worden verwijderd. Onderhoud van het luchtlter (Afb. 35 + 36) Vervuilde luchtlters (20) verminderen het motorver- mogen door een te geringe luchttoevoer naar de car- burateur. Regelmatige controle is daarom absoluut noodzakelijk. Het luchtlter moet elke 25 bedrijfsuren worden ge- controleerd en indien nodig worden gereinigd. Bij een zeer sto󰀩ge lucht moet het luchtlter vaker worden gecontroleerd.
  • Carrosserie zoals bij de olieverversing beschreven omhoog klappen.
  • Uitwerpkanaal uitklappen. (Afb. 35)
  • Verwijder de afdekking van het luchtlter (Afb. 36) en verwijder het luchtlter (A en B).
  • Sponslter (V) met water uitwassen en volledig la- ten drogen.
  • Papieren lter (A) alleen met perslucht of door uit- kloppen reinigen. Let op: Luchtlter nooit met benzine of brandbare op- losmiddelen reinigen. Papieren lter alleen met pers- lucht of door uitkloppen reinigen. Onderhoud van de bougie (afb. 33) Controleer de bougie voor het eerst na 10 bedrijfsu- ren op vervuiling en reinig deze eventueel met een koperdraad-borstel. Daarna de bougie elke 50 be- drijfsuren onderhouden. Trek de voedingsstekker er met een draaiende bewe- ging af. Verwijder de bougie (23) met een bougies- leutel. Werk aan de snijeenheid uitsluitend met dikke werk- handschoenen en met de uiterste voorzichtigheid. Controleer de werking van de rem met regelmatige korte tussenpozen en laat eventueel de vereiste in- stellingen of onderhoudswerkzaamheden door een erkende vakhandelaar uitvoeren. m WAARSCHUWING Werk nooit bij een lopende motor aan stroomgelei- dende delen van de ontstekingsinstallatie en raak deze delen niet aan. Trek voorafgaand aan alle on- derhouds- of verzorgingswerkzaamheden de voe- dingsstekker uit de bougie. Voer nooit werkzaamhe- den uit aan een lopend apparaat. Werkzaamheden die in deze gebruikshandleiding niet zijn beschreven, mogen alleen worden uitgevoerd door een geautori- seerde werkplaats. Wielassen en wielnaven Dienen eenmaal per seizoen te worden gereinigd en licht te worden ingevet. Messen Laat de messen vanwege veiligheidsredenen alleen slijpen, ontbramen en monteren door een geautori- seerde werkplaats. Om een optimaal werkresultaat te bereiken, is het raadzaam om het mes eenmaal per jaar te laten controleren. Vervangen van de messen (Afb. 39 + 40) Bij het vervangen van het snijgereedschap mogen alleen originele reserveonderdelen worden gebruikt. Draag bij het vervangen van de messen handschoe- nen om snijwonden te voorkomen. Nooit andere messen monteren.
  • Verwijder de contactsleutel.
  • Verwijder de schroef (C) om het mes (E) te vervan- gen.
  • Plaats alles weer net zoals in afb. 39. Bevestig de schroef op correct wijze. Bevestigingsdraaikracht bedraagt 65Nm. Verwijder ook schroef C en ring D als u het mes vervangt. Controle van het oliepeil m Let op! Motor nooit zonder of met te weinig olie gebruiken. Dit kan leiden tot ernstige schade aan de motor. Uitsluitend motorolie SAE 30 gebruiken. Controle van het oliepeil (Afb. 14):
  • Grasmaaier op een e󰀨en, recht oppervlak zetten.
  • Contactsleutel (10) verwijderen
  • Knoppen 12 en 2 losschroeven
  • Kantelzekeringsschroef verwijderen (Afb. 16)
  • Carrosserie omhoog klappen (Afb. 2)
  • De oliepeilstok (21) door naar links te draaien los- schroeven en de peilstok afvegen.www.scheppach.com

Belangrijke tip in geval van het verzenden van de apparatuur naar een servicebedrijf: Om veiligheidsredenen dient u ervoor te zorgen dat de apparatuur zonder olie en benzine wordt verzon- den! Bestellen van vervangende onderdelen Vermeldt de volgende gegevens wanneer u vervan- gingsonderdelen bestelt:

  • Artikelnummer van de machine Reserveonderdelen / accessoires Grasmaaimachinemes - Artikel nr.: 7911200616 Service-informatie U moet er rekening mee houden dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan een slijtage door gebruik of een natuurlijke slijtage, resp. dat de volgende delen nodig zijn als verbruiksmaterialen. Slijtstukken*: Bougie, luchtlter, benzinelter, mes- sen, V-snaar, accu, zekering, banden
  • niet verplicht bij de leveringsomvang begrepen!

