HmIPFALMOTC12 - Controller Homematic IP - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HmIPFALMOTC12 Homematic IP in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over HmIPFALMOTC12 Homematic IP
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Controller in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HmIPFALMOTC12 - Homematic IP en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HmIPFALMOTC12 van het merk Homematic IP.
GEBRUIKSAANWIJZING HmIPFALMOTC12 Homematic IP
7.4.3 Een vloerverwarmingscontroller toevoegen ................................118
- 12 Herstellen van de fabrieksinstellingen p. 127
- 13 Onderhoud en reiniging p. 127
- 14 Algemene instructies voor de draadloze werking 127 15 Verwijdering als afval p. 128
- 16 Technische gegevens 10 Documentatie © 2019 eQ-3 AG, Duitsland Alle rechten voorbehouden. Zonder schriftelijke toestemming van de uitgever mogen deze handleiding of fragmen- ten ervan op geen enkele manier worden gereproduceerd of met behulp van elektronische, mechanische of chemi- sche middelen worden verveelvoudigd of verwerkt. Het is mogelijk dat deze handleiding nog druktechnische gebreken of drukfouten vertoont. De gegevens in deze handleiding worden echter regelmatig gecontroleerd en indien nodig in de volgende uitgave gecorrigeerd. Voor fouten van technische of druktechnische aard inclusief de gevolgen ervan stellen wij ons niet aansprakelijk. Alle handelsmerken en octrooirechten worden erkend. Wijzigingen die de technische vooruitgang dienen, zijn zonder voorafgaande aankondiging mogelijk. 153627 (web) | Versie 1.4 (07/2024)111 Leveringsomvang 1 Leveringsomvang p. 1291
Vloerverwarmingscontroller – 12-voudig, motorisch 2x Schroeven 4,0 x 40 mm 2x Pluggen 6 mm 1x Netsnoer 1x Bedieningshandleiding 2 Instructies bij deze handleiding Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u uw HomematicIP-apparaten in gebruik neemt. Bewaar de handlei- ding om deze ook later nog te kunnen raadplegen! Als u het apparaat door andere personen laat gebruiken, geef dan ook deze handleiding mee. Gebruikte symbolen: Opgelet! Hier wordt op een risico attent gemaakt. Opmerking. Dit hoofdstuk bevat aanvullende belangrijke informa- tie! 3 Gevarenaanduidingen Open het apparaat niet. Het bevat geen onderdelen die door de gebruiker moeten worden onder- houden. In geval van een defect dient u het apparaat door een specialist te laten controleren. Om redenen van veiligheid en markering (CE) is het eigenmach- tig verbouwen en/of veranderen van het apparaat niet toegestaan. Gebruik het apparaat uitsluitend in een droge en stofvrije omgeving, stel het niet bloot aan vocht, tril- lingen, langdurig zonlicht of an- dere warmtebronnen, koude en mechanische belastingen. Gebruik het apparaat niet, indien het uiterlijk zichtbare schade, bijv. aan de kast, aan bedieningsele- menten of aan de aansluitbussen, vertoont. Laat het apparaat in geval van twijfel door een specia- list controleren. Het apparaat is geen speelgoed! Laat kinderen er niet mee spelen. Laat verpakkingsmateriaal niet rondslingeren. Plasticfolie en plas- tic zakken, piepschuim enz. kun- nen voor kinderen gevaarlijk speelgoed worden. Bij materiële schade of lichamelijk letsel veroorzaakt door een on- juist gebruik of niet-naleving van de gevarenaanduidingen, kunnen we niet aansprakelijk worden gesteld. In dergelijke gevallen vervalt ieder garantierecht! Wij aanvaarden geen aansprakelijk- heid voor gevolgschade! Het apparaat mag alleen voor vaste installaties worden gebruikt. Het apparaat dient veilig in een vaste installatie te worden beves- tigd.112 Werking en overzicht van het apparaat De actor is een onderdeel van de gebouwinstallatie. Bij de planning en realisering moeten de gelden- de normen en richtlijnen van het betreende land in acht worden genomen. Werkzaamheden aan het 230V-net mogen alleen door een elektricien (volgens VDE 0100) worden uitgevoerd. Hierbij moeten de geldende voorschrif- ten voor ongevallenpreventie in acht worden genomen. Ter voor- koming van een elektrische schok op het apparaat dient u de netspanning los te koppelen (in- stallatieautomaat uitschakelen). Bij niet-nakoming van de installa- tie-instructies kunnen brand of andere gevaren ontstaan. Houd er bij het aansluiten op de apparaatklemmen rekening mee welke kabels en kabeldoorsnedes hiervoor zijn toegestaan. De vloerverwarmingscontroller mag alleen in combinatie met gemotoriseerde stelaandrijvingen (HmIP-VDMOT) worden gebruikt. Het apparaat is uitsluitend ge- schikt voor gebruik in woonruim- ten en soortgelijke omgevingen. Elk ander gebruik dan in deze handleiding beschreven, is onei- genlijk en leidt tot de uitsluiting van garantie en aansprakelijkheid. 