VE 121N - Pomp ESPA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VE 121N ESPA in PDF-formaat.
| Producttype | Verticale meertraps centrifugaalpomp |
| Merk | ESPA |
| Model | VE 121N |
| Voedingsspanning | 230/400 V |
| Frequentie | 50 Hz |
| Nominaal vermogen (P2) | 3 kW |
| Debiet | 33 - 217 l/min |
| Manometrische opvoerhoogte | 98 - 32 m |
| Maximale druk | 103 mWK |
| Minimale werkdruk | 32 mWK |
| Motortoerental | 2800 omw/min |
| Minimale rendementsindex (MEI) | ≥ 0,40 |
| Vloeistoftemperatuur | 4°C - 40°C |
| Omgevingstemperatuur | 0°C - 40°C |
| Opslagtemperatuur | -10°C - 50°C |
| Maximale relatieve luchtvochtigheid | 95% |
| Motor klasse | Klasse I |
| Hoofdfuncties | Pompen van schoon water, binnen gebruik, watervoorziening, overdruk |
| Onderhoud en reiniging | Geen normaal onderhoud nodig; reinigen met een vochtige doek zonder agressieve producten; leegmaken van leidingen bij vorst |
| Veiligheid | Aardlekschakelaar 30 mA aanbevolen; verplichte aarding; nooit droog laten draaien |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Reparatie uitsluitend door erkende technische dienst; raadpleeg www.espa.com |
| Afvoeren | Geen giftige materialen; recyclen via lokale inzameling of retourneren aan erkende reparateur |
| Normen en certificeringen | CE; 2006/42/EG, 2014/30/EU, 2014/35/EU, 2009/125/EG, 2012/19/EU, 2011/65/EU |
Veelgestelde vragen - VE 121N ESPA
Gebruikersvragen over VE 121N ESPA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Pomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VE 121N - ESPA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VE 121N van het merk ESPA.
GEBRUIKSAANWIJZING VE 121N ESPA
Wij verklaren onder onze verantwoordelijkheid dat de producten in deze handleiding voldoen aan de volgende EU-richtlijnen en technische normen:
- Richtlijn 2006/42/EG (machineveiligheid): Normen EN 809 en EN 60204-1
- Richtlijn 2014/30/UE (EMC): Normen EN 61000-6-1 en EN 61000-6-3
- Richtlijn 2014/35/UE (laagspanning): Normen EN 60335-1 en EN 60335-2-41
- Richtlijn 2009/125/EG (ecologisch ontwerp): Verordening (EU) 2019/1781 voor elektromotoren en snelheidsvariatoren. Norm EN 60034-30. Verordening 547/2012 voor hydraulische pompen. Norm EN 16480.
- Richtlijn 2012/19/EU (betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)): Norm EN 50419:2006 over het markeren van elektrische en elektronische apparatuur.
- Richtlijn 2011/65/UE (RoHS II): Norm EN 50581
AR: المطابقة إعلان
Veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen om persoonlijke en materiële schade te voorkomen (Zie afbeelding 5)
| A | Houd rekening met de gebruiksbeperkingen. |
| B | De op het plaatje aangeduide spanning moet overeenkomen met de spanning van het lichtnet. |
| C | Sluit de elektrische pomp aan met behulp van een alpolige schakelaar met een openingsafstand tot de contacten van ten minste 3mm. |
| D | Installeer een hooggevoelige lektroom-schakelaar (0,03) als extra bescherming tegen dodelijke stroomschokken. |
| E | Zorg voor een goede aarding van de pomp. |
| F | Gebruik de pomp voor de op het kenplaatje aangegeven toepassingen. |
| G | Vergeet niet de pomp te vullen. |
| H | Zorg dat de motor zichzelf kan koelen. |
| I | Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen van acht jaar en ouder en door personen met lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke beperkingen of zonder de nodige ervaring of kennis, mits zij de correcte supervisie en training hebben gehad met betrekking tot de veilige bediening van dit apparaat en de desbetreffende gevaren begrijpen.Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.Kinderen mogen niet zonder toezicht de schoonmaaken onderhoudswerkzaamheden uitvoeren die voor rekening van de gebruiker komen. |
| J | Bescherm de pomp tegen vloeistoffen en stel deze niet in gevaarlijke omgevingen op. |
| K | Pas op voor onbedoelde verliezen.Bescherm de elektrische pomp tegen weersinvloeden. |
| L | Bescherm de pomp tegen ijsvorming.Sluit voor alle onderhoudswerkzaamheden de stroom af. |
Inhoud
Veiligheidsvoorschriften voor personen en materieel ... 30
- Algemeen....31
- Hantering 31
- Installatie 31
3.1. Montage.... 31
3.2. Aanzuigleiding monteren 31
3.3. Persleiding monteren 32
3.4. Elektrische installatie 32
3.5. Controles voor de eerste inbedrijfstelling .... 32 - Inbedrijfstelling 32
- Onderhoud....32
- Afvoeren van het product.... 32
- Typeplaatje 33
- Mogelijke storingen, oorzaken en oplossingen ..... 33
- Technische gegevens.... 33
- Lijst van de voornaamste onderdelen 44
11.Schakelschema's 45 - Afbeeldingen.... 46
Veiligheidsvoorschriften voor personen en materieel
De volgende symbolen

