Energy Silence 600 Max Flow - Ventilator CECOTEC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Energy Silence 600 Max Flow CECOTEC in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Ventilator in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Energy Silence 600 Max Flow - CECOTEC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Energy Silence 600 Max Flow van het merk CECOTEC.
GEBRUIKSAANWIJZING Energy Silence 600 Max Flow CECOTEC
1. Veiligheidsvoorschriften 275
2. Onderdelen en componenten 279
3. Voor u het toestel gebruikt 280
4. Installatie van het toestel 280
6. Connectiviteit 298
7. Schoonmaak en onderhoud 306
Lees de volgende instructies aandachtig voordat u het product gebruikt. Bewaar deze handleiding voor toekomstig(e) gebruik of gebruikers. Installatie Laat geen kinderen toe in de ruimte waarin de binnen- en buitenunit moeten worden geïnstalleerd. Er kunnen zich onvoorziene ongevallen voordoen. Zorg ervoor dat de buitenunit goed vast zit. Controleer of er geen lucht in het koelsysteem kan raken en of er geen lucht ontsnapt wanneer u de airco verplaatst. Voer na de installatie een testcyclus uit en noteer de prestatiegegevens. De nominale stroom van de zekeringen geïnstalleerd in de geïntegreerde besturingseenheid is 4A/250V. Bescherm de besturingseenheid met een zekering geschikt voor de maximale stroomtoevoer of met een ander toestel dat de eenheid kan beschermen tegen overbelasting. Zorg ervoor dat de netspanning overeenkomt met de spanning die op het classificatielabel van het toestel staat vermeld. Houd de stekker en het stopcontact schoon. Steek de stekker correct in het stopcontact om enig gevaar op schokken of brand vanwege een slechte aansluiting te vermijden. Zorg dat de stekker en het stopcontact compatibel zijn. Als dat niet het geval is, verander het stopcontact. Het toestel moet uitgerust worden met middelen om het van het stroomnet af te sluiten en er moet een scheiding zijn tussen elk van de polen. Dit zorgt voor een volledige afsluiting in geval van een overbelasting van categorie III. Deze middelen moeten aan de kabels bevestigd worden conform de bekabelingsregels. De airco moet geïnstalleerd worden door gekwalificeerdeENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTEDENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTED
NEDERLANDS NEDERLANDS personen. Bewaar minstens 50 cm afstand tussen het toestel en brandbare stoffen (bv. alcohol) of houders onder druk. Als u het toestel gaat gebruiken in moeilijk te verluchten ruimtes, neem het maximum aan maatregelen om het risico op een lek van het koelgas te beperken en om te vermijden dat het koelgas in de atmosfeer terecht komt en voor brandgevaar zorgt. Het verpakkingsmateriaal is recycleerbaar en moet correct gesorteerd worden. Breng de airco naar een gespecialiseerd sorteercentrum wanneer hij het einde van zijn levensduur bereikt heeft. Gebruik de airco enkel volgens de voorschriften in deze handleiding. Zoals bij elk elektrisch huishoudtoestel is het aanbevolen het toestel te gebruiken met voldoende voorzorgen en gezond verstand: zowel tijdens de installatie, het gebruik en het onderhoud ervan. Het apparaat moet geïnstalleerd conform de nationale wetgeving betreffende elektrische installaties. Voor toegang tot de aansluitingen moeten alle elektrische circuits in het netwerk worden losgekoppeld. Gebruiker Probeer de airco niet alleen te installeren; contacteer een vakman. Zorg ervoor dat de netspanning overeenkomt met de spanning vermeld op het classificatielabel van het toestel en dat het stopcontact geaard is. Dit toestel is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijk gebruik. Het is niet geschikt voor commercieel of industrieel gebruik. Inspecteer de kabel regelmatig op zichtbare schade. Als de kabel beschadigd is, moet hij worden hersteld door de Technische Dienst van Cecotec om elk gevaar te vermijden. De reiniging en het onderhoud moet uitgevoerd worden door gekwalificeerd personeel. Trek in elk geval de stekker uit indien u onderhouds- of herstellingswerkzaamheden uitvoert. Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact alvorens het apparaat te (de)monteren, schoon te maken of als u het apparaat voor een langere tijd niet gaat gebruiken. Trek aan de stekker om hem te verwijderen uit het stopcontact en niet aan de kabel. Raak het apparaat niet aan en gebruik het niet met natte handen. Gelieve geen enkele van de vaste onderdelen van het product te repareren of te verwijderen. Neem contact op met de Technische Dienst van Cecotec voor vragen of reparaties. Zorg ervoor dat de demonteerbare onderdelen goed geïnstalleerd zijn voor gebruik. Als een van de onderdelen beschadigd is, gebruik deze dan niet. Trek de stekker niet uit het stopcontact om het apparaat uit te schakelen terwijl het werkt, dit kan vonken en dus brandgevaar veroorzaken. Dit toestel is ontworpen om de lucht in huiselijke ruimtes te behandelen. Het toestel is niet geschikt om kledij te drogen, eten te koelen, etc. Gebruik het toestel altijd met de luchtfilter. Zoniet kan vuil en stof zich ophopen in het toestel en een storing veroorzaken. Raak het toestel niet aan met blote vloeten of natte lichaamsdelen. Blokkeer de aan- en afvoeren van lucht van het toestel niet, zowel binnen als buiten. Het blokkeren van deze kanalen kan de werking van het toestel negatief beïnvloeden en storingen of schade veroorzaken.ENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTEDENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTED
NEDERLANDS NEDERLANDS Wijzig de eigenschappen van het toestel niet. Zorg ervoor dat noch de kabel, de stekker, de elektrische onderdelen of eender welk ander onderdeel niet worden blootgesteld aan of ondergedompeld in water of andere vloeistoffen. Installeer het apparaat niet in ruimtes waar de lucht gas, olie of zwavel kan bevatten noch dicht bij warmtebronnen. Plaats geen scherpe of zware objecten op het apparaat. Laat ramen en deuren niet gedurende langere tijd open staan terwijl het apparaat aan het werken is. Richt de lucht niet naar planten of dieren. Steek geen enkel voorwerp in de aan- of afvoerkanalen van het toestel. De gebruiker is verantwoordelijk voor de installatie van het toestel door een vakman, die controleert of de wettelijk aangewezen aarding alsook een thermomagnetische schakelaar aanwezig is. Stel uzelf niet te lang bloot aan warme of koude luchtstromen. Zichzelf gedurende lange tijd blootstellen aan koude lucht kan schadelijk zijn voor de gezondheid. Houd hier in het bijzonder rekening mee in ruimtes waar kinderen, ouderen of zieke personen aanwezig zijn. Als er rook ontsnapt uit het toestel of als het verbrand ruikt, onderbreek onmiddellijk de stroomtoevoer en contacteer de Technische Dienst van Cecotec. Het toestel blijven gebruiken in deze omstandigheden kan zorgen voor brand of een elektrische ontlading. Schakel de stroomonderbreker uit als u het toestel voor langere tijd niet gaat gebruiken. Stel de richting van de luchtstroom correct in. De bladen moeten naar beneden wijzen voor verwarming en naar boven voor verkoeling. De correcte temperatuur instellen kan schade aan het toestel voorkomen. Het toestel mag niet gebruikt worden door kinderen van 0 tot 8 jaar. Dit toestel kan gebruikt worden door kinderen vanaf 8 jaar indien ze onder voortdurend toezicht staan. Dit product kan gebruikt worden door personen met een verminderd fysiek, zintuiglijk of mentaal vermogen of met een gebrek aan ervaring en kennis, indien ze onder toezicht staan of als ze instructies hebben gekregen betreffende het veilige gebruik van het toestel en ze de risico’s begrijpen die ermee verbonden zijn. Zorg dat kinderen niet kunnen spelen met het toestel. Strikt toezicht is noodzakelijk als het toestel gebruikt wordt door of in de buurt van kinderen.
5. Deksel van de aansluitingskast
8. Blad voor luchtrichting
Afstandsbediening Fig. 2. Buitenunit Fig. 3.
1. Rooster van de luchtafvoer
2. Classificatielabel van de buitenunit
3. Deksel van de aansluitingskast
NEDERLANDS NEDERLANDS Waarschuwing: de voorgaande figuren zijn een vereenvoudigde voorstelling van het toestel. Het is mogelijk dat ze niet helemaal overeenstemmen met het toestel dat u kocht. Scherm Fig. 4.
2. Temperatuur/foutcodes
5. Luchtstroom van boven naar onder
6. Luchtstroom van rechts naar links (uitsluitend in bepaalde modellen).
9. Aan- of uitschakelen van het scherm van de binnenunit
12. Blokkeerfunctie (om deze functie te (des)activeren, hou de knoppen om te verhogen en te
Haal het toestel uit de doos. Reinig de binnen- en buitenkant van het toestel met een vochtige doek en droog het daarna. Controleer of het toestel geen zichtbare schade vertoont. Indien u zichtbare schade waarneemt, contacteer onmiddellijk de Technische Dienst van Cecotec voor aanbevelingen of voor de reparatie van het toestel.