4 Werking en overzicht van het apparaat Met de HomematicIP-vloerverwar- mingscontroller kunt u voor elke ruimte afzonderlijk uw vloerverwar- ming comfortabel en gericht rege- len met de smartphone-app of de HomematicIP-wandthermostaat, om zo de binnentemperatuur aan uw eigen behoeften aan te passen. De vloerver- warmingscontroller kan in combinatie met gemotoriseerde stelaandrijvin- gen (HmIP-VDMOT) worden ingezet voor de regeling van een vloerverwar- ming met tot 12 verwarmingskringen en kan zowel in de verwarmings- als koelmodus worden gebruikt (indien uw verwarmingsinstallatie deze mo- dus ondersteunt). U kunt het apparaat flexibel met de bijgeleverde schroe- ven of eenvoudig op een DIN-rail monteren. Dankzij de betrouwbare draadloze communicatie tussen de HomematicIP-apparaten blijft de be- kabeling tot een minimum beperkt.113 Werking en overzicht van het apparaat Overzicht apparaten: (A) Systeemtoets (aanleertoets en led) (B) Display (C) Channeltoets (kanaaltoets en ledje) (D) Selectietoets (kanaaltoets en ledje) (E) Afdekking (F) Aansluitbus 230 V~/50 Hz (G) Grendelnokken voor DIN-railmon- tage (H) Aansluitklemmen DC-IN 24 V (I) Aansluitbussen voor gemotoriseer- de aandrijvingen (J) Aansluitbus voor uitbreidingsbox (optioneel bruikbaar) Afbeelding 1
Overzicht van het display: Indicatie kraanpositie: Indicatie van balken 1 – 5: Kraanpositie > 80% Indicatie van balken 1 – 4: Kraanpositie > 60% Indicatie van balken 1 – 3: Kraanpositie > 40% Indicatie van balken 1 – 2: Kraanpositie > 20% Indicatie van balk 1: Kraanpositie > 0 % Indicatie zonder balken: Kraanpositie = 0% Steeksleutel Noodbedrijf Draadloze overdracht Verwarmen Koelen Externe schakelklok ac- tief (in combinatie met een HomematicIP Multi IO box con- figureerbaar) Waarschuwing voor bedauwing Meer informatie over de symbolen vindt u op (zie ‚11.3.2 Foutcodes op het display‘ op pagina 126).114 Algemene systeeminformatie Kabeldoorvoeren: (K) Kabelgeleiding voor DC-IN (L) Kabelgeleiding voor DC-IN (M) Kabelgeleiding voor gemotoriseer- de aandrijvingen (N) Kabelgeleiding voor uitbreidings- box Afbeelding 2 K N L M In tegenstelling tot conventionele, thermische stelaandrijvingen kan de motorische stelaandrijving elke willekeurige kraanpositie die door de vloerverwarmingscontroller wordt berekend, opstarten om de gewenste kamertemperatuur te bereiken. Daardoor wordt een gelijkmatige warmtedoorstroming en een permanente warmteafgifte bereikt. Bij het wisselen van con- ventionele naar motorische rege- laandrijvingen kunnen in zeldza- me gevallen bij een hoog ingestelde pompdruk en geringe kraanopeningen doorstroomge- luiden op de verwarmingsciruit- verdeler ontstaan. Dit kunt u ver- helpen door de pompinstellingen te veranderen of door de parame- ters van de vloerverwarmingscon- troller aan te passen. 5 Algemene systeeminformatie Dit apparaat is onderdeel van het HomematicIP Smart Home Sys- teem en communiceert via het HomematicIP-zendprotocol. Alle ap- paraten van het systeem kunnen han- dig en afzonderlijk via een smartphone met de HomematicIP App worden geconfigureerd. U hebt ook de moge- lijkheid om de HomematicIP appara- ten via de centrale CCU3 of in combi- natie met allerlei partneroplossingen te gebruiken. Welke functies binnen het systeem in combinatie met andere componenten mogelijk zijn, vindt u in het HomematicIP gebruikershand- boek. Alle technische documenten en updates vindt u in de actuele versie op www.homematic-ip.com. 6 Montage U kunt de vloerverwarmingscontroller met de meegeleverde schroeven vrij aan de muur monteren of op een DIN- rail plaatsen.