Opslag bij langdurige bedrijfsonderbrekingen Laat de verbrandingsmotor afkoelen voordat u het apparaat in een afgesloten ruimte plaatst. Bewaar de zitmaaier met een lege tank en de brand- stofvoorraad in een afsluitbare en goed geventileerde ruimte. Bewaar de machine nooit met benzine in de tank in binnenruimtes waar eventuele benzinedampen met open vuur of vonken in aanraking kunnen komen. Als de tank moet worden afgetapt (b v. stilleggen voor de winterpauze), mag de brandstoftank uitsluitend in de open lucht worden geledigd (tank b v. in de open lucht leegrijden door de verbrandingsmotor te laten draaien). Sla het apparaat in een veilige staat op. De contactsleutel moet er altijd worden uitgehaald en op een veilige plek worden bewaard om het on- bevoegd of ondeskundig gebruik door kinderen en andere personen te voorkomen. Reinig de zitmaaier voor het opslaan (bijv. winterpau- ze) grondig. Droge grasresten en bladeren in de buurt van de geluiddemper kunnen ontbranden. Gevaar voor ontbranding! Laat het apparaat volledig afkoelen voor dat u het be- dekt. Stel onder gebruik van een voelermaat de afstand in op 0,75 mm (0,030“). Breng de bougie (23) weer aan en let erop dat u deze niet te vast draait. Zekering vervangen (Afb. 34)

  • De elektrische start is beveiligd met een 10A ze- kering.
  • Nooit een andere zekering gebruiken of de zeke- ring overbruggen. Accu laden (Afb. 29) De accu wordt bij het bedrijf opgeladen. Toch kan re- gelmatig starten noodzakelijk zijn om de accu met de meegeleverde lader (f) op te laden:
  • Steek de stekker in de laadbus (7) en de lader (f) in een stopcontact. 230V50Hz
  • Laad de accu min. 5 uur op. Accu laden met autolader (Afb. 30 + 31)
  • U kunt de accu ook met de meegeleverde laad- kabel (m) aan een standaard autolader voor 12V loodaccu’s opladen.
  • Sluit hiervoor de accu aan (Afb. 15).
  • Sluit de meegeleverde laadkabel (m) op de accu aan en verbindt de zwarte kabel met de - pool en de rode kabel met de + pool van de lader (afb. 30 + 31). Let op! Verwissel nooit de + en - pool. Grasmaaier altijd met volledig geladen accu opslaan. Bandendruk: Controleer voor de start de druk van de banden! De correcte bandendruk is 1,8 bar aan de voorwielen en 1,3 bar aan de achterwielen. Belangrijk: Bij een te lage bandendruk wordt het ri- sico op het beschadigen van ventielen verhoogd en daarmee ook het risico op het beschadigen van de slangen. Reparatie Na reparatie of onderhoud controleren of alle veilig- heidstechnische delen zijn bevestigd en in optimale toestand zijn. Delen, waarbij er gevaar voor verwon- ding voor andere personen en kinderen bestaat, on- toegankelijk bewaren. Let op: Conform de wetgeving voor productgaranties wordt er geen garantie geboden voor schade die ont- staan is door incorrecte reparaties of door het niet gebruiken van originele reserveonderdelen. Draag hiertoe een klantenservice of een geautori- seerde specialist op. Overeenkomstig geldt dit ook voor accessoires.www.scheppach.com

Aanwijzingen betre󰀨ende de wetgeving Afge- dankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur behoort niet bij het huishou- delijke afval, maar moeten worden inge- zameld resp. gescheiden worden afge- voerd!