4. INSTALLATIE VAN HET TOESTEL
Opmerking: De airco moet geïnstalleerd worden door gekwalificeerde personen. De installatiespecificaties zijn onderworpen aan de regels van de dienst na verkoop. Eender welke bruuske beweging tijdens het bijvullen van het koelmiddel kan ernstige schade toebrengen aan mens en dier. Het is nodig om een lektest uit te voeren nadat het toestel geïnstalleerd is en voor u het in gebruik neemt. Het is verplicht om veiligheidscontrole uit te voeren voor het onderhoud of de reparatie van een airco die brandbaar koelmiddel bevat om het risico op brand met zekerheid tot een minimum te beperken. Het is nodig om het apparaat in te schakelen volgens een controleprocedure met als doel de risico’s die gepaard gaan met het gebruik brandbaar gas of damp te beperken. De vereisten met betrekking tot het totale gewicht van het koelmiddel en het oppervlak van de te behandelen ruimte staan in de volgende tabel: Minimum en maximum lading per gebied: m = (4m2) x LEL, m = 26m2) x LEL, m = (130m2) x LEL LEL is de onderste explosiegrens in kg/m3 (Lower Explosion Limit), van R290 is dit 0.038/m3 en bij R32 is dit 0.038 kg/m3. Voor de apparaten met een belasting van m < M = m
De maximale lading per kamer berekent u volgens de volgende formule:
x (A) 1/2 De minimaal vereiste oppervlakte Amin om een toestel geladen met koelvloeistof M (kg) te installeren berekent u volgens deze formule:
Daarin is: m max is de maximum toegestane lading per kamer in kg; M is de hoeveelheid te laden koelmiddel in het apparaat in kg; A min is de minimaal vereiste oppervlakte in de kamer in m2 A is de oppervlakte van de kamer in m2; LEL onderste explosiegrens in kg/m; H0 is de hoogte waarop het apparaat geïnstalleerd is, in meter, om m max of A min te berekenen voor de montage op de muur. Maximum lading (kg) Categorie LEL (kg/m3)
(m) Lading (M) (kg) Minimum oppervlakte van de kamer (m2) Waarschuwingen:
1. Installeer het apparaat in een goed verluchte ruimte.
2. In een ruimte voor onderhoud of herstelling van een airco die werkt met R290 koelmiddel
mogen geen vlammen, rook, elektrische kachels of warmtebronnen met een temperatuur hoger dan 370º aanwezig zijn (omdat deze op zich vuur en vlammen kunnen veroorzaken). Evenmin mogen er laswerken uitgevoerd worden.
3. Tijdens de installatie van airco’s is het noodzakelijk om antistatische maatregelen te nemen,
zoals het dragen van antistatische kledij en handschoenen.
4. Voor de installatie en het onderhoud is het nodig om een geschikte ruimte te kiezen waar
er geen objecten in de buurt zijn van de aan- en afvoeren van lucht en ver verwijderd van warmtebronnen, ontvlambare stoffen en explosieve atmosferen.
5. Indien er bij de installatie een lek ontstaat in de binnenunit is het noodzakelijk om de klep
onmiddellijk te sluiten en alle personen gedurende minstens 15 minuten uit de getroffen ruimte te evacueren. Als het toestel beschadigd is, is het verplicht om het te laten repareren door de Technische Dienst van Cecotec en is het verboden om thuis de buizen en koelkanalen te lassen.
6. Voor de installatie is het nodig om een plaats te kiezen waar de aan- en afvoer van lucht op
gelijke hoogte zijn.
7. Vermijd plaatsen waar andere elektrische producten, stroomschakelaars en stopcontacten,
keukenkasten, bedden, banken en andere waardevolle spullen zich onder de binnenunit bevinden. Gereedschap Vereisten voor het gebruik Kleine vacuümpomp De vacuümpomp moet bestand zijn tegen explosies, een zekere precisie verzekeren en het zuigvermogen is minder dan 10 Pa. Vultoestel Het vultoestel moet specifiek bestand zijn tegen explosies en de afwijking bij het vullen mag niet meer dan 5 gram bedragen. Lekdetector De plaats waar men het onderhoud uitvoert moet uitgerust zijn met een lekdetector voor koelmiddelen dat verbonden is met een veiligheidsalarm. De foutmarge moet minder dan 5% zijn. De plaats waar men het onderhoud uitvoert moet uitgerust zijn met een mobiele lekdetector voor ontvlambare koelmiddelen dat verbonden is met een (auditief en visueel) veiligheidsalarm. De foutmarge mag niet meer dan 5% bedragen. De detectoren moeten regelmatig gekalibreerd worden. De functies van de lekdetector moeten gecontroleerd en getest worden voor gebruik. Drukmeter De drukmeters moeten regelmatig gekalibreerd worden. De drukmeter gebruikt met koelmiddel 22 kan gebruikt worden met de koelmiddelen R290 en R161; de drukmeter gebruikt met R410A kan gebruikt worden met koelmiddel 32.ENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTEDENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTED
NEDERLANDS NEDERLANDS Brandblusser Het is noodzakelijk om een of meer brandblussers mee te nemen als u een airconditioner gaat installeren of repareren. In de plaats waar men het onderhoud uitvoert moeten 2 of meer poederblussers, kooldioxide of schuimblussers aanwezig zijn. Deze moeten geplaatst worden op aangeduide plaatsen, met zichtbare etiketten en binnen handbereik. Installatie van de binnenunit Opmerking: De verkoper moet zich ervan verzekeren dat de persoon of het bedrijf die de airco zullen installeren, de onderhouds- en reparatiewerken door gekwalificeerde personen zal laten uitvoeren en dat deze persoon ervaring heeft met het werken met koelmiddelen. Het moet een erkende installateur of bedrijf zijn. Bevestig de binnenunit aan een harde muur die vrij is van trillingen. De aan- en afvoeren van lucht mogen niet geblokkeerd worden: de lucht moet zich zonder moeite kunnen verplaatsen. Installeer de unit niet dichtbij warmtebronnen, stoom of ontvlambaar gas. Installeer de unit dicht bij een stopcontact. Installeer de unit niet waar hij bloot gesteld is aan direct zonlicht. Kies een plaats waar het eenvoudig is om het condenswater af te voeren en waar het eenvoudig is om de buitenunit te installeren. Controleer regelmatig de werking van het apparaat en respecteer de afstanden die op de tekeningen getoond worden. Kies een plaats waar het eenvoudig is om de filter te verwijderen. Fig. 7.
2. Afvoerslang voor condenswater
6. Afvoerslang voor water
Installatie van de montageplaat Fig. 9.
1. Installeer het achterpaneel altijd zodanig zodat het zowel horizontaal als verticaal waterpas
2. Boor gaten van 32 mm diep met een boormachine om de plaat te bevestigen.
3. Steek de plastieken pluggen in de gaten.
4. Bevestig het achterpaneel aan de muur met de meegeleverde zelfborgende schroeven.
5. Verzeker u ervan dat het voorpaneel voldoende vast zit om het gewicht te ondersteunen.
1. Boor een gat in de muur (Ø 65 mm) dat licht naar beneden helt in de richting van het buitenste
2. Steek een buishuls in de gaten om te vermijden dat de verbindingsbuizen en de kabels niet
beschadigd raken bij het inbrengen in de muur. Waarschuwing: De gaten naar buiten moeten naar beneden hellen. Plaats de afvoerbuis naar beneden hellend in de richting van het gat in de muur om mogelijke lekken te voorkomen en om de afvoer van het water te vergemakkelijken. Elektrische verbindingen Fig. 11.
3. Deksel van de aansluitingskast
1. Open het voorpaneel
2. Verwijder het deksel zoals getoond op de tekening: door de schroef te verwijderen of de
3. Kijk naar het bekabelingsschema onderaan rechts het voorpaneel van de unit.
4. Sluit de draden aan op de klemmen, volg hierbij de nummering. Gebruik een kabeldikte
die overeenstemt net het inputvermogen (zie het typeplaatje op de unit) en die conform de veiligheidsvereisten is. Opmerking: De kabel die de binnen- en buitenunit verbindt moet geschikt zijn voor gebruik buiten. De verbinding moet bereikbaar blijven na de installatie, zodanig dat deze eenvoudig verbroken kan worden indien nodig.ENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTEDENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTED
NEDERLANDS NEDERLANDS Verzeker u ervan dat er een goede aarding is. De kabels kunnen worden aangesloten op de centrale printplaat in de binnenunit. Bij modellen zonder aftakdoos zal de fabrikant dit doen. Verbinding van de koelkanalen. Fig. 12. Uitbreiding van de verbindingsbuizen Fig. 13. De buizen kunnen in 3 richtingen uitgebreid worden, zoals aangegeven met nummers in de figuur. 12. Wanneer u de buizen richting 1 of 3 plaatst, maak indien nodig een snee met een breekmes in de gleuf aan de zijkant van de binnenunit. Plaats de buis in de richting van het gat in de muur en sluit de koperen buizen aan. Verbind de afvoerbuis en de elektrische kabels met tape, met de afvoerbuis naar beneden gericht zodat het water met gemak weg kan lopen. Opmerking: Verwijder het deksel niet van de buizen voordat ze goed aangesloten zijn om vochtproblemen te vermijden en om te vermijden dat er vuil in komt. Als de buizen vaak gebogen of uitgerekt worden kunnen ze schade oplopen. Buig de buizen niet meer dan 3 keer op dezelfde plaats. Om gebogen of uitgerekte buizen uit te breiden, rol ze voorzichtig af zoals getoond in de figuur.
Aansluitingen van de binnenunit
1. Dynamometrische sleutel
Fig. 14. De aansluitingen moeten aan de buitenkant zitten Fig. 15.
1. Verwijder het deksel van de buizen van de binnenunit (controleer of er geen vuil in zit).
2. Plaats de flare moer en maak een flens aan het uiteinde van de verbindingsbuis zodat de
andere buis erop past.
3. Gebruik 2 sleutels en draai ze in de tegenovergestelde richting om de connectoren vast te
4. Met de koelmiddelen R32/R290 moeten de mechanische connectoren zich aan de
buitenkant bevinden. Afvoer van condenswater in de binnenunit Fig. 16. Het afvoeren van het water in de binnenunit is noodzakelijk voor een goede installatie.