6.1 Montage met schroeven
Ga als volgt te werk om de vloerver- warmingscontroller met de schroeven te monteren:
- Kies een geschikte montageplaats in de omgeving van uw verwar- mingscircuitverdeler. Zorg ervoor dat op de gewenste positie geen leidingen in de muur lopen!115 Inbedrijfstelling
- Markeer twee van de boorgaten op een afstand van 120 mm met een potlood op de muur. Afbeelding 3 120 mm
- Boor de voorgetekende gaten met een geschikte boor van 6 mm dia- meter.
- Monteer de vloerverwarmingscon- troller door het indraaien van de meegeleverde pluggen en schroe- ven.
Ga als volgt te werk om de vloerver- warmingscontroller op een DIN-rail te monteren:
- Plaats de vloerverwarmingscon- troller op de DIN-rail.
- Vergrendel de vloerverwar- mingscontroller door de grendel- nokken (G) naar boven te drukken. Afbeelding 4
- Zorg ervoor dat de grendelnokken compleet vastklikken en het appa- raat vast op de rail zit. 7 Inbedrijfstelling
7.1 Installatie-instructies
Lees dit hoofdstuk volledig door, voordat u met het inleren begint. Voor de inbouw van de vloerver- warmingscontroller in een stroomkringverdeler moet het apparaat conform VDE 0603, DIN 43871 (laagspanningsonderverde- ling (NSUV)), DIN 18015-x worden ingebouwd. In dit geval moet het apparaat op een draagrail (DIN- rail) conform EN50022 worden gemonteerd. Voer de installatie en bedrading uit in overeenstemming met VDE 0100 (VDE 0100-410, VDE 0100-510 enz.). De voor- schriften uit de technische aan- sluitvoorwaarden (TAB) van het energiebedrijf moeten in acht worden genomen. Neem bij de installatie de geva- renaanduidingen conform (zie ‘3 Gevarenaanduidingen’ op pagina
Toegestane kabeldoorsnedes voor de kabelgeleidingen van de vloerverwar- mingscontroller zijn: Kabeldoorvoer Kabeldoorsnede [mm2] 1 (K) > 8,0 2 (L) > 5,5 3 (M) > 3,6 4 (N) > 4,4 (zie afbeelding)116 Inbedrijfstelling Toegestane kabeldoorsnedes voor de aansluiting op de aansluitklemmen (H) van de vloerverwarmingscontroller zijn: starre kabel: 0,12 – 0,50 mm
U kunt de vloerverwarmingscon- troller met het meegeleverde netsnoer aansluiten op een 230V-contactdoos en zo van spanning voorzien, of u kunt de aansluitklem (H) gebruiken voor de aansluiting op 24VDC (SELV). Ga als volgt te werk om de vloerver- warmingscontroller te installeren:
- Open de afdekking (E) door deze naar onderen weg te trekken. Afbeelding 5
- Sluit (optioneel) een aansluitkabel met 24 VDC op de aansluitklem (H) aan. Voor het aansluiten en loskop- pelen van de afzonderlijke draden dient u met een kleine schroeven- draaier de oranje bedieningsknop- pen in te drukken.
- Sluit de aansluitkabels van uw kraanaandrijvingen van de verwar- mingscircuits op de aansluitbussen (I) aan.
- Sluit (optioneel) de aansluitkabel van uw uitbreidingsbox op de aan- sluitbus (J) aan.
- Sluit de afdekking weer door de afdekking in de daarvoor bestemde geleiderails te plaatsen en de af- dekking omhoog te schuiven.
- Steek het netsnoer (optioneel) in een stopcontact.