  • Oude batterijen of accu’s die niet vast in het afge- dankte apparatuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden verwijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wetgeving inzake batterijen.
  • Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elektronische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu’s in te leveren.
  • De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wis- sen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afgedankte apparaat!
  • Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak be- tekent dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur niet bij het huishoudelijk afval mag wor- den gegooid.
  • Afgedankte elektrische en elektronische appara- tuur kunnen bij de volgende punten kosteloos wor- den ingeleverd: - Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven) - Verkooppunten van elektrische apparaten (stati- onair en online), voor zover dealers verplicht zijn ze terug te nemen of dit vrijwillig aanbieden. - Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven ko- pen, of naar een ander erkend inzamelpunt in je omgeving worden gebracht. - Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaar- den van de fabrikanten en distributeurs verzoe- ken wij u contact op te nemen met de betre󰀨ende klantenservice.
  • Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikaat aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zor- gen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elektrische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant.
  • Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden ge- installeerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Eu- ropese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. Verricht voor het opslaan alle noodzakelijke on- derhoudswerkzaamheden. Wanneer de zitmaaier gedurende langere tijd buiten werking wordt ge- steld, moeten de accukabels worden losgekoppeld. SCHEPPACH raadt aan de accu te demonteren en deze volledig opgeladen in een droge en afgesloten ruimte op te slaan. Beveilig accu´s tegen gebruik door onbevoegden (bijv. kinderen). Laad de batterij in de winter 1-2 keer op om er- voor te zorgen dat deze de volledige oplaadca- paciteit behoudt. Onjuiste opslag kan de batterij beschadigen en is uitgesloten van de garantie. Transport Transport van de zitmaaier De zitmaaier kan door het eigen gewicht zware kneus- wonden veroorzaken. Ga bij het laden en lossen van de zitmaaier tijdens het transport in een voertuig of aanhangwagen met grote voorzichtigheid te werk. Deze zitmaaier mag niet worden gesleept. Gebruik voor het transport op de openbare weg een geschikt voertuig of een geschikte aanhanger. Bevestig de zitmaaier tijdens transport veilig op een laadbak. Steeds handrem aantrekken. Voor het transport moet de aandrijving van het maai- mes resp. de combi-machines worden losgekoppeld. Houd u bij het transport van het apparaat aan de plaatselijke voorschriften, met name wat betreft de laadveiligheid en het transport van voorwerpen op laadoppervlakken. Het apparaat, vooral de verbrandingsmotor en ge- luiddemper, na het laden en voor verder transport volledig laten afkoelen. Het laadvlak en de omgeving van de geluiddemper en verbrandingsmotor dienen tijdens het transport vrij te worden gehouden van brandbare materialen zoals stro, bladeren of ge- droogde grasresten. Verwijder altijd de contactsleutel

11. Afvoer en recycling

Aanwijzingen op de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkin- gen milieuvriendelijk afvoe- ren.www.scheppach.com

Aanwijzingen voor de wetgeving op batterijen (het Duitse BattG) Oude batterijen en accu’s behoren niet bij het huishoudelijke afval, maar moe- ten worden ingezameld resp. geschei- den worden afgevoerd!