paragraaf geven aan dat er gevaar kan optreden indien de overeenkomstige voorschriften niet worden opgevolgd.

GEVAAR Gevaar voor elektrocutie
Niet-naleving van dit voorschrift brengt risico van elektrocutie met zich mee.

GEVAAR
Niet-naleving van dit voorschrift brengt risico van persoonlijk letsel en materiële schade met zich mee.

WAARSCHU WING
Niet-naleving van dit voorschrift brengt risico van schade aan de pomp of de installatie met zich mee.
1. ALGEMEEN
Wij verstrekken u deze aanwijzingen om u over de juiste installatie en een optimaal rendement van onze pompen te informeren.

Lees eerst deze aanwijzingen voordat u de pomp gaat installeren.
Bewaar deze om in de toekomst na te kunnen slaa
Dit zijn meertraps verticale centrifugaalpompen bestaande uit diverse in-line gemonteerde rotoren, elk met hetzelfde debiet, maar met verschillende druk, afhankelijk van het aantal opgestelde rotoren. Bij gebruik van een voetventiel vindt direct een zelfaanzuiging plaats.
Deze pompen zijn geschikt voor gebruik met schoon water tot max. 40°C zonder zwevende deeltjes van vaste stoffen.

Volg de installatie- en gebruiksvoorschriften en de schema's van de elektrische verbindingen correct op voor een goede werking van de pomp.

Niet-naleving van de instructies in deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot overbelasting van de motor, een verlies van
de technische capaciteiten, een vermindering van de levensduur van de pomp en allerlei gevolgen waarvoor we de ansprakelijkheid van de hand wijzen.
Minimale efficiëntie-index
Overeenkomstig Europese verordening 547/2012 moet vanaf 01/01/2015 de minimale efficiëntie-index MEI ≥ 0,40 zijn.
De referentiewaarde voor de meest doeltreffende hydraulische pompen is MEI ≥ 0,70.
De rendementscurves en de prestatiekenmerken kunt u bekijken in de technische catalogussen en www.espa.com.
De werking van deze hydraulische pomp bij variabele werkpunten kan efficiënter en zuiniger zijn wanneer die werking bijvoorbeeld gestuurd wordt door een aandrijving met variabele overbrenging die de werking van de pomp afstemt op het systeem.
Informatie over de efficiëntie van benchmarks is beschikbaar op:
http://global.espa.com/doc-descarrega-1/fingerprints.pdf
2. HANTERING
De pompen worden in een passende verpakking geleverd om transportschade te voorkomen. Controleer voor het uitpakken of de verpakking beschadigd of vervormd werd.