1. Steek de aansluiting van de buizen in de bijhorende sleuf.
2. Duw om de aansluiting van de buizen aan de basis te bevestigen.
Opmerking: Plaats de afvoerslang onder de buizen en trek deze voorzichtig naar beneden. Zorg dat er geen siffons ontstaan. De afvoerslang moet naar beneden hellen om de afvoer te vergemakkelijken. Buig of draai de afvoerslang niet. Laat het uiteinde niet uitsteken of onder water komen te staan. In het geval u de afvoerslang wil verlengen, zorg dat u deze verlenging isoleert voor u ze inbrengt in de binnenunit. Als u de leidingen aan de rechterkant installeert moeten zowel de leiding als de kabel als de afvoerslang geïsoleerd worden. Eens de leidingen volgens de instructies geïnstalleerd zijn, installeert u de aansluitkabels. Installeer nu de afvoerslang. Eens verbonden, isoleer de leidingen, de kabels en de afvoerslang met isolerend materiaal.
1. Plaats de leidingen, de kabels en de afvoerslang goed.
2. Isoleer de aansluitingen van de leidingen en bedek ze met vinyltape om ze te beveiligen.
3. Steek de beveiligde leidingen, de kabels en de afvoerslang door het gat in de muur en
monteer de binnenunit op een veilige manier boven op de montageplaat.
4. Duw de onderkant van de binnenunit tegen de montageplaat.
1. Afdekken met vinyltape
4. Afvoerslang voor condenswater
Montageplaat Fig. 18 Installatie van de buitenunit Veiligheidsafstanden voor de installatie (mm) Fig. 6.ENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTEDENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTED
NEDERLANDS NEDERLANDS Installeer de buitenunit niet dichtbij warmtebronnen, stoom of ontvlambaar gas. Installeer de binnenunit niet op plaatsen waar veel wind of vuil aanwezig is. Installeer de unit niet op een plaats waar regelmatig mensen lopen. Kies een plaats waar de afgevoerde lucht en het geluid van de ventilator de buren niet hinderen. Vermijd om de unit te installeren op een plaats waar hij bloot gesteld is aan direct zonlicht. Gebruik een beschermingsmiddel als het nodig en mogelijk is maar zorg dat dit luchtstroom niet kan belemmeren. Bewaar de afstanden aangegeven in de figuur om te zorgen dat de lucht correct kan stromen. Installeer de buitenunit op een veilige en solide plaats. Als de buitenunit last kan hebben van trillingen, plaats de rubberen afdichtingen op de poten van de unit of op de muurbevestiging. Installeer de buitenunit aan een solide muur, zodat hij op een veilige manier vast komt te zitten. Neem voor u de leidingen en kabels aansluit in acht wat de meest geschikte plaats is op de muur zodanig dat de installatie bereikbaar blijft voor het onderhoud. Gebruik ankerschroeven die geschikt zijn voor het type muur en de muursteun. Gebruik meer schroeven dan nodig lijkt om het toestel te ondersteunen, om trillingen tijdens de werking te vermijden en te verzekeren dat het toestel veilig op zijn plaats blijft, zonder dat de schroeven los komen. De installatie moet gebeuren conform de nationale wetgeving. Afvoeren van condenswater van de buitenunit (enkel voor modellen met warmtepomp) Fig. 19.
Het condenswater en ijs dat zich vormt gedurende het verwarmen kunt u afvoeren via de afvoerleidingen.
1. Bevestig de afvoerpoort in het gat van 25 mm in het toestel zoals aangegeven in de figuur.
2. Verbind de afvoerpoort met de afvoerleidingen
Zorg ervoor dat het water op een geschikte manier wordt afgevoerd. Elektrische verbindingen Fig. 20.
1. Bedradingsdiagram aan de achterkant van het deksel
1. Verwijder de handgreep van de rechterplaat van de buitenunit.
2. Sluit de voedingskabel aan op de elektrische printplaat. De bedrading moet overeenkomen
met die van de binnenunit.
3. Zet de voedingskabel vast met een kabelklem.
4. Controleer of de kabel correct is aangesloten.
5. Verzeker u ervan dat er een goede aarding is.
6. Zet de handgreep terug op zijn plaats.
3. Sleutel voor vloeistoffen
7. Moer van de ingangspoort
Schroef de flare moeren op de aansluiting van de buiten unit volgens dezelfde procedrue als bij de binnenunit. Neem het volgende in acht om lekken te vermijden:
1. Gebruik een moersleutel om de moeren aan te draaien. Wees voorzichtig zodat u de leidingen
2. Als de koppeling niet sterk genoeg is kan er een lek onstaan. Te sterk aandraaien kan ook
aanleiding geven tot lekkage door de flensverbinding te beschadigen.
3. Het veiligste systeem is om de koppelingen aan te draaien met een Engelse sleutel en een
momentsleutel. Controle van de druk van het koelmiddel Fig. 22.
Drukbereik waarbinnen het koelmiddel R290 werkt: lage druk 0.4-0.6 MPa; hoge druk 1.5-2.0 MPa. Drukbereik waarbinnen het koelmiddel R32 werkt: lage druk 0.8-1.2 MPa; hoge druk 3.2-3.7 MPa. Dit wil zeggen dat het koelsysteem of het koelmiddel van een airco abnormaal is wanneer het drukbereik van de luchtafvoer en -aanvoer deze nominale waarden ruimschoots overstijgen. Lucht aflaten De lucht en de vochtigheid die aanwezig blijven in het koelcircuit kunnen de werking van deENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTEDENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTED
NEDERLANDS NEDERLANDS compressor negatief beïnvloeden. Na de aansluiting van de binnen- en buitenunit voert u deze lucht en vochtigheid af met behulp van een vacuümpomp. Fig. 23. Driewegklep
1. Verbinden met de binnenunit
5. Dop van de ingangspoort
6. Kern van het ventiel
7. Verbinden met de buitenunit
2. Richting van de koelstroom
6. Kraan van de klep
13. Moer van de ingangspoort
(1) Schroef de deksels van de 2- en 3-wegkleppen los en verwijder ze. (2) Schroef de dop van de toegangspoort los en verwijder hem. (3) Verbind het mondstuk van de vacuümpomp met de ingangspoort. (4) Schakel de vacuümpomp in en laat ze een 10-15 minuten werken tot ze een absoluut vacuüm van 10 mm/Hg bereikt. (5) Terwijl de vacuümpomp nog draait sluit u de lagedrukkraan aan op de aansluiting van de vacuümpomp. Schakel de vacuümpomp uit. (6) Geef de tweewegklep een 1/4 draai om ze gedurende een tiental seconden te openen en te sluiten. Controleer alle aansluitingen met een vloeibare zeep of een elektronische lekdetector om u ervan te verzekeren dat er geen lekken zijn. (7) Draai de behuizing van de tweeweg- en driewegklep. Ontkoppel het mondstuk van de vacuümpomp. (8) Plaats alle doppen van de kleppen terug en maak ze vast. Testen van de werking Fig. 25
Bedek de koppelingen van de binnenunit met een isolerende laag en maak ze vast met isolerende tape. Bevestig het resterende deel van de kabel aan de leidingen of aan de buitenunit. Maak de leidingen (nadat u er isolerende tape rond wikkelde) vast aan de muur met behulp van klemmen of andere bevestiging. Dicht het gat in de muur waar de leidingen doorheen gaan dicht zodat er geen water of lucht in kan komen. Test de binnenunit Werken de aan en uit-schakelaars en de ventilator correct? Werken de verschillende menu’s? Werken de instellingen en en de timer correct? Werken de indicatielampjes correct? Werkt het blad voor de luchtrichting correct? Is er een regelmatige afvoer van condenswater? Test de buitenunit Produceert de unit ongewone geluiden of trillingen gedurende de werking? Hinderen het geluid, de luchtstroom en de afvoer van het condenswater de buren? Is er een lek van koelvloeistof? Waarschuwing: de elektronische controle zorgt ervoor dat de compressor pas start 3 minuten nadat de stroom het systeem bereikt. Informatie voor personen belast met de installatie Lengte van de leidingen bij een standaard belasting: 5m Maximum afstand tussen de binnen- en buitenunit: 25mENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTEDENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTED
NEDERLANDS NEDERLANDS Extra belasting koelmiddel: 15g/m Maximum niveauverschil tussen de buiten- en binnenunit: 10m Type koelmiddel (1): R290 (1) Kijk naar het classificatielabel dat op de buitenunit kleeft. Leidingen Aanhaalkoppel [N x m] Corresponderende spanning (bij gebruik van een Engelse sleutel van 20 cm) Aanhaalkoppel [N x m] 1/4” (Ø 6 mm) 15-20 Draaikoppel Moer van de ingangspoort 7-9 3/8” (Ø 9.52 mm) 31-35 Draaikoppel Beschermingsdoppen 25-30 1/2” (Ø 12 mm) 35-45 Draaikoppel 5/8” (Ø 15.88 mm) 75-80 Draaikoppel Bedradingsschema Fig. 26.
Het bedradingsschema van de binnenunit kleeft op het voorpaneel. Het bedradingsschema van de buitenunit kleeft aan de achterzijde van het deksel van de buitenste handgreep. Fig. 27.
1. Deksel van de buitenunit
Type van de aansluiting Fig. 28.
