SCHEPPACH MR19661 - Grasmaaier

MR19661 - Grasmaaier SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MR19661 SCHEPPACH in PDF-formaat.

📄 216 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice SCHEPPACH MR19661 - page 122
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Zitmaaier
Merk Scheppach
Model MR19661
Motortype 4-takt motor, luchtgekoeld
Cilinderinhoud 196 cm³
Vermogen 4,8 kW (6,5 pk)
Motortoerental 3000 tpm
Brandstof Loodvrije benzine (max 5% bio-ethanol)
Brandstoftankinhoud 1,0 L
Motorolie SAE 30 / 10W40
Oliecarterinhoud 0,6 L
Snijbreedte 61 cm
Snijhoogte 35 tot 75 mm
Snijhoogteverstelling 5 niveaus
Opvangbakvolume 150 L
Vooruit snelheden 4 (1,5 / 2,0 / 3,0 / 4,6 km/u)
Achteruit snelheid 2,3 km/u
Gewicht 115 kg
Voorwielen 10x4,00-4, spanning 1,3 bar
Achterwielen 13x5,00-6, spanning 1,8 bar
Accu Loodaccu 12 V, 7 Ah
Gegarandeerd geluidsvermogensniveau 98 dB(A)
Veiligheidsvoorzieningen Stoprem, contactslot, motorstop, kantelbeveiliging
Regelmatig onderhoud Olie verversen, luchtfilter reinigen, bougie controleren, mes slijpen
Slijtageonderdelen Mes, V-riem, accu, bougie, filters, banden

Veelgestelde vragen - MR19661 SCHEPPACH

Welk type motorolie moet ik gebruiken voor de Scheppach MR19661?
Gebruik motorolie SAE 30 of 10W40. De carterinhoud is 0,6 liter. Controleer het niveau voor elk gebruik.
Welke benzine kan ik in deze maaier gebruiken?
Gebruik loodvrije benzine met maximaal 5% bio-ethanol (E10). De tankinhoud is 1 liter.
Hoe stel ik de snijhoogte in?
De snijhoogte kan worden ingesteld op 5 niveaus van 35 tot 75 mm met behulp van de bediening naast de stoel. Voer de instelling alleen uit wanneer de maaier is uitgeschakeld.
Wat moet ik doen als de motor niet start?
Controleer de startprocedure: rem ingedrukt, maaier uitgeschakeld, versnellingshendel in neutraal, choke ingeschakeld bij koud weer. Zorg ervoor dat er voldoende benzine is, de bougie schoon is en de accu is opgeladen (voor elektrische start).
Hoe maak ik de maaier schoon na gebruik?
Gebruik de wateraansluiting (4) om de onderkant van de behuizing te reinigen door het mes enkele seconden te laten draaien. Reinig de bovenkant met een doek. Gebruik geen hogedrukreiniger.
Wat is de aanbevolen bandenspanning?
De voorwielen moeten worden opgepompt tot 1,3 bar en de achterwielen tot 1,8 bar.
Hoe vaak moet ik de motorolie verversen?
De olieverversing moet voor het begin van het seizoen worden uitgevoerd met een warme motor en uitgeschakeld. Gebruik SAE 30 olie en voer de gebruikte olie af volgens de voorschriften.
Kan ik met deze maaier op hellingen maaien?
Ja, maar overschrijd een helling van 10° (17,6%) niet. Maai altijd in de lengterichting en vermijd starten/stoppen op een helling. Wees extra voorzichtig op nat gras.
Hoe vervang ik het snijmes?
Draag handschoenen, verwijder de contactsleutel, draai de centrale schroef los (aanhaalmoment 65 Nm), vervang het mes en de bevestigingen. Laat het mes indien nodig slijpen of balanceren door een specialist.
Wat moet ik doen als de maaier abnormaal trilt?
Stop onmiddellijk de motor en verwijder de sleutel. Controleer of alle schroeven zijn vastgedraaid, het mes correct is bevestigd en gebalanceerd, en de V-riem niet beschadigd is.

Gebruikersvragen over MR19661 SCHEPPACH

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MR19661 - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MR19661 van het merk SCHEPPACH.

GEBRUIKSAANWIJZING MR19661 SCHEPPACH

Verklaring van de symbolen op het instrument

SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 1Neem voor het gebruik alle veiligheidsvoorschriften in acht
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 2Zorg ervoor dat u voor de ingebruikname de volledige tekst van de gebruikshandleiding doorleest en begrijpt.
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 3Gevaar voor letsel! Niet over steile hellingen van meer dan 10° (17%) rijden of maaien. Niet in de lengterichting rijden of maaien.Kantelgevaar!
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 4Apparaat nooit zonder vangkorf gebruiken.
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 5Gevaar door wegslingerende onderdelen bij een draaiende motor.Neem absoluut de veiligheidsafstand in acht.
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 6Garandeer dat andere personen voldoende veiligheidsafstand aanhouden. Houd onbevoegde personen uit de buurt van het apparaat.
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 7Haal altijd de voedingsstekker eruit, voordat u onderhoud gaat uitvoeren.
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 8Houd de handen en voeten uit de buurt van de roterende messen.
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 9Houd de handen en voeten uit de buurt van de roterende messen.
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 10Belangrijk. De uitlaatgassen zijn giftig, gebruik de motor daarom niet in niet-ge-ventileerde bereiken
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 11Let op hete oppervlakken - gevaar op brandwonden
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 12Gehoor- en oogbescherming gebruiken!
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 13Veiligheidsschoenen, veiligheidshandschoenen, nauwsluitende kleding dragen
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 14LET OP! Bedrijfsstoffen zijn brandgevaarlijk en explosief - verbrandingsgevaar
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 15Tankinhoud
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 16Vermogen
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 17Cilinderinhoud
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 18Toerental
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 19Volume vangkorf
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 20Maaihoogteverstelling min. max.
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 21Max. snelheid
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 22max. hangneiging
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 23max. breedte
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 24Gewicht
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 25Motorolie
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 26Niet bij een hete of lopende motor tanken
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 27Lange messen. Max. snijbreedte
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 28Gegarandeerde geluidsvermogensniveau
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 29Waarschuwing voor gevaarlijke elektrische spanning
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 30Het product voldoet aan de geldende Europese richtlijnen.
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 31Voor alle werkzaamheden aan het apparaat de contactsleutel verwijderen en de aanwijzing van deze handleiding in acht nemen
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 32Oplaadbus 12V gelijkstroom
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 33STOP: De motor uitzettenON: Bedrijf (handmatige start)START: Start (elektrische start)
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 34Vergrendelingsrem
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 35Choke/Toerentalregelaar
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 36Schakeling gang vooruit
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 37Neutraal
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 38Gang achteruit
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 395-voudige snijhoogteverstelling
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 40Maaiwerk aan/uit
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 41Apparaatzekering
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 42Beschermingsklasse II
SCHEPPACH MR19661 - Verklaring van de symbolen op het instrument - 43Oude apparatuur niet bij het huisvuil

Inhoudsopgave:

  1. Inleiding 126
  2. Overzicht (Afb. 1-2) 126
  3. Strekking van de levering (Afb. 3-4) 126
  4. Voorzien gebruik 127
  5. Veiligheidsvoorschriften 128
  6. Technische gegevens.... 132
  7. Voor het eerste gebruik 132
  8. Bediening 134
  9. Onderhoud en reiniging.... 136
  10. Opslag 139
  11. Afvoer en recycling.... 140
  12. Probleemoplossingen.... 141

Pagina:

1. Inleiding

Fabrikant:

scheppach

Wij wensen u veel plezier en succes bij de werkzaamheden met uw nieuwe machine.

Let op:

De fabrikant van dit apparaat aanvaardt volgens de van toepassing zijnde productaansprakelijkheidwet geen aansprakelijkheid voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaat als gevolg van:

  • onvakkundige bediening,
  • het niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing,
  • reparaties uitgevoerd door derden die geen erken-de vaklieden zijn,
  • inbouwen of verwisselen van niet-originele reserveonderdelen,
  • gebruik niet conform de voorschriften,

Wij raden u aan:

Lees voor de montage en voor de ingebruikneming de gehele tekst van de gebruiksaanwijzing door.

Deze gebruiksaanwijzing zou het u moeten vergemakkelijken om uw machine te leren kennen en de wijze van gebruik volgens de voorschriften aan te houden.

De gebruiksaanwijzing bevat belangrijke instructies over hoe u met de machine veilig, vakkundig en economisch kunt werken, en over hoe u gevaren voorkomt, reparatiekosten bespaart, uitvaltijden verkleint en de betrouwbaarheid en levensduur van de machine vergroot.

In aanvulling op de veiligheidsbepalingen van deze gebruiksaanwijzing dient u beslist de voor het bedienen van de machine geldende voorschriften van uw land op te volgen.

Berg de gebruiksaanwijzing, in een plastic mapje te- gen vuil en vochtigheid beschermd, bij de machine op. Deze dient door iedere gebruiker voor het begin van de werkzaamheden te worden gelezen en zorg- vuldig te worden opgevolgd. Aan de machine mogen uitsluitend personen werken die in het gebruik van de machine zijn getraind, en tevens over de daarmee samenhangende gevaren zijn genformeerd. Houdt u aan de vereiste minimum leeftijd.

Naast de in deze gebruiksaanwijzing opgenomen veiligheidsinstructies en de bijzondere voorschriften van uw land dienen de voor het gebruik van machines geldende algemeen erkende technische richtlijnen te worden nageleefd.

Wij zijn niet aansprakelijk voor ongevallen of schade die te wijten zijn aan niet-naleving van deze handleiding en van de veiligheidsinstructies.