Wees voorzichtig bij het optillen en hanteren van dit apparaat. Gebruik hiervoor passend gereedschap.
3. INSTALLATIE
Deze pompen zijn ontwikkeld voor gebruik in binnenruimten.
Zorg ervoor dat de pomp niet wordt ondergedompeld en dat het berust op een droge en goed geventileerde ruimte.
Zorg voor de juiste hydraulische positionering met het meegeleverde gereedschap. (Zie fig.4).
3.1. Montage
Monteer de pomp op een stevige, horizontale ondergrond. Bevestig de pomp met schroeven. Maak gebruik van de gaten in de pompvoet om een stabiele montage te waarborgen.
3.2. Aanzuigleiding monteren
De leidingsdiameter moet even groot zijn als het inlaatmondstuk van de pomp of groter als de afstand langer dan 7 meter is. Om de vorming van luchtbellen te voorkomen moet u de leiding omhooglopend met een helling van minstens 2% aanleggen.
De aanzuigpomp wordt zo dicht mogelijk bij het waterpeil geïnstalleerd om de afstand van het aanzuigtraject te verkorten en drukverliezen te voorkomen.
Het is van wezenlijk belang dat de aanzuigleiding ten minste 50cm onder de dynamische waterstand komt. (Afb.2)
3.3. Persleiding monteren
De diameter van de leiding moet even groot of groter zijn dan de diameter van de inlaat van de persleiding om drukverliezen op langere en kronkelige stukken te reduceren.
Het gewicht van de leiding mag nooit op de pomp rusten.
Wordt hij niet met een voetventiel geïnstalleerd, installeer dan een terugslagklep om het leeglopen van de leiding te voorkomen.
3.4. Elektrische installatie

De elektrische installatie moet beschikken over een alpolige afschakeling met minimaal 3 mm contactopeningsafstand.
De beveiliging van het systeem wordt gebaseerd op een lekstroomschakelaar (Δfn = 30 mA).
De netstroomkabel moet minstens van het type H05 RN-F (conform 60245 IEC 57) zijn en van kabelschoenen zijn voorzien.
De aansluiting en de dimensionering moeten door een bevoegde installateur worden uitgevoerd, volgens de vereisten van de installatie en overeenkomstig de geldige regelgeving van ieder land.

De motoren niet thermische beveiliging. U moet deze aansluiten op een beveiligingsschakelaar die u handmatig kunt instellen. Stel de beveiligingsschakelaar in, in overeenstemming met de stroomsterkte op het kenplaatje van de motor plus 10%.
Volg de aanwijzingen uit afbeelding 1 om de elektrische bedrading correct uit te voeren.
3.5. Controles vóór de eerste inbedrijfstelling

Controleer of de spanning en frequentie van het lichtnet overeenkomen met die op het kenplaatje.
Controleer of de pompas vrij draait.
Vul via de vuldop de pompbehuizing helemaal met water. Hebt u een voetventiel geïnstalleerd, vul dan de aanzuigleiding.
Controleer alle verbindingen en koppelingen op lekkages.
DE POMP MAG NOOIT DROOG DRAAIEN.
4. INBEDRIJFSTELLING
Open alle afsluiters in zowel de aanzuig- als de persleiding.
Zet de spanningsvoorziening aan. Het kan enkele seconden duren voordat het water over de hele lengte van de leiding stroomt.
Controleer of de motor in de juiste richting draait (rechtsom vanuit de ventilator gezien). Bij driefasige pompen kan de motor in omgekeerde richting draaien. In dat geval is het debiet lager dan te verwachten valt. Om hier iets aan te doen, moet u beide voedingsfases in het aansluitschema omkeren.
Controleer of de stroomopname gelijk of lager is dan het maximum dat op het kenplaatje is aangegeven. Zet indien nodig het thermisch relais terug.
Werkt de motor niet of verwijdert hij geen water, probeer dan de storing te achterhalen met behulp van de lijst met meest gebruikelijke storingen en mogelijke oplossingen die we in de volgende pagina's behandelen.
5. ONDERHOUD
Onze pompen zijn onderhoudsvrij.
Maak de pomp met een vochtige doek zonder agressieve reinigingsmiddelen schoon.
In geval van bevriezingsgevaar, dient u uit voorzorg alle leidingen leeg te maken.
Als u de pomp langere tijd niet gaat gebruiken, dient u deze te demonteren en op een droge, goed geventileerde plek op te bergen.
LET OP: in geval van storing mag alleen een erkende technische dienst bewerkingen aan de pomp uitvoeren.
De lijst Erkende Technische Diensten vindt u op www.espa.com.
De pomp bevat geen giftige of verontreinigende materialen waar u rekening mee moet houden wanneer u deze ten slotte wilt afdanken. De belangrijkste onderdelen zijn naar behoren gekenmerkt om een gescheiden verwijdering te waarborgen.
Dit product, of onderdelen van dit product dienen op een milieuvriendelijke manier afgevoerd te worden, breng het naar het gemeentelijke afvaldepot. Wanneer dit niet mogelijk is, neemt u dan contact op met uw ESPA leverancier.
7. PLAATJE MET TECHNISCHE SPECIFICATIES

