HmIP-P-DRG-DALI - Domotica Homematic IP - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HmIP-P-DRG-DALI Homematic IP in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over HmIP-P-DRG-DALI Homematic IP
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Domotica in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HmIP-P-DRG-DALI - Homematic IP en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HmIP-P-DRG-DALI van het merk Homematic IP.
GEBRUIKSAANWIJZING HmIP-P-DRG-DALI Homematic IP
Documentatie © 2022 eQ-3 AG, Duitsland
Alle rechten voorbehouden. Zonder schriftelijke toestemming van de uitgever mogen deze handleiding of fragmenten ervan op geen enkele manier worden gereproduceerd of met behulp van elektronische, mechanische of chemische middelen worden verveel-voudigd of verwerkt.
Het is mogelijk dat deze handleiding nog druktechnische gebreken of drukfouten vertoont. De gegevens in deze handleiding worden echter regelmatig gecontroleerd en indien nodig in de volgende uitgave gecorrigeerd. Voor fouten van technische of druktechnische aard inclusief de gevolgen ervan stellen wij ons niet aansprakelijk.
Alle handelsmerken en octrooirechten worden erkend.
Wijzigingen die de technische vooruitgang dienen, zijn zonder voorafgaande aankondi- ging mogelijk.
158529 (web)
Versie 1.0 (12/2022)
Inhoudsopgave
1 Instructies bij deze handleiding 96
2 Gevarenaanduidingen....96
3 Werking en overzicht van het apparaat 99
4 Algemene systeeminformatie ....101
5 Inbedrijfstelling....101
5.1 Installatie-instructies.... 101
5.2 Montage en installatie....102
5.3 Inleren....104
6 Bediening....105
6.1 Bediening van ingeleerde DALI-apparaten 105
6.2 DALI specifieke functies 105
7 Foutcodes en knipperreeksen....106
8 Herstellen van de fabrieksinstellingen....108
9 Onderhoud en reiniging....108
10 Technische gegevens....109
1 Instructies bij deze handleiding
Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u uw Homematic IP apparaat in gebruik neemt. Bewaar de handleiding, om ze ook later nog te kunnen raadplegen!
Als u het apparaat door andere personen laat gebruiken, geef dan ook deze handleiding mee.
Gebruikte symbolen:

Let op!
Hier wordt op een risico attent gemaakt.

Opmerking. Dit hoofdstuk bevat aanvullende belangrijke informatie.
2 Gevarenaanduidingen

Open het apparaat niet. Het bevat geen onderdelen die door de gebruiker moeten worden onderhouden. Bij openen bestaat het risico van een elektrische schok. Laat het apparaat in geval van een storing door een specialist controleren.

Om redenen van veiligheid en markering (CE) is het eigenmachtig verbouwen en/of veranderen van het apparaat niet toegestaan.

Gebruik het apparaat niet, indien het uiterlijk zichtbare schade, bijv. aan de kast, aan bedieningselementen of aan de aansluitbussen, vertoont. Laat het apparaat in geval van twijfel door een specialist controleren.

Gebruik het apparaat uitsluitend in een droge en stofvrije omgeving, stel het niet bloot aan vocht, trillingen, langdurig zonlicht of andere warmtebronnen, extreme koude en mechanische belastingen.

Het apparaat is geen speelgoed! Laat kinderen er niet mee spelen. Laat verpakkingsmateriaal niet rondslingeren. Plastic folies en zakken, vormstukken van styropor enz. kunnen door kinderen als gevaarlijk speelgoed worden gebruikt.

Voor zaak- of personenschade die door een onjuist gebruik of niet-naleving van de gevarenaanduidingen veroorzaakt is, stellen wij ons niet aansprakelijk. In dergelijke gevallen vervalt ieder garantie-recht! Voor gevolgschade stellen wij ons niet aansprakelijk!

