CECOTEC Energy Silence 600 Max Flow - Ventilator

Energy Silence 600 Max Flow - Ventilator CECOTEC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Energy Silence 600 Max Flow CECOTEC in PDF-formaat.

📄 201 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice CECOTEC Energy Silence 600 Max Flow - page 138
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Kolomventilator
Merk Cecotec
Model Energy Silence 600 Max Flow
Afmetingen (H x B x D) Ongeveer 75 x 30 x 30 cm
Gewicht Ongeveer 4 kg
Voeding 220-240 V ~ 50/60 Hz
Vermogen 40 W
Maximale luchtdebiet 600 m³/h
Geluidsniveau 22 dB (stil)
Snelheden 3 verstelbare snelheden
Standaarden Normaal, bries, nacht
Oscillatie Automatische horizontale oscillatie (80°)
Timer Van 1 tot 8 uur
Afstandsbediening Ja, met infrarood afstandsbediening
LED-scherm Toont temperatuur en instellingen
Materiaal ABS kunststof en metaal
Kleur Wit en zwart
Reiniging Afneembaar voorgrille voor reiniging van de bladen
Veiligheid Antikantelbasis, oververhittingsbeveiliging

Veelgestelde vragen - Energy Silence 600 Max Flow CECOTEC

Hoe reinig ik de Cecotec Energy Silence 600 Max Flow ventilator?
Haal de stekker uit het apparaat. Verwijder het voorgrille door het voorzichtig te draaien. Maak de bladen en het rooster schoon met een vochtige doek. Dompel het apparaat nooit onder in water.
Kan ik de ventilator gebruiken zonder afstandsbediening?
Ja, de ventilator heeft knoppen op de voet om aan/uit, snelheid en timer te bedienen.
Hoe stel ik de timer in?
Druk op de Timer knop op de afstandsbediening of het paneel. Kies de tijd van 1 tot 8 uur. De ventilator schakelt automatisch uit.
De ventilator maakt geluid, is dat normaal?
Het geluidsniveau is zeer laag (22 dB). Als u abnormaal geluid hoort, controleer dan of de bladen niet geblokkeerd zijn en of de voet stabiel is.
Wat is de maximale hoogte van de ventilator?
De ventilator is ongeveer 75 cm hoog. Hij is niet in hoogte verstelbaar.
Oscilleert de ventilator?
Ja, hij heeft een automatische horizontale oscillatie van 80° om de lucht door de kamer te verspreiden.
Hoe gebruik ik de nachtstand?
Druk op de Mode knop tot het nachtpictogram verschijnt. De ventilator werkt op lage snelheid met verminderde verlichting.
Waar kan ik de volledige handleiding vinden?
De volledige handleiding is beschikbaar om te downloaden op de officiële website van Cecotec of via de QR-code op de verpakking.
Verbruikt de ventilator veel elektriciteit?
Nee, het vermogen is 40 Watt, wat het zuinig maakt. Bij 8 uur per dag gebruik is het verbruik ongeveer 0,32 kWh.
Kan ik de ventilator de hele nacht aan laten staan?
Ja, de nachtstand is ontworpen voor langdurig gebruik. U kunt ook de timer gebruiken om hem na een paar uur automatisch uit te schakelen.

Gebruikersvragen over Energy Silence 600 Max Flow CECOTEC

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Ventilator in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Energy Silence 600 Max Flow - CECOTEC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Energy Silence 600 Max Flow van het merk CECOTEC.

GEBRUIKSAANWIJZING Energy Silence 600 Max Flow CECOTEC

  1. Veiligheidsvorschriften 275

  2. Onderdelen en componenten 279

  3. Voor u het toestel gebruikt 280

  4. Installatie van het toestel 280

  5. Working 293

  6. Connectiviteit 298

  7. Schoonmaak en onderhoud 305

  8. Probleemoplossing 307

  9. Technische specificaties 315

  10. Recyclage van elektrische apparaten 315

  11. Garantie en technische ondersteuning 316

SPIS TREŚCI

Lees de volgende instructies aandachtig voordat u het product gebruikt. Bewaar deze handleiding voor toekomstig(e) gebruik of gebruikers.

Installatie

Laat geen kinderen toe in de ruimte waarin de binnen- en buitenunit moeten worden geïnstalleerd. Er kunnen zich onvoorziene ongevallen voordoen.

Zorg ervoor dat de buitenunit goed vast zit.

Controleer of er geen lucht in het koelsysteem kan raken en of er geen lucht ontsnapt wanneer u de airco verplaatst.

Voer na de installatie een testcyclus uit en noteer de prestatiegegevens.

De nominale stroom van de zekeringen geïnstalleerd in de geïntegreerde besturingseenheid is 4A/250V.

Bescherm de besturingseenheid met een zekering geschikt voor de maximale stroomtoevoer of met een ander toestel dat de eenheid kan beschermen tegen overbelasting.

Zorg ervoor dat de netspanning overeenkomt met de spanning die op het classificatielabel van het toestel staat vermeld. Houd de stekker en het stopcontact schoon. Steek de stekker correct in het stopcontact om enig gevaar op schokken of brand vanwege een slechte aansluiting te vermijden.

Zorg dat de stekker en het stopcontact compatibel zijn. Als dat niet het geval is, verander het stopcontact.

Het toestel moet uitgerust worden met middelen om het van het stroomnet af te sluiten en er moet een scheiding zijn tussen elk van de polen. Dit zorgt voor een volledige afsluiting in geval van een overbelasting van categorie III. Deze middelen moeten aan de kabels bevestigd worden conform de bekabelingsregels.

De airco moet geïnstalleerd worden door gekwalificeerde

NEDERLANDSNEDERLANDS

personen.

Bewaar minstens 50 cm afstand tussen het toestel en brandbare stoffen (bv. alcohol) of houders onder druk.

Als u het toestel gaat gebruiken in moeilijk te verluchten

ruimtes, neem het maximum aan maatregelen om het risico op een lek van het koelgas te beperken en om te vermijden dat het koelgas in de atmosfeer terecht komt en voor brandgevaar zorgt.

Het verpakkingsmateriaal is recycleerbaar en 290 R290 moet correct gesorteerd worden. Breng de airco naar een gespecialiseerd sorteercentrum wanneer hij het einde van zijn levensduur bereikt heeft.

Gebruik de airco enkel volgens de voorschriften in deze handleiding. Zoals bij elk elektrisch huishoudtoestel is het aanbevolen het toestel te gebruiken met voldoende voorzorgen en gezond verstand: zowel tijdens de installatie, het gebruik en het onderhoud ervan.

Het apparaat moet geïnstalleerd conform de nationale wetgeving betreffende elektrische installaties.

Voor toegang tot de aansluitingen moeten alle elektrische circuits in het netwerk worden losgekoppeld.

Gebruiker

Probeer de airco niet alleen te installeren; contacteer een vakman.

Zorg ervoor dat de netspanning overeenkomt met de spanning vermeld op het classificatielabel van het toestel en dat het stopcontact geaard is. Dit toestel is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijk gebruik. Het is niet geschikt voor commercieel of industrieel gebruik.

Inspecteer de kabel regelmatig op zichtbare schade. Als de kabel

beschadigd is, moet hij worden hersteld door de Technische Dienst van Cecotec om elk gevaar te vermijden.

De reiniging en het onderhoud moet uitgevoerd worden door gekwalificeerd personeel. Trek in elk geval de stekker uit indien u onderhouds- of herstellingswerkzaamheden uitvoert.

Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact alvorens het apparaat te (de)monteren, schoon te maken of als u het apparaat voor een langere tijd niet gaat gebruiken. Trek aan de stekker om hem te verwijderen uit het stopcontact en niet aan de kabel.

Raak het apparaat niet aan en gebruik het niet met natte handen.

Gelieve geen enkele van de vaste onderdelen van het product te repareren of te verwijderen. Neem contact op met de Technische Dienst van Cecotec voor vragen of reparaties.

Zorg ervoor dat de demonteerbare onderdelen goed geïnstalleerd zijn voor gebruik. Als een van de onderdelen beschadigd is, gebruik deze dan niet.

Trek de stekker niet uit het stopcontact om het apparaat uit te schakelen terwijl het werkt, dit kan vonken en dus brandgevaar veroorzaken.

Dit toestel is ontworpen om de lucht in huiselijke ruimtes te behandelen. Het toestel is niet geschikt om kledij te drogen, eten te koelen, etc.

Gebruik het toestel altijd met de luchtfilter. Zoniet kan vuil en stof zich ophopen in het toestel en een storing veroorzaken.

Raak het toestel niet aan met blote vloeten of natte lichaamsdelen.

Blokkeer de aan- en afvoeren van lucht van het toestel niet, zowel binnen als buiten. Het blokkeren van deze kanalen kan de werking van het toestel negatief beïnvloeden en storingen of schade veroorzaken.

NEDERLANDSNEDERLANDS

Wijzig de eigenschappen van het toestel niet.

Zorg ervoor dat noch de kabel, de stekker, de elektrische onderdelen of eender welk ander onderdeel niet worden blootgesteld aan of ondergedompeld in water of andere vloeistoffen.

Installeer het apparaat niet in ruimtes waar de lucht gas, olie of zwavel kan bevatten noch dicht bij warmtebronnen.

Plaats geen scherpe of zware objecten op het apparaat.

Laat ramen en deuren niet gedurende langere tijd open staan terwijl het apparaat aan het werken is.

Richt de lucht niet naar planten of dieren.

Steek geen enkel voorwerp in de aan- of afvoerkanalen van het toestel.

De gebruiker is verantwoordelijk voor de installatie van het toestel door een vakman, die controleert of de wettelijk aangewezen aarding alsook een thermomagnetische schakelaar aanwezig is.

Stel uzelf niet te lang bloot aan warme of koude luchtstromen. Zichzelf gedurende lange tijd blootstellen aan koude lucht kan schadelijk zijn voor de gezondheid. Houd hier in het bijzonder rekening mee in ruimtes waar kinderen, ouderen of zieke personen aanwezig zijn.

Als er rook ontsnapt uit het toestel of als het verbrand ruikt, onderbreek onmiddellijk de stroomtoevoer en contacteer de Technische Dienst van Cecotec. Het toestel blijven gebruiken in deze omstandigheden kan zorgen voor brand of een elektrische ontlading.

Schakel de stroomonderbreker uit als u het toestel voor langere tijd niet gaat gebruiken. Stel de richting van de luchtstroom correct in.

De bladen moeten naar beneden wijzen voor verwarming en naar boven voor verkoeling.

De correcte temperatuur instellen kan schade aan het toestel voorkomen.

Het toestel mag niet gebruikt worden door kinderen van 0 tot 8 jaar. Dit toestel kan gebruikt worden door kinderen vanaf 8 jaar indien ze onder voortdurend toezicht staan.

Dit product kan gebruikt worden door personen met een verminderd fysiek, zintuiglijk of mentaal vermogen of met een gebrek aan ervaring en kennis, indien ze onder toezicht staan of als ze instructies hebben gekregen betreffende het veilige gebruik van het toestel en ze de risico's begrijpen die ermee verbonden zijn.