2. Overzicht (Afb. 1-2)

  1. Stoel
  2. Maaihoogte-instelling
  3. Stuurwiel
  4. Wateraansluiting
  5. Maaiwerk aan/uit
  6. Vergrendelingsrem
  7. Laadbus accu
  8. Rem-koppelingspedaal
  9. Banden voor
  10. Contactslot
  11. Gashendel
  12. Schakeling versnelling
  13. Maaiwerk (bescherming)
  14. Wielen achter
  15. Vangkorf
  16. V-snaar
  17. Accukabel
  18. Startmotor met trekkabel
  19. Tankdeksel
  20. Luchtfilter
  21. Olietankdop
  22. Uitlaat
  23. Bougie
  24. Uitwerpkanaal
  25. Accu

3. Strekking van de levering (Afb. 3-4)

  • Maak de verpakking open en haal de apparatuur er voorzichtig uit.
  • Verwijder het verpakkingsmateriaal en verpakkingen / of transportbanden (indien aanwezig).
  • Controleer of alle onderdelen aanwezig zijn.
  • Inspecteer de apparatuur en accessoires op transportschade. In het geval van klachten dient de leverancier onmiddellijk op de hoogte gesteld te worden. Klachten die op een later tijdstip ontvangen worden, worden niet als zodanig erkend.
  • Indien mogelijk dient de verpakking tot het einde van de garantieperiode bewaard te worden.
  • Leest de gebruiksaanwijzing om u vertrouwd te maken met het apparaat voordat u deze in gebruik neemt.
  • Gebruik alleen originele onderdelen en accessoires, zowel betreffende aan slijtage onderhevige onderdelen als reserveonderdelen. Onderdelen zijn verkrijgbaar bij uw dealer.
  • Specificeer de onderdeelnummers, evenals het type en bouwjaar van het apparaat in uw bestellingen.

a. Basisapparaat

b. Vangkorf (15)

c. Stoel (1)

d. Stuurkolom met stuurwiel (3)

g. Injectie 100ml naar olieafzuiger met slang

h. Trechter

i. Bougiesleutel

j. Steeksleutel 16/13

m. Laadkabel voor autolader

n. Zekering 10A

o. Contactsleutel 2x

p. 4x inbusschroeven M8x16 met ringen voor stoelbevestiging

q. 1x Bout ∅8 met veerpen voor kantelborging

r. 1X lenskopschroef M3x20 met moer voor schakelhendel maaiwerk

s. 1x spanhuls ∅6 x 35 voor stuurkolom

t. Gebruikshandleiding

⚠️ Belangrijk!

Het apparaat en zijn verpakking zijn geen speelgoed. Laat kinderen niet spelen met de plastic zakken, verpakkingsfolie en kleine onderdelen. Er bestaat een risico op doorslikken of verstikking!

4. Voorzien gebruik

De machine voldoet aan de geldige EG-machine-richtlijn.

Let op – Gevaar voor ongevallen!

De zitmaaier is alleen voor het maaien van gras bestemd. Een andere toepassing is niet toegestaan.

Voor werkopname moeten alle beschermings- en veiligheidsvoorzieningen op de machine zijn gemonteerd.

  • De bedieningspersoon is in de werkomgeving verantwoordelijk voor derden.
  • De machine is vervaardigd voor bediening door één persoon.
  • Neem alle veiligheids- en gevareninstructies op de machine in acht.

- Alle veiligheids- en gevareninstructies op de machine moeten altijd volledig en in leesbare staat worden gehouden.

- Machine uitsluitend in technisch probleemloze toestand en voor het beoogd gebruik, veiligheids- en gevarenbewust, volgens de gebruikshandleiding gebruiken!

- In het bijzonder storingen, die de veiligheid kunnen benadelen, direct (laten) verhelpen!

  • De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant alsook de in de technische gegevens aangegeven afmetingen moeten in acht worden genomen.
  • De desbetreffende ongevallenpreventievoorschriften alsook de overige algemene erkende veiligheidstechnische voorschriften moeten in acht worden genomen.
  • De machine mag alleen door deskundige personen worden gebruikt, onderhouden en worden gerepareerd, die bekend zijn met deze werkzaamheden en op de hoogte zijn van de gevaren. Zelf aangebrachte wijzigingen aan de machine sluiten een aansprakelijkheid van de fabrikant voor hieruit voortvloeiende schade uit.
  • De machine mag uitsluitend met de originele accessoires en originele gereedschappen van de fabrikant worden gebruikt.
  • leder daarboven uitgaand gebruik geldt als niet volgens de voorschriften. Voor hieruit voortvloeiende schade kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld, het risico hiervoor ligt volledig bij de gebruiker.
  • Het apparaat is niet vervaardigd voor bedrijfsmatig, ambachtelijk of industrieel gebruik.
  • Wanneer u er niet zeker van bent, of de werkomstandigheden veilig of onveilig zijn, dient u de machine niet te gebruiken.
  • De benzine-grasmaaier is geschikt voor particulier gebruik in de tuin of hobbytuin. Grasmaaier voor de particuliere tuin of hobbytuin zijn machines waarvan het jaarlijks gebruik in principe niet meer is dan 50 uur en voornamelijk voor het onderhoud van gras- of gazonoppervlakken wordt gebruikt, echter niet in openbare installaties, parken, sportvelden, alsook in de land- en bosbouw.

Om persoonlijk letsel van de gebruiker of andere personen te vermijden, mag de machine bijvoorbeeld niet worden gebruikt voor:

- het snoeien van rankgewas, - het hakselen en verkleinen van boomen struikafval, - het schoonmaken van voetpaden (opzuigen, wegblazen),

- sneeuwruimen met behulp van het maaiwerk,

• gazononderhoud op dakbeplantingen,

- het egaliseren van bodemoneffenheden, zoals molshopen,

- het transporteren van maaigoed, buiten de in de daarvoor bedoelde grasopvangbox..

- U mag met de machine niet aan het verkeer deelnemen.

- Het vervoer van personen (met name van kinderen) en dieren is niet toegestaan.

- Nooit op het maaiwerk staan, zeker niet op de tastwielen.

- Om veiligheidsredenen mag de grasmaaier niet als aandrijfaggregaat voor andere gereedschapsets van welk type dan ook worden gebruikt.

m WAARSCHUWING

Lees voor de ingebruikname van het apparaat deze handleiding voor uw eigen veiligheid en de algemene veiligheidsvoorschriften grondig door. Als u het apparaat aan derden geeft om te gebruiken, dient u deze gebruiksaanwijzing altijd mee te leveren.

5. Veiligheidsvoorschriften

In deze handleiding hebben we de plaatsen die te maken hebben met uw veiligheid met dit teken gemarkeerd: m

m□Let op!

Bij het gebruik van apparaten moeten enkele veiligheidsmaatregelen in acht genomen worden, om letsel en schade te voorkomen. Lees daarom absoluut deze gebruikshandleiding / veiligheidsvoorschriften door. Bewaar deze daarom goed, zodat u de informatie te allen tijde ter beschikking heeft. Indien u het apparaat aan andere personen mocht overhandigen, overhandig dan tevens deze gebruikshandleiding/veiligheidsvoorschriften. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding en de veiligheidsvoorschriften.

Niet-toegestane gebruikers:

Laat het apparaat in geen geval gebruiken door kinderen, personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of onvoldoende ervaring en kennis of personen die niet met de instructies vertrouwd zijn.

Kinderen of jongeren onder 16 jaar mogen het apparaat niet gebruiken. De minimumleeftijd van de gebruiker kan vastgelegd zijn in plaatselijke bepalingen.

Gebruik het apparaat alleen als u uitgerust bent en een goede lichamelijke en geestelijke conditie hebt. Als u een verminderde gezondheid heeft, dient u uw arts te vragen of u met het apparaat kunt werken. Na het gebruik van alcohol, drugs of medicijnen die de reactiesnelheid nadelig beïnvloeden, mag niet met het apparaat worden gewerkt.

mVeiligheid van personen

Opgelet! Gevaar voor de gezondheid door trillingen!

Een overmatige belasting door trillingen kan schade aan de bloedsomloop en het zenuwstelsel veroorzaken, vooral bij personen met circulatiestoornissen. Raadpleeg een arts wanneer er symptomen optreden die door de trillingen zouden kunnen zijn veroorzaakt.

Dergelijke symptomen treden voornamelijk op in de vingers, handen of polsen en zijn bijvoorbeeld (onvolledige opsomming):

  • gevoelloosheid,
    • pijn,
  • slappe spieren,
  • huidverkleuringen,
  • onaangenaam kriebelen.

Houd de duwstang tijdens het werken stevig maar niet verkrampt met beide handen op de daarvoor bedoelde plaatsen vast. Plan de werktijden zodanig dat hoge belasting gedurende langere tijd wordt voorkomen.

Waarschuwing! Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat de machine wordt gebruikt.

Kleding en uitrusting

Draag tijdens werkzaamheden altijd stevige schoenen met grip. Werk nooit op blote voeten of bijvoorbeeld op sandalen.

De machine mag alleen met een lange broek en nauwe kleding aan in gebruik worden genomen.

Draag nooit losse kledingstukken die aan draaiende onderdelen (bedieningshendel) kunnen blijven hangen – ook geen sieraden, geen stropdassen en geen sjaals.

Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden en tijdens het vervoer van de machine ook telkens stevige handschoenen dragen en lang haar samenbinden en bedekken (hoofddoek, muts enz.).

Bij het slijpen van het maairnes moet altijd een geschikte veiligheidsbril worden gedragen.

Tijdens het werken

Werk nooit als er personen (in het bijzonder kinderen) of dieren in de buurt zijn. Let erop, dat gras nooit in de richting van derden wordt uitgeworpen.

Werk niet met het apparaat bij regen, onweer en met name niet bij blikseminslaggevaar.