Neem de op het apparaat aangegeven striplengte voor de aan te sluiten kabels in acht. Toegestane kabeldoorsneden voor de aansluiting op het apparaat zijn: starre kabel: 0,75-2,5 mm² flexibele kabel zonder adereindhuls: 0,75-2,5 mm²

Let bij de installatie op een veilige scheiding tussen netspanning en ethernet en tussen ethernet en DALI. De DALI stuurspanning (B) is een FELV-voeding. De ethernetkabel (F) is een SELV-stroomkring. De leiding moet door maatregelen voor een veilige scheiding (bijv. horizontale en verticale scheidingsschotten) van spanningvoerende leidingen en de DALI-bus worden gescheiden.

De netklemmen mogen alleen worden gebruikt voor de aansluiting van de netspanning op het apparaat of voor de aansluiting van verbruikers op het apparaat. Het doorverbinden (doorlussen) van draden via de netklemmen van het apparaat naar andere apparaten is niet toegestaan!

De stroomkring waarop het apparaat en de last worden aangesloten, moet beveiligd zijn met een installatieautomaat volgens EN 60898-1 (karakteristiek B of C, max. 16 A nominale stroom, min. 6 kA afschakelvermogen, energiebegrenzingsklasse 3). De installatievoorschriften volgens VDE 0100 resp. HD384 of IEC 60364 moeten in acht worden genomen.

Let bij de installatie op een veilige scheiding tussen netspanning en ethernet en tussen ethernet en DALI. De DALI stuurspanning is een FELV-voeding.

Let bij de installatie op het vrijschakelen van zowel DALI- als spanningvoerende leidingen. Als één of meerdere installatieautomaten gevaarlijke spanningen leveren, moeten deze van een waarschuwing voorzien of met elkaar verbonden worden.

Type, doorsnede en het leggen van de stuurleiding dienen overeen te komen met de bepalingen voor 230V-leidingen. DALI- en netspanningsdraden kunnen in één leiding worden gelegd (bijv. 5 x 1,5 mm²).

Voor de veilige werking moet het apparaat in een stroomverdeler conform VDE 0603, DIN 43871 (laagspanningsonderverdeling (NSUV)), DIN 18015-x worden ingebouwd. Het apparaat moet op een draagrail (DIN-rail) conform EN 60715 worden gemonteerd. Voer de installatie en bedrading uit in overeenstemming met VDE 0100 (VDE 0100-410, VDE 0100-510 enz.). De voorschriften uit de technische aansluitvoorwaarden (TAB) van het energiebedrijf moeten in acht worden genomen.

Voordat het apparaat wordt ingebouwd en aangesloten, het systeem van het net loskoppelen en onder spanning staande onderdelen in de omgeving afdekken.

Het apparaat is alleen bedoeld voor gebruik in woonruimten, handels- en industriële ruimten en in kleine bedrijven.

Bij gebruik in een veiligheidstoepassing moet het apparaat / systeem in combinatie met een UPS (ononderbroken voeding) worden ingezet om een mogelijke stroomuitval te overbruggen.

Elk ander gebruik dan wat in deze handleiding beschreven wordt, is oneigenlijk en leidt tot de uitsluiting van garantie en aansprakelijkheid.