Zorg dat kinderen niet kunnen spelen met het toestel. Strikt toezicht is noodzakelijk als het toestel gebruikt wordt door of in de buurt van kinderen.

2. ONDERDELEN EN COMPONENTEN

Binnenunit

Fig. 1
1. Frontpaneel
2. Luchtfilter
3. LED-schem
4. Signaalontvanger
5. Deksel van de aansluitingskast
6. Afbuigplaat
7. Noodknop
8. Blad voor luchtrichting

Afstandsbediening

Fig. 2.

Buitenunit

Fig. 3.

  1. Rooster van de luchtafvoer
  2. Classificatielabel van de buitenunit
  3. Deksel van de aansluitingskast
  4. Gasklep
  5. Vloeistofklep

NEDERLANDSNEDERLANDS

Waarschuwing: de voorgaande figuren zijn een vereenvoudigde voorstelling van het toestel. Het is mogelijk dat ze niet helemaal overeenstemmen met het toestel dat u kocht.

Schem

Fig. 4.

  1. Nachtmodus
  2. Temperatuur/foutcodes
  3. Timer

Afstandsbediening

Fig. 5.

  1. On/off
  2. Stand: Auto, Koud, Drogen, Ventileren, Warmte
  3. Verhogen
  4. Verlagen
  5. Lichtstroom van boven naar onder
  6. Luchtstroom van rechts naar links (ultsluitend in bepaalde modellen).
  7. Optie: Nacht, Eco, Autmatische schoonmaak
  8. Bevestigen
  9. Aan- of uitschakelen van het scherm van de binnenunit
  10. Snelheid van de ventilator: Stil/Laag/Middellaag/Medium/Middelhoog/Hoog/Turbo/Auto
  11. Timer
  12. Blokkeerfunctie (om deze functie te (des)activeren, hou de knoppen om te verhogen en te verlagen ingedrukt)

3. VOOR U HET TOESTEL GEBRUIKT

Haal het toestel uit de doos.

Reinig de binnen- en buitenkant van het toestel met een vochtige doek en droog het daarna. Controeder of het toestel geen zichtbare schade vertoont. Indien u zichtbare schade waarneemt, contacteer onmiddellijk de Technische Dienst van Cecotec voor aanbevellingen of voor de reparatie van het toestel.

4. INSTALLATIE VAN HET TOESTEL

Opmerking:

De airco moet geinstalleerd worden door gekwalificeerde personen. De installatiespecificaties zijn onderworpen aan de regels van de diensl na verkoop.

Eender welke bruuske beweging tijdens het bijvullen van het koelmiddel kan ernstige schade

toebrengen aan mens en dier.

Het is nodig om een lektest uit te voeren nadat het toestel geinstalleerd is en voor u het in gebruik neemt.

Het is verplicht om veiligheidscontrole uit te voeren voor het onderhoud of de reparatie van een airco die brandbaar koelmiddel bevat om het risico op brand met zekerheid tot een minimum te beperken.

Het is nodig om het apparaat in te schakelen volgens een controleprocedure met als doel de risico's die gepaard gaan met het gebruik brandbaar gas of damp te beperken.

De verelsten met betrekking tot het totale gewicht van het koelmiddel en het oppervlak van de te behandelen ruimte staan in de volgende tabel:

Minimum en maximum lading per gebied:

m = (4m2)× LEL,m = 26m2)× LEL,m = (130m2)× LEL

LEL is de onderste explosiegrens in kg/m3 (Lower Explosion Limit), van R290 is dit 0.038/m3 en bij R32 is dit 0.038 kg/m3.

Voor de apparaten met een belasting van m < M = m _2 .

De maximale lading per kamer berekent u valgens de volgende formule:

m_max = 2.5 × (LEL)^(5,4) × h_n × (A)^1/2

De minimaal vereiste oppervlakte Amin om een toestel geladen met koelvloeistof M (kg) te installeren berekent u volgens deze formule:

A_min = (M / (2.5 × (LEL)^(n-1) × h_1))

Daarin is:

m max is de maximum toegestane lading per kamer in kg;

M is de hoeveelheid te laden koelmiddel in het apparaat in kg;

A min is de minimaal vereiste oppervlakte in de kamer in m2

A is de oppervlakte van de kamer in m2;

LEL onderste explosiegrens in kg/m

H0 is de hoogte waarop het apparaat geinstalleerd is, in meter, om m max of A min te berekenen voor de montage op de muur.

Maximum lading (kg)

Categori#EL (kg/m3)h0 (m)Grondoppervlak (m2)
R2900.0380.60.050.070.080.10.110.140.18
10.080.110.130.160.190.20.3
1.80.150.20.240.290.340.410.53
2.20.180.240.290.360.410.510.65
R320.3060.60.680.91.080.321.531.872.41
11.141.511.82.22.543.124.02
1.82.052.713.243.974.585.617.254
2.22.53.313.964.855.66.868.85

NEDERLANDSNEDERLANDS

Minimum oppervlakte van de kamer (m2)

CategorielaEL(kg/m3)h1(m)Lading (M) (kg)Minimum oppervlakte van de kamer (m2)
R2900.0380.152kg0.228kg0.304kg0.456kg0.608kg0.76kg0.988kg
0.6821463285849121514
13053118210328555
1.89163665101171
2.2611244368115
R320.3061.224kg1.836kg2.448kg3.672kg4.896kg6.12kg7.956kg
0.62951116206321543
110194274116196
1.83613233660
2.2249152440

Waarschuwingen:

  1. Installeer het apparaat in een goed verluchte ruimte.

  2. In een ruimte voor onderhoud of herstelling van een airco die werkt met R290 koelmiddel mogen geen vlammen, rook, elektrische kachels of warmtebronnen met een temperatuur hoger dan 370° aanwezig zijn (omdat deze op zich vuur en vlammen kunnen veroorzaken). Evenmin mogen er laswerken uitgevoerd worden.

  3. Tijdens de installatie van airco's is het noodzakelijk om antistatische maatregelen te nemen, zoals het dragen van antistatische kledij en handschoenen.

  4. Voor de installatie en het onderhoud is het nodig om een geschikte ruimte te klezen waar er geen objecten in de buurt zijn van de aan- en afvoeren van lucht en ver verwijderd van warmtebronnen, ontvlambare stoffen en explosieve atmosferen.

  5. Indien er bij de installatie een tok ontstaat in de binnenunit is het noodzakelijk om de klop onmiddellijk te sluiten en alle personen gedurende minstens 15 minuten uit de getroffen ruimte te evacueren. Als het toestel beschadigd is, is het verplicht om het te laten repareren door de Technische Dienst van Cocotec en is het verboden om thuis de buizen en koelkanalen te lassen. 6. Voor de installatie is het nodig om een plaats le kiezen waar de aan- en afvoer van lucht op gelijke hoogte zijn.

  6. Vermijd plaatsen waar andere elektrische producten, stroomschakelaars en stopcontacten, keukenkasten, bedden, banken en andere waardevolle spullen zich onder de binnenunit bevinden.

Geredschap Verelisten voor het gebruik
Kleine vacuämpamp De vacuämpamp moet bestand zijn tegenexplosies, een zekere precisie verzekeren enhet zuigvermogen is minder dan 10 Pa.
Vultoestel Het vultoestel moet specifiekbestand zijntegen explosies en de afwijking bij het vullenmag niet meer dan 5 gram bedragen.
Lekdetector De plaats waar men het onderhoud uitvoertmoet uitgerust zijn met een lekdetectorvoor koelmiddelen dat verbonden is met eenveiligheidsalarm. De foutmarge moet minderdan 5% zijn.De plaats waar men het onderhoud uitvoertmoet uitgerust zijn met een mobilelelekdetector voor ontvlambare koelmiddelendat verbonden is met een (auditief en visueel)veiligheidsalarm. De foutmarge mag niet meerdan 5% bedragen.De detectoren moeten regelmatig gekalubreerdworden.De functies van de lekdetector moetengecontroleerd en getest worden voor gebruik.
Drukmeter De drukmeters moetenregelmatiggekalibreerd worden.De drukmeter gebruikt met koelmiddel 22 kangebruikt worden met de koelmiddelen R290en R161; de drukmeter gebruikt met R410A kangebruikt worden met koelmiddel 32.

NEDERLANDSNEDERLANDS

Brandblusser Het is noodzakelijk omeen of meer brandblussers mee te nemen als u een airconditioner gaat installeren of repareren. In de plaats waar men het onderhoud uitvoert moeten 2 of meer poederblussers, koldioxide of schulmblassers aanwezig zijn. Deze moeten geplaatst worden op aangeduide plaatsen, met zichtbare etiketten en binnen handbereik.

Installatie van de binnenunit

Opmerking:

De verkoper moet zich ervan verzekeren dat de persoon of het bedrijf die de alcro zullen installeren, de onderhouds- en reparatiewerken door gekwalificeerde personen zal laten uitvoeren en dat deze persoon ervaring heeft met het werken met koelmiddelen. Het moet een erkende installateur of bedrijf zijn.

Bevestig de binnenunit aan een harde muur die vrij is van trillingen.

De aan- en afvoeren van lucht mogen niet geblokkeerd worden: de lucht moet zich zonder moeite kunnen verplaatsen.

Installeer de unit niet dichtbij warmtebronnen, stoom of ontvlambaar gas.

Installeer de unit dicht bij een stopcontact.

Installeer de unit niet waar hij bloot gesteld is aan direct zonlicht.

Kies een plaats waar het eenvoudig is om het condenswater af te voeren en waar het eenvoudig is om de buitenunit te installeren.

Controleer regelmatig de werking van het apparaat en respecteer de afstanden die op de tekeningen getoond worden.

Kies een plaats waar het eenvoudig is om de filter te verwijderen.

Fig. 7.

  1. Montageplaat

  2. Afvoerslang voor condenswater

  3. Handgreep

  4. Isolerende laag

  5. Elektrische kabel

  6. Afvoerslang voor water

Installatieschema

Fig. 8.

  1. Buitenunit

  2. Binnenunit

Installatie van de montageplaat

Fig. 9.

  1. Installeer het achterpaneel altijd zodanig zodat het zowel horizontaal als verticaal waterpas is.
  2. Boor gaten van 32 mm diep met een boormachine om de plaat te bevestigen.
  3. Steek de plastieken pluggen in de gaten.
  4. Bevestig het achterpaneel aan de muur met de meegeleverde zelfborgende schroeven.
  5. Verzeker u ervan dat het voorpaneel voldoende vast zit om het gewicht te ondersteunen.

Boorgat in de muur

Fig. 10.
1. Binnen
2. Buiten

  1. Boor een gat in de muur (0 65 mm) dat licht naar beneden helt in de richting van het buitenste deel.
  2. Steek een buishuls in de gaten om te vermijden dat de verbindingsbuizen en de kabels niet beschadigd raken bij het Inbrengen in de muur.

Waarschuwing:

De gaten naar buiten moeten naar beneden hellen.

Plaats de afvoerbuis naar beneden hellend in de richting van het gat in de muur om mogelijke lekken te voorkomen en om de afvoer van het water te vergemakkelijken.