Uitlaatgassen:

Levensgevaar door vergiftiging! Stop onmiddellijk met werken bij misselijkheid, hoofdpijn, zichtstoornissen (bijv. blikvernauwing), slecht horen, duizeligheid of een verminderd concentratievermogen. Deze symptomen kunnen onder andere door een te hoge concentratie uitlaatgassen worden veroorzaakt.

Het apparaat genereert giftige uitlaatgassen zodra de verbrandingsmotor is ingeschakeld. Deze gassen bevatten giftig koolmonoxide, een kleuren reukloos gas, en andere schadelijke stoffen. De verbrandingsmotor mag nooit in afgesloten of slecht geventileerde ruimtes in werking worden gezet.

De uitlaatgassen van de verbrandingsmotor worden voor het linker achterwiel afgegeven. Tijdens het maaien met het apparaat moet erop worden gelet, dat dit gedeelte steeds schoon blijft en nooit wordt afgedekt, zodat de uitlaatgassen niet opstuwen.

⚠️ werkzekerheid

Controleer het complete terrein waarop de machine wordt gebruikt en verwijder alle stenen, stokken, kabels, botten en andere voorwerpen die door de machine omhoog kunnen worden geslingerd. Hindernissen (bijv. boomstronken, wortels) kunnen in het hoge gras eenvoudig over het hoofd worden gezien. Markeer daarom vóór het maaien alle in het gazon verborgen vreemde voorwerpen (hindernissen) die niet verwijderd kunnen worden.

Let op kuilen (gaten) in het terrein en andere onzichtbare gevaarlijke plekken. Hindernissen kunnen in het hoge gras eenvoudig over het hoofd worden gezien.

Gebruik het apparaat uiterst behoedzaam wanneer u in de buurt van hellingen, terreinkanten, sloten en dijken werkt. Houd met name voldoende afstand tot dergelijke gevarenzones.

Ga met name voorzichtig te werk op onoverzichtelijke plekken, bosjes, bomen en andere hindernissen waarachter zich personen, met name kinderen, of dieren kunnen bevinden.

Stop de zitmaaier meteen en schakel de maaimessen uit wanneer er iemand binnen het maaibereik komt.

Houd de zone vóór het voertuig voortdurend in de gaten. Let op hindernissen om deze tijdig te kunnen ontwijken.

Controleer voordat u achteruit rijdt altijd de zone achter de zitmaaier en koppel indien aanwezig het combi-apparaat los. Maai nooit achteruit als dit niet beslist noodzakelijk is. Wees bij het achteruit rijden bijzonder voorzichtig en controleer voorafgaand aan het maai- en het gehele gebied achter de zitmaaier grondig.

Laat als u met een groep aan het werk bent, de anderen steeds tijdig weten wat u van plan bent. Neem de veiligheidsafstand in acht!

Verlaag steeds de rijsnelheid voordat u van richting verandert, zodat u altijd de machine onder controle houdt en de zitmaaier ook niet kan kantelen. Let bij het werken in de buurt van wegen en bij het oversteken van verkeerswegen op andere verkeers-deelnemers.

Wees bijzonder voorzichtig bij het maaien in de buurt van wegen, fietspaden en wandelpaden. Weggeslingerde onderdelen kunnen ernstig letsel en zware schade tot gevolg hebben.

⚠ Omgaan met benzine

⚠ Levensgevaarlijk! warmtebronnen. Explosiegevaar! Benzine is giftig en in hoge mate ontvlambaar.

Bewaar de brandstof uitsluitend in geschikte en goedgekeurde reservoirs (jerrycans). Schroef de tankdoppen van de jerrycans altijd goed erop en draai de doppen stevig vast. Om veiligheidsredenen moeten defecte afsluitingen worden vervangen.

Houd benzine uit de buurt van vuur, permanent vuur, warmtebronnen en andere ontstekingsbronnen. Niet roken!

Tank alleen in de buitenlucht en rook niet tijdens het tanken.

Schakel de verbrandingsmotor voor het bijtanken uit en laat deze afkoelen.

De benzine moet vóór het starten van de verbrandingsmotor worden bijgevuld. Bij een draaiende verbrandingsmotor of hete machine mag de tankdop niet worden geopend en mag er geen benzine worden bijgevuld.

Tankdop voorzichtig en langzaam openen. Wacht de drukcompensatie af en verwijder pas daarna de tankdop helemaal.

Gebruik voor het bijtanken een geschikte trechter of een vulpijp, zodat er geen brandstof op de verbrandingsmotor en de behuizing of het gazon kan uitstromen.

Tank de brandstoftank niet te voll

Vul de brandstoftank nooit tot boven de onderkant van de vulplug, zodat de brandstof ruimte heeft om uit te zetten. Volg ook de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de verbrandingsmotor op.

Als er benzine is overgelopen, mag u de verbrandingsmotor pas starten nadat u het met benzine verontreinigde oppervlak hebt gereinigd. Start de verbrandingsmotor niet voordat de benzinedampen zijn verdampt (droog vegen).

Gemorste brandstof moet meteen worden afgeveegd.

Verwissel van kleding als er benzine op is gemorst.

De tankdop moet elke keer na het tanken goed worden geplaatst en vastgeschroefd. De machine mag niet zonder vastgeschroefde originele tankdop worden gebruikt.

Om veiligheidsredenen moet u de brandstofleiding, brandstoftank, tankdop en aansluitingen regelmatig op beschadigingen, veroudering (scheuren), een stevige bevestiging en lekkages controleren en zo nodig vervangen.

Als de tank moet worden geleegd, moet dit in de buitenlucht worden uitgevoerd.

Gebruik geen drankflessen of soortgelijke zaken om brandstoffen en smeermiddelen af te voeren of op te slaan, zoals bijv. benzine. Personen, met name kinderen, zouden in de verleiding kunnen komen om eruit te drinken.

Sla het apparaat nooit op in een gebouw met benzi- ne in de tank. Ontstane benzinedampen kunnen met open vuur of vonken in aanraking komen en ontbran- den.

Zet de machine en de brandstoftank niet in de buurt van verwarmingen, warmtestralers, lasapparaten en andere warmtebronnen. Explosiegevaar!

Wanneer er tijdens het werken een defect aan de tank, de tankdop of aan brandstofvervoerende onderdelen (brandstofleidingen) wordt vastgesteld, moet de verbrandingsmotor meteen worden uitgeschakeld. Neem vervolgens contact op met een vakhandelaar.

Veiligheid batterij

Ter voorkoming van vonkvorming als gevolg van kort-sluiting moet steeds eerst de minkabel (−) op de accu worden losgekoppeld en als laatste weer erop worden aangesloten.

Rook bij ongeacht welke werkzaamheden aan de accu nooit. Houd vonken, open vuur en andere warm-tebronnen ver van de accu.

Bij het gebruik van startkabels is bijzondere voorzichtigheid geboden. Neem de desbetreffende instructies in acht ter voorkoming van schade aan de zitmaaier (in elk geval de starter maximaal 10 seconden ingedrukt houden).

Open nooit de accu en laat deze niet vallen.

Laad de accu altijd op in een gesloten, goed geventileerde, droge en tegen weersinvloeden beschermde ruimte.

Sluit de aansluitingen van de accu niet kort.

Vervormde of defecte (lekkende) accu's mogen niet meer worden gebruikt en moeten worden vervangen en milieuvriendelijk worden afgevoerd. Neem de nationale voorschriften in acht.

Bij defecte accu's kan vloeistof uitlekken. Voorkom aanrakingen met de huid! Bij onbedoeld contact met water afspoelen. Indien de vloeistof in aanraking komt met de ogen, spoelt u deze eerst met water en consulteert u een arts. Uitstromende accuvloeistof kan huidirritatie, brandwonden en bijtende plekken veroorzaken.

Inspecteer de aansluitkabels op de accu regelmatig visueel op beschadigingen. Laat beschadigde kabels vervangen door een erkende monteur.

De zekeringen mogen nooit worden overbrugd. Plaats nooit een zekering met een andere dan de voorgeschreven capaciteit (ampère).

⚠ Veiligheidsinstructies voor maaimachines

Starten:

De machine mag alleen vanuit de bestuurdersstoel worden gestart.

Start de machine op een vlakke ondergrond, niet op een helling.

De verbrandingsmotor mag alleen in een goed ge-ventileerde werkruimte worden gestart, vooral in ga-rages moet op voldoende beluchting worden gelet.

Voordat u de verbrandingsmotor start, koppelt u het snijgereedschap, de combiapparaten en de aandrijving los en trapt u het rempedaal krachtig in.

Houd bij het starten altijd voldoende afstand tussen uw voeten en het snijgereedschap.

Start de motor niet indien u voor het uitwerpkanaal staat.

Til of draag een grasmaaier nooit terwijl de motor loopt.

Het gebruik van de machine met overmatige snelheid kan het risico op ongevallen verhogen.

Start de verbrandingsmotor nooit door kortsluiten van de klem van de startmotor. Bij het overbruggen van het normale schakelcircuit van de startmotor kan de zitmaaier plotseling in beweging komen.

Start de verbrandingsmotor nooit wanneer u benzine-lucht ruikt – explosiegevaar!

Werken:

⚠️ Let op – Kans op letsel!

Let op het werkbereik van het maaiimes. Houd handen of voeten nooit tegen of onder draaiende onderdelen. Raak het ronddraaiende maaiimes nooit aan. Blijf altijd uit de buurt van de uitwerpopening. Houd altijd voldoende veiligheidsafstand in acht.

Werk alleen bij daglicht of bij goede kunstverlichting.

Bij het rijden buiten het gazon of wanneer er niet wordt gemaaid, moet het maairnes worden losgekoppeld en moet het maaiwerk in de hoogste snijstand worden gezet.

U moet om in het gras verborgen voorwerpen heen- rijden (beregeningsinstallaties, palen, waterkranen, fundamenten, stroomkabels enz.). Rijd nooit over dergelijke voorwerpen heen.