7.3 Gedrag na het inschakelen van
de netspanning Na het inschakelen van de netspanning is het display (B) permanent aan. De eerste 3 minuten na het inscha- kelen van de netspanning bevindt de vloerverwarmingscontroller zich in de inleermodus, voor zover deze nog niet werd ingeleerd. Meer informatie over het inleren vindt u in de volgende pa- ragraaf. Alle aangesloten kraanaandrijvingen worden na elkaar volledig geopend. Vervolgens voeren de kraanaandrijvin- gen een adaptatie uit en bepalen hier- door de kraansluitpositie. Na een succesvolle adaptatie wordt elke verwarmingszone overeenkomstig de kraanpositie op het display weergegeven.117 Inbedrijfstelling
Lees dit hoofdstuk volledig door, voordat u met het inleren begint. Voor het inleren en installeren van de wandthermostaat met behulp van een CCU3 vindt u gedetail- leerde informatie in de We- bUI-handleiding op onze home- pagewww.homematic-ip.com. Om de vloerverwarmingscontroller in uw systeem te integreren en met ande- re apparaten te laten communiceren, moet deze eerst ingeleerd worden. U kunt de vloerverwarmingscontrol- ler ofwel direct op HomematicIP-ap- paraten (zoals op de wandthermo- staat of op de Multi IO box) of op het HomematicIP access point inleren. Bij het direct inleren wordt de confi- guratie op de wandthermostaat en bij het inleren op het access point via de HomematicIP-app uitgevoerd.
7.4.1 Inleren op de HomematicIP-
wandthermostaat Houd bij het aanleren een mini- mumafstand van 50cm tussen de apparaten aan. U kunt het inleerproces annuleren door opnieuw kort op de sys- teemtoets (A) te drukken. Dit wordt bevestigd door het rood oplichten van het ledje (A). Afbeelding 6 Als het aanleerproces niet wordt uitgevoerd, wordt de aanleermo- dus na 3 minuten automatisch beëindigd. Als u de vloerverwarmingscontroller op een HomematicIP-wandthermo- staat wilt inleren, moeten de beide te verbinden apparaten in de inleermodus worden geschakeld. Ga hiervoor als volgt te werk:118 Inbedrijfstelling
- Selecteer door het kort indrukken van de channeltoets (C) het kanaal waarop u een apparaat wilt inleren. Eén keer indrukken voor kanaal 1, twee keer indrukken voor kanaal 2 enz. Het betreende kanaal wordt op het display (B) weergegeven. Afbeelding 7
- Druk gedurende 4 s op de sys- teemtoets (A) tot het ledje snel oranje begint te knipperen. De inleermodus voor het geselecteer- de kanaal is gedurende 3 minuten actief.
- Druk gedurende minimaal 4 s op de systeemtoets van de wandther- mostaat om de inleermodus te ac- tiveren. Het ledje knippert oranje. Het succesvol inleren wordt gesigna- leerd door het groen knipperen van het ledje (A). Als het inleerproces niet succesvol is geweest, licht het ledje rood op. Pro- beer het opnieuw.
7.4.2 Inleren op de HomematicIP
Multi IO box Als u de vloerverwarmingscontroller op een HomematicIP Multi IO box wilt inleren, moeten de beide te verbinden apparaten in de inleermodus worden geschakeld. Ga hiervoor als volgt te werk:
- Druk zo vaak kort op de channel- toets (C) tot alle kanalen op het display (B) worden weergegeven (zie afbeelding).
- Druk gedurende 4 s op de sys- teemtoets (A) tot het ledje (A) snel oranje begint te knipperen (zie afbeelding). De inleermodus is 3 minuten actief. Het succesvol inleren wordt gesigna- leerd door het groen knipperen van het ledje (A). Als het inleerproces niet succesvol is geweest, licht de led rood op. Probeer het opnieuw.
vloerverwarmingscontroller toevoegen Ga als volgt te werk om aan het sys- teem of de bestaande apparaten een vloerverwarmingscontroller toe te voegen:
- Leer eerst de nieuwe vloerverwar- mingscontroller op de bestaande vloerverwarmingscontroller in. Breng hiervoor door lang (min. 4 s) op de systeemtoets (A) te drukken de vloerverwarmingscontroller in de inleermodus (zie afbeelding).
- Activeer de inleermodus op de nieuwe vloerverwarmingscontrol- ler door lang (min. 4 s) op de sys- teemtoets (A) te drukken.119 Inbedrijfstelling Het succesvol inleren wordt gesigna- leerd door het groen knipperen van het ledje (A). Als het inleerproces niet succesvol is geweest, licht de led rood op. Probeer het opnieuw.