  • Voor het veilig verwijderen van batterijen of accu’s uit het elektrische apparaat en voor informatie over het type resp. het chemische systeem dient u de overige gegevens in de bedienings- en montage- handleiding in acht te nemen.
  • Eigenaars resp. gebruikers van batterijen en accu’s zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu’s in te leveren. Het inleveren beperkt zich tot teruggave van huishoudelijke hoeveelheden.
  • Oude batterijen kunnen schadelijke sto󰀨en of zwa- re metalen bevatten die schadelijk kunnen zijn voor het milieu en de gezondheid. Het recyclen van oude batterijen en het gebruik van de hierin opge- nomen ressources levert u een bijdrage om deze twee belangrijke goederen te beschermen.
  • Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak bete- kent dat afgedankte batterijen en accu’s niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
  • Als er onder het vuilnisbaksymbool ook de tekens Hg, Cd of Pb staan, betekent dit het volgende: - Hg: Batterij bevat meer dan 0,0005% kwikzilver - Cd: Batterij bevat meer dan 0,002% cadmium - Pb: Batterij bevat meer dan 0,004% lood
  • Accu’s en batterijen kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd: - Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven) - Verkooppunten van batterijen en accu’s - Verzamelpunten van het gezamenlijke inzamel- systeem voor oude batterijen van een apparaat - Verzamelpunten van de fabrikant (indien geen deelnemer van het gezamenlijke inzamelsys- teem)
  • Deze uitspraken zijn alleen geldig voor accu’s en batterijen die in de landen van de Europese Unie worden verkocht en die onder de Europese Richt- lijn 2006/66/EG vallen. In landen buiten de Europe- se Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van accu’s en batterijen. Accu voor het afvoeren van het apparaat demon- teren
  • De geïntegreerde accu moet worden gedemon- teerd en apart op milieuvriendelijke wijze worden afgevoerd voordat het apparaat wordt weggegooid.
  • Plak open contacten af en verpak de accu dusda- nig dat deze niet in de verpakking verschuift. Neem ook alle andere nationale voorschriften in acht. Informatie over het afvoeren van versleten appa- ratuur kunt u opvragen bij uw gemeente. Brandsto󰀨en en oliën
  • Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brandstoftank en het motorreservoir worden ge- leegd!
  • Brandstof en motorolie horen niet bij het huishou- delijke afval of in het riool, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
  • Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd.

12. Probleemoplossingen

Foutoplossing De tabel toont mogelijke fouten, hun mogelijk oor- zaak en mogelijke oplossing. Als het probleem ech- ter niet kan worden opgelost, dient u een specialist te raadplegen. m VOORZICHTIG! Eerst de motor uitschakelen en de voedingskabel verwijderen voordat er inspecties of afstellingen wor- den uitgevoerd. m VOORZICHTIG! Als na een afstelling of reparatie de motor enige mi- nuten heeft gelopen, moet u eraan denken dat de uitlaat en andere delen heet zijn. Niet aanraken om verbrandingen te vermijden.www.scheppach.com

Storing Mogelijke oorzaak Oplossing Onrustige loop, sterk trillen van het apparaat

  • Messen niet in balans
  • Uitwerpkanaal verstopt.
  • Uitwerpkanaal reinigen. Motor loopt niet
  • Onjuiste startvolgorde
  • Choke-instelling incorrect
  • Motorremhendel niet ingedrukt
  • Slechte brandstof, opslag zonder het legen van de benzinetank, incorrect type benzine
  • Bougie vervuild (koolresten op de elektroden), elektrode-afstand te groot
  • Bowdenkabel door wartelmoer afstellen.
  • Brandstoftank en carburateur legen. Nieu- we benzine bijvullen.
  • Bougies reinigen, warmtewaarde van de bougies controleren evt. bougies vervan- gen, 0,6-0,8 mm instellen
  • Bougies drogen en opnieuw terugplaatsen.
  • Erkende klantenservice raadplegen Verbrandingsmotor wordt zeer heet.
  • Koelvinnen zijn vuil.
  • Controleer de inhoud van de motorolie en vul motorolie bij.
  • V-riem vervangen. Apparaat rijdt niet.
  • Transmissie losgekoppeld.
  • V-riem (transmissie) losgeraakt.
  • V-riem (transmissie) versleten of beschadigd.
  • Ontbrekende pasveer tussen de achteras en achterwielen.
  • Transmissie vastkoppelen (beugel vrijloop van de transmissie).
  • V-riem (transmissie) vasthaken.
  • V-riem (transmissie) vervangen.
  • Bougie reinigen Gras wordt geel, snede onregelmatig
  • Juiste hoogte instellen Uitwerping van het gras is rommelig
  • Uitwerpkanaal reinigen
  • Bij droog weer maaien
  • Lagere versnelling selecteren Maaier start niet met elek- tro-start
  • Zekering doorgebrand
  • Zekering vervangen Verlagen van het vermogen van de motor tijdens het maaien
  • Rijsnelheid in verhouding tot de snij- hoogte te hoog
  • Rijsnelheid verlagen en snijhoogte verho- gen Remvermogen onvoldoen-
  • Rem niet meer correct ingesteld • Contact opnemen met de dealer/klanten- servicewww.scheppach.com
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SCHEPPACH

Model : MR19661

Categorie : Grasmaaier