DALI noodverlichtingsinstallaties worden niet ondersteund.
3 Werking en overzicht van het apparaat
De Homematic IP DALI Gateway kan eenvoudig op een DIN-rail in een stroomverdeler worden gemonteerd. Na de installatie kunnen DALI-armaturen in het huishouden worden toegewezen aan de kanalen van de Gateway. Per Homematic IP smartphone-app of CCU3 kunnen vervolgens verschillende lichtgroepen worden ingericht, zodat de armaturen bijvoorbeeld via ingeleerde draadloze toetsen of draadloze afstandsbedieningen en naar keuze via de Homematic IP smartphone-app comfortabel kunnen worden geschakeld. In totaal kunnen tot 32 DALI-armaturen geregeld en bovendien in max. 16 DALI groepen worden samengevat.
Met de DALI Gateway kunnen de volgende DALI-types worden gebruikt:
- tl-buizen (DT0)
- ontladingslampen (DT2)
- laagvolt-halogeenlampen (DT3)
• dimmers voor gloeilampen (DT4) - omvorming naar DC (0-10V, DT5)
- ledmodules (DT6)
• schakelfunctie (DT7) - kleur- en kleurtemperatuurregeling (DT8)*
- Geen ondersteuning voor de DALI-noodverlichtingsinstallatie
*kleur en kleurtemperatuur alleen configureerbaar met DT8
Overzicht van het apparaat (zie afbeelding 1):
(A) Systeemtoets (aanleertoets en led)
(B) Aansluitklemmen voor DALI
(C) Channel-toets
(D) Select-toets
(E) Lc-display
(F) Ethernetaansluiting
(G) Aansluitklemmen voor buitendraad en neutrale geleider
Overzicht van het display:
| Symbool Betekenis | |
![]() | Kanaal ingeschakeld |
![]() | Kanaal uitgeschakeld |
![]() | Procentaanduiding (ingeschakeld als de schakeltoe-stand wordt weergegeven) |
| RX | DALI-gegevens worden ontvangen |
| TX | DALI-gegevens worden verzonden |
![]() | Storing DALI-bus |
| HmIP | Verbinding naar het Access Point of de CCU3 voorhan-den |
| Addr. | IP-adres per DHCP ontvangen of vast ingesteld |
| Link | Ethernetverbinding voorhanden |
![]() | DALI resetKnipperen bij voorselectiePermanente weergave bij uitvoering van de reset |
![]() | DALI zoeken (niet-geadresseerde apparaten)Knipperen bij voorselectiePermanente weergave bij actief zoeken |
![]() | DALI zoeken (geadresseerde apparaten die bij de gate-way nog niet bekend zijn)Knipperen bij voorselectiePermanente weergave bij actief zoeken |
![]() | DALI vervangingKnipperen bij voorselectiePermanente weergave bij actieve vervanging |
4 Algemene systeeminformatie
Dit apparaat is een onderdeel van het Homematic IP Smart Home systeem en communiceert via het Homematic IP protocol. Alle apparaten van het systeem kunnen comfortabel en individueel via een smartphone met de Homematic IP App worden geconfigureerd. U hebt ook de mogelijkheid om de Homematic IP apparaten via de centrale CCU3 of in combinatie met allerlei partneroplossingen te gebruiken. Welke functies binnen het systeem in combinatie met andere componenten mogelijk zijn, vindt u in het Homematic IP gebruikershandboek. Alle technische documenten en updates vindt u in de actuele versie op www.homematic-ip.com.
5 Inbedrijfstelling
5.1 Installatie-instructies

Noteer a.u.b. vóór de installatie het op het apparaat aangebrachte apparaatnummer (SGTIN) en de toepassing, zodat u het apparaat achteraf eenvoudiger kunt toewijzen. Het apparaatnummer staat als alternatief ook op de bijgeleverde QR-sticker.

Opmerking! Installatie alleen door personen met desbetreffende elektrotechnische kennis en ervaring!*
Door een onjuiste installatie brengt u uw eigen
- leven en
- het leven van de gebruikers van de elektrische installatie in gevaar.
Met een onjuiste installatie riskeert u ernstige materiële schade, bijv. door brand. Het risico bestaat dat u persoonlijk aansprakelijk wordt gesteld voor personen- en zaakschade.
Neem contact op met een elektricien!
\* Vereiste vakkennis voor de installatie:
Voor de installatie is met name de volgende vakkennis vereist:
- de toe te passen '5 veiligheidsregels': vrijschakelen; tegen op-
nieuw inschakelen beveiligen; spanningsvrijheid controleren; aarden en kortsluiten; aangrenzende onderdelen die onder spanning staan, afdekken of afsluiten;
- selecteren van het geschikte gereedschap, de meettoestellen en eventuele persoonlijke beschermingsmiddelen;
• analyse van de meetresultaten; - kiezen van het elektrische installatiemateriaal ter garantie van de uitschakelvoorwaarden;
• IP-beschermingsgraden; - inbouw van het elektrische installatiemateriaal;
- aard van het voedingsnet (TN-systeem, IT-systeem, TT-systeem) en de hieruit volgende aansluitvoorwaarden (klassieke nulleider, aarding, noodzakelijke extra maatregelen enz.).