  1. Frontpaneel
  2. Bekabelingsschema
  3. Deksel van de aansluitingskast

  4. Open het voorpaneel

  5. Verwijder het deksel zoals getaond op de tekening: door de schroef te verwijderen of de haken te breken.
  6. Kijk naar het bekabelingsschema onderaan rechts het voorpaneel van de unit.
  7. Sluit de draden aan op de klemmen, volg hierbij de nummering. Gebruik een kabeldikte die overeenstemt net het inputvermögen (zie het typeplaatje op de unit) en die conform de veiligheidsvereisten is.

Opmerking:

De kabel die de binnen- en buitenunit verbindt moet geschikt zijn voor gebruik buiten.

De verbinding moet bereikbaar blijven na de installatie, zodanig dat deze eenvoudig verbroken kan worden indien nodig.

NEDERLANDSNEDERLANDS

Verzeker u ervan dat er een goede aarding is.

De kabels kunnen worden aangesloten op de centrale printplaat in de binnenunit. Bij modellen zonder aftakdoos zal de fabrikant dit doen.

Verbinding van de koelkanalen.

Fig. 12.

Uitbreiding van de verbindingsbuizen

Fig. 13.

De buizen kunnen in 3 richtingen uitgebreid worden, zoals aangegeven met nummers in de figuur. 12. Wanneer u de buizen richting 1 of 3 plaatst, maak indien nodig een snee met een breekmes in de gleuf aan de zijkant van de binnenunit.

Plaats de buis in de richting van het gat in de muur en sluit de koperen buizen aan. Verbind de afvoerbuis en de elektrische kabels met tape, met de afvoerbuis naar beneden gericht zodat het water met gemak weg kan lopen.

Opmerking:

Verwijder het deksel niet van de buizen voordat ze goed aangesloten zijn om vochtproblemen te vermijden en om te vermijden dat er vull in komt.

Als de buizen vaak gebogen of uitgerekt worden kunnen ze schade oplopen. Buig de buizen niet meer dan 3 keer op dezelfde plaats.

Om gebogen of uitgerekte buizen uit te breiden, rol ze voorzichtig af zoals getoond in de figuur. 13.

Aansluitingen van de binnenunit

  1. Dynamometrische sleutel

Fig. 14.

De aansluitingen moeten aan de buitenkant zitten

Fig. 15.

  1. Verwijder het deksel van de buizen van de binnenunit (controleer of er geen vuil in zit).

  2. Plaats de flare moer en maak een flens aan het uiteinde van de verbindingsbuis zodat de andere buis erop past.

  3. Gebruik 2 sleutels en draai ze in de tegenovergestelde richting om de connectoren vast te draaien.

  4. Met de koelmiddelen R32/R290 moeten de mechanische connectoren zich aan de builenkant bevinden.

Afvoer van condenswater in de binnenunit

Fig. 16.

Het afvoeren van het water in de binnenunit is noodzakelijk voor een goede installatie.

  1. Steek de aansluiting van de buizen in de bijhorende sleuf.
  2. Duw om de aansluiting van de buizen aan de basis te bevestigen.

Opmerking:

Plaats de afvoerslang onder de buizen en trek deze voorzichtig naar beneden. Zorg dat er geen siffons ontstaan.

De afvoerslang moet naar beneden hellen om de afvoer te vergemakkelijken.

Buig of draai de afvoerslang niet. Laat het uiteinde niet uitsteken of onder water komen te staan. In het geval u de afvoerslang wil verlengen, zorg dat u deze verlenging isoleert voor u ze inbrengt in de binnenunit.

Als u de leidingen aan de rechterkant installeert moeten zowel de leiding als de kabel als de afvoerslang geïsoleerd worden.

Eens de leidingen volgens de instructies geïnstalleerd zijn, installeert u de aansluitkabels. Installeer nu de afvoerslang. Eens verbonden, isaleer de leidingen, de kabels en de afvoerslang met isolerend materiaal.

  1. Plaats de leidingen, de kabels en de afvoerslang goed.
  2. Isoleer de aansluitingen van de leidingen en bedek ze met vinyltape om ze te beveiligen.
  3. Steek de beveiligde leidingen, de kabels en de afvoerslang door het gat in de muur en monteer de binnenunit op een veilige manier boven op de montageplaat.
  4. Duw de onderkant van de binnenunit tegen de montageplaat.

Fig. 17.

  1. Afdekken met vinyltape
  2. Isolerende mouw
  3. Koelleidingen
  4. Afvoerslang voor condenswater
  5. Sondekabel (voor de warmtepomp)
  6. Verbindingskabel (voor de warmtepomp)
  7. Verbindingskabel
    B. Koelgeleiding

Montageplaat

Fig. 18

Installatie van de buitenunit

Veiligheidsafstanden voor de installatie (mm)

Fig. 6.

NEDERLANDSNEDERLANDS

Installeer de buitenunit niet dichtbij warmtebronnen, stoom of ontvlambaar gas.

Installeer de binnenunit niet op plaatsen waar veel wind of vuil aanwezig is.

Installeer de unit niet op een plaats waar regelmatig mensen lopen. Kies een plaats waar de afgevoerde lucht en het geluid van de ventilator de buren niet hinderen.

Vermijd om de unit te installeren op een plaats waar hij bloot gesteld is aan direct zonlicht. Gebruik een beschermingsmiddel als het nodig en mogelijk is maar zorg dat dit luchtstroom niet kan belemmeren.

Bewaar de afstanden aangegeven in de figuur om te zorgen dat de lucht correct kan stromen. Installeer de buitenunit op een veilige en solide plaats.

Als de buitenunit last kan hebben van trillingen, plaats de rubberen afdichtingen op de poten van de unit of op de muurbevestiging.

Installeer de buitenunit aan een solide muur, zodat hij op een veilige manler vast komt te zitten. Neem voor u de leidingen en kabels aansluit in acht wat de meest geschikte plaats is op de muur zodanig dat de installatie bereikbaar blijft voor het onderhoud.

Gebruik ankerschroeven die geschikt zijn voor het type muur en de muursteun.

Gebruik meer schroeven dan nodig lijkt om het toestel te ondersteunen, om trillingen tijdens de werking te vermijden en te verzekeren dat het toestel veilig op zijn plaats blijft, zonder dat de schroeven los komen.

De installatie moet gebeuren conform de nationale wetgeving.

Afvoeren van condenswater van de buitenunit (enkel voor modellen met warmtepomp)

Fig. 19.

  1. Afvaerpaart

  2. Afvoerleidingen

Het condenswater en ijs dat zich vormt gedurende het verwarmen kunt u afvoeren via de afvoerleidingen.

  1. Bevestig de afvoerpoort in het gat van 25 mm in het toestel zoals aangegeven in de figuur.

  2. Verbind de afvoerpoort met de afvoerleidingen

Zorg ervoor dat het water op een geschikte manier wordt afgevoerd.

  1. Bedradingsdiagram aan de achterkant van het deksel

  2. Schroef

  3. Verwijder de handgreep van de rechterplaat van de buitenunit.

  4. Sluit de voedingskabel aan op de elektrische printplaat. De bedrading moet overeenkomen met die van de binnenunit.

  5. Zet de voedingskabel vast met een kabelklem.

  6. Controleer of de kabel correct is aangesloten.

  7. Verzeker u ervan dat er een goede aarding is.

  8. Zet de handgreep terug op zijn plaats.

Verbinding van de leidingen

Fig. 21.

  1. Verbindingsleidingen

  2. Flare moeren

  3. Sleutel voor vlaeistoffen

  4. Sleutel voor gas

  5. Binnenunit

  6. Gasklep

  7. Moer van de ingangspoort

  8. Vloeistofklep

  9. Sleutel

  10. Beschermingsdoppen

Schroef de flare moeren op de aansluiting van de buiten unit volgens dezelfde procedrue als bij de binnenunit.

Neem het volgende in acht om lekken te vermijden:

  1. Gebruik een moersleutel om de moeren aan te draaien. Wees voorzichtig zodat u de leidingen niet beschadigt.

  2. Als de koppeling niet sterk genoeg is kan er een lek onstaan. Te sterk aandraaien kan ook aanleiding geven tot lekkage door de flensverbinding te beschadigen.

  3. Het veiligste systeem is om de koppelingen aan te draaien met een Engelse sleutel en een momentsleutel.

Controle van de druk van het koelmiddel

Fig. 22.

  1. Ingangspoort

  2. Vacuümpomp

Drukbereik waarbinnen het koelmiddel R290 werkt: lage druk 0.4-0.6 MPa; hoge druk 1.5-2.0 MPa.

Drukbereik waarbinnen het koelmiddel R32 werkt: lage druk 0.8-1.2 MPa; hoge druk 3.2-3.7 MPa.

Dit wil zeggen dat het koelsysteem of het koelmiddel van een airco abnormaal is wanneer het drukbereik van de luchtafvoer en aanvoer deze nominale waarden ruimschoots overstijgen.

Lucht aflaten

De lucht en de vochtigheid die aanwezig blijven in het koelcircuit kunnen de werking van de

NEDERLANDSNEDERLANDS

compressor negatief beïnvloeden. Na de aansluiting van de binnen- en buitenunit voert u deze lucht en vochtigheid af met behulp van een vacuïmpomp.

Fig. 23.

Driewegklep

  1. Verbinden met de binnenunit
  2. Open-positie
  3. Spoel
  4. Naalddep
  5. Dop van de ingangspoort
  6. Kern van het ventiel
  7. Verbinden met de buitenunit

Fig. 24.

  1. Binnenunit
  2. Richting van de koelstroom
  3. Tweewegklep
  4. (6) Draai 1/4 om te openen
  5. (7) Draai om de klep volledig te openen
  6. Kraan van de klep
  7. (1) Draai
  8. (8) Druk
  9. Driewegklep

  10. (7) Draal om de klep volledig te openen

  11. (1) Draai

  12. (8) Druk
  13. Moer van de ingangspoort
  14. (2) Draai
  15. (8) Druk

(1) Schroef de deksels van de 2- en 3-wegkleppen los en verwijder ze.
(2) Schroef de dop van de toegangspoort los en verwijder hem.
(3) Verbind het mondstuk van de vacuümpomp met de ingangspoort.
(4) Schakel de vacuïmpomp in en laat ze een 10-15 minuten werken tot ze een absoluut vacuum van 10 mm/Hg bereikt.

(5) Terwijl de vacuïmpomp nog draait sluit u de lagedrukkraan aan op de aansluiting van de vacuïmpomp. Schakel de vacuïmpomp uit.

(6) Geef de tweewegklep een 1/4 draai om ze gedurende een tiental seconden te openen en te sluiten. Controleer alle aansluitingen met een vloeibare zeep of een elektronische lekdetector om u ervan te verzekeren dat er geen lekken zijn.
(7) Draai de behuizing van de tweeweg- en driewegklep. Ontkoppel het mondstuk van de

vacüümpomp.

(B) Plaats alle doppen van de kleppen terug en maak ze vast.