Houd het stuurwiel tijdens het rijden altijd met beide handen vast.

Voorzichtigheid is met name bij het rijden op gazons en andere oneffen terreinen geboden, omdat het stuurwiel bij het rijden in putten, over heuvels en bij schokken enz. vanzelf kan verdraaien. Gevaar voor letsel aan handen en vingers!

Rijd steeds met een gepaste snelheid.

Ledig de grasopvangbox uitsluitend vanaf de bestuurdersstoel.

Schakel vóór het ledigen van de grasopvangbox het maaiimes altijd uit en wacht totdat het mes stil staat.

Schakel de aandrijving uit, schakel de verbrandingsmotor uit en wacht tot het maairnes volledig stilstaat, trek de handrem aan en verwijder de contactsleutel:

  • voordat u blokkades opheft of verstoppingen in het uitwerpkanaal verwijdert,
  • voordat u de zitmaaier gaat controleren, reinigen of eraan gaat werken,
  • als het maairmes een vreemd voorwerp heeft geraakt. Zoek naar beschadigingen aan de machine en aan het snijgereedschap en laat de vereiste reparaties uitvoeren voordat u de machine opnieuw start,
  • als het apparaat abnormaal hard begint te trillen. De robotmaaier moet onmiddellijk worden gecontroleerd.
  • bij het achterlaten of het transport van het apparaat.

Schakel de verbrandingsmotor uit en wacht totdat het maalimes geheel stil staat:

• vóór het bijvullen van brandstof,

- vóór het afhaken van de grasopvangbox.

Restgevaren en veiligheidsvoorschriften

Het niet naleven van de ergonomische basisprincipes

Het niet gebruiken van de persoonlijke beschermingsuitrusting (PSA)

Het incorrecte gebruik of niet gebruiken van de persoonlijke beschermingsuitrusting kan leiden tot ernstige verwondingen.

- Voorgeschreven beschermende uitrusting dragen.

Menselijk gedrag, incorrect gedrag

- Wees tijdens alle werkzaamheden altijd volledig geconcentreerd.

⚠️ Restgevaar - Kan niet worden uitgesloten.

Gevaar door lawaai

Gehoorschade

Langere werkzaamheden met het apparaat zonder gehoorbescherming kan leiden tot gehoorschade.

- Altijd gehoorbescherming dragen.

Gedrag bij noodgevallen

Bij een eventueel ongeval moet u direct de noodzakelijke EHBO-maatregelen nemen en zo snel mogelijk hulp vragen aan een gekwalificeerde arts.

  1. Technische gegevens
MotortypeViertaktmotor/ luchtgekoeld
Cilinderinhoud: 196 cm3
Werktoerental 3000 min-1
Vermogen 4,8 kW/ 6,5 PS
BrandstofNormale benzine/loodvrij max. 5% bio-ethanol
Tankinhoud1,0 l
MotorolieSAE 30 / 10W40
Tankinhoud/Olie0,6 l
Snijhoogteverstelling5-voudig
Capaciteit grasopvangbox150 l
Snijbreedte61 cm
Snijhoogte35-75 mm
Gewicht115 kg
Rijsnelheid V1,5, 2,0, 3,0, 4,6 km/h
Rijsnelheid R2,3 km/h
Voorwielen10x4,00-4
Bandenspanning voorwielen1,3 bar
Achterwielen 13x5,00-6
Bandenspanning achterwielen1,8 bar
Type accuLood
Nominale spanning12V
Capaciteit7 Ah

Kunnen onderhevig zijn aan technische veranderingen!

Informatie over geluidsemissie gemeten volgens relevante normen:

Geluidsdruk L_PA = 79.6 dB(A)

Marge K = 2,5 dB(A)

Geluidsvermogen L_WA = 94,34 dB(A)

De impact van geluid kan gehoorschade veroorzaken.

Trilling A_h (links/rechts) = 4.969 m/s ^2

Marge K = 1,5 m/s ^4

Verminder geluidsgeneratie en trillingen tot een min- nimum!

  • Gebruik alleen apparatuur in perfecte staat.
  • Onderhoud en reinig de apparatuur regelmatig.
  • Past uw manier van werken aan aan de apparatuur.
  • Het apparaat niet overbelasten.

  • Laat het apparaat controleren, indien nodig.

  • Schakel de apparatuur uit wanneer deze niet in gebruik is.
  • Draag handschoenen.

Bij langer gebruik van de benzine grasmaaier kunnen er trillingsafhankelijke doorbloedingsproblemen ontstaan (ziekte van Raynaud).

Gegevens over de duur van het gebruik kunnen in dit geval niet worden vastgesteld, omdat dit van persoon tot persoon kan verschillen.

De volgende factoren kunnen invloed hebben op het uiterlijk:

  • doorbloedingsproblemen in de handen van de bestuurder
  • lage buitentemperaturen
  • lange gebruikstijden

Daarom is het raadzaam om warme werkhandschoenen te dragen en regelmatige pauzes te nemen.

7. Voor het eerste gebruik

Bedrijfstijden

Neem de wettelijke voorschriften voor de regeling van bedrijfstijden voor grasmaaiers in acht, die plaatselijk kunnen verschillen.

Maak uzelf vertrouwd met de bedieningselementen en stelelementen en met het gebruik van het apparaat. De gebruiker moet weten hoe het gereedschap en de verbrandingsmotor van het apparaat snel kunnen worden gestopt.

De machine mag alleen worden gebruikt door personen die de gebruiksaanwijzing hebben gelezen en die met de bediening ervan vertrouwd zijn. Elke gebruiker moet vóór de eerste ingebruikname vragen om een deskundige en praktische instructie. De verkoper of een andere deskundige moet aan de gebruiker uitleggen, hoe hij veilig met de machine kan werken.

Bij deze instructie moet de gebruiker er vooral op worden gewezen,

  • dat hij tijdens het werken met de machine uiterst zorgvuldig en geconcentreerd te werk gaat.
  • dat het gebruik van de rem niet helpt om een zitmaaier die van een helling afglijdt, onder controle te krijgen.

De oorzaken voor het verlies van controle over de zitmaaier kunnen onder andere zijn:

  • onvoldoende grip van de wielen,
  • te snel rijden,
  • onjuist remmen,
  • ondeskundig gebruik (o.a. sportevenementen),

  • ontoereikende kennis van eventuele gevolgen die met de bodemgesteldheid samenhangen, met name op een helling (zie onder hoofdstuk „Voor uw veiligheid“, kopje „Werken op hellingen“),

  • onjuist vasthaken van lasten en slechte verdeling van de last.

Controleer het brandstofsysteem vóór ingebruikname van het apparaat op lekkage, met name de zichtbare onderdelen, zoals bijv. tank, tankdop, slangverbindingen. Verbrandingsmotor bij lekkage of schade niet starten – Brandgevaar! Apparaat vóór ingebruikname door vakhandelaar laten repareren.

Vervang voordat u het apparaat gebruikt defecte en alle andere versleten en beschadigde delen. Onleesbare of beschadigde waarschuwingsaanwijzingen op het apparaat moeten worden vervangen.

Op het maaiwerk moet steeds de vastgeschroefde uitwerpnippel (uitwerpkanaal op maaiwerk) goed gemonteerd zijn. Deze mag niet beschadigd zijn en zo nodig door een vakman worden vervangen.

Controleer de werking van de rem voor elke inbedrijfstelling. Controleer vóór elk gebruik:

  • of het snijgereedschap en de complete snijeenheid (maaimes, messenkoppeling, messenrem, bevestigingsbout, maaiwerkbehuizing) in onberispelijke staat zijn. Er moet vooral worden gecontroleerd op veilige montage, schade en slijtage.
  • of de tankdop stevig vastgeschroefd is.
  • of de tank en de brandstofvervoerende delen en de tankdop in onberispelijke staat zijn.
  • of de veiligheidsvoorzieningen in onberispelijke staat zijn en goed werken.
  • of de banden (luchtdruk, beschadigingen, slijtage) en het frame in onberispelijke staat zijn. De schroefverbindingen moeten op correcte montage worden gecontroleerd. Alle onderhoudswerkzaamheden die in het onderhoudsschema worden vermeld onder de rubriek „Vóór het in bedrijf nemen“ moeten in elk geval worden uitgevoerd.

Neem eventueel contact op met een vakhandelaar.

Maaivlak voorbereiden

Onderzoek het te maaien oppervlak zorgvuldig voor- afgaand aan het maaien. Verwijder stenen, stokken, botten, draden, speelgoed en andere voorwerpen, die door het apparaat weggeslingerd kunnen worden. Let erop dat er zich geen personen op het te maaien oppervlak bevinden

Montage

Bij de levering zijn er enkele delen gedemonteerd. De samenstelling is eenvoudig, indien de volgende aanwijzingen in acht worden genomen.

Aanwijzing!

Bij de samenstelling en voor onderhoudswerkzaamheden heeft u het volgende extra gereedschap nodig, dat niet bij de levering is inbegrepen:

  • een maatbeker 1 liter (olie-/benzinevast)
  • een benzinecontainer (5 liter en voldoende voor ca. 6 bedrijfsuren)
  • een trechter (geschikt voor de benzine-vulpijp van de tank)
  • huishoudelijke doeken (voor het wegvegen van de olie-/benzineresten; verwijdering op de plaats van de tank)
  • een benzine-afzuigpomp (plastic uitvoering, verkrijgbaar in bouwmarkten)
    • 0,6 l motorolie SAE 30
  • Kleine hamer

  • Grasmaaier en aanbouwdelen uit de verpakking halen en controleren of alle delen aanwezig zijn.