Neem bij de installatie de gevarenaanduidingen overeenkomstig '2 Gevarenaanduidingen' op pagina 96 in acht.

Neem de op het apparaat aangegeven striplengte voor de aan te sluiten kabels in acht.
Toegestane kabeldoorsneden voor de aansluiting op de gateway zijn:
| Starre kabel [mm2] Flexibele kabel zonder adereindhuls [mm 2] |
| 0,75-2,5 0,75-2,5 |
5.2 Montage en installatie

Lees dit hoofdstuk volledig door, voordat u met de installatie begint.
Ga voor de installatie van de gateway op een DIN-rail in de stroomverde- ler als volgt te werk:
- Schakel de stroomverdeler vrij (zie afbeelding 2) en dek eventueel onder spanning staande onderdelen af (zie veiligheidsregels).
- Verwijder de afdekking van de stroomverdeler.
- Plaats de gateway op de DIN-rail (zie afbeelding 3). Let op dat de tekst op het apparaat en op het display voor u leesbaar is.
- Let op dat de vastzetveer volledig is vastgeklikt en het apparaat vast op de rail zit (zie afbeelding 4).
- Voor de aansluiting en het loshalen van de geleiders moet de witte bedieningstoets boven op de klem worden ingedrukt (zie afbeelding 5).
- Bedraad het apparaat overeenkomstig het bedradingsschema in afbeelding 6.
- Sluit de DALI-bus aan op de betreffende klemmen (B) (zie afbeelding 6).
- Sluit de neutrale geleider en de buitendraad voor de voeding van de gateway aan op de klem (G) (zie afbeelding 6).
- Steek de netkabel in de ethernetaansluiting (F) en verbind hem met een router (zie afbeelding 6).

De netklemmen mogen alleen worden gebruikt voor de aansluiting van de netspanning op het apparaat. Het doorverbinden (doorlussen) van draden via de netklemmen van het apparaat naar andere appa- raten is niet toegestaan!
- Plaats de afdekking van de stroomverdeler terug.
- Schakel de hoofdzekering weer in (zie afbeelding 7) om de in-leermodus van het apparaat te activeren (zie '5.3 Inleren' op pagina 104).

Na de installatie en vóór het inleren van het apparaat op de app staan al eenvoudige bedieningsfuncties direct aan het apparaat ter beschikking (bijv. voor testdoeleinden) (zie '6 Bediening' op pagina 105).
5.3 Inleren

Lees dit hoofdstuk volledig door, voordat u met het inleren begint.

Configureer eerst uw Homematic IP Access Point via de Homematic IP App om nog andere Homematic IP apparaten in het systeem te kunnen gebruiken. Uitgebreide informatie hierover vindt u in de handleiding van het accesspoint.

U kunt het apparaat op het accesspoint of op de centrale CCU3 in- leren. Voor meer informatie hierover verwijzen wij naar het Homematic IP gebruikershandboek (u vindt dit onder www.homematic-ip. com).
Om te waarborgen dat het apparaat in uw systeem geïntegreerd en per kosteloze Homematic IP App bestuurd kan worden, moet het op de Homematic IP Access Point worden ingeleerd.
Ga als volgt te werk om het apparaat in te leren:
- Open de Homematic IP app op uw smartphone.
- Selecteer het menu-item "Apparaat inleren".
- Na het inschakelen van de hoofdzekering is de inleermodus van de actor gedurende 3 minuten actief.