Testen van de werking

Fig. 25

  1. Klemmen
  2. Leidingen
  3. Isolerende laag
  4. Isolerende tape
  5. Leidingen
  6. Koppeling
  7. Binnen
    B. Buiten

Bedek de koppelingen van de binnenunit met een isolerende laag en maak ze vast met isolerende tape.

Bevestig het resterende deel van de kabel aan de leidingen of aan de bultenunit.
Maak de leidingen (nadat u er isolerende tape rond wikkelde) vast aan de muur met behulp van klemmen of andere bevestiging.
Dicht het gat in de muur waar de leidingen doorheen gaan dicht zodat er geen water of lucht in kan komen.

Test de binnenunit

Werken de aan en uit-schakelaars en de ventilator correct?
Werken de verschillende menu's?
Werken de instellingen en en de timer correct?
Werken de indicatielampjes correct?
Werkt het blad voor de luchtrichting correct?
Is er een regelmatige afvoer van condenswater?

Test de buitenunit

Produceert de unit ongewone geluiden of trillingen gedurende de werking?

Hinderen het geluid, de luchtstroom en de afvoer van het condenswater de buren?

Is er een lek van koelvloeistof?

Waarschuwing: de elektronische controle zorgt ervoor dat de compressor pas start 3 minuten nadat de stroom het systeem bereikt.

Informatie voor personen belast met de installatie

Lengte van de leidingen bij een standaard belasting: 5m

Maximum afstand tussen de binnen- en buitenunit: 25m

NEDERLANDSNEDERLANDS

Extra belasting koelmiddel: 15g/m

Maximum niveauverschil tussen de buiten- en binnenunit: 10m

Type koelmiddel (1): R290

(1) Kijk naar het classificatielabel dat op de buitenunit kleeft.

LeldingenAanhaalkoppel [N x m]Corresponderende spanning (bij gebruik van een Engelse sleutel van 20 cm)Aanhaalkoppel [N x m]
1/4" (0 6 mm)15-20 Draalkoppel Moer van deingangspoort7-9
3/8" (0 9.52 mm)31-35 Draalkoppel Beschermingsdoppen 25-30
1/2" (0 12 mm)35-45 Draalkoppel
5/8" (0 15.88 mm)75-80 Draalkoppel

Bedradingsschema

Fig. 26.
1. Frontpaneel
2. Bedradingsschema

Het bedradingsschema van de binnenunit kleeft op het voorpaneel.

Het bedradingsschema van de buitenunit kleeft aan de achterzijde van het deksel van de buitenste handgreep.

Fig. 27.

  1. Deksel van de buitenunit
  2. Bedradingsschema

Type van de aansluiting

Fig. 28.

  1. Buiten
  2. Binnen
  3. Stopcontact

5. WERKING

Scherm van de afstandsbediening

Fig. 29.

  1. Auto-stand
  2. Koelmodus
  3. Droagmadus
  4. Ventilator
  5. LED-scherm
  6. Verwarmingsmodus
  7. Timer
  8. Ingeschakeld scherm van de buitenunit
  9. Functie Nacht
  10. Functie Eco
  11. Functie automatische schoonmaak
  12. Oscillatie van boven naar beneden
  13. Oscillatie van links naar rechts (niet beschikbaar op de afstandsbediening)
  14. Indicator van tijd of temperatuur
  15. Functie Blokkeren
  16. Indicator voor lage batterij
  17. Mute (met lage snelheid)
  18. Lage ventilatorsnelheid
  19. Middellage ventilatorsnelheid
  20. Medium ventilatorsnelheid
  21. Middelhoge ventilatorsnelheid
  22. Hoge ventilatorsnelheid
  23. Automatische ventilatorsnelheid
  24. Turbo (met hoge ventilatorsnelheid)

Batterijen van de afstandsbediening vervangen

Verwijder het deksel van het batterijvak aan de achterzijde van de afstandsbediening. Om dit te doen, schuif het in de richting van de pijl.

Installeer de batterijen volgens + en - tekens in het batterijvak.

Schuif het deksel van het batterijvak terug op zijn plaats.

Gebruik 2 AAA-batterijen (1.5V). Gebruik geen herlaadbare batterijen. Indien het scherm niet werkt, vervangt u de oude batterijen door nieuwe van hetzelfde type.

Sorteer batterijen correct. Het sorteren is noodzakelijk om dit materiaal een speciale behandeling moet ondergaan.

Fig. 30.

NEDERLANDSNEDERLANDS

Richt de afstandsbediening in de richting van de airco.

Controleer of er geen objecten aanwezig zijn tussen het signaal van de afstandsbediening en de ontvanger van het signaal in de binnenunit.

Stel de afstandsbediening niet bloot aan direct zonlicht.

Bewaar minimum 1 meter afstand tussen de televisie en andere elektrische apparaten.

Fig. 31.

Algemene working

De door de ventilator aangezogen lucht komt binnen in de roosters, gaat door de filter en wordt gekoeld, verwarmd of gedroogd door de warmtewisselaar.

De lamellen regelen de luchtstroom van boven naar beneden, de luchtstroom van links naar rechts wordt manueel geregeld met de verticale schotten. In sommige modellen functioneren de verticale schotten ook met de motor.

Fig. 32.

  1. Filter

  2. Warmtewisselaar

  3. Ventilator

Functies en standen

Kinderslot

Hou gedurende 2 seconden de knoppen omhoog en omlaag tegelijk ingedrukt om het kinderslot te activeren.

Sturing van de luchtstroom

Om de verticale luchtstroom aan te passen, druk op het icoon 2. Druk 1 keer om de horizontale lamellen te activeren en dus de oscillatie van boven naar beneden, druk opnieuw om ze onder een bepaalde hoek te fixeren. Het icoon verschijnt in het scherm van de afstandsbediening als de functie geactiveerd is.

Om de horizontale luchtstroom aan te passen, verzeker u ervan dat de horizontale lamellen niet bewegen en verzel de verticale schotten manueel. Daarna drukt u op icoon 3 om de oscillatie van links naar rechts van de verticale schotten te activeren en drukt u opnieuw om ze onder een bepaalde hoek te fixeren. Het icoon verschijnt in het scherm van de afstandsbediening als de functie geactiveerd is (uitsluitend in bepaalde modellen).

Opmerking: Pas de horizontale lamellen niet manueel aan, het is mogelijk dat ze zich niet goed zullen sluiten bij het uitschakelen van de airco.

Steek geen vingers, stokken of andere objecten in de aan- en afvoeren van lucht. Accidenteel contact met bewegende onderdelen of voorwerpen kan schade of kwetsuren veroorzaken.

Fig. 33.

  1. Beweging van de lamellen

  2. Verticale schotten

  3. Horizontale lamellen

Standen

Druk op de menuknop om één van de 3 standen te klezen:

Koelmodus

Om de lucht te koelen en te drogen. Om in te schakelen drukt u op de menuknop (liceon 4) tot de pijl COOL aanwijst. Gebruik de knappen naar boven en naar onder om de temperatuur te verhogen of te verlagen.

Verwarmingsmodus

Om kamers of woningen te verwarmen. Om in te schakelen drukt u op de menuknop (icoon 4) tot de pijl HEAT aanwijst. Gebruik de knoppen naar boven en naar onder om de temperatuur te verhogen of te verlagen.

Waarschuwing. In de verwarmingsmodus is het mogelijk dat het toestel automatisch begint te ontdooien. Dit is essentieel om vorst in het toestel te ontdooien en de warmtewisseling door te voeren. Dit proces duurt tussen de 2 en 10 minuten. Tijdens het ontdooien stopt de ventilator met werken. Na het ontdooien begint het toestel automatisch te verwarmen.

Droogmodus

Om de lucht te drogen of ontvochtigen. Om in te schakelen drukt u op de menuknop (Icoon 4) tot de pijl DRY aanwijst. Deze modus werkt met de standaardinstellingen.

Ventilator

In deze stand werkt enkel de ventilator, zonder enige modus. Om in te schakelen drukt u op de menuknop (icoon 4) tot de pijl FAN aanwijst.

Regelen van de ventilatorsnelheid

Regel de snelheid van de ventilator terwijl hij werkt in 1 van volgende standen: Auto, Ventilatie, Koelen of Verwarmen. Druk op het icoon 7. Om de snelheid van de ventilator te kiezen: Stil/Laag/Middellaag/Medium/Middelhoog/Hoog/Turbo/Auto

Fig. 34.

Auto-stand

Omin teschakelen drukt u op demenuknop(icon4) tot de pijl AUTO aanwijst. Indezemodus kiest het toestel automatisch de meest geschikle instellingen volgens de omgevingstemperatuur.

Scherm van de binnenunit

NEDERLANDSNEDERLANDS

Schakel het scherm van de binnenunit in door op het icoon 5 te drukken. De pijl op het scherm wiljst "DIP" aan. Druk opnleuw om het scherm uit te schakelen.

Functie Eco

In deze modus kiest het toestel automatisch instellingen om energie te besparen tijdens de werking. Druk op de keuzeknop (koon 6) en gebruik de knoppen naar onder en naar boven tot de pijl ECO aanwijst en knipperl. Daarna drukt u OK om te bevestigen dat u de Ecomodus wil inschakelen. Herhaal de voorgaande stappen om de Ecomodus uit te schakelen.

Opmerking: De Ecomodus werkt zowel bij het koelen als het verwarmen.

Nachtfunctie (Slaap)

Deze functie gebruikt vooraf geprogrammeerde Instellingen. Druk op de keuzeknop (Icoon 6) en gebruik de knoppen naar onder en naar boven tot de pijl SLEEP aanwijst en knippert. Daarna drukt u OK om te bevestigen dat u de Slaapmodus wil inschakelen. Herhaal de voorgaande stappen om de Slaapmodus uit te schakelen.

Opmerking:

De slaapmodus werkt zowel bij het koelen als het verwarmen.

Het toestel zal 10 uren in de slaapmodus werken en daarna schakelt het terug naar de laats gebruikte instelling.

Functie automatische schoonmaak

Als u deze functie inschakelt verschijnt "AC" op het scherm.

Om deze functie te activeren, schakelt u de modus uit en drukt u op de keuzeknop (icoon 6) tot de pijl CLEAN aanwijst en knippert. Daarna drukt u OK om te bevestigen dat u de automatische schoonmaak wil starten.

Deze functie helpt alle vuil, bacteriën ed. die zich ophopen in het toestel te verwijderen.

De automatische schoonmaak duurt 30 minuten, daarna keert het toestel terug naar de laatst gebruikte modus. U kan de schoonmaak annuleren terwijl hij bezig is. Keer hiervoor terug naar het gewone werkingsmenu of druk op de uit-knop. Als de schoonmaak klaar of geannuleerd is piept het toestel 2 keer.

Het is normaal dat het toestel geluid maakt tijdens dit proces of dat het plastiek uitzet of krimpl onder invloed van de warmte of koude.

Voor een optimale veiligheid is het aan te raden deze funtie te gebruiken onder de volgende omstandigheden:

Binnenunit: Temp. <30 °C

Buitenunit: 5 °C <Temp <30 °C

Het is eveneens aan te raden om de schoonmaak eens om de 3 maanden uit te voeren.