  • Bevestigingsshaken verwijderen en grasmaaier van het pallet verwijderen. (Afb. 5)
  • Bevestig de stoel (1) met 4 inbusschroeven M8x16 incl. ringen (p) (Afb. 6). Instelling van de stoelpositie op de overeenkomstige lichaamslengte is mogelijk.
  • Monteer de schakelhendel (e) voor het maaiwerk met de meegeleverde lenskopschroef M3x20 (r) (Afb. 9 + 10)
  • Stuurkolom met stuurwiel (d) in de stuursteunen steken. Klop de paspen er met een hamer in (Afb. 8 + 9).
  • Maak de schroeven op de vangkorf los en schroef hiermee de versterkingssteunen op de vangkorf vast (Afb. 11 + 12).
  • Motorolie bijvullen. Daarvoor moeten de knoppen 12 en 2 losgeschroefd (Afb. 13) worden en naar positie N resp. 5 worden gebracht. Klap de carrosserie (Afb. 2) naar boven. Open het deksel (21) en vul de tank met olie (SAE 30). Let op het max. vulpeil. Sluit vervolgens weer het deksel.
  • Benzine bijvullen. (Afb. 19 + 20) Schroef het tankdeksel (19) open en vul de tank met benzine (Super / E10). Let op het max. vulpeil en op de veiligheidsvoorschriften bij de omgang met benzine. Sluit vervolgens weer de opening.
  • Verbindt de twee accukabels (Afb. 15) met elkaar.
  • Klap de carrosserie weer naar onderen en schroef de knoppen 12 en 2 weer vast.
  • Haal de borgschroeven aan. (Afb. 16)
  • Hang de startkabel in (Afb. 17)
  • Hang de vangkorf in (Afb. 18)

8. Bediening

⚠ Let op!

De motor wordt zonder olie geleverd. Voor ingebruikname daarom altijd olie bijvullen. Gebruik hiertoe normale multifunctionele olie (SAE 30). De oliepeil in de motor moet voor elke keer maaien worden gecontroleerd. Eventueel moet er benzine worden bijgevuld, omdat dit niet is meegeleverd.

⚠ WAARSCHUWING

Elk keer als u instel- en/of reparatiewerkzaamheden aan uw grasmaaier moet uitvoeren, moet u wachten totdat de messen niet meer draait. Schakel voor alle instel-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden de motor uit en verwijder de contactsleutel.

Tanken Afb. 19 + 20

⚠ Gevaar voor letsel! Benzine is explosief!

  • Motor uitschakelen en laten afkoelen!
  • Veiligheidshandschoenen dragen!
  • Huid- en oogcontact vermijden!
  • Neem altijd het hoofdstuk "Veiligheidsinstructies, omgang met benzine" in acht.
  • Gebruik het apparaat uitsluitend in de buitenlucht of in goed geventileerde ruimtes.
  • Klap de stoel om.
  • Maak de omgeving van het vulgedeelte schoon. Verontreinigingen in de tank veroorzaken bedrijfsstoringen.
  • Open voorzichtig het tankdeksel (19) zodat eventuele overdruk kan ontsnappen.
  • Vul voorzichtig de benzine bij tot aan de onderkant van de vulpijp.
  • Sluit het tankdeksel (19) opnieuw. Controleer of het tankdeksel goed is afgesloten.
  • Maak het tankdeksel en de omgeving goed schoon.
  • Controleer de tank en de brandstofleidingen op lekkage.
  • Neem minimaal drie meter van de plek waar u brandstof hebt bijgevuld voordat u de motor start.

⚠ WAARSCHUWING

Gebruik altijd een veiligheidscontainer voor benzine. Rook niet tijdens het bijvullen van de benzine. Verwijder alle olie- en benzineresten. Schakel de motor voor het bijvullen van de benzine uit en laat de motor enkele minuten afkoelen.

Motor starten met E-start (Afb. 21-24)

  • Het motoroliepeil controleren. Zie hoofdstuk Controle van het oliepeil.
  • Opvangzak (15) inhangen.

  • Rem-koppelingspedaal (8) indrukken en vergren-delingsrem (6) activeren.

  • Maaiwerk (5) moet uitgeschakeld zijn.
    • Gewenste snijhoogte (2) instellen
  • Versnellingshendel (12) in Neutraal „N“ zetten
  • Gashendel (11) bij koudere temperaturen in de positie "Choke", bij warmere temperaturen of warme motor op vol gas "Snel" zetten.
  • Contactsleutel (10) naar "Start" draaien tot de motor aanspringt, daarna in positie "On" laten.
  • Gashendel (11) vanuit positie "Choke of Snel" naar een lager toerental "Kruipgang" zetten.

Motor starten met startkabel (Afb. 22-24,28)

  • Het motoroliepeil controleren. Zie hoofdstuk Controle van het oliepeil.
    • Vangkorf (15) inhangen.
  • Rempedaal (8) indrukken en vergrendelingsrem (6) activeren.
  • Maaiwerk (5) moet uitgeschakeld zijn.
    • Gewenste snijhoogte (2) instellen
  • Versnellingshendel (12) in Neutraal „N“ zetten
  • Gashendel (11) bij koudere temperaturen in de positie "Choke", bij warmere temperaturen of warme motor op vol gas "Snel" zetten.
  • Contactsleutel (10)naar "ON" draaien
  • Stoel omhoog klappen en aan de startkabel (Afb. 28) trekken
  • Let op: Bij koel weer kan het noodzakelijk zijn om het startproces meerdere te herhalen.
  • De starttrekkabel niet laten terugslingeren.
    • Stoel naar onderen klappen
  • Gashendel (11) vanuit positie "Choke of Snel" naar een lager toerental "Kruipgang" zetten.

Starten zonder maaiwerk (Afb. 23-25)

  • Bij een lager toerental "Kruipgang" het rempedaal (8) volledig indrukken, de vergrendelingsrem (6) wordt ontgrendeld.
    • Gewenste versnelling inschakelen.
  • Rempedaal (8) langzaam loslaten, zodat de grasmaaier in beweging wordt gezet.
  • Gashendel (11) naar de positie "Snel" om gas te geven.
  • Let op! Wisselen van versnelling alleen uitvoeren in stilstand.

Starten met maaiwerk (Afb. 23-27)

  • Bij een lager toerental "Kruipgang" het rempedaal (8) volledig indrukken, de vergrendelingsrem (6) wordt ontgrendeld.
  • Maaiwerk schakelhendel (5) langzaam naar links en voren schuiven en indien het maaiwerk is vastgekoppeld naar rechts schuiven totdat deze vastklikt. (Afb. 26)
  • Gewenste versnelling inschakelen.
  • Rempedaal (8) langzaam loslaten, zodat de grasmaaier in beweging wordt gezet.

  • Gashendel (11) naar de positie "Snel" om gas te geven.

  • Let op! Wisselen van versnelling alleen uitvoeren in stilstand.

Grasmaaier uitschakelen: (Afb. 21-26)

  • Trap het rempedaal (8) in en activeer de vergren-delingsrem (6) door het verplaatsen van de hendel.
  • Schakel het maaiwerk uit door de hendel (5) naar rechts en achteren te trekken
  • Zet de gashendel (11) op gasstand "Kruipgang"
  • Draai de contactsleutel (10) naar de positie "Stop".
  • Verwijder bij het verlaten van de grasmaaier altijd de contactsleutel (10).

Instellen van de snijhoogte (Afb. 27)

⚠ Let op! Het verstellen van de snijhoogte mag alleen bij een uitgeschakeld maaiwerk worden uitgevoerd.

Aanwijzing voor maaien:

Werken op hellingen:

Op hellingen gebeuren vaak ongevallen doordat men de controle over de machine verliest of doordat deze omvalt. Dit kan leiden tot ernstig of zelfs dodelijk letsel.

Er bestaat geen „veilige“ helling. Bij het rijden op met gras begroeide hellingen is bijzondere opmerkzaamheid vereist.

Om veiligheidsredenen mag het apparaat niet op hellingen steiler dan 10° (17,6 %) worden gebruikt. Kans op letsel! Een helling van 10° betekent een verticale stijging van 17,6 cm bij een horizontale lengte van 100 cm.

Start of stop bij voorkeur niet op hellingen.

Gebruik de machine niet op plekken zoals hellingen of sloten waar deze kan kantelen of wegglijden. De kans op kantelen of wegglijden wordt groter naarmate de ondergrond losser of vochtiger is.

Rijd op hellingen altijd in de lengterichting. Bij het dwars rijden is er meer kans op kantelen.

Wijzig bij ritten op hellingen niet abrupt de snelheid of de richting. Voor het maaien onder zulke omstandigheden dient de zitmaaier voorzichtig, rustig en gelijkmatig te worden bediend.

Verander op hellingen niet van richting. Keer op hellingen alleen wanneer dit onvermijdelijk is; rijd indien mogelijk langzaam en in brede bogen bergafwaarts.

Maai geen nat gras, vooral niet op hellingen, omdat de wielen op nat gras minder grip hebben. De zitmaaier kan dan wegglijden en is niet meer onder controle te houden.

Bij het rijden op hellingen mag de transmissie niet via de vrijloop van de transmissie worden ontgrendeld.

Wees bij het bedienen van combimachines uiterst voorzichtig (andere gewichtsverdeling op de machine).

Wanneer de wielen doorschieten of wanneer het voertuig bij het rijden op een helling bergopwaarts blijft steken, moet het maairnes of het combi-apparaat worden uitgeschakeld. Verlaat vervolgens de helling door langzaam recht bergafwaarts naar beneden te rijden.

Probeer de zitmaaier nooit te stabiliseren door een voet op de grond te zetten.

Het gewicht van de grasopvangbox verhoogt de kans op kantelen, vooral als de box vol is.

De grasopvangbox nooit op een schuine ondergrond ledigen of optillen.

Stoppen en uitschakelen:

De zitmaaier mag uitsluitend op een vlakke ondergrond worden uitgeschakeld.