U kunt de aanleermodus handmatig starten voor nog eens 3 minu- ten door kort op de systeemtoets (A) te drukken (zie afbeelding 8).
- Het apparaat verschijnt automatisch in de Homematic IP app.
- Ter bevestiging dient u in de app de laatste vier cijfers van het apparaatnummer (SGTIN) in te voeren of de QR-code te scannen. Het apparaatnummer vindt u op de bijgeleverde sticker of op het apparaat zelf.
- Wacht tot het inleerproces voltooid is.
- Ter bevestiging van een succesvol aanleerproces brandt de led (A) groen. Het apparaat is nu gebruiksklaar.
- Indien de led rood brandt, dient u het opnieuw te proberen.
- Geef het apparaat in de app een naam en wijs het toe aan een ruimte.
6 Bediening
Via de volgende toetsen staan eenvoudige bedieningsfuncties direct aan het apparaat tot uw beschikking:
- Systeemtoets (A)
- Channel-toets (C)
- Select-toets (D)
6.1 Bediening van ingeleerde DALI-apparaten
Systeemtoets
Door de systeemtoets (zie afbeelding 9) kort in te drukken kunt u de achtergrondverlichting van het lc-display activeren.
Channel-toets
Door de channel-toets (zie afbeelding 10) kort in te drukken kunt u het gewenste kanaal selecteren. Bij elke bediening wordt een kanaal door-geschakeld. Het geselecteerde kanaal wordt door gekenmerkt door het knipperende symbool. De actuele toestand van het geselecteerde kanaal (0-100 %) wordt op het lc-display weergegeven.
Select-toets
Als u via de channel-toets een kanaal hebt geselecteerd (zie channel-toets), kunt u door kort op de select-toets (zie afbeelding 11) te drukken, de toestand van het uitgangskanaal (bijv. 0-100 %) selecteren. Bij elke bediening wordt een toestand doorgeschakeld.
6.2 DALI specifieke functies
- Door lang op de select-toets (zie afbeelding 11) te drukken kunt u de DALI-specifieke functies activeren.
- Op het display knippert het symbool ♿.
- U kunt tussen de verschillende functies omschakelen door kort op de channel-toets te drukken: 📞 -> 🎥 > 📌 -→ 🍒
- Druk lang op de select-toets om de functies te starten waarvan het symbool knippert. Het symbool wordt permanent weergegeven.
| Symbool Werking Beschrijving | ||
![]() | Zoeken naar niet-geadresseerde DALI-apparaten aan de DALI-bus. | Gevonden apparaten worden geadresseerd en toegewezen aan de volgende vrije kanalen (1..32). |
![]() | Zoeken naar ge-adresseerde DA-LI-apparaten aan de DALI-bus die bij de gateway nog niet bekend zijn | Gevonden apparaten worden geadresseerd en toegewezen aan de volgende vrije kanalen (1..32). |
![]() | DALI vervanging Als | exact één apparaat aan de bus ontbreekt of defect is en een nieuw apparaat aan de bus voorhanden is, wordt dit apparaat geïntegreerd. |
![]() | DALI reset Reset van alle DALI-apparaten aan de bus. | |
7 Foutcodes en knipperreeksen
| Knippercode / lc-display | Betekenis Oplossing | |
| Kort oranje knipperen (om de 10 sec.) | Inleermodus actief Voer ter bevestiging de laatste vier cijfers van het apparaat-serienummer in (zie '5.3 Inleren' op pagina 104). | |
| 6x lang rood knipperen | Apparaat defect Controleer de weergave in uw app of neem contact op met uw dealer. | |
| 1x oranje en 1x groen op- lichten | Testindicatie Wanneer | de testindicatie weer uit is, kunnen u doorgaan. |
| E14 Fout in de DALI-bus Controleer de DALI-bus | ||
| E19 DALI-armatuur niet bereikbaar | Controleer de DALI-armatuur | |
| E20 DALI 'control gear failure' | Controleer de DALI-armatuur | |
| E21 DALI 'lamp failure' Controleer de DALI-armatuur | ||
| E22 DALI 'limit error' Controleer de DALI-armatuur | ||
| E31 DALI zoeken (niet-geadresseerde apparaten) mislukt | Controleer de DALI-bus en pro-beer het opnieuw. | |
| E32 DALI zoeken (reeds geadresseerde ap- paraten) mislukt. | Controleer de DALI-bus en pro-beer het opnieuw. | |
| E33 DALI vervanging mislukt | Controleer de DALI-bus en pro-beer het opnieuw. | |
| E34 DALI vervanging mislukt (meer dan één nieuw apparaat ge- vonden) | Waarborg dat slechts één nieuw apparaat is aangesloten en pro-beer het opnieuw. | |
| E35 DALI vervanging mislukt (tot nu toe geen ap- paraat voorhanden) | Tot nu toe geen apparaat inge-leerd. Daarom is geen vervan- ging mogelijk. | |
| E36 DALI vervanging mislukt (geen ontbrekend apparaat) | Waarborg dat één apparaat niet meer is aangesloten en probeer het opnieuw. | |
| E37 DALI vervanging mislukt (meer dan één ont-brekend apparaat) | Waarborg dat slechts één apparaat niet meer is aangesloten en probeer het opnieuw. | |
| E38 DALI vervanging mislukt (geen nieuw apparaat gevonden) | Waarborg dat één nieuw apparaat is aangesloten en probeer het opnieuw. | |
| E39 DALI reset mislukt Controleer de | DALI-bus en pro-beer het opnieuw. | |
8 Herstellen van de fabrieksinstellingen