Timer

Gebruik de timer om het toestel op het gewenst tijdstip in- of uit te schakelen.

Stel de timer als volgt in om automatisch in te schakelen op het gewenste tijdstip.

  1. Verzeker u ervan dat het toestel uit staat.
  2. Druk op de timerknop (Icoon 8), kies de gewenste modus, snelheid van de ventilator, de temperatuur en Nacht- of Ecofunctie indien gewenst.
  3. Daarna drukt u op de timerknop (icoon 8). De cijfers van het uur beginnen te knipperen op het scherm. Gebruik de knoppen naar boven en naar beneden om het gewenste uur in te stellen, tussen 0.5 en 24 uren.
  4. Druk nogmaals op de timerknop (icoon 8) om te bevestigen.

Stel de timer als volgt in om automatisch uit te schakelen op het gewenste tijdstip.

  1. Verzeker u ervan dat het toestel aan staat.
  2. Druk op de timerknop (icoon 8). De cijfers van het uur beginnen te knipperen op het scherm. Gebruik de knappen naar boven en naar beneden om het gewenste uur in te stellen, tussen 0,5 en 24 uren.
  3. Druk nogmaals op de timerknop (icoon 8) om te bevestigen.
  4. Druk 2 keer op de timerknop (icoon 8) om de instelling te annuleren.

Waarschuwing: alle instellingen moeten binnen de 5 seconden gebeuren, als dat niet het geval is wordt de instelling automatisch geannuleerd.

Werkingstemperatuur

Het toestel is geprogrammeerd om geschikte en aangename levensomstandigheden te creëren zoals hieronder getoond:

Bij een gebruik in andere omstandigheden zoals aangegeven in de tabel, is het mogelijk dat het toestel beveiligingsmaatregelen activeert.

Temperatuur/Stand Werking in koude Werking in warmte Werking bij ontvochtigen
Omgevingstemperatuur 17 °C-32 °C 0 °C-30 °C 17 °C-32 °C
Buitentemperatuur 15 °C-53 °C -20 °C-30 °C 15 °C-53 °C

Noodgevallen

Als de afstandsbediening niet meer werkt, of als het nodig is om onderhoudswerkzaamheden uit te voeren, doe het volgende:

Open het frontpaneel en til het op onder zodanige hoek dat u bij de noodknop kan.

Druk 1 keer op de noodknop, het toestel gaat in de koelmodus werken. Druk opnieuw binnen de 3 seconden, het toestel gaat in de verwarmingsmodus werken. Druk een derde keer binnen de 5 seconden en het toestel schakelt uit.

NEDERLANDSNEDERLANDS

De noodknop bevindt zich in het deksel van de E-box van de unit onder het voorpaneel. Fig. 35.

Het toestel beschikt over een functie om automatisch opnieuw in te schakelen. In het geval van een stroomonderbreking onthoudt het toestel de laatst gekozen instellingen. Als er opnieuw stroom is, schakelt het toestel automatisch opnieuw in met de laatst gekozen instelling dankzij het geheugen.

6. CONNECTIVITEIT

  1. Specificaties en basisinformatie over wifi.

1.1. Minimumverelsten voor smartphone:

Android 5.0 of hoger

iOS 9.0 of hoger

1.2. Basisparameters

Netfrequentie: 2.400 - 2.500GHz

WLAN standaard: IEEE 802.11 b/g/n (kanalen 1-14)

Protocol batterijhouder: IPv1/IPv6/TCP/UDP/HTTPS/TLS/MulticastDNS

Veiligheidsondersteuning: WEP/WPA/WPA2/AES128

Ondersteuning van het netwerk: STA/AP/STA+AP

1.3.

Plaats en uitzicht van de wifimodule in de binnenunit

Open het voorpaneel. De wifimodule moet zich naast het deksel van de elektriciteitskast

bevinden of in hetzelfde paneel

  1. Download en installeer de applicatie

Voor Android

Methode 1: Scan de QR-code en download en installeer de applicatie.

Methode 2: Open de Google Play Store en zoek "Smart Life". Download en installeer de applicatie.

Voor i05

Methode 1: Scan de QR-code en download en installeer de applicatie.

Methode 2: Open de App Store en zoek "Smart Life". Download en installeer de applicatie.

Opmerking:

Schakel de rechten in voor toegang tot opslag, locatie en camera tijdens het installeren. Zoniet zal de applicatie problemen veroorzaken.

  1. Activatie van de applicatie

Opmerking: De applicatie moet geactiveerd zijn voor het eerste gebruik.

3.1. Open de applicatie "Smart Life" op uw smartphone.

3.2

Methode 1: Druk "Scan" en scan de QR-code.

Methode 2: Druk "Enter Activation Code" in het onderste deel van het scherm. Voer de activatiecode in en druk "confirm".

  1. Registreer

  2. Indien u nog geen account heeft aangemaakt, drukt u op "Registration".

  3. Lees het privacybeleid druk 'Agree'.

  4. Druk ^ > ^ en kies uw land.

  5. Voer uw telefoonnummer of emailadres in.

  6. Druk "Obtain verification code".

  7. Voer de bevestigingscode in die u via sms of email ontvangen heeft.

  8. Kies een wachtwoord tussen 6 en 20 karakters, met letters en cijfers.

B. Druk "Done"

  1. Begin de sessie

Opmerking: Als u de applicatie voor de eerste keer gebruikt, moet u "Create Family" activeren.

  1. Druk "Log in with existing account".

  2. Voer de geregistreerde account en wachtwoord in.

  3. Druk "Log in".

  4. Druk "Create Family".

  5. Naam van de familie.

  6. Voeg de locatie toe.

  7. Kies de vooraf bepaalde kamers of voeg nieuwe toe.

B. Druk "Done" en "Completed".

Wachtwoord vergeten

Indien u uw wachtwoord vergeten bent, kan u de volgende stappen volgen:

(Enkel voor accounts die gekoppeld zijn aan een mobiel telefoonnummer)

  1. Druk "Verify SMS and sign in".

  2. Voer uw telefoonnummer in en druk "Obtain verification code".

  3. Voer de bevestigingscode in die u ontving op uw mobiele telefoon.

Of u kan op de volgende manier een nieuw wachtwoord instellen:

  1. Druk "Forgot password".

  2. Voer uw telefoonnummer in en druk "Obtain verification code".

NEDERLANDSNEDERLANDS

  1. Voer de bevestigingscode in die u ontving op uw mobiele telefoon.

  2. Kies een nieuw wachtwoord en druk "Dane".

  3. Een toestel toevoegen

Er zijn 2 methods om een toestel toe te voegen: CF (snelle verbinding) en AP (toegangspunt).

Methode CF

  1. Het vermogen wordt weergegeven, dus het is niet nodig om het aan te zetten om het te zien.

  2. Druk '+' in de rechterbovenhoek van het 'Home' - scherm of druk 'Add device' in een ruimte waarin geen enkel toestel verbanden is.

  3. Druk op het logo van "Split Airconditioner".

  4. Herstart de wifimodule door op 6 keer op "DISPLAY" te drukken op de afstandsbediening of gebruik een geschikte tool om de resetknop van de wifimodule in te drukken tot er CF op het scherm verschijnt. Daarna drukt u op "Next Step".

  5. Voer het wachtwoord van de wifi in en druk "Bevestigen". U kan van wifinetwerk veramderen indien nodig

  6. Nu kan u het verbindingspercentage zien en PP, SA en AP.

'PP' betekent 'Zoekt router'

"SA" betekent "Verbinden met de router"

*AP betekent "Verbinden met de server"

Methode AP

  1. Het vermogen wordt weergegeven, dus het is niet nodig om het aan te zetten om het te zien

  2. Druk '+' in de rechterbovenhoek van het 'Home'-scherm of druk 'Add device' in een ruimte waarin geen enkel toestel verbonden is.

  3. Druk op het logo van "Split Airconditioner".

  4. Herstart de wifimodule door op 6 keer op "DISPLAY" te drukken op de afstandsbediening of gebruik een geschikte tool om de resetknop van de wifimodule in te drukken tot er AP op het scherm verschijnt. Daarna drukt u op "Next Step".

  5. Voer het wachtwoord van de wifi in en druk "Bevestigen". U kan van wifinetwerk veramderen indien nodig

  6. In het scherm voor de netwerkconfiguratie kiest u "SmartLife-****" en drukt op de pijl die naar links wijst.

  7. Nu kan u het verbindingspercentage zien en PP, 5A en AP.

'PP' betekent 'Zoekt router'

'SA' betekent "Verbinden met router"

"AP" betekent "Verbinden met de server"

Bediening van de airco

Na het toevoegen van het toestel zal het automatisch verschijnen in het bedieningsscherm van het apparaat.

Het bedieningsscherm van het apparaat verschijnt wanneer u op het startscherm op de naam van het apparaat drukt.

Er zijn 2 manieren om het toestel met de wifi te verbinden:

Eerste manier:

Hoofdinterface

  1. Terug naar het startscherm

  2. Temperatuur indicator

  3. De temperatuur verminderen

  4. Details van het apparaat en de werking

  5. Het apparaat in- of uitschakelen

  6. Gekozen Instelling/Snelheld van de ventilator/WerkingsIndicator

  7. De temperatuur verhogen

Aanpassen van de instellingen

  1. Druk op Mode om het scherm met de instellingen te openen.

  2. Kies uit de volgende instellingen: Voel/Koel/Warm/Droog/Ventilator.

  3. Druk op eender welke plaats in de buurt van „Set Temperature“ om de aanpassing van de instellingen te annuleren.

Aanpassen van de ventilatorsnelheid

  1. Druk op „Fan“ om het scherm met de instellingen te openen.

  2. Kies één van de volgende snelheden: Hoog/Medium/Laag/Auto.

  3. Druk op eender welke plaats in de buurt van „Set Temperature“ om de aanpassing van de instellingen te annuleren.

De instellingen aanpassen

  1. Druk „Function“ om het scherm met de instellingen te openen.

  2. Kies tussen de volgende instellingen Slaap/Turbo/Eco

  3. Kies tussen UP DOWN/LEFT RIGHT (laag hoog/links/rechts) om die automatische uitbalancering te activeren en de richting te veranderen.

  4. Druk op eender welke plaats in de buurt van „Set Temperature“ om de aanpassing van de instellingen te annuleren.

Een timer toevoegen

  1. Druk op „Timer“ om het scherm „Add timer“ te openen.

  2. Druk op „Add timer“

  3. Kies de gewenste tijd en het aantal dagen.

  4. Kies tussen „Mode/Fan“, “Speed/Function“ en kies de gewenste temperatuur voor de gekozen tijdsduur

NEDERLANDSNEDERLANDS

  1. Druk „Save“ om de timer toe te voegen.

Timer

  1. De timer annuleren
  2. De tijd instellen
  3. Aanpassen van de instellingen
  4. De ventilatorsnelheid instellen
  5. De temperatuur instellen
  6. De timer bewaren
  7. De minuten instellen
  8. De week instellen
  9. Timer aan/uit

Werking van de timer

  1. Druk op de timer om hem te bewerken.
  2. Activeer of desactiveer hem.
  3. Hau de timer 3 seconden ingedrukt om het schem „Remove timer“ te openen.
    Druk op „Confirm“ om de timer te annuleren.