Controleer of de zitmaaier volledig stil staat voordat u van de zitmaaier af stapt.

Houd rekening met de uitloop van het snijgereedschap. Het duurt enkele seconden voordat het snijgereedschap helemaal tot stilstand is gekomen.

Vóór het verlaten van de bestuurdersstoel het maai-imes of de aandrijving naar de combi-apparaten uitschakelen, het maaiwerk en alle combi-apparaten la-ten zakken, alle stuurhendels in de neutrale standen zetten, de handrem aantrekken, de verbrandingsmo- tor uitschakelen en de contactsleutel eruit trekken.

Bewaar de contactsleutel zodanig dat uitsluitend bevoegde personen er toegang toe hebben.

Aanwijzing voor maaien:

  • Let op vaste voorwerpen. De grasmaaier kan beschadigd raken of er kan letsel ontstaan.
  • Een hete motor, uitlaat of aandrijving kan verbrandingen veroorzaken. Dus niet aanraken.
  • Maai alleen bij voldoende licht.
  • Controleer de maaier, het mes en de andere delen, die tegen een vreemd voorwerp zijn gelopen of indien het apparaat sterker trilt dan normaal.

  • Breng geen wijzigingen aan de instellingen aan en voer geen reparaties uit voordat de motor is uitgeschakeld. Verwijder de bougiestekker (Afb. 33).

  • Let op het wegverkeer in de buurt van een weg of op de weg. Houd het uitgeworpen gras uit de buurt van de weg.
  • Vermijd plaatsen waarbij de wielen niet meer grijpen of het maaien niet stabiel is.
  • Controleer voor een achterwaartse beweging of er geen kleine kinderen achter u staan.
  • In dicht, hoog gras moet u het hoogste snijniveau instellen en langzamer maaien.
  • Voor het verwijderen van het gras of overige verstoppingen, moet u de motor uitschakelen en de voedingskabel verwijderen.
  • Verwijder nooit delen die voor de veiligheid dienen.
  • Vul nooit benzine bij als de motor nog heet is of loopt

Het maaien

Alleen met scherpe, optimale messen maaien, zodat de grashalmen niet scheuren en het gras niet geel wordt.

Om een net snijbeeld te bereiken moet de grasmaai- er in zo recht mogelijke banen worden geleid. Hierbij moeten deze banen altijd enkele centimeters overlappen zodat er geen stroken overblijven.

De onderzijde van de grasmaaier moet schoon worden gehouden en grasafzettingen moeten absoluut worden verwijderd. Afzettingen verzwaren het starten, beïnvloeden de snijkwaliteit en het uitwerpen van het gras. Op hellingen moet de snijbaan dwars op de helling worden gemaakt. Het wegglijden van de grasmaaier wordt door de schuine stand naar boven voorkomen. Selecteer de snijhoogte, afhankelijk van de werkelijk graslengte. Voer meerdere passages uit, zodat er maximaal 4 cm gras in één keer wordt afgehaald.

De motor uitschakelen voordat er controles van de messen worden uitgevoerd. Denk eraan dat het mes na het uitschakelen van de motor nog enkele secon- den doordraait. Probeer nooit om het mes te stoppen. Controleer regelmatig of het mes correct is bevestigd, in goede staat is en goed is geslepen. Slijp of vervang het mes als dit niet het geval is. Indien het bewegende mes op een voorwerp slaat, de grasmaaier stoppen en wachten totdat het mes volledig stil staat. Controleer vervolgens de toestand van het mes en de meshouder. Indien deze is beschadigd, moet deze worden vervangen.

Vangkorf (15) legen tijdens het zitten (Afb. 36):

  • Rij naar de plaats waar u de vangkorf wilt legen.
    • Druk het rempedaal (8) in.
    • Schakel het maaiwerk (5) uit.
  • Til met de greep de vangkorf (15) op, zodat deze wordt geleegd.
  • Laat de vangkorf (15) weer zakken

Vangkorf (15) legen tijdens het uithangen (Afb. 37):

  • Druk het rempedaal (8) in en activeer de vergrendelingsrem (6).
    • Schakel het maaiwerk (5) uit.
  • Zet de versnellingshendel (12) op neutraal "N"
  • Hang de vangkorf (15) uit en leeg deze.
  • Hang de vangkorf (15) weer in.

Na het maaien

  • De motor altijd eerst laten afkoelen, voordat men de grasmaaier in een gesloten ruimte plaatst.
  • Verwijder gras, gebladerte. Voor opslag smeren en oliën. Geen andere voorwerpen op de maaier bewaren.
  • Controleer voor hernieuwd gebruik alle schroeven en moeren. Losgekomen schroeven moeten worden aangehaald.
  • Leeg de vangkorf (15) voor het hernieuwde gebruik.
    • Verwijder de contactsleutel
  • Let erop dat de maaier niet naast een gevarenbron wordt geplaatst. Het uittreden van gas kan leiden tot explosies.
  • Er mogen alleen originele onderdelen of door de fabrikant goedgekeurde onderdelen worden gebruikt bij reparaties (zie adres van de garantie-oorkonde).
  • Bij het langdurige niet gebruik van de maaier, moet de benzinetank worden geleegd met een afzuigpomp voor benzine.
  • Het apparaat oliën en onderhouden

9. Onderhoud en reiniging

Onderhoud en reparaties

Zet het apparaat voorafgaand aan reinigings-, instel-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden op een stevige, vlakke ondergrond, trek de handrem aan, schakel de verbrandingsmotor uit en laat deze afkoelen en trek de contactsleutel eruit.

Voor werkzaamheden rondom de verbrandingsmotor, het uitlaatspruitstuk en de geluiddemper eerst het apparaat laten afkoelen – ook bij alle onderhoudswerkzaamheden aan het maaiwerk. De temperaturen kunnen tot 80° C en meer oplopen. Kans op brandwonden!

Direct contact met motorolie kan gevaarlijk zijn, ook mag motorolie niet worden gemorst.

Reiniging:

Na het gebruik moeten de complete zitmaaier en de combi-apparaten worden gereinigd. Verwijder in elk geval alle grasresten omdat het vocht in het gras na verloop van tijd beschadigingen veroorzaakt.

SCHEPPACH raadt het gebruik van een hogedruk-reiniger af.

Reinig he apparaat als volgt met water.

  • Slangaansluitstuk op de wateraansluiting (4) van de maaier plaatsen en de waterkraan openen.
  • Maaier starten en na ca. 30 sec. de maaier uitschakelen. De roterende mesbalk slingert het water naar de onderzijde van de maaier en reinigt zo de onderzijde.
  • Waterkraan sluiten en slangaansluitstuk verwijderen.
  • Bovenzijde met een lap schoonmaken (geen scherpe voorwerpen gebruiken).

Aanwijzing: Het is het makkelijkst om vuil en gras direct na maaien te verwijderen. Gedroogde grasresten en vuil kunnen een negatief effect op hebben op het maaivermogen. Controleer of het grasuitwerpkanaal vrij is van grasresten en verwijder deze indien nodig. Reinig de maaier nooit met een waterstraal of hoge- drukreiniger. De motor moet droog blijven.

Agressieve reinigingsmiddelen zoals koudreiniger of wasbenzine mogen niet worden gebruikt.

Rijd voor het reinigen (bijv. van het frame van de zitmaaier) nooit dicht langs een rand of een sloot.

Om brandgevaar te voorkomen, moet u de verbrandingsmotor, de koelvinnen, het accuvak, het gedeelte rondom de tank en de uitlaat vrij houden van gras, bladeren of uitstromende olie (vet).

Reinig steeds de grasopvangbox.

Onderhoudswerkzaamheden:

Er mogen alleen onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze gebruiksaanwijzing worden vermeld. Alle andere werkzaamheden dient u door uw vakhandelaar te laten uitvoeren. Neem altijd contact op met uw vakhandelaar als u niet over de vereiste kennis en gereedschappen beschikt.

Wij adviseren: onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitsluitend uit laten voeren door de dealer.

Gebruik uitsluitend gereedschappen, accessoires of combi-apparaten die voor dit apparaat door SCHEP-PACH zijn toegelaten of technisch gelijkwaardige delen, anders is er kans op ongevallen met letsel of schade aan het apparaat. Neem bij vragen contact op met een vakhandelaar.

Originele SCHEPPACH gereedschappen, accessoires en vervangingsonderdelen zijn wat betreft hun eigenschappen optimaal op het apparaat en de behoeften van de gebruiker afgestemd.

De zitmaaier en alle combi-machines moeten een keer per jaar door een vakhandelaar worden geïn-specteerd.

Houd waarschuwings- en instructiestickers altijd leesbaar en schoon. Beschadigde of verloren gegane stickers moeten vakhandelaar door nieuwe originele stickers worden vervangen. Let er bij het vervangen van een onderdeel door een nieuw onderdeel op dat het nieuwe onderdeel van dezelfde stickers is voorzien.

Om veiligheidsredenen moeten brandstof bevattende onderdelen (brandstofleiding, brandstofkraan, brandstoftank, tankdop, aansluitingen enz.) regelmatig op beschadigingen en lekkages worden geïnspecteerd en indien nodig door een erkende monteur worden vervangen.

Voorafgaand aan werkzaamheden aan of in de buurt van elektrische componenten moet de minkabel (−) op de accu worden losgekoppeld.

De machine is met talloze veiligheidsvoorzieningen uitgevoerd. Deze voorzieningen mogen niet worden verwijderd of gemodificeerd (bijv. overbrugd) en moeten regelmatig worden geïnspecteerd. Werkzaamheden aan de veiligheidsvoorzieningen mogen uitsluitend door een erkende monteur worden uitgevoerd.

Zorg voor een veilig gebruik van de machine dat alle moeren, bouten en schroeven, met name de mesbevestigingsbout, goed zijn vastgedraaid.