8. Ingeschakeld scherm van de buitenunit
11. Functie automatische schoonmaak
12. Oscillatie van boven naar beneden
13. Oscillatie van links naar rechts (niet beschikbaar op de afstandsbediening)
14. Indicator van tijd of temperatuur
15. Functie Blokkeren
16. Indicator voor lage batterij
17. Mute (met lage snelheid)
24. Turbo (met hoge ventilatorsnelheid)
Batterijen van de afstandsbediening vervangen Verwijder het deksel van het batterijvak aan de achterzijde van de afstandsbediening. Om dit te doen, schuif het in de richting van de pijl. Installeer de batterijen volgens + en - tekens in het batterijvak. Schuif het deksel van het batterijvak terug op zijn plaats. Gebruik 2 AAA-batterijen (1.5V). Gebruik geen herlaadbare batterijen. Indien het scherm niet werkt, vervangt u de oude batterijen door nieuwe van hetzelfde type. Sorteer batterijen correct. Het sorteren is noodzakelijk om dit materiaal een speciale behandeling moet ondergaan. Fig. 30.ENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTEDENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTED
NEDERLANDS NEDERLANDS Richt de afstandsbediening in de richting van de airco. Controleer of er geen objecten aanwezig zijn tussen het signaal van de afstandsbediening en de ontvanger van het signaal in de binnenunit. Stel de afstandsbediening niet bloot aan direct zonlicht. Bewaar minimum 1 meter afstand tussen de televisie en andere elektrische apparaten. Fig. 31. Algemene werking De door de ventilator aangezogen lucht komt binnen in de roosters, gaat door de filter en wordt gekoeld, verwarmd of gedroogd door de warmtewisselaar. De lamellen regelen de luchtstroom van boven naar beneden, de luchtstroom van links naar rechts wordt manueel geregeld met de verticale schotten. In sommige modellen functioneren de verticale schotten ook met de motor. Fig. 32.
Functies en standen Kinderslot Hou gedurende 2 seconden de knoppen omhoog en omlaag tegelijk ingedrukt om het kinderslot te activeren. Sturing van de luchtstroom Om de verticale luchtstroom aan te passen, druk op het icoon 2. Druk 1 keer om de horizontale lamellen te activeren en dus de oscillatie van boven naar beneden, druk opnieuw om ze onder een bepaalde hoek te fixeren. Het icoon verschijnt in het scherm van de afstandsbediening als de functie geactiveerd is. Om de horizontale luchtstroom aan te passen, verzeker u ervan dat de horizontale lamellen niet bewegen en verzet de verticale schotten manueel. Daarna drukt u op icoon 3 om de oscillatie van links naar rechts van de verticale schotten te activeren en drukt u opnieuw om ze onder een bepaalde hoek te fixeren. Het icoon verschijnt in het scherm van de afstandsbediening als de functie geactiveerd is (uitsluitend in bepaalde modellen). Opmerking: Pas de horizontale lamellen niet manueel aan, het is mogelijk dat ze zich niet goed zullen sluiten bij het uitschakelen van de airco. Steek geen vingers, stokken of andere objecten in de aan- en afvoeren van lucht. Accidenteel contact met bewegende onderdelen of voorwerpen kan schade of kwetsuren veroorzaken. Fig. 33.
1. Beweging van de lamellen
Standen Druk op de menuknop om één van de 3 standen te kiezen: Koelmodus Om de lucht te koelen en te drogen. Om in te schakelen drukt u op de menuknop (icoon 4) tot de pijl COOL aanwijst. Gebruik de knoppen naar boven en naar onder om de temperatuur te verhogen of te verlagen. Verwarmingsmodus Om kamers of woningen te verwarmen. Om in te schakelen drukt u op de menuknop (icoon 4) tot de pijl HEAT aanwijst. Gebruik de knoppen naar boven en naar onder om de temperatuur te verhogen of te verlagen. Waarschuwing: in de verwarmingsmodus is het mogelijk dat het toestel automatisch begint te ontdooien. Dit is essentieel om vorst in het toestel te ontdooien en de warmtewisseling door te voeren. Dit proces duurt tussen de 2 en 10 minuten. Tijdens het ontdooien stopt de ventilator met werken. Na het ontdooien begint het toestel automatisch te verwarmen. Droogmodus Om de lucht te drogen of ontvochtigen. Om in te schakelen drukt u op de menuknop (icoon 4) tot de pijl DRY aanwijst. Deze modus werkt met de standaardinstellingen. Ventilator In deze stand werkt enkel de ventilator, zonder enige modus. Om in te schakelen drukt u op de menuknop (icoon 4) tot de pijl FAN aanwijst. Regelen van de ventilatorsnelheid Regel de snelheid van de ventilator terwijl hij werkt in 1 van volgende standen: Auto, Ventilatie, Koelen of Verwarmen. Druk op het icoon 7. Om de snelheid van de ventilator te kiezen: Stil/ Laag/Middellaag/Medium/Middelhoog/Hoog/Turbo/Auto Fig. 34. Auto-stand Om in te schakelen drukt u op de menuknop (icoon 4) tot de pijl AUTO aanwijst. In deze modus kiest het toestel automatisch de meest geschikte instellingen volgens de omgevingstemperatuur. Scherm van de binnenunitENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTEDENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTED
NEDERLANDS NEDERLANDS Schakel het scherm van de binnenunit in door op het icoon 5 te drukken. De pijl op het scherm wijst “DIP” aan. Druk opnieuw om het scherm uit te schakelen. Functie Eco In deze modus kiest het toestel automatisch instellingen om energie te besparen tijdens de werking. Druk op de keuzeknop (icoon 6) en gebruik de knoppen naar onder en naar boven tot de pijl ECO aanwijst en knippert. Daarna drukt u OK om te bevestigen dat u de Ecomodus wil inschakelen. Herhaal de voorgaande stappen om de Ecomodus uit te schakelen. Opmerking: De Ecomodus werkt zowel bij het koelen als het verwarmen. Nachtfunctie (Slaap) Deze functie gebruikt vooraf geprogrammeerde instellingen. Druk op de keuzeknop (icoon 6) en gebruik de knoppen naar onder en naar boven tot de pijl SLEEP aanwijst en knippert. Daarna drukt u OK om te bevestigen dat u de Slaapmodus wil inschakelen. Herhaal de voorgaande stappen om de Slaapmodus uit te schakelen. Opmerking: De slaapmodus werkt zowel bij het koelen als het verwarmen. Het toestel zal 10 uren in de slaapmodus werken en daarna schakelt het terug naar de laats gebruikte instelling. Functie automatische schoonmaak Als u deze functie inschakelt verschijnt “AC” op het scherm. Om deze functie te activeren, schakelt u de modus uit en drukt u op de keuzeknop (icoon 6) tot de pijl CLEAN aanwijst en knippert. Daarna drukt u OK om te bevestigen dat u de automatische schoonmaak wil starten. Deze functie helpt alle vuil, bacteriën ed. die zich ophopen in het toestel te verwijderen. De automatische schoonmaak duurt 30 minuten, daarna keert het toestel terug naar de laatst gebruikte modus. U kan de schoonmaak annuleren terwijl hij bezig is. Keer hiervoor terug naar het gewone werkingsmenu of druk op de uit-knop. Als de schoonmaak klaar of geannuleerd is piept het toestel 2 keer. Het is normaal dat het toestel geluid maakt tijdens dit proces of dat het plastiek uitzet of krimpt onder invloed van de warmte of koude. Voor een optimale veiligheid is het aan te raden deze funtie te gebruiken onder de volgende omstandigheden: Binnenunit: Temp. <30 ºC Buitenunit: 5 ºC <Temp <30 ºC Het is eveneens aan te raden om de schoonmaak eens om de 3 maanden uit te voeren. Timer Gebruik de timer om het toestel op het gewenst tijdstip in- of uit te schakelen. Stel de timer als volgt in om automatisch in te schakelen op het gewenste tijdstip.
1. Verzeker u ervan dat het toestel uit staat.
2. Druk op de timerknop (icoon 8), kies de gewenste modus, snelheid van de ventilator, de
temperatuur en Nacht- of Ecofunctie indien gewenst.
3. Daarna drukt u op de timerknop (icoon 8). De cijfers van het uur beginnen te knipperen op het
scherm. Gebruik de knoppen naar boven en naar beneden om het gewenste uur in te stellen, tussen 0.5 en 24 uren.
4. Druk nogmaals op de timerknop (icoon 8) om te bevestigen.
Stel de timer als volgt in om automatisch uit te schakelen op het gewenste tijdstip.
1. Verzeker u ervan dat het toestel aan staat.
2. Druk op de timerknop (icoon 8). De cijfers van het uur beginnen te knipperen op het scherm.
Gebruik de knoppen naar boven en naar beneden om het gewenste uur in te stellen, tussen 0.5 en 24 uren.
3. Druk nogmaals op de timerknop (icoon 8) om te bevestigen.
4. Druk 2 keer op de timerknop (icoon 8) om de instelling te annnuleren.
Waarschuwing: alle instellingen moeten binnen de 5 seconden gebeuren, als dat niet het geval is wordt de instelling automatisch geannuleerd. Werkingstemperatuur Het toestel is geprogrammeerd om geschikte en aangename levensomstandigheden te creëren zoals hieronder getoond: Bij een gebruik in andere omstandigheden zoals aangegeven in de tabel, is het mogelijk dat het toestel beveiligingsmaatregelen activeert. Temperatuur/Stand Werking in koude Werking in warmte Werking bij ontvochtigen Omgevingstemperatuur 17 ºC~32 ºC 0 ºC~30 ºC 17 ºC~32 ºC Buitentemperatuur 15 ºC~53 ºC -20 ºC~30 ºC 15 ºC~53 ºC Noodgevallen Als de afstandsbediening niet meer werkt, of als het nodig is om onderhoudswerkzaamheden uit te voeren, doe het volgende: Open het frontpaneel en til het op onder zodanige hoek dat u bij de noodknop kan. Druk 1 keer op de noodknop, het toestel gaat in de koelmodus werken. Druk opnieuw binnen de 3 seconden, het toestel gaat in de verwarmingsmodus werken. Druk een derde keer binnen de 5 seconden en het toestel schakelt uit.ENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTEDENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTED
NEDERLANDS NEDERLANDS De noodknop bevindt zich in het deksel van de E-box van de unit onder het voorpaneel. Fig. 35. Automatisch heropstarten Het toestel beschikt over een functie om automatisch opnieuw in te schakelen. In het geval van een stroomonderbreking onthoudt het toestel de laatst gekozen instellingen. Als er opnieuw stroom is, schakelt het toestel automatisch opnieuw in met de laatst gekozen instelling dankzij het geheugen.