- Leer de nieuwe vloerverwar- mingscontroller evt. op andere HomematicIP-apparaten, zoals op een wandthermostaat of een Multi IO box in door eerst de vloerver- warmingscontroller en dan het in te leren apparaat in de inleermodus te brengen. Meer informatie hier- over vindt u in de desbetreende bedieningshandleiding.
7.4.4 Inleren op het HomematicIP
access point U kunt het apparaat op het HomematicIP access point of op de centrale CCU3 inleren. Voor meer informatie hierover verwij- zen wij naar de HomematicIP-ge- bruikershandleiding (u vindt deze in het downloadgedeelte opwww. homematic-ip.com). Configureer eerst uw HomematicIP Access Point via de HomematicIP-app om nog ande- re HomematicIP-apparaten in het systeem te kunnen gebruiken. Uitgebreide informatie hierover vindt u in de handleiding van het access point. Ga als volgt te werk voor het inleren van de vloerverwarmingscontroller op het access point:
- Open de HomematicIP-app op uw smartphone.
- Selecteer het menupunt ‘Apparaat inleren’.
- Druk kort op de systeemtoets (A) tot het ledje (A) langzaam oranje begint te knipperen. De inleermo- dus voor het geselecteerde kanaal is gedurende 3 minuten actief (zie afbeelding). U kunt de inleermodus handmatig starten door nog eens 3 minuten kort op de systeemtoets (A) te drukken (zie afbeelding). Het apparaat verschijnt automatisch in de HomematicIP-app.
- Ter bevestiging dient u in de app de laatste vier cijfers van het apparaat- nummer (SGTIN) in te voeren of de QR-code te scannen. Het appa- raatnummer vindt u op de bijge- leverde sticker of op het apparaat zelf.
- Wacht tot het inleerproces voltooid is.
- Ter bevestiging van een succes- vol inleerproces brandt het ledje groen. Het apparaat is nu gebruiks- klaar.
- Indien de led rood brandt, dient u het opnieuw te proberen.
- Kies de gewenste oplossing voor uw apparaat.
- Geef het apparaat in de app een naam en wijs het toe aan een ruim- te.120 Configuratie via de HomematicIP-wandthermostaat 8 Configuratie via de HomematicIP- wandthermostaat De configuratie van de HomematicIP-vloerverwar- mingscontroller is met de HomematicIP-wandthermostaat (HmIP-WTH-2), via het HomematicIP access point in combinatie met de smartpho- ne-app of via de WebUI van de centrale CCU3 mogelijk. Ga als volgt te werk om de vloerver- warmingscontroller via de wandther- mostaat te configureren:
- Druk lang op het instelwiel van de wandthermostaat om het configu- ratiemenu te openen.
- Selecteer het symbool ‘ ’ door aan het instelwiel te draaien en bevestig uw keuze met een korte druk op het instelwiel.
- Kies met het instelwiel de gewens- te vloerverwarmingscontroller (‘FALx’).
- Selecteer of u apparaatparameters (‘UnP1/UnP2’) of kanaalparameters (‘ChAn’) wilt configureren. De instellingen die u onder ‘UnP1/ UnP2’ kunt uitvoeren, betreen het volledige apparaat. De instel- lingen die u onder ‘ChAn’ kunt uitvoeren, betreen de verschil- lende kanalen van het apparaat.