Om veiligheidsredenen moeten versleten of beschadigde onderdelen meteen worden vervangen.

Controleer regelmatig of de grasopvangvoorziening (bijv. grasopvangbox, uitwerpkanaal) versleten of beschadigd is of niet goed meer werkt.

Vanwege het gewicht van de zitmaaier is bij werkzaamheden onder de machine grote voorzichtigheid geboden. Neem daarom contact op met uw vakhandelaar.

Controleer of de voor- en achterwielen goed vastzitten.

Houd de zitmaaiers en de combiapparaten voortdu- rend in onberispelijke staat, alle veiligheidsvoorzien- ningen moeten aanwezig en in onberispelijke staat zijn.

Controleer of de banden voldoende spanning hebben. De in de gebruiksaanwijzing vermelde bandenspanning mag niet worden overschreden.

Werk aan de snijeenheid uitsluitend met dikke werk- handschoenen en met de uiterste voorzichtigheid.

Controleer de werking van de rem met regelmatige korte tussenpozen en laat eventueel de vereiste instellingen of onderhoudswerkzaamheden door een erkende vakhandelaar uitvoeren.

⚠ WAARSCHUWING

Werk nooit bij een lopende motor aan stroomgeleidende delen van de ontstekingsinstallatie en raak deze delen niet aan. Trek voorafgaand aan alle onderhouds- of verzorgingswerkzaamheden de voedingsstekker uit de bougie. Voer nooit werkzaamheden uit aan een lopend apparaat. Werkzaamheden die in deze gebruikshandleiding niet zijn beschreven, mogen alleen worden uitgevoerd door een geautoriseerde werkplaats.

Wielassen en wielnaven

Dienen eenmaal per seizoen te worden gereinigd en licht te worden ingevet.

Messen

Laat de messen vanwege veiligheidsredenen alleen slijpen, ontbramen en monteren door een geautori-seerde werkplaats. Om een optimaal werkresultaat te bereiken, is het raadzaam om het mes eenmaal per jaar te laten controleren.

Vervangen van de messen (Afb. 39 + 40)

Bij het vervangen van het snijgereedschap mogen alleen originele reserveonderdelen worden gebruikt. Draag bij het vervangen van de messen handschoenen om snijwonden te voorkomen.

Nooit andere messen monteren.

• Verwijder de contactsleutel.
- Verwijder de schroef (C) om het mes (E) te vervangen.
- Plaats alles weer net zoals in afb. 39. Bevestig de schroef op correct wijze. Bevestigingsdraaikracht bedraagt 65Nm. Verwijder ook schroef C en ring D als u het mes vervangt.

Controle van het oliepeil

⚠ Let op! Motor nooit zonder of met te weinig olie gebruiken. Dit kan leiden tot ernstige schade aan de motor. Uitsluitend motorolie SAE 30 gebruiken.

Controle van het oliepeil (Afb. 14):

  • Grasmaaier op een effen, recht oppervlak zetten.
  • Contactsleutel (10) verwijderen
  • Knoppen 12 en 2 losschroeven
  • Kantelzekeringsschroef verwijderen (Afb. 16)
    • Carrosserie omhoog klappen (Afb. 2)
  • De oliepeilstok (21) door naar links te draaien los-schroeven en de peilstok afvegen.

  • Peilstok weer tot aan de aanslag in de vulpijp schroeven.

  • Peilstok eruit trekken en in horizontale positie het oliepeil aflezen. Het oliepeil moet zich tussen de max en min van de oliepeilstok (21) bevinden.

Olieverversing (Afb. 32)

  • Het verversen van de motorolie moet jaarlijks voor het begin van het seizoen bij bedrijfswarme en uitgeschakelde motor worden uitgevoerd.
  • Uitsluitend motorolie (SAE 30) gebruiken.
  • Grasmaaier op een effen, recht oppervlak zetten.
  • Contactsleutel (10) verwijderen
  • Knoppen 12 en 2 losschroeven
    • Kantelzekeringsschroef verwijderen (Afb.16)
    • Carrosserie omhoog klappen (Afb. 2)
  • De oliepeilstok (21) door naar links te draaien los-schroeven
  • Met de meegeleverde injector (g) en slang motorolie door de vulpijp afzuigen.
  • Nieuwe motorolie bijvullen en het oliepeil controleren

Verbruikte olie moet conform de geldende voorschriften worden verwijderd.

Onderhoud van het luchtfilter (Afb. 35 + 36)

Vervuilde luchtfilters (20) verminderen het motorvermogen door een te geringe luchttoevoer naar de carburateur. Regelmatige controle is daarom absoluut noodzakelijk.

Het luchtfilter moet elke 25 bedrijfsuren worden gecontroleerd en indien nodig worden gereinigd. Bij een zeer stoffige lucht moet het luchtfilter vaker worden gecontroleerd.

  • Carrosserie zoals bij de olieverversing beschreven omhoog klappen.
  • Uitwerpkanaal uitklappen. (Afb. 35)
  • Verwijder de afdekking van het luchtfilter (Afb. 36) en verwijder het luchtfilter (A en B).
  • Sponsfilter (V) met water uitwassen en volledig laten drogen.
  • Papieren filter (A) alleen met perslucht of door uitkloppen reinigen.

Let op: Luchtfilter nooit met benzine of brandbare oplosmiddelen reinigen. Papieren filter alleen met perslucht of door uitkloppen reinigen.

Onderhoud van de bougie (afb. 33)

Controleer de bougie voor het eerst na 10 bedrijfsuren op vervuiling en reinig deze eventueel met een koperdraad-borstel. Daarna de bougie elke 50 bedrijfsuren onderhouden.

Trek de voedingsstekker er met een draaiende beweging af. Verwijder de bougie (23) met een bougiesleutel.

Stel onder gebruik van een voelermaat de afstand in op 0,75 mm (0,030"). Breng de bougie (23) weer aan en let erop dat u deze niet te vast draait.

Zekering vervangen (Afb. 34)

  • De elektrische start is beveiligd met een 10A zekering.
  • Nooit een andere zekering gebruiken of de zekering overbruggen.

Accu laden (Afb. 29)

De accu wordt bij het bedrijf opgeladen. Toch kan regelmatig starten noodzakelijk zijn om de accu met de meegeleverde lader (f) op te laden:

  • Steek de stekker in de laadbus (7) en de lader (f) in een stopcontact. 230V50Hz
    • Laad de accu min. 5 uur op.

Accu laden met autolader (Afb. 30 + 31)

  • U kunt de accu ook met de meegeleverde laad-kabel (m) aan een standaard autolader voor 12V loodaccu's opladen.
  • Sluit hiervoor de accu aan (Afb. 15).
  • Sluit de meegeleverde laadkabel (m) op de accu aan en verbindt de zwarte kabel met de - pool en de rode kabel met de + pool van de lader (afb. 30 + 31).

Let op! Verwissel nooit de + en - pool.

Grasmaaier altijd met volledig geladen accu opslaan.

Bandendruk:

Controleer voor de start de druk van de banden!

De correcte bandendruk is 1,8 bar aan de voorwielen en 1,3 bar aan de achterwielen.

Belangrijk: Bij een te lage bandendruk wordt het risico op het beschadigen van ventielen verhoogd en daarmee ook het risico op het beschadigen van de slangen.

Reparatie

Na reparatie of onderhoud controleren of alle veiligheidstechnische delen zijn bevestigd en in optimale toestand zijn. Delen, waarbij er gevaar voor verwonding voor andere personen en kinderen bestaat, on-toegankelijk bewaren.

Let op: Conform de wetgeving voor productgaranties wordt er geen garantie geboden voor schade die ontstaan is door incorrecte reparaties of door het niet gebruiken van originele reserveonderdelen.

Draag hiertoe een klantenservice of een geautoriseerde specialist op. Overeenkomstig geldt dit ook voor accessoires.

Belangrijke tip in geval van het verzenden van de apparatuur naar een servicebedrijf:

Om veiligheidsredenen dient u ervoor te zorgen dat de apparatuur zonder olie en benzine wordt verzonden!

Bestellen van vervangende onderdelen

Vermeldt de volgende gegevens wanneer u vervangingsonderdelen bestelt:

  • Type machine
  • Artikelnummer van de machine

Reserveonderdelen / accessoires

Grasmaaimachinemes - Artikel nr.: 7911200616

Service-informatie

U moet er rekening mee houden dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan een slijtage door gebruik of een natuurlijke slijtage, resp. dat de volgende delen nodig zijn als verbruiksmaterialen. Slijtstukken*: Bougie, luchtfilter, benzinefilter, messen, V-snaar, accu, zekering, banden

* niet verplicht bij de leveringsomvang begrepen!

10. Opslag

Opslag bij langdurige bedrijfsonderbrekingen

Laat de verbrandingsmotor afkoelen voordat u het apparaat in een afgesloten ruimte plaatst.

Bewaar de zitmaaier met een lege tank en de brandstofvoorraad in een afsluitbare en goed geventileerde ruimte.

Bewaar de machine nooit met benzine in de tank in binnenruimtes waar eventuele benzinedampen met open vuur of vonken in aanraking kunnen komen.

Als de tank moet worden afgetapt (b v. stilleggen voor de winterpauze), mag de brandstoftank uitsluitend in de open lucht worden geledigd (tank b v. in de open lucht leegrijden door de verbrandingsmotor te laten draaien).

Sla het apparaat in een veilige staat op.

De contactsleutel moet er altijd worden uitgehaald en op een veilige plek worden bewaard om het onbevoegd of ondeskundig gebruik door kinderen en andere personen te voorkomen.

Reinig de zitmaaier voor het opslaan (bijv. winterpauze) grondig. Droge grasresten en bladeren in de buurt van de geluiddemper kunnen ontbranden.

Gevaar voor ontbranding!

Laat het apparaat volledig afkoelen voor dat u het be- dekt.