text_image
VE94 10 230/400 50 000093/STD 2019W14-00003 Q(l/min): 33-217 H(m): 98-32 Tmax: 40°C Hmin: 32m Hmax: 103m² 2800 min.⁻¹ Motor 3kW 50Hz MEI ≥ 0,40 (η= -.)BESCHRIJVING
| 1 | Product referentie |
| 2 | Voltage + frequentie + product fiche |
| 3 | Uitstroom |
| 4 | Minimale bedrijfsdruk |
| 5 | Maximale nominale potentie van de motor (P2) en frequentie. |
| 6 | EU merk |
| 7 | Druk |
| 8 | Maximale druk |
BESCHRIJVING
| 9 | Bouwjaar en week + Serienummer van de pomp |
| 10 | Maximale vloeistofdruk |
| 11 | Motortoerental |
| 12 | Minimale efficiëntie-index |
| 13 | Motor isolatie indicatie. |
| 14 | Aanduiding 'doorlopend in gebruik'. |
| 15 | Naam en adres van de, vor het product, aansprakelijke verkoper |
8. MOGELIJKE STORINGEN, OORZAKEN EN OPLOSSINGEN
1) Motor slaat niet aan.
2) Motor werkt wel, maar pomp geeft geen druk.
3) Motor oververhit.
4) Te laag debiet.
5) Motor stopt en start automatisch (Klixon).
6) As draait zwaar.
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | OORZAKEN | OPLOSSINGEN |
| X | X | Pomp is geblokkeerd | Uitbouwen en naar een Erkende Technisc Dienst brengen | ||||
| X | Voetventiel verstopt | Schoonmaken of door nieuwe vervangen | |||||
| X | X | Totale transporthoogte groter dan voorzien | Controleer de geometrische hoogte en de drukverliezen | ||||
| X | X | X | Verkeerde spanning | Controleer of de spanning gelijk is aan de spanning op het kenplaatje | |||
| X | X | Waterstand in put zakt | Aanzuighoogte bijregelen | ||||
| X | Zekering of thermisch relais afgesloten | Zekering of thermisch relais vervangen | |||||
| X | X | Turbines versleten | Pomp uitbouwen en naar Erkende Technische Dienst brengen | ||||
| X | Voetventiel niet onder water | Aanzuigleiding correct onder water brengen | |||||
| X | De pomp vergeten te vullen | Pompbehuizing vullen | |||||
| X | X | Slecht geventileerde ruimte | Voor een goede ventilatie zorgen | ||||
| X | Binnendringende lucht | Buisverbindingen en pakkingen afdichten |
Vloeistoftemperatuur: 4°C - 40°C
Omgevingstemperatuur: 0°C - 40°C
Opslagtemperatuur: -10°C - 50°C
Max. relatieve luchtvochtigheid omgeving:......95%
Motor klasse 1.
Voor overige gegevens, zie afb. 3.