- Stel ontkalkingsprocedures, lucht- vochtigheidsgrenzen en details over de verwarmings- resp. koel- modus etc. afzonderlijk volgens het volgende schema in.121 Configuratie via de HomematicIP-wandthermostaat Apparaatparameter UnP1: Parameter Index Waarde Betekenis Dag voor ontkalking P010 0
Zondag Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag (default) Tijdstip voor ontkalking P011 0
00:00 uur 00:30 uur 01:00 uur
23:00 uur 23:30 uur Vorstbeschermingstempera- tuur P024 3
Vorstbescherming actief 2,0 °C 2,5 °C
9,5 °C 10,0 °C Noodbedrijf in de verwar- mingsmodus P026 0
99% 100% Noodbedrijf in de koelmodus P032 0
99% 100%122 Configuratie via de HomematicIP-wandthermostaat Apparaatparameter UnP2: Parameter Index Waarde Betekenis Duur/lengte van de externe pompbeschermingsfunctie P007 128
10 minuten Tijdsinterval voor de externe pompbeschermingsfunctie P051 225
27 dagen 28 dagen Kanaalparameter ChAn: Parameter Index Waarde Betekenis Minimale vloer- temperatuur in combinatie met een vloertempe- ratuursensor P045 10
40%; luchtvochtigheidsgrens inactief
80%; luchtvochtigheidsgrens inactief 40%; luchtvochtigheidsgrens actief
60%; luchtvochtigheidsgrens actief (default)
80%; luchtvochtigheidsgrens actief Koelen in de koel- modus actief/in- actief P052 0
Koelen in de koelmodus inactief Koelen in de koelmodus actief (default) Verwarmen in de verwarmingsmo- dus actief/inactief P053 0
Verwarmen in de verwarmingsmodus inac- tief Verwarmen in de verwarmingsmodus (de- fault)123 Handmatige bediening Selectie van de huishoudelijke omstandigheden P055 0
FBH standaard (default) FBH lage energie Meer informatie over de configu- ratie kunt u in de bedieningshand- leiding van de wandthermostaat (HmIP-WTH-2) terugvinden. 9 Handmatige bediening Voor installatie- en testdoeleinden kunnen de adaptaties aan de verschil- lende verwarmingszones handmatig opnieuw gestart worden of kunnen afzonderlijke verwarmingszones geo- pend of gesloten worden. Ga als volgt te werk om een adaptatie handmatig te starten:
- Selecteer met de channeltoets (C) het gewenste kanaal (zie afbeel- ding).
- Druk op de selecttoets (D) tot op het display (B) de steeksleutel bij het geselecteerde kanaal ver- schijnt. Afbeelding 8 Als de adaptatie op alle verwar- mingszones opnieuw moet wor- den gestart, kunt u via de chan- neltoets ook alle kanalen selecteren (zo vaak indrukken tot alle kanalen op het display ver- schijnen) en de selecttoets zo lang indrukken, tot de steeksleutel bij verwarmingszone ‘1’ op het dis- play verschijnt. Ga als volgt te werk om een verwar- mingszone te openen of te sluiten:
- Selecteer met de channeltoets (C) het gewenste kanaal (zie afbeel- ding).
- Druk kort op de selecttoets (D) (zie afbeelding). De verwarmingszone opent of sluit nu gedurende 15 minuten de kraan van de verwarmingszone. Vervolgens wordt de verwarmingszone weer normaal geregeld. Als de kraan van alle verwarmings- zones tegelijk moet worden geo- pend of gesloten, selecteert u alle kanalen en drukt u kort op de selecttoets (D) (zie afbeelding).124 Apparaatkoppelingen wissen 10 Apparaatkoppelingen wissen Ga als volgt te werk om de apparaat- koppelingen tussen een vloerverwar- mingscontroller en een wandthermo- staat te wissen:
- Selecteer via de channeltoets (C) van de vloerverwarmingscontroller het kanaal waarop de wandther- mostaat is ingeleerd (zie afbeel- ding).
- Druk zo lang op de systeemtoets (A) en de channeltoets van de vloerverwarmingscontroller, tot het ledje (A) groen oplicht.