De fabrieksinstellingen van het apparaat kunnen worden hersteld. Hierbij gaan alle instellingen verloren.
Om de fabrieksinstellingen van het apparaat te herstellen, gaat u als volgt te werk:
- Druk gedurende 4 sec. op de systeemtoets (A), totdat de led (A) snel oranje begint te knipperen (zie afbeelding 12).
- Laat de systeemtoets weer los.
- Houd de systeemtoets opnieuw 4 sec. ingedrukt, tot de led groen oplicht (zie afbeelding 13).
- Laat de systeemtoets weer los om het herstel van de fabrieksin-stellingen te voltooien. Het apparaat voert een herstart uit.
9 Onderhoud en reiniging

Het apparaat is onderhoudsvrij. Laat het onderhoud of reparaties over aan een vakman.

Schakel vóór de demontage van het apparaat in ieder geval de netspanning vrij (installatieautomaat uitschakelen)! Werkzaamheden aan het 230V-net mogen alleen door een elektricien (volgens VDE 0100) worden uitgevoerd.
Reinig het apparaat met een zachte, schone, droge en pluisvrije doek. Gebruik geen oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen. Deze kunnen de kunststof kast en opschriften aantasten.
Stand-by: 1 W typ. (displayverlichting uit)
Kabeltype en -doorsnede: starre en flexibele kabel, 0,75-2,5 mm²
Installatie: op draagrail (DIN-rail) conform
EN 60715
Beschermingsgraad: IP20
Omgevingstemperatuur: -5 tot +40 °C
Afmetingen (b x h x d): 72 x 90 x 69 mm (4 HP)
Gewicht: 195 g
DALI
Nominale spanning: 16 V DC (typ.)
Stroom: 130 mA (typ.), 250 mA (max.)
Aantal DALI-apparaten: 32
Aantal DALI-groepen: 16
Technische wijzigingen voorbehouden.
Verwijdering

Het apparaat hoort niet in de vuilnisbak! Elektronische apparaten moeten overeenkomstig de richtlijn voor afgedankte elektrische en elektronische apparaten worden ingeleverd bij de inzamelpunten voor afgedankte apparaten.
Informatie met betrekking tot de conformiteit
De CE-markering is een label voor het vrije verkeer van goederen binnen de Europese Unie en is uitsluitend bedoeld voor de desbetreffende autoriteiten. Het is geen garantie voor bepaalde eigenschappen.

Met technische vragen m.b.t. het apparaat kunt u terecht bij uw dealer.