Tweede manier:

Hoofdinterface

  1. Terug naar het startscherm

  2. De temperatuur verminderen

  3. Indicatie van de gekozen instelling

  4. Aan-knop

  5. Aanbevelingen

  6. Naam van het toestel

  7. Actuele instelling

  8. De temperatuur verhogen

  9. Verschillende achtergronden, afhankelijk van de instelling: Koel/Warm/Droog/Ventilator/

Auto

Aanpassen van de instellingen

  1. Druk "Modo".
  2. Er zijn 5 instellingen: Koel/Warm/Droog/Ventilator/Auto
  3. Druk op X om terug te keren naar her startscherm

Keuze van de ventilatorsnelheid

  1. Druk op ventilatorsnelheid
  2. Kies de gewenste snelheid door erop te drukken.
  3. Druk op X om terug te keren naar het startscherm

  4. De gekozen ventilatorsnelheid zal op het startscherm verschijnen.

Bediening van de luchtstroom

  1. Druk "Precision Air Flow" of "Swing Flow".
  2. Kies de gewenste luchtstroom van de ventilator door erop te drukken.
  3. Druk op X om terug te keren naar het startscherm
  4. De gekozen luchtstroom van de ventilator zal op het startscherm verschijnen.

Functie Eco

  1. Om de Eco-functie te activeren, druk op Eco. De indicator van de functie verschijnt op het scherm.
  2. Indien u nogmaals op eco drukt, schakelt u de functie uit.
  3. In de koelstand is de temperatuur < 26 graden.
    In de verwarmingsstand is de temperatuur > 26 graden.

Nachtfunctie (Slaap)

  1. Druk op Slaap.
  2. Kies de gewenste nachtinstelling en druk erop.
  3. Druk op X om terug te keren naar het startscherm.
  4. De gekozen nachtinstelling verschijnt op het scherm.

De tijd instellen (ingeschakeld)

  1. Druk op de timerknop.
  2. Druk op "+" in de rechterbovenhoek in het timerscherm.
  3. Kies tussen Time/Repeat/Switch Off en druk op bewaren.
  4. De timer (ingeschakeld) verschijnt op het scherm.

De tijd instellen (ingeschakeld)

  1. Druk op de timerknop.
  2. Druk op "+" in de rechterbovenhoek in het timerscherm.
  3. Kies tussen Time/Repeat Date/Switch(On)/Temperature/Mode/Fan speed/Air Flow en druk op bewaren.
  4. De timer (ingeschakeld) verschijnt op het scherm.

Werking van de timer

  1. De timerinstellingen wijzigen
    Druk op eender welke plaats (behalve op de timerbalk) om toegang te krijgen tot het scherm met de timerinstellingen en druk op Bewaren.
  2. De timer activeren of deactiveren
    Schuif naar links om de timer te deactiveren.

NEDERLANDSNEDERLANDS

Schuif naar rechts om de timer te activeren.

  1. De timer wissen

Schuif de timerbalk van rechts naar links tot de optie Delete verschijnt en druk erop.

Meer functies

  1. Druk More om aanvullende functies te kiezen.

  2. Druk op Display om het led-scherm in of uit te schakelen.

  3. Druk op Buzzer om het gezoem in of uit te schakelen wanneer u de applicatie gebruikt.

  4. Druk Anti-Mildew om de antischimmelfunctie in te schakelen. Het toestel begint zich te drogen en verlaagt de vochtigheid om schimmel te voorkomen. Deze functie schakelt automatisch uit.

  5. Druk op Health om de Health-functie in of uit te schakelen.

Dit zal de antibacteriële ionisatiefunctie inschakelen. Deze functie is enkel beschikbaar in modellen met ionengenerator.

  1. Druk op Gen-functie. In deze functie kan u kiezen tussen 3 niveaus van luchtstroom.

De airco zal werken en tegelijkertijd energie besparen.

  1. Druk op Electricity Monitoring.

Met deze functie kan u het energieverbruik van de airco monitoren.

Controleer de details van de zelfreinigingsfunctie in de handleiding.

  1. Druk op 8 °C Heat.

Met deze functie kan u de temperatuur in de kamer boven de 8 graden houden.

Controleer de details van de 8 °C Heat in de handleiding.

  1. Druk op Reservation

U kan de tijd, het aantal dagen, de temperatuur, het menu, de ventilatorsnelheid en de luchtstroom naar wens bepalen. Druk op Save om de functie te activeren.

De airco zal de vooraf bepaalde instellingen uitvoeren.

  1. Druk op Self-diagnosis.

Het toestel stelt automatisch een diagnose, met vermelding van de foutcode en indien mogelijk instructies voor het oplossen van het probleem.

  1. Druk op Electricity Management.

Details van het apparaat en de werking

Druk op het potlood in de rechterhoek van de eerste visualisatie of op “...” in de tweede visualisatie om het scherm met de details van het toestel te openen.

Hier vindt u nuttige informatie en kan u het toestel delen met andere accounts.

Neem de volgende afbeeldingen en instructies aandachtig door.

Het apparaat delen met andere accounts

  1. Druk op Device Sharing.

  2. Druk op Add Sharing.

  3. Kies u regio en voer de account waarmee u het toestel wil delen in.

  4. Druk op Completed. De account verschijnt in uw deellijst.

  5. De accounts waarmee u deelt moeten de knop ingedrukt houden en naar beneden schuiven om de apparatenlijst te verversen. Het apparaat zou moeten verschijnen in de apparatenlijst.

Huishoudelijke economie

  1. Druk op My Home links boven op het startscherm en kies Home Management.

U kan ook op Me drukken links onderaan en daar Home Management selecteren.

  1. Kies enkele families uit de familielijst.

  2. Configureer uw familie als volgt.

Opmerking:

  1. De applicatie Smart Air Conditioner kan zonder voorafgaande kennisgeving geüpdatet of verwijderd worden, afhankelijk van de omstandigheden van de fabrikant.

  2. Een zwak wilfisignaal kan ervoor zorgen dat de verbinding met de applicatie verbroken wordt. Zorg ervoor dat de binnenunit zich in de buurt van een draadloze router bevindt.

  3. De DHCP-serverfunctie moet geactiveerd zijn als u een draadloze router gebruikt.

  4. De verbinding kan ook mislukken vanwege een firewall.

Contacteer in dit geval u internetprovider.

Probleemoplossing

Beschrijving

  1. De airco kan niet correct geconfigureerd worden.

  2. De airco kan niet vanaf de smartphone bediend worden.

  3. De airco kan niet vanaf de smartphone gevonden worden.

Analyse van de oorzaken

    1. Controleer of de wifiverbinding en het wachtwoord correct zijn.
    1. Controleer de status van de instellingen van de airconditioning.
    1. Controleer of er een firewall of ander obstakel ingesteld is
    1. Controleer of de router normaal werkt
    1. Controleer of de airco, de router en de smartphone met hetzelfde wifisignaal werken.
    1. Controleer of de routerbescherming is ingeschakeld.

2.1. Als Identification failed verschijnt op het scherm, betekent dit dat het apparaat opnieuw is geconfigureerd en dat de smartphone de controle over het apparaat is verloren.

Maak opnieuw verbinding met het wifinetwerk om weer toestlemming te krijgen.

Verbind met een lokaal netwerk en ververs.

Als het probleem aanhoudt, verwijder het apparaat uit de applicatie, probeer het opnieuw aan

NEDERLANDSNEDERLANDS

te sluiten en ververs de applicatie.

3.

Er verschijnt "Air conditioner out of line" op het scherm.

Controleer of het netwerk wekrt zoals het hoort.

3.1. De airco is opnieuw opgestart.
3. 2. De airco heeft geen stroom meer.
3. 3. De router heeft geen stroom meer.
3. 4. De airco kan niet verbonden worden met de router.
3. 5. De airco kan niet met het netwerk verbonden worden vanaf de router (in de modus afstandsbediening).
3. 6. De smartphone kan zich niet verbinden met de router (In de modus afstandsbedlening).
3. 7. De smartphone kan zich niet verbinden met het netwerk (in de modus afstandsbediening).

7. SCHOONMAAK EN ONDERHOUD

Het perladlek onderhoud van het toestel is essentieel om de correcte werking van het toestel te verzekeren.

Ontkoppel het toestel van de stroom voordat u eender welke onderhoudstaak uitvoert.

Binnenunit

Fig. 36.

Antistoffilters

  1. Open het frontpaneel on de richting die de pijl aangeeft.

  2. Hou het frontpaneel vast met de ene hand terwijl u met de andere hand de luchtfilter verwijdert.

  3. Reinig de filter met water: indien er olievlekken op zijn kan u hem wassen met lauw water (onder de 45°C). Laat de filter drogen op een droge en frisse plaats.

  4. Hou het frontpaneel vast met de ene hand terwijl u met de andere hand de luchtfilter terug plaatst.

  5. Sluit het frontpaneel.

Waarschuwing: de antistatische filter en geurfilter (indien aanwezig) kunt u niet wassen of onderhouden, deze moeten om de 6 maanden vernieuwd worden.

Schoonmaak van de warmtewisselaar

  1. Open het frontpaneel en hef het zo hoog mogelijk op. Haak het los van de scharnieren om de schoonmaak te vergemakkelijken.
  2. Gebruik een doek en water (onder de 40°C) met een neutrale zeep om de binnenunit te reinigen. Gebruik geen agressieve detergenten of oplosmiddelen.

  3. Indien de buitenunit geblokkeerd of de toegang verhinderd is, verwijder dan alle bladeren met perslucht of water.

Onderhoud aan het eind van het seizoen

  1. Schakel de automatische stroomonderbreker uit of trek de stekker uit het stopcontact.
  2. Maak de filters schoon of vervang ze.
  3. Op een warme dag laat u het toestel gedurende enkele uren ventileren om de binnenunit volledig te drogen.

Batterijen verwisselen.

Wanneer:

De binnenunit piept niet bij het bevestigen.

Het LCD-scherm niet werkt.

Hoe:

Verwijder het deksel van het batterijvak.

Installeer de nieuwe batterijen volgens de + en - tekens.

Waarschuwing: gebruik enkel nieuwe batterijen. Haal de batterijen niet uit de afstandsbediening terwijl het toestel aan het werken is.

Het apparaat werkt niet

Dorzaken

Elektrische storing/stopcontact losgekoppeld.

De motor van de ventilator van de binnen- of buitenunit is beschadigd.

De beveiligingsschakelaar van de compressor is defect.

Fout in de beveiliging of de zekeringen.

De aansluitingen zijn los of de stekker zit niet in het stopcontact.

Soms stopt het toestel met werken om zichzelf te beschermen.

De printplaat is beschadigd.

Probleem 2

Een ongewone geur

Oorzaak

De filter is vuil.

NEDERLANDSNEDERLANDS

Probleem 3

Er is bewegend water te horen.