1. Specificaties en basisinformatie over wifi.
Plaats en uitzicht van de wifimodule in de binnenunit Open het voorpaneel. De wifimodule moet zich naast het deksel van de elektriciteitskast bevinden of in hetzelfde paneel.
2. Download en installeer de applicatie
Voor Android Methode 1: Scan de QR-code en download en installeer de applicatie. Methode 2: Open de Google Play Store en zoek “Smart Life”. Download en installeer de applicatie. Voor iOS Methode 1: Scan de QR-code en download en installeer de applicatie. Methode 2: Open de App Store en zoek “Smart Life”. Download en installeer de applicatie. Opmerking: Schakel de rechten in voor toegang tot opslag, locatie en camera tijdens het installeren. Zoniet zal de applicatie problemen veroorzaken.
3. Activatie van de applicatie
Opmerking: De applicatie moet geactiveerd zijn voor het eerste gebruik. 3.1. Open de applicatie “Smart Life” op uw smartphone.
Methode 1: Druk “Scan” en scan de QR-code. Methode 2: Druk “Enter Activation Code” in het onderste deel van het scherm. Voer de activatiecode in en druk “confirm”.
1. Indien u nog geen account heeft aangemaakt, drukt u op “Registration”.
2. Lees het privacybeleid druk “Agree”.
6. Voer de bevestigingscode in die u via sms of email ontvangen heeft.
7. Kies een wachtwoord tussen 6 en 20 karakters, met letters en cijfers.
Opmerking: Als u de applicatie voor de eerste keer gebruikt, moet u “Create Family” activeren.
1. Druk “Log in with existing account”.
2. Voer de geregistreerde account en wachtwoord in.
6. Voeg de locatie toe.
7. Kies de vooraf bepaalde kamers of voeg nieuwe toe.
8. Druk “Done” en “Completed”.
Wachtwoord vergeten Indien u uw wachtwoord vergeten bent, kan u de volgende stappen volgen: (Enkel voor accounts die gekoppeld zijn aan een mobiel telefoonnummer)
Of u kan op de volgende manier een nieuw wachtwoord instellen:
4. Kies een nieuw wachtwoord en druk “Done”.
6. Een toestel toevoegen
Er zijn 2 methodes om een toestel toe te voegen: CF (snelle verbinding) en AP (toegangspunt). Methode CF
1. Het vermogen wordt weergegeven, dus het is niet nodig om het aan te zetten om het te zien.
2. Druk “+” in de rechterbovenhoek van het “Home”-scherm of druk “Add device” in een ruimte
waarin geen enkel toestel verbonden is.
3. Druk op het logo van “Split Airconditioner”.
4. Herstart de wifimodule door op 6 keer op “DISPLAY” te drukken op de afstandsbediening of
gebruik een geschikte tool om de resetknop van de wifimodule in te drukken tot er CF op het scherm verschijnt. Daarna drukt u op “Next Step”.
5. Voer het wachtwoord van de wifi in en druk “Bevestigen”. U kan van wifinetwerk veramderen
6. Nu kan u het verbindingspercentage zien en PP, SA en AP.
“PP” betekent “Zoekt router” “SA” betekent “Verbinden met de router” “AP” betekent “Verbinden met de server” Methode AP
1. Het vermogen wordt weergegeven, dus het is niet nodig om het aan te zetten om het te zien.
2. Druk “+” in de rechterbovenhoek van het “Home”-scherm of druk “Add device” in een ruimte
waarin geen enkel toestel verbonden is.
3. Druk op het logo van “Split Airconditioner”.
4. Herstart de wifimodule door op 6 keer op “DISPLAY” te drukken op de afstandsbediening of
gebruik een geschikte tool om de resetknop van de wifimodule in te drukken tot er AP op het scherm verschijnt. Daarna drukt u op “Next Step”.
5. Voer het wachtwoord van de wifi in en druk “Bevestigen”. U kan van wifinetwerk veramderen
6. In het scherm voor de netwerkconfiguratie kiest u “SmartLife-****” en drukt op de pijl die
7. Nu kan u het verbindingspercentage zien en PP, SA en AP.
“PP” betekent “Zoekt router” “SA” betekent “Verbinden met router” “AP” betekent “Verbinden met de server” Bediening van de airco Na het toevoegen van het toestel zal het automatisch verschijnen in het bedieningsscherm van het apparaat. Het bedieningsscherm van het apparaat verschijnt wanneer u op het startscherm op de naam van het apparaat drukt. Er zijn 2 manieren om het toestel met de wifi te verbinden: Eerste manier: Hoofdinterface
1. Terug naar het startscherm
2. Temperatuurindicator
3. De temperatuur verminderen
4. Details van het apparaat en de werking
5. Het apparaat in- of uitschakelen
6. Gekozen instelling/Snelheid van de ventilator/Werkingsindicator
7. De temperatuur verhogen
Aanpassen van de instellingen
1. Druk op Mode om het scherm met de instellingen te openen.
2. Kies uit de volgende instellingen: Voel/Koel/Warm/Droog/Ventilator.
3. Druk op eender welke plaats in de buurt van „Set Temperature” om de aanpassing van de
instellingen te annuleren. Aanpassen van de ventilatorsnelheid.
1. Druk op „Fan” om het scherm met de instellingen te openen.
2. Kies één van de volgende snelheden: Hoog/Medium/Laag/Auto.
3. Druk op eender welke plaats in de buurt van „Set Temperature” om de aanpassing van de
instellingen te annuleren. De instellingen aanpassen
1. Druk „Function” om het scherm met de instellingen te openen.
2. Kies tussen de volgende instellingen Slaap/Turbo/Eco.
3. Kies tussen UP-DOWN/LEFT-RIGHT (laag-hoog/links/rechts) om de automatische
uitbalancering te activeren en de richting te veranderen.
3. Druk op eender welke plaats in de buurt van „Set Temperature” om de aanpassing van de
instellingen te annuleren. Een timer toevoegen
3. Kies de gewenste tijd en het aantal dagen.
4. Kies tussen „Mode/Fan” „Speed/Function” en kies de gewenste temperatuur voor de
5. Druk „Save” om de timer toe te voegen.
2. De tijd instellen
3. Aanpassen van de instellingen
4. De ventilatorsnelheid instellen
5. De temperatuur instellen
Werking van de timer
1. Druk op de timer om hem te bewerken.
2. Activeer of desactiveer hem.
3. Hou de timer 3 seconden ingedrukt om het scherm „Remove timer” te openen.
Druk op „Confirm” om de timer te annuleren. Tweede manier: Hoofdinterface
1. Terug naar het startscherm
2. De temperatuur verminderen
3. Indicatie van de gekozen instelling
6. Naam van het toestel
7. Actuele instelling
8. De temperatuur verhogen
9. Verschillende achtergronden, afhankelijk van de instelling: Koel/Warm/Droog/Ventilator/
Auto Aanpassen van de instellingen
2. Er zijn 5 instellingen: Koel/Warm/Droog/Ventilator/Auto
3. Druk op X om terug te keren naar her startscherm
Keuze van de ventilatorsnelheid
1. Druk op ventilatorsnelheid
2. Kies de gewenste snelheid door erop te drukken.
3. Druk op X om terug te keren naar het startscherm
4. De gekozen ventilatorsnelheid zal op het startscherm verschijnen.
Bediening van de luchtstroom
1. Druk “Precision Air Flow” of “Swing Flow”.
2. Kies de gewenste luchtstroom van de ventilator door erop te drukken.
3. Druk op X om terug te keren naar het startscherm
4. De gekozen luchtstroom van de ventilator zal op het startscherm verschijnen.
1. Om de Eco-functie te activeren, druk op Eco. De indicator van de functie verschijnt op het
2. Indien u nogmaals op eco drukt, schakelt u de functie uit.
3. In de koelstand is de temperatuur < 26 graden.
In de verwarmingsstand is de temperatuur > 26 graden. Nachtfunctie (Slaap)
2. Kies de gewenste nachtinstelling en druk erop.
3. Druk op X om terug te keren naar het startscherm.
4. De gekozen nachtinstelling verschijnt op het scherm.
De tijd instellen (ingeschakeld)
1. Druk op de timerknop.
2. Druk op “+” in de rechterbovenhoek in het timerscherm.
3. Kies tussen Time/Repeat/Switch Off en druk op bewaren.
4. De timer (ingeschakeld) verschijnt op het scherm.
De tijd instellen (ingeschakeld)
1. Druk op de timerknop.
2. Druk op “+” in de rechterbovenhoek in het timerscherm.
4. De timer (ingeschakeld) verschijnt op het scherm.
Werking van de timer
1. De timerinstellingen wijzigen
Druk op eender welke plaats (behalve op de timerbalk) om toegang te krijgen tot het scherm met de timerinstellingen en druk op Bewaren.
NEDERLANDS NEDERLANDS Schuif naar rechts om de timer te activeren.