- Herstel de fabrieksinstellingen van de wandthermostaat (meer infor- matie hierover vindt u in de bedie- ningshandleiding van de wandther- mostaat). 11 Storingen oplossen
11.1 Commando niet bevestigd
Indien ten minste één ontvanger een commando niet bevestigt, licht de led (A) bij het afsluiten van de mislukte overdracht rood op. De reden voor deze mislukte overdracht kan een communicatiestoring zijn (zie ‘14 Al- gemene instructies voor de draadloze werking’ op pagina 127). De mislukte overdracht kan de volgende oorzaken hebben:
- de ontvanger is niet bereikbaar,
- de ontvanger kan het commando niet uitvoeren (lastuitval, mechani- sche blokkering enz.) of
De duty cycle beschrijft een wettelijk geregelde begrenzing van de zendtijd van apparaten in het 868MHz-bereik. Het doel van deze regeling is om de werking van alle in het 868MHz-bereik werkende apparaten te garanderen. In het door ons gebruikte frequentie- bereik van 868 MHz bedraagt de maxi- male zendtijd van elk apparaat 1% van een uur (dus 36 seconden per uur). De apparaten mogen bij het bereiken van de 1%-limiet niet meer zenden tot deze tijdelijke begrenzing weer voorbij is. In overeenstemming met deze richtlijn worden HomematicIP apparaten 100% conform de norm ontwikkeld en ge- produceerd. In het normale bedrijf wordt de duty cycle doorgaans niet bereikt. In be- paalde situaties kan dit bij de inbedrijf- stelling of eerste installatie van een systeem wel het geval zijn wanneer er meerdere en zendintensieve inleerpro- cessen actief zijn. Een overschrijding van de duty-cycle-limiet wordt aange- geven door drie keer langzaam rood knipperen van de led en kan zich uiten in een tijdelijke onderbreking van de werking van het apparaat. Na korte tijd (max. 1 uur) werkt het apparaat weer normaal.125 Storingen oplossen
11.3 Foutcodes en knipperreeksen
11.3.1 Knipperreeksen van het ledje
Knippercode Betekenis Oplossing Kort oranje knipperen Draadloze overdracht, zendpoging, gegevens- overdracht Wacht tot de overdracht beëindigd is. 1x lang groen branden Proces bevestigd U kunt met de bediening doorgaan. 1x lang rood oplichten Proces mislukt of du- ty-cycle-limiet bereikt Probeer het opnieuw (zie ‘11.1 Commando niet be- vestigd’ op pagina 124) of (zie ‘11.2 Duty cycle’ op pagina 124). Kort oranje knipperen (om de 10 s) Inleermodus actief Voer ter bevestiging de laatste vier cijfers van het apparaatserienummer in (zie ‘7.4 Inleren’ op pagina 117). 6x lang rood knipperen Apparaat defect Controleer de weergave in uw app of neem con- tact op met uw dealer. 1x oranje en 1x groen oplichten Testindicatie Wanneer de testindicatie weer is gedoofd, kunt u doorgaan.126 Storingen oplossen
11.3.2 Foutcodes op het display
Knippercode Betekenis Oplossing Steeksleutel knippert om de 0,5 s Adaptatie op de verwar- mingszone kon niet wor- den uitgevoerd. Controleer of de stelaan- drijving correct op de kraan werd gemonteerd en of de aansluitstekker in de betreende aansluit- bus werd gestoken. Uitroepingsteken knippert om de 0,5 s De verwarmingszone be- vindt zich in noodbedrijf. Zendtest uitvoeren, wandthermostaat evt. op- nieuw positioneren, bat- terijen van de wandther- mostaat vervangen of defecte wandthermostaat vervangen. Antenne knippert om de 0,5 s Radioverbinding met de wandthermostaat ge- stoord Positie van de wandther- mostaat veranderen of een repeater gebruiken (zie ‘11.1 Commando niet bevestigd’ op pagina 124). Uitroepingsteken en an- tenne worden weergege- ven Adaptatie afgesloten (geen wandthermostaat op deze verwarmingszone ingeleerd) Wandthermostaat op verwarmingszone inleren (zie ‘7.4.1 Inleren op de HomematicIP-wandther- mostaat’ op pagina 117) resp. (zie ‘7.4.4 Inleren op het HomematicIP access point’ op pagina 119). Activering van de vochtin- gang op de Multi IO box Ventileer en schakel evt. over van koel- op verwar- mingsbedrijf.127 Herstellen van de fabrieksinstellingen 12 Herstellen van de fabrieksinstellingen De fabrieksinstellingen van het apparaat kunnen worden hersteld. Hierbij gaan alle instellingen ver- loren. Ga als volgt te werk om de fabrieksin- stellingen van de vloerverwar- mingscontroller te herstellen:
- Druk gedurende 4 s op de sys- teemtoets (A) tot het ledje (A) snel oranje begint te knipperen (zie afbeelding).
- Laat de systeemtoets weer los.
- Houd de systeemtoets opnieuw 4 s ingedrukt, tot de led groen begint te branden.