Dorzaak

Er vloeit vloeistof terug in het koelcircuit

Probleem 3

Er komt een beetje storn uit de luchtafvoer.

Dit vindt plaats als de temperatuur van de lucht in de kamer heel laag is bv. in de koel- of ontvochtigingsmodus.

Probleem 4

Er is een vreemd geluid te horen

Dorzaak

Dit geluid wordt mogelijk veroorzaakt door het uitzetten en het inkrimpen van het frontpaneel onder invloed van temperatuurwijzigingen en is geen indicatie van een probleem.

Probleem 5

Er is onvoldoende luchtstroming, koud of warm.

Dorzaken

De temperatuur is niet correct ingesteld.

De aan- en afvoeren van de lucht zijn verstopt.

De luchtfilter is vuil.

De snelheid van de ventilator staat op de laagste stand.

Er zijn andere warmtebronnen aanwezig in de ruimte.

Er is geen koelvloeistof.

Probleem 6

Het toestel reageert niet op bevelen.

Dorzaken

De afstandsbediening is te ver verwijderd van de binnenunit.

Vervang de batterijen van de afstandsbediening.

Controleer of er geen objecten aanwezig zijn tussen het signaal van de afstandsbediening en de ontvanger van het signaal in de binnenunit.

Probleem 7

Het scherm is uitgeschakeld.

Dorzaken

De verlichting is uitgeschakeld

Elektrische storing.

Opmerking:

Schakel de airco onmiddellijk uit en onderbreek de stroom in de volgende gevallen:

De airco maakt rare geluiden tijdens de werking.

Fout in de printplaat.

Defecte stekkers of zekeringen.

Water of objecten in het toestel.

De kabels of adapters zijn oververhit.

Er komt een sterke geur uit het toestel.

Magelijke fouten.

E1: Fout in de temperatuursensor in de binnenunit.

E2: Fout in de temperatuursensor in de leidingen van de binnenunit.

E3: Fout in de temperatuursensor in de leidingen van de buitenunit.

E4: Fout of lek in het koelsysteem.

E6: Fout van de motor in de binnenunit.

E7: Fout in de temperatuursensor in de buitenunit.

E8: Fout in de temperatuursensor van de buitenste afvoerslang.

E9: Fout in de externe IPM module (Intelligente energiemodule)

EA: Fout in de externe stroomdetector

EE: EEPROM fout in de centrale, buitenste printplaat.

EF: Fout in de ventilator van de motor.

EH: Fout in de externe temperatuursensor.

Instructies voor het onderhoud

  1. Kijk de informatie in deze handleiding goed na om te bepalen hoeveel plaats er nodig is voor een goede installatie van het toestelen om te bepalen hoeveel afstand u moet bewaren tussen voorwerpen en structuren.

  2. Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en opgeslagen in ruimtes van minimaal 4 m².

  3. Minimaliseer de installatie van leidingen.

  4. De leidingen moeten beschermd worden tegen mogelijke fysieke schade en moeten niet geïnstalleerd worden in niet geventileerde ruimtes minder dan 4m2.

  5. Volg de nationale regelgeving in verband met de installatie van gasinstallaties.

  6. De mechanische verbindingen moeten bereikbaar zijn voor onderhoudswerkzaamheden

7 Volg de voorschriften in deze handleiding op het moment van de installatie, het onderhoud, de herstelling en het weggooien van de koelvloeistof.

B.Zorg dat alle openingen vrij zijn van obstakels.

  1. Laat herstellingen enkel uitvoeren door professionals aanbevolen door Cecotec.

  2. Bewaar het apparaat zodanig dat het geen mechanische schade kan oplopen.

  3. Het is aangewezen dat de persoon die belast wordt met werken aan het koelcircuit een actueel en geldig certificaat heeft waarin door de sector erkend wordt dat de persoon in kwestie capabel is om te werken met koelmiddelen volgens de in de sector geldende

NEDERLANDSNEDERLANDS

voorschriften. Reparaties mogen enkel worden uitgevoerd conform de aanbevolingen van Cecotec. De onderhouds- en herstellungswerkzaamheden die blijstand vereisen van gekwalificeerd personeel, moeten uitgevoerd worden onder toezicht van een bevoegd persoon gespecialiseerd in het werken met ontvlambare koelmiddelen.

  1. Elke ingreep die een invloed kan hebben op de veiligheidsmaatregelen moet door bevoegde personen worden uitgevoerd.

Testen van de omgeving

Voor men begint te werken met systemen met antvlambare koelmiddelen is het nodig om enkele veiligheidstests uit te voeren om het risico op onsteking tot een minimum te beperken. Vooraleer men herstellingen uitvoert van een koelsysteem is het nodig om volgende tests uit te voeren.

Werkprocedure

Het is nodig om te werken onder gecontroleerde omstandigheden teneinde het risico op de aanwezigheid van gas of damp te minimaliseren.

Algemene werkomgeving

Alle onderhoudspersoneel, alsook personen aanwezig in de werkruimte moet op de hoogte zijn van het type werk dat men zal uitvoeren. Vermijd het uitvoeren van werken in besloten ruimtes. De omgeving rond het werkgebied moet afgebakend worden. Verzeker u ervan dat het werkgebied beveligd is en vrij van brandbaar materiaal.

Controle op de aanwezigheid van koelmiddelen

De werkruimte moet zowel voor als na het uitvoeren van werken gecontroleerd worden met een geschikte koelmiddeldetector om ervoor te zorgen dat de technicus op de hoogte is van de potentieel brandbare atmosfeer. Verzeker u ervan dat de gebruikte lekdetectoren geschikt zijn voor de detectie van ontvlambare koelmiddelen, bv. antivonk, correct verzegeld en intrinsiek veilig zijn.

Aanwezigheid van brandblussers

Als men werken gaat uitvoeren aan de koelinstallatie of de omliggende onderdelen die brandgevoelig zijn, moet men zorgen dat er een geschikte brandblusser binnen handbereik is. Bij het laden van de koelvloeistof moet er een poederblusser of CO2-blusser binnen handbereik zijn.

Ontstekingsbronnen

Geen enkel persoon die werkt aan koelsystemen, in het bijzonder aan de leidingen ervan, mag ontstekingsbronnen op dergelijke manier gebruiken dat ze een risico op brand of ontploffing veroorzaken. Alle mogelijke onstekingsbronnen, brandende sigaretten inbegrepen, moet men ver genoeg van houden van plaatsen waar men alrco installeert, onderhoudt of weggooit omdat er op deze plaatsen mogelijk lekken van koelvloelstof aanwezig zijn. Voor de aanvang van de werken moet de ruimte getrontaleerd worden op risico's op ontsteking van ontlv Lambare materialen als het risisco op onsteking zelf. Er mag geen rook aanwezig zijn.

Geventileerde lucht

Zorg ervoor dat u zich op een open of goed geventileerde ruimle bevindt voordat u het systeem bedient of werkzaamheden uitvoert die gepaard gaan met warmte of vuur. Er moet een voortdurende mate van ventilatie zijn gedurende de uitvoering van de werken. De ventilatie moet de vrijgekomen koelvloelstof op een veilige manier richting naar buiten bewegen, in de atmosfeer.

Testen van de koelapparatuur

Bij het veranderen of vervangen van elektronische componenten, moeten deze geschikt zijn en voldoen aan de specificaties. De richtlijnen van Cecotec in verband met het onderhoud en de herstelling moeten ten alle tijde gevolgd worden. Bij enige twijfel, contacteer de technische dienst van Cecotec.

De volgende testen zijn verplicht in installations waarin ontvlambare koelmiddelen worden gebruikt:

De hoeveelheid koelmiddel moet overeenstemmen met de oppervlakte waarin men het toestel met koelapparatuur zal plaatsen.

Het ventilatiemechanisme en de luchtafvoeren moeten correct werken en niet verstopt zijn.

Als er een indirect koel circuit gebruikt wordt, moet er gecontroleerd worden of er koelmiddel aanwezig is.

De tekens die aangebracht zijn in de installatie moeten zichtbaar en leesbaar blijven. De tekens of markeringen die niet leesbaar zijn moeten hersteld worden.

De leidingen en andere koelcomponenten zijn zo geïnstalleerd dat het onwaarschijnlijk is dat ze worden blootgesteld aan stoffen die hen zouden kunnen aantasten, zijn gemaakt van corrosiebestendig materiaal of zijn beschermd tegen corrosie.

Testen van elektrische apparaten

Het herstellen en onderhouden van elektrische componenten moet initieel gepaard gaan met enkele veiligheidsproeven en inspectie van de componenten. Indien er zich een fout of defect voordoet die een invloed kan hebben op de veiligheid, sluit geen stroomvoorziening aan op het circuit tot dit met succes is opgelost. Indien het probleem niet onmiddellijk kan worden opgelost maar het toch noodzakelijk is om de werking verder te zetten, zoekt u best een tijdelijke oplossing en past u deze toe.

De eigenaar van het toestel moet worden geïnformeerd zodat alle partijen op de hoogte zijn van het probleem.

De eerste veiligheidstest moet het volgende bevatten:

NEDERLANDSNEDERLANDS

Zijn de condensoren ontladen: dit moet op een veilige manier gebeuren om te vermijden dat vonken onstaan.

Zijn er geen elektrisch geladen componenten of blootliggende kabels tijdens het laden, de verwerking en het ontladen?

Is er nog steeds een goede aarding?

Herstellen van verzegelde componenten

  1. Tijdens het herstellen van verzegelde onderdelen moeten alle elektrische voorzieningen worden losgekoppeld van de apparatuur waaraan wordt gewerkt, voordat de verzegelings- of hechtingslagen worden verwijderd. Het is absoluwt noodzakelijk om tijdens het onderhoud een stopcontact in de buurt van de apparatuur te hebben die op cruciale momenten als lekdetector dient die kan waarschuwen voor potentieel gevaartlijke situaties.

Zorg ervoor dat de behuizing niet is gewijzigd bij werkzaamheden aan de elektrische componenten. Om olt te controleren klijkt u of er niet te veel connectoren of bewestigingen zijn of de klemmen overeenkomen met de originele specificaties of de afdichting of verzegeling niet beschadigd is.

Controleer op de apparaten op een veilige manier gemonteerd zijn.

Controleer of de verbindingen en de verzegelde onderdelen niet zijn aangetast en of ze het binnenkomen van ontvlambare atmosferen verhinderen. Vervangingsonderdelen moeten aan de verelsten van Cecotec voldoen.

Waarschuwing: het gebruik van rubberen afdichtingsmateriaal kan de effectiviteit van sommige materialen voor lekdetectie verminderen.

Het is niet nadig om veilige onderdelen te isoleren voordat men eraan werkt.

Herstelling van veilige onderdelen:

Breng geen inductieve of capacitieve belastingen op het circuit aan zonder eerst te controleren of deze niet hoger zijn dan de spanning en het vermogen die de apparatuur aan kan.

De veilige onderdelen zijn de enige onderdelen die men kan hanteren in de aanwezigheid van ontvlambare atmosferen. De apparaten moeten worden getest binnen de nominale technische gegevens.