Schuif de timerbalk van rechts naar links tot de optie Delete verschijnt en druk erop. Meer functies
1. Druk More om aanvullende functies te kiezen.
2. Druk op Display om het led-scherm in of uit te schakelen.
3. Druk op Buzzer om het gezoem in of uit te schakelen wanneer u de applicatie gebruikt.
4. Druk Anti-Mildew om de antischimmelfunctie in te schakelen. Het toestel begint zich
te drogen en verlaagt de vochtigheid om schimmel te voorkomen. Deze functie schakelt automatisch uit.
5. Druk op Health om de Health-functie in of uit te schakelen.
Dit zal de antibacteriële ionisatiefunctie inschakelen. Deze functie is enkel beschikbaar in modellen met ionengenerator.
6. Druk op Gen-functie. In deze functie kan u kiezen tussen 3 niveaus van luchtstroom.
De airco zal werken en tegelijkertijd energie besparen.
7. Druk op Electricty Monitoring.
Met deze functie kan u het energieverbruik van de airco monitoren.
8. Druk op Self-Cleaning.
Controleer de details van de zelfreinigingsfunctie in de handleiding.
9. Druk op 8 ºC Heat.
Met deze functie kan u de temperatuur in de kamer boven de 8 graden houden. Controleer de details van de 8 ºC Heat in de handleiding.
10. Druk op Reservation
U kan de tijd, het aantal dagen, de temperatuur, het menu, de ventilatorsnelheid en de luchtstroom naar wens bepalen. Druk op Save om de functie te activeren. De airco zal de vooraf bepaalde instellingen uitvoeren.
11. Druk op Self-diagnosis.
Het toestel stelt automatisch een diagnose, met vermelding van de foutcode en indien mogelijk instructies voor het oplossen van het probleem.
12. Druk op Electricity Management.
Details van het apparaat en de werking Druk op het potlood in de rechterhoek van de eerste visualisatie of op “…” in de tweede visualisatie om het scherm met de details van het toestel te openen. Hier vindt u nuttige informatie en kan u het toestel delen met andere accounts. Neem de volgende afbeeldingen en instructies aandachtig door. Het apparaat delen met andere accounts
3. Kies u regio en voer de account waarmee u het toestel wil delen in.
4. Druk op Completed. De account verschijnt in uw deellijst.
5. De accounts waarmee u deelt moeten de knop ingedrukt houden en naar beneden schuiven
om de apparatenlijst te verversen. Het apparaat zou moeten verschijnen in de apparatenlijst. Huishoudelijke economie
1. Druk op My Home links boven op het startscherm en kies Home Management.
U kan ook op Me drukken links onderaan en daar Home Management selecteren.
2. Kies enkele families uit de familielijst.
3. Configureer uw familie als volgt.
1. De applicatie Smart Air Conditioner kan zonder voorafgaande kennnisgeving geüpdatet of
verwijderd worden, afhankelijk van de omstandigheden van de fabrikant.
2. Een zwak wifisignaal kan ervoor zorgen dat de verbinding met de applicatie verbroken
wordt. Zorg ervoor dat de binnenunit zich in de buurt van een draadloze router bevindt.
3. De DHCP-serverfunctie moet geactiveerd zijn als u een draadloze router gebruikt.
4. De verbinding kan ook mislukken vanwege een firewall.
Contacteer in dit geval u internetprovider. Probleemoplossing Beschrijving
1. De airco kan niet correct geconfigureerd worden.
2. De airco kan niet vanaf de smartphone bediend worden.
3. De airco kan niet vanaf de smartphone gevonden worden.
Analyse van de oorzaken
1. 1. Controleer of de wifiverbinding en het wachtwoord correct zijn.
1. 2. Controleer de status van de instellingen van de airconditioning.
1. 3. Controleer of er een firewall of ander obstakel ingesteld is.
1. 4. Controleer of de router normaal werkt.
1. 5. Controleer of de airco, de router en de smartphone met hetzelfde wifisignaal werken.
1. 6. Controleer of de routerbescherming is ingeschakeld.
2.1. Als Identification failed verschijnt op het scherm, betekent dit dat het apparaat opnieuw is geconfigureerd en dat de smartphone de controle over het apparaat is verloren. Maak opnieuw verbinding met het wifinetwerk om weer toestemming te krijgen. Verbind met een lokaal netwerk en ververs. Als het probleem aanhoudt, verwijder het apparaat uit de applicatie, probeer het opnieuw aanENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTEDENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTED
Er verschijnt “Air conditioner out of line” op het scherm. Controleer of het netwerk wekrt zoals het hoort.
3. 1. De airco is opnieuw opgestart.
3. 2. De airco heeft geen stroom meer.
3. 3. De router heeft geen stroom meer.
3. 4. De airco kan niet verbonden worden met de router.
3. 5. De airco kan niet met het netwerk verbonden worden vanaf de router (in de modus
3. 6. De smartphone kan zich niet verbinden met de router (in de modus afstandsbediening).
3. 7. De smartphone kan zich niet verbinden met het netwerk (in de modus afstandsbediening).
7. SCHOONMAAK EN ONDERHOUD
Het periodiek onderhoud van het toestel is essentieel om de correcte werking van het toestel te verzekeren. Ontkoppel het toestel van de stroom voordat u eender welke onderhoudstaak uitvoert. Binnenunit Fig. 36. Antistoffilters
1. Open het frontpaneel on de richting die de pijl aangeeft.
2. Hou het frontpaneel vast met de ene hand terwijl u met de andere hand de luchtfilter
3. Reinig de filter met water; indien er olievlekken op zijn kan u hem wassen met lauw water
(onder de 45ºC). Laat de filter drogen op een droge en frisse plaats.
4. Hou het frontpaneel vast met de ene hand terwijl u met de andere hand de luchtfilter terug
5. Sluit het frontpaneel.
Waarschuwing: de antistatische filter en geurfilter (indien aanwezig) kunt u niet wassen of onderhouden, deze moeten om de 6 maanden vernieuwd worden. Schoonmaak van de warmtewisselaar
1. Open het frontpaneel en hef het zo hoog mogelijk op. Haak het los van de scharnieren om de
schoonmaak te vergemakkelijken.
2. Gebruik een doek en water (onder de 40ºC) met een neutrale zeep om de binnenunit te
reinigen. Gebruik geen agressieve detergenten of oplosmiddelen.
3. Indien de buitenunit geblokkeerd of de toegang verhinderd is, verwijder dan alle bladeren
met perslucht of water. Onderhoud aan het eind van het seizoen
1. Schakel de automatische stroomonderbreker uit of trek de stekker uit het stopcontact.
2. Maak de filters schoon of vervang ze.
3. Op een warme dag laat u het toestel gedurende enkele uren ventileren om de binnenunit
volledig te drogen. Batterijen verwisselen. Wanneer: De binnenunit piept niet bij het bevestigen. Het LCD-scherm niet werkt. Hoe: Verwijder het deksel van het batterijvak. Installeer de nieuwe batterijen volgens de + en - tekens. Waarschuwing: gebruik enkel nieuwe batterijen. Haal de batterijen niet uit de afstandsbediening terwijl het toestel aan het werken is.
8. PROBLEEMOPLOSSING
Probleem 1 Het apparaat werkt niet Oorzaken Elektrische storing/stopcontact losgekoppeld. De motor van de ventilator van de binnen- of buitenunit is beschadigd. De beveiligingsschakelaar van de compressor is defect. Fout in de beveiliging of de zekeringen. De aansluitingen zijn los of de stekker zit niet in het stopcontact. Soms stopt het toestel met werken om zichzelf te beschermen. Over- of onderspanning. De timer is ingeschakeld. De printplaat is beschadigd. Probleem 2 Een ongewone geur Oorzaak De filter is vuil.ENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTEDENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTED
NEDERLANDS NEDERLANDS Probleem 3 Er is bewegend water te horen. Oorzaak Er vloeit vloeistof terug in het koelcircuit. Probleem 3 Er komt een beetje stoom uit de luchtafvoer. Dit vindt plaats als de temperatuur van de lucht in de kamer heel laag is bv. in de koel- of ontvochtigingsmodus. Probleem 4 Er is een vreemd geluid te horen Oorzaak Dit geluid wordt mogelijk veroorzaakt door het uitzetten en het inkrimpen van het frontpaneel onder invloed van temperatuurwijzigingen en is geen indicatie van een probleem. Probleem 5 Er is onvoldoende luchtstroming, koud of warm. Oorzaken De temperatuur is niet correct ingesteld. De aan- en afvoeren van de lucht zijn verstopt. De luchtfilter is vuil. De snelheid van de ventilator staat op de laagste stand. Er zijn andere warmtebronnen aanwezig in de ruimte. Er is geen koelvloeistof. Probleem 6 Het toestel reageert niet op bevelen. Oorzaken De afstandsbediening is te ver verwijderd van de binnenunit. Vervang de batterijen van de afstandsbediening. Controleer of er geen objecten aanwezig zijn tussen het signaal van de afstandsbediening en de ontvanger van het signaal in de binnenunit. Probleem 7 Het scherm is uitgeschakeld. Oorzaken De verlichting is uitgeschakeld. Elektrische storing. Opmerking: Schakel de airco onmiddelliijk uit en onderbreek de stroom in de volgende gevallen: De airco maakt rare geluiden tijdens de werking. Fout in de printplaat. Defecte stekkers of zekeringen. Water of objecten in het toestel. De kabels of adapters zijn oververhit. Er komt een sterke geur uit het toestel. Mogelijke fouten. E1: Fout in de temperatuursensor in de binnenunit. E2: Fout in de temperatuursensor in de leidingen van de binnenunit. E3: Fout in de temperatuursensor in de leidingen van de buitenunit. E4: Fout of lek in het koelsysteem. E6: Fout van de motor in de binnenunit. E7: Fout in de temperatuursensor in de buitenunit. E8: Fout in de temperatuursensor van de buitenste afvoerslang. E9: Fout in de externe IPM module (Intelligente energiemodule) EA: Fout in de externe stroomdetector EE: EEPROM fout in de centrale, buitenste printplaat. EF: Fout in de ventilator van de motor. EH: Fout in de externe temperatuursensor. Instructies voor het onderhoud
1. Kijk de informatie in deze handleiding goed na om te bepalen hoeveel plaats er nodig is voor
een goede installatie van het toestel en om te bepalen hoeveel afstand u moet bewaren tussen voorwerpen en structuren.
2. Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en opgeslagen in ruimtes van minimaal
3. Minimaliseer de installatie van leidingen.
4. De leidingen moeten beschermd worden tegen mogelijke fysieke schade en moeten niet
geïnstalleerd worden in niet geventileerde ruimtes minder dan 4m2.
5. Volg de nationale regelgeving in verband met de installatie van gasinstallaties.
6. De mechanische verbindingen moeten bereikbaar zijn voor onderhoudswerkzaamheden.
7 Volg de voorschriften in deze handleiding op het moment van de installatie, het onderhoud, de herstelling en het weggooien van de koelvloeistof. 8.Zorg dat alle openingen vrij zijn van obstakels.
9. Laat herstellingen enkel uitvoeren door professionals aanbevolen door Cecotec.
10. Bewaar het apparaat zodanig dat het geen mechanische schade kan oplopen.
11. Het is aangewezen dat de persoon die belast wordt met werken aan het koelcircuit een
actueel en geldig certificaat heeft waarin door de sector erkend wordt dat de persoon in kwestie capabel is om te werken met koelmiddelen volgens de in de sector geldendeENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTEDENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTED
NEDERLANDS NEDERLANDS voorschriften. Reparaties mogen enkel worden uitgevoerd conform de aanbevelingen van Cecotec. De onderhouds- en herstellingswerkzaamheden die bijstand vereisen van gekwalificeerd personeel, moeten uitgevoerd worden onder toezicht van een bevoegd persoon gespecialiseerd in het werken met ontvlambare koelmiddelen.
12. Elke ingreep die een invloed kan hebben op de veiligheidsmaatregelen moet door bevoegde
personen worden uitgevoerd. Testen van de omgeving Voor men begint te werken met systemen met ontvlambare koelmiddelen is het nodig om enkele veiligheidstests uit te voeren om het risico op onsteking tot een minimum te beperken. Vooraleer men herstellingen uitvoert van een koelsysteem is het nodig om volgende tests uit te voeren. Werkprocedure Het is nodig om te werken onder gecontroleerde omstandigheden teneinde het risico op de aanwezigheid van gas of damp te minimaliseren. Algemene werkomgeving Alle onderhoudspersoneel, alsook personen aanwezig in de werkruimte moet op de hoogte zijn van het type werk dat men zal uitvoeren. Vermijd het uitvoeren van werken in besloten ruimtes. De omgeving rond het werkgebied moet afgebakend worden. Verzeker u ervan dat het werkgebied beveiligd is en vrij van brandbaar materiaal. Controle op de aanwezigheid van koelmiddelen De werkruimte moet zowel voor als na het uitvoeren van werken gecontroleerd worden met een geschikte koelmiddeldetector om ervoor te zorgen dat de technicus op de hoogte is van de potentieel brandbare atmosfeer. Verzeker u ervan dat de gebruikte lekdetectoren geschikt zijn voor de detectie van ontvlambare koelmiddelen, bv. antivonk, correct verzegeld en intrinsiek veilig zijn. Aanwezigheid van brandblussers Als men werken gaat uitvoeren aan de koelinstallatie of de omliggende onderdelen die brandgevoelig zijn, moet men zorgen dat er een geschikte brandblusser binnen handbereik is. Bij het laden van de koelvloeistof moet er een poederblusser of CO2-blusser binnen handbereik zijn. Ontstekingsbronnen Geen enkel persoon die werkt aan koelsystemen, in het bijzonder aan de leidingen ervan, mag ontstekingsbronnen op dergelijke manier gebruiken dat ze een risico op brand of ontploffing veroorzaken. Alle mogelijke onstekingsbronnen, brandende sigaretten inbegrepen, moet men ver genoeg van houden van plaatsen waar men airco installeert, onderhoudt of weggooit omdat er op deze plaatsen mogelijk lekken van koelvloeistof aanwezig zijn. Voor de aanvang van de werken moet de ruimte gecontroleerd worden op risico´s op ontsteking van ontvlambare materialen als het risisco op onsteking zelf. Er mag geen rook aanwezig zijn. Geventileerde lucht Zorg ervoor dat u zich op een open of goed geventileerde ruimte bevindt voordat u het systeem bedient of werkzaamheden uitvoert die gepaard gaan met warmte of vuur. Er moet een voortdurende mate van ventilatie zijn gedurende de uitvoering van de werken. De ventilatie moet de vrijgekomen koelvloeistof op een veilige manier richting naar buiten bewegen, in de atmosfeer. Testen van de koelapparatuur Bij het veranderen of vervangen van elektronische componenten, moeten deze geschikt zijn en voldoen aan de specificaties. De richtlijnen van Cecotec in verband met het onderhoud en de herstelling moeten ten alle tijde gevolgd worden. Bij enige twijfel, contacteer de technische dienst van Cecotec. De volgende testen zijn verplicht in installaties waarin ontvlambare koelmiddelen worden gebruikt: De hoeveelheid koelmiddel moet overeenstemmen met de oppervlakte waarin men het toestel met koelapparatuur zal plaatsen. Het ventilatiemechanisme en de luchtafvoeren moeten correct werken en niet verstopt zijn. Als er een indirect koelcircuit gebruikt wordt, moet er gecontroleerd worden of er koelmiddel aanwezig is. De tekens die aangebracht zijn in de installatie moeten zichtbaar en leesbaar blijven. De tekens of markeringen die niet leesbaar zijn moeten hersteld worden. De leidingen en andere koelcomponenten zijn zo geïnstalleerd dat het onwaarschijnlijk is dat ze worden blootgesteld aan stoffen die hen zouden kunnen aantasten, zijn gemaakt van corrosiebestendig materiaal of zijn beschermd tegen corrosie. Testen van elektrische apparaten Het herstellen en onderhouden van elektrische componenten moet initieel gepaard gaan met enkele veiligheidsproeven en inspectie van de componenten. Indien er zich een fout of defect voordoet die een invloed kan hebben op de veiligheid, sluit geen stroomvoorziening aan op het circuit tot dit met succes is opgelost. Indien het probleem niet onmiddellijk kan worden opgelost maar het toch noodzakelijk is om de werking verder te zetten, zoekt u best een tijdelijke oplossing en past u deze toe. De eigenaar van het toestel moet worden geïnformeerd zodat alle partijen op de hoogte zijn van het probleem. De eerste veiligheidstest moet het volgende bevatten:ENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTEDENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTED
NEDERLANDS NEDERLANDS Zijn de condensoren ontladen: dit moet op een veilige manier gebeuren om te vermijden dat vonken onstaan. Zijn er geen elektrisch geladen componenten of blootliggende kabels tijdens het laden, de verwerking en het ontladen? Is er nog steeds een goede aarding? Herstellen van verzegelde componenten
1. Tijdens het herstellen van verzegelde onderdelen moeten alle elektrische voorzieningen
worden losgekoppeld van de apparatuur waaraan wordt gewerkt, voordat de verzegelings- of hechtingslagen worden verwijderd. Het is absoluut noodzakelijk om tijdens het onderhoud een stopcontact in de buurt van de apparatuur te hebben die op cruciale momenten als lekdetector dient die kan waarschuwen voor potentieel gevaarlijke situaties. Zorg ervoor dat de behuizing niet is gewijzigd bij werkzaamheden aan de elektrische componenten. Om dit te controleren kijkt u of er niet te veel connectoren of bevestigingen zijn of de klemmen overeenkomen met de originele specificaties of de afdichting of verzegeling niet beschadigd is. Controleer op de apparaten op een veilige manier gemonteerd zijn. Controleer of de verbindingen en de verzegelde onderdelen niet zijn aangetast en of ze het binnenkomen van ontvlambare atmosferen verhinderen. Vervangingsonderdelen moeten aan de vereisten van Cecotec voldoen. Waarschuwing: het gebruik van rubberen afdichtingsmateriaal kan de effectiviteit van sommige materialen voor lekdetectie verminderen. Het is niet nodig om veilige onderdelen te isoleren voordat men eraan werkt. Herstelling van veilige onderdelen: Breng geen inductieve of capacitieve belastingen op het circuit aan zonder eerst te controleren of deze niet hoger zijn dan de spanning en het vermogen die de apparatuur aan kan. De veilige onderdelen zijn de enige onderdelen die men kan hanteren in de aanwezigheid van ontvlambare atmosferen. De apparaten moeten worden getest binnen de nominale technische gegevens. Gebruik enkel reserveonderdelen geleverd of aanbevolen door Cecotec. Andere onderdelen zouden vuur kunnen vatten bij een lek van koelmiddel. Bedrading Controleer of de kabels niet onderhevig zijn aan slijtage, corrosie, excessieve druk, trillingen of blootgesteld zijn aan scherpe randen of andere schadelijke effecten van de omgeving. Hierbij moet men ook rekening houden met de effecten van het verloop van de tijd alsook het constante trillingsniveau van de compressoren en ventilatoren. Detectie van ontvlambare koelmiddelen Onder geen beding mag men onstekingsbronnen hanteren bij het detecteren van lekken van koelmiddelen. Gebruik nooit hallogeentoortsen of andere hulpmiddelen met een onbedekte vlam. Methodes om lekken te detecteren Volgende methodes om een lek van koelmiddelen op te sporen zijn acceptabel. Men kan elektronische detectoren gebruiken om ontvlambare koelmiddelen te detecteren maar het is mogelijk dat deze onvoldoende