Verricht voor het opslaan alle noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden. Wanneer de zitmaaier gedurende langere tijd buiten werking wordt gesteld, moeten de accukabels worden losgekoppeld. SCHEPPACH raadt aan de accu te demonteren en deze volledig opgeladen in een droge en afgesloten ruimte op te slaan.

Beveilig accu's tegen gebruik door onbevoegden (bijv. kinderen).

Laad de batterij in de winter 1-2 keer op om ervoor te zorgen dat deze de volledige oplaadcapaciteit behoudt. Onjuiste opslag kan de batterij beschadigen en is uitgesloten van de garantie.

Transport

Transport van de zitmaaier

De zitmaaier kan door het eigen gewicht zware kneus-wonden veroorzaken. Ga bij het laden en lossen van de zitmaaier tijdens het transport in een voertuig of aanhangwagen met grote voorzichtigheid te werk.

Deze zitmaaier mag niet worden gesleept. Gebruik voor het transport op de openbare weg een geschikt voertuig of een geschikte aanhanger.

Bevestig de zitmaaier tijdens transport veilig op een laadbak. Steeds handrem aantrekken.

Voor het transport moet de aandrijving van het maai- mes resp. de combi-machines worden losgekoppeld.

Houd u bij het transport van het apparaat aan de plaatselijke voorschriften, met name wat betreft de laadveiligheid en het transport van voorwerpen op laadoppervlakken.

Het apparaat, vooral de verbrandingsmotor en geluiddemper, na het laden en voor verder transport volledig laten afkoelen. Het laadvlak en de omgeving van de geluiddemper en verbrandingsmotor dienen tijdens het transport vrij te worden gehouden van brandbare materialen zoals stro, bladeren of gedroogde grasresten.

Verwijder altijd de contactsleutel

11. Afvoer en recycling

Aanwijzingen op de verpakking

SCHEPPACH MR19661 - Aanwijzingen op de verpakking - 1

SCHEPPACH MR19661 - Aanwijzingen op de verpakking - 2

SCHEPPACH MR19661 - Aanwijzingen op de verpakking - 3

De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieuvriendelijk afvoeren.

Aanwijzingen betreffende de wetgeving Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)

SCHEPPACH MR19661 - Aanwijzingen op de verpakking - 4

Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur behoort niet bij het huishoudelijke afval, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!

  • Oude batterijen of accu's die niet vast in het afge-dankte apparatuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden verwijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wetgeving inzake batterijen.
  • Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elektronische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren.
  • De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afgedankte apparaat!
  • Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
  • Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd:

  • Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven)

  • Verkooppunten van elektrische apparaten (stationair en online), voor zover dealers verplicht zijn ze terug te nemen of dit vrijwillig aanbieden.
  • Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven ko-pen, of naar een ander erkend inzamelpunt in je omgeving worden gebracht.
  • Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaarden van de fabrikanten en distributeurs verzoeken wij u contact op te nemen met de betreffende klantenservice.

- Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikaat aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elektrische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant.

- Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden geinstalleerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.

Aanwijzingen voor de wetgeving op batterijen (het Duitse BattG)

SCHEPPACH MR19661 - Aanwijzingen voor de wetgeving op batterijen (het Duitse BattG) - 1

Oude batterijen en accu's behoren niet bij het huishoudelijke afval, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!

  • Voor het veilig verwijderen van batterijen of accu's uit het elektrische apparaat en voor informatie over het type resp. het chemische systeem dient u de overige gegevens in de bedienings- en montagehandleiding in acht te nemen.
  • Eigenaars resp. gebruikers van batterijen en accu's zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren. Het inleveren beperkt zich tot teruggave van huishoudelijke hoeveelheden.
  • Oude batterijen kunnen schadelijke stoffen of zware metalen bevatten die schadelijk kunnen zijn voor het milieu en de gezondheid. Het recyclen van oude batterijen en het gebruik van de hierin opgenomen ressources levert u een bijdrage om deze twee belangrijke goederen te beschermen.
  • Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte batterijen en accu's niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
  • Als er onder het vuilnisbaksymbool ook de tekens Hg, Cd of Pb staan, betekent dit het volgende:
  • Hg: Batterij bevat meer dan 0,0005% kwikzilver
  • Cd: Batterij bevat meer dan 0,002% cadmium
  • Pb: Batterij bevat meer dan 0,004% lood
  • Accu's en batterijen kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd:
  • Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven)
  • Verkooppunten van batterijen en accu's
  • Verzamelpunten van het gezamenlijke inzamelsysteem voor oude batterijen van een apparaat
  • Verzamelpunten van de fabrikant (indien geen deelnemer van het gezamenlijke inzamelsysteem)
  • Deze uitspraken zijn alleen geldig voor accu's en batterijen die in de landen van de Europese Unie worden verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2006/66/EG vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van accu's en batterijen.

Accu voor het afvoeren van het apparaat demon- teren

  • De geïntegreerde accu moet worden gedemon- teerd en apart op milieuvriendelijke wijze worden afgevoerd voordat het apparaat wordt weggegooid.
  • Plak open contacten af en verpak de accu dusdanig dat deze niet in de verpakking verschuift. Neem ook alle andere nationale voorschriften in acht.

Informatie over het afvoeren van versleten apparatuur kunt u opvragen bij uw gemeente.

Brandstoffen en oliën

  • Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brandstoftank en het motorreservoir worden geleegd!
  • Brandstof en motorolie horen niet bij het huishoudelijke afval of in het riool, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
  • Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd.

12. Probleemoplossingen

Foutoplossing

De tabel toont mogelijke fouten, hun mogelijk oorzaak en mogelijke oplossing. Als het probleem echter niet kan worden opgelost, dient u een specialist te raadplegen.

⚠️ VOORZICHTIG!

Eerst de motor uitschakelen en de voedingskabel verwijderen voordat er inspecties of afstellingen worden uitgevoerd.

⚠️ VOORZICHTIG!

Als na een afstelling of reparatie de motor enige minuten heeft gelopen, moet u eraan denken dat de uitlaat en andere delen heet zijn. Niet aanraken om verbrandingen te vermijden.

Storing Mogelijke oorzaak Oplossing
Onrustige loop, sterk trillen van het apparaatSchroeven losMesbevestiging losMessen niet in balansV-riem beschadigd.Uitwerpkanaal verstopt.Schroeven controlerenMesbevestiging controlerenMessen vervangenV-riem vervangen.Uitwerpkanaal reinigen.
Motor loopt nietOnjuiste startvolgordeChoke-instelling incorrectMotorremhendel niet ingedruktGashendel in incorrecte positieBougie defectBrandstoftank leegBowdenkabel te langSlechte brandstof, opslag zonder het legen van de benzinetank, incorrect type benzineBougie vervuild (koolresten op de elektroden), elektrode-afstand te grootDe bougie is nat van de benzine (verzopen motor).Motor defectStartproces controlerenChoke-instelling controlerenMotorremhendel indrukkenInstelling controlerenBougie vervangenBrandstof bijvullenBowdenkabel door wartelmoer afstellen.Brandstoftank en carburateur legen. Nieu-we benzine bijvullen.Bougies reinigen, warmtewaarde van de bougies controleren evt. bougies vervan-gen, 0,6-0,8 mm instellenBougies drogen en opnieuw terugplaatsen.Erkende klantenservice raadplegen
Verbrandingsmotor wordt zeer heet.Koelvinnen zijn vuil.Te laag oliepeil in de motor.V-riem versleten.Koelvinnen reinigen.Controler de inhoud van de motorolie en vul motorolie bij.V-riem vervangen.
Apparaat rijdt niet.Transmissie losgekoppeld.V-riem (transmissie) losgeraakt.V-riem (transmissie) versleten of beschadigd.Ontbrekende pasveer tussen de achteras en achterwielen.Transmissie vastkoppelen (beugel vrijloop van de transmissie).V-riem (transmissie) vasthaken.V-riem (transmissie) vervangen.Pasveer monteren.
Motor loopt onrustigLuchtfilter vervuildBougie vervuildLuchtfilter reinigenBougie reinigen
Gras wordt geel, snede onregelmatigMes is botSnijhoogte te laagMessen slijpenJuiste hoogte instellen
Uitwerping van het gras is rommeligSnijhoogte te laagMessen versletenVangkorf verstoptKanaal verstoptGras te natTe hoge rijsnelheidHoogte instellenMessen vervangenVangkorf legen of verstopping oplossenUitwerpkanaal reinigenBij droog weer maaienLagere versnelling selecteren
Maaiier start niet met elek-tro-startAccu ontladenZekering doorgebrandAccu ladenZekering vervangen
Verlagen van het vermogen van de motor tijdens het maaienRijsnelheid in verhouding tot de snij-hoogte te hoogRijsnelheid verlagen en snijhoogte verho-gen
Remvermogen onvoldoen-deRem niet meer correct ingesteldContact opnemen met de dealer/klanten-service

Zichtbare gebreken moeten binnen de 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, zo niet verliest de verkoper elke aanspraak op grond van deze gebreken. Onze machines worden geleverd met een garantie voor de duur van de wettelijke garantietermijn. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat de koper de machine ontvangt. De garantie houdt in dat wij elk onderdeel van de machine dat binnen de garantietermijn aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van ma-

teriaal- of productiefouten, kosteloos vervangen. De garantie vervalt echter bij verkeerd gebruik of verkeerde behandeling van de machine. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, geven wij enkel de garantie die wij zelf krijgen van de oorspronkelijke leverancier. De kosten voor de montage van nieuwe onderdelen vallen ten laste van de koper. Eisen tot het aanbrengen van veranderingen of het toestaan van een korting en overige schadeloosstellingsclaims zijn uitgesloten.

Garantía ES

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SCHEPPACH

Model : MR19661

Categorie : Grasmaaier