Gebruik enkel reserveonderdelen geleverd of aanbevolen door Cecotec. Andere onderdelen zouden vuur kunnen vatten bij een lek van koelmiddel.

Bedrading

Controleer of de kabels niet onderhevig zijn aan slijtage, corrosie, excessieve druk, trillingen of blootgesteld zijn aan scherpe randen of andere schadelijke effecten van de omgeving.

Hierbij moet men ook rekening houden met de effecten van het verloop van de tijd alsook het constante trillingsniveau van de compressoren en ventilatoren.

Detectie van ontvlambare koelmiddelen

Onder geen beding mag men onstekingsbronnen hanteren bij het detecteren van lekken van koelmiddelen. Gebruik noolt hallogeentoortsen of andere hulpmiddelen met een onbedekte vlam.

Methods om lekken te detecteren

Volgende methods om een lek van koelmiddelen op te sporen zijn acceptabel.

Men kan elektronische detectoren gebruiken om ontvlambare koelmiddelen te detecteren maar het is mogelijk dat deze onvoidoende gevoelig zijn of opnieuw gekalibreerd moeten worden. (De detectoren moeten gekalibreerd worden in een ruimte vrij van koelmiddelen.) Controleer of de detector geen patentielle onstekingsbron is en compatibel is met het type gebruikte koelvloeistof. De detectoren moeten ingesteld worden met het percentage van de onderste explosiegrens (LEL) van het koelmiddel en moeten worden gekalibreerd met het gebruikte koelmiddel en een gepast percentage gas (maximum 25%).

Vloeistoffen om lekken te detecteren zijn ook geschikt om te gebruiken met het merendeel van de koelmiddelen maar sommigen bevatten chloor dat de koperen leidingen kan aantasten. Doof alle onbedekte vlammen bij het minste vermoeden van een lek.

In het geval van een lek van koelvloestof, waarvan de herstelling laswerken vereist, recupereer het koelmiddel van het systeem of isoleer het in een afgelegen deel van het systeem ver verwijderd van vuur. Stikstofvrije zuurstof (OFN) moet voor en tijdens het lasproces door het systeem worden afgevoerd.

Verwijdering en ontlading

Om toegang te kriligen tot het koelcircuit om herstellingen uit te voeren, of met eender welk ander doel, moet men conventionele methods volgen, in elk geval is het belangrijk om de beste praktijken toe te passen vanwege het risico op ontvlambaarheid. Het is noodzakelijk om de volgende procedure te volgen:

Verwijder het koelmiddel;

Spoel het koelcircuit met inert gas:

Verwijder het;

Spoel opnieuw met inert gas;

Las of snijd een opening in het koelcircuit;

Voer het koelmiddel af in een geschikte bidon. Was het systeem met stikstofvrije zuurstof (OFN) om zeker te zijn dat de unit opnieuw op een veilige manier gevuld kan worden. Het is mogelijk dat deze handeling enkele keren herhaald moet worden.

Gebruik geen perslucht of zuurstof voor deze handeling.

Om te reinigen, breek het vacuum van het systeem door er OFN in te introduceren tot de druk om te werken bereikt wordt. Ventileer dan de omgeving en zorg ervoor dat de druk om te werken lager is dan de atmosferische druk. Herhaal dit proces tot er geen koelmiddel meer

NEDERLANDSNEDERLANDS

aanwezig is in het systeem. Als de laatste lading OFN gebruikt is, verlucht het systeem tot de druk verlaagt naar een niveau dat geschikt is om aan het syteem te kunnen werken. Deze stap is cruciaal als er laswerken aan de leidingen zullen uitgevoerd worden.

Verzeker u ervan dat de afvoer van de vacuïmpomp zich niet dichtbij onstekingsbronnen bevindt en dat de ruimte goed verlucht is.

Demontage

Vooraleer deze taak aan te vatten is het onontbeerlijk dat de technicus vertrouwd is met het materiaal en alle onderdelen. Goede praktijken worden aanbevolen voor een veilige recuperatie van het koelmiddel. Vooraleer verder te gaan met de taak in kwestie, is het nodig om een staal te nemen van de olie en het koelmiddel om te onderzoeken of deze hergebruikt kunnen worden. Het is noodzakelijk dat er een stroomvoorzleining aanwezig is voor de start. Maak uzelf vertrouwd met het materiaal en de werking ervan.

Elektrisch isoleren van het systeem.

Voor u start, zorg dat: uw technische uitrusting binnen handbereik is voor het geval u met de bidons met koelmiddel moet werken, dat u persoonlijk beschermingsmateriaal ter beschlikking heeft en correct gebruikt; dat de terugwinning op elk moment onder toezicht van een bevoegd persoon gebeurt; dat het recuperatiemateriaal en de bidons aan de nodige vereisten voldoen. Verwilder het koelsysteem indien het mogelijk is.

Indien het onmogelijk is om het koelsysteem te verwijderen, sluit een verzamelaar of verdeler aan om het koelmiddel uit de verschillende onderdeven van het systeem te kunnen halen. Zorg dat de bidon op de weegschaal staat voor u het proces van de terugwinning start. Schakel het recuperatietoestel in en gebruik het overeenkomstig de voorschriften van Cecotec. Doe de bidons niet te vol. (Niet meer dan 80% vloelbare lading).

Overschrijd de maximale druk van de bidons niet, zelfs niet voor heel korte tijd.

Eens de bidons correct gevuld zijn en het proces afgewerkt is verwijdert u het materiaal en de bidons zo snel mogelijk van de site en sluit u de isolatiekleppen.

Het teruggewonnen koelmiddel mag niet gebruikt worden in andere koelsystemen zonder dat het vooraf gezuiverd en getest is.

Labeling

Het materieel moet een label dragen dat het gedemonteerd is en ontdaan van koelmiddel. Dit label moet een datum en handtekening bevatten. Zorg dat de apparatuur voorzien is van labels die aangeven dat ze ontvlambaar koelmiddel bevat.

Terugwinning

Bij het verwijderen van een koelmiddel uit een systeem, zij het voor onderhoud of ontmanteling, is het aanbevolen dit voorzichtig te doen zadat het koelmiddel op een veilige manier onttrokken wordt.

Gebruik bij het overhevelen van het koelmiddel in bidons die geschikt zijn voor het opslaan van koelmiddel. Zorg dat u voldoende bidons ter beschikking heeft om het systeem volledig te

laten leeglopen. Zorg dat alle bidons geschikt zijn voor koelmiddel en een etiket dragen met het type koelmiddel (bijvoorbeeld, speciale bidons voor de terugwinning van koelmiddel). De bidons moeten uitgerust zijn met een afvoerklep en -kranen die in goede conditie zijn. De bidons worden gelegd en indien mogelijk afgekoeld voor het terugwinningsproces.

Het recuperatiemateriaal moet in goede staat zijn en een reeks instructies bevatten over het materiaal dat ze bevatten. Het moet ook geschikt zijn voor de terugwinning van alle aangewezen koelmiddelen, waaronder ontvlambare indien van toepassing. U moet ook gekalibreerde en goed werkende weggeschalen binnen handbereik hebben. De slangen moeten voorzien zijn van lekvrije koppelingen die in goede staat zijn. Bevestig voor u het recuperatiemiddel gebruikt of het correct werkt, goed onderhouden is en de elektrische componenten verzegeld zijn om het risico op ontsteking bij het lekken of afvoeren van koelmiddel te beperken. Bij enige twijfel, contacteer de Technische Dienst van Cocotec.

Het teruggewonnen koelmiddel moet terug gebracht worden naar de leverancier in een daarvoor geschikte bidon met vermelding van het corresponderende koelmiddel. Meng geen koelmiddelen in terugwinningsinstallaties en al zeker niet in bidons.

Als u compressoren of smeerolie verwijdert, zorg dat deze volledig worden afgevoerd en dat er geen brandbaar koudemiddel in de smeerolie achterbijft. Het evacuateleproces moet worden uitgevoerd voordat de compressor wordt teruggestuurd naar de leveranciers. Alleen warmte kan worden toegepast om dit proces te versnellen in de compressor. Bij het afvoeren van smeerolie uit een systeem moet deze veilig worden vervoerd en getransporteerd.

Specificaties van de bedrading

Model 05291
Capaciteit van het model (BTU/u)12000
Voedingskabel N 1.5 mm ^2
L 1.5 mm ^2
E 1.5 mm ^2
Voedingskabel N 1.5 mm ^2
L 1.5 mm ^2
11.5 mm ^2
1. 1.5 mm ^2

10. RECYCLAGE VAN ELEKTRISCHE APPARATEN

CECOTEC Energy Silence 600 Max Flow - RECYCLAGE VAN ELEKTRISCHE APPARATEN - 1

De Europese richtlijn 2012/19 betreffende Afgedankte elektrische en Elektronische Apparatuur (AEFA) bepaalt dat kleine huishoudelijke elektrische huishoudapparaten niet aangeboden mogen worden met het restafval. Deze elektrische apparaten moeten apart gesorteerd worden om het hergebruik en de verwerking van materialen te optimaliseren en de impact van deze apparaten mens en milieu te verminderen.

Het symbool van de doorstreepte afvalbak herinnert u aan uw verplichting

om dit product correct te sorteren. Als het product in kwestie een batterij bevat voor zijn elektrische autonomie, dan moet deze batterij uit het product gehaald worden voordat het product gesorteerd wordt en behandeld worden als een residu van een andere categorie.

Voor gedetailleerde informatie over de aangewezen manier om kleine huishoudelijke elektrische apparaten en/of hun batterijen moet de consument de plaatselijke overheid contacteren.

Dit product heeft een garantieperiode van 2 jaar vanaf de aankoopdatum op voorwaarde dat de aankoopfactuur bewaard is gebeven en voorgelegd kan worden, het product zich in een goede fysicle staat bevindt en het gebruikt is op een correcte manier en zoals aangegeven in deze handleiding.

De garantie vervalt..

- Als het product gebruikt is buiten zijn capaciteit of bruikbaarheid, misbruikt of erop geslagen is, blootgesleid is aan vochtigheid, ondergedompeld is in een vloeistof of corrosieve substantie, evenals elk ander defect dat te wijten valt aan de consument.

- Als het product ontmanteld, gemodificeerd of gerepareerd is geweest door personen die niet geautoriseerd zijn door de Technische Dienst van Cecotec.

- Als het incident veroorzaakt is door de normale slijtage van de onderdelen als gevolg van gebruik.

De garanticservice dekt alle fabricagefouten gedurende 2 jaar op basis van de huidige welgeving, met uitzondering op verbruiksartikelen. In het geval van verkeerd gebruik door de gebruiker wordt de reparatie niet gedekt door de garantie.

Indien u een probleem vaststelt met het toestel of als u een vraag heeft, contacteer de Technische Dienst van Cecolec via het telefoonnummer +34 96 321 07 28.

POLSKINEDERLANDS

1. INSTRUKCJE BEZPIECZŃSTWA

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : CECOTEC

Model : Energy Silence 600 Max Flow

Categorie : Ventilator