gevoelig zijn of opnieuw gekalibreerd moeten worden. (De detectoren moeten gekalibreerd worden in een ruimte vrij van koelmiddelen.) Controleer of de detector geen potentiële onstekingsbron is en compatibel is met het type gebruikte koelvloeistof. De detectoren moeten ingesteld worden met het percentage van de onderste explosiegrens (LEL) van het koelmiddel en moeten worden gekalibreerd met het gebruikte koelmiddel en een gepast percentage gas (maximum 25%). Vloeistoffen om lekken te detecteren zijn ook geschikt om te gebruiken met het merendeel van de koelmiddelen maar sommigen bevatten chloor dat de koperen leidingen kan aantasten. Doof alle onbedekte vlammen bij het minste vermoeden van een lek. In het geval van een lek van koelvloeistof, waarvan de herstelling laswerken vereist, recupereer het koelmiddel van het systeem of isoleer het in een afgelegen deel van het systeem ver verwijderd van vuur. Stikstofvrije zuurstof (OFN) moet voor en tijdens het lasproces door het systeem worden afgevoerd. Verwijdering en ontlading Om toegang te krijgen tot het koelcircuit om herstellingen uit te voeren, of met eender welk ander doel, moet men conventionele methodes volgen. In elk geval is het belangrijk om de beste praktijken toe te passen vanwege het risico op ontvlambaarheid. Het is noodzakelijk om de volgende procedure te volgen: Verwijder het koelmiddel; Spoel het koelcircuit met inert gas; Verwijder het; Spoel opnieuw met inert gas; Las of snijd een opening in het koelcircuit; Voer het koelmiddel af in een geschikte bidon. Was het systeem met stikstofvrije zuurstof (OFN) om zeker te zijn dat de unit opnieuw op een veilige manier gevuld kan worden. Het is mogelijk dat deze handeling enkele keren herhaald moet worden. Gebruik geen perslucht of zuurstof voor deze handeling. Om te reinigen, breek het vacuüm van het systeem door er OFN in te introduceren tot de druk om te werken bereikt wordt. Ventileer dan de omgeving en zorg ervoor dat de druk om te werken lager is dan de atmosferische druk. Herhaal dit proces tot er geen koelmiddel meerENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTEDENERGYSILENCE 12000 AIR CLIMA CONNECTED
NEDERLANDS NEDERLANDS aanwezig is in het systeem. Als de laatste lading OFN gebruikt is, verlucht het systeem tot de druk verlaagt naar een niveau dat geschikt is om aan het syteem te kunnen werken. Deze stap is cruciaal als er laswerken aan de leidingen zullen uitgevoerd worden. Verzeker u ervan dat de afvoer van de vacuümpomp zich niet dichtbij onstekingsbronnen bevindt en dat de ruimte goed verlucht is. Demontage Vooraleer deze taak aan te vatten is het onontbeerlijk dat de technicus vertrouwd is met het materiaal en alle onderdelen. Goede praktijken worden aanbevolen voor een veilige recuperatie van het koelmiddel. Vooraleer verder te gaan met de taak in kwestie, is het nodig om een staal te nemen van de olie en het koelmiddel om te onderzoeken of deze hergebruikt kunnen worden. Het is noodzakelijk dat er een stroomvoorzieining aanwezig is voor de start. Maak uzelf vertrouwd met het materiaal en de werking ervan. Elektrisch isoleren van het systeem. Voor u start, zorg dat: uw technische uitrusting binnen handbereik is voor het geval u met de bidons met koelmiddel moet werken; dat u persoonlijk beschermingsmateriaal ter beschikking heeft en correct gebruikt; dat de terugwinning op elk moment onder toezicht van een bevoegd persoon gebeurt; dat het recuperatiemateriaal en de bidons aan de nodige vereisten voldoen. Verwijder het koelsysteem indien het mogelijk is. Indien het onmogelijk is om het koelsysteem te verwijderen, sluit een verzamelaar of verdeler aan om het koelmiddel uit de verschillende onderdelen van het systeem te kunnen halen. Zorg dat de bidon op de weegschaal staat voor u het proces van de terugwinning start. Schakel het recuperatietoestel in en gebruik het overeenkomstig de voorschriften van Cecotec. Doe de bidons niet te vol. (Niet meer dan 80% vloeibare lading). Overschrijd de maximale druk van de bidons niet, zelfs niet voor heel korte tijd. Eens de bidons correct gevuld zijn en het proces afgewerkt is verwijdert u het materiaal en de bidons zo snel mogelijk van de site en sluit u de isolatiekleppen. Het teruggewonnen koelmiddel mag niet gebruikt worden in andere koelsystemen zonder dat het vooraf gezuiverd en getest is. Labeling Het materieel moet een label dragen dat het gedemonteerd is en ontdaan van koelmiddel. Dit label moet een datum en handtekening bevatten. Zorg dat de apparatuur voorzien is van labels die aangeven dat ze ontvlambaar koelmiddel bevat. Terugwinning Bij het verwijderen van een koelmiddel uit een systeem, zij het voor onderhoud of ontmanteling, is het aanbevolen dit voorzichtig te doen zodat het koelmiddel op een veilige manier onttrokken wordt. Gebruik bij het overhevelen van het koelmiddel in bidons die geschikt zijn voor het opslaan van koelmiddel. Zorg dat u voldoende bidons ter beschikking heeft om het systeem volledig te laten leeglopen. Zorg dat alle bidons geschikt zijn voor koelmiddel en een etiket dragen met het type koelmiddel (bijvoorbeeld, speciale bidons voor de terugwinning van koelmiddel). De bidons moeten uitgerust zijn met een afvoerklep en -kranen die in goede conditie zijn. De bidons worden geleegd en indien mogelijk afgekoeld voor het terugwinnningsproces. Het recuperatiemateriaal moet in goede staat zijn en een reeks instructies bevatten over het materiaal dat ze bevatten. Het moet ook geschikt zijn voor de terugwinning van alle aangewezen koelmiddelen, waaronder ontvlambare indien van toepassing. U moet ook gekalibreerde en goed werkende weegschalen binnen handbereik hebben. De slangen moeten voorzien zijn van lekvrije koppelingen die in goede staat zijn. Bevestig voor u het recuperatiemiddel gebruikt of het correct werkt, goed onderhouden is en de elektrische componenten verzegeld zijn om het risico op ontsteking bij het lekken of afvoeren van koelmiddel te beperken. Bij enige twijfel, contacteer de Technische Dienst van Cecotec. Het teruggewonnen koelmiddel moet terug gebracht worden naar de leverancier in een daarvoor geschikte bidon met vermelding van het corresponderende koelmiddel. Meng geen koelmiddelen in terugwinningsinstallaties en al zeker niet in bidons. Als u compressoren of smeerolie verwijdert, zorg dat deze volledig worden afgevoerd en dat er geen brandbaar koudemiddel in de smeerolie achterblijft. Het evacuatieproces moet worden uitgevoerd voordat de compressor wordt teruggestuurd naar de leveranciers. Alleen warmte kan worden toegepast om dit proces te versnellen in de compressor. Bij het afvoeren van smeerolie uit een systeem moet deze veilig worden vervoerd en getransporteerd.
9. TECHNISCHE SPECIFICATIES
Specificaties van de bedrading Model 05291 Capaciteit van het model (BTU/u) 12000 Voedingskabel N 1.5 mm
De Europese richtlijn 2012/19 betreffende Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur (AEEA) bepaalt dat kleine huishoudelijke elektrische huishoudapparaten niet aangeboden mogen worden met het restafval. Deze elektrische apparaten moeten apart gesorteerd worden om het hergebruik en de verwerking van materialen te optimaliseren en de impact van deze apparaten mens en milieu te verminderen. Het symbool van de doorstreepte afvalbak herinnert u aan uw verplichting om dit product correct te sorteren. Als het product in kwestie een batterij bevat voor zijn elektrische autonomie, dan moet deze batterij uit het product gehaald worden voordat het product gesorteerd wordt en behandeld worden als een residu van een andere categorie. Voor gedetailleerde informatie over de aangewezen manier om kleine huishoudelijke elektrische apparaten en/of hun batterijen moet de consument de plaatselijke overheid contacteren.
11. GARANTIE EN TECHNISCHE ONDERSTEUNING
Dit product heeft een garantieperiode van 2 jaar vanaf de aankoopdatum op voorwaarde dat de aankoopfactuur bewaard is gebleven en voorgelegd kan worden, het product zich in een goede fysieke staat bevindt en het gebruikt is op een correcte manier en zoals aangegeven in deze handleiding. De garantie vervalt..
- Als het product gebruikt is buiten zijn capaciteit of bruikbaarheid, misbruikt of erop geslagen is, blootgesteld is aan vochtigheid, ondergedompeld is in een vloeistof of corrosieve substantie, evenals elk ander defect dat te wijten valt aan de consument.
- Als het product ontmanteld, gemodificeerd of gerepareerd is geweest door personen die niet geautoriseerd zijn door de Technische Dienst van Cecotec.
- Als het incident veroorzaakt is door de normale slijtage van de onderdelen als gevolg van gebruik. De garantieservice dekt alle fabricagefouten gedurende 2 jaar op basis van de huidige wetgeving, met uitzondering op verbruiksartikelen. In het geval van verkeerd gebruik door de gebruiker wordt de reparatie niet gedekt door de garantie. Indien u een probleem vaststelt met het toestel of als u een vraag heeft, contacteer de Technische Dienst van Cecotec via het telefoonnummer +34 96 321 07 28.
Notice-Facile