- Laat de systeemtoets weer los om het herstel van de fabrieksinstellin- gen te voltooien. Het apparaat voert een herstart uit. 13 Onderhoud en reiniging Het apparaat is voor u, afgezien van een eventuele vervanging van de batterij, onderhoudsvrij. Laat het onderhoud of reparaties over aan een vakman. Reinig het apparaat met een zachte, schone, droge en pluisvrije doek. Voor het verwijderen van sterke verontreini- gingen kan de doek licht met lauw wa- ter worden bevochtigd. Gebruik geen oplosmiddelhoudende reinigingsmid- delen. Deze kunnen de kunststof kast en opschriften aantasten. 14 Algemene instructies voor de draadloze werking De draadloze communicatie wordt via een niet-exclusief communicatiekanaal gerealiseerd, zodat storingen niet kun- nen worden uitgesloten. Andere sto- rende invloeden kunnen afkomstig zijn van schakelprocessen, elektromotoren of defecte elektrische apparaten. Het bereik in gebouwen kan sterk afwijken van het bereik in het vrije veld. Behalve het zendvermogen en de ontvangsteigenschappen van de ontvangers spelen ook omgevingsinvloeden zoals lucht- vochtigheid en de bouwkundige situatie ter plekke een belangrijke rol. Hierbij verklaart eQ-3 AG, Maiburger Str. 29, 26789 Leer, Duitsland, dat het draadloze apparaattype HomematicIP HmIP-FALMOT-C12 in overeenstem- ming is met de richtlijn 2014/53/EU. De volledige tekst van de EU-confor- miteitsverklaring is beschikbaar op het volgende internetadres: www.homematic-ip.com128 Verwijdering als afval 15 Verwijdering als afval Informatie over verwijdering als afval Dit symbool betekent dat het apparaat niet weggegooid mag worden met het huishoudelijk afval of restafval en niet in de gele afvalcontainer of gele afvalzak mag worden gedaan. Om de gezondheid en het milieu te beschermen, bent u verplicht om het product en alle meegeleverde elektro- nische onderdelen naar een gemeen- telijk inzamelpunt voor afgedankte elektrische en elektronische appa- ratuur te brengen voor een correcte afvalverwerking. Verkopers van elek- trische en elektronische apparatuur zijn ook verplicht om oude apparatuur gratis terug te nemen. Door ze apart in te zamelen, levert u een waardevolle bijdrage aan het her- gebruik, de recycling en andere vor- men van nuttige toepassing van oude apparaten. Wij wijzen u er nadrukkelijk op dat u als eindgebruiker verantwoordelijk bent voor het verwijderen van persoonlijke gegevens uit de afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. Conformiteitsinformatie De CE-markering is een label voor het vrije verkeer van goederen binnen de Europese Unie en is uit- sluitend bestemd voor de desbe- treende autoriteiten. Het is geen garantie voor bepaalde eigen- schappen. Met technische vragen m.b.t. het apparaat kunt u terecht bij uw dealer.129 Technische gegevens 16 Technische gegevens Apparaatcode: HmIP-FALMOT-C12 Constructie van het regel- en stuurapparaat (RS): Onafhankelijk gemonteerd elektro- nisch regel- en stuurapparaat voor opbouwmontage Aantal verwarmingszones: 12 Voedingsspanning Aansluiting (F): 230 V/50 Hz Aansluiting (H): 24 VDC/SELV Stroomopname Aansluiting (F): 0,500 A max. Aansluiting (H): 0,375 A max. Kabeltype en -doorsnede Aansluitbus (H): starre en flexibele kabel, 0,12 - 0,5 mm² Kabeldoorsnede klemaansluiting (K): > 8,0 mm Kabeldoorsnede klemaansluiting (L): > 5,5 mm Kabeldoorsnede klemaansluiting (M): > 3,6 mm Kabeldoorsnede klemaansluiting (N): > 4,4 mm Beschermingsgraad: IP20 Beschermklasse: II @ 230 V / III @ 24 V Omgevingstemperatuur: 0 tot 50 °C Werkwijze: type 1 Statische impulsspanning: 2500 V Verontreinigingsgraad: 2 Temperatuur gloeidraadproef: 850 °C Temperatuur kogeldrukproef: 125 °C PTI-waarde van het behuizingsmateriaal: IIIb met 100 < CTI < 175 Afmetingen (b x h x d): 242 x 85 x 52 mm Gewicht: 440 g Zendfrequentieband: 868,0-868,60 MHz 869,4-869,65 MHz Max. zendvermogen: 10 dBm Ontvangersklasse: SRD class 2 Typisch bereik in het vrije veld: 320 m Duty cycle: < 1 % per h / < 10 % per h Softwareklasse: klasse A Technische wijzigingen voorbehouden.Kostenloser Download der HomematicIP App! Free download of the HomematicIP app! Bevollmächtigter des Herstellers: Manufacturer’s authorised representative: eQ-3 AG Maiburger Straße 29 26789 Leer / GERMANY www.eQ-3.de
SimpelGids